Rolnummer Arrest nr. 16/2005 van 19 januari 2005 A R R E S T
|
|
|
- Jacobus van der Meer
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rolnummer 3072 Arrest nr. 16/2005 van 19 januari 2005 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 40, 6, tweede lid, van het Vlaamse decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, zoals ingevoegd door het decreet van 19 maart 2004, ingesteld door J.V. Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters P. Martens, M. Bossuyt, A. Alen, J.-P. Moerman en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Arts, wijst na beraad het volgende arrest : * * *
2 2 I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 4 augustus 2004 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 5 augustus 2004, heeft J.V., wonende te ( ), beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 40, 6, tweede lid, van het Vlaamse decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, zoals ingevoegd door het decreet van 19 maart 2004 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 mei 2004, tweede editie). Bij afzonderlijk verzoekschrift is eveneens een vordering tot schorsing ingesteld van voormelde decretale bepaling. Bij het arrest nr. 162/2004 van 20 oktober 2004 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 25 oktober 2004) heeft het Hof de woorden «op de hiertoe door de regering gepubliceerde website en» in die decreetsbepaling geschorst. De Vlaamse Regering heeft een memorie ingediend, de verzoekende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de Vlaamse Regering heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Op de openbare terechtzitting van 11 januari 2005 : - is verschenen : Mr. B. Staelens, advocaat bij de balie te Brugge, voor de Vlaamse Regering; - hebben de rechters-verslaggevers M. Bossuyt en J. Spreutels verslag uitgebracht; - is de voornoemde advocaat gehoord; - is de zaak in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte - A - A.1.1. Volgens de bestreden bepaling worden disciplinaire schorsingen van meerderjarige sportbeoefenaars voor de duur van de schorsing bekendgemaakt op de hiertoe door de Regering gepubliceerde website en via de officieel door de sportfederaties opgerichte communicatiekanalen. Die bekendmaking omvat naam, voornaam en geboortedatum van de sportbeoefenaar, begin en einde van de schorsingsperiode en de sportdiscipline waarin de overtreding werd vastgesteld. A.1.2. De verzoeker is als amateurwielrenner door de disciplinaire commissie van de Belgische Wielrijdersbond levenslang geschorst voor deelname aan wielerwedstrijden wegens gebruik van een verboden spierversterkend product. Hij voert aan dat hij belang heeft bij de schorsing en vernietiging van de bestreden bepaling nu zijn naam gepubliceerd werd op een officiële website van de Vlaamse overheid, wat hij als krenkend ervaart.
3 3 A.2.1. Het eerste middel is afgeleid uit een schending van artikel 22 van de Grondwet, volgens hetwelk ieder recht heeft op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald. Opdat een inmenging in het privé-leven geoorloofd is, moet de wetgever aantonen dat de maatregel strikt noodzakelijk is om een bepaald wettig doel te bereiken. A.2.2. De bestreden bepaling werd ingevoerd om de sportverenigingen optimaal te informeren over de uitgesproken disciplinaire maatregelen, opdat ze erop kunnen toezien dat die maatregelen ook effectief worden nageleefd. De verzoeker wijst erop dat brieven en listings van de tuchtsancties worden toegezonden aan de sportfederaties. De publicatie op een website, die voor iedereen toegankelijk is, is volgens hem overbodig en kennelijk onevenredig met de doelstelling ten behoeve waarvan de maatregel werd ingevoerd en komt neer op een publieke schandpaal. De verzoeker wijst ter ondersteuning van zijn standpunt naar het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, waarin de publicatie op een open website als overmatig wordt beschouwd, en naar het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State. A.3.1. De Vlaamse Regering merkt in eerste instantie op dat het beroep niet is gericht tegen het gehele artikel 40, 6, van het bestreden decreet, maar enkel tegen het feit dat voorzien wordt in publiciteit op een daartoe door de Regering gepubliceerde website. A.3.2. Het bestreden decreet strekt ertoe dopinggebruik in de sport op adequate wijze te bestrijden en beantwoordt daardoor aan dringende maatschappelijke noodwendigheden. De bekendmaking van de namen van de wegens dopinggebruik gestrafte sporters is daartoe absoluut noodzakelijk. Het decreet beoogt de deelname van de geschorste sportbeoefenaars aan welke sportmanifestatie of georganiseerde voorbereiding