- LANDBOUW EN VISSERIJ -
|
|
|
- Diana Smets
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 15975/03 (Presse 369) (OR. fr, en) 2555e zitting van de Raad - LANDBOUW EN VISSERIJ - Brussel, 17, 18 en 19 december 2003 Voorzitter: de heer Giovanni ALEMANNO Minister van Land- en Bosbouw van de Italiaanse Republiek 15975/03 (Presse 369)
2 INHOUD 1 DEELNEMERS... 4 BESPROKEN PUNTEN LANDBOUW... 6 IDENTIFICATIE VAN SCHAPEN EN GEITEN... 6 BESCHERMING VAN DIEREN TIJDENS HET VERVOER... 8 OFFICIËLE CONTROLES VAN DIERVOEDERS MAXIMUMGEHALTEN AAN BESTRIJDINGSMIDDELENRESIDUEN LANDBOUWMARKTEN Voorstellen inzake tabak, olijfolie, katoen en hop VISSERIJ TAC'S EN QUOTA'S VOOR Vergelijkende tabel TAC's en quota's 2003/ HERSTELPLANNEN VOOR "KABELJAUW" EN "NOORDELIJKE HEEK ORIËNTATIEPRIJZEN EN COMMUNAUTAIRE PRODUCTIEPRIJZEN VOOR BEPAALDE VISSERIJPRODUCTEN VOOR DIVERSEN Hygiëne van diervoerders Ontwerp van een veterinair akkoord tussen de Europese Unie en de Russische Federatie Invoer van Basmati-rijst Marktsituatie in de sector varkensvlees ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN LANDBOUW Zuivelsector - Azoren...I 1 Wanneer de Raad verklaringen, conclusies of resoluties heeft aangenomen, wordt dat in de titel van het betrokken punt vermeld. De aangenomen teksten staan tussen aanhalingstekens. De documenten waarvan het nummer in de tekst wordt genoemd, staan op de internetsite van de Raad Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen zijn afgelegd die beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen staat op de bovengenoemde internetsite van de Raad en is ook verkrijgbaar bij de Persdienst /03 (Presse 369) 2
3 Biologische landbouw* - Conclusies van de Raad...I Landbouwverzekering* - Conclusies van de Raad... IV Voorlichtingsacties - Conclusies van de Raad... V Toegestane invoer... VI GMO voor hop... VI Oenologische procédés - afwijkingen...vii Zaaizaad...VII Tabak...VII Braaklegging*...VII VISSERIJ Omschakeling van vissers - Overeenkomst met Marokko... VIII JUSTITIE EN BINNEANDSE ZAKEN Overnameovereenkomst met Hong Kong... VIII Europol... VIII Bestrijding van de drugshandel - Resolutie van de Raad... VIII Asiel en migratie... IX Samenwerking in strafzaken... IX E-OVERHEID Interoperabele levering van pan-europese e-overheidsdiensten aan overheidsdiensten* - Openbare beraadslaging... IX LUCHTVAART Subsidiëring en oneerlijke tariefpraktijken* - Openbare beraadslaging... X HANDELSPOLITIEK Antidumping - India - Katoenhoudend beddenlinnen... X Azerbeidzjan, Kazachstan, Tadzjikistan en Turkmenistan - Textielproducten... X WERKGELEGENHEID EN SOCIAAL BELEID Elektromagnetische velden* - Openbare beraadslaging... XI EXTERNE BETREKKINGEN Associatieovereenkomst EU/Egypte - Handelsbepalingen... XI 15975/03 (Presse 369) 3
4 DEELNEMERS XII.2003 De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd: België: mevrouw Sabine LARUELLE de heer Ludo SANNEN de heer José HAPPART Denemarken: mevrouw Mariann FISCHER BOEL Duitsland: mevrouw Renate KÜNAST Griekenland: de heer Georgios DRYS Spanje: de heer Miguel ARIAS CAÑETE Frankrijk: de heer Hervé GAYMARD Ierland: de heer Joe WALSH de heer Dermot AHERN Italië: de heer Giovanni ALEMANNO Luxemburg: de heer Fernand BODEN Nederland: de heer Pieter Cornelis VEERMAN Oostenrijk: de heer Josef PRÖLL Portugal: De heer Armande SEVINATE PINTO Finland: de heer Kare HALONEN Zweden: mevrouw Ann-Christin NYKVIST Verenigd Koninkrijk: mevrouw Margaret BECKETT minister van Middenstand en Landbouw Vlaams minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking minister van Landbouw en Landelijke aangelegenheden (Waals Gewest) minister van Voedselvoorziening minister van Consumentenbescherming, Voedselvoorziening en Landbouw minister van Landbouw minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening minister van Landbouw, Voedselzaken, Visserij en Plattelandszaken minister van Landbouw en Voedselzaken minister van Communicatie, Mariene en Natuurlijke Hulpbronnen minister van Land- en Bosbouw minister van Land- en Wijnbouw en Plattelandsontwikkeling minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit minister van Land- en Bosbouw, Milieubeheer en Waterhuishouding minister van Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Visserij plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger minister van Landbouw, Voedselvoorziening en Visserij minister van Milieubeheer, Voedselvoorziening en Plattelandszaken * * * Commissie: de heer Franz FISCHLER de heer David BYRNE Lid Lid 15975/03 (Presse 369) 4
5 De regeringen van de toetredende staten waren als volgt vertegenwoordigd: Tsjechië: de heer Pavel RYBNICEK Estland: de heer Margus RAHUOJA Cyprus: de heer Kornelios KORNELIOU Letland: de heer Mārtiņš ROZE Litouwen: de heer Vidmantas KANOPA Hongarije: de heer Tibor SZANYI Malta: de heer George PULLICINO Polen: de heer Wojciech OLEJNICZAK Slowakije: de heer Ján GOLIAN Slovenië: de heer Franc BUT onderminister, ministerie van Landbouw plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger minister van Landbouw staatssecretaris, ministerie van Landbouw staatssecretaris minister van Plattelandszaken en Milieubeheer minister van Landbouw en Plattelandsontwikkeling staatssecretaris, ministerie van Landbouw minister van Landbouw 15975/03 (Presse 369) 5
6 BESPROKEN PUNTEN LANDBOUW IDENTIFICATIE VAN SCHAPEN EN GEITEN De Raad heeft bij gekwalificeerde meerderheid en in de versie van document 15229/03 de verordening van de Raad aangenomen tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor schapen en geiten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en de Richtlijnen 92/102/EEG en 64/432/EEG. De Spaanse, de Griekse en de Portugese delegatie stemden tegen, met name omdat volgens deze delegaties de maatregelen voor elektronische identificatie en de invoering van een gegevensbestand door de Gemeenschap moeten worden gefinancierd vanuit de eerste pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en niet uit plattelandsontwikkelingsmaatregelen. De Britse delegatie, die daarin werd bijgevallen door de Zweedse delegatie, noemde het teleurstellend dat er geen kosten/baten-analyse beschikbaar is bij de inwerkingtreding van de maatregelen. De Zweedse delegatie kantte zich met steun van de Duitse delegatie tegen elke vorm van communautaire financiering van deze maatregelen. Commissielid Byrne sprak zijn voldoening uit over de aanneming van deze verordening. De verordening heeft ten doel de tracering van schapen en geiten te verbeteren en te harmoniseren teneinde de verspreiding van besmettelijke ziekten zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken. De aldus genomen maatregelen vloeien voort uit de ervaringen die zijn opgedaan bij de mond- en klauwzeerepidemie van 2001 in het Verenigd Koninkrijk. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel zijn Het geautomatiseerde gegevensbestand wordt verplicht met ingang van 1 januari 2008 en niet op de oorspronkelijk beoogde data in 2004 en /03 (Presse 369) 6
7 Leeftijd waarop het dier geïdentificeerd wordt: alle dieren moeten binnen zes maanden na de geboorte worden geïdentificeerd (in plaats van na 1 maand volgens het oorspronkelijke voorstel), en in elk geval voordat zij het bedrijf verlaten. Voorts zou de verordening volgens het oorspronkelijke voorstel onmiddellijk, met ingang van 1 juli 2003, worden toegepast. In het kader van het compromis beschikken de lidstaten over een aanpassingsperiode van 18 maanden na de bekendmaking van de verordening. Wat de identificatiemiddelen en de datum van inwerkingtreding van de elektronische identificatie betreft, kunnen de lidstaten, hoewel het eerste identificatiemiddel het oormerk in één oor blijft, voortaan als tweede middel opteren voor een tweede oormerk in het andere oor, een tatoeage (voor de binnenlandse handel), een merkteken aan de poot dan wel een elektronisch identificatiemiddel. In het oorspronkelijke voorstel was er geen sprake van tatoeage noch van een merkteken aan de poot (slechts voor geiten). Tot 1 januari 2008 evenwel kan dit tweede identificatiemiddel worden vervangen door een algemeen stelsel dat berust op een identificatie van dieren per bedrijf en individueel (zulks overeenkomstig een herhaaldelijk door Ierland en het Verenigd Koninkrijk geuit verzoek), dat bestemd is voor verplaatsingen van dieren binnen een staat. Met ingang van 1 januari 2008 wordt de elektronische identificatie verplicht voor alle geiten en schapen. Voorafgaand hieraan wordt vóór 30 juni 2006 een tussentijds verslag bij de Raad ingediend, naar aanleiding waarvan deze datum wordt bevestigd of gewijzigd. Volgens het oorspronkelijke voorstel zou de elektronische identificatie per 1 juli 2006 worden toegepast. Daarnaast behelst het compromis een nieuwe afwijking voor die lidstaten waar het bestand minder dan dieren bedraagt /03 (Presse 369) 7
8 BESCHERMING VAN DIEREN TIJDENS HET VERVOER De Raad heeft nota genomen van de in document 15568/03 beschreven technische vorderingen die onder het Italiaanse voorzitterschap zijn gemaakt met het voorstel voor een verordening van de Raad inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer; hij kwam overeen de technische bespreking van dit voorstel tijdens het eerste kwartaal van 2004 voort te zetten. Tevens nam de Raad akte van het voornemen van het Ierse voorzitterschap om de werkzaamheden actief voort te zetten opdat, zodra het advies van het Europees Parlement - dat in het voorjaar van 2004 wordt verwacht - is ontvangen, met betrekking tot dit dossier een besluit kan worden genomen. Het voorzitterschap heeft in overweging gegeven de voorschriften betreffende het vervoer van dieren te baseren op de sociale wetgeving voor vervoerders. Deze aanpak zal worden aangevuld met een aantal specifieke eisen in verband met de vervoerde lading (voederen, drenken, rustperioden en veterinaire controles). De Belgische, de Deense, de Zweedse, de Nederlandse en de Oostenrijkse delegatie spraken zich, zonder daarmee iets af te willen doen aan hun bereidheid tot zo'n aanpak, uit voor de vaststelling van een maximale afstand waarover slachtdieren mogen worden vervoerd, alsmede, voor andere dieren, van een maximumaantal opeenvolgende reisetappes, waarbij met name de Zweedse en de Deense delegatie het noodzakelijk achtten meer rekening te houden met het dierenwelzijn, en hiertoe te bevorderen dat dieren geslacht worden in de buurt van de plaats waar ze worden gehouden en dat meer vlees wordt vervoerd, en minder dieren. De Britse, de Nederlandse, de Duitse, de Zweedse en de Deense delegatie verlangden eveneens dat gedurende het gehele vervoer meer controles worden verricht. Commissielid Byrne sprak zijn voldoening uit over de met betrekking tot dit dossier geboekte vooruitgang. In het voorstel worden nieuwe maatregelen geformuleerd, zoals de uitbreiding van de werkingssfeer tot veemarkten en veeschepen, de harmonisatie van het vervoersvergunningsdocument, de definitie van dieren die "ongeschikt" zijn voor vervoer, alsook een vereenvoudigde herzieningsprocedure in het licht van de wetenschappelijke ontwikkelingen /03 (Presse 369) 8
9 Het voorstel voorziet tevens in de versterking of codificatie van bepaalde voorschriften in de wetgeving betreffende het dierenwelzijn tijdens het vervoer, met name door middel van een betere opleiding van het personeel dat thans met de dieren omgaat, een strengere regeling voor het langeafstandsvervoer, en een versterking van de rol van de bevoegde autoriteiten in het toezicht op de transporten, alsmede van de instrumenten voor de controle op de toepassing van de regelgeving. Tot slot worden in het voorstel bepaalde technische normen geactualiseerd op basis van de herziening van de Europese Overeenkomst inzake de bescherming van dieren tijdens internationaal vervoer van april /03 (Presse 369) 9
10 OFFICIËLE CONTROLES VAN DIERVOEDERS De Raad nam nota van de vooruitgang die geboekt is met betrekking tot het voorstel voor een verordening inzake officiële controles van diervoeders en levensmiddelen (doc. 6090/03), met name betreffende de vergoedingen en de sancties, en nam akte van het voornemen van het Ierse voorzitterschap om de besprekingen ook over de werkingssfeer, actief voort te zetten, zulks ten einde de Raad zo spoedig mogelijk een algemeen compromis te kunnen voorleggen, waarin tevens rekening zal worden gehouden met het advies in eerste lezing van het Europees Parlement, dat in februari 2004 wordt verwacht /03 (Presse 369) 10
11 MAXIMUMGEHALTEN AAN BESTRIJDINGSMIDDELENRESIDUEN De Raad nam, aan de hand van een tussentijds verslag, nota van de stand van de werkzaamheden betreffende het voorstel voor een verordening tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen. Met het voorstel wordt de invoering beoogd van een systeem tot vaststelling van het maximale gehalte aan bestrijdingsmiddelenresiduen dat zich in een product van dierlijke of plantaardige oorsprong mag bevinden, waarbij dit maximum afhangt van de mate van giftigheid van de bestrijdingsmiddelen. Aldus wordt door dit voorstel het bestaande systeem vereenvoudigd, doordat het bestaande systeem van nationale vergunningen na een overgangsperiode vervangen wordt door een communautaire vergunningsprocedure via de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) op basis van een risico-evaluatie. Door het voorstel wordt de handel tussen lidstaten vergemakkelijkt, en worden in de sector bestrijdingsmiddelenresiduen vier richtlijnen vervangen door een verordening. Een ander aspect van het voorstel is dat voor niettoegestaan gebruik van bestrijdingsmiddelen (bv. onopzettelijk gebruik) een maximumdrempel per overschrijding wordt vastgesteld. Het advies van het Europees Parlement in eerste lezing wordt verwacht voor het voorjaar van Commissielid Byrne zou graag willen dat het Europees Parlement zo spoedig mogelijk advies uitbrengt /03 (Presse 369) 11
12 LANDBOUWMARKTEN Voorstellen inzake tabak, olijfolie, katoen en hop De Raad heeft aan de hand van de twee door de Commissie ingediende wetgevingsvoorstellen een eerste oriënterend beleidsdebat gehouden over de hervorming van de sectoren tabak, katoen, olijfolie en hop en daarbij nota genomen van de standpunten die hierover door de delegaties werden ingenomen. Hij heeft het Speciaal Comité Landbouw opgedragen de behandeling van dit dossier in het licht van het huidige debat actief voort te zetten en hem tijdens een volgende zitting hierover verslag uit te brengen /03 (Presse 369) 12
13 VISSERIJ TAC'S 2 EN QUOTA'S VOOR 2004 Na lange en moeizame discussies heeft de Raad bij gekwalificeerde meerderheid op basis van een door het voorzitterschap opgesteld algemeen compromis, waarbij de Commissie zich heeft aangesloten, zijn goedkeuring gehecht aan de verordening "TAC's en quota's voor 2004", tot vaststelling, voor 2004, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn. De Duitse en de Zweedse delegatie hebben tegengestemd en de Griekse delegatie heeft zich van stemming onthouden. De aanneming van deze verordening door de Raad hangt nauw samen met het akkoord over het voorstel van een verordening tot vaststelling van herstelmaatregelen voor bepaalde kabeljauwbestanden en de algemene oriëntatie betreffende het voorstel voor een verordening tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand. De aanneming van deze besluiten is gepaard gegaan met het afleggen van een aantal verklaringen. Dit compromis omvat mede de verdeling van de visserijmogelijkheden in elke communautaire visserijzone over de lidstaten voor het jaar Met name is in dit compromis een bijlage V opgenomen, waarin voor de periode tussen 1 februari en 31 december 2004 tijdelijke bepalingen zijn opgenomen betreffende de beperking van de visserij-inspanning alsook voorschriften inzake controle, inspectie en toezicht met betrekking tot bepaalde visbestanden. Die bepalingen zijn niet van toepassing op kleine schepen (van minder dan 10 meter). De debatten van de Raad hadden betrekking op de inhoud van deze bijlage, gezien het nauwe verband met de aanneming van de meerjarenherstelplannen voor noordelijke heek en voor kabeljauw. De belangrijkste wijzigingen in bijlage V zijn: de visserijzones waarop de beperking van de visserij-inspanning betrekking heeft, zijn de Noordzee, de wateren ten westen van Schotland, het Skagerrak en het Kattegat, de Ierse Zee en het oostelijk deel van het Kanaal. Het oorspronkelijke voorstel had eveneens betrekking op het westelijke deel van het Kanaal, het Iberisch Schiereiland en de Atlantische kust. 2 Totaal toegestane vangsten /03 (Presse 369) 13
14 Er wordt een afwijking toegepast voor vaartuigen die zijn uitgerust met passende volgsystemen voor vissersvaartuigen (VMS) waarover aan de Commissie een mededeling is gedaan: in bepaalde delen van de wateren ten westen van Schotland geldt de beperking van de visserijinspanning niet voor deze vaartuigen. De definitie van visdagen berust op de dagen van aanwezigheid in het gebied en buitengaatsheid waardoor het begrip "tijd dat is gevist" wordt verbeterd en verduidelijkt. In het oorspronkelijke voorstel werd als criterium om de visserij-inspanning te definiëren slechts rekening gehouden met de buitengaatsheid. De beheersperiode waarover de dagen die voor de visserij-inspanning meetellen, worden opgeteld, beloopt ten hoogste 11 maanden, teneinde het goedgekeurde beperkingssysteem zo flexibel mogelijk te maken. Volgens het oorspronkelijke voorstel zou de beheersperiode 3 maanden bedragen. Het toekennen van extra dagen daarentegen vindt plaats op maandbasis. Hiertoe wordt het maximum aantal dagen van aanwezigheid in het gebied en buitengaatsheid per maand in de betrokken zones in een tabel weergegeven (van 10 tot 22, al naargelang het vistuig). Op dit maximum aantal aanwezigheidsdagen worden echter nieuwe afwijkingen toegestaan wanneer het gebruikte vistuig voorzien is van wijdere mazen, waardoor de vissers voor het oostelijk deel van het Kanaal en het Kattegat tot selectievere vangsten worden gestimuleerd. Van deze beperkingen zijn eveneens vrijgesteld de vaartuigen waarvan de vangst in 2002 voor niet meer dan 5% uit bepaalde soorten (met name kabeljauw, schol en tong) hebben bestaan. Twee extra dagen worden toegekend voor de traditionele visserij in de Ierse Zee als compensatie voor de sluiting van het gebied voor de bescherming van jonge vis teneinde de visserijsterfte bij kabeljauw te verminderen. Over het algemeen hebben de voornaamste verhogingen van TAC's in vergelijking met die voor 2003 betrekking op kabeljauw in de gebieden I en IIb (+34%), op scharretongen in de gebieden VII en VIIIa,b,d,e (+26%), op zeeduivel in de gebieden VIIIa,b,d (+63%) en VII (+32%), op schelvis in de gebieden IIa en de Noordzee (+65%) en VIIa (+156%), op heek in de meeste gebieden (+30%), met uitzondering van de gebieden VIIIc, IX en X, op blauwe wijting (+95%) in de gebieden V, VI, VII, XII en XIV, IIa en de Noordzee, en VIIIa,b,d,e en op tong in het Skagerrak en het Kattegat, gebieden IIIb,c,d,e (+35%) /03 (Presse 369) 14
15 Ter vergelijking: de meest gevoelige verminderingen van de TAC's hebben in hoofdzaak betrekking op de kabeljauwbestanden in het Kattegat (-41%) in de gebieden Vb, VI, XII en XIV (-53%), op zuidelijke witte tonijn in de Atlantische Oceaan (-35%), op scharretong in de gebieden II en de Noordzee (-30%) en de gebieden VIIIc, IX, X, CECAF (-44%), op zeeduivel in de gebieden VIIIc, IX, X, CECAF (-42%), op wijting in de zones VIIIc (-59%) en VIIIb,k (-49%), op schol in het Kattegat (-44%), op zwarte heilbot in NAFO-gebied 3LMNO (-52%), en op tong in gebied VIIe (-50%). De details van deze verordening "TAC's en quota 2003" en de vergelijking per soort tussen de "TAC's 2003", het Commissievoorstel voor 2004 en de door de Raad aangenomen verordening staan in bijlage dezes /03 (Presse 369) 15
16 Vergelijkende tabel TAC's en quota's 2003/2004 Soort (Gebruikelijke naam) Soort (Wetenschappelijke naam) ICES visserijgebied TAC's 2003 (1) Voorstel (2) % verschil RAAD % verschil % verschil TAC's 2004 t.o.v. TAC's 2003 dec t.o.v. TAC's 2003 t.o.v. VOORSTEL 2004 Zandaal Ammodytidae IV (Noorse wateren) , , , Zandaal Ammodytidae IIa, Skagerrak, Kattegat, Noordzee , ,00-21, ,00-10,64 13,51 Zeewolf Anarhichas lupus V, XIV (wateren van Groenland) 300,00 300, ,00-100,00 Zeewolf Anarhichas lupus NAFO 0, 1 (wateren van Groenland) 300,00 300, ,00-100,00 Reuzenhaai Cetorhinus maximus EU-wateren van de zones IV, VI en VII - Haring Clupea harengus Oostzee (Management Unit 3) , ,00 2, ,00 2,00 - Haring Clupea harengus Noorse wateren bezuiden 62 NB 910,00 910,00-910, Haring Clupea harengus Skagerrak en Kattegat , ,00-12, ,00-12,59 - Haring Clupea harengus I, II (EU, internationale en Noorse wateren) , ,00 101, ,00-101,53 Haring Clupea harengus IIIb,c,d (EU wateren), uitgezonderd Management Unit , ,00 5, ,00 5,35 - Haring Clupea harengus IIId (wateren van Estland) - Haring Clupea harengus IIId (wateren van Letland) Haring Clupea harengus IIId (wateren van Litouwen) 2.300,00-100,00 Haring Clupea harengus Noordzee benoorden 53 30' NB , ,00 16, ,00 16,06 - Haring Clupea harengus IVc, VIId , , ,00-11,01 11,01 Haring Clupea harengus Vb, VIaN, VIb , , , Haring Clupea harengus VIaS, VIIb,c , , , Haring Clupea harengus VIa Clyde 1.000, , , Haring Clupea harengus VIIa 4.800, , , Haring Clupea harengus VIIe,f 1.000, , , Haring Clupea harengus VIIg,h,j,k , ,00-15, ,00-18,18 Grenadiervis Coryphaenoides rupestris V, XIV (wateren van Groenland) 2.000, , , Grenadiervis Coryphaenoides rupestris NAFO 0, 1 (wateren van Groenland) 1.350, , , Ansjovis Engraulis encrasicolus VIII , ,00-66, ,00-200,00 Ansjovis Engraulis encrasicolus IX, X, CECAF (EU-wateren) 8.000, ,00-41, ,00-70,21 Kabeljauw Gadus morhua I, II (Noorse wateren) , ,00 23, ,00 23, /03 (Presse 369) 16
17 Soort (Gebruikelijke naam) Soort (Wetenschappelijke naam) ICES visserijgebied TAC's 2003 (1) Voorstel (2) % verschil RAAD % verschil % verschil TAC's 2004 t.o.v. TAC's 2003 dec t.o.v. TAC's 2003 t.o.v. VOORSTEL 2004 Kabeljauw Gadus morhua Skagerrak 3.773, , , Kabeljauw Gadus morhua Kattegat 2.323, ,00-41, ,00-41,33 - Kabeljauw* Gadus morhua Oostzee (deelgebieden EU-wateren) , , Kabeljauw* Gadus morhua Oostzee (deelgebieden EU-wateren) , , Kabeljauw Gadus morhua I, IIb , ,00 23, ,00 34,06 8,96 Kabeljauw Gadus morhua IIa (EU-wateren), Noordzee , , , Kabeljauw Gadus morhua Wateren van Groenland 2.000, , ,00 Kabeljauw Gadus morhua IIIb,c,d (EU-wateren) ,00 Kabeljauw Gadus morhua IIId (wateren van Estland) 650,00 Kabeljauw Gadus morhua IIId (wateren van Letland) 950,00 Kabeljauw Gadus morhua IIId (wateren van Litouwen) 1.100,00 Kabeljauw Gadus morhua Noorse wateren bezuiden 62 NB 426,00 426,00-426, Kabeljauw Gadus morhua Vb (EU-wateren), VI, XII, XIV 1.808,00 848,00-53,10 848,00-53,10 - Kabeljauw Gadus morhua VIIa 1.950, ,00 10, ,00 10,26 - Kabeljauw Gadus morhua VIIb-k, VIII, IX, X, CECAF (EU-wateren) 6.700, ,00-47, ,00-14,93 62,02 Kabeljauw en schelvis Gadus morhua en Melanogrammus aeglefinus Vb (wateren van de Faeröer) 500,00 500,00-500, Noordelijke witte tonijn Germo alalunga Atlantische Oceaan (benoorden 5 NB) , ,50 6, ,50 6,45 - Zuidelijke witte tonijn Germo alalunga Atlantische Oceaan (bezuiden 5 NB) 2.962, ,70-35, ,70-35,37 - Witje Glyptocephalus cynoglossus NAFO 2J3KL - - Witje Glyptocephalus cynoglossus NAFO 3NO - - Heilbot Hippoglossus hippoglossus V, XIV (wateren van Groenland) 200,00 200,00-200, Heilbot Hippoglossus hippoglossus NAFO 0, 1 (wateren van Groenland) 200,00 200,00-200, Schol Hippoglossoides platessoides NAFO 3M - - Schol Hippoglossoides platessoides NAFO 3LNO - - Kortvinpijlinktvis Illex illecebrosus NAFO-deelgebieden 3 en 4 Geen specifiek aandeel voor de EU Geen specifiek aandeel voor de EU 15975/03 (Presse 369) 17
18 Soort (Gebruikelijke naam) Soort (Wetenschappelijke naam) ICES visserijgebied TAC's 2003 (1) Voorstel (2) % verschil RAAD % verschil % verschil TAC's 2004 t.o.v. TAC's 2003 dec t.o.v. TAC's 2003 t.o.v. VOORSTEL 2004 Haringhaai Lamna nasus EU-wateren de zones IV, VI en VII Geen beperking Geen beperking Scharretong Lepidorhombus spp. IIa (EU-wateren), Noordzee (EU-wateren) 2.700, ,00-30, ,00-30,00 - Scharretong Lepidorhombus spp. Vb (EU-wateren), VI, XII, XIV 4.360, ,00-17, ,00-17,43 - Scharretong Lepidorhombus spp. VII , ,00 14, ,00 26,25 10,39 Scharretong Lepidorhombus spp. VIIIa,b,d,e 1.664, ,00 14, ,00 26,26 10,40 Scharretong Lepidorhombus spp. VIIIc, IX, X, CECAF (EU-wateren) 2.400, ,00-55, ,00-44,33 26,16 Geelstaartschar Limanda ferruginea NAFO 3L,N,O 290,00 290,00-290, Gewone schar en bot Limanda limanda en Platichthys flesus IIa (EU-wateren), Noordzee (EU-wateren) , ,00-40, ,00-15,00 Zeeduivel Lophiidae IIa (EU-wateren), Noordzee (EU-wateren) 7.000, ,00-13, ,00-15,68 Zeeduivel Lophiidae Vb (EU-wateren), VI, XII, XIV 3.180, ,00-13, ,00-15,68 Zeeduivel Lophiidae VII , ,00 26, ,00 32,21 4,37 Zeeduivel Lophiidae VIIIa,b,d,e 3.562, ,00 26, ,00 62,77 28,47 Zeeduivel Lophiidae VIIIc, IX, X, CECAF (EU-wateren) 4.000, ,00-71, ,00-42,50 100,00 Blauwe marlijn Makaira nigricans Atlantische Oceaan 103,00 103,00-103, Lodde Mallotus villosus V, XIV (wateren van Groenland) , , , Lodde Mallotus villosus IIb - - Lodde Mallotus villosus NAFO 0, , , ,00-100,00 Lodde Mallotus villosus NAFO 3NO - - Schelvis Melanogrammus aeglefinus I, II (Noorse wateren) 2.200, , , Schelvis Melanogrammus aeglefinus Noorse wateren, bezuiden 62 NB 789,00 789,00-789, Schelvis Melanogrammus aeglefinus Skagerrak en Kattegat, IIIb,c,d (EU-wateren) 2.143, , , Schelvis Melanogrammus aeglefinus IIa (EU-wateren), Noordzee , ,00-5, ,00 65,65 75,98 Schelvis Melanogrammus aeglefinus VIb, XII, XIV 702,00 702,00-41, /03 (Presse 369) 18
19 Soort (Gebruikelijke naam) Soort (Wetenschappelijke naam) ICES visserijgebied TAC's 2003 (1) Voorstel (2) % verschil RAAD % verschil % verschil TAC's 2004 t.o.v. TAC's 2003 dec t.o.v. TAC's 2003 t.o.v. VOORSTEL 2004 Schelvis Melanogrammus aeglefinus Vb, VIa (EU-wateren) 6.503, ,00 - Schelvis Melanogrammus aeglefinus Vb (EU-wateren), VI, XII, XIV 8.675,00-100,00 Schelvis Melanogrammus aeglefinus VII, VIII, IX, X, CECAF (EU-wateren) 8.185, ,00 15, ,00 17,29 1,75 Schelvis Melanogrammus aeglefinus VII a 585, ,00 156,41 Wijting Merlangius merlangus Skagerrak en Kattegat 723,00 723,00-723, Wijting Merlangius merlangus IIa (EU-wateren), Noordzee , , , Wijting Merlangius merlangus Vb (EU-wateren), VI, XII, XIV 2.000, ,00-20, ,00-20,00 - Wijting Merlangius merlangus VIIa 500,00 514,00 2,80 514,00 2,80 - Wijting Merlangius merlangus VIIb-k , ,00-55, ,00-14,83 91,35 Wijting Merlangius merlangus VIII 5.600, ,00-59, ,00-19,64 100,71 Wijting Merlangius merlangus IX, X, CECAF (EU-wateren) 1.360, ,00-25, ,00-25,00 - Wijting en witte koolvis Merlangius merlangus en Pollachius pollachius Noorse wateren bezuiden 62 NB 190,00 190,00-190, Heek Merluccius merluccius Skagerrak en Kattegat, IIIb,c,d (EU-wateren) 904,00 847,00-6, ,00 30,31 39,08 Heek Merluccius merluccius IIa (EU-wateren), Noordzee (EU-wateren) 1.053,00 987,00-6, ,00 30,39 39,11 Heek Merluccius merluccius Vb (EU-wateren), VI, VII, XII, XIV , ,00-6, ,00 30,33 39,15 Heek Merluccius merluccius VIIIa,b,d,e , ,00-6, ,00 30,33 39,15 Heek Merluccius merluccius VIIIc, IX, X, CECAF (EU-wateren) 7.000, ,00-48, ,00-15,00 66,02 Blauwe wijting Micromesistius poutassou I, II (Noorse wateren) 1.000, , , Blauwe wijting Micromesistius poutassou I, II (NEAFC - Jurisdictie) - - Blauwe wijting Micromesistius poutassou V, VI, VII, XII en XIV , ,00 Blauwe wijting Micromesistius poutassou IIa (EU-wateren), Noordzee (EU-wateren) , ,00 95,06 Blauwe wijting Micromesistius poutassou IV (Noorse wateren) , , , Blauwe wijting Micromesistius poutassou Vb (EU-wateren), VI, VII Blauwe wijting Micromesistius poutassou VIIIa,b,d,e , ,00 95,07 Blauwe wijting Micromesistius poutassou VIIIc, IX, X, CECAF (EU-wateren) , ,00 95, /03 (Presse 369) 19
20 Soort (Gebruikelijke naam) Soort (Wetenschappelijke naam) ICES visserijgebied TAC's 2003 (1) Voorstel (2) % verschil RAAD % verschil % verschil TAC's 2004 t.o.v. TAC's 2003 dec t.o.v. TAC's 2003 t.o.v. VOORSTEL 2004 Blauwe wijting Micromesistius poutassou Vb (wateren van de Faeröer) , , , Blauwe wijting Micromesistius poutassou V, XIV (wateren van Groenland) , , ,00-100,00 Tongschar en witje Microstomus kitt en Glyptocephalus IIa (EU-wateren), Noordzee (EU-wateren) 8.262, ,00-40, ,00-15,00 cynoglossus 41,68 Leng en Blauwe leng Molva molva en Molva dypterigia Vb (wateren van de Faeröer) 3.240, , , Langoustine Nephrops norvegicus Skagerrak en Kattegat (EU-wateren), IIIb,c,d (EUwateren) 4.500, ,00 2, ,00 2,22 - Langoustine Nephrops norvegicus IIa (EU-wateren), Noordzee (EU-wateren) , ,00 14, ,00 14,22 - Langoustine Nephrops norvegicus Vb (EU-wateren), VI , ,00-0, ,00-0,35 - Langoustine Nephrops norvegicus VII , , , ,91 1,91 Langoustine Nephrops norvegicus VIII a,b,d,e 3.000, ,00 5, ,00 5,00 - Langoustine Nephrops norvegicus VIIIc 180,00 36,00-80,00 180,00-400,00 Langoustine Nephrops norvegicus IX, X, CECAF (EU-wateren) 600,00 181,00-69,83 600,00-231,49 Noorse garnaal Pandalus borealis Skagerrak en Kattegat 5.420, ,00 5, ,00 5,52 - Noorse garnaal Pandalus borealis IIa (EU-wateren), Noordzee (EU-wateren) 4.880, , , Noorse garnaal Pandalus borealis Noorse wateren bezuiden NB 1.040, , , Noorse garnaal Pandalus borealis V, XIV (wateren van Groenland) 5.675, , , Noorse garnaal Pandalus borealis NAFO 3L - 145,00 144,00-0,69 Peneide garnalen Penaeus spp. Frans-Guyana 4.000, , , Schol Pleuronectes platessa Skagerrak , ,00-28, ,00-28,46 - Schol Pleuronectes platessa Kattegat 3.320, ,00-47, ,00-43,89 6,15 Schol* Pleuronectes platessa IIIb,c,d (EU-wateren) 3.200, , , Schol Pleuronectes platessa IIa (EU-wateren), Noordzee , ,00-41, ,00-16,40 41,71 Schol Pleuronectes platessa Vb (EU-wateren), VI, XII, XIV 1.534, ,00-20, ,00-20,01 - Schol Pleuronectes platessa VIIa 1.675,00 896,00-46, ,00-20,00 Schol Pleuronectes platessa VIIb,c 160,00 90,00-43,75 160,00 - Schol Pleuronectes platessa VIId,e 5.970, , ,00 1,51 1,51 49,55 77, /03 (Presse 369) 20
21 Soort (Gebruikelijke naam) Soort (Wetenschappelijke naam) ICES visserijgebied TAC's 2003 (1) Voorstel (2) % verschil RAAD % verschil % verschil TAC's 2004 t.o.v. TAC's 2003 dec t.o.v. TAC's 2003 t.o.v. VOORSTEL 2004 Schol Pleuronectes platessa VIIf, g 660,00 470,00-28,79 560,00-15,15 19,15 Schol Pleuronectes platessa VIIh,j,k 582,00 349,00-40,03 466,00-19,93 33,52 Schol Pleuronectes platessa VIII, IX, X, CECAF (EU-wateren) 448,00 448,00-448, Witte koolvis Pollachius pollachius Vb (EU-wateren), VI, XII, XIV 880,00 704,00-20,00 704,00-20,00 - Witte koolvis Pollachius pollachius VII , , , Witte koolvis Pollachius pollachius VIIIa,b,d,e 1.680, , , Witte koolvis Pollachius pollachius VIIIc 512,00 410,00-19,92 410,00-19,92 - Witte koolvis Pollachius pollachius IX, X, CECAF (EU-wateren) 360,00 288,00-20,00 360,00-25,00 Zwarte koolvis Pollachius virens I, II (Noorse wateren) 3.600, , , Zwarte koolvis Pollachius virens I, II (international wateren) - - Zwarte koolvis Pollachius virens IIa (EU-wateren), Skagerrak en Kattegat, IIIb,c,d (EUwateren), Noordzee , ,00 Zwarte koolvis Pollachius virens Noorse wateren bezuiden 62 NB 982,00 982,00-982, Zwarte koolvis Pollachius virens Vb (wateren van de Faeröer) 2.500, , , Zwarte koolvis Pollachius virens Vb (EU-wateren), VI, XII, XIV , , ,00-15,15 15,15 Zwarte koolvis Pollachius virens VII, VIII, IX, X, CECAF (EU-wateren) 8.710, ,00-20, ,00-20,00 - Tarbot en griet Psetta maxima en Scophthalmus rhombus IIa (EU-wateren), Noordzee (EU-wateren) 5.738, ,00-40, ,00-15,01 41,65 Rog Rajidae IIa (EU-wateren), Noordzee (EU-wateren) 4.121, ,00-39, ,00-15,00 41,65 Groenlandse heilbot Reinhardtius hippoglossoides I, II (Noorse wateren) 100,00 100,00-100, Groenlandse heilbot Reinhardtius hippoglossoides I, II (internationale wateren) - - Groenlandse heilbot Reinhardtius hippoglossoides IIa (EU-wateren), VI Geen beperking Geen beperking Groenlandse heilbot Reinhardtius hippoglossoides V, XIV (wateren van Groenland) 4.800, , , Groenlandse heilbot Reinhardtius hippoglossoides NAFO 0,1 (wateren van Groenland) 1.500, , , Groenlandse heilbot Reinhardtius hippoglossoides NAFO 3LMNO , ,00-52, ,00-52,38 - Atlantische zalm* Salmo salar IIIb,c,d (EU-wateren) met uitzondering van , , , deelgebied 32 Atlantische zalm Salmo salar IIId (wateren van Estland) 2.000,00-100,00 15, ,00 15, /03 (Presse 369) 21
22 Soort (Gebruikelijke naam) Soort (Wetenschappelijke naam) ICES visserijgebied TAC's 2003 (1) Voorstel (2) % verschil RAAD % verschil % verschil TAC's 2004 t.o.v. TAC's 2003 dec t.o.v. TAC's 2003 t.o.v. VOORSTEL 2004 Atlantische zalm Salmo salar IIId (wateren van Letland) ,00-100,00 Atlantische zalm Salmo salar IIId (wateren van Litouwen) 4.500,00-100,00 Atlantische zalm* Salmo salar Deelgebied 32 van IBSFC (EU-wateren) , ,00-30, ,00-30,00 - Makreel Scomber scombrus IIa (Noorse wateren) , , , Makreel Scomber scombrus IIa (EU-wateren), Skagerrak en Kattegat, IIIb,c,d (EUwateren), Noordzee Makreel Scomber scombrus IIa (niet-eu-wateren), Vb (EU-wateren), VI, VII, VIIIa,b,d,e, XII, XIV , ,00-3, ,00-3, , ,00-4, ,00-4,65 - Makreel Scomber scombrus Vb (wateren van de Faeröer) 3.893, ,00-7, ,00-7,81 - Makreel Scomber scombrus VIIIc, IX, X, CECAF (EU-wateren) , ,00-7, ,00-7,70 - Roodbaars Sebastes spp. V, XII, XIV , ,00 0, ,00 0,67 - Roodbaars Sebastes spp. I, II (Noorse wateren) 1.000, , , Roodbaars Sebastes spp. V, XIV (wateren van Groenland) , , , Roodbaars Sebastes spp. NAFO 0, 1 (wateren van Groenland) 5.500, , ,00-100,00 Roodbaars Sebastes spp. Va (wateren van IJsland) 3.000, , , Roodbaars Sebastes spp. Vb (wateren van de Faeröer) 6.300, , , Roodbaars* Sebastes spp. NAFO 3M 3.100, , , Roodbaars Sebastes spp. NAFO 3LN - - Roodbaars Sebastes spp. NAFO IF ,00-100,00 Tong Solea solea Skagerrak en Kattegat, IIIb,c,d (EU-wateren) 347,00 254,00-26,80 520,00 49,86 104,72 Tong Solea solea II, Noordzee , ,00-14, ,00 7,26 25,93 Tong Solea solea Vb (EU-wateren), VI, XII, XIV 106,00 85,00-19,81 85, ,81 Tong Solea solea VIIa 1.010,00 664,00-34,26 800,00-20,79 20,48 Tong Solea solea VIIb,c 80,00 65,00-18,75 65,00-18,75-0,09 Tong Solea solea VIId 5.400, ,00-16, ,00 9,26 Tong Solea solea VIIe 394,00 197,00-50,00 300,00-23,86 Tong Solea solea VIIf,g 1.240,00 830,00-33, ,00-15,32 30,39 52,28 26, /03 (Presse 369) 22
23 Soort (Gebruikelijke naam) Soort (Wetenschappelijke naam) ICES visserijgebied TAC's 2003 (1) Voorstel (2) % verschil RAAD % verschil % verschil TAC's 2004 t.o.v. TAC's 2003 dec t.o.v. TAC's 2003 t.o.v. VOORSTEL 2004 Tong Solea solea VIIh,j,k 390,00 360,00-7,69 390,00-8,33 Tong Solea solea VIIIa,b 3.800, ,00-26, ,00-5,26 28,57 Tong Solea spp. VIIIcde, IX, X, CECAF (EU-wateren) 1.600, ,00-20, ,00-5,00 18,75 Sprot Sprattus sprattus Skagerrak en Kattegat , , , Sprot* Sprattus sprattus IIIb,c,d (EU-wateren) , ,00 24, ,00 24,42 - Sprot Sprattus sprattus IIId (wateren van Estland) - - Sprot Sprattus sprattus IIId (wateren van Letland) 6.000,00-100,00 Sprot Sprattus sprattus IIId (wateren van Litouwen) ,00-100,00 Sprot Sprattus sprattus IIa (EU-wateren), Noordzee (EU-wateren) , ,00-0, ,00-0,83 - Sprot Sprattus sprattus VIIde 9.600, , , Doornhaai Squalus acanthias IIa (EU-wateren), Noordzee (EU-wateren) 5.640, ,00-20, ,00-20,71 - Witte marlijn Tetrapturus alba Atlantische Oceaan 46,50 46,50-46, Horsmakreel Trachurus spp. IIa (EU-wateren), Noordzee (EU-wateren) , ,00-13, ,00 12,29 29,08 Horsmakreel Trachurus spp. Vb (EU-wateren), VI, VII, VIIIa,b,d,e, XII, XIV , ,00-20, ,00 1,45 27,85 Horsmakreel Trachurus spp. VIIIc, IX , ,00-11, ,00-12,47 Horsmakreel Trachurus spp. X, CECAF Azoren 3.200, , , Horsmakreel Trachurus spp. X, CECAF Madeira 1.600, , , Horsmakreel Trachurus spp. X, CECAF Canarische eilanden 1.600, , , Noorse kever Trisopterus esmarki IIa (EU-wateren), Skagerrak en Kattegat, Noordzee (EUwateren) , , , Noorse kever Trisopterus esmarki IV (Noorse wateren) , , , Blauwvintonijn Thunnus thynnus Atlantische Oceaan (ten oosten van 45 WL) en Middellandse Zee , ,00-4, ,00-4,06 - Grootoogtonijn Thunnus obesus Atlantische Oceaan , ,20-2, ,20-2,45 - Zwaardvis Xiphias gladius Atlantische Oceaan (benoorden 5 NB) 6.745, ,30 1, ,30-1,42 Zwaardvis Xiphias gladius Atlantische Oceaan (bezuiden 5 NB) 6.002, ,30-0, ,00-2,53-1,92 Platvis Vb (wateren van de Faeröer) 1.000, , , /03 (Presse 369) 23
24 1) Verordening (EG) nr. 2341/2002 van 20 december 2002, Bijlagen IA, IB, IC, ID, IE en IF. 2) Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van de TAC's en quota's voor 2004, Bijlagen IA, IB, IC en IE. * Omvat niet de lidstaten die in mei 2004 tot de Europese Unie zullen toetreden /03 (Presse 369) 24
25 HERSTELPLANNEN VOOR "KABELJAUW" EN "NOORDELIJKE HEEK De Raad heeft met eenparigheid van stemmen, maar niet zonder dat de Belgische delegatie te kennen heeft gegeven zich van stemming te willen onthouden, een politiek akkoord bereikt over de verordening tot vaststelling van herstelmaatregelen voor bepaalde kabeljauwbestanden, waarbij hij kon uitgaan van een door het voorzitterschap tot stand gebracht algemeen compromis waarbij de Commissie zich heeft aangesloten. Tevens heeft de Raad, in afwachting van het advies van het Europees Parlement betreffende de verordening tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand, in dit verband een algemene oriëntatie goedgekeurd. Ten opzichte van de oorspronkelijke voorstellen behelzen het bereikte politieke akkoord en de algemene oriëntatie met betrekking tot de herstelmaatregelen in hoofdzaak de volgende wijzigingen: wat de herstelmaatregelen voor het noordelijk heekbestand betreft zijn de oorspronkelijke bepalingen betreffende de beperking van de visserij-inspanning geschrapt; het politiek akkoord betreffende de kabeljauw behelst een systeem tot beperking van de visserijinspanning dat niet meer gebaseerd is op kilowattdagen, maar op visserijgebieden en vistuig als omschreven in bijlage V van de verordening "Tac's en quota" (zie hierboven); voor de noordelijke heek geldt, om de toe te passen TAC vast te stellen, voortaan een visserijsterfte van 0,25%. Er kan echter geen TAC worden goedgekeurd wanneer in het licht van het meest recente wetenschappelijke advies van de Internationale raad voor het onderzoek van de zee (ICES) geoordeeld wordt dat deze TAC tot vermindering van de biomassa aan volwassen vis zou leiden. In het oorspronkelijke voorstel werd de TAC vastgesteld op grond van de toename van de hoeveelheid volwassen vis; de voorafgaande melding aan de bevoegde autoriteiten door de kapitein van een vissersvaartuig met betrekking tot de aangelande hoeveelheden heek en kabeljauw is uitsluitend van toepassing voor hoeveelheden die groter of gelijk zijn aan een ton voor kabeljauw en twee ton voor heek. Er is een minimumdrempel van 50 kilo vastgesteld waaronder de voorafgaande kennisgeving niet van toepassing is; deze drempel geldt voor wat kabeljauw betreft voor alle soorten en wat noordelijke heek betreft alleen voor gereglementeerde soorten; de toegestane afwijking ten opzichte van de hoeveelheden heek en kabeljauw volgens de logboekgegevens bedraagt 8%; 15975/03 (Presse 369) 25
26 wat de controle door de autoriteiten van een lidstaat op de gevangen hoeveelheden heek en kabeljauw betreft, geldt voortaan een systeem van representatieve steekproeven ten belope van ten minste 20% van de aangelande vangsten, die gewogen worden in aanwezigheid van controleurs van de lidstaten. Dit systeem komt in de plaats van de systematische controles over de totale gevangen hoeveelheden vis. De twee voorstellen "kabeljauw" en "noordelijke heek" strekten tot vervanging van een in december 2001 door de Commissie aanvankelijk ingediend voorstel, dat ten doel had het herstel te verzekeren van de bestanden van deze beide soorten, die volgens de wetenschappelijke adviezen van de Internationale raad voor het onderzoek van zee (ICES) ernstig door overbevissing waren bedreigd. Vervolgens zijn in het kader van de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid in bijlage XVII van Verordening (EG) nr. 2341/2002 inzake TAC's en quota's met betrekking tot bepaalde kabeljauwbestanden voorlopige maatregelen genomen. Met de in 2003 ingediende herstelplannen werd beoogd een toename van 10% per jaar tot stand te brengen voor de hoeveelheid volwassen heek in de zee en 30% voor kabeljauw. Deze herstelmaatregelen hebben betrekking op de visserijgebieden Kattegat en Noordzee, met inbegrip van het Skagerrak, en het oostelijk deel van het Kanaal, de wateren ten westen van Schotland en de Ierse zee. De visserijgebieden waarop het voorstel voor heek betrekking heeft, zijn het Kattegat en de Noordzee met inbegrip van het Skagerrak, de wateren ten westen van Schotland, het Kanaal, de Ierse zee, de Keltische zee, de wateren ten westen van Ierland en de Golf van Biskaje. In het kader van deze plannen wordt er een absolute minimumomvang voor de bestanden vastgesteld waaronder deze bestanden naar de mening van de deskundigen groot gevaar lopen volledig te imploderen; deze plannen omvatten tevens vangstbeperkingen doordat de totaal toegestane vangsten (TAC's) zodanig zijn vastgesteld dat de bestanden weer kunnen toenemen (+30% voor kabeljauw, de meeste bedreigde soort, en +10% voor heek). Voorts bevatten beide voorstellen een onderdeel ter beperking van de visserijinspanning op basis van kiolowattdagen. Ten slotte wordt ook gezorgd voor maatregelen inzake controle, inspectie en toezicht /03 (Presse 369)
27 ORIËNTATIEPRIJZEN EN COMMUNAUTAIRE PRODUCTIEPRIJZEN VOOR BEPAALDE VISSERIJPRODUCTEN VOOR 2004 De Raad heeft met eenparigheid van stemmen - de Franse delegatie heeft zich van stemming onthouden - aan de hand van een door de Commissie gesteund compromis van het voorzitterschap de verordening goedgekeurd (zie 15808/1/03 + COR 1) tot vaststelling, voor het visseizoen 2004, van de oriëntatieprijzen en de communautaire productieprijzen voor bepaalde visserijproducten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 104/2000. De Franse delegatie had gewenst dat de oriëntatieprijs voor koolvis ten opzichte van 2003 slechts met 3% zou worden verminderd, terwijl deze vermindering volgens het oorspronkelijke voorstel 6% zou bedragen. Het compromisvoorstel van het voorzitterschap behelst een verlaging van 5%. De wijzigingen ten opzicht van het oorspronkelijke voorstel zijn: de oriëntatieprijs voor kabeljauw is met 0,5% verhoogd tot 1631 euro/ton in plaats van tot 1623 euro/ton zoals oorspronkelijk voorgesteld; de oriëntatieprijs voor koolvis is met 1% verhoogd tot 766 euro/ton in plaats van tot 758 euro/ton zoals oorspronkelijk voorgesteld; de oriëntatieprijs voor leng is met 1% verhoogd tot 1214 euro/ton in plaats van tot 1201 euro/ton zoals oorspronkelijk voorgesteld; de oriëntatieprijs voor schol (van 1/5/2002 tot en met 31/12/2002) is met 1% verhoogd tot 1499 euro/ton in plaats van tot 1484 euro/ton zoals oorspronkelijk voorgesteld; de oriëntatieprijs voor heek is met 5% verhoogd tot 3731 euro/ton in plaats van tot 3713 euro/ton zoals oorspronkelijk voorgesteld; de oriëntatieprijs voor schar is met 1% verhoogd tot 877 euro/ton in plaats van tot 868 euro/ton zoals oorspronkelijk voorgesteld; 15975/03 (Presse 369)
28 de oriëntatieprijs voor witte tonijn in gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop is verhoogd met 2,5% tot 2265 euro/ton in plaats van tot 2210 euro/ton zoals oorspronkelijk voorgesteld, en voor witte tonijn ontdaan van de ingewanden met 2,1% tot 2515 euro/ton in plaats van de oorspronkelijk voorgestelde 2464 euro/ton; de oriëntatieprijs voor garnalen van de soort crangon crangon is met 1,5% verhoogd tot 2391 euro/ton in plaats van tot 2354 euro/ton zoals oorspronkelijk voorgesteld; de oriëntatieprijs voor in water gekookte Noorse garnalen is met 1% verhoogd tot 6411 euro/ton in plaats van tot 6344 euro/ton zoals oorspronkelijk voorgesteld; de oriëntatieprijs voor langoustines in gehele staat is met 0,5% verhoogd tot 5337 euro/ton in plaats van tot 5310 euro/ton zoals oorspronkelijk voorgesteld; de oriëntatieprijs voor tong is met 0,5% verhoogd tot 6748 euro/ton in plaats van tot 6714 euro/ton zoals oorspronkelijk voorgesteld; de oriëntatieprijs voor achtarmige inktvis is met 1% verhoogd tot 2119 euro/ton in plaats van tot 2098 euro/ton zoals oorspronkelijk voorgesteld; de oriëntatieprijs voor pijlinktvis is met 1% verhoogd tot 1168 euro/ton in plaats van tot 1156 euro/ton zoals oorspronkelijk voorgesteld; de communautaire productieprijs voor geelvintonijn is met 1% verhoogd tot 1219 euro/ton in plaats van tot 1207 euro/ton zoals oorspronkelijk voorgesteld. In artikel 18 van Verordening (EG) nr. 104/2000, houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur is bepaald dat er een oriëntatieprijs moet worden vastgesteld voor alle in de bijlagen I en II bij die verordening vermelde producten of groepen van producten. Deze prijs wordt berekend op basis van het gemiddelde van de prijzen die tijdens de drie laatste visseizoenen voorafgaand aan het visseizoen waarvoor deze prijs wordt vastgesteld op de groothandelsmarkten of in de havens voor een belangrijk gedeelte van de communautaire productie zijn geconstateerd. Tevens wordt rekening gehouden met de vooruitzichten voor de ontwikkeling van de productie en van de vraag. Andere in aanmerking te nemen criteria zijn stabilisering van de marktprijzen, de ondersteuning van het inkomen van de producenten en de belangen van de consument /03 (Presse 369)
29 DIVERSEN Hygiëne van diervoerders Het voorzitterschap heeft de Raad op de hoogte gesteld van de stand van de werkzaamheden betreffende het voorstel voor een verordening tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne (zie document 15617/03). De Commissie heeft het in hoofde genoemde voorstel op 14 april 2003 ingediend. Het heeft tot doel voorschriften vast te stellen voor een alomvattend systeem voor de registratie van alle exploitanten van diervoederbedrijven, alsmede voor de productie van diervoeders, met inbegrip van voorschriften voor bedrijven in de diervoedersector in het stadium van de primaire productie. Ontwerp van een veterinair akkoord tussen de Europese Unie en de Russische Federatie De Raad is door het voorzitterschap en de Commissie op de hoogte gesteld van de stand van de onderhandelingen met de Russische Federatie over het ontwerp van een veterinair akkoord na de vergadering van 10 december jongstleden te Moskou. Het voorzitterschap sprak zijn voldoening uit over opbouwende instelling van de bij de onderhandelingen betrokken partijen en over hun bereidheid om voor 1 mei 2004 een akkoord te bereiken, waarbinnen de samenwerking op veterinair gebied tussen beide partijen tot ontwikkeling kan komen. De Ierse delegatie merkte op dat de reeds verrichte werkzaamheden een positieve basis voor discussie vormen met het oog op een binnenkort te bereiken akkoord. Verscheidene delegaties wezen tevens op de noodzaak om snel tot een akkoord te komen. Invoer van Basmati-rijst De Britse delegatie heeft de Raad en de Commissie erop gewezen dat bij het beheerscomité een voorstel is ingediend om, vanwege bij de invoer van Basmati-rijst vastgestelde fraude bepaalde variëteiten Basmati-rijst ("Pusa" en "Super"), uit te sluiten van de vermindering van de invoerrechten met 250 euro/ton; de betreffende uitvoer is voor Pakistan zeer belangrijk, want volgens de Britse delegatie zou 80% van de Pakistaanse uitvoer van Basmati-rijst door de betreffende uitsluiting getroffen worden (doc /03) /03 (Presse 369)
30 Deze delegatie sprak, met steun van de Nederlandse delegatie, de wens uit dat de Commissie, in plaats van eenvoudigweg deze hybride rijstvariëteiten van de vermindering uit te sluiten, nagaat welke andere mogelijkheden beschikbaar zijn. Commissielid Fischler merkte in de eerste plaats op dat het voorstel voor een verordening nog bij het bevoegde beheerscomité ter tafel ligt. Hij deelde mede dat het Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) bij de invoer van deze rijstvariëteiten vier gevallen van fraude heeft vastgesteld, en dat dit voorstel is ingediend om dit bedrog, dat ten koste gaat van de Europese consument, te stoppen. Voorts wees hij erop dat het op grond van het prijsverschil tussen de traditionele variëteit van de Basmati-rijst en de hybride variëteiten "Pusa" en "Super" gerechtvaardigd is dat de vermindering met 250 euro/ton van de douanerechten, die voor deze variëteiten sinds 1996 van kracht is, wordt ingetrokken. Tenslotte merkte hij op dat voor de invoer van Basmati-rijst tot het tweede trimester van 2004 echtheidscertificaten zijn ingevoerd in afwachting van een oplossing die zowel voor de exporteurs als voor de consumenten aanvaardbaar is. Marktsituatie in de sector varkensvlees De Oostenrijkse delegatie vestigde de aandacht van de Raad en de Commissie op de ernstig verslechterde marktsituatie voor varkensvlees in Europa. Deze delegatie gaf in overweging de uitvoerrestituties voor varkensvlees naar derde landen, in het bijzonder Rusland, weer in te stellen teneinde de bestaande voorraden op de Europese markt te verminderen (doc /03). De verslechterde situatie op deze markt houdt hoofdzakelijk verband met de koersstijging van de euro ten opzichte van de dollar, met de verminderde consumptie van varkensvlees in Europa en tenslotte met de verhoging van de diervoederprijzen ten gevolge van droogte in Europa in de zomer van 2003, waardoor de voor diervoeder beschikbare hoeveelheid graan is verminderd. De prijs van varkensvlees is in verschillende landen van Europa (Portugal, Nederland, Frankrijk) gedaald tot zo'n 1 euro/kilo. De Commissie heeft besloten met ingang van 22 december 2003 voor een bepaalde hoeveelheid varkensvlees particuliere opslag in te voeren teneinde te voorkomen dat de situatie verslechtert /03 (Presse 369)
31 De Oostenrijkse delegatie kreeg steun van verscheidene delegaties, waarvan sommige van oordeel waren dat de steun aan de particuliere opslag de achterliggende vraagstukken met betrekking tot de verslechtering in deze sector naar de toekomst worden doorgeschoven, zonder ze echter op te lossen. De Deense, de Zweedse en de Britse delegatie maakten een principieel voorbehoud tegen de hernieuwde invoering van de uitvoerrestituties voor vers en bevroren vlees, zulks met name gezien de lopende onderhandelingen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De Spaanse delegatie zou graag zien dat deze restituties weer worden ingevoerd en dat de restituties voor verwerkte producten worden verhoogd. De Portugese delegatíe sprak de wens uit dat de rechten voor de invoer van maïs opnieuw worden bezien teneinde de kosten voor diervoerder te verlagen. Het Commissielid Fischler verklaarde het met de delegaties eens te zijn over het feit dat in deze sector een uitzonderlijke achteruitgang valt waar te nemen. Toch merkte hij op dat zijn instelling er de voorkeur aan heeft gegeven steun te verlenen aan de particuliere opslag, en vervolgens, in de loop van de komende weken, de situatie op de markt opnieuw te bezien in het licht van de genomen maatregelen, alvorens tot de toepassing van restituties te besluiten. Hij wees er ook op dat, afgezien van de risico's voor de handel die de wederinvoering van de exportrestituties in het kader van het WTO zou meebrengen, zo'n maatregel voor 1 mei 2004 een concurrentieverstoring teweeg zou kunnen brengen tussen de lidstaten, waarvoor deze maatregel geldt, en de toetredende landen. Hij erkende het bestaan van specifieke problemen in Portugal met betrekking tot de invoer van maïs en deelde mede welke onmiddellijke maatregelen zijn instelling in dit verband zou moeten nemen /03 (Presse 369)
32 ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN LANDBOUW Zuivelsector - Azoren De Raad heeft met eenparigheid van stemmen (met onthouding van de Italiaanse delegatie) een verordening aangenomen tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1453/2001 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Azoren en Madeira en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr.1600/92 (POSEIMA) met betrekking tot de toepassing van de aanvullende heffing in de sector melk en zuivelproducten op de Azoren (doc /03). Het voorstel, dat ongewijzigd is aangenomen, is gebaseerd op artikel 299, lid 2, van het EG- Verdrag, en strekt tot verlenging van de periode van ontheffing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten voor de Azoren, gezien de moeilijkheden om aan de productiedoelstelling te voldoen. Biologische landbouw* - Conclusies van de Raad De Raad heeft conclusies aangenomen betreffende de strategie voor een Europees actieplan voor de biologische landbouw en biologische landbouwproducten (doc /03): "In mei 2001 vond in Denemarken de conferentie "Biologische landbouw - naar een gemeenschappelijk optreden in Europa" plaats, georganiseerd door het Deense ministerie van Landbouw. Die conferentie was een vervolg op de conferentie die in 1999 in Oostenrijk plaatsvond, en had tot doel de lancering van het actieplan voor de verdere ontwikkeling van de biologische landbouw in Europa. Dit punt kwam op de agenda van de Raad Landbouw van 19 juni De Commissie heeft een document opgesteld betreffende "De bestudering van de haalbaarheid van een Europees actieplan voor de biologische landbouw en de biologische landbouwproducten" (doc d.d. december 2002). Tijdens de vergaderingen die in 2003 in Brussel zijn gehouden, toonden alle lidstaten zich ingenomen met het initiatief van de Commissie, en zij verzochten om te beginnen aan de opstelling van het actieplan. Tijdens haar bijeenkomst in Salzburg in november 2003 heeft de Europese Conferentie inzake plattelandsontwikkeling de nadruk gelegd op de centrale doelstelling, te weten versterking van het concurrentievermogen van de landbouwsector door diversificatie, innovatie en productie met een toegevoegde waarde, rekening houdend met de diversiteit van het landbouwpotentieel in de verschillende plattelandsgebieden /03 (Presse 369) I
33 Overwegende hetgeen volgt: De verschillende definities van "biologische landbouw" die zijn vastgesteld door instellingen zoals de Europese Unie, de Verenigde Naties (FAO en Codex Alimentarius), afzonderlijke staten en internationale organisaties (IFOAM), dienen te worden geharmoniseerd. Er moet derhalve gestreefd worden naar een akkoord over een ondubbelzinnige definitie; De biologische landbouw moet een van de sterke punten van het Europese systeem op het gebied van landbouw en voedingsmiddelen worden, samen met de typische producten en de kwaliteitsproducten, als speerpunt van de "duurzaamheid" van de hele sector landbouw en voedingsmiddelen. Daartoe is ondersteuning nodig van een gedegen, op Europees niveau geïntegreerd onderzoeks- en innovatiesysteem; Geconstateerd is dat de biologische landbouw essentieel is voor de instandhouding van de biodiversiteit en de niet vernieuwbare hulpbronnen in de landbouw, voor de uitvoering van het plattelandsontwikkelingsbeleid, en voor de veiligheid en de kwaliteit van de levensmiddelenproductie, waardoor deze vorm van landbouw een voortrekkersrol vervult in het gehele Europese systeem op het gebied van landbouw en voedingsmiddelen; Het nieuwe GLB heeft een cruciale rol bij de benutting van de mogelijkheid om de productiebasis van de sector in stand te houden en te ontwikkelen: daartoe is het onontbeerlijk dat het actieplan ook het effect van de verschillende instrumenten tot uitvoering van de hervorming voor de biologische landbouw evalueert, en zodoende de lidstaten aanvullend oriënteert bij de keuzes die zij met betrekking tot die instrumenten maken; Gebleken is dat de biologische landbouw een belangrijke rol speelt in het kader van het milieubeleid, met name wat betreft de beperking van schadelijke emissies in de atmosfeer, bestrijding van woestijnvorming, beheer en instandhouding van de watervoorraden en van het natuurlijk milieu; In het licht van de besluiten van de Unie betreffende de productie, het in de handel brengen en de etikettering van GGO's, en van de richtsnoeren op het gebied van het naast elkaar telen van conventionele en genetisch gemodificeerde producten moet het vraagstuk van de verenigbaarheid van de productie van GGO's en de biologische productie worden besproken, met name met betrekking tot de onvoorziene aanwezigheid van GGO's; De uitbreiding van de biologische landbouw dient een permanente basis te krijgen door toename van de vraag naar biologische producten. Initiatieven ter verbetering van de marktvoorwaarden en die een betere voorlichting van de consument garanderen, spelen derhalve een sleutelrol. Gelet op het bovenstaande verzoekt de Raad van de Europese Unie de Commissie om: - de in het voorbereidend document vastgelegde doelstellingen te actualiseren, zodat de werking van het Europees actieplan kan worden afgestemd op de strategische rol die de biologische landbouw toegewezen krijgt in het milieubeleid van de Unie en de ontwikkeling van het referentiekader dat door de hervorming van het GLB tot stand is gebracht; 15975/03 (Presse 369) II
34 - in het licht van de besluiten van de Unie betreffende de productie, het in de handel brengen en de etikettering van GGO's, en van de richtsnoeren op het gebied van het naast elkaar telen van conventionele en genetisch gemodificeerde producten, de bescherming en de opwaardering van biologisch geteelde producten door passende maatregelen voor de biologische landbouw, onder meer controle op onvoorziene aanwezigheid van GGO's, tot een van de strategische doelen van het actieplan te maken; - initiatieven te bevorderen, ook op internationaal niveau, die gericht zijn op de vaststelling van een definitie van "biologische landbouw" en "biologisch geteelde producten". Daartoe dient de Commissie de kosten en baten af te wegen van gebruik van een Europees keurmerk voor alle biologische landbouwproducten ongeacht de oorsprong ervan, zonder het gebruik van andere keurmerken uit te sluiten en doelmatige, op alle Europese consumenten gerichte communautaire initiatieven te ontwikkelen ter bevordering van de consumptie van en handel met derde landen in die producten en ter verbetering van het vrij verkeer ervan; - de evaluatie van de mogelijkheden voor de lidstaten om vrijwillige initiatieven aan te moedigen tot het creëren van landbouwgebieden waar productie met een toegevoegde waarde, zoals biologisch geteelde gewassen, typische producten en traditionele producten, in het kader van de territoriale ontwikkeling van een kwalitatief hoogstaande productie kan worden bevorderd, tot een van de strategische doelen van het actieplan te maken. Bij het streven om aldus het concurrentievermogen van de landbouwsector en de organisatie tussen de verschillende deelnemers aan de biologische productieketen te vergroten, moet rekening worden gehouden met de diversiteit van het landbouwpotentieel in de verschillende plattelandsgebieden; - nader te onderzoeken of het noodzakelijk is om op Europees niveau op te richten: a) een onafhankelijk comité dat wetenschappelijk en technisch advies kan verstrekken, richting kan geven aan onderzoek en ontwikkeling op het gebied van de biologische landbouw, en de synergieën in het kader van een netwerk tussen de kenniscentra van de afzonderlijke lidstaten kan bevorderen; b) een economische waarnemingspost om de ontwikkeling van vraag en aanbod van biologische producten te beoordelen; - voort te gaan met de aanpassing van de basisregels voor inspecties, met als doel het hele biologische productieproces op te nemen in het inspectiesysteem op basis van het risico, de traceerbaarheid van producten te versterken en de administratieve procedures te stroomlijnen. Hierbij dient ook naar behoren aandacht te worden besteed aan de invoer van producten uit derde landen; - uiterlijk in februari 2004 de Raad te informeren over de stand van zaken met betrekking tot het Europese actieplan, met het oog op een definitieve indiening in mei 2004." /03 (Presse 369) III
35 Landbouwverzekering* - Conclusies van de Raad De Raad heeft conclusies aangenomen betreffende risicobeheer in de landbouw (doc /03): "De Raad, Overwegende hetgeen volgt: De hervorming van het GLB, waartoe in juni 2003 in Luxemburg is besloten, behelst een gewijzigde regeling voor inkomenssteun aan landbouwers, losgekoppeld van de productie, die de landbouwers een stabiel basisinkomen zou moeten garanderen. De algehele strategie van een betere marktgerichtheid van de landbouwsector, in combinatie met de volgende stappen naar liberalisering van de handel in landbouwproducten, zouden de blootstelling aan prijsrisico's echter kunnen doen toenemen. Voorts is de landbouwproductie bijzonder gevoelig voor natuurlijke risico's, in verband met hetzij het klimaat hetzij de diergezondheid, die de economische duurzaamheid van landbouwbedrijven in gevaar kunnen brengen. Ten gevolge van de economische ontwikkeling en de toenemende zorg om milieu en voedselveiligheid wordt de landbouw in de EU geconfronteerd met nog meer onzekerheden die verder gaan dan de bekende natuurlijke risico's. De Commissie heeft in januari 2001 een eerste analyse van de instrumenten voor risicobeheer in de EU-landbouw verstrekt, die tijdens het Zweedse voorzitterschap door de bevoegde Raadsinstanties besproken is. De conclusies van het voorzitterschap over de rol van agrarisch verzekeren bij risicobeheer in landbouw en veehouderij, gebaseerd op een memorandum dat het Spaanse voorzitterschap op 18 maart 2002 heeft voorgelegd, en de internationale conferentie over landbouwverzekering en inkomensgaranties, die op 13 en 14 mei 2002 in Madrid is gehouden, waren toegespitst op de mogelijke rol van landbouwverzekering. Op 7 mei 2003 is een memorandum van het Griekse voorzitterschap over natuurlijke risico's en verzekeringen in de landbouwsector aan de Raad voorgelegd en op 6 juni 2003 is in Thessaloniki een seminar gehouden om te bestuderen hoe de landbouwsector op natuurrampen kan reageren. De Commissie heeft, in haar verklaring in de notulen van de Raadszitting van 29 september 2003, tijdens welke de verordeningen inzake de hervorming van het GLB zijn aangenomen, aangekondigd dat zij specifieke maatregelen zou bestuderen om risico's, crises en natuurrampen in de landbouw aan te pakken en dat zij vóór eind 2004 bij de Raad een verslag met passende voorstellen zou indienen, 15975/03 (Presse 369) IV
36 verzoekt de Commissie bijgevolg om: 1. te blijven voorgaan in het debat over de instrumenten voor risicobeheer in de landbouw. Teneinde de uitwisseling van informatie en opvattingen tussen de lidstaten te vergemakkelijken zou het voor eind 2004 geplande verslag van de Commissie een geactualiseerde inventarisatie moeten bevatten van de verschillende instrumenten voor risicobeheer die in de lidstaten beschikbaar zijn, zowel in de huidige 15 EU-landen als in de toetredende landen; 2. de voor- en nadelen van de verschillende mogelijkheden van risicobeheer te bestuderen binnen de context van de gemeenschappelijke marktordeningen en van de nieuwe generatie programma's voor plattelandsontwikkeling. Hoewel de landbouwsector zeker haar eigen verantwoordelijkheid heeft, zouden eventuele nieuwe instrumenten om de huidige maatregelen zo nodig te vervangen, in aanmerking genomen en bestudeerd moeten worden, met dien verstande dat concurrentievervalsing moet worden vermeden, dat de WTO-regels moeten worden nageleefd en dat de financiering van eventuele nieuwe maatregelen in overeenstemming moet zijn met de financiële verbintenissen die reeds zijn aangegaan; 3. de mogelijkheden te evalueren die door de communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector worden geboden voor de ontwikkeling van nationale regelingen voor risicobeheer, in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel en de gemeenschappelijke markt en, zo nodig, aanpassingen voor te stellen.". Voorlichtingsacties - Conclusies van de Raad De Raad heeft conclusies aangenomen over de voorlichtingsacties op het gebied van het GLB: "Overwegende hetgeen volgt: 1. Verordening nr. 814/2000 vormt een hecht rechtskader voor de uitvoering van de taken inzake voorlichting op het gebied van het GLB. 2. De ervaring van de jongste drie jaar heeft een over het algemeen positieve balans opgeleverd waar het gaat om de kwaliteit van de gefinancierde en medegefinancierde acties, en aan de hand van een latere evaluatie van het effect van de genomen maatregelen zal de waarde van het uitgevoerde beleid op het juiste niveau kunnen worden geapprecieerd. 3. De ervaring toont aan dat er momenteel geen enkele reden is om wijzigingen aan te brengen in de twee pijlers van het voorlichtingsbeleid, namelijk de door het EOGFL medegefinancierde acties op initiatief van derden en de voor 100% door het EOGFL op initiatief van de Commissie gefinancierde activiteiten. 4. De financiële middelen waarin de begroting voorziet werden niet volledig gebruikt, vooral wegens moeilijkheden in verband met de administratieve complexiteit en het te smalle toepassingsgebied van de acties /03 (Presse 369) V
37 5. De inspanningen om een beter evenwicht te bewerkstelligen tussen de verschillende soorten begunstigde organisaties moeten worden voortgezet. 6. De dialoog over het voorlichtingsbeleid tussen de Commissie en de lidstaten moet worden versterkt. 7. De Commissie dient op korte termijn een evaluatie te verrichten om vast te stellen welke maatregelen er moeten worden genomen om in voorkomend geval de kosten/batenverhouding van het systeem te verbeteren, komt de Raad het volgende overeen: - de lidstaten verstrekken gegevens, met name met betrekking tot een administratieve vereenvoudiging, om een doelmatiger gebruik van de beschikbare financiële middelen mogelijk te maken; - de Commissie dient te worden verzocht de aanpassing van Verordening nr. 814/2000 voor te stellen om de doeltreffendheid van de acties ter ontwikkeling van het voorlichtingsbeleid inzake het GLB te vergroten en meer bepaald om op initiatief en voor rekening van de Commissie te voorzien in technische bijstand voor de werking van de uit de begroting van de Commissie gefinancierde subsidies; - de door de Commissie gefinancierde acties moeten leiden tot een nauwkeuriger omschrijving van de steunmaatregelen en tot een betere algemene kosten/batenverhouding van het voorlichtingsbeleid.". Toegestane invoer De Raad heeft de beschikking aangenomen tot wijziging van Beschikking 95/408/EG tot vaststelling van voorschriften voor het opstellen, voor een overgangsperiode, van voorlopige lijsten van inrichtingen in derde landen waaruit de lidstaten bepaalde producten van dierlijke oorsprong, visserijproducten en levende tweekleppige weekdieren mogen invoeren (doc /03). Bij die beschikking wordt de geldigheidsduur van Beschikking 95/408/EG, die op 31 december 2003 vervalt, verlengd tot 31 december GMO voor hop De Raad heeft met eenparigheid van stemmen twee verordeningen aangenomen, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1696/71 houdende een gemeenschappelijke verordening der markten in de sector hop en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1098/98 tot vaststelling van tijdelijke bijzondere maatregelen in de hopsector (doc /03 en 13996/03). In het kader van de overgang naar de komende hervorming van de GMO voor hop, heeft het eerste voorstel (gebaseerd op artikel 37 VEG) ten doel de huidige productiesteunregeling te verlengen voor de oogst van Het steunbedrag per hectare wordt, net als voor de voorgaande jaren sedert 1996, voor de oogst van 2004 vastgesteld op 480 per hectare. Het tweede voorstel (gebaseerd op artikel 16 bis van de basisverordening "hop") heeft ten doel de vigerende bijzondere maatregelen voor het tijdelijk uit productie nemen van het areaal en het definitief rooien eveneens te verlengen voor de oogst van /03 (Presse 369) VI
38 Oenologische procédés - afwijkingen De Raad heeft met eenparigheid van stemmen een verordening aangenomen tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1037/2001 houdende machtiging tot aanbieding of levering, voor rechtstreekse menselijke consumptie, van bepaalde ingevoerde wijnen waarop œnologische procédés kunnen zijn toegepast waarin niet is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1493/1999 (doc /03). Bij deze verordening wordt de geldigheidsduur van de afwijkingen van de in de Gemeenschap geldende oenologische procédés voor wijnen uit de Verenigde Staten, verlengd. Deze afwijking, die geldt voor een duur van twee jaar, van 1 januari 2004 tot 31 december 2005, moet worden gezien in het kader van de onderhandelingen die momenteel tussen de Gemeenschap en de Verenigde Staten worden gevoerd over een algeheel akkoord in 2004 over de handel in wijn tussen beide partijen. Aangezien die onderhandelingen nog gaande zijn, moeten de huidige bepalingen, die op 31 december 2003 verstrijken, worden verlengd om een rechtsvacuüm te voorkomen. Zaaizaad De Raad heeft met eenparigheid van stemmen een verordening aangenomen tot vaststelling, voor het verkoopseizoen 2004/2005, van de in de sector zaaizaad toegekende steunbedragen (doc /03). Bij deze verordening wordt, als overgangsmaatregel vóór de inwerkingtreding van de hervorming van de GMO voor zaaizaad, waarbij de steun voor de productie van zaaizaad met ingang van het verkoopseizoen 2005/2006 in één enkele betalingsregeling is opgenomen, het steunbedrag voor het verkoopseizoen 2004/2005 vastgesteld. Tabak De Raad heeft met eenparigheid van stemmen een verordening aangenomen tot wijziging van Verordening (EEG) nr.2075/92 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak. Die verordening strekt ertoe om als overgangsmaatregel vóór de inwerkingtreding van de hervorming van de GMO over ruwe tabak, voor de oogst 2004 het percentage van de inhouding op de premie met het oog op de financiering van het Communautair Fonds voor tabak vast te stellen op hetzelfde niveau als voor de oogst 2003 (namelijk 3%). (doc /03). Braaklegging* De Raad heeft met eenparigheid van stemmen een verordening aangenomen houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 1251/1999 ten aanzien van de braakleggingsverplichting voor het verkoopseizoen 2004/2005 (doc /03 en 15623/03 ADD 1). Dat voorstel strekt ertoe het percentage braak te leggen bouwland voor het verkoopsseizoen 2004/2005 te verlagen van 10% naar 5%, om de gevolgen voor de markt weg te werken van de ernstige droogte gedurende de zomer van In het addendum is een verklaring van de Commissie opgenomen /03 (Presse 369) VII
39 VISSERIJ Omschakeling van vissers - Overeenkomst met Marokko De Raad heeft met eenparigheid van stemmen een verordening aangenomen tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2561/2001 ter bevordering van de omschakeling van vaartuigen en vissers die tot 1999 afhankelijk waren van de visserijovereenkomst met Marokko (doc /03). De verordening strekt tot schrapping van de bepalingen waarbij de verlening van de individuele forfaitaire premies werd beperkt tot vissers die voeren op een vaartuig waarvan de visserijactiviteit definitief was stopgezet. De overeenkomst inzake de betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko op het gebied van de zeevisserij is op 30 november 1999 verstreken; meer dan 400 vissersvaartuigen en ongeveer vissers waren gedwongen hun visserijactiviteit op die datum te beëindigen. JUSTITIE EN BINNEANDSE ZAKEN Overnameovereenkomst met Hong Kong De Raad heeft het besluit aangenomen betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Speciale Administratieve Regio Hong Kong van de Volksrepubliek China inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven (doc. 9190/02). Er zij aan herinnerd dat de ontwerp-overnameovereenkomst die door de Commissie aan de autoriteiten van Hong Kong was voorgelegd, verscheidene onderhandelingsrondes heeft gekend, en op 22 november 2001 in Brussel is geparafeerd. De Raad had op 24 september 2002 het besluit aangenomen betreffende de ondertekening van de overeenkomst (doc. 9081/02 MIGR 41 ASIE 14), die op 27 november 2002 is ondertekend. Europol De Raad heeft nota genomen van het verslag van de werkzaamheden van het Gemeenschappelijk Controleorgaan van Europol (oktober oktober 2002) (doc /03). Bestrijding van de drugshandel - Resolutie van de Raad De Raad heeft een resolutie aangenomen betreffende de opleiding van de personeelsleden van de wetshandhavingsdiensten voor de bestrijding van de drugshandel (doc /4/03) /03 (Presse 369) VIII
40 Asiel en migratie De Raad heeft alle amendementen aanvaard van het advies dat het Europees Parlement in eerste lezing heeft uitgebracht (doc /03) over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een programma voor financiële en technische bijstand aan derde landen op het gebied van migratie en asiel. De verordening zal worden aangenomen nadat zij volgens de gebruikelijke procedure door de juristen/vertalers is bijgewerkt. Samenwerking in strafzaken Er zij aan herinnerd dat de Raad tijdens zijn zitting van 27 november 2003 al een algemene oriëntatie ten aanzien van deze ontwerp-overeenkomst had aangenomen. De tekst van het besluit en van de overeenkomst is inmiddels door de juristen/vertalers bijgewerkt. De Raad heeft het besluit aangenomen betreffende de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de toepassing van een aantal bepalingen van de Overeenkomst van 29 mei 2000 tussen de lidstaten van de Europese Unie betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken (doc /03). E-OVERHEID Interoperabele levering van pan-europese e-overheidsdiensten aan overheidsdiensten* - Openbare beraadslaging De Raad heeft zijn gemeenschappelijk standpunt vastgesteld inzake het besluit betreffende de interoperabele levering van pan-europese e-overheidsdiensten aan overheidsdiensten, ondernemingen en burgers (doc /03+ ADD 1). Het gemeenschappelijk standpunt zal in het kader van de medebeslissingsprocedure aan het Europees Parlement worden toegezonden, zodat dit zijn aanbeveling in tweede lezing kan aannemen. Met dit programma zal de samenwerking tussen overheidsdiensten worden verbeterd, de levering van pan-europese e-overheidsdiensten aan burgers en ondernemingen worden ondersteund en aldus een bijdrage worden geleverd aan een efficiëntere overheids- en particuliere sector. Dit moet worden bereikt middels de uitvoering door de Gemeenschap, in samenwerking met de lidstaten, van projecten van gemeenschappelijk belang. Deze projecten zullen worden ondersteund met horizontale maatregelen, waaronder de bevordering van infrastructuurdiensten voor overheidsdiensten of het opzetten van strategische en ondersteunende activiteiten ter bevordering van pan-europese diensten /03 (Presse 369) IX
41 LUCHTVAART Subsidiëring en oneerlijke tariefpraktijken* - Openbare beraadslaging De Raad heeft zijn gemeenschappelijk standpunt vastgesteld inzake het voorstel voor een verordening betreffende bescherming tegen subsidiëring en oneerlijke tariefpraktijken bij de levering van luchtdiensten vanuit derde landen (doc /03 + ADD 1). Het gemeenschappelijk standpunt zal in het kader van de medebeslissingsprocedure aan het Europees Parlement worden toegezonden, zodat dit zijn aanbeveling in tweede lezing kan aannemen. De tekst die de Raad heeft aangenomen, bepaalt dat de Commissie beschermingsmaatregelen kan nemen, mits: a) het bestaan van subsidies of oneerlijke tariefpraktijken en van schade die daardoor aan het communautaire bedrijfsleven is berokkend kan worden vastgesteld, en dat b) er in het belang van de Gemeenschap moet worden opgetreden. Bij de beoordeling van het belang van de Gemeenschap wordt gekeken naar de gevolgen van de maatregelen voor de diverse belangen, en worden bijvoorbeeld mogelijke gevolgen voor de consumenten of andere betrokken partijen afgewogen tegen voordelen voor het communautaire bedrijfsleven. De ontwerp-verordening legt de procedure vast voor de inleiding van de procedure, het onderzoek, voorlopige maatregelen, de beëindiging van de procedure zonder maatregelen en het opleggen van definitieve maatregelen. Allereerst zal worden getracht de door deze tekst bestreken praktijken aan te pakken op basis van luchtdienstovereenkomsten met derde landen. HANDELSPOLITIEK Antidumping - India - Katoenhoudend beddenlinnen De Raad heeft met gewone meerderheid van stemmen een verordening aangenomen tot beëindiging, zonder maatregelen, van de herzieningsprocedure inzake de antidumpingmaatregelen die werden ingesteld bij Verordening (EG) nr. 2398/97 op katoenhoudend beddenlinnen uit, onder meer, India (doc /03). Verordening (EG) nr. 2398/97, als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1644/2001, voorziet in definitieve antidumpingrechten op de invoer van de betrokken producten die kunnen oplopen tot 9,8 %. Azerbeidzjan, Kazachstan, Tadzjikistan en Turkmenistan - Textielproducten De Raad heeft een besluit aangenomen inzake de voorlopige toepassing van nieuwe overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschap enerzijds en Azerbeidzjan, Kazachstan, Tadzjikistan en Turkmenistan anderzijds betreffende de handel in textiel- en kledingproducten, in afwachting van de sluiting van die overeenkomsten (doc /03) /03 (Presse 369) X
42 Krachtens de nieuwe overeenkomsten zullen de met deze landen op dit gebied bestaande overeenkomsten tot en met 31 december 2004 van kracht blijven XII.2003 WERKGELEGENHEID EN SOCIAAL BELEID Elektromagnetische velden* - Openbare beraadslaging De Raad heeft zijn gemeenschappelijk standpunt vastgesteld inzake het voorstel voor een richtlijn betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van elektromagnetische velden (doc /03 + ADD 1 en 15620/03 + ADD 1). De voorgestelde richtlijn zal een belangrijke fase inluiden op weg naar betere bescherming van de werknemers tegen dit type risico waarvan men zich steeds meer bewust wordt. De algemene structuur van de nieuwe tekst, bijvoorbeeld de artikelen over voorlichting en opleiding, raadpleging en deelneming van de werknemers, volgt het model van de eerdere richtlijnen inzake trillingen en lawaai. Met de voorgestelde richtlijn worden grenswaarden en actiewaarden voor de blootstelling ingevoerd die gebaseerd zijn op de door de Internationale Commissie voor bescherming tegen niet-ioniserende straling (ICNIRP) opgestelde aanbevelingen. Aangezien er thans ontoereikend wetenschappelijk bewijs inzake de eventuele langetermijngevolgen bestaat, is de voorgestelde richtlijn beperkt tot kortetermijneffecten van blootstelling aan elektromagnetische velden. EXTERNE BETREKKINGEN Associatieovereenkomst EU/Egypte - Handelsbepalingen De Raad heeft een besluit aangenomen tot goedkeuring van een overeenkomst inzake de voorlopige toepassing van de bepalingen inzake handel van de Euro-Mediterrane associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Egypte, in afwachting van de voltooiing van de voor de inwerkingtreding van de associatieovereenkomst benodigde procedures. Het Egyptische parlement heeft de in juni 2001 ondertekende associatieovereenkomst op 7 april jongstleden geratificeerd, en het Europees Parlement heeft in november 2001 zijn instemming verleend. De ratificatieprocedure in de lidstaten is nog gaande /03 (Presse 369) XI
Gezonde visbestanden van de Belgische aanvoer
Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek Duurzaamheidsteam Eenheid: Dier - Visserij Ankerstraat 1 B-8400 Oostende, België Tel.: +32 59 342250 Fax: +32 59 330629 www.ilvo.vlaanderen.be Gezonde visbestanden
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 23 september 2009 (24.09) (OR. en) 13632/09 PECHE 231
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 23 september 2009 (24.09) (OR. en) 13632/09 PECHE 231 VOORSTEL van: de Europese Commissie d.d.: 23 september 2009 Betreft: Voorstel voor een verordening van de Raad houdende
Informatiebulletin. Versie oktober 2011. Datum 5 oktober 2011 Status Definitief
Informatiebulletin Versie oktober 2011 Datum 5 oktober 2011 Status Definitief Definitief Informatiebulletin 5 oktober 2011 Colofon Contactgegevens Auteurs T 070-3788510 M - F 070-3786452 [email protected] Directie
Informatiebulletin. Jannuari 2014
Informatiebulletin Jannuari 2014 Informatiebulletin Januari 2014 Colofon Contactgegevens T 070 3784367 [email protected] Directoraat-generaal Agro Directie Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn Postbus 20401
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio's
EUROPESE COMMISSIE Brussel, 11.6.2014 COM(2014) 226 final 2014/0128 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio's NL NL TOELICHTING 1. ACHTERGROND
2390e zitting van de Raad - VISSERIJ - Brussel, 27 november 2001. Voorzitter:
13906/01 (Presse 420) (OR. fr) 2390e zitting van de Raad - VISSERIJ - Brussel, 27 november 2001 Voorzitter: mevrouw Annemie NEYTS-UYTTEBROECK Minister, toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken,
ONDERHANDELINGEN OVER DE TOETREDING VAN BULGARIJE EN ROEMENIË TOT DE EUROPESE UNIE
ONDERHANDELINGEN OVER DE TOETREDING VAN BULGARIJE EN ROEMENIË TOT DE EUROPESE UNIE Brussel, 31 maart 2005 (OR. en) AA 23/2/05 REV 2 TOETREDINGSVERDRAG: SLOTAKTE ONTWERP VAN WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE
RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 20 maart 2009 (OR. en) 7850/09 Interinstitutioneel dossier: 2009/0041 (C S) PECHE 74
RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 20 maart 2009 (OR. en) 7850/09 Interinstitutioneel dossier: 2009/0041 (C S) PECHE 74 VOORSTEL van: de Europese Commissie d.d.: 19 maart 2009 Betreft: Voorstel voor een
Publicatieblad van de Europese Unie L 165 I. Wetgeving. Niet-wetgevingshandelingen. 61e jaargang. Uitgave in de Nederlandse taal. 2 juli 2018.
Publicatieblad van de Europese Unie L 165 I Uitgave in de Nederlandse taal Wetgeving 61e jaargang 2 juli 2018 Inhoud II Niet-wetgevingshandelingen BESLUITEN Besluit (EU) 2018/937 van de Europese Raad van
douane - goederen codes.txt 0101_80 Levende paarden, ezels, muildieren en muilezels 010110_80 fokdieren van zuiver ras 01011010_80 paarden
0101_80 Levende paarden, ezels, muildieren en muilezels 010110_80 fokdieren van zuiver ras 01011010_80 paarden 01011090_80 andere 0101109010_80 ezels 0101109090_80 andere 010190_80 andere 01019011_10 paarden
PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 september 2009 (23.09) (OR. en) 13420/09. Interinstitutioneel dossier: 2009/0103 (CNS) 2009/0102 (ACC)
Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 september 2009 (23.09) (OR. en) PUBLIC Interinstitutioneel dossier: 2009/0103 (CNS) 2009/0102 (ACC) 13420/09 LIMITE AGRI 380 AGRIORG 85 AGRISTR 35 AGRIMON
PGI 2. Europese Raad Brussel, 19 juni 2018 (OR. en) EUCO 7/1/18 REV 1
Europese Raad Brussel, 19 juni 2018 (OR. en) Interinstitutionele dossiers: 2017/0900 (E) 2013/0900 (E) EUCO 7/1/18 REV 1 INST 92 POLGEN 23 CO EUR 8 RECHTSHANDELINGEN Betreft: BESLUIT VAN DE EUROPESE RAAD
1. 31958 Q 1101: EAEC Raad: De Statuten van het Voorzieningsagentschap van Euratom (PB 27 van 6.12.1958, blz. 534), gewijzigd bij:
9. ENERGIE 1. 31958 Q 1101: EAEC Raad: De Statuten van het Voorzieningsagentschap van Euratom (PB 27 van 6.12.1958, blz. 534), gewijzigd bij: 31973 D 0045: Besluit 73/45/Euratom van de Raad van 8 maart
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 november 2004 (05.11) (OR. en) 14028/04 EUROPOL 50 JAI 409
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 3 november 2004 (05.11) (OR. en) 14028/04 EUROPOL 50 JAI 409 NOTA van: de Franse, de Duitse, de Italiaanse, de Spaanse en de Britse delegatie aan: het Comité van artikel
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 23 april 2008 (25.04) (OR. en) 8700/08 POLGEN 40
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 23 april 2008 (25.04) (OR. en) 8700/08 POLGEN 40 NOTA I/A PUNT van: het voorzitterschap aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers / de Raad Betreft: Verslag over
PERS PERSMEDEDELING. Landbouw en Visserij RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. 16916/1/08 REV 1 (Presse 361) 2917e zitting van de Raad
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE 16916/1/08 REV 1 (Presse 361) PERSMEDEDELING 2917e zitting van de Raad Landbouw en Visserij Brussel, 18 en 19 december 2008 Voorzitter Michel BARNIER minister van Landbouw en
de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie
Raad van de Europese Brussel, 10 november 2015 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2015/0259 (NLE) 13765/15 ADD 1 PECHE 414 BEGELEIDENDE NOTA van: ingekomen: 10 november 2015 aan: de heer Jordi AYET
Goederencode Omschrijving
01011010 fokpaarden van zuiver ras 01011090 fokezels van zuiver ras 01019011 slachtpaarden 01019019 paarden, levend (m.u.v. fokdieren van zuiver ras en slachtpaarden) 01019030 ezels, levend 01019090 muildieren
Informatiebulletin. Regelgeving Visserij. Uitgave Zomer Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Regelgeving Visserij Uitgave Zomer 2010 Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Directie Agroketens en Visserij Cluster Uitvoering Visserijregelingen Augustus 2010 Bij dit informatiebulletin
BIJLAGE. bij. Voorstel voor een Besluit van de Raad
EUROPESE COMMISSIE Brussel, 3.8.2017 COM(2017) 412 final ANNEX 1 BIJLAGE bij Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie en haar lidstaten, en de voorlopige
TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2015 Nr. 70
13 (2013) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2015 Nr. 70 A. TITEL Euro-mediterrane luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC)
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC) CH 39 SOC 374 MI 157 ETS 16 SERVICES 35 ELARG 86 VOORSTEL van: de Europese Commissie
