VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM"

Transcriptie

1 arrestnummer: parketnummer: datum uitspraak: 28 januari 2009 TEGENSPRAAK PROMIS VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 mei 2006 in de strafzaak onder parketnummer van het openbaar ministerie tegen Cornelis Harry VAN DER HOEVEN, geboren te 's-gravenhage op 9 september 1947, ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres en aldaar feitelijk verblijvende, hierna (ook) te noemen Van der Hoeven. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 13, 14 en 20 oktober 2004, 9 februari 2005, 13 juni 2005, 10 oktober 2005, 23 januari 2006, 6, 7, 9, 13, 28 en 30 maart 2006, 4, 10, 11, 13, 20 en 26 april 2006 en 8 mei 2006 en op de terechtzittingen in hoger beroep van 29 november 2007, 28 januari 2008, 7 april , 4, 9, 11, 23 en 25 juni 2008, 15, 17, 22 en 24 september 2008, 6, 8, 10, 27 en 29 oktober 2008, 10, 12, 14, 24 en 26 november 2008 en 14 januari Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en zijn raadslieden naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, overeenkomstig de op de terechtzittingen in eerste aanleg van 13 juni 2005 en 26 april 2006 op vordering van de officier van justitie en de op de terechtzittingen in hoger beroep van 29 november 2007 en 14 januari 2009 op vordering van de advocaat-generaal toegestane wijzigingen tenlastelegging. Van die dagvaarding en vorderingen wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen.

2 Hoeven, C.H. van der/ Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest het hof deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd.

3 Hoeven, C.H. van der/ Overwegingen en bewezenverklaring Inhoudsopgave van eerste vier hoofdstukken 3 Hoofdstuk 1: De strafzaak De omvang van het hoger beroep De kern van de strafzaken De wijziging van de tenlastelegging ter zitting van 20 april Inhoudelijk verweer tegen toevoeging inzake annual reports on Form 20-F Inhoudelijk verweer tegen toevoeging D/ Formeel verweer wijziging strijdig met beginselen van goede procesorde 1.4. De geldigheid van de dagvaarding Kaders van beoordeling Openbaarmaking onware jaarverslagen Publieksmisleiding Valse letters of representations Valsheid in geschrift ten aanzien van de annual reports on Form 20-F Oplichting van de externe accountant Bewijsoverwegingen Hoofdstuk 2: Algemeen deel De verdachten, Ahold en de accountant Ahold Van der Hoeven Meurs Andreae Fahlin 2.2. De joint ventures Missie en strategie van Ahold JMR Bompreço Disco Ahold Paiz Ahold ICA Ahold Conclusies 2.3. De beoordeling van jaarrekeningen Het beoordelingskader in strafzaken Afwijking van het wettelijke regime vanwege het wettelijk vereiste inzicht De beoordelingsruimte van het ondernemingsbestuur en de rechterlijke toets 2.4. De geconsolideerde jaarrekening Consolidatie Consolidatiemethoden a. Integrale consolidatie b. Proportionele consolidatie c. De vermogensmutatiemethode / equity method De effecten van consolidatie Werden deze effecten door Ahold beoogd? a. Persoonlijk gewin van leden van de raad van bestuur? b. Banken c. Leveranciers Beleggers en aandeelhouders; en Consolideren is niet misleidend 2.5. Financiële verslaggeving en de externe accountant De jaarrekening in jaarverslagen, Form 20-F s en prospectussen a. Nederlandse jaarverslagen

4 Hoeven, C.H. van der/ b. Annual reports on Form 20-F c. Prospectus-supplementen De aansluiting naar US GAAP en de reconciliation note 53 a. Annual reports on Form 20-F b. Jaarverslagen c. Prospectus-supplementen De consolidatiekring in de jaarrekeningen 56 a. Jaarverslagen b. Annual reports on Form 20-F en prospectus-supplementen Zijn verschillen in consolidatiekring van invloed op de aansluiting? 61 a. De eerste vraag wat betreft verloopschema s in aansluiting en reconciliation b. De eerste vraag wat betreft de condensed financial statements in note 23 c. De tweede vraag wat betreft de reconciliation note d. De tweede vraag wat betreft de aansluiting naar US GAAP Letters of representations 70 a. De brieven zelf b. Verweren en oordelen De goedkeurende verklaring van de externe accountant 73 a. De schriftelijke vorm b. Het onderzoek van de externe accountant c. Het bereik van de goedkeurende verklaring in de Nederlandse jaarverslagen d. Het bereik van de goedkeurende verklaring in het annual report on Form 20-F e. Instemming van Deloitte US vereist 2.6. De totstandkoming, de betekenis en gevolgen van de controlletters en tweede sideletters De aanloop De brief van 24 augustus De totstandkoming van de controlletter Bompreço the foreseeable future De control- en de tweede sideletter Bompreço Verklaringen van Meurs over de controlletter en de tweede sideletter Vaststellingen De betekenis van de controlletter en de tweede sideletter Bompreço 104 a. Het kader van de beoordeling van de controlletter b. De toetsing c. Aware d. De tweede sideletter e. De controlletter diende een ander doel dan de tweede sideletter f. Meurs verwijzing naar the foreseeable future Het belang van controlletters voor consolidatie naar US GAAP Disco Ahold a. De Brieven b. Verklaringen c. Vaststellingen ICA Ahold 118 a. b. De brieven c. Het NFI-rapport d. Verklaringen over het gebruik van de ICA-sideletters De totstandkoming van de controlletter en de tweede sideletter ICA 122 a, b, c, d, e. Zijn concepten al in februari 2000 opgemaakt en voorgelegd aan Fahlin? f. De toedracht van de ondertekening van de controlletter en de tweede sideletter g. Het oordeel over het tenlastegelegde valselijk opmaken van de controlletter Paiz Ahold 139 a. De brieven b. Verklaringen

5 Hoeven, C.H. van der/ c. Vaststellingen Bekendmaking van ICA-sideletter en voortzetting geheimhouding Strafbepalingen en de beoordeling van de controlletters en de tweede sideletters a. Valsheid in geschrift b. Opzettelijk gebruik maken c.q. opzettelijk voorhanden hebben c. Oplichting van de externe accountant 2.7. De ICA putoptie, het onvermeld laten van strafrechtelijke risico s en de derde sideletter De ICA putoptie Onvermeld laten van strafrechtelijke risico s in de toelichting op de jaarrekening Onvermeld laten van de control- en sideletters bij gelegenheid van de roadshows De derde sideletter Hoofdstuk 3: De consolidatieplicht in het Nederlandse jaarrekeningenrecht Het wettelijk kader van de verplichting tot consolidatie in Boek 2 BW 3.2. De wettelijke ondergrens van de consolidatieplicht 3.3. Richtlijnconforme interpretatie 3.4. De Zevende EEG-richtlijn betreffende de geconsolideerde jaarrekening 3.5. De ondergrens van de mogelijkheden tot het vestigen van een consolidatieplicht 3.6. De geschiedenis van de Wet van 10 november De richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving 3.8. Voorlopige conclusie 3.9. Wijzigingen in de Zevende EEG-richtlijn en nieuwe wetgeving Overheersende c.q. overwegende zeggenschap Slotconclusie over het Nederlandse jaarrekeningenrecht Het oordeel van de rechtbank De toetsing van de feiten Overwegende zeggenschap Documenten Verklaringen Wederom overwegende zeggenschap De controlletters Het oordeel over de consolidatie naar Nederlands jaarrekeningenrecht Hoofdstuk 4: Consolidatie naar Amerikaans jaarrekeningenrecht (US GAAP) 4.1. De gevoerde verweren Hiërarchie US GAAP. Relevante regelgeving FASB en SEC FASB-regelgeving nader beschouwd Accounting Research Bulletins No Statement of Financial Accounting Standards No Accounting Principles Board Opinion No Emerging Issues Task Force Issue No Emerging Issues Task Force Issue No SEC-regelgeving nader beschouwd Regulation S-X SEC Opinion and Order inzake Coopers & Lybrand and M. Bruce Cohen SEC Release Technical Amendment to Rule 3A Toetsing consolidatie naar US GAAP van de vijf joint ventures SEC Litigation Release en Court Complaints inzake Ahold en de vier verdachten SEC-oordeel over het consolidatievraagstuk vóór opstellen control- en sideletters SEC-oordeel over situatie na opstellen control- en sideletters Conclusie Gevolgen voor de ten laste gelegde feiten gerelateerd aan consolidatie naar US GAAP Consolidatie naar US GAAP voor de boekjaren 1997 en Consolidatie naar US GAAP voor de boekjaren 1999, 2000 en

6 Hoeven, C.H. van der/ HOOFDSTUK 1 De strafzaak 1.1. De omvang van het hoger beroep Van der Hoeven, Meurs en Andreae zijn in hoger beroep gekomen van de veroordelingen die de rechtbank bij vonnissen van 22 mei 2006 heeft uitgesproken. Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen alle vonnissen, inbegrepen het vonnis in de strafzaak tegen Fahlin, die door de rechtbank was vrijgesproken de gehele tenlastelegging. Wat betreft de strafzaken tegen Meurs, Van der Hoeven en Andreae geldt in het bijzonder telkens nog het volgende: Uit de akte rechtsmiddel blijkt niet dat de officier van justitie het door hem ingestelde hoger beroep op de voet van artikel 407 lid 2 Sv heeft beperkt tot één of meer van de gevoegde zaken. Evenmin bevindt zich bij de processtukken een akte waarin ligt besloten dat de officier van justitie of de advocaat-generaal de omvang van het hoger beroep alsnog door een partiële - intrekking ex artikel 453 Sv heeft beperkt tot de daarvoor krachtens artikel 407 lid 2 Sv vatbare onderdelen van de vonnis. Gelet op vaste rechtspraak van de Hoge Raad 1 kan aan de mededelingen van de advocaatgeneraal dat het hoger beroep van het openbaar ministerie niet is gericht tegen de vrijspraken die zijn gevallen voor - het onder 4 en 7 aan Andreae tenlastegelegde, - het onder 8 aan Van der Hoeven tenlastegelegde, - het onderdeel annual report on Form 20-F 1997 in het onder 6 aan Meurs en Van der Hoeven tenlastegelegde, niet de betekenis worden toegekend dat deze onderdelen van het tenlastegelegde buiten het door het openbaar ministerie ingestelde hoger beroep vallen. Uit deze mededelingen kan alleen worden opgemaakt dat de reden van het onbeperkt ingestelde - hoger beroep van het openbaar ministerie niet is gelegen in het verkrijgen van een ander rechterlijk oordeel dienaangaande. Het hof zal de mededelingen van de advocaat-generaal aldus opvatten dat zijn vorderingen ten aanzien van deze onderdelen van het tenlastegelegde in de strafzaken tegen Andreae, Meurs en Van der Hoeven telkens strekken tot vrijspraak. Een en ander betekent dat de vier strafzaken, waarvan de grenzen worden bepaald door de meermalen gewijzigde tenlastelegging, thans in volle omvang aan het oordeel van het hof zijn onderworpen De kern van de strafzaken Het verwijt dat het openbaar ministerie de verdachten maakt is globaal weergegeven het volgende: (1). Het was Ahold niet toegestaan om de financiële gegevens van de vijf hieronder te bespreken joint ventures integraal te consolideren in de geconsolideerde jaarrekeningen van Ahold, noch 1 HR 29 maart 1988, LJN AD0253; HR 8 juli 2003, NJ 2003, 649; HR 23 augustus 2005, LJN AT7098; HR 3 april 2007, NJ 2007, 211, LJN AZ5505; HR 29 januari 2008, LJN BC2313; HR 1 juli 2008, NJ 2008, 409; HR 2 december 2008, LJN BF5059.

7 Hoeven, C.H. van der/ naar maatstaven van het Nederlandse jaarrekeningenrecht, noch naar die van het Amerikaanse jaarrekeningenrecht. (2). Om de (Amerikaanse tak van de) externe accountant van het tegendeel te overtuigen werden successievelijk (vier) brieven opgesteld en ondertekend namens zowel Ahold als de betreffende joint venture-partners, waarin telkens per joint venture werd vastgelegd dat Ahold bij de besluitvorming binnen die joint venture uiteindelijk de doorslaggevende stem had (de controlletters ). Vrijwel tegelijkertijd werd echter een viertal andere brieven opgesteld en ondertekend namens telkens dezelfde partijen, waarin het in de betreffende controlletter gestelde werd ontkracht (de tweede sideletters, samen met de controlletter: de sideletters ). (3). Drie van de vier controlletters werden verstrekt aan de externe accountant, die mede op basis daarvan zijn goedkeuring hechtte aan de jaarrekening van Ahold die is opgenomen in de jaarverslagen en de annual reports on Form 20-F. De tweede sideletters werden ten onrechte niet verstrekt aan de externe accountant. (4). In zogeheten letters of representations deelde het management van Ahold de externe accountant ten onrechte mede dat de betreffende jaarrekening, het betreffende annual report on Form 20-F en het prospectus een getrouw beeld gaven in overeenstemming met algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving, dat de externe accountant beschikte over alle financiële administratie ( financial records ) en daarmee verband houdende gegevens ( related data ), en in één geval werd bovendien ten onrechte gemeld dat Ahold (overwegende) zeggenschap / control had over de joint ventures. (5). De jaarverslagen en de annual reports on Form 20-F van Ahold, en de jaarrekeningen daarin, werden opgemaakt naar Nederlands jaarrekeningenrecht. De jaarverslagen zijn onwaar voor zover de joint ventures daarin integraal waren geconsolideerd, en de annual reports on Form 20-F zijn in zoverre om diezelfde reden valselijk opgemaakt. (6). In de jaarverslagen werd een aansluiting gemaakt van resultaat en eigen vermogen naar Amerikaans jaarrekeningenrecht, en in de annual reports on Form 20-F is naar analogie daarvan telkens een zogeheten reconciliation note te vinden. Voor zover daarin de joint ventures - naar maatstaven van Amerikaans jaarrekeningenrecht ten onrechte - integraal zijn geconsolideerd en overigens niet is vermeld dat consolidatie niet was toegestaan, is het jaarverslag en het annual report on Form 20-F voor wat betreft deze aansluiting, respectievelijk reconciliation note valselijk opgemaakt. (7). Publiek is getracht tot inschrijving op effecten te bewegen door het uitgeven van prospectussen waarin ten onrechte geconsolideerde posten zijn gepresenteerd in zogeheten pro forma combined statements, door tijdens zogeheten roadshows geen melding te maken van de elkaar tegensprekende sideletters, en door bij die gelegenheden ten onrechte te stellen dat Ahold (overwegende) zeggenschap had in de joint ventures. (8). In bepaalde jaarverslagen, prospectussen en annual reports on Form-20F is ten onrechte geen melding gemaakt van een putoptie die door Ahold aan de Partners binnen de ICA-joint venture was verstrekt (de Partners Put Option ). (9). Ten slotte is na bekendwording van het bestaan van de (tweede) sideletter inzake ICA Ahold alsnog een supplement to the Shareholders Agreement (de derde sideletter ) opgemaakt waarin ten onrechte wordt gesteld dat Ahold kort gezegd uiteindelijk doorslaggevende zeggenschap had. In de kern genomen ziet het hof zich dus gesteld voor de vragen of Ahold de joint ventures mocht consolideren naar Nederlands en naar Amerikaans jaarrekeningenrecht, en of de controlletters vals zijn. Hieronder zal het hof in afzonderlijke hoofdstukken uitgebreid stilstaan bij de algemene kaders, de hiervoor genoemde jaarverslagen en annual reports, de totstandkoming en de juridische

8 Hoeven, C.H. van der/ duiding van de controlletter en de tweede sideletter (hoofdstuk 2), alsmede bij de consolidatiecriteria naar Nederlands jaarrekeningenrecht en toetsing van de feiten daaraan (hoofdstuk 3), en de consolidatiecriteria naar Amerikaans jaarrekeningenrecht en de toetsing van de feiten daaraan (hoofdstuk 4). De hoofdstukken 1 tot en met 4 zijn in elke strafzaak gelijkluidend. In de daaropvolgende hoofdstukken worden de getrokken conclusies nader uitgewerkt per strafzaak en wordt zo nodig nader stilgestaan bij de rol en wetenschap van de betreffende verdachte. In dit hoofdstuk 1 wordt een oordeel gegeven over de omvang van het hoger beroep en de geldigheid van de dagvaarding De wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 20 april 2006 De verdediging heeft zich in alle zaken verzet tegen toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging die door de officier van justitie is gedaan ter zitting van de rechtbank van 20 april Van het tussenvonnis d.d. 26 april 2006 waarbij deze wijziging werd toegestaan is de verdediging in hoger beroep gekomen, maar dit tevergeefs. De toegewezen vordering behelst op twee onderdelen na niet meer dan enkele verbeteringen en specificaties waartegen de verdediging inhoudelijk geen bezwaar heeft gemaakt Inhoudelijk verweer tegen toevoeging inzake annual reports on Form 20-F De meest essentiële wijziging is opgenomen in het aan Meurs en Van der Hoeven onder 6, het aan Andreae onder 5 en aan Fahlin onder 2 tenlastegelegde kort gezegd valselijk opmaken van de daarin genoemde annual reports on Form 20-F. De zin in ieder geval werd in strijd met de waarheid gesuggereerd dat Ahold (overwegende) zeggenschap ( control ) had over alle in de Annual report on Form 20-F genoemde geconsolideerde rechtspersonen werd door die wijziging vervangen door en/of wordt in voormeld(e) geschrift(en) in strijd met de waarheid gesuggereerd en/of vastgelegd en/of verwerkt dat Ahold (overwegende) zeggenschap ( control ) had over alle in de Annual report on Form 20-F genoemde geconsolideerde rechtspersonen terwijl dat in werkelijkheid naar maatstaven van Nederlands en/of Amerikaans jaarrekeningenrecht niet het geval was. Het inhoudelijke bezwaar tegen deze wijziging is volgens de verdediging dat daarmee de grenzen van het feitbegrip van artikel 68 Sr worden overschreden en dat daardoor aan de verdachte(n) een ander feit in de zin van die bepaling wordt tenlastegelegd dan voordien het geval was. Met name zou hierdoor het verwijt van kort gezegd consolideren in strijd met maatstaven van US GAAP zijn toegevoegd, hetgeen betrekking heeft op de zogeheten reconciliation note in Item 18 van de onderscheidene annual reports on Form 20-F. De rest van het annual report is immers opgemaakt naar maatstaven van Nederlands jaarrekeningenrecht, aldus begrijpt het hof dit inhoudelijke bezwaar. Op zich moet worden toegegeven dat de consolidatiemaatstaven naar enerzijds Nederlands en anderzijds Amerikaans jaarrekeningenrecht niet volledig gelijk zijn. Verschillen in maatstaven

9 Hoeven, C.H. van der/ brengen mee dat zich onder bepaalde omstandigheden een uiteenlopende uitkomst van de toetsing kan voordoen. Daar staat tegenover dat Ahold in de annual reports on Form 20-F een dergelijk onderscheid klaarblijkelijk niet maakte, en evenmin in de Nederlandse jaarverslagen. Uitlatingen van Ahold over kort gezegd de gronden voor consolidatie zijn enkel in algemene zin gedaan. Daarin is geen verwijzing opgenomen naar Amerikaanse maatstaven. De consolidatiekring was naar zal blijken telkens gelijk. Beoordeeld moet dus worden of het ingevoegde onderdeel van de tenlastelegging (1) juridisch voldoende verwantschap vertoont met de - gehele tenlastelegging, en (2) of het feitencomplex dat door de wijziging in de tenlastelegging wordt ingeweven mede wat betreft de gelijktijdigheid in voldoende nauw verband staat met de feiten die aan de tenlastelegging ten grondslag waren gelegd. Hierbij dient de gehele tenlastelegging (dus voor alle genummerde feiten) vóór wijziging in aanmerking te worden genomen. Dit onderdeel van de tenlastelegging is inderdaad niet heel helder over het daarin gemaakte verwijt voor zover dat betrekking zou hebben op consolideren van deelnemingen naar maatstaven van US GAAP. Het begrippenpaar overwegende zeggenschap stamt uit literatuur en jurisprudentie omtrent het Nederlandse jaarrekeningenrecht. De term control daarentegen stamt evident uit het Amerikaanse jaarrekeningenrecht. Anderzijds is ook verdedigbaar dat de aanhaling van de term control in de tenlastelegging slechts verwijst naar het gebruik van die term in de zinnen die de steller van de tenlastelegging uit de annual reports heeft gelicht, kort gezegd de geciteerde consolidatiefrasen. De verdediging begrijpt de tenlastelegging aldus, en is het standpunt toegedaan dat die consolidatiefrase alleen ziet op toepassing van maatstaven naar Dutch GAAP. Dan rijst in dit verband dus de vraag of die in de tenlastelegging aangehaalde consolidatiefrase telkens enkel verwijst naar Dutch GAAP (zoals de verdediging ingang wil doen vinden), of ook naar US GAAP. Dat is namelijk niet evident. De volzin zelf geeft geen uitsluitsel. De zin houdt de vermelding van consolidatiegronden in, en die zouden in dit geval indien correct, en dat is nou juist de vraag - zowel onder Dutch GAAP als onder US GAAP tot consolidatie aanleiding kunnen geven. In de annual reports on Form 20-F wordt deze volzin telkens voorafgegaan door een andere volzin, en wel met de strekking dat de financial statements presented herein and in the notes thereto zijn gebaseerd op geconsolideerde basis in overeenstemming met Dutch GAAP. Die voorafgaande volzin is evident niet helemaal correct, want in de reconciliation notes worden financial statements weergegeven die uitdrukkelijk zijn opgemaakt naar maatstaven van US GAAP. Die voorafgaande volzin heeft ook niet slechts betrekking op het consolidatievraagstuk, maar is veel algemener geformuleerd: de geconsolideerde financial statements zijn opgemaakt overeenkomstig Dutch GAAP, kort gezegd. Voorts zijn (wellicht mede om die reden) deze twee volzinnen in het annual report on Form 20-F over 2001 gescheiden van elkaar 2 en is de in de tenlastelegging aangehaalde consolidatiefrase gepositioneerd in een paragraaf waarin in de volgende alinea expliciet melding wordt gemaakt van consolidatie naar maatstaven van zowel Dutch als US GAAP en van de gevolgen van gebrek aan control. Het is dus nog maar de vraag of de bedoelde consolidatiefrase onverbrekelijk is verbonden met de niet geheel correcte volzin die in de annual reports on Form 20-F tot en met 2000 daaraan voorafgaat. Daar komt nog bij dat in het Andreae, Van der Hoeven en Meurs onder 3 tenlastegelegde en het aan Fahlin onder 1 tenlastegelegde, de onwaarheid van de jaarrekening c.q. valsheid van de aansluiting in de jaarverslagen, wel uitdrukkelijk melding wordt gemaakt van de toetsing naar 2 D/122, p. 77.

10 Hoeven, C.H. van der/ maatstaven van US GAAP. In zoverre brengt de vordering tot wijziging ten opzichte van de hele tenlastelegging al niets nieuws, maar daaraan kan ook de uitleg worden ontleend dat de officier van justitie onder 6 eveneens heeft beoogd een onjuiste toepassing van zowel het Nederlandse als het Amerikaanse jaarrekeningenrecht ten laste te leggen. Met andere woorden de tenlastelegging lijdt aan een euvel waarin moet worden voorzien: gebrek aan duidelijkheid omtrent de maatstaven aan de hand waarvan de consolidatiekring moet worden beoordeeld. Het hof begrijpt de tenlastelegging voorafgaande aan de wijziging dus niet zodanig dat de officier van justitie daarmee enkel en alleen onjuiste toepassing van het Nederlandse jaarrekeningenrecht in de annual reports on Form 20-F had beoogd ten laste te leggen. Het is aan de officier van justitie om die duidelijkheid te geven, en wel zo nodig door middel van wijziging van de tenlastelegging, tot de vordering waarvan hem de wettelijke bevoegdheid ook is gegeven. Wat wél duidelijk is, maar dat is een andere kwestie, is de verwijzing in het onder 6 tenlastegelegde naar de meerbedoelde consolidatiefrasen. Die zijn gespecificeerd met vindplaatsen, zelfs geciteerd. De officier sneed hiermee dus enkel de onjuistheid van die consolidatiefrasen aan en is daarenboven het zij herhaald onduidelijk over de maatstaven waarmee de (on)juistheid van die volzinnen moet worden beoordeeld. De vordering tot wijziging brengt dus ook andere onderdelen van de annual reports on Form 20- F binnen de reikwijdte van de tenlastelegging. Waar voorafgaande aan de wijziging voor zover relevant slechts werd verwezen naar de consolidatiefrasen en er naar s hofs oordeel onduidelijkheid bestond over de toetsingsmaatstaven, wordt ten gevolge van de wijziging onder meer ingevoegd dat in voormelde geschriften in strijd met de waarheid ( ) is vastgelegd dat Ahold ( ) control had over alle in de annual report on Form 20-F genoemde geconsolideerde rechtspersonen terwijl dat in werkelijkheid naar maatstaven van ( ) Amerikaans jaarrekeningenrecht niet het geval was. Daarmee wordt de consolidatie naar maatstaven van US GAAP als verwerkt in de reconciliation notes thans mede onder het verwijt van het onder 6 tenlastegelegde gebracht, daar waar eerder voor zover relevant enkel de consolidatiefrasen waren opgesomd. Het hof acht die toevoeging echter niet strijdig met de voorwaarde die artikel 313 Sv aan wijziging van de tenlastelegging stelt. De wijziging betreft andere passages uit telkens hetzelfde (valselijk opgemaakte) geschrift. De feitelijke grondslag voor de gestelde valsheid is dezelfde, te weten onterechte consolidatie van bepaalde deelnemingen over dezelfde boekjaren. Bovendien, en dat geldt ook indien de tenlastelegging voorafgaande aan de wijziging niet anders had kunnen worden verstaan dan enkel te zijn gericht op toetsing van consolidatie naar maatstaven van Nederlands jaarrekeningenrecht, de toetsing van dezelfde consolidatie van dezelfde deelnemingen over dezelfde boekjaren (met uitzondering van één, namelijk over 1997) was reeds tot uitdrukking gekomen in het aan Andreae, Meurs en Van der Hoeven onder 3, tweede onderdeel tenlastegelegde en Fahlin onder 1, tweede onderdeel tenlastegelegde verwijt dat de aansluitingen naar US GAAP in de Nederlandse jaarverslagen telkens valselijk waren opgemaakt. De tenlastelegging als geheel beschouwd is door de wijziging niet een ander feit in de zin van artikel 68 Sr gaan inhouden. De strekking van het verwijt is in zowel juridisch opzicht (de eis van gelijke strekking van de strafbepaling) als in feitelijk opzicht (samenhang in handelen en schuld) ongewijzigd gebleven.

11 Hoeven, C.H. van der/ Inhoudelijk verweer tegen toevoeging D/336 De verdediging heeft zich in de tweede plaats verzet tegen een wijziging van de tenlastelegging waarin het verwijt is vervat dat de externe accountant is opgelicht. De gewraakte vordering tot wijziging strekte voor zover hier van belang tot toevoeging van de vermelding van document D/336 aan de tenlastelegging. Dit document betreft de op schrift gestelde, ondertekende accountantsverklaring van 6 maart 2001, die ziet op de Nederlandse jaarrekening over het boekjaar 2000, en is gesteld in de Engelse taal. De verdediging voert aan dat hierdoor de tenlastelegging wordt uitgebreid met een feit in de zin van artikel 68 Sr. Die stelling is echter niet juist. Klaarblijkelijk werden de originele, ondertekende, goedkeurende accountantsverklaringen op schrift gesteld in zowel de Nederlandse als de Engelse taal. Document D/335 is van beide een voorbeeld, betrekking hebbend op het jaarverslag over De tekst daarvan werd vervolgens opgenomen in het betreffende Nederlandstalige jaarverslag, respectievelijk het Engelstalige jaarverslag, waarvan documenten D/123 en D/124 voorbeelden zijn. Het een is slechts een vertaling van het ander. Het gewraakte document D/336 betreft derhalve de (in de Engelse taal gestelde) goedkeurende verklaring over het boekjaar De vermelding van dit goed (de brief zelf) was inderdaad nog niet opgenomen in de tenlastelegging, maar naar deze goedkeurende verklaring werd al wel reeds verwezen door opneming van de specificatie D/101, p. 75, te weten de in de Nederlandse taal gestelde tekst van de goedkeurende verklaring, zijnde een woordelijke vertaling van de inhoud van D/336. De wijziging behelst dus geen tenlastelegging van een ander feit in de zin van artikel 68 Sr Formeel verweer wijziging strijdig met beginselen van goede procesorde In de derde plaats heeft de verdediging aangevoerd dat de (vordering tot) wijziging van de tenlastelegging in strijd is met beginselen van een goede procesorde. Ook dit verweer kan niet slagen. Aan de enkele omstandigheid dat de vordering tot wijziging van de tenlastelegging werd ingediend ter zitting van 20 april 2006, na afloop van het repliek dat die dag werd voorgedragen, kan niet het gerechtvaardigde en dus rechtens te honoreren vertrouwen worden ontleend dat de officier van justitie van zijn bevoegdheid om wijziging van de tenlastelegging te vorderen geen gebruik meer zou maken. Die bevoegdheid strekt er immers toe om onduidelijkheden waaraan de tenlastelegging mank gaat weg te nemen. Het is niet uitgesloten dat onduidelijkheden pas bij gelegenheid van of na de pleidooien naar voren komen. Uiteraard dient de raadsman tijd en gelegenheid te krijgen zich te preparen op het voeren van de verdediging. Een wijziging van de tenlastelegging kan onder omstandigheden ertoe nopen de raadsman daartoe de noodzakelijke tijd te gunnen. Indien zulks in eerste aanleg niet is gebeurd, dient dat in hoger beroep te worden hersteld. Mede daartoe strekt immers het hoger beroep. Thans heeft het hof zich over de door de raadsman opgeworpen vraag of wijziging in strijd was met beginselen van een goede procesorde te beraden niet alleen naar aanleiding van het onderzoek in eerste aanleg, maar ook naar aanleiding van dat in hoger beroep. In elk geval kan thans worden vastgesteld dat de verdachte en zijn raadsman tot op heden voldoende tijd en gelegenheid hebben gehad zich te verweren tegen de (gewijzigde) tenlastelegging. Dat wordt ook

12 Hoeven, C.H. van der/ niet betwist. Daarmee is s hofs oordeel echter gegeven: er is niet gehandeld in strijd met beginselen van een goede procesorde. Ten overvloede overweegt het hof dat ook in eerste aanleg de vermeende c.q. gewraakte toevoeging van toepassing van maatstaven naar US GAAP bepaald niet uit de lucht kwam vallen. Zoals gezegd moest daarvan reeds een beoordeling plaatsvinden op de grondslag van het onder 3 tenlastegelegde en was die toepassing een belangrijk discussiepunt in de hele Aholdzaak. De door de officier op 20 april 2006 gevorderde wijziging was derhalve niet zodanig ingrijpend dat zij zonder meer tot schorsing van het onderzoek ter terechtzitting had moeten leiden, zonder welke schorsing aldus begrijpt het hof - de wijziging in strijd zou zijn met beginselen van een behoorlijke procesorde. Het hoger beroep tegen het tussenvonnis wordt afgewezen De geldigheid van de dagvaarding Kader van beoordeling Alvorens kan worden voortgegaan met het schetsen van de kaders van deze strafzaak zal het hof naar aanleiding van tot nietigverklaring strekkende verweren de geldigheid van de dagvaarding beoordelen. Daarbij neemt het hof in ogenschouw dat het hof gedurende de vele terechtzittingen die zijn gewijd aan deze strafzaken geen enkel moment heeft kunnen vaststellen of zelfs maar de indruk heeft gekregen dat er tussen één of meer van de procesdeelnemers verschil van mening was c.q. er bij één of meer van hen misverstanden of onbegrip bestonden omtrent het door het openbaar ministerie in de tenlastelegging geformaliseerde verwijt zoals het hof dat in paragraaf globaal heeft weergegeven. Bij de beoordeling van de geldigheid van de dagvaarding naar aanleiding van nietigheidsverweren die de tenlastelegging tot onderwerp hebben, slaat het hof tegen de achtergrond van alle processtukken acht op de gehele tenlastelegging en - voor zover van toepassing - de samenhang daarin, en niet slechts op het op het door de verdediging aangesneden onderdeel daarvan. Het hof bespreekt de onderscheidene verweren gerubriceerd naar het onderwerpelijke delict uit de tenlastelegging. De nietigheidsverweren houden steeds in dat de hieronder besproken onderdelen van de tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig, onbegrijpelijk, onvoldoende specifiek en overigens onduidelijk zijn. Voor het overzicht van de lezer stelt het hof telkens een parafrase van de tenlastelegging voorop, wordt vervolgens verkort melding gemaakt van het verweer en volgt daarna s hofs oordeel Openbaarmaking onware jaarverslagen feit 3 in de zaken Van der Hoeven, Meurs en Andreae, feit 1 inzake Fahlin Het gaat hier om het verwijt dat de genoemde verdachten opzettelijke een onware jaarrekening openbaar hebben gemaakt. Daarin is mede verwoord dat de consolidatie die aan de jaarrekeningen ten grondslag heeft gelegen telkens is gebaseerd op een valse sideletter. De verdediging, althans de raadsman van Meurs, heeft aangevoerd dat ten aanzien daarvan niet duidelijk is wat wordt bedoeld met "sideletter" en dat het evident is dat de sideletterdiscussie niet over het algemeen gevoerd kan worden, maar per deelneming en per jaar. Het hof oordeelt evenwel anders. Mede tegen de achtergrond van het onderliggende dossier is duidelijk dat met valse sideletters worden bedoeld de vier brieven die thans te boek staan als

13 Hoeven, C.H. van der/ controlletters, en die volgens een ander onderdeel van de tenlastelegging als middel tot misleiding zijn gehanteerd ten opzichte van de externe accountant. In die betekenis is volgens de steller van de tenlastelegging daarop de consolidatie gebaseerd. Van de (achtergehouden) tweede sideletter is nimmer betoogd en bediscussieerd dat daarin enige valsheid is gelegen. Onder die omstandigheden kan van enig misverstand geen sprake zijn, en daarvan is dan ook niet gebleken. Inmiddels heeft de advocaat-generaal door wijziging van de tenlastelegging de daarin genoemde documenten voorzien van een specificatie zodat ieder mogelijk misverstand is weggenomen Publieksmisleiding feit 4 in de zaken Van der Hoeven, Meurs en Andreae Deze tenlastelegging bevat voor zover relevant het verwijt dat is getracht het publiek tot inschrijving of deelneming te bewegen door het opzettelijk verzwijgen of verminken van ware feiten c.q. voorspiegelen van valse feiten of omstandigheden. In de periode van december 1999 tot en met mei 2000 zijn potentiële beleggers tijdens roadshows en via uitbrengen van persberichten voorgelicht, waarbij verdachte en anderen ten onrechte stelden dat Ahold (overwegende) zeggenschap had in vijf met name genoemde rechtspersonen en is het bestaan van relevante informatie verzwegen, namelijk elkaar tegensprekende sideletters. Voor wat betreft dit feit heeft de verdediging aangevoerd dat niet duidelijk is welke roadshows in de tenlastelegging worden bedoeld. Die is dan ook onvoldoende specifiek. Noch blijkt welke onderwerpen aan de orde zijn gekomen en wie er als publiek aanwezig waren. Niet duidelijk is op welke sideletters hier wordt gedoeld, aldus de verdediging. Dit verweer kan niet slagen. Uit de tenlastelegging van dit feit in samenhang bezien met de verwijzing naar de prospectussen en de publicatiedata daarvan volgt dat de roadshows die de steller van de tenlastelegging voor ogen stonden samenhingen met de emissie in mei 2000 en de informatievoorziening die daarmee gepaard ging van de zijde van Ahold. Voor de verdachte was dan ook zonneklaar dat met de roadshows wordt gedoeld op de bijeenkomsten die onder die noemer plaatsvonden ten behoeve van de in aandelen Ahold geïnteresseerde belegger. Meurs en Van der Hoeven hebben beiden reeds bij hun FIOD-verhoren verklaard over de bedoelde roadshows, en op welke categorie bijeenkomsten de tenlastelegging het oog heeft is dan ook voldoende duidelijk. Dat over die roadshows in het dossier betrekkelijk weinig informatie is te vinden, betreft een andere kwestie. Het openbaar ministerie is niet gehouden in de tenlastelegging te vermelden wanneer precies waar een roadshow is gehouden, wat daarbij aan de orde is gekomen en wie daarbij behalve verdachte(n) nog meer aanwezig waren. Het verwijt is duidelijk: tijdens geen enkele van de roadshows ten behoeve van de emissie van mei 2000 is melding gemaakt van de elkaar tegensprekende sideletters. Met elkaar tegensprekende sideletters kan niet anders zijn bedoeld dan enerzijds de vier controlletters en anderzijds de daaraan tegengestelde tweede sideletters. Op geen enkel moment heeft het hof ook maar de indruk gekregen dat bij de verdachten en hun raadslieden hierover misverstanden bestonden Valse letters of representations feit 5 inzake Van der Hoeven en Meurs Deze tenlastelegging bevat het verwijt dat letters of representations valselijk zijn opgemaakt doordat daarin in strijd met de waarheid is gesteld - dat de betreffende jaarrekening, het annual report on Form 20-F s en het prospectus een getrouw beeld gaven in overeenstemming met (in Nederlandse en Amerikaanse

14 Hoeven, C.H. van der/ jaarrekeningenrecht) algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving (punt 1 in die documenten); - dat alle financiële administratie ( financial records ) en daarmee verband houdende gegevens ( related data ) waren verstrekt aan de accountant; - dat de joint ventures geconsolideerd waren omdat Ahold (overwegende) zeggenschap ( control ) uitoefende over deze rechtspersonen ( partnerships ) (zie D/129, 10 e punt); - dat zich na 2 januari 2000 geen feiten hebben voorgedaan die nopen tot aanpassingen van of openbaarmaking in de financiële verslaggeving (zie D/367, pt. 2). De verdediging heeft betoogd dat de steller van de tenlastelegging vijf boekjaren op één hoop heeft gegooid terwijl de feitelijke situatie in die boekjaren totaal verschillend was. Voor wat betreft het eerste gedachtestreepje van feit 5 heeft de verdediging aangevoerd dat er sprake is van een gebrekkige aansluiting tussen de Nederlandse tekst van de tenlastelegging en de in het Engels gestelde onderliggende documenten. Er zijn termen in de tenlastelegging die in de lucht hangen, zoals "getrouw beeld" en "jaarrekening". Hierdoor wordt de tenlastelegging onduidelijk en innerlijk tegenstrijdig. De omstandigheden van het geval worden niet in de tenlastelegging betrokken. Door het gebrek aan precisering mist de verdediging de noodzakelijke oriëntatie. De gedachte dat het niet getrouwe beeld zou worden veroorzaakt doordat joint ventures ten onrechte werden geconsolideerd, wordt weer ontkracht door de separate vermelding van deze onterechte consolidatie onder het derde gedachtestreepje. Voor wat betreft het tweede gedachtestreepje heeft de verdediging aangevoerd dat tegen de achtergrond van de omvang van Ahold en de bijbehorende administratie, het openbaar ministerie gehouden was meer specifiek te zijn omtrent wat wordt verstaan onder "alle (financiële) administratie en daarmee verband houdende gegevens". Ten aanzien van het derde gedachtestreepje heeft de verdediging betoogd dat het Openbaar Ministerie had moeten preciseren welke deelnemingen ten onrechte zijn geconsolideerd. Alle door Ahold geconsolideerde deelnemingen worden hier over één kam geschoren. Bovendien is volgens de raadsman van Meurs evident dat het hierop betrekking hebbende debat in rechte niet op deze wijze over het algemeen gevoerd kan worden, maar dat het tenlastegelegde feit in zoverre duidelijker per deelneming en per jaar omschreven dient te worden. Ten aanzien van het vierde gedachtestreepje voert de verdediging aan dat het onduidelijk is op welk feit of welke feiten dit deel van de tenlastelegging ziet. Het hof volgt de verdediging hierin niet. De met nummers en data gespecificeerde letters of representations waarvan de tenlastelegging melding maakt zijn telkens in de Engelse taal gesteld. In de tenlastelegging zijn klaarblijkelijk de passages in die brieven die als strijdig met de waarheid worden aangemerkt, uitgelicht en in het Nederlands vertaald, alsmede voorzien van een verwijzing. Daardoor kan er geen enkel misverstand zijn over welke onderdelen van de onderscheidene brieven volgens de tenlastelegging als vals moeten worden bestempeld. Ook de vertaling van financial statements in jaarrekening en fairly presented in getrouw beeld geeft meer dan voldoende specifiek aan welke passages in de brieven wordt bedoeld, en met die vertaling is naar s hofs oordeel niets mis. 3 Aan precisering ontbreekt het dus beslist niet. Voorts zijn geen vijf boekjaren op één hoop gegooid, maar zijn wel zes brieven over vijf boekjaren in één tenlastelegging opgenomen; de splitsing die daarbij per brief en per boekjaar moet worden aangebracht kan aan de hand van deze tenlastelegging probleemloos plaatsvinden. 3 Zie bijvoorbeeld de Engelstalige versie van de goedkeurende verklaring van 6 maart 2001, waarvan de Nederlandstalige versie is te vinden in het jaarverslag over 2000, D/101, p. 75. Jaarrekening is vertaald met financial statements en getrouw beeld is vertaald met fair view.

15 Hoeven, C.H. van der/ Wat daarentegen wel ontbreekt in de tenlastelegging is een beschrijving van de gronden waarop zou moeten worden aangenomen dat de betreffende passages in strijd met de waarheid zouden zijn opgemaakt. In zoverre is de tenlastelegging a-specifiek. Dit gemis wordt evenwel ruimschoots gecompenseerd door de gehele tenlastelegging, waarin uitdrukkelijk melding wordt gemaakt van valselijk opgemaakte c.q. achtergehouden sideletters, alsmede van onware en valselijk opgemaakte jaarrekeningen, jaarverslagen en annual reports on Form 20-F, zijnde globaal gesproken oorzaak en gevolg van de consolidatieproblematiek waardoor de gestelde valsheid van de letters of representations wordt teweeggebracht. De deelnemingen die ten onrechte zijn geconsolideerd, zijn in diverse andere onderdelen van de gehele tenlastelegging met name genoemd. Het deel van de administratie van Ahold en de relevant data die zijn achtergehouden kunnen niet anders betreffen dan de verhulde tweede sideletters. Dat nog meer documenten of gegevens verborgen zijn gehouden, is gesteld noch aannemelijk geworden. In het licht van die toelichting is er geen enkel misverstand over het hier besproken onderdeel van de tenlastelegging, en deze toelichting is zelfs met enkel globale kennis van de strafzaak te bevatten. Dat geldt temeer voor de verdachten en hun raadslieden. Van enig misverstand van de zijde van de verdachten en hun raadslieden is geheel niet gebleken bij gelegenheid van de vele langdurige terechtzittingen Valsheid in geschrift ten aanzien van de annual reports on Form 20-F feit 6 inzake Van der Hoeven en Meurs, feit 5 inzake Andreae en feit 2 inzake Fahlin Deze (gewijzigde) tenlastelegging bevat in de kern genomen het verwijt dat de annual reports on Form 20-F valselijk zijn opgemaakt door daarin in strijd met de waarheid een aantal uitspraken te doen over de gronden voor consolidatie (hierboven de consolidatiefrasen genoemd) namelijk en all companies in which Ahold can exercise control or where Ahold has a direct or indirect interest of more than 50% are included in the consolidation Ahold consolidates all companies over which it exercises control, as evidenced by majority ownership (51%) or through control of management en door in voormeld geschrift in strijd met de waarheid te suggereren, vast te leggen en te verwerken dat Ahold (overwegende) zeggenschap ( control ) had over alle in de annual report on Form 20-F genoemde geconsolideerde rechtspersonen, terwijl dat in werkelijkheid naar maatstaven van Nederlands en Amerikaans jaarrekeningenrecht niet het geval was. De verdediging voert aan dat het openbaar ministerie een zoekplaatje heeft gecreëerd over een reeks van jaren met een oneindig aantal geconsolideerde partnerships. Het openbaar ministerie was gehouden per jaar gespecificeerd aan te geven ten aanzien van welke partnerships het Openbaar Ministerie van oordeel is dat deze ten onrechte geconsolideerd werden. Het hof verwerpt dit verweer. In dit onderdeel van de tenlastelegging heeft de opsteller ervan zeer specifiek melding gemaakt van die passages in de onderscheidene annual reports on Form 20-F die als vals zouden moeten worden aangemerkt. De gronden voor die valsheid worden niet gespecificeerd, maar volgen voldoende duidelijk uit de tekst. Bijvoorbeeld, de volzin waarin Ahold kort gezegd stelt dat het alle deelnemingen consolideert waarover het zeggenschap uitoefent, is in strijd met de waarheid opgemaakt, aldus de tenlastelegging. Niet wordt vermeld om welke reden die zin onwaar is, maar tegen de achtergrond van de gehele tenlastelegging is

16 Hoeven, C.H. van der/ duidelijk dat hiermee wordt bedoeld dat Ahold méér deelnemingen heeft geconsolideerd dan waarover het zeggenschap uitoefende, en dat zulks in strijd is met de toepasselijke maatstaven van het jaarrekeningenrecht. Welke deelnemingen dat dan precies waren is evenmin vermeld, en dat had niet misstaan. Wederom is duidelijk aan de hand van de gehele tenlastelegging en aan de hand van het dossier welke deelnemingen hier worden bedoeld. De gehele tenlastelegging betreft geen zoekplaatje Oplichting van de externe accountant feit 7 inzake Van der Hoeven en Meurs, feit 6 inzake Andreae, feit 3 inzake Fahlin Deze (gewijzigde) tenlastelegging bevat het verwijt dat met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen de externe accountant (Deloitte) is bewogen tot afgifte van goedkeurende accountantsverklaringen en/of auditors reports (D/100 p. 77, D/101 p. 75, D/102 p. 72, D/120 p. 49, D/121 p.64, D/122 p. 69, D/330, D/335, D/336), door - telkens een brief te overhandigen waarin in strijd met de waarheid was opgenomen dat (tussen Ahold en haar wederpartij is overeengekomen dat) in het geval geen consensus zou worden bereikt over een bepaalde kwestie, het voorstel van Ahold uiteindelijk doorslaggevend zou zijn; - telkens een brief waarin de inhoud van bovenstaande brief wordt betwist en weersproken aan Deloitte te onthouden; ad D/137, D/138 en D/139; - een brief waarin staat vermeld dat (tussen Ahold en haar wederpartij is overeengekomen dat) alle beslissingen ten aanzien van Paiz Ahold N.V. in consensus zullen worden genomen aan Deloitte te onthouden; - het bestaan van relevante informatie (namelijk de side letters ) met betrekking tot de zeggenschap over met name genoemde joint ventures te verzwegen. Voor Fahlin en Andreae geldt dat deze tenlastelegging beknopter is dan hier globaal weergegeven. Het hof verwijst naar de aangehechte bijlagen. De verdediging van Andreae en Fahlin heeft betoogd dat het document D/120, zoals genoemd in de tenlastelegging, het annual report on Form 20-F over het jaar 1999 betreft. Aangezien de joint venture ICA Ahold AB (ICA Ahold) nog niet bestond in 1999, is het uitgesloten dat de tenlastegelegde oplichtingshandelingen, die alle betrekking hebben op ICA Ahold, de accountant hebben kunnen bewegen tot het afgeven van een goedkeurende verklaring over het jaar In zoverre is de tenlastelegging dan ook innerlijk tegenstrijdig en dus nietig, aldus de verdediging. Daarnaast heeft de verdediging van Andreae en Fahlin aangevoerd dat nu de originele accountantsverklaringen niet aan het dossier zijn toegevoegd en voorts de in de tenlastelegging genoemde documenten geen "accountantsverklaringen" of "auditors reports" zijn, dit subsidiair zou moeten leiden tot een nietig, want tegenstrijdig, onderdeel van de tenlastelegging. Het hof verwerpt deze verweren. Indien de tenlastegelegde oplichtingshandelingen geen betrekking kunnen hebben op het annual report on Form 20-F zal dat aanleiding kunnen zijn voor vrijspraak. Innerlijk tegenstrijdig is de vermelding van D/120 niet, want dat zou reeds uit de tekst van de tenlastelegging moeten voortvloeien, en dat doet het niet. Op de stelling van de verdediging dat de in de tenlastelegging genoemde documenten geen accountantsverklaringen en auditors reports betreffen komt het hof terug bij de bespreking van dit onderdeel van de tenlastelegging. Het hof volstaat thans met de opmerking dat geen aanleiding wordt gezien de dagvaarding op dit punt nietig te verklaren, aangezien de tenlastelegging niet innerlijk tegenstrijdig is.

17 Hoeven, C.H. van der/ BEWIJSOVERWEGINGEN HOOFDSTUK 2: ALGEMEEN DEEL 2.1. De verdachten, Ahold en de externe accountant Ahold Sinds 1948 zijn de aandelen van Koninklijke Ahold N.V., destijds Albert Heijn N.V. geheten, genoteerd aan de Amsterdamse effectenbeurs. De vestigingsplaats van Ahold is (was) Zaandam, gemeente Zaanstad 4, alwaar het kantoor van Ahold was gelegen. Sedert 1973 heet de vennootschap Ahold N.V., ten teken dat zij een houdstermaatschappij is geworden. Met ingang van 1987, honderd jaar na de oprichting van de onderneming, draagt zij het predicaat Koninklijke. 5 In 1977 begon de internationale expansie van Ahold, met de aanschaf van BI-LO in de Verenigde Staten. Vanaf 1988 stond Ahold genoteerd aan de Nasdaq, en daarna, sinds 1993, aan de New York Stock Exchange. 6 Genoteerd waren niet aandelen in het kapitaal van Ahold, maar zogeheten American Depositary Receipts, die het economisch eigendom van de aandelen vertegenwoordigen. Deloitte & Touche (thans: Deloitte Accountants B.V.) is de externe accountant van Ahold vanaf in elk geval 1992 tot heden. Zij wordt hierna ook Deloitte genoemd Van der Hoeven C.H. van der Hoeven, hierna: Van der Hoeven, is in 1985 tot de raad van bestuur van Ahold toegetreden. In eerste instantie vervulde hij de taak van CFO (Chief Financial Officer). Van 1993 tot 1997 combineerde hij deze functie met die van CEO (Chief Executive Officer). Vanaf 1997 tot 2003 was hij CEO 7. Zelf heeft Van der Hoeven over zijn achtergrond verklaard: 8 Ik heb na mijn middelbare school, economie gestudeerd in Groningen. Ik ben in 1970 afgestudeerd. Toen ben ik bij de Shell begonnen. Eerst als assistent bij de Interne accountantsdienst bij de NAM. Ik heb 15 jaar carrière bij Shell gehad. Daarna heb ik gewerkt in Londen, Curaçao weer in Londen als financieel directeur/commercieel directeur bij de NAM. Dat was van 1980 tot Vervolgens een directiepositie in Oman bij de Shell. Ik ben in 1985 bij Ahold in de Raad van Bestuur gekomen. Ik was in eerste instantie verantwoordelijk voor de financiële zaken bij Ahold. Later in 1989 ben ik ook verantwoordelijk geworden voor Albert Heijn werkmaatschappij binnen de Raad van 4 D/445, artikel In alle Annual Reports on Form 20-F te vinden; zie bijvoorbeeld D/122, p Verklaring Meurs ter terechtzitting van de rechtbank te Amsterdam 7 maart Die notering aan de New York Stock Exchange is overigens beëindigd in V2/1, p V2/01, p. 2.

18 Hoeven, C.H. van der/ Meurs Bestuur. Begin 1993 ben ik voorzitter van de Raad van Bestuur geworden tot februari A.M. Meurs, hierna Meurs genoemd, is in 1997 toegetreden tot de raad van bestuur van Ahold. Vanaf 1992 is Meurs binnen Ahold werkzaam, eerst als directeur administratie. Meurs vervulde vanaf 1997 de taak van CFO. Zelf heeft Meurs meer uitgebreid het volgende verklaard: 9 Ik ben afgestudeerd als doctorandus bedrijfskunde aan de universiteit te Rotterdam en Delft. ( ) In de periode 1976 tot 1991 heb ik in diverse functies gewerkt bij de ABN en de ABN AMRO Bank, zowel in Nederland als in het buitenland. Bij de ABN AMRO Bank ben ik onder andere directeur geweest bij het kantoor in Rotterdam, verder ben ik directeur geweest van een afdeling die zich bezig hield met derivaten. Verder heb ik een periode in Singapore gewerkt als vertegenwoordiger van de ABN Bank inzake investment banking. Vanaf 1992 ben ik in dienst gekomen bij Ahold. In de periode 1992 t/m 1995 was ik directeur financiën. In 1996 was ik directeur business development. Ik de periode 1997 t/m 2002 was ik lid van de raad van bestuur van Ahold. In deze periode 1997 t/m 2002 was ik CFO (Chief Financial Officer). Als Nederlandse vertaling zou ik kunnen geven financieel directeur. In deze hoedanigheid rapporteerden alle financiële disciplines in de Holding aan mij, als eindverantwoordelijke. Met andere woorden de financieel directeur van Albert Heijn rapporteerde niet aan mij. Ik was uiteindelijk verantwoordelijk voor het financiële afdelingen van de Holding. Over het consolidatievraagstuk heeft Meurs verklaard: 10 Consolidatie was mijn verantwoordelijkheid, maar ik was natuurlijk ook afhankelijk van een staf die er meer gespecialiseerd in was dan ik Andreae J.G. Andreae, hierna Andreae, is toegetreden tot de raad van bestuur in Daarbinnen was hij als Liaison Officer Europe verantwoordelijk voor alle Europese activiteiten van Ahold. Zelf heeft Andreae meer uitgebreid verklaard: 11 Ik ben Delfts ingenieur. Vervolgens ben ik gaan werken in Spanje bij Olivetti. Daarna heb ik 7 jaar in diverse functies bij Nutricia gewerkt. Eind 1979 ben ik begonnen bij Ahold. De volgende functies heb ik binnen Ahold vervuld. Site manager in Tilburg, hier was op dat moment het logistieke centrum van Ahold gevestigd. Na 3 jaar ben ik directeur van Marvelo te Zaandam geworden. Dit betreft het productiebedrijf van de private labels van o.a. Albert Heijn. Vervolgens ben ik een jaar area manager te Utrecht geweest. Dit was een soort vooropleiding om te kunnen toetreden tot de directie van Albert Heijn. In 1987 ben ik toegetreden tot de directie van Albert Heijn. Mijn verantwoordelijkheid was directeur operations, dit houdt in het management over alle 9 V3/1, p Proces-verbaal ter terechtzitting van de rechtbank van 14 maart 2006, p V4/1, p. 2 en 3.

19 Hoeven, C.H. van der/ winkels. Na ongeveer 4 jaar ben ik president van Albert Heijn geworden. Dit houdt in dat ik de totale verantwoordelijkheid had over geheel Albert Heijn. Dit heb ik 5 jaar gedaan. In 1997 ben ik lid geworden van de Raad van Bestuur van Ahold. Binnen de Raad van Bestuur ben ik verantwoordelijk voor alle Europese activiteiten van Ahold. Deze functie heb ik nu nog steeds. U vraagt mij of binnen de Raad van Bestuur iedereen een eigen taak had. Ik kan hierop verklaren dat dit het geval is. Ahold heeft de wereldkaart in 3 delen opgesplitst. Voor elk deel is iemand van de Raad van Bestuur verantwoordelijk, dit is in 1997 ingevoerd. Verder is er één voorzitter, dit was C. v/d Hoeven. Daarnaast is er één financiële man, dit was M. Meurs. Bij de komst van US Food service bij Ahold is besloten de verantwoordelijke voor die activiteiten lid te maken van de Raad van Bestuur, hetgeen een uitzondering is op de regionale regel. Zoals ik heb verklaard ben ik verantwoordelijk voor alle activiteiten in Europa. Dit houdt in het management van de diverse bedrijven, zoals Albert Heijn, Deli XL, Ahold Polska, Ahold Espana etc.. Verder hebben wij joint ventures in Europa, zoals ICA Ahold, Jéronimo en Schuitema, waar ik zitting heb in de Board. Ook andere personen van Ahold zitten in deze board. De board is niet het management van de joint venture, maar houdt zich wel meer met de dagelijkse gang van zaken bezig dan dat een Raad van Commissarissen dit zou doen. Mijn primaire verantwoordelijkheid is toe te zien op de groei en de bloei van de betreffende bedrijven. Dit betekent dat ik mij intensief bezig houd met zaken als marketing, positionering van de formules, infrastructuur zoals logistics, informatie technology en sourcing. En naast deze één op één relaties met de werkmaatschappijen, ben ik verantwoordelijk voor het creëren van Europose synergie, zoals gezamenlijke inkopen en groeimodel voor de informatietechnologiestructuur etc.. Bovenop dit alles toezien op een juiste bemanning, c.q. management development van talent om ook de toekomst van het bedrijf veilig te stellen. Daarnaast kijk ik ook naar groeimogelijkheden buiten de bestaande werkmaatschappijen en joint ventures. ICA is ooit mijn initiatief geweest. Hierbij wil ik opmerken dat de besluitvorming met betrekking tot het acquireren van ICA een collectief besluit van de Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen is geweest U vraagt mij of ik ook verantwoordelijk ben voor financiële onderdelen. Hierop kan ik verklaren dat ik bij het operationele financiële management betrokken ben. Hierbij wil ik opmerken dat ik bij haute finance, zoals fiscaliteit, audit, treasury etc. niet betrokken ben. Ahold is op een zodanige manier ingericht dat de Liasons Officers, waar ik er één van ben, verantwoordelijk zijn voor de operationele zaken en andere personen voor de zogenaamde corporate onderdelen. Andreae is per 20 februari 2004 afgetreden als lid van de raad van bestuur van Ahold Fahlin T.R. Fahlin, hierna Fahlin, is per 1 september 2001 lid van de raad van commissarissen geworden van Ahold. Vanaf januari 2002 was hij tevens lid van het audit committee. Meer uitgebreid heeft hij zelf over zijn achtergronden verklaard: 13 Ik heb een diploma in Economie, hetgeen geen universitaire studie is maar voor Zweedse begrippen wel vergelijkbaar. 12 Jaarverslag over 2003, p V6/1, p. 2 en 3.

20 Hoeven, C.H. van der/ Na mijn studie heb ik ervaring in een locale bank en locale retailer opgedaan en mijn dienstplicht vervuld. In 1963 ben ik gaan werken bij de ICA publishing. Van 1967 tot en met 1970 ben ik gaan werken voor een Brits bedrijf. Toen kwam ik terug bij ICA publishing. Vanaf 1975 ben ik gaan werken bij ICA AB, eerst als communication manager en later in de non food sector. In januari 1986 ben ik managing director van ICA AB geworden, vanaf dat moment ben ik verantwoordelijk geweest zowel ICA AB als ook voor ICA Förbundet, dat was een gecombineerde positie. Deze positie heb ik behouden tot het moment van het samen gaan met Ahold. In het jaar 2000, vanaf mei, na het verkrijgen van 50% door Ahold van ICA AB ben ik president van ICA Förbundet gebleven en voorzitter van het bestuur geworden van ICA Ahold AB. In mei 2001 ben ik met pensioen gegaan. Vanaf 1 september 2001 ben ik commissaris geworden van Ahold NV. Bij Ahold ben ik vanaf januari 2002 lid geworden van de Audit Committee. Ik ben tot op heden lid van deze Audit Committee. Dit is een commissie van de Raad van Commissarissen. Fahlin is in juni 2004 reglementair afgetreden als lid van de raad van commissarissen OPV Fahlin, p. 3.

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM arrestnummer: parketnummer: 23-002828-06 datum uitspraak: 28 januari 2009 TEGENSPRAAK PROMIS ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank

Nadere informatie

Bezwaarschrift tegen dagvaarding Cees van der Hoeven

Bezwaarschrift tegen dagvaarding Cees van der Hoeven Bezwaarschrift tegen dagvaarding Cees van der Hoeven Bezwaarschrift ex art. 262 Sv. parketnummer 993354-03 Aan de rechtbank te Amsterdam Geeft eerbiedig te kennen Drs. Cornelis Harry van der Hoeven, wonende

Nadere informatie

Postadres: Postbus l95l8,2500 CM's-Gravenhage

Postadres: Postbus l95l8,2500 CM's-Gravenhage Openbaar Ministerie Functioneel Parket Hoofdoffïcier van lustitie Postadres: Postbus l95l8,2500 CM's-Gravenhage De heer p.t. Lakeman Stichting Sobi Zandpad 18 3631 NK Nieuwersluis Bezoekadres: Enthovenplein

Nadere informatie

Zoekresultaat - inzien document. ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: Uitspraak. Rechtbank Oost-Brabant

Zoekresultaat - inzien document. ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: Uitspraak. Rechtbank Oost-Brabant Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ec Instantie Datum uitspraak 07-10-2015 Datum publicatie 07-10-2015 Rechtbank Oost-Brabant

Nadere informatie

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11 ECLI:NL:GHSHE:2015:3566 Instantie: Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak: 16-09-2015 Datum publicatie: 17-09-2015 Zaaknummer: 20-002514-14 Rechtsgebieden: Materieel strafrecht Strafprocesrecht Bijzondere

Nadere informatie

Vrijstelling van tussenconsolidatie: een paar praktische issues

Vrijstelling van tussenconsolidatie: een paar praktische issues Spotlight Vrijstelling van tussenconsolidatie: een paar praktische issues Hugo van den Ende - Vaktechnisch bureau (National Office), Assurance Jaap Husson - Capital Markets & Accounting Advisory Services,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2015:1805

ECLI:NL:RBNHO:2015:1805 ECLI:NL:RBNHO:2015:1805 Uitspraak Vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND, LOCATIE HAARLEM Strafrecht Datum uitspraak : 10 maart 2015 Parketnummer: 15/840083-08 (ontneming) Vonnis ex artikel 36e van het Wetboek

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE STRAFRECHT. Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop

JURISPRUDENTIE STRAFRECHT. Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop JURISPRUDENTIE STRAFRECHT Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop HR uitspraken 10 februari 2015 Beslissingen voorlopige hechtenis (Cassatie in het belang der wet) HR:2015:247 HR:2015:255 HR:2015:256

Nadere informatie

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Hof Amsterdam 19 januari 2011, nr. 23-001234-09 VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF AMSTERDAM gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 16 december 2008 in de

Nadere informatie

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 oktober 2015.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 oktober 2015. ECLI:NL:RBROT:2015:7773 Instantie: Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak: 29-10-2015 Datum publicatie: 02-11-2015 Zaaknummer: 11/870399-12.ov Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg

Nadere informatie

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer.

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer. 3.8 Meningen van bevraagden ten aanzien van de verstekregeling 3.8.1 Verruiming mogelijkheden verdachte? Uit de verkregen reacties wordt duidelijk dat er uiteenlopende antwoorden zijn gegeven op de vraag

Nadere informatie

Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. ECLI:NL:GHARL:2015:7181 Instantie: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak: 25-09-2015 Datum publicatie: 25-09-2015 Zaaknummer: 21-004143-14 Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2011:BV0705

ECLI:NL:GHSHE:2011:BV0705 ECLI:NL:GHSHE:2011:BV0705 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:ghshe:2011:bv0705 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 09-09-2011 Datum publicatie 11-01-2012 Zaaknummer

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 070.00 ingediend door: hierna te noemen klager`, tegen: hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx LJN: BK6789, Gerechtshof 's-gravenhage, 22-000700-08 Datum uitspraak: Datum publicatie: Rechtsgebied: 16-12-2009 16-12-2009 Straf Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Computercriminaliteit.

Nadere informatie

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de. vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: Uitspraakdatum: 8 april 2013 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden '" 13 februari 2015 Eerste Kamer in naam des Konings 10/02162 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: l. LEIDSEPLEIN BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. Hendrikus Jacobus Marinus DE VRIES,

Nadere informatie

BESCHIKKING INZAKE VERZOEK EX ARTIKEL 475 Jo 460 VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING

BESCHIKKING INZAKE VERZOEK EX ARTIKEL 475 Jo 460 VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME BESCHIKKING INZAKE VERZOEK EX ARTIKEL 475 Jo 460 VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING Gelezen het namens [klager] ingediend verzoekschrift, welke ertoe strekt dat het Hof

Nadere informatie

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen.

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Een makelaar is door de rechtbank als deskundige benoemd om te komen tot de verkoop

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

LJN: BM6944, Gerechtshof Leeuwarden, 24-000403-09 Print uitspraak

LJN: BM6944, Gerechtshof Leeuwarden, 24-000403-09 Print uitspraak Het LJN nummer is belangrijk om terug te zoeken voor derden. +++++ LJN: BM6944, Gerechtshof Leeuwarden, 24-000403-09 Print uitspraak Datum uitspraak: 04-06-2010 Datum publicatie: 07-06-2010 Rechtsgebied:

Nadere informatie

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 Datum uitspraak: 23-07-2009 Datum publicatie: 10-08-2009 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Eerste aanleg enkelvoudig

Nadere informatie

de coöperatie Coöperatieve Rabobank Merwestroom U.A., gevestigd te Hardinxveld- Giessendam, hierna te noemen Aangeslotene.

de coöperatie Coöperatieve Rabobank Merwestroom U.A., gevestigd te Hardinxveld- Giessendam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-40 d.d. 22 januari 2014 (mr. R.J. Paris, voorzitter en mevrouw mr. F. Faes, secretaris) Samenvatting Consument heeft ten tijde van haar

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Vertaling C-49/13 1 Zaak C-49/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 29 januari 2013 Verwijzende instantie: Úřad průmyslového vlastnictví

Nadere informatie

1. Procedure. 2. Feiten

1. Procedure. 2. Feiten Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 155 d.d. 23 augustus 2010 (mr. V. van den Brink, voorzitter, en de heren G.J.P. Okkema en prof. drs. A.D. Bac RA) 1. Procedure De Commissie

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER. Beslissing van 24 juli 2003 in de zaak onder rekestnummer 90/2003 GDW van:

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER. Beslissing van 24 juli 2003 in de zaak onder rekestnummer 90/2003 GDW van: GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER Beslissing van 24 juli 2003 in de zaak onder rekestnummer 90/2003 GDW van: destijds toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder te, thans gerechtsdeurwaarder

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 214 d.d. 6 september 2011 (prof. mr. C.E. du Perron, voorzitter, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Lijfrenteverzekering, informatieplicht.

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 42 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof.mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Autoverzekering. Verzwijging

Nadere informatie

Overeenkomst van (ver)koop van aandelen. [naam vennootschap]

Overeenkomst van (ver)koop van aandelen. [naam vennootschap] Overeenkomst van (ver)koop van aandelen in [naam vennootschap] Tussen: 1. [Statutaire naam], statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaatsnaam] aan de [adres], hier rechtsgeldig vertegenwoordigd door

Nadere informatie

Edelachtbaar college,

Edelachtbaar college, Edelachtbaar college, X% Namens cliënten, a «a ^ ^ ^ ^ ^ M l e n tel^^^^ tekenen wij beroep in cassatie aan tegen de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam van 22 september 2011 op het beroepschrift van 10

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2013:4039

ECLI:NL:RBGEL:2013:4039 ECLI:NL:RBGEL:2013:4039 Uitspraak RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Meervoudige kamer Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]05/860948-13 Uitspraak d.d. 22 oktober 2013

Nadere informatie

Uitspraak ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9608

Uitspraak ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9608 ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9608 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 19-03-2012 Datum publicatie 21-03-2012 Zaaknummer 23-004614-10 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-172 d.d. 23 april 2014 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. E.J. Heck, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG ex artikel 73a Fw verslagnummer 3

FAILLISSEMENTSVERSLAG ex artikel 73a Fw verslagnummer 3 FAILLISSEMENTSVERSLAG ex artikel 73a Fw verslagnummer 3 De inhoud van de aan de rechtbank toegezonden papieren versie van dit verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag. Indien dit verslag

Nadere informatie

de coöperatie Coöperatieve Rabobank [plaats] Friesland Oost U.A., gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene.

de coöperatie Coöperatieve Rabobank [plaats] Friesland Oost U.A., gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-400 d.d. 5 november 2014 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mr. A.P. Luitingh en mr. drs. S.F. van Merwijk leden en mr. E.C. Aarts, secretaris)

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSHE:2012:BV8479

ECLI:NL:RBSHE:2012:BV8479 ECLI:NL:RBSHE:2012:BV8479 Instantie Rechtbank 's-hertogenbosch Datum uitspraak 14-03-2012 Datum publicatie 14-03-2012 Zaaknummer 01/889082-09 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie

Schriftelijke vragen. Inleiding door vragenstelster.

Schriftelijke vragen. Inleiding door vragenstelster. Gemeenteraad Schriftelijke vragen Jaar 2014 Datum akkoord college van b&w van 2 december 2014 Publicatiedatum 5 december 2014 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw M.D.

Nadere informatie

INBRENG IN de naamloze vennootschap: N.V. UNIVÉ HET ZUIDEN SCHADEVERZEKERINGEN, gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal)

INBRENG IN de naamloze vennootschap: N.V. UNIVÉ HET ZUIDEN SCHADEVERZEKERINGEN, gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal) Blad 1 INBRENG IN de naamloze vennootschap: N.V. UNIVÉ HET ZUIDEN SCHADEVERZEKERINGEN, gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal) Heden, ***, verscheen voor mij, mr. **, notaris te **: **, te dezen handelend

Nadere informatie

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de klacht van: 1. A, in zijn hoedanigheid van hoofdinspecteur voor de geestelijke Gezondheidszorg

Nadere informatie

HR 17 februari 2009; grondslagleer: overbodig ten laste gelegde exceptie NJ 2009, 275, zaaknummer: 07/12764A, LJN:BG5620. Noot van M.J.

HR 17 februari 2009; grondslagleer: overbodig ten laste gelegde exceptie NJ 2009, 275, zaaknummer: 07/12764A, LJN:BG5620. Noot van M.J. HR 17 februari 2009; grondslagleer: overbodig ten laste gelegde exceptie NJ 2009, 275, zaaknummer: 07/12764A, LJN:BG5620 Noot van M.J. Borgers 1. De tenlastelegging in de hierboven afgedrukte zaak is toegesneden

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Raad van Toezicht Nederlandse Vereniging van Gecertificeerde Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045

Raad van Toezicht Nederlandse Vereniging van Gecertificeerde Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045 Raad van Toezicht Nederlandse Vereniging van Gecertificeerde Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045 Uitspraak van de Raad van Toezicht van de Nederlandse Vereniging

Nadere informatie

RJ-Uiting 2009-1: Gevolgen van aanpassingen in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek als gevolg van Richtlijn 2006/46/EG van 14 juni 2006

RJ-Uiting 2009-1: Gevolgen van aanpassingen in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek als gevolg van Richtlijn 2006/46/EG van 14 juni 2006 RJ-Uiting 2009-1: Gevolgen van aanpassingen in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek als gevolg van Richtlijn 2006/46/EG van 14 juni 2006 Inleiding Op 22 december 2008 is een aantal artikelen in titel 9 van

Nadere informatie

LJN: BN2676, Rechtbank Utrecht, 16-711618-09 [P] Print uitspraak

LJN: BN2676, Rechtbank Utrecht, 16-711618-09 [P] Print uitspraak LJN: BN2676, Rechtbank Utrecht, 16-711618-09 [P] Print uitspraak Datum uitspraak: 02-07-2010 Datum publicatie: 28-07-2010 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 13 JANUARI 2015 P.14.0564.N/l Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0564.N inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadsman mr. toor te kiest,. _ advocaat bij de balie te Gent, met kan - waar de eiseres

Nadere informatie

1. Procedure. 2. Feiten

1. Procedure. 2. Feiten Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 153 d.d. 23 augustus 2010 (mr. V. van den Brink, voorzitter, en de heren G.J.P. Okkema en prof. drs. A.D. Bac RA) 1. Procedure De Commissie

Nadere informatie

2. Cassatiemiddelen Met betrekking tot dit beroep worden de volgende middelen van cassatie voorgedragen:

2. Cassatiemiddelen Met betrekking tot dit beroep worden de volgende middelen van cassatie voorgedragen: '"Sr "- AANTEKENEN Hoge Raad der Nederlanden Postbus 20303 2500 EH 'S-GRAVENHAGE Datum Referentie Betreft beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem (08/00041) op het hoger beroep

Nadere informatie

Gelet op artikel 1.9, aanhef en onderdeel d, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector;

Gelet op artikel 1.9, aanhef en onderdeel d, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector; (Tekst geldend op: 01-01-2015) Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 10 december 2014, nr. 2014-0000657970, houdende vaststelling van een controleprotocol voor de naleving

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

Privacyreglement EVC Dienstencentrum

Privacyreglement EVC Dienstencentrum PRIVACYREGLEMENT Privacyreglement EVC Dienstencentrum De directie van het EVC Dienstencentrum: Overwegende dat het in verband met een goede bedrijfsvoering wenselijk is een regeling te treffen omtrent

Nadere informatie

DE STATUS VAN HET VERPLICHTE PROCES-VERBAAL VAN DE TERECHTZITTING

DE STATUS VAN HET VERPLICHTE PROCES-VERBAAL VAN DE TERECHTZITTING Prof. dr.ir. A. F.P. van Putten, M. E. Van Putten- Veeken, PO Box 1200, 5602 BE, Eindhoven. V 2011 DE STATUS VAN HET VERPLICHTE PROCES-VERBAAL VAN DE TERECHTZITTING SAMENVATTING In onderstaand onderzoek

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-372 d.d. 13 december 2013 (mr. R.J. Paris, voorzitter, waarbij mr. F. Faes, secretaris) Samenvatting Consument houdt een betaal- en spaarrekening

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=bz...

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=bz... Page 1 of 5 LJN: BZ4987, Rechtbank Alkmaar, 15.740827-12 Datum 20-03-2013 uitspraak: Datum 20-03-2013 publicatie: Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:Niet-ontvankelijkheid

Nadere informatie

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe,

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, X Z (belanghebbende), \ beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2013. Bij brief van 11 oktober 2013 heeft de griffier mij

Nadere informatie

Bij e-mail van 21 juni 2014 heeft beklaagde een verweerschrift ingediend bij de Raad.

Bij e-mail van 21 juni 2014 heeft beklaagde een verweerschrift ingediend bij de Raad. Afwikkeling van huurovereenkomst. Onvoldoende overleg met (mede-)eigenaar. Klaagster en haar ex-partner hebben hun woning te koop aangeboden. Nadat beklaagde de ex-partner van klaagster in contact had

Nadere informatie

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken, ECLI:NL:RBLIM:2013:5859 Uitspraak RECHTBANK Limburg Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer : 03/993017-11 Datum uitspraak : 17 september 2013 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 BEGELEIDENDE NOTA van: de heer V. SKOURIS, Voorzitter van het Hof van Justitie d.d.: 4 februari 2008 aan: de heer

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-270 d.d. 1 oktober 2012 (mr. J. Wortel, voorzitter, de heer H. Mik RA en de heer G.J.P. Okkema, leden en mevrouw mr. I.M.M. Vermeer, secretaris)

Nadere informatie

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 2005/1/13)

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

Artikel 6 Lid van de vereniging kan zijn iedere natuurlijk persoon die instemt met het doel van de vereniging.

Artikel 6 Lid van de vereniging kan zijn iedere natuurlijk persoon die instemt met het doel van de vereniging. Statuten Zoals vastgesteld door het Congres bijeen op 16 december 1990 te Wageningen; waarna verleden in een akte houdende de oprichting van de vereniging, op 4 januari 1991 te Amsterdam; en voor het laatst

Nadere informatie

Bekendmaking Goedkeuring Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen

Bekendmaking Goedkeuring Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen Bekendmaking Goedkeuring Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft een aanvraag ontvangen tot het afgeven van een verklaring in

Nadere informatie

A 2014 N 3 (G.T.) PUBLICATIEBLAD

A 2014 N 3 (G.T.) PUBLICATIEBLAD A 2014 N 3 (G.T.) PUBLICATIEBLAD LANDSBESLUIT van de 10 de januari 2014, no. 14/0032, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Eilandsverordening corporate governance. Op voordracht van

Nadere informatie

ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-295 d.d. 25 oktober 2013 (prof.mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. W.H.G.A. Filott mpf, leden en mevrouw mr. L.T.A.

Nadere informatie

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-113 d.d. 15 april 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mevrouw mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons.

prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons. GCHB 2012-434 Uitspraak van 2 februari 2012 prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons. Consument aanvaardt advies van de Geschillencommissie

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove... Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel

Nadere informatie

F. van Lanschot Bankiers N.V., gevestigd te s-hertogenbosch, hierna te noemen de bank.

F. van Lanschot Bankiers N.V., gevestigd te s-hertogenbosch, hierna te noemen de bank. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-103 d.d. 26 maart 2015 (mr. J. Wortel, voorzitter, prof. dr. A. Buijs en G.J.P Okkema, leden en mr. M.J.M. Fennis, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

de voorzitter van het managementteam van de eenheid Belastinqdienat^ÉI^ van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur,

de voorzitter van het managementteam van de eenheid Belastinqdienat^ÉI^ van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur, uitspraak / GERECHTSHOF 's-hertogenbosch Sector belastingrecht Eerste meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 09/00515 Uitspraak van de eerste meervoudige Belastingkamer op het hoger beroep van de voorzitter

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 6 februari 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 6 februari 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-103 d.d. 2 april 2012 (mr. P.A. Offers, voorzitter, B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

1.2 Belanghebbende heeft bij brieven van 16 mei 2011 en 23 juli 2011 nog stukken in het geding gebracht.

1.2 Belanghebbende heeft bij brieven van 16 mei 2011 en 23 juli 2011 nog stukken in het geding gebracht. GCHB 2011-423 Uitspraak van 10 november 2011 prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr. C.A. Joustra, drs. P.H.M. Kuijs AAG, mr. F.H.J. Mijnssen en mr. F.P. Peijster. Klik hier voor de uitspraak in eerste

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 22/06/2012

Datum van inontvangstneming : 22/06/2012 Datum van inontvangstneming : 22/06/2012 tussenvonnis ç~2~oa2--1 'IOOR FOTOCOprE CONFORM De Griffier. RECHTBANK ROTTERDAM Sector strafrecht Parketnummer: 10/994590-08 luxembourg Datum uitspraak: 4 mei

Nadere informatie

De voorzitter merkt op dat de vergadering wordt gehouden in het Nederlands.

De voorzitter merkt op dat de vergadering wordt gehouden in het Nederlands. Notulen van de Bijzondere Algemene Vergadering van Aandeelhouders gehouden op 15 mei 2014 om 10.30 uur in Hotel Mitland, Ariënslaan 1, Utrecht Aanwezig achter de bestuurstafel: Commissarissen: De heren

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

WERKPROGRAMMA KAPITAAL VERLENGING EUROVERGUNNING

WERKPROGRAMMA KAPITAAL VERLENGING EUROVERGUNNING Werkprogramma bepaling minimaal aanwezig risicodragend vermogen in in Nederland gevestigde ondernemingen met grensoverschrijdend beroepsvervoer 1 1. Regelgevend kader Op grond van de Wet wegvervoer goederen

Nadere informatie

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Beschikking van 7 september 2004 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met zaaknummer 28.2003 van: [ ], wonende te [ ],

Nadere informatie

RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS

RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS RECHTBANK AMSTERDAM Datum uitspraak: 22 mei 2006 op tegenspraak VONNIS van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer, in de strafzaak tegen: VAN DER HOEVEN, Cornelis Harry, geboren te s-gravenhage op 9

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1996 1997 Nr. 352 24 139 Regels met betrekking tot naar buitenlands recht opgerichte, rechtspersoonlijkheid bezittende kapitaalvennootschappen die hun werkzaamheid

Nadere informatie

C/13/555974 / HA ZA 13-1827 28 oktober 2015 8 oordeel dat met deze uitingen sprake was van misleidende publieke berichtgeving. VEB en de stichting stellen dat door deze uitingen de gedupeerde beleggers

Nadere informatie

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Mr. Z. Kasim 1 HR 13 juli 2007, nr. C05/331, LJN BA231 Verplichte deelneming pensioenfonds, criteria arbeidsovereenkomst BW artikel 7: 610, artikel

Nadere informatie

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936 CxS/oiaéi cas Den Haag, 22 OKT 2008 Kenmerk: DGB 2008-4936 X ^_ Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 08/03864) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 29 juli 2008, nr.

Nadere informatie

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 Relevante feiten Als kaderlid van M heeft eerste eiser in 1993 aandelenopties verkregen op aandelen

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 19-11-2014 Datum publicatie 15-04-2015 Zaaknummer 14_7761 OB Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste aanleg

Nadere informatie

REGLEMENT BELANGENVERSTRENGELING FSFE.

REGLEMENT BELANGENVERSTRENGELING FSFE. REGLEMENT BELANGENVERSTRENGELING FSFE. Dit reglement is opgesteld teneinde een transparant bestuur en de integriteit te stimuleren en mogelijke belangenverstrengelingen te voorkomen binnen het FSFE. Het

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure 1 Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 162, d.d. 6 juli 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, prof. mr. drs. M.L. Hendrikse en mr. B.F. Keulen) Samenvatting Betalingsbeschermingsverzekering.

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-287 d.d. 28 juli 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, drs. W. Dullemond en mr. B.F. Keulen, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP 02/2895 AOW en 05/6118 AOW in het geding tussen: [appellant], wonende te Spanje, appellant, en U I T S P R A A K de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

Nadere informatie

105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo

105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo 105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; De werknemer is geschorst vanwege het opnemen van gesprekken met leidinggevenden en het delen van deze opnamen.

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 SEPTEMBER 2014 P.14.1380.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.1380.N O D B, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Alain Vergauwen en mr. Pierre Monville, advocaten

Nadere informatie

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Bron : Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten (Belgisch Staatsblad,

Nadere informatie

De Raad van Toezicht Rotterdam geeft de volgende uitspraak in de zaak van:

De Raad van Toezicht Rotterdam geeft de volgende uitspraak in de zaak van: Taxatie. Onjuiste taxatiewaarde. Tussen klaagster en haar ex-echtgenoot is een gerechtelijke procedure over huwelijkse voorwaarden gevoerd. De ex-echtgenoot heeft daarbij een beroep gedaan op een in zijn

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2015:2577

ECLI:NL:GHARL:2015:2577 ECLI:NL:GHARL:2015:2577 Uitspraak Arrest GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Strafrecht Parketnummer: 21-008157-13 Datum uitspraak: 9 april 2015 Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen

Nadere informatie