|
|
|
- Guus ter Linde
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 INSTALLATIE- EN PROGRAMMEER- HANDLEIDING HYBRIDE CONTROLEPANELEN
2 Documentatienr : Installatie- en programmeerhandleiding voor hybride controlepanelen 9751, 9752 en Deze handleiding heeft betrekking op controlepanelen met softwareversie 2.04.nnnn. ' Cooper Security Limited Alles is in het werk gesteld om er voor te zorgen dat de inhoud van deze handleiding correct is, fouten en weglatingen uitgezonderd. Echter, noch de samenstellers, noch Cooper Security zullen enige aansprakelijkheid accepteren voor verlies of beschadiging, direct of indirect mogelijk door deze handleiding ontstaan. De inhoud van deze handleiding kan zonder voorafgaande aankondiging aan de laatste stand van zaken worden aangepast. Gedrukt en uitgegeven in het V.K
3 Inhoud Inhoud...I Illustraties en schemas...v 1. INTRODUCTIE...1 Over deze handleiding...1 Kenmerken van het controlepaneel...2 Alle modelen De samenstelling van een inbraakbeveiligingssysteem...4 Codebediendeel...6 ScanProx taglezer...7 Uitbreidingen...7 Systeem in delen of als geheel...10 Bediening door de gebruiker TECHNISCHE BESCHRIJVING...11 Specificaties controlepaneel...11 Algemeen...11 Voeding...11 Uitgangen...12 Ingangen...12 Zekeringen...13 Aanvullende apparatuur...13 Indeling van de moederborden...13 Bekabelde uitbreiding Draadloze uitbreidingen...18 Draadloze uitbreiding Draadloze uitbreiding INSTALLATIE...20 Algemeen...20 Het bekabelen van codebediendelen en uitbreidingen...21 Het monteren van het systeem...22 Het monteren van het controlepaneel...22 Het monteren van een codebediendeel type Het plaatsen van een ScanProx module...24 Het bekabelen van het controlepaneel...25 Kabeldoorvoeringen...25 Aansluiting op de netspanning...25 Separate codebediendelen...26 Het aansluiten van codebediendelen, uitloopknop, slotschakelaar en sirenes...27 Het aansluiten van detectielussen...29 Het aansluiten van een bekabelde uitbreiding...31 Het adresseren van een uitbreiding...32 Het programmeren van uitgangen...33 Het aansluiten van een interface voor een sleutelschakelaar...34 Telefoonkiezer...34 Het aansluiten van een telefoonkiezer...34 Wettelijke bepaling...36 Veiligheidsvoorschrift...37 Het aansluiten van de telefoonlijn...39 Het aansluiten van een opsteektelefoonkiezer (alleen 9851)...39 Het aansluiten van een externe telefoonkiezer...41 Het aansluiten van een accu...43 Voor de eerste keer opstarten voudig of enkelvoudig systeem...44 blz. I
4 Inhoud 4. PROGRAMMEREN...46 Het openen van de programmeerstand...46 Programmeercommandos...46 Overzicht van de programmeercommandos...47 Zo gaat u uit de programmeerstand...55 Systeemherstel door de installateur...55 Terug naar de programmeerstand...55 Herstel toegangscodes...55 Herstel van alle fabrieksinstellingen Tags toevoegen en verwijderen...56 Tag toevoegen...57 Tag verwijderen...58 Programmafuncties : Landkeuze t/m 16, 17 t/m 40: Programmeerbare zones : Het wijzigen van de installateurscode : Type zone/-uitbreiding : Deurbelvolume : Dit commando wordt in Europa niet gebruikt : Toon systeem ID-naam : Interne sirene/zoemer : Sirenevertraging bij inloop : Sirene bij uitloopfout : Display verbergt status : Alarmvertraging : Reactie op overvalalarm : Herstel zonesabotage : Codebediendelen en partities : Systeemherstel : Overvalherstel : Eerste circuit na alarm : Alarm afbreken : Sabotage overdag : Herstel systeemsabotage : Uitloopstand niveau/partitie A : Systeem automatisch opnieuw inschakelen : Sirenevertraging : Sireneduur : Inlooptijd : Uitlooptijd A : Volume in-/uitloopsignaal : Sabotagealarm : Partitie A - Alarmreactie : Dit commando wordt in Europa niet gebruikt : Dit commando wordt niet gebruikt : Dit commando wordt in Europa niet gebruikt : Systeemdatum en -tijd : Sabotage overbruggen : Reset afbreken : BVVO supervisie bij het inschakelen van systeem : Dit commando wordt niet gebruikt : 4/6-cijferige toegangscodes : Accu laadtest : Sabotageindicatie : Sabotagesirene : Laatste deur B : Inlooproute B : Uitloopstand B : Alarmreactie B : Inlooptijd B : Uitlooptijd B...79 blz. II
5 Inhoud 66: Alleen voor Scandinaviº : Alleen voor Scandinaviº : Alleen voor Scandinaviº : Alleen voor Scandinaviº : Laatste deur C : Inlooproute C : Uitloopstand C : Alarmreactie C : Inlooptijd C : Uitlooptijd C : Uitloopstand D : Alarmreactie D : Inlooptijd D : Uitlooptijd D : Alleen voor Scandinaviº , 82, 83 en 84: Uitgangen : Inbraakmelding via ATK : 2e kans bij inloop : Overvalmelden via codebediendeel en sleutelschakelaar : Dit commando wordt niet gebruikt : Alarm bevestigen : Logboek , 92, 93, 94, 95 en 96: Test uitgang n : Looptest : Fabrieksinstellingen : Einde programmeerstand : Dit commando wordt niet gebruikt : Kiesmethode : Dit commando wordt niet gebruikt : Type rapportage : Dit commando wordt niet gebruikt : Statische testverbinding : Lijnfoutreactie : Dit commando wordt niet gebruikt : Dynamische testmelding : Dit commando wordt in Europa niet gebruikt : Download-stand : Modemsnelheid : Aantal belsignalen : Reactie op 1 belsignaal : Toegang <Downloader> : ATK telefoonnummer : ATK telefoonnummer : Aansluitnummer : <Downloader> telefoonnummer : <Downloader> telefoonnummer : <Downloader> telefoonnummer : Fast Format kanalen : Dit commando wordt in Europa niet gebruikt : Rapporteer reset : In-/uitschakelen omkeren : Geen sluitsignaal verzenden indien >1 zone overbrugd : Taalkeuze : Dit commando wordt niet gebruikt : Supervisie op draadloze verbinding : Uitschakelen met afstandsbediening : Dit commando wordt niet gebruikt : Rapportage : Meld sabotage als inbraak : SIA herstelmeldingen t/m 142: Deze commandos worden niet gebruikt blz. III
6 Inhoud 143: Contact ID Opties t/m 150: Deze commandos worden niet gebruikt t/m 158: Uitgangen van externe ATK : Spanning inverteren : Bevestiging vertraging : Interne sirene bij alarm : Externe sirene : Alarmbevestiging bij inloop : Reset door gebruiker na alarmbevestiging t/m 169: Deze commandos worden niet gebruikt : Impulsduur bij in-/uitschakelen t/m 179: Deze commandos worden niet gebruikt : Print gebeurtenis in real time : Surveillancecode : Settling tijd laatste detector : 2e regel display : Impuls externe sirene bij brand : Auto-reset sleutelschakelaar : Aantal belsignalen home beep (privø telefoon) t/m 190: Deze commandos worden niet gebruikt t/m 198: Fast Format kanalen 1 t/m : Toon zoneweerstand : Dit commando wordt alleen in Scandinaviº gebruikt t/m 204: Inlooptijdschakelaars 1 t/m Zo programmeert u een 4-voudig systeem Introductie Het programmeren van een 4-voudig systeem Verschillen in commandos voor 4-voudige systemen Samenstellen van een algemene groep TESTEN Het logboek : Het logboek uitlezen Display en logboek aanduidingen t/m 96: Het testen van uitgangen : Looptest : Circuit weerstand op display blz. IV
7 Inhoud Illustraties en schemas Afbeelding 1. Voorbeeld van een inbraakbeveiligingssysteem Afbeelding 2. Codebediendeel model Afbeelding 3. Moederbord controlepaneel Afbeelding 4. Moederbord controlepaneel Afbeelding 5. Moederbord controlepaneel Afbeelding 6. Bekabelde uitbreiding Afbeelding 7. Draadloze uitbreiding Afbeelding 8. Draadloze uitbreiding Afbeelding 9. Ster- en busconfiguratie voor het aansluiten van codebediendelen en uitbreidingen Afbeelding 10. Achterkant van codebediendeel type Afbeelding 11. Plaats van de ScanProx 934 module Afbeelding 12. De ScanProx 934 module gemonteerd Afbeelding 13. Montagelip van de ScanProx 934 module Afbeelding 14. Aansluiting netspanning Afbeelding 15. Het adresseren van een codebediendeel Afbeelding x: Het aansluiten van codebediendelen, sirenes en flitsers Afbeelding : Het aansluiten van codebediendelen, sirenes en flitsers Afbeelding draads CC aansluitingen met algemene sabotagelus (975x) Afbeelding draads CC aansluitingen met individuele sabotagelus (9851) Afbeelding 20. FSL-aansluitingen Afbeelding 21. Kleurcode van FSL-weerstanden Afbeelding 22. EOL-aansluitingen Afbeelding 23. Het aansluiten van een 9954 uitbreiding Afbeelding 24. Brugschakelaar voor type aansluitingen Afbeelding 25. Een groep zones aan een uitbreiding toewijzen Afbeelding 26. Aansluitvoorbeelden voor de uitgangen OP3 en OP Afbeelding 27. Het aansluiten van een interface voor een sleutelschakelaar Afbeelding 28. SELF en TNV aansluitingen controlepanelen 975x Afbeelding 29. SELV en TNV aansluitingen controlepaneel Afbeelding 30. Het aansluiten van de ingebouwde telefoonkiezer Afbeelding 31. Het plaatsen van een extrene telefoonkiezer (9751) Afbeelding 32. De kabelboom voor de extrene telefoonkiezer Afbeelding 33. Het monteren van het moederbord (9751) Afbeelding 34. Het aansluiten van een accu (9751) Afbeelding 35. Hier moet de tag tegen het codebediendeel worden gehouden Afbeelding 36. Tekens met behulp van nummertoetsen Afbeelding 37. Vier kantoren en een gemeenschappelijke entree Afbeelding 38. Voorkom aparte in-/uitgangen Afbeelding 39. Creºer gemeenschappelijke uitlooproutes Afbeelding 40. Twee gemeenschappelijke ruimtes Afbeelding 41. Toegang tot gemeenschappelijke ruimte Afbeelding 42. Voorbeeld afdruk uit logboek blz. V
8
9 Over deze handleiding 1. INTRODUCTIE Deze handleiding is verdeeld in vijf hoofdstukken: 1. Introductie: Hierin worden de onderdelen van een inbraakbeveiligingssysteem (IBS) beschreven met een 9x5x controlepaneel. 2. Technische beschrijving: Hierin worden de specificaties van de diverse systeemonderdelen beschreven. 3. Installatie: Hierin worden de werkzaamheden beschreven voor het installeren van een IBS met een 9x5x controlepaneel. 4. Programmeren: Hierin vindt u een overzicht met toelichting van de beschikbare commandos waarmee u het controlepaneel kunt programmeren. 5. Testen: Hierin vindt u de beschikbare commandos om een nieuw ge nstalleerd systeem te testen. Elk controlepaneel uit de serie 9x5x is volledig programmeerbaar om te kunnen voldoen aan de wensen van de gebruiker en de eisen van de situatie. De installateur kan een paneel zowel op locatie via het codebediendeel programmeren als thuis achter zijn PC met het programma <Downloader>. Bij het programmeren via het codebediendeel voert u drie-cijferige commandos in zoals deze in hoofdstuk 4. Programmeren worden beschreven. Voordat u met programmeren begint raden wij u aan eerst enigszins vertrouwd te raken met de functies en keuzemogelijkheden die in deze handleiding worden beschreven. blz. 1
10 1. Introductie Kenmerken van het controlepaneel Alle modelen Controlepanelen uit de serie 9x5x bieden: Een vier-draads busaansluiting voor codebediendelen, sleutelschakelaars en uitbreidingen voor bekabelde of draadloze zones. Uitgang voor een interne sirene/luidspreker met elektronische signalen voor deurbel, alarm, brand en in/uitlooptonen (het volume van de deurbel en de in/uitloopsignalen is regelbaar). Ingebouwde telefoonkiezer voor alarmmeldingen naar een meldkamer. Acht programmeerbare uitgangen voor het aansluiten van een zelfstandig functionerende telefoonkiezer. Telefoonuitgangen voor Alarm afbreken en Alarm bevestigen waarmee het aantal eventuele onnodige alarmmeldingen kan worden beperkt. Download mogelijkheid vanaf een online PC. Ondersteunt alle gangbare Europese nationale normen en talen. Volledig programmeerbaar functioneren van zones, niveaus en partities. Flexibele rapportage formats en configuratie voor lijnverbindingen. Toegangscodes voor monteurs en surveillanten kunnen door de installateur worden geprogrammeerd. Ondersteunt tot 16 aparte gebruikers. Mogelijkheden voor de gebruiker: Vier verschillende niveaus van beveiliging die door de installateur kunnen worden geprogrammeerd, hetzij als een hoofdniveau met drie subniveaus, hetzij als vier onafhankelijke partities. Lezer voor tags waarmee het systeem kan worden in- en uitgeschakeld. Interface voor een sleutelschakelaar waarmee het systeem kan worden in- en uitgeschakeld. Twee-knops alarm vanaf het codebediendeel (Overval, Medisch, Brand). Draadloos in- en uitschakelen van een overvalmelding (alleen bij draadloze uitbreiding). Dwangcode door de gebruiker te programmeren. Testmogelijkheden: Logboek met een geheugen voor 250 gebeurtenissen. Uitgangen. Looptest. blz. 2
11 1. Introductie 9751 Model 9751 biedt: Integrale aansluitingen voor acht volledig bewaakte lussen (FSL) of acht gesloten circuits (CCL) met een gemeenschappelijke sabotagelus. Aansluitingen voor drie vrij programmeerbare uitgangen. Aparte uitbreidingen bieden de mogelijkheid om nog eens 16 zones aan te sluiten; een combinatie van bekabelde en draadloze zones is mogelijk Model 9752 biedt: Aansluitingen voor acht volledig bewaakte lussen (FSL) of acht gesloten circuits (CCL) met een gemeenschappelijke sabotagelus. Aansluitingen voor drie vrij programmeerbare uitgangen. Aansluiting voor downloaden vanaf een locale PC. Aparte uitbreidingen bieden de mogelijkheid om nog eens 24 zones aan te sluiten; een combinatie van bekabelde en draadloze zones is mogelijk Model 9851 biedt: Aansluitingen voor 16 volledig bewaakte lussen (FSL), acht gesloten lussen (CCL) met eigen sabotagelus, of acht lussen met eindelijn weerstand (EOL). Aansluitingen voor vier vrij programmeerbare uitgangen. Standaard opzet PCB-kaart met acht uitgangen voor opsteekkiezer model Aansluiting voor downloaden vanaf een locale PC. Aansluiting voor locale printer. Aparte uitbreidingen bieden de mogelijkheid om nog eens 24 of 32 zones (max. 40) aan te sluiten; een combinatie van bekabelde en draadloze zones is mogelijk. blz. 3
12 1. Introductie De samenstelling van een inbraakbeveiligingssysteem Een inbraakbeveiligingssysteem (IBS) bestaat uit een controlepaneel in een afgeschermde beveiligde behuizing met een tot vier aparte codebediendelen en diverse detectoren, zenders en andere apparaten die op programmeerbare zones zijn aangesloten. Naar wens kunt u, met behulp van een interface, een sleutelschakelaar op een van de codebediendelen aansluiten. Elk controlepaneel heeft op het moederbord aansluitingen voor zones. Aparte uitbreidingen maken het mogelijk om nog meer zones aan te sluiten. Elke bekabelde uitbreiding biedt acht bekabelde zones en elke draadloze uitbreiding biedt, afhankelijk van het gekozen model, acht tot zestien draadloze zones. Deze handleiding beschrijft drie controlepanelen: 9751 met standaard 8 zones, uitbreidbaar tot maximaal met standaard 8 zones, uitbreidbaar tot maximaal met standaard 8/16 zones, uitbreidbaar tot maximaal 40. In afbeelding 1 ziet u als voorbeeld hoe de diverse onderdelen van een IBS met een 9x5x controlepaneel worden verbonden. In dit voorbeeld is het controlepaneel (14) rechtstreeks verbonden met zes detectoren en twee deurcontacten. De overige zones zijn er op aangesloten via een bekabelde uitbreiding (9) en via een draadloze uitbreiding (4). Er zijn vier codebediendelen (7 en 11) en op een van de codebediendelen is een sleutelschakelaar aangesloten. Opm.: U kunt met behulp van een interface slechts een sleutelschakelaar op een codebediendeel aansluiten. Echter, meer sleutelschakelaars kunt u als standaard zones aansluiten, waarbij u de zone voor deze functie dient te programmeren. blz. 4
13 1. Introductie r EUR overvalmelder bekabelde uitbreiding r EUR overvalmelder 10. PIR-detectoren r EUR draadloze PIR-detectoren 11. Codebediendelen draadloze uitbreiding 12. Deurcontacten r EUR universele zender 13. Sleutelschakelaar r EUR rookdetector 14. Controlepaneel 7. Codebediendelen 15. Gezekerde voeding 8. Bekabelde detectoren Afbeelding 1. Voorbeeld van een inbraakbeveiligingssysteem. blz. 5
14 1. Introductie Codebediendeel Afbeelding 2. Codebediendeel model Codebediendeel 9930 heeft een LCD-display voor alarminformatie, systeemstatus en programmeercommandos. Bovendien zijn er drie LEDs met de volgende functies: Brandt continu bij voldoende voeding. Knippert als het systeem op noodstroom werkt. Brandt continu bij uitgeschakeld systeem als er zich een fout in de telefoonlijn voordoet. Brandt continu bij uitgeschakeld systeem: a) Bij een fout of sabotagemelding. b) Als het systeem door de installateur moet worden ge-reset. c) Bij een fout in de telefoonlijn. Codebediendeel 9930 beschikt over de volgende toetsen: 9 Hiermee start u een looptest van de detectoren. 8 Hiermee test u de uitgangen voor sirene en flitser. 7 Hiermee schakelt u de deurbel in en uit. blz. 6
15 1. Introductie 6 Hiermee stelt u de systeemkalender/klok in die o.a. wordt gebruikt voor de gegevens in het logboek. 5 Hiermee kunt u het logboek inzien (250 gebeurtenissen). 4 Hiermee wijzigt u de gebruikerscodes. 0 Hiermee roept u de meldkamer op voor het downloaden. Hiermee opent u het programmeermenu en schakelt u commandos in en uit. Hiermee schakelt u het systeem in waarbij bepaalde zones (inclusief 24-uurs zones) tijdelijk worden overbrugd. ABCD Hiermee schakelt u niveaus of partities in. Indien de twee-knops functie is ingeschakeld (commando 87) kan de gebruiker een alarmmelding veroorzaken door de volgende twee knoppen gelijktijdig in te drukken: Overvalalarm Medische assistentie Brandalarm ScanProx taglezer Met de ScanProx 934EUR-50 module kunt u codebediendelen van het type 9930 omzetten naar taglezers. De module past op de aansluitpennen op de kaart van het codebediendeel naast de displaymodule (zie afb. 11 op blz. 24). Met deze module kunnen gebruikers het systeem in- en uitschakelen door hun tag voor het codebediendeel te houden in plaats van het intoetsen van hun persoonlijke toegangscode. Opm.: Voor deze tag-module hebt u een controlepaneel nodig met software versie of hoger. Uitbreidingen U kunt het controlepaneel uitbreiden met bekabelde en/of draadloze uitbreidingen: twee op de 9751; drie op de 9752 en vier op de Bekabelde uitbreidingen Met de bekabelde uitbreiding model 9954 kunt u bekabelde detectoren op het controlepaneel aansluiten. De bekabelde detectoren kunnen op drie verschillende manieren worden aangesloten: 1. Vier-draads gesloten lus (CCL). 2. Twee-draads bewaakte lus (FSL). 3. Twee-draads eindelijnweerstand (EOL). In de onderstaande tabel ziet u de mogelijke configuraties. In alle gevallen kunt u bekabelde en draadloze uitbreidingen naar behoefte combineren. blz. 7
16 1. Introductie Model Aansluiting Std. zones Uitbreiding zones 9751 FSL 8x bekabeld 16x bekabeld of draadloos CCL + alg. sabotage 8x bekabeld 16x bekabeld of draadloos 9752 FSL 8x bekabeld 24x bekabeld of draadloos CCL + alg. sabotage 8x bekabeld 24x bekabeld of draadloos 9852 FSL 8x bekabeld 32x bekabeld of draadloos FSL 16x bekabeld 24x bekabeld of draadloos CCL + individuele sab. 8x bekabeld 32x bekabeld of draadloos EOL 8x bekabeld 32x bekabeld of draadloos Draadloze uitbreidingen Met draadloze uitbreidingen kunt u draadloze detectoren op het controlepaneel aansluiten. U hebt hiervoor de keuze uit de volgende apparaten: 715r. Een Passieve Infra-Rood (PIR) bewegingsdetector met een bereik van 15m. Na een detectie blijft de detector drie minuten buiten werking, hetgeen de levensduur van de batterijen ten goede komt. 719r. Een rookdetector met een fotoelectrische rookkamer. 725r. Een afstandsbediening (ook bekend als overvalmelder) waarmee u het systeem geheel of gedeeltelijk kunt in- en uitschakelen. Tevens bruikbaar als persoonlijke overvalmelder. 726r. Een kleine zender die u kunt gebruiken voor het melden van een overval. 735r. Een universele zender die u kunt gebruiken als deurcontact of voor het aansluiten van bekabelde glasbreukmelders en schokdetectoren. 746r. Een testzender die u, in combinatie met 747r, gebruikt om de veldsterkte binnen een bepaald gebied te meten. 747r. Een veldsterktemeter die u, in combinatie met 746r, gebruikt om de veldsterkte binnen een bepaald gebied te meten. Er zijn twee modellen draadloze uitbreiding: Model 9960EUR-08 biedt ruimte voor 8 draadloze detectoren en model 9960EUR-16 biedt ruimte voor 16 draadloze detectoren. Beide ondersteunen het gebruik van acht (persoonlijke) overvalmelders/-zenders. De draadloze uitbreidingen communiceren met het controlepaneel via dezelfde bekabeling als de codebediendelen. De draadloze detectoren gebruiken de specifiek voor alarmering gereserveerde frequentie 868,6625MHz. Hierdoor wordt interferentie door andere draadloze systemen voorkomen. blz. 8
17 1. Introductie Elke draadloze detector en afstandsbediening heeft een digitale identiteitscode die de ontvanger moet leren tijdens de installatie. De code is een van de 16 miljoen mogelijkheden. Hierdoor bent u er zeker van dat de ontvanger alleen zal reageren op de geleerde draadloze apparatuur en afstandsbedieningen, Voor meer informatie hierover verwijzen wij naar de handleiding van de uitbreidingen die u gaat gebruiken. blz. 9
18 1. Introductie Systeem in delen of als geheel Tijdens de installatie kan de installateur de secties A t/m D als onafhankelijke partities instellen, of als niveaus van ØØn beveiligingssysteem. In een systeem met onafhankelijke partities kunnen de gebruikers elke partitie onafhankelijk en/of gelijktijdig in- en uitschakelen. De installateur kent aan elke partitie de benodigde zones toe met eigen detectoren, codebediendelen en sireneuitgang. Gebruiker 01 kan per partitie bepalen welke andere gebruiker daarin toegang heeft en de partitie mag in- en uitschakelen. In een enkelvoudig systeem kunnen de gebruikers slechts 1 niveau per keer inschakelen. Met niveau A wordt het het totale systeem ingeschakeld. De niveaus B, C en D schakelen het systeem gedeeltelijk in. De installateur verdeelt de zones over de verschillende niveaus, maar alle codebediendelen bedienen het totale systeem en er is slechts 1 sireneuitgang voor het gehele systeem. Alle gebruikers vallen onder hetzelfde systeem. Bediening door de gebruiker Het controlepaneel biedt 16 onafhankelijke toegangscodes en een aparte dwangcode voor de gebruiker. De gebruiker kan deze codes op elk moment wijzigen, maar hij kan met deze codes het systeem niet (her)programmeren. Tijdens de installatie kiest de installateur voor codes van vier of van zes cijfers. blz. 10
19 2. TECHNISCHE BESCHRIJVING Specificaties controlepaneel Algemeen Normering EN Klasse 1 (975x) Klasse 2 (9851) Werktemperatuur -10 tot +55 C Vochtigheidsgraad 96% RH Afmetingen 9751/9752: BxHxD = 235 x 245 x 90mm 9752/9851: BxHxD = 300 x 390 x 95mm Gewicht 9751/9752: 3,3 kg 9752/9851: 5,0 kg Opm.: Model 9752 is leverbaar zowel in een grote als in een kleine kast. Interne klok 10 minuten per jaar (afhankelijk van de nauwkeurigheid van de netspanning). Aantal draadloze codes (2 24-2) Voeding Alle spanning nauwkeurig tot op 5%. Netvoeding 230VAC +10%/-15%; 200mA max; 50Hz 5% Systeemvoeding 13,8VDC; 1,0A (975x); 1,3A (9851) Acculader 250mA (975x) 750mA (9851) Normering EN type A voeding voor systemen klasse 1 en 2 Nominaal stroomverbruik: mA nom., 20mA max. 975x 130mA rust, 220mA actief mA rust, 150mA actief mA rust, 35mA displayverlichting aan mA nom., 30mA max mA mA De resterende voeding is beschikbaar voor het opladen van de accu, de interne luidspreker/zoemer, aangesloten apparatuur via bekabelde uitbreiding en apparatuur aangesloten op de 12VDC AUX aansluitingen. Noodstroom accu (niet bijgeleverd) 12VDC oplaadbare lood-zuur, gel accu. Batterij Laag 10VDC Aanbevolen fabrikaten Yuassa, Yucel or Fiamm. blz. 11
20 2. Technische beschrijving Een accu met een capaciteit van 17Ah past alleen in de grote kast. Opm.: De maximale stroomperiode van een 17Ah accu is ca. 50 uur; Montage kit: 8136EUR-02. Uitgangen 9751 OP 1, 2, OP 1 en 2 OP OP 1 en 2 OP 3 en 4 ST Alle modellen LS AUX Telefoonkiezer OP1-8* Open-collector transistor uitgang, 500mA, 12VDC, negatief opkomend. Potentiaalvrij, enkelpolig relaiscontact; 24VDC; 1A. Open-collector transistor uitgang, 500mA, 12VDC, negatief opkomend. Potentiaalvrij, enkelpolig relaiscontact; 24VDC; 1A. Open-collector transistor uitgang, 500mA, 12VDC, negatief opkomend. Sirene test 14,4VDC (alleen Frankrijk) Geschikt voor twee parallel aangesloten, externe 16 Ohm luidsprekers voor binnensirene of EE-zoemers 500mA, 12VDC minimum, 13,8VDC maximum, rimpel 2% maximum. 12V logische uitgangen, negatief opkomend bij alarm (+ve wegvallend); 50mA max. Opm.: *Deze in- en uitgangen zijn pennen op de aansluiting voor de externe telefoonkiezer. Zie hoofdstuk 3 Installatie Het aansluiten van een telefoonkiezer. Ingangen TR Sabotageretour voor sirene. Lijnfout** +12V opkomend bij lijnfout. Opm.: **Deze ingangen zijn pennen op de aansluiting voor de opsteektelefoonkiezer. Zie hoofdstuk 3 Installatie Het aansluiten van een opsteek-telefoonkiezer. blz. 12
21 2. Technische beschrijving Zekeringen Model 9751 en 9752 gebruiken twee zekeringen tegen overbelasting: F1 12V AUX uitgang F-1A F2 accu uitgang F-2A Model 9851 gebruikt voor beide uitgangen snelle polyschakelaars tegen overbelasting. Alle modellen gebruiken een T-250mA als hoofdzekering. Aanvullende apparatuur 715rEUR rEUR rEUR rEUR rEUR rEUR rEUR rEUR EUR-50 Proxtagpk5 958EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR-16 Draadloze PIR detector Draadloze rookdetector Afstandsbediening (met overvalmelder) Twee-knops overvalmelder Deurcontact Rolluik-/Overhead deurcontact 868MHz testzender 868MHz veldsterktemeter ScanProx module (met twee tags) Set van vijf tags <Downloader> Mk3 software voor PC met Windows Interface voor sleutelschakelaar LCD codebediendeel (geschikt voor ScanProx) Uitbreiding voor 8 bekabelde zones 868MHz "Klasse VI" uitbreiding voor 8 draadloze zones 868MHz "Klasse VI" uitbreiding voor 8 draadloze zones 868MHz "Klasse VI" uitbreiding voor 16 draadloze zones Indeling van de moederborden Afbeeldingen 3, 4 en 5 tonen de indeling van de moederborden van de controlepanelen. In vergelijking met de 9751 bevat de 9752 extra aansluitingen voor de relaisuitgangen, een aansluiting voor de sabotageschakelaar van de kastdeur en een aansluiting voor de kabel naar een lokale PC met <Downloader> software. Model 9851 beschikt bovendien nog over aansluitingen voor een printer en een extra telefoonkiezer. blz. 13
22 2. Technische beschrijving 1 12V AUX F-1A BATT F-2A Uitgangen (RELAY OUTPUTS buiten gebruik) 8. Lijnaansluiting voor externe telefoonkiezer 2. Secundaire voeding 9. NVM Reset pennen 3. Sabotageschakelaar kastdeur 10. Aansluiting accu 4. Zone aansluitingen 11. Zekering accu 5. Aansluiting voor codebediendeel en uitbreiding 12. Kick Start pennen 6. Lijnaansluiting voor integrale telefoonkiezer VAC van hoofdtrafo 7. Lijnaansluiting voor integrale telefoonkiezer V AUX zekering Afbeelding 3. Moederbord controlepaneel blz. 14
23 2. Technische beschrijving 1 12V AUX F-1A BATT F-2A Uitgangen (OP1 en OP2 buiten gebruik) 9. Aansluiting voor externe telefoonkiezer 2. Secundaire voeding 10. NVM Reset pennen 3. aansluiting sabotageschakelaar kastdeur 11. Aansluiting accu 4. Zone aansluitingen 12. Zekering accu 5. Aansluiting voor codebediendeel en uitbreiding 13. Kick Start pennen 6. Lijnaansluiting integrale telefoonkiezer VAC van hoofdtrafo 7. Lijnaansluiting integrale telefoonkiezer V AUX zekering 8. Aansluiting voor PC tbv <Downloader> Afbeelding 4. Moederbord controlepaneel blz. 15
24 2. Technische beschrijving 1. Aansluiting sabotageschakelaar kastdeur 10. Lijnaansluiting voor integrale telefoonkiezer 2. Zone aansluitingen 11. Aansluiting voor PC tbv <Downloader> 3. Aansluiting voor codebediendeel en uitbreiding 12. Aansluiting voor externe telefoonkiezer 4. Uitgangen 13. Test pennen (alleen voor fabriek) 5. Secundaire voeding 14. NVM Reset pennen 6. Kick Start pennen 15. Aansluiting voor printer (947UK-00) 7. Aansluiting accu 16. Aansluiting voor opsteektelefoonkiezer 8. 21VAC van hoofdtrafo 17. Aansluiting voor externe telefoonkiezer 9. Lijnaansluiting voor integrale telefoonkiezer Afbeelding 5. Moederbord controlepaneel blz. 16
25 2. Technische beschrijving Bekabelde uitbreiding 9954 Uitbreiding 9954 biedt aansluitingen voor acht CC, FSL of EOL zones. Afbeelding 6 toont de indeling van de kaart van deze uitbreiding. FSL EOL 4-draads CC 2-draads FSL 2-draads EOL CCT1 AT5 1 CCT2 AT1 AT2 FSL EOL AT6 CCT5 CCT6 7 CCT3 AT7 CCT4 AT8 2 AT3 AT4 CCT7 CCT V 12V CLK DATA 1. Aansluitingen voor zones 5. Zone toewijzing 2. Sabotageschakelaar 6. Aansluitingen voor zones 3. Reserve aansluitingen (niet aangesloten) 7. CCL/FSL/EOL 4. Aansluiting codebediendeel Afbeelding 6. Bekabelde uitbreiding Voor nadere informatie verwijzen wij naar het aansluitschema dat bij uitbreiding 9954 wordt geleverd. blz. 17
26 2. Technische beschrijving Draadloze uitbreidingen Uitbreiding 9955 en het vervangende model 9960 zijn draadloze uitbreidingen van Klasse VI. Klasse VI is een BS-normering die wordt toegekend aan apparatuur die voldoet aan meldingen met opvolging door politie. Zij ontvangen signalen van detectoren via frequentie 868,6625MHz. Beide modellen voldoen aan EN en EN Draadloze uitbreiding 9955 Uitbreiding 9955 biedt acht draadloze zones. Afbeelding 7 toont de indeling van de kaart van deze uitbreiding V 12V CLK DATA blz Display 2 x 7-segment 9. Sabotageschakelaar 2. Selectie-knop 10. Supervisieschakelaar 3. Wis-knop 11. Zonetoewijzing 4. Groene Akkoord LED 12. Leer-sensor 5. Rode Fout LED 13. RF verstoring 6. Zoemer 14. Draadloos circuit 7. Kabeldoorvoer 15. Antenne 8. Aansluitblok Afbeelding 7. Draadloze uitbreiding Voor nadere informatie verwijzen wij naar de handleiding die bij uitbreiding 9955 wordt geleverd. 7
27 2. Technische beschrijving Draadloze uitbreiding 9960 Afhankelijk van het gekozen model biedt uitbreiding 9960 acht of zestien draadloze zones. Afbeelding 8 toont de indeling van de kaart van de uitbreiding V 12V CLK DATA Rode Fout LED 9. Draadloos circuit 2. Groene Akkoord LED 10. Leer-sensor 3. Zoemer 11. Supervisie schakelaar 4. Display 2 x 7-segment 12. RF verstoring 5. Selectie-knop 13. Zonetoewijzing 6. Wis-knop 14. Aansluitblok 7. Ingebouwde antenne 15. Kabeldoorvoer 8. Sabotageschakelaar Afbeelding 8. Draadloze uitbreiding Voor nadere informatie verwijzen wij naar de handleiding die bij uitbreiding 9960 wordt geleverd. 15 blz. 19
28 3. INSTALLATIE Waarschuwing: Sluit atijd de netspanning af voordat u de behuizing opent. Voer geen werkzaamheden uit aan of in de kast als de netspanning is aangesloten. Algemeen Voor een standaard installatie kunt u uitgaan van het onderstaande stappenplan. 1. Onderzoek de lokatie en bepaal de plaats voor bekabelde detectoren, bekabelde uitbreidingen type 9954, het controlepaneel, codebediendelen, externe en interne sirenes. Vraag tevens naar de behoeften van de gebruiker. 2. Als u draadloze detectoren gaat gebruiken voert u enkele testmetingen uit en bepaalt u de plaats voor de draadloze detectoren en de draadloze uitbreidingen type Meer informatie hierover vindt u in de handleiding van de Controleer of er in de omgeving van het controlepaneel een geschikte aansluiting is op de netspanning. 4. Als u een telefoonkiezer/modem gaat gebruiken dient u eerst te zorgen voor een PTT-lijnaansluiting in de omgeving van het controlepaneel. 5. Installeer de bekabelde detectoren en leg de bekabeling aan vanaf het controlepaneel naar de uitbeidingen. Sluit de detectoren aan op de bekabeling. 6. Leg de bekabeling aan vanaf het controlepaneel naar de codebediendelen, uitbreidingen en externe - en interne sirenes. 7. Installeer de codebediendelen en sluit ze op de bekabeling aan. Controleer of elk codebediendeel de juiste ID heeft. Indien nodig plaatst u nu ook de Scanprox modules 934 in de codebediendelen. 8. Installeer de interne - en externe sirenes en sluit ze aan op de bekabeling. 9. Installeer het controlepaneel en sluit het aan op de netspanning maar schakel in dit stadium de netspanning nog niet in. 10. Bij het controlepaneel voltooit u alle aansluitingen van de codebediendelen, uitbreidingen en sirenes. 11. Schakel nu de netspanning in en programmeer het controlepaneel. 12. Laat elke draadloze uitbreiding de detectoren leren die tot hun sectie behoren en monteer de detectoren op de gewenste plaats. 13. Controleer of alle functies van het systeem naar behoren werken. blz. 20
29 3. Installatie 14. Indien nodig installeert u een telefoonkiezer en sluit deze aan op de gewenste PTT-lijn. Controleer of de aansluiting naar behoren functioneert. 15. Draag het systeem over aan de gebruiker en instrueer hem in het gebruik ervan. Het bekabelen van codebediendelen en uitbreidingen Cooper Security adviseert 8-aderige kabels 7/0,2 of 16/0,2 voor het aansluiten van codebediendelen en uitbreidingen. U kunt de bekabeling in ster- of busconfiguratie aanleggen (zie afb. 9). Indien u over grote afstanden moet bekabelen adviseren wij u de sterconfiguratie te kiezen waarbij de kabellengte per aftakking niet meer mag zijn dan 200m. Controlepaneel 200m 200m 200m 200m 200m Codebediendelen of uitbreidingen Verdeel de aansluitingen over de kabellengte voor het optimale resultaat. Afbeelding 9. Ster- en busconfiguratie voor het aansluiten van codebediendelen en uitbreidingen. Waarschuwing: 1. Sluit niets anders dan alleen codebediendelen en uitbreidingen aan op deze kabel. Het vermogen van deze aansluiting is beperkt tot 400mA, slechts voldoende voor vier codebediendelen en vier uitbreidingen. Het aansluiten van zones zal tot foutmeldingen leiden. 2. Controleer of de spanning, gemeten over de 0V en 12V aansluitingen op het verst verwijderde punt, tenminste 12VDC is als de verlichting van alle codebediendelen aan is. blz. 21
30 3. Installatie De maximale lengte van een kabel, gemeten vanaf het controlepaneel tot aan het verst verwijderde onderdeel, is afhankelijk van het totale aantal onderdelen (codebediendeel of uitbreiding) dat op die kabel wordt aangesloten. U kunt de maximum lengte van een 7/0.2 kabel verdubbelen door twee aders te gebruiken voor de 0V en twee voor de 12V of door een 16/0.2 kabel te gebruiken. De onderstaande tabel toont de maximaal aanbevolen kabellengte in meters van een 7/0.2 kabel. Hierbij is er van uitgegaan dat u een codebediendeel of een uitbreiding aan het einde van een kabel aansluit. In de praktijk krijgt u beter resultaat als u deze onderdelen gelijkmatig over de totale lengte verdeelt (zie afb. 9). 8-aderige 7/0.2 kabel Aantal onderdelen 1 ader 2 aders op 0V en 12V Een 200 Twee Drie Vier Vijf Zes Zeven Acht U kunt een grote kabellengte naar een codebediendeel ondersteunen met een extra voeding, maar de 200m grens mag niet worden overschreden. Opm.: De hierna volgende instructies zijn gebaseerd op een complete en voltooide bekabeling. Het monteren van het systeem Het monteren van het controlepaneel 1. Neem het controlepaneel uit de verpakking. 2. Draai de schroeven op het front los en schuif het deksel van het controlepaneel. 3. Bovenaan in de achterkant van de kast is een centraal montagepunt. Markeer en boor een gat voor dit montagepunt. Hang de kast tijdelijk op deze plaats aan de muur. Markeer nu de twee overige montagepunten, neem de kast van de muur en boor gaten op de gemarkeerde plaatsen. 4. Monteer het controlepaneel tegen de muur met minimaal M8x30 bolkop schroeven. blz. 22
31 3. Installatie Het monteren van een codebediendeel type 9930 Op de achterkant van het codebediendeel is een instelbare nok (zie afb. 10) die u kunt gebruiken om de sabotageschakelaar goed te laten functioneren zelfs als het codebediendeel op een oneffen muur wordt gemonteerd. Cooper Security adviseert het codebediendeel met M3,5 of M4 schroeven als volgt te monteren: 1. Kies de benodigde kabeldoorvoering en breek de kunststofpersing ervan uit (zie afb. 10-2). 2. Houdt de achterkant van het codebediendeel tegen de muur en markeer de positie van het centrale montagegat(zie afb. 10-3). 3. Boor het gat, stop er een plug in en schroef de achterwand tegen de muur door het centrale montagegat. Draai de schroef nog niet helemaal vast. 4. Hang de achterkant waterpas en markeer minstens nog twee montagepunten (zie afb. 10-1). Neem de achterkant van de muur, boor de gaten en stop er pluggen in en schroef de achterkant vast tegen de muur. 5. Snijdt de kunststof verbindingen weg waarmee de instelbare nok met de achterplaat is verbonden. Opm.: Als u deze verbindingen niet wegsnijdt zal de sabotageschakelaar niet functioneren wanneer het codebediendeel van de muur wordt getrokken. 6. Monteer de voorkant van het codebediendeel (waarin de PCB-kaart is) op de achterkant en kijk of de sabotageschakelaar werkt. 7. Als de sabotageschakelaar niet werkt, verdraai dan de nok totdat de schakelaar wel goed werkt als voor- en achterkant van het codebediendeel op elkaar zijn gemonteerd Montagegat 3. Instelbare nok 2. Kabeldoorvoer 4. Verwijder deze kabelhouders als u een ScanProx tag module plaatst. Afbeelding 10. Achterkant van codebediendeel type blz. 23
32 3. Installatie Het plaatsen van een ScanProx module Opm.: Als u de 934 module in een bestaande installatie plaatst zet u eerst het systeem in de programmeerstand en sluit daarna alle voeding af (net en accu). Als u de voeding niet afsluit herkent het systeem de nieuwe module niet. 1. Neem het front van het codebediendeel. Verwijder de kabelhouders (afb. 10-4). 2. Plaats de 934 module op de aansluitpennen zoals u ziet in afb. 11 en 12. Afbeelding 11. Plaats van de ScanProx 934 module. blz. 24 Afbeelding 12. De ScanProx 934 module gemonteerd. 3. Zet de module vast met een schroef door de montagelip aan de rechter bovenhoek (zie afb. 13).
33 3. Installatie Afbeelding 13. Montagelip van de ScanProx 934 module. 5. Plaats het front weer op het codebediendeel. Het bekabelen van het controlepaneel Kabeldoorvoeringen De achterwand van het controlepaneel is voorzien van een aantal kabeldoorvoeringen. De achterwand is zodanig ontworpen dat er enige ruimte tussen de muur en het controlepaneel voor de kabels openblijft. Aansluiting op de netspanning Het controlepaneel dient permanent op een 3A gezekerde netspanning aangesloten te zijn. Sluit het controlepaneel aan op de netspanning via het 3- polig aansluitblok aan de achterkant van het controlepaneel. Gebruik de bijgeleverde kabelbinder om de voedingskabel aan het ankerpunt van de behuizing vast te maken. Opm.: 1. Het controlepaneel beschikt over een T-250mA interne hoofdzekering. 2. Alle elektrisch aansluitingen dienen door gekwalificeerde elektriciens te worden uitgevoerd. blz. 25
34 3. Installatie Naar trafo van controlepaneel L N 230V ~50Hz 200mA T 250mA 250V Afbeelding 14. Aansluiting netspanning. Verbindt de 21VAC uitgang van de hoofdtrafo met het moederbord. Op afbeelding 3, 4 of 5 ziet u waar de 21VAC aansluiting zich bevindt. Waarschuwing: In dit stadium de voedingspanning NIET inschakelen. Voer geen werkzaamheden uit aan of in de kast als de netspanning is aangesloten. Separate codebediendelen Het adresseren van een codebediendeel Het controlepaneel wordt geleverd met een codebediendeel voor bediening op afstand. Indien u meerdere codebediendelen plaatst dient elk daarvan een eigen adres te krijgen. Met brugschakelaars LK2 tot LK4 kunt u de adressering instellen zoals getoond in afbeelding 15. Address 2 Codebediendeel 1 2 Codebediendeel 2 2 Codebediendeel 3 2 Codebediendeel 'ON BACKLIGHT' ON BACKLIGHT Verlichting aan ON BACKLIGHT Verlichting uit Afbeelding 15. Het adresseren van een codebediendeel. Indirecte verlichting van het codebediendeel Het controlepaneel wordt af fabriek geleverd met de indirecte verlichting AAN. Voor het uitschakelen van de verlichting verwijdert u de brug van de schakelaar zoals getoond in afbeelding 15. blz. 26
35 3. Installatie Het aansluiten van codebediendelen, uitloopknop, slotschakelaar en sirenes Zie de afbeeldingen 16 en 17 voor het aansluiten van de codebediendelen uitloopknoppen, slotschakelaars en interne en externe sirenes. Gebruik de ET aansluitingen op de kaart van het codebediendeel voor het aansluiten van een uitloopknop of een slotschakelaar. Sluit in een dergelijk geval geen andere apparaten aan op deze aansluiting. Buitensirene Sirene Flitser Binnensirene 16 Ohm luidspreker (max. 2 parallel) Controlepaneel 9751 Sirene -ve afvallend -ve sabotageretour +ve afvallend +ve opkomende detectie Sirene Flitser Binnensirene als 9751 Controlepaneel 9752 Buitensirene Sirene -ve afvallend -ve sabotageretour +ve afvallend +ve opkomende detectie Codebediendeel 9930 Slotschakelaar of uitloopknop (N/O = indrukken maakt contact) Controlepaneel 9751 of 9752 Naar overige codebediendelen 4-aderig Afbeelding x: Het aansluiten van codebediendelen, sirenes en flitsers. blz. 27
36 3. Installatie Codebediendeel 9930 Naar overige codebediendelen Uitloopknop N/O = indrukken maakt contact of slotschakelaar (open = deur dicht; gesloten = deur open) Buitensirene Sirene Flitser 4-aderig Sirene -ve afvallend -ve sabotageretour +ve afvallend -ve opkomend bij detectie Zie opm. Opm. Monteer een 2k2 weerstand in de sabotageretourlijn. Zie commando aderig Binnensirene 16 Ohm luidspreker (max. 2 parallel) Afbeelding : Het aansluiten van codebediendelen, sirenes en flitsers. blz. 28
37 3. Installatie Het aansluiten van detectielussen Het aansluitblok voor de detectielussen of zones vindt u links langs de rand van het moederbord van het controlepaneel. De onderstaande tabel biedt een overzicht van het aantal en type zones dat u op een controlepaneel kunt aansluiten. Met commando 21 configureert u de aansluitingen voor de gewenste bekabeling. Model Aansluitingen Zones Bekabeling draads CC met algemene sabotage 2-draads FSL 2-draads FSL + uitbreidingen draads CC met algemene sabotage 2-draads FSL 2-draads FSL + uitbreidingen 4-draads CC met individuele sabotage 2-draads FSL 2-draads EOL 2-draads FSL + uitbreidingen Het aansluiten van 4-draads CC detectielussen Afbeelding 18 en 19 toont het aansluiten van 4-draads CC-zones met gemeenschappelijke en individuele sabotagelus. Het controlepaneel biedt voldoende aansluitingen voor acht 4-draads circuits. Als u meer 4-draads circuits nodig hebt dan dient u een bekabelde uitbreiding 9954 te plaatsen. Zie Het aansluiten van een bekabelde uitbreiding op blz. 31. Sabotagelus Alarmcontacten Zone 1 Alarmcontacten Zone Algemene sabotagelus Zone 1 Zone 2 Zone 3 Zone 4 Zone 5 Zone 6 Zone 7 Zone 8 Afbeelding draads CC aansluitingen met algemene sabotagelus (975x). Alarmcontacten Zone 1 Zone Sabotagelussen Zone 1 Zone Afbeelding draads CC aansluitingen met individuele sabotagelus (9851). blz. 29
38 3. Installatie Het aansluiten van 2-draads FSL-detectielussen De aansluitingen van het controlepaneel bieden ruimte voor 8 (975x) resp. 16 (9851) FSL-zones. Als u meer FSL-zones nodig hebt dient u een bekabelde uitbreiding 9954 te plaatsen. Zie Het aansluiten van een bekabelde uitbreiding op blz. 31. Als u uitbreidingen voor controlepaneel 9851 gaat gebruiken, moet u vooraf beslissen hoeveel zones u rechtstreeks op het controlepaneel gaat aansluiten. U kunt 8 zones op het controlepaneel aansluiten en 32 op de uitbreidingen, of 16 zones op het controlepaneel en 24 op de uitbreidingen. Elke FSL-zone is een volledig bewaakte lus (Fully Supervised Loop) waarbij gebruik wordt gemaakt van een 2-draads gesloten lus. De lus kent twee weerstanden met verschillende waarden om het onderscheid te kunnen maken tussen alarm- en sabotagesignalen: een 2k2 weerstand aan het eind van de lus (eindelijn weerstand) en een 4k7 weerstand over het alarmcontact. Als de lus in de normale toestand is en de alarmcontacten gesloten (weerstand 4k7 wordt dan overbrugd), dan is de totale weerstand van de lus 2k2. Bij open alarmcontacten (weerstand 4k7 actief) loopt de weerstand in de lus op tot 6k9 en het controlepaneel detecteert een alarmconditie. Als een sabotageschakelaar opent wordt de lusweerstand een open circuit en het controlepaneel detecteert een sabotagesignaal. Voor het aansluiten van een FSL-lus dient u geschikte weerstanden op de detector aan te sluiten. Controleer altijd eerste de kleurcode van de weerstanden voordat u ze aansluit. Zie afbeelding 21. De draadweerstand van de kabel naar de detector (inclusief verbindingen) mag niet meer zijn dan 100 Ohm. De aanbevolen maximale kabellengte is 200 ~ 300 meter per zone. 4K7 2K2 EOL Alarmcontacten Zone 1 Sabotagecontacten 1 2 4K7 Zone 2 2K2 EOL Alarmcontacten Sabotagecontacten Afbeelding 20. FSL-aansluitingen. 4k7 Geel Violet Rood Goud 2k2 Rood Rood Rood Goud Afbeelding 21. Kleurcode van FSL-weerstanden. blz. 30
39 3. Installatie Het aansluiten van 2-draads EOL-detectielussen (alleen 9851) Elke EOL -zone is een 2-draads gesloten lus met een 2k2 weerstand in serie over de alarmcontacten om een onderscheid te kunnen maken tussen circuitsignalen en sabotagesignalen door kortsluiting. Afbeelding 22 laat zien hoe u twee EOL-detectoren op de betreffende zones aansluit. Denk er aan dat elke detector in serie met een gewoon sabotagecircuit wordt aangesloten. Het sabotagecircuit is aangesloten op aansluiting 3. U dient een 2k2 weerstand in serie met het sabotagecircuit aan te sluiten. 2K2 EOL 2K2 EOL Zone 3 Zone 4 Zone 5 Zone 6 Zone 7 Zone 8 Alarmcontacten Zone 1 Alarmcontacten Zone 2 Algemene sabotagelus 2K2 EOL Afbeelding 22. EOL-aansluitingen. Het aansluiten van een bekabelde uitbreiding Afbeelding 23 laat zien hoe u een bekabelde uitbreiding 9954/9955 dient aan te sluiten op het controlepaneel. Uitbreiding Naar overige codebediendelen Controlepaneel Afbeelding 23. Het aansluiten van een 9954 uitbreiding. Let goed op dat u de brugschakelaar op de uitbreiding in de juiste positie zet voor 4-draads CC-, 2-draads FSL, of 2-draads EOL-zones. blz. 31
40 3. Installatie Opm.: Denk er aan dat u voor het controlepaneel en de uitbreiding dezelfde methode van bekabeling gebruikt. Bij een verschillende methode is een foutieve sabotagemelding mogelijk. FSL EOL 4-draads CC 2-draads FSL 2-draads EOL Afbeelding 24. Brugschakelaar voor type aansluitingen. Als u een uitbreiding hebt aangesloten verwijzen wij voor het aansluiten of leren van de detectoren naar de daarbij gevoegde instructies. Het adresseren van een uitbreiding Als u uitbreidingen gebruikt moet u elke uitbreiding aan een specifieke groep zones toewijzen. U selecteert de zonenummers door een brug op de pennen te plaatsen zoals aangegeven in afbeelding Zone 9 t/m Zone 17 t/m 24 Zone 25 t/m 32 Zone 33 t/m 40. Afbeelding 25. Een groep zones aan een uitbreiding toewijzen. Opm.: 1. Positie 1 is niet beschikbaar bij controlepanelen met 16 zones (alleen mogelijk met controlepaneel 9851). 2. Positie 3 is niet beschikbaar bij controlepaneel Positie 3 en 4 zijn niet beschikbaar bij controlepaneel 9751 en NOOIT dezelfde groep zones aan verschillende uitbreidingen toewijzen. blz. 32
41 3. Installatie Het programmeren van uitgangen De uitgangen van het controlepaneel kunt u programmeren met de commandos uit de onderstaande tabel. De potentiaalvrije uitgangen bieden een negatief opkomend signaal. Zodra u het type uitgang programmeert stelt het systeem de polariteit in. Uitgang Commando OP1 open collector potentiaalvrij potentiaalvrij 81 relaiscontact relaiscontact OP2 open collector potentiaalvrij potentiaalvrij 82 relaiscontact relaiscontact OP3 open collector open collector open collector 83 OP4 - - open collector 84 Afbeelding 26 laat enige voorbeelden zien van toepassingen voor uitgang OP3 en OP4. Reset schokdetector Sirene volgt zoemer/relais OP3 OP3 VIPER 0V +ve TR ST LS +ve 12V Aux ZOEMER/RELAIS TR ST LS +ve 12V Aux Gebruik commando 83.4 Gebruik commando 83.0 Relais bekrachtigd zoemer klinkt indien sirene geactiveerd. PIR instellingen/looptest PIR OP3 TR ST LS +ve 12V Aux PIR instellingen = commando 83.3 Looptest = commando 83.5 Afbeelding 26. Aansluitvoorbeelden voor de uitgangen OP3 en OP4. blz. 33
42 3. Installatie Het aansluiten van een interface voor een sleutelschakelaar Afbeelding 27 laat de aansluitingen voor een interface model 9928 voor een sleutelschakelaar zien. U kunt per systeem slechts ØØn interface voor een sleutelschakelaar plaatsen. Naar aansluiting voor codebediendeel op controlepaneel Continu SabVolledig Uit Gedeeltelijk Impuls Volledig Sabotage Gedeeltelijk Impuls Continu Afbeelding 27. Het aansluiten van een interface voor een sleutelschakelaar. Impuls of continu sleutelschakelaars Interface 9928 is geschikt voor impuls en continuesleutelschakelaars (zie afbeelding 27). Als u een impulsschakelaar gebruikt verwijdert u de brug van verbinding M/C. Als u een continuschakelaar gebruikt plaatst u de brug op de pennen van verbinding M/C. Opm.: 1. Als u een sleutelschakelaar via de interface aansluit kunt u hem gebruiken om het systeem in en uit te schakelen. In een enkelvoudig systeem kunt u het gehele systeem in en uitschakelen, of alleen niveau B. In een viervoudig systeem schakelt u partitie A in en uit. 2. Als u de sleutelschakelaar als een zone aansluit, dus zonder interface, kunt u het niveau of de partitie in en uitschakelen waarvan die zone deel uitmaakt. Telefoonkiezer Het aansluiten van een telefoonkiezer Het controlepaneel beschikt over een ingebouwde telefoonkiezer op het moederbord. Dit is een automatische modem. In controlepaneel 9851 wordt een ander type modem gebruikt waarvan u de baud snelheid met commando 111 kunt instellen. Zonodig kunt u een separate telefoonkiezer via een kabelboom op de interface pennen van het moederbord aansluiten. Controlepaneel 9851 kunt u ook voorzien van een opsteek-telefoonkiezer die u rechtstreeks op de twee aansluitingen van het moederbord aansluit. blz. 34
43 3. Installatie U kunt de telefoonkiezer gebruiken voor: Het verzenden van alarmmeldingen naar een meldkamer. U kunt voor de overdracht van de signalen kiezen uit Scancom Fast Format, Scancom SIA (Security Industry Association) of Contact ID (instelbaar met commando 103). Verbinding met een installatie PC van de installateur. Met behulp van het Scantronic programma <Downloader> kan het systeem via de PC door up- en downloading van instellingen worden gecontroleerd, in- en uitgeschakeld en met andere speciale functies worden beheerd. Met commandos 101 tot en met 159 configureert u de communicatiemogelijkheden. Telefoonlijn Bij voorkeur dient de ingebouwde telefoonkiezer aangesloten te zijn op een aparte telefoonlijn die exclusief voor alarmmeldingen wordt gebruikt. Als een aparte telefoonlijn niet beschikbaar is en andere apparatuur is op de aanwezige telefoonlijn aangesloten (bijvoorbeeld een antwoordapparaat), dan biedt de ingebouwde telefoonkiezer een aansluiting met onderscheidend vermogen ten opzichte van de aanwezige apparatuur. Indien de telefoonkiezer wordt geactiveerd bezet hij de telefoonlijn en sluit andere apparaten af. Als de telefoonkiezer afsluit wordt de verbinding met de andere apparaten weer hersteld. Telefoonlijnbewaking Het controlepaneel beschikt over telefoonlijnbewaking die controleert of de telefoonlijn is aangesloten en functioneert en geeft een lijnfoutmelding als dit niet het geval is. Indien ingeschakeld controleert deze functie continu de spanning op de telefoonlijn om er zeker van te zijn dat de lijn is aangesloten. Als een fout wordt ontdekt geeft het systeem een lijnfoutmelding volgens commando 106. Testoproepen U kunt het controlepaneel programmeren om testmeldingen naar een meldkamer te sturen. Statische testmeldingen kunnen op vastgestelde tijdstippen of met vaste tussenpozen worden verzonden. Dynamische testmeldingen vinden 24 uur na de laatste melding plaats. Zie hoofdstuk 4 Programmeren voor meer informatie over het programmeren van deze functie met commando 105 en 108. blz. 35
44 3. Installatie Wettelijke bepaling Toepassing De ingebouwde telefoonkiezer is geschikt voor aansluiting op de volgende netwerken: (a) Directe verbinding (PSTN) met DTMF (toon) kiezen. (b) PABX centrales. Opm.: De ingebouwde telefoonkiezer is niet geschikt voor aansluiting op een betaallijn of een 1 op 1 verbinding. PABX De ingebouwde telefoonkiezer is alleen toegestaan voor gebruik met een geschikte PABX telefooncentrale. Een juiste werking onder alle omstandigheden kan niet worden gegarandeerd. Verklaring De ingebouwde telefoonkiezer is geproduceerd voor alle telecommunicatienetwerken binnen de Europese Unie. Deze telefoonkiezer is toegelaten voor enkelvoudige aansluiting op alle Europese publieke telefoonnetwerken (PSTN). Echter wegens onderlinge verschillen tussen de diverse telecommunicatienetwerken houdt deze toelating niet vanzelfsprekend in, dat onder alle omstandigheden een foutloos functioneren wordt gegarandeerd. In geval van problemen dient u zich in eerste instantie tot de telecom-instelling te wenden. De ingebouwde telefoonkiezer is toegestaan voor de volgende toepassingen: (a) Automatische telefoonverbinding (b) Werking zonder voortgangsindicatie (c) Automatisch nummer kiezen (d) Modem. (e) Seriºle verbinding (f) Meervoudige contactpogingen (g) Lijnbewaking Bij gebuik, anders dan toegestaan, of montage, installatie en programmering afwijkend van de voorschriften, vervalt iedere aanspraak. Zie ook het toelatingslabel op het moederbord van het controlepaneel. REN Het Ringer Equivalence Number (REN) van de ingebouwde telefoonkiezer is 1. Als regel voor het aantal apparaten dat gelijktijdig op dezelfde lijn kan worden aangesloten geldt, dat de totale REN-waarde niet hoger mag zijn dan 4. blz. 36
45 3. Installatie Veiligheidsvoorschrift De afbeeldingen 28 en 29 tonen aansluitingen op het moederbord van het controlepaneel. Deze aansluitingen zijn Safety Extra-Low Voltage (SELV) en Telecommunications Network Voltage (TNV) circuits. Deze termen zijn conform de veiligheidsvoorschriften EN Het is van groot belang, dat de installateur er voor zorgt dat de TNVaansluitingen alleen worden toegepast voor PSTN-verbindingen, of andere als TNVaangemerkte netwerken. SELV-aansluitingen mogen alleen worden verbonden met als SELV aangemerkte netwerken. Alleen onder deze bepalingen kunt u er van vezekerd zijn dat de apparatuur volgens de toelatingseisen functioneert. + LS 12V AUX 12V AUX 0V 0V A/T CCT1 CCT2 CCT3 CCT4 CCT5 CCT6 CCT7 CCT8 0V 12V CLK DATA Keypad Connector S.E.L.V. cct blz. 37
46 3. Installatie blz Aansl. sabotagecontact (SELV) 7. Aansl. <Downloader> (SELV) 2. Aansl. externe telefoonkiezer (SELV) 8. Aansl. telefoonlijn (TNV) 3. Aansl. opsteektelefoonkiezer (SELV) 9. RJ11 aansluiting (TNV) 4. Hoofdaansluiting (SELV) VAC van hoofdtrafo (SELV) 5. Aansl. extra telefoonkiezer (SELV) 11. Aansl. accu (SELV) 6. Aansl. printer (SELV) Afbeelding 29. SELV en TNV aansluitingen controlepaneel 9851.
47 3. Installatie Het aansluiten van de telefoonlijn Directe aansluiting, of aansluiting via andere apparaten op het aansluitblok van de telefoonkiezer kunnen storingen op het telefoonnet opleveren. Vraag altijd advies van een deskundige telefoonmonteur als u twijfelt aan de aansluitingen. Voorbeeld van het aansluiten van een telefoonlijn: a) Indien de telefoonlijn al is afgesloten met een geschikte aansluiting: Stop de plug in aansluiting RJ11 (zie afbeelding 28 resp. 29) b) Zo niet, (zie afbeelding 30): (i) Neem een 3-aderige kabel (type 1/05mm CW1308), strip 5mm van twee aders en leidt de kabel door de kabeldoorvoeringen aan de achterzijde van het controlepaneel. Sluit de twee aders aan op aansluiting A en B van het moederbord. (ii) Sluit het andere eind van de twee aders aan op de overeenkomstige aansluitingen van de telefoonlijn. (iii) Indien andere apparatuur op de telefoonlijn moet worden aangesloten (in serie met de telefoonkiezer), sluit u het belangrijkste apparaat aan op A1 en B1 van de in serie geschakelde lijnaansluitingen. Waarschuwing: U mag op deze wijze slechts 1 apparaat tussen het hoofdapparaat (bijvoorbeeld de telefoon) en het telefoonnet aansluiten. Controleer of de aansluitingen A en B juist zijn aangesloten. De interne telefoonkiezer controleert de lijn continu op beltonen. A Primaire lijn B Secundaire lijn B1 A1 5 of A 2 of B Aansluiting telefoonnet (exclusieve lijn) Telefoonlijn naar andere apparatuur zoals telefoon, fax, antwoordapparaat, internet-/ . Afbeelding 30. Het aansluiten van de ingebouwde telefoonkiezer. Het aansluiten van een opsteektelefoonkiezer (alleen 9851) Het controlepaneel 9851 kan worden uitgerust met een opsteektelefoonkiezer. Voor het aansluiten daarvan volgt u de onderstaande instructies. blz. 39
48 3. Installatie Waarschuwing: Voordat u een extra telefoonkiezer monteert dient u alle voedingsspanning van het controlepaneel uit te schakelen; dus netspanning en accu. Als u de voeding weer aansluit, sluit u eerst de accu aan. Als u dit niet doet kan het controlepaneel schade oplopen. Vergeet niet de Kick Start pennen kort te sluiten nadat u de accu weer hebt aangesloten voordat u de netspanning weer aansluit.. Meldingen van de opsteektelefoonkiezer: De pennen van de 9851 opsteekkiezer wijken af van de Scantronic standaard. De functies van de opsteekpennen liggen vast en kunnen niet worden gewijzigd. Alle uitgangen zijn positief opkomend bij alarm (5V). Alle ingangen zijn positief opkomend(12v of 5V) bij een lijnfoutmelding en het wegvallen van de verbinding. Pen Kanaal naar meldkamer Ingang / Uitgang Melding 1 kanaal 1 Uitgang Brand 2 kanaal 2 Uitgang Overval 3 kanaal 3 Uitgang Inbraak 4 kanaal 4 Uitgang Gesloten = +ve, Open = -ve 5 kanaal 5 Uitgang Overbruggen 6 Ingang n.v.t. 7 Ingang Kiezerfout 8 Uitgang Accu laag 9 Voeding 12V 10 Voeding 0V 11 Buiten gebruik 12 Voeding 5V 13 kanaal 6 Uitgang Alarm afbreken 14 kanaal 7 Uitgang Alarm bevestigen 15 Ingang Lijnfout 16 kanaal 8 Uitgang Technisch alarm blz. 40
49 3. Installatie Het aansluiten van een externe telefoonkiezer Het controlepaneel kan worden uitgevoerd met een externe telefoonkiezer of spraakkiezer (bijvoorbeeld Scantronic 8400, 8440 of 660). Voor het installeren van een dergelijke telefoonkiezer volgt u de onderstaande instructies. Waarschuwing: Volg de instructies in de aangegeven volgorde. Elke andere werkwijze kan tot beschadiging van het controlepaneel en/of de telefoonkiezer leiden. 1. Sluit de netspanning en de accu af van het controlepaneel en neem de deur van de kast als het systeem al ge nstalleerd is. 2. Model 9751: a) Neem het moederbord van de steunen en kantel het moederbord voorzichtig naar links. b) Plaats de telefoonkiezer tussen de steunen van het moederbord. Zorg er voor dat het moederbord weer goed op zijn plaats gezet kan worden (zie afbeelding 31). Afbeelding 31. Het plaatsen van een extrene telefoonkiezer (9751). 3. Maak de nodige aansluitingen van de telefoonkiezer naar de kabelboom. Afbeelding 32 laat de beschikbare uitgangen aan de uiteinden van de kabelboom zien. Fabrieksmatig is een positieve spanning aanwezig bij een inactieve uitgang, maar deze instelling kunt u met commando 159 wijzigen. blz. 41
50 3. Installatie Kabelboomaansluiting (artikel ) ATK O/P1 (Bruin) -ve opkomend (+ve wegvallend) bij alarm ATK O/P2 (Oranje) -ve opkomend (+ve wegvallend) bij alarm ATK O/P3 (Geel) -ve opkomend (+ve wegvallend) bij alarm ATK O/P4 (Groen) -ve opkomend (+ve wegvallend) bij alarm ATK O/P5 (Blauw) -ve opkomend (+ve wegvallend) bij alarm ATK O/P6 (Purper) -ve opkomend (+ve wegvallend) bij alarm ATK O/P7 (Wit) -ve opkomend (+ve wegvallend) bij alarm ATK O/P8 (Grijs) -ve opkomend (+ve wegvallend) bij alarm Systeem-reset (Wit/Bruin) +12V opkomend bij wisseling naar reset door gebruiker. Lijnfout-ingang (Wit/Oranje) +12V opkomend voor lijnfout-indicatie. 0V (Zwart) 12V (Rood) Afbeelding 32. De kabelboom voor de extrene telefoonkiezer. Opm.: Uitgang 4 van de telefoonkiezer is actief als het systeem is uitgeschakeld. Dit is normaal, aangezien een uitgeschakeld systeem vergelijkbaar is met een alarmmelding. 4. Plug de kabelboom op de aansluitpennen voor de telefoonkiezer op het moederbord van het controlepaneel (zie afbeelding 5). 5. In geval van 9751 plaats u het moederbord weer op de steunen. Zet het moederbord vast met de bijgeleverde schroeven (zie afbeelding 33). Controleer of de linker benedenhoek van het moederbord op een steun rust. Afbeelding 33. Het monteren van het moederbord (9751). blz. 42
51 3. Installatie Als het systeem al ge nstalleerd is: 6. Sluit eerst de accu weer aan. 7. Monteer en sluit de deur van de kast. 8. Schakel de netspanning weer in. 9. Test de telefoonkiezer (zie commando 151 t/m 158). Het aansluiten van een accu Plaats een oplaadbare accu in de kast. De behuizing van het controlepaneel biedt ruimte voor een accu van 12V, 7Ah of, in model 9752 en 9851 met behulp van kit 8136EUR-02, een accu van 12V, 17Ah. Controleer of de positie van de aansluitingen van de accu overeenkomt met afbeelding 34. 7AH Afbeelding 34. Het aansluiten van een accu (9751). blz. 43
52 3. Installatie Voor de eerste keer opstarten Voordat u spanning op het systeem zet controleert u eerst: of alle codebediendelen en uitbreidingen zijn aangesloten en juist geadresseerd; of alle externe - en interne sirenes zijn aangesloten; of alle bekabelde zones zijn aangesloten; of de identiteit van alle draadloze detectoren bij de respectievelijke uitbreidingen bekend zijn. Opm.: U zult eventuele draadloze uitbreidingen hun betreffende detectoren/zenders moeten laten leren. Daarna monteert u de draadloze detectoren/zenders op de gewenste plaats. Pas daarna: 1. Sluit de accu aan op het moederbord van het controlepaneel. 2. Maak heel even een kortsluiting met de kick start pennen (u vindt ze boven de accuzekering F-2A, zie afb. 3, 4 of 5). De groene spannings-led knippert en de interne sirene of zoemer kan een signaal geven. Let in dit stadium nog niet op display-aanduidingen. 3. Toets de fabrieksmatig ingestelde toegangscode voor gebruikers: De interne sirene of zoemer stopt. 4. Monteer de deur van de kast voordat u de voedingsspanning aansluit. Hiermee brengt u tevens de sabotageschakelaar in de juiste positie. 5. Schakel de netspanning in. De groene spannings-led brandt continu. 6. Toets 0 gevolgd door de fabrieksmatig ingestelde toegangscode voor installateurs: U hoeft de deur van het controlepaneel niet te openen of af te nemen. Het display toont: 7. Toets 1 voor een 4-voudig systeem, of toets 0 voor een enkelvoudig systeem (zie hieronder). Het display toont: U kunt nu programmeren zoals beschreven in hoofdstuk 4. 4-voudig of enkelvoudig systeem U kunt het controlepaneel configureren voor een enkelvoudig systeem of voor een 4-voudig systeem. Het enkelvoudig systeem biedt 4 beveiligingsniveaus 1x volledig ingeschakeld (= A), en 3 deelschakelingen (= B, C, en D). Alle codebediendelen, zones en uitgangen functioneren voor het totale systeem. blz. 44
53 3. Installatie Het 4-voudig systeem biedt vier onafhankelijke partities met de volgende mogelijkheden: Elke partitie kan onafhankelijk worden in- en uitgeschakeld. U kunt codebediendelen toewijzen aan 1 of meerdere partities. Deze codebediendelen kunnen geen partitie in- of uitschakelen waaraan ze niet zijn toegewezen. Elke partitie beschikt over uitgangen voor een eigen sirene en flitser. Een zone behoort enkel en alleen tot een bepaalde partitie. Als u de netspanning voor het nieuwe controlepaneel voor het eerst inschakelt en daarna de standaard installateurscode intoetst, vraagt het systeem of u een enkelvoudig of een 4-voudig systeem wilt configureren. (zie stap 6 op de vorige bladzijde). Als u de configuratie enkelvoudig resp. 4- voudig in een later stadium wilt wijzigen moet u hiervoor commando 98 gebruiken. Hiermee schakelt het controlepaneel tevens over op fabrieksmatig ingestelde waarden. Voor een overzicht van de noodzakelijke stappen om een 4-voudig systeem te programmeren verwijzen wij naar hoofdstuk 4: Programmeren - 4-voudig systeem. blz. 45
54 4. PROGRAMMEREN Het openen van de programmeerstand In hoofdstuk 3. Installatie - Voor de eerste keer opstarten leest u hoe u bij een nieuwe installatie voor de eerste keer in de programmeerstand kunt komen. Als u daarna nog eens in de programmeerstand moet zijn: 1. Schakel het systeem uit. Opm.: Als u het systeem hebt ingesteld op de standaardwaarden voor Noorwegen, Zweden of Denemarken dient u nu eerst de gebruikerscode in te voeren. 2. Toets 0 gevolgd door U bent nu in de programmeerstand. Het display toont: U kunt nu programmeren. Als het systeem in de programmeerstand staat zullen alle codebediendelen, behalve dat waamee u programmeert, uitgeschakeld zijn. De betreffende displays tonen Bezet. Programmeercommandos Bij aflevering van de fabriek kent het controlepaneel al een aantal instellingen. Voor het wijzigen gaat u naar de programmeerstand, waarna: 1. Toets het betreffende commando gevolgd door. Het display toont de huidige instelling. 2. Toets de cijfers van de gewenste functie. Het display toont de nieuwe instelling. 3. Toets om deze nieuwe instelling in het geheugen op te slaan. Als u op enig moment de instellingen wenst te wijzigen herhaalt u de stappen 1, 2 en 3. De tabel op de volgende bladzijden tonen de commandos en hun opties. (Een J naast de optie geeft de fabrieksinstelling aan.) Fabrieksmatig zijn de toegangscodes: Installateurscode 7890 Gebruiker Gebruiker 2 t/m t/m 016 (inactief) Dwangcode 017 (inactief) Opm.: De fabrieksmatig ingestelde codes voor gebruiker 2 t/m 16 en de dwangcode dienen door gebruiker 1 te worden gewijzigd in een 4- cijferige code om ze te activeren. Zie 9851 Handleiding voor gebruikers voor een meer gedetailleerde uitleg betreffende het wijzigen van de gebruikerscodes. blz. 46
55 Overzicht van de programmeercommandos Commando Toets: 00 Country PTT Defaults (blz. 59) 0 n n = Land: 0 = UK J 1 = Italiº (I) 2 = Spanje (EE) 3 = Portugal (P) 4 = Nederland (NL) 5 = Frankrijk (FR) 6 = Belgiº(B) 7 = Duitsland (D) 8 = Zwitserland (CH) 9 = Oostenrijk (A) 1 = Ierland (IRL) 2 = OEM 1 3 = OEM 2 4 = Finland (FI) 5 = Noorwegen (N) 6 = Denemarken (DK) 7 = Zweden (S) Opm.: Dit commando laadt tevens alle fabrieksmatig ingestelde waarden van het betreffende land. Commando Toets: Zoneprogrammering (blz. 59) nn ab nn = Zonenummer: 9751 = 01 t/m = 01 t/m = 01 t/m 40 Opm.: Voor zones 1 t/m 16, toets "01" - "16" Voor zones 17 t/m 40, toets " 17" - " 40" a = Zonetype, kies: 00 = NG (niet gebruikt) 01 = OV (overval) 02 = BR (brand) 03 = NA (normaal alarm) 04 = 24 (24-uurszone) b = 05 = LD (laatste deur), zie 7 hieronder 06 = IR (inlooproute), zie 7 hieronder 07 = TS (trilsensor), zie 7 hieronder 08 = TE (technisch) 09 = KB (sleutelkast) 10 = SD (rookdetector) 11 = KM (sleutelschak. impuls) 12 = KF (sleutelschak. continu) 13 = AM (antimaskeren) 14 = FB (forbikobler), zie 7 hieronder Zone attribuut, kies: 1 = B (deurbel) 2 = T (zone in test) 3 = D (dubbel activeren) 4 = O (overbrugbaar) 7 = 16 of 14 Indien zonetype = 07 (trilsensor), gevoeligheid: 1 (laag) t/m 6 (hoog) Indien zonetype 05, 06 en 14, inlooptijdschak. 1 t/m 4 (zie commandos 201 t/m 204) A = a (ingeschakeld in niveau/partitie A) B = b (ingeschakeld in niveau/partitie B) C = c (ingeschakeld in niveau/partitie C) D = d (ingeschakeld in niveau/partitie D) Fabrieksmatige instelling enkelvoudig systeem Fabrieksmatige instelling 4-voudig systeem Z01=LD abcd 1 Z01=LDa 1 Z02=IR abcd 1 Z02=IRa 1 Z03-Z07=NA abcd Z03-07=NA a Z08=OV abcd Z08=OV a Z09-Z40=NG a Voorbeeld: Zone 17; normaal alarm in niveau B; overbruggen toegestaan. U programmeert als volgt: 17 Zonenummer 03 Normaal alarm B Actief in niveau B 4 Overbrugbaar met slaat u de instelling op blz. 47
56 Commando Toets: 20 Installateurscode wijzigen (blz. 66) 20 nnnn gggg nnnn = Nieuwe installateurscode (Code) 7890 gggg = Nieuwe surveillancecode (Guard) Opm.: Surveillancecode alleen mogelijk met commando Zoneconfiguratie (blz. 66) 21 n 9751/2: n = 0 4-draads gesloten lus J 1 2-draads FSL 9851: n = 0 4-draads gesloten lus J 1 2-draads eindelijnweerstand 2 2-draads FSL 3 8x FSL + 4 uitbreidingen 22 Deurbelvolume (blz. 67) 22 n n= Deurbelvolume (In 4-voudig systeem alleen mogelijk voor partitie A) 0 Uit (alleen codebediendeel) 1 (minimum) t/m 9 (maximum) 5 23 Wordt in Europa niet gebruikt 24 Toon systeem ID-naam (blz. 67) 24 (codebediendeel toont naam) Met keert u terug naar de programmeerstand 25 Interne sirene/zoemer (blz. 67) 25 n n = 0 Volgt externe sirene J 1 Continu 26 Sirenevertraging bij inloop (blz. 67) 26 n n = 0 Sirenevertraging uit 1 Sirenevertraging aan J Opm.: Sirenevertraging is alleen beschikbaar indien: Alarm afbreken = UIT (commando 36.0) Sirenevertr. = Niet 0 (commando 41.n) 2e kans inloop = Nee (commando 86.0) Alarm bevestigen = Nee (comm. 89.0) 27 Sirene bij uitloopfout (blz. 68) 27 n n = 0 Intern J 1 Intern en extern 28 Verbergen status op display (blz. 68) 28 n n = 0 Verbergen uit (dus altijd zichtbaar) 1 Verbergen aan (verbergt 180s na J inschakeling) 2 Verbergen code (verborgen, echter 30s zichtbaar na intoetsen code) Commando 29 is alleen beschikbaar indien comm. 89 = Alarmvertraging (blz. 68) 29 n n = 0 Vertraging uit J 1 Vertraging aan (30 seconden) 30 Reactie op overvalmelding (blz. 68) 30 n n = 0 Luid alarm J 1 Stil alarm 31 Herstel zonesabotage (blz. 69) 31 n n = 0 Niet door installateur J 1 Alleen door installateur Commando Toets: 32 Codebediendelen + partities (blz. 69) 32 nnnn n = A codebediendeel = partitie A B codebediendeel = partitie B C codebediendeel = partitie C D codebediendeel = partitie D Opm.: U kunt elk codebediendeel aan ØØn of aan alle partities toewijzen. Fabrieksmatig zijn alle codebediendelen aan alle partities toegewezen. 33 Systeemherstel (blz. 69) 33 n n = 0 Door de gebruiker J 1 Door de installateur 34 Overvalherstel (blz. 70) 34 n n = 0 Door de gebruiker J 1 Door de installateur 35 Eerste circuit na alarm (blz. 70) 35 n n = 0 Uitschakelen J 1 Opnieuw inschakelen 36 Alarm afbreken (blz. 70) 36 n n = 0 Gebruiker kan onnodig alarm niet J afbreken 1 Gebruiker kan onnodig alarm afbr. 37 Sabotagemelding overdag (blz. 71) 37 n n = 0 Alleen interne sirene J 1 Interne sirene + telefoonkiezer 38 Herstel systeemsabotage (blz. 71) 38 n n = 0 Door de gebruiker 1 Door de installateur J 39 Uitloopstand niv./part. A (blz. 71) 39 n n = 0 Tijdbepaald J 1 Uitlooptijd afbreken 2 Inschakelen d.m.v. laatste deur Enkelvoudig systeem: 3 Slotschakelaar 4-voudig systeem: 3 Direct (geen uitloopsignaal) 4 Stil (codebediendeel piept na afloop) 5 Slotschakelaar 40 Systeem automatisch opnieuw 40 n inschakelen (blz. 73) n = 0 Nooit J 1 Herstel 1x 2 Herstel 2x 3 Herstel 3x 4 Altijd opnieuw inschakelen Opm.: Commando 41 heeft geen effect indien commando 89=1 in combinatie met en 162.0; of 47, 63, 73 en 77 functioneren zonder melding. 41 Sirenevertraging (blz. 73) 41 n n = 0 Geen vertraging J 1 1,5 minuten 2 3 minuten 3 5 minuten 4 10 minuten 5 15 minuten 6 20 minuten blz. 48
57 Commando Toets: 42 Sireneduur (blz. 74) 42 n n = 1 1,5 minuten 2 3 minuten 3 5 minuten 4 10 minuten 5 15 minuten 6 20 minuten J 43 Zie commando Uitlooptijd niv./part. A (blz. 74) 44 n n = 1 10 seconden 2 20 seconden J 3 30 seconden 4 45 seconden 5 60 seconden seconden 45 Volume in-/uitloopsignaal (blz. 74) 45 n (In 4-voudig systeem alleen beschikbaar voor partitie A) n = 0 Geen signaal n Volume (1=min., 9=max.) 5 46 Sabotagealarm alleen enkelvoudig 46 n systeem (blz. 75) n = 0 Interne sirene 1 Zoemers codebediendelen 2 Interne sirene en zoemers J 47 Reactie op alarm in partitie A alleen 47 n 4-voudig systeem (blz. 75) n = 0 Alleen zoemers codebediendelen 1 Interne sirenes en zoemers 2 Alle sirenes, zoemers en tel.kiezer J 48 Wordt in Europa niet gebruikt 49 Dit commando wordt niet gebruikt 50 Wordt in Europa niet gebruikt 51 Systeemdatum en -tijd (blz. 75) 51 dd mm yy hh mm dd Dag van de maand (0131) mm Maand (0112) yy Jaar (0099) hh Uur (0123) mm Minuten (0159) 52 Alarm overbruggen (blz. 76) 52 n n = 0 Alleen alarmcontacten J 1 Alarm- en sabotagecontacten 53 Herstel afbreken (blz. 76) 53 n n = 0 Als systeemherstel (zie comm. 33) J 1 Door de gebruiker 54 BVVO Supervisie bij het inschakelen 54 n van het systeem niet 9751 (blz. 76) n = 0 Uit (melding na 2 uur J contactverlies) 1 Aan (melding na 15 min. contactverlies) 55 Dit commando wordt niet gebruikt 56 4/6 cijferige toegangscodes niet 56 n 9751 (blz. 76) n = 0 4-cijferige toegangscodes J 1 6-cijferige toegangscodes 57 Accu laadtest niet 9751 (blz. 77) 57 n n = 0 Uitgeschakeld J 1 Ingeschakeld Commando Toets: 58 BVVO sabotage-indicatie niet n (blz. 77) n = 0 Herstel door gebruiker J 1 Herstel door installateur 59 Sabotagesirene (blz. 77) 59 n n = 0 Normaal gesloten lus J 1 Eindelijnweerstand 60 Werking laatste deur niveau B 60 n alleen enkelvoudig systeem (blz. 77) n = 0 B=LD = LD (laatste deur) J 1 B=LD = NA (normaal alarm) 61 Inlooproute niveau B alleen 61 n enkelvoudig systeem (blz. 78) n = 0 B=IR = IR (Inlooproute) J 1 B=IR = LD (Start inloopvertraging) 62 Uitloopstand niveau B (blz. 78) 62 n n = In een enkelvoudig systeem: 0 Vertraagd + zacht signaal J 1 Direct inschakelen zonder signaal 2 Stil inschakelen (2x piep na afloop) 3 Als niveau A In een 4-voudig systeem: 0 Vertraagd + luid signaal J 1 Beºindigen door uitloopknop 2 Laatste deur 3 Direct inschakelen zonder signaal 4 Stil inschakelen (2x piep na afloop) 5 Slotschakelaar 63 Reactie op alarm B (blz. 78) 63 n n = In een enkelvoudig systeem: 0 Alleen zoemer codebediendeel 1 Interne sirenes + zoemer J 2 Alle sirenes en zoemers 3 Sirenes, zoemers en telefoonkiezer In een 4-voudig systeem: 0 Alleen zoemer codebediendeel 1 Alle sirenes en zoemers 2 Sirenes, zoemers en telefoonkiezer J 64 Zie commando Uitlooptijd B (blz. 79) 65 n n = 1 10 seconden 2 20 seconden J 3 30 seconden 4 45 seconden 5 60 seconden seconden 66 Alleen voor Scandinaviº 67 Alleen voor Scandinaviº 68 Alleen voor Scandinaviº 69 Alleen voor Scandinaviº 70 Werking laatste deur niveau C 70 n alleen enkelvoudig systeem (blz. 79) n = 0 C=LD = LD (laatste deur) J 1 C=LD = NA (normaal alarm) 71 Inlooproute niveau C alleen 71 n enkelvoudig systeem (blz. 80) n = 0 C=IR = IR (inlooproute) J 1 C=IR = LD (start inloopvertraging) blz. 49
58 Commando Toets: 72 Uitloopstand C (blz. 80) 72 n n = In een enkelvoudig systeem: 0 Vertraagd + zacht signaal J 1 Direct inschakelen zonder signaal 2 Stil inschakelen (2x piep na afloop) 3 Als niveau A In een 4-voudig systeem: 0 Vertraagd + luid signaal J 1 Beºindigen door uitloopknop 2 Laatste deur 3 Direct inschakelen zonder signaal 4 Stil inschakelen (2x piep na afloop) 5 Slotschakelaar 73 Reactie op alarm C (blz. 81) 73 n n = In een enkelvoudig systeem: 0 Alleen zoemer codebediendeel 1 Interne sirenes + zoemer J 2 Alle sirenes en zoemers 3 Sirenes, zoemers en telefoonkiezer In een 4-voudig systeem: 0 Alleen zoemer codebediendeel 1 Alle sirenes en zoemers 2 Sirenes, zoemers en telefoonkiezer J 74 Zie commando Uitlooptijd C (blz. 81) 75 n n = 1 10 seconden 2 20 seconden J 3 30 seconden 4 45 seconden 5 60 seconden seconden 76 Uitloopstand D (blz. 81) 76 n n = In een enkelvoudig systeem: 0 Vertraagd + zacht signaal J 1 Direct inschakelen zonder signaal 2 Stil inschakelen (2x piep na afloop) 3 Als niveau A In een 4-voudig systeem: 0 Vertraagd + luid signaal J 1 Beºindigen door uitloopknop 2 Laatste deur 3 Direct inschakelen zonder signaal 4 Stil inschakelen (2x piep na afloop) 5 Slotschakelaar 77 Reactie op alarm D (blz. 82) 77 n n = In een enkelvoudig systeem: 0 Alleen zoemer codebediendeel 1 Interne sirenes + zoemer J 2 Alle sirenes en zoemers 3 Sirenes, zoemers en telefoonkiezer In een 4-voudig systeem: 0 Alleen zoemer codebediendeel 1 Alle sirenes en zoemers 2 Sirenes, zoemers en telefoonkiezer J 78 Zie commando 204. Commando Toets: 79 Uitlooptijd D (blz. 82) 79 n n = 1 10 seconden 2 20 seconden J 3 30 seconden 4 45 seconden 5 60 seconden seconden 80 Alleen voor Scandinaviº 81 Uitgang 1 (blz. 83) 81 n n = in enkelvoudig of 4-voudig systeem: 00 Sirene J 01 In-/uitlooptijd volgend 02 LED indien ingeschakeld 03 PIR-geheugen 04 Herstel trilsensor 05 Looptest 06 LED indien gereed uurs alarm 08 Flitser 09 Herstel rookdetector 10 Sirenetest (alleen Frankrijk) 11 Flitser tijdens inschakelen 12 Impuls bij inschakelen 1 13 Impuls bij uitschakelen 1 14 Alarmbevestiging 15 Inschakelen voltooid 1 16 Uitschakelen voltooid 1 17 Sirene t.b.v. systeem In een 4-voudig systeem: 18 Sirene t.b.v. partitie A 19 Sirene t.b.v. partitie B 20 Sirene t.b.v. partitie C 21 Sirene t.b.v. partitie D 22 Flitser bij inschakelen partitie A 23 Flitser bij inschakelen partitie B 24 Flitser bij inschakelen partitie C 25 Flitser bij inschakelen partitie D 26 Impuls bij inschakelen 1 27 Impuls bij inschakelen 2 28 Impuls bij inschakelen 3 29 Impuls bij inschakelen 4 30 Impuls bij uitschakelen 1 31 Impuls bij uitschakelen 2 32 Impuls bij uitschakelen 3 33 Impuls bij uitschakelen 4 34 Brand 35 Overval blz. 50
59 Commando Toets: 82 Uitgang 2 (blz. 83) 82 n n = Als commando 81 Fabriekswaarde = 08 = Flitser 83 Uitgang 3 (blz. 83) 83 n n = Als commando 81 Fabriekswaarde = 03 = PIR-geheugen 84 Uitgang 4 (blz. 83) 84 n n = Als commando 81 Fabriekswaarde = 03 = PIR-geheugen (alleen 9851) 85 Inbraakmelding via ATK (blz. 86) 85 n n = 0 Uitgang continu actief tot herstel J 1 Opnieuw kiezen bij volgende detector 86 2e kans bij inloop (blz. 86) 86 n n = 0 Nee J 1 Ja (niet aanbevolen) 87 2-knops bediening codebediendeel 87 n (blz. 86) n = 0 Nee J 1 Ja (Overval, brand + medisch alarm) Opm.: 87.1 is tevens overvalmelden via sleutelschakelaar. 88 Dit commando wordt niet gebruikt 89 Alarm bevestigen (blz. 86) 89 n n = 0 Nee J 1 Ja 90 Logboek uitlezen (blz. 87) 90 n Toont de laatste gebeurtenis n = 0 Logboek uitdraaien (alleen 9851) 1 Stap terug in het geheugen 3 Stap vooruit in het geheugen 4 Eerste melding 6 Laatste melding 7 Printer aan/uit (alleen 9851) 8 Printerconfiguratie (alleen 9851) Beºindig uitlezen Datum/tijd van melding aan/uit 91 Test uitgang 1 (blz. 87) 91 De test start na. Toets of is stop 92 Test uitgang 2 (blz. 87) 92 De test start na. Toets of is stop 93 Test uitgang 3 (blz. 87) 93 De test start na. Toets of is stop 94 Test interne sirene (blz. 87) 94 De test start na. Toets of is stop 95 Test zoemer bediendeel (blz. 87) 95 De test start na. Toets of is stop 96 Test uitgang 4 alleen 9851 (blz. 87) 96 De test start na. Toets of is stop 97 looptest (blz. 124) 97 Zone-LED en deurbel actief bij detectie = Einde looptest 98 Laad fabrieksinstellingen (blz. 87) 98 1 n n = 0 Enkelvoudig systeem J 1 4-voudig systeem 99 Einde programmeerstand (blz. 87) Dit commando wordt niet gebruikt Commando Met C programmeert u de telefoonkiezer Toets: 101 Kiesmode (blz. 88) 101 n n = 0 Uitgeschakeld J 1 Enkel telefoonnummer 2 Afwisselend rapporteren 3 Dubbel rapporteren (alleen Fast Format) 102 Dit commando wordt niet gebruikt 103 Type rapportage (blz. 89) 103 n n = 0 Fast format J 1 Contact ID 2 SIA I 3 SIA II 4 SIA 3 5 Uitgebreid SIA 3 6 Home "beep" 104 Dit commando wordt niet gebruikt 105 Statische testverbinding (blz. 89) 105 N nn N nn = 00 Testverbinding uit J A nn = Dagelijks op nn uur (nn = 01 tot 24) B nn = Maandelijks op nn dag (nn = 01 tot 28) C nn = Om de nn uur (nn = 01 tot 24) D nn = Om de nn dag (nn = 01 tot 28) 106 Reactie op lijnfout (blz. 90) 106 n n = 0 Uitgeschakeld 1 Luid alarm J 2 Stil alarm 107 Dit commando wordt niet gebruikt 108 Dynamische testmelding (blz. 91) 108 n n = 0 Uitgeschakeld J 1 Ingeschakeld 109 Wordt in Europa niet gebruikt 110 Downloading (blz. 91) 110 n n = 0 Lokale aansluiting op PC (niet J 9751) 1 Aansluiting op PC via telefoonkiezer Opm.: 110 voor 9751 = alleen via telefoonkiezer, geen keuze mogelijk. 111 Modem snelheid - alleen 9851 (blz. 111 n 91) n = 0 Automatisch baud J 112 Aantal belsignalen <Downloader> 112 n (blz. 92) n = 0 3 belsignalen 1 5 belsignalen J 2 7 belsignalen 3 10 belsignalen 4 15 belsignalen belsignalen 113 Reactie op 1 belsignaal 113 n <Downloader> (blz. 92) n = 0 Uitgeschakeld J 1 Reactie na voorafgaande waarschuwing 114 Toegang <Downloader> (blz. 92) 114 n n = 0 Gebruiker geeft toestemming J 1 Secure call back functie 2 Geen toestemming nodig blz. 51
60 Commando Toets: 115 ATK telefoonnummer 1 (blz. 93) 115 n..n n...n = Maximaal 31 cijfers 116 ATK telefoonnummer 2 (blz. 94) 116 n..n n...n = Maximaal 31 cijfers 117 Aansluit-/promnummer (blz. 94) 117 n..n n...n = Maximaal 6 cijfers 118 Downloader tel.nr. 1 (blz. 94) 118 n..n n...n = Maximaal 31 cijfers 119 Downloader tel.nr. 2 (blz. 95) 119 n..n n...n = Maximaal 31 cijfers 120 Downloader tel.nr. 3 (blz. 95) 120 n n = 0 Tel.nr. 3 uitgeschakeld J 1 Tel.nr. 3 ingeschakeld 121 Zie commandos Wordt in Europa niet gebruikt 123 Rapporteer herstel (blz. 95) 123 n n = 0 Uitgeschakeld J 1 Ingeschakeld 124 In-/uitschakelen omkeren (blz. 95) 124 n n = 0 Omkeren uitgeschakeld J 1 Omkeren ingeschakeld (kan. 4) Opm.: Gebruikelijk in Frankrijk. 125 Niet inschakelen indien >1 zone 125 n overbrugd niet 9751 (blz. 96) n = 0 Uitgeschakeld J 1 Ingeschakeld 126 Taalkeuze (blz. 96) 126 nn nn = 0 = English J 1 = Italiano 2 = Espaæol 3 = Portugu 4 = Nederlands 5 = Fran ais 6 = Deutsch 7 = Norsk (NO) 8 = Svenska (SV) 9 = Dansk (DK) 1 = Finnish (SF) 127 Dit commando wordt niet gebruikt 128 Supervisie op draadloos (blz. 96) 128 n indien geen reactie, dan: n = 0 Volledig alarm (incl. ATK) J 1 Luid alarm zonder ATK 2 Zoemers codebediendelen 3 Alleen ATK 4 Inschakelen systeem onmogelijk 129 Uitschakelen met afstandsbediening 129 n alleen mogelijk volgens inlooproute (blz. 97) n = 0 Ja J 1 Nee 130 Dit commando wordt niet gebruikt 131 Rapportage (blz. 97) 131 n n = 0 Basis J 1 Beknopt 2 Uitgebreid 3 Volledig Commando Toets: 132 Meld sabotage als inbraak (blz. 100) 132 n n = 0 Uit J 1 Aan 133 SIA herstelmeldingen (blz. 100) 133 n n = 0 Verzending uitgeschakeld J 1 Verzending mogelijk Deze commandos worden niet gebruikt 143 Contact ID opties (blz. 100) 143 n n = 0 Basis = beknopte informatie 1 Basis en rapportage opslag J Deze commandos worden niet gebruikt 151 Externe ATK uitgang 1 (blz. 101) 151 nn nn = 00 Uitgeschakeld 01 Brand J 02 Overval 03 Inbraak 04 In-/uitschakelen 05 Alarm afbreken 06 Technisch alarm 07 Alarmbevestiging 08 Zender: batterij-laag 09 Supervisie: geen reactie 10 RF verstoring 11 Netspanning fout 12 Sabotage-alarm 13 Uitschakelen 14 Inschakelen 15 Zone overbrugd 16 Medisch alarm 17 Sleutelkast 18 Antimaskeren 19 Rookdetector 20 Bevestiging communicatie 21 Accu fout 22 Systeemalarm In een 4-voudig systeem: 23 Alarm partitie A 24 Alarm partitie B 25 Alarm partitie C 26 Alarm partitie D 27 Niet gebruikt 28 Niet gebruikt 29 Niet gebruikt 30 Impuls bij inschakelen 1 31 Impuls bij inschakelen 2 32 Impuls bij inschakelen 3 33 Impuls bij inschakelen 4 34 Impuls bij uitschakelen 1 35 Impuls bij uitschakelen 2 36 Impuls bij uitschakelen 3 37 Impuls bij uitschakelen Externe ATK uitgang 2 (blz. 101) 152 nn n = Als commando 151 Fabriekswaarde = 02 = Overval 153 Externe ATK uitgang 3 (blz. 101) 153 nn n = Als commando 151 Fabriekswaarde = 03 = Inbraak J J blz. 52
61 Commando Toets: 154 Externe ATK uitgang 4 (blz. 101) 154 nn n = Als commando 151 Fabrieksw. = 04 = In-/uitschakelen 155 Externe ATK uitgang 5 (blz. 101) 155 nn n = Als commando 151 Fabrieksw. = 15 = Zone overbrugd 156 Externe ATK uitgang 6 (blz. 101) 156 nn n = Als commando 151 Fabrieksw. = 05 = Alarm afbreken 157 Externe ATK uitgang 7 (blz. 101) 157 nn n = Als commando 151 Fabrieksw. = 07 = Alarmbevestiging 158 Externe ATK uitgang 8 (blz. 101) n = Als commando 151 Fabrieksw. = 06 = Technisch alarm 159 Spanning inverteren (blz. 102) 159 nn n = 0 Niet inverteren J 1 Wel inverteren C160-4 Alleen mogelijk bij commando Bevestig vertraging (blz. 102) 160 nnn nnn = periode van 001 t/m 999 minuten 030 minuten 161 Interne sirene bij alarm (blz. 102) 161 n n = 0 Aan bij onbevestigd alarm J 1 Alleen bij bevestigd alarm 162 Externe sirene (blz. 102) 162 n n = 0 Aan bij onbevestigd alarm J 1 Alleen bij bevestigd alarm 163 Alarmbevestiging bij inloop (blz. 102) 163 n n = 0 Uitgeschakeld J 1 Een zone 2 Twee zones 164 Herstel door gebruiker na 164 n alarmbevestiging (blz. 103) n = 0 Gebruiker/installateur J 1 Gebruiker/gebruiker 2 Installateur/installateur Deze commandos worden niet gebruikt 170 Impulsduur uitgang 1 t/m 4 bij 170 inschakelen (blz. 103) nn nn nn nn nn = 00 t/m 12 seconden 01 seconden 171 Impuls volgens commando 170 bij inschakelen niveau/partitie (blz. 103) 171 n n n n n = A Niveau/partitie A abcd B Niveau/partitie B C Niveau/partitie C D Niveau/partitie D 172 Impulsduur uitgang 1 t/m 4 bij 172 uitschakelen (blz. 103) nn nn nn nn nn = 00 t/m 12 seconden 01 seconden 173 Impuls volgens commando 172 bij uitschakelen niveau/partitie (blz. 103) 173 n n n n n = A Niveau/partitie A abcd B Niveau/partitie B C Niveau/partitie C D Niveau/partitie D J J J J J Commando Toets: 174 Impuls volgens commando 172 bij 174 n brandalarm (blz. 103) n n n n = 0 Uit 1 Aan J 175 Impuls volgens commando 172 bij overvalalarm (blz. 103) 175 n n n n n = 0 Uit 1 Aan J Deze commandos worden niet gebruikt 180 Print gebeurtenis continu alleen 180 n 9851 (blz. 105) n = 0 Uit J 1 Aan 181 Surveillancecode (blz. 105) 181 n n = 0 Uit J 1 Aan 182 Settling tijd laatste detector (blz. 106) 182 n n = 07 7 seconden J 08 8 seconden 09 9 seconden seconden seconden seconden 183 Tweede regel display (blz. 106) 183 n..n n...n = Maximaal 16 tekens modelnummer 184 Externe sirene pulseert bij brand 184 n (blz. 106) n = 0 Nee J 1 Ja 185 Automatisch herstel 185 n sleutelschakelaar (blz. 106) n = 0 Nee J 1 Ja 186 Aantal belpogingen naar privø 186 nn telefoon (blz. 106) nn = 00 t/m 15 keer 02 keer Deze commandos worden niet gebruikt blz. 53
62 Commando Toets: 191 Fast Format kanaal 1 (blz. 107) 191 nn nn = 00 Uitgeschakeld 01 Brand J 02 Overval 03 Inbraak 04 In-/uitschakelen 05 Alarm afbreken 06 Technisch alarm 07 Alarmbevestiging 08 Zender: batterij laag 09 Supervisie: geen reactie 10 RF Verstoring 11 Netspanning fout 12 Sabotagealarm 13 Uitschakelen 14 Inschakelen 15 Zone overbrugd 16 Medisch alarm 17 Sleutelkast 18 Antimaskeren 19 Rookdetector 20 Bevestiging communicatie 21 Accu fout 22 Systeemalarm In een 4-voudig systeem: 23 Alarm partitie A 24 Alarm partitie B 25 Alarm partitie C 26 Alarm partitie D 27 Niet gebruikt 28 Niet gebruikt 29 Niet gebruikt 30 Impuls bij inschakelen 1 31 Impuls bij inschakelen 2 32 Impuls bij inschakelen 3 33 Impuls bij inschakelen 4 34 Impuls bij uitschakelen 1 35 Impuls bij uitschakelen 2 36 Impuls bij uitschakelen 3 37 Impuls bij uitschakelen Fast Format kanaal 2 (blz. 107) 192 nn n = Als commando 191 Fabriekswaarde = 02 = Overval 193 Fast Format kanaal 3 (blz. 107) 193 nn n = Als commando 191 Fabriekswaarde = 03 = Inbraak J J Commando Toets: 194 Fast Format kanaal 4 (blz. 107) 194 nn n = Als commando 191 Fabrieksw. = 04 = In-/uitschakelen J 195 Fast Format kanaal 5 (blz. 107) 195 nn n = Als commando 191 Fabrieksw. = 15 = Zone overbrugd J 196 Fast Format kanaal 6 (blz. 107) 196 nn n = Als commando 191 Fabrieksw. = 05 = Alarm afbreken J 197 Fast Format kanaal 7 (blz. 107) 197 nn n = Als commando 191 Fabrieksw. = 07 = Alarmbevestiging J 198 Fast Format kanaal 8 (blz. 107) 198 nn n = Als commando 191 Fabrieksw. = 06 = Technisch alarm J 199 Toon zoneweerstand (blz. 125) Alleen voor Scandinaviº 201 Inlooptijd 1 (blz. 108) 201 n n = 1 10 seconden 2 20 seconden J 3 30 seconden 4 45 seconden 5 60 seconden seconden 202 Inlooptijd 2 (blz. 108) 202 n n = 1 10 seconden 2 20 seconden J 3 30 seconden 4 45 seconden 5 60 seconden seconden 203 Inlooptijd 3 (blz. 108) 203 n n = 1 10 seconden 2 20 seconden J 3 30 seconden 4 45 seconden 5 60 seconden seconden 204 Inlooptijd 4 (blz. 108) 204 n n = 1 10 seconden 2 20 seconden J 3 30 seconden 4 45 seconden 5 60 seconden seconden blz. 54
63 Zo gaat u uit de programmeerstand Als u klaar bent met programmeren: 1. Toets 99 op het codebediendeel Op het display ziet u: 2. Toets. Op het display ziet u: gevolgd door tijd en datum. Het systeem is nu in de gebruikersstand. Opm.: Als er een fout in het systeem is, bijvoorbeeld een open sabotagecontact, dan meldt het display dit en gaat het systeem niet naar de gebruikersstand. Toets en herstel de betreffende fout. Systeemherstel door de installateur Als installateur herstelt u het systeem als volgt: 1. Controleer of het display een alarmconditie weergeeft. 2. Toets 0 + installateurscode (fabriek = 7890), gevolgd door 99. Het display toont tijd en datum. Terug naar de programmeerstand U kunt altijd naar de programmeerstand als het systeem niet is ingeschakeld en geen alarmmelding geeft. 1. Toets 0 + installateurscode (fabriek=7890). Het display toont: Het systeem staat nu in de programmeerstand. Herstel toegangscodes Als de gebruikerscode en/of de installateurscode verloren zijn gegaan: 1. Schakel de netspanning uit, open het controlepaneel en ontkoppel de noodstroomaccu. 2. Zoek de NVM reset en Kick start pennen op het moederbord (zie afb. 3, 4 of 5). 3. Sluit de NVM reset pennen kort met de draadje of schroevendraaier. Sluit de Kick start pennen kort. 4. Sluit de accu opnieuw aan. 5. Neem de sluiting van de NVM reset en Kick start pennen. Het controlepaneel laadt de fabrieksmatig ingestelde toegangscodes: blz. 55
64 Gebruiker 1: 1234 Installateur: Sluit het controlepaneel en schakel de netspanning in. 7. Herstel het systeem als installateur. Herstel van alle fabrieksinstellingen. Als u alle fabrieksmatige instellingen wenst te herstellen: 1. Zet het systeem in de programmeerstand (als dat nog niet het geval is). 2. Toets 98 op het codebediendeel. Het display toont: 3. Toets 1 op het codebediendeel. Het display toont: 4. Toets 1 als u een 4-voudig systeem wenst Toets 0 als u een enkelvoudig systeem met 4 niveaus wenst. Het display toont (bijv.): 5. Toets. Het codebediendeel geeft een dubbele bevestigingstoon en het systeem laadt de fabrieksmatige instellingen. Alle eerder geprogrammeerde waarden worden gewist. Opm.: Het geheugen is beveiligd en kan niet door de installateur worden gewist. Tags toevoegen en verwijderen Cooper SecMet de Scanprox 934 module kunt u elke gestandaardiseerde ISO-tag of -kaart gebruiken. urity levert kleine tags (bestelcode Proxtagpk5). Een tag is een alternatief voor de toegangscode. U kunt een gebruiker een tag, een toegangscode, of beide geven. U kunt geen tag geven aan de hoofdgebruiker (G01) en aan de installateur (G00), of, als een surveillancecode is toegestaan, aan de surveillant (G16). Dit betekent dat u 14 tot 15 tags aan het systeem kunt toewijzen voor elke gebruiker (G02 t/m G15 of G16) een tag. De tag dient aan de voorkant links van het display tegen het codebediendeel te worden gehouden (zie afb. 35). blz. 56
65 Afbeelding 35. Hier moet de tag tegen het codebediendeel worden gehouden. Tag toevoegen 1. Schakel het systeem uit en toets de toegangscode van G01. Op het display ziet u 2. Toets 4 om de code te wijzigen. Op het display ziet u 3. Toets de toegangscode van de gebruiker waarvoor u een tag wilt aanmaken en sluit af met. Op het display ziet u de toegangscode en een eventueel geprogrammeerde tekst of naam. 4. Toets. Op het display ziet u het nummer van de gebruiker en een onderliggend streepje bijv. blz. 57
66 5. Houdt de tag tegen het codebediendeel (zie afb. 35). Het systeem leert de identiteit van de tag en koppelt dat aan het nummer van de gebruiker. Het codebediendeel geeft twee piepjes als bevestiging dat de tag vanaf dat moment kan worden gebruikt. Op het display ziet u de systeem datum en -tijd. 6. Herhaal zonodig de stappen 1 tot en met 5 voor overig te programmeren tags. Tag verwijderen Opm.: Als u een tag verwijdert verwijdert u tevens de toegangscode van de gebruiker. 1. Schakel het systeem uit en toets de toegangscode van G01. Op het display ziet u 2. Toets 4 om de code te wijzigen. Op het display ziet u 3. Toets nogmaals de toegangscode van gebruiker 01 en sluit af met. Op het display ziet u en een eventueel geprogrammeerde tekst of naam. 4. Toets herhaaldelijk totdat u op het display het nummer van de gebruiker ziet waarvan u de tag wilt verwijderen. 5. Toets. 6. Toets 0000 en sluit af met. Het systeem heeft de tag en de toegangscode van de gebruiker gewist. Ter bevestiging geeft het codebediendeel twee piepjes. blz. 58
67 Programmafuncties 00: Landkeuze Met dit commando selecteert u het land en de daarbij behorende standaardwaarden voor telefoonverbindingen. (Voor het selecteren van de taal gebruikt u commando 126.) Het systeem vraagt uw bevestiging en u dient ter afsluiting van dit commando 1 te toetsen. Denk er aan dat dit commando ook alle toegangscodes en systeemopties omzet naar de fabriekswaarden. Opm.: Als u het systeem instelt op de standaardwaarden voor Finland, Noorwegen, Zweden of Denemarken ( 4, 5, 6 of 7) wijzigt het controlepaneel tevens de wijze waarop u de programmeerstand opent. Optie Optie Optie 0 VK 6 Belgiº 3 OEM 2 1 Italiº 7 Duitsland 4 Finland 2 Spanje 8 Zwitserland 5 Norwegen 3 Portugal 9 Oostenrijk 6 Denemarken 4 Nederland 1 Ierland 7 Zweden 5 Frankrijk 2 OEM 1 01 t/m 16, 17 t/m 40: Programmeerbare zones NB.: 9751 max. 24 zones, 9752 max. 32 zones, 9851 max. 40 zones. De samenstelling van het commandonummer van een zone is afhankelijk van het feit of de zone rechtstreeks op het controlepaneel is aangesloten of op een uitbreiding. Voor eerste 16 zones gelden de codes 01 tot en met 16 bevestigd met. Voor de zones die op een uitbreiding zijn aangesloten gelden de codes 17 tot en met 40 bevestigd met. De zonecommandos 01 t/m 40 bestaan uit drie of meer cijfers. Het eerste twee bepalen het type zone, alle volgende getallen bepalen de zonefuncties. Als u een zonenummer intoetst gevolgd door dan toont het display het zonenummer met een korte omschrijving. Op dit moment kunt u de tekst wijzigen zoals hieronder beschreven. Toets opnieuw om in het menu voor zone type en functies te komen. Op dit moment kunt u type en functie wijzigen zoals hieronder beschreven. Als u dit hebt gedaan toetst u nog een keer om de wijzigingen op te slaan. blz. 59
68 Zonebenamingen Wanneer u een zonenummer intoetst en daarna op drukt, toont het display de huidige benaming van de zone waarbij de cursor onder de eerste letter knippert. Voer de gewenste letters in vanaf het codebediendeel. Het systeem kan maximaal 12 tekens per naam opslaan, inclusief spaties en leestekens. U drukt daarvoor een nummertoets zo vaak in totdat de gewenste letter op het display verschijnt, zie afbeelding 36. Met de C-toets verplaatst u de cirsor naar de volgende positie. Bij een vergissing gebruikt u de toetsen C of D om de cursor op de verkeerde letter te plaatsen. U voert nu de juiste letter in. Als u de totale benaming wilt wissen drukt u op D om de cursor onder eerste letter van de naam te plaatsen, druk nogmaals op D en de naam wordt gewist. Na het invoeren van de benaming toetst u op. ABCÆÅÄ DEF GHI JKL MNOØÖ PQRS TUV WXYZ Space'():.-!& Afbeelding 36. Tekens met behulp van nummertoetsen. Zonetypes U kunt kiezen uit de volgende zonetypes: Optie Type Omschrijving 00 Niet gebruikt (NG) Het systeem negeert zones van dit type. Als een zone niet wordt gebruikt is het niet nodig om het circuit of de sabotagelus aan te sluiten. blz. 60
69 Optie Type Omschrijving 01 Overvalalarm (OV) Apparaten die als zodanig worden geprogrammeerd starten een stille alarmmelding via de telefoonkiezer naar de meldkamer, of genereren een luid alarm afhankelijk van commando 30 - Overvalreactie. Overvalalarm werkt zowel bij ingeschakeld als bij uitgeschakeld systeem en kan niet worden overbrugd. Overvalmelders kunnen in een of meer partities van een 4-voudig systeem voorkomen (zie A D functies op blz. 65), echter, deze functies zijn niet beschikbaar in een enkelvoudig systeem. 02 Brand (BR) Rook- en/of thermische melders die op BR-zones zijn aangesloten genereren via de luidsprekers een opvallend pulserend brandalarm (Die-Daa-Die- Daa...). Brandalarm werkt zowel bij ingeschakeld als bij uitgeschakeld systeem, kan niet worden overbrugd en zal altijd een melding via de telefoonkiezer uitzenden. Rookmelders kunnen in een of meer partities van een 4-voudig systeem voorkomen (zie A D functies op blz. 65), echter, deze functies zijn niet beschikbaar in een enkelvoudig systeem. 03 Normaal alarm (NA) Een zone voor normaal alarm staat op scherp als het systeem is ingeschakeld uurszone (24) 05 Laatste deur (LD) Een dergelijke zone genereert een interne alarmmelding als het systeem is uitgeschakeld en een volledig alarm als het systeem is ingeschakeld. De gebruiker kan 24 uurszones alleen in de dagstand overbruggen als de installateur dit type als overbrugbaar heeft geprogrammeerd. Denk er aan, dat het systeem alle 24 uurszones herstelt als iemand het systeem inschakelt. Dit type zones dienen de laatste detector te bevatten voordat het beveiligde gebied wordt verlaten, of de eerste bij binnenkomst. U kunt deze zones gebruiken om het systeem in te schakelen of om de inloopprocedure te starten. Met commando 39 bepaalt u de uitloopfunctie (blz. 71). Met functie 7 bepaalt u de tijdschakelaar voor deze zone (blz. 65), met commando (blz. 108) bepaalt u de inlooptijd. blz. 61
70 Optie Type Omschrijving 06 Inlooproute (IR) Gebruik deze zone voor detectoren tussen de in- /uitgangsdeur en het codebediendeel. Als een zone voor inlooproute wordt geactiveerd bij ingeschakeld systeem ontstaat er een alarmmelding. Als de zone tijdens het in-/uitlopen wordt geactiveerd zal er pas een alarmmelding ontstaan als de in-/uitlooptijd is verstreken voordat het systeem is in- of uitgeschakeld. Met functie 7 bepaalt u de tijdschakelaar voor deze zone (blz. 65), met commando (blz. 108) bepaalt u de inlooptijd. 07 Trilsensor (TS) 08 Technisch (TE) 09 Sleutelkast (KB) 10 Rookdetector (SD) U kunt dit type alleen toekennen aan zone 01 t/m 04. Het systeem zal dit type niet accepteren voor zone 05 t/m 40. (Zie ook Zone attributen - gevoeligheid.) Met functie 7 stelt u de gevoeligheid in (blz. 65). Gebruik deze zone als u bijv. een vrieskist wilt bewaken zonder dat er een volledige alarmmelding ontstaat. Als een technisch alarm bij ingeschakeld systeem wordt geactiveerd hoort u geen sirenes. Zodra de gebruiker het systeem uitschakelt ziet hij de melding op het display van het codebediendeel. Bij uitgeschakeld systeem geeft het codebediendeel een pulserend signaal. Indien zodanig geprogrammeerd geeft het controlepaneel bovendien een alarmmelding via de telefoonkiezer. Na het intoetsen van een geldige gebruikerscode stopt het signaal van het codebediendeel en toont het display de betreffende zone. Dit type zone wordt alleen in Scandinaviº gebruikt. Dit type zone wordt alleen in Scandinaviº gebruikt. blz. 62
71 Optie Type Omschrijving 11/12 Sleutelschakelaar Er zijn twee soorten zones voor sleutelschakelaars: Impuls en Continu. Dit type zone wordt toegepast voor verbinding met het apparaat waarmee de in- /uitloop procedure wordt geregeld, zoals bijv. het codebediendeel bij de voordeur. Als de gebruiker de sleutelschakelaar bedient terwijl het systeem is uitgeschakeld, dan start de uitloopprocedure. 11 Impuls (KM). 12 Continu (KF). De sleutelschakelaar kan worden gebruikt om het niveau of de partitie onmiddellijk in- of uit te schakelen waarvan de zone deel uitmaakt. Systeemherstel met een sleutelschakelaar is niet mogelijk. In een enkelvoudig systeem kunt u voor niveau B, C en D GEEN zone voor een sleutelschakelaar instellen als u al een sleutelschakelaar gebruikt voor zone A (A = totale systeem). In een 4-voudig systeem kunt u voor elk van de 4 gebieden slechts 1 sleutelschakelaar toekennen. Opm.: Als u in een 4-voudig systeem - met een sleutelschakelaar voor elke partitie - de tweede sleutelschakelaar bedient terwijl op dat moment de eerste partitie wordt ingeschakeld, zal de tweede partitie niet worden ingeschakeld. 13 Antimaskeren (AM) 14 Forbikobler (FB) Dit type zone wordt alleen in Scandinaviº gebruikt. Dit type zone wordt alleen in Scandinaviº gebruikt. Zone attributen Bepaalde zones kunnen over meer dan ØØn attribuut beschikken. Voor ieder attribuut toetst u het gewenste cijfer; om het attribuut te verwijderen toetst u nogmaals het cijfer. blz. 63
72 Toets Attribuut Geschikt voor 1 Deurbel (B) Normaal alarm (NA) Laatste deur (LD) Inlooproute (IR) Trilsensor (TS) 2 Zonetest (T) Normaal alarm (NA) Inlooproute (IR) 24-uur (24) Trilsensor (TS) 3 Dubbel activeren (D) Normaal alarm (NA) Inlooproute (IR) Omschrijving Indien geactiveerd geeft het systeem een Ding-Dong waarschuwingssignaal als een dergelijke zone wordt geopend. Deze functie is alleen actief als het systeem is uitgeschakeld. Als de deurbel alleen van de codebediendelen moet klinken en niet via de interne luidspreker programmeert u commando 22 met optie 0. Gebruik dit zone-attribuut als u gedurende langere tijd een detector wilt testen die regelmatig een ongewenste alarmmelding geeft. Zones met dit attribuut zijn gedurende 14 dagen uitgeschakeld. Als de zone wordt geopend terwijl het systeem is ingeschakeld gaat de service-led branden en het controlepaneel slaat de gebeurtenis op als Zonetest Zn (n=zonenummer) zonder enige alarmmelding. De LED blijft branden totdat de installateur het systeem herstelt. Na 14 dagen wordt de zonetest automatisch uitgeschakeld, zelfs als het systeem op dat moment is ingeschakeld. Met dit attribuut veroorzaakt een detector alleen een alarmmelding als een of meer sensoren binnen vijf minuten twee gebeurtenissen vaststelt, of als een zone langer dan 10 seconden blijft openstaan. Dergelijke zones reduceren de kans op ongewenste alarmmeldingen door storende invloeden uit de directe omgeving. Standaard toepassing wordt echter niet aanbevolen. Pas deze optie niet toe op zones met een PIR-detector omdat de detector binnen de gegeven periode geen tweede melding zal geven. blz. 64
73 Toets Attribuut Geschikt voor 4 Overbrugbaar Alle zones (O) A B C D Omschrijving Dit attribuut staat de gebruiker toe de betreffende zone te overbruggen. Handig voor het negeren van onnodige meldingen voornamelijk in drukke ruimtes zoals bijvoorbeeld een keuken. Pas dit attribuut niet toe op laatste deur-, overval- en brandzones. 7 De functie van dit attribuut is afhankelijk van het type zone: Gevoeligheid Trilsensor (TS) Geldt alleen voor Z1 t/m Z4. Voor dit attribuut dient u een van deze zones te programmeren voor een trilsensor (TS). Als u deze opdracht gebruikt dient u een aanvullend cijfer van 1 t/m 6 in te voeren waarmee u de gevoeligheid van de trilsensor instelt. 1 = zwak gevoelig, 6 = zeer gevoelig. Voor het instellen van de gevoeligheid dient u het gehele attribuutcommando in te voeren bijv. 7 en 3. Schakelaar inlooptijd Ingeschakeld in niveau of partitie A Ingeschakeld in niveau of partitie B Ingeschakeld in niveau of partitie C Ingeschakeld in niveau of partitie D Laatste deur (LD) Inlooproute (IR) Forbikobler (FB) Alle zones Alle zones Alle zones Alle zones Hiermee bepaalt u welke van de vier tijdschakelaars (zie commando ) aan deze zone is gekoppeld. Voor het instellen van de gewenste tijdschakelaar dient u het gehele attribuutcommando in te voeren bijv. 7 en 3. Met dit attribuut is de zone ingeschakeld als partitie A is ingeschakeld. Met dit attribuut is de zone ingeschakeld als partitie B is ingeschakeld. Met dit attribuut is de zone ingeschakeld als partitie C is ingeschakeld. Met dit attribuut is de zone ingeschakeld als partitie D is ingeschakeld. blz. 65
74 Voor informatie hoe zones zich in gekoppelde partities gedragen verwijzen wij naar Samenstellen van een algemene groep op blz Zones en partities In een meervoudig systeem kunt u bepaalde typen zones aan meer dan 1 partitie toekennen en sommige zones slechts aan 1 partitie. Slechts een partitie Meerdere partities Overvalalarm (OV) Normaal alarm (NA) Brand (BR) Laatste deur (LD) 24-uur (24) Inlooproute (IR) Technisch (TE) Trilsensor (TS) Rookdetector (SD) Sleutelkast (KB) Sleutelschakelaar - impuls (KM) Antimaskeren (AM) Sleutelschakelaar - continu (KF) Forbikobler (FB) Gebruik de zones die aan meerdere partities kunnen worden toegewezen voor het samenstellen van een algemene groep (zie blz. 114). 20: Het wijzigen van de installateurscode Opm.: Model 9752 en 9851 ondersteunen toegangscodes van zowel 6 als 4 cijfers. Met commando 56 programmeert u de lengte van de code. Om de installateurscode te wijzigen: 1. Kijk of het systeem in de programmeerstand staat. 2. Toets 20 gevolgd door. Het display toont: 3. Voer de nieuwe installateurscode in. Het display toont: 4. Toets. Indien commando geprogrammeerd, dan volgt de mogelijkheid om een aparte toegangscode voor bijv. een surveillant in te voeren. Het display toont: 3. Voer de nieuwe surveillancecode in. Het display toont: 4. Toets. 21: Type zone/-uitbreiding Met dit commando kunt u het type bekabeling van de zone-aansluiting op het controlepaneel of de uitbreiding programmeren. blz. 66
75 9751/2 Optie 0 4-draads gesloten circuit (CC) met gezamenlijk sabotagecircuit Optie 1 volledig bewaakte lus (FSL 2K2/4K7) 9851 Optie 0 4-draads gesloten circuit (CC) met gezamenlijk sabotagecircuit Optie 1 Eindelijn weerstand (EOL 2K2) Optie 3 8 volledig bewaakte lussen (FSL 2K2/4K7) plus vier uitbreidingen. Zie hoofdstuk 3 voor gedetailleerde informatie over het aantal zones en uitbreidingsmogelijkheden. 22: Deurbelvolume Het kan zijn dat de gebruiker van een enkelvoudig systeem het deurbel signaal van de codebediendelen te zwak vindt. Gebruik dan commando 22 optie 1 om de interne luidspreker toe te voegen. Het volume is regelbaar met getal 1 t/m 9. 1 = zacht; 9 = luid. Het codebediendeel genereert de toon op de gevraagde sterkte als u het getal intoetst. 23: Dit commando wordt in Europa niet gebruikt 24: Toon systeem ID-naam De installateur/meldkamer kan, met behulp van <Downloader>, het controlepaneel een aansluitnummer geven. Als het controlepaneel in de programmeerstand staat kan het display van het codebediendeel het aansluitnummer tonen. U toetst daartoe 24. Toets om terug te keren naar de programmeerstand. 25: Interne sirene/zoemer Optie 0 Geeft aan dat de interne sirene parallel aan de externe sirene functioneert, zowel wat betreft de vertraging als de duur. Optie 1 Laat de interne sirene doorgaan nadat de externe sirene is gestopt. 26: Sirenevertraging bij inloop Dit commando bepaalt de periode waarin interne sirenes moeten reageren op een inloopalarm. Optie 0 Het controlepaneel start onmiddellijk de interne sirenes zodra de indringer van de toegangsroute afwijkt of de inlooptijd is verstreken. Optie 1 (Fabrieksinstelling) Vertraging voor stil alarmmeldingen als het inloopalarm wordt geactiveerd. Deze optie is alleen beschikbaar als: - Alarm afbreken is uitgeschakeld (commando 36); - Sirenevertraging is niet nul (commando 41); blz. 67
76 - Tweede kans bij inloop is uitgeschakeld (commando 86); - Alarm bevestigen is uitgeschakeld (commando 89). Het controlepaneel activeert de interne sirenes op hetzelfde moment als de externe sirenes indien de indringer van de toegangsroute afwijkt, of nadat de inlooptijd danwel de sirenevertraging is verstreken. 27: Sirene bij uitloopfout Optie 0 Zorgt voor een alarmmelding via de interne sirenes als de gebruiker het pand verlaat terwijl een zone openstaat (bijv. deur, raam, antimaskeren). Optie 1 Activeert behalve de interne sirenes ook de extrene sirenes en flitslichten. 28: Display verbergt status Optie 0 Het display toont de melding ingeschakeld gedurende de gehele periode dat het systeem of deel daarvan is ingeschakeld. Optie 1 Schakelt permanente statusmeldingen op het display van het codebediendeel uit. Het display toont Ingeschakeld gedurende 180 seconden nadat de gebruiker het systeem of een deel daarvan heeft ingeschakeld. Na die periode verschijnt tijd en datum. Optie 2 Laat het display de melding ingeschakeld tonen gedurende 30 seconden nadat een gebruiker zijn toegangscode heeft ingevoerd. Denk er aan dat bij deze instelling ook de LEDs en slechts 30 seconden branden. 29: Alarmvertraging Met dit commando bepaalt u hoe het systeem moet reageren als een gebruiker de inlooptijd overschrijdt. Optie 0 Laat het systeem onmiddellijk een alarmmelding geven zodra de inlooptijd wordt overschreden. Optie 1 Alleen mogelijk indien commando 89 = 0. Laat het systeem een alarmmelding geven 30 seconden nadat de inlooptijd werd overschreden. Tijdens deze periode klinkt de interne alarmmelder. Wanneer de gebruiker binnen deze 30 seconden zijn toegangscode kan invoeren kan hij zelf het systeem herstellen. 30: Reactie op overvalalarm Met dit commando geeft u aan hoe het systeem op een melding van een overvalzone moet reageren. blz. 68
77 Optie 0 (Luid alarm): Het systeem activeert de sirenes en, indien gemonteerd, zendt de telefoonkiezer een melding naar de meldkamer. Het codebediendeel geeft aan wanneer een gebruiker het systeem uitschakelt. Optie 1 (Stil alarm): De sirenes reageren niet. Indien gemonteerd zendt de telefoonkiezer een melding naar de meldkamer. Het codebediendeel geeft aan wanneer een gebruiker het systeem uitschakelt. 31: Herstel zonesabotage Optie 1 De gebruiker mag de zone herstellen na een sabotagemelding. Optie 2 Alleen de installateur kan de zone herstellen na een sabotagemelding. De gebruiker kan wel de alarmmelders uitschakelen. Opm.: Zie commando 37 en 38 voor rapportage en herstel van systeemsabotage. 32: Codebediendelen en partities Geldt alleen voor een 4-voudig systeem. Met dit commando kunt u per partitie de gewenste in/uitloop- en alarmsignalen en statusmeldingen op display van een bepaald codebediendeel programmeren. 1. Schakel het systeem over naar de programmeerstand. 2. Toets 32 gevold door. Het display toont 3. Toets A, B, C of D om aan te geven welke partitie met codebediendeel nr. 1 moet worden bediend. Het display toont bijv. 4. Toets. Het display toont 5. Herhaal de stappen 3 en 4 voor de overige codebediendelen. Opm.: 1. Fabrieksmatig zijn alle codebediendelen ingesteld voor het bedienen van alle partities. 2. U kunt geen sleutelschakelaars aan een bepaalde partitie toekennen. 3. Afstandsbedieningen behoren tot het totale systeem, ook al is dit systeem 4-voudig. 33: Systeemherstel Optie 0 Het systeem kan door de gebruiker worden hersteld. blz. 69
78 Optie 1 Het systeem kan alleen door de installateur worden hersteld. Sommige gebeurtenissen vereisen altijd systeemherstel door de installateur, ongeacht welke optie u via commando 33 kiest. Deze gebeurtenissen zijn: - Zekering Aux 12V opgeblazen. - Geen verbinding met codebediendeel. - Geen verbinding met uitbreiding. - Lage accuspanning in het controlepaneel. 34: Overvalherstel Optie 0 Als de gebruiker het systeem moet kunnen herstellen kiest u deze optie. Optie 1 Als u wenst dat de installateur het systeem herstelt na een overvalmelding kiest u deze optie. 35: Eerste circuit na alarm Optie 0 Uitschakelen. Het gehele systeem schakelt na afloop van de sireneduur weer in, echter, de eerste zone wordt gedurende de rest van de actieve cyclus niet meer ingeschakeld. Optie 1 Opnieuw inschakelen. Het gehele systeem schakelt weer in, inclusief de eerste zone mits hij gesloten is. Staat de zone open, dan zal het systeem deze zone uitsluiten. Indien de zone na de herinschakeling sluit zal deze weer in het systeem worden opgenomen. 36: Alarm afbreken Gebruikers veroorzaken weleens een onnodige alarmmelding. U kunt het controlepaneel zodanig programmeren dat de gebruiker dit alarm kan afbreken. Optie 0 Afbreken niet mogelijk. Optie 1 Afbreken wel mogelijk. Als de gebruiker per ongeluk een alarmmelding veroozaakt terwijl het systeem is ingeschakeld, dan activeert het controlepaneel kanaal 3 en gaat de tijdklok van de sirenevertraging lopen. Om het alarm af te breken moet de gebruiker een geldige toegangscode intoetsen. Hierop schakelt het systeem kanaal 3 uit en activeert gelijktijdig het geprogrammeerde afbreekkanaal voor een melding via de telefoonkiezer naar de meldkamer. Opm.: De meldkamer bepaalt de maximale periode die mag verlopen tussen de oorspronkelijke alarmmelding en een geldig afbreeksignaal. Als de gebruiker deze periode overschrijdt kan de meldkamer het afbreeksignaal negeren. blz. 70
79 37: Sabotage overdag Met dit commando geeft u aan hoe het systeem moet reageren op een sabotagemelding tijdens uitgeschakeld systeem (dagstand). Optie 0 Alleen de interne sirene reageert. Optie 1 Het systeem meldt sabotagesignalen via de telefoonkiezer naar de meldkamer en tevens klinkt de interne sirene. In de dagstand meldt het systeem tevens Batterij laag en supervisiesignalen van eventuele draadloze detectoren. Opm.: 1. Kies optie 1 niet als het systeem twee of meerdere 24-uurs zones bevat. 2. Zie commando 31 voor herstel van zonesabotage. 3. Zie commando 38 voor herstel van systeemsabotage. 4. Zie commando 58 voor herstel van sabotagemeldingen conform BVVO. 38: Herstel systeemsabotage Met dit commando kunt u bepalen of de gebruiker het systeem na een sabotagemelding mag herstellen. Deze mogelijkheid staat los van de keuze die u bij commando 31 en/of 33 hebt gemaakt. Optie 0 Gebruiker. Nu kan de gebruiker na een sabotagemelding het systeem herstellen, vooropgesteld dat er geen systeemfout is. Optie 1 Installateur. U dient eerst de installateurscode in te toetsen voordat u het systeem na een sabotagemelding kunt herstellen. 39: Uitloopstand niveau/partitie A Met dit commando selecteert u de uitloopstand voor een volledig ingeschakeld systeem of voor partitie A van een 4-voudig systeem. Optie 0 Tijdbepaald. Het systeem schakelt in na afloop van de vertraging die u met commando 44 hebt geprogrammeerd. Met een uitloopknop kan de gebruiker de uitloopperiode te verkorten. Optie 1 Uitlooptijd afbreken. Kies deze optie als de gebruiker het systeem met een uitloopknop wilt inschakelen. In dit geval is de uitlooptijd oneindig en schakelt het systeem x seconden na het sluiten van de laatste deur in. Het gewenste aantal seconden programmeert u met commando 182. blz. 71
80 Optie 2 Inschakelen d.m.v. laatste deur. Kies deze optie als de gebruiker het systeem wilt inschakelen via een detector die op de laatste deur is gemonteerd. In dit geval is de uitlooptijd oneindig is en schakelt het systeem x seconden na het sluiten van de laatste deur in. Het gewenste aantal seconden programmeert u met commando 182. Optie 3 Enkelvoudig systeem: Slotschakelaar. Zie omschrijving bij optie 5. 4-voudig systeem: Direct inschakelen. Het systeem schakelt in zonder uitloopvertraging en zonder uitloopsignaal. Optie 4 Stil inschakelen. (Deze mogelijkheid is niet beschikbaar bij een enkelvoudig systeem.) Het systeem schakelt in na afloop van de geprogrammeerde vertraging, echter zonder uitloopsignaal. Na het inschakelen geeft het codebediendeel een bevestigingssignaal. Optie 5 4-voudig systeem: Slotschakelaar. Voor dit commando dient een slotschakelaar aangesloten te zijn op aansluitingen ET van het codebediendeel. Deze functie is beschikbaar voor software versie en hoger. Opm.: Gebruik dit codebediendeel voor niet meer dan 1 partitie. Sluit geen enkel ander apparaat (ook geen tweede slotschakelaar) aan op dit codebediendeel. blz. 72 Om het systeem in te schakelen dient de gebruiker eerst zijn toegangscode in te toetsen of een sleutelschakelaar om te zetten. Het controlepaneel start nu de uitloopprocedure. Let op: De uitlooptijd is in dit geval oneindig. De gebruiker verlaat nu het pand via de laatste deur en draait de sleutel van de slotschakelaar op locked. Het systeem schakelt x seconden hierna in. Het gewenste aantal seconden programmeert u met commando 182. Om het systeem uit te schakelen draait de gebruiker de slotschakelaar naar unlocked. Het betreffende codebediendeel start een continue toon. Gedurende deze periode kan de gebruiker de slotschakelaar weer naar locked draaien zonder een alarmmelding te veroorzaken. Wanneer de gebruiker de laatste deur opent start de inloopprocedure. De gebruiker schakelt het systeem op de gebruikelijke manier uit. Let op: Als de gebruiker de slotschakelaar naar unlocked draait, dan schakelt het controlepaneel de alarmbevestiging uit. Deze functie wordt weer ingeschakeld als de gebruiker de slotschakelaar op locked zet zonder de inloopprocedure te starten. Als een indringer de laatste deur opent zonder de slotschakelaar te gebruiken start het controlepaneel onmiddellijk een niet bevestigd alarm. Als de indringer desondanks toch verder het gebouw binnengaat zal hij, door het activeren van een andere zone, een bevestigde alarmmelding veroorzaken.
81 Denk er aan dat het codebediendeel na het inschakelen een bevestigingssignaal geeft. Onder optie 0, 1 en 2 schakelt het systeem in x seconden nadat u de uitloopknop hebt ingedrukt, of de laatste deur hebt gesloten. Het gewenste aantal seconden programmeert u met commando 182. Ongeacht uw keuze zal het codebediendeel altijd twee korte piepjes laten horen bij het inschakelen van het systeem. Als voor de laatste deur melding een PIR detector wordt gebruikt kunt u optie 2 beter niet gebruiken. Het kan zijn dat de detector ongewenst reageert op de luchtstroom die bij het openen van de deur ontstaat. Met optie 1 en optie 2 reageert het systeem pas x seconden na het indrukken van de uitloopknop. Het gewenste aantal seconden programmeert u met commando : Systeem automatisch opnieuw inschakelen Met dit commando kunt u bepalen hoe vaak het systeem zichzelf weer mag inschakelen nadat de sireneduur van een voorgaande alarmmelding is verlopen. Het systeem herstelt alle gesloten zones. Wanneer een gebruiker via de inlooproute binnenkomt nadat het systeem opnieuw is ingeschakeld, geeft de interne sirene een alarmsignaal i.p.v. het gebruikelijke inloopsignaal. Optie 0 Nooit automatisch opnieuw inschakelen. Het systeem kan dus maar een keer een alarmmelding geven. Optie keer automatisch opnieuw inschakelen. Optie 4 Altijd automatisch opnieuw inschakelen. Gebruik dit commando in combinatie met commando 35 Eerste circuit na alarm. 41: Sirenevertraging Als bijvoorbeeld - het systeem is ingeschakeld en een indringer activeert een zone, dan gaat de tijdklok van de sirenevertraging lopen en na de ingestelde periode wordt de externe sirene ingeschakeld. Die sirene zal dan klinken gedurende de periode die geprogrammeerd is met commando 42. Optie 0 Geen vertraging Optie 1 1,5 minuten Optie 2 3 minuten Optie 3 5 minuten Optie 4 10 minuten Optie 5 15 minuten Optie 6 20 minuten Opm.: Commando 41 functioneert niet als alarmbevestiging is ingeschakeld (commando 89) en: blz. 73
82 Externe sirene (commando 162) = optie 0, of Interne sirene (commando 161) = optie 0, of Alarmreactie (commando 47, 63, 73 en 77) niet via telefoonkiezer. 42: Sireneduur Met dit commando bepaalt u hoe lang de externe sirene tijdens een alarmmelding zal klinken. Optie minuten Optie 2 3 minuten Optie 3 5 minuten Optie 4 10 minuten Optie 5 15 minuten Optie 6 20 minuten 43: Inlooptijd Zie commando : Uitlooptijd A Met dit commando bepaalt u de uitlooptijd voor volledig ingeschakeld enkelvoudig systeem of partitie A van een 4-voudig systeem. Optie 1 10 seconden Optie 2 20 seconden Optie 3 30 seconden Optie 4 45 seconden Optie 5 60 seconden Optie seconden 45: Volume in-/uitloopsignaal In een enkelvoudig systeem bepaalt u met dit commando het volume van de in-/uitloopsignalen van de interne sirene. In een 4-voudig systeem bepaalt u met dit commando alleen het volume voor partitie A.. Optie 0 Geen signalen. Optie n Het volume is instelbaar van 1 t/m 9, waarbij 1=zacht; 9=hard. Het codebediendeel genereert het betreffende volume op het moment dat u de waarde intoetst. blz. 74
83 46: Sabotagealarm In een enkelvoudig systeem bepaalt u met dit commando hoe het systeem moet reageren op een sabotagesignaal. Dit commando is niet beschikbaar in een 4-voudig systeem. Optie 0 Alleen interne sirenes. Optie 1 Alleen de zoemers van de codebediendelen. Optie 2 Interne sirenes en zoemers. 47: Partitie A - Alarmreactie Dit commando is dus niet beschikbaar bij enkelvoudige systemen. Partitie A van een 4-voudige systeem beschikt over de onderstaande mogelijkheden: Optie 0 Alleen zoemers van codebediendelen. Optie 1 Alleen interne en externe sirenes. Optie 2 Alle sirenes en telefoonkiezers. 48: Dit commando wordt in Europa niet gebruikt 49: Dit commando wordt niet gebruikt 50: Dit commando wordt in Europa niet gebruikt 51: Systeemdatum en -tijd Het systeem beschikt over een interne klok en kalender die worden gebruikt voor de tijdsaanduidingen in het logboek. Voor het instellen van de klok en kalender: 1. Schakel het systeem in de programmeerstand voor zover dit nog niet het geval is. 2. Toets 51 op het codebediendeel. Het display toont de huidige systeemdatum, bijv: 3. Toets twee cijfers voor de dag (01-31) en druk op. Gebruik een beginnul voor de eerste negen dagen van de maand. 4. Toets twee cijfers voor de maand (01-12) en druk op. Gebruik een beginnul voor de eerste negen maanden van het jaar. 5. Toets twee cijfers voor het jaar (00-99) en druk op. Het display toont de huidige systeemtijd, bijv.: 6. Toets twee cijfers voor het uur (00-23) en druk op. Gebruik de 24-uurs aanduiding en gebruik een begingnul voor de eerste negen uren. 7. Toets twee cijfers voor de minuten (00-59) en druk op. Gebruik een beginnul voor de eerste negen minuten. blz. 75
84 blz. 76 De zoemer van het codebediendeel geeft een dubbele bliep en op het display verschijnt. Het systeem stelt de interne klok en kalender in op de aangegeven datum en tijd. 52: Sabotage overbruggen Dit commando overbrugt de sabotage- en alarmcontacten van een detector als de gebruiker de betreffende zone heeft overbrugd. Denk er aan, dat deze zone wel voor overbruggen geprogrammeerd moet zijn ( 4). Optie 0 Alleen alarmcontacten overbruggen. Optie 1 Sabotage- en alarmcontacten overbruggen. 53: Reset afbreken Optie 0 Bepaalt dat het herstel na het afbreken gelijk is aan dat van een volledig systeemherstel (zie commando 33). Optie 1 Biedt de gebruiker de mogelijkheid om het systeem te herstellen. 54: BVVO supervisie bij het inschakelen van systeem Dit commando is niet mogelijk bij model Optie 0 Het controlepaneel rapporteert een verstoring van een draadloos contact volgens de instellingen van commando 128. Optie 1 Indien het alarmsysteem ge nstalleerd wordt conform de BVVO eisen voor supervisie van draadloze verbindingen. Als de gebruiker het systeem wilt inschakelen, terwijl een detector langer dan 15 minuten geen contact heeft gehad met het controlepaneel, toont het display van het codebediendeel in deze functie een waarschuwing. Heeft een detector langer dan 2 uur geen contact met het controlepaneel, dan wordt een alarmmelding gegeven zoals met commando 128 geprogrammeerd: Ingeschakeld = volledig alarm. Uitgeschakeld = intern alarm. 55: Dit commando wordt niet gebruikt 56: 4/6-cijferige toegangscodes Dit commando is niet mogelijk bij model Optie 0 Het controlepaneel reageert op 4-cijferige toegangscodes. Optie 1 Het controlepaneel reageert op 6-cijferige toegangscodes. Opm.: Wijziging van 4- naar 6-cijferige codes (of van 6 naar 4) zorgt er voor dat het systeem alle fabrieksmatig ingestelde toegangscodes aanpast. Voor de gebruiker wordt de fabriekscode , voor de installateur
85 57: Accu laadtest Dit commando is niet mogelijk bij model Met dit commando test het controlepaneel regelmatig de aanwezige noodstroomaccu. Als de accu niet aan de test voldoet zendt het controlepaneel een rapport naar de meldkamer. Het controlepaneel genereert in dat geval een kort en regelmatig signaal via de codebediendelen en op het display verschijnt de tekst Accu Test Fout Optie 0 Het controlepaneel voert geen enkele accutest uit. Optie 1 Het controlepaneel test de accu als het systeem is uitgeschakeld, of als de laatste accutest 23 uur geleden is uitgevoerd. 58: Sabotageindicatie Dit commando is niet mogelijk bij model Met dit commando bepaalt u wie de sabotageindicaties kan herstellen die tijdens een uitgeschakeld systeem zijn ontstaan. Optie 0 De gebruiker kan een sabotagemelding herstellen als het systeem is uitgeschakeld. Gebruik commando 38 om de gebruiker in staat te stellen het systeem te herstellen na een sabotagemelding. Optie 1 De installateur moet een sabotagemelding herstellen als het systeem is uitgeschakeld. Denk er aan dat de gebruiker tijdens een sabotagemelding het systeem kan blijven in- en uitschakelen. Met commando 38 kunt u aangeven of de gebruiker na een sabotagemelding het systeem mag herstellen. 59: Sabotagesirene U kunt enkele sabotagefuncties programmeren voor externe sirenes die op het controlepaneel zijn aangesloten. De gekozen optie dient te voldoen aan de eisen van de aangesloten externe sirene. Optie 0 De externe sirene gebruikt een negatieve spanning op zijn sabotageretour. Optie 1 De sabotageretour van de externe sirene is afgesloten met een 2K2 weerstand. 60: Laatste deur B Dit commando is niet van toepassing op partitie B van een 4-voudig systeem. Met dit commando bepaalt u hoe een enkelvoudig systeem reageert op zones van het type laatste deur als niveau B is ingeschakeld. Optie 0 Alle zones die voor niveau B als laatste deur zijn geprogrammeerd zullen als zodanig functioneren gedurende de periode dat niveau B van het systeem is ingeschakeld. blz. 77
86 Optie 1 Diezelfde zones functioneren nu als normaal alarm als niveau B van het systeem is ingeschakeld. 61: Inlooproute B Dit commando is niet van toepassing op partitie B van een 4-voudig systeem. Met dit commando bepaalt u hoe het enkelvoudig systeem reageert op zones van het type inlooproute als niveau B is ingeschakeld. Optie 0 Alle zones die voor niveau B als inlooproute zijn geprogrammeerd zullen als zodanig functioneren gedurende de periode dat niveau B van het systeem is ingeschakeld. Optie 1 Diezelfde zones functioneren nu als laatste deur als niveau B van het systeem is ingeschakeld. 62: Uitloopstand B Met dit commando bepaalt u de uitloopstand voor niveau B van een enkelvoudig systeem of partitie B van een 4-voudig systeem. Voor een enkelvoudig systeem zijn de keuzemogelijkheden: Optie 0 De zoemers van de codebediendelen en de interne sirenes geven een zacht signaal bij het inschakelen van niveau B. Met commando 65 stelt u de gewenste uitlooptijd in. Optie 1 Niveau B wordt onmiddellijk ingeschakeld (geen uitloopsignaal). Optie 2 Stille inschakeling van niveau B. Met commando 65 stelt u de gewenste uitlooptijd in. Optie 3 De uitloopstand van niveau B is gelijk aan die van niveau A. Voor een 4-voudige systeem geldt: Optie 0 De zoemers van het codebediendeel en de interne sirene geven een luid signaal als partitie B wordt ingeschakeld. Met commando 65 stelt u de uitlooptijd in. Optie 1 Uitloop beºindigen. Gebruik deze optie als de gebruiker inschakelt met een uitloopknop. De uitlooptijd is in dit geval oneindig. Optie 2 Laatse deur. Gebruik deze optie om partitie B in te schakelen als de laatste deur wordt gesloten. De uitlooptijd is in dit geval oneindig. Optie 3 Partitie B wordt onmiddellijk ingeschakeld (geen uitloopsignaal). Optie 4 Partitie B wordt stil ingeschakeld. Met commando 65 stelt u de uitlooptijd in. Optie 5 Slotschakelaar. Zie commando 39.5 voor het programmeren van de slotschakelaar. Bij beºindiging van de uitlooptijd geeft het codebediendeel twee korte signaaltjes ter bevestiging dat het systeem, niveau of partitie is ingeschakeld. blz. 78
87 63: Alarmreactie B Met dit commando bepaalt u de alarmreactie voor niveau of partitie B. Voor een enkelvoudig systeem zijn de keuzemogelijkheden: Optie 0 Alleen zoemers codebediendelen. Optie 1 Interne sirenes en zoemers codebediendelen. Optie 2 Interne en externe sirenes (lokaal alarm). Optie 3 Interne en externe sirenes en telefoonkiezers (volledig alarm). Voor een 4-voudig systeem zijn de keuzemogelijkheden: Optie 0 Alleen zoemers codebediendelen. Optie 1 Interne en externe sirenes (lokaal alarm). Optie 2 Interne en externe sirenes en telefoonkiezers (volledig alarm). 64: Inlooptijd B Zie commando : Uitlooptijd B Met dit commando bepaalt u de uitlooptijd voor niveau B. Optie 1 10 seconden Optie 2 20 seconden Optie 3 30 seconden Optie 4 45 seconden Optie 5 60 seconden Optie seconden 66: Dit commando geldt alleen voor Scandinaviº 67: Dit commando geldt alleen voor Scandinaviº 68: Dit commando geldt alleen voor Scandinaviº 69: Dit commando geldt alleen voor Scandinaviº 70: Laatste deur C Dit commando is niet van toepassing op partitie C van een 4-voudig systeem. Met dit commando bepaalt u hoe een enkelvoudig systeem reageert op zones van het type laatste deur als niveau C is ingeschakeld. Optie 0 Alle zones die voor niveau C als laatste deur zijn geprogrammeerd zullen als zodanig functioneren gedurende de periode dat niveau C van het systeem is ingeschakeld. blz. 79
88 Optie 1 Diezelfde zones functioneren nu als normaal alarm als niveau C van het systeem is ingeschakeld. 71: Inlooproute C Dit commando is niet van toepassing op partitie C van een 4-voudig systeem. Met dit commando bepaalt u hoe het enkelvoudig systeem reageert op zones van het type inlooproute als niveau C is ingeschakeld. Optie 0 Alle zones die voor niveau C als inlooproute zijn geprogrammeerd zullen als zodanig functioneren gedurende de periode dat niveau C van het systeem is ingeschakeld. Optie 1 Diezelfde zones functioneren nu als laatste deur als niveau C van het systeem is ingeschakeld. 72: Uitloopstand C Met dit commando bepaalt u de uitloopstand voor niveau C van een enkelvoudig systeem of partitie C van een 4-voudig systeem. Voor een enkelvoudig systeem zijn de keuzemogelijkheden: Optie 0 De zoemers van de codebediendelen en de interne sirenes geven een zacht signaal bij het inschakelen van niveau C. Met commando 65 stelt u de gewenste uitlooptijd in. Optie 1 Niveau C wordt onmiddellijk ingeschakeld (geen uitloopsignaal). Optie 2 Stille inschakeling van niveau C. Met commando 65 stelt u de gewenste uitlooptijd in. Optie 3 De uitloopstand van niveau C is gelijk aan die van niveau A. Voor een 4-voudige systeem geldt: Optie 0 De zoemers van het codebediendeel en de interne sirene geven een luid signaal als partitie C wordt ingeschakeld. Met commando 65 stelt u de uitlooptijd in. Optie 1 Uitloop beºindigen. Gebruik deze optie als de gebruiker inschakelt met een uitloopknop. De uitlooptijd is in dit geval oneindig. Optie 2 Laatse deur. Gebruik deze optie om partitie C in te schakelen als de laatste deur wordt gesloten. De uitlooptijd is in dit geval oneindig. Optie 3 Partitie C wordt onmiddellijk ingeschakeld (geen uitloopsignaal). Optie 4 Partitie C wordt stil ingeschakeld. Met commando 65 stelt u de uitlooptijd in. Optie 5 Slotschakelaar. Zie commando 39.5 voor het programmeren van de slotschakelaar. Bij beºindiging van de uitlooptijd geeft het codebediendeel twee korte signaaltjes ter bevestiging dat het systeem, niveau of partitie is ingeschakeld. blz. 80
89 73: Alarmreactie C Met dit commando bepaalt u de alarmreactie voor niveau of partitie C. Voor een enkelvoudig systeem zijn de keuzemogelijkheden: Optie 0 Alleen zoemers codebediendelen. Optie 1 Interne sirenes en zoemers codebediendelen. Optie 2 Interne en externe sirenes (lokaal alarm). Optie 3 Interne en externe sirenes en telefoonkiezers (volledig alarm). Voor een 4-voudig systeem zijn de keuzemogelijkheden: Optie 0 Alleen zoemers codebediendelen. Optie 1 Interne en externe sirenes (lokaal alarm). Optie 2 Interne en externe sirenes en telefoonkiezers (volledig alarm). 74: Inlooptijd C Zie commando : Uitlooptijd C Met dit commando bepaalt u de uitlooptijd voor niveau C. Optie 1 10 seconden Optie 2 20 seconden Optie 3 30 seconden Optie 4 45 seconden Optie 5 60 seconden Optie seconden 76: Uitloopstand D Met dit commando bepaalt u de uitloopstand voor niveau D van een enkelvoudig systeem of partitie D van een 4-voudig systeem. Voor een enkelvoudig systeem zijn de keuzemogelijkheden: Optie 0 De zoemers van de codebediendelen en de interne sirenes geven een zacht signaal bij het inschakelen van niveau D. Met commando 65 stelt u de gewenste uitlooptijd in. Optie 1 Niveau D wordt onmiddellijk ingeschakeld (geen uitloopsignaal). Optie 2 Stille inschakeling van niveau D. Met commando 65 stelt u de gewenste uitlooptijd in. Optie 3 De uitloopstand van niveau D is gelijk aan die van niveau A. Voor een 4-voudige systeem geldt: blz. 81
90 Optie 0 De zoemers van het codebediendeel en de interne sirene geven een luid signaal als partitie D wordt ingeschakeld. Met commando 65 stelt u de uitlooptijd in. Optie 1 Uitloop beºindigen. Gebruik deze optie als de gebruiker inschakelt met een uitloopknop. De uitlooptijd is in dit geval oneindig. Optie 2 Laatse deur. Gebruik deze optie om partitie D in te schakelen als de laatste deur wordt gesloten. De uitlooptijd is in dit geval oneindig. Optie 3 Partitie D wordt onmiddellijk ingeschakeld (geen uitloopsignaal). Optie 4 Partitie D wordt stil ingeschakeld. Met commando 65 stelt u de uitlooptijd in. Optie 5 Slotschakelaar. Zie commando 39.5 voor het programmeren van de slotschakelaar. Bij beºindiging van de uitlooptijd geeft het codebediendeel twee korte signaaltjes ter bevestiging dat het systeem, niveau of partitie is ingeschakeld. 77: Alarmreactie D Met dit commando bepaalt u de alarmreactie voor niveau of partitie D. Voor een enkelvoudig systeem zijn de keuzemogelijkheden: Optie 0 Alleen zoemers codebediendelen. Optie 1 Interne sirenes en zoemers codebediendelen. Optie 2 Interne en externe sirenes (lokaal alarm). Optie 3 Interne en externe sirenes en telefoonkiezers (volledig alarm). Voor een 4-voudig systeem zijn de keuzemogelijkheden: Optie 0 Alleen zoemers codebediendelen. Optie 1 Interne en externe sirenes (lokaal alarm). Optie 2 Interne en externe sirenes en telefoonkiezers (volledig alarm). 78: Inlooptijd D Zie commando : Uitlooptijd D Met dit commando bepaalt u de uitlooptijd voor niveau D. Optie 1 10 seconden Optie 2 20 seconden Optie 3 30 seconden Optie 4 45 seconden Optie 5 60 seconden Optie seconden blz. 82
91 Opm.: In een enkelvoudig systeem kunt u de functies van de in-/uitloop en inloop zones van niveau D niet wijzigen. Cooper Security adviseert niveau D alleen toe te passen voor eenvoudige situaties. 80: Dit commando geldt alleen voor Scandinaviº 81, 82, 83 en 84: Uitgangen Opm.: Commando 84 geldt alleen voor model 9851 aangezien dat model een vierde uitgang heeft. Met deze commandos programmeert u de uitgangen van het controlepaneel. Met twee cijfers kiest u het gewenste type uitgang (zie onderstaande tabel). Commando Uitgang Controlepaneel Fabrieksinstelling 81 1 Alle 00 Sirene 82 2 Alle 08 Flitser 83 3 Alle 03 PIR geheugen 84 4 Alleen PIR geheugen Optie 00 Sirene. In een alarmsituatie activeert het systeem de uitgang. De uitgang wordt geregeld door de sirenevertraging en sireneduur (commando s 41 en 42). In een 4-voudig systeem schakelt het controlepaneel deze uitgang in als een van de vier systemen een alarmmelding genereert. Als u kiest voor alarmbevestiging (commando 89), programmeer dan tevens commando 162 om te bepalen of de sirene geactiveerd moet worden bij de eerste alarmmelding of bij een bevestigde alarmmelding. Optie 01 In-/uitlooptijd volgend. De uitgang is actief tijdens de in- /uitloopperiode of tot het moment dat deze wordt afgebroken. Op de uitgang kunt u een aparte zoemer aansluiten. Bedenk dat de uitgang geen signaal geeft bij stille gedeeltelijke inschakeling en bij onmiddellijke inschakeling. Optie 02 LED indien ingeschakeld. De uitgang is continu actief tijdens de gehele of gedeeltelijke ingeschakelde periode. Optie 03 PIR geheugen. Deze uitgang is actief als het systeem is ingeschakeld. De uitgang is wordt uitgeschakeld als het systeem wordt uitgezet, of bij een alarmsituatie. De uitgang is tevens gedurende een seconde actief bij systeemreset of als het controlepaneel uit de programmeerstand wordt gezet. De uitgang is tevens continu actief tijdens de looptest. blz. 83
92 Optie 04 Trilsensor reset. Deze uitgang gebruikt u om trilsensoren (bijv. Viper) te resetten. Het controlepaneel activeert de uitgang bij het begin van de uitloopperiode. De uitgang blijft gedurende een vastgestelde periode van 5 seconden actief. Optie 05 Looptest. Deze uitgang is actief tijdens de looptest van de installateur en die van de gebruiker. En gedurende de periode dat het systeem wordt uitgeschakeld en daarna ge-reset. Deze uitgang wordt gebruikt voor bewegingsmelders waarvan de looptest LED niet brandt als er geen looptest wordt uitgevoerd. Optie 06 LED indien gereed. Deze uitgang is actief als het systeem is uitgeschakeld en er geen foutmeldingen zijn. De uitgang is niet actief als het systeem geheel of gedeeltelijk is ingeschakeld, tijdens een alarmmelding of als inschakeling wegens een foutmelding niet mogelijk is. Bedenk dat deze uitgang ook actief is in de programmeerstand. Optie uursalarm. Deze uitgang is actief als een 24-uurs zone wordt aangesproken. De uitgang is niet actief in de dagstand. Optie 08 Flitser. Tijdens een alarmmelding activeert het systeem deze uitgang. De uitgang blijft actief totdat het systeem wordt uitgeschakeld. Optie 09 Rookmelder reset. Deze uitgang is gemaakt voor de resetaansluitingen met lage spanning van rookmelders. Het controlepaneel activeert deze uitgang gedurende drie seconden nadat het systeem is ge-reset. Optie 10 Sirenetest. Alleen voor Frankrijk. Optie 11 Flitser bevestigt. Het controlepaneel activeert deze uitgang gedurende 10 seconden nadat het systeem, of een van de vier partities is ingeschakeld. Door een flitser op deze uitgang aan te sluiten heeft de gebruiker een visuele bevestiging van het inschakelen van het systeem. Optie 12 Impuls bij inschakelen. Deze uitgang is gedurende x seconden actief als het systeem volledig wordt ingeschakeld, of tijdens een overvalof brandalarm. Het gewenste aantal seconden programmeert u met commando 170. Optie 13 Impuls bij uitschakelen. Deze uitgang is gedurende x seconde actief als het systeem wordt uitgeschakeld, of tijdens een overval- of brandalarm. Het gewenste aantal seconden programmeert u met commando 172. Optie 14 Alarm bevestigen. Deze uitgang is actief gedurende de periode van een bevestigde alarmmelding. Optie 15 Inschakeling voltooid. Deze uitgang is gedurende 10 seconden actief nadat het systeem met succes is ingeschakeld. blz. 84
93 Optie 16 Uitschakeling voltooid. Deze uitgang is gedurende 10 seconden actief nadat het systeem met succes is uitgeschakeld bij binnenkomst of na een alarmmelding. Optie 17 Systeemsirene. Deze uitgang is actief bij een systeemalarm. In een 4-voudig systeem zijn bovendien de opties 18 t/m 25 beschikbaar: Optie 18 Sirene partitie A. Deze uitgang is actief bij een alarmmelding binnen partitie A. Optie 19 Sirene partitie B. Deze uitgang is actief bij een alarmmelding binnen partitie B. Optie 20 Sirene partitie C. Deze uitgang is actief bij een alarmmelding binnen partitie C. Optie 21 Sirene partitie D. Deze uitgang is actief bij een alarmmelding binnen partitie D. Optie 22 Flitser partitie A. Deze uitgang is gedurende 10 seconden actief na inschakeling van partitie A. Optie 23 Flitser partitie B. Deze uitgang is gedurende 10 seconden actief na inschakeling van partitie B. Optie 24 Flitser partitie C. Deze uitgang is gedurende 10 seconden actief na inschakeling van partitie C. Optie 25 Flitser partitie D. Deze uitgang is gedurende 10 seconden actief na inschakeling van partitie D. Optie 26 Impuls bij inschakelen 1. De impulsduur programmeert u met commando 170. Optie 27 Impuls bij inschakelen 2. De impulsduur programmeert u met commando 170. Optie 28 Impuls bij inschakelen 3. De impulsduur programmeert u met commando 170. Optie 29 Impuls bij inschakelen 4. De impulsduur programmeert u met commando 170. Optie 30 Impuls bij uitschakelen 1. De impulsduur programmeert u met commando 172. Optie 31 Impuls bij uitschakelen 2. De impulsduur programmeert u met commando 172. Optie 32 Impuls bij uitschakelen 3. De impulsduur programmeert u met commando 172. Optie 33 Impuls bij uitschakelen 4. De impulsduur programmeert u met commando 172. Optie 34 Brand. Optie 35 Overval. blz. 85
94 85: Inbraakmelding via ATK Met dit commando bepaalt u de reactie van de inbraakuitgangen van de telefoonkiezer nadat de sireneduur is verstreken. Optie 0 Geheugen. De uitgang blijft actief totdat de gebruiker of installateur het systeem herstelt. Optie 1 Opnieuw inschakelen. Het systeem schakelt kanaal 3 in nadat de sireneduur verstreken is. Hierna is het systeem gereed voor een nieuwe melding. Openstaande detectoren worden hierbij overbrugd. Opm.: Als alarm afbreken is geprogrammeerd herstelt kanaal 3 als de gebruiker het systeem uitschakelt. 86: 2e kans bij inloop Opm.: Schakel alarm bevestigen uit (commando 89) om toegang te krijgen tot dit commando Optie 0 Geen 2 e kans bij inloop. Optie 1 Kies deze mogelijkheid als gebruikers veelvuldig de inlooptijd overschrijden. Zij krijgen met deze optie 30 seconden extra tijd. Tijdens deze periode geven de interne zoemers/sirenes een waarschuwend signaal. Deze aanvulling geldt zowel voor gehele als voor gedeeltelijke inschakeling. Opm.: Aangezien een systeem met deze functie niet aan de geldende beveiligingsnormen voldoet adviseert Cooper Security deze functie bij voorkeur niet te gebruiken. 87: Overvalmelden via codebediendeel en sleutelschakelaar Met dit commando kunnen gebruikers een overvalmelding geven door twee toetsen op het codebediendeel gelijktijdig in te drukken. Dit commando activeert tevens de mogelijkheid om een overvalmelding via een sleutelschakelaar te geven. Zie daarvoor 9928 installatie handleiding. Optie 0 Uitgeschakeld. Optie 1 Ingeschakeld Overvalalarm = toets Medisch alarm = toets Brandalarm = toets : Dit commando wordt niet gebruikt 89: Alarm bevestigen Optie 0 Uitgeschakeld. blz. 86
95 Optie 1 Ingeschakeld. Programmeert u het controlepaneel voor het bevestigen van een alarmmelding, hetgeen gewenst/vereist kan zijn door de plaatselijke politie. Bij een alarmmelding activeert het controlepaneel kanaal 3 (inbraak). Zodra een tweede detector wordt aangesproken zal de alarmmelding worden bevestigd. Opm.: Bedenk dat u hiervoor commando 35-0 moet programmeren. Als u commando 35-1 hebt gekozen kan de eerste detector opnieuw een alarmmelding genereren waardoor bevestiging door een tweede detector onmogelijk is. 90: Logboek Zie hoofdstuk 5 Testen. 91, 92, 93, 94, 95 en 96: Test uitgang n Zie hoofdstuk 5 Testen. 97: Looptest Zie hoofdstuk 5 Testen. 98: Fabrieksinstellingen Als u alle fabrieksmatige instellingen wenst te herstellen (zie ook commando 00 Landkeuze): 1. Zet het systeem in de programmeerstand. 2. Toets 98 op het codebediendeel. Het display toont: 3. Toets 1 op het codebediendeel. Het display toont: 4. Toets 1 als u een 4-voudig systeem wenst Toets 0 als u een enkelvoudig systeem met 4 niveaus wenst. Het display toont (bijv.): 5. Toets. Het codebediendeel geeft een dubbele bevestigingstoon en het systeem laadt de fabrieksmatige instellingen. Alle eerder geprogrammeerde waarden worden gewist. Opm.: Het geheugen is beveiligd en kan niet door de installateur worden gewist. 99: Einde programmeerstand Om uit de programmeerstand te gaan: blz. 87
96 1. Toets 99 op het codebediendeel. Het display toont: 2. Toets Het display toont: en na enige tijd herstelt het controlepaneel zichzelf en keert terug naar de gebruikersstand. Als een zone voor 24-uur, brand, overval of technisch alarm open staat terwijl u de programmeerstand wilt verlaten, geeft het codebediendeel een foutmelding en toont het display de gegevens. Corrigeer de fouten die het display weergeeft en toets. Herhaal de stappen 1 en 2 waarna het controlepaneel uit de programmeerstand behoort te gaan. 100: Dit commando wordt niet gebruikt 101: Kiesmethode U kunt kiezen uit de onderstaande kiesmethodes: Optie 0 Uitgeschakeld. Het systeem maakt geen gebruik van een telefoonkiezer. Optie 1 Enkelvoudig rapporteren. Rapporteert naar 1 telefoonnummer (commando 115) met 1 aansluitnummer (commando 117). Werking: De kiezer belt het nummer en zoekt verbinding met de ontvanger. Lukt dit niet, dan verbreekt de kiezer de verbinding en probeert het opnieuw. Er worden maximaal 15 pogingen ondernomen Optie 2 Afwisselend rapporteren. Rapporteert naar 1 van de 2 geprogrammeerde telefoonnummers (commando 115 en 116). Werking: De kiezer belt het eerste nummer en zoekt verbinding met de ontvanger. Lukt dit niet, dan verbreekt de kiezer de verbinding, belt het tweede nummer en zoekt verbinding met de ontvanger. Als deze poging slaagt en de melding ontvangen en bevestigd is, verbreekt de kiezer de verbinding. Als deze tweede poging niet slaagt dan zoekt de kiezer weer contact met het eerste nummer. De kiezer zal maximaal 15 keer contact proberen te maken met een van beide nummers. Optie 3 Dubbel rapporteren. Rapporteert naar twee verschillende telefoonnummers (commando 115 en 116). blz. 88
97 Werking: De kiezer belt het eerste nummer en zoekt verbinding met de ontvanger. Als deze poging slaagt en de melding ontvangen en bevestigd is, verbreekt de kiezer de verbinding. Het systeem belt nu het tweede nummer en zoekt verbinding met de ontvanger. Als deze poging slaagt en de melding ontvangen en bevestigd is, verbreekt de kiezer de verbinding en is de totale alarmmelding afgehandeld. Als de verbinding met het eerste nummer niet slaagt, zoekt de kiezer contact met het tweede nummer. Lukt deze poging ook niet, dan wordt het eerste nummer weer gebeld. De kiezer zal maximaal 15 keer contact proberen te maken met een van beide nummers totdat de verbinding met beide nummers geslaagd is. Opm.: Dubbel rapporteren is alleen mogelijk bij Fast Format. 102: Dit commando wordt niet gebruikt 103: Type rapportage Het systeem biedt vier format mogelijkheden: Optie 0 Fast Format Optie 1 Contact ID Optie 2 Scancom SIA Level I Optie 3 Scancom SIA Level II (verzendt geen datum en tijd) Optie 4 Scancom SIA Level 3 Optie 5 Uitgebreide Scancom SIA Level 3 Optie 6 Home beep. Telefonisch contact met privø-telefoon. Optie 6 is niet een specifiek rapportage format. In dit geval maakt de kiezer verbinding en zendt een biep-signaal. Hiermee kan geen complex bericht worden verzonden, doch de ontvanger heeft geen speciale apparatuur of programmatuur nodig om de boodschap te decoderen. Het aantal keren dat de kiezer de Home beep herhaalt programeert u met commando 186. Alleen bij model 9851 kan de ontvanger toets 5 van zijn telefoon indrukken om de ontvangst van de melding te bevestigen en verdere oproepen te stoppen. 104: Dit commando wordt niet gebruikt 105: Statische testverbinding Met de statische testverbinding maakt het controlepaneel met bepaalde perioden een testverbinding met de meldkamer. Optie 00 Geen statische testverbinding. Optie Ann Toets A gevolgd door een getal van 01 t/m 24. Het controlepaneel zal elke dag op het vastgestelde tijdstip een testverbinding maken blz. 89
98 Optie Bnn Toets B gevolgd door een getal van 01 t/m 28. Het controlepaneel zal elke maand op de vastgestelde dag een testverbinding maken. Optie Cnn Toets C gevolgd door een getal van 01 t/m 24. Het controlepaneel zal om het aantal vastgestelde uren een testverbinding maken. Optie Dnn Toets D gevolgd door een getal van 01 t/m 28. Het controlepaneel zal om het aantal vastgestelde dagen een testverbinding maken. Denk er aan dat het controlepaneel een willekeurig aantal minuten (max. 16) kan optellen of aftrekken van het tijdstip dat u hebt ingevoerd. Hierdoor wordt voorkomen dat de alarmcentrale wordt overspoeld door meldingen die op hetzelfde tijdstip zijn geprogrammeerd. Opm.: Programmeer NIET statische testverbinding EN dynamische testverbinding (commando 108). 106: Lijnfoutreactie Met dit commando bepaalt u hoe het systeem moet reageren op een storing op de aangesloten telefoonlijn. De juiste reactie hangt af van het feit of het systeem is ingeschakeld of uitgeschakeld. Optie 0 Uitgeschakeld. Het systeem controleert de telefoonlijn niet. Optie 1 Luid alarm. Als het systeem is uitgeschakeld wordt de melding in het logboek gerapporteerd. Het codebediendeel geeft om de minuut een kort hoorbaar signaal. Met een geldige toegangscode stopt u deze signalering, de melding op het display blijft staan. Ondanks een aanwezige lijnfout kunt u het systeem gewoon inschakelen. Als het systeem is ingeschakeld wordt de melding in het logboek gerapporteerd, echter, de codebediendelen geven geen melding via de zoemer of display. Het systeem schakelt elke sirenevertraging uit als zich bij een alarmmelding een lijnfout voordoet. Optie 2 Stil alarm. Als het systeem is uitgeschakeld toont het display de melding en slaat het controlepaneel de gebeurtenis op in het logboek. Ondanks een aanwezige lijnfout kunt u het systeem gewoon inschakelen. Als het systeem is ingeschakeld geven de codebediendelen geen melding via de zoemer of het display. Het voorval wordt echter wel in het logboek vermeld. Het systeem schakelt elke sirenevertraging uit als zich bij een alarmmelding een lijnfout voordoet. blz. 90
99 107: Dit commando wordt niet gebruikt 108: Dynamische testmelding Met een dynamische test maakt het systeem 24 uur na de laatste telefoonverbinding automatisch een testmelding. Optie 0 Uitgeschakeld. Optie 1 Ingeschakeld. Opm.: Programmeer NIET statische testverbinding (commando 105) EN dynamische testverbinding. 109: Dit commando wordt in Europa niet gebruikt 110: Download-stand U kunt het controlepaneel programmeren voor PC-programmering via <Downloader> programmatuur. U kunt de PC op het systeem aansluiten via de telefoonlijn of ter plaatse met een kabel. Met het controlepaneel in verbinding met uw PC kunt u de programmering voor inspectie met <Downloader> naar uw PC downloaden. Met <Downloader> kunt u de configuratie wijzigen en de gecorrigeerde instellingen naar het controlepaneel zenden. Ook als u niets wenst te wijzigen kunt u vanaf uw PC de status van het systeem en de zones controleren. Met commando 114 bepaalt u of het controlepaneel op een inkomende melding van <Downloader> moet reageren zonder dat de installateur aanwezig is. Met dit commando sluit u het controlepaneel handmatig aan op uw PC. Lokaal of on line keuze is niet mogelijk voor model Met commando 110 programmeert u voor model 9751 wel of geen on line verbinding. Optie 0 Lokaal. Voor het aansluiten van het controlepaneel via een kabel op een PC (laptop). Optie 1 Modem. Reageert automatisch op <Downloader> via de telefoonlijn. Tevens zult u de commandos 112 en 113 moeten instellen. Opm.: Het controlepaneel verlaat commando 110 als <Downloader> niet binnen 30 minuten contact maakt. 111: Modemsnelheid Opm.: Deze functie is alleen mogelijk bij controlepaneel Met dit commando kunt u de snelheid van het modem aanpassen. Optie 0 Automatisch. Optie Baud. blz. 91
100 112: Aantal belsignalen Met dit commando bepaalt u hoeveel belsignalen het controlepaneel moet wachten alvorens de inkomende oproep van de PC te beantwoorden. Optie 0 3 keer Optie 1 5 keer Optie 2 7 keer Optie 3 10 keer Optie 4 15 keer Optie keer 113: Reactie op 1 belsignaal Gebruik dit commando als er meerdere apparaten van dezelfde telefoonlijn gebruikmaken. Optie 0 1 belsignaal uitgeschakeld. Optie 1 1 belsignaal ingeschakeld. <Downloader> waarschuwt het systeem dat een oproep onderweg is door het telefoonnummer van het systeem te bellen, 1 tot 2 belsignalen te wachten en dan de verbinding te verbreken. Het systeem weet nu dat er binnen 10 tot 90 seconden een oproep van <Downloader> kan worden verwacht. Zodra <Downloader> binnen die periode contact zoekt, maakt het systeem na 1 belsignaal verbinding. Opm.: Als u van deze optie (1) gebruikmaakt kunt u beter het aantal belsignalen van commando 112 hoger instellen dan die welke door de overige apparaten worden gebruikt. Als u dat niet doet, zullen de overige apparaten nooit na 1 belsignaal op een inkomende oproep reageren. 114: Toegang <Downloader> Dit commando biedt u extra bescherming als een PC via de telefoonlijn inbelt op het systeem. Zodra de PC met het systeem verbonden is heeft <Downloader> toegang tot alle geprogrammeerde functies. Met optie 1 en 2 kunt u de toegang tot het systeem beveiligen. Als alternatief kunt u optie 1 van commando 110 kiezen waarbij een aanwezige installateur het systeem via de telefoonlijn in verbinding kan stellen met een PC. Optie 0 Door gebruiker. Werking: Iemand dient de PC handmatig op te roepen met behulp van commando 0 in de gebruikersstand. Het systeem zoekt nu verbinding met het eerste <Downloader> telefoonnummer (zie commando 118). Optie 1 Terugbellen ingeschakeld (Secure Callback). blz. 92
101 Werking: Als de PC contact zoekt wacht het systeem gedurende het aantal vooraf geprogrammeerde belsignalen (commando 112) en maakt daarna verbinding. De PC verstuurt via <Downloader> een PIN-code, versienummer van de software en het gebruikte telefoonnummer (commando s 118 en 119). Het systeem controleert deze gegevens. Als deze gegevens niet kloppen verbreekt het systeem de verbinding. Zijn de gegevens wel correct, dan verbreekt het systeem de verbinding, controleert de telefoonlijn en zoekt contact met de PC via het eerder opgegegeven nummer. Optie 2 Zonder toestemming. Werking: Het controlepaneel maakt verbinding zodra het aantal vooraf ingestelde belsignalen hebben plaatsgevonden. Opm.: Terugbellen moet uitgeschakeld zijn totdat de eerste poging tot uploaden is gedaan. De eerste upload kunt u uitvoeren met commando 110 optie 1, of commando 114 optie 0. De installateur kan Secure Callback kiezen, zelfs als optie 2 is geprogrammeerd. 115: ATK telefoonnummer 1 (ATK = Automatische TelefoonKiezer) Met deze commando s legt u de telefoonnummers vast in het geheugen die de telefoonkiezers moeten bellen. Het systeem accepteert 1 telefoonnummer als u met commando 101 hebt gekozen voor optie 1 en twee telefoonnummers als u met commando 101 hebt gekozen voor optie 2 of 3. Het systeem accepteert telefoonnummers tot en met 31 cijfers. Met de A-toets kunt u een pauze van 4 seconden inlassen. Zo programmeert u een telefoonnummer: 1. Ga naar de programmeerstand als dat nog niet het geval is. 2. Toets 115 (of 116) op het codebediendeel. Het display toont (bijv.): 3. Toets. 4. Voer de cijfers van het telefoonnummer in. Met toets D kunt u de cursor 1 positie naar links verplaatsen of een ingave verwijderen. Toets C gebruikt u om de cursor naar rechts te verplaatsen. Het display toont (bijv.): 5. Toets. Het codebediendeel geeft een dubbel signaal en het systeem slaat het nummer op in het geheugen. blz. 93
102 116: ATK telefoonnummer 2 Als commando : Aansluitnummer Met SIA-format kan het systeem alarmmeldingen rapporteren met gebruikmaking van een 6-cijferig aansluitnummer. Gebruik begin nullen om het nummer op de juiste lengte te krijgen, bijv. aansluitnummer 1234 wordt dus (zes cijfers). Als het controlepaneel is ingesteld voor een 4- voudig systeem kunt u vier aansluitnummers als volgt opgeven: 1. Ga naar de programmeerstand (als dit nog niet het geval is). 2. Toets 117 op het codebediendeel. Het display toont 3. Toets. Het display toont (bijv.) 4. Toets het aansluitnummer voor partitie A en sluit af met. Als het aansluitnummer al juist is kunt u volstaan door alleen te toetsen. Toets een C na elk cijfer om de cursor naar rechts te verplaatsen. Toets een D om de cursor naar links te verplaatsen zodat u een foutief cijfer kunt vervangen. Sluit af met. Het controlepaneel slaat de nieuwe toegangscode op en het display toont de de toegangscode voor de volgende partitie. Bijv. 5. Herhaal stap 4 voor het instellen van de aansluitnummers voor de partities B, C en D. Opm.: Het kan voorkomen dat een toegangscode letters bevat. Het controlepaneel accepteert de letters B, C, D, E en F als onderdeel van de toegangscode. Voor het invoeren van een letter drukt u bij stap 4 herhaaldelijk op toets 2 of 3. Zie Commando 01~16 - zonebenamingen. 118: <Downloader> telefoonnummer 1 Met dit commando kunt u twee onafhankelijke telefoonnummers elk van 31 cijfers programmeren. Nadat een verbinding tot stand is gebracht bepaalt degene die met <Downloader> werkt welk telefoonnummer het controlepaneel terug moet bellen (bijv. thuis of op de zaak). Met de A-toets kunt u een pauze van 4 seconden inlassen. Zo programmeert u een telefoonnummer: 1. Ga naar de programmeerstand als dat nog niet het geval is. 2. Toets 118 (of 119) op het codebediendeel. blz. 94
103 Het display toont (bijv.): 3. Toets. 4. Voer de cijfers van het telefoonnummer in. Met toets D kunt u de cursor 1 positie naar links verplaatsen of een ingave verwijderen. Toets C gebruikt u om de cursor naar rechts te verplaatsen. Het display toont (bijv.): 5. Toets. Het systeem slaat het nummer op in het geheugen. 119: <Downloader> telefoonnummer 2 Als commando : <Downloader> telefoonnummer 3 Met deze optie stelt u <Downloader> in staat om een derde telefoonnummer te gebruiken (onafhankelijk van commando 118 en 119). Zodra <Downloader> de verbinding tot stand heeft gebracht toetst de installateur op zijn PC dit derde telefoonnummer. <Downloader> verzendt dit nummer naar het controlepaneel en zal in het vervolg via dit nummer verbinding maken met de PC. Optie 0 Geen derde telefoonnummer Optie 1 Wel derde telefoonnummer 121: Fast Format kanalen Zie commando 191 t/m : Dit commando wordt in Europa niet gebruikt 123: Rapporteer reset Opm.: Deze functie is alleen beschikbaar in combinatie met Scancom Fast Format (Commando 103.0). Optie 0 Uitgeschakeld. Het systeem doet geen herstelmeldingen. Optie 1 Ingeschakeld. Het systeem geeft alle herstelmeldingen door. 124: In-/uitschakelen omkeren Opm.: Dit commando wordt voornamelijk in Frankrijk gebruikt. Dit commando is alleen beschikbaar als u Scancom Fast Format hebt gekozen (commando 103.0). Optie 0 Niet omkeren. blz. 95
104 Optie 1 Met deze functie keert u de schakeling van het Open/Gesloten Fast Format kanaal om. Deze functie is niet van invloed op de aparte Open en Gesloten kanalen. Optie 0 Optie 1 Systeem inschakelen code 4 code 2 Systeem uitschakelen code 2 code 4 125: Geen sluitsignaal verzenden indien >1 zone overbrugd Opm.: Dit commando is vereist voor Belgische BVVO goedkeuring. Deze optie is alleen beschikbaar in combinatie met Scancom Fast Format (commando 103.0) en is niet aanwezig op model Optie 0 Deze functie is uitgeschakeld. Optie 1 Deze functie is ingeschakeld. Het controlepaneel zendt GEEN sluitsignaal als de gebruiker twee of meer zones heeft overbrugd. 126: Taalkeuze Met dit commando kan het controlepaneel de informatie op de displays van de codebediendelen in diverse talen genereren. De beschikbare talen zijn: Optie 0 = Engels (fabrieksinstelling) Optie 5 = Frans Optie 1 = Italiaans Optie 6 = Duits Optie 2 = Spaans Optie 7 = Noors Optie 3 = Portugees Optie 8 = Zweeds Optie 4 = Nederlands Optie 9 = Deens Optie 1 = Fins Opm.: Dit commando overschrijft de taalinstelling volgens commando 00. U behoudt dus de landelijke instellingen van commando 00, echter met de display-taal van commando : Dit commando wordt niet gebruikt 128: Supervisie op draadloze verbinding Indien het systeem is uitgerust met een draadloze uitbreiding van het type 9955 worden alle daarop aangesloten draadloze zones bewaakt. Als een draadloze zone gedurende een uur of langer geen contact heeft met de uitbreiding, dan meldt deze uitbreiding dit aan het controlepaneel. Met dit commando bepaalt u hoe het controlepaneel dient te reageren op het uitvallen van de verbinding met een draadloze detector. Optie 0 Volledig alarm met interne en externe sirenes en via de telefoonkiezer. Optie 1 Zoemers codebediendelen en interne sirenes blz. 96
105 Optie 2 Alleen zoemers codebediendelen Optie 3 Stil alarm via telefoonkiezer, geen sirenes en/of zoemers. Optie 4 Systeem kan pas worden ingeschakeld bij ongestoorde supervisie. In alle gevallen wordt de fout op het display weergegeven. De weergave verdwijnt als de fout-zone hersteld wordt. Bijvoorbeeld, op het display staat RF Sup Fout Z17 omdat de batterij van de detector in zone 17 te weinig spanning levert. De installateur zet het controlepaneel in de programmeerstand, gaat naar zone 17, opent de batterijhouder van de detector, vervangt de batterij en sluit de detector. De detector zendt een sabotagemelding nadat de batterij is vervangen en de installateur de detector weer afsloot. Het controlepaneel noteert de herstelmelding, wist de supervisiefout en de installateur kan via het codebediendeel de programmeerstand afsluiten. 129: Uitschakelen met afstandsbediening Indien het systeem is uitgerust met een draadloze uitbreiding kan de gebruiker het systeem in- en uitschakelen met een afstandsbediening. Dit commando biedt twee mogelijkheden om het systeem uit te schakelen met een afstandsbediening. Optie 0 De gebruiker moet via de voorgeschreven inlooproute binnenkomen en zodoende de inlooptijdschakeling activeren alvorens hij het systeem kan uitschakelen met de afstandsbediening. Optie 1 De gebruiker kan het systeem uitschakelen zonder dat hij de inlooptijdschakeling heeft geactiveerd. 130: Dit commando wordt niet gebruikt 131: Rapportage SIA rapporten worden telegrammen genoemd. Elk telegram bevat het aansluitnummer en relevante informatie over de melding. De hoeveelheid informatie die gerapporteerd wordt hangt af van de gekozen SIA-stand. De onderstaande opties tonen de verschillende rapportagemogelijkheden. Elke rapportagemogelijkheid bevat de gegevens van de erboven genoemde mogelijkheden. Optie 0 Basis Optie 1 Beknopt Optie 2 Uitgebreid Optie 3 Volledig Het systeem biedt een custom-stand waarmee de informatie tot elke gewenste combinatie kan worden gerangschikt. U dient deze samenstelling via <Downloader> te programmeren. blz. 97
106 Verzending van een SIA alarmmelding neemt aanzienlijk meer tijd in beslag dan Scancom Fast Format aangezien er een uitgebreide hoeveelheid informatie van het controlepaneel naar de meldkamer wordt verzonden. Opm.: Het controlepaneel verzendt de rapportage betreffende het wegvallen van de netspanning met een vertraging van 15 tot 18 minuten. De melding dat de netspanning weer hersteld is, wordt na 60 tot 90 seconden verzonden. BASIS SIA code CID code Alarm bevestigd BV 139 Inbraak BA 130 Inbraak herstel BR 130 Dwang HA 121 Overschrijding uitlooptijd EA - Sabotage uitbreiding TA 137 Sabotage uitbreiding herstel TR 137 Brand FA 110 Brand herstel FR 110 Sabotage algemeen TA 137 Sabotage algemeen herstel TR 137 Medisch-codebediendeel MA 100 Brand-codebediendeel FC 110 Overval-codebediendeel HA 120 Sabotage controlepaneel TA 137 Sabotage controlepaneel herstel TR 137 Handmatig testrapport RX 601 Overval-afstandsbediening PA 120 Overval herstel PA 120 Periodiek testrapport RP 602 Sabotage detector TA 137 Sabotage detector herstel TR 137 Rookdetector alarm FA 111 Rookdetector alarm herstel FR 111 Sabotage sirene TA 137 Sabotage sirene herstel TR 137 Supervisie fout BZ 381 Technisch alarm UA 150 Technisch herstel UR 150 Sabotage codebediendeel TA 137 Sabotage codebediendeel herstel TR - Telefoonkiezer-1 fout LT 351 Telefoonkiezer-1 fout herstel LR - Zone overbrugd BB 573 blz. 98
107 BEKNOPT SIA code CID code Netspanning weggevallen AT 301 Netspanning hersteld AR 301 Alarm afgebroken BC 406 AUX fout YP - AUX hersteld YQ - Accu weggevallen YM 311 Accu hersteld YR 311 Accu laag YT 311 Accu laag hersteld YR 311 Partitie herstel OR 305 Herstel OR 305 UITGEBREID SIA code CID code Inschakelen CL 401 Uitschakelen OP 401 Uitbreiding uitgevallen TA 137 Uitschakelen met sleutelschakelaar OS 409 Inschakelen met sleutelschakelaar CS 409 Sabotage uitbreidingt TA 137 VOLLEDIG SIA code CID code Download geslaagd RS 412 Uitbreiding uitgevallen TA 137 Uitbreiding uitgevallen hersteld TR 137 Jamming XQ 380 Standaard toegangscodes geladen RH - Begin programmeren LB 627 Einde programmeren LS 628 Gebruikerscode fout JA 461 Tijd/Datum hersteld JT 625 Detector batterij laag XT 384 Gebruikerscode gewijzigd JV - Gebruikerscode gewist JX - Opm.: Indien commando is geprogrammeerd worden alle berichten met een CID code verzonden. Indien commando is geprogrammeerd worden de herstelmeldingen () niet verzonden. blz. 99
108 132: Meld sabotage als inbraak Clausule DD243:2002 bepaalt dat alarmsignalen en bevestigingssignalen met bepaalde codes moeten worden verzonden. In sommige gevallen strookt dit niet met onze interpretatie van de SIA standaard. Bovendien hebben een aantal meldkamers problemen met het verzenden/ontvangen van deze codes. Bij gebruik van SIA rapportage stelt dit commando u in staat om sabotagemeldingen als alarmmeldingen te verzenden en de verzending van herstel-meldingen uit te schakelen. Optie 0 Standaard. Het controlepaneel zendt alle SIA meldingen als vastgelegd in commando 131. Optie 1 Voor volledig alarm zendt het controlepaneel sabotagemeldingen als alarmmeldingen dwz. contact ID 130 in plaats van 137 (zie tabel onder commando 131). Bovendien zendt het paneel geen brand herstel, overval herstel, technisch alarm herstel, inbraak herstel of sabotage herstel. 133: SIA herstelmeldingen Met dit commando kunt u het verzenden van herstelberichten uitschakelen. Optie 0 Uitgeschakeld. Het systeem verzendt geen herstelberichten. Optie 1 Ingeschakeld. Het systeem verzendt herstelberichten. 134 t/m 142: Deze commandos worden niet gebruikt 143: Contact ID Opties Als u met commando 103 hebt gekozen voor contact ID (optie 1), dan kunt u met commando 143 het soort berichten kiezen dat als contact ID verzonden moet worden. Optie 0 Algemeen. Comprimeert de berichten met nummers in de kolom CID volgens de tabel onder commando 131, behalve berichten met een. Optie 1 Algemeen en herstel. Comprimeert de berichten met nummers in de kolom CID volgens de tabel onder commando 131. Opm.: Als u met dit commando op het display Custom ziet staan, dan is dit commando via <Downloader> geprogrammeerd. 144 t/m 150: Deze commandos worden niet gebruikt blz. 100
109 151 t/m 158: Uitgangen van externe ATK Een externe ATK (automatische telefoonkiezer) beschikt over 8 programmeerbare uitgangen. Het moederbord van het controlepaneel bevat een aansluitblok waarop de meegeleverde 12-weg kabelboom kan worden aangesloten. Zie Het aansluiten van een externe telefoonkiezer op blz. 41. Met de commandos 151 t/m 158 kunt u een van de vele kanalen aan een van de acht uitgangen toekennen. Commando 151 geldt voor uitgang 1, commando 152 voor uitgang 2 en zo verder tot en met commando 158 voor uitgang 8. Elk commando beschikt over de onderstaande mogelijkheden. 00 Uitgeschakeld 18 Antimask 01 Brand 19 Rookdetector 02 Overval 20 Bevestiging communicatie 03 Inbraak 21 Accu fout 04 In-/uitschakelen 22 Systeemalarm 05 Alarm afbreken 23 Alarm partitie A 06 Technisch alarm 24 Alarm partitie B 07 Alarmbevestiging (1) 25 Alarm partitie C 08 Zender batterij laag 26 Alarm partitie D 09 Supervisie draadloze zones 30 Impuls bij inschakelen 1 10 RF jamming 31 Impuls bij inschakelen 2 11 Netspanning fout (2) 32 Impuls bij inschakelen 3 12 Sabotagealarm 33 Impuls bij inschakelen 4 13 Uitschakelen 34 Impuls bij uitschakelen 1 14 Inschakelen 35 Impuls bij uitschakelen 2 15 Zone overbrugd 36 Impuls bij uitschakelen 3 16 Medisch alarm 37 Impuls bij uitschakelen 4 17 Sleutelkast Opm.: 1. Indien geprogrammeerd voor Fast Format en het systeem zendt een inbraakalarm naar de meldkamer, dan activeert het controlepaneel de uitgang voor bevestiging zodra de meldkamer de ontvangst bevestigt. Gebruik commando Het controlepaneel verzendt de rapportage betreffende het wegvallen van de netspanning met een vertraging van 15 tot 18 minuten. De melding dat de netspanning weer hersteld is, wordt na 60 tot 90 seconden verzonden. blz. 101
110 159: Spanning inverteren Standaard hebben de uitgangen een positieve spanning in rust (+ve) die wegvalt bij actie. Met dit commando inverteert u de spanning zodat de positieve spanning bij actie opkomt. Optie 1 Spanning volgens standaard. Optie 2 Spanning ge nverteerd. 160: Bevestiging vertraging Opm.: Met commando 89.1 maakt u het onderstaande commando mogelijk. Hiermee stelt u de tijdschakeling in. Deze schakeling begint zodra een detector voor de eerste keer wordt geactiveerd. Wanneer een tweede signaal wordt gegenereerd voordat de periode van de tijdschakeling is verlopen geeft het systeem via de telefoonkiezer een bevestigde alarmmelding door naar de meldkamer. U kunt de tijdschakeling instellen van 001 tot 999 minuten. 161: Interne sirene bij alarm Opm.: Met commando 89.1 maakt u het onderstaande commando mogelijk. Met dit commando bepaalt u of de interne sirene wordt gebruikt voor een bevestigde of voor een onbevestigde alarmmelding. In een 4-voudig systeem reageert de interne sirene alleen op partitie A; de overige partities gebruiken alleen het bijbehorende codebediendeel. Optie 0 Interne sirene bij onbevestigd alarm. Optie 1 Interne sirene alleen bij bevestigd alarm. 162: Externe sirene Opm.: Met commando 89.1 maakt u het onderstaande commando mogelijk. Met dit commando bepaalt u of de externe sirene wordt gebruikt voor een bevestigde of voor een onbevestigde alarmmelding. Optie 0 Externe sirene bij onbevestigd alarm. Optie 1 Externe sirene alleen bij bevestigd alarm. 163: Alarmbevestiging bij inloop Opm.: Met commando 89.1 maakt u het onderstaande commando mogelijk. Met dit commando bepaalt u of het systeem een bevestigde alarmmelding moet genereren als de gebruiker afwijkt van de voorgeschreven inlooproute. Met de opties bepaalt u het aantal zones - niet bij de inlooproute betrokken - dat moet worden aangesproken om een alarmmelding te genereren. Optie 0 Geen. Alarmbevestiging bij inloop is uitgeschakeld. blz. 102
111 U kunt optie 0 selecteren in de onderstaande gevallen: - Ontsluiten van de laatste deur schakelt het systeem uit. - Ontsluiten van de laatste deur schakelt alarmbevestiging uit. - Openen van de toegangsdeur schakelt alarmbevestiging uit. - De gebruiker belt de meldkamer om het systeem uit te schakelen. Met optie 0 ontstaat er nooit een bevestigd alarm als een gebruiker afwijkt van de inlooproute. Optie 1 Een zone. Optie 2 Twee zones. Met optie 2 kan de gebruiker geen bevestigd alarm veroorzaken als hij het systeem uitschakelt met een afstandsbediening, of afwijkt van de inlooproute. Echter, als een indringer via de voordeur binnenkomt veroorzaakt hij een bevestigde alarmmelding als hij na het verstrijken van de inlooptijd nog steeds door het gebouw loopt. 164: Reset door gebruiker na alarmbevestiging Opm.: Voor het inschakelen van deze functie dient u eerst de alarmbevestiging (commando 89.1) en herstel door installateur (commando 33.1) te programmeren. Met dit commando kunt u bepalen wie het systeem mag herstellen na een bevestigde alarmmelding. Optie 0 Gebruiker/Installateur. De gebruiker kan het systeem herstellen na een eerste alarmmelding, maar de installateur dient het systeem te herstellen na een bevestigde alarmmelding. Optie 1 Gebruiker/Gebruiker. De gebruiker kan in beide gevallen het systeem herstellen. Optie 2 Installateur/Installateur. De installateur dient in beide gevallen het systeem te herstellen. 165 t/m 169: Deze commandos worden niet gebruikt 170: Impulsduur bij in-/uitschakelen Met dit commando stelt u de duur van de impuls in die de betreffende uitgang moet geven bij het in- resp. uitschakelen. Per partitie of niveau kunt u een onafhankelijke impulsduur programmeren. Optie 00 Continu. Na het instellen van de impulsduur voor uitgang 1 volgen, na uw bevestiging met de - toets, automatisch de mogelijkheden om de impulsduur voor de uitgangen 2, 3 en 4 te programmeren. blz. 103
112 Commando Optie Fabriek Omschrijving * t/m Bepaalt de impulsduur in seconden bij het inschakelen. * 00: impulsduur oneindig (continu). 171 A/B/C/D ABCD Bepaalt partitie(s) of niveau(s) waartoe de bij 170 geprogrammeerde uitgang behoort * t/m Bepaalt de impulsduur in seconden bij het uitschakelen. * 00: impulsduur oneindig (continu). 173 A/B/C/D ABCD Bepaalt partitie(s) of niveau(s) waartoe de bij 172 geprogrammeerde uitgang behoort (UIT) of 1 (AAN) (UIT) of 1 (AAN) AAN AAN Bepaalt of elke voor uitschakelen geprogrammeerde uitgang (commando 172) wel of niet een impuls moet geven bij een brandmelding. Bepaalt of elke voor uitschakelen geprogrammeerde uitgang (commando 172) wel of niet een impuls moet geven bij een overvalmelding. Opm.: De impuls op een uitgang hangt af van het programmeren van een impuls voor het inschakelen of uitschakelen van het systeem en van de uitgang van de partitie die wordt in- of uitgeschakeld. Voorbeeld 1 In een enkelvoudig systeem is uitgang 3 van het controlepaneel geprogrammeerd als type 12 (impuls 1 bij inschakelen). Hij wordt gebruikt voor een elektromechanische afsluiting als het gehele systeem wordt ingeschakeld. Het afsluitmechanisme heeft een impuls van 6 seconden nodig. De onderstaande tabel geeft aan hoe in dit geval de uitgang moet worden geprogrammeerd. Comm. Optie Omschrijving Uitgang 3 van het controlepaneel: Impulsuitgang 1 bij inschakelen. 170 Inschak.1 = 06 Impulsduur wordt 6 seconden. 171 Inschak. 1= A Inschakelimpuls geldt voor niveau A. (In een enkelvoudig systeem is A het totale systeem) blz. 104
113 Voorbeeld 2 In een 4-voudig systeem moet uitgang 3 van het controlepaneel geprogrammeerd worden voor type 31 (Impuls 2 bij uitschakelen). Deze impuls wordt gebruikt voor het openen van een elektromechanische afsluiting als partitie B wordt uitgeschakeld. Het afsluitingsmechanisme heeft een impuls nodig van 8 seconden. De uitgang moet ook bij brand of overval geactiveerd worden om de mensen in staat te stellen het pand te verlaten. De onderstaande tabel geeft aan hoe in dit geval de uitgang moet worden geprogrammeerd. Comm. Optie Omschrijving Uitgang 3 van het controlepaneel: Impulsuitgang 2 bij uitschakelen. 172 Uitschak.2 = 08 Impulsduur wordt 8 seconden. 173 Uitschak.2 = B Uitschakelimpuls geldt voor niveau/partitie B. 174 Brand 2 = AAN Activeert impulsuitgang 2 bij een brandmelding. 175 Overval 2=AAN Activeert impulsuitgang 2 bij een overvalmelding. 176 t/m 179: Deze commandos worden niet gebruikt 180: Print gebeurtenis in real time Opm. Dit commando is alleen mogelijk bij model Met dit commando bepaalt u of de printer elke gebeurtenis in real time via de seriºle poort van het controlepaneel moet afdrukken. Gebruik commando 90 voor het printen tijdens het testen. Optie 0 Uit. Niet printen. Optie 1 Aan. Wel printen. 181: Surveillancecode Met dit commando stelt u in of bij commando 20 een toegangscode mag worden geprogrammeerd voor bijv. een surveillant. Optie 0 Uit. Geen surveillancecode. Optie 1 Aan. Wel surveillancecode. blz. 105
114 182: Settling tijd laatste detector Het is gebruikelijk om bij de laatste deur een PIR-detector te projecteren. Echter, veelal reageert een PIR-detector iets trager dan een magneetschakelaar. Als een gebruiker het pand verlaat en de deur afsluit en daarmee het systeem onmiddellijk inschakelt kan in sommige gevallen de PIR-detector, die trager uitschakelt dan de magneetschakelaar, alsnog een alarmmelding geven. Met dit commando kunt u de inschakeltijd van de laatste deur een vertraging van 7 tot 12 seconden geven (fabrieksinstelling = 07). 183: 2e regel display Met dit commando kunt u voor de tweede regel van het display een mededeling van maximaal 16 tekens invoeren. 184: Impuls externe sirene bij brand Met dit commando programmeert u of de externe sirene geactiveerd moet worden bij een brandalarm (zie ook commando 81-84). Optie 0 Externe sirene uit. Wel gebruikelijk 2-tonig brandalarm. Optie 1 Externe sirene aan. 185: Auto-reset sleutelschakelaar Met dit commando programmeert u of systeemreset via de sleutelschakelaar mogelijk mag zijn. Optie 0 Uit. De gebruiker moet geactiveerde zones handmatig herstellen. Optie 1 Aan. Geactiveerde zones worden automatisch hersteld bij inschakeling van het systeem met de sleutelschakelaar. 186: Aantal belsignalen home beep (privø telefoon) Met dit commando stelt u in hoe vaak uw privø telefoon over moet gaan voordat de verbinding wordt verbroken (zie commando 103.6). U kunt kiezen uit 1 tot 15 keer. Programmeer twee cijfers (01 ~ 15). De fabrieksinstelling (02) is meestal voldoende; een oproep om de gebruiker te waarschuwen en de tweede om de oproep te bevestigen. Alleen bij model 9851 kan de gebruiker de oproep bevestigen door toets 5 van zijn telefoontoestel in te drukken. Hiermee beºindigt hij de home beep cyclus. Opm.: Met dit commando programmeert u het aantal geslaagde oproepen. Niet meegeteld worden de herhalingen nadat een oproep is mislukt. blz. 106
115 187 t/m 190: Deze commandos worden niet gebruikt 191 t/m 198: Fast Format kanalen 1 t/m 8 Voor het inschakelen van deze functie dient u eerst Fast Format rapportage te kiezen (commando 103.0). Met deze commandos kunt u een van de vele functies aan een kanaal toekennen. Commando 191 geldt voor FF-kanaal 1, commando 192 voor FFkanaal 2 en zo verder tot en met commando 198 voor FF-kanaal 8. Elk commando beschikt over de onderstaande keuzemogelijkheden. 00 Uitgeschakeld 18 Antimask 01 Brand 19 Rookdetector 02 Overval 20 Bevestiging communicatie 03 Inbraak 21 Accu fout 04 In-/uitschakelen 22 Systeemalarm 05 Alarm afbreken 23 Alarm partitie A 06 Technisch alarm 24 Alarm partitie B 07 Alarmbevestiging 25 Alarm partitie C 08 Zender batterij laag* 26 Alarm partitie D 09 Supervisie draadloze zones 30 Impuls bij inschakelen 1 10 RF jamming 31 Impuls bij inschakelen 2 11 Netspanning fout* 32 Impuls bij inschakelen 3 12 Sabotagealarm 33 Impuls bij inschakelen 4 13 Uitschakelen* 34 Impuls bij uitschakelen 1 14 Inschakelen* 35 Impuls bij uitschakelen 2 15 Zone overbrugd* 36 Impuls bij uitschakelen 3 16 Medisch alarm 37 Impuls bij uitschakelen 4 17 Sleutelkast (*) Optie 08. Het controlepaneel zendt melding zender batterij laag wanneer de betreffende detector een alarm- of supervisiesignaal geeft. Activeer deze functie met commando 37 optie 1. Optie 11. Het controlepaneel vertraagt de rapportage van het wegvallen van de netspanning met 15~18 min. Optie 13 en 14 bieden dezelfde functies als optie 4 In-/Uitschakelen, echter via twee aparte kanalen. Optie 15. Het controlepaneel zendt gedurende vijf seconden een signaal als een gebruiker een zone overbrugt. blz. 107
116 199: Toon zoneweerstand Zie hoofdstuk 5 Testen voor meer informatie over dit commando. 200: Dit commando wordt alleen in Scandinaviº gebruikt 201 t/m 204: Inlooptijdschakelaars 1 t/m 4 Een inlooptijdschakelaar bepaalt de periode vanaf het moment dat een gebruiker het pand binnenkomt totdat het alarm afgaat. Er zijn vier onafhankelijke inlooptijdschakelaars zodat u verschillende perioden kunt programmeren voor verschillende ingangen overeekomstig de benodigde tijd die elke inlooproute vergt. Opm.: Deze tijdschakelaars vervangen de tijdschakelaars van vroegere controlepanelen en bieden een meer flexibele programmering. Elke tijdschakelaar kan aan zones van het type laatste deur (LD) en inlooproute (IR) worden toegewezen (zie commandos 01 t/m 40 op blz. 59). Programmeer optie 7 op een getal tussen een en vier voor de gewenste inlooptijdschakelaar. Met het openen van de zone start de gekozen inlooptijdschakelaar. Optie 1 10 seconden Optie 2 20 seconden Optie 3 30 seconden Optie 4 45 seconden Optie 5 60 seconden Optie seconden Opm.: Fabrieksmatig is inlooptijdschakelaar 1 geprogrammeerd voor alle relevante zones. Zo programmeert u verschillende inlooptijdschakelaars voor de diverse ingangen. Voorbeeld U hebt een systeem ge nstalleerd in een gebouw waar men via de voordeur kan binnenkomen en door een interne deur vanuit de garage. Als de gebruiker de voordeur opent duurt het slechts 20 seconden vanaf het openen van de voordeur tot het invoeren van de toegangscode op het codebediendeel. blz. 108
117 Daarentegen, als de gebruiker de garage binnenrijdt en daarbij gebruik maakt van zijn afstandsbediening om de garagedeur te openen (waardoor de inlooptijdschakelaar in werking wordt gezet), duurt het zon 120 seconden om de auto te parkeren, uit te stappen, de auto af te sluiten, de interne deur te openenen naar het codebediendeel te lopen en zijn toegangscode in te voeren. Afgezien van eventuele niveaus of partities kunt u een inlooptijdschakelaar programmeren op 20 seconden en deze toewijzen aan de voordeur en een tweede schakelaar instellen op 120 seconden en deze toewijzen aan de garagedeur. Dit programmeert u als volgt: 1. Programmeer inlooptijdschakelaar 1 op 20 seconden: Commando Programmeer inlooptijdschakelaar 2 op 120 seconden: Commando Programmeer de laatste deur functie voor de zone van de voordeur en selecteer inlooptijdschakelaar 1. Bijvoorbeeld: zone 10 functie 05 (LD) attribuut 7 = 1 (inlooptijdschakelaar 1). 4. Programmeer de laatste deur functie voor de zone van de garagedeur en selecteer inlooptijdschakelaar 2. Bijvoorbeeld: zone 11 functie 05 (LD) attribuut 7 = 2 (inlooptijdschakelaar 2) Hetzelfde principe gaat op voor elke andere situatie waar meerdere ingangen en/of verschillende inlooproutes mogelijk zijn. Met het beheer van vier onafhankelijke inlooptijdschakelaars kunt u de vier belangrijkste ingangen programmeren, afgezien van de wijze waarop u eventuele partities of niveaus hebt ingedeeld. Zo programmeert u inlooptijdschakelaars voor in- en uitloopzones Voorbeeld U hebt een systeem ge nstalleerd waarin een laatste deur wordt gebruikt. In dit geval is het gebruikelijk dat de inlooptijdschakelaar zal starten op het moment dat de gebruiker de laatste deur opent. Het lijkt onnodig om nog een inlooptijdschakelaar te programmeren voor een inloopzone, echter er zijn twee situaties waarin een aparte inlooptijdschakelaar nuttig kan zijn. 1. In een huis waar het codebediendeel vlak bij de deur is geplaatst is kan de inlooptijd voor een gebruiker die via de voordeur binnenkomt en het systeem uitschakelt kort zijn, bijvoorbeeld 20 seconden. Echter, als de trap van de slaapverdieping in de woonkomer uitkomt (dus niet in de hal) en u plaatst daar een detector voor de inlooproute, dan heeft de gebruiker s morgens, komend vanaf de trap meer tijd nodig om het systeem uit te schakelen. Hier kunt u een inlooptijdschakelaar met een langere inloopperiode programmeren. blz. 109
118 2. Als een laatste deur een foutmelding veroorzaakt en door het systeem (tijdelijk) wordt overbrugd, dan behandelt het systeem inloopzones als laatste deur zones en hebben daarom een inlooptijdschakelaar nodig. blz. 110
119 Zo programmeert u een 4-voudig systeem Opm.: Onderstaande informatie geldt alleen voor model 9851 Introductie Bij het programmeren van een controlepaneel zijn er twee manieren om het systeem om te schakelen van een enkelvoudig naar een 4-voudig systeem en terug: a) Tijdens de eerste opstart; b) Met behulp van commando 98. Voor het initiºren van een 4-voudig systeem tijdens de eerste opstart verwijzen wij naar de laatste bladzijden van hoofdstuk 3. Voor het omzetten van een enkelvoudig systeem naar een 4-voudig systeem handelt u als volgt: 1. Ga naar de programmeerstand als dat nog niet het geval is. 2. Toets 98 op het codebediendeel. Het display toont: 3. Toets 1 op het codebediendeel. Het display toont: (bijv.) 4. Of: Toets 0 voor een enkelvoudig systeem Of: Toets 1 voor een 4-voudig systeem Het display toont: (bijv.) 5. Toets. Het codebediendeel geeft een dubbele bevestigingstoon en het systeem laadt de fabrieksmatige instellingen. Alle eerder geprogrammeerde waarden worden gewist. Opm.: Het logboek is beveiligd en kan niet door de installateur worden gewist. blz. 111
120 Het programmeren van een 4-voudig systeem Nadat u het enkelvoudige systeem hebt omgezet in een 4-voudig systeem kunt u met behulp van de onderstaande commandos elke partitie afzonderlijk programmeren. 1. Met commando 01 t/m 16 en 17 t/m 40 wijst u zones toe aan een partitie. Fabrieksmatig is elke zone toegewezen aan partitie A. Gebruik A om zones toe te wijzen aan partitie A. Gebruik B om zones toe te wijzen aan partitie B. Gebruik C om zones toe te wijzen aan partitie C. Gebruik D om zones toe te wijzen aan partitie D. 2. Met commando 32 wijst u codebediendelen toe aan een partitie. Fabrieksmatig zijn alle codebediendelen toegewezen aan alle partities. 3. U programmeert de uitloopprocedure, alarmreactie, in- en uitlooptijd per partitie met de volgende commandos: Partitie A B C D Uitloopstand Alarmreactie Inlooptijd Uitlooptijd Met commando 81 t/m 84 bepaalt u de sireneuitgangen per partitie. Optie 18 = uitgang partitie A Optie 19 = uitgang partitie B Optie 20 = uitgang partitie C Optie 21 = uitgang partitie D 5. Bespreek met de hoofdgebruiker hoe de gebruikerscode per partitie geprogrammeerd en gebruikt moeten worden. blz. 112
121 Verschillen in commandos voor 4-voudige systemen Door controlepaneel 9851 voor 4-voudig systeem te gebruiken biedt een aantal commandos aanvullende mogelijkheden, terwijl andere commandos juist niet gebruikt kunnen worden. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillen in commandos. Commando 4-voudig enkelvoudig 01 ~ 40 Zoneprogrammering A t/m D = partities A t/m D deelschakelingen 28 Display toont status Partitie ingeschakeld Niveau ingeschakeld 32 Codebediendelen + Koppel codebdiendeel aan Niet beschikbaar partites partitie 39 Uitloopstand A Opties 3 en 4 beschikbaar Opt. 3 = slotschakelaar Opt. 4 = niet beschikbaar 47 Alarmreactie A Beschikbaar Niet beschikbaar 60 Werking laatste deur B Niet beschikbaar Beschikbaar 61 Inlooproute B Niet beschikbaar Beschikbaar 62 Uitloopstand B Afwijkende opties 63 Alarmreactie B Afwijkende opties 70 Werking laatste deur C Niet beschikbaar Beschikbaar 71 Inlooproute C Niet beschikbaar Beschikbaar 72 Uitloopstand C Afwijkende opties 73 Alarmreactie C Afwijkende opties 76 Uitloopstand D Afwijkende opties 77 Alarmreactie D Afwijkende opties 81~ 84 Uitgangen 18 ~ 21 = Partitie sirene Niet beschikbaar 22 ~ 25 = Partitie flitser Niet beschikbaar blz. 113
122 Samenstellen van een algemene groep U kunt een algemene groep samenstellen die uit twee of meer partities bestaat. Het systeem schakelt deze groep in als de betreffende partities zijn ingeschakeld. Bij binnenkomst schakelt de gebruiker zijn partitie uit en daardoor gelijktijdig het gebied van de algemene groep. De andere partitie(s) blijven gewoon ingeschakeld. Het onderstaande schema geeft een voorbeeld van het toepassen van een algemene groep. Voorbeeld 1: Vier kantoren en een ontvangstruimte Kantoor C Partitie C Kantoor D Partitie D CBD Z5 CBD CBD Z4 Z3 Ontvangstruimte Algemene groep Z1 Z2 CBD Kantoor B Partitie B Kantoor A Partitie A Afbeelding 37. Vier kantoren en een gemeenschappelijke entree. Vier kantoren in een gebouw met een gemeenschappelijke entree/ontvangstruimte. De eigenaar van het pand wil de ontvangstruimte beveiligd hebben als het gebouw leeg, maar kan er niet op rekenen dat de laatste persoon die het pand verlaat er altijd aan zal denken de beveiliging van de ontvangstruimte in te schakelen. De installateur plaatst een codebediendeel in elk kantoor en deurcontacten op de deur van entree naar kantoor (zones 2 t/m 5). De installateur plaatst ook een deurcontact op de voordeur van het pand (zone 1). Bij het programmeren krijgt elk codebediendeel met kantoordeur een partitie toegewezen (A t/m D). Elke kantoordeur wordt ingesteld als laatste deur. De installateur maakt van zone 1 een laatste deur en wijst hem toe aan alle partities. blz. 114
123 Aan het eind van een werkdag Gebruiker A gaat naar huis en schakelt partitie A (zijn kantoor) in. Het systeem schakelt partitie A in nadat de deur van zone 2 is gesloten. Enige tijd later vertrekken gebruiker B en C en schakelen hun partitie in. Deze partities worden ingeschakeld op het moment dat zij hun kantoordeur achter zich sluiten. Tot slot vertrekt gebruiker D, schakelt partitie D in en sluit zijn kantoordeur waardoor partitie D definitief is ingeschakeld. Echter, het uitloopsignaal blijft klinken want de deur van zone 1 is nog niet open en dicht gegaan. Zodra nu gebruiker D het pand door de voordeur verlaat wordt ook de algemene groep ingeschakeld en is de ontvangstruimte beveiligd. Aan het begin van een werkdag De gebruikers komen op verschillende tijdstippen binnen. Vandaag is gebruiker B de eerste. Hij opent de voordeur, opent zijn kantoordeur en schakelt partitie B uit. Het inloopsignaal stopt en schakelt partitie B en de algemene groep uit. Partitie A, C en D blijven beveiligd. Even later komt gebruiker C door de voordeur naar binnen. Het systeem reageert niet, want de algemen groep met zone 1 is al uitgeschakeld. Zodra gebruiker C zijn kantoordeur opent klinkt voor zijn partitie het inloopsignaal. Hij schakelt zijn partitie uit en partitie A en D blijven beveiligd. Gebruikers A en D handelen als gebruiker C, of komen vandaag niet op kantoor. In ieder geval, de laatste gebruiker die het pand verlaat (= de laatste partitie) schakelt automatisch de algemene groep in. Uitloopmethodes In voorbeeld 1 is een laatste deur gebruikt om het systeem in te schakelen. U kunt ook zone 2, 3, 4 en 5 als vertraagde uitloopzones programmeren met zone 1 als een normale alarmzone. In dat geval schakelt het systeem in na de uitlooptijd van de laatste gebruiker. Die uitlooptijd dient lang genoeg te zijn om: het kantoor te verlaten, de kantoordeur te sluiten, door de ontvangstruimte naar de voordeur te lopen en deze te openen en te sluiten. Het gebruik van uitloopknoppen is bij het toepassen van een algemene groep niet aan te bevelen. Een gebruiker zou op de knop kunnen drukken terwijl een andere gebruiker op dat moment juist door de ruimte loopt. Als u elke gebruiker een eigen knop zou geven loopt u het risico dat een gebruiker de verkeerde knop indrukt. Situaties om te vermijden Als u laatste deur zones gebuikt voor het inschakelen van het systeem mag geen van de gebruikers een aparte in-/uitgang naar de buitenwereld hebben. Zie als voorbeeld afb. 38, een gebouw met een gemeenschappelijke entree en twee kantoorruimtes waarvan een een aparte (nood)uitgang. blz. 115
124 Kantoor A Partitie A Kantoor B Partitie B Z4 CBD Z2 Z3 CBD Ontvangstruimte Algemene groep Afbeelding 38. Voorkom aparte in-/uitgangen. Partitie A heeft een aparte uitgang die beveiligd wordt door een laatste deurzone (zone 4). Partitie B is ingeschakeld. Gebruiker A schakelt zijn partitie in en gaat weg via de (nood)uitgang. Het systeem verwacht het afsluiten van zone 1 zodat partitie A en de algemene groep kunnen worden ingeschakeld. Omdat zone 1 niet reageert worden zowel partitie A als de algemene groep niet definitief ingeschakeld en blijft het gehele pand, behalve partitie B, onbeveiligd achter. Zorg bij laatste deurzones er voor dat de uitlooproute door een toenemend aantal partities wordt gebruikt. Afb. 39 toont een extreem voorbeeld. Z1 CBD CBD CBD CBD Partitie A Partitie B Partitie C Partitie D Algemene groep Algemene groep Algemene groep Afbeelding 39. Creºer gemeenschappelijke uitlooproutes. Voorbeeld 2: Twee gemeenschappelijke ruimtes De mogelijkheden van 9851 zijn niet beperkt tot een gemeenschappelijke ruimte. Afb. 40. toont u een voorbeeld van 3 partities met twee gemeenschappelijke ruimtes. blz. 116
125 Algemene groep 2 CBD CBD Partitie A Partitie B Partitie C CBD Algemene groep 1 Afbeelding 40. Twee gemeenschappelijke ruimtes. Gemeenschappelijke ruimte 1 is ingeschakeld als partitie A en B zijn ingeschakeld, ruimte 2 als partitie B en C zijn ingeschakeld. Voorbeeld 3: De schoonmaakploeg In dit voorbeeld hebben 3 kantoren een gemeenschappelijke ruimte, maar die ruimte moet aan het eind van de dag, als het kantoorpersoneel weg is, worden schoongemaakt. Hiervoor heeft de installateur partitie D gebruikt voor het beveiligen van de gemeenschappelijke ruimte. Kantoor A Partitie A Kantoor B Partitie B Kantoor B Partitie B CBD CBD CBD Z2 Z3 Z1 CBD Ontvangstruimte Partitie D Algemene groep Afbeelding 41. Toegang tot gemeenschappelijke ruimte. De installateur plaatst in elk kantoor een codebediendeel en een in de gemeenschappelijke ruimte. Bij het programmeren krijgt elke partitie een eigen codebediendeel toegewezen waarbij partitie D voor de gemeenschappelijke ruimte wordt egbruikt. Zone 1 wordt toegewezen aan alle partities zodat dit een algemene groep wordt. Daarna geeft de installateur de schoonmaakploeg een eigen toegangscode voor partitie D. In het dagelijks gebruik blijft partitie D overdag ingeschakeld. Partitie A, B en C zijn uitgeschakeld zodat de algemen groep ook uitgeschakeld is. Als de gebruikers A, B en C het pand verlaten en hun partitie inschakelen is ook de algemene groep weer ingeschakeld. blz. 117
126 De schoonmaakploeg opent zone 1 en de inlooptijd gaat in. Partitie D wordt uitgeschakeld waardoor de algemene groep wordt uitgeschakeld, terwijl partitie A, B en C ingeschakeld blijven. Na afloop van de werkzaamheden wordt partitie D weer ingeschakeld waardoor de algemene groep ook wordt ingeschakeld en zo het totale pand weer beveiligd is. Als u geen algemene groep gebruikt, maar eenvoudigweg de gemeenschappelijke ruimte als partitie D programmeert ontbreekt de zekerheid dat de laatste gebruiker behalve zijn eigen partitie ook partitie D zal inschakelen. Opm.: U kunt in voorbeeld 3 geen aparte telefoonkiezer gebruiker. Partitie D is ingeschakeld terwijl de partities A, B en C zijn uitgeschakeld en partitie D is uitgeschakeld terwijl de partities A, B en C zijn ingeschakeld. Daarom zal een extra telefoonkiezer altijd een gesloten systeem melden. blz. 118
127 5. TESTEN Het logboek Het controlepaneel bewaart een overzicht van de laatste 250 gebeurtenissen. Elke gebeurtenis wordt in een code weergegeven (zie volgende bladzijde). 90: Het logboek uitlezen Voor het inzien van het logboek zet u eerst het systeem in de programmeerstand, daarna: 1. Toets 90. Het display toont de meest recente gebeurtenis uit het logboek. Zie de tabel op de volgende bladzijde voor een overzicht van de log-codes. 2. Toets 1 om oudere gebeurtenissen te bekijken en 3 voor nieuwere. 3. Toets 4 om naar de eerste/oudste gebeurtenis te gaan; toets 6 om naar de laatste/jongste gebeurtenis te gaan. 4. Toets om te wisselen van de inhoud van de melding naar het tijdstip ervan. 5. Toets om uit het logboek te gaan. De onderstaande tabel toont het merendeel van de aanduidingen die in het logboek (en op het display) kunnen voorkomen. De linker kolom toont de tekst die in het logboek en op het display verschijnt. De rechter kolom geeft de betekenis van die tekst weer. Bedenk dat alle gebeurtenissen in het logboek in tijdsvolgorde worden weergegeven. Opm.: Noch de installateur, noch de gebruiker kan het logboek wissen. In het logboek worden de toegangscodes als volgt weergegeven: G00 Installateur G20 Afstandsbediening G01 Gebruikerscode 1 G21 Sleutelschakelaar G22 Herstel op afstand G16 Gebruikerscode 16 G23 <Downloader> G17 Dwangcode G24 Virtueel codebediendeel G19 Reserve Afdrukken van het logboek Opm.: Afdrukken van het logboek kan alleen met model Voor het afdrukken van gebeurtenissen dient u het systeem in de programmeerstand te zetten. 1. Toets Toets 8 voor het configureren van de printer. blz. 119
128 5. Testen 3. Toets 7 om de printer aan/uit te zetten. Het codebediendeel geeft een gong-toon als de printer wordt aangezet en twee biepjes als de printer wordt uitgezet. 4. Toets 0 voor een complete uitdraai van het logboek. 5. Toets om het afdrukken te stoppen /12/01 18:42:30 Sab. Sirene <EINDE> Afbeelding 42. Voorbeeld afdruk uit logboek. Display en logboek aanduidingen Tekst display Tekst uitdraai (= 9851) Betekenis 220 Fout AC Lost Geen systeemvoeding 220 Hrst AC Restore Systeemvoeding hersteld Alarm Afbr. USER Alarm Abort Alarmmelding afgebroken Anti-mask Al Znn Anti Mask Alarm ZONE Anti-masking alarm in zone nn Anti-mask Rs Znn Anti Mask Restore ZONE Anti-masking alarm in zone nn hersteld Anti-mask Tp Znn Anti Mask Tamp. ZONE Sabotagealarm in antimasking zone nn AUX DC Fout AUX Trouble DC-voeding uitgevallen AUX DC Fail AUX Restore DXC-voeding hersteld Hers Bad Checksum EEPROM Failure EEPROM fout Accu Test Fout Batt Load Test Fail Negatief resultaat van accutest Accu vermist Battery Missing Accu niet aangesloten Inbr Znn Alarm Burg: ZONE Inbraakalarm in zone nn Inbr Znn Hrst Burg Restore ZONE Melding inbraakalarm in zone nn hersteld Codes Hersteld Passwords Loaded Fabrieksmatige toegangscodes geladen Standrd geladen Defaults Loaded Alle fabrieksmatige instellingen geladen EEPROM Fout EEPROM Bad Data Slechte informatie van EEPROM blz. 120
129 5. Testen Uitbr.nn vermist Expander missing Geen verbinding met uitbreiding nn Herstel Uitbr.nn Expander Restored Verbinding met uitbreiding nn hersteld Sab.nn Uitbreid Exp. Tamper Sabotagealarm van uitbreiding nn Herstnn Uitbreid Exp. Tamper Restore Sabotagealarm van uitbreiding nn hersteld Brand Znn Fire ZONE Brandalarm in zone nn Alarm Brand Znn Rstr Fire Restore ZONE Brandalarm in zone nn hersteld Cnn Toets Alarm Tamper Usercode KEYPAD Fout in toegangscode op codebediendeel nn Cnn Vermist K/P Missing KEYPAD Geen verbinding met codebediendeel nn Cnn Herstel K/P Miss Restore KEYPAD Verbinding met codebediendeel nn hersteld Cnn Sab. Tamper K/P KEYPAD Sabotagealarm van codebediendeel nn Sab. Cnn Herst Tamper K/P Restore KEYPAD Sabotagealarm van codebediendeel nn hersteld Br Knn Alarm K/P Fire KEYPAD Brandalarm van codebediendeel nn Md Knn Alarm K/P Medi KEYPAD Zorgalarm van codebediendeel nn Key Sw Set Znn Key Switch Set LEVEL Inschakeling via sleutelschakelaar in zone nn Key Sw Unset Znn Key Switch Unset LEVEL Uitschakeling via sleutelschakelaar in zone nn Sleutelkast gesloten in zone nn Sleutelkast geopend in zone nn Key Box Cls Keybox Close ZONE Znn Key Box Opn Keybox Open ZONE Znn Kast tamper Lid Tamper Sabotagealarm van controlepaneel Lid Tamp Lid Tamper Restore Sabotagealarm van Restore controlepaneel hersteld blz. 121
130 5. Testen L. Accu znn Tx Lo Batt ZONE De batterij van zone nn is onvoldoende L. Accu Znn Hrst Tx Lo Batt Restore ZONE De batterij van zone nn is hersteld Lage Accu Low Battery De spanning van de noodstroomaccu is onvoldoende Lage Accu Hrst Low Battery Restore De spanning van de noodstroomaccu is hersteld Testmeld. Man Trig Test Handmatige test Ov Cnn Alarm K/P PA KEYPAD Overvalalarm via codebediendeel nn Ov Znn Alarm Panic Alarm ZONE Overvalalarm in zone nn Ov Znn Hrst Panic Restore ZONE Overvalalarm in zone nn hersteld RF Jamming Jamming Start Verstoring van de draadloze verbinding RF Jamming Hrst Jamming End Verstoring van de draadloze verbinding is verholpen RF Sup Fout Znn Supervision Fail ZONE Fout in de controle op de draadloze verbinding RF Sup Hrst Znn Supervision Restore ZONE Fout in de controle op de draadloze verbinding is hersteld Aan Fout Znn USER Exit Timeout ZONE Fout bij inschakelen van zone nn Smk Det Alm Znn Smoke Det. Alarm ZONE Alarmmelding van rookdetector in zone nn Smk Det Res Znn Smoke Det. Restore ZONE Alarmmelding van rookdetector in zone nn is hersteld Sab. Sirene Bell Tamper Melding van sabotagesirene Herst. Sab. Sir. Bell amper Restore Sabotagesirene hersteld Opnieuw aan Rearmed Systeem opnieuw ingeschakeld Opstart Syst. Startup Systeem opgestart Sab. Systeem System Tamp Melding systeemsabotage blz. 122
131 5. Testen Herstel Sab Sys System Tamp Restore Melding systeemsabotage hersteld Sab. Znn Tamper ZONE Sabotagemelding in zone nn Sab. Znn Hrst Tamp Restore ZONE Sabotagemelding in zone nn hersteld Tech Znn Alarm TA ZONE Alarmmelding in technische zone nn Tech Znn Hrst TA Restore ZONE Alarmmelding in technische zone nn hersteld Tel Lijn Fout Tel Line Fault Fout in telefoonverbinding Tel Lijn Hrst Tel Line Restore Fout in telefoonverbinding hersteld Rem. lage Batt. Telecomm Low Battery Batterij van afstandsbediening is onvoldoende Afstbed. OV Telecmd Panic Melding overvalalarm via afstandsbediening Testmeld. Periodic Test Periodieke test G-- Wijzig Gnn USER Changed USER Gebruiker -- wijzigt gegevens van gebruiker nn G-- Verw. Gnn USER Deleted USER Gebruiker -- verwijdert gebruiker nn uit het systeem G-- Aanwezig USER Prog. Mode Gebruiker -- schakelt de programmeerstand in G-- Uit prog USER Prog. Mode End Gebruiker -- verlaat de programmeerstand Bypass Supr. Znn USER Sup. Bypass ZONE Gebruiker -- controleert zone nn G-- Systeem Hrst USER Reset Gebruiker -- herstelt het systeem G-- Systeem Aan USER Armed LEVEL Gebruiker -- schakelt het (deel) systeem in G-- Systeem Uit USER Disarm LEVEL Gebruiker -- schakelt het (deel) systeem uit G-- Tijd/Datum USER Reset Time/Date Gebruiker -- wijzigt systeemtijd en datum G-- Znn Ovbr USER Omitted ZONE Gebruiker -- overbrugt zone nn blz. 123
132 5. Testen G-- Znn N-ovbr Zone Unomit ZONE Gebruiker -- schakelt de overbrugging van zone nn uit * Alle afgedrukte gebeurtenissen beginnen met vermelding van tijd en datum. 91 t/m 96: Het testen van uitgangen U kunt delen van het systeem testen door commandos via het codebediendeel in te toetsen. Voordat u gaat testen kijkt u eerst of het systeem wel in de programmeerstand staat. Toets daarna een van de onderstaande commando s gevolgd door om de test te beºindigen. 91 Test uitgang 1 (meestal de externe sirene). 92 Test uitgang 2 (meestal de flitser). 93 Test uitgang Test de uitgang van de interne sirene. 95 Test de zoemer van het codebediendeel. 96 Test uitgang 4 (alleen 9851). 97: Looptest Met dit commando kan de installateur alle op het systeem aangesloten apparaten testen. 1. Ga naar de programmeerstand 2. Toets 97. Het display toont: 3. Open en sluit om de beurt elk alarm- en sabotagecontact. Elke keer dat u een detectorcontact opent en sluit genereert het systeem een toon. Het display toont nn is het zonenummer van elke detector die u hebt getest (het display toont de opeenvolgende zonenummers gedurende een seconde). Als u tevens de sabotagemelding van elke zone test staat er op het display een T achter elk zonenummer. 4. Toets om de looptest te stoppen. Bedenk dat u met de installateurslooptest alle zones, dus ook zones voor overval en sabotageschakelaars van zones, controlepaneel en sirenes kunt testen. Met de gebruikerslooptest kunnen geen overval, brand, 24-uur, technische zones of sabotageschakelaars worden getest. blz. 124
133 5. Testen 199: Circuit weerstand op display Met dit commando kunt u stuk voor stuk de weerstand van de zonecircuits die op het controlepaneel zijn aangesloten op het display bekijken. Met 1 gaat u een stap terug en met 3 gaat u een stap vooruit in de lijst van de zones. Op het display ziet u de weerstand in Ohms of O/C voor een open circuit. Opm.: Dit commando heeft alleen betrekking op zones die rechtstreeks op het controlepaneel zijn aangesloten. Dit commando geldt dus niet voor zones die op uitbreidingen zijn aangesloten. blz. 125
134 Declaration of Conformance Cooper Security Ltd issues this certificate to certify that the equipment known as: 9751/9752/9851 Complies with the following directive: 1995/5/EC R&TTE Directive Signed Stewart Taylor, Technical Director Date: 4 September 2002 Cooper Security Ltd. Terheydenseweg 465 NL 4825 BK Breda Nederland Telefoon Fax [email protected]
HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER HYBRIDE CONTROLEPANELEN
HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER HYBRIDE CONTROLEPANELEN Scantronic Inhoud 1. Inleiding... 3 Het beveiligingssysteem... 3 De codebediendelen... 3 Afstandsbediening 725r... 6 Over deze handleiding... 6 2.
i-sd02 Spraakkiezer Installatie- en programmeerhandleiding
i-sd02 Spraakkiezer Installatie- en programmeerhandleiding Introductie De module i-sd02 is ontworpen voor montage in het centrale controlepaneel i-on40. Via de i-sd02 kan het centrale controlepaneel alarmcondities
Homelink-Prolink. Beveiligingssysteem Gebruikershandleiding. Blz. 1
Homelink-Prolink Beveiligingssysteem Gebruikershandleiding Blz. 1 Blz. 2 Inhoud Bediening en display...3 Functietoetsen:...4 Speciale symbolen op het display...5 Inschakelen...6 Volledig inschakelen (met
HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER MK 2 HYBRIDE CONTROLEPANEEL
HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER MK 2 HYBRIDE CONTROLEPANEEL Contents 1. Introductie... 3 Het systeem... 3 De codebediendelen... 3 Afstandsbediening 725r... 6 Over deze handleiding... 6 2. Dagelijkse routine...
INSTALLATIE INSTRUCTIES Alleen geschikt als permanente installatie, onderdelen genoemd in de handleiding kunnen niet buiten gemonteerd worden.
NETVOEDINGEN AC-1200 1200.190813 1201EL, 1202EL, 1203EXL, 1205EXL ALGEMENE INFORMATIE Deze netvoedingen zijn alleen bedoeld voor installatie door gekwalificeerde installateurs. Er zijn geen door de gebruiker
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Alarmcentrale type: Scantronic 9752 Geachte klant, Met de ontvangst van deze Gebruikershandleiding en het Logboek bevestigen wij de oplevering en goede werking van het door ons geleverde
Inhoud. 496xxx Issue b 1
Inhoud 1. INTRODUCTIE... 2 Bedieningsfuncties en indicaties... 2 Systeem functies... 3 Detectoren... 3 Geheel inschakelen... 3 Uitlooptijd... 4 Gedeeltelijke inschakeling... 4 Binnenkomen en het systeem
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht met sirene. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88
Verkorte Gebruiker Handleiding
Verkorte Gebruiker Handleiding Inhoud Algemeen... 3 Het keypad... 3 Functietoetsen... 4 Cijfertoetsen... 4 Navigatietoetsen... 4 LCD scherm... 4 Signalisatie LED s... 6 Noodtoetsen... 6 De verschillende
installatiehandleiding Alarmlicht
installatiehandleiding Alarmlicht INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88 E-mail WoonVeilig [email protected]
Voor uw veiligheid Opmerking Voorzichtig WAARSCHUWING Opmerking: Voorzichtig: WAARSCHUWING:
Cooper Security Ltd. 2012. Onder geen enkele voorwaarde kan Cooper aansprakelijk worden gesteld voor enige specifieke, aanzienlijke, of indirecte schade of verlies, incidentele schades, wettelijke schades,
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding 9851 ELVA Security Puurs Inhoud 1. Introductie... 3 Het systeem... 3 De codebediendelen... 4 Afstandsbediening 725r... 5 Over deze handleiding... 6 2. Dagelijks gebruik... 7 Hoe weet
EXP-PSU. De slimme voeding Installatiehandleiding
De slimme voeding Installatiehandleiding Cooper Security Ltd. 2011. Alles is in het werk gesteld om er voor te zorgen dat de inhoud van deze handleiding correct is. Echter, noch de samenstellers, noch
COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN
COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen in een opslagsysteem of doorgegeven in welke vorm of op welke manier ook - elektronisch,
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het Egardia alarmlicht met sirene. Website Egardia www.egardia.com Klantenservice
ELVA Security 03 886 66 56 www.elva.be
Gebruikershandleiding INIM Smartline brandmeldcentrale. 1. Front brandmeldcentrale 1 2. Bediening: A Sleutel Niveau 1 Niveau 2 Toetsen B C 4 scroll toetsen Stop sirene D Reset E F Evacuatie Onderzoek deze
Beveiligingssysteem. Beknopte. Gebruikershandleiding
Beveiligingssysteem Beknopte Gebruikershandleiding Inhoudsopgave Na een alarmmelding...3 Zo stopt u de sirene...3 Voordat u het systeem weer kunt inschakelen...3 Als u dit op het display ziet...3 Zo schakelt
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding 9800 ELVA Security Puurs 9800+ Handleiding voor de gebruiker Uitgave: September 1998 Scantronic Inhoudsopgave 1. Introductie 3 2. Allerdaags gebruik 4 Hoe weet ik of het systeem werkt?
TS 400. Inbraak Alarmcentrale
Toets Functie actie LED Aan Uit 1 zone1=doorloop zone1= alarm Zones Druk op 1-5 om 2 zone2=doorloop zone2= alarm 1 programmeren de LED s aan of 3 zone3= sleutelsch. zone3= alarm uit te zetten. Druk 4 zone4=
GfS Day Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Montage handleiding en functies...p. 3. Instellingen van magneet contacten...p. 4
Art.-Nr.: Art.-Nr.: Montage handleiding Inhoud Algemene omschrijving...p. Montage handleiding en functies...p. Instellingen van magneet contacten...p. Aansluiting met draadloos magneet contact...p. Aansluiting
Versie: juni installatiehandleiding. Alarmlicht LXA-8A
installatiehandleiding Alarmlicht LXA-8A INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht. Telefoonnummer WoonVeilig 088 383 88 38 E-mail WoonVeilig [email protected]
HANDLEIDING BEDIENINGSPANEEL
HANDLEIDING BEDIENINGSPANEEL Inhoud INSTALLATIE...2 AANMELDEN...3 WACHTWOORDEN MANAGEN...4 ALARM IN- EN UITSCHAKELEN...6 FUNCTIES...8 SPECIFICATIES...9 WACHTWOORD RESETTEN...9 1 INSTALLATIE Meegeleverd:
Voor uw veiligheid Opmerking Voorzichtig WAARSCHUWING Opmerking: Voorzichtig: WAARSCHUWING:
Cooper Security Ltd. 0. Onder geen enkele voorwaarde kan Cooper aansprakelijk worden gesteld voor enige specifieke, aanzienlijke, of indirecte schade of verlies, incidentele schades, wettelijke schades,
Beveiligingssysteem. Beheerdershandleiding
Beveiligingssysteem Beheerdershandleiding Cooper Security Ltd. 2009. Alles is in het werk gesteld om er voor te zorgen dat de inhoud van deze handleiding correct is. Echter, noch de samenstellers, noch
De NX10-Green-Alarm Kit beveiligt uw hele huis!
De NX10-Green-Alarm Kit bevat de volgende items: 1 x Beveiligingscentrale voor max. 48 zones 1 x Telefoonkiezer voor doormelding 1 x Draadloos LCD-bediendeel 2 x Draadloze PIR detectoren 1 x Draadloos
Installatie handleiding Emergency Battery System.
Installatie handleiding Emergency Battery System. 391796 EBS Compact 1000/3 (3 phase) 1 391800.00 Dit is een beknopte installatiehandleiding, voor een complete handleiding zie www.famostar.nl INSTALLATIE
Beveiligingssysteem. Gebruikershandleiding
Beveiligingssysteem Gebruikershandleiding Zo schakelt u het systeem in 1. Ga naar het bedieningspaneel en toets uw toegangscode of, als u een tag hebt, houdt de tag voor het bedieningspaneel. óf - volledig
Galaxy Dimension TOUCHCENTER Handleiding gebruiker
Galaxy Dimension TOUCHCENTER Handleiding gebruiker 1 STARTSCHERM START->Datum/Tijd aanpassen Algemeen Druk op de klok linksonder het scherm om te instellingen van de klok op te roepen. Wijzigingen bevestigen
GALAXY 16 & 16+ GEBRUIKERSHANDLEIDING MK 6. versie 4 oktober
GALAXY 6 & 6+ GEBRUIKERSHANDLEIDING MK 6 versie 4 oktober 00 Galaxy 6/6+ centrale i.c.m. Mk6 bediendeel Gebruikers Handleiding Deze handleiding is een aanvulling op de GalaXy 6/6+ gebruikers handleiding.
GPRS-A. Universele monitoringsmodule. Quick start. De volledige handleiding is verkrijgbaar op Firmware versie 1.00 gprs-a_sii_nl 02/18
GPRS-A Universele monitoringsmodule Quick start De volledige handleiding is verkrijgbaar op www.osec.nl Firmware versie 1.00 gprs-a_sii_nl 02/18 SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND
STAKA. Handleiding elektrische bediening. Dakluiken Flachdachausstiege Roof access hatches Trappes de toit
STAKA Handleiding elektrische bediening Algemeen Deze handleiding geeft u de juiste instructies voor een correcte aansluiting en een goede bediening van de elektrische bedieningsset van Staka. De installatie
Gebruiker Handleiding Premier 412/816/832 INS477
Gebruiker Handleiding Premier 412/816/832 INS477 Premier 412/816/832 Gebruiker Handleiding Bediening van het systeem Dit document behandelt de alledaagse bediening van uw alarm systeem, voor meer uitgebreide
T S 5 1 0 INBRAAK ALARMCENTRALE
T S 5 1 0 INBRAAK ALARMCENTRALE INSTALLATIE & PROGRAMMERING INHOUD SPECIFIKATIE... 2 INLEIDING... 2 TESTEN CENTRALE VOOR INSTALLATIE... 3 INSTALLEREN VAN DE CENTRALE... 3 BEKABELING VAN HET SYSTEEM...
GEBRUIKERSGIDS CP-700 alarmcentrale
GEBRUIKERSGIDS CP-700 alarmcentrale INHOUDSOPGAVE: Pagina Inschakelen van de centrale (AFWEZ)..Pag. 1 Inschakelen van de centrale met de hoofdgebruikers code...pag. 1 Inschakelen van de centrale met de
INSTALLATIE- EN PROGRAMMEER- HANDLEIDING
INSTALLATIE- EN PROGRAMMEER- HANDLEIDING Door recente wijzigingen is het mogelijk dat de omschrijving van de programmafuncties (vanaf blz. 59) incidenteel afwijkt. HYBRIDE CONTROLEPANELEN 49679x 1 2 49679x
Voor uw veiligheid Opmerking Voorzichtig WAARSCHUWING Opmerking: Voorzichtig: WAARSCHUWING:
Cooper Security Ltd. 2011. Alles is in het werk gesteld om er voor te zorgen dat de inhoud van deze handleiding correct is. Echter, noch de samenstellers, noch Cooper Safety B.V. accepteren enige aansprakelijkheid
8136i. Handleiding voor de gebruiker. Uitgave: Oktober 1998. Handleiding voor Nederlandse softwareversie 2.xx en hoger.
8136i Handleiding voor de gebruiker Uitgave: Oktober 1998 Handleiding voor Nederlandse softwareversie 2.xx en hoger. Inhoudsopgave 1. Introductie 1 Het codebediendeel 2 Over deze handleiding 3 2. Alledaags
CS series LED-gebruikersgids
CS-175-275-575 series LED-gebruikersgids 98/482/EC-kennisgeving (Voor producten met CE-certificering) Deze apparatuur voldoet aan beschikking 98/482/EC van de Europese Raad inzake Pan-Europese voorschriften
Binnenontvanger verlichting RTS - opbouw. Installatiehandleiding
Binnenontvanger verlichting RTS - opbouw Installatiehandleiding - 2 - Binnenontvanger verlichting RTS - opbouw Inhoudsopgave Pagina Samenstelling 4 Veiligheid 5 Montage 5 Benodigd gereedschap 5 Aanbevolen
ES-S7B. Buitensirene.
ES-S7B Buitensirene www.etiger.com Inhoud van de verpakking 1 x ES-S7B 1 x 12V adapter 1 x back-upbatterij (ingebouwd) 1 x siliconen frame Schroeven, pluggen en siliconen doppen Documentatie Belangrijke
LCD-gebruikersgids - standaard. Systeem gereed Aan:geef code. Systeem niet gereed Info:tikv - S. Systeem gereed Aan:geef code
LCD-gebruikersgids - standaard Alle zones in rust ysteem gereed Zone(s) open ysteem niet gereed Info:tikv j k 2 Fout of 2 Ok Zone 2 Zone 2 ysteem inschakelen - ysteem gereed of h ysteem aan Alle zones
Ref: HANDLEIDING VAREL RLS. Enkel systeem. VAREL ALARM Tel:
Ref: 16-03-2017 HANDLEIDING VAREL RLS Enkel systeem VAREL ALARM [email protected] Tel: 011231288 Weergave op het display: Symbool Indicatie Omschrijving On Systeem in goede staat: 230V + accu in orde
ADVISOR CD7201 CD95/15001. Manager Handleiding. Software versie: vanaf V6.0 142501999-2
ADVISOR CD721 CD95/151 Manager Handleiding Software versie: vanaf V6. 14251999-2 COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen
Homelink 75. Beveiligingssysteem. Beheerdershandleiding
Homelink 75 Beveiligingssysteem Beheerdershandleiding Inhoud Introductie... 3 Bediening en display...5 Het display...6 Toetsen:...7 Beheer... 8 Het gebruikersmenu openen...8 Gesproken bericht...9 Gesproken
AlphaVision 16. Gebruikershandleiding. Alphatronics b.v.
AlphaVision 16 Gebruikershandleiding Alphatronics b.v. AlphaVision 16 - Gebruikershandleiding 2000 Alphatronics b.v., Nijkerk Uitgave januari 2000 - REV. 0 25-01-2000PV AV16GEBR.QXD INHOUDSOPGAVE Inleiding
Installatie handleiding Emergency Battery System.
Installatie handleiding Emergency Battery System. 391795 EBS Compact 480/3 (3 phase) 1 391799.03 Dit is een beknopte installatiehandleiding, voor een complete handleiding zie www.famostar.nl INSTALLATIE
Tyro Pyxis/Auriga 2, 4, 6 of 8 voudige afstandsbediening Handleiding 868 MHz
Handleiding 868 MHz Pyxis zender en Auriga ontvanger Aantal functies: 2, 4, 6 of 8, ON/OFF Toetsfuncties Pyxis zender activeren: houdt de I knop 2 seconden ingedrukt. Pyxis zender deactiveren: houdt de
CP-508 GEBRUIKERS-HANDLEIDING
CP-508 GEBRUIKERS-HANDLEIDING 1. BEDIENING... blz. 2 1.1 Bedieningspaneel... blz. 2 1.1 a) De LED's 1 t/m 10... blz. 2 1.1 b) De middelste punt... blz. 3 1.1 c) De rechter punt... blz. 3 2. SCHAKELEN VAN
CENTRAAL CONTROLE PANEEL EC 6350 LCD
CENTRAAL CONTROLE PANEEL LCD GEBRUIKERS HANDLEIDING Rev. GEBLCD.INB.EC6350V2.2.DSC.106TVE.V1.1.NL PC5015 versie 2.2 INHOUDS OPGAVE Algemene systeeminformatie... 3 Inschakelen situatie afwezig... 4 Inschakelen
INSTALLATIE- EN PROGRAMMEER- HANDLEIDING CONTROLE- PANEEL
INSTALLATIE- EN PROGRAMMEER- HANDLEIDING CONTROLE- PANEEL Cooper Security Limited. 2002 9851 controlepaneel; Installatie en programmeerhandleiding. Alles is in het werk gesteld om er voor te zorgen dat
Syncro AS. Analoge Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding. Man V1.0NL
Syncro AS Analoge Brandmeldcentrale Gebruikershandleiding Man-1100 030209V1.0NL Index Section Page 1. Inleiding...2 2. Bediening...2 3.1 Bedieningsniveau 1...2 3.2 Bedieningsniveau 2...2 3. Alarmen...2
IH_NL_BRA_SCHEMA_RA.doc. Aansluitschema s
IH_NL_BRA_SCHEMA_RA.doc Aansluitschema s Inhoudsopgave. 1. Aansluitschema LSN detectoren p3 DSMS400 & DSMSF400 voor LSN detectoren p3 Herhaal LED DSMPA op LSN detectoren p3 DSSM210 p4 2. Aansluitschema
CODEKLAVIER PROGRAMMATIE HANDLEIDING
04.05 99005 CODEKLAVIER PROGRAMMATIE HANDLEIDING . Eigenschappen Waterdichtheid IP5 Anti-vandaal behuizing Volledige programmering via het codeklavier 000 gebruikers, magneetsleutel, openingscode 4 tot
Trigion Webportal Gebruiker
Trigion Webportal Gebruiker Met de Finder.exe software (verkrijgbaar via website van Trigion www.trigion.nl/homesecurity ) maakt u verbinding met uw Paneel. U opent de Finder door op het icoontje te dubbelklikken.
Installateurshandleiding
Installateurshandleiding EDS-18P Het EDS-18P codebediendeel is speciaal ontworpen voortoegangscontrole en het op afstand bedienen van een alarmmeldcentrale. 1. Kenmerken Microprocessor gestuurd. Alle gebruikerscodes
ProSYS Plus. Verkorte Gebruikershandleiding. Pagina 1
ProSYS Plus Verkorte Gebruikershandleiding Pagina 1 Gebruikershandleiding ProSYS Plus Bij RISCO Cloud aanmelden (indien ingeschakeld) Als u zich aanmeldt bij RISCO Cloud kunt u toezicht houden op uw ProSYS
HAM841K ALARMCONTROLEPANEEL VOOR COMMERCIËLE EN RESIDENTIËLE TOEPASSINGEN
ALARMCONTROLEPANEEL VOOR COMMERCIËLE EN RESIDENTIËLE TOEPASSINGEN GEBRUIKERSHANDLEIDING GEBRUIKERSHANDLEIDING ALARMCONTROLEPANEEL VOOR COMMERCIËLE EN RESIDENTIËLE TOEPASSINGEN IEIDING De (HA-841K) is een
NetworX NX-408/416/448
NX-408/46/448 Ontvangst module draadloos Installatiehandleiding november 999 NP0097. 5--999 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie,
ADVISOR CD3401. Montage Handleiding. Software versie: vanaf V6.0. Kode: CD II /v6i Datum:
ADVISOR CD3401 Montage Handleiding Software versie: vanaf V6.0 Kode: CD3401 - II /v6i Datum: 1-10-96 142702999-2 COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN
COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen in een opslagsysteem of doorgegeven in welke vorm of op welke manier ook - elektronisch,
DRAADLOZE ONTVANGER PC
DRAADLOZE ONTVANGER INSTALLATIE HANDLEIDING Rev. INS.MOD..V3.12.DSC.106TVE.V1.1.NL versie 3.12 INHOUDSOVERZICHT HOOFDSTUK Bladzijde 1. Inleiding...3 1.1 Inleiding...3 1.2 Specificaties...3 1.4 Batterijen...3
GEBRUIKSAANWIJZING 20274_ HK855 TM ALL RIGHTS RESERVED MARMITEK
PROGUARD800 SERIES HK855 Hardwire 800 LCD Keypad GEBRUIKSAANWIJZING 20274_20080716 HK855 TM ALL RIGHTS RESERVED MARMITEK Het installeren van de HK855 bedrade LCD Keypads De ProGuard800 is geschikt voor
Draadloze 30 groepen beveiligingscentrale
Draadloze 30 groepen beveiligingscentrale NCP nr. IQA01503-CCS Alphatronics b.v. versie 1.1./26 januari 2005 Geleverd door Alphatronics b.v. Watergoorweg 71 3861 MA NIJKERK wwww.alphatronics.nl Nieuw:
NPS-16 Burenalarmeringssysteem
Handleiding voor Alphatronics B.V. de gebruiker NPS-16 Burenalarmeringssysteem Burenalarmeringssysteem Revisie A Uitgave 10-1998 Alphatronics B.V. (MDK) INHOUD INHOUD... Pagina 1 Introductie... Pagina
CODEKLAVIER PROGRAMMATIE HANDLEIDING
4-019 99104 CODEKLAVIER PROGRAMMATIE HANDLEIDING Index 1. Eigenschappen 3. Specificaties 3 3. Installatie - aansluiting 3 4. Bedradingen 4 5. Aansluitschema 4 6. Reset 5 7. Geluid en licht indicatie 5
1/5 BRANDBEVEIL.CENTR.ATENA EASY, GEADRESS, UITBREIDB. BEDIENINGSPANELEN BRANDBEVEILIGING OVERVIEW 41CPE012
1/5 OVERVIEW De geadresseerde brandmeldcentrale ATENA EASY wordt standaard geleverd met één lus en kan worden uitgebreid met een extra tweede lus met behulp van de uitbreidingskaart 41ECL022. Aan elke
Gebruikers handleiding Jablotron 100 serie
Gebruikers handleiding Jablotron 100 serie 1.1 Bediening en informatie van uw beveiligingssysteem Het JABLOTRON 100 systeem kan worden bedient met verschillende soorten bediendelen, die tevens informatie
NL Manual GSM module RC-GBT8448BC V1.1. Handleiding GSM RC-GBT8448BC
Handleiding GSM RC-GBT8448BC 1. Omschrijving: De RC-GBT8448BC is een GSM interface die een niet meer aanwezige standaard PSTN lijn of nieuwe VoIP lijn, middels een Simkaart (niet meegeleverd) omzet naar
ADVISOR CD3401. Manager Handleiding. Software versie: vanaf V6.0 142705999-1
ADVISOR CD341 Manager Handleiding Software versie: vanaf V6. 14275999-1 COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen in een
OPTISCHE-AKOESTISCHE BUITEN SIRENE/FLITSER SP-4002
OPTISCHE-AKOESTISCHE BUITEN SIRENE/FLITSER SP-4002 sp4002_nl 12/09 De SP-4002 sirene voorziet in informatie bij alarm situaties door optische en akoestische signalering (rood is de SP-4002 R, blauw is
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LED Codeklavier
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LED Codeklavier Puurs EL 03 V w 8 A w 8 S w 6 ec.e 6 u lv 6 rit a. 56 y be CS-175-275-575 series LED-gebruikersgids 98/482/EC-kennisgeving (Voor producten met
EV455AM / EV456AM TECHNISCHE GEGEVENS V DC 2 V tt bij 12 V DC 6 ma in rust (EV456AM - 6 ma) 18 ma tijdens alarm (EV456AM - 18 ma) Auto Focus
EV455AM / EV456AM Passief infrarood detector met precisie spiegeloptiek en autofocus. Biedt anti-mask detectie. Bezit 1 gordijnveld van 25 m. Instelbaar detectiebereik en een intelligente "4D" signaalverwerking.
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LCD Codeklavier
Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LCD Codeklavier Puurs EL 03 V w 8 A w 8 S w 6 ec.e 6 u lv 6 rit a. 56 y be CS-175-275-575 series LCD-gebruikersgids 98/482/EC-kennisgeving (Voor producten met
Hieronder volgt een voorbeeld van een detectorlijst, deze lijst moet in digitaal formaat aan STB Security bezorgt worden voor de indienststelling.
1 Inleiding Deze verkorte handleiding beschrijft de meest voorkomende aansluitmogelijkheden van de GMC+ brandcentrale en bevat de nodige aansluitschema s. De indienststelling van een nieuwe centrale dient
Handleiding bedieningspaneel
Handleiding bedieningspaneel Inhoudsopgave. 3 Installatie 4 Aanmelden 5 Toegangscodes beheren of instellen 6 Alarm In- en Uitschakelen 7 Functies 8 Specificaties 8 Pincodes Resetten Installatie. INSTALLATIE
FLEXESS AQUA CODETABLEAU EN PASLEZER TC-CS200 CS VERGRENDELINGEN. t f MODELLEN CS200 SPECIFICATIES
MODELLEN CS200 SPECIFICATIES Voltage 12V AC/DC Stroomafname 35mA Relais uitgang maximaal 1 Amp. schakelen Bel uitgang maximaal 1 Amp. schakelen Leesafstand max. 40 mm Frequentie lezer 13,56MhZ voor Mifare
Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene BXA-8 INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht met sirene. Telefoonnummer WoonVeilig 088 383
Draadloze Installatie Handleiding
Draadloze Installatie Handleiding VOOR INSTALLATEURS Alles wat u moet weten INHOUDSOPGAVE Page A Directe modus... 44 B "Draadloze bus" modus... 46 C Groepsopdracht gebruiken met de "Draadloze bus... 48
Het Keypad (met segmenten)
Het Keypad (met segmenten) Het JABLOTRON 100 systeem kan worden gebruikt met verschillende type keypads waarmee het systeem kan worden bediend, en die informatie geven omtrent de status van het systeem
FP400-serie. Klassieke microprocessorgestuurde brandmeld- en detectiepanelen. Gebruikershandleiding
FP400-serie Klassieke microprocessorgestuurde brandmeld- en detectiepanelen Gebruikershandleiding Versie 2.3 / Juni 2004 Aritech is een merknaam van GE Interlogix. http://www.geindustrial.com/ge-interlogix/emea
GOEDGEKEURDE LUSGEVOEDE ALARMGEVERKAART MET ISOLATIE-EENHEDEN EN BEWAAKTE EVACUATIE-INGANG
Om u vertrouwd te maken met de werking van het systeem, lees deze instructies zorgvuldig. Lusgevoede alarmgeverkaart (BF365SC) met bewaakte evacuatie-ingang en isolatie-eenheden (BF365IM). Productsamenvatting
Wind, Sun & Rain Sensor Instructions
Awning Instructions Wind, Sun & Rain Sensor Instructions B C D Nederlands Wind, Zon & Regen Sensor Instructies Inhoud Garantie Voordat u de sensor aansluit raden wij u aan de instructies zorgvuldig door
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding 9752 ELVA Security Puurs HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER BEKABELD CONTROLEPANEEL Inhoud 1. Introductie... 3 Het systeem... 3 De codebediendelen... 3 Afstandsbediening 725r... 5 Over
Emotron I/O-board 2.0 Optie
Emotron I/O-board 2.0 Optie Voor Emotron VFX/FDU 2.0 AC frequentieregelaar en Emotron TSA softstarter Gebruiksaanwijzing Nederlands Emotron I/O-board 2.0 Optie Voor Emotron VFX/FDU 2.0 AC frequentieregelaar
GfS Day Alarm. Montage handleiding. Art.-Nr.: / Art.-Nr.: Art.-Nr.: Art.-Nr.: Art.-Nr.: Art.-Nr.:
Art.-Nr.: Art.-Nr.: Art.-Nr.: GfS Day Alarm Montage handleiding Art.-Nr.: 00000/0000 Art.-Nr.: 0000 Art.-Nr.: 0000 Jons Joosten Doezastraat HA Leiden Telefoon + (0) Fax + (0) www.nooduitgang.nl Art.-Nr.:
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Advisor CD 2401S1 ARITECH INTERLOGIX UTC Fire & Security GE Security Puurs ADVISOR CS 2401S1 Gebruikershandleiding Software versie: V5-A-GH COPYRIGHT SLC Europe & Africa 1997. All
Afstandsbediening Telis 16 RTS
Afstandsbediening Telis 16 RTS Bedieningshandleiding Telis 16 RTS Pure Art.nr. 1811020 Telis 16 RTS Silver Art.nr. 1811021 Afstandsbediening Telis 16 RTS 16 Kanaals zender met display Telis 16 RTS Pure
HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER VAN DE CP-508LCD CENTRALE
HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER VAN DE CP-508LCD CENTRALE INHOUDSOPGAVE INLEIDING... Blz. 2 BEDIENING... Blz. 3 Inschakelen met behulp van PIN-code met niveau 1... Blz. 4 In- en uitschakelen niveau 2...
ADRESSEERBARE ZONE UITBREIDING int-adr_nl 05/14
INT-ADR ADRESSEERBARE ZONE UITBREIDING int-adr_nl 05/14 De INT-ADR uitbreiding is voor uitbreiding van het alarmsysteem met tot 48 adresseerbare zones en ondersteund de CA-64 ADR-MOD adresseerbare detector
AlphaVision 96. Gebruikershandleiding. Alphatronics B.V.
AlphaVision 96 Gebruikershandleiding Alphatronics B.V. AlphaVision 96 - Gebruikershandleiding 1999 Alphatronics B.V., Nijkerk Uitgave november 1999 Bijgewerkt tot en met versie 3.3 van de centrale INHOUDSOPGAVE
Switch. Handleiding 200.106.110117
Switch Handleiding 200.106.110117 Hartelijk dank voor uw aanschaf van deze uitbreiding van uw Plugwise systeem. Met de Switch kunt u draadloos de elektrische stroom naar de apparaten in uw Plugwise netwerk
Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen.
Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Introductie: Bedankt voor het aanschaffen van deze UHF- PLL 40 kanaals rondleidingsysteem en draadloze
ES-D1A. Draadloze bewegingsdetector. www.etiger.com
ES-D1A Draadloze bewegingsdetector www.etiger.com NL Inhoud van de verpakking 1 x PIR bewegingsdetector 1 x steun 1 x gebruikershandleiding 1. Detectievenster 2. LED-lampje 3. Steun Vóór het eerste gebruik
HET COMPLETE PRODUCTOVERZICHT. Per 01-08-2010. 240V - PSTN 12V - 12Ah - GSM Bewegingsmelder Raam/deurzender
PB5626 PB5627 PB5521 PB5515 Silentron basisset Autonoom basisset Draadloze Draadloze 240V - PSTN 12V - 12Ah - GSM Bewegingsmelder Raam/deurzender Centrale 240V, specs: Centrale op Accu, Geh. draadloos
2014-03-21 GSM500 PROGRAMMATIE HANDLEIDING
2014-03-21 GSM500 PROGRAMMATIE HANDLEIDING 1. Aansluitschema 2. Specificaties Voedingsspanning 7-32 Vdc GSM frequentie GSM 850/900/1800/1900 MHz Werkingstemperatuur -20 C tot + 55 C Gewicht 220 gr Afmetingen
Draadloze signaal overdracht. De communicatie tussen melders en centrale wordt radiografisch geregeld.
GEBRUIKERSHANDLEIDING PRO800p V1.4-NL Pagina: 1 Inleiding Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw Zeus Pro-800p. U bent hiermee in het bezit gekomen van één van de meest geavanceerde als ook eenvoudig
HANDLEIDING: BUITEN BEWEGINGSMELDER
HANDLEIDING: BUITEN BEWEGINGSMELDER Inhoud INTRODUCTIE... 2 INSTALLATIE... 3 INSTELLINGEN... 4 SCHAKELAAR SW1... 5 SCHAKELAAR SW2... 5 JUMPER SCHAKELAAR JP1... 5 TESTEN... 6 LOOPTEST... 6 RADIO LINK TEST...
Met het MKP-300 bediendeel kunt u het MICRA Alarmsysteem bedienen. Deze werkt alleen als de MICRA module in de alarm module mode is ingesteld.
MKP-300 DRAADLOOS BEDIENDEEL MKP300_NL 03/12 Met het MKP-300 bediendeel kunt u het MICRA Alarmsysteem bedienen. Deze werkt alleen als de MICRA module in de alarm module mode is ingesteld. 1. Eigenschappen
AC-239-2 ZONE ALARMCONTROLLER MET DEURBEL HANDLEIDING
AC-239-2 ZONE ALARMCONTROLLER MET DEURBEL HANDLEIDING Handleiding AC-239 1. Beschrijving Uw AC-239 is een economische en veelzijdige alarmcontroller uitgerust met twee beveiligingszones en ingebouwde deurbel.
ADVISOR CD 7201 CD9501/15001
ADVISOR CD 7201 CD9501/15001 Montage Handleiding Software Versie: vanaf V6.0 Kode: CD7201/9501/15001 - II /V6i Datum: 1-10-96 142353999-2 COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze
