Hoog tijd voor modernisering liquidatieverliesregeling

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hoog tijd voor modernisering liquidatieverliesregeling"

Transcriptie

1 Weekblad voor Fiscaal Recht, Hoog tijd voor modernisering liquidatieverliesregeling Klik hier om het document te openen in een browser venster Vindplaats: WFR 2014/787 Bijgewerkt tot: Auteur: Dr. A.W. Hofman [1] Wetingang: art. 13d Wet Vpb 1969 Hoog tijd voor modernisering liquidatieverliesregeling Volgens de auteur leidt de huidige liquidatieverliesregeling tot prikkels die tegengesteld zijn aan wat een economie in een fase van pril herstel nodig heeft. Een doorstart van in zwaar weer verkerende activiteiten, en het verstrekken van extra aandeelhoudersfinanciering om een moeilijke periode door te komen, worden ontmoedigd. Een liquidatie van een dochtervennootschap daarentegen leidt tot een fiscale bonus, waarbij bovendien een prikkel bestaat om niet alleen de in zwaar weer verkerende activiteiten te beëindigen, maar ook de eventuele andere activiteiten van de betreffende dochtervennootschap te staken of over te dragen buiten de groep. De auteur pleit voor een aanpassing van de liquidatieverliesregeling, waardoor deze meer bijdraagt aan de crisisbestendigheid van het Nederlandse bedrijfsleven en een pril herstel niet belemmert. 1Inleiding Het dieptepunt van de crisis lijkt inmiddels achter ons te liggen. Tegelijkertijd is het duidelijk dat de Nederlandse economie nog een flink aantal jaren nodig zal hebben om de crisis te boven te komen. Hoewel de fiscaliteit slechts één van de vele factoren is die van belang zijn voor de veerkracht van het Nederlandse bedrijfsleven, is het cruciaal dat het fiscale stelsel waar mogelijk bijdraagt aan de crisisbestendigheid en een pril herstel niet belemmert. De wetgever heeft de achterliggende jaren op dit terrein belangrijke (tijdelijke) maatregelen genomen, waaronder de introductie van versnelde afschrijvingsmogelijkheden, verruimde verliesverrekeningstermijnen, versoepelde invorderingsmaatregelen enz. Hoewel deze maatregelen positief zijn te duiden, is er een belangrijk onderdeel in de vennootschapsbelasting dat zeker nog niet bijdraagt aan de veerkracht en crisisbestendigheid van de Nederlandse economie. Ik doel hierbij op de liquidatieverliesregeling. Deze regeling, die slechts fiscale verliesneming toestaat nadat de betreffende dochtervennootschap is geliquideerd, kan aanleiding geven tot fiscaal geïndiceerde liquidaties, met alle gevolgen van dien voor de economie en de werkgelegenheid. Om deze reden is er al vaak en sinds lang aangedrongen op aanpassing van de liquidatieverliesregeling, zowel vanuit het parlement [2], als de wetenschap [3] en de praktijk. Tot op heden heeft echter geen aanpassing plaatsgevonden. In een tijd van pril herstel kunnen we ons geen regeling veroorloven die leidt tot vernietiging van kapitaal en werkgelegenheid. Daar komt bij dat deze problematiek aan belang heeft gewonnen door de onzakelijkeleningenjurisprudentie. Deze jurisprudentie heeft tot gevolg dat ook de fiscale verliesneming op risicovolle groepsleningen onder omstandigheden wordt geregeerd door de liquidatieverliesregeling. Hierdoor kan een fiscale sanctie rusten op risicovolle financieringsactiviteiten die kunnen leiden tot behoud van kapitaal en werkgelegenheid, doordat het geleden verlies niet, of onder zeer strenge voorwaarden, in aftrek kan worden gebracht. Mijns inziens is er dus alle aanleiding voor de wetgever om alsnog de handschoen op te pakken en broodnodige modernisering van de liquidatieverliesregeling ter hand te nemen. Ik werk dat hierna verder uit. In onderdeel 2 geef ik in kort bestek het relevante fiscale kader weer, waarna ik in onderdeel 3 aangeef welke bezwaren hiertegen kunnen worden aangevoerd. In onderdeel 4 ga ik in op een mogelijke aanpassing van de liquidatieverliesregeling, waarna ik afrond in onderdeel 5. 2Fiscale spelregels 2.1 Strekking liquidatieverliesregeling De wetgever heeft beoogd dat winsten en verliezen van vennootschappen éénmaal in de belastingheffing 1

2 worden betrokken. De deelnemingsvrijstelling voorkomt dat het resultaat van een dochtervennootschap dat bij een moedervennootschap tot uitdrukking komt (bijvoorbeeld in de vorm van een vervreemdingsresultaat of een dividendontvangst), bij de moedervennootschap nogmaals in de belastingheffing wordt betrokken. De deelnemingsvrijstelling houdt onder meer in dat de waardemutatie van het door de moeder gehouden belang in de dochtermaatschappij niet belast of aftrekbaar is. Op deze regel heeft de wetgever een uitzondering gemaakt voor situaties waarin de dochtervennootschap wordt geliquideerd. De dochtervennootschap kan dan zelf haar fiscale verliezen niet meer benutten, en gezien het uitgangspunt dat geleden verliezen zo veel mogelijk bij de belastingheffing moeten worden vergolden, heeft de wetgever aanleiding gezien om een fiscale tegemoetkoming te bieden bij de moedervennootschap. [4] Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever het theoretisch zuiver achtte om de onverrekend gebleven verliezen van de dochtermaatschappij over te hevelen naar de moedermaatschappij. Aangezien een dergelijke benadering op grote praktische bezwaren zou stuiten, is echter aansluiting gezocht bij het verlies dat zich bij de moedermaatschappij manifesteert. [5] Het liquidatieverlies is grosso modo gelijk aan het bedrag dat de moedervennootschap in de dochtervennootschap heeft geïnvesteerd (het opgeofferde bedrag) verminderd met de liquidatie-uitkering Niet-voortzettingvereiste De aftrek van een liquidatieverlies is aan verschillende voorwaarden gebonden. In de eerste plaats is verliesaftrek bij de moedervennootschap slechts aan orde indien de verliezen van de dochtervennootschap definitief verloren gaan (zie art. 13d lid 9 onderdeel a Wet VPB 1969). Daarnaast heeft de wetgever willen voorkomen dat een liquidatieverlies in aftrek wordt gebracht, als slechts de juridische huls van de dochtervennootschap wordt afgeschud, terwijl diens onderneming door de groep wordt voortgezet. [6] Het niet-voortzettingsvereiste bepaalt dat het liquidatieverlies niet in aanmerking kan worden genomen zolang de onderneming geheel of gedeeltelijk binnen de groep wordt voortgezet. Volgens het besluit van 12 juli 2010 [7] hoeft in twijfelsituaties geen voortzetting te worden aangenomen. Hiervan is onder meer sprake als de voortgezette activiteiten kwalitatief bijkomstig en qua omvang gering, dat wil zeggen minder dan 5%, zijn ten opzichte van de onderneming van het ontbonden lichaam. Als de voortgezette activiteiten de 5%-grens overschrijden, zal in de visie van de minister en de Belastingdienst kennelijk als hoofdregel het niet-voortzettingsvereiste aan het nemen van een liquidatieverlies in de weg staan. [8] Het niet-voortzettingsvereiste kent geen pro rata benadering. Indien een (klein) deel van de onderneming wordt voortgezet, belemmert dit de aftrek van het gehele liquidatieverlies. Art. 13e Wet VPB 1969 bepaalt of en wanneer in geval van tijdelijke voorzetting van de onderneming binnen de groep alsnog een liquidatieverlies in aftrek kan worden gebracht. Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de situatie waarin de onderneming wordt voortgezet door de moedervennootschap van de geliquideerde vennootschap en de situatie waarin wordt voortgezet door een andere groepsvennootschap. Als de moedervennootschap de onderneming voortzet, mag het liquidatieverlies alsnog worden genomen, zodra de onderneming wordt gestaakt (zie art. 13e lid 1 Wet VPB 1969). Als een andere groepsvennootschap de onderneming heeft voortgezet, moet het opgeofferde bedrag in de geliquideerde vennootschap worden opgeteld bij het opgeofferde bedrag in de voortzettende vennootschap (zie art. 13e lid 2 Wet VPB 1969). Het niet-voortzettingsvereiste is slechts van toepassing als wordt voortgezet door een verbonden lichaam; voortzetting door een niet-gelieerde vennootschap staat aan het nemen van een liquidatieverlies niet in de weg. De minister meent dat de toets of sprake is van verbondenheid moet worden aangelegd op het moment van voortzetting. [9] Dit houdt in dat als hoofdregel in de volgende situatie geen liquidatieverlies kan worden genomen. Groepsvennootschap A draagt (een deel van) haar onderneming over aan groepsvennootschap B. Vervolgens wordt groepsvennootschap B verkocht buiten de groep. Daarna wordt groepsvennootschap A geliquideerd. Volgens de minister staat in deze situatie het niet-voortzettingsvereiste aan het nemen van een liquidatieverlies in de weg, omdat groepsvennootschap A en groepsvennootschap B op het moment van de overdracht van de onderneming verbonden lichamen waren. Dat op het moment van liquidatie geen sprake meer is van 2

3 verbondenheid, is volgens de minister niet relevant. Slechts op basis van de hardheidsclausule kan volgens de minister alsnog een liquidatieverlies worden verantwoord. In het besluit van 12 juli 2010 wordt aangegeven dat de minister in een concreet geval met toepassing van de hardheidsclausule heeft goedgekeurd dat de voortzettingsbepaling buiten toepassing is gebleven. Aan deze goedkeuring is de voorwaarde verbonden dat de aandelen van de vennootschap die de onderneming heeft voortgezet, tezamen met aandelen in andere concernvennootschappen zijn vervreemd. Als alleen de aandelen in de voortzettende vennootschap worden vervreemd, is de minister kennelijk niet bereid om een hardheidsclausuleverzoek in te willigen Vaststelling van het opgeofferde bedrag Eén van de belangrijke factoren bij de vaststelling van het liquidatieverlies is het opgeofferd bedrag. In art. 13d Wet VPB 1969 zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot de vaststelling van het opgeofferd bedrag in een aantal specifieke situaties. In art. 13d lid 6 Wet VPB 1969 is bepaald dat het opgeofferde bedrag van een deelneming die binnen de groep wordt overgedragen, niet hoger wordt gesteld dan het oorspronkelijke opgeofferde bedrag. Het opgeofferde bedrag kan door een overdracht binnen de groep dus niet worden verhoogd, maar wel worden verlaagd, namelijk als de waarde in het economische verkeer ten tijde van de overdracht lager is dan het oorspronkelijk door de groep opgeofferde bedrag. Art. 13d lid 8 Wet VPB 1969 betreft de vaststelling van het opgeofferde bedrag na ontvoeging van een dochtervennootschap uit fiscale eenheid. Het opgeofferde bedrag voor de deelneming in de dochtervennootschap wordt dan gesteld op het zuiver eigen vermogen van de dochtervennootschap. De eventuele goodwill die bij de aankoop van de deelneming is betaald, maakt dus geen deel uit van het opgeofferde bedrag na ontvoeging. Onder het tot 1 januari 2003 geldende fiscale-eenheidsregime kon deze goodwill onder omstandigheden wel worden begrepen in het opgeofferde bedrag na ontvoeging. Op basis van de elfde standaardvoorwaarde, onderdeel b, werden goodwill en stille reserves die deel uitmaakten van de koopprijs en op het ontvoegingstijdstip nog aanwezig waren, meegenomen bij de vaststelling van het opgeofferde bedrag. Deze regeling is in het huidige fiscale eenheidsregime vervallen omdat vaak moeilijk is vast te stellen welke stille reserves en goodwill op het voegingstijdstip in het opgeofferd bedrag waren begrepen en op het ontvoegingstijdstip nog bij de dochter aanwezig zijn. De staatssecretaris wilde ter voorkoming van geschillen volstaan met een eenvoudige regeling. [10][11] 2.2 Samenloop liquidatieverliesregeling met onzakelijke leningen Bij de fiscale winstbepaling wordt slechts de winst uit onderneming in aanmerking genomen. De fiscale winst moet dus worden gezuiverd van resultaten die het gevolg zijn van onzakelijk handelen binnen de groep. Dit fiscale principe is sinds jaar en dag bekend en staat niet ter discussie. Hoewel de fiscale praktijk in het algemeen verrast heeft gereageerd op het arrest van 9 mei 2008 [12], heeft Albert [13] mijns inziens terecht aangegeven dat het geen verbazing hoeft te wekken dat de Hoge Raad dit principe ook toepast op groepsfinancieringen. Een schuldeiser/moedervennootschap die een afwaarderingsverlies leidt op een lening met een onzakelijk hoog risico aan een dochtervennootschap, leidt geen verlies uit ondernemingsuitoefening, maar een verlies ten gevolge van onzakelijk handelen binnen de groep. Volgens de Hoge Raad kan een dergelijk verlies niet in aanmerking worden genomen bij de fiscale winstbepaling. Van een onzakelijke lening is volgens de Hoge Raad sprake als ter zake van een lening tussen gelieerde partijen geen at arm s length-vergoeding is overeengekomen en tevens geen vaste vergoeding te bepalen is anders dan een zodanig hoge vergoeding dat de lening in wezen winstdelend zou worden waaronder een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest die lening onder overigens dezelfde voorwaarden en omstandigheden te verstrekken. [14] Als een dergelijke onzakelijke lening wordt verstrekt aan een dochtervennootschap, maakt het op de vordering geleden verlies bij liquidatie van de dochtervennootschap deel uit van het voor de deelneming in de dochtervennootschap opgeofferde bedrag. [15] De aftrek van het verlies wordt vervolgens geregeerd door de liquidatieverliesregeling. Onder meer de hiervoor genoemde aandachtspunten inzake het niet- 3

4 voortzettingsvereiste spelen daarbij een rol. De Hoge Raad heeft nog niet beslist over de wijze waarop een fiscaal verlies kan worden verantwoord bij een lening opzij. Mijns inziens is het meest aannemelijk dat het afwaarderingsverlies op het moment van definitief worden, evenals het geval zou zijn geweest bij een andere onzakelijke handeling, fiscaal moet worden geduid via een keten van verkapte dividenduitkeringen en kapitaalstortingen. [16] Bij de groepsvennootschap die een deelneming houdt in de (ex-)schuldenaar wordt dan het opgeofferde bedrag voor de deelneming verhoogd. Ook in dat geval speelt de liquidatieverliesregeling dus een rol bij het nemen van het verlies. 3Bezwaren tegen de huidige liquidatieverliesregeling 3.1 Perverse prikkel liquidatieverliesregeling Liquidatieverlies slechts aftrekbaar bij liquidatie Zoals hiervoor is aangegeven, kan een liquidatieverlies slechts worden verantwoord nadat de betreffende dochtervennootschap is geliquideerd en haar onderneming is gestaakt dan wel buiten de groep is voortgezet. Met andere woorden: als er niet wordt geliquideerd, kan er ook geen liquidatieverlies in aanmerking worden genomen. Dit gegeven kan aanleiding geven tot fiscaal geïndiceerde liquidaties en een doorstart bemoeilijken. Een voorbeeld hiervan betreft de redding van het noodlijdende softwarebedrijf Baan en de rol van ING Groep hierin. [17] In het jaar 2000 dreigde Baan failliet te gaan, waarbij banen verloren zouden gaan. Een faillissement leek te kunnen worden afgewend, doordat het Britse Invensys Baan wilde overnemen en een bod deed van 2,85 per aandeel. Eén van de aandeelhouders in Baan was de ING Groep met een belang van 5%. De ING Groep meldde zijn aandelen niet direct aan, waardoor de overname geen doorgang leek te kunnen vinden en Baan alsnog failliet dreigde te gaan. Het vermoeden bestond dat de ING Groep zijn aandelen niet aanmeldde, om bij een faillissement van Baan een fiscaal aftrekbaar liquidatieverlies te kunnen claimen. Dit zou voor de ING Groep gunstiger zijn dan een verkoop van de aandelen, omdat in dit laatste geval geen fiscaal verlies in aftrek zou kunnen worden gebracht. Er ontstond veel maatschappelijke beroering over de opstelling van ING en er werd zware druk uitgeoefend om de aandelen alsnog aan te melden. [18] RPF-kamerlid Leen van Dijke stuurde een open brief aan de raad van bestuur van ING Groep, waarin hij wees op de belangen van de werknemers van Baan en een dringend beroep deed op ING Groep om de eventuele verkoop van de aandelen niet als een soort pokerspel te zien. [19] Uiteindelijk meldde ING de aandelen aan. [20] Dat de liquidatieverliesregeling niet bijdraagt aan de crisisbestendigheid van de Nederlandse economie is ook naar voren gebracht door Commissie Insolventierecht. De Commissie Insolventierecht heeft op 1 november 2007 een Voorontwerp Insolventiewet uitgebracht. Vooruitlopend hierop heeft de Commissie in een brief van 6 juli 2006 aan de Staatssecretaris van Financiën kanttekeningen geplaatst bij het toen lopende wetsvoorstel Wet werken aan winst. [21] De kanttekeningen van de Commissie betroffen bepalingen in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 die volgens de Commissie het bevorderen van het reorganiserend vermogen en van de totstandkoming van schuldeisersakkoorden (in serieuze mate) kunnen ondermijnen. De eerste door de Commissie genoemde bepaling was de liquidatieverliesregeling. De Commissie merkte hierover het volgende op: De huidige regeling van het liquidatieverlies blijkt in praktijk zelfs een averechts effect te hebben op de mogelijkheden voor reorganisatie van de onderneming. Het gebeurt regelmatig dat een aandeelhouder niet meer bereid is nieuwe financiering aan een deelneming te verstrekken, bijvoorbeeld ten behoeve van een schuldeisersakkoord bij de deelneming, aangezien deze aandeelhouder het fiscale verlies op de deelneming wenst te nemen en dit uitsluitend kan als de deelneming wordt geliquideerd. Indien de aandeelhouder het fiscale verlies op de deelneming 4

5 eerder zou mogen nemen, bijvoorbeeld gelijktijdig met het bedrijfseconomische verlies, zal hij veel sneller bereid zijn aan de reorganisatie mee te werken. De Commissie pleit er daarom voor het nemen van het liquidatieverlies op een zodanig moment toe te staan, dat het reorganiserend vermogen van de onderneming in stand kan blijven. Dat kan het moment zijn waarop het deelnemingsbelang op grond van goed koopmansgebruik dient te worden afgewaardeerd. Door de vroegtijdige indiening van deze en andere aanbevelingen bood de Commissie de gelegenheid om bij de behandeling van het wetsvoorstel Werken aan winst hier rekening te mee houden. De Minister van Financiën koos daar echter niet voor, en schoof het voorstel van de Commissie door naar de behandeling van de nieuwe insolventiewetgeving. [22] Echter, nadat het door de Commissie uitgebrachte Voorontwerp Insolventiewet een aantal jaren had stilgelegen, deelde de Minister van Veiligheid en Justitie op 11 januari 2011 aan de Tweede Kamer mee dat dit voorontwerp niet in wetgeving zou worden omgezet. [23] Hierdoor is ook de voorgestelde aanpassing van de liquidatieverliesregeling niet ter hand genomen. Evenmin heeft hierover in het parlement een gedachtewisseling plaatsgevonden. Mijns inziens is dit zeer te betreuren. Uit het hierboven aangehaalde voorbeeld van Baan volgt dat de observaties van de Commissie Insolventierecht van groot praktisch belang zijn. Ongetwijfeld zijn er veel soortgelijke situaties geweest, waarbij een doorstart door de fiscale regels werd ontmoedigd en/of bemoeilijkt. In veel van deze gevallen zal echter geen sprake zijn geweest (zoals in de situatie van Baan wel het geval was) van grote media-aandacht en grote maatschappelijke druk, zodat de aandeelhouder geruisloos kon kiezen voor de weg van de minste fiscale pijn: een liquidatie. In de periode werd de fiscale prikkel tot liquidatie overigens enigszins gedempt, doordat art. 13ca Wet VPB 1969 destijds onder voorwaarden toestond dat een verliesgevende deelneming tijdelijk ten laste van het fiscale resultaat werd afgewaardeerd. Art. 13ca Wet VPB 1969 is echter per 1 januari 2006 afgeschaft en sindsdien kan een verlies op een vrijgestelde deelneming alleen in aftrek worden gebracht in geval van liquidatie Samenloop met niet-voortzettingsvereiste Hiervoor is aangegeven dat de liquidatieverliesregeling een perverse prikkel bevat: een doorstart van een in zwaar weer verkerende dochtervennootschap wordt ontmoedigd/bemoeilijkt, terwijl er een fiscale bonus staat op een liquidatie. Het niet-voortzettingsvereiste, en de stringente uitleg die de minister geeft aan dit vereiste, kunnen deze perverse prikkel versterken. Het niet-voortzettingsvereiste houdt namelijk een fiscale prikkel in om niet alleen de in zwaar weer verkerende activiteiten te beëindigen, maar ook de eventuele andere activiteiten van de betreffende vennootschap te staken of af te stoten buiten de groep. Als een deel van de onderneming van de dochtervennootschap binnen de groep wordt voortgezet, kan immers geen liquidatieverlies in aftrek worden gebracht. Verliesaftrek wordt ook geweigerd als slechts een relatief klein deel van de onderneming wordt voortgezet en/of als het betreffende ondernemingsdeel geheel losstaat van de verliesgevende activiteiten die zijn gestaakt. Doordat het niet-voortzettingsvereiste geen pro rata-benadering kent, kan dan het gehele liquidatieverlies niet in aftrek worden gebracht. Het niet-voortzettingsvereiste is naar mijn mening ook Europeesrechtelijk kwetsbaar. In het Marks & Spencer II-arrest [24] heeft het Hof van Justitie EU bepaald dat een verlies dat definitief niet verrekenbaar is bij dochtervennootschap, bij de moedervennootschap in aanmerking moet kunnen worden genomen. Het Hof maakte hierbij geen uitzondering voor situaties waarin de onderneming van de dochtervennootschap (deels) binnen de groep wordt voortgezet. [25] In misbruiksituaties, waarbij een entiteit wordt opgedoekt om fiscale verliesneming mogelijk te maken, terwijl (nagenoeg) de volledige onderneming binnen de groep wordt voortgezet, kan ik mij voorstellen dat de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU inzake volstrekt kunstmatige constructies [26] ruimte biedt om verliesaftrek bij de moedervennootschap te weigeren. In bonafide situaties, waarbij een in zwaar weer verkerende dochtervennootschap om bedrijfseconomische redenen wordt geliquideerd, en een deel van 5

6 de onderneming eveneens om bedrijfseconomische redenen binnen de groep wordt voortgezet, bestaat mijns inziens hiervoor geen ruimte Samenloop met onzakelijke leningen Naast de liquidatieverliesregeling kan ook de jurisprudentie over onzakelijke leningen een rol spelen bij de beslissing van een aandeelhouder om een dochtervennootschap te liquideren dan wel te kiezen voor een doorstart. Een aandeelhouder die kiest voor een doorstart moet op basis van de huidige wetgeving namelijk rekening houden met twee fiscale teleurstellingen. [27] In de eerste plaats zal uiteraard vooralsnog geen liquidatieverlies in aanmerking kunnen worden genomen. In de tweede plaats zal de dochtervennootschap in geval van een doorstart vaak nieuwe risicovolle financiering van de moedervennootschap nodig hebben en kan een eventueel verlies op deze financiering veelal moeilijk in aftrek worden gebracht. Belastingplichtigen moeten immers rekening houden met het standpunt van de Belastingdienst dat de nieuwe financiering zodanig risicovol is dat sprake is van een onzakelijke lening. Het verlies op de financiering kan dan slechts bij liquidatie van de dochtervennootschap in aftrek worden gebracht. Hierbij moet uiteraard aan de strenge voorwaarden van de liquidatieverliesregeling worden voldaan en bestaat het risico dat het geleden verlies niet (geheel) in aftrek kan worden gebracht (zie hierna in onderdeel 3.2). Zo ontstaan resultaten die vanuit het bestaande fiscale kader kloppen als een bus, maar vanuit economisch perspectief ronduit schrijnend zijn. Het nemen van (aandeelhouders) risico s om werkgelegenheid en kapitaal te behouden wordt ontmoedigd door een verzwaarde fiscale verliesneming, terwijl er een fiscale bonus staat op een liquidatie waardoor werkgelegenheid en kapitaal wordt vernietigd. 3.2 Reëel geleden verlies kan niet altijd in aftrek worden gebracht Hiervoor is als bezwaar tegen de liquidatieverliesregeling aangevoerd dat een doorstart kan worden ontmoedigd en een liquidatie kan worden gestimuleerd. Een ander bezwaar tegen de liquidatieverliesregeling is dat de regeling zeer complex is en vol voetangels en klemmen zit. Een potentieel aftrekbaar liquidatieverlies kan gemakkelijk worden verspeeld, zodat voor fiscale argeloosheid een hoge prijs wordt betaald. [28] Het niet in aftrek kunnen brengen van reëel geleden verliezen is niet bevorderlijk voor de concurrentiekracht van de Nederlandse economie. Een liquidatieverlies kan onder meer worden verspeeld door de in onderdeel beschreven regeling van art. 13e lid 2 Wet VPB Het gaat hier om de situatie waarin de onderneming van een geliquideerde dochtervennootschap niet wordt voortgezet door diens moedervennootschap, maar door een andere concernvennootschap. Het opgeofferde bedrag in de geliquideerde dochtervennootschap dient in dat geval te worden opgeteld bij het opgeofferde bedrag in de voortzettende vennootschap. Er kan ter zake van de geliquideerde dochtervennootschap dan pas een liquidatieverlies worden verantwoord als ook de voortzettende dochtervennootschap wordt geliquideerd. Hierdoor kan fiscale aftrek van het liquidatieverlies zeer lang worden uitgesteld. Onder omstandigheden zal deze aftrek zelfs geheel verloren gaan. Dit is bijvoorbeeld het geval als de voortzettende groepsvennootschap niet kan worden geliquideerd vanwege de rol van deze vennootschap in de groepsstructuur. De aftrekmogelijkheid gaat ook verloren als de onderneming wordt voortgezet door een groepsvennootschap waarin geen deelneming wordt gehouden door een Nederlandse groepsvennootschap. Van een verhoging van het opgeofferde bedrag voor een deelneming van een Nederlandse vennootschap in de voortzettende vennootschap kan dan immers geen sprake zijn. Een concern dat een dochtervennootschap liquideert, maar een deel van diens onderneming tijdelijk voortzet (bijvoorbeeld omdat een aantal contracten moet worden uitgediend), loopt bij fiscale argeloosheid dus het risico dat het potentiële liquidatieverlies wordt verspeeld. Ook het standpunt van de minister wat betreft het moment van toetsing of wordt voortgezet door een verbonden lichaam (zie onderdeel 2.1.1) kan ertoe leiden dat een investeringsverlies niet in aftrek kan worden gebracht, namelijk als niet wordt voldaan aan de stringente eisen die kennelijk worden gesteld voor toepassing van het hardheidsclausulebeleid. Een potentieel liquidatieverlies kan ook worden verspeeld door de bepalingen inzake de vaststelling van het 6

7 opgeofferde bedrag. Een argeloze belastingplichtige die een dochtervennootschap die mogelijk zal worden geliquideerd, voorafgaand aan de liquidatie overdraagt binnen de groep (maar buiten de fiscale eenheid), of opneemt in de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, krijgt te maken met de bepalingen van respectievelijk art. 13d lid 6 Wet VPB 1969 en art. 13d lid 8 Wet VPB 1969 (zie onderdeel 2.1.2) en loopt het risico dat het potentiële liquidatieverlies (grotendeels) niet in aftrek kan worden gebracht. 3.3 De omvang van het liquidatieverlies [29] Zoals aangegeven in onderdeel 2 wordt bij de omvang van het liquidatieverlies aansluiting gezocht bij het verlies dat zich bij de moedermaatschappij manifesteert. Hierdoor is het liquidatieverlies dat bij de moedervennootschap wordt vergolden, doorgaans niet gelijk aan de compensabele verliezen van de dochtervennootschap die bij liquidatie verloren gaan. [30] Op basis van de ratio van de regeling zou dit wel het uitgangspunt moeten zijn (zie ook onderdeel 2). De door de wetgever gekozen vormgeving, waarbij wordt aangesloten bij het verlies dat zich manifesteert bij de moedermaatschappij, kan leiden tot onevenwichtige uitkomsten. Indien een dochtervennootschap waarin weinig is geïnvesteerd en die weinig resultaten heeft behaald, met een hoge goodwill wordt verkocht, ontstaat bij de nieuwe moedervennootschap een hoog potentieel liquidatieverlies. [31] Dit terwijl de dochtervennootschap zelf nauwelijks verliezen heeft geleden en terwijl vanuit beide aandeelhouders gezamenlijk bezien slechts een gering bedrag in de deelneming is geïnvesteerd. Gesteld kan worden dat een onevenwichtige situatie ontstaat nu de verkoopopbrengst bij de verkopende aandeelhouder onder de deelnemingsvrijstelling valt en bij de kopende aandeelhouder leidt tot een aftrekbaar liquidatieverlies. Waarom moet er een bedrag ten laste van de schatkist gebracht kunnen worden als de dochtervennootschap zelf geen verliezen heeft geleden, en de aandeelhouders gezamenlijk bezien ook geen verlies hebben geleden? Vanuit de ratio van de liquidatieverliesregeling (het bieden van een tegemoetkoming voor onverrekende verliezen van de dochtermaatschappij) lijkt hier geen aanleiding voor te zijn. Andersom is het mogelijk dat een deelneming waarin veel is geïnvesteerd en die veel verliezen heeft geleden, voor een laag bedrag wordt verkocht. De gezamenlijke aandeelhouders kunnen dan slechts een beperkt bedrag in aftrek brengen (namelijk het liquidatieverlies bij de laatste aandeelhouder), terwijl er door de dochtervennootschap grote verliezen zijn geleden en vanuit de gezamenlijke aandeelhouders bezien een grote investering verloren is gegaan. De verliesneming op aandeelhoudersniveau strookt in beide gevallen niet met de ratio van de liquidatieverliesregeling, namelijk het bieden van een tegemoetkoming voor verliezen van de dochtervennootschap die onverrekend zijn gebleven. Dit wordt veroorzaakt doordat het liquidatieverlies afhankelijk is van een toevallige factor, namelijk de prijs waarvoor de aandelen in de dochtermaatschappij worden verkocht, en daardoor zowel (veel) hoger als (veel) lager kan zijn dan de door de dochtermaatschappij geleden verliezen en de investeringen die de gezamenlijke moedervennootschappen hebben gepleegd. Bij de parlementaire behandeling van de herziening van de deelnemingsvrijstelling in 1988 heeft de PvdAfractie in dit verband mijns inziens terecht opgemerkt dat de huidige regeling volkomen los is komen staan van haar motivering. [32] Ook vanuit Europeesrechtelijke optiek kunnen bezwaren worden aangevoerd tegen de omvang van het liquidatieverlies dat op grond van de huidige regeling in aftrek kan worden gebracht. Het feit dat de liquidatieverliesregeling niet toe staat dat de door de dochtervennootschap geleden verliezen bij de moedervennootschap in aftrek worden gebracht, staat op gespannen voet met het arrest Marks & Spencer II van het Hof van Justitie EU. [33] 4Mogelijke aanpassing van de huidige liquidatieverliesregeling Gezien het voorgaande kleven er mijns inziens ernstige bezwaren aan de huidige liquidatieverliesregeling. Mijn voorkeur zou het hebben om de regeling grondig te herzien en op een geheel nieuwe leest te schoeien. In de fiscale literatuur is een dergelijke grondige herziening reeds vele malen bepleit. Ik zal daarom niet uitgebreid ingaan op de mogelijke herzieningsvarianten, maar verwijs hiervoor naar de uitgebreide uiteenzetting van Van [34] 7

8 der Geld. Ik noem hier slechts twee belangrijke elementen die in een dergelijke herziening een belangrijke rol zouden kunnen spelen. In de eerste plaats zou het opgeofferd bedrag kunnen aansluiten bij het in de dochtervennootschap gestorte kapitaal en niet langer bij de (toevallige) koopprijs die de moedervennootschap voor de dochtervennootschap heeft betaald. Met deze aanpassing wordt beter aangesloten bij de bedoeling van de wetgever om een tegemoetkoming te bieden voor de verliezen van de dochtervennootschap die bij de liquidatie verloren gaan en worden onevenwichtige uitkomsten (zie onderdeel 3.3) voorkomen. In de tweede plaats zou verliesneming ook zonder liquidatie mogelijk kunnen worden gemaakt, namelijk als de bedrijfswaarde van de deelneming daalt onder (een evenredig deel) van het in de dochtervennootschap gestorte kapitaal. [35] De mogelijkheid van een verliesneming zonder dat sprake is van een liquidatie, voorkomt dat een liquidatie fiscaal wordt beloond en een doorstart fiscaal wordt ontmoedigd. Ook theoretisch kan de mogelijkheid van vervroegde verliesneming mijns inziens goed worden gerechtvaardigd. De verlengstukgedachte wordt in de fiscale literatuur [36], en in navolging daarvan ook door de staatssecretaris [37], aangemerkt als grondbeginsel van de deelnemingsvrijstelling. De verlengstukgedachte gaat ervan uit dat de dochtervennootschap een verlengstuk vormt van de moedervennootschap, zodat de winst van de dochtervennootschap in feite kan worden aangemerkt als eigen winst van de moedervennootschap. Het past bij de verlengstukgedachte om het bieden van een tegemoetkoming voor onverrekende verliezen van de dochtervennootschap niet afhankelijk te stellen van een liquidatie van de dochtervennootschap. [38] Bij een dergelijke herziening van de liquidatieverliesregeling kunnen ook diverse knelpunten worden ondervangen, waarbij een reëel geleden verlies niet in aftrek kan worden gebracht, bijvoorbeeld doordat sprake is van een overdracht van de te liquideren deelneming binnen de groep, een ontvoeging uit fiscale eenheid, of een (tijdelijke) voortzetting van de onderneming van de geliquideerde vennootschap binnen de groep (zie over deze situaties de onderdelen 2 en 3). Als de wetgever niet zo ver wil gaan om de regeling op een nieuwe leest te schoeien, is mijns inziens in elk geval van belang dat een aanpassing plaatsvindt met betrekking tot het niet-voortzettingsvereiste. Dit vereiste zou mijns inziens kunnen vervallen en vervangen kunnen worden door een pro rata-benadering. De strekking van deze benadering zou kunnen zijn dat in geval van liquidatie een liquidatieverlies kan worden verantwoord, behoudens voor zover een betekenisvol deel van de onderneming wordt voortgezet. [39] Voorts dient mijns inziens het huidige onderscheid tussen artikel 13e lid 1-situaties en artikel 13e lid 2-situaties te vervallen. Zowel in geval van voortzetting door de moedermaatschappij van de geliquideerde vennootschap als in geval van voortzetting door een andere groepsvennootschap, kan dan een liquidatieverlies worden verantwoord zodra de voortgezette onderneming wordt gestaakt. [40] Ook zou de minister zijn stringente standpunt (zie onderdeel 2.1) over het moment van toetsing van het moment van verbondenheid in het kader van het niet-voortzettingsvereiste, moeten laten vallen. Het ligt veel meer voor de hand om de verbondenheid te beoordelen ten tijde van de liquidatie in plaats van op het moment van overdracht van de onderneming. [41] Deze aanpassingen van het niet-voortzettingsvereiste verminderen: de fiscale prikkel om niet alleen de slechtlopende activiteiten van een dochtervennootschap te beëindigen, maar ook de andere activiteiten te beëindigen of af te stoten; het aantal situaties waarin een reëel geleden verlies fiscaal niet in aftrek kan worden gebracht; de spanning van de liquidatieverliesregeling met de Europeesrechtelijke regels. 5Afronding De liquidatieverliesregeling in zijn huidige vorm leidt tot fiscale prikkels die tegengesteld zijn aan wat een economie in een fase van pril herstel nodig heeft. Een doorstart van in zwaar weer verkerende activiteiten, en het verstrekken van extra aandeelhoudersfinanciering om een moeilijke fase te overbruggen, wordt ontmoedigd. Een liquidatie van dochtervennootschap daarentegen leidt tot een fiscale bonus, waarbij bovendien een stimulans bestaat om niet alleen de in zwaar weer verkerende activiteiten te beëindigen, maar ook de overige activiteiten van de betreffende dochtervennootschap te staken, dan wel over te dragen buiten de groep. Daarnaast kunnen zich tal van situaties 8

9 voordoen waarin een reëel geleden verlies fiscaal niet in aftrek worden gebracht, hetgeen niet goed is voor de concurrentiekracht van de Nederlandse economie. Aanpassing van de liquidatieverliesregeling is daarom dringend geboden. Deze constatering is niet nieuw, maar wel urgent. Het is daarom te hopen dat de nieuwe staatssecretaris van Financiën de herziening van de liquidatieverliesregeling één van zijn prioriteiten maakt. Voetnoten Voetnoten [1] Auteur is werkzaam als belastingadviseur en hoofd vaktechnisch bureau bij STP Tax Lawyers te Amsterdam en verbonden aan het Fiscaal Instituut van Tilburg University. [2] Zie onder meer Kamerstukken II 1961 /62, 6000, nr. 6, p. 14. [3] Zie onder meer D. Juch, De deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting, Deventer: Fed 1974, blz. 138; A.L. Brok, De deelnemingsvrijstelling in de ontwerp-wet op de vennootschapsbelasting 1960, MAB, 26e jaargang, 1962 en L.G.M. Stevens, Wat is ongewenste handel in verliesverrekening?, WFR 2000/1215, onderdeel 4. Zie ook de aantekening van de Redactie van Vakstudie Nieuws in V-N 1993/2563. [4] Kamerstukken II 1959/60, 6000, MvT, nr. 3, p. 14. [5] Kamerstukken II 1959/60, nr. 6000, MvT, nr. 3, p. 20. [6] Kamerstukken II 1986/87, , nr. 3, p. 7. [7] Besluit Minister van Financiën van 12 juli 2010, nr. DGB2010/2154M, Stcrt. 2010, 11223, V-N 2010/36.2, onderdeel [8] Dit is overigens een aanmerkelijk strenger criterium dan geldt voor het nemen van een stakingsverlies in vaste-inrichtingsituaties. Op grond van art. 15i lid 4 onderdeel a Wet VPB 1969 wordt een stakingsverlies slechts geweigerd indien de activiteiten van de belastingplichtige ( ) in belangrijke mate ( ) zijn of worden voortgezet. [9] Besluit Minister van Financiën van 12 juli 2010, V-N 2010/36.2, onderdeel [10] Deze praktische overweging is mijns inziens overigens volstrekt geen overtuigend argument voor het creëren van een regeling waardoor belastingplichtigen onder omstandigheden een reëel geleden verlies niet in aftrek kunnen brengen. (Zie in gelijke zin I. de Roos & R.J. de Vries, Recente ontwikkelingen rondom het nieuwe fiscale-eenheidsregime, FED 2002/692, onderdeel 4.4.3). Daarom zou mijns inziens in de herziening van de liquidatieverliesregeling die ik bepleit, ook dit punt moeten worden ondervangen. Zie ook onderdeel 4. [11] Kamerstukken I 2001 /02, , nr. 45d, p. 16. [12] HR 9 mei 2008, BNB 2008/191. [13] P.H.G. Albert, Afwaarderingsverlies onzakelijke lening opzij is niet aftrekbaar, WFR 2014/357. [14] HR 24 november 2011, BNB 2012/37. [15] HR 25 november 2011, BNB 2012/38. [16] Zie hierover onder meer ook E.W.J. Heithuis, Nogmaals de onzakelijke lening opzij, WFR 2014/451, onderdeel 2.1 en de Redactie van Vakstudie Nieuws in V-N 2014/ [17] In Idee (een tijdschrift van het Wetenschappelijk Bureau van D66), september 2002, p , beschrijft Alexander Rinnooy Kan een aantal ethische dilemma s waar financiële dienstverleners voor kunnen worden geplaatst. Hierbij gaat hij onder meer in op de rol van ING bij de overname van Baan. Alexander Rinnooy Kan was destijds lid van de raad van bestuur van ING Groep. [18] Zie onder meer het Algemeen Dagblad van 18 juli 2000: ING kan eigen rol kiezen: beul of steun voor Baan. Het artikel is te vinden via http: / /m.ad.nl /ad /m /nl /4561 /Wetenschap /article /detail / /2000 /07 /18 /ING-kan-eigen-rol-kiezenbeul-of-steun-voor-Baan.dhtml. [19] Zie over deze brief Trouw 19 juli 2000: te vinden via /2000/07/19/ING-mag-verkoop-aandelen-Baanniet-als-pokerspel-zien.dhtml [20] Nadien veranderde Invensys het bod en de overnamestructuur overigens ingrijpend. Niet de aandelen in Baan werden gekocht, maar diens bezittingen en schulden. Baan bleef vervolgens achter als lege huls en 9

10 kon op termijn worden geliquideerd. Door deze gewijzigde overnamestructuur kon ING de aandelen in Baan aanhouden en bij de latere liquidatie alsnog een fiscaal verlies in aftrek brengen. [21] Brief van 6 juli 2006 van de commissie-kortmann aan de toenmalige Staatssecretaris van Financiën, opgenomen in V-N 2006/ [22] Zie de Brief Minister van Financiën van 9 oktober 2006, nr. DB2006/519M, opgenomen in V-N 2006/ Mijns inziens is het te betreuren dat de minister deze suggestie van de Commissie niet heeft willen meenemen bij de behandeling van het wetsvoorstel Werken aan winst, aangezien het een fiscaal onderwerp betrof dat los van de nieuwe insolventiewet behandeld kan worden. In gelijke zin de Redactie van Vakstudie Nieuws in V-N 2006/54.19 en M.H.M. van Oers, Het Voorontwerp Insolventieweg en de fiscale implicaties daarvan, WFR 2007/1311. [23] Dit hield verband met de taakstellingsruimte van het vorige kabinet en de vele al bestaande wetgevingsprioriteiten. Zie Kamerstukken II 2010 /11, Aanhangsel In Kamerstukken II 2012 /13, , nr. 1, is als nadere toelichting gegeven dat in het huidige tijdsgewricht ( ) het vooruitzicht van een fundamentele, omvangrijke, langdurige en complexe herziening van onze wetgeving een minder geëigend middel is om een antwoord te bieden op de in faillissementspraktijk levende vragen. [24] HvJ EG 13 december 2005, nr. C-446/03, V-N 2005/60.15 (Marks & Spencer II). [25] Zie nader over deze Europeesrechtelijke bezwaren onder meer A.W. Hofman, De deelnemingsverrekening, Deventer: Kluwer 2011, paragraaf en G. de Wilde, NDFR, commentaar bij artikel 13d Wet VPB In andere zin: E.C.M. Kemmeren, Marks & Spencer: balanceren op grenzeloze verliesverrekening, WFR 2006/211. Kemmeren meent dat Marks & Spencers II niet dwingt tot een aanpassing van de liquidatieverliesregeling op genoemde punten. [26] Zie onder meer HvJ EG 12 september 2006, nr. C-196/04, V-N 2006/49.15 (Cadburry Schweppes). [27] Hierbij ga ik uit van de situatie waarin de aandeelhouder en de betreffende dochtervennootschap niet zijn opgenomen in een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, bijvoorbeeld omdat niet aan het bezitsvereiste van 95% is voldaan. [28] Naast de in dit onderdeel genoemde voorbeelden zijn er vele andere voorbeelden denkbaar waarin fiscale argeloosheid leidt tot een verlaging van het potentiële liquidatieverlies. Zo kunnen er bijvoorbeeld grote verschillen ontstaan, afhankelijk van de vraag of een deelneming al dan niet via een tussenhoudster wordt gehouden, en in welke volgorde een keten van vennootschappen wordt geliquideerd. Ik werk deze voorbeelden niet verder uit maar verwijs naar de uitgebreide uiteenzettingen van P.H.G. Albert, Deelnemingsvrijstelling, Den Haag: Sdu Uitgevers 2010, onderdeel 12.7 en A.W. Hofman, Tussenhoudsterperikelen in de liquidatieverliesregeling, WFR 2006/1344. [29] Dit onderdeel is deels ontleend aan A.W. Hofman, De deelnemingsverrekening, Deventer: Kluwer 2011, onderdeel [30] J.C.M. van Sonderen & Q.W.J.C.H. Kok, Over verliesverrekening in de tijd, grensoverschrijdende fiscale eenheden, de liquidatieverliesregeling en een aftrekbeperking voor aandelen en opties, MBB 2006/07/08, merken op dat het liquidatieverlies slechts bij toeval overeen zal komen met het door de dochtervennootschap geleden verlies. [31] Behoudens situaties waarin art. 13d lid 6 Wet VPB 1969 van toepassing is of een andere bepaling op grond waarvan de hoogte van het opgeofferd bedrag of het liquidatieverlies wordt beperkt. [32] Kamerstukken II 1987 /88, , nr. 11, p. 14. [33] HvJ EG 13 december 2005, nr. C-446/03, V-N 2005/60.15 (Marks & Spencer II). Zie over dit arrest ook onderdeel [34] Zie J.A.G. van der Geld, De deelnemingsvrijstelling, Deventer: Kluwer 2011, onderdeel [35] Uiteraard zou de deelnemingsvrijstelling dan moeten worden uitgesloten voor zover een ten laste van de fiscale winst afgewaardeerde deelneming weer in waarde stijgt. Tevens zouden fl ankerende antimisbruikregels kunnen worden opgenomen, onder meer om te voorkomen dat verliezen dubbel worden afgetrokken. [36] Zie onder meer J.A.G. van der Geld, De deelnemingsvrijstelling, Deventer: Kluwer 2011, onderdeel [37] Kamerstukken II, , nr. 7, p

11 [38] Vergelijk ook het aankoopkostenarrest (HR 24 mei 2002, BNB 2002/262c*) waarin de Hoge Raad overwoog dat de werking van de deelnemingsvrijstelling is te vergelijken met een belastingheffing als ware de dochter met de moeder geconsolideerd. Een mogelijkheid tot versnelde verliesneming, zonder dat liquidatie van de dochtervennootschap hiertoe is vereist, sluit goed aan bij deze door de Hoge Raad beschreven werking. [39] Van der Geld, t.a.p., onderdeel 6.5.4, bepleit een soortgelijke aanpassing van het niet-voortzettingsvereiste. [40] In gelijke zin W.C.M. Martens, De deelnemingsvrijstelling in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, Deventer: Kluwer 2011, onderdeel [41] In gelijke zin onder meer W.C.M. Martens, De deelnemingsvrijstelling in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, Deventer: Kluwer 2011, onderdeel 6.4.4, de Redactie van de Vakstudie Nieuws in de aantekening bij het besluit in V-N 2010/36.2 en S.A.W.J. Strik, Cursus Belastingrecht Vpb E.d1.IV. 11

Weekblad. Belastingadvies is nog steeds een zaak voor heren ook als dat dames zijn. Hoog tijd voor modernisering liquidatieverliesregeling

Weekblad. Belastingadvies is nog steeds een zaak voor heren ook als dat dames zijn. Hoog tijd voor modernisering liquidatieverliesregeling 143 e jaargang 12 juni 2014 7053 Weekblad Drs. H. Bergman en mr. F. Herreveld (blz. 782) Belastingadvies is nog steeds een zaak voor heren ook als dat dames zijn Dr. A.W. Hofman (blz. 787) Hoog tijd voor

Nadere informatie

De liquidatieverliesregeling, van lelijk eendje naar mooie zwaan?

De liquidatieverliesregeling, van lelijk eendje naar mooie zwaan? De liquidatieverliesregeling, van lelijk eendje naar mooie zwaan? Naam: Arjan Bogaert Studie: Master Fiscale Economie ANR: 420356 Begeleider: Prof. Dr. J.A.G. Van der Geld Examencommissie: Prof. Dr. J.A.G.

Nadere informatie

Checklist Deelnemingsvrijstelling

Checklist Deelnemingsvrijstelling Checklist Deelnemingsvrijstelling Wie een (persoonlijke) holding bezit met daarin aandelen in een werkmaatschappij, zal al snel achter het belang van de deelnemingsvrijstelling komen. De deelnemingsvrijstelling

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 38029 30 december 2014 Vennootschapsbelasting. Fiscale eenheid. Wijziging van het besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/4620M,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 713 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verband met de invoering van een compartimenteringsreserve (Wet compartimenteringsreserve)

Nadere informatie

Elsevier Belastingcongres 2009

Elsevier Belastingcongres 2009 Elsevier Belastingcongres 2009 Reorganisaties Prof.mr. Gerard Meussen Radboud Universiteit Nijmegen/BDO 26.11.2009 G.T.K. Meussen 1 Inkomstenbelasting, leningen in box 1 of gefacilieerd in box 3 De terbeschikkingstellingsregelingen

Nadere informatie

Fiscale aspecten van aandelenvennootschappen met een dubbele vestigingsplaats

Fiscale aspecten van aandelenvennootschappen met een dubbele vestigingsplaats Fiscale aspecten van aandelenvennootschappen met een dubbele vestigingsplaats door Dr. M. van Dun 1997 KLUWER - DEVENTER Inhoudsopgave LUST VAN GEBRUIKTE AFKORTINGEN XVI 1 INLEIDING 1 2 DE ONTSTAANSGESCHIEDENIS

Nadere informatie

Keuzeregeling voor liquidatieverliezen Een voorstel tot wijziging van de liquidatieverliesregeling

Keuzeregeling voor liquidatieverliezen Een voorstel tot wijziging van de liquidatieverliesregeling Keuzeregeling voor liquidatieverliezen Een voorstel tot wijziging van de liquidatieverliesregeling R. Gielen LL.M., 1 mr. W.Y. Ip 2 en mr. L.J.A. Pieterse 3 1. Inleiding 1.1. De liquidatieverliesregeling:

Nadere informatie

Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving

Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving Geldend op 24-07-2009 - Besluit van 27 maart 2001; CPP 2001/366M De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris

Nadere informatie

Uitvoeringsbesluit aftrekbeperking bovenmatige deelnemingsrente

Uitvoeringsbesluit aftrekbeperking bovenmatige deelnemingsrente Uitvoeringsbesluit aftrekbeperking bovenmatige deelnemingsrente Artikel 1 Reikwijdte en definities 1. Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 13l en 15ad van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Nadere informatie

2014 -- Vennootschapsbelasting -- Deel 3

2014 -- Vennootschapsbelasting -- Deel 3 Programma voor vandaag Verliesverrekening (art. 20) Handel in verlies BV s (art. 20a) Coöperatieregeling (art. 9-1-g en 9-2) Deelnemingsvrijstelling (art. 13) Liquidatieverlies Winstdrainage (artt. 10a,

Nadere informatie

Gegevens belastingplichtige. Naam. Adres Postcode Plaats Telefoon. Inspectienaam Boekjaar van.. t/m

Gegevens belastingplichtige. Naam. Adres Postcode Plaats Telefoon. Inspectienaam Boekjaar van.. t/m Gegevens belastingplichtige Naam Adres Postcode Plaats Telefoon Inspectienaam Boekjaar van.. t/m Regeling functionele valuta van toepassing dit boekjaar? Ingangsdatum Valutacode Factor Koers Vpb aangifte

Nadere informatie

Voor wat betreft de rentebetalingen wordt verwezen naar onderdeel a hiervoor.

Voor wat betreft de rentebetalingen wordt verwezen naar onderdeel a hiervoor. Uitwerking tentamenopgave 1 (totaal 50 ptn) Opgave a; relevante fiscale aspecten voor 2007 (5 ptn) Voor 2007 zijn in principe alleen de beide leningen relevant. Voor wat betreft de betaalde optiepremie

Nadere informatie

De toepassing van het leerstuk van de onzakelijke lening op de ongebruikelijke terbeschikkingstelling

De toepassing van het leerstuk van de onzakelijke lening op de ongebruikelijke terbeschikkingstelling Erasmus Universiteit Rotterdam Erasmus School of Economics Bachelorscriptie NADRUK VERBODEN De toepassing van het leerstuk van de onzakelijke lening op de ongebruikelijke terbeschikkingstelling Naam Wopke

Nadere informatie

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936 CxS/oiaéi cas Den Haag, 22 OKT 2008 Kenmerk: DGB 2008-4936 X ^_ Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 08/03864) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 29 juli 2008, nr.

Nadere informatie

$ 100,000 (2punten) Pand gebruik genot $ 417,500 50% $ 208,750 Boekwaarde $ 250,000 -/- 1 Hypotheek $ 100,000 +/+ 1.

$ 100,000 (2punten) Pand gebruik genot $ 417,500 50% $ 208,750 Boekwaarde $ 250,000 -/- 1 Hypotheek $ 100,000 +/+ 1. Opgave 1 Activa Fiscale Werkelijke Passiva Fiscale Werkelijke boekwaarde waarde boekwaarde waarde Alternatief per goed Bedrijfspand 250,000 350,000 Kapitaal 337,500 667,500 getal 2 (x3) Voorraad 200,000

Nadere informatie

KPMG Meijburg & Co ABCD. Invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht

KPMG Meijburg & Co ABCD. Invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht Invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht Op 12 juni 2012 heeft de Eerste Kamer de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht en de Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 00 0 3 88 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 969 in verband met de invoering van een tussenregeling voor valutaresultaten op deelnemingen (Tussenregeling

Nadere informatie

De standaardvoorwaarden voor de juridische fusie: van standaard naar maatwerk?

De standaardvoorwaarden voor de juridische fusie: van standaard naar maatwerk? De standaardvoorwaarden voor de juridische fusie: van standaard naar maatwerk? mr. R.R. van der Heide 1 1. Inleiding Een internationaal concern is geen statische groep vennootschappen, maar vormt een dynamisch

Nadere informatie

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis?

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Aan de hand van bepaalde transacties wordt binnen groepen van vennootschappen soms gepoogd om winsten te verschuiven naar de vennootschappen

Nadere informatie

Transparante Vennootschap

Transparante Vennootschap Transparante Vennootschap Er is een Transparante Vennootschap (hierna: TV) ingevoerd. Een TV is een naamloze vennootschap (hierna NV) of een besloten vennootschap (hierna: BV) die verzcht heeft om voor

Nadere informatie

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 27 april 1994

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 27 april 1994 BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 27 april 1994 Vonnisnummer : 1993-040 (op CD rom Jurdoc 1994-040) Datum : 27 april 1994 Rechters : mrs. Warnink, Moltmaker en Ilsink Middel : winst Artikel : 6 Belastingjaar

Nadere informatie

Een rechtsvergelijking tussen een Nederlandse fiscale eenheid en een Duitse fiscale eenheid (Organschaft) in de vennootschapsbelasting

Een rechtsvergelijking tussen een Nederlandse fiscale eenheid en een Duitse fiscale eenheid (Organschaft) in de vennootschapsbelasting Bachelorthesis Een rechtsvergelijking tussen een Nederlandse fiscale eenheid en een Duitse fiscale eenheid (Organschaft) in de vennootschapsbelasting Naam: Studierichting: C.H.F.M. Franssen Fiscale Economie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 696 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 met het oog op het tegengaan van uitholling van de belastinggrondslag en het versterken

Nadere informatie

Besluit over prijsgeven van pensioen

Besluit over prijsgeven van pensioen Besluit over prijsgeven van pensioen Inleiding Met ingang van 1 januari 2013 bestaat een mogelijkheid tot het prijsgeven van in eigen beheer verzekerd pensioen. Deze regeling is opgenomen in artikel 19b

Nadere informatie

Besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/6832M, Staatscourant 2010, 20507

Besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/6832M, Staatscourant 2010, 20507 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Besluit heffingsrente Directoraat-generaal Belastingdienst, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/6832M, Staatscourant 2010, 20507

Nadere informatie

Bart van der Vorm HetRegister

Bart van der Vorm HetRegister Moeder-dochterfusie en zusterfusie: mooie middelen bij een herstructurering Bart van der Vorm Mr. B.L. van der Vorm FB is belastingadviseur bij ESJ Accountants & Belastingadviseurs te Breda. De civielrechtelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 272 Wijziging van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (aanpassing regime ter zake van de afkoop van verplichtingen tot alimentatie of tot verrekening

Nadere informatie

Vragen en antwoorden inzake het overgangsregime KEW, SEW en BEW

Vragen en antwoorden inzake het overgangsregime KEW, SEW en BEW Vragen en antwoorden inzake het overgangsregime KEW, SEW en BEW KENNISGROEP VERZEKERINGSPRODUCTEN 31 juli 2013 INLEIDING De Kennisgroep Verzekeringsproducten heeft na afstemming met het ministerie van

Nadere informatie

Auteur: R.E.J. Dolfin, Korvezeestraat 261, 2628DM Delft Telefoonnummer : 06-47116189 Studentnummer : 253953

Auteur: R.E.J. Dolfin, Korvezeestraat 261, 2628DM Delft Telefoonnummer : 06-47116189 Studentnummer : 253953 HET FACILIËREN VAN EEN INTERNE REORGANISATIE IN DE VENNOOTSCHAPSBELASTING Een vergelijkend onderzoek naar de verschillende faciliteiten in de vennootschapsbelastingwetgeving waarmee een interne reorganisatie

Nadere informatie

Overgangsrecht Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Overgangsrecht Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Overgangsrecht Invoeringswet IB 2001 Artikel IV. Overgangsrecht vennootschapsbelasting Sanctiebepaling participatiemaatschappijen Herwaardering onroerende zaken buitenlands belastingplichtigen A. Sanctiebepaling

Nadere informatie

ONZAKELIJKE LENINGEN IN

ONZAKELIJKE LENINGEN IN Weekblad fiscaal recht. 6956. 31 mei 2012 739 ONZAKELIJKE LENINGEN IN CONCERNVERBAND EEN PLEIDOOI VOOR EEN NIEUWE CONCERNFACILITEIT IN DE WET VPB 1969 DRS. F.M.A.M. VAN MERRIENBOER 1 1 Inleiding Al vaker

Nadere informatie

Dit besluit is per 1 januari 2015 vervangen door het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M) Het vervallen besluit is hierna opgenomen.

Dit besluit is per 1 januari 2015 vervangen door het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M) Het vervallen besluit is hierna opgenomen. Dit besluit is per 1 januari 2015 vervangen door het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M) Het vervallen besluit is hierna opgenomen. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der

Nadere informatie

Bachelor Thesis. Onzakelijke geldlening en de tbs-regeling:

Bachelor Thesis. Onzakelijke geldlening en de tbs-regeling: Bachelor Thesis Onzakelijke geldlening en de tbs-regeling: Welke criteria gelden er om een geldlening als fiscaal onzakelijk te kwalificeren en kan de fiscale behandeling bij de directeur groot aandeelhouder

Nadere informatie

Nieuwsbrief december 2012

Nieuwsbrief december 2012 Eindejaar tips voor de onderneming Voorkom toepassing van thin capitalization Zijn er in uw concern groepsleningen afgesloten? U kunt toepassing van de renteaftrekbeperking voor groepsleningen op grond

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 713 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verband met de invoering van een compartimenteringsreserve (Wet compartimenteringsreserve)

Nadere informatie

Wet Witteveen 2015 voor IBondernemers

Wet Witteveen 2015 voor IBondernemers Wet Witteveen 2015 voor IBondernemers Rogier van den Heuvel Met ingang van 1 januari wordt de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen ("Wet Witteveen

Nadere informatie

De onzakelijke lening opzij

De onzakelijke lening opzij De onzakelijke lening opzij Door: M.R. Haanraadts Studentnummer: 325456 Begeleider: M.H.M. Smeets Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 1.1 Aanleiding tot het onderzoek... 1 1.2 Probleemstelling... 2 1.3 Methode

Nadere informatie

2009 -- Bedrijfsadministratie - GBE3.2 (FE) - Deel 2

2009 -- Bedrijfsadministratie - GBE3.2 (FE) - Deel 2 GBE3.2 (FE) les 4 programma Wat is een fusie Bedrijfsoverdracht en bedrijfsfusie Bedrijfsfusie Juridische fusie Een fusie is het samengaan van twee meer ondernemingen die daarna als economische eenheid

Nadere informatie

Wet werken aan winst in Staatsblad

Wet werken aan winst in Staatsblad Wet werken aan winst in Staatsblad De Wet werken aan winst is op 12 december 2006 in het Staatsblad gepubliceerd. Dit betekent dat de meeste wijzigingen ingevolge deze wet op 1 januari 2007 in werking

Nadere informatie

De onzakelijke lening

De onzakelijke lening C. Olmtak LL.M. KPMG Tax & Legal Services Curaçao, 17 augustus 2011 De onzakelijke lening Vennootschappen hebben een continue financieringsbehoefte in het kader van de uitoefening van hun ondernemingsactiviteiten.

Nadere informatie

Lezing LWV. Ondernemen via een rechtspersoon: (schijn)veilig? Roermond, 7 juni 2012

Lezing LWV. Ondernemen via een rechtspersoon: (schijn)veilig? Roermond, 7 juni 2012 Lezing LWV Ondernemen via een rechtspersoon: (schijn)veilig? Roermond, 7 juni 2012 Casus 1: Een bestuurder van een BV beseft, dat het faillissement van de BV onvermijdelijk is. Hij laat de BV nog enkele

Nadere informatie

TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM

TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM met betrekking tot de Gecombineerde Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders (de"vergadering") van Insinger de Beaufort Umbrella Fund N.V. (de "Vennootschap")

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 381 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verband met de invoering van een aftrekverbod voor de aankoopkosten van een deelneming

Nadere informatie

Vennootschapsbelasting. Fiscale eenheid.

Vennootschapsbelasting. Fiscale eenheid. Vennootschapsbelasting. Fiscale eenheid. Directoraat-generaal Belastingdienst, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/4620M, Staatscourant 2010, 20684 De staatssecretaris

Nadere informatie

een goedkeuring voor pensioenregelingen met een toezegging van partner en wezenpensioen voor werknemers geboren voor 1950;

een goedkeuring voor pensioenregelingen met een toezegging van partner en wezenpensioen voor werknemers geboren voor 1950; Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 23 juni 2014, nr. BLKB2014/0351M De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten Dit besluit is een herziening van het besluit

Nadere informatie

Inkomstenbelasting. Direct durfkapitaal. Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten

Inkomstenbelasting. Direct durfkapitaal. Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten Inkomstenbelasting. Direct durfkapitaal Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten Besluit van 24 maart 2009, nr. CPP2009/170M, Stcrt. Nr. 68 De staatssecretaris

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2004 2005 29 686 Wijziging van enkele belastingwetten in verband met een herziening van de behandeling van de omzetting en kwijtschelding van afgewaardeerde

Nadere informatie

Tussenregeling voor valutaresultaten op deelnemingen.

Tussenregeling voor valutaresultaten op deelnemingen. ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Erasmus School of Economics Bachelorscriptie Fiscale Economie Tussenregeling voor valutaresultaten op deelnemingen. De aftrekbeperking van valutaresultaten in grensoverschrijdende

Nadere informatie

Wetsvoorstel Zorginstellingen en Deelnemingsrente vennootschapsbelasting. Cervus, juni 2012

Wetsvoorstel Zorginstellingen en Deelnemingsrente vennootschapsbelasting. Cervus, juni 2012 Wetsvoorstel Zorginstellingen en Deelnemingsrente vennootschapsbelasting Cervus, juni 2012 Agenda BOSAL-rente een korte terugblik Wanneer wordt BOSAL-rente een BOSAL-gat? Eerdere reparatievoorstellen Wetsvoorstel

Nadere informatie

Gevraagd 1. Wat is het fiscale gevolg voor Manager BV van de liquidatie van IJzerwerken BV?

Gevraagd 1. Wat is het fiscale gevolg voor Manager BV van de liquidatie van IJzerwerken BV? Oefententamen VPB (2) BLR4.2 FACBLR0142/8342/9042 jan 2010 Vraagstuk 1 Manager BV heeft in 2002 een tweetal deelnemingen aangeschaft, te weten Betonwerken BV en IJzerwerken BV. Voor Betonwerken BV betaalde

Nadere informatie

Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer

Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer Inleiding Dit memo bevat de argumenten voor de fiscale aftrek van de premie betreffende het vrijwillige gedeelte van een beroepspensioenregeling bij

Nadere informatie

Uitsluiting van buitenlandse verliezen

Uitsluiting van buitenlandse verliezen Uitsluiting van buitenlandse verliezen Bachelor Thesis Fiscale Economie Naam: L.S.M.M van Gennep Studierichting: Fiscale Economie ANR: 249703 Maand en jaar: November 2012 Docent: A.W. Hofman MSc Hoogleraar:

Nadere informatie

Fiscale eenheid. Met een grensoverschrijdend element. ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Erasmus School of Economics Bachelorscriptie

Fiscale eenheid. Met een grensoverschrijdend element. ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Erasmus School of Economics Bachelorscriptie ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Erasmus School of Economics Bachelorscriptie Fiscale eenheid Met een grensoverschrijdend element Naam: Sja iesta Sahebali Studentnummer: 339423 Begeleider: Dhr. drs. M. Nieuweboer

Nadere informatie

Bedrijfsfusie. Vennootschapsbelasting; bedrijfsfusie, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2008, 196

Bedrijfsfusie. Vennootschapsbelasting; bedrijfsfusie, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2008, 196 Vennootschapsbelasting; bedrijfsfusie, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2008, 196 De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten. In dit besluit is een aantal besluiten over de regeling

Nadere informatie

Bijlage 1: Algemeen. Indien deze bijlage niet voldoende is, maak dan een kopie van deze bijlage.

Bijlage 1: Algemeen. Indien deze bijlage niet voldoende is, maak dan een kopie van deze bijlage. Bijlage 1: Algemeen Indien deze bijlage niet voldoende is, maak dan een kopie van deze bijlage. 1 Bijlage 2: aandeelhouders Vul bijlage 2 in als het gaat om: een besloten vennootschap; een naamloze vennootschap

Nadere informatie

De flexibilisering van het B.V. recht

De flexibilisering van het B.V. recht Seminar De flexibilisering van het B.V. recht 6 juni 2012 Dagvoorzitter: Kees Goeman Sprekers: Dirk School Lisan Vermeer Govert Vorstenbosch Sirik Goeman 1 www.bgadvocaten.nl Bogaerts & Groenen advocaten

Nadere informatie

Alsnog aftrek voor eerder niet afgetrokken lijfrentepremies? Een. onderzoek naar het niet-toepassen van de hardheidsclausule (artikel 63

Alsnog aftrek voor eerder niet afgetrokken lijfrentepremies? Een. onderzoek naar het niet-toepassen van de hardheidsclausule (artikel 63 Rapport Alsnog aftrek voor eerder niet afgetrokken lijfrentepremies? Een onderzoek naar het niet-toepassen van de hardheidsclausule (artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen). Oordeel De

Nadere informatie

Weekblad voor Fiscaal Recht, Valutawinsten en renteaftrekbeperkingen; de gevolgen van HR 24 februari 2012

Weekblad voor Fiscaal Recht, Valutawinsten en renteaftrekbeperkingen; de gevolgen van HR 24 februari 2012 Page 1 of 7 Weekblad voor Fiscaal Recht, Valutawinsten en renteaftrekbeperkingen; de gevolgen van HR 24 februari 2012 Vindplaats WFR 2012/628 Bijgewerkt tot 10-05-2012 Auteur Drs. F.J. Elsweier en dr.

Nadere informatie

Aan de Koning. Naar aanleiding van het advies merk ik het volgende op.

Aan de Koning. Naar aanleiding van het advies merk ik het volgende op. > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Aan de Koning Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl Uw brief (kenmerk) Datum 15 september 2015 Betreft Nader

Nadere informatie

Het belang van een goed juridisch document

Het belang van een goed juridisch document Het belang van een goed juridisch document Ontbijtbijeenkomst Zwolle, 24 november 2011 Nanda van Bergen, Sanne van der Meulen en Silvia Martens-Pels Inleiding In de praktijk worden afspraken niet of nauwelijks

Nadere informatie

WPNR 2015(7059) Reactie op Flexibele (winst)uitkeringen, het is van tweeën één! van mr. L.W. Kelterman in WPNR (2015) 7049

WPNR 2015(7059) Reactie op Flexibele (winst)uitkeringen, het is van tweeën één! van mr. L.W. Kelterman in WPNR (2015) 7049 WPNR 2015/7059 Reactie mr. J.D.M. Schoonbrood en mr. drs. T.J.C. Klein Bronsvoort op publicatie: Flexibele (winst)uitkeringen, het is van tweeën één! van mr. L.W. Kelterman in WPNR (2015) 7049 & WPNR 2015(7059)

Nadere informatie

Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten

Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Inkomstenbelasting. Vennootschapsbelasting. (Op)waardering; willekeurige afschrijving; verruimde achterwaartse verliesverrekening. Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten

Nadere informatie

HET FISCALE-EENHEIDSREGIME IN DE

HET FISCALE-EENHEIDSREGIME IN DE 1682 HET FISCALE-EENHEIDSREGIME IN DE VENNOOTSCHAPSBELASTING RECENTE ONTWIKKELINGEN IN REGELGEVING EN RECHTSPRAAK 1 MR. G.C. VAN DER BURGT EN DRS. F.J. ELSWEIER 2 1 Inleiding Het met ingang van het jaar

Nadere informatie

33.3 TOELICHTING BIJ DE ENKELVOUDIGE WINST- EN VERLIESREKENING EN BALANS 33.4 GRONDSLAGEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE ENKELVOUDIGE JAARREKENING

33.3 TOELICHTING BIJ DE ENKELVOUDIGE WINST- EN VERLIESREKENING EN BALANS 33.4 GRONDSLAGEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE ENKELVOUDIGE JAARREKENING 33.3 TOELICHTING BIJ DE ENKELVOUDIGE WINST- EN VERLIESREKENING EN BALANS 33.4 GRONDSLAGEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE ENKELVOUDIGE JAARREKENING De enkelvoudige jaarrekening van USG People N.V. wordt opgesteld

Nadere informatie

Gegevens gefailleerde : Westerdijk Beheer B.V., Kamer van Koophandelnummer

Gegevens gefailleerde : Westerdijk Beheer B.V., Kamer van Koophandelnummer FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 6 Datum: 29 augustus 2012 In dit verslag worden de werkzaamheden en de stand van de boedel beschreven over de afgelopen periode. De curator baseert zich op aangetroffen gegevens

Nadere informatie

17 Winstbelasting binnen de fiscale eenheid

17 Winstbelasting binnen de fiscale eenheid 17 Winstbelasting binnen de fiscale eenheid Joop Witjes 17.1 Inleiding De fiscale comptabiliteit staat momenteel sterk in de belangstelling. We hoeven hierbij maar te denken aan initiatieven van het Ministerie

Nadere informatie

De liquidatieverliesregeling: De hoogte en het tijdstip van het in aanmerking nemen van het verlies nader unierechtelijk beschouwd

De liquidatieverliesregeling: De hoogte en het tijdstip van het in aanmerking nemen van het verlies nader unierechtelijk beschouwd ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM NADRUK VERBODEN De liquidatieverliesregeling: De hoogte en het tijdstip van het in aanmerking nemen van het verlies nader unierechtelijk beschouwd Door: M.R. Lugten MSc 13

Nadere informatie

Papillon, Philips, rechtbankuitspraken, infractieprocedure hoe nu verder met de grensoverschrijdende fiscale eenheid?

Papillon, Philips, rechtbankuitspraken, infractieprocedure hoe nu verder met de grensoverschrijdende fiscale eenheid? Papillon, Philips, rechtbankuitspraken, infractieprocedure hoe nu verder met de grensoverschrijdende fiscale eenheid? 357 Mr. G.C.F. van Gelder 1 Na een bespreking van de Papillon-zaak en de recente Philips-zaak

Nadere informatie

Vennootschapsbelasting. Toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Belastingdienst /Directie Vaktechniek Belastingen.

Vennootschapsbelasting. Toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Belastingdienst /Directie Vaktechniek Belastingen. 1 Vennootschapsbelasting. Toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Belastingdienst /Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit van 25 maart 2013,nr. BLKB2013/110M. De Staatssecretaris

Nadere informatie

Deelnemings vrij stelling

Deelnemings vrij stelling Deelnemings vrij stelling prof.mr.dr. P.G.H. Aïbert Sdu Uitgevers Den Haag Inhoudsopgave Voorwoord / Inleiding / Opzet van het boek / 5 1 Wettekst, wetsgeschiedenis en ratio van art. 13 Wet Vpb 1969 /

Nadere informatie

ESJ Accountants & Belastingadviseurs

ESJ Accountants & Belastingadviseurs ESJ Accountants & Belastingadviseurs Het realiseren van vermogen vanuit een vennootschap Juni 2013 Maurice de Clercq Programma Realiseren van vermogen 1. Inleiding 2. Emigratie België 3. Luxemburg/ Curaçao

Nadere informatie

Genoteerd. Juni 2014 - nummer 99. Problematiek met betrekking tot de kwalificatie van een (on)zakelijke lening

Genoteerd. Juni 2014 - nummer 99. Problematiek met betrekking tot de kwalificatie van een (on)zakelijke lening Genoteerd Juni 2014 - nummer 99 Problematiek met betrekking tot de kwalificatie van een (on)zakelijke lening In deze uitgave Inleiding Kwalificatie van een geldverstrekking als eigen of vreemd vermogen:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 689 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 teneinde beleggingsinstellingen de mogelijkheid te bieden om vastgoed te ontwikkelen

Nadere informatie

Nieuwe fiscale regels voor de exchangeable obligatielening

Nieuwe fiscale regels voor de exchangeable obligatielening Dit artikel uit is gepubliceerd door Boom Juridische uitgevers en is bestemd voor anonieme bezoeker Nieuwe fiscale regels voor de exchangeable obligatielening Inleiding Obligatieleningen kunnen, al dan

Nadere informatie

De grenzen van de grensoverschrijdende fiscale eenheid

De grenzen van de grensoverschrijdende fiscale eenheid De grenzen van de grensoverschrijdende fiscale eenheid Betreft: Verhandeling voor de Topmaster Directe Belastingen van het EFS Door: K.C. Willemars Tax Manager bij KPMG Meijburg & Co te Amstelveen Cursusjaar:

Nadere informatie

De gevolgen van een faillissement van een dochtermaatschappij binnen en buiten een fiscale eenheid

De gevolgen van een faillissement van een dochtermaatschappij binnen en buiten een fiscale eenheid De gevolgen van een faillissement van een dochtermaatschappij binnen en buiten een fiscale eenheid Naam: Samantha Mutsaers Administratienummer: 408313 Studierichting: Fiscale Economie aan de Universiteit

Nadere informatie

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE. van 6.12.2012. over agressieve fiscale planning

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE. van 6.12.2012. over agressieve fiscale planning EUROPESE COMMISSIE Brussel, 6.12.2012 C(2012) 8806 final AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 6.12.2012 over agressieve fiscale planning NL NL AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 6.12.2012 over agressieve fiscale

Nadere informatie

A. Het in het belastbaar inkomen 1998 begrijpen van het voordeel uit het tegen inkoopsprijs aankopen vaneen auto, groot fl 15.000.

A. Het in het belastbaar inkomen 1998 begrijpen van het voordeel uit het tegen inkoopsprijs aankopen vaneen auto, groot fl 15.000. C/& Z^o^jr Edelhoogachtbaar College, y> "2_ Op 17 februari j.l. is door mij namens C igllllllpljp te IHllIll^, hierna belanghebbende, beroep in cassatie aangetekend tegen de uitspraak van het Gerechtshof

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 21 januari 2013 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 21 januari 2013 heb ik de eer het volgende op te merken. Den Haag, 2 6 F E B 2013 Kenmerk: DGB 2013-384 Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 13/00280) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 4 december 2012, nr. 11/00501, X inzake

Nadere informatie

Suggesties voor het Belastingplan 2016

Suggesties voor het Belastingplan 2016 Suggesties voor het Belastingplan 2016 Het Register Belastingadviseurs (hierna: RB) heeft het afgelopen jaar met waardering kennis genomen van de verschillende fiscale maatregelen die het kabinet heeft

Nadere informatie

Gegevens gefailleerde : Westerdijk Beheer B.V., Kamer van Koophandelnummer

Gegevens gefailleerde : Westerdijk Beheer B.V., Kamer van Koophandelnummer FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 8 Datum: 25 februari 2013 In dit verslag worden de werkzaamheden en de stand van de boedel beschreven over de afgelopen periode. De curator baseert zich op aangetroffen gegevens

Nadere informatie

138 De Pensioenwereld in 2014

138 De Pensioenwereld in 2014 17 138 De Pensioenwereld in 2014 Beleggingen 139 EU-claims: geen grijs gedraaide plaat Auteurs: Susan Groot Koerkamp en Erwin Nijkeuter In de meeste Europese landen worden of werden buitenlandse pensioenfondsen

Nadere informatie

Aftrekbaarheid van aan- en verkoopkosten van een deelneming: duidelijke richtlijn of op hoop van zegen?

Aftrekbaarheid van aan- en verkoopkosten van een deelneming: duidelijke richtlijn of op hoop van zegen? Aftrekbaarheid van aan- en verkoopkosten van een deelneming: duidelijke richtlijn of op hoop van zegen? Wat is doorslaggevend als het gaat om de aftrekbaarheid van aan- of verkoopkosten van een deelneming?

Nadere informatie

Vennootschapsbelasting. Bedrijfsfusie. Toepassing artikel 14, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 1

Vennootschapsbelasting. Bedrijfsfusie. Toepassing artikel 14, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 1 Vennootschapsbelasting. Bedrijfsfusie. Toepassing artikel 14, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 1 Vennootschapsbelasting. Bedrijfsfusie. Toepassing artikel 14, tweede lid, van de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 323 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en enige andere wetten in verband met enkele aanpassingen inzake de fiscale eenheid

Nadere informatie

DE FISCALE IMPACT VAN PREFERENTE

DE FISCALE IMPACT VAN PREFERENTE 653 DE FISCALE IMPACT VAN PREFERENTE AANDELEN MR. G.C.F. VAN GELDER 1 1 Inleiding Om verschillende redenen, fiscaal en niet-fiscaal, kan gebruik worden gemaakt van preferente aandelen. Een preferent aandeel

Nadere informatie

Buitenlandse activiteiten: hoe fiscaal te structureren? 08 February 2011

Buitenlandse activiteiten: hoe fiscaal te structureren? 08 February 2011 Buitenlandse activiteiten: hoe fiscaal te structureren? Buitenlandse activiteiten: hoe fiscaal te structureren? 08 February 2011 Buitenlandse activiteiten Factoren en vragen, o.a.: 100% dochter, joint

Nadere informatie

De fiscale werking van de onzakelijke lening opzij m.b.t. tot het afwaarderingsverlies en liquidatieverlies

De fiscale werking van de onzakelijke lening opzij m.b.t. tot het afwaarderingsverlies en liquidatieverlies De fiscale werking van de onzakelijke lening opzij m.b.t. tot het afwaarderingsverlies en liquidatieverlies Naam : Ashanti Eustace Erasmus Universiteit Bachelor Fiscale Economie Begeleider: Rolph van Ovost

Nadere informatie

Regeling met België inzake ontslaguitkeringen

Regeling met België inzake ontslaguitkeringen Regeling met België inzake ontslaguitkeringen Besluit 22-06-2006 nr CPP2006-1404 Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling. Sector Ontwerp. Aspectgebied Internationaal belastingrecht

Nadere informatie

De onzakelijke lening:

De onzakelijke lening: Na de baanbrekende arresten in 2011 en 2012 over de onzakelijke lening, is er de afgelopen jaren nog veel (verfijnende) jurisprudentie verschenen. De auteur behandelt deze jurisprudentie en verwacht dat

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 950 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2014) Nr. 4 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 12 juni 2014 Het

Nadere informatie

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen Mr. Almer M.A. de Beer 1 De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen Wanneer is een houdstervennootschap beleidsbepalend? 1 Werkzaam bij Arenthals

Nadere informatie

Kluwer Online Research

Kluwer Online Research Vakblad Financiële Planning Terbeschikkingstelling: een update Kluwer Online Research Auteur: Drs. J.E. van den Berg[1] Tussen november 2011 en mei 2012 zijn enkele belangrijke uitspraken en arresten verschenen

Nadere informatie

RB EINDEJAARSTIPS EN AANDACHTSPUNTEN 2014/2015

RB EINDEJAARSTIPS EN AANDACHTSPUNTEN 2014/2015 Vennootschapsbelasting Verzoek om voorlopige verliesverrekening van 80% Als de vennootschap 2012 met winst heeft afgesloten maar in 2013 een verlies heeft geleden, is het mogelijk om een verzoek in te

Nadere informatie

Vennootschapsbelastingtarief 2013 2012. Tarief voor belastbaar bedrag t/m 200.000 20% 20% Tarief over het meerdere 25% 25%

Vennootschapsbelastingtarief 2013 2012. Tarief voor belastbaar bedrag t/m 200.000 20% 20% Tarief over het meerdere 25% 25% Houd grip op de fiscale risico s als uw bv een stamrecht- of pensioensverplichting is aangegaan Fiscale spelregels 2013 voor uw bv Enkele belangrijke actualiteiten voor het ondernemen in de bv voor u op

Nadere informatie

Inhoud. A Inleiding 3

Inhoud. A Inleiding 3 Belastingdienst Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over overgangsrecht kapitaal verzekeringen eigen woning (KEW), spaarrekeningen eigen woning (SEW) en beleggingsrechten eigen woning (BEW) Inhoud

Nadere informatie