Vaardigheden in het OGO. Handboek voor studenten. Versie 2009

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vaardigheden in het OGO. Handboek voor studenten. Versie 2009"

Transcriptie

1 Vaardigheden in het OGO Handboek voor studenten Versie 2009 Opleidingsinstituut Werktuigbouwkunde (OIW) W-hoog Tel

2

3 Inhoudsopgave 1. Ontwerpgericht Onderwijs OGO als onderwijsvorm OGO in het eerste en tweede jaar Het derde jaar Leeswijzer handboek ICT-vaardigheden ICT in het onderwijs ICT-startvaardigheden Gebruik van Studyweb in het onderwijs OWinfo Algemene studievaardigheden Studiebronnen selecteren (bibliotheekgebruik) Studieteksten bestuderen Aantekeningen en schema's maken Cursus studievaardigheden Methodisch werken aan problemen Het stappenplan De modelagenda Functie stappenplan en modelagenda Succesvol functioneren in de OGO-groepen Rollen binnen de OGO-groep Vaardigheden voor het succesvol vervullen van de rollen De eerste bijeenkomst Een casusverslag schrijven Inleiding Vormgeving met een tekstverwerker Indeling casusverslag Het titelblad De inhoudsopgave Het gebruik van symbolen De inleiding De hoofdtekst Het concluderend of samenvattend hoofdstuk ter afsluiting De literatuurlijst De bijlagen Het gebruik van formules Tabellen en figuren Checklist vorm verslag Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

4 7. Een website maken Inleiding Inhoud Vorm Basisindeling website Homepage Links Bronnen Sitemap Bedrijfsinformatie Webschrijven Checklist website Een mondelinge presentatie geven Opbouw Taalgebruik Presentatie Algemeen Richtlijnen voor een poster Beoordeling OGO in eerste en tweede studiejaar Beoordeling collectieve component Beoordeling individuele component Peer review Eindbeoordeling OGO Herkansing mogelijkheden voor het OGO Mogelijkheden voor het wegwerken van een OGO onvoldoende Hand-outs STU Zelfstudie en rapporteren Vergadertechnieken Verslag Presentatietechnieken Feedback Peer review Studiecoaching en portfolio Individuele en groepsbegeleiding door studiecoach Curriculum Vitae Reflectieverslagen Digitaal portfolio Introductie-reflectieverslag na de tentamens van kwartiel Reflectieverslagen Literatuurlijst voor vaardigheden in het OGO Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

5 Bijlage 1. Voorbeeld Curriculum Vitae Bijlage 2. Hulp bij het maken van een CV Bijlage 3 Handleiding Studyweb Bijlage 4 Handleiding OWinfo Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

6 Ontwerp Gericht Onderwijs 1. Ontwerpgericht Onderwijs 1.1 OGO als onderwijsvorm Ontwerpgericht Onderwijs (OGO) is een vorm van technisch-wetenschappelijk onderwijs waarbij samenwerkende studenten op een actieve wijze werken aan multidisciplinaire ontwerp-problemen. Met het doel zich te bekwamen tot creatieve professionals die in staat zijn alle relevante opleidingsaspecten te integreren, ten einde bestaande technische systemen te analyseren, te beoordelen op kwaliteit, functionaliteit en betrouwbaarheid en nieuwe producten en systemen met betere performance te kunnen ontwerpen. De belangrijkste thema s binnen OGO zijn: Analyseren; Modelleren; Experimenteren; Simuleren; Realiseren; Communicatieve vaardigheden; Beroepsoriëntatie. Het werken in groepen aan problemen, die door docenten zijn geconstrueerd, is kenmerkend voor deze onderwijsbenadering. Middels deze onderwijsvorm wil de opleiding studenten leren te leren. De problemen, die we casussen noemen, zijn de stimulans voor een scala van gezamenlijke en individuele studieactiviteiten. In zogenaamde OGO-groepen analyseren studenten problemen, formuleren zelfstudieopdrachten en rapporteren wat ze gevonden hebben bij de bestudering van literatuur en andere leermiddelen. Er wordt door deze onderwijsbenadering een groot beroep gedaan op het eigen initiatief tot leren: zelf studiemateriaal opzoeken, zelf (leren) beslissen wat relevant is of niet, zelf een studieweg uitstippelen, zelf aan medestudenten vragen wat onduidelijk is en uitleggen wat er bestudeerd is. Belangrijke vaardigheden die geleerd worden, zijn: Methodisch werken aan problemen volgens een systematische, stapsgewijze methode; Formuleren van hypothesen over mogelijke oplossingen; Opdelen van een probleem in deelproblemen; Systematisch uitwerken van deelproblemen en het rapporteren van de resultaten; Plaatsen van de resultaten van deeloplossingen in de context van het oorspronkelijke probleem (synthetiseren); Activeren van kennis die eerder is opgedaan; Samenwerken in groepen, waarbij leiden van een gesprek, luisteren, uitleggen en samenvatten belangrijke vaardigheden zijn; Mondeling en schriftelijk rapporteren aan vakgenoten; en Gebruik maken van studie- en onderzoekvoorzieningen; 1.2 OGO in het eerste en tweede jaar Eerste jaar In het eerste jaar maakt iedere student deel uit van een OGO-groep (8 studenten) die begeleidt wordt door een tutor. De groepssamenstelling wordt door het Onderwijsbureau gemaakt. Per kwartiel werkt elke groep meestal aan 2 casussen. De begin- en einddata van elke casus liggen vast (zie semesterboekje). In het eerste jaar heeft een casus een omvang van ca. 70 uur (3 EC). Tijdens een onderwijsweek komt de groep twee keer bij elkaar gedurende twee uur. Tijdens een dergelijke groepsbijeenkomst worden zelfstudieopdrachten geformuleerd en besproken waar elke student, tussen twee bijeenkomsten, in ongeveer 4 uur aan werkt. Bij diverse casussen worden een of meer casus ondersteunende colleges (COC) gegeven, door de casuscoördinator, als inleiding of aanvulling, op de casus. In het eerste jaar is ook een aantal trainingen gepland, waarin studenten oefenen in het gebruik van bepaalde software of apparatuur. De Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

7 Ontwerp Gericht Onderwijs deelname aan de trainingen is verplicht net zoals de deelname aan de OGO-groepsbijeenkomsten en de COC. Tweede jaar In het tweede jaar werkt elke groep elk kwartiel aan 2 casussen met een omvang van ca ieder 70 uur (3 EC). Elke onderwijsweek komt de groep twee keer bij elkaar gedurende een uur voor de formulering en bespreking van de zelfstudieopdrachten waaraan elke student, tussen twee bijeenkomsten, zo n 5 uur gewerkt heeft. In het 2e jaar is ook een aantal trainingen gepland waarin studenten oefenen in het gebruik van bepaalde software of apparatuur. De deelname aan de trainingen is, net zoals voor de OGOgroepsbijeenkomsten, verplicht. In het tweede jaar is een uitvoerige training gepland op het gebied van het programmeren. Roosters, groepsindelingen, trainingen- en casusgegevens, werkwijze binnen het OGO en richtlijnen zijn te vinden op studyweb (http://w3.tue.nl/en/the_university/studyweb/) en de website (http://w3.wtb.tue.nl/nl/onderwijs/opleidingen/bsc_werktuigbouwkunde/ontwerpgericht_onderwijs) Casus Evaluerend College Na afloop van iedere casus wordt er een Casus Evaluerend College (CEC) gegeven. Tijdens dit college met alle studenten uit jouw jaar wordt er door de casuscoördinator teruggeblikt op de OGO die je gevolgd hebt. Wat ging er goed? Welke fouten zijn er door veel groepen gemaakt? Waarom werden deze fouten gemaakt? Aanwezigheid bij dit college is verplicht! 1.3 Het derde jaar Het programma voor het derde studiejaar vind je in onderstaande figuur. Ondanks dat je geen OGO meer volgt - behalve als je dit nog in moet halen - zijn de vaardigheden die je tijdens OGO hebt geleerd nog steeds noodzakelijk. In kwartiel 1 en 2 volg je een zelfgekozen minor van 30 EC. De minor bevat ook 3 EC aan academische vorming waarvoor je universiteitscolleges of een vastgesteld aantal lezingen volgt bij Studium Generale. In kwartiel 3 en 4 ga je verder met het volgen van vakken, een project Programmeren en je Bachelor Eind Project (BEP) In dit project ga je met de vaardigheden die je in de loop van je studie heeft opgedaan zelfstandig een eigen stukje wetenschappelijk onderzoek uitvoeren. Het gaat hierbij niet meer om een van te voren uitgedacht project, maar je werkt mee met het onderzoek dat in een van de secties van de faculteit uitgevoerd wordt. Semester A Semester B Kwartiel 1 Kwartiel 2 Kwartiel 3 Kwartiel 4 Minor + 3 EC academische vorming 3 vakken 9 EC Program meren 3 EC 3 vakken 9 EC BEP 9 EC Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

8 Ontwerp Gericht Onderwijs 1.4 Leeswijzer handboek Ontwerpgericht Onderwijs doet een beroep op verschillende soorten vaardigheden. Dit handboek licht toe om welke vaardigheden het gaat en hoe je ze kunt verwerven: Het gebruik van Informatie en Communicatie Technologie (ICT): hoofdstuk 2 beschrijft welke computervaardigheden je minimaal moet beheersen bij het begin van de studie. Als je hierover niet beschikt, is op deze plaats ook te vinden hoe je jezelf kunt trainen; Algemene studievaardigheden: hoofdstuk 3 gaat in op vaardigheden die je nodig hebt voor studeren in het algemeen, dus ook binnen OGO; Methodisch werken aan problemen: hoofdstuk 4 licht het stappenplan toe, een systematische en gestructureerde probleemaanpak binnen OGO; Samenwerken in een groep: hoofdstuk 5 geeft een overzicht van de verschillende groepsrollen en de vaardigheden die je nodig hebt om deze rollen goed te vervullen; Schriftelijk en mondeling rapporteren: in hoofdstuk 6 komt het schrijven van een verslag aan bod in hoofdstuk 7 het geven van een mondelinge presentatie in hoofdstuk 8 het maken van een poster in hoofdstuk 9 het maken van een website In het OGO word je vooral beoordeeld op de vaardigheden die in hoofdstuk 4 tot en met 9 zijn beschreven. De beoordelingsprocedure en de berekening van het beoordelingscijfer zijn te vinden in hoofdstuk 10. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

9 ICT vaardigheden 2. ICT-vaardigheden 2.1 ICT in het onderwijs Informatie en Communicatie Technologie (ICT) speelt een belangrijke rol bij de beroepsuitoefening van ingenieurs. Daarom bereidt het onderwijs van W de studenten hier vanaf het begin van de opleiding op voor. Dit betekent dat je vanaf de start een computer moet kunnen gebruiken. In het onderwijs wordt ICT op de volgende manieren ingezet: als communicatiemiddel, algemeen en in het bijzonder binnen OGO. Hiervoor moet je met Studyweb, Internet en Word overweg kunnen; als leermiddel, vooral bij de vakken in het eerste en tweede jaar; als professionele tool. Dit vereist de beheersing van technische software-pakketten. Voor het leren omgaan met professionele, technische software-pakketten worden inleidende trainingen verzorgd. Deze trainingen maken deel uit van het OGO. Deelname hieraan is voor alle studenten verplicht. Het gebruik van deze professionele tools komt vooral aan bod binnen het OGO, maar voor een deel ook binnen de vakken. De software die op je notebook en de vaste computers van de faculteit is geïnstalleerd, draait vrijwel geheel onder Windows. Daar moet je dus in ieder geval vertrouwd mee zijn. Het gebruik van de computer als communicatiemiddel vereist dat je met Studyweb, Internet en Word kunt werken. In het resterende deel van dit hoofdstuk wordt aangegeven op welk niveau je met Windows, Studyweb, Internet en Word bij de start van het onderwijs moet kunnen werken. Ook is in bijlage 3 een beknopte handleiding voor Studyweb opgenomen, omdat je dat al meteen moet gaan gebruiken. 2.2 ICT-startvaardigheden Als je onderstaande vaardigheden nog niet beheerst, moet je zelf een cursus volgen. Deze cursussen worden via Internet aangeboden. Specifieke informatie hierover krijgen eerstejaars studenten te horen tijdens de introductiebijeenkomst aan het begin van het collegejaar. Windows Helpfunctie gebruiken Basisvaardigheden (vensters, mappen, bestanden kopiëren en verplaatsen) Studyweb Helpfunctie gebruiken Mappenbeheer kunnen zenden en ontvangen Omgaan met attachments bij het zenden en ontvangen (bestanden die zijn aangemaakt in Word of andere software-pakketten en als bijlage bij een worden meegestuurd) Werken met folders Internet Explorer Helpfunctie gebruiken Browsen, zoekmachines, Bookmark / Favorites instellen Materiaal downloaden (plaatjes, bestanden) Word Helpfunctie gebruiken Document aanmaken Tekst invoeren en bewerken Indeling van het document Paginanummering toevoegen Sub- en superscript gebruiken Eenvoudige tabel maken Eenvoudige formule opstellen (met de Equation-editor) Een figuur importeren via het clipboard Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

10 ICT vaardigheden 2.3 Gebruik van Studyweb in het onderwijs Studyweb wordt ingezet als communicatiemiddel binnen het onderwijs van W. Via Studyweb krijg je informatie over het onderwijs (algemeen, organisatorisch, vakinhoudelijk). Daarnaast communiceer je zelf via Studyweb met studenten van je eigen OGO-groep. Hierbij gaat het om verspreiding van de notulen van de groepsbijeenkomsten, rapportage over de resultaten van de zelfstudie-opdrachten en samenwerking aan de gemeenschappelijke verslaglegging over de casussen. Tenslotte kunnen docenten van de collegevakken Studyweb ook gebruiken als onderwijsmiddel. Handleiding Studyweb In Bijlage 3 vind je een handleiding over Studyweb. Vereiste basisvaardigheden De basisvaardigheden die je moet beheersen om met Studyweb in het onderwijs te kunnen werken, staan beschreven in de vorige paragraaf van dit hoofdstuk. Samengevat: kunnen lezen en versturen, inclusief attachments Berichten / bestanden in studyweb folders kunnen lezen Zelf berichten / bestanden in een studyweb folder kunnen plaatsen 2.4 OWinfo OWinfo is naast StudyWeb de belangrijkste informatiebron voor studenten en medewerkers aan de TU/e. Via OWinfo vind je de academische agenda en kalender met belangrijke data, lestijden, belangrijke vakinformatie en roosters. Wanneer je inlogt met je identiteiteitsnummer en pincode heb je toegang tot: je persoonlijke collegerooster; aan en afmelden van tentamens/examens; tentamenuitslagen; het aanpassen van jouw persoonsgegevens (bijvoorbeeld bij een verhuizing). Handleiding OWinfo Op (klik op ) en in bijlage 4 vind je een korte handleiding. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

11 Algemene studievaardigheden 3. Algemene studievaardigheden In het Ontwerpgericht Onderwijs leer je niet alleen via het actief deelnemen aan groepsdiscussies, maar ook via het individueel uitvoeren van zelfstudie-opdrachten. Voor het uitvoeren van de zelfstudie-opdrachten heb je een aantal algemene studievaardigheden nodig, waarvan in dit hoofdstuk er drie besproken worden: het selecteren van studiebronnen het bestuderen van studieteksten het maken van aantekeningen en schema s. 3.1 Studiebronnen selecteren (bibliotheekgebruik) Kenmerkend voor de zelfstudie-activiteiten in OGO is, dat de leerstof steeds vanuit bepaalde vraagstellingen wordt bestudeerd. Daarbij zul je verschillende leerbronnen gebruiken. Bij het werken aan zelfstudieopdrachten moet je nieuwe informatie zoeken. Meestal zal bij een casus geen directe verwijzing staan naar een hoofdstuk van een boek; de keuze moet je zelf maken. De vraag is dan: hoe moet je dit doen? Het is allereerst van belang je te realiseren, dat je voor het beantwoorden van de geformuleerde vragen vaak verschillende bronnen moet raadplegen of in verschillende hoofdstukken van een boek moet zoeken. Formuleer duidelijk waarnaar moet worden gezocht en wordt daarbij niet afgeleid door allerlei andere informatie. Als je iets over een bepaald onderwerp moet zoeken, is het zinvol om na te gaan welke termen relevant zijn bij de behandeling van dat onderwerp. Het zoeken zal aan de hand van zelf geformuleerde trefwoorden eenvoudiger worden. Als je een aantal titels van studiebronnen hebt gevonden, is het van belang na te gaan of datgene ook in de betreffende bron is te vinden. Het heeft weinig zin om een heel boek door te lezen om dan tot de conclusie te komen dat de benodigde informatie niet in dit boek te vinden is. Naast Nederlandse boeken dienen ook studieboeken in een vreemde taal te worden geraadpleegd. Het verwerken van leerstof in een vreemde taal is voor de latere beroepsuitoefening noodzakelijk, omdat belangrijke delen van de vakliteratuur in een vreemde taal zijn geschreven. Link naar de website van de bibliotheek: 3.2 Studieteksten bestuderen Het studiemateriaal zal niet altijd met dezelfde bedoeling worden doorgenomen. Vaak hoef je de studiestof niet zo uitvoerig te bestuderen om de casus waaraan gewerkt wordt te kunnen uitwerken. Tijdens het bestuderen van de studiestof zul je grote verschillen in inhoud, moeilijkheidsgraad, opbouw, omvang en uiterlijke vormgeving ontdekken. Ook zijn er allerlei typen schriftelijk studiemateriaal, zoals studieboeken, naslagwerken, practicumhandleidingen, tijdschriftartikelen, tabellen enz. die moeten worden geraadpleegd. Wanneer een langere tekst, zoals een hoofdstuk of een artikel, is geselecteerd, is het globaal doornemen van een tekst een goed hulpmiddel. Daarbij wordt als volgt te werk gegaan: Lees de samenvatting of conclusies aan het eind van het geselecteerde gedeelte. Lees de paragraaftitels en let op vetgedrukte of onderstreepte passages. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

12 Algemene studievaardigheden Bekijk tabellen, schema's en afbeeldingen. Ga na voor wie het boek is geschreven. Is het boek/tijdschriftartikel recent? Kijk naar het jaar van uitgave en loop jaartallen in de literatuuropgave vluchtig door. Wanneer na deze voorbereidende activiteiten de mening is, dat nog steeds het goede spoor wordt gevolgd, dan kan worden begonnen met het bestuderen van het stuk. Tijdens het lezen blijft het van belang zich steeds af te vragen of de informatie nuttig is voor een beter begrip van het probleem. Een actieve leerhouding maakt het gemakkelijker de studiestof te begrijpen en te onthouden. De probleemgestuurde werkwijze is erop gericht voorwaarden daarvoor te scheppen. Leren (het verwerven, onthouden en weer terugroepen van kennis) binnen een bepaalde context, dus gekoppeld aan een bepaalde vraag-stelling, is vaak effectiever dan het verwerven van feiten en inzichten door het buiten een bepaalde context raadplegen van studiestof. Actief verwerken van de leerstof houdt in dat wordt getracht om begrip van het gelezene te testen en na te gaan in hoeverre het lezen bijdraagt aan een beter begrip van het probleem, wat het uitgangspunt voor de studie vormde (de zelfstudieopdrachten). Dit betekent dat niet alleen moet worden gezocht naar het goede antwoord op één concrete vraag: de zelfstudieopdracht is een ingang om op een zinvolle wijze delen van een vakgebied te leren door het bestuderen van literatuur. Naar aanleiding van het lezen van de leerstof moeten een aantal vragen geformuleerd worden, dit om te achterhalen of alles is begrepen. Wanneer iets niet wordt begrepen, verdient het aanbeveling om in de tekst naar een toelichting te zoeken. Soms zal hiervoor een ander boek of tijdschriftartikel moeten worden geraadpleegd. 3.3 Aantekeningen en schema's maken Het maken van aantekeningen is een belangrijk hulpmiddel bij de studie, vooral omdat deze aantekeningen noodzakelijk zijn om een correcte rapportage van de leerstof in de OGO mogelijk te maken. Vermeldt duidelijk de titel en auteur van de studiebron waaraan de aantekeningen zijn ontleend en ook de geraadpleegde pagina's. Het maken van een schema, waarin de belangrijkste begrippen uit een tekst visueel worden weergegeven in hun onderlinge relaties, is een hulpmiddel dat kan worden toegepast om ingewikkelde stukken leerstof te verduidelijken. 3.4 Cursus studievaardigheden Studeren blijkt net even anders dan leren op het VWO. Daarom wordt ieder jaar in het eerste semester een cursus studievaardigheden gegeven door ouderejaarsstudenten van je eigen faculteit, onder begeleiding van het Onderwijs en Studenten Service Centrum (STU). De cursus gaat in 7 bijeenkomsten van 1 uur in op de volgende onderwerpen: Het doel van de training is je te helpen bij het aanpassen van je studeergedrag, want studeren aan een universiteit vraagt zijn eigen aanpak. Onderwerpen die aan bod komen, zijn: zelfstudie plannen; het bestuderen van studieboeken en dictaten; tentamens voorbereiden en maken; effectief colleges en instructies volgen; concentratie en motivatie; op gang komen met studeren; Als je belangstelling hebt voor de cursus kan men zich melden op een informatiebijeenkomst. Afhankelijk van de aldaar geboden informatie kun je dan besluiten wel of niet mee te doen. Datum, tijd en plaats van deze informatiebijeenkomst worden te zijner tijd bekend gemaakt. Voor meer informatie over deze cursus kun je altijd even contact opnemen met het Onderwijs en Studenten Service Centrum (STU), tel Voor meer algemene vragen over studievaardigheden kun je altijd contact opnemen met de studieadviseur Suzanne Jacobs, W-hoog 1.119, tel of Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

13 Methodisch werken aan problemen 4. Methodisch werken aan problemen Essentieel voor een effectieve probleemaanpak is dat een systematische, stapsgewijze methode wordt gehanteerd bij het werken aan de casussen. De hier gebruikte vorm van stapsgewijs werken zullen we verder aanduiden met het stappenplan. Essentieel voor het functioneren van de OGO-groepen is dat de groepsbijeenkomsten gestructureerd verlopen. Om dit te bevorderen is een stramien ontwikkeld: de modelagenda. Tijdens de groepsbijeenkomsten wordt met behulp van het stappenplan aan een casus gewerkt. Het stappenplan is dus opgenomen in de modelagenda. In paragraaf 4.3 wordt nader uitgelegd wat het verschil in functie is tussen het stappenplan en de modelagenda. 4.1 Het stappenplan Het stappenplan is een stapsgewijze methode voor het sytematisch aanpakken van problemen. We onderscheiden de volgende zeven stappen: Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 Stap 5 Stap 6 Stap 7 Verhelder onduidelijke termen en begrippen. Definieer het probleem. Brainstorm over het probleem. Diep de ideeën uit. Indien sprake is van een voorafgaande procesronde van dezelfde casus dienen de resultaten uit stap 7 hierin te worden betrokken. Maak een keuze welke problemen/oplossingen uit stap 4 verder onderzocht moeten worden. Formuleer zelfstudieopdrachten. Werk zelfstudieopdrachten buiten de groep uit. Rapporteer de resultaten van zelfstudieopdrachten. Toets de informatie aan de geformuleerde zelfstudieopdracht. Toets de resultaten aan het gedefinieerde probleem uit stap 2. Indien de casus nog niet voltooid is wordt het stappenplan opnieuw doorlopen. Afhankelijk van de omvang en complexiteit van de casus kunnen bovenstaande stappen een iteratief proces vormen, dit wil zeggen dat je per casus het stappenplan in zijn geheel een aantal malen doorloopt. Na stap 7 zal dan steeds teruggekeerd worden naar stap 2. Stap 1 Verhelder onduidelijke termen en begrippen De terminologie die in de casusomschrijving wordt gehanteerd (begrippen, vreemde woorden, afkortingen), moet voor iedereen duidelijk zijn en ook eenduidig worden gehanteerd. De casusomschrijving moet dus op het niveau van verklarend lezen voor alle groepsleden duidelijk zijn. Stap 2 Definieer het probleem In deze stap wordt vastgesteld welk probleem in de casusomschrijving wordt geschetst. De groep let op een goede afbakening van het probleem en legt waar nodig accenten. Deze discussie resulteert in een zelf gekozen probleemstelling die richting geeft aan de studie gedurende het verloop van de casus. Vaak kan het probleem in deelproblemen opgedeeld worden. In de volgende fase moet dus duidelijk zijn waarover men praat. Stap 3 Brainstorm over het probleem Alle groepsleden brengen naar voren wat ze over de probleemstelling weten en denken. Alle ideeën en veronderstellingen zijn gebaseerd op al aanwezige kennis of het resultaat van logisch denken. De analyse van het probleem bestaat dus uit het in de groep nagaan wat de verschillende groepsleden denken, weten of menen te weten over de processen, mechanismen en oplossingen die ten grondslag liggen aan het probleem. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

14 Methodisch werken aan problemen Het is daarbij essentieel dat eerst in een soort vrije associatieronde ieders individuele gedachten ter tafel komen voordat de geventileerde ideeën, kennis en veronderstellingen kritisch onder de loep worden genomen. Dit is namelijk de enige garantie dat ieders ideeën voldoende onder de aandacht van de groep komen. Men noemt dit wel de brainstormanalyse. Alle geproduceerde ideeën en opkomende vragen worden met trefwoorden op het bord gezet. Voorkomen moet worden dat in deze fase al een beoordeling op bruikbaarheid plaatsvindt. Brainstormen is een methode voor probleem oplossen in een groep. Het is een techniek die zeer veel wordt toegepast. Het succes en de populariteit van brainstorming is te danken aan de gemakkelijke toepassing en de effectiviteit. Het fundamentele aspect van brainstorming is het opwekken van ideeën zonder evaluatie als de storm nog aan de gang is. Het kritische vermogen vermindert het aantal ideeën. De spelregels van brainstorming zijn: - geen kritiek; - laat je gedachten de vrije loop; - denk wild; hoe ongebruikelijker en vreemder, hoe beter; - kwantiteit is gewenst: hoe meer ideeën, hoe beter; - zoek naar nieuwe combinaties en verbeteringen; - maak gebruik van de volgende principes: a. Inversie: neem een ander standpunt in. Kun je iets wat altijd van boven wordt bekeken wellicht van onderen bezien? b. Empathie: identificeer je met het probleem, kruip als het ware in de huid van het probleem. c. Analogie: zoek naar overeenkomsten op een ander gebied dan het probleemgebied. Dat deze techniek erg populair is geworden is wellicht toe te schrijven aan het enthousiasme, dat de methode bij veel deelnemers oproept. Het kan een positieve sfeer van wedijver oproepen, die een goede gelegenheid biedt om ideeën aan anderen te geven of juist verder te werken met de ideeën van anderen. Het ontbreken van kritiek zal daar niet vreemd aan zijn. Stap 4 Diep de ideeën uit De volgende stap is het uitdiepen van de ideeën. Eerst wordt aan de ideeënbrengers gevraagd nauwkeuriger te vertellen wat hun idee inhoudt, waarna een, wellicht voorlopige, clustering zal plaatsvinden. Verschillen van opvatting worden vervolgens uitgediept, ideeën worden kritisch besproken en met elkaar vergeleken. Waar mogelijk worden relaties gelegd tussen ideeën onderling of tussen een idee en kennis die al eerder is verworven of toegepast. Wanneer bij een meer complexe casus de stappen meerdere malen worden doorlopen zullen hier de resultaten van vorige procesronden in de analyse worden betrokken. In deze fase wordt duidelijk wat niet begrepen wordt, waarover getwijfeld wordt en waarover in de groep tegengestelde opvattingen zijn. Kortom, er ontstaat helderheid over wat nog dient te worden uitgezocht. Een probleemoplossing ontstaat meestal met vallen en opstaan. Het is dan ook noodzakelijk de ideeën die in deze fase voorlopig terzijde worden geschoven wel vast te leggen in de notulen. Stap 5 Kies nader te onderzoeken problemen/oplossingen uit Stap 4 en formuleer zelfstudieopdrachten Zelfstudieopdrachten worden geformuleerd op basis van de uitkomsten van stap 4. Deze opdrachten kunnen verschillend van aard zijn: het bestuderen van een stuk theorie, iets vervaardigen, bibliotheek- of documentatieonderzoek, softwareontwikkeling, etc. Een zelfstudieopdracht moet duidelijk geformuleerd worden. Tijdens de uitwerking kan nieuwe kennis worden opgedaan en kunnen nieuwe ideeën ontstaan. Met name dit laatste punt verdient aandacht: de deelnemers moeten trachten verder te kijken dan de strikte inhoud van de zelfstudieopdracht. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

15 Methodisch werken aan problemen Stap 6 Werk zelfstudie-opdrachten uit buiten de groep Deze stap wordt individueel uitgevoerd (bijv. Literatuuronderzoek). Soms zal het nodig zijn dat eerst de zelfstudieopdracht wordt geanalyseerd en een plan van aanpak wordt gemaakt. Ontbrekende informatie (leerstof) wordt opgezocht en bestudeerd, berekeningen en tekeningen worden gemaakt, etc. Er dienen duidelijke aantekeningen van het werk bijgehouden te worden; ook wordt genoteerd waar de informatie vandaan komt. Bij het uitwerken van de zelfstudieopdracht moet steeds de samenhang met de casus in het oog worden gehouden. Dit bevordert ook de samenwerking in stap 7. Stap 7 Rapporteer de resultaten van zelfstudieopdrachten in de groep In deze stap brengen de groepsleden verslag uit over de uitgevoerde zelfstudieopdrachten. Allereerst vertelt iedere student hoe de zelfstudieopdrachten zijn aangepakt; bijvoorbeeld welke informatie gevonden is en welke bronnen zijn geraadpleegd. Na deze inventarisatie wordt per zelfstudieopdracht een korte samenvatting van de hoofdlijnen uit bijvoorbeeld de bestudeerde literatuur gegeven. De groepsleden vullen elkaars kennis aan en corrigeren als dat nodig is. Vervolgens zal de OGO-groep de resultaten beoordelen en bediscussiëren op basis van de geformuleerde zelfstudieopdrachten. Belangrijk is bij deze stap dat er een duidelijke scheiding is tussen rapportage en discussie. Behalve een mondelinge toelichting zal in het algemeen ook een schriftelijke rapportage plaatsvinden. Deze stap zou zich op de volgende punten kunnen richten: - Inventarisatie van de gevonden informatie met bronvermelding. - Korte, heldere en zakelijke rapportage van de bevindingen; de rapportage is een goed middel om te controleren of de eigen resultaten begrepen worden. - Bespreking van de resultaten; voldoen ze aan de vragen die in de zelfstudieopdracht geformuleerd werden? - Kritische beoordeling van de rapportage kan leiden tot een aanvullende opdracht of tot nieuwe - Zelfstudieopdrachten (iteratief proces van bovenstaande stappen: terug naar stap 2). Het blijkt dan nuttig te zijn dat in een eerder stadium alle ideeën uit de eerste analyse opgenomen zijn in de notulen. - Wanneer de groep besluit dat een onderdeel met de uitgevoerde zelfstudieopdracht voldoende is uitgewerkt, dient hierover een verslag te worden geschreven. Vaak zal blijken dat op het moment dat de resultaten geformuleerd moeten worden er toch nieuwe vragen rijzen. Géén onderlinge taakverdeling voor zelfstudie-opdrachten. Uitgangspunt van deze opleiding is dat alle leden van de OGO-groepen zich dezelfde kennis in zelfstudieopdrachten moeten eigen maken. Dit betekent dat ieder lid, individueel of in kleinere groepjes, aan dezelfde zelfstudie-opdracht werkt. Een taakverdeling waarbij meerdere groepjes aan dezelfde deeltaken werken levert vermoedelijk een aanzienlijk interessantere en meer levendige groepsbijeenkomst op dan wanneer een deeltaak slechts door één groepje uitgewerkt wordt. In het laatste geval wordt bij de volgende bijeenkomst aan elkaar verslag gedaan, waarbij de bijeenkomst het karakter krijgt van mini-college met discussie na. Het voornaamste probleem van een dergelijke aanpak is dat de groepsleden op het moment dat van hen verwacht wordt dat ze samenwerken, niets gemeenschappelijk hebben waarover ze kunnen praten. Ieder groepje heeft een specialisme. Er is bovendien weinig controle op de juistheid en volledigheid van de aangeleverde informatie. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

