MGM vs Grokster AKA Auteursrecht vs Techniek

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MGM vs Grokster AKA Auteursrecht vs Techniek"

Transcriptie

1 MGM vs Grokster AKA Auteursrecht vs Techniek Verschenen in Computerrecht 2005, p K.J. Koelman Op 27 juni j.l. wees de Amerikaanse federale opperrechter het zogenoemde Grokster-arrest. Het Supreme Court oordeelt dat de p2p-providers Streamcast en Grokster aansprakelijk kunnen worden gehouden voor inbreuken die gebruikers van hun p2p-programma s maken, omdat is bewezen dat deze p2p-programmaaanbieders hun product verspreidden met het oogmerk auteursrechtinbreuk te bevorderen. Deze bijdrage analyseert de uitspraak en de mogelijke gevolgen ervan. Met name wordt aandacht besteed aan de vraag of en in hoeverre auteursrechthebbenden de technische ontwikkeling kunnen beïnvloeden. Kunnen zij een veto uitspreken over de introductie van nieuwe technieken? Voorgeschiedenis De kernvraag bij de beoordeling van de peer-to-peer (p2p) systemen is onder welke omstandigheden een aanbieder van technologie die zowel voor inbreukmakend als voor nietinbreukmakend gebruik geschikt is, aansprakelijk kan worden gehouden voor inbreuk gepleegd door gebruikers. In de Verenigde Staten wordt bij het beantwoorden van deze vraag steeds teruggegrepen op de uitspraak in Sony vs. Universal uit 1984, ook wel het Betamax-arrest genoemd. 1 In dit arrest oordeelt het Supreme Court dat Sony met het op de markt brengen van videorecorders geen contributory infringement pleegde in termen van Nederlands recht: niet onzorgvuldig handelde omdat de recorders substantial noninfringing uses hebben. De apparaten kunnen namelijk worden gebruikt om TV-programma s op te nemen om ze op een later tijdstip te bekijken (time-shifting), wat volgens de rechter geen auteursrechtinbreuk oplevert. Bij verspreiding via p2p-programma s downloaden de gebruikers de bestanden van elkaars harde schijf. In de meeste p2p-programma s zit een zoekfunctie ingebouwd, omdat zij nutteloos zouden zijn, als men niet kan weten op wiens harde schijf het bestand staat dat men wil hebben. Het eerste p2p-programma, en het ook het eerste dat aan het Betamax-criterium werd getoetst, was Napster. Dit programma werkte met een centrale zoekdatabank die door de p2p-provider zelf werd beheerd. Als een gebruiker het Napster-programma opstartte, werd automatisch aan die databank gemeld welke bestanden de gebruiker voor downloaden beschikbaar stelde. Wie vervolgens een bestand zocht, kon in Napsters databank vinden welke peer dat bestand op zijn harde schijf had en het bestand daarna direct van die peer downloaden. Volgens de rechter onderscheidde Napster zich van Sony, doordat Sony, nadat het de videorecorders had verkocht, niet kon weten wat ermee gebeurde, terwijl Napster die immers de zoekdatabank onder haar beheer had, kon weten of, en tegengaan dat, inbreukmakend openbaargemaakte bestanden op haar p2p-netwerk beschikbaar waren. De Amerikaanse rechter oordeelde dat Napster, om aan aansprakelijkheid te ontkomen, referenties naar onrechtmatig aangeboden bestanden uit de databank moest wissen, indien ze er door de muziekindustrie op was gewezen dat die bestanden door een gebruiker werden aangeboden en ze daarmee wetenschap had verkregen van door die gebruiker gepleegde inbreuk. 2 Mr. Kamiel Koelman is verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en redacteur van dit blad. 1 Sony Corp. of America v. Universal City Studios, Inc., 464 U. S. 417; zie hierover P.B. Hugenholtz, Betamax: geen happy end voor Hollywood, Auteursrecht/AMR 1984/3, p A & M Records, Inc. v. Napster, Inc., 114 F. Supp. 2d 896 (ND Cal. 2000), aff.d in part, rev.d in part, 239 F. 3d 1004 (CA9 2001). Zie hierover D.J.G. Visser, De Napster-beslissing van 12 februari 2001 van het Court of Appeals for the ninth circuit, AMI , p

2 Toen er minder onrechtmatig aangeboden bestanden via Napster beschikbaar waren, stierf Napster een zachte dood. Maar anderen blijkens het hier besproken arrest onder meer Streamcast en Grokster sprongen in op de markt door alternatieve zoekdatabanken aan te bieden. Al gauw zagen zij echter in dat er wat teveel juridische risico s kleven aan het aanbieden van dergelijke databanken en werden er systemen ontwikkelt die volledig gedistribueerd waren. Dat wil zeggen dat niet alleen het downloaden, maar ook het zoeken op het niveau van de peers gebeurde. Er was nu geen centrale databank meer die de beheerder ervan in staat stelde te beïnvloeden wat er zoal op het netwerk werd aangeboden. De positie van de p2p-providers ging daardoor meer lijken op die van videorecorderfabrikant Sony; zij konden immers niet meer weten waarvoor hun programma s precies werden gebruikt. Net als Sony wisten ze in abstracto wel dat hun waar voor inbreukmakend gebruik geschikt was en daarom daarvoor ongetwijfeld ook zou worden gebruikt, maar van concrete gevallen van inbreuk konden ze geen weet hebben. Ze konden er ook niets tegen doen. Op grond van het Betamax-precedent zouden ze daarom vrijuit moeten gaan. In MGM vs Grokster was dit het belangrijkste verweer van de p2p-providers en in lagere instanties trof het steeds doel. Met de toenemende bandbreedte voor particulieren en de verbetering van compressietechnieken werd het almaar aantrekkelijker om, behalve muziek, ook films te downloaden. Het duurde nu geen dagen meer om een film via internet te binnen te halen. De filmstudio s, waaronder MGM, waren vastbesloten om niet dezelfde fout te maken als de muziekindustrie en wilden het illegale online verspreiden en downloaden van films in de kiem smoren. Daartoe dagvaardden zij een aantal aanbieders van volledig gedistribueerde p2p-programma s, waarvan uiteindelijk Streamcast en Grokster overbleven. Tot in hoger beroep kregen de p2p-software-aanbieders gelijk. De rechters oordeelden dat zij niet onrechtmatig handelden, omdat hun product substantial noninfringing uses had en omdat ze geen weet konden hebben van specifieke gevallen van inbreuk. Ze konden, door de architectuur van het systeem, bovendien niet ingrijpen tegen inbreukgevallen. 3 Tot min of meer dezelfde conclusie kwam het Hof Amsterdam een jaar eerder; het aanbieden van de Kazaa-software, waarmee eveneens een geheel gedistribueerd p2p-netwerk tot stand werd gebracht, werd niet onzorgvuldig geacht, omdat het programma niet uitsluitend werd gebruikt voor inbreukmakende doeleinden en omdat de aanbieder niets kon doen om inbreukmakende handelingen te stoppen. 4 Supreme Court Tot de hier besproken uitspraak van het Supreme Court leken p2p-providers die gedecentraliseerde zoeksystemen gebruikten untouchable. Maar het Amerikaanse oppergerechtshof oordeelt dat Streamcast en Grokster wel degelijk aansprakelijk kunnen worden gehouden, omdat is aangetoond dat zij hun p2p-programma s verspreidden met het oogmerk inbreukmakend gebruik aan te moedigen. Het komt tot dit oordeel op basis van precedenten uit het octrooirecht, waarvan ook het bovengenoemde Betamax-criterium afstamt. Onder het Amerikaanse octrooirecht wordt een partij die een goed aanbiedt dat uitsluitend voor inbreukmakend gebruik geschikt is, geacht te beogen dat zijn afnemers ook inbreuk zullen maken en kan zo n partij daarvoor aansprakelijk worden gehouden. Maar een aanbieder van een goed dat zowel voor het maken van octrooiinbreuk als voor niet-inbreukmakende doeleinden kan worden gebruikt, kan slechts voor inbreuk door gebruikers aansprakelijk worden gehouden, indien verwijtbaarheid (fault) te dien aanzien is aangetoond. Van dergelijke verwijtbaarheid is volgens vaste rechtspraak sprake, wanneer 3 In eerste instantie: MGM Studios, Inc. v. Grokster, Ltd., 269 F. Supp. 2d 1213 (C.D. Cal., 2003); hoger beroep: MGM Studios, Inc. v. Grokster Ltd., 380 F.3d 1154 (2004). Kort besproken in K.J. Koelman, Amerikaanse uitspraken over p2p-systemen en de identiteit van hun gebruikers, Computerrecht 2003, p Hof Amsterdam 28 maart 2002, Mediaforum 2002/5, p. 188, m.nt. Koelman; AMI 2002/4, p. 134, m.nt. Seignette (Kazaa/Buma). 2

3 inbreukmakend gebruik actief is aangemoedigd. Bewijs hiervoor werd bijvoorbeeld gevonden, als er was geadverteerd met de geschiktheid voor inbreuk of als was gedemonstreerd hoe inbreuk kon worden gepleegd. Volgens het Supreme Court hadden de lagere rechters, behalve het Betamaxcriterium, ook dit deel van de octrooirechtelijke precedenten die hij overigens zelf in zijn Betamax-arrest evenmin behandelt moeten toepassen. De opperrechter laat de Betamax-toets dus in stand, maar vult hem aan: een partij die een product op de markt brengt dat voor auteursrechtinbreukmakend én voor niet-inbreukmakend gebruik geschikt is, gaat vrijuit als de waar substantial noninfringing uses heeft, tenzij wordt bewezen dat die partij het product aanbiedt met de bedoeling het inbreukmakende gebruik aan te moedigen. Omdat er volgens het Supreme Court overstelpend bewijs voor is dat Grokster en Streamcast de intentie hadden om inbreukmakend gebruik te bevorderen, moeten zij aansprakelijk worden gehouden voor door gebruikers gepleegde inbreuk. Het belangrijkste bewijs ziet het hof in documenten en andere uitingen van gedaagden waaruit blijkt dat zij zich afficheerden als aanbieders van programma s waarmee, ook ná de Napster-uitspraak, nog steeds onrechtmatig aangeboden werken konden worden gedownload. Aanvullend bewijs vindt de rechter in de business models van de p2p-aanbieders. Zij verdienden geld met advertenties. Daarom zouden ze meer inkomsten hebben, wanneer er meer gebruikers waren. Aangezien de meeste peers populaire werken zoeken en downloaden, die in de regel onrechtmatig worden aangeboden, draaide hun nering in feite op de massale inbreuk door hun gebruikers. Omdat zij daarom belang hadden bij deze inbreuk, wordt indirect bewezen geacht dat zij die ook beoogden. Tot slot meent het Supreme Court dat het feit dat Streamcast en Grokster geen enkele poging ondernamen om mechanismen in hun programma s aan te brengen die eventueel inbreuk kunnen voorkomen, bijvoorbeeld filters die het downloaden van onrechtmatig aangeboden bestanden zouden kunnen verhinderen, er een aanwijzing voor is dat zij de intentie hadden om inbreuk aan te moedigen. Auteursrecht vs. techniek Uitdrukkelijk stelt het Supreme Court dat in deze zaak de spanning tussen twee beleidsdoelen centraal staat: enerzijds moeten makers worden beschermd om creativiteit te stimuleren en anderzijds moet de vrije ontwikkeling van de communicatietechnologie worden beschermd door niet te snel aan te nemen dat aanbieders van dergelijke technologie aansprakelijk zijn voor hetgeen gebruikers ermee doen. Het één gaat noodzakelijk ten koste van het ander. Juridisch wordt de uitkomst van het geschil gegrond op octrooirechtelijke precedenten en op de bewezen geachte intentie van de p2p-providers. Maar de eigenlijke ratio voor deze uitkomst blijkt waar het oppergerecht stelt dat, gezien het enorme aantal inbreuken dat dagelijks met behulp van de p2pprogramma s wordt gemaakt, de argumenten vóór aansprakelijkheid in casu bijzonder sterk zijn; handhaving van het auteursrecht zou immers wel erg moeilijk zijn, als de p2p-providers niet kunnen worden aangepakt. Hij laat doorschemeren de belangen van rechthebbenden om deze reden zwaarder moeten wegen. Of met deze uitkomst ook de ontwikkeling der techniek teveel wordt gefrustreerd, zal vooral afhangen van de wijze waarop lagere rechters gaan beoordelen of de benodigde opzet is bewezen. Het bewijs dat het Supreme Court voldoende acht, kan op het eerste gezicht tot gevolg hebben dat de techniek dikwijls het onderspit zal moeten delven. Maar nauwkeurige lezing van het arrest maakt duidelijk dat dit niet de bedoeling is. Zo stelt de rechter dat de enkele wetenschap dat met een product inbreuk kan worden gemaakt, geen aansprakelijkheid tot gevolg mag hebben. Evenmin kunnen de handelingen van het geven van technische hulp of het leveren van updates op zichzelf tot aansprakelijkheid leiden. Verder wordt in een voetnoot gemeld dat bijvoorbeeld een nalaten om filtertechnieken in te bouwen niet in het nadeel van technologie-aanbieders mag werken, indien er geen ander bewijs is dat inbreuk opzettelijk werd aangemoedigd. Evenzo 3

4 volstaat het niet om aan te tonen dat een aanbieder zakelijk belang heeft bij inbreuk gemaakt door zijn afnemers, aldus de rechter. Maar in casu is volgens het Supreme Court, alles bij elkaar genomen, the unlawful objective unmistakable. Het lijkt erop neer te komen dat door middel van uitlatingen van de gedaagde bewijs moet worden geleverd van de subjectieve wil om inbreuk te bevorderen. Bewijsmiddelen waaruit de geobjectiveerde wil om inbreuk aan te moedigen valt op te maken, dat wil zeggen omstandigheden waaruit kan blijken wat kennelijk de intentie van een technologie-aanbieder was, zijn op zichzelf onvoldoende. Wat moet zo n aanbieder nu doen of nalaten om aansprakelijkheid te vermijden? In ieder geval moet hij ervoor zorgen nóóit te zeggen dat hij bedoelt inbreuken te bevorderen. Bijvoorbeeld interne documenten, advertenties of handleidingen waaruit een dergelijk opzet kan worden afgeleid, kunnen hem de das om doen. Dat een aanbieder meer verdient indien er meer inbreukmakend gebruik van zijn product wordt gemaakt, doet zijn zaak blijkbaar geen goed. Maar het voeren van zo n business model hoeft kennelijk niet absoluut te worden vermeden. Het zou ook wat ver gaan indien dit voldoende zou zijn voor aansprakelijkheid. Het ligt immers voor de hand dat een product dat óók voor inbreukmakend gebruik geschikt is, door sommigen wordt aangeschaft om dergelijk gebruik te maken. Er wordt daarom altíjd meer verdient door het inbreukmakende gebruik. Als bewijs van profijt bij inbreuk genoeg zou zijn, zou waarschijnlijk het aanbieden van kopieerapparaten, videorecorders, harde schijven en CD-persen onrechtmatig moeten worden geacht. In dit verband moet worden bedacht dat het in de auteursrechtelijke context, wellicht in tegenstelling tot in de octrooirechtelijke context, moeilijk is om voorbeelden te bedenken van technieken die uitsluitend voor inbreukmakend gebruik geschikt zijn. Zo kan met een product waarmee kan worden verveelvoudigd, altijd óók materiaal worden gekopieerd dat geen object is van het auteursrecht. Bovendien kan een werk worden gereproduceerd met toestemming van de rechthebbende of mag onder omstandigheden op grond van een beperking van het auteursrecht een kopie worden gemaakt. Het lijkt daarom aannemelijk dat iedere techniek die voor het maken van inbreuk geschikt is, eveneens kan worden ingezet voor auteursrechtelijk niet-relevant gebruik. In beginsel hoeft een aanbieder op grond van het Grokster-arrest géén technologie in zijn waar in te bouwen die inbreuken tegengaat, zoals filtertechnieken. Daarom hoeft de uitspraak de ontwikkeling der techniek niet direct te beïnvloeden; hij schrijft niet voor hoe technologie moet worden ontworpen of werken. Omdat uit het arrest echter blijkt dat een nalaten om technische maatregelen te nemen tegen inbreuk toch een rol kan spelen, is het mogelijk dat fabrikanten het zekere voor het onzekere gaan nemen, omdat ze menen sterker te staan als ze kunnen aantonen er alles aan te hebben gedaan om inbreukmakend gebruik te voorkomen. Aldus bestaat de kans dat het recht toch de technische ontwikkeling gaat sturen. Al met al lijkt het noemen van deze factor, met het oog op een vrije ontwikkeling der techniek, daarom minder gelukkig. Het zou echter niet de eerste keer zijn dat het Amerikaanse auteursrecht de specificaties van apparatuur dicteert. Begin jaren negentig van de vorige eeuw werd in de auteurswet opgenomen dat een zogenoemd serial copy management systeem moet worden ingebouwd in apparaten waarmee digitale geluidsopnamen kunnen worden gemaakt. Zo n systeem verhindert dat van een thuisgemaakte digitale kopie ook weer een digitale kopie (een serial copy) kan worden gemaakt. 5 5 Artikel 1002 van de Amerikaanse auteurswet. Niet lang geleden introduceerde de Amerikaanse Federal Communications Commission (FCC) een verplichting om HDTVs zodanig te bouwen dat zij zouden reageren op een door omroepen in hun programma s ingebedde broadcast flag. Die vlag zou bijvoorbeeld aangeven of een programma of film mag worden gekopieerd en de apparatuur zou zich daaraan automatisch houden. Begin mei j.l. oordeelde een hof van beroep echter dat het FCC niet bevoegd is om zo n regeling uit te vaardigen (DC Circuit, 6 mei 2005, ALA vs. FCC). De discussie heeft zich nu verplaatst naar het Amerikaanse huis van afgevaardigden. 4

5 De Napster-uitspraak beïnvloedde de technische ontwikkeling trouwens ook al, en op een wellicht onwenselijke wijze. Deskundigen zijn het erover eens dat zoeken op internet nog altijd het efficiëntst gebeurt, als er een centrale databank wordt gebruikt. Met zo n databank kunnen zoekopdrachten sneller kunnen worden vervuld en wordt bovendien minder bandbreedte gebruikt. Zoals gezegd werden de p2p-aanbieders door het Napster-vonnis aangespoord om de zoekfunctie te decentraliseren. Nu vroeg iedere peer die de software had geïnstalleerd automatisch aan de met hem verbonden peers of zij het gezochte bestand hadden, die het vervolgens weer aan de peers vroegen waarmee zij in contact stonden. Enzovoort. Het bleek echter dat peers met een langzamere computer of verbinding het proces zozeer verstoorden dat het systeem niet goed werkte. Verder is, als iedere peer het bericht aan tien anderen stuurt, de zoekopdracht in zes stappen aan een miljoen peers verstuurd, terwijl de opdracht maar één keer hoeft te worden verzonden als een centrale zoekdatabank wordt gebruik, waardoor de kans kleiner is dat het netwerk dichtslibt en traag wordt. De oplossing hiervoor die onder meer door Streamcast en Kazaa werd gebruikt, was de introductie van zogeheten supernodes. Dat zijn computers van peers die voor een deel van het netwerk als databank fungeren, vaak zonder dat de eigenaren dat weten. Zo zijn er wel centrale databanken, maar worden zij niet beheerd door de p2p-aanbieders. Deze aanbieders dachten daardoor aansprakelijkheid te kunnen vermijden, terwijl hun p2p-netwerken tegelijkertijd vlot doorzoekbaar zouden zijn. Concurring opinions Het juridische handwerk valt soms te vergelijken met dat van bijbeluitleggers: er is een ambigue gezaghebbende tekst en de experts twisten over de betekenis ervan. Katholieken hebben de paus die de knoop doorhakt en juristen hebben daarvoor hun hoogste rechtscolleges. Meestal gaat dit wel goed. Maar nu zijn de leden van het Supreme Court het onderling oneens over de betekenis van een tekst die dit college zelf uitvaardigde. In hun concurring opinions uiten een aantal rechters hun onenigheid over de inhoud van het Betamax-precedent. 6 Dit is niet onbelangrijk, omdat de uitspraak uit 1984 in stand blijft. Indien de intentie om inbreuk te bevorderen niet is aangetoond, bepaalt dit precedent nog steeds hoe een product moet worden beoordeeld dat voor zowel auteursrechtinbreukmakend als niet-inbreukmakend gebruik geschikt is. De rechters Ginsburg, Kennedy en Rehnquist kunnen leven met oordeel van de meerderheid, maar vinden dat de zaak ook had kunnen worden afgedaan aan de hand van het Betamaxcirterium. Zij menen dat MGM in lagere instanties een enorme hoeveelheid bewijs had aanvoerd voor het inbreukmakende gebruik van het programma, terwijl daartegenover slechts anekdotisch bewijs stond voor niet-inbreukmakend gebruik dat bovendien vooral bestond uit verklaringen van de gedaagden zelf. Uit het aangevoerde bewijs kan daarom niet de conclusie kan worden getrokken dat de p2p-software substantial noninfringing uses heeft of zal hebben. En zelfs indien in absolute termen een grote hoeveelheid bestanden rechtmatig op de p2p-netwerken zou worden aangeboden, dan kan daaruit nog niet volgen dat aan de Betamax-voorwaarde is voldaan, wanneer die hoeveelheid in het niet valt bij het aantal onrechtmatig aangeboden bestanden. Evenmin achten zij overtuigend aangetoond dat de software in de toekomst vooral voor nietinbreukmakende doeleinden zal worden gebruikt. Nu zij voor hun visie bij hun peers van het oppergerecht geen meerderheid kunnen krijgen, stellen deze rechters dat het hof van beroep waarnaar de zaak wordt terugverwezen, het Betamax-precedent nog maar eens goed moet bestuderen. 6 In de Nederlandse literatuur bestaat een enigszins vergelijkbare onenigheid over de betekenis van het Betamaxprecedent. Zie de noten van Hugenholtz bij HR 19 december 2003, AMI 2004, p. 9 (Buma/Kazaa) en Pres. Rb. Amsterdam 29 november 2001, AMI 2002, p. 21 (Kazaa/Buma), en mijn eigen noot bij Rb. Haarlem 12 mei 2004, AMI 2004, p. 185 (zoekmp3). 5

6 Van opperrechters Stevens, O Connor en Breyer de laatste liet zich lang geleden al eens kritisch uit over het auteursrecht en schreef de concurring opinion 7 hoeft het hof diens interpretatie van het Betamax-precedent daarentegen niet te heroverwegen. Deze rechters zijn van oordeel dat er voldoende bewijs ligt om aan te nemen dat de aanbieders van de voorliggende p2p-programma s niet aansprakelijk kunnen worden gehouden onder het Betamax-criterium. Zij menen dat de norm inhoudt dat pas indien een technologie vrijwel uitsluitend voor inbreukmakende doeleinden wordt gebruikt, het aanbieden ervan onrechtmatig kan zijn. Blijkens de in lagere instanties aangevoerde bewijsmiddelen wordt zo n tien procent van de bestanden rechtmatig aangeboden. Dat is volgens deze rechters genoeg. Daarbij komt dat conform het Betamax-arrest ook potentieel en toekomstig gebruik meetelt en dat het door de p2p-providers aangedragen materiaal voldoende aannemelijk maakt dat niet-inbreukmakend gebruik van de software significant zal toenemen. Kennelijk vinden deze leden van het Supreme Court dat het aan de eiser is om aan te tonen dat zo n toename onwaarschijnlijk is, aangezien zij stellen dat uit het aangevoerde bewijs niet blijkt dat nietinbreukmakend gebruik niet zal groeien. Onder deze interpretatie van het arrest en de feiten zouden Grokster en Streamcast vrijuit gaan, als de intentie om inbreuk aan te moedigen niet was aangetoond. Maar omdat zij het onderhavige geval voldoende bewijs voor kwalijke bedoelingen aanwezig achten, oordelen deze rechters dat de p2p-aanbieders in casu aansprakelijk moeten kunnen worden gehouden. Vervolgens vraagt Breyer zich af of het wenselijk zou zijn om het Betamax-criterium, zoals hij het interpreteert, aan te passen. Daartoe moet worden nagegaan of zo n aanpassing de balans tussen enerzijds het belang van het auteursrecht en anderzijds het belang bij de vrije ontwikkeling der techniek, zou verstoren. Breyer stelt dat deze kwestie in drie deelvragen uiteenvalt. Ten eerste moet de vraag worden beantwoord of het criterium de vrije technische ontwikkeling voldoende beschermt. Hij oordeelt dat dit het geval is, omdat de norm, zoals hij die opvat, technologieaanbieders ex-ante duidelijkheid biedt. Een aanbieder die technologie op de markt wil brengen die óók voor niet-breukmakende doeleinden kan worden gebruikt, hoeft eigenlijk geen aansprakelijkheid te vrezen. Terwijl een aanbieder die apparatuur verkoopt welke uitsluitend voor inbreuk geschikt is, zonder meer aansprakelijk kan worden gehouden zoals gezegd is het echter niet gemakkelijk om voorbeelden van dergelijke technieken te bedenken. De tweede vraag is of een aanpassing van het criterium, of een strikte interpretatie ervan als voorgesteld in de andere concurring opinion, de technische vooruitgang al te zeer zou ondermijnen. Deze vraag dient bevestigend te worden beantwoord, omdat de onzekerheid toeneemt, indien het voordeel van de twijfel niet langer wordt gegeven aan technologie-aanbieders. Zij moeten dan dure rechtszaken gaan vrezen waarvan de uitkomst onvoorspelbaar is: hoe zal de rechter de feiten appreciëren? Een verkeerde inschatting kan bijzonder kostbare gevolgen hebben, wat een chilling effect kan hebben op de technische vooruitgang, aldus Breyer. De laatste, moeilijkste en eigenlijk ook de kernvraag is of de maatschappelijke baten bij een strengere norm groter zouden zijn dan de kosten ervan. Het (Amerikaanse) auteursrecht bedoelt auteurs aan te sporen tot creëren door hen over bepaald gebruik exclusief te laten beschikken. Een striktere norm zou de inkomsten van auteursrechthebbenden ongetwijfeld doen toenemen, waardoor zij verder zouden worden aangespoord. Maar cruciaal is of de maatschappij hierbij meer wint dan ze verliest bij een haperende technische ontwikkeling. Breyer beantwoordt deze vraag niet in het algemeen, maar maakt een op het voorliggende geval toegesneden analyse. Hij gaat na of het waarschijnlijk is dat de p2p-systemen de stimulans om te creëren al te zeer ondermijnen en komt tot de conclusie dat dit niet het geval is, onder meer omdat rechthebbenden al genoeg juridische en technische mogelijkheden hebben om p2p-programma s en gebruik ervan aan te pakken en omdat, gezien het toenemende succes van legale 7 S. Breyer, The Uneasy Case for Copyright: A Study of Copyright in Books Photocopies, and Computer Programs, Harvard Law Review 1970, p

7 downloaddiensten, niet onmiskenbaar is dat p2p ten koste van de inkomsten gaat. Breyer geeft toe dat het onzeker is of dit genoeg zal zijn om ervoor te zorgen dat er voldoende aansporing blijft voor makers. Maar nu niet vaststaat is dat p2p-programma s de stimulans om te creëren teveel ondermijnen en er tegelijkertijd een groot risico bestaat dat een stringentere norm de technische ontwikkeling en daarmee de vooruitgang bijzonder zal frustreren, is het beter om het Betamax-criterium, opgevat als hij dat doet en zoals zijns inziens ook de meeste lagere rechters dat deden, ongewijzigd te laten. Rechtsvergelijking Het Supreme Court doet zijn best om het auteursrecht de technische ontwikkeling niet al te zeer te laten hinderen. De tijd zal leren of het daarin is geslaagd. Met name de onzekerheid over de betekenis van de Betamax-norm kan auteursrechthebbenden in staat stellen om geloofwaardig met aansprakelijkheid en met dure, slepende rechtszaken te dreigen en om zo technologieontwikkelaars in het gareel te houden. Het belang dat wordt gehecht aan het nalaten om filtermechanismen in te bouwen, kan eenzelfde effect hebben. Totnogtoe neigden rechters, als zij moesten oordelen over de rechtmatigheid van een product waarmee óók inbreuk kan worden gemaakt en waarvan gebruik uit de aard der zaak niet controleerbaar is, om in het voordeel van de technologie-aanbieder te beslissen. 8 In Verenigde Staten bleek dit in de Betamax-zaak en in het Verenigd Koninkrijk in het Amstrad-arrest waarin het House of Lords uitmaakte dat auteursrechthebbenden niet kunnen optreden tegen een aanbieder van een dubbelcassettedeck waarmee voorbespeelde cassettebandjes kunnen worden gekopieerd, omdat het apparaat tevens niet-inbreukmakend gebruik heeft. 9 Voor zover bekend zijn, op de Nederlandse Kazaa-zaak na, dergelijke geschillen op het Europese continent nooit aan (de hoogste) rechters voorgelegd. Wellicht zijn vergelijkbare zaken hier uitgebleven, omdat rechthebbenden door middel van een heffingensysteem betaald krijgen voor gebruik van bijvoorbeeld apparatuur waarmee kan worden gekopieerd. 10 Op deze manier werd het conflict tussen enerzijds de vrije ontwikkeling der techniek en anderzijds het belang bij het auteursrecht, wettelijk opgelost. Rechthebbenden krijgen een vergoeding voor hun creatieve inspanningen, terwijl de technische vooruitgang niet wordt belemmerd, omdat men iedere techniek op de markt kan brengen waarin men brood ziet. 11 In Angelsaksische jurisdicties bestaan dergelijke wettelijke heffingen niet of nauwelijks. 12 Bescherming technische voorzieningen Met het heffingensysteem wordt recht gedaan aan beide belangen. Maar met de onlangs geïntroduceerde bescherming van technische voorzieningen maakt de wetgever voor het eerst de technische ontwikkeling zonder meer ondergeschikt aan het belang bij het auteursrecht. Het ter implementatie van artikel 6 van de Auteursrechtrichtlijn ingevoegde artikel 29a Aw bepaalt dat het maken of verspreiden van omzeilingsmiddelen voor technieken waarmee rechthebbenden gebruik van werken technisch controleren waarmee zij bijvoorbeeld kopiëren verhinderen onrechtmatig is. Omzeilingsmiddelen kunnen, behalve inbreukmakend, óók niet-inbreukmakend 8 Vgl. J.C. Ginsburg, Copyright and Control over New technologies of Dissemination, Columbia Law Review 2001, p Ginsburg komt tot de conclusie dat Amerikaanse rechters ertoe neigen claims van rechthebbenden af te wijzen, als zij het idee hebben dat die rechthebbenden in feite proberen nieuwe distributietechnieken van de markt te weren. 9 CBS v Amstrad Consumer Electronics plc WLR 1191, House of Lords. 10 Zie voor Nederland artikel 16b e.v. Aw. 11 Vgl. N.W. Netanel, Impose a Noncommercial Use Levy to Allow Free P2P File-Swapping and Remixing Harvard Journal of Law & Technology, Vol. 17, december 2003, p. 1-84; W.W. Fischer III, (Draft) Chapter 6 of Promises to Keep Technology, Law, and the Future of Entertainment (2003), beschikbaar op: 12 In de VS is alleen t.a.v. opname-apparatuur en dragers die voor digitale geluidsopnamen geschikt zijn, een wettelijke heffing ingevoerd. Zie de artikelen 1003 e.v. van de Amerikaanse auteurswet. 7

