Handreiking Warmtewet

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Handreiking Warmtewet"

Transcriptie

1 3 september 2014 Handreiking Warmtewet voor woningcorporaties versie 2.0 Auteur: Albert Koedam van Albert Koedam Consultancy, In opdracht van Aedes vereniging van woningcorporaties

2 Aedes vereniging van woningcorporaties Publicaties Postbus 29121, 2509 AC Den Haag

3 Voorwoord De eerste versie van deze Handreiking Warmtewet voor corporaties was primair bedoeld om corporaties inzicht te geven in de gevolgen die de Warmtewet heeft voor de afrekening van de kosten van gemeenschappelijke installaties, in het bijzonder bij blokverwarming. De kosten van deze installaties werden doorgaans via de servicekosten verrekend. Door de Warmtewet verandert daarin een aantal zaken. Na het inwerkingtreden van de Warmtewet is ook de regelgeving rond servicekosten en huurcommissie fors veranderd en is er duidelijkheid over relatie tussen de Warmtewet en de huurwetgeving. In hoofdstuk 4 en bijlage 5 worden deze wijzigingen uitgebreid behandeld. De belangrijkste wijzigingen in deze tweede versie van de Handreiking Warmtewet zijn in het blauw aangegeven. Al bij het schrijven van de versie 1.0, die in oktober 2013 verscheen, bleek dat zich in de praktijk een aantal knelpunten voordeden of dat de wet op onderdelen niet duidelijk was. In de versie 1.0 is geprobeerd die knelpunten te benoemen en te voorzien van voor corporaties werkbare interpretaties. Nadat de wet per 1 januari 2014 in werking is getreden, bleek bij meer partijen in het veld behoefte aan duidelijkheid. Sommige van de knelpunten waren zodanig urgent dat het wachten op de aangekondigde evaluatie van de Warmtewet na drie jaar geen soelaas bood. Naar aanleiding hiervan heeft het Ministerie van EZ op 1 mei 2014 een stakeholderbijeenkomst georganiseerd waar ondermeer de knelpunten die corporaties ervaren zijn besproken. In zijn brief van 7 juli 2014 aan de Tweede Kamer gaf minister Kamp oplossingsrichtingen aan voor deze knelpunten. Enkele van deze oplossingen moeten de komende tijd nog worden ingevuld. Na de brief van de minister voerde Aedes overleg met de ministeries van EZ en BZK om definitief uitsluitsel te krijgen op de vragen om ze op te nemen in deze update. Dat is deels gelukt, soms is alleen duidelijk welke oplossing te verwachten is. In deze update van de Handreiking is de laatste stand verwerkt, soms dus onder voorbehoud van definitief uitsluitsel. Een door veel corporaties gestelde vraag was in de afgelopen maanden welke geschillencommissie in het kader van de Warmtewet bevoegd is. Eerst leek de huurcommissie een belangrijke optie, inmiddels is duidelijk dat deze weg slechts voor een deel van de geschillen aan de orde is. Ook de eigen klachtencommissie van de corporatie is niet geschikt. Recent besloot Aedes om het proces te starten tot inrichten van een branchegeschillencommissie. Deze geschillencommissie zal vallen onder de Stichting De Geschillencommissie in Den Haag, net als de al bestaande Geschillencommissie Energie die door de energiebedrijven is ingesteld. De nieuwe branchegeschillencommissie zal zich primair richten op geschillen met betrekking tot levering van warmte door corporaties/verhuurders. De oprichting van een nieuwe branchegeschillencommissie heeft ook gevolgen voor de leveringsvoorwaarden. In de Handreiking 1.0 waren leveringsvoorwaarden opgenomen. Door de komst van de branchegeschillencommissie moeten deze voorwaarden worden aangepast. In hoofdstuk 6 wordt hier nader op ingegaan. Leeswijzer Waar de informatie in deze Handreiking 2.0 duidelijk afwijkt van de eerste versie en extra aandacht behoeft, zal dit in de tekst in blauw worden aangegeven. De belangrijkste verschillen met de Handreiking 1.0 zijn op een rij gezet: De duidelijkheid dat levering van warmte vanuit de corporatie door de overheid wordt gezien als levering vanuit de rol als leverancier en niet als verhuurder. Hierdoor is de huurwetgeving hierop niet van toepassing, dus in beginsel ook niet de huurcommissie. Zie hoofdstuk 4 en bijlage 5. 3

4 De met de levering van warmte verbonden kosten dienen als warmtekosten in rekening gebracht te worden, dus niet meer als servicekosten met uitzondering de kosten voor de gemeenschappelijke ruimten. Zie eveneens hoofdstuk 4 en bijlage 5. Duidelijkheid over de verplichting voor de centrale GJ-meter, zie hoofdstuk 5.4 Duidelijkheid over de onafhankelijke geschillencommissie, zie hoofdstuk 7.1. Toelichting op de BTW naar aanleiding van vragen, zie hoofdstuk 9.1. De leveringsvoorwaarden zijn niet meer opgenomen, omdat deze later separaat zullen verschijnen, zie hoofdstuk 6. Daarnaast is ingegaan op de situatie met een onrendabele exploitatie en welke maatregelen dan overwogen kunnen worden. Op het concept van deze update heeft Autoriteit Consument en Markt (AMC) een reactie gegeven. Deze reactie van de ACM is zo goed mogelijk in deze update verwerkt. De handreiking is zorgvuldig samengesteld op basis van beschikbare teksten van de parlementaire behandeling, ervaringen in de praktijk en de laatste stand van zaken in het overleg met het ministerie van EZ, BZK en de ACM. Sommige teksten laten ruimte voor interpretatie, die ruimte heeft de auteur ook genomen. Waar dat aan de orde is staat dat vermeld, of is als overweging gegeven hoe de corporatie daarmee om kan gaan. 4

5 Inhoud handreiking Voorwoord 3 Inhoud 5 1. Achtergrond Warmtewet Initiatief uit de Tweede Kamer Warmtewet, Warmtebesluit en Warmteregeling Warmtewet is energiewet Politieke behandeling Onderscheid tussen warmteleverancier en corporatie 8 2. Warmtenetten onder de Warmtewet Definitie van verbruiker en warmtenet Door de wet geen wijziging van leverancier Gemengde VvE s blijven onder de Warmtewet Situatieschets en eisen Beschermde afnemers Doorlevering Eisen die worden gesteld aan de leverancier Afrekening verplicht in GJ Wat mag de leverancier van warmte in rekening brengen Warmtewet en afrekening warmte- en servicekosten Van kostentoerekening naar tarief Eén maximumprijs per (kalender)jaar Geen overgangstermijn Aanpassing van de WWS-punten Stappenplan voor de corporatie Voorbereiding Inventarisatie Aanmelden van de netten Aanpassen installatie en plaatsen GJ-meters Inschatten werkelijke kosten en opbrengsten Beleidsmatige afwegingen, keuze vastrecht en GJ-tarief Draaiboek en werkgroep Aanvragen vergunning Leveringscontract en algemene voorwaarden Klachten en geschillen Afhandeling van geschillen Compensatie bij storing Afsluitbeleid Informatie voor vergunninghouders Aanvullende informatie BTW 32 5

6 9.2 Onrendabele installaties Norm voor warmtekostenverdeling 34 Bijlagen Bijlage 1 Warmtewet Bijlage 2 Warmtebesluit Bijlage 3 Warmteregeling Bijlage 4 Brief minister Kamp d.d. 7 juli 2014 Separaat bestand Separaat bestand Separaat bestand Separaat bestand Bijlage 5 Wijzigingen in de wetgeving m.b.t. huurcommissie en servicekosten 36 Bijlage 6 Tariefbesluit ACM voor 2014 Separaat bestand 6

7 1 Achtergrond Warmtewet 1.1 Initiatief uit de Tweede Kamer De Warmtewet is ontstaan als initiatiefwet vanuit de Tweede Kamer. CDA-Kamerleden Hessels en Ten Hoopen (later Ten Hoopen en Samsom) zijn ermee gestart naar aanleiding van een onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Uit dit onderzoek bleek dat consumenten die aangesloten zijn op stadsverwarming teveel betalen. Bij stadsverwarming, en volgens de interpretatie later bij alle warmtenetten, is sprake van monopolie. De consument die is aangesloten op een warmtenet kan niet zelf kiezen voor een leverancier. De leverancier is automatisch de eigenaar of exploitant van het net. De Warmtewet moet de bescherming van de kleinverbruikers regelen tegen mogelijk te hoge warmtetarieven. De wet biedt bescherming doordat de kosten die voor warmte in rekening worden gebracht niet meer mogen zijn dan de maximumprijs op basis van de Warmtewet. Bij de totstandkoming van de wet is aanvankelijk voorbijgegaan aan de bescherming die huurders al hadden door de regeling van de servicekosten. Daarom pleitten Aedes en Kences er ook steeds voor de Warmtewet niet van toepassing te verklaren op situaties met blokverwarming. Daar is door de Kamer en ook door de minister in zijn brief van 7 juli 2014 expliciet geen gehoor aan gegeven. Wel is de Warmtewet in het latere wetgevingsproces enigszins afgestemd op de wetgeving in de huursector. De Warmtewet blijft echter een wet die oorspronkelijk is toegesneden op stadsverwarming en niet op kleinere gemeenschappelijke installaties, zoals blokverwarming. Met de voornemens van de minister in zijn brief van 7 juli 2014 zal de aansluiting verbeteren en daarnaast zal in deze update worden ingegaan op de relatie verhuurder-huurder en de wijzigingen in het Besluit servicekosten. 1.2 Warmtewet, Warmtebesluit en Warmteregeling Op 1 januari 2014 is de Warmtewet van kracht geworden. In de periode juli tot en met september 2013 zijn de wet en alle bijbehorende besluiten en regelingen gepubliceerd in het Staatsblad: Wet van 17 juni 2013, houdende regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet), gepubliceerd 31 juli 2013 in het Staatsblad onder nummer 325. Wet van 17 juni 2013 tot wijziging van de Warmtewet in verband met enkele aanpassingen (Novelle), gepubliceerd 31 juli 2013 in het Staatsblad onder nummer 326. Besluit van 10 september 2013, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 17 juni 2013 tot wijziging van de Warmtewet in verband met enkele aanpassingen (Koninklijk besluit inwerkingtreding), gepubliceerd in het Staatsblad op 27 september Besluit van 10 september 2013, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit), gepubliceerd in het Staatsblad op 27 september 2013 onder nummer 359. Regeling van de minister van Economische Zaken van 4 september 2013, houdende uitvoering van het Warmtebesluit en de Warmtewet (Warmteregeling), gepubliceerd in de Staatscourant op 13 september Vanaf 1 januari 2014 is de integrale tekst van de wet beschikbaar en is deze als bijlage 1 bij deze update gevoegd. Tevens is als bijlage 6 het tariefbesluit van de ACM voor 2014 gevoegd. De beide documenten zijn ook te downloaden via: 7

