1. LEERGEBIED LICHAMELIJKE OPVOEDING

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "1. LEERGEBIED LICHAMELIJKE OPVOEDING"

Transcriptie

1 1. LEERGEBIED LICHAMELIJKE OPVOEDING 1.1. INLEIDING ALGEMENE DOELSTELLINGEN BEGINSITUATIE DOELSTELLINGEN 4wegwijzer 4ontwikkelingsdoelen 4motorische competenties 4gezonde en veilige levensstijl 4zelfconcept en het sociaal functioneren DIDACTISCHE EN METHODOLOGISCHE ORIENTERINGSPUNTEN 4visietekst lichamelijke opvoeding 4domeinen 4motorische competenties 4gezonde en veilige levensstijl 4zelfconcept en het sociaal functioneren MEDIA EVALUATIE ONDERWIJSTIJD BIBLIOGRAFIE SAMENSTELLING VAN DE COMMISSIE 52

2 1.1. INLEIDING Leren bewegen en leren door bewegen Enerzijds wordt onze maatschappij gekenmerkt door een sterke afname van de lichaamsbeweging in het dagelijkse leven. Er gaat vaak overwegend aandacht naar intellectuele prestaties. Anderzijds zorgen het toenemende vrijetijdsethos, de herontdekking van het lichaam en van de natuur voor een grotere belangstelling voor sportbeoefening. Ook kleuters groeien op in deze maatschappij waar beweging al dan niet wordt verwaarloosd. Ze kunnen bijgevolg een grote verscheidenheid vertonen wat hun bewegingservaringen betreft. De school dient met deze maatschappelijke evoluties rekening te houden. Het onderwijs binnen lichamelijke opvoeding vertrekt vanuit bewegingssituaties en leidt tot vaardigheden die kleuters in staat stellen bewegingsproblemen op te lossen. Het wil niet alleen bijdragen tot een optimale motorische en fysieke ontwikkeling, maar ook tot de ontwikkeling van een gezonde en veilige levensstijl, van het zelfconcept en het sociaal functioneren. Dit veronderstelt van de kleuterschool een evenwaardige erkenning van de verschillende persoonlijkheidscomponenten en hun onderlinge samenhang. Vanuit deze eenheidsgedachte dienen motorische, cognitieve, dynamisch-affectieve en sociale vaardigheden dus op een geïntegreerde wijze aan bod te komen in onze activiteiten. Bij de kleuters gaan we uit van de kind-eigen motoriek in hun ontmoeting met de wereld. Kinderen spelen en bewegen volgens hun persoonlijke verhouding tot die wereld. Via bewegingsactiviteiten in bewegingssituaties streven we competenties na die de kleuters in staat stellen om te functioneren, deel te nemen aan en hun weg te vinden in de samenleving. Lichamelijke opvoeding maakt een integrerend deel uit van de totale persoonlijkheidsontwikkeling. Bewegingsactiviteiten kunnen dus niet enkel als losstaande activiteiten worden beschouwd, maar moeten in relatie worden gezien met alle andere opvoedende activiteiten uit ons aanbod. Lichamelijke opvoeding moet enerzijds leren bewegen (bewegingsontwikkeling) inhouden en anderzijds leren door bewegen (beweging om de wereld te leren kennen)! Inleiding 2

3 1.2. ALGEMENE DOELSTELLINGEN Via lichamelijke opvoeding willen we ontwikkelingsdoelen nastreven die betrekking hebben op drie groepen doelstellingen: het ontwikkelen van motorische competenties van kinderen; het ontwikkelen van een gezonde en veilige levensstijl; het ontwikkelen van het zelfconcept en het sociaal functioneren. Binnen deze groepen tracht men te voorzien in een aanbod waarin de verschillende componenten van de totale persoonlijkheidsontwikkeling in hun onderlinge samenhang worden ontwikkeld. Daarom worden de motorische, de cognitieve, de dynamisch-affectieve en de sociale vermogens geïntegreerd aangesproken in bewegingsactiviteiten. Op motorisch gebied worden de fysieke en de psychomotorische vermogens ontwikkeld. De kleuters verwerven een reeks basisvaardigheden die nodig zijn om deel te nemen aan onze bewegingscultuur en nuttig zijn in het dagelijks leven. Op cognitief gebied draagt het handelend denken bij tot de ontwikkeling van de intellectuele vermogens. Via bewegingsactiviteiten vindt geleidelijk een evolutie plaats naar denkend handelen. Op dynamisch-affectief vlak leren de kleuters zichzelf en anderen kennen en accepteren in bewegingssituaties. De ontwikkeling van een positief zelfbeeld en de wil om iets te leren worden nagestreefd. Op sociaal vlak leren de kleuters samenwerken, elkaar helpen en steun verlenen. Er vindt een evolutie plaats van egocentrisme naar sociale integratie. Met lichamelijke opvoeding beogen we, uitgaande van het kind, in en via bewegingssituaties: de motorische en fysieke ontwikkeling van kinderen; zelfredzaamheid en weerbaar functioneren in uiteenlopende omstandigheden; persoonsvorming en sociale vorming. Algemene doelstellingen 3

4 1.3. BEGINSITUATIE We verwijzen hiervoor naar deel 1 van het leerplan. Beginsituatie 4

5 1.4. DOELSTELLINGEN Wegwijzer ONTWIKKELINGSLIJN De ontwikkelingsdoelen (de basisdoelstellingen voor het kleuteronderwijs) zijn uitgezet in een ontwikkelingslijn (O.L.). Ze zijn bedoeld als oriënteringspunten waaraan een kleuterschool haar inspanningsverplichting kan afwegen. Het kleuteronderwijs kenmerkt zich door een zeer specifieke beginsituatie (cf. deel 1 van het leerplan) en is bovendien geen verplichte vorm van onderwijs. Vandaar dat men op het einde ervan niet mag of kan verwachten dat de nagestreefde ontwikkelingsdoelen reeds door alle kleuters zijn bereikt. De ontwikkelingsdoelen (O.D.) zijn cursief gedrukt en vergezeld van het corresponderende nummer van de Decretale tekst en uitgangspunten. Ze worden voorafgegaan door / indien ze zowel voor jongere als oudere kleuters van toepassing zijn en door indien ze vooral bij oudere kleuters worden nagestreefd. Een doelstelling kan, afhankelijk van de situatie, reeds haalbaar zijn bij de jongere kleuters of daar alleszins reeds occasioneel aan bod komen. Vanzelfsprekend bepaalt niet de leeftijd van de kinderen in eerste instantie welke activiteiten voor hen geschikt zijn: welke doelstellingen de kleuteronderwijzer(es) met zijn/haar groep nastreeft, is afhankelijk van het ontwikkelingsniveau dat de kinderen bereikt hebben. In de ontwikkelingslijn (O.L.) worden de verschillende moeilijkheidsgraden binnen het ontwikkelingsdoel gespecificeerd. Eén komt dus overeen met de eerste punten in de ontwikkelingslijn, terwijl twee betrekking hebben op de laatste punten in de ontwikkelingslijn. De doelstellingen worden telkens verduidelijkt met herkenbare voorbeelden (aangeduid met ), die slechts exemplarisch zijn bedoeld. Soms hebben deze voorbeelden een opklimmende moeilijkheidsgraad. Dit wordt aangeduid met Doelstellingen wegwijzer 5

6 Motorische competenties 1. ZELFREDZAAMHEID IN KINDGERICHTE BEWEGINGSSITUATIES 1.1. Lichaams- en bewegingsbeheersing De kleuters: / kunnen diverse ruimtelijke hindernissen nemen d.m.v. klimmen en klauteren stappen, lopen en springen. (O.D. 1.1.) Ontwikkelingslijn (O.L.): - van sluipen, kruipen en klauteren naar klimmen en vorderen binnen opeenvolgende hindernissen; - van op en af stappen van hindernissen naar stappen over hindernissen. een bewegingsomloop (met lage en eenvoudige hindernissen) uitvoeren klimmen op een klimrek een trap vlot op- en afgaan overstappen van een klimrek op een ander klimrek / kunnen de eigen bewegingsbaan stoppen, richten en wijzigen afhankelijk van statische en dynamische objecten: andere bewegers, obstakels, bewegende voorwerpen. (O.D. 1.2.) - van lokaliseren van een plaats binnen de ruimte naar aanpassen van het bewegen aan richtingen, afstanden en meerdere objecten; - van beweging afremmen naar aanleiding van statische hindernissen naar stoppen op een gegeven teken; - van aanvankelijk niet kunnen ontwijken naar aanpassen van de bewegingsbaan aan andere kleuters. een speeltuig (fietsje, autoband, ) verder duwen en tijdig tegenhouden bij het zien van obstakels in de speelzaal lopen en andere kleuters of bewegende obstakels (rijdende fietsjes, kleuters met wandelwagen, ) kunnen ontwijken tijdens een tikspel de tikker kunnen ontwijken / kunnen het evenwicht behouden in verplaatsingen en bij houdingen op diverse steunvlakken. (O.D. 1.3.) - van balanceren op een breed steunvlak naar balanceren op smalle, hoge en licht labiele steunvlakken; - van steunen, zichzelf vasthouden en klemmen naar ontdekken van verschillende lichaamshoudingen in deze steunfuncties. dwars over een Zweedse bank liggen over een schuine bank gaan op één been staan, op een verhoogd toestel staan op de tenen lopen, op de hielen lopen, van blok tot blok stappen, op een dik gekronkeld touw stappen Doelstellingen domein motorische competenties 6

7 per twee met de rug tegen elkaar rechtkomen over de smalle kant van een Zweedse bank lopen / kunnen het eigen lichaamsgewicht veilig opvangen d.m.v. landen en vallen. (O.D. 1.4.) - van onmiddellijk vallen, met handensteun overeind blijven naar spontaan door de knieën buigen tijdens het landen. verschillende landingsvlakken verkennen (zand, gras, water, matten, kussens, ) aanlopen en duiken op een dikke landingsmat vanaf een verhoog springen naar vastgekleefde hoepels / kunnen onder begeleiding kleuteraangepast materiaal veilig heffen, dragen en verplaatsen. (O.D. 1.5.) - van kleine, eenvoudig hanteerbare voorwerpen naar grotere, moeilijker te hanteren voorwerpen; - van een zelfstandige naar een gezamenlijke opdracht. helpen bij het plaatsen van materiaal (blokken, hoepels, kegels, ballen, ) samen met een andere kleuter een landingsmatje op de aangeduide plaats leggen / kunnen met een eenvoudig bewegingsantwoord snel reageren op auditieve, visuele en tactiele signalen. (O.D. 1.6.) - van starten en stoppen op signaal naar veranderen van een beweging; - van enkelvoudige naar meervoudige opdrachten; - van één soort signaal (vooral auditief) naar verschillende soorten signalen (auditief, visueel, tactiel); - van regelmatig herhalen van gekende opdrachten (om snel te leren reageren) naar nieuwe opdrachten. in de zaal kruipen/rollen onder handtromgeroffel en stoppen met kruipen/rollen als het roffelen ophoudt kleuters lopen voorwaarts in dezelfde richting, op teken van de handtrom veranderen ze van richting (achterwaarts lopen), een nieuw teken betekent terug voorwaarts lopen, éénmaal in de handen klappen: op de rug gaan liggen tweemaal in de handen klappen: op de buik gaan liggen driemaal in de handen klappen: omhoog springen in de zaal lopen en stoppen bij het zien van een rode plaat of verder lopen bij het zien van een groene plaat zo snel mogelijk naar de overkant lopen bij het voelen van een tik op je rug Doelstellingen domein motorische competenties 7

