Didactische Technologie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Didactische Technologie"

Transcriptie

1 Didactische Technologie Peter Lakeman, Jetske Vleugel, Jaap Wilmink HvA DOO Mens en Technologie Leerjaar 3,

2

3 Modules Voorwoord 1 Digitaliseren van lesstof 2 Technologie in het onderwijs 3 Digitale portfolio s 4 Elektronische leeromgevingen 5 Infographics 6 Technologie in de flipped classroom 7 Starten met sociale media in het onderwijs Slotwoord Bijlagen: 1 Kennisbasis Grafimedia 2 Kennisbasis lerarenopleiding mens en technologie

4

5 Voorwoord Inleiding In het derde jaar van de opleiding Mens en Technologie van de HvA hebben wij, Jaap Wilmink, Jetske Vleugel en Peter Lakeman, onze ontworpen wereld gewijd aan het thema Didactische Technologie. Wat didactische technologie inhoudt, waarom we voor dit onderwerp gekozen hebben en op welke manier we deze ontworpen wereld uitgewerkt hebben verantwoorden wij hieronder. Wat is Didactische Technologie? Didactische Technologie is een begrip welke wij zelf in het leven hebben geroepen. Didactische komt uiteraard van didactiek en technologie staat voor de systematische en praktische toepassing van technologische geletterdheid. Door de coherentie van didactiek en technologie is dit een onderwerp welke op dit moment een belangrijk onderdeel aan het worden is in de professionalisering van het onderwijs en met name van de docent. Een voorbeeld van een toepassing van didactische technologie is het gebruik video s in de les die onder andere als instructiemodel ingezet kunnen worden. Waarom hebben wij gekozen voor Didactische Technologie? Het gebruik van technologie is op dit moment een speerpunt in het onderwijs. Wij hebben in de dagelijkse praktijk gemerkt dat in het onderwijs veel docenten en ook het management moeite hebben met het gebruik en de implementatie van technologische vernieuwingen. Het gebruik van e mail is voor de meesten onderhand niet weg te denken uit de dagelijkse praktijk, een enkeling daar gelaten. Ook het digibord wint aan ruimte in de scholen. De meeste scholen beschikken over 1 of meerdere van deze schoolborden. Helaas hebben wij geconstateerd dat het gebruik ervan (vaak) niet veel anders is dan het ouderwetse krijtjesbord. Het bord wordt meestal door de (gemiddelde) docent gebruikt om op te schrijven met een leuk gekozen kleurtje en om soms een filmpje op te laten zien. Deze laatste toepassing verschilt echter niet veel van het filmpje laten zien op de voormalig aanwezige tv. Bovenstaande constateringen hebben ertoe bijgedragen dat wij ons af zijn gaan vragen waarom er niet meer gebeurt op het gebied van technologische toepassingen in klassen situaties. Er is zoveel meer met didactische technologie mogelijk dan dat er nu gebruik van wordt gemaakt. Wij zijn nieuwsgierig geworden naar de reden hiervan. Is dit een kwestie van onwetendheid, het niet kunnen gebruiken van deze toepassingen, angst, is het een kwestie van tijdgebrek of zijn er andere belemmerende factoren die het toepassen van technologie in de weg staat? Zelf maken wij veelvuldig gebruik van technologie in onze les. We krijgen regelmatig positieve reacties van onze leerlingen en collega s. Daarnaast merken wij ook dat met name de collega s het wel leuk vinden wat wij doen, maar zelf pretenderen hier de tijd of kennis niet voor te bezitten om dit ook toe te gaan passen in hun eigen les.

6 Kortom: het is tijd voor de ontworpen wereld Didactische Technologie. Doelgroep en vorm Wij hebben ervoor gekozen uit te gaan zoeken of een aantal toepassingen die op dit moment in onderwijsland actueel zijn, daadwerkelijk lastig toe te passen zijn, veel tijd kosten of op een andere manier onbruikbaar voor de dagelijkse onderwijspraktijk zijn. We hebben een aantal thema s gekozen om ons in te gaan verdiepen. Nadat wij ons in die thema s verdiept hebben, gaan wij proberen dit zelf toe te passen in onze lessen, en beschrijven we hier kort onze bevinden over. Een aantal thema s gaan wij proberen over te brengen op onze medestudenten cq collega s. Daarbij proberen wij hen te laten inzien welke mogelijkheden dit biedt voor hun dagelijkse lespraktijk. Wij proberen hierbij de eventuele drempels die men vooraf ziet weg te nemen en men te laten ondervinden dat het gebruik van technologie in de les niet moeilijk is en veel voordelen met zich mee kan brengen. Het gebruik van technologie in de les is niet voldoende om een geslaagd concept neer te zetten. De didactiek speelt hierin ook een grote rol. Belangrijk is dat men na gaat denken over de manier waarop technologie in de les ingezet kan worden en wat voor voordelen men hieruit hoopt te halen. Wij hebben onszelf verdiept in de verschillende thema s. De informatie die wij hebben gevonden hebben wij gebruikt om in een voor onszelf werkbaar document te plaatsen, ingedeeld in afzonderlijke modules. De modules zijn bedoeld als handvat voor onszelf op het moment dat wij collega s of andere geïnteresseerden middels bijvoorbeeld workshops willen informeren over en laten kennis maken met de verschillende technologische en didactische mogelijkheden. De ontworpen wereld bestaat naast de tekstuele thema s ook uit een aantal onderdelen die bij de ontworpen wereld horen. Zo hebben wij onder andere een workshop verzorgd en daarnaast ook een aantal video s gemaakt om te testen in onze eigen lespraktijk.

7 Digitaliseren van lesstof Peter Lakeman, Jetske Vleugel, Jaap Wilmink HvA DOO Mens en Technologie Leerjaar 3,

8 Inhoudsopgave Inleiding module 1.1 Wat is digitaliseren? 1.2 Waarom digitaliseren? 1.3 Vooroordelen 1.4 Bezwaren 1.5 Meerwaarde 1.6 Wie digitaliseert? 1.7 Digitaliseren van toetsen 1.8 Slotwoord

9 Inleiding module In het onderwijs wordt de laatste jaren steeds vaker gesproken over digitaal lesmateriaal. Aantekeningen, uitleg en lessen moeten via een online platform aangeboden worden en in de toekomst moet dit zelfs tijdens de les via een pc of tablet te bekijken zijn. Wij hebben gemerkt dat er al veel digitaal lesmateriaal online beschikbaar is voor zowel leerling als docent. Veel lesmateriaal sluit helaas vaak maar gedeeltelijk aan op de les die wij als docent voor ogen hebben. Er moet veelal nog wat aangepast worden of er zijn slechts onderdelen uit de digitale les bruikbaar. Lesboeken zijn vaak handmatig ingescand en de structuur en vindbaarheid van het beschikbare materiaal ontbreekt. Dit alles zorgt ervoor dat wij gemerkt hebben dat wanneer er gesproken wordt over digitaal lesgeven men dit veelal associeert met een verhoogde werkdruk en een lastig uit te voeren handeling. Wij willen in deze module gaan uitzoeken waarom men wil gaan digitaliseren, wat de meerwaarde eigenlijk zou kunnen zijn van het digitaliseren van lesmateriaal en of hier ook bezwaren aan kleven. Indien dit digitaliseren van lesmateriaal voordelen biedt, wie is er dan verantwoordelijk voor de aanlevering van het digitale lesmateriaal. Ook zijn wij benieuwd naar de mogelijkheden van digitaal toetsen. Activiteiten Het doel van deze module is een antwoord te verkrijgen op de de volgende onderwerpen m.b.t. het digitaliseren van lesstof: Wat is digitaliseren, wie digitaliseert, waarom digitaliseren we, welke vooroordelen en bezwaren zijn er, wat is de meerwaarde van het digitaliseren van lesstof en wat zijn de mogelijkheden m.b.t. het digitaliseren van toetsen? Technologische aspecten Middels verscheidene bronnen gaan wij ons verdiepen in het onderwerp digitaliseren van lesstof. Didactische aspecten Deze module heeft geen directe didactische aspecten welke wij gaan opleveren.

10 Bronnen Onderzoek: Leren met meer effect. effect.pdf workshop : Coursera, Fundamentals of Online Education: Planning and Application. Georgia tech Koppeling kennisbasis Kennisbasis grafimedia: 2.2 Keuze in productie 2.3 Nieuwe media 4.1 Interactieve media 4.2 De rol van interactieve media in het onderwijs Zie bijlage 1 (kennisbasis grafimedia) Koppeling pijlers mens en technologie 1.1 Technologische thema s 2.1 Belangrijkste invloeden 2.4 Maatschappelijk perspectief 2.6 Historische ontwikkelingen 2.8 Cultuurfenomenen 2.11 Relatie tussen technologie en maatschappelijke waarden 3.6 Kansrijke en innovatieve varianten van een ontwerp beoordelen. 3.7 Diverse informatiebronnen gebruik Zie bijlage 2 (kennisbasis mens en technologie) Koppeling kennisbasis docent technische beroepen A Identiteit A1 Beroepsidentiteit, Door het digitaliseren van lesstof kan de docent zelf de lesstof samenstellen waardoor de interactie met de leerling vergroot. A2 Professionele beroeps- en kennisontwikkeling Digitaliseren zorgt voor nieuwe vormen van didactische modelen. A3 Roldifferentiatie A4 Medewerker binnen de onderwijs organisatie B Content B1 Technologische inhoud, Lesstof digitaliseren door bijvoorbeeld video en een quiz. B2 Technologische geletterdheid B3 ICT toepassingen binnen het onderwijs Doormiddel van digitaliseren zijn de toepassingen binnen het onderwijs voor IT oplossingen binnen handbereik.

11 C Context C1 Leeromgeving Een moderne leeromgeving kan niet zonder digitale lesstof. C2 Onderwijsomgeving / organisatie Digitaliseren vergroot de uitwisseling van lesstof in de keten. C3 Maatschappelijke context / onderwijsbeleid D Doelgroep D1 Beginsituatie D2 Belevingswereld D3 Communicatie D4 Differentiatie binnen de doelgroep E Didactische methode E1 Denk- en leerprocessen E2 Intuitieve begrippen E3 Motivatietheorieen E4 Didactische modellen en werkvormen E5 Evalueren en beoordelen

12 1.1 Wat is digitaliseren? Digitaliseren is het omzetten van een analoge bron (bijvoorbeeld foto of tekst) naar een digitaal bestand. Doorgaans gebeurt het digitaliseren van documenten met een scanner. Feitelijk is bij elke uitgeverij het lesmateriaal allang gedigitaliseerd, er gaan alleen maar digitale bestanden van uitgevers naar drukkers, en vervolgens worden het boeken.

13 1.2 Waarom digitaliseren? Digitaliseren Het opslaan als digitaal bestand kent veel voordelen, het kan makkelijker verspreid worden, het is makkelijker mee te nemen, het is toegankelijker en als je het goed archiveert sneller vindbaar. Met digitaal leermateriaal is het eenvoudiger om maatwerk te leveren. Bijvoorbeeld aan leerlingen die sneller of juist langzamer leren dan de andere leerlingen. Ook is digitaal leermateriaal, indien juist gedigitaliseerd, interactiever dan papieren leermateriaal en kan het sneller aangepast worden. Randvoorwaarden 1. Niet hetzelfde voor een lagere prijs, maar meer voor eenzelfde of lagere prijs. 2. Technologie en digitalisering zijn middelen, geen doelen. 3. Opdelen in leerobjecten, zodat het vindbaar en arrangeerbaar is. 4. Lange leerlijnen zichtbaar maken, vanwege overzicht voor docent en leerlingen. 5. Het moet variatie in werkvormen bevorderen en diverse leer- en doceerstijlen bedienen. 6. Makkelijk toegankelijk voor docenten en leerlingen. Verschillende invalshoeken Als we onszelf de vraag stellen: Waarom zouden we gaan digitaliseren in het onderwijs?, dan moeten we deze vraag wel gaan bekijken vanuit verschillende invalshoeken; - vanuit de visie van de student - vanuit de visie van de docent - vanuit de visie van opleidingsinstelling Digitalisering en de student: Tijd- en plaats onafhankelijk Alles is digitaal beschikbaar Onderwijs op maat Flexibiliteit Aantrekkelijk onderwijs dat motiveert Verrijking Verdieping Digitalisering en de docent Tijd- en plaats onafhankelijk Tijd besparen: automatiseren van handwerk Delen en hergebruiken Contacttijd effectief benutten Studenten boeien Voorwaarde: net zo gemakkelijk als krijtjesbord Digitalisering en de instelling Nieuwe doelgroepen bereiken Reputatie vergroten Onderwijs op de kaart zetten Lesmateriaal verbeteren Aansluitingsproblemen oplossen Kosten beperken

14 1.3 Vooroordelen Het digitaliseren van lesstof kent niet alleen maar voorstanders. Veel docenten plaatsen een kritische noot bij het digitaliseren van lesstof. Over het algemeen wordt onder veel docenten het digitaliseren van lesstof als volgt gezien: Een tekst die voorheen in een boek of op papier stond wordt ingescand en kan vervolgens gelezen worden op de pc of tablet. De docenten zien hier de voordelen niet van in. Dit is ook begrijpelijk want het digitaliseren van lesstof bestaat namelijk niet alleen uit het inscannen of digitaal maken van stukken tekst. Er kan nog veel meer door het gebruik van interactieve lesprogramma s. Naast het feit dat veel mensen niet weten wat er allemaal mogelijk is, hebben docenten ook nog te maken met het gebruik van heel veel verschillende digitale programma s. Denk hierbij aan , leerlingvolgsysteem, ELO enz. Sommige docenten kunnen de snelle opkomst van al deze digitale programma s niet bijbenen en zijn blij als ze tijdens hun les gebruik kunnen maken van de reguliere lesboeken. Volgens sommigen kost het digitaliseren van lesstof ook veel tijd. Deze gedachte kan voortkomen uit het niet weten hoe het programma waarmee gedigitaliseerd moet worden werkt. Dan kost dit inderdaad veel tijd. Wat hierbij vaak nog wel vergeten wordt is dat als iets eenmaal gedigitaliseerd is je dit keer op keer weer kunt gebruiken. Tot slot nog een laatste opmerking hierover: Ga niet digitaliseren om het digitaliseren, maar zorg dat het nut heeft.

15 1.4 Bezwaren Buiten de vooroordelen die docenten hebben op digitale leermiddelen zijn er ook een aantal gegronde bezwaren. Om een beeld te krijgen van de bezwaren die men zou kunnen ervaren volgt hier een overzicht ingedeeld in vier categorieën,, te weten: Infrastructuur; de hardware die zorgt voor de ontsluiting van de informatie. Interpersoonlijk; het effect op de onderlinge relatie. Digitale verwerking; hoe kan de informatie worden afgegeven en opgenomen. Toetsing; het onderdeel van de leermethode dat zich moeilijk laat digitaliseren maar waar wel vele voordelen te behalen zijn. 1. Infrastructuur Digitale opslag is niet altijd inzichtelijk voor de docent en de collega s. Waar staan de digitale leermiddelen en de readers e.d. Zijn deze voor alle betrokkenen te bereiken en ook weer terug te vinden? Is er een back-up van gevoelige informatie? Dit zijn zaken die meestal niet of nauwelijks worden geregeld. Het kost tijd en moeite dit eerst in kaart te brengen. Beveiliging van gevoelige informatie zoals toetsen. Bedrijfszekerheid; is het netwerk online? Zijn leermiddelen altijd toegankelijk? Archivering; waar en op welke manier wordt informatie actueel gehouden? Veiligstellen van databank; zijn de cijfers nog correct na overzetten in verschillende software pakketten? Beheer van informatie kost tijd en vraagt om accuratesse en veel afstemming onder collega s. 2. Interpersoonlijk Het is als docent moeilijk om te bepalen of studenten wel of niet samenwerken. Het beoordelen van de werkhouding in een digitale leeromgeving is moeilijk vast te stellen, dus ook het vroegtijdig signaleren van een gebrek aan motivatie. Identificatie problemen; is de persoon daadwerkelijk wie hij of zij zegt te zijn. Dit geldt vooral voor toetsingen. Voor leerlingen in een peergroep is het moeilijk te bepalen hoe iemand zich voelt. Zeker in de pubertijd en jonge adolescentie leidt dit al snel tot problemen in de samenwerking. 3. Digitale verwerking Lezen van boeken die gedigitaliseerd zijn is niet voor iedereen goed te doen. Naslagwerk; als een leerling informatie wil terugzoeken is dit soms niet meer mogelijk, rechten zijn vervallen of informatie is verplaatst en niet meer terug te vinden. De kennis van de docent van digitale middelen; de meeste docenten zullen eerst kennis van software en andere digitale handelingen moeten opdoen voordat er mee gewerkt kan worden. Dit kost tijd en geld wat niet altijd beschikbaar is. Digitale leerlijnen moeten nog zelf ontwikkeld worden. Het lesboek geeft een leerlijn en een opbouw in structuur en diepgang. Digitale leerlijnen zijn nog beperkt aanwezig. Wat veel extra tijd van de docent vraagt.

16 4. Toetsing Open vragen zijn moeilijk te digitaliseren. Door het weglaten van open vragen kan het zijn dat de kennis van de leerling niet optimaal getest wordt. Aanpassen van het cesuur na het maken van een toets gaat minder gemakkelijk omdat deze vastgelegd is. Gewenning m.b.t. digitale toetsen is bij invoering een belangrijk aandachtspunt. Fraudegevoelig; veel stof kan met plakken en knippen worden geconcipieerd. Ook het bepalen van de identiteit van een leerling die digitaal een toets maakt is moeilijker vast te stellen. De zogenaamde authenticatie. Reproduceerbaarheid; content wat door leerlingen in voorgaande jaren is geproduceerd is gemakkelijker te verkrijgen en weer toe te passen. Er zijn ook een aantal drogredeneringen die over het digitaliseren van het onderwijs gaan. Zo is de interactie tussen leerlingen niet groter of beter omdat ze gemakkelijk via social media met elkaar in contact zijn. Het aanbieden van digitale content levert niet een betere kennisoverdracht op. De stelling met een druk op de knop gaat vaak vooraf aan grote hoeveelheid basale informatie die eerst zal moeten worden gedigitaliseerd en vervolgens beheerd moet worden. Ondanks alle digitale leermiddelen, op afstand leren en in eigen tijd leren, blijft het van groot belang om samen te komen en in gesprek met docent en medeleerlingen de stof te bespreken.

17 1.5 Meerwaarde In uitgestrekte gebieden die een lange reis tijd naar een onderwijsinstelling tot gevolg heeft kan digitaliseren een meerwaarde opleveren. Digitalisering kan hier de afstand overbruggen, lesmateriaal wordt via elektronische leeromgevingen aangeboden en dit voorkomt reistijd. Meerwaarde is tijdswinst voor de student. Het brengt ons tot de vraag: welke meerwaarde heeft digitalisering van lesmateriaal voor de docent en leerling? Het gebruik van digitaal leermateriaal stelt docenten in staat om meer in te spelen op de wensen en mogelijkheden van de leerlingen. Het leermateriaal kan zowel wat betreft vorm, inhoud, plaats als tijd worden afgestemd op de individuele leer- en ontwikkelbehoefte van de leerling. Hiermee biedt digitaal lesmateriaal de mogelijkheid de effectiviteit van het leren sterk te vergroten. De leerling werkt alleen aan die stof die hem op dat moment het beste in zijn ontwikkeling verder helpt. Verder wordt het voor docenten eenvoudiger om leermateriaal te bewerken. Dit komt zowel door de technologische ontwikkelingen als door het ruime aanbod van digitaal materiaal, zoals film, muziek en foto. Het bewerken van leermateriaal biedt docenten niet alleen de mogelijkheid om het onderwijs meer conform hun eigen wensen in te richten, maar biedt hen tevens de kans om zichzelf verder te ontwikkelen.

18 1.6 Wie digitaliseert De uitgeverijen zijn van oudsher de leveranciers geweest voor scholen van leermiddelen. Het lesmateriaal, voornamelijk in de vorm van boeken, is een grote bron van inkomsten. Net zoals in de muziekindustrie hebben de uitgeverijen onvoldoende oog gehad voor de ontwikkelingen op de markt. De vraag naar digitale leermiddelen is groter dan het aanbod. Ook op de veranderingen in didactische werkvormen van de afgelopen jaren hebben de uitgeverijen maar matig gereageerd. Deze ontwikkeling waarbij er minder klassikaal les wordt gegeven, maar meer wordt gestuurd op de persoonlijke ontwikkeling, heeft de vraag naar digitale oplossingen vergroot. Het is dus vaak de visie van een schoolleiding maar overwegend de docent zelf geweest die leermiddelen heeft gedigitaliseerd in de afgelopen jaren. Op dit moment zijn er nog weinig aanbieders van digitale leermiddelen die gehele leerlijnen aanbieden. Ook het aanpassen van de (digitale) lesstof op de grote verscheidenheid aan didactische werkvormen is haast niet mogelijk. Het is dus een taak van de school en de docent om te komen tot een volledige en werkbare digitale werkvorm. Een paar educatieve uitgeverijen die digitale lesstof aanbieden zijn: Thieme Meulenhoff, biedt bestaande boeken digitaal aan via de app Schooltas. Malmberg, biedt digitale boeken aan via de app Ebook Pack. Noordhoff, biedt bestaande boeken digitaal aan via de app Studiekit. Men ziet voornamelijk protectionisme bij uitgeverijen van leermiddelen verenigd in de GEU (Groep Educatieve Uitgeverijen). Zelf geven zij ook aan dat de transitie van boeken naar digitale lesprogramma s een kostbare aangelegenheid is.

19 1.7 Digitaliseren van toetsen Digitaal toetsen houdt in dat de toets middels een al dan niet online toetsapplicatie via de computer wordt afgenomen. Daardoor ontstaan andere mogelijkheden in plaats en tijd en vorm om de toets af te nemen. Daarnaast kan het beoordelen van de toets eenvoudiger en sneller plaatsvinden. Deze laatsten is een grote meerwaarde voor de meeste docenten. Digitale toetsprogramma s kunnen worden gebruikt voor het toetsen van voorkennis. Deze vorm wordt instaptoetsen genoemd. Ter oefening kan de student een tussentijdse toets maken. Ter afsluiting van een onderdeel kan er een eindtoets worden gegeven. Een digitale toetsapplicatie heeft globaal de volgende functionaliteiten: Een vragenbank. Vragen kunnen worden opgeslagen in een zogeheten questionbank, zodat de docent eenvoudig zijn vragen kan hergebruiken. Dit kan tijdswinst opleveren. Daarnaast kunnen ook gemakkelijker (automatisch) verschillende versies van toetsen worden gegenereerd. Diverse typen vragen. Naast de mogelijkheden die een papieren toets heeft (zoals verschillende open en gesloten vragen), biedt een digitale toets meer mogelijkheden qua vraagtypen. Zo kan de docent diverse multimediale materialen (audio, video etc.) gebruiken om de vraag te ondersteunen. De docent kan vragen interactief vormgeven, zoals bijvoorbeeld de zogenaamde hot spot vragen, waarbij de leerling ter beantwoording van een vraag het juiste gebied in een afbeelding moet aanklikken. Vervolgens kan de docent daar weer feedback of hints aan verbinden. De docent kan vragen samenstellen waarbij de leerling de antwoorden in de goede volgorde moet zetten. Dergelijke gesloten vragen kunnen met digitaal toetsen gemakkelijk automatisch worden beoordeeld. Variëteit in toetsvragen per student. Door parameters in de vraag variabel te maken, kan eenzelfde toets verschillende antwoorden hebben. Ook kunnen toetsen adaptief gemaakt worden, wat wil zeggen dat het toetsverloop afhankelijk is van de antwoorden die de leerling geeft. Automatische beoordeling. Vooral gesloten vragen kunnen gemakkelijk automatisch worden beoordeeld. Open vragen kunnen soms ook automatisch beoordeeld worden. Het gaat dan om korte tekst of een numeriek antwoord. Bij langere teksten blijft handmatige beoordeling vooralsnog noodzakelijk, het voordeel is dan alleen dat de tekst beter leesbaar is. Feedback mogelijkheid. De docent kan automatische feedback verbinden aan de antwoorden op een vraag (bijvoorbeeld een suggestie of tip geven bij een fout antwoord). Daarnaast kan de docent ook zelf, per beantwoorde vraag, een reactie sturen naar de leerling indien nodig. Analyse mogelijkheden. Doordat de resultaten van de toetsen digitaal worden verwerkt, kan de docent met de meeste toetsapplicaties de toetsvragen ook eenvoudig analyseren (itemanalyse en toetsanalyse). Docenten kunnen hiermee inzicht krijgen in de kwaliteit van de gestelde items en of die items passen bij de afgenomen toets. De analyses kunnen worden ingezet bij de kwaliteitsverbetering van het onderwijs.

20 Door toetsvragen nogmaals toe te passen kunnen verschillende versies worden gegenereerd wat handig kan zijn bij het afnemen van toetsen bij leerlingen die bijvoorbeeld ziek zijn geweest en de toets op een later moment gaan maken. Dit is dan ook een belangrijke reden om digitale toetsen in te zetten bij grote aantallen leerlingen. Ook kan een tijdsbeperking worden aangebracht, zodat leerlingen alleen binnen een bepaalde periode kunnen deelnemen aan de toets. Bij het afnemen van toetsen met een digitaal toetssysteem, kan de docent ervoor zorgen dat een leerling alleen toegang heeft tot het betreffende toetssysteem (of andere programma s). Op deze manier kan frauderen (door bijvoorbeeld Facebook of internetbronnen te raadplegen) worden beperkt. Er kleven ook een aantal nadelen aan digitaal toetsen. Zo moet er o.a. nog heel goed nagedacht worden over de volgende zaken: 1 Autenthicatie van de leerling; is degene die de toets maakt, ook degene die zegt wie hij/zij is? 2 Op dit moment ligt het accent (nog) op cognitief toetsen. 3 Open vragen zijn vooralsnog lastig te digitaliseren. Er zijn diverse applicaties waar wij zelf ook mee hebben getest: Edmodo Articulate Storyline Google formulieren met Flubaroo Deze applicaties hebben allen dezelfde problemen als hierboven beschreven staan. Open vragen zijn prima in te vullen in Edmodo, zodat ze later nog handmatig kunnen worden nagekeken, maar in Storyline kan dat bijvoorbeeld weer niet. Hier kun je wel een 10-tal juiste antwoorden inzetten, zodat er een beperkte vorm van open vragen mogelijk is. Flubaroo is gratis en een handige aanvulling op de Google sheets applicatie, waarbij je middels een plugin de toets automatisch kunt laten nakijken en beoordelen.

21 1.8 Slotwoord Doordat we verschillende bronnen geraadpleegd hebben waaronder de workshop Digitaal leermateriaal van Kennisnet, zijn wij tot de ontdekking gekomen dat het digitaliseren van lesstof op dit moment nog op een zeer provisorische manier plaatsvindt. Als je alleen al bedenkt dat de schrijver zijn stof al digitaal aanlevert aan de drukker, die er vervolgens weer een analoog boek van maakt, waarbij wij er vervolgens weer digitale lesstof van proberen te maken. Dit is een begrijpelijke manier als je het oppervlakkig bekijkt, maar als je er goed over nadenkt, dan is dit feitelijk te absurd om te doen. Digitaliseren bij de bron, of in ieder geval het gebruiken van de digitale bron is noodzakelijk om tot een goede digitale lesstof te komen. Dit zou tevens een goede basis zijn om de bestaande digitale lesstof verder uit te werken tot toekomstvaste interactieve lesstof van de 21e eeuw, waarbij we de bestaande bron niet hoeven te verlaten. Daarnaast hebben wij ook gezien dat het digitaliseren van lesstof wel voordelen biedt voor zowel docent als leerling en inmiddels niet meer uit het onderwijs is weg te denken. Hierbij willen we wel een aantal kanttekeningen plaatsen, namelijk dat het digitaliseren van lesstof gestructureerd dient te worden, zowel in het digitaliseren van lesstof als het arrangeren hiervan. Daarnaast dient de docent geschoold te worden in de manier waarop hij de digitale lesstof in kan zetten in zijn lessen.

22

23 Technologie in het onderwijs Peter Lakeman, Jetske Vleugel, Jaap Wilmink HvA DOO Mens en Technologie Leerjaar 3,

24 Inhoudsopgave Inleiding module 2.1 Technologie: doel of middel? 2.2 Leidt inzet van technologie tot beter onderwijs? 2.3 Welke voordelen biedt de inzet van technologie in de les? 2.4 Welke nadelen biedt de inzet van technologie in de les? 2.5 Implementatie Didactische Technologie. 2.6 Beschikbare laagdrempelige technologie. 2.7 Workshop video instructie. 2.8 Slotwoord.

