Tweede Kamer der Staten-Generaal

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Rijksbegroting voor het jaar Hoofdstuk XVI Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur Nr. 163 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN WELZIJN, VOLKSGE ZONDHEID EN CULTUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Rijswijk, 13 juli 1989 Hierbij doe ik u het Regeringsstandpunt Verloskunde toekomen, naar aanleiding van het eindrapport van de Adviescommissie Verloskunde «Verloskundige Organisatie in Nederland: Uniek, bewonderd en verguisd», dat op 8 september 1987 aan mij is aangeboden. De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, D. J. D. Dees F SDU uitgeverij 's-gravenhage 1989 Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

2 REGERINGSSTANDPUNT ADVIESCOMMISSIE KLOOSTERMAN De adviesaanvrage Op 3 september 1984 heeft de toenmalige Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, drs. J.P. van der Reijden, voor de duur van 1 jaar de Adviescommissie Verloskunde ingesteld. Tot voorzitter van deze Adviescommissie, tevens lid, werd prof.dr. G.J. Kloosterman benoemd, terwijl tot leden diverse deskundigen uit de kring der verloskundigen, uit de kring der huisartsen en uit de kring der gynaecologen werden benoemd. Aanleiding voor de instelling van deze Adviescommissie was onder meer het standpunt van de Staatssecretaris, dat het verantwoord is en ook de voorkeur geniet dat een bevalling die naar verwachting normaal zal verlopen, thuis zal plaatshebben. Te constateren is evenwel, dat de laatste twee decennia een verschuiving heeft plaatsgehad van thuisbevalling naar klinische c.q. poliklinische bevalling en van verloskundige zorg, verleend door huisarts en verloskundige naar verloskundige zorg, verleend door gynaecoloog. Het vorenstaande in aanmerking nemende, heeft de Staatssecretaris de Adviescommissie ingesteld, die tot taak kreeg de bewindsman te adviseren over: a. de wijze waarop de samenwerking tussen verloskundigen, huisartsen, gynaecologen, kinderartsen en kraamcentra kan worden bevorderd; b. de wijze waarop bij het publiek en bij de beroepsbeoefenaren een herwaardering kan worden bevorderd van de thuisbevalling en de bevalling onder leiding van verloskundige of huisarts; c. de wijze waarop een verantwoorde verschuiving kan worden teweeggebracht van klinische en poliklinische bevallingen naar thuisbevallingen; d. de wijze waarop een verantwoorde verschuiving kan worden teweeggebracht in het aandeel verloskundige zorg vas tweedelijns- naar eerstelijnsberoepsbeoefenaren. De commissie werd voorts gevraagd in haar advies aan te geven wat de financiële consequenties zijn van de door haar voor te stellen maatregelen. Op 18 juni 1985 heeft de Staatssecretaris op verzoek van de LHV de taakopdracht van de commissie verruimd en haar gevraagd hem tevens van advies te willen dienen over het vraagstuk van de bestaande beperking van de «vrije keuze» tussen huisarts en verloskundige voor ziekenfondsverzekerden en de wijze waarop de met deze beperking samenhangende problemen in het kader van het streven naar een optimale verloskundige voorziening tot een oplossing kunnen worden gebracht. Met deze taakuitbreiding werd tegelijkertijd de duur van de insteling van de commissie verlengd, aanvankelijk tot 1 juni 1986, later tot 1 januari Het uitbrengen van het advies vergde evenwel meer tijd dan aanvankelijk was voorzien. Uiteindelijk is op 8 september 1987 het eindrapport van de Adviescommissie ten departemente aangeboden. Standpunt van de regering t.o.v. het advies Allereerst betuig ik mijn erkentelijkheid jegens de commissie voor de grondige en uitvoerige wijze waarop zij zich van haar taak heeft gekweten. Hoewel het, blijkens het eindrapport van de Adviescommissie, op sommige punten bijzonder moeilijk was consensus te bereiken is de Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

3 commissie er in geslaagd op vrijwel alle onderdelen met een eenstemmig oordeel te komen. 1. De centrale aanbevelingen De commissie komt in haar advies tot een groot aantal aanbevelingen. Sommige daarvan nemen in het advies een centrale plaats in; andere hebben deels het karaktervan nadere, soms technische, uitwerkingen. Bij de weergave van mijn standpunt zal in eerste instantie aansluiting gezocht worden bij de aanbevelingen zoals verwoord in de samenvatting van het rapport, waarbij overigens ook aandacht besteed zal worden aan de onderbouwing en de nadere uitwerking van de aanbevelingen in de daarop volgende hoofdstukken. De commissie heeft in haar advies de eerste vier vragen waarover advies gevraagd werd als één samenhangend geheel behandeld, en de later toegevoegde problematiek van de «vrije keuze» daarvan tot op zekere hoogte onderscheiden. Uit deze benadering vloeien de vier centrale aanbevelingen van de commissie voort: 1. stimulering van verloskundige samenwerkingsverbanden; 2. handhaving van kwantitatief en kwalitatief voldoende toegeruste kraamzorg; 3. invoering van een (verplichte) eenvormige registratie van perinatale gegevens; 4. handhaving van de financiële beperkingen inzake de «vrije keuze» tussen huisarts en verloskundige. De verloskundige organisatie die de commissie voor ogen staat, en waarin ik haar volg, benadrukt enerzijds het «natuurlijke» karakter van de normaal verlopende bevalling (wat betekent dat de thuisbevalling in principe als het «normale» geval beschouwd dient te worden), en garandeert anderzijds dat in alle gevallen maximale veiligheid bestaat voor de aanstaande moeder en haar kind door uiterst zorgvuldige selektie in de zwangerschap en de mogelijkheid te allen tijde, ook tijdens de bevalling, de hulpverlening tijdig over te dragen aan de voor de situatie meest aangewezen hulpverlener. Het is welhaast vanzelfsprekend, en ook in die zin volg ik de commissie, dat samenwerking tussen allen die bij baring en kraambed betrokken zijn een essentiële voorwaarde is voor handhaving en, waar nodig, verbetering van dit systeem. Daarbij dient gedacht te worden aan samenwerking rond een concrete casus, waardoor de zwangere in kwestie de hulpverlening krijgt die het meest is aangepast aan haar behoeften, terwijl er tevens een geïnstitutionaliseerde samenwerking tussen de verschillende hulpverleners tot stand wordt gebracht. Een goede risico-selectie, een noodzakelijke voorwaarde wil de verloskundige organisatie inderdaad de noodzakelijke veiligheid garanderen, zal daardoor zonder twijfel bevorderd kunnen worden. De resultaten van de reeds bestaande samenwerkingsverbanden wijzen naar het oordeel van de commissie duidelijk in deze richting. De commissie heeft de problematiek van de vrije keuze tussen huisarts en verloskundige voor een deel behandeld in het kader van deze samenwerkingsverbanden. Zij pleit ervoor dat in een verloskundige organisatie die geheel gebaseerd is op geïnstitutionaliseerde samenwerkingsverbanden een vrije keuze voor de zwangere zal bestaan. Meer in het algemeen meent de commissie dat maatregelen die een verbetering van de kwaliteit van de zorg beogen, maar die door een beroepsgroep als een aantasting van de eigen positie gezien (kunnen) worden, gemakkelijker geaccepteerd zullen worden indien de verschillende beoefenaren samenwerken in een geïnstitutionaliseerd samenwerkingsverband. Een honoreringssysteem waarbij de inkomsten van het team verdeeld worden volgens een vaste sleutel zou dit naar de mening van de commissie kunnen bevorderen. Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

4 Ik onderschrijf deze gedachtengang, (waarbij ik zijdelings opmerk dat het laatstgenoemde honoreringssysteem op macro-niveau wel budgettair neutraal dient te zijn) maar meen dat het bereiken van een verloskundig systeem dat geheel gestoeld is op dergelijke samenwerkingsverbanden nog geruime tijd zal vergen. De zorginhoudelijke argumenten ten gunste van de verloskundige samenwerkingsverbanden zijn op zichzelf reeds zwaarwegend genoeg om op dit moment op experimentele basis stimulering van deze organisatievorm te rechtvaardigen. Deze stimulering zal, conform het advies van de commissie, bestaan uit het dekken van de kosten van de noodzakelijke administratieve ondersteuning van het samenwerkingsverband. De minimumvoorwaarden ten aanzien van geregeld contact tussen huisartsen, verloskundigen en obstetrici, bespreking van alle geboorten (met bijzondere nadruk op de bevallingen waarbij zich problemen hebben voorgedaan bij moeder en/of kind), schriftelijke verslaglegging van alle zwangerschappen en een omvang van bevallingen per jaar worden onderschreven. Hoewel de thans bekende resultaten van de bestaande samenwerkingsverbanden gunstig lijken te zijn, moeten de te stimuleren samenwerkingsverbanden nadrukkelijk gezien worden als experimenten, die geëvalueerd zullen worden. Het ontwerpen van een stimuleringsregeling, zoals van kracht voor samenwerkingsverbanden in de eerste lijn, ligt dan ook niet in de bedoeling. Vooralsnog zou het aantal samenwerkingsverbanden dat van rijkswege een financiële ondersteuning krijgt beperkt kunnen blijven tot de bestaande en een aantal nieuwe, waarbij gedacht wordt aan totaal tien samenwerkingsverbanden voor een periode van vijf jaar. Vanzelfsprekend kan deelname aan een dergelijk experiment uitsluitend op basis van vrijwilligheid geschieden. Voor de begeleiding van dit experiment wordt een begeleidingscommissie in het leven geroepen. In overleg met deze commissie kunnen de aan het samenwerkingsverband te stellen voorwaarden nader geconcretiseerd worden (onder andere ten aanzien van de relatie met kinderartsen en kraamcentra). De adviescommissie heeft, zoals gezegd, de eerste vier vragen waarover zij diende te adviseren grotendeels als één geheel behandeld. Zij komt dan ook tot de conclusie dat met het stimuleren van verloskundige samenwerkingsverbanden tevens een herwaardering bij het publiek en onder de beroepsbeoefenaren zal plaatsvinden van de thuisbevalling en de bevalling onder leiding van een verloskundige of huisarts, namelijk door ruime publicatie van de naar verwachting gunstige resultaten. Voorts meent de commissie dat het stimuleren van samenwerkingsverbanden eveneens het antwoord is op de vragen op welke wijze een verantwoorde verschuiving teweeggebracht kan worden van klinische en poliklinische bevallingen naar thuisbevallingen, en hoe een verantwoorde verschuiving teweeggebracht kan worden van hei aandeel in de verloskundige zorg van tweedelijns- naar eerstelijnsberoepsbeoefenaren. Hoewel het bij de commissie bestaande optimisme over de «uitstraling», die de samenwerkingsverbanden bij gunstige resultaten zouden kunnen hebben, mij niet ongegrond voorkomt, dient toch voorkomen te worden dat het misverstand zou ontstaan dat het creëren van samenwerkingsverbanden het enige antwoord op de gestelde vragen zou vormen, met uitsluiting van enig alternatief. Ik heb de door de commissie bepleite stimulering van samenwerkingsverbanden dan ook opgevat als een middel tot het bereiken van een bepaalde verloskundige organisatie op langere termijn, die stapsgewijs (onder andere door experimenten ter zake) bereikt kan worden, wat echter onverlet laat dat intussen ook andere maatregelen genomen worden. Eén daarvan is het invoeren van een Landelijk Verloskundig Registratiesysteem, zoals door de commissie voorgestaan. De commissie constateert dat geen eenstenv Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

5 migheid bestaat over de vraag of het Nederlandse systeem wel een maximum aan veiligheid biedt voor de aanstaande moeder en haar kind, en dat de Vereniging voor Gynaecologie en Obstetrie negatief gereageerd heeft op de «Nieuwe verloskundige indicatielijst», waaruit blijkt dat bij een belangrijke beroepsgroep twijfel bestaat over de wenselijkheid van de door mij gewenste verschuivingen van de tweede naar de eerste lijn. Voorts lijkt de positie die Nederland inneemt wat betreft de perinatale sterfte, hoewel nog steeds gunstig, ten opzichte van de Scandinavische landen en Zwitserland minder gunstig te zijn geworden. Bij het vergelijken van perinatale sterftecijfers van verschillende landen moet naar mijn mening bedacht worden, dat niet overal duidelijk is welke criteria gehanteerd worden. De indruk bestaat dat men in het buitenland minder geneigd is zwangerschappen die eindigen met een dode, zeer vroege geboorte in de statistieken op te nemen dan in ons land; de cijfers komen daardoor voor het buitenland uiteraard gunstiger te liggen. Daarnaast moet nog bedacht worden dat perinatale sterfte, door de geringe frequentie ervan, een minder goede indicatie van de kwaliteit van de verloskundige zorg is; perinatale morbiditeit is in een aantal opzichten als indicator te prefereren. De commissie meent dat, ook al omdat de discussies over de meest wenselijke plaats van de bevalling vaak een emotioneel karakter hebben, alleen zorgvuldig verzamelde epidemiologische gegevens deze verschillen van mening kunnen oplossen. Dezelfde gegevens zouden naar het oordeel van de commissie kunnen dienen om het functioneren van de samenwerkingsverbanden te evalueren. Het door de commissie voorgestelde registratiesysteem zou niet alleen eenvormig moeten zijn maar ook verplicht voor alle huisartsen die bevallingen doen, verloskundigen en gynaecologen/obstetrici. Ik onderschrijf de wenselijkheid van een dergelijke registratie. Hoewel het wellicht wat optimistisch is om te verwachten dat de gegevens die deze registratie oplevert de discussies definitief zullen beslechten kunnen zij, zeker als de gegevens snel ter beschikking komen, een belangrijke monitoringfunctie hebben en richting geven aan het proces van risicoselectie, taakafbakening, etc. Dat de commissie pleit voor een verplichte registratie is begrijpelijk. Immers, registratie van het professionele handelen kan tot op zekere hoogte bedreigend zijn voor een beroepsgroep; gaat met de registratie ook een element van (onderlinge) toetsing gepaard dan kan daarvan ook voor de individuele hulpverlener een zekere bedreiging uitgaan. Is vrijwilligheid de basis van deelname aan de registratie, dan bestaat een gerede kans dat de «zwakke broeders» bij de niet-deelncmers zijn oververtegenwoordigd; in onbekende mate echter, zodat het trekken van conclusies een moeilijke zaak wordt. Een wettelijke basis voor de door de commissie voorgestelde verplichting ontbreekt echter; het is ook niet mijn voornemen deze te creëren. Dit betekent dat deelname uitsluitend vrijwillig kan zijn. (Een stimulans door middel van een financiële vergoeding bij deelname komt niet in aanmerking: terecht stelt de adviescommissie dat registratie als zodanig reeds deel uitmaakt van het normale takenpakket van de betrokken beroepsbeoefenaren.) Het moet echter niet uitgesloten geacht worden dat de deelname aan de nu reeds bestaande registraties (gynaecologen en verloskundigen 70%, huisartsen hebben geen algemeen systeem) nog aanzienlijk is op te voeren, zodat de 100% dicht benaderd wordt. De betrokken beroepsverenigingen zouden hierbij een belangrijke rol kunnen spelen. Vanzelfsprekend kan aan de te subsidiëren samenwerkingsverbanden wèl de eis gesteld worden van een adequate registratie. Een centrale aanbeveling van de commissie betreft voorts de kraamzorg, door de commissie aangeduid als «hoeksteen van ons verloskundig organisatiebestel». Naast de belangrijke aanbeveling om deze Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

6 vooziening kwantitatief en kwalitatief op peil te houden (aanbeveling 2), doet de commissie de aanbeveling dat de kraamverzorgende, uit een oogpunt van continuïteit van zorg, assisteert bij een poliklinische bevalling (aanbeveling 9), en dat kraamcentra voldoende toegerust zijn en ook in financiële zin in de gelegenheid gesteld worden om MDGVO-VZ opgeleiden in te werken (aanbeveling 10). Ik deel het standpunt van de commissie dat de kraamzorg van essentieel belang is voor het Nederlandse Verloskundige stelsel. Zonder een kwantitatief en kwalitatief voldoende toegeruste kraamzorg is de thuisbevalling in feite niet goed denkbaar. De gemiddelde duur van een volledige dagkraamzorg van 64 uur over gemiddeld 8 dagen zal dan ook niet verder worden teruggebracht. In moeilijke gevallen kan maximaal 10 dagen kraamzorg verleend worden wat echter, om het gemiddelde op 8 dagen te houden, gecompenseerd dient te worden met een zekere hoeveelheid «kortere» kraamzorg aan de andere kant. Het creëren van zogeheten «flexibele kraamzorg» maakt dit mogelijk. Deze flexibele kraamzorg past in het bredere en door de regering bij haar beleid ten aanzien van de gezondheidszorg centraal gestelde «zorg op maat» concept. Ik heb dan ook met instemming kennis genomen van het in principe positieve oordeel van de Adviescommissie over deze vorm van zorg; zij erkent anderzijds dat voortdurende alertheid geboden is om mogelijke nadelen van dit systeem snel op het spoor te komen. Het standpunt van de commissie dat uit oogpunt van continuïteit van zorg, en satisfactie van zowel kraamverzorgende als kraamvrouw, een kraamverzorging in principe door één kraamverzorgende geschiedt, wordt onderschreven. Hetzelfde geldt voor de aanwezigheid en assistentie van de kraamverzorgende bij de poliklinische bevalling; ik kom hierop later nog terug. De problematiek van de «vrije keuze» tussen huisarts en verloskundige heeft de commissie voor de nodige problemen geplaatst. De commissie stelt dat in de uiteindelijk te bereiken organisatie van de verloskundige hulp in Nederland, te weten een intense en geïnstitutionaliseerde samenwerking tussen de drie beroepsgroepen, vrije keuze binnen het samenwerkingsverband zou moeten zijn. Dit standpunt heeft de huisarts-leden van de commissie ertoe gebracht zich tenslotte te conformeren aan het standpunt van de commissie dat de huidige situatie waarbij de verloskundige de eerst-aangewezene is voor de verloskundige zorg, gehandhaafd dient te blijven. De commissie hanteert voor deze stelling drie argumenten. In de eerste plaats wijst zij erop dat vrije keus feitelijk voor een groot deel van de bevolking een illusie is, nu vele huisartsen geen bevallingen (meer) doen. Ik onderschrijf dit argument, waarbij ik erop wijs dat verwacht moet worden dat ook in een situatie waarin verloskundige samenwerkingsverbanden op grote schaal tot stand zijn gekomen de vrije keuze voor grote delen van de bevolking in feite niet bestaat: ook in deze situatie zal immers niet iedere huisarts zich beschikbaar stellen voor het verrichten van bevallingen. Een tweede argument noemt de commissie het gevaar van rivaliteit tussen de beroepsgroepen als vrije keuze wordt ingevoerd, en een derde is de problematiek van de bestaanszekerheid van verloskundigen, die door dikwijls snel wisselende bereidheid van artsen in hun directe omgeving om wel of geen bevallingen te doen bedreigd kunnen worden. Ik heb er kennis van genomen dat in dit verband door de Landelijke Huisartsen Vereniging geopteerd wordt voor een verloskundige organisatie waarbij zodanige samenwerkingsverbanden tussen huisartsen en verloskundigen worden gecreëerd dat zowel de keuzevrijheid van de zwangere als ook het economisch kunnen voortbestaan van de betrokken verloskundige wordt gegarandeerd. Ik meen dat de levensvatbaarheid van een dergelijk systeem vooral bepaald zal worden door de mate waarin betrokkenen erin slagen over deze, potentieel strijdige, Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

7 doeleinden werkbare afspraken te maken. De beroepsverenigingen dienen daarin het voortouw te nemen; iets wat tot op heden niet gebeurd is. Ik meen dan ook dat deze optie, hoewel zeker van belang voor de gedachtenvorming over de verloskundige organisatie, vooralsnog van weinig praktische betekenis is. De door de Adviescommissie gehanteerde argumentatie is naar mijn mening voldoende om, conform het advies van de commissie, de huidige situatie, die gekenmerkt wordt door het primaat van de verloskundige, te handhaven. Ik meen overigens dat, hoe de verloskundige organisatie er op langere termijn ook uit zal zien, zowel huisartsen als verloskundigen daarin een essentiële rol moeten spelen, wil het systeem waarbij de thuisbevalling zo'n belangrijke rol speelt althans in stand blijven. Het feitelijke gegeven dat veel huisartsen zich niet beschikbaar stellen voor bevallingen (c.q. hier na verloop van tijd mee wensen te stoppen omdat de fysieke belasting te zwaar gaat wegen, of doordat het aantal bevallingen te sterk terugloopt) betekent dat de verloskundigen onmisbaar zijn; de onmogelijkheid voor een verloskundige om in een dun bevolkt gebied een praktijk van in economisch opzicht voldoende omvang te realiseren impliceert dat in ieder geval in dergelijke gebieden het systeem niet zonder de inbreng van de huisarts kan. Dat beide beroepsgroepen in staat en bereid zijn de kwaliteit van de zorgverlening op peil te houden, door onder andere toetsing en (her-)registratie, en als zodanig kwalitatief eikaars gelijken zijn, staat voor mij eveneens vast. Voorts moet bedacht worden dat na realisering van de veranderingen in structuur en financiering van de gezondheidszorg, zoals aangeduid in de nota «Verandering Verzekerd», van een van overheidswege toegekend primaat van een bepaalde beroepsgroep om te voorzien in een funktie waartoe ook één of meer andere beroepsgroepen bevoegd zijn, in principe geen sprake meer zal zijn. In dat stelsel zal de vraag welke beroepsbeoefenaars de verloskundige zorg in een bepaald gebied gaan leveren worden beantwoord in onderhandelingen tussen aanbieders en verzekeraars, waarbij de consumenten door het kenbaar maken van hun preferenties in zekere mate een sturende rol kunnen spelen. Tussen huisartsen en verloskundigen zal derhalve een vorm van concurrentie kunnen ontstaan, die echter niet zo ver mag gaan dat de ene partij de andere geheel uit de markt zou drukken. De verantwoordelijkheid voor het bereiken van de optimale situatie ligt in eerste instantie bij aanbieders en verzekeraars c.q. hun overkoepelende organisaties. Afhankelijk van de mate waarin zij hierin slagen zal nader bezien worden of regelgeving van overheidswege te zijner tijd noodzakelijk is. De Ziekenfondsraad heeft inmiddels een werkgroep in het leven geroepen die zich met deze materie bezighoudt. 2. De overige aanbevelingen Naast Je thans behandelde vier centrale aanbevelingen heeft de Adviescommissie een aantal andere aanbevelingen gedaan. In de onderling samenhangende aanbevelingen 5 en 6 pleit de commissie voor opneming van de niet-medisch geïndiceerde poliklinische bevalling in het ziekenfondspakket, en een regeling van de openstelling van zowel algemene als academische ziekenhuizen ten behoeve van eerstelijns verloskundige hulpverleners. De aanbeveling (nr. 9) dat de kraamverzorgende bij een poliklinische bevalling dient te assisteren kan mede hierbij worden betrokken. Over onder andere deze materie heeft de Ziekenfondsraad mij op 28 april 1988 spontaan advies uitgebracht. In vergelijking met de omstandigheden waaronder door de Raad eerdere adviezen terzake zijn uitgebracht zijn naar de mening van de Raad het totstandkomen van de «Verloskundige Indicatielijst» (de bijgestelde «Kloostermanlijst») én de Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

8 daarvan (op wat langere termijn) te verwachten substitutie-effecten van tweede- naar eerstelijns verloskundige zorg reden om deze kwestie nogmaals aan de orde te stellen. Over deze materie merk ik eerst, in het algemeen, het volgende op. Uit de ter beschikking staande cijfers blijkt dat het aandeel van de poliklinische bevallingen op het totaal een continue stijging te zien geeft. Hoewel daarbij enerzijds een verschuiving te zien is van klinisch naar poliklinisch, is anderzijds onmiskenbaar dat aanvankelijk de stijging van het aantal poliklinische bevallingen evenzeer ten koste is gegaan van het aantal thuisbevallingen. Van sommige kanten worden tegen deze ontwikkeling bezwaren ingebracht. Gevreesd wordt dat de (juiste) opvatting dat een normaal verlopende bevalling een fysiologisch gebeuren is te weinig aandacht krijgt, en dat er onnodige medicalisering zal optreden. Op zichzelf kan ik voor deze gedachtengang begrip opbrengen. Mijn beleid is in zijn algemeenheid ook op het voorkomen van onnodige medicalisering gericht (o.a. door het bevorderen van zelfzorg en het stimuleren van de thuiszorg). Daar staat echter de vraag tegenover of het niet noodzakelijk is de zwangere een vrije keuze te laten (niet beïnvloed door financiële overwegingen) ten aanzien van de plaats waar zij wil bevallen. Dit vanuit de gedachte dat een goed verloop van een bevalling het meest gediend wordt als de vrouw daar bevalt, waar zij zich het veiligst en het meest geborgen voelt. Ik meen dat deze vraag in principe positief beantwoord moet worden. Geconstateerd moet derhalve worden dat hier sprake is van twee conflicterende principes: wanneer het principe van de vrije keuze voor de plaats van bevallen betekent dat grote groepen zwangeren (objectief gezien wellicht ten onrechte) kiezen voor een poliklinische bevalling loopt het principe van het voorkómen van onnodige medicalisering (wellicht) gevaar. Ik wijs er daarbij echter op dat dit gevaar niet overschat moet worden. Sinds 1978 heeft immers het percentage thuisbevallingen zich gestabiliseerd op circa 35, terwijl in die periode het aandeel van de poliklinische bevallingen nog steeg van circa 17 tot 36%. De groei van de poliklinische bevallingen is dus de laatste 10 jaar niet meer ten koste gegaan van de thuisbevallingen. De Ziekenfondsraad wijst in zijn genoemd advies in de richting van een oplossing waarbij wordt aangesloten bij de indeling in risico-situaties conform de Verloskundige indicatielijst. Daarbij zou naar het oordeel van de Raad de poliklinische bevalling in de medium-situatie onder leiding v,jn de eerstelijns verloskundige zorgverlener als verstrekking in het ziekenfondspakket moeten worden opgenomen; betreft het een niet-medische geïndiceerde poliklinische bevalling, dan dient het honorarium van verloskundige of huisarts, alsmede de kraamzorg na thuiskomst vergoed te worden via respectievelijk de Beschikking verloskundige hulp ziekenfondsverzekering en het Besluit kraamzorg ziekenfondsverzekering, doch komen de kosten die het ziekenhuis in rekening brengt (inclusief de noodzakelijke verpleging) en een eventueel honorarium van de specialist voor rekening van de verzekerde. Ik acht deze koppeling aan de risico-indeling een gelukkige oplossing, die zoveel als mogelijk is aan beide bovengenoemde principes recht doet. Gelet op de relatief geringe kosten waarmee één en ander gepaard gaat, (f 0,3 min) zie ik thans geen financiële belemmeringen om deze regeling tot stand te brengen. Parallel met een wijziging van de Beschikking verloskundige hulp ziekenfondsverzekering dient echter gerealiseerd te worden dat huisartsen en verloskundigen toegelaten worden tot alle algemene ziekenhuizen (aanbeveling 6). Vooralsnog ga ik ervan uit dat deze materie op bevredigende wijze geregeld kan worden bij overeenkomst. Daarbij ware tevens aandacht te besteden aan de aanwezigheid van de kraamverzorgende bij de poliklinische bevalling. Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

9 In aanbeveling 7 pleit de commissie, ten behoeve van de versterking van de inbreng van de eerstelijn in de verloskundige hulpverlening, voor uitbreiding van zowel theoretisch als praktisch onderwijs in dit deel van de geneeskunde. Voorts constateert zij, in aanbeveling 8, financiële knelpunten bij de vergoeding van verloskundige hulp in het kader van het praktisch verloskundig onderwijs in opleidingsklinieken, waarvoor door de opleidingsklinieken en de ziekenfondsen in onderling overleg een oplossing moet worden gevonden. Op 25 september 1987 heb ik de Commissie Herziening Curriculum Opleiding Verloskunde ingesteld. Deze commissie heeft tot taak mij binnen een termijn van twee jaar voorstellen te doen met betrekking tot wenselijke wijzigingen in het curriculum van de opleiding tot verloskundige, zoals dit in 1974 is vastgesteld. Het doel is het curriculum aan de eisen van de tijd aan te passen; heirmede is echter nog niet gezegd dat dit zal kunnen leiden tot een uitbreiding van de huidige opleidingsduur van drie jaar. In de verlengde beroepsopleiding van de huisarts wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan zijn verloskundige taak. Hoewel niet elke huisarts de specifieke verloskundige taak regelmatig zal uitvoeren, dient hij toch te beschikken over basisvaardigheden met betrekking tot de praktische verloskunde. In het curriculum voor de beroepsopleiding zijn een aantal doelstellingen opgenomen, die zich zowel richten op algemene (begeleiding en medische verzorging van zwangeren, kraamvrouwen en pasgeborenen) als specifieke verloskundige taken (diagnostiek van zwangerschap(scomplicaties), feitelijk kunnen verrichten van bevallingen) van de huisarts. De beroepsopleiding biedt door middel van regelmatige en gestandaardiseerde evaluatiemomenten en methodieken garanties dat de nieuw opgeleide huisarts na afloop aan de in de doelstellingen vervatte eisen voldoet. Wat betreft aanbeveling 10, waarin de commissie uitspreekt dat kraamcentra voldoende toegerust dienen te zijn en ook in financiële zin in de gelegenheid gesteld moeten worden om MDGO-VZ opgeleiden in te werken, wijs ik erop dat de Ziekenfondsraad in juli 1987 is verzocht te adviseren over een wijziging van de erkenningsnormen voor kraamcentra. In dit voorstel tot wijziging van het Besluit normen en voorwaarden kraamcentra (Stcrt. 1973, 200) is ondermeer opgenomen dat het aantal formatieplaatsen per kraamcentrum niet langer uitsluitend bepaald wordt door het aantal verzorgingen, doch eveneens door het aantal leerlingen dan wel stagiaires dat door kraamcentra wordt begeleid. Het gaat hier mede om MDGO-VZ opgeleiden. Inmiddels heeft de Ziekenfondsraad zijn advies uitgebracht en daarbij uitgesproken dat de voorstellen langs de weg van de Wet Tarieven Gezondheidszorg gerealiseerd dienen te worden en niet door middel van een wijziging van de erkenningsnormen voor kraamcentra. Ik onderschrijf dit advies en zal partijen, te weten de Vereniging van Nederlandse Ziekenfondsen, Kontaktorgaan Landelijke Organisaties van Ziektekostenverzekeraars en de Kontaktcommissie Publiekrechtelijke Ziektekostenregelingen voor Ambtenaren enerzijds en de Nationale Kruisvereniging anderzijds verzoeken één en ander in het kader van de overeenkomst te regelen. In aanbeveling 1 1 stelt de commissie dat de verloskundige en de huisarts zonder tussenkomst van de gynaecoloog toegang dienen te krijgen tot het doen verrichten van echoscopisch onderzoek in een obstetrische afdeling voor een beperkt aantal goed omschreven indicaties. Deze aanbeveling past op zichzelf in mijn beleid gericht op het versterken van de positie van de eerstelijnshulpverleners in het verloskundig bestel. Wel dient bij deze diagnostische procedure de garantie te bestaan dat hij deskundig wordt uitgevoerd. Het rechtstreeks doen verrichten van echoscopie door de eerste lijn is Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

10 niet wenselijk. Voorts bestaat thans nog onvoldoende inzicht in de verhouding tussen enerzijds een substitutie-effect met besparingen door vermindering van het aantal verwijzingen, en anderzijds een kostentoename als gevolg van een te verwachten toename van deze diagnostische verrichtingen. Ik ben voornemens over deze materie een adviesaanvrage aan de Ziekenfondsraad te richten. In aanbeveling 12 beveelt de meerderheid van de commissie aan dat de verloskundige zonder tussenkomst van de huisarts rechtstreeks naar de gynaecoloog moet kunnen verwijzen c.q. hem moet kunnen consulteren. Hiertoe dient, aldus de commissie, de verloskundige de beschikking te krijgen over eigen verwijs- en consultkaarten. De Ziekenfondsraad heeft, in reeds genoemd advies, blijk gegeven van dezelfde opvatting. Ook in het rapport van de Werkgroep Bijstelling Kloostermanlijst wordt een dergelijke beleidsaanbeveling gedaan. Budgettaire gevolgen zullen volgens de Ziekenfondsraad niet optreden. Vanuit een oogpunt van gelijkwaardigheid van de posities van verloskundige en huisarts in het verloskundig bestel ligt een rechtstreekse verwijzing van de verloskundige naar de gynaecoloog, voorzover het zuiver verloskundige kwesties betreft, naar mijn mening voor de hand. De opleiding van de verloskundige stelt deze ook in staat adequaat te beoordelen of er in casu sprake is van een «zuiver verloskundige kwestie» of niet. Betreft het andere pathologie of verdenking daarop, dan zal verwijzing via de huisarts dienen te verlopen. In alle gevallen dient de verloskundige de huisarts van de verwijzing op de hoogte te stellen. De rechtstreekse verwijzing van de verloskundige naar de gynaecoloog impliceert uiteraard niet, dat er in casu geen redenen zouden kunnen zijn waarom niet ook de huisarts bij de zorg betrokken wordt, bij voorbeeld vanuit een oogpunt van continuïteit van zorg. Het is mijn voornemen het Verstrekkingenbesluit Ziekenfondsverzekering conform het advies van de commissie te wijzigen. In de aanbevelingen 13 en 15 spreekt de Adviescommissie zich uit voor verlaging van de normpraktijk van verloskundigen, voor een minimum- en een maximumpraktijk, en voor zodanige beperkingen aan de omvang van het praktijkgebied dat de verloskundige binnen 15 minuten na een oproep «advies kan geven c.q. aanwezig kan zijn». Ik ga ervan uit dat met «advies geven» niet een telefonisch advies wordt bedoeld (dat is immers vrijwel altijd mogelijk, waar de verloskundige zich ook bevindt), maar dat de commissie het wenselijk acht dat de verloskundige die niet binnen 15 minuten zelf ter plaatse kan zijn ervoor zorgt dat in ieder geval adequate hulp geboden wordt. Wat betreft de minimum- en maximumpraktijk deel ik het standpunt van de Adviescommissie dat het wenselijk is dat er op dit punt normen komen. Het komt mij overigens evenzeer wenselijk voor dat het aantall bevallingen dat een huisarts per jaar doet niet onder een zeker minimum blijft. Aangezien minimum- en maximumnormen ten doel hebben de kwaliteit van de zorg te garanderen (wat evenzeer geldt voor het genoemde «15-minuten-vereiste») meen ik dat de beroepsgroep(en) zelve in eerste instantie in aanmerking komen om hierop toe te zien. Ik zal de Nederlandse Organisatie van Verloskundigen verzoeken, met advisering door de Geneeskundige Hoofdinspectie, de ontwikkeling van normgetallen ter hand te nemen. Het vaststellen van een normpraktijk is een zaak van partijen en het COTG. Daarbij wil ik opmerken dat een eventuele wijziging van de normpraktijk in principe geen financiële consequenties zou mogen hebben. Wel ben ik bereid een onderzoek te laten verrichten naar de optimale praktijkgrootte vanuit een oogpunt van werkbelasting, kwaliteit van de zorg en het voorkomen van onnodige verwijzingen naar de tweede lijn. Een vestigingsbeleid voor verloskundigen wordt door de commissie voorgesteld in aanbeveling 20, dit ter bescherming van die Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

11 huisartsen die wel praktische verloskunde bedrijven. Ik onderschrijf de wenselijkheid van een goed overleg tussen een verloskundige die zich wil vestigen en de «zittende» huisartsen, en ben mij ervan bewust dat het daaraan thans nogal eens ontbreekt, wat de noodzakelijke samenwerking tussen deze hulpverleners niet ten goede komt. Een vestigingsbeleid voor verloskundigen overweeg ik echter niet; ik meen dat deze materie bevredigend geregeld kan worden in de modelovereenkomst tussen de verlos kundigen en de ziekenfondsen. Ik acht het dienstig dat ook de huisartsen hierbij betrokken worden; ik zal de NOV, de LHV en de VNZ verzoeken terzake een overleg te starten. In aanbeveling 14 geeft de commissie aan het onwenselijk te vinden als een verloskundige, die na 28 weken de begeleiding van de zwangerschap overdraagt aan de gynaecoloog op grond van gegevens die voor dat tijdstip reeds bekend waren of hadden moeten zijn, en daarna niet verder betrokken blijft bij het vervolg van zwangerschap, baring en kraambed, het volledige honorarium ontvangt. Ik stem daarmee volledig in. Ik heb begrepen dat door partijen inmiddels de bereidheid is uitgesproken de modelovereenkomst zodanig aan te passen dat deze handelwijze zich niet zal kunnen herhalen. De aanbevelingen 17 en 18 handelen over de rol van de huisarts, als gezinsarts, in de gevallen waarin hij zelf niet de bevalling verricht. Ik ben met de commissie van mening dat de betrokkenheid van de huisarts bij zwangerschap, bevalling en kraambed, waar zinvol, gestimuleerd moet worden. Een protocollair onderzoek door de huisarts van iedere zwangere aan het begin van de zwangerschap acht ik echter niet noodzakelijk. De vraag hoe en onder welke voorwaarden de inbreng van de huisarts gesti muleerd zou kunnen worden door maatregelen in de honoreringssfeer zal worden meegenomen in de gedachtenvorming over een nieuwe honoreringsstructuur van de huisarts. Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

Onderwerp Bijlage(n) Uw brief Kamervragen 19 februari 2008

Onderwerp Bijlage(n) Uw brief Kamervragen 19 februari 2008 De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 0018 00 EA Den Haag Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag Onderwerp Bijlage(n) Uw brief Kamervragen 19 februari 008 Hierbij

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1985-1986 18623 Verslagen van de Commissie voor de Verzoekschriften Nr. 314 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN CULTUUR Aan de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 26 807 Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan 2000 Nr. 26 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETEN- SCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Samenvatting. Keuze voor à terme sterfte. Hoe werkt perinatale audit in de praktijk?

Samenvatting. Keuze voor à terme sterfte. Hoe werkt perinatale audit in de praktijk? Samenvatting In 2003 blijkt uit de eerste Peristatstudie dat de perinatale sterfte in 1998 2000 in Nederland het hoogst is binnen de toenmalige Europese Unie. In 2004 is de sterfte in Nederland gedaald

Nadere informatie

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst AAN: De Centrales van Overheidspersoneel, toegelaten tot het Sectoroverleg Rijkspersoneel De Voorzitter van het Sectoroverleg Rijkspersoneel Bijlagen 1 AAC/92.064

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 279 Zorg rond zwangerschap en geboorte Nr. 63 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Bevalling en kraamzorg,

Bevalling en kraamzorg, 2014 Bevalling en kraamzorg, goed geregeld bij Zorgzaam Zorgeloos verzekerd Verloskundige hulp Allereerst wil Zorgzaam u van harte feliciteren met uw zwangerschap. In deze brochure leest u wat u in de

Nadere informatie

Rapport. Datum: 25 januari 2007 Rapportnummer: 2007/012

Rapport. Datum: 25 januari 2007 Rapportnummer: 2007/012 Rapport Datum: 25 januari 2007 Rapportnummer: 2007/012 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland (verder te noemen: IZA) hem voorafgaand aan de behandeling

Nadere informatie

Ons kenmerk Rfv/1999079288 Doorkiesnummer 070-3027232

Ons kenmerk Rfv/1999079288 Doorkiesnummer 070-3027232 De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG Bijlagen Inlichtingen bij G.A. van Nijendaal Onderwerp Stimulering kinderopvang Uw kenmerk DJB/PJB-993207 Ons kenmerk

Nadere informatie

de INDEX-studie Geachte mevrouw,

de INDEX-studie Geachte mevrouw, -------- -------- -------- -------- INDEX Informatiebrief over deelname aan een wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van inleiden van de bevalling bij een zwangerschapsduur van 41 weken in plaats

Nadere informatie

eindrapport van de Commissie Verloskunde van het College voor zorgverzekeringen verloskundig vademecum 2003

eindrapport van de Commissie Verloskunde van het College voor zorgverzekeringen verloskundig vademecum 2003 verloskundig vademecum 2003 eindrapport van de ommissie Verloskunde van het ollege voor zorgverzekeringen 2 Inhoudsopgave Gezamenlijke verklaring 4 Voorwoord 5 Samenvatting 7 Inleiding 11 De achtergronden

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 28 augustus 2014 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 28 augustus 2014 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340 78

Nadere informatie

ANONIEM Bindend advies

ANONIEM Bindend advies ANONIEM Bindend advies Partijen : A te B vs C te D Zaak : Hulpmiddelenzorg, wijziging prothesemaker Zaaknummer : ANO07.369 Zittingsdatum : 21 november 2007 1/6 BINDEND ADVIES Zaak: ANO07.369 (Hulpmiddelenzorg,

Nadere informatie

UMC Kraamzorg. De zorgverzekering voor universitair medische centra

UMC Kraamzorg. De zorgverzekering voor universitair medische centra UMC Kraamzorg De zorgverzekering voor universitair medische centra De zorgverzekering voor universitair medische centra 3 Bij een speciale gebeurtenis hoort speciale zorg UMC Zorgverzekering feliciteert

Nadere informatie

VERLOSKUNDIG VADEMECUM. eindrapport van de Commissie Verloskunde van het College voor zorgverzekeringen. concept febr 2003

VERLOSKUNDIG VADEMECUM. eindrapport van de Commissie Verloskunde van het College voor zorgverzekeringen. concept febr 2003 VERLOSKUNDIG VADEMEUM eindrapport van de ommissie Verloskunde van het ollege voor zorgverzekeringen concept febr 2003 1 Inhoudsopgave Gezamenlijke verklaring blz Voorwoord blz Samenvatting blz Inleiding

Nadere informatie

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad ÜT? R>2 3 Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad Aan de minister van onderwijs en wetenschappen, de heer drs. W.J. Deetman, Postbus 25000, 2700 LZ Zoetermeer. Nassaulaan 6 2514 JS 's-gravenhage

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 316 Vragen van het lid

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.0691 (013.06) ingediend door: hierna te noemen klaagster, tegen: hierna te noemen verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Zitting 1980-1981 16815 Toelatingscriteria numerus fixus-studierichtingen voor het studiejaar 1981-1982 Nr. 2 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 673 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (adoptie door personen van hetzelfde geslacht) B ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. U I T S P R A A K Nr. 2000/97 Med. i n d e k l a c h t nr. 015.00. ingediend door: hierna te noemen 'klaagster',

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. U I T S P R A A K Nr. 2000/97 Med. i n d e k l a c h t nr. 015.00. ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 015.00 ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Uw kenmerk

Nadere informatie

Goed geregeld bij Zorgzaam. Bevalling en kraamzorg

Goed geregeld bij Zorgzaam. Bevalling en kraamzorg 2016 Goed geregeld bij Zorgzaam Bevalling en kraamzorg Verloskundige hulp Allereerst wil Zorgzaam u van harte feliciteren met uw zwangerschap. In deze brochure leest u wat u in de komende tijd moet regelen

Nadere informatie

Integrale Geboortezorg in de praktijk

Integrale Geboortezorg in de praktijk Integrale Geboortezorg in de praktijk Stichting GeboorteKeten Johan Goudswaard 15 oktober 2015 Relatief hoge perinatale sterfte in Nederland Samen verantwoordelijk Waarom doen we aan integrale geboortezorg?

Nadere informatie

2011D04279 LIJST VAN VRAGEN TOTAAL

2011D04279 LIJST VAN VRAGEN TOTAAL 2011D04279 LIJST VAN VRAGEN TOTAAL 1 De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) noemt het opvallend dat het aantal abortussen vanaf 20 weken is toegenomen en veronderstelt dat dit verband houdt met de

Nadere informatie

Samen werken aan betere geboortezorg voor moeder en kind!

Samen werken aan betere geboortezorg voor moeder en kind! Samen werken aan betere geboortezorg voor moeder en kind! Samen verder, samen beter! Iedere vrouw heeft recht op professionele geboortezorg die haar en haar gezin in het proces van kinderwens, zwangerschap,

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1998 1999 Nr. 201 26 238 Wijziging van enkele wetten in verband met invoering van het regresrecht in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en versterking

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 19 529 Vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek Nr. 7 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 28 333 WAO-stelsel Nr. 76 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELE- GENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

Advies en Arbitragecommissie Rijksdienst

Advies en Arbitragecommissie Rijksdienst Advies en Arbitragecommissie Rijksdienst AAN: De voorzitter van het overleg met de Bijzondere Commissie Burgerpersoneel Defensie (BCBPDEF); De centrales van overheidspersoneel toegelaten tot de BCBPDEF.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 200 XVI Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2004 Nr. 215 BRIEF

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 17910 De grote-stedenproblematiek Nr. 21 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

PROFESSIONEEL STATUUT VOOR EEN HUISARTS IN DIENST BIJ EEN HUISARTS

PROFESSIONEEL STATUUT VOOR EEN HUISARTS IN DIENST BIJ EEN HUISARTS BIJLAGE II PROFESSIONEEL STATUUT VOOR EEN HUISARTS IN DIENST BIJ EEN HUISARTS Overwegende: - dat overeenkomstig artikel 5 onder a van de CAO HID/DA de huisarts zijn werkzaamheden zal verrichten met inachtneming

Nadere informatie

Verslag van de internetconsultatie

Verslag van de internetconsultatie Verslag van de internetconsultatie In de periode van 4 juli tot 8 september is het wetsvoorstel voor internetconsultatie opengesteld. Er zijn iets minder dan veertig reacties binnengekomen, over het algemeen

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG. Advisering Besluit langdurige zorg.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG. Advisering Besluit langdurige zorg. POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Staatssecretaris van Volksgezondheid,

Nadere informatie

Bevalling en kraamzorg. Bevalling en kraamzorg, goed geregeld bij de SZVK

Bevalling en kraamzorg. Bevalling en kraamzorg, goed geregeld bij de SZVK Bevalling en kraamzorg, goed geregeld bij de SZVK 2 Verloskundige hulp Allereerst wil de SZVK u van harte feliciteren met uw zwangerschap. In deze brochure leest u wat u in de komende tijd moet regelen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 356 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het treffen van een overgangsmaatregel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 553 Uitbreiding van de kring van verzekerden ingevolge de Ziekenfondswet met zelfstandigen voor wie, gelet op hun inkomen, toegang tot de sociale

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 279 Zorg rond zwangerschap en geboorte Nr. 62 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

KNOV Visie op de kraamzorg juni 2010

KNOV Visie op de kraamzorg juni 2010 KNOV Visie op de kraamzorg juni 2010 1. Aanleiding De kwaliteit van verloskundige zorg in Nederland staat volop in de belangstelling en wordt nauwlettend gevolgd door overheid, verzekeraars, cliënten en

Nadere informatie

Professioneel statuut vakgroep Specialisten Ouderengeneeskunde

Professioneel statuut vakgroep Specialisten Ouderengeneeskunde Professioneel statuut vakgroep Specialisten Ouderengeneeskunde VOORWOORD De ouderenzorg is volop in beweging. Zorgorganisaties en specialisten ouderengeneeskunde dragen daarbij een bijzondere verantwoordelijkheid

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2004.2196 (047.04) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Rik van Lente. Gezondheid = Holland =

Rik van Lente. Gezondheid = Holland = Stad Holland, een dijk van een zorgverzekeraar Verloskundige zorg en Kraamzorg 2014 Rik van Lente Gezondheid = Holland = 2 Verloskundige zorg en kraamzorg Gefeliciteerd met uw zwangerschap! Het krijgen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 230 Besluit van 18 mei 2009, houdende wijziging van het Besluit afbreking zwangerschap (vaststelling duur zwangerschap) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

Verloskundige zorg en kraamzorg

Verloskundige zorg en kraamzorg Verloskundige zorg en kraamzorg 2015 Verloskundige zorg en kraamzorg Gefeliciteerd met uw zwangerschap! Het krijgen van een kind is een bijzondere gebeurtenis. Om ervoor te zorgen dat u straks van uw kraamtijd

Nadere informatie

Overeenkomst Regionaal Centrum Prenatale Screening en praktijk voor counseling

Overeenkomst Regionaal Centrum Prenatale Screening en praktijk voor counseling Overeenkomst Regionaal Centrum Prenatale Screening en praktijk voor counseling Partijen, Het Regionaal Centrum prenatale screening (naam) WBO vergunninghouder in het kader van landelijke organisatie van

Nadere informatie

ANONIEM BINDEND ADVIES

ANONIEM BINDEND ADVIES ANONIEM BINDEND ADVIES Partijen : A te B tegen C en E beide te D Zaak : Geneeskundige zorg, laboratoriumonderzoek Zaaknummer : 2011.01570 Zittingsdatum : 25 januari 2012 2011.01570, p. 1/7 Geschillencommissie

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 juni 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 juni 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap p/a de Algemene Rijksarchivaris Postbus 90520. 2509 LM 's-gravenhage

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap p/a de Algemene Rijksarchivaris Postbus 90520. 2509 LM 's-gravenhage ..,.scs...l...cálaa.3 9 3's-3612+3 2506 AE Den Haag tcl.foon.317c310ssse fax +32(o)70 36147 27 e-mail cultuur@cultuur.nl wwwcultuur.nl De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap p/a de

Nadere informatie

AWBZ en tandheelkundige hulp

AWBZ en tandheelkundige hulp CVZ 75/14 ONTWERP Rapport AWBZ en tandheelkundige hulp Op.. april 2003 uitgebracht aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Publicatienummer Uitgave College voor zorgverzekeringen Postbus

Nadere informatie

Personele gevolgen De voorgenomen reorganisatie brengt een wijziging in de

Personele gevolgen De voorgenomen reorganisatie brengt een wijziging in de ADVIESCOMMISSIE MELDING VOORGENOMEN REORGANISATIE Advies 2010/06 Aan: De leden van de CGOP, d.t.v. CAOP t.a.v. mw. drs. C.L.D. van Agten Postbus 556 2501 CN Den Haag 1/5 Ter behandeling in het overleg

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport De heer drs. M.J. van Rijn Postbus 20350 2509 EJ DEN HAAG. Geachte heer Van Rijn,

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport De heer drs. M.J. van Rijn Postbus 20350 2509 EJ DEN HAAG. Geachte heer Van Rijn, De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport De heer drs. M.J. van Rijn Postbus 20350 2509 EJ DEN HAAG Datum 8 augustus 2013 Onderwerp Wetsvoorstel versterking eigen kracht Uw kenmerk Ons

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19 582 Het toeristisch en recreatief onderwijs Nr. 2 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

rapportage Inspectie voor de Gezondheidszorg Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Minister van VWS Inspecteur-generaal

rapportage Inspectie voor de Gezondheidszorg Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Minister van VWS Inspecteur-generaal Inspectie voor de Gezondheidszorg Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2013-544992 rapportage Aan Van Vie Kopie Onderwerp Minister van VWS Inspecteur-generaal Verloskundige zorg regio Meppel

Nadere informatie

Geachte leden van de Vaste Commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Geachte leden van de Vaste Commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Sparrenheuvel 16 Postbus 520 3700 AM ZEIST Telefoon (030) 698 89 11 Telefax (030) 698 83 33 E-mail info@zn.nl Contactpersoon Doorkiesnummer

Nadere informatie

Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag CZ-CB-U-2774940 17 juli 2007

Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag CZ-CB-U-2774940 17 juli 2007 De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag 17 juli 2007 Onderwerp Bijlage(n) Uw brief Schriftelijke vragenronde

Nadere informatie

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING 29311 Wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling en enkele andere wetten naar aanleiding van onderdelen van de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 26 mei 2015 Betreft Kamervragen. Geachte Voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 26 mei 2015 Betreft Kamervragen. Geachte Voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34

Nadere informatie

Verloskundige zorg en kraamzorg

Verloskundige zorg en kraamzorg Stad Holland, een dijk van een zorgverzekeraar Verloskundige zorg en Kraamzorg 2015 Verloskundige zorg en kraamzorg Gefeliciteerd met uw zwangerschap! Het krijgen van een kind is een bijzondere gebeurtenis.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 22887 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met verlaging van de basisbeurs voor studerenden in het middelbaar beroepsonderwijs

Nadere informatie

Over de grenzen van de eigen praktijk 1 Hoe geeft de verloskundige cliëntgericht werken vorm met de hele keten?

Over de grenzen van de eigen praktijk 1 Hoe geeft de verloskundige cliëntgericht werken vorm met de hele keten? Over de grenzen van de eigen praktijk 1 Hoe geeft de verloskundige cliëntgericht werken vorm met de hele keten? De Inspectie voor de Gezondheidszorg spreekt in haar recente rapport (juni 2014) 2 haar waardering

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Van Gerven (SP) over het uitkleden van de ziekenhuiszorg in Noord-Holland. (2012Z14913).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Van Gerven (SP) over het uitkleden van de ziekenhuiszorg in Noord-Holland. (2012Z14913). > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 25 VX DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 25 110 Nederlands Voorzitterschap van de Europese Unie van 1 januari tot 1 juli Nr. 7 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 971 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op het onderwijstoezicht

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 15317 Jeugdwelzijnsbeleid Nr. 163 BRIEF VAN DE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN CULTUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

College voor geschillen medezeggenschap defensie

College voor geschillen medezeggenschap defensie ADVIES Dossiernr: Advies van het College voor geschillen medezeggenschap defensie aan de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten naar aanleiding van een verzoek om advies inzake een tussen: de Commandant Maritieme

Nadere informatie

Beschikking op ontheffingsverzoek

Beschikking op ontheffingsverzoek Beschikking op ontheffingsverzoek Kenmerk: 15637\2009000994 Betreft: ontheffingsverzoek Europese quota Film 1, Film 1.2 en Film 1.3 alsmede Film 1 Action Beschikking van het Commissariaat voor de Media

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk VIII Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen Nr. 77 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1985-1986 16431 Zeescheepsnieuwbouw Nr. 16 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-gravenhage,

Nadere informatie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen ADVIES Rolnummer: LPL 98.040 DE BEDRIJFSCOMMISSIEKAMER VOOR DE OVERHEID VOOR LAGERE PUBLIEKRECHTELIJKE LICHAMEN, ADVISERENDE

Nadere informatie

31 mei 2012 z2012-00245

31 mei 2012 z2012-00245 De Staatssecretaris van Financiën Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG 31 mei 2012 26 maart 2012 Adviesaanvraag inzake openbaarheid WOZwaarde Geachte, Bij brief van 22 maart 2012 verzoekt u, mede namens de Minister

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 30 november 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 30 november 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Samenwerken in de jeugdketen Een instrument voor gegevensuitwisseling

Samenwerken in de jeugdketen Een instrument voor gegevensuitwisseling Samenwerken in de jeugdketen Een instrument voor gegevensuitwisseling Uitgave van het Centrum voor Jeugd en Gezin Opsterland. Bij het samenstellen van deze uitgave is gebruik gemaakt van Samenwerken in

Nadere informatie

De Registratiekamer voldoet hierbij gaarne aan uw verzoek.

De Registratiekamer voldoet hierbij gaarne aan uw verzoek. R e g i s t r a t i e k a m e r Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid..'s-Gravenhage, 19 januari 1999.. Onderwerp AMvB informatieplicht banken Bij brief van 8 oktober 1998 heeft u de Registratiekamer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 29 453 Woningcorporaties Nr. 217 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der

Nadere informatie

Deze vragenlijst vul je in door aan te kruisen in welke mate je het eens bent met de uitspraken in de vragenlijst.

Deze vragenlijst vul je in door aan te kruisen in welke mate je het eens bent met de uitspraken in de vragenlijst. Wij, Verloskundigenpraktijk Baarn, hebben je begeleid tijdens je zwangerschap, bevalling en/of kraambed. Omdat wij graag kwalitatief goede zorg willen aanbieden, zijn wij zelf voortdurend aan het onderzoeken

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 564 Voorstel van wet van het lid Arib houdende wijziging van de Wet op de lijkbezorging Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN REACTIE VAN DE INDIENER

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 2313 Vragen van het lid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 2955 Vragen van het lid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal Tweede Kamer der Staten Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk XII Ministerie van Verkeer en Waterstaat Nr. 40 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Nadere informatie

Verbetering rechtspositie pleegouders

Verbetering rechtspositie pleegouders Verbetering rechtspositie pleegouders advies 14 mei 2009 1 2 Inhoudsopgave Samenvatting 5 Conclusies en aanbevelingen 7 1. Inleiding 9 2. Inhoudelijke opmerkingen bij het conceptwetsvoorstel 11 2.1 Apart

Nadere informatie

de Rechtspraak Raad voor de rechtspraak Ministerie van Veiligheid en Justitie mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 ER DEN HAAG

de Rechtspraak Raad voor de rechtspraak Ministerie van Veiligheid en Justitie mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 ER DEN HAAG Ministerie van Veiligheid en Justitie mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 ER DEN HAAG Directie Strategie en Ontwikkeling bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag correspondentieadres Postbus 90613 2509

Nadere informatie

Reactienota en eindconclusie inzake de visie op de lokaal-bestuurlijke inrichting van Zuidoost-Fryslân en de Friese Waddeneilanden

Reactienota en eindconclusie inzake de visie op de lokaal-bestuurlijke inrichting van Zuidoost-Fryslân en de Friese Waddeneilanden Reactienota en eindconclusie inzake de visie op de lokaal-bestuurlijke inrichting van Zuidoost-Fryslân en de Friese Waddeneilanden 1. Inleiding Op 11 april 2012 hebben wij onze visie op de lokaal-bestuurlijke

Nadere informatie

PRIVACYREGLEMENT THUISZORG INIS

PRIVACYREGLEMENT THUISZORG INIS PRIVACYREGLEMENT THUISZORG INIS 1. BEGRIPSBEPALINGEN 1.1. Instellingen: De particuliere organisaties voor thuiszorg die onder de naam THUISZORG INIS actief zijn. 1.2. Persoonsgegeven: Een gegeven dat herleidbaar

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 9 oktober 2014 Betreft beantwoording Kamervragen

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 9 oktober 2014 Betreft beantwoording Kamervragen > Retouradres: Postbus 20350, 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN Stichting SHL-Holding en rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert

ALGEMENE VOORWAARDEN Stichting SHL-Holding en rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert ALGEMENE VOORWAARDEN Stichting SHL-Holding en rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert B. BIJZONDERE VOORWAARDEN Ondersteuning De in deze Bijzondere Voorwaarden Ondersteuning - hierna: bijzondere

Nadere informatie

REGLEMENT VOOR INTERVISIEGROEPEN VAN DE ALGEMENE BEROEPSVERENIGING VOOR COUNSELLING

REGLEMENT VOOR INTERVISIEGROEPEN VAN DE ALGEMENE BEROEPSVERENIGING VOOR COUNSELLING 1 REGLEMENT VOOR INTERVISIEGROEPEN VAN DE ALGEMENE BEROEPSVERENIGING VOOR COUNSELLING In dit reglement worden de volgende afkortingen gebruikt: ABvC : de Algemene Beroepsvereniging voor Counselling TRA-bureau

Nadere informatie

Subsidieverlening 2014 Stichting Vrijwillige Thuiszorg Overijssel

Subsidieverlening 2014 Stichting Vrijwillige Thuiszorg Overijssel Nota Voor burgemeester en wethouders Datum vergadering: 2 5 MÂARĨ 2014 Nummer: 14INT01073 Nota openbaar: Ja lil mum mill in i Onderwerp: Subsidieverlening 2014 Stichting Vrijwillige Thuiszorg Overijssel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 755 Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van de Invorderingswet 1990 in verband met de wijziging van de percentages belasting-

Nadere informatie

Uw kenmerk W&B/SFI/04/32586 Dossier/volgnummer 55808-046

Uw kenmerk W&B/SFI/04/32586 Dossier/volgnummer 55808-046 Aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de heer drs. M. Rutte Postbus 90801 2509 LV Den Haag Bijlagen -- Inlichtingen bij Uw kenmerk W&B/SFI/04/32586 Dossier/volgnummer 55808-046 mr.

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Bevallen in het ziekenhuis. Zowel poliklinische als een klinische opname

Bevallen in het ziekenhuis. Zowel poliklinische als een klinische opname Bevallen in het ziekenhuis Zowel poliklinische als een klinische opname Poliklinische bevalling Een normale bevalling in het ziekenhuis, onder leiding van een verloskundige of een huisarts. Klinische bevalling

Nadere informatie

Commissie van Advies bezwaren functiewaardering Politie

Commissie van Advies bezwaren functiewaardering Politie Functie : Selectieadviseur B Schaal ingedeeld : schaal 8 gevraagd : schaal 9 Dossier: 13.15 Uitspraak: 2013 Argumenten van het bevoegd gezag en de ambtenaar Samengevat komen de argumenten van het bevoegd

Nadere informatie

RUD Utrecht. Procedureregeling functiebeschrijving en waarderingrud Utrecht

RUD Utrecht. Procedureregeling functiebeschrijving en waarderingrud Utrecht RUD Utrecht Procedureregeling functiebeschrijving en waarderingrud Utrecht 1 Regeling functiebeschrijving en -waardering RUD Utrecht Het dagelijks bestuur van de RUD Utrecht Overwegende - dat de RUD Utrecht

Nadere informatie

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt.

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt. R e g i s t r a t i e k a m e r Minister van Justitie..'s-Gravenhage, 30 april 1999.. Onderwerp Wijziging van het Wetboek van Strafvordering Bij brief met bijlage van 9 maart 1999 (uw kenmerk: 750136/99/6)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 094 Wijziging van de Zorgverzekeringswet en de Wet op de zorgtoeslag houdende vervanging van de no-claimteruggave door een verplicht eigen risico

Nadere informatie