8 https://www.acm.nl/nl/publicaties/publicatie/12481/besluitmaximumprijs-levering-warmte-2014/. De Warmtewet regelt de hoofdlijnen van het maximumtarief, de criteria voor vergunningplicht, de geschillen en de procedure bij noodvoorzieningen. In het Warmtebesluit dat bij de wet hoort, worden de regels voor de berekening van het maximumtarief en een aantal voorwaarden voor de vergunning verder uitgewerkt. De ministeriële Warmteregeling definieert de kostenkengetallen die voor de berekening van de maximumprijs moeten worden gebruikt en bevat de compensatieregeling bij storing en de regels voor afsluiten van het net. 1.3 Warmtewet is energiewet De Warmtewet is een energiewet en regelt op een vergelijkbare wijze als de Gas- en Elektriciteitswet de levering van warmte aan eindgebruikers (consumenten). Bij gas- en elektriciteitslevering is sprake van meerdere potentiële leveranciers op een transportnet dat in handen is van de overheid. In tegenstelling tot deze wetten is bij warmte de exploitant van het warmtenet de leverancier. Door de invoering van de Warmtewet worden exploitanten van een warmtenet behandeld als energieleveranciers, dus ook corporaties die een warmtenet hebben. Ook het ministerie van BZK stelt zich op het standpunt dat corporaties die warmte leveren dat met de komst van de Warmtewet doen in hun hoedanigheid als leverancier en niet als verhuurder (zie hiervoor verder hoofdstuk 4 en bijlage 5). Een andere benadering dus, die vooral voor de kleine warmtenetten (blokverwarming) leidt tot een aantal nieuwe verplichtingen ten opzichte van de bestaande levering van warmte. Het toezicht op de wet wordt uitgevoerd door de ACM, de Autoriteit Consument en Markt. 1.4 Politieke behandeling Het heeft tien jaar geduurd voor de Warmtewet van initiatief tot wet is gekomen. In de parlementaire behandeling is de initiatiefwet later overgenomen door de minister van Economische Zaken. Feitelijk bestond de wet daardoor uit een wetsvoorstel en een novelle. De novelle was nodig omdat het oorspronkelijke wetsvoorstel een aantal hiaten vertoonde en veel discussie gaf. Nadat de novelle enige tijd bij de Tweede Kamer lag, is de wet in 2013 vrij vlot door het parlement geloodst. Bij de finale behandeling in de Tweede Kamer zijn twee moties aangenomen, waarvan de motie van de PvdA over de toets bij warmtekostenverdeelsystemen de meeste gevolgen heeft. Deze motie leidde tot een extra artikel: 8a. De uitwerking van deze toets roept echter nog vragen op. In het hele traject van wetgeving is veel onderzoek gedaan naar de effecten van de levering van warmte en naar stadsverwarming. Het enige onderzoek naar het effect van de wet bij blokverwarming, mislukte door een tekortschietende onderzoeksopzet. Dat is zorgwekkend, omdat het merendeel van de warmtenetten niet uit stadsverwarming maar juist uit blokverwarming bestaat. Er zijn echter meer zaken in de wet die nog problemen of vragen op kunnen roepen. Daarvoor wordt door de minister verwezen naar de evaluatie die drie jaar na invoering moet plaatsvinden. Omdat zich nu al knelpunten voordoen kondigde de minister in zijn brief aan de Tweede Kamer van 7 juli 2014 aan begin 2015 met een wetswijzigingsvoorstel te komen. Daarnaast komt de ACM met een aanvullende Beleidsregel over de compensatieregeling. 1.5 Onderscheid tussen warmteleverancier en corporatie Veel warmtenetten betreffen de blokverwarmingsinstallaties. Hoewel daardoor vrijwel altijd de corporatie de leverancier is, is er in de handreiking voor gekozen het begrip leverancier niet een-op-een te vervangen door corporatie. De rol van de corporatie gaat verder en is anders dan 8

9 de rol van de leverancier, daarom wordt voor de rol op grond van de Warmtewet de term leverancier gebruikt. 9

10 2 Warmtenetten onder de Warmtewet Warmtenetten zijn volgens de wet het geheel van (transport)leidingen, installaties en hulpmiddelen voor zover die niet liggen in het gebouw van de verbruiker (de klant of afnemer) of van de producent om warmte te leveren aan die verbruikers. Warmte kan zowel warm water zijn als warm tapwater. Koud water en levering van koude valt nadrukkelijk niet onder de wet. In de praktijk begint een warmtenet op de grens van het gebouw of terrein van de producent of bij het verlaten van de ketel en eindigt bij de aansluiting van de verbruiker. Hiervoor wordt ook wel de term distributienet gebruikt. In de praktijk komen ook bronwaternetten voor. Hierbij wordt water van een bron rondgepompt en zorgen individuele warmtepompen er per woning voor dat aan deze bron warmte wordt onttrokken. In discussie met het ministerie en de ACM is duidelijk geworden dat zij vinden dat in deze situatie geen warmte wordt geleverd en dat deze netten niet onder de Warmtewet vallen. Uit onderzoek van bureau CE uit Delft bleek dat er circa warmtenetten zijn in Nederland die onder de Warmtewet vallen. 13 hiervan zijn de grotere stadsverwarmingsnetten in de grote steden. De overige netten betreffen een schatting van de kleinere collectieve installaties, zoals blokverwarming en WKO (warmte-koude-opslaginstallaties). Het aantal kleine netten is geschat. Uit de eerste inventarisaties door corporaties blijkt dat dit aantal hoger kan zijn. 2.1 Definitie van verbruiker en van warmtenet In principe vallen alle warmtenetten waarmee in één net warmte wordt geleverd aan meer dan één verbruiker onder de bescherming van de Warmtewet. In de Warmtewet is het begrip verbruiker niet eenduidig omschreven als persoon. In de afgelopen maanden was er regelmatig begripsverwarring over de interpretatie. Soms geeft de definitie van een installatie aanknopingspunt om te argumenteren dat er geen sprake is van een warmtenet. De minister heeft nu ook onderkend dat er behoefte aan opheldering is. In de wetswijziging die is aangekondigd voor voorjaar 2015 wordt de definitie verbeterd. Voor de interpretatie blijft het naar onze mening logisch als de minister bij de wetswijziging om deze definitie aansluit bij de huidige definities uit de Gas- en de Elektriciteitswet, die spreekt over een aansluiting als een of meer verbindingen tussen het gas- respectievelijk elektriciteitstransportnet en een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e van de Wet waardering onroerende zaken. Een verbruiker is in deze interpretatie een zelfstandige woonruimte, bekend als WOZobject. Het kan wel zijn dat een unit met meerdere onzelfstandige woonruimen wordt gezien als één WOZ-object met doorgaans een aansluiting van minder dan 100 kw en dus als beschermde verbruiker onder de Warmtewet. Ook bedrijfsruimte, bekend als één WOZ-object en met een aansluiting van minder dan 100 kw, dient hier geïnterpreteerd te worden als beschermde verbruiker. Het leveren van warmte aan onzelfstandige woonruimten (studentenwoningen met gedeelde voorzieningen, woningen in zorgcomplexen en kamergewijze verhuur van eengezinswoningen) valt dus niet onder de Warmtewet. In deze situaties is ook nauwelijks te registreren wat het individueel aandeel is in alle gemeenschappelijke voorzieningen (warmte in gemeenschappelijke ruimte/in eigen ruimte, warm tapwater gemeenschappelijk/eigen gebruik). Ook kunnen deze situaties zelden adequaat worden voorzien van submeters. Warmtenetten die onder de wet vallen: 1. Warmtenetten waardoor warmte wordt geleverd in complexen, bij voorbeeld flats, met een gemeenschappelijke installatie. Dit is de bekende blokverwarming. 10

11 2. Warmtenetten die warmte (en koude) leveren, zoals bij warmte-koude installaties (WKO). 3. Stadsverwarmingsnetten. 2.2 Door de wet geen wijziging van leverancier Het maakt voor de wet niet uit of de exploitant of eigenaar van dat warmtenet de corporatie, een energie BV van de corporatie of een derde partij, zoals een warmtebedrijf, is. In de praktijk kwam naar voren dat na de invoering van de Warmtewet energiebedrijven het argument gebruikten dat zij geen eigenaar zijn van de installatie in een gebouw en dat zij daardoor niet meer aangemerkt konden worden als de leverancier aan de individuele huishoudens. Met andere woorden: in hun interpretatie wijzigde de levering aan huishoudens in een zakelijke aansluiting waarbij aan de corporatie (of VvE) wordt geleverd. Hierdoor zou de corporatie of VvE opeens (door)leverancier van warmte worden, zie paragraaf 3.2 De minister gaf in zijn brief echter ondubbelzinnig aan dat de Warmtewet niet bedoeld is om in te grijpen in de bestaande leverancier-klantrelatie en dat de Warmtewet niet eist dat de leverancier eigenaar is van de gebouwinstallatie. De minister onderkent wel dat in het verleden lang niet altijd afspraken zijn gemaakt over het onderhoud van het leidingennet in het gebouw. Hij vindt dat partijen daarover in onderling overleg goede afspraken moeten maken. 2.3 Gemengde VvE s blijven onder de Warmtewet Al direct bij het verschijnen van de Warmtewet viel de opmerkelijke situatie bij volledige VvE s op. Met volledige VvE s worden VvE s bedoeld die uitsluitend bestaan uit particuliere eigenaren. In deze situatie zou bij toepassing van de wet de bewoner niet meer in rekening gebracht mogen worden dan de maximumprijs, terwijl vervolgens de bewoner als mede-eigenaar van de VvE het exploitatietekort zou moeten aanvullen. Verder zou bij het uitkeren van een compensatie bij ernstige storing de compensatie uit de exploitatie komen, daarvoor geldt hetzelfde vestzak-broekzak bezwaar. De minister heeft aangekondigd dat dit onnodig belemmerend is en dat in deze situatie de eigenaren niet alleen consumenten zijn, maar ook het heft in handen hebben en de wet ze daarom niet tegen zichzelf hoeft te beschermen. Deze VvE s vallen binnenkort door een wetswijziging niet meer onder de Warmtewet. De ACM is gevraagd in het toezicht hiermee rekening te houden. Deze uitzondering geldt echter niet voor de gemengde VvE s die veel bij corporaties voorkomen. Voor de huurder in een dergelijk complex vindt de minister de bescherming nog steeds nodig. Dit kan dus een merkwaardige verschuiving in de (rechts-)verhoudingen opleveren als in een gemengde VvE uiteindelijk de laatste woning verkocht is. Men gaat dan van beschermde situatie naar de vrijgestelde. Om daar geen ongewenste situaties te krijgen gaat de minister met Aedes en de Woonbond overleggen over hoe dit aangepast moet worden. Op dit moment is niet bekend wanneer hier meer duidelijkheid over komt. 11