ook, onmogelijk te maken. De bekendmaking van de sancties beperken tot de professionele sportverenigingen gaat niet ver genoeg om dat legitieme doel te bereiken. De Vlaamse Regering wijst ook erop dat artikel 43 van het decreet voorziet in strafsancties ten aanzien van degenen die zich schuldig maken aan het niet naleven of doen naleven van het aan de sportbeoefenaar opgelegde verbod om voor een bepaalde termijn aan enige sportmanifestatie deel te nemen. Dit impliceert dat alle organisatoren van sportmanifestaties op de hoogte moeten zijn van de opgelegde sancties, waartoe de publicatie op een website een noodzakelijk middel is. A.3.3. Bij de afweging van de noodzakelijkheid en van de proportionaliteit van de bestreden maatregel dient te worden gewezen op de maatschappelijke nood om doping te bestrijden. Wie het publieke forum betreedt en zich daarbij op frauduleuze wijze opstelt, dient zich neer te leggen bij de consequentie dat hem op publieke wijze de toegang tot het sportforum wordt ontzegd. A.4. In het tweede middel wordt een schending aangevoerd van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. De personen die in het kader van hun sportbeoefening als gevolg van een overtreding bedoeld in artikel 30, 1, 2, 4 en 5, een disciplinaire schorsing oplopen, worden overeenkomstig artikel 40, 6, van het decreet van 27 maart 1991 vermeld op een voor het publiek toegankelijke website, terwijl de personen die als gevolg van een andere overtreding een disciplinaire schorsingsmaatregel oplopen, een dergelijke publieke vernedering niet hoeven te ondergaan. Evenmin zijn er objectieve gegevens voorhanden die de discriminatie rechtvaardigen tussen sporters geschorst voor deelname aan sportwedstrijden wegens overtreding van artikel 30, 1, 2, 4 en 5, van het bestreden decreet en sporters geschorst om andere redenen. Met het oog op het door de decreetgever beoogde doel was een beperkte publicatie, enkel toegankelijk voor de sportorganisatoren, perfect toelaatbaar geweest. In casu is de decreetgever onnodig veel verder gegaan zodat er geen evenredigheid bestaat tussen het aangewende middel en het nagestreefde doel. A.5.1. Volgens de Vlaamse Regering is de verzoeker erg vaag bij de aanduiding van de categorieën van personen die op ongelijke wijze zouden worden behandeld. Ze gaat ervan uit dat de verzoeker van oordeel is dat publiciteitsmaatregel strijdig is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, omdat niet om het even welke schorsingsmaatregel ten aanzien van sporters op de bedoelde website wordt vermeld. A.5.2. De publicatie van sancties op de in de bestreden bepaling bedoelde website slaat op alle schorsingen die een weerslag hebben op enige sportmanifestatie of georganiseerde voorbereiding.
4 4 De sportbeoefenaar die om redenen die niet vermeld zijn onder artikel 30 van het bestreden decreet een schorsing oploopt, valt niet onder de publiciteitsplicht. Daartoe bestaat ook geen noodzaak aangezien de finaliteit van de publiciteit ook geen bestraffing is. Er valt dan ook niet in te zien waarom het gelijkheidsbeginsel zou zijn geschonden. - B - B.1. De verzoeker vordert de vernietiging van artikel 40, 6, tweede lid, van het decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, ingevoegd door artikel 31 van het decreet van 19 maart 2004 tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, dat luidt : «De disciplinaire schorsingen van meerderjarige sportbeoefenaars worden voor de duur van de schorsing bekendgemaakt op de hiertoe door de regering gepubliceerde website en via de officieel door de sportfederaties opgerichte communicatiekanalen. Deze bekendmaking omvat naam, voornaam en geboortedatum van de sportbeoefenaar, begin en einde van de schorsingsperiode en de sportdiscipline waarin de overtreding werd vastgesteld.» B.2.1. Het eerste middel is afgeleid uit de schending van artikel 22 van de Grondwet, dat bepaalt : «Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald. De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen de bescherming van dat recht.» B.2.2. Bij de ontwikkeling van het middel voert de verzoeker aan dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer eveneens wordt beschermd door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 17 van het Internationaal Verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten. Op grond van artikel 1, 1, 2, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, gewijzigd bij de bijzondere wet van 9 maart 2003, is het Hof bevoegd om in het kader van een beroep tot vernietiging wetgevende normen te toetsen aan de artikelen van titel II «De Belgen en hun rechten» en aan de artikelen 170, 172 en 191 van de Grondwet.
