Wie wil jij zijn op internet? Sociale media in groep 7 en 8

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Wie wil jij zijn op internet? Sociale media in groep 7 en 8"

Transcriptie

1 Wie wil jij zijn op internet? Sociale media in groep 7 en 8 Een actieonderzoek wat is uitgevoerd in het kader van de opleiding basisschoolleerkracht ipabo, Alkmaar. Naam: Leonie Tensen (80179) Klas: L44 Mentor: Edith Louman Werkplek: Werenfridus Groep: 7 Stagementor: J. Schouten

2 Voorwoord Dit actieonderzoek is in studiejaar uitgevoerd door mij, Leonie Tensen, een vierdejaars ipabo student. In dit document beschrijf ik welke acht stappen ik heb uitgevoerd van de onderzoekscyclus die door de Hogeschool ipabo gehanteerd wordt. Sociale media in de bovenbouw staat in dit actieonderzoek centraal. De gezamenlijke ambitie van de school en mij was het bewust maken van het gedrag van kinderen op internet. Mijn onderzoeksvraag heb ik vervolgens samengesteld. De antwoorden op de daarbij horende deelvragen hebben ervoor gezorgd dat mijn onderzoeksvraag aangescherpt kon worden. De antwoorden op mijn deelvragen komen uit de literatuur en de praktijkonderzoeken. Uit deze antwoorden is gebleken dat internet een populair medium is. Op internet zijn de kinderen vooral bezig met sociale netwerken. De bekendste hiervan is Hyves. Uit praktijkonderzoek is gebleken dat een aantal thema s belangrijk wordt gevonden door leerkrachten. En een eventueel beleid zou gebaseerd moeten zijn op de basisregels van de school. Mijn definitieve onderzoeksvraag is daarom geworden: Hoe kunnen de leerkrachten van groep 7 en 8 van de Werenfridus ervoor zorgen dat de kinderen van groep 7 en 8 volgens de basisregels omgaan met Hyves? Het antwoord heeft alles te maken met het feit dat de school eerst regels moet publiceren met betrekking tot (sociale) media. Naast een beleid is het ook belangrijk dat de leerkracht weet wat hij doet. De eigenvaardigheid is daarom ook essentieel. Tot slot is materiaal nodig om de kinderen volgens de basisregels om te laten gaan met Hyves. Bovenstaande gegevens en conclusies zijn te vinden in dit actieonderzoek. Leonie Tensen, Alkmaar, September 2011-april

3 Inhoud Stap 1: Wat wenst de school?...5 T5.2 Een nieuw fenomeen...5 O2. Weet hoe je over komt...6 O2. Keuzes maken...7 Stap 2: Onderzoeksvraag...8 O2. Wat is het plan?...8 O2. Mediawijs is hip!...8 O2. Adequate onderzoeksvraag...9 O2. Is dat niet een te brede vraag? Stap 3: Hoe pak ik het aan? O2. De gekozen literatuur O2. De gekozen onderzoeksinstrumenten O2. Het vooronderzoek is uitvooerbaar Stap 4: Gegevens zoeken O1. Belangrijke gedeeltes uit de literatuurstudie O1. Hoe doe ik dat met het praktische gedeelte? Stap 5: Wat vindt de praktijk? Analyse interview met directeur F. v. Doorn. (24 november 2011) Betekenis verlenen Analyse enquête leerkrachten groep 7 en Betekenis verlenen Analyse enquête ouders van kinderen uit groep 7 en Betekenis verlenen

4 Stap 6: Wat ben ik wijzer geworden? O1: De antwoorden volgens de theorie en/of praktijk O1: Formulering definitieve onderzoeksvraag O2: Ennn Actie! Stap 7: Aan de slag! O1. Resultaten O2. Wat heb ik overwogen? O1. Relevante literatuur voor actie Stap 8: Evaluatie O2. That s the answer! O1. Mijn acties gekoppeld aan theorie T5.2 Is de ambitie vervuld? O3. Opvattingen van collega s en mijzelf O2. En wat kan de school hier verder mee? Bibliografie Bijlagen Bijlage 1: Logboek Bijlage 2.1: Mindmap Bijlage 2.2: Bevestiging onderzoeksvraag Bijlage 3: Feedback theorie van expert Bijlage 4: kerndoelen mediaopvoeding Bijlage 5: literatuuroverzicht Bijlage 6: Enquêtes en interview Bijlage 7. Protocol Mediawijsheid Bijlage 8: Uitleg hyvesspel Repsect Bijlage 8.1: Foto's Hyvesspel 'Respect..56 Bijlage 8.2. Antwoorden op de deelvragen Bijlage 9: Overzicht lessenserie, spel en aanbevelingen Bijlage 10.1: Mediaopvoeding Bijlage 10.2: Sociale mediaopvoeding Bijlage 11: Uitgewerkte lessenserie

5 Stap 1: Wat wenst de school? T5.2 Een nieuw fenomeen Ik loop minor 3 en 4 stage op de Werenfridus in Wervershoof. Ik loop stage in groep 7 en deze groep bevat 23 kinderen. De school vindt het pedagogische klimaat belangrijk binnen de school. In de schoolgids staan dit ook, namelijk: Het kind moet zich veilig voelen op onze school, zodat het zijn/haar mogelijkheden volledig kan ontplooien. Daarom besteden wij veel tijd aan de begeleiding van de leerlingen. Een goede sociaal emotionele ontwikkeling bij kinderen is een voorwaarde om te kunnen spelen en leren. Op onze school wordt daarom ook veel tijd besteed aan de basisregels. Op deze wijze leveren wij een belangrijk aandeel aan de ontwikkeling van een normen- en waardenbesef bij de leerlingen. 1 Wij (...) willen dat onze leerlingen leren in schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, de betreffende informatie te ordenen en te beoordelen op waarde voor zichzelf en voor anderen. Als school leveren we een bijdrage aan het verantwoord gebruiken van het internet, en mobiele telefoons als informatie- en communicatiemiddelen door onze leerlingen. Deze middelen zijn een afspiegeling van de maatschappij: net als in de maatschappij moeten leerlingen leren wat goed is en wat niet goed is, wat kan en wat niet kan. Leerlingen worden daarom gewezen op omgangsvormen en het gebruik van deze informatie- en communicatiemiddelen. 2 Ik heb met de directeur F. v. Doorn gesproken over wat een ambitie van de school is. Wat is de ambitie van de school? De ambitie is om ervoor te zorgen dat leerlingen met media en sociale media goed leren om gaan. En de juiste waarde hiervan in te schatten. Het is een nieuw fenomeen en we hebben hier niets concreets op papier staan., aldus de directeur. Waarom is het belangrijk om ervoor zorgen dat leerlingen goed met media en sociale media leren omgaan? Sociale media is iets van de laatste jaren en je merkt dat het nodig is om op termijn afspraken over te hebben. Er zijn nog geen doelen op het gebied. Individueel hebben mensen een mening over mediaopvoeding. Wij hebben hier nog geen duidelijke afspraken over. We hebben wel een protocol betreft internet gebruik liggen. Er zijn twee aspecten. Je kunt je richten op media en op sociale media. De mediaopvoeding globaal zou ik voor de school als een mooi afgebaakt geheel zou willen zien. Met de sociale media zou je aanbevelingen kunnen aanbieden, maar concreet materiaal zou ook welkom zijn. Men weet namelijk nog niet hoe zij hiermee moeten omgaan., aldus de directeur. Op 13 oktober 2011 heb ik de directeur F. v. Doorn gesproken over de voortgang van mijn onderwerp voor het actieonderzoek. Hij was hier zeer over te spreken. Hij zei ook dat het een heel actueel onderwerp is. Ik ben blij dat hij enthousiast reageerde. Het motiveert mij om aan de slag te gaan met de ambitie van de school Mediawijsheid protocol Werenfridus, te vinden in bijalge 6. (ontvangen via de mail) 5

6 O2. Weet hoe je over komt In beroepstaak 3 van de ipabo is er een moment geweest dat ik heel blij was dat ik een juffenhyves had aangemaakt. Ik had merendeels van de klas als hyvesvrienden en zo heb ik toegang tot de berichten die kinderen ontvangen op hun profiel. Ik kreeg in het tweede deel van het schooljaar een berichtje van een leerling op mijn profiel. Om te reageren, moest ik naar het profiel van het kind. Bij de berichtjes zag ik een aantal negatieve opmerkingen van een klasgenoot. Ik schrok hiervan. Dit kind kreeg vervelende berichtjes. Er werd verder weinig gedaan aan deze situatie. Het was misschien niet zo bedoeld., was het antwoord. Toch ben ik ervan overtuigd dat dit kind niet met een veilig gevoel in de klas zit. Het digitale pesten wordt dus meegenomen in de klas. Ik merk in mijn huidige klas dat er ook negatieve reacties op profielen van kinderen komen. De kinderen weten niet goed hoe zij op internet overkomen en wat de gevolgen zijn voor een ander. Ik wil graag onderzoeken in hoeverre de school hiermee moet omgaan 3 en wat de grenzen zijn. Ik ben het daarom eens met de tekst dat in Handboek Mediawijsheid op School 4 staat, namelijk: Net als in het echte leven is ook communicatie op internet niet altijd gericht op aardig en behulpzaam zijn. Mensen kunnen naar hartenlust en ongestoord hun haat en frustraties botvieren, en doen dat dan ook regelmatig. Iemand uitschelden of bedreigen is immers makkelijker als de ander niet weet wie je bent. Maar ook als dat wel het geval is, wordt er sneller gescholden via internet dan in real life (irl). Dat komt onder andere doordat de interactie minder subtiel is. (..) Daar komt bij dat kinderen en jongeren mentaal nog onvoldoende ontwikkeld zijn om zich in te leven in anderen, waardoor ze zich vaak niet realiseren wat de impact van hun scheldtirades en dreigementen is. (Pardoen, september 2010) blz. 16 Dit motiveert mij om de kinderen bewust te laten worden van hun gedrag via media. Ik vind ook dat dit een onderdeel moet worden van het onderwijs. Het zou geïntregeerd moeten worden in de lessen. De nieuwe generatie werkt veel meer met media en ik vind dat zij moeten leren hoe ze hier mee moeten omgaan. Ik ben niet de enige die zo denkt. Zo is er een rapport verschenen Key Data on Learning and Innovation through ICT at School in Europe en daarin wordt beschreven dat Nederland een van de koplopers is betreft het aantal kinderen dat toegang tot internet heeft. Bovendien zijn Nederland en Zweden de enige Europese landen die niet verplicht aandacht besteden aan veilig internetten. In the Netherlands and Sweden, school authorities or local municipalities may decide to include such topics in the curriculum even where there are no central recommendations to do so. (.) Online safety is taught in Dutch schools at both primary and secondary levels as part of Mediawijsheid (media literacy) and information competencies. Neither subject is strictly tied to the curriculum in terms of competences and (exit) qualifications. 5 Tijdens minor twee heb ik een situatie meegemaakt waarmee ik en mijn mentor van toen niet zo goed mee konden omgaan. Een meisje uit groep 5 had thuis foto s gemaakt van een pornosite. Tijdens een gymles heeft zij deze pornografische foto s aan haar klasgenoten laten zien via haar Nintendo DS. Ik heb haar hier op kunnen betrappen. Uiteindelijk is het door middel van een brief naar de ouders van de kinderen van groep 5 en veel gesprekken met de ouders van dit meisje opgelost. Ik vond het een nare situatie. De kinderen van de klas hebben deze foto s gezien en hebben een onrealistisch beeld van seks gekregen. Kinderen krijgen op deze manier een vertekend beeld van de wereld om zich heen. Toen ben ik me nog meer bewust geworden over wat voor invloed de media op kinderen kan hebben. Kinderen zien beelden via media die niet realistisch zijn. Ik wil graag de kinderen bewust maken van de 4 Pardoen, F. Z. (september 2010). Handboek Mediawijsheid op School. In F. Z. Pardoen, Handboek Mediawijsheid op School (p. 110). Leidschendam: Stichting Mijn Kind Online. 5 6

7 echte en de virtuele wereld. De videoclips die de bovenbouwkinderen bekijken, kunnen beelden bevatten die een scheef beeld kunnen creëren. Neem het voorbeeld van foto- en videobewerking. Reclames op tv en billboards geven niet altijd de werkelijkheid weer. Meisjes kunnen hier heel gevoelig voor zijn. Zo vertelt het boek Educating the NET generation 6 ook een dergelijke situatie, namelijk: This new social World of ICT brings up new challenges for parents and educators. One evening, I looked over my daughter s shoulder as she worked on the computer and I noticed that she was enhancing her Avatar with blonde hair and delicate features similar to her own. However, I was slightly embarrassed to see that my 13-year-old was endowing her character with certain features that were substantially larger and out of proportion to the rest of her virtual body. (Bob Pletka, 2007) Zo heb ik gezien dat meisjes uit groep 8 van zichzelf uitdagende foto s maken en deze op Hyves zetten. Ik vraag me af of ze ervan bewust zijn hoe zij zichzelf laten overkomen en wat de consequenties hiervan kunnen zijn. Dit inspireert mij om kinderen bewust te maken van de realiteit. O2. Keuzes maken Aan de hand van de mindmap, bijlage 2.1, die ik gemaakt heb na het gesprek met de directeur, heb ik twee belangrijke begrippen gekozen die met mijn ambitie overeenkomen namelijk: afspraken maken en waarde (sociale) media inschatten. De school heeft als ambitie ervoor te zorgen dat leerlingen met media en sociale media goed leren om gaan. De school wil zich graag richten op de normen en waarden met betrekking op mediagebruik. Het is wenselijk om hier een beleid voor te ontvangen. Ook is een beleid voor het omgaan met sociale media welkom. Deze ambitie wekt mijn interesses en ik wil hier mee aan de slag gaan. Ik weet alleen niet of ik genoeg tijd heb om aan beide ambities te voldoen. Daarin moet ik dus een keuze maken. Ik merk dat mijn ambitie meer neigt naar een beleid voor de sociale media. Mijn ambitie is namelijk dat ik wil onderzoeken hoe media wordt geïntegreerd in de lessen, zodat de kinderen bewust worden van hun gedrag op internet. Om aan beide ambities te voldoen, wil ik gaan kijken naar wat de belangrijkste normen en waarden zijn bij het gedrag van kinderen op internet. Ik zou dan moeten kijken naar wat er in een beleid moet komen (normen en waarden) en hoe deze regels in lessen geïntrigeerd kunnen worden. Als ik tijd genoeg heb, dan kan ik eventueel ook een beleid voor mediagebruik maken, maar een beleid voor het social network past beter bij mijn ambities, dus dat heeft een hogere prioriteit. 6 Bob Pletka, E. D. (2007). Educating the NET generation. In E. D. Bob Pletka, Educating the NET generation (p. 164). Santa Monica, U.S.: Santa Monica Press LLC. 7

8 Stap 2: Onderzoeksvraag O2. Wat is het plan? In dit onderdeel beschrijf ik wat de voorlopige onderzoeksvraag en onderzoeksdoelen zijn. Deze staan in tot de ambitie van de school. Hoe kunnen de leerkrachten van groep 7 en 8 van de Werenfridus ervoor zorgen dat de kinderen van groep 7 en 8 volgens de normen en de waarden omgaan met internet? Dit komt overeen met de ambitie van de school. De school vindt het goed dat ik ga onderzoeken wat de normen en waarden zijn bij mediagebruik op de Werenfridus. Dit is namelijk te koppelen aan de (positief geformuleerde) afspraken. In bijlage 2.2 is een schriftelijke bevestiging te vinden dat mijn onderzoeksvraag relevant is. De doelen voor de komende periode zijn: - Ik wil er achter komen wat de normen en waarden zijn bij het mediagebruik van groep 7 en 8 van de Werenfridus. Ik zal dit ook moeten onderzoeken om antwoord te kunnen krijgen op mijn hoofdvraag. Het onderzoeksdoel staat dus zeker in relatie met de ambities van de school en mijzelf. Als ik de normen en waarden van de school namelijk niet weet, dan kan ik ook niet aan de slag gaan met het uitvoeren van het onderzoek. - Ik wil ervoor zorgen dat leerkrachten van groep 7 en 8 op de Werenfridus lessen met betrekking tot mediagebruik kunnen aanbieden waarbij er rekening wordt gehouden met de normen en waarden van de school bij mediagebruik. Deze onderzoeksvraag en onderzoeksdoelen zijn gerelateerd aan de ambitie van de school. Aan de hand van deze onderzoeksvraag en onderzoeksdoelen kan ik ervoor zorgen dat de normen en de waarden van de school betreft mediagebruik duidelijk worden en hoe hier rekening mee gehouden kan worden bij lessen met betrekking tot mediagebruik. O2. Mediawijs is hip! Tijdens mijn onderzoek zijn er verschillende nieuwsitems verschenen over mediawijsheid met betrekking tot chatten en het gebruik maken van profielsites. Zo is er op het Jeugdjournaal een nieuwsitem geweest over pesten via media. 7 Cyberpesten is een onderwerp dat hoort bij mediaopvoeding en laat dus zien dat mijn onderzoeksvraag actueel is. De week van november is ook de week van mediawijsheid. Ook mijn vakdocent B. v.d. Weijden heeft duidelijk gemaakt dat dit een zeer actueel onderwerp is. Hij vertelde mij dat er op de Ipabo ook een dergelijk onderzoek komt. Prof. dr. Peter Nikken is bijzonder hoogleraar mediaopvoeding aan de Erasmus Universiteit. Hij heeft verschillende (recente) onderzoeken gedaan naar mediaopvoeding en naar de effecten van de media op kinderen. Hij heeft een dossier geschreven voor professionals dat inzicht geeft hoe zij kinderen kunnen leren hoe met media om te gaan. Er wordt dus regelmatig onderzoek gedaan naar het gedrag van kinderen met media. Het is en blijft een actueel onderwerp. Op de site worden regelmatig problemen/vragen beschreven van leerkrachten en ouders. Deze vragen en of problemen worden daar besproken. De discussie Scholen moeten ouders ondersteunen bij mediaopvoeding. riep reacties op. Als het gaat 7 8

9 om mediaopvoeding zullen ouders en school de handen ineen moeten slaan. Ik ben het hier zeker mee eens. Uit dit antwoord kan ik op maken dat ouders ook betrokken moeten worden bij mijn onderzoek. Om er achter te komen of zij zelf ook vinden dat zowel de basisschool als de ouders de verantwoordelijk zijn voor mediaopvoeding, zal ik hier een enquête voor maken. Mijn onderzoeksvraag sluit aan bij de actualiteit. In het boek Contact! - Kinderen en nieuwe media wordt beschreven dat het digitale aanbod voor kinderen van 6-12 jaar toeneemt en dat jonge kinderen gebruik maken van de virtuele wereld die niet voor hen bedoeld is, zoals YouTube, MSN en Hyves. Ook beschrijft dit boek dat kinderen vaardigheden missen om informatie en reclames op internet te beoordelen. Net zoals het rapport uit de vorige paragraaf, wordt hier gesproken over educatie betreft media op de basisschool. Er worden rapporten, boeken en tijdschriften uitgebracht waarin aandacht gegeven wordt aan mediaopvoeding. 8 Als ik kijk naar de aandacht die gegeven wordt aan dit onderwerp in de bovenstaande voorbeelden, valt mij op dat er vraag is naar educatie op het gebied van mediagebruik. Ouders en leerkrachten zijn soms de weg kwijt en weten niet waar ze een grens moeten trekken. Wat is normaal en wat niet? Hoe ga je met situaties om? Het laat zien dat er behoefte is naar mediaopvoeding. Mijn onderzoeksvraag sluit aan bij de actuele ontwikkelingen. O2. Adequate onderzoeksvraag Ik heb voor deze onderzoeksvraag gekozen, omdat de vraag betrekking heeft op mijn ambitie én het sluit aan bij de ambitie van de school. Om antwoord te krijgen op deze vraag moet ik namelijk onderzoeken wat de normen en waarden zijn van de school betreft het mediagebruik. Ook ben ik er van overtuigd dat deze vraag onderzoekbaar is binnen de beschikbare tijd. Ik heb gebruik gemaakt van richtlijnen voor het formuleren en controleren van mijn onderzoeksvraag. Ik ben de negen richtlijnen uit het boek Praktijkonderzoek in de School 9 nagegaan: Een vraagzin: Ik heb mijn onderzoeksvraag in een vraagzin kunnen plaatsen. Open vraag: Mijn onderzoeksvraag is een open vraag en kan niet met ja of nee beantwoord worden. Scherpe en eenduidige formulering waarbij de kernbegrippen gedefinieerd zijn: Mijn onderzoeksvraag heeft een scherpe en eenduidige formulering. In mijn onderzoeksvraag had ik de juiste manier van omgang met media gezet, maar dit vond ik niet duidelijk. Ik heb dit veranderd in de normen en waarden van de school, zodat ik het concreter en onderzoekbaar heb gemaakt. De kernbegrippen zijn ook gedefinieerd. Ik ga onderzoeken wat er onder normen en waarden van de school behoren. Bovendien ga ik onderzoeken wat er onder mediagebruik verstaan wordt. Een enkelvoudige vraagstelling: Mijn onderzoeksvraag is enkelvoudig, want er staat één vraag in. Ik had hiervoor de vraag. Wat zijn de grenzen van de school betreft mediagebruik en wat is de juiste manier om de kinderen met media om te laten gaan? Dit waren twee onderzoeksvragen in één en dat heb ik nu in één onderzoeksvraag geformuleerd. Niet vragen naar de bekende weg: Bij mijn onderzoeksvraag is onderzoek nodig. Er is niet zomaar antwoord op te geven. 8 Pijpers, J. d. (2010). Contact! - Kinderen en nieuwe media. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. 9 Lanen, C. v. (2009). Praktijkonderzoek in de school. Bussum: Coutinho, blz

10 Geen foute veronderstellingen: Ik heb in mijn onderzoeksvraag geen veronderstellingen staan. Geen antwoord in de vraag: In mijn onderzoeksvraag is nog geen oplossing of antwoord aangeboden. Een acceptabele vraag: Mijn onderzoeksvraag is een acceptabele vraag, omdat mijn vraag binnen de beschikbare tijd te beantwoorden is. Aansprekende vraag voor de beroepspraktijk: De onderzoeksvraag spreekt de leerkrachten en de directie aan, omdat het een actueel onderwerp is. De vraag motiveert mijn en past bij de ambitie van de school. O2. Is dat niet een te brede vraag? Mijn onderzoeksvraag bestaat uit één hoofdvraag en om deze te kunnen beantwoorden, ga ik gebruik maken van deelvragen. Deze vragen zorgen ervoor dat ik mijn onderzoeksvraag kan aanscherpen. Om ervoor te zorgen dat mijn onderzoeksvraag nog concreter wordt, heb ik voor mezelf vijf deelvragen samengesteld. Ik heb gekozen voor vijf deelvragen, omdat ik daardoor zeker weet dat ik genoeg tijd heb om antwoord op deze vragen te krijgen. De deelvragen zijn gekoppeld aan mijn hoofdvraag. Ik zal hieronder uitleggen hoe mijn hoofdvraag door de deelvragen aangescherpt kan worden. 1. Wat wordt er verstaan onder mediagebruik onder de kinderen van groep 7 en 8? 2. Wat zijn de normen en waarden op gebied van mediagebruik in van groep 7 en 8? 3. Hoe wil de school kinderen van groep 7 en 8 leren om te gaan met media? 4. Hoe wordt er nu aan mediaopvoeding gewerkt op de Werenfridus bij de kinderen van groep 7 en 8? 5. Wat zijn de normen en waarden bij mediagebruik volgens ouders, leerkrachten en mezelf? 1. Wat wordt er verstaan onder mediagebruik onder de kinderen van groep 7 en 8? Het is voor mij belangrijk om te weten wat er onder mediagebruik verstaan wordt. Als ik weet wat hier allemaal onder valt, kan ik misschien één medium kiezen waarop ik mijn onderzoek ga richten. Ik ga me hier meer in verdiepen en zo hoop ik door deze deelvraag een concretere hoofdvraag kan samenstellen. 2. Wat zijn de normen en waarden op gebied van mediagebruik van groep 7 en 8? Voor mij is het essentieel om te weten wat de normen en waarden zijn van de school op het gebied van mediagebruik. Als ik weet waar de school rekening mee houdt, hoe de school over mediagebruik denkt en waar de school grenzen trekt, kan ik me misschien richten op één belangrijk aspect van hun normen en waarden. Dit kan ervoor zorgen dat ik mijn hoofdvraag concreter kan maken. 3. Hoe wil de school kinderen van groep 7 en 8 leren om te gaan met media? Ik wil graag weten hoe de school over mediaopvoeding denkt. Willen ze dit in hun rooster integreren? Hoe willen ze vormgeven aan mediaopvoeding? Als ik weet hoe zij de kinderen willen leren hoe zij met mediagebruik om moeten gaan, kan ik mijn hoofdvraag wellicht aanscherpen. 10

11 4. Hoe wordt er nu aan mediaopvoeding gewerkt op de Werenfridus bij de kinderen van groep 7 en 8? Ik ben benieuwd naar de huidige situatie op de school. Hoe wordt er nu aandacht gegeven aan mediaopvoeding en wat zijn de meningen hierover? Het is belangrijk om de beginsituatie te weten, zodat ik hier op kan inhaken en de school een stapje verder kan brengen op het gebied van mediaopvoeding. Dit zou een doel kunnen zijn dat ik in mijn hoofdvraag zou kunnen zetten. Op deze manier zou ik mijn onderzoeksvraag aan kunnen scherpen. 5. Wat zijn de normen en waarden bij mediagebruik volgens ouders, leerkrachten en mezelf? Ik wil weten wat de omgeving belangrijke normen en waarden vindt bij het gebruik van media. Hierbij betrek ik de ouders, leerkrachten en mezelf. Ik merk in mijn omgeving dat ouders niet weten hoe zij zich moeten gedragen op internet. Op hoorde ik dat een ouder negatieve berichten over een tienminutengesprek op Facebook had gezet. Ouders hebben dus niet in de gaten wat er van hen verwacht wordt. Ik vind dat ouders dus ook een grote rol spelen bij mijn onderzoek. Om antwoord te krijgen op deelvraag 5, ga ik gebruik maken van de theorie. Waar zouden we betreft mediaopvoeding volgens de theorie om moeten denken? Ik ga ook een enquête uitdelen onder leerkrachten en ouders van de groep 7 en 8, zodat ik erachter kom wat zij van belang vinden. Door er achter te komen welke regels er belangrijk zijn, kan ik hier misschien een selectie uit maken en zo mijn deelvraag aanpassen. 11

12 Stap 3: Hoe pak ik het aan? O2. De gekozen literatuur Ik ben op zoek gegaan naar verschillende literatuur. Ik heb een keuze gemaakt uit boeken, relevante artikelen en internetbronnen. Ik heb literatuur nodig om antwoord te krijgen op deelvraag 1. Ik moet er namelijk achter komen wat er onder mediagebruik verstaan wordt van groep 7 en 8. In deze paragraaf beargumenteer ik waarom ik de desbetreffende boeken, artikelen en sites voor mijn onderzoek heb gekozen: Praktijkonderzoek in de School. Dit boek heb ik nodig als handleiding bij het doorlopen van een volledige onderzoekcyclus. Ik gebruik het voor het maken en controleren van mijn stappen. Dit boek heb ik nodig bij stap 1 tot en met 8. Mijn leerling online. Dit boek heb ik nodig, omdat dit boek aandacht besteed aan de normen en waarden van internet. Het geeft advies over de opvoeding van leerlingen in het gebruik van internet. Zie stap 1. Educating the NET generation. Dit boek heb ik nodig om een situatie te beschrijven hoe kinderen zich gedragen op het internet. Mediawijsheid op School. Dit handboek heb ik nodig om me te verdiepen hoe mediawijsheid vormgegeven wordt binnen de basisschool. Key Data on Learning and Innovation through ICT at School in Europe 2011 Dit recent uitgebrachte rapport heeft me bewust gemaakt dat Nederland één van de weinige Europese landen is dat niet verplicht is om kinderen te laten leren hoe zij met internet moeten omgaan. Zie stap 1. Driedimensionale Virtuele Werelden. eg.pdf blz 45 De effecten van nieuwe media op jongeren van jaar Dit online artikel heb ik nodig gehad om mijn inzicht te vergoten met betrekking tot het gebruik van de nieuwe media. Dit zal mij helpen om mijn onderzoeksvraag te trechteren. 20nieuwe_20media_20op_20jongeren_20van_ _20jaar webversie.pdf Lessen In Mediawijsheid. Dit online document heb ik nodig als ik een eventuele lessenserie wil maken dat geschikt is voor de bovenbouwkinderen. Ik heb ook gebruik gemaakt van internetsites. wervershoof.nl/files/wf%20schoolgids% %20oktober.doc De schoolgids van de Werenfridus heb ik nodig gehad om een kort portret van de school weer te geven. Ik heb gezien dat er nog niets over media afspraken in staan. Zie stap 1. mediaopvoeding.pdf Dit online document heb ik nodig om meer inzicht te krijgen over het onderzoek van P. Nikkens. Het zal mij laten zien wat er onder mediaopvoeding verstaan wordt. Waarom Mediawijsheid op School? Dit online artikel heb ik nodig gehad om meer inzicht te krijgen waarom mediawijsheid belangrijk is op de basisschool. /jsw/archief/2010/04_december_2010/jrg95_nr4_december2 010_F.Zwanenburg J.Pardoen_Waarom_mediawijsheid_op _school_pag_6_8.pdf Deze site houdt me op de hoogte over ontwikkelingen betreft mediaopvoeding. Het is een daarom een relevantie website voor mijn onderzoek. Ook al het nieuws over media wordt hier gepubliceerd. De keuzes van mijn gekozen literatuur zijn in samenspraak gegaan met een expert, S. Schuur, ICT docent van de ipabo. De literatuurkeuze van Leonie bevat literatuur om dit onderzoek verder uit te voeren. Alleen de Engelstalige is nog niet voldoende. Dit laat Leonie in een later stadium aan mij zien. De handtekening van S. Schuur is te vinden in bijlage 3. 12

13 O2. De gekozen onderzoeksinstrumenten 1. Wat wordt er verstaan onder mediagebruik onder de kinderen van groep 7 en 8? 2. Wat zijn de normen en waarden op gebied van mediagebruik in van groep 7 en 8? 3. Hoe wil de school kinderen van groep 7 en 8 leren om te gaan met media? 4. Hoe wordt er nu aan mediaopvoeding gewerkt op de Werenfridus bij de kinderen van groep 7 en 8? 5. Wat zijn de normen en waarden bij mediagebruik volgens ouders, leerkrachten en mezelf? Om antwoorden te krijgen op mijn deelvragen, ga ik naast literatuur ook gebruik maken van verschillende onderzoeksinstrumenten. Ik kies om aan de slag te gaan met een interview en enquêtes. Ik kies ervoor om de leerkrachten van groep 7 en 8 de directie en ouders van de leerlingen van groep 7 en 8 bij mijn onderzoek te betrekken, omdat mijn onderzoek gaat over mediawijsheid van groep 7 en 8. Ik vind het ook belangrijk dat de directie op de hoogte is en ik wil graag hun mening horen over mijn actieonderzoek en over mediawijsheid. Observatie Ik heb niet voor een observatie gekozen, omdat er geen situatie is die ik in de onderwijspraktijk wil bekijken. Ik ga onderzoeken wat de normen en waarden zijn betreft mediagebruik en hierbij is geen observatie nodig, maar wel een interview en enquêtes. Waarom ik voor deze twee opties kies, beschrijf ik hieronder. Bevragen Interview Ik ga ervoor kiezen om de directie te interviewen. Ik wil er namelijk achterkomen wat de gedachtes zijn van de school over mediagebruik en wat zij van mij verwachten in dit onderzoek. Ik zal ervoor kiezen om met de directeur in zijn ruimte te zitten, zodat er verder met niemand rekening gehouden hoeft te worden. Het fijne van interviewen is dat ik persoonlijk contact met de directeur en ik kan eventueel inhaken op antwoorden waar ik meer over wil weten. Wat minder fijn kan zijn is dat het veel tijd kost om het interview uit te werken, tenzij ik er een verslag van maak. Het is wel slim om dit direct uit te werken, omdat alles dan nog goed in mijn geheugen staat. Dit is ook weer een voordeel, want dan laat ik het werk ook niet liggen. Ik heb het interview nodig om er achter te komen wat de normen en waarden zijn op gebied van mediagebruik van groep 7 en 8, deelvraag 2. Maar ook voor deelvraag 3 en 4. Enquêtes Ik zal ervoor kiezen om een enquête af te nemen bij de leerkrachten van groep 7 en 8. Ik heb deze doelgroep gekozen, omdat ik mij specialiseer in de bovenbouw en daar vindt mijn onderzoek ook plaats. De enquête bestaat uit een vijftal open vragen. Ik heb voor open vragen gekozen, omdat het antwoord op de vragen per klas erg kunnen verschillen. Ook vraag ik naar de mening van de leerkrachten van groep 7 en 8 en door open vragen te stellen kan ik het beste achter hun mening komen. Een voordeel van een vragenlijst is het doelgericht vragen kan stellen en de kan is klein dat er omheen gepraat wordt. Bovendien geven de leerkrachten hun eigen mening en worden niet beïnvloed door collega s. Ik moet er wel voor zorgen dat de vragenlijst niet te lang is en dat het voorbereiden veel tijd kan innemen. Ik heb de mening van de leerkrachten nodig, zodat ik antwoord kan geven op deelvraag 4.

14 Ik gebruik voor mijn onderzoek dus meerdere bronnen en onderzoeksinstrumenten. Door gebruik te maken van verschillende onderzoeksinstrumenten versterken elkaar om de onderzoeksvraag te beantwoorden. Bij deelvraag 2 maak ik bijvoorbeeld gebruik van meerdere onderzoeksinstrumenten. Ik zal gebruik maken van literatuur, maar ik zal ook enquêtes onder leerkrachten. Op die manier kan ik ontdekken wat de normen en waarden volgens de theorie zijn, maar zo ontdek ik ook hoe leerkrachten en ouders hierover denken. Door gebruik te maken van meerdere onderzoeksinstrumenten, zorg ik dat ik triangulatie toepas. (Van der Donk & Van Lanen 2009, 40-42). Hoe kunnen de leerkrachten van groep 7 en 8 van de Werenfridus ervoor zorgen dat de kinderen van groep 7 en 8 volgens de normen en de waarden omgaan met internet? O2. Het vooronderzoek is uitvoerbaar Ik heb voor interview en enquête als onderzoeksinstrumenten gekozen, omdat ze heel praktisch zijn voor mij. Ik hoef namelijk niet op bezoek te gaan bij een expert. Dit scheelt mij tijd en geld. Ik houd het dichtbij huis en ik richt me op de leerkrachten van groep 7 en 8 en de directie. Het uitwerken van het interview zal wel wat tijd kosten, maar het blijft voor mij haalbaar. Dit geld ook voor de voorbereiding van de enquête en de analyse hiervan. Maar ook bij dit onderzoeksinstrument ben ik er van overtuigd dat het haalbaar is om uit te voeren. Dit zorgt ervoor dat de keuzes van mijn onderzoeksinstrumenten mijn vooronderzoek haalbaar maakt. Ik heb overigens in minor 2 ervaring opgedaan met verschillende vraagstellingen bij een interview. Ik weet dat ik door midden van gerichte open vragen meer informatie krijg dan wanneer ik een gesloten vraag stel. Het is belangrijk om duidelijke afspraken te maken van te voren. Maik het gesprek opnemen? Mag ik namen vermelden van personen? Hoe lang duurt het interview? Ook heb ik ervaring met het opstellen van een enquête. In havo 5 heb ik een onderzoek gedaan naar het sekserolgedrag tussen verschillende cohorten. Hierbij heb ik samengewerkt met een docent, L. Kistenmaker en samen met haar heb ik twee enquêtes gemaakt. Ik heb geleerd dat ik in een enquête moet vermelden wie ik ben, wat ik doe, hoe lang de enquête duurt en wat het doel is van de vragenlijst. Bij de vragen moet ik goed nadenken over wat ik precies te weten wil komen. Als ik een enquête uitdeel aan een grote groep mensen, is het voor mij praktischer om gesloten vragen te stellen, zodat mijn analyse van de resultaten sneller verloopt. Nadat ik feedback heb ontvangen van M. Koeten, heb ik besloten om deelvraag 5 te veranderen. De deelvraag ging over wat kinderen op internet doen, maar belangrijker is om te onderzoeken wat de normen en waarden zijn bij internetgebruik volgens ouders, kinderen, leerkrachten en mezelf? Om antwoord te krijgen op deze vraag, deel ik enquêtes uit onder ouders, kinderen, leerkrachten en mezelf. Als ik alle enquêtes wil analyseren ben ik lang bezig. Toch besluit ik om elk kind en zijn/haar ouders bij mijn onderzoek te betrekken, omdat ik hier veel waarde aan hecht. Hoe meer betrokkenen, hoe groter de kans op een betrouwbaar resultaat. 14

15 Stap 4: Gegevens zoeken In dit onderzoekverslag geef ik duidelijk onderscheid tussen het theoretische gedeelte van de informatieverzameling en van het praktische gedeelte van de informatieverzameling. O1. Belangrijke gedeeltes uit de literatuurstudie In deze paragraaf laat beschrijf ik het theoretische gedeelte van de informatieverzameling weer. Ik heb voornamelijk gebruik gemaakt van relevante vakliteratuur, onderzoekrapporten en tijdschriften. Dit beschrijf ik in korte samenvattingen en ik laat de informatie zien die ik bij elke deelvraag nodig heb om de deelvraag te beantwoorden. Dit laat meteen zien dat de literatuur gerelateerd is aan mijn onderzoek. Mijn literatuuroverzicht is te vinden in bijlage Wat wordt er verstaan onder mediagebruik onder de kinderen van groep 7 en 8? Er zijn veel verschillende soorten media en de media zijn in de loop der jaren veel veranderd. Onder media verstaan we bronnen die informatie geven. Voorbeelden zijn: kranten, televisie, tijdschriften, radio, computergames, mobiele telefoons en internet. Welke media gebruiken kinderen met de leeftijd jaar voornamelijk? SPOT is het Nederlandse marketingcentrum voor televisiereclame. 10 Spot doet regelmatig onderzoek naar mediagebruik onder kinderen tussen de 6-19 jaar. Hier valt ook een doelgroep jaar onder. Dit is de leeftijdscategorie van mijn actieonderzoek. Als we hiernaast naar de grafiek uit kijken, zien we dat kinderen gemiddeld per dag 98 minuten besteden aan televisie kijken. Er wordt duidelijk het meeste tijd besteed aan de televisie. Internet is in de grafiek gesplitst, maar laat zien dat kinderen tussen de jaar gemiddeld zo n 58 minuten 11 internetten. Het is mij niet duidelijk of het gamen via de spelcomputer gaat of via het Internet. Volgens onderzoek van Kijkwijzer (jeugdpeil 12 ) spelen 45% van de kinderen online games. Hierboven de grafiek van SPOT en op de volgende pagina van Mijn Kind Online Internet totaal 57 minuten: Sociale media (ong. 25 min), surfen (ong. 12 min), video op internet (ong. 5 min), online gaming (9minuten) en (ong. 6 min)

16 De grafiek van SPOT laat zien dat kinderen aanzienlijk veel tijd aan media besteden. Televisie en internet zijn duidelijk de twee koplopers in de leeftijdscategorie jaar. Om te kijken of deze informatie klopt, vergelijk ik deze gegevens met een onderzoek van R. Pijpers. Hij heeft mij toegang gegeven tot zijn onderzoek. Ik maak deze vergelijking om te kijken of deze gegevens van SPOT betrouwbaar zijn. In het onderzoek van Mijn Kind Online ben ik een grafiek tegengekomen over mediagebruik, alleen dan van kinderen tussen de 8-12 jaar. In de vorige grafiek zaten de kinderen met de leeftijd tussen de jaar gemiddeld zo n 45 minuten per dag op internet. In de grafiek van Mijn Kind Online, zie ik dat de meerderheid van de kinderen gemiddeld 1 uur per dag op internet zit. Ruim een kwart zit minder dan 30 minuten op internet. Bijna een kwart zit meer dan 2 uur per dag op internet. Gemiddeld genomen zitten kinderen iets minder dan 1 uur per dag op internet. Dit komt dus duidelijk overeen met de 58 minuten van het SPOT onderzoek. In de grafiek staat welke media het meest gebruikt wordt door kinderen en jongeren. Om te onderzoeken wat de kinderen het meeste met deze het medium televisie doen, heb ik de site van Kijkwijzer 13 geraadpleegd. Volgens deze internetpagina biedt de televisie ontspanning, informatie en de mogelijkheid om het samen met anderen te doen. Kinderen in de bovenbouw kijken naar bijvoorbeeld: tekenfilms, jeugdseries en programma s die voor de hele familie bedoeld zijn. Bovendien kijkt deze groep naar programma s waar (pop)muziek centraal staat. Om er achter te komen wat kinderen op internet doen, heb ik websites en boeken van Mijn Kind Online geraadpleegd. Mijn Kind Online heeft een duidelijk overzicht gemaakt welke websitecategorieën populair zijn. Hiernaast het resultaat van de enquête van Mijn Kind Online. Ook hebben R. de Haan en R. Pijpers het boek Contact! Kinderen en nieuwe media (2010) geschreven. Ze hebben in dit boek een onderzoek beschreven naar wat kinderen tussen de 6-12 jaar Populaire websites onder kinderen op internet doen. In dit boek wordt duidelijk gemaakt dat kinderen tussen de 6 en 12 nieuwe media gebruiken om te communiceren. Dit gebeurt door het uitwisselen van clips, games en profielen op internet. Daar is communicatie mogelijk. Het communiceren en het spelen lopen door elkaar heen. Bekende spellen zijn GoSupermodel bij meisjes en RuneScape bij jongens. Dit boek laat resultaten zien van verschillende onderzoeken. Zo is er onderzocht dat in 2010 alle Nederlandse kinderen online zijn. De kinderen internetten steeds intensiever en de kinderen beginnen ook steeds jonger met internet. De Nederlandse kinderen gebruiken in Europa het meest nieuwe media. Het boek is ervan overtuigd dat kinderen op school moeten leren hoe zij met internet om moeten gaan. De kinderen moeten weerbaar gemaakt worden in hun mediagebruik. Het is de taak van ouders, maar ook van basisscholen om de kinderen te beschermen. Zo zouden basisscholen kinderen mediawijs moeten maken

17 Het boek Sociale media en kinderen is geschikt voor kinderen tussen de 8 en 14 jaar en hun ouders/leerkrachten. Dit boek beschrijft praktische dingen van het gebruik van sociale media. Het beschrijft bijvoorbeeld waar kinderen om moeten denken als zij bijvoorbeeld een sociaal netwerk aanmaken. Het boek beschrijft duidelijk dat de werkelijke en virtuele wereld vervagen. Volwassenen gebruiken internet ook anders dan kinderen. Volwassenen zijn voornamelijk bezig met het onderhouden van hun netwerk. Kinderen zijn daarentegen juist bezig met het verwerven van nieuwe contacten en relaties. Internetvrienden zien zij als realiteit. Net zoals vriendjes uit de klas. Er zit tegenwoordig dus weinig verschil tussen het contact met werkelijke vrienden en virtuele vrienden. Wees als leerkracht en ouder geïnteresseerd in wat kinderen online doen. Het serieus nemen van kinderen speelt ook een rol. Zorg ook dat je zelf op de hoogte bent van wat er online speelt. Alleen op die manier kun je ook kinderen waarschuwen voor de gevaren en zullen zij jou serieus nemen. Waarom gebruiken kinderen internet? Volgens Beeldschermkinderen (Valkenburg:2002) houden kinderen ervan om gebruik te maken van de computer. Ze zijn nieuwsgierig naar wat internet te bieden heeft. Kinderen spelen spellen op internet, bekijken en beluisteren muziekvideo s. Ook zoeken kinderen informatie op over hobby s, idolen of voor schoolwerk. Het kunnen communiceren met elkaar is ook een leuk aspect van internet. Volgens Van Bruggen zijn kinderen veel bezig met virtuele werelden. Kinderen communiceren via games, creëren een eigen virtueel persoon, maken een avatar, spelen in de virtuele wereld en kunnen hier virtueel geld mee verdienen. Kinderen kunnen op deze manier in aanmerking komen met onbekenden en voor het niet-bestemde reclame. (Van Bruggen: 2008) De kinderen die opgegroeid zijn met internet krijgen verschillende benamingen. Zo beschrijft het boek ICT voor de klas 14 de volgende benamingen, namelijk: Digital natives, NET-generation, Homo Zappiens. Deze generaties zijn dus opgegroeid met de elektronische media. Kinderen vinden het belangrijk om vrijheid om internet te hebben. Ze hebben een imago door hun profiel. Dit gaat gepaard met vernieuwing en snelheid. Kinderen hebben plezier aan deze ontwikkeling en internet voldoet aan hun behoeftes. Internet geeft hen vrijheid om zichzelf te zijn, biedt hen vermaak en is leerzaam. Deze generatie is een ster in multitasken en doet van alles tegelijk. Ze selecteren wat voor hen van belang is (Drummer:2011).Hieronder verdiep ik me in het boek over Homo Zappiens. Hoe de kinderen zich nu gedragen tegenover media en maatschappij, zal volgens het Engelstalige boek Homo Zappiens. Growing Up In A Digital Age 15 veranderen. Waar kinderen van tien jaar nu mee spelen, zal niet gebruikt worden door bijvoorbeeld het 5 jaar jongere broertje als die tien jaar is. Voorheen werd er nog veel buiten gespeeld met vrienden en buurtgenoten. Maar sinds de opkomst van (online) gaming is dit aanzienlijk veranderd. Kinderen zien tegenwoordig weinig verschil in waarde tussen real life communicatie en online communicatie. Kinderen zijn hiermee opgevoed. De kinderen leren daardoor ontzettend veel en pikken het snel op. they frequently have a better grasp of technology than those who educate them. Instead of attempting to control, understand or master technology, they simply use it. (Vrakking&Veen: 2006). De nieuwste technologie hebben zij zo onder de knie, terwijl volwassenen er soms niets van weten. Door het online communiceren, leren de kinderen keuzes te maken in alle mogelijkheden die aangeboden worden. Het boek beweert dat kinderen leren om bewust te worden van de gevolgen van bijvoorbeeld reclames via internet. Maar ook tijdens het werken op de computer maken de kinderen keuzen. De homo 14 Drummer, G., (2011), ICT voor de klas, Houten, Noordhoff Uitgevers 15 Vrakking, B., & Veen, W. (2006). Homo zappiens: growing up in a digital age. London: Network Continuum Education. 17

18 zappiens zijn heel goed in zappen en selecteren. Kinderen kunnen goed omgaan met afleiding. Als een radio tijdens het werken aanstaat, een mobieltje afgaat of iemand online verschijnt op het beeldscherm, werken kinderen gewoon verder. Ze focussen op wat er belangrijk is voor hen. In de klas gebeurt dit ook. Kinderen leren door de computer om verschillende informatiebronnen snel tegelijkertijd te verwerken. Als kinderen in een lokaal lang moeten luisteren, zijn ze met hun gedachten al snel ergens anders. Kinderen kiezen zelf hun interesses. Normen en waarden verwagen, want ze maken zich weinig zorgen om wat de maatschappij lijkt te vinden. Kinderen geven andere competenties voorrang geven op oudere competenties waar de maatschappij waarde aan hecht. Het gevolg hiervan is dat kinderen er andere normen op na houden. Ze doen andere kennis op en focussen op andere bekwaamheden. Visuele vaardigheden zijn bijvoorbeeld belangrijker dan leesvaardigheden. Respect lijkt tegenwoordig soms ook ver te zoeken. Dit komt omdat de maatschappij vindt dat ouderen en bijvoorbeeld geleerden respect verdienen. Kinderen zien deze mensen meer als gelijke. Door het gebruik van internet en sociale media veranderen kinderen. Gedrag, interesses en normen en waarden veranderen. As technology enables us to capture information, society is changing its learning demands away from information and focusing instead on communication, interpretation and negotiation. As long we keep judging the homo zappiens generation by our old standards, we may never see how their ways of playing and communicating are actually emerging strategies for our digital, creative future. Accepting education as the facilitation of learning, we must reconsider our teaching as we witness a different type of learning. (Vrakking&Veen: 2006) Samenvatting aan de hand van een horizontale vergelijking (Lanen:2009). Zo krijg ik snel een beeld hoe verschillende boeken naar deze vraag kijken. Welke media gebruiken kinderen met de leeftijd jaar voornamelijk? SPOT Televisie, sociale media, radio, surfen, en games Mijn leerling online Televisie, sociale media, uitwisselen van clips, games, MSN en HABBOhotel Beeldscherm- Kinderen ICT voor de klas online gaming, Online muziekvideo s communiceren bekijken en sociale (sociale media), media Zomaar surfen, online gaming, muziek downloaden. Homo Zappiens. Growing Up In A Digital Age Online gaming, sociale media, mobieltjes, informatie opzoeken. Hoeveel uur per dag zijn kinderen online? Waarom gebruiken kinderen van 8-12 jaar sociale media? Overeenkomsten: Gemiddeld 58 minuten X Gemiddeld iets minder dan 1 uur. X X Laten weten dat je Kans op succes en bestaat. mogelijkheid tot Bevestiging identificatie. vriendschappen en Informatie het wekt zelfvertrouwen op. hobby s, idolen of opzoeken over voor schoolwerk. Vrijheid, indentificeren, sluit goed aan bij ontwikkeling. (zelf-onthulling en zelf-presentatie) Gemiddeld tussen de 1 en 3 uur In contact willen blijven met vrienden, anonimiteit en zelfvertrouwen. Kinderen zijn bezig met vooral elektronische media. Bij elk boek wordt online gaming en sociale media genoemd. Dit zijn dus de twee koplopers betreft media bij kinderen tussen de 8-10 jaar. De meest genoemde redenen om sociale media te gebruiken zijn: identificatie en het vergroot de kans op succes (zelfvertrouwen, bevestiging van vriendschappen) 18

19 2. Wat zijn de normen en waarden op gebied van mediagebruik in van groep 7 en 8? Volgens de website is het belangrijk is om schoolbreed afspraken te hebben over mediaopvoeding. De leerkracht zorgt dat deze regels gehandhaafd worden. Het is niet de bedoeling dat de leerkracht individueel bepaalt wat de regels in de klas zijn. Om er achter te komen wat de afspraken zijn en/of worden op de Werenfridus, moet ik in gesprek gaan met leerkrachten en de directie. Hierover vertel ik meer in het praktische gedeelte van mijn onderzoek. De kerndoelen van mediaopvoeding zijn te vinden in bijlage 4. Hoe gebruiken kinderen internet? (Valkenburg:2002) In dit boek staat ook beschreven dat internetgebruik naast positieve gevolgen ook tot negatieve gevolgen kan leiden. Er wordt geschreven over sociale en emotionele effecten. Zo maken ouders en onderwijzers zich zorgen over de communicatie en sociale interactie. De gesprekken via internet zouden namelijk oppervlakkiger zijn dan gesprekken in het echte leven. Daarnaast wordt er wel beschreven dat deze manier van communiceren relaties verbetert. Het kan kinderen ook helpen met het vinden van nieuwe vrienden. Kinderen moeten wel bewust worden van het feit dat er digitaal ook gepest kan worden. 16 Volgens het boek Mijn leerling online wordt beschreven wat uitgangspunten van een school kunnen zijn betreft mediagebruik. In het boek wordt beschreven dat de rol van de ouders ook een rol speelt bij mediaopvoeding. De school kan en mag dit verwachten van de ouders. School moet er wel rekening mee houden dat niet alle ouders erg bekend zijn met internet. Scholen en ouders hebben de taak om mediaopvoeding te geven. Scholen laten kinderen op internet werken, dus moeten zij ook aandacht geven aan het omgaan met internet en de leerkracht is hier verantwoordelijk voor. Ook moeten de kinderen bewust gemaakt worden van de gevolgen van internet. Kennis en ervaring zijn daarom bij leerkrachten essentieel. De leerkracht zou moeten weten hoe de computer is geïntegreerd in het lesprogramma. Ook moet hij weten wat de leerlingen moeten leren over de techniek van computer- en internetgebruik. De leerkracht moet weten wat de basisvaardigheden zijn bij kritisch mediagebruik. Niet alleen de leerkracht, maar de hele school, moet alle gevolgen van internetgebruik serieus nemen met betrekking op sociale gevolgen. De school moet ook denken om de privacy op de schoolsite. De school moet bedenken of het bijvoorbeeld namen, adressen en foto s van kinderen online willen publiceren. Er moet ook aan de beveiliging gedacht worden. Tot slot moet er aandacht gegeven aan de begeleiding naar de kinderen toe. Zijn de internetregels bijvoorbeeld duidelijk en zorgt ieder kind dat hij zich hieraan houdt? Er kunnen bovendien ouderavonden georganiseerd worden waarbij er aandacht wordt gegeven aan materiaal dat de ouders kan helpen. Ook kan hier aandacht gegeven aan het internet beleid van de school. Hoe mediaopvoeding eruit ziet hangt af van de omstandigheden. Zo hangt het af van wat ouders goed en waardevol voor hun kinderen vinden. Dat verschilt per gezin. Maar ook binnen één gezin kunnen er verschillen zijn, bijvoorbeeld bij kinderen met een bepaalde leeftijd en/of geslacht. De ontwikkelingsfase van een kind is een belangrijke factor voor de invulling van mediaopvoeding. Bij het opgroeien zijn er verschillende fases te onderscheiden in de manier waarop ouders en kinderen met elkaar omgaan: voordoen, samen ontdekken, coachen, en uiteindelijk loslaten. Bij jonge kinderen zullen ouders bijvoorbeeld andere keuzes maken voor het gebruik van games en de computer dan bij oudere kinderen. Ook kan de mediaopvoeding van jongens er anders uitzien dan voor meisjes. Bij meisjes zijn ouders meestal sneller geneigd om schietgames af te keuren, terwijl jongens daar meer vrijheid in hebben. 16 Valkenburg, P.,(2002), Beeldscherm kinderen, Amsterdam. BLZ

20 De verschillen tussen de werkelijke en de virtuele wereld vervagen. Er is echter een verschil in de manier waarop kinderen en volwassenen deze ervaren en daarin schuilt een gevaar. De meeste volwassenen gebruiken de sociale media als handig gereedschap. Het vormt een aanvulling op hun dagelijkse netwerk dat bestaat uit familie, vrienden en collega s dat ze in de loop der jarig hebben opgebouwd. ( ) Voor kinderen ligt dit anders. Vanaf een bepaalde leeftijd taken kinderen meer geïnteresseerd in de buitenwereld. Kinderen zijn nieuwsgierig en constant op zoek naar nieuwe relaties. Zij hebben nog niet het netwerk opgebouwd dat jij als volwassene al hebt. Voor kinderen zijn hun vrienden op internet een realiteit en geen aanvulling. Een virtuele vriend die ze tegenkomen in een spelletje kan evenzeer een vriend zijn als een vriend die ze kennen uit de klas. (Cleijn:2011) In dit boek wordt ook beschreven dat internet een bron van onrust is. Dit geldt voor volwassenen maar ook voor kinderen. Iedereen probeert vaak virtueel beschikbaar te zijn. Kinderen vanaf een jaar of acht zijn steeds vaker online zonder toezicht. Het boek is verder gericht op kinderen. Het biedt kinderen tips hoe zij met internet kunnen omgaan. Niet alleen de kinderen, maar ook leerkrachten hebben regels nodig. In een artikel van Schooljournaal van de maand november wordt er aandacht besteed aan een protocol voor bijvoorbeeld leerkrachten: Het digitale gedrag op sociale media wijkt niet af van het real life gedrag binnen de school. Eigenlijk heel eenvoudig. Het doel is om óók de leerkrachten bewust te maken op hun gedrag in de sociale media. Op de website van CNVO staat een voorbeeld van een paar richtlijnen: Ga niet in discussie met een leerling of ouder op sociale media. De school legt vast welke maatregelen zij neemt bij digitale overtredingen van medewerkers, leerlingen en ouders en communiceert dit met deze doelgroepen. De school heeft een mediawijsheid protocol. Dit protocol is te vinden in bijlage 7. Er staan algemene regels in, zoals. Leerlingen mogen internet gebruiken voor het raadplegen van bronnen, zoeken naar content en het spelen van games, waarbij e.e.a. gerelateerd moet zijn aan onderwijsleerproces. (.)Op de schoolwebsite wordt mogelijk informatie over/van leerlingen geplaatst. Er zal geen publicatie van gegevens op de schoolwebsite plaatsvinden van tot individuele leerlingen herleidbare informatie zonder toestemming van de betrokken ouders/verzorgers en/of leerlingen. ( ) Mobiele telefoons (met of zonder camerafunctie dan wel andere functies zoals internet) en mp3-spelers mogen in de school en op het schoolplein niet gebruikt worden. Van iedereen wordt verwacht dat zij zich houden aan deze afspraken en regels. Leerlingen zullen gewezen worden op het juiste gebruik van bijvoorbeeld. Ik ben ook op zoek gegaan naar de regels die gelden op de Werenfridus betreft mediaopvoeding. Ik ben blij dat ik het protocol Mediawijsheid heb kunnen vinden. In het interview, dat plaatsvond met de directeur, is mij duidelijk gemaakt dat een beleid op de Werenfridus altijd positief geformuleerd is. Woorden als bijvoorbeeld niet worden niet gebruikt. Als ik kijk in het mediawijsheid protocol (bijlage 6), lees ik onder andere het volgende: Leerlingen bezoeken geen ( ) Op school wordt niet ( ) Het is niet toegestaan ( ) Bij surfen op internet wordt niet (.) Hier wordt veel aandacht besteed wat dus niet mag. Het is op een negatieve manier geformuleerd, terwijl de Werenfridus juist het positieve wil benadrukken. 20

21 Volgens de website is het belangrijk dat scholen proactief aan het werk moeten gaan. Het samenstellen van regels kan samen met kinderen gedaan worden. Er moet één persoon verantwoordelijk gesteld worden voor het sociale mediabeleid op de school. Ook moet er gezorgd worden dat leerkrachten weten wat er speelt. Dit is namelijk voor de leerkrachten zelf wel zo prettig, maar als leerkracht weet je hoe je moet reageren op situaties op social netwerken afspelen. De kinderen hebben hulp nodig bij het gebruik van internet. Ze moeten weten wat wel en niet kan. Naast het betrekken van de kinderen en leerkrachten, moeten ouders ook betrokken worden bij het beleid. Volgens het boek Teaching Media in Primary Schools 17 zijn leerlingen meer gemotiveerd als zij aan de slag kunnen gaan met (sociale) media. Vooral als zij zelf media leren maken en publiceren. Ten tweede is het voor de kinderen interessant om hun werk te delen met hun vrienden en kinderen van andere scholen. Ten derde is het voordeel van het bijvoorbeeld online publiceren van werk ook spannend. Kinderen kunnen door sociale media reacties en feedback krijgen op hun film en kunnen het op deze manier verbeteren. De kinderen leren veel van dergelijke opdrachten. Ze leren om te gaan met techniek en leren samen te werken. Als een kind een film moeten maken waar het zelf in speelt, gaat het nadenken over hoe je het best kunt overkomen. Om tegemoet te komen aan de leerdoelen (zie bijlage 4) van mediaopvoeding, zijn er al kant en klare lessen op internet te vinden. Deze lessen spelen in op hoe je je bijvoorbeeld zou moeten gedragen op internet. Deze lessen zijn te vinden op de volgende sites, namelijk: Deze sites kunnen handig zijn om een lespakket samen te stellen die voldoet aan de normen en waarden van de school. De lessen kan ik aan de hand van het interview met de directeur en de enquêtes onder de bovenbouwleerkrachten bepalen. 17 Bazalgette, C. (2010). Teaching Media in Primary Schools. California: Thousand Oaks. 21

22 3. Hoe wil de school kinderen van groep 7 en 8 leren om te gaan met media? Deze vraag beantwoord ik aan de hand van het praktische gedeelte van de informatieverzameling. Ik zal hiervoor namelijk een interview gaan afnemen met de directeur. 4. Hoe wordt er nu aan mediaopvoeding gewerkt op de Werenfridus bij de kinderen van groep 7 en 8? Ook deze vraag wordt beantwoord aan de hand van het praktische gedeelte van de informatieverzameling. Ik heb wel gezien dat mijn mentor een gesprek is aangegaan met de kinderen over phising berichten. Hij is op de hoogte van mijn onderzoek. Ik ben blij dat ik bij dit gesprek zet en heb hier meteen een kort verslag van gemaakt. Het speelde zich af in de week van mediawijsheid. Dit gebeurde naar aanleiding van nieuws over de phising reclame van de Nederlandse banken. Er werd tijdens dit gesprek aandacht gegeven aan wat je op internet zet. Ook het afspreken met iemand die je niet goed kent is besproken. Mensen kunnen zich anders voordoen dan dat ze werkelijk zijn. Ook de reclames die kinderen op internet zien zijn besproken. Ze lokken je er gewoon in., aldus een kind die veel reclames tegenkomt op internet. Kinderen in de klas maken vooral gebruik van spelletjes sites en Hyves en komen hier veel reclames tegen. 5. Wat zijn de normen en waarden bij mediagebruik volgens ouders, leerkrachten en mezelf? Deze vraag beantwoord ik aan de hand van het praktische gedeelte van de informatieverzameling. Ik zal hiervoor namelijk een interview gaan afnemen met de directeur, een enquête afnemen onder de bovenbouwleerkrachten en de ouders van de kinderen van groep 7 en 8. 22

23 O1. Hoe doe ik dat met het praktische gedeelte? In deze paragraaf beschrijf ik het praktische gedeelte van de informatieverzameling. Ik beschrijf hoe ik het interview heb voorbereid. Ik laat zien hoe ik voor twee enquêtes zorg die bestemd zijn voor de leerkrachten van groep 7 en 8 en de ouders van deze groepen. Op 24 november heb ik een interview gehouden met de directeur F. van Doorn. Om te zorgen dat dit interview goed zou verlopen, heb ik me goed moeten voorbereiden. Ik heb me gehouden het advies van het boek Praktijkonderzoek in de School 18 Het is essentieel om afspraken voor het interview te bespreken. Ik heb een week voor het interview een datum vastgelegd met de directeur. Ik heb hierbij gevraagd of hij de vragen van te voren wil bekijken. Ook heb ik nagedacht over een duidelijke inleiding, kern en slot. Ik koos daarom om het interview te beginnen met het duidelijk maken met welk doel ik het interview afneem. Bij het bevragen is het namelijk belangrijk dat je aangeeft hoe het gesprek wordt vastgelegd. Ik heb van te voren met de directeur besproken of ik het gesprek mocht opnemen en of ik zijn naam mocht vernoemen in mijn onderzoek. Om ervoor te zorgen dat ik juiste vragen zou stellen, heb ik voor een duidelijke en logische opbouw gezorgd. Ik heb eerst naar de huidige situatie gevraagd en naar de visie van de directeur. Ik ging vervolgens over naar hoe we dit in de praktijk terug konden zien. Tot slot vroeg ik wat er gewenst zou zijn. Het interview is in bijlage 6 te vinden. Om antwoord te krijgen op deelvraag 5, heb ik enquêtes uitgedeeld uit onder de bovenbouwleerkrachten en een andere enquête voor de ouders van kinderen uit groep 7 en 8. Dit heb ik in het interview besproken met de directeur. De enquêtes zijn ook te vinden in bijlage 6. Ik heb in de enquête duidelijk gezegd wie ik ben en waarom ik het onderzoek doe. De uitleg van de enquête stond er ook op. Ik kreeg van twee bovenbouwleerkrachten advies om erop te vermelden dat het invullen op geheel vrijwillige basis is. De uiterste inleverdatum was duidelijk vermeld. Bij het maken van deze enquête heb ik besloten om alleen gesloten vragen te stellen. Dit zou het voor mij makkelijker maken om de gegevens te analyseren. De enquête bestond uit eenentwintig vragen. De eerste zes vragen waren gesloten meerkeuzevragen. Bij de volgende vijftien gesloten vragen kregen de ouders de mogelijkheid om juist of onjuist aan te kruisen. De enquête is meegegeven aan 85 kinderen. Onderzoeksopzet van de enquête onder de leerkrachten in de groepen 7 en 8: De enquête is uitgedeeld in de week van 21 november aan de leerkrachten van groep 7 en 8. 2 van de leerkrachten is mannelijk en 4 van de leerkrachten is vrouwelijk. 5 respondenten zijn fulltime leerkracht, 1 respondent is stagiair. 18 Lanen, C. v. (2009). Praktijkonderzoek in de school. Bussum: Coutinho. Blz. 201 t/m

24 Stap 5: Wat vindt de praktijk? In dit hoofdstuk ga ik de gegevens die ik heb verzameld analyseren. Ik heb drie praktische onderzoeken gedaan. Ik heb een interview gehouden met de directeur, enquête uitgedeeld onder de leerkrachten van groep 7 en 8 en ik heb de ouders van de kinderen van groep 7 en 8 een enquête laten invullen. Ik laat de resultaten zien van het gesprek en de resultaten van de enquête. Na het uitwerken van deze resultaten, zorg ik ervoor dat ik meteen betekenis verleen aan de gegevens. Om ervoor te zorgen dat ik geen nieuwe zaken toe zou voegen, heb ik de analyse van de enquête van ouders samen met mijn cirtical friend, W. Wagemaker, gemaakt. Wij hebben elkaars onderzoek gevolgd en zij weet dus welke stappen ik gemaakt heb. Ik heb haar gevraagd of ik een goede manier van analyseren had. Ze vond het idee van de cirkeldiagrammen bij de enquête onder de ouders een goed idee. De staafdiagrammen die ik hierbij zou maken vond zij niet zo slim. Een tabel zou meer inzicht geven. Hier heeft zij gelijk in. Ik heb alle gegevens op de ipabo Alkmaar verwerkt. Ik legde uit dat ik niet met Word Excel werk en dat turven voor mij prima goed zou werken. Ik heb haar gevraagd of zij mij wilde helpen met en analyseren. Het was voor mij lastig om de onjuist/juist vragen te verwerken. We hebben dit opgelost met samenwerken. W. las de nummers van de stellingen voor met het antwoord o (onjuist) of j (juist). Op deze manier heb ik W. bij het analyseren betrokken. Dit was voor mij erg praktisch. Het verwerken ging namelijk sneller. Ik heb gecontroleerd of alle gegevens klopten, zodat het resultaat van deze enquête klopt. Ik heb haar tot slot de resultaten laten zien. Het was volgens haar duidelijk, de gegevens klopten en ze begreep wat ik gedaan heb. Analyse interview met directeur F. v. Doorn. (24 november 2011) Ik heb ervoor gekozen om het interview aan de hand van de audio-opnames per vraag uit te werken. Dit heb ik diezelfde dag nog gedaan, omdat ik me dan ook nog het meeste zou kunnen herinneren. Ik heb hierbij gekozen om het gesprek niet volledig uit te werken. Het is een samenvatting van wat er gezegd is. Ook heb ik het woordelijk getranscribeerd. Ik vind dit namelijk een fijnere manier om uit te werken en terug te lezen, dan wanneer ik het letterlijk zou transcriberen. Ik heb de tekst laten teruglezen door de directeur en ik heb om goedkeuring van de tekst gevraagd. Hoe wordt er aandacht besteed aan het (leren) omgaan met media? Dat is vooral aan de hand van hoe ga je om met de berichtgeving naar anderen toe. Er wordt aandacht besteed aan hoe kinderen moeten omgaan met de computer. Via de bovenbouw leerkrachten kun je er ook achter komen hoe hier aandacht aan wordt besteed. Welke dingen er precies besproken worden is bij mij niet bekend, maar de afspraken kun je via de bovenbouw te weten komen. Het kan zo zijn dat de leerkrachten verschillend omgaan met de afspraken. Het is wel van belang dat hier één rechte lijn in wordt getrokken. 24

25 Waarom is het, naast de ouders, een taak van de leerkrachten om mediaopvoeding aan te bieden? Dat is heel helder. De eerste taak van een leerkracht is het opvoeden, pedagogiek. Wij leren kinderen om met afspraken en regels om te gaan. Dat hoort bij mediaopvoeding ook bij. Het normen en waarden patroon wat wij vertegenwoordigen, dat hoort op elk vlak thuis, dus ook op de media. Welke normen en waarden zijn er bij mediagebruik in de groepen 7 en 8? Een norm is een regel wat je met elkaar kunt afspreken. En waarde is wat je het waard vindt. Net zoals onze basisregels gaan we met een vriendelijke manier met elkaar om, we zijn samen verantwoordelijk voor een rustige sfeer en we gaan zuinig om met eigen- en andermans spullen. Deze drie regels koppelen we ook naar het gedrag op internet. Het is een soort paraplu waar je alle begrippen aan kunt hangen. Wat zijn de gevolgen als er bij een situatie is waarbij de grens is overschreden? Als kinderen de grens overschrijden, worden zij geschorst. Ze worden niet uit school geplaatst, maar werken buiten de klas. Het bestuur wordt hiervan op de hoogte gesteld. Is het wenselijk om een beleid te krijgen over mediaopvoeding? Ja, want dit moment weet men nog lang niet hoe met er mee om moet gaan. Het is wel leuk om een protocol te hebben. Het zou ook welkom zijn om een sociale media beleid te hebben, maar alleen als daar genoeg tijd voor is. Als er een beleid gemaakt wordt, is dit in principe altijd voor de school, maar hierin kan wel een vertaalslag gemaakt worden naar ouders. Als wij zeggen dat we op een vriendelijke manier met elkaar omgaan, verwachten wij dit ook van de ouders. Verder hebben wij hier niet heel veel over te zeggen, want de opvoeding van de ouders, kan verschillen van onze visie. We kunnen ouders wel aanbevelen hoe wij omgaan met internet en sociale media. Als ouders zich bijvoorbeeld negatief uiten via Facebook, is het een ongewonnen strijd. We hebben een wet met betrekking tot vrijheidsuiting. Als ouders zich negatief willen uiten, kan dat vallen onder de normen en waarden van de ouders. Als school hebben wij weinig over te zeggen. Op het moment dat zij iemand beledigen, kan ik hier iets mee doen. Als een ouder beschrijft hoe hij zich voelde, is dit een kwestie van uiten. Wat kan en mag blijft lastig te beoordelen. G. Wilders heeft bijvoorbeeld een proces gevoerd over vrijheid van meningsuiting en daarin wordt hij vrijgesproken. Je mag in Nederland een hoog mate van vrijheid van meningsuiting hebben, inclusief beledigingen. Waar trek je de grens? Het gaat er om dat wij met onze recht op vrije meningsuiting ons moeten afvragen of je alles mag zeggen of is er een vorm van censuur? Mensen moeten zich afvragen hoe ver zij kunnen gaan en waar ze de grens leggen. Betekenis verlenen Als ik goed naar directeur F. van Doorn luister, merk ik dat de school ervoor zorgt dat ze kinderen leren omgaan met de computer. Het is wenselijk om een beleid te krijgen op het gebied van mediaopvoeding en sociale media. Het is een taak van zowel de ouders als de leerkrachten om aandacht te besteden aan mediaopvoeding. De school zorgt ervoor om kinderen met media te laten werken. Hier horen regels en afspraken bij waar kinderen zich aan moeten houden. Het normen en waarden patroon wat de school vertegenwoordigt hoort op elk vlak thuis, dus ook op de media. Ik merk dat de school behoefte heeft aan twee soorten van beleid. Één met betrekking tot mediaopvoeding en één met betrekking tot sociale media. Ik weet niet of ik hier genoeg tijd voor heb. Ik kan een beleid maken dat zich richt op de mediaopvoeding, waarbij ik een vertaalslag geef naar sociale media. 25

26 Analyse enquête leerkrachten groep 7 en 8 Ik heb de leerkrachten een enquête gegeven in de week van 14 november. De leerkrachten konden de enquête tijdens de week van mediawijsheid (21 november tot en met 25 november) bij mij inleveren. Hier onder beschrijf ik per vraag hoe de leerkrachten de vragen beantwoord hebben. Ik heb ervoor gekozen om de antwoorden zonder tabellen of grafieken weer te geven, omdat er ook open vragen en antwoorden in de enquête voorkwamen. Hoe veel uur per week wordt er in de groep aandacht gegeven aan mediaopvoeding? 4 van de 6 leerkrachten geeft aan tussen de 0-2 uur per week aandacht te besteden aan mediaopvoeding. De overige 2 geeft hier geen aandacht aan. Mediaopvoeding is een taak van: 6 van de 6 leerkrachten vindt dat mediaopvoeding een taak is van de ouders en leerkrachten. Welke normen en waarden vind jij bij mediaopvoeding belangrijk? Waar zou je rekening mee houden? De belangrijkste normen en waarden bij mediaopvoeding zijn: Respect tegen over elkaar op internet. Kinderen moeten zich bewust worden hoe zij overkomen op internet. Ze moeten weten wat het verschil is tussen reclame/virtuele wereld en de realiteit. En Kinderen duidelijk maken dat sommige sites niet voor hun geschikt zijn. Ook moet duidelijk gemaakt worden dat er misbruik gemaakt kan worden van je gegevens die op internet staan. ( groep 7) De voor en nadelen van het internet belichten. Benadrukken dat Hyves en Facebook gebruikt moeten worden voor leuke dingen en de grens hiervan aangeven. En Kinderen moeten weten wat betrouwbaar is op internet. Ze moeten leren begrijpen dat je zelf voorzichtig moet zijn met het plaatsen van eigen foto s e.d. (groep 7/8) Cyberpesten is een belangrijk onderdeel. Net zoals oplichting op internet via nepmails en dergelijke. En vooral respect hebben voor de ander, bij alles wat je doet. En een kritische benadering hebben van berichtgeving. (groep 8) Van welk social network maak jij gebruik? 4 van de 6 leerkrachten maakt zelf gebruik van een sociaal netwerk. Heb je een apart social network account (om bijvoorbeeld leerlingen toe te voegen)? Van deze 4 hebben 2 een apart sociaal netwerk aangemaakt om leerlingen toe te voegen. Bij de overige 2 worden er geen kinderen toegevoegd op hun privéaccount. Één van de 6 leerkrachten voegt leerlingen toe aan het mailadres. Geef je in de week van mediawijsheid (wel/extra) aandacht aan mediaopvoeding? 4 van de 6 leerkrachten heeft tijdens de week van mediawijsheid aandacht gegeven aan mediaopvoeding. Is het wenselijk om lesmateriaal te ontvangen betreft mediaopvoeding? Zo ja, wat voor materiaal? 5 van de 6 leerkrachten heeft behoefte aan materiaal met betrekking tot mediaopvoeding. Een gastles waarbij iemand voorlichting komt geven bijvoorbeeld. Films, werkboekjes, handleiding voor de omgang met internet. Ook is materiaal welkom dat aandacht besteed aan de sociale netwerken en de (nep) reclames. 26

27 Hoe denk ik over sociale media en het onderwijs? Ik ben zelf een voorstander om kinderen om te laten gaan met media. Het zorgt ervoor dat de kinderen meer ervaring op doen met de verschillende media. Het lijkt mij bijvoorbeeld gaaf om kinderen een filmpje te laten vastleggen, dit bewerken en het eventueel op de schoolsite te zetten. De kinderen leren hoe zij op een goede manier met media om kunnen gaan. Ik zou ook graag met de kinderen een soort spel willen over hoe je je moet gedragen op internet. Ik wil de kinderen graag bewust maken van de virtuele wereld en de werkelijkheid. Ik ben zelf een sociaal netwerk gebruiker. Ik heb Hyves, Facebook en LinkedInn. Hyves gebruik ik zelden. Ik heb op Hyves een speciaal account aangemaakt voor de kinderen uit de klas. Ik zorg dat op dit account geen ongeschikte foto s, woorden en uitspraken staan. Ik vind het handig om als leerkracht een Hyves te hebben. Zo ben ik op twee verschillende stages er achter gekomen dat er digitaal gepest werd. De school was hiervan niet op de hoogte. Ik vind het wel lastig om te bepalen wat wel en niet mag op Hyves met online gesprekken. Als je ingelogd bent, kunnen kinderen je een berichtje sturen op je profiel, maar ook privé. Ik blijf erg oppervlakkig tijdens zo gesprek. Het is vaak: Hoi juf. Hoe gaat het met u?. Ik vind het niet verkeerd als ik hier op een normale manier op reageer. Maar ik vind het aan de ene kant ook weer ongepast om met kinderen via internet te communiceren. Op geen enkele stage heb ik hier iets over gehoord, maar je vraagt te toch af wat de directie en ouders hiervan vinden. Weten zij overigens wel dat dit speelt? Als leerkracht vind ik dat je ook op internet het juiste voorbeeld moet geven, net zoals je in de klas doet. Het lijkt wel alsof steeds meer jonge kinderen Hyves gaan gebruiken. Ik heb 21 van de 23 kinderen uit mijn huidige groep 7 op Hyves. In mijn klas is dat dus ruim 90% van de kinderen. Ik heb laatst een aflevering gezien van 1vandaag. Daarin werd aandacht besteed aan scholieren die hun leraar uitschelden. Deze middelbare scholieren weten duidelijk niet wat het gevolg is van hun daad. Ik vind dat je dit moet voorkomen en dat er aandacht besteed mag worden aan hoe je jezelf presenteert en hoe je communiceert op sociale media. Kinderen moeten weten wat wel en niet kan. Betekenis verlenen De meerderheid van de leerkrachten geeft aandacht aan mediaopvoeding. De leerkrachten vinden dat zowel de ouders al de leerkrachten verantwoordelijk zijn voor de mediaopvoeding. Bewustwording van wat internet te bieden heeft en hoe je hiermee moet omgaan komt bij elke leerkracht naar voren. De meerderheid van de leerkrachten maakt zelf gebruik van een sociaal netwerk. Twee hiervan voegen leerlingen toe op een apart account. In de analyse van de enquête van de ouders kwam naar voren dat bijna de helft van de ouders het niet goed vinden als leerkrachten dit doen. Ik ben nieuwsgierig geworden naar hoe de directie hier over denkt. Ondanks dat de meeste leerkrachten in de week van de mediawijsheid (wel/extra) aandacht gegeven hebben aan mediaopvoeding, is het wenselijk om materiaal te ontvangen om mediaopvoeding te geven. Zo zijn werkboekjes, films en een handleiding voor de omgang met internet welkom. Materiaal dat aandacht geeft aan sociale netwerken en de (nep) reclames is ook welkom. Ik kan bij het beleid dat ik ga maken ook op zoek gaan naar lessen die bijvoorbeeld Hyves beschikbaar heeft gesteld. Op de ipabo hebben we een kist met medialessen die ook bruikbaar zijn. In het boek van Mijn Leerling Online staan ook lessuggesties/spellen die ik de leerkrachten kan aanbieden. 27

28 Analyse enquête ouders van kinderen uit groep 7 en 8 Op woensdag 30 november 2011 ben ik aan de slag gegaan met de analyse van de enquête die meegegeven is aan de ouders. Totaal hebben 46 deelnemers meegedaan. Ik heb totaal 29 enquêtes op tijd teruggekregen. Dat is minder dan ik had verwacht. Ik vind het niet erg, want ik heb van iedere groep ongeveer één derde terug gekregen. Niet alle enquêtes zijn op beide kantjes ingevuld. Dit kan zo zijn omdat er gescheiden ouders zijn, omdat ouders het niet begrepen hebben of omdat alleen de vader/moeder het wilde invullen. Alle gegevens die ik verzameld heb van de enquêtes voor de ouders, heb ik in cirkeldiagrammen verwerkt en in staafdiagrammen. Ik heb hierbij een legenda gemaakt. Ik heb voor deze manier gekozen, omdat het snel inzicht geeft in de resultaten van het praktische onderzoek. Het was voor mij een snelle manier om te analyseren. Ik heb dus gekozen voor analysemethode 2. Ik heb de aantallen omgezet naar percentages 19. De percentages geven direct een verhouding weer. Ik wilde namelijk weten hoeveel vaders en hoeveel moeder hebben deelgenomen aan de enquête. 1. Aan het onderzoek hebben zowel mannen als vrouwen mee gedaan. De doelgroep was namelijk de ouders van de kinderen van groep 7 en 8. Het valt op dat de vrouwen in de meerderheid zijn in mijn onderzoek. Dit kan zo zijn doordat de enquête alleen door de vrouw is ingevuld en dat de enquête daarna mee is gegeven. De man is hierbij dus vergeten. Het kan ook zo zijn dat deze ouders gescheiden zijn en dat het kind bij zijn/haar moeder woont. 28 vrouwen en 18 mannen hebben deze enquête ingevuld. 1. Wat is uw geslacht? 39% Vrouw Man 61% 2. Ik heb de ouders gevraagd hoe lang hun kind op internet mag per dag. In het theoretische onderzoek kwam al naar voren dat kinderen tussen de 8-12 jaar gemiddeld zo n 60 minuten op internet zitten. Als ik mijn verzamelde gegevens bekijk, zie ik dat 11 ouders vinden dat hun kind tussen de 0-30 minuten op internet mag. Van 16 ouders mag hun kind tussen de minuten per dag op internet. 17 ouders vinden dat hun kind tussen de 1-2 uur per dag op internet mag. De overige 2 ouders vinden dat hun kind tussen de 2-3 uur per dag op internet mag. Er zijn geen ouder die zeggen dat het kind langer dan 3 uur per dag op internet mag. 2. Hoe lang mag uw kind per dag op internet? 4% 0% 24% 0-30 min min. 37% 1-2 uur 2-3 uur Meer dan 3 uur 35% 19 Lanen, C. v. (2009). Praktijkonderzoek in de school. Bussum: Coutinho. Blz

29 3. Ik heb de ouders gevraagd hoe vaak zij mediaopvoeding geven. 8 ouders geven aan geen internetopvoeding te geven, waarvan 5 ouders zeggen geen kennis te hebben. De overige 38 ouders geven aan wel mediaopvoeding te geven. 11 ouders hiervan geeft aan het vaak te geven. 3. Hoe vaak geeft u internetopvoeding? 24% 11% 7% Geen (kennis ontbreekt) Geen Soms 58% Vaak 4. Ik heb de ouders gevraagd in hoeverre zij weten wat hun kind op internet doet. 13 ouders geven aan een beetje te weten wat hun kind op internet doet. 27 ouders weten goed wat hun kind op internet doet. En 6 ouders weten exact wat hun kind op internet doet. Geen enkele ouder geeft aan dat het niet weet wat hun kind op internet doet. 4. In hoeverre weet u wat uw kind op internet doet? 13% 59% 0% 28% Niet Beetje Goed Exact 5. Ik heb de ouders gevraagd over wie zij vinden wie er verantwoordelijk is voor de mediaopvoeding. Uit mijn theoretisch onderzoek bleek dat ouders vinden dat het hun taak is. Het valt mij op dat 32 ouders die zij vinden dan de ouders en leerkrachten verantwoordelijk zijn voor mediaopvoeding. De overige 14 ouders vinden dat ouders verantwoordelijk zijn voor de mediaopvoeding. 5. Wie is er verantwoordelijk voor mediaopvoeding? 0% 30% Ouders 70% Ouders en leerkrachten Tot slot heb ik de ouders gevraagd wanneer kinderen mediaopvoeding zouden krijgen. 18 ouders vinden dat de kinderen vanaf de onderbouw mediaopvoeding op school moeten krijgen. 21 ouders vinden dat de middenbouw aandacht zou moeten besteden aan mediaopvoeding. 6 ouders vinden dat het bij de bovenbouw hoort en één ouder vindt dat de kinderen na de basisschool mediaopvoeding zouden moeten krijgen. 6. Vanaf wanneer zouden kinderen op school mediaopvoeding moeten krijgen? 2% 13% 46% 39% Onderbouw Middenbouw Bovenbouw Na de basisschool 29

30 Om de onjuist/juist vragen te analyseren, kies ik ervoor om in een tabel per vraag aan te geven hoe veel ouders juist en onjuist hebben ingevuld. Ik beschrijf daaronder de conclusie van de tabel. Ik heb dus in eerste instantie gekozen om de aantallen te berekenen. 20 Zo kom ik erachter hoeveel personen voor een mogelijkheid hebben gekozen. Juist onjuist 1.Ik heb samen met mijn kind afspraken gemaakt over het gebruik van internet Mijn kind mag een profiel op internet hebben. (bv. op Hyves, Facebook, Twitter) Ik besteed tijd om samen met mijn kind te internetten Mijn kind mag met onbekenden praten op Hyves/MSN (MSN is een programma om te kunnen chatten) Mijn kind moet mij vertellen wanneer hij/zij vervelende berichten ontvangt via 45 1 internet. 6. Mijn kind gaat op internet met anderen om op een manier zoals hij/zij zelf behandeld 43 3 zou willen worden. 7. Als ouder weet ik wat school van mij verwacht m.b.t. mediaopvoeding School zou een protocol moeten hebben m.b.t. het gedrag op internet van leerlingen, leerkrachten en ouders. 9. Mijn kind zoekt via internet naar antwoorden op hun vragen (over bv. seksualiteit/pesten) Een leerkracht mag kinderen toevoegen op een apart sociaal netwerk*** Mijn kind mag zonder toezicht op internet met andere kinderen chatten Ik vind het lastig te bepalen wat mijn kind mag doen op internet Ik maak mijn kind bewust dat informatie** op internet niet altijd betrouwbaar is Ik weet wat mijn kind op internet plaatst Ouders moeten rekening houden met hun gedrag op sociale netwerken Roze is in de meerderheid. Blauw is in de minderheid 20 Lanen, C. v. (2009). Praktijkonderzoek in de school. Bussum: Coutinho. Blz

31 Meerderheid van de ouders: 1. Maakt samen met het kind internetafspraken. 2. Vindt dat hun kind mag een profiel hebben op een sociaal netwerk, 3. Vindt dat hun kind niet met een onbekende mag praten op Hyves/MSN. 4. Besteedt geen tijd om samen met hun kind te internetten. 5. Verwacht dat vervelende berichten worden doorgegeven aan de ouders. 6. Vindt dat hun kind met anderen op internet om moeten gaan zoals zij zelf ook behandeld wil worden. 7. Weet niet wat de school verwacht m.b.t. mediaopvoeding. 8. Vindt dat school een protocol zou moeten hebben m.b.t. het gedrag op internet van kinderen, leerkrachten en ouders. 9. Zegt dat het kind niet naar antwoorden over bv. seksualiteit/pesten op internet zoekt. 10. Vindt dat een leerkracht geen kinderen mag toevoegen op een apart sociaal netwerk. 11. Zegt dat hun kind zonder toezicht op internet met andere kinderen mag praten. 12. Vindt het lastig te bepalen wat het kind op internet mag doen. 13. Maakt hun kind bewust dat informatie op internet niet altijd betrouwbaar is 14. Weet wat hun kind op internet plaatst 15. Vindt dat ouders ook rekening moet houden met hun gedrag op sociale netwerken. Betekenis verlenen Als ik naar de resultaten kijk van de ingevulde enquêtes is het frappant dat 37 van de 46 ouders vinden dat de school een beleid zou moeten hebben. School heeft namelijk nog geen beleid met betrekking tot mediagebruik. Toch weten 26 ouders wat er van hun verwacht wordt als we het hebben over sociale media. Toen de directeur mijn vragenlijst zag, zei hij over deze stelling: Ik weet dat ouders hier onjuist gaan invullen, want wij hebben hier niets over gemeld.. Het valt mij dan op dat bijna de helft van de ouders wel weten wat er van hen verwacht wordt. De vraag over hoe lang hun kind op internet mag, antwoordden 11 ouders dat hun kind tussen de 0-30 minuten op internet mag. Van 16 ouders mag hun kind tussen de minuten per dag op internet. 17 ouders vinden dat hun kind tussen de 1-2 uur per dag op internet mag. De overige 2 ouders vinden dat hun kind tussen de 2-3 uur per dag op internet mag. Dit komt toch redelijk overeen met het gemiddelde van 58 het onderzoek van SPOT. 85% procent van de ouders vinden dat hun kind vanaf de onderbouw of middenbouw mediaopvoeding zou moeten krijgen. 31

32 Stap 6: Wat ben ik wijzer geworden? In dit hoofdstuk ga ik antwoord geven op mijn deelvragen. Door mijn theoretische en praktische onderzoek kan ik de deelvragen beantwoorden en ik koppel de praktische analyse indien mogelijk aan theorie. O1: De antwoorden volgens de theorie en/of praktijk 1. Wat wordt er verstaan onder mediagebruik onder de kinderen van groep 7 en 8? Volgens de theorie die ik bestudeerd heb, besteden de kinderen veel tijd aan media. Tegenwoordig kunnen we gebruik maken van oude en nieuwe media. Oude media zijn vaak gedrukte bronnen, zoals: kranten, tijdschriften en boeken. Nieuwe media zijn vaak digitale bronnen, zoals: internet, bellen, televisie en gamen op de (spel)computer). Om een goed beeld te krijgen van het mediagebruik onder de kinderen van groep 7 en 8 (10-12 jaar), heb ik twee bronnen met elkaar vergeleken. Ik heb gegevens van SPOT mogen gebruik en van R. Pijpers van Mijn Kind Online. Er zijn verschillende media die de kinderen gebruiken. De kinderen tussen de jaar besteden per dag 98 minuten aan televisie kijken. Internet staat op de tweede plaats met totaal 57 minuten. Kinderen zijn op internet bezig met Sociale media, surfen, video op internet, online gaming en en. Bellen/sms en is onder de kinderen van groep 7 en 8 ook nog niet populair. Kinderen maken weinig gebruik van oude media, zoals: tijdschrift, krant, boek en radio. Kinderen zijn nieuwsgierig naar wat internet te bieden heeft. Kinderen zijn bezig met interactieve media. Kinderen spelen spellen op internet, bekijken en beluisteren muziekvideo s. Ook zoeken kinderen informatie op over hobby s, idolen of voor schoolwerk. Het kunnen communiceren met elkaar is ook een leuk aspect van internet. 21 Toch is het volgen het boek Homo Zappiens. Growing Up In A Digital Age 22 lastig te bepalen waar kinderen gebruik van maken, omdat dit blijft veranderen. Zoals eerst de televisie een grote rol in het leven van kinderen speelde, zo komt nu internet dat meer te bieden heeft. Zoals ik al eerder zei in mijn visie op mediaopvoeding, valt het mij op dat kinderen (90% in mijn huidige groep) gebruik maken van Hyves. Er wordt ook veel online gegamed. Dit komt overeen met de onderzoeken van Mijn Leerling Online/Mijn Kind Online. Sociale media en interactief games zijn populair onder de kinderen tussen de 8-12 jaar. Conclusie: Kinderen gebruiken verschillende media. Van de oude media is de televisie het populairst. Gedrukte media wordt aanzienlijk minder gebruikt. Digitale media zijn echter erg populair. De kinderen maken veel gebruik van de computer. Ze maken dan voornamelijk gebruik van internet. Op het internet zijn de kinderen bezig met online communiceren, gaming, surfen en het bekijken van video s. In mijn groep zijn kinderen voornamelijk bezig met Hyves en online gamen. 21 Valkenburg, P.(200) Beeldscherm kinderen, Amsterdam. 22 Vrakking, B., & Veen, W. (2006). Homo zappiens: growing up in a digital age. London: Network Continuum Education. 32

33 2. Wat zijn de normen en waarden op gebied van mediagebruik in van groep 7 en 8? Door het literatuuronderzoek en mijn praktijk onderzoek, kan ik antwoord geven op deze deelvraag. Ik heb de directeur en leerkrachten namelijk gevraagd wat zij belangrijke normen en waarden vinden bij mediagebruik en mediaopvoeding binnen de school. Dit verwerk ik bij deelvraag 5. Ik ga nu in op wat ik in de theorie heb gevonden De normen en waarden op gebied van mediagebruik kunnen voor iedereen verschillen. Zo is het belangrijk om als school schoolbreed afspraken te hebben over mediaopvoeding. De leerkracht zorgt dat deze regels gehandhaafd worden. Het is niet de bedoeling dat de leerkracht individueel bepaalt wat de regels in de klas zijn. 23 Het is volgens (Valkenburg: 2002) belangrijk dat kinderen bewust worden van het feit dat er digitaal gepest kan worden. Ze beschrijft dat internetgebruik naast positieve gevolgen ook tot negatieve gevolgen kan leiden. Er wordt geschreven over sociale en emotionele effecten. Zo maken ouders en onderwijzers zich zorgen over de communicatie en sociale interactie. De gesprekken via internet zouden namelijk oppervlakkiger zijn dan gesprekken in het echte leven. Daarnaast wordt er wel beschreven dat deze manier van communiceren relaties verbetert. Het kan kinderen ook helpen met het vinden van nieuwe vrienden. Volgens Mijn Leerling Online hangen de normen en waarden ook af van de omstandigheden. Wat is waardevol? Dit kan per gezin, school en gemeenschap verschillen. Op een school kan dit per groep ook nog eens verschillen. De directeur vindt het belangrijk dat ook bij het gebruik van internet rekening gehouden wordt met de drie basisregels van de school, namelijk: we gaan met een vriendelijke manier met elkaar om gaan, we zijn samen verantwoordelijk voor een rustige sfeer en we gaan zuinig om met eigen- en andermans spullen. Een eventueel mediaopvoeding of sociaal mediabeleid zou daarom uit vanuit deze drie basisregels uit moeten gaan. De bovenbouwleerkrachten vinden de volgende punten belangrijk, namelijk: Respect Privacy Cyberpesten Bewustwording van jezelf (hoe kom ik over?) Verschil tussen realiteit en de virtuele wereld Bewustwording van berichtgeving van jezelf en anderen op internet Weten wat geschikte informatie is Conclusie: Ondanks dat de mening hierover kan verschillen, zijn er normen en waarden die wel belangrijk bij het geven van mediaopvoeding. De kinderen bewust maken van de gevolgen van internet is een voorbeeld. Ze moeten weten wat wel en niet kan. Ouders moeten ook verantwoordelijk zijn bij het geven van mediaopvoeding. Daarom is het voor de school, kinderen en ouders prettig als er een beleid is met afspraken en regels. Zo weet iedereen waar hij/zij aan toe is. De school wil zich ook met betrekking tot internet zich houden aan de drie basisregels: We gaan met een vriendelijke manier met elkaar om gaan, we zijn samen verantwoordelijk voor een rustige sfeer en we gaan zuinig om met eigen- en andermans spullen

34 3. Hoe wil de school kinderen van groep 7 en 8 leren om te gaan met internet? De school wil ervoor zorgen dat kinderen met de normen en waarden van de school omgaan met internet. De drie basisregels zijn de volgende: We gaan met een vriendelijke manier met elkaar om gaan, we zijn samen verantwoordelijk voor een rustige sfeer en we gaan zuinig om met eigen- en andermans spullen. Deze regels gelden dus ook voor het gebruik van internet. Er is wel een beleid met het computergebruik dat schoolbreed gehanteerd wordt. Er is ook een protocol over mediawijsheid wat eigenlijk niet bekend is onder de leerkrachten en kinderen. Hierin staat wel dat internet alleen gebruikt mag worden voor het raadplegen van bronnen, zoeken naar content en het spelen van games, waarbij het gerelateerd moet zijn aan onderwijsleerproces. Hierin staat ook wat de school van de kinderen zou verwachten. Dit is voornamelijk negatief geformuleerd, terwijl de school juist het positieve wil benadrukken. Ze willen juist voorkomen dat er geen/niet in afspraken en regels staan. Hoe de kinderen zich wel op internet mogen gedragen, daar wordt weinig tot geen aandacht aan besteed. De school wil graag de kinderen leren hoe zij goed met media en sociale media om moeten gaan. Hoe dit eruit zou moeten zien, is niet bekend. Men weet niet goed hoe het aandacht moet geven als we het hebben over mediaopvoeding. Ook kan de eigenvaardigheid een hindernis zijn om mediaopvoeding aan te bieden. Het is van belang dat leerkrachten zelf weten hoe zij internet op de juiste manier moeten gebruiken. Volgens de theorie hangt het af van de omstandigheden hoe je mediaopvoeding aanbiedt. Elke groep zal mediaopvoeding anders aanbieden. Hier spelen de ontwikkelingsfases van de kinderen een rol. Het kan zo zijn dat de ene groep al heel erg actief is op Hyves of YouTube, terwijl een andere groep hier nog helemaal niet mee bezig is. Een leerkracht zou hier rekening mee kunnen houden en inspelen op wat er in de klas speelt. Conclusie: Om de kinderen op de juiste manier om te laten gaan met internet, is het van belang dat de leerkracht ook weet wat hij doet. De regels die op school gelden, moeten schoolbreed bekend zijn en gehandhaafd worden. Op de Werenfridus spelen de drie basisregels de hoofdrol met het omgaan met internet. Het mediawijsheid protocol komt niet overeen met de visie van de school. 4. Hoe wordt er nu aan mediaopvoeding gewerkt op de Werenfridus bij de kinderen van groep 7 en 8? De leerkrachten van groep 7 en 8 geven mediaopvoeding. Dit is niet geïntrigeerd in het lesprogramma. Uit de enquêtes van de leerkrachten is gebleken dat zij het belangrijk vinden om hun kinderen te leren hoe ze moeten omgaan met de betrouwbaarheid van internet, oplichting en de voor- en nadelen van internet. Ze moeten het verschil weten tussen de virtuele wereld en de realiteit. Ook speelt het online communiceren een grote rol. De leerkrachten vinden het namelijk belangrijk dat de kinderen weten dat je ook via internet respect moet hebben voor elkaar. De leerkrachten besteden 0-2 uur aan het geven van mediaopvoeding. In de praktijk heb ik gezien dat dit bijvoorbeeld in een gespreksvorm plaatsvindt. Bij mijn mentor heb ik een gesprek kunnen volgen. Hij ging namelijk een gesprek aan met kinderen over onbetrouwbaarheid van internet. Er werd tijdens dit gesprek aandacht gegeven aan wat je op internet zet. Ook het afspreken met iemand die je niet goed kent is besproken. Mensen kunnen zich anders voordoen dan dat ze werkelijk zijn. Ook de reclames die kinderen op internet zien zijn besproken. Ze lokken je er gewoon in., aldus een kind die veel reclames tegenkomt op internet. Kinderen in de klas maken vooral gebruik van spelletjes sites en Hyves en komen hier veel reclames tegen. Conclusie: Er wordt wel degelijk mediaopvoeding gegeven. Dit is niet geïntrigeerd in het lesprogramma. De leerkrachten van groep 7 en 8 zijn zich ervan bewust wat internet te bieden heeft. Ieder heeft een eigen mening over wat belangrijk is en wat minder belangrijk is. Zo is het belangrijk dat kinderen moeten leren dat internet niet altijd betrouwbaar is. Schoolbreed leren de kinderen hoe zij moeten omgaan met de computer. 34

35 5. Wat zijn de normen en waarden bij mediagebruik volgens ouders, leerkrachten en mezelf? Ik heb de directeur, leerkrachten en ouders gevraagd wat zij belangrijke normen en waarden vinden bij mediagebruik en mediaopvoeding binnen de school. Ook vertel ik wat ikzelf belangrijk vind. Directie Een norm is een regel wat je met elkaar kunt afspreken. En waarde is wat je het waard vindt. Net zoals onze basisregels gaan we met een vriendelijke manier met elkaar om, we zijn samen verantwoordelijk voor een rustige sfeer en we gaan zuinig om met eigen- en andermans spullen. Deze drie regels koppelen we ook naar het gedrag op internet. Het is een soort paraplu waar je alle begrippen aan kunt hangen., aldus de directeur. Leerkrachten De leerkrachten denken als volgt over de normen en waarden bij mediaopvoeding: Kinderen duidelijk maken dat sommige sites niet voor hun geschikt zijn. Ook moet duidelijk gemaakt worden dat er misbruik gemaakt kan worden van je gegevens die op internet staan. ( groep 7) De voor en nadelen van het internet belichten. Benadrukken dat Hyves en Facebook gebruikt moeten worden voor leuke dingen en de grens hiervan aangeven. En kinderen moeten weten wat betrouwbaar is op internet. Ze moeten leren begrijpen dat je zelf voorzichtig moet zijn met het plaatsen van eigen foto s e.d. (groep 7/8) Cyberpesten is een belangrijk onderdeel. Net zoals oplichting op internet via nepmails en dergelijke. En vooral respect hebben voor de ander, bij alles wat je doet. En een kritische benadering hebben van berichtgeving. (groep 8) Ouders Merendeels van de ouders: - Vindt dat internetafspraken gemaakt moeten worden. Hun kind mag een profiel hebben op een sociaal netwerk, praten met andere kinderen zonder toezicht, maar kinderen mogen niet met onbekenden praten. Ze weten wat hun kind plaatst op internet. Ze vinden het wel lastig te bepalen wat een kind op internet mag doen. Ze besteden geen tijd om samen met hun kind te internetten. Ze verwachten wel dat hun kind vervelende berichtjes aan de ouders meldt. - Maakt hun kind duidelijk dat informatie op internet niet altijd betrouwbaar is. Ze zeggen dat hun kind geen informatie over seksualiteit/pesten op internet zoeken. Ze vinden dat hun kind met anderen op internet om moeten gaan zoals zij zelf ook behandeld wil worden. - Weet niet wat school verwacht m.b.t. mediaopvoeding. Ze vinden dat school een protocol zou moeten hebben m.b.t. het gedrag op internet van kinderen, leerkrachten en ouders. Ze vinden dat ze zelf rekening moeten houden met hun gedrag op sociale netwerken. Ze vinden dat een leerkracht geen kinderen mogen toevoegen op een apart sociaal netwerk. De vraag over hoe lang hun kind op internet mag, antwoordden 11 ouders dat hun kind tussen de 0-30 minuten op internet mag. Van 16 ouders mag hun kind tussen de minuten per dag op internet. 17 ouders vinden dat hun kind tussen de 1-2 uur per dag op internet mag. De overige 2 ouders vinden dat hun kind tussen de 2-3 uur per dag op internet mag. Dit komt toch redelijk overeen met het gemiddelde van 58 het onderzoek van SPOT. 35

36 Mijn mening Ik vind het zelf belangrijk dat kinderen respect tonen tegenover elkaar op internet. Kinderen moeten zich bewust worden hoe zij overkomen op internet. Ze moeten weten wat het verschil is tussen reclame/virtuele wereld en de realiteit. Leerkrachten, ouders en kinderen moeten weten waar ze aan toe zijn. Dit kan bereikt worden om een protocol te hebben m.b.t. mediaopvoeding en sociale netwerken. Conclusie: De directie, ouders en ik vinden dat er een protocol zou moeten komen m.b.t. mediaopvoeding en sociale netwerken. Zo weet iedereen die in relatie staat met de school waar hij of zij aan toe is. In een protocol zouden de normen en waarden, de drie basisregels, centraal moeten staan. Zoals ik eerder heb vermeld, vinden de bovenbouwleerkrachten de volgende punten belangrijk: Respect Privacy Cyberpesten Bewustwording van jezelf (hoe kom ik over?) Verschil tussen realiteit en de virtuele wereld Bewustwording van berichtgeving (van jezelf en anderen op internet) Weten wat geschikte informatie is 36

37 O1: Formulering definitieve onderzoeksvraag In dit onderdeel beschrijf ik hoe ik mijn onderzoeksvraag aangescherpt heb en waarom ik dit gedaan heb. Ik zal dit beargumenteren aan de hand vanuit verschillende bronnen. Ondanks dat ouders vinden dat mediaopvoeding vanaf de onderbouw of middenbouw moet plaatsvinden, richt ik mijn onderzoek evengoed op groep 7 en 8. Dit doe ik omdat de bovenbouw mijn specialisatie is en omdat de uitvoering van acties op deze manier haalbaar is en blijft. Ik ben door mijn praktijkonderzoek erachter gekomen wat de school onder normen en waarden verstaan. De school gaat uit van de drie basisregels. Deze basisregels vervangen in mijn onderzoeksvraag de normen en waarden. Deze basisregels dekken namelijk de meeste normen en waarden. Het is een soort paraplu waar je alle begrippen aan kunt hangen., aldus de directeur. Ik heb het laatste gedeelte van mij onderzoeksvraag ook aangepast. Ik heb gekozen om de omgang met internet te veranderen in Hyves, omdat vanuit de literatuurstudie en eigen ervaringen is gebleken dat Hyves het populairste sociale netwerk is in groep 7 en 8. Op deze manier kan ik haalbare acties uitvoeren met betrekking tot mijn onderzoek. Hyves is een sociaal netwerk waar veel bij komt kijken. Ik kan lessen maken waar ik aandacht geef aan respect, privacy, cyberpesten, bewustwording, virtuele wereld en berichtgeving. Deze aspecten staan in relatie met Hyves en daarom is Hyves een goed uitgangspunt voor mijn onderzoek. Hoe kunnen de leerkrachten van groep 7 en 8 van de Werenfridus ervoor zorgen dat de kinderen van groep 7 en 8 volgens de basisregels omgaan met Hyves? 37

38 O2: Ennn Actie! De komende periode ga ik mij richting op het uitvoeren van mijn onderzoek. Ik zorg ervoor dat ik aan het einde van deze periode een beleid heb samengesteld voor de Werenfridus. Om de kinderen ook kennis te laten maken met het beleid en de regels die op school en Hyves horen, stel ik een aantal lessen samen. Deze lessen zorgen ervoor dat kinderen meer inzicht krijgen in wat wel en niet hoort op internet. Ook zullen de kinderen leren dat internet niet altijd betrouwbaar hoeft te zijn. Week: Wat ga ik doen? Hoe ga ik dat doen? Wat is het doel m.b.t. mijn onderzoek week Week Week week week week 9 (vakantie) week t/m week week week week week Beleid maken m.b.t. mediaopvoeding Beleid maken m.b.t. sociale media (Hyves) Lessenserie maken Les 1 uitvoeren Les 2 uitvoeren Spel maken Spel introduceren Les 3 uitvoeren Les 4 uitvoeren Les 5 uitvoeren Uitloopweek/ Evaluatie/ gastles Presentatie werkplek Inleveren stap 1-8 Presentatie school Normen en waarden uit onderzoek naast elkaar leggen en deze op een positieve manier beschrijven Normen en waarden uit onderzoek naast elkaar leggen en deze op een positieve manier beschrijven Ik ga aan de hand van de gegevens in de bijlage aan de slag met lessen die ik zelf ontwerp. Ik ben geïnspireerd door verschillende kant en klare lessen, maar ben ervan overtuigd dat het beter kan. Aan de hand van de lesbeschrijving voer ik deze lessen uit. Ik maak van een bestaand bordspel het spel van Mijn Leerling Online met aangepaste thema s. Aan de hand van de lesbeschrijving voer ik deze lessen uit. - duidelijk maken wat leerkrachten, kinderen en ouders van mediaopvoeding op school kunnen verwachten - duidelijk maken wat leerkrachten, kinderen en ouders van het sociale mediabeleid op school kunnen verwachten - een lessenserie maken die aansluit op sociale media en de basisregels van de school - kinderen leren om te gaan met sociale media rekeninghoudend met de basisregels - een spel maken dat aansluit op sociale media en de basisregels van de school - kinderen leren om te gaan met sociale media rekeninghoudend met de basisregels 38

39 Stap 7: Aan de slag! O1. Resultaten In dit onderdeel van mijn actieonderzoek geef ik een gedetailleerde beschrijving van de resultaten en hierbij vermijd ik bijzaken. Om ervoor te zorgen dat het overzichtelijk blijf, zorg ik dat ik een ordening breng aan de verschillende acties die in de bijlagen te vinden zijn. De eerste weken van de uitvoering van mijn geplande acties, ben ik meteen aan de slag gegaan met het mediabeleid voor het Werenfridus en een verstaalslag naar sociale mediaopvoeding. Ik heb hierbij gebruik gemaakt van eerder gevonden theorie, de conclusies van de enquêtes onder de leerkrachten en de basisregels die volgens de directeur centraal moeten staan bij het beleid. In het boek Mijn Kind Online en op de website van de CNVO staat een aantal suggesties om een internetbeleid op te zetten. Ik heb een aantal suggesties aangepast, zodat het een positief gesteld beleid geworden is. Ook heb ik het internetprotocol van S.K.O. De Dijken erbij gepakt om te zien waar de stichting naar streeft. De gegevens die ik eerder heb gevonden heb ik met elkaar gecombineerd. Het mediaopvoeding beleid is in bijlage 10.1 te vinden. Het beleid met betrekking tot sociale media is in bijlage 10.2 te vinden. Ik heb aan de hand van het sociale mediabeleid een lessenserie gemaakt. Deze lessenserie bestaat uit verschillende thema s en is gekoppeld aan kerndoelen. In bijlage 11 zijn de vijf lessen te vinden. Hierbij staan de thema s centraal die de bovenbouwleerkrachten belangrijk vonden. Ook staan in deze lessen de drie basisregels centraal. In bijlage 11 is ook het zelfgemaakte Hyvesspel Respect! te vinden met een foto en spelregels. Hieronder staat een overzicht van mijn geplande acties en wanneer ik deze daadwerkelijk heb uitgevoerd. Week: Wat had ik gepland? Wat heb ik gedaan? Week 2 - Hyvesspel Respect ontwikkeld. Week 3 - Hyvesspel Respect ontwikkeld. Begonnen met het beleid mediaopvoeding. week 4 Beleid maken m.b.t. Beleid mediaopvoeding afgemaakt. Begonnen met sociale mediabeleid mediaopvoeding Week Week week week week week week Beleid maken m.b.t. sociale media (Hyves) Vijf lessen maken m.b.t. sociale mediabeleid. Les 1 uitvoeren Les 2 uitvoeren Spel maken Spel introduceren Les 3 uitvoeren Les 4 uitvoeren Les 5 uitvoeren Sociale mediabeleid afgemaakt. Lessen 1 tot en met 3 gemaakt. Aan de hand van het sociale beleid voer ik deze lessen uit. Les 1 en 2 gegeven. Lessen 4 en 5 gemaakt + handleiding Glogster van S. Schuur aangepast. Ik heb les 3 gegeven en met de kinderen besproken wat een Lipdub is (les 4). We hebben besloten om de lipdub na mijn onderzoek te doen. Hyvesspel Respect afgemaakt. Hyves Ranking game gekocht voor de andere groepen in de bovenbouw. Ik heb de kinderen kennis laten maken met mijn zelfgemaakte Hyvesspel Respect. Dit is verwerkt in de weektaak. Ik heb les 5 uitgevoerd. De kinderen hebben één week de tijd om hun Glogster af te maken. De twee met de acht beste regels die op Hyves gelden, wint een Hyves USB-stick. De overige kinderen krijgen een Hyvespen. week week week week Uitloopweek/ Evaluatie/ gastles Presentatie werkplek Inleveren stap 1-8 Presentatie school Stap 7 verwerkt. + begin aan posterpresentatie Stap 8 verwerkt + posterpresentatie maken. Werkplek presentatie maken gepresenteerd op de werkplek. Posterpresentatie afmaken. 39

40 O2. Wat heb ik overwogen? Mijn planning is reëel geweest. Ik heb genoeg tijd ingepland om mijn acties uit te voeren. Toch heb ik door één keuze les vier van mijn lessenserie niet kunnen uitvoeren. Maar dit had ik ook wel verwacht. Ik heb in de lessenserie ook een lipdub/maandjournaal gevoegd. Ik zal de lipdub uitvoeren met de klas. Daardoor vervalt het maandjournaal, want het zou één van die twee worden. Ik heb hier lang over nagedacht, want een lipdub vergt veel tijd en energie. Ik zal het daarom ook niet redden om de lipdub voor het inlevermoment af te krijgen. Ik heb wel een extra actie overwogen, want ik heb een origineel Hyvesspel gekocht voor de werkplek. Zo heeft de bovenbouw twee soorten Hyvesspellen die zij kunnen gebruiken. Dit tweede Hyvesspel maakt de kinderen bewust van hoe goed ze hun echte vrienden en Hyvesvrienden kennen. Dit maakt de kinderen bewust van hoe goed ze hun (internet)vrienden eigenlijk kennen en dit is te koppelen aan het thema: betrouwbaarheid van internet. Dit is dus een extra actie die met het onderzoeksdoel te maken heeft, namelijk: kinderen op een verantwoorde manier om laten gaan met internet. O1. Relevante literatuur voor actie Bij stap 4 heb ik de literatuur beschreven die ik nodig heb gehad voor mijn onderzoek. Mediabeleid De die basisregels die de directeur centraal wil laten staan in het beleid, hebben mij geholpen om het mediabeleid op te stellen. Deze regels moeten volgens de directeur namelijk centraal staan. Ook heeft de praktijk mij kunnen helpen om het mediabeleid samen te stellen. Vanaf groep 5 wordt er bijvoorbeeld in elke groep krantenberichten gehouden. Dit heb ik daarom ook in het mediabeleid gezet. Sociale media beleid Met dit beleid heb ik ervoor gezorgd dat leerkrachten, leerlingen en ouders weten waar zij aan toe zijn. Als iedereen weet wat (sociale) media is, hoe we het gaan doen en wie het vervolgens gaat doen kan je er ook heel concreet mee gaan werken. Dus geen regels om te beperken, maar richtlijnen om houvast te bieden. Dit beleid zal structuur geven aan de manier waarop leerkrachten de kinderen volgens de basisregels leren om te laten gaan met Hyves. Een belangrijk onderdeel is kinderen leren omgaan met het materiaal van anderen. (Pardoen:2005). Om ervoor te zorgen dat de kinderen, ouders en leerkrachten goed omgaan met materiaal van anderen is het sociale mediabeleid een goede basis. Vijf lessen m.b.t. sociale mediabeleid. Aan de hand van eigen ervaringen op Hyves en ander sociale media, het internetprotocol van het Werenfridus, de lessenserie van Hyves en de literatuur uit Mijn leerling online, heb ik het sociale mediabeleid kunnen opstellen. Om tegemoet te komen aan het beleid en de tussendoelen voor mediawijsheid, heb ik lessen gemaakt die geschikt zijn voor de Werenfridus. Ik heb er namelijk voor gezorgd dat deze lessen aansluiten op de drie basisregels van de school, namelijk: we gaan met een vriendelijke manier met elkaar om, we zijn samen verantwoordelijk voor een rustige sfeer en we gaan zuinig om met eigen- en andermans spullen. Een overzicht voor de thema s van de lessen, het spel en eventuele aanbevelingen zijn in bijlage 9 te vinden. Spel maken Ik heb bij mijn zelfgemaakte Hyvesspel Respect gebruik gemaakt literatuur. In het boek mijn Mijn leerling online worden de situaties beschreven die bij het spel horen. Een voorbeeld van zo n situatiekaartje kan zijn: Op de sportdag worden foto s gemaakt. Ook in de kleedkamer. Deze foto s komen op website van de school. (Pardoen, 2006: 171)Verder waren mijn acties puur praktisch. Er is daarom weinig theorie bij mijn acties aan bod gekomen. Alleen bij het maken van het spel is relevantie informatie gebruikt. 40

41 Stap 8: Evaluatie O2. That s the answer! Hoe kunnen de leerkrachten van groep 7 en 8 van de Werenfridus ervoor zorgen dat de kinderen van groep 7 en 8 volgens de basisregels omgaan met Hyves? Door mijn uitgevoerde onderzoek, kunnen de leerkrachten van groep 7 en 8 de kinderen van groep 7 en 8 volgens de basisregels om laten gaan met Hyves. Ik geef antwoord op de onderzoeksvraag door de resultaten van mijn te beschrijven 1. Mediabeleid De leerkrachten moeten weten hoe zij rekening kunnen houden met de basisregels van school m.b.t. media. Hiervoor is een beleid noodzakelijk. Dit beleid zou ook naar ouders toe beschikbaar moeten zijn, zodat de ouders weten wat de school van hen verwacht. Leerkrachten, ouders en kinderen moeten weten waar ze aan toe zijn. Dit kan bereikt worden om mijn ontwikkelde protocol m.b.t. (sociale) mediaopvoeding te publiceren. Zo weten ouders, kinderen en leerkrachten waar ze aan toe zijn. Ik heb dit beleid aan het team gepresenteerd en geadviseerd om het op te nemen in de schoolgids. 2. Sociale mediabeleid Als de Werenfridus de kinderen volgens de basisregels willen laten omgaan met Hyves, is het belangrijk dat de school wat hij wil bereiken. Daarom heb ik onderzoek gedaan worden naar de behoeftes van de school. Deze behoeftes heb ik vervolgens in het sociale mediabeleid verwerkt. Om de kinderen op de juiste manier om te laten gaan met internet, is het van belang dat de leerkracht ook weet wat hij doet. De eigenvaardigheid kan een hindernis zijn om mediaopvoeding aan te bieden. Het is daarom van belang dat leerkrachten zelf weten hoe zij internet op de juiste manier moeten gebruiken. Om meer inzicht te krijgen in het internet gebruik van kinderen, kan de handleiding van Mijn Kind Online geraadpleegd worden. Om de kinderen volgens de basisregels met internet om te laten gaan, moeten er schoolbreed afspraken gemaakt worden. Zo weet elke leerkracht waar de school naar streeft. De leerkracht zorgt dat deze regels gehandhaafd worden. Het is niet de bedoeling dat de leerkracht individueel bepaalt wat de regels in de klas zijn. 24 De leerkracht moet dus op de hoogte moeten zijn wat er in de klas speelt en waar de kinderen behoeften aan hebben. Voor de leerkracht is het belangrijk om te ontdekken wat waardevol is voor de kinderen. Volgens de theorie hangt het af van de omstandigheden hoe je mediaopvoeding aanbiedt. Elke groep zal mediaopvoeding anders aanbieden. Hier spelen de ontwikkelingsfases van de kinderen een rol. Het kan zo zijn dat de ene groep al heel erg actief is op Hyves of YouTube, terwijl een andere groep hier nog helemaal niet mee bezig is. Een leerkracht moet hier rekening mee kunnen houden en inspelen op wat er in de klas speelt. Om tegemoet te komen aan dit beleid en de kinderen kennis te laten maken met de regels die op school gelden, geven de leerkrachten van groep 7 en 8 vijf lessen die ik voor hen ontwikkeld heb. 3. Lessenserie Door gebruik te maken van mijn ontwikkelde lessenserie, doen de kinderen ervaring op met de basisregels die op Hyves gelden. De kinderen worden zich bewust van hoe zij zichzelf op internet presenteren, hoe anderen kunnen overkomen, hoe (on)betrouwbaar internet is en hoe je moet omgaan met ongewenste situaties. De volgende thema s staan daarom centraal in deze lessenserie: Respect, privacy, cyberpesten, bewustwording van jezelf (hoe kom ik over?), verschil tussen realiteit en de virtuele wereld, bewustwording van berichtgeving van jezelf en anderen op internet en weten wat geschikte informatie is

42 4. Hvyesspel Respect! Tot slot heb ik een spel ontwikkeld waarbij de kinderen gaan nadenken over gedrag op internet. Dit maakt de kinderen bewust van de risico s op internet. In het weekrooster hoeven de lessen sociale mediaopvoeding niet opgenomen te worden. De thema s kunnen binnen twee weken tot een maand aan bod komen. Dat bepaalt de leerkracht. Als de leerkracht twee lessen per week wil doen, kan de lessenserie binnen twee weken afgerond worden. Door deze vier tot vijf lessen aan te bieden, leren de kinderen hoe zij op een verantwoorde manier om kunnen gaan met Hyves. Hyves is een prima insteek om de kinderen om te laten gaan met internet. Hyves spreekt de kinderen aan op hun behoeftes. Zij zijn er dagelijks of wekelijks mee bezig. Hyves is het populairste sociale netwerk is in groep 7 en 8.De lessen geven aandacht aan respect, privacy, cyberpesten, bewustwording, virtuele wereld en berichtgeving. Ik heb gemerkt dat de kinderen zich bewuster zijn gaan gedragen op internet. Ik heb een juffenhyves en na mijn les over profielfoto s en bewustwording over hoe je over kunt komen, heb ik twee meisjes hun profielfoto zien veranderen. Ik liet de klas kennismaken met de site en na deze les hebben zij hun profielfoto veranderd. Dat bewijst dat de kinderen bewuster met internet omgaan. In de gesprekken die ik met de kinderen in de groep heb gevoerd, kwam naar voren dat ze veel dingen al weten van het internet. Maar er zit een verschil tussen ergens kennis van hebben en je ergens bewust van bent. Conclusie: Het is belangrijk dat de school door middel van een (sociale) mediabeleid weten hoe zij over (sociale) media denken. Dit zorgt voor duidelijkheid naar ouders en kinderen toe. Om de kinderen met dit beleid kennis te laten maken, kunnen de leerkrachten mijn lessenserie uitvoeren. Daarin staan de basisregels van de school centraal en de belangrijkste aspecten van het internet, namelijk: Respect, privacy, cyberpesten, bewustwording van jezelf (hoe kom ik over?), verschil tussen realiteit en de virtuele wereld, bewustwording van berichtgeving van jezelf en anderen op internet en weten wat geschikte informatie is. Om de kinderen na te laten denken over gedrag op internet, spelen zij het Hyvesspel Respect!. Bij het spelen van dit spel geven ze aan welke situaties wél of niet oké zijn. Dit moeten zij beargumenteren. O1. Mijn acties gekoppeld aan theorie 1. Beleid m.b.t. mediaopvoeding In het vooronderzoek heb ik gezien wat de directeur belangrijk vindt als we het hebben over mediaopvoeding. In mijn vooronderzoek kwam naar voren dat kinderen voornamelijk gebruik maken van digitale media. Internet speelt hierbij een grote rol. Volgens Beeldschermkinderen (Valkenburg:2002) houden kinderen ervan om gebruik te maken van de computer. Ze zijn nieuwsgierig naar wat internet te bieden heeft. Kinderen spelen spellen op internet, bekijken en beluisteren muziekvideo s. Ook zoeken kinderen informatie op over hobby s, idolen of voor schoolwerk. Het kunnen communiceren met elkaar is ook een leuk aspect van internet. Aan de hand van het internetprotocol, de gegevens die ik bij de directeur heb kunnen verzamelen én de literatuur die ik heb gebruikt, heb ik het mediabeleid samengesteld. 42

43 2. Beleid m.b.t. sociale mediaopvoeding (Hyves) Ik heb de boeken Mijn Kind Online en Mijn Leerling Online van Justine Pardoen geraadpleegd om de visie rondom sociale mediaopvoeding te beschrijven. Ik heb enquêtes afgenomen onder de ouders en leerkrachten van groep 7 en 8. Ook heb ik hier de directeur over gesproken. Om de visie van de stichting te verwerken in het beleid, heb ik gebruik gemaakt van het protocol m.b.t. mediawijsheid. Leerlingen mogen internet gebruiken voor het raadplegen van bronnen, zoeken naar content en het spelen van games, waarbij e.e.a. gerelateerd moet zijn aan onderwijsleerproces. (.)Op de schoolwebsite wordt mogelijk informatie over/van leerlingen geplaatst. Er zal geen publicatie van gegevens op de schoolwebsite plaatsvinden van tot individuele leerlingen herleidbare informatie zonder toestemming van de betrokken ouders/verzorgers en/of leerlingen. ( ) Mobiele telefoons (met of zonder camerafunctie dan wel andere functies zoals internet) en mp3-spelers mogen in de school en op het schoolplein niet gebruikt worden. Van iedereen wordt verwacht dat zij zich houden aan deze afspraken en regels. Leerlingen zullen gewezen worden op het juiste gebruik van bijvoorbeeld. Bovenstaande informatie en de resultaten van de enquêtes hebben mij geholpen om het beleid sociale mediaopvoeding samen te stellen. De visie van de stichting, de visie van de school m.b.t. de drie basisregels en de belangrijkste thema s volgens de bovenbouwleerkrachten staan centraal in het beleid over sociale mediaopvoeding. 3. Vijf lessen maken m.b.t. sociale mediabeleid. Deze lessen zijn gebaseerd op de belangrijkste thema s die met internet/hyves te maken hebben. De thema s kwamen uit de enquêtes naar voren. Ook de kerndoelen staan bij de lesdoelen beschreven. In de lessen komen afbeeldingen en situatie voor die Hyves ontwikkeld heeft. Ik heb mailcontact met Hyves gehad en toestemming gekregen om gebruik te maken van hun materiaal. Praktijk In de praktijk heb ik dus het beleid m.b.t. mediaopvoeding en sociale mediaopvoeding samengesteld. Om de kinderen kennis te laten maken met het beleid, heb ik lessen gemaakt waarbij kinderen leren hoe zij verantwoord met internet kunnen gaan. Ik heb na toestemming van Hyves situaties van het HyvesLessenPakket gebruikt. Dit pakket is te downloaden op Naast de situaties die ik uit de lessen heb gehaald, heb ik gebruik gemaakt van mijn eigen kennis m.b.t. internet. Een praktijkvoorbeeld van de samenvatting van de belangrijkste regels is hier te vinden: Glogster presentatie. Dit was de laatste les en de kinderen moesten acht regels opschrijven die zij geleerd hebben tijdens de vijf lessen over sociale media. 4. Spel maken Zoals eerder gezegd heb ik het Hyvesspel Respect gemaakt. Ik heb hier gebruik gemaakt van de situaties die het boek Mijn leerling Online heeft gepubliceerd. De regels en het bord heb ik anders gemaakt dan hoe het in het boek beschreven staat. De spelregels zijn, zoals eerder gezegd, in bijlage 8.2 te vinden. Hier zijn ook foto s uit de praktijk te vinden. 43

44 T5.2 Is de ambitie vervuld? In mijn vooronderzoek heb ik de ambitie van de school onderzocht. Ik zal nogmaals beschrijven wat de ambitie van de school was: De ambitie is om ervoor te zorgen dat leerlingen met media en sociale media goed leren om gaan. En de juiste waarde hiervan in te schatten. Het is een nieuw fenomeen en we hebben hier niets concreets op papier staan. Sociale media is iets van de laatste jaren en je merkt dat het nodig is om op termijn afspraken over te hebben. Er zijn nog geen doelen op het gebied. Individueel hebben mensen een mening over mediaopvoeding. Wij hebben hier nog geen duidelijke afspraken over. We hebben wel een protocol betreft internet gebruik liggen. Er zijn twee aspecten. Je kunt je richten op media en op sociale media. De mediaopvoeding globaal zou ik voor de school als een mooi afgebaakt geheel zou willen zien. Met de sociale media zou je aanbevelingen kunnen aanbieden, maar concreet materiaal zou ook welkom zijn. Men weet namelijk nog niet hoe zij hiermee moeten omgaan., aldus de directeur. Het doel is de kinderen op een verantwoorde manier met media en sociale media om te laten gaan. De Werenfridus heeft ook als daarom een beleid te ontvangen op het gebied van media en sociale media, zodat elke leerkracht in groep 7 en 8 weet wat er van hen verwacht wordt mb.t. (sociale) media. Het is gewenst om concreet materiaal te ontvangen. Afgelopen periode heb ik me gericht op wat leerkrachten, docenten, ouders en theorie belangrijk vinden. Door in gesprek te gaan met de directeur, heb ik te horen gekregen wat er van mij verwacht wordt. Ik heb door deze informatie een beleid kunnen samenstellen m.b.t. mediaopvoeding en sociale mediaopvoeding. Zo weten de leerkrachten, kinderen en ouders hoe de school over (sociale) mediaopvoeding denkt. Om de kinderen kennis te laten maken met de regels die bij het beleid horen, heb ik vijf lessen samengesteld. In deze lessen staat een aantal thema s centraal. Deze thema s worden gekoppeld aan wat leerkrachten en de directie op de Werenfridus belangrijk vinden. Ik heb een selectie gemaakt van de belangrijkste punten en hier een lessenserie van gemaakt. De thema s zorgen tijdens deze lessen dat de drie basisregels centraal zijn. Het ontvangen van concreet materiaal hoorde bij de wens van de school. Dit concrete materiaal bestaat uit het media -en sociale mediabeleid, het spel en de lessenserie. Door een beleid te maken m.b.t. media opvoeding, heb ik gewerkt aan een doel van het onderzoek. De ambitie is daarom dus ook vervuld. Daarnaast heb ik een beleid gemaakt m.b.t. sociale mediaopvoeding. Dit doel is dus ook behaald. Door de lessen worden de kinderen bewust van hun gedrag op internet. Ze zullen nadat deze lessenserie is uitgevoerd, op een verantwoordelijke manier met Hyves kunnen omgaan. Het doel om de kinderen op een verantwoorde manier met media en sociale media om te laten gaan is dus behaald. Het onderzoek wat ik heb verricht, draagt bij aan de gezamenlijke ambitie. Mijn ambitie was om de kinderen bewust te maken van hun gedrag. Dit was in eerste instantie gericht op het sociaal emotionele gebied, maar uiteindelijk is dit gericht op het gedrag van de kinderen op internet. Mijn ambitie was dat ik wilde onderzoeken hoe de Werenfridus de kinderen bewust kan laten worden van hun gedrag op internet. Ik was zeer gemotiveerd om aan de slag te gaan met het onderzoek, omdat het in verband stond met mijn ambitie. Er is tegemoet gekomen aan de ambitie van de school en mijn eigen ambitie. Ik wilde zelf ontdekken of lessen invloed konden hebben op het mediagedrag van kinderen. Ik heb daarom vijf lessen samengesteld en ik heb deze uitgevoerd. Als eindopdracht hebben de kinderen Glogsters moeten maken met acht regels die gelden op Hyves. Met deze opdracht heb ik kunnen zien of de kinderen doorhebben hoe zij zich moeten gedragen op internet. Theoretisch zullen ze het na afloop goed weten. De hoop is dat de kinderen het in de praktijk uitvoeren. 44

45 O3. Opvattingen van collega s en mijzelf In dit onderdeel laat ik de opvattingen van collega s en mijzelf zien. Het beoordelingsformulier van de presentatie op de werkplek ik in bijlage 12 te vinden. Ik laat één voorbeeld zien van een opvatting van een collega nadat ik de presentatie had gegeven. Ik had tijdens de presentatie verteld dat de school regels moet opstellen m.b.t. sociale media. Wat verwachten de leerkrachten van elkaar? Ik heb verteld dat ze bijvoorbeeld moeten nadenken of ze het als team accepteren als leerkrachten kinderen toevoegt op Hyves. De directeur zei hierop dat dit geen meerwaarde geeft aan het onderwijs. Het is dus niet nodig. Een aantal collega s was het hiermee eens. Andere collega s hadden dezelfde mening als ik, namelijk: Het is lastig te bepalen waar de grens ligt m.b.t. sociale netwerken. Als je leerlingen toevoegt op je profiel, heb je zich op het gedrag van het kind. Zo hou je ook in de gaten wat de kinderen op internet bezighoudt. Zolang er geen ongepaste berichten/krabbels gestuurd worden, zou er niets aan de hand moeten zijn. Bij de aanbevelingen heb ik ook verteld dat het team duidelijke regels moet opstellen over sociale media. Wat vindt het team gepast en wat niet? De reacties die ik kreeg over het onderwerp en mijn presentaties waren positief. Vooral dat het actueel is, was het voor een aantal collega s een interessante presentatie. Hieronder staat de verzamelde feedback die ik heb gekregen op mijn onderzoek. Tijdens de presentatie 45

46 O2. En wat kan de school hier verder mee? De school heeft materialen ontvangen om aan de slag te gaan met (sociale) mediaopvoeding. De school kan hier in de toekomst mee aan de slag gaan. In mijn presentatie heb ik de school aanbevelingen gedaan. Ik heb verteld dat het mediaopvoeding beleid en het sociale mediabeleid in de schoolgids kan worden opgenomen. De visie op (sociale) mediaopvoeding kan in de schoolgids worden opgenomen, zodat ouders weten hoe de school er over denkt. Deze aanbevelingen sluiten aan op de geformuleerde conclusies die ik heb beschreven in het antwoord op de onderzoeksvraag, namelijk: Het is belangrijk dat de school door middel van een (sociale) mediabeleid weten hoe zij over (sociale) media denken. Dit zorgt voor duidelijkheid naar ouders en kinderen toe. Om de kinderen met dit beleid kennis te laten maken, kunnen de leerkrachten mijn lessenserie uitvoeren. Daarin staan de basisregels van de school centraal en de belangrijkste aspecten van het internet, namelijk: Respect, privacy, cyberpesten, bewustwording van jezelf (hoe kom ik over?), verschil tussen realiteit en de virtuele wereld, bewustwording van berichtgeving van jezelf en anderen op internet en weten wat geschikte informatie is. Om de kinderen na te laten denken over gedrag op internet, spelen zij het Hyvesspel Respect!. Bij het spelen van dit spel geven ze aan welke situaties wél of niet oké zijn. Dit moeten zij beargumenteren. De documenten kan de school eventueel nog aanpassen. Ik heb bijvoorbeeld geschreven dat de groep 7 en 8 aandacht geven aan de mediaopvoeding, maar dit kan ook in andere groepen gebeuren. De lessenserie bestaat uit vier lessen. Mijn advies is om twee lessen per week aan bod te laten komen, zodat het binnen twee weken kan worden afgerond. Maar dit is natuurlijk allemaal aan de leerkracht(en) zelf. Het Hyvesspel Respect kan in de weektaak worden opgenomen. Het kan in de spellenkast gelegd worden wanneer er een spelletjesmiddag is bijvoorbeeld. De keuze is aan de leerkracht. Het hyves Ranking Game kan ook geïntroduceerd worden. Net zoals de leesboeken, strips en voorleesboeken en deze boeken zijn geschikt voor de kinderen tussen de 8 en 12 jaar, namelijk: Auteur: Titel: Vanaf de: Caja Cazemier Vamp pas op voor de webcam Bovenbouw Marion van de Coolwijk Meiden zijn gek op chatten Bovenbouw Marlies Slegers Webcams, vriendjes en andere Bovenbouw Hieke van der Werff Bovenbouw Netty van Kaathoven Ik weet je te vinden Bovenbouw Joost Heyink Het Web Bovenbouw Annemarie Bon Chatten Bovenbouw Vrouwke Klapwijk Koosje mist de mail Middenbouw Helen Vreeswijk Chatroom Bovenbouw SUSKE en WISKE: De Sinisere Site Middenbouw SUSKE en WISKE: De Game Goeroe Middenbouw 46

47 Bibliografie Bazalgette, C. (2010), Teaching Media in Primary Schools. California: Thousand Oaks. Drummer, G., (2011), ICT voor de klas, Houten, Noordhoff Uitgevers Frankenhuis, S. (2007), De effecten van nieuwe media op jongeren jaar. Enschede: SLO. Groenendijk, T. (2009),Lessen in mediawijsheid. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam. Lanen, C. v. (2009), Praktijkonderzoek in de school. Bussum: Coutinho. Langeweg, R. (2007), Driedimensionale Virtuele Werelden. Utrecht: Faculteit Geesteswetenschappen. Leek, John en Koen Steeman (2011), Mediawijsheid in de klas. Hoe doe je dat? Vives Nikken, P. (2011), Opvoedondersteuning bij mediaopvoeding. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Pardoen, J. (september 2010), Handboek Mediawijsheid op School. Leidschendam: Stichting Mijn Kind Online. Pardoen, J. (2006), Mijn leerling online. Amsterdam: SWP. Pardoen, J. (2006), Mijn kind online. Amsterdam: SWP Pijpers, J. d. (2010), Contact! - Kinderen en nieuwe media. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Pletka, B. (2007), Educating the NET generation. Santa Monica Press LLC, U.S. Valkenburg, P.,(2002), Beeldscherm kinderen. Theorieën over kind en media. Boom, Amsterdam. Veen, W. (2006), Teaching Media in Primary Schools. London: Continuüm Books. Vrakking, Ben en Wim Veen. (2006), Homo zappiens: growing up in a digital age. London: NCE. Zwanenberg, F. (2010), Waarom mediawijsheid op school? JSW

48 Bijlagen Bijlage 1: Logboek tot en met stap 6 Datum Acties Betrokkenen: Stap 1 O2 + ambitie uitwerken voor actie onderzoek +onderzoeksvraag opstellen Onderzoek naar onderzoeksvraag Vragen noteren voor collega s Literatuur zoeken bij ambities Bijstellen onderzoeksvraag + schoolgids Werenfridus bekeken gericht op mediawijsheid Enquête samenstellen + leraar24 filmpjes over mediawijsheid in de klas Gesprek met mentor over mediawijsheid. J. Schouten Theorie zoeken Gesprek met directeur over actieonderzoek Criteria onderzoeksvraag beschreven Stap 2 verwerken, onderzoeksvraag bijgesteld Stap 2 O2, + stap 3 O2 Toelichting actieonderzoek in bovenbouwvergadering Stap 1 t/m 3 in orde maken. Bevestiging onderzoeksvraag van mijn mentor. Stap 4. O Feedback stap 1 t/m 3 verwerken van K. Vergers Enquête uitgedeeld (onder 6 leerkrachten) Bovenbouw leerkrachten Eerste resultaten enquête verwerkt. Literatuur onderzoek Feedback van M. Koeten verwerken: Ambitie van de school, wat zijn de doelen, waarom? Afstemming mindmap en begrippen daaruit halen. O2 Aan de hand van de kernwoorden een onderzoeksvraag samenstellen. O2waarom actueel gericht op onderzoeksvraag O2 Deelvragen: Welke normen en waarden heb ik/ouders/leerkrachten? Welke behoefte is er bij ouders? NET education: Feedback bij stap 3 vermelden. Waar zit de triangulatie? Welke kennis heb ik van het maken van een enquête aantonen, specifiek benoemen wat jouw kennis is Enquête ouders en kinderen gemaakt. Feedback ontvangen van S. Schuur op enquête. Interview S. Schuur voorbereiding toegelicht in AO Interview F. v. Doorn + goedkeuring voor enquête. F. v. Doorn Enquête ouders uitgedeeld bij de groep 7 en 8. (85 enquêtes totaal) Enquête geanalyseerd. (ipabo) W. Wagemaker Enquête geanalyseerd AO data analyse enquête leerkrachten 9-12 Stap Handboek Mediawijsheid in School (Bob Pletka, 2007), Mijn leerling online justine Pardoen Leesboeken: Caja Cazemier Vamp pas op voor de webcam Netty van Kaathoven Ik weet je te vinden Joost Heyink Het Web Annemarie Bon Chatten Vrouwke Klapwijk Koosje mist de mail Helen Vreeswijk Chatroom SUSKE en WISKE: de sinisere site + de game goeroe Activiteiten: SMS spel = scrabble met hippe woordafkortingen internet Kwartet Bijlage 2.1: Mindmap 48

49 Bijlage 2.2: Bevestiging onderzoeksvraag Hiermee deel ik u mee dat Leonie bij ons bovenstaand onderzoek gaat doen. Als team hechten wij er veel waarde aan en dit item is op het moment heel actueel. Op school zijn er nog geen concrete afspraken rondom dit onderwerp. Het lijkt ons dan ook bijzonder waardevol om hier aandacht aan te besteden. Aldus mijn mentor J. schouten. Bijlage 3: Feedback theorie van expert De literatuurkeuze van Leonie bevat literatuur om dit onderzoek verder uit te voeren. Alleen de Engelstalige is nog niet voldoende. Dit laat Leonie in een later stadium aan mij zien. Stefan Schuur Bijlage 4: kerndoelen mediaopvoeding. k erndoelen_po tussendoelen.pdf Stap 1 is bereikt als de leerling efficiënt en effectief informatie zoekt: De leerling kan zijn behoefte aan informatie omzetten in een concrete vraag met relevante trefwoorden. De leerling kan zijn onderwerp afbakenen. De leerling formuleert de juiste vragen bij zijn informatiebehoefte. De leerling kan zijn zoekvraag opsplitsen in deelvragen. De leerling is zich bewust van zijn informatiebehoefte. De leerling is zich bewust van zijn eigen voorkennis. De leerling is zich bewust dat juiste en volledige informatie de basis is voor verstandige besluitvorming. Stap 2 is bereikt als de leerling effectief en efficiënt diverse media bronnen kan raadplegen en de juiste bronnen kan selecteren. De leerling selecteert geschikte informatiebronnen voor zijn informatievraag. De leerling ontwikkelt en gebruikt succesvolle zoek strategieën. De leerling weet welk medium welke type kennis en informatie beidt De leerling kent de verschillen tussen schriftelijke bronnen zoals woordenboeken, atlassen, handboeken, encyclopedieën, lesmethoden en informatieve boeken. De leerling kan gericht kiezen welk medium bij welk soort informatievraag past. De leerling kan beoordelen welke informatiebron het best bruikbaar is voor zijn informatievraag. De leerling kan onderscheid maken tussen media als foto, film, video, audio-cd, radio, televisie, computer, cd-rom en internet. De leerling kan onderscheid maken tussen media met een inhoud van fictie of non-fictie De leerling kan onderscheid maken tussen media op grond van thema s en genres. De leerling heeft inzicht in de mechanismen van betekenisgeving via diverse media. 49

50 Stap 3 is bereikt als de leerling effectief en efficiënt informatie kan analyseren en selecteren uit een bron. De leerling kan systematisch zoeken naar informatie met behulp van alfabetisch zoeken, een index of een inhoudsopgave. De leerling kan gericht zoeken in en omgaan met media. De leerling kan zoeken in een catalogus, databank, archief, atlas, boek, encyclopedie, internet. De leerling kan bruikbare en minder relevante informatie onderscheiden. De leerling kan de kwaliteit van een informatiebron beoordelen. Stap 4 is bereikt als de leerling informatie selecteert en deze informatie kritisch en deskundig beoordeelt op bruikbaarheid en betrouwbaarheid. De leerling bepaalt juistheid, relevantie en volledigheid van de informatie. De leerling houdt feit, mening en perspectief uit elkaar. De leerling herkent onjuiste en misleidende informatie. De leerling selecteert informatie die bijdraagt aan de beantwoording van de vraag op de oplossing van het probleem. Stap 5 is bereikt als een leerling de geselecteerd en beoordeelde informatie kan verwerken tot een geheel. De leerling kan de gevonden informatie uit diverse bronnen, vergelijken, rubriceren en schematiseren. De leerling kan de gevonden informatie samenvatten. De leerling kan structuur aanbrengen in de gevonden informatie. De leerling kan verschillende soorten informatie samenbrengen. De leerling vermijdt plagiaat bij de verwerking van de informatie. De leerling organiseert de informatie voor praktische toepassing. De leerling integreert de informatie in de eigen kennis. De leerling gebruikt de informatie voor kritisch denken en probleem oplossen. De leerling produceert en communiceert de informatie in de geschikte vorm. Stap 6 is bereikt als de leerling zelfstandig, zelfbewust, ethisch verantwoord via diverse media kan communiceren. De leerling kan ethisch verantwoord via media communiceren en presenteren. De leerling kan rekening houden met de wensen en verwachtingen van de ontvanger. De leerling kan bij het maken van een mediaproductie bewust esthetische aspecten hanteren. De leerling kan structuur aanbrengen in zijn mediaproductie. De leerling kan argumentatie en overtuigingsstrategieën gebruiken in zijn mediaproductie. De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren (kerndoel 54). De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren (kerndoel 55). Kunstzinnige oriëntatie, kerndoel 54 Beeldende vorming - Betekenisvolle onderwerpen en thema s 14 Stap 7 is bereikt als de leerling creatieve en functionele mediaproducties kunnen maken. De leerling gebruikt informatie juist en creatief. De leerling kan geschikte media kiezen om te communiceren en te presenteren. De leerling weet dat combinaties van verschillende soorten informatie zoals tekst, beeld, geluid leiden tot een sterkte productie. De leerling weet dat vorm en inhoud van mediaproducties elkaar kunnen ondersteunen en versterken. 50

51 Bijlage 5: literatuuroverzicht Literatuur: Aantal bladzijdes: Bob Pletka, E. D. (2007). Educating the NET generation, Santa Monica Press LLC. Blz. 40 t/m 42 3 Freek Zwanenberg, J. P. (2010). Waarom mediawijsheid op school? JSW, blz. 6 t/m 8. 3 John Leek, K. S. (2011) Mediawijsheid in de klas. Hoe doe je dat? Vives, blz. 12 t/m 14 3 Justine Pardoen, R. Pijpers. (2006). Mijn leerling online. Amsterdam: SWP. Blz. 21t/m 39, blz. 42t/m 124 blz. 127 t/m 168, blz. 171 t/m Justine Pardoen, R. Pijpers. (2006). Mijn kind online. Amsterdam: SWP. Blz. 19 t/m 70, 50 Lanen, C. v. (2009). Praktijkonderzoek in de school. Bussum: Coutinho. - Langeweg, R. (2007). Driedimensionale Virtuele Werelden. Utrecht: Faculteit Geesteswetenschappen. Blz. 44 t/m 48 Nikken, P. &. (2011). Opvoedondersteuning bij mediaopvoeding. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Blz. 6 t/m 16 Pardoen, F. Z. (2010). Handboek Mediawijsheid op School,Leidschendam: Stichting Mijn Kind Online. Blz. 10 t/m Pijpers, J. d. (2010). Contact! - Kinderen en nieuwe media. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Sammy Frankenhuis, S. v. (2007). De effecten van nieuwe media op jongeren jaar. Enschede: SLO. Blz. 11, 18 t/m 22, 36 t/m 51 Talita Groenendijk, J. H. (2009). LESSEN IN MEDIAWIJSHEID. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam. Blz Valkenburg, P. (2002). Beeldschermkinderen. Theorieën over kind en media. Amsterdam: Boom Blz. 176 t/m Veen, Wim en Ben Vrakking (2006) Teaching Media in Primary Schools London: Continuüm Books. Blz. 102 t/m Totaal

52 Bijlage 6: Enquêtes en interview Enquête mediaopvoeding Groep Ik, Leonie Tensen, doe onderzoek naar de normen en waarden bij mediaopvoeding. Vervolgens ga ik kijken welke materialen hierbij aansluiten. Ik ben benieuwd hoe de leerkrachten van groep 7 en 8 over mediaopvoeding denken. Mijn onderzoeksvraag van mijn actieonderzoek luidt als volgt: Hoe kunnen de leerkrachten van groep 7 en 8 van de Werenfridus ervoor zorgen dat de kinderen van groep 7 en 8 volgens de normen en de waarden van de school omgaan met media? Als de enquête is ingevuld, kan deze ingeleverd worden bij mij op 24 of 25 november. Mediaopvoeding Mediaopvoeding is dat deel van de opvoeding dat erop gericht is om kinderen bewust en selectief met het media-aanbod om te laten gaan en ervoor te zorgen dat ze de inhoud van dat aanbod kritisch kunnen beschouwen en op waarde weten te schatten Hoe veel uur per week wordt er in de groep aandacht gegeven aan media opvoeding? 0 uur Tussen de 0-2 uur Tussen de 2-4 uur Tussen de 4-6 uur Meer dan 6 uur 2. Mediaopvoeding is: een taak van ouders een taak van leerkrachten een taak van ouders en leerkrachten. 3. Welke normen en waarden vind jij bij mediaopvoeding belangrijk? Waar zou je rekening mee houden? 4. Van welke social network maak jij gebruik? Hyves Facebook Twitter Linked In Overig, namelijk: Geen 5. Heb je een apart social network account (om bijvoorbeeld leerlingen toe te voegen)? Ja, ik heb een apart account waar ik alleen leerlingen toevoeg. Nee, en ik voeg wel leerlingen toe op mijn privéaccount. Nee, en ik voeg geen leerlingen toe op mijn privéaccount. N.v.t. 6. Van 21 november tot 26 november is het de week van mediawijsheid/opvoeding. Geef je deze week (wel/extra) aandacht aan mediaopvoeding? Ja Nee 7. Is het wenselijk om lesmateriaal te ontvangen betreft mediaopvoeding? Zo ja, wat voor materiaal? Bedankt voor de medewerking!

53 Enquête mediaopvoeding Ik, Leonie Tensen, LIO-stagiaire in groep 7a en vierdejaarsstudent van de Hogeschool ipabo, doe onderzoek in het kader van mijn afstudeeronderwerp. Ik wil weten hoe de ouders van kinderen uit groep 7 en 8 over mediaopvoeding denken. Dit blad bevat aan beide kanten dezelfde enquête. Het is de bedoeling dat ouder(s) individueel één kant invullen. De enquête bestaat uit 21 gesloten vragen en zal 5 tot 10 minuten duren. Als de enquête is ingevuld, mag deze in envelop ingeleverd worden bij de leerkracht van uw kind. Het invullen van de enquête is op vrijwillige basis, maar ik zal het zeer waarderen als u deze enquête wilt invullen, zodat ik het kan gebruik voor mij onderzoek. Uiterste inleverdatum is woensdag 30 november a.s. Mijn onderzoeksvraag van mijn actieonderzoek luidt als volgt: Hoe kunnen de leerkrachten van groep 7 en 8 van de Werenfridus ervoor zorgen dat de kinderen van groep 7 en 8 volgens de normen en de waarden van de school omgaan met internet? Mediaopvoeding is dat deel van de opvoeding dat erop gericht is om kinderen bewust en selectief met het mediaaanbod om te laten gaan. Het zorgt er voor dat kinderen de inhoud van dat aanbod kritisch kunnen beschouwen en op waarde weten te schatten. In mijn onderzoek richt ik mij op het communiceren* via internet en de betrouwbaarheid van informatie** op Internet Ik ben een: man en ik ben jaar. vrouw en ik ben jaar. zeg ik liever niet. 2. Hoe lang mag uw kind per dag op internet? 0-30 minuten minuten 1-2 uur 2-3 uur 3-4 uur Meer dan 4 uur 3. Hoe vaak geeft u mediaopvoeding? Ik geef geen mediaopvoeding, ik zou niet weten hoe dat moet. Ik geef geen mediaopvoeding, ook al ken ik de mogelijke gevaren van internet. Ik geef soms mediaopvoeding. Ik geef vaak mediaopvoeding. 4. Kruis aan wat van toepassing is. Ik weet niet wat mijn kind op internet doet. Ik weet een beetje wat mijn kind op internet doet. Ik weet goed wat mijn kind op internet doet. Ik weet exact wat mijn kind op internet doet Mediaopvoeding is: de verantwoordelijkheid van ouders de verantwoordelijkheid van leerkrachten de verantwoordelijkheid van ouders en leerkrachten 6. Vanaf wanneer zouden kinderen op school mediaopvoeding moeten krijgen? Vanaf de onderbouw Vanaf de middenbouw Vanaf de bovenbouw Na de basisschool Juist of onjuist? Kruis het juiste antwoord aan. 1.Ik heb samen met mijn kind afspraken gemaakt over het gebruik van internet. 2. Mijn kind mag een profiel op internet hebben. (bv. op Hyves, Facebook, Twitter) 3. Ik besteed tijd om samen met mijn kind te internetten. 4. Mijn kind mag met onbekenden praten op Hyves/MSN (MSN is een programma om te kunnen chatten) 5. Mijn kind moet mij vertellen wanneer hij/zij vervelende berichten ontvangt via internet. 6. Mijn kind gaat op internet met anderen om op een manier zoals hij/zij zelf behandeld zou willen worden. 7. Als ouder weet ik wat school van mij verwacht m.b.t. mediaopvoeding. 8. School zou een protocol moeten hebben m.b.t. het gedrag op internet van leerlingen, leerkrachten en ouders. 9. Mijn kind zoekt via internet naar antwoorden op hun vragen (over bv. seksualiteit/pesten) 10. Een leerkracht mag kinderen toevoegen op een apart sociaal netwerk***. ist 11. Mijn kind mag zonder toezicht op internet met andere kinderen chatten. 12. Ik vind het lastig te bepalen wat mijn kind mag doen op internet. 13. Ik maak mijn kind bewust dat informatie** op internet niet altijd betrouwbaar is. 14. Ik weet wat mijn kind op internet plaatst. 15. Ouders moeten rekening houden met hun gedrag op sociale netwerken. Bedankt voor uw medewerking! Z.o.z. 53

54 Interview mediaopvoeding Doel interview: antwoord krijgen over wat de school van mij verwacht. Hoe de huidige situatie m.b.t. mediaopvoeding is, over mediaopvoeding gedacht wordt en wat wenselijk is om te ontvangen. Opname mogelijk? Duur interview: 15 minuten Mediaopvoeding Mediaopvoeding is dat deel van de opvoeding dat erop gericht is om kinderen bewust en selectief met het media-aanbod om te laten gaan en ervoor te zorgen dat ze de inhoud van dat aanbod kritisch kunnen beschouwen en op waarde weten te schatten. 26 Hoe kunnen de leerkrachten van groep 7 en 8 van de Werenfridus ervoor zorgen dat de kinderen van groep 7 en 8 volgens de normen en de waarden omgaan met internet? 1. Wat wordt er verstaan onder mediagebruik onder de kinderen van groep 7 en 8? 2. Wat zijn de normen en waarden op gebied van mediagebruik in van groep 7 en 8? 3. Hoe wil de school kinderen van groep 7 en 8 leren om te gaan met media? 4. Hoe wordt er nu aan mediaopvoeding gewerkt op de Werenfridus bij de kinderen van groep 7 en 8? 5. Wat zijn de normen en waarden bij mediagebruik volgens ouders, kinderen, leerkrachten en mezelf? Afstemming mindmap en begrippen daaruit halen 1. Wat is jullie ambitie op het gebied van mediaopvoeding? 2. Waarom is dit een ambitie van jullie? 3. Wat zijn de doelen? 4. Hoe wordt er naar mediaopvoeding gekeken binnen de basisschool? 5. Op welke manier wordt er al aandacht besteed aan het (leren) omgaan met media? 6. Hoe wil de school kinderen van groep 7 en 8 leren om te gaan met media? 7. Wat gebeurt er bij een situatie waar een grens is overschreden? (kan zijn: cyberpesten, pornografische beelden, schending van privacy) 8. Waarom is het, naast de ouders, een taak van de leerkrachten om mediaopvoeding aan te bieden? 9. Welke regels zijn er met betrekking tot gedrag bij internetgebruik in de groepen 7 en 8? 10. Is het wenselijk om een beleid te hebben over mediaopvoeding, dat praktisch uitvoerbaar is? 11. Voor wie moet dit beleid gelden? Alleen voor kinderen, leerkrachten, ouders of een combinatie? 12. Welke ondersteuning is beschikbaar en/of wenselijk op het gebied van het (leren) omgaan met media in de bovenbouw?

55 Bijlage 7. Protocol Mediawijsheid 01. Inleiding Mediaprotocol voor leerlingen Wij, <school> ressorterend onder het bevoegd gezag van stichting Katholiek Onderwijs De Dijken, willen dat onze leerlingen leren in schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, de betreffende informatie te ordenen en te beoordelen op waarde voor zichzelf en voor anderen. Als school leveren we een bijdrage aan het verantwoord gebruiken van het internet, e- mail en mobiele telefoons als informatie- en communicatiemiddelen door onze leerlingen. Deze middelen zijn een afspiegeling van de maatschappij: net als in de maatschappij moeten leerlingen leren wat goed is en wat niet goed is, wat kan en wat niet kan. Leerlingen worden daarom gewezen op omgangsvormen en het gebruik van deze informatie- en communicatiemiddelen. Wij zullen onverantwoord gedrag en/of gebruik zoveel mogelijk voorkomen zonder leerlingen alle verantwoordelijkheid uit handen te nemen. Het personeel zal leerlingen aanspreken op ongewenst gedrag (surf-, chat-, , mobiele telefoon, camera en mp3-speler et cetera) en ongewenst gebruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen (EIC-middelen). Onverantwoord gedrag en/of gebruik is gedrag en/of gebruik tegenstrijdig aan de doelstelling en identiteit van de school. Hierbij wordt in het bijzonder gedacht aan illegale toepassingen van bestanden, godslasterlijke, beledigende, aanstootgevende, gewelddadige, racistische, discriminerende, intimiderende, pornografische toepassingen, zinloos tijdverdrijf en/of andere toepassingen die strijdig zijn met de wet of als onethisch te karakteriseren zijn. 02. Uitgangspunten -De school bevordert het verantwoordelijkheidsgevoel bij leerlingen door de toegang tot informatie en communicatiemiddelen als internet en te begeleiden. -De school probeert binnen haar mogelijkheden te voorkomen dat ongewenste uitingen op school voorkomen. -De leerlingen hebben een eigen verantwoordelijkheid binnen de door de school gestelde kaders. De school ziet erop toe dat leerlingen verantwoord gebruik maken van informatie en communicatiemiddelen. Leerlingen worden na uitleg over verantwoord gebruik geacht deze afspraken te respecteren en zich hieraan te houden. Ongewenst en/of onverantwoord gebruik wordt bestraft. 03. Afspraken a. Internet Leerlingen mogen internet gebruiken voor het raadplegen van bronnen, zoeken naar content en het spelen van games, waarbij e.e.a. gerelateerd moet zijn aan onderwijsleerproces. Overige redenen dienen altijd in overleg met personeel te gebeuren. Het is niet toegestaan tijd op de computer te besteden aan zaken die geen verband houden of niet te maken hebben met het onderwijsleerproces of de school. Buiten schooltijd zijn de computers slechts toegankelijk met toestemming van personeel. Bij surfen op internet wordt niet bewust gezocht op zoekwoorden die te maken hebben met grof taalgebruik, agressie, seks en discriminatie. Op school wordt niet gechat of ge-msnt: niet voor-, onder- of na schooltijd, tenzij dit voor educatieve doeleinden wordt gebruikt, en alleen na toestemming personeel. Leerlingen worden geacht van tevoren met de leraar af te spreken wat ze op internet willen gaan doen. Leerlingen mogen slechts printen wat echt noodzakelijk is en slechts met toestemming van het personeel. Leerlingen mogen slechts downloaden wat echt noodzakelijk is en slechts met toestemmingvan het personeel. Leerlingen bezoeken geen websites waarvoor ingelogd moet worden tenzij met toestemming van het personeel. Voor iedereen geldt dat het niet is toegestaan om persoonlijke informatie zoals naam, adres, telefoonnummer, adres, wachtwoorden en pincodes te geven via internet, chatprogramma s en/of . Iedereen draagt er zorg voor dat alle persoonlijke informatie zoals nicknames, adressen, inlognamen en wachtwoorden verwijderd worden als wordt gestopt met werken op de computer. Leerlingen worden geacht meteen een personeelslid in te lichten als ze informatie tegenkomen waardoor ze zich niet prettig voelen of waarvan ze weten dat dat niet hoort. Leerlingen worden ook geacht personeel in te lichten als er minder leuke dingen gebeuren op internet, bijvoorbeeld als iemand wordt gepest. 55

56 b. Schoolwebsite Op de schoolwebsite wordt mogelijk informatie over/van leerlingen geplaatst. Er zal geen publicatie van gegevens op de schoolwebsite plaatsvinden van tot individuele leerlingen herleidbare informatie zonder toestemming van de betrokken ouders/verzorgers en/of leerlingen. De ouders/verzorgers en/of leerlingen moeten in de gelegenheid worden gesteld toestemming te verlenen voor publicatie van deze gegevens. De school verzamelt de namen van personen die geen toestemming verlenen zodat voorkomen kan worden dat eventuele gegevens op de website van de school terechtkomen. c. / chatten Leerlingen krijgen een adres van de school met de mogelijkheid tot chatten. Voordat een adres voor de leerlingen in gebruik wordt gegeven, wordt de ouders/verzorgers gevraagd akkoord te gaan met het aanmaken van een e- mailbox met bijbehorend adres. Indien ouders/verzorgers zich akkoord verklaren, onderschrijven zij ook de inhoud van deze afspraken. communicatie / chatcommunicatie heeft slechts plaats via deze schoolaccount. Het is niet toegestaan berichten / chatberichten te sturen of uit te lokken die geen verband houden met het onderwijs of de school. Indien dit wenselijk is, gebeurt dit altijd in overleg en na toestemming van personeel. Iedereen wordt geacht geen / chatberichten op te stellen, te verzenden of te beantwoorden waarbij men zich niet prettig voelt of waar dingen in staan waarvan men weet dat dat niet hoort. Het is niet toegestaan om via / chatberichten persoonlijke informatie en/of foto s van zichzelf of van anderen te versturen zonder toestemming van het personeel. Leerlingen mogen downloaden wat echt noodzakelijk is en slechts met toestemming van het personeel. d. Mobiele telefoons en mp3-spelers Mobiele telefoons (met of zonder camerafunctie danwel andere functies zoals internet) en mp3- spelers mogen in de school en op het schoolplein niet gebruikt worden. Dit geldt ook tijdens schoolactiviteiten die elders plaatsvinden. Onder niet gebruiken verstaan we dat het apparaat niet aanstaat (ook niet in de stand by stand) en dat deze niet in de hand gehouden mag worden, ongeacht of het apparaat aanstaat of niet. De apparaten worden bij voorkeur in de kluisjes /laatjes bewaard. Uitzondering op deze regel is als het apparaat gebruikt wordt voor educatieve doeleinden, welke vooraf door het personeel kenbaar worden gemaakt. 03. Eventuele maatregelen Mogelijke sancties zijn het tijdelijk verbieden om gebruik te maken van informatie en communicatiemiddelen. 04. Tot slot Van iedereen wordt verwacht dat zij zich houden aan deze afspraken en regels. Leerlingen zullen gewezen worden op het juiste gebruik van bijvoorbeeld internet maar ook van andere Elektronische Informatie & Communicatiemiddelen en de mogelijke gevolgen die verkeerd gebruik kan hebben. Hierbij is een belangrijke taak weggelegd voor het personeel die de gevaren bespreekbaar zal maken en houden. 56

57 Bijlage 8: online cummuniceer spel Thema: hoe maak je verantwoord gebruik van Internet? Doelgroep: groepen 7 en 8 basisschool. Tijd: minuten Lesdoel: Kinderen leren, aan de hand van situaties die op internet kunnen voorkomen, hoe zij verantwoord kunnen internetten. Werkvorm: bordspel voor 3 tot 9 spelers. (incl. 1 spelleider) Bij 3 spelers: 1 tegen 1 (met 1 spelleider) Bij 5, 7 of 9 spelers: 2 personen per team (met 1 spelleider) Bij 4, 6, of 8 spelers: 2 spelleiders Materialen: Spelbord Op de buitenrand van het spelbord worden drie verschillende categorieën in drie verschillende kleuren aangegeven. De categorieën zijn: mailen, chatten en Internetten. In het midden van het bord bevinden zich drie vakken, met daarop: OK, niet OK en???. Situatiekaartjes Per categorie zijn er situatiekaartjes waarop telkens een situatie wordt beschreven. 1 Dobbelsteen en 4 pilonnen Op de dobbelsteen moeten de kleuren staan die gebruikt zijn voor de verschillende categorieën. De overgebleven vakken kunnen gebruikt worden om zelf een kleur kiezen. Blaadje met pen:om de punten van de spelers/teams te noteren. Spelregels - Een speler gooit de dobbelsteen, pakt een kaartje in de kleur die gegooid is en leest het kaartje hardop voor. Als een speler op respect komt, mag hij een willekeurig kaartje pakken. Er mag niet terug gelopen worden. -De speler bepaalt of hij/zij de situatie op het kaartje wel of niet oké vindt. Hier wordt een argument bij gegeven. Bij een duidelijk argument verdient de speler één punt. Het kaartje wordt in het oké/niet oké vak gelegd. - Als er een speler niet eens is met de mening van de ander, klopt degene op tafel. Er vindt dan een discussie plaats. Degene die het kaartje heeft gepakt geeft nog meer argumenten om het punt alsnog te verdienen. Als dit niet lukt, ontvangt geen enkele speler bij dit kaartje een punt. - Als een speler het lastig vindt om te beoordelen, wordt het kaartje op het vraagteken neergelegd. Hier wordt geen punt mee verdiend. Dit kaartje kan aan het einde van het spel besproken worden. - Na 10 minuten legt de spelleider het spel stil. De spelers schrijven binnen één minuut maximaal vijf internetregels op die zij belangrijk vinden. De spelleider bepaalt wie de belangrijkste regels heeft opgeschreven. De speler of het team met de beste regels verdient 10 punten mee te verdienen. - Alle punten worden opgeteld en de winnaar wordt bekend gemaakt. De spelleider telt de punten van de spelers op bepaalt wanneer een discussie is gewonnen stopt het spel na 10 minuten beoordeelt op het einde wie de beste internetregels heeft opgeschreven 57

58 Chatten - MSN Je was gisteren aan het chatten met een meisje van jouw leeftijd. Nu blijkt dat meisje een jongen uit jouw klas te zijn. Hij vertelt nu lachend allerlei persoonlijke dingen van jou aan zijn vrienden. Je bent met je beste vriendin aan het MSN en. Tijdens jullie gesprek voegt zij plotseling jouw exvriendje toe. Je ouders hebben ruzie met elkaar. Je bent met een onbekende aan het chatten. Met die persoon kun je goed over de ruzie tussen je ouders praten. Je hebt een jong hondje gekregen. Je laat hem via je webcam aan al je vrienden zien. Na 3 weken chatten wil je dat meisje graag in het echt zien. Je Je hebt ruzie met een klasgenootje. Thuis kom je haar tegen maakt een afspraak met haar. op MSN Messenger. Je scheldt haar uit. Fatima en Simone hebben ruzie met elkaar op MSN. Ze Bram en Achmed hebben ruzie op de MSN. Bram eindigt het spreken af om het morgen na schooltijd verder uit te gesprek met de woorden: Wacht maar, morgen na school!. vechten. Je hebt een rotdag gehad op school. Je spreekt met je vriendin af om na school te MSN en. Dan kun je er met haar over praten. Je mag van je ouders elke dag 3 uur MSN en. Je moeder kijkt regelmatig over je schouder mee als je aan het MSN en bent. Iemand in een chatbox vraagt aan jou op welke school je zit. Iemand in een chatbox stuurt jou de ringtone die je graag wil hebben. Iemand in een chatbox vraagt je of je wel eens met iemand naar bed bent geweest. Iemand heeft jouw foto op Internet gezien. Hij zegt dat je zó mooi bent, dat je wel fotomodel kan worden. Hij wil een afspraak met je maken. Je bent 14. Je vindt het stoer om in een chatbox te zeggen dat je 18 bent. Frits vraagt aan een meisje dat hij leuk vindt of zij haar blouse uit wil doen voor de webcam. Je mag van je ouders elke dag een half uur MSN en. Je vader bekijkt op de computer de gesprekken die jij op MSN hebt gevoerd. Je vindt het gemakkelijk om in een chatbox over je problemen te praten. Je hebt seksuele voorlichting gehad op school. In de klas vind je het niet prettig om vragen te stellen. Straks wel in een chatbox. Om je vriendin te helpen, geef je het mailadres van de vriend van je broer waar zij verliefd op is. Je hebt een nieuwe bikini. Je trekt hem aan en laat hem via de webcam aan je vrienden zien. en Een van je klasgenoten mailt rond dat hij jullie leraar een homocafé binnen heeft zien gaan. Een klasgenoot stuurt een grapje per mail rond. Klik hier. Als je klikt, verandert de cursor in een piemel die je niet verwijderen kan. Een klasgenoot mailt naar een dikke jongen een foto van een varken. Het is uit met je vriendje. Hij heeft op een foto van een naakte dame jouw hoofd geplakt en stuurt die per mail naar al zijn vrienden. Je geeft het password van je mailbox aan je vriendin. Mail van onbekenden verwijder ik meteen uit mijn mailbox. Je vriend stuurt een foto van zichzelf. Je vindt hem zo mooi dat je de foto doorstuurt naar je vriendin. Je ouders willen dat jij aan hun je mail laat lezen. Een jongen vroeg het mailadres van mijn vriendin. Ik heb het hem gegeven. Je hebt leuke foto s van de vakantie. Je broertje stuurt een foto van jou in je bikini naar al zijn vrienden. Je hebt ruzie met een jongen uit de klas. Om hem te pesten stuur je een mailtje rond dat hij verkering heeft met het lelijkste meisje van de school. Jullie hebben een leuke jonge mentor. Met Valentijnsdag besloot een aantal jongens haar een digitale liefdeskaart te sturen. Als je met een probleem zit kun je je mentor ook s avonds mailen. Dat heeft hij zelf gezegd. Het is uit met je vriendin. Je komt erachter dat zij een foto waarop jullie staan te zoenen, aan iedereen heeft g d. Je bent boos op een klasgenoot, je stuurt diegene een virus per mail. Je vriend moet een mailtje versturen. Je geeft hem je password zodat hij jouw computer kan gebruiken. Je hebt een mailtje van een onbekende afzender. Je bent nieuwsgierig wat erin staat. Je opent het mailtje. Je hoort dat een jongen van school morgen wil gaan vechten. Je mailt dit naar al je klasgenoten. Je moeder vindt dat zij jouw password moet weten. Je stuurt een mailtje naar je beste vriend waarin jij hem vertelt over een ruzie thuis. Hij stuurt het door naar al je andere vrienden. Je bent boos op een klasgenoot. Je stuurt een mailtje naar diegene waarin je heel veel scheldwoorden gebruikt. Internetten 58

59 In het computerlokaal laat de leerkracht jullie zien hoe je snel pornosites kunt vinden. De leerkracht vertelt in de klas dat er onder jouw wachtwoord pornosites zijn bezocht. Je weet zeker dat jij dat niet gedaan hebt. Tijdens de computerles wordt er stiekem maar sekssites gesurft. Op school zit moet er altijd een webfilter op de computer zitten. Als je iets opzoekt over honden verschijnt er een popup van een sekssite in beeld. OK of niet OK? Je kunt alles over zwangerschappen op Internet opzoeken. Op de sportdag worden foto s gemaakt. Ook in de kleedkamer. Deze foto s komen op website van de school. Je ouders zetten een Internetfilter op jullie computer. Op je eigen webpagina (bijvoorbeeld Hyves.nl) mag je de foto s zetten die jij wilt. Je ouders hebben de computer in de woonkamer gezet. Van je ouders mag je twee keer per week Internetten. Als je vragen hebt over seks, dan zoek je de antwoorden op Internet. Ouders moeten zorgen dat je niet verslaafd raakt aan Internet. Iedereen bij ons thuis heeft een eigen computer met Internet. Via een site stuur je een anoniem mailtje naar een vriend waar je boos op bent. Via de treitersite heb je goede ideeën gekregen hoe je iemand kan pesten. Je zet de naam van een stomme klasgenoot op een pestsite. Op Internet moet je alle sits die je wil kunnen bekijken. Van je ouders mag je zolang op Internet als je zelf wilt. Via een site kun je anonieme mailtjes sturen. Een leerkracht is vertrokken naar India. Via een website word je op de hoogte gehouden van wat hij daar doet. Je vindt het leuk om treiterenafzeiksites te bezoeken. Via de site van de politie kun je aangifte doen omdat je bedreigd wordt via je mail. Op school worden regels gemaakt om veilig te kunnen Internetten. Tip: Sluit het spel af met een protocol waarin samen regels worden afgesproken. 59

60 Bijlage 8.1 Op onderstaande foto s is te zien hoe een groepje kinderen het Hyvesspel Respect spelen. 60

61 Bijlage Wat wordt er verstaan onder mediagebruik onder de kinderen van groep 7 en 8? Kinderen maken veel gebruik van nieuwe en oude media. Kinderen zijn op internet bezig met sociale media, surfen, video op internet, online gaming en en. Bellen/sms en is onder de kinderen van groep 7 en 8 ook nog niet populair. Kinderen maken weinig gebruik van oude media, zoals: tijdschrift, krant, boek en radio. Ze zijn nieuwsgierig naar wat internet te bieden heeft. Kinderen zijn bezig met interactieve media. Kinderen spelen spellen op internet, bekijken en beluisteren muziekvideo s. Toch is het volgens het boek Homo Zappiens. Growing Up In A Digital Age 27 lastig te bepalen waar kinderen gebruik van maken, omdat dit blijft veranderen. Zoals eerst de televisie een grote rol in het leven van kinderen speelde, zo komt nu internet dat meer te bieden heeft. Vanuit het literatuuronderzoek kan ik concluderen dat sociale media en interactieve games populair zijn onder de kinderen tussen de 8-12 jaar. 2. Wat zijn de normen en waarden op gebied van mediagebruik in van groep 7 en 8? De normen en waarden op gebied van mediagebruik kunnen voor iedereen verschillen. Zo zegt de theorie dat het belangrijk is om als school schoolbreed afspraken te hebben over mediaopvoeding. De leerkracht zorgt dat deze regels gehandhaafd worden. 28 Mijn praktijkonderzoek liet merken dat ouders ook verantwoordelijk moeten zijn bij het geven van mediaopvoeding. Daarom is het voor de school, kinderen en ouders prettig als er een beleid is met afspraken en regels. Zo weet iedereen waar hij/zij aan toe is. De school wil zich ook met betrekking tot internet zich houden aan de drie basisregels: We gaan met een vriendelijke manier met elkaar om gaan, we zijn samen verantwoordelijk voor een rustige sfeer en we gaan zuinig om met eigen- en andermans spullen. 3. Hoe wil de school kinderen van groep 7 en 8 leren om te gaan met internet? Uit het interview met de directie en uit de enquête onder de bovenbouwleerkrachten, kan ik het volgende opmaken: de school wil ervoor zorgen dat kinderen met de normen en waarden van de school omgaan met internet. De school wil graag de kinderen leren hoe zij goed met media en sociale media om moeten gaan. Hoe dit eruit zou moeten zien, is niet bekend. De school weet niet goed hoe het aandacht moet geven als we het hebben over mediaopvoeding. Ook kan de eigen vaardigheid een hindernis zijn om mediaopvoeding aan te bieden. Het is van belang dat leerkrachten zelf weten hoe zij internet op de juiste manier moeten gebruiken. Dus om de kinderen op de juiste manier om te laten gaan met internet, is het van belang dat de leerkracht ook weet wat hij doet. De regels die op school gelden, moeten schoolbreed bekend zijn en gehandhaafd worden. Het mediawijsheid protocol komt niet overigens overeen met de visie van de school. 4. Hoe wordt er nu aan mediaopvoeding gewerkt op de Werenfridus bij de kinderen van groep 7 en 8? Er wordt mediaopvoeding gegeven in de groepen 7 en 8. Dit is niet geïntrigeerd in het lesprogramma. De leerkrachten van groep 7 en 8 zijn zich ervan bewust wat internet te bieden heeft. Ieder heeft een eigen mening over wat belangrijk is en wat minder belangrijk is. Zo is het belangrijk dat kinderen moeten leren dat internet niet altijd betrouwbaar is. Schoolbreed leren de kinderen hoe zij moeten omgaan met de computer. Er wordt minder aandacht besteed aan hoe de kinderen om moeten gaan met internet. 5. Wat zijn de normen en waarden bij mediagebruik volgens ouders, leerkrachten en mezelf? 27 Vrakking, B., & Veen, W. (2006). Homo zappiens: growing up in a digital age. London: Network Continuum Education

62 Een norm is een regel wat je met elkaar kunt afspreken. En waarde is wat je het waard vindt. Net zoals onze basisregels gaan we met een vriendelijke manier met elkaar om, we zijn samen verantwoordelijk voor een rustige sfeer en we gaan zuinig om met eigen- en andermans spullen. Deze drie regels koppelen we ook naar het gedrag op internet. Het is een soort paraplu waar je alle begrippen aan kunt hangen., aldus de directeur. Ook ouders en vinden dat er een protocol zou moeten komen m.b.t. mediaopvoeding en sociale netwerken. Zo weet iedereen die in relatie staat met de school waar hij of zij aan toe is. In een protocol zouden de normen en waarden, de drie basisregels, centraal moeten staan. De bovenbouwleerkrachten vinden het belangrijk dat er aandacht wordt besteed aan respect op internet, privacy, cyberpesten, bewustwording van jezelf (hoe kom je over?), verschil tussen realiteit en de virtuele wereld en bewustwording van berichtgeving (van jezelf en anderen op internet). Ook moeten kinderen leren wat geschikte informatie voor hen is. Bijlage 9: Lessenserie, spel en aanbevelingen. Les 1: Wie wil je zijn op internet?? In deze les zorg ik ervoor dat de kinderen bewust worden van zichzelf op Hyves. Hoe komt het kind over? Wat is geschikte informatie om op je profiel te zetten en welke privacyinstelling is geschikt voor jouw profiel? De kinderen gaan aan de slag met een eigen productie. Dit kan een video, foto of een reclame zijn. Lesdoelen: De leerling gebruikt informatie juist en creatief. De leerling kan geschikte media kiezen om te communiceren en te presenteren. De leerling weet dat combinaties van verschillende soorten informatie zoals tekst, beeld, geluid leiden tot een sterkte productie. De leerling weet dat vorm en inhoud van mediaproducties elkaar kunnen ondersteunen en versterken. De leerling kan structuur aanbrengen in zijn mediaproductie. Les 2: Geschikte en betrouwbare informatie In deze les leren kinderen informatie op internet te beoordelen. Dit gaat bijvoorbeeld om reclames die op Hyves te zien zijn. Maar ook het contact met een onbekende komt aan bod. Is degene die tegen je praat wel werkelijk wie hij/zij is? Lesdoelen: De leerling kan onderscheid maken tussen media als foto, film, video, televisie, computer, en internet. De leerling kan onderscheid maken tussen media met een inhoud van fictie of non-fictie De leerling kan onderscheid maken tussen media op grond van thema s en genres. De leerling kan de kwaliteit van een informatiebron beoordelen. De leerling bepaalt juistheid, relevantie en volledigheid van de informatie. De leerling houdt feit, mening en perspectief uit elkaar. De leerling herkent onjuiste en misleidende informatie. 62

63 Les 3: Respect! In deze les wordt er aandacht besteed aan berichtgeving van kinderen op Hyves. Wat zijn geschikte berichten om te sturen en wat niet? Hoe ga je met berichten om die jij ontvangen hebt of gelezen hebt? Lesdoelen: De leerling kan ethisch verantwoord via media communiceren en presenteren. De leerling kan rekening houden met de wensen en verwachtingen van de ontvanger. De leerling kan bij het maken van een mediaproductie bewust esthetische aspecten hanteren. De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren (kerndoel 54). De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren (kerndoel 55). Les 4: Lipdub/maandjournaal In deze les leren de kinderen wat er bij komt kijken als je zelf een film/videoproductie wil maken. Een lipdub is een filmpje waarbij een groep mensen aan één stuk door gefilmd worden. De groep playbackt en na het filmen wordt het originele nummer waarop geplayblackt is onder het filmpje gezet. De kinderen mogen ook een maandjournaal maken over gebeurtenissen Lesdoelen: De leerling gebruikt informatie juist en creatief. De leerling kan geschikte media kiezen om te communiceren en te presenteren. De leerling weet dat combinaties van verschillende soorten informatie zoals tekst, beeld, geluid leiden tot een sterkte productie. De leerling weet dat vorm en inhoud van mediaproducties elkaar kunnen ondersteunen en versterken. Les 5: Glogster De kinderen leren door glogster een eigen digitale poster te maken. Deze poster zal een samenvatting worden van de lessenserie. Wat hebben de kinderen geleerd? Wat zijn belangrijke regels? Het is een Engels programma, dus de kinderen hebben hier hulp bij nodig. Spel 1: Online communiceer-spel Lessuggestie van Mijn leerling online.(zie bijlage 8) Overige suggesties voor de school. Ik ben een aantal boeken tegengekomen tijdens het onderzoek waar de school iets aan zou kunnen hebben. Dit zijn leesboeken, strips en voorleesboeken en deze boeken zijn geschikt voor de kinderen tussen de 8 en 12 jaar. Caja Cazemier Vamp pas op voor de webcam Marion van de Coolwijk Meiden zijn gek op chatten Marlies Slegers Webcams, vriendjes en andere Hieke van der Werff Netty van Kaathoven Ik weet je te vinden Joost Heyink Het Web Annemarie Bon Chatten Vrouwke Klapwijk Koosje mist de mail Helen Vreeswijk Chatroom SUSKE en WISKE: De Sinisere Site SUSKE en WISKE: De Game Goeroe 63

64 Bijlage 10.1: mediaopvoeding Mediaopvoeding op de Werenfridus Kinderen, ouders en leerkrachten krijgen dagelijks te maken met media. Kranten, televisie, telefonie en internet zijn populaire media. De school werkt met deze media en het is van belang dat we weten hoe we daarmee om moeten gaan. Wij willen dat onze leerlingen leren via schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, de betreffende informatie te ordenen en te beoordelen op waarde voor zichzelf en voor anderen. De school bevordert het verantwoordelijkheidsgevoel bij leerlingen door de toegang tot informatie en communicatiemiddelen te begeleiden. De leerlingen leren hoe zij verantwoord gebruik kunnen maken van media. Kinderen leren bijvoorbeeld hoe zij media kunnen presenteren door middel van een krantenbericht. Tijdens dit leerproces staan de drie basisregels en verschillende thema s centraal. Het doel is om de kinderen op een verantwoorde manier om te laten gaan met media. Zo hebben kinderen een eigen verantwoordelijkheid om gebruik te maken van informatie en communicatiemiddelen. Hier wordt meer over beschreven in het sociale mediabeleid. Op de schoolsite worden regelmatig verhalen, foto s en/of video s gepubliceerd van activiteiten binnen de school. Hier gaan wij zorgvuldig mee om. Het is daarom van belang dat u weet dat op deze beelden leerlingen te zien kunnen zijn. Als u wil dat uw kind niet op de site wordt geplaatst, kunt u dit aangeven bij de directie. De school verzamelt de namen van personen die geen toestemming verlenen, zodat voorkomen kan worden dat eventuele gegevens op de website van de school terechtkomen. Zoals wij zorgvuldig met uw privacywensen omgaan, verwachten wij dat u ook zorgvuldig omgaat met informatie met betrekking tot school. Wij verzoeken u daarom dan ook toestemming aan de school te vragen als u iets online wilt publiceren dat gerelateerd is aan school. In de middenbouw leren de kinderen hoe zij moeten omgaan met een computer. Dit gebeurt door het programma BasisBits. Daarnaast mogen leerlingen internet gebruiken voor het raadplegen van bronnen en het spelen van spellen die gerelateerd zijn aan het onderwijsproces. Kinderen mogen alleen met mobiele telefoons, ipods en mp3- spelers buiten school omgaan, tenzij de leerkracht toestemming heeft gegeven om het mee te nemen voor educatieve doeleinden. We gaan met een vriendelijke manier met elkaar om. We zijn samen verantwoordelijk voor een rustige sfeer. We gaan zuinig om met eigen- en andermans spullen. 64

65 Bijlage 10.2: sociale mediaopvoeding Sociale mediaopvoeding op de Werenfridus Op de Werenfridus wordt er met computers gewerkt en daarom leren de kinderen vaardigheden op school, zodat de kinderen weten hoe zij met een computer om moeten gaan. De computer biedt veel mogelijkheden. En door het internet komen daar steeds meer mogelijkheden bij. Als school willen we een bijdrage leveren aan het verantwoord gebruiken van het internet, en sociale netwerken. Leerlingen worden gewezen op omgangsvormen en het gebruik van informatie- en communicatiemiddelen. Om ervoor te zorgen dat kinderen weten hoe zij met bijvoorbeeld sociale netwerken om moeten omgaan, wordt er aandacht besteed aan sociale mediaopvoeding in de bovenbouw. Bij sociale mediaopvoeding op de Werenfridus leren de kinderen de juiste competenties te verwerven om te begrijpen hoe de media werken, hoe je sociale mediaboodschappen leest, hoe je met sociale media communiceert en creëert. Bovendien leren de kinderen hoe je met sociale media strategisch aan de slag kunt gaan. Sociale mediaopvoeding is een taak van ouders en leerkrachten. Hierbij horen regels en afspraken waar kinderen zich aan moeten houden. Het normen en waarden patroon wat de school vertegenwoordigt, hoort op elk vlak thuis, dus ook op de mediaopvoeding. Ouders, leerkrachten en kinderen hebben hier baat bij. Zo weten we wat er van elkaar verwacht wordt. Dus óók wanneer we op sociale media zitten, gaan we uit van de drie basisregels: We gaan met een vriendelijke manier met elkaar om. We zijn samen verantwoordelijk voor een rustige sfeer. We gaan zuinig om met eigen- en andermans spullen. Wij verwachten dat de kinderen de regels respecteren. De kinderen moeten zich houden aan de afspraken die gemaakt zijn tijdens het leerproces. Op de volgende pagina is te lezen welke regels we hanteren bij de sociale mediaopvoeding. Er is hier een aantal thema s aan verbonden die terugkomen in de lessen in groep 7 en 8. 65

66 In de groepen 7 en 8 wordt er aandacht besteed aan de volgende regels die op sociale media belangrijk zijn, namelijk: Gedraag je op internet net zoals in real life. Houd persoonlijke informatie voor jezelf. Let op dat mensen zich anders voor kunnen doen dan ze werkelijk zijn. Let op hoe je kunt overkomen op internet. Kijk kritisch naar informatie en reclame. Praat met je ouders/leerkracht als er iets vervelends is gebeurd. Open alleen betrouwbare sites. Vreemde of onbekende mailtjes kunnen virussen bevatten. In de bovenbouw worden er lessen gegeven die aansluiten op de sociale mediaopvoeding. Deze lessen zijn gebaseerd op het sociale netwerk Hyves, omdat dit sociale netwerk het populairst in onder de kinderen. De eerder beschreven regels kunnen we koppelen aan verschillende thema s die belangrijk zijn als er op internet gewerkt wordt, namelijk: Respect Privacy Cyberpesten Bewustwording van jezelf (hoe kom ik over/ hoe kan ik over komen?) Verschil tussen realiteit en de virtuele wereld Bewustwording van berichtgeving (van jezelf en anderen op internet) Weten wat geschikte informatie is 66

67 Bijlage 11: Lessenserie sociale media Les 1: Wie wil je zijn op internet?? Privacy Bewustwording van jezelf (hoe kom je over?) Lesdoelen (zie Leren op de werkplek hoofdstuk 8) Algemene doelen De leerling gebruikt informatie juist en creatief. De leerling kan geschikte media kiezen om te communiceren en te presenteren. De leerling weet dat combinaties van verschillende soorten informatie zoals tekst, beeld, geluid leiden tot een sterkte productie. De leerling weet dat vorm en inhoud van mediaproducties elkaar kunnen ondersteunen en versterken. De leerling kan structuur aanbrengen in zijn mediaproductie. Concrete, vakgerichte doelen (groep en subgroepen) Aan het einde van de les weten de kinderen dat zij hun persoonlijke informatie voor zichzelf moeten houden. Aan het einde van de les weten de kinderen dat zij anders over kunnen komen op internet dan zij zelf denken.

68 De Les Organisatorische aspecten: -Voorbereiding Materialen Belangrijke aspecten van je les (o.a. acties om de les en leerdoelen te bereiken) De lessenserie wordt geïntroduceerd in een gespreksvorm. Dit kan in de kring, maar kan ook in hun groepje. Hyvesaccount (papiraal) Vertel de kinderen dat er in de komende twee weken meer aandacht besteed wordt aan sociale media in de groep. De kinderen leren de komende periode hoe je over kunt komen op internet, wat betrouwbare informatie is en hoe je op een verantwoorde manier kan communiceren met elkaar op internet. Vertel de kinderen dat Hyves steeds populairder wordt. Maar wat is Hyves eigenlijk? (Hyves is een sociaal netwerk. Je kunt je eigen hyvespagina aanmaken en vrienden toevoegen en/of accepteren.) Ga in gesprek met de kinderen. Je kunt hierbij een woordspin o.i.d maken. Vragen die gesteld kunnen worden in het kringgesprek: Wie heeft er een profiel op Hyves? Waarom heb je wel/niet een profiel op Hyves? Wat doe je op Hyves? Hoe ziet jouw profiel eruit? Wat zet je erop/wat houdt je voor jezelf? En hoe denken anderen die jouw profiel kunnen zien? Geef jouw profiel een goed beeld van wie jij bent? Denken de leerlingen dat mensen de waarheid spreken op Hyves? Of doen ze zich anders, beter of mooier voor dan dat ze in werkelijkheid zijn? Zo niet, wat verstaan ze dan onder vrienden? En wat is het verschil tussen een offline vriend en een virtuele(hyves)vriend? En wat zegt een foto of gebruikersnaam over jou? In deze les zorg je ervoor dat de kinderen bewust worden van zichzelf op Hyves. Hoe komt het kind over? Wat is geschikte informatie om op je profiel te zetten en welke privacyinstelling is geschikt voor jouw profiel? De kinderen gaan een Hyvesprofiel aanmaken, alleen dit gebeurt op papier. Wat zouden ze over zichzelf schrijven? Welke vrienden zouden ze toevoegen en wie mag er krabbelen? Zie werkblad 1. Welke gegevens vind je niet erg om te delen? Waarom niet? Welke gegevens mogen anderen niet van je weten? Waarom niet? 68

69 Les 2: geschikte en betrouwbare informatie Thema: Verschil tussen realiteit en de virtuele wereld Bewustwording van berichtgeving (van jezelf en anderen op internet) Weten wat geschikte informatie is Lesdoelen (zie Leren op de werkplek hoofdstuk 8) Algemene doelen De leerling kan onderscheid maken tussen media als foto, film, video, televisie, computer, en internet. De leerling kan onderscheid maken tussen media met een inhoud van fictie of non-fictie De leerling kan onderscheid maken tussen media op grond van thema s en genres. De leerling kan de kwaliteit van een informatiebron beoordelen. De leerling bepaalt juistheid, relevantie en volledigheid van de informatie. De leerling houdt feit, mening en perspectief uit elkaar. De leerling herkent onjuiste en misleidende informatie. Concrete, vakgerichte doelen (groep en subgroepen) Aan het einde van de les weten de kinderen dat reclame niet altijd betrouwbaar is. Aan het einde van de les weten de kinderen dat reclamemakers een reclame zo aantrekkelijk mogelijk willen maken en daar een misleidende reclame voor kan maken. Aan het einde van de les zijn de kinderen zich er van bewust dat foto s op internet snel verspreid kunnen worden. Aan het einde van de les weten de kinderen dat zij kritisch moeten kijken naar informatie op internet en niet moeten uitgaan dat alles op internet correct is. Les Organisatorische aspecten: -Voorbereiding - Materialen 1. (dove) 2.http://www.youtube.com/watch?v=2moeYnlLaqQ&feature=BFa&list=PL19497E2683C1F BDE&lf=mh_lolz (kia) 3.http://www.youtube.com/watch?v=MYuugDOX3Us&feature=BFa&list=PL19497E2683C1 FBDE&lf=mh_lolz (kuddegedrag) 4.http://www.youtube.com/watch?v=tNDd_lObee4&feature=BFa&list=PL19497E2683C1FB DE&lf=mh_lolz (kuddegedrag) 5. Site om kinderen, vooral meisjes, bewust te laten worden van wat er met (profiel)foto s kan gebeuren. 69

70 Belangrijke aspecten van je les (o.a. acties om de les en leerdoelen te bereiken) In deze les leren kinderen informatie op internet te beoordelen. Dit gaat bijvoorbeeld om reclames die op Hyves te zien zijn. Maar ook het contact met een onbekend iemand komt aan bod. Is degene die tegen je praat wel werkelijk wie hij/zij is? - Vertel de kinderen dat zij deze les gaan leren dat niet alles op internet betrouwbaar is. Ook leren zijn informatie op internet te beoordelen. Dit kan gekoppeld worden naar het d.c. verslag. Halen kinderen zomaar informatie van internet af of kijken ze hier kritisch naar?de kinderen leren ook kritisch te kijken naar reclame op Hyves. - Vervolgens kun je de fotoshop reclame zien van Dove. (Filmpje 1)Wat valt de kinderen op? Hadden ze verwacht dat er zoveel veranderd wordt aan de originele foto? Vraag de kinderen hoe ze zich hierbij voelen. Hoe is dat bij andere reclames? - Reclames geven dus niet altijd een goed beeld van de werkelijkheid. Luister maar eens goed naar de reclame van filmpje 2 over Kia. Hierin wordt de klant op het verkeerde spoor gebracht. Vertel dat dit ook op Hyves kan gebeuren. -Wat zou er op Hyves onbetrouwbaar kunnen zijn? Denk hierbij aan reclam. Hoe kijken kinderen naar de reclames? Wat voor reclames zijn er op hyves te vinden? Laat de kinderen filmpje 4 zien. (0:00-07:40) De kinderen zien dus dat mensen heel gevoelig voor elkaar zijn. Als je afwijkt van de groep, voelt dat niet fijn en pas je je sneller aan. (Filmpje 4). Dit kan ook zo zijn met bijvoorbeeld profielfoto s. Steeds meer kinderen zetten zelfgemaaktefoto s op hun profiel. Op de site kun je de kinderen bewust laten maken dan sommige personen naar specifieke foto s zoeken om deze vervolgens op deze site te zetten. En hoe kijken ze naar onbekende personen op Hyves? Op internet hebben kinderen immers al snel het gevoel dat ze iemand kennen. Maar wanneer is iemand eigenlijk een vriend op internet? En kennen de leerlingen alle personen in hun vriendenlijst? Vervolgens gaan de kinderen aan de slag met de situatie tussen Sweet-princes en naughtymooiboy. Deze twee personen komen de volgende lessen ook aan bod. Maar de kinderen gaan kijken hoe zo n online ontmoeting op Hyves kan zijn. Bespreek de nicknames van deze twee personen. Wat voor reacties/vooroordelen kun je hierbij opwekken? Is het een geschikte naam? Laat vervolgens het gesprek zien tussen deze twee personen. Naugty-mooiboy kan door een jongen voorgelezen worden en sweet-princess door een meisje. In het verhaal komen de volgende vragen naar voren: + Zouden ze hun adres doorgeven? Waarom (niet)? + Zouden ze hun naam, leeftijd, hobby s op internet zetten? Waarom (niet)? + Zouden ze hun adres en telefoonnummer doorgeven? Waarom (niet)? + Zouden ze foto s doorsturen? Welke wel en welke niet? Waarom? + Zouden ze afspreken met een internetvriend(in)? Waarom (niet)? + Welke tips heb je voor de jongen en het meisje uit het verhaal? Herhaal nog eens dat het gevaarlijk kan zijn om af te spreken met iemand die je op Hyves hebt ontmoet. Je weet immers in het geval van Sweet-princesz en Naughty-mooiboy niet of ze beiden de waarheid spreken. 70

71 Les 3: Respect! Thema: Respect Cyberpesten Bewustwording van jezelf (hoe kom je over?) Bewustwording van berichtgeving (van jezelf en anderen op internet) Weten wat geschikte informatie is Lesdoelen (zie Leren op de werkplek hoofdstuk 8) Algemene doelen Concrete, vakgerichte doelen (groep en subgroepen ) De Les Organisatorische aspecten: -Voorbereiding -Materialen De leerling kan rekening houden met de wensen en verwachtingen van de ontvanger. De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren (kerndoel 54). De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren (kerndoel 55). Aan het einde van de les weten de kinderen hoe zij op een verantwoorde manier met online communicatiemiddelen moeten omgaan; Aan het einde van de les weten de kinderen dat mensen zich anders kunnen dan ze werkelijk zijn. Aan het einde van de les weten de kinderen dat zich op internet hetzelfde zouden moeten gedragen zoals in real life. Aan het einde van de les weten de kinderen dat je aangifte kun doen van bedreigingen op internet. Aan het einde van de les weten de kinderen dat het versturen van kettingkrabbels/mailtjes zonde van je tijd is en dat dergelijke mailtjes virussen kunnen bevatten. Aan het einde van de les weten de kinderen dat er van geplaatste foto s misbruik gemaakt kan worden. Zorg ervoor dat de tekst van werkblad (les 3) situaties klaar staat op het HD-bord. Dit moet voor iedereen leesbaar zijn. Filmpje Sire: Filmpje aangifte cyberpesten Filmpje foto verspreiding :http://www.youtube.com/watch?v=dwkgg35ybc4&feature=bfa&list=pl19497e2683c1fbde&lf= mh_lolz 71

72 Belangrijke aspecten van je les (o.a. acties om de les en leerdoelen te bereiken) Introductie: Vertel de kinderen dat in deze les aandacht wordt besteed aan berichtgeving van kinderen op Hyves. Ze hebben zelf ervaring met het chatten, maar doen ze dat op een verantwoorde manier? Vertel de kinderen ook dat ze leren hoe zij om ongewenste berichten om kunnen gaan. Wat zijn geschikte berichten om te sturen en wat niet? Hoe ga je met berichten om die jij ontvangen hebt of gelezen hebt? Kern: Vertel de kinderen dat zij deze les gaan leren hoe zij om moeten gaan met online communiceren. Laat het filmpje van sire zien. Dit filmpje gaat over cyberpesten. Vertel na het filmpje dat er op Hyves en MSN veel gepest kan worden. Ga hier met de kinderen over in gesprek. Wie heeft er ervaring met pesten op internet? Dit kunnen gepeste kinderen zijn, maar ook de pesters zelf. Geef de kinderen mogelijkheid om te vertellen over deze ervaring. Hoe gaan de kinderen met deze berichten om? Vertel de kinderen dat het voor pesters makkelijk is om online te pesten. Ze kunnen zich anders voordoen en ze kunnen eventueel anoniem blijven. Vraag de kinderen of ze weten wat ze moeten doen als er een ongewenst bericht naar hen gestuurd is. Als de kinderen niet weten wat zij kunnen doen met ongewenste berichten, kun je de kinderen vertellen dat zij het volgende kunnen doen. - Ga er niet op in. - Sla de berichtjes altijd op. Dit kan via Hyves niet, maar maak dan een prnt scrn (print screen) van de ongewenste berichten en plak het in een Word document. - Vertel het je ouders/leerkracht - Je kunt aangifte doen van cyberpesten. Laat hierbij het filmpje over aangifte zien. Attendeer de kinderen op het feit dat foto s van hun profiel gehaald kan worden en hier misbruik gemaakt kan worden. Surf voor een voorbeeld naar om te zien hoe foto s op een (ondertussen) bekende site geplaatst worden. Maak de kinderen bewust dat zij ook geen pikante foto s moeten doorsturen naar hun vriend/vriendin. Als voorbeeld: h_lolz Ga vervolgens met de kinderen in gesprek. Doe dit aan de hand van vijf situaties die op het HDbord staan. De kinderen gaan hiermee samenwerken. Per situatie worden er 4-5 vragen gesteld die de kinderen kunnen beantwoorden d.m.v. overleg. Één situatie wordt voorgelezen en vervolgens krijgen de kinderen een minuut de tijd om te overleggen hoe zij over deze situaties denken. Na één minuut wordt een willekeurig kind gevraagd hoe het groepje erover dacht. De beurt kan ook aan nog een groep gegeven worden, waar één kind vertelt over wat er besproken is. Afsluiting: Controleer of de doelen van de les zijn behaald. Doe dit door het volgende: Vraag de kinderen hoe zij op een verantwoorde manier met online communicatiemiddelen moeten omgaan. (gedraag je hetzelfde zoals je ook in het echt doen, dus net zoals in real life. Laat de kinderen vertellen over het feit dat mensen zich anders kunnen dan ze werkelijk zijn. Laat de kinderen vertellen wat zij kunnen doen als zij een ongewenst bericht hebben ontvangen. (Vertellen aan ouders/politie) Laat de kinderen vertellen waarom ze geen kettingkrabbels/mailtjes moeten openen en door moeten sturen. (i.v.m. virussen) Laat de kinderen vertellen waarom je goed moet nadenken over welke je foto s je plaatst op internet. (www.antiduckface.com). 72

73 Bijlage les 3: Wensen en Grenzen Les 4: Lipdub (als er tijd voor is en de materialen aanwezig zijn) Thema: Bewustwording van jezelf (hoe kom je over?) Bewustwording van berichtgeving (van jezelf en anderen op internet) Lesdoelen (zie Leren op de werkplek hoofdstuk 8) Algemene doelen De leerling gebruikt informatie juist en creatief. De leerling kan geschikte media kiezen om te communiceren en te presenteren. De leerling weet dat combinaties van verschillende soorten informatie zoals tekst, beeld, geluid leiden tot een sterkte productie. De leerling weet dat vorm en inhoud van mediaproducties elkaar kunnen ondersteunen en versterken. Concrete, vakgerichte doelen (groep en subgroepen) Aan het einde van de les weten de kinderen dat een lipdub een filmpje is dat in één shot is opgenomen. Hierin playbacken deelnemers het nummer en presenteren zichzelf en de school op een enthousiaste manier. Aan het einde van de les weten de kinderen dat je bij een lipdub een goed nummer moet uitkiezen, zodat het draaiboek gemaakt kan worden. Aan het einde van de les weten de kinderen dat bij een filmproductie veel komt kijken m.b.t. organisatie. De Les Organisatorische aspecten: -Voorbereiding -Materialen Belangrijke aspecten van je les (o.a. acties om de les en leerdoelen te bereiken) Er zijn op internet verschillende lipdubs te vinden. Ga naar en typ lipdib. Kies een geschikte voor de klas. In deze les leren de kinderen wat er bij komt kijken als je zelf een film/videoproductie wil maken. Een lipdub is een filmpje waarbij een groep mensen aan één stuk door gefilmd worden. De groep playbackt en na het filmen wordt het originele nummer waarop geplayblackt is onder het filmpje gezet. De kinderen mogen ook een maandjournaal maken over gebeurtenissen Er komt heel veel kijken bij het maken van een lipdub. Het is daarom ook belangrijk dat niet de leerkracht alles zelf wil doen, maar dat de kinderen inbreng hebben in het proces. De leerkracht stuurt de groep in dit proces. De handleiding van het maken van een lipdub is in de bijlage te vinden. 73

74 Les 5: Glogster Thema: Bewustwording van jezelf (hoe kom je over?) Media gebruiken om te presenteren Lesdoelen (zie Leren op de werkplek hoofdstuk 8) De Les Algemene doelen De leerling gebruikt informatie juist en creatief. De leerling kan geschikte media kiezen om te communiceren en te presenteren. De leerling weet dat combinaties van verschillende soorten informatie zoals tekst, beeld, geluid leiden tot een sterkte productie. De leerling weet dat vorm en inhoud van mediaproducties elkaar kunnen ondersteunen en versterken. De kinderen leren met een Engels programma een Glogster (poster) te maken Concrete, vakgerichte doelen (groep en subgroepen) Aan het einde van de les weten de kinderen hoe zij een Glogster kunnen maken. Aan het einde van de les weten de kinderen hoe zij een poster kunnen maken, rekeninghoudend met hoe zij op internet willen over komen. Organisatorische aspecten: -Voorbereiding -Materialen Belangrijke aspecten van je les (o.a. acties om de les en leerdoelen te bereiken) De kinderen leren door glogster een eigen digitale poster te maken. Deze poster zal een samenvatting worden van de lessenserie. Wat hebben de kinderen geleerd? Wat zijn belangrijke regels? Het is een Engels programma, dus de kinderen hebben hier hulp bij nodig. De handleiding van het maken van een Glogster is in de bijlage te vinden. 74

75 Bijlagen: Les 1 75

76 Les 2: De volgende dag komt Naughty-mooiboy online op de Hyves Desktop. Alleen Sweet-princesz is er nog niet. Hij besluit een kijkje te nemen op haar Hyves profiel. Hij komt veel over haar te weten. Sweet-princesz heet eigenlijk Charlotte Hogenbrink, ze is 13 jaar en ze woont in Hoorn. Ze houdt van paarden, lezen, dansen, ze luistert naar R&B en ze zit op turnen. Vrienden noemen haar ook wel Charly en ze heeft 314 vrienden op Hyves. Naugthy-mooiboy vindt het wel cool om zoveel van haar te weten te komen. Zelf zou hij nooit zoveel informatie van zichzelf op Hyves zetten. 76

77 Sweet-princesz en Naughty-mooiboy chatten nu bijna elke avond met elkaar. Soms zitten ze wel 2 uur achter elkaar te chatten zonder dat ze het in de gaten hebben. Ze kijken alle twee steeds meer uit naar hun gesprekken. Maar dan krijgt Sweet-princesz haar rapport en dat ziet er niet best uit. Haar ouders zijn enorm kwaad. Ze denken dat ze zulke slechte cijfers heeft gehaald omdat ze steeds op Hyves zit. Voor straf mag ze een week niet op Hyves. Sweet-princesz vindt dat verschrikkelijk, nu kan ze niet meer chatten met Naughty-mooiboy. Dus besluit Sweet-princesz haar mobiele nummer te geven aan Naughty-mooiboy, dan kan hij haar bellen en sms en. 77

78 78

79 Bijlage les 3: Wensen en Grenzen Situatie 1: Het nepprofiel Marlou heeft een hekel aan Erhan. Hij pest iedereen en de sfeer in de klas is echt niet leuk meer. Ze besluit om Erhan terug te pakken. Ze heeft op Hyves een nepprofiel van hem aangemaakt en zet hem daar voor schut. Ze nodigt alle klasgenoten uit om vrienden te worden met het nepprofiel. Erhan heeft het ook gezien en heeft Hyves via g d. Hyves heeft het nepprofiel van Erhan verwijderd en Marlou heeft van Hyves een waarschuwing gehad. Als ze het nog een keer doet zal Hyves haar profiel verwijderen. + Waarom denk je dat Marlou het nepprofiel heeft aangemaakt? + Hoe denk je dat er op school gereageerd zal worden door de leerlingen die het nepprofiel zien? + Hoe zal de juf of meester reageren? + Hoe denk je dat Marlou zich voelt na de waarschuwing van Hyves? Situatie 2: Het feest Tatjana, de vriendin van Meral, heeft foto s op Hyves gezet van een feest waar ze samen naartoe zijn geweest. Op sommige foto s staat Meral met haar ogen half open, alsof ze moet niezen. Meral vindt het niet leuk dat Tatjana de foto s op Hyves heeft gezet. Ze heeft Tatjana al een paar keer gevraagd de foto s te verwijderen. Tatjana neemt deze vraag niet serieus en doet niet wat ze vraagt. + Wat vindt Meral ervan dat Tatjana de foto s op Hyves zet? + Hoe voelt zij zich? Wat denkt zij? + Wat is de bedoeling van Tatjana? Denk je dat zij dit opzettelijk doet? + Wat denk je van de reactie van Meral? Hoe zou jij reageren? + Wat kan Meral doen zodat Tatjana de foto s van Hyves verwijderd? Situatie 3: Het knappe meisje Annemieke heeft een profiel op Hyves. Ze heeft er foto s van zichzelf in haar bikini op gezet en ze vindt het leuk om gewaagde foto s te plaatsen. Soms gebeurt het dat jongens zich zomaar bij haar aanmelden. Eerst doen de jongens heel normaal en vragen hoe het met haar gaat maar al snel blijkt dat ze verkering willen of dat ze met haar willen afspreken. Annemieke vindt dat heel erg irritant. Ze zegt dan ook tegen de jongens dat ze het niet wil en die beginnen haar dan meteen uit te schelden en ze zeggen dat ze niet zo flauw moet doen. + Wat gaat er om in deze jongens? Wat is hun bedoeling? + Hoe komt hun gedrag over op Annemieke? Wat voelt zij? Wat denkt zij? + Wat denk je van de reactie van Annemieke? Hoe zou jij reageren? + Wat kan Annemieke doen om deze reacties te voorkomen? Situatie 4: Rotkop Michael, die Jasper kent van school, heeft al een paar keer stomme reacties gegeven op de foto s die Jasper op zijn profiel heeft staan. Jasper heeft geen enkele keer gereageerd en heeft de reacties van Michael elke keer verwijderd. Wanneer Michael merkt dat zijn reacties geen effect hebben reageert hij op een foto waar Jasper samen met een vriend van voetbal op staat. Hij zegt dat zijn vriend een ongelofelijk lelijke rotkop heeft en dat ze een goed setje zijn samen. + Wat gaat er om in Michael? Wat is zijn bedoeling? + Wat gaat er om in Jasper? Wat voelt hij? Wat denkt hij? + Wat denk je van de reactie van Jasper? Hoe zou jij reageren? + Wat kan Jasper doen? Hoe kan hij er voor zorgen dat het Situatie 5: Profiel gehackt Wouter heeft een profiel op Hyves. Hij heeft een Goldmembership en loopt al bijna tegen de 1500 vrienden aan. Hij merkt dat anderen in zijn klas jaloers zijn op zijn grote Hyves-profiel. Wanneer Wouter de volgende dag op zijn profiel kijkt is zijn profielfoto veranderd in een varken in een tutu. Er staan ook allerlei boze krabbels op het profiel van Wouter. + Wat gaat er om in Wouter? Wat voelt hij? Wat denkt hij? + Hoe zou jij reageren als dit gebeurde met jouw profiel? + Wat kan Wouter doen om zijn profiel terug te krijgen? + Wat kan Wouter doen om te voorkomen dat zijn inloggegevens worden achterhaald? 79

80 Spel 1: Respect! Hyvesspel Thema: hoe maak je verantwoord gebruik van Internet? Doelgroep: groepen 7 en 8 basisschool. Tijd: minuten Lesdoel: Kinderen leren, aan de hand van situaties die op internet kunnen voorkomen, hoe zij verantwoord kunnen internetten. Werkvorm: bordspel voor 3 tot 9 spelers. (incl. 1 spelleider) Bij 3 spelers: 1 tegen 1 (met 1 spelleider) Bij 5, 7 of 9 spelers: 2 personen per team (met 1 spelleider) Bij 4, 6, of 8 spelers: 2 spelleiders Materialen: Spelbord Op de buitenrand van het spelbord worden drie verschillende categorieën in drie verschillende kleuren aangegeven. De categorieën zijn: mailen, chatten en Internetten. In het midden van het bord bevinden zich drie vakken, met daarop: OK, niet OK en???. Situatiekaartjes Per categorie zijn er situatiekaartjes waarop telkens een situatie wordt beschreven. 1 Dobbelsteen en 4 pilonnen Op de dobbelsteen moeten de kleuren staan die gebruikt zijn voor de verschillende categorieën. De overgebleven vakken kunnen gebruikt worden om zelf een kleur kiezen. Blaadje met pen:om de punten van de spelers/teams te noteren. Spelregels - Een speler gooit de dobbelsteen, pakt een kaartje in de kleur die gegooid is en leest het kaartje hardop voor. Als een speler op respect komt, mag hij een willekeurig kaartje pakken. Er mag niet terug gelopen worden. -De speler bepaalt of hij/zij de situatie op het kaartje wel of niet oké vindt. Hier wordt een argument bij gegeven. Bij een duidelijk argument verdient de speler één punt. Het kaartje wordt in het oké/niet oké vak gelegd. - Als er een speler niet eens is met de mening van de ander, klopt degene op tafel. Er vindt dan een discussie plaats. Degene die het kaartje heeft gepakt geeft nog meer argumenten om het punt alsnog te verdienen. Als dit niet lukt, ontvangt geen enkele speler bij dit kaartje een punt. - Als een speler het lastig vindt om te beoordelen, wordt het kaartje op het vraagteken neergelegd. Hier wordt geen punt mee verdiend. Dit kaartje kan aan het einde van het spel besproken worden. - Na 10 minuten legt de spelleider het spel stil. De spelers schrijven binnen één minuut maximaal vijf internetregels op die zij belangrijk vinden. De spelleider bepaalt wie de belangrijkste regels heeft opgeschreven. De speler of het team met de beste regels verdient 10 punten mee te verdienen. - Alle punten worden opgeteld en de winnaar wordt bekend gemaakt. De spelleider telt de punten van de spelers op bepaalt wanneer een discussie is gewonnen stopt het spel na 10 minuten beoordeelt op het einde wie de beste internetregels heeft opgeschreven

81 Overige suggesties voor de school. Ik ben een aantal boeken tegengekomen tijdens het onderzoek waar de school iets aan zou kunnen hebben. Dit zijn leesboeken, strips en voorleesboeken en deze boeken zijn geschikt voor de kinderen tussen de 8 en 12 jaar. Caja Cazemier Vamp pas op voor de webcam Marion van de Coolwijk Meiden zijn gek op chatten Marlies Slegers Webcams, vriendjes en andere Hieke van der Werff Netty van Kaathoven Ik weet je te vinden Joost Heyink Het Web Annemarie Bon Chatten Vrouwke Klapwijk Koosje mist de mail Helen Vreeswijk Chatroom SUSKE en WISKE: De Sinisere Site SUSKE en WISKE: De Game Goeroe Bijlage 12: beoordelingsformulier presentatie werkplek 81

VMBO praktische leerweg VMBO theoretische leerweg HAVO VWO

VMBO praktische leerweg VMBO theoretische leerweg HAVO VWO Page of 7 Enquête voortgezet onderwijs Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E. Er zijn in totaal 9 vragen. A. Over jezelf Dit onderdeel bestaat uit zeven vragen. Hoe oud ben je? In welke klas

Nadere informatie

Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E.

Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E. Page of 6 Enquête basisonderwijs Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E. Er zijn in totaal 9 vragen. A. Over jezelf Dit onderdeel bestaat uit zeven vragen. Hoe oud ben je? In welke klas zit je?

Nadere informatie

Rapportage. Onderzoek: mediawijsheid onder ouders en kinderen

Rapportage. Onderzoek: mediawijsheid onder ouders en kinderen Rapportage Onderzoek: mediawijsheid onder ouders en kinderen In opdracht van: Mediawijzer.net Datum: 22 november 2013 Auteurs: Marieke Gaus & Marvin Brandon Index Achtergrond van het onderzoek 3 Conclusies

Nadere informatie

Deze vragenlijst bestaat uit zes onderdelen, A t/m F.

Deze vragenlijst bestaat uit zes onderdelen, A t/m F. Page of 0 Enquête beroepsonderwijs Deze vragenlijst bestaat uit zes onderdelen, A t/m F. Er zijn in totaal vragen. A. Over jou Je wordt vriendelijk verzocht informatie over jezelf te geven door onderstaande

Nadere informatie

A1) Kennismakingsgesprek over sociale media en internetgebruik

A1) Kennismakingsgesprek over sociale media en internetgebruik Mediawijsheid A1) Kennismakingsgesprek over sociale media en internetgebruik Ik heb samen met de kinderen een gesprek gevoerd over de sociale media en het internet gebruik. Ik heb voor mezelf thuis een

Nadere informatie

Mediaprotocol voor leerlingen Inhoudsopgave

Mediaprotocol voor leerlingen Inhoudsopgave Mediaprotocol voor leerlingen Inhoudsopgave Inhoudsopgave...1 Doel van dit Mediaprotocol...2 01. Uitgangspunten...2 02. Afspraken...3 02.1 Internet...3 02.2 Schoolwebsite...3 02.3 Elektronische diensten:

Nadere informatie

Esther Göring - Adviseur Lezen en Media/Mediacoach Ouderavond Basisschool Brukelum Aarle-Rixtel

Esther Göring - Adviseur Lezen en Media/Mediacoach Ouderavond Basisschool Brukelum Aarle-Rixtel Esther Göring - Adviseur Lezen en Media/Mediacoach Ouderavond Basisschool Brukelum Aarle-Rixtel Share the fun: uw kind en nieuwe media ONDERWERPEN: INTERNET: Social media Wat is het en hoe wordt het gebruikt

Nadere informatie

Mediaprotocol leerlingen document ouders en verzorgers. Inhoudsopgave

Mediaprotocol leerlingen document ouders en verzorgers. Inhoudsopgave Mediaprotocol leerlingen document ouders en verzorgers Inhoudsopgave Doel van dit Mediaprotocol... 2 01. Uitgangspunten... 2 02. Afspraken... 2 02.1 Internet... 2 02.2 Schoolwebsite... 3 02.3 elektronische

Nadere informatie

Effectief opvoeden online. Liesbeth De Ridder (EXPOO) Hadewijch Vanwynsberghe (Mediawijs.be)

Effectief opvoeden online. Liesbeth De Ridder (EXPOO) Hadewijch Vanwynsberghe (Mediawijs.be) Effectief opvoeden online Liesbeth De Ridder (EXPOO) Hadewijch Vanwynsberghe (Mediawijs.be) Inloggen op Socrative http://www.socrative.com/ Code: Hadewijch Wat is media opvoeding volgens u? Wat is mediaopvoeding?

Nadere informatie

B&O Info Tel.: 06-20657425 E-mail: info@bo-info.nl Internet: www.bo-info.nl Twitter: @bo_info Facebook: https://www.facebook.com/bo.

B&O Info Tel.: 06-20657425 E-mail: info@bo-info.nl Internet: www.bo-info.nl Twitter: @bo_info Facebook: https://www.facebook.com/bo. Er is niet één antwoord te geven op de vraag hoe vaak of hoe lang een kind op een tablet, smartphone of computer mag. Dat hangt sterk af van het kind en de situatie. Deskundigen zijn het er wel over eens

Nadere informatie

Mediawijsheid. Informatiekaart 08. leren vernieuwen

Mediawijsheid. Informatiekaart 08. leren vernieuwen Informatiekaart 08 leren vernieuwen Mediawijsheid Mediawijsheid is actueel in het onderwijs. Kinderen worden geconfronteerd met steeds meer verschillende media; naast de krant en de televisie worden kinderen

Nadere informatie

Esther Göring - Adviseur Lezen en Media/Mediacoach Ouderavond Sint Corneliusschool Venhorst I.s.m. Jackey Meeng en Jorieke Vierwinden Politie Veghel

Esther Göring - Adviseur Lezen en Media/Mediacoach Ouderavond Sint Corneliusschool Venhorst I.s.m. Jackey Meeng en Jorieke Vierwinden Politie Veghel Esther Göring - Adviseur Lezen en Media/Mediacoach Ouderavond Sint Corneliusschool Venhorst I.s.m. Jackey Meeng en Jorieke Vierwinden Politie Veghel Share the fun: uw kind en nieuwe media ONDERWERPEN:

Nadere informatie

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek In deze deelopdracht ga je het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek onderzoeken. Geerts en van Kralingen (2011) definiëren onderwijsconcept

Nadere informatie

Recensie: Wat wij moeten weten over jongeren en hun digitale wereld

Recensie: Wat wij moeten weten over jongeren en hun digitale wereld reageren bijlagen attenderen printversie Recensie: Wat wij moeten weten over jongeren en hun digitale wereld Datum 01/02/2007 Auteur publicatie Guus Wijngaards, Jos Fransen, Pieter Swager (INHOLLAND) Titel

Nadere informatie

INTERNETPROTOCOL van bs de Hovenier

INTERNETPROTOCOL van bs de Hovenier INTERNETPROTOCOL van bs de Hovenier Versie april 2010 Waarom een internetprotocol? Een protocol is een lijst afspraken die je met iemand maakt. In een internetprotocol staan regels waar ieder zich aan

Nadere informatie

In de digitale wereld gebruik ik alleen mijn voornaam. Andere persoonlijke gegevens (achternaam, adres, telefoonnummer enz.) houd ik voor mezelf.

In de digitale wereld gebruik ik alleen mijn voornaam. Andere persoonlijke gegevens (achternaam, adres, telefoonnummer enz.) houd ik voor mezelf. Richtlijnen voor het gebruik van sociale media en internet voor leerlingen Voor een goede omgang in de digitale wereld (sociale media*, internet, e-mail, whats app, enz.) gelden, net als in de 'echte'

Nadere informatie

Protocol Digitaal pesten

Protocol Digitaal pesten Protocol Digitaal pesten 2 1 Inleiding 1.1 Doelstelling 3 1.2 Beleid 3 1.3 Voorwaarden beleid 3 2. Achtergrondinformatie 2.1 Wat is digitaal pesten? 3 2.2 Waarom is digitaal pesten zo erg? 3 2.3 Signalen,

Nadere informatie

Iedereen online, van 9 tot 99 jaar. Les 7 ... Facebook, sociaal zijn op het internet. Deze iconen tonen aan voor wie het document is

Iedereen online, van 9 tot 99 jaar. Les 7 ... Facebook, sociaal zijn op het internet. Deze iconen tonen aan voor wie het document is Les 7... Facebook, sociaal zijn op het internet Deze iconen tonen aan voor wie het document is Leerkrachten WebExperts Senioren Leerlingen Achtergrondinformatie Achtergrondinformatie voor de leerkracht

Nadere informatie

Thema. MediaWijsheid. voor mensen met LVB / autisme. Sociale Media anno 2012. Relaties en seksualiteit. Relaties en seksualiteit 31-10-12

Thema. MediaWijsheid. voor mensen met LVB / autisme. Sociale Media anno 2012. Relaties en seksualiteit. Relaties en seksualiteit 31-10-12 Help? Thema MediaWijsheid Zicht op specifieke van informatieverwerking van mensen met lvg/autisme voor mensen met LVB / autisme Media Stand van zaken media Gebruik Competenties Kansen / Bedreigingen Sociale

Nadere informatie

Meten van mediawijsheid. Bijlage 6. Interview. terug naar meten van mediawijsheid

Meten van mediawijsheid. Bijlage 6. Interview. terug naar meten van mediawijsheid Meten van mediawijsheid Bijlage 6 Interview terug naar meten van mediawijsheid Bijlage 6: Het interview Individueel interview Uitleg interview Ik zal je uitleggen wat de bedoeling is vandaag. Ik ben heel

Nadere informatie

Social Media, de andere opvoeder

Social Media, de andere opvoeder Social Media, de andere opvoeder Even voorstellen Diana Langerak Echtgenote en mama van twee jongens Communicatiemedewerker De Hoop ggz Aantal jaren eindredactie verschillende bladen, waaronder: Chris

Nadere informatie

Deze vragenlijst bestaat uit zeven onderdelen, A t/m G.

Deze vragenlijst bestaat uit zeven onderdelen, A t/m G. Page of Enquête studenten lerarenopleidingen Deze vragenlijst bestaat uit zeven onderdelen, A t/m G. Er zijn in totaal 7 vragen. A. Over jezelf Je wordt vriendelijk verzocht informatie over jezelf te geven

Nadere informatie

Handreiking voor leerlingen (ouders) SBO De Branding over internet, e-mail, mobieltjes e.d.

Handreiking voor leerlingen (ouders) SBO De Branding over internet, e-mail, mobieltjes e.d. Handreiking voor leerlingen (ouders) SBO De Branding over internet, e-mail, mobieltjes e.d. Wij, SBO De Branding, vallend onder Vereniging Christelijk Primair Onderwijs Spijkenisse (VCPO) willen dat onze

Nadere informatie

Mediaprotocol RK de Hoeksteen 2013-2014

Mediaprotocol RK de Hoeksteen 2013-2014 Mediaprotocol RK de Hoeksteen 2013-2014 Inhoudsopgave Inleiding...3 Hoofdstuk 1 De website van de school..4 Hoofdstuk 2 Kinderen en veilig internet.5 Hoofdstuk 3 E-mail 6 Hoofdstuk 4 Nieuwe media 7 Hoofdstuk

Nadere informatie

Geachte ouders/ verzorgers, Nieuwsbrief oktober 2015

Geachte ouders/ verzorgers, Nieuwsbrief oktober 2015 CBS De Bron/ Christinaplaats Christinaplaats 1 3223XE Hellevoetsluis Telefoonnummer 0181 313638 E- mail: info@cbsdebron.vcodekring.nl Website: www.cbs-debrug.nl Nieuwsbrief oktober 2015 Geachte ouders/

Nadere informatie

Media aandacht naar aanleiding van artikel profielsites Lectoraat elearning zomer 2007

Media aandacht naar aanleiding van artikel profielsites Lectoraat elearning zomer 2007 Media aandacht naar aanleiding van artikel profielsites Lectoraat elearning zomer 2007 http://youngmarketing.web-log.nl/youngmarketing/2007/06/profielsites_ve.html 15 juni 2007 Profielsites versterken

Nadere informatie

*Ook met het programma Paint van Windows kunnen foto s bewerkt worden

*Ook met het programma Paint van Windows kunnen foto s bewerkt worden Lesbrief Online pesten Leerjaar 1-Profiel1,2,3 Tijd: 50 55 minuten Voorbereiding: op http://mediawijsheid.nl/onlinepesten staan allerlei filmpjes, informatie en artikelen over online pesten, bruikbaar

Nadere informatie

MEDIAWIJSHEID: digitaal aan de slag in het onderwijs!

MEDIAWIJSHEID: digitaal aan de slag in het onderwijs! MEDIAWIJSHEID: digitaal aan de slag in het onderwijs! Kennismaking: Mediawijsheid op school? Hoe te beginnen? Wilt u op school aan de slag met mediawijsheid en digitale media, maar heeft u geen idee waar

Nadere informatie

GEDRAGSCODE VOOR HET GEBRUIK VAN COMMUNICATIEMIDDELEN DOOR LEERLINGEN BINNEN DE OMO SCHOLENGROEP BERGEN OP ZOOM E.O.

GEDRAGSCODE VOOR HET GEBRUIK VAN COMMUNICATIEMIDDELEN DOOR LEERLINGEN BINNEN DE OMO SCHOLENGROEP BERGEN OP ZOOM E.O. GEDRAGSCODE VOOR HET GEBRUIK VAN COMMUNICATIEMIDDELEN DOOR LEERLINGEN BINNEN DE OMO SCHOLENGROEP BERGEN OP ZOOM E.O. Besproken CD d.d. februari 2011 Instemming MR d.d. 4 juli 2011 Vastgesteld CD d.d. 5

Nadere informatie

Social Mediaprotocol

Social Mediaprotocol Social Mediaprotocol Versie: februari 2014 Voorgenomen besluit : maart 2014 Behandeld in MR : juni 2014 Inhoudsopgave Inleiding... 3 1 Social media... 4 1.1 Algemeen... 4 1.2 Inzet social media op het

Nadere informatie

Dia 1 Introductie max. 2 minuten!

Dia 1 Introductie max. 2 minuten! 1 Dia 1 Introductie max. 2 minuten! Vertel: Deze les gaat vooral over het gebruik van sociale media. Maar: wat weten jullie eigenlijk zelf al over sociale media? Laat de leerlingen in maximaal een minuut

Nadere informatie

Mediaprotocol: Internet Mobiele telefoon Overige mobiele gadgets Sociale media E-mail. Protocol mediagebruik Odaschool Weert november 2011 1

Mediaprotocol: Internet Mobiele telefoon Overige mobiele gadgets Sociale media E-mail. Protocol mediagebruik Odaschool Weert november 2011 1 Mediaprotocol: Internet Mobiele telefoon Overige mobiele gadgets Sociale media E-mail Protocol mediagebruik Odaschool Weert november 2011 1 Inhoud: 1. Dit protocol 2. Afspraken voor alle kinderen 3. Praktisch

Nadere informatie

Mediawijsheid: digitaal aan de slag in het onderwijs!

Mediawijsheid: digitaal aan de slag in het onderwijs! Mediawijsheid: digitaal aan de slag in het onderwijs! Informatie avond over mediawijsheid/sociale media op school Media zijn voor kinderen en jongeren de gewoonste zaak van de wereld. Ze nemen informatie

Nadere informatie

Protocol internet en Mobiele telefonie

Protocol internet en Mobiele telefonie Protocol internet en Mobiele telefonie Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Uitgangspunten 4 3 Richtlijnen bij internet en e-mailen 5 4 Strafbare feiten 5 5 GSM-/ Cyberstalking 5 6 Fotorecht 5 7 Scholen scholen

Nadere informatie

De Cues Filtered Out Theorie

De Cues Filtered Out Theorie De Cues Filtered Out Theorie Sommige mensen zien Computer mediated communication als een mindere vorm van communicatie, ook volgens de Cues Filtered Out theorie ontbreekt er veel aan deze communicatievorm.

Nadere informatie

Internetprotocol. Internet op school

Internetprotocol. Internet op school Internetprotocol Internet op school De kinderen van onze school kunnen gebruik maken van internet. Wij hebben ervoor gekozen de leerlingen van alle klassen die mogelijkheid te bieden. Wij volgen de strategie

Nadere informatie

Pestprotocol OBS Het Klokhuis

Pestprotocol OBS Het Klokhuis Pestprotocol OBS Het Klokhuis Op OBS Het Klokhuis vinden wij het belangrijk om kinderen een veilig pedagogisch klimaat te bieden, waarin zij zich harmonieus en op een prettige en positieve wijze kunnen

Nadere informatie

Basisschool t Maxend Maxend 6 5388 ZG Tel.: 0412-611366 E-mail: directie@maxend.nl. Protocol Nieuwe Pesten ( digitaal pesten )

Basisschool t Maxend Maxend 6 5388 ZG Tel.: 0412-611366 E-mail: directie@maxend.nl. Protocol Nieuwe Pesten ( digitaal pesten ) Basisschool t Maxend Maxend 6 5388 ZG Tel.: 0412-611366 E-mail: directie@maxend.nl Protocol Nieuwe Pesten ( digitaal pesten ) Inhoud 1. Inleiding 1.1 Doelstelling 3 1.2 Beleid 3 1.3 Voorwaarden beleid

Nadere informatie

Relationele vorming. De rol van ouders in de gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen

Relationele vorming. De rol van ouders in de gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen Relationele vorming De rol van ouders in de gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen Programma Introductie relationele- en seksuele vorming Inventarisatie van vragen De seksuele ontwikkeling van kinderen

Nadere informatie

CONTACT! factsheet. Mijn digitale wereld

CONTACT! factsheet. Mijn digitale wereld Mijn digitale wereld CONTACT! ontwerp de ruimte ontwerpers.nl Onder redactie van Jos de Haan en Remco Pijpers. Aan het boek werkten o.a. mee: Prof. dr. Patti Valkenburg (UvA), Prof. dr. Jeroen Jansz (EUR),

Nadere informatie

Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen

Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen Data verzameld in de derde graad van de basisschool en verslag opgesteld door Amber Van Geit Opleiding:

Nadere informatie

Protocol Goed gedrag is onze zorg. Onderdeel: Anti pestbeleid.

Protocol Goed gedrag is onze zorg. Onderdeel: Anti pestbeleid. Protocol Goed gedrag is onze zorg. Onderdeel: Anti pestbeleid. Een onderwijsprotocol tegen pesten houdt in dat door samenwerking het probleem van het pestgedrag bij kinderen wordt aangepakt. Hiermee willen

Nadere informatie

Theoretische verantwoording

Theoretische verantwoording Goed gedaan Theoretische verantwoording Malmberg Goed gedaan! Theoretische verantwoording Een preventief programma Goed gedaan! is een praktisch sociaal-emotioneel programma voor de basisschool. Het geeft

Nadere informatie

time-out : Protocol :

time-out : Protocol : Protocol : time-out : S P E C I A A L B A S I S O N D E R W I J S computers en internet 1. Waarom dit protocol Met dit protocol met betrekking tot het gebruik van computers en internet, beschrijven we

Nadere informatie

6f Hoe gaat men om met het internetgebruik van jongeren? 1

6f Hoe gaat men om met het internetgebruik van jongeren? 1 6f Hoe gaat men om met het internetgebruik van jongeren? 1 Herkent u deze vragen? Wat doet mijn jongere eigenlijk op internet? Is het schadelijk als mijn jongere veel achter de computer zit? Bestaat internetverslaving?

Nadere informatie

Veilig internetgebruik OBS De Leeuwerik.

Veilig internetgebruik OBS De Leeuwerik. Veilig internetgebruik OBS De Leeuwerik. Binnen de stichting OOG, waar OBS De Leeuwerik een onderdeel van is, wordt gebruik gemaakt van netwerken die via de eigen server op school verbonden zijn met het

Nadere informatie

Vriendschap, een digitale dimensie. De docent aan het. Social media in de les Wat willen leerlingen?

Vriendschap, een digitale dimensie. De docent aan het. Social media in de les Wat willen leerlingen? Vriendschap, een digitale dimensie De docent aan het woord Social media in de les Wat willen leerlingen? I like! Wanneer iemand zegt, I like, legt eigenlijk de grootste groep mensen toch wel de link met

Nadere informatie

Mediawijs. OBS de Ranonkel 5 april 2016

Mediawijs. OBS de Ranonkel 5 april 2016 Mediawijs OBS de Ranonkel 5 april 2016 Daan Rooijakkers Herkenbaar? Definitie Wat is mediawijsheid? De wereld verandert en wordt complexer. Mensen hebben kennis, vaardigheden en mentaliteit nodig om

Nadere informatie

Deze vragenlijst bestaat uit zeven onderdelen, A t/m G.

Deze vragenlijst bestaat uit zeven onderdelen, A t/m G. Page of Enquête jonge beginnende leerkrachten Deze vragenlijst bestaat uit zeven onderdelen, A t/m G. Er zijn in totaal 7 vragen. A. Over jezelf Je wordt vriendelijk verzocht informatie over jou te geven

Nadere informatie

Factsheet Mediagebruik. 17- tot en met 18-jarigen

Factsheet Mediagebruik. 17- tot en met 18-jarigen Factsheet Mediagebruik 17- tot en met 18-jarigen Mediagebruik kenmerkend voor jongvolwassenen van 17 en 18 jaar Gemiddeld besteden kinderen van 17 en 18 jaar zo n vijf tot zes uur per dag aan televisiekijken,

Nadere informatie

stimuleert ondernemerschap BRochure STEVE

stimuleert ondernemerschap BRochure STEVE BRochure STEVE 2015/2016 DreamStorm presenteert STEVE het introductie programma ondernemend leren Steve is een individueel lesprogramma voor studenten in het Middelbaar Beroeps Onderwijs. In 12 lesuren

Nadere informatie

Pendelen tussen stagepraktijk en opleiding

Pendelen tussen stagepraktijk en opleiding artikel Zone Pendelen tussen stagepraktijk en opleiding Op de pabo van de Hogeschool van Amsterdam bestaat sinds 2009 de mogelijkheid voor studenten om een OGOspecialisatie te volgen. Het idee achter het

Nadere informatie

en een zoen met glitters

en een zoen met glitters Onderwijs 56 Zaterdag 1,4 juni 2008 De Twentsche Courant Tubantia Over kinderen en internet wordt altijd wat zorgelijk gedaan. Is helemaal niet nodig, zegt Wim Veen, hoogleraar Educatie en Technologie

Nadere informatie

Beleid Kanjertraining op De Meeander

Beleid Kanjertraining op De Meeander Beleid Kanjertraining op De Meeander Voor u ligt het beleidsstuk Kanjertraining. We hopen dat het zicht geeft op wat we doen op school en waar we voor staan. Kanjertraining is meer dan een lesmethode.

Nadere informatie

De logo s heb ik zelf gemaakt.

De logo s heb ik zelf gemaakt. Voorwoord: Mijn tijdschrift gaat vooral over YouTube, want dat is een van mijn grootste hobby s. Ook zit er veel van mijn persoonlijkheid in. Voor deze opdracht heb ik vooral naar mezelf gekeken en het

Nadere informatie

Internet-protocolversie 1201

Internet-protocolversie 1201 Internet-protocolversie 1201 R.K. Basisschool De Lusthof. Lusthofstraat 11 2271 XV Voorburg telefoon: 070 3860872 fax: 070 3860873 email: algemeen@lusthofschool.nl internet: www.lusthofschool.nl De Lusthof

Nadere informatie

Antipest protocol. Om veiligheid voor elke leerling binnen school mogelijk te maken, zijn regels of onderlinge afspraken noodzakelijk.

Antipest protocol. Om veiligheid voor elke leerling binnen school mogelijk te maken, zijn regels of onderlinge afspraken noodzakelijk. Antipest protocol Inleiding Op onze school vinden we het belangrijk dat leerlingen op zorgvuldige manier met andere leerlingen omgaan, op zorgvuldige manier met materialen omgaan en dat zij zich binnen

Nadere informatie

KINDEREN EN INTERNET 9-10 jaar

KINDEREN EN INTERNET 9-10 jaar CASENUMMER: SAMPLE POINT NUMMER INTERVIEW ER NAAM ADRES: POSTCODE EN PLAATS TELEFOONNUMMER KINDEREN EN INTERNET 9-10 jaar HOE VUL JE DIT DEEL VAN DE VRAGENLIJST IN Hieronder wat eenvoudige instructies

Nadere informatie

Nieuwe media. Ander onderwijs?

Nieuwe media. Ander onderwijs? Nieuwe media. Ander onderwijs? Joke Voogt Typ hier de footer 1 Wij streven ernaar dat over vijf tot tien jaar alle leerlingen voor hun toekomstig beroep, voor het deelnemen aan het maatschappelijk leven

Nadere informatie

Mediaplan als onderdeel van het Leesplan, toegespitst op informatievaardigheden

Mediaplan als onderdeel van het Leesplan, toegespitst op informatievaardigheden Mediaplan als onderdeel van het Leesplan, toegespitst op informatievaardigheden Binnen de landelijke aanpak van de Bibliotheek Een mediawijze leerling heeft alle competenties in huis die nodig zijn om

Nadere informatie

EEN OPEN DAG BEZOEKEN

EEN OPEN DAG BEZOEKEN Activiteit voor in de les: EEN BEZOEKEN Middels dit document wil De Haagse Hogeschool de aankomende studenten tools geven om zich goed voor te bereiden op hun studiekeuze via het bezoeken van een Open

Nadere informatie

THEMA-AVOND SOCIAL MEDIA

THEMA-AVOND SOCIAL MEDIA THEMA-AVOND SOCIAL MEDIA ICHTHUSLYCEUM Michiel Stadhouders - YoungWorks Nieuwe technologie? INHOUD 1. Jongeren & Social media 2. Social media gebruik 3. Belangrijke thema s 4. Social media & ouders: praktische

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Johan Vosbergen Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Johan Vosbergen... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Johan,

Nadere informatie

Social media in het mbo Cyril Minnema Studie Professioneel Meesterschap CNA September 2012

Social media in het mbo Cyril Minnema Studie Professioneel Meesterschap CNA September 2012 Social media in het mbo Cyril Minnema Studie Professioneel Meesterschap CNA September 2012 Vraagstelling Kunnen social media in het lesprogramma van de niveau-4 opleiding junior account manager op het

Nadere informatie

Samenvatting. Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren. Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B

Samenvatting. Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren. Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B Samenvatting Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B Deze samenvatting gaat over hoofdstuk 4; eerst publiceren dan filteren,

Nadere informatie

Internet protocol November 2014

Internet protocol November 2014 Internet protocol November 2014-1- Internet op school Het Internet is een wereldwijd samenstel van tienduizenden computers en computernetwerken, zonder centrale controle of eigenaar. Een onbegrensde informatiebron

Nadere informatie

Introductie. Lesinstructie. Lesinstructie. Leerdoelen. Introductie. Opzet. Bronnen

Introductie. Lesinstructie. Lesinstructie. Leerdoelen. Introductie. Opzet. Bronnen Introductie Introductie Gamen, Hyven, informatie zoeken, filmpjes kijken, muziek luisteren, spullen kopen of verkopen. Internetten doen we allemaal. Soms voor de lol, soms serieus, soms thuis, soms op

Nadere informatie

Handleiding voor de leerling

Handleiding voor de leerling Handleiding voor de leerling Inhoudopgave Inleiding blz. 3 Hoe pak je het aan? blz. 4 Taken blz. 5 t/m 9 Invulblad taak 1 blz. 10 Invulblad hoofd- en deelvragen blz. 11 Plan van aanpak blz. 12 Logboek

Nadere informatie

Ontwikkelingsgericht onderwijs

Ontwikkelingsgericht onderwijs Ontwikkelingsgericht onderwijs Leren op de John F. Kennedyschool De basisschool van onze zoon, de John F. Kennedyschool te Zutphen, is dit schooljaar begonnen met een nieuwe manier van werken. Ze zijn

Nadere informatie

Overeenkomst i- Pads. Stevensbeek. Bij het tekenen van deze overeenkomst, ga ik akkoord met de volgende afspraken:

Overeenkomst i- Pads. Stevensbeek. Bij het tekenen van deze overeenkomst, ga ik akkoord met de volgende afspraken: Overeenkomst i- Pads Bij het tekenen van deze overeenkomst, ga ik akkoord met de volgende afspraken: De i- Pad is en blijft eigendom van de school. Op school, ben ik verantwoordelijk voor mijn eigen i-

Nadere informatie

Mediaprotocol versie 2014-10-17

Mediaprotocol versie 2014-10-17 Mediaprotocol versie 2014-10-17 Op de Baayaert leren wij onze leerlingen op een verantwoorde wijze in schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, de betreffende informatie te ordenen en te

Nadere informatie

Internet en elektronische informatie- en communicatiemiddelen protocol

Internet en elektronische informatie- en communicatiemiddelen protocol Internet en elektronische informatie- en communicatiemiddelen protocol Handreiking voor leerlingen en ouders over internet, e-mail, mobieltjes e.d. Wij, Widdonckschool vallend onder Aloysius stichting

Nadere informatie

Veilig internetgebruik OBS Delta.

Veilig internetgebruik OBS Delta. Veilig internetgebruik OBS Delta. Binnen de stichting OOG, waar OBS Delta een onderdeel van is, wordt gebruik gemaakt van netwerken die via de eigen server op school verbonden zijn met het internet. Aanleiding

Nadere informatie

Mediaopvoeding. workshop 2015. Mediaopvoeding

Mediaopvoeding. workshop 2015. Mediaopvoeding Mediaopvoeding workshop 2015 Mediaopvoeding Contents Wat is mediaopvoeding?... 2 De jeugd van tegenwoordig... 3 Kinderen overzien niet alle gevaren van de media... 3 Opvoedingsstijlen... 4 Opvoedingscompetenties...

Nadere informatie

Mediawijsheid protocol Basisschool Op t Hof

Mediawijsheid protocol Basisschool Op t Hof Mediawijsheid protocol Basisschool Op t Hof Helga Bongers & Kim van Dooijeweert Tricht, 2013 'Mediawijsheid is niet gewoon belangrijk. Het is absoluut cruciaal. Mediawijsheid bepaalt of kinderen een instrument

Nadere informatie

Mijn kind, gamen en internet. Indigo Preventie

Mijn kind, gamen en internet. Indigo Preventie Mijn kind, gamen en internet Indigo Preventie Programma Welkom & kennismaking Vragenlijst Info gamen/internet Problematisch/normaal gebruik Tips Afsluiting en sites Vragenlijst Vragenlijstje Gamen Vragenlijst

Nadere informatie

Cyberpesten in Olst-Wijhe Nederlandse samenvatting van het onderzoek naar cyberpesten onder 12 tot 18 jarigen in de gemeente Olst-Wijhe

Cyberpesten in Olst-Wijhe Nederlandse samenvatting van het onderzoek naar cyberpesten onder 12 tot 18 jarigen in de gemeente Olst-Wijhe Cyberpesten in Olst-Wijhe Nederlandse samenvatting van het onderzoek naar cyberpesten onder 12 tot 18 jarigen in de gemeente Olst-Wijhe Beste lezer Voor u ligt een onderzoeksverslag naar cyberpesten onder

Nadere informatie

Mediaprotocol. Uitgangspunten

Mediaprotocol. Uitgangspunten Mediaprotocol Op de Korenaar leren wij onze leerlingen op een verantwoorde wijze in schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, de betreffende informatie te ordenen en te beoordelen op hun

Nadere informatie

Over tweeten, generatie z en cyberpesten enzo. Graaf Huyn College 19 november. drs. L.A.E.C. Brüll

Over tweeten, generatie z en cyberpesten enzo. Graaf Huyn College 19 november. drs. L.A.E.C. Brüll Over tweeten, generatie z en cyberpesten enzo Graaf Huyn College 19 november drs. L.A.E.C. Brüll On en offline identiteit @LodewijkBrull lodewijk.brull@aboutlife.eu Kenmerken sociale media Sociale media

Nadere informatie

Essay. Is multimedia als leermiddel gunstig voor het leerproces van een kind? Stefan van Rees Studentnummer: 0235938 Opleiding:

Essay. Is multimedia als leermiddel gunstig voor het leerproces van een kind? Stefan van Rees Studentnummer: 0235938 Opleiding: Essay Is multimedia als leermiddel gunstig voor het leerproces van een kind? Naam: Studentnummer: 0235938 Opleiding: CMD Docent: Rob van Willigen Modulecode: MEDM0201D Modulenaam: Is multimedia als leermiddel

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Lisa Westerman Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Lisa Westerman... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Lisa,

Nadere informatie

Social Media Protocol VPCO De Viermaster

Social Media Protocol VPCO De Viermaster Social Media Protocol VPCO De Viermaster Versie 1.0 Totstandkoming en evaluatie Social Media Protocol Datum Behandeld in directieoverleg 4 maart 2014 Advies/instemming GMR Vastgesteld Bestuur Publicatie

Nadere informatie

U levert maatwerk, wij ook. Zakelijke taaltrainingen op maat.

U levert maatwerk, wij ook. Zakelijke taaltrainingen op maat. Klantbeoordelingen 2015 - zakelijke taaltrainingen januari t/m december 2015, n = 1.247 Klantenwaardering Vraagstelling Uitstekend Goed Voldoende Onvoldoende Slecht Wat vindt u van het gebruikte lesmateriaal?

Nadere informatie

Fianne Konings en Marjo Berendsen over Culturele instellingen en een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs door Jacolien de Nooij

Fianne Konings en Marjo Berendsen over Culturele instellingen en een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs door Jacolien de Nooij Fianne Konings en Marjo Berendsen over Culturele instellingen en een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs door Jacolien de Nooij De publicatie van Fianne Konings, Culturele instellingen en een doorlopende

Nadere informatie

School en computers. Paulusse BedrijfsOpleidingen

School en computers. Paulusse BedrijfsOpleidingen School en computers School en computers Computers zijn niet meer weg te denken uit ons leven. Kinderen van nu spelen vaak al computerspelletjes voor ze naar groep 1 gaan. Op school nemen computers een

Nadere informatie

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7 Media en creativiteit Winter jaar vier Werkcollege 7 Kwartaaloverzicht winter Les 1 Les 2 Les 3 Les 4 Les 5 Les 6 Les 7 Les 8 Opbouw scriptie Keuze onderwerp Onderzoeksvraag en deelvragen Bespreken onderzoeksvragen

Nadere informatie

Jongeren & Social Media !"#$"#%$!"& Social Media stress JONGEREN & SOCIAL MEDIA KANSEN & RISICO S PROGRAMMA

Jongeren & Social Media !#$#%$!& Social Media stress JONGEREN & SOCIAL MEDIA KANSEN & RISICO S PROGRAMMA Social Media stress JONGEREN & SOCIAL MEDIA KANSEN & RISICO S MICHIEL STADHOUDERS 12 MAART 2013 Social Media stress Nieuwe rage? PROGRAMMA JONGEREN & SOCIAL MEDIA SOCIAL MEDIA: WAT & HOE? RISICO S & KANSEN

Nadere informatie

Onderzoeksvraag Uitkomst

Onderzoeksvraag Uitkomst Hoe doe je onderzoek? Hoewel er veel leuke boeken zijn geschreven over het doen van onderzoek (zie voor een lijstje de pdf op deze site) leer je onderzoeken niet uit een boekje! Als je onderzoek wilt doen

Nadere informatie

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over, 3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol

Nadere informatie

Jongeren in 2008. Ecabo. Paul Sikkema - ComBat groep. 12 november 2008

Jongeren in 2008. Ecabo. Paul Sikkema - ComBat groep. 12 november 2008 Jongeren in 2008 Ecabo 12 november 2008 Paul Sikkema - ComBat groep 1 2 Lastige doelgroepen Kinderen en met name jongeren: lastige doelgroepen. Steeds in beweging: Van levensfase naar levensfase. Op zoek

Nadere informatie

Pakket 5: auteursrechten

Pakket 5: auteursrechten Pakket 5: auteursrechten Inhoud 5. PAKKET 5: AUTEURSRECHTEN ENZ. 5.1 Eindtermen voor het lager onderwijs 3 5.2 Eindtermen voor het secundair onderwijs 4 5.3 Doelen 5 5.4 Links 6 5.5 Tip voor de leerkracht

Nadere informatie

Mijn leerling online. Hoe begeleid je je leerlingen op Internet? Justine Pardoen en Remco Pijpers

Mijn leerling online. Hoe begeleid je je leerlingen op Internet? Justine Pardoen en Remco Pijpers Mijn leerling online Hoe begeleid je je leerlingen op Internet? Justine Pardoen en Remco Pijpers Mijn leerling online Hoe begeleid je je leerlingen op Internet? Justine Pardoen en Remco Pijpers ISBN 90

Nadere informatie

SECTORWERKSTUK 2013-2014

SECTORWERKSTUK 2013-2014 SECTORWERKSTUK 2013-2014 1 HET SECTORWERKSTUK Het sectorwerkstuk is een verplicht onderdeel voor alle leerlingen uit het Mavo. Het maken van een sectorwerkstuk is een manier waarop je, als eindexamenkandidaat,

Nadere informatie

Kinderen en Veilig Internet. Prof. dr. R. Casimirschool 6 maart 2012

Kinderen en Veilig Internet. Prof. dr. R. Casimirschool 6 maart 2012 Kinderen en Veilig Internet Prof. dr. R. Casimirschool 6 maart 2012 Over mij Johan Lammers Geboren en getogen in Deurne Organisatiepsychologie in Nijmegen Nu weknowmore & socialemediatraining.nl in Amsterdam

Nadere informatie

Media in de kinderopvang een onderzoek naar media en beleid in de kinderopvang

Media in de kinderopvang een onderzoek naar media en beleid in de kinderopvang Media in de kinderopvang een onderzoek naar media en beleid in de kinderopvang Wij kiezen er heel bewust voor om bepaalde digitale media te gebruiken, maar de interactie met de Pedagogisch medewerker is

Nadere informatie

Mediaprotocol. Document leerlingen. Stichting Katholiek Basisonderwijs Borculo. Daltonschool Sint Joris. Onderdeel van het IPB plan

Mediaprotocol. Document leerlingen. Stichting Katholiek Basisonderwijs Borculo. Daltonschool Sint Joris. Onderdeel van het IPB plan Mediaprotocol Document leerlingen Onderdeel van het IPB plan Stichting Katholiek Basisonderwijs Borculo Inhoud 1. Wat is een protocol?... 2 2. Afspraken Internet... 2 3. Afspraken mobiele telefoons...

Nadere informatie

Wanneer moeten we dat nog doen? We hebben vandaag, tijdens een andere vergadering, ons de vraag gesteld : waar moeten we naar toe om te melden dat

Wanneer moeten we dat nog doen? We hebben vandaag, tijdens een andere vergadering, ons de vraag gesteld : waar moeten we naar toe om te melden dat Wanneer moeten we dat nog doen? We hebben vandaag, tijdens een andere vergadering, ons de vraag gesteld : waar moeten we naar toe om te melden dat het programma in het eerste leerjaar te zwaar is We raken

Nadere informatie

Reflectiegesprekken met kinderen

Reflectiegesprekken met kinderen Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen

Nadere informatie