1 Ui. 1 Jg II 218 [ ] t VEBSLAU DEB COMMISSIE, in 1875 Mast nut iet af nemen MM ewame* tau hen, die «eten, ta* bekirwiiiihcid

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "1 Ui. 1 Jg II 218 [128. 9.] t -- 8. VEBSLAU DEB COMMISSIE, in 1875 Mast nut iet af nemen MM ewame* tau hen, die «eten, ta* bekirwiiiihcid"

Transcriptie

1 28 [28. 9.] Verslag van den staat der hooge-, middelbare en lagere scholen over <).] BIJLAGE Cr. VEBSLAU DEB COMMISSIE, in 875 Mast nut iet af nemen MM ewame* tau hen, die «eten, ta* bekirwiiiihcid verlangden voor middelbaar onderwijl in tris- e/i natuurkundige wetenschappen, landboutckimde, leekene,\, boetseren en gymnastiek. Aan Zijne ExceUentU den lieer Minister van Binne,dandsche Zaken. De Commissie, krachtens art. 09 der wet van 2 Mei 863 (Stiintshliul n. 50). door Uwe Excellentie, bij beschikking van den 28sten September 875, litt. K, afdeeling V, benoemd tot het examineren van hen, die acten van bekwaambeid verlangden voor middelbaar onderwijs in de wis- en natuurkundige wetenschappen, de landbouwkunde, het leekenen en boetseren en de gymnastiek, heeft de eer Uwe Excellentie het verslag harer werkzaamheden aan te I lieden. De Commissie bestond uit do hoeren : dr. M. SALVBBDA, inspecteur van liet middelbaar onderwijs, als lid en voorzitter; dr. G. F. W. BAEIIR en F. J. VAN DEM BKRO, hoogleeraren aan de Polyteehnische school te Delft; dr... ). VAN DBB WAALS, leeraar aan de gemeentelijke hoogere burgerschool te 'soravenhage; J. Vi'ifsr.rvs, leeraar aan de Rijks- hoogere burgerschool te Groningen; I). GHOTHE, hoogleeraar aan de Polvtechnische school te Delft; dr. C. A. J, A. ODKMANS, hoogleeraar aan het Athenaeum te Amsterdam; dr. F. VAN CAI.KER, leeraar aan de gemeentelijke hoogerc burgerschool te Arnhem; J. E. ('ORNKI.ISSEN, directeur der afdeeling voor de waarnemingen ter zee aan het Koninklijk Xedcrlandsch meteo rologiseh instituut te Utrecht; J. Pu. KOELMAN, directeur der Akademie van Beeldende Kunsten te 'soravenhage; E. QuOBL, hoogleeraar aan de Polytechnische school te Delft; F. STRACKÉ, hoogleeraar aan de Rijks Akademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam; dr. W. KOSTEB, hoogleeraar aan de hoogeschool te Utrecht, en C. FOQTBLOO, leeraar aan de Rijks- hoogere burgerschool te Alkmaar. Er hadden zich aangemeld 80 candidaten, te zamen aanvragende 8fi acten. De namen, voornamen en woonplaatsen der candidaten, alsmede den uitslag van hun examen, van de toegelaten candidaten bovendien de geboorteplaat- Ben en de vroeger door hen verkregen acten vindt Uwe Excellentie in de bij dit verslag gevoegde specifieke lijst. De aard der verlangde acten, het aantal candidaten voor elke daarvan en de uitslag der examens zijn, met de namen der examinatoren, in de volgende tabel vernield. (letal DEK CANDIDATEN' A C T E. Ui t -- 8 Jg II Examinatoren. K. (Lagere wiskunde) () dr. VAN DER WAALS, VXBBXUTS. Kil. (Beginselen der theoretische en toegepaste mechanica, der kennis van werktuigen en der 0 is) prof. BA EHR, prof. GROTHE. Ki % '. (Beginselen der delfstof", aard-, plant- en dierkunde) dr. VAN CAI.KER, prof. OLDEMANS, dr. SAI.VERDA prof. BAEIIR, prof. VAN DEN BERG. Kiv. (Hoogere mechanica) prof. BAEIIR, prof. VAN DEN BEUG. () Eén dezer bekwam slechts de acte voor /«««onderwijs..

2 [28.,] 29 Verslag van den staat der hooge-, middelbare en lagere scholen over (ETAI, DEIt CANDIDATEN A 0 T E. die zicdi hebben aangemeld. die aan het examen hebben deelgenomen. i %-i i a M t ~^ * g a - ï 5, S N O O O die werden toegelaten. Examinatoren. 2 0 COBNBLIMSN. 8() 7() 9() 8 prof. GrUGBL, KOELMAN, prof. STRIO* KI : :, prof. KOSTER, dr. VAN DER WAALS, VERSLIK S prof. GhjOBL, dr. VAN DBB WAALS, VlBSLUYS o prof. STHACKÉ, prof. QoOBX. 0 (2) 0(2) 5 (2) prof. Kosih'i!, FOÜTELOO. Totaal (3; () Onder dezen ééne dame. (2) Onder dezen drie dames. (3) Dat ifl 47 V 2 percent van de geëxammeerden. De verdeeling der candidaten in groepen, de duur der examens voor de verschillende acten, en de wijze, waarop de candidaten werden geëxamineerd, waren in hoofdzaak dezelfde als ten vorigen ja». Wat de verkregen resultaten betreft, zij kunnen niet anders dan gering worden genoemd. Wanneer teekenen en gymnastiek worden buiten rekening gelaten, daalt het cijfer der toegelaten candidaten tot SöVj percent. Bij een examen, waaraan zich aangtaande en voor een deel zelfs reeds gevestigde leeraren onderwerpen, moesten cijfers als dit tot de onmogelijkheden belmoren. Ernstig meent de Commissie zich te mogen beklagen over de ligtvaardigheid, waarmede ook ditmaal candidaten zich hebben aangemeld, zonder zich zelfs de moeite te hebben gegeven de eischen van het programma behoorlijk na te gaan. Om slechts één enkel voorbeeld te noemen, welken indruk moet het maken lat een candidaat zich aanmeldt tot het examen in de beginselen der mechanica, der kennis van werktuigen en der technologie, en bij het onderzoek blijkt zelfs niet de cen- VOudigste noties te bezitten van het stoomwerktuig! Het zijn juist deze candidaten, die, door gelijk het al te euphemistisch pleegt te worden genoemd» zich gedurende het onderzoek terug te trekken", den geregelden gang der examens bij iedere gelegenheid verstoren. Dat bij een eerste examen de candidaat faalt, is in smamige gevallen voorzeker verschoonbaar. Blaar oetreurenswaardlg is het, dat voor vakken als hoogere wiskunde, hoogere mechanica, het getal der afwijzingen dat der toelatingen overtreft; en onvergeeflijk mag het worden genoemd, dat candidaten op een examen tot het verkrijgen van bevoegdheid voor middelbaar ONDERWIJS ten derde,/. male durven verschijnen, zonder zelfs aan de matigste eischen te kunnen voldoen. Ook dit is voor eene der hoogere acten voorgekomen! De Commissie heeft gemeend ook ditmaal zich te moeten onthouden van eene gedetailleerde opsomming der tekort* koiningen van de candidaten. Zij waren dezelfde, waarover in vroegere verslagen reeds bij herhaling is geklaagd. Toch kan ook zij niet nalaten, nogmaals met den meest mogelijken nadruk er op aan te dringen, dat toch zij, die zich tot het afleggen van een examen willen gaan voorbereiden, beginnen met naauwkeurig kennis te nemen van de eischen, waaraan zij zullen hebben te voldoen, en indien het slechts eenigzins mogelijk is zich bij hunne studie bevoegde leiding verschaffen. Ontbreken de middelen of di' gelegenheid daartoe, dan trachte men zich ten minste vooraf van bevoegde zijde den weg te doen wijzen. Vragen daarnaar zijn door de inspecteurs van iiet middelbaar onderwijs, en niet minder door vele leden van deze en van vroegere cominissien, steeds met welwillendheid ontvangen en beantwoord. Vooral make men zich toch los van het wanbegrip, dat het aanleeren van den inhoud van een enkel leerboek voldoende zou zijn om dien ruimen blik op de zaak te verschaffen, welke in den leeraar onmisbaar m et worden geacht. Hoewel tot de voldoening der Commissie de examens in het teekenen aanmerkelijk betere resultaten dan in vorige jaren hebben opgeleverd, heef)!; '' ook nu wederom de aandacht getrokken, dat vele candidaten, ook die overigens blijken gaven van vlijtige studie, omtrent de theorie van het ornament wel het noodige hadden gelezen, maar dat bet hun had ontbroken aan de gelegenheid het noodige te zien. liet ware allezins wenselielijk, dat die gelegenheid nok '.oor hen, wier omstandigheden niet toelaten dat zij aan eene Akademie v;in Beeldende Kunsten of dergelijke instelling van onderwijs gaan studeren. op eenige wijze kon worden verschaft. In bet aesthetisch gedeelte van het vak al zijn in het examen-program aesthetiek en kunstgeschiedenis niet met name genoemd, juist met het oog op de ontwikkeling, die van middelbaar onderwijs het doel is van zoo groots beteekenis was de groote meerderheid der candidaten op verre na niet genoeg doorgedrongen. Zij misten trouwens de gelegenheid zich in de genoemde vakken voldoende te bekwamen. Ook uit dit oogpunt kan de ('om missie niet nalaten de bijzondere aandacht van Uwe Excelleiitie te vestigen op de oprigting eener normaalschool voor teekenonderwijzers, waarop ook reeds van andere bevoegde zijde vóór eenigen tijd is gewezen. Eene algemeens klagt was er ook ditmaal in de C'ommissie over de veelal geheele verwaarloozing van hetgeen in programma Q Koninklijk besluit dd. 2 Februarij 804 (Staatsblad. 8) van allen wordt gevorderd, die eene der acten van bekwaamheid voor schoolonderwijs volgens de prograinmata A tot L verlangen. Aan vragen over geschiedenis van leerwijzen" kon niet worden gedacht. Zelfs aan» duidelijke begrippen van klassikaal onderwijs"

3 [lts. 9.] Verslag van den staat der hooge-, middelbare en lagere scholen over ontbrak bet vaak geheel. De Commissie betreurt liet, dat zich eenigermate de meening schijnt te hebben lngedrongen, als zou <le beoefening van /aken als deze voor de eandidaten luttel waarde hebben. Toch ia geheel het tegendeel het geval..met nadruk wordt in ile/.e op verbetering aangedrongen. l)i' Commissie i mt ten slotte de vrijheid, Uwe Bxcellentie bare dankbetuiging aan te bieden voor liet in haar gestelde vertrouwen. Delft, den 24sten December 875. Nament de Commissie, BALVKHOA, Voortitter, J. ). v. n. WAALS, Secretarie. VERSLAG DER COMMISSIE, in 875 belast met hei afnemen van examen van hen, die acten vanbekwaamheid verlangden voor middelbaar onderwijl 'm Nederlandsche taal- en letterkunde, vreemde luien en lm re letterkunde, geschiedenis, aardrijkskunde, staats- en handeüwetei schappen en schoonschrijt,/. A'hi Zijid' Excellentie den heer Minister tan Binnenlandiche Zaken. De Commissie, benoemd liij Uwer Excellentie's besckikking van den 28sten September 875, litt. K., ode afd., heen de eer!)ij dezen verslag te doen van hare werkzaamheden. Het kwam den voorzitter noodig voor eene voorbereidende vergadering der leden te houden, ten einde van gedachten te wisselen, zoowel aangaande de regeling der examens zelve, als tot onderlinge bespreking van de daarbij naar aanleiding van de programmas te stellen eischen; de omstandigheid, dat er onder do leden verscheidene waren, aan wie thans voor liet eerst de eer eener benoeming tot het lidmaatschap was te beurt gevallen, en Benige in het verslag harer voorgangster gestelde, doch nog niec opgeloste Ewestien maakten zoodanige bijeenkomst thans meer dan anders noodig. Zij had plaats den oden Oetober. Behalve eene gedacutenwisseling over de bij deverschillende examens te stellen eisehen, waarvan de uitslag nader zal blijken, wanneer aangaande de examens in ieder vak afzonderlijk liet een en ander zal worden medegedeeld, werd deze bijeenkomst in de eerste plaats gewijd aan de beantwoording der vraag, of het in liet belang der candidaten niet wenschelijk zou zijn af te wijken van de tot dus verre gevolgde regeling, volgens welke voor tederen candidaat, die zich slechts voor één vak bad aangemeld, het examen, schriftelijk en mondeling, in één dag moest worden ten einde gebragt. De ondervinding van vroegere jaren toch scheen geleerd te hebben, dat vele eandidaten, na zich gedurende eenige uren met het samenstellen van een opstel te hebhen bezig gehouden, te veel vermoeid waren om daarna nog een degelijk mondeling onderzoek te ondergaan, en dat omgekeerd, wanneer liet mondeling examen vooraf was gegaan, de inspanning, welke daarmede vergezeld ging, in den regel aanleiding gaf, dat liet schriftelijk werk meermalen niet van zoodanigen aard was, als men met het oog op het mondeling examen had gemeend van den candidaat te mogen verwachten. Daar het der Commissie vooral wenschelijk scheen, dat het schriftelijk werk onder gunstige omstandigheden werd gemaakt en dat de eandidaten zich tusschen dit en bet mondeling onderzoek de noodige rust konden gunnen, werd met eenparige stemmen besloten dat het examen voor elk der eandidaten, behoudens enkele hierna te vernielden uitzonderingen, twee dagen zou duren; dat de eerste dag uitsluitend zou bestemd zijn voor het vervaardigen van het schriftelijk werk en dat den daarop volgenden dag een mondeling onderzoek zou plaats hebben, waaraan dan, zonder al te groote vermoeijenis voor den candidaat, des noods een tweetal uren kon worden besteed. Hieraan zou bovendien voor de examinatoren bet voordeel verbonden zijn, dat zij dos avonds bet schriftelijk werk konden nazien en beoordeelen /.onder die overhaasting, dia niet zelden met de tol dus \eito gevolgde regeling van het examen gepaard ^in^r; ook de andere leden der Commissie souden dan heter den tijd kunnen vinden om van de opstellen kennis te nemen en derhalve bij de beslissing omtrent dan uitslag eene gemotiveerde stem kunnen uitbrengen. Alleen meende men van dezen regel te mogen afwijken voor de examens uitsluitend in slaat>hiiishoudkunde of iu gronden der ttaatsinrigting, indien namelijk de eandidaten, reeds in het bezit zijnde van eene acte in Benig ander vak van middelbaar onderwijs, geen examen in de theorie van onderwijs en opvoeding behoefden ie ondergaan. Nog valt hierbij op te merken, dat ten gevolge van dezen maatregel de gebeele duur van de examens slechts met één dag zou worden verlengd, daar nu op iederen dag, met uitzondering van den eersten, een dubbel getal eandidaten kon worden opgeroepen, waarvan de eene helft zich met het schriftelijk werk bezig hield, terwijl de andere mondeling werd geëxamineerd. Het is der Commissie aangenaam hier aanstonds te mogen verklaren, dat zij de beste gevolgen van deze regeling beeft mogen ondervinden. Zoowel de mannelijke als de vrouwelijke eandidaten legden hunne ingenomenheid daarmede aan den dag, en zoowel het schriftelijk werk, dat zij nu meel op hun gemak hadden kunnen 'maken, als de meerdere kalmte hij het mondeling examen op den daarop volgenden dag, waren krachtige bewijzen, dat men op deze wijze een juister en billijker maatstaf ter beoordeeling verkreeg. Hen tweede punt van overweging maakte het onderzoek naar de paedagogische geschiktheid der eandidaten uit, dat is het examen in de theorie van onderwijs en opvoeding, dat de wet verpligtend stelt voor allen, die eene acte voor sohoolonderwijs verlangen. De Commissie was eenparig van oordeel, dat aan dit gedeelte van het examen groot gewigt moest worden gehecht, en dat het daarom noodig was dit onderzoek, even als vorige jaren, zoowel schriftelijk als mondeling te doen plaats hébben. Hij het examen besloot men vooral mondeling na te gaan, of de candidaat de vereischte geschiktheid bezit om zijne kennis ook aan anderen mede te deelen, en wel in zoodanigen vorm, als bij het klassikaal onderwijs noodig is; daardoor zou van zelf aanleiding worden gegeven om verschillende vragen te doen betreffende de wijze hoe sommige onderwerpen in de klasse te behandelen, over de regeling en verdeeling van de leerstof en dergelijke. Het kwam evenwel wenschelijk voor het schriftelijk examen ook tot dit onderdeel uit te strekken, zoo als ook reeds vorige jaren was geschied, en de eandidaten over eene of andere paedagogische vraag schriftelijk hunne gedachten te laten mededeelen, voor zooveel namelijk het vak daartoe gelegenheid gaf. Voor boekhouden werd er de voorkeur aan gegeven, het paedagogisch gedeelte tot het mondeling onderzoek te bepalen. vooreerst omdat de ondervinding van vroegere jaren had geleerd, dat bij de meeste eandidaten voor dit vak het schriftelijk paedagogisch examen zeer weinig bevredigende resultaten opleverde, en voorts omdat het groot getal der eandidaten het noodig zou maken telkens in herhaling van dezelfde onderworpen te vallen, hetgeen ligtelijk tot frauue nanleiding zou kunnen geven. Voor staats- en handelswetenschappen was het niet noodig schriftelijk paedagogisch werk te laten maken, daar allo eandidaten voor deze vakken reeds in 't bezit waren van eene of meer acten voor middelbaar onderwijs en dus, volgens art. 78 der wet, geen nieuw examen daarin behoefden af te leggen. Bindehjk werd nog de vraag gesteld, of het niet wenscbehjk was, behalve de vragen over methodologie van eenig vak, tevens eenige algemeene vragen over paedagogiek te stellen, bepaaldelijk ook over de geschiedenis der opvoedkunde en de psychologische gronden der paedagogiek. De Commissie meende evenwel, met het oog op de door hare voorgangsters gestalde eischen, deze kennis nog niet verpligtend te mogen stellen, maar toch, door onder de schriftelijk te beantwoorden vragen, waaruit den eandidaten de keus werd gelaten, enkele van dien aard op te nemen, als 't ware aan te wijzen, dat zij

