INDEX JB 14/07/2004 2/75
|
|
|
- Jurgen Verhoeven
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 BRANDINSPECTIE 28 MEI 2004
2 INDE 1. INLEIDEND ALGEMEEN OMTRENT DEZE HANDLEIDING DOELSTELLING VOORWERP VAN DE INSPECTIE WERKWIJZE BESCHRIJVING AANDACHTSPUNTEN BRANDINSPECTIE OPDRACHTEN GEBOUWEN MET MEERDERE BESTEMMINGEN DEONTOLOGIE VAN DE EPERT TER PLAATSE INHOUD VAN HET VERSLAG TE ONDERZOEKEN ELEMENTEN De aard van de activiteit van het bedrijf De aanwezigheid in het risico De constructiewijze van het gebouw Brandvoorkoming en -blusmiddelen Compartimentering der risicovolle lokalen Uitrusting en onderhoud van risicovolle lokalen Aanwezigheid van ontvlambare producten Elektrische installatie De staat van de technieken en leidingen Activiteit en staat van de naburige panden APPRECIATIE VAN HET RISICO BASISREGELS BASIS VAN DE BRANDINSPECTIE = NORMEN COMPARTIMENTERING & BRANDOVERSLAG NAAR VERDIEPINGEN EN AANPALENDEN REGLEMENTERINGEN VANUIT DE VERZEKERINGSSECTOR niet autmatische blustoestellen (losse apparaten, brandhaspels, hydranten, ) Indeling van ONDERNEMINGEN in klassen naargelang het brandrisico APPLICATIE SCHERMENFLOW Opladen gegevens plaatsbezoek Verwerking dossier TERMINOLOGIE ALGEMEEN BEGRIPSBEPALINGEN Niveau goed Niet goedgebonden gegevens Omgevingsfactoren Brand Niveau entiteit Gemene trappen en gangen Compartimentering Niveau bestemming Activiteit & Detailactiviteit Exploitant Exploitatie Bewaking buiten exploitatie Bewoning privé-gedeelte Compartimentering Brand- & gasdetectie Brandbestrijding Interventie door brandweer Evacuatiemogelijkheden Antecedenten Verwarming Brand Elektrische installatie Brand...17 JB 14/07/2004 2/75
3 Lichtreclames Roken en vuilbakken Vast machinepark houtbewerking Metaalbewerking Afval opzuigsysteem Verfwerken en droogprocédés Bakprocédés Landbouw en veeteelt Buitenopslag brandbare producten Niveau verdieping Compartimentering Niveau lokaal Aanwezigheid en inrichting Brandmelding en blusmiddelen Opslag brandbare producten Keukeninspectie Keukentoestellen Opslag brandbare producten OVERZICHT MODULES, HOOFDSTUKKEN, RUBRIEKEN BIJLAGE 1 : LAGE, MIDDELHOGE EN HOGE GEBOUWEN DEFINITIES : LAGE GEBOUWEN : Toegangswegen Compartimentering en evacuatie Voorschriften voor sommige bouwelementen Constructievoorschriften voor sommige lokalen en technische ruimten Parkeergebouwen Zalen Winkel- en handelscomplex Collectieve keukens Liften en goederenliften Paternosterlift, containertransport en goederenlift met laad- en losautomatisme Roltrappen Hydraulische liften Elektrische laagspanningsinstallatie voor drijfkracht, verlichting en signalisatie Aëraulische installaties Melding, waarschuwing, alarm en brandbestrijdingsmiddelen MIDDELHOGE GEBOUWEN : Inplanting en toegangswegen Compartimentering en evacuatie Voorschriften voor sommige bouwelementen Voorschriften inzake constructie van compartimenten en evacuatieruimten Constructievoorschriften voor sommige lokalen en technische ruimten Parkeergebouwen Zalen Winkel- en handelscomplex Collectieve keukens Liften en goederenliften Paternosterlift, containertransport en goederenlift met laad- en losautomatisme Roltrappen Hydraulische liften Elektrische laagspanningsinstallatie voor drijfkracht, verlichting en signalisatie Aëraulische installaties Melding, waarschuwing, alarm en brandbestrijdingsmiddelen HOGE GEBOUWEN : Inplanting en toegangswegen Compartimentering en evacuatie Voorschriften voor sommige bouwelementen Voorschriften inzake constructie van compartimenten en evacuatieruimten Constructievoorschriften voor sommige lokalen en technische ruimten Parkeergebouwen Zalen Winkel- en handelscomplex Collectieve keukens Liften en goederenliften...49 JB 14/07/2004 3/75
4 Paternosterlift, containertransport en goederenlift met laad- en losautomatisme Roltrappen Hydraulische liften Elektrische laagspanningsinstallatie voor drijfkracht, verlichting en signalisatie Aëraulische installaties Aëraulische installaties voor rookafvoer Melding, waarschuwing, alarm en brandbestrijdingsmiddelen BIJLAGE 2 : BASISNORMEN VOOR DIVERSE TYPE UITBATINGEN BASISNORMEN: INDUSTRIËLE GEBOUWEN Definitie : beperking van brand- en rookverspreiding : Compartimentering en ontroking : Inplanting en evacuatie van het gebouw : Toegangswegen Brandbestrijding BASISNORMEN: LOGIESVERSTREKKENDE BEDRIJVEN Algemeen Inplanting en toegangswegen Compartimentering en evacuatie Voorschriften voor sommige bouwelementen Voorschriften inzake constructie van compartimenten en evacuatieruimten Bekleding en wandversieringen Verwarming van lokalen en gastoevoerleidingen keuken en restaurants Uitrusting van gebouwen Elektrische installatie voor drijfkracht, verlichting en signalisatie Melding, waarschuwing, alarm en brandbestrijdingsmiddelen Onderhoud en controle Uitbatingsvoorschriften BASISNORMEN: KINDERDAGVERBLIJVEN Inplanting en toegangswegen Compartimentering en evacuatie Voorschriften voor sommige bouwelementen Voorschriften inzake constructie van compartimenten en evacuatieruimten Constructievoorschriften voor sommige lokalen en technische ruimten Uitrusting van gebouwen Elektrische installatie voor drijfkracht, verlichting en signalisatie Aëraulische installaties Melding, waarschuwing, alarm en brandbestrijdingsmiddelen Onderhoud en controle Uitbatingsvoorschriften BASISNORMEN: STUDENTENKOTEN BASISNORMEN: SCHOLEN...64 BIJLAGE 3: ARAB ART CLASSIFICATIE LOKALEN MET OPSLAG Groep Groep Groep BOUWCONSTRUCTIE VAN DIE LOKALEN IFV DE VERSCHILLENDE GROEPEN / GEBOUWEN Groep Groep BOUWCONSTRUCTIE VAN DIE LOKALEN IFV DE VERSCHILLENDE GROEPEN / GEBOUWEN VAN NA Groep Groep TOEGANGEN UITGANGSWEGEN EN ONTRUIMING GASINSTALLATIES VERWARMING VAN LOKALEN VAN VLOEIBARE OF GASVORMIGE BRANDSTOFFEN VOORKOMING VAN BRAND BRANDBESTRIJDINGSMIDDELEN WAARSCHUWING EN ALARM BIJLAGE 4: BIJZONDERE NORMERINGEN VOOR BLUSTOESTELLEN NORMEN VOOR BRANDBLUSAPPARATEN Branddeken Handsnelblussers en niet-draagbare mobiele brandblustoestellen...70 JB 14/07/2004 4/75
5 Muurhaspels met axciale voeding Brandhaspels met vormvaste slang Gewapende binnenhydranten Brandkranen Bovengrondse hydranten Sprinklerinstallatie NORMEN VOOR DETECTIESYSTEMEN Lijndetectie Geïdentificeerde detectiepunten Aantal detectoren BIJLAGE 5: REACTIE VAN MATERIALEN BIJ BRAND PRINCIPE BIJLAGE 6: MACHINEPARK HOUTBEWERKING...75 JB 14/07/2004 5/75
6 1. INLEIDEND 1.1. Algemeen * Dit document licht de procedures en handelingen toe voor het opmaken van brandinspecties via het codebestand. * Het doel van een brandinspectie is om een beeld van het risico weer te geven, zowel bouwtechnisch als qua brandbeveiliging omtrent deze handleiding * Deze handleiding is een aanvulling op de handleiding Nieuwbouwwaarde en bespreekt uitsluitend de specifieke hoofdstukken Brand die niet voorkomen in de Nieuwbouwwaarde-applicatie. JB 14/07/2004 6/75
7 2. DOELSTELLING 2.1. Voorwerp van de inspectie Bij een brandinspectie wordt het risico onderzocht op potentiële risico s waar het goed/eigendom aan blootgesteld is. Deze risico s ( schadeoorzaak) beperken zich niet tot brand, maar ook alle andere mogelijke dekkingen die in een brandpolis voorkomen zoals storm, hagel, water, glasbreuk, 2.2. Werkwijze * Door middel van plaatsbezoeken aan huis tracht de expert de reële situatie in een verslag weer te geven. * Als registratiemiddel gebruiken we de Casio met een programma op basis van een codebestand.(vaste terminologie) Enkel deze vaste terminologie is voor digitale interpretatie vatbaar (vrije tekst = dode tekst) * De expert moet, op basis van zijn kennis, zoveel mogelijk conclusies formuleren i.p.v. de details, doch het detail en niet gebouwgebonden factoren kunnen eveneens van doorslaggevend belang zijn. * Het verslag geeft de toestand weer op het ogenblik van plaatsbezoek. De toekomstige wijzigingen die de verzekerde zal aanbrengen worden niet geregistreerd Beschrijving Voorheen maakte een plan een onlosmakelijk deel uit van de expertise, opgemaakt met de vermelding van heel wat informatie, zoals aanduiding van de risicovolle zones, brandbeveiligingssystemen, belending,. Vanaf heden (Gudrunpert-applicatie in de GDP3000-omgeving) wordt geen plan meer opgemaakt (tenzij er meer dan 2 gebouwen zijn : zie verder) en dient bijgevolg alle info beschreven te worden. De kwaliteit van de beschrijving is bepalend voor deze van het totale verslag. JB 14/07/2004 7/75
8 3. AANDACHTSPUNTEN BRANDINSPECTIE 3.1. Opdrachten Een brandinspectie kan alleen of in combinatie met een ander product (Nieuwbouwwaardeschatting, diefstalinspectie, venale schatting, ) voorkomen. De meeste expertises worden uitgevoerd op gebouwen met risicovolle opslag en productie (vb. schrijnwerkerijen) en risicovolle activiteiten (vb. Café, restaurant, ) Uitgeloten expertises: de groot-industriële activiteiten worden verzekerd door middel van een unieke (op maat gemaakte) verzekeringspolis waarin de specifieke activiteiten, risico s, voorwaarden, worden beschreven. Dit vergt een diepgaande kennis van de materie waarover Gudrunpert zich alsnog niet wenst in te laten Gebouwen met meerdere bestemmingen In gebouwen met meerdere bestemmingen maken we enkel een brandinspectie voor deze bestemmingen welke een risico vormen. De niet risicovolle bestemming wordt NIET geëxpertiseerd) Deze risico s kunnen van verschillende aard zijn: opslag van brandbare producten (vb. hout, solventen, ) uitoefening van een risicovolle activiteit (vb. schrijnwerkerij, café, ) risicovol door zijn aard (vb. stookplaats van CV-ketel, vides, ) Bij combinatie beroeps- en privé-gedeelte, waarbij het beroepsgedeelte niet gecompartimenteerd is van het privé-gedeelte (bvb. één herenhuis) wordt zowel het beroeps- als het privé-gedeelte geïnspecteerd. In het privé-gedeelte wordt keuken en de privatieve installaties beschreven. Opgelet : Op al deze bepalingen kan, op vraag van de maatschappijen, een afwijking gevraagd worden Deontologie van de expert ter plaatse Bij het bezoek ter plaatse suggereren we geen preventiemaatregelen en de evaluatie van het risico. De maatschappij zal zelf zijn klant, in functie van onze beschrijving de te nemen maatregelen voorstellen (in functie van acceptatie en/of premievermindering). JB 14/07/2004 8/75
9 4. INHOUD VAN HET VERSLAG 4.1. Te onderzoeken elementen De aard van de activiteit van het bedrijf => bij productie of fabricatie: WAT wordt er gefabriceerd? => bij verkoop: WAT wordt er verkocht? => bij opslag: WAT houdt de stock in? De aanwezigheid in het risico => Wanneer heeft de risicovolle activiteit plaats? => Wie kan wanneer brandalarm geven? De constructiewijze van het gebouw => materiaalgebruik in functie van brandbestendigheid Brandvoorkoming en -blusmiddelen => welke, waar en in welke staat Compartimentering der risicovolle lokalen (plafond, vloer ==> in hout of beton // deur tussen keuken en... ==> branddeur?) => beperking van de omvang van de schade bij brand Uitrusting en onderhoud van risicovolle lokalen => de genomen voorzorgsmaatregelen onderzoeken * omschrijving van de spuitcabine * opsomming machinerie in schrijnwerkerijen * industriële keuken: onderhoud dampkap, reiniging frietvet, Aanwezigheid van ontvlambare producten => welke, waar, hoeveel en stapelhoogte Elektrische installatie => conformiteit De staat van de technieken en leidingen => schadedekking (waterschade,...) => brandgevaar (oude ketel in slechte staat) Activiteit en staat van de naburige panden => risico naast een munitie-opslagplaats gelegen is het vermelden waard! 4.2. Appreciatie van het risico De besluitvorming in het verslag opgenomen beperkt zich ertoe: a- een idee te geven over de algemene staat van het gebouw JB 14/07/2004 9/75
10 b- een overzicht te geven van de rubrieken welke aanvaardbaar zijn en/of welke lichte of zware gebreken vertonen c- een % voor te stellen van graad van brandbeveiliging over het globale risico volgens volgende geijkte terminologie: "Maximum Possible Loss" "TOTALE MOGELIJKE SCHADE" M.P.L. = de schaderaming na brand en/of explosie bij de meest ongunstige omstandigheden die in mindere of meerdere mate samenvallen met als gevolg dat de brand niet of onvoldoende kan worden bedwongen en enkel ophoudt aan onoverkomelijke hindernissen of bij gebrek aan materiaal. Een genormaliseerde brandmuur zal enkel weerhouden worden als onoverkomelijke hindernis, voor zover er geen branddeuren of kabeldoorvoeringen of andere al dan niet beschermde openingen aanwezig zijn. Een brandmuur zelfs 1 meter door het dak heen, gecombineerd met een brandbaar dak, zal niet als een onoverkomelijke hindernis beschouwd worden. Gebouwen op meer dan 10 m afstand kunnen als onoverkomelijke hindernis beschouwd worden in zover er geen vensters, poorten of brandbare muren of daken uitgeven op het aanpalende gebouw. Sprinklers worden evenmin weerhouden als onoverkomelijke hindernis. Belangrijke nota : definitie onoverkomelijke hindernis a) genormaliseerde brandmuur ZONDER - al dan niet beschermde - openingen b) een brandmuur meer dan 1 meter door het ONBRANDBAAR dak c) afstand tussen verschillende gebouwen groter dan 10 meter op voorwaarde er geen ramen of deuren (openingen) in aanwezig zijn Enkele voorbeelden: 1) Risico omvat slechts 1 gebouw ( = a) en b) = onoverkomelijke hindernis ) MPL = 50 % MPL = 75 % RF 60 MPL = 100 %!!!!!!! JB 14/07/ /75
11 2) Risico omvat verscheidene gebouwen MPL 100 % d MPL 100 % d < 10 m ==> MPL = 50 % d > 10 m ==> MPL = 50 % MPL 100 % d MPL 100 % d < 10 m ==> MPL = 100 % d > 10 m ==> MPL = 50 % MPL 100 % d MPL 100 % d < 10 m ==> MPL = 100 % d > 10 m ==> MPL = 100 % MPL 66 % d MPL 100 % d < 10 m ==> MPL = 75 % d > 10 m ==> MPL = 50 % JB 14/07/ /75
12 5. BASISREGELS Deze regels vormen, samen met een bouwkundig inzicht & gezond verstand, de basis voor de brandinspectie. De meeste codes zijn eenvoudige vraagstellingen waarop de expert op basis van oppervlakkige waarneming kan antwoorden. Echter, de hoofdzaak in het inspectierapport wordt gevormd door beredeneerde conclusies welke de expert moet opmaken. Deze vergen steeds de nodige kennis van de expert omtrent de geldende reglementering en noodzakelijkheden inzake brandbeveiliging. De hierna volgende hoofdstukken geven een korte samenvatting van de geldende reglementeringen waarop de expert zich moet baseren. De kennis van deze normen zijn noodzakelijk als basis voor het begrijpen van het product en de correcte opmaak van een inspectieverslag. Alle aangeboden codes vinden hun oorsprong in deze normen en reglementeringen BASIS van de BRANDINSPECTIE = NORMEN 1. Nationaal (Federaal): basisnormen met gemeenschappelijke voorschriften die gelden voor alle gebouwen en alle bestemmingen. (nieuwe gebouwen, uitbreidingen en renovatie van bestaande gebouwen) KB zijn minimumvoorwaarden waaraan een gebouw moet voldoen om: ontstaan, ontwikkeling en de uitbreiding van brand te vermijden de veiligheid van personen te waarborgen de interventie van de hulpdiensten te vergemakkelijken Deze zijn opgedeeld in basisnormen voor LAGE -, MIDDELHOGE en HOGE GEBOUWEN. (zie bijlage 1) 2. Bijkomende nationale normen: voorschriften voor gebouwen bezet door arbeiders (ARAB) (zie bijlage 3) 3. Gewesten & gemeenschappen: reglementeringen omtrent specifieke aspecten van de veiligheid / KB over ziekenhuizen, sportstadions, rustoorden, hotels & campings. Verschillen van gemeenschap tot gemeenschap. 4. Gemeente : gemeentewetten en politiereglementen (& brandweer) : is niet relevant in het kader waarvoor de expertise uitgevoerd worden. 5. Belgische verzekeraars (BVVO): bijkomende regels geldend in kader van brandverzekering 6. Andere normen: kunnen door brandweer, eigenaars,.. opgelegd worden ALLE BESTAANDE NORMEN ZIJN IN HERZIENING EN ZULLEN VERVANGEN WORDEN DOOR DE (in opmaak zijnd) EUROPESE TEST EN CLASSERINGNORMEN. OP ALLE NORMEN KUNNEN AFWIJKINGEN BEKOMEN WORDEN! De toelating voor afwijking moet steeds aangetoond kunnen worden. (bij bouwvergunning) Bij uitbreidingen zijn de normen en reglementering enkel van toepassing op de nieuwe gedeelten. Bij renovatie zijn de normen en reglementering enkel van toepassing op de werkzaamheden die structurele elementen van het bestaande gebouw wijzigen. Deze basisregels werden omgezet in hanteerbare codes en situaties. De kennis van deze normen is dan ook van cruciaal belang voor de correcte toepassing van de codes en een kwalitatief rapport. JB 14/07/ /75
13 5.2. Compartimentering & brandoverslag naar verdiepingen en aanpalenden Basisregel brandoverslag: A + B + C 100cm (zie tekening) A = balkon B = borstwering C = linteel horizontale / vertikale doorsnede a. A + B + C 100cm b. A, B of C kunnen 0cm zijn Om de mogelijkheid op brandoverslag via de gevels naar de aanpalende entiteiten te bepalen moet enkel de afstand tussen de dichtste openingen in de beide eniteiten gecontroleerd worden. In bovenstaande tekening kan je de verschillende mogelijkheden zien. De basis van de brandoverslag via de gevels is de 100cm regel (zowel horizontaal als vertikaal). Indien die afstand minder is, is er GEEN compartimentering. Opgelet : dit enkel indien de verdiepingsvloeren en/of muren voldoende brandweerstand hebben. Is dit niet zo dan is er zo wie zo geen compartimentering JB 14/07/ /75
14 5.3. REGLEMENTERINGEN VANUIT DE VERZEKERINGSSECTOR niet autmatische blustoestellen (losse apparaten, brandhaspels, hydranten, ) het te beschermen oppervlak van elke risicovolle bestemming moet gedekt zijn door min. 1 bluseenheid per 150m² en min. 2 bluseenheden per constuctieniveau en dit volgens de regel: 1 bluseenheid = apparaat van 6 kg (9l) vb: restaurant van 140 m² op 1 verdieping = 2 blusapparaten van 6kg vb: restaurant van 140 m² op 1 verdieping + mezzanine = 4 blusapparaten vb: restaurant van 220 m² op 1 verdieping = 2 blusapparaten deze moeten reglementair opgesteld staan : zichtbaar, opgehangen aan de muur toestellen moeten BENOR-merk dragen en gekeurd Indeling van ONDERNEMINGEN in klassen naargelang het brandrisico L-klasse: lage, beperkte brandlast (hospitalen, kantoren, bibliotheken, ) N-klasse: industriële gebouwen waar snelle en hevige brand kan ontstaan - zwak risico - normaal risico - risicovol - speciaal risico D-klasse: industriële en commerciële gebouwen met producten van hoog calorisch vermogen S-klasse: industriële en commerciële gebouwen met producten van hoog calorisch vermogen JB 14/07/ /75
15 6. APPLICATIE 6.1. Schermenflow Opladen gegevens plaatsbezoek Zie deel nieuwbouwwaardeschattingen tem. verwerking van het plan Verwerking dossier Enkel het afsluitscherm wordt aangeboden. JB 14/07/ /75
16 7. TERMINOLOGIE 7.1. Algemeen Hetgeen je in de casio aanduidt wordt niet letterlijk overgenomen in het verslag. In bijlage vind je een overzicht van de vertaling tussen de casio en het verslag Begripsbepalingen Niveau goed Niet goedgebonden gegevens Er worden een aantal niet goed gebonden gegevens opgevraagd met als doel de contactpersoon en zijn houding ten aanzien van de expertise te kennen Omgevingsfactoren Brand Voor elk goed zal de bluswatervoorziening(en) onderzocht worden Niveau entiteit Gemene trappen en gangen Bij gebouwen met een gemene trap en/of evacuatieweg wordt deze nagezien op de conformiteit met de brandnormen Compartimentering Nagaan als het gebouw al dan niet een compartiment vormt. Hiervoor wordt de potentiële brandoverslag naar de aanwezige naburige gebouwen bekeken (zowel van de verzekeringsnemer als van derden) Niveau bestemming Activiteit & Detailactiviteit - een juiste benoeming van de exacte activiteit bekom je via het hoofdstuk activiteit waar je eerst de groep kiest en daarna doorstoot naar de effectieve activiteit. In het hoofdstuk detail activiteit vind je zowel precisering van de activiteit als de risicoverhogende factoren zoals met lassen, met verfwerken, terug Exploitant Exploitatie De specifieke beschrijving van de omstandigheden van de activiteit vind je in module Bestemming deel III Bewaking buiten exploitatie Bewoning privé-gedeelte JB 14/07/ /75
17 Compartimentering Nagaan als de bestemming gecompartimenteerd is t.o.v. de omliggende bestemmingen en/of gemene delen Brand- & gasdetectie Brandbestrijding Interventie door brandweer Evacuatiemogelijkheden Antecedenten Verwarming Brand Elektrische installatie Brand Inde rubriek wijzigingen t.o.v. attest wordt nagegaan indien de huidige uitbater wijzigingen aan de elektrische installatie uitgevoerd is zodat de info op het attest niet meer conform de huidige toestand is Lichtreclames Roken en vuilbakken Vast machinepark houtbewerking - enkel de vaste machines onderzoeken (niet de kleine draagbare machines zoals boormachine, dremel,...) - eerst de correcte groep machines kiezen en daarna de individuele machine met het aantal - vervolgens de drijfkracht, bescherming van bekabeling en elektrische motoren en verlichtingsarmaturen niet vergeten Metaalbewerking Afval opzuigsysteem Verfwerken en droogprocédés Bakprocédés Landbouw en veeteelt Buitenopslag brandbare producten Niveau verdieping Compartimentering - Nagaan als de verdieping al dan niet volledig gecompartimenteerd is t.o.v. de aanpalende verdiepingen. - Noteren welke lokalen in welk compartiment horen. JB 14/07/ /75
18 Niveau lokaal Aanwezigheid en inrichting 1. risicovol lokaal Voor elk lokaal wordt vermeld als ze risicovol is (naar activiteit en/of stockage) - Enkel de risicovolle lokalen worden verder beschreven. Wat is risicovol: alle lokalen van groepen 1 & 2 (zie hoger) - daar waar een risicovolle activiteit plaatsvindt o waar gelast wordt o waar geverfd wordt o stookplaats o keuken o verbruikerszaal - met hoge concentratie aan brandbare en/of ontvlambare producten o stockageplaatsen o citernes en silo s (ook stookolietanks, ondergrondse parkings, ) o waar veel stof aanwezig is (explosiegevaar, ) - lokalen die een vuurverspreidingseffect hebben o traphallen o liftkokers o vides 2. compartimentering Vormt het risicovol lokaal een compartiment op zich of niet. Dwz : zijn alle wanden en de toegang brandveilig zodat overslag niet mogelijk is. 3. Conforme RF-deur RF-deur, (bij brand) zelfsluitend met ATG-Benor- label geplaatst door een erkend plaatser (kader is dan ook RF en voorzien van isolatie bij de aansluiting van de wand(en)) Brandmelding en blusmiddelen De rubriek specifieke blusmiddelen moet enkel doorlopen worden indien er reeds op bestemming melding gemaakt is dat er een sprinklerinstallatie en/of brandslang(en) aanwezig is. Veiligheidsverlichting : Met veiligheidsverlichting wordt de verlichting bedoeld nodig voor de evacuatie Opslag brandbare producten De buitenopslag wordt vermeld op bestemmingsniveau; de binnenopslag op lokaalniveau Keukeninspectie Keukentoestellen Opslag brandbare producten JB 14/07/ /75
19 8. OVERZICHT MODULES, HOOFDSTUKKEN, RUBRIEKEN WAARDE STAAT SCHADE PREMIE & ACCEPT. SUPPL. RISICO ELEMENT INFO GOED NIET GOEDGEBONDEN GEGEVENS GESPREK GEVOERD MET HOUDING VERZEKERINGSNEMER GEEPERTISEERDE GOED TYPE GOED SPECIALE COMPLEEN OMGEVINGSFACTOREN (alg.) LIGGING WEG SNELWEGEN BUURT OMGEVINGSFACTOREN (BRA) BRANDWEERKAZERNE BLUSWATERVOORZIENING MPL TOTAAL MOGELIJKE SCHADE UITGESLOTEN UIT DE OPDRACHT AARD OP VERZOEK VAN REDEN ENTITEIT FYSISCHE EIGENSCHAPPEN GEBOUWEN (alg.) TYPE CONSTRUCTIE HOOFDBOUWWIJZE SUPPLEMENTAIRE BOUWWIJZE HOUTBOUWSYSTEEM BOUWJAAR GEDEELTELIJK BOUWJAAR GRONDIGE VERBOUWING BELENDING BRANDBARE GEVELBEKLEDING LICHTE GEVELBEKLEDING PLAATSBEZOEK AANTAL JB 14/07/ /75
20 BEZOEK REDEN NIET BEZOEK BESCHRIJVING NIET BEZOCHTE DELEN SITUERING REPETITIEVE ELEMENTEN SITUERING REPETITIEVE ELEMENTEN SAMENSTELLING DER DAKEN DAKVORM DRAAGSTRUCTUUR DAKBEDEKKING OPPERVLAKTE LICHTE MATERIALEN BIJKOMENDE CONSTRUCTIES GOTEN & AFVOEREN LICHTSTRAAT OPPERVLAKTE LICHTSTRAAT ALGEMENE STAAT DAKOPBOUW SAMENSTELLING DER GEVELS ALGEMENE STAAT BIJZONDERE AFWERKINGEN OPEN CONSTRUCTIES KLASSERING KLASSERING GEMENE DELEN ALGEMEEN TYPE (APPARTEMENTS)GEBOUW TOTAAL GEBOUW OMVAT EPERTISE BETREFT BELENDING APPARTEMENTSGEBOUW GEMEENSCHAPPELIJKE LIFT BOUWJAAR LIFT GEMENE TRAPPEN & GANGEN (evacuatie) BRANDBAARHEID WANDEN RF-DEUR MET TRAPPENHAL BINNENTRAP ROOKLUIK TRAPPENHAL VEILIGHEIDSVERLICHTING PICTOGRAMMEN NOODUITGANGEN DETECTIE GEMENE BUITENTRAPPEN NOODLADDER COMPARTIMENTERING MET AANPALENDE GEBOUWEN VZN MET VRIJSTAANDE GEBOUWEN VZN JB 14/07/ /75
21 MET AANPALENDE GEBOUWEN DERDEN MET VRIJSTAANDE GEBOUWEN DERDEN BESTEMMING ACTIVITEIT WOONST KANTOREN EN VRIJE BEROEPEN HORECA HANDEL INDUSTRIE LANDBOUW & VEETEELT CULTUUR, SPORT, ONDERWIJS & ONTSPANNING DETAIL ACTIVITEIT HORECA HANDEL INDUSTRIE LANDBOUW & VEETEELT CULTUUR, SPORT, ONDERWIJS & ONTSPANNING UITGESLOTEN UIT DE OPDRACHT AARD OP VERZOEK VAN REDEN TOEGANGSMOGELIJKHEDEN NORMALE TOEGANG INGEVAL VAN GEMENE DELEN EPLOITANT (brand) RELEVANTE BEROEPSERVARING OPLEIDING ifv EPLOITATIE HOUDING UITBATER MEERDERE GEBRUIKERS EPLOITATIE INGEBRUIKNAME OPRICHTER BEHEER OGENSCHIJNLIJK FUNCTIONEREN AARD CLIENTEEL (horeca) EPLOITATIEMOMENT SLUITINGSDAGEN BEWAKING BUITEN EPLOITATIE BEWAKING OVERDAG BEWAKING 'S NACHTS JB 14/07/ /75
22 BEWONING PRIVEGEDEELTE AARD GEBRUIKER GEBRUIKT HET RISICO AARD BEWONING REGELMAAT BEWONING AFWEZIGHEID 'S NACHTS COMPARTIMENTERING T.O.V. AANPALENDE BESTEMMING COMPARTIMENTERING T.O.V. GEMENE DELEN BRAND- & GASDETECTIE TYPE DETECTIE BRANDDETECTIE APPARATUUR AUTOMATISCHE GASDETECTIE AARD DER MELDING OUDERDOM INSTALLATIE ONDERHOUDSCONTRACT INSTALLATIE WERKING STAAT INSTALLATIE BRANDBESTRIJDING SPRINKLERINSTALLATIE STAAT SPRINKLERINSTALLATIE BRANDSLANG MUURHASPELS STAAT BRANDSLAG / MUURHASPEL LOSSE BRANDBLUSAPPARATEN OPSTELLING ONDERHOUDSCONTRACT INTERVENTIE DOOR BRANDWEER INSPECTIE DOOR BRANDWEER ATTEST BRANDWEER UITGEREIKT AAN MELDING OP ATTEST OPSTELLING INTERVENTIEWAGENS BEREIKBAARHEID INGANG UITBATING EVACUATIEMOGELIJKHEDEN MAIMAAL AANTAL PERSONEN IN DE UITBATING TOEGANG VOOR KLANTEN EVACUATIEMOGELIJKHEDEN EVACUATIE LEIDT NAAR DRAAIRICHTING NOODDEUREN GEBRUIK NOODUITGANGEN VEILIGHEIDSVERLICHTING PICTOGRAMMEN JB 14/07/ /75
23 ANTECEDENTEN (brand) AARD & AANTAL ANTECEDENTEN < 5jaar AARD RECENTSTE ANTECEDENT HERSTELLING SCHADE VERWARMING (algemeen) GEBRUIK INSTALLATIE AARD HOOFDVERWARMING AANWEZIGHEID HOOFDVERWARMING BRANDSTOF AARD BIJVERWARMING BRANDSTOF BIJVERWARMING ROOKAFVOERKANALEN VERWARMING (brand) PLAATS KETEL + RISICO BRANDSTOFOPSLAG PLAATS TANK STAAT TANK LUCHTTOEVOER GASINSTALLATIE DETECTIE BLUSMIDDELEN STOOKKETEL ELEKTRISCHE INSTALLATIE (algemeen) INSTALLATIE UITRUSTING ELEKTRISCHE INSTALLATIE STAAT ELEKTRISCHE INSTALLATIE ELEKTRISCHE INSTALLATIE (nbw-brand) VERLIESSTROOMSCHAKELAAR ZEKERINGEN ACCESSOIRES ELEKTRISCHE INSTALLATIE (brand) KEURINGSATTEST OP NAAM VAN ATTESTIFORMATIE PERIODIEKE CONTROLE WIJZIGINGEN T.O.V. ATTEST RISICOGEBRUIK VAN DE INSTALLATIE ONBEWAAKT ONDER STROOM PRIVATIEVE LIFT BESCHRIJVING SPECIFIEKE INRICHTINGEN BEZINESTATION & CARWASH JB 14/07/ /75
24 BAKKERIJ - SLAGERIJ HORECA HANDEL CULTUUR & SPORT KERK PARKEERGARAGE LAND- & TUINBOUW LICHTRECLAMES AANWEZIGHEID LICHTRECLAME TYPE LICHTRECLAME PLAATSING AFMETINGEN LICHTRECLAME BEVESTIGING ROKEN EN VUILBAKKEN ROOKVERBOD NALEVING ROOKVERBOD VUILBAKKEN ASBAKKEN VAST MACHINEPARK HOUTBEWERKING AANTAL VASTE MACHINES ZAAGMACHINES FREESMACHINES SCHAAFMACHINES SCHUURMACHINES BOORMACHINES DRAAIBANK FINEERMACHINES GECOMBINEERDE MACHINES PENMACHINES PERSEN SPECIALE MACHINES DRIJFKRACHT BESCHERMING BEKABELING ELEKTRISCHE MOTOREN STOFDICHTE VERLICHTINGSARMATUREN METAALBEWERKING ACTIVITEITEN LASINSTALLATIES VONKENSCHERM LASINSTALLATIES BRANDSTOFOPSLAG MATERIALEN <2m ROND ACTIVITEIT AFVALOPZUIGSYSTEEM CENTRAAL AFVALOPZUIGSYSTEEM INDIVIDUEEL AFVALOPZUIGSYSTEEM JB 14/07/ /75
25 PLAATS MOTOR + AFVALOPVANG VERFWERKEN EN DROOGPROCEDES ACTIVITEITEN VERFTYPE VERFOPSLAGCABINE VERFMENGEN TYPE SPUITINSTALLATIE ONDERHOUD SPUITINSTALLATIE STOFAFZUIGING VERFOPVANG DROOGPROCEDES BAKPROCEDES BAKPROCEDE BRANDSTOF ONDERHOUD OVEN WARMTEAFZUIGING MATERIALEN <2m ROND OVEN LANDBOUW & VEETEELT ACTIVITEITEN SOORT DIEREN MAALINSTALLATIE ONDERHOUD MAALINSTALLATIE GRAANOPSLAG VERLUCHTING GRAANOPSLAG STOFAFZUIGING GRAANOPSLAG BUITENOPSLAG BRANDBARE PRODUKTEN PRODUKTEN AARD STOCKAGE BUITEN STAPELHOOGTE INKUIPING BOVENGRONDSE CITERNES VERANDA ALGEMENE STAAT STRUCTUUR DAKBEDEKKING OPENGAANDE DAKDELEN VERWARMING BOUWJAAR ONTOEGANKELIJKE DELEN WELK DEEL REDEN NIET BEZOEK BESCHRIJVING NIET BEZOCHTE JB 14/07/ /75
26 UITGESLOTEN UIT DE OPDRACHT AARD OP VERZOEK VAN REDEN MPL TOTAAL MOGELIJKE SCHADE VERDIEPING VERDIEPING VERDIEPING TUSSENVERDIEPING COMPARTIMENTERING COMPARTIMENERING VERDIEPING COMPARTIMENTEN LOKAAL LOKAAL LOKAALBESCHRIJVING STAAT LOKAAL AANTAL IDENTIEKE LOKALEN SCHADE LOKAAL AANWEZIGHEID EN INRICHTING RISICOVOL LOKAAL LIGGING LOKAAL COMPARTIMENTERING LOKAAL EVACUATIE LOKAAL BEREIKBAARHEID BRANDWEER ROOKEVACUATIE & VERLUCHTING ORDE & NETHEID RISICOVOLLE ELEMENTEN AFSTAND TOT VERLICHTING BRANDMELDING EN BLUSMIDDELEN DETECTIE SPECIFIEKE BLUSMIDDELEN KEUKENINSPECTIE AARD KEUKEN GEBRUIK KEUKEN OUDERDOM KEUKEN BEREIDING TYPE DAMPKAP AUTOMATISCHE BLUSSING AFVOERLEIDING DAMPKAP JB 14/07/ /75
27 REINHEID DAMPKAP PERIODICITEIT FILTERREINIGING KAP-& KANAALREINIGING AFSTAND VUUR TOT BRANDBAAR MATERIAAL BRANDDEKEN KEUKENTOESTELLEN GEBRUIKT TOESTEL REINHEID TOESTEL ENERGIEBRON TOESTEL GASAFSLUITMOGELIJKHEDEN REINHEID FRITUURVET OPSLAG BRANDBARE PRODUKTEN PRODUCT AARD STOCKAGE STAPELHOOGTE INKUIPING BOVENGRONDSE CITERNES JB 14/07/ /75
28 JB 14/07/ /75
29 9. BIJLAGE 1 : LAGE, MIDDELHOGE EN HOGE GEBOUWEN 9.1. definities : Hoge gebouwen: HG : h > 25m Middelhoge gebouwen: MG : h > 10m, < 25m Lage gebouwen: LG : h < 10m JB 14/07/ /75
30 9.2. LAGE GEBOUWEN : Van toepassing voor bouwaanvragen na 31/12/97 Niet van toepassing voor: - industriegebouwen - gebouwen met max. 2 bouwlagen + tot. oppervl.< 101m2 - ééngezinswoningen Toegangswegen 1 bouwlaag: de voertuigen van de brandweer moeten tot op min. 60 m van een gevel van het gebouw kunnen naderen. > 1 bouwlaag: de voertuigen van de brandweer moeten tot min. een uitgang van het gebouw kunnen bereiken + toegangsmogelijkheid + opstelplaats. Toegangsweg en opstelplaats: min. vrije breedte 4m min. draaistraal 11m binnenkant en 15m buitenkant min. vrije hoogte: 4m max. helling 6% min. draagvermogen : 13 ton (zonder verzinken, wel vervormen) De horizontale afstand van een LG tot een tegenoverliggend gebouw moet min. 6m zijn tenzij de aangrenzende wanden een Rf 60 hebben met (in geval van brand) zelfsluitende verbindingen (deuren Rf 30 ). Niet van toepassing indien de ruimte tussen de gebouwen tot het openbaar domein behoort Compartimentering en evacuatie 1 compartiment: max m2 (uitgezonderd parkeergebouwen) 1 bouwlaag: compartiment max m2. Lengte max. 90m Erkende automatische blusinstallatie + rook- en warmteafvoerinstallatie: indien deze elementen aanwezig zijn mag men afwijken van de bovenvermelde max. oppervlaktes. 1 compartiment = 1 bouwlaag. Duplex mag indien gecumuleerde opp. < 2500m2 1 compartiment = meerdere bouwlagen: indien technische ruimte (vb. Lift, kokers, ) 1 compartiment = meerdere bouwlagen (atrium): indien erkende automatische blusinstallatie + rook- en warmteafvoerinstallatie geplaatst is. < 100 personen aanwezig: 1 uitgang Tussen 100 en 500 personen aanwezig: 2 uitgangen > 500 personen: 2 + n uitgangen (n = aantal personen /1000 & afgerond naar de hogere eenheid) Indien meerdere uitgangen: in tegenovergestelde zones gelegen. Evacuatiewegen : verbinding tussen compartiment en trappen via evacuatiewegen en vluchtterrassen leiden naar buiten of trappenhuizen of trappen op evacuatieniveau leid elke trap naar buiten. Niet naar de ondergrondse verdiepen. Nuttige breedte: min. vereiste nuttige breedte, min. 80cm / min. 60cm voor vluchtterrassen. Er mogen zich geen hindernissen bevinden. Geen vergrendeling op de deuren die de evacuatie kunnen belemmeren. Lokalen voor dagbezetting: geen enkel punt in compartiment mag zich verder bevinden dan: - 30 m van de evacuatieweg - 45 m van de dichtste trap of uitgang JB 14/07/ /75
31 - 80 m tot tweede trap of uitgang Lokalen voor nachtbezetting: geen enkel punt in compartiment mag zich verder bevinden dan: - 20 m van de evacuatieweg - 30 m van de dichtste trap of uitgang - 60 m tot tweede trap of uitgang wanden van evacuatiewegen hebben Rf 30 - niet van toepassing indien uitsluitend dagbezetting en opp. van compartiment <1250m2 - niet van toepassing bij nachtbezetting indien een uitbating met commerciële functie. Uitstalramen op de evacuatieweg toegelaten indien deze min. Rf 30, uitgezonderd laatste 3 m Verbindingen tussen compartimenten: enkel met een zelfsluitende deur Rf 30 Deuren van compartimenten: opendraaiend in vluchtrichting, mogen vereiste nuttige breedte niet hinderen. Binnentrappenhuizen : Trappenhuizen tussen compartimenten moeten beschouwd worden als een compartiment. Rf gelijk aan structurele elementen. Glas toegelaten indien er zijdelings over min. 1m een element is met vlamdichtheid 30 Leiden enkel naar evacuatieniveau Boven elk trappenhuis: verluchtingsopening van min. 1m2 / mondt uit in open lucht. Te openen door handbediening of zelfopenend. Geldt niet voor ondergrondse trappenhuizen. Verbinding tussen trappenhuis en compartiment: Rf 30, zelfsluitend bij brand Bij duplex: niet elk niveau moet uitgang hebben (enkel indien opp.<300m2), evacuatie niveau is grootste opp. binnen de duplex. Trappen : Rf 30 < 120: leuning aan 1 zijde > 120: leuningen aan beide zijden aantrede min. 20 cm optrede max. 18cm helling max. 75% (helling 37 ) steeds van type: recht wenteltrappen toegestaan mits: verdreven treden, aantrede min. 24cm op de looplijn. Nuttige breedte: min. 80cm en breedte voldoet aan vereiste nuttige breedte (br) Bij lokalen met speciale bestemmingen: nuttige breedte te berekenen op basis van aantal gebruikers. Buitentrappen : Toegang tot evacuatie niveau Stabiliteit bij brand niet verreist / materiaal wel van klasse A0 Verbinding tussen compartiment en buitentrap: door deur of via een vluchtterras. Signalisatie : Op alle bouwlagen: volgnummer aanbrengen op overlopen en in trappenhuizen en liften Voorschriften voor sommige bouwelementen Doorvoering door wanden: mogen brandweerstand van het element niet nadelig beïnvloeden Structurele elementen: gebouwen met één bouwlaag: Rf 30 (niet voor dak indien beschermd met Rf 30 ) gebouwen > 1 bouwlaag: Rf 60 (dakstructuur: Rf 30 ) (niet voor dak indien beschermd met Rf 30 ) Kelderverdiepingen + vloer Ei: Rf 60 Verticale binnenwanden & binnendeuren: Voor compartimenten: idem als structurele elementen Voor evacuatiewegen: Rf 30 JB 14/07/ /75
32 Lokalen met nachtbezetting: wanden idem als structurele elementen, deuren Rf 30 Plafonds en valse plafonds: Rf 30 : evacuatiewegen, publiek toegankelijke lokalen en collectieve keukens Verticale wanden met Rf 30 lopen door tot tegen plafond. Max. oppervlak gevormd door vierkant met zijden van 25m. Niet van toepassing indien automatische blusinstallatie aanwezig is Gevels : Borstweringen en lateien moeten samen met de vloerplaat een geheel vormen met vlamdichtheid Constructievoorschriften voor sommige lokalen en technische ruimten. Compartiment : Een (geheel van) technische lokaal(en) vormen een compartiment. Deuren naar ander compartiment of trappenhuis zijn steeds min. Rf 30 Technische lokalen: geen enkel punt in compartiment mag zich verder bevinden dan: - 45 m van de evacuatieweg - 60 m van de dichtste trap of uitgang m tot tweede trap of uitgang 1 uitgang volstaat indien: <1000 m2 indien compartiment over meerdere verdiepingen: - < 1000m2: 1 evacuatiemogelijkheden om de 2 dienstvloeren - > 1000m2: elke dienstvloer toegang tot min. één van de twee uitgangen / afwisselende van vloer tot vloer nuttige breedte van evacuatiewegen, trappen, overlopen & sassen: min. 80 cm Stookplaats : indien >30 kw en < 70 kw = technisch lokaal Indien >70kw: NBN B Transformatorlokalen : Wanden : Rf 60 Binnendeuren : Rf 30 Indien er water binnen kan (ook bluswater): pomp noodzakelijk Indien olie-inhoud van toestellen samen >50 liter: NBN C Huisvuilafvoer : Stortkoker : - bij voorkeur aan de buitenkant van het gebouw - niet brandbare wanden - glad binnenvlak - verluchtingsbuis min. 1m boven dak uitsteken - valdeurtjes zijn zelfsluitend - koker binnen het gebouw: wanden Rf 60 en deuren Rf 30 - koker aan buitenzijde gebouw: deurtjes Rf 30 en verbindingstukken Rf 60 Lokaal voor huisvuil: - Wanden : Rf 60 - Binnendeur : Rf 30, zelfsluitend Leidingenkokers : vertikaal : - Wanden : Rf 60 - Opp. verluchting min. 10% van de totale opp. van de doorsnede van de koker, min. 400cm2. - Valluiken en deurtjes: min. Rf 30 - Indien horizontale compartimentering met Rf 30 tussen de leidingen: geen verluchting nodig. horizontaal : kokers door vertikale Rf wanden - Wanden en deurtjes: zelfde Rf als de Rf wand. - Of sluiting met dezelfde Rf als de wand JB 14/07/ /75
33 Parkeergebouwen Oppervlakte van compartiment niet beperkt Wanden tussen parkeergebouw en de rest van het gebouw: min. zelfde als de structurele elementen Technische lokalen, archieflokaal,...: Rf 60 / toegangen: Rf 30, zelfsluitend. Evacuatie van elke bouwlaag: min. 2 trappenhuizen of buitentrappen. Ieder punt van bouwlaag max. 45 m van uitgang Trappen : min. 80cm Op bouwlaag dichtst bij uitritniveau: de hellende rijweg is één uitgang indien helling op de hartlijn <10%. >10% toegelaten indien compartiment < 500m2 Signalisatie op de vloeren & muren van de evacuatiewegen verplicht. Bij gesloten parkeergebouwen > 2500m2: rookafvoer noodzakelijk Zalen 500 personen - mag enkel ondergronds indien < 3m tussen laagste vloerpeil en evacuatieniveau < 500 personen - mag enkel ondergronds indien < 4m tussen gemiddelde vloerpeil en evacuatieniveau aantal uitgangen: zie compartimentering wanden van alle lokalen: Rf als compartiment doorgangen: Rf 30, bij brand zelfsluitende deur, opendraaiend in vluchtzin Winkel- en handelscomplex Winkellokalen bij winkelgalerijen: enkel toegelaten op evacuatieniveau en op de aangrenzende bouwlagen. Complex met galerijen gescheiden van overige delen van het gebouw met Rf 60 wand Overige gebouwdelen hebben hun eigen onafhankelijke uitgang. Scheidingswanden tussen de handelspanden hebben Rf 30 en lopen door in eventuele vals plafond. Niet van toepassing indien automatisch blussysteem aanwezig is Collectieve keukens Collectieve keukens + restaurant (eetzaal): wanden Rf 60 Indien keuken niet gecompartimenteerd: vaste frituurinstallatie voorzien van automatische blusinstallatie gekoppeld aan energieonderbreker. Elke doorgang: Rf 30, bij brand zelfsluitende deur. Draairichting : in vluchtrichting Tussen keuken en restaurant mogen horiz. en vertik. transportsystemen voor vaatwerk. Door andere lokalen = koker met Rf Liften en goederenliften Wanden van schachten, bordessen en toegangssassen: Rf 60 Deuren tussen compartiment en sas: Rf 30, zelfsluitend bij brand Wanden van machinekamers van elektrische liften: Rf 60 Valluik naar machinekamer: Rf 30 (indien in gebouw) Verluchting van schacht en machinekamer: min. 1% van het horizontale schachtoppervlak. Schachtdeuren moeten vlamdichtheid van 30 hebben JB 14/07/ /75
34 Paternosterlift, containertransport en goederenlift met laad- en losautomatisme Wanden van schachten en machinekamer: Rf 60 Deuren: Rf 30 Bordeswanden en toezichtluiken: Rf 30 Schachtdeuren en toegangsluiken werken automatisch Containertransport doorheen compartimenten: doorgangen afgesloten met deuren/luiken: vlamdichtheid 30, werken automatisch Roltrappen Wanden van het trappenhuis: Rf 60 / indien enkel duplex: geen omkokering vereist Toegangsdeuren/ Rf 30, zelfsluitend bij brand Automatische uitschakeling na branddetectie Hydraulische liften Machinekamer van liftschacht gescheiden Wanden van machinekamer: Rf 60 Toegang tot machinekamer: zelfsluitende deur, Rf 30 Verluchting van schacht en machinekamer: min. 1% van het horizontale schachtoppervlak. Deurdrempel van machinekamer verhoogt om aldus een kuip te vormen met volume min. 1,2 x de olie-inhoud van de machines. Machines staan op min. 1m van de compartimentmuur. Vaste snelblusser aanwezig in machinekamer, bediend door thermische detector, inhoud in relatie tot olie-inhoud en volume van de machinekamer Elektrische laagspanningsinstallatie voor drijfkracht, verlichting en signalisatie Voldoen aan alle wettelijke voorschriften + A.R.E.I. Elektrische leidingen hebben een Rf 60 Geldt voor: - veiligheid- en noodverlichting, - installaties voor melding, waarschuwing en alarm, - rookafvoerinstallaties, - waterpompen voor brandbestrijding en leidingenpompen Autonome stroombronnen: - dient voor bovenvermelde installaties - werken automatisch en binnen 1 minuut - werken min. 1uur veiligheidsverlichting te voorzien in: - evacuatiewegen, vluchtterrassen, overlopen van trappenhuizen, liftkooien - zalen of lokalen toegankelijk voor publiek - lokalen voor autonome stroombronnen en pompen voor blusinstallaties - de stookafdeling - te plaatsen ter hoogte van de grond of van traptreden Aëraulische installaties Trappenhuizen mogen niet gebruikt worden voor de verluchting van andere lokalen. Hergebruik van lucht niet toegestaan indien deze komt uit: opslagplaatsen voor ontvlambare producten, stookplaats, keuken, garage, parkeergebouw, transformatorlokaal, vuilnislokaal en elk lokaal met bijzonder brandgevaar. Luchtkanalen: - In evacuatiewegen, technische kokers en op onbereikbare plaatsen: materialen klasse A0, bekleding van isolatie A1 - Soepele leidingen: A1 - In collectieve keukens en evacuatiewegen: stabiliteit bij brand 30 - Kanalen van keukens doorheen ander compartiment: in kokers met wanden Rf 60 of kanalen Ro 60 JB 14/07/ /75
35 Doorgangen luchtkanalen door wanden: - enkel kanalen vervaardigd uit materialen klasse A0 en minstens 1m aan weerszijden van de doorboorde wand - enkel lokalen met dagbezetting Doorgangen luchtkanalen door Rf-wanden (min. 30 ): - Enkel met brandwerende klep met Rf gelijk aan de wand - Het kanaal heeft een Ro gelijk aan Rf van de wand of geplaatst in koker met dezelfde Rf (volledige lengte doorheen het compartiment) als de wand. - Doorsnede <130 cm² - Luchtkanalen door wanden naar technische ruimte met luchtbehandelinggroepen: geen klep vereist Brandwerende kleppen: - Type A: klep met thermische detectie: t van de lucht wordt te hoog of rook in het kanaal. - Type B: klep kan ook gesloten worden met afstandsbediening (systeem zonder externe detectie) - Op de klepkast staat volgende info: constructeur, fabricagenummer & jaar, merkteken van brandbeveiligingstoestel. Rookkleppen: Bedieningspaneel: gelegen op het toegangsniveau Melding, waarschuwing, alarm en brandbestrijdingsmiddelen In gebouwen zijn inrichtingen voor melding en brandbestrijding verplicht. Aantal toestellen bepaald door afmetingen, toestand en het risico in de lokalen. Elk punt van de ruimte moet kunnen bediend worden Toestellen voor menselijke interventie: zichtbaar en bereikbaar opgesteld. Nabij uitgangen, op overlopen, in gangen / mogen de circulatie niet hinderen. Signalisatie verplicht. Brandmelding: - één meldingstoestel per compartiment - indien opp. Bouwlaag <500m2 => 1 meldingstoestel per gebouw - verbinding telefonisch of andere wijze moet verzekerd zijn Waarschuwing en alarm: moeten duidelijk zijn. Brandbestrijdingsmiddelen: - Snelblussers en muurhaspels = eerste interventie (gebruik door bewoners) Draagbare en mobiele snelblussers Muurhaspels met axiale voeding, muurhydranten: - Compartiment > 500m²: min. 1 haspel - Ieder punt van het compartiment moet kunnen bereikt worden door de waterstraal Ondergrondse en bovengrondse hydranten: - Gevoed door openbaar net of andere bron met min. Capaciteit van 50m³ - In nijverheid- en handelszones en plaatsen met grote bevolkingsdichtheid: hydranten op max. 100m van elkaar verwijderd. - Elders: op max. 200m van de ingang van elk gebouw JB 14/07/ /75
36 9.3. MIDDELHOGE GEBOUWEN : Van toepassing voor bouwaanvragen na 31/12/97 Niet van toepassing voor: - industriegebouwen - ééngezinswoningen Inplanting en toegangswegen Het gebouw is voortdurend bereikbaar voor autovoertuigen Toegangsweg en opstelplaats: min. vrije breedte 4m, 8m indien de toegangsweg doodloopt min. draaistraal 11m binnenkant en 15m buitenkant min. vrije hoogte: 4m max. helling 6% min. draagvermogen : 13 ton (zonder verzinken, wel vervormen) moet tegelijkertijd 3 autovoertuigen van 15t kunnen dragen afstand van de rand van de weg tot de gevel: tussen 4 en 10m geparkeerde voertuigen mogen doorgang en opstelling niet hinderen Inplanting: min. 1 van de lange gevels langs de toegangsweg toegankelijk via hoofdingang indien gebouw op een sokkel: - platform van de sokkel toegankelijk voor voertuigen brandweer met vermelde specificaties behalve de helling: deze mag max. 12% bedragen - Min. 1 van de gevels is toegankelijk via een weg voor gewoon verkeer Beglaasde gevels boven een andere gebouwdelen: - Daken van die gebouwdelen moeten Rf 60 - Geen lichtkoepels, rookverversers en andere openingen tenzij samen <100 cm² De horizontale afstand van een MG tot een tegenoverliggend gebouw moet min. 8m zijn tenzij de aangrenzende wanden een Rf 120 hebben met (in geval van brand) verbindingen via een sas met: - 2 zelfsluitende deuren Rf Wanden Rf 60 - Opp. Min. 2m² Niet van toepassing indien de ruimte tussen de gebouwen tot het openbaar domein behoort Compartimentering en evacuatie 1 compartiment: max m2 (uitgezonderd parkeergebouwen) Erkende automatische blusinstallatie + rook- en warmteafvoerinstallatie: indien deze elementen aanwezig zijn mag men afwijken van het bovenvermelde max. oppervlaktes. 1 compartiment = 1 bouwlaag. Duplex mag indien gecumuleerde opp. < 2500m2 het gelijkvloers en de eerste verdieping mogen één compartiment vormen indien totaal volume < m³ 1 compartiment = meerdere bouwlagen: indien technische ruimte (vb. Lift, kokers, ) 1 compartiment = meerdere bouwlagen (atrium): indien erkende automatische blusinstallatie + rook- en warmteafvoerinstallatie geplaatst is. Evacuatie 1 uitgang indien: - < 50 personen max. bezetting JB 14/07/ /75
37 - gebruikers moeten een gevelopening kunnen bereiken toegankelijk voor ladders van de brandweer of een terras (min. 1m²/ vloer Rf 60 / leuning 1m hoog) toegankelijk voor de brandweer 2 uitgangen indien: - bezetting tussen 50 en 500 personen 2 + n uitgangen (n = aantal personen /1000 & afgerond naar de hogere eenheid) - bezetting > 500 personen 1 uitgang voor ondergrondse bouwlagen indien: - de bouwlaag enkel bergingen e.d. bevat - ieder punt van het compartiment tot de uitgang is max. 15m Indien meerdere uitgangen: in tegenovergestelde zones gelegen Voorschriften voor sommige bouwelementen Doorvoering door wanden: mogen brandweerstand van het element niet nadelig beïnvloeden Structurele elementen: boven Ei Rf 60 onder Ei + vloer Ei Rf 120 Verticale binnenwanden & binnendeuren: Voor compartimenten: Rf 60 Voor evacuatiewegen: wanden Rf 60 / deuren Rf 30 Lokalen met nachtbezetting: wanden Rf 60 / deuren Rf 30 Archieflokalen: wanden Rf 60 / deuren Rf 30, zelfsluitend Plafonds en valse plafonds: Stabiliteit 30 : evacuatiewegen, publiek toegankelijke lokalen en collectieve keukens Verticale wanden met Rf 30 lopen door tot tegen plafond. Max. oppervlak gevormd door vierkant met zijden van 25m. Niet van toepassing indien automatische blusinstallatie aanwezig is Gevels : Ter hoogte van de horizontale scheiding tussen compartimenten: - Doorlopende horizontale oversteek met breedte a (min. 60cm), met de vloer verbonden & vlamdichtheid 60 - In de bovenliggende bouwlaag: doorlopende borstwering met hoogte b & vlamdichtheid 60 - In de onderliggende bouwlaag een doorlopende latei met hoogte c & vlamdichtheid 60 - Vloerdikte d - a+b+c+d = min. 100cm waarbij a, b en/of c eventueel 0 kunnen zijn Ter hoogte van de verticale scheiding tussen compartimenten: - Doorlopend element in verlengde van de gevel met breedte 2b+a (min. 100cm) horizontale oversteek met breedte a (min. 60cm), met de vloer - Of een doorlopende oversteek met breedte 2b+c (min. 100cm) - Of combinatie van 2 bovenstaande methodes (min. 100cm) Gevels die een tweevlakshoek vormen: - Gevels hebben Rf 60 over 1m lengte Tegenover elkaar staande gevels Daken : Platte daken (max. 10 ) - Stabiliteit van 60 Hellende daken - Onderdakvloer: Rf 60 / deuren en valdeuren Rf 30 - Vensteropeningen mogen indien voldoende afstand tussen scheiding van compartimenten JB 14/07/ /75
38 Voorschriften inzake constructie van compartimenten en evacuatieruimten compartimenten: wanden tussen compartimenten: Rf 60 verbindingen tussen compartimenten: d.m.v. een sas met: - zelfsluitende deuren Rf 30 - wanden Rf 60 - opp. Min. 2m² Binnentrappenhuizen : Trappenhuizen tussen compartimenten moeten beschouwd worden als een compartiment. Rf gelijk aan structurele elementen. Glas toegelaten indien er zijdelings over min. 1m een element is met vlamdichtheid 30 Leiden enkel naar evacuatieniveau en alle bovenliggende bouwlagen Boven elk trappenhuis: verluchtingsopening van min. 1m2 / mondt uit in open lucht. Te openen door handbediening of zelfopenend. Geldt niet voor ondergrondse trappenhuizen. Vereiste nuttige breedte min. 80cm Bij duplex: niet elk niveau moet uitgang hebben: - enkel indien opp.<300m2 - evacuatie niveau is grootste opp. binnen de duplex Trappen : Rf 60 Gesloten treden < 120: leuning aan 1 zijde > 120: leuningen aan beide zijden aantrede min. 20 cm optrede max. 18cm helling max. 75% (helling 37 ) steeds van type: recht wenteltrappen toegestaan mits: verdreven treden, aantrede min. 24cm op de looplijn. Nuttige breedte: min. 80cm en breedte voldoet aan vereiste nuttige breedte (br) Bij lokalen met speciale bestemmingen: nuttige breedte te berekenen op basis van aantal gebruikers. Buitentrappenhuizen: Toegang tot evacuatie niveau en alle bovenliggende verdiepingen Door wanden omsloten, met min. 1 open gevel (vrij voor buitenlucht) Trap min. Op 100cm van wand <Rf 60 Mogen open treden zijn Stabiliteit bij brand niet verreist / materiaal wel van klasse A0 Verbinding tussen compartiment en buitentrap: door deur of via een vluchtterras. Één buitentrap mag vervangen worden door 2 rechte buitentrappen verbonden met vluchterrassen. aantrede min. 10 cm optrede max. 20cm helling max. 45 steeds van type: recht Nuttige breedte: min. 60cm Twee handgrepen Mag uitschuifbaar zijn op evacuatieniveau Evacuatiewegen en vluchtterrassen: leiden naar buiten of naar een ander compartiment op evacuatieniveau leid elke trap naar buiten. Niet naar de ondergrondse verdiepen. Nuttige breedte: min. vereiste nuttige breedte, min. 80cm / min. 60cm voor vluchtterrassen. Er mogen zich geen hindernissen bevinden. Geen vergrendeling op de deuren die de evacuatie kunnen belemmeren. Lokalen voor dagbezetting: geen enkel punt in compartiment mag zich verder bevinden dan: - 30 m van de evacuatieweg - 45 m van de toegang tot dichtste trap of uitgang - 80 m tot tweede trap of uitgang JB 14/07/ /75
39 Lokalen voor nachtbezetting: geen enkel punt in compartiment mag zich verder bevinden dan: - 20 m van de evacuatieweg - 30 m van de dichtste trap of uitgang - 60 m tot tweede trap of uitgang op bouwlagen die geen evacuatieniveau zijn: verticale wanden en deuren van evacuatiewegen hebben Rf 30 - niet van toepassing indien uitsluitend dagbezetting en opp. van compartiment <1250m2 op evacuatieniveau: - binnenwanden van de evacuatieweg hebben Rf 60 - deuren van de lokalen langs de evacuatieweg: zelfsluitend, Rf 30 - indien de evacuatieweg de inkomhal omvat: geen drankgelegenheid en restauratie in de inkomhal Uitstalramen op de evacuatieweg toegelaten indien deze min. Rf 60, uitgezonderd laatste 3m Signalisatie : Op alle bouwlagen: volgnummer aanbrengen op overlopen en in trappenhuizen en liften Constructievoorschriften voor sommige lokalen en technische ruimten. Compartiment : Een (geheel van) technische lokaal(en) vormen een compartiment. Deuren naar ander compartiment: Rf60 Deuren naar een trappenhuis via sas, zelfsluitend, min. Rf 30 Technische lokalen: geen enkel punt in compartiment mag zich verder bevinden dan: - 45 m van de evacuatieweg - 60 m van de dichtste trap of uitgang m tot tweede trap of uitgang 1 uitgang volstaat indien: <1000 m2 /max. af te leggen weg: max. 60m indien compartiment over meerdere verdiepingen: - < 1000m2: 1 evacuatiemogelijkheden om de 2 dienstvloeren - > 1000m2: elke dienstvloer toegang tot min. één van de twee uitgangen / afwisselende van vloer tot vloer nuttige breedte van evacuatiewegen, trappen, overlopen & sassen: min. 80 cm Stookplaats : indien >30 kw en < 70 kw = technisch lokaal Indien >70kw: NBN B Kunnen in een naburig gebouw liggen op min. 8m afstand, zonder brandbare elementen ertussen. - In het gebouw: met wanden Rf 120, sas en zelfsluitende deuren Rf 30 of rechtstreeks met zelfsluitende deur Rf 60 (niet uitkomen in trappenhuis, liftoverloop en lokalen met bijzonder risico) - Stookplaatsen mogen op het dak indien met gas, gasleidingkoker verlucht - Stookplaats mag op dak: propaan & propaanbutaan: lokaal met hoge en lage verluchtingsmonden, voldoende verluchte kokers, gasopslag buiten het gebouw. Transformatorlokalen : Wanden : Rf 120, behalve de buitenmuren Binnendeuren : Rf 60 Indien er water binnen kan (ook bluswater): pomp noodzakelijk Indien olie-inhoud van toestellen samen >50 liter: NBN C Huisvuilafvoer : Stortkoker : - bij voorkeur aan de buitenkant van het gebouw - niet brandbare wanden - glad binnenvlak - verluchtingsbuis min. 1m boven dak uitsteken - valdeurtjes zijn zelfsluitend - koker binnen het gebouw: wanden Rf 60 en deuren Rf 30 - koker aan buitenzijde gebouw: deurtjes Rf 30 en verbindingstukken Rf 60 Lokaal voor huisvuil: JB 14/07/ /75
40 - Wanden : Rf 60 - Binnendeur : via sas met: zelfsluitende deuren Rf 30, wanden Rf 60, min. 2m² - Indienlokaal gelegen onder een stortkoker: automatisch hydraulisch blussysteem verplicht Leidingenkokers : vertikaal : - Wanden : Rf 60 - Valluiken en deurtjes: Rf 60 - Aan boveneind degelijke verluchting - Opp. verluchting min. 10% van de totale opp. van de doorsnede van de koker, min. 400cm2. - Wanden en deurtjes mogen Rf 30 indien horizontale compartimentering met Rf 30 tussen de leidingen + geen verluchting nodig. horizontaal : kokers door vertikale Rf wanden - Wanden en deurtjes: zelfde Rf als de Rf wand. - Of sluiting met dezelfde Rf als de wand Parkeergebouwen Oppervlakte van compartiment niet beperkt Wanden tussen parkeergebouw en de rest van het gebouw: min. zelfde als de structurele elementen Technische lokalen, archieflokaal,...: deuren Rf 30. Rf 120 / toegangen: sas Rf 120, met zelfsluitende Evacuatie van elke bouwlaag: min. 2 trappenhuizen of buitentrappen. Ieder punt van bouwlaag max. 45 m van uitgang Trappen : min. 80cm Op bouwlaag dichtst bij uitritniveau: de hellende rijweg is één uitgang indien wanden Rf 120, helling op de hartlijn <10%. >10% toegelaten indien compartiment < 500m2 Signalisatie op de vloeren & muren van de evacuatiewegen verplicht. Bij gesloten parkeergebouwen > 2500m2: rookafvoer noodzakelijk Zalen 500 personen - mag enkel ondergronds indien < 3m tussen laagste vloerpeil en evacuatieniveau < 500 personen - mag enkel ondergronds indien < 4m tussen gemiddelde vloerpeil en evacuatieniveau aantal uitgangen: zie compartimentering wanden van alle lokalen: Rf 60 doorgangen: Rf 30, bij brand zelfsluitende deur, opendraaiend in vluchtzin geen obstakels in de evacuatiegang Winkel- en handelscomplex Winkellokalen bij winkelgalerijen: enkel toegelaten op evacuatieniveau en op de aangrenzende bouwlagen. Complex met galerijen gescheiden van overige delen van het gebouw met Rf 60 wand Overige gebouwdelen hebben hun eigen onafhankelijke uitgang. Scheidingswanden tussen de handelspanden hebben Rf 30 en lopen door in eventuele vals plafond. Niet van toepassing indien automatisch blussysteem aanwezig is. JB 14/07/ /75
41 Collectieve keukens Collectieve keukens + restaurant (eetzaal): wanden Rf 60 Indien keuken niet gecompartimenteerd: vaste frituurinstallatie voorzien van automatische blusinstallatie gekoppeld aan energieonderbreker. Elke doorgang: Rf 30, bij brand zelfsluitende deur. Draairichting : in vluchtrichting Tussen keuken en restaurant mogen horiz. en vertik. transportsystemen voor vaatwerk. Door andere lokalen = koker met Rf Liften en goederenliften Wanden van schachten, bordessen en toegangssassen: Rf 60 Indien max. 6 app. per bouwlaag met zelfde trappenhuis: gemeenschappelijke hal mag als sas van liften gebruikt worden In schachten: geen blusinrichtingen, natuurlijke verluchting via buitenluchtmonden Deuren tussen compartiment en sas: Rf 30, zelfsluitend bij brand Wanden van machinekamers: Rf 60 Valluik naar machinekamer: Rf 30 (indien in gebouw) Verluchting van schacht en machinekamer: min. 1% van het horizontale schachtoppervlak Schachtdeuren moeten stabiliteit & vlamdichtheid van 30 hebben Deuren van gemeenschappelijke hal van appartementen: moeten niet zelfsluitend zijn en mogen opendraaien tegen de vluchtzin Paternosterlift, containertransport en goederenlift met laad- en losautomatisme Machinekamers boven aan de schacht Wanden van schachten en machinekamer: Rf 60 Op elke bouwlaag: sas met wanden Rf 60, deuren: zelfsluitend en 30 vlamdicht Deuren: Rf 30 Bordeswanden en toezichtluiken: Rf 60 Schachtdeuren en toegangsluiken werken automatisch. De ene mag slecht opengaan indien andere gesloten is Containertransport doorheen compartimenten: via sas: wanden Rf 60, de 2 doorgangen afgesloten met deuren/luiken: vlamdichtheid 30, werken automatisch, de ene mag slecht opengaan indien andere gesloten is Roltrappen Wanden van het trappenhuis: Rf 60 / indien enkel duplex: geen omkokering vereist Toegang tot trappenhuis op elke bouwlaag Toegangsdeuren/ Rf 30, zelfsluitend bij brand Automatische uitschakeling na branddetectie Hydraulische liften Machinekamer van liftschacht gescheiden Wanden van machinekamer: Rf 120 Toegang tot machinekamer: via sas met: 2 zelfsluitende deuren Rf 30, wanden Rf 120, min. 2m², geen deel van trappenhuis of evacuatieweg Verluchting van schacht en machinekamer: via afzonderlijke buitenluchtmonden, min. 1% van het horizontale lokaaloppervlak. Deurdrempel van machinekamer verhoogt om aldus een kuip te vormen met volume min. gelijk aan de olie-inhoud van de machines. Machines staan op min. 1m van de compartimentmuur. Vaste snelblusser aanwezig in machinekamer, bediend door thermische detector, inhoud in relatie tot olie-inhoud en volume van de machinekamer JB 14/07/ /75
42 Elektrische laagspanningsinstallatie voor drijfkracht, verlichting en signalisatie Voldoen aan alle wettelijke voorschriften + A.R.E.I. Elektrische leidingen hebben een Rf 60 Geldt voor: - veiligheid- en noodverlichting, - installaties voor melding, waarschuwing en alarm, - rookafvoerinstallaties, - waterpompen voor brandbestrijding en leidingenpompen Autonome stroombronnen: - dient voor bovenvermelde installaties - werken automatisch en binnen 1 minuut - werken min. 1uur veiligheidsverlichting te voorzien in: - evacuatiewegen, vluchtterrassen, overlopen van trappenhuizen, liftkooien - zalen of lokalen toegankelijk voor publiek - lokalen voor autonome stroombronnen en pompen voor blusinstallaties - de stookafdeling - te plaatsen ter hoogte van de grond of van traptreden Aëraulische installaties Trappenhuizen mogen niet gebruikt worden voor de verluchting van andere lokalen. Hergebruik van lucht niet toegestaan indien deze komt uit: opslagplaatsen voor ontvlambare producten, stookplaats, keuken, garage, parkeergebouw, transformatorlokaal, vuilnislokaal en elk lokaal met bijzonder brandgevaar. Luchtkanalen: - In evacuatiewegen, technische kokers en op onbereikbare plaatsen: materialen klasse A0, bekleding van isolatie A1 - Soepele leidingen: A1 - In collectieve keukens en evacuatiewegen: materialen klasse A0 + stabiliteit bij brand 30 - Kanalen van keukens doorheen ander compartiment (horizontaal en vertikaal): in kokers met wanden Rf 60 of kanalen Ro 60 Doorgangen luchtkanalen door wanden: - enkel kanalen vervaardigd uit materialen klasse A0 en minstens 1m aan weerszijden van de doorboorde wand - enkel lokalen met dagbezetting Doorgangen luchtkanalen door Rf-wanden (min. 30 ): - Enkel met brandwerende klep met Rf gelijk aan de wand - Het kanaal heeft een Ro gelijk aan Rf van de wand of geplaatst in koker met dezelfde Rf (volledige lengte doorheen het compartiment) als de wand. - Doorsnede <130 cm² - Luchtkanalen door wanden naar technische ruimte met luchtbehandelinggroepen: geen klep vereist Brandwerende kleppen: - Type A: klep met thermische detectie: t van de lucht wordt te hoog of rook in het kanaal. - Type B: klep kan ook gesloten worden met afstandsbediening (systeem zonder externe detectie) - Op de klepkast staat volgende info: constructeur, fabricagenummer & jaar, merkteken van brandbeveiligingstoestel. Rookkleppen: Bedieningspaneel: gelegen op het toegangsniveau JB 14/07/ /75
43 Melding, waarschuwing, alarm en brandbestrijdingsmiddelen In gebouwen zijn inrichtingen voor melding en brandbestrijding verplicht. Aantal toestellen bepaald door afmetingen, toestand en het risico in de lokalen. Elk punt van de ruimte moet kunnen bediend worden Toestellen voor menselijke interventie: zichtbaar en bereikbaar opgesteld. Nabij uitgangen, op overlopen, in gangen / mogen de circulatie niet hinderen. Signalisatie verplicht. Brandmelding: - één meldingstoestel per compartiment - indien opp. Bouwlaag <500m2 => 1 meldingstoestel per gebouw - verbinding telefonisch of andere wijze moet verzekerd zijn Waarschuwing en alarm: moeten duidelijk zijn. Brandbestrijdingsmiddelen: - Snelblussers en muurhaspels = eerste interventie (gebruik door bewoners) Draagbare en mobiele snelblussers Muurhaspels met axiale voeding, muurhydranten: - Compartiment > 500m²: min. 1 haspel - Ieder punt van het compartiment moet kunnen bereikt worden door de waterstraal Ondergrondse en bovengrondse hydranten: - Gevoed door openbaar net of andere bron met min. Capaciteit van 50m³ - In nijverheid- en handelszones en plaatsen met grote bevolkingsdichtheid: hydranten op max. 100m van elkaar verwijderd. - Elders: op max. 200m van de ingang van elk gebouw JB 14/07/ /75
44 9.4. HOGE GEBOUWEN : Van toepassing voor bouwaanvragen na 31/12/97 Niet van toepassing voor: - industriegebouwen - ééngezinswoningen Inplanting en toegangswegen Het gebouw is voortdurend bereikbaar voor autovoertuigen Toegangsweg en opstelplaats: min. vrije breedte 4m, 8m indien de toegangsweg doodloopt min. draaistraal 11m binnenkant en 15m buitenkant min. vrije hoogte: 4m max. helling 6% min. draagvermogen : 13 ton (zonder verzinken, wel vervormen) moet tegelijkertijd 3 autovoertuigen van 15t kunnen dragen afstand van de rand van de weg tot de gevel: tussen 4 en 10m geparkeerde voertuigen mogen doorgang en opstelling niet hinderen Inplanting: min. 1 van de lange gevels langs de toegangsweg toegankelijk via hoofdingang indien gebouw op een sokkel: - platform van de sokkel toegankelijk voor voertuigen brandweer met vermelde specificaties behalve de helling: deze mag max. 12% bedragen - Min. 1 van de gevels is toegankelijk via een weg voor gewoon verkeer De afstand van de rand van de weg tot aan de liften met prioritaire oproep mag niet meer dan 30m zijn Beglaasde gevels boven een andere gebouwdelen: - Daken van die gebouwdelen moeten Rf Geen lichtkoepels, rookverversers en andere openingen tenzij samen <100 cm² De horizontale afstand van een MG tot een tegenoverliggend gebouw moet min. 8m zijn tenzij de aangrenzende wanden een Rf 4h hebben met (in geval van brand) verbindingen via een sas met: - Mag niet uitlopen op een trappenhuis - 2 zelfsluitende deuren Rf Wanden Rf Opp. min. 2m² HG met hoogte >50m: moet ingepland worden op minder dan 10km (langs bereidbare wegen) van een brandweerpost Compartimentering en evacuatie 1 compartiment: max m2 (uitgezonderd parkeergebouwen) Erkende automatische blusinstallatie + rook- en warmteafvoerinstallatie: indien deze elementen aanwezig zijn mag men afwijken van de bovenvermelde max. oppervlaktes. 1 compartiment = 1 bouwlaag. Duplex mag indien gecumuleerde opp. < 2500m2 het gelijkvloers en de eerste verdieping mogen één compartiment vormen indien totaal volume < m³ 1 compartiment = meerdere bouwlagen: indien technische ruimte (vb. Lift, kokers, ) 1 compartiment = meerdere bouwlagen (atrium): indien erkende automatische blusinstallatie + rook- en warmteafvoerinstallatie geplaatst is. Evacuatie JB 14/07/ /75
45 Elk compartiment: 2 uitgangen 2 + n uitgangen (n = aantal personen /1000 & afgerond naar de hogere eenheid) - bezetting > 500 personen 1 uitgang voor 2 ondergrondse bouwlagen onmiddellijk onder evacuatieniveau indien: - de bouwlaag enkel bergingen e.d. bevat - ieder punt van het compartiment tot de uitgang is max. 15m Indien meerdere uitgangen: in tegenovergestelde zones van het compartiment gelegen Voorschriften voor sommige bouwelementen Doorvoering door wanden: mogen brandweerstand van het element niet nadelig beïnvloeden Structurele elementen: boven Ei Rf 120 onder Ei + vloer Ei Rf 120 Verticale binnenwanden & binnendeuren: Voor compartimenten: Rf 120 Voor evacuatiewegen: wanden Rf 120 / deuren Rf 60, zelfsluitend Lokalen met nachtbezetting: wanden Rf 60 / deuren Rf 30 Archieflokalen: wanden Rf 60 / deuren Rf 30, zelfsluitend Plafonds en valse plafonds: Stabiliteit 30 : evacuatiewegen, publiek toegankelijke lokalen en collectieve keukens Verticale wanden met Rf 30 lopen door tot tegen plafond. Max. oppervlak gevormd door vierkant met zijden van 25m. Niet van toepassing indien automatische blusinstallatie aanwezig is Gevels : Ter hoogte van de horizontale scheiding tussen compartimenten: - Doorlopende horizontale oversteek met breedte a (min. 60cm), met de vloer verbonden & vlamdichtheid 60 - In de bovenliggende bouwlaag: doorlopende borstwering met hoogte b & vlamdichtheid 60 - In de onderliggende bouwlaag een doorlopende latei met hoogte c & vlamdichtheid 60 - Vloerdikte d - a+b+c+d = min. 100cm waarbij a, b en/of c eventueel 0 kunnen zijn Ter hoogte van de verticale scheiding tussen compartimenten: - Doorlopend element in verlengde van de gevel met breedte 2b+a (min. 100cm) horizontale oversteek met breedte a (min. 60cm), met de vloer - Of een doorlopende oversteek met breedte 2b+c (min. 100cm) - Of combinatie van 2 bovenstaande methodes (min. 100cm) Gevels die een tweevlakshoek vormen: - Gevels hebben Rf 60 over 1m lengte Tegenover elkaar staande gevels Daken : Platte daken (max. 10 ) - Stabiliteit van 120 Hellende daken - Onderdakvloer: Rf 120 / deuren en valdeuren Rf Voorschriften inzake constructie van compartimenten en evacuatieruimten compartimenten: wanden tussen compartimenten: Rf 120 verbindingen tussen compartimenten: d.m.v. een sas met: - zelfsluitende deuren Rf 30 - wanden Rf opp. Min. 2m² JB 14/07/ /75
46 - kan dienen voor trappenhuis, niet voor liften Binnentrappenhuizen : Trappenhuizen tussen compartimenten moeten beschouwd worden als een compartiment Rf gelijk aan structurele elementen Glas toegelaten indien er zijdelings over min. 1m een element is met vlamdichtheid 30 Leiden enkel naar evacuatieniveau en alle bovenliggende bouwlagen Indien plat of lichthellend dak: alle trappenhuizen leiden eveneens naar het dak. Niet deze welke max. de drie bouwlagen boven het evacuatieniveau bevatten Op elke bouwlaag: verbinding tussen evacuatieweg en trappenhuis door sas met: - Verluchting - 2 zelfsluitende deuren Rf 30, nuttige breedte=min. vereiste nuttige breedte, min. 80cm - wanden Rf opp. min.2m² geen sas nodig op evacuatieniveau, wel een deur Rf 60 Boven elk trappenhuis: verluchtingsopening van min. 1m2 / mondt uit in open lucht. Te openen door handbediening of zelfopenend. Geldt niet voor ondergrondse trappenhuizen. HG met niet meer dan 6 app. per bouwlaag met zelfde trappenhuis: gemeenschappelijke hal mag als sas voor trappenhuis of liften gebruikt worden. Deuren niet zelfsluitend en niet in vluchtrichting HG van max. 36m hoog en met niet meer dan 4 app. per bouwlaag met zelfde trappenhuis: gemeenschappelijke hal mag als sas voor trappenhuis of liften gebruikt worden. Deuren niet zelfsluitend en niet in vluchtrichting Trappen : Rf 60 Gesloten treden < 120: leuning aan 1 zijde > 120: leuningen aan beide zijden aantrede min. 20 cm optrede max. 18cm helling max. 75% (helling 37 ) steeds van type: recht Nuttige breedte: min. 80cm en breedte voldoet aan vereiste nuttige breedte (br) Bij lokalen met speciale bestemmingen: nuttige breedte te berekenen op basis van aantal gebruikers. Buitentrappenhuizen : Toegang tot evacuatie niveau en alle bovenliggende verdiepingen Door wanden omsloten, met min. 1 open gevel (vrij voor buitenlucht) Trap min. Op 100cm van wand <Rf 60 Mogen open treden zijn Stabiliteit bij brand niet verreist / materiaal wel van klasse A0 Verbinding tussen compartiment en buitentrap: door deur of via een vluchtterras. Één buitentrap mag vervangen worden door 2 rechte buitentrappen verbonden met vluchterrassen. HG van max. 36m hoog en met niet meer dan 4 app. per bouwlaag: slechts 1 buitentrap nodig aantrede min. 10 cm optrede max. 20cm helling max. 45 steeds van type: recht Nuttige breedte: min. 60cm Twee handgrepen Mag uitschuifbaar zijn op evacuatieniveau Evacuatiewegen en vluchtterrassen: leiden naar buiten of naar een ander compartiment op evacuatieniveau leid elke trap naar buiten. Niet naar de ondergrondse verdiepen. Nuttige breedte: min. vereiste nuttige breedte, min. 80cm / min. 60cm voor vluchtterrassen. Er mogen zich geen hindernissen bevinden. JB 14/07/ /75
47 Geen vergrendeling op de deuren die de evacuatie kunnen belemmeren. Lokalen voor dagbezetting: geen enkel punt in compartiment mag zich verder bevinden dan: - 30 m van de evacuatieweg - 45 m van de toegang tot dichtste trap of uitgang - 80 m tot tweede trap of uitgang Lokalen voor nachtbezetting: geen enkel punt in compartiment mag zich verder bevinden dan: - 20 m van de evacuatieweg - 30 m van de dichtste trap of uitgang - 60 m tot tweede trap of uitgang op bouwlagen die geen evacuatieniveau zijn: - verticale wanden en deuren van evacuatiewegen hebben Rf 30 - de af te leggen weg tussen trappenhuizen min. 10m en max. 60m op evacuatieniveau: - binnenwanden van de evacuatieweg hebben Rf deuren van de lokalen langs de evacuatieweg: zelfsluitend, Rf 60 - indien de evacuatieweg de inkomhal omvat: geen drankgelegenheid en restauratie in de inkomhal Uitstalramen op de evacuatieweg toegelaten indien deze min. Rf 120, uitgezonderd laatste 3m Signalisatie : Op alle bouwlagen: volgnummer aanbrengen op overlopen en in trappenhuizen en liften Constructievoorschriften voor sommige lokalen en technische ruimten. Compartiment : Een (geheel van) technische lokaal(en) vormen een compartiment. Toegang naar ander compartiment via sas met: - Verluchting - 2 zelfsluitende deuren Rf 30, nuttige breedte=min. vereiste nuttige breedte, min. 80cm - wanden Rf opp. min.2m² Technische lokalen: geen enkel punt in compartiment mag zich verder bevinden dan: - 45 m van de evacuatieweg - 60 m van de dichtste trap of uitgang m tot tweede trap of uitgang 1 uitgang volstaat indien: <1000 m2 /max. af te leggen weg: max. 60m indien compartiment over meerdere verdiepingen: - < 1000m2: 1 evacuatiemogelijkheden om de 2 dienstvloeren - > 1000m2: elke dienstvloer toegang tot min. één van de twee uitgangen / afwisselende van vloer tot vloer nuttige breedte van evacuatiewegen, trappen, overlopen & sassen: min. 80 cm Stookplaats : indien >30 kw en < 70 kw = technisch lokaal Indien >70kw: NBN B Kunnen in een naburig gebouw liggen op min. 8m afstand, zonder brandbare elementen ertussen. - In het gebouw: niet in noch onder het hoge gedeelte, met wanden Rf 120, sas en zelfsluitende deuren Rf 60 (niet uitkomen in trappenhuis, liftoverloop en lokalen met bijzonder risico), min. 2m² - Stookplaatsen mogen op het dak indien met gas, gasleidingkoker verlucht - Stookplaats mag op dak: propaan & propaanbutaan: lokaal met hoge en lage verluchtingsmonden, voldoende verluchte kokers, gasopslag buiten het gebouw. Transformatorlokalen : Wanden : Rf 120, behalve de buitenmuren Binnendeuren : Rf 60 Indien er water binnen kan (ook bluswater): pomp noodzakelijk Indien olie-inhoud van toestellen samen >50 liter: NBN C Huisvuilafvoer : JB 14/07/ /75
48 Stortkoker : - bij voorkeur aan de buitenkant van het gebouw - niet brandbare wanden - glad binnenvlak - verluchtingsbuis min. 1m boven dak uitsteken - valdeurtjes zijn zelfsluitend - koker binnen het gebouw: wanden Rf 120 en deuren Rf 30 - koker aan buitenzijde gebouw: deurtjes Rf 30 en verbindingstukken Rf 120 Lokaal voor huisvuil: - Wanden : Rf Binnendeur : via sas met: 2 zelfsluitende deuren Rf 30, wanden Rf 120, min. 2m² - Indienlokaal gelegen onder een stortkoker: automatisch hydraulisch blussysteem verplicht Leidingenkokers : vertikaal : - Wanden : Rf Valluiken en deurtjes: Rf 60 - Aan boveneind degelijke verluchting - Opp. verluchting min. 10% van de totale opp. van de doorsnede van de koker, min. 400cm2. - Wanden mogen Rf 60 en deurtjes Rf 30 indien horizontale compartimentering met Rf 60 tussen de leidingen + geen verluchting nodig. - HG van max. 36m hoog en met niet meer dan 4 app. per bouwlaag: kokers mogen uitgeven op de gemeenschappelijke hal horizontaal : kokers door vertikale Rf wanden - Wanden en deurtjes: zelfde Rf als de Rf wand. - Of sluiting met dezelfde Rf als de wand Parkeergebouwen Oppervlakte van compartiment niet beperkt Wanden tussen parkeergebouw en de rest van het gebouw: min. zelfde als de structurele elementen Technische lokalen, archieflokaal,...: deuren Rf 30. Rf 120 / toegangen: sas Rf 120, met zelfsluitende Evacuatie van elke bouwlaag: min. 2 trappenhuizen of buitentrappen. Ieder punt van bouwlaag max. 45 m van uitgang Trappen : min. 80cm Op bouwlaag dichtst bij uitritniveau: de hellende rijweg is één uitgang indien wanden Rf 120, helling op de hartlijn <10%. >10% toegelaten indien compartiment < 500m2 Signalisatie op de vloeren & muren van de evacuatiewegen verplicht. Bij gesloten parkeergebouwen > 2500m2: rookafvoer noodzakelijk Zalen 500 personen - mag enkel ondergronds indien < 3m tussen laagste vloerpeil en evacuatieniveau < 500 personen - mag enkel ondergronds indien < 4m tussen gemiddelde vloerpeil en evacuatieniveau aantal uitgangen: zie compartimentering wanden van alle lokalen: Rf 120 doorgangen: Rf 60, bij brand zelfsluitende deur, opendraaiend in vluchtzin / of sas: min. 2m², wanden Rf120, 2 bij brand zelfsluitende deuren Rf 30 geen obstakels in de evacuatiegang JB 14/07/ /75
49 Winkel- en handelscomplex Winkellokalen bij winkelgalerijen: enkel toegelaten op evacuatieniveau en op de aangrenzende bouwlagen. Complex met galerijen gescheiden van overige delen van het gebouw met Rf 120 wand Overige gebouwdelen hebben hun eigen onafhankelijke uitgang. Scheidingswanden tussen de handelspanden hebben Rf 30 en lopen door in eventuele vals plafond. Niet van toepassing indien automatisch blussysteem aanwezig is Collectieve keukens Collectieve keukens + restaurant (eetzaal): wanden Rf 60 Indien keuken niet gecompartimenteerd: vaste frituurinstallatie voorzien van automatische blusinstallatie gekoppeld aan energieonderbreker. Elke doorgang: Rf 60, bij brand zelfsluitende deur / of sas: min. 2m², wanden Rf120, 2 bij brand zelfsluitende deuren Rf 30 Draairichting : in vluchtrichting Tussen keuken en restaurant mogen horiz. en vertik. transportsystemen voor vaatwerk. Door andere lokalen = koker met Rf Liften en goederenliften Wanden van schachten, bordessen en toegangssassen: Rf 120 Indien max. 6 app. per bouwlaag met zelfde trappenhuis: gemeenschappelijke hal mag als sas van liften gebruikt worden In schachten: geen blusinrichtingen, natuurlijke verluchting via buitenluchtmonden Deuren tussen compartiment en liftoverlopen: Rf 30, zelfsluitend bij brand Wanden van machinekamers: Rf 60 Valluik naar machinekamer: Rf 60 (indien in gebouw) Verluchting van schacht en machinekamer: min. 1% van het horizontale schachtoppervlak Schachtdeuren moeten stabiliteit & vlamdichtheid van 30 hebben Deuren van gemeenschappelijke hal van appartementen: moeten niet zelfsluitend zijn en mogen opendraaien tegen de vluchtzin Liften met prioritaire oproep: - elk compartiment wordt bediend door min. één lift met prioritaire oproep. - Deze lift geeft uit op het evacuatieniveau. - Overbruggen de volledige hoogte in max. 60sec. - Minimale opp. van de liftkooi: 1,5m². - Minimale belasting: 630kg - De schachtdeuren zijn zelfopenend & -sluitend, nuttige breedte min. 80cm Liften met prioritaire oproep: niet vereist bij HG van max. 36m hoog en met niet meer dan 4 app. per bouwlaag Paternosterlift, containertransport en goederenlift met laad- en losautomatisme Machinekamers boven aan de schacht Wanden van schachten en machinekamer: Rf 120 Op elke bouwlaag: sas met wanden Rf 120, deuren: zelfsluitend en 30 vlamdicht Deuren: Rf 30 Bordeswanden en toezichtluiken: Rf 60 Schachtdeuren en toegangsluiken werken automatisch. De ene mag slecht opengaan indien andere gesloten is Containertransport doorheen compartimenten: via sas: wanden Rf 60, de 2 doorgangen afgesloten met deuren/luiken: vlamdichtheid 30, werken automatisch, de ene mag slecht opengaan indien andere gesloten is JB 14/07/ /75
50 Roltrappen Wanden van het trappenhuis: Rf 120 / indien enkel duplex: geen omkokering vereist Toegang tot trappenhuis op elke bouwlaag via sas met: - 2 bij brand zelfsluitende deuren Rf 30, - wanden Rf opp. min.2m² - geen deel van trappenhuizen en evacuatiewegen Automatische uitschakeling na branddetectie Hydraulische liften Machinekamer van liftschacht gescheiden Wanden van machinekamer: Rf 120 Toegang tot machinekamer: via sas met: - 2 bij brand zelfsluitende deuren Rf 30, - wanden Rf opp. min.2m² - geen deel van trappenhuizen en evacuatiewegen of evacuatieweg Verluchting van schacht en machinekamer: via afzonderlijke buitenluchtmonden, min. 1% van het horizontale lokaaloppervlak. Deurdrempel van machinekamer verhoogt om aldus een kuip te vormen met volume min. 1,2 x de olie-inhoud van de machines. Machines staan op min. 1m van de compartimentmuur. Vaste snelblusser aanwezig in machinekamer, bediend door thermische detector, inhoud in relatie tot olie-inhoud en volume van de machinekamer Elektrische laagspanningsinstallatie voor drijfkracht, verlichting en signalisatie Voldoen aan alle wettelijke voorschriften + A.R.E.I. Elektrische leidingen hebben een Rf 60 Geldt voor: - veiligheid- en noodverlichting, - installaties voor melding, waarschuwing en alarm, - rookafvoerinstallaties, - waterpompen voor brandbestrijding en leidingenpompen Autonome stroombronnen: - dient voor bovenvermelde installaties - werken automatisch en binnen 1 minuut - werken min. 1uur - de inwerkingtreding veroorzaakt de terugkeer van de liften zonder prioritaire oproep naar het evacuatieniveau Veiligheidsverlichting te voorzien in: - evacuatiewegen, vluchtterrassen, overlopen van trappenhuizen, liftkooien - zalen of lokalen toegankelijk voor publiek - lokalen voor autonome stroombronnen en pompen voor blusinstallaties - de stookafdeling - te plaatsen ter hoogte van de grond of van traptreden Bliksembeveiliging noodzakelijk Aëraulische installaties Trappenhuizen mogen niet gebruikt worden voor de verluchting van andere lokalen. Hergebruik van lucht niet toegestaan indien deze komt uit: opslagplaatsen voor ontvlambare producten, stookplaats, keuken, garage, parkeergebouw, transformatorlokaal, vuilnislokaal en elk lokaal met bijzonder brandgevaar. Rookklep op de recyclagelucht en rookdetectie in het extractiekanaal niet vereist voor luchtbehandelinggroepen met debiet < 5000m³/h die slechts één lokaal bedienen Luchtkanalen: JB 14/07/ /75
51 - In evacuatiewegen, technische kokers en op onbereikbare plaatsen: materialen klasse A0, bekleding van isolatie A1 - Soepele leidingen: A1 - In collectieve keukens en evacuatiewegen: materialen klasse A0 + stabiliteit bij brand 30 - Kanalen van keukens doorheen ander compartiment (horizontaal en vertikaal): in kokers met wanden Rf 120 of kanalen Ro 120 Doorgangen luchtkanalen door wanden: - enkel kanalen vervaardigd uit materialen klasse A0 en minstens 1m aan weerszijden van de doorboorde wand - enkel lokalen met dagbezetting Doorgangen luchtkanalen door Rf-wanden (min. 30 ): - Enkel met brandwerende klep met Rf gelijk aan de wand - Het kanaal heeft een Ro gelijk aan Rf van de wand of geplaatst in koker met dezelfde Rf (volledige lengte doorheen het compartiment) als de wand. - Doorsnede <130 cm² - Luchtkanalen door wanden naar technische ruimte met luchtbehandelinggroepen: geen klep vereist Brandwerende kleppen: - Type A: klep met thermische detectie: t van de lucht wordt te hoog of rook in het kanaal. - Type B: klep kan ook gesloten worden met afstandsbediening (systeem zonder externe detectie) - Type C: klep is normaal gesloten maar kan geopend worden met afstandbediening (in ontrokinginstallaties) - Op de klepkast staat volgende info: constructeur, fabricagenummer & jaar, merkteken van brandbeveiligingstoestel. Rookkleppen: Bedieningspaneel: gelegen op het toegangsniveau en is gecombineerd met controlebord voor ontrokinginstallatie Aëraulische installaties voor rookafvoer Verplicht voor trappenhuizen, horizontale evacuatiewegen en gemeenschappelijke halls Principe: - gebouwen tussen 25 en 50m hoog: binnentrappenhuizen in overdruk zetten t.o.v. de evacuatiewegen door ventilatoren - gebouwen >50m: binnentrappenhuizen in overdruk zetten t.o.v. de evacuatiewegen + in overdruk zetten van de horizontale evacuatieweg op de geteisterde bouwlaag door ventilatoren en rookafzuiginstallatie Melding, waarschuwing, alarm en brandbestrijdingsmiddelen In gebouwen zijn inrichtingen voor melding en brandbestrijding verplicht. Aantal toestellen bepaald door afmetingen, toestand en het risico in de lokalen. Elk punt van de ruimte moet kunnen bediend worden Toestellen voor menselijke interventie: zichtbaar en bereikbaar opgesteld. Nabij uitgangen, op overlopen, in gangen / mogen de circulatie niet hinderen. Signalisatie verplicht. Brandmelding: - één meldingstoestel per compartiment - indien opp. Bouwlaag <500m2 => 1 meldingstoestel per gebouw - verbinding telefonisch of andere wijze moet verzekerd zijn Waarschuwing en alarm: moeten duidelijk zijn. Brandbestrijdingsmiddelen: - Snelblussers en muurhaspels = eerste interventie (gebruik door bewoners) Draagbare en mobiele snelblussers Muurhaspels met axiale voeding, muurhydranten: - Elk compartiment: min. 1 haspel en 1 hydrant - Ieder punt van het compartiment moet kunnen bereikt worden door de waterstraal JB 14/07/ /75
52 Ondergrondse en bovengrondse hydranten: - Gevoed door openbaar net - In nijverheid- en handelszones en plaatsen met grote bevolkingsdichtheid: hydranten op max. 100m van elkaar verwijderd. - Elders: op max. 200m van de ingang van elk gebouw JB 14/07/ /75
53 JB 14/07/ /75
54 10. BIJLAGE 2 : BASISNORMEN VOOR DIVERSE TYPE UITBATINGEN Basisnormen: Industriële gebouwen Definitie : industriegebouw = gebouw of gedeelte dat omwille van zijn constructie en inrichting, bestemd is voor doeleinden van: bedrijfsmatige bewerking of opslag van materialen of goederen bedrijfsmatig telen of opslaan van gewassen bedrijfsmatig houden van dieren van toepassing: voor nieuwe industriële gebouwen met één of meerdere bouwlagen som van de oppervlaktes >100m² beperking van brand- en rookverspreiding : Indeling van gebouwen op basis van aard activiteit/productie en aard van opslag van goederen Categorie A (laagste risico) Categorie B Categorie C Categorie D Risico s klassen categorie toepassing Produktie van goederen Gewone risico s OH1 Cat. A OH2 OH3 Gebouwen voor houden van dieren Gebouwen voor telen en opslaan van gewassen OH4 Opslag met risico cat. 1 HHP1 Cat. B Productie met risico cat. OH2 HHP2 Opslag met risico cat. II HHP3 Cat. C Productie met risico cat. OH3 HHP4 Opslag met risico cat. III Opslag van goederen Hoge risico s Categorie I Cat. D Productie met risico cat. OH4, HHP1 Categorie II Categorie III Categorie IV OH1 = Ordinary Hasard- categorie 1 (4 categoriën) HHP1 = High Hasard Prospect-categorie 1 (4 categoriën) t.e.m. HHP4 Opslag met risico cat. IV JB 14/07/ /75
55 Compartimentering en ontroking : Opp. van compartiment van industriële gebouwen met 1 bouwlaag Categorie A B C D Zonder automatische Max. opp blusinstallatie Max. breedte 60m 40m 40m RWA x x Met automatische Max. opp blusinstallatie Max. breedte 60m 60m RWA x x - het compartiment moet langs 2 tegenover elkaar gelegen zijden bereikbaar zijn, indien niet: breedte gehalveerd Opp. van compartiment van industriële gebouwen met meerdere bouwlagen Aantal bouwlagen A B C D m² m² m² m² m² m² m² m² m² m² m² m² m² m² m² m² 6 of meer m² m² m² m² - Met een automatische blusinstallatie mogen de oppervlaktes verdubbeld worden Verticale compartimenteringwanden - Rf Bij brand zelfsluitende deuren Rf 60 - Indien automatische blusinstallatie aanwezig: deuren Rf 30 horizontale compartimenteringwanden Categorie A B C D Zonder automatisch blussysteem 1h 1h 2h 2h Met automatisch blussysteem h 1h stabiliteit van de structurele elementen moet bepaalde tijd behouden blijven gebouwen met enkel een dak en gebouwen met 1 verdieping Categorie A B C D Zonder automatisch blussysteem Met automatisch blussysteem structurele elementen die vloeren moeten ondersteunen Categorie A B C D Zonder automatisch blussysteem 1h 1h 2h 2h Met automatisch blussysteem h 1h Inplanting en evacuatie van het gebouw : vermijden brandoverslag JB 14/07/ /75
56 voldoende afstand t.o.v. andere gebouwen afhankelijk van gebouwkenmerken, inhoud en activiteit op 4 m van de perceelsgrens indien een gebouw paalt aan een ander gebouw (andere eigenaar) moet de gemene muur: Rf 120, 100cm boven het dak uitsteken, bij brand zelfsluitende Rf 30 deur toegelaten. evacuatie in elk compartiment : alarm en detectiesysteem aanwezig onderscheidt tussen evacuatiewegen voor goederen en personen! Aantal vluchtwegen Slechts 1 in compartiment waar niet permanent personen aanwezig zijn (onderhoud,..), de afstand tot een veilige plaats is beperkt: - cat. A: 30m / cat. B & C: 20m / Cat D: 10m (indien autom. Blusinstall. Aanwezig: +30m) 2 vluchtwegen: permanent max. 500 personen aanwezig, de afstand tot een veilige plaats is beperkt: - cat. A: 60m / cat. B & C: 40m / Cat D: 20m (indien autom. Blusinstall. Aanwezig: +30m) >2 vluchtwegen: permanent meer dan 500 personen aanwezig, de afstand tot een veilige plaats is beperkt: - cat. A: 60m / cat. B & C: 40m / Cat D: 20m (indien autom. Blusinstall. Aanwezig: +30m) Toegangswegen Eén of meerdere bouwlagen met opp. van respectievelijk <3500m² en 2500m² Idem basisnormen Eén of meerdere bouwlagen met opp. van respectievelijk >3500m² en 2500m² Idem basisnormen Toegangsweg bereist die gans het gebouw omsluit en berekend voor brandweervoertuigen Afstand tussen de gevel en de rand van de weg: - 2m (gebouwen 1niveau) - 4m (gebouwen met meerder niveau s) industriegebouw van categorie D elke 100m moeten opstelplaatsen voorzien zijn tussen 4m en 10m van de gevel min. opp. 7m x 12m Brandbestrijding Automatische blusinstallatie Verplicht in gebouwen categorie C en D brandbestrijdingsmiddelen verplicht in elk compartiment soort hangt af van de exploitatie, activiteit, opslag bijkomende blusmiddelen moet aanwezig zijn voor: - gebouwen met 1 bouwlaag en compartimenten >3500 m² - meerder bouwlagen en compartimenten >2500 m² deze zijn: ofwel toevoerleiding Ø150mm, ofwel Ø100mm + watervoorraad 120m³, ofwel watervoorraad 250m³ watervoorraad moet steeds bereikbaar zijn (ook tijdens vorst) dichtste hydrant op max. 100m van gebouw JB 14/07/ /75
57 10.2. Basisnormen: logiesverstrekkende bedrijven Algemeen Hotels Brandbeveiligingsattest max. 5jaar geldig: steeds opvragen Indeling van de inrichtingen Cat. 1: LG: gebouwen met 1,2 en 3 bouwlagen Cat. 2: MG: gebouwen met meer dan 3 bouwlagen, <25m Cat. 3: HG: gebouwen >25m Inplanting en toegangswegen Het gebouw is voortdurend bereikbaar voor autovoertuigen Toegangsweg en opstelplaats: Zie basisnorm Inplanting: Scheiding met aanpalende constructies door wand met: - Cat. 1: Rf 30 - Cat. 2 & 3: Rf 60 - Doorgangen: bij brand zelfsluitende deuren Rf Compartimentering en evacuatie 1 compartiment: max. 250 m2!!, max. 75m lang geldt niet voor de parkeerruimten duplex mogelijk: max. 700m² benedenverdieping + 1 e verdieping mogen compartiment zijn indien < m3 Constructies tussen compartimenten: Cat. 1: Rf 30 Cat. 2 & 3: Rf 60 Opgebouwd in metselwerk of beton Doorgangen: bij brand zelfsluitende deuren Rf30 Indien hieraan niet voldaan: automatische brandmeldinstallatie Overdekte parkeerruimte: Wanden tussen parkeerruimte en de rest van het gebouw: idem als tussen compartimenten Evacuatie van compartimenten: minimum 2 uitgangen 1 e uitgang: - steeds een binnentraphuis 2 e uitgang: - Cat. 1: 2 e binnentrap, buitentrap, brandladder, opendraaiend venster (indien <3m boven begane grond) - Cat. 2 & 3: 2 e binnentrap, buitentrap De af te leggen weg: - <35m tot 1 e uitgang - <60m tot 2 e uitgang Voorschriften voor sommige bouwelementen Doorvoering door wanden: mogen brandweerstand van het element niet nadelig beïnvloeden Structurele elementen (excl. dak): in metselwerk of beton Cat. 1: Rf 30 Cat. 2 & 3: Rf 60 Indien hieraan niet voldaan: automatische brandmeldinstallatie JB 14/07/ /75
58 Verticale binnenwanden: Tussen kamers en appartementen: Rf 30 (metselwerk of beton) Valse plafonds: Cat. 3: stabiliteit 30 Indien hieraan niet voldaan: automatische brandmeldinstallatie Trappen : Nuttige breedte: min. 80cm Cat. 2 & 3: breedte van de trap = aantal gebruikers x1,25 (dalend) en x 2 (stijgend) Deuren: Draaideuren enkel als aanvulling op gewone deuren en doorgangen Zo mogelijk: opendraaiend in vluchtrichting Voorschriften inzake constructie van compartimenten en evacuatieruimten Binnentrappen : Gesloten treden < 120: leuning aan 1 zijde > 120: leuningen aan beide zijden helling max. 75% (helling 37 ) steeds van type: recht Nuttige breedte: min. 80cm Buitentrappen : leuningen aan beide zijden treden: anti-slipuitvoering Nuttige breedte: min. 80cm Binnentrappenhuizen : Cat. 2 & 3: volledig ommuurd Cat. 2: de muren en toegangsdeuren van de kamers mogen de ommuring van het trappenhuis vormen. Binnenwanden: - Cat. 2: Rf 30 - Cat. 3: Rf 60 - Gebouwd in metselwerk of beton Toegangen: - Cat. 2: massieve houten deuren of met gewapend glas of Rf 30 deuren - Cat. 3: deuren Rf 30 Boven elk trappenhuis: - Cat. 2: verluchtingsopening van min. 0,5m² - Cat. 3: verluchtingsopening van min. 1m² - Te openen door handbediening of zelfopenend. Buitenladders Stevig bevestigd, kunnen opklapbaar zijn Signalisatie Op alle bouwlagen: volgnummer aanbrengen op overlopen en in trappenhuizen en liften. Geen spiegels in vluchtruimten Bekleding en wandversieringen Bestaande hotels Bekledingen en wandversieringen mogen geen brandvoortplanting en rookontwikkeling veroorzaken Verwarming van lokalen en gastoevoerleidingen keuken en restaurants Stookplaatsen JB 14/07/ /75
59 Wanden Rf 60 Tussen stookplaats en gebouw: deur Rf 30, zelfsluitend Tussen stookplaats en brandstofopslagplaats: deur Rf 30, zelfsluitend Verluchte ruimte Verwarmingstoestellen Schoorstenen en rookgangen uit onbrandbaar materiaal + regelmating onderhouden Warmtegeneratoren, schouwen en rookgangen op voldoende afstand van brandbare materialen Individuele verwarmingstoestellen met verbranding erin: verboden (kachels, ) Gastoevoerleidingen Gastoevoerleiding moet manueel kunnen afgesloten worden bij het begin van de leiding in het gebouw Keukens en restaurants Begrensd met Rf wanden van min.: - Cat. 1: Rf 30 - Cat. 2 & 3: Rf 60 - Gebouwd in metselwerk of beton Uitrusting van gebouwen Liften en goederenliften Wanden van schachten, bordessen en toegangssassen: - Cat. 1: Rf 30 - Cat. 2 & 3: Rf 60 - Gebouwd in metselwerk of beton - Uitz. Voorzijde van liftbordessen: voldoen aan 30 stabiliteit en vlamdichtheid Liften met prioritiare oproep Cat. 3: liften steeds met prioritaire oproep Deze liften geven uit op het evacuatieniveau Elektrische installatie voor drijfkracht, verlichting en signalisatie Alleen electrische verlichting toegelaten Autonome stroombronnen: - dient voor installatie voor melding, waarschuwing en brandbestrijding - voor cat. 3: eveneens voor liften met prioritaire oproep - werken automatisch en binnen 30 seconden - werken min. 1uur veiligheidsverlichting te voorzien in: - evacuatiewegen, vluchtterrassen, overlopen van trappenhuizen, liftkooien - gemeenschappelijke zalen: refters, restaurantzalen, keukens, vergaderzalen, ontspanningszalen, enz ) - werken automatisch en binnen 30 seconden - werken min. 1uur Melding, waarschuwing, alarm en brandbestrijdingsmiddelen Alle inrichtingen zijn uitgerust met installaties voor melding, waarschuwing, alarm en brandbestrijding Aantal toestellen bepaald door het brandrsisico Handbediende toestellen moeten gemakkelijk bereikbaar zijn. Brandmelding: - verbinding telefonisch of andere wijze moet verzekerd zijn Waarschuwing en alarm: - moeten duidelijk zijn. - Cat. 3: inwerkingtreding = terugkeer liften met prioritaire oproep Automatische brandmeldinstallatie - Te plaatsen in: kamers, evacuatieruimten, technische lokalen, burelen, lokalen toegankelijk voor publiek, keukens en bergplaatsen - Detectoren aangepast aan het brandrisico JB 14/07/ /75
60 - Kamers en evacuatiewegen: rookdetectoren Brandbestrijdingsmiddelen: - Snelblussers en muurhaspels = BENOR-keuring Muurhaspels met axiale voeding, muurhydranten: - Elk compartiment: min. 1 haspel en 1 hydrant - Ieder punt van het compartiment moet kunnen bereikt worden door de waterstraal Onderhoud en controle Periodieke controles: - Liften: jaarlijks - Electrische installaties - Verwarmingsinstallatieen klimaatregeling: jaarlijks - Installaties op gas jaarlijks - Alarminstallaties: jaarlijks - Automatische brandmeldinstallatie: jaarlijks - Brandbestrijdingstoestellen: jaarlijks - Filters en kokers van dampkappen - Deuren en verluchtingsopeningen: jaarlijks Uitbatingsvoorschriften Goede werking van de deuren nazien Kooktoestellen en maaltijdverwarmers: ver verwijderd of geïsoleerd van ontvalmbare materialen Geen verplaatsbare toestellen, gevoed met <3kg of 1liter brandstof toegelaten Gasinstallaties of opslag: niet in ondergrondse of deels ondergrondse bouwlagen Lege gasrecipiënten: in open lucht of speciaal voorziene verlucht lokaal opslaan Een plan van de inrichting moet aanwezig zijn (steeds naar vragen) JB 14/07/ /75
61 10.3. Basisnormen: kinderdagverblijven Inplanting en toegangswegen Voldoet aan de basisnorm middelhoge gebouwen Indien 1 bouwlaag: hulpdiensten naderen tot op max. 60m van de gevel Compartimentering en evacuatie 1 compartiment: max. 750 m2!! max. 1 bouwlaag min. 2 uitgangen voldoen aan de algemene basisnorm Voorschriften voor sommige bouwelementen Doorvoering door wanden: mogen brandweerstand van het element niet nadelig beïnvloeden Structurele elementen (excl. dak): voldoen aan federale basisnorm Rf 60 Dak: stabiliteit van 30 Verticale binnenwanden: voldoen aan federale basisnorm Valse plafonds: voldoen aan federale basisnorm Gevels : voldoen aan federale basisnorm Deuren: voldoen aan federale basisnorm Voorschriften inzake constructie van compartimenten en evacuatieruimten Wanden tussen compartimenten: voldoen aan federale basisnorm min. 1h doorgang: zelfsluitende deur Rf 30 Binnentrappen: voldoen aan federale basisnorm leuningen aan beide zijden + leuningen op 60cm hoogte trapbreedte >240cm: leuning in het midden enkel verticale spijlen toegelaten, max. 8cm ertussen Nuttige breedte: min. 80cm Buitentrappen : voldoen aan federale basisnorm Binnentrappenhuizen: voldoen aan federale basisnorm volledig omsloten Boven elk trappenhuis: - verluchtingsopening van min. 1m² - Te openen met drukknop op evacuatieniveau Evacuatiewegen en vluchtterrassen: voldoen aan federale basisnorm borstwering min. 110cm hoog JB 14/07/ /75
62 breedte evacuatiewegen: - gangen: 120cm - toegangen tot trappenhuizen: 100cm - andere toegangsdeuren: 80cm Constructievoorschriften voor sommige lokalen en technische ruimten Compartiment : voldoen aan federale basisnorm Stookplaats : voldoen aan federale basisnorm - Kunnen in een naburig gebouw liggen op min. 8m afstand, zonder brandbare elementen ertussen. - In het gebouw: niet in noch onder het hoge gedeelte, met wanden Rf 120, zelfsluitende toegangsdeur Rf 30 (LG) en Rf 60 (MG) - Stookplaatsen mogen op het dak indien met gas, gasleidingkoker verlucht - Stookplaats mag op dak: propaan & propaanbutaan: lokaal met hoge en lage verluchtingsmonden, voldoende verluchte kokers, gasopslag buiten het gebouw. Transformatorlokalen : voldoen aan federale basisnorm Huisvuilafvoer : Stortkoker : VERBODEN Lokaal voor huisvuil: - Wanden : Rf 60 - Binnendeur : zelfsluitende deure Rf 30, Leidingenkokers : voldoen aan federale basisnorm Garages Wanden Rf 60 - Tussen garage en de rest van het gebouw: via sas met 2 zelfsluitende deuren Rf 30, wanden Rf 120, min. 2m² Verluchte ruimte: openingen: min. 0,2% van het vloeropp. Indien lager dan straatniveau: mechanische geforceerde ventilatie vereist Keuken Begrensd met Rf wanden van min. Rf 60 Één van de wanden is een buitenwand met ventilatieopening Deuren: zelfsluitend en Rf 30 Gas in verplaatsbare recipiënten: verboden Aanvoerleidingen gas: steeds zichtbaar/ verboden in kokers en trappenhuizen Alle gaskooktoestellen met gemakkelijk bereikbare afsluitkraan in de onmiddelijke omgeving Meerderetoestellen: algemene afsluitkraan op max. 1,5m van eerste toestel Soepele leidingen verboden Enkel gas en electriciteit zijn voor kooktoestellen toegestaan Afvoerkanalen van dampen en verbrandingsgassen: op min. 45cm van brandbare materialen Was- en drooglokalen Wanden Rf 60 Deuren: zelfsluitend, Rf 30 Linnenkokers: verboden Uitrusting van gebouwen Liften en goederenliften voldoen aan federale basisnorm JB 14/07/ /75
63 paternosterliften, containertransport, goederenliften met laad-en losmechnisme zijn verboden roltrappen: zijn verboden Elektrische installatie voor drijfkracht, verlichting en signalisatie 5-jaarlijkse keuring Alleen electrische verlichting toegelaten Beveiligde stopcontacten Opp. verwarmingselementen max. 60 c Leidingen tot aan het compartiment: Rf 60 Autonome stroombronnen: voldoen aan federale basisnorm veiligheidsverlichting: voldoen aan federale basisnorm Aëraulische installaties voldoen aan federale basisnorm Melding, waarschuwing, alarm en brandbestrijdingsmiddelen Alle inrichtingen zijn uitgerust met installaties voor melding, waarschuwing, alarm en brandbestrijding + manueel systeem aangesloten op brandmeldinstallatie Kinderdagverblijf >500m2: ondergrondse of bovengrondse hydrant Ieder compartiment >250m2 : muurhaspel met axiale voeding. Aantal bepaald door max. af te leggen weg tot haspel: - Type DMH 20/19: 20m - Type DMH 30/25: 30m Poedersnelblussers verplicht: - 1x6kg ABC per 150m2 - min. 2 per bouwlaag - opgehangen aan een haak op min. 100cm boven vloerpeil - stookinstallatie met vloeibare brandstof: automatische poederblusinstallatie boven branders verplicht - liftmachinekamer: automatische poederblusinstallatie verplicht + thermische detector - keuken: CO 2 snelblussers verplicht, 5kg per 50m2 - blusapparaat met gehalogeneerde koolwaterstoffen= verboden Onderhoud en controle Periodieke controles: - Liften: jaarlijks - Electrische installaties: 5-jaarlijks - Hoogspanningscabines: jaarlijks - Verwarmingsinstallatieen klimaatregeling: jaarlijks - Installaties op gas jaarlijks - Alarminstallaties: jaarlijks - Automatische brandmeldinstallatie: jaarlijks - Branddetectie 2-jaarlijks - Brandbestrijdingstoestellen: jaarlijks - Filters en kokers van dampkappen - Deuren en verluchtingsopeningen: jaarlijks Uitbatingsvoorschriften Een plan van de inrichting moet aanwezig zijn (steeds naar vragen) Basisnormen: studentenkoten Per verdieping moet er buiten de normale uitgang minstens één vluchtweg aanwezig zijn Per verdieping min. 1 poederblusser of muurhaspel aanwezig zijn op een bereikbare plaats JB 14/07/ /75
64 Elke bewoner moet binnen de 20m een brandblusser kunnen bereiken Een poederblusser of emmer zand vereist in de buurt van elk kooktoestel Trappen moeten min. 70cm breed zijn en in onbrandbaar materiaal. Op elk niveau een rookdetector in het trappenhuis Elke kamer min. 1 opendraaiend raam Kelderverdieping niet inrichten als woonruimte Gebouwen >10 studenten of > 2 verdiepingen: veiligheidsvoorlichting Indien 1 bouwlaag: hulpdiensten naderen tot op max. 60m van de gevel Basisnormen: scholen Zie federale basisnormen In labo s is er een branddeken aanwezig Frituurketels voorzien van een automatische blusinstallatie of deksel Filters van afzuigkappen worden min. 2 x per jaar gereiningd Grote ruimten hebben meerdere breede uitgangen Vanuit elk lokaal kan er in twee richtingen gevlucht worden Lange gangen verdeeld door brandwerende deuren JB 14/07/ /75
65 BIJLAGE 3: ARAB ART. 52 (Algemene Reglementering op de ArbeidsBescherming) Hierin worden alle lokalen geclassificeerd volgens aanwezigheid van brandbare producten en/of potentieel gevaarlijke activiteiten. Uitgaande van die indeling zijn er per categorie bouwkundige regels opgesteld waaraan het lokaal moet voldoen inzake brandveiligheid classificatie lokalen met opslag Groep 1 ontvlambare vloeistoffen met ontvlammingspunt 21 C, 50liter (uitz. vloeistoffen in tanks van voertuigen) ontvlambare vloeistoffen met ontvlammingspunt 21 C en < 50 C, 500 liter zeer ontvlambare (vaste) stoffen welke in aanraking met water brandbare gassen vrijmaken, 50kg brandbare gassen (gasvormig, vloeibaar, ), 300 liter lokalen met ontplofbare atmosfeer door normale werking van installaties winkels voor kleinhandel en warenopslagplaatsen 2000m² (verkoopslokalen en aangrenzende lokalen Groep 2 ontvlambare vloeistoffen met ontvlammingspunt 50 C en < 100 C, 3000 liter brandbare stoffen welke snel branden, giftige gassen vrijgeven of veel rook voortbrengen, 1000 kg (weefsels en voorwerpen in synthetische stoffen) brandbare stoffen die een brand snel kunnen doen uitbreiden, 1000 kg (katoenweefels, papier, stro, vette vodden) vaste brandbare stoffen, kg (rollen papier, rubber, textielvezels excl. wol) Groep 3 alle andere lokalen Bouwconstructie van die lokalen ifv de verschillende GROEPEN / GEBOUWEN 1972 (niet van toepassing voor meubelwinkels met een sprinklerinstallatie) Groep 1 alle wanden, trappen en zolderingen: min. Rf 30' of uit onbrandbare materialen (metselwerk, beton, ) o afwijkingen : glazen wanden die restaurants, kappers e.d. scheiden van andere lokalen voorwaarden: enkel de noodzakelijk openingen in de wand (toegang & nooduitgang) tijdelijke werven deuren min. Rf 30', zelfsluitend, vrij van elke deuropenhouder, voor elke opening naar lokalen van andere groep o winkels voor kleinhandel: alle deuren tussen de verkoopsruimte en de aangrenzende lokalen uitz. op de deuropenhouder: doorgangen naar warenopslagplaatsen die frequent gebruikt worden. JB 14/07/ /75
66 voorwaarden : bij brand zelfsluitende deur verbonden met rookdetectie (2 detectoren, aan elke kant van de deur één) (bijkomend verbonden met sprinklerkop indien : de verkoopsruimte op meerdere niveau's en/of verkoopslokalen en warenopslaglokalen >10.000m²) winkels voor kleinhandel met min. 3 verdiepingen boven gelijkvloers: o elke vluchttrap in een trappenhuis met wanden in metselwerk of beton en zonder openingen behalve de toegangsdeuren o elke lift of groepen van liften in een omsloten koker in metselwerk of beton o automatisch sluitende toegangen tot die trappenhuizen en kokers : min. Rf 30' o geen deuropenhouders toegelaten Groep 2 alle muren, trappen : min. Rf 30' of uit onbrandbare materialen (metselwerk, beton, ) alle vloeren en zolderingen min. Rf 30' indien ze respectievelijk boven of onder andere lokalen gelegen zijn Bouwconstructie van die lokalen ifv de verschillende GROEPEN / GEBOUWEN van na 1972 (niet van toepassing voor meubelwinkels met een sprinklerinstallatie) Groep 1 alle gebouwen met meer dan één verdieping : draagstuctuur van het gebouw: min. Rf 2h alle gebouwen met meer dan één verdieping : draagstuctuur van het gebouw: min. Rf 2h alle gebouwen met meer dan één verdieping : draagstuctuur van het gebouw: min. Rf 2h niet dragende wanden en zolderingen, balken van het dakgeraamte : min. Rf 30' o afwijkingen: glazen wanden die restaurants, kappers e.d. scheiden van andere lokalen voorwaarden : enkel de noodzakelijk openingen in de wand (toegang & nooduitgang) enkel de noodzakelijk openingen in de wand (toegang & nooduitgang) alle lokalen van groep 1 gescheiden van de rest van het gebouw door wanden min. Rf 60' en deuren met min. Rf 30' dan zijn vorige voorschriften enkel op deze lokalen van toepassing o afwijkingen: tijdelijke werven deuren min. Rf 30', zelfsluitend, vrij van elke deuropenhouder o winkels voor kleinhandel : alle deuren tussen de verkoopsruimte en de aangrenzende lokalen die als warenopslagplaats dienen uitz. op de deuropenhouder : doorgangen naar warenopslagplaatsen die frequent gebruikt worden. voorwaarden : bij brand sluitende deur verbonden met rookdetectie (2 detectoren, aan elke kant van de deur één) (bijkomend verbonden met sprinklerkop indien : de verkoopsruimte op meerdere niveau's en/of verkoopslokalen en warenopslaglokalen >10.000m²) o niet van toepassing voor toegangsopeningen van koellokalen ( 4 C) winkels voor kleinhandel met min. 3 verdiepingen boven gelijkvloers: o elke vluchttrap in een trappenhuis met wanden met min. Rf 2h o elke lift of groepen van liften in een omsloten koker met min. Rf 2h o automatisch sluitende toegangen tot die trappenhuizen en kokers : min. Rf 30' o geen deuropenhouders toegelaten Groep 2 alle gebouwen met meer dan één verdieping: draagstuctuur van het gebouw: min. Rf 2h JB 14/07/ /75
67 alle gebouwen met slechts één verdieping : draagstructuur van het gebouw : min. Rf 30' alle gebouwen zonder verdiepingen : geen Rf vereist trappen uit metselwerk, beton of ander onbrandbaar materiaal alle lokalen van groep 2 gescheiden van de rest van het gebouw door wanden min. Rf 60' en deuren met min. Rf 30' dan zijn vorige voorschriften enkel op deze lokalen van toepassing deuren min. Rf 30', zelfsluitend, vrij van elke deuropenhouder lokalen van groep 2 zijn van de rest van het gebouw gescheiden door wanden met min. Rf 30' Toegangen deuren die naar buiten leiden moeten kunnen geopend worden voor ontruiming en doorgang van hulpdiensten private toegangswegen naar die deuren moeten vrij blijven Uitgangswegen en ontruiming lokalen op boven- of kelderverdieping : min. door 1 trap bediend trappen en uitgangswegen: breedte min. 80cm, uitz. doorgangen tussen kassa's gebouwen van voor 1972 : breedte trappen 70cm deuren : breedte min. 70cm de uitgangen en uitgangswegen : als breedte moeten die samen min. (in centimeter) gelijk zijn aan het aantal personen die ze moeten gebruiken trappen : als breedte moeten die samen min. (in centimeter) gelijk zijn aan het aantal personen die ze moeten gebruiken x 1,25 (dalend) of 2 (stijgend) o opgelet : max. aantal personen = hoogste aantal welke er op één van de verdiepingen kan voorkomen. NIET de cumulatie van alle personen op alle verdiepingen! max. personen = personeel + bezoekers winkels en kleinhandel ((uitz. meubelwinkels : niet van toepassing) : kelder = 1 persoon / 6m² gelijkvloers = 1 persoon / 3m² verdiepingen = 1 persoon / 4m² lokalen groep 1+ min. 100 personen of verdieping met min. 100 personen = min. 2 afzonderlijke uitgangen (uitz. lokalen uitsluitend voor opslag) verdiepingen met min. 100 personen of winkels 2000 m² : min. 2 afzonderlijke trappen lokalen met min. 500 personen of verdieping met min. 500 personen = min. 3 afzonderlijke uitgangen verdiepingen met min. 500 personen: min. 3 afzonderlijke trappen gebouwen 1968 : buitentrappen of brandladders aanbrengen indien bovenvermelde bepalingen niet haalbaar zijn alle evacuatieuitgangen: signalering dmv pictogrammen en veiligheidsverlichting deuren van lokalen groep 1: o uitgangsdeuren : opendraaien in de richting van de uitgang of beide richtingen o o deuren nooduitgangen : opendraaien in de richting van de uitgang uitz. deuren tussen verkoopslokalen en de aangrenzende lokalen met warenopslag indien deze regelmatig gebruikt worden voor transport van waren voorwaarden : bij brand zelfsluitende deur verbonden met rookdetectie (2 detectoren, aan elke kant van de deur één) (bijkomend verbonden met sprinklerkop indien : de verkoopsruimte op meerdere niveau's en/of verkoopslokalen en warenopslaglokalen >10.000m²) deuren in uitgangswegen tussen 2 uitgangen : opendraaien in beide richtingen draaideuren zijn slechts een aanvulling op bovenvermelde deuren / draaideuren zijn verboden in winkels >2.000 m² JB 14/07/ /75
68 hellende vlakken en roltrappen worden niet in aanmerking genome voor de berekening van het aantal en de breedte van de trappen voor evacuatie Gasinstallaties gasflessen in kelderverdieping = verboden lege gasflessen : in open lucht of in speciaal daarvoor bestemd en voldoende verlucht lokaal opslaan Verwarming van lokalen van vloeibare of gasvormige brandstoffen behoorlijke verluchte stookplaats afgescheiden van rest van het gebouw en brandstofopslagplaats met wanden min. Rf 1h en zelfsluitende deuren min. Rf 30' verwarmingstoestellen moeten aangesloten zijn op een schouw o uitz.: constructie en montagehalls, pakhuizen, garages voor voertuigen en ander werkplaatsen met grote afmetingen. voorwaarde : zeer goede ventilatie, brandstof : gas! schoorstenen in onbrandbaar materiaal & behoorlijk onderhouden warmetgeneratoren, schouwen en rookgangen op voldoende afstand van brandbare stoffen warmeluchtinstallaties : o o o lucht max. 80 aan de monden aanvoerkanalen in onbrandbare materialen als generator in stookplaats: dan aanvoerlucht niet uit stookplaats of aanhorige lokalen opzuigen, stoffilters plaatsen Voorkoming van brand in lokalen met ontplofbare atmosfeer: verboden te roken, lassen, vuur te maken, andere dan veiligheidslampen, vonken te creëren in nabijheid van vuurhaard of warmtebron : verboden brandbare en gemakkelijk ontvlambare stoffen te plaatsen reinigingsvodden en brandbaar afval plaatsen in metalen recipiënten met deksel winkels voor kleinhandel : decoratiemateriaal (gordijnen, versieringen, ) in onbrandbare materialen in verkoopslokalen en lokalen voor warenopslag : rook- en vuurverbod o uitz. restaurants, kapperssalons e.d. op voorwaarde dat ze duidelijk gescheiden zijn van andere verkoopslokalen door wanden opslag van vloeibare brandstoffen of gassen = buiten de werklokalen installaties die warmte voortbrengen of uitstralen (ovens, drooginstallaties, droogovens ed.) moeten op voldoende afstand van van brandbare stoffen opgesteld zijn zodat brandgevaar voorkomen wordt Brandbestrijdingsmiddelen brandweerattest nodig indien : 50 werknemers of als er een lokaal van groep 1 aanwezig is. brandbestrijdingsmiddelen : o in goede staat o gemakkelijk bereikbaar o oordeelkundig verdeeld o doelmatig gesignaleerd kleinhandel 2000m² : sprinklerinstallatie in verkoopslokalen en aangrenzende lokalen voor warenopslag o uitz.1 : winkels met brandbare goederen < 1000 kg per verdieping JB 14/07/ /75
69 o uitz. meubelwinkels indien wanden naar bewoonde lokalen min. Rf 2h zonder openingen uitz. doorgang naar woning van de exploitant : deur van Rf 1h, zelfsluitend, uitz.2 : koellokalen (max. 4 C) < 150m² en opgericht in winkels voor kleinhandel Waarschuwing en alarm aan te brengen indien : 50 werknemers of als er een lokaal van groep 1 aanwezig is of als er meerdere verdiepingen bezet zijn waarschuwing = bevoegde dienst inlichten omtrent begin van een brand = als gezichts- of geluidsignaal dan + telefonische bevestiging alarm = verwittiging aan de personen die ter plaatse verblijven toestellen : o in goede staat o gemakkelijk bereikbaar o oordeelkundig verdeeld o doelmatig gesignaleerd private dienst brandbestrijding als: o 50 werknemers of als er een lokaal van groep 1 aanwezig is. min. 1 oefening per jaar JB 14/07/ /75
70 11. BIJLAGE 4: BIJZONDERE NORMERINGEN VOOR BLUSTOESTELLEN Normen voor BRANDBLUSAPPARATEN Branddeken Elk apparaat moet: - BENOR-merk hebben - jaarlijks onderhouden worden/gekeurd - in houder/koker steken - is onbrandbaar materiaal : kevlar - aan de muur bevestigd Handsnelblussers en niet-draagbare mobiele brandblustoestellen Opschrift van jaarlijks nazicht moet op het apparaat staan, anders beschouwen als niet aanwezig. Elk apparaat moet: - BENOR-merk hebben - jaarlijks onderhouden worden/gekeurd - nodige opschriften van jaarlijks keuring - opschriften met de samenstelling, gewicht/inhoud - verzegeld zijn - in goede staat - opgehangen zijn tussen 80 en 100cm van de grond Vereiste aantal bluseenheden: niet wettelijk bepaald (op enkele uitzonderingen na) - Oppervlakten: netto opp., lokalen die niet met elkaar in contact staan vormen elk een oppervlakte. - 1 bluseenheid per 150m2 - min. 2 bluseenheden per bouwlaag - verdiepingen <100m2: 1 blusapparaat - vrijstaande gebouwen <50m2: 1 blusapparaat - gevaarlijke zones: meer noodzakelijk op aanduiding van de verzekeraar zones waar ontvlambare vloeistoffen aanwezig zijn zones voor houtbewerking, zones waar verven, vernissen, lakken of inkten opgestapeld worden zones waar papier, karton, stro, vezels opgestapeld worden bij elektrische kasten bij laders voor heftrucks bij stookoliebranders zones voor droogplaatsen, polymeriseertoestellen, ovens - min. 50% van de beveiliging moeten handsnelblussers zijn 0,5 eenheden CO 2 5kg 75 m² 1 eenheid watersnelblusser 6l 150 m² poeder BC 6kg 150 m² poeder ABC 6kg 150 m² CO 2 10kg 150 m² 1,5 eenheid watersnelblusser 9l 225 m² poeder BC 9kg 225 m² poeder ABC 9kg 225 m² 7 eenheden watersnelblusser 50l 1050 m² 10 eenheden poeder BC 50kg 1500 m² poeder ABC 50kg 1500 m² JB 14/07/ /75
71 draagbare poederblussers - ABC (D)-poederblussers A branden = branden van vaste stoffen B branden = branden van vloeistoffen C branden = gasbranden D branden = metaalbranden (aluminium, kalium, titanium, ) - van 1 t/m 12kg - BENOR-label - NVBB-label (uitgaande van BVVO) - Beste bluskracht - Nevenschade door fijne poeder (geen schade met CO 2 -blusser) - Bij voorkeur te plaatsen bij uitgangen van lokalen, compartimenten, draagbare CO 2 -blusser en CO 2 (koolzuursneeuw) - vooral geschikt voor het blussen van brandbare vloeistoffen (benzine, stookolie, vetten, oliën, ) (B-branden) - geschikt voor gevoelige apparatuur - geschikt voor voedingsindustrie en keukens - geen blusschade C = opgelet voor vrieswonden - inhoud: 2, 5, 10, 30 en 60kg schuimblussers en blusschuim (watersnelblusser) - overal inzetbaar - weinig blusschade - schuim = combinatie van water, minerale zouten, schuimvormend middel en lucht. - Niet voor buitengebruik (bevriezing) Muurhaspels met axciale voeding Elk apparaat moet: - 5 jaarlijks onderhouden worden/gekeurd - vrij toegankelijk zijn, vrije toegang tot de haspel - geen zichtbare beschadigingen - etiket: gecontroleerd Brandhaspels met vormvaste slang Vereiste aantal haspels: - Elk punt van het beveiligd niveau moet door min. 2 haspels bereikbaar zijn. - Min. 2 per bouwlaag Gewapende binnenhydranten Vereiste aantal haspels: - Elk punt van het beveiligd niveau moet door min. 2 binnenhydranten bereikbaar zijn. - Min. 2 per bouwlaag - Max.lengte van de persslang is 30m Brandkranen Vereiste aantal haspels: - Elk punt van het beveiligd gebouw moet door min. 2 brandkranen van buitenaf te besproeien zijn met 40m slang - In een kast Bovengrondse hydranten Vereiste aantal haspels: - Elk punt van het beveiligd gebouw moet door min. 2 brandkranen van buitenaf te besproeien zijn met 40m slang JB 14/07/ /75
72 - In een kast - Max. afstand tussen 2 bovengrondse hydranten is 80m Sprinklerinstallatie Water-type Alleen te gebruiken als er geen vorstrisico is Leidingen continu gevuld met water Lucht-type Kan gebruikt worden bij vorstrisico Leidingen gevuld met droge lucht. Pas bij detectie worden de leidingen met water gevuld. Water-Lucht-type Combinatie van watertype en luchttype naargelang de risicozone Deluge-type Voor specifieke beveiligingen. Met ingebouwde turbine zodat alle sprinklers tegelijkertijd in werking treden (ruimten waar brand zich razend snel kan uitbreiden) Normen voor DETECTIESYSTEMEN Lijndetectie Gegroepeerd in een gesloten lus 1 lus per bouwlaag, per compartiment = max. 30 detectoren, max. 1600m² in één lokaal lampje boven elke ingang van een lokaal voor identificatie specifieke lus voor valse vloeren en plafonds, luchtbehandelingkanalen, lokalen met verhoogd risico Geïdentificeerde detectiepunten Detectors in gesloten lijnen geplaatst (lus) 1 detectielus = max. 2 bouwlagen, 1 bouwlaag met valse vloeren en plafonds = 99 drukknoppen of detectoren (over meerdere niveau s) Aantal detectoren thermische detectoren: - opp. <40m²: 1 detector - opp. >40m²: 1 detector per 30m² rookdetectoren: - opp. <80m²: 1 detector - opp. >80m²: 1 detector per 60m² JB 14/07/ /75
73 12. BIJLAGE 5: REACTIE VAN MATERIALEN BIJ BRAND Principe materialen worden geklasseerd in volgende categorieën: ontvlambaar brandbaar onbrandbaar materialen worden onderverdeeld in 5 klassen: A0 = niet brandbaar A1 = geen voortplanting van de vlam, geen persistentie A2 = lichte vlampersistentie A3 = er is vlampersistentie zonder continue voortplanting / geen brandende druppels A4 = alles materialen niet A1, A2 & A3 materialen worden onderverdeeld in 7 EURO-klassen: alle bouwproducten excl. vloeren vloeren A1 dragen in geen enkele fase bij tot brand. Inclusief een volledig ontwikkelde brand A1 fl dragen in geen enkele fase bij tot brand. Inclusief een volledig ontwikkelde brand A2 B C D idem klasse B, bij geïsoleerde brand dragen zij niet significant bij tot de brandlast. A2 fl idem klasse B fl, bij geïsoleerde brand dragen zij niet significant bij tot de brandlast. idem klasse C maar voldoen aan striktere idem klasse C fl, maar voldoen aan striktere eisen. B fl eisen. idem klasse D maar voldoen aan striktere eisen. Weerstaan eveneens aan geïsoleerd idem klasse D fl, maar voldoen aan striktere brandend object. C fl eisen. idem klasse E maar weerstaan langere periode. Weerstaan eveneens aan idem klasse E fl, kunnen bepaalde tijd geïsoleerd brandend object. D fl weerstand bieden aan warmteflux E weerstaan korte tijd aan inwerking van vlammetje zonder aanzienlijke voortplanting. E fl weerstaan korte tijd aan inwerking van vlammetje zonder aanzienlijke voortplanting. F geen brandgedrag bepaald. F fl geen brandgedrag bepaald. JB 14/07/ /75
74 Wanden van lokalen moeten volgende brandweerstand hebben: vloerafwerking muurafwerking technische lokalen A0 A0 A0 parkeerruimten A0 A0 A0 machinekamers A0 A0 A0 schachten van liften A0 A0 A0 containertransport A0 A0 A0 binnentraphuizen A2 A1 A1 sassen en overlopen A2 A1 A1 evacuatiewegen A2 A1 A1 overlopen van liften A2 A1 A1 huiskeukens excl. LG A2 A1 A1 liftkooien A3 A2 A2 zalen A3 A2 A1 alle andere lokalen in LG A4 A3 A2 alle andere lokalen in MG A3 A4 A2 alle andere lokalen in HG A3 A4 A2 Niet voor particuliere woningen! plafondafwerking LG MG HG trappen A2 A2 stortkokers A0 A0 lokaal voor huisvuil A0 A0 gevels A2 A2 A2 gevels benedenverdieping A3 A3 A3 eindlaag dakbedekking A1 A1 A1 JB 14/07/ /75
75 13. BIJLAGE 6: MACHINEPARK HOUTBEWERKING JB 14/07/ /75
Brandinspectie Expertise van een bestaand gebouw in huidige toestand
Gudrun Xpert - nv Kunstlaan 50 BE - 1000 Brussel tel. 02/515 12 41 98953-13 /BRA Kunstlaan 50 BE - 1000 Brussel 11/123.45.67 99999 Marktplein 12/ BE - 9000 Gent Brandinspectie Expertise van een bestaand
LAGE GEBOUWEN MIDDELHOGE GEBOUWEN HOGE GEBOUWEN
0. ALGEMEEN. 0.1 Doel. Deze basisreglementering bepaalt de minimale eisen waaraan de opvatting, de bouw en de inrichting van lage gebouwen (LG) moeten voldoen om : Deze basisreglementering bepaalt de minimale
II. 12 BVCHECK MC Checklist voor de preventie van brand in de mini-crèches
II. 12 BVCHECK MC Checklist voor de preventie van brand in de mini-crèches Deze checklist helpt bepalen aan welke vereisten de mini-crèche op het vlak van brandveiligheid aan het besluit van de Vlaamse
KB 12 juli 2012 - Bijlage 4/1
BIJLAGE 4/1: HOGE GEBOUWEN. INHOUD. 0. ALGEMEEN...5 0.1. Doel...5 0.2. Toepassingsgebied...5 0.3. Terminologie...5 0.4. Reactie bij brand...5 0.5 Platen...5 1. INPLANTING EN TOEGANGSWEGEN...7 2. COMPARTIMENTERING
Norm NBN S21-204: Brandbeveiliging in gebouwen: Schoolgebouwen 1. ALGEMEEN 2
Norm NBN S21-204: Brandbeveiliging in gebouwen: Schoolgebouwen INHOUD 1. ALGEMEEN 2 1.1 Doel 2 1.2 Toepassingsgebied 2 1.3 Terminologie 2 1.3.1 Algemene terminologie 2 1.3.2 Terminologie eigen aan de schoolgebouwen
Welke elementen ondernemen om oudere appartementsgebouwen veiliger maken
Welke elementen ondernemen om oudere appartementsgebouwen veiliger maken Randvoorwaarden Wetgeving brandveiligheid van toepassing op het gebouw? Een wetgeving helpt ons een bepaald brandveiligheidsniveau
Prev 1. Wat in de vorige hoofdstukken?
Prev 1 Carlos Schellinck HVZ Zuid-Oost Wat in de vorige hoofdstukken? Reactie bij brand? Weerstand tegen brand? Onafgewerkte vloer, plafond, afgewerkte vloer, verlaagd plafond? Zelfsluitende, bij brand
BIJLAGE 5/1: REACTIE BIJ BRAND
0 PLATEN [De platen zijn opgenomen bij de betreffende tekst] Plaat 5.1 - Groendaken 1 VOORWERP De vereisten inzake de reactie bij brand en het gedrag bij een brand vanaf de buitenzijde die vermeld zijn
NBN S21-204 - Brandbeveiliging in Schoolgebouwen
NBN S21-204 - Brandbeveiliging in Schoolgebouwen NBN S 21-204 - 1. Algemeen NBN S 21-204 - 1.1. Doel Deze norm bepaalt de minimum voorwaarden waaraan de conceptie, de constructie, de uitrusting en de inrichting
Brandweerzone Centrum
Brandweerzone Centrum Politieverordening Publiek Toegankelijke Inrichtingen Regelgeving sinds 2003 en 2007 Wijzigingen => nieuw reglement sinds 1 januari 2016 Brandweerzone Centrum Aanleiding 1 januari
BIJLAGE 5: REACTIE BIJ BRAND : Gedrag bij een brand vanaf de buitenzijde
BIJLAGE 5: REACTIE BIJ BRAND : Gedrag bij een brand vanaf de buitenzijde INHOUD. 1. Voorwerp 2. Indeling van gebouwen 3. Lokalen 4. Evacuatiewegen en trappenhuizen 4.1. Bouwproducten 4.2. Productenvoor
Wetgeving rond brandveiligheid voor de kinderdagverblijven
Wetgeving rond brandveiligheid voor de kinderdagverblijven Voorstelling Vrijwillig Brandweerkorps Zoersel Brandweertaken Preventie - Lt-dienstchef Yves Sepot - Olt Bart Van Winckel - Bwm Els Haest Wetgeving
BIJLAGE 2: LAGE GEBOUWEN BIJLAGE 3: MIDDELHOGE GEBOUWEN BIJLAGE 4: HOGE GEBOUWEN
0 ALGEMEEN. 0.1 Doel. Deze basisreglementering bepaalt de minimale eisen waaraan de opvatting, de bouw en de inrichting van lage gebouwen (LG) moeten voldoen om: Deze basisreglementering bepaalt de minimale
RICHTLIJNEN STAD ANTWERPEN
TO-1001 SCHOLEN RICHTLIJNEN STAD ANTWERPEN VOOR BOUWEN, BIJBOUWEN, AANBOUWEN EN VERGROTEN VAN SCHOOLGEBOUWEN ONAFGEZIEN DE WETTELIJKE BEPALINGEN TERZAKE VAN HET A.R.A.B. EN EVENTUEEL DEZE VAN HET MINISTERIEEL
Brandweerzone Centrum
Brandweerzone Centrum Roggestraat 70 9000 Gent Tel. 09 268 88 99 Fax. 09 268 88 43 [email protected] www.brandweerzonecentrum.be Stad Gent - departement Facility Management t.a.v. Marjolijn
INFORMATIEFICHE VRIJWILLIGE BRANDWEER SCHOTEN 1/7
INFORMATIEFICHE VRIJWILLIGE BRANDWEER SCHOTEN 1/7 In te vullen door betreffende diensten Brandweerdossiernummer: Bouwdossiernummer: Exploitatienummer: Gebouw Benaming Bestemming I. Persoonsgegevens Eigenaar
BIJLAGE 2/1: LAGE GEBOUWEN BIJLAGE 3/1: MIDDELHOGE GEBOUWEN BIJLAGE 4/1: HOGE GEBOUWEN
0 ALGEMEEN. 0.1 Doel. Deze basisreglementering bepaalt de minimale eisen waaraan de opvatting, de bouw en de inrichting van lage gebouwen (LG) moeten voldoen om: Deze basisreglementering bepaalt de minimale
HOOFDSTUK XII JEUGDLOKALEN: REGLEMENTERING MET BETREKKING TOT DE BRANDVEILIGHEID IN JEUGDLOKALEN
HOOFDSTUK XII JEUGDLOKALEN: REGLEMENTERING MET BETREKKING TOT DE BRANDVEILIGHEID IN JEUGDLOKALEN Art. 224. ALGEMEEN JEUGDLOKALEN 1. Doel Deze reglementering bepaalt de minimale eisen waaraan de opvatting,
Deze basisreglementering bepaalt de minimale eisen waaraan de opvatting, de bouw en de inrichting van middelhoge (MG) gebouwen moeten voldoen om:
0. ALGEMEEN. BIJLAGE 4/1: HOGE GEBOUWEN 0.1 Doel. Deze basisreglementering bepaalt de minimale eisen waaraan de opvatting, de bouw en de inrichting van lage gebouwen (LG) moeten voldoen om: Deze basisreglementering
OLR 3. Duurzaamheid verhogen
OLR 3. Duurzaamheid verhogen LR 3.5 Je beoordeelt de brandveiligheid van een gebouw. LR 3.6 Je stelt mogelijke aanpassingen voor om de brandveiligheid van een gebouw te garanderen. Kristof Vercaigne Bachelor
Brandveiligheidsnormen en veiligheid in het algemeen
BIJLAGE 1 Brandveiligheidsnormen en veiligheid in het algemeen 0. Indeling van de inrichtingen. De inrichtingen worden ingedeeld in 3 categorieën: - Categorie 1: de lage gebouwen: dit wil zeggen gebouwen
1. Inplanting en toegangswegen
Herinnering aan de grote preventieprincipes: 1. Bewaren van het draagvermogen van het bouwwerk 2. Beperking van het ontstaan en de ontwikkeling van vuur en rook binnen het bouwwerk 3. Beperking van de
24 & 30 november Koninklijk besluit van 12 juli 2012 Wat verandert er? Bijlage 5/1
24 & 30 november 2012 Koninklijk besluit van 12 juli 2012 Wat verandert er? Bijlage 5/1 Inleiding Probleem Hoe klassen vertalen bij gebrek aan correlatie? Hoe rekening houden met rook (s) en brandende
VOORAL DE ALINEA S IN HET ROOD ZIJN ZEER BELANGRIJK VOOR HET JAARMARKTGEBEUREN
DIT BRANDWEERREGLEMENT IS ZEER BELANGRIJK ONDERMEER VOOR DE UITBATERS VAN KRAMEN WAAR VERWARMINGSTOESTELLEN WORDEN GEBRUIKT. GELIEVE HIERMEE REKENING TE HOUDEN EN NA TE LEVEN VOORAL DE ALINEA S IN HET
Algemene inleiding Brandreglementering en normen. Inhoud Programma Algemene inleiding Reglementering en normen
Infosessies Brand Algemene inleiding Brandreglementering en normen Tisselt, Geel en Oosterzele April 2013 Infosessies Brand - Y. Martin Yves Martin, Afdelingshoofd 1 WTCB Inhoud Programma Algemene inleiding
BRANDVEILIGHEIDSNORMEN VOOR OUDERENVOORZIENINGEN
BRANDVEILIGHEIDSNORMEN VOOR OUDERENVOORZIENINGEN Eindversie 1-04-2002 HOOFDSTUK I Infrastructurele maatregelen Eindversie 01 april 2002 Pagina 1 van 33 0. ALGEMEEN 0.1 Doel Deze reglementering bepaalt
Koninklijk besluit van 12 juli 2012 Wat verandert er?
Koninklijk besluit van 12 juli 2012 Wat verandert er? Lage gebouwen 3.5.1 Enkelwandige gevels 3.5.1.1 Scheiding tussen compartimenten Wat verandert wordt onderstreept (+ Euroclasses) Bevestigingen v.d.
BIJLAGE I : NORMEN VOOR DE SPECIFIEKE BRANDVEILIGHEIDSASPECTEN WAARAAN DE OUDERENVOORZIENINGEN EN DE CENTRA VOOR HERSTELVERBLIJF MOETEN VOLDOEN
BIJLAGE I : NORMEN VOOR DE SPECIFIEKE BRANDVEILIGHEIDSASPECTEN WAARAAN DE OUDERENVOORZIENINGEN EN DE CENTRA VOOR HERSTELVERBLIJF MOETEN VOLDOEN INHOUDSTAFEL HOOFDSTUK I: INFRASTRUCTURELE MAATREGELEN 0.
HOOFDSTUK XI - BRANDVEILIGHEID IN HORECAZAKEN: REGLEMENTERING MET BETREKKING TOT DE BRANDVEILIGHEID IN DE HORECAZAKEN
HOOFDSTUK XI - BRANDVEILIGHEID IN HORECAZAKEN: REGLEMENTERING MET BETREKKING TOT DE BRANDVEILIGHEID IN DE HORECAZAKEN Art. 214. ALGEMEEN 1. Doel Deze reglementering bepaalt de minimale eisen waaraan de
Politiereglement met betrekking tot de brandveiligheid in horecazaken
Politiereglement met betrekking tot de brandveiligheid in horecazaken Artikel 1 : Algemeen 1.1 Doel Deze reglementering bepaalt de minimale eisen waaraan de opvatting, de bouw en de inrichting van horecazaken
HOOFDSTUK XIV GEBOUWEN VOOR MEERVOUDIGE BEWONING: REGLEMENTERING MET BETREKKING TOT DE BRANDVEILIGHEID VAN GEBOUWEN VOOR MEERVOUDIGE BEWONING
HOOFDSTUK XIV GEBOUWEN VOOR MEERVOUDIGE BEWONING: REGLEMENTERING MET BETREKKING TOT DE BRANDVEILIGHEID VAN GEBOUWEN VOOR MEERVOUDIGE BEWONING Art. 235. ALGEMEEN BRANDVEILIGHEID VAN GEBOUWEN VOOR MEERVOUDIGE
Bijlage 2. Specifieke brandveiligheidsvoorschriften voor groepsopvang als vermeld in artikel 23
Bijlage 2. Specifieke brandveiligheidsvoorschriften voor groepsopvang als vermeld in artikel 23 Inhoudsopgave 1. Algemene bepalingen 2. Inplanting en toegangswegen 3. Compartimentering 4. Voorschriften
Branden in parkeergarages Problematiek
18 oktober 2008 Preventiemaatregelen in ondergrondse parkeergarages Nu en in de toekomst Branden in parkeergarages Problematiek Brandende auto produceert veel warmte en rook - Stijgend gebruik van kunststoffen
BIJLAGE 6: INDUSTRIEGEBOUWEN. Deze bijlage bepaalt de eisen waaraan het ontwerp, de bouw en de inrichting van industriegebouwen moeten voldoen om:
1 ALGEMEENHEDEN 1.1 Doelstelling Deze bijlage bepaalt de eisen waaraan het ontwerp, de bouw en de inrichting van industriegebouwen moeten voldoen om: a) het ontstaan, de ontwikkeling en de voortplanting
Vuistregels Brandveiligheid
Vuistregels Brandveiligheid Volgens Belgische reglementeringen Het Koninklijk Besluit (Basisnormen 1994 1997 2003 2007 2009) en goedgekeurde nieuwe bijlagen 1, 2, 3, 4, en 6 NBN S21-204, NBN S21-205 Gewestelijke
FOD Binnenlandse Zaken Algemene Directie van de Civiele Veiligheid
FOD Binnenlandse Zaken Algemene Directie van de Civiele Veiligheid KONINKLIJK BESLUIT VAN 7 JULI 1994 TOT VASTSTELLING VAN DE BASISNORMEN VOOR DE PREVENTIE VAN BRAND EN ONTPLOFFING WAARAAN DE NIEUWE GEBOUWEN
1. Fenomeen brand. 2. Voorstelling dienst brandpreventie. 3. Reglementering. 4. Aanvragen, afhandeling, retributie
Kapitein Wouter Meuwis 6 mei 2014 1. Fenomeen brand 2. Voorstelling dienst brandpreventie 3. Reglementering 4. Aanvragen, afhandeling, retributie 2 Vuurdriehoek: 3 cruciale elementen 1. Zuurstof 2. Energiebron
- Zelfredzaamheid! - Opvang brandweer (IP) - Brandcommando - CP-OPS - KB 2006 NOODPLANNING
Voormiddag 1 Luik: BRANDWEER - advies & IDPBW - DE brandweer??? - Taken binnen preventie - Wettelijk kader - Brandveiligheid bedrijf - Voorafgaand INTERVENTIEPLAN Namiddag 2 Luik: Calamiteit & IDPBW -
BIJLAGE 4: HOGE GEBOUWEN
BIJLAGE 4: HOGE GEBOUWEN KB 19.12.97 - HG - Art. 0 ALGEMEEN. KB 19.12.97 - HG - Art. 0.1 Doel. Deze basisreglementering bepaalt de minimale eisen waaraan de opvatting, de bouw en de inrichting van hoge
Mededeling betreffende het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende de normen voor de preventie van brand in de mini-crèches
II. 12 BV MC Mededeling betreffende het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende de normen voor de preventie van brand in de mini-crèches Laatste versie: 18 augustus 2005 De Vlaamse
Nieuwbouw en vernieuwbouw Aandachtspunten veiligheid Scholen van morgen
Nieuwbouw en vernieuwbouw Aandachtspunten veiligheid Scholen van morgen Gemeenschappelijke preventiedienst GO! GPD Guy Linten Francis Bruelemans Brandveiligheid en evacuatie Strengste norm dient gehanteerd
Fireforum Congress 20/11/2018. Maj. Dieter Brants (MSc, PgD Fire Safety Engineer UGent) Robby De Roeck (MSc, PgD Fire Safety Engineer UGent)
Maj. Dieter Brants (MSc, PgD Fire Safety Engineer UGent) Robby De Roeck (MSc, PgD Fire Safety Engineer UGent) 1 Parkeergebouwen Toekomstige wijziging van het koninklijk besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling
Inlichtingenformulier preventie
Inlichtingenformulier preventie A. Algemene informatie 1. Aanvrager Naam Firmanaam Adres Telefoonnr. BTW of Rijksregisternummer E-mail 2. Adres van het project / inrichting Naam Firmanaam Adres Telefoonnr.
KB 4 april ALGEMEEN Doel Toepassingsgebied Terminologie Reactie bij brand Platen...
BIJLAGE 3: MIDDELHOGE GEBOUWEN. INHOUD. 0. ALGEMEEN...3 0.1. Doel...3 0.2. Toepassingsgebied...3 0.3. Terminologie... 3 0.4. Reactie bij brand...3 0.5 Platen...3 1. INPLANTING EN TOEGANGSWEGEN...7 2. COMPARTIMENTERING
Venale schatting (verkoopswaardeschatting) Expertise van een bestaand gebouw voor en na werken
Gudrun Xpert - nv Kunstlaan 50 BE - 1000 Brussel tel. 02/515 12 41 98947-07 /VEN Klant Mevr Kathleen Van Limburg Vredestraat 25 BE - 1080 Brussel Kunstlaan 50 BE - 1000 Brussel 11/123.45.67 rue des Printemps/
Brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden
S. Eeckhout, Senior Hoofdadviseur, WTCB Brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden 29 oktober 2015 Brandwerende doorvoeringen S. Eeckhout 1 1. Inhoud van de presenta1e 1. Inleiding
BELGISCH STAATSBLAD 17.09.2014 Ed. 2 MONITEUR BELGE
73465 Afdeling 2. Bestaande en nieuwe opvanglocaties Art. 65. Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit gelden de volgende overgangsperiodes voor de opvanglocaties, vermeld in artikel 62, en voor de opvanglocaties
Brandpreventie in het bedrijfsleven
Brandpreventie in het bedrijfsleven 1 artikel 52 van het ARAB Art.52.1.1 Onverminderd de andere wettelijke of reglementaire bepalingen ter zake, en onverminderd de bijzondere voorwaarden die bij de vergunningsbesluiten
15036 BELGISCH STAATSBLAD 09.03.2012 Ed. 2 MONITEUR BELGE
15036 BELGISCH STAATSBLAD 09.03.2012 Ed. 2 MONITEUR BELGE VLAAMSE OVERHEID N. 2012 799 [C 2012/35247] 9 DECEMBER 2011. Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen
www.brugge.be ALGEMENE RICHTLIJNEN dansgelegenheden en dansactiviteiten
www.brugge.be 1 ALGEMENE RICHTLIJNEN dansgelegenheden en dansactiviteiten 2 3 Naast een leuke vorm van ontspanning is dansen voor velen een belangrijke manier om mensen te ontmoeten. Het is echter belangrijk
Nieuwbouwwaarde schatting Expertise van een bestaand gebouw voor en na werken
Gudrun Xpert - nv Kunstlaan 50 BE - 1000 Brussel tel. 02/515 12 41 98951-11 /NBW Kunstlaan 50 BE - 1000 Brussel 11/123.45.67 99999 rue des Printemps/ BE - 5000 Namur Nieuwbouwwaarde schatting Expertise
Inlichtingenformulier preventie
Inlichtingenformulier preventie A. Algemene informatie 1. Aanvrager Naam Firmanaam Adres Telefoonnr. E-mail 2. Adres van het project / inrichting Naam Firmanaam Adres Telefoonnr. E-mail 3. Facturatieadres
VRAGENLIJST IVM BRANDVEILIGHEID & COMFORT IN DE BRUSSELSE STUDENTENKAMERS.
Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp Helihavenlaan, 11-15 1000 Brussel - 022088430 Q1 VRAGENLIJST IVM BRANDVEILIGHEID & COMFORT IN DE BRUSSELSE STUDENTENKAMERS. INLEIDING.
KB 4 april 0. ALGEMEEN Doel Toepassingsgebied DEFINITIE PROEFMETHODEN...2
BIJLAGE 5: REACTIE BIJ BRAND VAN DE MATERIALEN. INHOUD. 0. ALGEMEEN...2 0.1. Doel...2 0.2. Toepassingsgebied...2 1. DEFINITIE...2 2. PROEFMETHODEN...2 2.1. Methode nr. 1...2 2.2. Methode nr. 2...2 2.3.
Bijlage 6 Industrie gebouwen KB 1 maart Basisnorm KB 7 juli 1999
Bijlage 6 Industrie gebouwen KB 1 maart 2009 Basisnorm KB 7 juli 1999 Bijlage 6 Kader bijlage 6 binnen de basisnorm Bijlage 1 Terminologie Bijlage 2/1 Lage gebouwen H < 10m Bijlage 3/1 Middelhoge gebouwen
ALGEMENE POLITIEVERORDENING STAD AALST REGLEMENT OP VERHUUR VAN KAMERWONINGEN
ALGEMENE POLITIEVERORDENING STAD AALST REGLEMENT OP VERHUUR VAN KAMERWONINGEN Hoofdstuk 4: Kamerwonen 1e afdeling: Terminologie Artikel 151: Als inrichting voor kamerwonen wordt beschouwd elk gebouw waarbij
1. Specifieke bepalingen inzake brandveiligheid in dansgelegenheden
Bijlage 1 Brandveiligheid in publieke inrichtingen 1. Specifieke bepalingen inzake brandveiligheid in dansgelegenheden a. Toepassingsgebied Artikel 1 Deze afdeling is van toepassing op alle lokalen of
BIJLAGE 5: REACTIE BIJ BRAND VAN DE MATERIALEN
BIJLAGE 5: REACTIE BIJ BRAND VAN DE MATERIALEN 0 ALGEMEEN. 0.1 Doel. Deze bijlage bepaalt de classificatie inzake reactie bij brand van materialen gebruikt bij de constructie en de inrichting van gebouwen.
1.3 Bouwmateriaal : materiaal gebruikt in de bouw, de afwerking of de blijvende versiering van een gebouw.
Basisnormen bijlage 1 Definities: (met wijzigingen van KB van 4 april 2003) Opmerking : de definities zijn rond een aantal onderwerpen gegroepeerd. De nummering van bijlage 1 is aangehouden, maar de weergave
BRANDVEILIGHEID GEBOUWEN VOOR KINDEROPVANG. Ronny Houben
BRANDVEILIGHEID GEBOUWEN VOOR KINDEROPVANG Ronny Houben De brandcurve T C 1000 Beginbrand Ontwikkeling Volontwikkelde brand Dooffase 800 Mogelijke Flashover 600 400 200 Tijd Kleine blusmiddelen T Tot hier!!
BRANDVEILIGHEID IN PTI S
BRANDVEILIGHEID IN PTI S PTI = WAT? PUBIEK TOEGANKELIJKE INRICHTINGEN PTI = VOORBEELDEN? CAFÉS, FEESTZALEN, RESTAURANTS, JEUGDLOKALEN, KANTINES,. INFOZITTING WOENSDAG 10 JULI 2013 IN CCW 1 WETTELIJKE TAKEN
Brandveiligheid in parkeergarages
Inhoud Reglementering Normen Technische invulling Ontwerpmethodiek Voorbeeldproject - Ontwerp Inhoud Reglementering Normen Technische invulling Ontwerpmethodiek Voorbeeldproject - Ontwerp Voorbeelden van
POLITIEVERORDENING OMTRENT DE BRANDVEILIGHEID IN HORECAZAKEN EN GELIJKAARDIGE INRICHTINGEN
POLITIEVERORDENING OMTRENT DE BRANDVEILIGHEID IN HORECAZAKEN EN GELIJKAARDIGE INRICHTINGEN Artikel 1 - Doel HOOFDSTUK 1 - ALGEMEEN Deze verordening bepaalt de minimale eisen waaraan de opvatting, de bouw
Handige tips over brandweerstand
Handige tips over brandweerstand kb 7 juli 994 : basisnormen Voor preventie Van brand en ontploffing bijlage 6 Deze infofiche geeft een samenvatting van de regelgeving met betrekking tot de passieve veiligheid
Rapport Wet- en normgeving
Rapport Wet- en normgeving Inventarisatie in functie van het Model Brandveiligheid Project: IWT 060872 Ontwikkeling van een model voor de evaluatie van de toegankelijkheid, brandveiligheid en evacuatie
POLITIEREGLEMENT HORECA NOORD-LIMBURG
POLITIEREGLEMENT HORECA NOORD-LIMBURG HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Artikel 1. Doel Deze verordening bepaalt de minimale eisen waaraan de opvatting, de bouw en de inrichting van horecazaken en gelijkaardige inrichtingen
Venale schatting (verkoopswaardeschatting) Expertise van een bestaand gebouw voor en na werken
Gudrun Xpert - nv Kunstlaan 50 BE - 1000 Brussel tel. 02/515 12 41 98947-07 /VEN Klant Mevr Kathleen Van Limburg Vredestraat 25 BE - 1080 Brussel Kunstlaan 50 België - 1000 Brussel 11/123.45.67 Venale
GEMEENTELIJK REGLEMENT M.B.T. DE BRANDVEILIGHEID IN PUBLIEK TOEGANKELIJKE INRICHTINGEN
GEMEENTELIJK REGLEMENT M.B.T. DE BRANDVEILIGHEID IN PUBLIEK TOEGANKELIJKE INRICHTINGEN Goedgekeurd door de gemeenteraad op 15 september 2011 Artikel 1. - Algemeen Dit reglement bepaalt de normen betreffende
Deze reglementering bepaalt de minimale eisen waaraan de opvatting, de bouw en de inrichting van horecazaken moeten voldoen om:
5. Goedkeuring reglement brandpreventie horeca De Gemeenteraad, Gelet op de artikelen 119, 133 en 135 2 van de nieuwe gemeentewet; Gelet op de richtlijn van de Gouverneur tengevolge waarvan de brandweerdiensten
V
https://youtu.be/bkrxoepvnt8 https://nieuws.vtm.be/buitenland/brand-op-tml-podium-barcelona 1 RICHTLIJNEN (Brand)veilig organiseren van evenementen Koen Van der Mespel 0478 / 23. 47. 21. [email protected]
Fiche 9 (Analyse): Artikel 52 van het ARAB
Fiche 9 (Analyse): Artikel 52 van het ARAB Deze fiche herneemt in detail de inhoud en de grote lijnen van artikel 52 Verplichtingen van de werkgever brand voorkomen ieder begin van brand snel bestrijden
BRAND. Kleine blusmiddelen, code van goede praktijk. door Paul Peeters, Technical manager, A-First. 16 juni 2011 De Montil Affligem
BRAND Kleine blusmiddelen, code van goede praktijk door Paul Peeters, Technical manager, A-First 16 juni 2011 De Montil Affligem PreBes vzw Diestersteenweg 88 3510 Kermt Hasselt Tel. 011/28 83 40 Fax.
Venale schatting (verkoopswaardeschatting) Expertise van een bestaand gebouw voor en na werken
Gudrun Xpert - nv Kunstlaan 50 BE - 1000 Brussel tel. 02/515 12 00 363907-60 /VEN Venale schatting (verkoopswaardeschatting) Expertise van een bestaand gebouw voor en na werken Ridderstraat 30 B - 3800
Digitale aanvraag: brandweeradvies
Digitale aanvraag: brandweeradvies Samenstelling,normering en aandachtspunten algemeen en brandweer. OMGEVINGSLOKET De vier inhoudelijke pijlers van een digitaal dossier > 1. Structuur > 2. Uniformiteit
Wetgeving in stooklokalen
Wetgeving in stooklokalen Wat wordt er verwacht van U? Welke norm is van toepassing? Waar moet of kan u op letten? Is het een nieuw stooklokaal of renovatie? Stookplaats boven 70kW volgens NBN B61-001
Overzicht wetgeving brandpreventie. Ir. Pieter De Munck
Overzicht wetgeving brandpreventie Ir. Pieter De Munck Inleiding In België zijn de federale overheid, de gemeenschappen, de gewesten en zelfs de gemeenten in diverse hoedanigheden verantwoordelijk voor
FICHE UITRUSTING VAN DE ARBEIDSPLAATSEN
FICHE UITRUSTING VAN DE ARBEIDSPLAATSEN Afmetingen van lokalen en werkruimten : de lokalen zijn tenminste 2,5 m hoog (de delen die geen 2,5 m hoogte bereiken worden niet meegeteld voor de bepaling van
Gemeentelijk reglement inzake
Gemeentelijk reglement inzake brandveiligheid Bijlage gemeenteraadsbesluit van 9/02/2006 1 Inhoud. Afdeling Onderwerp 1. - Algemeen 2. - Watervoorraden voor het blussen van branden. 3. - Onderhoud en vegen
Historiek van Bijlage 6 1999: Voorstel van een tekst goedgekeurd door de Hoge Raad Wordt niet gepubliceerd 2004: oprichting van een werkgroep aangedui
Nationale reglementering Bijlage 6 Historiek van Bijlage 6 1999: Voorstel van een tekst goedgekeurd door de Hoge Raad Wordt niet gepubliceerd 2004: oprichting van een werkgroep aangeduid door de Hoge Raad
BESCHRIJVING VAN HET TE VERKOPEN ONROEREND GOED
BESCHRIJVING VAN HET TE VERKOPEN ONROEREND GOED Gemeente Lummen, Rekhovenstraat 119 Een polyvalent gebouw, actueel ingericht als brasserie met 3 studio s, 1 appartement en volledig onderkelderd Kadastraal
Politieverordening inzake brandpreventie met betrekking tot publiek toegankelijke inrichtingen
Politieverordening inzake brandpreventie met betrekking tot publiek toegankelijke inrichtingen Goedgekeurd in de gemeenteraad van 24 september 2007. Gewijzigd in de gemeenteraad van 23 april 2012 Bekendgemaakt
Administratieve verordening inzake brandveiligheid in de voor het publiek toegankelijke gebouwen, lokalen en plaatsen.
Administratieve verordening inzake brandveiligheid in de voor het publiek toegankelijke gebouwen, lokalen en plaatsen. DE GEMEENTERAAD : Herzien zijn beslissing van 27 juni 1994 betreffende vaststelling
Brandpreventie Politieverordening Publiek Toegankelijke Inrichtingen
Hulpverleningszone Rivierenland Auteur: kerngroep PTI en Zonale preventiedienst Brandpreventie Politieverordening Publiek Toegankelijke Inrichtingen Infosessie 14.11.2017 Overzicht presentatie 1. Opvatting
BIJLAGE 3. FAQ link :
BIJLAGE 3 16 01 2018 FAQ link : http://www.toerismevlaanderen.be/logiesdecreet/brandveiligheid Vragen: 1. Heeft de hoogte van een gebouw waarin het logies is gevestigd invloed op de brandnormen? 2. Welke
HOOFDSTUK I. Definities
VI.3.B. BVR brandveiligheid 1 Besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008 (BS 21 november 2008) houdende de normen voor de preventie van brand in de voorzieningen voor kinderopvang 1 HOOFDSTUK
- de op te richten gebouwen; - de uitbreidingen aan bestaande gebouwen maar beperkt tot het gedeelte van de uitbreiding.
KONINKLIJK BESLUIT VAN 7 JULI 1994 TOT VASTSTELLING VAN DE BASISNORMEN VOOR DE PREVENTIE VAN BRAND EN ONTPLOFFING WAARAAN DE NIEUWE GEBOUWEN MOETEN VOLDOEN. (B.S. 26.04.1995) (err. B.S. 19.03.1996 en B.S.
Basisnormen bijlage 2: Lage gebouwen (met wijzigingen van KB van 4 april 2003)
Basisnormen bijlage 2: Lage gebouwen (met wijzigingen van KB van 4 april 2003) Doel en toepassingsgebied 0.1 Doel Deze basisreglementering bepaalt de minimale eisen waaraan de opvatting, de bouw en de
MINISTERIELE OMZENDBRIEF VAN 18 JUNI 1991 MET BETREKKING TOT HET NATIONAAL TYPE BRANDPREVENTIE-VERSLAG. (B.S. 28.08.1991)
MINISTERIELE OMZENDBRIEF VAN 18 JUNI 1991 MET BETREKKING TOT HET NATIONAAL TYPE BRANDPREVENTIE-VERSLAG. (B.S. 28.08.1991) Aan de Heren Provinciegouverneurs, Aan de dames en Heren Burgemeester, Ter informatie