8 1.2. Complexe lichaams- en bewegingsorganisatie De kleuters: kunnen voor verschillende basisbewegingen de ledematen functioneel en gecoördineerd inschakelen. (O.D. 1.7.) voeren de voornaamste basisbewegingen uit zonder teveel overtollige meebewegingen. (O.D. 1.8.) - van totaal in blok bewegen (dicht bij de lichaamsas) naar het verkennen en meer gedifferentieerd gebruik maken van verschillende lichaamsdelen; - van meebewegen van het symmetrische lichaamsdeel (rechterhand draait, linkerhand draait mee) van dezelfde lichaamshelft (rechtervoet opheffen om op de bank te stappen, rechterarm wordt eveneens geheven) van het gelaat (tong uitsteken tijdens tekenen, mond open en dicht doen tijdens het knippen met een schaar) naar gecoördineerde bewegingen zonder teveel overtollig meebewegen; - van fragmentarisch (niet samenhangend) naar harmonisch (vloeiend) bewegen. eenvoudige kleuterdansjes uitvoeren waarbij de kleuters moeten klappen, stampen, handen draaien, lichaamsdelen aantikken, tijdens het krachtig springen de armen meezwaaien als ondersteuning van de beweging enkele malen vlot na elkaar van hoepel tot hoepel springen, springen met afwisselend benen spreiden en sluiten en klappen, gelijktijdig of afwisselend stappen en klappen, springen stappen en een bal omhoog gooien en vangen kunnen vlot en spontaan de zijkanten van het lichaam gebruiken en zijwaarts bewegen. (O.D. 1.9.) - van gebruik van de voor- en achterwaartse en op- en neerwaartse dimensie van het lichaam naar gebruik van de zijkanten. al zittend/liggend wiegen en schommelen als een boomstam over de mat rollen vlot zijwaarts heen en weer springen over een lage hindernis (touw, lage bank, ) zijwaarts omhoog stappen op een schuin gehaakte bank zijwaarts uitwijken voor een tikker / kunnen twee bewegingen aan elkaar schakelen. springen - van uitvoeren van één beweging naar het aan elkaar schakelen van meerdere bewegingen. klimmen, zitten en van de glijbaan glijden vlot aan elkaar schakelen een aanloop inschakelen om over een verhoog te Doelstellingen domein motorische competenties 8

9 / kunnen de armen en benen afwisselend bewegen. (O.D. 1.10) - van enkelvoudige en gelijktijdige symmetrische bewegingen naar asymmetrische bewegingen. lopen, klimmen, kruipen met gekruiste coördinatie van armen en benen al liggend trappelen 1.3. Voorkeurlichaamszijde De kleuters: tonen een duidelijke linker of rechter voorkeur voor éénhandige taken. (O.D ) - van totaal bewegen naar het ontdekken van de symmetrische opbouw van het lichaam en de voorkeurlichaamshelft; - van tweehandig naar met de voorkeurhand manipuleren van voorwerpen. een emmertje met een bekertje (zand of water) vullen een bal naar een doel rollen een bal onder een elastiek door trappen met de rechterhand de linkerknie aantikken en omgekeerd kunnen hun voorkeurhand tonen, wanneer het expliciet gevraagd wordt. (O.D ) - van gebruiken naar bewust tonen van de voorkeurlichaamszijde. de hand tonen waarmee wordt getekend tonen in taken waar tweehandigheid vereist is een duidelijke taakverdeling in gebruik van linker- en rechterhand (-voet). (O.D ) - van geen voorkeurlichaamszijde naar voorkeurlichaamshelft (dominante) en ondersteunende lichaamshelft; - van eenhandig (-voetig) en met twee handen (voeten) samen bewegen naar het ontwikkelen van een functionele asymmetrie voor verschillende motorische vaardigheden. trekken en duwen blokken stapelen met één hand een ballon vasthouden en hem met de andere hand wegslaan krantenstok met één hand een bal vasthouden en hem met een wegslaan met één voet een blokje vooruit schuiven Doelstellingen domein motorische competenties 9

10 met één voet een lijn trekken in het zand 1.4. Lichaamsopbouw De kleuters: / kunnen zelf actief omgaan met wijzigingen in de lichaamshouding rekening houdend met de omgeving. (O.D ) - van aanvoelen en kennen van het eigen lichaam en zijn begrenzing naar aanvoelen en ervaren van het eigen lichaam en zijn begrenzing t.o.v. elementen uit de omgeving; - van eenvoudige houdingen en bewegingen nabootsen naar houdingen en bewegingen uitvoeren na verbale opdrachten. zich heel klein maken om zich te verstoppen achter een bananendoos door een hoepel stappen kruip onder het touw zonder dat je het aanraakt / tonen in het bewegen dat ze de opbouw van het lichaam aanvoelen en kennen en dat ze intuïtief rekening houden met de lichaamsopbouw en met lichaamsgrenzen en -verhoudingen. (O.D ) - van lichaamsdelen tonen naar lichaamsdelen benoemen; - van houdingen nabootsen naar houdingen benoemen; - van lichaamsbewegingen nabootsen naar lichaamsbewegingen benoemen; - van een lichaamsdeel verstoppen (ontdekken van grootte en vorm) naar meten en vergelijken; - van aanvoelen van lichaamsdelen en lichaamsbegrenzing naar aanvoelen van de onderlinge relaties; - van houdingen en bewegingen uitvoeren na verbale opdrachten naar zelfstandig en spontaan houdingen en bewegingen uitvoeren. een lichaamsdeel aantikken en het benoemen (en omgekeerd) een houding tonen die de kleuter kan nadoen en benoemen liggen zodat je voeten hoger zijn dan je knieën staan zodat je hoofd lager is dan je zitvlak meten of onze handen even groot zijn als onze voeten experimenteren met de eigen spanwijdte bij het overschrijden van een hindernis spontaan uittesten in welke bewegingssituaties men kan staan, zitten, liggen, omgekeerd experimenteren met omgekeerde houdingen zoals hangen, Doelstellingen domein motorische competenties 10

11 1.5. Rustervaringen De kleuters: / kunnen komen tot rustervaringen. (O.D ) - van motorische onrust naar het zich kunnen afsluiten van sensorische prikkels en bewust tot rust komen; - van het zich bewust worden en behouden van de onbeweeglijkheid naar het bewust worden van het in- en uitademen. met het hoofd op een kussen/knuffel uitrusten van het spelen ontspannen liggen op de mat terwijl de kleuteronderwijzer(es) een rustig liedje zingt onbeweeglijk stil blijven liggen onder een doek de kleuters masseren de rug van elkaar verschillende ledematen los schudden een kleuter sleept een andere kleuter aan de voeten over de grond zeepbellen blazen zijkanten van de met de handen op de schouders, de buik of de borstkas de eigen ademhaling aanvoelen 1.6. Complexe ruimte- en tijdsfactoren De kleuters: kunnen in de ruimte snel een afgesproken plaats terugvinden en er rekening mee houden. (O.D ) - van concrete plaatsaanduidingen dicht bij zichzelf naar meer abstracte plaatsbepalingen die een mentale voorstelling inhouden (dit alleen of met anderen, eventueel gekoppeld aan het begrip snelheid en na auditief, visueel en tactiel signaal). in een hoepel staan vooraleer de tikker je kan pakken verstoppertje spelen snel op de lijn door de zaal lopen en bij het horen van een fluitsignaal gaan zitten kunnen tijdens het bewegen rekening houden met plaatsaanduidingen. (O.D ) - van doelgericht bewegen naar en in functie van naar het zichzelf kunnen plaatsen t.o.v. voorwerpen of personen, ook tijdens beweging. een plaats kiezen in de ruimte waar men door andere kleuters niet wordt geraakt figuren vormen, opstellingen aannemen Doelstellingen domein motorische competenties 11

12 tikspelen met uitwijk- en verlosplaatsen ( als je in een hoepel staat, mag je niet worden getikt, als je met gespreide benen staat, kan je worden verlost ) kunnen handelend rekening houden met een te overbruggen afstand. (O.D ) - van zelf bewegen of bewegingen van een voorwerp naar inschatten van de ruimte tussen zichzelf en een voorwerp. zichzelf verplaatsen bij overbruggen van afstanden: schuiven, springen naar en over, klimmen, klauteren op en over, verscheidene voorwerpen (ballon, sjaal, bal, ) werpen en mikken naar, ook in verschillende richtingen (voorwaarts, opwaarts, schuin, hoog, laag, ) wisselende afstanden kiezen voor vang- en werpspelen springen op, over, onder, door, van, (bank, touw, ) spontaan hulpmiddelen kiezen om een bepaalde hoogte te bereiken lopen en springen ook in combinatie met andere oefeningen (springen van een verhoog en na landing voorwaarts rollen, draaisprong maken, buiklig aannemen, ) kunnen in eenvoudige bewegings- en spelsituaties de meest efficiënte bewegingsrichting kiezen. (O.D ) - van voor jezelf een afgesproken bewegingsrichting aanhouden naar dit ook toepassen in combinatie met andere personen en voorwerpen die meebewegen. frontaal tegenover elkaar staan en de rug van de tegenstander proberen te tikken experimenteren met hoofdrichtingen (voorwaarts, opwaarts, ) en niveaus (hoog, laag, tussenin, ) in korte bewegingsopdrachten (opwaarts op het klimrek, voorwaarts en laag door een tunnel, ) inhibitie van beweging en veranderen van snelheid en ritme (uitwijken, heen- en teruglopen, lopen zonder botsen, hindernissen ontwijken, tikker ontwijken, ) rugwaartse en zijwaartse bewegingen leren kennen en toepassen aan mekaar schakelen van bewegingsrichtingen en deze combineren met variaties van voortbewegen (de volgende opdrachten na elkaar uitvoeren in combinatie met lopen, huppelen, springen, : onder een lage hindernis, opwaarts over schuine bank, een kring vormen rond een kegel, ) balspelen om rollen, werpen en vangen vanuit verschillende richtingen te oefenen Doelstellingen domein motorische competenties 12

13 passen de eigen beweging aan aan de snelheid en het tempo van bewegende objecten, of aan de tijdsduur van auditieve signalen. (O.D ) - van toevallig samenvallen van het bewegen met externe tijdsfactoren naar gericht afstemmen van het bewegen op snelheden, tempo s, tijdsduur en bewegingsbanen. vangen en werpen met voorwerpen die traag bewegen (ballon, sjaal, ) een bal naar de overkant rollen en hem daarna voorbij lopen jongleren met ballen achtervolgingsspelletjes en tikspelen met één of meerdere tikkers met een andere kleuter even vlug naar de overkant lopen een sjaal in de lucht gooien en op de grond gaan liggen als hij op de grond valt naar de overkant lopen tot de kleuteronderwijzer(es) zich omdraait (1-2-3-piano) stoelendans passen het eigen bewegingsritme spontaan aan aan een eenvoudig opgelegd ritme. (O.D ) - van toevallig meebewegen op een tempo naar beter afstemmen van bewegingen op het tempo en de accenten van een (muzikaal) ritme en op de bewegingen van andere kleuters. muziek aanbieden en laten bewegen samen met de kleuteronderwijzer(es) bewegen op muziek bewegingen ontdekken op een bepaald tempo samen een lappenpop in een doek opwerpen naargelang het ritme van de muziek spontaan stappen, lopen of huppelen kunnen twee of meer opeenvolgende hindernissen nemen. (O.D ) - van zeer concreet naar meer abstract bewegingsbanen afwerken. op en van de bank af, doorlopen tot aan de hoepel en erdoor kruipen bewegingsreeksen met dezelfde bewegingen bewegingsomloop met verschillende hindernissen kunnen doelgericht een beweging onderbreken en laten opvolgen door een andere beweging. (O.D ) van boven naar beneden, weg en weer, open en toe, groot en klein Doelstellingen domein motorische competenties 13

14 zoeken zelf een uitvoeringsvolgorde in een bepaalde opstelling van toestellen. (O.D ) - van gekende en doelgerichte bewegingen naar nieuwe bewegingservaringen met nieuwe toestellen. spelmateriaal aanbieden waardoor kleuters spontaan verschillende bewegingen na elkaar uitvoeren (touw: zwaaien, ; bank: over schuiven, over wandelen, op en af stappen, over springen, ) een hindernissenreeks nemen volgens eigen voorkeur (op drie opeenvolgende matten telkens een verschillende beweging uitvoeren) 2. GROOT-MOTORISCHE EN KLEIN-MOTORISCHE VAARDIGHEDEN IN GEVARIEERDE SITUATIES 2.1. Groot-motorische vaardigheden De kleuters: / tonen een toenemende bedrevenheid in basisbewegingen met betrekking tot de kind-eigen bewegingscultuur. (O.D ) - van stappen naar lopen, galopperen, huppelen en hinken; - van individueel wegduwen, slaan, rollen en tegenhouden van hanteermateriaal (ballen, ) naar meer gericht werpen, vangen, sluiten, trappen en andere vormen van hanteren in individuele, eenvoudige spelvormen; - van rollen over de lengteas naar voorzichtig voorwaarts tuimelen en duikelen aan toestellen; - van glijden, trekken en duwen, heffen en dragen naar hangen en zwaaien, schommelen, fietsen, gaan op handen en voeten, op twee voeten naar de andere kant van de zaal springen zigzag lopen, springen over een touw rollen met en stoppen van voorwerpen ballon in de lucht gooien, bal kaatsen rollen rond de lengteas over de mat, over schuin vlak koprol op de mat tussen kegels touwtrekken, elkaar naar één kant van de zaal proberen duwen (per twee en met de handpalmen tegen elkaar) hangen en schommelen aan een touw, zigzag fietsen Doelstellingen domein motorische competenties 14

15 / tonen actieve bewegingspogingen om de eigen behendigheidsgrens volgens eigen aanvoelen te verleggen. (O.D ) - van vertrouwde bewegingssituaties naar het zelf bedenken van nieuwe bewegingsvariaties. exploreren van bewegingstoestellen verkennen van bewegingsuitdagingen van diverse materialen, een nieuwe omgeving, de natuur 2.2. Klein-motorische vaardigheden De kleuters: / kunnen klein-motorische vaardigheden in verschillende situaties voldoende nauwkeurig gedoseerd en ontspannen uitvoeren. (O.D ) - van grijpen en loslaten, klemmen, aantikken, duwen, krabbelen, wrijven, vegen, wringen, scheuren, naar doelgericht en functioneel aanwenden. een pittenzak van de ene hand in de andere werpen zelf een prop krantenpapier maken en van de ene kleuter naar de andere werpen / kunnen de functionele grepen gebruiken voor het hanteren van voorwerpen. (O.D ) - van een totaal ruw bewegen naar een harmonisch afgestemd gebruik van schouder, elleboog, pols en vingers. met linten lussen maken in de lucht in zit een bal eerst met de hand, daarna alleen met de vingers rond het lichaam rollen tussen een bal met behulp van de hand, de vinger, een stokje hindernissen loodsen tonen een toenemende bedrevenheid in het functioneel aanwenden van kleinmotorische vaardigheden. (O.D ) basisbewegingen bij volksspelen (tollen, knikkeren, bikkelen, sjoelbak, petanque, ) 3. OPEENVOLGENDE HANDELINGEN De kleuters: 3.1. kunnen een eenvoudige reeks van opeenvolgende handelingen uitvoeren binnen bewegingsactiviteiten. (O.D ) afwisselend gaan en huppelen springen en afwisselend de benen spreiden en sluiten drie getoonde bewegingen in de juiste volgorde nabootsen in een kinderdansje de opeenvolgende bewegingen zelfstandig uitvoeren (volksdans, vogeltjesdans, ) Doelstellingen domein motorische competenties 15

16 bal al lopend omhoog werpen en vangen zaklopen estafettespelen 4. BEWEGINGSANTWOORDEN De kleuters: 4.1. / kunnen een gepast bewegingsantwoord geven op eenvoudige speltaken, bewegingsopdrachten, afspraken en regels. (O.D ) - van één passend bewegingsantwoord op een non-verbale bewegingsopdracht naar twee of meerdere passende bewegingsantwoorden; - van één passend bewegingsantwoord op een verbale opdracht naar twee of meerdere passende bewegingsantwoorden. samen een parachute op en neer bewegen geleide bewegingsspelen (spel met regels) 5. HANDELEND OMGAAN MET BETEKENISINHOUDEN De kleuters: 5.1. / tonen in het handelend omgaan met betekenisinhouden een toenemend begrijpen, toepassen en verwoorden van: - spelideeën van kinderspelen; - lichaams-, bewegings-, ruimte- en tijdsbegrippen, facetten van fysische kennis; - voorstellingen (fantasie); - symbolen en hun interpretatie, begrippen. (O.D ) - van een gevarieerd ervaren van het lichaam en facetten van ruimte en tijd naar het begrijpen, actief toepassen en kunnen verwoorden. met dozen en doeken zelf tot een spel komen begrijpen wat verstoppertje inhoudt, beurtelings een beweging uitvoeren verwoorden in en uit de hoepel springen snel en traag ervaren via lopen kort en lang ervaren door af te passen een afstand meten door af te springen in een kinderdansje een bewegingsvorm kiezen en zelf een beweging bedenken bij een bepaald fantasiebeeld en uitvoeren pijlen volgen in een parcours bij het zien van een verbodsteken een handeling stoppen 6. OPLOSSEN VAN KIND-AANGEPASTE BEWEGINGSPROBLEMEN Doelstellingen domein motorische competenties 16

17 De kleuters: 6.1. / kunnen geconcentreerd bezig blijven met een bewegingsprobleem. (O.D ) een probleem hebben bij het verspringen en telkens de beweging herhalen 6.2. / tonen belangstelling voor aangereikte oplossingsstrategieën. (O.D ) spontaan observeren hoe een andere kleuter een beweging uitvoert en dit proberen na te doen 6.3. / tonen pogingen tot verwoorden van gestelde acties. (O.D ) op de speelplaats legt een kleuter aan een andere kleuter uit hoe hij moet mikken 6.4. kunnen creatief verschillende oplossingen voorstellen. (O.D ) voorwaarts of achterwaarts in een hoepel springen 6.5. kunnen geleerde bewegingsprincipes toepassen in andere bewegingssituaties. (O.D ) na het aanleren van het klimmen op een sportraam, deze vaardigheid ook uitproberen aan andere (geschikte) toestellen 6.6. / kunnen zelfstandig en zoekend bezig zijn met het oplossen van bewegingsproblemen. vallen - van tevredenheid met een eerste oplossing naar belangstelling voor andere oplossingen en actief zoeken en uitproberen van meerdere bewegingsantwoorden. door de ruimte lopen zonder te botsen op elkaar op een Zweedse bank elkaar kruisen zonder eraf te 7. SENSORISCHE PRIKKELS De kleuters: 7.1. / kunnen gerichte aandacht opbrengen voor verschillende sensorische prikkels en deze rustig laten inwerken. (O.D ) - van aandacht voor één sensorische prikkel naar aandacht voor meerdere sensorische prikkels. de ogen sluiten en horen uit welke richting een geluid komt geblinddoekt voelen wie er voor je staat languit op de grond slapen en bij het aantikken van een lichaamsdeel rustig wakker worden het figuurtje dat op je rug wordt getekend, natekenen 8. BEWEGING ALS EXPRESSIE- EN COMMUNICATIEMIDDEL Doelstellingen domein motorische competenties 17

18 De kleuters: 8.1. / tonen in hun vrije spel en in geleide opdrachten een spontaan aanwenden van beweging als expressie- en communicatiemiddel. (O.D. 1.40) - van nabootsen tot zelf kiezen en beslissen. naar een voorwerp wijzen om het te krijgen genieten bij het schommelen galopperen zoals een paard, lopen als een haas tonen hoe blij we zijn als we mama zien (in de lucht springen, handen omhoog, ) zelf kiezen welke bewegingen ze willen uitvoeren bij het uitbeelden van een verhaal Doelstellingen domein motorische competenties 18

19 Gezonde en veilige levensstijl 1. AANZET TOT FYSIEKE FITHEID De kleuters: 1.1. / nemen zelf initiatief om groot-motorisch te bewegen. (O.D. 2.2.) - van exploreren en experimenteren van eigen bewegingsmogelijkheden naar spontaan toepassen van bewegingsmogelijkheden in diverse situaties. creatieve oefeningen zoeken met schoenendozen tijdens de speeltijd op het klimrek spelen fietsen doorheen een verkeersparcours 1.2. / beleven zichtbaar plezier aan fysieke inspanningen. (O.D. 2.3.) - van spontaan uiten (lachen, blij zijn, ) en dat laten zien naar spontaan uiten en het verwoorden. stoeien met plezier blijven meedoen aan een activiteit die inspanning vergt verwoorden wat ze fijn vonden tijdens de watergewenning 1.3. / behouden de natuurlijke vitaliteit en bereidheid om fysieke inspanningen te leveren. (O.D. 2.1.) bewegen bij het horen van muziek uitdagingen om te bewegen (schattenjacht, schipper mag ik overvaren, ) 2. ONTWIKKELING VAN EEN OPTIMALE FYSIEKE FITHEID De kleuters: 2.1. / ontwikkelen een correcte lichaamshouding. (O.D. 2.4.) - van ervaren van de opbouw van het lichaam en de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende lichaamsdelen naar het combineren van de verschillende lichaamsdelen; - van aanvoelen en aannemen van een juiste lichaamshouding naar bekomen van een evenwichtige lichaamsbouw en fysiologische ontwikkeling. oefeningen rond kruipen, sluipen, klimmen en klauteren, de handen op het hoofd, de knieën, de schouders, leggen lopen en ondertussen de armen in gekruiste coördinatie meezwaaien rechtop zitten aan tafel, schouders recht bij het staan, 2.2. / behouden hun natuurlijke lenigheid. (O.D. 2.5.) Doelstellingen domein gezonde en veilige levensstijl 19

20 (onderhouden van spiersoepelheid en gewrichtsbeweeglijkheid) in spreidzit voorover buigen met de handen de voeten raken zonder de knieën te buigen 2.3. / kunnen in diverse spelsituaties de nodige kracht tonen om het eigen lichaamsgewicht en kleuter-aangepast spelmateriaal te verplaatsen en te dragen. (O.D. 2.6.) (ontwikkelen van kracht) een andere kleuter op een matje voortduwen zich als een slang onder een touw voorttrekken hangen en zwaaien aan een toestel per twee een hoepel vasthouden en elkaar over een krijtlijn proberen trekken via speelse opdrachten samen met de kleuters een omloop opbouwen en terug opruimen 2.4. kunnen een fysieke inspanning een tijdlang volhouden. (O.D. 2.7.) (ontwikkelen van uithouding) - van een beperkt uithoudingsvermogen naar een toenemend vermogen tot korte intense inspanningen en een langere bewegingsduur. gedurende een activiteit afwisselend een korte tijd lopen en een korte tijd uitblazen vlug ballen van de ene doos naar de andere overbrengen op het fluitsignaal zo vlug mogelijk in de kring komen als een schaduw achter een andere kleuter lopen en op signaal omdraaien na intens lopen enkele keren krachtig uitblazen een plukje watten enkele keren in de lucht blazen 2.5. kunnen eenvoudige verplaatsingsvormen op snelheid uitvoeren. (O.D. 2.8.) (ontwikkelen van snelheid) zo snel mogelijk naar een kegel kruipen sprinten naar de overkant van de zaal snel weglopen voor een tikker zo vlug mogelijk de bovenste sport van het sportraam tikken snel fietsen 3. EFFECTEN VAN FYSIEKE FITHEID Doelstellingen domein gezonde en veilige levensstijl 20

21 De kleuters: 3.1. herkennen effecten van fysieke fitheid op het eigen lichaam en kunnen dat op hun manier verwoorden. (O.D. 2.9.) - van ervaren van effecten zonder er rekening mee te houden naar het herkennen en verwoorden van effecten. bij inspanning lichaamsgewaarwordingen als zweten, snel ademen, een verhoogde hartslag vaststellen 4. HYGIENE De kleuters: 4.1. / ontwikkelen een goede hygiënische gewoonte en weten dat zij schoeisel en kledij moeten aanpassen aan de omstandigheden. (O.D. 2.10) bij een bewegingsactiviteit spontaan de gympantoffels aandoen hulp vragen wanneer zijn kledij hem stoort in zijn bewegen zich warm aankleden na een fysieke inspanning Doelstellingen domein gezonde en veilige levensstijl 21

22 Zelfconcept en het sociaal functioneren 1. OMGAAN MET BEWEGINGSSITUATIES De kleuters: 1.1. / kunnen speels bezig zijn met de eigen beweging en lichamelijkheid. (O.D. 3.2.) - van exploreren van en experimenteren met het eigen lichaam en/of bewegingsmaterialen naar persoonlijke invulling geven aan een bewegingsopdracht. op de grond over elkaar rollen, glijden, bewegingen initiëren die de anderen imiteren 1.2. tonen in het experimenteergedrag dat ze de eigen mogelijkheden en begrenzingen aanvoelen. (O.D. 3.3.) - van aanvankelijk onzeker, zoekend, aftastend bewegen naar reflecteren en beter zicht krijgen op mogelijkheden en beperkingen. Zoek in je eigen ruimte naar je verste punten voor, achter, boven, onder, zij. weten hoe hoog hij kan klimmen om zonder hulp weer van het toestel te komen het tempo volgen van een kleuter die met de handen en/of voeten op de grond tikt iemand traag naar de overkant vervoeren 1.3. / tonen een intrinsieke belangstelling om diverse nieuwe bewegingssituaties te verkennen. (O.D. 3.1.) spontaan bewegingsmogelijkheden van eigen lichaam en/of mogelijkheden met bewegingsmateriaal verkennen 2. ZELFVERTROUWEN IN BEWEGINGSSITUATIES De kleuters: 2.1. tonen een rustige aanwezigheid in het eigen lichaam, voelen de eigen grenzen en tonen een vertrouwdheid met de eigenheid van het lichaam. (O.D. 3.4.) - van zoekend bewegen, via succeservaringen, naar bewegen met zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen. aanvoelen wanneer zijn partner comfortabel en ontspannen over zijn dijen ligt, als hij hem de rug wil masseren kracht aanwenden om te beletten dat hij in handen- en knieënstand omver wordt geduwd door zijn partner 3. BEWEGINGSLUST Doelstellingen domein zelfconcept en het sociaal functioneren 22

23 De kleuters: 3.1. / tonen een persoonlijke stijl in spontane expressie. (O.D. 3.6.) hoge sprongen maken en tegelijkertijd een vreugdekreet uiten zelf een beweging zoeken voor begroeten, vallen en staan, die bewegingen aan mekaar vastkleven, herhalen en aan anderen kenbaar maken 3.2. tonen in diverse bewegingssituaties een variatie aan innerlijk beleven. (O.D. 3.5.) - van primaire reacties als lachen en huilen naar diverse uitingsvormen met een eigen dynamiek. eigen bewegingsvorm hanteren bij een begroeting (take 5, ) lichaam ontspannen, vanuit ruglig opzij rollen, de spanning aanhouden en dan ontspannen doorrollen 4. ZICH MOTORISCH EN EMOTIONEEL UITEN De kleuters: 4.1. / durven de eigen bewegingsvormen en behendigheden tonen. (O.D. 3.7.) - van voorzichtig aftasten, via positief bevestigend ervaren, naar zelfzeker bewegen. met een partner rug aan rug zitten en die proberen weg te duwen in frontale zit elkaar bij de handen vastpakken en samen proberen recht te staan zonder de handen los te laten 4.2. / kunnen zich emotioneel uiten binnen aanvaardbare grenzen. (O.D. 3.8.) zorgen voor je partner door hem tegen je lichaam te laten aanzitten en hem zacht heen en weer te wiegen in een deken door anderen worden gewiegd 4.3. vinden een evenwicht tussen de eigen handelingsstijl en de acceptatie door anderen. - van aanvankelijk uitsluitend begaan zijn met zichzelf naar het leren rekening houden met anderen zich binnen de groep bewegen met zijn individueel bewegingstemperament 5. FUNCTIONEEL EN RESPECTVOL OMGAAN MET DE ANDER EN HET ANDERE De kleuters: Doelstellingen domein zelfconcept en het sociaal functioneren 23

24 5.1. kunnen in bewegingssituaties respectvol rekening houden met de veiligheid en de vermogens van andere kleuters en passen hun handelingen aan. (O.D. 3.9.) - van signalen van anderen waarnemen en erop inspelen naar verantwoordelijkheid opnemen voor en vertrouwen geven aan anderen. in frontale lig, zit of rechtopstaand de handpalmen, de voeten, het hoofd, tegen elkaar plaatsen en bewegingsvormen leiden, ondergaan en overnemen zonder verbale communicatie tijdens een ontsnappingspoging uit een omklemming geraken zijn beurt afwachten en tragere kleuters niet van de mat duwen 5.2. / kunnen kleuter-aangepast materiaal uithalen en weer opbergen op de afgesproken plaats. (O.D ) via pictogrammen materiaal vinden en de plaats van opbergen terugvinden 5.3. kunnen materiaal op de geëigende manier gebruiken. (O.D ) niet zitten op ballen bepaalde voorwerpen opheffen i.p.v. wegslepen 6. AFSPRAKEN De kleuters: 6.1. / kunnen binnen een eenvoudige spelvorm één tot twee spelregels opvolgen. (O.D ) - van individueel functioneren met de kleuteronderwijzer(es) naar het aanvaarden van afspraken enkel van hem/haar. rekening houden met een afspraak rond het start- en eindsignaal met meerdere kleuters een kleuter/materiaal rollen, wegslepen, een wachtbeurt opnemen wanneer hij wordt aangetikt spiegelbeeld spelen 6.2. gaan spontaan over tot het maken van eenvoudige afspraken binnen het functioneren in subgroepjes. (O.D ) - van individueel functioneren in de groep met afspraken naar zelfstandig spelen in subgroepjes met een aanzet tot afspraken. samen een grote brug vormen waar men onder, over en door kan en daarvoor de nodige afspraken respecteren Doelstellingen domein zelfconcept en het sociaal functioneren 24

25 1.5. DIDACTISCHE EN METHODOLOGISCHE ORIENTERINGSPUNTEN Tien bouwstenen voor onderwijs binnen lichamelijke opvoeding ontwikkeling 1. SLUIT AAN BIJ HET JUISTE ONTWIKKELINGSNIVEAU doelstellingen 2. KIES DE ACTIVITEITEN IN FUNCTIE VAN DE DOELSTELLINGEN speelleersituaties 3. BOUW SPEELLEERSITUATIES OP aanbod 4. BIED ACTIVITEITEN AAN OP EIGEN INITIATIEF EN OP INITIATIEF VAN DE KLEUTERS, AL DAN NIET UITGAANDE VAN VERSCHILLENDE MATERIALEN integratie 5. INTEGREER BEWEGINGEN IN VEEL VERSCHILLENDE ACTIVITEITEN persoonlijkheid 6. STIMULEER VIA BEWEGING DE SOCIALE EN EMOTIONELE ONTWIKKELING communicatie 7. BESTEED AANDACHT AAN COMMUNICATIE VIA BEWEGING reflectie 8. STIMULEER VIA BEWEGING HET DENKPROCES EN LEER KLEUTERS HUN BEWEGINGSGEDRAG AANPASSEN domeinen 9. VERDEEL JE AANDACHT OVER MOTORISCHE COMPETENTIES, GEZONDE EN VEILIGE LEVENSSTIJL EN ZELFCONCEPT EN HET SOCIAAL FUNCTIONEREN expressie 10. LAAT KLEUTERS ZICHZELF UITEN Did. en meth. oriënteringspunten visie 25

26 ontwikkeling 1. Sluit aan bij het juiste ontwikkelingsniveau ONTWIKKELINGSNIVEAU De ontwikkeling van kinderen is een continu proces. Ook voor lichamelijke opvoeding geldt dat we dit dynamisch gebeuren ondersteunen, wanneer we inspelen op het juiste ontwikkelingsniveau van elke kleuter. Dit houdt dus in dat werken beneden het motorisch ontwikkelingsniveau van het kind weinig bevorderend is voor zowel zijn motorische groei als zijn betrokkenheid en motivatie, terwijl werken boven het niveau van het kind indruist tegen een gezond en efficiënt begeleidingsproces. Enkel door te werken op het juiste niveau bieden we het kind de kans zichzelf in beweging te ontplooien. Wanneer we onrealistisch hoge eisen stellen (bv. bij het spelen van een spel met reglementen en opdrachten werken die boven het niveau van het kind uitreiken), dan stimuleren we alleen frustratie en ontgoocheling. Zelfs de bewegingsdrang die bij elk kind spontaan aanwezig is, kan hierdoor geheel worden ontnomen. ONTWIKKELINGSGERICHT ONDERWIJS Ontwikkelingsgerichte basisvorming moet gelijktijdig: het ontwikkelingsniveau eerbiedigen en het kind in zijn totaliteit met al zijn persoonlijkheidskenmerken aanspreken; de relatie van het kind met zijn omringende wereld als vertrekpunt nemen (kinderspel); de elementaire, natuurlijke bewegingspatronen van kinderen en de progressieve verwerving van houdings- en bewegingsbeheersing in één geheel combineren. Ontwikkelingsgericht onderwijs houdt in dat we via ons aanbod het kind steeds uitdagen tot een volgend stapje in de ontwikkeling. Daarom moeten de bewegingssituaties zo gekozen worden dat ze aantrekkelijk zijn en de kleuter uitdagen wat inzicht, durf en verwacht bewegingsgedrag betreft (zone van naaste ontwikkeling). Ook positieve aanmoediging is een vereiste om ontwikkelingsbevorderend te werken. Bv. veilige bewegingssituaties aanbieden waarin de kleuters veel ruimte hebben om individueel te exploreren en te experimenteren. Bv. aan een gekende omloop andere materialen toevoegen, zodat de kleuters worden aangezet tot het zoeken van nieuwe bewegingen. Bv. voldoende vrijheid bieden tot het nemen van initiatief en het maken van afspraken. Alhoewel we heden ten dage worden geconfronteerd met een uitgebreid aanbod van bewegingsactiviteiten (babybasket, peuterzwemmen, kleuterturnen, ), stellen we toch vast Did. en meth. oriënteringspunten visie 26

27 dat de moderne en verstedelijkte samenleving een verarming van de bewegingservaringen heeft teweeggebracht. Nochtans hebben jonge kinderen van nature uit een grote behoefte aan exploreren en bewegen. Wanneer kleuters buiten de school onvoldoende kansen hebben om explorerend en vanuit eigen fantasie en creativiteit bezig te zijn, moet het kleuteronderwijs deze tekorten zeker compenseren. Oorzaken van tekorten in bewegingsspel thuis kunnen zijn: niet meer op straat kunnen spelen; weinig ruime speelplaatsen; in een flat wonen; tv-cultuur; kleine gezinnen met als gevolg weinig speelvriendjes binnen de gezinssituatie; buitenshuis werkende ouders die weinig tijd hebben voor actieve vrijetijdsbesteding. doelstellingen 2. Kies de activiteiten in functie van de doelstellingen Did. en meth. oriënteringspunten visie 27

28 Het volstaat niet om activiteiten te plannen enkel in functie van de behandelde thema s. Er zijn nl. thema s die zich er moeilijk toe lenen om binnen hun kader activiteiten rond lichamelijke opvoeding te organiseren. De kleuteronderwijzer(es) moet eerst en vooral een ontwikkelingsreflex vertonen en een antwoord formuleren op volgende vragen: In welke fase van de motorische ontwikkeling bevindt het kind zich? Waar werken we naar toe? Via het antwoord op deze vragen voorzien we in een veelheid aan activiteiten en werkvormen. Deze worden gekozen in functie van de doelstellingen die we willen nastreven en/of bereiken. Welke de na te streven doelstellingen (uitgezet in ontwikkelingslijnen) zijn, wordt in hoofdstuk 1.4. Doelstellingen verduidelijkt. We hanteren hiervoor een onderverdeling in drie domeinen: motorische competenties, gezonde en veilige levensstijl, zelfconcept en het sociaal functioneren. speelleersituaties 3. Bouw speelleersituaties op Did. en meth. oriënteringspunten visie 28

29 De ontwikkeling van kinderen verloopt als een continu proces doorheen het spel. Voor kinderen is bewegingsspel meer dan motorisch oefenen. Ze bewegen omdat het hun manier is van onderzoeken, ondernemen en contact leggen. Spel dat louter op beweging en op herhaling gericht is, treffen we aan bij zeer jonge kinderen. Langzamerhand komt het bewegen in dienst te staan van andere spelactiviteiten. Zo kan bv. bewegingsspel leiden tot rollenspel en vice versa. Bv. het lopen in galloppas kan overgaan tot het spel van cowboy en indiaan of cowboy te paard. Bv. een kleuter kan balanceren op een bank of zwiepplank omdat hij Zwarte Piet speelt die over de daken loopt. Tijdens het spelen leggen de kleuters zichzelf ook stilaan meer regels op. Bv. als je hoger staat, mag je niet worden aangetikt. Bv. als je van het sportraam weg wil, moet je minstens van de tweede sport afspringen. Wanneer we situaties creëren die uitnodigen tot exploreren en experimenteren, waarin elke kleuter zich kan uiten op zijn manier en zijn bewegingsmogelijkheden kan uittesten, bieden we gedifferentieerde kansen tot motorisch handelen. In dit handelen kan elke kleuter, aansluitend bij zijn ontwikkelingsniveau, leren. Bv. in een bewegingslandschap zijn mogelijkheden voorzien om ergens op te klimmen en er weer af te springen. Toestellen op verschillende hoogtes worden hierbij ingeschakeld. Voor de ene kleuter blijkt het overstappen naar een nieuwe hoogte reeds een uitdaging te zijn, terwijl een andere kleuter hiervoor een extra stimulans (aanmoediging of technisch hulpmiddel) van de kleuteronderwijzer(es) nodig heeft. aanbod 4. Bied activiteiten aan op eigen initiatief en op initiatief van de kleuters, al dan niet uitgaande van verschillende materialen Did. en meth. oriënteringspunten visie 29

30 EEN GEVARIEERD AANBOD 1. Variatie in het activiteitenaanbod en de bewegingsactiviteiten Schema van mogelijke activiteiten: VRIJ SPEL VAARDIGHEDEN met klein materiaal GELEID SPEL VAARDIGHEDEN met groot materiaal BASISBEWEGINGEN RITMISCH BEWEGEN SPELEN IN OPEN LUCHT ZICH BEWEGEN IN HET VERKEER BEWEGINGSEXPRESSIE SPELEN IN WATER BEWEGEN IN DE KLAS Bv. binnen vaardigheden met groot materiaal oefenden de kleuters reeds op de toestellen, nu biedt de kleuteronderwijzer(es) enkel banken aan. Bv. variëren in soorten spelen: tikspelen, spelen zonder winnen, waarnemingsspelen, 2. Variatie in de bewegingsruimten en het materiaal Met bewegingsruimten wordt bedoeld: turnzaal, speelzaal, grasveld, speelplaats, hal, brede gang, bos, tuin, Kleuters kunnen overal spelen. Bv. in een ruime hal spelen met voddenballen, ballonnen, knikkers, 3. Variatie in de basisvaardigheden en doelstellingen De activiteit opbouwen vanuit de vooropgestelde basisvaardigheden is fundamenteel voor activiteiten binnen lichamelijke opvoeding. Dit zal eveneens helpen om de eigen creativiteit en fantasie van de kleuteronderwijzer(es) aan te vullen. Door een bepaalde basisbeweging voorop te stellen, zullen de beginsituatie, de doelstellingen en het bewegingslandschap telkens weer anders zijn. Deze denkwijze zal aanleiding geven tot het aanbieden van activiteiten die kleuters als nieuw of anders ervaren. Bv. een bewegingslandschap om de basisbewegingen klimmen en klauteren in te oefenen, kan een volgende keer worden aangepast om springen en diepspringen te accentueren. Did. en meth. oriënteringspunten visie 30

31 OOK OP INITIATIEF VAN DE KLEUTER De kleuter kan naar aanleiding van een verhaal, een belevenis, activiteiten van ouders, broers of zussen, met ideeën komen aandraven. Wuif deze voorstellen niet weg, maar tracht samen met de kleuters deze ideeën meer vorm te geven, uit te diepen en uit te proberen. Bv. Kathleen en Anke bootsen al spelend de aerobiclessen van mama na. Met kleuteraangepaste muziek en bewegingen kunnen we dit ook eens met de hele klas spelen. integratie 5. Integreer bewegingen in veel verschillende activiteiten Fout! Schakeloptie-instructie niet opgegeven. Did. en meth. oriënteringspunten visie 31

32 DE WERELD ONTDEKKEN De kleuter doet ervaringen op vanuit zijn omringende wereld als één geheel, niet in aparte impressies of indrukken. Het zijn totaalbelevingen. Er komen dagelijks een hele reeks ervaringen op de kleuter af, die hij moet verwerken en waarbij hij hulp nodig heeft. Deze hulp om zijn begrip van de wereld te vergroten, wordt voornamelijk geboden door de kleuteronderwijzer(es). DOE JE VIA BEWEGING Het aangewezen middel om de omringende ervaringswereld te ontdekken en te structureren is beweging. Beweging kan een doel op zich zijn, maar het is tevens een middel om de omgeving te verkennen en te ordenen. Door zelf te bewegen en door met de beweging van anderen rekening te houden, ontdekt het kind de wereld, de ordening ervan en zijn plaats erin. IN EEN VEELHEID VAN ACTIVITEITEN Taalactiviteiten: bij alle bewegingsopdrachten heeft het kind taal nodig. Het gebruikt zelf taal om bewegingen, houdingen, ruimtelijke begrippen, spelregels, te verwoorden. Voor alle expressieve activiteiten zijn het lichaam en de motoriek van belang. Het kind geeft immers uiting van zijn gevoelens, opgedane indrukken en gedachten via beweging. Het gebruikt lichaamstaal. In thema s en projecten rond wereldoriëntatie is beweging eveneens een niet te verwaarlozen gegeven. Hoeveel indrukken doen kleuters niet op tijdens een stevige wandeling in de natuur? Beweging kan in alle activiteiten een diepere vulling en beleving geven aan verschillende aangebrachte begrippen ( aan den lijve leren ). Bv. met ons lichaam een driehoek maken. Bv. rondlopen, een vriendje zoeken en samen verder lopen. De kleuters vormen nu een paar. Ze klappen eerst in hun eigen handen en dan tegen de handen van hun vriendje. De kleuteronderwijzer(es) vraagt hoeveel paar handen er meedoen aan hun klapspelletje. Leren bewegen en leren door bewegen houdt in dat de kleuter zijn motorische vaardigheden ontwikkelt en positief evolueert in de cognitieve, dynamisch-affectieve en sociale componenten van zijn gedrag tijdens bewegingsactiviteiten. persoonlijkheid 6. Stimuleer via beweging de sociale en emotionele ontwikkeling EMOTIONEEL WELBEVINDEN Did. en meth. oriënteringspunten visie 32

33 Het aanbieden van gepaste spel- en bewegingssituaties, veelvuldig aanmoedigen en creëren van succeservaringen dragen er in belangrijke mate toe bij dat de kleuter zich emotioneel gaat welbevinden. Ervaart het kind ik doe dit goed, dan zal het zich goed voelen en is de basis gelegd voor zelfvertrouwen, durf en openheid. Een positief zelfbeeld uit zich in positief gedrag, dat dan weer positief wordt bekrachtigd en het zelfbeeld nog versterkt. Wanneer de kleuter zich goed voelt en zich aanvaard weet, dan functioneert hij beter. Er ontstaat een zekere bewegingsvreugde, spelvreugde waarbinnen een betere totale ontplooiing ontstaat. Bovendien stellen kleuters die zich goed in hun vel voelen, zich weerbaar op t.o.v. hun omgeving. Ze willen dat we rekening houden met hen, dat we hen respecteren zoals ze zijn. Kleuters die zich assertief opstellen laten niet over zich heen lopen. Ze komen op voor zichzelf, voor hun eigen wensen, noden en verlangens en zullen niet zomaar ingaan op bevelen of voorstellen van anderen als die hun eigen belangen zouden schaden. SAMEN MET ANDEREN Tijdens bewegingsactiviteiten samen spelen, materiaal delen, zijn beurt afwachten, rekening houden met anderen, samenwerken om een opdracht te doen lukken, winnen of verliezen dit helpt in de sociale ontwikkeling. Bv. de kleuter speelt met een bal. Hij ervaart zichzelf in relatie met de bal in de grote speelruimte. Al spelend met de bal doet hij ervaringen op. Door de keuze van het object zijn de bewegingservaringen van de kleuter anders dan wanneer hij bv. speelt met kranten of kaasdoosjes. Hij moet tijdens het spelen rekening houden met, denken, De omgeving beïnvloedt zijn handelen, terwijl zijn gedrag eveneens een wijziging brengt in het milieu. De kleuter kan overgaan naar spelen met vriendjes of spelen met vriendjes met de bal. BEWEGEN EN DENKEN Inzichtelijk denken, een idee verwoorden, een beweging juist benoemen, gevoelens uitspreken, een situatie vertellen (dit vraagt ruimte- en tijdsinzicht), kunnen pas wanneer de kleuter deze situaties zelf heeft beleefd. Het verwerven van inzicht in de situaties gebeurt al spelend. Pas nadat de kleuter het handelen kent, kan hij abstractie maken van de reële situatie en handeling. Bv. in de fantasie van de kleuter kan een grote doos zijn auto worden. Hij kan vertellen waar de auto naartoe rijdt, dat hij moet remmen voor een rood licht, dat hij over een hobbelige weg rijdt, dat hij moet stoppen voor de slagbomen van een overweg, communicatie 7. Besteed aandacht aan communicatie via beweging Did. en meth. oriënteringspunten visie 33

Ontwikkelingsdoelen. 1. Motorische competenties. Fundamentele basiscompetenties Lichaams- en bewegingsbeheersing. Lichaams- en bewegingsorganisatie

Ontwikkelingsdoelen. 1. Motorische competenties. Fundamentele basiscompetenties Lichaams- en bewegingsbeheersing. Lichaams- en bewegingsorganisatie Ontwikkelingsdoelen 1. Motorische competenties Fundamentele basiscompetenties Lichaams- en bewegingsbeheersing 1. De leerling beweegt zich doorheen diverse ruimtelijke hindernissen. 2. De leerling behoudt

Nadere informatie

Olympische kleuterspelen

Olympische kleuterspelen Olympische kleuterspelen Aansluiten bij het project en/of de actualiteit Hoofddoelen: -De aandacht van de kleuters kunnen vestigen op het ervaren van vriendschap en plezier bij het samen bewegen en uiteindelijk

Nadere informatie

Spelletjes: moeilijkheidsgraad makkelijk

Spelletjes: moeilijkheidsgraad makkelijk Spelletjes: moeilijkheidsgraad makkelijk Bewegingsspel vogels Wanneer er KRAAI geroepen wordt, bewegen de kinderen hun armen traag op en neer om de grote krachtige vogel na te bootsen, bij KOOLMEESJE sneller

Nadere informatie

Je vindt het op. Voorwoord p. 2 Hopsakee p. 3. Materiaallijst p. 12 Nuttige informatie kaft

Je vindt het op. Voorwoord p. 2 Hopsakee p. 3. Materiaallijst p. 12 Nuttige informatie kaft Je vindt het op Voorwoord p. 2 Hopsakee p. 3 Doelgroep p. 3 Organisatie p. 3 Plaats en datum p. 3 Uitleenprocedure p. 3 Formule p. 3 Timing p. 4 Praktische tips p. 4 Hopsakee rijmpje p. 4 Ontwikkelingsdoelen

Nadere informatie

Spelletjes: moeilijkheidsgraad moeilijk

Spelletjes: moeilijkheidsgraad moeilijk Spelletjes: moeilijkheidsgraad moeilijk Bewegingsspel ree [2] Enkele kinderen ( reeën ) bewegen in een smalle strook langsheen geblinddoekte kleuters ( jagers ). Ze mogen enkel wandelen en niet lopen.

Nadere informatie

Spelfiches voor de kleuters

Spelfiches voor de kleuters Spelfiches voor de kleuters Welke Spelfiches zijn er? Bosbeleving: Beestig natuurpad mol, spin en konijn Op stap met Pluimstaart Op een grote paddenstoel Fiets en verkeer: Horen, zien en rijden Bewegen:

Nadere informatie

Lichamelijke opvoeding in het basisonderwijs

Lichamelijke opvoeding in het basisonderwijs Lichamelijke opvoeding in het basisonderwijs BEWEGINGSONDERWIJS Karakteristiek Kinderen bewegen veel en graag. Dat zien we bijvoorbeeld op het schoolplein tijdens het buitenspelen van de kleuters. Het

Nadere informatie

Vzw Homerun Stukkenstraat 7 3550 Heusden-Zolder Coördinator Johnny Clerckx www.vzwhomerun.be

Vzw Homerun Stukkenstraat 7 3550 Heusden-Zolder Coördinator Johnny Clerckx www.vzwhomerun.be Vzw Homerun Stukkenstraat 7 3550 Heusden-Zolder Coördinator Johnny Clerckx www.vzwhomerun.be INLEIDING Met het kleutersportproject 'Doe maar mee' biedt vzw Homerun gevarieerde speelleersituaties aan die

Nadere informatie

Eindtermen: Activiteiten + 6 jaar The Outsider Vlaamse Ardennen

Eindtermen: Activiteiten + 6 jaar The Outsider Vlaamse Ardennen Eindtermen: Activiteiten + 6 jaar The Outsider Vlaamse Ardennen 1. Kids Adventure: - Kids-moeras, blote voetenpad, estafettes, kano s, lage tarzans, speleobox Eindtermen wereldoriëntatie (WO) WO mens en

Nadere informatie

OVERZICHTSLIJST VAN DE OEFENINGEN

OVERZICHTSLIJST VAN DE OEFENINGEN OVERZICHTSLIJST VAN DE OEFENINGEN 1. Opwarmen 2. Springen en landen 3. Kruipen en zijwaarts rollen 4. Parcours met loopklossen 5. Evenwicht op plint en bank 6. Steunsprongen op bank en bok 7. Wentelen

Nadere informatie

Cijfers en letters. Zelfstandig spelen. Ontmoeten

Cijfers en letters. Zelfstandig spelen. Ontmoeten Cijfers en letters Zelfstandig spelen Schrijfhoekje: ( MO ) 45 kleinmotorisch bewegen Met allerlei schrijfmaterialen experimenteren op verschillende soorten papier < een juiste pengreep nadoen bij het

Nadere informatie

zit met handen voor zich op grond, staat en springt met vasthouden van beide handen

zit met handen voor zich op grond, staat en springt met vasthouden van beide handen Schema 16 www.vclb-koepel.be Bijlage 6: Overzicht beheersingsniveaus motorische ontwikkeling* vaardigheidsfamilie stilstaan balanceren in beweging springen - kracht springen - motorisch gebied evenwicht

Nadere informatie

OVERZICHT PLANNING LICHAMELIJKE OPVOEDING

OVERZICHT PLANNING LICHAMELIJKE OPVOEDING OVERZICHT PLANNING LICHAMELIJKE OPVOEDING 1ste leerjaar BALVAARDIGHEDEN - Een bal op verschillende manieren gebruiken. - Een bal soepel werpen, botsen en vangen tegenover zichzelf. - Een bal gericht werpen

Nadere informatie

Lenigheid en beweeglijkheid

Lenigheid en beweeglijkheid 2.3.2. Lenigheid en beweeglijkheid Deze vaardigheid is bedoeld om de verschillende spieren te trainen op lenigheid en de verschillende gewrichten te mobiliseren. Lenigheid en beweeglijkheid bestaat uit:

Nadere informatie

Sherborne. KS Het Moleke Rijkevorsel 24/2/2014

Sherborne. KS Het Moleke Rijkevorsel 24/2/2014 Sherborne KS Het Moleke Rijkevorsel 24/2/2014 Waarom Sherborne in onze kleuterschool? Bewustworden van eigen lichaam =>alle lichaamsdelen bewust leren aanvoelen en benoemen =>eigen grenzen aanvoelen Bewustworden

Nadere informatie

WATERGEWENNING. Succes!

WATERGEWENNING. Succes! WATERGEWENNING Wanneer kinderen leren zwemmen kan dit enkel maar wanneer zij voldoende gewend zijn aan water. Zij moeten wennen aan de biomechanische aspecten van het water. Zij ervaren druk, weerstand

Nadere informatie

Bewegingsmethodiek Sherborne Opvoeden via het lichaam

Bewegingsmethodiek Sherborne Opvoeden via het lichaam Bewegingsmethodiek Sherborne Opvoeden via het lichaam Bewustworden van het eigen lichaam als trap naar zelfbewustwording Bewustworden van de externe wereld Bewustwording van de ruimte Bewustwording van

Nadere informatie

17 oktober 2015: Beweegdiploma voor trainers van andere bonden. Verkorte opleiding Beweegdiploma nu ook voor trainers van niet gymnastiek clubs!

17 oktober 2015: Beweegdiploma voor trainers van andere bonden. Verkorte opleiding Beweegdiploma nu ook voor trainers van niet gymnastiek clubs! 17 oktober 2015: Beweegdiploma voor trainers van andere bonden Verkorte opleiding Beweegdiploma nu ook voor trainers van niet gymnastiek clubs! Waarom het Beweegdiploma? In de leeftijd van 2 tot en met

Nadere informatie

Nabootsen van houdingen Tweezijdigheid van het lichaam gebruiken Voorkeurshelft ontwikkelen Lichaamscontact en -houdingen, stoeispelen

Nabootsen van houdingen Tweezijdigheid van het lichaam gebruiken Voorkeurshelft ontwikkelen Lichaamscontact en -houdingen, stoeispelen 6 Leerlijn en evaluatiemomenten bewegingsopvoeding 6.1 Herent 6.1.1 Bewegingsopvoeding Kleuters Bewegingsvaardigheden: globaal Bewegingsvaardigheden: grootmotorisch Globaal: behendigheid, lenigheid Gaan,

Nadere informatie

De beste tijd voor yoga

De beste tijd voor yoga Yoga met je kind Kinderen hebben een natuurlijke behoefte aan bewegen, rust en regelmaat. Yoga met je kind is een ideale manier om tegemoet te komen aan deze behoefte. Yoga is de kunst van het ontspannen

Nadere informatie

Bijlage 4: Leidraad taxatie ontwikkelingsproblemen kleuters: Motorische ontwikkeling

Bijlage 4: Leidraad taxatie ontwikkelingsproblemen kleuters: Motorische ontwikkeling Bijlage 4: Leidraad taxatie ontwikkelingsproblemen kleuters: Motorische ontwikkeling Syntheseblad Zijn er op vlak van de motorische ontwikkeling aanwijzingen voor o Leeftijdsadequaat functioneren o Een

Nadere informatie

Fiche voorbereiden van activiteiten

Fiche voorbereiden van activiteiten Fiche voor voorbereiden van activiteiten Omschrijving van de activiteit: Experimenteren met schoenen. Ervaringssituatie: O zelfstandig spelen O ontmoeten X explorerend beleven O ontwikkelingondersteunend

Nadere informatie

Ontwikkelen / leren vertrekt vanuit autonome motivatie (motivatie vanuit de leerling) Ontwikkelen / leren is individueel verschillend

Ontwikkelen / leren vertrekt vanuit autonome motivatie (motivatie vanuit de leerling) Ontwikkelen / leren is individueel verschillend vertrekt vanuit autonome motivatie (motivatie vanuit de leerling) is individueel verschillend is een contextgebonden proces (probleemgestuurd binnen een concrete context) is een constructief en actief

Nadere informatie

Steekkaart: nummer 4Bew

Steekkaart: nummer 4Bew Steekkaart: nummer 4Bew Onderwerp Vaardigheden met verschillende soorten ballen inoefenen met behulp van foto s Leeftijd/Doelgroep 4 e leerjaar Leergebied Bewegingsopvoeding Organisatie Tijdsduur 50 minuten

Nadere informatie

Hoepels: experimenteren, rollen, springen over, stappen door, van de een in de andere hoepel

Hoepels: experimenteren, rollen, springen over, stappen door, van de een in de andere hoepel Jaarplanning bewegen met kleuters 2010 2011 Week Cluster in speellokaal Bewegen op muziek Klein materiaal Spel Buitenspel 34 Ballen: verschillende formaten: experimenteren, rollen, gooien en stuiten 35

Nadere informatie

Lesfiche 1 voor BuSO INDIVIDUELE STUURVAARDIGHEID TESTEN EN OEFENEN.

Lesfiche 1 voor BuSO INDIVIDUELE STUURVAARDIGHEID TESTEN EN OEFENEN. Lesfiche 1 voor BuSO INDIVIDUELE STUURVAARDIGHEID TESTEN EN OEFENEN www.fietsometer.be DOELGROEP Alle opleidingsvormen van het buitengewoon secundair onderwijs. ONTWIKKELINGSDOELEN OV1-OV2 De leerling:

Nadere informatie

Gymrooster groep 3 Opgesteld voor 20 weken, dus twee keer in het jaar uitvoeren Elske Schudde CZ 09/10

Gymrooster groep 3 Opgesteld voor 20 weken, dus twee keer in het jaar uitvoeren Elske Schudde CZ 09/10 Gymrooster groep 3 Opgesteld voor 20 weken, dus twee keer in het jaar uitvoeren Elske Schudde CZ 09/10 Week 1 - Leerlijn: balanceren, bew thema: balanceren Balanceren op een bank, op een bank in het wandrek

Nadere informatie

Op stap naar het 1 e leerjaar Wat is schoolrijpheid? Ook de ouders doen er toe!

Op stap naar het 1 e leerjaar Wat is schoolrijpheid? Ook de ouders doen er toe! Op stap naar het 1 e leerjaar Wat is schoolrijpheid? Ook de ouders doen er toe! Lieven Coppens Vooraf De ontwikkeling van een kind verloopt op verschillende domeinen. Elk kind ontwikkelt op zijn eigen

Nadere informatie

Groen: Je zweet een beetje. Je praat nog gemakkelijk. Lichte ontspanning Ontspannend, comfortabel. Laag niveau DOEL: gezondheid.

Groen: Je zweet een beetje. Je praat nog gemakkelijk. Lichte ontspanning Ontspannend, comfortabel. Laag niveau DOEL: gezondheid. Adres Sportcentrum Hemiksem Atletiekstraat 1 2620 Hemiksem Waarom gebruik maken van de Fit-o-meter? De omloop is voor iedereen toegankelijk en geschikt voor jong en oud, klein en groot,. Je kan het parcours

Nadere informatie

Overzicht van de leergebiedgebonden, leergebied-overschrijdende, vakgebonden en vakoverschrijdende eindtermen EHBO en de ontwikkelingsdoelen.

Overzicht van de leergebiedgebonden, leergebied-overschrijdende, vakgebonden en vakoverschrijdende eindtermen EHBO en de ontwikkelingsdoelen. Overzicht van de leergebiedgebonden, leergebied-overschrijdende, vakgebonden en vakoverschrijdende eindtermen EHBO en de ontwikkelingsdoelen. Inhoud Ontwikkelingsdoelen kleuteronderwijs Impliciet Wereldoriëntatie

Nadere informatie

Adewiedewanseltje. Muzido ANNIE LANGELAAR FONDS

Adewiedewanseltje. Muzido ANNIE LANGELAAR FONDS Adewiedewanseltje Muzido ANNIE LANGELAAR FONDS Adewiedewanseltje: het lied... 3 De muziekopname... 3 Activiteiten per leeftijd: Baby s... 4 Door de ruimte... 4 Dreumesen... 4 Paardje rijden op de knie...

Nadere informatie

Begeleid aanbod: Sherborne sessie 4

Begeleid aanbod: Sherborne sessie 4 Datum: 18 maart 2013 Begeleid aanbod: Sherborne sessie 4 De kleuters leefde zich in. Ze waren geen kindjes meer maar varkentjes. ( 4/03/2013) Het thema is kip en het ei. De kleuters zullen zich beter kunnen

Nadere informatie

(Psycho) motoriek als basis voor het leren REKENEN ZONDER RUITJESSCHRIFT

(Psycho) motoriek als basis voor het leren REKENEN ZONDER RUITJESSCHRIFT Jan de Groot (Psycho) motoriek als basis voor het leren REKENEN ZONDER RUITJESSCHRIFT Juf: Jantje heeft 6 appels geplukt en Marietje 5. Hoeveel hebben ze er samen? Pippi: Genoeg om er flink buikpijn van

Nadere informatie

Watergewenning met kleuters

Watergewenning met kleuters Watergewenning met kleuters WATERGEWENNING MET KLEUTERS OEFENINGEN ROND KENNISMAKING MET DE OMGEVING. I. Oefeningen in groep: in groep het bad verkennen dmv rondstappen (grote, kleine stappen), springen,

Nadere informatie

De Vakman. De leerling hanteert de muzikale parameters en componenten. De leerling leest en schrijft de muziektaal

De Vakman. De leerling hanteert de muzikale parameters en componenten. De leerling leest en schrijft de muziektaal De Vakman De leerling kan gericht luisteren van intuïtief naar bewust waarnemen luisteren naar het eigen musiceren weten wat je hoort zich de muziek inwendig voorstellen de muzikale parameters en componenten

Nadere informatie

hier weetjes & tips voor ouders beweegt iets een gevarieerd bewegingsaanbod voor jonge kinderen

hier weetjes & tips voor ouders beweegt iets een gevarieerd bewegingsaanbod voor jonge kinderen hier beweegt iets weetjes & tips voor ouders een gevarieerd bewegingsaanbod voor jonge kinderen Als je niet kan springen, landen, lopen, vangen, werpen kan je niet voetballen, tafeltennissen, zwemmen Wat

Nadere informatie

Leerstoflijnen en leerlijnen - Ontwikkelingsvolgmodel Jonge kinderen Seminarium voor Orthopedagogiek

Leerstoflijnen en leerlijnen - Ontwikkelingsvolgmodel Jonge kinderen Seminarium voor Orthopedagogiek Leerlijn 3.1 Grote motoriek Beschrijving ontwikkelingslijn: 3 4 5 6 7 Ontleent gevoelens van competentie aan bewegingservaringen. Heeft behoefte aan spelletjes met bewegings- en lichamelijke ervaringen.

Nadere informatie

Visie (Pedagogisch werkplan)

Visie (Pedagogisch werkplan) Visie (Pedagogisch werkplan) Gastouderopvang De Krummeltjes stelt zich tot doel om een omgeving te bieden waarin kinderen kunnen opgroeien tot zelfstandige en evenwichtige mensen met respect voor anderen

Nadere informatie

Vlaanderen is onderwijs & vorming. Bewegingslandschap voor kinderen van de 1 ste kleuterklas SCHOOLONDERSTEUNING

Vlaanderen is onderwijs & vorming. Bewegingslandschap voor kinderen van de 1 ste kleuterklas SCHOOLONDERSTEUNING Hopsakee! Vlaanderen is onderwijs & vorming Bewegingslandschap voor kinderen van de 1 ste kleuterklas SCHOOLONDERSTEUNING Hier vind je het VOORWOORD 4 Concept 5 1. Doelgroep 5 2. Organisatie en uitleenprocedure

Nadere informatie

KIJK! Lijst van: Schooljaar: Groep: Leraar: Datum gesprek 1e rapport: Datum gesprek 2e rapport: KIJK! 1-2 Bazalt Educatieve Uitgaven www.bazalt.

KIJK! Lijst van: Schooljaar: Groep: Leraar: Datum gesprek 1e rapport: Datum gesprek 2e rapport: KIJK! 1-2 Bazalt Educatieve Uitgaven www.bazalt. KIJK! Lijst van: Schooljaar: Groep: Leraar: Datum gesprek : Datum gesprek : KIJK! Lijst 1. Basiskenmerken Een kind dat lekker in zijn vel zit, zal zich goed en vlot ontwikkelen. Het is van nature nieuwsgierig

Nadere informatie

Individuele vendelreeksen Trommelreeks voor het Brechts Korpsvendelen

Individuele vendelreeksen Trommelreeks voor het Brechts Korpsvendelen Individuele vendelreeksen Trommelreeks voor het Brechts Korpsvendelen Enkele algemene principes De tamboer leidt de gilde doorheen de reeks. Dit betekent o.a. dat de tamboer het tempo bepaalt. Hierbij

Nadere informatie

knoopt zijn veters D. Lessuggesties bij de Klapiteinen: ssssss - slang Algemene tips

knoopt zijn veters D. Lessuggesties bij de Klapiteinen: ssssss - slang Algemene tips knoopt zijn veters Algemene tips Laat de kinderen de klank herhaaldelijk nabootsen. Vertel een verhaaltje waarin woorden met de klank in kwestie duidelijk voorkomen. Wanneer de kinderen die klank horen,

Nadere informatie

Beleidsplan bewegingsonderwijs rkbs Maria Datum: 19-11-2009. Bron: Herziene kerndoelen Basisonderwijs. Bewegingsonderwijs.

Beleidsplan bewegingsonderwijs rkbs Maria Datum: 19-11-2009. Bron: Herziene kerndoelen Basisonderwijs. Bewegingsonderwijs. Beleidsplan bewegingsonderwijs rkbs Maria Datum: 19-11-2009 Bron: Herziene kerndoelen Basisonderwijs Bewegingsonderwijs Karakteristiek: Kinderen bewegen veel en graag. Dat zien we bijvoorbeeld op het schoolplein

Nadere informatie

VME in kleuteronderwijs Verkeersborden. David Van Fraechem

VME in kleuteronderwijs Verkeersborden. David Van Fraechem VME in kleuteronderwijs Verkeersborden David Van Fraechem Kleuteronderwijs en VME (verkeersborden): 1. Ontwikkelingsdoelen (Departement Onderwijs Vlaanderen) Ontwikkelingsdoelen WO Domein Verkeer en Mobiliteit

Nadere informatie

2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof. Oefeningen voor een gezond lichaam en geest

2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof. Oefeningen voor een gezond lichaam en geest 2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof Oefeningen voor een gezond lichaam en geest De Soldaat Dit is de eerste van de vier warming up oefeningen waarbij het doel is de hartslag te verhogen

Nadere informatie

LESFICHE. ORGANISATIE OEFENSTOF OPMERKING Vrij lopen in de zaal (10 )

LESFICHE. ORGANISATIE OEFENSTOF OPMERKING Vrij lopen in de zaal (10 ) Lesgever: Paul Corteyn, Eric Feyen, Nele Lesonderwerp: Coördinatie, afstand en timing Schouterden Club: VSB Specifiek thema: Actieve verdediging Datum: 27/12/2009 Doelstellingen Groep: Selectietraining

Nadere informatie

Fiche voorbereiden van activiteiten

Fiche voorbereiden van activiteiten Fiche voor voorbereiden van activiteiten Omschrijving van de activiteit: Schrijfdans: de speelgoedtrein (8 peuters) Ervaringssituatie: O zelfstandig spelen O ontmoeten O explorerend beleven X ontwikkelingondersteunend

Nadere informatie

Cursus Rust. Het Slotervaart, een ziekenhuis met ambitie KINDERGENEESKUNDE TELEFOONNUMMER 020-512 45 42

Cursus Rust. Het Slotervaart, een ziekenhuis met ambitie KINDERGENEESKUNDE TELEFOONNUMMER 020-512 45 42 Het Slotervaart, een ziekenhuis met ambitie Het Slotervaartziekenhuis, een opmerkelijk en ambitieus ziekenhuis in Amsterdam. In een informele en vertrouwde omgeving werken wij aan innovatieve medische

Nadere informatie

Individuele vendelreeksen Vendelreeks voor leermeesters

Individuele vendelreeksen Vendelreeks voor leermeesters Individuele vendelreeksen Vendelreeks voor leermeesters Inleiding Dit is dan de opdracht voor onze Leermeesters en aangezien wij er gevormde elementen te doen hebben, sluit deze reeks in zich een samenvatting

Nadere informatie

Bewegen, bewegen, blijven bewegen. Doelstellingen. De leerlingen beleven plezier aan beweging.

Bewegen, bewegen, blijven bewegen. Doelstellingen. De leerlingen beleven plezier aan beweging. Infofiche 2 Doelstellingen De leerlingen zien in dat bewegen belangrijk is om fit en gezond te zijn. De leerlingen beleven plezier aan beweging. De leerlingen kunnen de oefeningen goed en geconcentreerd

Nadere informatie

OEFENSTOF CIRCULATIE-MINIVOLLEYBAL

OEFENSTOF CIRCULATIE-MINIVOLLEYBAL OEFENSTOF CIRCULATIE-MINIVOLLEYBAL NIVEAU 1 VANGEN, GOOIEN EN BEWEGEN ACCENTEN: VEELZIJDIG ONTWIKKELEN. BASISVAARDIGHEDEN VOOR IEDERE BALSPORT. BALVAARDIGHEID EN COÖRDINATIE. OOG - HAND, BALBAAN HERKENNING

Nadere informatie

Piramide 4: muzische vorming

Piramide 4: muzische vorming Piramide 4: muzische vorming Beweging 1. Welkom welkom - De kinderen kunnen dicht bij elkaar bewegen. - De kinderen kunnen verschillende richtingen onderscheiden en daarin bewegen. - De kinderen kunnen

Nadere informatie

Ga naar je trainingen! De trainer helpt mee jouw zwakkere punten te ontdekken.

Ga naar je trainingen! De trainer helpt mee jouw zwakkere punten te ontdekken. Enkele tips : training en opwarming Trainingen : Ga naar je trainingen! De trainer helpt mee jouw zwakkere punten te ontdekken. Geef nooit op. Het kan best even duren voor je conditie op peil is. Het belangrijkste

Nadere informatie

wat komt er kijken bij een warming up?

wat komt er kijken bij een warming up? wat komt er kijken bij een warming up? tekst: Mike Barrell 1 Waarom moet een les met een warming-up beginnen? De meeste trainers zullen zeggen dat de warming up nodig is om je op een training voor te bereiden,

Nadere informatie

kuiten kuiten Quadriceps benen 1 OPDRACHT: maak de knipmes beweging

kuiten kuiten Quadriceps benen 1 OPDRACHT: maak de knipmes beweging Rudy Duvillier benen 1 maak de knipmes beweging benen 2 ter plaatse 15'' knieen hoog afwisselend L en R en met de armen eveneens afwisslend L en R hoog.(snel tempo) benen 3 B Bal moet gerold worden van

Nadere informatie

CLB GO! Rivierenland Else Verbeeck /Leen Smet

CLB GO! Rivierenland Else Verbeeck /Leen Smet Else Verbeeck /Leen Smet Samenwerking tussen school en CLB 3 vaste overlegmomenten per jaar in juni overgangsbespreking K3 L1 KWIK : Kijk wat ik al kan! = Kleutervolgsysteem van de school - Niveau van

Nadere informatie

Op stap naar het 1 ste leerjaar

Op stap naar het 1 ste leerjaar Op stap naar het 1 ste leerjaar Schoolrijpheid? Ook de ouders doen er toe! Werkgroep zorg - KOM Inleiding Uit de kindermond Ik wil naar het eerste leerjaar en ik wil snel leren lezen want dan kan ik Jommeke

Nadere informatie

Overgang kleuters eerste leerjaar. Overgangsdagen

Overgang kleuters eerste leerjaar. Overgangsdagen Overgang kleuters eerste leerjaar Kleuters voorbereiden op het eerste leerjaar is een belangrijke taak van de kleuterschool. Dat begint al vanaf de eerste schooldag dat uw kleuter naar onze kleuterwerking

Nadere informatie

Tik me dan als je kan!

Tik me dan als je kan! Tik me dan als je kan! Tikspelen lijken ingebakken in het spelgedrag van kinderen. Jonge kinderen vinden het plezierig om weg te lopen van mama of papa die achter hen aankomt en dat zet zich verder als

Nadere informatie

Oefenstof voor aquamove:

Oefenstof voor aquamove: Oefenstof voor aquamove: De oefenstof wordt opgedeeld in vijf verschillende onderdelen nl.: loopoefeningen, oefeningen in het ondiepe gedeelte, oefeningen in het diepe gedeelte, partneroefeningen en spelvormen.

Nadere informatie

zwemmen Filip Roelandt schoolzwemmen 5 februari 2010

zwemmen Filip Roelandt schoolzwemmen 5 februari 2010 zwemmen Filip Roelandt schoolzwemmen 5 februari 2010 Crawl voor beginners 1. Normkaart crawl 1.1 Gefaseerd en met de juiste techniekbeschrijving 1. Benen De benen bewegen vooral op- en neer. Zo krijg je

Nadere informatie

Polka. Muzido ANNIE LANGELAAR FONDS

Polka. Muzido ANNIE LANGELAAR FONDS Polka Muzido ANNIE LANGELAAR FONDS Polka: het lied... 3 De muziekopname... 3 Activiteiten per leeftijd: Baby s... 4 Babydans... 4 Met muziekinstrumenten... 4 Dreumesen... 4 Klinkend materiaal... 4 Trommelen...

Nadere informatie

Lessen 1 ste middelbaar

Lessen 1 ste middelbaar Lessen 1 ste middelbaar http://www.tourettesbenefit.com/art/art_v_050.gif Eindwerk basketbal Kim Weckx 5 Basketbal: Les 1 Lesonderwerp: kennismaking met basketbal DOELSTELLINGEN ACTIVITEITEN DIDACTISCHE

Nadere informatie

Spel Floorball Individuele stick en balbehandeling 2. Doelgroep Voortgezet Onderwijs Domein Onderdeel Thema Aantal 24. Les. Beginopstelling veld

Spel Floorball Individuele stick en balbehandeling 2. Doelgroep Voortgezet Onderwijs Domein Onderdeel Thema Aantal 24. Les. Beginopstelling veld Doelgroep Voortgezet Onderwijs Domein Onderdeel Groep H2A Thema Aantal 24 Les Spel Floorball Individuele stick en balbehandeling 2 Beginopstelling veld Benodigdheden Groot Goaltjes klein 4x Sticks 24x

Nadere informatie

start Sport verstandig, denk aan je oefendoel!!

start Sport verstandig, denk aan je oefendoel!! Fit-O-Meter start Sport verstandig, denk aan je oefendoel!! Overdrijf niet en hou je hartslag zeker onder 90% van je maximale hartslag. Je maximale hartslag = 220 slagen per minuut - verminderd met je

Nadere informatie

Hieronder volgt een beknopte uitleg van de begrippen die u in het rapport zult tegenkomen.

Hieronder volgt een beknopte uitleg van de begrippen die u in het rapport zult tegenkomen. Onderbouwrapport In het onderbouwrapport waarderen wij alle genoemde aspecten ten opzichte van de leeftijd. Een waardering wordt uitgedrukt in een cijfer. U kunt via de beknopte omschrijvingen in het rapport

Nadere informatie

Statische rekoefeningen

Statische rekoefeningen Statische rekoefeningen Bovenlichaam Lage rugspieren Ga met je zitvlak op je hakken zitten. Duw je handen over de grond naar voren en buig je rug. Rek zover mogelijk uit. Kijk naar de grond. Houd deze

Nadere informatie

FUNCTIES. Mentale functies gerelateerd aan motoriek

FUNCTIES. Mentale functies gerelateerd aan motoriek Bijlage 5: overzicht functies en anatomische eigenschappen, activiteiten en participatie relevant bij ICF-classificatie casus motorisch probleem of stoornis Nederlandse vertaling van de International Classification

Nadere informatie

Graag willen wij met dit schrijven onze visie over de kleuterafdeling kenbaar maken.

Graag willen wij met dit schrijven onze visie over de kleuterafdeling kenbaar maken. Beste ouders, Graag willen wij met dit schrijven onze visie over de kleuterafdeling kenbaar maken. Wij hopen u hiermee nuttige informatie mee te geven over belangrijke onderwerpen die u als ouders kunnen

Nadere informatie

Materiaal: hoepels, banken, touw (dik en dun), klimrek, dikke mat, stapstenen

Materiaal: hoepels, banken, touw (dik en dun), klimrek, dikke mat, stapstenen Bijlage 7: Bewegingstussendoortjes 1. Evenwichtsgevoel Tussendoortje 1: Op één been staan Titel: Op één been staan Klemtoon op: motorische ontwikkeling Ontwikkelingsaspect: OA 46) evenwicht bewaren Materiaal:

Nadere informatie

1 tegen 1 / 2 tegen 2 / 3 tegen 3 / 4 tegen 4 / 6 tegen 6

1 tegen 1 / 2 tegen 2 / 3 tegen 3 / 4 tegen 4 / 6 tegen 6 Aangepaste spelvormen voor volleybal op school en in de club Bron: http://www.vcdekroon.be/document/kopievanaangepastespelvormenvoorvolleybalopschool.doc Met spelvormen tegen / 2 tegen 2 / 3 tegen 3 /

Nadere informatie

Bewegingsonderwijs Nutsschool Zorgvliet. [Company Name]

Bewegingsonderwijs Nutsschool Zorgvliet. [Company Name] Bewegingsonderwijs Nutsschool Zorgvliet Door: M Lange Nutsschool Zorgvliet Dartijn en Hde aag [Company Name] Voorwoord: Niet zo lang geleden ontmoette ik een generatiegenote, een vrouw van deze tijd. Zo,

Nadere informatie

Individueel voorbereidingsprogramma

Individueel voorbereidingsprogramma K.F.C. Vrasene Stamnr.: 03623 Categorie: U15-U17 Individueel voorbereidingsprogramma Beste speler, Om de start van het nieuwe voetbalseizoen niet te missen, bieden we jou een individueel voorbereidingsprogramma

Nadere informatie

Bewegen en sport. Bron: http://gezondeleefstijl.slo.nl 1. Bewegen en sport

Bewegen en sport. Bron: http://gezondeleefstijl.slo.nl 1. Bewegen en sport Een actieve leefstijl is een wezenlijk bestanddeel van een gezonde leefstijl. Een actieve leefstijl draagt bij aan kwaliteit van leven of gezondheid in de breedste zin van het woord. De school kan op diverse

Nadere informatie

De inhoud van dit thema: 2 Vergelijking oude en nieuwe kerndoelen. 3 Doelen van het gymnastiekonderwijs. 4 Algemene principes bij gymnastiek

De inhoud van dit thema: 2 Vergelijking oude en nieuwe kerndoelen. 3 Doelen van het gymnastiekonderwijs. 4 Algemene principes bij gymnastiek DC 24 Gymnastiek 1 Inleiding Als onderwijsassistent kun je worden ingezet ter ondersteuning bij gymnastiek. Zelf zul je geen gymnastiek geven maar je kunt wel een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld op

Nadere informatie

De motorische ontwikkeling van het jonge kind

De motorische ontwikkeling van het jonge kind De motorische ontwikkeling van het jonge kind Balanceren Loopt en trekt speelgoed achter zich aan. Hij kan dit ook achteruitlopend en zowel met de linker als rechter hand Draagt tijdens het lopen in zowel

Nadere informatie

De wakkere wekker. Benodigdheden: - Een luid tikkende wekker

De wakkere wekker. Benodigdheden: - Een luid tikkende wekker Activiteiten voor drie- tot vierjarigen De dag wordt wakker! De wakkere wekker - Een luid tikkende wekker We luisteren naar het getik en het gerinkel van een oude wekker. De kinderen spelen een levensgrote

Nadere informatie

Geen tijd om elke dag te sporten? Kom thuis in actie met 1-minuut oefeningen!

Geen tijd om elke dag te sporten? Kom thuis in actie met 1-minuut oefeningen! Geen tijd om elke dag te sporten? Kom thuis in actie met 1-minuut oefeningen! Astrid Witte zomer 2014 Even vooraf: - Deze oefeningen zijn bedoeld voor gezonde volwassenen - Heb je klachten, overleg dan

Nadere informatie

Klap, stamp en sla. Opmerking. Tijd: 1-5 min. Deelnemers: minimaal 2 Materiaal: niets Opstelling: kinderen vormen tweetallen. Verloop van het spel:

Klap, stamp en sla. Opmerking. Tijd: 1-5 min. Deelnemers: minimaal 2 Materiaal: niets Opstelling: kinderen vormen tweetallen. Verloop van het spel: Klap, stamp en sla Deelnemers: minimaal 2 Opstelling: kinderen vormen tweetallen : De tweetallen tellen om de beurt tot 3. Eerst zegt de één 1, daarna de ander 2 en tot slot nummer één weer 3. Hierna begin

Nadere informatie

Recreatief Toestelturnen E-NIVEAU HERENBRUG jongens Oefeningen 1, 2, 3

Recreatief Toestelturnen E-NIVEAU HERENBRUG jongens Oefeningen 1, 2, 3 Recreatief Toestelturnen E-NIVEAU HERENBRUG jongens Oefeningen 1, 2, 3 SPECIFIEKE RICHTLIJNEN HERENBRUG E-niveau: Algemeen: - De oefening wordt uitgevoerd op een herenbrug van min. 1,50 m hoogte (mag aangepast

Nadere informatie

RIJMEN EN DICHTEN 1 GROEP 5

RIJMEN EN DICHTEN 1 GROEP 5 RIJMEN EN DICHTEN 1 GROEP 5 Maat en Metrum Rijmen Benodigdheden: CD Maat en metrum CD speler Bijlage 1 en 2 Vier hoepels Trom Liedblad Ritmestokjes Muziekmap Voorbereiding: CD Maat en metrum maken. CD

Nadere informatie

Algemene basis voor het geven van handbalinitiatie op scholen/speelplein

Algemene basis voor het geven van handbalinitiatie op scholen/speelplein Algemene basis voor het geven van handbalinitiatie op scholen/speelplein Inleiding Dit document bevat de opbouw van 3 algemene handbalinitiaties. Elke initiatie is bedoeld voor één van de 3 graden van

Nadere informatie

De vijf Tibetaanse Riten

De vijf Tibetaanse Riten De vijf Tibetaanse Riten De vijf Tibetaanse riten gebaseerd op Fontein der Jeugd van Peter Kelder. Deze vijf bewegingen, de riten genoemd, activeren en balanceren de meridianen van het lichaam. In combinatie

Nadere informatie

REK Meisjes / Jongens

REK Meisjes / Jongens Recreatief Toestelturnen D-NIVEAU REK Meisjes / Jongens Oefeningen 4, 5 SPECIFIEKE RICHTLIJNEN REK D-niveau (meisjes/jongens): Algemeen: - Er wordt in het D-niveau gewerkt op laag rek (borsthoogte) en

Nadere informatie

( Hoe moet deze oefeningen doen? )

( Hoe moet deze oefeningen doen? ) Relaxatieoefeningen ( Wat zijn Relaxatieoefeningen? ) Deze opdracht bestaat uit oefeningen die je kunnen helpen om te relaxen. ( Waarom relaxatieoefeningen? ) Mensen weten dikwijls niet meer hoe ze kunnen

Nadere informatie

Magneten : Een bootje

Magneten : Een bootje Magneten : Een bootje Aantal kinderen: 2-4 Niveau: 3 Benodigdheden: kurk punaise bakje waar water in kan tandenstokers vlagje plastic eendjes of visjes met een schroef in de bek handdoek of dweil magneten

Nadere informatie

Watersafety test 12. Baan Vier - Schoolzwemmen - pg 1

Watersafety test 12. Baan Vier - Schoolzwemmen - pg 1 Watersafety test 12 1 Bart Soons, Tom Van Iseghem, Kristien De Martelaer (VUB) - Klassieke zwemtest versus water safety test als evaluatie van veilig zwemmen in het lager onderwijs - Vlaams Tijdschrift

Nadere informatie

Romp Hieronder volgen verschillende oefeningen ter versterking van de romp.

Romp Hieronder volgen verschillende oefeningen ter versterking van de romp. Gegevens te vinden op http://www.voorkomblessures.nl Romp Hieronder volgen verschillende oefeningen ter versterking van de romp. Oefening: Crunches Crunches versterken van de buikspieren voor het vergroten

Nadere informatie

In balans door. centreren

In balans door. centreren In balans door centreren Centreren Om je lichaam en geest op een lijn te brengen is centreren een belangrijke vaardigheid. In eerste instantie is centreren je aandacht naar je een punt 3 tot 5 centimeter

Nadere informatie

Aanpassingen in het bewegingsonderwijs voor kinderen met overgewicht

Aanpassingen in het bewegingsonderwijs voor kinderen met overgewicht Aanpassingen in het bewegingsonderwijs voor kinderen met overgewicht Touwzwaaien/schommelen Touwverhuizen Steunspringen Duikelen rekstok/ringen Koprollen Klimmen Spellen Inleiding Eén op de vier Venlose

Nadere informatie

Op stap naar het 1 e leerjaar

Op stap naar het 1 e leerjaar Op stap naar het 1 e leerjaar Schoolrijpheid? Ook de ouders doen er toe! Zwevegem, 26 november 2009 Lieven Coppens Inleiding Uit de kindermond Ik wil niet naar het eerste leerjaar want daar mag ik niet

Nadere informatie

andere been wordt gebogen opzij gelegd. Met de romp en de handen ter hoogte van het onderbeen, de enkel of de tip van

andere been wordt gebogen opzij gelegd. Met de romp en de handen ter hoogte van het onderbeen, de enkel of de tip van 1) Zit, bekken voorwaarts gekanteld, 1 been gestrekt, het andere been wordt gebogen opzij gelegd. Met de romp en de armen reikt men voorwaarts op het gestrekte been, de handen ter hoogte van het onderbeen,

Nadere informatie

Hier vind je wat ideeën en tips om een verantwoorde schaatsles te geven.

Hier vind je wat ideeën en tips om een verantwoorde schaatsles te geven. SCHAATSLES GEVEN. Hier vind je wat ideeën en tips om een verantwoorde schaatsles te geven. Tips voor de begeleider. Draag handschoenen. (verplicht!) Ga vóór de groep staan en praat luid. Kijk in de schaatsrijrichting.

Nadere informatie

Kantoorfitness op 1 M² met theraband

Kantoorfitness op 1 M² met theraband Kantoorfitness op 1 M² met theraband Avonts Erwin preventieadviseur en leerkracht lichamelijke opvoeding Gidpbw Antwerpen centrum Beginsituatie 1) Een te groot deel van de werknemers beweegt nog te weinig

Nadere informatie

Inleiding. Kern A B A B A B A B A B A B A B. Groep 7 en 8 Les 1 Klassikale les. Kerndoel

Inleiding. Kern A B A B A B A B A B A B A B. Groep 7 en 8 Les 1 Klassikale les. Kerndoel Les 1 Klassikale les Inleiding Kern zoals werpen vangen en voortbewegen met de bal. De leerlingen kunnen in looppas een bal gooien en vangen. 10 minuten - Kleine bal/stressbal - Bank zoals werpen en vangen.

Nadere informatie

G3 Lesbeschrijvingsformulier II Groeps-MRT Lesnummer

G3 Lesbeschrijvingsformulier II Groeps-MRT Lesnummer G3 Lesbeschrijvingsformulier II Groeps-MRT Lesnummer 6 Naam Datum 9 oktober 2013 Aantal kinderen: Lesduur 1 50 min. Namen kinderen 1 Jort 2 Steef 3 Ryan 4 Cristian 5 Keano 6 Pim Beschrijving van het spel/

Nadere informatie

Tussenseizoensplanning 2015 KSV OOSTKAMP. Individueel voorbereidingsprogramma

Tussenseizoensplanning 2015 KSV OOSTKAMP. Individueel voorbereidingsprogramma Tussenseizoensplanning 2015 KSV OOSTKAMP Individueel voorbereidingsprogramma Beste spelers, Het voetbalseizoen 2015-2016 nadert met rasse schreden. Tijdens de rustperiode is het je taak om het nieuwe seizoen

Nadere informatie

Fietsvaardigheid in groep

Fietsvaardigheid in groep Lesfiche verkeers- en mobiliteitseducatie SECUNDAIR ONDERWIJS Fietsvaardigheid in groep Deel 1: opbouwen Doelgroep VOETen Leerlingen van de eerste graad Gemeenschappelijke stam: 18, 19, 20 Begeleiders

Nadere informatie

10 minuten training 1 Total Body

10 minuten training 1 Total Body 10 minuten training 1 Total Body Met deze 10 Minuten training train je het hele lichaam. Alle spiergroepen komen aan bod. Waarom 10 minuten trainingen? Voor veel mensen is het nog steeds moeilijk om een

Nadere informatie