25 Inleiding module Docenten voeren veranderingen vaak in slowmotiontijd in. Daardoor is sprake van veel onderbenutte technologie. Computers zijn al in de jaren 80 ingevoerd. Pas de laatste jaren worden zij in toenemende mate gebruikt door docenten. Uit eerdere bijdragen van Larry Cuban kun je overigens concluderen dat hij alle begrip heeft voor dit trage tempo (hoge werkdruk, weinig ruimte voor professionalisering, weinig onderwijskundig leiderschap, onvoldoende ondersteuning, enzovoorts). Citaat: Wilfred Rubens Bovenstaande citaat van Wilfred Rubens schetst exact de huidige situatie zoals wij deze op dit moment in het onderwijs tegenkomen. Daarnaast hebben wij gemerkt dat docenten en vaak ook het management niet of nauwelijks op de hoogte zijn van de mogelijkheden op het gebied van Didactische Technologie. Men vraagt zich af, of het gebruik van Didactische Technologie eigenlijk wel een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van het onderwijs. Didactische Technologie wordt op dit moment nog maar minimaal ingezet en de vraag die hierbij ontstaat is; gebruikt men die technologie met een bepaalde didactische visie of gebruikt met dit omdat het wel leuk is. Docenten die zelf wel enthousiast zijn over het gebruik van Didactische Technologie in hun les gebruiken het vaak ook nog maar mondjesmaat. Een andere ontwikkeling die wij gezien hebben is dat Didactische Technologie soms ook opgelegd wordt door het management. Er wordt bijvoorbeeld een studiedag over het gebruik van het digibord georganiseerd waarbij men uitleg krijgt over de werking van dit bord, zonder daar een duidelijke didactische meerwaarde van te benoemen. Of als die meerwaarde wel genoemd wordt gaat die vlieger weer niet voor iedere docent op. Na zo n studiedag verwatert de kennis die is opgedaan omdat men er zelf niet mee aan de slag gaat. Wij vragen ons af hoe het kan dat wanneer dit soort ontwikkelingen gestimuleerd worden er toch niet optimaal gebruik van wordt gemaakt. Komt dit door het gebrek aan kennis over deze didactische toepassing, ziet men de meerwaarde er niet van in of is er nog een andere drempel waardoor men deze technologie niet gaat gebruiken? Bronnen Hertveldt, F., Vanneste, P., & Wylin, B. (1997). Internet, een nieuw didactisch medium. De Boeck Hoger. Website van Dhr. Wilfred Rubens Bestaande onderzoeken op dit gebied. L. Hilgers, T. van Zadelhoff, 2012, Boektweepuntnul L. Hilgers, T. van Zadelhoff, 2012, Handboektweepuntnul, sociale media in het onderwijs.

26 Activiteiten Het doel van deze module is een antwoord te verkrijgen op de de volgende onderwerpen m.b.t. technologie in het onderwijs. Een aantal vragen waar wij in deze module antwoord op willen verkrijgen zijn: Is het gebruik van Didactische Technologie een doel of middel, leidt inzetbaarheid van technologie tot beter onderwijs, hoe kan men Didactische Technologie het beste integraal invoeren en wat zijn de voor- en nadelen van het gebruik van technologie in de les? Om antwoord te krijgen op deze vragen gaan wij ons middels verscheidene bronnen verdiepen in het onderwerp Technologie in het onderwijs. Daarnaast gaan wij een workshop verzorgen voor onze medestudenten cq collega s waarin we hen leren gebruik te maken van een onderdeel van de op dit moment aanwezige laagdrempelige technologie. Technologische aspecten Doordat wij ons verdiepen in technologie in het onderwijs, sluit deze module perfect aan bij het technische deel van de opleiding Mens en Technologie. Didactische aspecten Wij verzorgen aan onze medeleerlingen een workshop videoinstructie. Verantwoording kennisbasis Kennisbasis grafimedia: 2.3 Nieuwe media 4.2 De rol van interactieve media in het onderwijs 5.5 Communicatie 5.6 Financiën Zie bijlage 1 (kennisbasis grafimedia) Koppeling pijlers mens en technologie 1.7 Systeemgrenzen 2.4 Maatschappelijk perspectief 2.6 Historische ontwikkelingen 2.10 Consequenties van ontwikkelingen en innovaties 2.11 Relatie leggen tussen technologie en maatschappelijke waarden 2.12 Belangrijkste evoluties en innovaties 3.6 Kansrijke en innovatieve varianten van een ontwerp beoordelen. 4.1 Belangrijkste fasen 4.6 Recente ontwikkelingen in de technologie Zie bijlage 2 (kennisbasis mens en technologie)

27 Koppeling kennisbasis docent technische beroepen A Identiteit A1 Beroepsidentiteit; Door het digitaliseren van lesstof kan de docent zelf de lesstof samenstellen waardoor de interactie met de leerling vergroot. A2 Professionele beroeps- en kennisontwikkeling; Digitaliseren zorgt voor nieuwe vormen van didactische modellen. A3 Roldifferentiatie A4 Medewerker binnen de onderwijs organisatie B Content B1 Technologische inhoud; Lesstof digitaliseren door bijvoorbeeld video en een quiz. B2 Technologische geletterdheid B3 ICT toepassingen binnen het onderwijs; Door middel van digitaliseren zijn de toepassingen binnen het onderwijs voor IT oplossingen binnen handbereik. C Context C1 Leeromgeving; Een moderne leeromgeving kan niet zonder digitale lesstof. C2 Onderwijsomgeving/organisatie; Digitaliseren vergroot de uitwisseling van lesstof in de keten. C3 Maatschappelijke context/onderwijsbeleid D Doelgroep D1 Beginsituatie D2 Belevingswereld D3 Communicatie D4 Differentiatie binnen de doelgroep E Didactische methode E1 Denk- en leerprocessen E2 Intuïtieve begrippen E3 Motivatietheorieën E4 Didactische modellen en werkvormen E5 Evalueren en beoordelen

28 2.1 Technologie: doel of middel? Technologie biedt docenten handvatten die zij nodig hebben om efficiënter te werken en beter te reageren op de individuele behoeften van de leerlingen. Gebruiksgemak is van doorslaggevend belang voor de inzet van Didactische Technologie. Technologie welke het leven van de docent makkelijker maakt en hem in staat stelt beter les te geven, hoeft zichzelf niet te bewijzen en zal vanzelf aanslaan. Docenten hebben genoeg aan hun hoofd en het gebruik van Didactische Technologie is voor hen daarom geen doel op zich: alleen als het de docent ontlast, en niet extra belast, zal Didactische Technologie worden ingezet. Een goed doordachte didactiek is belangrijk, maar helaas wordt Technologie nog te veel als doel op zich ingezet. Het gebruik van een interactief whiteboard is interessant maar voegt op zichzelf natuurlijk weinig interactie toe.ook de toepassing van web 2.0 applicaties zoals Twitter maakt leren leuker. Didactische Technologie kan het vak van docent verlichten. Dit kan bijvoorbeeld door het gebruik van video instructies. De inzet van Didactische Technologie kan de lessen uitdagender maken. Dit kan bijvoorbeeld door interactieve lesstof aan te bieden. De lessen kunnen door het gebruik van Didactische Technologie dus inhoudelijk verrijkt worden. Het is dan echter wel van belang dat er vooraf door de docent goed nagedacht wordt over de meerwaarde van de het gebruik van de technologie. Technologie gebruiken omdat het leuker zou zijn is geen optie. Dan is men puur bezig met de lessen opleuken in plaats van dat het er inhoudelijk beter van wordt. De inzet van technologie wordt pas Didactische Technologie wanneer er een goed concept achter schuilt en hier dus vooraf goed over nagedacht wordt.

29 2.2 Leidt inzet van techologie tot beter onderwijs? De meeste technologieën zoals het schoolbord, de beamer of de tv gaan uit van klassikale instructie. De beamer heeft daardoor bijvoorbeeld niet geleid tot ander onderwijs. Het was een handig hulpmiddel, maar vernieuwend was het niet. Hoe beter technologie aansluit bij de didactische opvattingen van een docent, des te eerder deze zal worden ingezet. Wanneer technologie dus een vervanger is voor het huidige lessysteem (zoals de beamer) zal dit dus niet per definitie leiden tot beter onderwijs. De inzet van technologie kan leiden tot betere prestaties bij leerlingen. Dit hangt echter af van de competenties van de docent. Is de docent in staat om vanuit de lesdoelen en de behoefte van de leerlingen de juiste technologie op het juiste moment en op de juiste wijze in te zetten? Dat vraagt dus: Kennis van technologie Welke programma s, websites en tools kan de docent inzetten en hoe? Kennis van de leerling Wat heeft deze leerling in deze situatie en bij dit vak nodig? Kennis van de leerstof Welke doelen komen er aan bod? Hoe zitten de leerlijnen van de verschillende leergebieden in elkaar? De verandering van de informatieoverdracht door het gebruik van internet vraagt het onderwijs zich aan te passen. Enerzijds door het veranderen van de maatschappij anderzijds door het veranderen van de doelgroep, de leerling. Didactische technologie maakt het onderwijs beter omdat; het onderwijs effectiever en efficiënter wordt ingericht. het onderwijsvernieuwing stimuleert die nodig is in een vernieuwende maatschappij. het onderwijs op maat mogelijk maakt. het de werkdruk van docenten vermindert. het positieve effecten heeft op leerprestaties. het leren aantrekkelijk en gevariëerder maakt. De inzet van technologie in het onderwijs kan leiden tot beter onderwijs, mits op een juiste wijze toegepast en wederom met een goed doordacht didactisch concept. Het op een juiste manier toepassen van technologie verreist technologische kennis en vaardigheden van de docent.

30 2.3 Welke voordelen biedt de inzet van technologie in de les? Er zijn veel voordelen te noemen van het gebruik van technologie in het onderwijs. Zo is het bijvoorbeeld de manier om in te spelen op de leefwereld van de leerlingen. Met technologie trek je de aandacht van de leerlingen en motiveer je hen, de les kan aantrekkelijker en boeiender worden. Leerlingen kunnen zich slechts een korte tijd concentreren. Het afwisselen van werkvormen en het daarin verwerken van technologie is een manier om leerlingen bij de les te houden. Het gebruik van technologie biedt eveneens de mogelijkheid om leerstof concreter te maken bijvoorbeeld aan de hand van audiovisuele ondersteuning. Leerefficiëntie verhogen Door de inzet van technologie in het onderwijs kunnen de leerlingen op verschillende manieren leren. Differentiatie Actief, door de leerlingen actief te laten bezig zijn met de leerstof. Constructief, aan de hand van het gebruik van een discussieforum. Coöperatief, samenwerken in 1 bestand dat online gedeeld is. Authentiek, geen fictieve voorbeelden in een boek maar de leerlingen zoeken echte sites met voorbeelden. Informeel leren, d.m.v. het spelen van games met hierin een informatieve verwerking. Door het gebruik van technologie in het onderwijs kan er onderwijs op maat geboden worden voor elke leerling. Niet iedereen heeft dezelfde leerstijl en leertempo. Didactische Technologie biedt de mogelijkheid om deze factoren op de individuele leerling af te stemmen, waarbij elke leerling de voor hem of haar gepaste leerstijlondersteunende middelen, zoals audio-, visueelen/of tekstmateriaal, en het voor hem of haar gepaste tempo kan uitkiezen en volgen. Zo zorgt de docent ervoor dat de differentiatie binnen de klas niet uit het oog verloren wordt. Tijd, plaats en tempo onafhankelijk leren Het leren is niet langer tijds- en plaatsgebonden. Leerlingen kunnen waar en wanneer ze maar willen bezig zijn met de te verwerken stof. Dit kan handig zijn wanneer leerlingen bijvoorbeeld gedurende een (langere) termijn de lessen niet kunnen bijwonen. Daarnaast kan het ook een verbetering van de communicatie opleveren tussen leerlingen, docenten en ouders. Ook tussen leerlingen onderling kan er sprake zijn van een verbeterde communicatie en samenwerking. Dit kan bijvoorbeeld via , fora en leerplatvormen. Hierdoor kunnen documenten doorgespeeld worden, wat tijd spaart bij het schrijfwerk van de leerling. Nog een voordeel is dat digitale leerstof gedeeld kan worden met leerlingen en docenten over de hele wereld. Dit biedt de mogelijkheid tot internationale samenwerking tussen docenten en tussen leerlingen.

31 Leerproblemen Didactische Technologie kan ingezet worden om leerlingen met beperkingen de mogelijkheid te bieden om samen met leeftijdsgenoten aan dezelfde leerstof te verwerken. Leerlingen met visuele beperkingen kunnen geholpen worden door audio-ondersteuning van de leerstof en leerlingen met auditieve beperkingen kunnen geholpen worden door visuele ondersteuning. Ook leerlingen die een motorische stoornis hebben of beperkt zijn in hun bewegingsvrijheid, hebben op deze manier toegang tot de leerstof die niet plaatsgebonden is. Verrijking van de lesstof Het visualiseren van de leerstof zorgt er vaak voor dat leerlingen de les sneller in zich opnemen. De leerling kan interactieve oefeningen maken of bepaalde zaken, die anders moeilijk te tonen zijn vanwege de kosten (vb. vlieguren), het gevaar (vb. nucleaire training), milieubelasting (vb. chemische experimenten) of de praktische onmogelijkheid (vb. tocht door de bloedsomloop) ervan, door middel van simulatie ervaren. Zo kunnen de leerlingen bijvoorbeeld aan de hand van Google Earth makkelijk en gratis een virtueel bezoek brengen aan plaatsen over de hele wereld.

32 2.4 Welke nadelen biedt de inzet van technologie in de les? Het gebruik van Didactische Technologie heeft ook nadelen. Het bekijken en gebruiken van leerstof door leerlingen thuis vereist dat de leerling in het bezit is van een computer met toegang tot internet. Ook dan beschikt niet iedere leerling over dezelfde technologische toepassingen die de leerling nodig heeft bij de verwerking van de lesstof. Dit kan leiden tot een groeiende sociaal economische kloof tussen leerlingen. Gemakzucht Het gevaar bestaat dat de gemakzucht bij de leerlingen toeneemt. Leerlingen schrijven huiswerk niet meer in hun agenda, en wanneer de docent het opgegeven huiswerk niet online publiceert, of het systeem plat ligt, verschuilt de leerling zich hierachter als excuus om het niet te hoeven maken cq leren. De verantwoordelijkheid wordt bij de docent en bij het systeem gelegd in plaats van dat de leerling verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen taken. Afleiding Internet biedt behoorlijk wat afleidingen, waardoor de kans bestaat dat leerlingen minder geconcentreerd met de leerstof bezig zijn dan wanneer ze de leerstof verwerken vanuit een gewoon lesboek. Om een les niet in chaos te laten eindigen, moet de docent goed voorbereid zijn en duidelijke afspraken maken zodat de leerlingen niet afdwalen. Randvoorwaarden Voor het toepassen en verwerken van Didactische Technologie in het onderwijs is ook de nodige, vaak gevoelige, apparatuur vereist, die wegens omstandigheden tijdelijk onbruikbaar kan zijn (vb. problemen met internetverbinding). Hierdoor verliezen zowel de docent als de leerling kostbare tijd. Ook de lokalen zelf moeten voorzien worden van de nodige faciliteiten om het werken met de technologie mogelijk te maken (vb. internetverbinding, beamer, projectiescherm, e.d.). Met andere woorden, op school moet de infrastructuur voor computers in orde zijn. Competenties Meestal weten leerlingen meer van technologie dan de docent. Daarom is het noodzakelijk dat de docent over voldoende kennis beschikt m.b.t. de technologie die hij wenst te gebruiken. De overvloed aan informatie op het internet en de toegankelijkheid ervan maakt dat leerlingen in aanraking kunnen komen met foutieve informatie. De leerlingen moeten betrouwbare bronnen kunnen onderscheiden van de foutieve bronnen en deze kritisch kunnen benaderen.

33 2.5 Implementatie Didactische Technologie. De invoering van onderwijsvernieuwing d.m.v. Didactische Technologie is gebaat bij een integrale aanpak. De vernieuwing begint bij een onderwijskundige noodzaak, een visie op onderwijs en ict, de doelen die men wil bereiken en hoe Didactische Technologie daarin past. Na het vaststellen van de onderwijskundige visie m.b.t. het gebruik van Didactische Technologie moeten er keuzes gemaakt worden: Welke ict-infrastructuur is er nodig? Welk digitaal leermateriaal gaat er gebruikt worden? Welke deskundigheid hebben de docenten nodig? Kennisnet heeft hiervoor het model van de vier bouwstenen ontwikkeld. In dit model wordt heel duidelijk omschreven welke 4 bouwstenen er een rol spelen bij de implementatie van Didactische Technologie. Deze 4 bouwstenen dienen continue op elkaar afgestemd te worden voor een optimale invoering van onderwijsvernieuwing d.m.v. Didactische Technologie. Visie, deskundigheid, digitaal leermateriaal en ict-infrastructuur zijn vier bouwstenen van een integrale aanpak die voortdurend op elkaar afgestemd moeten worden. Als 1 van deze vier bouwstenen niet goed afgestemd is op de rest, of als hier weinig tot geen aandacht aan besteed wordt dat zal het doorvoeren van onderwijsvernieuwingen d.m.v. Didactische Technologie bemoeilijkt worden. Visie Een gezamenlijk ervaren onderwijskundige noodzaak en daarmee samenhangende onderwijskundige visie en doelen vormen het vertrekpunt van onderwijskundige veranderingen. De noodzaak moet dus niet alleen vanuit de directie komen want dan gaat de invoering niet slagen. Docenten dienen er de meerwaarde of zelfs noodzaak van in te zien. Ook andersom werkt dit zo. Een docent die er de noodzaak van inziet, maar onder een directie werkt die een andere visie heeft zal het als zeer moeizaam ervaren om didactische technologie door te voeren in zijn lessen.

34 Deskundigheid Onderwijsvernieuwing met ict vereist (nieuwe) competenties van docenten. Deze zijn deels afhankelijk van het type onderwijsvernieuwing die scholen nastreven. docenten die Didactische Technologie in hun onderwijs een vaste plek willen geven, moeten op de eerste plaats een positieve houding hebben tegenover veranderingen en tegenover Didactische Technologie en digitale leermiddelen. Als zij de voordelen van Didactische Technologie zien, heeft dat een positieve invloed op hun motivatie. docenten die deze voordelen niet zien, zijn minder geneigd vanuit zichzelf Didactische Technologie te gebruiken. Op de tweede plaats moeten ze kennis hebben van wat er aan leermiddelen beschikbaar is en de technische en didactische mogelijkheden ervan kennen. Het gaat dan om de volgende competenties: Kunnen omgaan met het repertoire van nieuwe media voor het onderwijsleerproces. Media kritisch kunnen selecteren voor het onderwijsleerproces. Het repertoire aan nieuwe media bijhouden en uitbreiden. In staat zijn om media in te zetten bij het faseren en begeleiden van leerprocessen. Op de juiste manier kunnen ontwikkelen van onderwijsmaterialen met behulp van nieuwe media. Technisch vaardig kunnen omgaan met nieuwe media. In het proces van onderwijsvernieuwing met Didactische Technologie is het dus van belang de deskundigheid te bevorderen. Er moet aandacht besteed worden aan zaken als zelfvertrouwen, routines los durven laten en pedagogisch-didactische competenties gerelateerd aan nieuwe onderwijsvormen. Docenten leren het liefst leren door te doen. Dat wil zeggen door in de eigen praktijk dingen uit te proberen en door de kunst af te kijken. Juist de ruimte om te experimenteren, om bij collega s te kijken en elkaar feedback te geven zou meer aandacht moeten krijgen in onderwijsorganisaties. De schoolleiding moet docenten daarom de ruimte bieden om te experimenteren, samenwerking te faciliteren en te stimuleren. Digitaal leermateriaal Al enige tijd klagen docenten er over dat er onvoldoende leermateriaal beschikbaar is en dat zij dit lastig kunnen vinden. Docenten kunnen door de online beschikbaarheid eenvoudiger leermateriaal vinden in verschillende educatieve databases. Hiertoe hebben zij in theorie de beschikking over een breed aanbod aan digitaal leermateriaal. Desondanks blijven docenten aangeven dat zij behoefte hebben aan voldoende kwalitatief goed digitaal leermateriaal. Een aandachtspunt hierbij is dat de docenten over de juiste competenties moeten beschikken om dit materiaal te zoeken, te vinden en in hun onderwijs in te passen.

35 Ict-infrastructuur Docenten moeten toegang hebben tot goede technologische voorzieningen. De technologische infrastructuur moet aansluiten bij de behoeften die docenten op dat moment ervaren. Naarmate docenten meer gebruik maken van Didactische Technologie stellen zij steeds hogere eisen aan de technologische infrastructuur. Het is daarnaast van belang eventuele technische problemen zo snel mogelijk te verhelpen en om docenten goede technische ondersteuning te bieden. Terugkerende technische problemen en een gebrek aan technische ondersteuning zijn slecht voor het zelfvertrouwen van docenten en kunnen er toe leiden dat zij in hun toekomstige lessen geen gebruik meer maken van Didactische Technologie. Naast bovengenoemde vier bouwstenen spelen nog 2 factoren een belangrijke rol bij onderwijsvernieuwing, namelijk eigenaarschap en noodzaak. Eigenaarschap en noodzaak Eigenaarschap en noodzaak hangen sterk samen: het gaat erom dat alle betrokkenen zich eigenaar voelen van de noodzaak. Als de betrokkenen op een school (het management, de docenten en soms ook de leerlingen) allemaal de onderwijskundige noodzaak van een vernieuwing ervaren en prioriteit willen geven aan het inzetten van de Didactische Technologie, dan is er sprake van gedeeld eigenaarschap. Wij hebben gemerkt dat het management vaak niet zelfstandig in staat is om draagvlak te creëren bij docenten, waardoor er geen gedeeld eigenaarschap mogelijk is. Docenten kunnen zich vaak nauwelijks vinden in het beleid en de planning ten aanzien van onderwijsvernieuwing in het algemeen en in dit geval m.b.t. Didactische Technologie. Docenten hebben veelal andere doelen dan beleidsmakers of spreken een andere taal als het gaat om Didactische Technologie. Ook voelen zij zich vaak onvoldoende betrokken bij het beleid en zijn doorgaans niet tevreden over de onderwijskundige steun. Als docenten de vernieuwing die het management inzet niet ondersteunen, komt deze niet op gang of beklijft die niet. Docenten kunnen eigen ideeën hebben over veranderingen die zij in hun onderwijs willen aanbrengen en de wijze waarop zij Didactische Technologie willen inzetten. Bij de implementatie van Didactische Technologie is het van belang dat de 4 bouwstenen, zoals eerder genoemd, volledig op elkaar aansluiten. Gebeurt dit niet dan bemoeilijkt dit de implementatie van Didactische Technologie. Daarnaast is het ook van belang dat de docent die met Didactische Technologie aan de slag gaat hier open voor staat en het belang hiervan inziet.

36 2.6 Beschikbare laagdrempelige technologie. Er is op dit moment veel technologie voor het onderwijs beschikbaar. Veel docenten weten echter niet van het bestaan van deze software. De vele vooroordelen met betrekking tot de nieuwe technologie bevorderen ook niet het gebruik ervan. De docenten hebben het al druk genoeg en om dan ook nog eens een softwarepakket of online dienst uit te proberen is dan vaak te veel gevraagd. Er zijn echter ook veel laagdrempelige technologieën beschikbaar. Zo zijn er diverse websites waar deze laagdrempelige technologie behandeld worden. Hieronder staan een aantal programma s die snel en goed toepasbaar zijn voor docenten die willen leren werken in een digitale omgeving. Screenr Een programma om een deel van je beeldscherm mee op te nemen en alle handelingen te volgen inclusief jouw stem. Socrative Een internet vraagbaak voor en van docenten. Slideshare Presentaties met je eigen stem in de video. Present.me Presentatie met je stem en gezicht in één beeld. Game Studio Hiermee kun je je eigen spel maken. Voki Ingetypte tekst wordt voorgelezen en nagetypt. Voice thread Je kunt zelf multimedia plaatsen en anderen kunnen commentaar plaatsen. Uiteraard zijn er nog vele anderen en is dit slechts een minimale opsomming van de beschikbare programma s.

37 2.7 Workshop video instructie Wij zijn van mening dat er op dit moment veel programma s beschikbaar zijn waarmee je op een leuke, eenvoudige en leerzame manier didactische technologie kunt gebruiken in je lessen. Omdat één van de grote bezwaren van docenten ten aanzien van het gebruik van Didactische Technologie in de les de onbekendheid/moeilijkheid van het programma is, willen wij het tegendeel aantonen. Wij hebben voor onze medestudenten (en toekomstige docenten) een workshop video instructie verzorgd. In deze workshop hebben wij onze medestudenten een aantal programma s aangereikt die zij hoogstwaarschijnlijk nog niet kenden. Na een korte introductie, maar zonder directe uitleg en/of instructie van het programma hebben wij de medestudenten de opdracht gegeven een korte video instructie met het programma te maken. Verder kregen zij de opdracht het programma en de mogelijkheden hiervan te ontdekken en hun bevindingen van het werken met het programma in een korte presentatie aan hun medestudenten te presenteren. De medestudenten mochten zelf een programma uitkiezen en kregen vervolgens van ons een instructie vel met hierop de beschrijving van de opdracht en de link naar het programma. Aan het eind van de workshop hebben wij de medestudenten gevraagd een korte evaluatie over de workshop in te vullen. De gehele workshop hebben wij op video opgenomen en een compilatie hiervan staat op Youtube. https://www.youtube.com/watch?v=1squcvkpba0 We zijn de workshop gestart met een Prezi. Deze staat op

38 Workshop video instructie. Inleiding Wij gaan jullie vandaag verblijden met een workshop digitale media. Dit houdt in dat wij jullie kennis laten maken met een aantal verschillende media die je op eenvoudige manier kunt inzetten voor je les. Bij toeval hadden we laatst natuurlijk de presentatie van de Khan Academie. Dit sloot naadloos aan op onze module die we op dit moment aan het behandelen zijn in onze ontworpen wereld. We zijn de afgelopen tijd bezig geweest met de modules Digitaliseren van lesstof en Technologie in het onderwijs. Deze laatste module willen wij graag afsluiten in de vorm van een interactieve presentatie. Wij zijn van mening dat er op dit moment heel veel online programma s beschikbaar zijn die gemakkelijk in de lessen die men nu geeft verwerkt kunnen worden. Helaas hebben wij ook ontdekt dat deze programma s veelal niet bekend zijn bij de docenten en als ze al bekend zijn, ze vaak niet gebruikt worden. Argumenten zijn dat men het lastig vindt of dat men vaak denkt dat het veel tijd in beslag neemt. Vandaag willen wij aan jullie laten zien dat het helemaal niet veel tijd hoeft te kosten en dat de programma s ook vaak heel gebruiksvriendelijk zijn. We hebben een 5-tal programma s uitgelicht die jullie vandaag gaan ontdekken. We gaan jullie straks in groepjes een opdracht geven die jullie uit gaan werken en ook gaan presenteren. Google storybuilder aanzetten korte algemene instructie Dit programma heet Google Story Builder. Met dit programma kun je op een leuke manier een korte instructie geven. Het programma voor vandaag: Jullie gaan straks in groepjes van 3 à 4 personen een instructie maken over een door jullie zelf gekozen onderwerp. De instructie hoeft niet lang te duren. Het doel van deze opdracht is dat jullie in een korte tijd bekend raken met het programma. Vervolgens gaan jullie aan de rest van de klas de gemaakt instructie laten zien. Planning: 45 minuten downloaden/ inloggen en instructie maken. 5 minuten per groepje: eindproduct laten zien. Veel plezier en succes!

39 Videotools welke wij gaan gebruiken in deze workshop: Snapguide (iphone/ipad app) Windwows movie maker Jing Powtoon Present.me

40 Naam programma Windows (live) movie maker Windows (live) movie maker Website/bron Indien er een versie van windows op de computer draait, dan bezit je over dit programma. Ga naar: Start/alle programma s/windows (live) movie maker. Mocht je problemen ondervinden, of mocht het programma niet op jouw pc geïnstalleerd zijn dan kun je deze via onderstaande link vinden en downloaden. Waar is het programma voor geschikt Met het kosteloze Windows (Live) Movie Maker 2011 maak je snel en gemakkelijk een filmpje van bestaand beeldmateriaal (foto's of video's). Ook het maken van diashows is mogelijk. Algemene tips Je kunt ook muziek, ondertitels en nog veel meer effecten toevoegen aan je filmpje. Evaluatie Tijdens de evaluatie willen we graag een korte samenvatting m.b.t. het programma waarmee jullie een filmpje gemaakt hebben. Je kunt hierbij denken aan: Is het programma gemakkelijk te downloaden? In hoeverre is het programma (on)gebruiksvriendelijk? Voor welke doeleinden zou je dit programma geschikt achten?

41 Powtoon Naam programma Powtoon Website/bron Waar is het programma voor geschikt Met PowToon kun je animatiefilmpjes maken zoals in bijgaand voorbeeld. De tool is behoorlijk intuïtief en heeft veel mogelijkheden. Het dwingt je wel van tevoren heel goed na te denken wat je precies wilt laten zien. Aan de basis staat namelijk een geluidsbestand dat je eerst zult moeten inspreken en dan uploaden. Daarna kun je pagina's aanmaken en daar allerlei teksten en animaties aan toevoegen. Algemene tips Nadat je je hebt geregistreerd krijg je op je een link naar een 4 minuten durend filmpje waarin de basis beginselen van Powtoon uitgelegd worden. Evaluatie Tijdens de evaluatie willen we graag een korte samenvatting m.b.t. het programma waarmee jullie een filmpje gemaakt hebben. Je kunt hierbij denken aan: Is het programma gemakkelijk te downloaden? In hoeverre is het programma (on)gebruiksvriendelijk? Voor welke doeleinden zou je dit programma geschikt achten?

42 Jing Naam programma Jing Website/bron Waar is het programma voor geschikt Jing is gratis software waarmee je alles dat op je scherm gebeurt kunt vastleggen. Niet alleen de beelden maar ook het geluid. De filmpjes kunnen met Jing heel eenvoudig op internet worden gepubiceerd. Bijvoorbeeld op Youtube of op de website van Jing. Maar hosten op een eigen website is ook mogelijk. Algemene tips De filmpjes kunnen maximaal vijf minuten lang zijn. Maar voor de meeste toepassingen zijn langere video's helemaal niet gewenst. Jing werkt op PC en Mac. Evaluatie Tijdens de evaluatie willen we graag een korte samenvatting m.b.t. het programma waarmee jullie een filmpje gemaakt hebben. Je kunt hierbij denken aan: Is het programma gemakkelijk te downloaden? In hoeverre is het programma (on)gebruiksvriendelijk? Voor welke doeleinden zou je dit programma geschikt achten?

43 Present.me Naam programma Present.me Website/bron https://present.me/ Waar is het programma voor geschikt Present.me is een web service waarmee je presentaties kunt maken via je PowerPointbestanden. Wat dit programma uniek maakt, is dat je een verhaal toe kunt voegen aan de presentatie. Zodra je, je PowerPoint hebt geüpload, kun je een verhaal opnemen via je webcam en microfoon. Hierdoor kun je, je mondelinge presentatie ernaast zetten en is je presentatie compleet. De uiteindelijke presentatie wordt weergegeven me de webcam opname aan de rechterkant en dia's aan de linkerkant. Algemene tips Bekijk een korte video over hoe je, je eerste Present.me kunt maken via onderstaande link. Evaluatie Tijdens de evaluatie willen we graag een korte samenvatting m.b.t. het programma waarmee jullie een filmpje gemaakt hebben. Je kunt hierbij denken aan: Is het programma gemakkelijk te downloaden? In hoeverre is het programma (on)gebruiksvriendelijk? Voor welke doeleinden zou je dit programma geschikt achten?

44 Snapguide Naam programma Snapguide Website/bron Waar is het programma voor geschikt In de applicatie kunnen gebruikers hun eigen gids/handleiding maken met een beschrijving, verschillende stappen en foto s en video s. Geschikt voor IOS besturingssytemen Algemene tips Je kunt voorbeelden van Snapguide handleidingen bekijken op de website van Snapguide. Daarnaast kun je via onderstaande link een kort filmpje bekijken waarin uitgelegd wordt hoe Snapquide werkt. Evaluatie Tijdens de evaluatie willen we graag een korte samenvatting m.b.t. het programma waarmee jullie een filmpje gemaakt hebben. Je kunt hierbij denken aan: Is het programma gemakkelijk te downloaden? In hoeverre is het programma (on)gebruiksvriendelijk? Voor welke doeleinden zou je dit programma geschikt achten?

45 Evaluatie over de workshop van Peter, Jaap en Jetske Namen deelnemers: Gebruikte programma: Wat vond je van het programma dat je gebruikt hebt? Wat vond je van de inhoud van de workshop? Denk je in de toekomst dit te gaan gebruiken? Heb je nog tips en/of tops?......

46 2.8 Slotwoord. In deze module hebben wij onder andere gekeken of de inzet van technologie in het onderwijs ook daadwerkelijk tot beter onderwijs leidt. Daarnaast hebben wij ons verdiept in de vraag; hoe Didactische Technologie het beste ingevoerd kan worden. Ook hebben wij bekeken welke voorof nadelen er te benoemen zijn het gebruik van Didactische Technologie in het onderwijs. De inzet van technologie in het onderwijs kan inderdaad leiden tot beter onderwijs, mits op een juiste wijze toegepast en met een goed doordacht didactisch concept. Het op een juiste manier toepassen van technologie verreist technologische kennis en vaardigheden van de docent. Daarnaast is het van belang dat men bij de invoering van Didactische Technologie rekening houdt met het feit dat deze invoering breed gedragen dient te worden. De invoering van Didactische Technologie heeft een geringere kans van slagen wanneer 1 van de eerder genoemde 4 bouwstenen ontbreekt of wanneer daar te weinig aandacht aan geschonken wordt. Daarnaast is het ook van belang dat de docent die met Didactische Technologie aan de slag gaat hier open voor staat en het belang hiervan inziet. Er zijn verschillende voordelen te noemen die voortvloeien uit het gebruik van Didactische Technologie, denk hierbij aan differentiatie, tijd en plaats onafhankelijk leren, verrijking van de lesstof en vergrote leeropbrengst. Aan de andere kant zijn er ook een aantal nadelen te noemen, zoals gemakzucht en het feit dat niet iedere docent wellicht over de juiste technologische kennis en competenties beschikt. Wij zijn echter van mening dat de nadelen niet opwegen tegen de voordelen. De nadelen die op dit moment veelal genoemd worden zijn volgens ons redelijk eenvoudig te ondervangen door het maken van juiste afspraken met de leerlingen en het aanbieden van scholing voor de docent. Over het algemeen geldt het volgende: De inzet van technologie wordt pas Didactische Technologie wanneer er een goed concept achter schuilt en hier dus vooraf goed over nagedacht wordt.

47

48

49

50

51

52

53 Digitale portfolio s Peter Lakeman, Jetske Vleugel, Jaap Wilmink HvA DOO Mens en Technologie Leerjaar 3,

54 Inhoudsopgave Inleiding module 3.1 Wat is een digitaal portfolio? 3.2 Soorten portfolio s. 3.3 Opbouw van een portfolio. 3.4 Meerwaarde van een digitaal portfolio. 3.5 Portfolio systemen. 3.6 Instructie video e-portfolio voor leerling. 3.7 Slotwoord.

55 Inleiding module De laatste jaren gaan steeds meer scholen gebruik maken van de technologische mogelijkheden om producten van leerlingen digitaal op te slaan. Het opslaan van producten van leerlingen dient goed georganiseerd en begeleid te worden. Voor het organiseren hiervan zijn applicaties beschikbaar die in de vorm van een 'digitaal portfolio' op de markt worden gebracht. Naast de organisatorische mogelijkheden bieden deze programma s ook de mogelijkheid om een selectie van de producten aan de buitenwereld te laten zien. Het is te vergelijken met een soort showcase. Het gebruik van een digitaal portfolio vraagt om een andere benadering van het onderwijs. Niet de docent, maar de leerling is leidend binnen een leertraject. De leerling bewijst middels het portfolio dat hij de vereiste vaardigheden, kennis en houding beheerst. Op dit moment zijn veel scholen bezig om een juist portfoliosysteem op te zetten of te implementeren. Wij hebben gemerkt dat dit een actueel onderwerp is waarbij bij de meeste scholen nog veel vragen m.b.t. het digitaal portfolio spelen. Bronnen Tartwijk, J. van, e.a. (2003). werken met een elektronische portfolio. Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff Digitale Universiteit, Kemps (2004) drie scenario s portfolio implementatie Digitale Universiteit, Ritzen (2004) gebruik van portfolio in competentiegericht onderwijs. (Red.), L. P. & E. van der H. (2005). Digitaal onderwijs is anders. Garant. Activiteiten Het doel van deze module is om een antwoord te verkrijgen op de de volgende onderwerpen m.b.t. digitale portfolio s. Een aantal vragen waar wij in deze module antwoord op willen verkrijgen zijn: Wat is een digitaal portfolio? Hoe zijn portfolio systemen opgebouwd? Welke soorten portfolio s zijn er en wat is eigenlijk de meerwaarde van het werken met een digitaal portfolio? Daarnaast gaan wij met onze eigen leerlingen een portfoliosysteem testen en laten wij de leerlingen hun eigen opzet voor hun portfolio maken. Technologische aspecten Wij gaan ons verdiepen in de verschillende mogelijkheden van een digitaal portfolio. Wij gaan een video instructie maken voor leerlingen waarin uitgelegd wordt hoe ze een digitaal portfolio kunnen maken. Didactische aspecten We gaan onze eigen leerlingen een digitaal portfolio laten maken. Tijdens dit proces inventariseren wij de ervaringen van zowel leerling als leerkracht.

56 Verantwoording kennisbasis Kennisbasis grafimedia: 1.3 Muziek/geluidsfragmenten 1.4 Animated GIF bestanden 1.5 Koppeling van animatie aan tekst en objecten 1.6 Actieknoppen en hyperlinks 2.3 Nieuwe media, 3.1 Typografie Zie bijlage 1 (kennisbasis grafimedia) Koppeling pijlers mens en technologie 1.6 Methoden van systeemanalyse 1.7 Systeemgrenzen 2.8 Cultuurfenomenen 2.10 Consequenties van ontwikkelingen en innovaties 2.11 Relatie leggen tussen technologie en maatschappelijke waarden 3.6 Kansrijke en innovatieve varianten van een ontwerp beoordelen. Zie bijlage 2 (kennisbasis mens en technologie) Koppeling kennisbasis docent technische beroepen A Identiteit A1 Beroepsidentiteit; Door het digitaliseren van lesstof kan de docent zelf de lesstof samenstellen waardoor de interactie met de leerling vergroot. A2 Professionele beroeps- en kennisontwikkeling; Digitaliseren zorgt voor nieuwe vormen van didactische modellen. A3 Roldifferentiatie A4 Medewerker binnen de onderwijs organisatie B Content B1 Technologische inhoud; Lesstof digitaliseren door bijvoorbeeld video en een quiz. B2 Technologische geletterdheid B3 ICT toepassingen binnen het onderwijs; Door middel van digitaliseren zijn de toepassingen binnen het onderwijs voor IT oplossingen binnen handbereik. C Context C1 Leeromgeving; Een moderne leeromgeving kan niet zonder digitale lesstof. C2 Onderwijsomgeving/organisatie; Digitaliseren vergroot de uitwisseling van lesstof in de keten. C3 Maatschappelijke context/onderwijsbeleid

57 D Doelgroep D1 Beginsituatie D2 Belevingswereld D3 Communicatie D4 Differentiatie binnen de doelgroep E Didactische methode E1 Denk- en leerprocessen E2 Intuïtieve begrippen E3 Motivatietheorieën E4 Didactische modellen en werkvormen E5 Evalueren en beoordelen

58 3.1 Wat is een digitaal portfolio? Een digitaal portfolio, ook wel elektronisch portfolio of e-portfolio genoemd, is een verzameling van doelgericht bij elkaar gebrachte digitale gegevens en documenten (bestanden), die worden beheerd door de leerling. De leerling maakt in zijn portfolio een mappenstructuur aan waarin zijn werk komt te staan. Dit portfolio wordt over het algemeen gebruikt door leerlingen om aan beoordelaars en studiebegeleiders inzicht te geven in hun ontwikkeling gedurende de opleiding. Daarnaast biedt het portfolio goede mogelijkheden tot (peer- en zelf-) reflectie en ondersteunt het eigenaarschap van de eigen ontwikkeling van leerlingen. Competenties De aandacht voor competentiegericht leren en een steeds grotere zelfstandigheid van de leerling neemt sterk toe. Hierdoor ontstaat er veel belangstelling voor het werken met digitale portfolio s. Door portfoliogegevens te verzamelen is het mogelijk het leerproces te sturen aan de hand van gewenste en reeds behaalde competenties en vaardigheden. Daarnaast is het mogelijk de resultaten aan anderen te tonen. Competenties hoeven niet binnen één (onderwijs)instelling te zijn opgedaan, maar kunnen gedurende een heel leven opgebouwd worden. Competentieontwikkeling vindt tenslotte niet alleen plaats in het onderwijs, maar ook op de arbeidsmarkt. In het kader van een leven lang leren is de opslag van portfoliogegevens van groot belang. Er moet dus wel nagedacht worden over het eigenaarschap. Bijna alle digitale portfolio's zijn webbased. Zo kan er vanuit huis door de leerling aan het portfolio gewerkt worden en is de leerling binnen school niet werkplek afhankelijk. Vaak wordt gewerkt met een inlogprocedure, waardoor de leerling onzichtbaar kan werken en zelf kan kiezen wanneer het werk voor publiek zichtbaar is. Om het portfolio te kunnen voorzien van beeld en eventueel ook geluid schaffen veel scholen scanapparatuur, fotocamera's en eventueel videocamera's aan. Op deze manier kan er inzicht worden gegeven in het papieren werk of kan een fysieke opdracht of toneelstuk zichtbaar worden gemaakt. De leerling kan zelf ook middels zijn of haar smartphone foto en video toevoegen.

59 3.2 Soorten portfolio s. In dit hoofdstuk bespreken wij de verschillende soorten portfolio s. Er zijn 2 invalshoeken die men hierin kan onderscheiden. Zo heeft een portfolio altijd een bepaald doel en daarnaast kan een portfolio in verschillende vormen verschijnen. Niet iedere verschijningsvorm past bij ieder doel. We gaan hieronder allereerst in op de verschillende doelen die een portfolio kan hebben. Vervolgens zullen wij de meest voorkomende verschijningsvormen bespreken. Doel portfolio Er zijn verschillende doelen m.b.t. het gebruik van een portfolio. Een portfolio van een kunstenaar heeft als functie aan geïnteresseerden (meestal potentiële opdrachtgevers) te laten zien waartoe de kunstenaar in staat is. Een dergelijk portfolio wordt meestal aangeduid als showcase-portfolio of presentatie-portfolio. Een leerlingportfolio kan datzelfde doen, maar het kan voor nog veel meer doeleinden gebruikt worden. Aan een leerlingportfolio kunnen vier functies worden toegeschreven: Een portfolio kan gebruikt worden om zoveel mogelijk informatie over de leerling te verzamelen. Het kan dienen als reflectie-instrument. Het kan gebruikt worden als bewijsinstrument. Het kan gebruikt worden als etalage waarin leerlingen zichzelf presenteren aan de buitenwereld. Verzamelportfolio De meest basale functie van een portfolio is het verzamelen van informatie over de leeractiviteiten en leerprestaties van een leerling. In het portfolio worden cijfers bewaard van repetities, werkstukken etc., maar ook lesroosters en planningen vinden een plaats in het portfolio. Het portfolio heeft dan uitsluitend de functie een objectieve weergave te zijn van het leertraject van de leerling. Bewijsmateriaal Een portfolio kan ook gebruikt worden als bewijsmateriaal. De leerling kan in zijn portfolio laten zien dat hij beschikt over bepaalde kennis of competenties. De waarde van die bewijzen is soms overigens wel discutabel; welke bewijskracht heeft een rapportcijfer? Of een werkstuk dat door een groep leerlingen gemaakt is?

60 Etalagefunctie Een portfolio kan ook gezien worden als de plek waar de leerling laat zien wat hij kan. Dat werkt heel stimulerend. De leerling is trots op zijn eigen presteren en in het portfolio kan hij laten zien wat hij kan. In een portfolio worden de prestaties van de leerling niet vergeleken met die van andere leerlingen, maar met zijn eigen prestaties tot dan toe. De leerling kan zich in het portfolio presenteren op zijn eigen sterke punten. Een digitaal portfolio biedt de mogelijkheid aan leerlingen om zich op een eenvoudige manier online te presenteren, een optie die door leerlingen over het algemeen erg gewaardeerd wordt. Wel zal de leerling bij het ontwikkelen van het digitale portfolio zich vooraf moeten realiseren wie toegang kan krijgen tot zijn portfolio. Wordt het portfolio voor iedereen toegankelijk of krijgen alleen ouders, vrienden en bekenden of toekomstige werkgevers toegang tot het portfolio? Ook is het belangrijk om in de gaten te houden wat de leerling wil presenteren: is het portfolio uitsluitend bedoeld om te laten zien dat hij voldoet aan de door de school of hemzelf gestelde leerdoelen? Of wordt het portfolio ook gebruikt voor potentiële werkgevers of om een stageplek te verkrijgen? Een presentatieportfolio biedt het onderwijs veel mogelijkheden om de leerling te coachen hoe de leerling zich het beste aan anderen kan presenteren. Niet alles kan men immers op het web zetten: de netiquetteregels moeten uiteraard gerespecteerd worden. De vraag is ook of de leerling zelf mag bepalen welke informatie wordt opgenomen in het portfolio of dat dit door de school wordt bepaald. Ook kan aandacht besteed worden aan hoe de leerling zichzelf kan presenteren aan anderen, bijvoorbeeld bij het zoeken naar een stageadres of een toekomstige werkgever. Evaluatieportfolio Het evaluatieportfolio is bedoeld om leerlingen te laten reflecteren op hun eigen prestaties. Dat kan natuurlijk beperkt worden tot een evaluatie achteraf, maar men kan er ook voor kiezen de leerling telkens tussentijds te laten reflecteren. Hierbij kan de leerling bepalen of de doelen behaald zijn, of de doelstellingen bijgesteld moeten worden of dat wellicht een ander pad bewandeld moet worden om de doelstellingen te behalen. De docent kan bepalen aan welke doelstellingen de leerling moet voldoen en uiteraard spelen daarin de eindtermen van het onderwijs ook een rol. De leerling kan zichzelf ook doelen stellen en daarop reflecteren. De docent kan telkens dezelfde vragen volgens een vastgesteld patroon terug laten komen bij een evaluatie, door de leerling bij ieder bestand dat hij in het portfolio plaatst steeds dezelfde vragen te laten beantwoorden. Maar men kan er ook voor kiezen een evaluatie meer vrij te laten en de leerling zelf te laten vertellen hoe hij de opdracht heeft ervaren. De opdrachten en werkstukken kunnen door de leerling zelfstandig geëvalueerd worden, in overleg met de leraar, een stagebegeleider maar ook in overleg met medeleerlingen. Doel portfolio tot slot Uiteraard kunnen de bovengenoemde functies niet altijd los van elkaar gescheiden kunnen worden. Een evaluatieportfolio kan aantonen dat een leerling in staat is te reflecteren op zijn eigen functioneren en een verzamelportfolio kan gebruikt worden als presentatieportfolio. Het is wel verstandig dat als men besluit om in het onderwijs gebruik te gaan maken van een portfolio, men eerst gaat besluiten aan welke van de genoemde functies de prioriteit gegeven wordt.

61 Verschijningsvormen Naast de verschillende doelen die een portfolio kan hebben, kan ook de verschijningsvorm verschillend zijn. Website Er zijn verschillende mogelijkheden om een digitaal portfolio op te bouwen. Zo zou men kunnen overwegen om de leerlingen een eigen website te laten bouwen. Er is veel software beschikbaar die het bouwen van een website eenvoudig maakt. Ook kan men op diverse sites terecht om online een site te bouwen. Wat men daarbij wel in de gaten moet houden is of het mogelijk is om zo n website over te zetten naar een ander domein. Dit is belangrijk om vooraf te checken omdat het handig kan zijn dat de leerling het portfolio mee kan nemen naar een andere school of naar een werkgever. Een website kan goed ingezet worden als presentatie-portfolio. Weblog Een andere mogelijkheid om een portfolio te bouwen is om de leerlingen te vragen een weblog te bouwen. Een weblog is een soort digitaal dagboek waarin de eigenaar van het log verslag doet van wat hem bezighoudt. Een bijkomend voordeel van een weblog is dat daar volop ruimte wordt geboden voor reacties op hetgeen geschreven wordt. Op die manier kunnen er discussies ontstaan, tussen de docent en de leerling, maar ook tussen leerlingen onderling. Een weblog kan vooral goed ingezet worden als evaluatie-portfolio. Dedicated portfolio Een dedicated portfolio is een programma waarvan de enige functie is dat het een portfolio kan bevatten. Het dedicated portfolio kan zowel een programma binnen een eigen netwerk als een online dienst zijn. Wat belangrijk is om vooraf te checken is wat er met de bestanden uit het portfolio gebeurt op het moment dat de online dienst stopt met bestaan. Bij een portfolio wat gebaseerd is op een programma dat draait op een eigen netwerk, is het belangrijk dat men zich afvraagd wat er met de bestanden gebeurt op het moment dat de eigenaar van het portfolio niet meer verbonden is met de instelling. Het portfolio is immers bezit van de instelling en niet van de eigenaar zelf. Een dedicated portfolio kan vooral goed worden ingezet als bewijsmateriaal.

62 3.3 Opbouw van een portfolio. De opbouw van een portfolio is belangrijk op het moment dat de eigenaar de onderdelen van zijn portfolio ter bezichtiging of beoordeling aan wil bieden. De lezer moet gemakkelijk naar de onderdelen kunnen navigeren en ook de beschrijvingen van de onderdelen moeten makkelijk te vinden zijn. Daarnaast is het belangrijk dat de eigenaar ook de mogelijkheid heeft zichzelf voor te stellen aan de bezoeker van zijn portfolio. In onderstaande afbeelding van Kennisnet is te zien hoe een e-portfolio is opgebouwd. Er is sprake van drie onderdelen: Persoonlijke gegevens: Worden door de eigenaar bij de start van het e-portfolio ingevuld en als nodig bijgewerkt. Resultaten: Dit onderdeel zal steeds aangevuld worden met nieuwe documenten en activiteiten. Showcase/ CV: Een samenvatting van de eerder genoemde punten om aan anderen te laten zien.

63 3.4 Meerwaarde van een digitaal portfolio. Voordat men gebruik ging maken van digitale portfolio s werden er wel papieren portfolio s aangelegd. Dit gebeurde veelal door leerlingen die een creatieve studie wilden gaan volgen, denk hierbij aan de kunstacademie of een studie in de richting van fotografie. De portfolio s bestonden uit grote mappen met daarin het gemaakte werk van de leerling. Met de komst van digitale portfolio s kan in principe iedereen een impressie van zijn werk en de daarbij verworven competenties weergeven. Naast het feit dat een portfolio maken en bijhouden nu voor iedereen van toegevoegde waarde kan zijn, zijn er nog een aantal andere voordelen te onderscheiden in het gebruik van digitale portfolio s ten opzichte van de papieren versie. Een digitaal portfolio stelt de leerling in staat om geluids- en videofragmenten in zijn portfolio op te nemen. Een ander voordeel van een digitaal portfolio is dat dit via internet bereikbaar is waardoor het portfolio onafhankelijk van plaats en tijd bereikbaar is voor iedereen die aan het portfolio wil werken of het wil bekijken. Als het portfolio gebruikt wordt als bewijsmateriaal, heeft een digitaal portfolio de mogelijkheid om de inhoud te freezen. Bij ieder ingeleverd onderdeel komt een datum- en tijdstempel en de ingeleverde inhoud kan niet meer worden gewijzigd. Ook later kan dit weer als bewijsmateriaal dienen voor de onderwijsinstelling om te bewijzen dat de opleiding legitiem werkt.

64 3.5 Portfolio systemen. Er zijn inmiddels al vele portfolio systemen op de markt. Hieronder een kleine opsomming van een aantal portfolio systemen met daarbij de belangrijkste kenmerken beschreven. Follow-me Dit portfolio past in de onderwijsvisie 'natuurlijk leren'/competentiegericht leren waarin de leerling eigenaar is van het verzamelportfolio. Het heet daarom ook een Leerling-volg-jezelfsysteem. De leerling verzamelt bewijzen en koppelt deze aan volginstrumenten als leerlijnen en ontwikkelingslijnen. Hij vraagt aan medeleerlingen, docenten en stagebegeleiders om ook hun mening op die lijnen te plaatsen. De mentor/coach kan vanuit zijn eigen omgeving dit allemaal overzien en uiteindelijk met de leerling een 'portfoliogesprek' voeren. Hij stelt (in overleg met de leerling) vast waar de leerling zich op de lijnen bevindt en waaraan deze de komende periode kan gaan werken. Mijneportfolio Met het mijneportfolio pakket kan de leerling eenvoudig een eigen portfolio website bouwen en beheren zonder kennis van internet-code. Learning4u Dit portfolio is ontwikkeld voor het voortgezet- en hoger onderwijs. Er wordt een duidelijke koppeling naar het bedrijfsleven gemaakt maar is een internetapplicatie speciaal ontwikkeld voor interactie tussen de leerling en de docent. Het beheer ligt bij de leerling. De aangeleverde content wordt online beoordeeld. Cockpit Dit is een kinderleeromgeving waar een portfoliodeel in geïntegreerd is. Het heeft een leerlingdeel en een docentdeel, waardoor het ook past in een onderwijsomgeving die niet grotendeels leerlinggestuurd is. Samenwerkend leren als werkvorm staat centraal. Fronter Fronter is een elektronische leeromgeving (ELO) waar een portfoliodeel ingebouwd kan worden. TeleTOP/itslearning TeleTOP is een ELO waarin tevens een portfolio kan worden ingezet. De leerling is hiervan eigenaar en nodigt zelf bezoekers uit. In het portfolio kunnen bestanden worden verzameld en is er ruimte voor reflectie en feedback. Daarnaast kunnen competentie- of leerlijnenscans worden aangeboden. is een elektronische leeromgeving, waarbinnen een portfolio systeem wordt aangeboden. De digitale leerstof wordt aangeboden in de vorm van studieroutes, te vergelijken met een reeks lessen van een vak. Een aantal studieroutes samen vormt een studieprogramma. Het werken aan een studieroute kan online plaatsvinden, maar de materialen kunnen ook gedownload worden en offline worden gebruikt.

65 3.6 Instructievideo e-portfolio voor leerlingen. We hebben met onze eigen leerlingen een digitaal portfolio aangemaakt. Dit is gedaan met het online programma mijneportfolio: Wij hebben gekozen voor deze applicatie, omdat deze erg eenvoudig is en laagdrempelig in het gebruik. Het is ook een Nederlands product. De brugklas leerlingen konden na het zien van de instructiefilm snel aan de slag en konden in het computerlokaal redelijk zelfstandig een portfolio aanmaken. De instructievideo die de leerlingen van ons kregen staat op: Het portfolio van Janna de Vries (een van onze testleerlingen) staat op: Het is gebleken dat de leerlingen al snel zelf een portfolio konden maken. De leerlingen waarbij we dit hebben getest zijn in de leeftijd van 11 tot 13 jaar. Niet alle begrippen waren dan ook direct duidelijk. De kreten waar ze (nog) niets mee wisten te doen waren: POP, netwerk en referenties, stages en werkervaring. Standaard staan deze elementen wel aan, maar voor onze testleerlingen was dit net een brug te ver. Er staan op de website een aantal instructievideo s, maar we wilden er natuurlijk zelf ook één maken. Voordat de leerlingen een portfolio website mochten maken moesten ze eerst de instructievideo bekijken. De leerlingen vonden deze duidelijk genoeg. De leerlingen vonden het leuk om zo n portfolio te maken, maar zodra ze zelf hun gang mochten gaan, werd het al snel een speelse website. Het is een uitdaging om ze te laten beseffen dat het gaat om de structuur en de inhoud en niet om de opleuk zaken. Al met al lukte het prima om ook de werkstukjes erin te zetten middels foto s.

66 3.7 Slotwoord. In deze module hebben wij onder andere gekeken naar de definitie van een digitaal portfolio en de verschillende soorten digitale portfolio s. Daarnaast hebben we gekeken naar de opbouw van het gebruik van een digitaal portfolio en de meerwaarde van een digitaal portfolio. Een digitaal portfolio is een verzameling van doelgericht bij elkaar gebrachte digitale gegevens en documenten, die worden beheerd door de leerling. Een portfolio heeft altijd een bepaalde functie, zo kan een portfolio bijvoorbeeld dienen als evaluatiemiddel of het kan een etalagefunctie hebben. Er zijn ook verschillende verschijningsvormen, denk bijvoorbeeld aan een website of een weblog. De vorm die het beste bij het portfolio van de eigenaar past hangt af van het doel wat hij daarmee wenst te bereiken. Een portfolio dient een duidelijke opbouw te hebben. Dit is nodig zodat de bezoekers cq beoordelaars van het portfolio eenvoudig kunnen navigeren binnen de verschillende onderdelen van het portfolio. Daarnaast is het belangrijk dat de eigenaar ook de mogelijkheid heeft zichzelf voor te stellen aan de bezoeker van zijn portfolio. Het gebruik van digitale portfolio s in het onderwijs heeft een duidelijke meerwaarde. Leerlingen worden eigenaar van hun eigen leerproces en leren reflecteren op hun werk.

67 Elektronische leeromgevingen Peter Lakeman, Jetske Vleugel, Jaap Wilmink HvA DOO Mens en Technologie Leerjaar 3,

68 Inhoudsopgave Inleiding module 4.1 Wat is een elektronische leeromgeving? 4.2 Verschillende functies van een ELO. 4.3 Voor- en nadelen ELO 4.4 Soorten ELO s en andere leerplatformen. 4.5 Noodzakelijke randvoorwaarden. 4.6 Didactische toepassingen 4.7 Implementatie van een elektronische leeromgeving. 4.8 Slotwoord

69 Inleiding module Er wordt de afgelopen tijd veel gesproken over elektronische leeromgevingen. Verschillende soorten software verschijnt op de markt. Instellingen en bedrijven experimenteren ermee en vragen zich af hoe ze dit moeten integreren in de schoolomgeving. Wij verdiepen ons in deze module in het fenomeen ELO. We gaan uitzoeken wat een ELO nu precies is, wat de meerwaarde hiervan is en hoe een ELO geïmplementeerd kan worden in een schoolomgeving. Daarnaast zijn wij ook benieuwd naar de randvoorwaarden waarmee men rekening dient te houden bij het kiezen en invoeren van een ELO. Bronnen Awouters, V., & Schuer, J. (2005). Digitale didactiek: De elektronische leeromgeving als krachtig hulpmiddel bij competentieleren. De Boeck Hoger. Docentprofessionalisering met behulp van een Elektronische Leeromgeving Tijdschrift voor Medisch Onderwijs, Volume 30, Number 6 - SpringerLink. (n.d.). Retrieved October 24, 2012, from Online masterklas; Elo van de toekomst https://www.youtube.com/watch?feature=player_detailpage&v=nvi3tvcd8hg Onderzoek van IT-workz over elektronische leeromgevingen Participation.aspx?Page=2 https://www.impulscentrum.be/static/tips/januari2010.htm

70 Activiteiten Het doel van deze module is een antwoord te verkrijgen op de de volgende onderwerpen m.b.t. elektronische leeromgevingen in het onderwijs. Een aantal vragen waar wij in deze module antwoord op willen verkrijgen zijn: Wat is een elektronische leeromgeving, welke soorten zijn er en welke functies kunnen we daarin onderscheiden? Hoe kan men een elektronische leeromgeving toepassen en implementeren in het onderwijs? En heeft een elektronische leeromgeving een toegevoegde meerwaarde? Technologische aspecten Wij gaan verschillende elektronische leeromgevingen bekijken en de belangrijkste kenmerken hiervan benoemen. We bekijken de verschillende mogelijkheden m.b.t. het gebruik van een ELO in een onderwijsomgeving. Ook zullen wij aandacht schenken aan de manier van implementatie van een ELO cq leerplatform. Didactische aspecten Deze module heeft geen directe didactische aspecten welke wij gaan opleveren. Wel bekijken we op welke manier de ELO in de lespraktijk ingezet kan worden en welke meerwaarde dit oplevert voor zowel de docent als leerling. Verantwoording kennisbasis Kennisbasis grafimedia: 1.3 Muziek/geluidsfragmenten 1.4 Animated GIF bestanden 1.5 Koppeling van animatie aan tekst en objecten 1.6 Actieknoppen en hyperlinks 2.3 Nieuwe media, 3.1 Typografie Koppeling pijlers mens en technologie 1.6 Methoden van systeemanalyse 1.7 Systeemgrenzen 2.8 Cultuurfenomenen 2.10 Consequenties van ontwikkelingen en innovaties 2.11 Relatie leggen tussen technologie en maatschappelijke waarden 3.6 Kansrijke en innovatieve varianten van een ontwerp beoordelen.

71 Koppeling kennisbasis docent technische beroepen A Identiteit A1 Beroepsidentiteit; Door het digitaliseren van lesstof kan de docent zelf de lesstof samenstellen waardoor de interactie met de leerling vergroot. A2 Professionele beroeps- en kennisontwikkeling; Digitaliseren zorgt voor nieuwe vormen van didactische modellen. A3 Roldifferentiatie A4 Medewerker binnen de onderwijs organisatie B Content B1 Technologische inhoud; Lesstof digitaliseren door bijvoorbeeld video en een quiz. B2 Technologische geletterdheid B3 ICT toepassingen binnen het onderwijs; Door middel van digitaliseren zijn de toepassingen binnen het onderwijs voor IT oplossingen binnen handbereik. C Context C1 Leeromgeving; Een moderne leeromgeving kan niet zonder digitale lesstof. C2 Onderwijsomgeving/organisatie; Digitaliseren vergroot de uitwisseling van lesstof in de keten. C3 Maatschappelijke context/onderwijsbeleid D Doelgroep D1 Beginsituatie D2 Belevingswereld D3 Communicatie D4 Differentiatie binnen de doelgroep E Didactische methode E1 Denk- en leerprocessen E2 Intuïtieve begrippen E3 Motivatietheorieën E4 Didactische modellen en werkvormen E5 Evalueren en beoordelen

72 4.1 Wat is een elektronische leeromgeving? De term elektronische leeromgeving wordt in het onderwijs te pas en te onpas gebruikt. Een ELO omvat de technische voorzieningen (hardware, software) die de interactie faciliteert tussen het proces van leren, de communicatie die nodig is voor dat leren en de organisatie van het leren. Wanneer we spreken over digitale faciliteiten, materialen en begeleiding spreken we over een elektronische leeromgeving. In de praktijk wordt vaak over een elektronische leeromgeving gesproken wanneer er; Lesmateriaal via internet of intranet beschikbaar gesteld is. Communicatiemogelijkheden zijn via internet of intranet (onder andere , chatten). Een of andere vorm van registratie is van activiteiten en/of resultaten. Een regeling is van rechten en plichten. (toewijzen van opdrachten). Voor het onderwijs zijn er inmiddels tal van online leerplatformen beschikbaar in de vorm van ELO s (Elektronische Leeromgevingen). Daarnaast zien we steeds vaker voorbeelden waarbij social media middelen en platformen ingezet worden als virtueel leernetwerk om een gevarieerd en effectief lesaanbod mogelijk te maken. Leren kan dus in de huidige tijd fysiek in de klas, maar ook virtueel in een ELO, via social media platformen of in een combinatie daarvan, zoals bij Blended Learning. Hier gaan wij later in dit document verder op in.

73 4.2 Verschillende functies van een ELO. De eerste ELO s werden vooral ingezet om studenten de gelegenheid te bieden om onafhankelijk van de schoolomgeving te kunnen studeren. In de ELO werd lesmateriaal aangeboden en vaak ook toetsmateriaal en er was (beperkt) gelegenheid om met de docent te communiceren. De moderne ELO s bieden nog steeds deze functionaliteiten, maar hebben inmiddels meer mogelijkheden. Er is een plek om lesmaterialen te bewaren en ter beschikking te stellen, er kunnen toetsen gemaakt worden of geïmporteerd vanuit andere programma s en er zijn uitgebreide communicatiemogelijkheden voor docenten en studenten, bijv. via mail en fora of via een chatprogramma. Daarnaast bieden veel ELO s de mogelijkheid om leerlingen het gemaakte werk op te laten slaan, in werkmappen of in portfolio s. Tegenwoordig zijn de ELO s veelal geïntergreerd in een MLS (management Learning System), zoals bijvoorbeeld bij het, in het Nederlandse onderwijs veel gebruikte programma, Magister het geval is. Vaak wordt als reden om een ELO aan te schaffen het argument genoemd dat het makkelijk is als iedereen op het goede moment onafhankelijk van plaats of tijd kan beschikken over het lesmateriaal. De ELO wordt dan ingezet als een digitale bibliotheek waar zowel de leerling als de leraar terecht kan om materialen in te zien, oude lessen te herzien of nieuw materiaal bij te plaatsen. Dat blijft niet beperkt tot het lesmateriaal van één cursus of één vak, in de ELO kan ook informatie over een andere cursus, vak of soms van een andere opleiding, locatie of school bekeken worden. Zo kan gekeken kan worden of bepaalde materie al eerder in een ander vak aan de orde is gekomen en hoe dat behandeld is. De ELO werkt dus volgens een vakoverschrijdend concept. Het is natuurlijk reuze makkelijk voor bijvoorbeeld een scheikundeleraar die zijn leerlingen zelfstandig een onderzoek uit wil laten voeren, als hij weet dat in het vorige trimester bij biologie aan de orde is gekomen hoe een onderzoek aangepakt moet worden of als de leraar Duits een leerling kan verwijzen naar de lessen over het meewerkend voorwerp bij Nederlands als hij de derde naamval bij Duits gaat uitleggen. Zou het niet handig zijn als het materiaal dat door een collega van een andere school is ontwikkeld gebruikt kan worden voor het ontwikkelen van eigen lesmateriaal? Een tweede functie van een ELO binnen het onderwijs kan zijn dat hiermee andere onderwijsvormen ondersteund kunnen worden dan frontaal, klassikaal onderwijs. Leerlingen kunnen zelfstandig aan de slag, het lesmateriaal kan adaptief gemaakt worden door in te stellen dat bepaalde cursussen of cursusonderdelen verplicht voldoende gescoord moeten worden om een andere cursus of cursusonderdeel benaderbaar te maken, het werken in groepen kan ondersteund worden door de verschillende communicatiemodules etc.

74 Een derde functie van een ELO is de mogelijkheid om de leerling te volgen in zijn activiteiten, de resultaten vast te leggen en op verschillende manieren zichtbaar te maken. Denk hierbij niet alleen aan de resultaten van de toetsen, maar ook bijvoorbeeld aan de deelname van de leerling in de groepen, de manier waarop hij communiceert enz. In een ELO worden niet alleen de toetsresultaten van de leerlingen opgeslagen, maar ook kan vastgelegd worden op welke onderdelen en tijden hij heeft ingelogd op het systeem, of hij aan forumdiscussies of chatsessies heeft deelgenomen en wat daarin zijn bijdrage was. In zijn portfolio worden de uiteindelijke resultaten van zijn activiteiten vastgelegd, en, afhankelijk van de invulling van het onderwijs, zijn leerdoelstellingen en de reflecties op zijn eigen functioneren en kunnen. Daarnaast waarderen leerlingen vaak het feit dat ze altijd de beschikking hebben over alle informatie en de mogelijkheid om met hun docenten en medeleerlingen te overleggen. Denk bijvoorbeeld aan het terugkijken van wiskunde/natuurkunde instructies tijdens het leren voor een proefwerk, die uitleggen hoe bepaalde formules gebruikt dienen te worden.

75 4.3 Voor- en nadelen ELO. Een ELO heeft op een aantal vlakken een toegevoegde meerwaarde bij het gebruik in het onderwijs. Er zijn een aantal algemene voordelen te noemen maar daarnaast zijn er ook voor de schooldirectie, de docent en de leerling specifieke voordelen te benoemen. Digitaal lesmateriaal is makkelijk aan te bieden en te ordenen. Een ELO sluit mits goed ingezet aan bij de belevingswereld van leerlingen. Een ELO ondersteunt tijd- en plaatsonafhankelijk leren. Een ELO maakt het mogelijk te differentiëren in zowel tempo als in de hoeveelheid stof (bijvoorbeeld het kunnen aanbieden van verdiepingsstof). Een ELO maakt het mogelijk om ouders meer te betrekken bij leeractiviteiten van de leerling. Een ELO kan de docent na initiële tijdinvestering tijdwinst opleveren doordat materiaal kan worden hergebruikt en ook makkelijker kan worden uitgewisseld met collega s. Via de ELO kan een duidelijke structuur neergezet worden m.b.t. de te behandelen stof (studiewijzer). Voordelen voor schooldirectie De directie heeft met een ELO de mogelijkheid om alle documentatie over de school elektronisch beschikbaar te stellen. Het bespaart de directie en het secretariaat daarmee heel wat werk. De leerlingen en docenten kunnen alle in te vullen papieren thuis downloaden of eventueel printen. De communicatie tussen de directie, de docenten en de leerlingen verloopt ook vlotter. Men kan docenten, die bijvoorbeeld thuis zijn wegens ziekte of die niet dagelijks op school moeten zijn, onmiddellijk op de hoogte brengen van eventuele beslissingen en praktische informatie. Voordelen voor docenten Niet alleen de communicatie over de dagelijkse gang van zaken in de school verloopt vlotter. De docent heeft met een ELO een instrument in handen om de communicatie met de leerlingen te verbeteren. De docent kan bijvoorbeeld de uitleg van een taak, opdracht, jaarwerk of daguitstap in het kader van zijn lessen op de ELO plaatsen. Bovendien krijgt de docent de mogelijkheid om ook met de leerlingen te communiceren. Hij kan zelfs op de ELO een taak of test laten uitvoeren. De docent zou bijvoorbeeld een leertraject op de ELO kunnen zetten zodanig dat elke leerling die op eigen tempo en naar eigen interesse kan doorlopen. Op die manier kan de docent differentiëren.

76 Voordelen voor leerlingen Leerlingen moeten zich geen zorgen meer maken over eventueel gemiste lessen, afspraken en opdrachten. Als de docenten alles in goede banen leiden, vinden ze alle informatie over de school en over hun vakken op de ELO. Bovendien hebben de leerlingen met de oefeningen en feedback op de ELO en eigen gepersonaliseerde leeromgeving thuis of op school. Nadelen Naast de voordelen die te noemen zijn m.b.t. het gebruik van een ELO in het onderwijs zijn er ook een aantal nadelen te benoemen. Vaak zijn docenten, directie en leerlingen niet voldoende op de hoogte van de mogelijkheden van een ELO. Cursussen daaromtrent binnen de school zijn dus zeker noodzakelijk. Er is minder persoonlijk contact tussen de directie, docenten en leerlingen, omdat vele afspraken voortaan elektronisch kunnen gebeuren. Het kan wel eens gebeuren dat leerlingen en/of docenten zeer veel gebruik maken van bijvoorbeeld het elektronisch berichtensysteem, wat tot overlast kan leiden, zowel praktisch (een overload van de server) als "psychologisch" (de leraar die een toestroom van paniekerige berichten krijgt van leerlingen net voor de examens). In dat geval moeten er goede afspraken gemaakt worden. Andersom geldt dit ook, leerllingen kunnen evenals de docent last ervaren van een overload aan berichtgevingen. Er zijn nog steeds leerlingen die thuis geen toegang tot het internet hebben. Enkel communiceren via een ELO is daarom niet voldoende. Momenteel gebruiken de verschillende instellingen van het hoger en het secundair onderwijs verschillende ELO's. Het kan dus moeilijk zijn om digitale leermaterialen uit te wisselen met instellingen die een andere ELO gebruiken.

77 4.4 Soorten ELO s en andere leerplatformen. Er zijn veel online platformen beschikbaar. Er is onderscheid te maken in de meer formele online leerplatformen, dit zijn platformen die specifiek ingericht zijn voor onderwijsdoeleinden (bijvoorbeeld itslearning, Magister etc) en de meer informele online leerplatformen. Hieronder verstaan we platformen die van origine niet als onderwijsplatform ontwikkeld zijn, maar die hier wel voor te gebruiken zijn. Voorbeelden zijn: Facebook, Yammer etc. Op dit moment zien we dat online leerplatformen de sociale aspecten van de informele online platformen combineren met elementen van formele online platformen. Voorbeelden hiervan zijn Maxclass en Schoology. Tot slot zijn er de clouddiensten, zoals bijvoorbeeld Microsoft Office365 for education, waarbij functionaliteiten t.b.v. samenwerking en communicatie zijn toegevoegd aan het standaard (Office) aanbod, waardoor ze inzetbaar zijn als online leerplatform. Hieronder hebben we een selectie van een aantal online leerplatformen gemaakt, onderverdeeld in: Informele online leerplatformen Formele online leerplatformen. Mix van formele/informele online leerplatformen. Cloud platformen. Informele online leerplatformen Een informeel platform (ook wel sociaal netwerk site of een online sociaal netwerk genoemd) is een internetdienst waarmee gebruikers een sociaal netwerk kunnen creëren en onderhouden. Meestal gebeurt dit door het aanmaken van een online profiel, dat de gebruikers vervolgens kunnen koppelen aan de profielen van anderen. Dit sociale netwerk kan bestaan uit een al bestaand offline (IRL) sociaal netwerk, maar kan ook bestaan uit internetgebruikers die elkaar nog nooit ontmoet hebben. Vaak heeft het netwerk echter een gemengd karakter. Een sociaal netwerk site wordt gebruikt om bijvoorbeeld persoonlijke ervaringen, meningen, nieuws en andere informatie te delen met anderen. Een sociaal netwerk platform maakt gebruik van inhoud die door gebruikers wordt geleverd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een twitterlijst over een technisch onderwerp zoals duurzame energie.

78 Voorbeelden online leerplatformen Facebook is een social netwerk site, waar gebruikers hun persoonlijke interesses delen met anderen. Gebruikers kunnen een persoonlijk profiel aanmaken en anderen die ook een profiel hebben uitnodigen om vriend te worden. Iedere gebruiker kan (net zoals bij Twitter) op een zogenaamde prikbord (in het Engels: wall ) berichtjes plaatsen. Deze berichtjes kunnen gaan over waar ze mee bezig zijn, waar ze aan denken of wat hun mening is. Een gebruiker kan ook zijn persoonlijke contact informatie in zijn of haar profiel plaatsen. Men kan met elkaar communiceren via publieke en privé berichten. Yammer is een social netwerk wat zich richt op de communicatie binnen bedrijven. Het is gebaseerd op de functionaliteiten van Twitter en Facebook. Inschrijven en eenvoudig gebruik op Yammer zijn gratis, maar als een instelling zijn eigen Yammerdienst wil opzetten moet daarvoor betaald worden. Yammer selecteert de collega s door alleen mensen in een groep toe te laten die een bevestigd adres hebben van de betreffende onderwijsorganisatie. Formele online leerplatformen Een formeel online leerplatform is een platform dat gebruikers in staat stelt om via internet lesmateriaal aan te bieden, te communiceren en het leerproces te organiseren. Voorbeelden formele online leerplatformen Itslearning beschikt over een uitgebreide reeks instrumenten die docenten en leerlingen optimaal ondersteunen in het leerproces. Het platform bevat diverse hulpmiddelen, zoals digitale toetsen, online discussiefora, blogs, dashboards en een tekstbewerker, die men onder andere in kan zetten om de leerlingen te betrekken bij het onderwijs. Schoolmaster biedt Magister aan. Dit is een uitgebreid administratiepakket voor het onderwijs, waarmee bijvoorbeeld de volgende taken worden ondersteund: Het invoeren van leerlingen. Het berekenen van SE-cijfers volgens de PTA s. Het invoeren van absenties. Het maken van ouderbijdrage facturen en roosters. Met Magister kan een onderwijsinstelling automatisch SMS-jes en s versturen aan leerlingen, ouders en personeelsleden. De onderwijsinstelling kan berichten versturen op het moment dat er gegevens ingevoerd worden, bijvoorbeeld op het moment dat een leerling absent gemeld wordt, moet nakomen of als er een les uitvalt.

79 SharePoint is een platform van Microsoft dat dient als een raamwerk voor het opzetten van een website/portaal voor informatie-uitwisseling en online samenwerking binnen een groep of organisatie, zoals dat vaak op een intranet gebeurt. Een belangrijk onderdeel hiervan is de bibliotheek waarin documenten kunnen worden opgeslagen. De opgeslagen documenten kunnen verrijkt worden met metadata die aan een document zijn gekoppeld en bibliotheken kunnen versiebeheer hebben. Andere functionaliteiten die in SharePoint bestaan voor het uitwisselen van informatie zijn onder andere fora, enquêtes, taken en agenda's. Doel hierbij is dat informatie op de juiste manier met de juiste persoon gedeeld kan worden. Mix van formele/informele online leerplatformen Deze platformen zijn specifiek ontwikkeld voor gebruik in het onderwijs en maken gebruik van bepaalde functionaliteiten die ook bij social media toegepast worden. Het is dus een mix van functies binnen het formele en informele platform. Voorbeelden van een mix van formele/informele online leerplatformen Edmodo is een online community, speciaal ontwikkeld voor gebruik in het onderwijs. Men zou kunnen stellen dat het een kruising is tussen Facebook en een elektronische leerplatform. Het belangrijste verschil zit hem in het feit dat Edmodo gericht is op besloten groepen. MaxClass is een online communicatieplatform voor op school en thuis. Scholen kunnen communiceren met leerlingen, ouders, docenten en andere stafleden. Een school op MaxClass is flexibel in te richten met virtuele klassen of andere groepen zoals bijvoorbeeld de MR. Schoology is een gratis, web-based learning management system (LMS) en opgezet als een social network. Dit platform is specifiek gericht op educatie. Bovendien zijn hier een aantal administratieve functionaliteiten als cijferregistratie, inlevermodus etc. ingebouwd. Dit platform richt zich met name op samenwerken en communicatie onderling.

80 Cloud platformen Een cloud platform is gebaseerd op cloud computing, een vorm van IT waarbij de toepassingen en/of IT-resources (zoals opslag- en verwerkingscapaciteit) als dienst via internet wordt afgenomen zonder dat de afnemer in eigen software hoeft te investeren. Een clouddienst is overal toegankelijk en vanaf nagenoeg elk type randapparatuur met internettoegang te gebruiken. Voorbeelden van cloud platformen Met Google Apps is het mogelijk om online samen te werken en bestanden en documenten met elkaar te delen. Verschillende gebruikers kunnen gelijktijdig aan hetzelfde document werken en hun documenten bewaren in de cloud. Office 365 is een suite van producten die door Microsoft "in de cloud" wordt aangeboden als service. Exchange Online, SharePoint Online, Lync Online en Office 2010 zijn allen onderdeel van deze online dienstverlening.

81 4.5 Noodzakelijke randvoorwaarden Wanneer een school gebruik wil gaan maken van een online leerplatform is het belangrijk om zowel technisch als functioneel kritisch te kijken naar de factoren die hier van belang zijn. Zo kan een leerplatform de juiste functionele kenmerken bevatten, maar bijvoorbeeld op het onderdeel "privacy" een onvoldoende scoren. Het is dan belangrijk om te bepalen hoeveel waarde gehecht wordt aan het onderdeel "privacy". HIeronder een overzicht op zowel technisch als functioneel gebied van een aantal online leerplatformen. Technisch aspect Omschrijving Programma-installatie Is het nodig om software te installeren op de computer om het online platform te benaderen? Account / profiel maken Is het nodig om een account of profiel aan te maken met persoonlijke gegevens of kan men direct aan de slag zonder inloggen? Privacy Is de privacy van de gebruiker en gegevens die hij/zij plaatst in het online leerplatform (dus de documentatie) gewaarborgd of is de informatie voor mensen buiten de gevormde community beschikbaar (bijvoorbeeld voor de organisatie die het platform exploiteert?) Kosten (accounts en beheer) Zijn er kosten verbonden per gebruiker of per omgeving voor de deelnemers? Of is deelname gratis? Gebruiksgemak (docent) Kan de gebruiker laagdrempelig omgaan met het programma of dient hij/zij voorafgaand aan het gebruik extra training te volgen voor het optimaal benutten van de omgeving? Opslag capaciteit Hoeveel MB opslagcapaciteit is er beschikbaar voor opslaan van lesmateriaal?

82 Externen Kunnen externe partijen (ouders, stagebedrijf etc.) ook deelnemen in het online leerplatform? Customizen Kan de lay-out van de omgeving aangepast worden aan specifieke wensen/eisen van de school? Subgroepen Kunnen er in het online leerplatform subgroepen aangemaakt worden, die onafhankelijk van elkaar kunnen werken (ze zien elkaars werk dan niet)? App Is er een app ontwikkeld om het online leerplatform ook makkelijk mobiel (via tablet of smartphone) te gebruiken? Rechten Is het mogelijk om rechtenrollen voor gebruikers apart in te stellen? (bijvoorbeeld: deelnemer, administrator, beheerder) Rapportage Zijn er rapportagemogelijkheden om te monitoren wat de voortgang of gebruik van de student is geweest? Bijvoorbeeld tijdsregistratie van online zijn en activiteit per leerling kunnen zien. Koppeling systemen Is het mogelijk om de gegevens van andere leerplatformen te koppelen aan dit platform? (cijferregistratie, roostergegevens, portfolio etc.) Benaderbaarheid Is het leerplatform alleen vanuit school te benaderen, of ook vanuit andere locaties (huis, stageplaats etc.) Deelnemerscapaciteit Hoeveel deelnemers kunnen tegelijkertijd samenwerken? Minimum startleeftijd Wat is de minimumleeftijd waarop gebruikers kunnen deelnemen aan het online leerplatform?

83 Functioneel aspect Omschrijving Prikbord/mededelingen Is er een mogelijkheid voor de gebruiker om korte berichten centraal te delen met de andere gebruikers? Documentenopslag Is er een mogelijkheid voor de gebruiker om Office documenten op te slaan? Toevoegen video Is het mogelijk om videofragmenten te embedden in het online leerplatform? Poll Is het mogelijk om een poll of (mini)enquête te maken in het platform? Toets Is het mogelijk om een toets af te nemen via het leerplatform? Directe Feedback Is het mogelijk om direct feedback te geven aan de gebruiker? Kalender/events Kun je events of bijeenkomsten inplannen via het leerplatform? Forum/ Discussie Is het mogelijk om een discussie te starten met gebruikers binnen het leerplatform? Chatfunctie Is het mogelijk voor gebruikers om onderling te chatten met elkaar? Videochatten Is het mogelijk voor gebruikers om onderling te videochatten met elkaar?

84 Infrastructurele voorzieningen, organisatie, kosten, en mankracht Niet alleen in onderwijskundig opzicht stelt de aanschaf van een ELO eisen aan de school, ook de infrastructurele voorzieningen van de school moeten voorbereid zijn op het gebruik van een digitale leeromgeving. Hoeveel leerlingen moeten tegelijkertijd gebruik kunnen maken van de ELO? Zijn er voldoende computers in school en zijn de verbindingen naar de server waarop de ELO geplaatst is snel genoeg? Waar wordt de ELO gehost? Richt de school zelf een server in en wordt de ELO op school onderhouden? Wordt er gebruik gemaakt van de hostingservice van de eigenaar van de ELO? Kiest de school voor een ELO die gebaseerd is op Open Source software en wordt die gehost en onderhouden door een derde partij? Het voordeel van die laatste optie is dat de ELO maximaal ingericht kan worden volgens de eigen wensen. Dat kan overigens tegelijkertijd een nadeel zijn: als bepaalde standaarden verlaten worden is uitwisseling met informatie binnen andere ELO s vaak lastiger. Een ELO moet ook beheerd en onderhouden worden. De technische kant hiervan kan wellicht uitbesteed worden aan iemand buiten de school, maar de inhoud van de ELO moet bewaakt worden. Wie krijgt welke bevoegdheden voor het onderhoud van de ELO: wie mag informatie plaatsen, veranderen, wachtwoorden toekennen en wijzigen enz. Hoe zorgt men ervoor dat alle betrokkenen zich aan de afspraken houden en dat de informatie binnen de ELO niet veroudert? Er moeten gedragscodes opgesteld worden voor al degenen die te maken hebben met de ELO, zowel voor docenten maar ook voor de leerlingen want ook zij zullen informatie plaatsen binnen de ELO. Ontwikkelen de docenten zelf zonodig materiaal voor de ELO, wordt er binnen de school iemand aangesteld om dat te doen of wordt die taak bij een externe partij neergelegd?

85 4.6 Didactische toepassingen De manier waarop de inhoud in de ELO wordt aangeboden en later getoetst, hangt af van het didactisch scenario dat men als school wil volgen en van de gehanteerde onderwijskundige uitgangspunten: De simpele instructie, waarbij de leerstof wordt gepresenteerd en eenvoudige of complexe (zelf)toetsen worden ingebouwd om na te gaan of de leerling de aangeboden stof beheerst. Samenwerkend leren of probleemgestuurd onderwijs, waarbij de inhoud op complexere manieren wordt gepresenteerd. In de verschillende scenario s worden andere leeractiviteiten verlangd, andere opdrachten gegeven en het leerproces en de leeruitkomsten worden ook op een andere wijze geëvalueerd. De software van de meeste ELO s is gebaseerd op een neutrale onderwijskundige visie en didactiek en is daarom op meerdere wijzen inzetbaar. Er zijn ook ELO s specifiek voor een bepaalde vorm van leren, zoals samenwerkend leren of constructief leren. ELO s en sociale netwerksites Er moet gezocht worden naar welke soort van curriculum-gebaseerde activiteiten er door middel van sociale netwerksites bereikt kunnen worden. Hiervoor zijn veel tools beschikbaar. Het is belangrijk dat de docent van een sociale netwerk site een sociaal lerend netwerk maakt. Op deze manier creeëert de docent vernieuwende pedagogie, door communities, digitale bronnen en Web 2.0 tools te combineren. Dit zal de leerlingen ondersteunen te voldoen aan de einddoelen. epals epals is een sociale netwerksite speciaal ontworpen voor scholen. epals biedt samenwerkende projecten aan dat klassen met elkaar verbindt over meer dan 200 landen. Er wordt gewerkt aan thema s rond biodiversiteit, geschiedenis en rechten van de mens. Er zijn ook projecten rond global warming, natuurrampen, water en het klimaat. Het is de bedoeling dat docenten de vragen stellen, onderwerpen kiezen waaraan gewerkt dient te worden en de gezamenlijke opdrachten opstellen. De leerlingen krijgen hierdoor de kans om het volgende te ontwikkelen: Computer geletterdheid. Kritisch denken. Multiculturele vriendschappen. Schrijfvaardigheid Leren samenwerken. Actualiteiten kennis.

86 Twitter Hoewel het er oorspronkelijk niet voor ontworpen is, is Twitter ook zeer goed toe te passen in het onderwijs. Leerlingen kunnen zo bijvoorbeeld tijdens de lessen vragen stellen en beantwoorden en is er veel meer interactie mogelijk. Uit een onderzoek in de Verenigde Staten Twitterende student haalt beter cijfers bleek zelfs dat de betrokkenheid van de studenten geneeskunde die Twitter gebruikten voor opdrachten en discussies dubbel zo groot was als de betrokkenheid van de studenten die niet twitterden. Bovendien haalden ze ook iets betere resultaten. Een ander voorbeeld is het houden van een Twitter spreekuur door de docent, zodat de leerlingen voor een toets vragen kunnen stellen aan de docent en aan elkaar. Second Life Second life is een driedimensionele virtuele wereld waar je vrij kan rondlopen en oneindig veel mogelijkheden hebt. Men kan in deze wereld stappen door middel van een avatar die je aanmaakt en aanpast naar hoe je het zelf wilt. Je kunt ook huizen, gebouwen of andere voorwerpen ontwerpen. Second life is dus geen realiteit, maar men spreekt echter van een interrealiteit. Dat wil zeggen de reële wereld omgezet naar een virtuele wereld. Avatars kunnen zich in de virtuele wereld verplaatsen door te lopen, te zwemmen, te vliegen en ook door teleportatie. Avatars kunnen met elkaar communiceren via tekstchat, voicechat en instant messaging. Ze kunnen elkaar ook afbeeldingen of objecten doorsturen. Er bestaan ook groepen, die dan informatie sturen of voordelen verlenen. Zogenaamde landeigenaren kunnen webradiostream en video s tonen. Toepassingen in het onderwijs Second life is niet enkel een spelletje dat kinderen of volwassenen kunnen spelen. Het kan veel verder gaan dan dat. Vele bedrijven en instellingen hebben er al virtuele vestigingen of gebruiken het voor andere professionele doeleinden. Zo ook het onderwijs. Veel scholen werken op dit moment al met verschillende digitale leerplatformen. Dat is nodig omdat Real life bijeenkomsten soms niet of moeilijk te organiseren zijn. Het probleem van tijd en ruimte kan weggewerkt worden door ICT tools als , Twitter of blackboard. Op andere vlakken schieten deze dan weer tekort. Denk bijvoorbeeld aan het ontbreken van directe feedback of presence, wat onontbeerlijk is voor een goed leerproces. Hiervoor kan second life dus een oplossing bieden. Er zijn al heel wat instellingen van het Hoger Onderwijs die experimenteren met second life als elektronische leeromgeving. Een onderzoeksrapport over het gebruik van second life in het onderwijs door Dr. W.J. Trooster van het Lectoraat ICT en Onderwijsinnovatie toont aan dat er verschillende voordelen zijn: - SL bevordert de sociale interactie. - SL bevordert zelfsturing door de studenten,. - SL geeft studenten meer het gevoel de leertaken aan te kunnen. - SL bevordert de intrinsieke motivatie van de studenten. - SL bevordert de leerresultaten van de studenten (Trooster 2010).

87 4.7 Implementatie van een elektronische leeromgeving Bij de implementatie van een ELO zijn er 3 fasen te onderscheiden. Het is van belang om te bepalen in welke fase de school zich bevindt en daar de aanpak op af te stemmen. De pioniersfase. Enkele leraren raken enthousiast en gaan werken met een ELO, ze zijn geïnteresseerd in ictaspecten, besteden er veel (eigen) tijd aan en proberen dingen uit in de eigen klas. Ze vertellen bij gelegenheid hun successen aan collega s en proberen hen soms over te halen om mee te doen waardoor een olievlekwerking ontstaat. De pilotfase De groep van pioniers wordt uitgebreid met andere gemotiveerde collega s en er gaat planmatiger gewerkt worden. Er worden één of meer (kleinschalige) projecten opgezet. Ervaringen worden opgedaan en plannen zonodig bijgesteld. Tussentijdse resultaten worden getoond aan andere collega s. Brede belangstelling wordt gewekt door nuttige dingen binnen de ELO aan te bieden. Brede invoeringsfase Een aanzienlijk deel van de leraren maakt min of meer routineus gebruik van de ELO. Zij die nog niet eerder deelnamen, haken aan en kunnen door ervaren collega s een handje worden geholpen. Het gebruik van de ELO maakt deel uit van de standaardwerkwijzen in de school. Het gebruik van de ELO past (steeds meer) binnen het beleidskader en de onderwijsvisie van de secties/school. Tips en aandachtspunten De volgende tips en aandachtspunten kunnen van pas komen bij de implementatie van een ELO in het onderwijs: Schakel expertise in, maar interne input is noodzakelijk. Digitaliseren = formaliseren. Denk na over rollen en verantwoordelijkheden en handel daar ook naar. Eerst organiseren, dan automatiseren. Zorg dat er eerst helder is wat er moet gebeuren en dat er duidelijke afspraken gemaakt zijn (zowel intern, als met een externe partij). Ga dan pas aan de slag. Zorg dat de mensen beschikbaar zijn, ook om te evalueren. Wacht niet te lang: het kost veel tijd. Maak een realistisch plan. Gebruik naast de functionaliteit ook andere kwaliteitscriteria, zoals betrouwbaarheid, bruikbaarheid, efficiency, overzetbaarheid en onderhoudbaarheid.

88 4.8 Slotwoord Een ELO is een digitale leeromgeving waarbij lesmateriaal via bijvoorbeeld internet beschikbaar gesteld wordt. Een ELO dient niet puur als verzamelbak voor allerlei lessen, aantekeningen en uitreksels. Het is de bedoeling dat de docent een duidelijke struktuur aanlegt waardoor de leerling goed in staat is de voor hem benodigde informatie op een eenvoudige manier terug te vinden. Er zijn een groot aantal voordelen te noemen van het gebruik van een ELO. Zo is het voor een docent eenvoudig om met een leerling te communiceren. Daarnaast kan de docent materiaal hergebruiken en middels de studiewijzer lessen en opdrachten klaarzetten voor de leerling. De docent kan controleren wie er wel en niet aan de taak gewerkt hebben en hoe lang dit geweest is. Ook voor de leerling zijn er veel voordelen te noemen van het gebruik van een ELO. Zo is het voor de leerling prettig dat alle aanvullende informatie en opdrachten gestructureerd bij elkaar staan. Een filmpje welke de docent tijdens de les heeft laten zien ter verduidelijking van een onderwerp is eenvoudig terug te vinden en nogmaals te bekijken. Ook kan een leerling in een ELO samenwerken met een andere leerling. Vragen stellen of een discussie starten over een bepaald onderwerp valt ook onder de mogelijkheden. Helaas kunnen we ook een aantal nadelen van het gebruik van een ELO benoemen. Het merendeel van de leerlingen heeft thuis de beschikking over internet, desondanks is er nog een klein deel van de leerlingen die hier geen beschikking toe heeft. Dit kan het werken met een ELO bemoeilijken. Een ander nadeel is dat doordat alle informatie en aantekeningen door de docent aangeleverd worden de leerling hier zelf geen verantwoordelijkheid meer voor neemt. Daarnaast kan het zijn dat als het systeem een keer niet werkt door een storing of update, de leerling niet weet wat het huiswerk was en kon het dus niet gemaakt worden. Bij de implementatie van het gebruik van een ELO in de school dient men vooraf goed te bedenken welke functies van de ELO van belang zijn voor de specifieke wensen van de school. Ook hier geldt dat een duidelijke visie de grondslag is van de implementatie, en dat draagvlak een voorwaarde is om de implementatie te doen laten slagen.

89 Infographics Peter Lakeman, Jetske Vleugel, Jaap Wilmink HvA DOO Mens en Technologie Leerjaar 3,

90 Inhoudsopgave Inleiding 5.1 Wat zijn infographics? 5.2 Soorten infographics. 5.3 Infographics in het onderwijs. 5.4 Een infographic maken. 5.5 Tools om eenvoudig infographics te maken. 5.6 Slotwoord.

91 Inleiding module Een beeld zegt vaak meer dan duizend woorden. Onze hersenen zijn namelijk visueel ingesteld. Er komen steeds meer infographics beschikbaar, en niet zonder reden: het maakt het onderwerp een stuk duidelijker en sprekender. Door gebruik te maken van een beperkt aantal woorden, maar met genoeg duidelijk beeldmateriaal wordt snel iets duidelijk gemaakt. Een goede infographic is in staat om complexe processen of grote hoeveelheden data begrijpelijk en inzichtelijk te maken. Bronnen Casey, P., & Miller, W. (2011). The World Reduced to Infographics: From Bodily Functions by Popularity and Five Reasons You re Not Fat Enough to the Sociopathic Nature of Cats and Repressive Society Ratings: Footloose to Ulysses Press. John Grimwade, Frédérik Ruys, Ramses Reijerman, Remy Jon Ming ea. (2008) "Infographics in Nederland"# Sandra Rendgen, Julius Wiedemann (2012), Information Graphics. Taschen, ISBN How infographics make learning interesting Education Web Design Nederlands eerste infographics event Activiteiten In deze module gaan wij ons verdiepen in het onderwerp infographics. Wij proberen een antwoord te vinden op de volgende vragen: Welke soorten infograpics zijn er te onderscheiden en hoe kunnen we deze in het onderwijs inzetten? Welke tools zijn er om als docent zelf een infographic te maken? Technologische aspecten Deze module heeft geen directe Technologische aspecten welke wij gaan opleveren. Wij gaan ons wel verdiepen in het maken van infographics, waardoor deze module wel aansluit bij de grafimedia aspecten Didactische aspecten Doordat wij ons verdiepen in infographics en de vertaalslag maken naar het gebruik hiervan in het onderwijs creeëren we een koppeling naar de didactische aspecten.

92 Verantwoording kennisbasis Kennisbasis grafimedia: 1.3 Muziek/geluidsfragmenten 1.4 Animated GIF bestanden 1.5 Koppeling van animatie aan tekst en objecten 1.6 Actieknoppen en hyperlinks 2.3 Nieuwe media, 3.1 Typografie Zie bijlage 1 (kennisbasis grafimedia) Koppeling pijlers mens en technologie 4.2 Het begrip kleur 4.5 Kleur menging 4.6 De sbd kan de recente ontwikkelingen in de technologie 5.6 Plan van aanpak Zie bijlage 2 (kennisbasis mens en technologie) Koppeling kennisbasis docent technische beroepen A Identiteit A1 Beroepsidentiteit; Door het digitaliseren van lesstof kan de docent zelf de lesstof samenstellen waardoor de interactie met de leerling vergroot. A2 Professionele beroeps- en kennisontwikkeling; Digitaliseren zorgt voor nieuwe vormen van didactische modellen. A3 Roldifferentiatie A4 Medewerker binnen de onderwijs organisatie B Content B1 Technologische inhoud; Lesstof digitaliseren door bijvoorbeeld video en een quiz. B2 Technologische geletterdheid B3 ICT toepassingen binnen het onderwijs; Door middel van digitaliseren zijn de toepassingen binnen het onderwijs voor IT oplossingen binnen handbereik. C Context C1 Leeromgeving; Een moderne leeromgeving kan niet zonder digitale lesstof. C2 Onderwijsomgeving/organisatie; Digitaliseren vergroot de uitwisseling van lesstof in de keten. C3 Maatschappelijke context/onderwijsbeleid

93 D Doelgroep D1 Beginsituatie D2 Belevingswereld D3 Communicatie D4 Differentiatie binnen de doelgroep E Didactische methode E1 Denk- en leerprocessen E2 Intuïtieve begrippen E3 Motivatietheorieën E4 Didactische modellen en werkvormen E5 Evalueren en beoordelen

94 5.1 Wat zijn infographics? Een infographic of informatieve illustratie geeft een informatieve weergave van verschillende objecten met een combinatie van tekst en beeld. Dit kan voorkomen in de vorm van een kaart, grafiek, bord, instructieve tekening of een interactieve applicatie. Een infographic is bedoeld voor het overdragen van informatie, data en kennis. Het wordt toegepast door journalisten in nieuws- en achtergrondartikelen, in financiële jaarverslagen, in openbaar vervoerssystemen als verklarend beeld en voor wetenschappelijke of educatieve doeleinden.

95 De herkomst van de infographic. Er is bewijs gevonden dat we ongeveer jaar terug al bezig waren met het visualiseren van informatie. Men maakte tekeningen op rotswanden. Dit deden ze door daar figuren in te krassen. Men noemt dit Petroglyph. Men is dus al eeuwen bezig met het maken van visuele informatie, wat men tegenwoordig infographics noemt. Een goed voorbeeld uit de geschiedenis van de infographic is Henry Beck s Map of London Underground. In 1930 hadden de ontwerpers van de kaart van de Londense Metro een probleem. De routes werden te complex om overzichtelijk weer te kunnen geven. De werkloze technische (Electro) tekenaar Henry Beck vertaalde de ingewikkelde kaart van de Londense metro in een overzichtelijke plattegrond met rechte lijnen. Henry Beck deed alsof hij een schets voor een printplaat aan het maken was. Hij heeft gebruik gemaakt van rechte lijnen met verschillende kleuren en hij heeft geen hoeken gebruikt die groter zijn dan 45 graden.

96 5.2 Soorten infographics. Infographics zijn een goede manier om met name ingewikkelde informatie visueel weer te geven. Er zijn verschillende soorten infographics met ieder hun specifieke doel te onderscheiden. Zo zijn er: Illustratieve infographics Data infographics Iconen Infographic in disguise Kaarten infographic Interactieve infographic Illustratieve infographics Illustrative infographics hebben als doel gegevens of een proces uiteen te zetten. Hierbij speelt de vormgeving een grote rol. Doordat de vormgeving de aandacht trekt is het een goede manier om mensen te interesseren voor complexe materie. De informatie beklijft beter door de combinatie van data met visuele informatie. Hierdoor is het werken met infographics ook een goede aanvulling voor het onderwijs en als werkvorm inzetbaar.

97 Data infographics De illustratieve infographics staan tegenover de data-infographics, met cijfers of gegevens. Hierbij staat de analyse centraal. Deze infographics komen vaak voor in wetenschappelijke publicaties, maar worden inmiddels ook steeds vaker ingezet bij beleids communicatie. Het grafische aspect wordt wel steeds belangrijker. Iconen Een infographic op z n allersimpelst maar een zeer goed voorbeeld is een verkeersbord. Een verkeersbord legt met de grootste eenvoud uit wat men moet doen in soms heel complexe situaties. Deze vorm van infographics worden ook wel iconen genoemd.

98 Infographic in disguise Daarnaast is er de infographic in disguise. Hieronder verstaat men simpelweg de gepimpte grafiek. Het líjken wel infographics, maar het zijn eigenlijk plaatjes met wat cijfers en met een aantal visuele effecten. Ze beschrijven geen proces en vertellen geen verhaal, maar vallen wel onder de noemer infographic. Kaarten infographics In een kaarten infographic wordt de wereldbol of kaart van een bepaalde omgeving gebruikt als basis voor de locatie geörienteerde data. Op een visuele manier wordt hier relevante data gepresenteerd over een bepaald gebied.

99 Interactieve infographics Bij interactieve infographics wordt gebruik gemaakt verschillende technologieën, zoals de toevoeging van geluiden, animaties of interacties. Zo kun je een statische schoolplaat omtoveren tot een interactief verhaal, waar nog meer informatie geïmplementeerd kan worden. Een mooi voorbeeld van een educatieve infographic is bovenstaande infographic van wo2online. Deze infographic laat op een interactieve wijze de eerste vijf dagen van de tweede wereldoorlog in Nederland zien. De grote meerwaarde van interactieve infographics is dat door het aanspreken van meerdere zintuigen de informatie nog beter beklijft en interessanter wordt. Daarnaast wordt de emotie en de beleving van het onderwerp bij het gebruik van interactieve infographics gestimuleerd.

100 5.3 Infographics in het onderwijs. Om infographics op een juiste manier toe te passen in het onderwijs dient de docent rekening te houden met een aantal zaken, waaronder met name de werking van het geheugen van de leerling. Het brein is pas volledig ontwikkeld rond het 25e levensjaar. Voor het 25e levensjaar maakt het brein allerlei ontwikkelingen door. Er zijn een aantal elementen wat betreft cognitieve ontwikkeling die kenmerkend zijn voor bijvoorbeeld de leerling in het voortgezet onderwijs. Het feit dat het metrieke stelsel voor de leerling van het voortgezet onderwijs zo moeilijk te begrijpen is heeft met de fase van de cognitieve ontwikkeling te maken. Als docent moeten wij rekening houden met: Lagere overdrachtssnelheid van informatie. Minder probleemoplossend vermogen. Moeite met overzicht houden. Slechtere concentratie. Minder vermogen tot abstraheren. Minder relativeringsvermogen. Er zijn niet alleen maar negatieve zaken te noemen m.b.t. de cognitieve ontwikkeling van de leerling. Een groot voordeel m.b.t deze periode is de fantasierijke belevingswereld. Door het gebruiken van deze fantasierijke belevingswereld kan de leerling beter informatie opslaan. Dit leidt vervolgens tot effectiever leren. Indien de docent een infographic wil maken voor deze doelgroep dient hij ervoor te zorgen dat de fantasie geprikkeld wordt. Zo zou hij de leerling zelf een verhaal kunnen laten maken of laten tekenen omtrent een onderwerp dat op dat moment geleerd dient te worden. Dit kan bijvoorbeeld vlak voor een toets gebruikt worden als diagnostische toets. Naast de fantasierijke belevingswereld zijn de leerlingen rond deze leeftijd explorerend. Men kan hierop inspelen door de infographic gelaagd aan te bieden, waardoor de leerlingen op zoek moeten gaan naar bepaalde informatie. De infographic dient een goede structuur te hebben en mag geen onduidelijkheden bevatten. Dit helpt de leerlingen bij het beter begrijpen van de informatie. Leerlingen kunnen infographics gebruiken als informatiebron, maar kunnen deze ook zelf gaan maken als samenvatting van de geleerde stof..

101 5.4 Een infographic maken. Bij het ontwerpen van een infographic is het belangrijk om te weten wat voor soort informatie er overgedragen moet worden.de informatie kan op verschillende manieren overgebracht worden, maar dit hangt mede af van de omvang van de data. Er zijn feitelijk 7 stappen nodig om een goede infographic te maken. De zeven stappen naar een goede infographic. 1 Onderzoek doen 2 Zorg voor feiten en conclusies 3 Bedenk een invalshoek 4 Maak een visuele opzet 5 Bepaal het kleurenschema 6 Selecteer of maak opvallende afbeeldingen 7 Redigeer

102 De ingrediënten van een infographic. Er zijn een aantal onmisbare elementen voor het maken van een infographic. Data Doelgroep Structuur Opbouw Vormgeving Stroytelling Emotie en beleving Humor Testen Data Het begint allemaal met de data die verzameld moet worden voor de infographic. De bronnen die geraadpleegd worden moeten wel de juiste informatie bevatten. Juist bij het gebruik van informatie die via internet gevonden wordt moet hier speciaal op worden gelet. Een tip hiervoor is niet af te gaan op één bron, maar om meerdere bronnen te raadplegen over dezelfde informatie. Bestaande onderzoeksrapporten zijn natuurlijk ook een goede bron. Doelgroep De gebruiker is de belangrijkste factor tijdens het proces van het ontwerpen van een infographic. De infographic moet aansluiten bij de doelgroep waarvoor de infographic dient. Als de informatie uit de infographic niet wordt begrepen, is het doel niet bereikt. De doelgroep kan in kaart gebracht worden door middel van het schrijven van één of meerdere personalia s Hiermee wordt de doelgroep tot leven gebracht en worden de randvoorwaarden in kaart gebracht. Structuur Het is belangrijk om van te voren een informatiestructuur op te bouwen. Dit kan met behulp van het tekenen een flowchart. Een flowchart laat het proces zien wat de gebruiker doorloopt. Het laat alle keuzes en gevolgen zien. Er moet een logische structuur zijn en de gebruiker moet niet verdwalen. Opbouw Bij de opbouw moet bedacht worden waar alle elementen van de infographic komen te staan. Bij het maken van interactieve infographics moet er goed nagedacht worden over de plaatsing van bijvoorbeeld knoppen. Met behulp van een wireframe kan de opbouw van de infographic bepaald worden. In een wireframe komen alle losse elementen.

103 Vormgeving Iedere doelgroep is gevoelig voor andere typografie, kleur of stijl. Er dient rekening gehouden te worden met de manier waarop de doelgroep aangesproken wenst te worden. Een andere mogelijkheid is dat de een infographic gemaakt wordt binnen een bepaald thema. Het is dan raadzaam om onderzoek te doen naar deze stijl en desgewenst een moodboard te maken. Zeker bij een infographic geldt: less is more. Storytelling Naast het feit dat de structuur van het verhaal binnen de infographic goed moet zijn, moet het vooral bij educatieve infographics, een uitdagend en interessant verhaal worden. Het grote voordeel van het concept storytelling binnen een infographic is dat het omvormen van informatie naar een verhaal leidt tot betere kennisverwerking. Emotie en beleving Minstens zo belangrijk is de rol van emotie en beleving. Het aanspreken van emoties helpt bij het inleven en onthouden van de informatie. Met emotie en beleving kan de gebruiker in de wereld van het thema geplaatst worden. Humor Het is handig om humor te gebruiken in infographics. Humor in het verhaal wat er overgebracht wordt, maar ook in de vorm. Humor wordt gebruikt om de lezer in een stemming te brengen, wat helpt om de infographic beter te begrijpen. Testen Een absoluut onmisbaar element is het testen van de infographic. Hiermee wordt de infographic terug gekoppeld naar de gebruiker, die de belangrijkste factor is tijdens het ontwerpproces.

104 Do s & don'ts m.b.t. het maken van een infographic. Do s Gebruik volledige woorden, geen afkortingen of iets dergelijks. Woorden/zinnen van links naar rechts horizontaal. Korte tekst die de data uitlegt. Labels worden in de visuele data beeld geïntegreerd, er is geen extra legenda nodig. Goede vormgeving, maakt men nieuwsgierig. Gebruikte kleuren zijn zo gekozen dat ook de kleurenblinden en de slechtzienden deze kunnen lezen. Tekst is goed afgestemd op de graphic zodat deze duidelijk te zien is. Hoofd- en kleine letters niet vet gedrukt. Don ts Ingewikkelde afkortingen waardoor de gebruiker teveel bezig is met de tekst. Woorden en zinnen die in verschillende richtingen lopen. Slecht ontwerp waardoor er te veel tekst nodig is voor verduidelijking. Te uitgebreide legenda waardoor de gebruiker steeds moet omschakelen tussen tekst en ontwerp. Te veel onnodige beelden waardoor de infographic rommelig overkomt. Slecht gekozen kleuren die niet voor iedereen even makkelijk te lezen zijn. Tekst te dicht op elkaar en vetgedrukt waardoor deze niet goed te lezen is. Alleen maar hoofdletters.

105 5.5 Tools om eenvoudig infographics te maken. Indien je als docent zelf infographics wilt maken zijn er diverse tools beschikbaar. Middels een template kan er met een paar eenvoudige aanpassingen de bestaande template worden geconverteerd tot een persoonlijke en unieke infographic. Hieronder hebben wij een aantal voorbeelden van deze tools en hun mogelijkheden beschreven. Visual.ly Visual.ly is een gratis online tool waarmee je een aantal voorgeselecteerde infographics kunt samenstellen. De site is vooral opgezet voor vormgevers die hier een account kunnen aanmaken en hun infographics onder de aandacht kunnen brengen. Visual.ly voegt steeds nieuwe templates toe. Zo kan je bijvoorbeeld automatisch een infographic over jouw facebookgebruik in elkaar zetten. Picktochart Wanneer je kiest voor een gratis profiel bij Picktochart kun je gebruik maken van een beperkt aantal templates. Voor een financiële vergoeding heb je de beschikking over veel meer templates en krijg je ook het watermerk van Picktochart niet meer in de infographic. Picktochart werkt eenvoudig. Download een template en pas deze naar eigen inzicht aan. Je kunt de kleuren aanpassen, het lettertype en je kunt heel makkelijk grafiekjes toevoegen. Een goede tool om je eerste eenvoudige infographic in elkaar te klikken. Easel.ly Met Easel.ly kun je je verhaal gemakelijk en op een mooie manier visualiseren. Je kiest een template en kunt makkelijk alle plaatjes en teksten aanpassen. Het eindresultaat kun je downloaden of op de server van Easel.ly laten staan. Infogr.am Infogr.am geeft gratis een paar voorbeelden van grafieken in een bepaalde opmaak die je makkelijk kunt aanpassen qua kleur en zo kunt gebruiken in je eigen infographic. HohliCharts Met Hohlicharts maak je makkelijk diagrammen en grafieken. Je kiest een manier van opmaak voor je grafiek, voert de labels en de data in en je hebt een grafiek die je kunt gebruiken. AmCharts Met AmCharts maak je makkelijk een grafiek, in html of flash. Je krijgt direct de juiste embedcode die je kunt gebruiken voor bijvoorbeeld een website. Google Charts tool Ook met de Google Charts tool maak je in een handomdraai de mooiste grafieken die je makkelijk kunt hergebruiken.

106 Draw.io Met draw.io kun je online op een zeer overzichtelijke manier een infographic maken. Er kunnen afbeeldingen gezocht worden via Google binnen het programma en er zijn al veel pictogrammen standaard beschikbaar. Wordle Met Wordle maak je woordwolken. Je geeft een tekst of een url op en vervolgens wordt er een woordwolk gemaakt die je qua kleur en lettertype kunt aanpassen. Icon Archive Natuurlijk wil je in je infographic alleen de leukste plaatjes en het beste icoontje gebruiken. Op Icon Archive vind je ruim icoontjes die je (gratis) kunt gebruiken voor in de infographic. Inkscape Ben je zelf wel handig en kun je je eigen infographics maken, misschien heb je dan toch nog wel wat aan Inkscape. Inkscape is een gratis vectortooltje waarmee je je eigen afbeeldingen kunt maken. Het kan veel dat programma s als illustrator en Corel Draw ook kunnen, maar het is wel gratis.

107 5.6 Slotwoord. Een infographic kan van toegevoegde waarde zijn bij het gebruik in het onderwijs. De infographic kan een hulpmiddel zijn bij een leerproces. Een groot voordeel van het gebruik van een infographic in het onderwijs is dat hij complexe informatie compact kan maken mits er rekening gehouden wordt met de basisingrediënten voor het ontwerpen van een infographic. Denk hierbij aan de data, doelgroep, structuur, opbouw, vormgeving, storytelling, emotie en beleving, en humor. Met een interactieve infographic kan er bijvoorbeeld, door middel van geluid en beeld, getoond worden hoe iets werkt. Door het toevoegen van nieuwe technologische elementen kan het proces van leren leuker en effectiever worden. Bij het ontwerpen van een infographic is het van belang dat de ontwerper zich goed realiseert met welk doel en voor welke doelgroep de infographic gemaakt wordt. Als de infographic niet goed aansluit op de doelgroep, wordt de informatie niet begrepen en mist de infographic dus zijn doel.

108

109 Technologie in de flipped classroom Peter Lakeman, Jetske Vleugel, Jaap Wilmink HvA DOO Mens en Technologie Leerjaar 3,

110 Inhoudsopgave Inleiding module 6.1 Wat verstaan we onder de flipped classroom? 6.2 De basis van de flipped classroom. 6.3 TPACK. 6.4 Voordelen. 6.5 Bezwaren. 6.6 De rol van de docent. 6.7 Voorwaarden voor een succesvolle flipped classroom. 6.8 Programma s t.b.v. het flipped classroom model. 6.9 Eigen ervaringen met de flipped classroom Slotwoord

111 Inleiding module In het traditionele onderwijssysteem gaan de leerlingen naar school om daar de lessen te volgen. De flipped classroom heeft een andere (bijna tegenovergestelde) benadering. Leerlingen kunnen opgenomen lessen of instructies online bekijken en later ook terug kijken. Het online aspect zorgt voor vele mogelijkheden, met name het tijdstip en locatie waar leerlingen het digitale materiaal kunnen bekijken. Bronnen Bergmann, J., & Sams, A. (2012). Flip Your Classroom: Reach Every Student in Every Class Every Day. International Society for Technology in educ. Pitler, H., Hubbell, E. R., & Kuhn, M. (2012). Using Technology with Classroom Instruction That Works, 2nd Edition. ASCD. Activiteiten Wij gaan uitzoeken wat er nodig is om een les volgens de flipped classroom methode te geven, welke technologie er op dit moment beschikbaar is om de flipped classroom te kunnen gebruiken en wat de voordelen en de bezwaren zijn om de flipped classroom in te zetten. Daarnaast gaan we zelf een les volgens deze methode maken en testen met onze eigen leerlingen. Technologische aspecten De technologische aspecten komen hier aan bod doordat we ons gaan verdiepen in de technologische benodigdheden om een les volgens het flipped classroom principe te maken. Didactische aspecten De didactische aspecten komen hier aan bod doordat we een les gaan maken en geven volgens het flipped classroom principe aan onze eigen leerlingen.

112 Verantwoording kennisbasis Kennisbasis grafimedia: 1.1 Het maken van een presentatie met behulp van bestaande programma s 3.4 Beeldschermtypografie Zie bijlage 1 (kennisbasis grafimedia) Koppeling pijlers mens en technologie 2.4 Maatschappelijk perspectief 2.10 Consequenties van ontwikkelingen en innovaties 2.11 Relatie leggen tussen technologie en maatschappelijke waarden 4.6 Recente ontwikkelingen in de technologie Zie bijlage 2 (kennisbasis mens en technologie) Koppeling kennisbasis docent technische beroepen A Identiteit A1 Beroepsidentiteit; Door het digitaliseren van lesstof kan de docent zelf de lesstof samenstellen waardoor de interactie met de leerling vergroot. A2 Professionele beroeps- en kennisontwikkeling; Digitaliseren zorgt voor nieuwe vormen van didactische modellen. A3 Roldifferentiatie A4 Medewerker binnen de onderwijs organisatie B Content B1 Technologische inhoud; Lesstof digitaliseren door bijvoorbeeld video en een quiz. B2 Technologische geletterdheid B3 ICT toepassingen binnen het onderwijs; Door middel van digitaliseren zijn de toepassingen binnen het onderwijs voor IT oplossingen binnen handbereik. C Context C1 Leeromgeving; Een moderne leeromgeving kan niet zonder digitale lesstof. C2 Onderwijsomgeving/organisatie; Digitaliseren vergroot de uitwisseling van lesstof in de keten. C3 Maatschappelijke context/onderwijsbeleid D Doelgroep D1 Beginsituatie D2 Belevingswereld D3 Communicatie D4 Differentiatie binnen de doelgroep

113 E Didactische methode E1 Denk- en leerprocessen E2 Intuïtieve begrippen E3 Motivatietheorieën E4 Didactische modellen en werkvormen E5 Evalueren en beoordelen

114 6.1 Wat verstaan we onder de flipped classroom? Flipping the classroom is inmiddels een bekend begrip in onderwijsland en betekent letterlijk het omdraaien van de les. Vaak wordt er ook gesproken over flipping the class(room) of flip de klas en sinds kort wordt er ook wel gesproken over Blended learning. Heel kort gezegd komt het erop neer dat docenten hun lesstof aanbieden door middel van filmpjes die als huiswerk worden bekeken. Tijdens de les kan de docent de beschikbare tijd besteden aan het begeleiden van leerlingen bij het maken van de opdrachten, die anders als huiswerk werden gemaakt. De afgelopen jaren is de populariteit van aanbieders van educatieve filmpjes enorm gestegen en hebben docenten deze vorm van het aanbieden van instructie of lesstof ontdekt en verwelkomt. De flipped classroom houdt meer in dan alleen maar het aanbieden van filmpjes als huiswerk en het maken van de opdrachten in de les. Flipping the classroom is een organisatievorm van onderwijs waarbij de klassikale kennisoverdracht wordt vervangen door video s en eventuele andere vormen van online instructie. Leerlingen kunnen de kennis hierdoor buiten de schoolmuren en de reguliere lessen tot zich nemen. Er is zo meer klassikale tijd beschikbaar voor het beantwoorden van vragen, individuele aandacht, verdieping en activerende didactiek.

115 Flipping the classroom kan bijdragen aan gedifferentieerd onderwijs en maakt het voor leerlingen mogelijk om instructie te krijgen op hun eigen tempo. Door de vele mogelijkheden die flipping the classroom biedt heeft de docent de mogelijkheid om tijdens zijn lessen te differentiëren naar niveau, leerstijl en leertempo, de leerlingen eigenaar te laten worden van hun eigen leerproces en hen in aanraking te brengen met de beste docenten ter wereld. Flipping the Classroom gaat ook niet per definitie om het verschuiven van de les naar thuis. Flipping the classroom is een concept dat door docenten zelf eenvoudig opgepakt kan worden. Vanuit het flippen van de les kan er ook makkelijker overgestapt worden naar andere concepten, bijv. Universal Design for Learning (UDL), onderzoeksgericht onderwijs en probleemgestuurd onderwijs en 21 e eeuws onderwijs. Het flippen van de les/het onderwijs is voor de docent een laagdrempelige manier om zijn onderwijs naar eigen inzicht te vernieuwen.

116 6.2 De basis van de flipped classroom. In 2006 waren het twee scheikundedocenten in de Verenigde Staten, Jonathan Bergmann en Aaron Sams, die door middel van screencasts de lesstof voorafgaand aan de les aan hun leerlingen aanboden en op deze wijze een omgekeerde instructie verzorgden. Tijdens de les hadden de scheikundedocenten de tijd om hetgeen de leerlingen bekeken hadden te bespreken, te verdiepen en ermee aan de slag te gaan. Pas in 2010 werd voor het eerst de term the flipped classroom gebruikt door Daniel Pink, welke een artikel schreef over Karl Fisch. Fisch, Amerikaans wiskundedocent, was ook een pionier op het gebied van de omgekeerde instructie : Lectures at night, homework during the day, zo luidde zijn devies en Pink (2010) noemde het de Fisch Flip. Fisch schreef zijn inspiratie toe aan de twee scheikundedocenten. Pas in 2011 werd de term Flipping the Classroom echt bekend, toen Salman Khan de instructievorm omschreef tijdens zijn TED talk (Makice, 2012). De kerngedachte van de flipped classroom is: hoe kan de docent de tijd in de klas het beste benutten? Technologische ontwikkelingen -zoals online video- maken het opnemen en ontsluiten van instructies mogelijk, kritiek op de traditionele manier van lesgeven bevordert de ontwikkeling van dit didactisch alternatief. Bij de flipped classroom bestuderen leerlingen uitleg in eigen tijd, en wordt de tijd in de klas gebruikt voor discussies, het beantwoorden van vragen, voor verdieping en verwerkingsopdrachten. De leerlingen kunnen ook zelf presentaties verzorgen. Doordat de leerlingen zelf actief met de lesstof bezig zijn, beklijft de stof beter. Aanvankelijk werd er vanuit gegaan dat de uitleg alleen via video werd gegeven. Daarbij werd vaak verwezen naar bestaande video s, bijvoorbeeld van de Khan Academy of TEDeX. Maar het is ook mogelijk om andere media hiervoor te gebruiken, zoals artikelen of podcasts. De flipped classroom wordt tegenwoordig beschouwd als een middel om onderwijs vorm te geven waarbij de leerling meer centraal staat, en een actieve rol vervult.

117 6.3 TPACK. Wat van belang is bij het aanbieden van een les volgens het flipped classroom concept is de manier waarop een docent Didactische Technologie inzet in de les. De samenhang tussen de manier waarop een les wordt aangeboden, de inhoud van de les en welke technische ondersteuning daarbij ingezet kan worden, wordt in de wetenschappelijke literatuur TPACK beschreven. (TPACK = Technological Pedagogical Content Knowledge). Het doel van het TPACK-model is duidelijk maken wat voor soort kennis een docent nodig heeft om ict op een effectieve manier in te zetten in het onderwijs. De drie elementen van het model (didactiek, vakinhoud en technologie) moeten in samenhang worden toegepast voor een optimaal resultaat. Een onderdeel hiervan is Flipping the Classroom.

118 Neem een gemiddelde les op een middelbare school. Deze duurt 50 minuten en bestaat bijvoorbeeld uit: huiswerk nakijken instructie geven (grootste deel van de les) huiswerk opgeven voor de volgende les En de les is weer voorbij. Een vraag die een docent zichzelf zou kunnen stellen is: hoe kan ik nu optimaal gebruik maken van de (korte) tijd dat ik mijn leerlingen persoonlijk zie? Een antwoord hierop zou kunnen zijn: door de instructie te digitaliseren/automatiseren en plaats- en tijdonafhankelijk aan te bieden, met een filmpje bijvoorbeeld. Hierdoor wint de docent tijd, die hij met de klas kan besteden aan het gezamenlijk maken van opdrachten, persoonlijke begeleiding of het uitvoeren van projecten. Om dit model aan te bieden zijn onderstaande componenten van belang. 1 vakinhoud (wat ga ik uitleggen?) 2 didactiek (hoe werkt dat als dit op afstand gaat ) 3 techniek (hoe maak, deel of vind ik zo n filmpje) Inderdaad: TPACK. Dat er vele docenten zijn die zweren bij een lesmethode uit de vorige eeuw is een feit. Zo gebruikt het merendeel van de docenten nog altijd een lesboek, gecombineerd met een (krijt)bord. Dit kan effectief zijn als de docent heel vertrouwd met de methode is. De docent weet zijn zeer uitgebreide vakinhoudelijke kennis op een effectieve manier over te dragen aan zijn leerlingen en geeft zowel op vakinhoudelijk en didactisch gebied op een voldoende niveau les. In Nederland wordt er op verschillende manieren aan de verbetering van de didactische en inhoudelijke vaardigheden van de leraren gewerkt. Helaas is lang niet iedereen even ver en er is weinig aandacht voor de technologische vaardigheden van leraren.

119 6.4 Voordelen. Een van de grootste, door onderzoek van het U.S. Department of Education (2010), bewezen voordelen van het gebruik van online leren middels video is dat leerlingen controle hebben over het tempo en de frequentie waarop de inhoud aangeboden wordt. Hiermee zijn leerlingen zelf in staat lesstof, die zij niet begrijpen of die verdere verduidelijking nodig hebben, zo vaak als ze willen te herhalen. Onderdelen waarin de leerlingen interesse hebben worden middels het leren door video vaker bekeken. Daarnaast stimuleert het leren middels video ook onderdelen waarin zij interesse hebben vaker te bekijken. Leerlingen zullen waarschijnlijk positiever reageren op de leerstof daar die door deze manier van aanbieden veel dichter bij hun belevingswereld staat en waarin het visuele element sterk aanwezig is. Een ander voordeel is dat het bekijken van zo n video niet plaats- en tijdgebonden is. Leerlingen kunnen het filmpje thuis bekijken, daarnaast kunnen de leerlingen in hun eigen tijd en tempo de theorie en vaardigheden eigen maken. Als ze iets niet meteen begrijpen kunnen ze het filmpje net zo vaak afspelen als ze zelf willen. Tijdens de les kunnen ze de aangeleerde theorie en vaardigheden oefenen waar de docent bij is. De docent heeft zo veel meer mogelijkheden om in de gaten te houden hoe de leerlingen werken, wat ze lastig vinden en waar ze extra hulp bij nodig hebben, dan wanneer ze thuis aan de slag gaan (het ouderwetse huiswerk). De docent hoeft niet meer een groot deel van de les te besteden aan uitleg, die voor sommige leerlingen te lang duurt en voor anderen weer te snel gaat. Ook in de les werken leerlingen in hun eigen tempo. De leerling die de stof snel oppikt kan doorwerken en de leerling die wat meer moeite heeft krijgt extra uitleg op maat. De snelle leerlingen kunnen lessen missen en die tijd besteden aan een vak waar ze meer moeite mee hebben of aan een verbredingsproject. Door het gebruik van het flipped classroom concept heeft de docent meer tijd om leerlingen persoonlijk te begeleiden bij het maken van hun opdrachten en komt er ook meer tijd vrij voor andere werkvormen: Er is meer tijd beschikbaar voor het aanpakken van lastige problemen of discussies. Er kan meer in groepen worden gewerkt. Er is meer tijd voor onderzoeken en samenwerken. Doordat de docent steeds vaker video s maakt die volgens het flipped classroom concept ingezet kunnen worden zal de docent in het ontwikkelen hiervan ook steeds vaardiger worden. Op den duur is het voor de docent nog maar een kleine moeite om zo n video te maken. De flipped classroom biedt ook allerlei technologische voordelen. Afhankelijk van de wijze waarop het materiaal wordt aangeboden, kan bijvoorbeeld worden bijgehouden hoe vaak een filmpje wordt gedownload en/of bekeken. Ook blijft het materiaal beschikbaar en kan het dus in andere klassen of jaren weer worden gebruikt. Dit levert tijdwinst op.

120 Van grote meerwaarde is de mogelijkheid tot interactie met en tussen de leerlingen bij het bekijken van de lesstof. Wanneer de video s via de ELO (elektronische leeromgeving) worden gedistribueerd (wat er tegelijkertijd voor zorgt dat de filmpjes gestructureerd en overzichtelijk verzameld worden), kunnen leerlingen interactief bezig zijn met de stof, bijvoorbeeld op het forum van de ELO. Op momenten dat de leerling de stof niet begrijpt kan verdiepende stof worden aangeboden, in een filmpje eenvoudig vindbaar in de ELO. Nieuwe technologische mogelijkheden bieden de leerlingen zelfs de mogelijkheid om in het filmpje opmerkingen te plaatsen, of vragen te stellen. Deze kunnen later door de leerling zelf worden bekeken of, wanneer de opmerkingen openbaar worden geplaatst, behandeld worden door de docent of beantwoord worden door medeleerlingen. Ook is het mogelijk voor de docent om in de video een opdracht te plaatsen of een vraag te stellen die eerst moet worden beantwoord, voordat het filmpje verder kan worden bekeken. Deze nieuwe technologische ontwikkelingen maken de flipped classroom nog interessanter en bieden veel perspectieven voor de succesvolle inzet van dit onderwijsconcept. Bij de inzet van een flipped classroom moet er echter wel goed worden nagedacht. Zo moet er bijvoorbeeld worden nagedacht of deze onderwijsvorm aansluit bij de lesstof, hoe de vrijgemaakte tijd in de les zelf gaat worden gebruikt en of de kwaliteit van de video s goed genoeg zijn. Een docent die het flipped classroom concept op een juiste manier inzet, heeft een goede balans tussen de inhoud, didactiek en technologie gevonden. Dit leidt tot een duidelijke meerwaarde t.o.v. de traditionele manier van lesgeven: Zo heeft hij tijdens de les meer tijd voor het beantwoorden van vragen van de leerlingen, omdat deze de instructie al hebben gehad. Hij analyseert de frequentie waarmee de video s zijn bekeken om na te gaan waar aanvullende instructie nodig is. Het digitaliseren van zijn vakinhoud gaat steeds sneller naarmate hij meer ervaring heeft met het maken van de korte videolessen. Er vindt meer interactie plaats tijdens de les. Er is meer tijd voor maatgerichte uitleg. Het is eenvoudiger om te differentiëren. Het gemiddelde cijfer van de leerlingen ligt een half punt hoger dan voorheen. Uit bovenstaande opsomming blijkt dat het bij de integratie van technologie in het onderwijs niet gaat om het centraal stellen van het middel zelf, maar om zo effectief mogelijk gebruik te kunnen maken van de onderwijstijd. Technologie kan hierbij ondersteunen en is daarbij altijd in samenhang met de inhoud en de didactiek. Om dit goed te kunnen doen heb je als docent kennis nodig over de mogelijkheden die technologie biedt.

121 6.5 Bezwaren. Een van de meest gehoorde bezwaren is dat het maken van een les volgens het flipped classroom concept werkdrukverhogend zou zijn. Voor elke les een filmpje maken is veel werk. wordt gezegd En we hebben het al veel te druk. Nu is dat deels waar. Zeker in het begin, als men nog weinig routine heeft, is het maken van zo n filmpje een klus. Inmiddels is er allerlei software waarmee de technische kant eenvoudiger geworden is. Wat in het begin veel tijd kost, is het in logische volgorde zetten van de uitleg die de docent inspreekt. Maar in principe is het niet veel anders dan wat de docent al deed wanneer hij iets op het bord uitlegde. Men schrijft of tekent en vertelt er wat bij. Er moet even wat handigheid verkregen worden bij het tekenen en het tegelijkertijd inspreken van het verhaal. Een ander bezwaar is dat video s van anderen vaak maar gedeeltelijk te gebruiken zijn i.v.m. de niet altijd overeenkomende inhoud. Dit zorgt ervoor dat het gebruiken van door een ander ontwikkeld materiaal niet of gedeeltelijk mogelijk is. Door het gebruik van het flipped classroom concept loopt men het risico geen vernieuwend onderwijs toe te passen, maar om een verouderde didactische aanpak van een nieuwe verpakking te voorzien. Indien alle lessen in de toekomst gegeven zouden worden volgens het flipped classroom concept zou dat mogelijk kunnen betekenen dat de leerlingen, indien lessen vooral uit instructies bestaan, elke dag thuis vijf uur video zou moeten gaan bekijken. Het is dus van belang om de instructievideo zo efficiënt mogelijk op te bouwen. De flipped classroom vergt professionalisering van docenten. Veel docenten in het onderwijs weten niet hoe zij leren op een andere manier kunnen faciliteren. Bij de flipped classroom gaat het nadrukkelijk niet alleen om het creëren van video s, maar voornamelijk over het op een andere manier invullen van de contacttijd met de leerlingen. Het hanteren van het flipped classroom concept brengt een aantal didactische dilemma s met zich mee waar over nagedacht dient te worden. Een didactische uitdaging is een methode te vinden waardoor de docent bevordert dat de leerlingen de online video s bij de flipped classroom daadwerkelijk bekijken. Een mogelijkheid om dit op te lossen is door gebruik te maken van Just-in-Time Teaching en Peer Instruction. In deze aanpak staat een online opdracht centraal. Daarin beantwoorden leerlingen twee conceptuele vragen die ze zonder de video te bekijken, niet kunnen maken. Daarnaast beantwoorden leerlingen een feedback-vraag. Een andere oplossing zou het bekijken van de video in klassenverband kunnen zijn. De docent krijgt in elk geval enige vorm van interactie als dit in klassikaal verband gedaan wordt. Via quizzes kunnen leerlingen feedback krijgen en met het materiaal aan de slag gaan. Wat ook een goede mogelijkheid is, is het betrekken van leerlingen bij de ontwikkeling van de video s.

122 6.6 Voorwaarden voor een succesvolle flipped classroom. Bij het inzetten van de flipped classroom als onderwijsvorm is het belangrijk dat er goed wordt nagedacht over de reden van inzet van video s in het leerproces. Er moeten vragen worden gesteld als: Waarom laat ik mijn de lesstof van te voren bekijken? En heel belangrijk: Waaraan besteed ik de tijd in mijn les die ik hierdoor overhoud en anders kan gebruiken? De reden waarom men kiest voor de flipped classroom moet deel uitmaken van een onderwijsmodel waar de docent voor kiest. Het zomaar inzetten van filmpjes als huiswerk zal niet direct leiden tot betere leerresultaten. Alleen wanneer hier een doordacht concept achter zit, zal de flipped classroom een succes kunnen worden. Ook moet de docent zichzelf vragen stellen als: Hoe krijg ik mijn leerlingen zover om de lessen ook daadwerkelijk thuis te bekijken? Hoe lang duren mijn filmpjes? Hoe lang houdt mijn leerling het vol om naar een eenzijdig verhaal te kijken? Om de flipped classroom succesvol te kunnen implementeren als instructievorm in het onderwijs zijn er een aantal voorwaarden waar meb rekening mee dient te houden. Zo is het belangrijk om de leerlingen het belang van het bekijken van het materiaal te benadrukken. Geef de leerlingen bijvoorbeeld ook de opdracht minimaal één of twee vragen te formuleren over het bekeken filmpje. Een tip kan zijn om een controle -vraag te stellen in de les, die alleen kan worden beantwoord wanneer het filmpje is bekeken. Ook moet er nagedacht worden over wat er in de video overgebracht dient te worden aan de leerlingen. Er moet dus goed worden nagedacht over de inhoud van de filmpjes en het doel ervan. Ook is de kwaliteit van de filmpjes van groot belang voor het slagen van het onderwijsconcept. Niet alleen technisch gezien, maar ook inhoudelijk. Hoe worden de filmpjes interessant voor de leerlingen? Het sleutelwoord hierbij is betrokkenheid. Zoals ook het geval is in de les, zal de docent ervoor moeten zorgen dat de les interessant genoeg is voor de leerling om het filmpje te bekijken. Een tip hierbij is om in het filmpje verrassende elementen te verwerken. Een grapje hier en daar of een komisch accent kan de leerling betrokken houden en stimuleren de video s te (blijven) bekijken. Daarnaast is de technische kwaliteit van de filmpjes van belang. Wanneer de filmpjes niet werken of van slechte beeldkwaliteit zijn, zullen leerlingen mogelijk sneller afhaken.

123 Stappenplan flipped classroom. In het flipped classroom model van Jackie Gerstein, die hieronder weergegeven staat, staan alle activiteiten geordend die samenhangen met Flipping the Classroom. De bovenste helft van de cirkel vertegenwoordigt de activiteiten die gezamenlijk plaatsvinden. De inhoud en de verwerking van de lessen vindt zelfstandig plaats.

124 Fase 1: gezamenlijke activiteit Het model is cyclisch: de cyclus start rechtsboven bij een gezamenlijke activiteit-fase. Leerlingen worden betrokken bij het onderwerp middels een experiment, game of een andere hands-on activiteit. Het doel van deze activiteit is het wekken van de interesse in het onderwerp. Denk hierbij bijvoorbeeld aan scheikundige experimenten of technologische proefjes. Fase 2: zelfstandig met de inhoud aan de slag Vervolgens gaan de leerlingen zelfstandig in de inhoud-fase aan de slag met de concepten die ze tijdens het experiment hebben ervaren. Zo kunnen ze kijken wat experts te zeggen hebben over het betreffende onderwerp en achterliggende theorie tot zich nemen middels video s of podcast-lessen. Websites als Khan-Academy en TED Ed kunnen hierbij een rol spelen. In dit onderdeel is het ook van belang om verwerkingsvragen over deze inhoud aan te bieden. Dit kan op verschillende manieren gefaciliteerd worden zoals middels chat, een Google Docs formulier, online toetsje of de elektronische leeromgeving van de school. Fase 3: verwerking van inhoud In de derde fase vindt de verwerking plaats van de inhoud die in fase 1 en 2 zijn aangeboden. Middels geschreven, zelf gefilmde of opgenomen verwerkingsopdrachten wordt betekenis gegeven aan de inhoud van de leerstof. Fase 4: presentatie resultaat Tijdens de laatste fase presenteren de leerlingen wat ze geleerd hebben en passen ze de kennis toe op een manier die voor hen zinvol is.

125 6.7 De rol van de docent. Door het concept van de flipped classroom toe te passen verandert de rol van de docent. Sommige docenten hebben het idee dat het concept van de de flipped classroom de docent minder belangrijk maakt. Dat is naar onze mening onjuist. Docenten hebben wel degelijk een belangrijke rol in het leerproces van hun leerlingen. Docenten dragen niet alleen waardevolle bronnen aan, zij moeten bovendien in staat zijn om individuele vragen te behandelen waarvoor verdiepende kennis noodzakelijk is. Daarnaast zullen zij misconcepties van leerlingen moeten kunnen analyseren en bespreken. Een docent die volgens het concept van de flipped classroom werkt dient te beschikken over een aantal vaardigheden en competenties die volgens de TPACK benadering als volgt beschreven kunnen worden: Didactische Kennis (PK): de docent weet welke vormen van activerende didactiek ingezet kunnen worden tijdens de les. Inhoudelijke kennis (CK): de docent is goed op de hoogte van de inhoud van les en welke elementen van belang zijn. Omdat de lesinhoud idealiter moet worden verwerkt tot een filmpje van maximaal 10 minuten zouden vooral de kernaspecten hierin opgenomen moeten worden. Aanvullingen hierop met opdrachten en verwerkingsopgaven moeten veelal op maat gemaakt worden. Technische kennis (TK): de docent dient kennis te hebben van de technische mogelijkheden om filmpjes te maken en deze te verspreiden onder de leerlingen. Maar ook het ontwerpen van het aanvullende materiaal is hier een onderdeel van. Door het werken middels het flipped classroom concept verandert de rol van de docent van kennisoverdrager naar begeleider van het leerproces. De docent heeft veel meer tijd om de leerlingen te begeleiden bij het maken van de opdrachten of het verdiepen in de stof en dus veel meer individueel contact. Naast het feit dat de docent meer tijd heeft voor de individuele leerling, is er ook veel meer ruimte voor andere werkvormen, de tijd in de les komt vrij voor het aanpakken van lastige problemen of discussies, er is meer ruimte voor het werken in groepjes, er kan onderzoek worden gedaan en leerlingen kunnen samenwerken.

126 6.8 Programma s t.b.v. het flipped classroom model De laatste tijd zijn er een flink aantal programma s ontwikkeld waarmee het eenvoudiger wordt om een les volgens het flipped classroom concept te ontwikkelen. De programma s werken voor een groot deel op dezelfde manier. Namelijk door middel van 2 belangrijke kenmerken. Zo kan de docent bij de meeste programma s de visuele informatie in de vorm van video s, foto s en/of tekeningen e.d. vastleggen. Nadat deze informatie naar tevredenheid is vastgelegd is het mogelijk om er een voice-over bij op te nemen. Dit houdt in dat de docent zelf, vaak mondeling, de uitleg verzorgt bij de visuele informatie. Door middel van deze programma s wordt het eenvoudiger om lessen volgens het flipped classroom concept te ontwikkelen, wat een groot voordeel is voor het continueren en uitbouwen van dit concept. Nu deze programma s er zijn zullen er hoogstwaarschijnlijk langzaamaan steeds meer docenten dit concept uit willen proberen en valt daarmee het bezwaar dat het maken van een les volgens het flipped classroom concept tijdrovend en niet opweegt tegen de voordelen hiervan (gedeeltelijk) weg. Een aantal voorbeelden van deze programma s zijn: Educreations. Dit is een app voor de ipad waarbij de docent op het scherm kan tekenen en tegelijk zijn spraak op kan nemen. De docent kan ook afbeeldingen invoegen om zo levendige filmpjes te maken. Explain Everything Met de app Explain everything kan de docent net als bij Educreations eenvoudig een film maken van tekeningen en teksten. De mogelijkheden zijn echter veel groter en men kan de app koppelen aan bijvoorbeeld Evernote en Box (apps voor externe opslag). Het is ook mogelijk om met deze app een interactie met een website te laten zien en zo instructie te geven over deze website. Screenr Screenr is een online toepassing die op de pc te gebruiken is om screencasts te maken. Alles wat men doet en zegt wordt direct opgenomen. Jing Dit programma dient men op de pc te installeren, zodat deze op de achtergrond altijd aanwezig is. Hierdoor kan men ten allen tijden beschikken over de tool. Met deze tool kan men zowel screenshots maken alsook screencasts. (screenshot is een enkele afbeelding van het scherm en een screencast is een video van de handelingen op het scherm).

127 6.9 Eigen ervaringen met de flipped classroom. Vanzelfsprekend hebben wij het flipped classroom principe ook in onze eigen werkomgeving gebruikt. Zo hebben wij zelf meerdere filmpjes gemaakt over de lesstof en hebben we instructie video s gemaakt. Wij hebben de volgende video s gemaakt en getest volgens het flipped classroom principe: 1. Een instructievideo over solderen. 2. Een instructievideo over het aflezen van een multimeter. 3. Een video waarin serie- en parallel schakelingen uitgelegd worden. Voordelen die wij ondervonden hebben tijdens onze flipped classroom test les: Je hoeft als docent maar 1x het verhaal te doen, (namelijk tijdens de opname van het filmpje), i.p.v. van voor elke klas die je les geeft hetzelfde verhaal te houden. Leerlingen die ziek zijn missen de uitleg niet want die is immers online te bekijken. Leerlingen die de stof niet na 1x vertellen/laten zien begrijpen kunnen de uitleg nogmaals terugkijken. De dag voor de toets werd het filmpje vele malen bekeken (in het geval van filmpje 2 en 3). Leerlingen vertelden dat zij het fijn vonden dat er in de klas niet een lange uitleg gegeven werd, maar dat degenen die het filmpje en de inhoud ervan begrepen direct aan het werk konden. Leerlingen die het filmpje en de inhoud ervan nog niet begrepen hadden, kregen extra aandacht van de docent, wat als prettig ervaren werd. Beperkingen die wij ondervonden: Je moet er tijd in investeren, het blijkt een moeilijke opgave om een filmpje te maken. Je moet de film meerdere malen maken om deze optimaal te krijgen. Vooraf kun je namelijk niet precies inschatten waar de leerlingen het beste op reageren. Je loopt het risico dat de leerlingen geen aantekeningen meer maken, want ze zien het later wel. Niet alle leerlingen maken hun huiswerk en in dit geval hadden niet alle leerlingen het filmpje bekeken. Wat hiervoor handig zou zijn, is als de leerlingen vervolgens in de les met hun eigen device de film alsnog zouden kunnen bekijken. (uiteraard wel met een aantekening dat zij hun huiswerk niet gemaakt hebben).

128 6.10 Slotwoord. Het flipped classroom concept kent vele voordelen maar staat daarnaast nog in de kinderschoenen qua ontwikkeling en uitvoering. Een belangrijk aandachtspunt is dat het flipped classroom concept niet draait om het vervangen van de uitleg in een filmpje. Er dient goed nagedacht te worden over het doel van het uitleggen middels een filmpje. De meerwaarde die het op zou kunnen leveren is dat, omdat er vooraf goed nagedacht wordt door de docent over zijn uitleg, dit de uitleg helderder en duidelijker maakt. Daarnaast is het mogelijk om de uitleg te ondersteunen met duidelijke voorbeelden. Het is dus absoluut niet de bedoeling dat er lukraak een filmpje wordt gemaakt waar vooraf niet over s nagedacht. Een ander voordeel van het gebruik van het flipped classroom concept is dat het, mits juist uitgevoerd, de docent tijdwinst zou moeten opleveren m.b.t. de tijd die hij heeft met zijn leerlingen in de klas. Hierdoor is er mogelijkheid tot verdieping, andere werkvormen en (individuele) hulp aan leerlingen die de stof niet of niet voldoende begrijpen. Er is op deze manier dus een goede mogelijkheid tot differentiëren. Omdat het flipped classroom concept nog aan het begin van zijn ontwikkeling staat valt hiermee nog veel winst te behalen. Docenten hebben nog niet altijd begrepen dat het bij het flipped classroom concept niet gaat om een filmpje van de uitleg, maar dat er een goed didactisch verhaal achter dient te schuilen. Hierdoor wemelt het op dit moment van de losse filmpjes die ingezet worden als klassikaal uitlegmoment. Een positief punt van het flipped classroom concept is dat men meer na gaat denken over de huidige vorm van onderwijs. Hoe kan de docent zijn toch al beperkte tijd met zijn leerlingen optimaal inzetten en dit alles zonder dat de werkdruk van de docent hoger wordt? Er zijn nu nog veel docenten die het flipped classroom concept wel interessant vinden maar niet goed weten hoe ze dit zelf toe kunnen passen in hun les. Het feit dat men nadenkt over deze vorm van lesgeven en daarbij het eigen onderwijs kritisch bekijkt is een goede stap in de richting van onderwijsvernieuwing. Ook op technologisch gebied valt nog heel wat winst te behalen. Het is op dit moment niet zo heel moeilijk meer om een goed programma te vinden voor het maken van een flipped classroom item. Echter de stappen die daarna volgen kunnen nog wel verder ontwikkeld worden. Waar plaats ik de filmpjes? Hoe kan ik ze op een handige manier ordenen en open stellen voor mijn leerlingen? Een andere veel gehoorde wens is het tot beschikking willen hebben van een controle middel waarmee bepaald kan worden welke leerling de filmpjes wel of niet bekeken heeft en of de leerling de controle vragen wel of niet juist beantwoord heeft. Er is weinig controle mogelijk op de taak die de leerling heeft, namelijk zelf thuis de filmpjes bekijken en de controle vragen maken. We zien dat er de laatste tijd gehoor gegeven wordt aan deze kwestie. Zo bestaat er bijvoorbeeld de website waarop de filmpjes geplaatst kunnen worden en de docent kan inloggen om te bekijken welke leerlingen de filmpjes wel en niet bekeken hebben enz. Dit programma is één van de weinigen op dit moment die deze functie aanbiedt. Het

129 mooiste zou uiteraard zijn dat zo n soort programma geïntegreerd wordt in de ELO die op een school gebruikt wordt, waarbij de resultaten van de leerlingen direct gekoppeld kunnen worden aan de tijd die ze besteed hebben om de filmpjes te bekijken. Pas dan is het mogelijk om een goed beeld te krijgen van de daadwerkelijke moeite die een leerling in het tot zich nemen van de stof heeft gestoken en de resultaten die hieruit voortgevloeid zijn. Wij zijn van mening dat dit toekomst muziek is maar wel muziek die in de nabije toekomst gedraaid gaat worden.

130

131 Starten met sociale media in het onderwijs Peter Lakeman, Jetske Vleugel, Jaap Wilmink HvA DOO Mens en Technologie Leerjaar 3,

132 Inhoudsopgave Inleiding module 7.1 Sociale media als didactische werkvorm. 7.2 Sociale media in relatie tot de school. 7.3 Sociale media en leeropbrengsten. 7.4 Implementatie van sociale media. 7.5 Sociale media protocol. 7.6 Slotwoord

133 Inleiding module Op steeds meer onderwijsinstellingen is men de mogelijkheden die sociale media kunnen bieden voor het onderwijs aan het onderzoeken. Sociale media kunnen heel goed ingezet worden ter profileringg van de school, maar kunnen daarnaast ook gebruikt worden door de docent tijdens de les of aansluitend op een les. In deze module gaan wij bekijken wat ervoor nodig is om een school te laten starten met social media in het onderwijs. Bronnen Activiteiten Wij gaan uitzoeken wat er nodig is om sociale media in te zetten en actief te gebruiken in het onderwijs. Hierbij kijken wij niet alleen naar de didactische kant, maar ook naar zaken als schoolprofilering en beheersbaarheid. Technologische aspecten Deze module heeft geen directe technologische aspecten. Didactische aspecten Deze module heeft geen directe didactische aspecten. Verantwoording kennisbasis Kennisbasis grafimedia: 1.1 Het maken van een presentatie met behulp van bestaande programma s 3.4 Beeldschermtypografie Zie bijlage 1 (kennisbasis grafimedia) Koppeling pijlers mens en technologie 2.4 Maatschappelijk perspectief 2.10 Consequenties van ontwikkelingen en innovaties 2.11 Relatie leggen tussen technologie en maatschappelijke waarden 4.6 Recente ontwikkelingen in de technologie Zie bijlage 2 (kennisbasis mens en technologie)

134 Koppeling kennisbasis docent technische beroepen A Identiteit A1 Beroepsidentiteit; A2 Professionele beroeps- en kennisontwikkeling; A3 Roldifferentiatie A4 Medewerker binnen de onderwijs organisatie B Content B1 Technologische inhoud; B2 Technologische geletterdheid B3 ICT toepassingen binnen het onderwijs; C Context C1 Leeromgeving; C2 Onderwijsomgeving/organisatie; C3 Maatschappelijke context/onderwijsbeleid D Doelgroep D1 Beginsituatie D2 Belevingswereld D3 Communicatie D4 Differentiatie binnen de doelgroep E Didactische methode E1 Denk- en leerprocessen E2 Intuïtieve begrippen E3 Motivatietheorieën E4 Didactische modellen en werkvormen E5 Evalueren en beoordelen

135 7.1 Sociale media als didactische werkvorm Sociale media kunnen een toegevoegde waarde hebben voor het onderwijs. Dit geldt vooral bij scholen waarin de leerling en het leerproces centraal staan, waarin activerende werkvormen worden gebruikt en waarin interactie en communicatie een belangrijke rol spelen. Om sociale media op een nuttige manier in te zetten voor het leren, dient men zich te verdiepen in didactiek, technologie en de wijze waarop didactiek en technologie elkaar beïnvloeden. Om alle kansen goed te kunnen benutten moet men voldoende oog hebben voor de technologische mogelijkheden. De techniek moet echter niet voorop staan. Van belang is om te vertrekken vanuit leerdoelen en niet vanuit de techniek. Het gebruiken van sociale media is niet een doel op zich, maar levert vele extra's en variatie op in het onderwijs. Bij de inzet van sociale media is er een grote kans dat het onderwijs een betekenis krijgt die voor leerlingen boeiend is en waar buiten de school ook iets mee gedaan wordt. Didactische kracht van sociale media. Sociale media kunnen helpen een krachtige, afwisselende leeromgeving te creëren. Er zijn tal van voorbeelden van sociale media die het mogelijk maken om een afwisselende en motiverende leeromgeving te creëren. Een belangrijk kenmerk daarbij is de authenticiteit. Sociale media stellen leerlingen in staat om kennis te creëren. Sociale media zijn bij uitstek geschikt om leerlingen actief aan de slag te laten gaan met het verzamelen, filteren, verwerken en delen van informatie. Dankzij sociale media kunnen leerlingen hun producten nu aan een veel breder publiek tonen. Dat werkt niet alleen heel motiverend, maar het zorgt er ook voor dat leerlingen extra veel zorg besteden aan de producten. Sociale media kunnen de muren van de school doorbreken. Dankzij sociale media komen leerlingen en docenten gemakkelijk in aanraking met verschillende opvattingen over een bepaald onderwerp waarvan men kan leren. Sociale media helpen denk- en samenwerkingsprocessen transparant te maken. Leerlingen kunnen samenwerken aan documenten, maar tegelijkertijd biedt het een tool waarbij de docent de historie van de ontwikkeling van het document kan bekijken. Op die manier kan de docent nagaan welke leerlingen een actieve, en welke leerlingen een minder actieve rol hebben gespeeld in het samenwerkingsproces. Sociale media helpen leerlingen te denken in netwerken, de relaties en systemen. Sociale media lenen zich bij uitstek voor het activeren van voorkennis. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de inzet van YouTube of het online zetten van een poll. Sociale media lenen zich ook voor het evalueren van de lesstof.

136 7.2 Sociale media in relatie tot de school Er zijn verschillende invalshoeken om te kijken naar de inzet van sociale media in het onderwijs. Schoolorganisatie Als men kijkt naar de inzet van sociale media vanuit de schoolorganisatie, dan bestaat er een behoefte om de inzet van sociale media goed te reguleren. Er zal vooral gekeken worden naar de gevaren en de mogelijkheden om deze zoveel mogelijk te beperken. Het opstellen van een social media protocol is vooral vanuit de visie van de schoolorganisatie wenselijk. Kernbegrippen hierbij zijn: Social media protocol Privacy Beheersbaarheid Faciliteren

137 School profilering In het verlengde van de visie vanuit de schoolorganisatie, hoort ook de positionering van de school zelf. Op dit moment gebeurt dat voornamelijk via een website. Deze is echter, in verhouding tot sociale media, statisch van opzet. Het beheer van de website en de invulling van de content ligt bij een klein aantal mensen. Het zou een minder statisch geheel vormen wanneer alle leerlingen en docenten ingezet zouden kunnen worden bij het genereren van positieve content met betrekking tot de school. Hier liggen vele kansen voor de inzet van sociale media, waarbij de eventuele gevaren niet onderbelicht mogen blijven. Kernbegrippen hierbij zijn: Positieve vibe creëren Instroom nieuwe leerlingen Invulling vacatures Ouder contact Wij zijn trots op onze school Leerlingen De leerlingen kijken vanuit een geheel andere invalshoek naar de inzet van sociale media. Voor de meeste leerlingen is het gebruik van sociale media een dagelijkse gewoonte. Zij maken al gebruik van smartphones en staan continue in verbinding met elkaar. Het delen van informatie is een tweede natuur geworden. Kernbegrippen hierbij zijn: 24/7 informatie beschikbaar Samen leren Informatie vergaren Erkenning Privacy Docenten De docenten staan feitelijk tussen de schoolorganisatie en de leerlingen in. De inzet van sociale media kan de les positief, maar ook negatief beïnvloeden. De inzet van sociale media kan de werkdruk verlagen en het werkplezier verhogen. Ook hier liggen voldoende kansen. Kernbegrippen hierbij zijn: Ook buiten schooltijden contact Uitdagende nieuwe werkvormen Samenwerking met collega s Informatie vergaren Kortere lijntjes met collega s, leerlingen, ouders en de school Privacy

138 7.3 Sociale media en leeropbrengsten Juist bij actieve werkvormen waarbij het draait om participatie, productie en samenwerking (onderaan in de piramide) scoren sociale media goed. Bij die actieve werkvormen levert de inzet van sociale media rijke leeropbrengsten op.

139 7.4 Implementatie van sociale media Docenten zijn soms nog huiverig om sociale media in hun onderwijs te gebruiken. Enerzijds door onbekendheid en anderzijds door de privacy-issues. Bij het enthousiasmeren van de docenten is het belangrijk om de meerwaarde van sociale media aan te tonen. Dat kan het eenvoudigst door het laten zien van voorbeelden en het zelf laten ervaren. Geef docenten scholing en de ruimte om te experimenteren. Fouten maken mag, dat hoort bij het leerproces. Na eigen ervaring zal het enthousiasme vanzelf komen. Komt het niet, accepteer dan dat deze docent misschien niet 2.0 is maar wel een goede docent kan zijn die in ieder geval een oprechte poging heeft ondernomen om zich in de nieuwe media te verdiepen. Overigens komt de angst meestal voort uit gebrek aan kennis. Starten met sociale media op school. Het beste kan gestart worden met het benaderen van de docenten die zelf al actief zijn op Twitter, Facebook of LinkedIn. Dit kunnen collega s zijn die dit alleen in hun privé-tijd doen, maar ook docenten die al op kleine schaal sociale media voor hun lessen inzetten. Juist door te starten met collega s die al gebruik maken van sociale media en daar meer over willen weten kan er een enthousiaste kerngroep gecreërd worden. Probeer zeker niet de overige collega s over te halen om min of meer tegen hun wil sociale media te gebruiken. Dit leidt tot veel weerstand en negatieve energie gaat zeker niet werken.

Minimumstandaard ICT, ten aanzien van. - voorzieningen binnen de school. - de medewerkers

Minimumstandaard ICT, ten aanzien van. - voorzieningen binnen de school. - de medewerkers Minimumstandaard ICT, ten aanzien van - voorzieningen binnen de school - de medewerkers DDS, januari 2011 Inleiding In dit document wordt de minimum standaard voor ICT beschreven. Alle DDS scholen streven

Nadere informatie

VOORDELEN VAN BLENDED LEARNING

VOORDELEN VAN BLENDED LEARNING 10 VOORDELEN VAN BLENDED LEARNING En de inzet van technologie vanuit onderwijsgedreven innovatie op scholen in het VO en MBO 10 voordelen van blended learning Blended learning is hot in Nederland. Blended

Nadere informatie

Elektronische leeromgeving en didactiek. Wilfred Rubens http://www.slideshare.net/wrubens

Elektronische leeromgeving en didactiek. Wilfred Rubens http://www.slideshare.net/wrubens Elektronische leeromgeving en didactiek Wilfred Rubens http://www.slideshare.net/wrubens Programma Wat is een ELO? Voorbeelden Didactiek en ELO Voorbeelden leeractiviteiten in een ELO Functionaliteiten

Nadere informatie

Visie ICT bij de SJB. Waarom, wie, wat, wanneer en hoe? Werkgroep ICT Jenaplanscholen Bollenstreek

Visie ICT bij de SJB. Waarom, wie, wat, wanneer en hoe? Werkgroep ICT Jenaplanscholen Bollenstreek Visie ICT bij de SJB Waarom, wie, wat, wanneer en hoe? 1 Missie, visie en strategie Ambitie? Doelen? Plannen? Kennisstand organisatie? Budget? 2 Kikker- of Vogelperspectief? conservatie Missie? innovatie

Nadere informatie

Bijeenkomst BICTA Digiborden/KlasseTV

Bijeenkomst BICTA Digiborden/KlasseTV Bijeenkomst BICTA Digiborden/KlasseTV Michel Habraken Peter te Riele Agenda donderdag 19 juni 2008 13.00 13.45 uur Welkom en opening Agenda Startopdracht Doelstelling Presentatie Digitale schoolborden

Nadere informatie

Nieuwe didactiek vwo 2 en 3 Connect College: resultaten van een onderzoek. Prof. dr. Perry den Brok

Nieuwe didactiek vwo 2 en 3 Connect College: resultaten van een onderzoek. Prof. dr. Perry den Brok Nieuwe didactiek vwo 2 en 3 Connect College: resultaten van een onderzoek Prof. dr. Perry den Brok Betrokkenen Connect College (opdrachtgever) Kennisnet (subsidie onderzoek) Technische Universiteit Eindhoven

Nadere informatie

ICT-beleidsplan 1. INLEIDING...2 2. MISSIE EN VISIE...3 3. DOELEN...4 4. PLAN VAN AANPAK...4 5. EVALUATIE EN TERUGKOPPELING...5

ICT-beleidsplan 1. INLEIDING...2 2. MISSIE EN VISIE...3 3. DOELEN...4 4. PLAN VAN AANPAK...4 5. EVALUATIE EN TERUGKOPPELING...5 ICT-beleidsplan 1. INLEIDING...2 2. MISSIE EN VISIE...3 2.1 ICT-VISIE...3 2.2 AMBITIE VAN DE RSG...3 3. DOELEN...4 3.1 LEREN OVER COMPUTER...4 3.2 WERKEN MET COMPUTER...4 3.3 LEREN DOOR MIDDEL VAN COMPUTER...4

Nadere informatie

Scenario s voor Leren op Afstand in het MBO

Scenario s voor Leren op Afstand in het MBO Scenario s voor Leren op Afstand in het MBO 1 / 14 Scenario s voor Leren op Afstand in het MBO 2010 Kennisnet.nl Scenario s voor Leren op Afstand in het MBO 2 / 14 Samenvatting Scenario s voor Leren op

Nadere informatie

Didactische meerwaarde van de ELO in het Primair Onderwijs

Didactische meerwaarde van de ELO in het Primair Onderwijs Didactische meerwaarde van de ELO in het Primair Onderwijs Verkenning rondom mogelijkheden, meerwaarde en aandachtspunten 27 januari 2011 NOT Academie Presentatie: Arnout Vree a.vree@avetica.nl www.avetica.nl

Nadere informatie

Competentieniveaus mediawijsheidcompetenties voor PO Leraren en PABO

Competentieniveaus mediawijsheidcompetenties voor PO Leraren en PABO Competentieniveaus mediawijsheidcompetenties voor PO Leraren en PABO B1 Bewust zijn van de medialisering van de samenleving B2 Begrijpen hoe media gemaakt worden Is zich niet bewust van de steeds belangrijker

Nadere informatie

ipad enquête - ouders - 18 reacties (van 29 ouders)!

ipad enquête - ouders - 18 reacties (van 29 ouders)! 18 responses View all Publish analytics 18 responses ipad enquête - ouders - 18 reacties (van 9 ouders) Summary View all responses Publish analytics In welke mate ziet u uw zoon of dochter de ipad thuis

Nadere informatie

Deze vragenlijst bestaat uit zes onderdelen, A t/m F.

Deze vragenlijst bestaat uit zes onderdelen, A t/m F. Page of 0 Enquête beroepsonderwijs Deze vragenlijst bestaat uit zes onderdelen, A t/m F. Er zijn in totaal vragen. A. Over jou Je wordt vriendelijk verzocht informatie over jezelf te geven door onderstaande

Nadere informatie

Bert Plaat i-coach MBO 3-4. PowerPoint & Lessen maken

Bert Plaat i-coach MBO 3-4. PowerPoint & Lessen maken Bert Plaat i-coach MBO 3-4 PowerPoint & Lessen maken Eerste opzet Invoegen media zoals video, camera, screencast Inspreken en opslaan als video De rol van Movie Maker Opdrachten studenten Probleem: Ontsluiting

Nadere informatie

Hét centrale startportaal voor het onderwijs!

Hét centrale startportaal voor het onderwijs! Hét centrale startportaal voor het onderwijs! Mijn Omgeving Online (kortweg MOO) is een complete, persoonlijke digitale leer- en werkomgeving met sociale functionaliteiten. Door de modulaire opbouw kan

Nadere informatie

Docenten die hun onderwijs meer willen afstemmen op de individuele verschillen tussen leerlingen en hun leeropbrengst willen vergroten.

Docenten die hun onderwijs meer willen afstemmen op de individuele verschillen tussen leerlingen en hun leeropbrengst willen vergroten. 1. Differentiëren Onderzoeken welke manieren en mogelijkheden er zijn om te differentiëren en praktische handvatten bieden om hiermee aan de slag te gaan. Vervolgens deze kennis toepassen in de praktijk

Nadere informatie

Enquête inzet leermiddelen

Enquête inzet leermiddelen Enquête inzet leermiddelen Aan de hand van deze vragenlijst kunnen schoolleiding, teamleiding en vaksecties gezamenlijk de discussie voeren over hun wensen ten aanzien van leermateriaal. Verschillende

Nadere informatie

Academy4learning. Trainingsaanbod 2015-2016

Academy4learning. Trainingsaanbod 2015-2016 Academy4learning Aan de slag met Academy4learning Welkom bij Academy4learning! Met praktijkgerichte trainingen en workshops ondersteunen we docenten en medewerkers bij de invoering en het gebruik van digitaal

Nadere informatie

Sita (VWO2) Aaron Sams. Natuurkunde en Flipping the Classroom

Sita (VWO2) Aaron Sams. Natuurkunde en Flipping the Classroom Natuurkunde en Flipping the Classroom De lespraktijk van een natuurwetenschappelijk vak zoals natuurkunde bestaat gewoonlijk uit klassikale instructie, practicum en het verwerken van opdrachten. In de

Nadere informatie

User Centered Design. Ontwerpbeslissingen

User Centered Design. Ontwerpbeslissingen User Centered Design Ontwerpbeslissingen Ontwerpbeslissingen: Wat wij willen doen voor jou is Met betrekking tot lessen voorbereiden: Overzichten, schema s en lesplannen moeten ook door leerlingen begrepen

Nadere informatie

FIT-traject onderwijsvernieuwing met ICT en sociale media. draagvlak inspiratie motivatie vernieuwing 21st century skills borging

FIT-traject onderwijsvernieuwing met ICT en sociale media. draagvlak inspiratie motivatie vernieuwing 21st century skills borging FIT-traject onderwijsvernieuwing met ICT en sociale media draagvlak inspiratie motivatie vernieuwing 21st century skills borging Via het Klavertje 4 Model zet u sociale media en ICT breed in Didactische

Nadere informatie

Titanpad. Answergarden. Wordle. Tricider. Resultaten Workshop ICT & Aps

Titanpad. Answergarden. Wordle. Tricider. Resultaten Workshop ICT & Aps Titanpad Answergarden Wordle Tricider Resultaten Workshop ICT & Aps Rotterdam, Landelijke Lio-dag 9 februari 2012 Beste student van de lerarenopleidingen economie. Jullie hebben op 9 februari 2012 een

Nadere informatie

Scenario: theoretisch blok (voorbeeldscenario / blauwdruk van een leerpraktijk)

Scenario: theoretisch blok (voorbeeldscenario / blauwdruk van een leerpraktijk) Christine Prast, onderwijskundige Scenario: theoretisch blok (voorbeeldscenario / blauwdruk van een leerpraktijk) Vooraf Onderwijskundig kader waarbinnen herontwerp plaatsvond Uitgangspunt bij het hier

Nadere informatie

SURFACE BESCHRIJVING. Wat is het? Voor wie is het? Hoe werkt het? De Surface in het onderwijs

SURFACE BESCHRIJVING. Wat is het? Voor wie is het? Hoe werkt het? De Surface in het onderwijs BESCHRIJVING SURFACE Wat is het? De Surface is een liggend 30 inch beeldscherm op een tafel waaraan meerdere kinderen tegelijk kunnen werken. Zij bedienen de Surface met hun handen. Het apparaat kan 52

Nadere informatie

Informatieavond Byod onderwijs

Informatieavond Byod onderwijs Informatieavond Byod onderwijs Inhoud De maatschappij, onderwijs, de school, de leerling in 2013 Onderzoek van Kennisnet ICT op Canisius Uitgevers en leermateriaal Canisius en laptopondersteund onderwijs

Nadere informatie

Uitslag StartScan SPONS (fictief) Survey: FICTIEF

Uitslag StartScan SPONS (fictief) Survey: FICTIEF Uitslag StartScan SPONS (fictief) Survey: FICTIEF. Welke werkvormen gebruik je in je lessen?(plaats een vinkje in de rechterkolom indien je die werkvorm vaker in wilt zetten) Instructie door de docent

Nadere informatie

SMART Response BESCHRIJVING. Wat is het? Voor wie is het? Hoe werkt het?

SMART Response BESCHRIJVING. Wat is het? Voor wie is het? Hoe werkt het? BESCHRIJVING SMART Response Wat is het? SMART Response (voorheen Senteo) is een interactief responssysteem waarbij draadloze afstandsbedieningen (clickers) worden gecombineerd met een ontvanger en beoordelingssoftware.

Nadere informatie

Regeling ontwikkelen en gebruiken van streaming media in het MBO projectplan Drenthe College 5 maart 2007

Regeling ontwikkelen en gebruiken van streaming media in het MBO projectplan Drenthe College 5 maart 2007 1 / 5 Regeling ontwikkelen en gebruiken van streaming media in het MBO Projectplan Auteur(s) Versienummer Datum Hilbert van der Duim Margriet Dunning en Jan Bos Willem Karssenberg 1.0 5 maart 2007 2 /

Nadere informatie

Professionaliseren loont! Jacob Poortstra, Cesar Trijselaar en Mieke van Keulen

Professionaliseren loont! Jacob Poortstra, Cesar Trijselaar en Mieke van Keulen Professionaliseren loont! Jacob Poortstra, Cesar Trijselaar en Mieke van Keulen Digitalisering van de maatschappij Gevolgen voor het onderwijs: Studenten voorbereiden op onze gedigitaliseerde samenleving.

Nadere informatie

Dennis Boot. ondersteund door Web 2.0. Samenwerken en begeleiden

Dennis Boot. ondersteund door Web 2.0. Samenwerken en begeleiden Samenwerken en begeleiden ondersteund door Web 2.0 Dennis Boot Evaluatie van Google Sites en Google Apps tijdens stages en projecten in het onderwijs. Inhoud Inleiding... 1 Google Sites i.c.m. Google Apps

Nadere informatie

informatiebrochure Methodesoftware basisonderwijs

informatiebrochure Methodesoftware basisonderwijs informatiebrochure Methodesoftware basisonderwijs lnhoudsopgave De visie van Malmberg op software 2 Digibordsoftware 3 Verrijkt uw les Verwerkingssoftware 4 Digitaal werken Oefensoftware en toetssoftware

Nadere informatie

Handout PrOfijt. - Versie 1.1 - Versie: 1.1 Datum: 09-04-2014 Mike Nikkels / Olav van Doorn

Handout PrOfijt. - Versie 1.1 - Versie: 1.1 Datum: 09-04-2014 Mike Nikkels / Olav van Doorn Handout PrOfijt - Versie 1.1 - Versie: 1.1 Datum: 09-04-2014 Auteur(s): Mike Nikkels / Olav van Doorn 1 Inhoudsopgave 1 Inhoudsopgave... 2 2 Inleiding... 3 3 Algemeen... 3 4 Visie op PrOfijt... 4 5 Techniek...

Nadere informatie

Opleiden in het digitale tijdperk Mary Dankbaar

Opleiden in het digitale tijdperk Mary Dankbaar Opleiden in het digitale tijdperk Mary Dankbaar Online learning is the single biggest change in education since the printing press John Chubb and Terry Moe Inhoud Online leren Voordelen en aandachtspunten

Nadere informatie

1. Een ELO of dagplan gebruiken om de planning met de leerlingen te delen. 2. Een ELO, e-mail of chat gebruiken om met de leerlingen te communiceren.

1. Een ELO of dagplan gebruiken om de planning met de leerlingen te delen. 2. Een ELO, e-mail of chat gebruiken om met de leerlingen te communiceren. Stellingen doelen 1. Een ELO of dagplan gebruiken om de planning met de leerlingen te delen. 2. Een ELO, e-mail of chat gebruiken om met de leerlingen te communiceren. 3. Instructielessen maken voor het

Nadere informatie

Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning

Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning Helder &Wijzer Mijn opdrachten In een kort, blended programma In het kort Voor wie docenten/trainers die blended opdrachten willen leren ontwerpen en ontwikkelen

Nadere informatie

WISKUNDE VOOR DE INTERNETGENERATIE

WISKUNDE VOOR DE INTERNETGENERATIE WISKUNDE VOOR DE INTERNETGENERATIE Digitalisering is noodzakelijk Onze visie Het wiskundeonderwijs is toe aan verandering, daar is bijna iedereen het wel over eens. De noodzaak blijkt uit de dagelijkse

Nadere informatie

Nieuwe hardware. Informatiekaart 03. leren vernieuwen. Infrastructuur

Nieuwe hardware. Informatiekaart 03. leren vernieuwen. Infrastructuur Informatiekaart 03 leren vernieuwen Nieuwe hardware In deze informatiekaart wordt aandacht besteed aan de invloed van de onderwijsvisie op de aanschaf van ict-middelen. Hierbij wordt met name gekeken naar

Nadere informatie

Aan de slag met Flipping the Classroom

Aan de slag met Flipping the Classroom 1 Aan de slag met Flipping the Classroom De Wereld van de Ondernemer Gerard Aaftink 11-2-2014 2 Inhoud Deel 1: De basis van Flipping the Classroom Flipping the Classroom Wat is het? Hoe werkt het? Hoe

Nadere informatie

DE WERELD IN GETALLEN DIGITAAL

DE WERELD IN GETALLEN DIGITAAL DE WERELD IN GETALLEN DIGITAAL Rekenen Groep 3 tot en met 8 De wereld in getallen Digitaal 1 lnhoud De methode Waarom De wereld in getallen Digitaal? 2 lnhoud en didactiek Zorgvuldige opbouw en beproefde

Nadere informatie

Achtergrond:uitgangspunt 11/20/2012. ENW-project Professionaliseringspakket voor ELO s in het secundair onderwijs

Achtergrond:uitgangspunt 11/20/2012. ENW-project Professionaliseringspakket voor ELO s in het secundair onderwijs 1 ENW-project Professionaliseringspakket voor ELO s in het secundair onderwijs Prof. dr. T. Schellens Leen Casier Veerle Lagaert Prof. dr. B. De Wever Prof. dr. M. Valcke 2 ENW-project Professionaliseringspakket

Nadere informatie

Getting Connected. Cornelis Kaai coördinator Onderwijs 7 december 2006

Getting Connected. Cornelis Kaai coördinator Onderwijs 7 december 2006 Getting Connected Cornelis Kaai ICT-co coördinator Onderwijs 7 december 2006 Inhoud Het PCC en de CSG Jan Arentsz Visie op onderwijs Educatieve Contentketen (Kennisnet) Opzet van het project Voorbeeld

Nadere informatie

Digitaliseren van lesmateriaal is geen kunst

Digitaliseren van lesmateriaal is geen kunst Digitaliseren van lesmateriaal is geen kunst Inleiding Het digitaliseren van lesmateriaal staat sinds kort bij een aantal beleidsmakers hoog op het verlanglijstje. De laatste twee prominenten zijn de Onderwijsraad

Nadere informatie

Leerwerktaak Digibordgebruik en softwarepakket in wiskundelessen

Leerwerktaak Digibordgebruik en softwarepakket in wiskundelessen Leerwerktaak Digibordgebruik en softwarepakket in wiskundelessen Titel Onderwijstype Niveau Competenties(s) Beroepstaak Geschikt voor de volgende vakken Aansluitend bij de volgende onderwijseenheid Digibordgebruik

Nadere informatie

Scholingsplan 2012-2013. Samen in ontwikkeling

Scholingsplan 2012-2013. Samen in ontwikkeling Scholingsplan 2012-2013 Samen in ontwikkeling Inhoudsopgave Inleiding 3 Pijlers 4 Kader 5 Deskundigheidsbevordering 2012-2013 6 Beschrijvingen van de scholingen 7 Aanmelden voor externe scholingen 9 Inleiding

Nadere informatie

Soms geeft de begeleidende informatie misleidende informatie; doet de applicatie niet wat hij belooft te doen.

Soms geeft de begeleidende informatie misleidende informatie; doet de applicatie niet wat hij belooft te doen. Inhoud Als er leerdoelen gehaald moeten worden moeten we als docent wel enige zekerheid hebben omtrend het effect van een interactieve multimediale applicatie. Allereerst moet de applicatie beken worden

Nadere informatie

Product informatie. Pagina 1 van 5

Product informatie. Pagina 1 van 5 Pagina 1 van 5 Product informatie Pagina 2 van 5 SMARTBoards: Voor een leerkracht is het schoolbord een van zijn belangrijkste gereedschappen. Hoe vaak gebruik je niet even het bord om een aantekening

Nadere informatie

Digitale middelen inzetten in cultuuronderwijs. Marije Visser

Digitale middelen inzetten in cultuuronderwijs. Marije Visser Digitale middelen inzetten in cultuuronderwijs Marije Visser OESO-rapport Students, computers and learning - Making the connection http://www.keepeek.com/digital-asset-management/oecd/education/studentscomputers-and-learning_9789264239555-en#page1

Nadere informatie

Sociale media en didactiek (en pedagogiek)

Sociale media en didactiek (en pedagogiek) Sociale media en didactiek (en pedagogiek) Twitter: #smhuis Wilfred Rubens http://www.wilfredrubens.com Wie van u? Wie van u? Laptop/tablet/smartphone bij u? Wie van u? Laptop/tablet/smartphone bij u?

Nadere informatie

Evaluatieverslag Parwo-scholing 2012-2013

Evaluatieverslag Parwo-scholing 2012-2013 Evaluatieverslag Parwo-scholing 2012-2013 module aantal deelnemers aantal ingeleverde evaluatieverslagen Het totaaloordeel over de module. Door de deelnemer uitgedrukt in een rapportcijfer: 1 2 3 4 5 6

Nadere informatie

Onderzoek Tablets in het onderwijs

Onderzoek Tablets in het onderwijs Onderzoek Tablets in het onderwijs September 2011 Voorwoord In dit verslag presenteren we onze bevindingen van de tablettest die we hebben uitgevoerd. Zowel de ipad 2 als verschillende Android tablets

Nadere informatie

Verantwoording en implementatieplan "Activerende didactiek m.b.v. ipads" Scholengemeenschap Sint Ursula locatie Horn

Verantwoording en implementatieplan Activerende didactiek m.b.v. ipads Scholengemeenschap Sint Ursula locatie Horn Verantwoording en implementatieplan "Activerende didactiek m.b.v. ipads" Scholengemeenschap Sint Ursula locatie Horn Achtergrond Ambitie voor schooljaar 2015 2016 De pilot voorbij... Pilot op 4 havo Plaatsing

Nadere informatie

SWINXS BESCHRIJVING. Wat is het? Voor wie is het? Hoe werkt het?

SWINXS BESCHRIJVING. Wat is het? Voor wie is het? Hoe werkt het? BESCHRIJVING SWINXS Wat is het? De Swinxs is een game console die zowel binnen- als buiten gebruikt kan worden voor actieve spellen. De Swinxs stuurt het spel aan met behulp van spraak. De console praat,

Nadere informatie

Informatieavond laptoponderwijs

Informatieavond laptoponderwijs Informatieavond laptoponderwijs Inhoud De maatschappij, onderwijs, de school, de leerling in 2012 Onderzoek van Kennisnet ICT op Canisius Uitgevers en leermateriaal Canisius en laptopondersteund onderwijs

Nadere informatie

Open & Online. De (mogelijke) rollen van bibliotheken. Onderwijs

Open & Online. De (mogelijke) rollen van bibliotheken. Onderwijs Open & Online De (mogelijke) rollen van bibliotheken Onderwijs Enthousiasme om mee te werken aan het onderzoek De opkomst hier vandaag Vragen en nieuwsgierigheid Leidraad met vragen opgesteld Telefonische

Nadere informatie

Lespakket over verantwoorde voeding voor mens, dier en milieu. Inleidend katern Groep 7 & 8

Lespakket over verantwoorde voeding voor mens, dier en milieu. Inleidend katern Groep 7 & 8 Lespakket over verantwoorde voeding voor mens, dier en milieu. Inleidend katern Groep 7 & 8 Voorwoord We willen het wel van de daken schreeuwen: alles wat we weten over verantwoorde en biologische voeding.

Nadere informatie

Verleg je grenzen! Waarom kiest ú voor het nieuwe Taalblokken? Taalblokken Engels Brochure MBO

Verleg je grenzen! Waarom kiest ú voor het nieuwe Taalblokken? Taalblokken Engels Brochure MBO Brochure MBO Toetsing Figuur 4, toetsing Door de nieuwe aanpak en de goede mix van digitaal lesmateriaal en boeken geeft Taalblokken Engels mij de ruimte om les te geven zoals ik wil. Verleg je grenzen!

Nadere informatie

Lessen ICT-Lyceum Studeren op afstand - Een verbindingsconcept

Lessen ICT-Lyceum Studeren op afstand - Een verbindingsconcept Lessen ICT-Lyceum Studeren op afstand - Een verbindingsconcept Situatie De ICTopleidingen van het Deltion staan op nummer 1 in de MBO-keuzegids. Hierdoor trekt de opleiding studenten uit een groot deel

Nadere informatie

Innovaties in e-learning. Jos Herkelman

Innovaties in e-learning. Jos Herkelman Innovaties in e-learning What s new? Jos Herkelman Wat is er al bereikt? N@Tschool! v11 Overzicht ; eenvoud ; open ; sneller werken Betere informatievoorziening i i i rondom inloggen Portaalfunctionaliteit:

Nadere informatie

Whitepaper Flipping the Classroom. Mei 2012. IT-Workz B.V. 1

Whitepaper Flipping the Classroom. Mei 2012. IT-Workz B.V. 1 Whitepaper Flipping the Classroom Mei 2012 IT-Workz B.V. 1 Voorwoord In het hedendaags onderwijs is men continu op zoek naar mogelijkheden het onderwijs te verrijken en studenten te motiveren tijdens het

Nadere informatie

Docentevaluaties: zó geef je studenten een stem

Docentevaluaties: zó geef je studenten een stem Docentevaluaties: zó geef je studenten een stem Docentevaluaties worden gebruikt om studenten feedback te laten geven op de kwaliteit van de docenten. In dit artikel wordt ingegaan op de randvoorwaarden

Nadere informatie

Digitalisering & Studiesucces E-merge 2011-2014 Anka Mulder Secretaris TU Delft Directeur Onderwijs TU Delft. Challenge the future

Digitalisering & Studiesucces E-merge 2011-2014 Anka Mulder Secretaris TU Delft Directeur Onderwijs TU Delft. Challenge the future Digitalisering & Studiesucces E-merge 2011-2014 Anka Mulder Secretaris TU Delft Directeur Onderwijs TU Delft 1 Digitalisering 1. Waar staan we? 2. Waarom digitaliseren? De vraagkant 3. Studiesucces 4.

Nadere informatie

Leermiddelenbeleidsplan

Leermiddelenbeleidsplan Leermiddelenbeleidsplan School Het 4 e Gymnasium Contactpersoon Anne Marttin Leden werkgroep Estevan Veenstra en Bobby van Essen Versienummer 002 Format leermiddelenbeleidsplan 1 Visie Missie Missie Het

Nadere informatie

Tumult Bijeenkomsten op school

Tumult Bijeenkomsten op school Tumult Bijeenkomsten op school Wil jij weten hoe je het meeste haalt uit het Tumult lesmateriaal? Ben je op zoek naar een inspirerende sessie met je mentorenteam? Boek dan een Tumult bijeenkomst! Onze

Nadere informatie

ICT-VAARDIGHEDEN DOCENTEN HO

ICT-VAARDIGHEDEN DOCENTEN HO ICT-VAARDIGHEDEN DOCENTEN HO Masterclass ICT-docentprofessionalisering 12 september 2011 Anna Tomson, Erwin Faasse, Peter J. Dekker 1 OPZET 1. Startpunt: HvA-beleid vanaf 2007 Peter 2. Inhoud: Voorbeeld

Nadere informatie

Onderwijstechnieken.nl. Opbrengstgericht Werken zonder Groepsplan? Dat Kan!

Onderwijstechnieken.nl. Opbrengstgericht Werken zonder Groepsplan? Dat Kan! Opbrengstgericht Werken zonder Groepsplan? Dat Kan! 1 Inhoudsopgave: Voorwoord pagina 3 Inleiding pagina 4 Hoofdstuk 1 Hoe een middel een doel werd pagina 5 Hoofdstuk 2 Waar het eigenlijk om gaat pagina

Nadere informatie

Functiebeschrijving van ICT-coördinator. Bijlage 1: Algemene opdracht. 1. Op het niveau van de school/scholengemeenschap: mee een beleid ontwikkelen

Functiebeschrijving van ICT-coördinator. Bijlage 1: Algemene opdracht. 1. Op het niveau van de school/scholengemeenschap: mee een beleid ontwikkelen Functiebeschrijving van ICT-coördinator Bijlage 1: Algemene opdracht 1. Op het niveau van de school/scholengemeenschap: mee een beleid ontwikkelen 1. Ondersteunt de directie om, samen met het team, een

Nadere informatie

Welkom. TOP-leren. Programma. Wat is Blended learning. Waarom blended learning. Onderdelen blended learning. Mixen (70-20-10) Ontwerpstappen

Welkom. TOP-leren. Programma. Wat is Blended learning. Waarom blended learning. Onderdelen blended learning. Mixen (70-20-10) Ontwerpstappen Mareen van Londen van de Beek Opleidingskundige & e-learningadviseur www.kies-advies.nl Welkom Mareen van Londen Opleidingskundige & (e)learning adviseur Blended learning design Interne adviseur Externe

Nadere informatie

www.gynzy.com Handleiding

www.gynzy.com Handleiding www.gynzy.com Handleiding Samen steeds beter is ons motto. Als leerkracht sta je elke dag voor de klas en weet je veel beter wat je nodig hebt dan wij. Door goed te luisteren naar jouw behoefte en deze

Nadere informatie

Algemeen Uitwerking Schoolplan ICT 2011-2015

Algemeen Uitwerking Schoolplan ICT 2011-2015 Algemeen Mei 2014 Evaluatie t/m 2010 De afgelopen jaren heeft de nadruk gelegen op het invoeren van diverse softwarepakketten in de groepen en op het uitvoeren van hetgeen in de ICT leerlijn wordt vermeld.

Nadere informatie

Online leefwereld. Ontdekken wie je bent. Wat doet havo 4 leerling online? 01-04-16. De sociale online leefwereld van de havo 4 leerling

Online leefwereld. Ontdekken wie je bent. Wat doet havo 4 leerling online? 01-04-16. De sociale online leefwereld van de havo 4 leerling Online leefwereld De sociale online leefwereld van de havo 4 leerling Evelyn Verburgh Mediacoach Studiemiddag Facta Betere studieresultaten in havo 4 31 maart 2016 Aantrekkingskracht Ertoe doen Contacten

Nadere informatie

M2DESK BESCHRIJVING. Wat is het? Voor wie is het? Hoe werkt het?

M2DESK BESCHRIJVING. Wat is het? Voor wie is het? Hoe werkt het? BESCHRIJVING M2DESK Wat is het? De M2Desk is een leerlingtafel waar een computer in geïntegreerd is. Met behulp van twee knoppen kan een computer uit het tafelblad geklapt worden. Tegelijk verschijnt een

Nadere informatie

VMBO praktische leerweg VMBO theoretische leerweg HAVO VWO

VMBO praktische leerweg VMBO theoretische leerweg HAVO VWO Page of 7 Enquête voortgezet onderwijs Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E. Er zijn in totaal 9 vragen. A. Over jezelf Dit onderdeel bestaat uit zeven vragen. Hoe oud ben je? In welke klas

Nadere informatie

Doetertoe Media. Projectenbrochure. Januari 2013

Doetertoe Media. Projectenbrochure. Januari 2013 Doetertoe Media Projectenbrochure Januari 2013 Mediawijsheidprojecten voor onderwijsinstellingen Doetertoe Media hecht veel waarde aan mediawijsheid; kritisch en bewust omgaan met media. Door middel van

Nadere informatie

Leren Leren en ExcelLeren

Leren Leren en ExcelLeren Leren Leren en ExcelLeren www.mindsetlearnandgrow.nl Wat is MindSet? MindSet is een groep studenten die leerlingen leert effectief te leren. Wij helpen leerlingen betere schoolresultaten te behalen door

Nadere informatie

WORKSHOP AANBOD DOELGROEP VSO HAVO VMBO-BL-REA KICKOFF ICT 4 JUNI 2014 LOCATIE VSO DUINVLEUGEL, WIJK AAN ZEE

WORKSHOP AANBOD DOELGROEP VSO HAVO VMBO-BL-REA KICKOFF ICT 4 JUNI 2014 LOCATIE VSO DUINVLEUGEL, WIJK AAN ZEE WORKSHOP AANBOD DOELGROEP VSO HAVO VMBO-BL-REA KICKOFF ICT 4 JUNI 2014 LOCATIE VSO DUINVLEUGEL, WIJK AAN ZEE Titel POV aan de hand van 6 didactische stappen. Korte beschrijving workshop De deelnemers maken

Nadere informatie

kempelscan P2-fase Studentversie

kempelscan P2-fase Studentversie kempelscan P2-fase Studentversie Pedagogische competentie Kern 2.1 Pedagogisch competent Pedagogisch handelen Je draagt bij aan een veilige leef- en leeromgeving in de groep O M V G Je bent consistent

Nadere informatie

RTTI Meten, volgen en verbeteren van leerprocessen

RTTI Meten, volgen en verbeteren van leerprocessen FEEDBACK OP MAAT RTTI Meten, volgen en verbeteren van leerprocessen Creëer betrokkenheid, enthousiasme en resultaat Benut de talenten binnen uw school maximaal HOE KUNT U ERVOOR ZORGEN DAT LEREN OPTIMAAL

Nadere informatie

IK WIL DE MOGELIJKHEDEN VAN ONLINE ONDERWIJS VERKENNEN WAAR BEGIN IK?

IK WIL DE MOGELIJKHEDEN VAN ONLINE ONDERWIJS VERKENNEN WAAR BEGIN IK? IK WIL DE MOGELIJKHEDEN VAN ONLINE ONDERWIJS VERKENNEN WAAR BEGIN IK? Dit stappenplan neemt je mee langs vragen die relevant zijn als je online onderwijs wilt ontwikkelen: waarom wil je inzetten op online

Nadere informatie

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie.

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie. ROWF Les op locatie in de beroepsopdracht van de HvA. De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie. Het doel is de

Nadere informatie

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben

Nadere informatie

Marktinventarisatie ELO s in het VO

Marktinventarisatie ELO s in het VO Marktinventarisatie ELO s in het VO Voorwoord Omdat we bij itslearning onze dienstverlening continu willen verbeteren, hebben we onderzoek laten doen naar het gebruik van elektronische leeromgevingen (ELO

Nadere informatie

Informatievaardighedenplan als onderdeelvan het Leesplan

Informatievaardighedenplan als onderdeelvan het Leesplan Informatievaardighedenplan als onderdeelvan het Leesplan Binnen de landelijke aanpak van de Bibliotheek Leerlingen met goede informatievaardigheden maken betere werkstukken en houden interessantere spreekbeurten.

Nadere informatie

Samenwerking. Betrokkenheid

Samenwerking. Betrokkenheid De Missie Het Spectrum is een openbare school met een onderwijsaanbod van hoge kwaliteit. We bieden het kind betekenisvol onderwijs in een veilige omgeving. In een samenwerking tussen kind, ouders en school

Nadere informatie

EVALUATIEFORMULIER ACADEMIE VOOR BEELDENDE VORMING Voltijd/Deeltijd/Duaal. Docent Beeldende Kunst en Vormgeving Duaal

EVALUATIEFORMULIER ACADEMIE VOOR BEELDENDE VORMING Voltijd/Deeltijd/Duaal. Docent Beeldende Kunst en Vormgeving Duaal EVALUATIEFORMULIER ACADEMIE VOOR BEELDENDE VORMING Voltijd/Deeltijd/Duaal Gegevens Student: Naam student: Liesbeth Goderie Studentnummer: 2372762 E-mailadres: liesbeth@gastyling.nl Studiejaar+ Klas: Docent

Nadere informatie

Maurice Jongmans is Adviseur Social Media en Zoekmachineoptimalisatie bij Webtechniek in Delft.

Maurice Jongmans is Adviseur Social Media en Zoekmachineoptimalisatie bij Webtechniek in Delft. Maurice Jongmans is Adviseur Social Media en Zoekmachineoptimalisatie bij Webtechniek in Delft. Webtechniek is gespecialiseerd in technische oplossingen voor internet en applicaties. Sinds 2000 is het

Nadere informatie

Teach32 Ontdek de toepassingen van Teach32 Sluit aan bij de digitale generatie Haviken en Muizen Samen Groeien Monitoring

Teach32 Ontdek de toepassingen van Teach32 Sluit aan bij de digitale generatie Haviken en Muizen Samen Groeien Monitoring Teach32 Teach32 is dè interactieve oplossing voor in de klas. Jouw klas werkt gelijktijdig óf in groepjes samen op het digitale schoolbord. Elke leerling heeft een eigen tablet en daarmee een directe interactie

Nadere informatie

WPO Interactief. Sanne van Hoof 13 juni 2013

WPO Interactief. Sanne van Hoof 13 juni 2013 Sanne van Hoof 13 juni 2013 WPO Interactief Inhoud 1. SBCM-methodiek WPO 2. Van WPO naar WPO Interactief 3. Uitgangspunten E-learning voor SW 4. Concept en opbouw WPO Interactief 5. Voorbeeld 6. Praktische

Nadere informatie

ipad in de klas evaluatie

ipad in de klas evaluatie evaluatie Deelschool onderbouw HV Juli 2012 Laan van de sport 4 Hoogezand, 9603 TG Telefoon: 0598-350250 E-mail: dustindijkstra@gmail.com @dustindijkstra 1 Introductie In de notitie evalueren we het gebruik

Nadere informatie

Toets-ICT voor het VO

Toets-ICT voor het VO Toets-ICT voor het VO De weg naar Digitale Geletterdheid Voor Praktijkonderwijs, VMBO, HAVO en VWO Producten en prijzen 2016 Toets-ICT Vaardig en veilig online 1 Juni 2016 Inhoudsopgave Inhoudsopgave...

Nadere informatie

Evaluatierapport Social Media Professional opleiding Juni 2015 www.mediaenmaatschappij.nl

Evaluatierapport Social Media Professional opleiding Juni 2015 www.mediaenmaatschappij.nl Evaluatierapport Social Media Professional opleiding Juni 15 www.mediaenmaatschappij.nl De Social Media Professional opleiding wordt als goed en zelfs uitstekend beoordeeld, door enthousiasme en duidelijkheid

Nadere informatie

Onderwijs & Media binnen de Opleiding tot leraar Basisonderwijs (NHL)

Onderwijs & Media binnen de Opleiding tot leraar Basisonderwijs (NHL) Onderwijs & Media binnen de Opleiding tot leraar Basisonderwijs (NHL) Age Wesselius, juni 2012 In het huidige curriculum van de Pabo heeft het vakgebied Nieuwe Media een plaats gekregen in voornamelijk

Nadere informatie

Draaiboek voor een gastles

Draaiboek voor een gastles Draaiboek voor een gastles Dit draaiboek geeft jou als voorlichter van UNICEF Nederland een handvat om gastlessen te geven op scholen. Kinderen, klassen, groepen en scholen - elke gastles is anders. Een

Nadere informatie

School en computers. Paulusse BedrijfsOpleidingen

School en computers. Paulusse BedrijfsOpleidingen School en computers School en computers Computers zijn niet meer weg te denken uit ons leven. Kinderen van nu spelen vaak al computerspelletjes voor ze naar groep 1 gaan. Op school nemen computers een

Nadere informatie

De DOELSTELLING van de kunstbv-opdrachten & De BEOORDELING:

De DOELSTELLING van de kunstbv-opdrachten & De BEOORDELING: beeldende vorming De DOELSTELLING van de -opdrachten & De BEOORDELING: Doelstellingen van de opdrachten. Leren: Thematisch + procesmatig te werken Bestuderen van het thema: met een open houding Verzamelen

Nadere informatie

Basisarrangement. Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal. 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen

Basisarrangement. Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal. 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen Basis Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen Deviant methode leer/werkboek VIA vooraf op weg naar 1F. De 8 thema s in het boek hebben terugkerende

Nadere informatie

Inleiding Sociale Wetenschappen. Studenten Aantal 953 Respondenten 54, 40 Ronde 1, 2. Datum uitvoering September 2010 Januari 2011 Collegeweblecture

Inleiding Sociale Wetenschappen. Studenten Aantal 953 Respondenten 54, 40 Ronde 1, 2. Datum uitvoering September 2010 Januari 2011 Collegeweblecture Pilot Naam Instelling Vak naam Studenten Aantal 953 Respondenten 54, 40 Ronde 1, 2 Verrijke weblectures VU Inleiding Sociale Wetenschappen Datum uitvoering September 2010 Januari 2011 Variant Collegeweblecture

Nadere informatie

Weblectures Op de TUDelft

Weblectures Op de TUDelft Weblectures Op de TUDelft Programma: Weblectures op de TUDelft -Collegerama -OCW -ItunesU -Wimba Weblectures Kees van Kuijen en Peter de Moel ELS: E-LearningSupport TUDelft, Onderwijs en Studenten zaken

Nadere informatie

Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E.

Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E. Page of 6 Enquête basisonderwijs Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E. Er zijn in totaal 9 vragen. A. Over jezelf Dit onderdeel bestaat uit zeven vragen. Hoe oud ben je? In welke klas zit je?

Nadere informatie

Handleiding Docentenpakket online. Versie 1.0

Handleiding Docentenpakket online. Versie 1.0 Handleiding Docentenpakket online Versie 1.0 1 Welkom Met de nieuwste generatie leermiddelen (voor docenten Docentenpakket online en voor leerlingen [methode] online) kunnen docenten eigen en open lesmateriaal

Nadere informatie

Mediawijsheid: digitaal aan de slag in het onderwijs!

Mediawijsheid: digitaal aan de slag in het onderwijs! Mediawijsheid: digitaal aan de slag in het onderwijs! Informatie avond over mediawijsheid/sociale media op school Media zijn voor kinderen en jongeren de gewoonste zaak van de wereld. Ze nemen informatie

Nadere informatie