12 3 Situatieschets en eisen 3.1 Beschermde afnemers Niet alle verbruikers worden beschermd door de wet. Oorspronkelijk ging het vooral om de kleine afnemers en niet alleen consumenten. In het parlement is uitgebreid gesproken over de grens waaronder verbruikers beschermd moesten worden. Uiteindelijk geldt de bescherming bij de warmtenetten voor alle verbruikers met een aansluiting van maximaal 100 kw. Het gaat hierbij om de maximale capaciteit van de aansluiting, niet welk deel daarvan werkelijk wordt gebruikt. In de praktijk betekent dit alle huishoudensaansluitingen en vrijwel alle aansluitingen van MKB-bedrijven. Denk daarbij aan winkels en kantoren of praktijkruimtes onder een flat. De eis van 100 kw wordt soms verward met het vermogen van de verwarmingsketel. Dat laatste is echter niet relevant. Het gaat om de aansluitcapaciteit van de verbruiker. Binnen één warmtenet kunnen dus zowel beschermde als niet beschermde afnemers of verbruikers voorkomen. Als er sprake is van één warmtedistributienet, waarbij binnen dat net aan meerdere afnemers wordt geleverd, kan met figuur 1 worden bepaald of de Warmtewet van toepassing is. Figuur 1 12

13 3.2 Doorlevering Een bijzondere situatie doet zich voor bij corporaties die voor hun complexen een aansluiting hebben op een stadsverwarmingsnet, maar de warmte zelf doorleveren aan hun huurders. Zij zijn zelf niet beschermd als klant op het stadsverwarmingsnet, want meestal is die aansluiting groter dan 100 kw. Aan de andere kant moeten zij wel aan hun huurders leveren tegen een tarief dat niet hoger is dan de nieuwe maximumprijs. Hier ligt dus een risico voor corporaties, waar door Aedes uitgebreid op gewezen is. De minister heeft echter geen nadere regels voorgesteld om corporaties te beschermen tegen deze ongunstige tussenpositie. In het debat met de Kamer was de veronderstelling van de minister van Economische Zaken dat warmteleveranciers juist lagere kosten per GJ hanteren voor grotere aansluitingen en werd betreurd dat de warmteleveranciers deze situatie gebruiken om corporaties met kosten op te zadelen die zij niet kunnen doorberekenen. Dat laatste is extra relevant, omdat die situatie zich ook voor kan doen bij storing, waarbij beschermde verbruikers volgens de Warmteregeling recht hebben op een compensatie, zie hoofdstuk 7. Het is van belang deze zaken mee te nemen in contractonderhandelingen met leveranciers van stadsverwarming en zo nodig contracten aan te passen (open te breken). 3.3 Eisen die worden gesteld aan de leverancier In artikel 2 van de wet staan de eisen die gesteld worden aan de leverancier. Een leverancier van warmte, en dat geldt dus ook voor corporaties, moet zorgen voor een betrouwbare levering tegen redelijke voorwaarden en een goede dienstverlening. Verder moet de leverancier voldoen aan een aantal administratieve eisen: Eenmaal per jaar moet de leverancier een volledige en voldoende gespecificeerde nota verstrekken met betrekking tot de door hem geleverde diensten. De leverancier maakt geen ongerechtvaardigd onderscheid tussen zijn afnemers. Wijzigingen in de prijzen voor levering van warmte en/of wijzigen van de voorwaarden moet tijdig en voldoende duidelijk (toereikend) worden gecommuniceerd met de afnemers. De leverancier moet een duidelijke boekhouding voeren van de kosten enerzijds en de opbrengsten anderzijds. Zowel de kosten als de opbrengsten worden anders opgebouwd bij toepassing van de Warmtewet. De inventarisatie van de netten kan gebruikt worden om de aanvullende onderdelen aan de kant van de kosten te registreren. Het is wel aan te bevelen baten en lasten op verschillende (grootboek)rekeningen te boeken. Van de storingen moet de leverancier een administratie bijhouden en daar jaarlijks over publiceren. Dit gaat verder dan de huidige praktijk bij blokverwarming. De leverancier moet (artikel 4) proberen onderbreking van de warmtelevering in de periode 1 oktober tot 1 april te voorkomen. In ieder geval moet de leverancier de onderbreking, bij voorbeeld dor onderhoud, minimaal drie dagen van te voren melden aan de verbruikers. Het was niet expliciet vermeld of de wetgever bij het ongerechtvaardigd onderscheid ook correcties bedoelt die vaak worden toegepast bij warmtekostenverdeling. De trend is wel steeds meer het ongecorrigeerd doorbelasten van kosten, maar dat staat niet letterlijk in de Warmtewet. In eerste instantie vermeldde de ACM expliciet op haar site dat met ingang van 1 januari 2014 correcties niet meer toegestaan zijn, waarbij het voorbeeld wordt gegeven van een liggingscorrectie. Naar aanleiding van de bezwaren uit de markt kondigde de minister in zijn brief van 7 juli 2014 aan toch bepaalde correcties toe te staan, waaronder correcties voor de ligging in een complex of flatgebouw. Daarnaast mag gecorrigeerd worden voor de afgifte van de transportleidingen in een gebouw. Dit laatste sluit aan bij de Europese norm voor warmtekostenverdeelmeters (EN 834). Deze correctie valt eigenlijk ook niet onder de formulering ongerechtvaardigd onderscheid maken, want warmteafgifte door stijgleidingen in de woning is wel degelijk aan te merken als warmtelevering aan die woning. Het lastige is alleen dat daar geen meetmethode voor is, vandaar de terechte correctie. 13

14 Overweging: hoewel de exacte manier waarop de minister de liggingscorrecties wil toelaten nog niet duidelijk is, kan de corporatie vooralsnog gewoon de oude correcties toepassen. Het verdient aanbeveling om de wijze waarop de corporatie (beleidsmatig) omgaat met correcties vast te leggen. In de praktijk kunnen afrekeningen fors gaan wijzigen als correcties worden geschrapt. NEN 7440 voor warmtekostenverdeling, zie ook hoofdstuk 9.3, zegt ook iets over het toepassen van liggingscorrecties. De effecten zijn het grootst bij slecht geïsoleerde complexen. Verder kan ook de manier waarop de installatie is ingeregeld bijdragen aan de afwijkingen bij woningen aan het eind van de stijgleidingen, zie hiervoor hoofdstuk 9.2. Artikel 8a van de wet geeft de mogelijkheid ook op andere wijze dan met een warmtekostenverdeelsysteem de kosten te verdelen. Bijvoorbeeld op basis van vierkante meter of hoofdelijke omslag (zie artikel 8a, lid 2). Hoewel ook hier zo nauwkeurig mogelijk het individuele aandeel van de verbruiker moet worden benaderd, mogen leveranciers wel kosten van verbruik in algemene zin meenemen. Verder moet de leverancier met de producent van warmte kunnen onderhandelen. De leverancier is dit op grond van de Warmtewet verplicht. In de praktijk van blokverwarming en kleinschalige duurzame energie-installaties zal echter meestal de eigenaar van de warmtebron ook de exploitant zijn van het net. 3.4 Afrekening verplicht in GJ De warmte die geleverd wordt moet afgerekend worden in GJ s. Voor het bepalen van de hoeveelheid GJ s zijn er drie opties. De leverancier brengt de kosten in rekening op basis van: 1. Een individuele warmtemeter (GJ-meter) in de woning. Dit is de eerste voorkeur volgens artikel 8 in de wet. 2. Een systeem van individuele warmtekostenverdelers die het warmteverbruik van elke radiator meten, artikel 8a lid1. 3. Een voor alle verbruikers inzichtelijke kostenverdeelsystematiek, artikel 8a lid 2. In beginsel dient de leverancier binnen een redelijke termijn aan verbruikers een individuele meter ter beschikking te stellen door middel van verhuur. Hieronder wordt verstaan een gigajoulemeter die op afstand uit te lezen is. Deze geeft het actuele warmteverbruik weer en verstrekt informatie over de tijd waarin sprake was van daadwerkelijk verbruik. Deze verplichting geldt volgens de wet wanneer: - de gebruiker hierom vraagt, tenzij het technisch onmogelijk of financieel onredelijk is; - bij vervanging, tenzij technisch onmogelijk of financieel onredelijk; - bij aansluiting van nieuwbouw; - bij ingrijpende renovatie. Hoewel de wet expliciet de voorrang geeft aan de eerste optie, de individuele GJ-meters, zijn optie twee en drie aanvaardbaar als de installatie van de GJ-meters niet kostenefficiënt is. Dit is geen optie en kostentechnisch niet verantwoord in een situatie waarin radiatoren in de woning zijn aangesloten op stijgleidingen die op meerdere plaatsen de woning binnenkomen, zoals in veel flatgebouwen. In de Q&A s op haar site bevestigt de ACM deze zienswijze. Het plaatsen van een individuele GJ-meter is alleen een reële optie bij een volledige renovatie van het gebouw en vooral de gebouwinstallatie, waarbij ook de woningindeling wijzigt. Hierbij moeten dan alle stijgleidingen worden vervangen door een centrale toe- en afvoerleiding en een nieuw binnennet in elke woning. Hoofdstuk 5.4 gaat nader in op de meting in GJ s. 14

15 Als er sprake is van een warmtewisselaar zegt de wet, naar aanleiding van een amendement van de Tweede Kamer, dat deze warmtewisselaar bij vervanging of bij nieuw geplaatste meters door de warmteleverancier wordt geplaatst. De warmteleverancier mag hiervoor een redelijke vergoeding als huur aan de verbruiker in rekening brengen. 3.5 Wat mag de leverancier van warmte in rekening brengen Over wat de exploitant van een warmtenet in rekening mag brengen is de Warmtewet heel expliciet. Het is hierbij goed het volgende te realiseren: de Warmtewet is een energiewet en reguleert dus de dienst van het leveren van warmte. Dat is iets anders dan het verdelen van kosten. Hoofdstuk 4 gaat verder in op dit verschil. De exploitant van een warmtenet, de warmteleverancier, mag in principe zelf weten wat hij in rekening brengt. Bij de beoordeling of deze kosten niet het maximum overschrijden toetst de ACM, conform het Niet Meer Dan Anders principe (NMDA), op de volgende specifiek in de wet genoemde posten: 1. De maximumprijs. Deze maximumprijs is een prijs, niet te verwarren met tarief. De maximumprijs (artikel 5) bestaat uit een gebruiksonafhankelijk deel en een gebruiksafhankelijk deel. Het gebruiksonafhankelijke deel noemen we het vastrecht en is een bedrag in euro. Het gebruiksafhankelijke deel is het product van de afgenomen GJ s vermenigvuldigd met de maximum GJ-prijs voor dat jaar. Het besluit van de ACM met het tarief voor 2014 is als bijlage 6 toegevoegd. 2. Naast de maximumprijs mag de leverancier volgens artikel 2 de redelijke kosten voor het ter beschikking stellen van de warmtewisselaar rekening brengen. De toets is op de redelijkheid van dit tarief. Omdat de kosten voor de warmtewisselaar ook in de berekening van het gebruiksonafhankelijke deel van de maximumprijs terugkomen, heeft de toezichthouder ACM daar wel een referentie aan. Echter ook niet meer dan dat. 3 Meetkosten. De kosten voor het meten zijn volgens artikel 8, lid 5, gelijk gesteld aan het (jaarlijkse) tarief voor individuele gasmeting uitgaande van een G6-meter. De combinatie van een warmtewisselaar met een GJ-meter komt veel voor en heet een afleverset. In dat geval gaat het over de totaalkosten van de set, inclusief meetkosten. De kosten moeten wel uitgesplitst op de afrekening vermeld staan. De leverancier mag dus niet andere dan deze bedragen in rekening brengen. Bij het uitbrengen van de Handreiking in 2013 is onderbouwd dat de kosten voor de warmtekostenverdeelmeters volgens het Warmtebesluit nog steeds als servicekosten in rekening gebracht mochten worden, naast de kosten voor de warmtelevering. Met het wijzigen van de huurwetgeving per 1 juli 2014 en met de brief van de minister van EZ van 7 juli 2014 is dit echter veranderd. De belangrijke veranderingen zijn: 1. De kosten van warmtekostenverdeelmeters kunnen als gebruikskosten behorende bij de warmtekosten in rekening gebracht worden. In de situatie met warmtekostenverdeelmeters is er geen afleverset of warmtewisselaar en zijn deze kosten te zien als vergelijkbare gebruikskosten volgens de brief. Uit de brief is op te maken dat naast de gebruikskosten bij warmtekostenverdeelmeters ook de kosten voor de centrale GJ-meter in rekening gebracht kunnen worden, namelijk omdat deze gelden als kosten van een collectief warmtesysteem. 2. Bij het ontbreken van een individuele warmtewisselaar, mogen de kosten voor de collectieve warmtewisselaar ook als gebruikskosten in rekening gebracht worden. Het zelfde geldt voor eventuele andere collectieve voorzieningen ten behoeve van de 15

16 levering. Bij al deze kosten van collectieve voorzieningen gaat het om de redelijke kosten, die gebaseerd zijn op de werkelijke kosten. BELANGRIJK Het gebruiksonafhankelijke deel (vastrecht) en het variabele GJ-tarief in euro s worden jaarlijks vooraf door de ACM vastgesteld. Het tariefbesluit van de ACM voor 2014 is als bijlage 6 toegevoegd. De ACM toetst op de maximumprijs en dus niet op de vastgestelde bedragen voor vastrecht en GJ-tarief. Dit staat expliciet in de wet en in de toelichting. Deze wijze van toetsing geeft de corporatie als leverancier dus veel vrijheid om een eigen tariefsysteem te kiezen. Bijvoorbeeld een hoger vastrecht bedrag, gekoppeld aan een lager GJtarief of net andersom vergeleken met de ACM-bedragen. Het is de vraag of dat in de praktijk gaat werken. Omdat individueel bezwaar gemaakt kan worden door de verbruiker tegen een te hoog tarief, kan elke toetsing weer anders uitpakken. Dat zal naar alle waarschijnlijkheid dus heel veel verwarring geven in de praktijk. De leverancier moet dus goed weten waaraan hij begint. De minister van EZ kondigde in zijn brief van 7 juli 2014 aan dat hij in 2014 onderzoek laat doen naar de prijsontwikkeling. Dat kan betekenen dat de bedragen uit het Warmtebesluit wijzigen ten behoeve van de tariefberekening voor Overweging: hanteer bij de eigen tariefstelling een vastrechtbedrag en een GJ-tarief die beiden onder de berekende waarden voor de maximumprijs liggen. In dat geval voldoet u altijd aan de eis uit de Warmtewet. De Nederlandse Woonbond beveelt deze insteek aan. Overweging: bij het in rekening brengen van de kosten moet wel worden gekeken of deze kosten al niet op een andere wijze worden betaald. Als bij voorbeeld de warmtewisselaar is betaald door de huurder, dan kunnen hiervoor pas bij vervanging kosten in rekening worden gebracht. Ten aanzien van de kosten van de installatie (afschrijving en onderhoud) geldt dat deze eerder in de huur zaten. Ter compensatie hiervan worden de WWS-punten verlaagd. Dit leidt niet altijd tot verlaging van de werkelijke huur. Uit signalen blijkt dat een aantal corporaties installatiekosten niet meeneemt in de berekening van het vastrecht om te voorkomen dat dit leidt tot lastenverzwaring bij de huurder.. Daar moet dan natuurlijk wel ruimte voor zijn in de exploitatie. Het is wel van belang om in de administratie deze kosten vast te leggen. Op termijn kan de ACM namelijk een steekproef uitvoeren en nagaan wat de rendementen zijn. Als deze installatiekosten niet zichtbaar zijn in de exploitatie, dan kan het lijken of er meer rendement wordt gemaakt dan in werkelijkheid het geval is. 16

17 4 Warmtewet en afrekening warmte en servicekosten 4.1 Van kostentoerekening naar tarief Tot 2014 werden de kosten van een gemeenschappelijke installatie verrekend via de servicekosten. De huurders betalen op die manier de kosten van het gas voor de ketel, de elektriciteit voor de pompen en de eventuele kosten voor de verdeelmeters en het aflezen daarvan. Door de invoering van de Warmtewet verandert dit principieel. De huurder gaat een tarief betalen: een bedrag voor vastrecht en een bedrag voor het variabele deel van zijn energiegebruik. Het variabele deel wordt, net als bij stadsverwarming, afgerekend in Gigajoules. In plaats van een kostendekkende toerekening van de werkelijke kosten aan de verbruikers aangesloten op het warmtenet, wordt nu van de leverancier verwacht dat hij een tarief in rekening brengt beneden de maximumprijs. Die maximumprijs is bovendien gekoppeld aan de situatie van een individuele gasgestookte cv-installatie. De leverancier heeft dus niet op voorhand meer de garantie of de exploitatie van het warmtenet dekkend is. Dat hangt nu af van de energetische prestatie van dat net en van de gemeenschappelijke verwarmingsinstallatie. Recent is er meer duidelijkheid gekomen over de relatie tussen de Warmtewet en de huurwetgeving. Het ministerie van BZK ziet warmtelevering die valt onder de Warmtewet als de levering vanuit de rol als leverancier. Dus als die leverancier een corporatie is vindt de levering vanuit de rol van leverancier plaats en niet vanuit de rol van verhuurder. Als de levering valt onder de Warmtewet, volgens de definities uit de Warmtewet, dan is alles wat met die levering te maken heeft een zaak tussen leverancier en verbruiker/afnemer en niet tussen verhuurder en huurder. De energielevering vindt plaats op basis van een separate leveringsovereenkomst. Deze zienswijze betekent dat ook geschillen niet automatisch meer een zaak zijn van de huurcommissie. Zie voor de geschillencommissie verder hoofdstuk 7.1. Verder betekent dit een wijziging voor het overleg tussen verhuurder en huurder op dit punt en wijzigt de situatie rond de servicekosten. Door de invoering van de Warmtewet wordt op zich het Besluit servicekosten niet ingetrokken. Na de invoering van de Warmtewet is er echter ook een verandering op het gebied van de servicekosten opgetreden. Per 1 juli 2014 zijn een viertal wetten en besluiten van kracht in verband met de modernisering en vereenvoudiging van de werkwijze van de huurcommissie. Een uitgebreidere toelichting op deze wijzigingen is opgenomen in bijlage 5. Toen de Warmtewet van kracht werd leek het alsof de regeling met betrekking tot de servicekosten niet parallel liep met de nieuwe warmteregels. Met de hierboven genoemde zienswijze van het ministerie, de invoering van de wijziging van het Besluit servicekosten en met de in de brief van 7 juli 2014 aangekondigde wijzigingen in de Warmtewet zelf, lijken Warmtewet en servicekosten weer in overeenstemming te zijn. Het was helderder geweest als in de toelichting op de wijzigingen rond de servicekosten een verwijzing opgenomen was naar afstemming met de Warmtewet. Er kan nu wel een helderder beeld geschetst worden dan bij de totstandkoming van de Handreiking versie 1.0. Verder in dit hoofdstuk wordt uitgegaan van de interpretatie van de wijzigingen in zowel Warmtewet als servicekosten, voor de toelichting wordt verwezen naar de bijlage 5. Belangrijkste wijziging in het Besluit servicekosten is dat van Warmtevoorzieningen in de zin van huurgerelateerde kosten alleen nog maar sprake is bij de gemeenschappelijke ruimten. De afrekening van het verbruik van het woonruimtegedeelte kan hooguit nog als kosten van nutsvoorzieningen worden gezien. Ook de kosten voor het gebruik en het aflezen van 17

18 warmtemeters en verbruiksmeters betreffen alleen die voor de gemeenschappelijke ruimten. Zie verder ook bijlage 5. In onderstaande tabel is opgenomen welke kosten na deze wijziging op welke wijze in rekening gebracht kunnen worden. Wat betreft het vastrecht en tarief: dit is een verdeling naar herkomst van de kosten, maar het staat de leverancier vrij hier anders toe te delen, mits niet meer dan de maximumprijs wordt gevraagd, zie ook hoofdstuk 3.5. Individuele GJ-meter WKV of KVS Afschrijving + onderhoud installaties Vastrecht WW Vastrecht WW Vaste kosten (vastrecht gas etc.) Vastrecht WW Vastrecht WW Variabele kosten (inkoop gas + elektriciteit GJ-tarief WW GJ-tarief WW pompen) Kosten warmtewisselaar Redelijke kosten N.v.t. WW * Individuele GJ-meter Meetkosten WW N.v.t. Verwarming gemeenschappelijke ruimten Servicekosten Servicekosten WKV-systeem + meters t.b.v. individuele woning N.v.t. Redelijke kosten WW * WKV-systeem + meters t.b.v. gemeenschappelijke ruimten Kosten GJ-meter gemeensch. ruimten > servicekosten Servicekosten Gemeenschappelijke warmtepomp etc. Redelijke kosten WW * Redelijke kosten WW * Centrale GJ-meter N.v.t. Redelijke kosten WW * Kostenverdeelsysteem N.v.t. WW WW = Warmtewet WKV = Warmtekostenverdeelsysteem KVS = Kostenverdeelsysteem * = Zie hoofdstuk 3.5 NB In de oude situatie onder de servicekosten was het mogelijk een opslag te hanteren voor administratiekosten. Deze opslag is nu alleen nog voorbehouden aan de servicekosten voor de gemeenschappelijke ruimten. De administratiekosten voor de levering van warmte worden geacht onderdeel te zijn van het tarief. 18

19 4.2 Eén maximumprijs per (kalender)jaar De huidige afrekening van de servicekosten houdt rekening met verschillende gas- en elektriciteitstarieven in het eerste en tweede halfjaar. Meestal worden de energietarieven tweemaal per jaar aangepast aan de marktontwikkelingen. De ACM stelt maar één keer per jaar de bedragen voor vastrecht en GJ-prijs vast: voor 1 januari van het jaar waarop deze maximumprijs van toepassing is. Omdat de parameters waarop met name de GJprijs wordt bepaald vlak voor de jaarwisseling worden vastgesteld en goedgekeurd door de ACM, zal de maximumprijs ook kort voor de jaarwisseling vastgesteld worden: waarschijnlijk medio december. Voor de voorschotbedragen in het nieuwe jaar heeft dat niet direct consequenties. Voor het aanpassen van de voorschotten moet wel ingeschat worden wat de maximumprijs zal zijn. Omdat ook een aantal componenten op basis van de Consumentenprijsindex wordt verhoogd, is hier nu al een inschatting van te maken. 4.3 Geen overgangstermijn De Warmtewet is van kracht per 1 januari 2014 zonder overgangstermijn. Dat betekent dat uw voorschotberekening voor 2014, en in ieder geval de afrekening, in overeenstemming moet zijn met de maximumprijs uit de Warmtewet. Als uw servicekosten lopen van 1 juli tot 1 juli het volgende jaar, moet u de afrekening over de periode tot en met 31 december 2013 op de oude wijze doen en het eerste half jaar van 2014 op de nieuwe wijze. Vanaf oefent de ACM het toezicht uit. Hoewel het toezicht niet gelijk op stoom zal zijn, zal dat voor o.a. de toetsing van tarieven geen escape betekenen. Overweging: als de corporatie nu de servicekosten afrekent over de periode 1 juli tot 1 juli het volgende jaar, kan dit het moment zijn te heroverwegen of niet beter aangesloten kan worden op het kalenderjaar. Dat hangt uiteraard ook van andere factoren af. Als de afrekening per kalenderjaar is hebt u slechts te maken met één tarief en één toetsing per jaar. Daarnaast is het denkbaar dat, vanwege de verschillende maximumprijzen in de verschillende kalenderjaren, ook de GJ-verbruiken per halfjaar bekend moeten zijn. Door de recente wijziging van de servicekosten en de aangekondigde wijzigingen van de Warmtewet is deze overweging alleen maar versterkt. Nadeel van de afrekening in kalenderjaren is dat er geen inzicht meer is in de verbruiken over de verschillende stookseizoenen, omdat het stookseizoen altijd verdeeld wordt over twee afrekenjaren. 4.4 Aanpassing van de WWS-punten In de maximumprijs wordt binnen de gebruiksonafhankelijke kosten een post meegenomen voor de kosten van de installatie en het onderhoud, zie hoofdstuk 4, paragraaf 4.1. Omdat hierdoor de huurder bij blokverwarming dubbel betaalt, wordt de puntentelling voor het Woningwaarderingstelsel (WWS) aangepast. In het Warmtebesluit staat dat het aantal punten voor een verwarmd vertrek, net als bij stadsverwarming, op 1,5 punt wordt gezet waar voor een verwarmd vertrek nu 2 punten zijn geteld. Het aantal punten wordt dus afhankelijk van het exacte aantal verwarmde vertrekken verlaagd met twee tot drie punten per woning. De maximale huurprijs gaat hierdoor omlaag. Voor woningen die hierdoor een huurprijs krijgen die boven de nieuwe maximale huur ligt, moet de huurprijs worden verlaagd tot die maximale huur. Met de voorziene volgende aanpassing van het WWS, waarbij de koppeling wordt gelegd met de WOZ-waarde, vervalt de puntentelling voor verwarmde vertrekken niet en blijft deze aanpassing dus van belang. NB In de Handleiding behorende bij het waarderingsstelsel voor zelfstandige woonruimte van de Huurcommissie van 1 januari 2014 heeft de huurcommissie opgenomen dat ook bij overige 19

20 verwarmde ruimten een reductie van 25 procent op de punten moet worden toegepast, namelijk 0,75 i.p.v. 1 punt. Voor verwarmde vertrekken staat deze 25 procent-reductie in het bij de Warmtewet behorende Warmtebesluit en eveneens in de toelichting op het Besluit huurprijzen woonruimte (Bhw). Voor de reductie van de overige verwarmde ruimten is dus geen wettelijke basis. 20

Achtergrond Warmtewet

Achtergrond Warmtewet Achtergrond Warmtewet Bron: AEDES Handreiking Warmtewet voor Woningcorporaties (VERSIE 1, dd 21 oktober) 1. Achtergrond: De Warmtewet is ontstaan als initiatiefwet vanuit de Tweede Kamer. Het heeft tien

Nadere informatie

Handreiking Warmtewet

Handreiking Warmtewet 21 oktober 2013 Handreiking Warmtewet voor woningcorporaties versie 1.0 Auteurs: Albert Koedam van Albert Koedam Consultancy, www.ak-consultancy.nl Marco de Boer van VBTM Advocaten www.vbtm.nl Klankbordgroep:

Nadere informatie

Presentatie Warmtewet. Marijn Huijbers VBTM Advocaten m.huijbers@vbtm.nl 06-48 54 46 51

Presentatie Warmtewet. Marijn Huijbers VBTM Advocaten m.huijbers@vbtm.nl 06-48 54 46 51 1 Presentatie Warmtewet Marijn Huijbers VBTM Advocaten m.huijbers@vbtm.nl 06-48 54 46 51 Beschermingsinstrumenten Warmtewet 2 Maximumprijs Leveringsovereenkomst Verplichting tot zo nauwkeurig mogelijk

Nadere informatie

Warmtewet vervolg. implementatie proces

Warmtewet vervolg. implementatie proces Warmtewet vervolg implementatie proces Indien Verhuurder ook Warmte-leverancier is, verandert de structuur /afwikkeling van de gemaakte kosten naar de huurder! => Advies- e/o Instemmings-plichtig! Landelijke

Nadere informatie

Aanleiding. Waarom de Warmtewet

Aanleiding. Waarom de Warmtewet Warmtewet Inhoud Aanleiding Algemeen Status Leverancier, toezicht, systeem Tarief Bemetering Leveringsovereenkomst, geschillen Storingen Handhaving Inventarisatie en dilemma s Aanleiding Waarom de Warmtewet

Nadere informatie

Masterclass Warmtewet 3+5 juni 2014. Albert Koedam

Masterclass Warmtewet 3+5 juni 2014. Albert Koedam Masterclass Warmtewet 3+5 juni 2014 Albert Koedam Tariefcomponenten voor Vanaf 1-1-2014 warmtelevering Plafond = Maximumprijs: Gebruiksonafhankelijk deel in (vastrecht, max 254) Gebruiksafhankelijk deel

Nadere informatie

Regiobijeenkomst Warmtewet. 29 januari 2015

Regiobijeenkomst Warmtewet. 29 januari 2015 Regiobijeenkomst Warmtewet 29 januari 2015 Inhoud Doel Warmtewet Wat en wie vallen onder de Warmtewet Gevolgen Praktisch Risico s Grootste uitdagingen Wat kan Hellemans Consultancy voor u doen? Doel Warmtewet

Nadere informatie

Informatie over de Warmtewet Volkshuisvesting December 2014

Informatie over de Warmtewet Volkshuisvesting December 2014 Informatie over de Warmtewet Volkshuisvesting December 2014 1. Warmtewet algemeen Het waarom van de Warmtewet Als een huurder is aangesloten op stadsverwarming of blokverwarming (1 grote installatie voor

Nadere informatie

Voor wie geldt de Warmtewet eigenlijk? Waarom wordt de Warmtewet ingevoerd? Waarom komt de informatie zo laat? Wie is mijn warmteleverancier?

Voor wie geldt de Warmtewet eigenlijk? Waarom wordt de Warmtewet ingevoerd? Waarom komt de informatie zo laat? Wie is mijn warmteleverancier? Sinds 1 januari 2014 is de Warmtewet van kracht. De Warmtewet heeft voor iedereen die geen eigen cv-installatie heeft gevolgen in de afrekening van de servicekosten. De invoering van de Warmtewet is veel

Nadere informatie

Masterclass Warmtewet 3 en 5 juni 2014. Marco de Boer VBTM Advocaten m.de.boer@vbtm.nl 06-25051835

Masterclass Warmtewet 3 en 5 juni 2014. Marco de Boer VBTM Advocaten m.de.boer@vbtm.nl 06-25051835 1 Masterclass Warmtewet 3 en 5 juni 2014 Marco de Boer VBTM Advocaten m.de.boer@vbtm.nl 06-25051835 Opzet presentatie 2 Wat regelt de Warmtewet? reikwijdte van de wet maximum prijs leveringsovereenkomst

Nadere informatie

MJA Workshop Wet & Regelgeving. Duurzaamheid, gebouwen en energiebesparing

MJA Workshop Wet & Regelgeving. Duurzaamheid, gebouwen en energiebesparing MJA Workshop Wet & Regelgeving Duurzaamheid, gebouwen en energiebesparing Lex Bosselaar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Warmtewet en utiliteitsbouw MJA workshop 19 juni 2014 Baarn Lex Bosselaar

Nadere informatie

Betreft: Wetsvoorstel Warmtewet 15 februari 2012

Betreft: Wetsvoorstel Warmtewet 15 februari 2012 Tweede Kamer der Staten-Generaal Aan de leden van de Commissie EL&I Betreft: Wetsvoorstel Warmtewet 15 februari 2012 Geachte commissieleden, Op 5 oktober 2011 hebben Aedes vereniging van woningcorporaties

Nadere informatie

Warmtewet. Enkele juridische aspecten voor woningcorporaties. mr. drs. J.Chr. Rube Gaastra advocaten

Warmtewet. Enkele juridische aspecten voor woningcorporaties. mr. drs. J.Chr. Rube Gaastra advocaten Warmtewet Enkele juridische aspecten voor woningcorporaties mr. drs. J.Chr. Rube Gaastra advocaten Even voorstellen mr.drs. J.Chr. (Jan) Rube 2006: Nederlands recht (UvA) 2008: Politicologie (UvA) 2004-2005:

Nadere informatie

Masterclass Warmtewet. Marijn Huijbers VBTM Advocaten m.huijbers@vbtm.nl 06-48 54 46 51

Masterclass Warmtewet. Marijn Huijbers VBTM Advocaten m.huijbers@vbtm.nl 06-48 54 46 51 1 Masterclass Warmtewet Marijn Huijbers VBTM Advocaten m.huijbers@vbtm.nl 06-48 54 46 51 Onderwerpen 2 Leveringsovereenkomst + algemene voorwaarden Warmtewet in relatie tot servicekosten Geschillenbeslechting

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Warmtewet

Informatiebijeenkomst Warmtewet Informatiebijeenkomst Warmtewet Remko Bos, Femke Heine en Mahir Sari New Babylon, 26 november 2013 #warmtewet Agenda Remko Bos inleiding Femke Heine verplichtingen warmteleverancier vergunningen relatie

Nadere informatie

Vraag en Antwoord over de Warmtewet

Vraag en Antwoord over de Warmtewet Vraag en Antwoord over de Warmtewet Vraag Antwoord 1 Wat is de Warmtewet? De Warmtewet is er om huurders te beschermen tegen het betalen van te hoge kosten voor energieverbruik en meer inzicht te geven

Nadere informatie

Reactie van Eneco op vragen uit Regio Utrecht Dit document is het laatst bewerkt op 14-03-2014

Reactie van Eneco op vragen uit Regio Utrecht Dit document is het laatst bewerkt op 14-03-2014 Reactie van Eneco op vragen uit Regio Utrecht Dit document is het laatst bewerkt op 14-03-2014 Vanuit de Regio Utrecht heeft Eneco diverse vragen ontvangen en zijn er onduidelijkheden ontstaan over de

Nadere informatie

Themabijeenkomst Warmtewet

Themabijeenkomst Warmtewet Themabijeenkomst Warmtewet Bas de Zwart Even voorstellen: Adviseur bij IF Technology Adviesbureau op het gebied van hernieuwbare warmte en koude en marktleider advies bodemenergie 60 mensen in Arnhem Beleid

Nadere informatie

Beleidsvoorstel Warmtewet

Beleidsvoorstel Warmtewet Beleidsvoorstel Warmtewet Aan : Stichting Huurdersalliantie De Brug Betreft : Beleidsvoorstel Warmtewet Opdrachtgever : Peter van Lieshout Opsteller : Werkgroep Warmtewet: Havensteder: Vera Beuzenberg,

Nadere informatie

Workshopmiddag Warmtewet

Workshopmiddag Warmtewet Workshopmiddag Warmtewet Femke Heine en Mahir Sari 31 oktober 2013 Disclaimer: Aan deze presentatie kunnen geen rechten worden ontleend. Algemeen 2 Op welke wijze gaat er door ACM gecommuniceerd worden

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

De wet is met name ingevoerd om de consumenten (afnemers of gebruikers) te beschermen tegen te hoge tarieven.

De wet is met name ingevoerd om de consumenten (afnemers of gebruikers) te beschermen tegen te hoge tarieven. Gevolgen Warmtewet Waarvoor dient de Warmtewet? De wet is met name ingevoerd om de consumenten (afnemers of gebruikers) te beschermen tegen te hoge tarieven. Voor wie geldt de Warmtewet? Voor iedereen

Nadere informatie

Ministerie van Economische Zaken. Nederlandse Woonbond Dhr. R. Paping Postbus 3389 1001 AD AMSTERDAM

Ministerie van Economische Zaken. Nederlandse Woonbond Dhr. R. Paping Postbus 3389 1001 AD AMSTERDAM Ministerie van Economische Zaken > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Nederlandse Woonbond Dhr. R. Paping Postbus 3389 1001 AD AMSTERDAM Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594

Nadere informatie

tariefopbouw collectief warmtenet warmtelevering door Cogas

tariefopbouw collectief warmtenet warmtelevering door Cogas tariefopbouw collectief warmtenet warmtelevering door Cogas tariefopbouw collectief warmtenet Uw woning wordt duurzaam verwarmd door een collectief warmtenet van Cogas. Wij brengen hiervoor kosten in rekening,

Nadere informatie

armtewet: : meer vragen dan antwoorden 1 Warmtewet

armtewet: : meer vragen dan antwoorden 1 Warmtewet Warmtewet armtewet: : meer vragen dan antwoorden 1 Onderwerp Warmtewet: meer vragen dan antwoorden Het eerste voorstel is alweer bijna tien jaar oud. Ook de beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2013 staat

Nadere informatie

Warmtewet & EED (Energy Efficiency Directive) Vastgoed Management Nederland 26 november 2013

Warmtewet & EED (Energy Efficiency Directive) Vastgoed Management Nederland 26 november 2013 Warmtewet & EED (Energy Efficiency Directive) Vastgoed Management Nederland 26 november 2013 Onderwerpen ista Nederland B.V. Achtergrond Warmtewet en de EED NL.V.V.E. Basisvarianten Installatie Noodzakelijke

Nadere informatie

Ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit)

Ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit) Concept Ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit) Op de voordracht van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten Generaal Commissie EZ Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Briefnummer: 2014.114. Voorburg, 9 juli 2014

Tweede Kamer der Staten Generaal Commissie EZ Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Briefnummer: 2014.114. Voorburg, 9 juli 2014 Tweede Kamer der Staten Generaal Commissie EZ Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Briefnummer: 2014.114 Voorburg, 9 juli 2014 Betreft: Warmtewet en gebouwgebonden installaties Geacht lid van de commissie EZ,

Nadere informatie

1 Heeft u kennisgenomen van het artikel De problematiek van blokverwarming; invoering per 1 januari 2014? 1

1 Heeft u kennisgenomen van het artikel De problematiek van blokverwarming; invoering per 1 januari 2014? 1 > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. Vaste commissie voor EL&I Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Geachte Tweede Kamerleden,

Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. Vaste commissie voor EL&I Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Geachte Tweede Kamerleden, Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. Vaste commissie voor EL&I Postbus 20018 2500 EA Den Haag Datum 0 Contactpersoon Doorkiesnummer Mailadres 1/5 Geachte Tweede Kamerleden, U heeft op 5 december de

Nadere informatie

LEIDRAAD WARMTEWET VOOR PARTICULIERE BELEGGERS IN VASTGOED

LEIDRAAD WARMTEWET VOOR PARTICULIERE BELEGGERS IN VASTGOED LEIDRAAD WARMTEWET VOOR PARTICULIERE BELEGGERS IN VASTGOED SenpaiWorld Postbus 116 4100 AC Auteur: Cees F. Jonker Culemborg 22 december 2014 Inhoudsopgave 1 VOORWOORD... 3 2 INLEIDING... 4 3 ACHTERGROND

Nadere informatie

Brief aan huurders van woningen die zijn voorzien van een collectieve installatie voor de levering van warmte en/of warm tapwater

Brief aan huurders van woningen die zijn voorzien van een collectieve installatie voor de levering van warmte en/of warm tapwater Brief aan huurders van woningen die zijn voorzien van een collectieve installatie voor de levering van warmte en/of warm tapwater Datum 21 mei 2015 Onze ref. MW Onderwerp Algemene voorwaarden levering

Nadere informatie

Datum 17 januari 2014 Betreft Beantwoording vragen over het opstellen van nota's en meterstanden voor energie en water

Datum 17 januari 2014 Betreft Beantwoording vragen over het opstellen van nota's en meterstanden voor energie en water > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 29 048 Voorstel van wet van de leden Ten Hoopen en Samsom tot het stellen van regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet)

Nadere informatie

Energie besparen door METEN

Energie besparen door METEN Tips voor verstandig stoken Gebruik radiatoren alleen als dat nodig is. Dit geldt met name in het voor- en najaar. Verwarm geen ruimten die u niet gebruikt. Voorkom bevriezing of grote afkoeling door bijvertrekken

Nadere informatie

Energiebesparen door METEN

Energiebesparen door METEN Tips voor verstandig stoken Gebruik radiatoren alleen als dat nodig is. Dit geldt met name in het voor- en najaar. Verwarm geen ruimten die u niet gebruikt. Voorkom bevriezing of grote afkoeling door bijvertrekken

Nadere informatie

VOORBEELD. De Warmtewet. Een handreiking voor huurders over. stadsverwarming, blokverwarming en. collectieve duurzame warmtelevering

VOORBEELD. De Warmtewet. Een handreiking voor huurders over. stadsverwarming, blokverwarming en. collectieve duurzame warmtelevering De Warmtewet Een handreiking voor huurders over stadsverwarming, blokverwarming en collectieve duurzame warmtelevering Eerste druk, november 2013 DE WARMTEWET Een handreiking voor huurders over stadsverwarming,

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 25449 13 september 2013 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 4 september 2013, nr. WJZ/ 13132689, houdende

Nadere informatie

M~KB UNETO-VNI. Zijne excellentie H.G.J. Kamp Minister van Economische Zaken Postbus 20401 2500 EK Den Haag. Excellentie,

M~KB UNETO-VNI. Zijne excellentie H.G.J. Kamp Minister van Economische Zaken Postbus 20401 2500 EK Den Haag. Excellentie, M~KB Zijne excellentie H.G.J. Kamp Minister van Economische Zaken Postbus 20401 2500 EK Den Haag Briefnummer 15/10.625/WG/Abr Onderwerp Marktverstorende werking van de Warmtewet Den Haag 23 apri12015 Telefoonnummer

Nadere informatie

BEKOM vs Ennatuurlijk 20-08-2014

BEKOM vs Ennatuurlijk 20-08-2014 BEKOM vs Ennatuurlijk 20-08-2014 Mijn naam is Jan Willems Ik woon in de Haagse Beemden en ben een van de verbruikers die een klacht heeft ingediend bij de Geschillencommissie Energie Ik zal mij even voorstellen

Nadere informatie

Rekenmodel Gelijk Als Anders (GAA) tarieven warmte

Rekenmodel Gelijk Als Anders (GAA) tarieven warmte 1 Rekenmodel Gelijk Als Anders (GAA) tarieven warmte ies: e kosten: voor bestaande projecten: Vastrecht SV = Vastrecht gas + all in rhoudskosten CV. voor nieuwe projecten (na 1-1-2007) de EAB zodanig in

Nadere informatie

M~KB UNETO-VNI. Zijne excellentie H.G.J. Kamp Minister van Economische Zaken Postbus 20401 2500 EK Den Haag. Excellentie,

M~KB UNETO-VNI. Zijne excellentie H.G.J. Kamp Minister van Economische Zaken Postbus 20401 2500 EK Den Haag. Excellentie, UNETO-VNI M~KB Nederland Zijne excellentie H.G.J. Kamp Minister van Economische Zaken Postbus 20401 2500 EK Den Haag Briefnummer 15/10.625/WG/Abr Onderwerp Marktverstorende werking van de Warmtewet Den

Nadere informatie

1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: (Tekst geldend op: 13-12-2013) Besluit van 10 september 2013, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van

Nadere informatie

Voorbeeld berekening van een (actueel) Maximumtarief, volgens het Niet Meer Dan Anders principe, voor levering van Warmte aan kleinverbruikers.

Voorbeeld berekening van een (actueel) Maximumtarief, volgens het Niet Meer Dan Anders principe, voor levering van Warmte aan kleinverbruikers. H. Heiner Prozastraat 1 1321 KP Almere Tel. / Fax. 036 5464266 Datum: 9 oktober 2009 e-mail h.heiner@heiner.nl Blad: 1 van 6 Voorbeeld berekening van een (actueel) Maximumtarief, volgens het Niet Meer

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Besluit van houdende regels omtrent de mogelijkheid voor verhuurder en huurder een energieprestatievergoeding overeen te komen (Besluit energieprestatievergoeding huur) Wij Willem-Alexander, bij de gratie

Nadere informatie

Warmtewet, versie na besluitvorming Eerste Kamer

Warmtewet, versie na besluitvorming Eerste Kamer Warmtewet, versie na besluitvorming Eerste Kamer NB: Deze versie is met zorg samengesteld door Albert Koedam Consultancy op basis van de Novelle Warmtewet en latere nota s van wijzigingen, alsmede wijzigingen

Nadere informatie

ZWARTBOEK - Warmtewet en ACM Besluit

ZWARTBOEK - Warmtewet en ACM Besluit H. Heiner Prozastraat 1 1321 KP Almere Tel. / Fax. 036-5464266 E-mail: h.heiner@heiner.nl Almere 26 januari 2015 Blad 1 van 4 ZWARTBOEK - Warmtewet en AC Besluit Bij het opstellen van dit zwartboek is

Nadere informatie

TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Doel en aanleiding

TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Doel en aanleiding TOELICHTING I ALGEMEEN 1. Doel en aanleiding Deze regeling strekt tot wijziging van de Warmteregeling als gevolg van een rapportage van het Nationaal Expertisecentrum Warmte waarin wordt aanbevolen enkele

Nadere informatie

Workshop Warmtewet. Michelle de Rijke. Stichting Warmtenetwerk 31 oktober 2013

Workshop Warmtewet. Michelle de Rijke. Stichting Warmtenetwerk 31 oktober 2013 Workshop Michelle de Rijke Stichting Warmtenetwerk 31 oktober 2013 Achtergrond Initiatiefvoorstel 2002/2003 Problemen met warmteprojecten Aangekondigde privatisering van de energiesector Toenemende risico's

Nadere informatie

Concept second opinion voor de Schaepmanstraat, Katwijk

Concept second opinion voor de Schaepmanstraat, Katwijk Concept second opinion voor de Schaepmanstraat, Katwijk Geert-Jan Persoon Adviseur woningkwaliteit Vereniging Nederlandse Woonbond Nieuwe Achtergracht 17 1018 XV Amsterdam 020-5517784 www.woonbond.n www.bespaarenergiemetdewoonbond.nl

Nadere informatie

Bestuur bewonersvereniging Het Breed p/a F. Witzen Het Hoogt 249 1025 GX AMSTERDAM. 22 maart 2010 stookkosten Eneco. Geachte bestuursleden,

Bestuur bewonersvereniging Het Breed p/a F. Witzen Het Hoogt 249 1025 GX AMSTERDAM. 22 maart 2010 stookkosten Eneco. Geachte bestuursleden, Bestuur bewonersvereniging Het Breed p/a F. Witzen Het Hoogt 249 1025 GX AMSTERDAM Datum Onderwerp 22 maart 2010 stookkosten Eneco Geachte bestuursleden, In het informatieboekje dat u aan alle bewoners

Nadere informatie

Mr. drs. J.Chr. Rube1 Artikelen De Warmtewet en woningcorporaties De (onbedoelde) gevolgen van de invoering van de Warmtewet voor woningcorporaties

Mr. drs. J.Chr. Rube1 Artikelen De Warmtewet en woningcorporaties De (onbedoelde) gevolgen van de invoering van de Warmtewet voor woningcorporaties Mr. drs. J.Chr. Rube 1 De Warmtewet en woningcorporaties De (onbedoelde) gevolgen van de invoering van de Warmtewet voor woningcorporaties 18 1. Inleiding De regulering van warmtelevering is al lang onderwerp

Nadere informatie

Ons kenmerk G610/07.0006665. Datum uw brief 13-2-07

Ons kenmerk G610/07.0006665. Datum uw brief 13-2-07 Aan de SP-fractie Nijmegen t.a.v. de heer J.J.M. van Rens Postbus 9105 6500 HG Nijmegen Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen Telefoon (024) 329 91 11 Telefax (024) 360 67 49 E-mail gemeente@nijmegen.nl

Nadere informatie

Servicekosten. Inhoud. Servicekosten...2 wijzigingen...2 Administratiekosten, leegstandskosten en huurtoeslag...3

Servicekosten. Inhoud. Servicekosten...2 wijzigingen...2 Administratiekosten, leegstandskosten en huurtoeslag...3 Servicekosten Inhoud Servicekosten...2 wijzigingen...2 Administratiekosten, leegstandskosten en huurtoeslag...3 De belangrijkste servicekosten op een rij...4 Begrippenlijst...6 Wilt u meer weten?...6 Servicekosten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 32 839 Wijziging van de Warmtewet in verband met enkele aanpassingen Nr. 9 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Aan

Nadere informatie

De waarde van stadswarmte. Hoe komt de prijs tot stand?

De waarde van stadswarmte. Hoe komt de prijs tot stand? De waarde van stadswarmte Hoe komt de prijs tot stand? De waarde van stadswarmte 3 Hoe komt de prijs tot stand? De energierekening is voor vrijwel iedereen een belangrijk onderdeel van de maandelijkse

Nadere informatie

Energiebesparen door METEN

Energiebesparen door METEN Tips voor verstandig stoken Gebruik radiatoren alleen als dat nodig is. Dit geldt met name in het voor- en najaar. Verwarm geen ruimten die u niet gebruikt. Voorkom bevriezing of grote afkoeling door bijvertrekken

Nadere informatie

Betreft: Warmtewet funest voor studenten Utrecht, 6 november 2014

Betreft: Warmtewet funest voor studenten Utrecht, 6 november 2014 ! Tweede Kamer der Staten Generaal Aan de leden van de commissie Economische Zaken Betreft: Warmtewet funest voor studenten Utrecht, 6 november 2014 Geachte commissieleden, Op maandag 17 november spreekt

Nadere informatie

C2 Saldering en zelflevering van zonnestroom Sunday 2013, Wido van Heemstra Agentschap NL. 20 november 2013

C2 Saldering en zelflevering van zonnestroom Sunday 2013, Wido van Heemstra Agentschap NL. 20 november 2013 C2 Saldering en zelflevering van zonnestroom Sunday 2013, Wido van Heemstra Agentschap NL 20 november 2013 Overzicht 1.Saldering 2.Zelflevering 3.Verlaagd tarief bij collectieve opwek Nb. Disclaimer: hoe

Nadere informatie

Warmtewet. Wat houd dit nu in? Maart 2014

Warmtewet. Wat houd dit nu in? Maart 2014 Warmtewet Wat houd dit nu in? Maart 2014 1 Inleiding Per 1 januari 2014 is de Warmtewet van kracht. Vanaf deze datum is de invulling van het Niet Meer Dan Anders beginsel (NMDA) gereguleerd door de overheid.

Nadere informatie

Datum 19 december 2013 Betreft Beantwoording vragen Vastrecht bij productie- en leveranciersbedrijven van energie

Datum 19 december 2013 Betreft Beantwoording vragen Vastrecht bij productie- en leveranciersbedrijven van energie > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

De Warmtewet februari 2015

De Warmtewet februari 2015 De Warmtewet februari 2015 INHOUD I. De Warmtewet samengevat 1. Inleiding 4 2. Warmtewet algemeen 4 3. Verplichtingen leverancier 6 4. Tarieven 8 5. Noodvoorziening en Compensatie 9 6. Vergunningen 9 7.

Nadere informatie

2. ACM heeft Reeshof bij brief van 26 maart 2015 uitgenodigd voor de hoorzitting op 21 april 2015.

2. ACM heeft Reeshof bij brief van 26 maart 2015 uitgenodigd voor de hoorzitting op 21 april 2015. BESLUIT OPENBAAR Ons kenmerk: ACM/DJZ/2015/204085 Zaaknummer: 14.1291.52.1.03 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) op het bezwaar van de Stichting Reeshofwarmte tegen het besluit van ACM

Nadere informatie

Leiden, 13 april 2015. Geacht raadslid van de gemeente Leiden,

Leiden, 13 april 2015. Geacht raadslid van de gemeente Leiden, Leiden, 13 april 2015 Geacht raadslid van de gemeente Leiden, Onze wijken Stevenshof en Roomburg zijn de twee grootste wijken in Leiden waar woningen zijn aangesloten op stadsverwarming. Uit een persbericht

Nadere informatie

De VvE en de Warmtewet: Een ongelukkige combinatie

De VvE en de Warmtewet: Een ongelukkige combinatie De VvE en de Warmtewet: Een ongelukkige combinatie De Warmtewet is op 1 januari 2014 in werking getreden en dat leidt tot veel onrust en weerstand bij VvE s. De reden daarvoor is meer dan duidelijk. De

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALINGEN

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALINGEN HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; b. raad van bestuur

Nadere informatie

Betreft Beantwoording vragen van het lid Spies (CDA) over energieprijzen en - contractsvoorwaarden voor consumenten

Betreft Beantwoording vragen van het lid Spies (CDA) over energieprijzen en - contractsvoorwaarden voor consumenten > Retouradres Postbus 20101 2500 EC Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage Directoraat-generaal voor Bezuidenhoutseweg 30 Postbus 20101 2500 EC

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 95c, derde lid, E-wet.

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 95c, derde lid, E-wet. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 95c, derde lid, E-wet. Nummer 102252-1 Betreft zaak: Beleidsregel

Nadere informatie

< INFORMATIE OVER DE INDIVIDUELE AFREKENING

< INFORMATIE OVER DE INDIVIDUELE AFREKENING < INFORMATIE OVER DE INDIVIDUELE AFREKENING Warmtemeterservice B.V. @ Antwoordnummer 480 A 8700 WB BOLSWARD A tel.: 0515 577 019 A fax: 0515 576 180 A info@wms.nl A www.wms.nl Informatie individuele afrekeningen

Nadere informatie

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 40a van de Elektriciteitswet 1998.

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 40a van de Elektriciteitswet 1998. Ons kenmerk: ACM/DE/2015/207110 Zaaknummer: 15.0655.52 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 40a van de Elektriciteitswet 1998. 1 Inleiding 1. Met dit besluit

Nadere informatie

Check Je Kamer Rapportage 2014

Check Je Kamer Rapportage 2014 Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden

Nadere informatie

Visie op de Warmtewet

Visie op de Warmtewet Visie op de Warmtewet De impact op Warmtebedrijven Creating Business Excellence. Together. Copyright Zest Utilities BV Aanleiding en doel Aanleiding In 2004 is de kleinverbruikersmarkt voor elektriciteit

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 170 Besluit van 8 april 2003, houdende aanwijzing van zaken en diensten waarvoor de vergoeding moet worden aangemerkt als servicekosten (Besluit

Nadere informatie

Uitleg bij de presentatie

Uitleg bij de presentatie Uitleg bij de presentatie No 1 1985 Om één GJ te produceren is theoretisch 31,593 m³ gas nodig indien de CV ketel 100% rendement levert. In 1985 was het rendement van een CV ketel 71,1 %, en is er dus

Nadere informatie

Wat en hoe over servicekosten. Wegwijzer voor bewoners van appartementencomplexen

Wat en hoe over servicekosten. Wegwijzer voor bewoners van appartementencomplexen Wat en hoe over servicekosten Wegwijzer voor bewoners van appartementencomplexen Wat en hoe over Lorem ipsum dolor sit amet servicekosten Bewoners van appartementencomplexen en flatwoningen betalen naast

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 35546 8 december 2014 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 5 december 2014, nr. WJZ/14190770, tot wijziging

Nadere informatie

Themablad Energie B.V.

Themablad Energie B.V. Molenwei 2 Postbus 63 5680 AB Best tel: 030 693 60 00 fax: 0499 33 83 88 KvK nr. 31042832 E: info@atrive.nl I: www.atrive.nl Themablad Energie B.V. Agentschap NL Maarten Corpeleijn D a t u m 27 november

Nadere informatie

De Warmtewet oktober 2013

De Warmtewet oktober 2013 De Warmtewet oktober 2013 INHOUD I. De Warmtewet samengevat 3 1. Inleiding 4 2. Warmtewet algemeen 4 3. Verplichtingen leverancier 6 4. Tarieven 8 5. Noodvoorziening en compensatie 9 6. Vergunningen 9

Nadere informatie

BESLUIT. I. Juridisch kader

BESLUIT. I. Juridisch kader Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: Betreft; 101698-12 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel 95d, eerste

Nadere informatie

Modelcontract jongeren zelfstandige woonruimte 1 (juli 2016)

Modelcontract jongeren zelfstandige woonruimte 1 (juli 2016) Modelcontract jongeren zelfstandige woonruimte 1 (juli 2016) Aedes en Platform31 bieden de corporaties een modelcontract aan voor de verhuur aan jongeren. Dit model is gebaseerd op het Aedes model-huurcontract

Nadere informatie

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van..., nr..., Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van..., nr..., Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving; Besluit van tot wijziging van het Besluit huurprijzen woonruimte (aanpassing woningwaarderingsstelsel) Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van..., nr...., Directie

Nadere informatie

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 81e, tweede lid van de Gaswet.

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 81e, tweede lid van de Gaswet. Ons kenmerk: ACM/DE/2015/207112 Zaaknummer: 15.0656.52 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 81e, tweede lid van de Gaswet. 1 Inleiding 1. Met dit besluit geeft

Nadere informatie

Begripsomschrijving en het van toepassing zijn van de tariefregeling

Begripsomschrijving en het van toepassing zijn van de tariefregeling agina 1 van 5 TARIEVEN- EN VERGOEDINGSREGELING STADSWARMTE OF STADSWARMTE EN WARM TAWATER t.b.v. de verwarmingsinstallatie groter dan 40 kwth en een jaarverbruik onder de 4.633 Gigajoule Artikel 1. Begripsomschrijving

Nadere informatie

Besparen op servicekosten? De visie van huurdersorganisaties. Rapportage van onderzoek

Besparen op servicekosten? De visie van huurdersorganisaties. Rapportage van onderzoek Besparen op servicekosten? De visie van huurdersorganisaties Rapportage van onderzoek 8 oktober 2012 Inleiding Als opmaat voor de actieweek servicekosten van 8 tot 13 oktober 2012 heeft de Woonbond de

Nadere informatie

De Energie BV. 4 maart 2013

De Energie BV. 4 maart 2013 De Energie BV 4 maart 2013 Agenda Aanleiding De Businesscase Financieringsvraagstuk Juridische kaders 1 Verduurzamingsambitie woningcorporaties onder druk Het belang van verduurzaming van het corporatiebezit

Nadere informatie

Bijlage 1 haalbaarheidsstudie Warmtewisselaar

Bijlage 1 haalbaarheidsstudie Warmtewisselaar Bijlage 1 haalbaarheidsstudie Warmtewisselaar Referentienummer Datum Kenmerk 336723.01.N001 1 september 2014 336723 Betreft Indicatieve berekening exploitatie warmtenet Westland 1 Inleiding Om een globale

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 29 048 Voorstel van wet van de leden Ten Hoopen en Samsom tot het stellen van regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet)

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 698 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte in verband met de modernisering en vereenvoudiging

Nadere informatie

Bijlage bij uw huurovereenkomst (project EGW Arnhem Presikhaaf) versie 1.3 03-11-2015 tussenwoning

Bijlage bij uw huurovereenkomst (project EGW Arnhem Presikhaaf) versie 1.3 03-11-2015 tussenwoning Bijlage bij uw huurovereenkomst (project EGW Arnhem Presikhaaf) versie 1.3 03-11-2015 tussenwoning Naam huurder: Adres: Huurcontractnummer: Ingangsdatum huur: U heeft een overeenkomst met Portaal voor

Nadere informatie

Energie besparen door METEN

Energie besparen door METEN Tips voor verstandig stoken Gebruik radiatoren alleen als dat nodig is. Dit geldt met name in het voor- en najaar. Verwarm geen ruimten die u niet gebruikt. Voorkom bevriezing of grote afkoeling door bijvertrekken

Nadere informatie

Warmtewet als aanjager voor verduurzaming sociaal vastgoed corporaties. Jan-Maarten Elias Unica Ecopower

Warmtewet als aanjager voor verduurzaming sociaal vastgoed corporaties. Jan-Maarten Elias Unica Ecopower Warmtewet als aanjager voor verduurzaming sociaal vastgoed corporaties Jan-Maarten Elias Unica Ecopower Over Unica Technische dienstverlener 14 vestigingen door heel Nederland 11 gespecialiseerde bedrijven

Nadere informatie

Beleidsregel Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders

Beleidsregel Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders Beleidsregel Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders Den Haag, maart 2005 Dienst uitvoering en toezicht Energie Pagina 1 van 11 PROJECTNAAM: REDELIJKE OPZEGVERGOEDINGEN (ROVER) PROJECTNUMMER: 101948-30

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen [Treedt in werking per 01-01-2014] In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen [Treedt in werking per 01-01-2014] In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: (Tekst geldend op: 13-12-2013) Wet van 17 juni 2013, houdende regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van

Nadere informatie

Vastgoed Belang. vereniging VOOI paiticulieie beleggers in vastgoed

Vastgoed Belang. vereniging VOOI paiticulieie beleggers in vastgoed VOOI paiticulieie beleggers Ministerie van Economische Zaken T.a.v. Mevrouw drs. L.N. den Ouden Postbus 20101 2500 EC Den Haag Amsterdam, 29 januari 2010 Betreft: reactie Warmtebesluit (WB) en Warmteregeling

Nadere informatie

EEN UITGEBREIDE DIENSTVERLENING

EEN UITGEBREIDE DIENSTVERLENING zwaans concept warmtemeting bv VOOR EEN UITGEBREIDE DIENSTVERLENING IN INDIVIDUELE WARMTEMETING Zwaans Concept 1 Het is eigenlijk heel verrassend te constateren dat er in de huidige, individueel ingestelde

Nadere informatie

VERRASSEND WARM, VERFRISSEND ANDERS

VERRASSEND WARM, VERFRISSEND ANDERS warmtenet Antwerpen Zuid VERRASSEND WARM, VERFRISSEND ANDERS Infobrochure warmte@zuid 2 ZORGELOOS, DUURZAAM VERWARMEN Waarom in elke woning een verwarmingsketel plaatsen als het ook eenvoudiger en vooral

Nadere informatie

Servicekosten. Elkien kent zes verrekenbare servicekosten:

Servicekosten. Elkien kent zes verrekenbare servicekosten: Servicekosten Ieder jaar ontvangen huurders van Elkien een afrekening van de servicekosten. Daarop staan de door u betaalde voorschotten en de echte kosten. We geven graag een toelichting op het onderwerp

Nadere informatie

verrekenbare servicekosten

verrekenbare servicekosten Bij 3B Wonen betaalt u naast de huur ook servicekosten. Deze servicekosten betaalt u maandelijks via een voorschot, tegelijk met de huur. Voorbeelden van servicekosten zijn schoonmaken van de algemene

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 621 Regels met betrekking tot de productie, het transport en de levering van elektriciteit (Elektriciteitswet...) Nr. 8 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie