evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave"

Transcriptie

1 ijs arbeid data zorg onderwijs zekerheid etenschap rg welzijn mobiliteit jn beleids- Het ITS maakt deel uit van de Radboud Universiteit Nijmegen evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave De sector Economie in beeld Een analyse van opleidingen en arbeidsmarkt van de hbo-sector Economie Jos Lubberman Hedwig Vermeulen Marjolijn Hovius Lieselotte Rossen Sanne Elfering Evelien Sombekke Carolien van Rens september 2013

2 Projectnummer: Opdrachtgever: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2013 ITS, Radboud Universiteit Nijmegen Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen. No part of this book/publication may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher. ii

3 Voorwoord Met studenten verspreid over bijna 450 opleidingen is de hbo sector Economie een omvangrijke en gevarieerde sector. Een sector ook waarvan de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO) en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) graag willen weten of die grote variëteit wel nodig is. Met het oog op de nieuwe beleidsregel macrodoelmatigheid waarmee men onder meer streeft naar bredere bacheloropleidingen, heeft het ITS dan ook opdracht gekregen een analyse te maken van de stand van zaken en (toekomstige) ontwikkelingen in het onderwijsaanbod en op de arbeidsmarkt voor opleidingen in de sector hbo economie. In dit rapport presenteren wij het resultaat van deze sectoranalyse. Deze rapportage is tot stand gekomen via secundaire analyse van beschikbare databestanden en een beknopte belronde. Zoals u zult zien hebben we veel gedetailleerde informatie over de opleidingen kunnen ontsluiten. Veel van deze informatie is in de bijlagen opgenomen. Die kunnen dan ook goed benut worden als naslagwerk. De analyse zelf is vervat in de hoofdtekst en de samenvatting met conclusies. Wij hopen dat deze analyse de CDHO, OCW en de Vereniging Hogescholen helpt bij de discussies omtrent herschikking van de sector. Langs deze weg willen wij iedereen bedanken die op welke wijze dan ook een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van dit rapport. In het bijzonder gaat onze dank uit naar de begeleidingscommissie bestaande uit Dirk Post, Veerle Sanderink (beiden CDHO), Margo Keizer, Bert Broerse (beiden OCW), Ineke Jansen, Sandra Storm en Ineke van der Linden (alle drie namens het Sectoraal Advies College Economie van de Vereniging Hogescholen). Namens het gehele projectteam, Jos Lubberman Projectleider Nijmegen, augustus 2013 iii

4

5 Inhoud Voorwoord Samenvatting en conclusies iii vii 1 Inleiding Aanleiding sectoranalyse Macrodoelmatigheid Aangepaste beleidsregel macrodoelmatigheid Doel Onderzoeksopzet Leeswijzer Afbakening sector economie Onbekostigd onderwijs 5 2 Context van de sector Inleiding Beleidsontwikkelingen in het hoger onderwijs Beleidsontwikkelingen bij de economische opleidingen 9 3 Ontwikkelingen opleidingenaanbod Het opleidingenaanbod In- en uitstroom Aanbod van onbekostigde opleidingen Associate degrees 17 4 Ontwikkelingen arbeidsmarkt Economische sector Inleiding De Nederlandse arbeidsmarkt Werkgelegenheidsontwikkelingen voor economisch opgeleiden 26 v

6 5 Ontwikkelingen naar opleidingscluster Inleiding Aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt Toekomstige arbeidsmarktsituatie Business Administration: financiële opleidingen Business Administration: commerciële opleidingen Business Administration: managementopleidingen Communicatieopleidingen Rechtenopleidingen Intersectorale opleidingen 48 Bijlagen 57 Bijlage 1 Gehanteerde definities en begrippen 59 Bijlage 2 Afbakening 61 Bijlage 3 Volledig overzicht opleidingen per cluster 65 Bijlage 4 Sectorindeling arbeidsmarkt 69 Bijlage 5 Aantal instellingen (brin) dat opleiding aanbiedt 75 Bijlage 6 Aanbod van onbekostigde opleidingen 83 Bijlage 7 Ontwikkelingen arbeidsmarkt Economische sector 87 Bijlage 8 Aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt 95 Bijlage 9 Toelichting op grafieken arbeidsmarktsituatie 121 Bijlage 10 Methodische toelichting HBO-Monitor 123 Bijlage 11 Sectoroverzichten 125 vi

7 Samenvatting en conclusies Aanleiding en doel Het ITS is door de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO) en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gevraagd om een sectoranalyse van de bekostigde opleidingen hbo economie uit te voeren. Deze analyse moet de CDHO helpen bij het uitvoeren van haar voornaamste taak: aanvragen macrodoelmatigheid hoger onderwijs beoordelen en advies uitbrengen aan de minister. Hiervoor is een goed inzicht in de trends en ontwikkelingen in de sector benodigd. De doelstelling van deze sectoranalyse is als volgt samen te vatten: Uitvoeren van een analyse van het onderwijsaanbod en van de arbeidsmarkt (nu en in de nabije toekomst) voor opleidingen in de sector hbo economie, op basis van bestaande onderzoeksgegevens, die de CDHO en ministers van OCW en EZ helpen bij het vormen van het macrodoelmatigheidsbeleid. Aanpak Het ITS heeft deze analyse als volgt aangepakt; beknopte desk research (inclusief korte telefonische inventarisatie) afbakening van het mee te nemen opleidingenaanbod ; afbakening van de arbeidsmarktsectoren; analyse van opleidingenaanbod en studentenaantallen (in-, door- en uitstroom) (DUO); analyse van de arbeidsmarktsituatie direct na en drie à vier jaar na afstuderen (CBS); analyse van de arbeidsmarktontwikkelingen (ROA, CBS) analyse van de kwalitatieve aansluiting onderwijsarbeidsmarkt (HBO-Monitor). Gehanteerde sectorafbakening De afbakening van de Economische sector wijkt in deze analyse enigszins af van de sector zoals die in het CROHO is gedefinieerd als het hoger economisch onderwijs (heo). In overleg met de begeleidingscommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de CDHO, OCW en Vereniging Hogescholen (Sectoraal Adviescollege Economie), is onderstaande afbakening tot stand gekomen. In bijlage 3 is een volledig overzicht van de opleidingen per (sub)cluster opgenomen. Business Administration: Financiële opleidingen Business Administration: Commerciële opleidingen Business Administration: Managementopleidingen Communicatieopleidingen Rechtenopleidingen Intersectoraal: HRM (Economische opleidingen op het snijvlak van gedrag en maatschappij) vii

8 Intersectoraal: Gezondheidszorg (Economische opleidingen op het snijvlak van management en gezondheid) Intersectoraal: Sport ((Economische opleidingen op het snijvlak van sport, gezondheid en management) Intersectoraal: Landbouw (Economische opleidingen op het snijvlak van economie en agribusiness) Intersectoraal: Onderwijs (Economische opleidingen op het snijvlak van economie en lerarenopleidingen) Intersectoraal: Techniek (Economische opleidingen op het snijvlak van bouw, informatiemanagement en dienstverlening). Het cluster met intersectorale opleidingen bestaat uit opleidingen die binnen het opleidingenregister (CROHO) niet onder hoger economisch onderwijs vallen, maar wel verwantschap vertonen door de aard van de opleiding. Deze intersectorale opleidingen zijn op basis van hun primaire focus samengevoegd tot verschillende subclusters. De clusternamen verwijzen dus bijvoorbeeld niet naar alle landbouwopleidingen, maar alleen naar de economische opleidingen binnen landbouw. Ontwikkelingen in het hbo Het hoger beroepsonderwijs is een sector in beweging. Het afgelopen decennium is het aantal studenten in het hoger onderwijs fors gegroeid, en een einde van de groei wordt vooralsnog niet verwacht. Op verzoek van OCW is de Commissie Veerman in 2009 nagegaan of het hbo de beoogde groei aan kan. De aanbevelingen van de commissie zijn door het ministerie nader uitgewerkt in de Strategische Agenda Hoger Onderwijs Onderzoek en Wetenschap: Kwaliteit in verscheidenheid (2011). Doel van deze Strategische Agenda is een hogere kwaliteit van het hoger onderwijs en een ambitieuzere studiecultuur. De Strategische Agenda zet in op meer differentiatie tussen en zwaartepuntvorming bij hogescholen en meer variatie in onderwijstrajecten voor verschillende doelgroepen in het hbo. Dit heeft onder meer geleid tot aanpassingen van het macrodoelmatigheidsbeleid, waarvan de voornaamste zijn: Aanpassing en verbreding van bestaand aanbod wordt gestimuleerd, terwijl aanvragen voor nieuwe opleidingen restrictiever worden behandeld. Creëren van transparantie in het bestaande aanbod door het aantal opleidingen te reduceren, sectorale afspraken te maken over naamgeving 1 en invoering van bredere bacheloropleidingen. Meer focus op arbeidsmarktrelevantie door niet primair het overheidsbeleid als uitgangspunt te nemen voor nieuwe opleidingen, maar de vraag vanuit werkgevers/beroepspraktijk. De Strategische Agenda is nader uitgewerkt in de Wet Kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs. Deze wet is inmiddels door zowel de Tweede als Eerste Kamer aangenomen en op 10 juli 2013 in werking getreden 2. 1 De minister is voornemens CDHO en NVAO bij wet een beoordelingsrol toe te kennen bij naamgeving van opleidingen. 2 stb viii

9 Hoofdlijnen ontwikkelingen in het opleidingenaanbod Hbo Economie is met bijna ingeschreven studenten een van de meest omvangrijke hbosectoren. Dit is ook terug te zien in het aantal opleidingen in de Economische sector. Dit is de afgelopen vijf jaar licht gestegen (zie tabel A). Deze groei komt voornamelijk voor rekening van het cluster managementopleidingen en - in mindere mate de financiële en commerciële opleidingen. De groei in het aantal opleidingen is voor een groot deel toe te schrijven aan de opkomst van de Associate degrees (Ad s). Tabel A Kerngegevens bekostigde opleidingen (incl. aantal onbekostigde opleidingen) Opleidingencluster* aantal unieke opleidingscodes (isat) 3 aantal bekostigde opleidingen 2012/13 aantal ingeschrevenen 2012/13 groei inschrijvingen 08/09-12/13 aantal gediplomeerden 2011/12 groei gediplomeerden 07/08-11/12 aantal onbekostigde opleidingen 2012/13 BA: Financieel % % 42 BA: Commercieel % % 17 BA: Management % % 59 Communicatie % % 12 Rechten % % 2 IS: HRM % % 1 IS: Gezondheidszorg % % 9 IS: Sportopleidingen % % 0 IS: Landbouw % % 0 IS: Onderwijs % % 11 IS: Techniek % % 14 Totaal % % 128 *BA = cluster Business Administration, IS = cluster Intersectoraal De toename van het aantal opleidingen in het Economische domein vertaalt zich ook in een groeiend aantal inschrijvingen, zij het dat juist bij de managementopleidingen een licht dalende instroom van eerstejaars (in 2012/12 3% minder dan in 2008/09) waar is te nemen. Desondanks is dit cluster bij studenten het meest populair; ongeveer een op de drie studenten in de Economische sector volgt een opleiding in dit cluster. Na het intersectorale opleidingscluster onderwijs is het aantal inschrijvingen bij de rechtenopleidingen de afgelopen vijf jaar het snelst gestegen. De gediplomeerde uitstroom in deze opleidingen stijgt de komende jaren dan ook verder. Bij managementopleidingen zal de huidige stijging van gediplomeerden omslaan naar een (lichte) daling. 3 In deze kolom worden de aantallen opleidingen vermeld op basis van de isats, zoals opgenomen in het opleidingenregister (CROHO). Daarbij vindt geen vermenigvuldiging plaats met vestigingsplaatsen (BRINs), zoals bij opleidingen wel het geval is. Voor de isat s zijn we uitgegaan van de vijfcijferige codes die we voor in het onderzoek mee hebben genomen. De oude viercijferige codes zijn in deze telling buiten beschouwing gelaten. Een nadere uitleg van de gehanteerde begrippen is opgenomen in bijlage 1. ix

10 Arbeidsmarktontwikkelingen De situatie op de arbeidsmarkt in Nederland wordt sinds 2008 sterk beïnvloed door de opeenvolgende crises (kredietcrisis, schulden/ eurocrisis). De werkloosheid loopt op en ook hboafgestudeerden merken hiervan de gevolgen. De gevolgen van de economische teruggang verschillen van sector tot sector. De sectoren Financiële dienstverlening en Managementadvisering zijn belangrijke werkgevers voor de economisch afgestudeerden. Juist deze sectoren hebben flinke klappen gehad in de crisis. Dit maakt de perspectieven voor hen om werk te vinden in deze sectoren minder rooskleurig (zie paragraaf 4.3). De Overheid, ook een belangrijke werkgever, is gegroeid tot 2010 maar is daarna gaan krimpen. Ook hier zullen dus de komende jaren minder nieuwe banen voor economisch afgestudeerden te vinden zijn. Wel is de Overheidssector de enige sector waar het aantal werkzame personen met een vast dienstverband nog is gegroeid (zie zie paragraaf 4.3). In andere sectoren is het steeds moeilijker geworden om een vaste baan te vinden. Toekomstige economisch afgestudeerden komen dus minder vaak dan voorheen in een vast dienstverband terecht. Aansluiting opleiding-arbeidsmarkt Afgestudeerden van een economische opleiding komen vaak terecht in de Economische sector. Van de afgestudeerden van de financiële en de rechtenopleidingen gaat meer dan de helft werken in de Economische sector. Dat geldt ook, zij het in mindere mate, voor degenen met een management-, een communicatie- of een HRM-opleiding. Van de commercieel opgeleiden gaat verder een groot deel (ruim dertig procent) werken in de Handel. Degenen die andere economische opleidingen hebben afgerond verspreiden zich breder op de arbeidsmarkt. Economisch afgestudeerden komen relatief vaak terecht in economische beroepen zoals administratieve of commerciële beroepen. Ook juridische of bestuurlijke functies worden relatief vaak gevonden. Daarnaast gaat een relatief groot aantal afgestudeerden aan de slag als arbeidsbemiddelaar of personeelsfunctionaris. Economisch afgestudeerden stromen ook regelmatig de arbeidsmarkt op in de beroepen bedrijfsorganisatiedeskundigen en personeelsadviseurs. Ontwikkelingen naar opleidingencluster Voorgaand zijn per cluster conclusies getrokken over de aansluiting en kansen en bedreigingen op de arbeidsmarkt. Hoewel dit overall voor de clusters positief lijkt uit te pakken, verandert dit beeld wel als per cluster dieper naar de opleidingen zelf wordt gekeken. Hieronder volgen per (sub)cluster de belangrijkste conclusies uit deze sectoranalyse. Financiële opleidingen De opleidingen binnen dit cluster hebben allen een financiële insteek (zie ook bijlage 11.A). Het betreft een klein aantal verschillende opleidingen (vier isats). De studie Bedrijfseconomie is goed voor ongeveer de helft van de studenten, waardoor deze een grote invloed heeft op de waarnemingen in dit cluster. De arbeidsmarktsituatie van afgestudeerden verschilt tussen de diverse opleidingen. x

11 De voornaamste conclusies zijn: De financiële opleidingen kunnen zich in een groeiende belangstelling verheugen. Afgestudeerden kunnen naar verwachting ook de komende jaren redelijk goed aan de slag in banen die aansluiten bij de opleiding. Daarmee is de arbeidsrelevantie van dergelijke opleidingen aangetoond. Afgestudeerden Fiscale economie en Accountancy komen veel vaker dan afgestudeerden van andere opleidingen terecht in een functie waarvoor uitsluitend gevraagd wordt naar iemand met deze specifieke opleidingsachtergrond of eventueel een verwante opleidingsachtergrond. Er zijn klaarblijkelijk aanverwante opleidingen die voor dezelfde functies opleiden. In dit geval zou sprake kunnen zijn van overlap tussen deze opleidingen. Bedrijfseconomen en (in mindere mate) afgestudeerden van de opleiding Financial services management komen verspreid over diverse arbeidsmarktsectoren aan het werk. Daar waar Bedrijfseconomen over het algemeen positief oordelen over de opleiding in relatie tot de functie en de opleiding als relevant kan worden beoordeeld- is dit bij Financial services management niet het geval. Commerciële opleidingen De opleidingen binnen dit cluster lijken onderling fors te verschillen in het object van studie (zie ook bijlage 11.B). Naast een opleiding die zeer algemeen van aard is (Commerciële economie), kent het cluster verder opleidingen die gericht lijken op zakelijke dienstverlening en handel in specifieke deelterreinen. Denk aan Food & business, International business and languages, Trade management gericht op Azië. Er zijn twee opleidingen die driekwart van het aantal studenten binnen dit cluster herbergen, te weten Commerciële economie met maar liefst 60% van de studenten en Small business en retail management met slechts 16%. De overige opleidingen zijn fors kleiner. De gemiddelden binnen dit cluster worden dan ook sterk bepaald door Commerciële economie. De voornaamste conclusies zijn: De commerciële opleidingen kennen een grote en groeiende belangstelling van studenten; De aansluiting van de opleidingen in dit cluster met de arbeidsmarkt is bij een deel van de opleidingen (m.n. Trade management gericht op Azië en Small business en retail management) verre van optimaal. De toekomst tot 2016 voor afgestudeerden van opleidingen als Commerciële economie en Bedrijfskunde is volgens ROA ongunstig als het gaat om het vinden van een baan. Afgestudeerden blijken tot nu toe wel aan het werk te komen, zij het met enige moeite. De eigen opleiding van de Commerciële opleidingen wordt niet of nauwelijks gevraagd voor de functies waarin men gaat werken. Meestal is een aanverwante of zelfs een hele andere opleiding ook goed. Voor een algemene opleiding als Commerciële economie is dit te verklaren. Voor de andere (relatief kleine) opleidingen geldt echter dat ze een dusdanig specifiek karakter hebben, dat dit een specifieke vraag vanuit de arbeidsmarkt zou moeten rechtvaardigen. Het is onbekend of er vraag is naar al deze specifieke opleidingen Opvallend is de groei in het aantal afgestudeerden van de Ad Small business en retail management (+116% sinds 2008) tegenover een daling bij de bachelor (-16% sinds 2008). xi

12 Hoewel er een stijgende belangstelling is van studenten in de commerciële opleidingen, zijn er de komende jaren vermoedelijk onvoldoende baanopeningen. Managementopleidingen De diversiteit aan opleidingen binnen dit cluster is met 32 isat s verspreid over 122 locaties vrij fors (zie ook bijlage 11.C). Het zijn ook opleidingen die doorgaans niet in elkaars verlengde liggen, zoals enerzijds Vastgoed & makelaardij en anderzijds Vrijetijdsmanagement. De opleidingen bedienen ook andere deelarbeidsmarkten en kennen dan ook geheel andere ontwikkelingen qua instroom, uitstroom en aansluiting. De gemiddelden van het cluster zijn als zodanig niet representatief voor alle opleidingen binnen het cluster. Met de diversiteit aan opleidingen binnen het cluster van Managementopleidingen dient rekening te worden gehouden bij het lezen en met name toepassen van onderstaande conclusies: De afgelopen jaren is de instroom in de opleidingen in dit cluster gekrompen, terwijl het aantal opleidingen is uitgebreid. De overall belangstelling van studenten loopt dus terug, maar hierin zitten grote verschillen tussen opleidingen. De groei in aantal opleidingen draagt eraan bij dat de krimp in instroom bij sommige opleidingen in het cluster is toegenomen. De arbeidsmarktperspectieven tot 2016 zijn voor een aanzienlijk deel van deze opleidingen als ongunstig ingeschat door ROA. Afgestudeerden komen naar verwachting moeilijk aan een relevante baan. Afgestudeerden komen relatief vaak terecht in de sector waarvoor men is opgeleid. Afgestudeerden komen vaak terecht in functies waarvoor hun specifieke opleiding niet vereist is. Dit kan wijzen op het bestaan van overlap tussen opleidingen en op een moeilijke arbeidsmarktsituatie. Van de opleidingen Toerisme en recreatie, Vrijetijdsmanagement en Media & entertainmentmanagement lijkt de arbeidsmarktrelevantie beperkt. Zo hebben ze meer moeite om aan een baan te komen, wordt de aansluiting relatief vaak als onvoldoende beoordeeld en hebben afgestudeerden relatief vaak de eigen of een aanverwante opleiding niet nodig voor hun huidige functie. Officemanagement, Logistiek & economie en (in mindere mate) Hoger hotelonderwijs bereiden goed voor op de arbeidsmarkt, echter die arbeidsmarkt is niet heel specifiek. International business and managementstudies, Business administration in hotel management en hoger hotelonderwijs hebben een relatief hoog percentage dat geen baan heeft. Deels kan dit worden verklaard door de internationale oriëntatie van de opleidingen, maar dat lijkt niet het volledige verschil te verklaren. Communicatieopleidingen De diversiteit binnen de communicatieopleidingen is redelijk (10 isats, waarvan 3 Ad s; zie ook bijlage 11.D). Ook zijn de opleidingen onderling redelijk vergelijkbaar qua interessegebieden (communicatie, talen en journalistiek). De clustergemiddelden worden voor een groot deel verklaard door de opleiding Communicatie die goed is voor de helft van het aantal ingeschreven studenten. De arbeidsmarktperspectieven verschillen per opleiding. xii

13 De voornaamste conclusies zijn: Enkele communicatie-opleidingen zijn atypisch voor het Croho-onderdeel Economie. Afgestudeerden stromen uit naar diverse sectoren op de arbeidsmarkt. De opleidingen vertonen meer overeenkomsten met opleidingen uit het CROHO-onderdeel Taal & Cultuur in het wetenschappelijk onderwijs. Het lijkt voor de hand te liggen de indeling van deze opleidingen in het CROHO te herzien (zeker als de titulatuur tussen hbo en wo gelijkgeschakeld wordt). Het duurt in vergelijking met andere opleidingen langer voordat afgestudeerden een goede, passende baanvinden, maar uiteindelijk vindt men wel een baan die past bij de opleiding. Dit geldt echter beduidend minder voor afgestudeerden van de opleidingen European studies (Hogere Europese beroepen) en Oriëntaalse talen en communicatie. Beide studies lijken niet goed voor te bereiden op een beroep. Rechtenopleidingen Het cluster rechten bestaat uit een eenduidig aanbod van opleidingen (zie ook bijlage 11.E). De gepresenteerde gemiddelden zijn dan ook een goede weergave van de opleidingen in het cluster. Wel neemt HBO-rechten driekwart van de studenten voor zijn rekening. De opleiding beïnvloedt dan ook sterk de cijfers. De voornaamste conclusies zijn: De rechtenopleidingen voorzien in een behoefte van studenten, gezien de stijgende instroom. Ook voorzien ze in een behoefte op de arbeidsmarkt, aangezien studenten redelijk eenvoudig aan een baan komen. Afgestudeerden werken relatief vaak onder hbo-niveau. Afgestudeerden werken vaker dan gemiddeld onder hbo-niveau in een baan die men voorafgaand aan het afstuderen reeds had. Dit kan erop wijzen dat de opleiding relatief vaak gebruikt wordt voor het (bij)scholen van administratief mbo-personeel binnen de rechtskundige dienstverlening. Een Ad is in dat geval een alternatief voor de bachelor. In navolging van de discussie over de CROHO-indeling van meerdere communicatieopleidingen, is ook hier de vraag gerechtvaardigd of rechten als cluster binnen economie moet blijven, of dat de wo-indeling ook hier gevolgd zou moeten worden. Intersectorale opleidingen De variëteit aan opleidingen binnen dit cluster is groot, maar de opleidingen binnen de verschillende subclusters hebben wel een vergelijkbare basis: namelijk economische inslag. De clusters zijn: HRM (zie ook bijlage 11.F); Gezondheidszorg (zie ook bijlage 11.G); Sport (zie ook bijlage 11.H); Landbouw (zie ook bijlage 11.I); Onderwijs (zie ook bijlage 11.J); Techniek (zie ook bijlage 11.K). xiii

14 De voornaamste conclusies zijn: De verschillende opleidingen binnen het intersectorale cluster kennen over het algemeen flinke stijgingen in het aantal studenten dat de opleiding met een diploma afrondt. Alleen bij techniek en landbouw is een daling waar te nemen. Waar bij landbouw op korte termijn verwacht mag worden dat het aantal gediplomeerden weer gaat stijgen door een toenemende instroom, is dat voor techniek nog niet in zicht. De opleidingen binnen de subclusters HRM, Landbouw en Techniek kennen een zeer divers uitstroomprofiel. De aansluiting met de arbeidsmarkt is bij meerdere economische opleidingen in de subclusters landbouw, techniek en sport niet goed. Zo is er op dit moment geen ruimte voor een nieuwe opleiding Bouwmanagement en vastgoed en is het de vraag of de arbeidsmarkt wel behoefte heeft aan hbo-opgeleiden met deze achtergrond. Ook bij Bedrijfskunde en agribusiness is het de vraag of de arbeidsmarkt op deze specifieke groep afgestudeerden zit te wachten. Veel van deze afgestudeerden komen elders terecht dan verwacht mag worden. Bij sportopleidingen ligt de oorzaak van een problematische aansluiting meer bij de voorbereiding op de praktijk. Een baan vinden afgestudeerden wel, maar vaak niet in de eigen opleidingsrichting. Dit roept de vraag op of het beoogde werkveld wel behoefte heeft aan afgestudeerden met deze specifieke opleiding. Tot slot De Economische sector is er één van grote diversiteit. Niet alleen is er veel en verschillend opleidingenaanbod, er is ook een grote populatie studenten die deze opleidingen volgt. De sectoranalyse laat zien dat er zekere aangrijpingspunten zijn om de sector te optimaliseren. Er lijkt weinig tot geen ruimte voor nieuw aanbod, met uitzondering van een Ad op het terrein van Rechten. Bovendien wijzen de gegevens over de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt (m.n. dat de eigen opleidingsrichting niet vereist is en ook een aanverwante lang niet altijd) erop dat de bestaande diversiteit aan opleidingen omvangrijker is dan noodzakelijk. Verbreden van opleidingen lijkt dan voor de hand te liggen. Ook lijkt het niet logisch om alle opleidingen in het CROHO te categoriseren als hoger economisch onderwijs. Er zijn voldoende aanwijzingen om enkele opleidingen te categoriseren onder de CROHO-onderdelen Taal en Cultuur en Rechten. xiv

15 1 Inleiding 1.1 Aanleiding sectoranalyse De Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO) is per 1 juli 2009 ingesteld met als voornaamste taak aanvragen macrodoelmatigheid hoger onderwijs te beoordelen en hierover advies uit te brengen aan de minister. Het gaat daarbij onder meer om aanvragen over te verzorgen nieuwe opleidingen, de vestiging of de samenvoeging van bestaande opleidingen. Nadat de CDHO een advies heeft uitgebracht, beslist de minister over de aanvraag. Voor een goede uitvoering van deze taken is het belangrijk dat de CDHO en het departement van OCW beschikken over een goed inzicht in de trends en ontwikkelingen in de verschillende sectoren in het hoger onderwijs. Daarom heeft de directeur Directie Hoger Onderwijs & Studiefinanciering per brief (d.d. 14 april 2010) aan de CDHO gevraagd enkele diepteanalyses te laten uitvoeren. Deze analyses zouden zich moeten richten op die sectoren waar nieuwe aanvragen macrodoelmatigheid te verwachten zijn en waarbij een beter beeld van de sector ten goede komt aan de kwaliteit van de adviezen en besluiten macrodoelmatigheid. Een van deze analyses is een sectoranalyse hbo economie. De resultaten van deze analyse komen in deze studie aan bod. 1.2 Macrodoelmatigheid Voor de beoordeling van de macrodoelmatigheid van nieuwe opleidingen hanteert de commissie sinds 1 november jl. de Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs Deze beleidsmaatregel is de vervanger van de Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs Deze regeling is aangepast vanwege de in de Strategische Agenda Hoger Onderwijs Onderzoek en Wetenschap: Kwaliteit in verscheidenheid aangekondigde wens om tot een gedifferentieerder onderwijsaanbod te komen. Het profiel van een instelling (de specialiteit van de instelling zoals overeengekomen tussen instelling en minister) en de arbeidsmarktbehoefte aan afgestudeerden gaan een nadrukkelijker rol spelen in het macrodoelmatigheidsbeleid. 5 In de oude Beleidsregel komt de doelmatigheidstoets kort gezegd neer op de vraag of een nieuwe opleiding (of verplaatsing van een opleiding) wenselijk is, bezien vanuit het bestaande aanbod (komen andere opleidingen in de verdrukking?), vanuit behoeften van studenten (is er voldoende belangstelling voor?), vanuit behoeften van de arbeidsmarkt (vraag naar personeel) en de bredere samenleving (bv. uitbouw kennissamenleving, ontwikkelen regio s). Ook werd gekeken of nieuwe opleidingen ingebed worden in de bestaande kennisinfrastructuur. In het nieuwe macrodoelmatigheidsbeleid is deze toetsing overeind gebleven, maar wordt bij de beoorde- 4 Staatscourant 2012 nr , 31 oktober De verdere beschrijving van de beleidsregel in deze paragraaf is grotendeels gebaseerd op de toelichting bij de nieuwe beleidsregel. 1

16 ling meer gekeken naar wijzigingen in het bestaande aanbod en minder snel overgegaan tot nieuwe opleidingen. De nieuwe beleidsregel kent de volgende uitgangspunten: 1) Meer flexibiliteit ten behoeve van de aanpassing/vernieuwing en verbreding van bestaande opleidingen. 2) Restrictief ten aanzien van nieuwe opleidingen en nieuwe vestigingsplaatsen, met aandacht voor het profiel van de instelling en de behoefte op de arbeidsmarkt. Deze punten uiten zich op de volgende wijze in aanpassing van het macrodoelmatigheidsbeleid: Aanpassing en verbreding van bestaand aanbod wordt gestimuleerd, terwijl aanvragen voor nieuwe opleidingen restrictiever worden behandeld. Creëren van transparantie in het bestaande aanbod door het aantal opleidingen te reduceren, sectorale afspraken te maken over naamgeving 6 en invoering van bredere bacheloropleidingen. Meer focus op arbeidsmarktrelevantie door niet primair het overheidsbeleid als uitgangspunt te nemen voor nieuwe opleidingen, maar de vraag vanuit werkgevers/beroepspraktijk. Instellingen wordt via de CDHO de kans geboden te reageren op voornemens van een andere instelling die wijziging in het aanbod aan wil brengen (wijziging in afstemmingsoverleg) Aangepaste beleidsregel macrodoelmatigheid De kern van de doelmatigheidsbeoordeling op grond van de Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2012 wordt in de toelichting bij de beleidsregel als volgt samengevat: 1. Is er noodzaak voor een nieuwe opleiding? 2. Is er behoefte aan de opleiding en welke behoefte ligt aan de (nieuwe) opleiding ten grondslag? Daarbij zijn drie gronden mogelijk: a. Arbeidsmarktbehoefte: aantoonbare vraag bij werkgevers naar deze afgestudeerden. b. Maatschappelijke behoefte in combinatie met arbeidsmarktbehoefte: aantoonbare vraag in de maatschappij naar de opleiding, alsmede een aantoonbare behoefte aan deze afgestudeerden. c. Wetenschappelijke behoefte in combinatie met arbeidsmarktbehoefte: aantoonbare vraag in de wetenschap naar de opleiding, alsmede een aantoonbare behoefte aan deze afgestudeerden. 3. Is er ruimte in het bestaande stelsel of zijn er opleidingen die al in de behoefte kunnen voorzien? 4. Past de opleiding bij het profiel van de instelling? Zo ja, dan is de weging ten aanzien van ruimte in het stelsel lichter. Zo nee, dan is weging ten aanzien van arbeidsmarktrelevantie zwaarder. Zoals aangegeven heeft de CDHO als taak om op grond van deze beleidsregel de minister te adviseren over aanvragen van instellingen. De minister neemt de uiteindelijke beslissing. Het 6 De minister is voornemens CDHO en NVAO bij wet een beoordelingsrol toe te kennen bij naamgeving van opleidingen. 2

17 zal duidelijk zijn dat voor een goed advies én nemen van een beslissing een helder en eenduidig inzicht in de onderwijs- en arbeidsmarktontwikkelingen van de betreffende sector noodzakelijk is. 1.3 Doel De doelstelling van deze sectoranalyse is als volgt samen te vatten: Uitvoeren van een analyse van het onderwijsaanbod en van de arbeidsmarkt (nu en in de nabije toekomst) voor opleidingen in de sector hbo economie, op basis van bestaande onderzoeksgegevens, die de CDHO en ministers van OCW en EZ helpen bij het vormen van het macrodoelmatigheidsbeleid. Input voor macrodoelmatigheidsbeleid De sectoranalyse dient voornamelijk als input voor het macrodoelmatigheidsbeleid. Gezien de recente aanpassingen in dit macrodoelmatigheidsbeleid, houdt dit ook in dat goed gekeken moet worden naar de afnemers: de arbeidsmarkt. Input voor een sectorale verkenning De sectoranalyse dient niet alleen als input voor de CDHO en ministers van OCW en EZ. Ook de Vereniging Hogescholen heeft aangegeven de analyse graag te benutten. Samen met een sectorfoto van het Sectoraal Adviescollege (SAC) Economie, dient de analyse als belangrijke bron voor een sectorale verkenning en het Sectorplan voor Economie dat de Vereniging Hogescholen door een verkenningscommissie wil laten opstellen. 1.4 Onderzoeksopzet Kijkend naar de onderzoeksvragen, de uiterst gedifferentieerde arbeidsmarkt voor afgestudeerden van de opleidingen in de Economische sector, de reeds bij CDHO bekende informatie over de opleidingen (vervat in de door ITS ontwikkelde website Ontwikkeling in opleidingen ) en de aangescherpte focus op arbeidsmarktrelevantie in het doelmatigheidsbeleid, heeft in deze sectoranalyse het arbeidsmarktonderzoek (waar komen de afgestudeerden nu en straks terecht?) prioriteit gekregen. Daarnaast is gekeken naar de aansluiting tussen opleidingenaanbod en de vraag op de arbeidsmarkt. Hierbij zijn ook de ontwikkelingen in de instroom en gediplomeerde uitstroom in de opleidingen in de Economische sector betrokken. Het onderzoek is als volgt aangepakt: 1) Beknopte desk research (inclusief korte telefonische inventarisatie) ten behoeve van afbakening en inventariseren ontwikkelingen/trends in het opleidingenaanbod en macrodoelmatigheid. 2) Afbakening van het mee te nemen opleidingenaanbod in samenspraak met de begeleidingscommissie (zie bijlage 2). 3

18 3) Afbakening van de arbeidsmarktsectoren op basis van de bestemming van de afgestudeerden. 4) Analyse van het opleidingenregister en de ontwikkelingen in studentenaantallen (in-, dooren uitstroom). 5) Analyse van de arbeidsmarktsituatie na afstuderen door koppeling van diplomabestanden van DUO aan het banenbestand van CBS. 6) Analyse van de arbeidsmarktontwikkelingen op basis van bestanden en publicaties van ROA en CBS. 7) Analyse van de aansluiting onderwijsarbeidsmarkt op basis van de HBO-Monitor. 1.5 Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 gaat in de op de context en dan met name de relevante (beleids)ontwikkelingen voor het hbo in het algemeen en de sector economie in het bijzonder. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de ontwikkelingen in het opleidingenaanbod en in de in- en uitstroom. Hoofdstuk 4 beschrijft ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in hoofdlijnen. Het gaat daarbij voornamelijk om de arbeidsmarktsituatie en ontwikkelingen. Hoofdstuk 5 beschrijft de aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs in zowel meer kwalitatieve als kwantitatieve zin, ook wordt hier per cluster een inschatting van de toekomstverwachtingen gegeven. Daarnaast sluit elke beschrijving af met een beknopte conclusie over dat cluster. De conclusies uit deze analyse zijn opgenomen aan het begin van deze rapportage (zie samenvatting en conclusies). In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de betekenis van gehanteerde begrippen als isat, opleiding en CROHO Afbakening sector economie Bij het lezen van deze rapportage is het goed om te beseffen dat de Economische sector in deze analyse enigszins afwijkt van de sector zoals die in het CROHO is gedefinieerd als het hoger economisch onderwijs (heo). Deze afbakening is in overleg met de begeleidingscommissie tot stand gekomen, waarbij de volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: 1. Alle hbo-opleidingen die geregistreerd staan onder het CROHO-onderdeel Economie zijn meegenomen. 2. Opleidingen die in een ander CROHO-onderdeel dan Economie geregistreerd staan, maar waarvan de uitstroom uit de opleiding op de arbeidsmarkt zeer waarschijnlijk zal concurreren met de uitstroom uit opleidingen uit de sector Economie. Bijvoorbeeld management in de zorg, agrarische accountancy, lerarenopleidingen Economie. Deze aanverwante opleidingen zijn ondergebracht in een afzonderlijk hoofdcluster, te weten intersectorale opleidingen. 4

19 3. Opleidingen die door verschillende instellingen in zowel Economie als in een ander CRO- HO-onderdeel zijn geregistreerd, zoals Personeel & Arbeid en Communicatie, zijn meegenomen in de afbakening. Hierbij is doorslaggevend of het merendeel van de instellingen de opleiding in het domein Economie hebben geregistreerd. De op deze wijze geselecteerde opleidingen zijn in overleg met de begeleidingscommissie geclusterd, zodat in de analyse meer samenhangende uitspraken mogelijk zijn. Daarbij wordt een onderscheid in hoofd- en subclusters gebruikt (zie hieronder). De exacte afbakening van de opleidingen en sectoren staat beschreven in bijlage 2, 3 en 4 (laatste twee bijlagen geven een volledig overzicht van de arbeidsmarktsectoren). Hoofdcluster Business Administration Communicatieopleidingen Rechtenopleidingen Intersectorale opleidingen Subcluster Financiële opleidingen Commerciële opleidingen Managementopleidingen HRM (Economie / Gedrag en maatschappij) Gezondheidszorg Sport (Gezondheidszorg / Economie) Landbouw Onderwijs Techniek Onbekostigd onderwijs Het onbekostigd onderwijs is bij de analyse grotendeels buiten beschouwing gelaten. Over deze sector zijn onvoldoende gegevens beschikbaar. Het betreft hier onder meer instroomcijfers, gegevens omtrent het totaal aantal ingeschrevenen evenals diplomagegevens per instelling en opleiding. Momenteel zijn de CDHO en de NRTO in gesprek om de mogelijkheden te verkennen om alsnog in een analyse voor het onbekostigd onderwijs in de Economische sector te voorzien. Een dergelijke analyse kan als een 'addendum' op de voorliggende sectoranalyse worden beschouwd. Overigens blijft het onbekostigd onderwijs in deze analyse niet geheel buiten beschouwing. In hoofdstuk 3 is namelijk in een overzicht van het aantal onbekostigde opleidingen in de Economische sector voorzien. 5

20

21 2 Context van de sector 2.1 Inleiding Om de resultaten van de sectoranalyse goed te kunnen duiden is niet alleen informatie over ontwikkelingen in de opleidingen en de arbeidsmarkt nodig, maar is het ook goed om te kijken naar beleid dat die ontwikkelingen raakt. Er is zo gezegd meer informatie nodig over de context waarin een sectoranalyse tot stand komt. Naast de ontwikkelingen die de sector Economie rechtstreeks raken, zoals het beleid aangaande het hoger onderwijs (beschreven in 2.2) en (kwalitatieve) ontwikkelingen binnen de sector zelf (2.3), heeft de sector ook te maken met (landelijke) ontwikkelingen die indirect het opleidingenaanbod raken. Dergelijke ontwikkelingen zijn belangrijk omdat ze wel het speelveld van de opleidingen en diens afgestudeerden raken. De voornaamste hiervan worden hieronder beschreven. Topsectorenbeleid 7 De overheid heeft in 2011 beleid in gezet om Nederland tot de top van de kenniseconomieën te behoren. Hiervoor is een negental Economische sectoren aangewezen waarin Nederland uitblinkt en die verder ontwikkeld moeten worden. In dit beleid is samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs cruciaal. Op het eerste gezicht lijkt die gewenste samenwerking zich voornamelijk te richten op andere CROHO-onderdelen dan Economie. Er is echter in dit kader ook afgesproken om Nederland (nog) meer te positioneren als vestigingsplaats voor hoofdkantoren. De gedachte is dat als gerenommeerde bedrijven hun hoofdkantoor hier vestigen, dat meer investeringen in R&D aan zal trekken, wat weer ten goede komt aan de topsectoren. In de Actieagenda Met hoofdkantoren naar de top is het belang van de economische opleidingen aangegeven door te stellen dat geïnvesteerd moet worden in hoogwaardige en relevante opleidingen (mbo, hbo en wo), onder meer op financieel-economisch en juridisch-fiscaal terrein. 2.2 Beleidsontwikkelingen in het hoger onderwijs Het hoger beroepsonderwijs is een sector in beweging. Het afgelopen decennium is het aantal studenten in het hoger onderwijs fors gegroeid, en een einde van de groei wordt, gezien de referentieramingen 2012 vooralsnog niet verwacht. Dit riep bij toenmalig minister van OCW Plasterk in 2009 de vraag op of het Nederlandse stelsel voor hoger onderwijs in de huidige vorm een dergelijke groei wel aan kan. Daarom heeft hij de Commissie Veerman gevraagd hem hierover te adviseren. Het advies van de commissie luidde kortweg: geef een krachtige impuls aan 7 Zie onder meer 7

22 de kwaliteit en diversiteit van het Nederlandse hoger onderwijs. 8 De aanbevelingen van de commissie zijn door het ministerie nader uitgewerkt in de Strategische Agenda Hoger Onderwijs Onderzoek en Wetenschap: Kwaliteit in verscheidenheid (2011) die moet leiden tot koerswijzigingen in het hoger onderwijs. Doel van de Strategische Agenda is een hogere kwaliteit van het hoger onderwijs en een ambitieuzere studiecultuur. De Strategische Agenda zet in op meer differentiatie tussen en zwaartepuntvorming bij hogescholen en meer variatie in onderwijstrajecten voor verschillende doelgroepen in het hbo. Dit heeft onder meer geleid tot aanpassingen van het macrodoelmatigheidsbeleid zoals in hoofdstuk 1 reeds besproken. Hieronder worden de twee voornoemde punten, die belangrijke consequenties hebben voor het opleidingsaanbod, nader toegelicht. Differentiatie en zwaartepuntvorming Instellingen moeten niet meer een zo breed mogelijk opleidingsaanbod nastreven, maar zich juist specialiseren in en profileren op bewust gekozen gebieden. Het gaat om meer differentiatie qua niveau en inhoud binnen en tussen opleidingen en een meer doelmatige organisatie van het onderwijsaanbod. Hierover hebben hogescholen (en universiteiten) prestatieafspraken met het ministerie gemaakt. De herordening van het aanbod houdt ook een reductie van het aantal opleidingen in, wat de transparantie van het aanbod (zowel voor werkgevers als studenten) moet vergroten. Meer variatie in onderwijstrajecten Om meer recht te doen aan de diversiteit van de studentenpopulatie en leven lang leren voor werkenden te bevorderen, wordt ingezet op verschillende nieuwe leertrajecten. In de Wet Kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs krijgt de Associate degree (Ad) een vaste plaats in het hbo (meer over Ad s in hoofdstuk 3). Ook komen er meer programma s voor excellente studenten, professionele masters en korte (driejarige) trajecten om het hbo voor vwo-ers aantrekkelijker te maken. De Strategische Agenda is nader uitgewerkt in de Wet Kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs. Deze wet is inmiddels door zowel de Tweede als Eerste Kamer aangenomen en op 10 juli 2013 in werking getreden 9. Naast de verankering van Ad s in het hbo regelt deze wet onder meer extra mogelijkheden voor collegegelddifferentiatie voor excellente opleidingen en aanmeldingen voor een studie voor 1 mei, zodat opleidingen de mogelijkheid hebben aankomend studenten beter te begeleiden in de gemaakte studiekeuze alsmede voor te bereiden op de studie. Een ander belangrijk punt is de gelijkschakeling in titulatuur tussen hbo en wo om internationale vergelijking beter mogelijk te maken. Invoering sociaal leenstelsel Een andere belangrijke ontwikkeling is de voorgenomen omvorming van de studiebeurs in een sociaal leenstelsel. Deze wijziging zal zeker invloed hebben op de opleidingskeuzes van studen- 8 Veerman et al (2010). Differentiëren in drievoud. Advies van de Commissie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs Stelsel 9 stb

23 ten in het hoger onderwijs. Wat het effect zal zijn op het hoger onderwijs in het algemeen en de sector economie in het bijzonder, is op dit moment echter niet goed in te schatten. 2.3 Beleidsontwikkelingen bij de economische opleidingen Voornoemde ontwikkelingen zijn ook van belang voor de in deze analyse centraal staande sector hbo economie. Met studenten in het bekostigd onderwijs is dit veruit de grootste hbo-sector. Het opleidingsaanbod in deze sector kent bovendien een grote diversiteit: opleidingen lopen van toerisme tot accountancy en van makelaardij tot personeel & arbeid. Studenten in deze opleidingen worden opgeleid voor een van de volgende vijf graden: Bachelor of business administration (met opleidingen als bestuurskunde, management, economie & recht, facility management, hotelonderwijs, toerisme-vrijetijd, logistiek & economie, vastgoed & makelaardij, personeel & arbeid). 2. Bachelor of economics (met opleidingen als accountancy, bedrijfseconomie, fiscale economie financial services management). 3. Bachelor of commerce (met opleidingen als commerciële economie, food & business, international business and languages, small business and retail management). 4. Bachelor of communications (met opleidingen als communicatie, journalistiek). 5. Bachelor of laws (met opleidingen als hbo-rechten, hogere juridische opleiding, sociaaljuridische hulpverlening). Medio 2011 hebben de hogescholen besloten om voor een groot deel van de opleidingen binnen de sector heo te gaan werken met één graad: de Bachelor of Business Administration (BBA). Deze graad is gebaseerd op de ontwikkelde BBA-standaard met daaraan gekoppelde kernvakgebieden. Met de invoering van deze internationaal herkenbare heo-graad wil men de transparantie vergroten en de (internationale) positie van het hoger economisch onderwijs en daarmee ook van de afgestudeerden verbeteren. Sectorverkenning Om het bestaande onderwijsaanbod te ijken aan de actuele en toekomstige ontwikkelingen (in het bijzonder in het werkveld) worden voor iedere sector van het hbo met regelmaat sectorale verkenningen uitgevoerd in betrokkenheid met het werkveld. Dit jaar is in de sector hoger economisch onderwijs (heo) ook gestart met een sectorale verkenning om onder meer het opleidingenaanbod onder de loep te nemen. Naast deze voorliggende sectorstudie, maakt de verkenningscommissie ook gebruik van een door het Sectoraal Adviescollege (SAC) Economie op te stellen sectorfoto. Deze foto gaat daarbij met name in op de mate waarin afstudeeropdrachten en stages van studenten matchen met het beschikbare potentieel bij werkgevers in de regio. Vraag daarbij is of de marktrelaties van de opleidingen eenzelfde beeld zien als de bedrijvigheid in de regio. Ook wordt nagegaan welke mogelijkheden er voor opleidingen zijn om beter in te spelen op landelijke ontwikkelingen zoals het topsectorenbeleid. Een van de constateringen 10 Bron: (laatst geraadpleegd, 20 mei 2013) 9

24 vanuit het SAC is dat economieopleidingen niet goed aan zouden sluiten bij het topsectorenbeleid. Ontwikkelingen Uit de aanvragen bij de CDHO valt op te maken dat ondanks de omvang van de sector, het aandeel aanvragen voor advies dat de CDHO sinds de oprichting heeft ontvangen op het terrein van de sector economie relatief beperkt lijkt: circa 20 van de ruim 200 aanvragen lijken op het eerste gezicht de sector hbo economie te betreffen. 11 Uit het veld komen niet direct signalen over concrete wijzigingen die in het huidige opleidingenaanbod op stapel staan. De kans lijkt groot dat veel opleidingen de ontwikkelingen in de sector, waaronder de sectorale Verkenning door de Vereniging Hogescholen, vooralsnog afwachten. Wel is bekend dat twee hogescholen (Hogeschool Rotterdam en INHolland) afspraken hebben gemaakt over herordening van hun opleidingenaanbod, waarbij meerdere economische opleidingen zijn betrokken. Hierbij moet worden bedacht dat in deze studie geen uitgebreide inventarisatie in het veld is gehouden. Het SAC geeft bovendien te kennen dat er wel degelijk initiatieven zijn, maar dat een overzicht ontbreekt. De voornaamste tendens lijkt verbreding van de bachelors te zijn (en vervolgens differentiatie/specialisatie in de afstudeerrichtingen). Deze ontwikkeling sluit ook aan bij het landelijke ho-beleid, zoals in de vorige paragraaf beschreven. Voor het werkveld lijkt dit in zekere mate ook wenselijk, zij het dat bepaalde sectoren (banken en verzekeraars) ook te maken hebben met strengere eisen aan adviseursfuncties waar het gaat om specifieke inhoudelijke kennis en verplichte modules. Tegelijkertijd geven dezelfde branches in een gesprek aan meer soft-skills bij de afgestudeerden wenselijk te vinden. 11 Bron: 10

25 3 Ontwikkelingen opleidingenaanbod Het opleidingenaanbod In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van het opleidingenaanbod in de sector economie, zoals deze ten behoeve van deze studie voor CDHO in samenspraak met de begeleidingscommissie is gedefinieerd (zie ook paragraaf 2.3). De afgelopen jaren is het aanbod aan economische opleidingen 13 licht gedaald. Zo is ten eerste het aantal instellingen (hogescholen) met bekostigde economieopleidingen tussen 2008/09 en 2012/13 gedaald van 31 naar 25. Aangezien dit voor een groot deel het gevolg is van fusies en/of administratieve handelingen, zoals in bijlage 11.A tot en met 11.K per subcluster is te zien, is ook het aantal lesplaatsen onder de loep genomen. Deze kent in dezelfde periode een vergelijkbare daling, namelijk van 56 naar 52 plaatsen (zie Figuur 3.1). Figuur 3.1 Aantal bekostigde instellingen en lesplaatsen in de Economische sector aantal instellingen / / / / /13 Bron: CROHO, bewerking ITS aantal lesplaatsen / / / / /13 Het gemiddeld aantal lesplaatsen per opleidingscode is tussen 2008/09 en 2012/13 gedaald van 5,6 naar 4,8. Aantal opleidingen Een andere belangrijke ontwikkeling in de sector betreft het aantal opleidingen dat wordt aangeboden in de sector economie. Dit aantal is de afgelopen jaren gestegen als gevolg van de 12 In bijlage 11.A tot en met 11.K is per subcluster een overzicht gegeven van de ontwikkelingen in het opleidingenaanbod, instroom, doorstroom en gediplomeerde uitstroom. De achterliggende data van in dit hoofdstuk genoemde specifieke ontwikkeling in een subcluster zijn daar te vinden. 13 Onder een opleiding verstaan we hier de combinatie van een bepaalde opleidingscode (isat) met een bepaalde lesplaats. Als bijvoorbeeld Commerciële economie door een hogeschool op twee vestigingen wordt aangeboden zijn dat dus twee opleidingen (zie ook bijlage 1 voor nadere uiteenzetting gehanteerde begrippen). 11

26 opkomst van Associate degrees (zie Figuur 3.2). Het aanbod aan bachelor- en masteropleidingen is redelijk stabiel gebleven. Kijkend naar de figuur lijkt er weliswaar sprake te zijn van een grote schommeling bij het aantal bachelor opleidingen, maar dit wordt verklaard door administratieve wijzigingen. Het grote aantal beëindigde en startende opleidingen in 2010/11 en 2012/13 wordt namelijk vooral veroorzaakt doordat Fontys, Avans, Saxion en Stenden hun opleidingen op de brin van nevenvestigingen beëindigen en dezelfde opleidingen vervolgens weer starten onder het algemene brinnummer Verder blijkt dat opleidingsvarianten als deeltijd en duaal de afgelopen jaren zijn afgenomen (respectievelijk met 17 en 54 teruggelopen sinds 2008), terwijl het aantal voltijdvarianten met 10 is toegenomen (zie ook bijlage 5, tabel B5.2). Figuur 3.2 Ontwikkelingen in het bekostigd aantal opleidingen (bachelor, master, Ad) bachelor 2008/ / / / /13 gestart lopend beëindigd master / / / / /13 gestart lopend beëindigd associate degree / / / / /13 gestart lopend beëindigd Bron: CROHO, bewerking ITS Tabel 3.1 laat het aantal (startende en lopende) opleidingen per subcluster zien. Bij de meeste subclusters is het aantal opleidingen de afgelopen vijf jaar gestegen. De financiële opleidingen en de managementopleidingen laten de grootste stijging zien. Dit komt vooral door de start van een aantal nieuwe Ad s binnen deze subclusters. Het aantal intersectorale opleidingen is (vrijwel) stabiel gebleven of licht afgenomen (HRM en Techniek). In de bijlagen is per subcluster een beschrijving opgenomen waarbij het opleidingenaanbod (startend, lopend e.d.) op opleidingsniveau is beschreven. Masteropleidingen Binnen de bekostigde economische hbo-opleidingen worden vooralsnog geen masteropleidingen aangeboden. De in Figuur 3.2 opgenomen masteropleidingen zijn de lerarenopleidingen, te weten Leraar Algemene Economie (aangeboden door 4 instellingen) en Leraar Bedrijfsecono- 12

27 mie (aangeboden door 1 instelling). Voor een hbo-master op het terrein van de economie, anders dan een lerarenopleiding, dienen belangstellenden uit te wijken naar het onbekostigde aanbod (zie ook paragraaf 3.3). Tabel 3.1 Aantal startende/lopende opleidingen per subcluster in de Economische sector 2008/ / / / /13 Financiële opleidingen Commerciële opleidingen Managementopleidingen Communicatieopleidingen Rechtenopleidingen Intersectoraal: HRM-opleidingen Intersectoraal: Gezondheidszorg Intersectoraal: Sportopleidingen Intersectoraal: Landbouwopleidingen Intersectoraal: Onderwijsopleidingen Intersectoraal: Techniekopleidingen Totaal Economische sector Bron: CROHO, bewerking ITS Spreiding over instellingen Een belangrijke vraag bij het beoordelen van de macrodoelmatigheid van een voornemen van een instelling voor hoger onderwijs is niet of een opleiding reeds wordt aangeboden, maar met name of het aantal opleidingsplaatsen toereikend is en er ruimte is voor een nieuwe opleiding. Een opleiding, in termen van het register een opleidingscode, kan op verschillende instellingen worden aangeboden. Het gemiddeld aantal instellingen per opleidingscode is bij bekostigde opleidingen gedaald tussen 2008/09 en 2012/13. In 2008/09 werd een opleidingscode op 4,6 instellingen aangeboden en dat is in 2012/13 3,7 instellingen. Sommige opleidingen worden veel vaker aangeboden dan andere opleidingen. Dit verschilt ook per subcluster, zoals uit onderstaand overzicht blijkt. De opleidingscode die in 2012/13 op het hoogst aantal instellingen wordt aangeboden binnen het betreffende subcluster is: financiële opleidingen: B Bedrijfseconomie (15 instellingen); commerciële opleidingen: B Commerciële Economie (16 instellingen); managementopleidingen: B Bedrijfskunde MER en B International Business and Management Studies (beide 14 instellingen); communicatieopleidingen: B Communicatie (14 instellingen); rechtenopleidingen: B HBO Rechten (13 instellingen); HRM: B Human Resource Management (16 instellingen); gezondheidszorg: B Management in de Zorg (11 instellingen); sport: B Sport, Gezondheid en Management (2 instellingen); landbouw: B Bedrijfskunde en Agribusiness (4 instellingen); 13

28 onderwijs: B Opleiding tot leraar vo van de 2 e gr in Algemene Economie (7 instellingen); techniek: B Business IT & Management (12 instellingen). In bijlage 5 is een volledig overzicht opgenomen van het aantal instellingen dat een specifieke opleiding aanbiedt. Spreiding naar provincie Studenten die graag een economische opleiding willen volgen, kunnen in iedere provincie terecht voor een dergelijke opleiding, zij het dat niet alle opleidingen overal worden aangeboden. Zoals uit Tabel 3.2 blijkt, worden in de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Noord- Brabant de meeste opleidingen aangeboden. Tabel 3.2 Aantal startende/lopende opleidingen per provincie in de Economische sector 2008/ / / / /13 Groningen Friesland Drenthe Overijssel Gelderland Utrecht Noord-Holland Zuid-Holland Zeeland Noord-Brabant Limburg Flevoland Totaal Bron: CROHO, bewerking ITS 3.2 In- en uitstroom Instroom Het aantal studenten dat staat ingeschreven bij een bekostigde opleiding in de Economische sector is de afgelopen vijf jaar met 11% gestegen, van in 2008/09 naar in 2012/13 (zie Tabel 3.3). Het aantal eerstejaars studenten nam in de zelfde periode ook toe, maar minder sterk (+5%): van naar

29 Tabel 3.3 Aantal studenten (1 e jaars en totaal) per subcluster in de Economische sector (2007/ /12). 2008/ / / / /13 Groei 08/09-12/13 Financiële opleidingen 1e jrs % Totaal % Commerciële opleidingen 1e jrs % Totaal % Managementopleidingen 1e jrs % Totaal % Communicatieopleidingen 1e jrs % Totaal % Rechtenopleidingen 1e jrs % Totaal % HRM-opleidingen 1e jrs % Totaal % Gezondheidszorg 1e jrs % Totaal % Sportopleidingen 1e jrs % Totaal % Landbouwopleidingen 1e jrs % Totaal % Onderwijsopleidingen 1e jrs % Totaal % Techniekopleidingen 1e jrs % Totaal % Totaal Economische sector 1e jrs % totaal % Bron: DUO, bewerking ITS Het subcluster Managementopleidingen heeft verreweg het hoogste aantal ingeschreven studenten. Bijna een op de drie studenten uit de Economische sector volgt een Managementopleiding. Het aantal Managementstudenten is tot 2010/11 sterk gestegen, maar de laatste twee jaar vrij constant. Op de Techniekopleidingen na zagen alle economische subclusters de afgelopen vijf jaar hun studentenaantallen stijgen. Relatief de sterkste groei hadden de economische Onderwijsopleidingen (+32%), Rechtenopleidingen (+28%) en Sportopleidingen (+24%). Wanneer alleen naar de eerstejaarsstudenten wordt gekeken (dus de nieuwe instroom), dan blijkt vooral een sterke stijging bij Onderwijsopleidingen (+52%) en Rechtenopleidingen (+21%) aanwezig. In absolute zin is ook bij de Financiële en Commerciële opleidingen de nieuwe instroom (eerstejaars) de afgelopen vijf jaar aanzienlijk toegenomen. Uitstroom In 2011/12 behaalden studenten in de Economische sector een diploma (zie Tabel 3.4). Daarmee is de gediplomeerde uitstroom uit de sector in vijf jaar tijd met 11% gestegen. Relatief 15

30 gezien steeg het aantal gediplomeerden het sterkst bij de (kleine) intersectorale subclusters: Sportopleidingen (+75%), Onderwijsopleidingen (+63%) en Gezondheidszorgopleidingen (+52%). Maar ook de Rechtenopleidingen (+32%) en Communicatieopleidingen (+25%) lieten een sterke stijging zien. Het aantal gediplomeerden van economische Techniekopleidingen (- 22%) en Landbouwopleidingen (-14%) laat juist een dalende trend zien. Tabel 3.4 Aantal gediplomeerden per subcluster in de Economische sector (2007/ /12) 2007/ / / / /12 Groei 07/08-11/12 Financiële opleidingen % Commerciële opleidingen % Managementopleidingen % Communicatieopleidingen % Rechtenopleidingen % HRM-opleidingen % Gezondheidszorg % Sportopleidingen % Landbouwopleidingen % Onderwijsopleidingen % Techniekopleidingen % Totaal Economische sector % Bron: DUO, bewerking ITS 3.3 Aanbod van onbekostigde opleidingen Deze sectorstudie richt zich op het bekostigde opleidingenaanbod van economische opleidingen in het hbo. Het onbekostigde onderwijs (al dan niet aangewezen) blijft hierbij buiten beschouwing, grotendeels doordat cijfers over het onbekostigd onderwijs volledig ontbreken. Er zijn namelijk geen landelijke bestanden beschikbaar met cijfers over de instroom of gediplomeerden en als gevolg hiervan dus ook geen cijfers over de instroom van deze gediplomeerden op de arbeidsmarkt. Wel is het opleidingenaanbod van de erkende opleidingen bekend. In het kader van zijn doelmatigheidsbeoordeling, wordt de CDHO wel geacht rekening met dit aanbod te houden. Hier volgt dan ook een overzicht van het aanbod aan onbekostigde opleidingen in de Economische sector, conform de in deze studie gehanteerde afbakening van de opleidingen (lees isat-codes, per brin per lesplaats), zoals in hoofdstuk 1 besproken. Aantal instellingen Zoals uit Tabel 3.5 blijkt, is het aantal instellingen dat onbekostigde opleidingen aanbiedt de afgelopen jaren licht gedaald met twee instellingen, naar dertien in Deze instellingen hebben in totaal 60 lesplaatsen waar ze de economische opleidingen aanbieden. 16

31 Tabel 3.5 Aantal instellingen, lesplaatsen en opleidingen met onbekostigde economie opleidingen 2008/ / / / /13 Aantal instellingen (brin) Aantal lesplaatsen Totaal aantal economische opleidingen Uitsplitsing naar subcluster Financieel Commercieel Management Communicatie Rechten HRM Gezondheidszorg Sport Landbouw Onderwijs Techniek Aantal opleidingen Uit de tabel blijkt ook dat het aantal onbekostigde economische opleidingen (opleidingscode op een bepaalde lesplaats) de afgelopen jaren flink is gestegen van 128 in 2008/2009 naar 167 in 2012/2013. Dit komt voornamelijk door de stijging bij de clusters financieel, gezondheidszorg en onderwijs. Een meer gedetailleerd overzicht van de ontwikkelingen in het onbekostigde opleidingenaanbod (gestart, lopend en beëindigd) per cluster is opgenomen in bijlage Associate degrees Om het aanbod in het hbo te verbreden en het gat te dichten tussen het mbo en het ho werd in september 2006 gestart met pilots Associate degrees (Ad). Een Ad is een tweejarig onderdeel van een vierjarige bacheloropleiding met een eigen arbeidsmarktkwalificerende functie en een daaraan verbonden graad. Mede op basis van de eindevaluatie van de Ad 14 en de eerder genoemde adviezen van de Commissie Veerman is inmiddels besloten tot definitieve invoering van de Ad. Ook in de sector Economie neemt de Ad een belangrijke plek in, vandaar dat hier alvorens over te gaan op de arbeidsmarktontwikkelingen- een aparte beschrijving is opgenomen van Ad s. 14 D. de Graaf, E. van den Berg (2010). Monitor Associate degree. Eindevaluatie. Amsterdam (SEO). 17

32 Behoefte aan Ad s De Ad s moeten aansluiten bij een behoefte uit het bedrijfsleven aan personeel met een opleidingsniveau dat ligt tussen mbo niveau 4 en een hbo-bachelor. In haar advies geeft de Commissie Associate degree aan dat er op dit punt een sceptische houding is binnen het hbo: Zo constateert de HBO-raad dat in de pilots slechts 0,5% van het totale aantal hbo-studenten een Ad volgt, met een gemiddelde van studenten per Ad. 15 De Commissie benoemt echter ook een aantal zeer succesvolle Ad s: Accountancy, Zorgmanagement, Small Business, Toerisme, Retailmanagement, Officemanagement allemaal Ad s binnen de sector Economie. Volgens de Commissie is het kenmerkend voor deze succesvolle opleidingen dat er sprake is van een structurele samenwerking met het bedrijfsleven dat zich committeert aan een jaarlijks aantal deelnemers. Ook uit onderzoek van ECABO 16 blijkt dat er behoefte is aan medewerkers op Ad-niveau voor economisch/administratieve, ICT- en veiligheidsberoepen. Het grootst is de behoefte aan ICT-medewerkers en commercieel medewerkers. Dit komt ook terug in de voor deze studie gevoerde gesprekken met brancheorganisaties. Niet alleen in economische sectoren, maar ook daarbuiten neemt de vraag naar hoger opgeleid personeel toe. Een rondgang langs verschillende brancheorganisaties leert dat deze opleidingen voor de arbeidsmarkt zeer gewenst zijn. Uit deze gesprekken komt een trend naar voren waarbij werkgevers een hogere opleiding van hun werknemers vragen: in plaats van mbo niveau 2 naar mbo niveau 3-4, van niveau 4 naar mbo+. Daarbij is een hbo bachelor opleiding niet altijd nodig. Aanbod van opleidingen De afgelopen vijf jaar is het aanbod van Ad s in de Economische sector bijna verdubbeld (zie Tabel 3.6): in 2008/09 werden 33 Ad s aangeboden, in 2012/13 zijn het er 60. Vooral de subclusters Financiële opleidingen (12), Commerciële opleidingen (11) en Managementopleidingen (13) hebben veel Ad s. Met 7 lesplaatsen worden de Ad Accountancy en de Ad Management in de Zorg op de meeste plaatsen aangeboden. Dit past goed bij de eerder geconstateerde toenemende behoefte aan opgeleiden op dit tussenniveau in het werkveld. Instroom Het toegenomen aanbod van Ad s gaat gepaard met een stijging van het aantal ingeschreven studenten. De afgelopen vijf jaar is het aantal studenten dat een Ad in de Economische sector volgt met 75% toegenomen: van in 2008/09 naar in 2012/13 (zie Tabel 3.6). De stijging is logischerwijs het sterkst bij de subclusters waar veel nieuwe Ad s zijn gestart: Managementopleidingen en Commerciële opleidingen. De Ad s Accountancy en Management in de Zorg hebben de meeste studenten (ruim 400 waarvan circa 300 eerstejaars). Deze instroom laat zien dat er niet alleen een vraag is naar Adopgeleiden in het werkveld, maar dat er ook belangstelling voor de opleidingen op dit niveau is bij studenten. 15 Commissie Associate Degree (2011) Advies van de Commissie voor een Aanpak definitieve invoering Associate degree. Den Haag. 16 Sondermeier, O. (2013) De behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein. (ECABO). 18

33 Tabel 3.6 Aantal studenten (1 e jaars en totaal) ingeschreven aan Ad s per subcluster in de Economische sector (2008/ /13). 2008/ / / / /13 Groei 8/09-12/13 Financiële opleidingen 1e jrs % totaal % Commerciële opleidingen 1e jrs % totaal % Managementopleidingen 1e jrs % totaal % Communicatieopleidingen 1e jrs % totaal % HRM-opleidingen 1e jrs % totaal % Gezondheidszorg 1e jrs % totaal % Sportopleidingen 1e jrs % totaal % Landbouwopleidingen 1e jrs % totaal % Onderwijsopleidingen 1e jrs x x totaal x x Techniekopleidingen 1e jrs % totaal % Totaal Ad s 1e jrs % totaal % Bron: DUO, bewerking ITS Uitstroom In vijf jaar is het aantal gediplomeerden van een Ad in de Economische sector bijna verviervoudigd: van 250 gediplomeerden in 2007/08 naar 906 gediplomeerden in 2011/12 (zie Tabel 3.7). Met jaarlijks (ruim) 200 gediplomeerden hebben Ad Management in de Zorg en Ad Financiële opleidingen de grootste uitstroom. Verder zal de gediplomeerde uitstroom bij de commerciële Ad s de komende jaren naar verwachting toenemen, als gevolg van de gestegen instroom sinds 2010/11. 19

34 Tabel 3.7 Aantal gediplomeerden van Ad s per subcluster in de Economische sector (2007/ /12) 2007/ / / / /12 Groei 07/08-11/12 Financiële opleidingen % Commerciële opleidingen % Managementopleidingen % Communicatieopleidingen x HRM-opleidingen % Gezondheidszorg % Sportopleidingen x Landbouwopleidingen x Techniekopleidingen % Totaal Ad s % Arbeidsmarkt Associate degrees Aangezien de Ad s nog relatief nieuw zijn en daarmee de gediplomeerde uitstroom nog relatief laag, is er tot op heden nog niet veel over de arbeidsmarktsituatie per Ad te zeggen. Wel zijn uitspraken mogelijk over de arbeidsmarktsituatie voor alle economische Ad s gezamenlijk (zie Figuur 3.3). 17 Het blijkt dat gediplomeerde Ad s binnen 3 à 4 jaar goed aan het werk komen. Daarbij valt op dat ze veel in de groothandel en detailhandel, alsmede in de gezondheidszorg aan de slag gaan. De uitstroom naar overig lijkt na 3 à 4 jaar vrij groot, maar dat komt doordat het aantal gediplomeerden nog te beperkt is om uitspraken te kunnen doen over de uitstroom naar de sectoren die onder overig vallen (om uitspraken te mogen doen op grond van CBS-cijfers dient een besproken cel - bv. de uitstroom van een specifieke opleiding naar een bepaalde sector - minimaal tien waarnemingen te bevatten). De verschillende sectoren zijn dus samengevoegd. 17 Voor een toelichting op de grafiek wordt verwezen naar bijlage 9. 20

35 Figuur 3.3 Arbeidsmarktsituatie Associate degrees in jaar van afstuderen en na 3 à 4 jaar Bron: CBS, bewerking ITS 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% AD opleidingen 1 (n=1764) geen baan 3,1% AD opleidingen 3 à 4 (n=270) overig 6,3% 20,4% economische sector 20,8% 15,2% informatietechnologie 0,6% uitzendbureau 6,6% 8,1% cultuur en sport 2,1% gezondheidszorg 32,9% 33,7% onderwijs 1,2% horeca 4,2% groothandel en detailhandel 22,2% 22,6% 21

36

37 4 Ontwikkelingen arbeidsmarkt Economische sector Inleiding In dit hoofdstuk komt de analyse van de arbeidsmarkt voor afgestudeerden aan economische opleidingen aan bod. Daarbij volgen eerst de meer algemene arbeidsmarktontwikkelingen, om zo de ontwikkelingen binnen de Economische sector in het juiste perspectief te plaatsen (paragraaf 4.2). Vervolgens wordt ingezoomd op de ontwikkelingen binnen de Economische sector (zoals gepresenteerd in de tabellen over de arbeidsmarktsituatie in de voorgaande hoofdstukken) en dan met name op de werkgelegenheid voor de werkenden in deze Economische sector (paragraaf 4.3) en de opleiding die ze gevolgd hebben (paragraaf 4.4). Vervolgens gaat het hoofdstuk nader in op de beroepen waar de afgestudeerden uit de economische opleidingen terechtkomen (paragraaf 4.5) en regionale mobiliteit van de werkenden in de sector, afgemeten aan de provincie waar ze hun opleiding hebben genoten (paragraaf 4.6). 4.2 De Nederlandse arbeidsmarkt De situatie op de arbeidsmarkt in Nederland wordt sinds 2008 sterk beïnvloed door de opeenvolgende crises (kredietcrisis, schulden/ eurocrisis). De wereldhandel is verslechterd en met de open economie merkt Nederland de gevolgen. Door aangekondigde maatregelen en bezuinigingen en door de oplopende werkloosheid zijn consumenten minder gaan besteden en investeren bedrijven minder. Ook dit heeft gevolgen voor de arbeidsmarkt. In de eerste jaren van de kredietcrisis werd vooral de flexibele schil getroffen. Inmiddels worden in toenemende mate ook werknemers met een vast dienstverband ontslagen. De werkloosheid is in Nederland het afgelopen decennium steeds laag geweest, zeker in vergelijking met andere West-Europese landen en met het Europese totaal (Figuur 4.1). Inmiddels is de werkloosheid in Nederland fors aan het toenemen terwijl in andere landen de werkloosheid zich stabiliseert of zelfs daalt (Duitsland). De conjunctuur drukt dus een groot stempel op de huidige arbeidsmarktontwikkelingen. 18 De Economische sector in dit hoofdstuk bestaat uit de sectoren zoals weergeven in TabelB7.1 op pagina

38 Figuur 4.1 Ontwikkeling werkloosheidspercentage (seizoengecorrigeerd) Nederland en andere Europese landen, % 14,0 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0, France European Union (27 countries) Belgium United Kingdom Netherlands Germany Bron: Eurostat, bewerking ITS Naast de conjunctuur spelen op de achtergrond echter nog steeds structurele ontwikkelingen een rol. Dit zijn vooral de demografische ontwikkelingen. Het effect van de vergrijzing en ontgroening voor de arbeidsmarkt wordt momenteel enigszins versluierd door de crisis en de verhoging van de AOW-leeftijd. Zodra de economie weer aantrekt zullen de effecten echter merkbaar worden op de arbeidsmarkt. Een andere structurele ontwikkeling is het gestegen opleidingsniveau (zie Figuur 4.2). Figuur 4.2 Ontwikkeling aandelen van de opleidingsniveaus in de werkgelegenheid (index, 2001=100) na revisie Onderwijsniveau: basisonderwijs Onderwijsniv.: vmbo, mbo1, avo onderbouw Onderwijsniveau: mbo2 en mbo3 Onderwijsniveau: mbo4 Onderwijsniveau: havo, vwo Onderwijsniveau: hbo, wo bachelor Onderwijsniveau: master, doctor Bron: CBS Statline, bewerking ITS 24

39 De afgelopen tien jaar is de werkgelegenheid in de opleidingen tot mbo-4 steeds gekrompen. Het aandeel in de werkgelegenheid van werkzamen met een mbo-4, hbo of wo opleidingsniveau is tot 2010 voortdurend gestegen. In 2011 is er geen toename meer van het aandeel werkzamen met hogere opleidingen. De werkgelegenheid voor hbo-opgeleiden 19 is in het eerste decennium van het millennium met ruim een derde toegenomen. In 2011 bedraagt het aantal hbo- en wobachelor opgeleiden 36 procent meer dan het aantal in Ook op basis van de werkloosheidcijfers blijkt dat hbo ers in de afgelopen jaren een gunstige arbeidsmarktpositie kenden (zie Figuur 4.3). Hbo ers kenden vrijwel steeds het laagste werkloosheidspercentage. Dit schommelde rond drie procent. Bij havo/vwo/mbo opgeleiden lag het percentage steeds rond vijf procent. Wel zijn op alle opleidingsniveaus de werkloosheidspercentages sinds 2008 aan het stijgen. Dat geldt ook voor de hbo-opgeleiden. Figuur 4.3 Werkloosheidspercentage per opleidingsniveau, mbo-4 en hoger, % na revisie Totaal, alle opleidingsniveaus Onderwijsniveau: mbo4 Onderwijsniveau: havo, vwo Onderwijsniveau: hbo, wo bachelor Onderwijsniveau: master, doctor Bron: CBS Statline, bewerking ITS 19 Dat is inclusief de wo-bachelor opgeleiden 25

40 4.3 Werkgelegenheidsontwikkelingen voor economisch opgeleiden 20 De volgende paragrafen geven een overzicht van het aantal werkenden in de Economische sector in 2008, 2009 en 2010 en kijkt daarbij ook uit welke opleiding (CROHO-onderdeel) de instroom in deze sectoren komt. Specifiek is de blik gericht op de afgestudeerden van de economische hbo-opleidingen volgens de afbakening voor deze rapportage (paragraaf 2.3). Tevens wordt ingegaan op de verwachte arbeidsmarktontwikkelingen, zoveel mogelijk per opleiding of per sector. Deze informatie is gebaseerd op analyses van de CBS databestanden. De gevolgen van de economische teruggang verschillen van sector tot sector. De sectoren Financiële dienstverlening en Managementadvisering zijn belangrijke werkgevers voor de economisch afgestudeerden. Juist deze sectoren hebben flinke klappen gehad in de crisis. Dit maakt de perspectieven voor hen om werk te vinden in deze sectoren minder rooskleurig. De Overheid, ook een belangrijke werkgever, is gegroeid tot 2010 maar is daarna gaan krimpen. Ook hier zullen dus minder nieuwe banen voor economisch afgestudeerden te vinden zijn de komende jaren. Daarentegen is er nog wel groei in de sector Reclame, design, overige diensten en in de Horeca. Ook in deze sectoren zijn veel afgestudeerden van de in deze studie centraal staande Economische opleidingen werkzaam. In de Horeca heeft de groei vooral plaatsgevonden in de flexibele arbeidsrelaties. Dat geldt niet voor de andere sectoren. De groei in de sector Reclame, design, overige diensten wordt veroorzaakt door de groei van het aantal zelfstandigen. Voor beide sectoren is het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie nauwelijks gegroeid. Toekomstige economisch afgestudeerden die in deze sectoren aan de slag willen, zullen dus minder vaak dan voorheen in een vast dienstverband terecht komen. Overigens geldt dat ook voor de andere sectoren. Alleen bij de Overheid is het aantal werkzame personen met een vast dienstverband de afgelopen jaren nog gegroeid. Sector waar economisch afgestudeerden gaan werken Afgestudeerden van een economische opleiding komen vaak terecht in de Economische sector. Van de afgestudeerden van de financiële en de rechtenopleidingen gaat meer dan de helft werken in de Economische sector. Van de commercieel opgeleiden gaat een groot deel (ruim dertig procent) werken in de Handel. Dat geldt ook, zij het in mindere mate, voor degenen met een management-, een communicatie- of een HRM-opleiding. Degenen die andere economische opleidingen hebben afgerond verspreiden zich breder op de arbeidsmarkt. Opleiding van werkzamen in de Economische sector Het grootste deel van de recent ingestroomde werkzamen in de Economische sector, heeft een hbo-diploma in een economische richting gehaald. Ruim 55 procent heeft een economische 20 Een uitgebreidere analyse van de ontwikkelingen van de werkgelegenheid in de Economische sectoren en de relatie tussen de economisch opgeleiden en de werkgelegenheid is te vinden in bijlage 7. Een uitsplitsing van de werkgelegenheid naar niveau en substitutiemogelijkheden is daarbij door het ontbreken van dergelijke data niet gemaakt. 26

41 opleiding als achtergrond. Dat wil overigens niet zeggen dat in deze sectoren alleen economisch opgeleiden werkzaam zijn. Er werkt in deze sector ook een aanzienlijk aantal personen die recent een technische hbo-opleiding hebben afgerond. Ongeveer een vijfde van de werkzame personen in de Economische sector die recent zijn afgestudeerd heeft een techniekdiploma. Daarnaast heeft ongeveer een tiende van de recent afgestudeerden die werkzaam is in deze sector een hbo-opleiding Gedrag en maatschappij afgerond. Werkgelegenheid naar beroep Economisch afgestudeerden komen relatief vaak terecht in economische beroepen zoals administratieve of commerciële beroepen. Ook juridische of bestuurlijke functies worden relatief vaak gevonden. Daarnaast gaat een relatief groot aantal afgestudeerden aan de slag als arbeidsbemiddelaar of personeelsfunctionaris. Economisch afgestudeerden stromen ook regelmatig de arbeidsmarkt op in de beroepen bedrijfsorganisatiedeskundigen en personeelsadviseurs. Ook al is er spreiding van de economisch opgeleiden over de sectoren, het blijkt dat men meestal in functies terechtkomt die aansluiten bij de opleiding. Regionale mobiliteit Er zijn tussen de provincies forse verschillen in de mobiliteitspatronen van economisch afgestudeerden. Hiervoor is gekeken of men een baan vindt na afstuderen in dezelfde provincie als waar men woonde tijdens de opleiding, in een aangrenzende provincie of in een andere provincie. Deze mobiliteitspatronen zijn tamelijk constant in de tijd. Afgestudeerden van opleidingen uit de noordelijke provincies vinden veel minder vaak een baan binnen de provincie. Gemiddeld vindt ruim de helft van de economisch afgestudeerden een baan in dezelfde provincie als waar ze woonden tijdens de opleiding. In de noordelijke provincies is dit ongeveer een derde. Dit kan samenhangen met het feit dat de werkgelegenheid in deze regio kleiner is dan het aandeel studenten. Vaak vindt men een baan in een provincie die zelfs niet aangrenzend is. In Noord-Holland vindt men het vaakst (bijna drie kwart) een baan binnen dezelfde provincie. Relatief heeft men dan ook weinig studenten in verhouding tot de werkgelegenheid. In Flevoland en Utrecht vindt men vaak een baan in de aangrenzende provincies. Dit zijn provincies die aan veel andere provincies grenzen. Daarmee is de kans om in een aangrenzende provincie te gaan werken ook groot. Ook kan het zijn dat ze vaak gaan werken in Noordof Zuid Holland, de provincies met de meeste werkgelegenheid. Bijna de helft van de afgestudeerden is dus regionaal mobiel (over provinciegrenzen heen) om een baan te vinden. De mobiliteit van de niet-economisch afgestudeerden is nagenoeg gelijk aan die van de economisch afgestudeerden. Ook daarvan vindt 54 procent een baan in dezelfde provincie als waar ze woonden tijdens de opleiding. 27

