k w e s t i e d e l e n

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "k w e s t i e d e l e n"

Transcriptie

1 d e k w e s t i e l e e r nr 1 m i d 1 d e l e n b e l e i d otivatie docenten < (massa)maatwerk < de leermiddelmix < ict < blij errast < schoolleiding < PvE < ander taakbeleid < geld? < elo < beter le en < leerling < LeermiddelMentality < 316 < meer kennis < bevlogen Programma Leermiddelenbeleid VO-raad

2 d e k w e s t i e l e e r m i d d e l e n b e l e i d 3 Programma Leermiddelenbeleid VO-raad

3 V O O R W O O R D m a at w e r k e n m o t i vat i e 33 projectscholen Atlas College, Hoorn Baudartius College, Zutphen Berlage Lyceum, Amsterdam Calvijn College, Goes College Vos, Vlaardingen Corderius College, Amersfoort Corlaer College, Nijkerk CS Vincent van Gogh, Assen Dr Nassau College, Assen Hervion College, Den Bosch Krimpenerwaard College, Krimpen a/d IJssel Lentiz / Reviuslyceum, Maassluis Liemers College, Zevenaar Montaigne Lyceum, Den Haag Oranje Nassau College, Zoetermeer Pallas Athene College, Ede RSG Pantarijn, Wageningen Pleincollege Bisschop Bekkers, Eindhoven Pouwer, Utrecht ORS Lek en Linge, Culemborg OSG Erasmus, Almelo OSG De Rietlanden, Lelystad Scala College, Alphen a/d Rijn Schoonhovens College, Schoonhoven SCZ Picasso Lyceum, Zoetermeer SG Dalton, Voorburg SG Van der Capellen, Zwolle SG Schravenlant, Schiedam Stedelijk College Eindhoven, Eindhoven Stedelijk Lyceum, Enschede UniC, Utrecht Van der Capellen Scholengemeenschap, Zwolle Wolfert Pro, Bergschenhoek Leermiddelenbeleid zorgt voor zinvolle, concrete gesprekken tussen docenten én schoolleiding over organisatie, team, vak, docentrol en leerling. Eigenlijk over alles wat met het primaire onderwijsproces te maken heeft. Leermiddelen raken het hart van het onderwijs. Dat blijkt uit de ervaringen van 33 scholen die het afgelopen jaar projecten Leermiddelenbeleid hebben uitgevoerd, met welkome steun van het Ministerie van OCW. De centrale thema s in alle plannen en ideeën zijn maatwerk en daarmee meer motivatie voor docenten en leerlingen en meer ict. Maar hoe realiseer je dat? De zoektocht van docenten naar het beste leermateriaal gaat over het vinden van de optimale mix voor de eigen school, het eigen vak. En dat is een mengeling van methoden, open leermateriaal, zelf gearrangeerd of ontwikkeld materiaal, in digitale vorm of op papier. Scholen bevinden zich nu op een scharnierpunt: een open veld van zelf bepaalde inhoud, meer digitaal en andere financiën ligt voor ons. Complex is het aanbrengen van samenhang in al die aspecten. Hoe vullen we het taakbeleid in, wat zijn de keuzecriteria voor leermiddelen en wie besluiten daarover? We staan aan het begin van een nieuw tijdperk op het gebied van leermiddelenbeleid en leermiddelengebruik. Deze nieuwe aandacht komt goed uit. Want de docent, als belangrijkste regisseur van het leerproces van leerlingen, heeft een rijk en eigentijds instrumentarium aan hulpmiddelen nodig om onderwijs aantrekkelijk te houden. Graag citeer ik Lieneke Jongeling (lid van de adviesgroep), overleden in december: Denk groot, doe klein, gebruik alle nieuwe technologie, geef elke docent een laptop en focus op een schooleigen styling van je leermateriaal. Zij heeft zich de afgelopen jaren met veel enthousiasme en deskundigheid ingezet voor nieuwe flexibele leermiddelen. Wij zijn haar veel dank verschuldigd en zullen haar ruimhartige inzet en inspiratie blijvend missen. Veel dank en bewondering is er voor de deelnemende scholen, die met grote inzet het nieuwe onderwerp leermiddelenbeleid opgepakt hebben en bereid waren hun ervaringen te delen. Een eerste stap is gezet. In deze uitgave komen alle kwesties aan bod en vindt u praktische informatie over hun aanpak, successen en obstakels. De gedetailleerde eindrapportage en plannen leermiddelenbeleid van ruim tien scholen kunt u in zijn geheel vinden op vo-raad.nl en leermiddelenvo.nl. De VO-raad zal - samen met anderen- de schoolleiding en docenten de komende jaren blijven ondersteunen in hun ambities voor hun leermiddelenbeleid. Pieter Hendrikse, voorzitter Adviesgroep Programma Leermiddelenbeleid 5

4 I N H O U D Scholen enthousiast over nieuw 6 leermiddelenbeleid 33 projecten uitgevoerd: een eerste stap is gezet Dr. Nassau college: 8 activerende didactiek met nieuwe technologie Maatwerk : wél te doen 9 en níét te duur (dat kan als je gebruik maakt van massamaatwerk ) Successen en obstakels 10 Over bewustwording, motivatie en samenwerken én over tijd, fte s, ict en plannen doorrekenen e n 4 8 a n t w o o r d e n o p s i m p e l e é n c o m p l e x e p r a k t i j k v r a g e n 13 Het Atlas College: 19 De schoolleiding ziet het leren weer als hoofdthema van de gesprekken met docenten, daar past nadenken over leermiddelen naadloos in. De LeermiddelenMix bevat 20 5 vragen voor maatwerk (Met logboek van docente Nederlands) Hoge verwachtingen van open 26 leermiddelen Tien tips voor de werkgroep 27 Budget te klein? Denk 28 schooleconomisch! Over de materiële en immateriële kosten en baten LeermiddelMentality: koester 30 de verschillen van docenten Onderzoek geeft inzicht in de diverse houdingen ten opzichte van leermateriaal Ik ben een tevreden coach. Nou en? 33 LeermiddelMentality-test in de praktijk De bevlogen docent 40 Samen denken over en werken met leermiddelen inspireert docenten en schoolleiding Curriculum en kiezen (SLO) 42 80/20-denken helpt bij keuzes 43 scholing en leermiddelen Praktijkonderzoek bij 46 Durven, Delen, Doen (VO-raad) Onderzoek gaat door 48 Universiteit Twente zocht uit wat we weten (en wat niet) over welk soort digitaal leermateriaal werkt 6 7 Zeg wat je bedoelt bij ict 20 Andere taken: wie doet wat? 34 Meer ict-scholing, ander taakbeleid, nieuwe competenties en soms besluit de schoolleiding Dalton Voorburg maakt zelf en 11 Calvijn College kiest verantwoord Leermiddelenbeleid in de kritische praktijk Etiketten op leermiddelen verwarren 12 Betrek leerlingen bij evaluatie (Laks) 13 Programma van Eisen voor 14 leermateriaal is breed inzetbaar Zeven basiskenmerken in de PvE s 15 Eerst lessen maken, 18 dan het curriculum (of andersom) Doen! (Want ict geeft oplossingen 22 en is een maatschappelijk gegeven) Ict-kans 1: bedrijfszekere hardware Ict-kans 2: goede software én content Ict-kans 3: versterk de brainware Ervaringen van acht AOC s, 24 vmbo-groen (AOC Raad) Doe een nulmeting, creëer eigenaarsgevoel bij docenten, focus niet alléén op digitaal en meer adviezen Het beste leermateriaal voor 35 iedere leerling tegen de beste prijs i(innovatieplatform-vo) Wel of niet zelf aan de slag? 36 Over de voor- en nadelen van zelf ontwikkelen en arrangeren van leermateriaal 91% docenten : 38 Een goed leermiddel maakt leerlingen nieuwsgierig. En meer meningen Samen in Wikiwijs 52 (Kennisnet en RdMC/OU) Wat in 2019? 53 Vroeger was het niet beter Colofon 65 Met bijdragen en reacties van AOC Raad CMHF Codename Future GEU ILO/UvA Innovatieplatform-Vo Kennisnet Laks Lerarenkamer LPC Malmberg Noordhoff Uitgevers OCW Platform VVVO Platforms VMBO RdMC /OU SBL SLO ThiemeMeulenhoff UT Twente

5 scholen enthousiast over leermiddelenbeleid 33 Projecten afgerond: een eerste stap gezet Binnen het Programma Leermiddelenbeleid voerden 33 pilotscholen projecten leermiddelenbeleid uit. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste resultaten daarvan. Leermiddelenbeleid raakt het hart van het onderwijs. Er komen namelijk een aantal zaken in samen: de wens om de leerling meer maatwerk te bieden, de behoefte aan een meer schooleigen curriculum, aan meer ict, en de mogelijkheden van andere financieringsvormen. De interesse voor dit beleid is gewekt. Het is soms tot ieders verrassing een heel relevant onderwerp. Leermiddelenbeleid fungeert als motor voor een direct gesprek met docenten over onderwijs, schoolontwikkeling en innovatie. De complexiteit van het onderwerp staat concrete plannen nog in de weg Voor de motivatie van docenten en leerlingen biedt ander, nieuwe leermateriaal een prachtige kans. Maar wat is precies anders en nieuw? Het bepalen van de massamaatwerkverhouding en het benoemen van het juiste leermateriaal voor de juiste leeractiviteit in de juiste vorm is ingewikkeld. Ict ondersteunt zowel de interne als de externe communicatie, is een hulpmiddel in de organisatie van het onderwijsproces en in de digitalisering van het leermateriaal. Met de digitalisering van leermateriaal wordt gepoogd ook de andere functies van ict beter te implementeren. De onderbouw is dominant. Bij het nadenken over nieuwe of andere leermiddelen, de inzet van laptops en het veranderen van het curriculum draait het vooral om (bepaalde vakken en projecten in) de onderbouw. De schoolleiding voelt primair de behoefte om het leermiddelenbudget te beheren en te beheersen. De leiding beseft dat tot nu toe de docent min of meer autonoom was in zijn keuze voor leermiddelen. Schoolleiders zien nieuwe eisen aan leermateriaal als een belangrijk middel om docenten extra te motiveren. Leermiddelenbeleid geeft ook ruimte voor een extra impuls aan ictbeleid en aan het beter integreren daarvan in het algemene schoolbeleid. Schoolbreed leermiddelenbeleid is voor de meeste docenten nog geen dagelijkse praktijk. Leerlingen zijn nauwelijks betrokken bij het formuleren van leermiddelenbeleid. Elke school wil maatwerk in leermateriaal. Hoe de verhoudingen liggen, schoolbreed of per vak, is een moeilijke puzzel. Een belangrijke zorg is de ictinfrastructuur. Digitaal leren vereist voldoende computers, een feilloos en snel internet, eenvoudige inlogprocedures en een betrouwbare stroomvoorziening. Daarnaast moeten docenten over goede ict-vaardigheden beschikken, zowel technisch als (vak)didactisch. Geen enkele school lijkt op dit moment aan al deze voorwaarden te voldoen. Het werkboek is bij een aantal vakken niet nodig. Scholen hebben weinig interesse in functie, rol en verdiensten van distributeurs. Met veel hoop en verwachting kijken de projectscholen uit naar de verschillende open (gratis) databanken. Men wil vooral meer technische en (vak) didactische ict-scholing voor docenten. Geld is geen dominant thema. Er is weinig bekend over de financiële mogelijkheden van de plannen. Het ontwerpen van een financiële meerjarenstrategie heeft op dit moment niet veel aandacht. De tijd die docenten hebben voor het ontwikkelen en arrangeren van leermiddelen verschilt. Sommige projectscholen hebben geen probleem met het uitroosteren van docenten voor het zelf ontwikkelen of arrangeren van materiaal voor de eigen lessen of schoollessen. Voor hen speelt in deze context het lerarentekort niet. Maar er zijn ook scholen die aangeven dat hun docenten er geen tijd en expertise voor hebben. Leermiddelenbeleid versterkt het De leermiddelen voor bovenbouw en 8 bewustzijn over en het draagvlak voor de tweede fase lijken geen bijzondere onderwijsvisie. aandacht nodig te hebben. 9 Het zorgt daarmee voor een sterkere samenhang Wel spelen de bezuinigingen in de tweede fase binnen de school, zowel pedagogisch, (vak)- havo/vwo een rol. didactisch als organisatorisch. Scholen met meer ervaring kunnen de Een schoolbreed leermiddelenbeleid bevat voor- en nadelen van hun oplossingen een visie op: de massamaatwerkverhouding: de verhouding tussen het gebruik van leermateriaal gemaakt via voor meer maatwerk of voor ander leermateriaal beter benoemen. Scholen realiseren zich dat ze moeten nadenken Vrijwel geen enkele school beschikt over expliciete, schoolbrede criteria voor lesmateriaal. Meer informatie De formele eindrapportage van het Programma Leermiddelenbeleid van de VO-raad beschrijft uitgebreid alle plannen en het verloop van de projecten massaproductie en via maatwerkproductie; over de verhoudingen in maatwerk: wat komt Het gezamenlijk opstellen van een lijst met criteria van de 33 pilotscholen. De rapportage is te downloaden via een bijbehorende individuele benadering van docenten in scholing en taakbeleid; uit de methode, wat is schooleigen en wat is docenteigen materiaal? is zeer bevorderlijk voor de motivatie van alle docenten. Ook zijn ruim tien beleidsplannen integraal beschikbaar. een meerjarenplan ten aanzien van ictinvesteringen; Ze vinden het van belang dat docenten weten wat het basiscurriculum is en wat vervangend de eigen schooleconomie. Bij een kan zijn voor de methode. schooleconomisch perspectief gaat het niet alleen Ze zijn zich ervan bewust dat het zelf om financiën en de materiële lasten en baten, ontwikkelen van leermateriaal voor een heel maar ook om de immateriële lasten en baten, curriculum kostbaar is en dat niet iedereen dit zoals motivatie. kan. Ze geven aan dat het zelf ontwikkelen en arrangeren van leermateriaal motiverend is voor docenten en heel nuttig kan zijn bij slechte onderwijsresultaten. Ze denken genuanceerd over digitaal leermateriaal: er moet een koppeling zijn met een leeractiviteit. Met integraal leermiddelenbeleid kunnen scholen in het voorgezet onderwijs het beste uit hun leerlingen halen. Integraal leermiddelenbeleid betekent dat de school kan beargumenteren welke leermiddelen nodig zijn, de docenten achter die keuze staan en ermee kunnen werken. Daarbij hoort een ict-infrastructuur die daar naadloos op aansluit. Marja van Bijsterveldt, staatssecretaris Ministerie van OCW

6 Dr. Nassau College, Assen Activerender didactiek door moderne en flexibele leermiddelen maatwerk: wél te doen en níét te duur Naam school Schoolsoort Aantal leerlingen 1500 Dr. Nassau College, Assen gymnasium/vwo/havo Prijs leermiddelenpakket 2008/ /2010/ Ouderbijdrage 2008/ /2010/ (dat kan als je gebruik maakt van massamaatwerk ) 10 Leermiddelenbeleidsplan Ambities De verdere ontwikkeling van activerende didactiek speelt een belangrijke rol. Het Dr. Nassaucollege wil daarom nadrukkelijk moderne, digitale communicatiemiddelen als sms, msn, Hyves, blogs en gaming betrekken. Ook flexibele leermiddelen, waarbij leerlingen individueel en zelfstandig hun leerproces bepalen, worden noodzakelijk geacht. De school streeft ernaar dat in 2015 (wanneer de nieuwbouw is gerealiseerd) circa 30% van alle leermiddelen uit eigen ontwikkeld materiaal bestaat. Op langere termijn zal dit percentage oplopen tot 100%. Met de pilots Digiklassen Unit X en Culturium en ontwikkeling van de creatieve vakken verkent de school de verdere mogelijkheden en de uitwerking. De school investeert jaarlijks 2 fte ( ) in ontwikkeltijd en streeft een besparing na van 50% op werkboeken. Het streven is om het percentage digitale leermiddelen te laten stijgen tot circa 50%. Motieven Dr. Nassau College arrangeert en ontwikkelt al enige tijd eigen, digitale leermiddelen. De school wil deze activiteiten graag in een locatiebreed beleid plaatsen. Daarnaast wil de school anticiperen op de invoer van de lumpsumfinanciering, de aflopende contracten met de tussenhandel, en de Europese aanbesteding. Aanpak Werkgroep In een werkgroep van vijf personen is het beleidsplan ontwikkeld. De werkgroep bestond uit de locatiedirecteur (projectleider), de beleidsmedewerker ict (opsteller beleidsplan), twee onderwijsontwikkelaars en de facilitymanager (financiën/aanbesteding). Rol docenten Docenten hebben per vakgroep in een enquête aangegeven hoe zij huidige leermiddelen gebruiken en welke veranderingen zij in de toekomst verwachten. Rol leerlingen/ouders Brugklasleerlingen worden in het schooljaar 2010/2011 geënquêteerd over leermiddelen. Updates/onderhoud Maandelijks wordt de kwaliteit van leermiddelenbeleid gemeten en geëvalueerd in het managementteam, de unit en individueel met docenten en leerlingen. Het conceptbeleidsplan wordt besproken in directie en MR. Succesfactoren Ontwikkeling van leermiddelenbeleid draagt bij aan een betere bewustwording van de rol van de onderwijskundige visie, ict, financiën, personeel en organisatie. Leermiddelenbeleid bundelt losstaande onderwijskundige ontwikkelingen. Leermiddenbeleid leidt tot een hoger kostenbewustzijn. Leermiddelenbeleid leidt tot een kwalitatieve impuls aan het onderwijs. Obstakels Op financieel gebied blijven vragen over, onder andere doordat er nog gepraat moet worden over de Europese aanbesteding. Het aanbod aan met name digitale leermiddelen bevindt zich in een enorme stroomversnelling. Daardoor valt niet precies te voorspellen in welke richting het zal gaan. Daarom moet het beleidsplan volgens de school niet gezien worden als een onwrikbaar document. Bij leermiddelenbeleid gaat het ook over de verhouding tussen massa en maatwerk. Elke school wil maatwerk in leermateriaal. Maar wat is een goede verhouding tussen materiaal gemaakt via massaproductie en via maatwerkproductie? Hoe de verhoudingen precies liggen, schoolbreed of per vak, is een puzzel die elke sectie of team zelf oplost en bepaalt. Wat is massamaatwerk? Er is een aantal varianten in de omschrijvingen, maar het doel van massamaatwerk is helder. Dat is: de voordelen van een efficiënte massaproductie koppelen aan de voordelen van de stukproductie voor de individuele gebruiker, zodat er maatwerk ontstaat. 1 Massamaatwerk kun je zien als de verhouding tussen het gebruik van (open) leermateriaal gemaakt via massaproductie enerzijds en maatwerkproductie anderzijds. Daarmee ontstaat een geheel van eigen schoolleermiddelen per vak of leergebied. 2 Massamaatwerk (mass customization) is de term die gebruikt wordt om via een massaproductiemethode maatwerk te leveren voor de gebruiker: de leerling of docent. 3 Massamaatwerk geeft de gebruiker een plek in de productieketen (consumer-co-design). Door samenwerking van gebruikers en producenten bij het maken en assembleren van leermateriaal kun je producten op maat maken, waarbij de productiekosten én de afnemersprijs gelijk zijn aan die bij massaproductie. a b Wat is de optimale verhouding in uw school, per vak of leergebied? De figuur hieronder laat een aantal massamaatwerkvarianten zien. Ze kunnen bepaald worden voor vakken, leergebieden, of voor de school als geheel. De variabelen zijn: het soort materiaal (leerteksten, opdrachten, multimediaal, interactief leermateriaal) passend bij de leeractiviteit de herkomst de drager: digitaal of print de omvang: curriculumdekkend of leseenheden gratis of open of betaald Waar is meer informatie te vinden? In opdracht van het CITO schreef prof.dr. Sietske Waslander een rapport over massamaatwerk, onderwijspraktijk en examens in het voortgezet onderwijs: Wat scholen beweegt. Infobladen over leermiddelenbeleid voor docenten en schoolleiding nr.17: massa en maatwerk, 11 samenvattingen van alle 33 scholen in eindrapportage op en ook 10 gehele plannen c d Een effectieve en gevarieerde inzet van leermiddelen is een voorwaarde voor maatwerk voor leerlingen en leidt tot maximalisering van ieders talent. Sjoerd Slagter, voorzitter VO-raad

