Interreg Eco2Profit. Kritische analyse van ondersteuningsmaatregelen inzake duurzame energie in Vlaanderen en Nederland

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Interreg Eco2Profit. Kritische analyse van ondersteuningsmaatregelen inzake duurzame energie in Vlaanderen en Nederland"

Transcriptie

1 Interreg Eco2Profit Kritische analyse van ondersteuningsmaatregelen inzake duurzame energie in Vlaanderen en Nederland Alex Polfliet Zero Emission Solutions bvba

2 Partners: Met de steun van: Met financiële steun van: 2

3 Management samenvatting De belangrijkste driver voor zowel België als Nederland inzake hernieuwbare energie, is natuurlijk de 2020 doelstelling die de Europese Unie beide landen op legt. Beide landen hebben voor het bereiken van die doelstelling een actieplan hernieuwbare energie opgemaakt. Besloten mag worden dat België op het vlak van vergroening van zijn transportbrandstoffen, eind 2010 verder stond dan Nederland. Terwijl de doelstellingen voor beide landen ongeveer dezelfde is. Niettegenstaande de doelstelling voor groene warmte voor België 25 % hoger ligt dan deze in Nederland, staat België op dat vlak nog nergens en haalt nauwelijks 10 % van de doelstelling die in 2020 zou moeten worden gehaald. Het wordt voor België dan ook zeer moeilijk, zo niet onmogelijk om deze deeldoelstelling te halen. Nederland lijkt wel ongeveer op schema, in vergelijking met haar tussendoelstelling Maar ook de doelstelling voor 2020 ligt nog ver af. Voor wat groene stroom betreft, valt het op dat de Nederlandse einddoelstelling meer dan het dubbele bedraagt dan deze in België. Niettegenstaande Nederland de tussendoelstelling ruimschoots haalt, is het absoluut niet evident dat ook de einddoelstelling wordt gehaald. Immers, Nederland heeft lage tussendoelstellingen gefixeerd en dus eigenlijk de realisatie van de einddoelstelling voor zich uit geschoven. De situatie in België is bijzonder: de doelstelling in kte werd in 2010 gefixeerd en berekend op een verwachte groei van het elektriciteitsverbruik. Dat verbruik is echter sinds 2006 dalende, wat dus maakt dat België in 2010 ongeveer 9 % van zijn stroom via hernieuwbare energie produceerde tegenover een doelstelling van 20,9 % in Mocht het elektriciteitsverbruik in België weer fors toenemen, dan riskeert België ook deze doelstelling niet te halen. Als men er mag van uit gaan dat ondersteuningsmechanismen minstens ook de ambitie hebben om de HE-doelstelling te bereiken, dan moet men concluderen dat in België, en zeker ook in Vlaanderen, de focus nogal eenzijdig ligt op het ondersteunen van groene stroom en nauwelijks op groene warmte of groene mobiliteit. In Nederland is er meer aandacht voor groene warmte, wat zich vertaalt in het beter halen van de tussendoelstellingen inzake warmte. Niettegenstaande Nederland vrij goed op schema ligt voor wat betreft de tussendoelstelling 2010, lijkt volgens de meest recente cijfers de groei af te vlakken. Dit zou een gevolg kunnen zijn van het moeizame beleid inzake de SDE+ regeling. Dit voornaamste ondersteuningsmechanisme kampt met administratieve moeilijkheden en een zeer beperkt budget. Naast SDE+ focust het Nederlandse beleid voornamelijk op fiscale incentives en een nog niet operationele leveranciersverplichting inzake Nederlandse GvO s. Dit rapport bevat aanbevelingen aan de Nederlandse overheid mbt de ondersteuning van duurzame energie. Er wordt vooral aangedrongen op continuïteit in het beleid en de ondersteuning. 3

4 Het Vlaamse ondersteuningsbeleid inzake hernieuwbare energie en rationeel energie gebruik, kenmerkt zich door de veelheid van subsidiepotjes die beschikbaar zijn. Soms overlappend, soms onbekend, maar vooral verwarrend. In dit rapport worden aanbevelingen gedaan om de betoelaging te herstructureren en eenduidiger te maken. Het voornaamste ondersteuningsmechanisme voor duurzame energie in Vlaanderen is het groene stroom certificatenmechanisme. Dit maakt momenteel een crisis door en is aan bijsturing toe. Dit rapport doet enkele suggesties om het systeem bij te sturen, naast de voorstellen die nu reeds op tafel liggen. Tenslotte lanceert dit rapport het voorstel om een transnationaal systeem van verhandelbare witte certificaten (certificaten van energiebesparing) op te zetten tussen in de eerste plaats Nederland en België. Dit als eerste stap naar een mogelijks Europees systeem ter zake. 4

5 Inhoudsopgave Management samenvatting... 3 Revisie Overzicht... 8 Intellectuele eigendom... 8 Algemene contactgegevens... 9 Begunstigde van de studie... 9 Consultant... 9 I. Voorwoord I.1 Algemeen I.2 Omschrijving en afbakening van de opdracht I.3 Aanpak van het rapport en de inventaris I.4 Lijst van veel gebruikte afkortingen II. Algemene vergelijking II.1 Over het beleidsniveau II.2 Over de doelstellingen II.3 Over de realisatie van de doelstellingen Groen transport: Groene warmte: Groene stroom: Samenvatting II.4 Over de ondersteuningsmechanismen II.5 Ondersteuningsmechanismen in Europa ETS Het Feed-in tarief Groene stroom certificaten Investeringssteun III. Vlaanderen III.1 Gratis kwh werkt contraproductief III.2 Een versnipperd subsidielandschap III.3 Premies voor particulieren III.4 Overlapping III.5 Ecologiepremie III.6 Uitzondering voor landbouwsector III.7 Non-profit uitgesloten

6 III.8 De lat voor CO2-neutrale bedrijventerreinen ligt bijzonder laag III.9 Beleid ifv stroom, niet warmte III.10 GSC-Mechanisme Vooraf: de grondige herziening van het mechanisme Het wettelijk kader Minimum garantie waarde De officiële marktprijs voor GSC s Marktverzadiging Instorting van de marktprijs Financiering/kost De studie van 3E Het advies van de VREG en VEA III.11 WKC-mechanisme Het WKC-systeem Marktoverschot Marktprijs Perverse neveneffecten III.12 Witte certificaten III.13 Groene mobiliteit Transportbrandstoffen Elektrische voertuigen IV. Nederland IV.1. Fiscale maatregelen stimuleren investering niet de productie IV.2 Budgetaire enveloppe SDE+ houdt groei onder controle maar leidt tot Stop and go -beleid IV.3 Leveranciersverplichting IV.4 Meer aandacht voor groene warmte IV.5 Grote aandacht voor groen gas IV.6 PV nagenoeg afwezig IV.7 De rol van de provincies IV.7 WKK IV.8 Witte certificaten Conclusie

7 7

8 Revisie Overzicht 27/02/12: Basisversie Alex Polfliet, zaakvoerder 05/03/12: Versie stakeholdersoverleg Alex Polfliet, zaakvoerder Intellectuele eigendom Alle documenten die overgemaakt werden aan de partners van de stuurgroep van ECO2PROFIT en waarvoor het ereloon werd betaald behoren hen toe. 8

9 Algemene contactgegevens Begunstigde van de studie Eco2Profit Contactpersoon Naam: Isabelle Verdonck Functie: Expert Bedrijventerreinen, POM Antwerpen Tel. Nr.: +32 (0)3/ Consultant Zero Emission Solutions bvba Contactpersonen Algemeen + Vlaanderen Waverstraat 1 Naam: Alex Polfliet 9310 Aalst Functie: Sustainable Energy Manager Tel. Nr.: +32 (0) Tel. Nr.: +32 (0) Fax: +32 (0) Nederland Naam: Monique Voogt, SQ Consult Functie: Director Tel. Nr.: + 31 (0)

10 I. Voorwoord I.1 Algemeen De stuurgroep van het ECO2ROFIT-project, wenst in het kader van een Interreg Eco2Profit-programma een inventaris te laten opmaken over ondersteuningsmaatregelen mbt energie (rationeel energiegebruik en hernieuwbare energie). Deze inventaris zal worden gebruikt om in een tweede fase hierover een kritische vergelijkende analyse te maken, teneinde voorstellen te formuleren aan beleidsmakers om de ondersteuningsmaatregelen te verbeteren en coherenter te maken. I.2 Omschrijving en afbakening van de opdracht Zero Emission Solutions zal de in de eerder opgemaakte inventaris van alle beschikbare financiële steunmaatregelen ten gunste van energie-efficiëntie en duurzame energieproductie in Vlaanderen en Nederland kritisch analyseren. I.3 Aanpak van het rapport en de inventaris Met het oog op de kritische analyse werden de inventarisatiefiches als bijlage geïntegreerd in het eindrapport van de studie. De grafieken die in de studie worden gebruikt zijn, tenzij anders vermeldt, afkomstig van de website van Zero Emission Solutions die alle data mbt de Belgische energiemarkt verzamelt en die zich daarvoor enkel op officiële en betrouwbare bronnen beroept (de regulatoren, FOD Economie, Eurostat, IEA, Synergrid, FEBEG, ). Het is niet evident om nationale Belgische cijfers te pakken te krijgen. Aangezien de gewesten verantwoordelijk zijn voor hernieuwbare energie, staan zij ook in voor het aanleveren van het cijfermateriaal terzake. M.n. voor Wallonië en Brussel blijven die cijfers lang achter: op 10 januari 2012 werden de statistieken mbt de energiemix van België eindelijk gevalideerd voor het jaar 2010 Het Nederlandse Centraal Bureau voor Statistiek publiceerde op 27/02/2012 reeds de cijfers voor In de kritische analyse zal Zero Emission Solutions per aangestipte kritiek of pijnpunt een advies verstrekken dat hieraan tegemoet moet komen. Dit advies wordt in vet groen lettertype gelay-out. Deze adviezen worden herwerkt in een aantal stellingen die aan een stakeholdersoverleg wordt voorgelegd. 10

11 I.4 Lijst van veel gebruikte afkortingen In deze studie worden een aantal afkortingen frequent gebruikt. Deze worden hieronder opgelijst. DNB: EAN: GSC: HE: NL: OT: REG: RPE: SDE: DistributieNetBeheerder European Article Number Groene Stroom Certificaat Hernieuwbare Energie Nederland Onrendabele toppen Rationeel Energie Gebruik Relatieve Primaire Energiebesparing Stimulering Duurzame Energieproductie WKC: Warmte Kracht Certificaat VL: Vlaanderen 11

12 II. Algemene vergelijking II.1 Over het beleidsniveau Nederland is geen federale staat en kent dus geen gewestelijk of regionaal niveau. De bevoegdheden mbt. duurzame energie zijn bijgevolg op landelijk/nationaal gebleven. Zoals verder zal blijken maakt dat een gecoördineerd beleid inzake duurzame energie een stuk eenvoudiger en transparanter. België daarentegen is een federale staat bestaande uit 3 gewesten (Vlaanderen, Wallonië en het Brusselse hoofdstedelijk gewest) en 3 gemeenschappen (de Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige gemeenschap). De gewesten zijn bevoegd voor de grondgebonden materies (bvb. milieu en landbouw), de gemeenschappen zijn bevoegd voor de persoonsgebonden materies (bvb. onderwijs en cultuur). In België legde de wet van 8 augustus 1980 de verantwoordelijkheid inzake milieuaangelegenheden, met inbegrip van het ontwikkelen van hernieuwbare energie, bij de gewesten. 2 decennia lang leverde dit weinig problemen op, al gebeurde er in die tijd in België bijzonder weinig op het vlak van de ontwikkeling van groene stroom of groene warmte. In Nederland werden toen reeds de eerste volwaardige windmolenparken gebouwd. De Europese richtlijn van 19/02/1997 mbt de liberalisering van de energiemarkt opende de markt voor vrije concurrentie op zowel productie- als leveringszijde. Dit betekende meteen ook dat private bedrijven zelf hernieuwbare energie konden produceren en, via het transport- en distributienet, leveren aan eindklanten die voortaan zelf de vrijheid kregen hun stroomleverancier zelf te kiezen. Een eindafnemer kon dus voortaan ook perfect vrij kiezen tussen groene of grijze stroom. De Europese richtlijn werd uiteraard door zowel Nederland als België geratificeerd en omgezet in nationale wetgeving. De federale structuur in België maakte die omzetting complexer: de elektriciteitswet van 29/04/1999 verdeelde de energiebevoegdheden in de geest van de wet van 08/08/80: Bevoorradingszekerheid, transport (hoogspanningsnet of >70 kv) en transmissie en tarievenbeleid bleven federale bevoegdheid. Distributie (middenspanning of <70 kv), hernieuwbare energie en rationeel energie beleid werden gewestelijke bevoegdheden. Al gauw zouden er met name over distributietarieven bevoegdheidsconflicten ontstaan: de gewesten waren dan wel bevoegd over het distributienet, de tarieven voor het distributienet werden door de federale regulator vastgelegd. Met name toen distributienetbeheerder Eandis, met goedkeuring van de federale regulator CREG, voor 2010 tarieven begon aan te rekenen voor de injectie van groene stroom en WKK-stroom op het distributienet, was het hek helemaal van de dam. Vlaanderen claimde haar bevoegdheid inzake hernieuwbare energie, rationeel energie beleid en distributie en zag zich daarbij een pad in de korf gezet door de federale regulator. Injectietarieven verhogen uiteraard de kosten voor hernieuwbare energie en WKK en hebben dus een ontradend effect. Het Vlaamse parlement legde decretaal vast dat productie-installaties van hernieuwbare energie én kwalitatieve warmtekrachtkoppeling 12

13 werden vrijgesteld van injectietarieven. De federale regulator beschouwde dit dan weer als een afbreuk aan haar bevoegdheden en startte een procedure bij het grondwettelijk hof. Wat de wet van 29/04/99 niet kon voorzien, laat staan deze van 08/08/80, was dat er een dag zou komen dat windenergie op zee een realiteit zou worden. Die dag kwam er in 2002 toen, naar voorbeeld van Denemarken, ook in België windenergieprojectontwikkelaars interesse kregen in het plaatsen van windturbines op zandbanken voor de Belgische kust. Alleen bleek er geen wetgevend kader dat zulks mogelijk zou maken: de bevoegdheid voor hernieuwbare energie lag immers bij de gewesten die daar voor hun respectievelijk grondgebied vrij over konden oordelen. Echter, de Belgische territoriale wateren waren of zijn Vlaams, noch Waals, laat staan Brussels. De Belgische territoriale wateren waren en zijn het enige Belgische grondgebied Derhalve werd in snel tempo wetgeving klaar gemaakt die de bouw en exploitatie van offshore windmolenparken mogelijk zou maken. Echter, verder zal blijken dat deze specifieke juridische situatie bijkomende moeilijkheden oplevert. Een belangrijk referentiekader op het vlak van energiebeleid in Nederland is het energierapport Het Energierapport 2011 bevat de maatregelen om Nederland minder afhankelijk te maken van fossiele brandstoffen en geleidelijk over te laten schakelen op hernieuwbare energie. Daarin werd ook als beleidskeuze duidelijk gesteld dat Nederland de opgelegde doelstellingen wil bereiken op de goedkoopst mogelijke manier. Daarom werd bvb. de verplichte bijstook van biomassa in steenkoolcentrales opgelegd en de leveranciersverplichting (zie verder) aangekondigd. Uit de inventarisatie van ondersteuningsmaatregelen blijkt verder nog dat in Nederland de provincies een belangrijke rol opnemen in het ondersteunen van duurzame energie. In België is die rol zeer bescheiden en beperkt deze zich eerder tot het toekennen van premies voor bepaalde energievriendelijke technologieën (bvb. zonneboilers) aan particulieren. Echter, steeds meer Vlaamse provincies organiseren groepsaankopen voor aardgas en groene stroom en ondersteunen daarmee ook onrechtstreeks duurzame energie productie: de lagere aardgastarieven zijn ook een incentive om over te stappen van stookolie naar aardgas (een milieuvriendelijker brandstof) en de massale interesse voor groene stroom stimuleert leveranciers om duurzame stroom aan te kopen. Advies De provincies zouden bij de organisatie van de groepsaankopen wel kunnen opleggen dat de groene stroom Belgisch is of zelfs zijn oorsprong in de betrokken provincie heeft. Dit kan perfect door op te leggen dat de Garanties van Oorsprong (GvO) afkomstig moeten zijn van lokale EANnrs, Aangezien de groepsaankopen formeel en juridisch gezien niet het statuut van een overheidsopdracht hebben, is dergelijke zelfs provinciale begrenzing niet in strijd met de Europese regelgeving. Dergelijke voorwaarde zou vermijden dat grijze stroom wordt groen gekleurd met vooral Scandinavische GvO s, zoals nu het geval is. 13