42

43 5 Ontwikkelingen naar opleidingscluster 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt per opleidingscluster kort de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, de arbeidsmarktsituatie na afstuderen en de toekomstverwachtingen voor de arbeidsmarkt van de economisch opgeleiden. Per cluster worden eveneens kort de voornaamste ontwikkelingen op het gebied van de opleiding benoemd. De bespreking van elk cluster wordt afgesloten met een korte conclusie Aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt wordt gemeten met zowel objectieve als subjectieve indicatoren. De objectieve indicatoren betreffen de snelheid van het vinden van een baan en de kwaliteit van de baan. Dit wordt gemeten met behulp van: - de sectoren waar afgestudeerden werkzaam zijn in het jaar van afstuderen en 3 à 4 jaar later; - tijd tot het vinden van de eerste baan na afronden van de studie; - tijd tot het vinden van de huidige baan ten opzichte van het moment van afstuderen; - aantal werkgevers sinds afstuderen; - soort dienstverband; - soort aanstelling; - aantal contracturen in de huidige baan; - gevraagde opleidingsniveau huidige baan; - gevraagde opleidingsrichting huidige baan; - hoogte van het loon in de huidige functie. De subjectieve indicatoren betreffen de ervaren aansluiting tussen de opleiding en de functie die de afgestudeerde uitoefent. Dit betreft de volgende indicatoren: - ervaren aansluiting tussen de gevolgde opleiding en de huidige functie; - worden de capaciteiten benut in de huidige functie; - is de opleiding een goede basis voor het ontwikkelen van vaardigheden; - is de opleiding een goede basis voor de start op de arbeidsmarkt; - is de opleiding een goede voorbereiding op de beroepspraktijk. In dit hoofdstuk worden de objectieve en subjectieve indicatoren kort per opleidingscluster besproken. De uitspraken over de sectoren waarin men na afstuderen werkzaam is, zijn gebaseerd op de analyses van CBS bestanden. De overige uitspraken zijn gebaseerd op de uitgebreide overzichten per indicator voor de opleidingen per cluster die in bijlage 8 zijn beschreven. De gegevens hebben betrekking op de HBO-Monitor uit Dit betreft hbo-ers die in 2010 zijn 29

44 afgestudeerd. In enkele gevallen wordt een vergelijking gemaakt met de resultaten uit de HBO- Monitor van Daardoor worden de situaties voor en tijdens de crisis met elkaar vergeleken. Naast deze beschrijving is ook per subcluster een grafiek opgenomen van de feitelijke arbeidsmarktsituatie van afgestudeerden binnen een jaar na afstuderen en na 3 à 4 jaar (een toelichting op deze grafiek is opgenomen in bijlage 9). Bij de beschrijving van de arbeidsmarktsituatie is ook expliciet gekeken naar het aandeel afgestudeerden dat geen baan heeft in het jaar van afstuderen en na 3 à 4 jaar. Indien na 3 à 4 jaar nog steeds meer dan tien procent geen baan heeft, is dit als opvallend benoemd. Geen baan wil zeggen dat de afgestudeerde niet is aangetroffen in het banenbestand van CBS. Het is dus niet gelijkgeschakeld aan werkloosheid. Personen die in het buitenland zijn gaan werken, die zijn overleden of om een andere reden niet aan de slag zijn (bv. vrijwillig gestopt zijn met werken), komen ook in dit cijfer voor. Onderlinge afwijkingen zijn echter wel een belangrijke indicator dat de aansluiting niet optimaal is. Verder is bij het verhoogde aandeel geen baan de werkloosheid na 1,5 jaar op basis van ROA nagegaan. Werkloosheid is daarbij gedefinieerd als zijnde het percentage waarvan de huidige baan een maximale omvang heeft van twaalf uur Toekomstige arbeidsmarktsituatie De inschatting van de toekomstige arbeidsmarktsituatie voor de economisch opgeleiden is gebaseerd op cijfers het ROA-onderzoek naar de Arbeidsmarkt naar opleiding en beroep. De meest recente versie is uit 2011 en geeft een inschatting van de situatie tot Daarmee valt in te schatten of er gunstige arbeidsmarktperspectieven zijn voor de afgestudeerden. Dat wil zeggen dat ze makkelijk een baan kunnen vinden. Dit kan echter betekenen dat het voor bedrijven en instellingen moeilijk is om voldoende mensen te vinden; zij ondervinden dan knelpunten in de personeelsvoorziening. Een verdere inkleuring van de arbeidsmarktsituatie wordt gegeven door de verwachte ontwikkelingen binnen de voor de opleidingen relevante arbeidsmarktgebieden. Als daar groei te verwachten is, zal het arbeidsmarktperspectief gunstiger zijn dan wanneer er krimp wordt verwacht. Of er sprake is van groei of krimp valt af te lezen aan de verwachte uitbreidingsvraag. Ook de mobiliteit binnen de sectoren die leidt tot vraag naar instroom (vervangingsvraag) geeft perspectief voor nieuwelingen op de arbeidsmarkt. Uitbreidingsvraag en vervangingsvraag samen geven een indicatie van baanopeningen voor afgestudeerden. Als een opleiding goede arbeidsmarktperspectieven biedt, zal er ook een hoog percentage werkzame afgestudeerden zijn, en een lage intredewerkloosheid van vier maanden of langer. Deze indicatoren worden voor een groot aantal opleidingsrichtingen en niveaus opgesteld. De economische opleidingen op hbo-niveau die worden onderscheiden zijn: - Accountancy en bedrijfseconomie; 21 Dit is gebaseerd op ROA-tabellen over de situatie en toekomstverwachtingen tot 2016 van Economische opleidingen, economische beroepen en sectoren. 30

45 - Commerciële economie; - Toerisme en recreatie; - Recht en bestuur; - Secretariaat; - Bedrijfskunde; - Openbare orde en veiligheid. Voor de communicatieopleidingen en de intersectorale opleidingen is geen informatie op het niveau van het opleidingscluster over de toekomstige arbeidsmarktsituatie beschikbaar. 5.2 Business Administration: financiële opleidingen Kerngegevens financiële opleidingen Aantallen 2012/13 typering t.o.v opleidingen (11 isats) 22 groei van 6 opleidingen ingeschrevenen groei van 14% e jrs instroom groei van 10% gediplomeerde uitstroom 2011/12 groei van 14% t.o.v. 2007/08 Aansluiting baan na afstuderen bij opleiding 20% eigen richting 67% eigen of aanverwant 13% andere of geen richting 13% lager hbo-niveau 84% hbo-niveau 3% hoger dan hbo-niveau 7% geen goede basis 26% neutraal 67% goede basis start arbeidsmarkt 13% onvoldoende 46% voldoende 42% goede aansluiting baan-opleiding Arbeidsmarktpositie na drie á vier jaar 4% geen baan 65% werkzaam in economische sector Arbeidsmarktperspectieven tot 2016 Perspectief voor hbo accountancy en bedrijfseconomie is goed. De opleidingen binnen dit cluster hebben allen een financiële insteek. Het betreft een klein aantal verschillende opleidingen (elf isats). De studie Bedrijfseconomie is goed voor ongeveer de helft van de studenten, waardoor deze een grote invloed heeft op de waarnemingen in dit cluster. De arbeidsmarktsituatie van afgestudeerden verschilt tussen de diverse opleidingen. Opleidingenaanbod De financiële opleidingen kunnen zich de afgelopen jaren in een toenemende belangstelling verheugen van studenten. Dit uit zich ook in een hoger aantal afgestudeerden die de arbeidsmarkt opstromen. Deze stijging in gediplomeerden komt voornamelijk voor rekening van Ac- 22 Isat is de aanduiding voor de vijfcijferige code waarmee een opleiding wordt aangeduid en geeft geen nadere uitsplitsing van de opleiding naar instellingen en lesplaatsen. 31

46 countancy (bachelor en Ad opleiding), Fiscaal Recht en Economie/Fiscale Economie, terwijl Bedrijfseconomie de grootste instroomstijging kent. Een uitgebreide beschrijving van dit cluster is opgenomen in bijlage 11.A. Aansluiting met de arbeidsmarkt In Figuur 5.1 is ook goed te zien dat afgestudeerden uit de financiële sector terechtkomen in de Economische sector 23. Direct na afstuderen is de gediplomeerde uitstroom nog redelijk divers werkzaam, maar na drie à vier jaar is het merendeel in de Economische sector aan de slag. Dit geldt overigens minder voor afgestudeerde bedrijfseconomen. Zij komen meer verspreid terecht: groothandel, (land)bouw & industrie en uitzendbureaus. Dit beeld wordt ook bij afgestudeerden in de richting Financial services management vertoond. Figuur 5.1 Arbeidsmarktsituatie financiële opleidingen in jaar van afstuderen en na 3 à 4 jaar Bron: CBS, bewerking ITS 23 De sectorindeling ten behoeve van dit hoofdstuk is weergegeven in bijlage 4. De Economische sector is hierin ten opzichte van de gebruikte indeling in hoofdstuk 4 minder ruim. Zo wordt bijvoorbeeld horeca in dit hoofdstuk als afzonderlijke sector gepresenteerd. 32

47 De aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt is zeer goed voor wat betreft de financiële opleidingen, zowel volgens de objectieve als volgens de subjectieve criteria gemeten. Men vindt snel een baan. De eerste baan na het afstuderen wordt vaak binnen 3 maanden gevonden en dat geldt ook voor de huidige baan. Afgestudeerden vinden vaak een voltijds vaste baan, in loondienst. Men werkt veel minder dan gemiddeld in een tijdelijke (uitzend-) baan. De baan die men vindt is vaker dan gemiddeld op hbo-niveau in de eigen of een verwante opleidingsrichting. Toch geeft maar één op de vijf afgestudeerden aan dat de huidige functie uitsluitend in de eigen richting is, tegenover één op de tien die aangeeft een functie te bekleden waarvoor een andere richting wordt gevraagd. Deze bevindingen kunnen erop duiden dat het financiële aspect van de opleiding van belang is, maar dat tussen de opleidingen uitwisseling of samenwerking mogelijk is. Ook het salaris is hoger dan bij de andere opleidingen. De ervaren aansluiting tussen de opleiding en de baan is vaak goed en de capaciteiten van de afgestudeerden worden benut. De opleiding wordt dan ook vaak gezien als een goede start op de arbeidsmarkt en een basis om vaardigheden te ontwikkelen. Het blijkt een goede voorbereiding voor de beroepspraktijk. Uit de cijfers per opleiding blijkt dat Bedrijfseconomie, ondanks de op het oog slechtere aansluiting qua sectoren, door de afgestudeerden op de voor de functie gevraagde opleidingsrichting relatief goed scoort en afgestudeerden de aansluiting bij de huidige functie als voldoende ervaren. Aangezien men verspreid in de arbeidsmarkt terecht komt, wijst dit erop dat deze opleiding voor diverse sectoren relevant is. Afgestudeerden Financial services management komen relatief vaak in beroepen terecht waar een andere of geen specifieke richting wordt gevraagd. Ook werken ze vaker onder hbo-niveau. Dus: perspectieven minder gunstig voor deze groep. De werkloze beroepsbevolking binnen hbo Accountancy en Bedrijfseconomie is volgens de HBO-Monitor vier procent en wordt getypeerd als gemiddeld. Tussen 2007 en 2011 is de mate van werkloosheid sterk stijgend. Afgestudeerden van deze opleiding kunnen terecht in een breed scala van (verwante) beroepen en sectoren, hoewel het merendeel werkzaam is als (assistent) accountant. Het ROA classificeert de uitwijkmogelijkheden van deze opleiding naar zowel beroep als sector als gemiddeld. Bij oplopende werkloosheid kan men op zoek naar banen in andere beroepen of functies waar de arbeidsmarkt nog wel mogelijkheden biedt. Toekomstverwachtingen Voor de financiële opleidingen binnen Business Administration is de toekomstige arbeidsmarktsituatie van hbo Accountancy en Bedrijfseconomie relevant. Het toekomstige arbeidsmarktperspectief voor afgestudeerden hbo Accountancy en Bedrijfseconomie is goed. Het verwachte aantal baanopeningen ligt een stuk hoger dan de verwachte instroom van afgestudeerden. Voor de arbeidsmarkt levert dit juist enige knelpunten op. Het wordt wellicht lastig om vacatures op te vullen. In de prognoses van de afgelopen jaren is het toekomstige arbeidsmarktperspectief altijd als redelijk tot goed ingeschat. Het aantal verwachte knelpunten in de personeelsvoorziening varieerde van vrijwel geen (prognose tot 2014) enige (prognose tot 2010 en tot 2016) en groot (prognose tot 2012). 33

48 Conclusie De financiële opleidingen kunnen zich in een groeiende belangstelling verheugen; Afgestudeerden kunnen naar verwachting ook de komende jaren redelijk goed aan de slag in banen die aansluiten bij de opleiding. Daarmee is de arbeidsrelevantie van dergelijke opleidingen aangetoond; Afgestudeerden Fiscale economie en Accountancy komen veel vaker dan afgestudeerden van andere opleidingen terecht in een functie waarvoor uitsluitend gevraagd wordt naar iemand met deze specifieke opleidingsachtergrond of eventueel een verwante opleidingsachtergrond. Er zijn klaarblijkelijk aanverwante opleidingen die voor dezelfde functies opleiden. In dit geval zou sprake kunnen zijn van overlap tussen deze opleidingen;. Bedrijfseconomen en (in mindere mate) afgestudeerden van de opleiding Financial services management komen verspreid over diverse arbeidsmarktsectoren aan het werk. Daar waar Bedrijfseconomen over het algemeen positief oordelen over de opleiding in relatie tot de functie en de opleiding als relevant kan worden beoordeeld- is dit bij Financial services management niet het geval. 5.3 Business Administration: commerciële opleidingen Kerngegevens commerciële opleidingen Aantallen 2012/13 typering t.o.v opleidingen (17 isats) 24 groei van 4 opleidingen ingeschrevenen groei van 15% e jrs instroom groei van 10% gediplomeerde uitstroom 2011/12 groei van 13% t.o.v. 2007/08 Aansluiting baan na afstuderen bij opleiding 7% eigen richting 57% eigen of aanverwant 35% andere of geen richting 22% lager hbo-niveau 76% hbo-niveau 3% hoger dan hbo-niveau 16% geen goede basis 31% neutraal 53% goede basis start arbeidsmarkt 27% onvoldoende 47% voldoende 26% goede aansluiting baan-opleiding Arbeidsmarktpositie na drie á vier jaar 8% geen baan 25% werkzaam in economische sector Arbeidsmarktperspectieven tot 2016 Perspectief voor hbo commerciële economie is ongunstig. Perspectief voor hbo bedrijfskunde is matig. De opleidingen binnen dit cluster lijken onderling fors te verschillen in het object van studie. Naast een opleiding die zeer algemeen van aard is (Commerciële economie), kent het cluster verder opleidingen die gericht lijken op zakelijke dienstverlening en handel in specifieke deel- 24 Isat is de aanduiding voor de vijfcijferige code waarmee een opleiding wordt aangeduid en geeft geen nadere uitsplitsing van de opleiding naar instellingen en lesplaatsen. 34

49 terreinen. Denk aan Food & business, International business and languages, Trade management gericht op Azië. Er zijn twee opleidingen die driekwart van het aantal studenten binnen dit cluster herbergen, te weten Commerciële economie met maar liefst 60% van de studenten en Small business en retail management met slechts 16%. De overige opleidingen zijn fors kleiner. De gemiddelden binnen dit cluster worden dan ook sterk bepaald door Commerciële economie. Opleidingenaanbod De commerciële opleidingen kunnen zich net als de financiële opleidingen verheugen in een toenemende belangstelling van studenten in de afgelopen vijf jaar. Dit uit zich ook in een hoger aantal afgestudeerden die de arbeidsmarkt opstromen. Opvallend is dat de bachelor Small business en retail management een afname kent aan afgestudeerden (-16%), terwijl het aantal gediplomeerde Ad ers in dezelfde periode is gestegen (+116%). Overigens zijn beide opleidingen sinds 2008 wel qua aantal inschrijvingen gegroeid, zij het dat de instroom in bachelor vorig jaar enigszins is gedaald. Met bijna tweederde van de gediplomeerden is Commerciële economie de grootste opleiding in dit cluster. Een uitgebreide beschrijving van dit cluster is opgenomen in bijlage 11.B. Aansluiting met de arbeidsmarkt Figuur 5.2 toont aan dat afgestudeerden uit de commerciële opleidingen een zeer diverse uitstroom naar de arbeidsmarkt kennen en deze situatie is na drie à vier jaar niet wezenlijk anders. Dit hangt samen met het feit dat de opleiding zo breed is dat afgestudeerden in allerlei sectoren aan het werk kunnen gaan. Overall gezien komen relatief veel afgestudeerden na drie à vier jaar, naast de Economische sector, terecht in de groothandel en detailhandel. Waar dit bij andere opleidingen nog wel eens een teken kan zijn van bijbaantjes, is dit hier vrijwel zeker gekoppeld aan het beoogde werkveld (Food & business, Small business en retail management). Het aandeel afgestudeerden dat binnen een jaar na afstuderen geen baan heeft is bij International business and languages (24%) alsmede Trade management gericht op Azië (23%) behoorlijk hoog. Ook de situatie na drie à vier jaar in ogenschouw nemend, is dit nog relatief hoog (respectievelijk 16% en 10%). Dit behoeft echter wel enige nuance. Er is gekeken naar de baansituatie in Nederland. Juist deze gediplomeerden kunnen vaker in het buitenland aan de slag zijn. Op grond van de HBO-Monitor is te verwachten dat de werkloosheid bij zowel International business and languages als Trade management gericht op Azië hierdoor deels wordt verklaard. Respectievelijk 11,4% en 14,3% heeft binnen 1,5 jaar een baan van 0-12 uur. Dit is echter nog wel hoger dan het sectorgemiddelde van 9,2% (zie ook tabel B8.1). Gediplomeerden van Trade management gericht op Azië komen bovendien relatief vaak terecht bij uitzendbureaus. Een andere opleiding die opvalt is Small business en retail management. Zowel in het jaar van afstuderen als na drie à vier jaar heeft daar één op de tien geen baan. In het jaar van afstuderen is dit vergelijkbaar met de andere commerciële opleidingen, maar na drie à vier jaar is dit in vergelijking hoog. 35

50 Figuur 5.2 Arbeidsmarktsituatie commerciële opleidingen in jaar van afstuderen en na 3 à 4 jaar Bron: CBS, bewerking ITS De aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt is gemiddeld voor de commerciële opleidingen, zowel volgens de objectieve als volgens de subjectieve criteria gemeten. Men vindt over het algemeen niet sneller of minder snel een baan. Dit is ook niet vaker of minder vaak een voltijds of vaste baan. Twee derde van de afgestudeerden vindt een baan in de eigen richting en vier vijfde vindt een baan op het eigen niveau (of hoger). Ook dit is gemiddeld. Drie kwart van de afgestudeerden ervaart een voldoende aansluiting tussen de opleiding en de baan en de capaciteiten van de afgestudeerden worden benut. De opleidingen in dit cluster geven net zo vaak als gemiddeld een goede basis op de arbeidsmarkt. De gemiddelden worden echter sterk bepaald door de grootste opleiding: Commerciële economie. Deze opleiding is gemiddeld over de gehele linie, terwijl bij andere opleidingen wel afwijkingen zijn te vinden ten opzichte van het gemiddelde. Zo vinden afgestudeerden bij Small business en retail management en Trade management gericht op Azië relatief vaak dat voor de huidige functie niet de eigen richting of een verwante opleiding nodig is. De laatste groep is tevens van mening dat de opleiding onvoldoende aansluit bij de huidige functie. De werkloze beroepsbevolking met Commerciële economie is gemiddeld, namelijk vier procent. Tussen 2007 en 2011 is de werkloosheid sterk stijgend. De intredewerkloosheid van vier maanden of langer is met negentien procent hoog. Ook voor deze opleidingsrichting zijn er uitwijkmogelijkheden. De uitwijkmogelijkheden naar beroep zijn gemiddeld, naar sector zijn ze 36

51 zelfs hoog. Dat betekent dat men bij krimp in de ene sector (bijvoorbeeld in het bankwezen) kan uitwijken naar banen in andere sectoren (bijvoorbeeld bij de overheid). De werkloze beroepsbevolking bij bedrijfskunde is met drie procent gemiddeld te noemen. Tussen 2007 en 2011 is de werkloosheid wel sterk gestegen. De intredewerkloosheid van vier maanden of langer is zeventien procent. Dat wordt getypeerd als gemiddeld. Het meest voorkomende beroep is commercieel employé, maar de uitwijkmogelijkheden naar beroep (en ook naar sector) zijn hoog voor deze opleidingsrichting. Daardoor is waarschijnlijk de werkloosheid niet zo hoog, ondanks het beperkte aantal baanopeningen. Toekomstverwachtingen Voor de commerciële opleidingen binnen het cluster Business Administration zijn de toekomstige arbeidsmarktsituaties voor de opleidingen Commerciële economie en Bedrijfskunde relevant. Het toekomstige arbeidsmarktperspectief voor afgestudeerden hbo commerciële economie is niet gunstig. De verwachte instroom van afgestudeerden overtreft ruim het verwachte aantal baanopeningen. Vanuit de arbeidsmarkt gezien is er geen sprake van knelpunten, er zullen genoeg afgestudeerden zijn om vacatures op te vullen. Ook in alle eerdere prognoses worden er (vrijwel) geen knelpunten in de personeelsvoorziening geconstateerd. De prognose tot 2014 sprak nog van een redelijk toekomstig arbeidsmarktperspectief; daarvoor waren de prognoses slecht tot matig. Het toekomstige arbeidsmarktperspectief voor afgestudeerden hbo Bedrijfskunde is matig (prognose tot 2016). De verwachte instroom van afgestudeerden overtreft het verwachte aantal baanopeningen. Hierdoor zijn er vanuit het perspectief van de arbeidsmarkt vrijwel geen knelpunten; er zijn voldoende afgestudeerden om de vacatures op te vullen. Deze situatie is echt iets van de laatste twee jaar, aangezien in eerdere prognoses er geen (prognose tot 2010) of slechts enige (prognose tot 2012 en 2014) knelpunten waren. Conclusie De commerciële opleidingen kennen een grote en groeiende belangstelling van studenten; De aansluiting van de opleidingen in dit cluster met de arbeidsmarkt is bij een deel van de opleidingen (m.n. Trade management gericht op Azië en Small business en retail management) verre van optimaal; De toekomst tot 2016 voor afgestudeerden van opleidingen als Commerciële economie en Bedrijfskunde is volgens ROA ongunstig als het gaat om het vinden van een baan. Afgestudeerden blijken tot nu toe wel aan het werk te komen, zij het met enige moeite. De eigen opleiding van de Commerciële opleidingen wordt niet of nauwelijks gevraagd voor de functies waarin men gaat werken. Meestal is een aanverwante of zelfs een hele andere opleiding ook goed. Voor een algemene opleiding als Commerciële economie is dit te verklaren. Voor de andere (relatief kleine) opleidingen geldt echter dat ze een dusdanig specifiek karakter hebben, dat dit een specifieke vraag vanuit de arbeidsmarkt zou moeten rechtvaardigen. Het is onbekend of er vraag is naar al deze specifieke opleidingen. Opvallend is de groei in het aantal afgestudeerden van de Ad Small business en retail management (+116% sinds 2008) tegenover een daling bij de bachelor (-16% sinds 2008). 37

52 Hoewel er een stijgende belangstelling is van studenten in de commerciële opleidingen, zijn er de komende jaren vermoedelijk onvoldoende baanopeningen. 5.4 Business Administration: managementopleidingen Kerngegevens managementopleidingen Aantallen 2012/13 typering t.o.v opleidingen (32 isats) 25 groei van 11 opleidingen ingeschrevenen groei van 7% e jrs instroom krimp van 3% gediplomeerde uitstroom 2011/12 groei van 3% t.o.v. 2007/08 Aansluiting baan na afstuderen bij opleiding 6% eigen richting 53% eigen of aanverwant 41% andere of geen richting 27% lager hbo-niveau 70% hbo-niveau 3% hoger dan hbo-niveau 24% geen goede basis 33% neutraal 43% goede basis start arbeidsmarkt 34% onvoldoende 42% voldoende 24% goede aansluiting baan-opleiding Arbeidsmarktpositie na drie á vier jaar 11% geen baan 32% werkzaam in economische sector Arbeidsmarktperspectieven tot 2016 Perspectief voor hbo secretariaat is ongunstig. De diversiteit aan opleidingen binnen dit cluster is vrij fors (32 isat s verspreid over 122 locaties). Het zijn opleidingen die doorgaans niet in elkaars verlengde liggen, zoals enerzijds Vastgoed & makelaardij en anderzijds Vrijetijdsmanagement. De opleidingen bedienen ook andere deelarbeidsmarkten en kennen dan ook geheel andere ontwikkelingen qua instroom, uitstroom en aansluiting. De gemiddelden van het cluster zijn als zodanig niet representatief voor alle opleidingen binnen het cluster. Opleidingenaanbod Bij de managementopleidingen is het opleidingsaanbod de afgelopen jaren gestegen, terwijl het aantal studenten is gedaald. Deze daling is onder meer te verklaren door de krimp bij de opleidingen Vastgoed & makelaardij, Vrijetijdsmanagement en Hoger toeristisch en recreatief onderwijs. Tegelijkertijd is de belangstelling voor Business management en Integrale veiligheid, Bedrijfskunde MER en International business and management studies toegenomen. De wijziging in de instroom is nog niet terug te vinden bij de gediplomeerden. Juist de gediplomeerde instroom bij Vastgoed & makelaardij en het Hoger toeristisch en recreatief onderwijs is gestegen. Een uitgebreide beschrijving van dit cluster is opgenomen in bijlage 11.C. 25 Isat is de aanduiding voor de vijfcijferige code waarmee een opleiding wordt aangeduid en geeft geen nadere uitsplitsing van de opleiding naar instellingen en lesplaatsen. 38

53 Aansluiting met de arbeidsmarkt In Figuur 5.3, Figuur 5.4 en Figuur 5.5 is de arbeidsmarktsituatie grafisch weergegeven voor de verschillende managementopleidingen. Net als bij het vorige opleidingencluster valt op dat afgestudeerden van de International business studies relatief vaak geen baan lijken te hebben. Aangezien deze opleidingen zich onder meer richten op het doen van zaken met en in het buitenland, is het mogelijk dat deze gediplomeerden voor een deel in het buitenland werkzaam zijn. Uit de HBO-Monitor blijkt dat de werkloosheid na 1,5 jaar (een baan van 0-12 uur) in International business and management studies met veertien procent (zie tabel B8.1) lager is dan de 48 procent gemeten aan de hand van de CBS-data. Wel is dit in vergelijking met het sectorgemiddelde van negen procent nog steeds een groot verschil. Ook bij het Hoger hotelonderwijs is de werkloosheid na anderhalf jaar lager (10%) dan op grond van de CBS-data mag worden verwacht (18%). In beide gevallen kan een internationale oriëntatie van de opleiding hiervoor deels een verklaring zijn. Voor Business administration in hotel management, ook nog een hoog percentage geen baan na 3 à 4 jaar, zijn geen ROA-gegevens bekend. Het relatief hoge aandeel geen baan op grond van CBS-data bij Logistiek en economie (na 3 à 4 jaar nog steeds 11%) zien we niet terug in de enquêtedata van ROA (1% heeft daar een baan van 0-12 uur) Figuur 5.3 Arbeidsmarktsituatie managementopleidingen in jaar van afstuderen en na 3 à 4 jaar, deel 1 Bron: CBS, bewerking ITS 39

54 De toeristische opleidingen springen in het oog doordat gediplomeerden van deze opleidingen veelal niet in de Economische sector werken. Dit lijkt te verklaren doordat deze afgestudeerde vaker in de horeca werken en ook relatief vaker geen (in Nederland geregistreerde) baan lijken te hebben (zie Figuur 5.3). Het aandeel afgestudeerden dat werkzaam is via een uitzendbureau in deze sectoren ligt ook wat hoger dan bij de meeste andere managementopleidingen (en ook in vergelijking met andere clusters). Een andere opleiding waar veel gediplomeerden uitstromen naar andere dan de Economische sector is logistiek en economie. Ongeveer twee vijfde komt terecht in sectoren waar logistiek een grote rol speelt, namelijk groothandel/detailhandel (bijna een kwart) en in de landbouw/industrie/bouw (bijna een zesde). De uitstroom is hier echter uiterst divers en ook het aandeel afgestudeerden dat geen baan heeft gevonden lijkt relatief groot. Afgestudeerden in de vastgoed en makelaardij komen binnen dit cluster nog het meest in de Economische sector terecht. Uit deze cijfers blijkt nog niet een direct effect van de economische crisis. Figuur 5.4 Arbeidsmarktsituatie management in jaar van afstuderen en na 3 à 4 jaar, deel 2 Bron: CBS, bewerking ITS 40

55 Figuur 5.5 Arbeidsmarktsituatie management in jaar van afstuderen en na 3 à 4 jaar, deel 3 Bron: CBS, bewerking ITS De aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt is redelijk gemiddeld voor de managementopleidingen, zowel volgens de objectieve als volgens de subjectieve criteria gemeten. Men vindt niet meer of minder snel een baan. Dit is minder vaak dan gemiddeld een vaste baan of een baan in loondienst. De baan is net zo vaak als gemiddeld op het eigen niveau, maar minder vaak dan gemiddeld in de eigen richting. Twee derde van de afgestudeerden van de managementopleidingen ervaart een voldoende aansluiting tussen de opleiding en de baan, dat is wat minder vaak dan gemiddeld. Een verklaring hiervoor kan zijn dat men vaker dan in andere opleidingen aangeeft dat voor hun functie een andere of geen opleidingsrichting wordt gevraagd. De opleiding geeft volgens de afgestudeerden net zo vaak als gemiddeld een goede basis voor de arbeidsmarkt. Opleidingen die er in negatieve zin uitspringen omdat 1) de aansluiting als onvoldoende wordt beoordeeld en 2) afgestudeerden de eigen of een aanverwante opleiding niet nodig hebben in de functie, zijn voornamelijk: Integrale veiligheid, Bestuurskunde/overheidsmanagement, Toerisme en recreatie, Vrijetijdsmanagement en Media en entertainmentmanagement. Afgestudeerden van Integrale veiligheid en Bestuurskunde/overheidsmanagement komen echter na drie tot vier jaar alsnog in de Economische sector terecht. Het lijkt erop dat afgestudeerden aan deze laatste opleidingen met iets meer tijd alsnog een bij hun opleiding passende plek op de arbeidsmarkt weten te veroveren. Officemanagement, Logistiek & economie en (in mindere mate) Hoger hotelonderwijs springen er qua ervaren aansluiting met de arbeidsmarkt in positieve zin uit, zij 41

56 het dat vrijwel nooit uitsluitend de eigen richting wordt gevraagd. Gediplomeerden van deze opleiding komen in functies terecht waarvoor ook aanverwante opleidingen bestaan. Dit duidt erop dat er vanuit doelmatigheidsperspectief dubbelingen bestaan met andere opleidingen. Welke dat zijn is echter niet duidelijk. Daarnaast hebben International business and managementstudies, Business administration in hotel management en hoger hotelonderwijs een relatief hoog percentage dat geen baan heeft. Dit kan deels verklaard worden door hun meer internationale oriëntatie waardoor deze afgestudeerden naar het buitenland zijn vertrokken. Toekomstverwachtingen Voor het toekomstige arbeidsmarktperspectief voor gediplomeerden binnen de managementopleidingen zijn de ROA-gegevens over de opleidingen hbo secretariaat, hbo-toerisme en (in mindere mate) hbo openbare orde en veiligheid relevant. Het ingeschatte perspectief voor hbo secretariaat is ongunstig. De verwachte instroom van afgestudeerden is bijna 2,5 keer zo groot als het verwachte aantal baanopeningen. Vanuit het perspectief van de arbeidsmarkt zijn er geen knelpunten, er zijn genoeg gediplomeerden om de vacatures op te vullen. Uit de eerdere prognoses bleek dat het arbeidsmarktperspectief voor afgestudeerden matig tot redelijk was. Er waren in deze prognoses vrijwel geen tot enige knelpunten. De arbeidsmarktperspectieven zijn de afgelopen jaren dus verslechterd. De arbeidsmarktperspectieven voor afgestudeerden van opleidingen in de sector hbo toerisme en recreatie zijn eveneens ongunstig 26. Het toekomstige arbeidsmarktperspectief voor gediplomeerden in hbo openbare orde en veiligheid is goed. Het aantal verwachte baanopeningen overtreft ruim het aantal verwachte gediplomeerden. Dit houdt wel in dat de knelpunten voor de arbeidsmarkt groot zijn. Er zijn waarschijnlijk niet genoeg gediplomeerden om de verwachte baanopeningen te kunnen vervullen. De eerdere prognoses voor het arbeidsmarktperspectief voor afgestudeerden varieerde qua typering van matig (prognose tot 2010) tot zeer goed (prognose tot 2012). Ook de knelpunten varieerden daardoor van vrijwel geen (prognose tot 2010) tot zeer grote knelpunten (prognose tot 2012). Conclusie De diversiteit aan opleidingen binnen het cluster van Managementopleidingen is relatief groot. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij het lezen en met name toepassen van deze algemene conclusie. Uitsplitsing naar de onderliggende opleidingen is hier (nog) meer dan bij andere clusters noodzakelijk bij het nemen van vervolgbeslissingen. De afgelopen jaren is de instroom in de opleidingen in dit cluster gekrompen, terwijl het aantal opleidingen is uitgebreid. De overall belangstelling van studenten loopt dus terug, maar hierin zitten grote verschillen tussen opleidingen. De groei in aantal opleidingen draagt eraan bij dat de krimp in instroom bij sommige opleidingen in het cluster is toegenomen. De arbeidsmarktperspectieven tot 2016 zijn voor een aanzienlijk deel van deze opleidingen als ongunstig ingeschat door ROA. Afgestudeerden komen naar verwachting moeilijk aan een relevante baan. Afgestudeerden komen relatief vaak terecht in de sector waarvoor men is opgeleid. 26 Ontleend aan Allen, J., J. van Thor & A. Verhagen (2013). Sectorrapportage Hoger Economisch Onderwijs. Maastricht: ROA. 42

57 Afgestudeerden komen vaak terecht in functies waarvoor hun specifieke opleiding niet vereist is. Dit kan wijzen op het bestaan van overlap tussen opleidingen en op een moeilijke arbeidsmarktsituatie. Van de opleidingen Toerisme en recreatie, Vrijetijdsmanagement en Media & entertainmentmanagement lijkt de arbeidsmarktrelevantie beperkt. Zo hebben ze meer moeite om aan een baan te komen, wordt de aansluiting relatief vaak als onvoldoende beoordeeld en hebben afgestudeerden relatief vaak de eigen of een aanverwante opleiding niet nodig voor hun huidige functie. Officemanagement, Logistiek & economie en (in mindere mate) Hoger hotelonderwijs bereiden goed voor op de arbeidsmarkt, echter die arbeidsmarkt is niet heel specifiek. International business and managementstudies, Business administration in hotel management en hoger hotelonderwijs hebben een relatief hoog percentage dat geen baan heeft. Deels kan dit worden verklaard door de internationale oriëntatie van de opleidingen, maar dat lijkt niet het volledige verschil te verklaren. 5.5 Communicatieopleidingen Kerngegevens communicatieopleidingen Aantallen 2012/13 typering t.o.v opleidingen (13 isats) 27 groei van 2 opleidingen ingeschrevenen groei van 11% e jrs instroom ongewijzigd met 0% gediplomeerde uitstroom 2011/12 groei van 25% t.o.v. 2007/08 Aansluiting baan na afstuderen bij opleiding 11% eigen richting 52% eigen of aanverwant 37% andere of geen richting 20% lager hbo-niveau 78% hbo-niveau 2% hoger dan hbo-niveau 31% geen goede basis 35% neutraal 34% goede basis start arbeidsmarkt 35% onvoldoende 41% voldoende 24% goede aansluiting baan-opleiding Arbeidsmarktpositie na drie á vier jaar 7% geen baan 29% werkzaam in economische sector Arbeidsmarktperspectieven tot 2016 Geen informatie beschikbaar. De diversiteit binnen de communicatieopleidingen is redelijk (10 isats, waarvan 3 Ad s). Ook zijn de opleidingen onderling redelijk vergelijkbaar qua interessegebieden (communicatie, talen en journalistiek). De clustergemiddelden worden voor een groot deel verklaard door de oplei- 27 Isat is de aanduiding voor de vijfcijferige code waarmee een opleiding wordt aangeduid en geeft geen nadere uitsplitsing van de opleiding naar instellingen en lesplaatsen. 43

58 ding Communicatie die goed is voor de helft van het aantal ingeschreven studenten. Ook ontstaan bij de arbeidsmarktsituatie van afgestudeerden verschillen tussen de opleidingen. Opleidingenaanbod De instroom in de communicatieopleidingen is na een aanvankelijk stijging vorig jaar weer gedaald naar het niveau van 2008/2009. Wellicht is de populariteit van de opleiding tanende, hoewel dat op basis van één jaar nog te vroeg is om te constateren. De krimp in de instroom is uiteraard nog niet terug te zien bij de gediplomeerde uitstroom. Die is de afgelopen vijf jaar met een kwart toegenomen. De bachelor Communicatie is de populairste opleiding in dit cluster en neemt de helft van de gediplomeerde uitstroom voor zijn rekening. Een uitgebreide beschrijving van dit cluster is opgenomen in bijlage 11.D. Aansluiting met de arbeidsmarkt Ook dit cluster kent weer een zeer diverse uitstroom van gediplomeerden (zie Figuur 5.6). De economische sector trekt de meeste afgestudeerden en dat aandeel groeit na drie tot vier jaar ook. Toch komt daar doorgaans minder dan een derde van de afgestudeerden terecht. Figuur 5.6 Arbeidsmarktsituatie communicatieopleidingen in jaar van afstuderen en na 3 à 4 jaar Bron: CBS, bewerking ITS 44

59 Sectoren die eruit springen met geen baan, zijn ook de sectoren waarbij afgestudeerden vaker perspectieven in het buitenland hebben. De cijfers uit de HBO-Monitor wijzen erop dat dit inderdaad een deel van geen baan kan verklaren, maar bij European studies (17%), Vertaalacademie (30%) en Oriëntaalse talen is de werkloosheid (het percentage dat een baan van 0-12 uur heeft) ook dan bijzonder hoog (zie ook tabel B8.1). Afgestudeerden in de opleiding communicatiesystemen gaan voor een groot deel (bijna een derde) in de sector informatietechnologie werken. Ook dit is gezien de aard van de opleiding niet vreemd. Bij journalistiek zijn veel gediplomeerden werkzaam in de sector overig. De aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt is heel gemiddeld voor de communicatieopleidingen, zowel volgens de objectieve als volgens de subjectieve criteria gemeten. Driekwart van de afgestudeerden vindt binnen drie maanden een baan. Dat is minder dan gemiddeld. Het duurt wat langer voor men de huidige baan heeft gevonden en men heeft vaker meerdere werkgevers gehad. Drie kwart heeft een baan in loondienst. Ook dat is wat minder dan gemiddeld. Daarnaast heeft meer dan de helft een tijdelijke baan, gemiddeld is dat bij 46 procent van de afgestudeerden het geval. De baan is net zo vaak als gemiddeld op het eigen niveau, en in de eigen richting. Drie kwart van de afgestudeerden van de communicatieopleidingen ervaart een voldoende aansluiting tussen de opleiding en de baan, en bij tachtig procent worden de capaciteiten benut. Dat komt overeen met het gemiddelde. Dertig procent vindt de opleiding geen goede start op de arbeidsmarkt, gemiddeld is dat twintig procent. Wel geeft de opleiding vrijwel even vaak als gemiddeld een goede basis voor het ontwikkelen van vaardigheden en een voorbereiding op de beroepspraktijk. Het lijkt er dan ook op dat het weliswaar enige tijd duurt voor men met deze opleiding een goede, passende baan vindt, maar uiteindelijk vindt men wel een baan die past bij de opleiding. Voorgaande dient echter enigszins te worden genuanceerd. Het gemiddelde wordt namelijk sterk vertekend door de bachelor Communicatie, die zelf gemiddeld scoort en door zijn omvang de totale cijfers van het cluster beïnvloedt. Het blijkt dat afgestudeerden van de opleidingen European studies (Hogere Europese beroepen) en Oriëntaalse talen en communicatie in bijna twee derde van de gevallen een functie hebben waar een andere of geen opleidingsrichting wordt gevraagd. De helft tot driekwart van de afgestudeerden van beide opleidingen zijn 1,5 jaar na afstuderen ook van mening dat de opleiding onvoldoende aansluit bij hun functie. Ook op langere termijn lijken deze afgestudeerden minder terecht te komen in de Economische sector. Toekomstverwachtingen Voor het cluster communicatieopleidingen is geen informatie over de toekomstige arbeidsmarktsituatie beschikbaar. Conclusie Enkele communicatie-opleidingen zijn atypisch voor het Croho-onderdeel Economie. Afgestudeerden stromen uit naar diverse sectoren op de arbeidsmarkt. De opleidingen vertonen meer overeenkomsten met opleidingen uit het CROHO-onderdeel Taal & Cultuur in het we- 45

60 tenschappelijk onderwijs. Het lijkt voor de hand te liggen de indeling van deze opleidingen in het CROHO te herzien (zeker als de titulatuur tussen hbo en wo gelijkgeschakeld wordt). Het duurt in vergelijking met andere opleidingen langer voordat afgestudeerden een goede, passende baanvinden, maar uiteindelijk vindt men wel een baan die past bij de opleiding. Dit geldt echter beduidend minder voor afgestudeerden van de opleidingen European studies (Hogere Europese beroepen) en Oriëntaalse talen en communicatie. Beide studies lijken niet goed voor te bereiden op een beroep. 5.6 Rechtenopleidingen Kerngegevens rechtenopleidingen Aantallen 2012/13 typering t.o.v opleidingen (3 isats) 28 ongewijzigd ingeschrevenen groei van 28% e jrs instroom groei van 21% gediplomeerde uitstroom 2011/12 groei van 32% t.o.v. 2007/08 Aansluiting baan na afstuderen bij opleiding 22% eigen richting 47% eigen of aanverwant 32% andere of geen richting 33% lager hbo-niveau 66% hbo-niveau 1% hoger dan hbo-niveau 20% geen goede basis 34% neutraal 47% goede basis start arbeidsmarkt 32% onvoldoende 37% voldoende 31% goede aansluiting baan-opleiding Arbeidsmarktpositie na drie á vier jaar 3% geen baan 58% werkzaam in economische sector Arbeidsmarktperspectieven tot 2016 Perspectief voor hbo recht en bestuur is matig. Het cluster rechten bestaat uit een eenduidig aanbod van opleidingen. De gepresenteerde gemiddelden zijn dan ook een goede weergave van de opleidingen in het cluster. Wel neemt HBOrechten driekwart van de studenten voor zijn rekening. De opleiding beïnvloedt hiermee dan ook sterk de cijfers. Opleidingenaanbod De rechtenopleidingen kunnen zich verheugen in een toenemende belangstelling van studenten in de afgelopen jaren. Dit is ook te zien in de stijging van het aantal afgegeven diploma s. Dat is bijna met een derde toegenomen in de afgelopen vijf jaar. Het opleidingenaanbod zelf is met uitzondering van een naamswijziging- stabiel gebleven. Een uitgebreide beschrijving van dit cluster is opgenomen in bijlage 11.E. 28 Isat is de aanduiding voor de vijfcijferige code waarmee een opleiding wordt aangeduid en geeft geen nadere uitsplitsing van de opleiding naar instellingen en lesplaatsen. 46

61 Aansluiting met de arbeidsmarkt De afgestudeerden aan de rechtenopleidingen komen voor een groot deel terecht in de Economische sector (zie Figuur 5.7). De helft tot twee derde lijkt na drie à vier jaar in deze sector te werken. Bij sociaal juridisch valt op dat het aandeel dat na drie à vier jaar werkzaam is via een uitzendbureau aan de hoge kant ligt in vergelijking met opleidingen in andere clusters. Figuur 5.7 Arbeidsmarktsituatie rechtenopleidingen in jaar van afstuderen en na 3 à 4 jaar Bron: CBS, bewerking ITS Er is een goede aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt voor de rechtenopleidingen, zowel volgens de objectieve als volgens de subjectieve criteria gemeten. Vaker dan gemiddeld heeft men de huidige baan al voor het afstuderen gevonden. Men heeft dus anderhalf jaar na afstuderen ook vaak maar één werkgever gehad. Het betreft wel minder vaak dan gemiddeld een voltijdsbaan maar nog altijd heeft ruim zeventig procent een baan van 32 uur of meer. Wat vaker dan gemiddeld komt men in een uitzendbaan terecht (13%), of in een tijdelijk contract zonder uitzicht op een vast dienstverband (20%). Bij een derde van de afgestudeerden betreft het een baan onder hbo-niveau, dat is vaker dan gemiddeld. Het is echter wel vaker een baan in de eigen opleidingsrichting (dus vermoedelijk ook in de rechtskundige dienstverlening). De ervaren aansluiting is dan ook goed, maar minder vaak dan gemiddeld worden de capaciteiten benut. 47

62 Even vaak als gemiddeld vinden de afgestudeerden dat de opleiding een goede start biedt op de arbeidsmarkt. Men vindt dus snel een baan, maar deze is wat vaker onder het niveau of met flexibele baankenmerken. Toekomstverwachtingen Voor de afgestudeerden van de rechtenopleidingen is de toekomstige arbeidsmarktsituatie van hbo recht en bestuur relevant. Het toekomstige arbeidsmarktperspectief voor afgestudeerden hbo recht en bestuur is matig. De verwachte instroom van afgestudeerden overtreft enigszins het verwachte aantal baanopeningen. Vanuit het perspectief van de arbeidsmarkt zijn er vrijwel geen knelpunten te verwachten (prognose tot 2016), er zijn net genoeg afgestudeerden om de vacatures op te vullen. In de prognoses tot 2010 en 2012 waren de knelpunten voor de arbeidsmarkt nog groot. In die prognoses was het arbeidsmarktperspectief voor afgestudeerden in tegenstelling tot de prognose tot 2016 ook nog goed. De afgestudeerden van deze opleiding lijken tamelijk gebonden aan een aantal sectoren. De uitwijkmogelijkheden naar sector zijn laag. Veelal werkt men bij de overheid. Bij bezuinigingen in deze sector zullen de afgestudeerden van hbo recht en bestuur daar de gevolgen van merken. Men kan wel terecht in een groot aantal beroepen. De uitwijkmogelijkheden naar beroep zijn namelijk hoog. Conclusie De rechtenopleidingen voorzien in een behoefte van studenten, gezien de stijgende instroom. Ook voorzien ze in een behoefte op de arbeidsmarkt, aangezien studenten redelijk eenvoudig aan een baan komen. Afgestudeerden werken relatief vaak onder hbo-niveau. Afgestudeerden werken vaker dan gemiddeld onder hbo-niveau in een baan die men voorafgaand aan het afstuderen reeds had. Dit kan erop wijzen dat de opleiding relatief vaak gebruikt wordt voor het (bij)scholen van administratief mbo-personeel binnen de rechtskundige dienstverlening. Een Ad is in dat geval een alternatief voor de bachelor. In navolging van de discussie over de CROHO-indeling van meerdere communicatieopleidingen, is ook hier de vraag gerechtvaardigd of rechten als cluster binnen economie moet blijven, of dat de wo-indeling ook hier gevolgd zou moeten worden. 5.7 Intersectorale opleidingen Aan het eind van dit hoofdstuk worden hier beknopt de intersectorale opleidingen besproken. Deze opleidingen zijn gesplitst in de volgende subclusters (tussen haakjes staat de verwijzing naar de bijlage waar de opleidingen uitgebreider aan bod komen): HRM (zie bijlage 11.F); Gezondheidszorg (zie bijlage 11.G); Sport (zie bijlage 11.H); Landbouw (zie bijlage 11.I); Onderwijs (zie bijlage 11.J); Techniek (zie bijlage 11.K). 48

63 HRM Kerngegevens HRM-opleidingen Aantallen 2012/13 typering t.o.v opleidingen (4 isats) 29 krimp van 2 opleidingen ingeschrevenen groei van 2% e jrs instroom groei van 4% gediplomeerde uitstroom 2011/12 groei van 5% t.o.v. 2007/08 Arbeidsmarktpositie na drie á vier jaar 1% geen baan 31% werkzaam in economische sector Het aantal afgestudeerden aan HRM-opleidingen is de afgelopen vijf jaar gestegen met vier procent. Deze afgestudeerden komen in diverse sectoren terecht. Na drie à vier jaar werkt een derde in de Economische sector. De rest werkt zeer verspreid, maar wel redelijk evenwichtig verdeeld over de sectoren. Dit valt te verklaren doordat vrijwel alle grotere instellingen en/of bedrijven een eigen personeelsafdeling hebben waar deze afgestudeerden aan de slag kunnen. Uitstroom naar het uitzendbureau lijkt overigens redelijk hoog, maar is vermoedelijk voor een deel ook te verklaren doordat afgestudeerden in deze sector niet zozeer via als wel voor een uitzendbureau aan de slag zijn. Daarnaast lijkt de semioverheid (onderwijs, gezondheidszorg) een belangrijke werkgever. De aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt is heel gemiddeld voor de HRMopleidingen, zowel volgens de objectieve als volgens de subjectieve criteria gemeten. Men vindt net zo snel als gemiddeld een baan, dit is even vaak als gemiddeld een voltijdsbaan in loondienst. De baan is net zo vaak als gemiddeld op het eigen niveau en zelfs wat vaker dan gemiddeld in de eigen opleidingsrichting. De ervaren aansluiting is dan ook goed, en de capaciteiten worden benut. Even vaak als gemiddeld vinden de afgestudeerden dat de opleiding een goede start biedt op de arbeidsmarkt. 29 Isat is de aanduiding voor de vijfcijferige code waarmee een opleiding wordt aangeduid en geeft geen nadere uitsplitsing van de opleiding naar instellingen en lesplaatsen. 49

64 Gezondheidszorg in het economische domein Kerngegevens gezondheidszorgopleidingen Aantallen 2012/13 typering t.o.v opleidingen (2 isats) 30 ongewijzigd ingeschrevenen groei van 2% 679 1e jrs instroom krimp van 6% 524 gediplomeerde uitstroom 2011/12 groei van 52% t.o.v. 2007/08 Arbeidsmarktpositie na drie á vier jaar 0% geen baan 92% werkzaam in sector gezondheidszorg De opleiding Management in de zorg kan zich verheugen in een stijgende belangstelling. De gediplomeerde uitstroom is in vijf jaar gestegen met meer dan 50 procent, voor een groot deel door de populariteit van de Ad. De arbeidsmarktsituatie van deze afgestudeerden (zonder Ad) (zie Figuur G.3) laat heel duidelijk zien dat vrijwel alle afgestudeerden na drie à vier jaar aan de slag zijn in de sector gezondheidszorg. Slechts een enkeling werkt buiten die sector of heeft geen baan. In het jaar van afstuderen stroomt al 90 procent in deze sector in. De aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt voor de hbo-opleidingen in de gezondheidszorg scoort op zowel de objectieve als subjectieve indicatoren dan ook positiever dan gemiddeld. Zo heeft men veel vaker dan gemiddeld al een baan vóór afstuderen (drie kwart ten opzichte van het gemiddelde van een kwart). Dit is vrijwel altijd een vaste baan in loondienst, ook veel vaker dan gemiddeld. Qua niveau en richting sluit de baan veel vaker aan. De ervaren aansluiting en de benutting van capaciteiten is dan ook vaker dan gemiddeld goed. Veel vaker dan gemiddeld vinden de afgestudeerden dat de opleiding een goede start biedt op de arbeidsmarkt, aansluit op de beroepspraktijk en een basis biedt voor het ontwikkelen van vaardigheden. 30 Isat is de aanduiding voor de vijfcijferige code waarmee een opleiding wordt aangeduid en geeft geen nadere uitsplitsing van de opleiding naar instellingen en lesplaatsen. 50

65 Sport in het economische domein Kerngegevens sportopleidingen Aantallen 2012/13 typering t.o.v opleidingen (3 isats) 31 ongewijzigd ingeschrevenen groei van 24% 816 1e jrs instroom groei van 5% 396 gediplomeerde uitstroom 2011/12 groei van 75% t.o.v. 2007/08 Arbeidsmarktpositie na drie á vier jaar 3% geen baan 22% werkzaam in economische sector Het aantal afgestudeerde in de sector sport is de afgelopen vijf jaar met drie kwart toegenomen. De arbeidsmarktsituatie van de gediplomeerden van de sportopleidingen is zeer divers (zie Figuur H.3). In vergelijking met andere economisch opgeleiden heeft een relatief groot deel direct na afstuderen geen baan. De situatie na drie à vier jaar is op dit punt wel verbeterd. Verder blijken studenten uit Sport, management en ondernemen veelal in de sector cultuur en sport (25%) en de Economische sector (26%) terecht te komen. Ze lijken dus grotendeels op de juiste plek te komen. Bij Sport, gezondheid en management lijkt dit ook het geval te zijn. Iets meer dan de helft van de gediplomeerden is daar na vier jaar werkzaam in de Economische sector (21%), cultuur en sport (16%) of gezondheidszorg (15%). De aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt voor de sportopleidingen in het hbo scoort op de meeste objectieve als subjectieve indicatoren negatiever dan gemiddeld. Dat is op zich niet verbazingwekkend gezien de hiervoor beschreven arbeidsmarktsituatie. Het duurt langer voor men een baan heeft gevonden. Toch heeft men niet vaker helemaal geen baan gevonden. De baan die men vindt is net zo vaak in loondienst maar wel veel vaker tijdelijk. Ook is de baan vaker beneden het niveau en buiten de eigen opleidingsrichting en dus vaker tegen een lager salaris. De ervaren aansluiting tussen de opleiding en de baan is dan ook vaak onvoldoende en capaciteiten worden minder vaak benut. Meer dan de helft van de afgestudeerden van de hbo-sportopleidingen vindt de opleiding dan ook geen goede basis voor de start op de arbeidsmarkt en een derde vindt de voorbereiding voor de beroepspraktijk onvoldoende. Al met al hebben de afgestudeerden van de sportopleidingen vaker een mindere aansluiting tussen hun opleiding en hun functie, maar ze vinden vrijwel net zo vaak een baan als de andere afgestudeerden. 31 Isat is de aanduiding voor de vijfcijferige code waarmee een opleiding wordt aangeduid en geeft geen nadere uitsplitsing van de opleiding naar instellingen en lesplaatsen. 51

66 Landbouw in het economische domein Kerngegevens landbouwopleidingen Aantallen 2012/13 typering t.o.v opleidingen (6 isats) 32 groei van 2 opleidingen ingeschrevenen groei van 13% 585 1e jrs instroom groei van 16% 297 gediplomeerde uitstroom 2011/12 krimp van 14% t.o.v. 2007/08 Arbeidsmarktpositie na drie á vier jaar 27% geen baan 26% werkzaam in economische sector De gediplomeerde uitstroom uit de landbouwopleidingen is de afgelopen vijf jaar met veertien procent gedaald. Toch lijkt het erop dat het hier een dip betreft die in een stijgende lijn omgezet zal worden. De instroom is in dezelfde periode namelijk met zestien procent toegenomen. In tegenstelling tot andere specifieke sectorgebonden economische opleidingen, lijken afgestudeerden van de opleiding Bedrijfskunde en Agribusiness veel minder in hun specifieke sector terecht te komen (zie Figuur I.3). Slechts één op de tien gediplomeerden werkt na drie à vier jaar in de sector landbouw en delfstoffen (10%) en dit wijkt nauwelijks af van de gediplomeerden na één jaar. Wel werkt ruim een kwart (26%) in de Economische sector en nog eens veertien procent in de groot- en detailhandel. Dit lijkt op zich niet vreemd voor bedrijfskundigen. Een apart punt van aandacht gaat hier uit naar de categorie geen baan. Deze is ronduit fors te noemen (meer dan een kwart) en wijkt daarmee sterk af van de andere economische opleidingen. Aangezien binnen enkele hogescholen de opleiding nadrukkelijk bestaat uit een internationaal deel (bv. bij Hogeschool Larenstein 33 ) lijkt het echter voor de hand te liggen dat in vergelijking met de gemiddelde hbo-afgestudeerde ook hier een relatief groter deel van de afgestudeerden naar een arbeidsplek buiten Nederland vertrekt. Uit de HBO-Monitor komt naar voren dat de werkloosheid (baan van 0-12 uur) anderhalf jaar na afstuderen met vijf procent fors lager lijkt te zijn dan het percentage geen baan volgens CBS in het jaar van afstuderen (28%). Ook dan is de werkloosheid nog wel hoger dan gemiddeld binnen de HBO-monitor. De aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt voor de landbouwopleidingen in het hbo scoort op de objectieve als subjectieve indicatoren gemiddeld. Toch zijn er kleine verschillen. Met deze opleiding vindt men net zo snel een baan als gemiddeld maar er is een hoger percentage dat binnen anderhalf jaar geen baan heeft gevonden. Degenen die een baan vinden, vinden vaak een voltijds vaste baan. Opvallend is het hoge percentage dat vanuit deze opleiding als zelfstandige begint. Gemiddeld is dat bijna vier procent, bij de afgestudeerden van landbouwopleidingen in het hbo is dat ruim veertien procent. De baan sluit qua niveau en richting ongeveer 32 Isat is de aanduiding voor de vijfcijferige code waarmee een opleiding wordt aangeduid en geeft geen nadere uitsplitsing van de opleiding naar instellingen en lesplaatsen. 33 Bron: 52

67 even vaak als gemiddeld aan bij de opleiding. De ervaren aansluiting tussen de opleiding en de baan is dan ook vaak goed en capaciteiten worden even vaak als gemiddeld benut. Veel vaker dan gemiddeld geeft de opleiding volgens de afgestudeerden van de landbouwopleidingen een goede basis voor de start op de arbeidsmarkt en voor de beroepspraktijk. Onderwijs in het economische domein Kerngegevens onderwijsopleidingen Aantallen 2012/13 typering t.o.v opleidingen (7isats) 34 groei van 1 opleiding ingeschrevenen groei van 32% 848 1e jrs instroom groei van 52% 395 gediplomeerde uitstroom 2011/12 groei van 63% t.o.v. 2007/08 Arbeidsmarktpositie na drie á vier jaar 0% geen baan 83% werkzaam in sector onderwijs De lerarenopleidingen economie mogen zich verheugen in een sterk toenemende belangstelling. De instroom is in vijf jaar met meer dan 50 procent gestegen en de gediplomeerde uitstroom zelfs met ruim 60 procent. Acht op de tien gediplomeerden van de economische lerarenopleidingen 35 komt in het onderwijs terecht (83% na drie à vier jaar) en dat ze daar in het jaar van afstuderen vaak al werken (80%; zie Figuur J.3). De rest komt divers terecht, waarvan het grootste deel (7% van het totaal aantal gediplomeerden) in de Economische sector aan de slag gaat. Bij de afgestudeerde leraren VO algemene economie heeft een kwart een aanstelling voor uur. Dat is beduidend vaker dan gemiddeld. Wat minder vaak dan gemiddeld heeft men een voltijds aanstelling. Veel vaker dan gemiddeld heeft men de baan al binnen drie maanden gevonden, vaak betreft het een vast baan in loondienst die zowel naar niveau als richting aansluit bij de opleiding. De ervaren aansluiting tussen de opleiding en de baan is dan ook vaak goed en capaciteiten worden vaker dan gemiddeld benut. Veel vaker dan gemiddeld geeft de opleiding volgens de afgestudeerden van de lerarenopleiding economie een goede basis voor de start op de arbeidsmarkt en voor de beroepspraktijk. 34 Isat is de aanduiding voor de vijfcijferige code waarmee een opleiding wordt aangeduid en geeft geen nadere uitsplitsing van de opleiding naar instellingen en lesplaatsen. 35 De arbeidsmarktsituatie in dit cluster is berekend door de gediplomeerden van alle economische lerarenopleidingen samen te nemen. De afzonderlijke opleidingen leveren te weinig celvulling op. 53

68 Techniek in het economische domein Kerngegevens techniekopleidingen Aantallen 2012/13 typering t.o.v opleidingen (10 isats) 36 krimp van 4 opleidingen ingeschrevenen krimp van 18% e jrs instroom daling van 7% 791 gediplomeerde uitstroom 2011/12 krimp van 22% t.o.v. 2007/08 Arbeidsmarktpositie na drie á vier jaar 3% geen baan 29% werkzaam in economische sector De techniekopleidingen in het economische domein staan onder druk. De instroom bij deze opleidingen is in vijf jaar tijd met bijna 20 procent gedaald en dat geldt ook voor de gediplomeerde uitstroom. De arbeidsmarktsituatie van afgestudeerden aan economisch technische opleidingen ziet er voor de meeste opleidingen rooskleurig uit (zie Figuur K.3). Alleen bij de opleiding informatiedienstverlening lijkt een relatief groot aandeel geen baan te hebben. Het aantal afgestudeerden is hier echter klein, iets dat er bij de meeste opleidingen in dit cluster toe leidt dat geen uitspraken mogelijk zijn over het wel of niet hebben van een baan. Veruit de meeste afgestudeerden komen terecht in de sector waarvoor ze zijn opgeleid. De economische sector kent overal een hoge instroom en daar waar deze lager uitvalt, zijn de alternatieve sectoren duidelijk gelinkt aan het beoogde werkveld van de opleiding: informatietechnologie voor de opleidingen Bedrijfskundige informatica en Informatiedienstverlening & management, groot- en detailhandel voor Bedrijfsmanagement mkb, en bouw voor Bouwmanagement en vastgoed. In het laatste geval valt dat door de geringe aantallen alleen te constateren voor het jaar van afstuderen. De aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt loopt nogal uiteen voor de opleiding Bouwmanagement en vastgoed en de opleidingen in de informatiebranche. Daarom is hier, ondanks de kleine aantallen, onderscheid aangebracht om globale uitspraken te kunnen doen over de aansluiting. De afgestudeerden met een hbo-opleiding voor de bouw hebben vaker een tijdelijke aanstelling beneden hun niveau of in een andere richting dan de opleiding. De ervaren aansluiting tussen de opleiding en de functie is dan ook veel vaker onvoldoende. Dat geldt ook voor de benutting van de capaciteiten van de afgestudeerden in het bouwmanagement en vastgoed. Dit leidt tot een minder gunstige basis om te starten op de arbeidsmarkt. Voor de opleidingen in de informatiebranche geldt dit alles niet. Deze opleidingen scoren niet afwijkend van het gemiddelde in de aansluiting tussen de opleiding en de arbeidsmarkt. 36 Isat is de aanduiding voor de vijfcijferige code waarmee een opleiding wordt aangeduid en geeft geen nadere uitsplitsing van de opleiding naar instellingen en lesplaatsen. 54

69 Conclusie De verschillende opleidingen binnen het intersectorale cluster kennen over het algemeen flinke stijgingen in het aantal studenten dat de opleiding met een diploma afrondt. Alleen bij techniek en landbouw is een daling waar te nemen. Waar bij landbouw op korte termijn verwacht mag worden dat het aantal gediplomeerden weer gaat stijgen door een toenemende instroom, is dat voor techniek nog niet in zicht. De opleidingen binnen de subclusters HRM, Landbouw en Techniek kennen een zeer divers uitstroomprofiel. De aansluiting met de arbeidsmarkt is bij meerdere economische opleidingen in de subclusters landbouw, techniek en sport niet goed. Zo is er op dit moment geen ruimte voor een nieuwe opleiding Bouwmanagement en vastgoed en is het de vraag of de arbeidsmarkt wel behoefte heeft aan hbo-opgeleiden met deze achtergrond. Ook bij Bedrijfskunde en agribusiness is het de vraag of de arbeidsmarkt op deze specifieke groep afgestudeerden zit te wachten. Veel van deze afgestudeerden komen elders terecht dan verwacht mag worden. Bij sportopleidingen ligt de oorzaak van een problematische aansluiting meer bij de voorbereiding op de praktijk. Een baan vinden afgestudeerden wel, maar vaak niet in de eigen opleidingsrichting. Dit roept de vraag op of het beoogde werkveld wel behoefte heeft aan afgestudeerden met deze specifieke opleiding. 55

70

71 Bijlagen

72

73 Bijlage 1 Gehanteerde definities en begrippen In de analyse en rapportage worden de volgende definities gehanteerd: CROHO: Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs. Register dat door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) wordt beheerd waarin alle hbo en wo opleidingen zijn opgenomen. Criho: Centraal Register Inschrijvingen Hoger Onderwijs. Register dat door DUO wordt beheerd waarin de inschrijvingen van studenten voor het bekostigd hoger onderwijs zijn geregistreerd. Studenten die (aangewezen) onbekostigd onderwijs volgen staan niet geregistreerd in Criho. Isat: 5-cijferige code waarmee een opleiding wordt aangeduid. Brin: code bestaande uit 2 cijfers en 2 letters (en eventueel nog 2 cijfers) waarmee een onderwijsinstelling (en eventueel hoofd- of nevenvestigingsplaats van die instelling) wordt aangeduid. Opleiding: een opleiding is een bepaalde opleidingscode op een bepaalde lesplaats. Dus: isatcode + hoofdvestiging + brinvolgnummer Lesplaats: de gemeente waarin een hoofd- of nevenvestiging van een onderwijsinstelling geregistreerd is. Onderwijssoort: hoger beroepsonderwijs (hbo) en wetenschappelijk onderwijs (wo). Bekostigd onderwijs: onderwijs dat door OCW respectievelijk EL&I bekostigd wordt. Aangewezen onderwijs: onderwijs dat niet door OCW of EL&I bekostigd wordt, maar dat wel voldoet aan een aantal wettelijke eisen en accreditatievoorschriften. Niet-aangewezen onbekostigd onderwijs: onderwijs dat niet door OCW of EL&I bekostigd wordt, maar onder bepaalde voorwaarden wel voor accreditatie in aanmerking kan komen, ook wel aangeduid als particulier aanbod. De informatie over de opleidingen is op het laagste niveau, te weten de lesplaats. Als een opleiding door dezelfde instelling op verschillende lesplaatsen wordt aangeboden, wordt zij dus meerdere keren geteld. Op basis van de gemeente van de lesplaats wordt de landelijke dekking van opleidingen bepaald. Hier moet echter wel rekening gehouden worden met het feit dat instituten als de Open Universiteit, NTI, PNBA en LOI wel één of meerder lesplaatsen hebben, maar het in de meeste gevallen gaat om afstandsonderwijs en deze zich dus niet concentreren op deze lesplaatsen (uitzonderingen daargelaten). De informatie over de studentaantallen is niet op lesplaatsniveau maar op hoofdvestiging. Dit omdat de studentaantallen van DUO alleen bekend zijn op het niveau van de hoofdvestiging. Sinds de inwerkingtreding van de Beleidsregel bevoegdheid graadverlening hoger onderwijs op 1 september 2010 is het onderscheid tussen aangewezen onbekostigd onderwijs en nietaangewezen onbekostigd onderwijs komen te vervallen (met uitzondering van de aangewezen universiteiten). Sinds die datum heet een onbekostigde aanbieder van hoger onderwijs, hetzij 59

74 aangewezen hetzij niet-aangewezen, rechtspersoon voor hoger onderwijs. Aangezien in de periode die dit rapport bestrijkt nog wel onderscheid bestond tussen aangewezen en nietaangewezen is ervoor gekozen om beide categorieën apart in kaart te brengen. In volgende analyses zullen de opleidingen van rechtspersonen voor hoger onderwijs als één categorie worden weergegeven. 60

75 Bijlage 2 Afbakening Om een goede en heldere analyse uit te kunnen voeren is het noodzakelijk vooraf tot een afbakening te komen: welke opleidingen worden wel en welke niet meegenomen en hoe dienen deze te worden geclusterd zijn de vragen die dan centraal staan. Maar niet alleen het opleidingenaanbod moet worden afgebakend, ook de sectoren waarin iemand aan de slag gaat, moeten zoveel mogelijk worden afgebakend om zo heldere uitspraken te kunnen doen. Grootste verschil tussen beide afbakeningen is dat het opleidingenaanbod in overleg met betrokkenen wordt vormgegeven, terwijl de sectoren voortvloeien uit de bestemming van gediplomeerden in de sector. Afbakening opleidingenaanbod De sectorafbakening is in overleg met CDHO, Vereniging Hogescholen en OCW tot stand gekomen. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Alle opleidingen die geregistreerd staan in het domein economie. 2. Opleidingen die in een ander domein dan Economie geregistreerd staan, maar waarvan de uitstroom uit de opleiding op de arbeidsmarkt zeer waarschijnlijk zal concurreren met de uitstroom uit opleidingen uit de sector Economie. 3. Opleidingen die door verschillende instellingen in verschillende CROHO-onderdelen zijn geregistreerd zijn meegenomen als het merendeel van de instellingen de opleiding in het domein Economie hebben geregistreerd. Dit heeft geleid tot de volgende clusterindeling (voor een gedetailleerd overzicht zie bijlage 3). Tabel B1.1 Afbakening opleidingenaanbod economische opleidingen hbo Hoofdcluster Business Administration Communicatieopleidingen Rechtenopleidingen Intersectorale opleidingen subcluster financiële opleidingen commerciële opleidingen managementopleidingen HRM (Economie / Gedrag en maatschappij) Gezondheidszorg Sport (Gezondheidszorg / Economie) Landbouw Onderwijs Techniek 61

76 Afbakening economische sectoren Om te bepalen wat de positie op de arbeidsmarkt is voor hbo ers van economische opleidingen, is nagegaan in welke sectoren zij gaan werken. Door gegevens uit administratieve bestanden over werkzame personen te combineren met gegevens over afgestudeerden van de economische hbo-opleidingen is voor de jaren na te gaan in welke sectoren deze afgestudeerden terecht kwamen. Voor hbo-afgestudeerden in een schooljaar is gekeken in welke sector ze werkzaam waren in oktober van dat jaar. Afgestudeerden aan de economische opleidingen blijken in alle sectoren van de economie (Tabel B1.2) werk te vinden. Beduidend oververtegenwoordigd zijn ze in de Economische sectoren. Het aandeel economisch afgestudeerden in de handel komt overeen met het aandeel van de sector in het totaal van werkzame personen. In de overige sectoren komen de economen in mindere mate terecht Tabel B1.2 Sector van werkzaamheid (oktober) van alle economisch afgestudeerden dat jaar, Landbouw en delfstoffen 0,7% 0,5% 0,7% 0,7% Industrie/vervaardiging producten 4,0% 4,4% 4,1% 4,3% Bouw 0,9% 0,9% 1,1% 1,2% Groothandel en detailhandel 13,2% 13,9% 14,5% 15,6% Horeca 6,1% 6,4% 7,0% 7,3% Onderwijs 3,6% 3,3% 3,8% 3,8% Gezondheidszorg 4,5% 5,5% 6,8% 6,8% Cultuur en sport 3,4% 3,4% 3,7% 3,7% Uitzendbureau 19,3% 14,9% 13,4% 13,5% Informatietechnologie 4,0% 4,0% 3,1% 3,0% Overig 9,0% 10,0% 9,5% 9,8% Economische sector 31,3% 33,0% 32,3% 30,4% Totaal 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% Bron: CBS Sociaal Statistisch Bestand en onderwijsbestanden, bewerking ITS Economische sector De economische sector bestaat uit diverse subsectoren. De meeste hbo ers met een economische opleiding komen terecht in de accountancy, belastingadvisering of administratieve bedrijven (zie Tabel B1.3). Ook in de reclame, in het organisatieadvies, marktonderzoek en de overige zakelijke dienstverlening komen relatief veel afgestudeerden van de economische opleidingen aan het werk. De afgelopen jaren is het aandeel afgestudeerden van economische opleidingen dat bij de overheid gaat werken toegenomen. Bijna een vijfde van hen komt terecht in een functie bij de overheid. Daarnaast blijven de financiële instellingen belangrijke werkgevers voor economisch afgestudeerde hbo ers. 62

77 Tabel B1.3 Uitsplitsing van Economische sector in subsectoren van werkzaamheid in oktober van alle economisch afgestudeerden in dat jaar, Financiële instellingen 14,0% 12,9% 11,6% 12,2% Verzekeringen en pensioenfondsen 5,4% 4,8% 4,5% 4,8% Rechtkundige dienstverlening 3,8% 4,2% 4,6% 5,1% Accountancy, belastingadv., administratie 19,0% 18,0% 17,2% 17,3% Overige financiële dienstverlening 3,5% 3,2% 3,0% 2,8% Reclame, org.advies, marktonderzoek 17,8% 17,5% 16,4% 16,6% Overige zakelijke dienstverlening 17,2% 16,7% 16,4% 16,5% Arbeidsbemiddeling 4,1% 4,8% 5,7% 5,6% Overheid 15,2% 18,0% 20,5% 19,2% Totaal 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% Bron: CBS Sociaal Statistisch Bestand en onderwijsbestanden, bewerking ITS 63

78

79 Bijlage 3 Volledig overzicht opleidingen per cluster hoofdcluster Subcluster isatcode opleidingsnaam Business Administration financiële opleidingen commerciële opleidingen B Pensioenen en Verzekeringen B Fiscaal Recht en Economie B Bedrijfseconomie B Accountancy B Fiscale Economie B Financial Services Management Ad Accountancy Ad Assistent Fiscalist Ad Financiële Dienstverlening Ad Bedrijfseconomie Ad Financial Services Management B Advanced Business Creation B International Business B Trade Management gericht op Azië B Commercieel Management B Commerciële Economie B International Business and Languages B Small Business en Retail Management B Food and Business B Kunst en Economie B Lifestyle Ad Small Business en Retail Management Ad Assistent Marketeer Ad Marketing Management Ad Ondernemen Ad Retail Management Ad Commercieel Management Ad Commerciële Economie management opleidingen 4378 Kort HBO Facility Management (oude opleiding, voor 2008 opgeheven) 4424 Kort HBO toeristisch en recreatief onderwijs (oude opleiding, voor 2008 opgeheven) B Windesheim honours college B Security Management B Vitaliteitsmanagement & Toerisme B Office Management B People and Business Management 65

80 hoofdcluster Subcluster isatcode opleidingsnaam Communicatieopleidingen B Business Management B Toegepaste Bedrijfskunde B Bedrijfskunde MER B Hoger Toeristisch en Recreatief Onderwijs B Hoger Hotelonderwijs B Opleiding voor Management, Economie en Recht B Logistiek en Economie B Vrijetijdsmanagement B Bestuurskunde / overheidsmanagement B Facility Management B International Business and Management Studies B Media en Entertainment Management B Integrale Veiligheid B Vastgoed en Makelaardij B Business Administration in Hotel Management B Integrale Veiligheidskunde B Functiegerichte Bachelor in Toerisme en Recreatie Ad Facility Management Ad Officemanagement Ad Functiegerichte Bachelor in Toerisme en Recreatie Ad Vrijetijdsmanagement Ad Hoger Hotelonderwijs Ad Hoger Toeristisch en Recreatief Onderwijs Ad Bedrijfskunde Ad Vitaliteitsmanagement & Toerisme Ad Facilitair Eventmanagement Ad Business Management B Vertaalacademie B Media, Informatie en Communicatie B Communicatie B European Studies B Communicatiesystemen B Oriëntaalse Talen en Communicatie B Journalistiek B Journalistiek en Voorlichting (oude opleiding, voor 2008 opgeheven) B Opleiding Handelseconomisch Duits (oude opleiding, voor 2008 opgeheven) B Opleiding Handelseconomisch Frans (oude opleiding, voor 2008 opgeheven) B Vormgeving en Management 66

81 hoofdcluster Subcluster isatcode opleidingsnaam Rechtenopleidingen Intersectorale opleidingen HRM (Economie / Gedrag en maatschappij) Gezondheidszorg Sport (Gezondheidszorg / Economie) Landbouw Onderwijs Techniek Ad Eventmanager Ad Crossmediale Communicatie B Hogere Juridische Opleiding B Sociaal Juridische dienstverlening B HBO - Rechten B Human Resource Management / Personeel en Arbeid Ad Personeel en Arbeid Ad Intercedent Ad Human Resource Management B Management in de Zorg Ad Management in de Zorg B Sport, Gezondheid en Management B Sport, Management en Ondernemen Ad Operationeel Sportmanagement B Greenport Business & Retail B Agrarische Accountancy B Bedrijfskunde en Agribusiness B Accountancy en Agribusiness Ad Bedrijfskunde en Agribusiness Ad Ondernemerschap 5183 oude code / nu M Leraar Algemene Economie 5184 oude code / nu M Leraar Bedrijfseconomie B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Algemene Economie B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Bedrijfseconomie B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Economie oude code / bu M Leraar Algemene Economie M Leraar Bedrijfseconomie / Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in bedrijfseconomie M Leraar Algemene Economie Ad Onderwijsondersteuner Economische Vakken 4400 onbekend (oude opleiding, overgezet in 4425 = Kort HBO Bedrijfskundige Informatica) 4425 Kort HBO Bedrijfskundige Informatica (oude opleiding, voor 2008 opgeheven) B Bedrijfsmanagement MKB B Information Management B Agrarische Bedrijfskunde 67

82 hoofdcluster Subcluster isatcode opleidingsnaam B Bedrijfskundige Informatica B Informatiedienstverlening en -management B Business IT & Management B Bouwmanagement en Vastgoed Ad Informatiedienstverlening en -management Ad Business IT & Management / Ad Bedrijfskundige Informatica Ad IT Service Management 68

83 Bijlage 4 Sectorindeling arbeidsmarkt SBI indeling indeling voor CDHO 01 Landbouw, jacht en dienstverlening voor de landbouw en jacht landbouw en delfstoffen 01.1 Teelt van eenjarige gewassen landbouw en delfstoffen 01.2 Teelt van meerjarige gewassen landbouw en delfstoffen 01.3 Teelt van sierplanten landbouw en delfstoffen 01.4 Fokken en houden van dieren landbouw en delfstoffen 01.5 Akker- en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren 01.6 Dienstverlening voor de landbouw; behandeling van gewassen en zaden na de oogst landbouw en delfstoffen landbouw en delfstoffen 01.7 Jacht landbouw en delfstoffen 02 Bosbouw, exploitatie van bossen en dienstverlening voor de bosbouw 03 Visserij en kweken van vis en schaaldieren landbouw en delfstoffen landbouw en delfstoffen 06 Winning van aardolie en aardgas landbouw en delfstoffen 08 Winning van delfstoffen (geen olie en gas) 09 Dienstverlening voor de winning van delfstoffen landbouw en delfstoffen landbouw en delfstoffen 10 Vervaardiging van voedingsmiddelen industrie en vervaardiging producten 11 Vervaardiging van dranken industrie en vervaardiging producten 12 Vervaardiging van tabaksproducten industrie en vervaardiging producten 13 Vervaardiging van textiel industrie en vervaardiging producten 14 Vervaardiging van kleding industrie en vervaardiging producten 15 Vervaardiging van leer, lederwaren en schoenen 16 Primaire houtbewerking en vervaardiging van artikelen van hout, kurk, riet en vlechtwerk ( geen meubels) 17 Vervaardiging van papier, karton en papier- en kartonwaren 18 Drukkerijen, reproductie van opgenomen media 19 Vervaardiging van cokesovenproducten en aardolieverwerking industrie en vervaardiging producten industrie en vervaardiging producten industrie en vervaardiging producten industrie en vervaardiging producten industrie en vervaardiging producten 69