7 S u c c e s s e n e n o b s ta k e l s Over bewustwording, motivatie en samenwerken én over tijd, fte s, ict en plannen doorrekenen Leermiddelenbeleid in de praktijk: Dalton Voorburg maakt zelf en Calvijn College kiest verantwoord 12 Voorbereiding: waar gaat het precies om? In de voorbereidingsfase zochten de scholen uit waar het nu precies om gaat bij leermiddelenbeleid. Het is tenslotte een nieuw thema en er is nog maar kort expertise opgebouwd op dit gebied. De scholen verkenden het onderwerp en bakenden het af door informatie te verzamelen: buiten de school via literatuuronderzoek; via bezoeken aan collega-scholen; door workshops en uitwisselbijeenkomsten bij te wonen. in de school door docenten te enquêteren; door gesprekken met leerlingen te voeren (één school). Uitvoering: aandacht voor draagvlak Vervolgens schreef een werkgroep een leermiddelenbeleidsplan. De werkgroep toetste het draagvlak in de organisatie en zette projecten uit waarmee het beleid werd uitgevoerd. Veel scholen maakten gebruik van een Programma van Eisen (PvE) voor leermiddelen. Zo n PvE kan fungeren als richtsnoer van het leermiddelenbeleid in samenspraak met docenten. Het Liemers College organiseerde bijvoorbeeld workshops voor verschillende geledingen binnen de school. Tijdens deze bijeenkomsten zijn aan de hand van een criterialijst leermiddelen gewaardeerd. Daarna is in de secties kritisch gekeken naar de huidige leermiddelen. De secties formuleerden wensen voor toekomstig leermateriaal. Dat wensenlijstje vormde samen met andere beleidsdocumenten (over financiën, personeel en ict) de input voor het conceptplan leermiddelenbeleid, dat werd opgesteld door de projectgroep. Het concept is voorgelegd aan de directie en de afdelingsleiders, en uiteindelijk aan de medezeggenschapsraad. Meer informatie: Eindrapportage Programma Leermiddelenbeleid, Succesfactoren en obstakels in het project Uit de projecten kwamen de volgende succesfactoren naar voren: duidelijke sturing op basis van kaders die zijn doorgesproken met de medezeggenschapsraad (ORS Lek en Linge); op tijd beginnen met de ontwikkeling van het plan en zo breed mogelijk collega s erbij betrekken, liefst mensen met verschillende taken en perspectieven. Het beleid is gebaseerd op wat er in de praktijk al gebeurt en op wat nodig is (Stedelijk College Eindhoven); aandacht voor zowel de kwaliteit als de prijs van leermiddelen. Die aandacht ontstaat vanzelf omdat de lumpsumfinanciering consequenties heeft voor het leermiddelenbudget (Schoonhovens College); afstemming met het ict-beleidsplan: actiepunten vanuit de workshops kunnen worden opgenomen in het ictbeleidsplan. De workshops hebben geholpen bij de verdere gedachtenvorming over de invoering van digitalisering (Picasso Lyceum). Uit de projecten kwamen de volgende obstakels naar voren: het invoeringsplan van laptopklassen was te vooruitstrevend. Daarom is opnieuw een discussie ontstaan over de vraag waar en hoe leermiddelen verkregen kunnen worden (Van der Capellen Sg); docenten moeten nog uit de startblokken komen (Vincent van Gogh); er is te veel tijd nodig voor overleg en analyse. Als je het goed doet, moet een beleidsplan in ongeveer driekwart jaar te maken zijn (Scala College); weerstand van sommige collega s: zij vinden het moeilijk dat het schoolbeleidsplan invloed kan hebben op de dagelijkse gang van zaken in de les (Pleincollege Bisschop Beckers); veel werk voor de docent. Het zoeken en vinden van geschikte leermiddelen is voor de gemiddelde docent arbeidsintensief (De Rietlanden); leermiddelenbeleid is een complexe materie. Het heeft raakvlakken met eigenlijk elk beleidsterrein. Het is daarom nodig eerst de definities helder te krijgen. Dit voorkomt veel ruis (Osg Erasmus). Het leermiddelenbeleid is een optelsom van een aantal zaken. Als het goed is ziet die som er als volgt uit: leerlingen moeten beter kunnen leren met behulp van de gekozen (goede en betaalbare) leermiddelen + de school kiest de leermiddelen, koopt ze, of organiseert het zo dat ze zelf te arrangeren of te maken zijn + docenten moeten hiervoor voldoende tijd en deskundigheid hebben + dit gebeurt in samenhang = (Integraal) leermiddelenbeleid Scholen zeggen er over: Leermiddelenbeleid raakt verschillende beleidsterreinen en versterkt zowel het onderwijskundige, personele als financiële beleid van de school. Leermiddelenbeleid leidt tot beter afgewogen keuzes in de aanschaf van leermiddelen (Wolfert PRO). Of: Het leermiddelenbeleidsplan heeft als doel antwoord te geven op de vraag: hoe kunnen we met de mensen en de financiën die we hebben onze onderwijskundige uitgangspunten de komende jaren waar blijven maken, ondanks een bezuiniging van 10-15% (Pleincollege Bisschop Beckers). Dalton Voorburg zet in op zelf ontwikkelen Scholengemeenschap Dalton Voorburg wil inzetten op het verder ondersteunen van secties om vervangend (digitaal) leermateriaal te maken, want de leerresultaten zijn daardoor verbeterd bij bepaalde vakken. Aspecten van de plannen zijn: benutten van de ervaring van secties wiskunde en Frans; evaluatie door de schoolleiding van de ontwikkelingen rond DigilessenVO, Wikiwijs en de Open Leermaterialenbank; vaststelling hoe de komende jaren beter voldaan kan worden aan de tien eisen die aan goed leermateriaal gesteld worden; secties maken hun ambities kenbaar voor het structureel ontwikkelen van leermateriaal; drukkosten van zelf ontwikkeld materiaal worden bekostigd vanuit de lumpsum voor leermiddelen, terwijl ontwikkeltijd uit het personele budget komt. Calvijn College zet in op verantwoord kiezen Met een leermiddelenbeleid wil het Calvijn College zich voorbereiden op de aanschaf van leermiddelen naast de methodes van uitgevers. Ook wil de school docenten ondersteunen bij het kiezen en arrangeren van digitale leermiddelen. De school heeft organisatorische en procedurele aanpassingen doorgevoerd voor het kiezen van leermateriaal. Daarnaast zijn 22 algemene kwaliteitseisen en vijf technische eisen ontwikkeld om een betere keuze te kunnen maken in de veelheid aan (digitaal) lesmateriaal. De school werkt met een gefilterd internet. De verwachting is dat de komende jaren hoogstens incidenteel leermateriaal gearrangeerd en ontwikkeld zal worden. 13

8 Betrek leerlingen bij evaluatie! 4 8 s i m p e l e é n c o m p l e x e p r a k t i j k v r a g e n 1 Wat is leermiddelenbeleid? 5 Hoe betrek je leerlingen? 14 Innovatie door ict en nieuwe leermiddelen kun je het beste op waarde schatten als je ermee gewerkt hebt. Achteraf dus. En wie werkt het vaakst met de meeste leermiddelen? Inderdaad, de leerling! Emiel Willms, voorzitter Laks 'Het is evident dat leerlingen betrokken moeten worden bij ict-vernieuwingen. Grijzer wordt het bij de keuze van lesmethode. Het lijkt het Laks goed dat daar optimaal gebruik wordt gemaakt van leerlingervaringen in het evaluatietraject. In het algemeen kan een leerling heel goed oordelen of leermateriaal prettig werkt. Maar net als voor ieder ander blijft het makkelijker om te oordelen over iets waar je al mee gewerkt hebt, dan iets wat totaal nieuw is. Docenten weten zelf ook welk lesmateriaal goed werkt bij hun leerlingen. Maar ik denk dat de beste docenten het gewoon vragen aan leerlingen die bijvoorbeeld al een jaar met een lesmethode hebben gewerkt. Natuurlijk is het de docent die een lesuur maakt of breekt. Maar we zijn het er allemaal over eens dat de faciliteiten daarvoor wel moeten worden geboden met leermiddelenbeleid. Het is niet het één of het ander, het is beide. Uiteindelijk moet in de toekomst iedere docent en iedere leerling een laptop hebben, maar dit moet niet overhaast worden ingevoerd. Opvallend is dat bijvoorbeeld de digitale schoolborden een enorme vlucht hebben genomen, maar leerlingen vaak beter weten hoe ze werken dan de docenten zelf.' 'Alleen in het onderwijs is de klant geen koning: leerlingen hebben geen stem bij de keuze van leermiddelen. Dat vind ik een gemiste kans. Betrokkenheid zorgt voor motivatie, motivatie zorgt voor presteren.' Geeske Steeneken, directeur Codename Future Etiketten op leermiddelen verwarren In uitspraken over leermiddelen maken pilotscholen onderscheid tussen enerzijds traditionele, papieren materialen en anderzijds digitale, moderne of alternatieve leermiddelen. De eerste categorie leermiddelen is in deze perceptie afkomstig van educatieve uitgevers, heeft de vorm van een boek en is relatief prijzig. De tweede categorie is afkomstig van diverse aanbieders op internet, heeft een flexibel en interactief karakter en is gratis of voor weinig geld beschikbaar. De werkelijkheid is minder duidelijk. Educatieve uitgevers leveren bijvoorbeeld zowel boeken als digitale leermiddelen, terwijl digitale leermiddelen van andere aanbieders op internet niet altijd gratis en flexibel zijn. Als ze niet gratis zijn moet de gebruiker bijvoorbeeld een licentie aanschaffen of ook zelf materiaal beschikbaar stellen. Ook hoeft een digitaal leermiddel niet flexibel te zijn. Online-leermateriaal levert bijvoorbeeld niet altijd feedback. En hoewel internet het distributiekanaal is, is een digitaal leermiddel soms niet meer dan een tekstbestand dat vanaf het scherm gelezen moet worden of dat de docent moet downloaden en printen. Het onderscheid tussen een traditioneel leermiddel (boek) en een modern leermiddel (digitaal) is correct voor zover het over de drager, het medium gaat. Het onderscheid is minder geschikt om algemene uitspraken te doen over de didactische mogelijkheden, de flexibiliteit, de soort aanbieder of de prijs. Dat betekent in de praktijk dat elk leermiddel boek of digitaal afzonderlijk moet worden beoordeeld op sterktes en zwaktes. Leermiddelenbeleid is dat wat je als school wilt dat leermiddelen zijn, doen, hoe je eraan komt en hoeveel tijd en geld dit alles kost. Soms wordt het woord beleid ook gebruikt voor nieuwe dingen doen: we gaan beleid maken. Het gaat dus om het geheel van bestaande én nieuwe ambities voor leermiddelen. In praktijk leiden die vaak tot schoolontwikkeling en innovatieve projecten. Een leermiddelenbeleidsplan is het schriftelijke eindresultaat van het denk- en besluitvormingsproces over leermiddelenbeleid binnen een school. 2 Hoe zorg ik dat een plan gelezen wordt? Maak een samenvatting van één pagina (anders weet je zeker dat de grootste groep collega s er geen tijd voor neemt). 3 Leermiddelen zijn toch leuker dan beleid? Een voorwaarde voor goed onderwijs is een goed leermiddel, dat is de mening van 81% van de docenten. 70% vindt het belangrijk dat de school een leermiddelenbeleid heeft. Slechts 51% vindt dat iedere docent betrokken zou moeten worden bij het formuleren van het schoolbrede leermiddelenbeleid. De meeste docenten zijn vooral geïnteresseerd in leermateriaal en leermiddelenbeleid voor hun eigen vak (Motivaction 2009). 4 Hoe snel gaat dat? In de projecten hadden de scholen vier tot vijf maanden nodig om een (concept)leermiddelenbeleidsplan te maken: een impulsproject in een hogedrukpanformule, aldus Wolfert Pro. Het kost tijd om helder te krijgen waar het om gaat en om partijen zoals de financieel directeur, arrangeurs en ict-coördinatoren om de tafel te krijgen. Maar ook de vertaling van de onderwijsvisie naar een Programma van Eisen (PvE) voor leermiddelen is niet zomaar gedaan. Tot nu toe wordt zelden aan leerlingen gevraagd wat ze van het gebruikte leermateriaal vinden. Terwijl dat los van voorkeuren voor vakken of docenten veel inzicht kan geven. Enkele scholen hebben er daarom een begin mee gemaakt. Op het College Vos zijn vragen gesteld als: welk boek gooi je het liefst in de haard en welk stop je met plezier in je tas? Op het Corlaer College, waar veel projectmatig wordt gewerkt met eigen opdrachten, zijn naar aanleiding van de vragenronde de opdrachten aangepast. Ze bleken in sommige periodes te veel op elkaar te lijken, het waren voornamelijk verslagen en presentaties. Een derde school liet leerlingen elkaar interviewen over hun eigen lesmateriaal. Het team bekeek de opgenomen interviews. 6 Wie zitten in de projectgroep? Alle scholen hebben een projectgroep leermiddelenbeleid ingesteld. Meestal zaten daar directieleden en docenten in, mensen die zich met ict en financiën bezighouden en natuurlijk met onderwijsinhoud. Bijvoorbeeld de werkgroep van het Schoonhovens College bestond uit: de locatiedirectie, hoofd financiën, twee ict-medewerkers en de commissie kwaliteitszorg. Het hoofd financiën maakte een financiële analyse van de boekenlijst. De ict-medewerkers zetten de wensen van docenten af tegen de haalbaarheid en wenselijkheid van ictontwikkelingen in de school, terwijl de commissie kwaliteitszorg het beleidskader controleerde. 7 Wat gebeurt er in de onderbouw? De onderbouw is sterk vertegenwoordigd in de plannen. Het gaat bij de inzet van nieuwe of andere leermiddelen al snel over de eerste leerjaren. Dat geldt ook voor het starten van laptopklassen. Er is veel aandacht voor activerende didactiek, competentiegericht of levensecht leren, en vakoverstijgend (project)onderwijs. Dit is een logisch gevolg van de vernieuwde onderbouw. 15

9 Programma van Zeven basiskenmerken in de PvE s 16 Eisen voor leermateriaal is breed inzetbaar Eerst de onderwijsvisie De onderwijsvisie staat bij alle scholen aan de basis van het leermiddelenbeleid. Maar hoe vertaal je onderwijskundige ambities zoals onderwijs op maat, samenwerkend leren, excellent onderwijs of in toenemende mate verantwoordelijkheid nemen voor het leerproces naar eenduidige eisen aan leermateriaal? Het College Vos houdt het kort. De school heeft drie criteria geformuleerd onder het motto Triple A: actueel, activerend en aangepast aan de leerling. Het Liemers College en SG Dalton Voorburg hanteren ieder tien criteria, terwijl het Scala College 37 eisen heeft vastgesteld. Het formuleren van eisen aan lesmateriaal leidt tot enthousiast en betrokken overleg tussen collega s. Vaak is men verbaasd dat een dergelijke exercitie niet eerder is gedaan. Men is eensgezind in de overtuiging dat een goed leermiddel cruciaal is voor goed onderwijs. Dan een Programma van Eisen (PvE) Om de vertaalsslag van onderwijsvisie naar eisen aan het lesmateriaal (in een PvE) te kunnen doen, moet grip worden gekregen op de veelheid aan vakken, leerjaren en niveaus. De pilotscholen hebben daarom eerst een informatieronde gedaan: ze hebben schooldocumenten geraadpleegd, diepte-interviews gehouden en (digitale) vragenlijsten uitgezet. Vervolgens kon de lijst met eisen aan het leermateriaal tot stand komen. Incidenteel zijn leerlingen of ouders hierbij betrokken. Sommige werkgroepen hebben alleen op basis van het schoolplan de onderwijsvisie vertaald naar criteria waaraan het lesmateriaal moet voldoen. Hun collega s konden hier vervolgens feedback op geven. Sterke overeenkomsten tussen PvE s Uit de PvE s blijkt dat volgens de meeste scholen een leermiddel moet voldoen aan zeven kenmerken: maatwerk mogelijk maken leerlingen motiveren variatie bevatten zelfstandig leren en werken bevorderen Het woord maatwerk speelt in alle beleidsplannen een belangrijke rol, net als een aantal equivalenten daarvan, zoals differentiatie in tempo en niveau, aansluiting bij interesses van leerlingen, rekening houden met leerstijlen, talentontwikkeling, en het rechtdoen aan verschillen. Veel eisen aan leermiddelen hebben betrekking op pedagogiek en didactiek. Als er naar leerstofinhoud verwezen wordt, is dat vaak geformuleerd als aansluiting bij kerndoelen samenwerkend leren bevorderen aansluiten bij de actualiteit aansluiten bij kerndoelen en eindtermen en eindtermen. In de PvE s staan waarschijnlijk weinig leerstofinhoudelijke criteria omdat deze alleen precies per vak, leergebied of leerjaar beschreven kunnen worden. Dat is misschien ook de reden dat PvE s weinig uitspraken doen over het type leeractiviteiten, bijvoorbeeld aanleren, oefenen, herhalen of integreren. Eisen stellen aan eigen materiaal In de 33 pilotscholen is zelf ontwikkeld en/of gearrangeerd lesmateriaal nog niet getoetst aan het programma van eisen. Dat heeft een simpele oorzaak: de eisen zijn pas na de materiaalontwikkeling tot stand gekomen. Scholen geven aan dat ze het PvE in de toekomst wel gaan hanteren voor eigen materiaal. Dan gaan ze ook controleren of eigen materiaal voldoende tegemoet komt aan de sterk gevoelde behoefte aan differentiatie op tempo, niveau, leerstijl, talent en interesse. 17 En vervolgens het PvE inzetten Het PvE is een gereedschap. Pilotscholen willen dit gereedschap als volgt inzetten: controleren of de in gebruik zijnde leermiddelen aansluiten bij de onderwijsvisie; als richtlijn bij methodevervanging en aanschaf van andere nieuwe leermiddelen; als richtlijn bij het schrijven en goedkeuren van projectplannen rond lesmateriaal; als auteurs- en arrangeursinstructie bij het zelf ontwikkelen en arrangeren van materiaal; als instrument in het POP-gesprek om het gebruik van leermiddelen aan de orde te kunnen stellen. 'Het individueel leerportfolio wordt belangrijker dan het curriculum. En dan zijn standaardleermiddelen niet voldoende. Nieuwe inhouden en eigentijdse technologie ondersteunen docenten bij het optimaliseren van individuele talenten van kinderen.' Rob Sudmeijer, directeur-uitgever ThiemeMeulenhoff Een onverwacht effect van het Programma van Eisen is dat aan het licht kan komen dat enkele schoolvisies aan herijking toe blijken te zijn; of dat scholingsbeleid, ictbeleid en vakwerkplannen geactualiseerd moeten worden. 'Om goed onderwijs te verzorgen heeft een docent gereedschap nodig. Dit gereedschap bestaat uit leermiddelen: methodes, projecten, hulpmateriaal én een goede leer- en werkomgeving. Onderwijskwaliteit is afhankelijk van leermiddelen. Leermiddelenbeleid is dus kwaliteitsbeleid.' Jan van Nierop, voorzitter van de Stichting Platforms VMBO

10 8 Wat gebeurt er in bovenbouw en tweede fase? De leermiddelen voor de bovenbouw en de tweede fase lijken geen bijzondere aandacht nodig te hebben. De gedachte daarachter is: ideeën en plannen starten in de onderbouw, daarna volgt vanzelf de bovenbouw en de tweede fase. Wat wel speelt is de financiering in de tweede fase havo/ vwo, omdat er moet worden bezuinigd. Vooral de financiering van leermateriaal voor keuzevakken is een probleem. 9 Heeft de MR instemmingsrecht op het leermiddelenbeleid? De medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht voor zover het gaat over de hoogte van de (vrijwillige) ouderbijdrage. Wet medezeggenschap op scholen: Artikel 14, lid 2d (gewijzigd per 1 augustus 2009), instemming door ouders: voor schoolkosten, met uitzondering van lesmateriaal als bedoeld in artikel 6e, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs. 11 Materiaal maken: wat zelf doen en wat uitbesteden? Enkele scholen die al langer bezig zijn met het zelf ontwikkelen van overdraagbaar materiaal (voor een groter gedeelte van het curriculum) schakelen externen in. Deze deskundigen helpen bij de ontwikkeling of coördinatie en zoeken samenwerkingsverbanden op. Het Montaigne Lyceum beveelt externen aan bij een ingrijpende innovatie als het zelf maken van onderwijsmateriaal. Het Lyceum zou graag het eigen systeem willen delen met andere gelijkgestemde scholen. Het Stedelijk College Eindhoven heeft het maken van schooleigen materiaal geheel uitbesteed. UniC heeft een samenwerkingsverband opgezocht met gelijkgestemde scholen en een externe leermiddelontwikkelaar. Het Dalton in Voorburg hoopt een verbreding te organiseren via de vereniging van Daltononderwijs. 12 Wat zijn taken voor een externe begeleider? 13 Waarom leidt digitaal werken tot meer papier? De print- en kopieerkosten zijn verreweg de snelst groeiende kostenpost. Hoe kan dat met steeds meer digitaal werken? Blijft dat zo? Het meest gebruikte digitale leermateriaal in de school zijn leerteksten, opdrachten en projectmateriaal. Het is handig om die ook op papier te hebben. Docenten kijken opdrachten en werkstukken (ook al zijn die makkelijk in te leveren via de elo) graag na op papier want dat gaat sneller dan digitaal. Veel scholen signaleren dit probleem. Er is vaak met een leverancier een basisbedrag afgesproken voor zwart-witkopieën. Boven een bepaald aantal worden de kosten per kopie hoger. Kleurenkopieën zijn sowieso heel kostbaar. De kopieerkosten (inclusief algemene kopieën) gaan al snel per leerling naar 50 als er geen stop op wordt gezet. Er zijn nog geen duidelijke oplossingen voor dit probleem voorhanden. Eén school meldt dat het laten drukken van materiaal goedkoper is dan kopiëren. 14 Is leermiddelenbeleid nieuw? 15 Vier workshops voor docenten Workshop 1: vinden jullie onze plannen werkbaar? Workshoponderdelen: presentatie uitgangspunten leermiddelenbeleid discussie concretisering door teams uitwerken plan van aanpak evaluatie. Workshop 2: laten we eens op een rij zetten wat jullie nodig hebben Workshoponderdelen: terugkoppeling van uitslagen van een gehouden enquête naar docentenvoorkeuren uitwerkingen van ontwikkelplannen door secties. Workshop 3: wat is al bewezen effectief en enthousiasmerend? Workshoponderdelen: presentaties van succesvolle praktijkvoorbeelden door collega s voor collega s. Mini-workshop 4: een rondje fiasco en blunder Workshoponderdelen: benut de enorme ervaring in school met projecten en ander leermateriaal. Begin een workshop met een rondje waar iedereen vertelt 18 In artikel 6e is lesmateriaal als volgt omschreven: Sommige scholen hebben externe ondersteuning wat juist niet gewerkt heeft. Om de een of andere reden is onderwijsland erg 19 lesmateriaal dat naar vorm en inhoud is gericht op ingehuurd om het proces te begeleiden. Hoe informatieoverdracht in onderwijsleersituaties en duidelijker de opdrachtgever is, hoe beter de modegevoelig. Alles lijkt voortdurend te veranderen en waarvan het gebruik binnen het onderwijsaanbod ondersteuning. Enkele tips bij het inschakelen van nieuw te moeten zijn. Nieuw aan leermiddelenbeleid 16 Over het Wat en Hoe? door het bevoegd gezag specifiek voor het desbetreffende leerjaar is voorgeschreven. Woordenboeken, zorg voor een gespreksleider en een schrijver deskundigen zijn: is: de leermiddelen die de school gebruikt worden Bij leermiddelenbeleid zijn product en proces bijna een atlas en de schoolagenda, de rekenmachine, Iemand die dienend opschrijft wat er besproken is, geijkt aan de schoolvisie; even belangrijk. In het onderwijs is de manier de laptop, kopieerkosten en zaken als sportkleding, kritische vragen kan stellen en het totaaloverzicht het kiezen en/of maken van leermiddelen valt onder waarop je het antwoord gevonden hebt vaak gereedschap en schrijfmaterialen vallen hier buiten behoudt; het schoolbeleid en is niet meer alleen een kwestie minstens zo belangrijk als het antwoord zelf. Scholen en zijn ter instemming van de MR. van secties of senior-docenten; rapporteerden dat ze blij waren met elkaar in gesprek vraag naar de toegankelijkheid van de informatie Vraag een adviseur een klein en handzaam niet de ouders maar iedereen in school denkt na geraakt te zijn, dat de lijnen nu korter zijn of dat Meer info: document te maken zodat iedereen in één over de kosten van leermiddelen; er veel meer bewustzijn is en het onderwerp nu oogopslag kan zien waar het over gaat en de leermiddelen maken gebruik van nieuwe media en op de agenda staat. Dat soort bevindingen moet spelen in op nieuwe generaties leerlingen; je niet onderschatten, maar er moet natuurlijk meer 10 Woorden doen er toe hoofdlijnen begrijpt; geen los ict-beleid of ict-groepjes, maar dit koppelen gebeuren. Het is een open deur, maar wat je doet betrek docenten bij het afnemen van Het woord leermiddelenbeleidsplan is niet echt docentenenquêtes aan traditionele leermiddelen. moet wel bijdragen aan het directe doel, een beter motiverend voor een goede dialoog met docenten, Overleg vooraf met de docenten over enquêtes, dat Dit alles kan al innovatief genoeg zijn. Zinnige vragen leermiddelenbeleid, en aan het indirecte doel: beter terwijl het onderwerp leermiddelen juist voor vergroot de waarde van de uitkomsten. zijn dus allereerst: hoe doen we het nu en wat kan er onderwijs. Contact, gesprek en motivatie zijn mooi veel enthousiasme zorgt. Het alternatief kan zijn: beter? en vormen belangrijke randvoorwaarden, maar echte leermiddelplan. Dat klinkt een stuk beter. uitkomsten zijn ook nodig.

11 De LeermiddelMix bevat 5 vragen voor maatwerk De 5 vragen in de LeermiddelMix 22 Elke docent wil maatwerk in het leren. Sterker nog: het liefste zou hij individueel onderwijs geven. Voor een gedeelte kan dit via een optimale mix van leermateriaal. Hoe die mix er precies uitziet is voor elke sectie, voor elk team of voor elke docent anders. Een docente Nederlands vertelt hoe zij haar lessen samenstelt Dat is arrangeren, ontwikkelen, eigen en andermans lessen combineren, streven naar maatwerk, gebruik van methode en alles ineen. Gemiddeld is de verhouding boek-ander materiaal in mijn lessen 75%-25%, maar dat kan per leerjaar en per periode verschillen. Bijvoorbeeld: brugklas (50% boek en 50% ander lesmateriaal) week 3: in vier lessen gebruik ik lesmateriaal van Doe Maar Dicht Maar (een stichting die een landelijke dichtwedstrijd organiseert), een combinatie van eigen materiaal en overig lesmateriaal. Ik heb zeven opdrachten voor gedichten in een boekje gedaan. Twee waren door mijzelf bedacht en er waren vijf bewerkte Doe Maar Dicht Maar-ideeën; Zeg wat je bedoelt bij ict week 4: van de vier lessen heb ik er drie met het boek gewerkt. Gedurende één les heb ik het boek gecombineerd met open leermiddelen (verkregen via Kennisnet). examenklas ( 70% boek en 30% ander lesmateriaal) week 3: in totaal ging het om vier lessen. Bij drie gebruikte ik het boek, bij één les eigen materiaal (discussie naar aanleiding van een krantenbericht en stellingen); week 4: van de vier lessen deed ik er twee met het boek en twee met eigen materiaal in de vorm van opdrachten (schrijf een ingezonden brief n.a.v. een bericht uit de krant, en een opdracht voor in het fictiedossier) Welke vragen moet je beantwoorden om te weten welk leermateriaal je nodig hebt? De vijf variabelen zijn: 1 Wat? Welk soort materiaal heb ik nodig (leerteksten, opdrachten, interactief leermateriaal, multimediaal leren, toetsen) voor welk soort leeractiviteit (onthouden, begrijpen, integreren, toepassen)? 2 Welk? Welk medium gebruik ik: gaat het om digitaal materiaal of geprint materiaal? 3 Hoeveel? Wat is de omvang van wat ik nodig heb? Gaat het om een hoeveel leseenheden of om een leerjaar? 4 Waar? Wat is de herkomst van het materiaal? 5 Wie? Wie betaalt het? Is het gratis of open of betaald? Ict is de afkorting van informatie- en communicatietechologie. In leermiddelenbeleidsplannen valt op dat het begrip in verschillende betekenissen wordt gebruikt. Bijvoorbeeld: 1. Wat is het? 2. WELK MEDIUM? 3. HOEVEEL? 4. WAAR HAAL JE HET VANDAAN? 5. WIE BETAALT HET? % lestijd Basiscurriculum % lestijd Schoolcurriculum % lestijd Docenteigen curriculum soort leeractiviteit? soort leeractiviteit? soort leeractiviteit? leerstof en verwerkingsopdrachten projecten toetsen boek, papier Word/pdf/digitaal format interactieve toepassing multimediale toepassing onderwijstijd of klokuren? %? %? % educatieve uitgever open methodes scholen maken het zelf individuele scholen scholengroepen overheden samenwerkende individuele scholen schooleigen lessen opdrachten en projecten boek, papier Word/pdf/digitaal format interactieve toepassing multimediale toepassing onderwijstijd of klokuren van gelijksoortige scholen afkomstig van organisaties en uitgeverijen zelf gearrangeerd zelf ontwikkeld open leermiddelen: Wikiwijs, Digischool lesvoorbereiding deskundigheidsbevordering ontwikkelen en arrangeren in taakbeleid, door uitbreiding fte eigen lessen van de docent op basis van persoonlijke interesse of op basis van de samenstelling van leerlinggroepen boek, papier Word/pdf/digitaal format interactieve toepassing multimediale toepassing onderwijstijd of klokuren van jezelf lesvoorbereiding binnen het taakbeleid 23 de inzet van ict biedt leerlingen een venster op de wereld (ict staat hier voor internet en communicatiemiddel) op zoek naar een ideale mix van folio en ict (ict is hier de drager van digitale informatie) bedrijfszekere ictvoorzieningen (ict staat hier voor hardware zoals het (draadloze) netwerk, internet, computers en randapparatuur) ict is een belangrijk middel om te kunnen differentiëren en verschillende uitdagende vormen en inhouden aan te bieden (ict betekent hier: een digitaal leermiddel) Het begrip ict kent drie componenten: hardware, software en brainware. Hardware is bijvoorbeeld de muis, het digitaal schoolbord en de laptop. De software is het digitale programma dat in het onderwijs gevuld is met leerstof. In plaats van leerstof wordt trouwens steeds vaker het woord content gebruikt. De brainware is de technische en didactische vaardigheid van de docent om de hardware en de software optimaal in te zetten. 'Het gaat erom aan te sluiten bij de dagelijkse praktijk van het leren. Dan alleen kan innovatie slagen. Onze digitale leermiddelen maken maatwerk steeds makkelijker doordat eigen en open materiaal met methodisch materiaal gecombineerd kan worden. Gelukkig vindt samenwerking tussen scholen en uitgevers steeds vaker plaats, zodat je samen kunt kijken hoe methoden het beste ingezet kunnen worden. Uitgevers blijven ook in de toekomst hun expertise inzetten om aan te sluiten bij de vraag van scholen en docenten: meer makkelijke maatwerkoplossingen voor beter leren!' Stephan de Valk, GEU (branche-organisatie Groep Educatieve Uitgeverijen), uitgeefdirecteur Noordhoff Uitgevers

12 d e k w e s t i e l e e r m i d d e l e n b e l e i d 26 Adviezen en ervaringen van acht AOC s (vmbo-groen) Doe een nulmeting, creëer eigenaarsgevoel, focus niet alléén op digitaal Acht AOC s hebben gebruik gemaakt van de subsidieregeling Leermiddelenbeleid vmbo-groen, een afgeleide van de regeling voor het voortgezet onderwijs, aangevuld met middelen van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het traject is begeleid door de AOC Raad met landelijke inspiratieen themabijeenkomsten. Wat is er gedaan? Elk AOC heeft op zijn eigen manier het project ingericht, afhankelijk van de bekendheid van de instelling met leermiddelenbeleid. De meeste projecten verliepen als volgt: verzamelen van achtergrondinformatie en definiëring van het leermiddelenbeleid; inventarisatie van het huidige leermiddelenbeleid op de verschillende vmbo-locaties; ontwerpen van kwaliteitseisen voor het selecteren en arrangeren van leermateriaal; organisatie van studiedagen met als doel visie- en beleidsvorming. Verschillende resultaten De AOC s zijn nog steeds volop bezig met de ontwikkeling van het leermiddelenbeleid. De volgende resultaten zijn tussenproducten : analyse van de huidige situatie betreffende leermiddelenbeleid, zo mogelijk resulterend in een visiedocument; draaiboek leermiddelenkeuze en evaluatie; opleidingsplan leermiddelengebruik voor docenten; meerjarenplan ict-randvoorwaarden; ontwerp van een onderwijsmagazijn : een opslagsysteem voor zelf gearrangeerde of ontwikkelde leermiddelen; keuze voor en vormgeving van een elo; ontwerpaanpak service-unit leermiddelen. Succesfactoren, valkuilen en adviezen De deelnemende AOC s zijn enthousiast over het leermiddelenproject. Zij adviseren andere scholen: voer een nulmeting uit. Betrek hierbij alle lagen binnen een instelling (ook leerlingen); zorg voor goede communicatie. Gebruik verschillende informatiekanalen; besteed veel aandacht aan beeldvorming, draagvlak en eigenaarschap; zorg voor goede borging en monitoring van het proces; plan voldoende doorlooptijd en ruimte, vooral ook voor de bewustwording bij docenten; focus niet alleen op digitale materialen (less is more); maak gebruik van externe expertise en lopende landelijke initiatieven; zorg voor een goede balans tussen inkoop en zelf ontwikkelen (koester je interne boekenfonds). Meer initiatieven op het terrein van leermiddelen en examinering: ECC en Contentarrangeertool (www.contentcorner.nl) Via Groen Kennisnet hebben scholen toegang tot de educatieve contentcatalogus, waarin de content voor het groene onderwijs wordt ontsloten. Alle AOC s zijn hierop geabonneerd. Zie ook Toetsplaza (www.toetsplaza.nl) Alle AOC s werken via Toetsplaza samen aan de verdere ontwikkeling en implementatie van een digitale toetsomgeving voor formatieve en summatieve toetsing en oefening. In dit verband wordt ook samengewerkt aan de ontwikkeling van collectieve reken- en taaltoetsen (zie Groen proeven (www.groenproeven.nl) Alle AOC s werken samen aan de ontwikkeling en implementatie van examenstandaarden en proeven van bekwaamheden voor het schoolexamen in het vmbogroen. Het Groene Leertraject (www.hetgroeneleertraject.nl) De AOC s werken (landelijk) samen bij de implementatie van de nieuwe, geglobaliseerde examenprogramma s vmbo-groen. Onderlinge inspiratie en kennisdeling staan daarin centraal. 17 Doe je zo n project ook zonder (kleine) subsidie? Voor het geld hoef je het niet te doen, maar.., zeggen de meeste scholen. Is een projectsubsidie voor deze schoolontwikkeling dan niet nodig? Zo is het ook weer niet. Het gaat juist om de bijkomende positieve effecten: omdat het een nieuw onderwerp is, heeft het wel meteen de aandacht van iedereen; het geeft het onderwerp leermiddelenbeleid binnen de school legitimiteit; het versnelt het proces; het levert een netwerk op voor het uitwisselen van informatie en ervaring met andere scholen, waardoor een natuurlijke benchmark ontstaat. 18 Hoe SMART is een relatie? Onderwijs gaat in wezen om relaties tussen mensen: leerlingen en leraren, leraren en de schoolleiding, leerlingen en de conciërge, leerlingen onderling. Al die relaties hebben tot doel dat de leerling leert en zich ontwikkelt. In sommige opzichten lijkt een school meer op een familie dan op een fabriek. De focus op doelstellingen die soft zijn, maakt het niet onmogelijk om hard te maken wat je nastreeft. Wil je dat 20% van de docenten de leerlingen meer dan de helft van de lestijd met ict laat werken, of moet dat bij meer docenten het geval zijn? Maar ook cijfers zijn bedrieglijk, zo weet Hans van Maanen, die laat zien hoe misleidend statistieken kunnen zijn: Een op de drie kinderen pleegt delict. Maar wat is volgens de media een delict? Dus wat bedoel je met werken met ict en is dit echt leerzamer en motiverender? Vraag het de leerlingen en docenten in elk geval. Volgens een rapport van de VO-raad is motivatie nog het makkelijkst meetbaar. Vooral tevredenheidsenquêtes zijn populair. Zie: en 27

13 19 Wat is een leerplan of curriculum? Leerplan en curriculum betekenen hetzelfde: een plan voor het leren. Er zijn veel verschillende definities. In de praktijk gebruiken mensen het vaak voor wat je moet leren. Bijvoorbeeld: Ook nog aandacht besteden aan. lukt niet want dat past niet meer in het curriculum. Je zult altijd preciezer moeten zeggen wat je bedoelt. Er zijn verschillende niveaus: gaat het om een plan voor de individuele leerling, of gaat het om een leerplan op landelijk niveau zoals het examenprogramma, of gaat het om een leerplan op internationaal niveau zoals het ERK, het Europees Referentiekader voor talen? En er zijn verschillende verschijningsvormen: Heb je het over wat er in het leermiddel staat (het geschreven curriculum) of wat de docent doet (het uitgevoerde curriculum)? Een curriculum bevat met elkaar samenhangende elementen. Er zijn vier hoofdvragen voor een leerplan: 1 waartoe leren de leerlingen? 2 wat moeten ze leren? 3 hoe leren ze dat? 4 hebben ze het geleerd? 20 Docentenenquêtes geven informatie en betrokkenheid De kunst van leermiddelenbeleid maken is schoolbreed het gesprek openen over leermiddelen. Nogal wat scholen hebben via enquêtes aan alle docenten gevraagd wat hun wensen zijn. Dat geeft informatie en betrokkenheid. Zo weet het Baudartius College nu dat 67% van de docenten vindt dat er met leerstijlen rekening gehouden moet worden, terwijl dat in de huidige situatie maar volgens 36% van de docenten gebeurt. Andere stellingen waar docenten hun mening over gaven: ict speelt een grote rol in onze lesmethode; onze lesmethode is goedkoop; leermiddelen moeten veel aandacht besteden aan het aanleren van algemene vaardigheden. Hoge verwachtingen van open leermiddelen Veel, gevarieerd, snel en goedkoop De pilotscholen zijn zich ervan bewust dat voor maatwerk in leermiddelen aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan. De middelen moeten in een grote hoeveelheid beschikbaar zijn, ze moeten gemakkelijk toegankelijk zijn, snel zijn aan te passen en goedkoop of gratis zijn. De scholen zijn in hun leermiddelenbeleidsplannen daarom enthousiast over de initiatieven voor open leermiddelen zoals Wikiwijs en de Open Leermaterialenbank (zie Het gaat hier om leermiddelen die niet alleen digitaal zijn, nieuw beeld T i e n t i p s v o o r d e w e r k g r o e p De project- of werkgroep leermiddelenbeleid bestaat uit een onderwijsdirecteur, een financieel directeur, een ictdeskundige, een medewerker kwaliteitszorg en/of een medewerker P&O, en een vertegenwoordiging van docenten. De werkgroep schrijft een conceptplan leermiddelenbeleid waarin de onderwijsvisie van de school vertaald wordt naar ambities met leermiddelen en met (daarmee samenhangende) personele, financiële en ict-infrastructurele ambities. De werkgroep vertaalt het conceptplan leermiddelenbeleid naar een overzichtelijk en handzaam Programma van Eisen (PvE) voor huidige en toekomstige leermiddelen. De werkgroep zet een onderzoek uit (bijvoorbeeld via gesprekken, vragenlijsten, scans) om zowel de tevredenheid met de huidige leermiddelen als de wensen voor de toekomst te inventariseren. Het onderzoek richt zich ook op de behoefte aan elo- en digitaal schoolbordgebruik, aan digitale leermiddelen, en aan het zelf ontwikkelen en/of arrangeren. De werkgroep herschrijft het conceptplan leermiddelenbeleid op basis van de uitkomsten van het onderzoek. De werkgroep beschrijft de financiële kaders, zoals het leermiddelenbudget, de keuze voor een intern of extern boekenfonds en eventuele extra te investeren fte s voor arrangeren en ontwikkelen. De werkgroep beschrijft de personele kaders rondom leermiddelen, zoals deskundigheidsbevordering, functiedifferentiatie, POP-gesprekken en taakurenbeleid. De werkgroep legt het conceptplan voor aan docenten, vraagt actief naar feedback en nodigt docenten uit projectvoorstellen in te dienen die aansluiten bij het leermiddelenbeleid. Het definitieve leermiddelenbeleidsplan wordt voorgelegd aan het managementteam en de medezeggenschapsraad van de school. Na goedkeuring wordt een samenvatting, inclusief de uitkomsten van het leermiddelenonderzoek, verspreid onder docenten. De uitkomsten van het leermiddelenonderzoek zijn 28 maar ook vrij toegankelijk via internet, en waar niet of geïnventariseerd. De belangrijkste conclusies staan op Meer informatie: Leerplan in ontwikkeling, 2009 SLO, een rij en zijn voor iedereen beschikbaar in een openbare 29 rapportage. nauwelijks auteursrechten op rusten. De verwachting is dat deze open leermiddelen in voldoende hoeveelheid, in grote variatie en met voldoende kwaliteit beschikbaar komen voor alle niveaus, leerjaren en leerstijlen. Een mooi aanbod dus, dat voor elk wat wils biedt, zowel op het niveau van de docent als op het niveau van de leerling. De scholen spreken zich over initiatieven als Wikiwijs vooral uit als afnemer van open leermiddelen, en minder als producent. De factor tijd Eén school formuleert kritische vragen bij de open leermiddelen: Levert arrangeren ook meer rendement op? Zijn de databanken dadelijk allemaal zo goed gevuld en georganiseerd dat het arrangeren slechts een fractie van de tijd kost die er nu voor staat? Ook andere scholen maken zich met name zorgen over de factor tijd. Opgedane ervaringen wijzen uit dat het zoeken en beoordelen van geschikte leermiddelen veel tijd kost. Door de scholen is nog geen praktijkervaring opgedaan met elektronische platforms voor open leermiddelen augustus september oktober november december/januari februari wie? CONCEPt 1 DOCENTENONDERZOEK CONCEPt 2 wie in de werkgroep (5 mensen) werkgroep denkt en schrijft +/- 100 docenten werkgroep denkt en schrijft DOCENTENprojecten docenten projectvoorstellen+/- 30 docenten goedkeuring MT en MR Meer informatie is te vinden via 'Leermiddelenbeleid is alleen maar zinvol als de docent er invloed op heeft. Ik kan me voorstellen dat de school een bepaalde didactiek volgt waar de leermiddelen op afgestemd moeten worden.' René van de Kraats, platform Vakinhoudelijke Verenigingen Voortgezet Onderwijs (VVVO)

14 30 Budget te klein? Denk schooleconomisch! Als je met je plannen voor leermiddelen niet uitkomt met 316,- uit het leermiddelenbudget, dan kun je twee dingen doen: bezuinigen óf schuiven met budgetten. Dat laatste kan met behulp van schooleconomisch denken. Dat wil zeggen dat je niet alleen geld beschouwt als een economisch goed, maar dat je ook zo kijkt naar tijd en motivatie van docenten. Het betekent bovendien dat de school zich ervan bewust is dat de kosten voor leermiddelen een relatie hebben met de kwaliteit van het onderwijs. De meeste scholen wegen bij het nadenken over leermiddelen alleen de materiële kosten en baten en niet de immateriële kosten en baten. Het Schoonhovens College vormt hierop een uitzondering: De component leermiddelenbudget dient inzichtelijk in de begroting te worden opgenomen. Hierin moeten ook de mee te rekenen personele lasten worden opgenomen. Op de meeste andere scholen is het budgetdenken dominant en is er ook meer aandacht voor kortetermijnoplossingen. Verwarring over het zelf ontwikkelen en arrangeren van lesmateriaal Er zijn scholen die uit budgettaire overwegingen meer zelf willen ontwikkelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het Pleincollege Bisschop Beckers: Om binnen het gestelde budget te kunnen blijven, zal naar verwachting het ontwikkelen van eigen materiaal en het arrangeren van eigen of ander materiaal tot (delen van) lesmethodes een grote rol gaan spelen. Ook het Corderius College denkt daar zo over: Het vervangen van werkboeken door eigen materiaal lijkt lonend te zijn, waarbij de besparingen de kosten dekken. Er vindt nu al een kleine verschuiving plaats van uitgaven voor het boekenpakket naar fte s die aan materiaalontwikkeling worden besteed. Dat zal alleen maar meer worden. Andere scholen zeggen juist dat zelf ontwikkelen en arrangeren niet gefinancierd kan worden. Lentiz: Het zelf ontwikkelen van materiaal is een tijdrovende en dus kostbare zaak. Het merendeel van het digitale materiaal zal dan ook komen van landelijke organisaties en/of uitgevers. Het Stedelijk College Eindhoven stelt: De kosten voor het zelf ontwikkelen van materiaal staan niet in verhouding tot de aankoop van één of zelfs meerdere methoden. Het is ook niet precies te overzien wat een ontwikkeling die je ingaat, kost. Zes gekozen bezuinigingen voor de korte termijn schrappen in de werkboeken; een kleine verhoging van de ouderbijdrage voor keuzevakken die buiten het curriculum vallen; van extern naar intern boekenfonds; opmaken van een opgebouwde buffer intern of bij de distributeur; benutten van eenmalige overbruggingsgelden; benutten van kwaliteitsgelden. Vier financieringsbronnen voor de toekomst De meeste scholen worstelen met een groot aantal zaken als het gaat om de financiering van het leermiddelenbeleid: de transparantie, de verdeling van het budget, de doorberekening van personele lasten, de doorberekening van laptops, de verhoging van de ouderbijdrage, de licentiekosten van de elo, de financiële integratie van het ictbeleid en het personeelsbeleid, het wel of niet instellen van een intern boekenfonds. Een school meldt dat de plannen voor leermiddelen nog wel doorberekend moeten worden, maar dat er waarschijnlijk wel een potje voor is. Vaak is de gekozen financiële oplossing eenvoudig: het kan, als het maar budgetneutraal is. De vier genoemde financieringsbronnen voor leermiddelenbeleid zijn: het leermiddelenbudget of een budgetneutrale oplossing; inzetten van 50% van de deskundigheidsuren; laptops door de ouders laten betalen; algemeen intern innovatiefonds docententijd publicatie/printkosten auteursrechtkosten softwarekosten opleidingskosten % meer ergernis % hogere werkdruk % meer vergadertijd % slechtere kwaliteit leermateriaal % meer gemotiveerde docenten % betere kwaliteit leermateriaal % meer schooleigen leermateriaal (en daardoor meer motivatie leerlingen) instellen voor kleinere projecten. Het onderzoeken van nieuwe bronnen wordt nog niet genoemd. Veel scholen signaleren de snel stijgende printkosten De print- en kopieerkosten zijn verreweg de snelst groeiende kostenpost. Er zijn nog geen duidelijke oplossingen voorhanden. Eén school meldt dat het laten drukken van materiaal goedkoper is dan het kopieerapparaat laten draaien. Het Montaigne Lyceum lost het weer anders op: de reprokosten Materiële kosten Lumpsum % ict-budget % scholingsbudget % schoolboekenbudget % personeelsbudget % vrijwillige ouderbijdrage % mediatheekbudget % innovatie- of kwaliteitsbudget % innovatie- of kwali Immateriële kosten ( 25 per leerling) worden uit het huisvestingsbudget gehaald en niet uit het leermiddelenbudget, zodat er meer geld kan worden vrijgemaakt voor onderwijsontwikkeling. Materiële baten Lumpsum % ict-budget % scholingsbudget % schoolboekenbudget % personeelsbudget % vrijwillige ouderbijdrage % mediatheekbudget % innovatie- of kwaliteitsbudget % kwaliteitsimpuls Immateriële baten % meer ergernis % hogere werkdruk % meer vergadertijd % meer vergadertijd % meer gemotiveerde docenten % betere kwaliteit leermateriaal % meer schooleigen leermateriaal (en daardoor meer motivatie leerlingen) 31

15 LeermiddelMentality: koester de verschillen tussen docenten 32 Niet iedereen is hetzelfde en dat hoeft ook niet. Een team functioneert meestal zelfs beter als er verschillen tussen teamleden zijn. Erken en benoem ze en er ontstaat waardering voor elkaar. Zo werkt het ook met de verschillende houdingen die docenten hebben ten opzichte van leermateriaal. De LeermiddelMentality-test* geeft inzicht in die houdingen. Het is een hulpmiddel om het gesprek tussen schoolleiding en docenten, maar ook tussen docenten onderling, te verdiepen. De test is gebaseerd op een LeermiddelMetalityonderzoek. Het onderzoek heeft geleid tot vier segmenten Het onderzoek is uitgevoerd onder ruim 800 docenten. Het richtte zich op de houding van docenten ten opzichte van leermiddelen. Daaruit kwamen vier segmenten of typeringen: tevreden coaches, gedegen vakvrouwen en mannen, eigenzinnige arrangeurs en kritische idealisten. Tot welk type iemand behoort is niet afhankelijk van leeftijd, sekse, vak, schoolsoort, schoolgrootte of denominatie. De verschillen tussen de vier typeringen zijn relatief. Op een individuele docent is nooit slechts één van de gevonden segmenten van toepassing. De vier segmenten zijn gebaseerd op de manier waarop docenten omgaan met zes dimensies: in welke mate zijn ze gericht op methodes; in welke mate voelen ze zich ondersteund door de schoolleiding; hoe tevreden zijn ze over de gebruikte leermiddelen; hebben ze een individualistische houding of zijn ze juist gericht op samenwerken; in welke mate hebben ze behoefte aan flexibiliteit; in welke mate speelt de beschikbare tijd voor hen een rol? Elk segment vertoont zoveel mogelijk overeenkomsten binnen het segment en verschilt zoveel mogelijk ten opzichte van de andere segmenten. *Het onderzoek en de test zijn tot stand gekomen in samenwerking met de Lerarenkamer, de GEU, docenten en schoolleiders, onderwijsdeskundigen van de SLO en Kennisnet. De LeermiddelMentality-test is online beschikbaar via of Het onderzoeksrapport van Motivaction is daar ook te downloaden. De degelijke vakvrouw of -man De resultaatgerichte, solide methodegebruiker met een sterk verantwoordelijkheidsbesef, die vertrouwt op het gemak, de structuur en de kwaliteit van de methode. Docenten die tot de degelijke vakvrouw of -man worden gerekend hebben een groot vertrouwen in de methode van de educatieve uitgever. Deze biedt hen voldoende mogelijkheden om flexibel met het materiaal om te gaan. Ze vinden het belangrijk dat de doorlopende leerlijn is gewaarborgd, dat de leerlingen een leerboek hebben en dat er toetsen beschikbaar zijn. Ze hebben geen tijd om zelf materiaal te maken, samen te stellen of te zoeken. Ze zijn voldoende tevreden over het leermateriaal dat ze gebruiken en vinden dat je het ontwikkelen van hoogwaardig leermateriaal moet overlaten aan een expert. Uitleg en resultaat De degelijke vakvrouw of -man voelt zich vooral een taakbewuste vakdocent en geeft graag uitleg. De klassikale onderwijsvorm heeft de voorkeur. Deze degelijke vakmensen stellen zich ten doel ervoor te zorgen dat hun leerlingen het diploma halen. Ze zien een goed leermiddel als noodzakelijk voor goed onderwijs. Ze gebruiken indien voorhanden graag het materiaal van collega s. Ze geven aan dat ze in het algemeen te weinig tijd hebben om bezig te zijn met leermiddelen. Wel voelen ze zich voldoende ondersteund door de schoolleiding in de technische mogelijkheden. Ze moeten te veel organiseren om individuele leerlingen maatwerk te bieden. Digitale houding: minder gericht op ict De degelijke vakmensen maken minder gebruik van open source materiaal en hebben minder behoefte aan digitale beschikbaarheid van leermiddelen. Ze maken wel veel gebruik van methodesites en ander vakgericht digitaal materiaal. Ze vinden van zichzelf dat ze minder dan gemiddeld met ict overweg kunnen. De eigenzinnige arrangeur De actieve, zelfbewuste pedagoog, die graag zijn eigen leermateriaal samenstelt dat de zelfstandigheid van de leerlingen bevordert. Hij gebruikt daarvoor actuele, flexibele en open source bronnen. Leermateriaal: van alles wat Docenten die tot de eigenzinnige arrangeur behoren gebruiken deels een methode, deels gearrangeerd materiaal, en deels eigen materiaal. Ze hebben een grote behoefte om iets te ontwikkelen en het lesmateriaal op maat te maken voor de leerling. Ze zouden ook graag mee willen werken aan een nieuwe lesmethode van een uitgever. Het zelf samenstellen helpt ze om hun lessen uitdagend te houden. Ze vertrouwen niet zonder meer op de kwaliteit van de methode die ze gebruiken. Ze missen vooral de flexibiliteit. Ze voelen zich zelfs beperkt in hun vrijheid door de methode. Ze waarderen open leermateriaal. Procesbegeleider De eigenzinnige arrangeurs voelen zich vooral begeleider van het leerproces. Ze zijn tevreden als hun leerlingen zelfstandig leren werken en denken. Het diploma is wel belangrijk, maar staat voor hen niet op de eerste plaats. Ze zien hun onderwijs verbeteren door het zelf samengestelde materiaal. Het zorgt ervoor dat hun onderwijs uitdagend blijft. Zelf materiaal ontwikkelen kunnen ze prima, een expert is daarvoor niet nodig, zo is hun ervaring. De eigenzinnige arrangeurs staan vaak niet achter de leermiddelen die ze gebruiken. Ze missen in enige mate de technische ondersteuning van de schoolleiding en zijn ook niet geheel tevreden over het budget voor de leermiddelen. Ze staan positief tegenover samenwerking met andere scholen, ze denken dat daardoor het lesmateriaal zal verbeteren. 33

16 Ik ben een tevreden coach. Nou en? De LeermiddelMentality-test in de praktijk 34 De tevreden coach De energieke, onafhankelijke organisator, die goed weet met welk leermateriaal hij zijn leerlingen inspireert en motiveert voor zijn onderwijs of voor zijn vak. Docenten die behoren tot de tevreden coach vinden het leermiddel relatief onbelangrijk voor de kwaliteit van hun onderwijs. Ze voelen zich bekwaam en vrij om te gebruiken wat ze nodig hebben om op een motiverende manier les te geven. Ze weten heel goed aan welke kwaliteitscriteria hun leermateriaal moet voldoen. Ze voelen zich niet beknot door de methode, ze maken er immers flexibel gebruik van. Het zelf samenstellen van het leermateriaal maakt het onderwijs uitdagend voor hun leerlingen. Ze staan achter het leermateriaal dat ze gebruiken. Motivator Tevreden coaches zien zichzelf vooral als motivator. Ze willen hun enthousiasme voor hun vak op hun leerlingen overbrengen. De tevredenheid van de leerlingen met het leermateriaal is voor hen heel belangrijk. Ze voelen zich in hoge mate ondersteund door de schoolleiding. Er zijn voldoende computers en technische mogelijkheden om leerlingen maatwerk te bieden. De tevreden coaches hebben genoeg tijd om zelf materiaal te maken en op zoek te gaan naar het geschikte materiaal. Ze nemen regelmatig een leidinggevende rol op zich en voelen zich betrokken bij buitenschoolse activiteiten als het schoolkamp. De kritische idealist De veeleisende, vakgerichte didacticus, die vertrouwt op de kwaliteit van de methode, maar meer maatwerk en actualiteit wil. Hij mist de ondersteuning om deze ambitie te realiseren. Het beste leermateriaal Docenten die behoren tot de kritische idealisten hebben hoge verwachtingen van leermiddelen. Ze hechten eraan dat leermiddelen gebaseerd zijn op de nieuwste inzichten in hun vakgebied. Zonder goed leermiddel voelen ze zich niet zeker van hun onderwijs. Ze vinden de houvast en de structuur in hun methode makkelijk, maar voelen zich daardoor tegelijkertijd sterk beperkt in hun vrijheid. Ze zijn niet erg tevreden over de methode die ze gebruiken, ze vinden dat deze vaak onvoldoende maatwerk biedt. Ze gebruiken relatief vaak de methodensites. Begeleidende trainer Kritische idealisten zien zichzelf vooral als begeleidende trainer. Ze hebben behoefte aan didactische vernieuwing, willen het beste van het beste. Ook wat maatwerk betreft. Maar ze zien zichzelf niet als de ontwikkelaar of arrangeur die het maakt. Ze hechten er veel belang aan hun leerlingen te leren zelfstandig te leren. Daarvoor is maatwerk nodig, al vrezen ze dat dit onvoldoende uit de verf komt door volle klassen en organisatorische belemmeringen. De kritische idealisten vinden dat ict hun lessen beter maakt, laten leerlingen graag individueel achter een computer werken, maar maken minder gebruik van de elo of het digitale schoolbord. Ik ben een gedegen vakvrouw of -man, nou en? Dat weet je dan, het is uit de test gerold. Over tot de orde van de dag? Nou nee. Het invullen van de test en het zien van het resultaat leidt bijna altijd tot discussie, hilariteit of verontwaardiging. Een docent zegt: Ik herken mezelf eigenlijk wel in alle beschrijvingen. En dat klopt. Op het niveau van de individuele docent is nooit maar één segment van toepassing. Eerste vraag in docentenenquête: ander resultaat dan verwacht. Het Baudartius College liet alle docenten de test doen. Ze moesten het resultaat ervan invullen als eerste vraag in een algemene docentenenquête over leermiddelen en leermiddelenbeleid. De resultaten onder 87 docenten van de school (81%) waren opvallend en afwijkend van het algemene beeld: Baudartius College landelijk Gedegen vakman/-vrouw 49% 34% Eigenzinnige arrangeur 23% 37% Tevreden coach 25% 18% Kritische idealist 3% 11% Dit leidde tot verder onderzoek en discussie. De school is namelijk zeer actief bezig met de individuele ontwikkeling van leerlingen en onderwijs geven via betekenisvolle prestaties en projectweken. Hiervoor wordt eigen materiaal ontwikkeld en gearrangeerd. De reden voor de onverwachte uitkomsten bleek logisch te zijn: het grootste deel van het onderwijs is nog traditioneel opgebouwd (zo n 70%). Het innovatieve onderwijs waarmee het zelf ontwikkelen en arrangeren van materiaal op het Baudartius samenhangt - beslaat een veel minder groot deel van de onderwijstijd (zo n 30%). Dat wat eerst leek op een lichte teleurstelling gaf inzicht en riep de vraag op of het anders moest of niet. Met die vraag kon men verder aan de slag Meer informatie LeermiddelMentality-test: Baudartius College: 'De verschillen tussen docenten vertegenwoordigen verschillende belangen bij het opstellen van leemiddelenbeleid. In dit spanningsveld kan onderzoek helpen bij het zoeken naar de juiste balans.' 35 Gemiddelde gerichtheid op ict Tevreden coaches vinden van zichzelf dat ze wel goed overweg kunnen met ict op school, maar hebben niet zozeer de wens om leerlingen individueel achter een computer te laten werken Ondersteuning op school? De kritische idealisten voelen zich voor de keuze van leermiddelen te zeer afhankelijk van hun sectie, maar zouden wel graag met hun sectie werken aan de verbetering van hun methode. Ze zijn individualistisch ingesteld en werken liever met hun eigen materiaal dan met dat van hun collega s. Ze missen op hun school de mogelijkheden om met ict te werken. Ze staan soms wat alleen in hun ambities, voelen zich niet voldoende gesteund door de schoolleiding om het onderwijs te geven dat ze voor ogen hebben. En dat is: elke leerling op maat bedienen. Ook missen ze de geschikte technische middelen en de tijd om dit te doen.

17 d e k w e s t i e l e e r m i d d e l e n b e l e i d 36 Andere taken: wie doet wat? Meer ict-scholing, ander taakbeleid, nieuwe competenties en andere zeggenschap Commitment van docenten aan dit (digitale) beleid gaat voor alles. Ict- scholing is een voorwaarde voor een goed leermiddelenbeleid. (Lentiz/ Revius) Alle deelnemende scholen voelen een grote behoefte aan technische en didactische ict-scholing voor het gebruik van digitaal leermateriaal en voor het zelf ontwikkelen en arrangeren van lesmateriaal. Bij ict-scholing is er weinig onderscheid tussen de drie verschillende functies van ict (organisatie, communicatie, leermateriaal/content). Scholing voor het gebruik van de elo, Wintoets (digitale toetsen) en digiborden scoort hoog. Veel scholen realiseren zich dat extra scholing nodig is om de didactische mogelijkheden en consequenties van digitale content goed te benutten en te overzien. Daarnaast is iedereen zich ervan bewust dat het zelf maken van overdraagbaar leermateriaal speciale kwaliteiten vergt en dat er scholing voor nodig is. Hetzelfde geldt voor het arrangeren van leermateriaal zeker als het breder is dan het materiaal voor een projectweek of als een aantal lessen methodevervangend en curriculumdekkend moet zijn. Docenten die lesgeven binnen science, sport, kunst en media geven wij binnen het taakbeleid ruimte. (Schoonhovens College) Hoe worden de werkzaamheden voor het leermiddelenbeleid ingepast in het taakbeleid? Meestal via de uren voor de deskundigheidsbevordering of voor het algemene taakbeleid. Ook haalt men tijd uit de vermindering van het aantal contacturen. Scholen gaan wel verschillend om met de 160 deskundigheidsuren (10% van een volledige aanstelling). Sommige schoolleiders zijn er duidelijk over: Meer bezig zijn met leermateriaal kan in die uren. Er is geen enkele noodzaak om docenten verder te faciliteren met contacturen. Andere schoolleiders nemen alles op in het taakbeleid en laten de invulling van de deskundigheidsuren aan de docent over. Docenten die niet zelf verwerkingsopdrachten willen maken gaan uit eigen beweging ergens anders werken. (Montaigne Lyceum) Een aantal scholen meldt dat het zelf willen en kunnen maken van lesmateriaal een selectiecriterium is bij de werving van nieuwe docenten. Leermiddelenbeleid biedt voor ons mogelijkheden voor taakdifferentiatie. (ORS Lek en Linge) Diverse scholen noemen de mogelijkheid van functiedifferentiatie. De meeste scholen geloven zeer in de olievlekbenadering, met name om het gebruik van ict te bevorderen. Ze benoemen i-coach of e-coaches als voorlopers op dit gebied. Ook het Liemers College wil in de toekomst rond leermiddelen taak- en functiedifferentiatie invoeren voor docenten en onderwijsondersteunend personeel. Bovendien gaat het leermiddelenbeleid uitdrukkelijk onderdeel uitmaken van de POP-gesprekken. De Utrechtse school Pouwer maakt een duidelijk onderscheid in talenten van docenten: Vanuit de beoordelingscyclus met alle docenten komen drie excellente docenten (voor het maken van leermateriaal) naar voren. Twee van hen ontwikkelen zich tot docent-arrangeur en maken een nieuw geheel van bestaand materiaal voor gebruik door anderen (van les tot jaarprogramma). Keuzes die voorheen bij vakgroepen of individuele docenten lagen, willen wij nu relateren aan een gemeenschappelijke visie. (Corderius College) Er gaat op den duur het nodige veranderen in de besluitvorming ten aanzien van leermateriaal. Pleincollege Bisschop Beckers: Hoewel de docent de expert blijft op vakinhoudelijk gebied zal de schoolleiding, meer dan in het verleden, de randvoorwaarden en kaders voor de leermiddelenkeuze bepalen en bewaken vanuit het schoolbeleidsplan en de bekostigingsmogelijkheden. Bij ORS Lek en Linge zal ook meer sturing vanuit het management komen op dit gebied. OSG Erasmus wil de teams meer verantwoordelijkheden geven bij de keuze van leermiddelen, het al dan niet zelf ontwikkelen/arrangeren en de keuze van de uitvoerende docent. Het RSG Pantarijn stelt wel aandachtsfunctionarissen aan, maar geen eigen arrangeurs, omdat de school samenwerkt met externe contentontwikkelaars. En het Schoonhovens College stelt: De directie treedt dwingender op bij het goedkeuren van de boekenlijst. Hiertoe worden de secties gewezen op bestaande leermiddelendatabanken (om kostenbesparende keuzes te kunnen maken). Het Vincent Van Gogh College noemt ook de belasting voor het management: Het aansturen en initiëren van ontwikkelwerk door docenten kost meer tijd en energie van het middenmanagement. Het vereist namelijk persoonlijke aandacht en coaching. Hopelijk betaalt het zich uiteindelijk terug in tevreden personeel. 37 'Nu is het tijd om beleid te ontwikkelen om het beste leermateriaal te krijgen voor iedere leerling tegen de beste prijs.' Hans Reiber, voorzitter Innovatieplatform-VO (VO-raad) Het beste leermateriaal, omdat leerlingen de best mogelijke leerresultaten moeten bereiken, docenten de best mogelijke onderwijsresultaten moeten bereiken, het leerproces van de leerlingen zo goed mogelijk moet worden ondersteund, de technologische mogelijkheden naar beste kunnen moeten worden ingezet, kwalitatief goed onderwijs in een kenniseconomie de hoogste prioriteit verdient, voor iedere leerling, omdat leerlingen niet allemaal op dezelfde manier leren, de motivatie van leerlingen op uiteenlopende manieren kan worden gestimuleerd, leerlingen verschillende toekomstperspectieven hebben, talentontwikkeling van leerlingen om variatie vraagt, docenten hun inzet beter kunnen afstemmen op de individuele leerling, tegen de beste prijs, omdat het leermiddelenbudget zo goed en verantwoord mogelijk moet worden ingezet, het maken van leermiddelen niet altijd een commerciële zaak hoeft te zijn, het beschikbaar maken van leermiddelen ook een taak van docenten moet zijn, een goede prijs-kwaliteitverhouding ook voor het onderwijs een goede maatstaf is, de beste prijs ook de beste leermiddelen zal opleveren, het beste leermateriaal voor iedere leerling tegen de beste prijs, omdat rijk en gevarieerd leermiddelengebruik leidt tot effectief, efficiënt en geïnspireerd leren, scholen de opdracht hebben al het aanwezige talent van iedere leerling te ontwikkelen, voor scholen in velerlei opzicht talenten tellen en talenten lonen, talentontwikkeling een belangrijk verantwoordingscriterium is voor iedere school, leerlingen het waard zijn. Inschrijven bij Innovatieplatform-VO Elke school kan meedoen en lid worden van het Innovatieplatform-VO. De realisatie van de open landelijke leermaterialenbank is een kernactiviteit van het Innovatieplatform. Bij de Open Leermaterialenbank kan elke school digitaal leermateriaal halen en beschikbaar stellen. De bank werkt optimaal als alle scholen meedoen en lid worden. Ruim 140 scholen zijn al lid van dit samenwerkingsverband. Schrijf uw school ook in! Het doel is een digitaal leermaterialenbestand van scholen, voor scholen. Deze leermaterialenbank ontsluit collecties digitale leermaterialen voor het VO op één plek. Meer informatie: U kunt zich opgeven bij: 'Als we meer academici voor de klas willen, moet de school een werkplek zijn die appelleert aan hun kennis en vaardigheden. Meer ruimte voor professionaliteit komt de aantrekkelijkheid van het beroep voor hoogopgeleiden ten goede.' Geert ten Dam, rector Instituut voor de Lerarenopleiding ILO/UvA De docent weet als professional bij uitstek welk leermateriaal bij leerlingen werkt. En dus komt het primaat voor leermiddelen aan de docent toe, uiteraard in nauw overleg met vakcollega s en werkgever. In het kader van de Wet BIO is het nuttig dat de docent zich ook op dit onderwerp schoolt, om zijn bekwaamheid te onderhouden. Harry Evers, voorzitter CMHF

18 Wel of niet zel f aan de slag? Wel Waarom wél zelf leermiddelen ontwikkelen en arrangeren? De pilotscholen noemen drie motieven om zelf aan de slag te gaan: ze hebben een afwijkend, eigen onderwijsconcept ze willen onderwijs op maat realiseren ze willen de deskundigheid van de docenten en hun eigenaarschap van het vak bevorderen Het afwijkende, eigen onderwijsconcept is het belangrijkste motief. Scholen zoals bijvoorbeeld het Corlaer College ( nieuw onderwijsconcept ) en het Stedelijk College Eindhoven ( loopbaanoriëntatie, ook in de onderbouw ) vinden het produceren van leermiddelen noodzakelijk om hun onderwijskundige ambities te kunnen realiseren. Waarom niet zelf ontwikkelen en arrangeren? Pilotscholen noemen de volgende motieven om niet (te veel) zelf te gaan ontwikkelen of arrangeren: zoeken en aanpassen (arrangeren) van leermiddelen kost tijd het ontwikkelen van leermaterialen is een duur en moeilijk voorspelbaar proces arrangeren en ontwikkelen van leermiddelen vereist externe deskundigheid, het is een vak apart Het Calvijn College maakt zich met name zorgen over de tijdsinvestering: Elke docent weet dat er veel tijd besteed wordt aan vergeefse zoektochten. Eenmaal iets gevonden is er weer tijd nodig voor het aanpassen van het materiaal, omdat het nooit precies is wat de docent voor ogen had. Het Baudartius College voegt daaraan toe dat het zelf ontwikkelen/arrangeren van lesmateriaal ook geld en (externe) deskundigheid vergt. Het College Vos beschouwt zelf ontwikkelen/arrangeren als een vak apart. De school hecht aan een door een team van professionals (bijvoorbeeld een uitgever) verzorgde en onderhouden methode. niet Bij het tweede motief (onderwijs op maat) gaan de scholen ervan uit dat de huidige 38 beschikbare leermiddelen niet aan dit concept voldoen en dat door de school gemaakte Scholen met een rijke ontwikkeltraditie denken genuanceerd over de voor- en nadelen van zelf leermiddelen of gearrangeerde (open) leermiddelen wel tot maatwerk zullen leiden. Een ontwikkelen en arrangeren. Het Stedelijk College Eindhoven stelt dat de kosten niet in verhouding derde motief noemen bijvoorbeeld het Montaigne Lyceum en UniC. Zelf ontwikkelen leidt tot staan tot de aankoop van een of zelfs meerdere nieuwe methoden (die dus goedkoper zijn), terwijl deskundigheidsbevordering van docenten en tot een grote mate van eigenaarschap van het het ontwikkelproces moeilijk voorspelbaar is. Volgens UniC vraagt ook de kwaliteitsbewaking onderwijs van de docenten. van zelf ontwikkeld materiaal aandacht: Het materiaal is veelvuldig aangepast en veranderd. Daarbij is onvoldoende gecheckt of daardoor essentiële inhouden verdwenen zijn. Dit moet worden gecontroleerd. 'Als je systematisch veel leermateriaal gaat maken, is scholing belangrijk om succes te hebben. Docenten moeten het eens worden over de didactische opzet en de leerdoelen. Bovendien stellen docenten en leerlingen hoge eisen aan lay-out en interactiviteit. Niet iedere docent hoeft trouwens educatief ontwerper te worden. En niet elke docent wil dat. Bij het ontwikkelen van leermiddelen heb je de educatief ontwerpers wel nodig. Zoals je ook andere expertise in de groep nodig hebt: creatievelingen die goede opdrachten kunnen maken, nerds die er leuke ict-toepassingen bij maken, boekhouders die bijhouden of alle doelen en vaardigheden voldoende gevarieerd aan bod komen. Een leermiddelenbeleid geeft aan hoe de keuzes voor leermiddelen liggen. Zodat de leerling bijvoorbeeld niet in de ene les verplicht wordt zelf te onderzoeken of de antwoorden van de opdrachten goed zijn, terwijl dat bij een andere docent juist verboden is.' Nell Toemen, namens Landelijke Pedagogische Centra (LPC)

19 91% van de docenten vindt: Een goed leermiddel maakt leerlingen nieuwsgierig 75% 74% 74% Ik werk graag met lesmateriaal dat toetsen ter beschikking stelt. Ik vind het belangrijk dat mijn leerlingen een leerboek hebben. Zelf lesmateriaal samenstellen helpt mij om de les voor leerlingen uitdagend te houden. 72% Ik zou graag in elk lokaal waar ik les geef beschikken over een digitaal schoolbord. 71% Bij leermiddelen van educatieve uitgevers vertrouw ik erop dat ze van goede kwaliteit zijn. Docenten verschillen in hoge mate in hun houding ten opzichte van leermateriaal, zo blijkt uit het LeermiddelMentality-onderzoek. Maar er zijn ook veel overeenkomsten. Hieronder volgt een aantal uitspraken waarmee een groot percentage van de ondervraagde docenten instemt. 71% 67% Ik zou door mijzelf ontwikkelde leermiddelen alleen met anderen delen als ik er zeker van ben dat het materiaal van hoge kwaliteit is. Om leermiddelen goed op maat te kunnen maken is bijscholing van docenten noodzakelijk % Ik wil mijn vakkennis voortdurend uitbreiden. 65% Mijn lessen worden beter door de inzet van ict % Er zitten te veel leerlingen in de klas om met leermiddelen op maat te werken. 81% Ik verwerk graag de actualiteit in mijn lessen. 63% Samenwerking met andere scholen bij het ontwikkelen van leermiddelen levert een hogere kwaliteit van de producten op. 81% Een voorwaarde voor goed onderwijs is een goed leermiddel. 62% Als ik zelf lesmateriaal kan samenstellen maakt dat mijn onderwijs beter. 62% Ik vind het wel gemakkelijk dat het leermiddel dat ik gebruik mijn lessen stuurt. 79% Samenwerking tussen scholen en uitgevers is essentieel voor goede leermiddelen. 76% In mijn werk wil ik graag innovatief bezig zijn. 61% Ik vind het geen probleem om privétijd te investeren in betere lessen. 61% Ik ben in het algemeen tevreden over de leermiddelen die ik nu gebruik. 59% Ik zou graag samen met mijn vaksectie aan een verbetering van de lesmethode willen werken. 59% Mijn lessen moeten gebaseerd zijn op de nieuwste inzichten in mijn vakgebied. 'Dé voorwaarde voor goed onderwijs is de docent die in zijn/haar werk onderscheid weet te maken tussen doel en middel en zichzelf daarbij als belangrijkste middel ziet.' Joost Kentson, voorzitter Lerarenkamer, rector Oosterlicht College 56% Maatwerk voor de leerling is een voorwaarde voor een goed leermiddel. 52% Ik werk liever met een lesmethode van een educatieve uitgever omdat ik dan zeker weet dat de doorlopende leerlijn is gewaarborgd.

20 De Favoriete docentrollen* Instructeur legt iets uit Trainer doet iets voor en verbetert 7% bevlogen docent Samen denken over en werken met leermiddelen inspireert docenten én schoolleiding Mentor staat leerlingen terzijde 12% 13% 30% Motivator stimuleert en inspireert leerlingen 38% Coach geeft opdrachten en begeleidt *Bron: Motivaction Leermiddelenbeleid starten: keuze voor top-down of bottom-up is fiftyfifty Evenveel scholen beginnen het proces om tot leermiddelenbeleid te komen bij het management als bij de docenten. In het eerste geval is vrijwel steeds de benadering: een klein clubje bereidt het voor, schrijft ideeën op en gaat daarna draagvlak creëren. vervolgens stelt het startende groepje de ideeën wel of niet bij. In het tweede geval (bottom-upbenadering) wordt aan een brede groep docenten gevraagd wat hun mening is over de gebruikte leermiddelen en op welke wijze ze ander leermateriaal willen gebruiken. Vrijwel altijd zijn er docenten betrokken bij de werkgroep die het leermiddelenbeleid formuleert. Verrijkend en motiverend voor docenten Veelal hebben de schrijvers van het leermiddelenbeleidsplan (meestal schoolleiders, soms ict-coördinatoren of teamleiders) uitgebreid aandacht voor de ontwikkeling van de docent. Leermiddelenbeleid biedt een mogelijkheid tot profilering en het verkrijgen van waardering; het zal waarschijnlijk bijdragen aan een verhoging van het werkplezier door de erkenning van de docent als professional. De school ziet dat vooral gebeuren als docenten leermiddelen gaan ontwikkelen (CS Vincent van Gogh). Docenten motiveren en beter toerusten blijkt vaker een van de doelen van het leermiddelenbeleid. Docenten krijgen meer inzicht in kerndoelen en eindtermen en worden meer eigenaar van de stof. Ook scholing van onderwijsgevenden op het gebied van ict wordt in veel leermiddelenbeleidsplannen genoemd. ORS Lek en Linge ziet leermiddelenbeleid als iets dat positief uitwerkt voor docenten. Het uiteindelijke doel ervan is een hogere leeropbrengst voor leerlingen én een positief werkklimaat voor docenten: Zoveel mogelijk eigenaarschap en betrokkenheid creëren als het gaat om het eigen leerproces en het eigen werk - zowel voor leerlingen als voor medewerkers. Het is niet altijd duidelijk of docenten zelf ook graag die rol in het leermiddelenbeleid willen hebben. Zeker bij ict is het vaak zo dat er een voortrekkersgroep is die graag en meer ict in de lessen wil. Ook op een Digidacschool als het Krimpenerwaard College geldt dat de meerderheid van de docenten ict-gebruik niet hoog op het wensenlijstje heeft staan. Schoolleiding aangenaam verrast Als de schoolleiding of de werkgroep leermiddelenbeleid nagaat wat docenten al doen, en de wensen op het gebied van leermiddelen inventariseert, dan is men vaak aangenaam verrast over hoe creatief en innovatief docenten al omgaan met hun methoden en overige leermiddelenkeuze. Het Schoonhovens College zegt daarover: Tot voor kort bestond het aanbod van leermiddelen voor nagenoeg 100 % uit traditionele methodes/leerboeken. In toenemende mate maken secties echter de keuze voor het aanwenden van andere leermethodes, op basis van andersoortige leermiddelen. De docent blijft expert, de schoolleiding bewaakt Soms wordt in het leermiddelenbeleid een nieuwe werkwijze uitgestippeld of aangekondigd rond leermiddelen, die gevolgen heeft voor de docent. Hoewel de docent de expert blijft op vakinhoudelijk gebied, zal de schoolleiding, meer dan in het verleden, de randvoorwaarden en kaders voor de leermiddelenkeuze bepalen en bewaken vanuit het schoolbeleidsplan en de bekostigingsmogelijkheden (Pleincollege Bisschop Beckers). Keuzes die voorheen slechts aan vakgroepen of individuele docenten waren voorbehouden worden nu gerelateerd aan een gemeenschappelijke visie (Corderius College). Het Calvijn College wijst docenten bij de aanvraag van nieuwe methodes op de grotere keuzemogelijkheden voor de sectie én brengt het leermiddelenbeleidsplan onder de aandacht. Via e-coaches wordt de belangstelling voor digitale leermiddelen warm gehouden, maar de school dwingt de aanschaf van digitale middelen niet af. In POP-gesprekken en -formulieren komen aan de orde: ict-vaardigheden, Wintoets en elo; het selecteren en gebruiken van digitale leermiddelen. beamer en digitaal schoolbord. 'Docenten professionele ruimte gunnen betekent ook dat zij zeggenschap krijgen in de keuze van hun leermateriaal of in de aanpassing daarvan', Annet Kil, voorzitter Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL) 43

21 Curriculum en kiezen Het 80/20-principe werd in 1897 ontdekt door Pareto (wet van Pareto). Het is het patroon van voorspelbare onevenredigheid tussen inspanning en resultaat, ofwel: de regel van cruciale factoren Hoe implementeer je een digitaal toetsprogramma? Vrijwel alle pilotscholen beschikken over een digitaal toetsprogramma, meestal Wintoets. Toch gebruiken docenten het programma niet of nauwelijks. Populaire manieren om toetsprogramma s aan de docent te brengen, zijn: externe of interne scholing voor docenten, verdeeld over enkele schooljaren; ruimte geven aan pioniers en tegelijk olievlekwerking bevorderen; van elkaar leren door uitwisseling. Zie ook: 22 Regel vroeg dissidenten en later consensus Durven stoppen is het devies van Paul Bordewijk als het gaat om grote projecten die eigenlijk mislukt zijn.. Waarom stopt men niet? niemand durft het nog ermee oneens te zijn Tip: organiseer je eigen tegenspraak iemand is verliefd op het project (en hoopt er beroemd mee te worden) Tip: een goed bestuurder reageert vooral op wat er mis gaat. Groots en meeslepend zijn kan maar zelden men diskwalificeert tegenspraak (we doen het toch nooit goed) Tip: blijven luisteren naar klagers en ook nog: tunnelvisie, zelfoverschatting, kennisarrogantie Tip: blijf zelfkritisch, wees realistisch over risico s...de neuzen moeten dezelfde kant opstaan. Maar wanneer in een te vroeg stadium naar consensus wordt gestreefd en dissidenten hun mening niet durven of mogen geven, kan dat de oorzaak zijn van grote mislukkingen. (Paul Bordewijk, Rijdende treinen en gepasseerde stations, 'Een eenduidig, voorgeschreven curriculum is er niet. Maar leraren willen graag meer houvast dan wat er wel formeel voorgeschreven is: de kerndoelen en eindtermen, die heel globaal zijn. Voor arrangeren helpt het om een aantal verschillende voorbeelden van leerlijnen te hebben met diverse ordeningen van tussendoelen en inhouden.' Jan van den Akker, directeur SLO De SLO heeft meerdere instrumenten voor curriculumontwikkeling en leermiddelen: Leermiddelenplein Leermiddelenplein.nl ondersteunt leraren bij het kiezen van leermiddelen. Er zijn basisgegevens van alle methoden en leermiddelen voor het voortgezet onderwijs te vinden. Ook zijn er onafhankelijke beschrijvingen, ervaringen van leraren en analyses. Het is eenvoudig om leermiddelen te vergelijken. Sinds kort is het ook mogelijk om Edurep te doorzoeken. Edurep is een centrale voorziening die (digitaal) leermiddelen op internet vindbaar maakt, en waar meer dan dertig onderwijssites met leermiddelen op aangesloten zijn. Prijsontwikkelingen leermiddelen VO De site prijzenmethodenvo.slo.nl biedt informatie over de jaarlijkse gebruikskosten per leerling per methode. Het is mogelijk de gebruikskosten van methoden te vergelijken, ook per vakgebied of doelgroep. De site biedt daardoor de mogelijkheid om een overzicht te krijgen van de gemiddelde gebruikskosten per leerling per leerjaar voor een bepaalde boekenlijst. Leermiddelenmonitor Het Kenniscentrum Leermiddelen organiseert jaarlijks de leermiddelenmonitor (zie Dit is een onderzoek onder leraren in het primair, speciaal en voortgezet onderwijs naar het gebruik, trends, kwaliteit en ontwikkelingen rond (digitale) leermiddelen. De rapporten van de afgelopen drie jaren bieden inzicht in onderwerpen als methodegebruik, arrangeren en open en digitale leermiddelen. Vormgeving onderbouw Steeds meer scholen zijn bezig met het veranderen, vernieuwen en ontwikkelen van de onderbouw. Op www. slo.nl/voortgezet/onderbouw/themas/vormob vindt u hulpmiddelen en een methodiek die u kunnen ondersteunen bij het vormgeven van een samenhangend curriculum. SLO heeft voor het ontwikkelproces (w.o. initiatie, ontwerp, implementatie) informatie beschreven en instrumenten ontwikkeld, zodat scholen aan de slag kunnen met samenhangend onderwijs. De instrumenten zijn samen met scholen gemaakt en geëvalueerd. Het 80/20-denken helpt bij keuzes voor scholing en leermateriaal Het bekende 80/20-denken is gebaseerd op een veelvoorkomend patroon van onevenredigheid tussen inspanning en resultaat, of tussen oorzaak en gevolg. Het komt zelden voor dat 50% van de inspanning die je ergens in stopt, ook leidt tot 50% van het gevolg terwijl we dit wel verwachten. Meestal is de verhouding tussen inspanning en resultaat 70%-30% of zelfs 90%-10%. De volgende voorbeelden zijn waarschijnlijk herkenbaar: 20% van de elo-functionaliteit wordt gebruikt door 80% van de docenten, of 20% van de elofunctionaliteit levert 80% van de meerwaarde van ict aan de kwaliteit van het onderwijs; 20% van de leerlingen zorgt voor 80% van de actieve deelname in de klas; en ook: 20% van je kleding heb je 80% van de tijd aan. Of 80% van je maaltijden bestaat uit 20% van je recepten. Handig denkraam voor keuze Bij de keuze (en de bijhorende investeringen) voor scholing of leermiddelen is het 80/20-denken een handig denkraam. Figuur 1 Leermiddelen 30% van het beschikbare leermateriaal draagt voor 70% bij aan het leren/aan de kwaliteit van het onderwijs. Maar hoe zijn de percentages precies verdeeld en welk leermateriaal zit in die 30%? Als we dit weten, dan weten we ook waarin we het beste kunnen investeren. leermateriaal bijdrage leren elo-functionaliteit bijdrage gemak/leren Tip: doe een 80/20-brainstorm met je sectie om uit te vinden in welk leermateriaal en in welke kennis je wilt investeren. Figuur 2 Ict-scholing Alle scholen willen investeren in elo-gebruik en ict-kennis van hun docenten. Maar niet iedereen hoeft alles te weten en te kunnen om maximaal bij te dragen aan betere leerresultaten door ict. Het 80/20-denken helpt om uit te vinden aan welke scholing precies behoefte is. 45 Meer informatie Richard Koch

22 46 23 Wat zijn de gevolgen voor de functie van docent? Leermiddelenbeleid hangt soms samen met nieuwe taken voor docenten. Niet iedereen kan of wil makkelijk iets met ict of met arrangeren of lesmateriaal ontwikkelen. Op nogal wat scholen denkt men daarom aan speciale functies, al dan niet gekoppeld aan LC- en LD-schalen: e-coaches, i-coaches, expertarrangeurs, docent-ontwikkelaars, ict-aanspreekpunten. In gesprekken met docenten blijkt ook dat ze aarzelingen hebben over een specialisatie rond leermiddelen. Sommigen zijn bang dat hen het creatieve deel van het werk afgenomen wordt en dat daarmee de verantwoordelijkheid van de docent voor de eigen les uitgehold wordt (College Vos). Dat het menens is met het leermiddelenbeleid blijkt ook uit het feit dat scholen in de gesprekscyclus, dus in POP- of functioneringsgesprekken met docenten, willen bespreken wat goed en wat nog niet goed gaat, waar het leermiddelen betreft. 24 Cijfers zijn niet leuk! Alle plannen lijden aan ongecijferdheid en dat wreekt zich in de uitvoering. Veel, vaak, weinig, groot, duur, goedkoop, meestal, gering, deze woorden, in combinatie met de termen leermateriaal, docent, tijd en geld zijn terug te vinden in alle plannen. Onduidelijk blijft wat er precies wordt bedoeld. 25 Het digitaal schoolbord is een didactisch (en niet een technisch) hulpmiddel In de leermiddelenbeleidsplannen komt de didactische meerwaarde van het digitale schoolbord herhaaldelijk aan de orde. Het digibord is een belangrijke aanvulling op de traditionele methode doordat leerlingen meer geactiveerd kunnen worden, aldus het Schoonhovens College. Het Corderius College constateert dat het digitale schoolbord tot een grotere productie van leermateriaal leidt. Alle scholen vinden dat de didactische mogelijkheden van het digitale schoolbord niet ten volle benut worden. 26 Hebben docenten meer tijd nodig om te zoeken? Ja, ze geven aan dat ze te weinig tijd hebben om uit te zoeken welk leermateriaal beschikbaar en geschikt is. 27 Is een goed leermiddel noodzakelijk voor goed onderwijs? Ja, volgens 81% van de docenten. Maar met een goed leermiddel kan een docent slecht lesgeven. Andersom kan met een slecht leermiddel goed les worden gegeven. Volgens deze redenering telt uitsluitend de didactische kwaliteit van de docent. Toch is een goed leermiddel noodzakelijk voor goed onderwijs. Bijvoorbeeld als de goede docent een offday heeft, als een les van een collega moet worden overgenomen, of als de leerling later de leerstof nog even wil nakijken en zijn toets wil voorbereiden. 28 Wat doen we met het werkboek? Het werkboek is een van de meestbesproken leermiddelen sinds scholen zelf financieel verantwoordelijk zijn voor de aanschaf van leermiddelen. Vrijwel alle pilotscholen hanteren de kaasschaafmethode. Het werkboek is dan het eerst aan de beurt om de kosten terug te dringen tot 316 of lager per leerling. Niet alle docenten zijn tevreden met deze ingreep. Het werkboek zorgt immers voor structuur, variatie en overzicht. Bij het Schoonhovens College overleven de werkboeken in de vorm van klassensets. Nadeel daarvan is dat de leerlingen niet in deze werkboeken mogen schrijven. Andere pilotscholen schrappen het fysieke werkboek en stimuleren de ontwikkeling van werkboekvervangend materiaal in de elektronische leeromgeving. 29 Wat heb je aan een criterialijst en een gevoelscijfer? Om kritisch te kunnen kijken naar leermiddelen is een Programma van Eisen (PvE) cruciaal. Een PvE is een criterialijst voor de juiste keuze en gebruik van leermiddelen. Hantering van een PvE leidt in de praktijk tot verrassende ontdekkingen. Op één school scoort bijvoorbeeld een recent ingevoerd leermiddel een dikke onvoldoende. Het omgekeerde komt ook voor: leermiddelen die boven verwachting aansluiten bij de schoolvisie en die aanzienlijk hoger scoren dan het aanvankelijke gevoelscijfer dat men aan het leermiddel gaf. 30 Wat is 'de extra eis' bij een PvE? Een Programma van Eisen (PvE) bevat schoolbrede (of per vak of leerjaar) uitspraken over leermiddelen, die aansluiten bij de onderwijsvisie van de school en bij de formele eisen van de overheid. Het is een handig instrument bij de aanschaf van nieuwe leermiddelen en bij de ontwikkeling van eigen materiaal. Ook speelt het een belangrijke rol bij de evaluatie van gebruikte leermiddelen. Het aantal eisen per PvE varieert per pilotschool. Een handzaam en overzichtelijk aantal is tien. Maar vergeet niet de elfde eis, namelijk de specifieke eis op het niveau van een vak, een schooltype en een leerjaar. Bijvoorbeeld practicumopdrachten bij biologie in de bovenbouw of digitaal rt-materiaal voor spelling bij Nederlands in leerjaar Welke technische hulpmiddelen zijn er voor zelf arrangeren? De elektronische leeromgeving (elo) is het populairst onder de pilotscholen. Het Liemers College en het Atlas College kwalificeren de elo respectievelijk als platform en knooppunt voor digitaal leermateriaal. Specifieke ontwikkeltools zijn er ook. Zo gebruikt het Oranje Nassau College de Lessenmaker, terwijl SG Dalton Voorburg met Lectora en Hot Potatoes werkt. Meer dan twintig verschillende auteurstools: 32 Hoe bewaak je de kwaliteit? Dat kan het beste met een Programma van Eisen (PvE). Bij voorkeur een PvE dat ontwikkeld is op basis van ervaringen van leerlingen, docenten en management. Pilotscholen zijn tevreden over de uitkomsten van leerlingen- en docentenenquêtes. Enkele pilotscholen pleiten voor aanvullende maatregelen om meer grip te krijgen op de kwaliteit van leermiddelen. Bijvoorbeeld door een cursus te volgen over het beoordelen van educatieve software, door presentaties van de aanbieders te organiseren, of door een leermiddelspecialist uit te nodigen. Vergeet vooral niet de medewerker kwaliteitszorg erbij te betrekken. Zie ook het onderdeel Kwaliteitsbewaking op En heel handig is de Handreiking kwaliteit digitaal leermateriaal van Kennisnet: 33 Is kleur duur? Deze vraag komt vaak terug als het gaat over de prijs van methoden. Maar glossy is niet duur, want methoden worden in hoge oplage in Azië gedrukt. Het scheelt nauwelijks met zwart-wit. 34 Hoe schrijf je zelf goede leerteksten en opdrachten? Het Montaigne Lyceum schrijft vooral verwerkingsopdrachten voor een vak, vakoverstijgend of voor een thema. Deze opdrachten moeten contextrijk zijn. De school raadt het schrijven van leerteksten af: het kost veel tijd en geld. Net als het Montaigne Lyceum adviseren verschillende andere scholen om de methode te gebruiken voor goede leerteksten. Het Oranje Nassau College heeft concrete aanwijzingen geformuleerd voor het schrijven van teksten voor leerlingen: gebruik het lettertype Comic Sans, hanteer eenvoudige taal en gebruik niet teveel bijvoeglijke naamwoorden. 35 Is zelf ontwikkelen kostenbesparend? Het antwoord van het Stedelijk College Eindhoven op deze vraag is negatief: De kosten staan niet in verhouding tot de aankoop van een of zelfs meerdere nieuwe methoden. Het is ook niet precies te overzien wat een ontwikkeling die je ingaat, kost. Je dient een startkapitaal te hebben. Vrijwel alle pilotscholen noemen de hoge kosten van zelf ontwikkelen, in euro s dan wel in fte s. Toch verwacht het Corderius College een kostenbesparing van per jaar: Het vervangen van werkboeken door eigen materiaal lijkt lonend te zijn, waarbij de besparingen de kosten dekken. 47

23 50 Onderzoek gaat door Universiteit Twente zocht uit wat we weten over welk soort digitale toepassing werkt Wetenschappelijk onderzoek van de laatste vijf jaar over leermiddelen in het voortgezet onderwijs laat zien dat we veel weten, maar ook dat veel vragen onbeantwoord zijn. Opmerkelijk is dat er nauwelijks effectstudies zijn naar leermiddelen in het algemeen, er is vooral onderzoek gedaan naar digitale toepassingen. Er is nog behoefte aan onderzoek naar de vraag welk middel het beste kan worden ingezet bij welke leeractiviteit. In afwachting daarvan alvast een overzicht van de resultaten tot nu toe én van de vervolgvragen.* * Bron: Voogt, J., & Pareja Roblin, N. (2010). De effectiviteit van ICT-toepassingen in het vo: een literatuurstudie [Effectivity of ICT applications in secondary education: A review of the literature], uitgevoerd in opdracht van de VO-raad. Enschede: Universiteit Twente; Spraakverwarring Een bekend probleem bij digitale leermiddelen is dat er spraakverwarring optreedt. De Universiteit Twente hanteert de volgende definities (oplopend in complexiteit): 1 multimediapresentatie: presentatie van informatie in een combinatie van tekst, graphics, audio en video. Bijvoorbeeld een presentatie met het digibord, of webquests; 2 interactieve oefeningen: gestructureerde oefeningen met onmiddellijke feedback en/of informatie die stap voor stap wordt geïntroduceerd en afgewisseld met testjes, om na te gaan of de informatie is begrepen. Bijvoorbeeld software om woorden mee te leren; 3 simulatie: software die de werkelijkheid imiteert. De leerling kan de situatie manipuleren om relaties in de werkelijkheid beter te begrijpen. Veelgebruikt bij sciencevakken; 4 games: expliciete leerdoelen worden nagestreefd in een elektronisch interactief spel; 5 virtuele omgeving: een driedimensionale wereld met geluid en illustraties in een spelomgeving, waarin leerlingen met anderen online samenwerken aan de ontwikkeling van de virtuele wereld. Antwoordkastjes in de klas scoren De televisieomroep BNN gebruikt ze tijdens de nationale IQ-test: kastjes waarmee het studiopubliek antwoord geeft op vragen. In de Verenigde Staten worden deze clickers of personal response devices ingezet tijdens instructies op scholen. De docent stelt vragen om te peilen of de groep de uitleg begrepen heeft. Ook leerlingen die normaal gesproken niet snel hun hand opsteken worden op deze manier uitgedaagd om mee te doen. De reacties van de leerlingen worden (anoniem) via de antwoordkastjes geprojecteerd op het digibord. De docent kan de instructie hierop aanpassen. Onderzoek toont aan dat leerlingen die met behulp van deze kastjes actief meedoen, bij toetsen hoger scoren dan de leerlingen die dit niet doen. Bij jongens blijkt dit verschil overigens groter dan bij meisjes. Waarom dat zo is, weet men nog niet. Ook is gebleken dat leerlingen die tijdens de instructie de clickervraag correct beantwoorden, een grotere kans hebben om deze vraag ook bij de toets juist te beantwoorden. Een zinvolle multimediagadget. Bron: King, D. B., & Joshi, S. (2008). Gender Differences in the Use and Effectiveness of Personal Response Devices. Journal of Science Education and Technology, 17(6), Jongens en meisjes leren evenveel Meestal is de reactie van jongens op een computerspel enthousiaster dan die van meisjes. Jongens hebben vaak ook meer ervaring met en kennis van digitale spelletjes. Griekse onderzoekers vroegen zich daarom af of jongens ook meer leren van een computerspel. Hun onderzoek bracht aan het licht dat de leerresultaten van jongens niet significant verschillen van die van meisjes. Beide groepen bleken evenveel motivatie te hebben om een (educatief) spel te spelen. Niet alleen maar toys voor boys dus. Bron: Papastergiou, M. (2009). Digital Game-Based Learning in high school Computer Science education: Impact on educational effectiveness and student motivation. Computers & Education 52(1): Digitaal werkt bij onderzoeksgerichte leerstijl Dat leerlingen verschillende leerstijlen hebben die hun resultaten beïnvloeden, was al bekend. Maar hoe beïnvloeden die stijlen het leren met digitale middelen? Israëlische onderzoekers ontdekten twee verschillende leerstijlen bij leerlingen die via een simulatie meer te weten moesten komen over genetica: een onderzoeksgerichte en een taakgerichte leerstijl. De onderzoeksgerichte leerlingen waren in staat om de kernvragen van genetisch onderzoek naar boven te halen, terwijl de taakgerichte leerlingen bleven steken op de procedurele uitvoering van de 51

24 52 simulatie. De eerste groep deed dan ook meer genetische kennis op dan de tweede. De onderzoekers concludeerden dat bij simulaties de begeleiding van docenten cruciaal is om iedere leerling voldoende te laten leren. Bron: Gelbart, H; Brill, G; Yarden, A. (2009). The Impact of a Web-Based Research Simulation in Bioinformatics on Students Understanding of Genetics. Research in Science Education, 39(5): Slimme leerling wil ander leermateriaal Natuurlijk is de eerste vraag bij de selectie van leermiddelen of de leeractiviteit past bij het leerdoel. Vervolgens is het ook belangrijk om te kijken naar de vormgeving van het materiaal. Het was al bekend dat tekst en illustraties beter werken dan tekst alleen, en dat illustraties dicht bij de corresponderende tekst moeten staan. Bovendien werkt het bij digitaal leermateriaal beter om de tekst te presenteren in spreektaal, in plaats van in schrijftaal. Nu blijkt uit onderzoek ook een groot verschil in de ontwerpeisen voor hoog- en laagpresterende leerlingen. Laagpresterende leerlingen hebben veel baat bij telkens terugkerende iconen, een simpele navigatie, bij checkvragen met antwoorden en bij veel voorbeelden. Voor hen kan de stof het beste duidelijk in tekst worden uitgelegd in plaats van het te presenteren met ingewikkelde (3D)-illustraties. Hoogpresterende leerlingen hebben baat bij veel navigatiemogelijkheden in het middel en bij toegang tot internet, zodat ze zelf hun leren kunnen sturen. Ze hebben weinig behoefte aan voorbeelden (meer van hetzelfde), maar eerder aan analogieën (vergelijkingen als uitbreiding op de behandelde stof). Deze multimediaontwerpeisen wijken overigens nauwelijks af van de eisen die aan gewone leerboeken worden gesteld. Virtueel leren alleen voor oudere jongeren Wie kent ze niet: toekomstvisies waarin een virtuele schoolomgeving als dé vorm van onderwijs in de 21ste eeuw wordt beschreven. Het maakt onderwijs op maat mogelijk, met bovendien een breder (betaalbaar) curriculum doordat samenwerking met andere scholen makkelijker is. Maar werkt het ook? Kunnen leerlingen zoveel zelfstandigheid wel aan? Uit onderzoek onder virtuele schooldeelnemers blijkt dat succesvolle cursisten aan een groot aantal kenmerken moeten voldoen. Ze zijn onafhankelijk van anderen, intrinsiek gemotiveerd, weten hun tijd goed te organiseren, bestuderen gemakkelijk teksten en zijn handig met de computer. Volgens de onderzoekers zijn dit typische kenmerken van een volwassen persoon. Zij vragen zich af welke rol volwassenheid en leeftijd speelt bij het wel of niet succesvol deelnemen aan een virtuele leeromgeving. Het antwoord op die vraag weten we nog niet. Wordt vervolgd dus... Bron: Barbour, M. K. and T. C. Reeves (2009). The reality of virtual schools: A review of the literature. Computers & Education 52(2): Dyslectisch digitaal leren gaat beter zonder plaatjes Je zou verwachten dat een dyslectische leerling baat zou hebben bij digitaal leermateriaal met veel illustraties. Het tegendeel lijkt waar. Dyslectische leerlingen presteerden met tekst en illustraties slechter dan met alleen tekst. Misschien komt dit doordat dyslectische leerlingen hun inmiddels aangeleerde strategieën inzetten als ze met alleen tekst worden geconfronteerd? Echt begrijpen doen de onderzoekers het niet. Ze willen daarom verder onderzoek doen naar de wijze waarop dyslectische leerlingen omgaan met digitaal leermateriaal. Hoezo kunnen leerlingen multitaskend leren? Men stelt ouders gerust als hun kind huiswerk maakt met een ipod in het oor, de televisie op de achtergrond en de computer en de telefoon binnen handbereik. Leerlingen van nu kunnen dat, zegt men. Sterker nog, deze manier van multitaskend leren past bij de ZAP-generatie. Recent onderzoek van de Stanford University onder studenten toont aan dat ouders zich misschien terecht zorgen maken. De resultaten van een experiment laten zien dat studenten die eraan gewend zijn tegelijkertijd diverse media te bedienen (de veelgebruikers) meer afgeleid worden door irrelevante prikkels uit de omgeving en door irrelevante gedachten tijdens een multitasktest. Hierdoor presteren zij slechter dan de lichte gebruikers. Het lijkt erop dat de attitude van veelgebruikers om alles bij te houden ook tijdens het leveren van een prestatie doorgaat, met een lagere prestatie als gevolg. Bron: Ophir, E., Nass, C., & Wagner, A.D. (2009). Cognitive control in media multitaskers, PNAS 15 september : , www. scribd.com/doc/ /cognitive-control-in-mediamultitaskers. 'Ict werkt wel in laboratoriumsituaties maar om het te implementeren moet het passen in de vakdidactische bagage van de docent. Geïsoleerde ict-cursussen, daar geloof ik niet in. Ik vind het verbazingwekkend dat er nog zo weinig effectstudies zijn gedaan naar serious gaming en simulaties.' Joke Voogt, hoofddocent vakgroep curriculumontwerp en onderwijsinnovatie, Universiteit Twente 40 Een laptop voor 100? Laptops kunnen voor 100 per jaar worden afgeschreven over een periode van drie of vier jaar, afhankelijk van het type. De kosten van de laptopaanschaf worden door verschillende pilotscholen betaald uit de lumpsumvergoeding voor leermiddelen. Als gevolg hiervan spendeert de school jaarlijks 100 minder aan leermiddelen. De bezuiniging op de aanschaf van leermiddelen wordt gecompenseerd door te verwachten besparingen als gevolg van het zelf ontwikkelen van leermateriaal binnen het taakbeleid. Ook is de aanschaf van laptops mogelijk door te besparen op desktops en beheer en onderhoud van de vaste computers. Eén pilotschool kiest ervoor om de financiering van laptops via de (vrijwillige) ouderbijdrage plaats te laten vinden. 41 Waarom wordt de elo nog zo weinig gebruikt? Docenten kennen niet alle gebruiksfuncties, de techniek laat verstek gaan, of er is onvoldoende content. Meestal is het een combinatie van deze drie factoren. Ook volstaan kant-en-klare elo s niet altijd. Onder andere UniC, het Montaigne Lyceum en het Liemers College hebben het initiatief genomen om een elo op maat voor hun school te maken. 42 Mislukking is geen gezichtsverlies Wie zich inzet voor beter onderwijs en deels in eigen tijd mooie dingen ontwikkelt voor leerlingen zal niet snel zeggen dat het niet gelukt is. Toch is dat meestal leerzamer en zeker geen gezichtsverlies. De bakens verzetten als blijkt dat dat moet, is een teken van wijsheid. Bijvoorbeeld: De auteurs waren grotendeels van de scholen afkomstig. Dit bleek in de praktijk onvoldoende kwaliteit op te leveren. Daarom is besloten het komend jaar voornamelijk te gaan werken met externe auteurs. (UniC) Meer informatie: 43 Mogen scholen de ouderbijdrage gebruiken voor eigen materialen? Nee. De school heeft de plicht om ook de zelf ontwikkelde leermaterialen om niet, oftewel gratis, beschikbaar te stellen. Dat betekent dat bijvoorbeeld ook de verzendkosten of kopieerkosten van deze leermiddelen voor rekening van de school zijn. De brochure Uw bijdrage aan de schoolkosten is te vinden op 44 Mogen scholen de ouderbijdrage gebruiken voor laptops? Ja. De laptop valt onder dezelfde categorie als atlas of rekenmachine, oftewel leermiddelen waarvoor een bijdrage aan ouders mag worden gevraagd. Voor deze kosten gelden drie belangrijke voorwaarden: ouders kunnen nooit tot aanschaf verplicht worden; de medezeggenschapsraad moet instemming verlenen; scholen treffen een voorziening als ouders zelf geen laptop kunnen of willen bekostigen. 45 Top 3 van gewenste scholing Alle scholen willen graag ontwikkel-, arrangeer-, ict-technische en ict-didactische vaardigheden van docenten op een hoger niveau brengen. Hiertoe moeten docenten geschoold worden. Over de wijze waarop laat zich uit de beleidsplannen de volgende top 3 optekenen: 1 collegiale consultatie met olievlekwerking, sneeuwbal- en vliegwieleffecten; 2 deskundige collega s als interne trainer ( i- en e-coaches); 3 externe deskundige als trainer en/of adviseur in de startfase, het liefst om interne deskundigen op te leiden. Bij ingrijpende innovaties, zoals het zelf maken van onderwijsmateriaal, verdient een externe deskundige de voorkeur. 53 Bron: Luik, P., Mikk, J. What is important in electronic textbooks for students of different achievement levels? (2008) Computers and Education, 50 (4), Bron: Alty, J.L., Al-Sharrah, A., & Beacham, N. (2006). When humans form media and media form humans: An experimental study examining the effects different digital media have on the learning outcomes of students who have different learning styles. Interacting with Computers, 18,

25 46 Mogen scholen de lumpsumvergoeding gebruiken voor laptops? Ja. De verhoging van de lumpsum met 316 per leerling per leerjaar (peiljaar ) is niet geoormerkt en mag overal aan besteed worden, dus ook aan een laptop. Zie: gratisschoolboeken. Samen in Wikiwijs In opdracht van het Ministerie van OCW ontwikkelen Kennisnet en het Ruud de Moor Centrum (RdMC/OU) Wikiwijs, een databank met leermiddelen voor en door docenten. Na een proeffase gaat in het schooljaar 2010/2011 de definitieve versie van start. Actuele informatie vindt u op Frans Schouwenburg, sectormanager po en vo Kennisnet 'Als het onderwijs maatwerk wil leveren, heeft elke docent en elke leerling in ieder geval een laptop nodig. Als de leerling centraal staat, heb je laptops als hulpmiddel hard nodig. Wat in 2019? Vroeger was niet alles beter 47 Welke uren inzetten voor arrangeren en ontwikkelen? Het Calvijn College en het Corderius College willen een deel van het leermiddelenbudget besteden aan docenturen voor het ontwikkelen en/of arrangeren van leermateriaal. Docenten die lesgeven binnen de specialisaties science, sport, kunst & media krijgen op het Schoonhovens College binnen het taakbeleid ruimte om samen leermiddelen te ontwikkelen voor deze specialisaties. Het Oranje Nassau College reserveert twee fte s voor het ontwikkelen Leermiddelenbeleid is onderdeel van de onderwijsvisie van de school. Het is daarom logisch dat je geen stappen kunt zetten om het leermiddelenbeleid in te vullen, zonder dat je eerst weer eens grondig kijkt naar de missie die de school heeft. Wat voor school willen we zijn? Hoe willen we onze leerlingen laten leren? Welke didactische keuzes horen daarbij? Welke leermiddelen horen hierbij? Een andere vraag is hoe de inzet van ict een nuttige bijdrage kan leveren aan het invullen van het leermiddelenbeleid. Dat is geen vrijblijvende vraag, want inmiddels is door de Vier in Balansmonitor (2009) aangetoond dat bij juist gebruik ict het leerrendement verhoogt. Dit onderzoek is beschikbaar via vierinbalans. 54 van leermateriaal ten gunste van de teams en de Onderwijsvernieuwingscoöperatie. Tot slot worden door diverse pilotscholen uren verkregen binnen de 10% van de aanstellingsnorm die gereserveerd is voor deskundigheidsbevordering. Met het initiatief Wikiwijs hopen we dat we in de komende jaren grote hoeveelheden vrij te gebruiken leermaterialen kunnen ontsluiten, zodat docenten alternatieven of aanvullingen voor hun methode kunnen vinden. Dat maakt het mogelijk dat scholen bij hun leermiddelenbeleid uit rijkere bronnen kan putten, met allerlei aantrekkelijke neveneffecten. Zo kan in 55 een school een aantal nieuwe specialismen gaan ontstaan voor 48 Intern of een docenten en andere medewerkers: leermiddelencoördinatoren, extern boekenfonds? leermiddelenarrangeurs, digibordcoaches en ga zo maar door. Het is geen eenvoudig pad, want er zitten nog vele haken en ogen aan de ontwikkelingen in de komende jaren. Een gevarieerd beeld op al die verschillende visies, moeilijkheden en mogelijkheden van bruikbaar digitaal leermateriaal is te lezen in de essaybundel Hier heb ik niets aan die u kunt downloaden (pdf) op digitaalleermateriaal.kennisnet.nl/publicaties/essaybundel.' Een van de pilotscholen (1100 leerlingen) heeft uitgerekend wat voordeliger is: een intern of een extern boekenfonds. De berekening wijst uit dat na ruim twee jaar de extra aanloopinvesteringen van een intern boekenfonds zijn terugverdiend, waarna het voordeel ongeveer per jaar bedraagt. De school is daarom overgegaan op een intern boekenfonds. In de berekening zijn de volgende prijsfactoren meegewogen: rentederving, inflatievoordeel, verhuurrechten, verzekering, administratieve verwerking, btw-constructie, facilitaire kosten en bemensing. Jos Kusters, directeur Ruud de Moor Centrum/OU 'Docenten hebben bijscholing nodig om leermiddelen op maat te maken, vooral als ook nog eens de eis wordt gesteld dat andere docenten deze materialen moeten kunnen (her-)gebruiken. Dit legt extra druk op de ontwikkelvaardigheden van docenten. Wij pleiten voor een team- of groepsgerichte scholingsaanpak waarbij collega s op de werkplek samenwerken. Via stellen we daarvoor al instrumenten beschikbaar. De Feedbackscan brengt bijvoorbeeld via een digitale vragenlijst een dialoog op gang tussen leerkracht en leerling, terwijl Palet VO de dagelijkse onderwijspraktijk in videoclips heeft vastgelegd, met good en interesting practices.' Van gadget naar gemak De mobiele telefoon, beamer en computer hebben zich razendsnel ontwikkeld. Alle superlatieven gaan op voor deze digitale producten: sneller, compacter, betaalbaarder, beter, lichter. De apparaten hebben ook nog een ander kenmerk: het duurt even voordat een praktisch gebruik ervan door een grote groep mensen vanzelfsprekend is. Eerst zijn er alleen de liefhebbers, dan de statusgevoeligen, vervolgens de gebruikers die het zich financieel kunnen permitteren. Maar uiteindelijk worden de producten massaal gebruikt en raakt iedereen eraan gewend, tot het niet meer opvalt. Niet de gadgetstatus maar het gemak gaat tellen. Gebruiksvriendelijker en praktischer Technische producten worden vanzelf gebruiksvriendelijker. De onhandelbare grote, langzame, storingsgevoelige en dure beamer wordt kleiner, sneller, storingsvrijer en goedkoper zodat meer lokalen kunnen worden voorzien. Vervolgens verdwijnt de beamer omdat hij integreert met het schoolbord en de computer. De beamer is niet enkel een technisch ding meer, maar onderdeel van een educatieve drieslag: computer, bord en lichtbron, oftewel: het digitale schoolbord. De techniek wordt onzichtbaar. Een mobiele telefoon of een mp3-speler wordt niet meer ervaren als een computer met hard- en software, maar als een communicatiemiddel of een muziekspeler. Kijk mee vooruit met de tijdbalk Wanneer is een leermiddel een gadget en wanneer wordt het een handig hulpmiddel? Met de tijdbalk kunt u zelf de volgende stap zetten. What s up next?

26 T i j d b a l k l e e r m i d d e l e n e n i c t T O E K O M S T b a l k jaren 70 en 80 Video-onderwijs en talenpracticum De video en het talenpracticum maken een nieuwe manier van leren mogelijk. De video is via verrijdbare karren in de hele school beschikbaar, terwijl het talenpracticum aparte spreek- en luisterunits voor leerlingen biedt. Voordelen: effectief, efficiënt, motiverend, levensecht, interactief, individualisering (maatwerk), differentiatie (tempo en niveau) en een nieuwe rol voor de docent. midden en eind jaren 90 Multimediaal leren De term COO legt het af tegen multimediaal leren. Methodes zijn multimediaal en bevatten beeld, geluid en computeroefeningen op een diskette of cd-rom. Methodes worden multimediamethodes genoemd. Een beamer kost ongeveer begin jaren 90 COO computerondersteund onderwijs De term computerondersteund onderwijs (COO) raakt ingeburgerd. COO heeft dezelfde voordelen als video-onderwijs en het talenpracticum. Zie jaren 70 en 80. Drill-andpractice -programma s en tutorials overheersen in de courseware. Verwachtingen van aangekondigde simulaties en adventures zijn hooggespannen. januari 2010 Van desktop naar laptop naar netbook Een netbook met 1 gigabyte intern geheugen en 160 gigabyte opslagcapaciteit, ingebouwde webcam en netwerk- en videokaart is zo n 100 keer sneller, 20 kilo lichter en 10 keer goedkoper dan een computer van twintig jaar geleden. Een beamer kost ongeveer 500 tegenover in E-reader en docentenlaptops Steeds meer leerlingen raadplegen lesmethodes en leerteksten op hun e-reader. Het gewicht van een gemiddelde rugzak is meer dan 50% gedaald. Iedere docent heeft een laptop. Alles in één apparaat E-reader, laptop, video- en fotocamera, mp3- en dvd-speler, mobiele telefoon en onbeperkt draadloos internet zijn in één apparaat beschikbaar voor 200 inclusief een servicecontract voor twee jaar. De elektronische leeromgeving is onzichtbaar Docenten gebruiken de elo als vanzelfsprekend hulpmiddel, net als een internetbrowser, PowerPoint of Word. De elo wordt voor de leerlingen ingezet als dat nodig is, of als het voor de docent zelf handiger is midden en eind jaren 80 Computer, overheadprojector en beeldplaat Een computer zonder harde schijf maar met twee floppydiskdrives kost ongeveer en vervangt de elektronische typemachine. Met beeldplaat en een overheadprojector kan een computerscherm op een groot wit scherm worden geprojecteerd. jaren 90 Whiteboard Een whiteboard is een stofvrij alternatief voor het traditionele schoolbord en daardoor geschikt voor computerlokalen. vanaf 2000 Methodes met eigen website Methodes van educatieve uitgevers zetten de cdromoefeningen online op een methodewebsite. De methodewebsite gaat over naar een volledig digitale methode. Anno 2010 zijn er ruim digitale pagina s beschikbaar. vanaf 2007 Digitaal schoolbord Technische en didactische mogelijkheden van het digitaal schoolbord worden verkend. Het digitaal schoolbord wordt ook wel elektronisch schoolbord, digibord, smartboard en active board genoemd. Digitale didactiek Digitale didactiek is een basisvak op de pabo en in de 1e- en 2e-graads lerarenopleidingen, terwijl docenten zijn bijgeschoold door enthousiaste collega s. Eigen open leermiddelen met leerstoflijnen Een meerderheid van de docenten heeft een onlinedatabase met gearrangeerd en zelf ontwikkeld materiaal voor eigen gebruik, als aanvulling op de leerstoflijnen en leermiddelen die per vak en per schooltype door de school zijn vastgesteld. Open leermiddelen worden door intensieve zoeken keuzeprocessen steeds meer eigen leermiddelen. Voldoende aanbod voor alle varianten Scholen werken met boeken en computers in de verhouding zoals zij dat zelf wensen. Ict- of boekgebruik varieert per school, per vak, per docent, per leerling en per periode. De verhouding tussen herkomst van leermateriaal varieert per school, vak, docent, leerling en periode.

27 Infobladen over leermiddelenbeleid voor docenten en schoolleiding De infobladen bevatten praktische informatie over o.a. arrangeren, zelf ontwikkelen, kwaliteitszorg, plan van aanpak en een format voor een leermiddelenbeleidsplan. In de volgende pagina s vindt u vier infobladen over de competenties van de docent-arrangeur, over de kwaliteit van leermateriaal, over auteursrecht en de functies van een elo. Digitale versies zijn te downloaden van En u kunt ze tevens in print aanvragen bij Arrangeren 01 Excellent is de docent-arrangeur, die. 02 Onderwijskwaliteit en arrangeren 03 Wat is een arrangement (en wat niet)? 58 Zelf ontwikkelen 04 Wat en waarom zelf leermateriaal maken? 05 Het ontwikkelproces in 12 fasen 06 Goed of goed genoeg? Auteurs- en readerrecht 07 Auteursrecht: beter goed regelen Vormgeving 08 Vorm volgt functie Schooleconomie 09 Materiaal maken of arrangeren: maak de balans op 10 Leermateriaal maken en arrangeren in de schoolbegroting 11 Waardeer de tijd Mixed Media 12 Met de Elo beter leren 13 Hoe leert het brein? Leermiddelenbeleid 14 5 fasen van leermiddelenbeleid 15 Model voor leermiddelenbeleidsplan 16 Wat willen we hebben? (zie ons programma van eisen) 17 Massa en maatwerk

28 61

29 63

30 64 65

31 66 Colofon Het Programma Leermiddelenbeleid is een pr oject van de VO-raad, gefinancierd door het Ministerie van OCW. Binnen het programma hebben scholen projecten leermiddelenbeleid uitgevoerd, is kennis en informatie verspreid en werd een onderzoek uitgevoerd naar de houding van docenten ten opzichte van leermateriaal. Het programma liep van november 2008 tot december Deze uitgave is gebaseerd op informatie en ervaringen van 33 scholen. Met veel dank hebben we gebruik gemaakt van de rapportages, gastvrije bezoeken en boeiende gesprekken. Dankzij het enthousiasme en de innovatiekracht van velen zijn deze projecten gerealiseerd. U kunt de eindrapportage Het leermiddel, de docent, zijn leerling en hun toekomst downloaden van vo-raad.nl en Adviesgroep Programma Leermiddelenbeleid VO-raad (schoolbestuur) Pieter Hendrikse (voorzitter), lid Raad van Bestuur OMO VO-raad (schoolleiding) Lieneke Jongeling, rector Nortgho College (overleden 2009) SBL Annet Kil, voorzitter Stichting Beroepskwaliteit Leraren VO-raad Wilma van Velden, directeur bureau VO-raad OCW Thea Belt-Vis (waarnemer) Projectleider Vera Simon Thomas Redactie Vera Simon Thomas Dirkje Ebbers Tiddo Ekens m.m.v. Ilse van Eekelen Creative commons CC-BY-NC-ND 3.0 Nederland License Januari 2010 Dit is een uitgave van Programma Leermiddelenbeleid/VO-raad Meer informatie: , Postbus 8282, 3502 RG Utrecht Vormgeving: Buro de Kuijper, Drukwerk: Drukkerij Tielen, Boxtel Meer nummers kunt u aanvragen bij

32 otivatie docenten < (massa)maatwerk < de leermiddelmix < ict < blij errast < schoolleiding < PvE < ander taakbeleid < geld? < elo < beter leen < leerling < LeermiddelMentality < 316 < meer kennis < bevlogen b e l e i d n e l e d m i d r e e l k w e s t i e d e

Model voor Leermiddelenbeleidsplan Een stramien dat u voor uw eigen school kunt gebruiken en aanpassen.

Model voor Leermiddelenbeleidsplan Een stramien dat u voor uw eigen school kunt gebruiken en aanpassen. infobladen over leermiddelenbeleid voor docenten en schoolleiding 15 www.leermiddelenvo.nl Model voor Leermiddelenbeleidsplan Een stramien dat u voor uw eigen school kunt gebruiken en aanpassen. In een

Nadere informatie

Eindrapportage Programma Leermiddelenbeleid, een project van de VO-raad. Het leermiddel, de docent, zijn leerling en hun toekomst

Eindrapportage Programma Leermiddelenbeleid, een project van de VO-raad. Het leermiddel, de docent, zijn leerling en hun toekomst Eindrapportage Programma Leermiddelenbeleid, een project van de VO-raad Het leermiddel, de docent, zijn leerling en hun toekomst Januari 2010 Colofon Redactie mw. V. (Vera) Simon Thomas mw. D. (Dirkje)

Nadere informatie

Leermiddelenbeleidsplan

Leermiddelenbeleidsplan Leermiddelenbeleidsplan School Het 4 e Gymnasium Contactpersoon Anne Marttin Leden werkgroep Estevan Veenstra en Bobby van Essen Versienummer 002 Format leermiddelenbeleidsplan 1 Visie Missie Missie Het

Nadere informatie

Enquête inzet leermiddelen

Enquête inzet leermiddelen Enquête inzet leermiddelen Aan de hand van deze vragenlijst kunnen schoolleiding, teamleiding en vaksecties gezamenlijk de discussie voeren over hun wensen ten aanzien van leermateriaal. Verschillende

Nadere informatie

project Innovatieplatform-VO GRIP OP UW LEERMIDDELENBELEID

project Innovatieplatform-VO GRIP OP UW LEERMIDDELENBELEID project Innovatieplatform-VO GRIP OP UW LEERMIDDELENBELEID Motieven om een leermiddelenbeleidsplan te ontwerpen Voor iedere leerling het beste leermateriaal tegen de beste prijs! Voor iedere leerling,

Nadere informatie

Werkdocument Montessori voor een nieuwe tijd

Werkdocument Montessori voor een nieuwe tijd Werkdocument Montessori voor een nieuwe tijd 1 oktober 2013 (revisie) Versie 2.3 1e Amstelveense Montessorischool Michelina Hoogeveen, Irene Simonis, Frank Versloot Inhoudsopgave Inleiding, doelen en uitgangspunten

Nadere informatie

Leermiddelen-beleidsplan

Leermiddelen-beleidsplan Leermiddelen-beleidsplan School Contactpersoon Leden werkgroep S. Helfferich Versienummer 1 Montessori Lyceum Flevoland S. Helfferich M. van Gaalen Format leermiddelenbeleidsplan 1 Format De activiteiten

Nadere informatie

GRIP op uw. in 3 bijeenkomsten

GRIP op uw. in 3 bijeenkomsten GRIP op uw Leermiddelenbeleid in 3 bijeenkomsten Alle fasen leermiddelenbeleid Fase 1: opstarten en oriënteren Stel een werkgroep leermiddelenbeleidsplan samen. Bespreek met elkaar motieven, beoogde verbeteringen

Nadere informatie

Loopbaanoriëntatie en begeleiding voor decanen en mentoren

Loopbaanoriëntatie en begeleiding voor decanen en mentoren Loopbaanoriëntatie en begeleiding voor decanen en mentoren Loopbaanoriëntatie staat in het voortgezet onderwijs volop in de belangstelling. De VO raad ziet loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) als

Nadere informatie

Nieuwe didactiek vwo 2 en 3 Connect College: resultaten van een onderzoek. Prof. dr. Perry den Brok

Nieuwe didactiek vwo 2 en 3 Connect College: resultaten van een onderzoek. Prof. dr. Perry den Brok Nieuwe didactiek vwo 2 en 3 Connect College: resultaten van een onderzoek Prof. dr. Perry den Brok Betrokkenen Connect College (opdrachtgever) Kennisnet (subsidie onderzoek) Technische Universiteit Eindhoven

Nadere informatie

Leermiddelenmonitor. SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Leermiddelenmonitor. SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling 2007 SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling SLO 2007 De van SLO is een jaarlijks onderzoek naar het selectieproces en gebruik van leermiddelen door leraren in het basis- en voortgezet onderwijs.

Nadere informatie

FLEXIBILISERING VAN CENTRALE TOETSEN EN EXAMENS

FLEXIBILISERING VAN CENTRALE TOETSEN EN EXAMENS FLEXIBILISERING VAN CENTRALE TOETSEN EN EXAMENS VISIE VAN HET COLLEGE VOOR TOETSEN EN EXAMENS pagina 2 van 8 Aanleiding en historisch perspectief De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Nadere informatie

Inhoud: Schoolplan 2015-2019. Verantwoording. Motto, missie, visie, overtuigingen. Doelen. Samenvatting strategisch beleid van de vereniging

Inhoud: Schoolplan 2015-2019. Verantwoording. Motto, missie, visie, overtuigingen. Doelen. Samenvatting strategisch beleid van de vereniging Schoolplan 2015-2019 Inhoud: Verantwoording Motto, missie, visie, overtuigingen Doelen Samenvatting strategisch beleid van de vereniging 21 e eeuwse vaardigheden Schematische weergave van de vier komende

Nadere informatie

Eindrapportage Interactieve Leerlijnen. www.dnsleerroutes.net. Auteur(s) : Annemarieke Schepers Versienummer : januari 2010. Kennisnet.

Eindrapportage Interactieve Leerlijnen. www.dnsleerroutes.net. Auteur(s) : Annemarieke Schepers Versienummer : januari 2010. Kennisnet. Eindrapportage Interactieve Leerlijnen versie datum 1 / 7 Eindrapportage Interactieve Leerlijnen www.dnsleerroutes.net Auteur(s) : Annemarieke Schepers Versienummer : januari 2010 Kennisnet.nl www.dnsleerroutes.net

Nadere informatie

Onderzoek VO-content & Stercollecties - 2014

Onderzoek VO-content & Stercollecties - 2014 Onderzoek VO-content & Stercollecties - 2014 Eindrapport In opdracht van: VO-content Project: 2014.117 Publicatienummer: 2014.117-1416 Datum: Utrecht, mei 2014 Auteurs: Leonique Korlaar Arthur kan Inhoudsopgave

Nadere informatie

Aanschaf leermiddelen

Aanschaf leermiddelen Aanschaf leermiddelen U vindt op deze site een rekenmodel waarmee u de kosten van uw leermiddelenmix zou kunnen calculeren. Op het leermiddelenplein van de SLO site vindt u de kosten van verschillende

Nadere informatie

AANSLUITING PO-VO VIA ELEKTRONISCHE LEEROMGEVING (ELO)

AANSLUITING PO-VO VIA ELEKTRONISCHE LEEROMGEVING (ELO) PROCESBESCHRIJVING AANSLUITING PO-VO AANSLUITING PO-VO VIA ELEKTRONISCHE LEEROMGEVING (ELO) LEERLINGEN VAN GROEP 8 IN HET PO MAKEN KENNIS MET HET WERKEN IN EEN ELEKTRONISCHE LEEROMGEVING (ELO) ZOALS DIE

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING. Almende College, locatie Isala voor havo en vwo HAVO

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING. Almende College, locatie Isala voor havo en vwo HAVO ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING Almende College, locatie Isala voor havo en vwo HAVO Plaats : Silvolde BRIN nummer : 14UM C1 BRIN nummer : 14UM 00 HAVO Onderzoeksnummer : 276258 Datum onderzoek :

Nadere informatie

MAATWERK VERBINDEN OPMAAT NAAR DE TOEKOMST DRAAGVLAK 1

MAATWERK VERBINDEN OPMAAT NAAR DE TOEKOMST DRAAGVLAK 1 MAATWERK VERBINDEN OPMAAT NAAR DE TOEKOMST BRUG DRAAGVLAK 1 VOORSTELLEN AGENDA EVEN VOORSTELLEN Meta t Lam, Lid Raad van Bestuur Rick van Dam, manager Strategie & Innovatie René Bosman, manager Informatie

Nadere informatie

ICT-beleidsplan 1. INLEIDING...2 2. MISSIE EN VISIE...3 3. DOELEN...4 4. PLAN VAN AANPAK...4 5. EVALUATIE EN TERUGKOPPELING...5

ICT-beleidsplan 1. INLEIDING...2 2. MISSIE EN VISIE...3 3. DOELEN...4 4. PLAN VAN AANPAK...4 5. EVALUATIE EN TERUGKOPPELING...5 ICT-beleidsplan 1. INLEIDING...2 2. MISSIE EN VISIE...3 2.1 ICT-VISIE...3 2.2 AMBITIE VAN DE RSG...3 3. DOELEN...4 3.1 LEREN OVER COMPUTER...4 3.2 WERKEN MET COMPUTER...4 3.3 LEREN DOOR MIDDEL VAN COMPUTER...4

Nadere informatie

FIT-traject onderwijsvernieuwing met ICT en sociale media. draagvlak inspiratie motivatie vernieuwing 21st century skills borging

FIT-traject onderwijsvernieuwing met ICT en sociale media. draagvlak inspiratie motivatie vernieuwing 21st century skills borging FIT-traject onderwijsvernieuwing met ICT en sociale media draagvlak inspiratie motivatie vernieuwing 21st century skills borging Via het Klavertje 4 Model zet u sociale media en ICT breed in Didactische

Nadere informatie

Plan van aanpak versnellingsvraag: Versie: 28 09 2015. De versnellingsvraag. Versnellingsvraag Stichting Klasse:

Plan van aanpak versnellingsvraag: Versie: 28 09 2015. De versnellingsvraag. Versnellingsvraag Stichting Klasse: Plan van aanpak versnellingsvraag: Versie: 28 09 2015 De versnellingsvraag Versnellingsvraag Stichting Klasse: Hoe kunnen we met de learning analytics vanuit dashboards, zoals dat van Snappet, in combinatie

Nadere informatie

Voorbeelden bij het vertalen van een visie naar een programma van eisen voor leermiddelen

Voorbeelden bij het vertalen van een visie naar een programma van eisen voor leermiddelen Voorbeelden bij het vertalen van een visie naar een programma van eisen voor leermiddelen De onderwijsvisie staat bij alle scholen aan de basis van leermiddelenbeleid. Maar hoe vertaal je onderwijskundige

Nadere informatie

projectplan professionaliseringstraject Technisch College Velsen Samenwerkingsverband VO Zuid-Kennemerland 2014-2016

projectplan professionaliseringstraject Technisch College Velsen Samenwerkingsverband VO Zuid-Kennemerland 2014-2016 projectplan professionaliseringstraject Technisch College Velsen Samenwerkingsverband VO Zuid-Kennemerland 2014-2016 Doelstellingen professionaliseringstraject Het SWV heeft als doelstellingen voor het

Nadere informatie

KINDEREN DIE MEER KUNNEN

KINDEREN DIE MEER KUNNEN KINDEREN DIE MEER KUNNEN INLEIDING Op de IJwegschool staat het kind centraal. Het onderwijs wordt aangepast aan het kind en niet andersom. Doordat de leerkrachten handelingsgericht werken waarbij de onderwijsbehoeften

Nadere informatie

Jaarplan Sint Jozefschool Moordrecht 2015-2016

Jaarplan Sint Jozefschool Moordrecht 2015-2016 Jaarplan Sint Jozefschool Moordrecht 2015-2016 1 Voorwoord In dit Jaarplan wordt de concrete uitwerking van beleidsvoornemens beschreven, die weergegeven zijn in het Schoolplan. Gekozen is voor een compacte

Nadere informatie

Leermiddelenbeleidsplan SC

Leermiddelenbeleidsplan SC Leermiddelenbeleidsplan SC Inleiding De intentie van dit leermiddelen beleidsplan is het onderwijs en de onderwijsontwikkelingen te volgen. Immers, het zijn niet de leermiddelen die het onderwijs maken,

Nadere informatie

Schooljaarplan 2015-2016 Koning Willem-Alexander

Schooljaarplan 2015-2016 Koning Willem-Alexander Schooljaarplan -2016 Koning Willem-Alexander 1 e kolom: (S.)ignaal, (M.)eetbaar, (A.)cceptabel, 2 e kolom (R.)ealisatie, (T.)ijd Onderwerp (S.M.A.) Datum agendapunt (R.T.) Klaar? (T) Borging VCPO-NG scholen

Nadere informatie

Ruimte voor Talent in Gelderland Professionaliseringstrajecten Excellentie, Wetenschap en Techniek

Ruimte voor Talent in Gelderland Professionaliseringstrajecten Excellentie, Wetenschap en Techniek Ruimte voor Talent in Gelderland Professionaliseringstrajecten Excellentie, Wetenschap en Techniek - Staat talentherkenning en ontwikkeling bij u op school de komende jaren op de agenda? - Wilt u een rijke

Nadere informatie

ONDERWIJSONTWIKKELING - ACTIVERENDE DIDACTIEK

ONDERWIJSONTWIKKELING - ACTIVERENDE DIDACTIEK ONDERWIJSONTWIKKELING - ACTIVERENDE DIDACTIEK Iedereen heeft er de mond van vol: Het beste uit de leerling halen Recht doen aan verschillen van leerlingen Naast kennis en vaardigheden, aandacht voor het

Nadere informatie

HOE VERANKERT U WERELDBURGER SCHAP OP UW SCHOOL?

HOE VERANKERT U WERELDBURGER SCHAP OP UW SCHOOL? HOE VERANKERT U WERELDBURGER SCHAP OP UW SCHOOL? WERELDBURGERSCHAP IN HET VOORTGEZET ONDERWIJS Nederland is een internationaal georiënteerd land. Dat is ook terug te zien in ons onderwijs. Bijna elke school

Nadere informatie

Voorbeeld Leermiddelenbeleidsplan

Voorbeeld Leermiddelenbeleidsplan Voorbeeld Leermiddelenbeleidsplan Format De activiteiten tijdens de werkbijeenkomsten helpen de werkgroep bij het opstellen van het leermiddelenbeleidsplan, voor een aantal thema s/onderwerpen. De activiteiten

Nadere informatie

HET CREËREN VAN DRAAGVLAK

HET CREËREN VAN DRAAGVLAK Draagvlak INLEIDING Kun je wel Cultuurprofielschool zijn als er binnen de school geen draagvlak voor is? Wat is draagvlak? Waarom is draagvlak belangrijk? Hoe creëer je draagvlak? Er is sprake van draagvlak

Nadere informatie

Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen

Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen Ronde 5 Bert de Vos APS, Utrecht Contact: b.devos@aps.nl Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen 1. Over de drempels met taal Het rapport Over de drempels met taal is al ruim een jaar oud.

Nadere informatie

Profielschets. Teamleider vwo bovenbouw

Profielschets. Teamleider vwo bovenbouw Profielschets Teamleider vwo bovenbouw Rotterdam, 2016 Profielschets Teamleider vwo bovenbouw (LD) Libanon Lyceum Omvang: 1,0 fte met een beperkte lesgevende taak. Vooraf Het Libanon Lyceum in Rotterdam

Nadere informatie

Leermiddelenmonitor 13/14

Leermiddelenmonitor 13/14 13/14 Beleid, gebruik, digitalisering en ontwikkeling van leermiddelen SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling n- en same e is e v a g. Deze uit n de publicatie a v g in vatt Leraar en schoolleider

Nadere informatie

Onderwijskundig Jaarplan ( OKJP) OnderwijsKundig JaarVerslag ( OKJV)

Onderwijskundig Jaarplan ( OKJP) OnderwijsKundig JaarVerslag ( OKJV) Werken aan kwaliteit op De Schakel Hieronder leest u over hoe wij zorgen dat De Schakel een kwalitatief goede (excellente) school is en blijft. U kunt ook gegevens vinden over de recent afgenomen onderzoeken

Nadere informatie

Product informatie. Pagina 1 van 5

Product informatie. Pagina 1 van 5 Pagina 1 van 5 Product informatie Pagina 2 van 5 SMARTBoards: Voor een leerkracht is het schoolbord een van zijn belangrijkste gereedschappen. Hoe vaak gebruik je niet even het bord om een aantekening

Nadere informatie

Samenwerking. Betrokkenheid

Samenwerking. Betrokkenheid De Missie Het Spectrum is een openbare school met een onderwijsaanbod van hoge kwaliteit. We bieden het kind betekenisvol onderwijs in een veilige omgeving. In een samenwerking tussen kind, ouders en school

Nadere informatie

Lesgeven met Kernmethodes AK

Lesgeven met Kernmethodes AK Lesgeven met Kernmethodes AK ofwel eenvoudig aan de slag met de Stercollecties van VOcontent en Wikiwijs Presentatie tijdens KNAG Onderwijsdag 2014 Herman Rigter Almere, 7 november 2014 Inhoud Wat is VO-content

Nadere informatie

MEDEZEGGENSCHAP EN SUCCESFACTOREN. Ruysdael onderzoek 2015

MEDEZEGGENSCHAP EN SUCCESFACTOREN. Ruysdael onderzoek 2015 MEDEZEGGENSCHAP EN SUCCESFACTOREN Ruysdael onderzoek 2015 Succes maak je samen Ruysdael is gespecialiseerd in innovatie van mens en organisatie. Vanuit de overtuiging dat je samen duurzame meerwaarde creëert.

Nadere informatie

Digitaal lesmateriaal zoeken, maken en delen met

Digitaal lesmateriaal zoeken, maken en delen met Digitaal lesmateriaal zoeken, maken en delen met Trainerscursus deel 1 Open Universiteit / CELSTEC 10-1-2013 1 1 Leermiddelen Taak van private sector of toch (deels) publiek? Wet gratis schoolboeken (scholen

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Christelijk Gymnasium VWO

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Christelijk Gymnasium VWO RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK Christelijk Gymnasium VWO Plaats : Utrecht BRIN nummer : 16PA C1 BRIN nummer : 16PA 00 VWO Onderzoeksnummer : 283237 Datum onderzoek : 8 april 2015 Datum vaststelling

Nadere informatie

Leren in de wereld van morgen

Leren in de wereld van morgen Leren in de wereld van morgen Strategisch beleidsplan 2015-2019 SPOVenray Oktober 2014 Inhoud Leren in de wereld van morgen... 1 Voorwoord... 3 Missie... 4 Visie... 5 De brede ontwikkeling van het kind...

Nadere informatie

School- en functieprofiel. Bonhoeffer College. Afdelingsleider bovenbouw Havo/VWO. Bruggertstraat. Enschede

School- en functieprofiel. Bonhoeffer College. Afdelingsleider bovenbouw Havo/VWO. Bruggertstraat. Enschede School- en functieprofiel Bonhoeffer College Afdelingsleider bovenbouw Havo/VWO Bruggertstraat Enschede Enschede, Februari 2015 Bonhoeffer College, locatie Bruggertstraat Organisatie Het Bonhoeffer College

Nadere informatie

Flipping en andere scenario s om instructiefilmpjes in te zetten Een inventarisatie bij Leerlingen voor Leerlingen scholen

Flipping en andere scenario s om instructiefilmpjes in te zetten Een inventarisatie bij Leerlingen voor Leerlingen scholen Flipping en andere scenario s om instructiefilmpjes in te zetten Een inventarisatie bij Leerlingen voor Leerlingen scholen Inhoud 1 Inleiding 3 2 Feiten en cijfers van de experimenten met de scenario s

Nadere informatie

Handout PrOfijt. - Versie 1.1 - Versie: 1.1 Datum: 09-04-2014 Mike Nikkels / Olav van Doorn

Handout PrOfijt. - Versie 1.1 - Versie: 1.1 Datum: 09-04-2014 Mike Nikkels / Olav van Doorn Handout PrOfijt - Versie 1.1 - Versie: 1.1 Datum: 09-04-2014 Auteur(s): Mike Nikkels / Olav van Doorn 1 Inhoudsopgave 1 Inhoudsopgave... 2 2 Inleiding... 3 3 Algemeen... 3 4 Visie op PrOfijt... 4 5 Techniek...

Nadere informatie

Evaluatie Jaarplan 2011-2012 Doel (specifiek formuleren)

Evaluatie Jaarplan 2011-2012 Doel (specifiek formuleren) toelichting SMART: Evaluatie Jaarplan 2011-2012 Doel (specifiek formuleren) SPECIFIEK Activiteiten (concreet formuleren) en tijdsplanning SPECIFIEK / TIJD Wie (wie voert uit, wie organiseert en wie controleert)

Nadere informatie

i-coaching De volgende stap in onderwijsondersteuning

i-coaching De volgende stap in onderwijsondersteuning i-coaching De volgende stap in onderwijsondersteuning ICT wordt kinderspel De volgende stap in onderwijsondersteuning i i-coaching Met Heutink ICT haalt u eruit wat erin zit Een verantwoord automatiseringtraject

Nadere informatie

CBS Merula Bloemendaele 4 3218XA Heenvliet 0181-662551

CBS Merula Bloemendaele 4 3218XA Heenvliet 0181-662551 CBS Merula Bloemendaele 4 3218XA Heenvliet 0181-662551 info@merula.vcodekring.nl www.merula.nl CBS Merula is één van de scholen van www.vcodekring.nl ALGEMENE GEGEVENS School Naam van de school: Christelijke

Nadere informatie

VO RAPPORT VAN BEVINDINGEN OV 2013. Gymnasium Felisenum

VO RAPPORT VAN BEVINDINGEN OV 2013. Gymnasium Felisenum VO RAPPORT VAN BEVINDINGEN OV 2013 Gymnasium Felisenum Plaats : Velsen-Zuid BRIN-nummer : 20DG Onderzoeksnummer : 150930 Datum onderzoek : 17-18 januari 2013 Datum vaststelling : 18 december 2012-14 maart

Nadere informatie

ITTL. Informatietechnologie voor de Theoretische Leerweg van het VMBO

ITTL. Informatietechnologie voor de Theoretische Leerweg van het VMBO ITTL. Informatietechnologie voor de Theoretische Leerweg van het VMBO Het vak Informatietechnologie voor de Theoretische Leerweg van het VMBO ITTL is een algemeen vormend vak dat zich richt op de beroepspraktijk

Nadere informatie

CKV Festival 2012. CKV festival 2012

CKV Festival 2012. CKV festival 2012 C CKV Festival 2012 Het CKV Festival vindt in 2012 plaats op 23 en 30 oktober. Twee dagen gaan de Bredase leerlingen van het voortgezet onderwijs naar de culturele instellingen van Breda. De basis van

Nadere informatie

User Centered Design. Ontwerpbeslissingen

User Centered Design. Ontwerpbeslissingen User Centered Design Ontwerpbeslissingen Ontwerpbeslissingen: Wat wij willen doen voor jou is Met betrekking tot lessen voorbereiden: Overzichten, schema s en lesplannen moeten ook door leerlingen begrepen

Nadere informatie

Datum Betreft Bestuursakkoord PO-Raad-OCW 2012-2015. Geacht schoolbestuur,

Datum Betreft Bestuursakkoord PO-Raad-OCW 2012-2015. Geacht schoolbestuur, a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Onze referentie 349195 Datum Betreft Bestuursakkoord PO-Raad-OCW 2012-2015 Geacht

Nadere informatie

Uitkomsten kwaliteitsonderzoek pilot toezicht 2020. Godelindeschool Hilversum

Uitkomsten kwaliteitsonderzoek pilot toezicht 2020. Godelindeschool Hilversum Uitkomsten kwaliteitsonderzoek pilot toezicht 2020 Godelindeschool Hilversum 17 september 2015 Feedbackgesprek De inspectie voert aan het eind van het bezoek graag een gesprek over de kwaliteit van de

Nadere informatie

Leren Leren en ExcelLeren

Leren Leren en ExcelLeren Leren Leren en ExcelLeren www.mindsetlearnandgrow.nl Wat is MindSet? MindSet is een groep studenten die leerlingen leert effectief te leren. Wij helpen leerlingen betere schoolresultaten te behalen door

Nadere informatie

RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK BASISSCHOOL DE LOCKAERT

RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK BASISSCHOOL DE LOCKAERT RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK BASISSCHOOL DE LOCKAERT School : Basisschool De Lockaert Plaats : Oss BRIN-nummer : 00CD Onderzoeksnummer : 63530 Datum schoolbezoek : 16 december 2005 Datum vaststelling :

Nadere informatie

Peer review in de praktijk

Peer review in de praktijk Rotterdam, maart 2013 Gwen de Bruin Susan van Geel Karel Kans Inhoudsopgave Inleiding Vormen van peer review Wat is er nodig om te starten met peer review? Wat levert peer review op? Succesfactoren Inleiding

Nadere informatie

Presentatie tijdens lesjes middag. De Vos: jouw slimste keuze!

Presentatie tijdens lesjes middag. De Vos: jouw slimste keuze! Presentatie tijdens lesjes middag De Vos: jouw slimste keuze! Visie Strategisch Beleidsplan Onze primaire functie en ons hoofddoel is het ontplooien van leerlingen op basis van individuele kwaliteiten.

Nadere informatie

ICT beleidsplan. Schooljaar 2015-2018. OBS de Pijlstaart

ICT beleidsplan. Schooljaar 2015-2018. OBS de Pijlstaart ICT beleidsplan OBS De Pijlstaart Schooljaar 2015-2018 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding blz. 3 2. Leerdoelen leerlingen blz. 4 en 5 3. Management en organisatie blz. 6 4. Deskundigheid en professionalisering

Nadere informatie

Schoolportretten bij onderzoek naar examens in extra vakken / vakken op een hoger niveau

Schoolportretten bij onderzoek naar examens in extra vakken / vakken op een hoger niveau Schoolportretten bij onderzoek naar examens in extra vakken / vakken op een hoger niveau Colofon: Dit is een uitgave van het ministerie van OCW, directie Voortgezet Onderwijs Coordinatie: Muriel Cluitmans

Nadere informatie

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting Een brede kijk op onderwijskwaliteit E e n o n d e r z o e k n a a r p e r c e p t i e s o p o n d e r w i j s k w a l i t e i t b i n n e n S t i c h t i n g U N 1 E K Samenvatting Hester Hill-Veen, Erasmus

Nadere informatie

WAT MOET EN WAT MAG IN DE ONDERBOUW? versie. Sinds 1 augustus 2006. Onderbouw-VO. d e f i n i t i e v e LEERSTOFAANBOD ONDERWIJSTIJD

WAT MOET EN WAT MAG IN DE ONDERBOUW? versie. Sinds 1 augustus 2006. Onderbouw-VO. d e f i n i t i e v e LEERSTOFAANBOD ONDERWIJSTIJD WAT MOET EN WAT MAG geactualiseerdee n versie d e f i n i t i e v e IN DE ONDERBOUW? Onderbouw-VO Noordzeelaan 24A 8017 JW Zwolle T 038 42 54 750 F 038 42 54 760 Postbus 266 8000 AG Zwolle E info@onderbouw-vo.nl

Nadere informatie

VO2020. Schoolrapportage. Venster College X

VO2020. Schoolrapportage. Venster College X VO2020 Schoolrapportage Deze rapportage toont de antwoorden van de schoolambities van de VO2020-scan. U vindt uw eigen antwoorden terug in de nulmeting en in de actuele stand, inclusief een landelijke

Nadere informatie

Algemeen Uitwerking Schoolplan ICT 2011-2015

Algemeen Uitwerking Schoolplan ICT 2011-2015 Algemeen Mei 2014 Evaluatie t/m 2010 De afgelopen jaren heeft de nadruk gelegen op het invoeren van diverse softwarepakketten in de groepen en op het uitvoeren van hetgeen in de ICT leerlijn wordt vermeld.

Nadere informatie

Strategisch Opleidingsbeleid

Strategisch Opleidingsbeleid Strategisch Opleidingsbeleid Achtergrondinformatie en tips om zelf aan de slag te gaan In deze handreiking vindt u de volgende onderwerpen: Wat is strategisch opleidingsbeleid? Hoe komt u tot strategisch

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Pleincollege Sint Joris PRO PRO

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Pleincollege Sint Joris PRO PRO RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK Pleincollege Sint Joris PRO PRO Plaats : Eindhoven BRIN nummer : 20AT C6 BRIN nummer : 20AT 05 PRO Onderzoeksnummer : 273588 Datum onderzoek : 16 april 2014

Nadere informatie

Leraar basisonderwijs LB

Leraar basisonderwijs LB Leraar basisonderwijs LB Functiewaardering: 43343 43333 43 33 Salarisschaal: LB Werkterrein: Onderwijsproces -> Leraren Activiteiten: Beleids- en bedrijfsvoeringsondersteunende werkzaamheden, overdragen

Nadere informatie

Plan van aanpak 2014 2015

Plan van aanpak 2014 2015 Plan van aanpak 2014 2015 Jaarlijks stelt de locatiedirecteur in samenspraak met de collega s een Plan van aanpak op. Hierin worden de doelen omschreven waar het komende schooljaar expliciet aan zal worden

Nadere informatie

Voorstel taal- en rekenbeleid [school]

Voorstel taal- en rekenbeleid [school] Inleiding Landelijk Op 27 april 2010 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel 'Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen' aangenomen. Het wetsvoorstel treedt op 1 augustus 2010 in werking. De kern van

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK NAAR DE KWALITEITSVEBETERING. Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen Afdeling havo

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK NAAR DE KWALITEITSVEBETERING. Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen Afdeling havo RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK NAAR DE KWALITEITSVEBETERING Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen Afdeling havo Plaats: Nijmegen BRIN-nummer: 20EO-0 Arrangementsnummer: 84652 Onderzoek uitgevoerd op:

Nadere informatie

Informatiepakket vacature roostermaker sector havo/vwo 15-06-2015

Informatiepakket vacature roostermaker sector havo/vwo 15-06-2015 Informatiepakket vacature roostermaker sector havo/vwo 15-06-2015 1 Functie- en profielschets roostermaker B havo/vwo Profiel van de school en de sector havo/vwo Het Carmel College Salland maakt deel uit

Nadere informatie

Agenda publiek- private tafels Doorbraakproject Onderwijs en ict

Agenda publiek- private tafels Doorbraakproject Onderwijs en ict Inleiding Dit document beschrijft de 10 thema s die samen de agenda voor de publiek- private tafels voor het Doorbraakproject Onderwijs en ict vormen. Deze agenda is samengesteld op basis van de input

Nadere informatie

Professionaliseren loont! Jacob Poortstra, Cesar Trijselaar en Mieke van Keulen

Professionaliseren loont! Jacob Poortstra, Cesar Trijselaar en Mieke van Keulen Professionaliseren loont! Jacob Poortstra, Cesar Trijselaar en Mieke van Keulen Digitalisering van de maatschappij Gevolgen voor het onderwijs: Studenten voorbereiden op onze gedigitaliseerde samenleving.

Nadere informatie

Hand-out Maatschappelijke Stage in de sport

Hand-out Maatschappelijke Stage in de sport Hand-out Maatschappelijke Stage in de sport Inleiding Jongeren hebben de toekomst. Met de Maatschappelijke Stage (MaS) wordt een hoop jonge energie aan het vrijwilligerscollectief toegevoegd. In Zwolle

Nadere informatie

A. Opbrengsten B. Onderwijsleerproces nl. C. Zorg en begeleiding nl. D. Kwaliteitszorg E. Wet- en regelgeving

A. Opbrengsten B. Onderwijsleerproces nl. C. Zorg en begeleiding nl. D. Kwaliteitszorg E. Wet- en regelgeving DEELPROJECT PUBERBREIN LOCATIE CHRISTOFFEL ACTIVITEIT NAAM DEELPROJECT DE MUSICAL KWALITEITSASPECT TOEZICHTKADER A. Opbrengsten B. Onderwijsleerproces nl. C. Zorg en begeleiding nl. D. Kwaliteitszorg E.

Nadere informatie

ENQUÊTE: toetsing op maat

ENQUÊTE: toetsing op maat ENQUÊTE: toetsing op maat Bezoekers van de website van de PO-Raad konden hun mening geven over toetsing op maat. Tussen 22 januari en 6 februari 2013 hebben 201 mensen de enquête volledig ingevuld. De

Nadere informatie

Strategisch beleidsplan rsg Simon Vestdijk 2016-2020

Strategisch beleidsplan rsg Simon Vestdijk 2016-2020 Strategisch beleidsplan rsg Simon Vestdijk 2016-2020 1.a. Inleiding In dit strategisch beleidsplan 2016-2020 formuleren we onze belangrijkste doelstellingen en ambities. We nemen voor dit beleidsplan graag

Nadere informatie

Verantwoording en implementatieplan "Activerende didactiek m.b.v. ipads" Scholengemeenschap Sint Ursula locatie Horn

Verantwoording en implementatieplan Activerende didactiek m.b.v. ipads Scholengemeenschap Sint Ursula locatie Horn Verantwoording en implementatieplan "Activerende didactiek m.b.v. ipads" Scholengemeenschap Sint Ursula locatie Horn Achtergrond Ambitie voor schooljaar 2015 2016 De pilot voorbij... Pilot op 4 havo Plaatsing

Nadere informatie

Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303

Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303 Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303 Doel (Mede)zorgdragen voor de vormgeving en door het geven van adviezen bijdragen aan de uitvoering van het beleid binnen de Hogeschool Utrecht kaders en de ter

Nadere informatie

Werkplan 1 juli 2009 1 juli 2011

Werkplan 1 juli 2009 1 juli 2011 Expertisecentrum Onderwijs & ICT Suriname UTSN Twinning Project 2008/1/E/K/005 Werkplan 1 juli 2009 1 juli 2011 Bijlage C bij het Rapport Haalbaarheidsstudie Wim de Boer (SLO), Pieter van der Hijden (Sofos

Nadere informatie

Cultuureducatie, geen vak apart

Cultuureducatie, geen vak apart Cultuureducatie, geen vak apart Uitvoeringsplan Theo Thijssen Inleiding Op Educatief Centrum Theo Thijssen wordt gewerkt aan een ononderbroken ontwikkeling van kinderen van 0-13 jaar. Het ondernemend leren

Nadere informatie

Herinrichting Schoolplein mavo 3

Herinrichting Schoolplein mavo 3 Herinrichting Schoolplein mavo 3 Pagina 1 van 7 Inleiding Binnenkort ga je aan de slag met het project Herinrichting van het schoolplein. Alle leerlingen van het derde leerjaar gaan ervoor zorgen dat ons

Nadere informatie

RTTI Meten, volgen en verbeteren van leerprocessen

RTTI Meten, volgen en verbeteren van leerprocessen FEEDBACK OP MAAT RTTI Meten, volgen en verbeteren van leerprocessen Creëer betrokkenheid, enthousiasme en resultaat Benut de talenten binnen uw school maximaal HOE KUNT U ERVOOR ZORGEN DAT LEREN OPTIMAAL

Nadere informatie

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie.

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie. ROWF Les op locatie in de beroepsopdracht van de HvA. De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie. Het doel is de

Nadere informatie

Informatiepakket Leerlabs

Informatiepakket Leerlabs Informatiepakket Leerlabs Informatiepakket Leerlabs De vraag naar gepersonaliseerd onderwijs en het gebruik van ict in de klas groeit. Veel scholen werken aan initiatieven gericht op gepersonaliseerd leren

Nadere informatie

Succesvol implementeren

Succesvol implementeren Succesvol implementeren Waarom begeleiding bij implementeren? Idealiter wordt een verandering op een school ingezet vanuit de onderwijsvisie. Deze veranderingen zijn veelal geformuleerd in het schoolplan

Nadere informatie

Nederlands (2 e graad); 12 lesuren

Nederlands (2 e graad); 12 lesuren Wij zoeken wegens zwangerschapsvervanging voor de periode na de meivakantie tot de zomervakantie een kandidaat met onderwijservaring voor het vak: Nederlands (2 e graad); 12 lesuren Voor deze functie ligt

Nadere informatie

Implementatieplan interactief beleid

Implementatieplan interactief beleid Implementatieplan interactief beleid (juni 2010 t/m mei 2011) Gemeente Weert, 15 juli 2010 Portefeuillehouder interactief beleid: wethouder H. Litjens Regisseur wijkgericht werken: Marianne Schreuders

Nadere informatie

Vastgesteld november 2013. Visie op Leren

Vastgesteld november 2013. Visie op Leren Vastgesteld november 2013. Visie op Leren Inhoudsopgave SAMENVATTING... 3 1. INLEIDING... 4 1.1 Aanleiding... 4 1.2 Doel... 4 2. VISIE OP LEREN EN ONTWIKKELEN... 6 2.1 De relatie tussen leeractiviteiten

Nadere informatie

Excellente docent in de mbo-praktijk

Excellente docent in de mbo-praktijk Excellente docent in de mbo-praktijk Uitwisseling scholen HU 7 maart 2014 ROCMN P&O 5-3-2014 1 ROC Midden Nederland Profiel: Kwaliteit, kleinschaligheid en persoonlijk contact Nauwe verbinding met regionale

Nadere informatie

Rapport Docent i360. Test Kandidaat

Rapport Docent i360. Test Kandidaat Rapport Docent i360 Naam Test Kandidaat Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Sterkte/zwakte-analyse 3. Feedback open vragen 4. Overzicht competenties 5. Persoonlijk ontwikkelingsplan Inleiding Voor u ligt het

Nadere informatie

Open Huis op vrijdag 22 januari 2016 maandag 1 woensdag 3 donderdag 4 februari 2016 Afdelingsleider klas 1

Open Huis op vrijdag 22 januari 2016 maandag 1 woensdag 3 donderdag 4 februari 2016 Afdelingsleider klas 1 (Hoog)begaafd? Met onderwijs op maat, uitdagingen in je eigen interesses en jaren ervaring in onderwijs aan (hoog)begaafden ben je bij ons aan het goede adres! (Hoog)begaafd? Wat is (hoog)begaafdheid nou

Nadere informatie

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015!

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Voorstel voor onderzoekspresentaties Mbo Onderzoeksdag Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Indienen van een voorstel kan tot en met 15 mei 2015 via e-mailadres: info@mboonderzoeksdag.nl

Nadere informatie

1 en 2 oktober 2013. Bezoek aan Groningen

1 en 2 oktober 2013. Bezoek aan Groningen 1 en 2 oktober 2013 Bezoek aan Groningen programma 1-2 oktober 2013 www.cultuurindespiegel.be 1. Stavaza van CIS Nederland 2. Emiel Copini (14-18jaar) en Theisje van Dorsten (4-10 jaar) 3. Astrid Rass

Nadere informatie

Profielschets. Afdelingsleider

Profielschets. Afdelingsleider Profielschets Afdelingsleider Krimpenerwaard College in Krimpen aan den IJssel, 2016 Profielschets Afdelingsleider (LD) Krimpenerwaard College Afdelingsleider mavo en afdelingsleider havo. Per vacante

Nadere informatie

Beter en slimmer leren met behulp van ict

Beter en slimmer leren met behulp van ict Beter en slimmer leren met behulp van ict Het investerings-enimplementatieplanende ondersteuningsaanpak van de Breedtestrategie Mirjam Brand Agenda Planvorming binnen uw bestuur: welke plaats heeft het

Nadere informatie

Acadin voor talenten in uw klas!

Acadin voor talenten in uw klas! Acadin voor talenten in uw klas! Dé digitale leeromgeving met uitdagend onderwijsaanbod voor talentvolle leerlingen. Acadin voor talenten in uw klas! In het Bestuursakkoord primair onderwijs (2014) staat

Nadere informatie