5 5 B.2.3. Wanneer evenwel een verdragsbepaling die België bindt, een draagwijdte heeft die analoog is aan die van een of meer van de voormelde grondwetsbepalingen, vormen de waarborgen vervat in die verdragsbepaling een onlosmakelijk geheel met de waarborgen die in de betrokken grondwetsbepalingen zijn opgenomen. De schending van een grondrecht houdt overigens ipso facto een schending in van het gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel. B.2.4. Daaruit volgt dat, wanneer een schending wordt aangevoerd van een bepaling van titel II of van de artikelen 170, 172 of 191 van de Grondwet, het Hof bij zijn onderzoek rekening houdt met internationaalrechtelijke bepalingen die analoge rechten of vrijheden waarborgen. Uit de parlementaire voorbereiding van artikel 22 van de Grondwet blijkt bovendien dat de Grondwetgever «een zo groot mogelijke concordantie [heeft willen nastreven] met artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), teneinde betwistingen over de inhoud van dit Grondwetsartikel respectievelijk artikel 8 EVRM te vermijden [ ]» (Parl. St., Kamer, , nr. 997/5, p. 2). B.3.1. Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bepaalt : «1. Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé leven, zijn gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling. 2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan met betrekking tot de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving nodig is in het belang van s lands veiligheid, de openbare veiligheid, of het economisch welzijn van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.» B.3.2. Artikel 17 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten bepaalt : «1. Niemand mag worden onderworpen aan willekeurige of onwettige inmenging in zijn privé-leven, zijn gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling, noch aan onwettige aantasting van zijn eer en goede naam.
6 6 2. Een ieder heeft recht op bescherming door de wet tegen zodanige inmenging of aantasting.» B.4.1. Volgens de bestreden bepaling worden disciplinaire schorsingen van meerderjarige sportbeoefenaars voor de duur van de schorsing bekendgemaakt op de hiertoe door de Vlaamse Regering gepubliceerde website en via de officieel door de sportfederaties opgerichte communicatiekanalen. Die bekendmaking omvat naam, voornaam en geboortedatum van de sportbeoefenaar, begin en einde van de schorsingsperiode en de sportdiscipline waarin de overtreding werd vastgesteld. Hoewel de verzoeker de vernietiging vordert van het gehele artikel 40, 6, tweede lid, van het bestreden decreet, blijkt uit de uiteenzetting van het middel dat zijn bezwaar niet gericht is tegen de bekendmaking van de schorsing via de door de sportfederaties opgerichte communicatiekanalen, maar enkel tegen de publicatie op de door de Regering gepubliceerde website. Het Hof beperkt derhalve zijn onderzoek tot dat onderdeel van de bestreden bepaling. B.4.2. Uit de voorbereiding van het decreet blijkt dat het de uitdrukkelijke bedoeling is van de decreetgever om de bekendmaking te doen op een open en dus voor eenieder toegankelijke website, wat in de praktijk ook het geval blijkt te zijn (Parl. St., Vlaams Parlement, , nr , p. 19). Ter verantwoording van die keuze stelt de decreetgever : «De algemene publicatie van de mogelijke disciplinaire schorsingen op een open website werd behouden ook al vond de Commissie dit overmatig en dit gelet op het feit dat bij bevraging van de sportfederaties gebleken is dat deze berichtgeving via website hoog scoort en de sportverenigingen toelaat het mogelijk uitgesproken verbod van toepassing in alle sportdisciplines efficiënt en snel te doen naleven rekening houdende met het organisatieniveau van sportverenigingen in federaties en bonden.» (ibid., p. 19) B.5.1. De bekendmaking van persoonsgegevens op een dergelijke algemene wijze houdt een inmenging in van het recht op eerbiediging van het privé-leven zoals gewaarborgd bij artikel 22 van de Grondwet en bij de voormelde verdragsbepalingen. Opdat een dergelijke inmenging toelaatbaar is, is vereist dat ze noodzakelijk is om een bepaald wettig doel te bereiken, hetgeen onder meer inhoudt dat een redelijk verband van evenredigheid moet bestaan tussen de gevolgen van de maatregel voor de betrokken persoon en de belangen van de gemeenschap.
7 7 B.5.2. Bovendien dient de decreetgever rekening te houden met artikel 22, eerste lid, van de Grondwet, volgens hetwelk enkel de federale wetgever kan bepalen in welke gevallen en onder welke voorwaarden het recht op eerbiediging van het privé-leven en het gezinsleven kan worden beperkt. Weliswaar doet de omstandigheid dat een inmenging in het privé-leven het gevolg is van de regeling van een welbepaalde aan de decreetgever toegewezen aangelegenheid geen afbreuk aan diens bevoegdheid, maar de decreetgever is gehouden door de algemene federale regelgeving die als minimumregeling geldt in welke aangelegenheid ook. In zoverre de bestreden bepaling de publicatie beoogt van persoonsgegevens, impliceert dit dat de decreetgever gehouden is door de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. B.6.1. Een beperkte vorm van elektronische publicatie ten behoeve van de toezichthoudende ambtenaren en de verantwoordelijken van de sportverenigingen kan noodzakelijk worden geacht om de effectieve naleving van de aan sportbeoefenaars opgelegde sancties te verzekeren en dient een wettig doel. De door het decreet voorgeschreven verspreiding van persoonsgegevens op een niet-beveiligde en dus voor eenieder toegankelijke website gaat evenwel verder dan die doelstelling vereist. Een dergelijke publicatie heeft niet enkel tot gevolg dat eenieder van die gegevens kennis kan nemen, ook al strekt dit hem tot geen enkel nut, maar ze maakt het ook mogelijk dat de bekendgemaakte gegevens voor andere doeleinden worden gebruikt en verder worden verwerkt, waardoor zij ook nog verspreid kunnen worden nadat de sancties zijn afgelopen en de publicatie van de bedoelde website is verdwenen. B.6.2. Doordat, enerzijds, blijkt dat de bestreden publicatie niet noodzakelijk is om de door de decreetgever nagestreefde wettige doelstelling te bereiken, vermits die doelstelling ook op een voor de betrokkenen minder nadelige wijze kan worden gerealiseerd en, anderzijds, de gevolgen van de maatregel onevenredig zijn met die doelstelling, is de bestreden bepaling strijdig met artikel 22 van de Grondwet en met de verdragsbepalingen die een analoge draagwijdte hebben.
8 8 B.6.3. Nu het eerste middel gegrond is, dient het Hof het tweede middel niet te onderzoeken, vermits het niet kan leiden tot een ruimere vernietiging.
9 9 Om die redenen, het Hof vernietigt in artikel 40, 6, tweede lid, van het Vlaamse decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening de woorden «op de hiertoe door de regering gepubliceerde website en». Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 19 januari De griffier, De voorzitter, P.-Y. Dutilleux A. Arts
Rolnummer Arrest nr. 162/2004 van 20 oktober 2004 A R R E S T
Rolnummer 3072 Arrest nr. 162/2004 van 20 oktober 2004 A R R E S T In zake : de vordering tot schorsing van artikel 40, 6, tweede lid, van het Vlaamse decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde
Rolnummer 3739. Arrest nr. 79/2006 van 17 mei 2006 A R R E S T
Rolnummer 3739 Arrest nr. 79/2006 van 17 mei 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 413bis tot 413octies van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij
Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T
Rolnummer 4045 Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 468, 3, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 21
Rolnummer 5794. Arrest nr. 50/2014 van 20 maart 2014 A R R E S T
Rolnummer 5794 Arrest nr. 50/2014 van 20 maart 2014 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 11 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 28 juni 2013 houdende diverse bepalingen
Rolnummer 4418. Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T
Rolnummer 4418 Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 301, 2, tweede en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 7 van
A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 145, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Gent.
Rolnummer 2499 Arrest nr. 20/2003 van 30 januari 2003 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 145, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Gent.
Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T
Rolnummer 5678 Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 418, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Cassatie.
Rolnummer 3412. Arrest nr. 157/2005 van 20 oktober 2005 A R R E S T
Rolnummer 3412 Arrest nr. 157/2005 van 20 oktober 2005 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 3, 12, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 7 mei 2004 houdende eisen en handhavingsmaatregelen
A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 135, 3, van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Gent.
Rolnummer 1924 Arrest nr. 81/2001 van 13 juni 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 135, 3, van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Gent. Het
Rolnummer 2338. Arrest nr. 8/2003 van 22 januari 2003 A R R E S T
Rolnummer 2338 Arrest nr. 8/2003 van 22 januari 2003 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 18 mei 2001 tot wijziging van het decreet van 30 maart
Rolnummer 2847. Arrest nr. 57/2004 van 24 maart 2004 A R R E S T
Rolnummer 2847 Arrest nr. 57/2004 van 24 maart 2004 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 394 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vóór de wijziging ervan bij de
A R R E S T. samengesteld uit voorzitter M. Melchior en de rechters-verslaggevers J.-P. Moerman en E. De Groot, bijgestaan door de griffier L.
Rolnummer 2235 Arrest nr. 158/2001 van 11 december 2001 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 41 van de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende overdracht van diverse bevoegdheden
Rolnummer 4151. Arrest nr. 80/2007 van 16 mei 2007 A R R E S T
Rolnummer 4151 Arrest nr. 80/2007 van 16 mei 2007 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut
Rolnummers 4343 en 4344. Arrest nr. 45/2008 van 4 maart 2008 A R R E S T
Rolnummers 4343 en 4344 Arrest nr. 45/2008 van 4 maart 2008 A R R E S T In zake : de beroepen tot vernietiging van artikel 15, 1, b), 3, van de wet van 11 april 2003 houdende nieuwe maatregelen ten gunste
Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T
Rolnummer 3630 Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 320, 4, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te
Rolnummer 4255. Arrest nr. 9/2008 van 17 januari 2008 A R R E S T
Rolnummer 4255 Arrest nr. 9/2008 van 17 januari 2008 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 82 van de faillissementswet van 8 augustus 1997, zoals vervangen bij artikel 29 van de wet
A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen.
Rolnummer 2268 Arrest nr. 29/2002 van 30 januari 2002 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen. Het Arbitragehof,
A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie.
Rolnummer 2287 Arrest nr. 163/2001 van 19 december 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Het Arbitragehof,
Rolnummer 786. Arrest nr. 14/95 van 7 februari 1995 A R R E S T
Rolnummer 786 Arrest nr. 14/95 van 7 februari 1995 A R R E S T In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 10 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 5 september 1994 tot regeling
Rolnummer 2485. Arrest nr. 84/2003 van 11 juni 2003 A R R E S T
Rolnummer 2485 Arrest nr. 84/2003 van 11 juni 2003 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de wet van 4 juli 2001 tot wijziging van artikel 633 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door
Rolnummer 4024. Arrest nr. 42/2007 van 15 maart 2007 A R R E S T
Rolnummer 4024 Arrest nr. 42/2007 van 15 maart 2007 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 102 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, ingesteld door Réginald
Rolnummer Arrest nr. 123/2009 van 16 juli 2009 A R R E S T
Rolnummer 4667 Arrest nr. 123/2009 van 16 juli 2009 A R R E S T In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van het Vlaamse decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen-
A R R E S T. samengesteld uit voorzitter F. Debaedts en de rechters-verslaggevers L.P. Suetens en P. Martens, bijgestaan door de griffier L.