14 II.2 Over de doelstellingen Europees Binnen het kader van de Europese 2020 doelstellingen (20 % CO2-reductie, 20 % hernieuwbare energie en 20 % relatieve primaire energie besparing tegen 2020) leidde de zogenaamde Burden Sharing tot een verplichting inzake hernieuwbare energie ten overstaan van alle lidstaten (opgenomen in de Richtlijn 2009/28/EG1 Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie), zoals aangeduid op de hierna volgende grafiek. Daarbij werd rekening gehouden met het op dat ogenblik (2005) reeds gerealiseerde percentage hernieuwbare energie enerzijds en het nog onontgonnen potentieel anderzijds. Nederland en België werd respectievelijk 14 en 13 % toebedeeld aangezien de EU van oordeel was dat beide landen vanwege hun geografische situatie (beperkt reliëf), bevolkingsdensiteit (beperkte ruimte) en hoge energie-intensiteit (aanwezigheid van energie-intensieve industrie) überhaupt slechts een lagere dan gemiddelde score zouden kunnen halen. Voor alle duidelijkheid: die verplichting is bindend en slaat op hernieuwbare energie, niet louter op stroom. De doelstelling behelst dus zowel het verbruik van brandstoffen voor verwarming, transportbrandstoffen als elektriciteit. 14

15 Nederland In juni 2010 diende Nederland in het kader van hogervermelde richtlijn haar verplicht Actieplan hernieuwbare energie in. Het plan lijstte bestaande en geplande maatregelen op en besluit met de doelstellingen mbt de 3 subthema s transport, verwarming en elektriciteit, opgedeeld in 3 fases en dit geplaatst tov. het gerealiseerde cijfer in Op de volgende grafieken worden deze doelstellingen in kaart gebracht: Doelstelling verbruik transportbrandstoffen, uitgedrukt in kiloton olie equivalent (ktoe): Bron: Agentschap NL 15

16 Doelstelling verbruik verwarming en koeling, uitgedrukt in kiloton olie equivalent (ktoe): Bron: Agentschap NL Doelstelling productie elektriciteit van hernieuwbare oorsprong, uitgedrukt in GW geïnstalleerd vermogen: Bron: Agentschap NL 16

17 Doelstelling productie elektriciteit van hernieuwbare oorsprong, uitgedrukt in GWh geïnstalleerd vermogen: Bron: Agentschap NL België Net zoals Nederland diende ook België een Actieplan Hernieuwbare Energie in te dienen, dat diende aan te geven hoe de algemene doelstelling van 13 % hernieuwbare energie zou worden gehaald. Het plan lijstte voornamelijk bestaande maatregelen op en besluit met de jaarlijkse doelstellingen mbt de 3 subthema s transport, verwarming en elektriciteit. Op de volgende grafieken worden deze doelstellingen in kaart gebracht: Doelstelling verbruik transportbrandstoffen, uitgedrukt in kiloton olie equivalent (ktoe): 17

18 België wenst tegen ,14 % van de transportbrandstoffen uit hernieuwbare energiebronnen te halen. Merk op dat de Belgische einddoelstelling identiek dezelfde is als deze in Nederland, doch dat de onderverdeling per categorie verschilt. Zo verwacht België blijkbaar beduidend meer transporten met elektrische voertuigen. Doelstelling verbruik verwarming en koeling, uitgedrukt in kiloton olie equivalent (ktoe): België wenst tegen ,9 % van zijn warmte en koeling uit hernieuwbare energiebronnen te halen. Merk op dat de Belgische einddoelstelling in belangrijke mate hoger ligt dan deze in Nederland. Dat is bijzonder opmerkelijk, wetende dat Nederland in 2005 reeds ongeveer 700 kiloton olie equivalent hernieuwbare energie aandeel in verwarming en koeling had, terwijl België op dat vlak nog nergens stond. 18

19 Doelstelling productie elektriciteit van hernieuwbare oorsprong, uitgedrukt in GW geïnstalleerd vermogen: Merk op dat de doelstelling mbt het geïnstalleerd vermogen aan groene stroomproductie slechts net iets meer dan de helft is van de Nederlandse doelstelling! Doelstelling productie elektriciteit van hernieuwbare oorsprong, uitgedrukt in GWh geïnstalleerd vermogen: 19

20 België wenst tegen ,9 % van zijn lokaal geproduceerde stroom op basis van hernieuwbare energie te doen. Vanuit de Belgische hernieuwbare energie sector kwam en is er nog steeds heel wat kritiek op het plan. De voornaamste kritieken zijn dat er weinig visie op toekomstige te nemen maatregelen is, dat sommige van de deeldoelstellingen reeds bij publicatie gedateerd waren (want in realiteit reeds gehaald), de doelstelling mbt groene stroom weinig ambitieus is, terwijl deze voor transportbrandstoffen dan eerder onhaalbaar is als men niet grondig ingreep op het aantal transportbewegingen. II.3 Over de realisatie van de doelstellingen 1 Groen transport: Vooraf Biobrandstoffen hebben één heel belangrijk nadeel ten opzichte van fossiele brandstoffen. Biobrandstoffen zijn duurder. Daarom staat de Europese Unie haar lidstaten een accijnsvermindering op biobrandstoffen toe opdat deze aan de pomp even veel zouden kosten als fossiele brandstoffen. Het werd al snel duidelijk dat de streefcijfers van de EU niet volstaan. Slechts twee lidstaten hebben het streefcijfer van 2005 gehaald. Enkel Duitsland en Zweden haalden een biobrandstofaandeel van meer dan 2%. Alle andere lidstaten bleken onvoldoende promotie te hebben gevoerd. Daarop heeft de EU begin 2007 al haar lidstaten verplicht om tegen 2020 een biobrandstofaandeel van 10% te halen. Nederland Eind 2010 bedroeg het aandeel biobrandstoffen in transport in Nederland 12,72 PJ (statusdocument agentschap NL Bio-energie in 2010). Een aandeel dat tegen 2015 dient te verdubbelen, wil men op koers blijven van het Nederlands Actieplan voor Hernieuwbare Energie. Bron: Agentschap NL 20

21 Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek bedroeg het aandeel biobrandstoffen voor transport 9,575 PJ (om het gebruik van biobrandstoffen uit afval te stimuleren tellen deze vanaf 2009 dubbel voor de bijmengplicht in Nederland en ook voor de vervoersdoelstelling uit de EU-Richtlijn hernieuwbare energie uit 2009). Deze dubbeltelling geldt niet voor de algemene doelstelling uit de EU-richtlijn voor het aandeel hernieuwbaar in het totaal eindverbruik van energie). Nederland blijkt momenteel slechts 3 % van zijn transportbrandstoffen uit hernieuwbare energie te halen. Bron: Centraal Bureau voor de statistiek NL Dit leidt tot volgend realisatiepad tov de doelstellingen (cijfers 2010): 21

22 België Het aandeel hernieuwbare energie in het Belgische transport via elektrische wagens is voorlopig verwaarloosbaar: Er rijden in België minder dan 100 elektrische wagens die op hun beurt, gelet op de algemene Belgische brandstofmix, slechts voor 9 % uit groene stroom worden bevoorraad. België heeft gekozen voor een erg overheidsgebonden biobrandstofproductie. De accijnsverlaging die gepaard gaat met de verdeling van biobrandstoffen betekent voor de overheid een aanzienlijk bedrag aan misgelopen accijnzen. Daarom kregen slechts enkele Belgische biobrandstofproducenten een licentie die recht geeft op een accijnsverlaging op biobrandstoffen. Na langdurige procedures en opeenvolgende vertragingen konden acht geselecteerde biobrandstofproducenten begin 2007 starten met de productie en verkoop van biobrandstoffen in België. Doch al snel bleek dat nagenoeg geen enkele brandstofverdeler in België bereid was om op vrijwillige basis biobrandstoffen te verkopen. Sinds juli 2009 zijn de producenten van brandstoffen in België wettelijk verplicht om 4% biobrandstoffen bij te mengen in hun benzine en diesel. Volgens de cijfers van de FOD Financiën blijkt dat quotum eind 2010 reeds flink overschreden, zoals blijkt uit onderstaande grafiek van het aandeel ethanol in benzines en het aandeel FAME (Fatty Acid Methyl Esthers) in diesel. In september 2010 (officieel gekende meest recente cijfers van de FOD Financiën) bedroeg het aandeel biobrandstoffen: 6,36 % ethanol in benzines ; 4,76 % FAME in diesel. Dat quotum van 4 % kent voorlopig geen groeipad. Om tegen 2020 dus 10,14 % te bekomen moet dus het huidige behaalde percentage ongeveer verdubbeld worden. Dat lijkt een welhaast onmogelijke opdracht. 22

23 Zoals eerder gemeld verwacht België veel van het aandeel elektrische voertuigen om het aandeel hernieuwbare energie in de transportsector op te krikken. Echter, elektrische voertuigen kunnen enkel als hernieuwbaar worden beschouwd als de stroom die men gebruikt om het voertuig op te laden ook effectief van een hernieuwbare bron afkomstig is. Met een brandstofmix voor elektriciteitsproductie van nauwelijks 9 % (zie verder), is dat momenteel niet het geval. In Vlaanderen wordt via de ecologiepremie de aanschaf van een elektrische wagen gestimuleerd, zonder dat evenwel de verplichting rust op het gebruik van hernieuwbare energie. Wat inzake duurzaamheid met de huidige brandstofmix voor elektriciteit eigenlijk nefast is. Een wagen die op aardgas rijdt is een stuk milieuvriendelijker want energie-efficiënter dan een wagen die op elektriciteit rijdt, waarbij de stroom geproduceerd werd door een aardgascentrale. Laat staan een nucleaire of steenkoolcentrale. Anderzijds is het uiteraard bijzonder moeilijk (en momenteel praktisch zelfs onmogelijk) om te determineren hoeveel groene stroom een wagen heeft getankt. 2 Groene warmte: Nederland Nederland haalt momenteel 26,47 PJ van zijn warmte uit bio-energie (statusdocument agentschap NL Bio-energie in 2010). Een gestage groei is technisch iets makkelijker omdat Nederland 4 % van zijn warmte uit warmtenetwerken haalt en het vervangen van de invoedende gascentrales door biomassa gestookte centrales eenvoudiger is. In België zijn warmtenetwerken nagenoeg onbestaande, wat maakt dat biomassa voor verwarming voorlopig beperkt blijft tot beperkte geïsoleerde gevallen. Bron: Agentschap NL 23

24 De cijfers van het Agentschap NL komen niet geheel overeen met de cijfers gepubliceerd door het Centraal Bureau voor Statistiek, zoals hieronder weergegeven. De cijfers betreffen het eindverbruik voor verwarming uit hernieuwbare energiebronnen, dat 29,372 PJ aangeeft. Daarin zit niet alleen biomassa maar ook geothermie en zonnewarmte. Bron: Centraal Bureau voor de statistiek NL Het totaal aandeel hernieuwbare energie in het warmteverbruik ligt daarmee amper op 2,8 %, ver van de doelstelling van 14 % tegen Maar tov. de 2010 tussendoelstelling, ligt Nederland wel bijna op schema. 24

25 Een aanvang werd gemaakt met het injecteren van biogas in het aardgasnet, zij het nog bescheiden en beperkt tot 1 injectiepunt. Toch is er een grote belangstelling voor het injecteren en afnemen van dit groene gas, gelet op het aantal aanvragen terzake in de SDE-regeling. Het beperkte budget laat echter slechts een trage groei toe. Daar komt wellicht vanaf 2012 verandering in, nu groene warmte voluit mogelijk wordt in een verruimde SDE+ met hoger budget. België Het aandeel groene warmte is, bij gebrek aan beleid terzake, in België nagenoeg onbestaande. In die mate zelfs dat het onmogelijk is om recente nationale cijfers terug te vinden. Onderstaande grafiek betreft enkel 2009 cijfers voor Vlaanderen. Bron: VITO Ongeveer TJ of 0,105 PJ voor Vlaanderen, betekent 2,5 kiloton olie equivalent of 0,1 % van de Belgische doelstelling voor Zonder evenwel over precieze cijfers te beschikken moeten we er evenwel van uit gaan dat het aandeel groene warmte in Wallonië niet veel hoger zal zijn, laat staan in Brussel. In geen van de drie gewesten is er momenteel een beleid, laat staan ondersteuning, inzake groene warmte, al wordt dit in Vlaanderen wel voorbereid. Het beschikbare budget voor 2012 bedraagt echter slechts 4 miljoen. 3 Groene stroom: Nederland Onderstaande grafiek van het Centraal Bureau voor Statistiek toont het aandeel hernieuwbare energie in het totale elektriciteitsverbruik in GWh. 25

26 Bron: Centraal Bureau voor de statistiek NL Analyse van de cijfers leert dat de totale groene stroom productie in de periode daalde. Sinds 2008 stijgt het aandeel weer, doch dat is enkel toe te schrijven aan de toename van biomassa (voornamelijk bijstook in steenkoolcentrales en afvalverbranding). Met een aandeel van 11,61 TWh en 9,9 % zit Nederland, voor wat betreft haar groene stroom doelstelling, wel iets voor op schema. Op 27 februari 2012 publiceerde het Nederlandse Centraal Bureau voor Statistiek van de cijfers inzake groene stroom productie voor Daaruit blijkt dat Nederland een stand-still kent op het vlak van hernieuwbare energie. In 2011 is 12 TWh elektriciteit geproduceerd uit windenergie, waterkracht, zonneenergie en biomassa. Dat is bijna 10 procent van het elektriciteitsverbruik en ongeveer evenveel als in De productie van de windmolens nam met 5 procent toe door uitbreiding van de capaciteit. De productie van elektriciteit uit biomassa was ongeveer net zo hoog als in

27 Bijna 60 procent van de productie van hernieuwbare elektriciteit komt uit biomassa. Het gaat daarbij om het verbranden van organisch afval in afvalverbrandingsinstallaties, het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales, de productie van elektriciteit uit biogas en overige biomassaverbranding. De productie van hernieuwbare elektriciteit uit afvalverbrandingsinstallaties nam met bijna 10 procent toe door het in gebruik nemen van nieuwe installaties. De productie van elektriciteit uit andere biomassatechnieken daalde of bleef gelijk. Er zijn geen grote installaties bijgekomen en sommige installaties hebben minder gedraaid vanwege onderhoud, hoge prijzen voor olie- en vetachtige biomassa of het aflopen van de MEP-subsidie. In 2010 was het windaanbod 23 procent lager dan het langjarige gemiddelde. Ook in 2011 was er lange tijd weinig wind. In december 2011 waaide het echter veel. De elektriciteitsproductie uit windmolens steeg tot een maandrecord van 850 miljoen kwh en was goed voor ruim 7 procent van het elektriciteitsverbruik in die maand. Over heel 2011 lag het windaanbod een paar procent onder het langjarige gemiddelde. Uit de meest recente evolutie zou kunnen blijken dat Nederland in tegenstelling tot wat voor kort werd verwacht toch niet zo evident haar doelstelling op het vlak van 27

