Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd en/of vermenigvuldigd zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd en/of vermenigvuldigd zonder schriftelijke toestemming van de uitgever."

Transcriptie

1 Artikel: 'Ich bitte Sie, was sollen wir nur damit? Schrijven en denken over een Duitse annexatie van Nederland, Auteur: Maarten van Poll Verschenen in: Skript Historisch Tijdschrift, jaargang 31.2, Stichting Skript Historisch Tijdschrift, Amsterdam ISSN Abstract: A common fear among Dutch politicians and publicists in the nineteenth century was the possible annexation of their country by the Germans. Though public debate regarding the probability of annexation and its consequences generated much controversy, many assumed its inevitability. Opinion was divided among German intellectuals and politicians as well, and there was no public majority in favour of annexation. This division of opinion prevented the rise of a Dutch political movement opposed to such an act of German aggression. However, despite its controversial nature, certain stages of the debate linked to German and European political developments can be identified. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd en/of vermenigvuldigd zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. Skript Historisch Tijdschrift is een onafhankelijk wetenschappelijk blad dat vier maal per jaar verschijnt. De redactie, bestaande uit studenten en pas afgestudeerden, wil bijdragen aan actuele historische debatten, en biedt getalenteerde studenten de kans om hun werk aan een breder publiek te presenteren. Een abonnement op Skript kost 20 euro per jaar. U kunt lid worden door het machtigingsformulier in te vullen op Ook kunt u een sturen naar de redactie, dan krijgt u het machtigingsformulier thuisgestuurd. Losse nummers zijn verkrijgbaar bij de redactie. Artikelen ouder dan een jaar zijn gratis te downloaden op Skript Historisch Tijdschrift Spuistraat 134, kamer VB Amsterdam

2 Ich bitte Sie, was sollen wir nurdamit?' Schrijven en denken over een Duitse annexatie van Nederland, Maarten van Poll In de tweede helft van de negentiende eeuw veroorzaakte de samensmelting van de Duitse Bondstaten tot één Duits keizerrijk de nodige opschudding in Europa. Buurlanden van de zich gestaag consoliderende grootmacht maakten zich grote zorgen over de implicaties van deze eenwording, zo ook Nederland. Er werd zelfs gevreesd voor annexatie door de Duitsers. Hoewel deze angst in de pohtiek nauwehjks een serieuze rol speelde, laat Maarten van Poll zien dat annexatie zowel in Nederlandse als in Duitse intellectuele kringen een uitvoerig besproken onderwerp was. In 1876 verscheen van de hand van Jochem van Ondere het boekje Mijn bezoek aan Bismarck.' Het verhaalt op ironische toon over een ouderling en pijpenfabrikant uit Gouda, die gekweld wordt door de angst dat Duitsland Nederland zal annexeren. Uiteindelijk deelt hij zijn bange vermoedens met kanselier Otto von Bismarck, die hem verzekert dat inlijving van Nederland nu niet aan de orde is. De ironie niettegenstaande signaleert het boekje van Van Ondere een sentiment dat in de negentiende eeuw bij herhaling opspeelde. De ontwikkeling van een continentale grootmacht aan de oostgrens vervulde veel Nederlanders met wantrouwen, soms zelfs met angst. Wat waren de Pruisen, en later de Duitsers, van plan met de kleine, rijke, strategisch gelegen buurman met het fraaie koloniale rijk? In dit artikel onderzoek ik de ontwikkeling van het denken over een Pruisisch-Duitse annexatie van Nederland in de periode Hierover werd een bij tijd en wijle vurig debat gevoerd, dat in de bestaande literatuur helaas maar vluchtig en vaak summier wordt behandeld. De annexatieplannen werden vooral in intellectuele circuits besproken, maar kwamen ook ter sprake in diplomatieke correspondentie. Dit artikel biedt een integraal overzicht van de discussies in beide circuits over een langere periode, waarmee een duidelijke ontwikkeling voor het voetlicht wordt gebracht. Hierbij komt een interessant contrast tussen het publieke debat en de - in principe - welingelichte staatkundige kringen naar voren. Het behandelde tijdvak begint met het Verdrag van Londen, waarin de Belgische onafhankelijkheid werd vastgelegd, en de troonsbestijging kort hierop van Frederik Willem IV in Pruisen en Willem II in Nederland. In 1890 trad Bismarck af, en overleed de Nederlandse koning en gewezen 'moffenhater'^

3 Willem III. Voor de diplomatieke correspondentie raadpleegde ik waar mogelijk bronnenpublicaties, en anders op bronnenonderzoek gebaseerde secundaire literatuur. Veel deelnemers aan het publieke debat kwam ik via secundaire literatuur op het spoor, waarna een primair onderzoek volgde. Een brede discussie Over de annexatiekwestie werd in verschillende circuits gediscussieerd. In dit artikel ga ik in op twee van deze circuits, respectievelijk staatkundige kringen - Nederlandse diplomaten en politici - en de onafhankelijke publicistiek. In de officiële correspondentie is de grote invloed van de persoonlijkheid en competentie van functionarissen goed zichtbaar. Naarmate het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan belang won, en de diplomatieke dienst meer werd opengesteld voor niet-adellijke lieden, werd de berichtgeving realistischer en meer accuraat. Het voeren van een consequente neutraliteitspolitiek bleek geen sinecure. Minister Lightenvelt verzuchtte in 1849: 'Te veel doen verwekt opspraak en argwaan; te weinig doen stelt 't land bloot.'' Toch meende vrijwel iedereen dat neutraliteit de juist koers was. Vanzelfsprekend is het lastig een algemeen beeld te geven van diegenen die hun ideeën in de openbaarheid verkondigden. In Nederland werd de discussie over de mogelijkheid - en eventueel zelfs wenselijkheid - van annexatie gevoerd door aansprekende namen als Thorbecke, Groen van Prinsterer, Opzoomer, Multatuli en Teilegen, maar ook door nu minder bekende lieden. Wetenschappers, intellectuelen en oud-militairen van uiteenlopenden huize gaven hun mening in pamfletten en tijdschriften, vooral in De Gids. De Duitse bijdrage aan het discours werd in nog grotere mate gedomineerd door wetenschappers. In de academische wereld werd politiek bedreven door mannen als Arndt, Leo, Von Treitschke en List. Later mengden ook politiek activisten als Freytag, Frantz en Fabri zich in de discussie. De bekwame diplomaat graaf van Bylandt analyseerde de verhouding tussen de twee circuits in 1883 accuraat: Ik geloof niet, dat het in de regeeringskringen te Berlijn is, dat men de bedoelde annexatie-plannen moet zoeken, maar veeleer in de geleerde wereld, in de universiteiten, onder de professoren en studenten wien men kan zeggen dat als van kinderen, "dat zij de oogen grooter hebben dan de maag."'' De pers ontwikkelde zich steeds meer tot een onafhankelijk forum en speelde als zodanig een belangrijke rol in het annexatiedebat. Voor uitgebreid krantenonderzoek was in deze studie geen ruimte. Daarom heb ik ervoor gekozen publicaties in de pers alleen te bestuderen wanneer deze - zoals in het geval van Quack - exemplarisch waren voor de plaats van de publicist in het debat. Skript Historisch Tijdschrift

4 Meedeinen, de storm uitzitten, maar nergens schuilen De meningen die in officiële documenten en publieke uitingen werden geventileerd, hielden zelden gelijke tred. Wel vertoont de intensiteit van de discussie in beide sferen opvallende overeenkomsten. Hiervoor bestaat een eenvoudige verklaring: Nederland nam na de afscheiding van België een neutrale en kwetsbare positie in te midden van het krachtenspel van het Concert van Europa. Wanneer de vrede en de stabiliteit in Europa in het geding waren, zwol de discussie over annexatie aan. Na het Verdrag van Londen van 1839, waarin de Belgische onafhankelijkheid definitief werd vastgelegd, besefte men in Nederland dat de rol als Europese grootmacht was uitgespeeld. Wel nam Nederland nog steeds een dominante positie in binnen de economische verhoudingen met het Duitse achterland. Deze situatie zinde veel Duitse academici niet.' Op het Congres van Wenen had de toekomstige koning Willem I zich nog met succes verzet tegen al te nauwe (economische) banden met de oosterburen. Nu gingen er aan beide zijden van de grens stemmen op om deze situatie te herzien. In 1844 opperde de Nederlandse minster van Koloniën Baud aansluiting bij de Zollverein als enige mogelijkheid om de gunstige positie van Nederland uit te buiten - nu het nog kon.'' De Duitse econoom List opperde drie jaar eerder al iets dergelijks. Nederland was volgens List de eigenaar van de voordeur van het huis dat 'Duitsland' heette, een economisch onwenselijke situatie. En bovendien '[könnte] Holland (...) nur durch die deutsche Union und in der engsten Verbindung mit derselben seinen alten Flor wieder erlangen.'^ Aldus zinspeelde List op het feit dat Nederland slechts vergane glorie restte. De reactionaire historicus en politicus Leo, auteur van Zwölf Bücher niederlandischer Geschichten ( ), had zich al eerder in die zin uitgelaten. Hij zag Nederland als een afvallige, dwalende zoon die in het Duitse ouderlijk huis diende terug te keren.* Thorbecke reageerde hierop met een brochure, waarin hij zich verzette tegen Leo's aanspraken. Hij wilde koste wat kost de Nederlandse onafhankelijkheid bewaren, zonder de bestaande hechte banden tussen Nederland en Duitsland teniet te doen.' Thorbecke benadrukte de wederrechtelijkheid van een eventuele annexatie; de internationale rechtsorde was hem heilig. Hiernaast is in zijn geschrift een ontluikend nationalisme zichtbaar, dat weerklank vond bij minister van Buitenlandse Zaken Verstolk van Soelen: 'Het Nederlandsche gevoel, gewoon eigene nationaliteit te huldigen, zou zich niet geduldig onderwerpen aan de verordeningen van den Duitschen Bond.'' Het probleem lag niet alleen in de begerige blikken van sommige oosterburen. Binnenslands diende de zogenaamde 'Jan Salie-geest' - 'een stemming van moedeloosheid (...), die deed opzien naar de grote Duitse broeder'" - te vuur en te zwaard bestreden te worden, zo betoogden met name liberale politici en publicisten. Onder meer tot dit doel werd in 1837 het tijdschrift De Gids opgericht door Potgieter en Robidé van der Aa, die al snel werd vervangen door Bakhuizen van den Brink. Dit literaire tijdschrift zou lange tijd het brandpunt zijn van de discussie over de verhouding tot Duitsland en 70

5 over het zelfstandig voortbestaan, zelfs het bestaansrecht, van Nederland. De Gids stond beweging en vooruitgang voor.'' Deze vooruitgang zou geïnspireerd moeten worden door de roemrijke - weliswaar niet te evenaren - zeventiende eeuw, en zou een republikeinse, burgerlijke en nationale signatuur kennen." Met hervonden zelfbewustzijn, geënt op literaire prestaties, zou men de crisis moeten bezweren. De politicus en staatsman Johannes Bosscha, die als 'Hollander van top tot teen en vaderlandslievend tot in het merg van zijn gebeente' te boek stond,"' liet in 1847 een boekje verschijnen waarin hij protesteerde tegen de defaitistische houding die bij velen in Nederland had postgevat. Bovendien nam hij een duidelijk verschil waar tussen de Nederlandse en de Duitse nationahteit, hetgeen in zijn ogen het bestaansrecht van een onafhankelijk Nederland bevestigde. Bosscha's boekje werd in De Gids besproken door de oriëntalist Veth. Hij kwam tot een ontluisterende conclusie: Nederland kon maar beter opgaan in Duitsland, want een positie als zelfstandig land was niet te handhaven. De eigen volksaard en het roemruchte verleden moesten door Nederland in beheer worden gegeven aan de sterkere, opkomende buurman." Het opgeven van de eigen taal vond Veth een klein offer: in feite ging het om niet meer dan het aannemen van een ander dialect. Het is verwonderlijk te noemen dat een dergelijke visie juist in De Gids kenbaar werd gemaakt. De Duitse landen waren immers absoluut niet republikeins, de adel speelde er een prominente rol; met nationale gevoelens was het opgeven van de eigen soevereiniteit al helemaal niet te verenigen. In een ander stuk in hetzelfde nummer sprak Veth zijn waardering uit voor de ideeën van de historicus Arndt, gewezen patriot en pangermanist, en volgens Veth één der 'verstandigen'.'* Arndt meende, net als linguïsten als de gebroeders Jacob en Wilhelm Grimm en Hoffmann von Fallersleben, dat Nederland taalkundig onderdeel was van Duitsland, en dat de bevolking van oorsprong en cultureel Duits was. Nederland, in Arndts ogen al jaren op zijn retour, was aangewezen op 'ihre treuesten Nachbarn und altesten Brüder, die Deutschen'.''Joseph Görres voegde hier nog de observatie aan toe dat Nederland 'de kust van Duitsland' was."* Arndt staat te boek als een van de vaandeldragers van het pangermanisme. Deze politieke beweging streefde naar de vereniging van alle Duitse volken in één groot rijk. Aan de vooravond van het revolutiejaar 1848 verkeerde Nederland dus in een existentiële crisis, die door de Nederlanders zelf bezworen moest worden. Vanuit Duitsland wierp men om verschillende redenen begerige blikken op de kleine westerbuur. Pangermanisten baseerden hun aanspraken op taalkundige en culturele verwantschap en een historische verbondenheid. Voorts zag men voor beide partijen grote economische voordelen bij een versmelting. Een zeldzaam genuanceerd geluid kwam van de Nassause militair in Nederlandse dienst Friedrich von Gagern, die na een pragmatische analyse tot de conclusie kwam dat annexatie 'das vielleicht beste Heilmittel' was.'' Duitsland zou profiteren van de Nederlandse staatsinstellingen, terwijl Nederland er op militair en economisch gebied op vooruit zou gaan.- In Nederland bestond voor dergelijke ideeën nauwelijks enthousiasme. Nationalistische sentimenten gingen bij Bakhuizen van Stript Historisch Tijdschrift }i.i

6 tbne WAARSCHUWING AAN ALLb JAN SAUESÜ! Pu opl «a vordt niet onder het Saliemdk drioken ommtlaa. ^^S'^^^ 'J2. Spotprent van J.M. Schmidt. Volgens verschillende deelnemers aan de annexatiediscussie zou het Neder- landse volk meer op zijn hoede moeten zijn voor de Duitse agressie. Bron: M. Janse, De geest van Jan Salie. Nederland in verval? (Hilversum zooz).

7 den Brink hand in hand met een analyse van de verschillen tussen Nederland en Duitsland, die versmelting onmogelijk en onwenselijk maakten. Hij meende dat Nederland Duitsland ver achter zich wist op het gebied van beschaving, burgerlijkheid, humaniteit en vrijheid." : een opleving en een debacle Nederland had, door het lidmaatschap van Limburg en Luxemburg van de Duitse Bond, ongewild deel aan de revolutie in Duitsland. De behoedzaam opererende gezant Von Scherff wist Nederland veilig door de turbulentie heen te manoeuvreren." In Den Haag werd besloten tot strikte neutraliteit. De minister van Justitie Donker Curtius meende dat Duitsland in een bewapening van die neutraliteit 'pretext [zou] zoeken om zich naar zee uit te breiden.'^' Maar, zo zei hij geruststellend: 'Eer dat de Duitsche republiek zich naar elders tracht uit te breiden, zullen er nog jaren moeten verloopen.' Schimmelpenninck van der Oye, de oerconservatieve Nederlandse gezant in Berlijn, meende dat de situatie in Frankrijk een groter gevaar was voor Nederlands voortbestaan; de liberale ontwikkelingen in Duitsland stonden hem niet aan, maar alles was hem liever dan het revolutionaire Frankrijk, dat zijn gekroonde staatshoofd had zien vertrekken.^^ Tijdens de Nationale Vergadering van 19 juli 1848 in het Frankfurter parlement hield Arndt een vlammend betoog, waarin hij de hoop en verwachting uitsprak dat Nederland 'in den Schoss des Grossen Germaniens' zou belanden. Het daverend applaus dat hem ten deel viel, was veelal een eerbetoon aan de oude strijder - in daadwerkelijke incorporatie van Nederland geloofde hoegenaamd niemand.-' De Oostenrijkse Groot-Duitser Franz Schuselka herhaalde vervolgens nog maar eens de argumenten dat de staat Nederland op Duitse bodem lag, dat de Nederlandse taal slechts een dialect van de Duitse was, en dat het wachten was op een 'Heimkehr Holland's'.-'' In Nederland verscheen hierop een anoniem geschrift, getiteld Nederland en Duitschland: anathema uitgesproken over hem, die het vaderland in het Duitsche Rijk wil doen opgaan.-^ Verder kwam annexatie niet ter sprake. Men besprak wel de gevolgen van de internationale gebeurtenissen voor de positie van Nederland, maar tot vrees voor het voortbestaan als zelfstandige staat leidde dit over het algemeen niet. Een gewelddadige constitutionele revolutie bleef Nederland bespaard. Over het uitblijven van bloedvergieten was vrijwel niemand rouwig - sterker, op beschaafde wijze waren er vernieuwingen doorgevoerd, waar elders forse aantallen doden en gewonden te betreuren waren. De moderne nieuwe Grondwet vervulde veel Nederlanders bovendien met trots. Het land leek na jaren van gezapigheid en teruggang te ontwaken, en had deel aan belangwekkende internationale veranderingen. Deze trots kwam ook tot uiting in de houding ten aanzien van Pruisen en de Duitse Bond. Terwijl in Nederland sprake was van nieuw elan zag men het uitblijven van liberale hervormingen in Duitsland als een terugval. Een dermate achtergebleven gebied boezemde de trotse Nederlanders weinig angst in. Skript Historisch Tijdschrift 31.2

8 Wie te vrezen: Bonaparte of Pruisische Bonapartisten? In Duitsland verscheen in 1854 het eerste deel van W.H. Riehls werk Naturgeschichte des deutschen Volkes als Grundlage einer deutschen Sozialpoliük. Hierin wilde Riehl, een leerling van Arndt, de verwantschap tussen Nederlanders en Duitsers aantonen op basis van overeenkomsten in volksaard, tradities en folklore, dorpsvormen en huizenbouw.^* Volgens Riehl was de gekunstelde scheiding tussen de beide volkeren duidelijk merkbaar in de stedencultuur; wanneer men zich verder in de periferie begaf was de 'natürliche Zusammenhang' steeds sterker voelbaar. Riehl, die geldt als de grondlegger van de culturele antropologie, beschouwde de ruimtelijke constellatie van de Duitse samenlevingsvorm met zijn mengeling van steden en agrarische en woeste gebieden als ideaal. Het sterk geürbaniseerde Nederland was doorgeschoten, maar kon nog wel gered worden. Toen de revolutionaire storm was gaan liggen, begon een periode van relatieve rust in de Nederlands-Duitse betrekkingen. Over de Nederlandse buitenlandse politiek schreef de Belgische gezant te Den Haag op 26 februari 1859 aan zijn minister van Buitenlandse Zaken dat '[l]es yeux sont ici plus qu'ailleurs (...) fixes sur l'allemagne et particulièrement sur la Prusse.'^' Dat gold niet voor koning Willem III. Hij was goed bevriend met Lodewijk Napoleon, inmiddels keizer Napoleon III. Willems Württembergse vrouw Sophie stond erom bekend dat ze een grondige hekel had aan Pruisen. Na de Franse annexatie van Nice en Savoie in i860 werd gevreesd dat ook België op het menu stond, en dat Willem III gemene zaak maakte met de Fransen. De Engelse minister van Buitenlandse zaken schreef dat '[t]he belief in a Dutch project of getting a slice of Belgium is not a vague surmise.''" Hier werd Nederland een zekere mate van assertiviteit toebedacht, die nauw in verband stond met het expansionisme van de Fransen. Ditzelfde expansionisme - onderdeel van het opportunistische en wetten vermorzelende Bonapartisme - maakte veel Nederlanders tegelijkertijd echter ook wantrouwig ten opzichte van Frankrijk. Als België ingelijfd zou worden, waarom dan niet ook Nederland, tot aan de Rijn of zelfs verder? Onder de nieuwe kanselier Bismarck begon Pruisen aan een project dat binnen een decennium tot drie oorlogen zou leiden. Onder Pruisische leiding zouden de Duitse landen verenigd worden, terwijl Oostenrijk buitenspel werd gezet. Dit Duitse eenheidsstreven leidde aanvankelijk niet tot al te veel ongerustheid in Nederland. Minister van Buitenlandse zaken baron van Zuylen van Nijevelt introduceerde in een circulaire van 29 maart 1861 al wel een in de volgende jaren nog vaak gebruikte formulering: Un Royaume ou Empire dauemagne une fois établi ne tarderait pas a prétendre (...) qu'une extension de territoire a l'ouest j'usgua la iner est une condition indispensable de prospérité pour Ie nouvel Empire.'' 'Jusqu'a la mer' verwees zowel naar Duits-nationalistische aanspraken op bijvoorbeeld de Rijn als natuurlijke grens, als naar een strategisch-economisch gemotiveerd verlangen naar de Nederlandse havens aan de mondingen van Rijn, Maas en Schelde. 74

9 In de jaren hierna werd een eventuele annexatie steeds in verband gebracht met rivieren en havens, bijvoorbeeld door de gezant te Berlijn graaf van Zuylen van Nijevelt. Zijn collega te Wenen, baron van Heeckeren tot Enghuizen, meende dat Bismarck de Nederlandse havens zag als een sine qua non voor het bezit van een koloniaal rijk. Inlijving van Nederland zou direct in beide behoeftes voorzien.'^ De kwestie Sleeswijk-Holstein in 1864 werd vooral gezien als een onverkwikkelijke schending van het internationale recht. De jurist Modderman en de historicus Engelbregt verdedigden in De Gids beiden de Deense rechtspositie. Zij meenden dat Pruisen wel degelijk een gevaar vormde voor de Nederlandse onafhankelijkheid." Al met al was men er in 1864 zowel in staatkundige kringen als daarbuiten nog niet over uit. Was het nu Frankrijk of Pruisen dat een bedreiging vormde? In 1866 veranderde de situatie ingrijpend. Bismarck wist een oorlog met Oostenrijk uit te lokken, die eindigde in een eclatante Pruisische overwinning, met onder meer de annexatie van Hannover als gevolg. Hierop verhardde de opstelling van Bismarck ten aanzien van Nederland. Onduidelijkheid over de status van Limburg en Luxemburg zorgde voor hachelijke momenten, net als de Franse expansiedrang die door Bismarck richting Lage Landen werd gekanaliseerd.'-' In februari 1867 ontstond even paniek bij graaf Van Zuylen, inmiddels minister van Buitenlandse Zaken, die zich ten aanzien van Pruisen al eerder wantrouwig had uitgelaten. Hij zocht steun in Parijs en Londen naar aanleiding van een verontrustend bericht uit Berlijn en de onthulling dat de Pruisische legatie inlichtingen inwon over de Nederlandse landsverdediging. De kwestie bleek een storm in een glas water. De crisis tussen Pruisen en Frankrijk over pogingen van de Fransen om Luxemburg van Willem III te kopen werd op II mei 1867 tenminste formeel beëindigd. De op het oog vreedzame oplossing betekende een bestendiging van de tegenstelling tussen Frankrijk en Duitsland. Ten aanzien van Nederland was het de beide kemphanen er nu vooral om te doen om 'Den Haag [niet] in de armen van de tegenpartij te drijven.'" De Nederlandse regering hield angstvallig vast aan de neutraliteitspolitiek. Naar aanleiding van de Pruisisch-Oostenrijkse oorlog begon in i866 een intensieve discussie over de annexatiekwestie. Bosscha liet weer van zich horen. Hij meende dat Nederland zich uit voorzorg diende te bewapenen, maar beweerde ook dat Bismarck door het Nederlandse nationale gevoel uiteindelijk weerhouden zou worden van inlijving."* Multatuli zette zich naar aanleiding van Bosscha's boekje vol vuur aan het schrijven, om er weinig van heel te laten.'^ In Idee 1044 ontvouwde hij zijn visie op de plannen van Bismarck: Men vergist zich (...) in de mening dat Pruisen de inlijving van Nederland begeert. Het zal de eis der omstandigheden worden. Duitsland moet zich uitbreiden op straffe van vernietiging, omdat stilstand onmogelijk is. De annexatie van Nederland is waarschijnlijk voor het Duitse Rijk geen gewenste zaak, maar zal weldra blijken - uit een Duits oogpunt beschouwd - van twee kwaden 't beste te zijn.'* Skript Historisch Tijdschrift }i.z 75

10 '' Hier trok Multatuli van leer tegen de naïviteit van zijn landgenoten. Bismarck zou, alle negatieve aspecten van annexatie ten spijt, uiteindelijk geen keus hebben. In 1867 waren in Duitsland geruststellende geluiden hoorbaar. De conservatieve econoom Erwin Nasse te Bonn en de jurist August Anschütz meenden dat Nederland niet voor annexatie hoefde te vrezen." Tegelijkertijd verscheen een artikel in de Christelijk-conservatieve Kreuzzeitung, die vaak als officieus orgaan van de Pruisische regering werd gezien. In het gewraakte stuk werd Nederland gemaand zich nauw met Pruisen te verbinden, wat Groen van Prinsterer ertoe bracht een tweetal brochures uit te brengen. Voor hem betekende de Pruisisch-Oostenrijkse oorlog in 1866 een keerpunt. Tot dan toe had hij de Fransen steeds als grootste bedreiging voor de vrede en de internationale rechtsorde gezien. Het expansieve en opportunistische Bonapartisme was hem een gruwel. Nu begon Pruisen onder Bismarck allengs meer vergelijkbare trekken te vertonen. Het internationaal recht werd met voeten getreden en het christelijke karakter van dat recht ging teloor.''" De Duitse eenwording op zichzelf vond Groen van Prinsterer niet bezwaarlijk. Het was de aantasting van de internationale rechtsorde die hem tegenstond.-'' En waar het Nederland betrof was hij duidelijk: 'Nous ne voulons pas être ANNEXES.'-*^ Deze koerswijziging stond niet op zichzelf. Velen die aanvankelijk Napoleon III zagen als grootste bedreiging voor de vrede, begonnen de groeiende Pruisische overmacht, die zich nadrukkelijk aan de vaderlandse oostgrens manifesteerde, te zien als potentieel vermorzelaar van de Nederlandse onafhankelijkheid.''' De Pruisische reacties op Groen van Prinsterers in ongebruikelijk felle bewoordingen gestelde brochures ontkenden veelal annexionistische bedoelingen. Zijn anti-pruisische agitatie bezorgde hem later de reputatie van 'germanofoob'.^^ Bovendien werd hij in september 1871 door de Berlijnse gezant Rochussen berispt over zijn al te virulente opstelling.-" Ook de Utrechtse jurist Vreede en zijn collega Quack hechtten sterk aan de internationale rechtsorde. Waar Vreede consequent pleitte voor militaire versterking om de 'eenheid van den Nederlandschen volksstam'-»'' te beschermen, maakten Quacks denkbeelden echter een opmerkelijke ontwikkeling door: plots meende hij dat Bismarcks machtspolitiek de vrede in Europa garandeerde. Na de Frans-Duitse oorlog was dit een salonfahig standpunt, maar met het oog op de ontwikkelingen die eerst nog zouden volgen is Quacks ommezwaai verwonderlijk. In 1869 meldden verschillende Duitse publicisten dat Nederland niets te vrezen had van Pruisen. De Duitse economisch historicus in Oostenrijkse dienst Theodor von Inama-Sternegg dacht hier anders over: slechts door een nauwe economische verbintenis met Duitsland zou Nederland inlijving kunnen afwenden.^" Voor de prominente econoom Adolph Wagner was dit niet genoeg: hij betoogde dat Nederland ingelijfd moest worden. Tot zijn ongenoegen moest hij constateren dat hiervoor geen concrete plannen bestonden.-'''' Het was inmiddels duidelijk dat de oplopende spanning tussen Frankrijk en Pruisen tot een oorlog zou leiden. De gevolgen hiervan voor Nederland waren onduidelijk. De Nederlandse neutraliteit werd namelijk door niemand gegarandeerd, terwijl Nederland de neutraliteit van Luxemburg wel garandeerde. Bij herhaling werd een eventuele Franse schending van de Belgische neutraliteit in verband gebracht met een Pruisische respons ten koste van Nederland.-" Koning 76

11 Wilhelm I van Pruisen zei in juni 1869 dat zijn land niet van plan was Nederland te annexeren. Dat hij hier zélf mee kwam bracht zijn gesprekspartner graaf van Heiden Reinestein tot de inschatting dat 'Qui trop s'excuse, s'accuse'.'" Eindelijk oorlog De Spaanse opvolgingscrisis, waarin onder anderen een Hohenzollern naar de troon dong, was de directe aanleiding voor de oorlog; Bismarck gaf middels de beruchte Emser Depêche het laatste zetje. Op 19 juh 1870 gebeurde het onvermijdelijke: Frankrijk loste het eerste schot van de langverwachte oorlog. Nederland kondigde zijn gewapende neutraliteit af. Pruisen gaf te kennen de Nederlandse positie te respecteren en te waarderen. Toch kenschetste een Belgische gezant de sfeer in Den Haag in september 1870 als 'uiterst timide en angstig voor Pruisen'.'" De Utrechtse hoogleraar C.W. Opzoomer meende, in tegenstelling tot veel van zijn landgenoten, dat Bismarck geen bonapartist was; Pruisen was uitgelokt en volgde in de oorlog tegen Frankrijk zijn natuurlijke roeping.'"^ Voor Nederland zag hij alleen een toekomst in nauwe samenhang met Duitsland. Een expliciet voorstander van annexatie kunnen we hem dus niet noemen. Wel was hij als prussofiel een vreemde eend in de bijt. De vooraanstaande liberale Groningse hoogleraar Teilegen waarschuwde in zijn rede ter ere van de rectoraatsoverdracht in 1870 ervoor de Duitse veroveringsstaat als het land van de toekomst te zien." AI eerder had hij zich kritisch uitgelaten over de Duitse staatsinstellingen. De recensent van De Gids verheugde zich over het taalgebruik van Teilegen, omdat hij in tegenstelling tot veel tijdgenoten germanismen vermeed.''' Hiermee gaf Teilegen het goede voorbeeld, want '[v]oor menig volk is de taai-annexatie het begin geweest der politieke annexatie'." Thorbecke onderschreef Tellegens toon: 'Te regt, dunkt me, vreest gij den morelen indruk van de pruissische weermagt nog veel meer dan de pruissische wapens'.''" Aan Duitse zijde bleef het stil. De nieuwe gezant te Berlijn Rochussen had veel vertrouwen in Bismarck. Hij zou gedurende zijn elf jaar in Duitsland en zijn tweejarig ministerschap daarna het in Den Haag heersende beeld van de oosterbuur bepalen. Vlak na ondertekening van het vredesverdrag schreef hij: 'Il faut être aveugle pour ne pas voir que Ie triomphe de la France eüt été Ie fin, a coup sur, da la Belgique, probablement de la Néerlande'.'' Rochussen meende dat de Duitse annexatie van Elzas-Lotharingen Frankrijk verhinderde zich aan België te vergrijpen. In zijn ogen was Nederland daarom veilig'** Rochussens lezing lijkt bevestigd te worden door een gesprek dat Bismarck had met de Engelse diplomaat Odo Russell.'^ Het gevaar geweken? Toen bleek dat de Duitse overwinning vooralsnog niet tot direct gevaar voor Nederland zou leiden - en van Frankrijk na de zware nederlaag geen dreiging uitging - nam de frequentie waarmee geschriften over annexatie verschenen snel Stript Historisch Tijdschrift '^1.2 77

12 af. Angst en onzekerheid maakten plaats voor een zekere zelfgenoegzaamheid. De Nederlandse nadruk op de positie van het recht in de internationale verhoudingen werd door veel Nederlanders gezien als een uiting van de morele superioriteit van een kleine voorvechter en pionier van de vrijheid. De historicus W.J. Hofdijk schreef in 1875 tot besluit van zijn Ons voorgeslacht in zijn dagelijksch leven geschilderd: 'Het is schooner het zedelijkste dan het machtigste volk ter aarde te zijn'.*^" Nu was het echter in staatkundige kringen dat men zich zorgen maakte. Althans, aan geruchten over Annexionsgelüste werd bij herhaling aandacht besteed. Rochussen geloofde niet in dergelijke Duitse agressie, maar werd toch steeds verzocht poolshoogte te nemen. Bismarck leek wat moedeloos te worden van het wantrouwen van veel Nederlanders. Tegen de Italiaan Francesco Crispi zei hij, naar aanleiding van een drietal kleine diplomatieke incidenten in 1877: Es wird uns nachgesagt, dass wir Holland und Danemark wollen. Aber ich bitte Sie, was sollen wir nur damit? Wir haben schon genug nicht-deutsche Nationen, um nicht noch anderen Verlangen zu tragen." Rochussen, vanaf september 1881 minister van Buitenlandse Zaken, wist zijn collega's langzaam maar zeker voor Bismarck te winnen. Een gerucht uit Portugese hoek over annexatieplannen in 1883 werd nog wel uitgeplozen, maar (terecht) nauwelijks meer serieus genomen. Er heerste internationaal consensus over het feit dat Nederland, zolang Bismarck aan de macht was, niets te vrezen had van Duitsland. In Duitsland werd zo nu en dan nog voor annexatie gepleit. De publicist Constantin Frantz schreef: 'Was sind am Ende die deutschen Schweitzer, die Hollander und selbst die Flaminger anders als Zweige unseres Stammes, welche in ihrer Absonderung zuletzt verkümmern mussen.' Hij pleitte voor de stichting van een Duits rijk van middeleeuwse snit, met inbegrip van de Lage Landen, Denemarken, Zwitserland, de Baltische staten en de Balkan.^"^ In Nederland schrok men niet meer van zulke uitspraken, zoals eerder Groen van Prinsterer wel deed. Een boekje van Henry Tindal, getiteld Nederland in gevaar. Geen sensatie-roman, maar werkelijkheid, waarin de auteur een Duitse aanslag op Nederland voorspelde, werd in 1889 luid bekritiseerd. Oplopende spanningen tussen Frankrijk en Duitsland baarden diplomaten, bewindslieden en publicisten geen zorgen meer: Nederland werd beschermd door het recht en alle partijen hadden voordeel bij Nederlands neutrale positie. De aanwezigheid van Bismarck maakte het uitbreken van een nieuwe oorlog in Europa hoogst onwaarschijnlijk. Ondertussen breidde Nederland zijn macht in de Indische archipel flink uit. Al met al zag het er niet naar uit dat annexatie binnen afzienbare tijd aan de orde zou zijn, en daarom verstomde de discussie. Conclusie Het is duidelijk dat de annexatiekwestie niet als onderwerp sui generis besproken werd. Steeds was het vraagstuk onderdeel van een bredere discussie, ofwel over inter- 78

13 nationale politieke verhoudingen, ofwel over de aard en de toestand van de Nederlandse staat. Er bestond geen annexionistische beweging in Duitsland die vergelijkbaar is met de kolonialistische beweging, welke daar na het verschijnen van Friedrich Fabri's BedarfDeutschland der Koloniën? in 1879 opbloeide. In Nederland ontstond daarom geen tegenbeweging; de discussie hier volgde qua intensiteit trouw de ontwikkelingen van de Europese politiek. De annexatiekwestie werd vooral besproken in academisch-intellectuele kringen. De op cultuur, taalkunde, geschiedenis en geografie gebaseerde aanspraken hadden nauwelijks politieke implicaties. Voor economische argumenten was wel een praktische toepassing denkbaar, maar deze is er niet gekomen. Wanneer militair-strategische overwegingen ter sprake kwamen, trok dit nog wel eens de aandacht van diplomaten en bewindslieden. Annexatie werd veelal voorgesteld in de gedaante van een 'aanslag'; praktische implicaties van dit aspect waren relatief eenvoudig voorstelbaar. Over het algemeen bleef het echter bij ideeën en dromen, angsten en nachtmerries. In Nederland bestond weinig enthousiasme voor toenadering tot Duitsland. De weerstand tegen Duitse aanspraken werd vooral gevoed door nationalistische gevoelens. Defaitisme en machteloosheid waren onwenselijk. Nederland werd beschermd door het internationaal recht. De afhankelijkheid van dit recht was zeer groot, zodat publicisten veelvuldig hamerden op het belang van naleving van internationale verdragen. Veel reacties op Annexionsgelüste benadrukten vooral de onwettigheid van de gewraakte aanspraken. Dit legitimisme kwam voort uit een gebrek aan militaire macht en een oprecht geloof in de onschendbaarheid van het internationaal recht. Daarnaast werd de historiciteit en uniciteit van het Nederlandse volk en de Nederlandse taal betoogd. Thorbecke onderstreepte in reactie op de rede van Tellegen dat niet de politieke onafhankelijkheid van Nederland, maar veleer de culturele eigenheid van Nederland in het geding was. De vrees voor annexatie was omgekeerd evenredig aan het eigen vertrouwen in Nederland. Inlijving van Nederland werd minder waarschijnlijk geacht naargelang de staatkundige en culturele verschillen tussen de beide landen toenamen. De spanning tussen Frankrijk en Duitsland bepaalde voor een groot deel de Nederlandse buitenlandse politiek. In het algemeen was men het eens over de te kiezen positie: in het midden. Alleen in de periode direct vóór en tijdens de Frans-Duitse oorlog maakte men zich echt zorgen over de onafhankelijkheid van Nederland. Toen Bismarck in 1871 koos voor een klein-duitse oplossing van het Duitse nationale vraagstuk was Nederland definitief veilig. De soms hevige discussies in de onafhankelijke publicistiek werden vooral beschouwd als potentiële aanleidingen tot een confrontatie, niet als steekhoudende observaties van de politieke werkelijkheid. Uiteindelijk bleek Ludolf Wienbarg, één van de grondleggers van de activistische jeugdbeweging Das Junge Deutschland, het dus al die tijd bij het rechte eind gehad te hebben, toen hij in 1833 schreef 'Nein, diese Fiollander sind keine Deutsche mehr, sie haben aufgehört es zu sein, seit sie, aus unsern Urwaldern vertrieben, in diesen nassen Jammerthal sich niederliessen'.'^' Skript Historisch Tijdschrift

14 Noten ' Jochem van Ondere (pseud. A.J. Vitringa), Mijn bezoek aan Bismarck, in den zomer van 1875 (Deventer 1896). ^ 'Moffenhater' is in deze context geen spreektaal, maar veeleer een passende term voor een irrationele en wijdverbreide houding. ' Kabinetsraad Kabinet des Konings 4466 A, in: C.B. Weis, Documentatie t.b.v. Bescheiden betreffende de buitenlandse politiek van Nederland, )11). Eerste periode Deel 2,1849-/870 ('s- Gravenhage). Dit beraad vond plaats onder een nieuwe grondwet en de juist gekroonde koning Willem III. ^ Van Bylandt aan Van der Does de Willebois in: J. Woltring, Bescheiden betreffende de buitenlandse politiek van Nederland, Tweede periode Deel 3 ('s- Gravenhage 1972) ' J.C. Boogman, Nederland en de Duitse Bond i8iyi8^i (Groningen en Jakarta 1955) 7^- ' Horst Lademacher, 7,wei ungleiche Nachbarn. Wege und Wandlungen der deutsch-niederldndischen Beziehungen im 19. und zo. Jahrhundert (Darmstadt 1989) 64. ^ André Beening, Onder de vleugels van de adelaar. De Duitse buitenlandse politiek ten aanzien van Nederland in de periode (Proefschrift Amsterdam 1994) 33. * Friedrich List, Das nationale System der politischen Oekonomie, Nachdruck nach der Ausgabe letzter Hand von Prof Dr. H. Waentig (Jena 1910) geciteerd in: Ivo Schöffer, Het nationaal-socialistische beeld van de geschiedenis der Nederlanden. Een historiografische en bibliografische studie (Proefschrift Amsterdam 1956) 121. ' Hermann Walther von der Dunk, Der Deutsche Vormdrz und Belgien (proefschrift Utrecht 1966) 348. ' J.R. Thorbecke, 'Onze betrekking tot Duitschland' in: J.R. Thorbecke, Historische Schetsen, " H.T. Colenbrander (ed.). Gedenkstukken der algemeene geschiedenis van Nederland van 1J9; tot 1840 X, 5' STUK ('s-gravehage 1922) 181, geciteerd in C. Smit, Diplomatieke geschiedenis van Nederland, inzonderheid sedert de vestiging van het koninkrijk ('s-gravenhage 1950) 243. " Schöffer, Het nationaal-socialistische beeld 123. " N.C.F, van Sas, De metamorfose van Nederland (Amsterdam 2005) 558. ' ' Renate Loos, Deutschland zwischen "Schwdrmertum " und "Realpolitik ". Die Sicht der niederldndischen Kulturzeitschrift De Gids au f die politische Kultur des Nachbarn Breuflen-Deutschland 1S37-191S (Munster 2007) '' W.J. Knoop, 'Levensbericht van Joannes Bosscha', in: Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Jaarboek van de Koninklijke Akademie voor Wetenschappen (Amsterdam 1875) 1-38, aldaar 15. J. Bosscha, De Duitschers en de Nederlanden vóór den Munsterschen vrede: eene voorlezing (Den Haag 1847). "' Lademacher, Nachbarn 35. " P.J. Veth, 'Het derde Nederrhijnsch- Nederlandsch zangersfeest te Arnhem.' De Gids TI (1847) , aldaar 407. Zie Loos, Deutschland '* Boogman, Nederland en de Duitse Bond Zie: Ernst Moritz Arndt, Belgien und was daran hangt (Leipzig 1834). "' Jon Vanden Heuvel, A German life in the age of revolution, Joseph Görres (Washington, D.C. 2001) , 246. ' Boogman, Nederland en de Duitse Bond 98. -' Lademacher, Nachbam 29. De twee opstellen waarin hij zijn denkbeelden ontvouwde 80

15 waren respectievelijk getiteld Der Zustand der Niederlande en Über die auswartige Politik der Niederlande und Über seine Verhdltnisse zum Deutschen Bunde. -'- Van Sas, Metamorfose 558. Zie ook: Lademacher, Nachbarn 37. ^' Boogman, Nederland en de Duitse Bond Kabinetsraad Kabinet des Konings 4466 A, in: Documentatie Wels. ^' Schimmelpenninck van der Oye aan Van Randwijck , in: C.B. Wels, Bescheiden betreffende de buitenlandse politiek van Nederland, 184S Eerste periode Deel i, 1848 ('s- Gravenhage 1972.) 35. '' Von der Dunk, Deutsche Vormdrz en Boogman, Nederland en de Duitse Bond '^ Ibidem. ^* Boogman, Nederland en de Duitse Bond "' Schöffer, Het nationaal-socialistische beeld fin Beening, Onder de vleugels 57. ' Du Jardin aan De Vrière, B.Z.B. Corn Polit. XIII, 99, geciteerd in CA. Tamse, Nederland en België in Europa f 1S59-1S7JJ. De zelfstandigheidspolitiek van twee kleine staten (Proefschrift Groningen 1973) 29. '' Russell aan Howard, 13 mei 1862, F.O. 30/22 verz. Russell, map 100. Geciteerd in Tamse, Nederland en België '^ Anne Doedens, Nederland en de Frans- Duitse oorlog. Enige aspecten van de buitenlandse politiek en de binnenlandse verhoudingen van ons land omstreeks het jaar 1870 (Proefschrift Amsterdam, VU 1973) " Loos, Deutschland ii9-i24en " Beening, Onder de vleugels 53. " Tamse, Nederland en Duitsland 71. ' ^ J. Bosscha, Pruisen en Nederland: een woord van J. Bosscha aan zijne landgenooten (Amsterdam 1866). Multatuli, Een en ander over Pruisen en Nederland (Amsterdam 1867). Zie: Dik van der Meulen, Multatuli: leven en werk van Eduard Douwes Dekker (Nijmegen 2002) '* Multatuli, August Hans den Boef en Kees Snoek (red.) O God, er is geen God! Multatuli over geloof en godsdienst (Amsterdam 2008). " Beening, Onder de vleugels 56. '^ Doedens, Frans-Duitse oorlog 167. ' De Coninck, Een les uit Pruisen 143. * * Groen van Prinsterer, La Prusse et les Pays- Bas 26. Geciteerd in Loos, Deutschland 151. 't' Doedens, Frans-Duitse oorlog t'' Van Hamel, Nederland tusschen de mogendheden 343 en Smit, Diplomatieke geschiedenis 264. t' Doedens, Frans-Duitse oorlog, 165. *^ Doedens, Frans-Duitse oorlog, 35. ^ Tamse, Nederland en België loo-ioi. t* Doedens, Frans-Duitse oorlog 't' Doedens, Frans-Duitse oorlog 5. Zowel de voormalige Franse minister van Buitenlandse Zaken Drouyn de Lhuys als Bismarck lieten zich in deze zin uit. ' Geciteerd in Doedens, Frans-Duitse oorlog, '' 'extremely timid and afraid of Prussia' Granville aan Harris, 9 oktober 1870, Harris aan Granville, 20 oktober 1870, in: F.O. 238/158, 37 en 37/479, 7. Geciteerd in Tamse, Nederland en Duitsland 319. " Doedens, Frans-Duitse oorlog ^^ B.D.H. Tellegen, Duitschland en Nederland: rede uitgesproken bij gelegenheid der overdragt van het rectoraat der Hoogeschool te Groningen (Groningen 1870). Zie voor deze passage E.H. Kossmann, 'Tellegen en Duitsland', in: L.E. Engels (red.). Bibliotheek, wetenschap en cultuur: opstellen aangeboden aan mr. W.R.H. Koops bij zijn afscheid als bibliothecaris der Rijksuniversiteit te Groningen (Groningen 1990) , aldaar Ook: Tamse, Nederland en België 82-84, De Coninck, Een les uit Pruisen, Skript Historisch Tijdschrift

16 " Olivier, 'Bibliographisch album Duitschland en Nederland', door Mr. B.D.H. Tellegen. Groningen, bij J.B. Wolters, kl. 8"' De Gids 34 (1870) Zie: De Coninck, Een les uit Pruisen 152. " Olivier, 'Bibliographisch album' 507. '" Geciteerd in De Coninck, Een les uit Pruisen 151. '' Rochussen aan Gericke van Herwijnen , in: Woltring, Deel '" Lademacher, Nachbarn 56. " Doedens, Frans-Duitse oorlog 130. ' Maartje Janse, De geest van Jan Salie: Nederland in verval? (Hilversum 2002) 66. ' Wille Andreas (ed.), Bismarck Gesprdche II (Bremen 1964) 2oof. Geciteerd in: Beening, Onder de vleugels jj. Tien jaar later verzekerde Bismarck Crispi opnieuw, dat Duitsland niet de annexatie van Nederland in de zin had. Andreas, Gesprdche 468, zie Beening, Onder de vleugels jj noot 2. *- Lademacher, Nachbarn, 82. " Ludolf Wienbarg, Holland in den Jahren 1831 und 1832 (Hamburg 1833). Geciteerd in: Schöffer, Het nationaal-socialistische beeld 122. &

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.3 Nationalisme en Duitse eenwording.

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.3 Nationalisme en Duitse eenwording. Onderzoeksvraag: Hoe zorgden nationalistische gevoelens ervoor dat de Duitstalige gebieden één staat werden? Kenmerkende aspect: De opkomst van de politiek maatschappelijke stromingen nationalisme, liberalisme,

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis vwo 2009 - I

Eindexamen geschiedenis vwo 2009 - I Ten oorlog! Europese oorlogen 1789-1919. Oorlog als maatschappelijk fenomeen In de landen die Napoleon veroverde, voerde hij een beleid dat: enerzijds paste binnen het gelijkheidsideaal van de Franse Revolutie

Nadere informatie

geschiedenis geschiedenis

geschiedenis geschiedenis Examen HAVO 2009 tijdvak 2 woensdag 24 juni 9.00-12.00 uur tevens oud programma geschiedenis geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

geschiedenis geschiedenis

geschiedenis geschiedenis Examen HAVO 2009 tijdvak 1 woensdag 20 mei 9.00-12.00 uur tevens oud programma geschiedenis geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis havo 2009 - I

Eindexamen geschiedenis havo 2009 - I Ten oorlog! Europese oorlogen 1789-1919. Oorlog als maatschappelijk fenomeen In de Coalitieoorlogen voerde de Franse regering de dienstplicht in. 2p 1 Leg uit dat zij hiermee de betrokkenheid van Franse

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis havo 2009 - II

Eindexamen geschiedenis havo 2009 - II Ten oorlog! Europese oorlogen 1789-1919. Oorlog als maatschappelijk fenomeen In 1792 begon de eerste Coalitieoorlog. 1p 1 Welk politiek doel streefde Oostenrijk met de strijd tegen Frankrijk na? Gebruik

Nadere informatie

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Dit hoofdstuk gaat over opstand in Amerika, Frankrijk en Nederland. Deze opstanden noemen we revoluties. Opstand in Amerika (1775). De

Nadere informatie

Werkblad van RJ Tarr www.activehistory.co.uk / 1

Werkblad van RJ Tarr www.activehistory.co.uk / 1 Werkblad van RJ Tarr www.activehistory.co.uk / 1 Oorzaken van de Eerste Wereldoorlog: invuloefening Werkblad bij het simulatiespel www.activehistory.co.uk Instructie: Vul het witte veld in terwijl je het

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen VWO 2009 tijdvak 1 woensdag 20 mei 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

7. Het ontstaan van het nationalisme

7. Het ontstaan van het nationalisme 7. Het ontstaan van het nationalisme Artikel 3 uit de Verklaring van de rechten van de mens en de burger, 1789. De oorsprong van iedere soevereiniteit ligt wezenlijk bij het volk/de natie. Geen instantie,

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen VWO 2008 tijdvak 2 woensdag 18 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

De Franse keizer Napoleon voerde rond 1800 veel oorlogen in Europa. Hij veroverde verschillende gebieden, zoals Nederland en België. Maar Napoleon leed in 1813 een zware nederlaag in Duitsland. Hij trok

Nadere informatie

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht SO 1 Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014 Historisch Overzicht 1. Welke doelstelling had Wilhelm II bij zijn aantreden als Keizer van Duitsland? 2. Welk land behoorde niet tot de Centralen tijdens de Eerste

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen VWO 2009 tijdvak 2 woensdag 24 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

De 1 e Wereldoorlog. inleiding (9.1) HC onderdelen: conferentie van Berlijn (1884-85) + vlootwet (1898)

De 1 e Wereldoorlog. inleiding (9.1) HC onderdelen: conferentie van Berlijn (1884-85) + vlootwet (1898) De 1 e Wereldoorlog inleiding (9.1) HC onderdelen: conferentie van Berlijn (1884-85) + vlootwet (1898) Onderzoeksvraag: Wat waren de oorzaken van de 1 e Wereldoorlog en wat maakte deze oorlog uniek in

Nadere informatie

Dagboek Sebastiaan Matte

Dagboek Sebastiaan Matte Vraag 1 van 12 Dagboek Sebastiaan Matte Uit het dagboek van Sebastiaan Matte: "Ik ben vandaag bij een hagenpreek geweest, in de duinen bij Overveen. Wel duizend mensen uit de stad waren bij elkaar gekomen

Nadere informatie

Abstract: Not available.

Abstract: Not available. Artikel: In de wortel gespleten. De historische mythe van de ongedeelde kerk Auteur: Peter-Ben Smit Verschenen in: Skript Historisch Tijdschrift, jaargang 22.4, 75-79. 2014 Stichting Skript Historisch

Nadere informatie

Tijd van pruiken en revoluties 1700 1800

Tijd van pruiken en revoluties 1700 1800 Onderzoeksvraag: Hoe probeerde men tijdens de Franse Revolutie enkele Verlichtingsidealen in praktijk te brengen? Kenmerkende aspect: De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies

Nadere informatie

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00. SCHOOLONDERZOEK Tijdvak II GESCHIEDENIS november 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

Napoleon. bekendste persoon uit de geschiedenis

Napoleon. bekendste persoon uit de geschiedenis Napoleon bekendste persoon uit de geschiedenis Napoleon behoort tot de meest bekende personen uit de geschiedenis. Hij wist zich van eenvoudige komaf op te werken tot keizer van Frankrijk en heerser over

Nadere informatie

germaans volk), een sterke Franse groepering. Ze verkochten haar aan de Engelsen die haar beschuldigden van ketterij (het niet-geloven van de kerk).

germaans volk), een sterke Franse groepering. Ze verkochten haar aan de Engelsen die haar beschuldigden van ketterij (het niet-geloven van de kerk). Jeanne d'arc Aan het begin van de 15de eeuw slaagden de Fransen er eindelijk in om de Engelsen uit hun land te verdrijven. De strijd begon met een vrouw die later een nationale heldin werd, van de meest

Nadere informatie

Majesteit, Koninklijke Hoogheid, excellenties, dames en heren,

Majesteit, Koninklijke Hoogheid, excellenties, dames en heren, Toespraak van de minister-president, mr. dr. Jan Peter Balkenende, bijeenkomst ter ere van de 50 ste verjaardag van de Verdragen van Rome, Ridderzaal, Den Haag, 22 maart 2007 Majesteit, Koninklijke Hoogheid,

Nadere informatie

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.2 Het moderne imperialisme

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.2 Het moderne imperialisme Onderzoeksvraag: Welke motieven hadden de Europeanen om in Afrika en Zuidoost Azië een groot koloniaal imperium op te bouwen? Kenmerkende aspect: De moderne vorm van imperialisme die verband hield met

Nadere informatie

Landenspel. Duur: 30 minuten. Wat doet u?

Landenspel. Duur: 30 minuten. Wat doet u? Landenspel Korte omschrijving werkvorm: In deze opdracht wordt de klas verdeeld in vijf groepen. Iedere groep krijgt een omschrijving van een land en een instructie van de opdracht. In het lokaal moeten

Nadere informatie

V Vergadering van de Eerste Kamer op dinsdag 5 maart 2013. Toespraak van de Voorzitter van de Eerste Kamer, Mr. G.J. de Graaf

V Vergadering van de Eerste Kamer op dinsdag 5 maart 2013. Toespraak van de Voorzitter van de Eerste Kamer, Mr. G.J. de Graaf V Vergadering van de Eerste Kamer op dinsdag 5 maart 2013 Toespraak van de Voorzitter van de Eerste Kamer, Mr. G.J. de Graaf Herdenking Dr. P.H. (Pieter) Kooijmans (1933-2013) Op 13 februari jongstleden

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeente Heerlen. Datum: 24 december 2013. Rapportnummer: 2013/208

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeente Heerlen. Datum: 24 december 2013. Rapportnummer: 2013/208 Rapport Rapport over een klacht over de gemeente Heerlen. Datum: 24 december 2013 Rapportnummer: 2013/208 2 Klacht Verzoeker is werkzaam bij de afdeling Werkgelegenheid en Sociale Zaken van de gemeente.

Nadere informatie

Woord vooraf Inleiding 1 Hoofdstuk 1 Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I 13 Hoofdstuk De Bijenkorf , De Noordstar en

Woord vooraf Inleiding 1 Hoofdstuk 1 Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I 13 Hoofdstuk De Bijenkorf , De Noordstar en Woord vooraf XI Inleiding 1 Het belang van de opiniepers in de periode van onderzoek 1 Het object van onderzoek 3 Het doel van het onderzoek 3 Stand van zaken met betrekking tot onderzoek naar de afscheiding

Nadere informatie

HONDERD JAAR GELEDEN. Nieuws uit de krant van 10 tot 15 maart 1913

HONDERD JAAR GELEDEN. Nieuws uit de krant van 10 tot 15 maart 1913 HONDERD JAAR GELEDEN aflevering 12 Nieuws uit de krant van 10 tot 15 maart 1913 Een vast onderwerp waaraan in de kranten aandacht werd besteed, was de oorlog op de Balkan. Turkije was er bij betrokken

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1993 Nr. 44

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1993 Nr. 44 38 (1956) Nr. 3 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1993 Nr. 44 A. TITEL Vierde Aanvullende Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland bij het

Nadere informatie

Toetsvragen Geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 7 Toetsvragen

Toetsvragen Geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 7 Toetsvragen Tijdvak 7 Toetsvragen 1 In de Tijd van Pruiken en Revoluties hielden kooplieden uit de Republiek zich bezig met de zogenaamde driehoekshandel. Tussen welke gebieden vond deze driehoekshandel plaats? A

Nadere informatie

TIJDVAK 7 Bepoederde pruiken, bruisende ideeën

TIJDVAK 7 Bepoederde pruiken, bruisende ideeën TIJDVAK 7 Bepoederde pruiken, bruisende ideeën Bepoederde pruiken, bruisende ideeën Tijd van Pruiken en Revoluties 1700-1800 Vroegmoderne Tijd Kenmerkende aspecten Uitbouw van de Europese overheersing,

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2008 Nr. 166

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2008 Nr. 166 40 (1972) Nr. 9 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2008 Nr. 166 A. TITEL Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut; Florence, 19 april 1972 B. TEKST

Nadere informatie

DE GEWENNING AAN HET KONINKRIJK

DE GEWENNING AAN HET KONINKRIJK DE GEWENNING AAN HET KONINKRIJK DE GEWENNING AAN HET KONINKRIJK - De integratie van Limburg in het Koninkrijk der Nederlanden, 1815 1867 - M.G.H. DERKS, MEd Op het omslag: -De gebruikte tekstkleuren van

Nadere informatie

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd?

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Kenmerkende aspecten: * Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politiek proces. * De opkomst van

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen HAVO 2008 tijdvak 2 woensdag 18 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Simon Magus. Catharijneconvent Joke Brinkhof. 17 november 2015

Simon Magus. Catharijneconvent Joke Brinkhof. 17 november 2015 Simon Magus Catharijneconvent Joke Brinkhof 17 november 2015 Handelingen van de Apostelen, 8, 1-25 1 Saulus keurde de moord op hem (Stefanus) goed. Nog diezelfde dag brak er een hevige vervolging los tegen

Nadere informatie

Het nieuwe eindexamen geschiedenis

Het nieuwe eindexamen geschiedenis Het nieuwe eindexamen geschiedenis Stephan Klein Rotterdam, 4 oktober 2013 Gesprek in de klas (2013) Docent: Wie kan uitleggen wat standplaatsgebondenheid inhoudt? (stilte van enkele seconden) Leerling

Nadere informatie

Burgers en Stoommachines. Tot 1:20

Burgers en Stoommachines. Tot 1:20 Burgers en Stoommachines Tot 1:20 Wat gaan we leren? 1. Welke gevolgen de technische uitvindingen hadden. 2. Wat er in de grondwet van 1848 stond. 3. Welke groepen minder rechten hadden dan andere groepen.

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2009 - I

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2009 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Staatsinrichting van Nederland Gebruik bron 1 en 2. 1p 1 De twee bronnen hebben te maken met de constitutionele monarchie. Welke

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis havo 2008-I

Eindexamen geschiedenis havo 2008-I De koloniale relatie tussen Nederland(ers) en Nederlands-Indië De volgende gebeurtenissen uit de geschiedenis van Nederlands-Indië staan in willekeurige volgorde: 1 Johannes van den Bosch introduceert

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen VWO 2007 tijdvak 2 woensdag 20 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 84 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-12-2-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-12-2-b Bijlage VMBO-KB 2012 tijdvak 2 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje KB-0125-a-12-2-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een beschrijving van een politieke stroming (rond 1870): Zij

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJKDERNEDER LAN DEN. JAARGANG 1957 Nr. 56

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJKDERNEDER LAN DEN. JAARGANG 1957 Nr. 56 48 (1956) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJKDERNEDER LAN DEN JAARGANG 1957 Nr. 56 A. TITEL Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Duitse Bondsregering betreffende de wedertoepassing van

Nadere informatie

De grondwet van 1815. Symbool van een moeizame start

De grondwet van 1815. Symbool van een moeizame start De grondwet van 1815 Symbool van een moeizame start Ankerpunten 1814 21.06 geallieerden formeel pro VKN 01.08 Willem soeverein i.o.v. geallieerden 1815 02 Pruisen ziet af van Z ten O vd Maas 01.03 terugkeer

Nadere informatie

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00. 1 SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS 31 oktober 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit 38 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

Paasmorgen 2011 in de Open Hof te Drunen Voorganger ds. M. Oostenbrink Organist dhr. B. Vermeul Mmv zanggroep Joy. De tuin van de Opstanding

Paasmorgen 2011 in de Open Hof te Drunen Voorganger ds. M. Oostenbrink Organist dhr. B. Vermeul Mmv zanggroep Joy. De tuin van de Opstanding Paasmorgen 2011 in de Open Hof te Drunen Voorganger ds. M. Oostenbrink Organist dhr. B. Vermeul Mmv zanggroep Joy De tuin van de Opstanding Voor de dienst zingt Joy: U hebt de overwinning behaald Fear

Nadere informatie

Instructie: Landenspel light

Instructie: Landenspel light Instructie: Landenspel light Korte omschrijving werkvorm In dit onderdeel vormen groepjes leerlingen de regeringen van verschillende landen. Ieder groepje moet uiteindelijk twee werkbladen (dus twee landen)

Nadere informatie

Welke wapens worden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? 1. Geweren en gifgas. 2. Machinegeweren en gifgas. 3. Gifgas en pistolen.

Welke wapens worden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? 1. Geweren en gifgas. 2. Machinegeweren en gifgas. 3. Gifgas en pistolen. Tussen welke twee landen is de Eerste Wereldoorlog begonnen? 1. Engeland en Frankrijk 2. Duitsland en Frankrijk 3. Duitsland en Engeland Nederland blijft neutraal. Wat betekent dat? 1. Nederland kiest

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

NEDERLAND IN DE 16e EEUW

NEDERLAND IN DE 16e EEUW NEDERLAND IN DE 16e EEUW In de 16e eeuw vielen de Nederlanden onder de Spaanse overheersing. Er bestonden grote verschillen tussen de gewesten (= provincies), bv: - dialect - zelfstandigheid van de gewesten

Nadere informatie

Schoolonderzoek II Geschiedenis Staat en Natie Tijdvak I 2014-2015

Schoolonderzoek II Geschiedenis Staat en Natie Tijdvak I 2014-2015 Schoolonderzoek II Geschiedenis Staat en Natie Tijdvak I 2014-2015 Dit schoolexamen bestaat uit 33 vragen. In totaal kun je hiervoor 54 punten halen. Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd

Nadere informatie

Hitler op weg naar de macht Wie was Adolf Hitler?

Hitler op weg naar de macht Wie was Adolf Hitler? Hitler op weg naar de macht Wie was Adolf Hitler? Iedereen heeft wel eens van Adolf Hitler gehoord. Hij was de leider van Duitsland. Bij zijn naam denk je meteen aan de Tweede Wereldoorlog. Een verschrikkelijke

Nadere informatie

Werkblad Introductie. 1. WAT GEBEURT HIER? Hieronder staan beelden uit de film. Maak er zelf korte bijschriften bij.

Werkblad Introductie. 1. WAT GEBEURT HIER? Hieronder staan beelden uit de film. Maak er zelf korte bijschriften bij. Werkblad Introductie 1. WAT GEBEURT HIER? Hieronder staan beelden uit de film. Maak er zelf korte bijschriften bij. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 2. PETJE OP, PETJE AF: WAAR OF NIET? Zijn de volgende zinnen

Nadere informatie

Het concilie van Konstanz

Het concilie van Konstanz 1 Het concilie van Konstanz Reformatieconcilie Het Concilie van Konstanz (1414-1418) staat bekend als een zogenaamd reformatieconcilie. Algemeen besefte men namelijk in de 14e en de 15e eeuw hoe dringend

Nadere informatie

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode?

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode? DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848 ACHTERGRONDINFORMATIE PERIODE 1815-1848 DE EERSTE JAREN VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN Tussen 1795 en 1813 was Nederland overheerst geweest door de Fransen. In

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. KB-0125-a-16-2-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. KB-0125-a-16-2-b Bijlage VMBO-KB 2016 tijdvak 2 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB KB-0125-a-16-2-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een tekst op een poster (1848): Leve de! Weg met Willem. Hij is een bloedzuiger.

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie 2015Z08639 Datum 27 mei 2015

Nadere informatie

Hoofdstuk 7 Samenwerking in Europa

Hoofdstuk 7 Samenwerking in Europa Hoofdstuk 7 Samenwerking in Europa Vroeger voerden Europese landen vaak oorlog met elkaar. De laatste keer was dat met de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Er zijn in die oorlog veel mensen gedood en er

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis havo 2008-II

Eindexamen geschiedenis havo 2008-II De koloniale relatie tussen Nederland(ers) en Nederlands-Indië Gebruik bron 1. Bij elk bronfragment past één van de volgende, in willekeurige volgorde staande, onderwerpen: 1 de Bersiap-tijd; 2 de Napoleontische

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1953 No. 14 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1953 No. 14 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken 1 (1953) No. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1953 No. 14 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken A. TITEL Aanvullend Protocol bij de op 21

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat politieambtenaar S. van de Politieacademie voorafgaand aan het sollicitatiegesprek met verzoeker op 14 februari 2008, informatie heeft ingewonnen over een

Nadere informatie

Mijnheer de Voorzitter,

Mijnheer de Voorzitter, Toespraak van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal, Frans W. Weisglas, tijdens de Bijzondere Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal ter herdenking van Z.K.H. Prins Claus der Nederlanden,

Nadere informatie

De Jefferson Bijbel. Thomas Jefferson

De Jefferson Bijbel. Thomas Jefferson De Jefferson Bijbel Thomas Jefferson Vertaald en ingeleid door: Sadije Bunjaku & Thomas Heij Inhoud Inleiding 1. De geheime Bijbel van Thomas Jefferson 2. De filosofische president Het leven van Thomas

Nadere informatie

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus 138 Tijdwijzer Het begin Op deze tijdbalk past niet de hele geschiedenis van de mens. Er lopen namelijk al zo n 100.000 jaar mensen rond op aarde. Eigenlijk zou er dus nog 95.000 jaar bij moeten op de

Nadere informatie

geschiedenis (nieuwe stijl)

geschiedenis (nieuwe stijl) Examen HAVO 2008 tijdvak 1 dinsdag 20 mei 9.00-12.00 uur geschiedenis (nieuwe stijl) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen.

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen HAVO 2008 tijdvak 1 dinsdag 20 mei 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Tijd van pruiken en revoluties 1700 1800

Tijd van pruiken en revoluties 1700 1800 Onderzoeksvraag: Op welke gebieden wilden de Verlichtingsfilosofen de bestaande maatschappij veranderen? Rationalisme = het gebruiken van gezond verstand (rede/ratio) waarbij kennis gaat boven tradities

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje. KB-0125-a-14-1-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje. KB-0125-a-14-1-b Bijlage VMBO-KB 2014 tijdvak 1 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje KB-0125-a-14-1-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een politieke prent over een biddende fabrikant (1907): Onderschrift

Nadere informatie

1 Het ontstaan van het Koninkrijk 10. 2 De geboorte van een prins 16. 3 De jeugd van prins Willem-Alexander 20

1 Het ontstaan van het Koninkrijk 10. 2 De geboorte van een prins 16. 3 De jeugd van prins Willem-Alexander 20 Inhoud Stamboom van het Koninklijk Huis 6 Inleiding 9 e 1 Het ontstaan van het Koninkrijk 10 2 De geboorte van een prins 16 3 De jeugd van prins Willem-Alexander 20 4 De studententijd van prins Willem-Alexander

Nadere informatie

WEBQUEST L6-02 oorlog & vrede

WEBQUEST L6-02 oorlog & vrede WEBQUEST L6-02 oorlog & vrede 2.3.1. Wereldoorlog I INHOUD OEFENBOEK De Eerste Wereldoorlog 02-03 2.3.2. Wereldoorlog II De Tweede Wereldoorlog 04-05 La Vita è Bella 06-07 3.1. Geweldige personen Jezus

Nadere informatie

En vandaag herdenken wij de mensen die voor onze veiligheid de hoogste prijs betaalden.

En vandaag herdenken wij de mensen die voor onze veiligheid de hoogste prijs betaalden. Toespraak minister A. van der Steur, Tuin van Bezinning, 10 juni 2015, Warnsveld. Majesteit, Dames en heren, Vrijheid kan niet bestaan zonder veiligheid. En vandaag herdenken wij de mensen die voor onze

Nadere informatie

Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940)

Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940) Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940) Adolf Hitler In 1933 kwam Adolf Hitler in Duitsland aan de macht. Hij was de leider van de nazi-partij. Hij zei tegen de mensen: `Ik maak van Duitsland

Nadere informatie

gezellig Het was een leuke dag en het was leuk om deze dag te doen want beter Toppie leuk man het was prima Echt leuk Dag kan niet meer stuk

gezellig Het was een leuke dag en het was leuk om deze dag te doen want beter Toppie leuk man het was prima Echt leuk Dag kan niet meer stuk Hoe vonden jullie de dag vandaag? Positief feedback: gezellig Het was een leuke dag en het was leuk om deze dag te doen want beter dan les. Toppie man het was prima Echt leuk Dag kan niet meer stuk leerzaam,

Nadere informatie

Noord-Nederlandse gewesten. Smeekschift

Noord-Nederlandse gewesten. Smeekschift Habsburgs gezag Vanaf dat moment stonden de zuidelijke Nederlanden onder Habsburgs gezag. Noord-Nederlandse gewesten Door vererving en verovering vielen vanaf dat moment ook alle Noord- Nederlandse gewesten

Nadere informatie

Canonvensters Michiel de Ruyter

Canonvensters Michiel de Ruyter ARGUS CLOU GESCHIEDENIS LESSUGGESTIE GROEP 8 Canonvensters Michiel de Ruyter Michiel Adriaanszoon de Ruyter werd op 23 maart 1607 geboren in Vlissingen. Zijn ouders waren niet rijk. Michiel was een stout

Nadere informatie

Achtergrond van het onderzoek:

Achtergrond van het onderzoek: Bureau van de Europese Unie voor de Grondrechten (FRA) MEMO / 26 januari 2010 De Holocaust bezien vanuit mensenrechtenperspectief: het eerste EU-brede onderzoek naar Holocaust-onderwijs en mensenrechtenonderwijs

Nadere informatie

Toespraak commissaris van de Koning Max van den Berg, Viering Bevrijdingsdag, 5 mei 2013, Ter Apel, gemeente Vlagtwedde.

Toespraak commissaris van de Koning Max van den Berg, Viering Bevrijdingsdag, 5 mei 2013, Ter Apel, gemeente Vlagtwedde. Toespraak commissaris van de Koning Max van den Berg, Viering Bevrijdingsdag, 5 mei 2013, Ter Apel, gemeente Vlagtwedde. Dames en heren, Het is een mooie gewoonte om een boom te planten om een ingrijpende

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2010 tijdvak 2 dinsdag 22 juni 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 53 punten

Nadere informatie

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur.

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur. Psalmen Psalm 78 1 Een lied van Asaf. De lessen van het verleden Luister allemaal naar mijn woorden. Luister goed, want ik wil jullie iets leren. 2 Wijze woorden wil ik spreken, wijze woorden over het

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2005 - II

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2005 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. DE KOUDE OORLOG + NEDERLAND EN DE VERENIGDE STATEN NA DE TWEEDE WERELDOORLOG Gebruik bron 1. 1p 1 De bron maakt duidelijk dat de

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004

Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004 Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004 tijdvak 2 woensdag 23 juni 9.00-11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING VBO-MAVO-D Gebruik het bronnenboekje. Dit examen

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2015 Nr. 70

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2015 Nr. 70 13 (2013) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2015 Nr. 70 A. TITEL Euro-mediterrane luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis vwo 2007-I

Eindexamen geschiedenis vwo 2007-I Van kind tot burger: Volksopvoeding via het onderwijs in Nederland (1780-1920) Patriotten gaven aan het begrip burger een nieuwe betekenis. 2p 1 Noem deze nieuwe betekenis en geef aan tot welke visie op

Nadere informatie

Geschiedenis kwartet Tijd van jagers en boeren

Geschiedenis kwartet Tijd van jagers en boeren Geschiedenis kwartet jagers en boeren jagers en boeren jagers en boeren Reusachtige stenen die door mensen op elkaar gelegd zijn. Zo maakten ze een begraafplaats. * Hunebedden * Drenthe * Trechterbekers

Nadere informatie

Het Duitse oorlogsverleden:

Het Duitse oorlogsverleden: Het Duitse oorlogsverleden: feiten, motieven, oorzaken en identiteiten Docent: Jelle de Bont H. Oosterhuis 444049 Postvak 54 Onderwijsgroep 16 5 maart 2008 Practicum CW 1D, opdracht 2 Aantal woorden 1704

Nadere informatie

8*. Na de dood van Karel de Grote werd de eerste grondslag gelegd voor Grenzen in Europa. Leg uit.

8*. Na de dood van Karel de Grote werd de eerste grondslag gelegd voor Grenzen in Europa. Leg uit. Gebruik bron 1 en 2 In 1897 werd in de venen bij Yde het lijk van een ongeveer zestienjarig meisje gevonden. Deze vondst gaf aanleiding tot twee voorlopige conclusies over de leefwijze van het volk waartoe

Nadere informatie

Kijktip: Nieuwsuur in de Klas

Kijktip: Nieuwsuur in de Klas Kijktip: Nieuwsuur in de Klas Korte omschrijving werkvorm De leerlingen beantwoorden vragen over de Europese politiek aan de hand van korte clips van Nieuwsuur in de Klas. Leerdoel De leerlingen leren

Nadere informatie

Hein A.M. Klemann. Duits nationalisme, de Duitse eenwording en Nederland.

Hein A.M. Klemann. Duits nationalisme, de Duitse eenwording en Nederland. Hein A.M. Klemann Duits nationalisme, de Duitse eenwording en Nederland. Slag bij Slag Leipzig bij Leipzig Hoogtepunt Hoogtepunt van Duitse van Duitse bevrijdigsoorlog bevrijdingsoorlog Pruisen, Oostenrijk,

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2008 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54 punten

Nadere informatie

De tijd van: Wereldoorlogen

De tijd van: Wereldoorlogen De tijd van: Wereldoorlogen WoI Interbellum WoII Wereldoorlog I Casus Belli (Latijn, de oorzaak van de oorlog) Wereldoorlog I Tweefronten oorlog: Oostfront/Westfront Tannenberg 1914: Bewegingsoorlog: Verdun

Nadere informatie

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl)

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Examen VWO Vragenboekje Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 24 mei 9.00 12.00 uur 20 04 Voor dit examen zijn

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1959 Nr. 163

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1959 Nr. 163 4.(1930) Nr. 1. TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1959 Nr. 163 A. TITEL Verdrag tot regeling van zekere wetsconflieten ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes, met Protocol;

Nadere informatie

Op welke wijze kreeg Mozes een les in geloof dat hij door God is aangewezen Gods volk te leiden?

Op welke wijze kreeg Mozes een les in geloof dat hij door God is aangewezen Gods volk te leiden? De wonderen van God. Op welke wijze kreeg Mozes een les in geloof dat hij door God is aangewezen Gods volk te leiden? Exodus 4:1-3 1 Toen antwoordde Mozes en zei: Maar zie, zij zullen mij niet geloven

Nadere informatie

WAT ANDEREN DOEM. NAERDINCKLANT 9 november 1983 Lezing door dr.ir. T. van Tol: Nederzettingsgeschiedenis van Laren.

WAT ANDEREN DOEM. NAERDINCKLANT 9 november 1983 Lezing door dr.ir. T. van Tol: Nederzettingsgeschiedenis van Laren. WAT ANDEREN DOEM NAERDINCKLANT 9 november 1983 Lezing door dr.ir. T. van Tol: Nederzettingsgeschiedenis van Laren. Plaats : De Vaart, Hilversum, aanvang 20.00 uur. 25 januari 1984 Lezing, samen met "Albertus

Nadere informatie

II. De wereld van Stefan Zweig, Frans Kafka, Joseph Roth. De wereld van Joseph Roth

II. De wereld van Stefan Zweig, Frans Kafka, Joseph Roth. De wereld van Joseph Roth II. De wereld van Stefan Zweig, Frans Kafka, Joseph Roth De wereld van Joseph Roth Drie periodes: jeugd & WOI, 1894 1919 journalist & schrijver, 1919 1933 in ballingschap, 1933 1939 Joseph Roth in ballingschap

Nadere informatie