Spoorzone Leidschendam - Voorburg
|
|
|
- Erik Beckers
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Spoorzone Leidschendam - Voorburg Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet R. de Beer 2008 Opdrachtgever Gemeente Leidschendam-Voorburg Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Bovendijk 35-G Hazenkoog 35A 2295 RV Kwintsheul 1822 BS Alkmaar G&G-advies 2008
2 Inhoudsopgave 1 Inleiding Aanleiding en doel van het onderzoek Het plangebied Methode Resultaten Beschrijving aanwezige biotopen Zone Zone Beschermde soorten Flora Vissen Amfibieën Vogels Zoogdieren Overige fauna Flora- en faunawet Zorgplicht Verbodsbepalingen Vrijstellingen Ontheffingsmogelijkheid Procedure Conclusies en aanbevelingen Literatuur
3 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van het onderzoek De gemeente Leidschendam-Voorburg werkt samen met de hoogheemraadschappen van Delfland en Rijnland aan de uitvoering van het waterplan Water verbindt en geeft kleur aan je stad. Het ecologisch ontwikkelen van een zone langs de spoorlijn tussen Den Haag en Amsterdam is onderdeel van dit plan. Het gaat om een zone met een lengte van ca. 5 km. De zone ligt zuidoostelijk van het spoor, en is globaal gelegen tussen de Koningin Wilhelminalaan in het zuidwesten en de noordoostelijke Kastelenring in het noordoosten. De precieze invulling van de plannen is op dit moment nog niet duidelijk maar betreft ondermeer het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, het verbinden van wateren en het vervangen van duikers door open water met bruggen. In opdracht van de Gemeente heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de Flora- en faunawet een quick scan uitgevoerd naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna in dit plangebied. Het onderzoek heeft bestaan uit een veldbezoek. 1.2 Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. De gehele zone heeft een oppervlakte van een kleine 27 ha. Voor de helft ligt de zone in zwaar verstedelijkt gebied omgeven door bebouwing. Het noordoostelijke deel ligt meer open met alleen aan de zuidoostkant bebouwd gebied. 2 Methode Het plangebied is op 9 december 2008 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Op basis van de aangetroffen biotopen is per soortgroep een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van in ieder geval die beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. 3 Resultaten 3.1 Beschrijving aanwezige biotopen Het plangebied valt uiteen in twee verschillende zones, de zuidwestelijke zone van de Wilhelminalaan tot de Hofzichtlaan (zone 1) en die tussen de Hofzichtlaan tot het noordoostelijke einde van het plangebied bij de Kastelenring (zone 2). Het stuk tussen de Hofzichtlaan en de N14 is eigenlijk een overgangszone tussen zone 1 en 2 maar is voor het gemak gevoegd bij zone 2. N N14 Kastelenring Zone 1 Zone 2 Laan van NOI Hofzichtlaan Voorburg Kon. Wilhelminalaan Figuur 1. Ligging van de planzone langs de spoorlijn. 3
4 3.1.1 Zone 1 Wateren en oevers Langs de gehele zone ligt water. Het water is over het algemeen vrij sterk beschaduwd met veel bladval en een vrij dikke sliblaag. Het water is matig helder. De oevers hebben veelal steilkantjes van zo n 40 cm hoogte en zijn op veel plaatsen beschoeid. De beschoeiing is echter soms overgroeid of weggerot. Op de bezoekdatum werd geen ondergedoken watervegetatie waargenomen maar het is niet uitgesloten dat die in het groeiseizoen wel aanwezig is. De oevervegetatie was zwak ontwikkeld. Bosschages In dit deel van de spoorzone staan veel bomen en struiken. Delen van het traject zijn zelfs bosachtig te noemen, vooral tussen de Wilhelminalaan en de Laan van NOI en zuidwestelijk van de Hofzichtlaan (jong aanplantbos). Op de vele (verwaarloosde) volkstuincomplexen maar ook op het talud van het spoor staan veel struiken (o.a. braam). Langs het water zijn rijen knotwilgen aanwezig meest met een stamdiameter van cm. In de zone zijn verder een aantal groepen oude, dikke Schietwilgen en populieren aanwezig met afgebroken takken en ingerotte holtes. Bermen en graslanden Tussen de weg langs bebouwing en het water liggen her en der een paar kruidenarme graslandjes en grasbermen. Overig Langs het gehele stuk liggen volkstuinen en verlaten volkstuinen. Sommige ervan zijn weelderig begroeid met hoge coniferen en andere bomen, diverse struiken en bamboe. In de volkstuinen staan vaak (vervallen) schuurtjes en ligt soms opgeslagen materiaal of vuil Zone 2 Wateren en oevers Het water in zone 2 is meest open en matig helder met een niet steil oplopend oevertalud. Invallend blad is beperkt. De oevers zijn grasachtig met her en der plukken en randen riet. De zone komt vrij natuurlijk en speels over met eilanden en kleine bruggen over het water. Bosschages Verspreid in de zone liggen een aantal vochtige elzenbosjes met bomen met een dikte tot zo n cm. Langs het spoortalud zijn recent struiken gekapt en lagen takkenbossen. Verder is het gebied vrij kaal en open. Graslanden en bermen Tussen en langs de wateren liggen vochtig graslanden met kruiden. Op de graslanden staan ook her en der plukken ingroeiend riet. 3.2 Beschermde soorten Flora In het gebied kan Zwanenbloem voorkomen. Ook de Gewone dotterbloem kan, al dan niet uitgezet, kan worden verwacht. Met name in zone 1 is Brede wespenorchis en de Grote kaardenbol mogelijk. Al deze soorten zijn beschermd onder het lichte beschermingsregime van de Flora- en faunawet (tabel 1). Het is niet ondenkbaar dat in zone 2 tussen riet en het grasland de rietorchis voorkomt, dit is een zwaarder beschermde soort (tabel 2), voor verstoring of vernietiging van groeiplaatsen is ontheffing vereist. In zone 1 geldt iets dergelijks voor Daslook dat als stinzeplant in de genoemde bosachtige stukken in kan staan Vissen Het water in zone 1 is te vuil en te slibrijk om potenties te hebben voor beschermde vissoorten. In zone 2 zou Kleine modderkruiper en mogelijk ook de Bittervoorn kunnen voorkomen. Deze soorten zijn beschermd onder het zwaardere en het zware beschermingsregime (tabel 2 en 3) Amfibieën Zone 1 biedt geschikt landbiotoop voor een aantal algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad, Kleine watersalamander en Bruine kikker. Het voorkomende water is niet geschikt als voortplantingswater. In zone 2 is het water wel geschikt voor voortplanting van deze soorten en ook voor Meerkikker en Bastaardkikker. In zone 2 ligt ook landbiotoop maar zone 1 is geschikter vanwege aanwezige bosachtige gebieden en uitgebreide schuilmogelijkheden. Al de genoemde soorten amfibieën zijn licht beschermd (tabel 1). De zwaar beschermde Rugstreeppad wordt zo dicht bij bebouwing niet verwacht. Voor deze soort is ook geen geschikt zandig overwinteringbiotoop voorhanden en de wateren zijn niet geïsoleerd, hetgeen ook ongunstig is omdat voorkomende vis de larven eet. 4
5 3.2.4 Vogels Langs de gehele spoorzone kunnen tal van water-, bosen struweelvogels tot broeden komen. Tijdens het veldbezoek werden veel Waterhoentjes, Meerkoeten en Wilde eenden waargenomen. deze soorten komen ongetwijfeld tot broeden. Ook territoriale Winterkoning en Zwarte kraai werden vastgesteld. Daarnaast werden en ook Vink, Heggenmus, Vlaamse gaai, Houtduif, Staart-, Pimpel- en Koolmees gezien. Voor verstoring van broedende vogels wordt in praktijk vrijwel geen ontheffing gegeven, men dient werkzaamheden waarbij nesten kunnen worden verstoord of vernield buiten het vogelbroedseizoen uit te voeren. Dus niet tussen grofweg maart en juli. In zone 1 werd daarnaast een nest gezien dat mogelijk gebruikt wordt door Sperwer en in twee dikke populierenbomen werden sporen gezien van (Grote bonte) specht. Op een drietal plaatsen in de zone werden Grote bonte spechten al dan niet roepend- waargenomen. De verblijfplaatsen van Sperwer en spechtensoorten zijn jaarrond beschermd. Als bomen met dergelijke verblijfplaatsen worden gekapt, is een ontheffing vereist. In het algemeen moet gelden dat bij werkzaamheden waarbij bomen met een diameter van meer dan ca. 30 cm worden gekapt, eerst onderzoek moet worden uitgevoerd. Dit geldt ook bij bomen met duidelijk zichtbare nesten. Bekeken wordt dan of spechtenholen aanwezig zijn of dat de bomen worden gebruikt door roofvogels of uilen. In Figuur 2 is voor zone 1 een aantal plekken aangegeven met zeer geschikte bomen en een bosgebied voor broedende spechten met de locatie van een mogelijk Sperwernest. Als bomen aangegeven op dit kaartje worden gekapt dient in ieder geval van te voren onderzoek te worden uitgevoerd. Áls (oude) spechtengaten of andere diepe holtes in deze bomen worden gevonden moeten deze ook worden bekeken op verblijvende vleermuizen. In het gebied werd geen echt geschikte broedgelegenheid voor de IJsvogel gezien, het gebied is echter zeer geschikt voor deze soort en bij geplande werkzaamheden moet altijd op deze soort worden gelet hoewel zijn verblijfplaats in strikte zin niet jaarrond beschermd is. In zone 2 werden geen jaarrond beschermde vogelverblijven gezien hoewel Buizerd, Havik of Sperwer in de toekomst wel in de elzenbosjes kunnen vestigen Zoogdieren In het gehele plangebied kunnen algemene kleine N ÊÚ Laan van NOI ÊÚÊÚ ÊÚÊÚ ÊÚ #Y ÊÚÊÚ ÊÚ ÊÚÊÚ #Y ÊÚ Nicolaas Beetslaan #Y #0 #0 #Y ÊÚ Potentieel broedgebied (Grote bonte) specht mogelijk Sperwernest waarnemingen Grote bonte specht Oude populieren of wilgen Figuur 2. Ligging van potentieel broedgebied voor de (Grote bonte) specht, ligging oude populieren of wilgen en de waarnemingen van een mogelijk Sperwernest en roepende of wegvliegende Grote bonte spechten tijdens het veldbezoek in zone 1. 5
6 zoogdieren voorkomen zoals de Bosmuis, Gewone Bosspitsmuis en de Veldmuis. Daarnaast zijn ook soorten zoals Egel en Mol te verwachten. In zone 2 zijn vijvoorbeeld Haas, Konijn, Vos en Wezel mogelijk. Al deze soorten zijn beschermd volgens het lichte beschermingsregime. Het is niet ondenkbaar dat in oevergebieden met dekking in zone 2 de Waterspitsmuis voorkomt. Dit is een zwaar beschermde soort (tabel 3) waarvoor ontheffing vereist is. In dikkere bomen met diepe holtes kunnen boombewonende vleermuizen verblijven. Als dergelijke holtes worden aangetroffen in bomen die gekapt worden, dient hiernaar aanvullend onderzoek plaats te vinden. Aangezien geen geschikte bebouwing aanwezig is, kunnen geen gebouwbewonende vleermuizen in het plangebied verblijven Overige fauna Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor andere beschermde diersoorten, in verband met het ontbreken van geschikt biotoop. 4 Flora- en faunawet 4.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Flora- en faunawet is de zorgplicht in artikel 2. Hierin staat dat dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora en fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. 4.2 Verbodsbepalingen De Flora- en faunawet bepaalt dat het verboden is planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, te vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen (art. 8). Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen, dan wel opzettelijk te verontrusten (artt. 9 en 10). Verder is het verboden van beschermde diersoorten nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen te beschadigen, te vernielen, uit te halen of te verstoren (art. 11) en dit geldt ook voor eieren (art. 12). Vogelnesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn vallen onder de definitie van vaste rust- of verblijfplaatsen en zijn daarom jaarrond beschermd. 4.3 Vrijstellingen Bij Algemene Maatregel van Bestuur is de Mol vrijgesteld van de verboden van de artikelen 9 t/m 11 en daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis vrijgesteld in of op gebouwen of daarbij behorende erven 1. In een ministeriële regeling zijn vervolgens nog andere algemene soorten aangewezen die alleen vrijgesteld zijn van de verboden van de artikelen 8 t/m 12, indien het gaat om werkzaamheden in het kader van natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud, van bestendig gebruik of van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting 2. Voor deze soorten hoeft dan geen ontheffing te worden aangevraagd, maar de zorgplicht blijft onverminderd gelden. Dit wordt het lichtste beschermingsregime genoemd, geldend voor de z.g. tabel 1 -soorten (zo genoemd naar de toelichting bij de bovengenoemde Regeling en ook gehanteerd in de LNV-brochure Buiten aan het werk? ). Broedvogels vallen hier niet onder. 4.4 Ontheffingsmogelijkheid De realisatie van activiteiten, zoals het aanleggen van woningbouw- of bedrijventerreinen, heeft veelal beschadiging of de vernieling tot gevolg van de voortplanting- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende beschermde soorten. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing volgens artikel 75 van de Floraen faunawet 3 aangevraagd worden. Als er andere beschermde soorten voorkomen dan de soorten die zijn vrijgesteld van de verboden, kan de voorgenomen (bouw)activiteit alleen worden gerealiseerd als een ontheffing is verleend. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voed- 1 Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten, Staatsblad 2000, 525, art. 16e 2 Wijziging Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet, Staatscourant 2 februari 2005, nr Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten, Staatsblad 2000, 525 6
7 selkwaliteit, op basis van de twee andere beschermingsregimes 4 : Zwaar beschermingsregime, geldend voor soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn en voor apart aangewezen soorten in een vernieuwde bijlage 1 van het Besluit vrijstellingen beschermde dier- en plantensoorten. Zij vormen samen de tabel 3 - soorten. Ook vogels vallen hieronder. Minder zwaar beschermingsregime, geldend voor de overige beschermde soorten ( tabel 2 ), maar niet de eerdergenoemde algemene soorten ( tabel 1 ). Indien men in het bezit is van een door de minister van LNV goedgekeurde gedragscode hoeft bij werkzaamheden in het kader van natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud en van bestendig gebruik voor deze tabel 2-soorten en ook voor vogels geen ontheffing aangevraagd te worden. 4.5 Procedure Bij ruimtelijke ingrepen dient beoordeeld te worden in welke mate er sprake is van negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op aanwezige soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin dit wordt ondernomen. Zijn er negatieve effecten op soorten van het zware of minder zware beschermingsregime, dan dient een Aanvraag ontheffing, ingevolge Flora- en faunawet artikel 75, vierde lid of vijfde lid onderdeel c te worden ingediend bij de Dienst Regelingen van het Ministerie van LNV. Deze aanvraag dient onder andere vergezeld te gaan van: het desbetreffende projectplan; een actuele inventarisatie naar het voorkomen van beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied; een beschrijving van de te verwachten schade voor de in de aanvraag vermelde soorten; een beschrijving hoe de schade aan de beschermde soorten tot een minimum kan worden beperkt; een beschrijving van voorgenomen mitigerende en/of compenserende maatregelen indien schade onvermijdelijk is; Voor de eerdergenoemde tabel 3-soorten dient wegens een uitgebreide toets ook te worden vermeld: onderbouwing van de keuze voor de geplande locatie van de voorgenomen activiteit en onderzoek naar alternatieve locaties; de onderbouwing van het maatschappelijk belang van de voorgenomen activiteit; een toelichting op de afweging van de voorgenomen activiteit. 4 wijziging in Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten in Staatsblad 2004, 501, vnl. artt. 16b en 16c De ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan het criterium doet geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort (populatieniveau). Er dient rekening te worden gehouden met een doorlooptijd van 2 maanden. 5 Conclusies en aanbevelingen Al naar gelang de precieze inrichting van de spoorzone en de werkzaamheden die daarbij gepland worden dient op de volgende wijze rekening te worden gehouden met beschermde waarden in de verschillende onderscheiden zones (zie ook Tabel 1 op pag. 8): Als bomen gekapt worden met een stamdiameter >30 cm in zone 1 dient bekeken te worden of zich (spechten)holen in deze bomen bevinden. Geadviseerd wordt de bomen of boomgroepen aangegeven in Figuur 2 niet te kappen of anders onderzoek te verrichten naar spechten en eventueel verblijvende vleermuizen als diepe holtes worden gevonden. Ook in het bosgebied aangegeven in de figuur dient voor eventuele kap eerst onderzoek plaats te vinden naar jaarrond beschermde vogels en zwaarder beschermde (stinzen)flora (Daslook). Als bomen in zone 1 of 2 worden gekapt met zichtbare grote nesten dient onderzocht te worden of deze niet worden gebruikt door roofvogels en uilen. Als in zone 2 ingrijpende werkzaamheden aan oevers en wateren worden gepland dient op en rond deze werklocaties onderzoek gedaan te worden naar groeiplaatsen van de Rietorchis, naar zwaar beschermde (kleine) zoogdieren (Waterspitsmuis) en naar zwaar beschermde vissen (Bittervoorn en Kleine modderkruiper). In het algemeen geldt dat voor de aangetroffen of verwachte beschermde algemene soorten ( tabel 1 soorten ) geen verbodsbepalingen gelden voor de geplande ingreep. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te vinden. Het broedseizoen loopt ruwweg van maart tot en met juli. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Indien op het terrein buiten het broedseizoen bewoonde nesten aanwezig zijn (roofvogels en spechten), is een ontheffing wel nodig. Als tijdens een aanvullende de veldinventarisatie zwaar of zwaarder beschermde soorten (tabel 2 of 3) worden aangetroffen, dan dienen eventuele (negatieve) effecten van de ruimtelijke ingreep te worden beoor- 7
8 deeld. Zijn er negatieve effecten aanwezig, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. Voor alle beschermde soorten (alle regimes) geldt de zorgplicht (zie 4.1). Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren: Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodembewonende dieren de kans om in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten; Om schade aan vissen en amfibieën te beperken moeten de werkzaamheden aan wateren en oevers zoveel mogelijk worden uitgevoerd in de periode augustus tot en met oktober in verband met de perioden van voortplanting en overwintering. Nieuwe wateren moeten zoveel mogelijk worden aangelegd voorafgaand aan het dempen van bestaande. Uit de te dempen wateren kunnen beschermde amfibieën (alle stadia) of vissen weggevangen worden door de wateren af te dammen en het waterniveau te verlagen. Deze dieren kunnen vervolgens worden overgebracht naar een geschikt water in de nabije omgeving. Tabel 1. Voorgesteld vervolgonderzoek naar beschermde waarden in het plangebied Spoorzone Leidschendam-Voorburg met meer specifieke plaats van onderzoek, optimale onderzoeksperioden en omstandigheden waarbij dergelijk onderzoek wordt aanbevolen (zie tekst). Beschermde waarde waar wanneer bijzonderheden Jaarrond beschermde vogels Gehele plangebied November - april In bomen met D>30 cm, of met grote nesten, als deze worden gekapt Als in dikke te kappen bomen diepe holtes worden aangetroffen Vleermuizen Gehele plangebied Mei - juli (kraamperiode) Daslook Zone 1, ZW. van laan van NOI Maart - juni Als bos wordt gekapt of aangepast Rietorchis Zone 2 Mei-juni Als ingrijpend aan oeverzones wordt gewerkt Waterspitsmuis Zone 2 April - oktober Als ingrijpend aan wateren en oevers wordt gewerkt Kleine modderkruiper en Bittervoorn Zone 2 Mei - oktober Als ingrijpend aan wateren en oevers wordt gewerkt 8
9 6 Literatuur BROEKHUIZEN, S., B. HOEKSTRA, V. VAN LAAR, C. SMEENK & J.B.M. THISSEN (RED.), Atlas van de Nederlandse zoogdieren. 3 e herziene druk. KNNV Uitgeverij, Utrecht. JANSSEN, J.A.M., J.H.J SCHAMINÉE, Europese Natuur in Nederland, Soorten van de habitatrichtlijn. KNNV Uitgeverij, Utrecht. KAPTEYN, K., Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. MEIJDEN, R. VAN DER, Heukels Flora van Nederland. 23 e druk. Wolters Noordhoff, Groningen. NEDERLANDSE VERENIGING VOOR LIBELLENSTUDIE De Nederlandse Libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. NIE, H.W. DE & G. VAN OMMERING, Bedreigde en kwetsbare zoetwatervissen in Nederland. Toelichting op de Rode Lijst. Rapport nr. 33, IKC Natuurbeheer, Wageningen. NIE, H.W. DE, Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. 2 e herziene druk. Media Publishing Int. bv, Doetinchem. NÖLLERT, A, C. NÖLLERT, Amfibieëngids van Europa. TIRION Uitgevers bv, Baarn. PETERS, T.M.J., C. VAN ACHTERBERG, W.R.B. HEIT- MAN, W.F. KLEIN, V. LEFEBER, A.J. VAN LOON, A.A. MABELIS, H. NIEUWENHUIJSEN, M. REEMER, J. DE ROND, J. SMIT, H.H.W. VELTHUIS, De wespen en mieren van Nederland (Hymenoptera: Aculeata) Nederlandse Fauna 6. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden, KNNV Uitgeverij, Utrecht & European Invertebrate Survey Nederland, Leiden. RUITENBEEK, W., C. SCHARRINGA & P.J. ZOMERDIJK, Broedvogels van Noord-Holland. Provincie Noord-Holland, Haarlem. SDU UITGEVERS, Flora- en faunawet, bewerkt en toegelicht door M.A. Huber, mr. drs. D. van der Meijden, J.A.M. van Spaandonk & mr. A.S. Vreugdenhil. Koninklijke Vermande, Den Haag. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, Atlas van de Nederlandse Broedvogels Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey Nederland, Leiden. STUMPEL, TON, STRIJBOSCH, HENK Veldgids Amfibieën en reptielen. KNNV Uitgeverij, Utrecht. 9
Middenweg 69 te Limmen
Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet R. de Beer J. Groot 2010 Opdrachtgever Min Architectuur Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Bovendijk 35-G Hazenkoog 35-A 2295 RV
Pater Schiphorststraat 15 te Alkmaar
Pater Schiphorststraat 15 te Alkmaar Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet R. de Beer J. Groot 2010 Opdrachtgever Gemeente Alkmaar Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Overleek 5a te Monnickendam
Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet M. van Straaten 2010 Opdrachtgever Van Brederode B.V. Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Bovendijk 35-G Hazenkoog 35-A 2295 RV
Vleermuizenonderzoek Middenweg te Heerhugowaard
Vleermuizenonderzoek Middenweg 14-16 te Heerhugowaard Inventarisatie naar verblijfplaatsen van vleermuizen J. Groot 2009 Opdrachtgever Bouwbedrijf Kamp Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Langeraarseweg 161c te Ter Aar
Langeraarseweg 161c te Ter Aar Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet R de Beer 2009 Opdrachtgever Gemeente Nieuwkoop Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Bovendijk 35-G
Witte Mavo te Noordwijk
Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet M. van Straaten 2010 Opdrachtgever Gemeente Noordwijk Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Bovendijk 35-G Hazenkoog 35-A 2295 RV
Benonistraat in Zuidoostbeemster
Benonistraat in Zuidoostbeemster Toetsing in het kader van de Flora en faunawet J. Groot 2014 Opdrachtgever De Beemster Compagnie G&G advies 2014 Versie Datum Concept 7 5 2014 Eindrapport 12 5 2014 Bovendijk
Rotonde Oosthuizerweg te Edam Volendam
Rotonde Oosthuizerweg te Edam Volendam Inventarisatie naar beschermde vissoorten M. van Straaten 2013 Opdrachtgever Gemeente Edam Volendam G&G advies 2013 Versie Datum Concept 19 4 2013 Eindrapport 3 6
Kastanjelaanschool te Leiderdorp
Kastanjelaanschool te Leiderdorp Onderzoek naar het gebruik van een gebouw door vleermuizen als winterverblijfplaats V. Nederpel J. Groot M. van Straaten 2010 Opdrachtgever Gemeente Leiderdorp Van der
Van Everdingenstraat te Alkmaar
Van Everdingenstraat te Alkmaar Toetsing in het kader van de Flora en faunawet R. de Beer J. Groot 2015 Opdrachtgever Studio Pro6 G&G advies 2015 Versie Datum Concept 2 april 2015 Eindrapport 13 april
Waarlandseweg 10 te Waarland
Waarlandseweg 10 te Waarland Toetsing in het kader van de Flora en faunawet J. Groot 2014 Opdrachtgever Fam. van Strien G&G advies 2014 Versie Datum Concept 11 9 2014 Eindrapport 16 9 2014 Bovendijk 35
Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde.
Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Status Definitief Datum 7 april 2015 Handtekening Matthijs
Woningbouw Pauwhof te Zwaanshoek
Woningbouw Pauwhof te Zwaanshoek Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming Opdrachtgever: Vink+Veenman b.v. Groot Eco Advies 2017-042 Concept 16-07-2017 Definitief 18-07-2017 2 Inhoudsopgave 1
Koogerhoop aan de Epelaan in De Koog
Koogerhoop aan de Epelaan in De Koog Toetsing in het kader van de Flora en faunawet J. Groot 2013 Opdrachtgever HzA Stedebouw & Landschap G&G advies 2013 Versie Datum Concept 25 6 2013 Eindrapport 27 6
B i j l a g e : I n v e n t a r i s a t i e H u i s m u s e n v l e e r m u i z e n i n h e t k a d e r v a n d e F l o r a - e n fau n a w e t
B i j l a g e : I n v e n t a r i s a t i e H u i s m u s e n v l e e r m u i z e n i n h e t k a d e r v a n d e F l o r a - e n fau n a w e t Rijperweg 44a in Sint Maarten Inventarisatie Huismus en vleermuizen
Tropweere 22 in De Weere
Tropweere 22 in De Weere Toetsing in het kader van de Flora en faunawet J. Groot 2014 Opdrachtgever D. Koopman G&G advies 2014 Versie Datum Concept 8 6 2014 Eindrapport 22 6 2014 Bovendijk 35 G Hazenkoog
Bijlage 1 Onderzoek ecologie
Bijlage 1 Onderzoek ecologie In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan
Toets flora en fauna Herinrichting locatie Spreeuwenstraat 11 te Nijmegen
Toets flora en fauna Herinrichting locatie Spreeuwenstraat 11 te Nijmegen Datum : 27 maart 2014 Projectnummer : 13-0255 Opdrachtgever : Bureau Verkuylen Inleiding Aanleiding In verband met de voorgenomen
Nieuwbouwlocaties en Landgoed te Langeraar
Nieuwbouwlocaties en Landgoed te Langeraar Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet 12.01458 1 ï ^ I \ Van der Goes en Groot owrisch onderzoeks' en ani'ieshuraiu Nieuwbouwlocaties en Landgoed te
Quickscan flora en fauna. Deltaweg te Helmond
Quickscan flora en fauna Deltaweg te Helmond A.P. Kerssemakers Voor de afdeling: SB/ROV. Gemeente Helmond. December 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding 1 2.Wettelijk kader 2 3. Plangebied 4 4. Onderzoek 7
Quickscan flora en fauna. Woonhuis Wijststraat 3 te Heesch
Quickscan flora en fauna Woonhuis Wijststraat 3 te Heesch Lobith, december 2007 december 2007 2 Inhoud 1. Inleiding... 5 2. Wettelijk kader... 6 2.1 Flora- en Faunawet... 6 Algemene Maatregel van Bestuur...
Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt
Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt CONCEPT Omgevingsdienst Regio Utrecht juli 2012 kenmerk/ opgesteld door beoordeeld door Ronald Jansen Dagmar Storm INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding...
Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet
Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet Inleiding Praktisch overal in Nederland komen beschermde soorten flora en fauna voor. Bekende voorbeelden zijn de aanwezigheid van rugstreeppadden op
Beverwijkerstraatweg 44 - Castricum
Quick scan flora en fauna Beverwijkerstraatweg 44 - Castricum Gemeente Castricum 0 INHOUD 1. Aanleiding... 2 2. Gebiedsomschrijving en beoogde ingrepen... 3 3. Wettelijk kader... 4 4. Voorkomen van beschermde
Bureauonderzoek Flora en fauna
Bureauonderzoek Flora en fauna Ecologie In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven
Saksen Weimar fase 5 en verder Ecologische check
Saksen Weimar fase 5 en verder Arnhem, 11 december 2014 P a g i n a 2 Colofon Titel : Saksen Weimar fase 5 Subtitel : Projectnummer : 14.125 Datum : 11 december 2014 Veldonderzoek : T. Kooij Auteur(s)
Zandpolder bij Callantsoog
Zandpolder bij Callantsoog Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet R. de Beer 2009 Opdrachtgever Landschap Noord-Holland Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Bovendijk 35-G
Flora- en faunascan voor de bouw van een woning aan de Bolenbergweg te Belfeld
Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl [email protected] Faunaconsult KvK Venlo 09116138 De heer J. Bruekers Bolenbergweg 18 5951 AZ Belfeld Flora- en faunascan voor de bouw
Sloop flat aan de Pieter Verhagenlaan in Beverwijk
Sloop flat aan de Pieter Verhagenlaan 62-108 in Beverwijk Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet Opdrachtgever: PréWonen Groot Eco Advies 2016-030 Concept 18-07-2016 Definitief 2 Inhoudsopgave
ACTUALISEREND ONDERZOEK FLORA- EN FAUNAWET KREKENBUURT TE ELST
ACTUALISEREND ONDERZOEK FLORA- EN FAUNAWET KREKENBUURT TE ELST ACTUALISEREND ONDERZOEK FLORA- EN FAUNAWET KREKENBUURT TE ELST november 2009 In opdracht van: GEM Westeraam Elst CV Postbus 83 6660 AB ELST
Toets flora en fauna President Verhofstadtstraat Groeskuilenstraat en Virmundtstraat te Gemert
Toets flora en fauna President Verhofstadtstraat Groeskuilenstraat en Virmundtstraat te Gemert Datum : 5 november 2014 Projectnummer : 14-0249 Opdrachtgever : Casper Kalb Projectaandrijving Rector de Vethstraat
Huidige situatie Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding, opgaande beplanting en watergangen.
Ecologie In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan deze ontwikkelingen
Sloop flats Plantage fase 4 en 5 in Beverwijk
Sloop flats Plantage fase 4 en 5 in Beverwijk Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet Opdrachtgever: PréWonen Groot Eco Advies 2016-035 Concept 03-08-2016 Definitief 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding
Resultaten Quickscan, vissen en vleermuisonderzoek met betrekking tot de Flora- en Faunawet.
Aan Rob Knijn Van C. van den Tempel CC M. Witteveldt Datum 12 januari 2017 Betreft Flora- en faunagegevens Middenweg Zuid Project Herontwikkeling Middenweg Zuid Geachte heer Knijn, Beste Rob, In 2014 en
Toets flora en fauna Kolping te Nijmegen
Toets flora en fauna Kolping te Nijmegen Datum : 21 mei 2015 Projectnummer : 15-0099 Opdrachtgever : Talis Postbus 628 6500 AP Nijmegen 1 Inleiding 1.1 Aanleiding In verband met de voorgenomen werkzaamheden
Deze wet beschermt van ongeveer 500 van de dier- en plantensoorten die in Nederland
Bijlage 3. Ecologie B3.1. Beleidskader Aanleiding en doel De beoogde ontwikkeling betreft de bouw van 31 woningen op een deels braakliggende kavel en delen van zeer diepe achtertuinen (zie ook paragraaf
Notitie. Inleiding. Wettelijk kader. Verbodsbepalingen. Voortplantingsplaatsen en andere vaste rust- en verblijfplaatsen
Notitie Opdrachtgever: Dhr. H. Verloop Auteur: A. de Baerdemaeker Betreft: Quick scan plaatsing POP-huisjes Projectnummer: 1020 Datum: 4 september 2013 Status: Definitief bezoekadres: Natuurhistorisch
Quickscan Flora- en Faunawet. t.b.v. sloop Opstallen. Oude Maasstraat 18 gemeente Uden
Quickscan Flora- en Faunawet t.b.v. sloop Opstallen Oude Maasstraat 18 gemeente Uden Zaaknummer:Ecologisch 253720 Adviesbureau Ettema december 2015 Behoort bij besluit van het College van burgemeester
Nader onderzoek. Vleermuizen. V.S.O. School de "Keerkring" Woerden. Gemeente Woerden 08.015690. Ecologisch onderzoek en advies.
Nader onderzoek Vleermuizen V.S.O. School de "Keerkring" Woerden Gemeente Woerden 08.015690 Regislratiedatum: Behandelend afdeling Afgehandeld door/op: 09/12/2010 RO %* 6 oktober 2008 NADER ONDERZOEK.
Johan de Wittlaan 2 te Woerden
Johan de Wittlaan 2 te Woerden Actualisatie ecologisch onderzoek V. Nederpel R. de Beer 2012 Opdrachtgever Bolton Ontwikkeling Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Bovendijk 35-G
TOETSING FLORA- EN FAUNAWET VOOR DE BOUW VAN EEN RESTSTOFFEN ENERGIECENTRALE IN HET INDUSTRIEHAVENTERREIN TE HARLINGEN.
TOETSING FLORA- EN FAUNAWET VOOR DE BOUW VAN EEN RESTSTOFFEN ENERGIECENTRALE IN HET INDUSTRIEHAVENTERREIN TE HARLINGEN. G:\BBPROJECT\Tekst\P06115 Industriehaven Harlingen\rapport\Toetsing Flora- en faunawet
Huidige situatie Het plangebied bestaat uit de kom Bleiswijk met bebouwing, tuinen, groenstroken, laanbeplanting en watergangen.
Bijlage 1 Bureauonderzoek flora en fauna Ecologie In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens
Notitie Quickscan flora en fauna
Notitie Quickscan flora en fauna De Uithof/ Kromhout te Utrecht Projectnummer: 5755.9 Datum: 5-5-2017 Projectleider: Opgesteld: Opdrachtgever: Universiteit Utrecht Universiteit Utrecht laat jaarlijks bomen
Aanvullend natuuronderzoek locatie Nieuweweg / Parklaan te Hattem
Aanvullend natuuronderzoek locatie Nieuweweg / Parklaan te Hattem Onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen en steenmarter Datum: 15-10-2012 Auteur: A. Tuitert Opdrachtgever: Aveco de Bondt Rapportnummer:
Veldinventarisatierapport t Hof 12 te Uddel. Opdrachtgever: Van Beijnum Architecten. 18 mei projectnummer
Veldinventarisatierapport t Hof 12 te Uddel Opdrachtgever: Van Beijnum Architecten 18 mei 2012 projectnummer 26.11.01 Naam product: Veldinventarisatierapport Locatie: t Hof 12 te Uddel Opdrachtgever:
Tabel 1: Inventarisatieschema onderzoek Waterspitsmuis.
Notitie Aanvullend onderzoek Waterspitsmuis Assenrade Hattem Auteurs: ing. M. van der Sluis (Eindredactie drs. I. Veeman) Project: 06093A Datum: 20 december 2007 Status: definitief ecogroen advies bv Postbus
Toetsing Flora- en faunawet voor de sloop van een kerk te Noardburgum.
Toetsing Flora- en faunawet voor de sloop van een kerk te Noardburgum. Toetsing Flora- en faunawet voor de sloop van een kerk te Noardburgum. Status Definitief Datum 18 september 2014 Handtekening Matthijs
Quickscan natuur Mauritslaan Werkhoven
Quickscan natuur Mauritslaan Werkhoven 15 november 2012 ZOON ECOLOGIE Colofon Titel Opdrachtgever Uitvoerder Auteur Datum Quickscan natuur Mauritslaan Werkhoven m RO Zoon Ecologie C.P.M. Zoon ZOON ECOLOGIE
Verkennend natuuronderzoek locatie Smitterijhof te Haaksbergen
Verkennend natuuronderzoek locatie Smitterijhof te Haaksbergen Onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Flora- en faunawet Datum: 03-12-2012 Auteur: A. Tuitert Opdrachtgever:
NATUURTOETS LANGE WEMEN HENGELO VERVOLGONDERZOEK GEMEENTE HENGELO
VERVOLGONDERZOEK GEMEENTE HENGELO November 2009 Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding en doel 3 1.2 Werkwijze 3 1.3 Leeswijzer 4 2 Wettelijk kader Flora- en faunawet 5 3 Aanwezige natuurwaarden 7 3.1 Inleiding
Toets flora en fauna. 1 Inleiding. 2 Wettelijk kader. Pastoor Attendorenstraat Gemert
Toets flora en fauna Pastoor Attendorenstraat Gemert Datum : 1 mei 2017 Projectnummer : 17-0120 Opdrachtgever : Casper Kalb Projectaandrijving Veldwerk : E.J.F. Claassen Opgesteld door : N. Arts Kwaliteitscontrole
Notitie inspectie bomen Molenbeek Sittard 2011
Notitie inspectie bomen Molenbeek Sittard 2011 Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies Notitie inspectie bomen Molenbeek Sittard (2.1) 2011 Status: definitief In opdracht van: Molenparc bv Contactpersoon:
Notitie quickscan flora en fauna Wilgenweg 10, Groot- Ammers
Notitie quickscan flora en fauna Wilgenweg 10, Groot- Ammers Aan: S. Baardwijk (Sjaak Baardwijk Hoveniersbedrijf ) Van: Kopie: L. Boon (Ecoresult) B. Verhoeven (Ecoresult) Datum: 15 oktober 2014 Versie:
Broedvogelinventarisatie ADM terrein
Broedvogelinventarisatie ADM terrein 2016 Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks en adviesbureau G&G Advies Broedvogelinventarisatie ADM terrein Toetsing in het kader van de Flora en faunawet F.M.
Quickscan Bh Spijkerweg 13 te Punthorst. In opdracht van dhr. Batterink
Quickscan Bh Spijkerweg 13 te Punthorst In opdracht van dhr. Batterink Colofon: Quickscan opgesteld door MIECON B.V. in opdracht van Dhr. H. Batterink Contactgegevens MIECON John Lennonstraat 32 6663
- er sprake is van een wettelijk geregeld belang (waaronder het belang van land- en bosbouw,
Bureauonderzoek ecologie, wijzigingsplan IJsseldijk-West Ecologie Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en het
Onderzoek flora en fauna
Bijlage 3 Onderzoek flora en fauna Ecologie In dit onderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven
Verkennend natuuronderzoek N237 Soesterberg
Verkennend natuuronderzoek N237 Soesterberg Verantwoording Titel : Verkennend natuuronderzoek N237 Soesterberg Subtitel : Projectnummer : Referentienummer : Revisie : C1 Datum : 30-10-2012 Auteur(s) :
Quickscan Spechtstraat, aanleg park De Kraaij
Notitie Concept Contactpersoon D. (Daan) Dekker Datum 9 juli 2014 Quickscan Spechtstraat, aanleg park De Kraaij 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van gemeente Nijmegen heeft Tauw onderzoek
Ecologisch vervolgonderzoek Hoefslag te Bleiswijk. Van der Waal & Partners B.V. te Naaldwijk
Ecologisch vervolgonderzoek Hoefslag te Bleiswijk Van der Waal & Partners B.V. te Naaldwijk Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening Aqua-Terra Nova BV Ecologisch vervolgonderzoek Hoefslag
