Het schemerduister. van de universiteit. Op tal van terreinen van overheidsbeleid

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Het schemerduister. van de universiteit. Op tal van terreinen van overheidsbeleid"

Transcriptie

1 s &..o Op tal van terreinen van overheidsbeleid is sprake van, of wordt althans gestreefd naar, een terugtred van de overheid. Veel wordt overgelaten aan particulier initiatief, aan zelfregulering, aan maatschappelijk overleg. Oat is een reactie op het vergaande streven naar maakbaarheid van de samenleving, heet het. Op het gebied van het hoger onderwijs is deze roep om een bescheidener, afstandelijker overheidssturing niet erg sterk te horen. De afgelopen twintig jaar zijn de maatschappelijke en politieke bemoeienis met de universiteiten sterk toegenomen. Daarvoor bestond een veelheid van redenen: toenemend belang van kennis in een hoogontwikkelde maatschappij, vergroten van de toegangkelijkheid van de vroeger vooral voor een elite beschikbare faciliteiten, democratisering, stimulering van onderwijs en onderzoek, kostenbeheersing. De universiteiten zijn als gevolg van die bemoeienis uit Den Haag en Zoetermeer, maar ook op grond van hun interne ontwikkeling, tot complexe organisaties geworden die tal van bureaucratische trekken vertonen. In die situatie is een bescheiden begin met afstandelijke overheidssturing een druppel op de gloeiende plaat. Bij de behandeling van de nieuwe Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek bleek trouwens onlangs dat de Tweede Kamer aarzelend staat tegenover de voornemens van minister Ritzen om de universiteiten een grotere vrijheid te geven zelf te beslissen over hun onderwijs en onderzoek. Er kwamen ruim zeventig wijzigingsvoorstellen op tafel, waarvan de teneur was dat de Kamer de universiteiten en hogescholen die grotere vrijheid niet van harte toevertrouwt. Is zo de situatie op politiek en bestuurlijk niveau al niet erg Het schemerduister van de universiteit W. J. WITTEVEEN overzichtelijk, de uitwerking van het overheidsbeleid binnen de instellingen zelf is in een soort schemerduister gehuld. De media be- i steden er weinig aandacht aan. Ook de universitaire media signaleren wel veel tandengeknars bij onderzoekers en docenten maar bieden zelden grondige analyses van de effecten van het beleid. Heeft de voorwaardelijke financiering het onderzoek bevorderd of in bureaucratische procedures verstrikt? Wat zijn de oorzaken voor de teuggang in kwaliteit van het onderwijs, waarover niet aileen door studenten vaak geklaagd wordt? Duidelijk is wei dat een van de redenen gezocht moet worden in de verandering van de aard van het werk van docenten en onderzoekers. Of men hier nu positief over denkt (professionaliteit is toegenomen) of negatief (we zijn gedwongen vergadertijgers te zijn), zeker is wei dat veel activiteiten van wetenschappers niet rechtstreeks met wetenschap te maken hebben. Vaak wordt verkondigd dat er een steeds grotere kloof is onstaan tussen enerzijds de vergadercircuits en het daarin geproduceerde papier en anderzijds de praktijk van het feitelijke lesgeven en onderzoeken. De universiteit is een wereld van fictie geworden. Men kan in universitaire kring regelmatig, zij het zelden hardop, vernemen dat het in dat schemerduister niet goed toeven is en dat het nuttige rendement van de toegenomen bestuurslast voor de hoofdtaken van de universiteit betrekkelijk gering is. Dit soort commentaar is trouwens opvallend weinig vertaald in effectieve belangenbehartiging of in politieke actie. Onder de noemer 'het schemerduister van de universiteit' stelt Socialisme &.. Democratie de wenselijkheden, mogelijkheden en grenzen van overheidsbemoeienis

2 s &.o met het universitaire bedrijf aan de orde. Wat is er precies veranderd in het universitaire bestel? Waar liggen de grenzen aan het beleid? Wat wordt er waargemaakt en wat loopt er stuk? De auteurs zijn afkomstig uit verschillende werelden: bestuurlijke colleges, het parlement, vakgroepen en instituten. De perspectieven blijken sterk te verschillen. Om dat naar voren te Iaten komen is geen twee- of driedeling gemaakt, maar wisselen stemmen en posities elkaar af. Opvallend is dat op ons verzoek om mee te werken positiever werd gereageerd door personen met politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheden dan door wetenschappers. Een aantal auteurs van binnen de universiteit haakte af om 'persoonlijke redenen'. Het universitair bestuur is bepaald geen acadernische kwestie.

3 Het is wei eens leerzaam, en voor universiteiten niet zo ongebruikelijk, om naar het verleden te kijken, ook wanneer het gaat om de relatie tussen overheid en universiteit. Sterker nog: het heden is op dit punt niet zo leerzaam. Ik houd het er op, dat zowel overheid als universiteiten momenteel fundamenteel in verwarring zijn over hun eigen positie en de verhouding tot elkander. Er valt geen peil op te trekken. Paradoxen en inconsistenties zijn het dagelijks brood van de universiteitsbestuurder. Die verwarring wijt ik aan het verleden. Met de groei van de moderne welvaartsstaat en de fenomenale groei van het hoger onderwijs daarbinnen, is tussen overheid en onderwijs een vorm van kolonisatie, bevoogding, of patronage (men kieze de gewenste metafoor) ontstaan, waardoor universiteiten zichzelf niet meer zijn. Net als de overheid zien zij hun eigen positie als een onderdeel van het staatsapparaat, als onderdelen van de rijksdienst. In mijn eigen dagelijkse ervaring ben ik altijd weer meer onder de indruk van wat dat verleden heeft aangericht, dan van de relatief geringe problemen in de relatie met de overheid van nu. Er is daarom naar mijn mening in de Nederlandse situatie sprake van een bijna complete verstatelijking van de universiteit. Met die verstatelijking gaat een ambtelijke benadering van universitair bestuur vanuit de overheid gepaard, zich in de bestaande verhoudingen voortzettend in de personele invulling van het universitaire topbestuur, waarvoor de overheid - althans voor de rijksuniversiteiten - verantwoordelijk is. Van de deeltijdse curatoren van vroeger tot de voltijdse colleges van bestuur van nu worden deze functies goeddeels van buiten gedefinieerd. Wie namens de buitenwereld goed op de universitaire winkel past, bestuurt geheel in overeenstemming met de bedoelingen van de opdrachtgever. Wie de universiteit van binnenuit op een eigen en specifieke koers stuurt, loopt aanzienlijk risico. Nederlandse universiteiten worden als gesubsidieerde overheidsinstellingen bovendien nauwelijks als te besturen organisaties gezien. Ze horen aan elkaar zoveel mogelijk gelijk te zijn. Ze zijn in hun on- s &.o Serieus besturen in het schemerduister J.K.M. GEVERS Voorzitter van het Collese van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam 1 derdelen meetbaarder dan als universitaire gehelen. Van buiten gestelde subsidievoorwaarden en eisen van deugdelijkheid hebben in het het verleden de kwaliteit meer formeel dan materieel bewaakt. Oat maakt, dat universiteiten gezien worden als organisaties, waarin de kwaliteit van de primaire processen niet of slechts in geringe mate door de kwaliteit van de eigen organisatieleiding wordt beinvloed. Het hoofd ener school ofhet bestuur van een universiteit lijken niet het succesvolle of falende management van een produktieorganisatie te zijn, noch ziet men ze als dirigent van een orkest, als regie van een gezelschap of als inspiratoren van een beweging. V eeleer fungeren ze in het publieke zicht als het secretariaat van een groepspraktijk. Bedorven discussie Het goede universitaire bestuur begint, volgens rnij, met de constatering, dat het om eigensoortig bestuur gaat. Hoezeer deze uitspraak ook iets verraadt van universitaire eigendunk, de echte vergissing bestaat er in te slordig met de universiteit om te gaan en haar te houden voor iets wat ze niet is. De universiteit is, zoals bekend, geen koekfabriek. Ze is echter ook niet iets meer verwants, geen overheidsdienst, geen professioneel bureau, geen onderneming, geen culturele instelling, geen onderwijsinstelling, geen onderzoeksinstituut, geen hogeschool, al lijkt ze verdacht veel op dat alles. Ze heeft echter een vee] minder herkenbare kwaliteit: dat ze het unieke klimaat en de eeuwenlang beproefde omgeving is voor een aantal onderscheiden activiteiten, somrnige ook elders bekend, andere specifiek voor de universiteit, die zonder dwingend op elkaar aangewezen te zijn, toch met elkaar in een huis bijeen precies dat ene vormen dat universiteit heet. De eigensoortigheid houdt de waarschuwing in het universitair bestuur niet te reduceren tot de afspiegeling van verwant bestuur elders, welke ook voor de universiteit tot norm verheven wordt. Gedesintegreerd bestuur is dan waarschijnlijker dan het alom bepleite integraal bestuur. Per onderwerp 147

4 s &..o 4 I992 worden de universiteit verschillende modellen van elders aangereikt, die het praktisch onmogelijk rnaken de universiteit intern op samenhangende wijze te besturen. Voor personeelsbeleid de ambtelijke dienst, voor studierendement de klassikale schoolorganisatie, voor financien de comptabiliteit, voor studiefinanciering de sociale zekerheid, voor onderzoek de internationale fora, voor studentenvoorzieningen het jongerenbeleid, voor besluitvorming de gemeentelijke democratie, voor overleg op de werkplek het medezeggenschapsmodel, voor maatschappelijke dienstverlening de adviespraktijk, en voor nog enkele vergeten zaken de markt. Deze niet eens zo erg gechargeerde opsomming maakt twee dingen duidelijk. Het is een hele toer zulk een diversiteit aan externe impulsen in het bestuur bijeen te brengen en er is in die opsomming weinig of niets dat universiteiten ooit zelf verzonnen hebben. Oat laatste is een ontnuchterende vaststelling. Bij aile universitaire tradities voegt zich nogaltijd niet een eigensoortige universitaire bestuurstraditie. In dat Iicht stel ik vast, dat de vaderlandse discussie over universitair bestuur bedorven lijkt. Nu komend jaar in het parlement deze discussie wellicht nog eens lusteloos opflakkert, wanneer de nieuwe wetgeving en het nouveaute van universitaire charters aan de orde komen, zal weer blijken dat de discussie achter de muziek van de externe regelgever aanloopt. De hoek van de beperkte charters om en de bocht van de medezeggenschap terug. Zo Iaten we ons als universiteiten op de verkeerde weg helpen. In plaats van het over het goede onderwerp te hebben: de kwaliteit van een eigensoortige universitaire bestuurspraktijk. Duivelse dialectiek Een universiteit die tot zichzelf komt is completer dan de verstatelijkte universiteit. Universiteiten in Nederland hebben zich omwille van het privilege van overheidszorg versmald en tenminste enkele, die daartoe de potentie hebben, dienen zich te herstellen tot een breedte, welke vergelijkbaar is met die van de beste ter wereld. Oat is een ander miskend aspect van hedendaags universitair bestuur. Ik doel niet primair op de breedte van opleidingspakket, maar op wat anders. Versmalling van de universiteit is opgetreden door het verwaarlozen, afstoten of aan anderen overlaten van functies die niet pasten in de centrale overheidsdoelstelling van wetenschappelijk onderwijs, maar die voor het klimaat en voor de uitstraling van de universiteit thans wei weer wezenlijk zullen blijken. Wie wil studeren is als student welkom bij een universiteit. Die universiteit wordt voor een belangrijk deel uit belastinggeld van burgers op redelijkerwijs door de overheid te stellen voorwaarden betaald. Wie financiele bijstand nodig heeft om te studeren, moet aan extra voorwaarden van de verschaffer van die bijstand, en niet van de universiteit, voldoen. Zo simpel hoort dat te zijn en het is een schande voor Nederland dat het hier niet zo simpel is. Nog steeds bevinden universiteiten zich echter onder de doem van de zogeheten Harmonisatiewet, die psychologisch wellicht nog meer dan juridisch het studeren aan een universiteit beperkt tot de smalle categorie van 1 7 tot 2 8 jarige jongeren die financiele bijstand van de overheid genieten. Nederland is daarmee het enige land in de beschaafde wereld geworden, waar de trend is ingezet om de met belastinggeld bekostigde universitaire infrastructuur niet meer voor aile burgers open te stellen. Ons behelpen met 'auditoren' - die uitvinding van verkrarnpte controleurs - is minder dan tweede keus. Ook dit is een voorbeeld van de duivelse dialectiek, die maakt dat de hoge graad van civilisatie die tot uiting komt in de terecht ruimhartige overheidszorg voor wie dat behoeft, effecten teweegbrengt die een bedreiging vormen voor datzelfde beschavingsniveau. Niet aileen financieel wordt een hoge prijs betaald voor een dermate doordringend stelsel van overheidszorg, van w A o tot studiefinanciering. De versmalling van de universiteit beperkt zich niet tot de gevolgen van het recente wetgevende bochtenwerk. We zullen het onderzoek en het onderwijsaanbod in andere richtingen moeten verbreden. Meer aandacht verdienen ouderen, zowel de reeds gepensioneerden ofbijna gepensioneerden, als degenen die op belangrijke wissels in hun carriere staan. Bij beide groepen is voor een dee! de koopkracht voor het goed passende onderwijsaanbod naar mijn inschatting ruim aanwezig. Een ernstige versmalling deed zich sinds de jaren zestig ook voor door de zogeheten vermaatschappelijking van universitaire randfuncties. We zijn weer op de weg terug naar een completere universiteit. Huisvesting van studenten en buitenlandse gasten, een universitaire pers, kunstbeoefening, activiteiten die zich op de stad en regio richten, activiteiten met universitaire uitstraling, als de Amsterdam Summer I. Deze bijdrage is voor een deel gebaseerd op de rede 'Buitensporig bestuur', gehouden bij de opening van het academisch jaar I 99 I/ I 99 2.

