Effecten van investeringen in onderwijshuisvesting

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Effecten van investeringen in onderwijshuisvesting"

Transcriptie

1 RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving Effecten van investeringen in onderwijshuisvesting

2 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij RIGO Research en Advies. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldiging en/of openbaarmaking in welke vorm ook, alsmede opslag in een retrieval system, is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van RIGO Research en Advies. RIGO Research en Advies aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.

3 RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving Effecten van investeringen in onderwijshuisvesting Opdrachtgever OCW en BZK Begeleidingscommissie OCW, BZK en Financiën Auteurs Freddie Rosenberg, Jan Scheele-Goedhart, Thierry Wever, René Schulenberg, Edgar Wever Uitgave april 2011 Rapportnummer P17020 RIGO Research en Advies BV De Ruyterkade AC Amsterdam Telefoon Fax

4

5 Inhoudsopgave Samenvatting i I Aanleiding voor het onderzoek ii II Opzet van het onderzoek ii III Statistische modellen iii IV Casestudies iv V Gebruik van de uitkomsten v VI Nader onderzoek v Hoofdstuk 1 Inleiding 1 Hoofdstuk 2 Investeringen in onderwijshuisvesting Investeringen in onderwijshuisvesting Mogelijke effecten van investeringen Financiering 5 Hoofdstuk 3 Onderzoeksopzet Investeringen in onderwijshuisvesting Aantrekkelijkheid van de woonomgeving Onderzoeksmethode Opzet van de casestudies 22 Hoofdstuk 4 Onderzoeksresultaten Leefbaarheid Huizenprijzen Uitkomsten casestudies Implicaties voor de MKBA 33 Inhoudsopgave

6 Bijlage 1 Vijf casestudies 35 B.1 Case 1: Basisschool in een middelgrote gemeente 35 B.2 Case 2: Basisschool in een middelgrote gemeente 37 B.3 Case 3: Basisschool in een kleine gemeente 38 B.4 Case 4: College met VMBO, HAVO en VWO 40 B.5 Case 5: Gymnasium 42 Bijlage 2 Overzicht gemeenten betrokken in de steekproef 44

7 i Samenvatting Dit onderzoek toont aan dat investeringen in onderwijshuisvesting en met name in primair onderwijs een positieve invloed hebben op de leefbaarheid binnen een cirkel van 200 meter rond de school. Op basis van caseonderzoek bestaat het vermoeden dat deze invloed er is indien de investering in scholen in combinatie met andere ingrepen in de buurt plaatsvindt. De belangrijkste conclusies volgen hieronder. Aan de hand van twee modellen is nagegaan wat de invloed van investeringen in huisvesting is op respectievelijk leefbaarheid en huizenprijzen. Het gaat om investeringen in primair- en voortgezet onderwijs boven de De investeringen kunnen zowel gericht zijn op nieuwbouw als op het verbeteren of uitbreiden van bestaande gebouwen. De analyse met een leefbaarheidmodel laat zien dat investeringen in onderwijshuisvesting een positieve uitstraling naar de leefbaarheid hebben in een straal van 200 meter rond de locatie van de investering. Dit geldt met name voor investeringen in primair onderwijs en in mindere mate voor investeringen in voortgezet onderwijs. Bij deze inschatting is rekening gehouden met lokale omstandigheden zoals de woningvoorraad, bevolkingssamenstelling, werkgelegenheid, menging van wonen en werken, de veiligheid- en leefbaarheidssituatie en de mate van sloop en nieuwbouw. De analyse met een prijsmodel laat daarentegen geen significante relatie zien tussen investeringen in onderwijshuisvesting en huizenprijzen binnen diezelfde straal. Dit heeft mogelijk te maken met de beperkte set aan waarnemingen op dat lage schaalniveau en de grote variatie in woningprijzen, waarbij al rekening is gehouden met verschillen in woningkenmerken. Dat neemt niet weg dat de gevonden positieve effecten van investeringen op leefbaarheid op basis van eerder onderzoek ook doorvertaald kunnen worden naar een waardestijging van huizenprijzen. Leefbaarheid en huizenprijzen zijn immers sterk gecorreleerd. De gevonden leefbaarheidsverbetering als gevolg van onderwijshuisvesting kunnen op deze wijze worden vertaald naar een gemiddelde waardevermeerdering in Nederland van circa 900 per woning in een straal van 200 meter rond de school. De analyse van vijf cases wijzen erop dat onderliggende mechanismen, zoals verbetering van het voorzieningenniveau, de ruimtelijke en architectonische kwaliteit en veiligheid als gevolg van de investeringen in onderwijshuisvesting, verantwoordelijk kunnen zijn voor de positieve uitstralingseffecten naar de buurt. De cases laten verder zien dat investeringen in onderwijshuisvesting vaak samenvallen met andere ingrepen in de buurt. Het vermoeden bestaat dat in het bijzonder de combinatie van ingrepen effectief is in het verbeteren van de leefbaarheid. Welk deel van de totale verbetering aan de investeringen in onderwijshuisvesting kan worden toegeschreven, kan niet precies Samenvatting

8 ii worden vastgesteld zonder een systematische, kwantitatieve analyse van de overige investeringen in de omgeving en de daarbij optredende effecten. Die gegevens waren voor dit onderzoek niet voorhanden. Zoals aangegeven, in beide modellen is voor zover mogelijk rekening gehouden met lokale omstandigheden. De gevonden positieve relatie maakt het aannemelijk dat er sprake is van maatschappelijke baten voor de buurt naast baten zoals de toename van schoolprestaties. Bij het in kaart brengen van die baten is meer inzicht in de causaliteit vereist en is het verstandig om meer zicht te krijgen op combinaties van investeringen die elkaar versterken. Het in kaart brengen van baathebbers kan met name relevant zijn om private investeerders (zoals een corporatie of een institutionele investeerder als een pensioenfonds) te interesseren voor investeringen in onderwijshuisvesting. Uit de cases komt overigens naar voren dat corporaties in bepaalde gevallen ook al meefinancieren aan onderwijsgebouwen met meerdere functies. I Aanleiding voor het onderzoek Gemeenten stellen jaarlijks budget beschikbaar voor investeringen in huisvesting van primair, voortgezet en speciaal onderwijs. De gelden hiervoor komen uit het Gemeentefonds dat op zijn beurt gevoed wordt door het Rijk. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wil inzicht krijgen in de vraag of investeringen in onderwijshuisvesting externe effecten hebben. Het gaat daarbij niet om de effecten die toevallen aan de primaire doelgroep van onderwijshuisvesting, namelijk leerlingen en docenten - deze effecten zijn reeds in kaart gebracht - maar om effecten daarbuiten zoals leefbaarheidseffecten in de wijk. De inzichten dienen als input voor afwegingen over de maatschappelijke rentabiliteit van een investering maar tevens voor de vraag in hoeverre private partijen voldoende baat hebben om als (mede)financier op te treden. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken (voorheen: WWI) is van zijn kant geïnteresseerd in de vraag of en in welke mate investeringen in onderwijshuisvesting invloed uitoefenen op de leefbaarheid in de wijken. Als zodanig is het medeopdrachtgever voor dit onderzoek. II Opzet van het onderzoek Effecten van investeringen in onderwijshuisvesting Het onderzoek bestond uit een statistische analyse waarbij de investeringen in onderwijshuisvesting als verklarende variabele zijn gebruikt. Hiermee wordt het effect van de investeringen op de te verklaren variabelen (leefbaarheid en huizenprijzen) geschat. Daarnaast bestond het onderzoek uit een vijftal casestudies waarbij nader werd gekeken naar de onderliggende mechanismen die invloed hadden op de leefbaarheid. Veertien gemeenten, zowel grote, middelgrote als kleinere gemeenten met ligging door het hele land, hebben meegedaan met het onderzoek. Deze gemeenten hebben informatie aangeleverd over de omvang van het investeringsbedrag, het soort ingreep (nieuwbouw, verbouwing etc.), het type school (primair, voortgezet of speciaal) en de periode waarin de investering plaatsvond. In totaal zijn ruim 400 investeringen verzameld waarvan 219 bruikbaar bleken. De opleverdatum is als peildatum voor de investering genomen. De peildata van de investeringen vallen alle binnen de periode 2002 tot Om te voorkomen dat de uitkomsten voor-