8 gebruik faciliteren. Men kan er bijvoorbeeld een kopieerbeveiliging mee omzeilen die is aangebracht op materiaal dat in het publieke domein is gevallen. Niettemin regelt deze bepaling (kennelijk) dat het aanbieden van een apparaat of software waarmee kan worden omzeild altíjd onrechtmatig is, ongeacht het feit dat ieder omzeilingsmiddel vermoedelijk tevens voor nietinbreukmakend gebruik geschikt is. 13 Hier is derhalve onomwonden de zijde van het auteursrecht gekozen. Apparatuur waarmee alléén kan worden omzeild is altijd verboden. Maar men heeft nog wel gepoogd om rekening te houden met het feit dat sommige producten waarmee kan worden omzeild, ook voor geheel andere doeleinden kunnen worden ingezet. Zo kan een computer worden gebruikt om daarop cracks te draaien en daarom om te omzeilen, maar ook om teksten te verwerken. In navolging van de Auteursrechtrichtlijn noemt artikel 29a Aw drie alternatieve criteria waarmee moet worden bepaald of het aanbieden van een apparaat dat voor meerdere doeleinden kan worden gebruikt, onrechtmatig is. Deze criteria zijn vergelijkbaar met die welke het Supreme Court hanteert. Het eerste criterium stelt, kort gezegd, dat een rechthebbende kan optreden tegen de aanbieder van apparatuur, als die aanbieder adverteert met de omzeilingfunctie van zijn product. De vergelijking met de Grokster-uitspraak ligt voor de hand; een min of meer gelijke norm deed de p2p-aanbieders immers verliezen. Op grond van het tweede criterium is het onrechtmatig om producten aan te bieden die vooral voor omzeiling zijn ontworpen. Dit heeft wat weg van de door de Amerikaanse opperrechter relevant geachte factor van het business model van de p2p-providers dat was gebaseerd op massale inbreuk. Hieruit leidt de rechter immers af dat de p2p-aanbieders beoogden dat hun waar met name voor inbreuk zou worden gebruikt kennelijk waren de p2p-programma s vooral bedoeld voor inbreuk. Een belangrijk verschil is echter dat deze factor volgens het Grokster-arrest slechts in samenhang met andere in het nadeel van gedaagden kan werken, terwijl het onder artikel 29a Aw genoeg is, indien alléén aan deze toets wordt voldaan. Ten derde kent de bepaling een criterium dat lijkt op de Betamax-norm: als een apparaat slechts een beperkt commercieel nut of doel heeft anders dan omzeilen, is het onrechtmatig om het aan te bieden. Deze norm lijdt aan hetzelfde euvel als het Betamax-criterium: zij is voor meerdere interpretaties vatbaar. 14 Er zijn geen uitspraken of toelichtingen die aanleiding geven om aan te nemen dat de toets, net als de Betamax-norm in de opvatting van Breyer e.a., niet snel tot aansprakelijkheid kan leiden. Integendeel. Een voorzieningenrechter paste het criterium anticiperend toe en kwam tot de conclusie dat verkoop van een bepaalde technologie onrechtmatig was, omdat het rechtmatige gebruik ervan slechts een klein onderdeel zou uitmaken van het totale gebruik. 15 Indien deze uitleg juist blijkt te zijn, zou de norm meer lijken op het Betamax-precedent in de interpretatie van de Amerikaanse opperrechter Ginsburg c.s. Misschien nog zorgwekkender is dat onder de twee laatstgenoemde criteria de subjectieve intentie van de aanbieder zoals die blijkt uit zijn uitlatingen, mogelijk geen rol hoeft te spelen bij het vaststellen van het doel van een product. Het Supreme Court oordeelt dat de opzet van de p2pproviders in eerste instantie moet blijken uit stukken waaruit kan worden opgemaakt wat hun subjectieve wil was. Omstandigheden op basis waarvan de geobjectiveerde wil van de p2plevernaciers kan worden vastgesteld het op inbreuk gerichte business model en het nalaten mechanismen in te bouwen om inbreuken te voorkomen kunnen hoogstens dienen als aanvullend bewijs. Indien onder artikel 29a Aw uit dergelijke omstandigheden kan worden afgeleid dat een product vooral is bedoeld om omzeiling te faciliteren, wordt het moeilijker om aansprakelijkheid te mijden. Omstandigheden die ten dele buiten zijn macht liggen kunnen de positie van een technologie-aanbieder dan gaan beïnvloeden. De risico s worden groter, wat 13 Zie K.J. Koelman, Auteursrecht en technische voorzieningen, SDU: Den Haag 2003, p Zie Id., p Vzr. Rb. Breda 24 april 2002, LJN AE1864 (Stichting Brein/X). 8

9 terughoudendheid tot gevolg kan hebben. Het wordt gevaarlijker om producten op de markt te brengen die, naast omzeiling, ook ander, en wellicht maatschappelijk nuttig, gebruik hebben. Volgens de derde toets is, naast het doel, ook het nut anders dan omzeilen dat een apparaat heeft, doorslaggevend. Dit lijkt daarom een criterium te zijn waarbij de subjectieve wil van de aanbieder in ieder geval niet in aanmerking hoeft te worden genomen. Vaak is onvoorspelbaar waarvoor nieuwe technologie zal worden gebruikt en kennelijk kan het volgens dit criterium onrechtmatig zijn om een product aan te bieden waarvan niemand kon voorzien dat het voor omzeiling zou worden gebruikt. Als een technologie onverhoopt door een deel van de gebruikers voor omzeiling wordt ingezet, kan het aanbieden ervan onrechtmatig zijn, ook al kon de aanbieder dat vooraf onmogelijk weten. Zo werd enkele jaren geleden ontdekt dat een primitieve vorm van kopieerbeveiliging van muziek-cd s kon worden omzeild door met een zwarte stift op een bepaalde plaats op de CD een lijn te trekken. Zo n stift zal waarschijnlijk geacht worden meer dan beperkt commercieel nut te hebben anders dan omzeilen, zodat de fabrikant vrijuit gaat. Maar het gevaar lijkt niet denkbeeldig dat rechters bij nieuwe technologie die nog geen jarenlange staat van dienst heeft waaruit blijkt dat ze veel wordt gebruikt voor andere doeleinden dan omzeilen, makkelijker aannemen dat de omzeilingsfunctie de doorslag moet geven. In het Betamax-arrest geeft de Amerikaanse opperrechter aan dat toekomstig en potentieel rechtmatig gebruik moet meewegen in de beslissing. Het valt te hopen dat de Nederlandse rechter het potentieel van een technologie eveneens in zijn oordeel betrekt. Weliswaar geeft de richtlijngever te kennen dat het eigenlijk niet de bedoeling is dat auteursrechthebbenden op grond van deze regeling de specificaties van technologie kunnen dicteren. De regeling mag de technische ontwikkeling niet verstoren. Maar vervolgens wordt gezegd dat het uiteindelijk afhangt van de bovengenoemde criteria of het onrechtmatig is om een bepaald product aan te bieden, waarmee aan deze opmerking iedere betekenis lijkt te worden ontnomen. 16 Wat hiervan ook zij, het Amerikaanse oppergerechtshof probeert misschien het auteursrecht de technische vooruitgang niet te teveel te laten frustreren, maar het is intussen goed mogelijk dat de bescherming van technische voorzieningen die in de Verenigde Staten min of meer hetzelfde is geregeld 17 de richting waarin de techniek zich ontwikkelt kan gaan beïnvloeden. IE strafrechtrichtlijn Artikel 3 van het recent gepubliceerde Europese richtlijnvoorstel intellectueel eigendomsstrafrecht lijkt ten dele te zijn geïnspireerd op het Grokster-arrest. 18 De bepaling schrijft voor dat het aanmoedigen van inbreuk strafrechtelijk moet kunnen worden aangepakt. Het moet dan wel gaan om inbreuk op commerciële schaal. Het is niet duidelijk wat precies wordt bedoeld met inbreuk op commerciële schaal; zou de massale auteursrechtinbreuk die met de p2psystemen door particulieren wordt gepleegd hieronder vallen? Het voorstel is evenmin uitgesproken over de kwestie of het bevorderen van inbreuk opzettelijk moet gebeuren en, zo ja, hoe die opzet dan moet worden bewezen. Misschien kan de Europese regelgever lering trekken uit het Amerikaanse precedent en in volgende versies van het voorstel duidelijk maken dat de opzet om inbreuk te bevorderen moet worden aangetoond en dat hiervoor bewijs van subjectieve intentie van degene die van het aanmoedigen van inbreuk wordt beschuldigd, vereist is ook al levert dit ongetwijfeld bewijsproblemen op. In een overweging bij het richtlijnvoorstel wordt gemeld dat strafrechtelijke handhaving van het auteursrecht nodig is, want ineffectieve handhaving causes a loss of confidence in the Internal Market in business circles, with a consequent reduction in 16 Overweging 48 van de Auteursrechtrichtlijn; zie ook Kamerstukken II 2001/02, , nr. 3, p Artikelen van de Amerikaanse auteurswet. 18 Proposal for a European Parliament and Council Directive on criminal measures aimed at ensuring the enforcement of intellectual property rights, Brussels, , COM(2005)276. 9

10 investment in innovation and creation. Hopelijk gaat de richtlijngever inzien dat onzekerheid aan de kant van technologie-ontwikkelaars eveneens de innovatie kan belemmeren en dat er daarom goed moet worden nagedacht over het evenwicht tussen het belang bij de IE-rechten en dat bij de technische vooruitgang. Provideraansprakelijkheid Om het palet compleet te maken en om aan te tonen dat de Europese regelgever niet altíjd slechts oog heeft voor de belangen van rechthebbenden, nog het volgende. We hebben gezien dat met de bescherming van technische voorzieningen onomwonden de kant van auteursrechthebbenden is gekozen. Er is echter één geval waarin een tegenovergesteld regime werd geïntroduceerd. Net als fabrikanten van videorecorders en aanbieders van volledig gedistribueerde p2p-systemen, weten internet access providers in abstracto wel dat hun dienst wordt gebruikt om inbreuk te maken, bijvoorbeeld om door middel van p2p-systemen bestanden onrechtmatig openbaar te maken. Maar door de enorme hoeveelheid verkeer die zij verwerken, wordt het voor hen ondoenlijk geacht om op de hoogte te zijn van specifieke gevallen van inbreuk al is beter voorstelbaar dat deze actoren daarvan wetenschap hebben, dan dat bijvoorbeeld een verkoper van videorecorders die heeft. Niettemin is er in artikel 12 van de Richtlijn elektronische handel, dat is geïmplementeerd in artikel 6:196c BW, voor gekozen om access providers volledig van aansprakelijkheid te vrijwaren. Zelfs als dergelijke providers met zoveel woorden aansporen tot inbreuk, kunnen rechthebbenden hen nooit aansprakelijk houden. Hier heeft het auteursrecht het onderspit gedolven tegenover het belang bij goedkope en wijdverbreide internettoegang. Indirecte octrooi-inbreuk Een laatste vergelijking die zich opdringt is die met het Nederlandse octrooirecht. De Amerikaanse rechtspraak is geïnspireerd op octrooirechtelijke precedenten. Wat zou het resultaat zijn, indien Nederlandse recht ten aanzien van de distributie van zaken waarmee óók octrooiinbreuk kan worden gepleegd, zou worden overgeheveld naar het auteursrecht? Op basis van artikel 73 lid 2 ROW kan het een indirecte octrooi-inbreuk opleveren, wanneer men afnemers van een product dat, behalve voor inbreukmakende, ook voor niet-inbreukmakende doeleinden kan worden gebruikt, aanzet tot het inbreukmakende gebruik. Dit lijkt op het Amerikaanse Grokster-criterium. Maar blijkens het eerste lid van de bepaling kan indirecte inbreuk slechts worden gevonden in gevallen waarin is aangetoond dat de aanbieder van een product wist of behoorde te weten dat zijn afnemer voornemens was om het product voor het maken van inbreuk te gaan gebruiken. 19 De A-G Verkade oordeelt op basis van oudere rechtspraak hierover dat een p2p-provider niet geacht kan worden onrechtmatig te handelen, als niet is bewezen dat hij wist of moest weten dat een afnemer het programma inderdaad voor inbreuk wilde gaan gebruiken. 20 De lagere Amerikaanse rechters pasten ongeveer dezelfde norm toe in het Grokstergeschil. Indien Verkades analyse juist is, zou een p2p-aanbieder bij een analoge toepassing van het Nederlandse octrooirecht minder snel aansprakelijk kunnen worden gehouden dan onder het nieuwe Amerikaanse criterium. Een andere, eveneens door Verkade aangegeven, reden om aan te nemen dat onwaarschijnlijk is dat Nederlandse rechters tot een eenzelfde oordeel zullen komen, is dat het gemene onrechtmatige daadsrecht op grond waarvan moet worden beoordeeld of tegen een handeling die géén inbreuk oplevert, toch kan worden opgetreden als uitgangspunt heeft dat (bewust) profiteren van de prestatie van een ander moet kunnen. In feite ligt dergelijk profijt ten grondslag aan iedere geslaagde economische activiteit. De Hoge Raad oordeelde in dit verband dat niet snel mag worden aangenomen dat een handeling die geen inbreuk oplevert onzorgvuldig is jegens 19 Daarbij komt dat het product een wezenlijk bestanddeel van het octrooi moet vormen. 20 Zie Verkades conclusie bij het Kazaa-arrest, afgedrukt bij HR 19 december 2003, AMI 2004, p. 9 (Buma/Kazaa). 10

11 rechthebbenden, omdat de wetgever niet voor niets grenzen heeft gesteld aan het bereik van de I.E.-rechten. 21 Conclusie Het Supreme Court probeert een adequaat evenwicht te vinden tussen het belang van auteursrechthebbenden en het belang bij een ongehinderde technische ontwikkeling. Het aanbieden van een product dat inzetbaar is voor inbreukmakend én voor niet-inbreukmakend gebruik, is niet onrechtmatig, als het product substantial noninfringing uses heeft of kan hebben, tenzij is aangetoond dat de aanbieder de intentie had om het niet-inbreukmakende gebruik aan te moedigen. Deze intentie moet blijken uit uitlatingen van gedaagde waaruit zijn subjectieve wil is af te leiden. Omstandigheden waaruit valt op te maken dat de geobjectiveerde wil van gedaagde was gericht op het aanmoedigen van inbreuk, kunnen dienen als aanvullende bewijs, maar zijn op zichzelf onvoldoende om hem aansprakelijk te houden voor door zijn afnemers gepleegde inbreuk. Het is onzeker hoe moet worden beoordeeld of een product substantial noninfinging uses heeft of kan hebben. De rechters van het oppergerechtshof zijn het uitdrukkelijk oneens over de betekenis van dit criterium. De beslissing is gebaseerd op een analoge toepassing van het Amerikaanse octrooirecht, maar de eigenlijke ratio lijkt te zijn dat een effectieve handhaving van het auteursrecht vereist dat de p2paanbieders aansprakelijk kunnen worden gehouden. In hoeverre de uitspraak auteursrechthebbenden in staat stelt nieuwe technologie van de markt te weren zal afhangen van de wijze waarop lagere rechters het arrest interpreteren. Vooral omdat het oppergerechtshof aangeeft dat een nalaten om filtertechnieken in te bouwen in het nadeel van de p2p-providers kan werken, kan de Grokster-uitspraak gevolgen hebben voor de richting waarin de techniek zich zal ontwikkelen. In veel Europese jurisdicties is gepoogd om de spanning die bestaat tussen de belangen van rechthebbenden en het belang van de vrije ontwikkeling der techniek, weg te nemen met een heffingensysteem. Rechthebbenden krijgen betaald uit een heffing op kopieerapparatuur of blanco dragers, terwijl men tegelijkertijd iedere technologie op de markt kan brengen die men maar wil. Aldus wordt gepoogd recht te doen aan beide belangen. Met de recent geïntroduceerde wettelijke bescherming van technische voorzieningen is echter voor het eerst de balans doorgeslagen in voordeel van auteursrechthebbenden, terwijl de regeling met betrekking tot de aansprakelijkheid van access providers juist een tegenovergesteld resultaat heeft. Een lijn valt niet te ontdekken. Het lijkt onmogelijk om een toets op te stellen die ontwikkelaars ex-ante zekerheid geeft over de rechtmatigheid van het aanbieden van een product en die tegelijkertijd auteursrechtrechthebbenden aan hun trekken doet komen. Waarschijnlijk is een techniek die geschikt is voor inbreukmakend gebruik, altijd óók geschikt voor niet-inbreukmakend gebruik en dikwijls is onvoorspelbaar welk gebruik uiteindelijk de overhand zal hebben. 22 Een criterium waaronder de mate van rechtmatig gebruik doorslaggevend is, zoals de Betamax-toets, heeft daarom per definitie onzekerheid tot gevolg, tenzij een uiterst geringe mate van rechtmatig gebruik, of zelfs potentieel rechtmatig gebruik, voldoende is om de technologie-aanbieder vrij te pleiten. In het laatste geval zal de rechthebbende echter niet vaak kunnen optreden. Maar evenmin bestaat de kans dat de maatschappij technologie moet missen die de productiviteit kan doen toenemen. Zelfs indien de betekenis van het Betamax-criterium duidelijk zou zijn en 21 HR 27 juni 1986, NJ 1987, 191; Ars Aequi 1988, p m.nt. Cohen Jehoram (Holland Nautic/Decca). 22 Het standaardvoorbeeld is de videorecorder die onderwerp was van het Betamax-geschil omdat de filmstudio s de kopieerfunctie vreesden, maar die meestal wordt gebruikt om gekochte en gehuurde films af te spelen waardoor de studio s hem nu niet meer zouden willen missen. Zie C. Shapiro & H.R. Varian, Information Rules, Boston: Harvard Business School Press 1999, p

12 bijvoorbeeld vast zou staan dat het aanbieden van een apparaat onrechtmatig zou zijn, als het na vijf jaar in meer dan 50% van de gevallen voor inbreukmakend gebruik wordt ingezet, blijft de onzekerheid bestaan. Op voorhand kan de aanbieder immers niet weten of het onrechtmatige gebruik onder zo n percentage zal blijven. De vrees om met terugwerkende kracht aansprakelijk te worden gehouden kan een reden zijn om een product niet op de markt te brengen. Het is goed denkbaar dat we, als een dergelijke norm had gegolden, het fotokopieerapparaat hadden moeten missen, wat het kantoorleven er niet gemakkelijker op had gemaakt. Als de intentie van de technologie-aanbieder een rol gaat spelen, zoals dat het geval is op grond van het Grokster-arrest, speelt een vergelijkbaar dilemma. Indien de geobjectiveerde wil van de technologie-aanbieder beslissend is dat wil zeggen: als uit de omstandigheden wordt afgeleid wat kennelijk zijn intentie, of het kennelijke doel van een apparaat, was wordt het risico groter dat hij aansprakelijk kan worden gehouden. Omstandigheden die buiten zijn macht liggen kunnen hem dan de das omdoen. Een aanbieders zal in dat geval eerder geneigd zijn om een techniek maar niet uit te brengen. Wanneer daarentegen de subjectieve wil bepalend is, kan dat tot bewijsproblemen leiden. Dan zal het, als de technologie-aanbieder op zijn woorden heeft gelet en eventuele belastende documenten op tijd door de papierversnipperaar heeft gehaald, moeilijk, zo niet onmogelijk, zijn om bewijs te leveren van bijvoorbeeld de intentie om inbreuk aan te moedigen. Kortom, rechters en wetgevers die zich inlaten met de rechtmatigheid van producten waarmee auteursrechtinbreuk kan worden gepleegd en waarvan gebruik niet controleerbaar is, staan eigenlijk voor het blok: óf zij geven het voordeel van de twijfel aan de technologieaanbieder, maar dan bestaat de kans dat auteursrechthebbenden daardoor inkomsten derven, óf zij laten het belang bij het auteursrecht zwaarder wegen, maar dan kan de technische vooruitgang worden belemmerd. Misschien is de middenweg van het heffingensysteem toch zo gek nog niet. * * * 12

VEILIGHEID EN AUTEURSRECHT een handleiding voor overheid en bedrijven

VEILIGHEID EN AUTEURSRECHT een handleiding voor overheid en bedrijven VEILIGHEID EN AUTEURSRECHT een handleiding voor overheid en bedrijven INTRODUCTIE Mensen die muziek maken zijn, net als in iedere andere bedrijfstak, afhankelijk van een redelijke vergoeding voor hun creativiteit

Nadere informatie

Peer-to-peer vs. auteursrecht

Peer-to-peer vs. auteursrecht JV_8_2004_7.qxd 01-12-2004 15:19 Pagina 48 48 Chr.A. Alberdingk Thijm* The introduction of new technology is always disruptive to old markets, and particularly to those copyright owners whose works are

Nadere informatie

Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183. Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld

Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183. Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183 Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld Auteurs: mr. M. Verheijden en mr. L. Stevens Samenvatting In maart 2009 vindt een

Nadere informatie

Geachte heer/mevrouw,

Geachte heer/mevrouw, Geachte heer/mevrouw, Netrebel gelooft in de rechten van vrijheid van informatie uitwisseling, vrije meningsuiting en het recht op privacy. Echter, netrebel wil geen vrijhaven zijn voor klanten die daar

Nadere informatie

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Auteur: Mr. T.L.C.W. Noordoven[1] Hoge Raad 23 maart 2012, JAR 2012/110 1.Inleiding Maakt het vanuit het oogpunt

Nadere informatie

Advies over juridische consequenties verlenging/overschrijding vastgelegde normtijden voor opkomst van de brandweer

Advies over juridische consequenties verlenging/overschrijding vastgelegde normtijden voor opkomst van de brandweer Advies over juridische consequenties verlenging/overschrijding vastgelegde normtijden voor opkomst van de brandweer 14 februari 2011 A.M. Hol, Universiteit Utrecht 1 Vraagstelling: Heeft overschrijding

Nadere informatie

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR Inleiding In artikel 16 AWR is bepaald dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijke wijs bekend had kunnen zijn geen grond voor

Nadere informatie

Nieuwsflits praktijkgroep Technologie, Media en Entertainment

Nieuwsflits praktijkgroep Technologie, Media en Entertainment Nieuwsflits praktijkgroep Technologie, Media en Entertainment Geachte heer, mevrouw, Hierbij ontvangt u de 3 e nieuwsflits van onze praktijkgroep Technologie, Media en Entertainment. Met deze digitale

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden.

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Vonnis in incident van in de zaak van de stichting STICHTING DE THUISKOPIE, gevestigd te

Nadere informatie

KLACHTPLICHT BIJ NON-CONFORMITEIT

KLACHTPLICHT BIJ NON-CONFORMITEIT KLACHTPLICHT BIJ NON-CONFORMITEIT Bij de aankoop van een woning blijkt achteraf nogal eens dat iets anders geleverd is dan op grond van de koopovereenkomst mocht worden verwacht. Er kan bijvoorbeeld sprake

Nadere informatie

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Nederlands Instituut van Psychologen

Nadere informatie

Subjectieve verwijtbaarheid Een toets om de aansprakelijkheid van internettussenpersonen voor het faciliteren van auteursrechtinbreuken te beoordelen

Subjectieve verwijtbaarheid Een toets om de aansprakelijkheid van internettussenpersonen voor het faciliteren van auteursrechtinbreuken te beoordelen Subjectieve verwijtbaarheid Een toets om de aansprakelijkheid van internettussenpersonen voor het faciliteren van auteursrechtinbreuken te beoordelen Het internet opent de deur voor de wereldwijde uitwisseling

Nadere informatie

Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1

Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1 Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1 Prof. mr. A.J.M. Nuytinck, hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen-, familie- en erfrecht, aan de Erasmus Universiteit

Nadere informatie

Auteursrecht. VVA/VMC bij KNAW, 22 februari 2011 Dirk Visser

Auteursrecht. VVA/VMC bij KNAW, 22 februari 2011 Dirk Visser Auteursrecht VVA/VMC bij KNAW, 22 februari 2011 Dirk Visser President van de KNAW Robbert Dijkgraaf over ACTA: Dergelijke wetten maken het erg eenvoudig om onwelgevallige websites te blokkeren, waarbij

Nadere informatie

1. Inleiding. 1 Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003 inzake het optreden van

1. Inleiding. 1 Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003 inzake het optreden van 01-02-2012 Richtlijnen van de Europese Commissie betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (IER) door de douaneautoriteiten van de EU met betrekking tot goederen, met name geneesmiddelen,

Nadere informatie

GEBRUIKERSVOORWAARDEN

GEBRUIKERSVOORWAARDEN GEBRUIKERSVOORWAARDEN Definities Gebruiker: geregistreerde gebruikers van de website [ondertitel.com] Bezoeker: niet geregistreerde personen die de website [ondertitel.com] bezoeken Gebruik: handelingen

Nadere informatie

Aansprakelijkheid voor user-generated content

Aansprakelijkheid voor user-generated content Aansprakelijkheid voor user-generated content door Arnoud Engelfriet - 06-06-2011 http://www.itpedia.nl/2011/06/06/aansprakelijkheid-voor-user-generated-content/ Op steeds meer sites kunnen mensen zelf

Nadere informatie

Datum 17 april 2014 Onderwerp Arrest ACI Adam B.V. e.a. tegen Stichting de Thuiskopie en Stichting Onderhandelingen Thuiskopie vergoeding.

Datum 17 april 2014 Onderwerp Arrest ACI Adam B.V. e.a. tegen Stichting de Thuiskopie en Stichting Onderhandelingen Thuiskopie vergoeding. 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Bewijswaarde van een sms-bericht bij de verkoop van een onroerend goed

Bewijswaarde van een sms-bericht bij de verkoop van een onroerend goed Bewijswaarde van een sms-bericht bij de verkoop van een onroerend goed Analyse arrest HvB Gent 26 september 2013 FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95 66 E info@forumadvocaten.be

Nadere informatie

ICT Recht. Ban Illegale Games & Software. Pascal de Bruijn

ICT Recht. Ban Illegale Games & Software. Pascal de Bruijn ICT Recht Ban Illegale Games & Software Inhoudsopgave Inleiding...3 De regels...4 Je mag geen kopie voor jezelf maken...4 Verspreiden van illegale games en software is illegaal...4 Downloaden is ook kopieren...5

Nadere informatie

Linken naar illegale bronnen op het internet

Linken naar illegale bronnen op het internet Linken naar illegale bronnen op het internet - Dmitry Grobokopatel Het internet is onmisbaar in de huidige samenleving. Een onuitputtelijke bron van informatie en entertainment wordt door velen als prettig

Nadere informatie

Vereniging voor Arbeidsrecht

Vereniging voor Arbeidsrecht Vereniging voor Arbeidsrecht 7 maart 2013 Prof. dr. R.M. Beltzer 1 2 Een uitstervend ras? Te behandelen! 1. Het probleem: de krimpende markt en concurrentie 2. Iedereen een arbeidsovereenkomst? De elementen

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling My Lawyer Info Monard D Hulst www.monard-dhulst.be Onderwerp Het Hof van Justitie zet de deur open voor tweedehandse software Datum 9 juli 2012 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document

Nadere informatie

Samenvatting. Inleiding

Samenvatting. Inleiding Samenvatting Inleiding Dit onderzoek, dat is verricht in opdracht van WODC voor het Ministerie van Justitie, richt zich op een inventarisatie van de regelingen en initiatieven voor de aanpak van illegale

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

ZIJN ZORGINSTELLINGEN AANBESTEDINGSPLICHTIG?

ZIJN ZORGINSTELLINGEN AANBESTEDINGSPLICHTIG? ZIJN ZORGINSTELLINGEN AANBESTEDINGSPLICHTIG? Door mr. A.A. (Ali) Rassa Over de vraag of zorginstellingen aanbestedingsplichtig zijn heeft lange tijd onduidelijkheid bestaan. Gelet op de huidige stand van

Nadere informatie

De zakelijke kant van muziek

De zakelijke kant van muziek De zakelijke kant van muziek Leerlingentekst en opdrachten Muziek en tekst: eigendom, rechten en geld verdienen Je bent gek op muziek en wat is nou leuker dan van je hobby je werk maken? Als je een bandje

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Vertaling C-49/13 1 Zaak C-49/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 29 januari 2013 Verwijzende instantie: Úřad průmyslového vlastnictví

Nadere informatie

32 549 Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen

32 549 Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen T W E E D E K A M E R D E R S T A T E N - G E N E R A A L 2 Vergaderjaar 2010-2011 32 549 Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen Nr. 11 AMENDEMENT

Nadere informatie

JURIDISCHE AANSPRAKELIJKHEID VOOR

JURIDISCHE AANSPRAKELIJKHEID VOOR Faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Gent Academiejaar 2011-12 JURIDISCHE AANSPRAKELIJKHEID VOOR FILE SHARING-NETWERKEN Een inadequaat droombeeld met nood aan alternatieven Masterproef van de opleiding

Nadere informatie

De toenemende invloed van het Handvest op het auteursrecht AIPPI. woensdag 11 maart 2015

De toenemende invloed van het Handvest op het auteursrecht AIPPI. woensdag 11 maart 2015 De toenemende invloed van het Handvest op het auteursrecht AIPPI woensdag 11 maart 2015 1 Quaedvlieg 2006 Het lijkt geen goed idee dat iedere individuele rechter in ieder individueel geval een eigen afweging

Nadere informatie

GROEP GEGEVENSBESCHERMING ARTIKEL 29

GROEP GEGEVENSBESCHERMING ARTIKEL 29 GROEP GEGEVENSBESCHERMING ARTIKEL 29 10972/03/NL/def. WP 76 Advies 2/2003 over de toepassing van de gegevensbeschermingsbeginselen op de Whois directories Goedgekeurd op 13 juni 2003 De Groep is opgericht

Nadere informatie

Noot bij ktr. Utrecht 16 september 2008, BF0857

Noot bij ktr. Utrecht 16 september 2008, BF0857 Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Noot bij ktr. Utrecht 16 september 2008, BF0857 Z.H. Duijnstee-van Imhoff Published in WR 2009/109, p. 388-390. 1 Noot bij ktr. Utrecht 16 september

Nadere informatie

ACI Adam in de Nederlandse Thuiskopiepraktijk. Jochem Donker

ACI Adam in de Nederlandse Thuiskopiepraktijk. Jochem Donker ACI Adam in de Nederlandse Thuiskopiepraktijk Jochem Donker Onderwerpen Inleiding Wettelijke basis NL Tariefbepaling Rechtspraak NL i.v.m. ACI Adam Wat nu? Inleiding ACI-Adam: privé-kopie uit illegale

Nadere informatie

TOELICHTING MELDING ONRECHTMATIGE INFORMATIE

TOELICHTING MELDING ONRECHTMATIGE INFORMATIE TOELICHTING MELDING ONRECHTMATIGE INFORMATIE Vraag 1 Bij deze vraag dient u aan te geven wie de verzoeker is van deze melding. Eventuele correspondentie over de melding zal naar deze persoon worden verstuurd.

Nadere informatie

Recht en innovatie - Video in het onderwijs -

Recht en innovatie - Video in het onderwijs - presentatie op de themamiddag Video in het onderwijs op 4 maart 2010 Hogeschool Windesheim te Zwolle Recht en innovatie - Video in het onderwijs - Jaap Dijkstra Faculteit Rechtsgeleerdheid Rijksuniversiteit

Nadere informatie

College voor geschillen medezeggenschap defensie

College voor geschillen medezeggenschap defensie ADVIES Dossiernr: Advies van het College voor geschillen medezeggenschap defensie aan de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten naar aanleiding van een verzoek om advies inzake een tussen: de Commandant Maritieme

Nadere informatie

De stichting Stichting Nieuw Rechts, statutair gevestigd te Rotterdam; gedaagde, die schriftelijk heeft gereageerd.

De stichting Stichting Nieuw Rechts, statutair gevestigd te Rotterdam; gedaagde, die schriftelijk heeft gereageerd. Noot bij Ktr. Rb. Rotterdam 3 september 2004 (Schlijper/Nieuw Rechts) Verschenen in AMI 2005, p. 69-71. Inline hyperlink naar afbeelding levert openbaarmaking op. Websitehouder die forum aanbiedt maakt

Nadere informatie

Svensson: en verder? HvJ EU Svensson Hoe verhoudt zich tot eerdere HvJ jurisprudentie? Hoe verhoudt zich tot eerdere NL jurisprudentie?

Svensson: en verder? HvJ EU Svensson Hoe verhoudt zich tot eerdere HvJ jurisprudentie? Hoe verhoudt zich tot eerdere NL jurisprudentie? Kamiel Koelman Svensson: en verder? www.vandiepen.com VVA 12 juni 2014 k.koelman@vandiepen.com Overzicht HvJ EU Svensson Hoe verhoudt zich tot eerdere HvJ jurisprudentie? Hoe verhoudt zich tot eerdere

Nadere informatie

Enkele tekstfragmenten ten behoeve van de gesprekken over beslissen in IE-zaken

Enkele tekstfragmenten ten behoeve van de gesprekken over beslissen in IE-zaken Bijlage 2 Enkele tekstfragmenten ten behoeve van de gesprekken over beslissen in IE-zaken Inhoudsopgave 1. Het marktonderzoek en het dienstmeisje... 1 2. Persoonlijke smaak... 2 3. Is het eigenlijk nog

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-172 d.d. 23 april 2014 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. E.J. Heck, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Notice & Take Down procedure NetMatters versie: 20110601

Notice & Take Down procedure NetMatters versie: 20110601 Notice & Take Down procedure NetMatters versie: 20110601 Artikel 1. Definities 1. Tussenpersoon: NetMatters gevestigd te Rotterdam in Nederland en ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel onder

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

The clash of the Bulls. The Bull Dog vs. Red Bull: het begrip geldige reden nader verklaard door HvJ EU. I. Inleiding

The clash of the Bulls. The Bull Dog vs. Red Bull: het begrip geldige reden nader verklaard door HvJ EU. I. Inleiding The clash of the Bulls The Bull Dog vs. Red Bull: het begrip geldige reden nader verklaard door HvJ EU I. Inleiding Met de uitspraak van het Europese Hof op 6 februari jongstleden is het dan zo ver...

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.0691 (013.06) ingediend door: hierna te noemen klaagster, tegen: hierna te noemen verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. heeft op 11 april 2011 het navolgende arbitrale vonnis gewezen in de zaak van:

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. heeft op 11 april 2011 het navolgende arbitrale vonnis gewezen in de zaak van: SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 11/06 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, voorzitter, mr. E.D. Rentema, wonende te Dordrecht, drs. A.G. Vennegoor-Kalter,

Nadere informatie

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM VERLOOP VAN DE PROCEDURE

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM VERLOOP VAN DE PROCEDURE vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 2338114 \ CV EXPL 13-23007 vonnis van: 3 juni 2014 fno.: 639 vonnis van de kantonrechter Inzake de vennootschap naar het recht van de Verenigde

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Overeenkomst - Bestanddelen - Toestemming - Gebrek - Geweld - Morele dwang - Gebrekkige wil - Voorwaarde - Artt. 1109 en 1112, BW Datum 23 maart 1998 Copyright and

Nadere informatie

Edelachtbaar college,

Edelachtbaar college, Edelachtbaar college, X% Namens cliënten, a «a ^ ^ ^ ^ ^ M l e n tel^^^^ tekenen wij beroep in cassatie aan tegen de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam van 22 september 2011 op het beroepschrift van 10

Nadere informatie

Auteursrecht versus P2P

Auteursrecht versus P2P Auteursrecht versus P2P en de handhavingsmogelijkheden Universiteit: Tilburg University Masterscriptie Faculteit: Tilburg Law School Kim Hanssen (ANR: 870149) Opleiding: Rechtsgeleerdheid 23 februari 2011,

Nadere informatie

Partijen zullen hierna Stichting BREIN en Euroaccess genoemd worden.

Partijen zullen hierna Stichting BREIN en Euroaccess genoemd worden. Brein Euroaccess Enterprises DomJur 2011-748 Rechtbank s-hertogenbosch Zaak-/rolnummer: 174537/ KG ZA 08-261 Datum: 8 juli 2008 Vonnis in kort geding van 8 juli 2008 in de zaak van de stichting STICHTING

Nadere informatie

Openbaarmaking op het internet. recente rechtspraak. Jacqueline Seignette Vereniging voor Auteursrecht 20 januari 2012

Openbaarmaking op het internet. recente rechtspraak. Jacqueline Seignette Vereniging voor Auteursrecht 20 januari 2012 Openbaarmaking op het internet recente rechtspraak Jacqueline Seignette Vereniging voor Auteursrecht 20 januari 2012 Diensten: - P2P (Mininova, TPB, Shareconnector) - Usenet (NSE) - Usenet index service

Nadere informatie

Verklaring Consumentenbond en Artiestenvakbonden

Verklaring Consumentenbond en Artiestenvakbonden Verklaring Consumentenbond en Artiestenvakbonden Gezamenlijke Verklaring Consumentenbond en Artiestenvakbonden Voorstel voor een nieuwe regeling De Consumentenbond, Ntb en FNV Kiem doen gezamenlijk een

Nadere informatie

GEBRUIKSVOORWAARDEN LEES DEZE GEBRUIKSVOORWAARDEN AANDACHTIG DOOR VOORDAT U DE WEBSITE GEBRUIKT.

GEBRUIKSVOORWAARDEN LEES DEZE GEBRUIKSVOORWAARDEN AANDACHTIG DOOR VOORDAT U DE WEBSITE GEBRUIKT. GEBRUIKSVOORWAARDEN LEES DEZE GEBRUIKSVOORWAARDEN AANDACHTIG DOOR VOORDAT U DE WEBSITE GEBRUIKT. HIERIN WORDEN DE VOORWAARDEN BESCHREVEN VOOR HET GEBRUIK VAN DEZE WEBSITE. Algemeen Deze website (exclusief

Nadere informatie

Noot bij Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem 16 maart 2006 (NVM e.a. / Zoekallehuizen.nl)

Noot bij Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem 16 maart 2006 (NVM e.a. / Zoekallehuizen.nl) Noot bij Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem 16 maart 2006 (NVM e.a. / Zoekallehuizen.nl) Chr.A. Alberdingk Thijm Deze zaak gaat in de kern om de vraag of het een internet zoekmachine vrij staat informatie

Nadere informatie

5. Auteursrecht op internet: waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Een pleidooi voor collectief beheer 1

5. Auteursrecht op internet: waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Een pleidooi voor collectief beheer 1 5. Auteursrecht op internet: waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Een pleidooi voor collectief beheer 1 Erwin Angad-Gaur E r worden, zowel nationaal als internationaal, veel discussies gevoerd over

Nadere informatie

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe,

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, X Z (belanghebbende), \ beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2013. Bij brief van 11 oktober 2013 heeft de griffier mij

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/06/2012

Datum van inontvangstneming : 19/06/2012 Datum van inontvangstneming : 19/06/2012 Vertaling C-218/12-1 Zaak C-218/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 10 mei 2012 Verwijzende rechter: Landgericht Saarbrücken (Duitsland)

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Recht week 1 15-4-2013

Recht week 1 15-4-2013 Recht week 1 15-4-2013 Intellectueel eigendomsrecht * Uitsluitend recht van de mens op de producten van zijn denkarbeid * Geestelijk eigendom (want gaat over wat je denkt, eigenaar van eigen ideen) * een

Nadere informatie

Turbo-liquidatie en de bestuurder

Turbo-liquidatie en de bestuurder Turbo-liquidatie en de bestuurder Juni 2012 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel is noch de auteur noch Boers Advocaten

Nadere informatie

Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving)

Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Inleiding Op 24 november 2014 heeft de CRvB de eerste uitspraak gedaan over boetes

Nadere informatie

Software en continuïteit

Software en continuïteit Software en continuïteit Jaarvergadering Orde van Advocaten 25 september 2009 Presentatie van de Vereniging Informaticarecht Advocaten (VIRA) Polo G. van der Putt, voorzitter VIRA Agenda VIRA Wat is (de

Nadere informatie

Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen?

Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen? Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen? Feiten In 2007 vindt een ongeval plaats tussen twee auto s. De ene wordt

Nadere informatie

2014 Advies Commissie Wetenschappelijke Integriteit Universiteit Maastricht

2014 Advies Commissie Wetenschappelijke Integriteit Universiteit Maastricht 2014 Advies Commissie Wetenschappelijke Integriteit Universiteit Maastricht Aanleiding De Commissie Wetenschappelijke Integriteit UM heeft op (..) 2014 een door (..) (klager) ingediende klacht ontvangen.

Nadere informatie

Team IE & ICT. www.dehaanlaw.nl

Team IE & ICT. www.dehaanlaw.nl Team IE & ICT www.dehaanlaw.nl De Haan team intellectuele eigendom, internet, E-commerce en ICT-recht Intellectuele eigendom, internet, E-commerce en ICT-recht zijn verwante rechtsgebieden met een heel

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 28/12/2015

Datum van inontvangstneming : 28/12/2015 Datum van inontvangstneming : 28/12/2015 Vertaling C-618/15-1 Zaak C-618/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 23 november 2015 Verwijzende rechter: Cour de cassation (Frankrijk)

Nadere informatie

Datum Betreft beantwoording kamervragen vergoeding van schade ingeval van fraude bij internetbankieren

Datum Betreft beantwoording kamervragen vergoeding van schade ingeval van fraude bij internetbankieren > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Directie Financiële Markten Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 549 Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen Nr. 29 AMENDEMENT VAN HET LID VERHOEVEN

Nadere informatie

DijkmansBergJeths A D V O C A T E N WELKOM. Frank Rooijakkers, advocaat

DijkmansBergJeths A D V O C A T E N WELKOM. Frank Rooijakkers, advocaat WELKOM Frank Rooijakkers, advocaat 1 Inhoud Inleiding Toename gebruik internet, e-mail en social media, eenvoudig toegankelijk, privé? Hoe verhoudt zich dat met het arbeidsrecht? 3 momenten: voor, tijdens

Nadere informatie

DE RIJDENDE RECHTER. Bindend Advies. gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter.

DE RIJDENDE RECHTER. Bindend Advies. gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter. Zaaknummer: S20-28 Datum uitspraak: datum uitspraak Plaats uitspraak: Zaandam DE RIJDENDE RECHTER Bindend Advies in het geschil tussen: N. Mooren te Amsterdam verder te noemen: Mooren, tegen: T. Leerintvelt,

Nadere informatie

In deze noot komen de antwoorden of beide prejudiciële vragen aan bod. Maar eerst antwoord of de vraag wat een GUI nu eigenlijk is?

In deze noot komen de antwoorden of beide prejudiciële vragen aan bod. Maar eerst antwoord of de vraag wat een GUI nu eigenlijk is? Noot bij HvJEU,, 22 december 2010, zaak C-393/09, C Bezpečnostní softwarová asociace (BSA) tegen Ministerstvo kultury (prejudiciële vragen Nejvyšší správní soud,, Tsjechië) 1. Inleiding Op 22 december

Nadere informatie

Uitspraaknr. 06.056. De klacht. De feiten. De visie van partijen

Uitspraaknr. 06.056. De klacht. De feiten. De visie van partijen Landelijke Klachtencommissie onderwijs (mr. M.E.A. Wildenburg, S.J. Drijver, R.C.A. Wilcke) Uitspraaknr. 06.056 Datum: 27 juli 2006 Belemmerde communicatie, zonder reden melden van vermoedelijk ongeoorloofd

Nadere informatie

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de bank DATUM 17 maart 2006 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

Dispuut in de praktijk: leidt belastingfraude altijd tot (een vervolging voor) witwassen?

Dispuut in de praktijk: leidt belastingfraude altijd tot (een vervolging voor) witwassen? Dispuut in de praktijk: leidt belastingfraude altijd tot (een vervolging voor) witwassen? De Hoge Raad oordeelde op 7 oktober jl. dat gelden die door belastingontduiking zijn verkregen, kunnen worden aangemerkt

Nadere informatie

De "gemiddelde consument" als rationele actor

De gemiddelde consument als rationele actor [WPNR 2010, p. 533-534.] B.B. Duivenvoorde, Promovendus bij het Centre for the Study of European Contract Law (CSECL) aan de Universiteit van Amsterdam. Duivenvoorde bereidt een proefschrift voor over

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland. Datum: 12 mei 2011. Rapportnummer: 2011/143

Rapport. Rapport betreffende een klacht over het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland. Datum: 12 mei 2011. Rapportnummer: 2011/143 Rapport Rapport betreffende een klacht over het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland. Datum: 12 mei 2011 Rapportnummer: 2011/143 2 Klacht Op 10 juli 2010 hebben politieambtenaren van het regionale

Nadere informatie

Algemene voorwaarden Dynamic Webservice

Algemene voorwaarden Dynamic Webservice Algemene voorwaarden Dynamic Webservice Artikel 1: Toepasselijkheid 1. Opdrachtgever gaat onverminderd akkoord met de door Dynamic Webservice gestelde voorwaarden, hierbij eventueel eigen voorwaarden laten

Nadere informatie

Rapport. Verslag van Rapport over een klacht over de SVB te Amstelveen. Datum: 22 januari 2013. Rapportnummer: 2013/007

Rapport. Verslag van Rapport over een klacht over de SVB te Amstelveen. Datum: 22 januari 2013. Rapportnummer: 2013/007 Rapport Verslag van Rapport over een klacht over de SVB te Amstelveen Datum: 22 januari 2013 Rapportnummer: 2013/007 2 De klacht en de achtergronden De Nationale ombudsman ontving in het voorjaar van 2012

Nadere informatie

1"1\ Betreft Reactie op Business case Historische NAW. Datum Amsterdam, 8 juli 2010. Geachte heel

11\ Betreft Reactie op Business case Historische NAW. Datum Amsterdam, 8 juli 2010. Geachte heel I Stichting Bits of Freedom Postbus 10746 1001 ES Amsterdam 1"1\ E W www.bof.nl Bankrekening 554706 512 Bits of Freedom, Amsterdam KVK-nr. 34 12 1286 Betreft Reactie op Business case Historische NAW Datum

Nadere informatie

» Samenvatting. » Uitspraak

» Samenvatting. » Uitspraak JA 2007/129 Rechtbank 's-hertogenbosch 14 februari 2007, 42982/HA ZA 06-1098; LJN BA1541. ( Mr. Brouwer ) 1. [Eiser sub 1], 2. [eiser sub 2], gezamenlijk handelend als wettelijke vertegenwoordigers van

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

Naar aanleiding van de uitzending van Tros Radar d.d. 23 februari 2015.

Naar aanleiding van de uitzending van Tros Radar d.d. 23 februari 2015. Vrijblijvende en ter oriëntatie bedoelde toelichting op procedure misleiding Staatsloterij en de eventuele mogelijkheid tot het verkrijgen van schadevergoeding of een andere vorm van compensatie. Naar

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden. Artikel 1 - Doelstelling

Algemene Voorwaarden. Artikel 1 - Doelstelling Algemene Voorwaarden In deze Algemene Voorwaarden staan de rechten en plichten van diegene die gebruik maken van de MiessAgenda via de MiessAgendaApp ( applicatie ) of de website MiessAgenda.nl ( website

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 16 maart 2011.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 16 maart 2011. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 208 d.d. 1 september 2011 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Opstalverzekering. Als gevolg

Nadere informatie

24-10-2013. Intellectual Property & bedrijfswaarde aeternus college tour bedrijfswaarde AUTEURSRECHT. Intellectuele eigendom: hoofdcategorieën

24-10-2013. Intellectual Property & bedrijfswaarde aeternus college tour bedrijfswaarde AUTEURSRECHT. Intellectuele eigendom: hoofdcategorieën Intellectual Property & bedrijfswaarde aeternus college tour bedrijfswaarde Intellectuele eigendom: hoofdcategorieën 1. Copyright (Auteursrecht e.a.) Intellectuele eigendom 2. Industriële Eigendom Antoon

Nadere informatie

Privacy beleid. Algemeen

Privacy beleid. Algemeen Privacy beleid Algemeen In dit Privacy beleid wordt beschreven hoe wij omgaan met uw persoonsgegevens. Wij verzamelen, gebruiken en delen persoonsgegevens om de websites van JaMa Media, zoals Mijnkoopwaar

Nadere informatie

De bewijslast in artikel 1:160 BW procedures

De bewijslast in artikel 1:160 BW procedures De bewijslast in artikel 1:160 BW procedures Inleiding Zoals collega Van den Anker al eerder (Samenleven en alimentatie ontvangen? EB 2009, 32) schreef, is de alimentatieplicht niet oneindig. Deze kan

Nadere informatie

Hoofdstukken Intellectuele Eigendom

Hoofdstukken Intellectuele Eigendom Hoofdstukken Intellectuele Eigendom Hoofdstukken Intellectuele Eigendom door Dirk J.G. Visser hoogleraar in Leiden advocaat in Amsterdam delex 2013 2013, D.J.G. Visser, Leiden/Amsterdam Ontwerp omslag

Nadere informatie

2. Bij verweerschrift van 24 april 2013 heeft [verweerder] verweer gevoerd.

2. Bij verweerschrift van 24 april 2013 heeft [verweerder] verweer gevoerd. D13.001 Uitspraak van het College van Toezicht Kamer I Zitting 1 juli 2013 Inzake: Stichting A, gevestigd te E, klaagster, tegen X, architect BNA te H, verweerder. 1. Bij brief van haar advocaat van 6

Nadere informatie

3D-printen de technologische mogelijkheden en juridische uitdagingen. 16 maart 2026 3/17/2016

3D-printen de technologische mogelijkheden en juridische uitdagingen. 16 maart 2026 3/17/2016 3D-printen de technologische mogelijkheden en juridische uitdagingen IE Symposium Zeist 16 maart 2016 Marjolein Driessen Legaltree 16 maart 2026 LEGO failliet door 3D-printen De ooit succesvolle Deense

Nadere informatie

Huwelijksvermogensrecht journaal. September 2015

Huwelijksvermogensrecht journaal. September 2015 Huwelijksvermogensrecht journaal September 2015 Items Vinger aan de pols: Voorstel van wet 33 987, Literatuur en wetgevingsproces Ongehuwde samenlevers en vermogensregime Ongehuwden en alimentatie Pensioen

Nadere informatie

Vertaling C-125/14-1. Zaak C-125/14. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Fővárosi Törvényszék (Hongarije)

Vertaling C-125/14-1. Zaak C-125/14. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Fővárosi Törvényszék (Hongarije) Vertaling C-125/14-1 Zaak C-125/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 18 maart 2014 Verwijzende rechter: Fővárosi Törvényszék (Hongarije) Datum van de verwijzingsbeslissing: 10

Nadere informatie

Belang IE voor marktwaarde bedrijf. Molengraaff Institute Center for Intellectual Property Law

Belang IE voor marktwaarde bedrijf. Molengraaff Institute Center for Intellectual Property Law Belang IE voor marktwaarde bedrijf 1 1 2 3 Evolutie Geldelijke Sancties Fase 1: - 85: sanctie schadevergoeding schiet tekort Fase 2: 85-05: toename geldelijke sancties Fase 3: 05- : expansief sanctie-arsenaal

Nadere informatie

Rechtbank Maastricht 26 oktober 2011, nr. HA RK 11-88, LJN BU7197 (mr. J.F.W. Huinen, mr. T.A.J.M. Provaas en mr. E.J.M. Driessen)

Rechtbank Maastricht 26 oktober 2011, nr. HA RK 11-88, LJN BU7197 (mr. J.F.W. Huinen, mr. T.A.J.M. Provaas en mr. E.J.M. Driessen) Rechtbank Maastricht 26 oktober 2011, nr. HA RK 11-88, LJN BU7197 (mr. J.F.W. Huinen, mr. T.A.J.M. Provaas en mr. E.J.M. Driessen) Noot I. van der Zalm Overlijdensschade. Schadeberekening. Inkomensschade.

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/06/2015

Datum van inontvangstneming : 19/06/2015 Datum van inontvangstneming : 19/06/2015 Vertaling C-223/15-1 Zaak C-223/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 18 mei 2015 Verwijzende rechter: Oberlandesgericht Düsseldorf (Duitsland)

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 070.00 ingediend door: hierna te noemen klager`, tegen: hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B Raad van de Europese Unie Brussel, 30 september 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0407 (COD) 13538/14 DROIPEN 112 COPEN 230 CODEC 1868 NOTA van: aan: het voorzitterschap het Comité van permanente

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie