Beleidsregel Krediethypotheek 2015
|
|
|
- Lieven Meijer
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Beleidsregel Krediethypotheek 2015 Algemeen Bij de beoordeling of iemand aanspraak kan maken op bijstandsverlening staat steeds de vraag centraal of de belanghebbende in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan. Dit geldt ook voor degene die in het bezit is van een door de eigenaar zelf bewoonde woning. Een eigen woning vertegenwoordigt een bepaald vermogen dat, na aftrek van de eventuele schulden, soms aanzienlijk is. Feitelijk gezien beschikt men dan over middelen die, gelet op het complementaire karakter van de Wet werk en bijstand (WWB) en thans de Participatiewet, in aanmerking moeten worden genomen zodat strikt genomen geen aanleiding is voor de verlening van bijstand. Het gaat echter om middelen waarover de belanghebbende veelal niet kan beschikken om in de kosten van zijn bestaan te voorzien, tenzij deze de woning buiten de bijstand verder bezwaart of te gelde wordt gemaakt. In de praktijk blijkt dit niet realiseerbaar, omdat een potentiële kredietverstrekker naar het inkomen kijkt. Een inkomen op bijstandsniveau is voor de kredietverstrekker te risicovol. Als het vermogen in de woning de vrijlating overschrijdt, dan dient de bijstand in de vorm van een geldlening te worden verstrekt (artikel 50 Participatiewet). Bij het alleen verstrekken van de bijstand in de vorm van een geldlening heeft de gemeente i.c. de Dienst SoZaWe Nw. Fryslân weinig zekerheid dat de verstrekte geldlening wordt terugbetaald. De eigenaar kan, als hij geen bijstand meer ontvangt, de woning verkopen zonder dat de gemeente i.c. de Dienst daar iets van merkt. Het invorderen van de geldlening vergt dan veel inspanning. Omdat het vaak om aanzienlijke bedragen wordt zekerheid gesteld. gaat verdient het daarom aanbeveling om zekerheid te stellen. Bij registergoederen wordt zekerheid gesteld door middel van hypotheek. Dit is mogelijk op grond van artikel 48, 3 e lid van de Participatiewet. Bij niet-registergoederen (woonwagens) is het vestigen van een hypotheek niet mogelijk, en is het vestigen van een (bezitloos) pandrecht de enige manier waarop zekerheid kan worden verkregen. Desondanks zijn deze beleidsregels van toepassing bij niet-registergoederen. De zekerheid middels (bezitloos) pandrecht is echter relatief, omdat een pandrecht wordt geregistreerd bij de Inspectie der Registratie en Successie van de Belastingdienst of bij een notaris. Deze registers zijn echter niet openbaar, en hebben daardoor een beperkte kenbaarheid voor derden. In deze beleidsregels is o.a. vastgelegd wanneer op de geldlening moet worden afgelost en wanneer er welke rente betaald moet worden. Daarnaast zijn in deze beleidsregels een aantal bijzondere situaties opgenomen zoals bijvoorbeeld verkoop of vererving van de bezwaarde woning. 1. Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. de wet: de Participatiewet; b. belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken; c. bijstand: algemene en bijzondere bijstand; op Pagina 1 van 6
2 d. het bestuur: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân; e. woning: een door belanghebbende zelf of zijn gezin bewoonde woning, woonwagen of woonschip met bijbehorend erf. 2. Krediethypotheek Indien bijstand wordt verleend aan een belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf heeft die bijstand met toepassing van artikel 48, 3 e lid en art. 50 van de wet de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek en wordt daartoe mede gerekend de eventuele bijstand genoemd in de kosten genoemd in artikel 3, derde lid van deze beleidsregel. 3. Hoogte geldlening 1. De geldlening bedoeld in artikel 2., heeft ten hoogste de waarde van de woning in het economisch verkeer bij vrije oplevering, verminderd met de daarop drukkende schulden en met het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder d. van de wet. 2. Ter vaststelling van de waarde van de woning vindt taxatie plaats door een beëdigd taxateur voor onroerende zaken die door het dagelijks bestuur in overeenstemming met de belanghebbende wordt aangewezen. 3. De kosten verbonden aan de taxatie, de hypotheekakte en de inschrijving van de hypotheek, alsmede de bijkomende kosten, komen ten laste van de belanghebbende. De bijstand voor deze kosten wordt aangemerkt als algemene bijstand, tenzij aan de belanghebbende uitsluitend bijzondere bijstand wordt verleend. 4. Voorwaarden geldlening 1. Aan de geldlening wordt in elk geval verbonden de voorwaarden genoemd in de artikelen 5 en 6 van deze regeling. 2. De in het eerste lid bedoelde voorwaarden worden tezamen met de gebruikelijke bedingen opgenomen in de hypotheekakte. 5. Aflossing geldlening 1. Aflossing van de geldlening vindt plaats gedurende tien jaar. 2. De aflossing vangt uiterlijk aan 24 maanden na het moment van beëindiging van de bijstandverlening en vindt maandelijks plaats. 3. Het maandbedrag van de aflossing wordt telkens voor de periode van een jaar vastgesteld. 4. Bij een inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet dat niet uitgaat boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, zoals bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.1, 3.2. en 3.3. van de wet, wordt een aflossing gevergd van 3% van de van toepassing zijnde norm. 5. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven stelt het dagelijks bestuur, zo nodig tussentijds, het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger bedrag vast. 6. Bij de beoordeling van de omstandigheden als bedoeld in het vijfde lid wordt rekening gehouden met noodzakelijke, voor eigen rekening van belanghebbende komende, bijzondere bestaanskosten. Deze worden in mindering gebracht op het inkomen. op Pagina 2 van 6
3 7. Indien belanghebbende tijdens de aflossingsperiode van tien jaar schuldig nalatig is in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd. 6. Rente geldlening 1. Indien door toepassing van artikel 5, vierde lid tot en met zesde lid, na afloop van de aflossingsperiode van tien jaar een deel van de geldlening nog niet is afgelost, is vanaf dat moment maandelijks rente verschuldigd over het nog niet afgeloste deel van de geldlening. 2. De rente, bedoeld in het eerste lid, is de wettelijke rente voor niet handelstransacties, verminderd met drie procent. 3. Indien belanghebbende naar het oordeel van het dagelijks bestuur de rente geheel of gedeeltelijk kan betalen, maar daarnaast niet meer toekomt aan de aflossing van de geldlening wordt het bedrag welke de belanghebbende wel kan betalen bij voorrang aangemerkt als aflossing. De maandrente, die daardoor niet wordt betaald, wordt opgeboekt als een verschuldigde renteverplichting. 5. Over de rentevordering is geen rente verschuldigd. 7. Verkoop of vererving woning 1. Bij verkoop of bij vererving van de woning, en indien het een echtpaar betreft bij vererving na overlijden van de langstlevende echtgenoot, wordt het nog niet afgeloste deel van de geldlening, alsmede de op grond van artikel 6, derde en vierde lid, bijgeschreven rente, terstond afgelost. 2. Bij verkoop van de woning kan het dagelijks bestuur wegens bijzondere omstandigheden van medische of sociale aard van belanghebbende dan wel wegens werkaanvaarding elders door belanghebbende, na toepassing van het eerste lid, besluiten tot het verlenen van een nieuwe geldlening eveneens onder verband van hypotheek voor de aankoop van een andere woning, tot ten hoogste het bedrag van de ingevolge het eerste lid afgeloste geldlening, onder de voorwaarde dat belanghebbende het na aflossing vrijgekomen vermogen volledig inzet voor de aankoop van de andere woning. 3. Indien bij verkoop van de woning op basis van de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering het voor de afrekening beschikbare bedrag lager is dan het resterende bedrag van de geldlening en van de rentevordering, wordt het verschil kwijtgescholden. 8. Opnieuw recht binnen twee jaar Indien binnen een periode van twee jaar na beëindiging van de bijstandverlening onder verband van hypotheek wederom recht op bijstand bestaat, wordt deze verleend met toepassing van de laatst gevestigde hypotheek. 9. Opgave stand van geldlening en rentevordering Aan belanghebbende wordt telkens na afloop van een kalenderjaar een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de rentevorderingen. op Pagina 3 van 6
4 10.Inherente afwijkingsbevoegdheid Met toepassing van artikel 4:84 Awb kan in voorkomende gevallen van deze beleidsregels worden afgeweken. 11.Hardheidsclausule Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze regeling, indien toepassing ervan tot kennelijke onredelijkheid en onbillijkheid leidt. 12.Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregel Krediethypotheek Inwerkingtreding 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari Ten aanzien van de besluiten van bijstandsverlening onder verband van Krediethypotheek, welke op grond van de ABW, Abw of WWB, voor 1 januari 2015, zijn verleend blijft het destijds bepaalde en als zodanig opgenomen in het desbetreffend besluit of akte van krediethypotheek van toepassing. Artikelsgewijze toelichting 1.Begripsomschrijvingen De begrippen die in deze regeling worden gebruikt hebben een gelijkluidende betekenis als de omschrijving in de Participatiewet en de daarbij behorende toelichting/ memorie van toelichting dan wel in de Algemene wet bestuursrecht (Abw). 2. Krediethypotheek Wanneer zowel algemene als bijzondere bijstand wordt verleend en de belanghebbende is in het bezit van een door hem of zijn gezin bewoonde woning dan heeft die bijstand de vorm van een geldlening onder verband van een krediethypotheek. De verleende bijstand voor de bijkomende kosten vallen hier eveneens onder. Het vorenstaande impliceert dat de belanghebbende verplicht is om aan de vestiging van de krediethypotheek zijn medewerking te verlenen. 3.Hoogte geldlening Voor de berekening van de krediethypotheek is uitgangspunt de waarde van de woning in het economische verkeer bij vrije oplevering. De waardebepaling dient plaats te vinden door een beëindigd taxateur voor onroerende zaken. Van de waarde in de woning blijft een gedeelte buiten beschouwing. Naast de op de woning drukkende schulden wordt vrijgelaten het bedrag zoals genoemd in artikel 34, 2 e lid onder d. Participatiewet. 4.Voorwaarden geldlening Naast de in artikel 5 en 6 genoemde voorwaarden worden in ieder geval de gebruikelijke bedingen in de hypotheekakte opgenomen. op Pagina 4 van 6
5 Een gebruikelijk beding in een hypotheekakte is o.a. dat rente verschuldigd is wanneer de woning wordt verkocht en er niet snel wordt afgerekend. 5.Aflossing geldlening De periode van tien jaar waarin aflossing wordt gevraagd begint uiterlijk 24 maanden na het moment dat de bijstandsverlening is beëindigd. Per maand zal in beginsel een aflossing plaats vinden die gelijk is aan 1/120 van de geldlening. Onder andere afhankelijk van het nieuwe inkomen kan een hogere maandelijks aflossingsbedrag gevraagd worden. Daarentegen kan, indien de individuele omstandigheden daartoe aanleiding geven, ook maandelijks een lager aflossingsbedrag worden vastgesteld. In dit artikel is aangegeven dat maandelijks een aflossing moet worden gedaan. Blijft die aflossing vanwege nalatigheid achterwege dan is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is belanghebbende vanaf het moment van verzuim de wettelijke rente, voor niet handelstransacties, verschuldigd. 6.Rente geldlening Wanneer er, binnen de periode van 10 jaar, sprake is geweest van lager aflossingsbedrag die niet kon worden gecompenseerd door hogere aflossingsbedragen op andere tijdstippen, wordt voor het nog niet afgeloste deel van de geldlening uitstel van betaling verleend. De belanghebbende blijft daarentegen wel rente verschuldigd. De rente die belanghebbende dan verschuldigd is, is de wettelijke rente, voor niet handelstransacties, minus drie procent. Het kan voorkomen dat de belanghebbende weliswaar wel de rente (of een gedeelte daarvan) kan opbrengen maar daardoor niet aan aflossen toe komt. De renteverplichting belemmert dan het aflossen. Om dit te vermijden wordt de betaling eerst tot ten hoogste het bedrag van de renteverplichting aangemerkt als aflossing. De rente die daardoor telkens niet betaalt kan worden zal, omdat er wordt afgelost, op termijn afnemen. Omdat over de daardoor ontstane rentevordering geen rente verschuldigd is loopt de totale schuld niet oneindig op. Wanneer de geldlening op enig moment geheel is afgelost zal de renteverplichting die op dat moment moet worden berekend nul euro zijn. Het tot dat moment totaalbedrag aan rentevorderingen wordt op de gebruikelijke wijze afgehandeld. Over deze rentevorderingen is geen rente verschuldigd. Dit, in tegenstelling tot de renteverplichting bij schuldige nalatigheid. 7.Verkoop of vererving woning In dit artikel is geregeld dat bij verkoop van de woning of bij vererving de geleende bijstand, althans het restant van de geldlening, alsmede de eventueel bijgeschreven rentevordering direct bij de overdracht wordt afgerekend. Dit geldt in principe ook bij verkoop tijdens het ontvangen van bijstand wanneer er dringende redenen zijn om te verhuizen. Desondanks wordt in het 2 e lid de mogelijkheid gegeven tot verwisseling van het onderpand. 8.Opnieuw recht binnen twee jaar Bij een niet al te lange onderbreking van de bijstandsverlening moet er van worden uitgegaan dat de nieuwe bijstandsbehoeftigheid niet los kan worden gezien van die daarvoor. Daarom is geregeld dat in gevallen waarin geen sprake is van een duurzame onderbreking, de laatste berekening van het bedrag van de maximale geldlening wordt gehanteerd. Voor zover binnen een periode van twee jaar het maximale bedrag van die lening nog niet is aangesproken, bijv. door voortijdige beëindiging van de bijstand, wordt de te verlenen bijstand dan ook ten laste daarvan geboekt. Is het maximale bedrag volledig aangesproken en vindt bijstandsverlening verder om niet plaats en de belanghebbende doet na een korte onderbreking opnieuw een beroep op bijstandsverlening dan dient, voor zover de periode van onderbreking korter heeft geduurd op Pagina 5 van 6
6 dan twee jaar, niet opnieuw een krediethypotheek gevestigd te worden. De bijstandsverlening vindt daardoor dus om niet plaats. In het geval er wel sprake is van een duurzame onderbreking (= onderbreking van meer dan twee jaar) dient te allen tijde een nieuwe krediethypotheek te worden gevestigd. Dit, ongeacht of bijstandsverlening voor het laatst in de vorm van een krediethypotheek of om niet plaatsvond. Het spreekt voor zich dat het op dat moment nog openstaande saldo van de geldlening onder verband van krediethypotheek, als een op de woning drukkende schuld in de berekening wordt meegenomen. 9.Opgave stand van geldlening en rentevorderingen Tijdens de looptijd van de lening wordt aan de belanghebbende een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de eventueel opgeboekte rentevorderingen. 10.Inherente afwijkingsbevoegdheid Met toepassing van artikel 4:84 Awb kan in voorkomende gevallen van deze beleidsregels worden afgeweken. 11.Hardheidsclausule Het Dagelijks Bestuur van Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân kan in gevallen waarin toepassing van deze beleidsregels leidt tot onevenredig nadelige gevolgen voor de belanghebbende, besluiten om op individuele gronden van deze beleidsregels af te wijken. 12.Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregel Krediethypotheek inwerkingtreding Deze regeling is niet van toepassing voor de belanghebbende die op 31 december 2014 recht had op bijstand, en eigenaar was van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf. Ten aanzien van de besluiten van bijstandsverlening onder verband van een krediethypotheek, welke op grond van de ABW, Abw of WWB (tot 1 januari 2015) zijn verleend blijft het destijds bepaalde en als zodanig opgenomen in het desbetreffende besluit en/ of akte van krediethypotheek van toepassing. op Pagina 6 van 6
gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 50 van de Participatiewet; b e s l u i t :
De raad van de gemeente Oegstgeest; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. datum; gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 50 van de Participatiewet; b e s l u
Beleidsregels krediethypotheek Wet werk en bijstand. 1 januari 2005
Beleidsregels krediethypotheek Wet werk en bijstand 1 januari 2005 Inhoudsopgave Geregistreerd onder nummer BIVO/2013/30024 Wettelijke grondslag: Wet werk en bijstand Beleidsregels krediethypotheek Wet
Beleidsregels krediethypotheek bijstand gemeente Hilversum het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum;
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Hilversum. Nr. 32929 12 juni 2014 Beleidsregels krediethypotheek bijstand gemeente Hilversum 2014 COLLEGEBESLUIT : Burgemeester en wethouders van Hilversum;
Beleidsregel Krediethypotheek en pandovereenkomst 2014
Beleidsregel Krediethypotheek en pandovereenkomst 2014 De wettelijke grondslag van de beleidsregel Gelet op artikel 34 en artikel 50 van de Wet werk en bijstand is het verstrekken van een krediethypotheek
BELEIDSREGELS KREDIETHYPOTHEEK BIJSTAND HILVERSUM 2015
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Hilversum. Nr. 93286 8 oktober 2015 BELEIDSREGELS KREDIETHYPOTHEEK BIJSTAND HILVERSUM 2015 Behorende bij artikel 48, derde lid, en 50 Participatiewet BELEIDSREGELS
Beleidsregels krediethypotheek gemeente Edam-Volendam 2016
Beleidsregels krediethypotheek gemeente Edam-Volendam 2016 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begrippen 1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven
Beleidsregels bijstand onder verband van hypotheek en/of verpanding Wet werk en bijstand
Beleidsregels bijstand onder verband van hypotheek en/of verpanding Wet werk en bijstand Het dagelijks bestuur van de ISD, Optimisd, gelet op de gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst
Besluit krediethypotheek en pandrecht bijstand 2004
Besluit krediethypotheek en pandrecht bijstand 2004 Het dagelijks bestuur van de ISD Midden-Langstraat gevestigd te Waalwijk Gelet op het bepaalde in de artikelen 1 lid 3 en 2 lid 3 van de Verordening
Gelet: op door de aan het college daartoe opgelegde verplichting en verkregen bevoegdheid, als is vastgelegd in de voornoemde wetten en regelingen;
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk Gezien: de bepalingen in de Participatiewet, en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 en de Algemene wet bestuursrecht per
Besluit krediethypotheek en pandrecht
Besluit krediethypotheek en pandrecht Het dagelijks bestuur van de Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers gevestigd te Waalwijk Gelet op het bepaalde in de artikelen 1 lid 3 en 2 lid 3 van de Verordening krediethypotheek
Besluit krediethypotheek en pandrecht bijstand 2004 Art. 1. Bijstand voor vestigingskosten hypotheek of pand Indien bijstand wordt verleend in de
Besluit krediethypotheek en pandrecht bijstand 2004 Art. 1. Bijstand voor vestigingskosten hypotheek of pand Indien bijstand wordt verleend in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek cq
Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht
Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht Vaststelling: College van B&W 3 november 2008 Bekendmaking: De Trompetter 11 november 2008 Inwerkingtreding: 1 januari 2009 Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht
BELEIDSREGELS KREDIETHYPOTHEEK EN PANDRECHT WOUDENBERG 2011
Overwegende dat het college van burgemeester en wethouders als nadere uitwerking van de Wet werk en bijstand en de Wet investeren in jongeren door middel van beleidsregels: a. op grond van artikel 48,
Beleidsregels krediethypotheek en pandrecht Participatiewet Zoetermeer 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer;
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Zoetermeer. Nr. 81753 29 december 2014 Beleidsregels krediethypotheek en pandrecht Participatiewet Zoetermeer 2015 Zaaknummer 2014-000546 Het college van burgemeester
Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht 2015
Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht 2015 Artikel 1 Begripsomschrijving 1. In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. (Krediet)hypotheek: een te vestigen recht ter meerdere zekerheid op registergoeden;
Gemeente Krimpen aan den IJssel
pagina 1 van 5 Versie per 1 januari 2006 430 KREDIETHYPOTHEEK 1) ALGEMEEN 1.1. Algemene vermogensvrijlating De WWB kent, net als de Abw, een algemene vrijlatingsregeling voor vermogen. Alleen wanneer de
Gelet op de artikelen 34, tweede lid, onder d, 48, derde lid, en 50 van de Participatiewet;
Gemeenteblad nr. 359, 23 maart 2017 Beleidsregels krediethypotheek en pandrecht Deurne 2016 Het college van burgemeester en wethouders, Gelet op de artikelen 34, tweede lid, onder d, 48, derde lid, en
Artikel 5. Hoogte hypotheek, pandrecht, taxatie woning, vestigingskosten ten laste van belanghebbende
CVDR Officiële uitgave van Almelo. Nr. CVDR36538_1 3 juni 2016 Beleidsregel Krediethypotheek en Pandrecht WWB Gemeenteblad van Almelo Geldende tekst regelingnummer: 2298 Nr. 3 B&W-besluit van 20 februari
Regeling krediethypotheek en pandrecht gemeente Menterwolde 2015
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Menterwolde. Nr. 82845 9 september 2015 Regeling krediethypotheek en pandrecht gemeente Menterwolde 2015 Het College van Burgemeester en Wethouders van Menterwolde
Regeling krediethypotheek en pandrecht gemeente Overbetuwe 2011. Ons kenmerk: 10bwb00699. Burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe;
Onderwerp: Regeling krediethypotheek en pandrecht gemeente Overbetuwe 2011 Ons kenmerk: 10bwb00699 Burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe; gelet op artikel(en) 3, zesde lid, 34, tweede lid,
WWB, ( ( ( 34, ( AMVB
Algemene toelichting De Wet werk en bijstand ( WWB) kent ten opzichte van de Abw een aantal wijzigingen in de regeling van de gevolgen voor de bijstand van het vermogen gebonden in voor bewoning bestemde
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2000 408 Besluit van 26 september 2000 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WIK en het Besluit krediethypotheek bijstand in verband met de vaststelling
BELEIDSREGELS KREDIETHYPOTHEEK WWB. Afdeling Sociale Zaken Economische Zaken en Huisvesting. Zoeterwoude
BELEIDSREGELS KREDIETHYPOTHEEK WWB Afdeling Sociale Zaken Economische Zaken en Huisvesting Zoeterwoude Het college van burgemeester en wethouders van Zoeterwoude 9 november 2004, Gelet op: het bepaalde
Beleidsregels Krediethypotheek WWB. Gemeente Voorst
Beleidsregels Krediethypotheek WWB Gemeente Voorst 1 KREDIETHYPOTHEEK INLEIDING /VOORWOORD 1. Krediethypotheek onder de Algemene bijstandswet (Abw) In artikel 20 Algemene bijstandswet is bepaald dat aan
Collegevoorstel Advies: Openbaar. Onderwerp aanpassing beleidsregel bijstand en eigen woning. Programma / Programmanummer Inkomen / 3230.
Collegevoorstel Advies: Openbaar Onderwerp aanpassing beleidsregel bijstand en eigen woning Programma / Programmanummer Inkomen / 3230 Portefeuillehouder L. Scholten Samenvatting Voorgesteld wordt om in
Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn B093 - Suppletie GKB-lening
Gemeenteblad nr. 93, 19 december 2013 Gelet op artikel 35 WWB Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn B093 - Suppletie GKB-lening Richtlijn B093 - Suppletie GKB-lening wordt als volgt ingevuld:
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2004 2005 29 499 Wijziging van de Wet werk en bijstand en enige andere wetten in verband met een aantal technische verbeteringen en het herstel van enkele
2015Beleidsregels vaststellen vermogen en vaststellen vermogen in eigen woning
2015Beleidsregels vaststellen vermogen en vaststellen vermogen in eigen woning Participatiewet Voorschoten 2015 Het college van de gemeente Voorschoten, gezien het voorstel van het hoofd van de afdeling
Beleidsregels leenbijstand Participatiewet 2016
Beleidsregels leenbijstand Participatiewet 2016 Boxmeer, juli 2016 I-SZ/2016/1924 / RIS 2016-456 (Bijlage) Beleidsregels leenbijstand Participatiewet 2016 Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Begripsbepaling
Beleidsregel krediethypotheek P-wet Schagen 2015
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Schagen. Nr. 5235 20 januari 2015 Beleidsregel krediethypotheek P-wet Schagen 2015 Artikel 1 Vestigen krediethypotheek Voorzover met inachtneming van artikel
Beleidsregels vaststellen vermogen en vaststellen vermogen in eigen woning Participatiewet Leidschendam-Voorburg 2015
Beleidsregels vaststellen vermogen en vaststellen vermogen in eigen woning Participatiewet Leidschendam-Voorburg 2015 Het college van de gemeente Leidschendam-Voorburg, gezien het collegevoorstel Beleidsregels,
b e s l u i t e n : Vast te stellen de Beleidsregels Bijstand in de vorm van een geldlening onder zekerheid van hypotheek ISD BOL 2015
besluit BenW Behandeld door : M.P.P. van Ginneken Organisatieonderdeel : Maatschappelijke Ontwikkeling Documentnummer : Onderwerp : BELEIDSREGELS BIJSTAND IN DE VORM VAN EEN GELDLENING ONDER ZEKERHEID
Sint nthonis. Beleidsregels leenbijstand WWB 2Ol4. r-szl2ol4/t7t
B Sint nthonis Beleidsregels leenbijstand WWB 2Ol4 Boxmeer, januari 2014 r-szl2ol4/t7t Befeidsregels leenbijstand WWB 2fJ14. fnhoudsopgave HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN o Begripsbepaling. Bevoegdheid HOOFDSTUK
Beleidsregel krediethypotheek Participatiewet Hollands Kroon 2015
Beleidsregel krediethypotheek Participatiewet Hollands Kroon 2015 Herzieningen Datum Terugwerkende Datum besluit Besluit van: inwerkingtreding kracht 01-07-2009 n.v.t. 05-06-2009 DB ISD-KNH 01-07-2009
Verordening individuele bijzondere bijstand RSDHW 2015
Verordening individuele bijzondere bijstand RSDHW 2015 Het algemeen bestuur van de Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard (RSDHW); Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de RSDHW d.d. 22 december
Verordening krediethypotheek en pandrecht bijstand
Verordening krediethypotheek en pandrecht bijstand 1 Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1: KREDIETHYPOTHEEK... 3 HOOFDSTUK 2: PANDRECHT... 3 HOOFDSTUK 3 MEEWERKINGSPLICHT EN AFSTEMMING... 4 HOOFDSTUK 4: SLOTBEPALINGEN...
besluit vast te stellen de Verordening bijzondere bijstand 2015 gemeente Heerde.
Raadsbesluit De raad van de gemeente Heerde; gelezen het voorstel van het college d.d. 11 november 2014; gelet op artikel 35 van de Participatiewet; besluit vast te stellen de Verordening bijzondere bijstand
Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive. Participatiewet 2015
Nr. 2014/78 De raad van de gemeente Leeuwarderadeel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.21 oktober 2014; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel d en artikel 60b
VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013 GEMEENTE NOORD-BEVELAND
VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013 GEMEENTE NOORD-BEVELAND Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begrippen. 1 Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden
Beleidsregels. krediethypotheek en verpanding. inzake de Participatiewet. hypothecaire zekerheid
Beleidsregels krediethypotheek en verpanding inzake de Participatiewet en hypothecaire zekerheid inzake het Bbz 2004 Gemeente Heerhugowaard 1 Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Artikel 1. Begripsbepalingen
Elektronisch. Deze berichten staan op
Gemeenteblad Week 50 10 december 2014 Gemeente Pekela Elektronisch Gemeenteblad Officiële bekendmakingen Deze berichten staan op www.pekela.nl/gemeenteblad Week 29 15 juli 2015 nummer 29 In voorliggend
Beleidsregels bijzondere bijstand WIHW 2016
Beleidsregels bijzondere bijstand WIHW 2016 Het dagelijks bestuur van WIHW; Gelezen het advies van de Regionale Cliëntenraad WIHW; Gelet op de artikel 35 van de Participatiewet; Besluit vast te stellen
GEMEENTE SCHERPENZEEL
GEMEENTE SCHERPENZEEL Beleidsregels bijzondere bijstand HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet werk en bijstand (WWB);
De gemeente Hulst hanteert geen drempelbedrag als bedoeld in artikel 35 lid 2 WWB.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst, overwegende, dat het van belang is in het kader van de uitvoering van artikel 35 van de Wet Werk en Bijstand (WWB) beleidsregels te hanteren; gelet op
Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet gemeente Beesel 2015
Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet gemeente Beesel 2015 De Raad van de Gemeente Beesel; Gelet op artikel 8 eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid, van de Participatiewet;
Beleidsregels. krediethypotheek en verpanding. inzake Wwb, WIJ en Wwik. hypothecaire zekerheid
Beleidsregels krediethypotheek en verpanding inzake Wwb, WIJ en Wwik en hypothecaire zekerheid inzake Bbz 2004 Sector Samenleving, gemeente Alkmaar Versie 5, 6 januari 2011 1 Inhoudsopgave Beleidsregels
B&W-nr.:06.0700 d.d. 06-06-2006. Wijziging Beleidsregels Bijzondere Bijstand
Raadsaanbiedingsformulier Rv nr. Opsteller Naam: Piet Minderhoud B&W.nr.: 06.0700 Dienst: SOZA Telefoon: 516 7393 Verantwoordelijk portef.houder: Sociale Zaken B&W-besluit d.d: 6 juni 2006 en Cultuur Meningsvormend
Beleidsregels maatwerk bestuurlijke boete
Beleidsregels maatwerk bestuurlijke boete 2015 Inhoud Beleidsregels maatwerk bestuurlijke boete 2015... 1 Algemene bepalingen... 2 1. Begripsbepalingen... 2 2. Het bepalen van de mate van verwijtbaarheid...
Verordening. Individuele inkomenstoeslag. gemeente Noord-Beveland 2015
Verordening Individuele inkomenstoeslag gemeente Noord-Beveland 2015 Artikel 1. Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: a. het college: het college van burgemeester en wethouders; b. het dagelijks
Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Peel en Maas ( )
Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Peel en Maas (2014-089) De raad van de gemeente Peel en Maas; Gelezen raadsvoorstel 2014-089; Gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en
Eigen woning en bijstand
Eigen woning en bijstand www.utrecht.nl/sozawe Informatie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid Eigen woning en bijstand Deze folder is alleen voor cliënten van Sociale Zaken & Werkgelegenheid (SoZaWe) van
gelet op het bepaalde in artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b en tweede lid van de Participatiewet;
De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. 12 gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2014; gelet op het bepaalde in artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b en tweede
