ECLI:NL:GHARL:2015:1632

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ECLI:NL:GHARL:2015:1632"

Transcriptie

1 ECLI:NL:GHARL:2015:1632 Uitspraak Beschikking GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN civiel recht Datum beschikking: 5 maart 2015 zaaknummers gerechtshof: en (zaaknummers rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, en ) Beschikking van de familiekamer van 5 maart 2015 inzake [verzoeker], verder te noemen: de vader, en [verzoekster], verder te noemen: de moeder, samen verder te noemen de ouders, beiden verblijvende te [Plaats], verzoekers in hoger beroep, advocaat: mr. M. Erkens te Rotterdam, en de stichting Samen Veilig Midden-Nederland, (voorheen: Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht ), gevestigd te Utrecht, verweerster in hoger beroep, verder te noemen: de stichting.

2 Het geding in eerste aanleg In zaaknummer : 1.1. Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, verder te noemen: de kinderrechter, van 20 juni 2014, uitgesproken onder zaaknummer Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, verder te noemen: de kinderrechter, van 25 september 2014 en 10 oktober 2014, uitgesproken onder zaaknummer Het geding in hoger beroep In zaaknummer : 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift, ingekomen op 9 september 2014; - het verweerschrift, ingekomen op 7 oktober Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift, ingekomen op 3 december 2014; - het verweerschrift, ingekomen op 22 december 2014; - een faxbericht van de stichting van 22 januari 2015 met als bijlage een volmacht aan de in deze zaak belaste gezinsvoogd van het Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming (verder te noemen: LET), ingekomen op diezelfde datum. In beide zaaknummers: 2.3. De mondelinge behandeling heeft op 23 januari 2015 plaatsgevonden. De ouders zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaat. Namens de stichting zijn verschenen de gezinsvoogd en een collega-gezinsvoogd, beiden werkzaam bij het LET. Met kennisgeving vooraf is namens de Raad voor de Kinderbescherming (verder te noemen: de raad) niemand verschenen.

3 De vaststaande feiten In beide zaaknummers: 3.1. Uit het huwelijk van de ouders zijn geboren. - [kind 1], verder te noemen: [kind 1], op [geboortedatum] 2002, - [kind 2], verder te noemen: [kind 2], op [geboortedatum] 2005, - [kind 3], verder te noemen: [kind 3], op [geboortedatum] 2008, - [kind 4], verder te noemen: [kind 4], op [geboortedatum] 2010, en - [kind 5], verder te noemen: [kind 5], geboren op [geboortedatum] 2013 te [Plaats]. [kind 1] en [kind 2] verblijven samen in een pleeggezin en ook [kind 3] en [kind 4] verblijven samen in een pleeggezin. De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [kind 5] Bij beschikking van 25 maart 2013 heeft de kinderrechter [kind 5] voorlopig onder toezicht gesteld van de stichting. Bij beschikking van 25 juni 2013 heeft de kinderrechter [kind 5] onder toezicht gesteld van de stichting met ingang van 25 juni 2013 tot 25 juni Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking van 20 juni 2014 heeft de kinderrechter de termijn van de ondertoezichtstelling verlengd met ingang van 25 juni 2014 tot 25 juni Bij beslissing van 24 september 2014 zijn de ouders ontheven van het gezag over de vier oudste kinderen De stichting heeft op 25 september 2014 een indicatiebesluit genomen als bedoeld in artikel 6 lid 1 Wet op de jeugdzorg (Wjz) Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking van 25 september 2014 heeft de kinderrechter machtiging verleend tot de uithuisplaatsing van [kind 5] in een voorziening voor verblijf pleegouders 24 uurs, met ingang van 25 september 2014 tot 23 oktober 2014, bepaald dat de stichting en de overige belanghebbenden ter zake zullen worden gehoord ter terechtzitting van 8 oktober 2014, en het verzoek voor het overige aangehouden Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking van 10 oktober 2014 heeft de kinderrechter machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [kind 5] in een voorziening voor verblijf pleegouder 24 uurs, zoals bedoeld in het indicatiebesluit van 25 september 2014 met kenmerk B-CAN-2EEF8, met ingang van 10 oktober 2014 tot 25 juni [kind 5] is op 25 september 2014 geplaatst in een pleeggezin op een geheim adres.