5 s&lo University, meer studiefaciliteiten voor studenten, het komt weer langzaam terug en het moet terugkomen binnen het bereik van de universiteit. Deze diversificatie van universitaire activiteiten is naar mijn overtuiging niet zomaar een bijkomend thema. Het gaat over de universitaire identiteit zelf. Uiteraard dienen econornische haalbaarheid en een redelijk in te perken risico eraan ten grondslag te liggen, maar een universiteit als de Amsterdamse, die de schaal en de allure heeft, kan haar missie aileen waarmaken, wanneer ze zichzelf definieert op een bredere basis dan door overheid en overheidsfinancien bepaalde. De versmalling was een vertekening. Er was niet eerst een overheidsdoelstelling en vervolgens een universitaire uitvoering. Er is eerst de universiteit als levend geheel op eigen sappen en daarbinnen is het op overheidstitel verzorgde onderwijs en onderzoek een - uiteraard belangrijke - deelactiviteit. Dan liggen de verhoudingen weer goed.

6 s&..o41992 De noodzaak van sturing Een tijdje geleden heb ik deelgenomen aan een congresje over het juridisch onderwijs. Oat is een onderwerp waarover eens in de zoveel jaar van gedachten wordt gewisseld, en hoewel er, een beetje afhankelijk van het tijdstip waarop er gesproken wordt, wei verschillende standpunten worden ingenomen, valt toch vooral op dat er niet echt nieuwe argurnenten of geheel nieuwe ontwikkelingen in de discussie opduiken. Ik heb het idee dat deze stand van zaken exemplarisch is voor het universitair onderwijs: bij zijn afscheid als rector magnificus van de Rijksuniversiteit Groningen heeft Engels afgelopen september een geheel op historische gegevens berustende rede gehouden, waarmee hij heel precies de dilemma's van vandaag aangaf. Er is, kortom, weinig nieuws onder de zon; aileen gebrek aan historisch besef geeft ons het idee dat wij het wiel uitvinden. Op dat congres heb ik niettemin op een punt gewezen dat werkelijk veranderd is, en dat betreft de ook historisch gezien geweldige omvang van het aantal studenten, met daaraan gekoppeld het aantal stafleden, zowel wetenschappelijke als, in het verlengde daarvan, niet-wetenschappelijke. Die groei, ongetwijfeld een gevolg van de ook door sociaal-democraten toegejuichte externe democratisering, heeft grote gevolgen gehad: voor de organisatie van de universiteiten, voor de financiering ervan en bijgevolg voor de aandacht van de overheid voor de universiteiten. Ik werk die gevolgen hieronder uit. Bestuurslast De enorme groei van de universiteiten heeft een meer complexe organisatie noodzakelijk gemaakt. Was het tot het begin van de jaren zestig niet meer dan normaal dat iedere hoogleraar geheel zelfstandig zijn eigen onderwijs inrichtte, en met niemand iets te maken had wanneer het om zijn onderzoek ging, een dergelijke situatie is met de huidige omvang van de studentenaantallen, en met de daarmee noodzakelijk geworden omvang van het personeel, absoluut ontoereikend geworden. Niet individuen zijn meer verantwoordelijk voor de inrichting van hun onderwijs, maar vakgroepen (tenminste voor de M.J. COHEN Rector maanificus van de Rijksuniversiteit Limbura grote lijn daarvan; individuen behouden uiteraard hun verantwoordelijkheid voor de uitvoering). Oat vergt overleg. Nieuwe categorieen personeel worden ingezet om het geven van het onderwijs mede mogelijk te maken: personeel met aanzienlijk minder onderwijs- en onderzoekervaring dan de van oudsher aanwezige hoogleraren. Ook dat vergt over leg, coordinatie en, steeds meer, begeleiding, zeker wanneer het besef groeit dat die nieuwe categorieen, ook weer vanwege hun inmiddels aanzienlijke aantallen, systematische begeleiding vragen voor het verrichten van hun onderzoek, dat noodzakelijk is voor hun verdere wetenschappelijke ontwikkeling. Voor de organisatie van onderwijs en examinering kan niet Ianger volstaan worden met simpele roosters en handmatig bijgehouden examenresultaten. Aparte bureaus voor de organisatie van onderwijs en examinering worden in het Ieven geroepen. Ook dat vergt overleg, op basis van inmiddels verdeelde bevoegdheden. En dan het onderzoek, waarin niet aileen veel meer geld omgaat dan vroeger, maar waarin bovendien het aantal disciplines en subdisciplines fors is gegroeid, waardoor samenwerking een aanzienlijk belangrijker plaats is gaan innemen. Ook dat vergt overleg, onderhandelen en lobbyen over middelen, personeel, richting van het onderzoek e.d., met andere woorden, je bezighouden met zaken die aileen maar indirect als behorend tot je hoofdtaak kunnen worden gerekend. Kortom, universiteiten hebben zich ontwikkeld tot prifessionele oraanisaties, organisaties waarin professionals tot samenwerking, en dus tot samen besturen, zijn gedwongen, zonder dat zij over het algemeen zin hebben in dergelijk bestuur, sterker, dat als zonde van hun tijd beschouwen, en zonder dat zij voor dat bestuur behoorlijk gekwalificeerd zijn: universitaire stafleden worden uitgezocht op hun onderzoek- en (hopelijk) op hun onderwijsprestaties, maar niet op hun bestuurlijke kwaliteiten. Toch is dergelijk 'zelfbestuur' nodig: professionals accepteren geen hierarchisch bestuur, en dat past ook niet in dergelijke organisaties. Het valt niet te ontkennen dat de bestuurslast aan

7 s &.o de universiteiten aanzienlijk is toegenomen en dat deze afleidt van de hoofdtaken onderwijs en onderzoek; maar het lijkt een onvermijdelijk gevolg van de groei van de universiteiten van kleine en overzienbare eenheden tot de massa-organisaties die zij nu zijn. De groei van de universiteiten heeft grote financiele gevolgen gehad. Die worden in sterke mate gedragen door de overheid. Het budget is zo aanzienlijk geworden, dat die overheid waar wil voor haar geld. Maar er is meer: goede universiteiten, dat wil zeggen de mogelijkheden voor goede, hoogwaardige opleidingen en het verrichten van onderzoek dat ook in internationaal opzicht met het beste kan wedijveren, zijn in toenemende mate van belang geworden voor de ontwikkeling van Ianden zoals Nederland, die het vooral van hun human capital moeten hebben. Het belang van de overheid bij goed functionerende universiteiten is daarmee enorm toegenomen. En waar de beheersing van de geldkraan en het hebben van een dergelijk belang samenkomen, betekent dat maar een ding: willen sturen. Nu zijn de mogelijkheden om te sturen ook aanzienlijk toegenomen, omdat de ontwikkeling van wetenschappelijke expertise op dit punt ertoe heeft geleid dat wij niet aileen veel meer relevante informatie over ontwikkelingen in het wetenschappelijke onderwijs hebben dan vroeger (wij weten beter wat relevante feiten zijn en wij zijn in staat om die te verzamelen), maar dat wij er bovendien, beetje bij beetje, met vailen en opstaan, in slagen om ijkpunten te ontwikkelen die iets zeggen over prestaties van onderzoek en onderwijs: wij meten output van onderwijs en onderzoek, wij kennen voorwaardelijke financiering, onderzoekscholen komen eraan, visitatiecommissies maken hun ronde. Kortom, wij investeren nogal wat om iets te kunnen zeggen over de kwaliteiten van onze universiteiten, en om op basis daarvan beleid te voeren. Heilzame werkin9 De kans is groot dat een lid van de universitaire gemeenschap die dit stukje tot hier heeft gelezen, inmiddels de verzuchting heeft geslaakt dat hier weer iemand aan het woord is die vanuit het centrale universitaire niveau inmiddels nog maar zo weinig voeling heeft met het werkelijke werk, dat hij is gaan geloven in al die sturingsmiddelen die in de vorige alinea zijn vermeld: mandarijnentaal van een centrale bestuurder. Ik sluit dat niet helemaal uit, maar wil in dit verband toch op een eigen, niet onbelangrijke ervaring wijzen uit de tijd dat ik nog op het facultaire niveau werkzaam was. De decanen van de juridische faculteiten ( ook al weer zo'n over leg) bespraken, ik schat zo'n twee jaar geleden, hun ervaringen ten aanzien van de voorwaardelijke financiering, een instituut waarover ieder van hen in de afgelopen jaren de meest gruwelijke grappen had gemaakt. Bij voorwaardelijke financiering gaat het om min of meer grootschalige projecten, waarin wetenschappers van diverse pluimage op basis van uitgeschreven plannen samenwerken, en juist juristen hebben altijd met kracht van argumenten geroepen dat op die manier ingericht onderzoek haaks staat op aard en functioneren van het veelal praktijkgerichte, moeilijk planbare en meestal individueel verrichte onderzoek dat zij doen. En wat blijkt in die vergadering, schoorvoetend, maar lmaniem? Men is het erover eens dat die van bovenaf opgelegde voorwaardelijke financiering toch wei een zekere heilzame werking heeft gehad op de onderzoeksprestaties binnen de faculteiten. Misschien deugt de vorm van de voorwaardelijke financiering nog steeds niet ( overigens in de loop van haar bestaan met enige regelmaat bijgesteld), maar toch: zij heeft stimulerend gewerkt. Misschien hadden andere middelen dat ook wei gedaan, maar die waren er niet, en deze wei. Zo zijn er meer voorbeelden: visitatiecommissies (door de universiteiten in eigen beheer uitgevoerd, maar wei met krachtige stimulans vanuit de overheid) winnen aan invloed, kankeren op onderzoekscholen mag, maar we rennen er wei achter aan, en hoewel dat nu nog niet met zekerheid te zeggen valt, lijkt de kans mij toch aanzienlijk dat zij hun effect op het universitaire beleid niet zuilen rnissen. Hebben wij al dat moois nu te danken aan overheidssturing? En, als dat al zo is, hebben wij die overheidssturing daarvoor ook echt nodig? Wat de eerste vraag betreft, ik heb in het voorafgaande proberen duidelijk te maken dat de toegenomen universitaire (be-) sturing zeker niet aileen een kwestie van overheidsbeleid is geweest. Maar de overheid heeft er wei degelijk aan bijgedragen, en die bijdrage is zeker niet vruchteloos geweest. En 'wat de tweede vraag betreft: hadden de universiteiten dat niet net zo goed zelfkunnen doen vanuit het ook daar levende besef dat hoogwaardig onderwijs en onderzoek van levensbelang is? Nee, niet aileen, een taakverdeling tussen overheid en universiteiten is aangewezen. Die taakverdeling hoort in zeer grote trekken langs de volgende lijnen te verlopen. De universiteiten moeten vrijheid hebben om op hun eigen terrein - onderwijs en onderzoek - te doen wat hun goeddunkt, met de verplichting om over hun plannen en vooral hun resultaten, verantwoording af te leggen, aan de samenleving en aan de overheid; vandaar de in eigen beheer uitgevoerde

8 s &.o onderwijsvisitaties en onderzoeksbeoordeling. De overheid moet terughoudend zijn in haar beinvloeding daarvan, al ligt het voor de hand dat zij die plannen becommentarieert en de mogelijkheid heeft om te sturen op basis van de resultaten die uit die verantwoording blijken. Daamaast heeft zij haar eigen prioriteiten op het gebied van het wetenschapsbeleid, en zet daarvoor eigen middelen in, naast de middelen die de universiteiten ter beschikking hebben voor het verrichten van fundamenteel onderzoek. Maar wat daarvan zij, ik heb het gevoel datal het gestuur van de afgelopen jaren, ondanks aile rare bokkesprongen die binnen de universiteiten en door opeenvolgende ministers en hun ambtenaren zijn gemaakt, toch zijn vruchten heeft afgeworpen. Wie roept dat de universiteit de universiteit niet meer is, heeft gelijk: het is er echt veranderd, en dat kon ook niet anders. Schemerduister? Ook dat is op z'n tijd mooi.