9 iii namelijk landelijke trends in leefbaarheid en prijsontwikkeling weergeven, is het analysebestand uitgebreid met gegevens over de omgeving rond ruim 330 onderwijsinstellingen waar geen grootschalige investeringen hebben plaatsgevonden. Deze locaties bevinden zich in dezelfde gemeenten als de scholen waar wel in is geïnvesteerd. Daarmee is dus ook gecontroleerd voor gemeentelijke verschillen in prijs- en leefbaarheidsontwikkelingen en voor de aanwezigheid van een onderwijsinstelling in de buurt. De vergelijking betreft daarmee de situaties waarin wel en situaties waarin niet is geïnvesteerd in onderwijshuisvesting, gegeven de aanwezigheid van een onderwijsinstelling in de buurt. III Statistische modellen Er zijn twee typen modellen gehanteerd: één waarmee de ontwikkeling van de leefbaarheid is onderzocht en één die de ontwikkeling van huizenprijzen verklaart. Leefbaarheid is gedefinieerd als de score op de Leefbaarometer, een model dat in opdracht van het Ministerie van BZK/WWI is ontwikkeld en dat de leefbaarheid op een zeer laag ruimtelijk schaalniveau in beeld brengt. Voor de ontwikkeling van de leefbaarheid is gebruikgemaakt van de meetjaren 2002 en In hoofdstuk 3 wordt dit instrument nader toegelicht. Om de ontwikkeling in huizenprijzen in beeld te brengen, is gebruikgemaakt van de transactieprijzen die geregistreerd worden door de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM). De ontwikkeling is in beeld gebracht over de periode 2002 tot Het verschil in prijsontwikkeling op het lage schaalniveau dat in dit onderzoek gewenst was, kan niet direct worden gemeten. Daarvoor is het aantal transacties in de regel te gering en zijn de verschillen in prijzen tussen individuele woningen te groot. Die prijzen zijn immers vooral afhankelijk van de locatie, het woningtype, de woninggrootte en de woningkwaliteit. Ook hebben de prijzen zich overal in Nederland sterk ontwikkeld in de periode Om hiervoor te corrigeren is gerekend met het deel van de prijsontwikkeling dat niet kan worden toegeschreven aan (verschillen in) meetjaar, locatie en woningkenmerken. Dit deel van de prijsontwikkeling wordt dan opgevat als een benadering van de ontwikkeling van de prijzen die te maken kan hebben met veranderingen in een buurt. In beide modellen is de invloed van investeringen in onderwijs onderzocht als een vergelijking van gebieden waar wel is geïnvesteerd met gebieden waar niet is geïnvesteerd. Daarbij is gecontroleerd voor overige verschillen tussen buurten. Uitkomsten leefbaarheidsmodel De uitkomsten uit het leefbaarheidsmodel geven aan dat investeringen in onderwijshuisvesting significant samenhangen met positieve ontwikkelingen binnen een straal van 200 meter. Ook als we de investeringen uitsplitsen naar investeringen in onderwijshuisvesting voor primair en voortgezet onderwijs blijken er significant positieve effecten te zijn. De invloed van investeringen in primair onderwijs op de leefbaarheid in de buurt rondom de school is daarbij wel sterker dan de invloed van investeringen in voortgezet onderwijs. In een ring van 200 tot 500 meter lijkt er een negatief verband te bestaan als we de investeringen in alle schooltypen tezamen nemen. Intuïtief lijkt er geen goede verklaring voor dit gevon- Samenvatting

10 iv den verband. Een deel van dit effect (maar niet het totale effect) komt voort uit de invloed van speciaal onderwijs: recent onderzoek toont aan dat de overlast van dit scholen voor speciaal onderwijs groter is dan van regulier onderwijs. Mogelijk wordt het negatieve verband ook verklaard doordat er in die bredere ring invloeden bestaan van scholen waar geen investering in plaatsvinden (zo bevindt 11% van de scholen zonder investering in de dataset binnen 500 meter een school met investering in huisvesting). Indien we apart naar investeringen in primair en voorgezet onderwijs kijken is er geen significant verband waar te nemen binnen de ring van 200 tot 500 meter. Dit hangt samen met het beperktere aantal waarnemingen op het niveau van po en vo afzonderlijk. Uitkomsten prijsmodel Uit het prijsmodel kon geen significante samenhang tussen investeringen in onderwijshuisvesting en de ontwikkeling van de feitelijke transactieprijzen worden afgeleid. Het effect van de investeringen op de prijsontwikkeling, geschoond voor verschillen in woningkenmerken, prijsniveaus en locatiekenmerken, bleek niet significant. Dit is vermoedelijk veroorzaakt door de ook na correctie grote variatie in woningprijzen, gecombineerd met het relatief beperkte aantal waarnemingen van transacties binnen de directe woonomgeving van de afzonderlijke scholen. Op basis van eerder onderzoek kunnen we echter wel een inschatting geven van het effect van investeringen in onderwijshuisvesting op de huizenprijzen. De leefbaarheid van woongebieden komt immers mede tot uitdrukking in de hoogte van de woningprijzen. Daardoor kan de ontwikkeling van de leefbaarheid alsnog worden uitgedrukt in een monetaire waarde. Het geconstateerde effect van de investeringen op de ontwikkeling van de leefbaarheid kan worden uitgedrukt als een gemiddelde stijging van de woningprijzen van 900 per woning binnen een straal van 200 meter rond de locatie van de investeringen. Voor primair onderwijs alleen komt het gemiddelde effect uit op 1700 per woning in een straal van 200 meter rond de locatie van de investering. Bij deze inschatting is rekening gehouden met lokale omstandigheden zoals de woningvoorraad, bevolkingssamenstelling, werkgelegenheid, menging van wonen en werken, de veiligheid- en leefbaarheidssituatie en de mate van sloop en nieuwbouw. Desondanks kunnen er parallel ingrepen in de buurt hebben plaatsgevonden waar we in het model geen rekening mee hebben gehouden maar die het positieve effect mede verklaren. De bedragen kunnen daarom niet zonder meer worden toegepast bij de afweging van een investering in onderwijshuisvesting. Ze vormen slechts een eerste indicatie van het effect en mogelijk een overschatting ervan. IV Casestudies In aanvulling op de statistische analyse met het leefbaarheidsmodel en het prijsmodel is ook een vijftal casestudies uitgevoerd. In die cases wordt bevestiging gevonden voor de constatering dat de investeringen een positieve invloed op de buurt hebben. De belangrijkste mechanismen daarbij zijn de verbetering van voorzieningen voor de buurt, een toename van de veiligheid en de fysieke uitstraling naar de buurt. De verbeteringen in leefbaarheid bleken in deze Effecten van investeringen in onderwijshuisvesting

11 v gevallen parallel te lopen met inspanningen in en naar de buurt in de vorm van herstructurering, activiteiten voor jongeren en ander beleid gericht op beheer van en contacten met de buurt. In een aantal gevallen bleken corporaties bereid om mee te financieren in multifunctionele gebouwen. In de onderzochte cases was er geen sprake van andere private financiers, maar de overwegingen die een rol speelden bij de financiële bijdrage van de corporaties zullen deels ook voor private investeerders relevant zijn. V Gebruik van de uitkomsten De studie toont aan dat een positief effect uitgaat van de investeringen in onderwijshuisvesting op de leefbaarheid binnen 200 meter afstand. Bij doorvertaling naar individuele gevallen dient men te bedenken dat de modellen niet alle mogelijke lokale invloeden bevatten maar een zo goed mogelijke benadering van de werkelijkheid vertegenwoordigen. Bovendien verschillen lokale omstandigheden waardoor ook de invloed van individuele investeringen op de buurt zal verschillen. Het is daarom zaak om bij gebruik van de gevonden verbanden tenminste plausibel te maken op welke wijze de investering van invloed is op de leefbaarheid van de buurt. Bovendien geven de casestudies aanleiding om te verwachten dat leefbaarheidseffecten in het bijzonder optreden bij combinaties van maatregelen. En tenslotte dient rekening gehouden te worden met de hoogte van woningprijzen in de buurt en het aantal woningen dat beïnvloed wordt. VI Nader onderzoek De in dit onderzoek gevonden relatie geeft een eerste indicatie van het verband tussen investeringen in onderwijshuisvesting en leefbaarheid en woningprijzen. Een eerste vervolgstap op deze studie is het verrichten van nader onderzoek naar de achterliggende mechanismen die een rol spelen bij het effect van investeringen in huisvesting op de leefbaarheid. Daarvoor zijn in dit onderzoek een aantal veronderstellingen genoemd: minder overlast van jongeren, aantrekkelijker wonen voor gezinnen met kinderen nabij een goede school, prettiger uitzicht van het gebouw, enzovoorts. Of deze veronderstellingen kloppen en welk mechanisme het meeste effect heeft, hebben we in dit onderzoek niet nader bestudeerd. Vervolgonderzoek zou zich kunnen richten op de mechanismen die een rol spelen bij de leefbaarheids- en prijsbeïnvloeding door investeringen in onderwijshuisvesting. Concreet zou een dergelijk vervolg kunnen beginnen met de uitvoering van uitgebreide casestudies, waarin de betreffende mechanismen worden geïdentificeerd. De nu uitgevoerde 5 casestudies geven al een aantal aanwijzingen voor de wijze waarop investeringen in onderwijshuisvesting de leefbaarheid en de vastgoedwaarde in de omgeving beïnvloeden. Door een groter aantal casestudies uitgebreider te analyseren, kunnen we vollediger inzicht krijgen in wat er concreet gebeurt in of bij een school bij een investering in onderwijshuisvesting. Aan de hand van de op deze wijze te identificeren mechanismen kunnen vervolgens toetsbare hypothesen voor nader onderzoek worden opgesteld. Daarmee krijgen we een nog meer gespecificeerd model voor de waardeontwikkeling dan het model dat in dit onderzoek gehanteerd is. Die gespecificeerde modellen met veronderstellingen zoals investeren in onderwijshuisvesting Samenvatting

12 vi zijn aantrekkelijk voor buurtbewoners met kinderen vanwege de korte afstand of het imago van de school is door de investering vooruitgegaan kunnen vervolgens statistisch worden getoetst en gekwantificeerd. Een tweede stap voorwaarts is onderzoek naar de invloed van investeringen in onderwijshuisvesting gekoppeld aan overige investeringen in de wijken: welke combinaties werken juist goed (versterken elkaar) en welke hebben weinig meerwaarde? Dit zou kunnen aansluiten bij de uitvoering van (voldoende) casestudies waarin informatie over andere investeringen en flankerende beleid in de buurt wordt verzameld. Een derde stap is de steekproef verder te vergroten teneinde alsnog ook op directe wijze prijseffecten vast te stellen. Daarbij valt te denken aan het benaderen van extra gemeenten op dezelfde manier als in dit onderzoek gebeurd is, maar mogelijk zijn er ook andere geschikte bronnen. Zo zou men kunnen kijken naar de bruikbaarheid van gemeentelijke programmabegrotingen en jaarrekeningen als bron voor informatie over gemeentelijke investeringen in onderwijshuisvesting. Effecten van investeringen in onderwijshuisvesting

13 1 Hoofdstuk 1 Inleiding Gemeenten stellen jaarlijks budget beschikbaar voor investeringen in huisvesting van primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Financieel zijn gemeenten daartoe in staat omdat hun belangrijkste inkomstenbron, het Gemeentefonds, rekening houdt met de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting. Bij de besluitvorming over de investeringsbeslissingen (het indienen van een verzoek, de termijn van de beslissing enzovoorts) zijn gemeenten en schoolbesturen gebonden aan het wettelijke kader van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Volgens de Wet op het Primair Onderwijs en de Wet op het Voortgezet Onderwijs kan de gemeenteraad beslissen een deel van de verantwoordelijkheid voor investeringsbeslissingen te delegeren aan schoolbesturen. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wil inzicht krijgen in de externe effecten van investeringen in onderwijshuisvesting. Het gaat daarbij niet om de effecten die toevallen aan de primaire doelgroep van onderwijshuisvesting, namelijk leerlingen en docenten - deze effecten zijn reeds in kaart gebracht - maar om effecten daarbuiten zoals leefbaarheidseffecten in de wijk. Het gevraagde inzicht moet kwantitatief van aard zijn en is bedoeld als input in Maatschappelijke Kosten-Batenanalyses en Businesscases. Daarmee kan niet alleen in kaart gebracht worden of een investering maatschappelijk rendabel is maar ook in hoeverre private partijen daarbij voldoende baat hebben om als (mede)financier op te treden. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken (voorheen: WWI) is eveneens geïnteresseerd in de vraag of en in welke mate investeringen in onderwijshuisvesting invloed uitoefenen op de leefbaarheid in de wijken. Als zodanig is het medeopdrachtgever voor dit onderzoek. Aan RIGO is gevraagd om dit statistisch onderzoek uit te voeren. In deze rapportage worden de opzet en resultaten van het statistisch onderzoek weergegeven. Daarnaast heeft RIGO aangeboden een aantal cases nader te onderzoeken. Doel daarvan is om de gevonden statistische verbanden nader te onderzoeken en onderbouwen. Inleiding

14 2 Hoofdstuk 2 Investeringen in onderwijshuisvesting Dit onderzoek richt zich op de effecten van investeringen in onderwijshui s- vesting. Het gaat daarbij niet om de effecten van de investering op de leerling of leraar, maar om de (externe) effecten op de aantrekkelijkheid van de woonomgeving van de school. In dit hoofdstuk wordt uiteengezet wat de achtergrond van de verschillende delen van dit onderzoek is. In de eerste paragraaf komen de investeringen zelf aan bod. De (mogelijke) effecten van de invest e- ringen zijn onderdeel van de tweede paragraaf. De financiering en mogelijke medefinanciers van de investering worden in de derde paragraaf toegelicht. Ten slotte wordt de aantrekkelijkheid van de woonomgeving in de vierde paragraaf gedefinieerd. 2.1 Investeringen in onderwijshuisvesting In dit onderzoek richten wij ons op investeringen in onderwijshuisvesting voor Primair Onderwijs (PO), Voortgezet Onderwijs (VO) en (Voortgezet) Speciaal Onderwijs ((V)SO). De investeringen kunnen zowel gericht zijn op nieuwbouw als op het verbeteren of ui t- breiden van bestaande gebouwen. De investeringen zijn deels gericht op (enkelvoudige) schoolgebouwen en deels op investeringen in multifunctionele gebouwen. Dergelijke multifunctionele gebouwen kunnen een reeks van verschillende voorzieningen beva t- ten. In ons onderzoek zijn we met name geïnteresseerd in voorzieningen die een buur t- functie hebben zoals kinderopvang, buurthuis en sportfaciliteit. 2.2 Mogelijke effecten van investeringen Investeringen in onderwijshuisvestingen kunnen zowel interne effecten (voor leerling of leraar) als externe effecten (voor de buurt of de samenleving) hebben. Bij investeringen in nieuwbouw zullen beide typen effecten een rol kunnen spelen. Bij investeringen gericht op verbetering zal het vaak om ingrepen gaan die ofwel specifiek intern of juist extern gericht zijn. Dit onderscheid is over het algemeen niet uit statistieken over i n- vesteringen in onderwijshuisvesting af te lezen. Bij de bespreking van effecten besteden we daarom aan beide typen effecten aandacht. Vervolgens concentreren we ons op die effecten waarvan we verwachten dat ze van invloed zijn op de buurt (extern). Effecten van investeringen in onderwijshuisvesting

15 Interne effecten Investeringen in de verbetering van het binnenmilieu van een schoolgebouw kan leiden tot betere schoolprestaties. Dit interne effect is reeds onderzocht. 1 Verbeteringen van schoolfaciliteiten en technologische voorzieningen kunnen eveneens leiden tot betere schoolprestaties, terwijl opvangmogelijkheden gecombineerd met onderwijsbegeleiding kunnen leiden tot vermindering van schooluitval. Dergelijke interne effecten vallen eveneens buiten de scope van dit onderzoek! Een goed functionerende school met veel faciliteiten kan op zijn beurt wel weer aantrekkelijk zijn voor de buurt. Als zodanig zijn ook aan dergelijke investeringen externe effecten te koppelen. Datzelfde geldt voor vermindering van schooluitval. Dit voorkomt niet alleen negatieve effecten voor het individu (intern effect) maar voorkomt ook kosten voor de maatschappij zoals diefstal, schuldsanering etc. 2 Het gaat hier om externe effecten die met name bij de detailhandel in de buurt terechtkomen naast kosten bij justitie en maatschappelijk werk. En tenslotte geldt dat meervoudig ruimtegebruik kan leiden tot efficiencywinsten, zowel bij aanleg als bij onderhoud. Daarbij kan gedacht worden aan zowel het intensiever gebruik van de interne ruimtes als een efficiënt grondgebruik. Ook deze effecten vallen buiten de scope van het onderzoek. Deze lijst van min of meer interne effecten vormen baten bij een MKBA. Ze komen tot uitdrukking in verschillende vormen van kostenbesparing en betere schoolprestaties en dienen als zodanig meegenomen te worden bij een maatschappelijke afweging Externe effecten: effecten voor de buurt De investeringen in onderwijshuisvesting kunnen ook invloed op de woon- en leefomgeving van de bewoners van de buurt hebben. De mogelijke effecten en hun mechanismen worden hieronder besproken. De belangrijkste effecten zijn de volgende. Verbetering kwaliteit school De schoolkeuze van ouders en jongeren wordt beïnvloed door de kwaliteit van het o n- derwijs en de faciliteiten en fysieke uitstraling van een school en haar omgeving. Inve s- teringen in huisvesting zullen in eerste instantie verbetering brengen in de faciliteiten en de uitstraling van het gebouw. Investeringen kunnen ook de sociale veiligheid op scholen verbeteren. En tenslotte kunnen verbeterde omstandigheden en technische voorzieningen de onderwijskwaliteit verbeteren. Verbeterde aantrekkelijkheid van met name lagere scholen maakt ook een buurt aa n- trekkelijker om in te wonen en beïnvloedt daarmee de woningprijzen. De invloedstraal 1 2 Literatuurstudie scholen en kindercentra - Binnenmilieu, gezondheid en leerprestaties, OTB, juni Zie o.a. Standaardevaluatie Investeren in mensen, RIGO 2008; KBA vroegtijdig schoolverlaten, Rebel groep, Investeringen in onderwijshuisvesting

16 4 van deze verbetering wordt bepaald door de inspanning die men moet leveren om de school te bereiken. Scholen op loopafstand (200 à 300 meter) hebben daarbij meer invloed dan scholen op (kinder)fietsafstand (500 à 1000 meter). Scholen waarvoor men de auto moet nemen zouden als zodanig geen invloed meer op de leefbaarheid in een buurt kunnen hebben. Vermindering geluidsoverlast Scholen veroorzaken geluidsoverlast door spelende kinderen. Dat vormt een negatief leefbaarheidseffect op de buurt. 3 Investeringen die de geluidsoverlast weten te beperken, bijvoorbeeld verplaatsing van het schoolplein of interne of overdekte speelrui m- ten, kunnen daardoor zorgen voor een verbetering van leefbaarheid. Dit type ingreep heeft invloed op het woongenot en daarmee op de prijzen van woni n- gen. Dit effect zal met name op zeer korte afstand (50 tot 100 meter) een rol spelen. Verbetering opvang jongeren Verbeteringen in de opvangmogelijkheden van jongeren, tussenschools maar met name ook buiten schooltijden kunnen leiden tot een reductie van overlast van jongeren in de buurt. Een investering in opvangruimte zal met name invloed hebben op het rondha n- gen van jongeren indien zij tijdens de opvang ook begeleid worden. Vermindering van overlast heeft invloed op de leefbaarheid in de omgeving en daarmee op de prijzen van woningen. De invloedssfeer van deze maatregel is sterk afhankelijk van de locatie van de problemen en kan vrij breed zijn, zeker als het wat oudere jongeren betreft. Verbetering ruimtelijke kwaliteit De kwaliteit van de ruimte en de veiligheid rondom een onderwijsinstelling heeft invloed op de aantrekkelijkheid van de woonomgeving eromheen. Zo geldt dat het wonen in de buurt van scholen die gebruikt worden als hangplek en die in de avonduren o n- controleerbaar zijn weinig aantrekkelijk is. Investeringen die de ruimtelijke kwaliteit en veiligheid in de buurt verbeteren leiden tot hogere leefbaarheid en hogere woningpri j- zen. De verbetering van de ruimtelijke kwaliteit zal met name in de directe omgeving met enig uitzicht of fysieke connectie gevoeld worden (tot circa 200 meter). Verbetering voorzieningen De aantrekkelijkheid van een buurt wordt mede beïnvloed door de aanwezigheid van goede voorzieningen in de directe omgeving. Verbeteringen van het voorzieningenniveau via investeringen in een multifunctioneel schoolgebouw kunnen daarmee een positief effect hebben op de leefbaarheid in de buurt. Het gaat met name om voorzie- 3 Zie o.a. Leidelmeijer, K., G. Marlet e.a., De Leefbaarometer; Leefbaarheid in Nederlandse wijken en buurten gemeten en vergeleken - rapportage instrumentontwikkeling, RIGO en Atlas voor gemeenten i.o.v. Ministerie van VROM, mei Effecten van investeringen in onderwijshuisvesting

17 5 ningen zoals sport, gezondheid, kinderopvang en buurthuis in zoverre daar tot dan toe niet in was voorzien. De invloed van deze verbetering wordt bepaald door de inspanning die men moet leveren om de voorzieningen te bereiken. Voorzieningen op loopafstand (200 tot 300 m e- ter) hebben daarbij meer invloed dan voorzieningen op fietsafstand (1 à 2 km). Voo r- zieningen waarvoor men de auto moet nemen zouden als zodanig geen invloed meer op de leefbaarheid in een buurt kunnen hebben. Architectuur Een schoolgebouw geldt vaak als markeringspunt in een buurt. Investeringen die het monumentale karakter van een gebouw versterken zorgen voor meerwaarde. Maar oo k investeringen in een meer moderne hoogwaardige architectuur kunnen een positieve uitstraling naar de buurt voor met name woningen met uitzicht op het object opleveren. De invloed zal daarom met name gevoeld worden op redelijk korte afstand, maximaal 500 meter. 2.3 Financiering Gemeenten kunnen jaarlijks budget beschikbaar stellen aan schoolbesturen voor investeringen in huisvesting van PO en VO. Financieel zijn gemeenten daartoe in staat omdat hun belangrijkste inkomstenbron, het Gemeentefonds, rekening houdt met de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting. Bij de besluitvorming over de investeringsbeslissingen (het indienen van een verzoek, de termijn van de beslissing enzovoorts) zijn gemeenten en schoolbesturen gebonden aan het wettelijke kader van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Volgens de Wet op het Primair Onderwijs en de Wet op het Voortgezet Onderwijs kan de gemeenteraad beslissen een deel van de verantwoordelijkheid voor investeringsbeslissingen te delegeren aan schoolbesturen. Eén van de achtergronden van dit onderzoek is om inzichtelijk te maken of er mogelijk private financiers (zoals woningbouwcorporaties of pensioenfondsen) voor de invest e- ringen in onderwijshuisvesting gevonden kunnen worden. Voorwaarde hier voor is dat er baten van deze investeringen voor de potentiële medefinanciers zijn. De in de vorige paragraaf uiteengezette mogelijke effecten kunnen, met betrekking tot de financiering, in drie categorieën gegroepeerd worden. Effecten op de aantrekkelijkheid van de woonomgeving: deze komen tot uitdrukking in de prijs van woningen. Een meer aantrekkelijke buurt zorgt voor een baat in termen van hogere woningprijzen, waardoor huiseigenaren en corporaties potentiële medefinanciers zijn. Er zit overigens wel vertraging in het prijseffect omdat het enige tijd duurt alvorens een investering tot een hogere waardering van een buurt leidt. Voor corporaties geldt verder dat sociale (huur)prijzen rigide zijn. Een hogere waardering geeft corporaties echter wel de mogelijkheid om woningen tegen hogere prijzen te verkopen, hetgeen een basis voor med e- Investeringen in onderwijshuisvesting

Woningmarktrapport 4e kwartaal 2015. Gemeente Amsterdam

Woningmarktrapport 4e kwartaal 2015. Gemeente Amsterdam Woningmarktrapport 4e kwartaal 215 Gemeente Amsterdam Aantal verkochte woningen naar type (NVM) 3 Aantal verkocht 25 2 15 1 5 Tussenwoning Hoekwoning Twee onder één kap Vrijstaand Appartement 1e kwartaal

Nadere informatie

OUTCOMEMONITOR WIJKENAANPAK 2015

OUTCOMEMONITOR WIJKENAANPAK 2015 Kees Leidelmeijer Gerard Marlet Roderik Ponds Eva Broxterman René Schulenberg Clemens van Woerkens Research en Advies Research en Advies 2 INHOUD 1 Inleiding 5 2 Overall beeld leefbaarheid aandachtswijken

Nadere informatie

RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving www.rigo.nl Regionale leefbaarheidskaarten

RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving www.rigo.nl Regionale leefbaarheidskaarten RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving www.rigo.nl De Leefbaarometer ten opzichte van het regionaal gemiddelde De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij RIGO Research en Advies. Het gebruik

Nadere informatie

Woningmarktrapport 3e kwartaal 2015. Gemeente Rotterdam

Woningmarktrapport 3e kwartaal 2015. Gemeente Rotterdam Woningmarktrapport 3e kwartaal 215 Gemeente Rotterdam Aantal verkochte woningen naar type (NVM) 9 Aantal verkocht 8 7 6 5 4 3 2 1 Tussenwoning Hoekwoning Twee onder één kap Vrijstaand Appartement 4e kwartaal

Nadere informatie

De leefbaarometer.nl ontwikkeling van de leefsituatie 1998-2010 in Amersfoort

De leefbaarometer.nl ontwikkeling van de leefsituatie 1998-2010 in Amersfoort De leefbaarometer.nl ontwikkeling van de leefsituatie 1998-2010 in Amersfoort Gemeente Amersfoort Ben van de Burgwal augustus 2011 De Leefbaarometer.nl is een instrument dat is ontworpen om voor heel Nederland

Nadere informatie

Woningmarktrapport - 4e kwartaal 2013. Gemeente Dordrecht

Woningmarktrapport - 4e kwartaal 2013. Gemeente Dordrecht Woningmarktrapport - 4e kwartaal 213 Gemeente Dordrecht Aantal verkochte woningen naar type (NVM) 1 aantal verkocht 9 8 7 6 5 4 3 2 1 Tussenwoning Hoekwoning Twee onder één kap Vrijstaand Appartement

Nadere informatie

Woningmarktrapport - 4e kwartaal 2012. Gemeente Amsterdam

Woningmarktrapport - 4e kwartaal 2012. Gemeente Amsterdam Woningmarktrapport - 4e kwartaal 212 Gemeente Amsterdam Aantal verkochte woningen naar type (NVM) 18 aantal verkocht 16 14 12 1 8 6 4 2 Tussenwoning Hoekwoning Twee onder één kap Vrijstaand Appartement

Nadere informatie

WijkWijzer Deel 1: de problemen

WijkWijzer Deel 1: de problemen WijkWijzer Deel 1: de problemen Ondiep, Utrecht overlast dronken mensen overlast door drugsgebruik overlast jongeren vernieling openbare werken rommel op straat overlast van omwonenden auto-inbraak fietsendiefstal

Nadere informatie

WAARDEBEPALING 51 F, 1234 AB

WAARDEBEPALING 51 F, 1234 AB WAARDEBEPALING Voorbeeldstraat 51 F, 1234 AB Woonplaats 7 april 2016 CALCASA WAARDEBEPALING Waardebepaling 8 maart 2016 Adres: Voorbeeldstraat 51 F Postcode: 1234 AB Woonplaats Calcasa marktwaarde: 497.000

Nadere informatie

Woningmarktrapport - 3e kwartaal 2013. Gemeente Haarlemmermeer

Woningmarktrapport - 3e kwartaal 2013. Gemeente Haarlemmermeer Woningmarktrapport - 3e kwartaal 213 Gemeente Haarlemmermeer Aantal verkochte woningen naar type (NVM) 12 aantal verkocht 1 8 6 4 2 Tussenwoning Hoekwoning Twee onder één kap Vrijstaand Appartement 4e

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

Onderwijshuisvestingsbeleid gemeente Utrecht. Onderzoeksplan

Onderwijshuisvestingsbeleid gemeente Utrecht. Onderzoeksplan Onderwijshuisvestingsbeleid gemeente Utrecht Onderzoeksplan Rekenkamer Utrecht 16 februari 2009 1 Inleiding Vanuit de raadsfracties van het CDA en de VVD kwam in 2008 de suggestie aan de Rekenkamer om

Nadere informatie

Woningmarktrapport - 1e kwartaal 2012. Gemeente Wijdemeren

Woningmarktrapport - 1e kwartaal 2012. Gemeente Wijdemeren Woningmarktrapport - 1e kwartaal 212 Gemeente Wijdemeren Aantal verkochte woningen naar type (NVM) 25 aantal verkocht 2 15 1 5 Tussenwoning Hoekwoning Twee onder één kap Vrijstaand Appartement 2e kwartaal

Nadere informatie

WAARDEGEGEVENS 51 F, 1234 AB

WAARDEGEGEVENS 51 F, 1234 AB WAARDEGEGEVENS Voorbeeldstraat 51 F, 1234 AB Woonplaats 8 maart 2016 CALCASA WAARDEBEPALING Woning Adres: Postcode: Buurt: Wijk: Gemeente: Voorbeeldstraat 51 F 1234 AB Woonplaats Buurt Wijk Woonplaats

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek NIEUWBOUWWONINGEN; OUTPUTPRIJSINDEX BOUWKOSTEN, 2010 = 100

Centraal Bureau voor de Statistiek NIEUWBOUWWONINGEN; OUTPUTPRIJSINDEX BOUWKOSTEN, 2010 = 100 Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie Macro-economische statistieken en publicaties Sector Indexcijfers prijzen en conjunctuur NIEUWBOUWWONINGEN; OUTPUTPRIJSINDEX BOUWKOSTEN, 2010 = 100 Datum: 15

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Woononderzoek Nederland 2009

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Woononderzoek Nederland 2009 Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB10-020 22 maart 2010 9.30 uur Woononderzoek Nederland 2009 Totale woonlasten stijgen in dezelfde mate als netto inkomen Aandeel en omvang aflossingsvrije

Nadere informatie

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Utrecht

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Utrecht De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio datum 16 maart 2015 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein drs. Marcia den Uijl CentERdata, Tilburg, 2015 Alle rechten voorbehouden. Niets uit

Nadere informatie

Woningmarktcijfers 4e kwartaal 2012

Woningmarktcijfers 4e kwartaal 2012 7 januari 2013 NVM Data & Research Niveau (t.o.v.) 2012-3 (t.o.v.) 2011-4 Opmerking Aantal transacties 25.031 + 31,8% +13,9% Gemiddelde verandering t.o.v. 3 e kwartaal: +3,1%. Totale markt naar schatting

Nadere informatie

Kanskaart voor Lunetten. de wijkproblematiek in kaart gebracht

Kanskaart voor Lunetten. de wijkproblematiek in kaart gebracht Kanskaart voor Lunetten de wijkproblematiek in kaart gebracht Atlas voor gemeenten Postbus 9627 3506 GP UTRECHT T 030 2656438 F 030 2656439 E info@atlasvoorgemeenten.nl I www.atlasvoorgemeenten.nl Atlas

Nadere informatie

Onderzoeksflits. Atlas voor gemeenten 2015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht. IB Onderzoek, 29 mei 2015. Utrecht.nl/onderzoek

Onderzoeksflits. Atlas voor gemeenten 2015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht. IB Onderzoek, 29 mei 2015. Utrecht.nl/onderzoek Onderzoeksflits Atlas voor gemeenten 015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht IB Onderzoek, 9 mei 015 Utrecht.nl/onderzoek Colofon uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht 030 86 1350 onderzoek@utrecht.nl

Nadere informatie

Omgevingsrapport. Gemeente Texel

Omgevingsrapport. Gemeente Texel Omgevingsrapport Gemeente Texel 29 Aantal verkopen in gemeente & Marktaandeel NVM 175 aantal verkopen marktaandeel nvm 35% 17 165 16 3% 25% 155 2% 15 15% 145 14 135 1% 5% 13 22 23 24 25 26 27 28 % verkopen

Nadere informatie

Energie: meerwaarde op de woningmarkt

Energie: meerwaarde op de woningmarkt Energie: meerwaarde op de woningmarkt Dirk Brounen (RSM Erasmus, dbrounen@rsm.nl) Nils Kok (UC Berkeley & Universiteit Maastricht, n.kok@maastrichtuniversity.nl) Op 26 november liet minister van der Hoeven

Nadere informatie

Bijlage I Analyse Woningmarkt

Bijlage I Analyse Woningmarkt NVM Bijlage I Analyse Woningmarkt 2e kwartaal 2010 NVM Data & Research 8-7-2010 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 TRANSACTIES Aantal Verkopen Het totale aantal

Nadere informatie

WatKostDe(Ver)BouwVanEenHuurwoning

WatKostDe(Ver)BouwVanEenHuurwoning WatKostDe(Ver)BouwVanEenHuurwoning Dit is een korte beschrijving van: 1. De applicatie Watkostdebouwvaneenhuurwoning, die sinds 2011 door verschillende corporaties wordt gebruikt bij de sturing op nieuwbouw.

Nadere informatie

Waardebepaling Waardebepaling

Waardebepaling Waardebepaling Waardebepaling Waardebepaling Burgemeester A. van Walsumlaan 95 VLAARDINGEN 27 januari 2016 Aangevraagde woning Woning Adres: Postcode / plaats: : Gemeente: Burgemeester A. van Walsumlaan 95 3135 WE VLAARDINGEN

Nadere informatie

RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving www.rigo.nl Rapportage woningbouwplannen Stadsregio Amsterdam

RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving www.rigo.nl Rapportage woningbouwplannen Stadsregio Amsterdam RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving www.rigo.nl Rapportage woningbouwplannen Stadsregio Amsterdam o.b.v. monitor plancapaciteit woningbouw 2012 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

De belangrijkste prijseffecten vinden plaats binnen 250 meter van de investeringslocatie.

De belangrijkste prijseffecten vinden plaats binnen 250 meter van de investeringslocatie. Er is de afgelopen decennia fors geïnvesteerd in zogenoemde krachtwijken. De investeringen waren vooral gericht op het verbeteren van de socialewoningvoorraad. Als het krachtwijkenbeleid tot aantrekkelijker

Nadere informatie

"! " # $ % & ' ( ) % * ' ( $ +, -! *

!  # $ % & ' ( ) % * ' ( $ +, -! * ! "!"#$ %&' () %*' ($ +,-!* Maatschappelijke kosten baten analyses Jeroen Frissen Maatschappelijk rendement in het nieuws De maatschappelijke nutsfunctie van schiphol als mainport van Nederland wordt de

Nadere informatie

voor middelgrote woningen... 23

voor middelgrote woningen... 23 INHOUD TABELLENBOEK INHOUD TABELLENBOEK... 1 6 Marktwerking... 18 6-1 Tabellen gemiddelde maandhuur gekruist met vraag-aanbodverhouding in stedelijke centrumgebieden... 18 6-1-a Gemiddelde maandhuur per

Nadere informatie

kadaster t Directie Landregistratie en Geografie Afdeling Ruimte en Advies 1 Aanleiding van het onderzoek 19augustus2013

kadaster t Directie Landregistratie en Geografie Afdeling Ruimte en Advies 1 Aanleiding van het onderzoek 19augustus2013 van Ministerie van Infrastructuur en Mheu Postbus 9046, 7300 GH Apeldoorn Postlretouradres Dalum Kopie aan Conlactgeaevens 1 Ons kenmerk van 1 5 13.026401 Behandeld door 7311 KZ Apeldoorn t Hofstraat 110,

Nadere informatie

Figuur 1. Redenen van jongeren om zich thuis of in de woonomgeving bang of angstig te voelen (GGD Fryslân GO Jeugd 2004).

Figuur 1. Redenen van jongeren om zich thuis of in de woonomgeving bang of angstig te voelen (GGD Fryslân GO Jeugd 2004). 2. Veiligheidsgevoelens 2.1 Veiligheid thuis of in de woonomgeving Driekwart van de jongeren van 13 tot en met 18 jaar voelt zich thuis of in de woonomgeving nooit bang of angstig. Van de jongens voelt

Nadere informatie

Leefbaarheid door de tijd

Leefbaarheid door de tijd Leefbaarheid door de tijd 4 Titel Inhoudsopgave Samenvatting en conclusies 5 1 Inleiding 10 2 De landelijke trend in leefbaarheid 17 3 Conjunctuurgevoeligheid en gevolgen van de recessie 34 4 Regionale

Nadere informatie

Waardebepaling Waardebepaling

Waardebepaling Waardebepaling Waardebepaling Waardebepaling Voorbeeldstraat 98 F Woonplaats 30 april 2015 Aangevraagde woning Woning Kenmerken Adres: Voorbeeldstraat 98 F Woningsoort: Beneden/bovenwoning / plaats: 2123 HL Woonplaats

Nadere informatie

Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003

Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003 Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003 Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het Vervangingsfonds Frank Schoenmakers Rob Hoffius B3060 Leiden, 21 juni 2005 Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 2 Verantwoording:

Nadere informatie

Uitgebreide methodologische verantwoording onderzoek Cultuurkaart in het voortgezet onderwijs

Uitgebreide methodologische verantwoording onderzoek Cultuurkaart in het voortgezet onderwijs Bijlage Uitgebreide methodologische verantwoording onderzoek Cultuurkaart in het voortgezet onderwijs 31 maart 2011 Algemene Rekenkamer, Lange Voorhout 8, Postbus 20015, 2500 EA Den Haag Inhoud 1 Over

Nadere informatie

Waardering van leefbaarheid en woonomgeving

Waardering van leefbaarheid en woonomgeving Waardering van leefbaarheid en woonomgeving Burgerpeiling Woon- en Leefbaarheidsmonitor Eemsdelta 2015 In de Eemsdelta zijn verschillende ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de leefbaarheid.

Nadere informatie

Cijfers. Tatoeages. Een analyse van OBiN-gegevens

Cijfers. Tatoeages. Een analyse van OBiN-gegevens Cijfers Tatoeages Een analyse van OBiN-gegevens Tatoeages Een analyse van OBiN-gegevens Christine Stam Uitgegeven door VeiligheidNL Postbus 75169 1070 AD Amsterdam www.veiligheid.nl Aanvraag 2015.130 Cijfers

Nadere informatie

Verkoop door woningcorporaties

Verkoop door woningcorporaties 2 14 Ruim 22.000 corporatiewoningen verkocht Vanaf 199 tot en met de eerste helft van 14 hebben de woningcorporaties ruim 22.000 bestaande woningen verkocht aan particulieren. Het aantal verkopen kwam

Nadere informatie

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Friesland

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Friesland De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio datum 16 maart 2015 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein drs. Marcia den Uijl CentERdata, Tilburg, 2015 Alle rechten voorbehouden. Niets uit

Nadere informatie

Waardebepaling Waardebepaling

Waardebepaling Waardebepaling Waardebepaling Waardebepaling Voorbeeldstraat 98, Woonplaats 26 maart 2013 Aangevraagde woning Woning Adres: Postcode / plaats: Buurt: Gemeente: Voorbeeldstraat 98 3353 BK Woonplaats Buurtnaam Gemeentenaam

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.minocw.nl 112303 Betreft Antwoorden

Nadere informatie

Hoe leefbaar is Leiden? Leiden in de Atlas voor Gemeenten

Hoe leefbaar is Leiden? Leiden in de Atlas voor Gemeenten Hoe leefbaar is Leiden? & Leiden in de Atlas voor Gemeenten Colofon Serie Statistiek 2010/06 juni 2010 Beleidsonderzoek en Analyse (BOA) Afdeling Strategie en Onderzoek Gemeente Leiden tel: 071 516 5123

Nadere informatie

GEBIEDEN. 4 havo 3 Stedelijke gebieden 4-5

GEBIEDEN. 4 havo 3 Stedelijke gebieden 4-5 GEBIEDEN 4 havo 3 Stedelijke gebieden 4-5 Probleemwijken Groot aandeel sociale huurwoningen Slechte kwaliteit woonomgeving Afname aantal voorzieningen Toename asociaal gedrag Sociale en etnische spanningen

Nadere informatie

Factsheet Passend Onderwijs

Factsheet Passend Onderwijs Factsheet Passend Onderwijs November 2010 Inleiding Deze factsheet geeft feiten en cijfers over het passend onderwijs in Nederland. De factsheet is een vervolg op de Factsheet Passend onderwijs van januari

Nadere informatie

downloadbaar document, behorende bij bijlage I

downloadbaar document, behorende bij bijlage I Monitor Uitvoeringsstrategie Plabeka Voortgangsrapportage 2009-2010 downloadbaar document, behorende bij bijlage I Definities monitor B.V. en verschillen met andere bronnen Om een foute interpretatie van

Nadere informatie

Bijdrage van woningcorporaties aan leefbare buurten in Amsterdam

Bijdrage van woningcorporaties aan leefbare buurten in Amsterdam Pagina 1 / 6 Bijdrage van woningcorporaties aan leefbare buurten in Amsterdam Veel gehoord en gelezen is dat inzet op leefbaarheid geen verantwoordelijkheid en kerntaak meer is van woningcorporaties. Handen

Nadere informatie

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Flevoland

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Flevoland De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio datum 16 maart 2015 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein drs. Marcia den Uijl CentERdata, Tilburg, 2015 Alle rechten voorbehouden. Niets uit

Nadere informatie

Hoe kan ik Inspectieview gebruiken in mijn toezichtproces?

Hoe kan ik Inspectieview gebruiken in mijn toezichtproces? Hoe kan ik Inspectieview gebruiken in mijn toezichtproces? Versie 1.0 Datum 2 april 2014 Status Definitief Colofon ILT Ministerie van Infrastructuur en Milieu Koningskade 4 Den Haag Auteur ir. R. van Dorp

Nadere informatie

Prijsontwikkeling koopwoningen

Prijsontwikkeling koopwoningen Prijsontwikkeling koopwoningen 1. Doelen De doelen van deze les zijn: Leerlingen leren het belang van definities en hoe verschillende definities kunnen leiden tot verschillende uitkomsten en conclusies;

Nadere informatie

Verkoop door woningcorporaties

Verkoop door woningcorporaties 34 Afspraken over verkoop van sociale huurwoningen Sinds 1998 worden in Amsterdam sociale huurwoningen verkocht. Aanleiding was de sterk veranderde samenstelling en woningbehoefte van de Amsterdamse bevolking.

Nadere informatie

WAARDERINGSKAMER NOTITIE. Betreft: Marktanalyse, taxeren en kwaliteitscontrole van WOZ-taxaties van woningen bij weinig marktinformatie

WAARDERINGSKAMER NOTITIE. Betreft: Marktanalyse, taxeren en kwaliteitscontrole van WOZ-taxaties van woningen bij weinig marktinformatie WAARDERINGSKAMER NOTITIE Betreft: Marktanalyse, taxeren en kwaliteitscontrole van WOZ-taxaties van woningen bij weinig marktinformatie Datum: Versie 25 mei 2009 Bijlage(n): 1. Inleiding De kredietcrisis

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. studentenhuisvesting op.

HET APOLLO MODEL. studentenhuisvesting op. Utrecht HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksreslaties. Met dit model

Nadere informatie

MKBA Windenergie Lage Weide Samenvatting

MKBA Windenergie Lage Weide Samenvatting MKBA Windenergie Lage Weide Delft, april 2013 Opgesteld door: G.E.A. (Geert) Warringa M.J. (Martijn) Blom M.J. (Marnix) Koopman Inleiding Het Utrechtse College en de Gemeenteraad zetten in op de ambitie

Nadere informatie

NALE VINGS LEEFTIJDSCONTROLE BIJ ALCOHOLVERKOOP

NALE VINGS LEEFTIJDSCONTROLE BIJ ALCOHOLVERKOOP NALE VINGS LEEFTIJDSCONTROLE BIJ ALCOHOLVERKOOP FACTSHEET GGD & Iriszorg regio Nijmegen 0 ONDER ZOEK Nuchter kenniscentrum leeftijdsgrenzen Inleiding In opdracht van het regionaal alcoholmatigingsproject

Nadere informatie

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Gepubliceerd in: Maandblad Reïntegratie nr. 9, 2007, p. 6-10 KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Drs. Maikel Groenewoud 2007 Regioplan Beleidsonderzoek Nieuwezijds Voorburgwal 35 1012 RD Amsterdam

Nadere informatie

5 Opstellen businesscase

5 Opstellen businesscase 5 Opstellen In de voorgaande stappen is een duidelijk beeld verkregen van het beoogde project en de te realiseren baten. De batenboom geeft de beoogde baten in samenhang weer en laat in één oogopslag zien

Nadere informatie

ECGF/U200902279 Lbr. 09/124

ECGF/U200902279 Lbr. 09/124 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 uw kenmerk bijlage(n) 1 betreft Communicatie WOZ-beschikking 2010 ons kenmerk ECGF/U200902279 Lbr. 09/124 datum 5

Nadere informatie

WONINGRAPPORT. Adres: Datum aanmaak rapport:

WONINGRAPPORT. Adres: Datum aanmaak rapport: WONINGRAPPORT Adres: Datum aanmaak rapport: juni 2009 Inhoudsopgave Bladzijde 1. Kadastrale informatie 1.1. Situatiekaart 1.2. Kadastraal bericht object 1.3. Uittreksel kadastrale kaart 2. Gegevens woning

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Jeugdgezondheidszorg

Werkinstructies voor de CQI Jeugdgezondheidszorg Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de CQI JGZ bedoeld? De CQI Jeugdgezondheidzorg (CQI JGZ) is bedoeld om de kwaliteit van zorg rond de jeugdgezondheidzorg te meten vanuit het perspectief

Nadere informatie

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie sociale en regionale statistieken (SRS) Sector statistische analyse voorburg (SAV) Postbus 24500 2490 HA Den Haag Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen

Nadere informatie

Gebieds- en Stedelijke Programma s. Leiding en Staf Stedelijke Programma s. Gemeente Vlaardingen RAADSVOORSTEL

Gebieds- en Stedelijke Programma s. Leiding en Staf Stedelijke Programma s. Gemeente Vlaardingen RAADSVOORSTEL RAADSVOORSTEL Registr.nr. 1423468 R.nr. 52.1 Datum besluit B&W 6juni 2016 Portefeuillehouder J. Versluijs Raadsvoorstel over de evaluatie van participatie Vlaardingen, 6juni 2016 Aan de gemeenteraad. Aanleiding

Nadere informatie

Cluster Bestuursorganen in gemeentefonds is goed bemeten en goed verdeeld

Cluster Bestuursorganen in gemeentefonds is goed bemeten en goed verdeeld Cluster Bestuursorganen in gemeentefonds is goed bemeten en goed verdeeld B. Steiner Zelfstandig adviseur en onderzoeker Samenvatting Uit het Periodiek OnderhoudsRapport gemeentefonds 2006 (verschenen

Nadere informatie

Bijlage I: Woningmarktcijfers 1 e kwartaal 2009

Bijlage I: Woningmarktcijfers 1 e kwartaal 2009 Bijlage I: Woningmarktcijfers 1 e kwartaal 2009 De prijs van de gemiddelde verkochte woning daalt met -3,1% in het 1e kwartaal van 2009. De prijs per m2 daalt met -2,6%. De definitieve cijfers komen voor

Nadere informatie

Klantonderzoek: statistiek!

Klantonderzoek: statistiek! Klantonderzoek: statistiek! Statistiek bij klantonderzoek Om de resultaten van klantonderzoek juist te interpreteren is het belangrijk de juiste analyses uit te voeren. Vaak worden de mogelijkheden van

Nadere informatie

Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt

Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt 1 Aanpak analyse van de loterijmarkt 1. In het kader van de voorgenomen fusie tussen SENS (o.a. Staatsloterij en Miljoenenspel) en SNS

Nadere informatie

Convenant betreffende een financiële impuls ten behoeve van de Kwaliteitssprong Rotterdam Zuid (2012-2015).

Convenant betreffende een financiële impuls ten behoeve van de Kwaliteitssprong Rotterdam Zuid (2012-2015). Convenant betreffende een financiële impuls ten behoeve van de Kwaliteitssprong Rotterdam Zuid (2012-2015). - Preambule - Partijen, De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, handelend

Nadere informatie

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Datum: 16 december 2010 Ir. Jan Gerard Hoendervanger Docent-onderzoeker Lectoraat Vastgoed Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte Hanzehogeschool Groningen

Nadere informatie

Woningmarktcijfers 1e kwartaal 2013

Woningmarktcijfers 1e kwartaal 2013 8 april 2013 NVM Data & Research Niveau (t.o.v.) 2012-4 (t.o.v.) Opmerking Aantal transacties 17.577-30,3% - 6,4% Gemiddelde verandering t.o.v. 4 e kwartaal: -8,5%. Totale markt naar schatting 23.750 woningen.

Nadere informatie

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht Claudia de Graauw Bo Broers Januari 2015 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

De ontwikkelingen op de woningmarkt rond het Groningenveld: actualisatie 3e kwartaal 2013. prof. dr. Marc K. Francke dr.

De ontwikkelingen op de woningmarkt rond het Groningenveld: actualisatie 3e kwartaal 2013. prof. dr. Marc K. Francke dr. De ontwikkelingen op de woningmarkt rond het Groningenveld: actualisatie 3e kwartaal 2013 prof. dr. Marc K. Francke dr. Kai Ming Lee 15 januari 2014 De ontwikkelingen op de woningmarkt rond het Groningenveld:

Nadere informatie

Taxatie-instructie Koopstart

Taxatie-instructie Koopstart Taxatie-instructie Koopstart 1 april 2015 1. Inleiding Deze instructie is bestemd voor de situatie dat de woningcorporatie of projectontwikkelaar eigenaar is van de grond en ten behoeve van Koopstart een

Nadere informatie

RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving www.rigo.nl Leefbaarheid Tilburg 2010

RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving www.rigo.nl Leefbaarheid Tilburg 2010 RIGO Research en Advies BV De bewoonde omgeving www.rigo.nl Leefbaarheid Tilburg 2010 Vervolgmeting De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij RIGO Research en Advies. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Drentse Onderwijs monitor

Drentse Onderwijs monitor Drentse Onderwijs monitor Feitenbladen Gemeente Assen Kern cijfers uit de periode 2010-2015 OM_Assen-DEF.indd 1 18-05-16 11:13 Drentse Onderwijsmonitor 2015 Primair onderwijs Onlangs verscheen de 10 de

Nadere informatie

VERDRINGING STAGEPLAATSEN VMBO? RESULTATEN VAN EEN INSPECTIEONDERZOEK IN HET SCHOOLJAAR 2008/2009

VERDRINGING STAGEPLAATSEN VMBO? RESULTATEN VAN EEN INSPECTIEONDERZOEK IN HET SCHOOLJAAR 2008/2009 VERDRINGING STAGEPLAATSEN VMBO? RESULTATEN VAN EEN INSPECTIEONDERZOEK IN HET SCHOOLJAAR 2008/2009 Utrecht, maart 2010 INHOUD Inleiding 7 1 Het onderzoek 9 2 Resultaten 11 3 Conclusies 15 Colofon 16

Nadere informatie

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio West- en Midden-Brabant

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio West- en Midden-Brabant De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio West- en datum 16 maart 2015 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein drs. Marcia den Uijl CentERdata, Tilburg, 2015 Alle rechten voorbehouden. Niets

Nadere informatie

Samenvatting. BS Het Kompas/ Ijmuiden. Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS Het Kompas

Samenvatting. BS Het Kompas/ Ijmuiden. Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS Het Kompas Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS Het Kompas Enige tijd geleden heeft onze school BS Het Kompas deelgenomen aan de oudertevredenheidspeiling. In heel Nederland hebben in totaal 203379 ouders

Nadere informatie

-diensten. licht van de crisis valt dat niet altijd mee. Juist nu kan het handig zijn

-diensten. licht van de crisis valt dat niet altijd mee. Juist nu kan het handig zijn -diensten Inzicht in kwetsbare doelgroepen Analyse Ken uw doelgroep dé onderbouwing van uw beleid Meedoen in de maatschappij is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Gemeenten, bibliotheken en andere maatschappelijke

Nadere informatie

ELEKTRICITEITSBRONNEN IN NEDERLAND. Attitude van de Nederlander in kaart gebracht. Onderzoek in opdracht van de Nederlandse Wind Energie Associatie

ELEKTRICITEITSBRONNEN IN NEDERLAND. Attitude van de Nederlander in kaart gebracht. Onderzoek in opdracht van de Nederlandse Wind Energie Associatie ELEKTRICITEITSBRONNEN IN NEDERLAND Attitude van de Nederlander in kaart gebracht Onderzoek in opdracht van de Nederlandse Wind Energie Associatie COLOFON Uitgevoerd in opdracht van: Nederlandse Wind Energie

Nadere informatie

MONITOR CAPACITEIT KINDEROPVANG 2008-2011 Capaciteitsgegevens in het jaar 2008

MONITOR CAPACITEIT KINDEROPVANG 2008-2011 Capaciteitsgegevens in het jaar 2008 MONITOR CAPACITEIT KINDEROPVANG 2008-2011 Capaciteitsgegevens in het jaar 2008 dr. M.C. Paulussen-Hoogeboom dr. M. Gemmeke Amsterdam, 11 februari 2009 Regioplan publicatienr. Regioplan Beleidsonderzoek

Nadere informatie

Buurtleefbaarheid beschreven. Ontwikkelingen in de veertig aandachtswijken

Buurtleefbaarheid beschreven. Ontwikkelingen in de veertig aandachtswijken Buurtleefbaarheid beschreven Ontwikkelingen in de veertig aandachtswijken Buurtleefbaarheid beschreven Ontwikkelingen in de veertig aandachtswijken Opdrachtgever BZK/WWI Auteurs René Schulenberg Kees

Nadere informatie

SCHORSINGEN EN VERWIJDERINGEN 2007/2008-2011/2012

SCHORSINGEN EN VERWIJDERINGEN 2007/2008-2011/2012 SCHORSINGEN EN VERWIJDERINGEN 2007/2008-2011/2012 Utrecht, januari 2013 INHOUD Samenvatting 4 Inleiding 6 1 Trends en wetenswaardigheden 8 1.1 Inleiding 8 1.2 Trends 8 1.3 Wetenswaardigheden 11 2 Wet-

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 Nr. 229 BRIEF

Nadere informatie

Regionale arbeidsmarktrapportages. primair onderwijs 2012. Regio Achterhoek. December 2012. PO. Van en voor werkgevers en werknemers

Regionale arbeidsmarktrapportages. primair onderwijs 2012. Regio Achterhoek. December 2012. PO. Van en voor werkgevers en werknemers ARBEIDSMARKTPLATFORM PO. Van en voor werkgevers en werknemers Regionale arbeidsmarktrapportages primair onderwijs 2012 Regio Achterhoek December 2012 3 Arbeidsmarktplatform Primair Onderwijs Het CAOP is

Nadere informatie

Werkdruk in het onderwijs

Werkdruk in het onderwijs Rapportage Werkdruk in het primair en voortgezet onderwijs DUO ONDERWIJSONDERZOEK drs. Vincent van Grinsven dr. Eric Elphick drs. Liesbeth van der Woud Maart 2012 tel: 030-2631080 fax: 030-2616944 email:

Nadere informatie

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Noord-Holland

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Noord-Holland De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Noord-Holland datum 16 maart 2015 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein drs. Marcia den Uijl CentERdata, Tilburg, 2015 Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Samenvatting. Doelstelling

Samenvatting. Doelstelling Samenvatting In 2003 hebben de ministeries van Justitie, Financiën, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Algemene Zaken de afspraak gemaakt dat het ministerie van Justitie het voortouw zal nemen

Nadere informatie

KENNISNEMEN VAN De invulling van de ambitie van het college met betrekking tot frisse scholen.

KENNISNEMEN VAN De invulling van de ambitie van het college met betrekking tot frisse scholen. Gemeente Amersfoort RAADSINFORMATIEBRIEF Van : Burgemeester en Wethouders Reg.nr. : 4359235 Aan : Gemeenteraad Datum : 7 juni 2013 Portefeuillehouder : Wethouder C.J.M. van Eijk Programma : 5. Onderwijs

Nadere informatie

GGD ondersteuning asbest in scholen deel twee

GGD ondersteuning asbest in scholen deel twee GGD ondersteuning asbest in scholen deel twee Inzicht stand van zaken asbestinventarisaties scholen Auteur(s) GGD Amsterdam Fred Woudenberg GGD Amsterdam Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Eerste deel project 3

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL. Nr.: 09-65 Onderwerp: Tijdelijke huisvesting Brede School Plantage de Sniep. Diemen, 21 juli 2009

RAADSVOORSTEL. Nr.: 09-65 Onderwerp: Tijdelijke huisvesting Brede School Plantage de Sniep. Diemen, 21 juli 2009 RAADSVOORSTEL Nr.: 09-65 Onderwerp: Tijdelijke huisvesting Brede School Plantage de Sniep Diemen, 21 juli 2009 Aan de gemeenteraad 1. Gevraagd raadsbesluit 1. Kennis te nemen van de uitkomsten van de enquête

Nadere informatie

Effect op huizenprijzen van het maximeren van hypothecaire leningen op basis van taxatiewaarde en bruto inkomen

Effect op huizenprijzen van het maximeren van hypothecaire leningen op basis van taxatiewaarde en bruto inkomen CPB Notitie 4 mei 2011 Effect op huizenprijzen van het maximeren van hypothecaire leningen op basis van taxatiewaarde en bruto inkomen Op verzoek van het Ministerie van Financiën, Directie Algemene Financiële

Nadere informatie

Eindtermen, Toetstermen, Taxonomie, Toetsmatrijs en Cesuur MA/MMW Deskundige Marktanalyse - Taxateur

Eindtermen, Toetstermen, Taxonomie, Toetsmatrijs en Cesuur MA/MMW Deskundige Marktanalyse - Taxateur ,, Taxonomie, Toetsmatrijs en Cesuur MA/MMW Deskundige Marktanalyse - Taxateur De programmabeschrijvingen worden in het volgende schema gegoten: PROGRAMMABESCHRIJVING Toetsonderwerpen Toetsdoelstelling

Nadere informatie

Gerard Marlet & Roderik Ponds. Scoren in Spangen. Bijlage bij het hoofdrapport: MKBA Spangen ex-post Maatschappelijke baten van tien jaar investeren

Gerard Marlet & Roderik Ponds. Scoren in Spangen. Bijlage bij het hoofdrapport: MKBA Spangen ex-post Maatschappelijke baten van tien jaar investeren Gerard Marlet & Roderik Ponds Scoren in Spangen Bijlage bij het hoofdrapport: MKBA Spangen ex-post Maatschappelijke baten van tien jaar investeren Eindredactie: Nadine van den Berg Atlas voor gemeenten

Nadere informatie

Rommelen met je identiteit. Landelijk scholierenonderzoek naar de aard en de omvang van de falsificatie van legitimatiebewijzen door jongeren

Rommelen met je identiteit. Landelijk scholierenonderzoek naar de aard en de omvang van de falsificatie van legitimatiebewijzen door jongeren Rommelen met je identiteit Landelijk scholierenonderzoek naar de aard en de omvang van de falsificatie van legitimatiebewijzen door jongeren Utrecht, maart 2005 2 Rommelen met je identiteit Uitvoerder:

Nadere informatie

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN drs. A.L. Roode Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juni 2006 Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Auteur: drs. A.L. Roode Project:

Nadere informatie

BEOORDEEL DE VERMOGENSPOSITIE VAN UW SCHOOLBESTUUR

BEOORDEEL DE VERMOGENSPOSITIE VAN UW SCHOOLBESTUUR BEOORDEEL DE VERMOGENSPOSITIE VAN UW SCHOOLBESTUUR Door financieel adviseur Reinier Goedhart, VOS/ABB Hoe beoordeel ik de vermogenspositie van mijn schoolbestuur? Op deze vraag wordt uitgebreid ingegaan

Nadere informatie

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n)

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n) Raadsinformatiebrief (openbaar) gemeente Maassluis Aan de leden van de gemeenteraad in Maassluis Postbus 55 3140 AB Maassluis T 010-593 1931 E gemeente@maassluis.nl I www.maassluis.nl ons kenmerk 2010-4748

Nadere informatie