4 De motivering van de beslissing In zaaknummer : 4.1. Een minderjarige kan ingevolge artikel 1:254 lid 1 (oud) Burgerlijk Wetboek (verder: BW), dat in deze zaak van toepassing is gebleven, onder toezicht worden gesteld indien hij zodanig opgroeit dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen. Ingevolge artikel 1:256 lid 2 BW kan de duur van de ondertoezichtstelling telkens worden verlengd tot ten hoogste een jaar Ingevolge artikel 1:261 lid 1 (oud) respectievelijk artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de stichting als bedoeld in artikel 1 WJZ respectievelijk de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. In beide zaaknummers: 4.3. De ouders kunnen zich blijkens hun beroepschriften met de verlenging van de ondertoezichtstelling en met de (crisis)machtiging tot uithuisplaatsing van [kind 5] niet verenigen. De ouders hebben één grief aangevoerd tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling en vier grieven tegen de verlening van de (crisis)machtiging tot uithuisplaatsing. De ouders verzoeken het hof om de bestreden beschikkingen van 20 juni 2014, van 25 september 2014 en 10 oktober 2014 te vernietigen en de verzoeken van de stichting alsnog af te wijzen Thans ligt derhalve ter beoordeling voor de bij (drie afzonderlijke) bestreden beschikkingen verleende verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind 5] en de (crisis)machtiging tot haar uithuisplaatsing in een voorziening voor verblijf pleegouders 24 uurs De stichting stelt dat [kind 5] in haar ontwikkeling wordt bedreigd, en dat andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald c.q. zullen falen, en dat in het belang van de verzorging en opvoeding van [kind 5] de verlenging van de ondertoezichtstelling en de (crisis)machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is. De stichting verzoekt het hof dan ook de bestreden beschikkingen te bekrachtigen. Ontvankelijkheid 4.6. De ouders stellen in hun eerste grief dat het verzoekschrift van de stichting in eerste aanleg en het indicatiebesluit onbevoegd zijn ondertekend en derhalve (het hof leest:) dat de stichting in haar verzoek niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Uit de stukken blijkt dat het verzoekschrift in opdracht van de bestuurder van de stichting, [A], is

5 ondertekend en dat het indicatiebesluit is ondertekend per opdracht van voormelde bestuurder. Het hof is - evenals de rechtbank - van oordeel dat het enkele feit dat het verzoekschrift in opdracht van de bestuurder is ondertekend niet leidt tot nietigheid van het verzoekschrift. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank dienaangaande over en maakt deze - na eigen onderzoek - tot de zijne. Het hof stelt met betrekking tot het indicatiebesluit voorop dat dit een besluit is als bedoeld in artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 3 lid 4 Wjz, is de kinderrechter en thans het hof in hoger beroep bevoegd het indicatiebesluit te toetsen. Deze wet(s)bepaling is met ingang van 1 januari 2015 vervallen. Nu de machtiging tot uithuisplaatsing ook ziet op de periode voor 1 januari 2015 zal deze toetsing alleen voor die periode plaatsvinden. Het hof toetst op dezelfde wijze als de bestuursrechter en kan het besluit derhalve in stand houden of vernietigen. Het hof overweegt met betrekking tot het formele bezwaar van de ouders tegen het indicatiebesluit van 25 september 2014 als volgt. Niet in geschil is dat de bestuurder van de stichting, [A], bevoegd is tot ondertekening, maar dat het besluit per opdracht van de bestuurder is ondertekend. Het hof acht voldoende aannemelijk dat in het kader van deze procedure de bestuurder het onderhavige indicatiebesluit materieel - en derhalve bevoegd - heeft genomen, hetgeen de bestuurder in een nadere verklaring gedateerd 22 december 2014 (bijlage bij het verweerschrift van de stichting in hoger beroep) heeft bevestigd. Het feit dat het indicatiebesluit niet is ondertekend door de bestuurder, maar per opdracht namens de bestuurder, maakt naar het oordeel van het hof niet dat het besluit in formele zin onbevoegd genomen is. Het hof is van oordeel dat, ook als aangenomen zou moeten worden dat aan een dergelijke ondertekening enige (schriftelijke) mandaatregeling ten grondslag zou moeten liggen van welke mandaatregeling het hof niet is gebleken, het indicatiebesluit met toepassing van artikel 6:22 Awb in stand kan worden gelaten nu de belanghebbenden door dit eventuele gebrek niet zijn benadeeld (vgl. Hoge Raad 19 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3635). Grief I van de ouders faalt De ouders voeren in hun grief IV aan dat het onderliggende indicatiebesluit niet voldoet aan de wettelijke vereisten waaraan moet zijn voldaan om een indicatiebesluit verblijf te nemen zoals vermeld in artikel 4 Uitvoeringswet Wet op de jeugdzorg (Uwjz), omdat vaststaat dat geen sprake is van psychosociale, psychische of gedragsproblemen bij [kind 5]. Het indicatiebesluit is daarom in strijd met de wet, onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Het indicatiebesluit dient te worden vernietigd en derhalve dient ook het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing van [kind 5] te worden afgewezen, aldus de ouders. De stichting betwist deze stellingen van de ouders. Volgens de stichting is sprake geweest van een zeer ernstige emotionele belasting van [kind 5] in haar opvoedomgeving bij de ouders. Middels wetenschappelijk onderzoek is voldoende aannemelijk dat het ontbreken van direct waarneembare kindsignalen niet inhoudt dat er geen psychosociale, psychische of gedragsproblemen (in ontwikkeling) zijn Het hof merkt op dat artikel 4 Uwjz is vervallen met ingang van 1 januari 2015, maar nu de machtiging tot uithuisplaatsing ook ziet op de periode voor 1 januari 2015 zal het hof grief IV nader bespreken. Het indicatiebesluit vermeldt, voor zover van belang, het volgende: Het LET wil [kind 5] met een crisismachtiging uit huis plaatsen i.v.m. de dreigende ontwikkelingen. Vader is op 24 september jl. aangehouden in verband met de aangifte van bedreiging van medewerkers door Bureau Jeugdzorg Utrecht. Daarnaast heeft vader

6 dezelfde dag gehoord dat ouders ontheven zijn van het gezag van de oudste 4 kinderen. Vader dreigt deze 4 kinderen plus [kind 5] en moeder mee te nemen naar Marokko. Het LET maakt zich zorgen over de veiligheid van [kind 5], wil haar niet belasten met de spanningen en verbale agressie van vader en wil haar daarom in veiligheid brengen door haar uit huis te plaatsen. Blijkens de Nota van Toelichting (Staatsblad 2004, 703, p ) blijkt dat verblijf dient ter vervanging van de gezinssituatie en komt voor als de oorspronkelijke leefsituatie niet meer acceptabel is of de intensieve jeugdhulp aan de jeugdige verblijf noodzakelijk maakt. In die gevallen bestaat de noodzaak de jeugdige een andere en wel een beschutte en veilige woon- of leefomgeving te bieden. Zoals ook de stichting in het indicatiebesluit heeft beschreven bestaan er zorgen over de veiligheid van [kind 5] en wilde het LET [kind 5] niet belasten met de spanningen en verbale agressie van vader. Zoals hierna uit de inhoudelijke beoordeling van het verzoek van de stichting blijkt is het hof van oordeel dat de stichting voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het ontbreken van direct waarneembare kindsignalen niet inhoudt dat er geen psychosociale, psychische of gedragsproblemen (in ontwikkeling) zijn en dat de bestaande zorgen ertoe leiden dat verblijf van [kind 5] in een pleeggezin 24 uur in haar belang noodzakelijk is. Dit betekent dat grief IV van de ouders tevergeefs is opgeworpen Gelet op al het vorenstaande is het hof van oordeel dat de stichting ontvankelijk is in haar verzoek Tijdens de mondelinge behandeling hebben de ouders verder nog aangevoerd dat de namen van de op de mondelinge behandeling verschenen gezinsvoogden zijn gefingeerd. De verschenen gezinsvoogden hebben verklaard dat dit verband houdt met hun veiligheid. Het hof heeft - met instemming van de advocaat van de ouders - buiten aanwezigheid van de ouders en de advocaat, de identiteit van de gezinsvoogden vastgesteld aan de hand van hun legitimatiebewijzen. Na de mondelinge behandeling is, zoals tijdens de zitting besproken, een werkgeversverklaring van een gecertificeerde instelling ontvangen aan de hand waarvan het hof heeft kunnen vaststellen dat de gezinsvoogd werkzaam is bij een gecertificeerde instelling. De ouders voeren verder aan dat het LET niet bevoegd is namens de stichting te handelen, aangezien het LET niet een gecertificeerde instelling is als bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet. Uit de volmacht die op 22 januari 2015 bij het hof is ingekomen blijkt dat de stichting belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling van [kind 5]. Voorts blijkt dat de stichting de feitelijke uitvoering van de ondertoezichtstelling van [kind 5] heeft overgedragen aan het LET. De stichting heeft volmacht gegeven aan de gezinsvoogd van het LET om de stichting in rechte te vertegenwoordigen ter zitting op 23 januari De volmacht is opgesteld en ondertekend door [A], bestuurder van de stichting. Het hof is van oordeel dat uit de stukken genoegzaam volgt dat de relatie tussen de ouders en de stichting van dien aard was dat een overdracht van de uitvoering van de ondertoezichtstelling van [kind 5] naar een team (in dit geval het LET) dat is gespecialiseerd in de behandeling van zaken waarin sprake is van een verstoorde relatie met en/of ernstige bedreigingen door (een) ouder(s) noodzakelijk, althans zeer gewenst was. Naar het oordeel van het hof is - de gezinsvoogd van - het LET daarom bevoegd de stichting ter zitting te vertegenwoordigen. De verantwoordelijkheid van de uitvoering van de ondertoezichtstelling ligt en blijft bij de stichting en derhalve is de stichting ook verweerster in deze zaak.

7 In beide zaaknummers: Inhoudelijke beoordeling Op grond van de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen oordeelt het hof dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn. Bij beschikking van 25 juni 2013 heeft de kinderrechter aannemelijk geoordeeld dat [kind 5] zodanig opgroeit dat haar zedelijke of geestelijke belangen of haar gezondheid ernstig wordt bedreigd en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar te voorzien is, zullen falen. Voor zover de ouders stellen dat sprake is van gewijzigde omstandigheden acht het hof dat standpunt onvoldoende gemotiveerd Op grond van de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen, is het hof eveneens van oordeel dat de ouders op dit moment niet in staat zijn [kind 5] een opvoedingsklimaat te bieden waarin de continuïteit van en veiligheid in haar dagelijkse verzorging en opvoeding is gewaarborgd, zodat een uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de opvoeding en verzorging van [kind 5] Het hof overweegt ten aanzien van de gronden voor de maatregelen, bedoeld in de artikelen 1:254 lid 1 en 1:261 lid 1 (oud) respectievelijk artikel 1:265b lid 1 BW, het volgende In september 2013 heeft Altrecht twee rapporten opgesteld naar aanleiding van psychologische onderzoeken van de ouders. Uit de rapportage van de moeder blijkt dat zij een introverte vrouw is met een weinig uitgerijpt gevoelsleven en identiteitsontwikkeling. Zij is in bovengemiddelde mate angstgevoelig. De controle over gedrag en emoties is sterk aangezet. Onderliggend is echter sprake van identiteitsdiffusie met afwisseling van positieve en negatieve emoties en zijn er problemen met het aanbrengen van grenzen en in het reguleren van afstand en nabijheid in intieme contacten. Zij probeert zich aan te passen en te beheersen. Tegelijkertijd loochent de moeder massaal ongewenste negatieve emoties zoals boosheid en zij schermt deze gevoelens af door een trotse, tegenafhankelijke opstelling, terwijl haar persoonlijkheid ook wordt gekenmerkt door verlangens naar zorg en warmte. Dit zorgt voor een spanningsveld, wat een soepele sociale aanpassing verhindert. De ontwikkelingsschade gezien de levensgeschiedenis van de moeder (moeilijke jeugd en slachtoffer geweest van mensenhandel) valt mee, mogelijk juist dankzij de massale afscherming van negatieve gevoelens, waardoor de intrapsychische dynamiek nu moeilijk toegankelijk is. Zoals de moeder zelf ook opmerkt, volgt uit de rapportage dat het feit dat uit het onderzoek naar voren komt dat de moeder intellectueel functioneert op het leeftijdsniveau van een 9-jarige wordt gedrukt door de allochtone afkomst van de moeder, het toestandsbeeld, de beperkte scholing en uiteraard de levensloop van de moeder. Potentieel is het intelligentieniveau van de moeder beneden gemiddeld tot gemiddeld Uit de rapportage van de vader blijkt dat de vader snel overmatig en inadequaat met angst, achterdocht en boosheid/agressie reageert. De vader wordt al snel door negatieve gevoelens overspoeld en heeft dan moeite met hoofd- en bijzaken te onderscheiden en grip te houden op zijn denken en voelen. De controle over gedrag en emoties schiet uitermate te kort, waardoor de vader geneigd is tot impulsiviteit, externaliseren, acting-

8 out van negatieve emoties en verzet tegen sociale conventies. Er is sprake van vroege hechtingsproblematiek met onvermogen om te gaan met emotionele afhankelijkheid en nabijheid en met veel afgesplitste agressie vanwege krenking en verlating. Er is zowel aanwijzing voor cluster A als borderline persoonlijkheidstrekken met (meerdere) kenmerken uit alle cluster B persoonlijkheidsstoornissen. Er zijn sterke aanwijzingen voor psychotische verschijnselen De ouders stellen dat de uitkomsten van hun psychologische onderzoeken niets zegt over hun opvoedingsvaardigheden. Bovendien gaat het volgens de ouders ook goed met [kind 5], is geen sprake van ernstig en onmiddellijk gevaar en is er geen noodzaak tot uithuisplaatsing van [kind 5] Blijkens de rapportages van september 2013 blijkt dat de vader kampt met ernstige psychologische/psychiatrische problematiek, hetgeen van invloed is op het functioneren van de vader. Gebleken is dat de vader aanhoudend blijft dreigen. Zo heeft de vader in april 2014 concrete doodsbedreigingen aan het adres van de gezinsvoogden geuit toen hij geen perspectief meer zag en erg boos was op de gezinsvoogden, hetgeen aanleiding voor Altrecht was om de stichting te waarschuwen. Dit is ook de reden geweest voor de stichting de feitelijke uitvoering van de ondertoezichtstelling over te dragen aan het LET. De stichting heeft ook wegens deze bedreigingen aangifte tegen de vader gedaan bij de politie. Ook heeft de vader meerdere malen bij medewerkers van het LET zijn spanningen en dreigementen geuit in het bijzijn van [kind 5]. De vader reageerde op de ontheffing uit het ouderlijk gezag van zijn vier eerder uit huis geplaatste kinderen op 24 september 2014 somber en gaf aan zijn maatregelen te zullen treffen en wilde liever een spuitje hebben. Dit was - op eigen initiatief - voor de politie aanleiding om de stichting het advies te geven om de reeds uit huis geplaatste kinderen acuut veilig te stellen. De stichting stelt dat daarom [kind 5] ook op 25 september 2014 met spoed uit huis is geplaatst, gelet op de grote zorgen die er waren, en die vanaf dat moment een groot gevaar vormden. Tevens bestaan met betrekking tot het functioneren van de moeder zorgen. De moeder ervaart gevoelens van sociale en emotionele vervreemding die consequenties kunnen hebben voor haar maatschappelijk en relationeel functioneren. Uit de stukken blijkt bijvoorbeeld dat de moeder [kind 5] dreigde op te sluiten in een kast als zij niet zou stoppen met huilen. Volgens de stichting vond de moeder dat niet erg want zij zou het toch niet uitvoeren. Volgens de stichting bestaat bij de moeder niet het inzicht dat dreigen met opsluiting in een kast schadelijk is voor een kind. De stichting ervaart dat de moeder vaak emotioneel afgevlakt lijkt te zijn en dat zij moeite heeft om aan te sluiten bij de belevingswereld van kinderen. Het feit dat [kind 5] langdurig aan spanningen en dreigementen wordt blootgesteld is volgens de stichting met de ouders niet bespreekbaar. De ouders zien niet in hoe schadelijk deze emotionele kindermishandeling op langere termijn voor [kind 5] is, aldus de stichting. Voornoemde gedragingen van de ouders geven het hof aanleiding tot zorgen over de opvoedingsvaardigheden van de ouders. Het hof is van oordeel dat de forse persoonlijke problematiek van de ouders, alsmede ook het feit dat de ouders al jaren geen (goede) zelfstandige huisvesting hebben gevonden en het ontbreken van een vaste bron van inkomsten maken dat onvoldoende tegemoet wordt gekomen aan de basisvoorwaarden voor een onbedreigde ontwikkeling en een adequate verzorging en opvoeding van [kind 5] die, gelet op haar jonge leeftijd, grotendeels afhankelijk is van haar opvoeders. Het eindverslag van Youké van 18 augustus 2014 dat ziet op de begeleiding door Youké in de periode van 17 september 2013 tot 15 augustus 2014 maakt dit oordeel niet anders. Uit de verslag blijkt dat nu nog niet zichtbaar is of en wat voor een effect de spanningen en stress die ouders, en met name de vader, ervaren op [kind 5] heeft of zal hebben. Een

9 aandachtspunt is volgens Youké dan ook dat de ontwikkeling van [kind 5] in de gaten gehouden moet worden. Met de kinderrechter stelt het hof vast dat dit verslag ook ziet op de periode vóórdat de ouders van het gezag van hun overige vier kinderen zijn ontheven Alles afwegende is het hof van oordeel dat de maatregelen noodzakelijk zijn in het belang van [kind 5], nu de gronden voor de maatregelen als hiervoor omschreven zich voordoen. Dit betekent dat het hof de beschikkingen waarvan beroep zal bekrachtigen. De beslissing Het hof, beschikkende in hoger beroep: In zaaknummer : bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 20 juni 2014; bekrachtigt de beschikkingen van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 25 september 2014 en 10 oktober Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, A. Smeeïng-van Hees en R. Feunekes, bijgestaan door mr. W. Nagelhout als griffier, is bij afwezigheid van de voorzitter getekend door mr. A. Smeeïng-van Hees en is op 5 maart 2015 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

ECLI:NL:GHARN:2012:BY4474

ECLI:NL:GHARN:2012:BY4474 ECLI:NL:GHARN:2012:BY4474 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 25-10-2012 Datum publicatie 28-11-2012 Zaaknummer 200.111.854 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2013:10366 GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

ECLI:NL:GHARL:2013:10366 GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN ECLI:NL:GHARL:2013:10366 GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Zwolle afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.128.246 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, 137888) beschikking

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht ECLI:NL:GHARL:2017:6088 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 13-07-2017 Datum publicatie 26-07-2017 Zaaknummer 200.215.386/01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht ECLI:NL:GHSHE:2016:416 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 11-02-2016 Datum publicatie 12-02-2016 Zaaknummer 200 180 361_01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0634

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0634 ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0634 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 24-01-2013 Datum publicatie 05-02-2013 Zaaknummer 200.113.026 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2015:1824

ECLI:NL:GHARL:2015:1824 ECLI:NL:GHARL:2015:1824 Uitspraak Arrest GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Civiel recht (personen- en familierecht) Datum uitspraak: 3 maart 2015 zaaknummer 200.156.874/01 (zaaknummer rechtbank Overijssel

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht ECLI:NL:GHARL:2014:4151 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 24-04-2014 Datum publicatie 27-05-2014 Zaaknummer 200.141.970-01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2017:357 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

ECLI:NL:GHAMS:2017:357 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01 ECLI:NL:GHAMS:2017:357 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 07-02-2017 Datum publicatie 23-02-2017 Zaaknummer 200.199.846/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht ECLI:NL:GHARL:2015:6066 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 27-07-2015 Datum publicatie 17-08-2015 Zaaknummer 200.172.365/01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

[Appellant 1] en [Appellant 2], beiden wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten)

[Appellant 1] en [Appellant 2], beiden wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten) LJN: BI3542, Centrale Raad van Beroep, 08/3709 WJZ + 08/3713 WJZ Datum uitspraak: 15-04-2009 Datum publicatie: 12-05-2009 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:573 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

ECLI:NL:GHAMS:2016:573 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01 ECLI:NL:GHAMS:2016:573 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 16-02-2016 Datum publicatie 24-02-2016 Zaaknummer 200.179.961/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2007:BB1198 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHLEE:2007:BB1198 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHLEE:2007:BB1198 Instantie Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak 01-08-2007 Datum publicatie 07-08-2007 Zaaknummer 0600575 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en familierecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2014:5046 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHAMS:2014:5046 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHAMS:2014:5046 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 04-11-2014 Datum publicatie 16-12-2014 Zaaknummer 200.148.742-01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2014:8276

ECLI:NL:RBAMS:2014:8276 ECLI:NL:RBAMS:2014:8276 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 05-11-2014 Datum publicatie 09-12-2014 Zaaknummer FA RK 14-7711 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - enkelvoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2015:10059

ECLI:NL:RBAMS:2015:10059 ECLI:NL:RBAMS:2015:10059 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 20-10-2015 Datum publicatie 13-06-2016 Zaaknummer C/13/592460 / JE RK 15-996 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2017:2726

ECLI:NL:GHARL:2017:2726 ECLI:NL:GHARL:2017:2726 Instantie Datum uitspraak 30-03-2017 Datum publicatie 09-05-2017 Zaaknummer 200.197.064 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Personen-

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3762

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3762 ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3762 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 05-11-2010 Datum publicatie 12-11-2010 Zaaknummer 295127 / JE RK 10-2574 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen-

Nadere informatie

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht ECLI:NL:GHSHE:2015:5019 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 03-12-2015 Datum publicatie 04-12-2015 Zaaknummer F 200 170 080_01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2016:7682

ECLI:NL:RBAMS:2016:7682 ECLI:NL:RBAMS:2016:7682 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 22-11-2016 Datum publicatie 28-11-2016 Zaaknummer C/13/614102 / FA RK 16-5813 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Arnhem afdeling civiel recht

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Arnhem afdeling civiel recht ECLI:NL:GHARL:2016:7585 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 20-09-2016 Datum publicatie 28-11-2016 Zaaknummer 200.194.462 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:6706

ECLI:NL:RBDHA:2015:6706 ECLI:NL:RBDHA:2015:6706 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 11062015 Datum publicatie 21072015 Zaaknummer C09488927 FA RK 153785 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen en

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX6197 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX6197 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHLEE:2012:BX6197 Instantie Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak 02-08-2012 Datum publicatie 31-08-2012 Zaaknummer 200.102.809 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2014:3092

ECLI:NL:GHAMS:2014:3092 ECLI:NL:GHAMS:2014:3092 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 04-03-2014 Datum publicatie 04-08-2014 Zaaknummer 200.123.306/01 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBALK:2012:5380, Bekrachtiging/bevestiging

Nadere informatie

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht ECLI:NL:GHSHE:2015:272 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 29-01-2015 Datum publicatie 24-02-2015 Zaaknummer F 200.150.971-01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER. BESCHIKKING van 20 december 2011 in de zaak met zaaknummer

Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER. BESCHIKKING van 20 december 2011 in de zaak met zaaknummer ECLI:NL:GHAMS:2011:BV6082 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 20-12-2011 Datum publicatie 16-02-2012 Zaaknummer 200.089.788-01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6590

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6590 ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6590 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 16-10-2012 Datum publicatie 18-12-2012 Zaaknummer 193036 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en familierecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2014:4798

ECLI:NL:GHARL:2014:4798 ECLI:NL:GHARL:2014:4798 Instantie Datum uitspraak 13-06-2014 Datum publicatie 19-06-2014 Zaaknummer 200.138.115-01 Rechtsgebieden Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Civiel recht Bijzondere kenmerken Hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2014:381. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 13/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2556, Gevolgd

ECLI:NL:HR:2014:381. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 13/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2556, Gevolgd ECLI:NL:HR:2014:381 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-02-2014 Datum publicatie 19-02-2014 Zaaknummer 13/02084 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2556,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2017:647

ECLI:NL:GHDHA:2017:647 ECLI:NL:GHDHA:2017:647 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 07-02-2017 Datum publicatie 14-03-2017 Zaaknummer 200.207.571/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en

Nadere informatie

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht ECLI:NL:GHSHE:2015:2797 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 23-07-2015 Datum publicatie 27-07-2015 Zaaknummer F 200.160.279_01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:428 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

ECLI:NL:GHAMS:2016:428 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01 ECLI:NL:GHAMS:2016:428 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 09-02-2016 Datum publicatie 16-02-2016 Zaaknummer 200.166.881/01 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

AFSCHRIFT. Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971 / FA RK 12-6306 (MN/WK)

AFSCHRIFT. Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971 / FA RK 12-6306 (MN/WK) AFSCHRIFT beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2016:10882

ECLI:NL:RBNHO:2016:10882 ECLI:NL:RBNHO:2016:10882 Instantie Datum uitspraak 28-12-2016 Datum publicatie 17-01-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer C/15/245613 / FA RK 16-4085 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Congres De ots90 jaar:versleten of vitaal? Workshop: ots, omgang en het belang van het kind

Congres De ots90 jaar:versleten of vitaal? Workshop: ots, omgang en het belang van het kind Congres De ots90 jaar:versleten of vitaal? Workshop: ots, omgang en het belang van het kind Voorzitter: Paul van Teeffelen Inleider: Esther Lam Referent: Sonja de Pauw Gerlings Introductietekst workshop

Nadere informatie