9 s&..o De verkiezingsprogramma' s van CDA en PvdA zijn schamel en vrijwel nietszeggend over de universiteiten. Bij het zeldzame punt dat concreet en controleerbaar is, moet men constateren dat het regeringsbeleid ermee in strijd is. Zo bepleit het PvdA-program een studiefinancieringsstelsel waarin de hoogte van de studietoelage minder afhankelijk wordt van het ouderlijk inkomen. Minister Ritzen stuurt echter systematisch aan op vergroting van de ouderafhankelijkheid. Deze kleine observatie raakt natuurlijk niet de universiteiten zelf. Waar aan hun bestaan en functioneren zo weinig aandacht in programma's wordt besteed, waar het over dit onderwerp de regeringspartijen ontbreekt aan systematische ideeen die publiek toegankelijk zijn, daar zou men verwachten dat de overheidsinterventie in deze sector zeer bescheiden is. Dit zou bovendien in overeenstemming met de geest der tijd zijn, waarin overheidsbemoeienis is geprivatiseerd, zelfs op terreinen die van oudsher tot de staatstaak behoorden, zoals het loodswezen en de gemeentereiniging. Moedwillige deprofessionalisering BART TROMP Universitair horfddocent bij de vakaroep politieke wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Leiden. Redacteur vans&]) OmkerinB van verhoudinoen Het doe] van de universiteit is de bevordering van het wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Dit is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van het wetenschappelijk corps. Daarnaast zijn er ondersteunende diensten nodig die het dit corps mogelijk maken zijn verantwoordelijkheid waar te maken. De afgelopen twintig jaar echter is de verhouding tussen wat ondersteuning zou moeten zijn en degenen die het eigenlijke werk doen volstrekt omgekeerd. Ook getalsmatig: in de jaren tachtig daalde het aandeel van het wetenschappelijk corps in het personeel der universiteiten beneden de vijftig procent; het percentage rechtstreeks dienstverlenend personeel (bibliothecarissen, portiers, etc.) daalde eveneens. Daarentegen steeg het aandeel aan hoge ambtenaren op staf- en planningsafdelingen, die aan wetenschappelijk onderzoek en onderwijs geen aan- wijsbare bijdrage leveren. (Toen ik een paar jaar gele den voor het eerst op deze ontwikkeling attendeerde, volgde een verongelijkte reactie uit het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen: wat misselijk om mij op de cijfers van het ministerie (het ging, meen ik, om het vuistendikke HooP [Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan) te baseren, 'iedereen' wist toch dat die niet klopten.) Wat bezuinigd werd op onderzoek en onderwijs, ging op aan 'planning' en 'beleid'. De getalsmatige omkering van de verhoudingen geeft echter niet meer dan een flauwe indicatie van wat deze feitelijk inhouden. De verhoudingen zijn niet zozeer zoek, als wei verkeerd. Onderwijs en onderzoek zijn steeds meer onderworpen aan de nuffige, modieuze en realiteitsvreemde modellen en schema's die hun worden opgelegd door de instanties die nu juist voor hun ondersteuning waren bedoeld. Het initiatief tot deze omkering der verhoudingen heeft steeds gelegen bij op elkaar volgende bewindslieden, die in grote lijnen altijd zijn gesteund door een vrijwef kamerbrede meerderheid van 'onderwijsspecialisten'. Goede bedoelingen, daaraan ontbrak het nooit. Typisch Nederlands is waarschijnlijk ook de neiging om alles zo precies en 'eerlijk' mogelijk toe te rekenen - waarbij de vooronderstellingen waarop dat gebeurt, buiten beschouwing blijven. Zo weet ik van een studierichting aan een universiteit, die is opgebouwd uit vier ongeveer even grote vakgroepen. V olgens de mod erne inzichten moest het onderzoeksbudget verdeeld worden op grond van de kwaliteit van de ingediende onderzoeksvoorstellen. Volgens sociale mechanismen die een kind kan voorzien, leidde dat er uiteindelijk toe dat elke vakgroep iets meer (of minder) dan een kwart van de poet kreeg. Voor het zover was, was er echter ontzaglijk veel vergaderd en overlegd. De kosten daarvan bestaan voor de onderwijsbureaucraten niet: die worden grotendeels opgebracht door degenen die daardoor van onderwijs en onderzoek wor-

10 s&..o41992 den afgehouden. Een simpele ponds-ponds-gewijze verdeling had hetzelfde resultaat gehad, maar was vee! goedkoper geweest. Zo snijdt de neiging tot bestuurskundige precisie en efficientie zichzelf in de vingers. Wie verbaast het dat de behandeling van een onderzoeksvoorstel door het NWO fi8ooo,- kost, of het nu wordt goedgekeurd of niet? Loting zou niet aileen een vee! goedkopere besluitvormingsprocedure zijn, maar ook een betere, omdat de onderzoeksvoorstellen die aileen maar zijn toegeschreven naar de smaak van de beoordelaars niet daarom meer kans krijgen. (In mijn huidige wetenschap rekende ik tien jaar geleden al voor dat de kosten van besluitvorming over de te financieren onderzoeksvoorsteilen hoger waren dan wat er aan onderzoek te vergeven was.) ln plaats van uit te gaan van de (veelvormige) praktijk van universitair onderzoek, en van hedendaagse wetenschapstheoretische en wetenschapssociologische inzichten, is van hogerhand een rigide bureaucratisch onderzoeksbeleid voorgeschreven aan aile wetenschappen en disciplines. Het beoogde voordeel, namelijk eliminatie van 'slecht' onderzoek, bleek niet te realiseren, zelfs als het mogelijk was geweest dit laatste zonneklaar te identificeren. In plaats daarvan verliest het wetenschappelijk corps tijd die het aan onderzoek en onderwijs had kunnen besteden, om met vee! papieren geweld de schijn van 'onderzoeksplanning' op te houden. Ik heb a! het eerste nieuwe 'theoretisch perspectief in een sociale wetenschap zien ontstaan dat!outer en aileen is uitgevonden voor het genoegen van de onderzoeksbureaucraten. De 'planning' van het wetenschappelijk onderzoek verliep ook verder volgens de beste tradities van centraal geleide overheidsplanning. Het is a! heel gewoon geworden dat onderzoeksprojecten worden goedgekeurd waarvoor nog geen onderzoeker heeft getekend. Het is ook al normaal dat de 'output' van wetenschappelijk onderzoek 'objectief wordt gemeten door publikaties van wiilekeurige wegingsfactoren te voorzien en ze vervolgens op te tellen. Wie deze - op niets gebaseerde en per faculteit en universiteit verschillende - aritmetiek kent, kan voor een wetenschappelijk jaarverslag volstaan met het aantal punten dat men aldus 'gescoord' heeft. Want dit is - dat is a! gebleken bij verschiilende gelegenheden-het enige waar de onderzoeksbureaucraten en hun politieke meesters op!etten bij de beoordeling van de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek. Maar dit is overdreven. Wat in hun ogen ook zeer telt is 'derde-geldstroomonderzoek'. Oat is een eufemisme voor onderzoek dat in opdracht van derden wordt verricht. Hoe meer daarvan aan universiteiten wordt verricht, hoe mooier de politici en bureaucraten het vinden. Op de vrije markt kan universitair onderzoek niet met commercieel onderzoek concurreren. Het lukt aileen als er beneden de kostprijs wordt gewerkt, 'overheadkosten' niet worden doorberekend, evenmin als die van acquisitie en begeleiding. ln de sociale wetenschappen (maar daar niet aileen) is de overheid daarom de voomaamste opdrachtgever. Zo is een merkwaardige situatie ontstaan. Het geld dat die overheid niet voor autonoom, 'echt' wetenschappelijk onderzoek ter beschikking stelt, is voor universitaire entrepreneurs wei te vinden in de vorm van aan opdrachten en condities gebonden onderzoek. Het is een situatie die er in ieder geval al toe heeft geleid dat het onderzoek naar wat 'etnische minderheden' worden genoemd van een bedroevend geringe wetenschappelijke en politieke relevantie is gebleken, omdat het voor het overgrote dee! bestaat uit onderzoek in opdracht van de overheid, terwijl diezelfde rechtsstreekse afhankelijkheid van het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen van onderwijskundig en onderwijssociologisch onderzoek langzamerhand vormen heeft aangenomen die kritische geluiden uit deze disciplines tegen het onderwijsbeleid onwaarschijnlijk maakt. Sovjet-zone Met het onderwijs aan de universiteit is het niet beter gesteld. Jarenlang heeft 'het beleid' zich druk gemaakt over het universitair wetenschappelijk onderzoek, en het aldan niet vermeende daarin tekortschieten gedefinieerd als 'vlucht in het onderwijs'. De 'onderwijspecialisten' hebben dat deuntje aldie jaren kritiekloos meegezongen. Sinds kort wordt een heel ander lied aangeheven. Nu moet er van alles aan het wetenschappelijk onderwijs worden gedaan, en het toverwoord dat daarvoor - ook in de Kamer - in aile ernst wordt gebruikt is 'rendement', het 'onderwijsrendement'. Op grand daarvan moeten studierichtingen uiteindelijk worden gefinancierd. De volslagen absurditeit van de universitaire onderwijspolitiek wordt niet beter gedemonstreerd dan door de eenstemmigheid die hierover in de politiek bestaat. Drie punten zijn hier van belang. Er is allereerst het feit dat de universiteiten in de afgelopen jaren weliswaar met ailerlei 'planningsafdelingen' zijn verrijkt, evenals het ministerie, maar dat van betrouwbaar, valide en onder ling (per studierichting, faculteit en universiteit) vergelijkbaar cijfermateriaal over studievordaringen in de verste verte geen sprake is. De cijfers die in politieke discussies en onderwijsbeleid dienst doen, wekken al-

11 s &..o leen de schijn van precisie. Oat aileen al maakt uitspraken over 'onderwijsrendement' gratuit. Het tweede punt is dat de voornaamste factor die studierendement bepaalt, de onderwijsdichtheid is, oftewel het aantal studenten per docent. Oat is in beta-opleidingen en bij medicijnen drie of vier keer zo klein als bij gamma- en alfastudies. En dat komt tot uiting in het relatieve aantal studenten dat het doctoraal behaalt. Maar dat wordt door 'de politiek' en 'het beleid' genegeerd. De ideale onderwijssituatie is daar een asymptoot waarin oneindig veel studenten worden onderwezen door een aantal docenten dat tot nul nadert. Dit heet: 'onderwijsefficientie'. In de derde plaats kennen Nederlandse universiteiten niet per opleiding een vergelijkend doctoraal examen. Oat maakt ze onvergelijkbaar, en dat maakt ook van elke vergelijking van 'rendement' een paskwil. Maar bij afwezigheid van zo'n algemene eis, en bij aanwezigheid van een financieringsstelsel dat het aantal geslaagde studenten als maatstaf neemt, is zo de kwalitatieve neergang en deformatie van het universitair onderwijs geregeld. Opleidingen worden gestraft voor het hoog houden van kwaliteitscriteria, en beloond voor bet verlagen daarvan. Moeiteloos kan ik zo doorgaan met voorbeelden. De van bovenaf opgelegde 'modularisering' van het wetenschappelijk onderwijs, die de kwaliteit van het onderwijs verlaagt en de organisatie van het onderwijs compliceert; die voor studenten en docenten gelijkelijk een ramp is en aileen maar voordelen biedt voor de afdeling boekhouding. 'Onderzoeksscholen' die ook van bovenaf opgelegd worden, die die naam niet verdienen en waaraan bij degenen die ze zouden moeten doorlopen en bemannen niet de minste behoefte bestaat. Bestuurlijke modellen die imaginaire voordelen aan schaalvergroting toeschrijven en de feitelijke nadelen negeren. Grootscheepse bezuinigingsoperaties die uiteindelijk meer gekost blijken te hebben dan opgebracht. Het najagen van 'efficientie' op een wijze die tot grootscheepse verspilling leidt. De universiteiten zijn er een sprekend bewijs van dat het onderwijs de sovjet zone vormt van de Nederlandse samenleving. Nergens elders doet zich zo'n combinatie van centralisme, bureaucratie, en politiek-bestuurlijk arrogantie en onbenul voor. Nergens elders worden degenen die het feitelijke werk doen, daarin zo belemmerd door 'toezichthouders' die ver van de realiteit van dat werk staan. AantastinB puifessionele autonomie Er zijn vee! manieren om deze sovjettisering te beschrijven. Een ervan is deze te zien als de uitkomst van een oorlog tussen ambtenaren en politici enerzijds, en wetenschapsbeoefenaren anderzijds; een oorlog waarbij de laatsten per definitie aan de verliezende hand zijn. Een andere manier zou een analyse zijn in aan Habermas ontleende termen. Wetenschap en wetenschappelijk onderwijs, die traditioneel in de sfeer van de leifwereld liggen, worden langzaam maar zeker door markt en machtaekoloniseerd. Een derde beschrijving zou zich toeleggen op de achterlijkheid van wat politiek en bestuur met de universiteiten aan het doen zijn. Terwijl in de harde sector van bedrijfsleven en bestuur allang ontdekt is dat hierarchie en formele organisatie van veel minder belang zijn dan de eigen verantwoordelijkheid van werknemers en een gunstige arbeidscultuur, probeert men de universiteiten te organiseren volgens de tayloristische principes die geschikt waren om de Ford T 8 massaal te produceren. De kern van de zaak wordt volgens mij echter het best geraakt door het proces dat de universiteiten nu een kleine twintig jaar doormaken te kenschetsen als dat van moedwilliae deprcifessionaliserinb. Traditioneel en principieel bestaat de universiteit bij de gratie van het feit dat degenen die rechtstreeks aan onderzoek en onderwijs bijdragen een professie vormen. Oat wil zeggen dat zij enerzijds de verantwoordelijkheid dragen voor die taken: onderwijs en onderzoek; maar anderzijds dat zij ook over de autonomie beschikken om naar eigen inzicht, zoals dat in de discussie met vakgenoten gevormd wordt, onderwijs en onderzoek te verrichten. Aangesproken kan de professie worden op het resultaat van haar inspanningen, niet op de manieren waarop zij dit nastreeft. Het is deze professionele autonornie die het levensbeginsel van de universiteit (en trouwens van onderwijs in het algemeen) vormt. Zonder deze zou geen beroep kunnen worden gedaan op collegiale solidariteit, op een zeker esprit de corps ( dat voor de afgelopen jaren verklaart waarom het universitaire stelsel onder druk van al die plannings-, bezuinigings-, herstructurerings- en taakverdelingsoperaties niet in elkaar is gestort). Waar al die ingrepen en 'hervormingen' op neerkomen - of dat opzet is of onbedoeld effect doet niet terzake - is de uitholling en aantasting van deze professionele autonomie; terwijl wat nodig is juist de versterking daarvan is. De pretenties en prestaties van politici en bewindslieden op universitair terrein wekken meewarigheid en lachlust op als men de werkelijkheidsvreemdheid van de eerste noteert en de loosheid van de laatste. Maar het is geen grap ofkomische serie. De moedwillige deprofessionalisering bedreigt de kern van de universiteit. Op den duur leidt zij tot

12 5&_ een 'werknemers'mentaliteit bij het wetenschappelijk corps, die zich zal uiten in het zich houden aan de formele eisen en verplichtingen (zodat het inderdaad niet meer dan de 38,5 uur per week werkt waarvoor het wordt betaald, in plaats van de gemiddeld 6o uur die het nu aan onderzoek en onderwijs besteedt); in een berekenende instelling ten opzichte van het beroep en de arbeidsorganisatie, en in een ritualisering van de beroepsuitoefening, wat op zijn beurt weer leidt tot een vicieuze cirkel van status- en inkomensachteruitgang en afnemende aantrekkingskracht op talentvolle docenten en onderzoekers. Kortom: een herhaling van het proces dat zich de afgelopen kwart eeuw heeft voorgedaan bij het middelbaar onderwijs, sinds daar opeenvolgende 'onderwijsvernieuwingen' zijn ingevoerd op het niveau van structuur en organisatie van het onderwijs, bij gelijktijdige verwaarlozing van de inhoud van het onderwijs en aantasting van de professionele autonomie van het lerarencorps.

13 Sinds de behandeling van de nota 'Hoger Onderwijs en Autonomie' (HOAK) door de Tweede Kamer in is de overheid in haar relatie met de universiteiten officieel bezig terug te treden. De gedachte daarachter is, dat de centrale overheid onmogelijk de zich snel ontwikkelende samenleving kan bijhouden. Bij teveel overheidsbemoeienis loopt het hoger onderwijs het risico achter de ontwikkelingen aan te I open, in plaats van daarop in te spelen en waar mogelijk daaraan Ieiding te geven. Autonome instellingen daarentegen kunnen snel en flexibel reageren op maatschappelijke ontwikkelingen. Daarmee is echter het laatste woord niet gesproken. Een terugtredende overheid is immers geen onverschillige overheid. Pleidooien voor zo min mogelijk overheidsbemoeienis met de universiteiten, verdienen geen steun. Het streven moet erop gericht zijn te komen tot een goede rolverdeling tussen universiteiten en overheid, tot de realisatie van een complementair bestuur. Opschoning van overheidsinterventies kan ertoe leiden dat het voor de hedendaagse universiteiten zo kenmerkende vergadercircuit wordt gereduceerd tot aanvaardbare proparties. Vanzelfsprekend is dat overigens niet. Het risico is aanwezig dat de overheidsbureaucratie wordt vervangen door de instellingsbureaucratie. Vraaen De filosofie van de HOAK-nota is uitgewerkt in de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (whw) die op dit moment door de Tweede Kamer wordt behandeld. De w H w beoogt een wijziging van het bestel. Zij komt kort gezegd neer op vermindering van het aantal regels, vereenvoudiging van de planning en bekostiging, vergroting van de autonomie en introductie van een stelsel van kwaliteitsbewaking achteraf. De overheid stelt algemene regels ten aanzien van de cursusduur, de modulaire structuur van het onderwijs (uniform systeem van studiepunten) en de onderwijsdoelstellingen. s&..o Instellingsautonomie en collectieve autonom1e T. NETELENBOS Lid van de Tweede Kamer voor de PvdA Maar dan komen de vragen. Hoe wordt bij autonomievergroting recht gedaan aan het principe van hoger onderwijs voor allen die daarvoor zijn gekwalificeerd? Hoe kan ervoor gezorgd worden dat in een klein land als Nederland niet veel te vee] concurrerende opleidingen ontstaan? Hoe kan worden gekomen tot een duidelijke taakafbakening tussen het wetenschappelijk onderwijs en het hoger beroepsonderwijs? Hoe wordt het civiel effect van de opleidingen bewaakt? Hoe wordt voorkomen dat al te modieuze opleidingen worden begonnen, zonder werkelijke toekomstwaarde? Hoe wordt daadwerkelijk de flexibiliteit vergroot, niet aileen voor de instelling, maar ook voor de studenten, zodat zij gemakkelijker dan tot nu toe kunnen overstappen van de ene instelling naar de andere? Hoe wordt macroondoelmatigheid voorkomen? Hoe wordt de internationale standaard van de opleidingen bewaakt en door wie? Hoe wordt voorkomen dat waardevolle kleine opleidingen verdwijnen? Enzovoort. Onzinnige vragen? Geenszins. Het zijn vragen waarop de volksvertegenwoordiging een antwoord moet krijgen. Er zit een grote spanning tussen de wens om te komen tot instellingsautonomie en het kunnen verantwoorden van de collectieve autonomie. Die spanning zal worden vergroot door de op korte termijn te verwachten afname van het aantal ingeschreven studenten. De cultuuromslag die zeer noodzakelijk is bij de centrale overheid zal evenzeer noodzakelijk zijn binnen de instellingen zelf. Oat dit niet gemakkelijk zal zijn, zal ik staven met een aantal voorbeelden. Autonomieverarotina Het Nederlandse hoger onderwijs bestaat uit het wetenschappelijk onderwijs, het hoger beroepsonderwijs en de open universiteit als hoger afstandsonderwijs. Het specifieke kenmerk van het wetenschappelijk onderwijs is het samengaan van hager onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. De laatste jaren zien we echter in toenemende mate een ontwikkeling van opleidingen in het wetenschappe- I 57

14 s &.o lijk onderwijs, die het predikaat 'wetenschappelijk' niet of nauwelijks kunnen dragen. Metals sprekende voorbeelden de universitaire opleiding joumalistiek en het krijgsmacht-onderwijs dat wetenschappelijk wil worden genoemd. Deze opleidingen horen gezien hun aard en karakter thuis in het hoger beroepsonderwijs. Toenemende autonomie leidt niet als vanzelfsprekend tot een kritische houding, hetgeen het gevolg is van een gedrag dat budgetmaximalisatie nastreeft. Een ander sprekend voorbeeld raakt het gedrag van de centrale overheid. De H oak-nota gaat uit van planningsvrijheid voor de universiteiten per sector. Dit betekent dat instellingen vrij zijn om nieuwe studierichtingen te beginnen, rnits deze vallen binnen aan de universiteit reeds beschikbare sectoren. De huidige minister van Onderwijs stelde in een nota van wijziging op de w H w voor om het sectorbegrip als sturingsmechanisme te Iaten vallen. Daardoor zou er een totale vrijheid zijn voor de instellingen om nieuwe opleidingen te beginnen, ook in sectoren die tot dan toe afwezig waren op de betrokken universiteit. De Tweede Kamer, wijs geworden door deal te grote creativiteit die met name binnen het H B o heerst om voortdurend aanvragen te doen om nieuwe opleidingen te beginnen en bovendien beducht voor nieuwe taakverdelingsoperaties, wees deze gedachte vrij unaniem van de hand en pleitte ervoor om opnieuw het sector-niveau als aangrijpingspunt voor sturing te introduceren. De minister stelde vervolgens in een nieuwe nota van wijziging voor om de minister van Onderwijs en Wetenschappen de bevoegdheid te geven om nieuwe opleidingen binnen drie maanden na aanmelding bij het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs eventueel niet te effectueren. Een wet moet echter minister-prorif zijn. Deze minister van Onderwijs zal zich hebben voorgenomen om slechts marginaal te toetsen, maar de wet geeft geen enkele garantie voor terugtredend gedrag van een opvolger. Dit luistert des te nauwer omdat het academisch statuut verdwijnt, waardoor de vrije studierichting en het vrij doctoraal examen ex. artikel 2o van het acadernisch statuut, niet meer tot de mogelijkheden behoren. In de nieuwe nota van wijziging worden de universiteiten afhankelijker van een minister van Onderwijs dan sinds jaren het geval was. En dat in een wet die juist autonomievergroting beoogtl Het spreekt voor zichzelf dat bij de delinitieve wetsbehandeling in de Tweede Kamer dit onderdeel van het wetsvoorstel amendering behoeft. Autonornievergroting is een complex thema. De massaliteit van het hoger onderwijs botst op tal van onderdelen met verregaande vergroting van de autonomie. De centrale inschrijving van studenten, de numerus flxus, de plaatsingsprocedures verhouden zich buitengewoon slecht met een ontwikkeling van gro-te kwaliteitsverschillen tussen instellingen en het ontstaan van Nederlandse 'Harvards', tenzij het er dertien zijn. Hier wreekt zich de dubbele doelstelling van de universiteiten, namelijk die van instituut voor massa-onderwijs en voor wetenschappelijk onderzoek. Autonomievergroting vraagt in het Nederlandse onderwijsbestel vee! overleg en consensusvorrning tussen de universiteiten. Onderlinge afstemming, taakverdeling en zwaartepuntvorming zijn juist bij een toenemende programmeervrijheid onontbeerlijk. Bij een afnemend aantal studenten in de nabije toekomst kan deze consensusvorming, zonder een alom aanwezige overheid leiden tot grote onderlinge spanning. Ik waag het te voorspellen, dat men over enige tijd weer zal verlangen naar een bemoeizuchtige overheid. Ik hoop echter zeer dat de overheid, inclusief de Tweede Kamer, de beheersing kan opbrengen om op afstand te blijven. Niet onverschillig, zeer gei:nteresseerd en in voortdurende dialoog. Maar op afstand. Voor schemerduister zal geen plaats zijn. De universiteiten zullen zich meer dan ooit met elkaar moeten verstaan en hun nek moeten uitsteken. In het volle licht van de schijnwerpers!

15 s &..o De idee van de uni versi tei t I 59 In de uitnodiging om een bijdrage te leveren aan dit nummer van S &]), staat dat de universiteit 'een wereld van ficties' is geworden. Maar was het ooit anders? Een van de eigenaardigheden van de universiteit is dat haar idee altijd zo 'n belangrijke rol heeft gespeeld als bron van inspiratie voor zowel docenten als studenten - eventueel tegenover bemoeienissen van allerlei aard, in het bijzonder door hogere, gezaghebbende instanties. 1 Reeds in de twaalfde eeuw was dit zo, en nog sterker vanaf de dertiende, toen de notie van de universitas maaistrorum et scholarium (wat wij 'universiteit' noemen) werd ontwikkeld. Volgens de leer van de universitas was deze laatste expliciet als 'fictie' te definieren- dat wil zeggen, niet als sterfelijk individu, ook niet als zuiver aenus, maar als iets wat daartussen ligt: als een individu dat - in tegenstelling tot natuurlijke wezens - immaterieel en daarom onsterfelijk is. De algemene gedachte is die van de opeenvolaina van!eden, waarbij de lateren steeds plaatsvervangers (subroaati) zijn van hun voorgangers, en de rechten en plichten van dezen op zich nemen. De 'universiteit' is maar een variant van deze constructie (een andere is de Kerk). Het eigenaardige van deze variant is dat ze waarheid aan vrijheid koppelt. Van belang is dat de idee van de universiteit steeds als leidraad heeft gefunctioneerd voor haar!eden, en dat in belangrijke mate nog doet. In die zin speelt deze idee de rol die op andere politieke gebieden wordt gespeeld door begrippen als 'natuurlijke rechtvaardigheid' of 'mensenrechten' - de rol van een ultiem appel in moeilijke tijden. Waar het hier om gaat, in meer eigentijdse termen, is dat de bevoegdheden en dus de interventiemogelijkheden van externe instanties - politiek, Kerk of bedrijfsleven - door deze idee worden beperkt. Uiteraard hebben deze instanties telkens weer geprobeerd, uit verschillende (vaak begrijpelijke) politieke, ideologische en economische motieven, de universiteit 'onder controle' te brengen. Maar de poging is ook vaak mislukt, juist vanwege de kracht van deze idee. Wat is dan de kern van de idee? Hier is relevant GRAHAME LOCK Hooaleraar politieke wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Nijmeaen dat zij de intrinsieke waarde van kennis en van de ontdekkingsactiviteit veronderstelt, dus niet uitgaat van een sociaal-utilistische conceptie. Dit punt hangt samen met de vrijheid van de universiteit, met 'academische vrijheid'. Want indien de universiteit zich niet op de intrinsieke waarde, maar op de meer of minder nuttige functie van kennis zou baseren, dan zou zij haar activiteiten voortdurend moeten toetsen aan het criterium in hoeverre het belang van de samenleving (of van de wereld) wei- of juist niet feitelijk gebaat is met bepaalde ware kennis. Niets garandeert dat dit per definitie het geval is: het is een empirische kwestie. Wellicht is de samenleving (de wereld) soms gebaat met het ontbreken van kennis (bij voorbeeld, kennis over kernenergie) of met het verspreiden van onware kennis. Wat betreft dit laatste, merkt Derek Parfit in zijn ethische verhandeling Reasons and Persons (Oxford: Clarendon Press, 1984) op, dat het feit dat men tot nu toe geen bevredigende theorie van rechtvaardigheid tegenover toekomstige generaties heeft kunnen ontwikkelen, zo mogelijk geheim zou moeten worden gehouden voor de samenleving, in het bijzonder voor haar politieke vertegenwoordigers. Want als zij de onjuiste overtuiging hebben dat de desbetreffende ethische theorie we! bestaat, dan - zegt hij - is het waarschijnlijker dat ze de juiste beslissing zullen nemen. De vraag is niet of de universiteiten rekening dienen te houden met utilistische overwegingen, maar of er een instelling moet bestaan waarbinnen de vrijheid om de waarheid te zoeken principieel voorop staat. Als de samenleving zo'n instelling wenst te handhaven, zal ze waarschijnlijk de universiteit (helpen) financieren. Zo niet, dan niet. Wat ze echter niet mag eisen, is dat de universiteit ophoudt universiteit te zijn. In laatste instantie kan de universiteit niet volgens utilistische principes functioneren. Want dan zou men op onderzoek- en onderwijsterrein per geval steeds de vraag moeten beantwoorden of men wei of niet op zoek mag gaan naar een bepaalde waarheid (al naar gelang de 'maatschappelijke relevantie' van de kwestie, maar ook naar gelang het

16 I 60 s&..d41992 'maatschappelijke nut' van het antwoord), respectievelijk - in sommige gevallen - of het niet beter zou zijn om een onwaarheid te verspreiden. Dat is echter strijdig met de idee van de universiteit. Het denkbeeld dat, binnen de universiteit, kennis een waarde op zichzelf bezit, die niet van sociaal nut afhangt, wekt bij overheden natuurlijk vaak irritatie; zij voelen zich daardoor zelfs gekwetst in hun sociaal beleid. Kennis ter wille van de kennis - kan dat? 2 Het standpunt van de Nederlandse overheid in deze kwestie is niet aileen zelf expliciet utilistisch, maar eist dikwijls dat de universiteit ook utilistische overwegingen Iaten prevaleren. Deze moet zich daartegen dan verzetten. Maar dat hoeft zij niet op een 'alles ofniets' manier te doen, door mid del van een directe confrontatie (wat in ieder geval niet zou lukken). Ieclere docent, iedere onderzoeker, iedere student die voor zichze!fhet criterium van de vrije quest for truth op de eerste plaats zet, verzet zich aileen al daardoor, te- 1. Voor een classic statement, zie John Newman, The Idea if a University ( 1852); kritische editie Oxford: The Clarendon Press, Ooit kondigde een Sovjet-regeringscommissaris - een consequente utilist - aan: 'Wij moeten eens en gen de paging om aan de vrijheid van onderzoek en onderwijs afbreuk te doen. Aangezien even wei de idee van de universiteit in de praktijk sterk aan kracht heeft moeten inboeten, doen wij, de leden van de academie, daarom tot op zekere hoogte alscf Wij handelen volgens een fictie. Maar, zoals de (fictieve) Engelse filosoof in Tom Stoppards toneelstuk Prrifessional Foul uitlegt in zijn (fictieve) lezing in communistisch Tsjechoslowakije, wij hebben soms de plicht om te handelen alsof een fictie geen fictie is (en aldus de fictie weer of meer tot een niet-fictie te maken, ook wanneer deze plicht zelf een fictie is). Als fictie - als universitas - heeft de universiteit in het verleden kunnen bestaan en overleven. Met de hulp van deze fictie zal ze misschien ook in de toekomst kunnen voortbestaan. Want fictie is in dit geval, zoals dat ooit heette,.fiaura veritatis. De rest is beleid. voor al een eind maken aan... het schaakspel ter wille van het schaakspel. Wij moeten stootbrigades organiseren en beginnen met de onmiddellijke verwezenlijking van een vijfjarenplan voor het schaakspel.'

17 s&..o41992 Welke relatie de universiteit aangaat met de maatschappij, en welke beinvloeding wordt nage- streefd of geaccepteerd, hangt sterk af van het desbetreffende wetenschapsgebied. Enerzijds zijn er fundamentele disciplines, waarbij deze invloed nauwelijks aanwezig is. Zelf heb ik altijd gekozen voor een probleemgerichte benadering, waarbij maatschappelijke problemen op het terrein van het wonen, het bouwen en de ruimtelijke ordening centraal staan. ln zo'n situatie (die zeker niet kan worden gegeneraliseerd naar aile wetenschapsbeoefening) is een wisselwerking met 'het veld' een noodzaak. Theoretisch bestaat het 'gevaar' van bemoeienis van beleidsinstanties (bij voorbeeld het ministerie van v ROM) met de universiteit. Praktisch ontstaat de mogelijkheid dat vanuit een onafhankelijke, naar te hopen valt deskundige positie, bijdragen worden geleverd aan het signaleren, analyseren en zo mogelijk reduceren van maatschappelijke- en beleidsproblemen. Dit laatste maakt een wisselwerking tussen universiteit en beleidsinstantie zeer aantrekkelijk, zowel voor de universitaire onderzoeker als voor de beleidsfunctionaris. Het door rnij geleide Onderzoeksinstituut voor Technische Bestuurskunde ( o T B) heeft spannend onderzoek mogen verrichten voor het ministerie van v RoM, de Parlementaire Enquetecommissie Bouwsubsidies, gemeenten, provincies, bouwers en beleggers. De confrontatie met concrete, actuele, maatschappelijke en beleidsproblemen heeft het OTB ge'inspireerd en is niet aileen aan de 'maatschappelijke relevantie', maar ook aan de 'wetenschappelijke relevantie' ten goede gekomen. Wij hebben met een actieve wisselwerking ( confrontatie, zo men wil) met belangengroepen zeer positieve ervaringen opgedaan; het heeft ons keer op keer overtuigd van de benijdenswaardige positie van een universitair onderzoeksinstituut dat de relaties kan leggen tussen fundamenteel en toegepast onderzoek, en kan opereren vanuit een onafhankelijke positie. Als er bedreigingen zijn voor het universitaire Onderzoekscholen: de universiteiten van de toekomst HUGO PRIEMUS Hoosleraar volkshuisvestinb te De!ft. Lid van de redactieraad van S &]) onderwijs en onderzoek, komen die niet van buiten, maar vooral van binnen. Onduidelijke verantwoordelijkheid Universitaire hobo's melden met grote regelmaat dat het slecht gaat met de Nederlandse universiteit. Daarin hebben zij grotendeels gelijk. Zij vinden dat de rijksoverheid de universiteiten te weinig geld verschaft en dat zij zich te veel met het universitaire bestel bemoeit, dat studenten te lage beurzen ontvangen en dat de studieduur te kort is. Hierin hebben zij grotendeels ongelijk. Zij verklaren zelden dat de universiteiten boter op het hoofd hebben. Tot een programmatische aanpak van het onderzoek is het op de universiteiten zelden gekomen. K waliteitsselectie bij het onderzoek is door universiteiten lange tijd verwaarloosd. Pas toen het ministerie van o & w als voor de hand liggende beleidslijn kwaliteitsselectie ep intemationalisatie predikte, volgden de universiteiten aarzelend en mopperend. De tweede geldstroom-organisatie NWO, waarin nu ook de Stichting voor Technische Wetenschappen (STw) is opgenomen, weet wei wat kwaliteitsselectie is. Het streven van het ministerie van o & w naar een betere onderzoekskwaliteit gaat gepaard met een geleidelijke veri egging van het accent van de eerste geldstroom (rechtstreeks van o & w naar de universiteit) naar de tweede geldstroom (van o&w via NWO naar de universiteit). ln feite wordt hiermee aan de universiteiten een brevet van onvermogen uitgedeeld en - hoe jammer het ook is dat te moeten erkennen - dat gebeurt grotendeels terecht. Het overheidsbeleid met betrekking tot het universitaire bestel is de laatste jaren vooral beheerst door het adagium 'hoger onderwijs voor velen' en door hardnekkige restanten van de democratiseringsinterpretatie van de jaren zestig en zeventig. De vakgroepen, ontstaan als gedemocratiseerde leerstoelen, zijn aan vele faculteiten inrniddels uitgedijd tot gedrochten van tientallen, soms zo'n honderd!eden. De vakgroep regelt de taken van de leden en

18 162 s &.o in de vakgroep heerst nog steeds het beginsel van one man one vote. De stem van de hoogleraar telt even zwaar als die van de student-assistent. Het gevolg van deze belegen opvattingen over interne organisatie en efficientie is dat er in het universitaire bestel een schrikbarende onduidelijkheid bestaat over verantwoordelijkheidstoedeling en verantwoordingslijnen. Deze onduidelijkheid wordt versterkt door een uniek organisatorisch monstrum dat buiten de universiteit (om begrijpelijke redenen) vrijwel onbekend is, nl. de scheiding van beheer en bestuur. Een faculteit wordt geleid door een gekozen faculteitsbestuur en een benoemde secretaris-beheerder. Het bestuur is verantwoordelijk voor onderwijs en onderzoek (o&o), de secretaris-beheerder die rechtstreeks onder het College van Bestuur ressorteert, is verantwoordelijk voor het personeel en materieel beheer. Bijna elk besluit van enige betekenis heeft zowel o & o -as pecten als aspecten van person eel en materieel beheer. De scheiding van bestuur en beheer werkt verlammend op de slagvaardigheid van de universitaire besluitvorming. Als faculteitsbestuur en secretaris-beheerder op hun strepen gaan staan, ontstaan om de haverklap patstellingen. In de vakgroepbesturen plant deze tweedeling zich voort. Het dagelijks bestuur van de vakgroep gaat over het o & o -beleid, de personele en materiele subbeheerders staan onder de secretaris-beheerder en hebben een eigen verantwoordelijkheid. Hoogleraren die zich zouden willen bezighouden met onderzoek- en/ of onderwijsmanagement, weten vaak niet wat hun budget is, hoe het met hun formatie staat, hebben niets te zeggen over beheerder en subbeheerder en hebben ten opzichte van onwillige of incompetente collega's of hun medewerkers geen sancties. Niet zelden hebben anderen dan zijzelfhun medewerkers uitgezocht. Onvoldoende selectie Binnen de universiteit wordt steevast de integratie van onderwijs en onderzoek centraal gesteld. Het onderwijs draagt, bij voorbeeld via leeronderzoek, bij aan het onderzoeksbeleid; het onderzoek Ievert een essentiele bijdrage aan veranderingen in de onderwijsinhoud. Soms lukt dit aardig. In de praktijk is deze integratie echter meestal een fictie. De rechtspositie van universitaire docenten en hoofddocenten houdt in dat iedere wetenschappelijk medewerker geacht wordt onderwijs- en onderzoekstaken uit te voeren. Dit betekent een enorme versnippering, waarbij de sterke kanten van medewerkers vaak onvoldoende worden uitgebuit. Onderzoekers worden gedwongen om onderwijstaken uit te voeren (waarvoor zij niet altijd geschikt zijn) en onderwijzers worden gedwongen om onderzoek te doen ( wat niet zelden te hoog is gegrepen). Slechts binnen universitaire onderzoeksinstituten kan van een min of meer zelfstandige onderzoekorganisatie worden gesproken, hoewel ook hier de afhankelijkheid van participerende vakgroepen en faculteiten ongemakkelijk groat is. Er was een rapport van een door de minister van o&w ingestelde commissie, de commissie-rinnooy Kan, voor nodig om de universiteiten te wijzen op de noodzaak van een zelfstandige, op kwaliteit selecterende onderwijsorganisatie. De universiteiten hadden dit - uitzonderingen daargelaten - nog niet zelf bedacht. Ook in het onderwijs blijkt het selectief vermogen van universiteiten tekort te schieten. Erkend moet worden dat de wetgever de universitaire wereld hier met een dubbele moraal heeft opgezadeld. Bij de toelating tot universiteiten mag, afgezien van het stellen van eisen aangaande de vakkenpakketkeuze, niet worden geselecteerd. Iemand die op het vwo herhaaldelijk is blijven zitten, moet worden toegelaten als hij zijn eindexamen heeft gehaald, en ontvangt zelfs een beurs. Universiteiten moeten in het eerste jaar selecteren. Oat lukt lang niet altijd. Vaak vallen studenten in latere jaren af. Niet zelden wordt het universitair diploma uitgereikt aan studenten die voor de hun toegedachte taken niet goed zijn toegerust. Als het ministerie van o & w meent dat het in het universitaire bestel moet ingrijpen, zijn daarvoor argumenten te over: de steeds weer uit de hand!opende kosten, het gebrek aan onderzoeksprogrammering, de tekortschietende kwaliteitsselectie bij onderzoek en onderwijs, het gebrek aan universitair management en ondernemerschap. Heeft het ministerie van o & w in de afgelopen jaren de juiste interventies ondernomen? Neen. De operatie Taakverdeling en Concentratie (Tvc) en de Selectieve Krimp en Groei (SKG) waren bezuinigingsprogramma's waarbij soms op goede, soms op dubieuze gronden, vakgroepen en leerstoelen werden opgeheven, samengevoegd en gecreeerd. De geeffectueerde bezuinigingen waren geflatteerd, de uitgaven aan wachtgelden liepen in dezelfde periode verontrustend op. Een voordeel was dat er dynamiek en onrust in de gezapige universiteit werden gebracht. Tot nu toe heeft het ministerie van o & w het vooral gezocht in symptoombestrijding: een soort end-cif-pipe-benadering. De wua (Wet Universitaire Bestuurshervorming) werd vervangen door de wwo (Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs), maar de hoofdstructuur bleet intact. De universi-

19 5&_ teitsraden, faculteitsraden, onderwijscommissies, commissies wetenschapsbeoefening, benoemingscommissies en een woud van bestuurs- en raadscommissies bleven, evenals de vakgroep en de scheiding tussen beheer en bestuur. Thans is een nieuwe wet in de maak, de Wet Hoger Onderwijs en W etenscbappelijk Onderzoek (whw), waarbij het verschil tussen het w B o en het H B o wordt verkleind, niet door verbetering van het HBO, maar door verslechtering van het wo. Door de financiering van de universiteiten te koppelen aan het aantal onderwijsvragende studenten, en straks het aantal afgeleverde diploma's, worden mildheid, slapheid en aselectiviteit in het onderwijs beloond. De ondernemende universiteit Uit het voorgaande valt af te lei den dat ik voorstander ben van een drastische hervorming van het universitaire bestel. Het concept van de ondememende universiteit spreekt mij aan. _Laten universiteiten zelf hun interne organisatorische structuur bepalen en moedig universiteiten aan zelf inkomsten te verwerven via tweede en derde geldstroom. Zorg ervoor dat de uitvoering van de 'missie' van elke universiteit via de eerste geldstroom is veiliggesteld. Hef de scheiding tussen bestuur en beheer op en verzelfstandig de organisatie van onderwijs ten opzichte van die van onderzoek. Geef studenten vee] te zeggen in de onderwijsaanpak, maar geef in de onderzoeksorganisatie gekwalificeerde onderzoekers de eindverantwoordelijkheid. Een lichtpunt is de ontwikkeling in de richting van onderzoekscholen, waarin onderzoek van excellente kwaliteit zal worden gebundeld en waar aileen veelbelovende, talentvolle promovendi zullen worden toegelaten. Onlangs heeft NWO, in het kader van de s TIM u LAN s-ronde, de eerste dertien onderzoekscholen-in-spe geselecteerd. Deze onderzoekscholen zullen de (kleinschalige) universiteiten van de toekomst zijn. De rest van de universiteit zal dan zijn opgegaan in een breed stelsel van verdienstelijke HBO-opleidingen.

20 164 s&..o 4'992 De verambtelijkte universiteit Ooit stonden in bet landschap van bet onderwijsbestel de gelsoleerde ivoren torentjes van de universiteitep, omgeven door de glans van bet gezag van de wetenschap. Oat 'ooit' heeft mythische proporties gekregen, want bet is gesitueerd voor de breuklijn van de jaren zestig. lnmiddels onderscheiden de universiteiten zich niet meer van andere grote organisaties op bet gebied van bet onderwijs. Het zijn geen opleidingsinstituten meer voor de elite, geen vrijplaatsen voor de wetenschap, zelfs niet meer bet vaste decor voor bet studentenleven. Universiteiten lijken tegenwoordig nog bet meest op uitvoeringsorganisaties van overheidsbeleid. Het is onduidelijk hoe de verambtelijking van de universiteit precies in haar werk is gegaan, maar zij is wei een feit. De officiele geschiedschrijving over de afgelopen decennia benadrukt dat de universiteiten maatschappelijker zijn geworden, dat onderwijs en onderzoek op de politieke agenda zijn gekomen, dat zich over en binnen de universiteiten een zekere democratisering heeft voltrokken. Als men bet al over bureaucratie heeft, dan aileen als uitwas van te vergaande democratisering. Daarbij komen de 'nieuwe vrijgestelden', die in de jaren zeventig bet beeld bepaalden in enkele sociale faculteiten, model te staan voor aile faculteiten en diciplines. De tijd van bet vergaderen om bet vergaderen is intussen al meer dan tien jaar voorbij, ook in de reservaten van de politieke wetenschap. Het was niet meer dan een randverschijnsel van de verambtelijking. Het vergaderen is allang geen democratisch verschijnsel meer, maar een noodzakelijk onderdeel van bet bestuursproces. De ambtelijke werkwijze van de universiteit wordt voor een belangrijk dee! bepaald door de centrale sturing door bet ministerie van onderwijs. Daar komen voortdurend informatiestromen vandaan die - dankzij de inzet van een geraffineerde mix van wettelijke regels en fraaie plannen, subsidies onder voorwaarden en bezuinigingen die men zelf mag invullen - tot respons dwingen. Allemaal onder de vlaggen van democratie, maatschappelijke verant- Hooaleraar encyclopedie van de rechtswetenschap te Tilbura. Redacteur van S&J) W. J. WITTEVEEN woordeujkheid en kostenbeheersing. Van lieverlee zijn de universiteiten zich om te overleven ambtelijk gaan organiseren. Er bestaat bij voorbeeld een heuse koepelorganisatie, de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten, die zich geheel volgens de logica van de koepels in welzijnsland van een bemiddelende organisatie tot een extra bestuurslaag heeft ontwikkeld. Het zou onjuist zijn de overheid tot enige schuldige uit te roepen. Overheden werken nu eenmaallangs ambtelijke lijnen. Vee! erger is dat binnen de universiteiten langzamerhand een ambtelijke mentaliteit is ingetreden. Onlangs ontving ik een ambtelijk schrijven. Het College van Bestuur van de universiteit waar ik werk heeft een dissertatievergoedingenbeleid. Assistenten in opleiding k:rijgen een tegemoetkoming in de kosten van bet uitgeven van hun proefschrift en k:rijgen zelfs een bijdrage in de kosten van lcleding en receptie. Oat is een goede zaak, gezien de zwakke inkomenspositie van de assistent-onderzoeker. De auteur van de brief is het echter om iets anders begonnen. 'Het komt steeds vaker voor dat ook decentraal vergoedingen worden gegeven voor de produktie van proefschriften', schrijft hij. En dat mag niet. Het staat faculteiten en vakgroepen niet vrij voor de onderzoekers iets extra's te organiseren. Het college vindt de gegeven vergoeding 'redelijk'. 'Tevens past het niet om daar waar een bepaalde regelgeving van toepassing is deze te doorkruisen door middel van aanvullingen uit de eigen exploitatie. Voorts lcleeft aan decentrale suppletie het bezwaar van ongelijke behandeling van gelijke gevallen.' Dit is de toon waarop in een overheidsorganisatie een boger niveau een lager niveau tot de orde roept. Er wordt een impliciete vergelijking gemaakt met de gemeentelijke overheid, waar regels die de gemeente zelf mag maken soms van hogerhand ter uitvoering opgedragen regels kunnen 'doorkruisen'. Of daar bij dissertatievergoedingen sprake van kan zijn is natuurlijk de - onbesproken - vraag. Maar bet gaat me nu niet om de inhoud van de,brief. Veel interessanter is bet redeneerpatroon: er is een centrale instan-

Geachte collega's, beste studenten,

Geachte collega's, beste studenten, College van Bestuur Geachte collega's, beste studenten, Na de hectische weken met de bezetting van het Bungehuis en het Maagdenhuis, hebben we een moment van bezinning ingelast. Wij hebben tijd genomen

Nadere informatie

COLUMN VERBINDEND EN ONDERWIJSKUNDIG LEIDERSCHAP NATIONAAL ONDERWIJSDEBAT 9 OKTOBER 2008 HARRIE AARDEMA, CONCEPT 071008

COLUMN VERBINDEND EN ONDERWIJSKUNDIG LEIDERSCHAP NATIONAAL ONDERWIJSDEBAT 9 OKTOBER 2008 HARRIE AARDEMA, CONCEPT 071008 Ik zie mijn inleiding vooral als een opwarmer voor de discussie. Ik ga daarom proberen zo veel mogelijk vragen op te roepen, waar we dan straks onder leiding van Wilma Borgman met elkaar over kunnen gaan

Nadere informatie

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel)

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel) Wat is realiteit? De realiteit is de wereld waarin we verblijven met alles wat er is. Deze realiteit is perfect. Iedere mogelijkheid die we als mens hebben wordt door de realiteit bepaald. Is het er, dan

Nadere informatie

EFFECTIVITEIT EN EFFICIËNTIE VAN HET HOGER ONDER- WIJS: BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN

EFFECTIVITEIT EN EFFICIËNTIE VAN HET HOGER ONDER- WIJS: BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN 1. EFFECTIVITEIT EN EFFICIËNTIE VAN HET HOGER ONDER- WIJS: BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN De minister heeft in 1995 de instellingen voor Hoger Onderwijs 500 miljoen gulden in het vooruitzicht gesteld om

Nadere informatie

een theorie. Dan weten we in welk domein we de diverse processen kunnen lokaliseren.

een theorie. Dan weten we in welk domein we de diverse processen kunnen lokaliseren. Samenvatting Inleiding In deze studie wordt een start gemaakt met de ontwikkeling van een toetsbare en bruikbare theorie over wetgeving, in het bijzonder over de werking van wetgeving. Wij weten weliswaar

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2006

Examen VMBO-GL en TL 2006 Examen VMBO-GL en TL 2006 tijdvak 1 maandag 29 mei 13.30-15.30 uur NEDERLANDS LEESVAARDIGHEID-SCHRIJFVAARDIGHEID CSE GL EN TL Bij dit examen horen een tekstboekje en een uitwerkbijlage. Beantwoord alle

Nadere informatie

Naslagwerk KOERS. Producten van dit documenten zijn:

Naslagwerk KOERS. Producten van dit documenten zijn: Naslagwerk KOERS Dit document is bedoeld om ieder individu een eigen beeld te laten formuleren van de eigen koers als werkend mens en vervolgens als functionaris. Daarna kun je collectief de afdelingskoers

Nadere informatie

BELEIDSPLAN. Brederodestraat 104 4 1054 VG Amsterdam Nederland. www.stichtingopen.nl info@stichtingopen.nl Rabobank: NL44RABO0143176986

BELEIDSPLAN. Brederodestraat 104 4 1054 VG Amsterdam Nederland. www.stichtingopen.nl info@stichtingopen.nl Rabobank: NL44RABO0143176986 BELEIDSPLAN Brederodestraat 104 4 1054 VG Amsterdam Nederland www.stichtingopen.nl info@stichtingopen.nl Rabobank: NL44RABO0143176986 BELEIDSPLAN STICHTING OPEN 1 1. INLEIDING Voor u ligt het beleidsplan

Nadere informatie

Missionstatement en core values

Missionstatement en core values Missionstatement en core values Inhoud 1 Het formuleren van missionstatement en core values... 1 2 Het maken en uitdragen van missie en kernwaarden... 5 1 Het formuleren van missionstatement en core values

Nadere informatie

Verkiezingsprogramma 2012-2013

Verkiezingsprogramma 2012-2013 Verkiezingsprogramma 2012-2013 UVASOCIAAL 5 mei 2012 UVASOCIAAL streeft naar keuzevrijheid, kwaliteit, gelijkheid en betrokkenheid, de belangrijkste voorwaarden voor een goede universiteit! Inleiding UVASOCIAAL

Nadere informatie

Onderwijskwaliteit? Dan moet u bij de schoolbesturen zijn...

Onderwijskwaliteit? Dan moet u bij de schoolbesturen zijn... Onderwijskwaliteit? Dan moet u bij de schoolbesturen zijn... Edith Hooge Hans van Dael Selma Janssen Rolvastheid en toch kunnen variëren in bestuursstijl Schoolbesturen in Nederland beschikken al decennia

Nadere informatie

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl)

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Examen VWO Vragenboekje Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 19 mei 9.00 12.00 uur 20 03 Voor dit examen zijn

Nadere informatie

Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap

Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap 10 Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap Kim van der Hoeven 1. Inleiding Ontwikkelingen in maatschappij en samenleving denk met name aan de

Nadere informatie

Uw eigen denken kan de oorzaak zijn van het probleem

Uw eigen denken kan de oorzaak zijn van het probleem Uw eigen denken kan de oorzaak zijn van het probleem Wat dienstverlenende organisaties kunnen leren van de manier waarop Toyota zijn auto s maakt. Wees bereid anders te denken Wij nodigen u uit om eens

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Zitting 1980-1981 16815 Toelatingscriteria numerus fixus-studierichtingen voor het studiejaar 1981-1982 Nr. 2 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de

Nadere informatie

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN drs. A.L. Roode Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juni 2006 Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Auteur: drs. A.L. Roode Project:

Nadere informatie

Examen HAVO. Nederlands

Examen HAVO. Nederlands Nederlands Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Dinsdag 20 juni 13.30 16.30 uur 20 06 Vragenboekje Voor dit examen zijn maximaal 47 punten te behalen; het examen bestaat uit 22 vragen

Nadere informatie

Stichting VraagWijzer Nederland. Notitie Resultaatgericht werken in het Sociale Domein

Stichting VraagWijzer Nederland. Notitie Resultaatgericht werken in het Sociale Domein Stichting VraagWijzer Nederland Notitie Resultaatgericht werken in het Sociale Domein Per 1 januari 2015 hebben de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wmo 2015 hun intrede gedaan. De invoering van deze

Nadere informatie

Een interpretatie van communicatie Rumi Knoppel

Een interpretatie van communicatie Rumi Knoppel Deel 1 Een interpretatie van communicatie Rumi Knoppel Voorwoord Om te beginnen met het uiteenzetten van een interpretatie van communicatie en de daarbij behorende analyse ben ik gehouden om aan te geven

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal Tweede Kamer der Staten Generaal Vergaderjaar 1988-1989 20 214 Hoger onderwijs en onderzoek plan Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Toegankelijkheid hoger onderwijs en de rol van studiefinanciering

Toegankelijkheid hoger onderwijs en de rol van studiefinanciering Toegankelijkheid hoger onderwijs en de rol van studiefinanciering Achtergrondnotitie van de HBO-raad n.a.v. ideeën over een leenstelsel Den Haag, 3 september 2012 Inleiding In het recente debat over mogelijk

Nadere informatie

Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling

Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling Conferentie Onderwijsinspectie, Amersfoort, 20 mei 2015 Sietze Looijenga, QANU In deze workshop: Hoe wordt in visitaties aandacht besteed aan

Nadere informatie

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer.

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer. 3.8 Meningen van bevraagden ten aanzien van de verstekregeling 3.8.1 Verruiming mogelijkheden verdachte? Uit de verkregen reacties wordt duidelijk dat er uiteenlopende antwoorden zijn gegeven op de vraag

Nadere informatie

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics 1 Inleiding Veel organisaties hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in

Nadere informatie

MKB-ondernemer geeft grenzen aan

MKB-ondernemer geeft grenzen aan M0040 MKB-ondernemer geeft grenzen aan Reactie van MKB-ondernemers op wetswijzigingen in sociale zekerheid Florieke Westhof Peter Brouwer Zoetermeer, 0 april 004 MKB-ondernemer geeft grenzen aan Ondernemers

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie

gelet op het bepaalde in artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b en tweede lid van de Participatiewet;

gelet op het bepaalde in artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b en tweede lid van de Participatiewet; De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. 12 gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2014; gelet op het bepaalde in artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b en tweede

Nadere informatie

Het waarom van ons aanbod

Het waarom van ons aanbod Pagina 1 van 5 - scroll Het waarom van ons aanbod Mensen laten zich leiden door ervaringen en de betekenis die zij daaraan hebben gegeven. Daarmee besturen zij zichzelf en daarmee geven zij iedere keer

Nadere informatie

MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. ------

MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. ------ MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. ------ Advies nr. 1 van 18 november 1996 met betrekking tot het ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging

Nadere informatie

Leden over hun relatie met de gemeente. Korte rapportage naar aanleiding van de digitale enquête gehouden van 15 t/m 29 oktober 2009

Leden over hun relatie met de gemeente. Korte rapportage naar aanleiding van de digitale enquête gehouden van 15 t/m 29 oktober 2009 Leden over hun relatie met de gemeente Korte rapportage naar aanleiding van de digitale enquête gehouden van 15 t/m 29 oktober 2009 Voorburg, 5 november 2009 Aanleiding De Besturenraad heeft veel contact

Nadere informatie

Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken.

Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken. ONDERWIJSVISIE OP HO OFDLIJNEN Geachte collega s, 1 Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken. We

Nadere informatie

ZES VORMEN VAN GEZAG

ZES VORMEN VAN GEZAG ZES VORMEN VAN GEZAG OVER LEIDERSCHAP VAN DE ONDERNEMINGSRAAD Gezag is in de moderne maatschappelijke verhoudingen steeds minder vanzelfsprekend. Er is sprake van een verschuiving van verkregen gezag (op

Nadere informatie

73 SAMENVATTING In dit proefschrift wordt een empirische toetsing van de machtafstandstheorie (Mulder, 1972, 1977) beschreven. In grote lijnen stelt deze theorie dat mensen macht prettig vinden, en dat

Nadere informatie

Zorg om de zorg. Menselijke maat in de gezondheidszorg

Zorg om de zorg. Menselijke maat in de gezondheidszorg Zorg om de zorg Menselijke maat in de gezondheidszorg Prof.dr. Chris Gastmans Prof.dr. Gerrit Glas Prof.dr. Annelies van Heijst Prof.dr. Eduard Kimman sj Dr. Carlo Leget Prof.dr. Ruud ter Meulen (red.)

Nadere informatie

NEDERLANDSE CULTUURGEMEENSCHAP

NEDERLANDSE CULTUURGEMEENSCHAP 6 (1971-1972) - N 1 ARCWIE~ VWMSE RAAR TERUG0EZORGEN VOOR DE NEDERLANDSE CULTUURGEMEENSCHAP ZITTING 1971-1972 13 DECEMBER 1971 VOORSTEL VAN DECREET tot aanmoediging van de deelneming aan cursussen voor

Nadere informatie

Critical Chain Project Management (CCPM) Een korte introductie

Critical Chain Project Management (CCPM) Een korte introductie Critical Chain Project Management (CCPM) Een korte introductie Inleiding Critical Chain Project Management is een methode om projecten te plannen en bewaken en is afgeleid van de management theorie Theory

Nadere informatie

Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1

Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1 Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1 Beoordelingskader, ofwel hoe wij gekeken en geoordeeld hebben Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 2 Uitgangspunten 2 3 Beoordelingscriteria 3 4 Hoe

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2008-I

Eindexamen maatschappijleer vwo 2008-I Opgave 1 Tbs ter discussie 1 maximumscore 2 beveiliging van de samenleving Voorbeeld van juiste toelichting bij beveiliging van de samenleving: In de tekst staat dat er steeds minder mensen uitstromen

Nadere informatie

Juist in het openbaar onderwijs

Juist in het openbaar onderwijs Juist in het openbaar onderwijs Over de aandacht voor levensbeschouwing op de openbare school Legitimatie MARLEEN LAMMERS Wie denkt dat het openbaar onderwijs geen aandacht mag besteden aan levensbeschouwing,

Nadere informatie

Intentieverklaring. inzake onderwijssamenwerking tussen Nederland en Vlaanderen

Intentieverklaring. inzake onderwijssamenwerking tussen Nederland en Vlaanderen Intentieverklaring van de Nederlandse minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dr. Jet Bussemaker en de Vlaamse minister van Onderwijs en viceministerpresident van de Vlaamse Regering, Hilde Crevits,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1991-1992 22 300 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk XV (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) voor

Nadere informatie

Boeien en Binden, bezielende leiders doen het

Boeien en Binden, bezielende leiders doen het Boeien en Binden, bezielende leiders doen het Verslag van de Workshop tijdens de Noorderlinkdagen 2006 Door Maurits Bruel en Stef Driessen De Noorderlinkdagen zijn weer voorbij. Het was een groot succes,

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 9

Samenvatting. Samenvatting 9 Samenvatting Sinds de introductie in 2001 van lectoraten in het Nederlandse hoger beroepsonderwijs wordt aan hogescholen steeds meer gezondheidsonderzoek uitgevoerd. De verwachting is dat dit niet alleen

Nadere informatie

Seminar. Toekomstig beheer van de Structuurfondsen: welke verdeling van de verantwoordelijkheden? Brussel 3 en 4 maart 2003

Seminar. Toekomstig beheer van de Structuurfondsen: welke verdeling van de verantwoordelijkheden? Brussel 3 en 4 maart 2003 EUROPESE COMMISSIE DIRECTORAAT-GENERAAL REGIONAAL BELEID Concipiëring, impact, coördinatie en evaluatie Seminar Toekomstig beheer van de Structuurfondsen: welke verdeling van de verantwoordelijkheden?

Nadere informatie

Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI)

Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI) Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI) Het zelfbeoordelingsformulier Het doel van deze evaluatie is om u te helpen bij het bepalen van de belangrijkste aandachtsvelden van uw leidinggevende

Nadere informatie

3) Verslag van de vergadering van 29 september 2014, zie bijlage 1 (16:05 uur)

3) Verslag van de vergadering van 29 september 2014, zie bijlage 1 (16:05 uur) Agenda voor de vergadering van het Platform Zelfredzaam Datum: Locatie: 12 januari 2015 van 16:00 uur tot uiterlijk 19:00 uur (voor een eenvoudige maaltijd wordt gezorgd) Kulturhus Lienden Koningin Beatrixplein

Nadere informatie

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VWO 2007 tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur Nederlands Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 20 vragen en een samenvattingsopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 50 punten

Nadere informatie

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad ÜT? R>2 3 Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad Aan de minister van onderwijs en wetenschappen, de heer drs. W.J. Deetman, Postbus 25000, 2700 LZ Zoetermeer. Nassaulaan 6 2514 JS 's-gravenhage

Nadere informatie

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Gepubliceerd in: Maandblad Reïntegratie nr. 9, 2007, p. 6-10 KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Drs. Maikel Groenewoud 2007 Regioplan Beleidsonderzoek Nieuwezijds Voorburgwal 35 1012 RD Amsterdam

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE . > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat

Nadere informatie

Whitepaper. Outsourcing. Uitbesteden ICT: Wat, waarom, aan wie en hoe? 1/6. www.nobeloutsourcing.nl

Whitepaper. Outsourcing. Uitbesteden ICT: Wat, waarom, aan wie en hoe? 1/6. www.nobeloutsourcing.nl Uitbesteden ICT: Wat, waarom, aan wie en hoe? 1/6 Inhoud Uitbesteden ICT: Wat, waarom, aan wie en hoe? 3 Relatie tussen ICT en 3 Outsourcen ICT: Wat? 3 Cloud Services 3 Service Level Agreement 3 Software

Nadere informatie

Notitie effect- en inzetstudie wijkcoaches Velve Lindenhof

Notitie effect- en inzetstudie wijkcoaches Velve Lindenhof Notitie effect- en inzetstudie wijkcoaches Velve Lindenhof Pieter-Jan Klok Bas Denters Mirjan Oude Vrielink Juni 2012 Inleiding Onderdeel van het onderzoek zou een vergelijkende studie zijn naar de effectiviteit

Nadere informatie

QUINN-MODEL. CompetenZa info@competenza.nu www.competenza.nu

QUINN-MODEL. CompetenZa info@competenza.nu www.competenza.nu QUINN-MODEL In onze adviestrajecten en gesprekken met opdrachtgevers maken wij vaak gebruik van het zgn. Quinn-model. Een handig hulpmiddel om samen, met een zo objectief mogelijke blik, naar het bedrijf

Nadere informatie

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. MVO en reorganisatie. Een model voor verantwoorde en succesvolle reorganisatie

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. MVO en reorganisatie. Een model voor verantwoorde en succesvolle reorganisatie MVO-Control Panel Instrumenten voor integraal MVO-management MVO en reorganisatie Een model voor verantwoorde en succesvolle reorganisatie 1 Inhoudsopgave Mvo en reorganisatie Verantwoord en succesvol

Nadere informatie

1. Wetenschappers in Nederland M/V

1. Wetenschappers in Nederland M/V 1. Wetenschappers in Nederland M/V 14,8 procent vrouwelijke hoogleraren in 2011 In 2011 studeerden meer vrouwen (53,6%) dan mannen af aan de Nederlandse universiteiten. Het aandeel vrouwen in wetenschappelijke

Nadere informatie

Luisteren naar de Heilige Geest

Luisteren naar de Heilige Geest Luisteren naar de Heilige Geest Johannes 14:16-17 En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen,

Nadere informatie

MSc Management van de Publieke Sector

MSc Management van de Publieke Sector MSc Management van de Publieke Sector September 2015 augustus 2016 Management van de Publieke Sector (MPS) Voor wie bedoeld? Het profiel van het programma De organisatie van het programma Het curriculum

Nadere informatie

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Ronald van Bekkum (UWV), Harry Bierings en Robert de Vries In arbeidsmarktbeleid en in statistieken van het CBS wordt een duidelijk onderscheid gemaakt

Nadere informatie

Casusbeschrijving Management van professionals Ad Standaart. Casus

Casusbeschrijving Management van professionals Ad Standaart. Casus Casusbeschrijving Management van professionals Ad Standaart Over management van professionals zijn boekenkasten vol geschreven. Een casus kan echter soms scherper inzicht geven dan vele uitgewerkte theoretische

Nadere informatie

Voorwoord 9. Inleiding 11

Voorwoord 9. Inleiding 11 inhoud Voorwoord 9 Inleiding 11 deel 1 theorie en geschiedenis 15 1. Een omstreden begrip 1.1 Inleiding 17 1.2 Het probleem van de definitie 18 1.3 Kenmerken van de representatieve democratie 20 1.4 Dilemma

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het UWV te Amsterdam. Datum: 6 maart 2015 Rapportnummer: 2015/049

Rapport. Rapport over een klacht over het UWV te Amsterdam. Datum: 6 maart 2015 Rapportnummer: 2015/049 Rapport Rapport over een klacht over het UWV te Amsterdam. Datum: 6 maart 2015 Rapportnummer: 2015/049 2 Klacht Verzoeker, die werkzoekend was en een WW-uitkering ontving, klaagt over de wijze van informatieverstrekking

Nadere informatie

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel 1 13 Verantwoording 1.1 Keuze van de titel Voor je ligt het handboek Training sociale vaardigheden. Dit boek is geschreven voor iedereen die te maken heeft met kinderen tussen de tien en vijftien jaar

Nadere informatie

Directeur onderwijsinstituut

Directeur onderwijsinstituut Directeur onderwijsinstituut Doel College van van Bestuur Zorgdragen voor de ontwikkeling van het facultair en uitvoering en organisatie van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen de faculteit, uitgaande

Nadere informatie

Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa

Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa 1 maximumscore 4 Het verrichten van flexibele arbeid kan een voorbeeld zijn van positieverwerving als de eigen keuze van de jongeren uitgaat naar flexibele arbeid in

Nadere informatie

Naar HKZ; procesgericht of doelgericht?

Naar HKZ; procesgericht of doelgericht? Naar HKZ; procesgericht of doelgericht? Septa Management Group Scheepsmakershaven 34d 3011 VB Rotterdam Auteur: Johan ter Heegde Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Vertrekpunt HKZ: documenten, processen of

Nadere informatie

Uitkomsten CFO-bijeenkomst Prestatieafspraken in het HBO

Uitkomsten CFO-bijeenkomst Prestatieafspraken in het HBO Uitkomsten CFO-bijeenkomst Prestatieafspraken in het HBO Eind september ging Deloitte met CFO s uit het hoger onderwijs in gesprek over de uitdagingen om de prestatieafspraken te realiseren, ook al is

Nadere informatie

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer];

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; De raad van de gemeente Heerenveen; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; Gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid, van de Participatiewet;

Nadere informatie

Rapportage VBG panel Over veerkracht, vitale coalities en Thorbecke voorbij

Rapportage VBG panel Over veerkracht, vitale coalities en Thorbecke voorbij Rapportage VBG panel Over veerkracht, vitale coalities en Thorbecke voorbij Sjaak Cox Jolanda Westerlaken Twee crises tegelijkertijd versterken de urgentie om tot merkbare verbeteringen te komen in het

Nadere informatie

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model.

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. 1. Wat is het INK-model? Het INK-model is afgeleid van de European Foundation for Quality Management (EFQM). Het EFQM stelt zich ten doel Europese bedrijven

Nadere informatie

fr, Vere : Geachte mevrouw Bussemaker,

fr, Vere : Geachte mevrouw Bussemaker, t 0 4 fr, Vere : Hogeschoe1if Prinsessegracht 21 Postbus 123 2501 CC Den Haag t (070)31221 21 f(070)31221 00 Aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap - Mevrouw dr. M. Bussemaker Postbus 16375

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Kernenergie. Van uitstel komt afstel

Kernenergie. Van uitstel komt afstel 23 Kernenergie. Van uitstel komt afstel Bart Leurs, Lenny Vulperhorst De business case van Borssele II staat ter discussie. De bouw van een tweede kerncentrale in Zeeland wordt uitgesteld. Komt van uitstel

Nadere informatie

EERLIJK DELEN, KRACHTEN BUNDELEN EN NIEMAND AAN DE KANT IN VENLO

EERLIJK DELEN, KRACHTEN BUNDELEN EN NIEMAND AAN DE KANT IN VENLO EERLIJK DELEN, KRACHTEN BUNDELEN EN NIEMAND AAN DE KANT IN VENLO 29 juni 2011 1 / 5 Kadernota 2012-2015 PvdA Venlo 29 juni 2011 Eerlijk delen, krachten bundelen en niemand aan de kant in Venlo. Bezuinigen

Nadere informatie

Workshop verantwoordelijkheid Just Culture Symposium 8 maart 2013 HUFAG & VNV

Workshop verantwoordelijkheid Just Culture Symposium 8 maart 2013 HUFAG & VNV Workshop verantwoordelijkheid Just Culture Symposium 8 maart 2013 HUFAG & VNV Inleiding Bij de invoering van een Just Culture in een organisatie spelen verschillende aspecten een rol. De workshops die

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Elke dag nemen mensen talrijke beslissingen. Belangrijk voor het maken van keuzen is dat men weet wat de gevolgen van de verschillende mogelijkheden zijn. Het verzamelen

Nadere informatie

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van: 11 november 2014;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van: 11 november 2014; Verordening individuele inkomenstoeslag Westerveld 2015 De raad van de gemeente Westerveld; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van: 11 november 2014; gelet op artikel 147, eerste lid,

Nadere informatie

Bij Mattheus 5 : 13-16 - Zout en licht Laat ons het zout der aarde zijn, het licht der wereld, klaar en rein,

Bij Mattheus 5 : 13-16 - Zout en licht Laat ons het zout der aarde zijn, het licht der wereld, klaar en rein, 9 februari 2014 Bij Mattheus 5 : 13-16 - Zout en licht Laat ons het zout der aarde zijn, het licht der wereld, klaar en rein, Misschien heeft u bij het zingen van dit lied ook altijd wel een wat dubbel

Nadere informatie

Nota collectiebeleid 2011 De collectievorming voor de Vakbibliotheek Rechten

Nota collectiebeleid 2011 De collectievorming voor de Vakbibliotheek Rechten Nota collectiebeleid 2011 De collectievorming voor de Vakbibliotheek Rechten Inhoud: 1. Inleiding 2. Collectievorming en taakstelling van de vakbibliotheek 2.1. De taakstelling van de bibliotheek 2.2.

Nadere informatie

Cynisme over de politiek

Cynisme over de politiek Cynisme over de politiek Een profiel van ontevreden burgers Dr. Pieter van Wijnen Waar mensen samenleven, zijn verschillende wensen en belangen. Een democratische samenleving heeft als doel dat politici

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder. Zaaknummer: 2008/008 Rechter(s): mrs. Loeb, Lubberdink, Mollee Datum uitspraak: 20 juni 2008 Partijen: appellant tegen college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

Update ' toezicht op bestuur in relatie tot de rol van participatiemaatschappijen in hun portefeuillebedrijven'

Update ' toezicht op bestuur in relatie tot de rol van participatiemaatschappijen in hun portefeuillebedrijven' Update ' toezicht op bestuur in relatie tot de rol van participatiemaatschappijen in hun portefeuillebedrijven' 1 Toezicht op bestuur Op 31 mei 2011 is het wetsvoorstel bestuur en toezicht (het "Wetsvoorstel")

Nadere informatie

1. Met andere ogen. Wetenschap en levensbeschouwing. De wereld achter de feiten

1. Met andere ogen. Wetenschap en levensbeschouwing. De wereld achter de feiten 1. Met andere ogen Wetenschap en levensbeschouwing De wereld achter de feiten Dit boek gaat over economie. Dat is de wetenschap die mensen bestudeert in hun streven naar welvaart. Het lijkt wel of economie

Nadere informatie

Reactie gemeenschappelijk vakbondsfront op de tweede nota over de. hervorming van het deeltijds kunstonderwijs

Reactie gemeenschappelijk vakbondsfront op de tweede nota over de. hervorming van het deeltijds kunstonderwijs Reactie gemeenschappelijk vakbondsfront op de tweede nota over de hervorming van het deeltijds kunstonderwijs Vooraf De tweede nota heet een discussienota. Wat hieronder staat, tekent in grote krijtlijnen

Nadere informatie

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijs 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Resultaten Karin Jettinghoff en Jo Scheeren, SBO Januari 2010 2 1. Inleiding Tot voor kort

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011; De raad van de gemeente Schiermonnikoog; overwegende, dat het noodzakelijk is het verstrekken van toeslagen en het verlagen van uitkeringen van bijstandsgerechtigden jonger dan 65 jaar bij verordening

Nadere informatie

Geboortejaar werkzame predikanten Gereformeerde gemeenten

Geboortejaar werkzame predikanten Gereformeerde gemeenten Het predikantenkorps in Nederland vergrijst snel. Twee van de drie voorgangers bereiken uiterlijk in 22 de 6-jarige leeftijd. Het is een probleem dat zich zo n beetje in alle kerken voor doet. Opmerkelijk

Nadere informatie

Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ----------------------------------------------------------------------------------

Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ---------------------------------------------------------------------------------- CENTRALE RAAD VOOR HET BEDRIJFSLEVEN NATIONALE ARBEIDSRAAD ADVIES Nr. 1.402 Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ----------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE AANGELEGENHEDEN, HUISVESTING EN STEDELIJK BELEID

VLAAMS PARLEMENT HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE AANGELEGENHEDEN, HUISVESTING EN STEDELIJK BELEID C284 BIN30 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2002-2003 10 juli 2003 HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE AANGELEGENHEDEN, HUISVESTING EN STEDELIJK BELEID Vraag om uitleg van de heer Bart

Nadere informatie

1. De detailhandel in Nederland

1. De detailhandel in Nederland 1 2 1. De detailhandel in Nederland De detailhandel is een belangrijke economische sector die wordt gekenmerkt door een zeer arbeidsintensief karakter. Er werken ongeveer 750.000 mensen. Het belang voor

Nadere informatie

Proefdieren in de wetenschap VU & VUmc

Proefdieren in de wetenschap VU & VUmc Proefdieren in de wetenschap VU & VUmc jaarverslag dierproeven 2013 De VU en VUmc doen onderzoek met behulp van proefdieren. Dat gebeurt met zeer goede redenen en op een verantwoorde manier. Over het gebruik

Nadere informatie

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. De Reizende DNA Rechter

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. De Reizende DNA Rechter Afsluitende les Leerlingenhandleiding De Reizende DNA Rechter Dossier HER2 cellijn Achtergrond informatie Mevrouw X is een borstkankerpatiënt. Voor onderzoek zijn bij haar tumorcellen afgenomen en op kweek

Nadere informatie

'Risico's it-investeringen doorgaans hoog'

'Risico's it-investeringen doorgaans hoog' Computable Computable In bedrijf: 07/05/04 - 'Risico's it-investeringen doorgaans hoog' It-portfoliobeheer: inzicht als eerste stap naar controle 'Risico's it-investeringen doorgaans hoog' Chris Verhoef,

Nadere informatie

Andragogisch handelen en bevlogenheid in het werk

Andragogisch handelen en bevlogenheid in het werk Kring Andragologie Andragogisch handelen en bevlogenheid in het werk Versterking zelfregulerend vermogen van individu, groep en organisatie als antwoord op toegenomen complexiteit Zeven interactieve werkcolleges

Nadere informatie

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming.

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Tussen 16 december 2013 en 1 januari 2014 heeft GfK voor het ministerie van OCW een flitspeiling uitgevoerd gericht

Nadere informatie

Transparantie Public Affairs is een vak dat volgens de beroepsvereniging in alle openheid bedreven wordt.

Transparantie Public Affairs is een vak dat volgens de beroepsvereniging in alle openheid bedreven wordt. HANDVEST 1. Inleiding Wat kunnen en mogen politici, ambtenaren en journalisten verwachten van leden van de Beroepsvereniging voor Public Affairs (BVPA) die het vak van Public Affairs uitoefenen? En waarop

Nadere informatie

DE PROFESSIONALITEIT VAN MAATSCHAPPELIJK WERK

DE PROFESSIONALITEIT VAN MAATSCHAPPELIJK WERK DE PROFESSIONALITEIT VAN MAATSCHAPPELIJK WERK Over de morele identiteit van het beroep en het belang van morele oordeelsvorming Jaarcongres NVMW (10-11-2011) Ed de Jonge INTRODUCTIE: thematiek en spreker

Nadere informatie

Hoe kan het dat mijn collega van dezelfde afdeling een ander OCAI-profiel van onze organisatie krijgt?

Hoe kan het dat mijn collega van dezelfde afdeling een ander OCAI-profiel van onze organisatie krijgt? Veelgestelde vragen Over de uitslag Hoe kan het dat mijn collega van dezelfde afdeling een ander OCAI-profiel van onze organisatie krijgt? De test meet hoe u de werkcultuur beoordeelt in uw organisatie.

Nadere informatie

Je doel behalen met NLP.

Je doel behalen met NLP. Je doel behalen met NLP. NLP werkt het beste als al je neurologische niveaus congruent zijn. Met andere woorden: congruent zijn betekent wanneer je acties en woorden op 1 lijn zijn met je doelen, overtuigingen,

Nadere informatie