COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN VERSLAG VAN DE COMMISSIE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN VERSLAG VAN DE COMMISSIE"

Transcriptie

1 >r >r COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, COM(2004) 158 definitief VERSLAG VAN DE COMMISSIE Tussentijdse evaluatie van het programma "Jeugd" (over de periode ) NL NL

2 Inhoud INLEIDING 4 Verantwoording van de evaluatie 4 Doel van het verslag 4 Methodologie Informatiebronnen Hoofdpunten van de evaluatie 5 KADER EN ALGEMENE CONTEXT VAN HET PROGRAMMA 6 Voorgeschiedenis 6 Doelstellingen 7 Ontwikkelingen op jongerengebied sinds UITVOERING VAN HET PROGRAMMA "JEUGD" 8 Algemene opmerkingen vooraf over het programma "Jeugd" Algemene en specifieke doelstellingen Operationele doelstellingen 9 Samenhang van de programmering met de algemene context Relevantie van de doelstellingen ten opzichte van de problematiek Conclusies Operationele aspecten van het programma "Jeugd" Bronmateriaal Overzicht van goede ervaringen en problemen Beoordeling van de operationele aspecten Conclusies Actie 1: Jeugd voor Europa Actiekader Actie Actie Actie Actie Uitvoering van de actie Analyse van de effectiviteit en de efficiëntie van de actie 16 Conclusies betreffende actie : Europees vrijwilligerswerk 19 Actiekader 19 Uitvoering van de actie 19 Analyse van de effectiviteit en de efficiëntie van de actie 20 Conclusies betreffende actie : Jongereninitiatieven 25 Actiekader 25 Uitvoering van de actie 25 Analyse van de effectiviteit en de efficiëntie van de actie 26 Conclusies betreffende actie 3 4: Gezamenlijke acties Actiekader 29 Uitvoering van de actie 30 Analyse van de effectiviteit en de efficiëntie van de actie 31 Conclusies betreffende actie 4 Begeleidende maatregelen Actiekader 32 Uitvoering van de actie 32 Analyse van de effectiviteit en de efficiëntie van de actie 34 Conclusies betreffende actie 5 36 NL 2 NL

3 Acties met derde landen Kader van de acties Uitvoering van de acties Analyse van de effectiviteit en de efficiëntie van de acties Conclusies betreffende de acties met derde landen 41 ALGEMENE BEOORDELING VAN HET PROGRAMMA 43 AANBEVELINGEN 46 Aanbevelingen per actie Algemene aanbevelingen die voor alle acties gelden Aanbevelingen met betrekking tot actie Aanbevelingen met betrekking tot actie Aanbevelingen met betrekking tot actie Aanbevelingen met betrekking tot actie Aanbevelingen met betrekking tot actie Aanbevelingen betreffende het partnerschap tussen de Raad van Europa en de Commissie inzake de Europese opleiding van jongerenwerkers Aanbevelingen betreffende acties met derde landen 57 Overzicht van de aanbevelingen 60 CONCLUSIE 61 Bijlage 1 62 Bijlage 2 63 Bijlage 3 71 NL 3 NL

4 1. INLEIDING 1.1. Verantwoording van de evaluatie Het onderhavige verslag vloeit voort uit de voor het programma "Jeugd" geldende toezichtsen evaluatieverplichting uit hoofde van artikel 13 van Besluit nr. 1031/2000/EG 1. In overleg met de lidstaten vindt deze evaluatie een jaar eerder plaats, zodat de conclusies en aanbevelingen van het verslag meegenomen kunnen worden door de Commissie bij de voorbereiding van de presentatie van een voorstel voor een rechtsgrondslag voor de toekomstige generatie programma s op het gebied van jeugd. Om de evaluatie zo volledig mogelijk te maken worden in dit verslag de effectstudies die door de lidstaten en programmalanden zijn ingediend, en de externe evaluaties samengevat, en daarnaast worden ook de resultaten van de door de Commissie georganiseerde seminars en thematische werkgroepen meegenomen, om een zo breed mogelijke tussenbalans van het programma te presenteren Doel van het verslag De resultaten van dit verslag kunnen de basis vormen voor een eventuele bijstelling van het huidige programma "Jeugd" en als referentie dienen in het kader van de voorbereiding van het toekomstige programma ten behoeve van de jeugd Methodologie Informatiebronnen Het onderhavige verslag is gebaseerd op verschillende informatiebronnen, die hier bijeen zijn gebracht. Voor de diensten van de Commissie vormden de verschillende bijdragen die in de afgelopen tien maanden zijn geleverd hierbij het uitgangspunt. Het verslag is opgesteld volgens de principes van een META-evaluatie. Bij de effectstudies (zie bijlage 1) die door de lidstaten en programmalanden zijn ingediend, zijn de door de Commissie voorgestelde methodologische richtsnoeren gevolgd (zie bijlage 2). Deze studies zijn onder de verantwoordelijkheid van de nationale autoriteiten verricht door externe deskundigen met steun van de nationale agentschappen. De effectstudies zijn aangevuld door een reeks specifieke activiteiten, waardoor een zo volledig mogelijke balans van het programma kon worden opgemaakt en praktijkaanbevelingen kunnen worden gedaan. De informatiebronnen zijn: In de eerste plaats, de door de lidstaten en programmalanden opgestelde verslagen over het effect van de acties 1, 2, 3 en 5 van het programma "Jeugd" De evaluatie van de regelingen voor de nationale agentschappen in PB L 117 van , blz. 1 NL 4 NL

5 Analyse van de uitvoering van de bepalingen betreffende de verantwoordelijkheden van de lidstaten en de Commissie inzake de nationale agentschappen voor de programma s Socrates, Leonardo en Jeugd. Seminar over de "evaluatie van de procedures" van het programma "Jeugd" van maart 2003 Aan het seminar werd deelgenomen door vertegenwoordigers van een breed scala van begunstigde organisaties (46, uit 21 programmalanden) en externe deskundigen, die hebben gesproken over de huidige procedures en de instrumenten van het programma, en die procedures en instrumenten hebben geëvalueerd. Vergadering van deskundigen over actie 3 in februari 2003 Aan deze vergadering werd deelgenomen door nationale deskundigen en nationale agentschappen; ze had tot doel de effectiviteit van - de nieuwe - actie 3 van het programma (Jongereninitiatieven) te evalueren. Werkgroep van comités die betrokken zijn bij actie 4, juli 2003 Deze groep heeft een balans opgemaakt van de evaluatie van deze actie, op basis waarvan gezamenlijke acties mogelijk zijn met de programma s Socrates en Leonardo. Werkgroep inzake actie 5 van mei 2003 Actie 5, die betrekking heeft op begeleidende maatregelen, verdiende bijzondere aandacht gezien het feit dat zij een breed terrein bestrijkt. Aan de evaluatiebijeenkomst voor actie 5 werd deelgenomen door twintig externe deskundigen (waaronder jongerenwerkers, vertegenwoordigers van NGO s en begunstigden van grootschalige projecten), die samen met vertegenwoordigers van de Commissie, de nationale agentschappen, SALTO en het Bureau voor technische bijstand de huidige actie 5 hebben geëvalueerd en daarnaast voorstellen hebben uitgewerkt voor de ontwikkeling van actie 5 op de korte en middellange termijn en de rol die deze actie kan spelen in het toekomstige programma "Jeugd". Evaluatie derde landen Tussen juni en september 2001 is een externe evaluatie verricht van het Euromediterrane programma "Jeugd". De samenwerking met derde landen (andere landen dan de landen die partij zijn bij Euromed) is extern geëvalueerd tussen maart en september 2003; in februari 2003 vond een evaluatiebijeenkomst plaats met de begunstigden en de nationale agentschappen. Externe evaluatie van het partnerschap tussen de Raad van Europa en de Commissie over de Europese opleiding van jongerenwerkers Hoofdpunten van de evaluatie De programma-evaluatie had voornamelijk betrekking op: NL 5 NL

6 De in- en externe relevantie van het programma Het effect van het programma op de direct begunstigden Het effect op systemen (nationale overheidsinstanties, wetgeving en beleid) De operationele mechanismen De resultaten per actie 2. KADER EN ALGEMENE CONTEXT VAN HET PROGRAMMA 2.1. Voorgeschiedenis Het communautaire actieprogramma "Jeugd" is vastgesteld bij Besluit nr. 1031/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 april Dit programma bouwt voort op de activiteiten die sinds 1988 zijn ontwikkeld in het kader van de drie generaties van het programma "Jeugd voor Europa" en het programma "Europese vrijwilligersdienst voor jongeren", dat sinds 1998 loopt. Tegen het eind van de jaren tachtig richt de ontwikkeling op communautair niveau van de eerste activiteiten ten behoeve van de jeugd zich op de "uitwisseling van jongeren", die ten doel heeft jongeren via informeel leren bewust te maken van de Europese realiteiten. Onderdelen die de meerwaarde van het programma "Jeugd voor Europa" vormen bij de start van het programma in 1988, zijn met name de bijdrage aan de verwezenlijking van het beleid dat belemmeringen voor het vrije verkeer van personen beoogt weg te nemen, en aan de bevordering van het Europa van de burgers. Deze initiatieven vallen samen met de nieuwe bloei die de Europese integratie doormaakt dankzij de goedkeuring van de Europese Akte, de totstandkoming van de interne markt en de wens een werkelijk Europees bewustzijn te creëren. In het midden van de jaren negentig wordt het programma kwalitatief gewijzigd met de introductie van de vrijwilligersdienststage, die in 1998 de Europese vrijwilligersdienst wordt. Door deze nieuwe component kunnen jongeren in Europees verband vaardigheden verwerven in een informele omgeving en een rechtstreekse bijdrage leveren aan de samenleving. De introductie van de Europese vrijwilligersdienst heeft ook een direct effect op de systemen ter ondersteuning van de activiteiten ten behoeve van de jeugd: aan de ene kant ontstaan er op Europees niveau netwerken van NGO s die plaats bieden aan de jonge vrijwilligers, aan de andere kant spelen de lidstaten in op de invoering van deze nieuwe actie. Dit nieuwe initiatief doet zijn intrede op het moment dat Europa ter bestrijding van de werkloosheid zijn werkgelegenheidsstrategie lanceert, waarin onderwijs en levenslang leren een fundamentele rol spelen. Dat is tevens het moment waarop men in veel lidstaten over vrijwilligerswerk gaat nadenken, terwijl de militaire dienstplicht geleidelijk plaats maakt voor het beroepsleger. Een andere belangrijke verandering doet zich voor in de jaren negentig met de geleidelijke openstelling van het programma voor landen buiten de EU, met name de kandidaat-lidstaten NL 6 NL

7 en de EVA-landen, maar ook de Middellandse-Zeelanden. Ook in dit geval ontwikkelt het programma zich in samenhang met de belangrijke ontwikkelingen in de internationale politiek. De samenwerking met derde landen op jeugdgebied in het kader van de programma s "Jeugd" en Euromed Jeugd bouwt voort op de voorgaande, sinds 1992 bestaande communautaire acties/programma s. Deze samenwerking, die aanvankelijk beperkt was tot de landen van Midden- en Oost-Europa, het GOS, de Maghreb-landen en Latijns-Amerika, werd in 1995 bij wijze van proef uitgebreid tot twaalf partnerlanden in het zuidelijke Middellandse-Zeegebied, een aantal landen in Zuidoost-Europa en tot Afrika. In 1999 werd het startsein gegeven voor een programma dat specifiek op de mediterrane partnerlanden is gericht en voor een aanzienlijk deel wordt betaald uit de Meda-begrotingslijn. De communautaire initiatieven op jeugdgebied sluiten sinds 1988 dus aan bij de ontwikkeling van de Europese integratie Doelstellingen Het programma "Jeugd", dat wordt uitgevoerd in het kader van Besluit nr. 1031/2000/EG, borduurt voort op de doelstellingen van beide voorgaande programma s, "Jeugd voor Europa" en "Europese vrijwilligersdienst" en zorgt hiermee voor continuïteit. Het omvat vier algemene doelstellingen ter ondersteuning van informele onderwijsactiviteiten. Om deze doelstellingen te realiseren is aan het programma een bedrag van 520 miljoen euro toegewezen voor de periode Het programma staat open voor de kandidaat-landen en de EVA-landen die deelnemen aan de EER Ontwikkelingen op jongerengebied sinds 2000 De samenwerking in jeugdzaken is pas echt goed op gang gekomen na de goedkeuring door de Commissie van het Witboek "Een nieuw elan voor Europa s jeugd" in Dit witboek is het resultaat van een zeer brede raadpleging op Europees en nationaal niveau van regeringen, overheidsinstanties, onderzoekers, actoren van het jongerenwerk en jongeren zelf. Via deze raadpleging kon er structuur worden aangebracht in de samenwerking op het gebied van de jeugd. Dit proces heeft ertoe geleid dat de Raad in mei 2002 het kader voor de Europese samenwerking in jeugdzaken heeft goedgekeurd, waarin onder meer de specifieke prioriteiten zijn vastgelegd (participatie, informatie, vrijwilligerswerk, betere kennis bij de jeugd) waarvoor de lidstaten hebben besloten een open coördinatiemethode te ontwikkelen. De resultaten van de werkzaamheden ten behoeve van de Europese samenwerking in jeugdzaken geven structuur aan dit werkterrein en hebben daardoor een steeds directer invloed op het financiële instrument. De toepassing van de open coördinatiemethode heeft in november 2003 geleid tot de goedkeuring door de Raad 2 van gemeenschappelijke doelstellingen inzake participatie en informatie, die het volgende behelzen: 2 PB C 295 van , blz. 6 NL 7 NL

8 Gemeenschappelijke doelstellingen inzake participatie De participatie van jongeren verhogen binnen de gemeenschap waarin zij leven De participatie van jongeren in het stelsel van de representatieve democratie verhogen De verschillende manieren om te leren participeren meer ondersteunen Gemeenschappelijke doelstellingen inzake informatie De toegang van jongeren tot informatiediensten verbeteren De verstrekking van hoogwaardige informatie verbeteren De participatie van jongeren bij de informatieverstrekking aan jongeren versterken, bijvoorbeeld bij de formulering en de verspreiding van informatie 3. UITVOERING VAN HET PROGRAMMA "JEUGD" 3.1. Algemene opmerkingen vooraf over het programma "Jeugd" Algemene en specifieke doelstellingen De algemene doelstellingen van het programma vloeien voort uit de rechtsgrondslag waarop het programma steunt, namelijk artikel 149 van het Verdrag, inzake onderwijs, beroepsopleiding en jeugd, en meer in het bijzonder lid 2 daarvan, waarin onder meer is bepaald dat het optreden van de Gemeenschap erop is gericht "de ontwikkeling van uitwisselingsprogramma s voor jongeren en jongerenwerkers te bevorderen". De vier specifieke doelstellingen van het programma worden beschreven in Besluit nr. 1031/2000/EG: a) het bevorderen van de actieve bijdrage van jongeren tot de Europese integratie via hun deelneming aan transnationale uitwisselingen binnen de Gemeenschap of met derde landen, voor een beter begrip van de culturele diversiteit van Europa en van haar fundamentele gemeenschappelijke waarden, hetgeen zal bijdragen tot de eerbiediging van mensenrechten en tot de bestrijding van racisme, antisemitisme en vreemdelingenhaat; b) het versterken van de zin voor solidariteit bij de jeugd, door jongeren meer te betrekken bij transnationale activiteiten ten dienste van de samenleving in de Gemeenschap of met derde landen, met name die landen waarmee de Gemeenschap samenwerkingsovereenkomsten heeft gesloten; c) het stimuleren van initiatief, ondernemingsgeest en creativiteit bij jongeren, zodat zij in de samenleving een actieve rol kunnen spelen, en tevens begrip wekken voor de waarde van een in Europees verband opgedane informele onderwijservaring; NL 8 NL

9 d) het verbeteren van de samenwerking op het gebied van jeugdzaken, via een intensievere uitwisseling van goede praktijken, opleiding van jeugdwerkers/-leiders en ontwikkeling van innoverende acties op communautair niveau Operationele doelstellingen Ter verwezenlijking van de specifieke doelstellingen is het programma onderverdeeld in vijf verschillende acties: Actie 1 - Jeugd voor Europa intracommunautaire uitwisselingen van jongeren uitwisselingen van jongeren met derde landen Actie 2 - Europees vrijwilligerswerk intracommunautair Europees vrijwilligerswerk Europees vrijwilligerswerk met derde landen Actie 3 - Jongereninitiatieven Actie 4 - Gezamenlijke acties Actie 5 - Begeleidende maatregelen opleiding van en samenwerking met de actoren van het jeugdbeleid voorlichting van jongeren en studies betreffende jongeren informatie en zichtbaarheid van de acties ondersteunende maatregelen In het kader van het programma worden de operationele doelstellingen verder uitgewerkt door de beschrijving van maatregelen ter verwezenlijking van de specifieke doelstellingen, welke maatregelen zijn vermeld in Besluit nr. 1031/2000/EG: steun voor de transnationale mobiliteit van jongeren; steun voor het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) in jeugdzaken; steun voor het opzetten van samenwerkingsnetwerken op Europees niveau die een wederzijdse uitwisseling van ervaringen en goede praktijken mogelijk maken; steun voor transnationale projecten die tot doel hebben het burgerschap van de Unie en de betrokkenheid van jongeren bij de ontwikkeling van de Unie te bevorderen; bevordering van taalvaardigheden en kennis van verschillende culturen; NL 9 NL

10 steun voor proefprojecten in het kader van transnationale partnerschappen ten behoeve van innovatie en kwaliteit in jeugdzaken; ontwikkeling op Europees niveau van methodes voor de analyse en de follow-up op het gebied van het jeugdbeleid alsmede de evolutie daarvan (zoals gegevensbestanden, belangrijke cijfers, wederzijdse kennis van "systemen") en de verspreiding van goede praktijken Samenhang van de programmering met de algemene context Relevantie van de doelstellingen ten opzichte van de problematiek Wat de interne samenhang van het programma betreft kan worden opgemerkt dat de algemene, specifieke en operationele doelstellingen op harmonieuze wijze samengaan, met uitzondering van twee van de operationele doelstellingen, te weten de "steun voor het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) in jeugdzaken" en de "bevordering van taalvaardigheden en kennis van verschillende culturen", die meer beschouwd moeten worden als specifieke dan als operationele doelstellingen. Wat betreft de samenhang van het programma met de algemene context kan worden gesteld dat het programma deels aansluit bij de huidige realiteit, met name sinds de instelling van het kader voor de Europese samenwerking in jeugdzaken. Sinds de eerste generatie van het programma "Jeugd" heeft dit zich immers geleidelijk ontwikkeld om gelijke tred te houden met specifieke behoeften die op een bepaald moment ontstonden. De invoering van het kader voor de Europese samenwerking in jeugdzaken geeft structuur aan de jongerendimensie en geeft die een zelfstandige plek. De algemene doelstellingen van dit nieuwe kader zouden dan ook opgenomen moeten worden in het programma, en naast nieuwe prioriteiten als participatie, informatie en betere kennis bij de jeugd ook alle nieuwe ontwikkelingen op het gebied van vrijwilligerswerk moeten omvatten die zich sinds de goedkeuring van het ontwerp van het constitutioneel verdrag hebben voorgedaan. De interne samenhang van het programma is over het geheel genomen goed. Qua samenhang met de algemene context sluit het programma echter niet meer volledig aan bij de realiteit. Dit betekent niet dat het helemaal geen samenhang met die context vertoont, maar de nieuwe elementen die door de samenwerking op jongerengebied zijn geïntroduceerd, worden niet of onvoldoende in aanmerking genomen Conclusies De programmadoelstellingen zijn door de wetgever in het besluit vastgelegd; de ruimte om met het programma in te spelen op de veranderende context moet dan ook gezocht worden in bovengenoemd kader. In het toekomstige programma zal gemakkelijker rekening gehouden kunnen worden met dat kader voor samenwerking in jeugdzaken. Deze nieuwe rechtsgrondslag zou bovendien flexibel genoeg moeten zijn om geleidelijke aanpassingen aan toekomstige ontwikkelingen op het gebied van de samenwerking in jeugdzaken mogelijk te maken. NL 10 NL

11 3.3. Operationele aspecten van het programma "Jeugd" Bronmateriaal Bij het beheer van het programma "Jeugd", dat grotendeels in handen is van de nationale agentschappen, worden in principe door al die agentschappen, van alle programmalanden, dezelfde administratieve standaardprocedures gevolgd. In het kader van de tussentijdse evaluatie van het programma is via de nationale agentschappen (NA) een vragenlijst toegezonden aan alle begunstigde organisaties, met als doel via hen een beeld te krijgen van de doorzichtigheid van de procedures en instrumenten die momenteel bij het algemene beheer van het programma worden toegepast, en om in kaart te brengen hoe effectief die procedures en instrumenten zijn als het gaat om het verbeteren van de toegankelijkheid van het programma. De vragen hadden voornamelijk betrekking op de toegankelijkheid van het programma, de procedures rond aanvragen, besluitvorming en indiening van verslagen en op de subsidieregelingen Overzicht van goede ervaringen en problemen Uit het raadplegingsproces is het volgende naar voren gekomen: Bekendheid van het programma (voorlichting en pr): de kwaliteit van de voorlichting over het programma "Jeugd" is duidelijk verbeterd dankzij schriftelijk voorlichtingsmateriaal, nationale en regionale voorlichtingsbijeenkomsten en internet. De voorlichting is de laatste jaren beter toegesneden op jongeren. De Handleiding is echter onduidelijk en zou qua stijl en vorm veel aantrekkelijker moeten worden, waarvoor een complete omwerking nodig is in plaats van de thans toegepaste jaarlijkse bijwerking. Op politiek niveau is de zichtbaarheid van het programma echter mager. Toegang tot het programma: voor de meeste organisaties is het nationaal agentschap gemakkelijk toegankelijk. Kleine, lokale organisaties, met name in afgelegen landelijke en stedelijke gebieden, hebben echter minder gemakkelijk toegang tot het programma, omdat de nationale agentschappen zich in de regel op tamelijk grote afstand van die gebieden bevinden. Nationale agentschappen met een netwerk van lokale en/of regionale informatiepunten zijn daarentegen weer wél toegankelijker voor die organisaties en bieden hun dus betere ondersteuning. Samenhang in de uitvoering van het programma: de nationale agentschappen behandelen de aanvragen eerlijk en werken naar tevredenheid qua percentage goedgekeurde projecten. De door de nationale agentschappen genomen besluiten lopen echter nogal uiteen, en dat is een onmiskenbare bron van problemen voor partnerorganisaties die een aanvraag hebben ingediend. Dit probleem speelt vooral bij projecten die uit meerdere bronnen worden gefinancierd en waarvan de verschillende componenten worden beoordeeld door verschillende nationale agentschappen zonder voorafgaand overleg tussen de betrokken agentschappen. Selectie en besluitvorming moeten dan ook doorzichtiger, coherenter en eenvormiger worden in alle programmalanden. Aanvragen: het huidige tijdpad, met een vijfstappenprocedure (drie stappen voor samenwerkingsprojecten met derde landen), sluit aan bij de wensen van het merendeel van de begunstigden. NL 11 NL

12 De aanvraagformulieren zijn afgestemd op ervaren jongerenwerkers en zijn niet voor alle categorieën jongeren geschikt. Sommige vragen voeren te ver voor projecten die zich nog in het voorbereidende stadium bevinden. In dit verband is er gesproken over de aanvraagprocedures die gelden voor microprojecten (bilaterale/trilaterale projecten = financiering uit meerdere bronnen) en macroprojecten (multilaterale projecten waar ten minste vier partnerorganisaties bij betrokken zijn = in de regel één aanvraag bij het NA van het gastland). Beide procedures hadden hun voorstanders: de kleine organisaties gaven de voorkeur aan microprojecten, de grote aan macroprojecten. NGO s die op Europese schaal binnen de sector werkzaam zijn, hebben eveneens verzocht om een vereenvoudiging van de aanvraagprocedure, die zou moeten uitmonden in een systeem waarbij één aanvraag voor meerdere projecten wordt ingediend in een multi-action-kader, in plaats van een systeem waarbij aanvragen worden ingediend voor afzonderlijke, kortlopende projecten. De redenen waarom een aanvraag voor een project wordt afgewezen, zouden uitvoerig moeten worden toegelicht om een nieuwe aanvraag te vereenvoudigen en stimuleren. Financiële regelingen: het systeem van forfaitaire tarieven en vaste bedragen is rechtvaardig en gebruiksvriendelijker dan het vorige, dat was gebaseerd op percentages. Het is echter niet flexibel, hetgeen in het nadeel is van groepen in een ernstige achterstandspositie, zoals gemarginaliseerde jongeren, aangezien het voor hen moeilijk is medefinanciering te vinden. Uitbetaling van subsidies: de bekendmaking van de geselecteerde projecten en het vooraf uitbetalen van subsidies (75%) aan de begunstigden dienen in principe ten minste een maand vóór aanvang van het project plaats te vinden. Sommige programmalanden kregen pas laat te horen welke projecten geselecteerd waren, en de Commissie was traag met het uitbetalen van subsidies voor projecten die op centraal niveau waren geëvalueerd en geselecteerd. In sommige gevallen heeft deze vertraging geleid tot het schrappen of uitstellen van de desbetreffende projecten of tot een wijziging van partners en deelnemers, hetgeen de organisatoren en hun partners voor ernstige problemen heeft gesteld. Evaluatieprocedure: de begunstigden worden geacht hun eindverslag binnen twee maanden na de afsluiting van het project in te dienen. De nationale agentschappen en de Commissie (in geval van gecentraliseerde projecten) beoordelen de inhoud en de verrichtingen, en bestuderen de financiële overzichten voordat wordt overgegaan tot de uitbetaling van het restant van de subsidie. In de regel krijgen de begunstigden hier echter geen enkele feedback over. De organisatie van follow-upbijeenkomsten, de evaluatie en de verspreiding van goede praktijken zijn van essentieel belang voor de ontwikkeling van het werken met jongeren en de uitwerking van structuren voor jongeren. Regelingen voor de nationale agentschappen: uit de analyse van de uitvoering van de regelingen voor de NA, die plaatsvond in 2002 en waarvan de resultaten zijn goedgekeurd door het programmacomité, blijkt dat de bij die regelingen vastgestelde operationele mechanismen en verantwoordelijkheden naar volle tevredenheid hebben gefunctioneerd. In een overigens zeer beperkt aantal gevallen verliep de uitvoering in de praktijk wat moeilijker, maar uit de overige ervaringen komt zonder meer naar voren dat de balans van de uitvoering van deze regelingen over het geheel genomen als positief mag worden beschouwd. Daarom blijft de huidige versie van de tekst van kracht gedurende de volledige geldigheidsperiode van de rechtsgrondslag van het programma. NL 12 NL

13 Beoordeling van de operationele aspecten Het resultaat van het seminar over de procedures laat zich als volgt samenvatten: Bekendheid van het programma: de doelstellingen van het programma "Jeugd", de criteria om voor het programma in aanmerking te komen en de procedure voor het indienen van aanvragen worden in grote lijnen beschreven in de Handleiding, in de belangrijkste talen van de deelnemende landen. De meeste nationale agentschappen brengen kleurrijke en gebruiksvriendelijke documenten uit (doorgaans één brochure per actie), die bedoeld zijn voor een jong publiek en de desbetreffende informatie dus op een eenvoudige en begrijpelijke manier aanbieden. Sommige internetsites zijn tevens interactief en afgestemd op een jong publiek. Alle NA moeten worden gestimuleerd brochures samen te stellen en elektronische tools te ontwikkelen die de aandacht trekken en de belangstelling en motivatie van jongeren opwekken. De doelstellingen van het programma zijn echter niet altijd bekend bij de relevante overheidsinstanties, met name op regionaal en lokaal niveau. Deze lacune maakt de toegang tot medefinanciering en ondersteuning vanuit lokale overheden moeilijk en in veel gevallen zelfs onmogelijk. De nationale autoriteiten, de nationale agentschappen en de Commissie spelen een belangrijke rol bij de verbetering van de bekendheid van het programma op politiek niveau. Deze taak zou verlicht kunnen worden door de vorming van partnerschappen binnen en tussen lokale autoriteiten. Ook evenementen als de "Europese weken voor de jeugd" vervullen een belangrijke rol bij de bewustmaking van het publiek op nationaal en lokaal niveau. Toegang tot het programma: de toegankelijkheid van het programma en de geografische nabijheid van de begunstigden op nationaal, regionaal en lokaal niveau zijn belangrijke aspecten van het programma. Sommige landen zouden het voorbeeld kunnen volgen van landen die voor bepaalde begunstigden definitieve en voor andere experimentele regelingen op regionaal niveau hebben getroffen, die het programma toegankelijker kunnen maken voor jongeren. Samenhang in de uitvoering van het programma: hoewel de procedures gestandaardiseerd zijn, moeten sommige nationale agentschappen ze afstemmen op hun nationale behoeften en/of beschikbare middelen. Met name bij de besluitvorming inzake subsidieverlening is er sprake van een zeker gebrek aan doorzichtigheid, daar waar de Europese prioriteiten worden aangevuld of zelfs vervangen door nationale prioriteiten. Om een zekere flexibiliteit te bewaren is het daarom van belang dat de nationale agentschappen zorgen voor een samenhangend evenwicht tussen de Europese en de nationale prioriteiten, en voortdurend overleg voeren met andere nationale agentschappen. Sommige NA zijn voorstander van de instandhouding van financiering uit meerdere bronnen, omdat zij zo een betere inschatting kunnen maken van de omvang van de activiteiten op basis van de binnengekomen aanvragen; bij multilaterale projecten zijn zij niet altijd op de hoogte van het aantal partnerorganisaties dat betrokken is bij projecten in andere landen. In ieder geval zou overleg tussen de agentschappen verplicht moeten worden voor projecten die uit meerdere bronnen worden gefinancierd. Financiering van projecten: de aanvragen voor langlopende, multi-action-projecten zouden verbeterd kunnen worden door een vereenvoudiging van de aanvraagprocedure, waardoor NL 13 NL

14 betalingsachterstanden teruggedrongen zouden kunnen worden. Met een dergelijk systeem zouden jongerenorganisaties een aanvraag voor een reeks acties kunnen indienen in plaats van steeds een nieuwe aanvraag per afzonderlijk project. Projecten met een langere looptijd zouden het programma niet alleen beter onder de aandacht van de publieke opinie kunnen brengen, maar ook een stimulans kunnen vormen voor de motivatie op lokaal niveau en dus voor extra financiering. Er moet echter rekening worden gehouden met de beperkingen van kleine organisaties en achterstandsgroepen, waarvoor microprojecten een fundamentele rol vervullen. Evaluatieprocedure: het is essentieel voor begunstigden dat hun project zowel op het moment van de aanvraag als na afloop wordt geëvalueerd. Het delen van ervaringen en goede praktijken zou moeten worden vergemakkelijkt door de nationale agentschappen en de Commissie. Het resultaat van projecten moet van invloed zijn op het programma en effect hebben op structuren en beleid voor jongeren. Er moeten middelen beschikbaar worden gesteld om de organisatie van evaluatieseminars op nationaal en Europees niveau te bevorderen Conclusies Hieronder zijn de aanbevelingen samengevat die voortvloeien uit de evaluatie van de huidige procedures van het programma: de zichtbaarheid van het programma op politiek niveau verbeteren; regionale en lokale informatie- of contactpunten opzetten om de geografische afstand tot de begunstigden te verkleinen. Een aanpak hanteren die ondersteuning biedt tijdens de verschillende programmafasen (promotie, aanvragen, evaluatie), in het bijzonder aan gemarginaliseerde jongeren; de administratieve verplichtingen bij de aanvragen vereenvoudigen en verlichten. Multi-action-projecten stimuleren en ondersteunen, waarbij kleinschalige projecten echter mogelijk moeten blijven; het besluitvormingsproces en de selectiecriteria doorzichtiger maken, en de nationale en Europese prioriteiten beter op elkaar afstemmen in alle programmalanden; de toegang tot het programma voor achterstandsgroepen en jongeren in derde landen vergemakkelijken door de invoering van een flexibeler subsidieregeling; jaarlijkse evaluatiebijeenkomsten organiseren voor nationale en Europese begunstigden en groepen landen Actie 1: Jeugd voor Europa Actiekader De specifieke doelstellingen van actie 1 zijn als volgt beschreven in de bijlage bij Besluit nr. 1031/2000/EG tot vaststelling van het communautaire actieprogramma "Jeugd": "De Gemeenschap ondersteunt activiteiten ten behoeve van de mobiliteit van jongeren met een minimale duur van één week, die worden uitgevoerd op basis van gezamenlijke projecten NL 14 NL

15 in de Gemeenschap (wat de intracommunautaire uitwisselingen betreft) en waarbij groepen legaal in een lidstaat of in een derde land verblijvende jongeren betrokken zijn van in principe 15 tot 25 jaar (wat de uitwisselingen met derde landen betreft zijn ten minste twee lidstaten bij deze mobiliteitsactiviteiten betrokken)." Deze activiteiten verlopen in het kader van transnationale partnerschappen tussen groepen jongeren, die daar een actieve rol in spelen; de activiteiten moeten hun de gelegenheid bieden uiteenlopende sociale en culturele realiteiten te ontdekken en zich van deze realiteiten bewust te worden, en hen ertoe aanzetten deel te nemen aan, of het initiatief te nemen tot, andere activiteiten op Europees niveau. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de deelneming van jongeren voor wie dit de eerste Europese activiteit is, kansarme jongeren alsmede kleine en lokale groepen die geen ervaring op Europees niveau hebben. Aan bilaterale groepsmobiliteit zal financiële steun worden verleend als de doelgroepen of een specifieke pedagogische benadering dat rechtvaardigen, doch uitsluitend in geval van uitwisselingen tussen programmalanden. Er kan financiële steun worden verleend aan activiteiten ter versterking van de actieve deelneming van jongeren aan de projecten voor groepsmobiliteit, waarbij het met name gaat om activiteiten met het oog op de taalkundige en interculturele voorbereiding van de jongeren vóór hun vertrek Uitvoering van de actie a) Algemene opmerkingen over de actie Actie 1 draagt bij tot de opvoeding van jongeren, doordat via uitwisselingen wordt getracht hen bewuster te maken van de culturele diversiteit, het principe van gelijke kansen en de bestrijding van uitsluiting, racisme en vreemdelingenhaat. Actie 1 stimuleert het opzetten van sterkere partnerschappen op alle niveaus: tussen de Commissie en de lidstaten, tussen de nationale agentschappen die met de uitvoering van het programma belast zijn, en tussen de groepen jongeren die de projecten moeten voorbereiden en helpen uitvoeren. Actie 1 draagt bij tot het proces van "informeel" leren onder jongeren, dat erop gericht is hen ervan bewust te maken dat zij zelf actief kunnen deelnemen in de Europese integratie. De actie leidt bij hen tot een beter begrip van de Europese verscheidenheid. b) Operationele mechanismen Bilaterale uitwisselingen zijn een geschikt instrument voor een eerste Europese ervaring van een jongerenorganisatie of voor groepen kansarme jongeren. Die laatste categorie zou ermee gebaat zijn als de projecten wat bescheidener zouden worden qua duur en inhoud, zodat ze beter aansluiten bij hun behoeften. Multilaterale uitwisselingen zorgen voor een echte interculturele Europese dimensie. Het zoeken van partners blijft echter een moeilijk punt. Hoewel het partnerschap op zich van groot belang is, is de rol van de verschillende partners niet altijd even helder, wat vooral geldt voor de verdeling van de financiële en organisatorische verantwoordelijkheden. Een efficiënte begeleiding van de jongeren is belangrijk, evenals hun daadwerkelijke deelname gedurende het gehele project. In dit verband noemen de lidstaten de mogelijkheid, mits het programma NL 15 NL

16 zulks toelaat, om de deelnameleeftijd te verlagen tot dertien of zelfs twaalf jaar, zodat jongeren die daar rijp genoeg voor zijn, mee kunnen doen aan deze actie. In het algemeen vormt deelname aan een uitwisselingsactie voor jongeren ook een stimulans voor deelname aan andere acties in het kader van dit programma of van andere Europese programma s als Socrates en Leonardo da Vinci. Verbindingen tussen de programma s zijn welkom. Uit de effectstudie blijkt dat er behoefte bestaat aan erkenning van de waarde van de actie en dat de deelnemers een certificaat zouden moeten kunnen krijgen waaruit blijkt dat ze hebben deelgenomen aan een uitwisseling van jongeren. Ten aanzien van de uitvoering van de uitwisselingsprojecten melden de lidstaten dat het relevant is bij de duur van de projecten ook de tijd mee te tellen die wordt besteed aan de voorbereiding en het evalueren van de uitvoering ervan Analyse van de effectiviteit en de efficiëntie van de actie In het kader van de begrotingslijn "Jeugd" is in de periode een bedrag van 79,1 miljoen euro toegewezen aan actie 1 voor uitwisselingen van jongeren. Zo konden jongeren deelnemen aan een van de 8467 door de Commissie gefinancierde projecten. Het aandeel van de multilaterale projecten is van 30% in 2000 gestegen tot 40% eind 2002, waarmee de doelstelling van de Commissie is gerealiseerd. Effect op jongeren Uit de effectstudie blijkt dat actie l jongeren in de kandidaat-landen een mogelijkheid biedt tot transnationale mobiliteit naar Europese landen waar ze nog niet eerder zijn geweest. Er wordt in de effectstudie op gewezen dat bilaterale uitwisselingen bijzonder nuttig zijn voor kansarme jongeren, zoals jongeren uit Roma-minderheden of afgelegen regio s, en voor jongerenorganisaties waarvoor het de eerste ervaring met Europa is. Wat de andere jongeren betreft richt het programma zich op multilaterale groepsuitwisselingen. Een internationale ervaring opdoen is goed voor de persoonlijke ontwikkeling, maar vereist wel een degelijke begeleiding. Verder zijn jongerenuitwisselingen goed voor het omgaan met andere talen en het opdoen van interculturele vaardigheden. Ten slotte dragen ze bij tot de ontwikkeling van tolerantie en wederzijds respect, een open geest en dialoog. Bovendien zijn de jongeren zich dankzij de mobiliteit bewuster geworden van hun rol als Europees burger. Deze grotere gerichtheid op Europa levert een meerwaarde op waar de jongeren hun voordeel mee kunnen doen op de arbeidsmarkt. Hier moet echter bij worden aangetekend dat deze vorm van informeel leren misschien geen problemen oplevert voor jongeren uit sociale milieus waar hoger beroepsonderwijs en/of universitair onderwijs normaal zijn, maar wel een degelijke voorbereiding van de uitwisseling vergt voor jongeren in een achterstandspositie. Wat het verwerven van multiculturele vaardigheden en de persoonlijke ontwikkeling betreft krijgen de ervaringen van jongeren die aan een uitwisselingsproject hebben meegedaan vaak in die zin een vervolg dat ze enthousiast raken om op hun beurt een dergelijk project te organiseren, of zich in een volgende fase vanuit een creatieve instelling te richten op meer NL 16 NL

17 individuele projecten. Bovendien tonen de meesten van hen een grotere betrokkenheid bij activiteiten van de plaatselijke gemeenschap. Tot slot pakt de toegankelijkheid van het programma voor jongeren uit achterstandsgroepen zeer positief uit, omdat de bilaterale uitwisselingen een eerste Europese ervaring opleveren. Ook het mogelijk positieve effect van het programma, en meer in het bijzonder van de uitwisselingsacties, op geestelijk en/of lichamelijk gehandicapte jongeren verdient hier vermelding. Effect op jongerenwerkers, organisaties en lokale gemeenschappen Ten aanzien van het effect van actie 1 op maatschappelijk werkers zijn de volgende zaken duidelijk naar voren gekomen bij deze actie: het belang van de kwaliteit van het werk van deze beroepscategorie, de noodzaak van specifieke opleiding op het gebied van internationale interculturele uitwisselingen, het nut van het opzetten van netwerken van jongerenorganisaties en van de uitwisseling van goede praktijken, en het belang van taalkundige vaardigheden. De jongerenorganisaties blijken in de regel de prioriteiten te volgen die jaarlijks worden vastgesteld door de Commissie en de nationale agentschappen, maar zij hebben tevens een bijzondere inspanning geleverd ten aanzien van de projectkwaliteit en specifieke regionale behoeften. Het leerproces dat jongerenwerkers die betrokken zijn bij multilaterale uitwisselingen doorlopen door het opdoen van ervaring, heeft geleid tot de behoefte aan verspreiding van goede praktijken, die geïntensiveerd zou moeten worden. De jongerenorganisaties moeten meer doen dan ze aankunnen en kampen vooral met een concentratie van activiteiten tijdens de schoolvakanties. In sommige lidstaten zoeken gemeenten voor de uitwisselingen vooral contact met hun zustersteden. Het systematisch zoeken naar partners, het opzetten van netwerken van jongerenorganisaties en de decentralisatie van structuren die jongeren de gelegenheid bieden uitwisselingsprojecten te ontwikkelen, tillen deze actie naar een hoger plan. In het kader van actie 1 (Jeugd voor Europa) van het programma wordt organisaties met internationale ervaring aanbevolen voorrang te geven aan multilaterale projecten (projecten waarbij ten minste vier landen betrokken zijn). Bilaterale uitwisselingsprojecten blijven aldus beperkt tot nieuwe en minder ervaren jongerengroepen of groepen van achterstandsjongeren, en dat werkt demotiverend voor lokale jongerengroepen en organisaties, aangezien hun "ledenbestand" voortdurend wijzigt. De ervaring mag overigens dan niet nieuw zijn voor de organisatie, zij is dat wel voor de deelnemers. Voor kleine organisaties die met achterstandsgroepen werken zijn de administratieve rompslomp, de organisatie en het beheer van projecten waarbij meerdere partners betrokken zijn, vaak te zwaar. Het multiplicatoreffect van de uitwisselingsprojecten heeft vooral een belangrijke rol gespeeld op het niveau van de lokale en regionale gemeenschappen, waar de belangstelling voor Europa is gegroeid en nieuwe jongerenorganisaties de kans hebben gekregen zich te ontwikkelen. NL 17 NL

18 Effect op beleid, wetgeving en instellingen Het programma "Jeugd" is een bron van inspiratie voor de lidstaten, die vaak identieke projecten steunen die niet onder dit programma vallen. Bovendien heeft de decentralisatie van het programma, dat in toenemende mate door de nationale agentschappen onder hun hoede wordt genomen, een multiplicatoreffect en maakt zij het programma toegankelijker voor alle jongeren, zonder onderscheid. In de kandidaat-landen is de ervaring met uitwisselingen van jongeren relatief nieuw, aangezien zij nog niet echt de gelegenheid hebben gehad deel te nemen aan internationale uitwisselingen. De jaarlijkse prioriteiten van de Commissie worden nageleefd en komen vaak overeen met de nationale prioriteiten. Het zou overigens goed zijn het aantal prioriteiten niet al te zeer op te voeren, en er mogen geen nationale prioriteiten worden vastgesteld die onverenigbaar zijn met elkaar of met de Europese prioriteiten Conclusies betreffende actie 1 Jongerenuitwisselingen bieden jongeren van verschillende nationaliteiten een gemakkelijke gelegenheid om elkaar te ontmoeten in een omgeving waarin zij op gemeenschappelijke thema s kunnen ingaan en andere culturen kunnen ontdekken. De decentralisatie van deze actie, die vrijwel geheel door de agentschappen wordt beheerd, heeft ertoe bijgedragen dat het programma toegankelijker en duidelijker is geworden voor de jongeren die er gebruik van maken. De kwaliteit van de projecten verbetert voortdurend omdat de betrokken organisaties en andere partners, die de projecten promoten, diepgaander met deze materie bezig zijn. De agentschappen verzorgen in dit verband de voorlichting aan en scholing van projectpromotors in de vorm van voorlichtings- en trainingsseminars. Desalniettemin behoeft de actie verbetering op de volgende punten: Het opzetten van kwalitatief goede partnerschappen moet worden versterkt, met name bij de multilaterale projecten. De nationale agentschappen zouden een belangrijkere rol moeten spelen in dit verband; De nationale agentschappen moeten nauwer samenwerken om de service aan de partners te verbeteren, hetgeen nóg belangrijker is bij bilaterale projecten die door meerdere nationale agentschappen worden gefinancierd; De lengte van projecten voor groepen jongeren met minder mogelijkheden zou teruggebracht moeten kunnen worden; De minimumleeftijd voor deelname aan een uitwisseling zou in bepaalde gevallen verlaagd moeten kunnen worden tot twaalf of dertien jaar; Jongeren die hebben meegedaan aan een uitwisselingsproject, zouden een certificaat moeten kunnen krijgen waaruit blijkt dat ze hebben deelgenomen aan een Europese actie; NL 18 NL

19 Een uitwisselingsproject moet een actie voor jongeren zijn met een langere looptijd, die naast de eigenlijke projectfase ook de voorbereiding van het project en de inventarisatie van de resultaten ervan voor de jongeren na afloop van het project omvat; Het creëren van links tussen de acties via "estafette"-projecten met een langere looptijd zou mogelijk moeten zijn Actie 2: Europees vrijwilligerswerk Actiekader In de bijlage bij Besluit nr. 1031/2000/EG tot vaststelling van het communautaire actieprogramma "Jeugd" worden de specifieke doelstellingen van het Europees vrijwilligerswerk beschreven; meer in het bijzonder wordt onder "jonge vrijwilliger" verstaan een persoon van in beginsel 18 tot 25 jaar. De jonge vrijwilliger verbindt zich ertoe een activiteit te verrichten waardoor solidariteit concrete vorm krijgt, met de bedoeling sociale en persoonlijke bekwaamheden en vaardigheden te verwerven waardoor tevens wordt bijgedragen tot het welzijn van de samenleving. Daartoe neemt de jonge vrijwilliger in een andere lidstaat dan die waarin hij/zij verblijft, dan wel in een derde land, deel aan een nietwinstgevende en onbezoldigde activiteit die voor de gemeenschap van belang is en qua tijdsduur beperkt is (ten hoogste twaalf maanden). Het Europees vrijwilligerswerk berust op partnerschap en gedeelde verantwoordelijkheid van de jonge vrijwilliger, de uitzendende organisatie en de ontvangende organisatie. De Commissie reikt een document uit ten bewijze van de deelneming van de jonge vrijwilligers aan het Europees vrijwilligerswerk. Met betrekking tot actie 2.1 (Intracommunautair Europees vrijwilligerswerk) bepaalt dezelfde bijlage: De Gemeenschap verleent steun aan transnationale projecten (met een duur die in principe beperkt is van drie weken tot één jaar) waarbij jongeren actief en persoonlijk deelnemen aan activiteiten waarmee tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van de samenleving op velerlei gebied, en die tevens een informele onderwijservaring opleveren voor het verwerven van sociale en culturele vaardigheden. Deze projecten zijn ervoor bedoeld om jongeren in aanraking te brengen met andere culturen en talen en ze te confronteren met nieuwe ideeën en projecten in een multiculturele civiele samenleving. Er zijn diverse prioriteiten vastgesteld: ontwikkeling van de component met kortlopende projecten om de toegang van jonge kansarme vrijwilligers te vergemakkelijken en hun persoonlijke ondersteuning te garanderen; introductie van vrijwilligersactiviteiten als nieuw element in bestaande partnerschappen en/of nieuwe partnerschappen; betrokkenheid van organisaties die nog niet eerder aan het Europees vrijwilligerswerk hebben deelgenomen; introductie van nieuwe activiteitengebieden en innovatieve elementen; en ondersteuning van de lokale ontwikkeling Uitvoering van de actie a) Algemene opmerkingen over de actie Het Europees vrijwilligerswerk (EVW) startte in 1996 als proefactie. De actie maakt op dit moment deel uit van het programma "Jeugd" ( ) en ontvangt een bijdrage van circa 25 miljoen euro per jaar. Daarmee is het een van de belangrijkste acties van het programma "Jeugd". Dankzij deze actie kunnen jaarlijks ongeveer 3500 jongeren uit de deelnemende NL 19 NL

20 landen zes tot twaalf maanden in het buitenland verblijven. Voor kansarme jongeren is een speciale component met kortlopende projecten opgezet. Het EVW financiert echter ook grotere projecten, waaraan soms wel zestig vrijwilligers deelnemen, die op verschillende plaatsen verblijven. In 2002 werd een concept van gezamenlijk vrijwilligerswerk ontwikkeld om nog meer vrijwilligers te kunnen inzetten bij speciale evenementen, bijvoorbeeld op sportgebied. b) Operationele mechanismen Het overgrote deel van de EVW-projecten wordt beheerd door de nationale agentschappen. De hoofdmoot wordt gevormd door individuele, langlopende EVW-projecten (bilaterale projecten waarbij een beroep wordt gedaan op één vrijwilliger), maar het kan ook gaan om individuele of groepsprojecten van korte duur (van drie weken tot zes maanden), die openstaan voor jonge kansarme vrijwilligers. Op centraal niveau worden twee soorten projecten onderscheiden: enerzijds de projecten op Europese schaal, waaraan wordt deelgenomen door tal van partnerorganisaties en een groot aantal vrijwilligers, die naar meerdere plaatsen worden uitgezonden, en anderzijds de individuele plaatsing bij secretariaten van Europese niet-gouvernementele organisaties op jongerengebied. Er is een procedure opgesteld voor de erkenning van ontvangende organisaties voor EVW-projecten in de programmalanden, die verloopt via de indiening van blijken van belangstelling voor het ontvangen van vrijwilligers. Deze erkenning is een absolute voorwaarde voor het indienen van een subsidieaanvraag en moet de doorzichtigheid en kwaliteit van de gastprojecten waarborgen. Het Bureau voor technische bijstand verleent ondersteuning aan belanghebbenden, vrijwilligers, organisaties en nationale agentschappen en is tevens actief op communicatie- en adviesgebied Analyse van de effectiviteit en de efficiëntie van de actie Tussen 2000 en 2002 beliep het aan EVW toegewezen bedrag in totaal 66,5 miljoen euro (2000: 20,7 miljoen euro; 2001: 23,9 miljoen euro; 2002: 21,9 miljoen euro). Sinds 2000 is het aantal ingediende projecten niet alleen sterk, maar ook progressief gestegen (toename van 15% tussen 2000 en 2001 en van 21% tussen 2001 en 2002). Er werden gast- en uitzendingsprojecten gefinancierd (2000: 5423; 2001: 5754; 2002: 6526). Het totale aantal EVW-vrijwilligers kwam dicht in de buurt van de na deze eerste periode van drie jaar (2000: 2798; 2001: 3430; 2002: 3432), waarbij de stijging van 23% tussen 2000 en 2001 opmerkelijk is. Op dit moment lijkt het aantal zich te stabiliseren rond 3500 vrijwilligers per jaar. Verder zij opgemerkt dat ongeveer 6000 bilaterale gastprojecten die nog niet zijn gerealiseerd, opgenomen zijn in de on line EVW-databank. Effect op jongeren Het Europees vrijwilligerswerk is een beslissende stap in het leven van jonge vrijwilligers: het gaat immers om de actieve betrokkenheid bij een project en het besluit om maximaal twaalf maanden in een vreemd land te leven, leren en werken. Gezien het sterk individuele karakter en de duur geeft het EVW in de meeste gevallen een krachtige impuls aan de persoonlijke ontwikkeling en het zelfvertrouwen. Heel vaak constateert men bij de vrijwilligers ook een verschuiving in de educatieve en beroepsmatige doelstellingen. Eenmaal terug zijn de ex-vrijwilligers van het EVW opener, toleranter en dienstbaarder in hun denken en doen. Een ander belangrijk multiplicatoreffect is NL 20 NL

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 29 oktober 2004 (10.11) (OR. en) 13996/04 LIMITE JEUN 89 EDUC 211 SOC 512

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 29 oktober 2004 (10.11) (OR. en) 13996/04 LIMITE JEUN 89 EDUC 211 SOC 512 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 29 oktober 2004 (10.11) (OR. en) PUBLIC 13996/04 LIMITE JEUN 89 EDUC 211 SOC 512 IEIDENDE NOTA van: het secretariaat-generaal aan: de Raad en de vertegenwoordigers

Nadere informatie

Erasmus+ Jeugd. Informatiebijeenkomst 20 januari 2014

Erasmus+ Jeugd. Informatiebijeenkomst 20 januari 2014 Erasmus+ Jeugd Informatiebijeenkomst 20 januari 2014 Erasmus+ Nieuwe EU-programma voor onderwijs, training, jeugd en sport 2014-2020 Youth in Action gaat samen met het onderwijsprogramma Leven Lang Leren

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 21 501-21 Jeugdraad Nr. 7 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 december 2004 (03.01) (OR. fr) 15763/04 JEUN 95 EDUC 224 SOC 587

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 december 2004 (03.01) (OR. fr) 15763/04 JEUN 95 EDUC 224 SOC 587 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 16 december 2004 (03.01) (OR. fr) 15763/04 JEUN 95 EDUC 224 SOC 587 NOTA van: aan: Betreft: de Luxemburgse delegatie de Groep jeugdzaken ontwerp-resolutie van de Raad

Nadere informatie

Factsheet Europees Vrijwilligerswerk (EVS) - Youth in Action

Factsheet Europees Vrijwilligerswerk (EVS) - Youth in Action Factsheet Europees Vrijwilligerswerk (EVS) - Youth in Action EVS organisatie worden Deze factsheet is voor organisaties die met Europees Vrijwilligerswerk (EVS) aan de slag willen gaan. Wat houdt EVS in,

Nadere informatie

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 18 september 2008 (18.09) (OR. en) 13187/08 FSTR 20 FC 5 REGIO 25 SOC 516

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 18 september 2008 (18.09) (OR. en) 13187/08 FSTR 20 FC 5 REGIO 25 SOC 516 RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 18 september 2008 (18.09) (OR. en) 13187/08 FSTR 20 FC 5 REGIO 25 SOC 516 VOORSTEL van: de Commissie d.d.: 16 september 2008 Betreft: Voorstel voor een Verordening (EG)

Nadere informatie

KA 1 Mobiliteit Jeugd. Marrie Kortenbosch & Mireille Unger

KA 1 Mobiliteit Jeugd. Marrie Kortenbosch & Mireille Unger KA 1 Mobiliteit Jeugd Marrie Kortenbosch & Mireille Unger Erasmus+ Nieuwe EU-programma voor onderwijs, jeugd en sport 2014-2020 Youth in Action gaat samen met het onderwijsprogramma Leven Lang Leren (Erasmus,

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 VERSLAG van: het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel) aan: de Raad EPSCO Nr. vorig doc.: 9081/08

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 1249 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE

Nadere informatie

voor politiefunctionarissen.

voor politiefunctionarissen. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 8 april 2010 (12.04) (OR. en) 8309/10 ENFOPOL 93 NOTA I/A-PUNT van: het secretariaat-generaal aan: het Coreper / de Raad nr. vorig doc.: 5025/4/10 EUROPOL 3 Betreft:

Nadere informatie

PUBLIC 11642/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0109 (CNS)

PUBLIC 11642/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0109 (CNS) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 september 200 (26.09) (OR. fr) PUBLIC 642/0 Interinstitutioneel dossier: 200/009 (CNS) LIMITE JUSTCIV NOTA van: het voorzitterschap aan: het Comité burgerlijk

Nadere informatie

Voor de delegaties gaan in bijlage dezes de ontwerp-conclusies van de Raad, waarover een akkoord is bereikt in de Groep sociale vraagstukken.

Voor de delegaties gaan in bijlage dezes de ontwerp-conclusies van de Raad, waarover een akkoord is bereikt in de Groep sociale vraagstukken. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 februari 2011 (16.02) (OR. en) 6196/1/11 REV 1 SOC 99 COMPET 34 VERSLAG van: de Groep sociale vraagstukken aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel)

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. van [...]

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. van [...] EUROPESE COMMISSIE Brussel, 15.6.2010 COM(2010)280 definitief 2010/0168 (E) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD van [...] betreffende de verplichte toepassing van Reglement nr. 100 van de Economische

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 6.11.2006 COM(2006) 661 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ

Nadere informatie

bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000

bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000 bron : http://www.emis.vito.be Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen dd. 27-06-2000 Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000 Gewijzigd voorstel voor een beschikking

Nadere informatie

NOTA het secretariaat-generaal van de Raad de delegaties Gezamenlijke conclusies van de Jeugdconferentie van de EU (Dublin, 11-13 maart 2013)

NOTA het secretariaat-generaal van de Raad de delegaties Gezamenlijke conclusies van de Jeugdconferentie van de EU (Dublin, 11-13 maart 2013) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 22 maart 2013 (26.03) (OR. en) 7808/13 JEUN 33 NOTA van: aan: Betreft: het secretariaat-generaal van de Raad de delegaties Gezamenlijke conclusies van de Jeugdconferentie

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 4 juni 2003 (06.06) (OR. en) 8642/03 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2002/0303 (COD) EDUC 79 CODEC 518 OC 348

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 4 juni 2003 (06.06) (OR. en) 8642/03 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2002/0303 (COD) EDUC 79 CODEC 518 OC 348 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 4 juni 2003 (06.06) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2002/0303 (COD) 8642/03 ADD 1 EDUC 79 CODEC 518 OC 348 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Voorstel voor

Nadere informatie

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 31 oktober 2012 (08.11) (OR. en) 15647/12 JEU 88 SOC 873 EDUC 319 CULT 138 RELEX 986

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 31 oktober 2012 (08.11) (OR. en) 15647/12 JEU 88 SOC 873 EDUC 319 CULT 138 RELEX 986 RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 31 oktober 2012 (08.11) (OR. en) 15647/12 JEU 88 SOC 873 EDUC 319 CULT 138 RELEX 986 OTA van: het secretariaat-generaal van de Raad aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESCHIKKING VAN DE

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 april 2002 (02.05) (OR. en) 8318/02 LIMITE PROCIV 16 FSTR 3

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 april 2002 (02.05) (OR. en) 8318/02 LIMITE PROCIV 16 FSTR 3 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 april 2002 (02.05) (OR. en) 8318/02 LIMITE PROCIV 16 FSTR 3 RESULTAAT BESPREKINGEN van: Groep civiele bescherming d.d.: 16 april 2002 nr. vorig doc.: 7573/02 prociv

Nadere informatie

Over de passage tussen haken op de bladzijden 2-3 is nog geen overeenstemming bereikt.

Over de passage tussen haken op de bladzijden 2-3 is nog geen overeenstemming bereikt. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 19 november 2003 (21.11) (OR. en) 15014/03 ECOFIN 353 FIN 519 RELEX 437 NOTA van: aan: Betreft: het secretariaat-generaal van de Raad het Coreper/de RAAD Ontwerp-verslag

Nadere informatie

Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 10.3.2014 COM(2014) 156 final Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot goedkeuring van de sluiting door de Commissie, namens de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, van

Nadere informatie

13740/1/00 REV 1 ADD 1 die/jel/nj 1 DG J

13740/1/00 REV 1 ADD 1 die/jel/nj 1 DG J RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 12 februari 2001 (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2000/0157 (COD) 13740/1/00 REV 1 ADD 1 LIMITE SOC 455 FIN 492 CODEC 915 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT WERKDOCUMENT. Commissie cultuur en onderwijs 7.3.2008

EUROPEES PARLEMENT WERKDOCUMENT. Commissie cultuur en onderwijs 7.3.2008 EUROPEES PARLEMENT 2004 Commissie cultuur en onderwijs 2009 7.3.2008 WERKDOCUMENT inzake het voorstel voor het besluit van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van een actieprogramma ter verhoging

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE

L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 6 mei 2008 inzake de externe kwaliteitsborging voor wettelijke auditors en auditkantoren die

Nadere informatie

Oproep experts Erasmus+ jeugd

Oproep experts Erasmus+ jeugd Oproep experts Erasmus+ jeugd Het programma Erasmus+ is de opvolger van onder meer het Youth in Action-programma en loopt van 2014 tot en met 2020. Door te investeren onderwijs, niet-formeel leren en training

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 november 2007 (16.11) (OR. en) 15314/07 Interinstitutioneel dossier: 2007/0244 (CNS) LIMITE AGRILEG 171

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 november 2007 (16.11) (OR. en) 15314/07 Interinstitutioneel dossier: 2007/0244 (CNS) LIMITE AGRILEG 171 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 16 november 2007 (16.11) (OR. en) PUBLIC 15314/07 Interinstitutioneel dossier: 2007/0244 (CNS) LIMITE AGRILEG 171 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Jordi AYET

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen. Voorstel voor een besluit (COM(2003) 54 C5-0060/2003 2003/0025(COD))

EUROPEES PARLEMENT. Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen. Voorstel voor een besluit (COM(2003) 54 C5-0060/2003 2003/0025(COD)) EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen 18 juni 2003 PE 331.551/22-48 AMENDEMENTEN 22-48 Ontwerpverslag (PE 331.551) Lissy Gröner over het voorstel voor een besluit

Nadere informatie

Teksten betreffende onderwijs opleiding en jeugdzaken

Teksten betreffende onderwijs opleiding en jeugdzaken RAAD VAN DE EUROPESE UNIE SECRETARIAAT-GENERAAL DG I Diensl Onderwijs en Jeugdzaken Cultuur Audiovisuele sector Teksten betreffende onderwijs opleiding en jeugdzaken 1998-2001 Teksten betreffende onderwijs

Nadere informatie

Erasmus voor iedereen: EU-financiering voor 5 miljoen burgers

Erasmus voor iedereen: EU-financiering voor 5 miljoen burgers EUROPESE COMMISSIE - PERSBERICHT Erasmus voor iedereen: EU-financiering voor 5 miljoen burgers Brussel, 23 november 2011 - Tot 5 miljoen mensen, bijna tweemaal zo veel als nu, krijgen de kans om in het

Nadere informatie

12722/01 HD/nj DG G NL

12722/01 HD/nj DG G NL RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 29 oktober 2001 (OR. en) 12722/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0121 (CNS) ECOFIN 264 ENV 490 NIS 73 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Besluit van

Nadere informatie

13395/2/01 REV 2 ADD 1 gys/hb/dm 1 DG I

13395/2/01 REV 2 ADD 1 gys/hb/dm 1 DG I RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 14 december 2001 (08.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2000/0227 (COD) 13395/2/01 REV 2 ADD 1 ENV 528 CODEC 1098 Betreft: Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Nadere informatie

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) /... VAN DE COMMISSIE. van 10.6.2015

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) /... VAN DE COMMISSIE. van 10.6.2015 EUROPESE COMMISSIE Brussel, 10.6.2015 C(2015) 3759 final GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) /... VAN DE COMMISSIE van 10.6.2015 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 29.11.2007 COM(2007) 761 definitief 2007/0266 (ACC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD over het standpunt van de Gemeenschap in het Gemengd Comité EG-Faeröer

Nadere informatie

11263/08 ADD 1 mak/gar/hd 1 DG I - 2 B

11263/08 ADD 1 mak/gar/hd 1 DG I - 2 B RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 13 oktober 2008 (21.10) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2007/0163 (COD) 11263/08 ADD 1 EDUC 173 MED 39 SOC 385 PECOS 16 CODEC 895 O TWERP-MOTIVERI G VA DE RAAD Betreft:

Nadere informatie

Vertaling Participant report Nederlands KA1-studentenmobiliteit mbo (VET)

Vertaling Participant report Nederlands KA1-studentenmobiliteit mbo (VET) Vertaling Participant report Nederlands KA1-studentenmobiliteit mbo (VET) Let op: Deze vertaling is bedoeld voor studenten die het participant report moeten invullen na terugkomst van de buitenlandstage/bpv.

Nadere informatie

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT. overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT. overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie EUROPESE COMMISSIE Brussel, 5.4.2016 COM(2016) 184 final 2013/0081 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking

Nadere informatie

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het Europees justitieel netwerk

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het Europees justitieel netwerk RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 november 2008 (OR. en) 14914/08 COPEN 199 EUROJUST 87 EJN 65 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het Europees justitieel

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 december 2006 (OR. en) 16647/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/194 (CNS) REGIO 70 FIN 673

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 december 2006 (OR. en) 16647/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/194 (CNS) REGIO 70 FIN 673 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 20 december 2006 (OR. en) 16647/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/194 (CNS) REGIO 70 FIN 673 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: VERORDENING VAN DE

Nadere informatie

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 9.8.2012 COM(2012) 449 final 2012/0217 (COD)C7-0215/12 Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de toekenning van tariefcontingenten voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 828 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE

Nadere informatie

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 april 2000 (17.04) (OR. en) 7316/00 LIMITE EUROPOL 4 NOTA van: Europol aan: de Groep Europol nr. vorig doc.: 5845/00 EUROPOL 1 + ADD 1 + ADD 2 + ADD 3 Betreft: Artikel

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

Regeling Nationaal Agentschap Leonardo da Vinci 2000-2006

Regeling Nationaal Agentschap Leonardo da Vinci 2000-2006 OCenW-Regelingen Regeling Nationaal Vinci 2000-2006 Bestemd voor: CINOP; NUFFIC; instellingen voor beroepsonderwijs; instellingen voor hoger onderwijs. verbindend voorschrift Datum: 10 november 2000 Kenmerk:

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VAN DE RAAD tot wijziging en verlenging

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 21.1.2016 COM(2016) 17 final 2016/0006 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland betreffende samenwerking

Nadere informatie

PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE)

PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 april 2010 (OR. en) PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE) LIMITE COEST 89 PESC 444 NIS 25 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Nadere informatie

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag, P5_TA(2002)0591 Verblijfstitel met een korte geldigheidsduur * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte

Nadere informatie

15.12.2011 Publicatieblad van de Europese Unie C 366/145

15.12.2011 Publicatieblad van de Europese Unie C 366/145 15.12.2011 Publicatieblad van de Europese Unie C 366/145 VERSLAG over de jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding betreffende het begrotingsjaar 2010, vergezeld van de antwoorden van de Stichting

Nadere informatie

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE De rechtsgrondslag voor de grondrechten op EU-niveau is lange tijd voornamelijk gelegen geweest in de verwijzing in de Verdragen naar het Europees Verdrag tot

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD NL NL NL COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 24.11.2009 COM(2009)641 definitief Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD waarbij de Portugese Republiek wordt gemachtigd een maatregel toe

Nadere informatie

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 2167.

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 2167. RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 8 juli 2008 (09.07) (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2008/0141 (COD) 11555/08 ADD 2 SOC 413 CODEC 936 I GEKOME DOCUME T van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur,

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 29 april 2010 (06.05) (OR. en) 9018/10 JEUN 16 SOC 293. NOTA het secretariaat-generaal van de Raad

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 29 april 2010 (06.05) (OR. en) 9018/10 JEUN 16 SOC 293. NOTA het secretariaat-generaal van de Raad RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 29 april 2010 (06.05) (OR. en) 9018/10 JEUN 16 SOC 293 NOTA van: het secretariaat-generaal van de Raad aan: de Raad nr. vorig doc.: 8265/10 JEUN 12 SOC 247 Betreft: Resolutie

Nadere informatie

PARITAIRE PARLEMENTAIRE VERGADERING ACS- EU

PARITAIRE PARLEMENTAIRE VERGADERING ACS- EU PARITAIRE PARLEMENTAIRE VERGADERING ACS- EU Commissie politieke zaken 5.3.2009 AP/100.506/AM1-24 AMENDEMENTEN 1-24 Ontwerpverslag (AP/100.460) Co-rapporteurs: Ruth Magau (Zuid-Afrika) en Filip Kaczmarek

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) PUBLIC 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383 NOTA van: aan: vorig doc. Betreft: het secretariaat-generaal de Raad 8277/06

Nadere informatie

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN GEZAMEIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN "1. De vandaag vastgestelde verordening betreffende de uitvoering van de mededingingsregels

Nadere informatie

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 1995.

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 1995. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 12 juni 2008 (13.06) (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2008/0110 (COD) 10637/08 ADD 2 AGRILEG 104 CODEC 769 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU,

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. inzake de eventuele verhuizing van het ICCO-hoofdkwartier van Londen naar Abidjan

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. inzake de eventuele verhuizing van het ICCO-hoofdkwartier van Londen naar Abidjan EUROPESE COMMISSIE Brussel, 28.8.2015 COM(2015) 410 final 2015/0183 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de eventuele verhuizing van het ICCO-hoofdkwartier van Londen naar Abidjan NL NL TOELICHTING

Nadere informatie

Nieuwe regels voor Europese ondernemingsraden. Inzicht in Richtlijn 2009/38/EG

Nieuwe regels voor Europese ondernemingsraden. Inzicht in Richtlijn 2009/38/EG Nieuwe regels voor Europese ondernemingsraden Inzicht in Richtlijn 2009/38/EG Wat zijn de taken van Europese ondernemingsraden? Europese ondernemingsraden (EOR s) zijn organen die de Europese werknemers

Nadere informatie

Conclusies van de Raad betreffende de bestrijding van het tabaksgebruik

Conclusies van de Raad betreffende de bestrijding van het tabaksgebruik RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 17 november 1999 (OR. en) 12545/1/99 REV 1 LIMITE SAN 171 Betreft : Conclusies van de Raad betreffende de bestrijding van het tabaksgebruik DG I CONCLUSIES VAN DE RAAD

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 juni 2000 (30.06) (OR. fr) 9639/00 LIMITE EUROPOL 18

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 juni 2000 (30.06) (OR. fr) 9639/00 LIMITE EUROPOL 18 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 juni 2000 (30.06) (OR. fr) 9639/00 LIMITE EUROPOL 18 NOTA van: het toekomstige Franse voorzitterschap aan: de Groep Europol nr. vorig doc.: 7370/00 EUROPOL 6 Betreft:

Nadere informatie

BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú

BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú De Socialistische Fractie in het Europees Parlement streeft naar de garantie dat iedereen zich volledig aanvaard voelt zoals hij of zij is, zodat we in onze gemeenschappen

Nadere informatie

Investeren in klimaatactie, investeren in LIFE

Investeren in klimaatactie, investeren in LIFE istock Investeren in klimaatactie, investeren in LIFE Overzicht van het nieuwe LIFE-subprogramma Klimaatactie 2014-2020 Klimaat Wat is het nieuwe LIFE-subprogramma Klimaatactie? De Europese staatshoofden

Nadere informatie

1. WAAROM DIT HANDBOEK? 2

1. WAAROM DIT HANDBOEK? 2 2 1.1. WAAROM DIT HANDBOEK? Internationale mobiliteit wordt steeds meer een absolute noodzaak op een arbeidsmarkt waar een sterke vraag heerst naar meer flexibiliteit en aanpassingsvermogen. Een van de

Nadere informatie

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2009) 283 definitief.

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2009) 283 definitief. RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 6 juli 2009 (OR. en) 11738/09 SOC 424 I GEKOME DOCUME T van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris-generaal van de Europese Commissie ingekomen:

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT NL NL NL COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 8.11.2007 COM(2007) 686 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT tot toezending van de Europese kaderovereenkomst

Nadere informatie

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT 2003/0293 (COD) PE-CONS 3682/04 AUDIO 42 CODEC 1016

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT 2003/0293 (COD) PE-CONS 3682/04 AUDIO 42 CODEC 1016 EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT DE RAAD Brussel, 13 oktober 2004 (OR. en) 2003/0293 (COD) PE-CONS 3682/04 AUDIO 42 CODEC 1016 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Besluit van het Europees

Nadere informatie

Brussel, 27 februari 2007 (01.03) (OR. fr) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE 6855/07 SOC 78

Brussel, 27 februari 2007 (01.03) (OR. fr) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE 6855/07 SOC 78 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 februari 2007 (01.03) (OR. fr) 6855/07 SOC 78 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

Nadere informatie

Subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens N 698/2000 Nederland

Subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens N 698/2000 Nederland EUROPESE COMMISSIE Brussel, 02.10.2001 SEC(2001)1491fin Betreft: Subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens N 698/2000 Nederland Excellentie, Bij brief van 20 oktober 2000 hebben de

Nadere informatie

EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T

EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T DE RAAD Brussel, 4 februari 2009 (OR. en) 2008/0026 (COD) PE-CO S 3706/08 STATIS 156 CODEC 1456 WETGEVI GSBESLUITE E A DERE I STRUME TE Betreft: VERORDENING VAN HET

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 9 februari 2006 (17.02) (OR. en) 6199/06 LIMITE INF 33

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 9 februari 2006 (17.02) (OR. en) 6199/06 LIMITE INF 33 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 9 februari 2006 (17.02) (OR. en) PUBLIC 6199/06 LIMITE INF 33 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap/het secretariaat-generaal van de Raad de Groep voorlichting

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 8 juli 2014 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 8 juli 2014 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 8 juli 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2014/0186 (E) 11290/14 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: ACP 109 COAFR 184 PESC 677 RELEX 538 BESLUIT

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.3.2003 COM(2003) 114 definitief 2003/0050 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de statistische gegevens die moeten worden gebruikt

Nadere informatie

Trainingen en netwerkprojecten ... Verhoog de kwaliteit. Youth in Action-project!

Trainingen en netwerkprojecten ... Verhoog de kwaliteit. Youth in Action-project! Trainingen en netwerkprojecten... Verhoog de kwaliteit van je Youth in Action-project! Youth in Action trainingen en netwerkprojecten Youth in Action is een subsidieprogramma voor Europese projecten voor

Nadere informatie

De vragenlijst van de openbare raadpleging

De vragenlijst van de openbare raadpleging SAMENVATTING De vragenlijst van de openbare raadpleging Tussen april en juli 2015 heeft de Europese Commissie een openbare raadpleging gehouden over de vogel- en de habitatrichtlijn. Deze raadpleging maakte

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 22 112 Ontwerp-Richtlijnen Europese Commissie Nr. 48 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 21.1.2016 COM(2016) 9 final 2016/0004 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot ondertekening, namens de Europese Unie, van de overeenkomst tussen de Europese Unie en

Nadere informatie

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 19 juli 2012 (24.07) (OR. en) 12740/12 Interinstitutioneel dossier: 2011/0411 (COD)

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 19 juli 2012 (24.07) (OR. en) 12740/12 Interinstitutioneel dossier: 2011/0411 (COD) RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 19 juli 2012 (24.07) (OR. en) 12740/12 Interinstitutioneel dossier: 2011/0411 (COD) CADREFI 354 DEVGE 211 RELEX 703 COASI 132 ASIE 83 COEST 264 CODEC 1940 PE 362 COMAG

Nadere informatie

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE. van XXX. betreffende toegang tot een elementaire betaalrekening. (Voor de EER relevante tekst)

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE. van XXX. betreffende toegang tot een elementaire betaalrekening. (Voor de EER relevante tekst) EUROPESE COMMISSIE Brussel, XXX C(2011) 4977 AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van XXX betreffende toegang tot een elementaire betaalrekening (Voor de EER relevante tekst) {SEC(2011) 906} {SEC(2011) 907} NL

Nadere informatie

1. DOEL EN TOEPASSINGSBEREIK

1. DOEL EN TOEPASSINGSBEREIK EUROPESE COMMISSIE Directoraat-generaal Concurrentie Beleid en coördinatie inzake staatssteun Brussel, DG D(2004) COMMUNAUTAIRE KADERREGELING INZAKE STAATSSTEUN IN DE VORM VAN COMPENSATIES VOOR DE OPENBARE

Nadere informatie

Bij dit besluit heeft de Commissie zich gebaseerd op de onderstaande overwegingen.

Bij dit besluit heeft de Commissie zich gebaseerd op de onderstaande overwegingen. EUROPESE COMMISSIE Brussel, 07.XII.2005 C (2005) 5280 Betreft: Steunmaatregelen van de Staten nr. N 491/2005 - Nederland Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in vanuit milieu opzicht kwetsbare

Nadere informatie

PUBLIC. Brussel, 24 oktober 2008 (30.10) (OR. fr) RAAD VA DE EUROPESE U IE 14625/08. Interinstitutioneel dossier: 2008/0058 (C S) 2008/0059 (C S)

PUBLIC. Brussel, 24 oktober 2008 (30.10) (OR. fr) RAAD VA DE EUROPESE U IE 14625/08. Interinstitutioneel dossier: 2008/0058 (C S) 2008/0059 (C S) Conseil UE PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 24 oktober 2008 (30.10) (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2008/0058 (C S) 2008/0059 (C S) 14625/08 LIMITE FISC 138 OTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 maart 2006 (29.03) (OR. en) 7813/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0037 (CNS)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 maart 2006 (29.03) (OR. en) 7813/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0037 (CNS) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 maart 2006 (29.03) (OR. en) 7813/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0037 (CNS) N 20 CORDROGUE 27 FISC 45 BUDGET 13 SAN 71 VOORSTEL van: de Commissie d.d.: 14 maart

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 juni 2014 (OR. en) 11190/14 Interinstitutioneel dossier: 2014/0188 (NLE) AVIATION 137 ISR 2

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 juni 2014 (OR. en) 11190/14 Interinstitutioneel dossier: 2014/0188 (NLE) AVIATION 137 ISR 2 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 20 juni 2014 (OR. en) 11190/14 Interinstitutioneel dossier: 2014/0188 (NLE) AVIATION 137 ISR 2 BEGELEIDENDE NOTA van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens

Nadere informatie

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Besluit van de Raad tot toekenning van aanvullende macro-financiële bijstand aan Moldavië

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Besluit van de Raad tot toekenning van aanvullende macro-financiële bijstand aan Moldavië RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 13 juni 2000 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 99/0213 (CNS) 9028/00 LIMITE ECOFIN 137 NIS 66 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Besluit van de Raad

Nadere informatie

Personen met een handicap hebben gelijke rechten

Personen met een handicap hebben gelijke rechten Personen met een handicap hebben gelijke rechten De Europese strategie voor personen met een handicap 2010-2020 Europese Commissie Gelijke rechten, gelijke kansen Europese toegevoegde waarde Circa 80 miljoen

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 11 april 2007 (17.04) (OR. en) 8340/07 DEVGEN 51 RELEX 232 FIN 173 WTO 67

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 11 april 2007 (17.04) (OR. en) 8340/07 DEVGEN 51 RELEX 232 FIN 173 WTO 67 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 april 2007 (17.04) (OR. en) 8340/07 DEVGEN 51 RELEX 232 FIN 173 WTO 67 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal

Nadere informatie

2010/0074(COD) ONTWERPADVIES

2010/0074(COD) ONTWERPADVIES EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie cultuur en onderwijs 2010/0074(COD) 8.9.2010 ONTWERPADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs aan de Commissie constitutionele zaken over het voorstel voor een

Nadere informatie

GEDELEGEERDE RICHTLIJN../ /EU VAN DE COMMISSIE. van 30.1.2015

GEDELEGEERDE RICHTLIJN../ /EU VAN DE COMMISSIE. van 30.1.2015 EUROPESE COMMISSIE Brussel, 30.1.2015 C(2015) 383 final GEDELEGEERDE RICHTLIJN../ /EU VAN DE COMMISSIE van 30.1.2015 tot wijziging, met het oog op aanpassing aan de technische vooruitgang, van bijlage

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Standaard Eurobarometer 80 DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie.

Nadere informatie

Commissie juridische zaken. aan de Commissie economische en monetaire zaken

Commissie juridische zaken. aan de Commissie economische en monetaire zaken EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie juridische zaken 2009/0009(CNS) 11.1.2010 ONTWERPADVIES van de Commissie juridische zaken aan de Commissie economische en monetaire zaken inzake het voorstel voor

Nadere informatie

Seminar. Toekomstig beheer van de Structuurfondsen: welke verdeling van de verantwoordelijkheden? Brussel 3 en 4 maart 2003

Seminar. Toekomstig beheer van de Structuurfondsen: welke verdeling van de verantwoordelijkheden? Brussel 3 en 4 maart 2003 EUROPESE COMMISSIE DIRECTORAAT-GENERAAL REGIONAAL BELEID Concipiëring, impact, coördinatie en evaluatie Seminar Toekomstig beheer van de Structuurfondsen: welke verdeling van de verantwoordelijkheden?

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 27.04.2004 COM(2004) 315 definitief 2004/0107 (ACC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de kennisgeving aan de Republiek Korea van de opzegging

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 17.2.2014 COM(2014) 70 final 2014/0036 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Unie, van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst

Nadere informatie

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE. van 29.10.2014. tot goedkeuring van bepaalde elementen van de partnerschapsovereenkomst met België

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE. van 29.10.2014. tot goedkeuring van bepaalde elementen van de partnerschapsovereenkomst met België EUROPESE COMMISSIE Brussel, 29.10.2014 C(2014) 8190 final UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE van 29.10.2014 tot goedkeuring van bepaalde elementen van de partnerschapsovereenkomst met België CCI 2014BE16M8PA001

Nadere informatie

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2169(DEC) 3.2.2011

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2169(DEC) 3.2.2011 EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie begrotingscontrole 2010/2169(DEC) 3.2.2011 ONTWERPVERSLAG over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Waarnemingscentrum voor

Nadere informatie