28 groene stroom zal gaan halen. Temeer het grootste deel van de geproduceerde stroom van biomassa komt. Biomassa heeft een hoge OPEX en is dus bijzonder gevoelig voor al dan niet verdere ondersteuning. België De in België verkochte groene stroom komt voor 8,98 % uit in België geproduceerde hernieuwbare energiebronnen (cijfer 2010). Dat aandeel bleef tussen 2009 en 2010 gelijk omdat het aandeel hernieuwbare energie in dezelfde mate steeg als het elektriciteitsverbruik. Voor 2011 zijn nog geen cijfers bekend. België zit met dat percentage voor wat betreft groene stroom productie boven de terzake bepaalde doelstelling in het Actieplan Hernieuwbare Energie. Met de ontwikkeling van off shore windprojecten die stilaan op kruissnelheid komt, is het waarschijnlijk dat België de groene stroom doelstellingen moeiteloos haalt. Zoals eerder opgemerkt zit België voor de componenten warmte en transport daar ver onder. Wat Vlaanderen betreft werd in % van de verbruikte stroom geproduceerd door hernieuwbare energie (bron: stuk 15 ( ) Nr. 3-K, Vlaams Parlement). Wel moet de aandacht worden getrokken op volgend element: België en Vlaanderen halen momenteel moeiteloos de doelstelling inzake groene stroom productie, vooral dankzij het dalende elektriciteitsverbruik (zie volgende grafiek). Mocht dit leiden tot een verslappend beleid en mocht het elektriciteitsverbruik in de toekomst stijgen, dan zou er snel weer een achterstand op het schema kunnen ontstaan. 28

29 Op onderstaande grafiek wordt weer gegeven hoe het reëel vermogen inzake hernieuwbare elektriciteit zich verhoudt tov. de doelstellingen uitgetekend in het HE actieplan. Op onderstaande grafiek wordt weergegeven hoe de reële hernieuwbare elektriciteitsproductie zich verhoudt tov de doelstellingen uitgetekend in het HE actieplan. 29

30 Binnen het aandeel groene stroom is vooral het aandeel zonne-energie fors groter dan wat door het plan werd vooropgesteld. België haalt met 1.587,4 MW geïnstalleerd vermogen (1.394,8 MW in Vlaanderen, 6,6 MW in Brussel en 186 MW in Wallonië, cijfers van eind 2011 van de 3 regulatoren, ondertussen weer gegroeid) reeds 17,5 % meer dan wat de doelstelling voor PV voor 2020 was. Advies: Zero Emission Solutions adviseert om de Belgische doelstellingen inzake hernieuwbare energie meer conform de realiteit te herschikken en het aandeel groene stroom te verhogen, ten koste van het aandeel hernieuwbare energie in transport en warmte. 30

31 4 Samenvatting Onderstaande tabel geeft samenvattend de cijfers voor Nederland en België weer, uitgedrukt in kiloton olie equivalent. Dit laat ons toe om de cijfers correct te vergelijken. Realisatie 2020 doelstellingen HE België - Nederland Nederland België 2020 Transport 907, kte 2010 doel 324,83 - kte 2010 reëel 338, kte Warmte , kte 2010 doel 895,67 - kte 2010 reëel 812, kte Elektriciteit ,64 kte 2010 doel 902,84 - kte 2010 reëel 998,28 625,45 kte Besloten mag worden dat België op het vlak van vergroening van zijn transportbrandstoffen, eind 2010 verder stond dan Nederland. Terwijl de doelstellingen voor beide landen ongeveer dezelfde is. Niettegenstaande de doelstelling voor groene warmte voor België 25 % hoger ligt dan deze in Nederland, staat België op dat vlak nog nergens en haalt nauwelijks 10 % van de doelstelling die in 2020 zou moeten worden gehaald. Het wordt voor België dan ook zeer moeilijk, zo niet onmogelijk om deze deeldoelstelling te halen. Nederland lijkt wel ongeveer op schema, in vergelijking met haar tussendoelstelling Maar ook de doelstelling voor 2020 ligt nog ver af. Voor wat groene stroom betreft, valt het op dat de Nederlandse einddoelstelling meer dan het dubbele bedraagt dan deze in België. Niettegenstaande Nederland de tussendoelstelling ruimschoots haalt, is het absoluut niet evident dat ook de einddoelstelling wordt gehaald. Immers, Nederland heeft lage tussendoelstellingen gefixeerd en dus eigenlijk de realisatie van de einddoelstelling voor zich uit geschoven. De situatie in België is bijzonder: de doelstelling in kte werd in 2010 gefixeerd en berekend op een verwachte groei van het elektriciteitsverbruik. Dat verbruik is echter sinds 2006 dalende, wat dus maakt dat België in 2010 ongeveer 9 % van zijn stroom via hernieuwbare energie produceerde tegenover een doelstelling van 20,9 % in Mocht het elektriciteitsverbruik in België weer fors toenemen, dan riskeert België ook deze doelstelling niet te halen. 31

32 II.4 Over de ondersteuningsmechanismen Nederland: Uit de inventaris inzake steunmaatregelen blijkt dat Nederland inzake ondersteuningsbeleid inzake hernieuwbare energie vooral focust op fiscale incentives. Allerlei belastingverminderingen moeten investeringen in duurzame energie ondersteunen. Enkel de SDE+ regeling ondersteunt de productie van groene warmte en groene stroom, toegekend in ct/kwh binnen een vooraf vastgelegde budgettaire enveloppe. In het hoofdstuk dat specifiek Nederland behelst wordt een meer gedetailleerde en uitgebreide kritische analyse gemaakt. Vlaanderen: In Vlaanderen is, met het wegvallen van de belastingvermindering voor duurzame energie-uitgaven voor particulieren (eind 2011) en het inkrimpen van de ecologiepremie, het certificatenmechanisme als belangrijkste ondersteuningsmechanisme overeind gebleven. Zoals verder wordt beschreven stokt het mechanisme momenteel op zeer ernstige wijze en is het aan een (decretaal trouwens voorziene) evaluatie en herziening toe. II.5 Ondersteuningsmechanismen in Europa 1 ETS De enige supranationale, Europese, maatregel die de ontwikkeling van duurzame energieproductie en gebruik aanmoedigt is het European Trading Scheme binnen de flexibiliteitsmechanismen (de zgn. Flex-mex of flexible mechanisms uit de EU RES-directive) van het Kyoto-protocol. Binnen de post-kyoto doelstellingen en 2020-maatregelen zal die ETS ongetwijfeld een nog uitgebreider rol spelen. Het ETS stimuleert bedrijven die opgenomen zijn in de bijlage van het nationaal allocatieplan om in hun sector, top 10 mondiaal te zijn inzake energie-efficiëntie. Bedrijven die beter scoren bekomen dan de hun toegewezen emissierechten kunnen het saldo aan rechten verkopen aan bedrijven die slechter scoren dan noodzakelijk. Dit zet bedrijven er indirect toe aan om te investeren in energiebesparing, warmtekrachtkoppeling en hernieuwbare energie. 32

33 2 Het Feed-in tarief De meeste Europese landen kennen het zogenaamde feed-in tarief als voornaamste ondersteuningsmechanisme. Het feed-in tarief betreft een vaste vergoeding per geïnjecteerde MWh. Voordeel voor de producent is dat het up-front zekerheid mbt de ondersteuning en dus ook de investering biedt. Nadeel is dat er geen stimulans is om lokaal geproduceerde stroom ook lokaal te verbruiken, wat de elektriciteitsnetten ernstig kan verstoren. Bovendien, door de aparte feed-in tarieven per technologie, is er geen stimulans om de kostenefficiëntie van de verschillende technologieën naar eenzelfde niveau te brengen. Net zoals we verder bij het certificatenmechanisme zien, kan ook het feed-in tarief de vrije markt grondig verstoren. Dat blijkt nergens beter dan bij het fenomeen van negatieve prijzen dat zich reeds 2 maal voordeed in Duitsland: Het aandeel windenergie in Duitsland bedraagt ongeveer 20 % van de totale capaciteit. Op zeer windrijke dagen wordt massaal stroom geïnjecteerd aan een vast tarief. Aangezien de Duitse kerncentrales hun productie niet zomaar verminderen of stopzetten ontstaat er meer stroomaanbod dan er vraag is. Voor een kerncentrale is het afschakelen en terug opstarten van de productie een zodanig dure aangelegenheid dat elektriciteitsmaatschappijen met kernenergie liever hun klanten betalen om toch maar stroom te verbruiken, dan de productie stop te zetten. Het succes van een feed-in systeem of een bonussysteem staat of valt met het vermogen van de overheid om een adequaat voldoende hoog om investeringen te prikkelen, maar niet zo hoog dat windfall profits gecreëerd worden steunniveau te bepalen. Dit is getuige ervaringen in het buitenland een bijzonder moeilijke tot zelfs onmogelijke opdracht, en leidt er in praktijk toe dat het beleid een stop-and-go karakter krijgt en niet tot een stabiel en voorspelbaar investeringsklimaat leidt. Getuige daarvan de vele negatieve ervaringen met de ondersteuning voor PV in Tsjechië, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Spanje waarbij vooropgestelde feed-in tarieven een enorm aanzuigeffect hadden en dientengevolge snel na de invoering werden stopgezet of fors verminderd. In Spanje leidde dit zelfs tot retroactieve maatregelen die juridisch fel werden aangevochten. Anderzijds ontstaan dergelijke wind-fall profits ook bij een certificatenmechanisme zoals dit in Vlaanderen van toepassing is. Het is dus geen exclusief nadeel van het Feed-in tarief. De Nederlandse SDE+ regeling is grosso modo een variante op het feed-in tarief, met dit verschil dat de vaste vergoeding per MWh ook geldt voor lokaal verbruikte stroom. Advies: Gelet op het voorgaande adviseert Zero Emission Solutions om de bestaande SDE+ en het certificatenmechanisme in Vlaanderen niet te vervangen door een feed-in tarief (zie ook verder bij Nederland), maar de essentie van het huidige systeem te behouden, teneinde een continuïteit in het beleid te garanderen. Die continuïteit is 33

34 voor investeerders van primordiaal belang. Zeker in Nederland (met 2 grondige wijzigingen in 5 jaar), maar ook in mindere mate in Vlaanderen (met 4 wijzigingen mbt. de GSC-regeling in 3 jaar) was die continuïteit zoek, wat het ondernemingsklimaat in de sector verstoorde. Kiezen voor een volledig andere benadering zou nefast kunnen zijn in de verdere ontwikkelingen inzake duurzame energie. Een volledige omschakeling naar een nieuw systeem zou een systeemshock kunnen veroorzaken, waarbij investeringen gedurende langere tijd zouden uitblijven. Bovendien zou in een nieuw systeem ook een leercurve moeten doorlopen worden, wat een bijkomende achterstand tov de doelstellingen zou doen oplopen. In het algemeen dient te worden gesteld dat continuïteit in het beleid ook impliceert dat wijzigingen ruim op tijd worden bekend gemaakt en dus de datum van inwerkingtreding van een decreetswijziging niet te snel volgt op de datum van publicatie er van. 3 Groene stroom certificaten Enkel België, Zweden, Italië en Estland kennen een zuiver groene stroom certificaten mechanisme. Het Verenigd Koninkrijk en Polen hebben een variante er op. De werking van het mechanisme wordt in de inventaris in bijlage toegelicht. Via quota wordt een groeipad uitgetekend en gevolgd. Een voordeel van het certificatenmechanisme is dat het functioneert volgens het marktprincipe van vraag en aanbod. Het nadeel is dat bij een overaanbod de markt kan instorten wat de investeringszekerheid ernstig belemmert. Uiteraard kan ook het groene stroom certificatenmechanisme tot windfall profits leiden als er niet flexibel kan worden in gegaan op wijzigende onrendabele toppen (zie verder). In Brussel en Wallonië hanteert men een ander groene stroom mechanisme dan in Vlaanderen. Daar gebeurt de toekenning van de GSC s op basis van vermeden kg CO2 in vergelijking met een referentietechnologie. Zulks betekent dat men in Brussel 1 GSC krijgt per 218 kg vermeden CO2, in Wallonië 1 per 456 kg vermeden CO2. Dat betekent in Brussel dat men voor een GSC afkomstig van windenergie 2 GSC s per MWh zou krijgen ( zou omdat er in Brussel geen windturbines staan). In Wallonië bekomt men 1 GSC per MWh uit wind. Elk GSC heeft een minimum garantie waarde van 65, die door de distributienetbeheerder zal worden betaald mocht de marktprijs onder die waarde zakken. Voor PV geldt in beide gewesten een (verschillende) multiplicator factor, zodat men meerdere GSC s per vermeden referentiewaarde CO2 bekomt. Dit om de onrendabele top te compenseren (zie verder voor een verklaring van het begrip onrendabele top ). Dergelijke benadering biedt meerdere voordelen: - De minimum garantie bedraagt voor elke GSC van eender welke technologie 65 waardoor tot op heden geen enkele GSC aan de distributienetbeheerder werd verkocht en die kost dus ook niet in de distributienettarieven diende te worden verwerkt - Door de toekenning per vermeden aantal kg CO2, kan men ook aan warmtekrachtkoppelingsinstallaties op basis van aardgas, GSC s toekennen. Anderzijds is het misschien minder passend om ook stroomproductie op basis van 34

35 fossiele brandstoffen in een groene stroom certificatenmechanisme te incorporeren. - Het creëren van één markt voor groene stroom en WKK-stroom certificaten maakt de liquiditeit op die markt groter. - De gelijkenis tussen het Waalse en Brusselse systeem maakt het mogelijk om Waalse GSC s te gebruiken voor de inleveringsplicht in Brussel (niet omgekeerd), op voorwaarde dat er onvoldoende Brusselse GSC s ter beschikking zijn. - Het linken van de markt voor groene stroom en WKK-stroom certificaten in enerzijds Wallonië en anderzijds Brussel maakt de liquiditeit op die markt groter. Naast het Vlaamse, Brusselse en Waalse certificatenmechanisme is er een ad-hoc certificatenmechanisme voor Belgische off shore windenergie. De certificaten die deze windmolenparken op zee opleveren worden door ELIA aangekocht tegen hetzij 107 /stuk (voor parken tot 216 MW vermogen) en 90 /stuk (voor parken groter dan 216 MW vermogen). Deze certificaten worden momenteel in géén van de 3 gewestelijke systemen geïntegreerd en blijven dus ook ongebruikt voor het behalen van de gewestelijke doelstellingen. Met de toename van de off shore productie neemt uiteraard ook dit probleem en de financiering ervan toe. Momenteel is dat ad-hoc voor off shore windenergie, maar wat als in de toekomst andere off shore technologieën (bvb. golfstroomenergie, golfslagenergie) interessant worden? Advies: Gelet op het voorgaande adviseert Zero Emission Solutions om het certificatenmechanisme in Vlaanderen meer compatibel te maken met Wallonië en Brussel zodat een intergewestelijke inwisselbaarheid zou ontstaan. Bepaalde technologieën zijn meer haalbaar in het Noorden (bvb. WKK vanwege de hoge energie-intensiviteit of PV vanwege het groot aantal beschikbare daken en de beperkte open ruimte), andere zijn eenvoudiger en kostenefficiënter te realiseren in het zuiden (windenergie omwille van de grotere open ruimte of biomassa omwille van de beschikbaarheid van hout). Bovendien pleit Zero Emission Solutions om ook de off shore opgewekte energie in het certificatenmechanisme van de 3 gewesten te integreren. 4 Investeringssteun Nagenoeg alle Europese landen ondersteunen de bouw van hernieuwbare energie productie installaties, hetzij rechtstreeks via subsidies, hetzij onrechtstreeks via belastingvoordelen. 35

36 III. Vlaanderen III.1 Gratis kwh werkt contraproductief De Vlaamse maatregel inzake de gratis kwh is niet opgenomen in de inventaris aangezien het geen ondersteuning inzake duurzaam energieverbruik betreft. Door een eenvoudige aanpassing zou het echter wel een accuraat wapen inzake rationeel energiegebruik kunnen worden. De 100 gratis kwh-maatregel (elke residentiële klant krijgt elk jaar 100 kwh per gezin kwh per gezinslid gratis stroom) werd als openbare dienstverplichting opgelegd. De maatregel zet eerder aan tot meerverbruik, omwille van de idee dat er x maal 100 kwh mag worden verspild aangezien deze toch gratis is. Bovendien blijkt uit simulaties dat meer verbruik door residentiële klanten, ook tarifair beloond wordt, zoals blijkt uit onderstaande simulatie: VREG V-Test - residentiële klant Eandis net Aantal gezinsleden Jaarverbruik NU kwh Jaarverbruik SU kwh Jaarverbruik totaal kwh Kost goedkoopste leverancier 748, , Kost goedkoopste leverancier 187,07 202,67 201,47 Kost standaard leverancier 926, , ,89 Kost standaard leverancier 231,67 227,67 226,66 Bron: VREG V-Test In bovenstaande tabel blijkt dat naarmate men meer verbruikt, men in ieder geval bij de standaard leverancier minder betaalt in /MWh. Dit komt gedeeltelijk doordat de distributiekosten bestaan uit een vast gedeelte (meter- en telactiviteit) en een variabel gedeelte, uitgedrukt in /MWh. Naarmate men meer verbruikt, wordt het aandeel vaste kost uiteraard kleiner. Advies: Gelet op het voorgaande adviseert Zero Emission Solutions om op Vlaams niveau de gratis kwh-regeling anders te organiseren: Verminder de distributiekost met 10 % voor gezinnen die minder dan kwh per gezinslid verbruiken. 10 % is dus het equivalent voor de 100 kwh gratis. Voor gezinnen waar het verbruik groter is dan kwh per persoon, wordt het distributienettarief verhoogd met 40 %. Enkel huizen die met een warmtepomp verwarmen zouden van deze boete worden vrij gesteld. De 100 kwh-regel was een sociale maatregel. Aangezien een gemiddeld gezin inderdaad ongeveer kwh komt dit voorstel op hetzelfde neer en gaat het sociaal effect dus niet verloren. Er wordt enkel een REG-maatregel aan toegevoegd. 36

37 III.2 Een versnipperd subsidielandschap Uit de inventaris blijkt dat Vlaanderen ongeveer 30 subsidielijnen heeft voor duurzame energie. Vele van die subsidiekanalen zijn weinig of niet gekend. Dit geldt bvb. voor de Duurzame technologie ontwikkeling of voor de demonstratieprojecten van VEA. Uiteraard leidt deze veelheid van ondersteuningsmechanismen tot versnippering van middelen en minder efficiënte besteding ervan: voor elke betoelaging moet er een apart evaluatiemechanisme in gang treden wat ook bijkomende personeelskost bij de overheidsadministratie vergt. Bovendien leidt de wildgroei aan subsidiekanalen ook aan een gebrek aan transparantie: Elke regeling heeft zijn eigen reglementering, specifieke doelgroep, specifieke voorwaarden en budgetten. Niet alleen de potentieel begunstigden (de bedrijven die een project willen ontwikkelen), maar ook de overheid zelf is nauwelijks op de hoogte van welke subsidiëringen er beschikbaar zijn. Het Vlaamse subsidielandschap lijkt wel een oerwoud waar men door het bos de bomen niet meer ziet. III.3 Premies voor particulieren De netbeheerders keren aan particulieren premies uit voor bepaalde energievriendelijke investeringen. Ook gemeenten en bepaalde provincies doen dit, in sommige gevallen voor identiek dezelfde investeringen wat kan leiden tot dubbele of zelfs mogelijks driedubbele premies. Zo kan je in bvb. de gemeente Keerbergen zowel bij de gemeente, de provincie als bij de DNB Iverlek een premie bekomen voor het plaatsen van een zonneboiler. Wie in Aalst woont daarentegen kan voor die zelfde zonneboiler enkel bij de DNB een premie bekomen. III.4 Overlapping Met de veelheid aan subsidiekanalen hoeft het dan ook geen verbazing te wekken dat verscheidene subsidies elkaar overlappen. Zo kan je een energieaudit inzake energiebesparingspotentieel voor de realisatie van een hernieuwbaar energieproject zowel via de Energiescan van het Agentschap Ondernemen, Thematisch Energieadvies, Prodem als via de KMO-portefeuille laten subsidiëren. Zo zou men een technologie als Cold ironing (=Walstroom, waarbij een schip terwijl het aangemeerd is in een haven stroom van het net haalt via een tijdelijke aansluiting ipv de vervuilende dieselmotor te gebruiken voor zijn stroomnoden) zowel via de ecologiepremie, DTO, PRODEM als via een demonstratieproject VEA kunnen laten betoelagen. Uiteraard komt de investering bovendien in aanmerking voor verhoogde fiscale aftrek. 37

38 III.5 Ecologiepremie De hervorming van de ecologiepremie vanaf 2011 heeft er toe geleid dat het beschikbare budget absoluut niet werd uitgeput. In 2011 werd aan subsidies toegekend. In 2010 was dat nog 10 maal meer. Tot februari 2011 gebeurde dit door middel van een wedstrijdformule. Per call werd er telkens 40 miljoen Euro voorzien. Het VITO beoordeelde dan telkens alle door bedrijven voorgestelde technologieën. De Vlaamse regering organiseerde van mei 2007 tot februari calls. Die calls resulteerden in 352,17 miljoen aan ecologiepremies voor in totaal 3,9 miljard aan investeringen. Topjaar was 2009 toen er 160 miljoen aan ecologiepremies werden toegekend voor ongeveer 1,6 miljard Euro aan investeringen. In 2010 werd 120 miljoen voorzien voor 3 calls van telkens 40 miljoen. Die werden grotendeels ook opgebruikt. Vanaf februari 2011 werd de wedstrijdformule afgeschaft. Het zogenaamde ecologiepremie PLUS -systeem werd ook duidelijk strenger. Investeringen die gesteund worden door middel van groene stroomcertificaten en WKK-certificaten werden niet langer gesubsidieerd. Bovendien gingen het steunpercentage en het steunplafond naar beneden, net als het totale budget dat 102 miljoen bedroeg. Opvallend is ook dat er in 2011 maar 135 aanvragen werden gedaan. In het topjaar 2009 waren er nog meer dan ontvankelijke aanvragen. Advies: Gelet op het voorgaande adviseert Zero Emission Solutions om op Vlaams niveau het aantal subsidiekanalen te verminderen en te beperken tot 3 categorieën: - Een premiestelstel voor particulieren dat rationeel energie gebruik stimuleert. Of de netbeheerders, of de gemeenten, of de provincies zouden deze rol kunnen opnemen, maar vermeden moet worden dat diverse niveaus diverse elkaar doorkruisende initiatieven zouden nemen wat de transparantie niet ten goede zou komen. Daarnaast zou de hervorming van de gratis kwh (zie eerder) kunnen leiden tot meer energiebesparing bij particulieren. - Een investeringssubsidie voor bedrijven, die voorbehouden is voor vernieuwende, meer experimentele technologieën (zowel inzake REG als HE) gestoeld op een enveloppefinanciering. O.i. kan een verruimde ecologiepremie alle overige specifieke investeringspremies mee opnemen. - Een productieondersteuning via het certificatenmechanisme (zie verder) die een voldoende groene stroom productie stimuleert in het kader van het behalen van de 2020-doelstellingen. Daarnaast adviseert Zero Emission Solutions expliciet om de aanleg van warmtenetten op te nemen in de limitatieve technologieën lijst van de ecologiepremie. 38

39 III.6 Uitzondering voor landbouwsector De landbouwsector (bepaald op basis van de NACE code) is uitgesloten van tal van ondersteuningsmechanismen. Zo komt de sector bvb. niet in aanmerking voor KMOportefeuille noch voor de ecologiepremie. De landbouwsector heeft met het VLIF (zie inventaris in bijlage) een aparte regeling, met name een investeringssubsidie. Voor investeringen op het bedrijf van diverse aard, ook inzake duurzame energie, kan een betoelaging van 8 % op de investering bekomen worden, geplafonneerd per jaar en per bedrijf. Die aparte subsidiëring hield steek, omdat een landbouwbedrijf niet in aanmerking komt voor ecologiepremie en dit nadeel dus werd gecompenseerd. Maar na de hervorming van de ecologiepremie leidt deze aparte benadering tot een anomalie. Zo kan bvb. een landbouwbedrijf 8 % investeringssubsidie bekomen voor een PV-installatie, terwijl dit binnen de ecologiepremie al sinds 2010 uitgesloten is. Advies: Gelet op het voorgaande adviseert Zero Emission Solutions om de VLIF-subsidiëring strikter te relateren aan typische en specifieke landbouwinvesteringen, maar landbouwbedrijven niet langer uit te sluiten van andere subsidieregelingen mbt duurzame energie, meer bepaald de ecologiepremie voor investeringen of de KMOportefeuille voor adviesverlening. Wel zou het te rechtvaardigen zijn dat dan ook een deel van de VLIF-middelen dan worden overgeheveld naar beide budgetten. III.7 Non-profit uitgesloten Voor de non-profit sector is investeren in duurzame energie bijzonder moeilijk: lokale overheden, overheidsinstellingen en NGO s hebben een driedubbele handicap: - Zij komen niet in aanmerking voor de verhoogde fiscale aftrek op de belastbare winst omdat zij per definitie geen winst maken - Zij kunnen de betaalde BTW niet recupereren - Zij worden uitgesloten van nagenoeg alle subsidiekanalen (enkel voor een demonstratieproject van VEA kan ook een NGO of lokale overheid een project indienen) Enkele bepaalde non-profit deelsectoren hebben een alternatief: De verzorgingssector heeft een beperkt alternatief onder de vorm van VIPA-subsidies waar ook bepaalde infrastructuurwerken voor duurzame energie (bvb een WKK) voor in aanmerking komen. En in het onderwijs kan men met AGIOn-subsidies (voorheen gekend als DIGO-subsidies bvb. ook zonnepanelen plaatsen. Een en ander resulteert dan ook in overheidsgebouwen die op het vlak van energieprestatie bijzonder slecht scoren. 39

40 Op federaal niveau wordt hieraan verholpen door Fedesco een Esco (Energy savings company) met NV-statuut doch gefinancierd met overheidskapitaal, die investeert in isolatie, WKK en PV-installaties in of op overheidsgebouwen. Met de oprichting van het Vlaamse energiebedrijf komt er nu ook op Vlaamse zijde een gelijkaardige mogelijkheid. Advies: Gelet op het voorgaande adviseert Zero Emission Solutions om tegen 2015 de resultaten van het Vlaamse energiebedrijf te evalueren en te bekijken of hun werking leidt tot voldoende en afdoende energiebesparende maatregelen in overheidsgebouwen. NGO s zouden echter wel moeten kunnen worden toegelaten tot de investeringssubsidies. III.8 De lat voor CO2-neutrale bedrijventerreinen ligt bijzonder laag Het Besluit van de Vlaamse Regering dd. 16/05/07 omschrijft de voorwaarden waaraan bedrijventerreinen moeten voldoen teneinde in aanmerking te komen voor ondersteuning. De door het besluit bedoelde CO2-neutraliteit noodzaakt enige verduidelijking: Anders dan in het Vlaamse klimaatplan betreft het hier nl. niet over Scope 1 emissies (directe lokale verbranding van fossiele brandstoffen voor verwarming van gebouwen of industriële processen) maar over Scope 2 emissies en dan bovendien enkel beperkt tot het elektriciteitsverbruik van de betrokken bedrijven op het terrein. Dit betekent dat enkel de op het terrein verbruikte elektriciteit CO2-neutraal moet worden opgewekt en meer bepaald door hernieuwbare energie (dus kernenergie is geen optie). Dit kan op de minst verregaande wijze, door enkel het aankopen van groene stroom, tot het lokaal opwekken van elektriciteit uit hernieuwbare energie. Enerzijds wordt de lat bijzonder laag gelegd (groene stroom aankopen creëert weinig meerwaarde, omdat het grijze stroom betreft die meestal en veelal zonder meerkost - met buitenlandse GvO s wordt groen gekleurd). Anderzijds wordt het produceren of leveren van groene warmte helemaal niet aangemoedigd. Advies: Gelet op het voorgaande adviseert Zero Emission Solutions om de ondersteuning voor CO2-neutrale bedrijventerreinen enkel toe te kennen indien de lokaal verbruikte stroom en warmte op jaarbasis (dus per saldo) ook plaatselijk op een CO2-neutrale manier wordt opgewekt. III.9 Beleid ifv stroom, niet warmte Het groene stroom certificaten mechanisme is er op gericht om de productie van groene stroom te stimuleren. Het systeem is erg succesvol en is ondertussen zelfs slachtoffer van zijn eigen succes geworden, zoals verder wordt toegelicht. 40

41 Op het vlak van biomassa leidt dit echter tot een aberratie: een biomassaverbrandingsinstallatie of biovergistingsinstallatie wordt zodanig geconcipieerd dat maximaal stroom wordt geproduceerd, zelfs ten koste van het nuttig gebruiken van de vrijgekomen warmte. Zo is het bvb. absoluut rendabel om een oude steenkoolcentrale, mits een kleine investering voor beperkte aanpassingen, te gebruiken om biomassa te verbranden en stroom te produceren. Het energetische rendement ligt daarbij lager dan 30 % wat energetisch bijzonder inefficiënt is (een WKK haalt rendementen van > 85 %, een STEG-centrale haalt rendementen van 56 tot 58 %). Het loont voor een investeerder vandaag minder of zelfs helemaal niet om de warmte te gaan valoriseren. Bovendien dienen oude steenkoolcentrales, tot uitputting van de lopende milieuvergunning, aan minder strenge criteria te voldoen inzake uitstoot van fijn stof en NOx, in vergelijking met moderne biomassacentrales. Steenkoolcentrales die tot biomassacentrale werden omgevormd, zijn de grote slokoppen inzake groene stroom certificaten. De Max Green centrale (de voormalige steenkoolcentrale van Roodenhuize) alleen al, is goed voor 1 miljoen GSC s, of 1/3 van het totaal aantal uitgekeerde GSC s. De centrale is eigendom van Electrabel (in een participatie met Ackermans & Van Haaren) wat de dominante positie van Electrabel op de elektriciteitsmarkt nog verstevigt. Zelfs het warmtekrachtcertificaten mechanisme dat gestoeld is op de relatieve primaire energiebesparing, leidt tot meer certificaten voor hogere elektrische rendementen versus hogere warmterendementen. Dat maakt bvb. trigeneratie (waarbij via een warmtewisselaar ook koude wordt geproduceerd) vandaag minder interessant. Het op komst zijnde groene warmte decreet zal daar, gelet op het zeer beperkte budget (4,4 miljoen voor 2012), weinig aan verhelpen. In tegenstelling tot Nederland zijn er in Vlaanderen nauwelijks warmtenetten. Warmtenetten kunnen een zeer belangrijk instrument zijn in het optrekken van het aandeel groene warmte. Wel moet gelet worden op de eligibiliteit van de afnemer die aangesloten is op een warmtenet. Normaliter is er op het warmtenet nl. slechts één producent aangesloten. Zo is Zero Emission Solutions geen voorstander van de decretale bepaling dat bij nieuw te bouwen woonwijken een aardgasnet niet verplicht is indien een warmtenet ter beschikking is. In Nederland is er binnen de SDE+ regeling veel meer aandacht voor groene warmte. In het hoofdstuk over Nederland worden te tarieven weergegeven per technologie, maar het totaalbudget bedraagt 1,7 miljard voor Ingeschat mag worden dat in Nederland, samen met groen gas, ongeveer drie kwart naar groene warmte gaat. Advies: Gelet op het voorgaande adviseert Zero Emission Solutions om de voorziene middelen voor het Groene Warmte decreet op te trekken. Bovendien dient te worden onderzocht hoe de ondersteuning via de groene stroom certificaten voor steenkoolcentrales die tot biomassacentrale werden omgeturnd retroactief kan worden beperkt. Dit kan bvb. door biomassa die dient te worden ingevoerd aan een strengere Life Cycle Analysis (LCA) te onderwerpen (de gebruikte energie voor productie, oogst, persing, raffinage en transport). 41

42 Daarnaast adviseert Zero Emission Solutions expliciet om de aanleg van warmtenetten op te nemen in de limitatieve technologieën lijst van de ecologiepremie. III.10 GSC-Mechanisme 1 Vooraf: de grondige herziening van het mechanisme Momenteel wordt het GSC-mechanisme, zoals ook decretaal bepaald, grondig geëvalueerd met het oog op een herziening ervan tegen 01/01/2013. Het studiebureau 3 E werd door het Vlaams Energie Agentschap aangeduid om een evaluatienota op te maken, gesprekken met diverse geïdentificeerde stakeholders en een voorstel tot herziening van het mechanisme uit te werken. Die nota werd publiek gemaakt op 10/07/2011, waarna ook de VREG en het VEA in een gezamenlijk advies positie innamen. Het is niet het voorwerp van deze studie om dit onderzoek en overleg nog eens dunnetjes over te doen. Wel willen we een aantal krijtlijnen herhalen en een aantal nieuwe ideeën aangeven. 2 Het wettelijk kader Het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (het elektriciteitsdecreet) is de wettelijke basis voor alles wat in Vlaanderen met elektriciteit te maken heeft. Het werd reeds verschillende keren gewijzigd. De meest ingrijpende wijzigingen gebeurden door het decreet van 8 mei 2009 tot wijziging van het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (BS 26 juni 2009) en door het energiedecreet. De decretale basis voor het systeem van de groene stroom certificaten werd vastgelegd in de artikelen tot en met van het energiedecreet van 08/05/2009. De administratieve boete bij overtreding van de certificatenverplichting staat beschreven in artikel van het decreet. Het decreet definieert het ondersteuningsmechanisme van de groene stroom certificaten. Het legt de elektriciteitsleveranciers een openbare dienstverplichting (verder ODV) op waarbij zij verplicht elk jaar een bepaald percentage groene stroomcertificaten moeten overhandigen aan de regulator (VREG). Dat percentage geldt op de door de leverancier op het distributienet getransporteerde stroom. Bij ontstentenis moet een boete worden bepaald van 118 (vanaf 2013 wordt dit 100 ). 42

43 GSC-quotum en boeteprijs in /MWh : Het certificatenmechanisme schematisch voorgesteld: 43

44 Bron: VREG Productie: Netbeheerders: Traders: De eigenaars van groene stroom productie centrales die op basis van het aantal geproduceerde MWh GSC s bekomen, hen toegekend door de VREG. hebben een aankoopverplichting aan minimum garantie waarde, maar zijn zelf niet certificaatplichtig en moeten dus de aangekochte GSC s verkopen op de certificatenmarkt Kopen en verkopen GSC s terwijl zij niet zelf certificatenplichtig zijn Energieleveranciers: Hiermee worden eigenlijk ARP s (Access Responsibility Parties) bedoeld. Dit zijn niet enkel leveranciers maar ook bedrijven (grotere verbruikers) die zelf instaan voor hun evenwichtsverantwoordelijkheid en dus ook stroom kopen op de spotmarkt. Zij zijn certificaatplichtig. VREG: Reguleert de markt en kent de GSC s toe. Per MWh geïnjecteerde stroom wordt tevens een Garantie van oorsprong (GvO) toegekend (zie ook de inventaris). Momenteel is deze, in tegenstelling tot eerdere aankondigingen, nog steeds niet ontkoppelbaar van de GSC s en kunnen deze dus niet apart worden verkocht, niettegenstaande er hiervoor ongetwijfeld een ruime markt aanwezig is. De prijsssetting in Wallonië (waar deze GvO s wel apart kunnen worden verkocht), leert dat men hiervoor een marktprijs tussen de 0,5 en 1 mag verwachten. Advies: Zero Emission Solutions adviseert om de ontkoppeling van de GvO s en GSC s asap mogelijk te maken. Dit zal de eigenaar/exploitant van een groene stroom installatie een voordeel van minstens een halve /MWh kunnen opleveren. 3 Minimum garantie waarde Het decreet voorziet ook in een minimum garantie waarde per technologie, verplicht uit te betalen door de distributienetbeheerder (DNB), zoals hieronder aangegeven. Producenten van groene stroom zullen uiteraard hun GSC s pas aan de DNB verkopen als de marktprijs lager is dan die minimumgarantie. 44

45 Tot voor kort deden alleen eigenaars van PV-installaties beroep op de minimum steun, maar door de instorting van de markt ontstaat deze situatie nu ook voor andere technologieën. Het laat zich aanzien dat de DNB s vanaf dit jaar massaal GSC s van windenergie, biomassa- en biovergistingsinstallaties zullen moeten aankopen. In december 2011 werden reeds GSC van andere dan PV-installaties aan de DNB s verkocht, in januari 2012 waren dat er reeds Installaties die niet op het DNB-net zijn aangesloten, de zgn. eilandbedrijven, bekomen geen minimumgarantie. Het gaat hier over installaties die alle opgewekte stroom ten allen tijde zelf gebruiken. Niettegenstaande zij op generlei wijze het net belasten, worden zij dus bestraft. Voor installaties aangesloten op het ELIA-net gelden wel minimum garantie waarden per GSC, zij het andere dan de op het DNB-net aangesloten installaties. Dit wordt aangegeven in de tabel hieronder: 45

46 Die minimumgarantie wordt in principe gebaseerd op een inschatting van de zgn. onrendabele top (verder OT genaamd). Die onrendabele top is het negatieve saldo tussen de kost en de opbrengst van de installatie. Vreemd is wel dat er dan voor ELIA en voor de DNB s een verschillende benadering is. Zowel de sector (overkoepeld door ODE Vlaanderen, zie advies ODE van juni 2011) als Zero Emission Solutions zijn voorstander van die OT-benadering, indien voldaan is aan enkele voorwaarden, zoals die in onderstaand advies worden opgelijst : Advies: Gelet op het voorgaande adviseert Zero Emission Solutions om de minimum garantie waarde voor GSC s te baseren op een Onrendabele Top berekening die: - Gebaseerd is op correcte berekeningen per technologie en rekening houdt met alle kosten (productie, evolutie primaire brandstofkost, onderhoud en leninglast) en inkomsten (ondersteuning en vermeden stroomkosten). De cijfers mbt tot eerder gemaakte OT-berekeningen van het VITO stuitten nl. op veel kritiek. - Binnen één technologie meer gedifferentieerd is, ook op het vlak van de gebruiker/eigenaar (een particuliere eigenaar van zonnepanelen heeft een veel hogere vermeden elektriciteitskost en kan dus met minder steun dan bvb. een industrieel bedrijf) - Zeer regelmatig (op kwartaalbasis voor PV) wordt geactualiseerd (zo kunnen bvb. ook de snel fluctuerende elektriciteitsmarktprijzen correct worden ingeschat) - Een haalbare terugverdientijd en minimale IRR garandeert (zoals bvb in het Brusselse systeem voor PV, waar men via een formule een terugverdientijd van maximum 7 jaar garandeert). - Het nadeel van stroominjectie niet compenseert. Lokale consumptie van lokaal geproduceerde stroom moet worden aangemoedigd om de druk op het net te ontlasten. 46

47 Maar gelet op de positieve ervaring met het Waalse en Brusselse systeem adviseert Zero Emission Solutions om de minimum garantie waarde te garanderen via een algemene minimum garantie waarde (van bij voorkeur 65 /GSC) doch de compensatie voor de OT voor bepaalde technologieën te realiseren via een multiplicator factor (het zgn. banding systeem). Dit systeem zou vermijden dat netbeheerders verplicht worden om massaal GSC s (en WKC s) aan te kopen aan minimum garantie prijs, wat de kost voor de eindgebruiker fors optrekt. Tenminste als de opgelegde quota hoger of gelijk aan het aanbod zouden zijn. Dit zou tevens de mogelijkheid openen om ook Vlaamse GSC s te gebruiken voor de inleverplicht in Brussel, zoals dit nu reeds voor Waalse GSC s in Brussel kan. Eén eengemaakte GSC-markt voor België zou de markt vergroten en dus de liquiditeit op de markt maximaliseren. Bovendien zou het ook een einde maken aan het dilemma van de off shore windmolenparken die momenteel Belgische GSC s opleveren, die in geen van de 3 gewestelijke GSC-systemen kunnen worden geïntegreerd en dus maar door Elia dienen te worden opgekocht aan de daarvoor geldende minimum garantie prijs. Een interoperationele Belgische certificatenmarkt hoeft niet de re-federalisering van het hernieuwbare energie beleid te betekenen. De verschillende gewesten moeten de mogelijkheid blijven hebben om verschillende accenten te leggen (bvb. bepaalde technologieën anders te ondersteunen of te normeren dan in een ander landsdeel). Mogelijks zou een eengemaakte Belgische markt een opstap kunnen zijn naar een eengemaakt Europees mechanisme. 4 De officiële marktprijs voor GSC s Zoals gesteld kunnen de stroomleveranciers, die de verplichting hebben om GSC s in te leveren, deze GSC s op een certificatenmarkt aankopen. Hierna vindt u de evolutie van de GSC-marktprijs in Vlaanderen: 47

48 De door de VREG gepubliceerde marktprijs was vrij stabiel en schommelde lange tijd rond de 110 /GSC (= 88 % van de toen geldende boeteprijs van 125 ). Het voorbije jaar is de prijs eerder gedaald tot ongeveer 100 /GSC (= 84 % van de boeteprijs). De door de VREG gepubliceerde prijs is echter geen correcte weerspiegeling van de markt en dit om 4 redenen: 1. Verkopers vullen bij het verrichten van een transactie vrijwillig de verkoopprijs in. Of dit de reëel betaalde prijs is voor de transactie dient niet te worden bewezen (en wordt zelden of nooit gecontroleerd). 2. Het merendeel van de door de VREG geregistreerde transacties zijn louter uitvoeringen van bilaterale lange termijn contracten waarbij het prijsniveau enkel het resultaat is van de onderhandeling die werd afgesloten op het moment van de start van het contract. Deze prijs zegt dus hooguit iets over het marktgevoel van destijds. 3. Meer dan de helft van de GSC s worden geproduceerd door Electrabel. Drie kwart van de GSC s worden aangekocht door Electrabel en Electrabel Customer Service Dit leidt tot een gebrek aan level playing field en mogelijke manipulatie van de certificatenmarktprijs. 4. De verkoop aan minimum garantie waarde aan de netbeheerders 5 Marktverzadiging Het groene stroom certificaten mechanisme in Vlaanderen stimuleerde de productie van groene stroom dusdanig, dat de quota inzake inlevering enkele jaren na invoering van het systeem ook werden gehaald. Sterker nog, ze werden in ruime mate overschreden. Daardoor werd het GSC-mechanisme slachtoffer van zijn eigen succes. Op de grafiek hieronder wordt aangegeven wat het jaarlijkse aantal uitgereikte GSC s is, het aantal in te leveren, het aantal daadwerkelijk ingeleverde en het jaarlijkse saldo dat na de inleveringsronde over bleef. 48

49 We merken op dat er vanaf 2006 een minimaal overschot is maar dat dit vanaf 2009 substantieel wordt. Bij het afsluiten van de inleveringsronde 2010 was er een overschot van GSC s. Dat overschot zal met de inleveringsronde van 31/03/2012 wellicht nog toenemen, gelet op de recentste gegevens mbt het aantal uitgekeerd GSC s: Tijdens de eerste 3 kwartalen van 2011 werden GSC s toegekend. In het voorgaande jaar werden er tijdens dezelfde periode slechts iets meer, m.n GSC s toegekend. Bovendien blijkt volgens de eerste cijfers het aantal over het DNB getransporteerde aantal MWh s opnieuw te zijn afgenomen tov Ingeschat mag worden dat er op dit ogenblik ongeveer 1,5 miljoen GSC s op overschot zijn. Het marktoverschot zal eerder toenemen dan afnemen, gelet op de vaststelling dat het aantal MWh dat over het distributienet wordt getransporteerd, sinds 2006, jaar na jaar daalt. Dit enerzijds omwille van het feit dat maatregelen inzake rationeel energie gebruik vruchten beginnen af te werpen, maar anderzijds ook door de groei van decentrale productie met lokale afname ( gezinnen beschikken over zonnepanelen en nemen dus nauwelijks nog stroom van het net, grote bedrijven als Ineos Chloor Vinyls en BASF hebben een eigen STEG-centrale om in hun stroomnoden te voorzien). 6 Instorting van de marktprijs Dat laat zich gevoelen in de reële marktprijs voor groene stroom certificaten. De voorbije maanden daalde die tot in de buurt van 80. Dat is lager dan de vele minimum garantie waarden. De verklaring hiervoor is drieledig: - Niet alle installaties krijgen een minimum garantie waarde: installaties in eilandbedrijf (die nooit stroom injecteren op het net en om die reden bij installatie geen nut zagen in aansluiting op het distributienet). 49

50 - Sommige installaties zijn op het Elia-net aangesloten, waar lagere minimum garantie waarden gelden. Zo is deze voor wind on shore bvb slechts 50, terwijl wie aangesloten is op het distributienet 90 bedraagt. - Distributienetbeheerders die GSC s aan minimum garantie waarde aankopen, dienen deze terug op de markt te verkopen aangezien zij niet zelf een inleverplicht hebben. De DNB s zien er geen graten in om deze GSC s met verlies (dus onder minimum garantie waarde) te verkopen, liever dan de voorraad GSC s in de boeken te hebben. Als die meerkost de pan uit swingt kunnen zij dat verlies verhalen in de distributienettarieven. Advies: Gelet op het voorgaande adviseert Zero Emission Solutions om - De discriminatie tussen eilandbedrijven, installaties aangesloten op het Elia-net en installaties aangesloten op het DNB-net, weg te werken. - de toekenning van GSC s op basis van biomassa te herbekijken op basis van een CO2-LCA én de negatieve impact op het leefmilieu (fijn stof, NOx, etc.). Dit zou het aantal GSC s afkomstig van omgeturnde steenkoolcentrales (en in mindere mate van andere biomassaverbrandingsinstallaties) aanzienlijk beperken. - de quota voor GSC s eenmalig substantieel optrekken. Om het overschot van ongeveer 1,5 miljoen GSC s in één keer weg te werken zou het quotum éénmalig moeten verhoogd worden met ongeveer 3,75 %. Dit betekent dus bvb. dat het quotum voor 2013 niet 9 % maar 12,75 % zou bedragen. In 2014 zou dan het voormalige traject worden hernomen (= 10 %). De meerkost zou dan, gelet op het feit dat de boete naar 100 /GSC beperkt zijn tot maximum 3,75 /MWh maximum. Dit om enerzijds het marktoverschot weg te werken en dus de marktprijs op te trekken en anderzijds om het gebrek aan hernieuwbare energie in verwarming en transport te compenseren (zie eerder). - Te bekijken of de certificaten die door distributienetbeheerders werden opgekocht in een eenmalige operatie kunnen worden geredeemed (uit de handel genomen). Dit zou een gedeeltelijk alternatief zijn voor bovenstaand voorstel. Vraag is dan wel wie het verlies voor de netbeheerders bij dergelijke operatie moet dragen. - de kosten voor het bedrijfsleven te beheersen door een cap in te bouwen zoals die ook in Wallonië bestaat: wie meer dan 25 GWh per kwartaal verbruikt dient maximum 2 % GSC s in te leveren. Zero Emission Solutions stelt voor om de Vlaamse benchmark convenant bedrijven een cap te geven van 3 %. Dit zou betekenen dat er voor deze bedrijven ongeveer GSC s minder dienen te worden ingediend. Maar het zou voor deze energie-intensieve bedrijven wel een enorme besparing opleveren. 7 Financiering/kost Het certificatenmechanisme legt geen beslag op overheidsmiddelen. De kost ervan wordt automatisch gespreid over de elektriciteitsverbruikers in Vlaanderen (met uitzondering van de gedeeltelijke vrijstelling voor grote industriële afnemers). In die zin betreft het mechanisme eigenlijk geen subsidie omdat er geen overheidsmiddelen mee gemoeid zijn. 50