16 Methodisch werken aan problemen 4.2 De modelagenda Voor elke bijeenkomst van de OGO-groep stelt de gespreksleider vooraf een agenda op. Hieronder staat een stramien voor een agenda: de modelagenda. Per bijeenkomst wordt de modelagenda concreet ingevuld en in sommige gevallen -al naar gelang de voortgang van de casus- aangepast. Bijvoorbeeld, voor de eerste en voor de laatste bijeenkomst van een casus bevat de agenda een aantal punten speciaal van belang voor die bijeenkomsten. Tijdens de groepsbijeenkomst wordt de agenda puntsgewijs afgewerkt: 1. Opening - aan/afwezigheid vaststellen - agenda vaststellen - afspraken maken over evalueren in de OGO-GROEP: wat, hoe en hoe vaak. (eerste bijeenkomst van een casus) - afspraken maken over rolverdeling (eerste bijeenkomst van een casus) - afspraken over rolverdeling controleren (volgende bijeenkomsten) 2. Notulen - notulen vorige groepsbijeenkomst bespreken en vaststellen 3. Mededelingen - rapportage afgevaardigde over studentenoverleg - mededelingen van de tutor 4. Werken aan de casus volgens stappenplan A. Indien eerste bijeenkomst van de casus: - verhelder onduidelijke termen en begrippen - definieer het probleem - brainstormen - systematische inventarisatie - formuleer zelfstudie-opdrachten B. Voor vervolgbijeenkomsten van de casus: - rapportage - terugkijken naar probleemstelling - eventueel brainstormen - systematische inventarisatie - formuleer zelfstudie-opdrachten 5. Verslaglegging - bespreken inhoud van het verslag of andere rapportage in hoofdlijnen (eerste bijeenkomst van de casus) - bespreken en verder invullen van het verslag per onderdeel (overige bijeenkomsten van de casus) - bespreken eindversie van het verslag (laatste bijeenkomst van de casus) 6. Planning - afspraken maken over de voortgang van de casus - afspraken maken over de voortgang van de verslaglegging 7. Voorbereiden studentenoverleg - vragen inventariseren en formuleren 8. Evaluatie - bespreken van het werken aan de casus - bespreken van het werken in de groep 9. Sluiting 4.3 Functie stappenplan en modelagenda Essentie stappenplan Het werken aan problemen in OGO is vooral vruchtbaar als de OGO-groep gebruik maakt van een stapsgewijze methode, in dit geval het stappenplan. In de regel blijkt echter dat studenten vooral het belang van het analyseren van het probleem op basis van reeds in de groep aanwezige kennis, ideeën en ervaring onderschatten. De groep bekijkt het probleem half, concludeert dat het niet ter Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

17 Methodisch werken aan problemen plaatse kan worden opgelost, omdat de kennis toch tekort schiet en spreekt vrij snel af dat ieder individueel of in kleine groepjes de antwoorden maar moet gaan zoeken. Hierdoor gaat niet alleen een mogelijkheid verloren om in een eerste zitting zinvol met het probleem bezig te zijn, maar ook een tweede bijeenkomst valt vaak in het water omdat geen concrete deelproblemen gesteld worden. De groep vergeet dan dat de kern van het werken aan een probleem nu juist is dat inzicht verkregen wordt in de reeds aanwezige kennis en vaardigheden om op grond daarvan nieuwe, aanvullende kennis en vaardigheden op te doen. Een eerste analyse van het probleem leidt er juist toe dat de in een eerder stadium verworven kennis en inzicht weer worden opgefrist en dat verschillen in kennis tussen groepsleden worden opgeheven. Stappenplan versus modelagenda Uit observaties van groepsbijeenkomsten is gebleken dat groepen de functie van het stappenplan en de agenda door elkaar halen: deze groepen gebruikten onterecht- het stappenplan om de groepsbijeenkomst te structureren. Het gevolg was dat bepaalde stappen van het stappenplan niet meer functioneerden in vervolgbijeenkomsten over een zelfde casus. Om dit te voorkomen moet de groep (en als die het niet doet, de tutor) er dus actief op toezien dat: de modelagenda systematisch wordt gehanteerd om structuur te geven aan de groepsbijeenkomst. Het werken aan de casus is een belangrijk onderdeel van de groepsbijeenkomst; het stappenplan systematisch wordt gebruikt als methode om aan problemen te werken. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

18 Succesvol functioneren in de OGO-groepen 5. Succesvol functioneren in de OGO-groepen Het samenwerken in een groep vereist een aantal communicatieve vaardigheden van de groepsleden. Het laten oefenen in en verbeteren van deze vaardigheden is daarom expliciet geformuleerd als één van de doelstellingen van het OGO. Om dit vorm te geven worden binnen de OGO-groep vijf verschillende studentrollen onderscheiden. De studentrollen en de rol van de tutor worden in paragraaf 5.1 beschreven. De vereiste communicatieve vaardigheden worden in paragraaf 5.2 nader toegelicht. Voor elke casus worden OGO-groepen opnieuw ingedeeld. Daarom heeft de allereerste groepsbijeenkomst van een casus een bijzonder karakter. Paragraaf 5.3 bevat tips voor een succesvolle start met een nieuwe OGOgroep. Voor het uitvoeren van de zelfstudie-opdrachten zijn daarnaast nog ICT-vaardigheden en meer algemene, individuele studievaardigheden nodig. Deze zijn al nader toegelicht in hoofdstuk 2 en Rollen binnen de OGO-groep Binnen de OGO-groep zijn vijf studentrollen te onderscheiden: vier specifieke en één algemene. Per toerbeurt vervullen de studenten van een OGO-groep de specifieke rollen, namelijk gespreksleider, schrijver, notulist en afgevaardigde. De studenten die geen specifieke rol hebben, zijn algemeen groepslid. Ook de tutor heeft een specifieke rol. Hieronder worden de verschillende rollen toegelicht. Gespreksleider Tijdens een OGO-groep bijeenkomst heeft één van de studenten als taak het gesprek in goede banen te leiden. De functie van de gespreksleider is: het voorbereiden van de groepsbijeenkomst; taakgerichte functie: structurerende, coördinerende en planningsactiviteiten die ertoe bijdragen dat de groep op gang komt en de informatie-invoer en -verwerking zo goed mogelijk plaats kan vinden; groepsgerichte functie: het bevorderen van het werkklimaat. Schrijver Tijdens een groepsbijeenkomst maakt iedereen zelf aantekeningen over wat besproken en besloten wordt, om te weten wat tussen de OGO-groepsbijeenkomsten aan studieactiviteiten ondernomen moet worden. Tijdens het werken aan een casus is het nuttig om informatie vast te leggen en deze toegankelijk te maken voor de gehele groep. De schrijver doet dit door belangrijke zaken (opsommingen, schema's) te noteren op een bord of een flap-over. De activiteiten van de schrijver zorgen ervoor dat gemaakte opmerkingen niet onder tafel verdwijnen en dat een kader wordt vastgelegd waarin de groep effectief verder kan werken aan een probleem. Notulist De informatie die in de OGO-groep aan bod komt moet in de notulen opgenomen worden. Dit vergemakkelijkt de verslaglegging met betrekking tot een casus. Bij het rouleren van de rollen blijkt het in de praktijk nuttig te zijn dat de notulist in de volgende bijeenkomst als gespreksleider optreedt. De notulist heeft immers goed bijgehouden welke afspraken zijn gemaakt. Afgevaardigde Op regelmatige, vastgelegde tijdstippen vindt er een eerste en tweedejaars studentenoverleg plaats onder leiding van de jaarcoördinator. Aanwezigheid hierbij is verplicht. Elke OGO-groep vaardigt een vertegenwoordiger af naar dit overleg en wel de student die op de maandag of dinsdag van die week als notulist van de OGO-groep heeft gefunctioneerd. Bij dit overleg zijn ook aanwezig: de betreffende casuscoördinator, de studieadviseur en de onderwijscommissaries van Simon Stevin. Tijdens dit overleg kunnen ook onderwijszaken buiten het OGO aan de orde komen. De data en tijdstippen van het studentenoverleg zijn te vinden in het rooster in het semesterboek op Studyweb. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

19 Succesvol functioneren in de OGO-groepen Algemeen groepslid Van de groepsleden die geen specifieke rol vervullen tijdens een OGO-groepsbijeenkomst, wordt wel een zeer actieve deelname verwacht. Vaak wordt de gespreksleider gezien als de persoon die verantwoordelijk is voor het hele reilen en zeilen van het groepsgesprek. Wanneer het misloopt wordt dan naar haar of hem gewezen: hij of zij heeft niet ingegrepen, niet samengevat of niet doorgevraagd. Hoewel de gespreksleider een belangrijke rol speelt in het stimuleren en bewaken van de voortgang, moet ieder groepslid hieraan een bijdrage leveren. Dit betekent dat de andere groepsleden ook actief moeten zijn als ze geen gespreksleider zijn: als de discussie moeilijk verloopt of belangrijke punten vergeten worden, is het voor ieder groepslid van belang dat te signaleren en te verhelpen. De specifieke taken van de gespreksleider, zoals richting geven en samenvatten komen pas goed tot hun recht als ook de andere groepsleden hun bijdrage leveren. De vraag kan gesteld worden waarom er dan nog een gespreksleider nodig is als toch alle leden gelijktijdig inhoudelijk deelnemen aan de discussie èn de wijze waarop deze gevoerd wordt. De praktijk wijst echter uit dat deze combinatie erg moeilijk is. Er moet dus iemand zijn die minder direct betrokken is bij de inhoudelijke discussie, maar wel de grote lijn en het groepsproces in de gaten houdt. Tutor Het is de taak van de tutor het probleemgericht functioneren van de studenten en het samenwerkingsproces tussen hen te bevorderen. Uitgangspunt is dat de groep zelf verantwoordelijk is voor zowel het groepsproces als voor de technisch inhoudelijke oplossingen. De rol als stimulator van het probleemgericht functioneren: hij of zij zal op daartoe geëigende momenten de groep stimuleren dieper op de leerstof in te gaan. De rol als stimulator van het samenwerkingsproces in de OGO-groep: hij of zij houdt de organisatorische voorwaarden die nodig zijn om goed samen te kunnen werken via de probleemgestuurde methode, in het oog. De rol als beoordelaar van de bijdrage die individuele studenten leveren aan het groepsproces en het inhoudelijk werken aan de casus: hij of zij beoordeelt elk groepslid op verschillende aspecten gerelateerd aan het methodisch aanpakken van problemen en aan het vervullen van de vijf rollen (zie hoofdstuk 9 voor beoordelingscriteria). Door duidelijke afspraken vooraf, door regelmatig te evalueren en feedback te geven over de wijze waarop de groep inhoudelijk en procesmatig samenwerkt, kan de tutor de groepsleden helpen optimaal te functioneren in de OGO-groep. De tutor dient er steeds actief op toe te zien dat duidelijke en relevante zelfstudie-opdrachten worden geformuleerd en dat de terugrapportage niet alleen het voorlezen is van aantekeningen, maar dat de studenten zich trainen in het helder uitleggen en presenteren van de gegevens in de OGO-groep. Voor studenten is dit een goede training voor het toekomstig presenteren in vakkringen. Daarnaast moet de tutor de studenten trainen in het inhoud geven en goed vervullen van de specifieke rollen van gespreksleider, notulist, schrijver en afgevaardigde. Hij of zij moet ervoor zorgen dat de algemene omgangsregels in de groep juist worden gehanteerd en dat er duidelijke afspraken worden gemaakt. Dit biedt studenten een goede voorbereiding op het leiden van vergaderingen en deelnemen aan discussies in toekomstige banen. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

20 Succesvol functioneren in de OGO-groepen 5.2 Vaardigheden voor het succesvol vervullen van de rollen Samenvatten Waarom samenvatten? OGO-groepen kenmerken zich bij het werken aan verschillende soorten casussen door een levendige uitwisseling van gedachten en meningen, vooral bij discussie over nieuwe onderwerpen. Deze situatie kan voor groepsleden erg complex worden door de snelle opeenvolging van wat er gezegd wordt en door onbekendheid met het onderwerp. Vermindering van aandacht door vermoeidheid, afdwalen en het sterk bezig zijn met eigen gedachten zijn van invloed op de mate waarin het besprokene nog gevolgd kan worden. Het is moeilijk om veel informatie tegelijkertijd op te nemen of om onderwerpen uit elkaar te houden (interferentie). Informatie wordt pas goed in het geheugen opgenomen, als de samenhang en betekenis van die informatie duidelijk is. Dit maakt samenvatten noodzakelijk. Een samenvatting is een beknopte weergave van een discussie of een gedeelte van een discussie. Ze bevat in het kort en zo accuraat mogelijk de feiten en ideeën, die in de direct eraan voorafgaande discussie door de verschillende groepsleden naar voren zijn gebracht. Een samenvatting herhaalt wat er aan de orde is geweest en organiseert de informatie. Zo bevordert een samenvatting het leren. Daarnaast werkt samenvatten stimulerend en motiverend. Effecten van samenvatten Een samenvatting richt de aandacht van de studenten op de belangrijkste punten. Een samenvatting stimuleert de belangstelling en werkt belonend voor degene die samengevat wordt. Door samen te vatten ontstaat er een gevoel van betrokkenheid en deelname bij de studenten. Door samen te vatten wordt structuur aan de discussie gegeven en zien de studenten de discussie als een geheel van met elkaar verbonden onderdelen. De samenvatting maakt nadere toelichting van een afzonderlijk groepslid mogelijk wanneer diens inbreng niet goed begrepen is. Samenvatten is belangrijk omdat het stimuleert en structureert. Het kan in een OGO-groep niet vaak genoeg gebruikt worden. Wanneer samenvatten en hoe vaak? Wanneer en hoe vaak er wordt samengevat hangt af van een aantal zaken. Het aantal samenvattingen hangt af van de abstractheid en de mate van structuur van de leerstof. Een samenvatting is op zijn plaats wanneer de aandacht van de groepsleden vermindert. Het geeft de studenten, die iets gemist hebben de gelegenheid weer bij te komen. De aandacht moet dus speciaal op deze momenten gericht worden. Wanneer een samenvatting nodig is hangt af van de logische plaats binnen het gesprek. Een samenvatting is op zijn plaats als een deelonderwerp afgehandeld is. Het is goed om de stof in korte stukken onder te verdelen, waardoor er regelmatig ruimte ontstaat voor een tussentijdse afsluiting. Wat en hoe wordt er samengevat? Een samenvatting moet de essentiële punten van het voorgaande bevatten: Het kan een verkorte weergave zijn van wat er aan de orde was. Bij het oplossen van problemen kan het ook een herhaling van het probleem zijn, waarbij aangegeven wordt welke facetten van het probleem opgelost zijn. Soms kan in het licht van het behandelde een nieuwe formulering van het probleem gevonden worden. De samenvatting hoeft niet alleen te gaan over de afgelopen periode, maar kan ook elementen bevatten van eerdere samenvattingen. Daarnaast kan men zich richten op het samenvatten van wat één groepslid heeft gezegd of wat meerdere groepsleden hebben gezegd. Het is verstandig aan de andere groepsleden te laten merken, dat men een samenvatting wil geven. Begin daarom met zinnetjes als: Als ik de discussie nu probeer samen te vatten:... ; Samengevat:... ; Laten we eens bekijken wat we tot nu toe besproken hebben:.... Een belangrijk punt bij samenvattingen is dat ze eenvoudig en kort van duur moeten zijn. Aan de groepsleden moet duidelijk zijn dat hun bijdragen samengevat worden. De samenvatting behoort dan Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

21 Succesvol functioneren in de OGO-groepen ook recht te doen aan ieders uitspraken. Als ze langer duurt dan de hele discussie verliest ze haar functie. Concentreer je op de kerngedachte. Ze mag ook niets bevatten dat niet gezegd is. Diagrammen: deze ordeningsvormen zijn vooral van belang wanneer men spreekt over systemen en componenten van systemen. Bijvoorbeeld een organisatiestructuur en -hiërarchie. Schema s: deze ordeningsvormen worden vooral gebruikt voor het illustreren van relaties. Ook worden ze gebruikt voor het tonen van een sequentie (bijvoorbeeld flow-chart). Wie vat er samen? Samenvattingen zijn niet uitsluitend het privilege van de gespreksleider. Men moet voorkómen dat bij de overige studenten de indruk ontstaat dat zij niet mogen of hoeven samen te vatten. Iedere gespreksdeelnemer mag samenvatten. Naast het verminderen van de dominantie van de gespreksleider kan dit ook een functie hebben in het verdelen van de bijdragen van de studenten. De gespreksleider moet er dan wel op letten, dat er inderdaad samengevat wordt. Hierbij is het belangrijk om de nauwkeurigheid van zo n samenvatting goed te bewaken, omdat juist de samenvatting onthouden (en genotuleerd) moet worden. Actief deelnemen In een OGO-groep die werkt aan een bepaalde casus is er, als het goed gaat, steeds één groepslid tegelijk aan het woord; de andere groepsleden luisteren. Ook hier zou kunnen staan: als het goed gaat. Uit het simpele feit dat iemand niets zegt kunnen we immers niet afleiden dat hij of zij luistert! Actief luisteren Actief luisteren naar de bijdragen van de groepsgenoten is een middel om communicatieproblemen te voorkomen of te beperken. Daarbij moet zowel aandacht geschonken worden aan de inhoud als aan de intenties van de spreker. Hieronder volgen enkele tips die kunnen helpen beter naar elkaars bijdragen in de groep te luisteren. Heb regelmatig oogcontact met de spreker. De gebaren en de gelaatsuitdrukking geven extra informatie over de bedoelingen van de spreker. Concentreren op wat de spreker zegt. Veel mensen hebben de neiging om na enkele zinnen van een betoog al eigen argumenten te gaan verzinnen. Daardoor missen ze een deel van de aangeboden informatie. Ga na of je de spreker goed begrijpt. Dit kan door te zeggen: Als ik het goed begrijp, dan bedoel je... of door een vraag te stellen. De oorspronkelijke spreker krijgt hierdoor de gelegenheid om te bevestigen, te ontkennen of te verduidelijken wat hij of zij eerder bedoeld heeft. Laat zien dat je luistert. Een onbewogen pokerface maakt de spreker vaak zenuwachtig. Reageer bijvoorbeeld met hoofdknikjes of een glimlach. Ga niet met een potlood zitten spelen of uit het raam zitten staren. Informatie geven en vragen Het grootste deel van de tijd die in een OGO-groep besteed wordt aan de behandeling van casussen, wordt gevuld met het geven van en het vragen om informatie. Het goed hanteren van informatie in een OGO-groep is van belang om de discussie over een probleem in goede banen te houden en om het inzicht in de leerstof te verdiepen. Het is belangrijk dat wanneer informatie gegeven wordt, deze aansluit op datgene wat daarvoor in het gesprek aan de orde is geweest. Enige richtlijnen kunnen daarbij behulpzaam zijn. - Probeer je in te leven in de gedachtenwereld (referentiekader) van je toehoorders. - Probeer aan te sluiten op die gedachtenwereld. - Orden het verhaal in hoofd- en bijzaken. - Overweeg of visuele ondersteuning (op bord of flap-over) de informatie kan verhelderen. - Kijk tijdens het spreken de medegroepsleden regelmatig aan en probeer van hun gezicht af te lezen of ze het nog kunnen volgen. - Geef duidelijk aan wanneer je je persoonlijke interpretatie geeft (eigen mening) van bijvoorbeeld een bestudeerde tekst of dat je deze tekst zo objectief mogelijk samenvat. - Geef de andere groepsleden de gelegenheid vragen te stellen. Enige oefening kan helpen deze richtlijnen uit te voeren. Probeer bijvoorbeeld, wanneer een tekst bestudeerd is naar aanleiding van een zelfstudieopdracht, thuis na te denken over de wijze waarop deze informatie het beste overgedragen zou kunnen worden. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

22 Succesvol functioneren in de OGO-groepen De keerzijde van het geven van informatie is het vragen om informatie. Het stellen van goede vragen opent vaak perspectieven in een discussie waar die van te voren niet waren. In dat kader is het onderscheid tussen open en gesloten vragen van belang. Gesloten vragen zijn niet zo geschikt om een gesprek op gang te houden, maar zijn wel een goed middel om na te gaan of je eerder gegeven informatie juist geïnterpreteerd hebt. In een OGO-groep zijn beide soorten vragen van belang om de discussie levendig en gestructureerd te laten verlopen. Net als bij informatie geven kunnen we bij informatie vragen een aantal spelregels omschrijven die het vragen stellen in een OGO-groep vergemakkelijken. Sluit de vraag aan bij het gespreksonderwerp? Zijn de vragen als vraag herkenbaar? Zijn de vragen kort, helder en ondubbelzinnig geformuleerd? Het leiden van een groepsgesprek Het functioneren als gespreksleider is een complexe vaardigheid. Het gespreksleiderschap is belangrijk voor een efficiënt gebruik van OGO-groepsbijeenkomsten. Het leiden van een OGO-groep is een activiteit waarmee slechts weinig studenten aan het begin van hun studie vertrouwd zullen zijn. De meeste vaardigheden in het (bege)leiden en voeren van een groepsgesprek hebben vooral te maken met de inhoud, de logische opbouw van het gesprek en het effectief hanteren van procedures. Daarnaast is het echter van belang, als gespreksleider aandacht te besteden aan het proces: datgene wat er tussen individuen gebeurt tijdens het gesprek. De gespreksleider zal aandacht moeten besteden aan de wijze waarop de groepsleden aan het gesprek deelnemen. Een goed samenwerkende groep ontstaat niet zomaar. Meestal duurt het enige bijeenkomsten voordat een groep een min of meer stabiele vorm van samenwerking heeft ontwikkeld. De gespreksleider kan ook aan die ontwikkeling van de groep een bijdrage leveren. Zo kan hij/zij erop letten of iemand zich wel op zijn gemak voelt, of tegenstellingen die aan de oppervlakte komen zich afspelen op het zakelijk of persoonlijk vlak en of er aandacht is voor ieders bijdrage. De gespreksleider kan door het optreden het samenwerkingsverband ook beïnvloeden door bijvoorbeeld groepsleden bij de discussie te betrekken, te vermijden dat iemand platgewalst wordt in een discussie en door de wijze van samenwerking te bespreken. Op die manier kan de gespreksleider ervoor zorgen dat de groepsleden zich niet alleen maar inhoudelijk betrokken voelen bij het thema dat aan de orde is, maar de OGO-groep ook gaan beleven als een samenwerkingsverband dat meer kan opleveren dan alleen kennis. Hieronder volgen een aantal aanwijzingen om de vaardigheden die nodig zijn voor het leiden van een groepsgesprek aan te leren. Voorbereiding van een OGO-groepsbijeenkomst Welke onderwerpen moeten aan de orde komen; wat is de agenda voor die middag. Op de agenda staan de twee hoofdactiviteiten van de OGO-groep: - de uitwisseling van inzichten die verkregen zijn door het uitvoeren van de vorige zelfstudieopdrachten: de rapportage. Als voorbereiding hierop is het nuttig om vlak vóór de bijeenkomst de zelfstudierapportages in Studyweb door te nemen; - de verdere analyse van de casus, uitmondend in de formulering van nieuwe zelfstudieopdrachten en uiteindelijk leidend tot conclusies. Als er met een nieuwe casus zal worden gestart, is het van belang om de betreffende teksten en de eventuele toelichting in de OGO-informatiemap door te lezen. Kiezen van een werkwijze, maak een globaal verloop van de middag, hoe worden de agendapunten besproken. Geef in de agenda aan hoeveel tijd beschikbaar is voor de bespreking van de verschillende zelfstudieopdrachten en de nieuwe casussen. Wie is de notulist? Natuurlijk moet ook de gespreksleider, net als alle andere groepsleden, aan de zelfstudieopdrachten gewerkt hebben. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

23 Succesvol functioneren in de OGO-groepen Taken tijdens de OGO-groeps0bijeenkomst Zorgen dat de agendapunten van de middag voor iedereen duidelijk zijn. Werkwijze aangeven. Afspraak maken over discussietijd. Voor zover nog niet in schema vastgelegd: afspreken wie schrijft en wie notuleert. Rapportage van zelfstudie-opdrachten: het is beter om als gespreksleider nog even kort de discussie van de vorige keer te schetsen, die leidde tot het formuleren van de zelfstudieopdrachten, deze opdrachten zelf te noemen en aan te geven op welke wijze de zelfstudieopdrachten besproken gaan worden. Voor een nieuwe casus: Geef in een inleiding aan, waarover de nieuwe casus gaat. Spreek duidelijk af op welke manier de casus aangepakt zal worden. Houd de gekozen werkprocedure ook in de hand. Tijd en agenda bewaken. Eenzijdige discussies en afdwalingen afkappen. Regelmatig korte samenvattingen (laten) geven: per agendapunt een samenvatting en afsluiting. Vergroten informatie-invoer: door te stimuleren dat er vragen gesteld worden, door aandacht te besteden aan afwijkende meningen, door de inbreng van sommige groepsleden te temperen en van andere te stimuleren kan de gespreksleider voorkómen dat de groep te snel naar eenduidige verklaringen of oplossingen zoekt. Doorvragen op vage antwoorden. De bespreking van een nieuwe casus dient uit te monden in de formulering van zelfstudieopdrachten. Afhankelijk van het tijdstip en het jaar: de gespreksleider of de tutor evalueert samen met de groep het inhoudelijk werken aan de casus en het samenwerkingsproces Afsluiting van de bijeenkomst: besluiten en afspraken samenvatten of de notulist laten oplezen. Wanneer de student voor het eerst met de taak van gespreksleider geconfronteerd wordt, zal deze merken dat het niet eenvoudig is alles tegelijkertijd goed in de gaten te houden. Het is dan ook goed om direct daarna met de OGO-groep en de tutor te bespreken wat wel en niet zo goed ging. De reacties van anderen kunnen nuttige informatie bevatten voor een verbetering van de vaardigheden als gespreksleider. Notuleren De informatie die in de OGO-groep aan bod komt, moet in de notulen worden opgenomen. De notulen hoeven geen letterlijk verslag te zijn van de bijdragen van de verschillende groepsleden. Wel heeft de notulist de volgende taken: noteren van aanwezigen; noteren van afspraken en besluiten n.a.v. de afgewerkte agendapunten; beknopt weergeven van de doorlopen stappen van het stappenplan; vanaf het begin van de casus ervoor zorgen dat (delen) van de notulen gebruikt kunnen worden voor de verslaglegging over de casus (verslag, poster, presentatie en dergelijke); notulen beschikbaar maken voor groepsleden en tutor door ze tijdig in de Studyweb-folder te zetten (zie bijlage 3). Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

24 Succesvol functioneren in de OGO-groepen De notulen bevatten een uitwerking volgens de zeven stappen van het stappenplan waarin alle ideeën, conclusies, gemaakte afspraken, informatie uit de literatuur en dergelijke worden vermeld. Vermeld in ieder geval de datum, nummer van de casus, aanwezigheid en een uitwerking van de stappen volgens onderstaand voorbeeld: Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 Stap 5 Stap 6 Stap 7 Welke onduidelijke termen en begrippen staan in de casus. Noteer welke onduidelijkheden direct worden opgelost en welke nader bekeken moeten worden. Noteer hier de uiteindelijke probleemdefinitie en (eventueel) in het kort de discussie die geleid heeft tot de definitie. Alle geproduceerde ideeën en opkomende vragen met betrekking tot de probleemdefinitie worden met trefwoorden genoteerd. De toelichting op de ideeën en vragen uit stap 3 hoort hier thuis. De clustering van de ideeën en de discussie die daarbij plaatsvindt dient kort en bondig opgeschreven te worden. Een probleem-oplossing ontstaat meestal met vallen en opstaan. Het is dan ook noodzakelijk de ideeën die in deze fase voorlopig terzijde worden geschoven wel vast te leggen in de notulen. Noteer de zelfstudieopdrachten zeer nauwkeurig. Voor de notulist geldt een extra opdracht, namelijk het uitwerken van de notulen. Verslaglegging van de bijdrage van de verschillende groepsleden aan de rapportage en de beoordeling en discussie van de resultaten. Het gebruik van bord en flap-over Tijdens een groepsbijeenkomst maakt iedereen zelf aantekeningen over wat besproken en besloten wordt, om te weten wat tussen twee OGO-groepsbijeenkomsten in aan studieactiviteiten ondernomen moet worden. Tijdens het werken aan een casus is het nuttig om informatie vast te leggen en deze toegankelijk te maken voor de gehele groep. De schrijver doet dit door belangrijke zaken te noteren op een bord of een flap-over: mogelijke probleemstellingen inventariseren en de uiteindelijk gekozen formulering vastleggen; ideeën in brainstorm-fase inventariseren en tijdens de fase van het uitdiepen of uitwerken de ideeën in schema brengen; zelfstudie-opdrachten eenduidig vastleggen; resultaten van zelfstudie-opdrachten in schema brengen; hoofdpunten voor de verslaglegging vastleggen. De activiteiten van de schrijver zorgen ervoor dat gemaakte opmerkingen niet onder tafel verdwijnen en dat een kader wordt vastgelegd waarin de groep effectief verder kan werken aan een probleem. Een paar tips voor het gebruik van bord of flap-over: schrijf groot en duidelijk; gebruik trefwoorden die de essentie van de gegeven informatie weergeven gebruik gangbare afkortingen; probeer zoveel mogelijk de informatie die ter tafel komt te structureren via schema's of diagrammen. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

25 Succesvol functioneren in de OGO-groepen De groep vertegenwoordigen Voor elk studentenoverleg (zie rooster in semesterboek) moet de groep vertegenwoordigd zijn door een afgevaardigde. Specifieke taken van de afgevaardigde zijn: voorafgaand aan het studentenoverleg in eigen OGO-groep: vragen en opmerkingen van de groepsleden inventariseren; tijdens het studentenoverleg: deze vragen en opmerkingen inbrengen; opmerkingen en antwoorden op vragen van andere afgevaardigden noteren, met het oog op het belang van de eigen groep; na studentenoverleg in eigen OGO-groep: antwoorden op vragen van de eigen groep en andere relevante zaken rapporteren. Het evalueren van OGO-groepsbijeenkomsten Het is verstandig om in een OGO-groep regelmatig aandacht te schenken aan wat er tot dan toe bereikt is. Dit terugblikken op wat de groep gedaan heeft en op de manier waarop zij inhoudelijk en procesmatig voortgang boekt, wordt evalueren genoemd. De groepsleden en de tutor analyseren wat goed en minder goed gegaan is, proberen oorzaken van knelpunten op te sporen en afspraken te maken over hoe het in de toekomst beter kan gaan. Willen evaluaties vruchtbaar zijn, dan moet aan de volgende vereisten voldaan worden. Er moet een duidelijk onderwerp zijn dat geëvalueerd wordt, bijvoorbeeld de inhoudelijke voortgang of de wijze van samenwerken. Ieder groepslid moet geactiveerd worden om zijn mening te geven. Er moeten duidelijke beslissingen tot handhaving of wijziging van afspraken, gedrag of regels uit de evaluatie voortvloeien. Indien wordt afgesproken iets te veranderen, moeten de effecten van deze wijziging bij een volgende evaluatie besproken worden. Het is belangrijk ook de tutor in de gelegenheid te stellen zijn of haar evaluatie te geven. De tutor kan namelijk meer dan de groepsleden- aandacht schenken aan het observeren van de werkwijze in de groep. Er zijn geen vaste regels te geven over het moment waarop een OGO-groep moet evalueren. Wel is het belangrijk dat de groep bij het begin van de casus afspraken maakt over de manier waarop en de frekwentie waarmee er geëvalueerd wordt. In de loop van het de casus kunnen deze afspraken eventueel bijgesteld worden, afhankelijk van de voortgang die de groep boekt en de behoefte aan evaluatie van de groepsleden. Gedurende het 1 e semester, waarin kennis gemaakt wordt met OGO, is het aanbevelenswaardig om aan het eind van iedere bijeenkomst te evalueren. Daarna zal het in het algemeen zinvol zijn na elke twee of drie bijeenkomsten een pas op de plaats te maken. Feedback geven Als we medegroepsleden iets willen zeggen over hun gedrag dan noemen we dit feedback. Feedback geven en ontvangen tijdens de evaluatie in een OGO-groep kan ertoe bijdragen dat de groepsleden zich er meer van bewust worden hoe ze zich gedragen en welk effect dit heeft op andere groepsleden en de onderlinge samenwerking. Feedback geven is echter niet altijd even gemakkelijk. De mate waarin feedback wordt gegeven en de effectiviteit ervan worden onder andere sterk bepaald door de sfeer van vertrouwen in de OGO-groep en door de onderlinge openheid tussen de groepsleden. Effectieve feedback, dat wil zeggen feedback die de ander begrijpt, accepteert en mogelijkerwijs wil gebruiken om zijn gedrag te veranderen, kan pas plaatsvinden als feedback-gever en -ontvanger proberen elkaars gedrag enigszins te begrijpen en kunnen overzien wat de gevolgen van dat gedrag kunnen zijn voor de groepsleden en het groepsproces. Tevens houdt het in dat iemand in staat en bereid moet zijn kritiek te leveren en te krijgen. Tenslotte houdt effectieve feedback in dat iemand in staat moet zijn mededelingen op een constructieve manier te geven en te ontvangen. Bij het geven van feedback moet ernaar gestreefd worden de mededelingen beschrijvend, specifiek en bruikbaar te formuleren. Beschrijvend betekent dat de kritiek niet veroordelend, interpreterend of belerend is. Specifiek houdt het in dat het geen zin heeft een globale kenschets van een groepslid te geven. Tegen iemand zeggen dat hij dominant is, helpt niet zoveel. De feedback die gegeven wordt moet ook bruikbaar zijn voor de ander. Het noemen van positieve punten in het gedrag kan de bruikbaarheid vergroten. Een constructieve benadering van feedback Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

26 Succesvol functioneren in de OGO-groepen houdt in dat je je niet meteen gaat verdedigen en gaat argumenteren waarom je gedrag zo noodzakelijk was. Probeer open te staan voor de mededelingen van je groepsleden en luister naar hun reacties op je gedrag. Probeer zonodig het gedrag te veranderen. Wanneer je zo met feedback omgaat, kan dit bijdragen aan een beter persoonlijk functioneren in een OGO-groep en de onderlinge samenwerking bevorderen. Over de werkwijze binnen OGO is in de loop van de tijd een groot aantal publikaties verschenen. Zij die wat meer willen weten over OGO wordt aangeraden het boek Probleemgestuurd Leren van J.H.C. Moust, P.A.J. Bouhuys en H.G. Schmidt aan te schaffen. Het boek is ook in de bibliotheek van de faculteit beschikbaar. De tekst van bovenstaande paragrafen is grotendeels uit dit boek afkomstig. 5.3 De eerste bijeenkomst Een OGO-groep wordt voor de duur van 4 weken samengesteld. Aan het begin van een casus wordt dus vaak gewerkt met een nieuwe groep studenten en een andere tutor. Om tot een goede samenwerking te komen is het van belang dat de groep onder leiding van de gespreksleider (of de tutor) in de eerste groepsbijeenkomst aandacht besteedt aan de volgende punten: 1. Kennismaking Je kunt ervan uitgaan dat je in iedere OGO-groep wel medestudenten zult tegenkomen die je niet eerder hebt ontmoet. Kennismaking met elkaar en met de tutor is dan ook noodzakelijk (eventueel bordje met naam erop maken). Het is belangrijk ook iets te vertellen over de verwachtingen en plannen voor de komende casus. Ter voorbereiding van de eerste bijeenkomst is het daarom zinvol op de hoogte te zijn van de globale inhoud van het kwartiel. 2. Afspraken over de werkwijze van de groep - volgorde gespreksleiderschap en notulist - melden afwezigheid - uitwisselen telefoonnummers en eventueel adressen - studentenoverleg - verwachtingen ten aanzien van de rol van de tutor - evalueren (aan einde iedere OGO-groep, tussentijdse evaluatie) - inhoudsdeskundigheid tutor - indien niet aan zelfstudieopdrachten gewerkt, vooraf meedelen - verslagen - beoordeling 3. Tijdsplanning De informatie over de casussen bevat ook aanwijzingen over het tempo waarin de casussen aangepakt dienen te worden. Probeer met elkaar een voorlopige planning te maken van het tempo waarin casussen zullen worden aangepakt. De casussen moeten dan wel van tevoren worden doorgelezen. Leg de afspraken die gemaakt worden vast, zodat na enkele bijeenkomsten kan worden nagegaan of de planning bijgesteld dient te worden. Houd daarbij ook rekening met andere activiteiten die in elk kwartiel plaatsvinden. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

27 Een casusverslag schrijven 6. Een casusverslag schrijven 6.1 Inleiding In het bedrijfsleven en in de wetenschap vormen schriftelijke stukken een communicatiemiddel bij uitstek. Ook in onderwijsinstellingen wordt terecht steeds meer aandacht besteed aan de communicatie via schriftelijke stukken. In het kader van OGO moeten jullie per casus meestal een verslag schrijven. Iedere groep maakt één verslag per casus en dit wordt zowel naar vorm als naar inhoud gewaardeerd. De beoordeling van de inhoud vindt plaats aan de hand van een lijst met criteria, zoals bijvoorbeeld de beschrijving van de probleemstelling, beschrijving van modelvorming, beschrijving van experimenten, het maken van schetsen en tekeningen. De vormaspecten worden beoordeeld aan de hand van de hierna gegeven richtlijnen. Denk vooraf goed na over de structuur en opbouw van het verslag. Het verslag van een casus moet géén chronologisch verslag van de werkzaamheden van de OGO-groep zijn. Probeer een verslag zo beknopt en zakelijk mogelijk te houden. Schrijf nooit letterlijk teksten van anderen over. Geef met eigen woorden de inhoud van bijvoorbeeld de theorie weer. Voor uitgebreidere informatie over het schrijven van het verslag verwijzen wij naar Rapportagetechniek (2005) van Elling (zie literatuurlijst). Hierin komen zaken aan de orde als schrijfstrategieën (o.a.schrijven met een groep), tekstopbouw, schrijven (o.a. formuleren) en visualisering en vormgeving. In bijlage 2 van het betreffende boek zijn tips opgenomen voor spelling, grammatica en het gebruik van leestekens. Van bijna elke casus wordt een groepsverslag gemaakt: Het verslag wordt met een tekstverwerker gemaakt; De inleiding is maximaal 1 A4-tje; De hoofdtekst omvat maximaal 3000 woorden (gebruik Wordcount voor het vaststellen van het aantal woorden). De hoofdtekst is het gedeelte tussen inleiding en afsluitend hoofdstuk; Een concept-versie wordt tijdens de laatste groepsbijeenkomst van de casus binnen de OGOgroep besproken. Beter nog is het om daarvóór ook al concept-versies van de opbouw of eventueel van delen van het verslag te bespreken; Elk verslag moet op de uiterste inleverdatum (zie semesterboek) vóór uur in tweevoud worden afgegeven bij het Onderwijsbureau (niet bij de casuscoördinator!); Het nagekeken en beoordeelde verslag wordt door de casuscoördinator aan elke OGO-groep teruggegeven en nabesproken. Een rooster voor deze nabesprekingen is opgenomen in het semesterboek. 6.2 Vormgeving met een tekstverwerker Voor de casusverslagen geldt: gebruik A4-formaat (21*29,7 cm); enkelzijdig; lettergrootte Arial 10 + regelafstand 1,0 geef de pagina's een nummer. Let bij het schrijven op de volgende punten: afkortingen zoveel mogelijk vermijden; na een leesteken een spatie; achter een titel of een kopje geen leesteken, hoogstens een vraag- of uitroepteken; laat tussen kopjes en tekst regels wit open, boven een kopje een witregel meer dan eronder; zet geen titel/kopje onderaan een pagina; er moeten minstens drie regels tekst onder staan; vermijd zoveel mogelijk pagina's met slechts enkele regels tekst die verder blanco zijn; wees spaarzaam, maar wel consequent bij het gebruik van eventuele cursiveringen, of onderstrepingen. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

28 Een casusverslag schrijven 6.3 Indeling casusverslag Een goede indeling van het casusverslag is: Titelblad Inhoudsopgave Inleiding Hoofdtekst (hoofdstukken en/of paragrafen met korte, informatieve titels/kopjes) Concluderend of samenvattend hoofdstuk ter afsluiting Literatuurlijst Bijlage(n) 6.4 Het titelblad Het voorblad bevat: titel van de casus; nummer van de casus; nummer van de groep; namen (voorletter(s) en achternaam) en identiteitsnummers van alle groepsleden; naam van de tutor; kader waarin de opdracht heeft plaatsgevonden; plaats en datum van verschijning. TU/e opleiding Werktuigbouwkunde Ontwerpgericht Onderwijs Kwartiel casus 1 MUZIEK IN DE TENT Tutor: dr.ir. I. Lopez Arteaga OGO-groep 1: namen en id.nrs. Eindhoven, 1 oktober 2009 Figuur 1. Voorbeeld titelblad casusverslag Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

29 Een casusverslag schrijven 6.5 De inhoudsopgave De inhoudsopgave geeft de structuur van het rapport weer. Zorg dat de inhoudsopgave zo overzichtelijk mogelijk is. Kenmerken van een goede inhoudsopgave (zie figuur 2): de indeling van het verslag bepaalt de indeling van de inhoudsopgave. Dit betekent dat deze indeling wordt aangegeven door de decimale nummering, hoofdstuktitels 1, 2 enz., paragraafkopjes 1.1, 1.2 enz.; de indeling van de tekst en dus ook van de inhoudsopgave is beperkt tot paragrafen (geen subparagrafen), dus bijvoorbeeld 1.1, 2.3; de titels en kopjes in de inhoudsopgave zijn precies hetzelfde als in de tekst; de titels en kopjes zijn kort, maar ze zijn wel informatief en dekken de lading. Eigenlijk zijn ze te beschouwen als een kernachtige samenvatting van het betreffende hoofdstuk of paragraaf. De lezer moet na het doornemen van de kopjes al een beeld van de inhoud hebben; achter elke titel of kopje vermeld je het nummer van de pagina waar de betreffende onderdelen, hoofdstukken en paragrafen beginnen; de Literatuurlijst heeft geen nummer en staat vóór de bijlagen; eventuele bijlagen komen achteraan en krijgen een eigen nummer en titel, bijvoorbeeld: Bijlage 1 Symbolenlijst; de onderdelen Titelblad en Inhoudsopgave worden niet in de inhoudsgave opgenomen; de bladzijdenummering begint bij de inleiding; de pagina met de inhoudsopgave wordt zelf dus niet genummerd; de bladzijdenummering loopt in de bijlagen door. Inhoudsopgave Symbolenlijst Hfdst. Omschrijving Pagina 1 INLEIDING 1 2 THEORIE EXPERIMENT CONCLUSIE 5 LITERATUURLIJST 6 BIJLAGE Figuur 2. Voorbeeld inhoudsopgave Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

30 Een casusverslag schrijven 6.6 Het gebruik van symbolen Symbolen worden gebruikt om nauwkeurig gedefinieerde begrippen mee vast te leggen, onafhankelijk van de taal waarin het begrip wordt omschreven. Door combinatie met andere symbolen ontstaan nieuwe symbolen. Bedenk dat wanneer begrippen, eenheden of grootheden worden aangegeven door middel van symbolen de lezer een nieuwe 'taal' moet leren. Elk symbool is een nieuw 'woord'. Maak hem het leren van deze taal zo gemakkelijk als maar mogelijk is. Vermeld altijd duidelijk wat ieder symbool betekent en geef een apart overzicht van de notatie in een aparte lijst (zie figuur 3). In deze lijst zet je de symbolen in de eerste kolom, in alfabetische volgorde. Symbolen van vergelijkbare grootheden kunnen in dezelfde rij worden geplaatst. SYMBOLENLIJST Symbool Grootheid Eenheid Afkorting eenheid α,β Hoek Radiaal Rad Kg /m 3 ρ Dichtheid Kilogram per kubieke meter M b, M 5 Buigend moment Newton meter Nm Pa Druk Newton per vierkante meter (Pascal) N / m 2 Figuur 3. Voorbeeld symbolenlijst De symbolen voor grootheden worden cursief neergezet, terwijl de symbolen voor eenheden en decimale voorvoegsels rechtop worden gezet: m meter m massa l liter l lengte In een casusverslag moeten de gebruikte symbolen worden verklaard (zie voorbeeld inhoudsopgave voor plaats van deze lijst in het verslag). Meer informatie over symbolen en het gebruik van symbolen vind je in NEN 5050 (1994). 6.7 De inleiding De inleiding heeft tot doel de lezer voor te bereiden op de hoofdtekst. In de inleiding van een casusverslag wordt vermeld: a. op welke vraag in de casus een antwoord wordt gegeven (= probleemstelling); b. waarom op die vraag een antwoord wordt gegeven (= doelstelling); c. hoe op die vraag een antwoord wordt gegeven (= opbouw van het verslag). Het is dus niet de bedoeling dat in de inleiding de casusomschrijving wordt overgeschreven. De inleiding wordt doorgaans niet in paragrafen onderverdeeld. Houd de inleiding zo kort mogelijk: overschrijd niet de grens van één A4-tje. De inleiding van het verslag kun je -samen met de conclusies- opvatten als twee accoladen die de inhoud van het verslag (de hoofdtekst) omvatten. Als de lezer niet zo erg geïnteresseerd is of maar een beperkte hoeveelheid tijd heeft, dan moet lezing van de inleiding en conclusies een voldoende goed beeld geven van het behandelde onderwerp en de bereikte resultaten (dus zonder de hoofdtekst te hebben gelezen!). 6.8 De hoofdtekst De hoofdtekst, dit wil zeggen het stuk tekst tussen inleiding en conclusie(s) in, is het belangrijkste onderdeel van het verslag. De inhoud van dit gedeelte zal, afhankelijk van de casus, variëren. Neem in de hoofdtekst alleen relevante berekeningen en eindresultaten van berekeningen op. Zet uitgebreide deelberekeningen en computerprogramma s in de bijlagen en verwijs hiernaar in de hoofdtekst. Hanteer bij de beslissing in de hoofdtekst of in de bijlage het volgende criterium: de lezer moet de hoofdtekst kunnen lezen zonder de bijlagen te moeten raadplegen. Dat de hoofdtekst een logisch, samenhangend, leesbaar, evenwichtig en verantwoord verhaal moet zijn, is welbekend. Maak een duidelijke onderverdeling in hoofdstukken en paragrafen. Geef de hoofdstukken en paragrafen heldere, toepasselijke en informatieve titels en kopjes. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

31 Een casusverslag schrijven Het is onmogelijk een vaste indeling voor de hoofdtekst voor te stellen; de indeling is afhankelijk van de inhoud. De groep moet expliciet per casus nadenken over de indeling van met name de hoofdtekst en welke delen in bijlagen worden opgenomen. 6.9 Het concluderend of samenvattend hoofdstuk ter afsluiting In dit hoofdstuk zet je alles wat besproken is nog eens op een rij. Zijn er conclusies te trekken, doe dat dan op deze plek. Is dit niet mogelijk, probeer hier dan de belangrijkste punten aan te geven. Af en toe zul je hier ook aanbevelingen moeten formuleren. Zorg ervoor dat dit hoofdstuk teruggrijpt naar de inleiding: de groep geeft hier antwoord op de vraag die in de inleiding is gesteld. Dit gebeurt op basis van informatie die in de hoofdtekst is beschreven. In het concluderend of samenvattend hoofdstuk mag je dus niet met nieuwe gegevens komen. Wel mag je gegevens uit de hoofdtekst interpreteren of vergelijken met gegevens uit de literatuur die je voor de betreffende casus hebt doorgenomen De literatuurlijst De literatuurlijst is een belangrijk onderdeel van het verslag. Op deze plaats worden de publicaties vermeld die door jullie zijn bestudeerd en waarnaar in de tekst is verwezen. Het is erg belangrijk dat het beschrijven van de publicaties correct gebeurt. De lezer moet de betreffende publicaties zonder problemen kunnen aanvragen in een bibliotheek of kunnen bestellen in een boekhandel. Het onderdeel 'literatuurlijst' heeft, in tegenstelling tot hoofdstukken en paragrafen, geen nummer. Verwijzing in de (hoofd)tekst van het verslag In de (hoofd)tekst van het casusverslag moet je minstens één keer verwijzen naar elke publicatie die is opgenomen in de literatuurlijst. Een literatuurverwijzing bevat maximaal 3 onderdelen: de auteursnaam of namen, het jaartal en eventueel paginanummers. Deze onderdelen gebruik je op de volgende manier in de tekst van het verslag: Paginanummer(s) gebruik je alleen als je naar een specifiek gedeelte van een publicatie verwijst of als je letterlijk citeert (zie eerste voorbeeld hieronder); Vermeld dus geen paginanummer(s) als je naar een publicatie als geheel verwijst (zie tweede voorbeeld); Jaartal en paginanummer(s) plaats je altijd tussen haakjes; De naam van de auteur(s) plaats je ook tussen haakjes als de verwijzing zelf niet in de lopende zin past (zie eerste voorbeeld); Bij meerdere auteurs vermeld je in de tekst alleen de eerstgenoemde, gevolgd door de afkorting e.a. (zie derde voorbeeld) Voorbeelden: - vinden wij de volgende formule (zie Fenner, 1995, p525) - Fenner (1995) behandelt dit onderwerp slechts summier. - In Steehouder e.a. (1984) vinden we dat.. Titelbeschrijvingen in de literatuurlijst De literatuurlijst bevat een opsomming van literatuurbronnen die jullie ten behoeve van de betreffende casus hebben geraadpleegd. Deze publicaties staan alfabetisch geordend, op naam van de auteur(s). Hieronder volgt een aantal richtlijnen voor titelbeschrijvingen in de literatuurlijst. 1. Bij de titelbeschrijving van een boek dienen achtereenvolgens te worden vermeld: - naam en voorletter(s) van de auteur(s) - jaar van (gehanteerde) uitgave: tussen haakjes - titel (en eventuele ondertitel): cursief - druk, tenzij het de eerste druk is, plus notities als gewijzigd, herzien of aangevuld - eerstgenoemde plaats van vestiging van de uitgever - uitgever Voorbeeld: Seborg, D.E., Edgar, T.E., Mellichamp, D.A. (1989). Process dynamics and control, second edition. New York: Wiley. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

32 Een casusverslag schrijven Is er sprake van een redacteur of redacteuren, dan moet achter de naam of namen en voorletter(s) tussen haakjes Red. (bij Engelstalige uitgaven Ed. dan wel Eds.) toegevoegd worden. Voorbeeld: Lindh, G. (Ed.)(1990). Water, development, and the environment. Lund Institute of Technology, Sweden. 2. Bij de titelbeschrijving van een tijdschriftartikel dienen achtereenvolgens te worden vermeld: - naam en voorletter(s) van de auteur(s) - jaar (tussen haakjes) - titel van het artikel - naam van het tijdschrift (De tijdschrifttitel wordt voluit vermeld en cursief weergegeven. Een eventuele ondertitel wordt weggelaten. De hoofdwoorden beginnen met een hoofdletter.) - nummer van de jaargang (Evenals de naam wordt ook het jaargangnummer cursief weergegeven.) - begin- en eindpagina van het artikel. Voorbeeld: Ringuest, J.L., Rinks, D.B. (1987). Interactive solutions for the linear multiobjective transportation problem. European Journal of Operational Research, 52, p Bij de titelbeschrijving van normbladen dient vermeld te worden: - norm + nummer (bijvoorbeeld NEN 214, DIN 1421) - jaar van uitgave (tussen haakjes) - titel (en eventuele ondertitel): cursief Voorbeeld: ISO 214 (1976). Documentation; abstracts for publications and documentation De bijlagen Materiaal dat door de mate van gedetailleerdheid in de hoofdtekst de loop van het betoog zou onderbreken, maar dat toch de moeite waard is, kan als bijlage worden opgenomen. Uiteraard moet de tekst los van de bijlage(n) een begrijpelijk geheel vormen. Bijlagen worden meestal niet in de gegeven volgorde gelezen; er wordt informatie in opgezocht of er wordt mee gewerkt. Bijlagen moeten een titel hebben, genummerd worden en ook in de inhoudsopgave worden vermeld. Naar elke bijlage moet tenminste ergens in de hoofdtekst worden verwezen. Beperk het aantal bijlagen. Voorbeelden van zaken die in de bijlagen thuishoren: uitgebreide berekeningen waarvan het resultaat in de hoofdtekst staat; ruwe data van experimenten waarvan een samenvatting in de vorm van een tabel of grafiek in de hoofdtekst staat; een reeks grafieken waarbij er één als voorbeeld in de hoofdtekst is opgenomen Het gebruik van formules In formules wordt vaak gebruik gemaakt van symbolen. Deze symbolen moeten, zoals we al eerder gezien hebben, apart vermeld worden in de symbolenlijst. Bij het gebruik van formules willen we nog op de volgende punten wijzen: Wees consequent met spaties in formules. Let erop dat superscripten recht boven subscripten staan. Vermijd in formules letters die gemakkelijk met cijfers verward kunnen worden, zoals de letters o en l. Zet formules bij voorkeur op een aparte regel. Nummer de formules. Gebruik bij voorkeur geen leestekens (bijv. punt of komma) na formules die op een aparte regel gezet zijn. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

33 Een casusverslag schrijven 6.13 Tabellen en figuren Tabellen en figuren zijn vaak onmisbaar. Tabellen worden vooral gebruikt om cijfermatige gegevens op overzichtelijke wijze weer te geven. Alle illustraties die geen tabel zijn, zoals grafieken, staaf-, cirkel-, punt- en stroomdiagrammen en kaarten heten figuren. Figuren worden gebruikt om relaties en verdelingen (distributies) aanschouwelijk weer te geven. Voorbeeld 10 0 Horizontal Z amplitude X z frequency [Hz] Figure 3.1 Frequency Response Function for the Car model. Displacement of front wheel (solid line) and rear wheel (dashed line) for a speed of 75 km/hr. Tabellen en figuren krijgen een decimaal nummer en een titel die zoveel mogelijk op zichzelf moet staan. De titel van een tabel wordt boven de tabel geplaatst ( bovenschrift ), in tegenstelling tot de titel van een figuur, die onder de figuur wordt geplaatst ( onderschrift ). Met dit boven- of onderschrift moeten tabellen en figuren zelfstandig leesbaar zijn, ook al betekent dit een (gedeeltelijke) doublure van de tekst in het verslag. Als je de tabel of de figuur, of de gegevens die erin verwerkt zijn, hebt ontleend aan anderen, neem dan een verwijzing naar de bron op. Zet deze verwijzing tussen haakjes, onder de titel. De titel zelf moet worden onderstreept of cursief gemaakt. Tabellen en figuren mogen geen losstaande elementen zijn in het betoog: zorg dus voor verwijzingen in de tekst. Overigens: neem alleen een tabel of figuur op in de tekst als er een goede reden voor is. Een reden kan zijn dat een tabel of figuur een betoog kernachtig weet samen te vatten of treffend te illustreren. Tabellen of figuren met gedetailleerde informatie of ruwe meetgegevens kunnen over het algemeen beter in de bijlage opgenomen worden. Bij de samenstelling van een tabel is het gebruikelijk de onafhankelijke variabele op te nemen in de voorkolom (uiterst links in de tabel) en de afhankelijke variabele in de kolommen rechts daarvan. In een tabel neem je bij percentuele getallen geen cijfers achter de komma op. Deze getallen worden - in het geval er cijfers achter de komma voorkomen- op de gebruikelijke wijze afgerond. Tenslotte is in de volgende paragraaf nog een checklist voor de vormkenmerken van het verslag opgenomen. Deze checklist is een soort samenvatting van dit hoofdstuk en is op twee manieren te gebruiken: als hulpmiddel tijdens het schrijven van een verslag of als controlemiddel achteraf waarmee je het geschreven verslag nog een keer doorloopt. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

34 Een casusverslag schrijven 6.14 Checklist vorm verslag ALGEMEEN Gebruik tekstverwerker Enkelzijdig A4 Marges 2,54 cm; lettertype en lettergrootte goed leesbaar Paginanummering Gebruik van standaardeenheden en standaardsymbolen Stijl en spelling volgens richtlijnen Schrijfwijzer (Renkema, 2005) Samenhang (vooral aansluiting op vorm en inhoud van onderdelen die door verschillende groepsleden zijn geschreven) TITELBLAD Titel Nummer casus Nummer groep Namen + id.nummers Naam van de tutor Plaats en datum van verschijning INHOUDSOPGAVE Overzichtelijk Kopjes/titels van hoofdstukken en paragrafen precies hetzelfde als in de tekst van het verslag Paginanummering precies hetzelfde als in de tekst van het verslag SYMBOLENLIJST Verklaring van alle gebruikte symbolen INLEIDING: Probleemstelling (op welke vraag wordt een antwoord gegeven) Doelstelling (waarom wordt op deze vraag een antwoord gegeven) Opbouw (hoe wordt op deze vraag een antwoord gegeven) HOOFDTEKST: Heldere structuur: logische verdeling in hoofdstukken en paragrafen Kopjes van hoofdstuk / paragraaf: zijn kernachtig, informatief en dekken de inhoud Inhoud: goed lopend betoog, onderbouwing van gemaakte keuzes Alleen relevante informatie: balans tussen uitsluitend hoofdzaken en details Ruwe of erg gedetailleerde informatie eventueel in bijlagen CONCLUDEREND OF SAMENVATTEND HOOFDSTUK Geeft antwoord op vraag/vragen in de inleiding Is gebaseerd op informatie in de hoofdtekst (dus geen nieuwe gegevens) Bevat eventueel aanbevelingen LITERATUURLIJST Consequente keuze voor verwijzen in de tekst Standaardvorm titelbeschrijving BIJLAGEN Minimaal een begrippenlijst Titel + nummer Vermelding in inhoudsopgave Verwijzing vanuit hoofdtekst FORMULES Precisie in lay-out Nummering in geval van verwijzingen TABELLEN EN FIGUREN Nummering en kopjes: bij tabel erboven en bij figuur eronder Verwijzing vanuit de tekst Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

35 Een website maken 7. Een website maken 7.1 Inleiding De eerste stap in het maken van een effectieve website vormt het bepalen van het doel en de doelgroep. Met deze informatie wordt het veel makkelijker om keuzes te maken over de inhoud (content) en de vorm (structuur) van de website. Vorm en inhoud zijn nauw met elkaar verbonden. Als het goed is laat je de inhoud bepalend zijn voor de vormgeving. Maar een heldere vorm kan je ook helpen om de inhoud zo duidelijk mogelijk te maken. Maar zorg er eerst voor dat je antwoord hebt op de volgende vragen: Doel: Wat wil je met de site bereiken? Wil je bijvoorbeeld mensen ergens over informeren (informatief), leren (educatief) of vermaken (entertainment). Doelgroep: Wie zijn de bezoekers van de site? Inhoud Als je weet wat het doel en wie de doelgroep van je pagina is, kun je starten met de inhoud van de website. Bedenk wat je te vertellen hebt. Ga vervolgens kijken wat je hiervan daadwerkelijk wilt of kunt vertellen en hoe je dit wilt brengen. Pas de informatie en inhoud van je site aan op je doelgroep. Door de vrije structuur van een website is er bijna geen verschil meer tussen inhoud en bijlagen. Door koppelingen via hyperlinks of menu s kun je informatie eenvoudig bereikbaar maken. De lezer van de site bepaalt wat interessant voor hem is. Het is bij een website wel van belang om de teksten compact te houden, zodat de lezer niet wordt afgeschrikt door lappen tekst. Bedenk dus goed wat hoofd- en bijzaken zijn, zodat je deze van elkaar kunt scheiden Vorm De volgende stap is het grafisch ontwerp van je site. Beantwoord hierbij de volgende vragen: Hoe wil ik dat mijn site eruit komt te zien? Hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn website herkenbaar is en eenvoudig te gebruiken is? Waar zet ik de verschillende onderdelen (bedrijfslogo, achtergrond, kleuren, tekstfonts, plaatjes, foto s, teksten, navigatiemenu) van mijn website neer. Je kunt inspiratie opdoen door te kijken naar andere websites. Wat vind je handig aan deze websites en zou je zelf ook willen toepassen? Wat vind je minder handig en wil je zeker niet op je eigen website hebben? Boomdiagram Een website heeft altijd een schematische structuur: het onderwerp vertakt zich steeds meer in steeds kleinere deelonderwerpen. Het verschil met bijvoorbeeld een boek is dat de lezer veel meer keuzevrijheid heeft om deelonderwerpen te kiezen die hij op dat moment wil bekijken. Je brengt als maker wel een structuur aan, maar de bezoeker volgt zijn eigen weg. Als je weet welke informatie je weer wilt geven, dan kun je bedenken hoe je dat wilt doen. Je wilt natuurlijk niet alle informatie onder elkaar op één pagina neerzetten. Het is voor bezoeker gemakkelijk om niet hoeven te scrollen wanneer hij een tekstpagina leest. Het is gebruikelijk om de informatie in kleine stukjes op te delen die je op aparte webpagina s zet en via hyperlinks met elkaar verbindt. Om deze structuur duidelijk te krijgen, kan het handig zijn om een boomdiagram te maken (figuur 1). Hiermee verdeel je de inhoud overzichtelijk. Met dit diagram heb je ook direct je sitemap gereed. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

36 Een website maken Home page Home Produc ten Ver koop Nieuws Onder Steu ning Bedrijf Contact Product 1 Product 2 Product 3 Dealers NL Impor teurs (wereld) Online Shop Laatste Nieuws Agenda FAQ Down loads Perso nen Geschie denis Missie/ visie contact Forum Adres gege vens Figuur 1. Boomdiagram van een website. Veel websites hebben een boomdiagram waaraan ze zijn opgehangen. Een aantal onderwerpen komen in iedere commerciële website voor zoals: Home, Producten, Verkoop, Support, Bedrijfsinformatie, Ondersteuning en Neem contact op. Hieronder zit dan weer een onderverdeling die je uiteindelijk naar de bijbehorende pagina brengt. Navigatie Je kunt nu ook al nadenken over de navigatie op je website. Welke methode ga je gebruiken? Hyperlinks, menu s of een combinatie? De opzet van de navigatie moet logisch zijn en de gebruiker snel naar de gewenste informatie sturen. Maak een paar schetsen hoe je website eruit moet komen te zien. Je kunt dit op de computer doen, maar in de meeste gevallen gaat dit met potlood en papier veel sneller. 7.2 Basisindeling website De volgende pagina s maken zeker deel uit van de site: Homepage: aantrekkelijke pagina die ervoor moet zorgen dat er verder in de site wordt gekeken. Links: op deze pagina heb je al je digitale bronnen overzichtelijk gerangschikt, de bezoeker kan van hieruit zelf weer verder op zoek Bronnen: vermeld je niet-digitale bronnen op deze bladzijde Bedrijfsinformatie: verstrekt alle studentgegevens en is snel te vinden Sitemap: overzicht van de inhoud van je site Homepage Dit is het visitekaartje van je site. Hierbinnen gekomen moet je de aandacht van de bezoeker vasthouden en ervoor zorgen dat deze verder gaat kijken. Op de homepage moet je de balans vinden tussen inhoud, vormgeving, tekst, figuren en filmpjes. Belangrijk is dat er een duidelijke menustructuur voor je website op staat, waardoor bezoekers de gewenste informatie eenvoudig kunnen vinden Links Geef de betekenis van de externe links duidelijk aan en zorg ervoor dat ze werken. Bijvoorbeeld: Leverancier lagers: SKF (www.skf.com) Bronnen Bronvermelding is identiek aan wat geldt bij het schrijven van een verslag. Bij een website kun je echter via hyperlinks in de hoofdtekst een bezoeker direct naar de bronvermelding laten gaan. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

37 Een website maken Sitemap De sitemap geeft de structuur van de website weer en laat de bezoeker alle webpagina s van de site overzichtelijk zien. Je kunt hierbij zelf ordenen wat je het belangrijkste vindt van de site. Dit in tegenstelling tot de inhoudsopgave van een verslag. De bezoeker kan hier kijken en snel zelf bepalen hoe hij er naar toe gaat Bedrijfsinformatie Informatiepagina bevat (in normale lettertypes, dus hier geen fancy draaiende letters): titel van de casus (belangrijk en dus in een groter lettertype); nummer van de casus; nummer van de groep; namen (voorletter(s) en achternaam), identiteitsnummers en inlogcodes van alle groepsleden; naam van de tutor; kader waarin de opdracht heeft plaatsgevonden (In het kader van OGO in kwartiel 1,2,3 ) plaats en datum van verschijning. 7.3 Webschrijven Teksten voor het web worden op een hele andere manier gelezen dan teksten die bestemd zijn voor brochures, tijdschriften of verslagen. Lezers zoeken anders en zijn ongeduldiger. Een goede webtekst schrijven is een kunst op zich. Anders dan bij een verslag, is bij een website de conclusie en / of samenvatting vaak direct te lezen om de aandacht van de bezoeker te trekken. Je kunt dan via hyperlinks of menu s naar de rest van je verhaal of onderbouwing springen. Dat geldt ook voor symbolen Om je te helpen bij het webschrijven volgen hier wat tips: Gebruik koppen en subkoppen. Geef ze meer nadruk dan de gewone tekst door ze bijvoorbeeld groter of vetter te maken of door ze een andere kleur te geven. Zorg dat je titels en koppen heel duidelijk zijn, ook voor degene die de tekst die erop volgt niet leest. Maak ze kort en kernachtig. Val met de deur in huis: begin je tekst met een conclusie of korte samenvatting. Dan kan je bezoeker direct beslissen of hij het de moeite waard vindt om verder te lezen. Gebruik pakkende beginzinnen. Gebruik steeds witregels om twee alinea's van elkaar te scheiden (maximaal 5 à 7 zinnen per alinea of circa 150 woorden). Maak je tekst zo kort en duidelijk mogelijk. Zet getallen in cijfers. Ze springen eruit en maken het je bezoeker gemakkelijker je tekst te scannen. Gebruik veel korte zinnen, die je afwisselt met wat langere. Begin een nieuwe zin gerust met een voegwoord als dat zo uitkomt (iets wat je in een gewone tekst niet zo snel doet). Voegwoorden zijn bijvoorbeeld: en, of, maar, voor. Schrijf eenvoudig. Gebruik geen vaktaal, behalve als je tekst echt alleen voor een bepaalde beroepsgroep is bestemd. Zorg ervoor dat de teksten van je links in een oogopslag duidelijk zijn. 'Klik hier' is dus geen goede tekst voor een link. 'Meer informatie over de werking van.' is dat wel. Gebruik als het kan geen afkortingen. Niet iedereen weet waar ze voor staan. Pas op met verwijzingen in je tekst ('zoals ik al eerder heb aangegeven', 'de vorige zin', 'de volgende alinea'). Je weet nooit of degene die deze woorden leest, de vorige alinea's ook daadwerkelijk heeft gelezen. Je zinnen moeten zoveel mogelijk op zichzelf staan. Spreek je bezoekers op een directe manier aan: met 'u', 'jij' of 'jullie'. Maar wees ook weer niet te amicaal in je manier van schrijven. Blijf correct. Zorg ervoor dat je webtekst foutloos is. Gebruik een spellingchecker en laat ook iemand anders je tekst nog eens doorlezen. Gebruik actieve zinnen in plaats van passieve. Een actieve zin heeft een duidelijk onderwerp. Dus niet: 'er kan meer informatie worden aangevraagd bij...', maar: 'je kunt meer informatie aanvragen bij...' Maak je webtekst niet te commercieel. Uit onderzoek blijkt dat websurfers een hekel hebben aan te commerciële teksten. Hoe objectiever je overkomt, hoe beter. Geef daarom ook feitelijke informatie. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

38 Een website maken Het oog wil ook wat: maak je tekst daarom visueel aantrekkelijk. Gebruik daarvoor opsommingstekens, onderstrepingen, hoofdletters, ingesprongen alinea's, vetgedrukte woorden, cursiveringen, afwijkende lettertypes of lettergroottes, gekleurde tekst, randen, kaders, pijlen, opmerkingen in de kantlijn, markeringen, inversietekst, enzovoort. Maar overdrijf niet: dat geeft snel een rommelige indruk. En gebruik geen blauw om je tekst te benadrukken. De meeste websurfers associëren de kleur blauw met hyperlinks Overdaad schaadt. Zoek balans in de layout van je site. Denk daarbij aan kleur, lettertypes, lettergrootte. (bron: Arkon v.o.f. Leiden) 7.4 Checklist website Informatiepagina Titel Nummer casus Nummer groep Namen + id.nummers Naam van de tutor Plaats en datum van verschijning Sitemap Overzichtelijk Symbolenlijst (zie hoofdstuk 6) Verklaring van alle gebruikte symbolen Homepage Wervend, interessewekkend Juiste balans inhoud opmaak Site Heldere structuur: logische verdeling tekst en links Kopjes van pagina s zijn kernachtig, informatief en dekken de inhoud Taalgebruik: kort, actief en persoonlijk aanspreken Balans tussen uitsluitend hoofdzaken, details, inhoud en lay-out Bronnen gebruik hiervoor Hyperlinks of een separate webpagina (zie hoofdstuk 6) Links Duidelijke beschrijving link en waar gebruikt Formules Precisie in lay-out Verwijzing met links indien nodig Tabellen en figuren Nummering en kopjes: bij tabel erboven en bij figuur eronder Verwijzing vanuit de tekst Algemeen Geen scrollbar nodig om te browsen Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

39 Een mondelinge presentatie geven 8. Een mondelinge presentatie geven Het gesproken woord heeft meer entourage dan het geschreven woord. Een spreker versterkt zijn betoog door blik, gebaar en intonatie. Daarnaast gebruikt hij audiovisuele middelen zoals bord en overhead-projector. Een goede spreker maakt gebruik van de nonverbale terugkoppeling ( feedback ) van zijn publiek. Aan ogen en neuzen kan hij zien hoe zijn verhaal valt. Blijkt zijn publiek dommer of intelligenter dan hij eerst dacht, slaperig, opgewonden, agressief, dan kan hij bijsturen. Hij kan zijn verhaal eenvoudiger, korter, meer solide, enzovoorts, maken. Een spreker kan twee dingen doen om een voordracht overzichtelijker te maken. Ten eerste kan hij steeds duidelijk (met volzinnen) aangeven waar één gedeelte van zijn betoog eindigt en het volgende begint. Ten tweede kan hij een inhoudsoverzicht in zijn rede smokkelen door zijn hoofdpunten op een overheadsheet te zetten en dit af en toe te projecteren. Op de hierna volgende bladzijden volgt een opsomming van punten (checklist) die van belang zijn bij de voorbereiding en het houden van een voordracht. Uitgebreidere informatie en gerichte feedback komen ongetwijfeld bij de oefenpresentatie aan de orde. 8.1 Opbouw zorg voor een informatieve title die de lading dekt pas je presentatie an het niveau vanhet publiek aan zorg dat het verhaal in 2 of 3 zinnen samengevat kan worden: pas dan weet je echt waar het over gaat vertel je publiek wat je gaat vertellen, vertel het ze en vertel ze dan wat je verteld hebt: inleiding, verhaal, conclusie (bijvoorbeeld 10 min min. + 5 min.) beperk inleiding tot: - mededelen waar de voordracht over gaat; - korte motivering van de keuze van het onderwerp (eventueel een anekdote die het publiek opwarmt ); - kort overzicht van de indeling; maak aan het begin een trechter: van algemeen naar gefocusseerd; maak probleemstelling en resultaten tot hoofdzaken van de voordracht; formuleer de probleemstelling duidelijk in het begin; verdeel je betoog in duidelijk te onderscheiden onderdelen; laat door middel van tussenzinnetjes de samenhang tussen één deel van het betoog en een ander zien (bijvoorbeeld:...dit brengt ons tot het volgend onderwerp...,...we kunnen de zaak evenwel van een andere kant bekijken...); overtuig je publiek met accurate, complete en goed geformuleerde beschrijvingen; geef zo veel mogelijk eerst informatie en dan pas conclusies (alleen in de inleiding mag op conclusies vooruitgelopen worden); geef niet te veel puntsgewijs informatie, maar liever globaal, of aan de hand van 2 à 3 sprekende voorbeelden (bij grote hoeveelheden informatie is visuele ondersteuning nodig); Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

40 Een mondelinge presentatie geven wanneer informatie later nog eens wordt gebruikt, maak dan duidelijk dat dit zal gebeuren (later zullen we zien dat...); vermijd zoveel mogelijk uitspraken die op het eerste gezicht onlogisch lijken (zoals: hoe gezonder de werknemer, des te ongezonder het bedrijf), tenzij met de bedoeling het publiek te provoceren; illustreer moeilijke redeneringen zoveel mogelijk met voorbeelden en gebruik eventueel visuele ondersteuning, bijv. grafieken; beperk gebruik van wiskundige afleidingen en formules (verwijs eventueel voor wiskundige details naar bestaande literatuur); laat duidelijk merken wanneer het einde van het betoog nadert; verwerk in het einde een duidelijke en korte eindconclusie (de take-home message ), of een afsluitende anekdote. Dus geen lijst met 10 conclusies betrek het publiek bij de allerlaatste zin, de afscheidszin (bijvoorbeeld: ik hoop dat ik jullie een juist beeld geschetst heb van...; misschien dat ik bij jullie een aantal vragen onbeantwoord heb gelaten, maar die kunnen jullie stellen in de discussieronde hierna); vermijd bij het einde in elk geval zinnen als: dat was het dan geloof ik. 8.2 Taalgebruik vermijd plechtige en boekerige woorden en zinswendingen (probeer zoveel mogelijk je woordgebruik af te stemmen op de stijl die je het beste ligt. Dit eist voorbereiding, net als een aantal andere punten overigens); vermijd een te grote spreeksnelheid; vermijd voorleestoon - deze klinkt alsof nooit een zin duidelijk af is, maar alsof de hele voordracht uit één grote zin bestaat; laat vragen ook als echte vragen klinken (ook zgn. schijnvragen als: hoe moeten we dit nu oplossen?, waarmee je eigenlijk bedoelt: ik heb dit als volgt opgelost); ga niet zachter spreken bij tussenzinnen en dergelijke; vermijd het overdreven gebruik van stopwoorden als dus, nietwaar, zeg maar, goed, en dergelijke 8.3 Presentatie zorg dat je het publiek regelmatig aankijkt; beheers gebaren en bewegingen (let vooral op stilhouden van benen en voeten wanneer men niet loopt, niet aan gezicht krabben, en dergelijke); maak gebaren die je verhaal ondersteunen op ogenblikken dat dit ook functioneel is (dit is met name het geval wanneer visuele hulpmiddelen worden toegepast); let op je gezichtsuitdrukking Bij gebruik van bord ga nooit met de rug helemaal naar het publiek staan; schrijf en spreek niet tegelijk; schrijf zoveel mogelijk van links naar rechts; bouw de tekening in delen op; schrijf geen losse woorden op steeds andere plaatsen - ook later moet de bordtekening begrijpelijk blijven; wijs steeds gericht aan en wijs niet met vinger of stok als er niets te wijzen valt. Bij gebruik van overhead sheets of Powerpoint slides vermijd een te groot aantal sheets / slides of een te snelle opeenvolging: per 2 minuten een sheet of slide is een goed aantal; lees de sheets of slides niet letterlijk voor, maar vertel een verhaal naar aanleiding ervan; gebruik bij voorkeur een lettertype als Arial en minimaal een lettergrootte van 18 of 24 punts schrijf niet te veel op één sheet: geen volzinnen, alleen sleutelwoorden; gebruik geen onderstrepingen, dat is typemachine-stijl. Er is vet, cursief, kleur,, niet alleen voor tekst maar (juist) ook voor grafieken of andere figuren; nooit gele lijnen op witte achtergrond in grafieken: dit is onzichtbaar in de praktijk; let op kleurgebruik! zorg ervoor van te voren voldoende vertrouwd met de techniek te raken; Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

41 Een mondelinge presentatie geven bouw eens een beeld op door verschillende sheets over elkaar heen te leggen. 8.4 Algemeen houd je aan de spreektijd, houd eventueel een generale repetitie; controleer van tevoren of de technische voorzieningen in orde zijn (microfoon, overheadprojector, beamer); laat zien dat je zelf geïnteresseerd bent in het onderwerp en daar enthousiast over wilt spreken (vooral slordige of verwarde sprekers moeten het qua goodwill bij het publiek van hun enthousiasme hebben); vertel af en toe ook eens wat leuks. Tien Technieken om je praatje te verpesten Besteed veel tijd aan dingen die niets met je onderwerp te maken hebben. Verspil geen tijd aan het inleiden van je onderwerp. Vul je sheets of slides met zo veel mogelijk details. Presenteer gegevens liever in tabellen dan in figuren. Als je grafieken van gegevens laat zien, vermeld dan nooit over welke stof of proef het precies gaat. Probeer zoveel mogelijk sheets of slides te plannen voor je verhaal. Maak sheets of slides altijd met de lange kant vertikaal i.p.v. horizontaal. Zorg dat er nog een paar foutjes in je sheets of slides zitten. Presenteer alle details van je werk volledig. Als je theoretische kennis gebruikt die niet algemeen bekend is, leg die dan vooral niet uit. Bronnen: - Tilanus, C.B. (1988). Rapporteren/Presenteren. Utrecht: Het Spectrum BV. - Anholt, R. (?). Dazzle em with style. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

42 Richtlijnen voor een poster 9. Richtlijnen voor een poster In het OGO van het eerste en tweede jaar wordt een aantal casussen niet met een verslag maar met een poster afgerond. De groepen krijgen een voorbeeld-poster bij de start van de eerste casus die met een poster wordt afgerond. Ook wordt dan informatie verspreid over de procedure voor de inlevering en beoordeling van de posters. Info: Tips: Verder kun je inspiratie opdoen in de gangen van W-hoog! Vorm Het kopopschrift Kopopschrift zonder wijzigingen over te nemen uit het voorbeeld (wordt uitgereikt) - waar puntjes staan, de ontbrekende gegevens invullen - logo Tue en OIW gebruiken, datering met studiejaar Eigen titel, die de inhoud zo goed mogelijk aanduidt en eventueel ook iets zegt over de aard van de poster Eenheid in titel, inleiding en conclusies De structuur Noodzakelijke onderdelen: - Titel - Inleiding, uitmondend in doel- of probleemstelling - Methoden of middelen, resultaten, discussie of argumentatie - Conclusies (en eventuele aanbevelingen), hier beslist geen argumentatie en óók geen nieuwe feiten! De onderdelen vormen een duidelijk en logisch geheel De lay-out De bladspiegel: - Evenwichtige verdeling van de tekst over de bladspiegel - Het maximaal aantal woorden bedraagt ca Minimale marges bij A4 origineel: boven 1 cm, onder 1 cm, links 1 cm, rechts 1 cm - Opmaak in twee kolommen (behalve het kopopschrift) - Kopjes boven de paragrafen in donkerblauw, alle verdere tekst in zwart - Lettergrootte minimaal ongeveer 12 punts bij A4 formaat; de eis is leesbaarheid Opsommingen: - Alleen zodanig dat er een begrijpelijk geheel overblijft - Deze opsommingen overzichtelijk en verzorgd uitvoeren - Als opsommingsteken is alleen toegestaan Figuren en tabellen: - Gebruik figuren (schema s, diagrammen, plaatjes ) of tabellen om de tekst te verhelderen. Figuren / tabellen geven afwisseling. Maar beperk het aantal tot het absoluut noodzakelijke - Een figuur moet functioneel zijn en iets toevoegen of samenvatten: een goede figuur zegt soms meer dan 1000 woorden, maar een slechte figuur doet meer afbreuk dan goeds aan een poster - Een figuur vervangt een stuk tekst en moet dus voor zich spreken. Het figuur moet -samen met de ondertitel- duidelijk zijn, zelfs als degene die de poster bekijkt de tekst niet leest - Figuren altijd een ondertitel en tabellen een boventitel meegeven en bij voorkeur niet onder aan een kolom zetten - Zorg ervoor dat de figuren goed te zien zijn: voldoende lijndikte, duidelijke kleuren (géén geel op wit bijvoorbeeld). - Tabellen goed leesbaar en overzichtelijk maken, niet teveel informatie willen geven Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

43 Richtlijnen voor een poster - Geen tabellen of figuren in de conclusie Symbolen: geef, net zoals in een verslag, uitleg van gebruikte symbolen Eventuele referenties komen onderaan de tweede (laatste) kolom en alleen als ze (veel) tekst uitsparen Het belangrijkste: nodigt deze poster (het is er één uit vele) door de layout uit tot lezen aan een voorbijganger? Het woordgebruik Gebruik van de Nederlandse taal Kort en bondig, geen verhalen of lange zinnen Vermijd grappige, gezochte opmerkingen (deze zijn geen aanbeveling!) Geen OGO noch casus in de tekst gebruiken Inhoud Algemeen Bedenk dat een poster geen reclameverhaal is. Het is een zakelijke uiteenzetting, een zeer beknopt betoog dat op basis van argumenten een conclusie geeft Een poster bevat: inleiding, methode, resultaten, discussie en conclusie (zie ook bij Structuur) Besteed zorg aan het uiterlijk, maar laat dat niet te veel tijd kosten: uiteindelijk is de inhoud belangrijker. De probleemstelling De zeer korte inleiding geeft een beschrijving van het doel of probleem De doelgroep: Uit de inhoud blijkt wat de doelgroep is (de doelgroep is bij de aanvang door de casusomschrijving aangeduid en door de ogo groep gedefinieerd) Verwerking van het dossier en van de CBO colleges Zinvol gebruik van de kennis die is aangeboden in het dossier en d.m.v. de CBO colleges De analyse/uitwerking Goede probleemstelling, analyse, discussie en conclusie(s) Kritisch doordachte argumentatie Wat heeft de doelgroep aan de poster? Diepgang in de aspecten Consistentie en juistheid van de tekst Eenheid in de onderdelen van de tekst De inhoud van de tekst dient technisch-wetenschappelijk juist te zijn Een voorbeeld van een poster is op de volgende pagina weergegeven. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

44 Richtlijnen voor een poster Onderwijsdag W 2009 Werktuigen op Tafel Casuscoördinator: Bart Somers, Henk van Rooy Periode Inleiding Hulpgereedschappen vinden we tegenwoordig overal. Achteloos pakken we een accuboormachine om een gat te boren, schroeven in te draaien of verf te mengen. Je weet wel WAT het apparaat doet, maar realiseert je niet HOE en WAAROM dat precies gebeurt. Het hoe en waarom is onderwerp van deze casus. Bekijk, test, meet, demonteer, experimenteer, redeneer, analyseer en beschrijf het apparaat dat je hebt gekregen. Je mag dat reverse engineering noemen. Aanknopingspunt is het schema uit figuur 1, waarin een aantal aspecten staan die voor ieder apparaat van toepassing zijn. Dit zijn de vijf FFFFF-en. In deze casus gaat het om een accuboormachine (fig. 3), een hobbycompressor (fig. 4), of een luchtboormachine (fig. 5). Inhoud Bekijk en beschrijf de vorm en functie aspecten van het object als geheel. Deel het systeem op in hoofd- en nevenfuncties. Stel een (globaal) flowschema op (fig. 2). Figuur 2: Globaal flowschema Demonteer het object en beschrijf de vorm en functie aspecten van de componenten en deelsystemen. Beschrijf de werking van de deelsystemen zo goed mogelijk in relevante formules. Stel een gedetailleerd flowschema op; bepaal plaatsen waar verliezen optreden. (η=p uit /P in ) Voer (voorgeschreven en eigen) experimenten uit om de kwaliteit (rendement) van de onderscheiden deel-systemen te berekenen (fig. 6). Leg de resultaten vast in een verslag Figuur 1: De vijf F-en: Form, Function, Flows, F ysics en Fabrication Leerdoelen Analyseren en modelleren. Met werktuigbouwkundige ogen leren kijken naar producten en systemen. Bedenken en uitvoeren van experimenten; interpreteren van de resultaten. Fouten analyse. Goede verslaglegging, qua vorm en inhoud. Vervolg casus/vak Casus Heftafel Figuur 6: Karakteristieken van een elektromotor Bijbehorende vakken Werktuigbouw in Vogelvlucht Mechanica Tools voor Ontwerpen Figuur 3: De accuboormachine Figuur 4: De hobbycompressor Figuur 5: De luchtboormachine / Faculteit Werktuigbouwkunde Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

45 Beoordeling OGO in eerste en tweede studiejaar 10. Beoordeling OGO in eerste en tweede studiejaar De manier waarop het OGO wordt beoordeeld in het eerste studiejaar is nagenoeg gelijk aan de manier van beoordelen van het tweede jaar. Er zijn wel kleine verschillen in de manier waarop met een onvoldoende voor deze onderwijsvorm wordt omgegaan. Eerst zal uitvoerig de wijze van beoordelen van het eerste studiejaar worden aangegeven. Daarna zullen in het kort enige afwijkingen worden besproken zoals die gelden voor het tweede jaar. Elk semester is opgedeeld in twee kwartielen. In elk van deze kwartielen kun je via het OGO 6 EC behalen. Met uitzondering van het eerste semester van het eerste jaar bestaat elk kwartiel uit twee casussen. Om de studiepunten per casus te behalen moet je aan een aantal voorwaarden voldoen: deelnemen aan alle ingeroosterde trainingen; deelnemen aan alle OGO-groepsbijeenkomsten; een actieve bijdrage leveren aan de OGO-groepsbijeenkomsten, zowel wat betreft de inhoud (het werken aan de casus) als de groepscommunicatie (vervullen van de verschillende groepsrollen); een bijdrage leveren aan de schriftelijke en mondelinge verslaglegging van de casussen. De beoordelingsprocedure voor een casus omvat twee componenten, namelijk een collectieve en individuele component. De collectieve component heeft betrekking op de schriftelijke of mondelinge verslaglegging. De individuele component heeft betrekking op het functioneren van elke individuele student binnen de groep: dit levert voor elke student een individueel cijfer op. In de volgende paragrafen wordt uitgelegd hoe de collectieve en individuele component worden beoordeeld en hoe het eindcijfer OGO wordt berekend Beoordeling collectieve component Elke casus wordt afgerond met een schriftelijke en/of mondelinge verslaglegging. Deze afronding gebeurt op groepsniveau: de groep schrijft voor elke casus een gezamenlijk verslag, maakt een gezamenlijke poster of geeft een gezamenlijke mondelinge presentatie. Het verslag, de poster of de presentatie wordt beoordeeld door de betreffende casuscoördinator. In deze beoordeling spelen naast inhoudelijke aspecten ook vormaspecten een rol (zie checklist vorm verslag ), waarbij de inhoud het zwaarst telt. De beoordeling van de verslagen wordt afgerond binnen tien werkdagen na de inleverdag. Deze beoordeling wordt uitgedrukt in een heel of half cijfer van 0 tot en met 10. De casuscoördinator geeft de cijfers met toelichting en de beoordeelde verslagen door aan het Onderwijsbureau. De beoordeelde verslagen worden met elke groep afzonderlijk nabesproken tijdens de reguliere OGO-groepsbijeenkomsten. In ongeveer 20 minuten vertelt de casuscoördinator het cijfer en licht toe hoe dit cijfer tot stand is gekomen (sterke en zwakke punten van het verslag, zowel wat betreft inhoud als vorm). Dit cijfer staat vast en zal tijdens of na de nabespreking niet meer gewijzigd worden. Voor de nabesprekingen is in het semesterboek een rooster opgenomen. Hierin is te zien op welke dag en hoe laat de nabespreking van elke casus per groep plaatsvindt. Deze nabespreking kan ook collectief plaatsvinden waarbij niet alle groepen afzonderlijk feedback ontvangen, maar alle groepen gelijktijdig in een Casus Evaluerend College (CEC). Als de casus op een andere manier dan met een verslag wordt afgerond, bijvoorbeeld met een mondelinge presentatie, dan vindt de beoordeling plaats op de dag van de presentatie zelf. De beoordeling wordt ter plekke toegelicht aan de groepen of achteraf met een schriftelijke beoordeling door de casuscoördinator. 0.2 Beoordeling individuele component De individuele component betreft het functioneren in de OGO-groep gedurende de betreffende casus. Dit wordt voor elke student afzonderlijk beoordeeld door de tutor. Hiervoor krijgt elke student aan het eind van de casus een individueel cijfer. De individuele beoordeling wordt uitgedrukt in een heel of half cijfer van 0 tot en met 10. De tutor geeft de individuele cijfers door aan het Onderwijsbureau. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

46 Beoordeling OGO in eerste en tweede studiejaar Beoordelingsaspecten De volgende lijst van vijf vakinhoudelijke aspecten en vijf groepsaspecten is bedoeld ter ondersteuning van de tutor bij de individuele beoordeling. Bij het gebruik houdt de tutor rekening met de fase van de studie waarin de student zich bevindt. Vakinhoudelijke aspecten Groepsaspecten 1. Analyserend vermogen 6. Rol als gesprekleider 2. Inventiviteit 7. Rol als notulist 3. Kritisch vermogen 8. Rol als schrijver 4. Theoretische kennis 9. Rol als afgevaardigde 5. Praktische vaardigheden 10. Rol als algemeen groepslid Bij elk aspect wordt hierna in enkele punten een nadere uitwerking gegeven. Bij het individueel beoordelen (en evalueren) heeft de tutor natuurlijk alleen directe informatie over wat zich tijdens de OGO-groepsbijeenkomst afspeelt. We gaan er van uit dat de tutor indirect ook redelijk zicht heeft op de activiteiten van de groepsleden tussen de bijeenkomsten in. De zelfstudierapportages spelen hierin een belangrijke rol. Analyserend vermogen (1) komt vooral tot uiting bij: Het definiëren van het probleem (stap 2) Het opsplitsen in deelproblemen (stap 2) Het onderscheiden van hoofd- en bijzaken in het probleem (stap 2) Het leggen van relaties met relevante kennis en vaardigheden (stap 3) Het formuleren van zelfstudieopdrachten (stap 5) Inventiviteit (2) komt vooral tot uiting bij: Het brainstormen (stap 3) Het aandragen van oplossingen voor een ontwerp, model of experiment (stap 5) Het uitvoeren van zelfstudieopdrachten (stap 6) Kritisch vermogen (3) komt vooral tot uiting bij: Het systematisch inventariseren van de resultaten van de brainstorm (stap 4) Het beoordelen van de resultaten van experimenten, simulaties, e.d. (stap 7) Het beoordelen van de resultaten van literatuurstudie (stap 7) Het beoordelen van conceptverslaglegging (stap 7) Theoretische kennis (4) komt vooral tot uiting bij: Verheldering van onduidelijke termen en begrippen (stap 1) Het uitdiepen van brainstormideeën en het gebruik maken van voorkennis (stap 3) Het rapporteren over theoretische zelfstudie (stap 7) Het bijdragen aan theoretische gedeelten van het verslag Praktische vaardigheden (5) komt vooral tot uiting bij: Het uitvoeren van een experiment, het maken van een constructie, e.d. (stap 6) Het gebruiken van Matlab, CAD, simulatieprogramma s, e.d. (stap 6) Het gebruiken van Studyweb bij communicatie en verslaglegging Rol als gesprekleider (6) De gesprekleider bewaakt de voortgang van de casus en bevordert het groepsproces. Specifieke taken: Het voorbereiden van de bijeenkomst, concreet invullen modelagenda Het voorzitten van de bijeenkomst, tijdsplanning van de bijeenkomst bewaken Werken volgens de agenda, per agendapunt samenvatten en afsluiten Zorgen voor evenwichtige inbreng van alle groepsleden volgens de diverse rollen Zaken die een goede voortgang belemmeren aan de orde stellen Afsluiten van de bijeenkomst met een evaluatie van de voortgang van de casus en een evaluatie van het groepsproces Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

47 Beoordeling OGO in eerste en tweede studiejaar Rol als notulist (7) De notulist zorgt voor een verslag van de bijeenkomst na afloop (notulen), op Studyweb en op papier. Specifieke taken: Bijhouden van het verloop van de groepsbijeenkomst aan de hand van de agenda, noteren van afspraken en besluiten Zorgen voor een beknopte weergave van de stappen van het stappenplan die tijdens de bijeenkomst besproken zijn (zie ook rol als schrijver hierna) Vanaf het begin van de casus er voor zorgen dat (delen) van de notulen gebruikt kunnen worden voor het verslag Rol als schrijver (8) De schrijver zorgt voor vastleggen van de resultaten van groepsgesprekken tijdens de bijeenkomst. Specifieke taken: Inventariseren van mogelijke probleemdefinities en vastleggen van de gekozen formulering Opschrijven en vervolgens in schema brengen van ideeën opgekomen tijdens de brainstorming Zelfstudieopdrachten formuleren en vastleggen Resultaten van zelfstudie samenvatten en in schema brengen Rol als afgevaardigde (9) De afgevaardigde vertegenwoordigt de groep in het studentenoverleg. Specifieke taken: Inventariseren en formuleren van de vragen en opmerkingen van de groepsleden voorafgaand aan het studentenoverleg Deelnemen aan het studentenoverleg, noteren van opmerkingen, vragen e.a., gesteld door andere afgevaardigden, met oog op het belang van de eigen groep Na afloop van het studentenoverleg rapporteren van de mededelingen in de eigen groep, in het bijzonder de toelichtingen van de casuscoördinator (ook de versluierde aanwijzingen!) Rol als algemeen groepslid (10) Elk groepslid heeft de volgende taken: Afspraken nakomen Bijeenkomst voorbereiden door notulen te lezen, zelfstudie-opdrachten uit te voeren, mondelinge terugrapportage over de resultaten van de zelfstudie voor te bereiden, casusomschrijving grondig te lezen en dergelijke Het groepsproces bevorderen door rekening te houden met de rolverdeling Informatie geven en vragen op de geschikte momenten tijdens de bijeenkomst Actief luisteren naar de bijdragen van de medegroepsleden Actieve bijdrage leveren aan de stappen van het stappenplan Actieve bijdrage leveren aan de schriftelijke en mondelinge verslaglegging door de groep Actieve bijdrage leveren aan de planning van de casuswerkzaamheden 10.3 Peer review In kwartiel 4 van het eerste jaar krijgen studenten een training in het geven van feedback en het houden van peer review. In kwartiel 4 telt het cijfer voor peer review voor 25% mee in de individuele beoordeling, in jaar twee wordt het aandeel van peer review in de individuele beoordeling verhoogd naar 50 %. Voordat peer review van start kan gaan bepalen de studenten als groep zelf minimaal 6 criteria waarop ze zichzelf en elkaar gaan beoordelen. Deze criteria worden bij de start van de casus geformuleerd en vastgelegd in de notulen. Voor jaar 1 betekent dit dat halverwege kwartiel 4 er een proefbeoordeling plaats vindt. Aan het eind van kwartiel 4 vindt de uiteindelijke beoordeling plaats. De peer review procedure is als volgt: 1 De studenten vullen de criteria en namen van zichzelf en overige groepsleden in een tabel in. 2 Vervolgens beoordelen ze zichzelf en elkaar door een symbool (++, +, - of --). Daarnaast formuleren ze voor elke student argumenten waarop hun beoordeling gebaseerd is. Tevens formuleren ze een sterk punt en een leerpunt (verbeterpunt) voor iedere student Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

48 Beoordeling OGO in eerste en tweede studiejaar Stap 1 en 2 zijn thuisopdrachten, die voorafgaand aan de peer review sessie moeten zijn uitgevoerd. 3 De voorzitter verzamelt mondeling de beoordelingen van alle studenten, inclusief zijn eigen beoordeling (nog niet de beoordeling die de student zichzelf heeft gegeven) en noteert die in het overall schema op het whiteboard. 4 Vervolgens vraagt de voorzitter aan elke student wat hij/zij vindt van de beoordelingen die hij/zij zelf heeft gekregen. Is dit een verrassing? De student kan om verduidelijking en toelichting vragen indien gewenst. Belangrijk is dat de toelichting en verduidelijking concreet is, liefst met voorbeelden en dat die gebeurt volgens de regels van het geven van feedback. 5 Vervolgens vraagt de voorzitter welke beoordeling de student zichzelf heeft gegeven. Deze wordt vergeleken met die van de groep. Gelet wordt op opvallende verschillen. 6 Tenslotte formuleert de groep gezamenlijk leerpunten en sterke punten voor de student. Deze worden opgenomen in de notulen. 7 Hierna geven de studenten elkaar een cijfer, gebaseerd op de beoordeling die op het bord is geschreven ( ++, +, - of --). 8 Hierna wordt de tutor gevraagd de cijfers per student bekend te maken. De stappen 4 tot en met 6 worden voor alle studenten herhaald Eindbeoordeling OGO Hiervoor is al aangegeven dat aan het eind van elke casus een eindbeoordeling OGO plaatsvindt voor het al dan niet toekennen van het aantal EC van de betreffende casus. Bij het toekennen van de studiepunten voor OGO gelden de volgende twee regels: De collectieve en individuele component tellen allebei even zwaar mee; Om een voldoende te krijgen moet in ieder geval de individuele beoordeling voldoende zijn. Het berekenen van het eindcijfer OGO verloopt in de eerste 3 kwartielen van het 1 e jaar op de volgende manier: Voor bijvoorbeeld casus 4G020 in het 1 e jaar is het eindcijfer 4G020 = (groepscijfer 4G020 + individueel cijfer 4G020) : 2, Waarna afronding op geheel of halftallig Het berekenen van het eindcijfer OGO verloopt in kwartiel 4 van het 1 e jaar op de volgende manier: Voor bijvoorbeeld casus 4G028 in het 1 e jaar is het eindcijfer 4G028 = (groepscijfer 4G028+ 0,75 * tutorbeoordeling 4G028+ 0,25 * peer review beoordeling 4G028) : 2, Waarna afronding op geheel of halftallig Het berekenen van het eindcijfer OGO verloopt voor het 2 e jaar op de volgende manier: Voor bijvoorbeeld casus 4G035 in het 2 e jaar is het eindcijfer 4G035 = (groepscijfer 4G ,5 * tutorbeoordeling 4G035+ 0,5 * peer review beoordeling 4G035) : 2, Waarna afronding op geheel of halftallig Een cijfer 5,5 of hoger geldt als voldoende. Een cijfer 5,0 of lager als onvoldoende. Indien de individuele beoordeling en/of de eindbeoordeling niet voldoende is, ontvangt de student voor OGO een onvoldoende in de vorm van de lettercombinatie ON Herkansing mogelijkheden voor het OGO Indien voor een casus een onvoldoende wordt behaald heeft dat mogelijk consequenties voor het mogen deelnemen aan het OGO van het laatste kwartiel en aan het mogen deelnemen aan het OGO van het tweede jaar. Dit is omschreven in bijlage 1 bij artikel 1.2 van de Onderwijs en Examen Regeling (OER) van de Bacheloropleiding Werktuigbouwkunde. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

49 Beoordeling OGO in eerste en tweede studiejaar 10.6 Mogelijkheden voor het wegwerken van een OGO onvoldoende. Een onvoldoende voor een OGO-casus kan op verschillende manieren ontstaan zoals hiervoor al is aangegeven. De oorzaak kan gelegen zijn in ofwel de individuele component ofwel de collectieve component. Onvoldoende voor de individuele component. Bij een onvoldoende voor de individuele component gaat het om een enkele individuele student en zal de reden voor deze onvoldoende omschreven zijn in een korte verklaring van de tutor. Deze verklaring en een mondeling overleg tussen de tutor, jaarcoördinator en studieadviseur vormen de grondslag voor het vaststellen van de wijze waarop de student het onvoldoende functioneren kan herstellen. In grote lijn kan hierbij aan een van de volgende mogelijkheden worden gedacht: De oorzaak is gelegen in de persoonlijkheid van de betreffende student. Hij is misschien te verlegen, presenteert zich onvoldoende (zwijger) en heeft dientengevolge problemen met het functioneren in een groep. De eerste belangrijke stap is dat de student eerst zelf in eigen woorden zo goed mogelijk probeert te omschrijven waar volgens hem het probleem zit en daarover een onderhoud heeft met de studieadviseur/jaarcoördinator. Deze kunnen de student adviseren eens contact op te nemen met een deskundige op het gebied van groepsparticipatie (bijvoorbeeld van het STU) of kunnen samen met hem en de tutor een werkplan opstellen om in het eerstkomende kwartiel eens extra aandacht aan deze deficiëntie te schenken. Wanneer de student inhoudelijk een achterstand heeft gehad op zijn medestudenten waardoor zijn inbreng in de casus minimaal is geweest, kan er in overleg met de casuscoördinator besloten worden om de student een afsluitend tentamen of een aanvullende opdracht te geven waardoor de student kan aantonen voldoende van het inhoudelijke aspect te hebben geleerd. Bij afwezigheid zonder goede reden, is het niet mogelijk om de onvoldoende te herstellen. De student kan de casus het volgende studiejaar weer inhalen. Onvoldoende voor de collectieve component Dit kan betekenen dat de groep voor een casus een onvoldoende heeft gekregen van de betreffende casuscoördinator. De betreffende casuscoördinator bepaalt in dat geval of en op welk wijze hij een verbetering van het als onvoldoende beoordeelde werk wil toestaan. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

50 Hand-outs STU 11. Hand-outs STU Deze hand-outs heb je nodig bij de STU-trainingen vallende onder: Algemene Vaardigheden Zelfstudie en rapporteren Bij OGO leer je niet alleen via het actief deelnemen aan groepsdiscussies, maar ook via het individueel uitvoeren van zelfstudieopdrachten (ZSO). De zelfstudieopdrachten worden tijdens een OGO bijeenkomst geformuleerd. Na deze bijeenkomst voer je de zelfstudieopdrachten uit. De resultaten ervan rapporteer je tenslotte in de volgende bijeenkomst aan de overige groepsleden. Zelfstudie Bij het uitvoeren van de zelfstudieopdrachten zijn de volgende punten van belang: Zorg ervoor dat de zelfstudieopdrachten duidelijk en concreet zijn geformuleerd Raadpleeg de verschillende bronnen en zoek met behulp van zelfgeformuleerde trefwoorden Lees alleen die delen uit een bron, die antwoord geven op je zelfstudieopdracht. Laat je niet afleiden door andere informatie Maak aantekeningen en noteer ook waar de informatie vandaan komt Houd bij het uitwerken van de zelfstudieopdrachten steeds de samenhang met de casus in de gaten Rapporteren Om de rapportage zo efficiënt mogelijk te laten verlopen, zijn onderstaande aandachtspunten van belang: Voor de bijeenkomst: Formuleer in één zin welke informatie je hebt gevonden en welke bronnen je hebt geraadpleegd Maak een korte, heldere en zakelijke rapportage van je bevindingen en zet dit op Studyweb Tijdens de bijeenkomst: De rapportage van de zelfstudie gebeurt in twee rondes. Tijdens de eerste ronde vertellen alle groepsdeelnemers in één zin welke informatie ze hebben gevonden en welke bronnen ze hebben geraadpleegd. In de tweede ronde nodigt de voorzitter enkele groepsdeelnemers uit om hun zin toe te lichten. De andere studenten reageren hierop en geven eventueel aanvullingen Het is niet de bedoeling dat de aantekeningen worden voorgelezen. Beschouw de rapportage als een minipresentatie Geef in je eigen woorden weer wat je bevindingen zijn. Zorg voor een duidelijke structuur in je verhaal Richt je tijdens de rapportage tot de overige groepsleden en zorg voor oogcontact. Spreek helder en in een rustig tempo Luister goed naar de rapportages van de overige deelnemers Geef, als het jouw beurt is, enkel informatie die ontbrak tijdens voorgaande rapportages Na de rapportages volgt een bespreking van de resultaten: voldoen ze aan de vragen die in de zelfstudieopdrachten geformuleerd werden? De kritische beoordeling van de rapportage kan leiden tot een aanvullende opdracht of tot nieuwe zelfstudieopdrachten (ZSO) 11.2 Vergadertechnieken Rol van de voorzitter Voor de kwaliteit van het vergaderproces en de resultaten is het gunstig als een van de deelnemers belast is met het regelen van het verkeer in de vergadering. Deze deelnemer wordt dan de voorzitter genoemd. Zo hebben andere deelnemers hun handen vrij om inhoudelijk een bijdrage te leveren. De voorzitter is als eerste verantwoordelijk voor de efficiënte gang van zaken tijdens een vergadering. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

51 Hand-outs STU Een goede voorzitter moet goed kunnen communiceren, goed kunnen inschatten wat in zijn omgeving allemaal gebeurt en evenwichtig kunnen overkomen. De voorzitter kan een grote bijdrage leveren aan het effectief vergaderen. Voor de vergadering Agendapunten verzamelen en opstellen Vergaderruimte reserveren en zorgen dat de benodigde materialen aanwezig zijn. Vergaderstukken verzamelen (inclusief agenda en uitnodigingen) en opsturen naar de deelnemers aan de vergadering. Doel van de vergadering vaststellen om tevens na de vergadering te kunnen toetsen of het gestelde doel is bereikt. Agendapunten doornemen om te bekijken hoe je ze het beste kunt introduceren. Tijdens de vergadering Vergadering openen, doel van de vergadering vaststellen en de tijdsduur van de vergadering vaststellen. Inleiden en afsluiten agendapunten. Discussie leiden. Onderwerp en het doel bewaken. Tijdsduur agendapunten bewaken. Ervoor zorgen dat de deelnemers begrip voor elkaar en elkaars standpunten hebben. Spreekbeurten geven. Vergadersfeer bewaken. Vergaderklimaat bevorderen. Vergadering afsluiten. Na de vergadering Ervoor zorgen dat de notulen tijdig gereed zijn en tijdig worden verstuurd naar de deelnemers, zodat zij zich grondig kunnen voorbereiden. Evalueer de vergadering. Is de vergadering effectief verlopen. Evalueer jezelf als voorzitter zijnde. Hoe kan ik de volgende keer een vergadering nog beter leiden. Rol van de deelnemers Het is belangrijk dat alle deelnemers goed voorbereid en actief aan een vergadering deelnemen. Zo kom je immers het snelst tot besluiten en loopt de vergadering het beste. Er zijn verschillende manieren waarop een deelnemer kan bijdragen aan een effectieve vergadering. Voor de vergadering Agenda en notulen moeten voor de vergadering goed bestudeerd zijn. Eventuele vragen en discussiepunten voor jezelf noteren. Zorg dat je in een vergadering niet voor verrassingen komt te staan. Als je vragen hebt over een agendapunt zorg dan ook dat je hier voor de vergadering antwoord op krijgt. Aanvullende agendapunten tijdig aan de voorzitter doorgeven, zodat deze de agendapunten kan behandelen bij het agendapunt wat verder ter tafel komt. Stel je vergaderdoel vast. Stel vast wat je inbreng in de vergadering is. Mocht je verhinderd zijn, meld je dan tijdig af bij de voorzitter. Zorg dat je goed voorbereid bent op eventuele voorstellen die je wilt doen. Verzamel de nodige achtergrond informatie Neem contact op met eventuele voorstanders Zorg dat je kunt reageren op eventuele tegenargumenten Eventueel je voorstel inclusief benodigde informatie toesturen aan de andere deelnemers aan de vergadering, zodat zij zich goed kunnen voorbereiden. Noteer tenslotte de losse mededelingen die je wilt doen. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

52 Hand-outs STU Tijdens de vergadering Zorg dat je altijd op tijd bent Maak aantekeningen tijdens de vergadering Stel vragen als je iets niet begrijpt. Luister goed naar de meningen van andere deelnemers. Als je zelf aan de beurt bent om te spreken, zorg dan dat je verhaal kort en bondig is. Na de vergadering Zorg dat je eventuele afspraken nakomt. Notuleren Notulen kunnen worden gemaakt voor de deelnemers aan de vergadering of voor eventuele andere betrokkenen. De notulist heeft een zware taak: hij/zij wordt geacht goed te luisteren naar datgene wat iedereen naar voren brengt en dat op papier te zetten. Wanneer je notuleert is het goed je van tevoren af te vragen wie de deelnemers aan de vergadering zijn, wat het doel is van de vergadering en wat de functie is van de notulen. Afhankelijk daarvan kun je kiezen voor verschillende vormen van notuleren: Een lijst met besluiten: een korte weergave van uitsluitend de besluiten die zijn genomen. Een lijst met actiepunten: wat moet er gedaan worden, door wie en wanneer? Een verslag met de meest essentiële punten per onderwerp: per onderwerp wordt de belangrijkste informatie vermeld. Een dergelijk verslag geeft vaak het meest duidelijke beeld in de kortste tijd. Een verslag met de meest essentiële punten per deelnemer: wie zei wat gedurende de vergadering? Een dergelijke verslaglegging wordt soms gebruikt wanneer uitgebreide discussie plaatsvindt over een bepaald onderwerp en het voor ieder van belang is wat de opinie is van de afzonderlijke deelnemers aan de vergadering. Een letterlijk verslag: zoals bijvoorbeeld in de Tweede Kamer of bij een rechtbank wordt gebruikt. Goede notulen voldoen aan de volgende kenmerken: Ze zijn goed gestructureerd Ze zijn compleet: dat betekent ook: vermelden om welke vergadering het gaat, de datum van de vergadering, de aan- en afwezigen Ze zijn kort Ze zijn objectief: dus geen eigen mening Er worden woorden gebruikt die slechts op één manier kunnen worden geïnterpreteerd. Ze zijn correct, zonder spelfouten De agenda van een vergadering Een basisingrediënt voor een effectieve vergadering is de agenda. Het is belangrijk dat iedereen weet wat hij/zij kan verwachten voordat een vergadering begint. Als alle deelnemers aan de vergadering op tijd een agenda ontvangen, dan heeft iedereen de mogelijkheid zich voor te bereiden. Een agenda geeft de deelnemers aan de vergadering de mogelijkheid zich een beeld te vormen, informatie te verzamelen, kortom: zich zodanig voor te bereiden dat hij/zij een zinvolle bijdrage kan leveren aan de vergadering. Het resultaat: kortere en meer effectieve vergaderingen. Een agenda ziet er meestal als volgt uit: 1. Opening 2. Definitief vaststellen van de agenda 3. Bespreken van de notulen van de vorige vergadering 4. Ingekomen stukken 5. Mededelingen 6. De diverse onderwerpen die tijdens de vergadering aan bod komen 7. Wat verder ter tafel komt 8. Rondvraag 9. Sluiting Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

53 Hand-outs STU Kenmerken van een goede agenda: De onderwerpen zijn in logische volgorde gerangschikt. Per onderwerp wordt een tijdsduur aangegeven Alle onderwerpen worden duidelijk toegelicht (eventueel wordt achtergrondinformatie bijgevoegd) Het doel van de bespreking van een onderwerp (discussie, besluitvorming) De agenda wordt minstens een dag (liefst 2 of 3 dagen) van tevoren uitgereikt zodat deelnemers aan de vergadering zich kunnen voorbereiden. Agendapunten waarvoor een heldere geest en frisse ideeën nodig zijn worden boven aan de agenda geplaatst. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

54 Hand-outs STU Evaluatieformulier vergadering (gebruiken na afloop van een vergadering) Zet een kruisje in de juiste kolom: 1 Voorzitter heeft voor de vergadering agendapunten verzameld en een agenda opgesteld 2 Deelnemers hebben de stukken voor aanvang van de vergadering doorgenomen 3 Iedereen was op tijd 4 Voorzitter was ruim voor aanvang van de vergadering aanwezig 5 Stukken tijdig verspreid 6 Iedereen heeft de juiste stukken bij zich 7 Het doel van de vergadering is vastgesteld 8 Er is een voorzitter aangesteld 9 Er is een notulist aangesteld 10 Er is een agenda aanwezig 11 De agendapunten zijn duidelijk toegelicht en in een logische volgorde gezet 12 Er zijn afspraken gemaakt over het verloop van de vergadering (bijv tijdsduur per agendapunt) 13 Er zijn afspraken gemaakt met de notulist over de vorm en inhoud van de notulen 14 De indeling van de ruimte is bevorderlijk voor discussie 15 Er zijn visuele hulpmiddelen aanwezig en operationeel 16 De voorzitter maakt zelf aantekeningen voor persoonlijk gebruik ja nee 17 De agendapunten worden door de voorzitter ingeleid 18 De agendapunten worden door de voorzitter samengevat en afgesloten 19 Wanneer er afgeweken wordt van het onderwerp, brengt de voorzitter de vergadering weer bij het onderwerp 20 Elke aanwezige levert een bijdrage 21 Was er sprake van persoonlijke vetes? 22 De datum voor de volgende bijeenkomst is vastgelegd 23 Was het de moeite waard? Opmerkingen: Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

55 Hand-outs STU 11.3 Verslag Deze hand-out hoort bij de training Verslagvaardigheden bij OGO in jaar 1, kwartiel 2. In deze training wordt vooral aandacht besteed aan de inhoud van het verslag, met andere woorden: hoe schrijf je een goed leesbaar en overtuigend verslag? De exacte vormgeving (lettergrootte, aantal woorden enz.) komt later. Op dit moment is het voldoende om je tijdens het schrijven van een verslag het volgende te realiseren: is de opbouw en structuur van het verslag logisch en goed te volgen voor een deskundige buitenstaander? technische details hoeven niet uitgelegd te worden, maar wel de casus zelf en vooral de gekozen probleemstelling: waarom is deze probleemstelling relevant en interessant voor een W-casus? zorg ervoor dat de lezer overtuigd wordt door jullie argumenten en geboeid blijft verder lezen. Algemene tips: Hieronder volgen enkele algemene tips: maak een logisch te volgen betoog, geen chronologisch verslag van jullie werkzaamheden; schrijf beknopt en zakelijk; gebruik zoveel mogelijk eigen woorden, schrijf nooit stukken over. Onderdelen Zorg in elk geval voor: inhoudsopgave, inleiding, hoofdtekst (eventueel onderverdeeld in hoofdstukken of paragrafen), afsluitend hoofdstuk, literatuurlijst en eventueel bijlagen. Soms is er ook een samenvatting gewenst bij een verslag. Dit komt later in het OGO aan bod. Inleiding Deze bevat in elk geval: de probleemstelling; de doelstelling; de opbouw van de rest van het verslag. Schrijf dit als een trechter: van algemeen naar specifiek. Zuig de lezer naar binnen! Neem in het begin wat achtergrondinformatie op en geef vooral het belang van het probleem aan. Na afloop van de inleiding weet de lezer wat de probleemstelling is ( wat ), wat deze met de casus te maken heeft ( waarom ), wat jullie precies gaan onderzoeken of ontwerpen en hoe jullie dat gaan aanpakken ( hoe ). Zorg ervoor dat het afsluitende hoofdstuk goed aansluit op deze inleiding. Hoofdtekst De vorm is (nog) niet zo belangrijk (niet per se Theorie, Experiment, of een ander soort standaardindeling), als het maar een logisch lopend verhaal is. De lezer wordt aan de hand van duidelijke argumenten door het betoog heen geleid en is na afloop overtuigd van jullie vakkennis en de correctheid van jullie conclusies. Neem alles op in de hoofdtekst wat nodig is om het verhaal te volgen: bijlagen moeten ongelezen kunnen blijven! Figuren, tabellen en formules Gebruik figuren en tabellen ter ondersteuning van het verhaal. Bedenk steeds goed waarom je een tabel of figuur in de tekst wil plaatsen en wat je ermee wil zeggen. Verwijs in de tekst naar de figuren/tabellen en zorg dat elke figuur en tabel wordt voorzien van een duidelijke en volledige titel (nummer en omschrijving). Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

56 Hand-outs STU Afsluitend hoofdstuk Dit is de plek om terug te komen op de inleiding. Bediscussieer de resultaten en trek eventueel conclusies, in relatie tot de probleemstelling. Hier kunnen ook aanbevelingen staan voor verder onderzoek. Literatuurlijst Bedenk wat het doel is van deze lijst: het is niet alleen een verzameling boeken etc. die jullie bekeken hebben. Deze lijst staat er voor de lezer om te gebruiken en voor jullie om de lezer te overtuigen dat jullie degelijke argumenten uit de literatuur gehaald hebben. Zorg er dus voor dat de lezer weet waar de literatuur gebruikt is in het verslag (referenties in de tekst) en dat er voldoende gegevens staan om de literatuur terug te vinden (hoofdstukken, paragrafen, pagina s). Ook hier is de vorm minder belangrijk; dit komt later aan bod. Bijlagen Hier kunnen zaken in die erg uitgebreid zijn en die niet essentieel zijn voor het lezen van de tekst, bijvoorbeeld uitgebreide experimentele resultaten en berekeningen. Je kunt in de hoofdtekst wel een voorbeeld geven van een berekening, de rest kan dan weer in de bijlage. Bedenk dat de lezer de bijlagen moet kunnen overslaan om toch het verhaal te kunnen volgen. Verwijs in de tekst wel naar de bijlagen, anders zijn ze kennelijk helemaal niet nodig. Opdrachten Beoordeel één van jullie eigen verslagen van een voorgaande casus aan de hand van de volgende vragen: 1. Bevat de inleiding alle nodige elementen? Krijg je zin om het verslag te gaan lezen? 2. Is de hoofdtekst logisch te volgen? 3. Word je overtuigd van de vakkennis van de schrijvers? 4. Past de afsluiting (conclusie/discussie) goed bij de inleiding? 5. Worden figuren en tabellen op de juiste manier gebruikt? (zie hand-out) 6. Wordt de literatuurlijst op de juiste manier gebruikt: a) weet je waar de literatuur gebruikt is in het verslag? b) zijn voldoende gegevens vermeld om de gegevens in de gebruikte literatuur op te kunnen zoeken? 7. Is er op de juiste manier gebruik gemaakt van de bijlagen? 8. Is de lay-out overzichtelijk en ondersteunend voor het verhaal? 11.4 Presentatietechnieken Zowel tijdens je studie alsook in het toekomstige werkveld zul je regelmatig benaderd worden voor het geven van een presentatie. Onderzoek leert dat ingenieurs gemiddeld één keer per 3 weken een presentatie houden. Een presentatie geeft je de mogelijkheid om je persoonlijke visie m.b.t. een bepaald onderwerp naar voren te brengen. Het voordeel om dit persoonlijk te doen en niet in de vorm van een verslag of rapport, is dat je onmiddellijk de reacties van je publiek kunt peilen en een discussie op gang kunt brengen. In deze hand-out worden de belangrijkste aspecten m.b.t. presenteren op een rijtje gezet. Naast aandacht voor voorbereiding en uitvoering van de presentatie gaan we in op het gebruik van middelen en het beantwoorden van vragen. Het belangrijkste is echter om veel te oefenen! Presenteren is een vaardigheid en voor vaardigheden geldt: oefening baart kunst! Voorbereiding Voor een goede presentatie is een stevige voorbereiding onontbeerlijk. Een goed vertrekpunt is het volgende stappenplan: 1. Vaststellen van het doel: wat wil je bereiken met je presentatie? Wil je anderen informeren, overtuigen, activeren, motiveren of wellicht amuseren? 2. Analyse van het publiek: uit welke personen bestaat je publiek? Zijn het mensen uit jouw vakgebied of juist niet? Wat is de relatie tussen jou en je publiek? Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

57 Hand-outs STU 3. Vaststellen van de boodschap: wat wil je vertellen? Welke onderwerpen wil je aan bod laten komen? 4. Checken van organisatorische aspecten: hoeveel tijd is er beschikbaar voor jouw presentatie? Ben je de enige presentator of één van de velen? Welke hulpmiddelen zijn er voorhanden? Als deze 4 stappen helder zijn kun je overgaan naar de volgende stap: Verzamel zoveel mogelijk informatie over het onderwerp: Noteer allereerst wat je zelf al weet van het onderwerp. Zoek verder niet alleen globale informatie maar ook meer specifieke zoals voorbeelden, definities en statistische gegevens. beoordeel de informatie: sluit deze aan bij het publiek, weet je er voldoende van om de informatie over te dragen? selecteer de informatie: wat ga je vertellen? Wanneer je duidelijk hebt wat je wilt gaan vertellen (en ook: wat je niet gaat vertellen) kun je je bezig gaan houden met: 5. Het formuleren van de boodschap: een presentatie bestaat uit 3 delen: een inleiding, een kern en een slot. Het gemakkelijkste is om te beginnen met: Het formuleren van de kern. Dit is je eigenlijke verhaal. Zorg dat alle geselecteerde informatie aan bod komt in een (voor je publiek) logische volgorde, bijvoorbeeld een thematische of geografische volgorde. Formuleer dan je inleiding. In je inleiding heet je het publiek welkom en stel je jezelf voor. Vervolgens is het zaak de aandacht van je publiek te vangen. Je kunt dit doen door bijvoorbeeld een stelling te poneren, een vraag te stellen of een anekdote te vertellen. Zorg wel dat je opening aansluit bij je verhaal en bij jou. Geef in je inleiding ook aan wat je gaat vertellen, hoe lang je presentatie gaat duren en of je tussentijds vragen wilt beantwoorden. Dit geeft duidelijkheid aan je publiek. Formuleer een slot. In het afsluitende gedeelte blik je terug op het voorafgaande. Geef een samenvatting van je verhaal en trek zo mogelijk een conclusie. Het is heel fraai als je in je afsluiting een link kunt leggen naar je inleiding. Zorg vooral dat de afsluiting krachtig is, zodat jouw presentatie je publiek bijblijft. Stel jezelf vervolgens de vragen: Is de doelstelling helder?, Sluit mijn taalgebruik aan bij het publiek? Zijn de gebruikte voorbeelden helder en relevant?, Is mijn conclusie duidelijk en vormt ze een antwoord op de vraag uit de inleiding? Pas eventueel de inhoud van je verhaal aan. 6. Verzamel vervolgens de visuele hulpmiddelen die je nodig hebt om je presentatie te ondersteunen. Je kunt hierbij denken aan sheets (overheadprojector), digitale hulpmiddelen (met name MS PowerPoint), een whiteboard of flapover. Let erop dat deze hulpmiddelen bedoeld zijn om jouw presentatie te ondersteunen en niet om jou te vervangen.(!) Sheets en digitale hulpmiddelen worden momenteel het meest gebruikt. Wanneer je gebruik gaat maken van deze hulpmiddelen, houd dan bij de voorbereiding de volgende richtlijnen in de gaten: De tekst op een sheet moet kort zijn (richtlijn: niet meer dan 7 regels en per regel niet meer dan 7 woorden); gebruik dus alleen puntsgewijs korte formuleringen of steekwoorden. Sheets moeten goed leesbaar zijn. Goed leesbaar betekent voor een kleine zaal een printletter van grootte 26 en voor een grote zaal een printletter van grootte 34. Zorg voor eenheid in opmaak en lettergrootte. Gebruik niet teveel sheets. Als vuistregel geldt: 1 sheet per 2 à 3 minuten. Maak bij voorkeur gebruik van een lichte achtergrond met donkere letters. Verder zijn hoekige lettertypes, zoals Arial (schreefloze), beter zichtbaar dan afgeronde lettertypes, zoals Times New Roman (letters met schreef). Binnen de TUE wordt gewerkt met TUE Scala en Meta. Gebruik niet teveel hulpmiddelen tegelijkertijd en wees niet te creatief. Dat leidt de aandacht van je publiek af. Zorg er altijd voor dat je een back-up hebt van je gegevens zodat, wanneer plotseling de apparatuur uitvalt, je niet met lege handen staat. Verzeker je er van dat de apparatuur die je wilt gebruiken aanwezig is en ook werkt! Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

58 Hand-outs STU Als dat mogelijk is, ga dan van tevoren kijken hoe de ruimte waar je de presentatie zal houden eruit ziet. (hoeveel mensen kunnen erin, hoe is de ruimte ingedeeld, is er een bord of een overheadprojector aanwezig) 7. Maak een spreekschema. Een dergelijk schema kan je ondersteuning bieden bij het uitvoeren van je presentatie. Hoe uitgebreid je jouw spreekschema maakt is heel persoonlijk. Je kunt bijvoorbeeld: de inleiding noteren zodat je tijdens de start van je presentatie wat houvast hebt de kern van je verhaal in trefwoorden aangeven het slot vermelden de overgangen noteren tussen de verschillende onderdelen van jouw presentatie details noteren zoals formules en jaartallen aantekeningen maken over wanneer je welke hulpmiddelen gebruikt tijdens je presentatie. 8. Oefen je presentatie. Neem er de tijd voor en oefen liefst met publiek erbij. (huisgenoten, familieleden) Spreek in ieder geval de tekst een keer hardop uit en let erop hoelang je presentatie duurt. Afhankelijk van de tijd die beschikbaar is voor je presentatie zul je soms passages moeten schrappen of juist extra informatie moeten toevoegen. Oefen vervolgens de presentatie nogmaals, maar dan met gebruik van alle hulpmiddelen. Besteed extra aandacht aan lastige en belangrijke passages. Let ook op je stemvolume, articulatie en intonatie. Gebruik korte en bondige zinnen. Denk ook na over eventuele vragen die zouden kunnen rijzen naar aanleiding van jouw verhaal en het antwoord dat je op deze vragen kunt geven. Uitvoering De voorbereiding is nu klaar. Heb je de voorgaande 9 stappen doorlopen, dan heb je een solide basis gelegd en kun je je gaan concentreren op uitvoeringsaspecten. Daarbij valt te denken aan persoonlijke presentatie, omgaan met spanning en beantwoorden van vragen. Persoonlijke presentatie Zeker zo belangrijk als de inhoud van je boodschap is de wijze waarop deze op je publiek overkomt. Besteed hieraan, ook in je voorbereiding, voldoende aandacht. In het algemeen geldt: hoe natuurlijker je overkomt tijdens de presentatie, hoe beter het is. Houd oogcontact met je het publiek en probeer met je blik de hele zaal te bestrijken. Plaats je benen stevig op de grond, dat maakt een stabiele indruk. Ondersteunende handgebaren verlevendigen je presentatie. Spreek voldoende luid en zorg voor variatie in toonhoogte van je stem. Stem je kleding af op de gelegenheid. Wanneer je gebruik maakt van sheets of digitale hulpmiddelen, ga dan zo staan dat je publiek de informatie goed kan zien, dat je gemakkelijk tekst kunt aanwijzen op je scherm en bovendien oogcontact met je publiek houdt. Oogcontact houden is ook belangrijk wanneer je tijdens je presentatie aanvullende informatie op een bord of flap-over noteert. Scherm tekst, die je nog niet nodig hebt, af of maak gebruik van verschillende sheets die je over elkaar heen legt zodat je langzamerhand je afbeelding of tekst completeert. Maak je tijdens je presentatie op een bepaald moment geen gebruik meer van de apparatuur, zet die dan uit zodat je publiek niet wordt afgeleid. Omgaan met spanning Veel mensen voelen zich gespannen voordat zij hun presentatie gaan geven. Sommigen hebben deze spanning nodig om optimaal te kunnen presteren, anderen ervaren het als last(ig). Behoor je tot de laatste categorie mensen, zorg dan in ieder geval dat je goed bent voorbereid. Des te geruster kun je naar je presentatie toegaan. Zorg bovendien dat je op tijd aanwezig bent in de ruimte waar je je presentatie gaat houden, zodat je jezelf vertrouwd kunt maken met de zaal en met het publiek. Wanneer er onverhoopt iets misgaat tijdens je presentatie, realiseer je dan dat dit niet altijd zichtbaar hoeft te zijn voor je publiek. Probeer fouten die je maakt te zien als leerpunten voor eventuele volgende presentaties. Besef dat jij de expert bent, jij bent tenslotte de enige die weet wat je eigenlijk wil gaan vertellen! Vragen Tijdens jouw presentatie kunnen er bij het publiek vragen rijzen naar aanleiding van datgene wat je vertelt. Dit hoeft niet te betekenen dat zaken onduidelijk zijn maar is vaak een signaal dat jouw presentatie interessant is en de nieuwsgierigheid prikkelt. Wanneer je het niet op prijs stelt tussentijds Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

59 Hand-outs STU door vragen te worden onderbroken, geef dit dan aan het begin van je presentatie aan. Aan het einde van jouw presentatie kun je vervolgens tijd inruimen voor het beantwoorden van vragen. Wanneer een vraag wordt gesteld, luister dan aandachtig en maak eventueel aantekeningen. Herhaal zonodig de vraag zodat de hele zaal hoort wat de vraag is. Bovendien kun je op die manier controleren of je de vraag goed begrepen hebt. Richt je bij het beantwoorden van de vraag niet alleen op de vraagsteller maar tot het gehele publiek zodat iedereen zich aangesproken voelt. Vraag aan het eind van de beantwoording aan de vraagsteller of de vraag beantwoord is. Als je een antwoord niet weet, geef dit dan aan. Eventueel kun je aanbieden aan de vraagsteller om één en ander na te zoeken en er bij de vraagsteller op terug te komen. Evaluatie Bedenk na elke presentatie die je verzorgt wat er goed ging en wat er voor een volgende presentatie verbeterd of veranderd moet worden. Je kunt bijgevoegd evaluatieformulier gebruiken als hulpmiddel hierbij. Vraag ook vooral bij je toehoorders na wat ze van jouw presentatie vonden. Maak gebruik van hun tips en suggesties om een volgende presentatie nog beter te maken. De studentenadviseurs van STU bieden je de mogelijkheid om je presentatie te oefenen, eventueel met gebruikmaking van video-opnamen. Heb je hierin interesse, neem dan contact met ons op. Literatuurtips: Presenteren in 30 min., P. Forsyth, uitg C.S. Krikke, ISBN: Beter presenteren/druk 1, K.J. Klijnsma, uitg. Teleac/NOT, ISBN: Effectief presenteren, F. van der Horst, uitg. H. Nelissen, ISBN: Drieluik mondelinge communicatie, I. Doeltreffend spreken, presenteren en instrueren, onder red. Van C.J.J. Korswagen, uitg. Bohn Stafleu Van Loghum, ISBN: X Engelstalig How to speak like a pro, Leon Fletcher, uitg. Ballantine Books, ISBN: Feedback Als we medegroepsleden iets willen zeggen over hun gedrag, dan noemen we dit feedback. Feedback geven en ontvangen tijdens de evaluatie in een OGO-groep kan ertoe bijdragen dat de groepsleden zich er meer van bewust worden hoe ze zich gedragen en welk effect dit heeft op andere groepsleden en de onderlinge samenwerking. Feedback geven is echter niet altijd even gemakkelijk. De mate waarin feedback wordt gegeven en de effectiviteit ervan worden onder andere sterk bepaald door de sfeer van vertrouwen in de OGO-groep en door de onderlinge openheid tussen de groepsleden. Effectieve feedback, dat wil zeggen feedback die de ander begrijpt, accepteert en mogelijkerwijs wil gebruiken om zijn gedrag te veranderen, kan pas plaatsvinden als feedbackgever en -ontvanger proberen elkaars gedrag enigszins te begrijpen en kunnen overzien wat de gevolgen van dat gedrag kunnen zijn voor de groepsleden en het groepsproces. Tevens houdt het in dat iemand in staat en bereid moet zijn kritiek te leveren en te krijgen. Tenslotte houdt effectieve feedback in, dat iemand in staat moet zijn mededelingen op een constructieve manier te geven en te ontvangen. Bij het geven van feedback moet ernaar gestreefd worden de mededelingen beschrijvend, specifiek en bruikbaar te formuleren. Beschrijvend betekent dat de kritiek niet veroordelend, interpreterend of belerend is. Specifiek houdt het in dat het geen zin heeft een globale kenschets van een groepslid te geven. Tegen iemand zeggen dat hij dominant is, helpt niet zoveel. De feedback die gegeven wordt, moet ook bruikbaar zijn voor de ander. Het noemen van positieve punten in het gedrag kan de bruikbaarheid vergroten. Een constructieve benadering van feedback houdt in dat je je niet meteen gaat verdedigen en gaat argumenteren waarom je gedrag zo noodzakelijk was. Probeer open te staan voor de mededelingen van je groepsleden en luister naar hun reacties op je gedrag. Probeer zonodig het gedrag te veranderen. Wanneer je zo met feedback omgaat, kan dit bijdragen aan een beter persoonlijk functioneren in een OGO-groep en de onderlinge samenwerking bevorderen. Regels voor het geven van feedback: Geef een beschrijving van het gedrag in neutrale termen (niet moraliserend of veroordelend). Praat over concrete gebeurtenissen en concreet gedrag. Praat over recente voorvallen. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

60 Hand-outs STU Praat vanuit jezelf en je eigen waarneming. Geef aan wat het effect is van het gedrag van de ander op jou. Geef suggesties voor verandering. Geef ruimte voor reacties. Geef niet alleen negatieve maar ook positieve feedback. Regels voor het ontvangen van feedback: Beschouw feedback als een geschenk, als een teken dat een ander je de moeite waard vindt. Vat feedback op als een mogelijkheid om bij te sturen of de samenwerking met anderen te verhelderen. Ga na of je de kern van de feedback goed begrepen hebt: luister goed en stel vragen Peer review De tutor is de voornaamste beoordelaar: hij houdt van iedereen het gedrag in de groep bij en evalueert dit aan het eind van elke groepsbijeenkomst. Uiteraard gaat dit in de vorm van een discussie: als de tutor het verkeerd ziet, laat het hem/haar dan weten! Bedenk wel dat de tutor alleen kan beoordelen wat er tijdens de groepsbijeenkomsten gebeurt, tenzij andere informatie gegeven wordt door de groepsleden. Tussentijdse beoordeling Om studenten de kans te geven hun functioneren te verbeteren, geeft de tutor ook tussentijds een beoordeling. Die telt niet mee, maar is bedoeld als terugkoppeling op het functioneren tot dan toe. Het is wel een goede indicatie voor het uiteindelijke individuele cijfer. Deze tussentijdse beoordeling gebeurt halverwege het kwartiel. Als blijkt dat een student tot dan toe onvoldoende heeft gepresteerd in de OGO-groep, maakt de tutor concrete afspraken over wat de student in kwestie moet doen, om toch nog uit te komen op een voldoende. Ook de OGO-groep zelf dient ervoor te zorgen dat iedere deelnemer een redelijk gelijkwaardige bijdrage levert. Daarnaast kan de tutor de hulp inroepen van de studieadviseur, die studenten kan verwijzen naar specifieke trainingen. Eindbeoordeling Aan het einde van een casus geeft de tutor een cijfer als individuele beoordeling en zorgt voor een rapportje met daarin op- of aanmerkingen per persoon en mogelijke verbeterpunten. Uiteindelijk is het de bedoeling (in het 3 e jaar) dat de studenten zonder tutor aan projecten kunnen werken. Verder zijn groepsleden vaak veel beter in staat om elkaar te beoordelen dan een tutor (die alleen bij de groepsbijeenkomsten is). Daarom voeren we aan het einde van het 1 e jaar het peer review in: de studenten bepalen (deels) elkaars individuele beoordeling. Dit moet op een eerlijke, zakelijke en gefundeerde manier gebeuren. Vandaar dat het cijfer van de tutor nog een aantal casussen het zwaarste blijft wegen. Maar, aan het einde van het 2 e jaar bepalen de studenten voornamelijk zelf het individuele cijfer van hun groepsgenoten. Voordat peer review van start kan gaan bepalen de studenten als groep zelf minimaal 6 criteria waarop ze zichzelf en elkaar gaan beoordelen. Deze criteria worden bij de start van de casus geformuleerd en vastgelegd in de notulen. Halverwege het 4 e kwartiel vindt er een proefbeoordeling plaats. Aan het eind van het 4e kwartiel vindt de uiteindelijke beoordeling plaats. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

61 Hand-outs STU De peer review procedure is als volgt: 1. De studenten vullen de criteria en namen van zichzelf en overige groepsleden in een tabel in. 2. Vervolgens beoordelen ze zichzelf en elkaar door een symbool (++, +, - of --). Daarnaast formuleren ze voor elke student argumenten waarop hun beoordeling gebaseerd is. Tevens formuleren ze een sterk punt en een leerpunt (verbeterpunt) voor iedere student. Stap 1 en 2 zijn thuisopdrachten, die voorafgaand aan de peer review sessie moeten zijn uitgevoerd. 3. De voorzitter verzamelt mondeling de beoordelingen van alle studenten, inclusief zijn eigen beoordeling (nog niet de beoordeling die de student zichzelf heeft gegeven) en noteert die in het overall schema op het whiteboard. 4. Vervolgens vraagt de voorzitter aan elke student wat hij/zij vindt van de beoordelingen die hij/zij zelf heeft gekregen. Is dit een verrassing? De student kan om verduidelijking en toelichting vragen indien gewenst. Belangrijk is dat de toelichting en verduidelijking concreet is, liefst met voorbeelden en dat die gebeurt volgens de regels van het geven van feedback. 5. Vervolgens vraagt de voorzitter welke beoordeling de student zichzelf heeft gegeven. Deze wordt vergeleken met die van de groep. Gelet wordt op opvallende verschillen. 6. Tenslotte formuleert de groep gezamenlijk leerpunten en sterke punten voor de student. Deze worden opgenomen in de notulen. 7. Hierna geven de studenten elkaar een cijfer, gebaseerd op de beoordeling die op het bord is geschreven ( ++, +, - of --). 8. Hierna wordt de tutor gevraagd de cijfers per student bekend te maken. 9. De cijfers van de studenten en tutor worden vervolgens gewogen. In het 4e kwartiel van het 1e jaar is de verhouding student : tutor = 1 : 3, dus 25% en 75%. In het tweede jaar is de verhouding bij student : tutor = 1 : 1, dus 50% : 50% bij Werktuigbouwkunde. De stappen 4 tot en met 6 worden voor alle studenten herhaald. Bijlage: Schema en instructie Peer Review Instructie: 1. In het schema op de volgende pagina kun je een oordeel geven over een aantal aspecten van het functioneren van jezelf en je medegroepsleden in het afgelopen OGO-kwartiel. 2. Besluit met de groep op welke criteria je jezelf en elkaar wilt beoordelen. Kies er ongeveer zes. Vul deze in het schema in. 3. Vul de namen van je groepsleden in en begin hierbij bij jezelf. 4. Beoordeel jezelf en je groepsgenoten op alle afgesproken criteria. Je moet dat doen door een van onderstaande symbolen in te vullen: ++ goed + voldoende - onvoldoende -- slecht Doe dit individueel en zonder te overleggen. Indien je een onvoldoende geeft op een bepaald criterium, zorg er dan voor dat je argumenten en concrete voorbeelden hebt om je beoordeling te ondersteunen. Ook de positieve beoordelingen moet je kunnen toelichten met een voorbeeld. 5. Begin altijd met jezelf en vul altijd wat in. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

62 Hand-outs STU Formulier Peer Review Namen: Kenmerken: Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

63 Studiecoaching en portfolio 12. Studiecoaching en portfolio 12.1 Individuele en groepsbegeleiding door studiecoach Er zijn een aantal factoren die invloed hebben op de studievoortgang: Motivatie Door een onvoldoend gefundeerde studiekeuze blijkt het erg moeilijk de overschakeling te maken van het geregelde leven op het VWO naar het zelfstandige leven in het WO waar veel meer van de student geëist wordt. Een nieuwe omgeving, nieuwe mensen en een veel hoger niveau en tempo in het onderwijs. Wie snel genoeg tot de conclusie komt, dat de TU/e-W niet bij hem/haar past, heeft nog mogelijkheden genoeg om bijtijds om te schakelen en kan daarvoor rekenen op steun vanuit de begeleiding. Wie de zaken op zijn beloop laat en geen beslissingen neemt zal mogelijk met een verloren jaar geconfronteerd worden. Dit heeft natuurlijk invloed op de studiebeurs. Studievaardigheden Een aantal elementaire studievaardigheden, die men van een geslaagd VWO-er mag verwachten, zijn onvoldoende ontwikkeld of ontbreken zelfs. Zelfstandig kunnen werken, plannen, aantekeningen maken en uitwerken etc. blijkt erg moeilijk. Onderschatten van het tempo Eerstejaars hebben vaak het gevoel, op een al rijdende trein te moeten springen, gezien het tempo van de vakken en de hoeveelheid werk dat voortvloeit uit OGO en trainingen. Voor dat dit goed en wel duidelijk is geworden, blijkt de achterstand haast onoverbrugbaar en vooral de mentale dreun door die constatering komt erg hard aan. Met als gevolg afhaken en opgeven! Opstapelen van vertragingen Zakken voor vakken in het eerste semester leidt vaak tot grote problemen in het vervolg van het eerste jaar. De achterstand die in de eerste weken wordt opgelopen, werkt erg lang door omdat die ingelopen moet worden in een vol programma en dus forse extra inspanningen vereist, naast het werk dat nominaal verzet moet worden. Wat kan je als eerstejaars student Werktuigbouwkunde verwachten van de faculteit om jou een goede start te geven in het eerste studiejaar? Je krijgt een studiecoach die je actief zal begeleiden. Hij of zij zal je helpen door als klankbord op te treden, op het juiste moment de juiste vragen te stellen en je wanneer nodig een spiegel voor te houden. Om de coach wat gereedschappen te geven voor die begeleiding, wordt de student gevraagd een persoonlijk portfolio aan te leggen, waarvoor hij/zij de studiecoach leesrechten geeft. Allereerst wordt daarin een kort Curriculum Vitae geplaatst, waarmee de student wat achtergrondinformatie verschaft over zijn/haar vooropleiding, motivatie voor de opleiding en hobby s. Op enkele momenten in het jaar wordt door de student een zogeheten reflectieverslag aangeleverd. Dat dient als leidraad voor een individueel gesprek tussen de coach en de student. Met als doel na te denken over de gang van zaken tot dan toe en zonodig samen te komen tot een plan voor optimalisering van de studie. Dat kan betrekking hebben op het bestuderen van vakken en het halen van de tentamens. Of het functioneren in de OGO-groep, het verbeteren van de communicatieve vaardigheden, of de inzet voor zelfstudie opdrachten. Verder kan de persoonlijke situatie van de student ter sprake komen, voor zover die van invloed is op zijn/haar studiehouding. Rendement Gericht Onderwijs. In kwartiel 1 zijn een aantal bijeenkomsten ingeroosterd met de naam RGO: Rendement Gericht Onderwijs. Daarin worden studievaardigheden nog eens onder de aandacht gebracht zoals; het maken van aantekeningen tijdens college, het correct uitschrijven van opgaven, het bestuderen van een hoofdstuk uit een Engelstalig studieboek, het plannen van de voorbereiding op de tentamens. Niet alleen in theorie, maar vooral door ze praktisch te koppelen aan de vakken. Een ouderejaars Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

64 Studiecoaching en portfolio student werktuigbouwkunde, die zelf die problemen aan den lijve heeft ondervonden, brengt als studentassistent die vaardigheden aan, binnen de OGO-groep van. De studiecoach, treedt daarbij vooral op als waarnemer van het studiegedrag van zijn pupillen. Op basis van die informatie kan hij in een later stadium tot een gedegen feedback komen en samen met de student (zonodig) een goed plan van aanpak opstellen. Wie opdrachten of bijeenkomsten van RGO mist, of er onvoldoende aandacht aan schenkt (naar het oordeel van zijn studiecoach), loopt een grote kans de EC van de bijbehorende trainingen uit het 1 e semester niet te krijgen. Wat verwacht de faculteit van jou? Laat je helpen! Een studiecoach is er speciaal voor jou. Maak dus gebruik van deze mogelijkheid! Problemen Thuis?? Problemen bij Studie?? Studie coach!! Aangestuurd door de jaarcoördinator zullen de studiecoaches, op gezette tijden in het jaar informatie van je opvragen. En eveneens op vaste momenten, zul je worden uitgenodigd voor een gesprek over de studievoortgang. De uitkomsten daarvan worden beknopt doorgegeven aan de studieadviseur en zijn dus van belang voor het advies dat aan het eind van het eerste jaar door hem, aan jou en de faculteit gegeven wordt voor het vervolgtraject Curriculum Vitae Wat is een CV? Een curriculum vitae (kortweg CV) is een zo compleet mogelijk overzicht van persoonlijke gegevens (personalia), opleidingen, werkervaring, nevenactiviteiten, hobby s en eventuele andere persoonlijke kwaliteiten. Het CV wordt met name gebruikt bij sollicitaties: de mogelijke nieuwe werkgever krijgt door het CV een beknopt, duidelijk beeld van de persoon die solliciteert en kan, wanneer bepaalde onderdelen vragen oproepen, tijdens een sollicitatiegesprek hier verder op ingaan. Om een dergelijk beknopt beeld te realiseren moet een CV voldoen aan een aantal eisen: het CV moet overzichtelijk zijn; door een duidelijke indeling in paragrafen met kopjes wordt dit gerealiseerd. D.w.z. dat er duidelijke kantlijnen moeten zijn, dat er veel wit moet zijn, dat er met de tekst ingesprongen moet worden en/of dat er opsommingtekens gebruikt moeten worden. het CV moet waar zijn en (redelijk) volledig. het CV moet beknopt zijn: 1 of maximaal 2 A4 tjes. het CV moet getypt zijn, tenzij er expliciet om een geschreven CV gevraagd wordt (hetgeen nog zelden voorkomt). het CV moet bestaan uit korte, duidelijke beschrijvingen; geen volzinnen, maar telegramstijl; geen ik-vorm, (bij voorkeur) geen afkortingen; geen vaktaal of jargon dat voor de lezer niet (meteen) duidelijk is; dateringen met maand en jaar indien bekend, anders alleen met jaar. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

65 Studiecoaching en portfolio Een CV bestaat uit de volgende onderdelen: Persoonlijke gegevens (personalia): gegevens als naam, adres, telefoonnummers, (vast en mobiel) adres, geboortedatum en plaats, nationaliteit etc. Opleidingen: een beschrijving van de afgeronde opleidingen en opleidingen die nog gevolgd worden. Meestal wordt gekozen voor een anti-chronologische volgorde: de laatst genoten (vaak hoogste en belangrijkste) opleiding wordt als eerste vermeld, daarna de daaraan voorafgaande opleiding. Daarbij wordt in het algemeen niet verder teruggegaan dan het voortgezet onderwijs. Ook worden hierbij eventuele gevolgde cursussen vermeld, uitwisselingsprogramma s etc. Bij elke opleiding worden zo mogelijk (relevante) vakken, projecten, profielwerkstuk, e.d. beschreven. Werkervaring: een beschrijving van opgedane ervaring met (betaald) werk. Daaronder vallen ook vakantiewerkbaantjes (tenzij de lijst daardoor onnodig lang wordt, dan alleen de relevante werkzaamheden voor de betreffende sollicitatie). Ook hierbij wordt meestal de anti-chronologische volgorde gehanteerd. Bij elke werkervaring wordt de organisatie / het bedrijf genoemd, de functie die men heeft uitgeoefend (indien deze een naam heeft) en worden, in telegramstijl, de werkzaamheden beschreven in enkele woorden. Nevenactiviteiten: een beschrijving van opgedane ervaring met vrijwilligers- en verenigingswerk. Dit kan heel gevarieerd zijn; van belang is dat je met deze activiteiten laat zien dat ze iets hebben toegevoegd aan jouw CV, dat ze een meerwaarde hebben gehad. Ook hierbij geldt dat de antichronologische volgorde wordt gehanteerd en dat de organisatie of vereniging worden genoemd met een functie omschrijving en een beschrijving van de activiteiten in telegramstijl. Hobby s: dit stukje geeft een beeld van wat je (nog meer) doet in je vrije tijd. Ook hobby s dragen natuurlijk bij aan het totaalbeeld van wie iemand is. Je kunt daarbij denken aan sport, muziek, vakantiebezigheden en vele andere dingen. Studiekeuze en -verwachtingen: hoewel dit onderdeel strikt genomen niet thuishoort in een CV, hebben we het toegevoegd omdat deze informatie van belang is voor het portfolio waarmee je straks gaat werken Reflectieverslagen Om bewust bezig te zijn met je opleiding en je manier van studeren, moet elke student regelmatig een reflectieverslag schrijven en bespreken met zijn of haar studiecoach. In dat reflectieverslag beantwoord je een aantal vragen zoals: wat zijn mijn sterke en zwakke punten, waar moet ik proberen beter in te worden en hoe pak ik dat aan. In de eerste plaats over die kwaliteiten die je nodig hebt om een goede werktuigbouwkundig ingenieur te worden en daarnaast ook in het algemeen over je manier van werken en/of studeren. Op de volgende bladzijden vind je uitgebreide vragen aan de hand waarvan je een reflectieverslag kunt schrijven. De eerste keer zal het er iets anders uitzien en een soort samenvatting geven van je leven voor dat je hier aan deze opleiding begon. Het is de bedoeling dat je dit verslag schrijft nadat de tussententamens gemaakt zijn Digitaal portfolio Voor elke student is in Studyweb een portfolio folder aangemaakt. Die folder kun je gebruiken om je reflectieverslagen te bewaren en bijvoorbeeld ook het Curriculum Vitae (CV), casusverslagen of andere producten, die laten zien waartoe jij in staat bent. Deze public folders zijn beschermd met toegangsrechten. Jij hebt alleen rechten op je eigen folder. Wel kun je jouw folder openstellen voor anderen (bijvoorbeeld je studiecoach) door met de rechter muisknop te klikken op de folder, te kiezen voor properties-> permissions-> Add, een Studywebgebruiker te selecteren en dan aan te vinken welke rechten je die persoon wilt geven (alleen lezen of ook wijzigen etc.). Let op: dit moet je voor elke folder afzonderlijk doen, ook voor subfolders! Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

66 Studiecoaching en portfolio 12.5 Introductie-reflectieverslag na de tentamens van kwartiel 1 Introductie Een goede start van het werken met reflectieverslagen is het schrijven van een introductie. In deze introductie blik je kort terug naar de studietijd van de laatste jaren op het voortgezet onderwijs; daarnaast beschrijf je waarom je voor de studie W hebt gekozen, welke kwaliteiten je als student bezit c.q. welke voor verbetering vatbaar zijn en tenslotte wat je van de studie, jezelf en je studiecoach verwacht. Onderstaande aandachtspunten kun je hierbij als richtlijn gebruiken voor je reflectieverslag, waarvoor ongeveer 1 of 2 A4-tjes voldoende zijn. Studie afgelopen jaren Welke studie + motivatie keuze (vb. keuze voor bepaalde vakken, profiel, afstudeerrichting) Wat was succesvol in je aanpak? Zwakke punten in studieaanpak? Tevreden over resultaten, waarom wel/niet? Keuze voor W Hoe is de keuze tot stand gekomen? Student Kwaliteiten/sterke kanten Aandachtspunten op studiegebied/zwakke kanten Propedeusejaar Onderbouwing motivatie Verwachtingen qua inhoud, moeilijkheidsgraad, werkvormen, contacten met medestudenten, contacten met docenten? Organisatie van je studie: zelfstandigheid, planning, zelfdiscipline? Aanpak van de studie: hoe ben je bezig met verwerking collegestof, zelfstudieopdrachten bij OGO? Verwachtingen m.b.t. aanpak/resultaten: wat loopt gesmeerd, waar verwacht je problemen, waarom? Invloed van andere bezigheden/omstandigheden op de studie, bijvoorbeeld op kamers gaan wonen, lidmaatschap vereniging enzovoorts Leerdoelen voor de volgende periode (terugblik in reflectieverslag) Studiecoach Wat verwacht je van de studiecoach? Wat kan de studiecoach van jou verwachten? Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

67 Studiecoaching en portfolio 12.6 Reflectieverslagen In het reflectieverslag probeer je na afloop de periode de vorderingen in je leerproces zichtbaar te maken. Terwijl de producten inhoudelijk laten zien wat je hebt gepresteerd, kijk je in het reflectieverslag hierop terug en probeer je te beschrijven wat je ervan hebt geleerd. Een reflectieverslag kun je opbouwen uit vier stappen Voorbeelden van vragen die jij je in elk van de fasen kunt stellen zijn: Waar ga je aan werken? - aan welke competenties kun je werken in dit kwartiel? - welke persoonlijke leerdoelen formuleer je voor deze competenties? Hoe ga je dat aanpakken? - hoe en wanneer ga je werken aan deze leerdoelen? Hoe verloopt je studie? - wat lukt goed, wat lukt niet goed? - wat is je eigen bijdrage daarin? - welke acties ter verbetering kun je ondernemen? Wat vond je ervan? - heb je bereikt wat je wilde bereiken? - welke feedback heb je gekregen van je tutor, de student assistent RGO en medestudenten? - ben je het eens met die feedback? - hoe was je motivatie tijdens dit kwartiel? - hoe ging het met je concentratie? - hoe ging het met de tijd- en studieplanning? - wat ga je de volgende keer anders aanpakken? En op welke manier? - wat zijn nieuwe leerdoelen? Let op: in het reflectieverslag van het eerste kwartiel begin je met de vragen van de uitvoeringsfase. Je eindigt steeds met vooruit te kijken en een aanpak te maken voor het volgende kwartiel. Van groot belang bij het beantwoorden van bovenstaande vragen is dat je niet in algemeenheden blijft steken. Probeer te verwijzen naar concrete voorvallen of ervaringen of naar (onderdelen van) het product. Ter illustratie volgen hier enkele voorbeelden van een reflectieverslag, waarbij het eerste voorbeeld duidelijk van mindere kwaliteit is dan het tweede. Voorbeeld 1: Ik heb erg veel geleerd. De docenten waren ook tevreden, want ik had voldoendes. De casussen waren goed te doen. In de groep ging het ook erg goed. De stijl van het laatste verslag zou wel wat beter kunnen. Voorbeeld 2: Ik wilde in het OGO wat meer aan andere mensen overlaten en niet aldoor alles op mezelf nemen. Tijdens de vorige casus heb ik dat wel heel veel gedaan en ik kan niet zeggen dat ik daar nu erg veel mee ben opgeschoten. Ik wil dat vooral gaan doen door goed op te letten dat ik niet bij elk voorstel meteen zeg dat ik dat wel wil doen. Ik wil ook meer luisteren naar de ideeën van anderen. Ik heb erg de neiging om alleen mijn eigen ideeën uitvoerbaar te vinden en die dan ook door te drammen. De eerste doelstelling is zeker gelukt! Ik heb veel aan anderen overgelaten. Sommige vonden me eerst te afwachtend, omdat ze het anders van me gewend waren. Het is leuk te ervaren dat het ook zonder mijn sterke inbreng goed kan gaan. De tweede doelstelling ging ook redelijk goed. Ik was het lang niet eens met wat er afgesproken werd, maar vaak zaten er toch ook wel hele nuttige ideeën bij (zoals het idee om de voorzitter en de notulist in vergaderingen te wisselen), waar ik zelf niet opgekomen zou zijn. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

68 Studiecoaching en portfolio Als je het goed doet dan geeft het reflectieverslag snel inzicht in de problemen en hindernissen die je bent tegengekomen tijdens het tot stand brengen van de producten en tot welke oplossingen je bent gekomen. Naast je zwakke kanten geef je ook aandacht aan datgene waarin je goed bent en maak je gebruik van de feedback die de docent (en medestudenten) op je product hebben gegeven. Uiteindelijk moet jouw analyse van je leerproces uitmonden in antwoorden op de vraag waarover je wel en waarover je niet tevreden bent, om vervolgens bij ontevredenheid aan te geven wat je in het volgende kwartiel anders wilt gaan aanpakken en hoe. Studiecoach Het reflectieverslag wordt van commentaar voorzien door je studiecoach. Dit commentaar is uitsluitend bedoeld als feedback op wat je in je reflectieverslag hebt opgeschreven. Het is vertrouwelijke informatie: docenten of anderen kunnen er zonder jouw toestemming niet bij. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

69 Bijlagen 13. Literatuurlijst voor vaardigheden in het OGO - Elling, R. (2005). Rapportagetechniek. Groningen: Wolters-Noordhoff. ISBN Moust, J.H.C., Bouhuys, P.A.J., Schmidt, H.G. (2002) Probleemgestuurd Leren. Noordhoff Uitgevers B.V., ISBN: Nederhoed, P. (2007). Helder rapporteren, negende druk. Houten: Van Loghum. ISBN: NEN 5050 (1994). Goed woordgebruik in bedrijf en techniek, derde druk. - Renkema, J. (2005). Schrijfwijzer, vierde, aangepaste editie. 's-gravenhage: Sdu Uitgeverij. ISBN: Steehouder, M.F., Jansen, C.J.M., Maat, K.A., Staak, J.L.C., van der, Woudstra, E.T. (2006). Leren communiceren: handboek voor mondelinge en schriftelijke communicatie, vijfde druk. Groningen: Wolters-Noordhoff. ISBN: Tilanus, C.B. (1988). Rapporteren/Presenteren. Utrecht: Het Spectrum. Prisma ISBN: Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

70 Bijlagen Bijlage 1. Voorbeeld Curriculum Vitae Persoonlijke gegevens Naam: Voornamen: Roepnaam: Adres: Postcode en woonplaats: Termolen Wilhelmus Antonius Willem Sneeuwklokje 34A 5656 RD EINDHOVEN Recente pasfoto Telefoonnummer: (040) (06) adres: Geboortedatum: 5 september 1987 Geboorteplaats: Almere Nationaliteit: Nederlandse Opleidingen Sept heden Sept juni 2005 Technische Universiteit Eindhoven Werktuigbouwkunde Rembrandt College, Almere VWO profiel NT / NG Tabel 1: vakken en eindcijfers VWO Vak Eindcijfer Alg.Natuurwetensch. 8 Biologie 1,2 8 Nederlands 7 Engels 6 Duits 1 6 Frans 1 6 Geschiedenis 1 7 Maatschappijleer 1 8 Lichamelijke opvoeding 1 7 Cult. en kunstz. vorm. 1 6 Wiskunde B1,2 8 Natuurkunde 1,2 7 Scheikunde 1,2 8 Manag. + organisatie 9 Werkervaring 2003 heden Albert Heijn Almere-Haven assistent-medewerker werkzaamheden: vakken vullen, spiegelen, schoonmaken Boer De Vries, Sint-Jansklooster werkzaamheden: aardbeien plukken, asperges steken Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

71 Bijlagen Nevenactiviteiten 2003 heden Scouting Almere organisatie jeugdkamp voor kinderen van jaar Voetbalclub Sporting Flevoland trainer en begeleider jeugdteams E4 en E3 Hobby s Sport voetbal schaatsen hardlopen Muziek piano klarinet Wandelen in de bergen Koken Scouting Studiekeuze en verwachtingen Ik heb gekozen voor de studie werktuigbouwkunde omdat het één van de breedste technische studies is. Ik weet nog niet precies wat ik na deze studie wil gaan doen en met een brede studie kun je vele verschillende kanten op. Ik wil deze opleiding op WO niveau volgen omdat ik nieuwe toepassingen wil ontwerpen en ontwikkelen. Het liefst zou ik later gaan werken op de researchafdeling van een groot bedrijf. Aan het einde van het eerste jaar hoop ik naast theoretische kennis ook praktische kennis van werktuigbouwkunde te weten zijn gekomen. Daarnaast hoop ik het studentenleven wat beter te leren kennen en wil ik leren hoe je het beste je schaarse tijd kunt indelen. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

72 Bijlagen Bijlage 2 Hulp bij het maken van een CV Algemene opmerkingen Zorg ervoor dat je je werk regelmatig opslaat. Mocht je computer vastlopen, dan hoef je niet helemaal opnieuw te beginnen. Maak gebruik van de help-functies van de diverse programma s als je onderdelen (nog) niet beheerst. 1. Het CV Belangrijk vooraf Zorg ervoor dat je, voor je begint, het stuk Wat is een CV? gelezen hebt in hoofdstuk 11 en het voorbeeld-cv goed bekeken hebt. Je studiecoach beoordeelt je CV op de vorm en op de aanwezigheid van alle gevraagde informatie. Eventueel zal hij een aanpassing of aanvulling van je verlangen, alvorens dit verplichte onderdeel van de 1e OGO casus goed te keuren. Verder maakt je studiecoach gebruik van de inhoud van het CV, om je beter te leren kennen en voor de begeleiding gedurende het gehele eerste studiejaar. Hij zal dus ook je CV bewaren en als vertrouwelijk behandelen. Zo garanderen we je dat het CV informatie over en voor jezelf is en dat dit niet door anderen gebruikt kan worden. Bewaar het CV zelf ook goed: als onderdeel van je ontwikkelingsportfolio zul je het in het verdere verloop van je studie nog nodig hebben! 2. Het maken van een automatische inhoudsopgave van je CV Open of ga verder in het bestand van opdracht 2. In dit bestand heb je met opmaakprofielen (stijlen) gewerkt. Dit is handig om automatisch inhoudsopgaven te maken. Zoek de opdracht voor een automatische inhoudsopgave. In het verkregen venster selecteer je een bepaalde opmaak (standaard, formeel etc.) Bij de opties moet je aangeven welke opmaakprofielen (stijlen) je wel of juist niet in je inhoudsopgave wilt hebben (bijvoorbeeld de positie van werkervaring en opleidingen in het document zijn interessant, maar waar een plaatje van je hobby zich bevind is niet relevant). Ook de volgorde kan van belang zijn! Als je inhoudsopgave er goed uitziet sla het bestand op onder dezelfde naam. Je studiecoach bekijkt of het toegestuurde CV aan de opdrachten voldoen. Als dit zo is, ontvang je een mailtje met de bevestiging daarvan. 3. Symbolen, formules en bijzondere tekens Je zult, o.a. bij het schrijven van verslagen voor OGO, regelmatig gebruik moeten maken van bijzondere tekens en symbolen, formules, schuingedrukte en vetgedrukte tekst, sub- en superscript. Om hiermee te oefenen staat hieronder een tekstje dat je moet overtypen. Let daarbij vooral op het zo eenvoudig mogelijk invoegen van tekens met accenten en symbolen. De vermelde formules moet je invoegen met Microsoft Equation in Word. Hint: Microsoft Equation is te vinden in de menubalk Insert Object. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

73 Bijlagen Bijlage 3 Handleiding Studyweb Inhoudsopgave: Over dit document Wat is Studyweb? Waar vind ik Studyweb? Waar vind ik een handleiding voor Studyweb? Hoe log ik in? Kan ik Studyweb ook met Netscape of Mozilla gebruiken? Wat is het verschil tussen de Studyweb en Outlook? Hoe werkt de nieuwspagina? Hoe schrijf ik me in voor een vak? Hoe schrijf ik me in voor een groep? Betekent inschrijving voor een vak ook inschrijving voor het tentamen? Hoe zie ik of ik voor een vak of een groep ingeschreven ben? Hoe voeg ik een vak toe aan mijn Favorieten? Hoe kan ik de studenten in mijn groep en? Kunnen we zelf submappen aanmaken onder onze groepsmap? Hoe kan ik een taalvoorkeur instellen voor Studyweb? Waar kan ik met vragen terecht? Over dit document Dit document probeert de belangrijkste vragen rond Studyweb te beantwoorden. Meer informatie vind je in de FAQ-lijst en in de Handleiding op de Studyweb-site (http://studyweb.tue.nl/). Natuurlijk is de Helpdesk altijd beschikbaar voor het beantwoorden van de overige vragen. Wat is Studyweb? Studyweb kun je zien als een dunne schil rondom Outlook (communicatie) en OWIS (het onderwijsinformatiesysteem van de TU/e). Deze schil wordt aangeboden via een webinterface, zodat hij overal ter wereld en onafhankelijk van het soort computer toegankelijk is. De nadruk bij Studyweb ligt op het online beschikbaar stellen van onderwijsmateriaal, het faciliteren van de communicatie bij vakken en project- en groepswerk en op het beschikbaar stellen van een opslagruimte voor project- en groepswerk. Een aantal hiaten van Outlook en Outlook Web Access voor het onderwijs binnen TM, W en BMT worden via Studyweb verholpen. Daarnaast is de administratie rondom de organisatie van vakken en groeps- en projectwerk verregaand geautomatiseerd. Voor studenten betekent Studyweb een snellere en overzichtelijkere manier om informatie over en toegang tot onderwijs en onderwijsmateriaal te krijgen en een lagere drempel om met andere studenten en de docenten in contact te treden (het laatste voor zover de docenten dat toelaten). Samenwerken of onderwijs volgen op afstand wordt daardoor een stuk eenvoudiger te organiseren voor bijvoorbeeld studenten die stage lopen in het buitenland of studenten die in deeltijd studeren. Waar vind ik Studyweb? Toegang tot Studyweb vindt plaats via De Studyweb mappen vind je na inloggen via de knop Studyweb Mappen. De Public Folders van de vakken in het Studyweb kunnen ook via Outlook en Outlook Web Access benaderd worden. De folders van de Studyweb vind je onder All Public Folders/Studyweb/. De relevante Studyweb mappen bereik je via de Course Selector. Zoek en selecteer het vak en open de mappen vanuit het scherm wat rechts verschijnt (mits je ingeschreven bent). De Course Selector laat standaard de vakken zien waarvoor je bent ingeschreven. Deze mappen bereik je ook via je Favorieten. Vakken waarvoor je ingeschreven bent of waarvan je docent bent, worden automatisch aan de lijst van Favorieten toegevoegd. De mappen van die vakken bereik je via de knop Favorieten. Andere vakken kun je als Favoriet toevoegen via de Course Selector. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

74 Bijlagen Waar vind ik een handleiding voor Studyweb? Er is een online handleiding en een FAQ-lijst beschikbaar via de website van Studyweb. Voor vragen over het gebruik van Studyweb kun je ook altijd terecht bij de Helpdesk. Hoe log ik in? Doordat Studyweb volledig is ingebed in de tue-infrastructuur, kun je gewoon inloggen met je standaard username en password (dezelfde die je gebruikt om op het Tue-netwerk in te loggen). Je hebt dus geen aparte usercode nodig. Kan ik Studyweb ook met Netscape of Mozilla gebruiken? Ja. Studyweb is te gebruiken met Internet Explorer 5.5 SP2 en hoger, Netscape vanaf versie 7 en met Mozilla. Het kan zijn dat het met sommige andere browsers ook werkt, maar dat kunnen we niet garanderen. Wat is het verschil tussen de Studyweb en Outlook? Het verschil is dat je Studyweb overal ter wereld kunt gebruiken zonder dat je bepaalde programma s hoeft te installeren. Outlook moet altijd op een PC geïnstalleerd en geconfigureerd worden. Wel kun je met Outlook offline werken; dat kan weer niet met Studyweb. Het onderhouden van je vak, b.v. van groepen, inschrijvingen en folders, kan alleen via de Studyweb. Hoe werkt de nieuwspagina? De nieuwspagina bestaat uit drie onderdelen: 1. Algemeen nieuws: Algemene mededelingen rond Studyweb die ook op de inlogpagina te zien zijn. 2. Nieuws van Mijn Vakken: Hier worden alle berichten getoond van mappen die in Studyweb gemarkeerd zijn als nieuwsmappen (wordt bepaald door de docent). Je krijgt de berichten te zien van nieuwsmappen van vakken waarvoor je bent ingeschreven of waarvan je docent bent. Door op de link te klikken open je het bericht. Berichten worden een maand lang in de lijst getoond. 3. Abonnementen: Elke gebruiker heeft de mogelijkheid om zich op één of meer mappen binnen Studyweb te abonneren. Mappen waarop je geabonneerd bent werken hetzelfde als de nieuwsmappen bij Nieuws van Mijn Vakken. Extra is dat je aan kunt geven via welke kanalen je geïnformeerd wil worden dat er nieuwe berichten zijn. Er zijn vijf mogelijkheden (combineren is mogelijk): (1) direct per mail; (2) op de nieuwspagina; (3) via een dagelijks rapport per mail; (4) via een wekelijks rapport per mail; (5) via een maandelijks rapport per mail. Abonneren op een map werkt als volgt: Ga via Favorieten of Studyweb Mappen naar de map waarop je een abonnement wilt nemen. Selecteer de map. In de bovenbalk zie je een knop Manage Alerts verschijnen. Klik daarop. Selecteer nu de informatiekanalen, pas evt. de naam van de bron (standaard de naam van de map) aan en klik op OK. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

75 Bijlagen Hoe schrijf ik me in voor een vak? Inschrijven voor een vak gebeurt door in te loggen op Studyweb, via de Course Selector het relevante vak, vakonderdeel of groep uit te kiezen en je in te schrijven (zie plaatje). De vakken met groengekleurde schijven of geheel of gedeeltelijk groengekleurde cylinders staan open voor inschrijving. Hoe schrijf ik me in voor een groep? Vergelijkbaar aan inschrijven voor een vak. Door in de Course Selector op het +-teken voor de vaknaam te klikken worden de vakonderdelen en groepen zichtbaar. Tussen haakjes staat aangegeven hoeveel studenten zich ingeschreven hebben en wat het maximaal aantal studenten voor een groep is (zie plaatje). De vakonderdelen en groepen groengekleurde schijven of geheel of gedeeltelijk groengekleurde cylinders staan open voor inschrijving. Betekent inschrijving voor een vak ook inschrijving voor het tentamen? Nee. Het inschrijven voor het volgen van een vak staat los van het inschrijven voor een tentamen. Het wordt ook via verschillende systemen geregeld. Inschrijven voor het volgen van een vak gaat via Studyweb, inschrijven voor tentamens verloopt via Via de Course Selector is er een mogelijkheid om vanuit de informatie bij een vak naar het inschrijven voor tentamens te gaan (zie plaatje). Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

76 Bijlagen Hoe zie ik of ik voor een vak of een groep ingeschreven ben? Via de Course Selector schrijf je je in voor vakken en groepen. In die Course Selector kun je tevens zien of je voor een vak of een groep ingeschreven bent. Studyweb meldt dat zowel voor het vak als voor de groep (zie plaatjes). Melding ingeschreven voor een vak: Bij inschrijving voor een groep zie je je eigen naam vetgedrukt. Als je de zoekoptie Mijn Vakken gebruikt wordt de lijst met vakken waarvoor je ingeschreven bent, getoond. Hoe voeg ik een vak toe aan mijn Favorieten? De vakken waarvoor je ingeschreven bent worden automatisch in je Favoriete gezet. Andere vakken kun je op de volgende manier aan je Favorieten toevoegen: Ga in de Course Selector naar je vak, klik op de naam van het vak en klik in het rechterframe op Toevoegen aan Favorieten. Via de knop Profiel kun je Favorieten verwijderen of de naam ervan aanpassen. Deze functie is ook direct te bereiken vanuit de Favorieten via de knop Manage Favorites. Hoe kan ik de studenten in mijn groep en? De studenten van je vak en kan vanuit de Course Selector. Bij iedere groep is er de keuze om de studenten of de docenten van de groep te en. In deze versie wordt voor het versturen van de mail nog de op de pc aanwezige mailclient opgestart. Uiteindelijk zal dat ook binnen Studyweb afgehandeld worden. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

77 Bijlagen Kunnen we zelf submappen aanmaken onder onze groepsmap? Als de docent jouw of je groep voldoende rechten gegeven heeft kun je zelf submappen onder je groepsmap aanmaken (of onder je eigen map als je een individuele map op naam hebt gekregen). Het werkt als volgt (zie ook de plaatjes): Selecteer via Favorieten of Studyweb Mappen naar je groepsmap of je eigen map. Als de docent je voldoende rechten heeft gegeven verschijnt in de bovenbalk de knop Manage Folders. Als je op die knop klikt krijg je een scherm waarmee je de nieuwe map kunt instellen. Klik op Bewaar. De map wordt nu aangemaakt. Als de docent je rechten heeft gegeven kun je die mappen onder je groepsmap of je eigen map beheren waarvoor je zgn. Editor-rechten hebt gekregen. De overige mappen onder je groepsmap of je eigen map kunnen alleen door de docent bewerkt worden. Hoe kan ik een taalvoorkeur instellen voor Studyweb? Studyweb is beschikbaar in twee talen: Nederlands en Engels. Het instellen van de taalvoorkeur wordt niet binnen Studyweb gedaan, maar via de taalinstellingen van de internet browser. Voor Internet Explorer is de procedure hieronder met een aantal plaatjes geïllustreerd. Waar kan ik met vragen terecht? Voor vragen rondom Studyweb en problemen met Studyweb kun je terecht bij de helpdesk. De helpdesk is als volgt georganiseerd: Voor studenten W en BMT, medewerkers W en BMT: WTB ICT Servicedesk tel: 5005 ma-vr: 9:00-17:00 uur WH 1.04 (SEL 1) Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

78 Bijlagen Bijlage 4 Handleiding OWinfo Inloggen OWinfo Met deze applicatie kunt u inloggen op het Onderwijsinformatie-systeem (Owinfo). Via Owinfo kunt u zich o.a. aan-/afmelden voor tentamens en examens, maar ook beoordelingen opvragen en persoonsgegevens wijzigen. Om dit te kunnen moet moet u zich eerst inloggen m.b.v. een persoonsgebonden usercode en pincode. Identiteitsnummer: Voer hier uw (student-)identiteitsnummer in. Pincode: Voer hier uw 4-cijferige pincode in. Druk op de button [log in!] om in te loggen. Let op: Uw browser moet COOKIES accepteren om de inlog functie te kunnen gebruiken! Voor meer info over het instellen van uw browser voor het gebruik van cookies, scroll naar het einde van deze handleiding of klik Instellen van uw browser voor het gebruik van cookies. Mocht u niet succesvol inloggen krijgt u bijvoorbeeld de foutmelding: Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

79 Bijlagen Als u succesvol ingelogd, komt u in de gewenste applicatie voor het opvragen en eventueel wijzigen van uw gegevens. Let op: U blijft nu ingelogd totdat u uitlogd of uw browser afsluit. U kunt in het vervolg uitloggen door op elke pagina op de link [log out] helemaal bovenaan te klikken: Instellen van uw browser voor het gebruik van cookies Indien uw internet-browser niet goed is ingesteld voor het gebruik van cookies kunt u niet inloggen op Owinfo. U kunt deze instellingen zelf aanpassen maar wellicht dient u eerst i.v.m. veiligheidsbeleid rondom internet contact op te nemen met uw systeembeheerder. Zelf instellen van uw browser. Voor deze handleiding is gebruik gemaakt van de browser Internet Explorer Voor andere browsers kunt u het beste contact opnemen met uw systeembeheerder. Als u cookies wilt gebruiken moet in uw internet-options de security op medium zijn ingesteld. Om deze settings te bekijken, klik in uw browser in de menu-balk op Tools en selecteer dan Internet Options (zie afbeelding). Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

80 Bijlagen U krijgt dan een apart window. Selecteer hierin het tabblad Security. U ziet dan het bijvoorbeeld het volgende: In dit geval is het security-level High, waardoor geldt: - Cookies are disabled (some Web sites will not work) Om dit te veranderen, hebt u twee opties: - Zet het security-level op Medium - Verander de cookies-settings m.b.v. de button Custom Level. U krijgt dan het volgende scherm, waarin u opties kunt wijzigen: Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

81 Bijlagen OWinfo: roosters Met deze applicatie kunt u het collegerooster, het tentamenrooster, het examenrooster van een bepaalde opleiding en het cursusrooster opvragen. Collegerooster Om het collegerooster op te vragen, kiest u bij opleiding / doelgroep de opleiding, waarvan u het collegerooster wilt bekijken. Bij categorie kunt u de keuzelijst beperken tot een bepaalde categorie van opleidingen/doelgroepen. Vervolgens voert u de jaargang en periode van de opleiding in waarvoor het collegerooster getoond moet worden. Bij deze velden is het verplicht om een keuze te maken. Vervolgens kunt u kiezen om alleen verplichte of keuze vakken te tonen. Indien u dit veld op verplicht/keuze laat staan worden beide soorten vakken getoond op het collegerooster. U kunt tevens alle wijzigingen sinds bijvoorbeeld de laatste keer dat u het rooster bekeken heeft opvragen. Daarvoor vult u deze datum in bij toon alleen alle wijzigingen sinds in de vorm dd-mm-yyyy. Bovenstaande keuzes zijn niet verplicht. Als u op de knop [toon collegerooster] drukt, wordt het gewenste collegerooster getoond. Vaardigheden in het OGO, fac. Werktuigbouwkunde

Handleiding Vergadertechnieken

Handleiding Vergadertechnieken Handleiding Vergadertechnieken Zelfstudie en rapporteren Bij OGO leer je niet alleen via het actief deelnemen aan groepsdiscussies, maar ook via het individueel uitvoeren van zelfstudieopdrachten (ZSO).

Nadere informatie

OGO vaardighedendossier

OGO vaardighedendossier OGO vaardighedendossier Inhoud Hoofdstuk 1. Beoordelingsaspecten OGO... 2 Hoofdstuk 2. Rollen binnen OGO... 3 Rol als voorzitter... 3 Rol als notulist... 3 Rol als bordschrijver... 3 Rol als algemeen groepslid...

Nadere informatie

Waarom een samenvatting maken?

Waarom een samenvatting maken? Waarom een samenvatting maken? Er zijn verschillende manieren om actief bezig te zijn met de leerstof. Het maken van huiswerk is een begin. De leerstof is al eens doorgenomen; de stof is gelezen en opdrachten

Nadere informatie

SECTORWERKSTUK 2013-2014

SECTORWERKSTUK 2013-2014 SECTORWERKSTUK 2013-2014 1 HET SECTORWERKSTUK Het sectorwerkstuk is een verplicht onderdeel voor alle leerlingen uit het Mavo. Het maken van een sectorwerkstuk is een manier waarop je, als eindexamenkandidaat,

Nadere informatie

Aanpak van een cursus

Aanpak van een cursus Aanpak van een cursus Je gaat best op zoek naar een efficiënte manier van studeren. In het hoger onderwijs is het immers niet meer doeltreffend om alles op dezelfde manier aan te pakken. Je kan dus niet

Nadere informatie

Vaardigheidsmeter Communicatie

Vaardigheidsmeter Communicatie Vaardigheidsmeter Communicatie Persoonlijke effectiviteit Teamvaardigheden Een goede eerste indruk Zelfempowerment Communiceren binnen een team Teambuilding Assertiviteit Vergaderingen leiden Anderen beïnvloeden

Nadere informatie

Studievaardigheden. BEN/LO/ADHD/14/0003j April 2014

Studievaardigheden. BEN/LO/ADHD/14/0003j April 2014 Studievaardigheden N.B.: de inhoud van dit programma is slechts van adviserende aard en dient niet als vervanging voor professioneel en/of medisch advies. Als u verdere consultatie wenst, of wanneer u

Nadere informatie

SECTORWERKSTUK. Beroepscollege Parkstad Limburg Locatie Brandenberg Schooljaar 2013-2014. Naam: Klas:

SECTORWERKSTUK. Beroepscollege Parkstad Limburg Locatie Brandenberg Schooljaar 2013-2014. Naam: Klas: SECTORWERKSTUK Beroepscollege Parkstad Limburg Locatie Brandenberg Schooljaar 2013-2014 Naam: Klas: INHOUDSOPGAVE Inhoud Algemeen Taakverdeling begeleidende docenten Indeling en omvang sectorwerkstuk Logboek

Nadere informatie

Project wiskunde: iteratie en fractalen. Naam:

Project wiskunde: iteratie en fractalen. Naam: Project wiskunde: iteratie en fractalen Naam: Klas: 6EW-6LW-6WW 1 Doelstellingen De leerlingen leren zelfstandig informatie verwerven en verwerken over een opgelegd onderwerp. De leerlingen kunnen de verwerkte

Nadere informatie

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Cor Aarnoutse Wat doe je met kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen? In dit artikel zullen we antwoord geven op deze vraag. Voor meer informatie verwijzen

Nadere informatie

1. Inleiding. 2. Aanvang

1. Inleiding. 2. Aanvang Studenthandleiding Bachelorscriptie Burgerlijk recht 2015-2016 Inhoud 1. Inleiding... 2 Doel bachelorscriptie... 2 Aansluiting bij eerder geschreven essays... 2 2. Aanvang... 2 Introductiecollege... 2

Nadere informatie

De presentatie: basisprincipes

De presentatie: basisprincipes De presentatie: basisprincipes Een presentatie is eigenlijk een voordracht of spreekbeurt. De belangrijkste soorten: a Een uiteenzetting: je verklaart bv. hoe taal ontstaan is, behandelt het probleem van

Nadere informatie

Sollicitatietraining: op weg naar stage & werk

Sollicitatietraining: op weg naar stage & werk Sollicitatietraining: op weg naar stage & werk De jongeren die zich aanmelden bij Maljuna Frato hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt en hebben weinig of geen zicht op hun mogelijkheden, kwaliteiten

Nadere informatie

De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën:

De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën: > Categorieën De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën: 1 > Poten, vleugels, vinnen 2 > Leren en werken 3 > Aarde, water,

Nadere informatie

Competentieprofiel Teamleider Scouting Lambertus Reuver

Competentieprofiel Teamleider Scouting Lambertus Reuver Competentieprofiel Teamleider Scouting Lambertus Reuver Leeswijzer Voor je ligt het competentieprofiel van de teamleider. Het profiel beschrijft wat er van een goed functionerende teamleider wordt verwacht.

Nadere informatie

(Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding

(Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding (Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding Aan de slag met lezen in beroepsgerichte vakken Voor de verbetering van leesvaardigheid is het belangrijk dat leerlingen regelmatig en veel lezen. Hoe krijg

Nadere informatie

Introductie OASE. Introductie workshop voor eerstejaars studenten Werktuigbouwkunde

Introductie OASE. Introductie workshop voor eerstejaars studenten Werktuigbouwkunde Introductie OASE Introductie workshop voor eerstejaars studenten Werktuigbouwkunde Wat is OASE? Online Active Study Environment Persoonlijke informatie Informatie en aanmelden voor vakken, projecten en

Nadere informatie

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben

Nadere informatie

Hand-out Presentatietechnieken

Hand-out Presentatietechnieken Hand-out Presentatietechnieken Zowel tijdens je studie alsook in het toekomstige werkveld zul je regelmatig benaderd worden voor het geven van een presentatie. Onderzoek leert dat ingenieurs gemiddeld

Nadere informatie

Medewerker interne dienst. Persoonlijke effectiviteit: 2. Accuratesse

Medewerker interne dienst. Persoonlijke effectiviteit: 2. Accuratesse Persoonlijke effectiviteit: 2. Accuratesse Werkt gedurende langere periode nauwkeurig en zorgvuldig, met oog voor detail, gericht op het voorkómen van fouten en slordigheden, zowel in eigen als andermans

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Al doende leren Een module voor trainers

Al doende leren Een module voor trainers Al doende leren Een module voor trainers Bijlagen: Powerpoint Een module voor trainers Handouts: Stappenplan internetgebruik (De Strategiekaart) Print van Powerpoint prestaties geld Parktijkopdrachten

Nadere informatie

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel Workshop voorbereiden Uitleg Start De workshop start met een echte, herkenbare en uitdagende situatie. (v.b. het is een probleem, een prestatie, het heeft

Nadere informatie

1 Studieloopbaanbegeleiding (slb) 15 1.1 Doel en taken slb 15 1.2 slb-instrumenten en methoden 18

1 Studieloopbaanbegeleiding (slb) 15 1.1 Doel en taken slb 15 1.2 slb-instrumenten en methoden 18 Inhoud Inleiding 9 Deel 1 Theorie 13 1 Studieloopbaanbegeleiding (slb) 15 1.1 Doel en taken slb 15 1.2 slb-instrumenten en methoden 18 2 Gespreksvaardigheden 28 2.1 Communicatiewetmatigheden 28 2.2 Luisteren

Nadere informatie

Verslaglegging. P. Broekhuizen F. Sijsling G. Zandvliet Docenten Nederlands

Verslaglegging. P. Broekhuizen F. Sijsling G. Zandvliet Docenten Nederlands Verslaglegging P. Broekhuizen F. Sijsling G. Zandvliet Docenten Nederlands Leeuwarden, 13 september 2011 Verslaglegging Door : P. Broekhuizen, F. Sijsling en G. Zandvliet Docenten Nederlands Klas : LBLV.2

Nadere informatie

Workshops en Praktijkopdrachten Periode 1 Schooljaar 2015-2016 Opleiding: Maatschappelijke Zorg Groep: HWEMZO3V, niveau 4

Workshops en Praktijkopdrachten Periode 1 Schooljaar 2015-2016 Opleiding: Maatschappelijke Zorg Groep: HWEMZO3V, niveau 4 Workshops en Praktijkopdrachten Periode 1 Schooljaar 2015-2016 Opleiding: Maatschappelijke Zorg Groep: HWEMZO3V, niveau 4 Workshop 1: Ouderenzorg Werkproces: 1.1, 1.2, 2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 2.6, 3.1, 3.6

Nadere informatie

Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg

Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg Naam: Klas: praktijkbegeleider: Werkplek: Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg Gedurende de opleiding werken de studenten in de praktijk aan praktijkopdrachten. Een schooljaar

Nadere informatie

SOL. SOL self-organised learning

SOL. SOL self-organised learning SOL self-organised learning SOL is een didactisch concept waarin verschillende moderne methoden op een nieuwe manier gebruikt worden. Essentieel is dat SOL het leren combineert met doceren met als achterliggende

Nadere informatie

Professionaliseren van de didactische aanpak van het informatievaardighedenonderwijs

Professionaliseren van de didactische aanpak van het informatievaardighedenonderwijs Professionaliseren van de didactische aanpak van het informatievaardighedenonderwijs Angelique van het Kaar Risbo Erasmus Universiteit Rotterdam 7 november 2012 Overzicht onderwerpen Training Didactische

Nadere informatie

Inhoud. Introductie tot de cursus

Inhoud. Introductie tot de cursus Inhoud Introductie tot de cursus 1 Inleiding 7 2 Voorkennis 7 3 Het cursusmateriaal 7 4 Structuur, symbolen en taalgebruik 8 5 De cursus bestuderen 9 6 Studiebegeleiding 10 7 Huiswerkopgaven 10 8 Het tentamen

Nadere informatie

Studenten handleiding Competentie Ontwikkel Moment

Studenten handleiding Competentie Ontwikkel Moment Studenten handleiding Competentie Ontwikkel Moment MBO en HBO studenten 3 de en 4 de jaars, HBO studenten verkorte opleiding en cursisten vervolgopleidingen Jeroen Bosch Ziekenhuis 1 Juni 2014, Jeroen

Nadere informatie

6 7 NORM= het niveau waarop het vak volgens de doelstelling van het onderwijsprogramma wordt afgesloten 8 9 Excellent

6 7 NORM= het niveau waarop het vak volgens de doelstelling van het onderwijsprogramma wordt afgesloten 8 9 Excellent Bachelor Opleiding Sociale Geografie & Planologie Beoordelingsprotocollen Wetenschappelijk Rapporteren en Presenteren, Groepsonderzoekproject & Bachelorproject De Beoordelingsprotocollen van Wetenschappelijk

Nadere informatie

FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN

FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN REGELS VOOR HET SCHRIJVEN EN BEOORDELEN VAN BACHELORSCRIPTIES BIJ KUNST- EN CULTUURWETENSCHAPPEN (tot 1 september 2015 geldt dit reglement ook voor de BA Religiewetenschappen)

Nadere informatie

Inventarisatie enquête over het gebruik van videofragmenten bij het onderwijs van Inleiding Staats- en Bestuursrecht

Inventarisatie enquête over het gebruik van videofragmenten bij het onderwijs van Inleiding Staats- en Bestuursrecht Inventarisatie enquête over het gebruik van videofragmenten bij het onderwijs van Inleiding Staats- en Bestuursrecht Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden Afdeling ICT&O, Cleveringa Instituut,

Nadere informatie

Keuzedeel mbo. Voorbereiding hbo. behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo. Geldig vanaf 1 augustus 2013.

Keuzedeel mbo. Voorbereiding hbo. behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo. Geldig vanaf 1 augustus 2013. Keuzedeel mbo Voorbereiding hbo behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo Geldig vanaf 1 augustus 2013 Crebonummer(s) Penvoerder: Ontwikkeld door: 2 van 8 Leeswijzer Dit document bevat de kwalificatie-eisen

Nadere informatie

Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg

Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg Naam: Klas: praktijkbegeleider: Werkplek: Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg Het werken aan en en de relatie daarvan met de voortgangsrapportage Gedurende de verdiepingsfase

Nadere informatie

Medewerker contractmanagement. Denkkracht: 3. Analytisch vermogen

Medewerker contractmanagement. Denkkracht: 3. Analytisch vermogen Denkkracht: 3. Analytisch vermogen Begrijpt een situatie door die op te delen in kleinere delen of de gevolgen ervan vast te stellen. Dit houdt in dat er verschillende onderdelen of aspecten met elkaar

Nadere informatie

PERSOONLIJKE ONTWIKKELING

PERSOONLIJKE ONTWIKKELING PERSOONLIJKE ONTWIKKELING Modulecode: L.MIM.5687 Toetscode: T.MIM.7939 Modulenaam: Persoonlijke ontwikkeling Opleiding: Commerciële economie deeltijd Kwartiel: 1.1, 1.2, 1.3 en 1.4 Verantwoordelijk docent:

Nadere informatie

Stappen deelcijfer weging 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 totaalcijfer 10,0 Spelregels:

Stappen deelcijfer weging 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 totaalcijfer 10,0 Spelregels: Stappen deelcijfer weging 1 Onderzoeksvragen 10,0 6% 0,6 2 Hypothese 10,0 4% 0,4 3 Materiaal en methode 10,0 10% 1,0 4 Uitvoeren van het onderzoek en inleiding 10,0 30% 3,0 5 Verslaglegging 10,0 20% 2,0

Nadere informatie

WORKSHOP 1: Anatomie Werkproces: 2.1, 2.6

WORKSHOP 1: Anatomie Werkproces: 2.1, 2.6 Workshops en Praktijkopdrachten Periode 1 Schooljaar 2015-2016 Opleiding: Maatschappelijke Zorg Groep: HWEMZO4P, niveau 4 WORKSHOP 1: Anatomie Werkproces: 2.1, 2.6 In je werk zal je mogelijk soms, in meer

Nadere informatie

Vergaderen. Auteur: Mark van der Lee. Plaats: Delft. Datum: 17 januari 2014. Organisatie: Haagsche Hogeschool Delft

Vergaderen. Auteur: Mark van der Lee. Plaats: Delft. Datum: 17 januari 2014. Organisatie: Haagsche Hogeschool Delft Vergaderen Auteur: Mark van der Lee Plaats: Delft Datum: 17 januari 2014 Organisatie: Haagsche Hogeschool Delft Binnen projecten is het erg belangrijk dat er communicatie is. Dit kan op verschillende manieren

Nadere informatie

TRAJECT WELZIJN_METHODIEK VAN BEGELEIDEN_9789006815597_INHOUD_KORT

TRAJECT WELZIJN_METHODIEK VAN BEGELEIDEN_9789006815597_INHOUD_KORT TRAJECT WELZIJN_METHODIEK VAN BEGELEIDEN_9789006815597_INHOUD_KORT Thema 1 Methodisch handelen 1 Methodisch handelen: wat is het? 1.1 Kenmerken 1.2 Stappenplan 2 Voor wie? 2.1 Doelgroep 2.2 Functionele

Nadere informatie

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken?

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken? Werkblad: 1. Wat is je leerstijl? Om uit te vinden welke van de vier leerstijlen het meest lijkt op jouw leerstijl, kun je dit simpele testje doen. Stel je eens voor dat je zojuist een nieuwe apparaat

Nadere informatie

VERTROUWELIJK. Rapportage intake-assessment Fontys Economische Hogeschool Tilburg

VERTROUWELIJK. Rapportage intake-assessment Fontys Economische Hogeschool Tilburg VERTROUWELIJK Rapportage intake-assessment Fontys Economische Hogeschool Tilburg School: Opleiding: Klas: Fontys Economische Hogeschool Tilburg Communicatie 1CD E-mail: jotamdveer@home.nl Studentnummer:

Nadere informatie

Keuzedeel mbo. Voorbereiding hbo. behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo. Geldig vanaf 1 augustus 2013. Crebonr.

Keuzedeel mbo. Voorbereiding hbo. behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo. Geldig vanaf 1 augustus 2013. Crebonr. Keuzedeel mbo Voorbereiding hbo behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo Geldig vanaf 1 augustus 2013 Crebonr. Vastgesteld Penvoerder: Ontwikkeld door: 2 van 7 1. Algemene informatie D1: Voorbereiding

Nadere informatie

Brochure Begrijpend lezen VMBO 1

Brochure Begrijpend lezen VMBO 1 Brochure Begrijpend lezen VMBO 1 Brochure Begrijpend lezen VMBO 2 Inleiding Het belang van begrijpend lezen kan nauwelijks overschat worden. Het niveau van begrijpend lezen dat kinderen aan het einde van

Nadere informatie

Vaardigheidsmeter Communicatie

Vaardigheidsmeter Communicatie Vaardigheidsmeter Communicatie Persoonlijke effectiviteit Teamheden Een goede eerste indruk Zelfempowerment Communiceren binnen een team Teambuilding Assertiviteit Vergaderingen leiden Anderen beïnvloeden

Nadere informatie

Niveaus van het Europees Referentiekader (ERK)

Niveaus van het Europees Referentiekader (ERK) A Beginnend taalgebruiker B Onafhankelijk taalgebruiker C Vaardig taalgebruiker A1 A2 B1 B2 C1 C2 LUISTEREN Ik kan vertrouwde woorden en basiszinnen begrijpen die mezelf, mijn familie en directe concrete

Nadere informatie

Projectmatig werken. Eisma-Edumedia bv, Leeuwarden

Projectmatig werken. Eisma-Edumedia bv, Leeuwarden Projectmatig werken Inleiding...2 Het maken van projecthandleidingen...3 Format Projecthandleiding...4 Procesverslag...5 Problemen bij samenwerking...7 Eisma-Edumedia bv, Leeuwarden 1 Inleiding In deze

Nadere informatie

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 h/v de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 h/v de betekenis

Nadere informatie

ALGEMEEN. Doel & inhoud. Evaluatie

ALGEMEEN. Doel & inhoud. Evaluatie NI04_02 Komunikace v obchodním styku a v zaměstnání Sofie Royeaerd Ústav germanistiky, nordistiky a nederlandistiky Arna Nováka 1 602 00 Brno CZ sofie.royeaerd@gmail.com ALGEMEEN Doel & inhoud In deze

Nadere informatie

1. Denken-delen-uitwisselen

1. Denken-delen-uitwisselen Vijf basiswerkvormen voor activerend leren 1. Denken-delen-uitwisselen 2. Check-in-duo s 3. Genummerde-hoofden-tezamen 4. Experts 5. Drie-stappen-interview 1. Denken-delen-uitwisselen - De docent stelt

Nadere informatie

Rapport Docent i360. Test Kandidaat

Rapport Docent i360. Test Kandidaat Rapport Docent i360 Naam Test Kandidaat Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Sterkte/zwakte-analyse 3. Feedback open vragen 4. Overzicht competenties 5. Persoonlijk ontwikkelingsplan Inleiding Voor u ligt het

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Thema 1: Het leren (bevorderen) 19

Thema 1: Het leren (bevorderen) 19 I nhoud Voorwoord 5 Inleiding 15 Thema 1: Het leren (bevorderen) 19 1 Het leerproces van studenten 21 1.1 Waarom het leerproces van studenten? 21 1.2 Het leerproces volgens Biggs 22 1.3 Leeractiviteiten

Nadere informatie

Richtlijn voor het werkoverleg

Richtlijn voor het werkoverleg Richtlijn voor het werkoverleg Nummer: 11.0000274 Versie: 0.1 Vastgesteld door het CMT 10 maart 2011 doc.: pz_alle/regelingen/werkoverleg richtlijn Inleiding Communicatie is hét sleutelbegrip als het gaat

Nadere informatie

Bijlage 5 Interviewformulier studieadviseurs

Bijlage 5 Interviewformulier studieadviseurs Bijlage 5 Interviewformulier studieadviseurs Studentnummer: Naam aanmelder: Stap 1. Welkom heten en uitleggen wat het onderzoek inhoudt (Tijd: 5 minuten) Landelijk en bij de FEM is er sprake van een hoge

Nadere informatie

Voor alle leraren Nederlands. 'Vergelijkend schema', eindtermen vaardigheden van de 3 graden: tekstsoorten, procedures/strategieën en attitudes.

Voor alle leraren Nederlands. 'Vergelijkend schema', eindtermen vaardigheden van de 3 graden: tekstsoorten, procedures/strategieën en attitudes. Voor alle leraren Nederlands 'Vergelijkend schema', eindtermen vaardigheden van de 3 graden:, procedures/strategieën en attitudes. 1 Luisteren 1e graad 2e graad 3e graad uiteenzetting leerstofonderdeel

Nadere informatie

Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3

Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3 Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3 Handleiding Voltijd Jaar 3 Studiejaar 2015-2016 Stage-opdrachten Tijdens stage 3 worden 4 stage-opdrachten gemaakt (waarvan opdracht 1 als toets voor de

Nadere informatie

Handleiding Sollicitatiebrief

Handleiding Sollicitatiebrief Handleiding Sollicitatiebrief 1. De gerichte sollicitatiebrief Met een gerichte sollicitatiebrief reageer je op een advertentie waarin een werkgever een vacature vermeldt. Voorafgaand aan het schrijven

Nadere informatie

Common European Framework of Reference (CEFR)

Common European Framework of Reference (CEFR) Common European Framework of Reference (CEFR) Niveaus van taalvaardigheid volgens de Raad van Europa De doelstellingen van de algemene taaltrainingen omschrijven we volgens het Europese gemeenschappelijke

Nadere informatie

Vormgeving van SLB in de praktijk

Vormgeving van SLB in de praktijk Vormgeving van SLB in de praktijk Inhoudsopgave Inleiding...2 Het eerste leerjaar...2 Voorbeeld Programmering Studieloopbaanbegeleiding (SLB) niveau 3-4...3 POP en Portfolio...8 Vervolg...10 Eisma-Edumedia

Nadere informatie

Digitale tijdlijnen binnen PAV.

Digitale tijdlijnen binnen PAV. Digitale tijdlijnen binnen PAV. 11 doelgroep BaKO BaLO BaSO SLO tijdperspectief : week maand semester opleiding traject regulier werk opleidingsonderdeel: vak ped stage Uitdaging Doel Aanpak/oplossing

Nadere informatie

Studiehandleiding Onderzoeksmethoden

Studiehandleiding Onderzoeksmethoden Studiehandleiding Onderzoeksmethoden Modulenaam: Onderzoeksmethoden Afdeling: Pedagogiek Studiejaar: 1 Semester: 1 Ects: 5 Docenten: Mieke de Waal (vt), Peter Karstanje (dt), Hans Steenvoorden (vkrt) Datum:

Nadere informatie

Richtlijnen schrijven (stage-of afstudeer)verslag

Richtlijnen schrijven (stage-of afstudeer)verslag Richtlijnen schrijven (stage-of afstudeer)verslag Inhoudsopgave Structuur van een verslag... 2 Indeling van het verslag... 2 De titelpagina... 2 Voorwoord... 2 De Inhoudsopgave... 3 De Samenvatting...

Nadere informatie

Inleiding. Voorwaarden. Sleutelschema's

Inleiding. Voorwaarden. Sleutelschema's Lesbrieven: Schematiseren bij de MVA Docentenhandleiding Elsbeth van der Laan, Saskia Bergsma, Roland Angenent en Theun Meestringa Enschede: SLO, december 2005 Inleiding Bij de Multimediale Vaktaal Assistent

Nadere informatie

Profielwerkstuk: stappenplan, tips en ideeën

Profielwerkstuk: stappenplan, tips en ideeën Pagina 1 Profielwerkstuk: stappenplan, tips en ideeën Je gaat een profielwerkstuk maken. Dan is euthanasie een goed onderwerp. Het is misschien niet iets waar je dagelijks over praat of aan denkt, maar

Nadere informatie

Studievaardigheden van A tot Z

Studievaardigheden van A tot Z Geschreven door Patricia Hendrikx Studievaardigheden van A tot Z Actief leren Actief leren is het tegenovergestelde van passief leren. Bij actief leren doe je meer dan alleen de leerstof doorlezen. Je

Nadere informatie

Het eindwerkstuk GGCA Schooljaar 2015-2016

Het eindwerkstuk GGCA Schooljaar 2015-2016 Het eindwerkstuk GGCA Schooljaar 2015-2016 Lucas Sint, Luc van Roemburg en Monique de Hoop September 2015 Inhoudsopgave Inleiding: Wat is het eindwerkstuk?...3 Jaarplanning.4 De beoordeling van het eindwerkstuk.6

Nadere informatie

Wat is belangrijk? ik kan me niet concentreren. ik heb geen zin. ik ben de helft weer vergeten. ik snap er niets van

Wat is belangrijk? ik kan me niet concentreren. ik heb geen zin. ik ben de helft weer vergeten. ik snap er niets van ik kan me niet concentreren ik heb geen zin ik ben de helft weer vergeten ik snap er niets van Maar al te vaak hoor je dergelijke verzuchtingen van mensen die boven hun studieboeken gebogen zitten. Al

Nadere informatie

Begeleidingswijzer Dyslexie

Begeleidingswijzer Dyslexie Begeleidingswijzer Dyslexie Dyslexie Ongeveer 5% van de studenten in het mbo heeft dyslexie. Dit is één op de twintig studenten. Iedereen die bij Rijn IJssel werkt, kan dus te maken krijgen met studenten

Nadere informatie

De Taxonomie van Bloom Toelichting

De Taxonomie van Bloom Toelichting De Taxonomie van Bloom Toelichting Een van de meest gebruikte manier om verschillende kennisniveaus in te delen, is op basis van de taxonomie van Bloom. Deze is tussen 1948 en 1956 ontwikkeld door de onderwijspsycholoog

Nadere informatie

Herinrichting Schoolplein mavo 3

Herinrichting Schoolplein mavo 3 Herinrichting Schoolplein mavo 3 Pagina 1 van 7 Inleiding Binnenkort ga je aan de slag met het project Herinrichting van het schoolplein. Alle leerlingen van het derde leerjaar gaan ervoor zorgen dat ons

Nadere informatie

Training. Vergaderen

Training. Vergaderen Training Vergaderen Halide Temel 1-5-2014 Inhoudsopgave Inleiding 3 Doelen 4 Deelnemers 4 Werkvormen 4 Programma 4 Voorstellen & introductie 5 Opdracht Luciferspel 6 Theorie 7 Opdracht - Vergaderen 12

Nadere informatie

2.3 Literatuur. 1.4.2 Schriftelijke vaardigheden 1.4.2.1 Lezen LES GODVERDOMSE DAGEN OP EEN GODVERDOMSE BOL LEERPLAN ALGEMEEN:

2.3 Literatuur. 1.4.2 Schriftelijke vaardigheden 1.4.2.1 Lezen LES GODVERDOMSE DAGEN OP EEN GODVERDOMSE BOL LEERPLAN ALGEMEEN: LES GODVERDOMSE DAGEN OP EEN GODVERDOMSE BOL ALGEMEEN: p.8 2.3 Literatuur In onze leerplannen is literatuur telkens als een aparte component beschouwd, meer dan een vorm van leesvaardigheid. Na de aanloop

Nadere informatie

Stap 1 Voorafgaand aan het bestuderen van een nieuw onderwerp vatten leerlingen in kleine groepjes samen wat ze al van het onderwerp weten.

Stap 1 Voorafgaand aan het bestuderen van een nieuw onderwerp vatten leerlingen in kleine groepjes samen wat ze al van het onderwerp weten. Werkvorm 1 Stap 1 Voorafgaand aan het bestuderen van een nieuw onderwerp vatten leerlingen in kleine groepjes samen wat ze al van het onderwerp weten. Stap 2 Vervolgens formuleren ze vragen over wat ze

Nadere informatie

Een bespreking voorbereiden, notuleren en voorzitten

Een bespreking voorbereiden, notuleren en voorzitten OPDRACHTFORMULIER Een bespreking voorbereiden, notuleren en voorzitten Naam student: Datum: 1 Lees het handelingsformulier van deze vaardigheid en noteer vragen en opmerkingen. Bespreek deze met een medestudent

Nadere informatie

OVERZICHT VAN TOETSVORMEN

OVERZICHT VAN TOETSVORMEN OVERZICHT VAN TOETSVORMEN Om tot een zekere standaardisering van de gehanteerde toetsvormen en de daarbij geldende criteria te komen, is onderstaand overzicht vastgesteld. In de afstudeerprogramma's voor

Nadere informatie

Studentenhandleiding Studentenpagina STUDENTENPAGINA HANDLEIDING VOOR STUDENTEN. Handleiding Studentenpagina 1

Studentenhandleiding Studentenpagina STUDENTENPAGINA HANDLEIDING VOOR STUDENTEN. Handleiding Studentenpagina 1 Studentenhandleiding Studentenpagina STUDENTENPAGINA HANDLEIDING VOOR STUDENTEN Handleiding Studentenpagina 1 Inhoud van de handleiding Inhoud van de handleiding... 2 1. Inleiding... 3 2. Inloggen op de

Nadere informatie

Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding

Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding Inleiding De checklist Gesprek voeren 2F is ontwikkeld voor leerlingen die een gesprek moeten kunnen voeren op 2F. In deze handleiding wordt toegelicht hoe de

Nadere informatie

Leerplanschema Minor Psychologie

Leerplanschema Minor Psychologie Minor Psychologie 1 Inleiding Waarom houden mensen zich niet aan dieetvoorschriften? Hoe kan ik ze dan stimuleren om dat wel te doen? Hoe kan ik teamsporters leren om beter om te gaan met zelfkritiek?

Nadere informatie

Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs

Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs Vakdocumenten Frans (2004) Samenwerkend leren - Taakgericht werken 1 Samenwerkingsstructuren Check

Nadere informatie

10 e druk januari 2016 Heutink ICT

10 e druk januari 2016 Heutink ICT Netwijs Leeromgeving Gebruikershandleiding voor deelnemers 10 e druk januari 2016 Heutink ICT Inhoudsopgave Inleiding... 3 1. In- en uitloggen... 4 1.1. Wachtwoord aanpassen... 4 2. Het Startscherm (Home-pagina)...

Nadere informatie

Opleidingsplan. Studenten. MDL- referentie. Clermond de Hullu Wiebren Wolthuis Simon Wels Maik Gosenshuis D04

Opleidingsplan. Studenten. MDL- referentie. Clermond de Hullu Wiebren Wolthuis Simon Wels Maik Gosenshuis D04 Opleidingsplan Studenten Clermond de Hullu Wiebren Wolthuis Simon Wels Maik Gosenshuis MDL- referentie D04 Versiebeheer Versie Datum Wijzigingen Door wie 0.1 20-09- 2009 Eerste opzet voor het document.

Nadere informatie

Culture Shock -PIM. GROEP 7 ESRA ATESCELIK STUDENT NR: 1783262 JUNI 2009 Eak500@few.vu.nl. Esra Atescelik juni 2009 1

Culture Shock -PIM. GROEP 7 ESRA ATESCELIK STUDENT NR: 1783262 JUNI 2009 Eak500@few.vu.nl. Esra Atescelik juni 2009 1 GROEP 7 ESRA ATESCELIK STUDENT NR: 1783262 JUNI 2009 Eak500@few.vu.nl Esra Atescelik juni 2009 1 Inhoudsopgave 1. Concept Culture Shock.3 1.1 Definitief concept 4 1.2 Interactief gedeelte van de film..4

Nadere informatie

Niveaubepaling Nederlandse taal

Niveaubepaling Nederlandse taal Niveaubepaling Nederlandse taal Voor een globale niveaubepaling kunt u de niveaubeschrijvingen A1 t/m C1 doornemen en vaststellen welk niveau het beste bij u past. Niveaubeschrijving A0 Ik heb op alle

Nadere informatie

Checklist Presentatie geven 2F - handleiding

Checklist Presentatie geven 2F - handleiding Checklist Presentatie geven 2F - handleiding Inleiding De checklist Presentatie geven 2F is ontwikkeld voor leerlingen die een presentatie moeten kunnen geven op 2F. In deze handleiding wordt toegelicht

Nadere informatie

REGELING BACHELOR SCRIPTIE (specialisatie Geschiedenis LAS)

REGELING BACHELOR SCRIPTIE (specialisatie Geschiedenis LAS) Latijns-Amerika Studies (LAS) BA programma REGELING BACHELOR SCRIPTIE (specialisatie Geschiedenis LAS) De Bacheloropleiding Latijns-Amerika Studies (specialisatie geschiedenis) wordt in het tweede semester

Nadere informatie

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W 1 Naam student: Studentnummer: Datum: Naam leercoach: Inleiding Voor jou ligt het meetinstrument ondernemende houding. Met dit meetinstrument

Nadere informatie

GROEPSDYNAMICA STUDIEHANDLEIDING

GROEPSDYNAMICA STUDIEHANDLEIDING GROEPSDYNAMICA STUDIEHANDLEIDING Opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening Instituut ISO/Hogeschool Rotterdam Code ISOGDY Module-beheerder: Claudine van Boxtel Studiejaar: 2014-2015 Kwartaal: 1 Opleiding:

Nadere informatie

Nederlands ( 3F havo vwo )

Nederlands ( 3F havo vwo ) Nederlands Nederlands ( 3F havo vwo ) havo/vwo bovenbouw = CE = Verdiepende keuzestof = SE Mondelinge taalvaardigheid Subdomeinen Gespreksvaardigheid Taken: - deelnemen aan discussie en overleg - informatie

Nadere informatie

Projectvoorstel Grassroots VU 2015-2016

Projectvoorstel Grassroots VU 2015-2016 1. Gegevens van de aanvrager Naam aanvrager: Faculteit: Eric Vos Lisanne Möller Aard- en Levenswetenschappen E-mailadres: Functie: r.a.vos@vu.nl l.m.moller@vu.nl Docent Telefoon: 020 598 2671 2. Titel

Nadere informatie

Een Goede Lezing. Hans L. Bodlaender

Een Goede Lezing. Hans L. Bodlaender Een Goede Lezing Hans L. Bodlaender Dit verhaal Waar moet ik op letten als ik een lezing geef? Voldoet deze lezing aan wat hij zelf zegt? 2 Overzicht Voorbereiding van een lezing Algemene voorbereiding

Nadere informatie

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij 10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij 10.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat gedetailleerde informatie over de doelstellingen, eindkwalificaties en opbouw van de Masteropleiding Filosofie & Maatschappij.

Nadere informatie

Quick start OASE voor docenten en medewerkers

Quick start OASE voor docenten en medewerkers Onderwijs en Studenten Service Centrum Den Dolech 2, 5612 AZ Eindhoven Postbus 513, 5600 MB Eindhoven www.tue.nl Datum 4 juli 2011 Versie 1.2 Quick start OASE voor docenten en medewerkers De digitale leer-

Nadere informatie

informatie profielwerkstuk havo avondlyceum CAL handleiding H5 2015-2016

informatie profielwerkstuk havo avondlyceum CAL handleiding H5 2015-2016 informatie profielwerkstuk havo avondlyceum CAL handleiding H5 2015-2016 Inhoud: Inleiding 2 Tijdsplanning 3 Logboek 4 Voorbeeld logboek 5 Verslag 6 Bronvermelding 7 Weging/ eindcijfer 8 pws-informatieboekje

Nadere informatie

Dit verhaal. Een Goede Lezing. Overzicht. Algemene voorbereiding

Dit verhaal. Een Goede Lezing. Overzicht. Algemene voorbereiding Dit verhaal Een Goede Lezing Waar moet ik op letten als ik een lezing geef? Voldoet deze lezing aan wat hij zelf zegt? Hans L. Bodlaender 2 Overzicht Voorbereiding van een lezing Algemene voorbereiding

Nadere informatie

Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen

Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen Eindtermen educatief project Korstmossen, snuffelpalen van ons milieu 2 de en 3 de graad SO Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen I. Gemeenschappelijke

Nadere informatie

Het Profielwerkstuk HANDLEIDING I. Organisatie, tijdpad en andere belangrijke informatie. Een handleiding voor Havo en Vwo Mei 2011.

Het Profielwerkstuk HANDLEIDING I. Organisatie, tijdpad en andere belangrijke informatie. Een handleiding voor Havo en Vwo Mei 2011. Het Profielwerkstuk HANDLEIDING I Organisatie, tijdpad en andere belangrijke informatie Een handleiding voor Havo en Vwo Mei 2011 Naam leerling: klas:. Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Organisatie 4 2. De

Nadere informatie