Destination unknown. De reisbureauregeling

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Destination unknown. De reisbureauregeling"

Transcriptie

1 Destination unknown De reisbureauregeling Door: E. Sparidis MSc 2010/ 2011

2 Inhoudsopgave LIJST VAN GEBRUIKTE AFKORTINGEN 4 HOOFDSTUK 1 INLEIDING 5 HOOFDSTUK 2 HET BELASTINGSUBJECT Het reisbureau Op eigen naam tegenover de reiziger handelen De reiziger De reiziger in het spraakgebruik De reiziger op grond van de ratio van de reisbureauregeling Richtlijnconforme uitleg van reiziger door de Belastingdienst Conclusie 11 HOOFDSTUK 3 HET BELASTINGOBJECT Handelingen die kenmerkend zijn voor reisbureaus Combinatie van prestaties Splitsing totaalvergoeding bij zelfstandige prestaties Conclusie 15 HOOFDSTUK 4 DE WIJZE VAN HEFFING De winstmarge Het recht op aftrek onder de reisbureauregeling Niet in rekening gebrachte voorbelasting Reikwijdte aftrekuitsluiting reisbureauregeling Bijzondere aftrekuitsluitingen en de reisbureauregeling Negatieve winstmarges De globalisatieregeling Winstmarge op tijdvakbasis Verrekening van negatieve marges Conclusie 22 HOOFDSTUK 5 HET TARIEF 24 2

3 5.1 Forfaitaire vaststelling nultarief Ruime toepassing van het nultarief en het verlaagde tarief Verschillende tarieven op een (fictieve) dienst Conclusie 27 HOOFDSTUK 6 DE ADMINISTRATIEVE EN FACTURERINGSVEREISTEN Vermelding verschuldigde btw Overgangsrecht Conclusie 29 HOOFDSTUK 7 CONCLUSIE 30 3

4 Lijst van gebruikte afkortingen A-G Advocaat-Generaal Btw-richtlijn Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 BNB Beslissingen Nederlandse Belastingrechtspraak BUA Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 HR Hoge Raad der Nederlanden HvJ Hof van Justitie (Europese Unie) jo. juncto MvT Memorie van Toelichting p. pagina( s) r.o. rechtsoverweging(en) Tabel I Tabel I. behorende bij de Wet op de omzetbelasting 1968 Tabel II Tabel II. behorende bij de Wet op de omzetbelasting 1968 Uitvoerings- Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting omzetbelasting beschikking OB 1968 Uitvoerings- Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 besluit OB Wet OB Wet op de omzetbelasting 1968 Zesde Richtlijn Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei

5 Hoofdstuk 1 Inleiding In hoofdstuk 3 van Titel XII van de Btw-Richtlijn is een bijzondere regeling voor reisbureaus opgenomen. Deze regeling geldt voor de reishandelingen die reisbureaus inkopen en op eigen naam doorverkopen aan reizigers. Kenmerkend voor de reisbureauregeling is dat de btw geheven wordt over de marge die wordt behaald met de onderworpen handelingen, waarbij de voorbelasting drukkend op deze handelingen niet kan worden afgetrokken. Dit heffingssysteem kan, gelet op de aansluiting van de maatstaf van heffing bij de toegevoegde (waarde)componenten van de prestatie, aangemerkt worden als een omzetbelasting volgens de additieve methode. De reisbureauregeling zoals opgenomen in de Btw-richtlijn is tot op heden niet geïmplementeerd in de Wet OB. Nederlandse reisbureaus kunnen op grond van beleid in veel situaties volstaan met heffing van 6 percent btw over het Nederlandse traject van de aangeboden reizen 1. In dit Nederlandse beleid wordt ook een ruime toepassing van het nultarief op het buitenlandse traject van de reis voorgestaan. Volgens de Europese Commissie wordt de reisbureauregeling niet correct toepast in Nederland, hetgeen concurrentieverstorend werkt op de Europese interne markt. Middels een met redenen omkleed advies is dan ook verzocht om de Nederlandse wetgeving op dit vlak conform de Btw-richtlijn te wijzigen 2. Verdedigd had kunnen worden dat de Nederlandse bijzondere regelgeving voor reisbureaus gebaseerd is op overgangsbepalingen in de Btw-richtlijn 3. Om een inbreukprocedure te vermijden heeft de Nederlandse wetgever evenwel gekozen om de reisbureauregeling met ingang van 1 april 2012 in de Wet OB te implementeren 4. De budgettaire schade als gevolg van de arresten van de Hoge Raad 5, waardoor buitenlandse reisbureaus, die in eigen land geen recht op aftrek of teruggaaf hadden, de voorbelasting in Nederland konden terugvragen, zal mede een overweging zijn geweest voor invoering van de reisbureauregeling. De voorgestelde reisbureauregeling in de Wet OB is zoveel mogelijk gelijk aan de communautaire regeling. Een in het oog springende uitzondering vormt de globalisatieregeling die in de Btw-richtlijn onbekend is voor reisbureaus 6. In deze verhandeling wordt de werking van de reisbureauregeling uiteengezet. Daartoe is per relevant onderdeel van de reisbureauregeling, te weten belastingsubject, belastingobject, heffingswijze, het tarief en de administratieve en factureringsvereisten, aangegeven hoe deze bijzondere heffingswijze is 1 Besluit van 22 maart 1971, nr. B 71/2260, gewijzigd bij besluit van 12 januari 1976, nr , gewijzigd bij besluit van 17 mei 1978, nr , gewijzigd bij besluit van 15 april 1984, nr Persbericht Europese Commissie 28 februari 2008, IP/08/ Zie ook Conclusie A-G Gulmann 15 september 1992, zaak C-74/91, Commissie/Duitsland, r.o Wetsvoorstel overige fiscale maatregelen 2011, Kamerstukken II 2010/11, , nr. 2, artikel XV, XVI, XVII en XXVIII. 5 HR 21 oktober 1992, nr , BNB 1993/25, HR 15 mei 2009, nr , BNB 2009/207, HR 15 mei 2009, nr , BNB 2009/ Artikel 28zb jo. artikel 28zd Wet OB. 5

6 vormgegeven. Daarbij wordt tevens onderzocht of de Nederlandse implementatie van de reisbureauregeling in overeenstemming is met de communautaire regeling. 6

7 Hoofdstuk 2 Het belastingsubject De reisbureauregeling vindt toepassing op reisbureaus, voor zover het reisbureau op eigen naam tegenover de reiziger handelt en voor de totstandbrenging van de reizen gebruikmaakt van goederenleveringen en diensten van andere belastingplichtigen 7. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het belastingsubject voor de reisbureauregeling. 2.1 Het reisbureau Een definitie van het belastingsubject in de reisbureauregeling, het reisbureau, ontbreekt in zowel de Wet OB als de corresponderende richtlijnbepaling. Wel wordt in de reisbureauregeling verduidelijkt dat reisorganisatoren (touroperators) ook als reisbureau moeten worden beschouwd 8. Voor de reikwijdte van de reisbureauregeling is het Van Ginkel -arrest maatgevend. In dit arrest werd overwogen dat diensten van reisbureaus en reisorganisatoren zich kenmerken door het feit dat deze meestal bestaan uit een hele reeks verrichtingen, met name op het gebied van vervoer en onderdak, zowel binnen als buiten het grondgebied van de lidstaat waar de onderneming haar zetel heeft 9. Hoewel niet in geschil was dat Van Ginkel, de belanghebbende in deze zaak, als een reisbureau kwalificeerde, blijkt uit deze beslissing al dat de kwalificatie als reisbureau gebaseerd moet worden op de verrichte werkzaamheden. In Madgett en Baldwin 10 is uiteindelijk ook bevestigd dat een ondernemer die geen reisbureau of reisorganisator in de gewone betekenis van het begrip is, maar die wel identieke prestaties verricht, onder de reisbureauregeling valt. In casu was de belanghebbende een hotelexploitant die tevens ingekocht busvervoer en -excursies aan zijn gasten aanbood tegen vergoeding. In dezelfde zin werd ook in de ISt - zaak 11 beslist dat een organisator van onderwijsuitwisselingsprogramma s als een reisbureau in de zin van de reisbureauregeling moest worden aangemerkt. De prestaties van ISt waren namelijk identiek aan of vergelijkbaar met de handelingen van een reisbureau of reisorganisator in de gewone betekenis van het begrip. ISt verzorgde namelijk ook het verblijf in c.q. het vervoer van en naar het land waar de talenreis werd gevolgd. Volgens het HvJ waren het doel van de aangeboden reis en de duur van het verblijf in het gastland irrelevant voor de kwalificatie als reisbureau. De kwalificatie als reisbureau in de zin van de reisbureauregeling vindt dus plaats op grond van de aard van de verrichte prestaties 12. De genoemde beroepen van reisbureau en reisorganisator dienen enkel als middel ter omschrijving van de prestaties die onder de reisbureauregeling vallen. In de Von Hoffmann -zaak 13 is later dezelfde benadering gevolgd voor de plaats van dienst -bepalingen voor onder 7 Artikel 28z Wet OB en artikel 306 Btw-richtlijn. 8 Artikel 28z, lid 2 Wet OB en artikel 306, lid 2 Btw-richtlijn. 9 HvJ 12 november 1992, zaak C-163/91, Van Ginkel, r.o. 13 en r.o HvJ 22 oktober 1998, zaak C-94/97, Madgett en Baldwin, r.o HvJ 13 oktober 2005, zaak C-2004/04, ISt, r.o In deze zin ook Kamerstukken II 2010/11, , nr. 3, p. 34 (MvT). 13 HvJ 16 september 1997, zaak C-145/96, Von Hoffmann. 7

8 meer advocaten, raadgevers, accountants en ingenieurs. De vaststelling van de plaats van dienst geschiedt eveneens op basis van de aard van de verrichte activiteiten en niet op grond van de beroepskwalificatie van de dienstverrichter. 2.2 Op eigen naam tegenover de reiziger handelen Voor toepassing van de reisbureauregeling moet het reisbureau op eigen naam tegenover de reiziger handelen 14. Uitgaande van artikel 28za, eerste volzin Wet OB en de Nederlandse taalversie van artikel 307, eerste volzin Btw-richtlijn zou de indruk kunnen ontstaan dat al tegenover de reiziger wordt gehandeld als handelingen worden verricht voor de reiziger. In artikel 26, lid 2 Zesde Richtlijn was opgenomen dat het reisbureau de handelingen aan de reiziger verricht. Uit raadpleging van de Franse, Engelse, Duitse en Griekse taalversies van de Btw-richtlijn blijkt dat alleen in de Nederlandse taalversie van de Btw-richtlijn aan is vervangen door voor. Gelet op de overige taalversies en overwegende dat met de vervanging van de Zesde Richtlijn door de Btw-richtlijn in beginsel geen inhoudelijke wijzigingen zijn beoogd 15, moet tegenover de reiziger handelen uitgelegd worden als de handelingen (tegen vergoeding) aan de reiziger verrichten. Anders dan de naam reisbureauregeling doet vermoeden zullen reguliere reisbureaus in Nederland niet onder de reisbureauregeling vallen 16. De activiteiten van reisbureaus bestaan in de regel namelijk slechts uit het bemiddelen bij de verkoop van reishandelingen en niet het op eigen naam verkopen van de reishandelingen aan de reiziger. Reisorganisatoren (in materiële zin) zullen het voornaamste belastingsubject zijn voor de reisbureauregeling. 2.3 De reiziger De reiziger is niet gedefinieerd in de reisbureauregeling. Uit de memorie van toelichting bij de invoering van de reisbureauregeling in Nederland blijkt dat elke eindafnemer van een reishandeling als reiziger moet worden aangemerkt 17. Afnemers die reizen inkopen (bijvoorbeeld van een wholesaler) om deze te verkopen aan de uiteindelijke eindafnemer zullen zelf geen reiziger voor de Nederlandse reisbureauregeling zijn. De uitsluiting van ondernemers die reizen doorverkopen van de definitie van reiziger is in lijn met het standpunt van de Europese Commissie 18. De Europese Commissie heeft in dat kader Portugal, Frankrijk, Italië, Finland, Griekenland, Polen en Tsjechië bericht dat het toepassen van de reisbureauregeling op aankoop door ondernemers die de reizen doorverkopen niet richtlijnconform is. Het standpunt van de Europese Commissie lijkt gebaseerd te zijn op een strikte uitleg van het begrip reiziger. 14 Artikel 28z, lid 1 Wet OB en artikel 306, lid 1 Btw-richtlijn. 15 Considerans bij de Btw-richtlijn, punt Kamerstukken II 2010/11, , nr. 3, p. 33 (MvT). 17 Kamerstukken II 2010/11, , nr. 3, p. 34 (MvT). 18 Persbericht Europese Commissie 28 februari 2008, IP/08/333. 8

9 2.3.1 De reiziger in het spraakgebruik De uitleg van reiziger die de Europese Commissie evenals de Nederlandse wetgever voorstaan komt niet overeen met het spraakgebruik. De eindafnemer van een reis is immers niet altijd de persoon die daadwerkelijk reist. Verscheidene lidstaten lijken ondernemers dan ook niet als reiziger in de zin van de reisbureauregeling te beschouwen. De heffingssystematiek die deze lidstaten toepassen op reizen aan ondernemers verschilt. Onder meer Duitsland, Oostenrijk en Cyprus passen de reisbureauregeling in het geheel niet toe op afnemers die als ondernemer kwalificeren 19. Zweden en Roemenië betrekken als ondernemer kwalificerende eindafnemers van reizen in beginsel in de reisbureauregeling, maar hebben de mogelijkheid geïntroduceerd om af te zien van de reisbureauregeling ( opting-out stelsel ) 20. Hoewel verdedigd kan worden dat de (eind)afnemer van een reis niet de reiziger hoeft te zijn, blijkt dat voornoemde lidstaten slechts in de zogeheten B2Bverhoudingen, bij leveringen aan ondernemers, reizen uitsluiten van de reisbureauregeling. Een niet als ondernemer kwalificerende eindafnemer (B2Cverhouding) die een reis afneemt ten behoeve van een andere natuurlijke persoon wordt in alle lidstaten aangemerkt als reiziger De reiziger op grond van de ratio van de reisbureauregeling In de jurisprudentie is beslist dat de reisbureauregeling als uitzondering op de algemene regels betreffende de heffingsmaatstaf alleen mag worden toegepast voor zover noodzakelijk voor de verwezenlijking van de doelstelling 21. De doelstelling van de reisbureauregeling kan echter in strijd zijn met een strikte uitleg van het begrip reiziger en daarmee corresponderend de toepassing van de reisbureauregeling. De reisbureauregeling beoogt namelijk de praktische moeilijkheden en belemmeringen waarmee reisbureaus te maken zouden krijgen bij toepassing van de algemene btwregels te voorkomen 22. Daartoe voorziet de reisbureauregeling, zoals ook uiteengezet wordt in Hoofdstuk 4, in een heffing van btw evenals een vereenvoudigde aftrek in het land van vestiging 23. De hoedanigheid van de afnemer van een reisbureau zal in de regel losstaan van de omvang van de moeilijkheden en belemmeringen verbonden aan de toepassing van de reguliere btw-regels. De diensten die reisbureaus afnemen en verrichten zijn immers zowel in de B2B als in de B2C-verhoudingen onderworpen aan van de 19 Guides to European Taxation Volume IV: Value Added Taxation in Europe, Amsterdam: IBFD bijgehouden tot en met supplement no. 141, 2009, (losbl.), (Austria), aantekening 13.4, (Cyprus), aantekening 13.3 en (Germany), aantekening Guides to European Taxation Volume IV: Value Added Taxation in Europe, Amsterdam: IBFD bijgehouden tot en met supplement no. 141, 2009, (losbl.), (Sweden), aantekening 13.5 en Guides to European Taxation Volume IV: Value Added Taxation in Europe, 2010, (Romania), aantekening HvJ 9 december 2010, zaak C-31/10, Minerva Kulturreisen, r.o HvJ 12 november 1992, zaak C-163/91, Van Ginkel, r.o HvJ 19 juni 2003, zaak C-149/01, First Choice Holidays, r.o

10 hoofdregel afwijkende plaats van dienst -bepalingen 24. Daarnaast lijkt een onderscheid in de status van de afnemer en de fase van de handelsketen waarin de diensten worden verricht voor de toepassing van de reisbureauregeling in strijd te zijn met het neutraliteitsbeginsel en het objectieve karakter van de btw. Zoals wordt toegelicht in Hoofdstuk 5 kan de btw-druk op dezelfde handelingen in dezelfde lidstaat verschillen naargelang de reisbureauregeling toegepast wordt. Als vereenvoudigingsmaatregel moet de reisbureauregeling mijns inziens ruim toegepast worden. In dit verband moeten ook reishandelingen die aan (al dan niet als eindafnemer kwalificerende) ondernemers worden verkocht onder de reisbureauregeling vallen. Vergelijkbaar met de kwalificatie als reisbureau 25, zie ik de benoeming van de term reiziger in de reisbureauregeling slechts als middel ter omschrijving van de prestaties die onder de reisbureauregeling vallen. De kwalificatie als reishandelingen aan de reiziger in de zin van de reisbureauregeling moet dan ook plaatsvinden op grond van de aard van de verrichte prestaties en niet de status van de dienstverrichter of de afnemer Richtlijnconforme uitleg van reiziger door de Belastingdienst De wetgever heeft met de implementatie van de reisbureauregeling in Nederland beoogd de (eventuele) strijdigheid die op dit vlak aanwezig was met de Btw-richtlijn op te heffen 26. Bij dit wetgevingsproces heeft de wetgever echter, bij gebrek aan een definitie van (reishandelingen aan) de reiziger in de Europese jurisprudentie en de Btw-richtlijn, in de memorie van toelichting expliciet een eigen invulling gegeven aan het begrip reiziger 27. Het is nog onduidelijk in hoeverre een eventuele uitspraak van het HvJ waaruit zou kunnen volgen dat de (reishandelingen aan de) reiziger voor de reisbureauregeling niet gelijk is aan de definitie die de Nederlandse wetgever voorstaat, aan belastingplichtigen kan worden tegengeworpen. Aangezien de invulling van reiziger door de Nederlandse wetgever niet gebaseerd is op Europese jurisprudentie en de Btw-richtlijn, kan een richtlijnconforme uitleg van het begrip reiziger slechts ten gunste van belastingplichtigen plaatsvinden. In de bedoeling van de wetgever om middels de invoering van de reisbureauregeling de vermeende strijdigheid met de Btw-richtlijn ongedaan te maken, kan niet zonder meer een richtlijnconforme invulling van de reiziger aanwezig worden geacht. Door een eigen invulling te geven aan de reiziger heeft de Nederlandse wetgever gekozen om een eigen uitvoering te geven aan de Nederlandse wettelijke regeling. Daarbij kunnen belastingplichtigen ook als de Richtlijnbepalingen naar behoren zijn omgezet in nationale wetgeving zich op de Btw-richtlijn beroepen als deze wettelijke regeling niet richtlijnconform wordt toegepast Onder meer artikel 47 Btw-richtlijn voor de verstrekking van accommodatie in het hotelbedrijf of vergelijkbare sectoren, artikel 48 Btw-richtlijn voor het personenvervoer, artikel 53 Btw-richtlijn voor culturele en vermakelijkheidsdiensten, artikel 55 en 57 Btw-richtlijn voor restaurant- en cateringdiensten en artikel 56 Btw-richtlijn voor kortdurende verhuur van vervoermiddelen. 25 Zie ook paragraaf Kamerstukken II 2010/11, , nr. 3, p. 14 (MvT). 27 Kamerstukken II 2010/11, , nr. 3, p. 34 (MvT). 28 HvJ 11 juli 2002, zaak C-62/00, Marks & Spencer, r.o

11 Een richtlijnconforme uitleg van reiziger door de Belastingdienst die afwijkt van de definitie die door de Nederlandse wetgever is gegeven acht ik daarentegen, als een indirecte vorm van een beroep op de Btw-richtlijn, niet toegestaan. Zoals in het Marshall -arrest immers is beslist kan een richtlijnbepaling als zodanig niet tegenover een belastingplichtige worden ingeroepen 29. Bovendien verhoudt een (retrospectieve) aansluiting bij een communautaire uitleg van reiziger die afwijkt van de invulling door de Nederlandse wetgever zich slecht met het legaliteitsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. De heffing van btw middels de Nederlandse reisbureauregeling moet voor belastingplichtigen immers bekend en voorzienbaar zijn op het tijdstip van verschuldigdheid van de btw. Belastingplichtigen moeten kunnen uitgaan van het begrip reiziger zoals uitgelegd door de Nederlandse wetgever. 2.4 Conclusie Het belastingsubject voor de reisbureauregeling is iedere ondernemer die prestaties verricht die naar hun aard kenmerkend zijn voor een reisbureau c.q. een reisorganisator. Het reisbureau (in materiële zin) moet daarbij reishandelingen aan de reiziger verrichten. Voor de Nederlandse reisbureauregeling kwalificeert elke eindafnemer van een reishandeling als reiziger. In lijn met het standpunt van de Europese Commissie worden afnemers die reizen inkopen om deze te verkopen aan de uiteindelijke eindafnemer in Nederland dan ook niet als reiziger aangemerkt. Uitgaande van het spraakgebruik kan verdedigd worden dat de (eind)afnemer van een reis niet de reiziger is. Dit zou inhouden dat de reisbureauregeling slechts toepassing kan vinden bij verkopen aan het individu dat daadwerkelijk reist. Het karakter van de reisbureauregeling als vereenvoudigingsmaatregel staat echter een ruime reikwijdte van deze bijzondere regeling voor. De benoeming van de reiziger in de reisbureauregeling dient slechts als middel ter omschrijving van de prestaties die onder de reisbureauregeling vallen. De kwalificatie als reishandelingen aan de reiziger in de zin van de reisbureauregeling moet dan ook plaatsvinden op grond van de aard van de verrichte prestaties. Een uitleg van reiziger door HvJ die van de Nederlandse definitie afwijkt, zou door de Belastingdienst niet tegengeworpen moeten kunnen worden aan belastingplichtigen. Een richtlijnconforme uitleg van reiziger door de Belastingdienst ten nadele van een belastingplichtige is als indirect beroep op de Btw-richtlijn niet toegestaan. Bovendien dient de Belastingdienst op grond van het legaliteitsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel zich te houden aan de definitie van reiziger die de Nederlandse wetgever heeft gegeven. 29 HvJ 26 februari 1986, zaak 152/84, Marshall, r.o

12 Hoofdstuk 3 Het belastingobject De reisbureauregeling vindt slechts toepassing op de handelingen van een reisbureau voor zover voor de totstandbrenging van de reizen gebruik wordt gemaakt van leveringen van goederen en diensten van andere ondernemers 30. De Nederlandse wetgever is voor de vaststelling van het belastingobject nauw aangesloten bij de Btw-richtlijn. In het Madgett en Baldwin -arrest is door het HvJ bevestigd dat het bereik van de reisbureauregeling beperkt is tot de reishandelingen die een reisbureau van derden betrekt 31. De reishandelingen die een reisbureau inkoopt moeten dan ook afgebakend worden van de overige handelingen. Handelingen die geen reishandelingen zijn evenals de eigen prestaties vallen immers buiten het bereik van de reisbureauregeling. 3.1 Handelingen die kenmerkend zijn voor reisbureaus Zoals aangegeven in paragraaf 2.1 vindt de reisbureauregeling toepassing op handelingen die kenmerkend zijn voor een reisbureau 32. Het aanbieden van vervoer van en naar de reisbestemming evenals het aanbieden van accommodatie zijn, als reisdiensten, handelingen die kenmerkend zijn voor reisbureaus. In Van Ginkel is beslist dat ook als accommodatie zonder vervoer wordt verstrekt sprake kan zijn van een aan de reisbureauregeling onderworpen reisdienst. Op vergelijkbare wijze zal het vervoer van reizigers zonder accommodatie ook een reisdienst kunnen zijn die onder de reisbureauregeling valt. In Minerva Kulturreisen 33 is beslist dat een prestatie van een reisbureau slechts in aanmerking komt voor toepassing van de reisbureauregeling als deze prestatie gericht is op de totstandbrenging van een reis. Prestaties die niet gepaard gaan met reisdiensten, met name op het gebied van vervoer en accommodatie, kunnen niet binnen de werkingssfeer van de reisbureauregeling vallen. De belanghebbende, Minerva Kulturreisen, kon daarom de reisbureauregeling niet toepassen op de losse doorverkoop van operakaartjes die niet gepaard ging met een reisdienst. Uit het Minerva Kulturreisen -arrest volgt dat de doorverkoop van operakaartjes die plaatsvindt in het kader van een reisprestatie van dezelfde ondernemer wel onderworpen is aan de reisbureauregeling. De in de feiten van het hoofdgeding weergegeven toepassing van de reisbureauregeling op deze verkopen wordt in de uitspraak immers niet tegengesproken door het HvJ. Uit deze uitspraak volgt ook impliciet dat een verband met een reisdienst aangeboden door een andere ondernemer niet voldoende is voor toepassing van de reisbureauregeling. Dat de ingekochte operakaartjes door Minerva Kulturreisen (deels) werden doorverkocht aan andere reisbureaus die deze operakaartjes naar ik aanneem mogelijk wel gebruikten voor de totstandbrenging van een reis betrekt het HvJ immers niet in zijn oordeel dat de reisbureauregeling geen toepassing vindt. Voor opname van een prestatie in de 30 Artikel 28z Wet OB en 306 Btw-richtlijn. 31 HvJ 22 oktober 1998, zaken C-308/96 en C-94/97, Madgett/Baldwin, r.o HvJ 12 november 1992, zaak C-163/91, Van Ginkel, HvJ 22 oktober 1998, zaken 308/96 en C- 94/97, Madgett en Baldwin en HvJ 13 oktober 2005, zaak C-2004/04, ISt. 33 HvJ 9 december 2010, zaak C-31/10, Minerva Kulturreisen. 12

13 reisbureauregeling dient dan ook een verband te zijn met de totstandkoming van een door dezelfde ondernemer aangeboden reis(dienst) 34. In Madgett en Baldwin viel de verzorging van busvervoer tussen de plaats van accommodatie en afgelegen verzamelpunten evenals het aanbieden van busexcursies wel onder de reisbureauregeling. Deze prestaties van hotelexploitant Madgett en Baldwin werden dan ook verricht in het kader van de verstrekking van hotelaccommodatie. Het staat niet vast of het taalonderwijs dat bij een taalreis wordt verstrekt ook een reisdienst is die onderworpen kan zijn aan de reisbureauregeling. In de overwegingen bij het ISt -arrest worden de prestaties die verband houden met de taalopleiding door het HvJ telkens als afzonderlijk prestaties, naast de reisprestaties, aangemerkt 35. Ingaand op de opmerking van de Duitse regering dat de reisbureauregeling geen toepassing kan vinden op vrijgestelde onderwijsverrichtingen, overweegt het HvJ vervolgens echter dat de toepassing van de reisbureauregeling niet is uitgesloten voor verrichtingen die vrijgesteld van btw zijn ingekocht 36. In het dictum bij deze zaak wordt verklaard dat de reisbureauregeling van toepassing is op de organisator van taalreizen en buitenlandse studieverblijven die voor het verblijf in het buitenland gebruik maakt van diensten van andere ondernemers. Gelet op de expliciete aansluiting van het HvJ bij het verblijf in het buitenland, en niet de gehele taalreis, zijn onderwijsverrichtingen op zichzelf geen reisdiensten. Mede gelet op Minerva Kulturreisen zullen onderwijsverrichtingen echter onder de reisbureauregeling vallen als deze gericht zijn op het tot stand brengen van een door hetzelfde reisbureau aangeboden reis. Verzekeringen die een reisbureau aan een reiziger aanbiedt zijn naar hun aard ook geen reisdiensten en vallen in beginsel buiten het bereik van de reisbureauregeling. Een verzekering kan wel verband houden met een aangeboden reisprestatie en uit dien hoofde onder de reisbureauregeling vallen. Voor toepassing van de reisbureauregeling zal het reisbureau dan niet slechts (btw-vrijgesteld) moeten bemiddelen bij het aangaan van de verzekering, maar de betrokken verzekering moeten inkopen en op eigen naam verkopen aan de reiziger. Overigens worden de verzekeringskosten in Nederland ook dan bij fictie geacht geen onderdeel te zijn van de vergoeding die het reisbureau voor zijn reishandelingen ontvangt, als het reisbureau deze verzekeringskosten aan een andere ondernemer moet voldoen en deze verzekeringskosten afzonderlijk in rekening worden gebracht 37. Deze fictiebepaling is ruimer dan de correspondeerde Richtlijnbepaling 38 die enkel doorlopende posten uitsluit van de heffingsmaatstaf. 3.2 Combinatie van prestaties De jurisprudentie betreffende combinaties van prestaties is ook van toepassing onder de reisbureauregeling 39. In Madgett en Baldwin was, voor het CPP -arrest 40, dat 34 HvJ 22 oktober 1998, zaken C-308/96 en C-94/97, Madgett/Baldwin, r.o HvJ 13 oktober 2005, zaak C-2004/04, ISt, r.o HvJ 13 oktober 2005, zaak C-2004/04, ISt, r.o Artikel 4, lid 1, onderdeel b Uitvoeringsbesluit OB. 38 Artikel 79, lid c Btw-richtlijn jo. 306, lid 1 Btw-richtlijn. 39 Kamerstukken II 2010/11, , nr. 3, p. 34 (MvT). 40 HvJ 25 februari 1999, zaak C-349/96, CPP. 13

14 een zelfde strekking heeft, geoordeeld dat prestaties van louter bijkomstige aard ten opzichte van een hoofdprestatie opgaan in deze hoofdprestatie. Hierdoor zullen van derden betrokken handelingen die opgaan in eigen prestaties niet belast zijn volgens de reisbureauregeling 41. De invulling of een prestatie bijkomstig is, werd in zowel Madgett en Baldwin als in de ISt -zaak 42 gebaseerd op de prijsverhoudingen tussen de verschillende onderdelen. Uitgaande van ISt zijn slechts marginale componenten bijkomstige prestaties. In Madgett en Baldwin werd op basis van deze toets geoordeeld dat het busvervoer niet op kon gaan in de verstrekte hotelaccommodatie. Ook in ISt ging het passagiersvervoer c.q. het verblijf op grond van de marginale componenten-toets niet op in het talenonderwijs. In recentere Europese jurisprudentie betreffende gecombineerde prestaties, waaronder Don Bosco en Levob 43, lijken de prijsverhoudingen minder van belang voor de beoordeling of handelingen één prestatie vormen. De toets of objectief gezien sprake is van één prestatie dient te worden gemaakt aan de hand van alle omstandigheden, waarbij het economische doel van de prestaties voor de modale consument een bepalende rol lijkt te spelen. Voor vele reisprestaties kan dit veelal inhouden dat de verschillende afzonderlijke elementen opgaan in één hoofdprestatie, zijnde een sui generis dienst die als eigen prestatie van het reisbureau niet onderworpen is aan de reisbureauregeling. De modale consument die een pakketreis boekt zal de verschillende elementen van een pakketreis immers doorgaans als één totaaldienst, te weten een reisvakantie, ervaren. De afzonderlijke handelingen strekken er in dat kader enkel toe om de reis aantrekkelijk en mogelijk te maken. Sprekend hiervoor is dat een vakantiereis, opgebouwd uit verscheidene componenten, in de regel het object van de reisovereenkomst is. De spiegelbeeldsituatie zou zich ook voor kunnen doen. Als de eigen prestaties opgaan in de ingekochte reisdiensten, dan volgen deze eigen prestaties het btwregime van de hoofdprestatie. De reisbureauregeling vindt dan toepassing op deze ingekochte prestaties. Gedacht kan worden aan de situatie waarin een reisbureau een volledig samengestelde pakketreis inkoopt van een derde en de eigen prestatie enkel bestaat uit de niet noemenswaardige administratieve handelingen, zoals de gegevens van de reiziger in de boeking opnemen. 3.3 Splitsing totaalvergoeding bij zelfstandige prestaties Als een combinatie van prestaties voor btw-doeleinden niet één prestatie vormt, dan zal het btw-regime dat van toepassing is op de zelfstandige prestaties afzonderlijk moeten worden bepaald. In situaties waar een totaalvergoeding wordt ontvangen voor zowel prestaties die belast zijn volgens de reisbureauregeling als prestaties die niet onderworpen zijn aan de reisbureauregeling zal daarom een toerekening van de vergoeding aan elk van de zelfstandige prestaties moeten plaatshebben. 41 HvJ 22 oktober 1998, zaken C-308/96 en C-94/97, Madgett en Baldwin, r.o HvJ 13 oktober 2005, zaak C-2004/04, ISt, r.o HvJ 19 november 2009, zaak C-461/08, Don Bosco en HvJ 27 oktober 2005, zaak C-41/04, Levob. 14

15 De splitsing van het gedeelte van de vergoeding toerekenbaar aan de eigen prestaties moet plaatshebben op basis van de marktwaarde van soortgelijke prestaties 44. Ook de toerekening van de vergoeding aan overige prestaties die niet onderworpen zijn aan de reisbureauregeling 45 moet naar mijn mening geschieden op basis van de marktwaarde van soortgelijke prestaties. Het reisbureau mag de splitsing van de vergoeding echter ook baseren op de werkelijke kosten als wordt bewezen dat de methode van de werkelijke kosten de reële samenstelling van de combinatie van prestaties getrouw weergeeft. Bij toepassing van de methode van werkelijke kosten moet als uitgangspunt de historische kostprijs worden genomen 46. Als de kosten echter in betekende mate zijn gebaseerd op kostenniveaus in verschillende periodes, dient de splitsing van de vergoeding plaats te vinden op basis van de geactualiseerde kostprijs. De betaalde prijzen moeten dan geactualiseerd worden naar het tijdstip van de verrichting van de reisprestatie. Bij de kostenberekening moet ook rekening worden gehouden met een redelijke beloning ter zake van het vermogensbeslag en met een redelijk ondernemersloon. 3.4 Conclusie De reisbureauregeling vindt slechts toepassing op de handelingen van een reisbureau voor zover voor de totstandbrenging van de reizen gebruik wordt gemaakt van goederenleveringen en diensten van andere ondernemers. Deze handelingen moeten kenmerkend zijn voor een reisbureau. Te denken valt aan reisdiensten, met name het aanbieden van vervoer van en naar de reisbestemming evenals het aanbieden van accommodatie. Overige prestaties komen ook voor toepassing van de reisbureauregeling in aanmerking als deze gericht zijn op de totstandbrenging van een reis. Daarbij vallen verzekeringen die een reisbureau inkoopt en op eigen naam doorverkoopt aan de reiziger in Nederland, anders dan de Europese reisbureauregeling, buiten de maatstaf van heffing, mits deze verzekeringskosten afzonderlijk in rekening zijn gebracht. Voor het overige is het belastingobject in de Nederlandse reisbureauregeling gelijk aan het belastingobject in de Btw-richtlijn. De jurisprudentie omtrent combinaties van prestaties is ook van toepassing bij de reisbureauregeling. Ingekochte (reis)handelingen die opgaan in de eigen prestaties vallen buiten de reikwijdte van de reisbureauregeling. In situaties waarin de modale consument een pakketreis als één totaaldienst ervaart, zal de reisbureauregeling niet van toepassing zijn. Andersom zullen de eigen prestaties die opgaan in de ingekochte reisprestaties belast zijn volgens de reisbureauregeling. Als een totaalvergoeding wordt ontvangen voor zowel prestaties onderworpen aan de reisbureauregeling als prestaties die volgens de reguliere regels belast zijn, zal toerekening van de vergoeding aan de prestaties die niet onderworpen zijn aan de reisbureauregeling moeten plaatsvinden uitgaande van de marktwaarde van soortgelijke prestaties, dan wel de methode van werkelijke kosten als de kosten de reële samenstelling van de combinatie van prestaties getrouw weergeeft. 44 HvJ 6 oktober 2005, zaak C-291/03, MyTravel. 45 Te denken valt aan handelingen die geen reisdiensten zijn en ook niet gericht zijn op de totstandbrenging van een reis of handelingen die uitgesloten zijn uit de maatstaf van heffing voor de reisbureauregeling. Zie ook paragraaf HR 23 februari 2007, nr , BNB 2008/2, r.o

16 Hoofdstuk 4 De wijze van heffing De handelingen die onder de reisbureauregeling vallen, worden bij fictie aangemerkt als één samengestelde dienst 47. Deze dienst is voor btw-doeleinden belastbaar in het land waar de verkoper is gevestigd, ofwel een vaste inrichting heeft van waaruit de dienst is verricht aan de reiziger. 4.1 De winstmarge De winstmarge vormt de maatstaf van heffing van diensten die onderworpen zijn aan de reisbureauregeling 48. De winstmarge voor de reisbureauregeling is het verschil tussen het totale bedrag dat de reiziger moet betalen exclusief btw en de werkelijk door het reisbureau gemaakte kosten van goederenleveringen en diensten van andere belastingplichtigen. De in de winstmargeberekening op te nemen kosten zijn inclusief eventuele btw 49. In lijn hiermee vormen ook andere belastingen en heffingen op ingekochte handelingen een bestanddeel van de kostprijs voor de bepaling van de winstmarge. In de Nederlandse reisbureauregeling wordt de term vergoeding gebruikt in plaats van het totale bedrag dat de reiziger moet betalen. Met deze afwijkende terminologie is geen afwijking van de Btw-richtlijn beoogd 50. In lijn hiermee is in First Choice Holidays geoordeeld dat, conform de reguliere btw-regels, de heffingsmaatstaf voor de reisbureauregeling al hetgeen omvat dat als tegenprestatie voor de verrichte dienst wordt ontvangen 51. Onder maatstaf van heffing vallen daarom ook betalingen door derden die rechtstreeks verband houden met de verrichte dienst. Voor opname van kosten van ingekochte handelingen in de winstmargeberekening is vereist dat deze handelingen de reiziger rechtstreeks ten goede komen. De Nederlandse wetgever lijkt daarbij enkel de kosten van ingekochte handelingen die te identificeren zijn als een bestanddeel van de aangeboden pakketreis aan te merken als rechtstreeks ten goede komend aan de reiziger 52. Te denken valt aan de kosten van accommodatie, vervoer en excursies. Daarentegen zouden kosten voor inventaris, afschrijvingen en personeel de winstmarge niet verlagen. In de jurisprudentie is nog niet uitgemaakt welke handelingen de reiziger rechtstreeks ten goede komen. Aangezien met de heffing over de marge in het bijzonder een vereenvoudigde aftrek van de voorbelasting in de lidstaat van vestiging wordt beoogd 53, moet voor de invulling van de handelingen die de reiziger rechtstreeks ten goede komen aangesloten worden bij de jurisprudentie betreffende het aftrekrecht. Dit zou inhouden dat handelingen rechtstreeks ten goede komen aan de reiziger wanneer een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat met een of meer 47 Artikel 28za Wet OB en artikel 307 Btw-richtlijn. 48 Artikel 28zb Wet OB en artikel 308 Btw-richtlijn. 49 HvJ 19 juni 2003, zaak C-149/01, First Choice Holidays, r.o Kamerstukken II 2010/11, , nr. 3, p. 36 (MvT). 51 HvJ 19 juni 2003, zaak C-149/01, First Choice Holidays, r.o Kamerstukken II 2010/11, , nr. 3, p. 36 (MvT). 53 Onder meer HvJ 19 juni 2003, zaak C-149/01, First Choice Holidays, r.o

17 handelingen in een later stadium 54. Dit veronderstelt dat de gedane uitgaven zijn opgenomen in de prijs van de handelingen in een later stadium. De vaststelling of kosten een bestanddeel zijn van de prijs die de reiziger betaalt moet daarbij niet te strikt worden uitgelegd 55. Deze beoordeling dient mijns inziens naar de aard en de functie van de kosten gemaakt te worden. Het voorgaande heeft als gevolg dat ook de kosten van handelingen die niet toerekenbaar zijn aan een specifieke verrichte dienst, maar die uitsluitend toerekenbaar zijn aan (meerdere) verrichte diensten die onderworpen zijn aan de reisbureauregeling, een component van de winstmargeberekening vormen. Hierdoor kunnen mijns inziens ook kosten voor inventaris, afschrijvingen en personeel de winstmarge voor de reisbureauregeling verlagen, wanneer deze kosten slechts toerekenbaar zijn aan diensten onderworpen aan de reisbureauregeling. De ingekochte handelingen die niet (volledig) toerekenbaar zijn aan verrichte diensten onderworpen aan de reisbureauregeling, vallen buiten de winstmargeberekening. De voorbelasting op deze ingekochte handeling komt, zoals aangegeven in paragraaf 4.2, voor reguliere aftrek in aanmerking. Hoewel de reisbureauregeling bedoeld is als vereenvoudigingsmaatregel kan de toerekening van kosten aan een specifieke dienst en in dat kader de bepaling van de maatstaf van heffing lastig blijken. In verscheidene lidstaten, waaronder België en Zweden, kan daarom voor de maatstaf van heffing gekozen worden voor aansluiting bij een vast percentage van de transactieprijs 56. De Nederlandse reisbureauregeling is niet voorzien in een keuzemogelijkheid voor een forfaitaire vaststelling van de maatstaf van heffing. Een dergelijke forfaitaire berekening van de winstmarge wordt ook niet voorgeschreven door de Btw-richtlijn. Bovendien wordt een gedeelte van de problematiek van de toerekening van kosten aan uitgaande diensten in Nederland ondervangen door de in paragraaf 4.4 beschreven globalisatieregeling. 4.2 Het recht op aftrek onder de reisbureauregeling De btw die aan het reisbureau in rekening wordt gebracht voor handelingen die deel uitmaken van de winstmargeberekening voor de reisbureauregeling kan niet worden afgetrokken of worden teruggegeven 57. De btw op kosten die geen component zijn van de winstmarge voor de reisbureauregeling komt volgens de gebruikelijke btwregels voor aftrek of teruggaaf in aanmerking Niet in rekening gebrachte voorbelasting Naar de letter van de reisbureauregeling is de voorbelasting die niet aan het reisbureau in rekening is gebracht niet van aftrek of teruggaaf uitgesloten. Hierbij valt 54 HvJ 29 oktober 2009, zaak C-29/08, AB SKF, r.o Zie ook conclusie A-G Van Hilten HR 5 oktober 2010, nr bis, r.o ten aanzien van de toerekening van kosten aan een aandelenverkoop. 56 Guides to European Taxation Volume IV: Value Added Taxation in Europe, Amsterdam: IBFD bijgehouden tot en met supplement no. 141, 2009, (losbl.), (Sweden), aantekening 13.5 en (Belgium), aantekening Artikel 28ze Wet OB en artikel 310 Btw-richtlijn. 58 Kamerstukken II 2010/11, , nr. 3, p. 36 (MvT). 17

18 te denken aan de btw die verlegd is naar het reisbureau bij inkopen van diensten uit het buitenland, aan de verschuldigde verlegde btw bij inkoop van goederen in Nederland van buitenlandse ondernemers en de btw die het reisbureau moet aangeven bij invoer en intracommunautaire verwervingen van goederen. De voorbelasting drukkend op handelingen die onder de reisbureauregeling vallen dient, zoals aangegeven in paragraaf 4.1, opgenomen te worden in de winstmargeberekening. Uitsluiting van deze kosten uit de reisbureauregeling acht ik in strijd met het neutraliteitsbeginsel omdat dit, zoals blijkt uit paragraaf 5.2, (ook in nationale situaties) kan leiden tot een verschil in toepasselijk btw-tariefregime op de doorverkoop van de prestaties door het reisbureau. Naar de ratio van de reisbureauregeling, te weten een vereenvoudigde aftrek te realiseren middels een heffing over de marge, kan naar mijn mening echter geen aftrek dan wel teruggaaf worden verleend voor de btw die het reisbureau zelf verschuldigd was op de inkopen die deel uitmaken van de winstmargeberekening voor de reisbureauregeling. Een dubbele verrekening van de voorbelasting op deze kosten zou immers tot een onrechtvaardig voordeel voor reisbureaus leiden Reikwijdte aftrekuitsluiting reisbureauregeling De voorbelasting toerekenbaar aan diensten die onderworpen zijn aan de reisbureauregeling is formeel niet aftrekbaar. Gelet op de vereenvoudigde aftrek die wordt genoten middels de heffing over de winstmarge moeten deze diensten voor de overige wettelijke bepalingen naar mijn mening als aftrekgerechtigde prestaties worden aangemerkt. Bij gebruik van een onroerende zaak voor diensten onderworpen aan de reisbureauregeling kan een reisbureau in Nederland dan ook opteren voor btw-heffing ter zake van de levering of de verhuur van deze onroerende zaak 59. In dezelfde zin moeten diensten onderworpen aan de reisbureauregeling voor de berekening van het aftrekrecht van btw op kosten die gemengd gebruikt worden voor aftrekgerechtigde als niet-aftrekgerechtigde prestaties, zoals bedoeld in artikel 15, lid 6 Wet OB, als aftrekgerechtigde prestaties worden aangemerkt. Hierbij merk ik op dat bij toepassing van de reisbureauregeling de marge weliswaar de heffingsmaatstaf vormt, maar dat ex artikel 11, lid 1, onderdeel c Uitvoeringsbeschikking OB de vergoeding behaald met de diensten onderworpen aan de reisbureauregeling opgenomen wordt in de calculatie van het aftrekrecht Bijzondere aftrekuitsluitingen en de reisbureauregeling De Nederlandse btw-regelgeving kent verscheidene bijzondere aftrekuitsluitingen van btw op voornamelijk kosten met een consumptief karakter. Te denken valt aan de in het BUA opgenomen uitsluitingen bij (onder meer) privégebruik en bij verstrekkingen van relatiegeschenken alsmede de in artikel 15, lid 5 Wet OB opgenomen uitsluiting bij verstrekkingen van voedsel en drinken voor consumptie in een horecaonderneming. Aangezien bij toepassing van de reisbureauregeling 59 Artikel 11, lid 1, onderdeel a, ten tweede Wet OB en artikel 11, lid 1, onderdeel b, ten vijfde Wet OB. 18

19 formeel geen sprake is van aftrek van voorbelasting, kunnen de bijzondere aftrekuitsluitingen geen toepassing vinden op componenten van de winstmarge onder de reisbureauregeling. Bij de aftrekuitsluitingen zie ik geen basis voor een correctie van de verrekende btw uitgaande van het doel van de aftrekuitsluiting, omdat deze op overgangsbepalingen in de Btw-richtlijn 60 gebaseerde regelgeving een uitzondering is op het reguliere btwsysteem en daarom strikt moet worden uitgelegd. Bovendien is, zoals nader wordt toegelicht in paragraaf 5.2, in het Commissie / Duitsland -arrest 61 geoordeeld dat de reisbureauregeling niet gedeeltelijk omgezet kan worden en daarom bij de invoering van de reisbureauregeling de eventuele oude op overgangsbepalingen gebaseerde regelgeving komt te vervallen. Bij toepassing van de reisbureauregeling kan de voorbelasting op verstrekkingen van voedsel en drinken in de horeca daarom (middels opname in de reisbureauregeling) worden verrekend. Ook de aftrekcorrecties uit hoofde van het BUA blijven achterwege op ingekochte prestaties toerekenbaar aan diensten onderworpen aan de reisbureauregeling. De vraag of het BUA van toepassing is zal overigens vooral aan de orde komen als ook handelingen die uitsluitend toerekenbaar zijn aan meerdere verrichte diensten die onderworpen zijn aan de reisbureauregeling een component van de winstmargeberekening vormen 62. Een correctie van de verrekende btw middels het aanwezig achten van een fictieve prestatie lijkt op grond van de wettelijke bepaling evenmin mogelijk 63. Daarvoor wordt immers ook vereist dat de voorbelasting in aftrek is gebracht. Op basis van de ratio van de fictieve prestaties, te weten het verhinderen dat geen btw wordt betaald bij een onttrekking van goederen voor privé-doeleinden 64, zal ter zake van het privégebruik van componenten in de winstmargeberekening mogelijk wel een correctie van de verrekende btw plaatsvinden middels de heffing van btw over een fictieve prestatie. 4.3 Negatieve winstmarges Bij verkopen van goederen en diensten met verlies kunnen bij toepassing van de reisbureauregeling negatieve winstmarges optreden. De btw-component in negatieve winstmarges dient naar mijn mening onder de reisbureauregeling te worden verrekend of teruggegeven, aangezien deze btw-component strikt genomen geen voorbelasting op ingekochte handelingen vormt en daarom niet is uitgesloten van teruggaaf. De btw-component in een negatieve marge vormt namelijk het saldo van verschuldigde en aftrekbare btw. Bij een reguliere toepassing van de btw-regels zou dit saldo zijn opgenomen in Box 5c/5g van de btw-aangifte. Conform artikel 183 Btwrichtlijn kan dit saldo naar een volgend tijdvak worden overgebracht of worden teruggegeven. Hier vloeit uit voort dat toekenning van een teruggaafbeschikking voor 60 Artikel 176 Btw-richtlijn. 61 HvJ 27 oktober 1992, zaak C-74/91, Commissie / Duitsland, r.o. 15 en Zie ook paragraaf Artikel 3, lid 3, onderdeel a Wet OB en artikel 4, lid 2, onderdeel a Wet OB. 64 HvJ 20 januari 2005, zaak C-412/03, Hotel Scandic Gåsabäck AB, r.o

20 voornoemd saldo aan btw niet hetzelfde is als een aftrek of (bij buitenlandse ondernemers:) teruggaaf verlenen van de voorbelasting. De ratio van de reisbureauregeling steunt eveneens de verrekening en teruggaaf van de btw-component in negatieve winstmarges. De reisbureauregeling staat geen reguliere aftrek en teruggaaf van voorbelasting toe, omdat een vereenvoudigde aftrek in de lidstaat van vestiging wordt geacht plaats te vinden door de heffing over de winstmarge. Als deze vereenvoudigde aftrek echter niet volledig gematerialiseerd kan worden, zoals bij verliesgevende verkopen, moet het niet gematerialiseerde gedeelte van de aftrekbare voorbelasting alsnog teruggegeven worden aan het reisbureau. In dit kader is in het arrest Commissie / Ierland reeds overwogen dat de (feitelijke) compensatie van negatieve marges bij verkopen met verlies uit het btwstelsel volgen 65. De zaak Commissie / Ierland betrof een bijzondere margeregeling die in Ierland op basis van de (toenmalige overgangsmaatregel van artikel 32 Zesde Richtlijn) werd toegepast bij de aankoop van een nieuwe auto tegen inruil van een gebruikte auto. De maatstaf van heffing ter zake van de verkoop van de nieuwe auto werd verminderd met de inruilwaarde van de gebruikte auto. De Europese Commissie was van mening dat de Ierse regeling in strijd was met de Zesde Richtlijn onder meer omdat door de vermindering van de heffingsmaatstaf met de gehele inruilprijs, bij een lagere wederverkoopprijs dan de inruilprijs, de btw op negatieve marges feitelijk gecompenseerd werden. Het HvJ oordeelde echter dat de Ierse regeling niet in strijd was met de Zesde Richtlijn. In dezelfde zin is uitsluiting van een verrekening of teruggaaf van de btw-component in negatieve marges ook strijdig met de fundamentele beginselen van het btw-stelsel. Doordat het reisbureau dan niet geheel ontlast wordt van de drukkende voorbelasting wordt de neutraliteit van de belastingdruk niet eerbiedigt. Het gevaar bestaat dan immers dat de heffing van btw niet in verhouding staat tot de vergoeding dan wel dat deze plaatsvindt tegen een hoger btw-tarief dan formeel is toegestaan. De Nederlandse wetgever lijkt een verplichte teruggaaf van de btw-component in negatieve winstmarges echter niet te steunen, getuige de invoering van de verrekeningsmethode bij toepassing van de, in de onderstaande paragraaf, beschreven globalisatieregeling. 4.4 De globalisatieregeling Het reisbureau heeft in Nederland de keuze om de winstmarge te berekenen per reis dan wel per aangiftetijdvak 66. De gemaakte keuze moet blijken uit de administratie van de ondernemer. Onderstaand wordt de toepassing van de zogeheten globalisatieregeling, waarbij gekozen is voor verschuldigdheid van btw over de winstmarge in een aangiftetijdvak, toegelicht Winstmarge op tijdvakbasis Toepassing van de globalisatieregeling leidt tot een vermindering van de administratieve lasten voor het reisbureau. Het reisbureau hoeft immers niet de 65 HvJ 10 juli 1985, zaak 17/84, Commissie / Ierland. 66 Artikel 28zb Wet OB. 20

Btw-vrij reizen in Nederland, het kan echt!

Btw-vrij reizen in Nederland, het kan echt! Btw-vrij reizen in Nederland, het kan echt! Door mr. J.P. Hulshof * 20 Op 15 mei 2009 heeft de HR uitspraak gedaan in een aantal vergelijkbare zaken over buitenlandse reisbureaus die reizen organiseerden

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1 Een systematiek voor het oplossen van btw-problemen

HOOFDSTUK 1 Een systematiek voor het oplossen van btw-problemen HOOFDSTUK 1 Een systematiek voor het oplossen van btw-problemen De wijze waarop internationale transacties in de heffing van btw worden betrokken, wordt bepaald door de systematiek van de btw-wetgeving.

Nadere informatie

Scriptie Fiscale Economie. Een onderzoek naar de reisbureauregeling: Is de eindbestemming in zicht?

Scriptie Fiscale Economie. Een onderzoek naar de reisbureauregeling: Is de eindbestemming in zicht? Scriptie Fiscale Economie Een onderzoek naar de reisbureauregeling: Is de eindbestemming in zicht? Naam: T.J. Neijzen Administratienummer: 328689 Opleiding: Master Fiscale Economie - Accent Indirecte Belastingen

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 22215 1 augustus 2014 Omzetbelasting. Reisbureauregeling 17 juli 2014 nr. BLKB 2014/645M. Belastingdienst/Directie Vaktechniek

Nadere informatie

april 2012 Nie i uw u be b slu l it i t re r is i bu b re r aur u e r gelin i g bt b w t pe p r r1 apr p i r l l2012

april 2012 Nie i uw u be b slu l it i t re r is i bu b re r aur u e r gelin i g bt b w t pe p r r1 apr p i r l l2012 april 2012 Nieuw besluit reisbureauregeling btw per 1 april 2012 Op 30 maart 2012 is een besluit 1 van de Staatssecretaris van Financiën gepubliceerd met een nadere toelichting op de nieuwe btwregels voor

Nadere informatie

WELKOM Do D i o ng n Bu B s u ine n ss amo m n o g n friend n s d

WELKOM Do D i o ng n Bu B s u ine n ss amo m n o g n friend n s d WELKOM Doing Business among friends De nieuwe (BTW) reisbureauregeling Mr. Ewoud Pranger BTW specialist bij CROP belastingadviseurs Ad van den Berg Werkzaam bij de Belastingdienst Amersfoort, 25 januari

Nadere informatie

MICE and Business Travel event

MICE and Business Travel event MICE and Business Travel event Btw-reisbureauregeling René van der Paardt Loyens & Loeff N.V./Erasmus Universiteit Rotterdam Programma Btw reisbureauregeling in kort bestek Wholesale Groepsreizen Dynamic

Nadere informatie

Handel in gebruikte goederen

Handel in gebruikte goederen Handel in gebruikte goederen Wanneer u (mede) handelt in gebruikte goederen kunt u voor de BTW de margeregeling toepassen. U betaalt dan BTW over de winstmarge en niet over de omzet. De margeregeling geldt

Nadere informatie

DUIDING VAN DE PROBLEMATIEK

DUIDING VAN DE PROBLEMATIEK Algemene Administratie van de Fiscaliteit Operationele Expertise en Ondersteuning Dienst BTW Belasting over de toegevoegde waarde Beslissing BTW nr. E.T.127.884 d.d. 05.10.2015 Reisbureaus Verzekeringen

Nadere informatie

ABC-transacties binnen de interne markt: geen koud kunstje

ABC-transacties binnen de interne markt: geen koud kunstje ABC-transacties binnen de interne markt: geen koud kunstje mr. I.M. Duinker; mr. P. de Kock 1 Met ingang van 1 januari 2012 zijn in de Wet op de omzetbelasting 1968 wijzigingen aangebracht in het kader

Nadere informatie

Hoorcollege 1: Inleiding

Hoorcollege 1: Inleiding Hoorcollege 1: Inleiding Datum: 9 november 2009 Studiestof: hoofdstuk 5 Drs. O.L. Mobach INLEIDING De omzetbelasting is vak dat altijd actueel is. In de Verenigde Staten is er op dit moment bijvoorbeeld

Nadere informatie

138 De Pensioenwereld in 2014

138 De Pensioenwereld in 2014 17 138 De Pensioenwereld in 2014 Beleggingen 139 EU-claims: geen grijs gedraaide plaat Auteurs: Susan Groot Koerkamp en Erwin Nijkeuter In de meeste Europese landen worden of werden buitenlandse pensioenfondsen

Nadere informatie

mr. T. (Ton) Verveer 4/15/2010

mr. T. (Ton) Verveer 4/15/2010 Btw en transport per 1 januari 2010 mr. C.F.C. C (Frank) Resseler mr. T. (Ton) Verveer 1 Btw in perspectief Btw en transport INHOUD Btw en met transport samenhangende diensten Bemiddeling Verhuur vrachtwagens

Nadere informatie

VRAAG 1 VRAAG 2. Intracommunautaire levering

VRAAG 1 VRAAG 2. Intracommunautaire levering VRAAG 1 Intracommunautaire levering Op grond van art. 12, lid 2, onderdeel a, 2 Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 is voor de toepassing van het nultarief voor intracommunautaire leveringen vereist

Nadere informatie

BTW bij handel in gebruikte goederen

BTW bij handel in gebruikte goederen BTW bij handel in gebruikte goederen De margeregeling Bent u een handelaar in gebruikte goederen, kunst, antiek of verzamelvoorwerpen? Dan kunt u gebruikmaken van de margeregeling. Volgens deze regeling

Nadere informatie

Aftrek en/of compensatie van btw definitief na verwerken factuur?

Aftrek en/of compensatie van btw definitief na verwerken factuur? Aftrek en/of compensatie van btw definitief na verwerken factuur? Onlangs heeft de rechtbank Arnhem uitspraak gedaan in een zaak waarbij de Belastingdienst een naheffingsaanslag omzetbelasting heeft opgelegd,

Nadere informatie

Btw bij handel in gebruikte goederen

Btw bij handel in gebruikte goederen De margeregeling Bent u een handelaar in, kunst, antiek of verzamelvoorwerpen? Dan kunt u gebruikmaken van de margeregeling. Volgens deze regeling berekent u de btw niet over uw omzet, maar over het verschil

Nadere informatie

De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning

De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning Hieronder wordt ingegaan op de fiscale consequenties van de aankoop en het bezit van een recreatiewoning die zodanig met de (onder)grond is verbonden

Nadere informatie

Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde / 19

Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde / 19 INHOUD Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde / 19 Inleiding / 19 Titel I Voorwerp en toepassingsgebied / 30 Titel II Geografisch toepassingsgebied

Nadere informatie

Vanaf 1 januari 2010 worden de basisregels inzake het bepalen van de plaats van een dienst grondig veranderd in het Btw-Wetboek 1.

Vanaf 1 januari 2010 worden de basisregels inzake het bepalen van de plaats van een dienst grondig veranderd in het Btw-Wetboek 1. Belasting over de toegevoegde waarde Wijzigingen betreffende de plaats van diensten en samenhangende verplichtingen vanaf 1 januari 2010 Belastingplichtige die enkel vrijgestelde handelingen verricht waarvoor

Nadere informatie

2. Betrokkenheid vaste inrichting bij diensten/facturatie 3. Moment van verschuldigdheid

2. Betrokkenheid vaste inrichting bij diensten/facturatie 3. Moment van verschuldigdheid 31 907 Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met de invoering van een nieuwe regeling voor de plaats van dienst voor de heffing van omzetbelasting, alsmede een nieuwe regeling voor

Nadere informatie

Incidenteel beroep in cassatie zaaknummer F 13/00282

Incidenteel beroep in cassatie zaaknummer F 13/00282 i Incidenteel beroep in cassatie zaaknummer F 13/00282 Edelhoogachtbaar College, De uitspraak van de Rechtbank te Arnhem van 6 december 2012, nr. 11 / 04103, betreft de X in geschil zijnde vraag of belanghebbende,

Nadere informatie

Meeuwsen Ten Hoopen. BTW / 1-4-2012: een nieuwe reisbureauregeling..(!)

Meeuwsen Ten Hoopen. BTW / 1-4-2012: een nieuwe reisbureauregeling..(!) Meeuwsen Ten Hoopen BTW / 1-4-2012: een nieuwe reisbureauregeling..(!) Programma Korte introductie Inleiding Hoofdlijnen, kenmerken, criteria nieuwe reisbureauregeling Gevolgen nieuwe reisbureauregeling

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2002 (18.02) (OR. fr) 6251/02 FISC 49

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2002 (18.02) (OR. fr) 6251/02 FISC 49 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 13 februari 2002 (18.02) (OR. fr) 6251/02 FISC 49 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Sylvain BISARRE, directeur, directoraat A, secretariaat-generaal van de Europese Commissie

Nadere informatie

Update BTW. 11 november 2011 Carola van Vilsteren

Update BTW. 11 november 2011 Carola van Vilsteren Update BTW 11 november 2011 Carola van Vilsteren Programma Welkom en doelstellingen BTW-actualiteiten Auto van de zaak Laatste aangifte 2011 BTW tips Casus Programma Welkom en doelstellingen BTW-actualiteiten

Nadere informatie

Nieuwe btw-regels op het gebied van Plaats van diensten per 1 januari 2010

Nieuwe btw-regels op het gebied van Plaats van diensten per 1 januari 2010 Nieuwe btw-regels op het gebied van Plaats van diensten per 1 januari 2010 Commissie interne accountants en belastingconsulenten Deze bijdrage is bedoeld om een kort en praktisch overzicht te geven van

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 22561 29 april 2016 Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht 25 april 2016 nr. DGB 2016/1731M

Nadere informatie

INZAKE PRIVÉGEBRUIK AUTO

INZAKE PRIVÉGEBRUIK AUTO MEMO INZAKE PRIVÉGEBRUIK AUTO AAN : VOLGERS BTW-PLAZA VAN : VAN DRIEL FRUIJTIER BTW-SPECIALISTEN DATUM : 30 JUNI 2011 1 Inleiding Het is al jaren onrustig ten aanzien van de btw-aftrekcorrectie voor het

Nadere informatie

Als u vragen heeft over dit onderwerp of over de intrekking van mededeling 26, dan kunt u uiteraard contact opnemen

Als u vragen heeft over dit onderwerp of over de intrekking van mededeling 26, dan kunt u uiteraard contact opnemen BTW-nieuwtjes 5/2010 van vilsteren BTW advies bv Heidesteinlaan 2a, 6866 AG Heelsum E-mail: info@btwadvies.com Website: www.btwadvies.com Telefoon: 026-7071710 KvK Arnhem 09136209 De pro rata en het mogen

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding belastingrecht 19. Deel 1 Inkomstenbelasting 26. Lijst van afkortingen 15. Studiewijzer 17

Inhoud. Inleiding belastingrecht 19. Deel 1 Inkomstenbelasting 26. Lijst van afkortingen 15. Studiewijzer 17 Inhoud Lijst van afkortingen 15 Studiewijzer 17 Inleiding belastingrecht 19 Deel 1 Inkomstenbelasting 26 1 Algemene uitgangspunten 29 1.1 Wie moet belasting betalen? (art. 1.1 en 1.2 Wet IB) 29 1.2 Waarover

Nadere informatie

Wijziging regels plaats van dienst/ procedure teruggaafverzoeken per 2010. Onderwerp: EU BTW pakket per 1 januari 2010. Bestemd voor: alle ondernemers

Wijziging regels plaats van dienst/ procedure teruggaafverzoeken per 2010. Onderwerp: EU BTW pakket per 1 januari 2010. Bestemd voor: alle ondernemers Wijziging regels plaats van dienst/ procedure teruggaafverzoeken per 2010 Onderwerp: EU BTW pakket per 1 januari 2010 Doel: informeren Bestemd voor: alle ondernemers 1 Inleiding Per 1 januari 2010 zal

Nadere informatie

Welke gevolgen heeft de btw-verhoging van 19% naar 21% voor u?

Welke gevolgen heeft de btw-verhoging van 19% naar 21% voor u? Welke gevolgen heeft de btw-verhoging van 19% naar 21% voor u? Op 1 oktober 2012 wordt het algemene btw-tarief verhoogd van 19% naar 21%. Dit is eerder bekendgemaakt in de Voorjaarsnota van 25 mei 2012

Nadere informatie

Verkoop van deelnemingen in de economische en niet-economische sfeer

Verkoop van deelnemingen in de economische en niet-economische sfeer Verkoop van deelnemingen in de economische en niet-economische sfeer Door: N. Tanouti M. Sc. 2010/ 2011 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding... 4 Hoofdstuk 2 Belastingplicht van houdstermaatschappijen bij

Nadere informatie

Informatie voor ondernemers

Informatie voor ondernemers Informatie voor ondernemers Factuurvereisten en regels Vrijwel elke ondernemer heeft te maken met btw. Btw is de belasting die u als ondernemer verschuldigd bent over uw omzet. Daar staat tegenover dat

Nadere informatie

Verruiming btw-sportvrijstelling

Verruiming btw-sportvrijstelling omzetbelasting Verruiming btw-sportvrijstelling FISCAAL PRAKTIJKBLAD 2015-16 6 oktober 2015 De btw-sportvrijstelling voor sportverenigingen moet op termijn verruimd worden. Dit heeft de Staatssecretaris

Nadere informatie

BTW: nieuwe regels voor plaats van dienst Bereid u tijdig voor!

BTW: nieuwe regels voor plaats van dienst Bereid u tijdig voor! 1/ 5 BTW: nieuwe regels voor plaats van dienst Bereid u tijdig voor! Vanaf 1 januari 2010 gelden nieuwe btw-regels. Hoofdregel is dat een dienst belast is in het land van de afnemer. Gevolg hiervan is

Nadere informatie

Vragen en antwoorden verhoging btw-tarief

Vragen en antwoorden verhoging btw-tarief Vragen en antwoorden verhoging btw-tarief Onlangs is een wetswijziging aangenomen waardoor het algemene btw-tarief in Nederland van 19% naar 21% zal worden verhoogd. In de praktijk leidt dit tot verschillende

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 25.4.2012 COM(2012) 185 final 2012/0093 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD waarbij Denemarken wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van

Nadere informatie

Inhoud Hoofdstuk 1 BTW-belastingplicht Hoofdstuk 2 Maatstaf van heffing, belastbaar feit en tijdstip van opeisbaarheid

Inhoud Hoofdstuk 1 BTW-belastingplicht Hoofdstuk 2 Maatstaf van heffing, belastbaar feit en tijdstip van opeisbaarheid Inhoud Inhoud Hoofdstuk 1 BTW-belastingplicht... 11 1. Definitie van de belastingplichtige... 12 2. Gevolgen van de belastingplicht... 12 3. Recht van de belastingplichtige... 13 4. Verplichtingen van

Nadere informatie

Vanaf 1 januari 2010 worden de basisregels inzake het bepalen van de plaats van een dienst grondig veranderd in het Btw-Wetboek 1.

Vanaf 1 januari 2010 worden de basisregels inzake het bepalen van de plaats van een dienst grondig veranderd in het Btw-Wetboek 1. Belasting over de toegevoegde waarde Wijzigingen betreffende de plaats van diensten en samenhangende verplichtingen vanaf 1 januari 2010 Niet-belastingplichtige rechtspersonen met een btw-identificatienummer

Nadere informatie

Plaats van dienst en nieuwe teruggaafprocedure buitenlandse Omzetbelasting per 1 januari 2010

Plaats van dienst en nieuwe teruggaafprocedure buitenlandse Omzetbelasting per 1 januari 2010 Plaats van dienst en nieuwe teruggaafprocedure buitenlandse Omzetbelasting per 1 januari 2010 Onlangs is een wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de Omzetbelasting 1968 aangenomen. De wijzigingen zien

Nadere informatie

De bijzondere btw-aangifte : omschrijving van de roosters

De bijzondere btw-aangifte : omschrijving van de roosters De bijzondere btw-aangifte : omschrijving van de roosters De verplichting tot indiening van een bijzondere btw-aangifte (formulier nr. 629) is opgenomen in artikel 53ter van het Btw-Wetboek. Deze aangifte

Nadere informatie

Cliëntenbrief Nieuwe factureringsregels vanaf 1 januari 2013: alle wijzigingen op een rij

Cliëntenbrief Nieuwe factureringsregels vanaf 1 januari 2013: alle wijzigingen op een rij Cliëntenbrief Nieuwe factureringsregels vanaf 1 januari 2013: alle wijzigingen op een rij Onderwerp: nieuwe factureringsregels per 1 januari 2013 Doel: informeren en adviseren Bestemd voor: alle ondernemers

Nadere informatie

De rol van (niet-)kostendekkende vergoedingen in de btw

De rol van (niet-)kostendekkende vergoedingen in de btw De rol van (niet-)kostendekkende vergoedingen in de btw Door: mr. S. (Simon) M.P. Bakhuys 2011/ 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding. 3 1.1 Inleiding 3 1.2 Opbouw verhandeling 4 2 Belastingplicht. 5 2.1 Inleiding

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.12.2006 COM(2006) 802 definitief Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD waarbij Estland, Slovenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk worden gemachtigd

Nadere informatie

Beslissing ET 123563 van 19 december 2012 Nieuwe regels inzake opeisbaarheid van btw Overgangsbepalingen

Beslissing ET 123563 van 19 december 2012 Nieuwe regels inzake opeisbaarheid van btw Overgangsbepalingen Beslissing ET 123563 van 19 december 2012 Nieuwe regels inzake opeisbaarheid van btw Overgangsbepalingen De uitreiking van de factuur, vooraleer het belastbaar feit zich heeft voorgedaan, is geen oorzaak

Nadere informatie

De invoering van de nieuwe reisbureauregeling: fiscaal-economische gevolgen

De invoering van de nieuwe reisbureauregeling: fiscaal-economische gevolgen ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Nadruk verboden Erasmus School of Economics Bachelorscriptie De invoering van de nieuwe reisbureauregeling: fiscaal-economische gevolgen Naam student: M.M. Companjen Studentnummer:

Nadere informatie

Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M,

Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M, Omzetbelasting. Kleine ondernemersregeling Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M, De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Nadere informatie

De Nederlandse integratieheffing in Europees perspectief: Is het einde van de Nederlandse integratieheffing nabij?

De Nederlandse integratieheffing in Europees perspectief: Is het einde van de Nederlandse integratieheffing nabij? De Nederlandse integratieheffing in Europees perspectief: Is het einde van de Nederlandse integratieheffing nabij? Door: mr. A.M. Kruijer 2012/2013 Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 De integratieheffing

Nadere informatie

Bijlage bij VNO-NCW-brief d.d. 8 mei 2009, nr. 09/10.847/K over wetsvoorstel Implementatie richtlijnen BTW-pakket (wetsvoorstel 31 907)

Bijlage bij VNO-NCW-brief d.d. 8 mei 2009, nr. 09/10.847/K over wetsvoorstel Implementatie richtlijnen BTW-pakket (wetsvoorstel 31 907) Bijlage bij VNO-NCW-brief d.d. 8 mei 2009, nr. 09/10.847/K over wetsvoorstel Implementatie richtlijnen BTW-pakket (wetsvoorstel 31 907) Lijst met per wetsartikel geformuleerde vragen en opmerkingen Artikel

Nadere informatie

NOTITIE BTW & correctie privégebruik auto

NOTITIE BTW & correctie privégebruik auto januari 2009 NOTITIE BTW & correctie privégebruik auto De regels rondom de BTW-correctie voor het privégebruik van de auto zijn verre van eenvoudig. Deze notitie beoogt aan de hand van diverse casusposities

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD NL NL NL COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 24.11.2009 COM(2009)641 definitief Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD waarbij de Portugese Republiek wordt gemachtigd een maatregel toe

Nadere informatie

Vragen en antwoorden over de btw-verhoging van 19% naar 21% per 1 oktober 2012

Vragen en antwoorden over de btw-verhoging van 19% naar 21% per 1 oktober 2012 Vragen en antwoorden over de btw-verhoging van 19% naar 21% per 1 oktober 2012 1. Mogen ondernemers voor prestaties die zij verrichten na 30 september 2012 reeds voor 1 oktober 2012 btw factureren naar

Nadere informatie

BTW. Academiejaar 2009-2010 samenvatting - Jeroen De Mets 1

BTW. Academiejaar 2009-2010 samenvatting - Jeroen De Mets 1 BTW 1. INLEIDING...2 A. DEFINITIE...2 B. OUD EN NIEUW STELSELSTELSEL...2 2. DE BTW-PLICHTIGE VAN RECHTSWEGE...2 3. DE TOEVALLIGE BTW-PLICHTIGE...3 4. DE BELASTBARE FEITEN...3 A. ALGEMEEN...3 B. OVERZICHT...4

Nadere informatie

Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie

Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie In deze nieuwsbrief informeren wij u over de laatste ontwikkelingen inzake de procedures over btw en leerlingenvervoer.

Nadere informatie

Congres fiscale actualiteit in de reisbranche. 4 april 2013

Congres fiscale actualiteit in de reisbranche. 4 april 2013 Congres fiscale actualiteit in de reisbranche 4 april 2013 Programma 14.00 14.15: Introductie - Walter Schut (ANVR) 14.15 15.45: De nieuwe reisbureauregeling: een ontdekkingstocht - Joanna Rossa en Gino

Nadere informatie

Eindejaarscorrecties en eindejaarstips 2013

Eindejaarscorrecties en eindejaarstips 2013 Drs. K. Dijkstra; mr. Iris Duinker 1 Eindejaarscorrecties en eindejaarstips 2013 De laatste btw-aangifte van het jaar is altijd een bijzondere aangifte, omdat deze wordt gebruikt om een aantal correcties

Nadere informatie

BTW-nieuwtjes 17-2013

BTW-nieuwtjes 17-2013 BTW-nieuwtjes 17-013 van vilsteren BTW advies bv Heidesteinlaan a, 6866 AG Heelsum E-mail: info@btwadvies.com Website: www.btwadvies.com Telefoon: 06-7071710 KvK Arnhem 0913609 1. Nieuw vastgoedbesluit

Nadere informatie

Vermindering van btw voor kleine ondernemers

Vermindering van btw voor kleine ondernemers Vermindering van btw voor kleine ondernemers De kleineondernemersregeling Hebt u een onderneming en maakt u weinig omzet? Dan is er voor u de kleineondernemersregeling. Volgens deze regeling kunt u in

Nadere informatie

Vanaf 1 januari 2010 worden de basisregels inzake het bepalen van de plaats van een dienst grondig veranderd in het Btw-Wetboek 1.

Vanaf 1 januari 2010 worden de basisregels inzake het bepalen van de plaats van een dienst grondig veranderd in het Btw-Wetboek 1. Belasting over de toegevoegde waarde Wijzigingen betreffende de plaats van diensten en samenhangende verplichtingen vanaf 1 januari 2010 Landbouwondernemingen die onder de bijzondere regeling voor landbouwondernemingen

Nadere informatie

Thema s. Intracommunautaire levering ABC leveringen Overbrengingen Reparatie Call off/consignatie IC leveringen aan vrijgestelde afnemers

Thema s. Intracommunautaire levering ABC leveringen Overbrengingen Reparatie Call off/consignatie IC leveringen aan vrijgestelde afnemers Thema s Intracommunautaire levering ABC leveringen Overbrengingen Reparatie Call off/consignatie IC leveringen aan vrijgestelde afnemers Intracommunautaire leveringen Nultarief indien (Teleos): - Vervoer

Nadere informatie

Btw-heffing over sportbeoefening en het geven van gelegenheid tot sportbeoefening

Btw-heffing over sportbeoefening en het geven van gelegenheid tot sportbeoefening drs. Klaas Dijkstra; mr. Iris Duinker 1 Btw-heffing over sportbeoefening en het geven van gelegenheid tot sportbeoefening Het rommelt in de btw-regelgeving ten aanzien van sportbeoefening, zowel voor wat

Nadere informatie

Besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/6832M, Staatscourant 2010, 20507

Besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/6832M, Staatscourant 2010, 20507 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Besluit heffingsrente Directoraat-generaal Belastingdienst, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/6832M, Staatscourant 2010, 20507

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 11/08/2015

Datum van inontvangstneming : 11/08/2015 Datum van inontvangstneming : 11/08/2015 Vertaling C-332/15-1 Zaak C-332/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 6 juli 2015 Verwijzende rechter: Tribunale di Treviso / Italië Datum

Nadere informatie

Teruggaaf van btw aan buitenlandse btw-belastingplichtigen

Teruggaaf van btw aan buitenlandse btw-belastingplichtigen Bijlage bij 12.12 Teruggaaf van btw aan buitenlandse btw-belastingplichtigen De wijziging van de teruggaafprocedure geldt enkel voor belastingplichtigen die gevestigd zijn binnen de lidstaten. Volgens

Nadere informatie

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis?

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Aan de hand van bepaalde transacties wordt binnen groepen van vennootschappen soms gepoogd om winsten te verschuiven naar de vennootschappen

Nadere informatie

Kluwer Online Research. Nieuwe regels privégebruik ondernemingsauto in de omzetbelasting

Kluwer Online Research. Nieuwe regels privégebruik ondernemingsauto in de omzetbelasting Belastingadvies Actualiteiten auto in de omzetbelasting Nieuwe regels privégebruik ondernemingsauto in de omzetbelasting Per 1 juli 2011 geldt een nieuwe regeling voor het in de heffing betrekken van privégebruik

Nadere informatie

Special wijziging BTW- factureringsregels Per 1 januari 2013

Special wijziging BTW- factureringsregels Per 1 januari 2013 Special wijziging BTW- factureringsregels Per 1 januari 2013 Audit І Tax І Advisory Belangrijke wijzigingen in de btw facturerings regels per 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Wanneer moet

Nadere informatie

Vermindering van BTW voor kleine ondernemers

Vermindering van BTW voor kleine ondernemers Vermindering van BTW voor kleine ondernemers De kleineondernemersregeling Heeft u een onderneming en maakt u weinig omzet? Dan is er voor u de kleineondernemersregeling. Volgens deze regeling kunt u in

Nadere informatie

Besluit van 25 januari 2013, nr. BLKB 2013/82M, De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Besluit van 25 januari 2013, nr. BLKB 2013/82M, De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten. Omzetbelasting. Heffing van omzetbelasting ten aanzien van en en mobiele telefoonabonnementen Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingdienstregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 25 januari

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 'S-GRAVENHAGE

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 'S-GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 'S-GRAVENHAGE Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Nieuwsbrief 2009-10 Nieuwe BTW-regels vanaf 01/01/2010 : wijziging inzake de plaats van diensten

Nieuwsbrief 2009-10 Nieuwe BTW-regels vanaf 01/01/2010 : wijziging inzake de plaats van diensten Nieuwsbrief 2009-10 Nieuwe BTW-regels vanaf 01/01/2010 : wijziging inzake de plaats van diensten 1. Principe Vanaf 1 januari 2010 wijzigen de regels inzake plaatsbepaling bij grensoverschrijdende diensten

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2012 No. 14 Landsverordening van de 28 ste maart 2012 tot wijziging van de Landsverordening belasting op bedrijfsomzetten 1997 IN NAAM VAN DE KONINGIN! DE GOUVERNEUR

Nadere informatie

Kluwer Online Research. Vermogende Particulieren Bulletin Wijzigingen inzake btw-correctie in geval van privégebruik auto van de zaak

Kluwer Online Research. Vermogende Particulieren Bulletin Wijzigingen inzake btw-correctie in geval van privégebruik auto van de zaak Vermogende Particulieren Bulletin Wijzigingen inzake btw-correctie in geval van privégebruik auto van de zaak Auteur: Mevrouw mr. J. Westerveld[1] Wijzigingen inzake btw-correctie in geval van privégebruik

Nadere informatie

Wettelijk geregeld onderwijs: Overheidshandelen of vrijgestelde ondernemersprestatie?

Wettelijk geregeld onderwijs: Overheidshandelen of vrijgestelde ondernemersprestatie? Wettelijk geregeld onderwijs: Overheidshandelen of vrijgestelde ondernemersprestatie? Door: Chantal Waage 2011/ 2012 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding Blz 2 Hoofdstuk 2 Onderwijsvrijstelling Blz 4 2.1

Nadere informatie

! Het kan voordelig zijn om de ingebruikname van een nieuw pand dat gaat worden gebruikt

! Het kan voordelig zijn om de ingebruikname van een nieuw pand dat gaat worden gebruikt Omzetbelasting - eindejaarstips Geen integratieheffing meer vanaf 2014 De integratieheffing voor de btw wordt met ingang van 1 januari 2014 afgeschaft. Hiermee komt een einde aan de heffing van btw over

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989*

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989* SKATTEMINISTERIET / HENRIKSEN ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989* In zaak 173/88, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Højesteret, in het aldaar aanhangig

Nadere informatie

WORKSHOP BTW EN FACTUURVEREISTEN

WORKSHOP BTW EN FACTUURVEREISTEN WORKSHOP BTW EN BOUW (INCLUSIEF TARIEFSWIJZIGING) Op 1 maart 2013 is een tijdelijke maatregel van kracht geworden voor renovatie- en herstelwerkzaamheden aan woningen. In deze workshop wordt aandacht besteed

Nadere informatie

de Graaf + Plaisier accountants en belastingadviseurs NOTITIE

de Graaf + Plaisier accountants en belastingadviseurs NOTITIE de Graaf + Plaisier accountants en belastingadviseurs NOTITIE Datum: 5 september 2012 Onderwerp: Tariefsverhoging BTW Inleiding Onderdeel van het zogenaamde Lenteakkoord (of Kunduzakkoord ) is een verhoging

Nadere informatie

Intracommunautaire ketentransacties in theorie en praktijk

Intracommunautaire ketentransacties in theorie en praktijk Mr. I.M. Duinker; mr. P. de Kock 1 Intracommunautaire ketentransacties in theorie en praktijk Ketentransacties worden in de praktijk vaak ABC-transacties genoemd. In ons artikel in BTW bulletin 2012/68

Nadere informatie

Deze notitie is tot stand gekomen in samenwerking met het RB-BTW-Specialistennetwerk.

Deze notitie is tot stand gekomen in samenwerking met het RB-BTW-Specialistennetwerk. Btw-aftrek zonnepanelen Inleiding Als gevolg van het arrest HvJ EG 20 juni 2013, nr. C219/12 (Fuchs) is de vraag gerezen of Nederlandse particulieren die zonnepanelen plaatsen op hun woning, btw-ondernemer

Nadere informatie

Vermindering van BTW voor kleine ondernemers

Vermindering van BTW voor kleine ondernemers Vermindering van BTW voor kleine ondernemers De kleineondernemersregeling Heeft u een onderneming en maakt u weinig omzet? Dan is er voor u de kleineondernemersregeling. Volgens deze regeling kunt u in

Nadere informatie

8. De btw. 8.2. Aftrek van voorbelasting. De btw

8. De btw. 8.2. Aftrek van voorbelasting. De btw ..1. Inleiding Een ondernemer (ook als u een zelfstandig of een vrij beroep uitoefent ) die een auto gebruikt in het kader van zijn onderneming, rekent de auto veelal tot het ondernemingsvermogen. Daarom

Nadere informatie

BTW-wijzigingen vanaf 1 januari 2010 VAT-PACKAGE

BTW-wijzigingen vanaf 1 januari 2010 VAT-PACKAGE BTW-wijzigingen vanaf 1 januari 2010 VAT-PACKAGE Boekhoudkantoor Marien BVBA Boekhouding & Fiscaliteit Tel: 03/489.11.46 Fax: 03.489.29.41 info@boekhoudkantoormarien.be www.boekhoudkantoormarien.be Waarover

Nadere informatie

Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten

Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Omzetbelasting. Heffing privégebruik auto en toepassing BUA Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 20-12-2011, nr. BLKB 2011/2560M Staatscourant 2011,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 400 Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met de implementatie van de Richtlijn 2009/162/EU van de Raad van 22 december

Nadere informatie

Herziening bij wijziging van niet-economische naar economische activiteiten?

Herziening bij wijziging van niet-economische naar economische activiteiten? Herziening bij wijziging van niet-economische naar economische activiteiten? Door: mr. P.W. Schlechter 2012/2013 Inhoud Hoofdstuk 1: Inleiding... 2 1.1 Motivering en probleemstelling... 2 Hoofdstuk 2:

Nadere informatie

RB EINDEJAARSTIPS & AANDACHTSPUNTEN 2014 / 2015

RB EINDEJAARSTIPS & AANDACHTSPUNTEN 2014 / 2015 RB EINDEJAARSTIPS & AANDACHTSPUNTEN 2014 / 2015 Omzetbelasting Omzetbelasting Benut verlaagd BTW-tarief voor renovatie en onderhoud tot 1 juli 2015 Het BTW-tarief op arbeidskosten bij renovatie, herstel

Nadere informatie

Btw; never a dull moment!

Btw; never a dull moment! Btw; never a dull moment! Dr. Redmar Wolf 1 24 De btw (en onze nationale variant: de omzetbelasting) is uw belangstelling meer dan waard. Deze op EU-niveau alle EU-lidstaten een belangrijke - zo niet belangrijkste

Nadere informatie

Het wel en wee van de verwervings-btw

Het wel en wee van de verwervings-btw Het wel en wee van de verwervings-btw Door: mr. W.J.G.M. Hundscheid 2007/ 2008 Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING... 2 HOOFDSTUK 2 INTRACOMMUNAUTAIRE GOEDEREN TRANSACTIES... 3 HOOFDSTUK 3 SYSTEMATIEK

Nadere informatie

Wij gaan gewoon door!

Wij gaan gewoon door! BTWijzer De nieuwsbrief van BTW Nederland jaargang 2 nummer 1 maart 2010 Wij gaan gewoon door! Nu ja, zo gewoon is dat eigenlijk niet. Het zal u zijn opgevallen, ons kabinet is er bijvoorbeeld mee opgehouden.

Nadere informatie

Privé gebruik auto. BTW: Privégebruik auto vanaf 1 juli 2011

Privé gebruik auto. BTW: Privégebruik auto vanaf 1 juli 2011 Privé gebruik auto BTW: Privégebruik auto vanaf 1 juli 2011 Wijzigingen met betrekking tot de verwerking van het privé gebruik auto voor de BTW per 1 juli 2011. Smit en de Wolf Scheveningseweg 10 2517

Nadere informatie