ONTWERP VAN DECREET. betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs. Stuk 2157 ( ) Nr. 1.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ONTWERP VAN DECREET. betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs. Stuk 2157 (2008-2009) Nr. 1."

Transcriptie

1 Stuk 2157 ( ) Nr. 1 Zitting maart 2009 ONTWERP VAN DECREET betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs 5451 OND

2 Stuk 2157 ( ) Nr. 1 2 INHOUD Memorie van toelichting... 3 Voorontwerp van decreet van 18 juli Advies van de Vlaamse Hogenscholenraad Advies van de Vlaamse Onderwijsraad Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Advies van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie Protocol nr. 451 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de vergaderingen van het overkoepelend onderhandelingscomite vrij gesubsidieerd onderwijs op 21 oktober, 4, 6, 18 en 25 november, 9 en 16 december 2008 en 6, 8 en 13 januari Protocol nr. 685 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de gemeenschappelijke vergaderingen van sectorcomite x en van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het comite voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten op 21 oktober, 4, 6, 18 en 25 november, 9 en 16 december 2008 en 6, 8 en 13 januari Protocol nr. 25 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de vergaderingen van het vlaams onderhandelingscomite voor het hoger onderwijs op 21 oktober, 4, 6, 18 en 25 november, 9 en 16 december 2008 en 6, 8 en 13 januari Voorontwerp van decreet van 30 januari Advies van de Raad van State Kind- en Jongere-Effectrapport Ontwerp van decreet Bijlage bij de memorie van toelichting: Reguleringsimpactanalyse Blz.

3 3 Stuk 2157 ( ) Nr. 1 MEMORIE VAN TOELICHTING DAMES EN HEREN, I. ALGEMENE INLEIDING Het Vlaams onderwijs scoort internationaal bijzonder goed, maar de kloof tussen sterke en zwakke leerlingen is nergens zo groot als bij ons. Daarom staat het Vlaamse onderwijsbeleid volledig in het teken van gelijke kansen. Gelijke kansen op toponderwijs, want de weg naar gelijke kansen kán niet lopen via onderwijs van onbeduidende of middelmatige kwaliteit. Net de jonge mensen die thuis niet over het sociale, het culturele, of het financiële kapitaal beschikken om hogerop te raken, hebben uitstekend onderwijs nodig. Die uitdaging waar maken gaat niet vanzelf, integendeel, het zal heel wat inspanning vragen van iedereen die betrokken is. Daarom is het beeld van de tienkamp een goede metafoor. Op elke sport van de onderwijsladder zijn grote inspanningen nodig om kinderen en jongeren meer uitzicht op succes te bieden, van in de kleuterklas tot in de aula s. Het realiseren van het hoger beroepsonderwijs (HBO 5 ) en het secundair na secundair onderwijs (Sen-Se) is een belangrijke proef in deze tienkamp voor gelijke onderwijskansen. Het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs zijn in de eerste plaats bedoeld om in te spelen op de behoeften van al wie na het behalen van het diploma secundair onderwijs via korte trajecten een beroepskwalificatie wil verwerven. Dit veld van opleidingen vindt dus zijn plaats tussen het secundair onderwijs en de bacheloropleidingen. Het bestaat uit op te richten en bestaande opleidingen, die een duidelijk extra meegeven voor de arbeidsmarkt. Het secundair na secundair onderwijs omvat, naast nieuwe arbeidsmarktgerichte opleidingen, de vroegere zevende specialisatiejaren in het technisch secundair onderwijs en het kunstsecundair onderwijs. Het hoger beroepsonderwijs bestaat uit het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (HOSP), de opleidingen Verpleegkunde uit de vierde graad beroepssecundair onderwijs en alle nieuwe opleidingen die naar aanleiding van duidelijke noden op de arbeidsmarkt daaraan kunnen worden toegevoegd. Met het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs verstevigen we een sport en bouwen we een stevige sport bij op de onderwijsladder. Deze laatste trede moet vervolgens ook een opstap kunnen bieden naar opleidingen die naar een professionele bachelorgraad leiden. Door de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs toegankelijk te maken voor zowel jongeren als volwassenen, op verschillende momenten in hun loopbaan, willen we bovendien de participatie aan levenslang leren bevorderen. Tegelijk komt het erop aan om bij de uitbouw van de onderwijsladder een evenwichtige samenwerking te vinden tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. In het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs zal de kwaliteit van de opleidingen hier in grote mate van afhangen. Aansluiten op de noden van de arbeidsmarkt, voluit de kaart trekken van werkplekleren enzovoort daarvoor is een structurele samenwerking tussen het onderwijsveld en het bedrijfsleven noodzakelijk. In de competentieagenda werden de kiemen voor een dergelijke samenwerking gelegd. Hierop bouwen we verder en verstevigen zo de bruggen tussen onderwijsinstellingen en bedrijven en organisaties. 1. Probleemstelling 1.1 Vanuit de arbeidsmarkt Er zijn belangrijke veranderingen aan de gang in ons economisch weefsel en op de arbeidsmarkt, vooral ten gevolge van technologische ontwikkelingen, veranderingen in productieprocessen en globalisering. Deze veranderingen uiten zich in wijzigende kwalificatienoden op de Vlaamse arbeidsmarkt. Vanuit het perspectief van een goede aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt is het noodzakelijk deze ontwikkelingen in de gaten te houden en na te gaan hoe het onderwijs zich moet ontwikkelen om op deze wijzigende kwalificatienoden een antwoord te bieden. Het is duidelijk dat Vlaanderen in de toekomst nood zal hebben aan meer hooggeschoolden. De instroom in en uitstroom uit het hoger onderwijs moet dus toenemen. Maar ook bij de middengeschoolden tekenen zich belangrijke ontwikkelingen af. Uit de vacatureanalyse van de VDAB blijk dat er op het niveau van de middengeschoolden heel wat jobs zijn waarvoor de werkgevers te weinig kandidaten vinden in de populatie die enkel het secundair onderwijs heeft afgemaakt. Bij de technische knelpuntberoepen gaat het onder meer om onderhoudsmecaniciens en -elektriciens, tekenaars mechanica en bouwelektriciens. Bij de administratieve knelpuntberoepen gaat het om boekhouders, dispatcher-transportplanners, bedienden

4 Stuk 2157 ( ) Nr. 1 4 planning en logistiek en systeembeheerders-informatica 1. Waar vroeger een diploma secundair onderwijs nog garant stond voor een succesvolle overgang naar een job, is dit vandaag minder het geval. Ook voor functies waarvoor geen hoger onderwijsdiploma wordt gevraagd, nemen de kwalificatie-eisen toe. Precies op dit niveau van de middengeschoolden zijn er bovendien ook inhoudelijke wijzigingen in kwalificatienoden, samenhangend met verschuivingen tussen sectoren en specifieke ontwikkelingen binnen sectoren. Vanuit verschillende sectoren wordt de vraag naar nieuwe opleidingen gesteld. In de chemische sector bijvoorbeeld, waar productieprocessen en technische installaties complexer worden, is een nood ontstaan aan proces- en onderhoudstechnici die competenties bezitten die men niet met een opleiding secundair onderwijs alleen kan verwerven. De vliegtuigindustrie heeft te kampen met een gelijkaardige problematiek. Ook in de bouw is men vragende partij voor een nieuwe opleiding tot werfleider en/of bouwploegbaas 2. De arbeidsmarkt heeft dus nood aan mensen met bepaalde competenties die men niet kan verwerven met een opleiding secundair onderwijs alleen, maar waarvoor een bacheloropleiding tot overkwalificatie zou leiden. 1.2 Vanuit onderwijs Het Bolognaproces leidde tot een zeer belangrijke hervorming van het hoger onderwijs. De aanpassing van de standaarden voor de bachelorgraden in het structuurdecreet aan internationale normen zorgden voor een opwaardering van de hogeschoolopleidingen. Tegelijk werd beslist om bepaalde bestaande postsecundaire kwalificaties buiten de BaMa-structuur van het hoger onderwijs te houden. Sindsdien is de nood groot om aan deze zinvolle opleidingen een duidelijke plaats in de opleidingenstructuur te geven en de diploma s dus een heldere waarde en betekenis te geven. 1 Van Hauwermeiren, A. (2007). Naar een nieuwe vorm van tertiair onderwijs. In: Vlaamse Onderwijsraad, Tertiair onderwijs, een verkenning. (Antwerpen-Apeldoorn: Garant). 2 De Rick, K. (2007). De bouwnijverheid: een sector op zoek naar gekwalificeerde werknemers. In: Vlaamse Onderwijsraad, Tertiair onderwijs, een verkenning. (Antwerpen-Apeldoorn: Garant). In het beleidsdenken en -debat gedurende de voorbije jaren over het opleidingen- en kwalificatielandschap tussen secundair en hoger onderwijs is de overtuiging gegroeid dat bepaalde opleidingen in het volwassenenonderwijs en in het secundair onderwijs een niveau van kwalificatie nastreven dat postsecundair is, maar niet gelijkgeschakeld kan worden aan een bachelorgraad. We noemen ze voorlopig postsecundaire beroepsgerichte opleidingen. Deze opleidingen, die zeer waardevol zijn voor de arbeidsmarkt, hebben nood aan een duidelijke positionering en erkenning, zodat de verschillende mogelijke doelgroepen gemakkelijker hun weg vinden naar het verwerven van deze kwalificaties en de waarde van de opleidingen op de arbeidsmarkt duidelijk wordt. Dit blijkt onder meer in de beleidsnota en de beleidsbrief en in diverse toespraken. 3 Zowel vanuit het secundair onderwijs als het hoger onderwijs zelf werd een standpunt over hoger beroepsonderwijs voorbereid. De VLOR hield in december 2006 een toekomstverkenning over tertiair onderwijs, die uitmondde in een platformtekst in het voorjaar van Het decreet op het volwassenenonderwijs voert het begrip hoger beroepsonderwijs in als derde niveau van het volwassenenonderwijs en bepaalt aspecten als instroomvoorwaarden en studiebekrachtiging. De nood aan nieuwe kwalificaties op de arbeidsmarkt en aan opleidingen die daartoe leiden, heeft ook spontaan tot initiatieven en experimenten in het onderwijs geleid. In verschillende regio s kwamen al samenwerkingsverbanden tussen instellingen van verschillende onderwijsniveaus en andere publieke opleidingsverstrekkers tot stand om voorstellen te ontwikkelen om aan die behoefte tegemoet te komen. 1.3 Europese ontwikkelingen In een studie van EURASHE worden de opleidingen binnen de tertiary short cycle education (TSC) of sub-degree education beschreven als programma s die niet leiden tot een Bachelor s degree, met een maximum studieduur van twee jaar of gevalideerd met minder dan 180 ECTS punten. 4 Het is een erg heterogene groep van programma s en studies. In sommige landen worden deze programma s 3 Zie onder meer de toespraak Een toekomst voor lerende volwassenen in het hoger en tertiair onderwijs (september 2004), zie 4 Kirsch, M., Beernaert, Y. & Norgaard, S. (2003).Tertiary short cycle education in Europe. A comparative study. (Brussels: EURASHE).

5 5 Stuk 2157 ( ) Nr. 1 gezien als deel uitmakend van het hoger onderwijs, in andere landen wordt geen van deze programma s als hoger onderwijs erkend. Een zelfde type van onderwijs dat leidt tot dezelfde professionele kwalificaties kan volgens de studie in één land als deel van het hoger onderwijs worden erkend, terwijl het in een ander land binnen het postsecundair onderwijs wordt geplaatst. Ook de plaats waar het georganiseerd wordt (in universiteiten, hogescholen, secundair onderwijs) verschilt sterk van land tot land. Deze verschillen in aanpak bemoeilijken uiteraard de vergelijkbaarheid van de studies en dus ook de mobiliteit van de studenten. In vele Europese landen stellen we nieuwe ontwikkelingen in de richting van korte hogere beroepsopleidingen vast. Nederland is gestart met het oprichten van de Associate Degrees op niveau 5. Dit is een deelprogramma van de bacheloropleiding dat ongeveer 120 studiepunten bestrijkt. Afgestudeerden kunnen daarmee terecht op de arbeidsmarkt, maar kunnen evengoed de eigenlijke bacheloropleiding verder zetten. De Associate Degrees bestaan net zoals het geplande hoger beroepsonderwijs in Vlaanderen uit korte opleidingen die op de arbeidsmarkt gericht zijn. Ze verschillen echter ook wezenlijk van onze opvatting over het hoger beroepsonderwijs omdat ze een integraal onderdeel van een bacheloropleiding moeten vormen en enkel door hoger-onderwijsinstellingen kunnen ingericht worden. Wij willen in de ontwikkeling van het hoger beroepsonderwijs ook instellingen secundair onderwijs (voor de opleiding verpleegkunde) en centra voor volwassenenonderwijs een belangrijke rol laten spelen en geven prioriteit aan de arbeidsmarktfinaliteit van de opleidingen. In het Verenigd Koninkrijk kunnen kortdurende en arbeidsmarktgerichte opleidingen ingericht worden in de further education -sector. Further Education Colleges bieden opleidingsmogelijkheden aan postleerplichtige jongeren (in dit geval ouder dan 16) die kunnen, maar niet noodzakelijk moeten leiden naar het hoger onderwijs. Ze leiden wel tot erkende kwalificaties. Een specifiek initiatief zijn de zogenaamde Foundation Degrees, die sinds 2001 bestaan in Engeland. De opleidingen worden ontworpen door een partnerschap van bedrijven en opleidingsorganisaties (universiteiten en hogescholen) en hebben een flexibele structuur. Op die wijze willen ze tegemoet komen aan de opleidingsnoden van werknemers. Deze opleidingen worden ontwikkeld om tegemoet te komen aan knelpuntberoepen en hebben de bedoeling meer gekwalificeerden van een hoger technisch en professioneel niveau te vormen. Een opleiding duurt twee jaar en kan ook een opstap zijn naar het behalen van een bachelor. Foundation Degrees worden ingeschaald in level 5 van het National Qualifications Framework. 5 Een uitgebreid kwaliteitszorgsysteem ziet toe op de kwaliteit van de opleidingen (cf. Foundation Degree Forward). Er bestaan nu reeds Foundation Degrees. De intense samenwerking met de bedrijven en het kwaliteitszorgsysteem van de Foundation Degrees leveren interessante inzichten voor de ontwikkeling van het hoger beroepsonderwijs in Vlaanderen. Zoals uit de studie van EURASHE duidelijk blijkt, is er geen internationaal aanvaard concept van de tertiary short cycle education (TSC) of sub-degree education. Het is een erg heterogene groep van programma s en studies. Voor Vlaanderen is het dan ook aangewezen om een eigen model uit te werken, inspelend op de lokale context, noden en behoeften, maar met aandacht voor de Europese context. 1.4 Ontwikkelingen rond kwalificatiestructuur De Europese Raad van 2000 in Lissabon stelde het streven naar transparantie op het gebied van kwalificaties en het stimuleren van levenslang leren voorop als twee belangrijke pijlers van de inspanningen om de Europese onderwijs- en opleidingsstelsels af te stemmen op de behoeften van de kennismaatschappij. Het European Qualifications Framework for Life Long Learning (EQF) moet een antwoord bieden op de vraag naar meer transparantie. Het EQF wil een gemeenschappelijke taal creëren om kwalificaties te beschrijven. Door het EQF zullen in de verschillende lidstaten werkgevers, werkenden, werkzoekenden en lerenden kwalificaties op een eenduidige wijze kunnen beschrijven en vergelijken. Het Europese Parlement heeft op 24 oktober de aanbeveling over het European Qualifications Framework (EQF) aangenomen die eind januari 2008 verscheen in het Europees Publicatieblad 6. Omdat het EQF een metaraamwerk is, worden de lidstaten aanbevolen om een eigen nationaal kwalificatiesysteem te ontwerpen en dit tegen 2010 aan het Europese kwalificatiekader te koppelen. Ook wordt gesteld dat lidstaten maatregelen nemen tegen 2012 om waar nodig alle nieuwe certificaten, diploma s en Europass -documenten die door de bevoegde autoriteiten worden afgegeven via nl.pdf.

6 Stuk 2157 ( ) Nr. 1 6 de nationale kwalificatiesystemen te koppelen aan het passende niveau van het Europees kwalificatiekader. Ook de OESO heeft in 2007 een belangwekkend rapport over kwalificatiestructuren gepubliceerd. 7 Denken in termen van kwalificatiestructuren zal het onderwijs ingrijpend veranderen. De VLOR spreekt in zijn advies over de Vlaamse kwalificatiestructuur van een paradigmawissel: In plaats van te focussen op de input van leren wordt nu gewerkt en gedacht vanuit de notie leerresultaten, kunnen functioneren in levensechte contexten. Vanuit een onderwijskundig perspectief is het een Copernicaanse revolutie om te vertrekken van functioneringsvereisten in levensechte contexten. Dit veronderstelt een integratie van kennis, vaardigheden en attitudes om datgene wat een lerende kan, te valoriseren in plaats van te vertrekken vanuit de hiaten die de lerende nog heeft en de leercontext waarin het leren plaats heeft gevonden.. 8 Vlaanderen is momenteel bezig met het uittekenen van de Vlaamse kwalificatiestructuur. Het decreet betreffende de Vlaamse kwalificatiestructuur werd goedgekeurd op [...] en onderscheidt net zoals het EQF acht niveaus waarin kwalificaties een plaats krijgen. Een kwalificatie is een afgerond en gevalideerd geheel van competenties. Een afgerond geheel betekent dat de competenties in hun onderlinge samenhang maatschappelijk relevant en waardevol zijn. Voor elk niveau van de Vlaamse kwalificatiestructuur bestaat er een algemene omschrijving van de karakteristieken van de competenties die behoren tot de kwalificatie op dat niveau. Dit zijn de niveaudescriptoren. Die algemene omschrijving laat toe kwalificaties van verschillende niveaus van elkaar te onderscheiden. De Europese Hoger Onderwijsruimte hanteert vooralsnog een eigen ordening van kwalificaties in het hoger onderwijs naast het EQF. De niveaus daarvan worden onderscheiden aan de hand van de Dublindescriptoren. Binnen het Bolognaproces werd het Short Cycle Higher Education sinds 2005 expliciet gelinkt aan de eerste cyclus van het hoger onderwijs. 9 Er is echter gezorgd voor een compatibiliteit van EQF met het kwalificatiekader van de Europese ruimte voor hoger onderwijs. De descriptor voor het 7 OECD (2007). Qualifications systems. Bridges to lifelong learning (Paris:OECD). 8 VLOR-Algemene Raad, Advies over het werkdocument Naar een Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren, 24 november Zie sem/050124_amsterdam/ _Recommendations.pdf. hoger onderwijs korte cyclus (binnen of gekoppeld aan de eerste cyclus) door het Joint Quality Initiative ontwikkeld als onderdeel van het Bolognaproces, stemt overeen met de leerresultaten van EQF niveau Met het hoger beroepsonderwijs wordt het niveau 5 van de kwalificatiestructuur ingevuld in navolging van de Europese ontwikkelingen. De zevende specialisatiejaren tso en kso krijgen als Se-n-Se een duidelijke posititionering op niveau Doelstellingen 2.1 Arbeidsmarktkansen versterken van lerenden, werkenden en werkzoekenden De centrale doelstelling van het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs is de competentieontwikkeling van mensen met het oog op het versterken van hun kansen op de arbeidsmarkt. Om hiertoe te komen is een eerste voorwaarde dat deze beroepsgerichte opleidingen actief inspelen op evoluties op en behoeften van de arbeidsmarkt. Een nauwe samenwerking met het bedrijfsleven is hierbij onontbeerlijk, onder meer door werkplekleren te integreren in de opleiding. Een tweede voorwaarde bestaat erin dat deze beroepsgericht opleidingen duidelijk gepositioneerd moeten worden zodat ze herkenbaar zijn, zowel voor de arbeidsmarktactoren, als voor de cursisten Beroepsgerichte opleidingen afstemmen op evoluties op de arbeidsmarkt Om arbeidsmarktkansen te vergroten, is het noodzakelijk dat het civiel effect van studiebewijzen op de arbeidsmarkt versterkt wordt. Op de arbeidsmarkt moeten mensen een vlotte start kunnen nemen. Opleidingen moeten dus relevant zijn voor de arbeidsmarkt. Het succes van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (HOSP) en de vierde graad bso verpleegkunde toont dat het maatschappelijk relevante opleidingen zijn. De opleidingen die binnen de zevende jaren tso aangeboden worden zijn eveneens opleidingen die relevant zijn voor de arbeidsmarkt 10 Zie bijlage 2 van de Europese aanbeveling omtrent EQF: nl.pdf.

7 7 Stuk 2157 ( ) Nr. 1 maar er zijn er onvoldoende en ze trekken te weinig leerlingen aan. Het civiel effect van een studiebewijs van een opleiding binnen het Se-n-Se of het hoger beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt wordt door volgende aspecten bepaald: door de vraag die er op de arbeidsmarkt is naar die bepaalde kwalificatie, de mate waarin de opleiding geënt is op de kwalificatie(s) die de betrokken sector vraagt; door de intense samenwerking tussen onderwijsen opleidingsverstrekkers en het bedrijfsleven/ non-profit organisaties. De kwalificatiestructuur is een goed instrument om opleidingen vlot af te stemmen op de evoluties op de arbeidsmarkt. De sociale partners leveren in dit kader beroepscompetentieprofielen, die de basis vormen voor de beroepskwalificaties. Periodiek zullen de kwalificaties op hun houdbaarheidsdatum gecontroleerd worden. De kwalificaties bestaan uit de competenties die minimaal in een opleiding terug te vinden moeten zijn. De intense samenwerking met de beroepswereld zal zich voor het Se-n-Se en hoger beroepsonderwijs niet enkel situeren bij de vormgeving van een opleiding, maar ook bij het realiseren ervan en het nagaan van de kwaliteit van de opleiding. In de mate dat bepaalde beroepskwalificaties voorwerp vormen van regelgeving die de uitoefening ervan regelt, zullen we ervoor zorgen dat het certificaat uitgereikt na Se-n- Se of het diploma hoger beroepsonderwijs daarin als een toelatingsvoorwaarde wordt opgenomen Positionering van alle postsecundaire beroepsgerichte opleidingen Opleidingen in het vroegere HOSP, de specialisatiejaren tso en kso en de vierde graad bso Verpleegkunde bieden belangrijke kansen op de arbeidsmarkt. Niettemin hebben deze opleidingen in het verleden te kampen gehad met een onduidelijke positionering: enerzijds ten opzichte van opleidingen in het secundair onderwijs, anderzijds ten opzichte van de bacheloropleidingen. Een duidelijke positionering van deze beroepsgerichte opleidingen die na het secundair onderwijs gevolgd worden maar niet tot een bachelor leiden dringt zich dus op. Opleidingen op niveau van het secundair onderwijs die pas gevolgd kunnen worden na het secundair onderwijs worden opleidingen van het secundair na secundair onderwijs. Via deze benaming wordt, naar analogie met een bachelor na bachelor en master na master, duidelijk dat deze opleidingen leiden tot een bijkomende, meer gespecialiseerde kwalificatie van eenzelfde niveau als de reeds eerder verworven kwalificatie. Opleidingen uit het secundair na secundair onderwijs situeren zich op het niveau 4 van de kwalificatiestructuur. Opleidingen die zich situeren op het niveau 5 van de kwalificatiestructuur worden opleidingen van het hoger beroepsonderwijs. Dit geldt voor de vroegere HOSP-opleidingen en de vierde graad bsoverpleegkunde. Via de koppeling met het EQF en de Vlaamse kwalificatiestructuur zullen deze opleidingen in binnen- en buitenland duidelijk herkenbaar zijn binnen onderwijs en op de arbeidsmarkt. 2.2 Opklimmen op de onderwijsladder bevorderen Met het secundair na secundair onderwijs willen trede 4 van de onderwijsladder verstevigen voor jongeren die hun diploma secundair onderwijs behaald hebben. Deze opleidingen zullen zowel jongeren aantrekken onmiddellijk na het behalen van hun diploma secundair onderwijs alsook jongeren die al een eerste intrede op de arbeidsmarkt deden. Met het hoger beroepsonderwijs willen we de ontbrekende trede 5 op de onderwijsladder invullen met opleidingen met een duidelijke arbeidsmarktfinaliteit. Deze trede moet vervolgens ook een opstap kunnen bieden naar opleidingen die naar een professionele bachelorgraad leiden. Door deze opleidingen toegankelijk te maken voor zowel jongeren als volwassenen, op verschillende momenten in hun loopbaan, willen we de participatie aan levenslang leren bevorderen. Tevens zullen we stimuleren dat werkzoekenden en (kandidaat-) ondernemers die een arbeidsmarktgerichte kwalificatie behaalden via VDAB of Syntra de weg naar het hoger beroepsonderwijs vinden om hun competenties nog verder te ontwikkelen.

8 Stuk 2157 ( ) Nr. 1 8 Onderwijsladder voor en na het decreet De onderwijsladder tussen secundair onderwijs en hoger onderwijs verstevigen en verder invullen Met het nieuwe financieringssysteem en de flexibele trajecten wordt een verhoogde en succesvolle deelname van nieuwe doelgroepen aan het hoger onderwijs beoogd. Maar voor sommige jongeren is de sprong naar het hoger onderwijs te groot: 34 % van de jongeren uit tso en 68,5% van de jongeren uit bso die naar de hogeschool of de universiteit gaan, haken af in het eerste jaar, t.o.v. 9% van de jongeren uit het aso 11. Uit de databank tertiair onderwijs 12 blijkt bovendien dat de kans op slagen voor jongeren uit het 7e jaar bso in het hoger onderwijs zeer klein is. Informatie over slaagkansen wordt in deze 11 De Rick, K., Maes, L. & Saliën K. (2007). De mogelijke doelgroep voor het tertiair onderwijs. In: Vlaamse Onderwijsraad, Tertiair onderwijs, een verkenning. (Antwerpen- Apeldoorn: Garant). 12 Cijfers van het academiejaar

9 9 Stuk 2157 ( ) Nr. 1 databank weergegeven als de verhouding van het aantal verworven credits ten opzichte van het aantal oorspronkelijk opgenomen studiepunten, voor verschillende groepen studenten. Met andere woorden: in welke mate behalen deze studenten de doelstellingen die ze voor zichzelf hebben vooropgesteld? Een gemiddelde student in het hoger onderwijs realiseert 61% van wat hij zich heeft voorgenomen bij het begin van het academiejaar. Voor jongeren uit het 7 e jaar bso (4% van alle studenten in het hoger onderwijs) is dit slechts 27%. Ook jongeren uit het 6 e jaar tso doen het minder goed dan hun collega s uit het aso, 54% t.o.v. 70%. Op die wijze gaat er ontzettend veel talent verloren. De overgang van secundair onderwijs naar hoger onderwijs mag geen kwalificatie-val worden voor mensen voor wie de stap naar een bacheloropleiding te groot is. Gepaste tussentreden en verstevigde treden zouden sommigen kunnen helpen om toch de ladder te beklimmen. Met het hoger beroepsonderwijs vullen we die ontbrekende trede op de onderwijsladder in met opleidingen met een duidelijke arbeidsmarktfinaliteit. Met het secundair na secundair onderwijs verstevigen we een bestaande trede op de onderwijsladder Een opstap naar vervolgopleidingen bieden Opleidingen secundair na secundair onderwijs en hoger beroepsonderwijs zijn in de eerste plaats gericht op het verwerven van een kwalificatie die onmiddellijk inzetbaar is op de arbeidsmarkt. Toch willen we met deze opleidingen ook een opstap bieden naar vervolgopleidingen. Het secundair na secundair onderwijs kan een aanzet zijn om zich verder te vormen in het hoger beroepsonderwijs of de professionele bacheloropleidingen. Het hoger beroepsonderwijs kan eveneens een opstap bieden naar opleidingen die naar een professionele bachelorgraad leiden. Op die wijze hopen we talenten te ontwikkelen die nu omwille van een ontspoorde loopbaan in het secundair onderwijs of een verkeerde studiekeuze dreigen verloren te gaan. De opleidingen uit het secundair na secundair onderwijs kunnen een opstap zijn voor leerlingen die zich niet klaar voelen om onmiddellijk in het hoger beroepsonderwijs te starten. Het hoger beroepsonderwijs opent perspectieven voor diegenen die een opleiding in het hoger onderwijs willen volgen, maar zich niet meteen klaar voelen om aan een bacheloropleiding te beginnen. Illustratief hiervoor is de 4 e graad verpleegkunde uit het bso, waarvoor uit de databank tertiair onderwijs blijkt dat jongeren met dit diploma op zak met succes doorstromen naar de professionele bachelors die erop aansluiten. Het gaat slechts om 0,3% van de studenten in het hoger onderwijs, maar zij slagen er wel in om voor 73% van de vooropgestelde studiepunten ook effectief te slagen. Het civiel effect van het hoger beroepsonderwijs voor doorstroming naar het hoger onderwijs zal decretaal worden vastgelegd. Een studiebewijs van het hoger beroepsonderwijs zal steeds toegang verlenen tot het hoger onderwijs. Daarnaast willen we voor zoveel mogelijk opleidingen van het hoger beroepsonderwijs de aansluiting nog versterken door het uittekenen van verkorte trajecten in de aansluitende opleidingen te stimuleren. Het EVK-HOSP project uitgevoerd door de VLOR 13 heeft bewezen dat dit mogelijk is. In dit project werd een samenwerking tot stand gebracht tussen CVO s en een of meer hogescholen om een verkort bachelortraject vanuit een HOSP-opleiding - in het nieuwe decreet op het volwassenenonderwijs opleidingen hoger beroepsonderwijs - uit te tekenen. Niet enkel heeft men binnen dit project al een heel aantal verkorte trajecten uitgewerkt, de betrokken CVO s en hogescholen hebben samen ook een transparante methodiek ontwikkeld voor de toekenning van studieduurverkorting en de ontwikkeling van aanvullingstrajecten in het hogescholenonderwijs. Deze methodiek dient verder geïmplementeerd te worden binnen het hoger beroepsonderwijs. Hierbij is het belangrijk dat gestreefd wordt naar voldoende schaalgrootte. Indien meerdere CVO s samen met een of meerdere hogescholen eenzelfde verkort traject kunnen realiseren, is er meer potentiële instroom mogelijk in de verkorte trajecten van de bacheloropleidingen en wordt het dus interessanter voor hogescholen om aangepaste trajecten op maat aan te bieden. Deze doelstelling toont meteen aan dat een nauwe samenwerking tussen onderwijsinstellingen kenmerkend zal zijn voor opleidingen binnen het hoger beroepsonderwijs Opleidingen toegankelijk maken voor verschillende doelgroepen Het secundair na secundair onderwijs richt zich in de eerste plaats tot jongeren die zich onmiddellijk na het 13 VLOR Algemene Raad, Advies over de organisatie van aanvullingstrajecten tussen het CVO en de hogeschool en Eindrapport Project EVK-HOSP ( ), 31 mei 2007

10 Stuk 2157 ( ) Nr behalen van hun diploma secundair onderwijs verder willen scholen. Deze opleidingen staan echter ook open voor cursisten die een andere opleiding binnen het hoger beroepsonderwijs of hoger onderwijs volgden maar vroegtijdig afhaakten, jongeren die na het zesde jaar secundair onderwijs een job zochten maar niet vonden, jongeren die na hun intrede op de arbeidsmarkt tot inzicht komen dat ze zich verder moeten bijscholen om een job te vinden die hen wél aanspreekt enzovoort. Met het hoger beroepsonderwijs willen we inspelen op de behoeften van mensen die niet geïnteresseerd zijn in lange bacheloropleidingen, maar via kortere of deeltijdse trajecten een erkende beroepskwalificatie willen verwerven, onmiddellijk na het secundair onderwijs of later in hun loopbaan. Het hoger beroepsonderwijs moet daarom toegankelijk zijn voor een brede doelgroep. Zowel jongeren die zich verder willen kwalificeren, werkenden die een nieuwe uitdaging willen of moeten opnemen en werkzoekenden die hun arbeidsmarktkansen willen vergroten, moeten er terecht kunnen. Daarnaast willen we onder bepaalde voorwaarden via het hoger beroepsonderwijs ook een kwalificatiemogelijkheid bieden aan lerenden die het secundair onderwijs ongekwalificeerd hebben verlaten Kenmerken van het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs Dit decreet beoogt met het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs een veld van opleidingen te creëren met volgende kenmerken: Secundair na secundair onderwijs Opleiding volgt op het secundair onderwijs Opleiding gebaseerd op onderwijskwalificatie bestaande uit min. 1 beroepskwalificatie van niveau 4 Onderwijskwalificatie situeert zich op niveau 4 van de Vlaamse kwalificatiestructuur Juridisch secundair onderwijs Opleiding komt tot stand en wordt gerealiseerd in samenwerking met de arbeidsmarkt. Er kan worden samengewerkt met andere onderwijsniveaus en publieke opleidingsverstrekkers VDAB en Syntra. Werkplekleren is ingebed in elke opleiding Toegankelijk voor verschillende doelgroepen Hoger beroepsonderwijs Opleiding volgt op het secundair onderwijs Opleiding gebaseerd op onderwijskwalificatie bestaande uit min. 1 beroepskwalificatie van niveau 5 Onderwijskwalificatie situeert zich op niveau 5 van de Vlaamse kwalificatiestructuur Juridisch hoger onderwijs Opleiding komt tot stand en wordt gerealiseerd in samenwerking met de arbeidsmarkt, andere onderwijsniveaus en publieke opleidingsverstrekkers VDAB en Syntra. Werkplekleren is ingebed in elke opleiding Toegankelijk voor verschillende doelgroepen 14 Ongekwalificeerd wordt hier gedefinieerd als niet in het bezit zijn van het aso-diploma, het kso/tso-diploma of het bso-getuigschrift derde graad.

11 11 Stuk 2157 ( ) Nr Beroepsopleiding na het secundair onderwijs Opleidingen secundair na secundair onderwijs zijn opleidingen die kunnen gevolgd worden na het secundair onderwijs, maar die geen hoger beroepsonderwijs zijn. De opleidingen veronderstellen een bereikt niveau van algemene vorming dat gevalideerd wordt door het diploma secundair onderwijs. De opleidingen zelf bouwen verder op de beroepsgerichte vorming uit het secundair onderwijs. Dergelijke beroepsopleidingen bestaan al binnen het onderwijs. De zevende specialisatiejaren technisch secundair onderwijs en zevende specialisatiejaren kunstsecundair onderwijs zijn dergelijke opleidingen. In het schooljaar volgden 1806 leerlingen zo n 7e specialisatiejaar tso, verspreid over 46 opleidingen die voortaan opleidingen Se-n-Se worden. Bovenop deze bestaande opleidingen zullen er, inspelend op de vragen van de arbeidsmarkt, nieuwe opleidingen kunnen ingericht worden. Secundair na secundair onderwijs kan enkel ingericht worden door instellingen voor secundair onderwijs. De zevende jaren bso worden bekroond met een diploma secundair onderwijs. Ze behoren dus integraal tot het secundair onderwijs en kunnen bijgevolg niet opgenomen worden in het Se-n-Se, ook al leiden ze tot een kwalificatie van niveau 4. Opleidingen van het hoger beroepsonderwijs zijn opleidingen die gevolgd kunnen worden na het secundair onderwijs, maar zijn geen professionele bachelors. De opleidingen veronderstellen een bereikt niveau van algemene vorming dat gevalideerd wordt door het diploma secundair onderwijs. De opleiding zelf bouwt voort op de algemene vorming uit het secundair onderwijs. Zowel leerlingen uit het aso, tso, kso als bso kunnen zich inschrijven voor een opleidingen uit het hoger beroepsonderwijs. Cursisten die het secundair onderwijs ongekwalificeerd hebben verlaten, krijgen onder bepaalde voorwaarden toegang tot het hoger beroepsonderwijs. Er bestaan op dit moment binnen het onderwijs reeds dergelijke beroepsgerichte opleidingen. Dit zijn de voormalige HOSP-opleidingen uit het volwassenenonderwijs, die sinds het decreet betreffende het volwassenenonderwijs al hoger beroepsonderwijs genoemd worden. Ook de opleiding Verpleegkunde van de 4e graad bso wordt mee opgenomen in het hoger beroepsonderwijs, omwille van de duur van deze opleiding. In namen cursisten deel aan een opleiding van het hoger onderwijs voor sociale promotie van het volwassenenonderwijs 15 en volgden leerlingen een opleiding 4e graad bso Verpleegkunde. In totaal zullen een 60-tal bestaande opleidingen opgenomen worden in het hoger beroepsonderwijs: 1 opleiding situeert zich in de 4e graad bso en 63 opleidingen in het hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs. Naast deze bestaande opleidingen zullen er binnen het hoger beroepsonderwijs uiteraard ook nieuwe opleidingen, toegespitst op de noden van de arbeidsmarkt, kunnen worden ingericht. Naast centra voor volwassenenonderwijs zullen ook hogescholen de kans krijgen om deze nieuwe opleidingen van het hoger beroepsonderwijs in te richten. 3.2 Opleidingen die leiden tot een beroepsgerichte kwalificatie Elke Se-n-Se-opleiding en elke opleiding van het hoger beroepsonderwijs leidt op tot een onderwijskwalificatie die uit minstens één beroepskwalificatie bestaat. De competenties vervat in de beroepskwalificaties worden bepaald door de sociale partners. Elke Se-n-Se-opleiding en opleiding uit het hoger beroepsonderwijs zal dan minimaal die competenties moeten nastreven die in de beroepskwalificatie beschreven zijn. Het decreet over de kwalificatiestructuur werd gelijklopend met dit decreet voorbereid en de afstemming van de Se-n-Se-opleidingen en de opleidingen hoger beroepsonderwijs op de beroepskwalificaties zal dus een geleidelijk proces zijn, waarbij opleidingen de tijd zullen krijgen om de opleiding af te stemmen op de beroepskwalificatie. 3.3 Opleidingen die leiden tot minstens één beroepskwalificatie van niveau 4 of niveau 5 in het European Qualification Framework en de Vlaamse kwalificatiestructuur Niveau 4 en 5 in de Vlaamse kwalificatiestructuur Binnen het Se-n-Se leiden opleidingen steeds tot een onderwijskwalificatie die gebaseerd is op minstens 15 In deze telling werd de specifieke lerarenopleiding niet meegerekend.

12 Stuk 2157 ( ) Nr één beroepskwalificatie die ingeschaald werd op het niveau 4 van de Vlaamse kwalificatiestructuur. Opleidingen binnen het secundair na secundair onderwijs worden bekrachtigd met een certificaat. Het hoger beroepsonderwijs in Vlaanderen kan niet los gezien worden van internationale ontwikkelingen, meer bepaald de ontwikkelingen rond de Short Cycle in het kader van het European Qualification Framework en de ontwikkelingen naar aanleiding van de Bolognaverklaring. De Short Cycle opleidingen uit de Europese Hoger Onderwijsruimte worden gekoppeld aan niveau 5 van het EQF. Deze opleidingen zullen in Vlaanderen het hoger beroepsonderwijs vormen Overwegingen bij de benamingen De term secundair na secundair onderwijs De term secundair na secundair onderwijs, of afgekort Se-n-Se is een term die niet eerder gebruikt werd. Een nieuwe naam voor wat momenteel het 7 e specialisatiejaar tso en 7 e specialisatiejaar kso heet, is belangrijk om de nieuwe aanpak zichtbaar te maken en deze opleidingen duidelijker te positioneren. De keuze voor secundair na secundair werd gemaakt naar analogie met de bachelor na bachelor en de master na master. Het zijn namelijk opleidingen die een diploma van secundair onderwijs veronderstellen. Het zijn opleidingen om verder bouwen op bestaande competenties en die verder uitdiepen. Het zijn met andere woorden opleidingen waarin de deelnemers zich verder kunnen specialiseren. Deze opleidingen bevinden zich echter op hetzelfde niveau als het diploma secundair onderwijs. De bestaande competenties worden er als het ware uitgediept. Diverse alternatieven werden overwogen maar bleken minder duidelijk dan Se-n-Se. Voortgezet beroepsonderwijs bijvoorbeeld, is een term die te veel naar het bestaande beroepssecundair ondewijs verwijst. Voortgezet secundair onderwijs zou dan weer associaties oproepen met het vroegere VSO. De term hoger beroepsonderwijs In de beleidsnota Onderwijs en Vorming Vandaag kampioen in wiskunde, morgen in gelijke kansen van 23 december 2004 werd in eerste instantie de term tertiair onderwijs gehanteerd voor dit veld van opleidingen. Deze term werd in de beleidsbrieven verlaten en vervangen door hoger beroepsonderwijs omwille van twee redenen: ten eerste legde de term tertiair onderwijs te weinig nadruk op het beroepsgerichte aspect van deze opleidingen. Ten tweede zorgde hij internationaal voor verwarring. In de OESO hanteert men tertiair onderwijs immers om het gehele postsecundaire onderwijs te benoemen, inclusief het hoger onderwijs. Het hoger beroepsonderwijs werd als begrip decretaal verankerd in het decreet op het volwassenenonderwijs. Ook de term hoger beroepsonderwijs is niet zonder problemen. Het Vlaamse hoger beroepsonderwijs kan voor verwarring zorgen met het hoger beroepsonderwijs in Nederland. In Nederland is het hoger beroepsonderwijs (HBO) immers het professioneel gerichte onderwijs in de hogescholen (cf. HBObachelors, HBO-masters en associate degrees ). Om na te gaan of er een beter alternatief voor hoger beroepsonderwijs mogelijk is, werden enkele denkoefeningen gedaan. Eerst werd een inventaris gemaakt van de bestaande internationale terminologie voor het veld van vergelijkbare opleidingen. Vervolgens werden de voor- en nadelen van alle mogelijke alternatieven voor hoger beroepsonderwijs HBO opgesomd. Daaruit bleek dat het moeilijk is een aanvaardbare term te vinden die echt beter is. Tot slot werd onderzocht welke namen er in de buurlanden circuleren voor opleidingen en diploma s die als analoog aan het HBO kunnen worden beschouwd, in de hoop daar enige samenhang in te kunnen vinden. Hieruit blijkt echter dat de verschillende nationale systemen verschillende tradities hebben in het benoemen van opleidingen en diploma s. De denkoefening geeft aan dat onderwijsterminologie in eerste instantie binnen de eigen nationale context en rekening houdend met lokale tradities, duidelijk moet aangeven waarover het gaat. De term hoger beroepsonderwijs blijkt voor Vlaanderen de best mogelijke benaming te zijn voor het veld van opleidingen die bovenstaande basiskenmerken gemeenschappelijk hebben. De term zegt immers duidelijk waarover het gaat: onderwijs dat volgt op het secundair onderwijs, en dat beroepsgericht is. De vertaling voor internationaal gebruik luidt higher vocational education. Om verwarring met Nederland te vermijden, zullen we in onze afkorting van hoger beroepsonderwijs steeds verwijzen naar het niveau van de kwalificatie-

13 13 Stuk 2157 ( ) Nr. 1 structuur waarnaar de opleidingen leiden. Zo zullen we spreken van HBO 5. Deze benaming zal gebruikt worden in alle officiële documenten (zoals bijvoorbeeld de studiebewijzen). De mogelijke verwarring met Nederland blijft dus nog wel een aandachtspunt, maar op deze manier menen we de verwarring met het HBO in Nederland te beperken. Verder zal er extra aandacht worden besteed aan een doorgedreven en heldere communicatie naar de Nederlandse overheid en hogescholen, met bijzondere aandacht voor het grensgebied. De eerste contacten daarvoor werden reeds gelegd. Om op het internationale niveau verwarring tegen te gaan, wordt vastgelegd dat de studiebekrachtiging van deze opleidingen in het Engels als Associate Degree vertaald zal worden. 3.4 Verschillende doelgroepen Het secundair na secundair onderwijs is in eerste instantie gericht op jongeren die deze opleidingen volgen onmiddellijk na het behalen van hun diploma secundair onderwijs. Daarenboven staan deze opleidingen ook open voor jongeren die een andere opleiding, bijvoorbeeld een opleiding van het hoger beroepsonderwijs of een professionele bacheloropleiding volgden maar afhaakten, voor jongeren die na het behalen van hun diploma secundair onderwijs onmiddellijk de stap naar de arbeidsmarkt zetten maar geen job vonden, jongeren die na hun eerste stappen in het beroepsleven beseffen dat ze zich moeten bijscholen om een job te vinden die hen wél aanspreekt, enzovoort. In functie van levenslang leren moeten opleidingen van het hoger beroepsonderwijs toegankelijk zijn voor verschillende doelgroepen, zowel jongeren als volwassenen. We denken hierbij aan leerlingen die hun studies willen verder zetten in het hoger beroepsonderwijs, werkenden die zich willen herscholen of een hogere kwalificatie willen bereiken, werkzoekenden die hun kansen op de arbeidsmarkt via een opleiding willen versterken en diegenen die in het hoger onderwijs niet slagen en toch voortgezette studies willen aanvangen om eventueel later opnieuw de stap naar een bacheloropleiding te kunnen zetten. Daarom moeten binnen het hoger beroepsonderwijs korte opleidingen aangeboden worden, die voldoen aan een aantal minimale voorwaarden qua flexibiliteit van het aanbod. Bovendien moeten ook afspraken worden gemaakt worden omtrent de erkenning van kwalificaties die werkzoekenden en (kandidaat-) ondernemers verworven hebben via de VDAB en de Syntra. En ook in- en non-formeel leren moet maximaal gevaloriseerd worden via de uitwerking van een begeleidingsaanbod en laagdrempelige assessmentprocedures. Ongeacht de instelling waar de opleiding hoger beroepsonderwijs wordt aangeboden is het van belang om een kwaliteitsvol EVC-systeem uit te werken. In het hoger onderwijs is met de invoering van het flexibiliseringsdecreet reeds een EVC-praktijk tot stand gebracht. Ook het volwassenenonderwijs heeft een start genomen met het creëren van een systeem van erkenning van verworven competenties. Binnen instellingen voor secundair onderwijs heeft men ervaring met zij-instromers in de 4 e graad Verpleegkunde. Er zijn dus al verschillende systemen in gebruik. Hoe dan ook moeten binnen hoger beroepsonderwijs sluitende garanties geboden worden omtrent de erkenning van kwalificaties die werkzoekenden en (kandidaat-)ondernemers verworven hebben via de VDAB en de Syntra. En ook in- en non-formeel leren moet maximaal gevaloriseerd worden via de uitwerking van een begeleidingsaanbod en laagdrempelige assessmentprocedures. Belangrijk is echter dat op termijn een Vlaanderenbreed EVC-beleid wordt uitgewerkt dat niet enkel betrekking heeft op hoger beroepsonderwijs, maar ook op het hoger onderwijs. We willen op termijn dus een overkoepelend EVC-beleid uitwerken. Het EVC-beleid zal in afzonderlijke teksten verder vorm krijgen. Het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming zal een taak opnemen in het verder vorm geven van het EVC-beleid. 3.5 Samenwerking Samenwerking met het bedrijfsleven Zowel bij de Foundation Degrees in Engeland als de Associate Degrees in Nederland is een doorgedreven samenwerking met beroepssectoren een kernelement en grote troef van deze opleidingen. 16 Een nauwe samenwerking met de beroepswereld zal voor nieuwe opleidingen van het hoger beroepsonderwijs een belangrijke voorwaarde zijn voor het toekennen van 16 dfes_task_force_report.pdf en

14 Stuk 2157 ( ) Nr een opleiding aan een of meerdere onderwijsverstrekkers. Die samenwerking moet er voor zorgen dat de opleiding maximaal is afgestemd op de nood van de arbeidsmarkt en dat werkplekleren kwaliteitsvol aangeboden kan worden. Niet enkel zal de beroepswereld via de SERV instaan voor het uittekenen van de beroepscompetentieprofielen die de basis vormen voor de kwalificatie en de opleiding. Ook bij de uittekening van het curriculum en meer in het bijzonder bij de vormgeving van werkplekleren, zullen de onderwijsverstrekkers de beroepswereld nauw moeten betrekken. Bij een aanvraag voor programmatie zullen ze deze samenwerking moeten aantonen. Een nauwe samenwerking met de beroepswereld zal ook een grote meerwaarde vormen voor Se-n-Seopleidingen. De arbeidsmarktsectoren zullen via de SERV beroepscompetentieprofielen uittekenen die, net zoals in het hoger beroepsonderwijs, de basis zijn voor de opleidingen. Bij het uitwerken van de curricula van de Se-n-Seopleidingen zal de arbeidsmarktgerichtheid verder doorgetrokken moeten worden. Werkplekleren zal een essentieel onderdeel vormen van opleidingen binnen het Se-n-Se. Werkplekleren in Se-n-Se zal voornamelijk in de vorm van stages worden geconcretiseerd. Bedrijven of organisaties hebben dan ook een belangrijke inbreng. De Regionale Technologische Centra en de RTC-bruggenbouwers kunnen hier een ondersteunende functie vervullen. Het belang van begeleiding bij en evaluatie van werkplekleren werd reeds hoger geschetst. Dit zijn aspecten die ook bij Se-n-Se van belang zijn. Om de inbreng van het bedrijfsleven binnen de lessen te kunnen integreren, maken we het voor Se-n- Se-opleidingen mogelijk om voordrachtgevers in te schakelen. Op die manier maken we het mogelijk om externe lesgevers met specifieke beroepskennis in te zetten in de klas Samenwerking tussen verschillende onderwijsniveaus Om een flexibel, divers en transparant en rationeel aanbod te verzekeren en om eventuele destructieve concurrentie tussen de betrokken onderwijsniveaus aan banden te leggen zal het noodzakelijk zijn dat deze verschillende onderwijsniveaus nauw samenwerken. In het hoger beroepsonderwijs zal samenwerking tussen verschillende onderwijsniveaus aangewezen zijn op inhoudelijk vlak. Andere onderwijsinstellingen worden best betrokken bij de inhoudelijke vormgeving van het curriculum en de uittekening van voor- en natrajecten. Samenwerking tussen onderwijsniveaus gaat bij voorkeur verder dan een inhoudelijke samenwerking. De samenwerking kan ook organisatorisch zijn waarbij men bijvoorbeeld leerkrachten of docenten uitwisselt, elkaar logistieke ondersteuning biedt en/of zelfs aan gezamenlijke diplomering doet. Deze organisatorische vorm biedt een grote meerwaarde voor hoger beroepsonderwijs en gezamenlijke diplomering tussen verschillende onderwijsinstellingen zal mogelijk gemaakt worden. Deze vorm van samenwerking ontstaat best organisch vanuit het veld eerder dan dit op te leggen. Samenwerking tussen onderwijsinstellingen wordt gezien als een continuüm. Voor Se-n-Se zijn deze vormen van samenwerking mogelijk, maar minder dwingend Samenwerking met de publieke opleidingsverstrekkers Syntra en VDAB De samenwerking blijft niet beperkt tot onderwijsverstrekkers. Om dezelfde redenen als hierboven aangehaald (flexibiliteit, diversiteit, transparantie en rationaliteit van het aanbod) zal het eveneens mogelijk zijn om een verregaande samenwerking aan te gaan met de publieke opleidingsverstrekkers Syntra en VDAB 17, waarbij Syntra en VDAB de mogelijkheid krijgen om onderdelen van opleidingen van het hoger beroepsonderwijs te verzorgen en te valideren. Voor Se-n-Se zijn deze vormen van samenwerking mogelijk, maar minder dwingend. 3.6 Werkplekleren in Se-n-Se en hoger beroepsonderwijs Momenteel worden zowel in de literatuur als in de praktijk allerhande termen gehanteerd om de methodiek van leren en werken te benoemen. Onstenk omschrijft leren op de werkplek als het verwerven van een arbeids- en beroepsgericht handelingsrepertoire (competenties) waarbij de problemen uit de arbeidspraktijk het leerobject vormen en de arbeidssituatie de leeromgeving is. 18 Werkplekleren is dus 17 De precieze invulling van deze samenwerking met de publieke opleidingsverstrekkers in Brussel zal in de uitwerking van het decreet verder bepaald worden. 18 Onstenk, J. (1999). Het duale leertraject als krachtige leeromgeving. In: K. Schlusmans, R. Slotman, C. Nagtegaal & G. Kinkhorst eds., Competentiegerichte leeromgevingen. (Utrecht: Lemma).

15 15 Stuk 2157 ( ) Nr. 1 enerzijds een methodiek waarbij kennis en vaardigheden op de werkvloer worden toegepast. Anderzijds doet de werkplek zelf dienst als leeromgeving. Werkplekleren kent vele vormen. In zijn meest zuivere vorm is werkplekleren op ervaring gebaseerd leren in een arbeidssituatie. Daarbinnen zijn er twee leerwegen mogelijk: een leerweg waarbij competenties uit de opleiding worden toegepast en verder geëxploreerd binnen de realiteit van de arbeidssituatie enerzijds (vb. stages, leerwerktrajecten enzovoort), en een leerweg waarbij competenties verworven in een reële arbeidssituatie verder worden geëxploreerd en verwerkt in de opleiding anderzijds (vb. alternerend leren en werken). 19 Het hoger beroepsonderwijs met een missie, doelgroep en aanbod gericht op een arbeidsmarktgerichte kwalificatie gaat uit van een intensieve samenwerking met de arbeidsmarkt. Het hoger beroepsonderwijs leent zich dus uitstekend om werken en leren geïntegreerd aan te bieden. Werkplekleren zal dan ook in alle opleidingen hoger beroepsonderwijs vorm dienen te krijgen. Niet alles wat men in een opleiding aanbiedt, leent zich echter voor werkplekleren. En ook de arbeidsmarkt kan niet altijd op maat de nodige praktijkervaringen bieden Kenmerken/principes Gezien de sterke affiniteit met beroepsgerichte kwalificaties, is werkplekleren een minimumvoorwaarde in opleidingen hoger beroepsonderwijs. Werkplekleren in hoger beroepsonderwijs zal voornamelijk in de vorm van stages worden geconcretiseerd. Bedrijven of organisaties hebben dan ook een zeer grote inbreng. Deze begint al met het garanderen van een aanbod van stageplaatsen en het ter beschikking stellen van infrastructuur. De onderwijsinstellingen blijven evenwel een actieve betrokkenheid bij de praktijkcomponent behouden, zelfs indien die integraal plaatsvindt binnen een bedrijf of organisatie. Door het aangaan van samenwerkingsverbanden voor opleidingen hoger beroepsonderwijs tussen verschillende onderwijsinstellingen en met het beroepenveld, kunnen materiële en structurele middelen gedeeld worden en kan eveneens geput worden uit een grotere pool van kwaliteitsvolle werkplekplaatsen. Regionale Technologische Centra hebben hier 19 VLOR Algemene Raad, Advies over werkplekleren in onderwijs en vorming, 22 maart een belangrijke ondersteunende functie te vervullen. Stageplaatsen voor lerenden in het hoger beroepsonderwijs kunnen in het regionale aanbod mee opgenomen worden, en RTC-bruggenbouwers brengen scholen en bedrijven dichter bij elkaar. Zij kunnen tevens het belang van kwaliteitsvoorwaarden in Vlaanderen verder verspreiden, zoals de noodzaak van mentorenopleidingen. Het uitdenken en vormgeven van werkplekleren binnen opleidingen hoger beroepsonderwijs kan gebeuren aan de hand van een samenwerkingsverband (cfr. pedagogisch partnerschap) tussen de lerenden en de publieke opleidingsverstrekkers, in nauw overleg met de betrokken beroepssector. Voor bestaande en voor nieuwe opleidingen binnen hoger beroepsonderwijs kan dit gegarandeerd worden in de vorm van een samenwerkingsprotocol op hoger niveau tussen de betrokken instellingen en sectoren, rekening houdend met de eigenheid van de betrokken actoren. Het samenwerkingsprotocol is een kader waarin generieke afspraken omtrent minimumvereisten voor kwaliteitszorg opgenomen worden (waaronder infrastructuur, begeleiding en evaluatie), conform het ruimere kwaliteitskader van werkplekleren. Deze afspraken worden verder geconcretiseerd in leerprogramma s binnen de instellingen en contracten met de lerenden. Alle samenwerkingsmodaliteiten, ook met sectoren en opleidingsverstrekkers buiten onderwijs, vallen onder het kwaliteitszorgsysteem van het hoger beroepsonderwijs. Het opzetten van een degelijk intern kwaliteitszorgsysteem is met andere woorden een essentieel criterium voor programmatie. Een samenwerkingsprotocol en concrete overeenkomsten zijn de voorwaarden om dit te bekomen. Dit neemt niet weg dat gedurende de opleidingen aanpassingen aan deze afspraken dienen te gebeuren. Hiervoor moet tijd en ruimte voorzien worden, door alle partners. Het regelmatig aftoetsen met de verschillende betrokkenen kan hieraan tegemoet komen. Binnen hoger beroepsonderwijs hebben we te maken met verschillende doelgroepen: 18-jarigen die hun leerplicht voltooiden, werkzoekenden, werkenden enzovoort. Naargelang het statuut van deze groepen identificeren en, waar mogelijk, versterken we hefbomen om deelname aan het hoger beroepsonderwijs mogelijk/aantrekkelijk te maken. De aanbevelingen uit het VLOR-advies over de specificiteit van werkplekleren in het volwassenenonderwijs zullen ook meegenomen worden in de verdere uitwerking van het werkplekleren in het hoger beroepsonderwijs.

16 Stuk 2157 ( ) Nr Het vinden van een optimale match tussen de competenties die de cursist moet verwerven en de werkplek en het creëren van een persoonlijk ontwikkelingstraject op basis van de verdere competentieontwikkeling is hierdoor van wezenlijk belang. Een eerste stap om dit te bekomen is een screening van de lerende om na te gaan welke competenties die beheerst en in welke mate. Dit kan op basis van een portfolio en een gesprek. Een goed zicht op de competenties van de cursist en de vergelijking met de te verwerven competenties maakt het ook makkelijker om een flexibel aanbod in te richten, ook voor werkplekleren. Zo is het mogelijk om voor lerenden, die reeds heel wat competenties bezitten, werkplekleren tot een minimum te herleiden, wat kan leiden tot verkorte trajecten. Flexibiliteit voor werkplekleren impliceert eveneens de mogelijkheid om in dag- of avondonderwijs of gedurende vakantieregelingen een stage of andere vorm van werkplekleren te volgen Begeleiding Begeleiding aan de hand van twee pijlers, de begeleider van de onderwijsinstelling en de mentor vanuit het bedrijf, impliceert een opvolging vanaf de eerste dag, de intake. De lerende ontdekt, in interactie met de verantwoordelijken, maar ook met collegawerknemers hoe men de eigen competenties verdiept en verbreedt. Een continue actualisering van deze competenties gedurende het leertraject en de onderliggende opdrachten terzake, dient gepromoot te worden. Hierbij moet er aandacht zijn voor een goede opbouw. In een competentiegerichte aanpak in het onderwijs past immers een toenemende zelfsturing. In het begin van de opleiding zal werkplekleren gepaard gaan met beperkte, goed afgelijnde opdrachten en een strakke begeleiding. Naargelang de opleiding vordert, kunnen meer ongestructureerde opdrachten gegeven worden waarin het realiteitsgehalte van de werkplek steeds groter wordt met een soepelere begeleiding. Cursisten leren geleidelijk mee functioneren in een bedrijf. Afhankelijk van doelgroep en leertraject moet het mogelijk zijn het lesgedeelte in een vorm van afstandsleren met het werkgedeelte te combineren. Gezien de eindverantwoordelijkheid van de praktijkcomponent bij de onderwijsinstelling ligt, dient de begeleider optimaal toegankelijk te zijn voor de lerende. Dit impliceert aanwezigheid gedurende de les- en de werkcomponent, ook wanneer deze in vakantie- of verlofperiodes plaatsvindt. Deze aanwezigheid kan bijkomend ook op een virtuele manier gebeuren, bijvoorbeeld aan de hand van een digitaal cursistenvolgsysteem, waar veel centra voor volwassenenonderwijs nu reeds over beschikken Evaluatie Alle betrokkenen bij het traject van werkplekleren, met name de onderwijsinstellingen, het bedrijf, de begeleiding en de lerende zelf, hebben een rol te vervullen bij de evaluatie van werkplekleren. Dit wordt in de eerste plaats vastgelegd door middel van het afsprakenkader waar de taken in functie van de aan te leren competenties verduidelijkt worden, het regelmatig case-overleg met de betrokkenen en de bijdrage in de schriftelijke en/of digitale opvolging van het leertraject. Net zoals bij de begeleiding, blijft de eindverantwoordelijkheid voor de evaluatie bij de onderwijsinstelling Opvolging en monitoring van gegevens Werkplekleren binnen hoger beroepsonderwijs heeft een duidelijke arbeidsfinaliteit. Afhankelijk van de specificiteit van de lerende, diens traject en de eigenlijke opleiding, kan de vorm van werkplekleren hieraan tegemoet komen. Om de kansen op aansluiting te bevorderen, dient te allen tijde, dus niet enkel bij de inrichting maar ook gedurende het proces, rekening gehouden te worden met de competenties die ofwel in de bedrijven ofwel in het hoger onderwijs beoogd worden. De praktijkproeven of andere evaluaties voortvloeiende uit werkplekleren, zijn belangrijk in die zin dat ze leiden tot specifieke competenties. Het succesvol beëindigen van werkplekleren is met andere woorden een cruciale factor voor het verwerven van specifieke competenties binnen een kwalificatie en moet als dusdanig opgenomen worden. 4. Programmatie, kwaliteitszorg en accreditatie van opleidingen van het hoger beroepsonderwijs Voor de Se-n-Se opleidingen wordt de procedure van programmatie en kwaliteitszorg behouden zoals dit nu voor de 7 e jaren tso en kso geregeld is. De bestaande opleidingen zullen afgetoetst worden aan erkende onderwijskwalificaties tegen 1 september Voor elke bestaande opleiding zal op deze manier bepaald worden of de opleiding verder georganiseerd kan worden, of er daartoe wijzigingen in het programma nodig zijn en of de duurtijd en de naam van de opleiding behouden blijft. Aangezien er geen wijzigingen voorzien zijn voor de programmatie van nieuwe opleidingen en de kwaliteitszorg van Se-n-Se worden deze aspecten niet verder besproken. Volgende hoofdstukken handelen dan ook integraal over het hoger beroepsonderwijs. Bij programmatie wordt bekeken of een bepaalde instelling een bepaalde opleiding mag organiseren.

17 17 Stuk 2157 ( ) Nr. 1 Een instelling die een opleiding wil organiseren dient daartoe een programmatie aan te vragen. Daarin moet de instelling twee aspecten aantonen: (1) de capaciteit van de instelling om die bepaalde opleiding in te richten en de macrodoelmatigheid van het oprichten van de opleiding in die instelling en (2) de kwaliteit van het curriculum. Bestaande opleidingen worden automatisch bij decreet als hoger beroepsonderwijs geprogrammeerd maar zullen een omvormingsprodedure doormaken. Hiertoe dienen instellingen eenzelfde procedure te doorlopen als bij de programmatie van een nieuwe opleiding. Na dit proces van programmatie voor bestaande en nieuwe opleidingen, komen alle opleidingen in het kwaliteitszorgsysteem terecht. Door middel van visitatie wordt de kwaliteit van de opleiding verder nagegaan. Het visitatieproces wordt uiteindelijk bekrachtigd door een officiële accreditatie van de opleiding in een bepaalde instelling. Schematisch ziet het proces in grote lijnen er als volgt uit: Overzicht programmatie Overzicht programmatie Overzicht kwaliteitszorg kwaliteitszorg

18 Stuk 2157 ( ) Nr De verschillende stappen worden hieronder besproken. 4.1 Programmatie Procedure De procedure voor programmatie van nieuwe opleidingen hoger beroepsonderwijs begint te lopen van zodra de Vlaamse Regering een nieuwe beroepskwalificatie van niveau 5 heeft goedgekeurd. Schematisch ziet de procedure er als volgt uit: Timing Fasering Wie? Goedkeuring beroepskwalificatie Vlaamse Regering Uiterlijk 60 dagen na goedkeuring beroepskwalificatie Formulering voorstel van onderwijskwalificatie Agentschap Uiterlijk 30 dagen na formulering voorstel onderwijskwalificatie Binnen 30 dagen Uiterlijk op 30/11 of 31/05 Advies rationeel aanbod van opleidingen hoger beroepsonderwijs in Vlaanderen, studieomvang, omzetting studiepunten, benaming opleiding en studiegebied van de opleiding Advies over voorstel onderwijskwalificatie en advies over de aspecten waarover de Commissie hoger beroepsonderwijs advies gaf Beslissing Vlaamse Regering Start ontwikkeling nieuwe opleiding hoger beroepsonderwijs Indienen dossier macrodoelmatigheidstoets en toets nieuwe HBO 5 -opleiding Uiterlijk op 15/3 of 30/9 Advies macrodoelmatigheidstoets Commissie Hoger Beroepsonderwijs VLOR Vlaamse Regering Instellingen Instellingen Commissie Hoger Beroepsonderwijs Uiterlijk op 15/3 of 30/9 Advies toets nieuwe HBO 5 -opleiding Accreditatieorgaan Binnen 30 dagen Advies VLOR VLOR Beslissing macrodoelmatigheidstoets en toets nieuwe HBO 5 - opleiding Vlaamse Regering 1 sep of 1 feb Start nieuwe opleiding hoger beroepsonderwijs Instellingen We kunnen twee grote fasen onderscheiden, die samen iets minder dan een jaar in beslag nemen. De Commissie Hoger Beroepsonderwijs en het accreditatieorgaan adviseren de Vlaamse Regering met betrekking tot de programmatie van nieuwe opleidingen binnen het hoger beroepsonderwijs.

19 19 Stuk 2157 ( ) Nr. 1 Fase 1: Beslissing onderwijskwalificatie en rationeel aanbod van opleidingen van het hoger beroepsonderwijs in Vlaanderen De eerste fase start wanneer er een beroepskwalificatie van niveau 5 wordt goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming formuleert een voorstel van onderwijskwalificatie(s) binnen de 60 dagen na de goedkeuring van een beroepskwalificatie van niveau 5. Daarna verleent de Commissie Hoger Beroepsonderwijs advies aan de Vlaamse Regering over het rationeel aanbod van opleidingen van het hoger beroepsonderwijs in Vlaanderen. De Commissie gaat na of het zinvol is om voor de beroepskwalificatie een opleiding binnen het hoger beroepsonderwijs te organiseren, bepaalt het aantal keer dat deze opleiding mag worden aangeboden en met welke regionale spreiding. De commissie kan bijvoorbeeld adviseren dat de opleiding een unieke opleiding wordt in Vlaanderen, of dat er slechts één opleiding per provincie kan ingericht worden. Tegelijk geeft de Commissie Hoger Beroepsonderwijs ook een advies over het aantal studiepunten van de opleiding 20, het studiegebied waartoe de opleiding behoort en de benamingen van de opleidingen. Het voorstel van onderwijskwalificatie dat door het Agentschap geformuleerd werd en het advies van de Commissie Hoger Beroepsonderwijs over de hierboven vermelde aspecten worden voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voorgelegd. Op basis van deze elementen neemt de Vlaamse Regering daarna een beslissing. Fase 2: Macrodoelmatigheidstoets en toets nieuwe HBO 5 -opleiding Wanneer een instelling op basis van de uitkomst van fase 1 geïnteresseerd is om een nieuwe opleiding binnen het hoger beroepsonderwijs te programmeren, dient deze één dossier in met een onderdeel voor de macrodoelmatigheidstoets en een onderdeel voor de toets nieuwe HBO 5 -opleiding. Het dossier wordt gelijktijdig ingediend bij de Commissie Hoger Beroepsonderwijs en het accreditatieorgaan. De instellingen kunnen tweemaal per jaar een dossier indienen bij de Commissie Hoger Beroepsonderwijs en het accreditatieorgaan. 20 En de omrekening van studiepunten naar lestijden en lesuren in het volwassenenonderwijs respectievelijk het secundair onderwijs. De Commissie Hoger Beroepsonderwijs gaat met de macrodoelmatigheidstoets na of het in het kader van een rationeel aanbod aangewezen is de opleiding in deze instelling te organiseren. Hierbij wordt gekeken naar de maatschappelijke relevantie van de opleiding in die welbepaalde instelling waarbij men zowel naar instroom van cursisten als naar uitstroom op de arbeidsmarkt kijkt en de samenwerking met arbeidsmarktactoren. Daarnaast wordt gekeken naar de expertise en infrastructuur en middelen die voor de opleiding noodzakelijk zijn. De mate van samenwerking wordt ook beoordeeld. De Commissie Hoger Beroepsonderwijs zal nagaan of er samengewerkt wordt met andere onderwijsinstellingen of publieke verstrekkers van beroepsopleidingen. Deze samenwerking moet minimaal de uittekening van trajecten waarmee men in de HBO 5 -opleiding kan instromen, de mogelijke verkorte of aangepaste trajecten binnen de HBO 5 -opleiding en de mogelijke verkorte of aangepaste trajecten in aansluitende opleidingen in het hoger onderwijs omvatten. De Commissie bekijkt steeds alle aanvragen van eenzelfde ronde samen. De Commissie staat zo in voor het bewaken van de gehele programmatie in het kader van de beslissing rationeel aanbod en voor de zorg om de gelijke kansen van elk onderwijsniveau. De Commissie Hoger Beroepsonderwijs kan een positief advies of een negatief advies uitbrengen. Indien zich problemen van concurrentie tussen verschillende opleidingsverstrekkers voordoen, kan de Commissie een advies uitbrengen tot programmatie van een gezamenlijk aanbod. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als een hogeschool en een centrum voor volwassenenonderwijs in eenzelfde regio een dossier voor eenzelfde opleiding ingediend hebben. Indien de Vlaamse Regering het advies volgt, krijgen de betrokken onderwijsverstrekkers de kans om opnieuw één dossier gezamenlijk in te dienen. Ook indien onderwijsverstrekkers een dossier indienen zonder samen te werken met de publieke opleidingsverstrekkers Syntra en VDAB terwijl dit toch relevant zou zijn, kan de Commissie Hoger Beroepsonderwijs adviseren tot een betere samenwerking. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren indien een centrum voor volwassenenonderwijs zonder samen te werken een dossier indient voor een opleiding waarvan een nabijgelegen Syntra reeds substantiële onderdelen aanbiedt. Het accreditatieorgaan gaat kijken naar de onderwijsinhoud, het onderwijsproces van het voorgestelde programma met o.a. het gehanteerde referentiekader, de realisatie van de competenties uit de beroeps-

20 Stuk 2157 ( ) Nr kwalificatie en de inhoudelijke samenhang van het programma in de opleiding, de uitkomst van het onderwijs, de materiële voorzieningen, de kwaliteit van het personeel, de organisatie en de interne kwaliteitszorg. Na het advies van de Commissie Hoger Beroepsonderwijs en van het accreditatieorgaan, wordt hierover advies gevraagd aan de Vlaamse Onderwijsraad. Daarna beslist de Vlaamse Regering finaal over het goedkeuren van de opleiding in de instelling. De instelling kan de opleiding dan inrichten en dient voor het einde van het vierde academiejaar gevisiteerd en geaccrediteerd worden. Dit wordt dan een accreditatie voor acht jaar wanneer de opleiding in het proces van kwaliteitszorg (visitatie- en accreditatieprocedure) goedgekeurd wordt. In geval van samenwerking dient de coördinerende instelling het dossier in. Ook bij gezamenlijk diplomering dienen de instellingen samen één dossier in. Bij instellingen voor secundair onderwijs die deel uitmaken van een scholengemeenschap moet de programmatieaanvraag in overeenstemming zijn met de gemaakte afspraken over de ordening van een rationeel ondewijsaanbod. Het centrum voor volwassenenonderwijs dient over een advies te beschikken van het consortium volwassenenonderwijs waartoe het behoort. Het consortium oordeelt op basis van het vijfjaarlijkse opleidingsplan dat het heeft opgemaakt. De hogeschool heeft een advies nodig van de associatie. Voor opleidingen aangevraagd door hogescholen zal steeds gekeken worden of deze opleiding past in de rationalisatieplannen die binnen het hoger onderwijs worden opgesteld. Dit betekent dat bij het realiseren van een verkort traject in de aansluitende bacheloropleiding rekening gehouden moet worden met eventuele rationalisatie-initiatieven en dat overleg met alle betrokken partners in de rationalisatie van de bacheloropleiding noodzakelijk is Beoordelingsinstanties In het proces van programmatie van de nieuwe opleiding binnen het hoger beroepsonderwijs zullen twee instanties verantwoordelijk zijn voor het beoordelen van de verschillende aspecten. Commissie Hoger Beroepsonderwijs De Commissie Hoger Beroepsonderwijs zal enerzijds instaan voor het advies over een rationeel aanbod van opleidingen binnen het hoger beroepsonderwijs voor de beroepskwalificatie op Vlaamse niveau, alsook de benaming van de opleiding, het aantal studiepunten en het studiegebied waartoe de opleiding zal behoren. Ten tweede zal de Commissie Hoger Beroepsonderwijs instaan voor de beoordeling van de macrodoelmatigheidstoets. Een derde taak van de Commissie situeert zich niet in het kader van programmatie, maar in het kader van kwaliteitszorg waarbij ze de samenstelling van de visitatiecommissies zoals voorgesteld door inspectie of VLHORA en stuurgroep goedkeurt. De Commissie Hoger Beroepsonderwijs zal samengesteld zijn uit volgende vaste en wisselende leden per dossier: één werkende en plaatsvervangende voorzitter; één werkend en een plaatsvervangend lid is deskundig met betrekking tot beroepsgerichte opleidingen in het secundair onderwijs; één werkend en een plaatsvervangend lid is deskundig met betrekking tot het hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs; één werkend en een plaatsvervangend lid is deskundig met betrekking tot de professionele bachelor; één werkend en een plaatsvervangend lid is deskundig met betrekking tot de publieke opleidingsverstrekkers; één werkend en een plaatsvervangend lid is deskundig met betrekking tot arbeidsmarktregie; twee wisselende leden die de betrokken sector of sectoren vertegenwoordigen. De leden van deze Commissie moeten voldoende onafhankelijk kunnen werken en zullen worden aangesteld door de Vlaamse Regering. Deze Commissie Hoger Beroepsonderwijs zal ondergebracht worden binnen het Departement Onderwijs en Vorming. Het accreditatieorgaan De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) wordt aangeduid om de beoordeling van de toets nieuwe HBO 5 -opleiding op zich te nemen. In

Treden naar succes, werk en leren

Treden naar succes, werk en leren Treden naar succes, werk en leren Het hoger beroepsonderwijs in het Vlaamse onderwijs April 2008 Frank Vandenbroucke Vlaams minister van werk, onderwijs en vorming 1 INLEIDING... 3 2 PROBLEEMSTELLING...

Nadere informatie

Hoger Beroepsonderwijs Treden naar succes, werk en leren

Hoger Beroepsonderwijs Treden naar succes, werk en leren Hoger Beroepsonderwijs Treden naar succes, werk en leren HBO 4 en HBO 5 in het Vlaamse onderwijs Juni 2008 Frank Vandenbroucke Vlaams minister van werk, onderwijs en vorming 1 INLEIDING... 3 2 PROBLEEMSTELLING...

Nadere informatie

Treden naar succes, werk en leren

Treden naar succes, werk en leren Treden naar succes, werk en leren Het hoger beroepsonderwijs in het Vlaamse onderwijs Discussienota Oktober 2007 Frank Vandenbroucke Vlaams minister van werk, onderwijs en vorming Inhoud 1 INLEIDING...

Nadere informatie

Treden naar succes, werk en leren

Treden naar succes, werk en leren Treden naar succes, werk en leren Het hoger beroepsonderwijs in het Vlaamse onderwijs Discussienota Oktober 2007 Frank Vandenbroucke Vlaams minister van werk, onderwijs en vorming Inhoud 1 INLEIDING...

Nadere informatie

HBO5 in Vlaanderen. Toelichting Noël Vercruysse 23 november 2011 Noel.vercruysse@ond.vlaanderen.be

HBO5 in Vlaanderen. Toelichting Noël Vercruysse 23 november 2011 Noel.vercruysse@ond.vlaanderen.be HBO5 in Vlaanderen Toelichting Noël Vercruysse 23 Noel.vercruysse@ond.vlaanderen.be De Feiten Decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs van 30 april 2009 In

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET. betreffende de kwalificatiestructuur AMENDEMENTEN

ONTWERP VAN DECREET. betreffende de kwalificatiestructuur AMENDEMENTEN Zitting 2008-2009 25 maart 2009 ONTWERP VAN DECREET betreffende de kwalificatiestructuur AMENDEMENTEN Zie: 2158 (2008-2009) Nr. 1: Ontwerp van decreet 5571 OND 2 AMENDEMENT Nr. 1 Artikel 7 In a), tweede

Nadere informatie

Het Vlaamse kwalificatieraamwerk. Internationaal seminarie 30 november 2009 Rita Dunon

Het Vlaamse kwalificatieraamwerk. Internationaal seminarie 30 november 2009 Rita Dunon Het Vlaamse kwalificatieraamwerk Internationaal seminarie 30 november 2009 Rita Dunon Inhoud Doelstellingen Raamwerk Niveaudescriptoren Kwalificaties Ontwikkelproces Ervaringen Uitdagingen Doelstellingen

Nadere informatie

De Vlaamse kwalificatiestructuur

De Vlaamse kwalificatiestructuur De Vlaamse kwalificatiestructuur Onderwijskwalificaties niveau 1-5 11 mei 2009 Rita Dunon en Kaat Huylebroeck Strategisch Onderwijs- en Vormingsbeleid Onderwijskwalificaties Een onderwijskwalificatie is:

Nadere informatie

Advies over de decreetwijziging betreffende de Regionale Technologische Centra (RTC)

Advies over de decreetwijziging betreffende de Regionale Technologische Centra (RTC) ALGEMENE RAAD 25 november 2010 AR-AR-KST-ADV-005 Advies over de decreetwijziging betreffende de Regionale Technologische Centra (RTC) Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219

Nadere informatie

Advies over het voorstel van onderwijskwalificatie graduaat in het winkelmanagement

Advies over het voorstel van onderwijskwalificatie graduaat in het winkelmanagement Algemene Raad 20 december 2012 AR-AR-ADV-010 Advies over het voorstel van onderwijskwalificatie graduaat in het winkelmanagement Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219 42 99

Nadere informatie

Het decreet betreffende de Vlaamse kwalificatiestructuur: aandachtspunten

Het decreet betreffende de Vlaamse kwalificatiestructuur: aandachtspunten VVKSO STAF/DOC/15/42 CODIS/DOC/15/05 2015-02-25 Het decreet betreffende de Vlaamse kwalificatiestructuur: aandachtspunten en voorstellen 1 Bedenkingen 1.1 Finaliteit VKS finaliteit onderwijs Het eenzijdig

Nadere informatie

Advies op eigen initiatief

Advies op eigen initiatief Brussel, 11 maart 2009 110309 Advies secundair na secundair en HBO Advies op eigen initiatief Secundair na secundair en hoger beroepsonderwijs Advies op eigen initiatief 1. Situering advies Begin 2009

Nadere informatie

De Vlaamse kwalificatiestructuur. Wegwijs in kwalificaties

De Vlaamse kwalificatiestructuur. Wegwijs in kwalificaties De Vlaamse kwalificatiestructuur Wegwijs in kwalificaties Inleiding De snelle technologische, economische en sociale veranderingen maken een leven lang leren noodzakelijk. Mensen kunnen daartoe op verschillende

Nadere informatie

Advies over de implementatie van ISCED 2011 in Vlaanderen

Advies over de implementatie van ISCED 2011 in Vlaanderen Algemene Raad PCA / 26 januari 2012 AR-AR-ADV-007 Advies over de implementatie van ISCED 2011 in Vlaanderen Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219 42 99 F +32 2 219 81 18 www.vlor.be

Nadere informatie

Brussel, 15 oktober 2008 Advies Hoger Beroepsonderwijs. Advies. Hoger Beroepsonderwijs

Brussel, 15 oktober 2008 Advies Hoger Beroepsonderwijs. Advies. Hoger Beroepsonderwijs Brussel, 15 oktober 2008 Advies Hoger Beroepsonderwijs Advies Hoger Beroepsonderwijs Krachtlijnen van het advies De raad blijft achter de initiële uitgangspunten van het HBO en van het voorontwerp van

Nadere informatie

JAARACTIEPLAN Sept 2015 Aug 2016 RTC Vlaams-Brabant VZW

JAARACTIEPLAN Sept 2015 Aug 2016 RTC Vlaams-Brabant VZW JAARACTIEPLAN Sept 2015 Aug 2016 RTC Vlaams-Brabant VZW Periode 1 september 2015-31 augustus 2016 Goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 17/06/2015 1 Inleiding RTC Vlaams-Brabant vzw wil, net als zijn

Nadere informatie

Onderwijs en vorming. 1 73.609 leerlingen. Streekpact 2013-2018 Cijferanalyse

Onderwijs en vorming. 1 73.609 leerlingen. Streekpact 2013-2018 Cijferanalyse Streekpact 2013-2018 Cijferanalyse Publicatiedatum: 30 september 2013 Contactpersoon: Kim Nevelsteen Onderwijs en vorming Samenvatting 73.609 leerlingen (2012) 16.981 kleuters 26.537 kinderen in het lager

Nadere informatie

Naar transparanter hoger onderwijs. Het Nederlandse Nationale Kwalificatieraamwerk

Naar transparanter hoger onderwijs. Het Nederlandse Nationale Kwalificatieraamwerk Naar transparanter hoger onderwijs Het Nederlandse Nationale Kwalificatieraamwerk Samenvatting van het Nederlandse Nationale Kwalificatieraamwerk hoger onderwijs Toegang vanuit [1] Eerste cyclus Tweede

Nadere informatie

adviesnota de 20-20-doelstelling m.b.t. de hogeronderwijsmobiliteit

adviesnota de 20-20-doelstelling m.b.t. de hogeronderwijsmobiliteit adviesnota de 20-20-doelstelling m.b.t. de hogeronderwijsmobiliteit definities en criteria die gebruikt worden om de studentenmobiliteit te meten en te registreren 1/6 Situering Het Leuven / Louvain-la-Neuve

Nadere informatie

Advies over externe certificering in onderwijs

Advies over externe certificering in onderwijs ADVIES Algemene Raad 25 juni 2009 AR/KST/ADV/028 Advies over externe certificering in onderwijs VLAAMSE ONDERWIJSRAAD, KUNSTLAAN 6 BUS 6, 1210 BRUSSEL www.vlor.be Advies over externe certificering in onderwijs

Nadere informatie

Recente ontwikkelingen binnen de EU betreffende het Europees kwalificatiekader (EQF) Wilfried Boomgaert

Recente ontwikkelingen binnen de EU betreffende het Europees kwalificatiekader (EQF) Wilfried Boomgaert Recente ontwikkelingen binnen de EU betreffende het Europees kwalificatiekader (EQF) Wilfried Boomgaert Project Strategisch Onderwijs- en Vormingsbeleid Infonamiddag VKS 3 november 2008 OVERZICHT 1. De

Nadere informatie

Werkplekleren: leren doen doet leren 6 februari 2012

Werkplekleren: leren doen doet leren 6 februari 2012 Werkplekleren: leren doen doet leren 6 februari 2012 Workshop werkplekleren: opbouw Wat is werkplekleren? Uitgangspunt Waarom werkplekleren? Getuigenissen Wedstrijd Toekomst werkplekleren? Advies SERV

Nadere informatie

in Vlaams-Brabant en Brussel (2009-2010) Het hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs

in Vlaams-Brabant en Brussel (2009-2010) Het hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs Het hoger beroepsonderwijs in Vlaams-Brabant en Brussel (2009-2010) Het hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs in Vlaams-Brabant en Brussel www.zeevanmogelijkheden.be (2009-2010) Deze brochure

Nadere informatie

Brussel, 30 november 2007 071130_Advies_hoger_beroepsonderwijs_in_het_Vlaamse_onderwijs. Advies. Het hoger beroepsonderwijs in het Vlaamse onderwijs

Brussel, 30 november 2007 071130_Advies_hoger_beroepsonderwijs_in_het_Vlaamse_onderwijs. Advies. Het hoger beroepsonderwijs in het Vlaamse onderwijs Brussel, 30 november 2007 071130_Advies_hoger_beroepsonderwijs_in_het_Vlaamse_onderwijs Advies Het hoger beroepsonderwijs in het Vlaamse onderwijs Krachtlijnen van het advies De raad schaart zich achter

Nadere informatie

Diplomagericht onderwijs in de gevangenis

Diplomagericht onderwijs in de gevangenis Diplomagericht onderwijs in de gevangenis Colloquium Koning Boudewijnstichting Vorming en opleiding in de gevangenis Best Practices Brussel, 6 mei 2009 Diplomagericht onderwijs Onderwijsdiploma? Organisatie

Nadere informatie

Informatiedag Vlaamse kwalificatiestructuur. Sectorale ondernemerstrajecten bij SYNTRA. Workshop 4-03/11/2008 - Mia Van Humbeeck

Informatiedag Vlaamse kwalificatiestructuur. Sectorale ondernemerstrajecten bij SYNTRA. Workshop 4-03/11/2008 - Mia Van Humbeeck Informatiedag Vlaamse kwalificatiestructuur Sectorale ondernemerstrajecten bij Workshop 4-03/11/2008 - Mia Van Humbeeck Vlaanderen Het Vlaams agentschap voor ondernemersvorming Waarborgt een specifiek

Nadere informatie

ELEKTROMECHANICA HBO5. Situering HBO5. Situering HBO5. Dagopleiding HBO5 EM: Avondopleiding HBO5 EM: Nieuwe dagopleiding. Uniek in Vlaanderen

ELEKTROMECHANICA HBO5. Situering HBO5. Situering HBO5. Dagopleiding HBO5 EM: Avondopleiding HBO5 EM: Nieuwe dagopleiding. Uniek in Vlaanderen Nieuwe dagopleiding sinds 01 01 Uniek in Vlaanderen Thomas More Kempen, Geel EM HBO5 luc.moonen@hik.be 1 Dagopleiding ook ism VDAB (OKOT-trajecten) Campus Geel Meer info: luc.moonen@hik.be ELEKTROMECHANICA

Nadere informatie

De Vlaamse kwalificatiestructuur

De Vlaamse kwalificatiestructuur De Vlaamse kwalificatiestructuur Beroepskwalificaties 03 november 2008 Jan Fransen Strategisch Onderwijs- en Vormingsbeleid (1) Wat is een beroepskwalificatie? Een beroepskwalificatie is: een afgerond

Nadere informatie

Instroom Doorstroom - Uitstroom

Instroom Doorstroom - Uitstroom Infofiche Instroom Doorstroom - Uitstroom De Vlaamse overheid wil inzetten op instroom, doorstroom en uitstroom van studenten in het hoger onderwijs en dit vooral wat betreft studenten die onevenredig

Nadere informatie

BASISONDERWIJS Leerlingen. ALGEMEEN Schoolbevolking. 1 Schoolbevolking in het Vlaams onderwijs. 2 Evolutie schoolbevolking per onderwijsniveau

BASISONDERWIJS Leerlingen. ALGEMEEN Schoolbevolking. 1 Schoolbevolking in het Vlaams onderwijs. 2 Evolutie schoolbevolking per onderwijsniveau ALGEMEEN Schoolbevolking 1 Schoolbevolking in het Vlaams onderwijs basisonderwijs (1) Voltijds onderwijs Kleuteronderwijs 271.239 Lager onderwijs 428.036 Totaal 699.275 Secundair onderwijs (1) Voltijds

Nadere informatie

Werkzoekende schoolverlaters in Vlaanderen 2015. Kiezen voor TSO, it makes Se-n-Se Provincie Antwerpen

Werkzoekende schoolverlaters in Vlaanderen 2015. Kiezen voor TSO, it makes Se-n-Se Provincie Antwerpen Kiezen voor TSO, it makes Se-n-Se Provincie Antwerpen Onderzoek naar de aansluiting onderwijs - arbeidsmarkt Alle schoolverlaters van 2013 worden 1 jaar lang gevolgd (tot en met juni 2014) Succes wordt

Nadere informatie

Analyse competenties knelpuntberoepen

Analyse competenties knelpuntberoepen Analyse competenties knelpuntberoepen Onderzoek in 2014 uitgevoerd door wes research & strategy in opdracht van Euregio Scheldemond 4 Inhoud presentatie Doel Methodologie Selectie knelpuntberoepen Vergelijking

Nadere informatie

ADVIES. Raad Volwassenenonderwijs. 24 mei 2005 RVOL/MDR/ADV/015

ADVIES. Raad Volwassenenonderwijs. 24 mei 2005 RVOL/MDR/ADV/015 ADVIES Raad Volwassenenonderwijs 24 mei 2005 RVOL/MDR/ADV/015 Advies over modulaire opleidingen in het studiegebied Boekbinden van het secundair OSP, in uitvoering van artikel 15 van het decreet volwassenenonderwijs

Nadere informatie

Relevante regelgeving. 1. Europese en Vlaamse doelstellingen inzake levenslang leren 1 2

Relevante regelgeving. 1. Europese en Vlaamse doelstellingen inzake levenslang leren 1 2 Relevante regelgeving 1. Europese en Vlaamse doelstellingen inzake levenslang leren 1 2 In 2001 werd in Vlaanderen het Pact van Vilvoorde ondertekend, dat vernieuwd werd in 2005. In navolging van het Europese

Nadere informatie

Advies over de uitstroomfinaliteit. gerichte bacheloropleiding

Advies over de uitstroomfinaliteit. gerichte bacheloropleiding Raad Hoger Onderwijs 10 december 2013 RHO-RHO-ADV-004 Advies over de uitstroomfinaliteit van de academisch gerichte bacheloropleiding Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219

Nadere informatie

Programmatiecriteria CVO - onderwijsbevoegdheid 2010 2011

Programmatiecriteria CVO - onderwijsbevoegdheid 2010 2011 Vlaamse Onderwijsraad Raad Levenslang en Levensbreed Leren Kunstlaan 6 bus 6 27 oktober 2009 1210 Brussel RLLL/MDR/DOC/021 Programmatiecriteria CVO - onderwijsbevoegdheid 2010 2011 1 Situering Het decreet

Nadere informatie

Ontwikkelingen in het hoger onderwijs

Ontwikkelingen in het hoger onderwijs Ontwikkelingen in het hoger onderwijs Liesbeth Hens Departement Onderwijs en Vorming Hoger Onderwijsbeleid liesbeth.hens@ond.vlaanderen.be SLO bachelor na bachelor master na master Professionele bachelor

Nadere informatie

Advies over de wijziging van het accreditatieverdrag

Advies over de wijziging van het accreditatieverdrag Raad Hoger Onderwijs IDR / 16 april 2013 RHO-RHO-ADV-005 Advies over de wijziging van het accreditatieverdrag Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219 42 99 F +32 2 219 81 18

Nadere informatie

Aanvraag tot vrijstelling van een of meerdere modules

Aanvraag tot vrijstelling van een of meerdere modules Aanvraag tot vrijstelling van een of meerdere modules Algemene informatie De directie van het centrum kan je vrijstellingen verlenen van opleidingsonderdelen (modules). Dat betekent dat je bepaalde modules

Nadere informatie

Gedifferentieerde leertrajecten

Gedifferentieerde leertrajecten Studiedag: Het volwassenenonderwijs en levenslang leren: een krachtige synergie VERSLAG WORKSHOP PCA / 4 februari 2015 Gedifferentieerde leertrajecten Dit verslag is een beknopte weergave van de gevoerde

Nadere informatie

Vraag nr. 219 van 14 januari 2013 van ANN BRUSSEEL

Vraag nr. 219 van 14 januari 2013 van ANN BRUSSEEL VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN PASCAL SMET VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS, JEUGD, GELIJKE KANSEN EN BRUSSEL Vraag nr. 219 van 14 januari 2013 van ANN BRUSSEEL Geïntegreerde lerarenopleiding Aandacht

Nadere informatie

Waarom volgen mensen avondschool?

Waarom volgen mensen avondschool? Waarom volgen mensen avondschool? Dagonderwijs is niets voor jou, want je werkt, je wil werken, je gezondheid laat het niet toe? Er kunnen veel redenen zijn waarom je wil studeren volgens een ritme dat

Nadere informatie

Opleiding en werkervaring aanvullende thuiszorg vzw Aksent

Opleiding en werkervaring aanvullende thuiszorg vzw Aksent BIJLAGE Bijlage nr. 1 Fiches Titel initiatief: Initiatiefnemer: Opleiding en werkervaring aanvullende thuiszorg vzw Aksent Projectomschrijving Het project wordt opgenomen binnen volgende strategische en

Nadere informatie

HERVORMING LERARENOP LEIDINGEN - BASISUITGANGSPUNTE N -

HERVORMING LERARENOP LEIDINGEN - BASISUITGANGSPUNTE N - HERVORMING LERARENOP LEIDINGEN - BASISUITGANGSPUNTE N - Werkdocument 02.10.2002 1. Woord vooraf...2 2. Basiscompetenties...2 3. Karakterisering van de opleiding...2 4. Stage...3 5. Soorten opleidingen...3

Nadere informatie

Van onderwijskwalificatie niveau 5 naar opleidingsprofiel hoger beroepsonderwijs

Van onderwijskwalificatie niveau 5 naar opleidingsprofiel hoger beroepsonderwijs Handleiding Van onderwijskwalificatie niveau 5 naar opleidingsprofiel hoger beroepsonderwijs September 2014 Pagina 0 Inleiding De handleiding Van onderwijskwalificatie niveau 5 naar opleidingsprofiel hoger

Nadere informatie

Praktijksessie efficiënt opleiden en ontwikkelen voor volwassenen. Tijs Pijls 18 november 2014

Praktijksessie efficiënt opleiden en ontwikkelen voor volwassenen. Tijs Pijls 18 november 2014 Praktijksessie efficiënt opleiden en ontwikkelen voor volwassenen Tijs Pijls 18 november 2014 Programma 14.00 uur Opening en presentatie Valideren, ECVET en het NLQF door Tijs Pijls, Partnerschap Leven

Nadere informatie

Reflectievragen voor het ontwerpen van een traject met werkplekleren

Reflectievragen voor het ontwerpen van een traject met werkplekleren voor het ontwerpen van een traject met werkplekleren Doelstelling Dit instrument is bedoeld voor het management van een opleiding en opleidingsteams. Het reikt reflectievragen aan voor het ontwerpen van

Nadere informatie

Uitbreiding studieomvang

Uitbreiding studieomvang Infofiche Uitbreiding studieomvang Om te voldoen aan internationale verwachtingen en de studiedruk te verlagen, werd de mogelijkheid gecreëerd de masteropleidingen in de humane wetenschappen te verlengen

Nadere informatie

Link met het secundair onderwijs

Link met het secundair onderwijs Link met het secundair onderwijs 1. Instroomprojecten 'Tutoraat' en 'Klimop' De moeizame doorstroom in het secundair onderwijs en de instroom naar het hoger onderwijs van kansarme en allochtone jongeren

Nadere informatie

Netwerkdag volwassenenonderwijs: VOL-OP Levenslang Leren. Inzetbaar op de arbeidsmarkt door Levenslang Leren TITEL. subtitel. 14 juni 2011 - Antwerpen

Netwerkdag volwassenenonderwijs: VOL-OP Levenslang Leren. Inzetbaar op de arbeidsmarkt door Levenslang Leren TITEL. subtitel. 14 juni 2011 - Antwerpen Netwerkdag volwassenenonderwijs: VOL-OP Levenslang Leren Inzetbaar op de arbeidsmarkt door Levenslang Leren TITEL 14 juni 2011 - Antwerpen subtitel Het programma 09.30 10.00u 10.00 10.10u 10.10 10.45u

Nadere informatie

betreffende het Onderwijs XXIII

betreffende het Onderwijs XXIII stuk ingediend op 2066 (2012-2013) Nr. 6 20 juni 2013 (2012-2013) Ontwerp van decreet betreffende het Onderwijs XXIII Amendementen Stukken in het dossier: 2066 (2012-2013) Nr. 1: Ontwerp van decreet Nr.

Nadere informatie

GV 1V SJ - 2015/2016 GV GV SJ - 2015/2016 GV GV ZALMPROJECT CLW: Ingrid Scheldeman en Raf Van Gogh POA: Gerd Van Den Broeck CVO: Erik Peeten Onderzoeksmedewerkers: Pieter Depessemier (Artesis Plantijn

Nadere informatie

Specifieke bevoegdheden

Specifieke bevoegdheden Specifieke bevoegdheden Wet van 6 juli 1970 op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs Art. 20 Adviesbevoegdheid over de regels waaronder de Vlaamse Regering de reiskosten van gehandicapten ten laste

Nadere informatie

Het is dan ook belangrijk dat jongeren bewust kiezen voor STEM-opleidingen.

Het is dan ook belangrijk dat jongeren bewust kiezen voor STEM-opleidingen. VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN PASCAL SMET VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS, JEUGD, GELIJKE KANSEN EN BRUSSEL Vraag nr. 219 van 14 januari 2013 van ANN BRUSSEEL Geïntegreerde lerarenopleiding Aandacht

Nadere informatie

Aanvraag tot vrijstelling van een of meerdere modules

Aanvraag tot vrijstelling van een of meerdere modules Aanvraag tot vrijstelling van een of meerdere modules Algemene informatie De directie van het centrum kan je vrijstellingen verlenen van opleidingsonderdelen (modules). Dat betekent dat je bepaalde modules

Nadere informatie

TABELLEN. Deel 1. LEERLINGEN. Buitengewoon lager onderwijs : Schoolbevolking naar type... 88

TABELLEN. Deel 1. LEERLINGEN. Buitengewoon lager onderwijs : Schoolbevolking naar type... 88 AFKORTINGEN ASO BIS B.O. BSO Bu.S.O. BVJ CLB CVO DBSO DKO GAS GGS GO GOK G.ON. HBO KSO NaPCO NGK OGO OVSG POVPO Se-n-Se TSO VDAB VGO VLIR VONAC VRK VSKO Algemeen secundair onderwijs Begeleid Individueel

Nadere informatie

Advies over programmatie in hbo5

Advies over programmatie in hbo5 Algemene Raad 26 februari 2015 AR-AR-ADV-1415-010 Advies over programmatie in hbo5 Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219 42 99 F +32 2 219 81 18 www.vlor.be info@vlor.be Advies

Nadere informatie

AFKORTINGEN EN BEGRIPPENKADER Ervaringsbewijs begeleider buitenschoolse kinderopvang

AFKORTINGEN EN BEGRIPPENKADER Ervaringsbewijs begeleider buitenschoolse kinderopvang AFKORTINGEN EN BEGRIPPENKADER Ervaringsbewijs begeleider buitenschoolse kinderopvang BKO BSO CVO CVS ERSV ESF EVC EVK IBO K&G PLOT POP RESOC SERR SERV VBJK VCOK VDAB VDKO VLOR VSPW VZW Buitenschoolse Kinderopvang

Nadere informatie

Uw ervaringen na 1 jaar M-decreet

Uw ervaringen na 1 jaar M-decreet Uw ervaringen na 1 jaar M-decreet Heeft u leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften door de invoering van het M-decreet in uw klas of school? Is uw rol als ondersteuner gewijzigd omwille van de invoering

Nadere informatie

LOIS, DECRETS, ORDONNANCES ET REGLEMENTS WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES EN VERORDENINGEN

LOIS, DECRETS, ORDONNANCES ET REGLEMENTS WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES EN VERORDENINGEN 68012 MONITEUR BELGE 14.11.2011 BELGISCH STAATSBLAD LOIS, DECRETS, ORDONNANCES ET REGLEMENTS WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES EN VERORDENINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN

Nadere informatie

Wegwijs in de social profit

Wegwijs in de social profit 8/10/2015 Trefdag Gent Wegwijs in de social profit SPREKER: Tine Winnelinckx - VIVO Wegwijs in de social profit Even kennismaken? ONDERWIJS ARBEIS- MARKT LEVENSLANG LEREN DIVERSITEIT FOSEN SAINCTELETTESQUARE

Nadere informatie

NEDERLAND. Pre-basis onderwijs

NEDERLAND. Pre-basis onderwijs NEDERLAND Pre-basis onderwijs Leeftijd 2-4 Verschillend per kind, voor de leeftijd van 4 niet leerplichtig Omschrijving Peuterspeelzaal, dagopvang etc Tijd Dagelijks van 9:30 15:30 (verschilt pers school)

Nadere informatie

Kwaliteit en kansen voor elke leerling

Kwaliteit en kansen voor elke leerling Kwaliteit en kansen voor elke leerling Voorstel van de Commissie Monard St.A.M. 21 oktober 2009 Hilde Meysman Vooraf perspectief aanpak 1. Krijtlijnen voor de vernieuwing Het Vlaams secundair onderwijs

Nadere informatie

Advies over externe certificering: een actualisering

Advies over externe certificering: een actualisering Algemene Raad 27 juni 2013 AR-AR-ADV-018 Advies over externe certificering: een actualisering Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219 42 99 F +32 2 219 81 18 www.vlor.be info@vlor.be

Nadere informatie

Specifieke lerarenopleiding

Specifieke lerarenopleiding Aanvraag tot vrijstelling van een of meerdere modules. Algemene informatie De directie van het centrum kan vrijstellingen van opleidingsonderdelen (modules) verlenen. Deze kunnen leiden tot studieduurverkorting.

Nadere informatie

VLAAMSERAA D VOORSTEL VAN DECREET

VLAAMSERAA D VOORSTEL VAN DECREET Stuk 199 (19881989) - Nr. 1 ARCHIEF VLAAMSE RAAD TERUGBEZORGEN VLAAMSERAA D ZITTING 1988-1989 20 APRIL 1989 VOORSTEL VAN DECREET - van mevrouw M. De Meyer - houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse

Nadere informatie

ADVIES. Raad Levenslang en Levensbreed Leren. 9 december 2008 RLLL/LSO-MDR /ADV/004. www.vlor.be

ADVIES. Raad Levenslang en Levensbreed Leren. 9 december 2008 RLLL/LSO-MDR /ADV/004. www.vlor.be ADVIES Raad Levenslang en Levensbreed Leren 9 december 2008 RLLL/LSO-MDR /ADV/004 Advies over de voorstellen van opleidingsprofielen - Schoonheidsspecialist, - Schoonheidsspecialist-salonbeheerder, - Voetverzorger,

Nadere informatie

Conceptkaders HBO5 3 november 2009

Conceptkaders HBO5 3 november 2009 Conceptkaders HBO5 3 november 2009 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Toetsing van tot HBO 5 om te vormen opleidingen 5 2.1 Opzet 5 2.2 Beoordelingskader voor tot HBO 5 om te vormen opleidingen 6 2.2.1 Basisgegevens

Nadere informatie

afkortingen VGO Gesubsidieerd Vrij Onderwijs

afkortingen VGO Gesubsidieerd Vrij Onderwijs afkortingen ASO Algemeen secundair onderwijs BIS Begeleid Individueel Studeren B.O. Buitengewoon onderwijs BSO Beroepssecundair onderwijs Bu.S.O. Buitengewoon secundair onderwijs BVJ Beroepsvoorbereidend

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen erkende en zelfstandige ko - MB kwalificatiebewijzen 1 Ministerieel besluit van 3 maart 2010 (BS 29 maart 2010) tot bepaling van de kwalificatiebewijzen voor medewerkers en verantwoordelijken van kinderopvangvoorzieningen

Nadere informatie

CD&V ONDERWIJS 3 D PLAN STERKER ONDERWIJS, STERKERE TOEKOMST. Sterker onderwijs, Sterkere toekomst ONS 3D PLAN ONDERWIJS

CD&V ONDERWIJS 3 D PLAN STERKER ONDERWIJS, STERKERE TOEKOMST. Sterker onderwijs, Sterkere toekomst ONS 3D PLAN ONDERWIJS CD&V 3 D PLAN STERKER ONDERWIJS, STERKERE TOEKOMST ONDERWIJS DE AANPAKKERS VAN MORGEN ZITTEN VANDAAG IN MIJN KLAS. ONS VLAAMS ONDERWIJS IS TOP! PARTICIPATIE VAN KINDEREN VANAF 3 JAAR IN HET ONDERWIJS HEEFT

Nadere informatie

Werkplekleren in ASO: het kan! Dag SO 06/02/2015

Werkplekleren in ASO: het kan! Dag SO 06/02/2015 Werkplekleren in ASO: het kan! Dag SO 06/02/2015 1. Wat is werkplekleren? Codex Secundair Onderwijs: werkplekleren zijn leeractiviteiten die gericht zijn op het verwerven van algemene en/of beroepsgerichte

Nadere informatie

TABELLEN. Deel 1. LEERLINGEN

TABELLEN. Deel 1. LEERLINGEN AFKORTINGEN ASO BIS B.O. BSO Bu.S.O. BVJ CLB CVO CVPO DBSO DKO GAS GGS GO GOK G.ON. KSO NaPCO NGK OGO OSP OVSG POVPO TSO VDAB VIZO VGO Vl.I.R VOCB VONAC VRK VSKO Algemeen secundair onderwijs Begeleid Individueel

Nadere informatie

Advies over de voorstellen van opleidingsprofielen voor het secundair volwassenenonderwijs

Advies over de voorstellen van opleidingsprofielen voor het secundair volwassenenonderwijs Raad Levenslang en Levensbreed Leren 28 april 2015 RLLL-RLLL-ADV-14-15-005 Advies over de voorstellen van opleidingsprofielen voor het secundair volwassenenonderwijs Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus

Nadere informatie

De (her)waardering van het diploma lassen.

De (her)waardering van het diploma lassen. De (her)waardering van het diploma lassen. 1 Het beroep van lasser is nog steeds een kwalitatief knelpuntberoep in Limburg. 1.1 Toekomstige onderwijskwalificaties Het voldoen aan de (toekomstige) onderwijskwalificaties

Nadere informatie

Indeling hoger onderwijs

Indeling hoger onderwijs achelor & master Sinds enkele jaren is de structuur van het hoger onderwijs in België afgestemd op die van andere Europese landen. Hierdoor kan je makkelijker switchen tussen hogescholen en universiteiten

Nadere informatie

Brussel, 17 februari 2006 170206 Advies Lerarenopleiding in Vlaanderen. Advies. Lerarenopleidingen in Vlaanderen

Brussel, 17 februari 2006 170206 Advies Lerarenopleiding in Vlaanderen. Advies. Lerarenopleidingen in Vlaanderen Brussel, 17 februari 2006 170206 Advies Lerarenopleiding in Vlaanderen Advies Lerarenopleidingen in Vlaanderen 1. Situering adviesvraag Op 18 januari 2006 vroeg Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming

Nadere informatie

Informatiedossier. Pr.I.M.A. Procesindustrie Maintenance Academy

Informatiedossier. Pr.I.M.A. Procesindustrie Maintenance Academy Informatiedossier Pr.I.M.A. Procesindustrie Maintenance Academy http://www.voka.be/antwerpen-waasland/prima 1 Het project is een realisatie van Voka-Kamer van Koophandel Antwerpen-Waasland in samenwerking

Nadere informatie

Studeren in het hoger onderwijs in Vlaanderen

Studeren in het hoger onderwijs in Vlaanderen Studeren in het hoger onderwijs in Vlaanderen Hoger Beroepsonderwijs Hoger Beroepsonderwijs (HBO5): Na secundair onderwijs of via toelatingsexamen 3 jaar overdag of s avonds les volgen Les volgen in een

Nadere informatie

Departement Onderwijs & Vorming

Departement Onderwijs & Vorming Leren en werken Departement Onderwijs & Vorming Inhoud Huidig stelsel leren en werken Stand van zaken: Duaal Leren. Een volwaardig kwalificerende leerweg. Stelsel leren en werken Deeltijds leerplichtige

Nadere informatie

Hoe beïnvloedt het Europese beleid de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen?

Hoe beïnvloedt het Europese beleid de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen? Hoe beïnvloedt het Europese beleid de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen? Cascade van beleidsniveaus en beleidsteksten Beleid EU Strategie Europa 2020 Europees werkgelegenheidsbeleid Richtsnoeren

Nadere informatie

Het HBO5 platform HBO5 in cijfers Belang van HBO5 Het nieuwe decreet: een nieuwe start?

Het HBO5 platform HBO5 in cijfers Belang van HBO5 Het nieuwe decreet: een nieuwe start? Het HBO5 platform HBO5 in cijfers Belang van HBO5 Het nieuwe decreet: een nieuwe start? 1 Gestart 30/04/2014, 15 keer vergaderd heel wat problemen moeten opgelost worden om het decreet betreffende de versterking

Nadere informatie

Oriëntatie en leerloopbaanbegeleiding. volwassenen. Liv Geeraert

Oriëntatie en leerloopbaanbegeleiding. volwassenen. Liv Geeraert Oriëntatie en leerloopbaanbegeleiding voor volwassenen Liv Geeraert De Leerplek = een geïntegreerd loket: - Huis van het Nederlands - consortium volwassenenonderwijs - VDAB lokale werkwinkel (aanpalend)

Nadere informatie

Nieuw loopbaanakkoord zet de stap naar maatwerk

Nieuw loopbaanakkoord zet de stap naar maatwerk PERSBERICHT VLAAMS MINISTER-PRESIDENT KRIS PEETERS VLAAMS VICE-MINISTER-PRESIDENT INGRID LIETEN VLAAMS MINISTER VAN WERK PHILIPPE MUYTERS SERV-voorzitter KAREL VAN EETVELT SERV-ondervoorzitter ANN VERMORGEN

Nadere informatie

Het hoger onderwijs verandert

Het hoger onderwijs verandert achelor & master Sinds september 2004 is de hele structuur van het hoger onderwijs veranderd. Die nieuwe structuur werd tegelijkertijd ingevoerd in andere Europese landen. Zo sluiten opleidingen in Vlaanderen

Nadere informatie

STEM monitor 2015 SITUERING DOELSTELLINGEN

STEM monitor 2015 SITUERING DOELSTELLINGEN STEM monitor 2015 SITUERING In het STEM-actieplan 2012-2020 van de Vlaamse regering werd voorzien in een algemene monitoring van het actieplan op basis van een aantal indicatoren. De STEM monitor geeft

Nadere informatie

EXPERTENEVENT NARIC 19 NOVEMBER 2015 BOUDEWIJNGEBOUW BRUSSEL

EXPERTENEVENT NARIC 19 NOVEMBER 2015 BOUDEWIJNGEBOUW BRUSSEL /////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// ////////////////////// EXPERTENEVENT NARIC 19 NOVEMBER 2015 BOUDEWIJNGEBOUW BRUSSEL Keuzesessies 1. Wat is

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers Hebben laaggeschoolden een hoger risico om in armoede te belanden? Ja. Laagopgeleiden hebben het vaak

Nadere informatie

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.2 - November 2008-147-

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.2 - November 2008-147- Vlaams Parlement Vragen en Antwoorden Nr.2 November 2008 47 VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN FRANK VANDENBROUCKE VICEMINISTERPRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN WERK, ONDERWIJS

Nadere informatie

Advies over de voorstellen van opleidingsprofielen voor het secundair volwassenenonderwijs

Advies over de voorstellen van opleidingsprofielen voor het secundair volwassenenonderwijs Raad Levenslang en Levensbreed Leren 22 oktober 2013 RLLL-RLLL-ADV-001 Advies over de voorstellen van opleidingsprofielen voor het secundair volwassenenonderwijs Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6

Nadere informatie

Instrumenten voor LLL. GoLeWe projectconferentie 11-05-2010

Instrumenten voor LLL. GoLeWe projectconferentie 11-05-2010 Instrumenten voor LLL GoLeWe projectconferentie 11-05-2010 Levenslang leren Leven lang leren Leven Lang leren begint met bewustwording Bedrijven Individuen Visie op HRM Loopbaan management Visie op HRM

Nadere informatie

Recente ontwikkelingen binnen de EU betreffende het Europees kwalificatiekader (EQF) Wilfried Boomgaert

Recente ontwikkelingen binnen de EU betreffende het Europees kwalificatiekader (EQF) Wilfried Boomgaert Recente ontwikkelingen binnen de EU betreffende het Europees kwalificatiekader (EQF) Wilfried Boomgaert Project Strategisch Onderwijs- en Vormingsbeleid Infonamiddag VKS 3 februari 2009 OVERZICHT 1. De

Nadere informatie

Voorstel van resolutie. betreffende het verplicht aanbieden van cursussen eerste hulp bij ongevallen (EHBO) in het lager en secundair onderwijs

Voorstel van resolutie. betreffende het verplicht aanbieden van cursussen eerste hulp bij ongevallen (EHBO) in het lager en secundair onderwijs stuk ingediend op 1224 (2010-2011) Nr. 1 6 juli 2011 (2010-2011) Voorstel van resolutie van de heer Jean-Jacques De Gucht, de dames Ann Brusseel, Marleen Vanderpoorten en Elisabeth Meuleman, de heren Boudewijn

Nadere informatie

Congres VELOV Elementen voor de toespraak van Pascal Smet Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel Mechelen, 26 maart 2014

Congres VELOV Elementen voor de toespraak van Pascal Smet Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel Mechelen, 26 maart 2014 Congres VELOV Elementen voor de toespraak van Pascal Smet Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel Mechelen, 26 maart 2014 Nieuwe ontwikkelingen en impulsen op sociaal, cultureel,

Nadere informatie

TOEKOMST VOOR JOBS ACHTER DE MODESCHERMEN? ABSOLUUT!

TOEKOMST VOOR JOBS ACHTER DE MODESCHERMEN? ABSOLUUT! TOEKOMST VOOR JOBS ACHTER DE MODESCHERMEN? ABSOLUUT! 1. VASTSTELLINGEN Januari 2008: Fashionate about creativity : kwantitatief gebrek aan gekwalificeerd personeel (patronenmaker - modellenstikster) Verwarring

Nadere informatie

brief VOL nieuws alles over het Brussels Volwassenenonderwijs

brief VOL nieuws alles over het Brussels Volwassenenonderwijs Nummer 1, februari 2013 brief VOL nieuws alles over het Brussels Volwassenenonderwijs In dit nummer Brucovo haalt ESF kwaliteitslabel! Brucovo haalt ESF kwaliteitslabel! Kijkdag Nederlands op de werkvloer

Nadere informatie

Advies over het voorontwerp van decreet betreffende het hoger beroepsonderwijs

Advies over het voorontwerp van decreet betreffende het hoger beroepsonderwijs ADVIES Algemene Raad 9 oktober 2008 AR/PCA/ADV/005 Advies over het voorontwerp van decreet betreffende het hoger beroepsonderwijs VLAAMSE ONDERWIJSRAAD, KUNSTLAAN 6 BUS 6, 1210 BRUSSEL www.vlor.be Advies

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT. PLENAIRE VERGADERING HANDELINGEN Nr. 46 3 juli 2013 Middagvergadering Uittreksel

VLAAMS PARLEMENT. PLENAIRE VERGADERING HANDELINGEN Nr. 46 3 juli 2013 Middagvergadering Uittreksel VLAAMS PARLEMENT PLENAIRE VERGADERING HANDELINGEN Nr. 46 3 juli 2013 Middagvergadering Uittreksel ONTWERP VAN DECREET betreffende de versterking van het hoger beroepsonderwijs in Vlaanderen 2067 (2012-2013)

Nadere informatie

Kwaliteit en kansen voor elke leerling. Kwaliteit en kansen voor elke leerling. Structuur rapport Krijtlijnen van vernieuwing

Kwaliteit en kansen voor elke leerling. Kwaliteit en kansen voor elke leerling. Structuur rapport Krijtlijnen van vernieuwing Kwaliteit en kansen voor elke leerling Een visie op de vernieuwing van het secundair onderwijs Kwaliteit en kansen voor elke leerling Visie op secundair onderwijs Commissie aangesteld door dhr minister

Nadere informatie