Tweede Kamer der Staten-Generaal
|
|
|
- Alfons Bogaert
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten in verband met de vorming van de arrondissementen Gelderland en Overijssel Nr. 4 VERSLAG De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel van wet genoegzaam voorbereid. Inhoudsopgave ALGEMEEN 1 Inleiding; doelstelling wetsvoorstel 1 Vorming van de arrondissementen en rechtbanken Gelderland en Overijssel 3 Regionale indeling van de nationale politie en van de eerstelijnsparketten 4 van het Openbaar Ministerie Voorbereiding wetsvoorstel 5 Financiële consequenties en administratieve lasten 5 ARTIKELSGWIJS 5 ALGEMEEN Inleiding; doelstelling wetsvoorstel De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zij begrijpen de voorgeschiedenis van dit op het wetsvoorstel herziening van de gerechtelijke kaart (Kamerstuk ) volgende wetsvoorstel, dat uitvoering geeft aan een door de Eerste Kamer aanvaardde motie van het lid Beuving c.s. (Kamerstuk , G). De inhoud van het wetsvoorstel splitst, in lijn met voornoemde motie, het arrondissement Oost-Nederland in een arrondissement Gelderland en een arrondissement Overijssel. Deze leden zijn van mening dat deze opsplitsing niet ten koste mag gaan van de met het wetsvoorstel herziening van de gerechtelijke kaart beoogde doelen. Vanuit dat perspectief hebben deze leden nog enkele vragen en opmerkingen. kst ISSN s-gravenhage 2012 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 1
2 De leden van de PVV-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van bovengenoemd wetsvoorstel. Naar aanleiding daarvan hebben zij een aantal vragen. Deze vragen komen hieronder aan de orde. De leden van de SP-fractie zijn altijd van mening geweest dat met de reuze rechtbank Oost-Nederland een grotere kloof zal ontstaan tussen rechtzoekenden, rechters en het bestuur van de gerechten. Ze hebben dan ook met instemming kennisgenomen van het voorstel van de Eerste Kamer om het arrondissement Oost-Nederland op te laten splitsen in arrondissement Gelderland en arrondissement Overijssel. Van het grootste belang is nu dat deze splitsing op 1 januari 2013 direct meegenomen wordt bij de herziening van de gerechtelijke kaart, zodat niet eerst tien arrondissementen worden gevormd en vervolgens pas het elfde arrondissement. Erkent de regering dat dit laatste ongewenst is en zal leiden tot grotere belasting voor de rechtspraak en dus onnodig meer tijd en geld kost? De leden van de SP-fractie verzoeken de regering met klem de nota naar aanleiding van het verslag zo spoedig mogelijk naar de Kamer te sturen met het oog op de beoogde inwerkingtreding op januari De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben daarover op dit moment geen vragen. De leden van de D66-fractie hebben met instemming kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Deze leden deelden bij behandeling van de herziening van de gerechtelijke kaart reeds de zorg over de grootte van het arrondissement Oost-Nederland, zoals dat was voorzien in het wetsvoorstel. Deze leden zien goede redenen om te komen tot opschaling van de arrondissementen, mits de randvoorwaarden van werkbaarheid, bestuurbaarheid en toegankelijkheid van de rechtbanken steeds gewaarborgd zijn. Naar hun mening komt de voorliggende splitsing van het voorziene arrondissement Oost-Nederland in twee delen, zijnde rechtbank Gelderland en rechtbank Overijssel, tegemoet aan de gestelde randvoorwaarden. Dat hiermee sprake zal zijn van enige incongruentie van de indeling ten aanzien van de tien arrondissementsparketten van het Openbaar Ministerie en de tien regionale eenheden van de politie, vinden de leden van de D66-fractie geen onoverkomelijk bezwaar indien een dergelijke splitsing voor het Openbaar Ministerie en de nationale politie langs soortgelijke randvoorwaarden onwenselijk blijkt. De voorgestelde aanpassing in de Wet op de rechterlijke organisatie en in de Politiewet ondervangt naar mening van deze leden de geografische incongruentie afdoende. De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel. Zij zijn blij met de intentie van de voorgestelde aanpassing van de Wet op de rechterlijke indeling die aansluit bij de zorgen die onder meer door hen is geuit tijdens de behandeling van het wetsvoorstel herziening gerechtelijke kaart. Genoemde leden hebben echter vragen bij de keuze om het aantal regionale eenheden van de nationale politie alsmede het aantal eerstelijnsparketten van het Openbaar Ministerie, de arrondissementsparketten, niet uit te breiden van tien naar elf. De leden van de SGP-fractie hebben met instemming kennisgenomen van de opsplitsing van het zeer grote arrondissement Oost-Nederland in twee arrondissementen. Zij hebben hier bij de behandeling van het wetsvoorstel tot herziening van de gerechtelijke kaart reeds op aangedrongen. Zij vinden het positief dat de regering hier alsnog voor kiest. Wel hebben zij nog diverse vragen bij het onderhavige wetsvoorstel. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 2
3 Vorming van de arrondissementen en rechtbanken Gelderland en Overijssel De leden van de VVD-fractie merken op dat met de Wet herziening gerechtelijke kaart wordt beoogd de kwaliteit en specialisatie van de te vormen rechtbanken te vergroten. Van de voorgaand besproken opdeling van het arrondissementsparket Oost-Nederland en de politieregio Oost-Nederland wordt afgezien vanwege een te negatieve invloed daarvan op de kwaliteit en de specialisatie van de afzonderlijke onderdelen van het Openbaar Ministerie en de politie in Oost-Nederland. Deze leden vragen of een dergelijke negatieve invloed na de opdeling van de rechtbank Oost-Nederland ook zal zijn waar te nemen binnen de rechtspraak. Kan de regering deze leden verzekeren dat de opdeling er niet toe zal leiden dat de kwaliteit van de rechtspraak in Oost-Nederland wordt verlaagd? In hoeverre kan de regering verzekeren dat de met de Wet herziening gerechtelijke kaart beoogde specialisatie binnen de arrondissementsrechtbanken nog wordt bereikt na de opsplitsing van de rechtbank Oost-Nederland? Zijn de afzonderlijke kamers binnen de rechtbanken van voldoende omvang om kwaliteit en continuïteit te garanderen? Gelet op hun zorgen, zien de leden van de VVD-fractie bij voorkeur dat de al in het kader van de behandeling van de Wet herziening gerechtelijke kaart geplande evaluatie (amendement Çörüz c.s. 1 ) spoedig wordt uitgevoerd met betrekking tot de uit het arrondissement Oost-Nederland voortvloeiende arrondissementen Gelderland en Overijssel. Op welk moment verwacht de regering dat deze evaluatie kan worden uitgevoerd? Kan de regering aangeven welke criteria bij de evaluatie worden betrokken? Deze leden zien graag dat bij de evaluatie wordt gelet op de verhouding tussen de ketenpartners en de invloed van de voorgestelde opdeling op de kwaliteit en specialisatie van de rechtspraak in Oost-Nederland. Kan de regering aangeven of de uitkomsten van de evaluatie aanleiding zouden kunnen zijn om de voorgestelde splitsing van het arrondissement Oost-Nederland weer ongedaan te maken? Wat zou voor de regering de uitkomst moeten zijn om tot deze ongedaanmaking over te gaan? De leden van de PVV-fractie constateren dat de regering tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel herziening gerechtelijke kaart nog tegen het opknippen van arrondissement Oost-Nederland was. In de memorie van toelichting bij onderhavig wetsvoorstel wordt niet aangegeven waarom de regering de motie van de Eerste Kamer toch uitvoert. Waarom gaat zij nu toch over tot het opknippen van arrondissement Oost-Nederland? Wat zijn de doorslaggevende argumenten daarvoor? Deze leden merken op dat het arrondissement Oost-Nederland wordt opgeknipt omdat men het een te groot arrondissement vindt. Waarom wordt dat in het geval van arrondissement Noord-Nederland, welke uit drie provincies bestaat, dan niet gedaan? De leden van de D66-fractie juichen de opgenomen evaluatiebepaling toe en verzoeken de regering om over drie jaar na inwerkingtreding de Wet herziening gerechtelijke kaart zowel afzonderlijk als in samenhang met Openbaar Ministerie en nationale politie te bezien. De van de SGP-fractie zien dat er alleen een evaluatiebepaling is opgenomen over de gesplitste arrondissementen Gelderland en Overijssel en niet over de bijbehorende politieregio en de regio van het Openbaar ministerie. Waarom is hiervoor gekozen? Moet dit niet in samenhang bezien worden? 1 Kamerstukken , , nr. 11. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 3
4 Regionale indeling van de nationale politie en van de eerstelijnsparketten van het Openbaar Ministerie De leden van de VVD-fractie merken op dat met dit wetsvoorstel het aantal arrondissementen op elf uitkomt. De opdeling van het arrondissement Oost-Nederland heeft de regering, naar mening van deze leden, terecht geen aanleiding gegeven tot het opdelen van het arrondissementsparket Oost-Nederland en van de politieregio Oost-Nederland. Daarmee wordt het in wetsvoorstel herziening gerechtelijke kaart vermelde doel van geografische congruentie niet bereikt. Deze leden maken zich zorgen over de organisatorische verhouding tussen enerzijds de rechtbanken en anderzijds de arrondissementsparketten en politieregio s in het op te delen arrondissement Oost-Nederland. In hoeverre deelt de regering deze zorg? In welke mate wordt de met het wetsvoorstel herziening gerechtelijke kaart nagestreefde vereenvoudiging, effectiviteit en efficiëntie tussen de ketenpartners onder druk gezet door de opsplitsing van de rechtbank Oost-Nederland? De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat één van de uitgangspunten van de Wet herziening gerechtelijke kaart en de Politiewet 2012 juist is dat de geografische congruentie van de organisatie van de eerstelijnsrechtspraak (de rechtbanken), de eerstelijnsparketten van het openbaar ministerie en de regionale eenheden van de nationale politie. Deze congruentie maakt de samenwerking tussen deze ketenpartners eenvoudiger, effectiever en efficiënter, vooral op het gebied van de opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten. Desondanks wordt met dit wetsvoorstel er voor gekozen hier in Oost-Nederland een uitzondering op te maken. In de memorie van toelichting staat dat voor het Openbaar Ministerie splitsing van het parket Oost-Nederland onwenselijk is, omdat hierdoor te kwetsbare afzonderlijke eenheden zouden ontstaan. Deze leden constateren echter dat ook een gesplitst parket nog steeds groter is dan de omvang van het parket van voor de invoering van de Wet herziening gerechtelijke kaart. De aan het woord zijnde leden vragen daarom om een cijfermatige onderbouwing van dit argument. Zij constateren namelijk dat in de memorie van toelichting alleen over overtuigingen wordt gesproken maar er geen feitelijk cijfermateriaal is opgenomen. Een zelfde argument van schaalgrootte wordt genoemd voor de eerstelijnsparketten van het Openbaar Ministerie waarbij gewezen wordt op de benodigde specialisaties en expertises. De leden van de ChristenUniefractie vragen of de indeling van de gerechtelijke kaart hiervoor bepalend is. Zijn hiervoor geen andere praktische oplossingen mogelijk? Deze leden constateren dat in de memorie van toelichting wordt gesproken over een goed functionerend parket Oost-Nederland dat niet zou moeten worden gesplitst omdat dit de positie van het Openbaar Ministerie zou verzwakken. Zij vragen om een nadere onderbouwing van deze stelling aangezien het nieuwe parket Oost-Nederland nog niet is gevormd. Deze leden vragen of er onderzoek is geweest onder de medewerkers naar hun mening over het functioneren van het betreffende parket in de huidige situatie en de verwachting over het functioneren in de nieuwe situatie na de schaalvergroting. Voorts constateren de aan het woord zijnde leden dat in de memorie van toelichting wordt gesteld dat ook voor de regionale eenheid van politie in Oost-Nederland de splitsing onwenselijk zou zijn. Zij vragen om een onderbouwing van de stelling dat de schaalvoordelen, die met de indeling in de tien regionale eenheden worden behaald, niet ook in stand zouden kunnen blijven als er sprake zou zijn van 11 eenheden ten opzichte van de huidige 25 politieregio s. Het gevolg van het niet congruent lopen van politieregio s en parketten in Oost-Nederland betekent dat het Openbaar Ministerie in de regio Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 4
5 Oost-Nederland voor de inzet van opsporingsmaatregelen, preventieve hechtenis en de vervolging van verdachten, zaken en capaciteit zal moeten verdelen over twee arrondissementen. Dit vereist zorgvuldige werkprocessen. Deze leden vragen wat dit concreet in de praktijk zal betekenen bijvoorbeeld voor de werklast. Zij vragen of deze consequenties zijn onderzocht. De leden van de SGP-fractie merken op dat de regering niet voorstelt te komen tot opsplitsing van Oost-Nederland voor het Openbaar Ministerie. Graag ontvangen deze leden inzicht in de vraag op welke concrete punten er daadwerkelijk problemen zouden ontstaan voor het Openbaar Ministerie als er opsplitsing zou komen. Hoe kwetsbaar zouden deze onderdelen worden in vergelijking met de andere arrondissementen? Kan dit cijfermatig worden onderbouwd? Ook is er niet gekozen voor opsplitsing van de politieregio, terwijl juist hier ook sprake is van een grote afstand tussen de lokale gemeenten en de ongesplitste politieregio. De leden van de SGP-fractie vragen of er echte problemen zullen ontstaan als de politieregio ook wordt gesplitst. Is ook in het geval van 11 regio s niet veel winst te behalen met betrekking tot schaalvergroting? Ontstaan er dan problemen op het terrein van de veiligheid in Nederland? Voorbereiding wetsvoorstel De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat er geen consultatie is geweest. Wel heeft met de meest betrokken organisaties informeel contact plaatsgevonden over een concept van dit wetsvoorstel. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de betrokken organisaties, zoals het Openbaar Ministerie, de politie, de colleges van gedeputeerde staten en de colleges van burgemeester en wethouders in Oost-Nederland, instemmend hebben gereageerd op het wetsvoorstel en welke opmerkingen zijn gemaakt. Financiële consequenties en administratieve lasten De leden van de SGP-fractie merken op dat in de memorie van toelichting staat dat er geen zelfstandige financiële gevolgen zijn voor het Rijk. Deze leden vragen of er wel meer afgeleide financiële gevolgen zijn voor het Rijk. Waaraan moet worden gedacht? ARTIKELSGWIJS Artikel IV (Wet herziening gerechtelijke kaart) Onderdeel E De leden van de SGP-fractie merken op dat de afschaffing van het college van afgevaardigden pas vijf jaar na inwerkingtreding plaatsvindt. Deze leden constateren dat dit nog binnen de evaluatieperiode is. Waarom wordt er niet gekozen voor een geheel opschorten van deze inwerkingtreding dan wel een evaluatie na drie jaar? De fungerend voorzitter van de commissie, De Roon De griffier van de commissie, Nava Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 5