4 Kijlagen. [28. 9.] Tweede Kamer. 22 Verslag van den staat der hoogc-, middelbare en lagere scholen over ook eenige kennis van die onderwerpen bij de eandidaten ooodig acht. Daar liet zoowel den voorzitter als verschillende leden der Commissie herhaaldelijk was gebleken, dat zij, die zich VOOT Ben examen ter verkrijging eener acte I oor middelbaar onderwijs voorbereiden, in den regel weinig bekend zijn met den aard der onderwerpen voor opstellen, en zij ook in dit opzigt bezwaarlijk de voor hunne studiën zoo noodige leiding kunnen vinden, heeft de Commissie besloten eene lijst van alle door haar aan de eandidaten opgegeven onderwerpen voor opstellen aan dit verslag toe te voegen, en den wensch kenbaar te maken, dat die lijst met bet verslag openbaar worde gemaakt; alleen VOOT boekhouden scheen zulks minder ooodig, mits uit het verslag zeil' bleek, van welken aard de gestelde vragen zijn geweest. Kennisneming van deze opgaven zal voor menigen aanstaanden candidaat nuttig zijn, daar er uit kan worden afgeleid op welke onderwerpen, naar bet oordeel dezer Commissie althans, vooral de aandacht is te veatigen; terwijl het geheel dier vragen hen in staat zal stellen over het karakter en de rigting van bet examen, ook op paedagogisch gebied, een juister oordeel te vellen. Wat de letterkundige opstellen betreft, zij nog opgemerkt, dat daaronder verscheidene voorkomen, welke uitsluitend aan mannelijke eandidaten werden opgegeven. Voor de letterkundige en andere vakken werd in den regel de keus gelaten uit vier onderwerpen, voor het paedagogiscb examen uit drie. De vrees dat door openbaarmaking dezer lijst afrigting tot het examen zou worden bevorderd, heeft bij de Commissie niet zwaar gewogen. De ondervinding toch heeft haar voldoende geleerd, dat het gemakkelijk valt, zoowel op grond van een schriftelijk werk van zekeren omvang als bij het mondeling onderzoek, degelijke weton- KhappeHjke kennis van een oppervlakkig venu toonder* scheiden. Het getal der eandidaten bedroeg 40, namelijk.'{(i vrouwelijke en )4 mannelijke. De examens hebben den INden Oetober een aanvang genomen met de vrouwelijke eandidaten; gedurende de eerste weel; heeft de Commissie zich uitsluitend met deze bezig gehouden ; de tweede week is bovendien een aanvang gemaakt met de examens in boekhouden) het overgroote getal eandidaten voor dit vakmaakte het DOOdig hiermede reeds vroeger te beginnen dan met de examens der andere mannelijke eiindidaten, hoe lastig het ook mogt zijn daarbij te zorgen voor eene trouwe naleving van het voorschrift der wet, dat de examens der mannelijke eandidaten openbaar moeten zijn. die der vrouwelijke niet. Gedurende de 3de en 4de week is niet het examineren der eandidaten in boekhouden voortgegaan en zijn tevens de examen! der andere mannelijke eandidaten gehouden; zij hebben geduurd tot den loden November. Van de 30 vrouwelijke eandidaten is er ééne niet opgekomen ; van de.'5 overigen verkregen 2."> de gevraagde acte ;!) werden afgewezen, terwijl ééne zich bij den aanvang van het mondeling examen terugtrok. Het getal der mannelijke eandidaten bedroeg 04, van welke 0 niet zijn opgekomen; van de l J8 examens waren 57 met gunstige» uitslag; 36 eandidaten werden afgewezen en 5 trokken zich onder 'het examen, enkelen zeifs reeds onder het schriftelijk werk, terug. In de volgende tabel is uitvoerig de uitslag voor elk vak in 't bijzonder aangewezen. GETAL VAX HEN, DIE Gevraagde acte Leden E "ri, id id van bekwaamheid volgens ~5. B id der Commissie, 3 id 9.iD ic S ' bij de verschillende Koninklijke =P S m ~< 2 door 3 g J "Z m m 4> besluiten vastgestelde 2 "3 3 l 2 a> wie het examen werd e d programma's. ~ÖM 3 3 afgenomen. J3M l is o M * ~ d MM.2 X = w ;& : => x M N toeg Vrouwelijke eandidaten. Nederbuidaohe taal en letterkunde. (Progr. Kv", Q.) Geschiedenis.. (Progr. Kv», Q.) 6 5 4» 2» 2» dr. \V. (i. BBILL. dr. P. RO.MKVN. Aardrijkskunde. (Progr. K'x, Q.) 2 y> 2 2»» dr. D. J. SnTN PAUVÉ, N. W. POSTni MUS. Fransche taal en letterkunde (Progr. L, Q.) 6» 0 4 V. J. RODE. Duitsche taal en letterkunde (Progr. L, Q.) 7» 7 5 7> dr. J. H. H. HÜLSUANN. Engelsche taal en letterkunde (Progr. L, Q.) Boekhouden... (Progr. K*», Q » 4 4»» A. C. LOPFBLT. E. H. C. St'HAEFEK, J. H. DlJK- MAN B/.. Totaal. 30 ï Bijblad van de Nederlandsche Staats-Courant

5 222 [MS. 9,] Verslag van den staat der hoogc-, middelbare en lagere scholen over Gevraagde ucte van bekwaamheid volgens de bij venebillende Koninklijke besluiten vastgestelde programma's. (iktat, VAN MEN DIK 'S w m, i l i E O E -*- ie ie E E ps -* s ^ ^) J <u a ü. -*- N 73 a (E o s hebbe zich i f J5 d r # # H - O) Leden der Commissie, door wie het examen werd afgenomen. Mannelijke eandltlatcn. Nederlandsche taal en letterkunde., (Progr. Kv", Q.) Geschiedenis (Progr. K >, Q.) Aardrijkskunde (Progr. K«, Q.) Staatshuishoudkunde en Staatsinrigtmg (Progr. G, Q.) Staatshuishoudkunde (Progr. K«, Q.) Staatsinrigting (Progr. K*, Q.) Handels-wetenschappen i Progr. H, Q.) Boekhouden (Progr. IÖ", Q.) Idem (huisondenvijs) Progr. K>".) Franscda' taal en letterkunde... (Progr. L, O.) Duitache laai en letterkunde... (Progr. L, Q.) Engelsche taal en letterkunde... (Progr. L, Q.) Bchoonschrijven (Progr. N.) 6 5 5»»» t> 3 3 4» 4 3» 2» 2 2 7>» dr. BIUI.I.. dr. ROMEYX. dr. STBTM PAHVÉ, POSTHUMUS. 3» 3 t> o 2 / mr. WII.I.EIMIER.»»»»! 2» 2» i > SCIIAEI'EH, DIJKMAN.»» 7» 7 3» 4 4 PiODE. 9» 9 5» 4 4 dr. HÜLSMANX. 6 T> 6 3» 3 3 LrOFFKLT. 3 3> 3 3»»» dr. STEYX PAUVÉ, POSTHUMUS. Totaal Algemeen totaal Hierbij valt nog op te merken, dat onder de 26 candidaten, aan wie eene acte voor boekhouden werd toegekend, er 3 waren aan welke, bij gebrek aan de noodige paedagogische geschiktheid, slechts eene acte voor huisonderwijs werdt uitgereikt. Hetzelfde geldt voor een candidaat voor engelsche taal en letterkunde, wiens taaikundige en letterkundige kennis der commissie alleszins voldoende voorkwam. doch bij wien zij zoodanige afwezigheid van paedagogische kennis en geschiktheid aantrof, dat zij meende hem geen acte voor schoolonderwijs te mogen toekennen. Onder de candidaten waren er verscheidene, die reeds eene acte voor een ander vak van middelbaar onderwijs besaten. Onder de vrouwelijke verkreeg thans eene de acte voor nederlandsche taal en letterkunde, aan wie reeds vroeger aeten voor geschiedenis en aardrijkskunde waren toegekend ; de beide aeten voor aardrijkskunde werden uitgereikt aan dames, die reeds in het bezit waren van eene acte voor geschiedenis; de acte voor boekhouden werd toegekend aan eene onderwijzeres, die vroeger eene acte voor engelsche taal en letterkunde had verkregen. Onder de mannelijke candidaten werd de acte voor geschiedenis toegekend aan twee bezitters van eene acte voor nederlandsche taal en letterkunde en aan één bezitter der acte voor aardrijkskunde; omgekeerd verkreeg een bezitter der acte van geschiedenis thans bevoegdheid voor aardrijkskunde, terwijl een ander, die de acte voor nederlandsche taal en letterkunde bezat, mede die voor aardrijkskunde erlangde. De volledige acte voor staatshuishoudkunde, statistiek en staatsinrigting werd verkregen door een leeraar, die reeds

6 [28. 0.] Verslag van den etuat der hoogc-, middelbare en 'agere scholen over ". bevoogd \\iis voor nederlandsohe tul en letterkunde en voor geecbiedenla, altmfldfl door een bezitter der acte voor geschiedenis; de acte voor staatshuishoudkunde en statistiek door een leeraar, die reeds bevoegdheid bezat TOOT geschiedenia ra itaateinrigting\ die voor itaatshvigtiag dooreen leeraar, bevoegd voor aardrijkskunde. De acte voor handelswetemohappon werd toegekend aan Iemand, dio vroeger reeds eene acte voor boekhouden bad verkregen; die van boekhouden aan één meester in de regtra, aanééndoeter in de vis- en natuurkunde en aan twee bezitten eener acte voor niiddfdbaar onderwijs in wiskunde. Een bezitter eener acte voor engelsohe tjial en letterkunde verkreeg nu de bevoegdheid voor onderwijs in duiteobe taal en letterkunde. Eindelijk werd de acte voor.schoonsebrijven verkregen door een bezitter eener acte voor middelbaar onderwijs in gymnastiek. Onder de mannelijke caudidaten waren er zeven, die reeds voor middelbaar onderwijs in eenig vak bevoegd waren, doch thans niet slaagden in het verkrijgen «ener tweede acte. Onder de toegelaten vrouwelijke candidateu waren er ééne voer nedenandaehe taal en letterkunde, ééne voor (ranasbe taal en letterkunde, 4 voor duiteche taal en letterkunde en 3 voor engelsehe taal en letterkunde, die vroeger waren afgewezen; ééne voor Fransen en ééne voor Bngelach slaagden voor de tweede maal niet in het verkrijgen eener acte. Onder de toegelaten mannelijke candidaten waren er 3 voor nederlandsche taal en letterkunde, 2 voor geschiedenis, één voor aardrijkskunde, één voor staatshuishoudkunde, één voor duitsche taal en letterkunde, 2 voor engelsehe taal en letterkunde, 8 voor boekhouden en één voor schoonschrüven, die reeds vroeger badden getracht de acte te verkrijgen. Daarentegen werden 2candidaten voor geschiedenis, 2 voor duitsche taal en letterkunde, 2 voor engelsehe taal en letterkunde en 5 voor boekhouden voor de tweede maal afgewezen. Vergelijkt men den uitslag der examens met dien van vorige jaren, dan is die in vele opzigten gunstiger. Van de vrouwelijk:' caudidaten slaagden in ten honderd. in 874 (il en in ten honderd; voor de mannelijke caudidaten bedroeg dit cijfer in , in J874 :ï.i, doch in ten honderd. Die gunstige uitslag is, wat de mannelijke caudidaten betreft, voor een groot deel toe te schrijven aan den gunstigen uitslag der examens in boekhouden, alsmede daarnan, dat dit jaar vele caudidaten, die bij een vroeger examen waren afgewezen of zich hadden teruggetrokken. thans slaagdon ; dit was vooral het geval met die voor Nederlandsch. alsmede met verscheidene vrouwelijke candidaten voor het Hoogduitsch. De Commissie mag hier nog bijvoegen. dat in den regel door deze caudidaten nu zeer voldoende examens werden afgelegd. Het onderzoek in de verschillende vakken geeft der coinmissie aanleiding tot de volgende opmerkingen. De uitslag der examens in nedetiandtcke taal m letterkunde was dit jaar gunstiger dan de voorgaande jaren. voornamelijk wat de mannelijke candidateu betreft. Dit is in de eerste plaats daaraan tóe te schrijven, dat het getal der geexaujineerden veel geringer was dan de voorgaande jaren (in 872 2, in 874 'J, in 875 slechts 5); immers, is het getal der caudidaten groot, zoo mag men vermoeden. dat er onder zijn die slechts eene proef wagen. Bovendien waren er thans drie onder, die reeds vroeger niet ongunstigen uitslag examen hadden afgelegd en dus de leemten hunner kennis hadden leeren kennen; niet weinig zal ook daartoe hebben bijgedragen, dat de meeste geëxamineerden, en wel juist de bekwaamsten, gelegenheid hadden gehad om aan eene of andere onzer hoogescholen de daar gegeven lessen te volgen. De mannelijke caudidaten, als ook de meeste vrouwelijke, gaven bewijzen dat zij kennis droegen van de verwantschap onzer taal met de andere Indo-Europesche talen, van de dialecten der Germaanse he talen, van de verhouding tussehen Opper-en Xederduitsch ; zij waren genoegzaam bekend niet onze taal- en letterkunde in de middeleeuwen, alsmede met de begrippen, die aan de verbuiging ten grondslag liggen, met de verbuiging zelve en met de bestanddeelen en de verschillende vormen van den zin. Wat meer in 't bijzonder de letterkunde betreft, ook hier bewezen zij, behalve kennis deistof, begrip te hebben van de verschillende soorten van stijl en een en ander belangrijk voortbrengsel onzer letterkunde net oordeel te hebben geleten. De Benige candidaat, welke de Commissie meende te moeten afwijzen, schoot zoowel in dit laatste opzigt te kort als in haar schriftelijk werk, dat lang niet vrij was van taal-en stijlfouten. Vergelijkt men de kennis, door de caudidaten voor geschicdeiiis aan den dag gelegd, met die in vorige jaren, dan is wel te wijzen op grooter vlijt en zorgvuldiger studie van sommige onderdeden, maar over het algemeen op dezelfde gebreken, die ook reeds meermalen de aandacht der exaiiien-eoinmissien hebben getrokken en waarop in 't belang der caudidaten niet te veel schijnt te kunnen \vorden geweien. Het bestuderen van goede monographien en andere uitvoerige verhalen is gewis zeer aan te prijzen, mits men zich vooraf uit veel beknopter leerboeken de voornaamste lotgevallen der volkeren, vooral in bun samenbang, zoozeer hebbe eigen gemaakt, dat men daarin als't ware geheel te huis is. Ook dit jaar werd kennis van dien samenhang, ja zelfs van vele gewigtige feiten, te dikwijls gemist..meer nog dan vroeger werd opgemerkt dat de candidaten zich hadden verdiept in redenering en bespiegeling over gebeurtenissen, die zij niet naauw keurig kenden; onkunde bleek duidelijk, als naar verklaring werd gevraagd van de groote woorden en zwevende zegswijzen, die zij uit boeken haddan onthouden zonder ze te begrijpen. Bijna zonder uitzondering ontbrak ook dit jaar weder een juist begrip der technische uitdrukkingen, welker beteekênis in de leerboeken welligt te veel als bekend wordt ondersteld. Werd van staatkundigen of anderen partijstrijd gesproken, dan bleek veelal, dat de maatschappelijke toestand, waaruit die voortkwam, niet was overzien; de lotgevallen van Karel van Engeland bijv. kon men verhalen zonder van den partijstrijd is gewagen, die zijn ongelukkig uiteinde ten gevolge had. Nergens kwam dit meer uit, dan hij het onderzoek over vaderlandsche geschiedenis, die niet, zoo als het behoorde, door de candidaten met voorliefde scheen beoefend te zijn. Blijkbaar hadden sommigen zich nooit bijv. de eenvoudige vraag voorgelegd, wat de staatsgezinde en stadhouderlijke partij en later de patriotten beoogden; zij waren dan ook niet in staat een kort overzigt van dien strijd te geven. In't kort, verklaring van belangrijke verschijnselen in bet leven der meest merkwaardige volkeren werd gemist; bijzonderheden in menigte zou men hebben voorgedragen, als er tijd toe was gegeven, maar bij bet bestuderen daarvan had men de hoofdgebeurtenissen, tot verklaring van welke zij konden dienen, uit het oog verloren; men had hoornen gezien, maar niet lift tooud. Daarentegen werd met genoegen opgemerkt, dat enkele, candidateu de geschiedenis der kolonien en den invloed daarvan op het moederland niet hadden uit het oog verloren. De gunstige uitslag van het examen in aardrijkskunde kan als bewijs strekken, dat de verhoogde belangstelling, die dit vak in de laatste jaren ondervonden heeft. voordeelig werkt op de studie der candidateu. De kennis van wiskundige aardrijkskunde was zeer voldoende en althans niet het minst bij de twee vrouwelijke candidaten; betzelfde mag gezegd worden van de kennis der physische eigenschappen en wetten, welke noodig is tot verklaring van verschillende verschijnselen, die bij eene wetenschappelijke behandeling der aardrijkskunde ter sprake komen. Ook de kennis van vergelijkende aardrijkskunde, van klimatologie, geologie, ethnologie, was over't algemeen zeer voldoende; nogfans was bierbij eene schaduwzijde op te merken, waarop de Commissie het noodig acht de aandacht te vestigen. De aardrijkskunde is even goed, ja misschien meer dan vele andere wetenschappen, een vak, waarbij oorzakenen gevolgen moeten worden nagespoord; vooral is dit het geval, als men haar beschouwt als een leervak der middelbare school, daar bet. aldus opgevat, een uitstekend middel aan de band geeft tot BCherping van het denkvermogen. Van den aanstaanden leeraar moet men kunnen verwachten, dat hij zijne studiën in die rigting beeft geleid, dat hij, hetgeen bij heeft bestudeerd, door vergelijkenen denken heeft verwerkt en geheel tot zijn eigendom gemaakt. Alleen zoodanige leeraren zullen in staat zijn denkende leerlingen te vormen en te zorgen, dat de aardrijkskunde niet langer bet geestdoodende leervak blijft, dat zij zoo lang geweest is en hier en daar nog schijnt te zijn. In dit opzigt nu liet de kennis van sommige candidateu

7 224 [lt8. 9.] Verslag vnn den staat der hooge-, middelbare en lagere scholen over te wetuohen over. Wel waren zij bij voorbeeld bekend met de verschijnselen der natuurkundige aardrijkskunde, doch over den invloed van dese op bepaalde streken der aarde schenen zij minder te nebben nagedacht. Wel toonde men goede begrippen te hebben van <le geologische gesteldheid der aardkorst en in 't bijzonder van den bodem van \ederland, maar het verband tussenen de groudgesteldbeid en den aard) de talrijkhei. de welvaart der bevolking tag men nii't altijd in. Wid was men behoorlijk op de hoogte omtrent de verschillende ethnologiache stelsels, de onder* scheidene kenmerken der rassen en stammen, hunne woonplaatsen en/.., maar men bleef veelal bet antwoord schub mg, als gevraagd werd waarom het eene landofheteene gedeelte van een land digter bevolkt is dan bet andere, waarom op de eene plaats eene zuivere afscheiding van rassen bestaat en op de andere eene vermenging beeft plaats gegrepen, waarom in het eene land deze, in liet andere die godsdienst de meest algemeen heledene is, en dergelijke meer. Zoo wist men ook wel de hooi'dkaraktertrekken der voornaamste volkeren op te geven, maar eene verklaring, waardoor een volk dezen of genen karaktertrek gekregen had, zocht men te vergeefs. Aan topograpbische kennis van Nederland en zijne bezittingen, van de landen van Europa en ook van de andere werelddeelen ontbrak het niet; maar, wanneer naar de reden gevraagd werd, waarom eene bepaalde rivier eene zekere rigtingaanneemt, waarom zij op de eene plaats hreed en op de andere smal is, waarom eene zekere sta I aan den cenen oever en niet aan den tegenovergestelden kant der rivier ligt wanneer gevraagd werd aan te toonsn, dat geographische ligging der groote steden de oorzaak is geweest van haar bloei, of wanneer de natuurlijke handelswegen door bergland of woestijnen nagegaan werden dan bleek het dat sommige candidaten daarover vooraf niet ernstig genoeg hadden nagedacht. Hoewel het programma zulks niet noodzakelijk vordert, is het toch, in het belang van eene grondige studie der candidaten, wensehelijk, dat zij niet alleen voldoende kennis van de aarde hebben, maar ook dat zij weten, hoe men tot die kennis is gekomen ; niet andere woorden, dat zij geen vreemdelingen zijn in de geschiedenis der geographie. Dan zou men althans niet ondervinden wat thans het geval bleek te zijn, dat sommigen onbekend waren met de reizen in het Nijlgebied, ja dat ééne eandidaat, die overigens een goed examen aflegde en de acte verkreeg, zelfs nooit den naam van Petermann scheen geboord te hebben. De Commissie meent evenwel hierbij te moeten voegen, dat de hier gemaakte opmerkingen niet van toepassing zijn op twee candidaten. namelijk op ééne vrouwelijke, die reeds onderwijzeres was aan eene middelbare school voor meisjes, en op een hoofdonderwijzer in Nederlandsen Indie, thans met verlof hier te lande, die beiden een in alle opzigten uitstekend examen atlegden. schriftelijk werk betreft, zoo vond men bij de meeste candidaten eene neiging om in bet opstel allerlei zaken op te nemen, met het opgegeven onderwerp eigenlijk in <x^n betrekking staande, zoodat men zich soms moest afvragen, of zij de gestelde vragen wel goed hadden gelezen. Moest bijv. over een bepaald werk van een' schrijver gehandeld worden, dan begon het opstel veelal niet eene lange inleiding over andere werken van dien schrijver, over zijn tijd, ja somtijds over vroegere eeuwen, zoodat over het eigenlijke onderwerp slechts weinig werd gezegd. Mogt dit bij soiur migen zijn toe te schrijven aan gebrek aan kennis en denkbeelden, bij de meesten scheen evenwel de oorzaak gezocht te moeten worden in onvoldoende oefening om zich schriftelijk rekenschap te geven van den indruk, door het lezen van een of ander werk gemaakt. De Commissie meent op grond van de dit jaar opgedane ondervinding in 't bijzonder te moeten wijzen op de hooge noodzakelijkheid voor de candidaten, om telkens, wanneer de studie van (en schrijver of van een tijdvak is ten einde gebragt, de daardoor ontvangeii indrukken in een met zorg uitgewerkt opstel zamen te vatten, eene oefening, die niet alleen nuttig is om zich de taal goed eigen te maken, maar vooral ook om zich zelf van zijn oordeel rekenschap te geven. Uit een taal- Voor de volledige acte in staathuishoudkunde, statistiek en gronden der staatsiurigting hadden zich twee candidaten aangemeld, die beiden een goed examen atlegden. Minder gunstig was de uitslag van drie examens, uitsluitend in staatshuishoudkunde en statistiek; één eandidaat verkreeg na een voldoend examen de acte, doch aan de beide anderen kon zij niet worden toegekend; bij den eenen dezer candidateii, die een vrij voldoend examen in oeconomie aflegde, miste men ten eenen male genoegzame kennis van kundig oogpunt de statistiek; de andere daarentegen bleek geheel onbekend te zijn met de oecononiisehe litteratuur, vooral de Duitsebe en de Engelsche. Het bleek, dat hij niet in staat was de in die talen geschreven werken te lezen; de naam bijv. van Hoscher was hem geheel onbekend; en hoewel gebrek aan taalkennis wel geen invloed behoort uit te oefenen op het oordeel der Commissie bij een examen in staatshuisboudkunde, begreep zij niettemin aan den toekomstigen leeraar den eisch te moeten stellen, dat hij bekend zij met hetgeen op oeconomisch gebied in de laatste jaren is voorgevallen, en in staat zij op de hoogte daarvan te blijven door kennis te nemen van liet voornaamste, dat in het buitenland wordt geschreven. Nog moet hier worden opgemerkt, dat over het algenieen de kennis der statistiek nog al te wenschen overliet, hoewel de eischen zeer laag gesteld werden, daar het examen zich hoofdzakelijk bepaalde tot het begrip van den aard en het doel der statistiek, de geschiedenis en de bronnen, die in ons land aanwezig zijn om statistische kennis op te doen; getallen werden bijna niet gevraagd) gebrek aan keunis daarvan kon dus niet /.waar wegen. Dal weinig werk van dit onderdeel van bet examen was gemaakt, bleek ook daaruit, dat aan de meesten zelfs de namen der groote mannen op statistisch gebied onbeken I waren. Het afzonderlijk examen in gronden der itaattinrigting run Nederland, dat werd afgelegd door óèneandidaat, die reeds eeraar aan eene middelbare school was, mogt in alle opzigten goed genoemd worden. Hij bet examen in de J'ransrhe taa/- en letterkunde \verden aan de candidaten Benige regels van MDNTAIUNH voorgelegd, die in hedendeagsch Fransch moesten worden over* gebragt. Hij de behandeling biervan bleek, of zij voldoende kennis badden van de afleiding en samenstelling der woordell en de veranderingen die zij hebben ondergaan; de verklaring van eene fabel van LAVONTAINB gaf gelegenheid om een onderzoek in te stellen naar hunne kennis van de tegenwoordige taal, de voornaamste taalregels, de synouymen, enz. Hierbij werd vooral ook gelet, of zij ecu ladder inzigt hadden in den geest en de redenen van de taalregels, en die in behoorlijken vorm, zoo als bij het klassikaal onderwijs behoort, wisten te verklaren. Het examen in stijlleer bepaalde zich tot eene definitie der voornaamste rhetorische figuren; de praktische bekwaaisr heid in dit opzigt kon voldoende binken uit bet schriftelijk werk. Hij het examen in geschiedenis der letterkunde werd meer bepaald stil gestaan bij onderwerpen van algemeenen aard, vooral bij de rigting van een of ander tijdvak, den invloed van sommige gebeurtenissen of personen op de ontwikkeling der letteren; bij de beoordeeling der schrijvers heeft men vooral getracht na te gaan, of de candidaten een eigen oordeel hadden en dat behoorlijk wisten te motiveren. De uitslag was, met uitzondering van een drietal eandidaten, twee mannelijke en eene vrouwelijke, die bewijzen leverden van deugdelijke kennis, zoowel van de taaïals van de letterkunde, weinig bevredigend. Wat het waren de opstellen meestal voldoende; bij sommigen liet echter de juistheid der uitdrukkingen nog veel te wenschen over. Bij het mondeling examen bleken uitspraak en taalgebruik in den regel voldoende te zijn; de woordenkennis en etymologie lieten echter bij verscheidene veel te wenschen over. Op letterkundig gebied scheen men zich over 't algemeen meer te hebben toegelegd om reel dan om goed te lezen; van daar dat het oordeel over het gelezene nog al eens te wenschen overliet. Een grondiger en uitgebreider kennis der letterkunde van de 9de eeuw is vooral wensehelijk. Onder de mannelijke candidaten voor duitsche taal en letterkunde waren enkelen, die toonden zich in alle opzigten door eene degelijke en grondige studie, zoowel op taaikundig als op letterkundig gebied, alsmede door veelvuldige oefeningen in het schriftelijk en mondeling taalgebruik te hebben voorbereid; ook bij sommigen, die niet zoozeer in alle onderdeelen voldeden, was de totaal-indruk toch in zoo verre gunstig, dat de Commissie meende de acte niet te mogen weigeren; in deze gevallen werd vooral

8 Bijlagen. [28. O.j Tweede Kamer. 225 Verslag van den staat der hooge-, middelbare en lagere scholen over aan liet schriftelijk werk eene groote waarde toegekend. Bij sommigen der afgewezenen waren reeds het taalgebniilc en de uitspraak zoo onvoldoende, dat zij on dit gebrek alleen, al waren de overige onderdeden van het examen voldoende geweest, hadden moeten worden afgewezen. Bij de meesten was bovendien de taalkundige studie gebrekkig; noch inde leer der vormen, noch in de syntaxis waren zij op de hoogte, zij waren meestal onvoldoende bekend met de leer der klanken en bare toepassing op deelinatie, conjugatie en etymologie; in de syntaxis vooral met het gebruik van tijden en wijzen, met de beteekenis der voorzetsels en met de leer van den volzin. Bij de letterkunde nam men hetzelfde gebrek waar, waarop reeds voor het Franseb is geweien ; bovendien scheen de een te meenen, dat de lectuur van enkele der voor* naamste schrijvers toereikende zou zijn; een ander was nagenoeg geheel onbekend met gebeele perioden der letterkundige geschiedenis en meende te kunnen volstaan niet Benige kennis der bloeitijdperken; weder een ander wist sleehts de beoordeeling van voorname letterkundige critici na te praten, zelfs zonder kennis van feiten en van den inhoud der geschriften. Nog moet opgemerkt worden dat somtijds groote onkunde werd aangetroffen op bet gebied der stnntkundige geschiedenis, waar die niet de geschiedenis der letterkunde in een naauw verband staat, of van de aardrijkskunde, als er sprake was om de plaat* van steden of gewesten, in de letterkundige geschiedenis vermeld, aan te wijzen. De examens der vrouwelijke candidaten maakten een gunstiger indruk. Een drietal candidaten legden een in alle opzigten goed examen af; van ééne moet bijzonder geroemd worden de goede dispositie, de logische gedachtengang, de heldere, eenvoudige en toch edele stijl van het schriftelijk werk, waardoor zij zich boven allen, die examen in dit vak aflegden, onderscheidde. De twee afgewezene waren in bare studie nog niet ver genoeg gevorderd ; er was echter alle grond om te onderstellen, dat ook deze door voort gezette studie het voorgestelde doel binnen een niet te langen tijd zouden kunnen bereiken. Alle candidaten, die zich voor het examen in emjehrlie taal- en letterkunde hadden aangemeld, 2 vrouwelijke en 6 mannelijke, hadden korter of langer tijd in Engeland vertoefd; 'dat bet gevolg van zoodanig verblijf, zekere gemakkelijkheid om zich van de gewone spreektaal te bedienen, niet voldoende is om bij het examen te slagen, zoo als sommigen schenen te verwachten, bleek ook thans weder, daar in 't geheel 7 candidaten moesten worden afgewezen. Over het algemeen waren de vrouwelijke candidaten, vooral bij het mondeling examen, vrij bedreven in de kunst van een weinig omvangrijke woordenkennis tot haar volste regt te doen komen; maar het schriftelijk werk toonde dikwijls, dat hare kennis der taal zeer beperkt was; bij enkelen kwam zelfs dit gebrek ook bij het mondeling onderzoek aan den dag, vooral in de verkeerde toepassing van werkwoorden met voorzetsels. Sommige der afgewezen candidaten gaven wel blijken van voldoende kennis der letterkunde, maar waren weinig vertrouwd met den idiomatiseben taalsebat. De Commissie kreeg den indruk, dat sommigen niet genoeg hechte grondslagen hadden gelegd, alvorens met de eigenlijke! studie ter verkrijging der acte aan te vangen; niet zeer beperkte taalkennis is bet niet mogelijk goede opstellen te maken, en hoezeer het vervaardigen daarvan steeds is aan te raden, zoo zal het groote nut daarvan eerst dan worden ondervonden, wanneer men over een vrij belangrijk kapitaal van woorden en zegswijzen kan beschikken; is dit niet het geval, dan leert men wel woekeren met hetgeen men beeft, maar de omvang der taalkennis wordt niet grooter. Zoolang die uitgebreide woordenkennis nog niet is verkregen, werken vertalingen van bet Nederlandsch in de vreemde taal dikwijls zeer doeltreffend. De opstellen, door vele candidaten geleverd, lieten dan ook nog al te wensehon over: bet hiervóór bij de Iransche opstellen vermelde gebrek werd ook bij de engelsche waargenomen; het eigenlijk onderwerp, door den titel aangewezen, was meermalen niet of sleehts onvolledig behandeld, en men trachtte zich te redden door langs de quaestien been te redeneren of allerlei vulsel te gebruiken. Van de opstellen van één der mannelijke en twee der vrouwelijke candidaten kan echter een in alle opzigten gunstig getuigenis worden afgelegd. Wat de letterkunde betreft, zoo moet ook hier weder de opiuerking worden gemaakt, daf; de kennisvan sommige candidaten vrij oppervlakkig bleek te zijn, daar zij niet voldoende de aanleiding tot de voornaamste geschriften wisten te verklaren of rekenschap te geven van de sociale, wijsgeerige of aeatbetische begrippen, duur de schruversin hun léven en werken gehuldigd. Even als bij de iransche en dultsohe letterkunde bleek ook bij de beoordeeling van de voornaamste engelsche schrijven, dat de meeste candidaten te weinig kennis hadden gemaakt inet monographien of kritische studiën. Dat sommige candidaten zich op ondoordachte wijze tot het examen voorbereiden en zich niet eens behoorlijk op de hoogte stellen van de daarbij gestelde eiseben, bleek ook dit jaar op nieuw. Eene der vrouwelijke candidaten, die later bleek niet eens in staat te zijn hedendaagscb Engelscb behoorlijk in Nederlandsch over te brengen, beweerde, dat zij voornamelijk de taal van JOHN MANÜKVILI.E in Engeland bestudeerd bad! En dat, terwijl bet prograinnia uitdrukkelijk eiseht:» Kennis van eenige der voornaamste verschijnselen uit dat tijdvak, waarin de letterkunde het meest heeft gebloeid en van den laatsten tijd, bijzonder van die welke geschikt zijn om bij het onderwijs aan meisjes gebruikt te worden." Hoewel voor handeutostenteiappen twee candidaten waren opgekomen, werd toch slechts één examen daarin afgenomen, daar één der candidaten zich na een onvoldoend examen in boekhouden terugtrok. De andere eandidaat, die reeds in 't bezit was van eene acte voor boekhouden, maakte een schriftelijk opstel over warenkennis en handelsgeographie, een tweede over linantiewezen. Het mondeling examen over handelsgeographie had voornanielijk betrekking op Frankrijk, zijne voortbrengselen, veestapel, mijnen, in- en uitvoer, in vergelijking met andere landen. Voor de warenkennis werden, nadat den candidaat uit eenige stoffen de keus gelaten was, de spinstoffen behandeld. Het examen in linantiewezen had hoofdzakelijk betrekking op Frankrijk en Engeland, voor zooveel noodlg vergeleken met Noord-Amerika en Nederland. Het examen in iiandelsrogt liep over eenige bepalingen in het Wetboek van Koophandel en het tarief var. 8G2. Deze eandidaat kon na een voldoend examen worden toegelaten. Bij het schriftelijk examen in boekhouden werd geëischt: a. het journaliseren van zes posten; b. het maken vaneen rekening-courant; c. het maken van een wisselbrief; il. liet oplossen van zes vraagstukken over arbitrage, effectenberekening, wisselberekening met winstbehalingen disconto, indirecte vereffening eener buitenlandsche schuld. Het mondeling examen liep over de enkele, de Italiaanscbe en de gewijzigde methode van boekhouden, de inrigting en het gebruik van enkele hulpboeken bij de laatstgenoemde methode, alsmede de toepassing op landbouw of fabriekbedrijf, het handelspapier, de verschillende methoden van rekening-courant, de waardebepaling van vreemde munten in Ned. ('t., koenen*, disconto-, wissel- en goud- en iilverberekening. De uitslag, hoewel gunstiger dan het vorig.jaar, was nogtans ver van bevredigend. Sommige candidaten bleken ten eenen male onbekend te zijn met de eischen, bij het programma gesteld. en meenden, dat eenige praktische ervaring in het boekhouden voldoende was om de acte te verkrijgen; velen wisten geen rekenschap te geven valide te volgen methode, noch de redenen, waarom juist zoo en niet anders gehandeld moet worden, in een voor leerlingen begrijpelijken vorm uiteen te zetten; aan een drietal, wier kennis van boekhouden en koopinansrekenen overigens voldoende was, doch die in dit opy.igt te kort schoten, werd eene acte als huisonderwijzer toegekend. De kennis van de verschillende methoden van rekening-courant liet nog al te wenachen over. Sommige candidaten waren geheel onbekend met bet Nederlandsch muntstelsel. Ook in de toepassing van het Italiaansch boekhouden op landbouw* of' fabrieknijverbeid schoten velen te kort. Sommigen hadden slechts één handboek gebruikt en waren dien ten gevolge geheel onbekend met alle andere methoden dan de in dat handboek gevolgde. De examens in schooaschrijren gaven tot geen bijzondere. opmerkingen aanleiding; de drie candidaten legden vol Bbijlad van de Nederlandsche Staats-Courant

9 226 [M8. 9.] Ven-lag van den staat der nooge-, middelbare en lagere scholen over doende kennis en vaardigheid aan den dag eu verkregen dien ten gevolge de acte. Leiden, j / December 873. Amsterdam, ) Xamens de Commissie, STEYN PAKVÉ, Voorzitter. X. W. POSTHUMUS, Secretaris. ONDERWERPEN VOOR OI'STELLEX. A. Xederlaudsche letterkunde.. "Waaraan hebben de schrijvers der ridderromans in de middeleeuwen de stof der verschillende herijinde verhalen, door hen vervaardigd, ontleend? 2. Wat is Maerlant's streven geweest bij zijnen letterkundigen arbeid? 3. Welke zijn de voornaamste rijmkronieken in onze taalt Hoe is liet te verklaren, dat de auteurs hun werk in rijm gesteld hebben? 4. Wat dunkt u van de verdeeling der dichtkunst in epische, lyrische en dramatische dichtkunst? o. Is er eene scherpe lijn te trekken tusschen tragedie en oomedie, theoretisch en historisch? 6. Zoo Nederland geen oorspronkelijke fabeldichters heeft opgeleverd, wat kan tot verklaring van dat feit worden aangevoerd? 7. Hoe te oordeelen over Sam. Coster's stichting, de AJtademie? 8. Tot welk dramatisch genre behoort de Leeuwendalers van Vondel Verhaal aanleiding en inhoud van dat dichtwerk. 9. Verhaal den inhoud, met kritische beschouwing, van een van Vondel's treurspelen. 0. Is de hoedanigheid van.. Cata als staatsman, zoo niet positief, dan negatief, van invloed geweest op den aard zijner dichtwerken?. Kenschets Hooft als geschiedschrijver en als dichter. 2. Kenschets ('nnst. Huygcns als vorstelijk beambte en als dichter. 3. Welke is de invloed geweest van Voltaire op de Nederlandsche letterkunde? 4. Beschouw de romans van de dames Wolf en Deken in verband met de geschiedenis van den roman in Engeland. 5.J Geef UW oordeel over Bildordijk's Ondergang der eerste wereld. Wat is de reden dat dit gedicht onvoltooid is gebleven? l(i. Kenschets J. van Lennep als romanschrijver. 7. De Génestet. B. Geschiedenis. Soorten van volkplantingen. Waarom legden vooral (!;' oude Grieken er zoo vele aan? 2. Perieles. 3. Wat verstaat men door hegemonie in de Grieksche geschiedenis? Door voorbeelden aantoonen dat zij niet altijd in dezelfde banden was. 4. Oorzaken van bet verderf der Romcinsche staatsregeling in de twee laatste eeuwen vóór Christus. 5. Oorzaken van de groote uitbreiding van het Mohammedanisme reeds in de eerste eeuw na zijn ontstaan. 6. Wat dreef de kruisvaarders in 204 om Constantinopel te belegeren f 7. Oorzaken van de groote magt der Pausen. 8. Waarover liep de strijd tusschen Paus en Keizer in de middeleeuwen? 9. Gregorius VII als hervormer. 0. Oorzaken van de schier onophoudelijke oorlogen tusschen' Engeland en Frankrijk in de laatste middeleeuwen.. Oorzaken van de 'partijtwisten [in Engeland onder de vier eerste Stuarts. 2. Hoe is Frankrijk in het bezit van Elsass en Lothariugen gekomen? 3. Lodewijk de Heilige. 4. Oorzaken van de herhaalde oorlogen tussehen Frankrijk en Karel V. 5. Oorzaken van de herhaalde' oorlogen tusschen Engeland en Spanje in de 8de eeuw. 6\ Waardoor voornamelijk is Pruissen in en sedert de 7de eeuw groot geworden? 7. Oorzaken van Spanje'* verval sedert Gevolgen van Amerika's ontdekking voor Europa. 9. Oorzaken van den oorlog van 859 in Italië. 20. Waardoor duurde de tachtigjarige oorlog zoolang? 2. Oorzaken van den aanslag op Amsterdam door Prins Willem II. 22. Waardoor werd ons land magtig in de 7de eeuw? 23. Waardoor werd de aanslag van Lodewijk XIV op onze republiek in G72 verijdeld? 24. Waardoor liepen de zoogenaamde groote vergaderingen van de 7de en 8de eeuw in ons land op weinig of niets uit? 25. Oorzaken van den oorlog in 780 tusschen Eugeland en onze republiek. 20. Oorzaken van de partijwoede der Patriotten en Prinsgezinden. C. Aardrijkskunde.. Het verband tusschen de kustontwikkeling van het land en de beschaving van het volk. 2. Bitter en zijne verdiensten voor de geographie. 3. Bergen scheiden, zeeën vereenigen. Toon de waarbeid dezer stelling aan. 4. Mesopotamie was in de oudheid een oorspronkelijke zetel der beschaving. Verklaar dat uit de geograpbisebe toestanden. 5. Verklaar uit de geograpbisebe toestanden de hoogere beschaving van het oude Egypte boven die van de nabij gelegen landen van Afrika. 0. Door welke omstandigheden heeft de groote Oceaan in de laatste 25 jaren zulk een groot belang verkregen? 7. De invloed van den Golfstroom op het klimaat van West-Europa. Vergelijking met andere deelen der aarde op gelijke breedte. 8. Bergpassen. 9. De regenval in de voornaamste deelen der aarde. 0. Vergelijk Oost-Azie met West-Europa.. Vergelijk Italië met Voor-Indie. 2. Vergelijk Afrika met Zuid-Amerika. 3. Vergelijk de Alpen met de Himalaya. 4. De Amoe-Daria en de Syr-Daria. ]ö. Do Amazonen-rivier en de Alissisippi. 6. Het Kaapland. 7. De Bomaansche stam in Europa en in Amerika. 8. De verspreiding van het Kaukasische ras over de aarde. 9. De Slavische'bevolking in Europa. 20. Verspreiding der Chinezen over verschillende deelen der aarde. 2. Het onderscheid tusschen Engelsche, Fransche en Russische kolonisatie. Voorbeelden. 22. Handelswegen in Afrika. 23. De Oostseeprovincien en haar belang voor Rusland. 24. Noordpoolexpeditien en haar nut. 25. De Xijl en de Xijlreizen. 26. Cook. 27. De producten van den Oost-Indischen Archipel. D. Stuatshv.ishovd/i unde.. Het wezen, de omvang en het doel der staatshuishoudkunde. 2. Wat weet gij van de geschiedenis der staatsbuishoudkunde? 3. Theorie van Malthus. 4. Het credietstelsel van John Law. 5. Adam Smith en zijn stelsel. 6. Het stelsel der Physiocratische school. 7. Friedrich List en zijn stelsel der Xational-Economie.

10 [MS. 9.] Verslag van den staat tier hooge-, middelbare en lagere scholen over Communisme en aocialtame, 9. 'Geschiedenis der arbeidersbeweging in Europa. 0. De nieuwe rigting op oekononiiscli gebied in den jongsteu tijd...de oorzaken der jongste verandering in oiismuntstelsel. E. U ronden de-r Sttutiinrifftinff tan Nederland.. Dt constitutioii' de regeringsvorm. 2. Het leerstuk aan de onscbendljaarheid des Konings, in verband niet de ministeriele verantwoordelijkbeid. 3. Keften en verpligtingi n van bet Nederlaadeohe volk. 4. Otv kiesstelsel. 5. De Baad van State. 0. De.Rekenkamer. 7. Bevoegdheid der provinciale besturen. 8. Bevoegdheid der gemeentebesturen. F. IladC'-hjcctinnckappeii.. In \wi verre laat zich het onderwijs in de handels* aardrijkskunde met dat in warenkennis vereenigen? I. Wanneer gij in d* lea over handelswetenschappen België behandelt, wat zuudt gij uwen leerlingen dan mededeelen? 3. Over «elke waren moet zich, naar uwe meening, het.onderwijs in warenkennis bij voorkeur uitstrekken aan eene hoogere burgerschool, waar van handelswetenschappen meer dan gewoonlijk werk wordt gemaakt? 4. De geschiedenis van het finantiewezen in Frankrijk na Overzigt der voornaamste bronnen van inkomsten en uit^ -aven in Fiankrijk. 6. Een vergelijkend overzigt van het spaarbankwezen in Frankrijk, Engeland en Xederland. G. Fro.usclie letterkunde.. Lfccadémie fraieaise a-t-elle répondu au hut dans V*]uel elk a été fondée? 2. Que pensez-voufl de 'influence de Louis XIV sur la littératuw v 3. Expliquez les c&uses (historiques et autres), qui out faii de la lang ue francaise Ia langue universelle par excellence. 4. Philippe de Comiaines. '.'. Babekws et Montajgne sur 'éducation. 6. Le mouvement littéraire de Bonaard et de la Pléiade. 7. Histoire du roman ei de aee tendancea a partir du XVII' siècle. 8. L'art poéiique de Boiloau; examen de ses théories littérair*». 9. Molière ceaaidéró dans les Précieuses ridicules et le* Feraotea aavaafeea. 0. Le Cinna de Corneille.. Les moralistea du XYII«.vièele. 2. Quidnés et défauts de la tragédie classique. 3. Les Lettres Penanee. 4. Voltaire historiën, 5. Parallèle entre Paul et Virginïe et Atala. 6. Le théatre de Baanaiarchaia. 7. Gil Bias. 8. Le Rousseau de 'histoire et le Bousseau des Coni'essions. 9.- Béranger. 20. Laniartine, poète. 2. George Sand. 22. Ste-Beuve et sa critique. 23. Cinq-Mars et le roman bistorique. 24. Alfred de Musset. 25. Le Génie du Christianisme de Chateaubriand. 26. La fille de Roland et Roland a Roncevaux. IL Duilsche letterkunde.. Wekhe StolTe worden in der Zeit der Vorbereituug zu der ersten Blütheperiode der deutscheu Literatur bearbeitet? 2. Heinrich von Veldeck; seine Bedeuting für Epos uud Lyrik. 3. Der ITInuwflaaaiifl lm Mittelaltèr. 4. Walther von der Vogelweide. 5. Die didaktische 'oesie im 3ten Jahrhundert. (i. Bearbeitung antiker StoA in der Mitt(dalterlichen Poesie. 7. Gudrun. 8. Das Nibelungenlied. 9. Die Bntwicklung des Thierepoa. ((. Der Keiatergeaang.. Die Anfiinge des Drainas. 2. Bedeutung Luther's für die deutache Sprache and Literatur. 3. Das geistliche Lied im loten und 7ten Jahrhundert. 4. Die Fabeldiehtung im 6ten Jahrhundert. 5. Rinfluaa der enghachen Literatur auf die deutache seit dam 6ten Jahrhundert. (>. Die Satiriker des Kiten Jahrhnnderts. 7. Bebaatian Brant und Thomas Murner. 8. Hans Saehs. 9. Johann Fischart. 20. Der Einfluaa des enguachen Bchauspiela auf das deutache; Ayrer und Heinr. Jul. von Braunschweig. 2. Die Bprachgeaellachaflten im I7ten Jahrhundert; ihre Bedeutung für die Entwicklung der Literatur. 22. Znaammenhang der deutachen Literatur mit der niederlandisclien im 7ten Jahrhundert. 23. Prosaromane des 7ten Jahrhundert*. 24. Das Drama in den beiden Bchlesischen Schulen. 25. Das Drama in dem Zeitraume von Opitz bis Klopstock. 2(5. Gegner der zweiten Bchlesischen Bchule. 27. Der Kampf der Leipziger und der Schweizer; seine Bedeutung für die deutache Literatur. 28. Dichter der Bremer Beitrflge. 29. Gottinger Hainbund. 30. Jean Paul Fr. Richter. 3. Lessing als Kritiker. 32. Die Charaktere in Lessing's Minna von Barnhelm. 33. Analyse von Schiller's Don Karlos. 34. Analyse von Göthe's Taseo. 35. Zeichnung der Hauptcbaraktere i:i Göthe's Hermann und Dorothea. 36. Bedeutung der romantischen Bchule; ihr Zusammenhang mit der philosophiaen Bichtung der Zeit. 37. Theodor KöVner. 38. Ludwig ühland. 39. Graf von Platen. 40. Immennann. 4. Friedrich BOckert 42. Heinrich Keine. 43. Adalbert Stifter. 44. Bobert Hamerling. I. Engeltcht let Ier kunde.. Chaucer's Prologue. 2. The importance of Chaucer's Canterbury Tales for the history of civilisation. 3. Bhakespeare's English Historica! Plays. 4. Analvsis of one of Bhakespeare's Comedies (The Merchant oi Venice, As you like it, Midsummer-Night Dream, Tempest). 5. An analvsis of one of Bhakespeare's Tragedies (Hamlet. Macbeth, Uthello, Bichard III). 6. A delineation of aome of Bhakespeare's female Characters. 7. A comparison between Shakeapeare and Ben Johnson as Wlitera of Comedy. 8. Lord Bacon, the Pbilosopber and Essayist, 9. Dryden's and Pope's Batyres. 0. An analvsis of the Spectator as a picture of contemporary civilisation.. The Essayist* of the 8th century. 2. Swift and his writinga. 3. Dean Swift'a Character, as displayed in GuUiver'a Travel*. 4. Doctor Johnson and bis biographer James Boswell. 5. Oliver Goldsmith and bis worka. (3. Bichardson and the family-novel of the 8th century.

11 228 [*8. 9.] Verslag van den staat der liooge-, middelbare en lagere scholen over Knglish prom uiiil poetry In the 8th eentury. 8. The iniluence of French liternture and iiianners on Bnglisb liternture. 9. Tlie meritl and iniluence oi' Thomas 'ercy and David (larrick. 20. The Ballad-literature of Kngland. 2. William Cowper. 22. Draw a compariaon between the reepective characteristics of Pope'* and ('owpor's 'oetry. '2'i. Robert Banu and Thomas Moore as national poets. 24. Walter Bcott and tlie historieal Novel. 25. The philosopbical and literary character of the Lftke Poets. 2(5. Tlie Iniluence of Byron'a Life on hia lyrical poetry. 27. The iniluence of (ierinan thought and German literature on Englisb literature. 28. Tliomas Carlyle and hia works. 29. Draw a comparitonbetween Thackeray and Diekens. 3(. Diekens as a satyrist and soeial refonner. 3. Tennyson's Idylls of the King. 32. Oeorge Elliot'a worka. ONDERWERPEN VOOR PAEDAGOGISCHE ((PBTELLEN. A. Nt&trlanAtche taal en letter kunde.. Welke zijn de voorwaarden, die de leeraar vervullen moet om de belangstelling der leerlingen levendig te houden bij de behandeling van de afgetrokken begrippen, die den inhoud der spraakkunst uitmaken? 2. Moet het onderwijs in de wetenschap der taal, wat omvang en stof betreft, anders ingerigt worden voor meisjes dan voor jongens? 3. Acht gij bet gebruik van cacographiën en cacologiên nuttig, al of niet? 4. Waarom moet men de jongelieden de moedertaal leeren, daar zij toch buitendien door het gebruik ver- Btaanbaar genoeg leeren spreken? 5. Wat moet bij het laten vervaardigen van opstellen, brieven en dergelijke in acht genomen worden om eenig mogelijk nadeelig gevolg te voorkomen? (5. Acht gij het nnodig de stijlleer als een afzonderlijk vak te onderwijzen? Op welke gronden steunt uw gevoelen te dezen aanzien? 7. Oordeelt gij het van buiten leeren en opzeggen van plaateen uit dichtere of redenaars nuttig, en zoo ja, wat is de vrucht van die oefening? 8. Wat zijn de bezwaren, aan eene uitsluitend chronologische behandeling der letterkunde verbonden? 9. Waarom mag men, zoo men de letterkunde naarde genres behandelt, niet verzuimen op den historischen gang in de voortbrenging der letterkundige producten te wijzen? 0. Hoe denkt ge te voorkomen, dat het onderwijs bij den leerling niets meer oplevere dan een napraten van een oordeel, aan leeraar of leerboek ontleend?. Moet het onderwijs in de letterkunde, wat omvang der stof en keus der onderwerpen aangaat, anders ingerigt worden voor meisjes dan voor jongens? 2. Waarop valt bij de verklaring van Hooft's Geschiedeniaaen al niet te letten? B. Gesehiedeitis.. Waartoe dient kennis der geschiedenis? 2. Verklaring eener bepaling (definitie) van geschiedenis. 3. Door voorbeelden op te helderen, wat is: eene breede opvatting van geschiedenis. 4. Beredeneerde opgave van de hulpmiddelen, die bet gemakkelijk aanleeren der geschiedenis bevorderen. 5. Verwachten van een goed schoolboek voor geschiedenis in de hoogere klassen eener hoogere burgerschool. 6. Vereiscbten van goede chronologische tabellen (tijdtafelen) en de waarde daarvan voor het middelbaar onderwijs. 7. Middelen, die den leeraar ten dienste staan om lust voor geschiedenis aan te wakkeren. 8. Hoe verdeelt men het best het onderwijs in geschiedenia over de vijf klassen eener hoogere burgerschool? 9. Waarom is de beoefening van Qriekache en Romeinsche geschiedenis ook voor leerlingen eener middelbare school van veel belang? 0. Toon door uitgewerkte voorbeelden uit de vaderlandsehe geaohiedenil vóór 796 aan, dat deze zonder kennis der staatsgesteldbeid onverstaanbaar is.. Hoe legt gij het aan om het tijdperk der vaderlandaohe geschiedenis van 795 tot 800 voor leerlingen der lagere klassen duidelijk voor te stellen? 2. Wat verstaat gij door den maatschappelijken toestand van een volk? Wat heeft de leeraar eener hoogere burgerschool daarvan vooral in de hoogere klassen mede te dealen f 3. Toon in een paar voorbeelden, boe gij anderer overtuiging eerbiedigt, zonder de uwe of die der geschiedenis geweld aan te doen. C. Aardrijkskunde.. Wiskundige aardrijkskunde op eene hoogere burgerschool van driejarigen cursus. 2. Hoe zoudt gij de afwisseling der jaargetijden aan de leerlingen verklaren? 3. Wat verstaat gij door de Ritter'sche methode? 4. Hoe denkt gij over bet teekenen van landkaarten door leerlingen? 5. De verdeeling der aardrijkskundige leerstof over de verschillende klassen eener hoogere burgerschool met vijfjarigen cursus. 6. De eisehen van een goed aardrijkskundig handboek. I). Fransche taal en letterkunde.. Que pensez-vous de 'adage de Goethe: «celui qui ne conuait aucune langue étrangère, ne connait pas la sienne propre?" 2. Des qualités propres a la langue frangaise. 3. Quelle est votro methode d'enseigner la granimaire? 4. Sur 'emploi de la cacographie et de la dictee comme exercices grammaticaux. 5. Comment graduez-vous les exercices oraux? 0. Comment lire avec fruit en claaae? 7. Avantages et inconvénients respectifs de la traduction et de la composition considérées comme exercice de style. 8. A quels moyens auriez-vous recours pour enrichir Ie vocabulaire de vos élèvea? 9. Comment vous y prenez-voua pour la correction des compositions? 0. Comment organisez-vous l'enseignement de la lïtté rature dans les classes supérieures d'une école moyenne?. Du role du livre et de celui de 'instituteur dans l'enseignement. 2. Quels sont les piéges presque inévitables, que l'instituteur rencontre dans l'enseignement et contre lesquels il importe qu'il se mette en garde? E. Duitsche taal e,i letterkunde.. Die Weise, wie der grammatische Unterricht ertheilt werden muaa, zu boschreiben und zu begründen. 2. Durch welche Mittel aochen Sie den Unterricht in der (irammatik den Schfllem anziebend zu machen? '3. Wie bringen Sie den Unterricht in der deutschen (irammatik in Yerbindung mit den übrigen graininatikaliscben Unterricht? 4. Wie wird der grammatische Stoff am besten über die füuf Klassen einer hóhern P.ürgerscbule vertheilt? Warum? 5. Webdie Bildungselemente fi'ir die geistige Kntwicklung der Schuier besitzt der grammatische unterricht überhaupt, der im Deutachen ina beaondere? 0. Welche Anforderungen müasen an eine gute deutache (Irammatik fi'ir Niederlfindische Seinden gestellt werden? 7. Durch welche pedagogische RQcknchten muss man sich bei den (Jeberaetxungen aua dam Niederlfindiachen ina Deutsche zur Binübung der (Irammatik leiten lassen? 8. Welche Früchte kónnen aua der LektOre für die geistige Förderung der Schuier gewonnen werden? 9. In welcher Weise muss die Klassenlektüre anjrestellt werden? Welche Vorbereitung VOO Seiten der Schuier ist dazu erforderlich? Welche Uebungen kniipfen sich daran 'i

12 Bijlagen. [28. 9,] Tweede Kamer. 229 Verslag van den staat der hooge-, middelbare en lagere scholen ovei Durcli welene Grundsiitze lassen Sic sich bei der Auswahl der zu lesendeu Stüeke leiten?. Wie denken Sie, dass die Privatlektüre der Scliüler vom Lobrer anzuregen und zu leiten sei V 2. Halien Sie bei der Wahl der Aufsiltze in den \erschiedenen Klassen eine Stufenfolge? Welche? Warum I 3. Wie leiten Sie dia Scliiller au, dass sic ein gegebenes Thema gut disponiren lernen! 4. Correktur und Behwdlung der korrigirren Aufsatze in der Klasse, nebst Uegrttndung. 5. Welche Autl'assung liaben Sie von deni Unterrieht in der Uiteraturgeschichte? Aus welchcn (li-ünden? 6. Wie richten Sie den Unterrieht in der Literaturgeachichte ein, um zu vermeiden, dass ilersellx* ein blosses Nachaprechen des Urtheils des Lehren warde 7. Vertheilung des Stoffes für den Unterrieht in der Literaturgeschichte auf ilie beiden obern Klassen. 8. Was verstellen Sie unter Coneentration des Unterriehts, und wie würden Sie dieselbe auf der gegebenen gesetzliehen Grundlage zu verwirklichen suchen! 9. Analytiseher und synthetischer Gang des Unterrichtes. Wo ist der eine und der andere beim Sj>rachunterrichte hauptsiiehlich anzuwenden V F. Bngtliekt taal en letterkunde.. Describe vour method of teaching Bngliah granimar at a H. B. S. 2. Deaoribe your ideaa on teaching lynonymea. 3. Are you ugainst teaching the pronunciation of the Bngliah language by meana orrulea or notf Giva vour reasons. 4. The practical inijhirtance of dictation in the lower classes. 't. How to extend a pupil'i resources of exoression. 6. Your method of oorrecting exeroioai in Bngliah oom* poeition, 7. Translation (l)utch into Bngliah) and Knglish compoaition, and their respective practical importance in tuition. 8. Deaoribe your method of teaching Bngliab literature at n H. B. S. ( J. Deaoribe your ideaa on oomtnentariea rad the aaeof annotated editions at schools for M. O. 0. Which of Shakespeare's drainas deserve nbove otbers to be read with pupila 'i Why V. What do you think on reading Shakeepeare with girls? Which of bis drama's would you prefer and whyy 2. Whidi periode of Bngliah literature particulanj deserve the attention of pupila? Why V 3. Which authors deserve above otbers to be read and studied with pupila f 4. How to trent backward pupila t Voor eensluidend afschrift, De Voorzitter der Commissie, BTBTM PAKVK. Bijblad var. ere Nederlandsche Staats-Courant

PPJ6RAMMA èf kefiéigbèit vepeigch om tst de versehtkenée. met friejarigen' mnm voor meisjes te Batavia te wöpdeh teegelatee.

PPJ6RAMMA èf kefiéigbèit vepeigch om tst de versehtkenée. met friejarigen' mnm voor meisjes te Batavia te wöpdeh teegelatee. PPJ6RAMMA èf kefiéigbèit vepeigch om tst de versehtkenée klassee UÏI de tesgere faupppieiioai met friejarigen' mnm voor meisjes te Batavia te wöpdeh teegelatee. (Strekkende m voldoening aan de voorlaatste

Nadere informatie

f ONDERWIJSRAAD. N. 1642 A. 'S-GRAVENHAGE, 2jT-Apr.il 1923.

f ONDERWIJSRAAD. N. 1642 A. 'S-GRAVENHAGE, 2jT-Apr.il 1923. f ONDERWIJSRAAD. N. 1642 A. 'S-GRAVENHAGE, 2jT-Apr.il 1923. Bericht op schrijven van.24februari»23 No.699 Frankenstraat 39. Afd.H.O., 11 ir.,a» 4inn laj» ~ ^en g e l ieve bij het antwoord dagteekening

Nadere informatie

Wet voor het Natuurkundig Gezelschap te Middelburg. Vastgesteld den 13 december 1869. Artikel 1.

Wet voor het Natuurkundig Gezelschap te Middelburg. Vastgesteld den 13 december 1869. Artikel 1. De oudste nog bewaard gebleven statuten, toen nog wetten, van de vereniging dateren van 1869. Het Gezelschap was nog eigenaar van het Musæum Medioburgense, dat om die reden ook in deze wetten wordt vermeld.

Nadere informatie

(Gelden voor de Kweekschool van Militaire Geneeskundigen).

(Gelden voor de Kweekschool van Militaire Geneeskundigen). ^ 1 i>l Caveant consules, ne quid detrimenti res publica capiat!" (Gelden voor de Kweekschool van Militaire Geneeskundigen). Aan de HH. Leden van de Staten-Generaal worden hij al de vorigen nog de volgende

Nadere informatie

ONDERWIJSRAAD.. IVjo 148 00. 'S-GRAVENHAGE, Jjf&jj>Jfl... 193 & 2 i j ne Sxc.e Henti de n Minis t er van Onderwijs». Kunsten en Wetenschappen

ONDERWIJSRAAD.. IVjo 148 00. 'S-GRAVENHAGE, Jjf&jj>Jfl... 193 & 2 i j ne Sxc.e Henti de n Minis t er van Onderwijs». Kunsten en Wetenschappen ONDERWIJSRAAD.. IVjo 148 00. 'S-GRAVENHAGE, Jjf&jj>Jfl... 193 & Statenlaan 125. Bericht op schrijven van Meiv^gsèïieve bij het antwoord dagteekening 17. JU\XJ

Nadere informatie

# e-&ravenhage»2 Maart 1933*

# e-&ravenhage»2 Maart 1933* f AFSCHRIFT. MINISTEEIE VAN ONDEKWIJS, KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN. 19 & 30 Maart 7*1 1004, Afdeeling g, $, DE MINISTER VAN ONDERWIJS, KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN, f : Gelezen een voorstel van de faculteit der

Nadere informatie

OMffiRWIJSRAAD. 'S-GRAVENHAGE, mjttbbjçgassamigqi Stat 125.

OMffiRWIJSRAAD. 'S-GRAVENHAGE, mjttbbjçgassamigqi Stat 125. OMffiRWIJSRAAD. Bericht op schrijven van.,...: i 13. ff ebruari 1930»Nr.436» Af d.h.o» Betreffende: eer-s-toexes.--vo-or de moderne...talen aim de Ri jksuniversi t ei t en# 'S-GRAVENHAGE, mjttbbjçgassamigqi

Nadere informatie

84 [107. 21.J. lager onderwys, door Uwe Excellentie hij hare beschikking Tan. Boostor van het examen voor de akte

84 [107. 21.J. lager onderwys, door Uwe Excellentie hij hare beschikking Tan. Boostor van het examen voor de akte 8 [07. 2.J Verslag van den staat der hooge-, middelbare en lagen scholen over 899 900. (Bijlage S.) (U>7. 2.) BIJLAGE S. VERSAG DBB COMMISSIE, in 899 lebui mei hei exanineeren van hen die terne akte ten

Nadere informatie

Rederlandschlndisde laatschappij

Rederlandschlndisde laatschappij J VAN-PE Rederlandschlndisde laatschappij VAN NIJVERHEID en LANDBOUW. i:, o-i, Handel enz. JK ^f ",. 'T 4 STATUTEN VAN DE Rederlandsch-Indische Maatschappij VAN NIJVERHEID en LANDBOUW. OGILVIE & Co. 1885.

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ONDERWIJS, KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN,

DE MINISTER VAN ONDERWIJS, KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN, Afschrift. MINISTERIE VAN ONDERWIJS, KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN 29 FeSmiari 1?40. No. 8$?

Nadere informatie

WAAHDMIER BET m DOOR G4SBH\\I)EHS

WAAHDMIER BET m DOOR G4SBH\\I)EHS * - J!" 3^ Ö. "y&s ^ j OVER I)E DRUKKnC WAAHDMIER BET m DOOR G4SBH\\I)EHS GEVOERD MOET WOKÜEN. ö^ I>^)Oil p. L. K IJ K E. ia Overgediukt uit Je Veislagtu eu Medeileehugeü dei K.üuiiiklijke Akademie vrtii

Nadere informatie

ONDERWIJSRAAD. Eerste Afdeling O.R. 162 H.O. s-gravenhage,zfjuli I960.

ONDERWIJSRAAD. Eerste Afdeling O.R. 162 H.O. s-gravenhage,zfjuli I960. ONDERWIJSRAAD SECRETARIAAT: BEZUIDENHOUTSEWEG 125 'S-GRAVENHAGE Eerste Afdeling OR 162 HO Voorstel tot wijziging van hot Koninklijk besluit van 29 februari 1932, Staatsblad 66, ter uitvoering van artikel

Nadere informatie

STAATSBLAD n. 87. 202 [ftl. 3.] Verslag van den staat der hooge-, middelbare en lagere scholen over 1876 1877. [1*1. 3.J

STAATSBLAD n. 87. 202 [ftl. 3.] Verslag van den staat der hooge-, middelbare en lagere scholen over 1876 1877. [1*1. 3.J 202 [ftl. 3.] Verslag van den staat der hooge-, middelbare en lagere scholen over 1876 1877. [1*1. 3.J BIJLAGE A. STAATSBLAD n. 87. BESL.UIT van den 27sten April 1877, houdende vaststelling van de in artt.

Nadere informatie

[2S6. 17.] 7» Verslag van den staat dei hooge», middelbare en lagere scholen over mos ïoou. i Bij lage Oi.

[2S6. 17.] 7» Verslag van den staat dei hooge», middelbare en lagere scholen over mos ïoou. i Bij lage Oi. [2S6. 17.] 7» Verslag van den staat dei hooge», middelbare en lagere scholen over mos ïoou. i Bij lage Oi. BIJLAGE O. VERSLAG DEK COMMISSIE, in 1908 belast geweest met het examineeren van hen, die eene

Nadere informatie

Bfllage D. [141. 8J Tweede Kamer, SM

Bfllage D. [141. 8J Tweede Kamer, SM Bfllage D. [141. 8J Tweede Kamer, SM Verslag van den staat der booge-, middelbare en luiere scholen over 1881 1882. [141. 8.] BIJLAGE F RAPPORTEN van de gecommitteerden bij de eind-examens der gymnasia

Nadere informatie

HOOFDSTUK III. Seinen op niet bepaalde plaatsen te geven. HOOFDSTUK III. Seinen op niet bepaalde plaatsen te geven. Sein 5. Sein 5. Veilig.

HOOFDSTUK III. Seinen op niet bepaalde plaatsen te geven. HOOFDSTUK III. Seinen op niet bepaalde plaatsen te geven. Sein 5. Sein 5. Veilig. 22 Omschrijving der seinen en seinmiddelen. Toepassingsvoorschriften. 23 HOOFDSTUK III. Seinen op niet bepaalde plaatsen te geven. HOOFDSTUK III. Seinen op niet bepaalde plaatsen te geven. De beambte toont

Nadere informatie

Betreffende: Exa^ag j de psychologie Zijne Excellentie de Minister 3 " van Onderwijs, Kunsten en wetenschappeet te 's-gbavbnhage

Betreffende: Exa^ag j de psychologie Zijne Excellentie de Minister 3  van Onderwijs, Kunsten en wetenschappeet te 's-gbavbnhage ONDERWIJSRAAD No 05HÛ s-gravenhage, 5 Maart 19 52 ]f( Ajlft(^ T" U.V. Statenlaan 125 B ifct op schrijven van ÖJ AUfiUStUS 1951«M "" 9e ' ieve * het "" wocrd d '9,ekenln 9 1 Äl*»3»*» **** -y., en nummer

Nadere informatie

de coöperatie coöperatieve Rabobank Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest, gevestigd te Leiden, hierna te noemen Aangeslotene.

de coöperatie coöperatieve Rabobank Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest, gevestigd te Leiden, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-221 d.d. 12 juli 2013 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. A.P. Luitingh, leden, en mevrouw mr. M. Nijland, secretaris)

Nadere informatie

D/W ONDERWIJSRAAD ZEVENDE AFDELING O.R. 53 W.V.O. 8 januari I970.

D/W ONDERWIJSRAAD ZEVENDE AFDELING O.R. 53 W.V.O. 8 januari I970. ONDERWIJSRAAD SECRETARIAAT: BEZUIDENHOUTSEWEG 125 'S-GRAVENHAGE TEL. 070-83 61 94 O.R. 53 W.V.O. Bericht op schrijven vanj I4 november 1969, kenmerk BVO/j-164549. Betreffende: ontwerp algemene maatregel

Nadere informatie

UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden.

UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Nr 3213 ar. JZio GEMEENTE DORDRECHT UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Artikel l Deze verordening verstaat onder: a. ontslag: ontslag als bedoeld in artikel H 12a van het Algemeen Ambtenarenreglement

Nadere informatie

Or, W. J, LEYDn /!Nnl«msJag 8J7. ,...c F \ '- EEN TEHUIS VOOR WEEZEN IN ZUID-AFRIKA 1!.

Or, W. J, LEYDn /!Nnl«msJag 8J7. ,...c F \ '- EEN TEHUIS VOOR WEEZEN IN ZUID-AFRIKA 1!. Or, W. J, LEYDn /!Nnl«msJag 8J7,...c F \ '- EEN TEHUIS VOOR WEEZEN IN ZUID-AFRIKA 1!. L. S. Het is velen in Holland wellicht bekend, hoe ik, eerst onlangs uit Zuid-Afrika teruggekeerd, den langen en b'!ngen

Nadere informatie

O N D E RWIJS RAAD. 29 maart I966. Tweede Afdeling. O.R. 206 Exp. Bericht op schrijven van 2 februari I966, V.H.M.0. 295363. Aan

O N D E RWIJS RAAD. 29 maart I966. Tweede Afdeling. O.R. 206 Exp. Bericht op schrijven van 2 februari I966, V.H.M.0. 295363. Aan O N D E RWIJS RAAD SECRETARIAAT: BEZUIDENHOUTSEWEG 125 S-GRAVENHAGE TEL. 070-83 61 94 O 17> c^e^é 29 maart I966 O.R. 206 Exp. Bericht op schrijven van 2 februari I966, V.H.M.0. 295363 Betr.; eindexamen

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

(ONDERWIJSRAAD. $ \ No 63f A 11, 'S-GRAVENHAGE, j/bb**. 192. Frankenstraat 39.

(ONDERWIJSRAAD. $ \ No 63f A 11, 'S-GRAVENHAGE, j/bb**. 192. Frankenstraat 39. (ONDERWIJSRAAD. $ \ No 63f A 11, 'S-GRAVENHAGE, j/bb**. 192. Frankenstraat 39. Bericht op schrijven van * r\ ****> A rx r\ Men gelieve bij het antwoord dagteekening..., *!**...'5!!?:*?.!??S. n $*ÊQ~? ^^^*^r',

Nadere informatie

ONDERWIJSRAAD. N l *%*& 'S ^0^^ 's-graat5nhage.ä.do.c.emb.er ÎÇ2 2. Zij ne...excellent ie...d. .Ond.er.wi ja, uns..t«n...en We t en schappen

ONDERWIJSRAAD. N l *%*& 'S ^0^^ 's-graat5nhage.ä.do.c.emb.er ÎÇ2 2. Zij ne...excellent ie...d. .Ond.er.wi ja, uns..t«n...en We t en schappen ONDERWIJSRAAD. N l *%*& 'S ^0^^ 's-graat5nhage.ä.do.c.emb.er ÎÇ2 2 Bericht op ^jjnnj^n van ƒ ^^^éitgelieve bij het antwoord VC 'T^^ *&r^ dagteekeninsr dagteekening 6 ö en nummer van dit schrijven te vermelden.

Nadere informatie

Aan Zijne Excellentie den Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen te 's Gravenhage.

Aan Zijne Excellentie den Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen te 's Gravenhage. ONDERWIJSRAAD. N. 1750 A. Bericht op schrijven van 5 Januari 192Ö N. 4926 Afdeeling H. O. Betreffende: Distributie van leerstoelen aan de universiteiten. Aan Zijne Excellentie den Minister van Onderwijs,

Nadere informatie

instellingen, maar al is de beteekenis van den invloed dier bijzondere personen groot, na eene periode van belangstelling en enthousiasme voor

instellingen, maar al is de beteekenis van den invloed dier bijzondere personen groot, na eene periode van belangstelling en enthousiasme voor 27 wensch om eene nieuwe regeling te scheppen, maar niet van de gedachte, of men meer voelt voor de openbare school of de bijzondere school of omgekeerd. De Minister CORT VAN DER LINDEN zeide nog in de

Nadere informatie

Goede voorgangers van de Juridische faculteit.

Goede voorgangers van de Juridische faculteit. Goede voorgangers van de Juridische faculteit. Welverdiend is de goede naam, waarin de Leidsche zich op het gebied der rechtswetenschap mag verheugen, en groot is het aantal beroemde rechtsgeleerden, wier

Nadere informatie

Lyy^j^s, In het Algemeen Handelsblad van den 5 December 187G ko7nt het navolgend opstel voor:

Lyy^j^s, In het Algemeen Handelsblad van den 5 December 187G ko7nt het navolgend opstel voor: Lyy^j^s,. ^ «In het Algemeen Handelsblad van den 5 December 187G ko7nt het navolgend opstel voor: Er zijn er in den lande, vooral onder de rechterlijke ambtenaren en jongere rechtsgeleerden, die het der

Nadere informatie

8 mei 57. O.R. 134 H.O. 30 maart 1957, no. 28573 H.O.W. Regeling universitaire studie notariaat.

8 mei 57. O.R. 134 H.O. 30 maart 1957, no. 28573 H.O.W. Regeling universitaire studie notariaat. O.R. 134 H.O. 30 maart 1957, no. 28573 H.O.W. Regeling universitaire studie notariaat. 8 mei 57. Zijne Excellentie de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen 's-gravenhage. Bij schrijven van 30

Nadere informatie

r-)j, ADRES NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TP:R BEVORDERING VAN NIJVERHEID AAN Zijne Majesteit den Koning, HAARLEM, Julij 1876.

r-)j, ADRES NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TP:R BEVORDERING VAN NIJVERHEID AAN Zijne Majesteit den Koning, HAARLEM, Julij 1876. r-)j, ADRES NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TP:R BEVORDERING VAN NIJVERHEID AAN Zijne Majesteit den Koning, s HAARLEM, Julij 1876. ADRES DER NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TER BEVORDERING VAN NIJVERHEID AAN Zijne

Nadere informatie

het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever

het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever Samenvatting 02073 Commissie voor geschillen Geschil omtrent inschaling van de functie. De werknemer treedt in tijdelijke dienst van de werkgever en ontvangt eerst een salarisstrook met vermelding van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 15 637 Casinospelen Nr. 2 Het vroegere stuk is gedrukt in de zitting 1978-1979 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de heer Voorzitter

Nadere informatie

Aan dtkv. 10 juni 2015 17 juni 2015

Aan dtkv. 10 juni 2015 17 juni 2015 Aan dtkv De Raad van Ministers De Minister van Economische Ontwikkeling De heer Stanley M. Palm AmiDos Building, Pletterijweg 43 Alhier Uw nummer (letter): 2015/027730 2015/027741 2015/029746 Uw brieven

Nadere informatie

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Kiezen voor Latijn en/of Grieks? Als leerling in het laatste jaar van de basisschool sta jij voor een belangrijke keuze. Welke studierichting moet je gaan volgen in het

Nadere informatie

het college van beroep voor de examens van Fontys Hogescholen (hierna: CBE), verweerder.

het college van beroep voor de examens van Fontys Hogescholen (hierna: CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/041 Rechter(s) : mrs. Olivier, Troostwijk, Scholten-Hinloopen Datum uitspraak : 12 juni 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Fontys Hogescholen Trefwoorden : Beoordeling, bindend negatief

Nadere informatie

H. Correia tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen

H. Correia tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen ARREST VAN HET GERECHT (Vierde kamer) 30 november 1994 Zaak T-568/93 H. Correia tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen Tijdelijke functionarissen op proef - Onvoldoende geschiktheid voor ambt -

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/006

Rapport. Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/006 Rapport Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/006 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Commissie van beroep ingevolge artikel 3 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 zijn administratief

Nadere informatie

IV HOOFDSTUK. Jacob de Gelder, IV Hoofdstuk 1 [278] Over den geleerden stand, en de wijze hoe dezelve thans behoort te worden opgekweekt.

IV HOOFDSTUK. Jacob de Gelder, IV Hoofdstuk 1 [278] Over den geleerden stand, en de wijze hoe dezelve thans behoort te worden opgekweekt. Jacob de Gelder, IV Hoofdstuk 1 IV HOOFDSTUK [278] Over den geleerden stand, en de wijze hoe dezelve thans behoort te worden opgekweekt. In elke welgeregelde Maatschappij bestaan verschillende standen

Nadere informatie

DEPARTEMENT VAN OPVOEDING, WETENSCHAP EN KULTUURBESCHERMING HÉL S^tf^-y. Ie afdeeling van den \9# r wijsraad, ^s-g R A V S E H A

DEPARTEMENT VAN OPVOEDING, WETENSCHAP EN KULTUURBESCHERMING HÉL S^tf^-y. Ie afdeeling van den \9# r wijsraad, ^s-g R A V S E H A DEPARTEMENT VAN OPVOEDING, WETENSCHAP EN KULTUURBESCHERMING HÉL S^tf^-y ^ Verzoeke b beantwoording datum en nummer van dit schrijven te vermelden. Ie afdeeling van den \9# r wijsraad, ^s-g R A V S E H

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1976-1977 14 501 Wijziging van de Overgangswet WVO. (herziening regeling t.a.v. de bewijzen van bekwaamheid tot het geven van voortgezet onderwijs) Nr. 1 KONINKLIJKE

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer PROCES-VERBAAL. van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende,

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer PROCES-VERBAAL. van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende, Kenmerk: 2129/88 LJ GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende, tegen de uitspraak van de Inspecteur

Nadere informatie

STOOMKETELS ^ PRINS HENDRIK", 3D. Hl. -^TKT O IL. F S O 3sr. Ovefgedrukt uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant van. 8 December 1877.

STOOMKETELS ^ PRINS HENDRIK, 3D. Hl. -^TKT O IL. F S O 3sr. Ovefgedrukt uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant van. 8 December 1877. 9 DE STOOMKETELS VAÏJ DE ^ PRINS HENDRIK", DOOE 3D. Hl. -^TKT O IL. F S O 3sr. Ovefgedrukt uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 8 December 1877. 5 DE STOOMKETELS TAN DE PRINS HENDRIK", DOOR \-' ID.

Nadere informatie

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag. Algemene wet bestuursrecht Titel 4.1. Beschikkingen Afdeling 4.1.1. De aanvraag Artikel 4:1 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk

Nadere informatie

Oordeel 2012-133. Datum: 3 augustus 2012. Dossiernummer: 2012-0076. Oordeel in de zaak van [... ] wonende te [... ], verzoekster.

Oordeel 2012-133. Datum: 3 augustus 2012. Dossiernummer: 2012-0076. Oordeel in de zaak van [... ] wonende te [... ], verzoekster. Oordeel 2012-133 Datum: 3 augustus 2012 Dossiernummer: 2012-0076 Oordeel in de zaak van [... ] wonende te [... ], verzoekster tegen Stichting ROC Midden Nederland gevestigd te Utrecht, verweerster 1 Procesverloop

Nadere informatie

Uitspraak 22 oktober rolnr. 95/82 M I. Griffie 3050/81 Type: ev. HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer;

Uitspraak 22 oktober rolnr. 95/82 M I. Griffie 3050/81 Type: ev. HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer; Uitspraak 22 oktober rolnr. 95/82 M I Griffie 3050/81 Type: ev HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer; GEZIEN het beroepschrift van X te Z tegen de uitspraak van de Inspecteur

Nadere informatie

DERWIJSRAAD. N. Jl33 60« Juni 1 93*

DERWIJSRAAD. N. Jl33 60« Juni 1 93* DERWIJSRAAD. N. Jl33 60«Bericht op schrijven van.^u... Betreffende :...Egypt Ische letterkunde* taalden 'S-GRAVENHAGE, Staten laan 125. f: Juni 1 93* Ü**" Mejaveelieve bij het antwoord dagteekening ^en

Nadere informatie

Zaaknummer : 2013/129

Zaaknummer : 2013/129 Zaaknummer : 2013/129 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 13 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Bindend negatief studieadvies, finale geschillenbeslechting,

Nadere informatie

1.3 Tussenpersoon heeft het beroep bestreden bij een op 13 juli 2012 bij de Beroepscommissie binnengekomen verweerschrift.

1.3 Tussenpersoon heeft het beroep bestreden bij een op 13 juli 2012 bij de Beroepscommissie binnengekomen verweerschrift. Uitspraak Commissie van Beroep 2012-17 d.d. 11 september 2012 (prof. mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, mr. F.H.J. Mijnssen en mr. J.B.M.M. Wuisman, leden, en mr. M.J. Drijftholt,

Nadere informatie

STATUTEN VAN VOLLEYBALVERENIGING VIOS EEFDE

STATUTEN VAN VOLLEYBALVERENIGING VIOS EEFDE STATUTEN VAN VOLLEYBALVERENIGING VIOS EEFDE NAAM EN ZETEL Artikel 1 De vereniging draagt de naam: Volleybalvereniging VIOS Eefde en is gevestigd in de gemeente Gorssel. DOEL Artikel 2 2.1 De vereniging

Nadere informatie

Gezien het overlegde vertoogschrift en de uitgebrachte berichten,

Gezien het overlegde vertoogschrift en de uitgebrachte berichten, 2714 De Raad van Beroep voor de Directe Belastingen te Assen, Gezien het beroepschrift, ingediend door X te Z, d.d. 6 November 1925 tegen de uitspraak van den Inspecteur der directe belastingen te Y op

Nadere informatie

N 54. 'SGRAVENHAGE, den 10 October 1876.

N 54. 'SGRAVENHAGE, den 10 October 1876. A A (Extract). EXTRACT nit het Register der Resolutien van den Minister van Financien. In- en uitgaande regteu en accijnsen. N 54. 'SGRAVENHAGE, den 10 October 1876. Dc Minister, enz. Heeft goedgevonden

Nadere informatie

Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen.

Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen. Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen. Het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen, hierna te noemen het College, heeft het volgende

Nadere informatie

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

statuut» Uw nevenve rme. ichri erzoek om

statuut» Uw nevenve rme. ichri erzoek om MINISTERIE VAN ONDERWf^ KUNSTEN EN WETENSCHAPP N. 1387 Afd. H.ü. Bericht op schrijven van gg No«5659A. Februari betrefifende aanvul ling...a.c.ade.mi statuut» Uw nevenve rme. ichri erzoek om advies aan

Nadere informatie

Planten en hun naam Een botanisch lexicon voor de Lage Landen door H. Kleijn Met een inleiding door dr. Fop. I. Brouwer

Planten en hun naam Een botanisch lexicon voor de Lage Landen door H. Kleijn Met een inleiding door dr. Fop. I. Brouwer Planten en hun naam Een botanisch lexicon voor de Lage Landen door H. Kleijn Met een inleiding door dr. Fop. I. Brouwer MeulenhofF Amsterdam 1970 by Meulenhofï Nederland nv Ten geleide De auteur van dit

Nadere informatie

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Algemeen verbindend voorschrift,

Nadere informatie

NAAM, ZETEL EN DUUR Artikel 1 1. De stichting draagt de naam: STICHTING OPEN DOOR. 2. Zij heeft haar zetel te Loon op Zand. 3. Zij is opgericht voor onbepaalde tijd. Artikel 2 1. De stichting heeft ten

Nadere informatie

U I T S P R A A K 1 3 0 5 5

U I T S P R A A K 1 3 0 5 5 U I T S P R A A K 1 3 0 5 5 van het College van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden inzake het beroep van XXX, appellante tegen het Bestuur van de Faculteit der Geesteswetenschappen, verweerder

Nadere informatie

1.2 De Verzekeraar heeft op het beroepschrift gereageerd bij brief van 2 mei 2014.

1.2 De Verzekeraar heeft op het beroepschrift gereageerd bij brief van 2 mei 2014. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-028 d.d. 23 september 2014 (mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, mr. F.P. Peijster en mr. J.B.B.M. Wuisman, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstatc 201107210/1/V1. Datum uitspraak: 21 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

Aan. de Tweede Kamer de Staten-Generaal.

Aan. de Tweede Kamer de Staten-Generaal. ^, Aan de Tweede Kamer de Staten-Generaal. Den len Maart jl. werden door Zijne Excellentie den Minister van Justitie bij Uwe Vergadering ingediend wetsontwerpen, betreffende de inrichting en het rechtsgebied

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.0691 (013.06) ingediend door: hierna te noemen klaagster, tegen: hierna te noemen verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

AET. 287. De gebouwen mo9ten voorzien zijn van gasmeters, ten getale en ter plaatse door den Kommandant der Brandweer te bepalen*

AET. 287. De gebouwen mo9ten voorzien zijn van gasmeters, ten getale en ter plaatse door den Kommandant der Brandweer te bepalen* AANVULLING en WIJZIGING der ALGEMEENE POMTIE-YEEOEDEHTK'ö, De BTEGEMEESTEB en WETHOUDEES van Amsterdam doen te weten, dat door den Raad dier Gemeente, in zijne vergadering van den l sten Maart 1882, is

Nadere informatie

Statuten stichting tot het verstrekken van basisonderwijs op reformatorische grondslag STATUTEN

Statuten stichting tot het verstrekken van basisonderwijs op reformatorische grondslag STATUTEN STATUTEN Artikel 1: De naam der stichting is: Stichting tot het verstrekken van basisonderwijs op reformatorische grondslag. De stichting is gevestigd te Bennekom. De stichting is opgericht voor onbepaald

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de Haagse Hogeschool (hierna: het CBE), verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de Haagse Hogeschool (hierna: het CBE), verweerder. Zaaknummer : CBHO 2015/293 en 2015/293.1 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 12 januari 2016 Partijen : Appellant en Haagse Hogeschool Trefwoorden : bindend negatief studieadvies BNSA duidelijkheid

Nadere informatie

Artikel 1 - Geschillencommissie

Artikel 1 - Geschillencommissie Reglement Geschillencommissie inzake de kwaliteit van Marktonderzoek zoals bedoeld in artikel 21 lid 2 van de statuten van de MarktonderzoekAssociatie MOA vastgesteld door het Bestuur van de MOA op 11

Nadere informatie

i j: 20 October 1949, Nr. 123449, Afd.H.O.W. Betreffende: aêvies inzakt het Rapport van de Commissie--"-"Qpleidiag en Titel Psychologen"

i j: 20 October 1949, Nr. 123449, Afd.H.O.W. Betreffende: aêvies inzakt het Rapport van de Commissie---Qpleidiag en Titel Psychologen -1 ' i j: ÎONDERWIJSRAAD I 's-gravenhage, 1i October 19 52 No. 50 H»0. Statenlaan 125 Men gelieve bij het antwoord dagtekening Bericht Op schrijven van en nummer van dit schrijven te vermelden 20 October

Nadere informatie

Statuut van Onafhankelijkheid

Statuut van Onafhankelijkheid Statuut van Onafhankelijkheid Zoals laatstelijk gewijzigd en vastgesteld door het bestuur van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs ingevolge artikel 6 lid 2 en artikel 12 lid 3 van de statuten van

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-262 d.d. 17 september 2012 (prof. mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff,

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.5489 (144.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager, tegen: hierna te noemen de tussenpersoon. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

CHINEESCHE IMMIGRANTEN

CHINEESCHE IMMIGRANTEN PUBLICATIES VAN HET GEOGRAFISCH EN SOCIOGRAFISCH SEMINARIUM DER UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM F. VAN HEEK CHINEESCHE IMMIGRANTEN IN NEDERLAND N. V. DRUKKERIJ,,'T KOGGESCHIP" - AMSTERDAM CHINEESCHE IMMIGRANTEN

Nadere informatie

ontladingsverschijnselen. Bij den Heer P. Noordhoff te Groningen is een boekje uitgekomen samengesteld

ontladingsverschijnselen. Bij den Heer P. Noordhoff te Groningen is een boekje uitgekomen samengesteld 180 TIJD EN KALENDER Boekbeoordeeling. samengesteld Bij den Heer P. Noordhoff te Groningen is een boekje uitgekomen»beveiliging tegen bliksemschade door Dr. D. van Gulik maatschappij van en uitgegeven

Nadere informatie

Reglement Geschillencommissie Arbodiensten

Reglement Geschillencommissie Arbodiensten Reglement Geschillencommissie Arbodiensten Definities Artikel 1 In dit Reglement wordt verstaan onder: a. Commissie: de Geschillencommissie Arbodiensten; b. Boaborea: de branchevereniging van dienstverleners

Nadere informatie

S.G. Waterland voor aangepast sporten. Statuten. Versie : 2.0 Datum : 21 mei 1984 Status : Definitief

S.G. Waterland voor aangepast sporten. Statuten. Versie : 2.0 Datum : 21 mei 1984 Status : Definitief S.G. Waterland voor aangepast sporten Statuten Versie : 2.0 Datum : 21 mei 1984 Status : Definitief Inhoudsopgave Artikel 1: Naam, zetel en duur... 2 Artikel 2: Doel... 2 Artikel 3: Vermogen... 2 Artikel

Nadere informatie

Een woord (wer e^'»^ keeraiide der ont?el"tins^ uil clr

Een woord (wer e^'»^ keeraiide der ont?eltins^ uil clr Een woord (wer e^'»^ keeraiide der ont?el"tins^ uil clr OUüFiRiJJKI. i'fk/i.«^ 1 i 1 DOOR MEVROUW VLIELANDER HEIN COUPERUS. 'S-GRAVENHAGE, W. P. VAN STOCKUM & ZOON 1908 Prijs 25 cent. Een woord over eene

Nadere informatie

Turbo-liquidatie en de bestuurder

Turbo-liquidatie en de bestuurder Turbo-liquidatie en de bestuurder Juni 2012 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel is noch de auteur noch Boers Advocaten

Nadere informatie

ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN. JVUcalculatie

ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN. JVUcalculatie ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN JVUcalculatie Artikel 1 Toepassingsgebied 1.1 Deze algemene leveringsvoorwaarden zijn van toepassing bij opdrachten aan en op alle aanbiedingen en overeenkomsten waarbij JVUcalculatie

Nadere informatie

TITEL I. ALGEMEENE BEPALINGEN.

TITEL I. ALGEMEENE BEPALINGEN. Onderwijswetten in de 19e eeuw. Wet tot regeling van het Lager Onderwijs 1878 (17 augustus 1878 Staatsblad no 127) H.A.M. Roelants Schiedam 1878 Prijs Tien Cents WIJ WILLEM III, ENZ., ENZ., ENZ. Allen,

Nadere informatie

U I T S P R A A K 1 3 2 1 2

U I T S P R A A K 1 3 2 1 2 U I T S P R A A K 1 3 2 1 2 van het College van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden inzake het beroep van XXX, appellant tegen de Examencommissie Propedeuse van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid,

Nadere informatie

Reglement Klankbordgroep cliëntenparticipatie van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland

Reglement Klankbordgroep cliëntenparticipatie van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland Reglement Klankbordgroep cliëntenparticipatie van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland De Stichting Samen Veilig Midden-Nederland stelt conform artikel 4.2.4 e.v. van de Jeugdwet een cliëntenraad in.

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

ORDINANTIE 12 DE BEHANDELING VAN BEZWAREN EN GESCHILLEN

ORDINANTIE 12 DE BEHANDELING VAN BEZWAREN EN GESCHILLEN ORDINANTIE 12 DE BEHANDELING VAN BEZWAREN EN GESCHILLEN Artikel 1. Algemeen 1. De behandeling van bezwaren en geschillen geschiedt ter onderhouding van het recht, met inachtneming van de rechtvaardigheid

Nadere informatie

-2- 2004/65 Med. 2004/65 Med

-2- 2004/65 Med. 2004/65 Med RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.5542 (147.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager, tegen: hierna te noemen verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK op het beroep van de Stichting X te Y tegen de uitspraak van de Inspecteur, het hoofd van de eenheid

Nadere informatie

1.2 Belanghebbende heeft een op 17 april 2014 gedateerd verweerschrift met bijlagen ingediend.

1.2 Belanghebbende heeft een op 17 april 2014 gedateerd verweerschrift met bijlagen ingediend. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-019 d.d. 16 juni 2014 (mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. C.A. Joustra, drs. P.H.M. Kuijs AAG, mr. W.J.J. Los en mr. F.P. Peijster, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

betreft: [klager] datum: 8 september 2014

betreft: [klager] datum: 8 september 2014 nummer: 14/794/GA betreft: [klager] datum: 8 september 2014 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat

Nadere informatie

Met het oog op uw vragen en kritiek zijn kort samengevat mijn conclusies de volgende:

Met het oog op uw vragen en kritiek zijn kort samengevat mijn conclusies de volgende: Geachte mevrouw Stembor, U heeft mij een aantal stellingen/vragen voorgelegd. Ik heb daaruit opgemaakt dat u kritiek heeft op de onduidelijkheid over de verhouding tussen de Wbtv en de wet van 8 mei 1878,

Nadere informatie

Delta Lloyd Schadeverzekering N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.

Delta Lloyd Schadeverzekering N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-122 d.d. 23 april 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Handboek Opleidingen 2004 Hoofdstuk 20. 1.1 Algemeen opleidings- en examenprogramma instructeur A. 1. Algemene bepalingen

Handboek Opleidingen 2004 Hoofdstuk 20. 1.1 Algemeen opleidings- en examenprogramma instructeur A. 1. Algemene bepalingen 1.1 Algemeen opleidings- en examenprogramma instructeur A 1. Algemene bepalingen 1.1 Doel van de opleiding Het doel van de opleiding is de cursist voor te bereiden op het instructie geven aan beginnende

Nadere informatie

U I T S P R A A K 1 4 1 6 3

U I T S P R A A K 1 4 1 6 3 U I T S P R A A K 1 4 1 6 3 van het College van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden inzake het beroep van [naam], appellant tegen het Bestuur van de Faculteit Geesteswetenschappen, verweerder

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-344 d.d. 26 november 2013 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mr. M. van Pelt, secretaris)

Nadere informatie

Reglement van het Veterinair Tuchtcollege

Reglement van het Veterinair Tuchtcollege Reglement van het Veterinair Tuchtcollege Dit reglement geldt in aanvulling op het bepaalde in de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 c.q. in aanvulling op de Wet Dieren (nadat de daarin

Nadere informatie

NOTULEN AUTEUR / INLICHTINGEN: 12 mei 2011 10060553/11-00258663/eti Concept-notulen flexbv

NOTULEN AUTEUR / INLICHTINGEN: 12 mei 2011 10060553/11-00258663/eti Concept-notulen flexbv NOTULEN VAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN EEN BESLOTEN VENNOOTSCHAP NAAR NEDERLANDS RECHT, GEBASEERD OP DE WETSVOORSTELLEN INZAKE FLEXIBILISERING VAN HET BV-RECHT. Bijgaand eerst een toelichting en daarna

Nadere informatie

AGA International SA, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Verzekeraar.

AGA International SA, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Verzekeraar. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-158 d.d. 28 mei 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting Reisverzekering. Uitleg verzekeringsvoorwaarden.

Nadere informatie