51 Door de stijgende quota neemt de kost voor de eindafnemer jaar na jaar toe. Bovendien moet worden vastgesteld dat de leveranciers aan de eindafnemers niet de reële marktwaarde aanrekenen, maar hierop een bijzonder grote marge nemen: Nagenoeg alle leveranciers rekenen aan de laagspanningsklanten de volle boeteprijs aan, alle leveranciers rekenen ook voor de midden- en hoogspanningsklanten minstens 90 % van de boete aan. Dit terwijl de reële actuele marktprijs hooguit 75 % van de boete bedraagt. Dit betekent dat de leveranciers per verkochte MWh eigenlijk minstens 2 teveel aanrekenen voor de certificatenkost (WKK-certificaten inclusief). Dit leidt tot een negatieve teneur bij de professionele en particuliere eindafnemer mbt de groene stroom certificaten: Men is van oordeel dat die kost de pan uit swingt, zonder te beseffen dat niet de producent van groene stroom daar beter van wordt, maar eerder de leveranciers. Zero Emission Solutions heeft daartoe, als enige in Vlaanderen, een constructie op gezet die leidt tot een win-winsituatie voor zowel eindafnemer als producent. Voor haar industriële klanten met een verbruik groter dan 5 GWh, bedingt Zero Emission Solutions een clausule in het elektriciteitsleveringscontract dat de klant, via zijn consultant (omdat individuele eindafnemers geen certificatenaccount bij de VREG kunnen hebben), zélf de certificaten zal leveren en de leverancier dus daarvoor geen kost zal aanrekenen. In de feiten levert dergelijke procedure een verlaging van de kostprijs voor de eindafnemer op, niettegenstaande de stijging in de quota. Advies: Gelet op het voorgaande adviseert Zero Emission Solutions om: - Bedrijven die eindafnemer zijn, te stimuleren hun GSC s zelf aan te kopen en aan de leverancier te leveren, teneinde verzekerd te zijn de reële marktprijs te betalen. Deze procedure zou expliciet moeten worden vastgelegd of toegelaten in het decreet. - De VREG er op te laten toezien dat de leveranciers aan de laagspanningsklanten een correcte kostprijs aanrekenen voor de GSC s (bvb. gebaseerd op de marktprijs publicatie van de VREG) 8 De studie van 3E Zoals eerder gemeld heeft studiebureau 3E in opdracht van het VEA het bestaande onrendabele top model, dat voor de bepaling van de minimum garantie waarde voor GSC s wordt gebruikt, kritisch geanalyseerd. Uit de enquête die bij de stakeholders werd uitgevoerd, is een duidelijke voorkeur gebleken om het certificatensysteem te behouden. De ondersteuning dient volgens 3E wel verder gedifferentieerd te worden. Daarom suggereert 3 E een aantal aanpassingen, om het flankerend kader waarin dit OT-model wordt opgebouwd, te verbeteren. In het eindrapport van de studie wordt een transparante periodieke evaluatie van de onrendabele top aangeraden. De onrendabele top berekening zou elke 3 jaar moeten worden herbekeken. Omwille van kostenefficiëntie is het volgens 3E belangrijk om voldoende te differentiëren tussen de verschillende hernieuwbare energietechnologieën. De onrendabele top kan 51

52 verder geoptimaliseerd worden door een prijsdynamiek in de berekening op te nemen voor kapitaalkosten, brandstofkosten en de elektriciteitsprijs. Voor PV zou er een 6-maandelijks herziening kunnen gebeuren, omwille van de sterke technologische evolutie in deze sector. Investeerders verwachten een minimaal rendement (IRR op eigen vermogen) dat evenredig is met het investeringsrisico. Qua risico kan onderscheid worden gemaakt tussen hernieuwbare technologieën met hoge investeringskosten maar lage werkingskosten, zoals PV en wind. Daarnaast zijn er technologieën met significante operationele kosten (hoofdzakelijk biomassa-gerelateerd) en daaraan gekoppeld bijkomende risico s op het vlak van prijsevolutie van de brandstof. In dit kader is het volgens 3E aangewezen om voor de onrendabele top de IRR s tussen deze twee groepen te differentiëren. 3E stelt voor om bij de OT-berekening om niet verder te differentiëren in functie van het niveau van eigen verbruik. Bij de evaluatie van de onrendabele top moeten heel wat gegevens systematisch geactualiseerd worden. Hiervoor moet een observatorium opgericht worden met vertegenwoordigers uit de hernieuwbare-energiesector, de overheid en de energiegebruikers. In het geval van een quotasysteem kan worden geopteerd voor het hanteren van een banding-principe om zo de windfall profits binnen beperkte en aanvaardbare grenzen te houden. Banding betekent dat lagekosttechnologieën minder certificaten krijgen per geproduceerde MWh en dus minder inkomsten uit het ondersteuningsmechanisme genereren. Omgekeerd kan ervoor worden geopteerd om hogekosttechnologieën een positieve bandingscoëfficiënt toe te kennen (met een eventueel maximum). Zo wordt bvb in Wallonië en Brussel met dergelijk banding-principe gewerkt voor PV. Een andere optie is om een positieve bandingfactor toe te kennen aan de zgn. Capextechnologieën. Deze kapitaalintensieve technologieën (PV en Wind) hebben immers vaak een lagere onderhoudskost dan zgn. Opex-technologieën (biomassa), waardoor de bijdrage van de Opex-technologie aan de lange termijndoelstellingen minder onzeker is en op lange termijn hun kostefficiëntie groter blijkt. Voor de bepaling van deze bandingswaarden per technologie stelt 3E voor om deze te bepalen volgens de OT-berekeningen. 9 Het advies van de VREG en VEA Volgend op de nota van 3E bracht de VREG en VEA een gezamenlijk advies uit dat in feite de voornaamste conclusies uit het rapport van 3E ondersteunde: - Een pleidooi voor het behouden van het certificatenmechanisme - Een noodzakelijk bijsturing ervan, gebaseerd op de OT-berekening - Een pleidooi voor een banding-systeem - Transparante manier van berekening van de OT-berekening, met een regelmatige bijsturing ervan via een observatorium - Geen retro-actieve beslissingen voor bestaande installaties - Het wegwerken van het huidig certificatenoverschot De VREG en het VEA stelt dat het nettarievensysteem aan een herziening toe is. Het vergoeden van het netgebruik op basis van de gemeten kwh lijkt hen niet langer aangewezen, omdat hierdoor producenten en de zgn. prosumenten (die zowel energie consumeren als produceren) niet of slechts partieel bijdragen in de netkosten 52

53 die ze veroorzaken. De meest voor de hand liggende aanpak is deze kosten ofwel door te rekenen via een veralgemeend injectietarief (gedifferentieerd naar klantensegment), ofwel evenredig met de kracht van de netaansluiting (capaciteitstarief). De prosumenten vormen momenteel een blinde vlek voor de werking van de elektriciteitsmarkt, omdat hun precieze afname en injectie van stroom niet gemeten wordt door de terugdraaiende teller. De invoering van de slimme meter kan hiervoor een opportuniteit zijn: er kan dan worden overwogen om in eerste instantie de prosumenten van een slimme meter te voorzien, aldus nog de VREG en het VEA. III.11 WKC-mechanisme 1 Het WKC-systeem Wat hierboven werd gesteld inzake groene stroom certificaten, geldt in exponentiële mate voor de warmtekrachtcertificaten die de gecombineerde productie van warmte en stroom ondersteunen, zij het op basis van een fossiele (aardgas of diesel) of hernieuwbare (biogas) primaire brandstof. Het systeem is erg gelijkaardig aan het GSC-mechanisme, met dien verstande dat de warmtekracht certificaten (WKC s) op basis van relatieve primaire energiebesparing (RPE) worden toegekend. De quota inzake in te leveren WKC s volgen onderstaand groeipad: Voor elk ontbrekende WKC bij de inleveringsronde betaalt de leverancier een boete van voorheen 45 (tot en met 2011) en van 41 vanaf

54 Uitgedrukt in /MWh zal de kost van de WKC s voor de eindgebruiker volgende evolutie kennen, indien de boeteprijs wordt doorgerekend zoals de meeste leveranciers doen: In tegenstelling tot bij een groene stroom installatie is er in de toekenning van WKC s aan een WKK een degressiviteit ingebouwd. Na 4 jaar bekomt de WKK minder WKC s. Die degressie is verschillend van WKK tot WKK en hangt af van de primaire energiebesparing. Onderstaande grafiek toont een voorbeeld van degressiviteit voor een gemiddelde WKK met gasmotor. 54

55 Wanneer een bestaande WKK ingrijpend wordt gewijzigd, begint de toekenning van de WKC s opnieuw aan volle 100 % vanaf de realisatie van die ingrijpende wijziging. Een ingrijpende wijziging wordt als dusdanig beschouwd als voldaan is aan één van volgende voorwaarden: De RPE stijgt met minstens 5%. De warmtekrachtinstallatie vervangt een warmtekrachtinstallatie die minstens 10 jaar oud (voor motoren) of 20 jaar oud (voor turbines) is. Hierbij moet minstens de motor of turbine in haar geheel worden vervangen. Het elektrisch of mechanisch vermogen neemt met minstens 25% toe, terwijl de RPE eveneens toeneemt WKK s in de tuinbouw die CO2 recupereren voor CO2-bemesting in de kassen krijgen 10 % extra WKC s. Daarbovenop krijgen deze WKK s extra WKC s omdat de latente warmte van de rookgassen in rekening wordt gebracht. Advies: Zero Emission Solutions vindt dit van het goede teveel: Een doorsnee WKK heeft dankzij de WKC s een terugverdientijd die korter is dan 4 jaar. Toch pleit Zero Emission Solutions er niet voor om na 4 jaar geen WKC s meer toe te kennen, want dit zou er kunnen toe leiden dat WKK s onnodig om de 4 jaar worden vervangen. Wel zou de degressie vanaf het 5 de jaar sterker kunnen worden ingezet. Daarnaast adviseert Zero Emission Solutions om de term ingrijpende wijziging te verstrengen en enkel te weerhouden voor nieuwe motoren of turbines. Een verhoging van de RPE, elektrisch of mechanisch vermogen verdient zichzelf ook terug via een lagere aardgaskost of een hogere elektriciteitsverkoop. Zero Emission Solutions adviseert bovendien om de latente warmte in de tuinbouw niet langer te honoreren met WKC s aangezien hier sprake is van dubbelsubsidiëring (het gebruiken van de CO2 wordt reeds extra gehonoreerd met WKC s, de daaraan verbonden warmte hoeft dan niet nog eens extra ondersteund te worden). Deze maatregelen kunnen er toe leiden dat het enorme marktoverschot aan WKC s (zie verder) beperkt wordt, of bij maatregelen om dit overschot weg te werken er voor kan zorgen dat er niet binnen de kortste keren een nieuw overschot ontstaat. 2 Marktoverschot Het marktoverschot aan WKC s is nog veel groter dan het marktoverschot aan GSC s, zoals blijkt uit onderstaande grafiek: 55

56 Bij de inleveringsronde van 31/03/2011 was er een overblijvend saldo van WKC s. Dat overschot is in 2011 enkel maar gegroeid. Om dit op te vangen verhoogde het Vlaams parlement middels het energiedecreet de quota voor WKC s, maar dit in dergelijk absoluut onvoldoende mate dat dit niet het minste effect op de marktwerking had. 3 Marktprijs Het zeer grote marktoverschot leidde tot een forse daling van de marktprijs. Waarbij de eerder gemaakte opmerkingen betreffende de publicatie van die marktprijs door de VREG uiteraard ook voor onderstaande notering geldt, met dien verstande dat anders dan voor GSC s er voor installaties op het Elia-net helemaal geen minimumgarantie geldt : 56

57 De reële transactieprijzen bevinden zich momenteel op een niveau van minder dan 20. Door de forse daling van de WKC-prijs en het gigantische overschot aan WKC s, werd er vanaf januari 2011 een groeiend aantal WKC s aan de distributienetbeheerder verkocht aan de minimum garantie waarde van 27 (zie grafiek hieronder): Nieuwe installaties, gebouwd vanaf 01/01/2012 zullen een minimum garantie bekomen van 31 /WKC. Dat zal bovenstaand effect nog versterken. 57

In samenwerking met: Kritische analyse van ondersteuningsmaatregelen duurzame energie in Vl en Nl

In samenwerking met: Kritische analyse van ondersteuningsmaatregelen duurzame energie in Vl en Nl In samenwerking met: Partners: Met de steun van: Met financiële steun van: Agenda 13 u 30 Verwelkoming en toelichting doelstelling stakeholdersoverleg 13 u 35 Vergelijking 2020 doelstellingen België Nederland

Nadere informatie

Drijfveren en noden van professionele groene stroom consumenten.

Drijfveren en noden van professionele groene stroom consumenten. Drijfveren en noden van professionele groene stroom consumenten. Een visie vanuit de industriële sector Alex Polfliet Zaakvoerder Zero Emission Solutions : facts and figures Gevestigd in Aalst Opgericht

Nadere informatie

Samenvatting voor beleidsmakers

Samenvatting voor beleidsmakers Road book towards a nuclear-free Belgium. How to phase out nuclear electricity production in Belgium? rapport door Alex Polfliet, Zero Emissions Solutions, in opdracht van Greenpeace Belgium Samenvatting

Nadere informatie

Impact maatschappelijke rol van Eandis op nettarieven

Impact maatschappelijke rol van Eandis op nettarieven 31 maart 2011 Impact maatschappelijke rol van Eandis op nettarieven 1. Inleiding: samenstelling energiefactuur In de verbruiksfactuur van de energieleverancier zijn de kosten van verschillende marktspelers

Nadere informatie

voor energie- en milieu-investeringen Katrien De Maeyer

voor energie- en milieu-investeringen Katrien De Maeyer Steunmaatregelen voor energie- en milieu-investeringen 31 maart 2011 Katrien De Maeyer Ik wil besparen op mijn energiefactuur! Ik wil milieuvriendelijker produceren! Hoegaikditfinancieren? 1. Advies nodig

Nadere informatie

Nieuwe methodiek CO 2 -voetafdruk bedrijventerreinen POM West-Vlaanderen. Peter Clauwaert - Gent 29/09/11

Nieuwe methodiek CO 2 -voetafdruk bedrijventerreinen POM West-Vlaanderen. Peter Clauwaert - Gent 29/09/11 Nieuwe methodiek CO 2 -voetafdruk bedrijventerreinen POM West-Vlaanderen Peter Clauwaert - Gent 29/09/11 Inhoud presentatie 1.Afbakening 2.Inventarisatie energie 3.CO 2 -voetafdruk energieverbruik 4.CO

Nadere informatie

Inventaris hernieuwbare energie in Vlaanderen 2013

Inventaris hernieuwbare energie in Vlaanderen 2013 1 Beknopte samenvatting van de Inventaris duurzame energie in Vlaanderen 2013, Deel I: hernieuwbare energie, Vito, februari 2015 1 1 Het aandeel hernieuwbare energie in 2013 bedraagt 5,8 % Figuur 1 zon-elektriciteit

Nadere informatie

624 (2009-2010) Nr. 1 7 juli 2010 (2009-2010) stuk ingediend op. Voorstel van decreet

624 (2009-2010) Nr. 1 7 juli 2010 (2009-2010) stuk ingediend op. Voorstel van decreet stuk ingediend op 624 (2009-2010) Nr. 1 7 juli 2010 (2009-2010) Voorstel van decreet van de heren Bart Martens en Carl Decaluwe, de dames Liesbeth Homans, Michèle Hostekint en Tinne Rombouts en de heren

Nadere informatie

Steunmaatregelen voor energie-investeringen (REG, HEB, WKK) in Vlaanderen

Steunmaatregelen voor energie-investeringen (REG, HEB, WKK) in Vlaanderen Steunmaatregelen voor energie-investeringen (REG, HEB, WKK) in Vlaanderen ir. Paul Zeebroek VLAAMS ENERGIEAGENTSCHAP (VEA) VOKA - Mechelen 25 november 2009 1 Onderwerpen A. Ecologiepremie Call systeem

Nadere informatie

Kritische analyse van ondersteuningsmaatregelen duurzame energie in Vl en Nl

Kritische analyse van ondersteuningsmaatregelen duurzame energie in Vl en Nl Partners: Met de steun van: Met financiële steun van: Agenda 13 u 00 Belangrijkste ondersteuningsmaatregelen duurzame energie Vl en NL 14 u 00 Nieuw certificatenmechanisme in Vlaanderen, vgl met NL en

Nadere informatie

Toepassing van tarieven voor injectie. op het distributienet

Toepassing van tarieven voor injectie. op het distributienet Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Toepassing van tarieven voor injectie op het distributienet Natalie Cornelis - Directie Controle prijzen en rekeningen 1 STUDIES VAN DE CREG

Nadere informatie

HERNIEUWBARE ENERGIE IN ITALIË

HERNIEUWBARE ENERGIE IN ITALIË HERNIEUWBARE ENERGIE IN ITALIË Overzicht 1 Hernieuwbare energiebronnen (hierna ook: HE) spelen een belangrijke rol in het kader van het Italiaanse energiesysteem. Ze worden uitvoerig gebruikt om elektriciteit

Nadere informatie

van 11 december 2007

van 11 december 2007 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B - 1000 BRUSSEL e-mail : info@vreg.be tel. : +32 2 553 13 53 fax : +32 2 553 13

Nadere informatie

Kernenergie: Kan België zonder?

Kernenergie: Kan België zonder? Kernenergie: Kan België zonder? Marktonderzoeks-, studie- & consultancy-bureau mbt hernieuwbare energie - Marktstudies over energiemarkten - Opleidingen over (hernieuwbare) energie - Haalbaarheidsstudies,

Nadere informatie

NOTA (Z)140109-CDC-1299

NOTA (Z)140109-CDC-1299 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS NOTA

Nadere informatie

Advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 7 oktober 2003

Advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 7 oktober 2003 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt North Plaza B Koning Albert II-laan 7 B-1210 Brussel Tel. +32 2 553 13 53 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web: www.vreg.be Advies

Nadere informatie

Reken op ons! Donkere wolken boven de zonnepanelen (vervolg)

Reken op ons! Donkere wolken boven de zonnepanelen (vervolg) 10/12/2010 Donkere wolken boven de zonnepanelen (vervolg) Vlaams minister van Energie Freya Van den Bossche vind koppigheid een slechte eigenschap voor een regering en gaat in op het voorstel van de sector

Nadere informatie

Tool Burgemeestersconvenant Actualisatie nulmeting 2011 & inventaris 2012

Tool Burgemeestersconvenant Actualisatie nulmeting 2011 & inventaris 2012 17/11/2014 Tool Burgemeestersconvenant Actualisatie nulmeting 2011 & inventaris 2012 Kadering» VITO actualiseert jaarlijks, in opdracht van LNE, CO 2 -inventaris gemeenten» Taken voorzien in actualisatie

Nadere informatie

Factsheet: Dong Energy

Factsheet: Dong Energy Factsheet: Dong Energy Holding/bestuurder Type bedrijf Actief in Markt Bedrijfsprofiel Dong Energy Producent/leverancier elektriciteit (en aardgas) Europa Consumenten/zakelijk - Omzet 900 miljoen (NL)/9

Nadere informatie

certificeert duurzame energie

certificeert duurzame energie certificeert duurzame energie Met het certificeren van duurzame energie voorzien we deze energieproductie van een echtheidscertificaat. Dit draagt wezenlijk bij aan het goed functioneren van de groeneenergiemarkt.

Nadere informatie

ECN Beleidsstudies. Samenvatting van de kosten-batenanalyse van alternatieve stimuleringsystemen voor hernieuwbare elektriciteit

ECN Beleidsstudies. Samenvatting van de kosten-batenanalyse van alternatieve stimuleringsystemen voor hernieuwbare elektriciteit Notitie -N--11-008 15 maart 2011 Samenvatting van de kosten-batenanalyse van alternatieve stimuleringsystemen voor hernieuwbare elektriciteit Aan : André Jurjus Ineke van Ingen Kopie aan : Remko Ybema

Nadere informatie

Mijn bedrijf en mijn energie

Mijn bedrijf en mijn energie Mijn bedrijf en mijn energie Staden, zondag 30 november 2014 arch. Luc Dedeyne energieconsulent Bouwunie Subsidies voor bedrijven Bedrijven kunnen genieten van financiële ondersteuning indien zij investeren

Nadere informatie

COGEN Vlaanderen vzw. Doelstelling: actief meewerken aan de ontwikkeling van kwaliteitsvolle WKK Expertisecentrum Expertiseverstrekking naar leden

COGEN Vlaanderen vzw. Doelstelling: actief meewerken aan de ontwikkeling van kwaliteitsvolle WKK Expertisecentrum Expertiseverstrekking naar leden Voor kwaliteitsvolle WarmteKrachtKoppeling in Vlaanderen WKK voor ruimteverwarming Algemene principes van WKK Tine Stevens COGEN Vlaanderen Studiedag VIBE 12 november 2010 1 COGEN Vlaanderen vzw Doelstelling:

Nadere informatie

Een overzicht van de hernieuwbare-energiesector in Roemenië

Een overzicht van de hernieuwbare-energiesector in Roemenië Een overzicht van de hernieuwbare-energiesector in Roemenië Roemenië ligt geografisch gezien in het midden van Europa (het zuidoostelijk deel van Midden-Europa). Het land telt 21,5 miljoen inwoners en

Nadere informatie

Wetgevende aspecten: ondersteuningsmaatregelen en emissienormen

Wetgevende aspecten: ondersteuningsmaatregelen en emissienormen Wetgevende aspecten: ondersteuningsmaatregelen en emissienormen Overzicht 1. Algemeen 2. Investeringssteun 3. Certificaten 4. Emmisienormen Algemeen Bio-WKK Biomassa als duurzame brandstof groene stroom

Nadere informatie

ADVIES DIENST REGULERING

ADVIES DIENST REGULERING DIENST REGULERING ADVIES DR-20060228-42 betreffende Het voorstel van uitbreiding van het nachttarief tot het weekend voor netgebruikers die zijn aangesloten op het laagspanningsnet vanaf 1 januari 2007

Nadere informatie

TARIEVEN VOOR OPENBARE DIENSTVERPLICHTINGEN EN TAKSEN EN TOESLAGEN

TARIEVEN VOOR OPENBARE DIENSTVERPLICHTINGEN EN TAKSEN EN TOESLAGEN TARIEVEN VOOR OPENBARE DIENSTVERPLICHTINGEN EN TAKSEN EN TOESLAGEN De onderstaande tarieven voor openbare dienstverplichtingen en taksen en toeslagen zijn geldig vanaf 1 januari 2015 behalve anders vermeld.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 28 665 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie Nr. 41 BRIEF

Nadere informatie

DE NIEUWE GROENESTROOMCERTIFICATEN...en wat met de netvergoeding?

DE NIEUWE GROENESTROOMCERTIFICATEN...en wat met de netvergoeding? DE NIEUWE GROENESTROOMCERTIFICATEN...en wat met de netvergoeding? Jo Neyens, PV-Vlaanderen Intersolution conference 15-17 januari 2014 1 PV GSC en netvergoeding Intersolution 2014 1 ODE Structuur platformen

Nadere informatie

De Overheden zetten massaal in op energie-efficiëntie bij bedrijven

De Overheden zetten massaal in op energie-efficiëntie bij bedrijven Processtappen richting energie-efficiënte exploitatie van industriële sites: Identificatie van prioritair uit te voeren maatregelen Auditing & Doorlichting Borgen energieefficiënte prestaties per project

Nadere informatie

Groenestroomcertificaten en subsidies voor het BHG toegepast op warmtekrachtkoppeling

Groenestroomcertificaten en subsidies voor het BHG toegepast op warmtekrachtkoppeling Opleiding voor energieverantwoordelijken in de dienstensector en collectieve huisvesting Groenestroomcertificaten en subsidies voor het BHG toegepast op warmtekrachtkoppeling Baptiste Buxant, verantwoordelijke

Nadere informatie

Kernenergie. kernenergie01 (1 min, 22 sec)

Kernenergie. kernenergie01 (1 min, 22 sec) Kernenergie En dan is er nog de kernenergie! Kernenergie is energie opgewekt door kernreacties, de reacties waarbij atoomkernen zijn betrokken. In een kerncentrale splitst men uraniumkernen in kleinere

Nadere informatie

INVESTEREN IN DUURZAME ENERGIE FISCAAL VOORDELIG? Griet Smaers Schuermans & Schuermans Advocaten. Uitgangspunten voor deze bijdrage:

INVESTEREN IN DUURZAME ENERGIE FISCAAL VOORDELIG? Griet Smaers Schuermans & Schuermans Advocaten. Uitgangspunten voor deze bijdrage: INVESTEREN IN DUURZAME ENERGIE FISCAAL VOORDELIG? Griet Smaers Schuermans & Schuermans Advocaten 1 Uitgangspunten voor deze bijdrage: I. Indirecte fiscale voordelen < energiefactuur II. Directe fiscale

Nadere informatie

Slotfactuur van 25/05/2011

Slotfactuur van 25/05/2011 Debaets Wervikstraat 143 8930 Menen Bij elke briefwisseling vermelden: Klantnummer: 100362002 Factuurnummer: 1002579520 BTW: BE-0521.584.539 Slotfactuur van 25/05/2011 Contactgegevens Voor alle vragen

Nadere informatie

TARIEVEN VOOR OPENBARE DIENSTVERPLICHTINGEN EN TAKSEN EN TOESLAGEN

TARIEVEN VOOR OPENBARE DIENSTVERPLICHTINGEN EN TAKSEN EN TOESLAGEN TARIEVEN VOOR OPENBARE DIENSTVERPLICHTINGEN EN TAKSEN EN TOESLAGEN De onderstaande tarieven voor openbare dienstverplichtingen en taksen en toeslagen zijn geldig vanaf 1 januari 2014. Tarieven voor Openbare

Nadere informatie

Ontwikkelingen Zonne-energie

Ontwikkelingen Zonne-energie Ontwikkelingen Zonne-energie : Energieke Samenleving onderweg naar morgen Bert Bakker NIEUW: Bezuidenhoutseweg 50 2594 AW Den Haag 070 3040114 De oorsprong van (duurzame) energie De zon als energieleverancier

Nadere informatie

BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE RAAD. Bulletin van de interpellaties en mondelinge vragen

BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE RAAD. Bulletin van de interpellaties en mondelinge vragen BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE RAAD Bulletin van de interpellaties en mondelinge vragen Commissie voor de economische zaken, belast met het economisch beleid, de energie, het werkgelegenheidsbeleid en het wetenschappelijk

Nadere informatie

Liberalisering van de energiemarkten. Algemene context. Dag 1:

Liberalisering van de energiemarkten. Algemene context. Dag 1: Liberalisering van de energiemarkten Algemene context Dag 1: Agenda van de opleiding I. Energieprijzen II. Institutionele context van de energie in België III. Organisatie van de elektriciteit- en gasmarkt

Nadere informatie

ENERGIE- OBSERVATORIUM. Kerncijfers 2010 60%

ENERGIE- OBSERVATORIUM. Kerncijfers 2010 60% ENERGIE- OBSERVATORIUM Kerncijfers 2010 20% 80% 60% 40% Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie Vooruitgangstraat 50 1210 BRUSSEL Ondernemingsnr.: 0314.595.348 http://economie.fgov.be

Nadere informatie

POM GROEPSAANKOOP: GROENE STROOM EN AARDGAS VOOR BEDRIJVEN

POM GROEPSAANKOOP: GROENE STROOM EN AARDGAS VOOR BEDRIJVEN POM GROEPSAANKOOP: GROENE STROOM EN AARDGAS VOOR BEDRIJVEN POM Groepsaankoop Een groepsaankoop voor de aankoop van 100 % groene stroom uit eigen streek en aardgas aan een vaste prijs tot 31/12/2015, gezamenlijk

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

DE OPMAAK VAN EEN SEAP VOOR DE GEMEENTE KLUISBERGEN KLIMAATTEAM 1 12.10.2015

DE OPMAAK VAN EEN SEAP VOOR DE GEMEENTE KLUISBERGEN KLIMAATTEAM 1 12.10.2015 DE OPMAAK VAN EEN SEAP VOOR DE GEMEENTE KLUISBERGEN KLIMAATTEAM 1 12.10.2015 Agenda Welkom door de Schepen Lode Dekimpe Inleiding SEAP door Kim Rienckens (provincie Oost-Vlaanderen) Nulmeting en uitdagingen

Nadere informatie

STUDIE (F)100520-CDC-966

STUDIE (F)100520-CDC-966 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02.289.76.11 Fax: 02.289.76.99 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS STUDIE

Nadere informatie

Aantal uitgereikte groenestroomcertificaten en garanties van oorsprong

Aantal uitgereikte groenestroomcertificaten en garanties van oorsprong Statistieken Laatste aanpassing 03/06/2015 Aantal uitgereikte groenestroomcertificaten en garanties van oorsprong Dit document bevat de gegevens betreffende het aantal toegekende groenestroomcertificaten

Nadere informatie

Ontwerpregeling subsidiebedragen WKK 2006

Ontwerpregeling subsidiebedragen WKK 2006 Handelend na overleg met de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; Gelet op artikel 72p, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998; Besluit:

Nadere informatie

Duurzaam bouwen Even voorstellen

Duurzaam bouwen Even voorstellen Duurzaam bouwen Even voorstellen 1 Even voorstellen: CeDuBo Informatie- en coördinatiecentrum In oude badzaal van de mijn van Zolder Gebouw Eigendom WTCB 10 000 m² Mede-bewoners Virtueel bouwen 2 Missie

Nadere informatie

Stand van zaken: WKK in Vlaanderen

Stand van zaken: WKK in Vlaanderen Voor kwaliteitsvolle Warmte-krachtkoppeling in Vlaanderen Stand van zaken: WKK in Vlaanderen Joni Rossi 8 December WKK in de hotelsector, wellness en aanverwante sectoren Wat gebeurt er in Europa? Tot

Nadere informatie

Steunmaatregelen voor geothermische investeringen in het Vlaamse Gewest

Steunmaatregelen voor geothermische investeringen in het Vlaamse Gewest Steunmaatregelen voor geothermische investeringen in het Vlaamse Gewest 8 november 2012 VCB - Brussel ing. Eddy Jonckheere, accountmanager transformatie & duurzaamheid - energie Overzicht Agentschap Ondernemen

Nadere informatie

Verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van vastgoed verhogen door Duurzame Energieopwekking

Verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van vastgoed verhogen door Duurzame Energieopwekking Verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van vastgoed verhogen door Duurzame Energieopwekking Erik van der Steen HYS legal 1 HYS Legal Inleiding Triodos Bank: Waarom we graag duurzaam vastgoed financieren Jones

Nadere informatie

Kernenergie in de Belgische energiemix

Kernenergie in de Belgische energiemix Kernenergie in de Belgische energiemix 1. Bevoorradingszekerheid De energie-afhankelijkheid van België is hoger dan het Europees gemiddelde. Zo bedroeg het percentage energie-afhankelijkheid van België

Nadere informatie

BELEIDSOPTIES NUL-ENERGIEWONING

BELEIDSOPTIES NUL-ENERGIEWONING 1 BELEIDSOPTIES NUL-ENERGIEWONING IN HET KADER VAN DE BELANGSTINGSAFTREK HEEFT DE FEDERALE REGERING EEN DEFINITIE GEPUBLICEERD OVER DE NULEREGIEWONING Bij nader toezien was dit een foutieve en zeer contraproductieve

Nadere informatie

Windenergie goedkoper dan kernenergie!

Windenergie goedkoper dan kernenergie! Go Wind - Stop nuclear Briefing 1 26 june 2002 Windenergie goedkoper dan kernenergie! Electrabel geeft verkeerde informatie over kostprijs van kernenergie en windenergie. Electrabel beweert dat windenergie

Nadere informatie

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof.

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Dit document zal u helpen een beter inzicht te krijgen in de verbruikskosten, in een huishoudelijke omgeving, voor de verschillende energiebronnen.

Nadere informatie

ENERGIE- OBSERVATORIUM. Kerncijfers 2013 20% 80% 60% 40%

ENERGIE- OBSERVATORIUM. Kerncijfers 2013 20% 80% 60% 40% ENERGIE- OBSERVATORIUM Kerncijfers 2013 20% 80% 60% 40% Deze brochure wordt gepubliceerd met als doel door een efficiënt en doelgericht gebruik van de statistische gegevens, van marktgegevens, van de databank

Nadere informatie

De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn - Uitdagingen & oplossingen -

De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn - Uitdagingen & oplossingen - De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn l - Uitdagingen & oplossingen - DG Energie 22 juni 2011 ENERGIEVOORZIENING NOG AFHANKELIJKER VAN IMPORT Te verwachten scenario gebaseerd op cijfers in 2009 in % OLIE

Nadere informatie

Brussel, 11 januari 2006. 011103_advies_besluit_WKK. Advies. Besluit warmtekrachtkoppeling

Brussel, 11 januari 2006. 011103_advies_besluit_WKK. Advies. Besluit warmtekrachtkoppeling Brussel, 11 januari 2006 011103_advies_besluit_WKK Advies Besluit warmtekrachtkoppeling Inhoud 1. Krachtlijnen van het advies... 3 2. Situering van de adviesvraag... 4 3. Codificatie in één WKK-besluit

Nadere informatie

Netgekoppelde fotovoltaïsche zonnepanelen op daken van gebouwen in eigendom van ANB

Netgekoppelde fotovoltaïsche zonnepanelen op daken van gebouwen in eigendom van ANB Netgekoppelde fotovoltaïsche zonnepanelen op daken van gebouwen in eigendom van ANB Pagina 1 van 5 Inleiding Op 1/1/2006 besloot Vlaanderen om de decentrale opwekking van groene energie door zonnepanelen

Nadere informatie

100% groene energie. uit eigen land

100% groene energie. uit eigen land 100% groene energie uit eigen land Sepa green wil Nederland op een verantwoorde en transparante wijze van energie voorzien. Dit doen wij door gebruik te maken van duurzame energieopwekking van Nederlandse

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA Presentatie door de heer J.M. Barroso, Voorzitter van de Europese Commissie, voor de Europese Raad van 4 februari 2011 Inhoud 1 I. Waarom energiebeleid ertoe doet II. Waarom

Nadere informatie

Markstudie naar kleine windturbines in Vlaanderen

Markstudie naar kleine windturbines in Vlaanderen Markstudie naar kleine windturbines in Vlaanderen September 12, 2012 Deze marktstudie werd uitgevoerd in samenwerking met Gfk Significant uit Leuven. 1 Gemeenten van de 308 Vlaamse gemeenten werden geïnterviewed.

Nadere informatie

Mevrouw Dutordoir, Meneer Kroll, Meneer Fouchier, Dames en heren,

Mevrouw Dutordoir, Meneer Kroll, Meneer Fouchier, Dames en heren, TOESPRAAK DOOR KRIS PEETERS VLAAMS MINISTER-PRESIDENT EN VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW, ZEEVISSERIJ EN PLATTELANDSBELEID 24 februari 2011 WKK Electrabel EON - Degussa Mevrouw

Nadere informatie

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Toelichting bij de doelstelling van 9% duurzame elektriciteit: - De definitie van de 9% doelstelling is conform de EU richtlijn duurzame elektriciteit

Nadere informatie

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 20 juli 2004. gewijzigd op 24 januari 2007

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 20 juli 2004. gewijzigd op 24 januari 2007 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de lektriciteits- en Gasmarkt North Plaza B Koning Albert II- laan 7 B - 1210 BRUSSL e-mail : info@vreg.be tel. : +32 2 553 13 53 fax : +32 2 553 13 50 web : www.vreg.be

Nadere informatie

Prof. Jos Uyttenhove. E21UKort

Prof. Jos Uyttenhove. E21UKort Historisch perspectief 1945-1970 Keerpunten in de jaren 70 oliecrisis en milieu Tsjernobyl (1986) ramp door menselijke fouten Kyoto protocol (1997) (CO 2 en global warming problematiek) Start alternatieven

Nadere informatie

De ontwikkeling van de elektriciteits- en aardgasmarkten in België

De ontwikkeling van de elektriciteits- en aardgasmarkten in België De ontwikkeling van de elektriciteits- en aardgasmarkten in België Jaar 2006 Marktstatistieken www.creg.be www.cwape.be www.brugel.be www.vreg.be 1/11 I. MARKTAANDELEN VAN DE ACTIEVE ELEKTRICITEITSLEVERANCIERS

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS VOOR KMO S EN ZELFSTANDIGEN PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS VOOR KMO S EN ZELFSTANDIGEN PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS VOOR KMO S EN ZELFSTANDIGEN PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 15 april 2008

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 15 april 2008 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B - 1000 BRUSSEL e-mail : info@vreg.be tel. : +32 2 553 13 53 fax : +32 2 553 13

Nadere informatie

VLAANDEREN PARTICULIERE KLANTEN

VLAANDEREN PARTICULIERE KLANTEN Tariefkaart Geldig voor de contracten gesloten in OKTOBER 2015 in VLAANDEREN PARTICULIERE KLANTEN Pagina 1 : Aanbod Poweo Fix Elektriciteit Pagina 5 : Aanbod Poweo Fix Gas Pagina 8 : Kortingen Uitgebracht

Nadere informatie

Aantal uitgereikte groenestroomcertificaten

Aantal uitgereikte groenestroomcertificaten Statistieken Laatste aanpassing 01/04/2012 Aantal uitgereikte groenestroomcertificaten Dit document bevat de gegevens betreffende het aantal toegekende groenestroomcertificaten voor elektriciteit uit hernieuwbare

Nadere informatie

Inhoudsopgave VOORWOORD 11

Inhoudsopgave VOORWOORD 11 Inhoudsopgave VOORWOORD 11 HOOFDSTUK I HER IEUWBARE E ERGIE I VLAA DERE 13 1. Wat is hernieuwbare energie? 13 2. Evolutie van de geïnstalleerde capaciteit in Vlaanderen 14 3. Internationale druk vertaald

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

Regio-overleg milieu. HERNIEUWBARE ENERGIE EN KLIMAAT Inleiding. Ingelmunster 14 maart 2013. Dominiek Vandewiele

Regio-overleg milieu. HERNIEUWBARE ENERGIE EN KLIMAAT Inleiding. Ingelmunster 14 maart 2013. Dominiek Vandewiele Regio-overleg milieu HERNIEUWBARE ENERGIE EN KLIMAAT Inleiding Ingelmunster 14 maart 2013 Dominiek Vandewiele agenda 8:30 onthaal en inleiding 8:45 Inleiding: Europese, Vlaamse en lokale beleidsprioriteiten

Nadere informatie

Aantal uitgereikte groenestroomcertificaten

Aantal uitgereikte groenestroomcertificaten Statistieken Laatste aanpassing 03/12/2012 Aantal uitgereikte groenestroomcertificaten Dit document bevat de gegevens betreffende het aantal toegekende groenestroomcertificaten voor elektriciteit uit hernieuwbare

Nadere informatie

Staatssteun nr. N 14/2002 - België Belgische federale steunregeling ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen

Staatssteun nr. N 14/2002 - België Belgische federale steunregeling ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen EUROPESE COMMISSIE Brussel, 02.08.2002 C(2002)2904 fin. Betreft: Staatssteun nr. N 14/2002 - België Belgische federale steunregeling ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen Excellentie, Bij schrijven

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) 15528/02 ADD 1 ENER 315 CODEC 1640 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Gemeenschappelijk

Nadere informatie

BRUSSEL-HOOFDSTAD PARTICULIERE KLANTEN

BRUSSEL-HOOFDSTAD PARTICULIERE KLANTEN Tariefkaart Geldig voor de contracten gesloten in AUGUSTUS 2015 in BRUSSEL-HOOFDSTAD PARTICULIERE KLANTEN Pagina 1 : Aanbod Poweo Fix Elektriciteit Pagina 5 : Aanbod Poweo Fix Gas Pagina 8 : Kortingen

Nadere informatie

Welkom. Smart Grids Slimme netten? of Netten voor slimme mensen? 20 oktober 2010

Welkom. Smart Grids Slimme netten? of Netten voor slimme mensen? 20 oktober 2010 Welkom Slimme netten? of Netten voor slimme mensen? 20 oktober 2010 : probleemstelling Meer lokale productie Lokale injectie zorgt voor opwaartse stroom Fluctuerend en weinig controleerbaar Het netwerk

Nadere informatie

Innoveren met financiering van zonnepanelen

Innoveren met financiering van zonnepanelen Innoveren met financiering van zonnepanelen Dexia Corporate Jean-Michel Baetslé, Gedelegeerd Bestuurder Inhoud Inleiding Fotovoltaïsche zonne-energie Voor- en nadelen van een fotovoltaïsch systeem Steun

Nadere informatie

Beslissing van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 3 juli 2012

Beslissing van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 3 juli 2012 Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt Publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B-1000 Brussel Gratis telefoon

Nadere informatie

Vlaams Energieagentschap. Rapport 2013/2. Deel 2: actualisatie OT/Bf voor projecten met een startdatum voor 1 januari 2014

Vlaams Energieagentschap. Rapport 2013/2. Deel 2: actualisatie OT/Bf voor projecten met een startdatum voor 1 januari 2014 Vlaams Energieagentschap Rapport 2013/2 Deel 2: actualisatie OT/Bf voor projecten met een startdatum voor 1 januari 2014 Inhoud Actualisatie installaties met startdatum vanaf 1/1/2013... 2 1. PV-installaties

Nadere informatie

Groepsaankoop 100 % groene stroom en aardgas 2013

Groepsaankoop 100 % groene stroom en aardgas 2013 Groepsaankoop 100 % groene stroom en aardgas 2013 1 Waarom deelnemen? 1) 100% Groene stroom: afkomstig is uit hernieuwbare energiebronnen -onuitputtelijk -zon, wind, biomassa, biogas, waterkracht, getijdenenergie

Nadere informatie

De Green Mobility Solution. Welkom in de wereld van de hernieuwbare energie.

De Green Mobility Solution. Welkom in de wereld van de hernieuwbare energie. 1 De Green Mobility Solution. Welkom in de wereld van de hernieuwbare energie. Audi Green Mobility In samenwerking met CLIMACT, een studiebureau dat vernieuwende energiebesparende oplossingen uitwerkt

Nadere informatie

1. Klantnummer Indien u contact opneemt met Luminus, gelieve dit nummer steeds bij de hand te houden. Zo kunnen wij u snel verder helpen.

1. Klantnummer Indien u contact opneemt met Luminus, gelieve dit nummer steeds bij de hand te houden. Zo kunnen wij u snel verder helpen. . Klantnummer Indien u contact opneemt met Luminus, gelieve dit nummer steeds bij de hand te houden. Zo kunnen wij u snel verder helpen.. Klantendienst Wenst u contact op te nemen met onze klantendienst?

Nadere informatie

Steunmaatregelen voor milieu- en energiebewust ondernemen

Steunmaatregelen voor milieu- en energiebewust ondernemen Steunmaatregelen voor milieu- en energiebewust ondernemen 28 november 2007 Researchpark Zellik Ir. Bert Stassen bert.stassen@vlao.be T : 016 31 10 63 www.vlao.be Belangrijkste vormen van subsidie 1. Ecologiepremie

Nadere informatie

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 4 de kwartaal 2012 + Januari 2013 Inleiding Hoewel de CREG (de federale regulator) bevoegd is voor de tarieven, publiceert

Nadere informatie

Agenda VREG VLAAMSE REGULATOR VAN DE ELEKTRICITEITS- EN GASMARKT P 1

Agenda VREG VLAAMSE REGULATOR VAN DE ELEKTRICITEITS- EN GASMARKT P 1 Agenda Samenstelling energiefactuur Wat zijn distributienettarieven? Tariefbevoegdheid Tariefmethodologie Vergelijking distributienettarieven Redenen evolutie, landschap netbeheer en transmissienettarieven

Nadere informatie

WALLONIË PARTICULIERE KLANTEN

WALLONIË PARTICULIERE KLANTEN Tariefkaart Geldig voor de contracten gesloten in OKTOBER 2015 in WALLONIË PARTICULIERE KLANTEN Pagina 1 : Aanbod Poweo Fix Elektriciteit Pagina 5 : Aanbod Poweo Fix Gas Pagina 8 : Kortingen Uitgebracht

Nadere informatie

Betekenis Energieakkoord voor Duurzame Groei voor de Installatiebranche. Teun Bokhoven Duurzame Energie Koepel 3 februari 2014 / VSK beurs

Betekenis Energieakkoord voor Duurzame Groei voor de Installatiebranche. Teun Bokhoven Duurzame Energie Koepel 3 februari 2014 / VSK beurs Betekenis Energieakkoord voor Duurzame Groei voor de Installatiebranche Teun Bokhoven Duurzame Energie Koepel 3 februari 2014 / VSK beurs Inhoud Introductie Duurzame Energie Koepel en Sector beschrijving

Nadere informatie

Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto

Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto Bron 1: Elektrische auto s zijn duur en helpen vooralsnog niets. Zet liever in op zuinige auto s, zegt Guus Kroes. 1. De elektrische auto is in

Nadere informatie

ENERGIEZUINIGE BEDRIJVENTERREINEN. 18 april 2013

ENERGIEZUINIGE BEDRIJVENTERREINEN. 18 april 2013 ENERGIEZUINIGE BEDRIJVENTERREINEN 18 april 2013 EUROPESE DOELSTELLING tegen 2020 en tov 1990 CO2-uitstoot verlagen met 20% energieverbruik met 20% verlagen aandeel hernieuwbare energie +20% STEUNMAATREGELEN

Nadere informatie

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch Afdeling Onderzoek & Statistiek Maart 2013 2 Samenvatting In deze monitor staat de CO2-uitstoot beschreven in de gemeente s-hertogenbosch. Een gebruikelijke manier om de

Nadere informatie

Evoluties in het energielandschap. Peter De Pauw

Evoluties in het energielandschap. Peter De Pauw Evoluties in het energielandschap Peter De Pauw Inhoud We consumeren meer energie We produceren zelf elektriciteit We zullen anders consumeren We gebruiken de netten op een andere manier 2 3 december 2015

Nadere informatie

VLAANDEREN PROFESSIONELE KLANTEN

VLAANDEREN PROFESSIONELE KLANTEN Tariefkaart Geldig voor de contracten gesloten in OKTOBER 2015 in VLAANDEREN PROFESSIONELE KLANTEN Pagina 1 : Aanbod Poweo Fix Elektriciteit Pagina 5 : Aanbod Poweo Fix Gas Pagina 8 : Kortingen Uitgebracht

Nadere informatie

Onderzoek. Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012. Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent

Onderzoek. Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012. Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent Onderzoek Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012 Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent Datum: 9 september 2013 Vragen of reacties kunt u sturen

Nadere informatie

De rol van biomassa in de energietransitie.

De rol van biomassa in de energietransitie. De rol van biomassa in de energietransitie. Bert de Vries Plaatsvervangend directeur-generaal Energie, Telecom en Mededinging, Ministerie van Economische Zaken Inhoud 1. Energieakkoord 2. Energietransitie

Nadere informatie