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 031 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het regelen van de mogelijkheid een deel van
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 859 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs Nr. 9 NADER VERSLAG
Gelet op artikel 21b, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van
Besluit van houdende aanwijzing van zittingsplaatsen van rechtbanken en gerechtshoven (Besluit zittingsplaatsen gerechten) Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 2012, nr., Gelet
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 504 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de modernisering van de wijze van tenaamstelling van kentekenbewijzen en enkele andere
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 755 Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van de Invorderingswet 1990 in verband met de wijziging van de percentages belasting-
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 404 Wijziging van enkele belastingwetten (Wet herziening fiscale behandeling woon-werkverkeer) Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld 11 oktober 2012 De
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 208 Uitvoering van het op 20 december 2006 te New York tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 33 716 Wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Wet op het kindgebonden budget, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting 2001,
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 202 Besluit van 22 mei 2015, houdende wijziging van het Tijdelijk besluit Commissie advies- en verwijspunt klokkenluiden en het Besluit bestuursorganen
1. In de eerste volzin vervalt:, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Politiewet 1993,.
Artikel PM1 A.4 Bijlage 4 De Wet veiligheidsregio s wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van het artikel door een puntkomma, toegevoegd korpschef:
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 277 Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met de herziening van de definities van gezin en middelen (Wet afschaffing huishoudinkomenstoets)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties De heer dr. R.H.A. Plasterk Postbus EA DEN HAAG. Geachte heer Plasterk,
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties De heer dr. R.H.A. Plasterk Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG Datum 25 augustus 2017 Onderwerp Consultatie wijzigingsvoorstel Wet BRP Uw kenmerk Ons
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 094 Wijziging van de Zorgverzekeringswet en de Wet op de zorgtoeslag houdende vervanging van de no-claimteruggave door een verplicht eigen risico
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2017 2018 27 859 Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA) Nr. 117 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 14 november
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 260 Wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de implementatie van richtlijn 2014/30/EU en richtlijn 2014/53/EU Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag
> Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving Afdeling Wetgeving Staatsinrichting en Bestuur Turfmarkt
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen Nr. 172 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 4 maart 2016 De vaste commissie voor Onderwijs,
No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012
... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 818 Wijziging van verschillende wetten in verband met de hervorming van het ontslagrecht, wijziging van de rechtspositie van flexwerkers en
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 356 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het treffen van een overgangsmaatregel
Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving
ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Rechtsbestel Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Adviesaanvraag werklastgevolgen kostenverhaal rechtsbijstand draagkrachtige veroordeelden (34 159)
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie dr. K.H.D.M. Dijkhoff Postbus 20301 2500 EH Den Haag datum 19 oktober 2015 contactpersoon Voorlichting e-mail [email protected] telefoonnummer 06-46