Rolnummer 520 Arrest nr. 31/93 van 1 april 1993 A R R E S T In zake : het beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de wet van 12 juni 1992 tot bekrachtiging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
Rolnummer 5606. Arrest nr. 43/2014 van 13 maart 2014 A R R E S T
Rolnummer 5606 Arrest nr. 43/2014 van 13 maart 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1022, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek (vóór de wijziging ervan bij de wet van
Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T
Rolnummer 4560 Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten
A R R E S T. samengesteld uit voorzitter R. Henneuse en de rechters-verslaggevers F. Daoût en A. Alen, bijgestaan door de griffier F.
Rolnummer 5489 Arrest nr. 155/2012 van 20 december 2012 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 15 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement
Rolnummer 5633. Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T
Rolnummer 5633 Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 4 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 «houdende invoering van een sociale
Rolnummer Arrest nr. 84/2007 van 7 juni 2007 A R R E S T
Rolnummer 4100 Arrest nr. 84/2007 van 7 juni 2007 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 12, 1, en 253 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door het Hof
Rolnummer Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T
Rolnummer 5847 Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 347-2 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Luik. Het
Rolnummer 2960. Arrest nr. 84/2005 van 4 mei 2005 A R R E S T
Rolnummer 2960 Arrest nr. 84/2005 van 4 mei 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over artikel 24, 2, van het Algemeen Verdrag betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België
Rolnummer 4499. Arrest nr. 106/2009 van 9 juli 2009 A R R E S T
Rolnummer 4499 Arrest nr. 106/2009 van 9 juli 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 14, 1, eerste lid, 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals dat artikel
Rolnummer 4533. Arrest nr. 110/2009 van 9 juli 2009 A R R E S T
Rolnummer 4533 Arrest nr. 110/2009 van 9 juli 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de wet van 21 april
A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 203 van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Luik.
Rolnummer 2151 Arrest nr. 119/2002 van 3 juli 2002 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 203 van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Luik. Het Arbitragehof,
Rolnummer 3958. Arrest nr. 13/2007 van 17 januari 2007 A R R E S T
Rolnummer 3958 Arrest nr. 13/2007 van 17 januari 2007 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2277 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Aarlen.
Rolnummers 4293, 4294, 4295 en 4296. Arrest nr. 138/2008 van 22 oktober 2008 A R R E S T
Rolnummers 4293, 4294, 4295 en 4296 Arrest nr. 138/2008 van 22 oktober 2008 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 3, 1, b), en 9, 1, van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke
Rolnummer 4967. Arrest nr. 68/2011 van 5 mei 2011 A R R E S T
Rolnummer 4967 Arrest nr. 68/2011 van 5 mei 2011 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 3, eerste lid, 3, van het decreet van het Waalse Gewest van 27 mei 2004 tot invoering van
Rolnummer 4792. Arrest nr. 65/2010 van 27 mei 2010 A R R E S T
Rolnummer 4792 Arrest nr. 65/2010 van 27 mei 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 4, 2, en 6, 2, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,
Rolnummer 3134. Arrest nr. 41/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T
Rolnummer 3134 Arrest nr. 41/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 3, 2, van de wet van 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst, vóór de opheffing
Rolnummer Arrest nr. 172/2009 van 29 oktober 2009 A R R E S T
Rolnummer 4725 Arrest nr. 172/2009 van 29 oktober 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 323 van het Burgerlijk Wetboek, zoals van kracht vóór de opheffing ervan bij artikel
Rolnummer 5726. Arrest nr. 135/2014 van 25 september 2014 A R R E S T
Rolnummer 5726 Arrest nr. 135/2014 van 25 september 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd
Rolnummer 1041. Arrest nr. 67/97 van 6 november 1997 A R R E S T
Rolnummer 1041 Arrest nr. 67/97 van 6 november 1997 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 370, 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Jeugdrechtbank te Luik.
Rolnummer 618. Arrest nr. 65/94 van 14 juli 1994 A R R E S T
Rolnummer 618 Arrest nr. 65/94 van 14 juli 1994 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 335, 3, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de rechtbank van eerste aanleg
A R R E S T. In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 1056, 2, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Brussel.
Rolnummer 2029 Arrest nr. 136/2001 van 30 oktober 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 1056, 2, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Brussel. Het
Rolnummer 2005. Arrest nr. 121/2001 van 10 oktober 2001 A R R E S T
Rolnummer 2005 Arrest nr. 121/2001 van 10 oktober 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep
Rolnummer 1602. Arrest nr. 6/2000 van 19 januari 2000 A R R E S T
Rolnummer 1602 Arrest nr. 6/2000 van 19 januari 2000 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 38 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gesteld door de Arbeidsrechtbank te
Rolnummer 4790. Arrest nr. 10/2010 van 4 februari 2010 A R R E S T
Rolnummer 4790 Arrest nr. 10/2010 van 4 februari 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 73 van de programmawet (I) van 27 december 2006, gesteld door de Vrederechter van het
Rolnummer 4834. Arrest nr. 78/2010 van 23 juni 2010 A R R E S T
Rolnummer 4834 Arrest nr. 78/2010 van 23 juni 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de wet van 21 april
A R R E S T. samengesteld uit voorzitter G. De Baets en de rechters-verslaggevers H. Coremans en E. Cerexhe, bijgestaan door de griffier L.
Rolnummer 1815 Arrest nr. 9/2000 van 19 januari 2000 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing van artikel 14 van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 30 maart
Rolnummer 2248. Arrest nr. 18/2002 van 17 januari 2002 A R R E S T
Rolnummer 2248 Arrest nr. 18/2002 van 17 januari 2002 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 24 en 25 van het koninklijk besluit van 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/4.8.14/2014/0038 van 24 juni 2014 in de zaak 1314/0216/A/4/0183 In zake: de heer Daniël VANDERVELPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Geert DEMIN
Rolnummer 5059. Arrest nr. 121/2011 van 30 juni 2011 A R R E S T
Rolnummer 5059 Arrest nr. 121/2011 van 30 juni 2011 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 46bis, derde lid, 1, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten,
Rolnummer : 26 Arrest nr. 20 van 25 juni 1986
Rolnummer : 26 Arrest nr. 20 van 25 juni 1986 In zake : de prejudiciële vraag gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen bij arrest van 26 september 1985 in de zaak van de N.V. TRENAL tegen DE BUSSCHERE
J.-P. Snappe, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en R. Leysen
Grondwettelijk Hof 15 oktober 2015 Voorzitters: Rechters: Advocaten: A. Alen en J. Spreutels J.-P. Snappe, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en R. Leysen N. Maes Grondwet gelijkheid en niet-discriminatie
Van deze beschikking werd aan de partijen kennis gegeven.
Rolnummer : 18 Arrest nr. 25 van 26 juni 1986 In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 20 maart 1984 houdende het statuut van de logiesverstrekkende
Rolnummer 4717. Arrest nr. 15/2010 van 18 februari 2010 A R R E S T
Rolnummer 4717 Arrest nr. 15/2010 van 18 februari 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 50 van het Wetboek der successierechten, gesteld door het Hof van Beroep te Antwerpen.
A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gesteld door het Arbeidshof te Gent.
Rolnummer 2926 Arrest nr. 186/2004 van 16 november 2004 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gesteld door het Arbeidshof te Gent. Het Arbitragehof,
Rolnummers 4767 en 4788. Arrest nr. 53/2010 van 6 mei 2010 A R R E S T
Rolnummers 4767 en 4788 Arrest nr. 53/2010 van 6 mei 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de wet van