84 SBI indeling indeling voor CDHO 20 Vervaardiging van chemische producten 21 Vervaardiging van farmaceutische grondstoffen en producten 22 Vervaardiging van producten van rubber en kunststof 23 Vervaardiging van overige nietmetaalhoudende minerale producten 24 Vervaardiging van metalen in primaire vorm 25 Vervaardiging van producten van metaal (geen machines en apparaten) 26 Vervaardiging van computers en van elektronische en optische apparatuur 27 Vervaardiging van elektrische apparatuur 28 Vervaardiging van overige machines en apparaten 29 Vervaardiging van auto's, aanhangwagens en opleggers 30 Vervaardiging van overige transportmiddelen industrie en vervaardiging producten industrie en vervaardiging producten industrie en vervaardiging producten industrie en vervaardiging producten industrie en vervaardiging producten industrie en vervaardiging producten industrie en vervaardiging producten industrie en vervaardiging producten industrie en vervaardiging producten industrie en vervaardiging producten industrie en vervaardiging producten 31 Vervaardiging van meubels industrie en vervaardiging producten 32 Vervaardiging van overige goederen industrie en vervaardiging producten 33 Reparatie en installatie van machines en apparaten 35 Productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas, stoom en gekoelde lucht industrie en vervaardiging producten industrie en vervaardiging producten 36 Winning en distributie van water industrie en vervaardiging producten 37 Afvalwaterinzameling en -behandeling industrie en vervaardiging producten 38 Afvalinzameling en -behandeling; voorbereiding tot recycling industrie en vervaardiging producten 39 Sanering en overig afvalbeheer industrie en vervaardiging producten 41 Algemene burgerlijke en utiliteitsbouw en projectontwikkeling 42 Grond-, water- en wegenbouw (geen grondverzet) 43 Gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw bouw bouw bouw 70

85 SBI indeling indeling voor CDHO 45 Handel in en reparatie van auto's, motorfietsen en aanhangers 46 Groothandel en handelsbemiddeling (niet in auto's en motorfietsen) groot- en detailhandel groot- en detailhandel 47 Detailhandel (niet in auto's) groot- en detailhandel 55 Logiesverstrekking horeca 56 Eet- en drinkgelegenheden horeca 85 Onderwijs onderwijs 62 Dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatietechnologie Ontwikkelen, produceren en uitgeven van software Advisering op het gebied van informatietechnologie informatietechnologie informatietechnologie informatietechnologie Beheer van computerfaciliteiten informatietechnologie Overige dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatietechnologie 63 Dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatie 63.1 Gegevensverwerking, webhosting en aanverwante activiteiten; webportalen 63.2 Overige dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatie informatietechnologie informatietechnologie informatietechnologie informatietechnologie 86 Gezondheidszorg gezondheidszorg 87 Verpleging, verzorging en begeleiding met overnachting 88 Maatschappelijke dienstverlening zonder overnachting gezondheidszorg gezondheidszorg 90 Kunst cultuur en sport 91 Culturele uitleencentra, openbare archieven, musea, dieren- en plantentuinen, natuurbehoud cultuur en sport 92 Loterijen en kansspelen cultuur en sport 93 Sport en recreatie cultuur en sport 96 Wellness en overige dienstverlening; uitvaartbranche cultuur en sport 78.2 Uitzendbureaus, uitleenbureaus en banenpools uitzendbureau 71

86 SBI indeling indeling voor CDHO 49 Vervoer over land overig 50 Vervoer over water overig 51 Luchtvaart overig 52 Opslag en dienstverlening voor vervoer overig 53 Post en koeriers overig 58 Uitgeverijen overig 59 Productie en distributie van films en televisieprogramma s; maken en uitgeven van geluidsopnamen 60 Verzorgen en uitzenden van radio- en televisieprogramma's overig overig 61 Telecommunicatie overig 81.2 Reiniging overig 81.3 Landschapsverzorging overig 77 Verhuur en lease van auto's, consumentenartikelen, machines en overige roerende goederen 79 Reisbemiddeling, reisorganisatie, toeristische informatie en reserveringsbureaus overig overig 80 Beveiliging en opsporing overig 75 Veterinaire dienstverlening overig 84.3 Verplichte sociale verzekeringen overig 95 Reparatie van computers en consumentenartikelen 97 Huishoudens als werkgever van huishoudelijk personeel 98 Niet-gespecificeerde productie van goederen en diensten door particuliere huishoudens voor eigen 99 Extraterritoriale organisaties en lichamen 94.1 Bedrijfs-, werkgevers- en beroepsorganisaties overig overig overig overig overig 94.2 Werknemersorganisaties overig 94.9 Levensbeschouwelijke en politieke organisaties, belangen- en ideële organisaties, hobbyclubs overig 64 Financiële instellingen (geen verzekeringen en pensioenfondsen) economie financiële instellingen 65.1 Verzekeringen (geen herverzekering) economie verzekeringen en pensioenfondsen 72

87 SBI indeling indeling voor CDHO 65.2 Herverzekering economie verzekeringen en pensioenfondsen 65.3 Pensioenfondsen economie verzekeringen en pensioenfondsen 66.1 Financiële bemiddeling, advisering e.d. (niet voor verzekeringen en pensioenfondsen) 66.2 Dienstverlening op het gebied van verzekeringen en pensioenfondsen economie economie overige financiële dienstverlening overige financiële dienstverlening 66.3 Vermogensbeheer economie overige financiële dienstverlening 69.1 Rechtskundige dienstverlening economie rechtskundige dienstverlening 69.2 Accountancy, belastingadvisering en administratie 70.1 Holdings (geen financiële) en concerndiensten binnen eigen concern economie economie accountancy, belastingadvisering en administratie reclame, organisatieadvies en marktonderzoek 82 Overige zakelijke dienstverlening economie overige zakelijke dienstverlening 70.2 Advisering op het gebied van management en bedrijfsvoering 68 Verhuur van en handel in onroerend goed 71 Architecten, ingenieurs en technisch ontwerp en advies; keuring en controle economie economie economie overige zakelijke dienstverlening overige zakelijke dienstverlening overige zakelijke dienstverlening 72 Speur- en ontwikkelingswerk economie overige zakelijke dienstverlening 74 Industrieel ontwerp en vormgeving, fotografie, vertaling en overige consultancy economie overige zakelijke dienstverlening 73 Reclame en marktonderzoek economie reclame, organisatieadvies en marktonderzoek Organisatie-adviesbureaus economie reclame, organisatieadvies en marktonderzoek 78.1 Arbeidsbemiddeling economie arbeidsbemiddeling 78.3 Payrolling (personeelsbeheer) economie arbeidsbemiddeling 81.1 Facility management economie overige zakelijke dienstverlening 84.1 Openbaar bestuur economie overheid Rechtspraak economie overheid Ministerie van Justitie en gevangeniswezen economie overheid Buitenlandse zaken economie overheid Defensie economie overheid Politie economie overheid Brandweer economie overheid 73

88

89 Bijlage 5 Aantal instellingen (brin) dat opleiding aanbiedt Tabel B5.1 Aantal startende/lopende opleidingen per subcluster in de Economische sector (2008/ /13). 2008/ / / / /13 financiële opleidingen commerciële opleidingen management opleidingen B Pensioenen en Verzekeringen B Fiscaal Recht en Economie B Bedrijfseconomie B Accountancy B Fiscale Economie B Financial Services Management Ad Accountancy Ad Assistent Fiscalist Ad Financiële Dienstverlening Ad Bedrijfseconomie Ad Financial Services Management B Advanced Business Creation B International Business B Trade Management gericht op Azië B Commercieel Management B Commerciële Economie B International Business and Languages B Small Business en Retail Management B Food and Business B Kunst en Economie B Lifestyle Ad Small Business en Retail Management Ad Assistent Marketeer Ad Marketing Management Ad Ondernemen Ad Retail Management Ad Commercieel Management Ad Commerciële Economie B Windesheim Honours College B Security Management B Vitaliteitsmanagement & Toerisme B Office Management B People and Business Management B Business Management B Toegepaste Bedrijfskunde

90 2008/ / / / / B Bedrijfskunde MER B Hoger Toeristisch en Recreatief Onderwijs B Hoger Hotelonderwijs B Opleiding voor Management, Economie en Recht B Logistiek en Economie B Vrijetijdsmanagement B Bestuurskunde/Overheidsmanagement B Facility Management B International Business and Management Studies B Media en Entertainment Management B Integrale Veiligheid B Vastgoed en Makelaardij B Business Administration in Hotel Management B Integrale Veiligheidskunde B Functiegerichte Bachelor in Toerisme en Recreatie Ad Facility Management Ad Officemanagement Ad Functiegerichte Bachelor in Toerisme en Recreatie Ad Vrijetijdsmanagement Ad Hoger Hotelonderwijs Ad Hoger Toeristisch en Recreatief Onderwijs Ad Bedrijfskunde Ad Vitaliteitsmanagement & Toerisme Ad Facilitair Eventmanagement Ad Business Management Communicatieopleidingen B Vertaalacademie B Media, Informatie en Communicatie B Communicatie B European Studies B Communicatiesystemen B Oriëntaalse Talen en Communicatie B Journalistiek Ad Eventmanager Ad Crossmediale Communicatie

91 2008/ / / / /13 Rechtenopleidingen B Hogere Juridische Opleiding B Sociaal-Juridische Dienstverlening B HBO - Rechten HRM-opleidingen B Human Resource Management B Personeel en Arbeid Ad Personeel en Arbeid Ad Intercedent Ad Human Resource Management Gezondheidszorg B Management in de Zorg Ad Management in de Zorg Sport (Gezondheidszorg/ Economie) B Sport, Gezondheid en Management B Sport, Management en Ondernemen Ad Operationeel Sportmanagement Landbouw B Greenport Business & Retail B Bedrijfskunde en Agribusiness B Accountancy en Agribusiness Ad Bedrijfskunde en Agribusiness Ad Ondernemerschap Onderwijs B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Algemene Economie B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Bedrijfseconomie B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Economie M Leraar Bedrijfseconomie M Leraar Algemene Economie Ad Onderwijsondersteuner Economische Vakken Techniek B Bedrijfsmanagement MKB B Information Management B Bedrijfskundige Informatica B Informatiedienstverlening en - management B Business IT & Management B Bouwmanagement en Vastgoed Ad Informatiedienstverlening en - management Ad Bedrijfskundige Informatica Ad Business IT & Management Ad IT Service Management

92 Tabel B5.2 Aantal startende/lopende opleidingsvarianten gesplitst in vt/dt/duaal per subcluster in de Economische sector (2012/13). 2012/13 wijziging t.o.v 2008/09 DT DUAAL VT DT DUAAL VT financiële opleidingen commerciële opleidingen management opleidingen B Pensioenen en Verzekeringen B Fiscaal Recht en Economie B Bedrijfseconomie B Accountancy B Fiscale Economie B Financial Services Management Ad Accountancy Ad Assistent Fiscalist Ad Financiële Dienstverlening Ad Bedrijfseconomie Ad Financial Services Management B Advanced Business Creation B International Business B Trade Management gericht op Azië B Commercieel Management B Commerciële Economie B International Business and Languages B Small Business en Retail Management B Food and Business B Kunst en Economie B Lifestyle Ad Small Business en Retail Management Ad Assistent Marketeer Ad Marketing Management Ad Ondernemen Ad Retail Management Ad Commercieel Management Ad Commerciële Economie B Windesheim Honours College B Security Management B Vitaliteitsmanagement & Toerisme B Office Management B People and Business Management

93 2012/13 wijziging t.o.v 2008/09 DT DUAAL VT DT DUAAL VT Communicatieopleidingen B Business Management B Toegepaste Bedrijfskunde B Bedrijfskunde MER B Hoger Toeristisch en Recreatief Onderwijs B Hoger Hotelonderwijs B Opleiding voor Management, Economie en Recht B Logistiek en Economie B Vrijetijdsmanagement B Bestuurskunde/Overheidsmanagement B Facility Management B International Business and Management Studies B Media en Entertainment Management B Integrale Veiligheid B Vastgoed en Makelaardij B Business Administration in Hotel Management B Integrale Veiligheidskunde B Functiegerichte Bachelor in Toerisme en Recreatie Ad Facility Management Ad Officemanagement Ad Functiegerichte Bachelor in Toerisme en Recreatie Ad Vrijetijdsmanagement Ad Hoger Hotelonderwijs Ad Hoger Toeristisch en Recreatief Onderwijs Ad Bedrijfskunde Ad Vitaliteitsmanagement & Toerisme Ad Facilitair Eventmanagement Ad Business Management B Vertaalacademie B Media, Informatie en Communicatie B Communicatie B European Studies B Communicatiesystemen

94 2012/13 wijziging t.o.v 2008/09 DT DUAAL VT DT DUAAL VT Rechtenopleidinging HRMopleidingen Gezondheidszorg Sportopleidingen Landbouwopleidingen Onderwijsopleidingen B Oriëntaalse Talen en Communicatie B Journalistiek Ad Eventmanager Ad Crossmediale Communicatie B Hogere Juridische Opleiding B Sociaal-Juridische Dienstverlening B HBO - Rechten B Human Resource Management B Personeel en Arbeid Ad Personeel en Arbeid Ad Intercedent Ad Human Resource Management B Management in de Zorg Ad Management in de Zorg B Sport, Gezondheid en Management B Sport, Management en Ondernemen Ad Operationeel Sportmanagement B Greenport Business & Retail B Bedrijfskunde en Agribusiness B Accountancy en Agribusiness Ad Bedrijfskunde en Agribusiness Ad Ondernemerschap B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Algemene Economie B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Bedrijfseconomie B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Economie M Leraar Bedrijfseconomie M Leraar Algemene Economie Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in algemene economie Ad Onderwijsondersteuner Economische Vakken

95 2012/13 wijziging t.o.v 2008/09 DT DUAAL VT DT DUAAL VT Techniekopleidingen B Bedrijfsmanagement MKB B Information Management B Bedrijfskundige Informatica B Informatiedienstverlening en - management B Business IT & Management B Bouwmanagement en Vastgoed Ad Informatiedienstverlening en - management Ad Bedrijfskundige Informatica Ad Business IT & Management Ad IT Service Management

96 Tabel B5.3 Aantal startende/lopende Ad s per subcluster in de Economische sector (2008/ /13). 2008/ / / / /13 Financiële opleidingen Commerciële opleidingen Ad Accountancy Ad Assistent Fiscalist Ad Bedrijfseconomie Ad Financial Services Management Ad Financiële Dienstverlening Ad Assistent Marketeer Ad Commercieel Management Ad Commerciële Economie Ad Marketing Management Ad Ondernemen Ad Retail Management Ad Small Business en Retail Management Management opleidingen Ad Bedrijfskunde Ad Business Management Ad Facilitair Eventmanagement Ad Facility Management Ad Functiegerichte Ba in Toerisme en Recreatie Ad Hoger Hotelonderwijs Ad Hoger Toeristisch en Recreatief Onderwijs Ad Officemanagement Ad Vitaliteitsmanagement & Toerisme Ad Vrijetijdsmanagement Communicatieopleidingen Ad Crossmediale Communicatie Ad Eventmanager HRM-opleidingen Ad Human Resource Management Ad Intercedent Ad Personeel en Arbeid Gezondheidszorg Ad Management in de Zorg Sportopleidingen Ad Operationeel Sportmanagement Landbouwopleidingen Ad Bedrijfskunde en Agribusiness Ad Ondernemerschap Onderwijsopleidingen Ad Onderwijsondersteuner Econ. Vakken Techniekopleidingen Ad Bedrijfskundige Informatica Ad Business IT & Management Ad Informatiedienstverlening en -management Ad IT Service Management Totaal Ad s Bron: CROHO, bewerking ITS 82

97 Bijlage 6 Aanbod van onbekostigde opleidingen 2008/ / / / /13 financiële opleidingen commerciële opleidingen managementopleidingen B Fiscaal Recht en Economie gestart lopend beëindigd B Bedrijfseconomie gestart lopend beëindigd B Accountancy gestart lopend beëindigd B Fiscale Economie gestart lopend beëindigd B Financial Services Management gestart lopend beëindigd Ad Accountancy gestart lopend beëindigd Ad Financial Services Management B Commerciële Economie B Small Business and Retail Management B Small Business en Retail Management Ad Marketing Management Ad Retail Management B Security Management gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd B Office Management gestart lopend beëindigd B Bedrijfskunde MER gestart lopend beëindigd

98 34464 B Bestuurskunde/ Overheidsmanagement communicatieopleidingen B Hoger Toeristisch en Recreatief Onderwijs B Opleiding voor Management, Economie en Recht B Logistiek en Economie B Vrijetijdsmanagement B Facility Management B International Business and Management Studies 2008/ / / / /13 gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd B Integrale Veiligheid gestart lopend beëindigd B Vastgoed en Makelaardij Ad Facility Management gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd Ad Officemanagement gestart lopend beëindigd Ad Bedrijfskunde gestart lopend beëindigd B Communicatie gestart lopend beëindigd B European Studies gestart lopend beëindigd B Hogere Europese Beroepen Opleiding gestart lopend beëindigd B Journalistiek gestart lopend beëindigd

99 2008/ / / / /13 rechtenopleidingen HRMopleidingen gezondheidszorgopleidingen sportopleidingen onderwijsopleidingen techniekopleidingen B Sociaal-Juridische Dienstverlening gestart lopend beëindigd B HBO - Rechten gestart lopend beëindigd B Human Resource Management gestart lopend beëindigd B Personeel en Arbeid gestart lopend beëindigd B Management in de Zorg Ad Management in de Zorg B Sport, Management en Ondernemen B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Bedrijfseconomie B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Economie B Bedrijfskundige Informatica B Informatiedienstverlening en - management Ad IT Service Management gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd gestart lopend beëindigd

100

101 Bijlage 7 Ontwikkelingen arbeidsmarkt Economische sector Achtergrond bij hoofdstuk 4. Werkgelegenheid in de Economische sector Sinds 2008 wordt de Nederlandse economie sterk beïnvloed door de crisis. De gevolgen van de economische teruggang verschillen van sector tot sector. In tabel B7.1 is een overzicht gegeven van de sectoren waar veel economisch afgestudeerden terecht komen. Binnen deze sectoren is het aantal werkzame personen vooral fors afgenomen bij de Financiële dienstverlening, de Management- en technische advisering en de Telecommunicatie. Ook bij de sectoren Verhuur en handel van onroerend goed, Uitgeverijen en media is het aantal werkzame personen relatief veel gekrompen. TabelB7.1 Aantal werkzamen in Economische sectoren, en groei, , per sector groei x 1000 x 1000 x 1000 x 1000 Handel ,8% Horeca ,7% Uitgeverijen, film,radio en t.v ,7% Telecommunicatie ,6% IT- en informatiedienstverlening ,4% Financiële dienstverlening ,1% Verhuur en handel van onroerend goed ,4% Management- en technisch advies ,4% Research ,1% Reclame, design, overige diensten ,7% Verhuur en overige zakelijke diensten ,1% Openbaar bestuur en overheidsdiensten ,0% Alle Economische sectoren ,5% Bron: CBS Statline, bewerking ITS De sector Financiële dienstverlening en managementadvisering bleken belangrijke werkgevers voor de economisch afgestudeerden. Juist deze sectoren hebben flinke klappen gehad in de crisis. Dit maakt de perspectieven voor hen om werk te vinden in deze sectoren minder rooskleurig. De Overheid, ook een belangrijke werkgever, is gegroeid tot 2010 maar is daarna gaan krimpen. Ook hier zullen dus minder nieuwe banen voor economisch afgestudeerden te vinden zijn de komende jaren. Daarentegen is er nog wel groei in de sector Reclame, design, overige diensten en in de Horeca. In de Horeca heeft de groei vooral plaatsgevonden in de flexibele arbeidsrelaties. Dat geldt niet 87

102 voor de andere sectoren. De groei in de sector Reclame, design, overige diensten wordt veroorzaakt door de groei van het aantal zelfstandigen. Voor beide sectoren is het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie nauwelijks gegroeid. Toekomstige economisch afgestudeerden die in deze sectoren aan de slag willen, zullen dus minder vaak dan voorheen in een vast dienstverband terecht komen. Overigens geldt dat ook voor de andere sectoren. Alleen bij de Overheid is het aantal werkzame personen met een vast dienstverband de afgelopen jaren nog gegroeid. Relatie tussen (economische) opleiding en (Economische) sector Deze paragraaf richt zich op de relatie tussen de opleidingsrichting en de sector van werkzaamheid. Eerst dien afgestudeerden van de economische hbo-opleidingen als uitgangspunt. Voor deze groep wordt nagegaan in welke sectoren zij terecht komen. Daarna staat het perspectief van de werkzamen in de Economische sector centraal. Er volgt een overzicht van de opleidingen die men gevolgd heeft voor men in de Economische sector kwam werken. Het eerste perspectief is dat van de economisch afgestudeerden. Zij komen vaak terecht in de Economische sector. Maar ook daarbuiten zijn banen voor hen te vinden. De economisch afgestudeerden die het meest specifiek gericht zijn op de Economische sector, zijn degenen die zijn afgestudeerd in de financiële opleidingen en de rechtenopleidingen (zie Tabel B1.2). Van hen gaat meer dan de helft werken in de Economische sector. Degenen die andere economische opleidingen hebben afgerond, verspreiden zich breder op de arbeidsmarkt. Van de commercieel opgeleiden gaat een groot deel werken in de Handel. Dat geldt ook, zij het in mindere mate, voor degenen met een management-, een communicatie- of een HRM-opleiding. Tabel B7.2 Sector van werkzaamheid in oktober van alle economisch afgestudeerden in dat jaar, rijpercentages, 2010 Landbouw, industrie, bouw Grooten detailhandel Horeca Onderwijs Gezondheidszorg Uitzendbureau Economische sector Overig Totaal financiële opleidingen 7,1% 8,9% 2,4% 1,3% 2,8% 9,7% 61,3% 6,6% commerciële opleidingen 7,9% 30,3% 6,1% 2,2% 1,7% 14,2% 21,2% 16,4% management opleidingen 5,1% 13,6% 13,0% 3,6% 4,8% 14,1% 27,4% 18,4% communicatieopleidingen 3,8% 15,8% 6,3% 5,0% 4,6% 16,5% 23,6% 24,4% Rechtenopleiding 1,5% 8,8% 3,3% 1,2% 7,9% 13,3% 55,2% 8,9% HRM (economie/gedrag en maatsch.) 9,9% 10,6% 2,4% 5,2% 14,2% 18,4% 25,9% 13,4% totaal* 5,8% 16,2% 7,7% 3,2% 4,8% 14,2% 31,8% 16,3% Bron: CBS Sociaal Statistisch Bestand en onderwijsbestanden, bewerking ITS * vanwege de uitsplitsing naar opleiding, wijken de % iets af van die in tabel 1 88

103 Het tweede perspectief is dat van degenen die werkzaam zijn in de Economische sector. De meeste werkzame personen hebben al enige tijd geleden hun opleiding afgerond. Een klein deel van deze werkzame personen is recent afgestudeerd in een hbo-opleiding. Deze groep is getraceerd met behulp van de opleidingsbestanden van het CBS. Het grootste deel van de recent ingestroomde werkzamen in de Economische sector, heeft daadwerkelijk een hbo-diploma in een economische richting gehaald (Tabel B1.3). Ruim 55 procent heeft een economische opleiding als achtergrond. Daarnaast werkt er in deze sector ook een behoorlijk aantal personen die recent een technische hbo-opleiding hebben afgerond. Ongeveer een vijfde van de werkzame personen in de Economische sector die recent zijn afgestudeerd heeft een techniekdiploma. Daarnaast is de hbo-opleiding Gedrag en maatschappij van belang voor deze sector. Ongeveer een tiende van de recent afgestudeerde hbo ers heeft een diploma in deze richting behaald. Tabel B7.3 Recent afgestudeerden, werkzaam in de Economische sectoren naar CROHOopleidingsrichting, kolompercentages, Onderwijs 4,6% 4,8% 4,8% landbouw en natuurlijke omgeving 3,1% 3,1% 2,6% Techniek 22,6% 20,4% 20,2% Gezondheidszorg 1,7% 2,8% 2,1% Economie 55,5% 55,6% 56,6% gedrag en maatschappij 9,7% 10,5% 10,2% taal en cultuur 2,8% 2,9% 3,6% totaal aantal Bron: CBS Sociaal Statistisch Bestand en onderwijsbestanden, bewerking ITS De recent economisch afgestudeerden in de Economische sector zijn grotendeels afkomstig van de financiële opleidingen (ongeveer een kwart) en van de management opleidingen (ongeveer drie van elke tien)., Ook zijn de afgestudeerden vaak afkomstig van commerciële, communicatie en rechtenopleidingen. Dit komt overeen met de resultaten uit tabel B7.2, waarin voor alle afgestudeerden aan de economische opleidingen is nagegaan in welke sectoren ze na hun afstuderen zijn gaan werken. In tabel B7.3 betreft het de recent afgestudeerden van de economisch opleidingen die in de Economische sector zijn gaan werken. 89

104 Tabel B7.4 Recent afgestudeerden, werkzaam in de Economische sectoren met een economische opleiding, kolompercentages, financiële opleidingen 26,6% 27,7% 24,3% commerciële opleidingen 12,3% 12,8% 13,3% management opleidingen 31,0% 28,9% 30,0% communicatieopleidingen 10,2% 9,9% 10,4% Rechtenopleiding 8,9% 9,2% 10,5% HRM (economie / gedrag en maatsch.) 5,9% 5,0% 5,9% Gezondheidszorg 0,5% 0,3% Sport (gezondheidszorg / economie) 0,5% 1,0% 0,7% Landbouw 0,9% 1,1% 0,9% Onderwijs 0,2% 0,2% Techniek 3,5% 3,9% 3,5% totaal aantal Bron: CBS Sociaal Statistisch Bestand en onderwijsbestanden, bewerking ITS Beroepen Uit de vorige paragrafen bleek dat afgestudeerden met een economische opleiding ook buiten economische sectoren terecht komen. Dat betekent niet dat ze in die andere sectoren ook een totaal ander beroep gaan uitoefenen. Om hier zicht op te krijgen, is gebruik gemaakt van de Enquête Beroepsbevolking (EBB) van het CBS. Er zijn niet veel databronnen waar gegevens over beroep te vinden zijn. De EBB is een van de grootste enquêtes van waarin beroep wordt gevraagd. Door de respondenten van de EBB te koppelen met de onderwijsgegevens, konden worden nagegaan in welke beroepen de recent afgestudeerde hbo-economen terecht komen. Om een voldoende groot aantal respondenten te vinden, zijn de EBB s voor de jaren 2006 tot en met 2010 samengenomen. Zo is voor bijna negenhonderd afgestudeerden gevonden in welk beroep ze werkzaam waren na hun afstuderen. Relatief veel afgestudeerden komen in administratieve of commerciële functies terecht (Tabel B7.6). Ook juridisch of bestuurlijke functies worden relatief vaak gevonden. Daarnaast is een relatief groot aantal afgestudeerden arbeidsbemiddelaar of personeelsfunctionaris. Bedrijfsorganisatiedeskundige en personeelsadviseurs blijken ook regelmatig beroepen waarin economisch afgestudeerden de arbeidsmarkt opstromen. De functies waarin men terecht komt zijn dus voornamelijk economische functies. Ook al is er spreiding van de economisch opgeleiden over de sectoren, het blijkt dat men meestal in functies terechtkomt die aansluiten bij de opleiding. 90

105 Tabel B7.5 Beroep waarin economisch afgestudeerden terecht komen, % geen baan 79 9% middelbare beroepen administratie/commercieel en juridisch/bestuurlijk 73 8% elementaire beroepen overig 68 8% hogere beroepen overig 68 8% hogere beroepen administratie/commercieel en juridisch/bestuurlijk 49 6% Acquisiteurs van zakelijke diensten (geen advertenties, reclame, verzekeringen) 42 5% Admin. medewerker (hoger); assist. accountant 42 5% elementaire beroepen administratief en commercieel 40 5% middelbare beroepen overig 36 4% Arbeidsbemiddelaar; personeelsfunctionaris, studievoorlichting (hoger) 33 4% Middelbare administratieve beroepen (excl. Automatisering e.d.) (niet gespecificeerd) 23 3% Bedrijfsorganisatiedeskundige (excl. Technisch), personeelsorg.-adv. (hoger) 23 3% wetenschappelijke beroepen overig 22 2% Beleggings-, krediet-, financieel adviseur; kredietanalist, kredietbeoordelaar 21 2% Winkelbediende, markt-, straatverkoper (excl. Kiosk, vlees); debitant staatsloterij 20 2% Informatie-, systeemanalist, systeemontw., - programmeur; administratief; hoger 19 2% Administratief medew. arb.bem.; personeelsfunctionaris, studievoorlichting (middelbaar) 17 2% Accountant 17 2% Kelner, serveerster 16 2% Marketingadviseur, -specialist (geen onderzoek) 16 2% Journalist, recensent, criticus; redacteur (uitgeverij bladen; hoger) 15 2% Bank-, spaarbankemployé (geen balie-, loketwerk); bank-, wisselkassier, marketingass. 14 2% wetenschappelijke beroepen administratie/commercieel en juridisch/bestuurlijk 14 2% Handelscorrespondent, secretariaatsmedewerker; administratief employé (middelbaar) 13 1% Productieplanner, werkvoorbereider (administratief, excl. Bijdrage begroting; hoger) 13 1% Advocaat, notaris, rechter, officier van justitie, juridisch adviseur 13 1% Lagere administratieve beroepen (niet gespecificeerd) 12 1% Advertentie-, reclameacquisiteur; verkoper groothandel, productiebedrijf zakelijke 12 1% diensten Bedrijfshoofd algemene leiding klein bedrijf (excl. Handel, horeca, landbouw) 12 1% Groothandelaar, makelaar in roerende goederen, effectenarbitrageant, hoofd kleine 11 1% afd. Verkoop, export, inkoop Assistent-boekhouder, boekhouder, bedrijfskassier, loonadministrateur (middelbaar) 10 1% Public relations adviseur, voorlichtingsfunctionaris (middelbaar) 10 1% Systeem-, netwerkbeheerder (hoger) 10 1% totaal aantal % Bron: CBS EBB, bewerking ITS Regionale mobiliteit De werkgelegenheid is niet op dezelfde manier verdeeld over de provincies als de economische opleidingen. De werkgelegenheid concentreert zich in de Noord- en Zuid-Holland, in Noord- Brabant en Gelderland (zie Tabel B7.6). 91

106 Tabel B7.6 Verdeling werkgelegenheid en economisch studenten over provincies, kolompercentages, 2010 werkgelegenheid hbo-studenten economie Groningen 3,3% 7,0% Friesland 3,7% 5,6% Drenthe 2,8% 0,7% Overijssel 6,7% 5,9% Flevoland 2,4% 0,4% Gelderland 12,0% 9,8% Utrecht 7,7% 8,5% Noord-Holland 16,8% 12,0% Zuid-Holland 21,1% 27,6% Zeeland 2,2% 0,9% Noord-Brabant 14,9% 16,7% Limburg 6,4% 5,0% Totaal ,0% Bron: CBS Statline, bewerking ITS Dat geldt ook voor de studenten van de economische hbo-opleidingen (hierbij is gekeken naar de hoofdvestiging van de opleiding). Daarbij blijkt dat in de drie noordelijke provincies gezamenlijk een overschot is aan studenten in vergelijking met de werkgelegenheid. Dat geldt ook voor Zuid-Holland en Noord-Brabant. In TabelB7.7 staat voor het jaar 2010 aangegeven of economisch afgestudeerden een baan vinden in dezelfde provincie als waar ze woonden tijdens de opleiding, in een aangrenzende provincie of in een andere provincie. De jaren 2007, 2008 en 2009 laten vrijwel dezelfde percentages zien. De mobiliteitspatronen zijn tamelijk constant en geven dus vrij structurele regionale mobiliteitspatronen van de afgestudeerden weer. Afgestudeerden van opleidingen uit de noordelijke provincies vinden veel minder vaak een baan binnen de provincie. Gemiddeld vindt ruim de helft van de economisch afgestudeerden een baan in dezelfde provincie als waar ze woonden tijdens de opleiding. In de noordelijke provincies is dit ongeveer een derde. Dit kan samenhangen met het feit dat het aandeel in de werkgelegenheid in deze regio kleiner is dan het aandeel studenten.vaak vindt men een baan in een provincie die zelfs niet aangrenzend is. In Noord-Holland vindt men het vaakst (bijna drie kwart) een baan binnen dezelfde provincie. Relatief heeft men dan ook weinig studenten in verhouding met de werkgelegenheid. In Flevoland en Utrecht vindt men vaak een baan in de aangrenzende provincies. Dit zijn provincies die aan veel andere provincies grenzen. Daarmee is de kans om in een aangrenzende provincie te gaan werken ook groot. Ook kan het zijn dat ze vaak gaan werken in Noord- of Zuid Holland, de provincies met de meeste werkgelegenheid. Bijna de helft van de afgestudeerden is dus regionaal mobiel (over provinciegrenzen heen) om een baan te vinden. 92

107 TabelB7.7 Baan in dezelfde, aangrenzende of andere provincie als opleiding, recent economisch afgestudeerden per provincie, kolompercentages,2010 baan in dezelfde provincie als opleiding baan in aangrenzende provincie van opleiding baan in andere provincie Groningen 36,1% 12,5% 51,4% Friesland 36,0% 32,8% 31,2% Drenthe 36,8% 19,3% 43,9% Overijssel 47,4% 22,1% 30,5% Flevoland 30,3% 56,2% 13,6% Gelderland 46,6% 24,3% 29,1% Utrecht 43,8% 52,7% 3,6% Noord-Holland 72,6% 16,9% 10,6% Zuid-Holland 61,6% 31,6% 6,9% Zeeland 57,9% 17,8% 24,3% Noord-Brabant 56,4% 23,9% 19,7% Limburg 52,4% 13,0% 34,7% Totaal 53,8% 26,1% 20,1% Bron: CBS Sociaal Statistisch Bestand en onderwijsbestanden, bewerking ITS De mobiliteit van de niet-economisch afgestudeerden is nagenoeg gelijk aan die van de economisch afgestudeerden. Ook daarvan vindt 54 procent een baan in dezelfde provincie als waar ze woonden tijdens de opleiding. Per provincie zijn er enige verschillen. Zo zijn er in Friesland meer niet-economisch afgestudeerden die een baan in een aangrenzende provincie vinden, en minder die een baan verder weg vinden. In Flevoland vinden niet-economisch opgeleiden vaker dan economisch opgeleiden een baan in dezelfde provincie als tijdens de opleiding en minder vaak in een aangrenzende provincie. Niet-economisch afgestudeerden in Zeeland en Noord-Brabant vinden even vaak als economisch opgeleiden een baan in dezelfde provincie als waar ze woonden tijdens de opleiding. Het deel dat een baan vindt in aangrenzende provincies is echter kleiner. Daarentegen vinden ze vaker een baan verder weg dan de eigen of aangrenzende provincies. De verschillen in regionale (interprovinciale) mobiliteit van afgestudeerden van de verschillende studierichtingen is niet groot (zie Tabel B7.8). Afgestudeerden van communicatieopleidingen vinden iets minder vaak een baan in dezelfde provincie als de afgestudeerden van de overige economische opleidingen, en iets vaker in de aangrenzende provincies. 93

108 Tabel B7.8 Baan in dezelfde, aangrenzende of andere provincie als opleiding, recent afgestudeerden per onderwijscluster, kolompercentages,2010 baan in dezelfde provincie als opleiding baan in aangrenzende provincie van opleiding baan in andere provincie business administration 52,5% 26,6% 20,9% communicatieopleidingen 51,1% 29,1% 19,8% intersectorale opleidingen 59,3% 23,5% 17,2% rechtenopleidingen 57,2% 23,1% 19,7% Bron: CBS Sociaal Statistisch Bestand en onderwijsbestanden, bewerking ITS 94

109 Bijlage 8 Aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt Achtergrond bij hoofdstuk 5 Inleiding Deze bijlage gaat in op de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt voor hboschoolverlaters met een economische opleiding. Daarbij is gekeken naar de ervaringsgegevens van hbo-afgestudeerden die via de HBO-Monitor zijn bevraagd. Deze indicatoren worden per opleiding gepresenteerd. Bijlage 10 geeft een methodische toelichting bij de HBO-Monitor. Het vinden van een baan Of afgestudeerden een baan kunnen vinden is een belangrijke indicator van de aansluiting van een opleiding op de arbeidsmarkt. Volgens de definitie van het CBS hebben mensen pas een baan wanneer zij 12 uur of meer in de week werken. Mensen met een baan voor minder dan 12 uur zullen daarom in deze analyse samen genomen worden met werklozen. Daarnaast kan er ook nog een opdeling gemaakt worden in parttime en fulltime werk. Parttime werk is werk voor 12 tot 32 uur in de week. Mensen met een baan voor meer dan 32 uur in de week werken fulltime. In tabel B8.1 is te zien dat 79,3% van de afgestudeerden in een economische studierichting een fulltime baan heeft. Daarnaast heeft 11,5% een parttime baan en is 9,2% werkloos. Van de verschillende subclusters kennen economische sport- en communicatieopleidingen met respectievelijk 15,1% en 12,9% de hoogste werkloosheid. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat het subcluster sport hier maar uit één opleiding bestaat. Het subcluster gezondheidszorg kent met 0,3% juist een lage werkloosheid. Afgestudeerden aan de bacheloropleiding management in de zorg hebben allemaal ten minste een parttime baan. Ditzelfde geldt voor afgestudeerden aan de lerarenopleiding voor algemene economie. Zoekduur tot het vinden van de eerste baan Ook de duur tot het vinden van een baan is een belangrijke indicator voor de aansluiting van een opleiding op de arbeidsmarkt. In tabel B8.2a is de tijd tot het vinden van een baan na afstuderen weergegeven. Van de afgestudeerden vindt 84,3% binnen drie maanden na afstuderen een baan. Afgestudeerden van het subcluster communicatie opleidingen vinden ten opzicht van de andere clusters het minst snel een baan. Van hen heeft 75,2% binnen drie maanden een baan gevonden. Onder afgestudeerden uit het subcluster gezondheidszorg is dit 100% van de afgestudeerden. Ook afgestudeerden van financiële opleidingen vinden vaak snel een baan. Van hen heeft 90,1% binnen 3 maanden een baan gevonden.

110 Kijkend naar de individuele opleidingen is te zien dat afgestudeerden van de opleiding management in de zorg en de lerarenopleiding algemene economie allen binnen drie maanden na afstuderen een baan hebben gevonden. Dit komt overeen met de eerdere bevindingen. Afgestudeerden van de opleiding sport, gezondheid en management vinden het minst vaak binnen drie maanden een baan. Toch heeft ook hier 64% van de afgestudeerden binnen 3 maanden een baan. Afgestudeerden van deze opleiding doen er in 17% van de gevallen langer dan 6 maanden over een baan te vinden. Tabel B8.1 Aantal contracturen in huidige baan, 2011 Subclusters Economische opleidingen 0 tot 12 uur Financiële opleidingen Commerciële opleidingen Management opleidingen Communicatie opleidingen 12 tot 32 uur 32 of meer uur Accountancy 5,5% 7,7% 86,8% 652 Bedrijfseconomie 6,2% 7,1% 86,3% Fiscale economie 2,6% 26,1% 71,3% 115 Financial services management 8,5% 5,7% 85,8% 176 Totaal 6,0% 8,5% 85,6% Commerciële economie 9,8% 7,7% 82,5% Trade management gericht op Azië 14,3% 10,7% 75,0% 84 International business and languages 11,4% 12,9% 75,6% 271 Small business and retail management 9,1% 4,2% 86,7% 571 Ad small business and retail manag. 9,7% 0,0% 90,3% 31 Food & Business 0,0% 15,3% 84,7% 59 Totaal 9,7% 7,7% 82,6% Bestuurskunde/overheidsmanag. 9,8% 18,6% 71,6% 102 Management, economie en recht 7,8% 9,7% 82,5% logistiek en economie 1,4% 1,4% 97,2% 289 Toerisme en recreatie 19,0% 11,4% 69,6% 79 Facility management 9,3% 8,6% 82,2% 818 Hoger hotelonderwijs 9,6% 4,0% 86,4% 575 Hoger toeristisch en recreatief onderw. 10,9% 11,4% 77,6% 586 Vrijetijdsmanagement 10,9% 9,4% 79,8% 534 Office management 0,0% 0,0% 100,0% 22 International business and management 14,2% 7,7% 78,1% 480 Media en entertainment management 14,0% 16,0% 70,0% 487 Integrale veiligheid 11,4% 18,1% 70,5% 105 Vastgoed en makelaardij 8,3% 8,3% 83,5% 303 People and business management 7,7% 0,0% 92,3% 26 Totaal 9,8% 9,3% 81,0% Crossmediale communicatie 0,0% 0,0% 100,0% 12 Communicatie 11,7% 15,0% 73,2% communicatiesystemen 16,1% 15,3% 68,6% 236 Hogere Europese beroepen opleiding 16,6% 12,6% 70,9% 151 Journalistiek 10,1% 21,2% 68,7% 307 Oriëntaalse talen communicatie 37,0% 14,8% 48,1% 27 Vertaalacademie 30,0% 20,0% 50,0% 30 Totaal 12,9% 15,8% 71,4% N 96

111 Subclusters Economische opleidingen 0 tot 12 uur 12 tot 32 uur 32 of meer uur Rechten Rechten 10,8% 19,1% 70,1% 555 Hogere juridische opleiding 7,3% 9,8% 82,9% 41 Sociaal juridische dienstverlening 9,0% 18,8% 72,2% 388 Totaal 10,0% 18,6% 71,4% 984 HRM Ad personeel en arbeid 7,7% 38,5% 53,8% 26 Personeel en arbeid 7,5% 17,0% 75,5% Totaal 7,5% 17,4% 75,0% Gezondheidszorg Ad management in de zorg 1,9% 38,9% 59,3% 54 Management in de zorg 0,0% 16,8% 83,2% 279 Totaal 0.3% 20,4% 79,3% 333 Sport Sport, gezondheid en management 15,1% 31,5% 53,4% 146 Landbouw Bedrijfskunde en agribusiness 4,8% 8,6% 86,6% 290 Onderwijs Leraar VO algemene economie(2e graad) 0,0% 25,6% 74,4% 117 Techniek Bouwmanagement en vastgoed 0,0% 0,0% 100,0% 24 Informatiedienstverlening en manag. 10,3% 0,0% 72,4% 58 Information management 31,8% 0,0% 68,2% 22 Totaal 12,5% 9,6% 77,9% 104 Totaal 9,2% 11,5% 79,3% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. N 97

112 Tabel B8.2a: Tijd tot het vinden van eerste baan na afronden studie, 2011 Financiële opleidingen Commerciële opleidingen Management opleidingen Communicatie opleidingen 0 tot 3 maanden 3 tot 6 maanden Meer dan 6 maanden Accountancy 92,5% 4,8% 2,7% 671 Bedrijfseconomie 90,3% 4,9% 4,8% Fiscale economie 93,0% 4,3% 2,6% 115 Financial services management 87,0% 4,5% 8,5% 177 Totaal 90,9% 4,8% 4,3% Commerciële economie 84,4% 8,3% 7,3% Trade management gericht op Azië 73,2% 14,4% 12,4% 97 International business and languages 84,0% 12,4% 3,5% 282 Small business and retail management 84,4% 9,8% 5,8% 583 Ad small business and retail manag. 93,5% 3,2% 3,2% 31 Food & Business 78,1% 12,5% 9,4% 64 Totaal 83,1% 9,2% 6,8% Bestuurskunde/overheidsmanag. 90,2% 5,9% 3,9% 102 Management, economie en recht 88,4% 4,5% 7,1% logistiek en economie 90,7% 6,6% 2,8% 290 Toerisme en recreatie 86,0% 4,7% 9,3% 86 Facility management 79,5% 10,7% 9,8% 840 Hoger hotelonderwijs 89,5% 8,6% 1,9% 581 Hoger toeristisch en recreatief onderw. 80,8% 9,5% 9,7% 600 Vrijetijdsmanagement 78,1% 12,7% 9,2% 557 Office management 100,0% 0,0% 0,0% 22 International business and management 76,8% 10,1% 13,0% 514 Media en entertainment management 77,3% 8,3% 14,4% 493 Integrale veiligheid 90,7% 5,6% 3,7% 107 Vastgoed en makelaardij 88,8% 6,7% 4,5% 313 People and business management 84,6% 0,0% 15,4% 26 Totaal 83,8% 8,1% 8,1% Crossmediale communicatie 100,0% 0,0% 0,0% 12 Communicatie 74,3% 12,5% 13,2% communicatiesystemen 72,8% 7,2% 20,0% 250 Hogere Europese beroepen opleiding 66,3% 20,2% 13,5% 163 Journalistiek 83,2% 6,5% 10,3% 321 Oriëntaalse talen communicatie 73,1% 19,2% 7,7% 26 Vertaalacademie 90,0% 0,0% 10,0% 30 Totaal 75,2% 11,4% 13,4% Rechten Rechten 86,4% 6,8% 6,8% 557 Hogere juridische opleiding 88,9% 0,0% 11,1% 45 Sociaal juridische dienstverlening 78,1% 9,8% 12,0% 407 Totaal 83,2% 7,7% 9,1% HRM Ad personeel en arbeid 96,2% 0,0% 3,8% 26 Personeel en arbeid 87,3% 6,5% 6,3% Totaal 87,4% 6,5% 6,3% Gezondheidszorg Ad management in de zorg 100,0% 0,0% 0,0% 55 Management in de zorg 100,0% 0,0% 0,0% 279 Totaal 100,0% 0,0% 0,0% 334 Sport Sport, gezondheid en management 64,1% 18,6% 17,2% 145 Landbouw Bedrijfskunde en agribusiness 95,5% 1,0% 3,5% 289 Onderwijs Leraar VO algemene economie(2e graad) 100,0% 0,0% 0,0% 130 Techniek Bouwmanagement en vastgoed 84,0% 4,0% 12,0% 25 Informatiedienstverlening en manag. 85,2% 8,2% 6,6% 61 Information management 50,0% 33,3% 16,7% 24 Totaal 77,3% 12,7% 10,0% 110 Totaal 84,3% 7,9% 7,8% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. N 98

113 Een groot deel van de hbo-afgestudeerden uit vindt binnen drie maanden een eerste baan na afronden van de studie, volgens de HBO-Monitor in In 2007 was dat een nog groter deel. Voor de crisis vond ruim negentig procent van de hbo-gediplomeerden binnen drie maanden de eerste baan (tabel B8.2b). Het vinden van de eerste baan is dus moeilijker geworden. Vooral voor afgestudeerden van de sportopleiding en van de technische opleidingen is het aandeel dat binnen drie maanden de eerste baan vindt gedaald. Het betreft daarbij vooral de opleidingen op het terrein van informatiemanagement. Ook bij de commerciële en Management opleidingen duurt het vaak langer om de eerste baan te vinden dan voor de recessie. Tabel B8.2b Percentage dat binnen 3 maanden de eerste baan vindt na afronden studie, 2007 en tot 3 maanden tot 3 maanden 2011 Financiële opleidingen Financiële opleidingen 96,2% 90,9% Commerciële opleidingen Commerciële opleidingen 93,3% 83,9% Management Management 91,0% 83,8% Communicatie opleidingen Communicatie opleidingen 88,8% 75,2% Rechten Rechten 89,5% 83,2% HRM HRM 87,4% Gezondheidszorg Gezondheidszorg 100,0% 100,0% Sport Sport 85,7% 64,1% Landbouw Landbouw 96,5% 95,5% Onderwijs Onderwijs 93,4% 100,0% Techniek Techniek 95,0% 77,3% Totaal Totaal 92,1% 84,3% Bron: HBO-Monitor 2007 en 2011, bewerking ITS. Zoekduur huidige baan De meeste studenten hebben binnen korte tijd na afstuderen een baan gevonden. Dit is mogelijk in niet alle gevallen een baan die al direct past bij wat de afgestudeerde wil of kan. Hierdoor vinden er in de periode na afstuderen nog weleens baanwisselingen plaats. Om te zien in hoeverre dit ook het geval is voor afgestudeerden van een economische opleiding zal hier eerst gekeken worden naar de zoekduur en het aantal werkgevers tot het vinden van de huidige baan (tabel B8.3a, B8.3b & B8.4). Dat is de baan ongeveer anderhalf jaar na afstuderen. Wat direct opvalt is dat sommige afgestudeerden al werkzaam waren bij hun huidige baan voordat zij waren afgestudeerd. Dit is het geval bij 26% van alle economische afgestudeerden. Daarnaast heeft nog eens 22,3% van de afgestudeerden de huidige baan in de eerste drie maanden na afstuderen gevonden. In totaal heeft dus 48,3% van de afgestudeerden de huidige baan voor of in de eerste drie maanden na afstuderen gevonden. Hiervoor bleek dat 84,3% van de afgestudeerden binnen drie maanden de eerste baan had gevonden. Van de afgestudeerden vindt dus 36% wel een baan in de eerste drie maanden na afstuderen, maar wisselt binnen anderhalf jaar 99

114 weer van baan. Ook kwam e eerder naar voren dat 7,8% van de afgestudeerden er langer dan zes maanden over deed om hun eerste baan te vinden. Voor het vinden van de huidige baan is dit percentage een stuk hoger, namelijk 41,2%. Van de afgestudeerden vindt 33,4% dus wel een baan binnen een half jaar na afstuderen maar komt pas na deze periode in de huidige baan terecht. Afgestudeerden van de opleiding management in de zorg hebben hun huidige baan in bijna driekwart van de gevallen al voor afstuderen gevonden. Zij hebben na afstuderen dan ook het minst vaak langer dan zes maanden naar hun huidige baan gezocht. Van de afgestudeerden in de subclusters commerciële, management en communicatie opleidingen heeft ongeveer 45% van de afgestudeerden de huidige baan langer dan 6 maanden na afstuderen gevonden. Het zou kunnen zijn het vooral uitzendkrachten zijn die de huidige baan al vóór het afstuderen hebben gevonden. Dat blijkt niet het geval. Vooral zelfstandigen waren al in de huidige baan bezig tijdens het afstuderen. Veertig procent van de zelfstandige werkte al als zelfstandige tijdens de opleiding. Ook een kwart van de hbo ers die in loondienst zijn, werkte al in de huidige baan voordat ze afstudeerden. Tabel B8.3a Tijd voor het vinden van huidige baan ten opzichte van moment van afstuderen, 2011 Voor afstuderen Binnen 0 tot 3 maanden Binnen 3 tot 6 maanden Meer dan 6 maanden loondienst 26,8% 23,1% 10,8% 39,4% uitzend-oproepkracht 13,1% 14,9% 10,1% 62,0% zelfstandige 40,2% 23,6% 9,6% 26,6% 500 Anders 27,6% 20,9% 8,5% 42,9% 503 Totaal 26,0% 22,3% 10,6% 41,1% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. N In tabel B8.4 is te zien dat iets meer dan de helft van de afgestudeerden sinds het afstuderen werkzaam is geweest bij 1 werkgever. Een klein gedeelte van de afgestudeerden, namelijk 3%, heeft in de periode tot anderhalf jaar na afstuderen geen werkgevers gehad. Van de afgestudeerden is daarnaast 30,7% bij 2 werkgevers en 13,3% bij 3 of meer werkgevers werkzaam geweest. Vooral afgestudeerden uit het subcluster communicatie opleidingen lijken relatief vaak van baan te wisselen in de eerste anderhalf jaar na afstuderen. Van hen heeft 20,3% sinds afstuderen 3 of meer werkgevers gehad. Afgestudeerden in het subcluster gezondheidszorg hebben met 79,4% relatief vaak sinds afstuderen maar 1 werkgever gehad. Kijkend naar de individuele opleidingen lijken afgestudeerden van de opleiding accountancy met een aandeel van 79,5% dat nog bij de eerste werkgever werkt na afstuderen de meest stabiele arbeidsmarktpositie te hebben. 100

115 Tabel B8.3b Tijd voor het vinden van huidige baan ten opzichte van moment van afstuderen, 2011 Voor afstuderen Binnen 0 tot 3 maanden Binnen 3 tot 6 maanden Meer dan 6 maanden N Financiële opleidingen Commerciële Opleidingen Management opleidingen Communicatie opleidingen Accountancy 34,4% 39,4% 7,3% 18,8% 601 Bedrijfseconomie 27,6% 26,7% 10,1% 35,6% Fiscale economie 44,5% 30,0% 5,5% 20,0% 110 Financial services management 24,0% 25,7% 9,6% 40,7% 167 Totaal 30,4% 30,8% 8,9% 29,8% Commerciële economie 21,2% 23,9% 11,6% 43,3% Trade management gericht op Azië 22,1% 14,3% 11,7% 51,9% 77 International business and languages 17,5% 18,8% 11,7% 52,1% 240 Small business and retail management 23,4% 24,2% 11,2% 41,3% 475 Ad small business and retail manag. 58,3% 0,0% 8,3% 33,3% 24 Food & Business 13,6% 30,5% 8,5% 47,5% 59 Totaal 21,5% 23,1% 11,4% 44,0% Bestuurskunde/overheidsmanag. 35,4% 16,2% 6,1% 42,4% 99 Management, economie en recht 26,9% 24,2% 11,0% 37,7% logistiek en economie 14,4% 24,8% 19,4% 41,4% 278 Toerisme en recreatie 13,0% 34,8% 8,7% 43,5% 69 Facility management 17,9% 25,3% 8,7% 48,1% 732 Hoger hotelonderwijs 11,9% 19,4% 10,7% 58,1% 508 Hoger toeristisch en recreatief onderw. 16,3% 24,6% 12,0% 47,0% 508 Vrijetijdsmanagement 16,5% 21,0% 14,4% 48,0% 485 Office management 22,2% 55,6% 0,0% 22,2% 18 International business and management 15,9% 24,2% 16,6% 43,4% 422 Media en entertainment management 19,4% 17,2% 12,6% 50,7% 412 Integrale veiligheid 32,6% 18,0% 15,7% 33,7% 89 Vastgoed en makelaardij 15,8% 26,3% 10,1% 47,8% 278 People and business management 45,8% 8,3% 0,0% 45,8% 24 Totaal 19,7% 23,1% 11,9% 45,3% Crossmediale communicatie 21,4% 21,4% 14,3% 42,9% 14 Communicatie 28,0% 17,5% 9,2% 50,5% communicatiesystemen 23,6% 17,1% 16,6% 42,7% 199 Hogere Europese beroepen opleiding 14,7% 15,5% 21,7% 48,1% 129 Journalistiek 34,8% 23,4% 11,4% 30,4% 299 Oriëntaalse talen communicatie 12,5% 0,0% 0,0% 87,5% 16 Vertaalacademie 8,3% 62,5% 8,3% 20,8% 24 Totaal 24,0% 18,8% 11,1% 46,1% 1850 Rechten Rechten 49,7% 13,5% 8,6% 28,2% 475 Hogere juridische opleiding 12,8% 25,6% 5,1% 56,4% 39 Sociaal juridische dienstverlening 40,3% 12,1% 8,8% 38,8% 340 Totaal 44,3% 13,5% 8,5% 33,7% 854 HRM Ad personeel en arbeid 35,0% 10,0% 15,0% 50,0% 20 Personeel en arbeid 31,8% 18,3% 8,9% 41,0% Totaal 31,8% 18,2% 9,0% 41,0% Gezondheidszorg Ad management in de zorg 77,5% 0,0% 0,0% 22,5% 40 Management in de zorg 73,8% 9,0% 1,9% 15,4% 267 Totaal 74,3% 7,8% 1,6% 16,3% 307 Sport Sport, gezondheid en management 16,8% 13,4% 15,1% 54,6% 119 Landbouw Bedrijfskunde en agribusiness 30,5% 29,7% 8,9% 30,9% 259 Onderwijs Leraar VO algemene economie(2e graad) 53,7% 20,7% 0,0% 25,6% 121 Techniek Bouwmanagement en vastgoed 0,0% 13,6% 13,6% 72,7% 22 Informatiedienstverlening en manag. 21,2% 21,2% 15,4% 42,3% 52 Information management 11,1% 22,2% 16,7% 50,0% 18 Totaal 14,1% 19,6% 15,2% 51,1% 92 Totaal 26,0% 22,3% 10,6% 41,2% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. 101

116 Tabel B8.4 Hoeveel werkgevers sinds afronden studie, 2011 Financiële opleidingen Commerciële Opleidingen Management opleidingen Communicatie opleidingen 0 werkgevers 1 werkgever 2 werkgevers 3 of meer werkgevers Accountancy 2,1% 79,5% 13,1% 5,3% 677 Bedrijfseconomie 1,5% 58,9% 31,9% 7,7% Fiscale economie 2,7% 73,5% 14,2% 9,7% 113 Financial services management 9,6% 55,7% 26,3% 8,4% 167 Totaal 2,4% 66,0% 24,5% 7,1% Commerciële economie 3,1% 51,5% 32,8% 12,7% Trade management gericht op Azië 12,4% 60,8% 6,2% 20,6% 97 International business and languages 3,5% 40,8% 35,8% 19,9% 282 Small business and retail management 3,9% 56,1% 27,2% 12,8% 585 Ad small business and retail manag. 7,1% 64,3% 17,9% 10,7% 28 Food & Business 7,8% 42,2% 39,1% 10,9% 64 Totaal 3,7% 51,6% 31,2% 13,6% Bestuurskunde/overheidsmanag. 0,0% 60,7% 32,7% 6,7% 104 Management, economie en recht 2,7% 55,4% 31,7% 10,1% logistiek en economie 0,7% 61,2% 29,8% 8,3% 289 Toerisme en recreatie 0,0% 30,6% 50,6% 18,8% 85 Facility management 2,4% 49,3% 32,3% 16,0% 838 Hoger hotelonderwijs 3,4% 40,9% 39,3% 16,3% 582 Hoger toeristisch en recreatief onderw. 2,0% 48,6% 33,2% 16,3% 603 Vrijetijdsmanagement 3,8% 39,1% 38,9% 18,1% 552 Office management 0,0% 50,0% 18,2% 31,8% 22 International business and management 4,9% 58,0% 26,3% 10,8% 509 Media en entertainment management 3,1% 37,2% 35,4% 24,2% 508 Integrale veiligheid 1,0% 57,1% 40,0% 1,9% 105 Vastgoed en makelaardij 4,8% 49,8% 34,5% 10,9% 313 People and business management 0,0% 65,4% 34,6% 0,0% 26 Totaal 2,9% 49,4% 33,7% 14,1% Crossmediale communicatie 0,0% 57,1% 21,4% 21,4% 14 Communicatie 3,0% 45,7% 32,6% 18,7% communicatiesystemen 3,2% 38,9% 37,2% 20,6% 247 Hogere Europese beroepen opleiding 5,3% 44,4% 29,0% 21,3% 169 Journalistiek 3,4% 41,9% 28,4% 26,3% 327 Oriëntaalse talen communicatie 3,4% 41,9% 28,4% 26,3% 21 Vertaalacademie 6,7% 39.9% 26,7% 16,7% 30 Totaal 3,5% 44,1% 32,1% 20,3% Rechten Rechten 2,7% 64,0% 22,4% 11,0% 566 Hogere juridische opleiding 8,7% 41,3% 32,6% 17,4% 46 Sociaal juridische dienstverlening 2,0% 59,3% 31,4% 7,4% 405 Totaal 2,7% 61,1% 26,5% 9,8% HRM Ad personeel en arbeid 4,0% 72,0% 16,0% 8,0% 25 Personeel en arbeid 1,7% 55,0% 31,3% 12,0% Totaal 1,8% 55,3% 31,0% 11,9% Gezondheidszorg Ad management in de zorg 7,4% 77,8% 9,3% 5,6% 54 Management in de zorg 5,0% 79,7% 12,8% 2,5% 281 Totaal 5,4% 79,4% 12,2% 3,0% 335 Sport Sport, gezondheid en management 2,8% 33,1% 28,2% 35,9% 142 Landbouw Bedrijfskunde en agribusiness 6,3% 55,4% 26,8% 11,5% 287 Onderwijs Leraar VO algemene economie(2e graad) 4,6% 56,2% 33,8% 5,4% 130 Techniek Bouwmanagement en vastgoed 0,0% 34,6% 57,7% 7,7% 26 Informatiedienstverlening en manag. 0,0% 40,0% 38,3% 21,7% 60 Information management 0,0% 60,0% 28,0% 12,0% 25 Totaal 0,0% 43,2% 40,5% 16,2% 111 Totaal 3,0% 53,0% 30,7% 13,3% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. N 102

117 Soort dienstverband Mensen die een baan hebben gevonden kunnen hierbij in verschillende soorten dienstverbanden terecht komen. Zo kunnen zij in loondienst zijn, via een uitzendbureau werken of werken als zelfstandige. Ook zijn er andere arbeidsrelaties denkbaar. Mensen kunnen bijvoorbeeld werkzaam zijn als freelancer of meewerken in het bedrijf van ouders of een partner. Deze dienstverbanden vallen in tabel B8.6 in de categorie anders. Van de mensen die een baan hebben gevonden is een meerderheid van 84,2% werkzaam in loondienst. Verder is 8,6% van de mensen met een baan uitzendkracht en 3,7% is zelfstandige. Van de afgestudeerden aan de lerarenopleiding algemene economie zijn alle mensen met een baan in loondienst. Ook afgestudeerden uit het subcluster gezondheidszorg zijn met 98,5% voornamelijk werkzaam in loondienst. Afgestudeerden uit het subcluster rechten zijn ten opzichte van andere subclusters met 13.3% relatief vaak werkzaam als uitzendkracht. Afgestudeerden met een commerciële opleiding zijn met 3.7% in verhouding het vaakst zelfstandige. In tabel B8.7 is vervolgens het soort aanstelling te zien dat mensen krijgen wanneer zij in loondienst werken, uitzendkracht zijn of een ander soort dienstverband hebben. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen een vaste aanstelling, een aanstelling voor bepaalde tijd met uitzicht op een vaste aanstelling en een aanstelling voor bepaalde tijd zonder uitzicht op een vaste aanstelling. Ruim de helft van de afgestudeerden die in loondienst werken of uitzendkracht zijn heeft een vaste aanstelling. Daarnaast heeft 34,6% een tijdelijke aanstelling met uitzicht op een vaste aanstelling. Van de afgestudeerden heeft 11,9% een tijdelijke aanstelling die geen uitzicht biedt op een vaste baan. Van de mensen met een financiële opleiding heeft 65,4% een vaste aanstelling. Binnen dit cluster hebben afgestudeerden aan een accountancy opleiding met 79,6% het vaakst een vaste aanstelling. Van de mensen met een afgeronde accountancy opleiding heeft 1% geen uitzicht op een vast contract. Afgestudeerden in de richting gezondheidszorg en onderwijs hebben de meeste baanzekerheid omdat zij in alle gevallen of een vaste baan hebben of ten minste uitzicht hebben op een vaste baan. Afgestudeerden aan de opleiding sport, gezondheid en management hebben de minste baanzekerheid. Van hen heeft 32,5% een vast contract terwijl 22% een tijdelijk contract heeft zonder uitzicht op een contract voor onbepaalde tijd. Werk via uitzendbureaus is vaker van tijdelijke aard dan werk in loondienst. Het is daarom te verwachten dat uitzendkrachten zijn oververtegenwoordigd in de groep werknemers met een tijdelijke aanstelling. In tabel B8.5 is te zien dat 58,8% van de mensen in loondienst een vast contract hebben. Dit in tegenstelling tot uitzendkrachten die in slechts 3,8% van de gevallen een vaste aanstelling hebben. Uitzendkrachten hebben bijna altijd een tijdelijke aanstelling. Van hen heeft 58,8% een tijdelijke aanstelling zonder uitzicht op een vaste aanstelling. 103

118 Tabel B8.5 Soort aanstelling naar soort dienstverband, 2011 Vast Tijdelijk met uitzicht vast contract tijdelijk geen uitzicht vast contract N Loondienst 58,8% 34,6% 6,9% Uitzendkracht 3,8% 37,7% 58,8% Anders 38,4% 21,4% 40,2% 276 Totaal 53,3% 34,6% 11,9% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. Tabel B8.6a Soort dienstverband, 2011 Financiële opleidingen Commerciële Opleidingen Management opleidingen Communicatie opleidingen Loondienst Uitzend kracht Zelfstandige Anders Accountancy 96,6% 0,5% 2,9% 0,0% 648 Bedrijfseconomie 91,3% 3,6% 4,1% 1,0% Fiscale economie 80,4% 17,0% 2,7% 0,0% 112 Financial services management 88,6% 10,2% 0,0% 1,2% 166 Totaal 92,2% 3,9% 3,3% 0,6% Commerciële economie 85,0% 7,2% 5,7% 2,1% Trade management gericht op Azië 63,6% 22,7% 6,8% 6,8% 88 International business and languages 81,0% 9,5% 1,2% 8,3% 253 Small business and retail management 78,4% 4,1% 10,7% 6,8% 541 Ad small business and retail manag. 28,0% 0,0% 0,0% 0,0% 28 Food & Business 81,0% 6,3% 12,7% 0,0% 63 Totaal 82,0% 7,2% 6,4% 3,6% Bestuurskunde/overheidsmanag. 80,8% 14,1% 2,0% 3,0% 99 Management, economie en recht 83,1% 10,1% 3,0% 3,7% logistiek en economie 91,0% 7,6% 0,0% 1,4% 289 Toerisme en recreatie 94,2% 2,9% 0,0% 2,9% 69 Facility management 85,0% 10,5% 1,9% 2,6% 772 Hoger hotelonderwijs 92,7% 1,9% 2,1% 3,4% 532 Hoger toeristisch en recreatief onderw. 86,9% 11,3% 0,4% 1,5% 540 Vrijetijdsmanagement 79,1% 12,4% 3,2% 5,3% 507 Office management 81,8% 18,2% 0,0% 0,0% 22 International business and management 82,5% 10,5% 3,7% 3,3% 429 Media en entertainment management 72,2% 14,1% 7,2% 6,5% 432 Integrale veiligheid 89,2% 7,8% 2,9% 0,0% 102 Vastgoed en makelaardij 73,4% 10,7% 9,0% 6,9% 289 People and business management 91,7% 8,3% 0,0% 0,0% 24 Totaal 83,6% 9,9% 3,0% 3,6% Crossmediale communicatie 76,9% 7,7% 0,0% 15,4% 13 Communicatie 78,9% 12,9% 3,5% 4,7% communicatiesystemen 72,0% 6,8% 13,0% 8,2% 207 Hogere Europese beroepen opleiding 80,7% 15,7% 0,0% 3,6% 140 Journalistiek 67,9% 8,2% 3,6% 20,3% 305 Oriëntaalse talen communicatie 56,3% 31,3% 12,5% 0,0% 16 Vertaalacademie 52,2% 21,7% 0,0% 26,1% 23 Totaal 76,0% 11,9% 4,3% 7,8% Rechten Rechten 85,4% 10,0% 1,2% 3,5% 512 Hogere juridische opleiding 55,3% 36,8% 2,6% 5,3% 38 Sociaal juridische dienstverlening 83,0% 15,7% 0,0% 1,4% 364 Totaal 83,2% 13,3% 0,8% 2,7% 914 N 104

119 Loondienst Uitzend kracht Zelfstandige Anders N HRM Ad personeel en arbeid 87,5% 8,3% 0,0% 4,2% 24 Personeel en arbeid 86,7% 9,5% 1,3% 2,6% Totaal 86,7% 9,4% 1,3% 2,6% Gezondheidszorg Ad management in de zorg 98,2% 0,0% 1,8% 0,0% 56 Management in de zorg 98,6% 0,0% 0,7% 0,7% 283 Totaal 98,5% 0,0% 0,9% 0,6% 339 Sport Sport, gezondheid en management 83,6% 9,7% 5,2% 1,5% 134 Landbouw Bedrijfskunde en agribusiness 77,0% 3,4% 14,4% 5,2% 291 Onderwijs Leraar VO algemene economie(2e graad) 100,0% 0,0% 0,0% 0,0% 130 Techniek Bouwmanagement en vastgoed 88,5% 11,5% 0,0% 0,0% 26 Informatiedienstverlening en manag. 73,1% 13,5% 5,8% 7,7% 52 Information management 83,3% 16,7% 0,0% 0,0% 18 Totaal 79,2% 13,5% 3,1% 4,2% 96 Totaal 84,2% 8,6% 3,7% 3,5% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. 105

120 Tabel B8.7a Soort aanstelling, 2011 Financiële opleidingen Commerciële opleidingen Management opleidingen Communicatie opleidingen Vast Tijdelijk met uitzicht op vast Tijdelijk zonder uitzicht op vast Accountancy 79,6% 19,4% 1,0% 623 Bedrijfseconomie 58,9% 34,0% 7,1% Fiscale economie 66,1% 29,4% 4,6% 109 Financial services management 52,4% 36,1% 11,4% 166 Totaal 65,4% 29,2% 5,3% Commerciële economie 55,5% 37,1% 7,5% Trade management gericht op Azië 47,4% 22,4% 30,3% 76 International business and languages 51,5% 36,7% 11,8% 237 Small business and retail management 62,0% 32,7% 6,3% 468 Ad small business and retail manag. 75,0% 25,0% 0,0% 28 Food & Business 44,2% 50,0% 5,8% 52 Totaal 56,1% 35,9% 8,2% Bestuurskunde/overheidsmanag. 58,6% 20,2% 21,2% 99 Management, economie en recht 59,4% 29,0% 11,6% logistiek en economie 57,6% 39,6% 2,8% 283 Toerisme en recreatie 24,2% 54,5% 21,2% 66 Facility management 41,3% 44,6% 14,1% 731 Hoger hotelonderwijs 51,5% 35,0% 13,5% 511 Hoger toeristisch en recreatief onderw. 42,8% 45,3% 11,9% 521 Vrijetijdsmanagement 41,3% 49,0% 9,7% 445 Office management 52,4% 28,6% 19,0% 21 International business and management 53,6% 36,9% 9,5% 390 Media en entertainment management 39,9% 38,0% 22,1% 366 Integrale veiligheid 41,9% 37,6% 20,4% 93 Vastgoed en makelaardij 45,2% 40,5% 14,3% 252 People and business management 81,0% 19,0% 0,0% 21 Totaal 49,3% 38,0% 12,7% Crossmediale communicatie 61,5% 30,8% 7,7% 13 Communicatie 39,9% 40,3% 19,8% communicatiesystemen 50,9% 35,1% 14,0% 171 Hogere Europese beroepen opleiding 40,2% 34,8% 25,0% 132 Journalistiek 43,2% 46,8% 9,9% 222 Oriëntaalse talen communicatie 50,0% 35,7% 14,3% 14 Vertaalacademie 31,3% 45,3% 12,5% 16 Totaal 41,7% 40,2% 18,1% Rechten Rechten 65,8% 20,1% 14,1% 497 Hogere juridische opleiding 13,5% 37,8% 48,6% 37 Sociaal juridische dienstverlening 40,6% 33,3% 26,1% 357 Totaal 53,5% 26,2% 20,3% 891 HRM Ad personeel en arbeid 58,3% 20,8% 20,8% 24 Personeel en arbeid 50,0% 33,3% 16,7% Totaal 50,2% 33,0% 16,8% Gezondheidszorg Ad management in de zorg 92,7% 7,3% 0,0% 55 Management in de zorg 92,9% 7,1% 0,0% 281 Totaal 92,9% 7,1% 0,0% 336 Sport Sport, gezondheid en management 32,5% 45,5% 22,0% 123 Landbouw Bedrijfskunde en agribusiness 60,9% 35,0% 4,1% 243 Onderwijs Leraar VO algemene economie(2e graad) 73,1% 26,9% 0,0% 130 Techniek Bouwmanagement en vastgoed 43,5% 17,4% 39,1% 23 Informatiedienstverlening en manag. 68,8% 20,8% 10,4% 48 Information management 77,8% 16,7% 5,6% 18 Totaal 64,0% 19,1% 16,9% 89 Totaal 53,5% 34,6% 11,9% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. Deze tabel heeft betrekking op mensen in loondienst, uitzendkrachten en mensen met overige dienstverbanden. N 106

121 Het aandeel hbo ers met een baan in loondienst is in de HBO-Monitor 2011 wat lager dan in Vooral het aantal hbo ers dat werkt als uitzendkracht of oproepkracht is toegenomen, evenals het aandeel zelfstandigen (tabel B8.6b). Tabel B8.6b Soort dienstverband, 2007 en loondienst 89,9% 84,1% uitzend-oproepkracht 4,4% 8,6% zelfstandige 2,4% 3.7% anders 3,3% 3.5% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. Het aantal hbo ers dat anderhalf jaar na afstuderen werkt in een vast dienstverband is fors afgenomen de afgelopen jaren. Voor de recessie vond bijna twee derde van de hbo ers een vaste baan. In 2011 is dat gedaald naar iets meer dan de helft. Vooral het aantal hbo ers dat een tijdelijke baan heeft zonder uitzicht op een vast dienstverband is toegenomen. Tabel B8.7b Soort aanstelling, 2007 en vast 65,5% 53,5% tijdelijke met uitzicht op vast 29,9% 34,6% tijdelijk zonder uitzicht op vast 4,7% 11,9% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. Aansluiting van niveau en richting Hiervoor bleek dat de meeste afgestudeerden anderhalf jaar na afstuderen een baan hebben gevonden. Deze baan is in de meeste gevallen fulltime met een vaste aanstelling. Wel zijn hierin enkele verschillen zichtbaar tussen de verschillende economische opleidingen. Nu is het de vraag of de opleiding wat betreft richting en niveau aansluit bij de gevonden baan. Wanneer gekeken wordt naar de aansluiting wat betreft richting kan er een onderscheid gemaakt worden tussen banen waarvoor eigenlijk een hoger niveau dan het hbo vereist is, banen waarvoor hboniveau vereist is en banen waarvoor om een lager vooropleiding dan het hbo wordt gevraagd. In 74,3% van de gevallen hebben de hbo-afgestudeerden een baan gevonden waarvoor om een hbo vooropleiding gevraagd werd. hbo ers komen niet vaak terecht in banen die eigenlijk voor universitair opgeleiden was bedoeld. Wel komen zij in 23,1% van de gevallen terecht in een functie die bedoeld was voor iemand met een lagere vooropleiding dan het hbo. Dit zou een functie kunnen zijn voor een mbo er maar het is ook mogelijk dat het om functies gaat waarvoor 107

122 geen vooropleiding vereist is. In het subcluster onderwijs heeft 5,4% van de afgestudeerden een baan waarvoor een hoger opleidingsniveau dan het hbo werd gevraagd. Bij de management opleidingen is dit 3,4%. Hier springt vooral de opleiding international business and management eruit. Van de mensen die deze studie hebben afgerond heeft 17,4% een baan gevonden boven hbo-niveau. Ook een opleiding bestuurskunde levert met 9,1% relatief vaak een baan op boven hbo-niveau. Afgestudeerden in het subcluster rechten vinden vrijwel nooit een baan op een hoger niveau dan het hbo. Wat vooral opvallend is dat zij met 32,6% relatief vaak terechtkomen in functies onder hun niveau. Kijkend naar de afzonderlijke opleidingen, valt de opleiding toerisme en recreatie op. Zij komen in 53,6% van de gevallen terecht in functies onder hun eigen niveau. In tabel B8.9 is de mate waarin opleidingen wat betreft richting aansluiten op de gevolgde opleiding weergegeven. In 12,4% van de gevallen vinden afgestudeerden een baan die precies aansluit bij hun eigen opleidingsrichting. Met 54,8% vindt meer dan de helft van de economisch afgestudeerden een baan waarvoor de eigen of een verwante opleidingsrichting wordt gevraagd. Daarnaast vindt 32.8% een baan waarvoor een heel andere of geen specifieke opleiding benodigd is. Van de verschillende opleidingsclusters vinden afgestudeerden in de richtingen gezondheidszorg en onderwijs met respectievelijk 56,9% en 33% het vaakst een baan waarvoor specifiek hun eigen opleidingsrichting vereist is. Kijkend naar de afzonderlijke opleidingen vinden ook afgestudeerden van de opleidingen rechten, fiscale economie en accountancy relatief vaak banen in hun eigen opleidingsrichting. Opgeleiden uit de subclusters sport of management vinden met respectievelijk 50% en 41,1% vaak banen waarvoor niet hun eigen of verwante opleidingsrichting wordt gevraagd. Bij de management opleidingen springt hierbij de opleiding bestuurskunde eruit. Studenten van deze opleiding vinden na afstuderen in 56,6% van de gevallen een baan die wat betreft richting niet aansluit op hun eigen opleiding. Het inkomen De vraag is nu in hoeverre de gevonden banen ook voldoende opleveren wat betreft inkomen. Doel hierbij is in eerste instantie om genoeg loon te verdienen om in het eigen onderhoud te kunnen voorzien. In tabel B8.10 worden de afgestudeerden ingedeeld in vier categorieën, namelijk onder het minimumloon van 1447 euro, tussen de 1447 en 2000 euro, tussen 2000 en 2500 euro en boven de 2500 euro. De meeste afgestudeerden verdienen met hun baan een inkomen boven het minimumloon. Slechts 12,5% verdient een inkomen onder het minimumloon. Van de mensen met een opleiding in sport, management en gezondheid heeft 43% een baan waarmee minder dan het minimumloon wordt verdiend. Door 24,7% van de economisch afgestudeerden wordt een inkomen boven de 2500 euro verdiend. Dit percentage ligt bij de afgestudeerden aan opleidingen in het subcluster gezondheidszorg met 77% een stuk hoger. 108

123 Tabel B8.8 Gevraagde opleidingsniveau huidige baan, 2011 Financiële opleidingen Commerciële opleidingen Management opleidingen Communicatie opleidingen Hoger dan hbo Hbo Lager dan hbo Accountancy 4,3% 85,6% 10,1% 646 Bedrijfseconomie 2,0% 84,1% 13,9% Fiscale economie 6,3% 84,8% 8,9% 112 Financial services management 0,0% 78,3% 21,7% 166 Totaal 2,8% 84,2% 13,1% Commerciële economie 3,1% 76,5% 20,5% Trade management gericht op Azië 0,0% 86,0% 14,0% 86 International business and languages 2,8% 76,8% 20,5% 254 Small business and retail management 1,3% 73,4% 25,3% 534 Ad small business and retail manag. 0,0% 53,6% 46,4% 28 Food & Business 0,0% 54,0% 46,0% 63 Totaal 2,5% 75,5% 22,1% Bestuurskunde/overheidsmanag. 9,1% 70,7% 20,2% 99 Management, economie en recht 1,7% 76,4% 21,9% logistiek en economie 4,9% 75,0% 20,1% 288 Toerisme en recreatie 0,0% 46,4% 53,6% 69 Facility management 1,3% 71,3% 27,4% 731 Hoger hotelonderwijs 4,7% 69,7% 25,6% 511 Hoger toeristisch en recreatief onderw. 3,9% 54,2% 41,9% 521 Vrijetijdsmanagement 0,6% 66,0% 33,4% 445 Office management 0,0% 81,8% 18,2% 21 International business and management 17,4% 67,9% 14,8% 390 Media en entertainment management 1,4% 71,7% 26,9% 366 Integrale veiligheid 0,0% 59,0% 41,0% 93 Vastgoed en makelaardij 0,0% 78,3% 21,7% 252 People and business management 0,0% 70,8% 29,2% 21 Totaal 3,4% 70,0% 26,6% Crossmediale communicatie 0,0% 69,2% 30,8% 13 Communicatie 1,6% 75,8% 22,6% communicatiesystemen 5,9% 81,7% 12,4% 171 Hogere Europese beroepen opleiding 6,0% 73,9% 20,1% 132 Journalistiek 0,0% 90,0% 10,0% 222 Oriëntaalse talen communicatie 0,0% 64,7% 35,3% 14 Vertaalacademie 0,0% 78,3% 21,7% 16 Totaal 2,1% 78,4% 19,5% Rechten Rechten 2,4% 64,3% 33,3% 497 Hogere juridische opleiding 0,0% 62,5% 37,5% 37 Sociaal juridische dienstverlening 0,0% 69,1% 30,9% 357 Totaal 1,3% 66,1% 32,6% 891 HRM Ad personeel en arbeid 0,0% 66,7% 33,3% 24 Personeel en arbeid 1,2% 72,8% 25,9% Totaal 1,2% 72,7% 26,1% Gezondheidszorg Ad management in de zorg 0,0% 62,5% 37,5% 55 Management in de zorg 0,7% 84,6% 14,7% 281 Totaal 0,6% 80,9% 18,5% 336 Sport Sport, gezondheid en management 3,7% 58,2% 38,1% 123 Landbouw Bedrijfskunde en agribusiness 0,0% 73,3% 26,7% 277 Onderwijs Leraar VO algemene economie(2e graad) 5,4% 94,6% 0,0% 130 Techniek Bouwmanagement en vastgoed 0,0% 40,9% 59,1% 22 Informatiedienstverlening en manag. 0,0% 84,0% 16,0% 50 Information management 0,0% 88,9% 11,1% 18 Totaal 0,0% 74,4% 25,6% 90 Totaal 2,6% 74,3% 23,1% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. N 109

124 Tabel B8.9 Gevraagde opleidingsrichting huidige baan, 2011 Financiële opleidingen Commerciële opleidingen Management opleidingen Communicatie opleidingen Uitsluitend eigen richting Eigen of verwant Andere of geen richting Accountancy 22,5% 72,6% 4,9% 639 Bedrijfseconomie 18,2% 67,4% 14,4% Fiscale economie 32,7% 45,1% 22,1% 113 Financial services management 10,2% 57,8% 31,9% 166 Totaal 19,7% 67,0% 13,2% Commerciële economie 7,8% 59,9% 32,3% Trade management gericht op Azië 7,1% 45,9% 47,1% 85 International business and languages 4,0% 60,5% 35,6% 253 Small business and retail management 7,3% 50,9% 41,7% 532 Ad small business and retail manag. 3,8% 50,0% 46,2% 26 Food & Business 0,0% 48,3% 51,7% 60 Totaal 7,2% 57,4% 35,4% Bestuurskunde/overheidsmanag. 4,0% 39,4% 56,6% 99 Management, economie en recht 2,6% 56,1% 41,3% logistiek en economie 8,7% 73,4% 18,0% 289 Toerisme en recreatie 4,3% 42,0% 53,6% 69 Facility management 13,0% 53,0% 34,0% 770 Hoger hotelonderwijs 10,1% 55,7% 34,1% 533 Hoger toeristisch en recreatief onderw. 4,8% 45,8% 49,4% 541 Vrijetijdsmanagement 2,6% 43,7% 53,7% 499 Office management 0,0% 81,8% 18,2% 22 International business and management 9,3% 55,3% 35,4% 421 Media en entertainment management 3,5% 45,4% 51,1% 425 Integrale veiligheid 4,0% 37,0% 59,0% 100 Vastgoed en makelaardij 8,9% 52,3% 38,8% 281 People and business management 16,7% 54,2% 29,2% 24 Totaal 6,4% 52,5% 41,0% Crossmediale communicatie 15,4% 38,5% 46,2% 13 Communicatie 11,7% 50,3% 37,9% communicatiesystemen 10,2% 62,6% 27,2% 206 Hogere Europese beroepen opleiding 2,2% 35,1% 62,7% 134 Journalistiek 14,0% 61,0% 25,0% 292 Oriëntaalse talen communicatie 0,0% 35,3% 64,7% 17 Vertaalacademie 21,7% 39,1% 39,1% 23 Totaal 11,3% 51,9% 36,8% Rechten Rechten 29,8% 37,1% 33,1% 510 Hogere juridische opleiding 5,3% 52,6% 42,1% 38 Sociaal juridische dienstverlening 12,1% 59,9% 28,0% 354 Totaal 21,8% 46,7% 31,5% 902 HRM Ad personeel en arbeid 20,8% 50,0% 29,2% 24 Personeel en arbeid 24,3% 49,6% 26,1% Totaal 24,3% 49,6% 26,2% Gezondheidszorg Ad management in de zorg 30,4% 60,7% 8,9% 56 Management in de zorg 33,6% 62,5% 3,9% 280 Totaal 33,0% 62,2% 4,8% 336 Sport Sport, gezondheid en management 3,7% 46,3% 50,0% 134 Landbouw Bedrijfskunde en agribusiness 11,0% 61,1% 27,9% 283 Onderwijs Leraar VO algemene economie(2e graad) 56,9% 33,1% 10,0% 130 Techniek Bouwmanagement en vastgoed 9,1% 40,9% 50,0% 22 Informatiedienstverlening en manag. 9,8% 39,2% 51,0% 51 Information management 0,0% 88,9% 11,1% 18 Totaal 7,7% 49,5% 42,9% 91 Totaal 12,4% 54,8% 32,8% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. N 110

125 Tabel B8.10 Hoogte loon huidige functie, 2011 Financiële opleidingen Commerciële Opleidingen Management opleidingen Communicatie opleidingen Onder minimum loon N Accountancy 5,4% 18,9% 53,6% 22,1% 560 Bedrijfseconomie 4,1% 20,1% 40,2% 35,6% 947 Fiscale economie 24,8% 20,8% 15,8% 38,6% 101 Financial services management 1,3% 24,8% 53,5% 20,4% 157 Totaal 5,4% 20,2% 44,2% 30,1% Commerciële economie 10,5% 26,2% 35,8% 27,4% Trade management gericht op Azië 8,8% 38,2% 36,8% 16,2% 68 International business and languages 17,7% 34,0% 30,7% 17,7% 215 Small business and retail management 9,2% 25,6% 43,7% 21,5% 465 Ad small business and retail manag. 4% 22% 26% 48% 23 Food & Business 26,8% 25,0% 35,7% 12,5% 56 Totaal 11,2% 27,1% 36,8% 24,9% Bestuurskunde/overheidsmanag. 15,8% 21,1% 13,7% 49,5% 95 Management, economie en recht 8,8% 28,9% 29,5% 32,8% logistiek en economie 0,8% 17,9% 51,2% 30,2% 252 Toerisme en recreatie 24,2% 59,1% 16,7% 0,0% 66 Facility management 12,2% 36,2% 37,3% 14,3% 665 Hoger hotelonderwijs 8,6% 42,0% 39,7% 9,7% 476 Hoger toeristisch en recreatief onderw. 22,0% 54,7% 19,6% 3,7% 490 Vrijetijdsmanagement 12,8% 40,9% 33,6% 12,8% 423 Office management 9,1% 31,8% 27,3% 31,8% 22 International business and management 14,7% 16,3% 28,1% 40,9% 367 Media en entertainment management 23,7% 32,6% 30,7% 12,9% 371 Integrale veiligheid 28,4% 6,2% 38,3% 27,2% 81 Vastgoed en makelaardij 9,7% 42,5% 29,1% 18,6% 247 People and business management 0,0% 0,0% 29,2% 70,8% 24 Totaal 12,9% 34,2% 31,7% 21,2% Crossmediale communicatie 9,1% 54,8% 18,2% 18,2% 11 Communicatie 17,9% 36,3% 29,6% 16,1% communicatiesystemen 21,6% 30,1% 33,0% 15,3% 176 Hogere Europese beroepen opleiding 22,9% 45,0% 24,8% 7,3% 109 Journalistiek 18,3% 24,4% 38,2% 19,1% 262 Oriëntaalse talen communicatie 52,9% 35,3% 11,8% 0,0% 17 Vertaalacademie 45,0% 0,0% 45,0% 10,0% 20 Totaal 19,3% 34,0% 30,9% 15,7% Rechten Rechten 19,4% 19,0% 26,7% 34,9% 427 Hogere juridische opleiding 12,9% 58,1% 19,4% 9,7% 31 Sociaal juridische dienstverlening 13,5% 30,1% 34,3% 22,1% 312 Totaal 16,8% 25,1% 29,5% 28,7% 770 HRM Ad personeel en arbeid 17,4% 26,1% 26,1% 30,4% 23 Personeel en arbeid 10,8% 29,8% 30,7% 28,8% Totaal 11,0% 29,7% 30,6% 28,8% Gezondheidszorg Ad management in de zorg 2,6% 23,7% 26,3% 47,4% 38 Management in de zorg 2,3% 8,6% 6,8% 82,4% 221 Totaal 2,3% 10,8% 9,7% 77,2% 259 Sport Sport, gezondheid en management 43,1% 29,3% 20,3% 7,3% 123 Landbouw Bedrijfskunde en agribusiness 14,7% 31,3% 35,3% 38,7% 252 Onderwijs Leraar VO algemene economie(2e graad) 10,3% 18,6% 13,4% 57,7% 97 Techniek Bouwmanagement en vastgoed 0,0% 36,4% 36,4% 27,3% 22 Informatiedienstverlening en manag. 5,1% 10,3% 64,1% 20,5% 39 Information management 0,0% 21,4% 28,6% 50,0% 14 Totaal 2,7% 20,0% 49,3% 28,0% 75 Totaal 12,5% 29,3% 33,5% 24,7% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. 111

126 Ervaren aansluiting tussen opleiding en huidige functie Hiervoor is gekeken naar verschillende objectieve metingen van de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. Maar in hoeverre zijn afgestudeerden zelf tevreden over de aansluiting van hun opleiding op de arbeidsmarkt? Hen is de vraag gesteld hoe zij de aansluiting tussen de gevolgde opleiding en de huidige functie beoordelen. In tabel B8.11b is te zien dat 28,6% van de afgestudeerden de aansluiting onvoldoende vindt. Een meerderheid is tevreden over de aansluiting. Van de afgestudeerden beoordeelt 42,8% de aansluiting als voldoende en 28,6% beoordeelt de aansluiting als goed. Van het subcluster sport geeft maarliefst 48% aan de aansluiting op de arbeidsmarkt onvoldoende te vinden. Ook afgestudeerden van communicatieopleidingen zijn met 34,8% relatief vaak ontevreden over de aansluiting van de opleiding op de arbeidsmarkt. Van de afzonderlijke opleidingen zijn afgestudeerden van de opleiding hogere Europese beroepen met 55,8% die een onvoldoende geeft relatief vaak ontevreden over de aansluiting. Ook de opleiding oriëntaalse talen en culturen springt er met 71,1% ontevreden afgestudeerden uit. Wel moet hierbij gezegd worden dat de studentenaantallen voor deze opleiding heel laag liggen waardoor de resultaten voor deze opleiding mogelijk niet betrouwbaar zijn. Wel sprong deze opleiding er ook bij de meer objectieve metingen van aansluiting op de arbeidsmarkt al vaker in negatieve zin uit. Afgestudeerden van de subclusters financiële opleidingen en gezondheidszorg geven met 12,8% het minst vaak aan de aansluiting onvoldoende te vinden. Afgestudeerden van de opleiding accountancy vinden de aansluiting het beste. Van hen zegt 52,8% de aansluiting goed te vinden. Eerder bleek dan ook dat zij vaak een baan vinden met een vast contract en op hun eigen niveau. Ook de lerarenopleiding doet het met 50,4% die de aansluiting goed vindt en nog een 33,6% die de aansluiting voldoende vindt goed. Eerder is waargenomen zien dat afgestudeerden aan de lerarenopleiding vaak een baan op het eigen niveau en in de eigen richting vinden. Wanneer de aansluiting tussen een opleiding en de arbeidsmarkt goed is worden idealiter, wanneer studenten aan het werk gaan, capaciteiten die studenten tijdens hun studie hebben opgedaan benut. In tabel B8.12 is te zien in hoeverre afgestudeerden het gevoel hebben dat capaciteiten in hun huidige functie benut worden. De meerderheid, namelijk 53,6% zegt dat de capaciteiten benut worden. Nog eens 27,8% staat hier neutraal tegenover. Slechts 18,7% vindt dat hun capaciteiten niet benut worden in de huidige functie. Afgestudeerden uit het subcluster rechten zijn het vaakst ontevreden over de mate waarin hun capaciteiten benut worden. Van hen zegt 26,7% dat hun capaciteiten niet benut worden. Dit komt overeen met de eerdere bevinding dat afgestudeerden in het subcluster rechten relatief vaak een functie onder hun eigen niveau bekleden. Kijkend naar de afzonderlijke opleidingen zijn studenten van de opleiding integrale veiligheid het minst tevreden over de benutting van hun capaciteiten. Van hen zegt 40% dat hun capaciteiten niet benut worden. Ook hier zijn afgestudeerden van de lerarenopleiding algemene economie en de opleiding accountancy het meest tevreden. Van de afgestudeerden van de lerarenop- 112

127 leiding vindt 88,7% dat hun capaciteiten benut worden. Voor de opleiding accountancy is dit 80%. De aansluiting met de arbeidsmarkt kan ook als slecht ervaren worden, omdat het moeilijker is geworden om een passende baan te vinden. In tabel B8.11a is daarom de vergelijking gemaakt tussen 2011 en In de tabel is weergegeven welk percentage van de hbo ers met een baan vinden dat de aansluiting onvoldoende is. Over het algemeen is percentage dat de aansluiting als onvoldoende ervaart gestegen. In 2011 vinden vooral hbo-afgestudeerden van de clusters Sport en Techniek de aansluiting vaker onvoldoende dan de hbo-afgestudeerden in Opvallend zijn de resultaten voor de hbo ers in de gezondheidszorg. De uitkomsten voor 2007 zijn echter gebaseerd op een vrij laag aantal respondenten waardoor de vergelijking onbetrouwbaar kan zijn. Tabel B8.11a Ervaren aansluiting tussen de gevolgde opleiding en de huidige functie, 2007 en 2011 Aansluiting onvoldoende 2007 Aansluiting onvoldoende 2011 Financiële opleidingen Financiële opleidingen 11,6% 12,8% Commerciële opleidingen Commerciële opleidingen 22,1% 27,0% Management Management 27,6% 34,1% Communicatie opleidingen Communicatie opleidingen 33,4% 34,8% Rechten Rechten 24,1% 32,3% HRM HRM 26,7% Gezondheidszorg Gezondheidszorg 52,9% 12,8% Sport Sport 34,8% 48,0% Landbouw Landbouw 17,6% 19,5% Onderwijs Onderwijs 10,2% 16,0% Techniek Techniek 18,7% 32,6% Totaal Totaal 24,1% 28,6% Bron: HBO-Monitor 2007 en 2011, bewerking ITS. 113

128 Tabel B8.11b Ervaren aansluiting tussen de gevolgde opleiding en de huidige functie, 2011 Onvoldoende Voldoende Goed N Financiële opleidingen Accountancy 9,4% 37,8% 52,8% 619 Bedrijfseconomie 14,0% 51,6% 34,4% Fiscale economie 27,7% 34,8% 37,5% 112 Financial services management 7,5% 41,9% 50,6% 160 Totaal 12,8% 45,5% 41,7% Commerciële opleidingen Management opleidingen Communicatie opleidingen Commerciële economie 26,2% 47,1% 26,8% Trade management gericht op Azië 51,7% 29,2% 19,1% 89 International business and languages 31,6% 44,3% 24,2% 244 Small business and retail management 23,0% 49,4% 27,6% 514 Ad small business and retail manag. 15,4% 34,6% 50,0% 26 Food & Business 32,8% 51,6% 15,6% 64 Totaal 26,9% 46,7% 26,4% Bestuurskunde/overheidsmanag. 41,7% 31,3% 27,1% 96 Management, economie en recht 28,1% 45,9% 26,0% logistiek en economie 22,4% 51,0% 26,6% 286 Toerisme en recreatie 54,4% 33,8% 11,8% 68 Facility management 31,9% 38,3% 29,8% 749 Hoger hotelonderwijs 18,1% 41,5% 40,4% 525 Hoger toeristisch en recreatief onderw. 44,1% 40,9% 15,1% 531 Vrijetijdsmanagement 47,3% 39,7% 13,0% 486 Office management 9,1% 50,0% 40,9% 22 International business and management 39,2% 38,3% 22,5% 418 Media en entertainment management 48,6% 34,6% 16,8% 416 Integrale veiligheid 42,1% 33,7% 24,2% 95 Vastgoed en makelaardij 31,6% 46,5% 21,9% 269 People and business management 29,2% 54,2% 16,7% 24 Totaal 34,2% 41,5% 24,3% Crossmediale communicatie 16,7% 58,3% 25,0% 12 Communicatie 35,2% 42,1% 22,7% communicatiesystemen 32,2% 44,1% 23,8% 202 Hogere Europese beroepen opleiding 55,8% 27,1% 17,1% 129 Journalistiek 24,0% 41,1% 34,8% 287 Oriëntaalse talen communicatie 70,6% 29,4% 0,0% 17 Vertaalacademie 36,4% 36,4% 27,3% 22 Totaal 34,8% 41,0% 24,2% Rechten Rechten 32,8% 34,2% 33,0% 494 Hogere juridische opleiding 55,6% 22,2% 22,2% 36 Sociaal juridische dienstverlening 29,1% 41,8% 29,1% 347 Totaal 32,3% 36,7% 31,0% 877 HRM Ad personeel en arbeid 16,7% 45,8% 37,5% 24 Personeel en arbeid 26,9% 41,6% 31,5% Totaal 26,7% 41,6% 31,6% Gezondheidszorg Ad management in de zorg 22,2% 37,0% 40,7% 54 Management in de zorg 10,9% 39,3% 49,8% 267 Totaal 12,8% 38,9% 48,3% 321 Sport Sport, gezondheid en management 48,0% 46,4% 5,6% 125 Landbouw Bedrijfskunde en agribusiness 19,5% 49,6% 30,9% 282 Onderwijs Leraar VO algemene economie(2e graad) 16,0% 33,6% 50,4% 119 Techniek Bouwmanagement en vastgoed 56,5% 34,8% 8,7% 23 Informatiedienstverlening en manag. 30,2% 49,1% 20,8% 53 Information management 6,7% 60,0% 33,3% 15 Totaal 33,0% 47,3% 19,8% 91 Totaal 28,6% 42,8% 28,6% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. 114

129 Tabel B8.12 Worden capaciteiten benut in de huidige functie? 2011 Financiële opleidingen Niet Neutraal Wel N Accountancy 3,0% 16,9% 80,0% 626 Bedrijfseconomie 11,8% 27,8% 60,4% Fiscale economie 18,9% 27,9% 53,2% 111 Financial services management 16,5% 25,0% 58,5% 164 Totaal 9,8% 24,1% 66,0% Commerciële opleidingen Commerciële economie 16,4% 29,8% 53,7% Trade management gericht op Azië 30,6% 32,9% 36,5% 85 International business and languages 20,1% 34,4% 45,5% 244 Small business and retail management 14,2% 25,8% 60,0% 528 Ad small business and retail manag. 18,5% 22,2% 59,3% 27 Food & Business 22,2% 28,6% 49,2% 63 Totaal 16,9% 29,5% 53,6% Management opleidingen Bestuurskunde/overheidsmanagement 27,8% 28,9% 43,3% 97 Management, economie en recht 18,0% 30,5% 51,5% logistiek en economie 16,5% 27,0% 56,5% 285 Toerisme en recreatie 30,9% 45,6% 23,5% 68 Facility management 19,1% 33,2% 47,7% 759 Hoger hotelonderwijs 14,9% 32,2% 52,9% 531 Hoger toeristisch en recreatief onderwijs 33,6% 31,8% 34,6% 532 Vrijetijdsmanagement 28,2% 28,2% 43,6% 489 Office management 9,1% 27,3% 63,6% 22 International business and management 18,3% 32,4% 49,3% 420 Media en entertainment management 24,3% 28,9% 46,8% 419 Integrale veiligheid 40,0% 8,4% 51,6% 95 Vastgoed en makelaardij 18,3% 34,6% 47,1% 263 People and business management 16,7% 29,2% 54,2% 24 Totaal 21,5% 30,8% 47,7% Communicatie opleidingen Crossmediale communicatie 16,7% 50,0% 33,3% 12 Communicatie 20,5% 31,3% 48,2% communicatiesystemen 12,2% 24,4% 63,4% 205 Hogere Europese beroepen opleiding 38,0% 27,1% 34,9% 129 Journalistiek 12,8% 23,8% 63,4% 290 Oriëntaalse talen communicatie 23,5% 64,7% 11,8% 17 Vertaalacademie 9,1% 22,7% 68,2% 22 Totaal 19,5% 29,4% 51,1% Rechten Rechten 28,2% 21,4% 50,4% 500 Hogere juridische opleiding 39,5% 10,5% 50,0% 38 Sociaal juridische dienstverlening 23,1% 22,2% 54,7% 351 Totaal 26,7% 21,3% 52,1% 889 HRM Ad personeel en arbeid 16,7% 8,3% 75,0% 24 Personeel en arbeid 21,0% 25,4% 53,7% Totaal 20,9% 25,0% 54,1% Gezondheidszorg Ad management in de zorg 19,6% 14,3% 66,1% 56 Management in de zorg 12,2% 16,8% 71,0% 279 Totaal 13,4% 16,4% 70,1% 335 Sport Sport, gezondheid en management 28,8% 27,3% 43,9% 132 Landbouw Bedrijfskunde en agribusiness 13,5% 25,3% 61,2% 289 Onderwijs Leraar VO algemene economie(2e graad) 1,6% 9,7% 88,7% 124 Techniek Bouwmanagement en vastgoed 46,2% 26,9% 26,9% 26 Informatiedienstverlening en management 9,6% 26,9% 63,5% 52 Information management 6,7% 26,7% 66,7% 15 Totaal 19,4% 26,9% 53,8% 93 Totaal 18,7% 27,8% 53,6% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. 115

130 De opleiding als basis voor een start op de arbeidsmarkt De opleiding kan zorgen voor een goede basis om vaardigheden verder te ontwikkelen. In tabel B8.13 is weergegeven in hoeverre afgestudeerden hun opleiding beschouwen als een goede basis om vaardigheden verder te ontwikkelen. Afgestudeerden konden deze vraag beantwoorden met een cijfer van 1 tot 10. Cijfers onder de 6 worden hier gecategoriseerd als een onvoldoende. Cijfers tot en met een 7 zijn voldoende, en een acht of hoger wordt gezien als een ruime voldoende. Van de afgestudeerden vindt 8,1% de opleiding geen goede basis om vaardigheden verder te ontwikkelen. Een meerderheid van 63,6% beoordeelt de opleiding met een ruime voldoende en nog eens 28,3% met een voldoende. Uit het subcluster sport vindt 15,9% de opleiding geen goede basis voor een verdere ontwikkeling van vaardigheden. Ook bij het subcluster communicatieopleidingen zijn afgestudeerden met 12% die een onvoldoende geeft relatief ontevreden. Afgestudeerden van de opleiding media en entertainment management zijn het meest negatief van alle opleidingen. Van hen vindt 21,9% de opleiding geen goede basis voor een verdere ontwikkeling. Afgestudeerden uit het subcluster gezondheidszorg zijn het meest tevreden en geven in 82,3% van de gevallen een ruime voldoende. Van de afzonderlijke opleidingen zijn naast de afgestudeerden van de opleidingen uit het subcluster gezondheidszorg ook de afgestudeerden van de opleiding accountancy erg tevreden. Van hen geeft 80,9% een ruime voldoende voor de mate waarin de opleiding een goede basis biedt voor een verdere ontwikkeling. Een opleiding zou moeten bijdragen aan een goede start op de arbeidsmarkt. In hoeverre afgestudeerden hun opleiding een goede basis vinden om te starten op de arbeidsmarkt is te zien in tabel B8.14b. Van de afgestudeerden vindt een vijfde de opleiding geen goede basis. Ook is 32,1% neutraal en vindt 47,9% de opleiding wel een goede basis om te starten op de arbeidsmarkt. Afgestudeerden uit de subclusters sport en communicatie zijn het meest negatief. Van deze opleidingen vindt respectievelijk 54,5% en 30,8% de opleiding geen goede voorbereiding. Kijkend naar de afzonderlijke opleidingen zijn ook studenten afkomstig van de opleiding trade management gericht op Azië met 43% vaak niet tevreden over de mate waarop de opleiding zorgt voor een goede start op de arbeidsmarkt. Afgestudeerden aan de lerarenopleiding algemene economie vinden de opleiding juist in geen enkel geval een slechte voorbereiding. Afgestudeerden van het subcluster financiële opleidingen geven het vaakst, namelijk in 67,3% van de gevallen, een ruime voldoende. Ook hier springt de opleiding accountancy er weer in positieve zin uit. Van hen geeft 71,8% een ruime voldoende voor de mate waarin de opleiding een goede basis vormt voor een start op de arbeidsmarkt. Nog eens 24,4% geeft een voldoende. Ook de lerarenopleiding algemene economie en bedrijfskunde en agribusiness worden door afgestudeerden relatief positief beoordeeld. Van hen beoordeelt respectievelijk 67,2% en 63,4% de start op de arbeidsmarkt met een ruime voldoende. Ook deze ervaring kan gekleurd worden door de economisch slechtere tijden. In 2011 blijken de hbo ers inderdaad twee keer zo vaak te vinden dat hun opleiding geen goede basis is om te starten op de arbeidsmarkt als in De verslechtering doet zich in alle clusters voor. Het 116

131 aandeel hbo ers dat vindt dat de opleiding wel een goed basis geeft om te starten op de arbeidsmarkt is dan ook fors gedaald. In 2007 vond nog bijna twee derde hun opleiding een goede basis (64%), dit is in 2011 gedaald naar minder dan de helft (48%). Tabel B8.14a Ervaren goede basis om te starten op de arbeidsmarkt, 2007 en 2011 Geen goede basis 2007 Geen goede basis 2011 Financiële opleidingen Financiële opleidingen 1,8% 7,3% Commerciële opleidingen Commerciële opleidingen 7,0% 15,9% Management Management 12,0% 23,5% Communicatie opleidingen Communicatie opleidingen 21,4% 30,8% Rechten Rechten 3,6% 19,2% HRM HRM 17,6% Gezondheidszorg Gezondheidszorg 14,7% Sport Sport 26,6% 54,5% Landbouw Landbouw 5,0% 12,4% Onderwijs Onderwijs 7,5% Techniek Techniek 3,3% 28,6% Totaal Totaal 10,2% 20,0% Bron: HBO-Monitor 2007 en 2011, bewerking ITS. Afgestudeerden is ook gevraagd in hoeverre zij de gevolgde opleiding een goede voorbereiding vinden op de beroepspraktijk. Ook hier konden zij een cijfer geven van 1 tot 10. Van de afgestudeerden vond 19,1% de opleiding geen goede voorbereiding op de beroepspraktijk (tabel B8.15). De meeste afgestudeerden, namelijk 61%, geven een voldoende voor de mate waarin de opleiding een goede voorbereiding is op de beroepspraktijk. In 19,9% van de gevallen geven afgestudeerden een ruime voldoende. Ook hierover zijn afgestudeerden uit het subcluster sport het meest negatief. De voorbereiding op de beroepspraktijk wordt door 35% van de afgestudeerden uit het subcluster sport beoordeeld met een onvoldoende. Ook afgestudeerden van opleidingen uit het subcluster techniek zijn met 24% die een onvoldoende geeft relatief vaak ontevreden over de mate waarin de opleiding voorbereid op de beroepspraktijk. Van de individuele opleidingen wordt de opleiding trade management gericht op Azië in 39,1% van de gevallen als onvoldoende beoordeeld. Afgestudeerden uit het subcluster gezondheidszorg geven in 34% van de gevallen een ruime voldoende. Kijkend naar de afzonderlijke opleidingen zijn afgestudeerden van de opleiding fiscale economie het meest positief over de voorbereiding op de beroepspraktijk. Van hen beoordeeld 40,9% de aansluiting met een ruime voldoende. 117

132 Tabel B8.13 In hoeverre is opleiding een goede basis voor het ontwikkelen van vaardigheden? 2011 Financiële opleidingen Commerciële opleidingen Management opleidingen Communicatie opleidingen Onvoldoende Voldoende Ruim voldoende Accountancy 2,4% 16,7% 80,9% 658 Bedrijfseconomie 4,3% 21,5% 74,2% Fiscale economie 8,7% 18,3% 73,0% 115 Financial services management 5,0% 20,0% 75,0% 180 Totaal 4,0% 19,7% 76,3% Commerciële economie 6,5% 28,4% 65,1% Trade management gericht op Azië 14,9% 43,6% 41,5% 94 International business and languages 3,7% 27,3% 68,9% 267 Small business and retail management 6,4% 30,4% 63,1% 578 Ad small business and retail manag. 0,0% 20,0% 80,0% 30 Food & Business 17,5% 28,6% 54,0% 63 Totaal 6,7% 29,1% 64,2% Bestuurskunde/overheidsmanag. 7,8% 28,4% 63,7% 102 Management, economie en recht 7,5% 26,3% 66,2% logistiek en economie 5,5% 18,2% 76,3% 291 Toerisme en recreatie 2,5% 39,2% 58,2% 79 Facility management 7,9% 28,7% 63,4% 819 Hoger hotelonderwijs 5,2% 23,7% 71,1% 575 Hoger toeristisch en recreatief onderw. 13,3% 36,1% 50,5% 592 Vrijetijdsmanagement 12,5% 40,8% 46,7% 546 Office management 0,0% 27,3% 72,7% 22 International business and management 9,1% 29,7% 61,1% 481 Media en entertainment management 21,9% 43,7% 34,4% 483 Integrale veiligheid 15,7% 24,5% 59,8% 102 Vastgoed en makelaardij 6,0% 39,3% 54,7% 300 People and business management 7,7% 26,9% 65,4% 26 Totaal 9,6% 30,9% 59,4% Crossmediale communicatie 8,3% 25,0% 66,7% 12 Communicatie 11,9% 32,0% 56,1% communicatiesystemen 11,1% 27,9% 61,1% 244 Hogere Europese beroepen opleiding 10,4% 36,4% 53,2% 154 Journalistiek 14,9% 46,4% 38,6% 308 Oriëntaalse talen communicatie 7,7% 11,5% 80,8% 26 Vertaalacademie 6,5% 29,0% 64,5% 31 Totaal 12,0% 33,6% 54,4% Rechten Rechten 6,0% 36,5% 57,5% 553 Hogere juridische opleiding 9,3% 32,6% 58,1% 43 Sociaal juridische dienstverlening 14,6% 16,7% 68,7% 390 Totaal 9,5% 28,5% 62,0% 986 HRM Ad personeel en arbeid 0,0% 23,1% 76,9% 26 Personeel en arbeid 6,5% 25,3% 68,3% Totaal 6,3% 25,2% 68,4% Gezondheidszorg Ad management in de zorg 3,6% 14,5% 81,8% 55 Management in de zorg 1,8% 15,8% 82,4% 279 Totaal 2,1% 15,6% 82,3% 334 Sport Sport, gezondheid en management 15,9% 32,4% 51,7% 145 Landbouw Bedrijfskunde en agribusiness 4,7% 18,8% 76,5% 298 Onderwijs Leraar VO algemene economie(2e graad) 0,0% 21,0% 79,0% 124 Techniek Bouwmanagement en vastgoed 7,7% 34,6% 57,7% 26 Informatiedienstverlening en manag. 10,2% 25,4% 64,4% 59 Information management 0,0% 47,6% 52,4% 21 Totaal 7,5% 32,1% 60,4% 106 Totaal 8,1% 28,3% 63,6% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. N 118

133 Tabel B8.14b In hoeverre is de opleiding een goede basis om te starten op de arbeidsmarkt? 2011 Niet Neutraal Wel N Financiële opleidingen Accountancy 3,8% 24,4% 71,8% 655 Bedrijfseconomie 8,8% 26,4% 64,8% Fiscale economie 15,7% 22,6% 61,7% 115 Financial services management 5,6% 26,3% 68,2% 179 Totaal 7,3% 25,6% 67,1% Commerciële opleidingen Commerciële economie 13,8% 31,9% 54,4% Trade management gericht op Azië 43,0% 21,5% 35,5% 93 International business and languages 16,6% 37,3% 46,1% 271 Small business and retail management 17,1% 27,9% 55,0% 578 Ad small business and retail manag. 3,3% 46,7% 50,0% 30 Food & Business 28,1% 25,0% 46,9% 64 Totaal 15,8% 31,3% 52,9% Management opleidingen Bestuurskunde/overheidsmanag. 15,7% 36,3% 48,0% 102 Management, economie en recht 18,4% 34,4% 47,2% logistiek en economie 8,6% 24,3% 67,1% 292 Toerisme en recreatie 11,4% 39,2% 49,4% 79 Facility management 22,8% 33,1% 44,1% 816 Hoger hotelonderwijs 11,8% 25,2% 63,0% 576 Hoger toeristisch en recreatief onderw. 35,0% 33,9% 31,1% 595 Vrijetijdsmanagement 38,6% 36,4% 25,0% 547 Office management 18,2% 18,2% 63,6% 22 International business and management 14,1% 31,3% 54,7% 483 Media en entertainment management 47,5% 31,8% 20,7% 484 Integrale veiligheid 31,1% 40,8% 28,2% 103 Vastgoed en makelaardij 18,3% 43,3% 38,3% 300 People and business management 15,4% 42,3% 42,3% 26 Totaal 23,6% 33,1% 43,3% Communicatie opleidingen Crossmediale communicatie 16,7% 41,7% 41,7% 12 Communicatie 30,5% 34,4% 35,2% communicatiesystemen 30,9% 48,6% 20,6% 243 Hogere Europese beroepen opleiding 40,9% 27,3% 31,8% 154 Journalistiek 27,0% 34,5% 38,4% 307 Oriëntaalse talen communicatie 51,9% 22,2% 25,9% 27 Vertaalacademie 19,4% 35,5% 45,2% 31 Totaal 30,8% 35,4% 33,8% Rechten Rechten 20,1% 35,8% 44,1% 553 Hogere juridische opleiding 23,3% 41,9% 34,9% 43 Sociaal juridische dienstverlening 17,4% 30,8% 51,8% 390 Totaal 19,2% 34,1% 46,8% 986 HRM Ad personeel en arbeid 15,4% 23,1% 61,5% 26 Personeel en arbeid 17,7% 33,7% 48,6% Totaal 17,6% 33,5% 48,8% Gezondheidszorg Ad management in de zorg 15,1% 37,7% 47,2% 53 Management in de zorg 14,6% 32,8% 52,6% 274 Totaal 14,7% 33,6% 51,7% 327 Sport Sport, gezondheid en management 54,5% 29,0% 16,6% 145 Landbouw Bedrijfskunde en agribusiness 12,4% 24,2% 63,4% 298 Onderwijs Leraar VO algemene economie(2e graad) 0,0% 32,8% 67,2% 125 Techniek Bouwmanagement en vastgoed 53,8% 34,6% 11,5% 26 Informatiedienstverlening en manag. 15,5% 46,6% 37,9% 58 Information management 33,3% 42,9% 23,8% 21 Totaal 28,6% 42,9% 28,6% 105 Totaal 20,0% 32,1% 47,9% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. 119

134 Tabel B8.15 In hoeverre is opleiding goede voorbereiding op de beroepspraktijk? 2011 Financiële opleidingen Commerciële opleidingen Management opleidingen Communicatie opleidingen Onvoldoende Voldoende Ruim voldoende Accountancy 11,8% 59,7% 28,6% 637 Bedrijfseconomie 12,4% 67,2% 20,4% Fiscale economie 10,0% 49,1% 40,9% 110 Financial services management 9,7% 58,8% 31,5% 165 Totaal 11,8% 63,2% 25,0% Commerciële economie 20,1% 60,7% 19,2% Trade management gericht op Azië 39,1% 51,7% 9,2% 87 International business and languages 19,7% 55,3% 25,0% 264 Small business and retail management 21,0% 61,6% 17,4% 563 Ad small business and retail management 13,3% 60,0% 26,7% 30 Food & Business 22,2% 50,8% 27,0% 63 Totaal 20,8% 59,9% 19,3% Bestuurskunde/overheidsmanag. 17,6% 53,8% 28,6% 91 Management, economie en recht 20,1% 63,5% 16,3% logistiek en economie 11,4% 71,0% 17,6% 290 Toerisme en recreatie 13,0% 45,5% 41,6% 77 Facility management 20,4% 62,4% 17,2% 796 Hoger hotelonderwijs 6,7% 54,5% 38,8% 567 Hoger toeristisch en recreatief onderwijs 31,7% 57,5% 10,8% 581 Vrijetijdsmanagement 29,1% 60,8% 10,1% 523 Office management 9,5% 47,6% 42,9% 21 International business and management 22,9% 53,3% 23,8% 471 Media en entertainment management 32,8% 53,9% 13,4% 464 Integrale veiligheid 33,0% 61,2% 5,8% 103 Vastgoed en makelaardij 18,6% 68,5% 12,9% 295 People and business management 7,7% 92,3% 0,0% 26 Totaal 21,6% 60,2% 18,2% Crossmediale communicatie 41,7% 50,0% 8,3% 12 Communicatie 21,7% 67,9% 10,5% communicatiesystemen 30,8% 57,7% 11,5% 227 Hogere Europese beroepen opleiding 31,1% 58,3% 10,6% 151 Journalistiek 18,9% 58,4% 22,6% 296 Oriëntaalse talen communicatie 37,0% 63,0% 0,0% 27 Vertaalacademie 6,7% 56,7% 36,7% 30 Totaal 23,1% 64,3% 12,6% Rechten Rechten 16,6% 61,7% 21,7% 549 Hogere juridische opleiding 9,8% 65,9% 24,4% 41 Sociaal juridische dienstverlening 14,1% 54,6% 31,3% 368 Totaal 15,3% 59,2% 25,5% 958 HRM Ad personeel en arbeid 8,0% 64,0% 28,0% 25 Personeel en arbeid 14,6% 62,5% 22,9% Totaal 14,5% 62,5% 23,0% Gezondheidszorg Ad management in de zorg 3,6% 60,0% 36,4% 55 Management in de zorg 4,3% 62,1% 33,6% 280 Totaal 4,2% 61,8% 34,0% 335 Sport Sport, gezondheid en management 35,0% 57,1% 7,9% 140 Landbouw Bedrijfskunde en agribusiness 20,2% 51,0% 28,8% 292 Onderwijs Leraar VO algemene economie(2e graad) 8,3% 55,6% 36,1% 108 Techniek Bouwmanagement en vastgoed 53,8% 38,5% 7,7% 26 Informatiedienstverlening en manag. 17,9% 73,2% 8,9% 56 Information management 4,5% 77,3% 18,2% 22 Totaal 24,0% 65,4% 10,6% 104 Totaal 19,1% 61,0% 19,9% Bron: HBO-Monitor 2011, bewerking ITS. N 120

135 Bijlage 9 Toelichting op grafieken arbeidsmarktsituatie In hoofdstuk 4 zijn grafieken opgenomen met daarin zowel schematisch als in tabelvorm de arbeidsmarktsituatie van gediplomeerden aan de betreffende opleidingen in het jaar van afstuderen en drie à vier jaar na afstuderen (peildatum baan telkens okt.). Deze grafieken zijn tot stand gekomen door een koppeling van het diplomabestand (2006/2007, 2007/2008, 2008/2009, 2009/2010) aan het banenbestand (2007, 2008, 2009, 2010). Eerst is gekeken of iemand die in 2006/2007 een baan heeft op 1 oktober 2007 en zo per afstudeercohort door tot 2010 (in de grafiek arbeidsmarktsituatie in jaar van afstuderen: 1). Vervolgens is voor afgestudeerden uit 2006/2007 en 2007/2008 de arbeidsmarktsituatie op 1 oktober 2010 nagegaan (in de grafieken arbeidsmarktsituatie na drie à vier jaar: 3 à 4). Als uitgangspunt voor de baan is telkens de baan met grootste omvang genomen. Op deze manier is van een substantieel deel van de gediplomeerden vastgesteld of en waar men werkt. Door privacyeisen van het CBS is het niet mogelijk cellen met minder dan tien personen te presenteren. Vandaar dat gekozen is voor deze samenvoeging. Ook leidt dit soms tot het samenvoegen van sectoren, zodat op het laagst mogelijke niveau de gewenste informatie valt te presenteren. In de tabellen bij de grafieken zijn dan ook lege cellen te zien. Dit houdt in dat deze een celvulling hadden van minder dan 10 personen en de betreffende sector is toegevoegd aan het cluster overig. Op deze manier is getracht de vergelijkbaarheid tussen opleidingen zoveel mogelijk overeind te houden. Bij enkele opleidingen zijn andere keuzes voor clustering gemaakt, om zo de meest relevante arbeidsmarktsectoren inzichtelijk te houden. De sectorindeling is opgenomen in bijlage 3. Specifieke aandacht gaat uit naar de Economische sector. Dit is de sector waarvan op grond van de opleidingen, verwacht mag worden dat de gediplomeerden aan de slag gaan. Deze bestaat naast financiële instellingen, verzekeringen, pensioenfondsen, zakelijke en financiële diensterlening, ook uit overheid, arbeidsbemiddeling en rechtspraak. Geen baan In deze grafieken is ook opgenomen hoeveel afgestudeerden geen baan hebben op het peilmoment. Hierbij moet worden bedacht dat dit inhoudt dat men niet voorkomt in het banenbestand. Het banenbestand van CBS geeft alleen de mensen weer die in Nederland een aanstelling hebben. Mensen die dus zijn geëmigreerd, in de tussentijd zijn overleden of er vrijwillig voor hebben gekozen om niet te werken, bijvoorbeeld om verder te studeren, zijn dus ook in de cijfers over geen baan meegenomen. 121

136

137 Bijlage 10 Methodische toelichting HBO-Monitor Ongeveer anderhalf jaar na het afstuderen worden hbo-afgestudeerden geënquêteerd voor de HBO-Monitor (ROA, 2012). Deze wordt uitgevoerd samen met DESAN, onder auspiciën van de Vereniging Hogescholen. Bijna alle hbo ers die in 2010 hun diploma hebben behaald, zijn eind 2011 geënquêteerd. In 2011 hebben er ruim meegedaan aan het onderzoek. Deze aantallen worden weer teruggewogen naar hbo ers. Hier volgen de resultaten van de economische opleidingen zoals deze zijn geselecteerd voor de sectoranalyse. Hierbij zijn opleidingen waarvoor minder dan 10 respondenten waren, weggelaten. In totaal betreft het hbo-afgestudeerden in Voor de aansluiting van de opleiding bij de arbeidsmarkt zijn drie soorten kenmerken van belang: 1. kenmerken van de arbeidsmarkt (vindt men makkelijke en snel een baan); 2. kenmerken van de baan (vindt men een aantrekkelijke baan); 3. de ervaringen van de afgestudeerde over de aansluiting tussen de opleiding en de baan. De analyse is uitgevoerd op de meest recente HBO-Monitor. Voor een aantal kenmerken zullen deze gegevens uit 2011 worden vergeleken met de resultaten uit het onderzoek dat eind 2007 is gehouden onder hbo ers die gediplomeerd zijn in Deze lichting hbo ers is de arbeidsmarkt opgestroomd vóór de crisis in Nederland merkbaar werd. De afstudeerders uit 2010 hebben wel volop te maken met de crisis. Daarmee valt duidelijk te maken of aansluitingsproblemen vooral met de conjunctuur te maken hebben, of dat ze met de specifieke baan of opleiding te maken hebben. In 2007 hebben respondenten meegedaan aan de HBO-Monitor. Opgehoogd zijn dit hbo-gediplomeerden. Waar cijfers over 2007 zijn opgenomen, staat dit specifiek vermeld. Tabel B10.1 geeft de verdeling van de hbo-gediplomeerden over de opleidingen op basis van de gewogen aantallen. Vooral de Commerciële en Management opleidingen zijn gegroeid, evenals de opleidingen in het cluster Rechten. Het cluster met HRM-opleidingen was in 2007 nog niet aanwezig. 123

138 Tabel B10.1 Aantal hbo-afgestudeerden, 2007 en 2011 Subclusters Economische opleidingen Financiële opleidingen Accountancy Bedrijfseconomie Fiscale economie Financial services management Totaal Commerciële opleidingen Commerciële economie Trade management gericht op Azië International business and languages Small business and retail management Food & Business Totaal Management opleidingen Ad small business and retail manag. 31 Bestuurskunde/overheidsmanag Management, economie en recht logistiek en economie Toerisme en recreatie 86 Facility management Hoger hotelonderwijs Hoger toeristisch en recreatief onderw Vrijetijdsmanagement Office mangement 9 22 International business and management Media en entertainment management Integrale veiligheid Vastgoed en makelaardij People and business management 26 Totaal Communicatie opleidingen Crossmediale communicatie 14 Communicatie communicatiesystemen Hogere europese beroepen opleiding Journalistiek Orientaalse talen communicatie 27 Vertaalacademie 30 Totaal Rechten Rechten Hogere juridische opleiding 46 Sociaal juridische dienstverlening Totaal HRM Ad personeel en arbeid 26 Personeel en arbeid Totaal Gezondheidszorg Ad management in de zorg Management in de zorg 284 Totaal Sport Sport, gezondheid en management Landbouw Bedrijfskunde en agribusiness Onderwijs Leraar VO algemene economie(2e graad) Techniek Bouwmanagement en vastgoed 300 Informatiedienstverlening en manag Information management/ bedr.informatic Totaal Totaal Bron: HBO-Monitor 2007 en 2011, bewerking ITS. 124

139 Bijlage 11 Sectoroverzichten 125

140

141 11.A. Business Administration: Financiële opleidingen Spreiding opleidingen en aantal studenten over Nederland 127

142 Ontwikkeling in opleidingen In 2012/13 zijn er vijftien instellingen die bekostigde opleidingen in het subcluster Financiële opleidingen aanbieden. Het aantal instellingen is de afgelopen vijf jaar iets gedaald (zie Figuur A.1). Figuur A.1 Financiële opleidingen aantal instellingen/lesplaatsen aantal instellingen aantal lesplaatsen / / / / / / / / / /13 De scherpe daling in 2010/11 betreft vooral een administratieve wijzigingen: in dat jaar beëindigden Avans, Fontys en Saxion hun opleidingen op de brin van nevenvestigingen om deze het volgende studiejaar (2011/12) weer te starten onder het algemeen brinnummer. In totaal worden in 2012/13 op 25 lesplaatsen financiële opleidingen aangeboden. Dit aantal is de afgelopen vijf jaar vrij stabiel (met uitzondering van de eerder genoemde administratieve dip in 2010/11). Een opleidingscode kan op verschillende instellingen worden aangeboden. De bacheloropleidingen Bedrijfseconomie en Accountancy worden op het hoogste aantal instellingen aangeboden (resp. 15 en 13 instellingen in 2012/13). Aantal opleidingen Het aantal Financiële opleidingen is de afgelopen vijf jaar licht toegenomen (zie Figuur A.2). De tijdelijke daling in 2010/11 hangt vooral samen met administratieve beëindigingen van Avans, Fontys en Saxion. Ook wordt in 2010/11 bacheloropleiding Fiscale Economie (34409) op de laatste zeven lesplaatsen beëindigd, om in 2011/12 te starten als B Fiscaal Recht en Economie (34140). 128

143 Figuur A.2 Financiële opleidingen aantal opleidingen aantal gestarte/lopende opleidingen aantal gestarte/beëindigde opleidingen / / / / / / / / / /13 Spreiding naar provincie In 2012/13 worden in alle provincies Financiële opleidingen aangeboden. In Zuid-Holland, Noord-Holland en Noord-Brabant worden de meeste opleidingen aangeboden (zie Tabel A.1). Tabel A.1 Financiële opleidingen aantal startende/lopende opleidingen per provincie 2008/ / / / /13 Groningen Friesland Drenthe Overijssel Gelderland Utrecht Noord-Holland Zuid-Holland Zeeland Noord-Brabant Limburg Flevoland In- en uitstroom Instroom Het aantal eerstejaars studenten dat zich inschrijft voor een Financiële opleiding is tussen 2008/09 en 2012/13 met 10% gestegen, van naar (zie Tabel A.2). Het totaal aantal ingeschreven studenten aan Financiële opleidingen is tussen 2008/09 en 2012/13 met 14% gestegen van naar Het aantal ingeschreven studenten is het meest gestegen bij Bedrijfseconomie (+16%). Met studenten (waarvan eerstejaars) is dit in 2012/13 verreweg de grootste opleiding. 129

144 Tabel A.2 Financiële opleidingen aantal studenten startende/lopende opleidingen 2008/ / / / / B Pensioenen en Verzekeringen 1e jrs totaal B Fiscaal Recht en Economie 1e jrs totaal B Bedrijfseconomie 1e jrs totaal B Accountancy 1e jrs totaal B Fiscale Economie 1e jrs totaal B Financial Services Management 1e jrs totaal Ad Accountancy 1e jrs totaal Ad Assistent Fiscalist 1e jrs totaal Ad Financiële Dienstverlening 1e jrs totaal Ad Bedrijfseconomie 1e jrs totaal Ad Financial Services Management 1e jrs totaal Totaal Financiële opleidingen 1e jrs totaal Doorstroom In Tabel A.3 is het aandeel studenten opgenomen dat na drie jaar niet meer ingeschreven staat op een opleiding in het hoger onderwijs. Bij financiële (bachelor)opleidingen fluctueert deze uitval uit het hbo (kan ook doorstroom naar wo zijn) enigszins per jaar en per opleiding, maar ligt tussen 17% en 25%. Tabel A.3 Financiële opleidingen % uitval uit ho na 3 jaar, naar instroomcohort. 2004/ / / / / B Fiscaal Recht en Economie 20% 20% 21% 17% 24% B Bedrijfseconomie 21% 21% 24% 22% 21% B Accountancy 21% 18% 21% 23% 21% B Financial Services Management 18% 23% 25% 24% 23% 130

145 Dieper inzoomend, blijkt dat de doorstroom lager ligt dan de 75 tot 83 procent (zie Tabel A.4). Het aandeel studenten van financiële (bachelor)opleidingen dat na 3 jaar aan dezelfde opleiding staat ingeschreven, of een diploma heeft behaald van dezelfde opleiding (als waarbij ingeschreven) ligt namelijk tussen 47 en 62 procent. De rest van de studenten is in de tussentijd van opleiding veranderd, of helemaal gestopt. Tabel A.4 Financiële opleidingen % zelfde opleiding na 3 jaar, naar instroomcohort. 2004/ / / / / B Fiscaal Recht en Economie 56% 55% 49% 56% 47% B Bedrijfseconomie 56% 53% 52% 51% 52% B Accountancy 54% 54% 50% 51% 48% B Financial Services Management 62% 60% 58% 54% 54% Gediplomeerde uitstroom Het aantal gediplomeerden van Financiële opleidingen is de afgelopen vijf jaar gestegen van in 2007/08 naar in 2011/12 (zie Tabel A.5). Dit hangt vooral samen met een stijging van het aantal gediplomeerden bij Accountancy (bachelor en Ad opleiding) en bij Fiscaal Recht en Economie/Fiscale Economie. Het aantal gediplomeerden van Bedrijfseconomie, met bijna gediplomeerden verreweg de grootste opleiding, is stabiel. Tabel A.5 Financiële opleidingen aantal gediplomeerden 2007/ / / / /12 B Fiscaal Recht en Economie B Bedrijfseconomie B Accountancy B Fiscale Economie B Financial Services Management Ad Accountancy Ad Assistent Fiscalist Ad Financiële Dienstverlening Ad Bedrijfseconomie Financiële opleidingen Arbeidsmarktsituatie na afstuderen In Figuur A.3 is goed te zien dat afgestudeerden uit de financiële sector terechtkomen in de Economische sector. Direct na afstuderen is de gediplomeerde uitstroom nog redelijk diverse werkzaam, maar na drie à vier jaar is het merendeel in de Economische sector aan de slag. 131

146 Figuur A.3 Arbeidsmarktsituatie financiële opleidingen in jaar van afstuderen en na 3 à 4 jaar Bron: CBS, bewerking ITS 132

147 11.B. Business Administration: Commerciële opleidingen Spreiding opleidingen en aantal studenten over Nederland Ontwikkelingen in het opleidingenaanbod In 2012/13 zijn er zeventien instellingen die bekostigde opleidingen in het subcluster commerciële opleidingen aanbieden (zie Figuur B.1). Het aantal instellingen is de afgelopen vijf jaar iets gedaald. In totaal worden in 2012/13 op 32 lesplaatsen financiële opleidingen aangeboden. Dit aantal is de afgelopen vijf jaar vrij stabiel. De bacheloropleiding B Commerciële Economie wordt op het hoogste aantal instellingen aangeboden (16 instellingen in 2012/13). 133

148 Figuur B.1 Commerciële opleidingen aantal instellingen/lesplaatsen aantal instellingen aantal lesplaatsen / / / / / / / / / /13 Aantal opleidingen Het aantal commerciële opleidingen is de afgelopen vijf jaar licht toegenomen (zie Figuur B.2). De tijdelijke daling in 2010/11 hangt vooral samen met administratieve beëindigingen van Avans, Fontys en Saxion (opleidingen worden op de nevenvestiging beëindigd, om het volgende jaar weer op de hoofdbrin verder te gaan). Figuur B.2 Commerciële opleidingen aantal opleidingen aantal gestarte/lopende opleidingen aantal gestarte/beëindigde opleidingen / / / / / / / / / /13 134

149 Spreiding naar provincie In 2012/13 worden in alle provincies commerciële opleidingen aangeboden. In Noord-Brabant, Noord- en Zuid-Holland worden de meeste commerciële opleidingen aangeboden (zie Tabel B.1). Tabel B.1 Commerciële opleidingen aantal startende/lopende opleidingen per provincie 2008/ / / / /13 Groningen Friesland Drenthe Overijssel Gelderland Utrecht Noord-Holland Zuid-Holland Zeeland Noord-Brabant Limburg Flevoland In-, door- en uitstroom Instroom Het aantal eerstejaars studenten dat zich inschrijft voor een Commerciële opleiding is tussen 2008/09 en 2012/13 met 10% gestegen, van naar (zie Tabel 4.2). Het totaal aantal ingeschreven studenten aan Commerciële opleidingen is tussen 2008/09 en 2012/13 met 15% gestegen van naar Het aantal ingeschreven studenten is het meest gestegen bij de bacheloropleiding B Commercieel Management (+72%) en de Ad Small Business en Retail Management (+87%). Met studenten (waarvan eerstejaars) is Commerciële economie in 2012/13 verreweg de grootste Commerciële opleiding. 135

150 Tabel B.2 Commerciële opleidingen aantal studenten startende/lopende opleidingen 2008/ / / / / B Advanced Business Creation 1e jrs totaal B International Business 1e jrs totaal B Trade Management gericht op Azië 1e jrs totaal B Commercieel Management 1e jrs totaal B Commerciële Economie 1e jrs totaal B International Business and Languages 1e jrs totaal B Small Business en Retail Management 1e jrs totaal B Food and Business 1e jrs totaal B Kunst en Economie 1e jrs totaal B Lifestyle 1e jrs totaal Ad Small Business en Retail Management 1e jrs totaal Ad Assistent Marketeer 1e jrs totaal Ad Marketing Management 1e jrs totaal Ad Ondernemen 1e jrs totaal Ad Retail Management 1e jrs totaal Ad Commercieel Management 1e jrs totaal Ad Commerciële Economie 1e jrs totaal Totaal Commerciële opleidingen 1e jrs totaal

151 Doorstroom Het aandeel studenten van Commerciële opleidingen dat na 3 jaar niet meer ingeschreven staat aan een opleiding in het hoger onderwijs fluctueert enigszins per opleiding en cohort, maar ligt tussen de 14% en 30% (zie Tabel B.3). Tabel B.3 Commerciële opleidingen % uitval uit ho na 3 jaar, naar instroomcohort. 2004/ / / / / B international business 15% 19% 15% 20% 18% B trade management gericht op Azië 23% 19% 21% 20% 21% B commercieel management 25% 21% 27% 30% 27% B commerciële economie 22% 23% 24% 24% 21% B international business and languages 24% 20% 22% 20% 20% B small business en retail management 29% 30% 31% 30% 30% B food and business 25% 28% 28% 20% 28% B kunst en economie 17% 22% 14% 16% 18% Het aandeel studenten van Commerciële opleidingen dat na 3 jaar nog aan dezelfde opleiding staat ingeschreven, of een diploma heeft behaald van dezelfde opleiding (als waarbij ingeschreven), fluctueert per opleiding en cohort, tussen 42% en 70% (zie Tabel B.4). De rest van de studenten is in de tussentijd van opleiding veranderd, of helemaal gestopt. Tabel B.4 Commerciële opleidingen - % zelfde opleiding na 3 jaar, naar instroomcohort. 2004/ / / / / B international business 70% 65% 69% 66% 65% B trade management gericht op Azië 62% 58% 57% 48% 51% B commercieel management 58% 63% 55% 43% 42% B commerciële economie 58% 58% 54% 53% 57% B international business and languages 51% 51% 49% 51% 49% B small business en retail management 53% 49% 44% 45% 46% B food and business 60% 52% 53% 51% 44% B kunst en economie 56% 52% 60% 58% 60% Gediplomeerden Het aantal gediplomeerden van Commerciële opleidingen is de afgelopen vijf jaar met 13% gestegen, van in 2007/08 naar in 2011/12 (zie Tabel B.5). Niet alle opleidingen laten echter een stijging zien: het aantal gediplomeerden bij de bacheloropleiding Small Business en Retail Management daalde juist met 16%. 137

152 Tabel B.5 Commerciële opleidingen- aantal gediplomeerden 2007/ / / / / B Advanced Business Creation B International Business B Trade Management gericht op Azië B Commercieel Management B Commerciële Economie B International Business and Languages B Small Business en Retail Management B Food and Business B Kunst en Economie B Lifestyle Ad Small Business en Retail Management Ad Assistent Marketeer Ad Marketing Management Ad Ondernemen Ad Retail Management Ad Commercieel Management Ad Commerciële Economie Totaal Commerciële opleidingen Arbeidsmarktsituatie na afstuderen In Figuur B.3 is goed te zien dat afgestudeerden uit de commerciële opleidingen een zeer diverse uitstroom naar de arbeidsmarkt kennen. Dit kan worden geïnterpreteerd als een moeizame arbeidsmarkt, maar de situatie na drie à vier jaar is qua sector niet wezenlijk anders. Wel werken dan iets meer mensen in de verwachte sectoren, toch kennen commerciële opleidingen een zeer diverse uitstroom die samenhangt met hun werkveld. Het aandeel dat geen baan heeft is redelijk hoog, variërend van een enkeling bij een specifieke opleiding tot bijna een zesde drie à vier jaar na afstuderen bij international business and languages. Dit behoeft echter wel enige nuance. Er is gekeken naar de baansituatie in Nederland. Juist deze gediplomeerden kunnen vaker in het buitenland aan de slag zijn. Het aandeel werkzaam via een uitzendbureau is met 12,8% iets hoger dan doorgaans in andere sectoren, maar niet echt afwijkend. Een vergelijkbare constatering geldt voor trade management gericht op Azië, waar het aandeel dat naar een uitzendbureau nog weer hoger ligt (de absolute aantallen zijn hier echter weer lager). Relatief veel afgestudeerden komen, naast de Economische sector, na drie à vier jaar terecht in de groothandel en detailhandel. Waar dit bij andere opleidingen nog wel eens een teken kan zijn van bijbaantjes in het jaar van afstuderen, is dit hier juist gekoppeld aan het werkveld (food & business, small busines & retail management). Food & Business heeft ook een grote uitstroom naar landbouw/industrie/bouw, wat op grond van deze opleiding ook niet verwonderlijk is. 138

153 Figuur B.3 Arbeidsmarktsituatie commerciële opleidingen in jaar van afstuderen en na 3 à 4 jaar Bron: CBS, bewerking ITS 139

154

155 11.C. Business Administration: Managementopleidingen Spreiding opleidingen en aantal studenten over Nederland 141

156 Ontwikkelingen in het opleidingenaanbod In 2012/13 zijn er negentien instellingen die bekostigde opleidingen in het subcluster managementopleidingen aanbieden (zie Figuur C.1). Het aantal instellingen is de afgelopen vijf jaar iets gedaald. In totaal worden in 2012/13 op 37 lesplaatsen financiële opleidingen aangeboden. Dit aantal is de afgelopen vijf jaar vrij stabiel, met uitzondering van een dip in 2010/11 en 2011/12. Deze dip wordt vooral veroorzaakt door administratieve wijzigingen. De bacheloropleidingen Bedrijfskunde MER en International Business and Management Studies worden op het hoogste aantal instellingen aangeboden (14 instellingen in 2012/13). Figuur C.1 Managementopleidingen aantal instellingen/lesplaatsen aantal instellingen aantal lesplaatsen / / / / / / / / / /13 Aantal opleidingen Het aantal managementopleidingen is de afgelopen vijf jaar toegenomen (zie Figuur C.2). De tijdelijke daling in 2010/11 en 2011/12 hangt vooral samen met administratieve beëindigingen van Avans, Fontys en Saxion (opleidingen worden op de nevenvestiging beëindigd, om het volgende jaar weer op de hoofdbrin verder te gaan) en de beëindiging van de bacheloropleiding voor Management, Economie en Recht (MER) die overgaat in de bachelor Bedrijfskunde MER. Figuur C.2 Managementopleidingen aantal opleidingen aantal gestarte/lopende opleidingen aantal gestarte/beëindigde opleidingen / / / / / / / / / /13 142

157 Spreiding naar provincie In 2012/13 worden in alle provincies Managementopleidingen aangeboden. In Zuid- en Noord- Holland en Noord-Brabant worden de meeste Managementopleidingen aangeboden (zie Tabel C.1). Tabel C.1 Managementopleidingen aantal startende/lopende opleidingen per provincie 2008/ / / / /13 Groningen Friesland Drenthe Overijssel Gelderland Utrecht Noord-Holland Zuid-Holland Zeeland Noord-Brabant Limburg Flevoland In-, door- en uitstroom Instroom Het aantal eerstejaars studenten dat zich inschrijft voor een managementopleiding in de sector economie is tussen 2008/09 en 2012/13 licht gedaald (-3%), van naar Het totaal aantal ingeschreven studenten aan managementopleidingen is tussen 2008/09 en 2012/13 echter met 7% gestegen van naar (zie Tabel C.2). Opleidingen met een relatief sterke groei zijn de bacheloropleidingen Business Management en Integrale Veiligheid. De bacheloropleidingen Bedrijfskunde MER ( studenten, waarvan eerstejaars) en B International Business and Management Studies ( studenten, waarvan eerstejaars) zijn in 2012/13 verreweg de grootste Managementopleiding. 143

158 Tabel C.2 Managementopleidingen aantal studenten startende/lopende opleidingen 2008/ / / / / B Windesheim Honours College 1e jrs totaal B Security Management 1e jrs totaal B Vitaliteitsmanagement & Toerisme 1e jrs totaal B Office Management 1e jrs totaal B People and Business Management 1e jrs totaal B Business Management 1e jrs totaal B Toegepaste Bedrijfskunde 1e jrs totaal B Bedrijfskunde MER 1e jrs totaal B Hoger Toeristisch en Recreatief Onderwijs 1e jrs totaal B Hoger Hotelonderwijs 1e jrs totaal B Opleiding voor Management, Economie en Recht 1e jrs totaal B Logistiek en Economie 1e jrs totaal B Vrijetijdsmanagement 1e jrs totaal B Bestuurskunde/ Overheidsmanagement 1e jrs totaal B Facility Management 1e jrs totaal B International Business and Management Studies B Media en Entertainment Management 1e jrs totaal e jrs totaal B Integrale Veiligheid 1e jrs totaal B Vastgoed en Makelaardij 1e jrs totaal B Business Administration in Hotel Management 1e jrs totaal

159 2008/ / / / / B Integrale Veiligheidskunde 1e jrs totaal B Functiegerichte Bachelor in Toerisme en Recreatie 1e jrs totaal Ad Facility Management 1e jrs totaal Ad Officemanagement 1e jrs totaal Ad Functiegerichte Bachelor in Toerisme en Recreatie 1e jrs totaal Ad Vrijetijdsmanagement 1e jrs totaal Ad Hoger Hotelonderwijs 1e jrs totaal Ad Hoger Toeristisch en Recreatief Onderwijs 1e jrs totaal Ad Bedrijfskunde 1e jrs totaal Ad Vitaliteitsmanagement & Toerisme 1e jrs totaal Ad Facilitair Eventmanagement 1e jrs totaal Ad Business Management 1e jrs totaal Totaal Managementopleidingen 1e jrs totaal Doorstroom Het aandeel studenten van managementopleidingen dat na drie jaar niet meer ingeschreven staat aan een opleiding in het hoger onderwijs fluctueert enigszins per opleiding en cohort, maar ligt tussen de 11% en 28% (zie Tabel C.3). Bij de bacheloropleidingen Logistiek en economie, Integrale veiligheid en Vastgoed & makelaardij ligt het aandeel studenten dat tussentijd van opleiding verandert of helemaal stopt met de opleiding, relatief hoog. 145

160 Tabel C.3 Managementopleidingen- % uitval uit ho na 3 jaar, naar instroomcohort 2004/ / / / / B people and business management 21% 19% 21% 15% 11% B business management x x x x x B toegepaste bedrijfskunde x x x x x B hoger toeristisch en recreatief onderwijs 16% 20% 18% 18% 19% B hoger hotelonderwijs 17% 18% 16% 17% 17% B opleiding voor management, economie en recht 21% 20% 22% 21% 21% B logistiek en economie 25% 25% 27% 27% 28% B vrijetijdsmanagement 21% 20% 22% 22% 22% B bestuurskunde/overheidsmanagement 17% 18% 21% 19% 21% B facility management 18% 21% 18% 17% 20% B international business and management studies 24% 23% 25% 25% 24% (economie) B media en entertainment management 20% 19% 18% 20% 19% B integrale veiligheid 28% 29% 29% 31% 27% B vastgoed en makelaardij 25% 21% 29% 26% 21% B business administration in hotel management 13% 15% 15% 9% 13% B integrale veiligheidskunde 23% 26% 25% 21% 24% B functiegerichte bachelor in toerisme en recreatie 13% 21% 25% 19% 18% x= te kleine aantallen/geen gegevens beschikbaar Het aandeel studenten van managementopleidingen dat na drie jaar aan dezelfde opleiding staat ingeschreven, of een diploma heeft behaald van dezelfde opleiding (als waarbij ingeschreven), fluctueert per opleiding en cohort, tussen 49% en 84% (zie tabel 5.4). Deze 84% voor hotelmanagement is voor hbo-begrippen vrij hoog, maar is te verklaren doordat dit een zeer specifieke opleiding is. 146

161 Tabel C.4 Managementopleidingen - % zelfde opleiding na 3 jaar, naar instroomcohort 2004/ / / / / B people and business management 61% 54% 56% 68% 70% B business management x x x x x B toegepaste bedrijfskunde x x x x x B hoger toeristisch en recreatief onderwijs 67% 65% 69% 65% 63% B hoger hotelonderwijs 73% 70% 71% 69% 67% B opleiding voor management, economie en 56% 55% 53% 53% 52% recht B logistiek en economie 59% 59% 57% 55% 54% B vrijetijdsmanagement 60% 63% 61% 60% 58% B bestuurskunde/overheidsmanagement 65% 53% 53% 57% 55% B facility management 70% 63% 64% 64% 59% B international business and management 61% 59% 54% 55% 58% studies (economie) B media en entertainment management 63% 65% 64% 63% 63% B integrale veiligheid 55% 55% 55% 49% 54% B vastgoed en makelaardij 51% 60% 49% 49% 53% B business administration in hotel management 79% 78% 78% 84% 81% B integrale veiligheidskunde 60% 57% 55% 58% 58% B functiegerichte bachelor in toerisme en recreatie 71% 58% 59% 59% 57% x= te kleine aantallen/geen gegevens beschikbaar Gediplomeerden Het aantal gediplomeerden van managementopleidingen is de afgelopen vijf jaar licht gestegen (+3%), van in 2007/08 naar in 2011/12 (zie Tabel C.5). Opleidingen waar het aantal gediplomeerden sterk is toegenomen zijn de bacheloropleidingen Functiegerichte Bachelor in Toerisme en Recreatie (+141%), Integrale Veiligheidskunde (+45%) en Vastgoed en Makelaardij (+26%). 147

162 Tabel C.5 Managementopleidingen- aantal gediplomeerden 2007/ / / / / Kort HBO Facility Management B Windesheim Honours College B Security Management B Vitaliteitsmanagement & Toerisme B Office Management B People and Business Management B Business Management B Toegepaste Bedrijfskunde B Bedrijfskunde MER B Hoger Toeristisch en Recreatief Onderwijs B Hoger Hotelonderwijs B Opleiding voor Management, Economie en Recht B Logistiek en Economie B Vrijetijdsmanagement B Bestuurskunde/ Overheidsmanagement B Facility Management B International Business and Management Studies B Media en Entertainment Management B Integrale Veiligheid B Vastgoed en Makelaardij B Business Administration in Hotel Management B Integrale Veiligheidskunde B Functiegerichte Bachelor in Toerisme en Recreatie Ad Facility Management Ad Officemanagement Ad Functiegerichte Bachelor in Toerisme en Recreatie Ad Vrijetijdsmanagement Ad Hoger Hotelonderwijs Ad Hoger Toeristisch en Recreatief Onderwijs Ad Bedrijfskunde Ad Vitaliteitsmanagement & Toerisme Ad Facilitair Eventmanagement Ad Business Management Totaal Management opleidingen Arbeidsmarktsituatie na afstuderen In Figuur C.3, Figuur C.4 en Figuur C.5 is de arbeidsmarktsituatie grafisch weergegeven voor de verschillende managementopleidingen. Ook hier valt op dat de international business studies relatief vaak geen baan lijken te hebben. Het lijkt echter zeer voor de hand liggend dat deze 148

163 gediplomeerden voor en groot deel in het buitenland werkzaam zijn. Daarnaast springen de toeristische opleidingen in het oog, doordat ze veelal niet in de Economische sector werken. Dit lijkt te verklaren doordat deze vaker in de horeca werken en ook relatief vaker geen baan lijken te hebben. Ook hier speelt de internationale component van het werk vermoedelijk een rol, hoewel het aandeel dat werkzaam is via een uitzendbureau in deze sectoren ook relatief hoger ligt, zij het licht, dan bij de meeste andere managementopleidingen (en ook in vergelijk met andere clusters). Figuur C.3 Arbeidsmarktsituatie managementopleidingen in jaar van afstuderen en na 3 à 4 jaar, deel 1 Bron: CBS, bewerking ITS Een andere opleiding waar veel gediplomeerden uitstromen naar andere dan de Economische sector is logistiek en economie. Ongeveer twee vijfde komt terecht in sectoren waar logistiek een grote rol speelt, namelijk groothandel/detailhandel (bijna een kwart) en in de landbouw/industrie/bouw (bijna een zesde). De uitstroom is hier echter uiterst divers en ook het aandeel dat geen baan heeft gevonden lijkt relatief groot. Afgestudeerden in de vastgoed en makelaardij komen binnen dit cluster nog het meest in de Economische sector terecht. Uit deze cijfers blijkt nog niet een direct effect van de economische crises. Dit kan deels komen door het peilmoment en het samenvoegen van meerdere jaren van afgestudeerden. 149

164 Figuur C.4 Arbeidsmarktsituatie management in jaar van afstuderen en na 3 à 4 jaar, deel 2 Bron: CBS, bewerking ITS Figuur C.5 Arbeidsmarktsituatie management in jaar van afstuderen en na 3 à 4 jaar, deel 3 Bron: CBS, bewerking ITS 150

Subsector politicologie en bestuurskundige opleidingen

Subsector politicologie en bestuurskundige opleidingen Subsector politicologie en bestuurskundige Samenvatting... 2 Weinig deeltijd... 2 Wo-instroom... 3 Weinig uitval iets toegenomen... 3 Veel switch... 3 Vier in herstel... 3 Veel studenten raden opleiding

Nadere informatie

Feiten en cijfers. Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs

Feiten en cijfers. Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs 2010 1 Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs 2010 Ten opzichte van 2009 is de instroom stabiel: -0,3 procent

Nadere informatie

Subsector pedagogische opleidingen

Subsector pedagogische opleidingen Samenvatting... 2 Gemiddeld in aantal en inschrijvingen... 2 Meeste instroom in hbo-... 3 Weinig uitval... 3 Relatief minder switchers... 3 Hoog rendement in hbo-bachelor en wo-master... 3 Accreditatie-uitkomsten:

Nadere informatie

evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave

evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave ijs arbeid dat a zorg onderwijs zekerheid t enschap rg welzijn obilit eit n beleids- Het ITSmaakt deel uit van de Radboud Universiteit Nijmegen evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave CE

Nadere informatie

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2013: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juni 2014

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2013: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juni 2014 Feiten en cijfers HBO-Monitor 2013: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo juni 2014 Honderden Feiten en cijfers 2 Inleiding In deze factsheet staan de arbeidsmarktresultaten van hbo-afgestudeerden

Nadere informatie

kengetallen vmbo mbo Ad hbo in het ECABO-domein

kengetallen vmbo mbo Ad hbo in het ECABO-domein ECABO arbeidsmarktonderzoek kengetallen vmbo mbo Ad hbo in het ECABO-domein Odile Sondermeijer Januari 2014 1 Inhoud blz. Inleiding 3 Samenvatting 4 1 Het vmbo 5 1.1 Leerwegen en sectoren in het vmbo 5

Nadere informatie

Aanvraagformulier nevenvestiging macrodoelmatigheidstoets beleidsregel 2014

Aanvraagformulier nevenvestiging macrodoelmatigheidstoets beleidsregel 2014 Aanvraagformulier nevenvestiging macrodoelmatigheidstoets beleidsregel 2014 Basisgegevens Soort aanvraag (kruis aan wat van toepassing is): Naam instelling(en) Contactpersoon/contactpersonen Contactgegevens

Nadere informatie

Subsector psychologie

Subsector psychologie Samenvatting... 2 Gemiddeld qua aantallen opleidingen... 2 Groot aantal studenten... 3 Grotendeels wo-subsector... 3 Weinig mbo-instroom in hbo-bachelor... 3 Weinig uitval... 3 Minste switch... 3 Diplomarendement

Nadere informatie

Tekorten op de ICT-arbeidsmarkt verklaard Door Has Bakker (beleidsadviseur ICT~Office)

Tekorten op de ICT-arbeidsmarkt verklaard Door Has Bakker (beleidsadviseur ICT~Office) Tekorten op de ICT-arbeidsmarkt verklaard Door Has Bakker (beleidsadviseur ICT~Office) ICT~Office voorspelt een groeiend tekort aan hoger opgeleide ICT-professionals voor de komende jaren. Ondanks de economische

Nadere informatie

3.1.1 Bezoekersaantallen Open Dag

3.1.1 Bezoekersaantallen Open Dag 3 Onze studenten 3.1 Oriëntatie op vervolgonderwijs 3.1.1 Bezoekersaantallen Open Dag Bezoekersaantallen per vestiging nov 06 2007 2008 2009 2010 De Haagse Hogeschool 2832 14926 15575 19529 17405 De Haagse

Nadere informatie

Format samenvatting aanvraag. Opmerking vooraf

Format samenvatting aanvraag. Opmerking vooraf Format samenvatting aanvraag Opmerking vooraf Mocht u de voorkeur geven aan openbaarmaking van de gehele aanvraag in plaats van uitsluitend onderstaande samenvatting dan kunt u dat kenbaar maken bij het

Nadere informatie

Samenvatting aanvraag

Samenvatting aanvraag Samenvatting aanvraag Algemeen Soort aanvraag (kruis aan wat van toepassing Nieuwe opleiding is): Nieuw Ad programma Nieuwe hbo master Nieuwe joint degree 1 Verplaatsing bestaande opleiding Nevenvestiging

Nadere informatie

evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave

evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave ijs arbeid data zorg onderwijs zekerheid etenschap rg welzijn mobiliteit jn beleids- Het ITS maakt deel uit van de Radboud Universiteit Nijmegen evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave Wachtdagen

Nadere informatie

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Aanmelding voor opleidingen tot vo docent steeds vroeger, pabo trekt steeds minder late aanmelders juni 2009 Inleiding Om de (toekomstige) leraartekorten

Nadere informatie

Aantal instromende studenten tussen 2010 2014 gedaald. Figuur 1: Ontwikkeling instroom lerarenopleidingen 2010 2014. 1

Aantal instromende studenten tussen 2010 2014 gedaald. Figuur 1: Ontwikkeling instroom lerarenopleidingen 2010 2014. 1 Het aantal studenten dat start met een opleiding tot leraar basisonderwijs, leraar speciaal onderwijs of leraar voortgezet onderwijs is tussen en afgenomen. Bij de tweedegraads en eerstegraads hbo-lerarenopleidingen

Nadere informatie

Barneveld, 20 december 2012

Barneveld, 20 december 2012 Aan Mevrouw dr. Jet Bussemaker Minister Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Postbus 16375 2500 BJ Den Haag en Mevrouw S.A.M. Dijksma Staatssecretaris van Economische Zaken Postbus 20101 2500 EC Den Haag Barneveld,

Nadere informatie

Overzicht Lotingstudies HBO Laatste wijziging: 14-9-15

Overzicht Lotingstudies HBO Laatste wijziging: 14-9-15 Overzicht Lotingstudies HBO Laatste wijziging: 14-9-15 Accountancy Hogeschool Utrecht Accountancy Hogeschool van Amsterdam Ad Sport, Gezondheid en Management Hanzehogeschool Groningen Advanced Business

Nadere informatie

Uw brief van Ons kenmerk Contactpersoon Zoetermeer. HBO/AS/2002/22534 25 juni 2002

Uw brief van Ons kenmerk Contactpersoon Zoetermeer. HBO/AS/2002/22534 25 juni 2002 OC enw Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen Europaweg 4 Postbus 25000 2700 LZ Zoetermeer Telefoon

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Wet Kwaliteit in verscheidenheid

Wet Kwaliteit in verscheidenheid Wet Kwaliteit in verscheidenheid Betekenis voor de doorstroom vo-hbo en mbo-hbo Presentatie VvSL-congres 7 november 2013 Pierre Poell voorzitter LICA Onderwerpen Achtergrond Wet Kwaliteit in verscheidenheid

Nadere informatie

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2015-2016

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2015-2016 Accountancy Hogeschool Utrecht 120 voltijd Accountancy Hogeschool van Amsterdam 150 voltijd 100 2x 16 maart 2015 Ad Eventmanager Hogeschool Utrecht 130 voltijd 100 3x 15 maart 2015 Ad Operationeel Sportmanagement

Nadere informatie

Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour

Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour In deze bijlage zijn feiten en cijfers opgenomen over het hoger onderwijs die illustratief kunnen zijn voor de discussies in de

Nadere informatie

De behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein

De behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein De behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein Afdeling arbeidsmarktonderzoek Odile Sondermeijer Maart 2014 14 03 13 De behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein 1 14 03 13 De behoefte aan Ad-opleidingen

Nadere informatie

Informatiebrief wetgeving bepaling hoogte collegegelden

Informatiebrief wetgeving bepaling hoogte collegegelden Informatiebrief wetgeving bepaling hoogte collegegelden In het Hoger Onderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijk en instellingscollegegeld. Het wettelijk collegegeld wordt door de minister vastgesteld

Nadere informatie

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2010: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juli 2011

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2010: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juli 2011 Feiten en cijfers HBO-Monitor 2010: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo juli 2011 2 Feiten en cijfers HBO-Monitor 2010: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo Afgestudeerden

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 22213 31 oktober 2012 Beleidsregel van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 oktober 2012, nr.

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013 Fact sheet nummer 5 maart 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Er zijn ruim 133.000 jongeren van 15 tot en met 26 jaar in Amsterdam (januari 2012). Met de meeste jongeren gaat het goed in het onderwijs

Nadere informatie

Bron Definities Onderwerpen

Bron Definities Onderwerpen Bron De kengetallen van de HBO-raad over studenten zijn gebaseerd op een extract uit het Centraal Register Inschrijvingen Hoger Onderwijs (CRIHO) dat de IB-groep in de eerste week van december 2010 heeft

Nadere informatie

NIDAP biedt hogescholen ondersteuning bij het analyseren van de marktkansen voor de verschillende deeltijd en duale bachelor- en masteropleidingen.

NIDAP biedt hogescholen ondersteuning bij het analyseren van de marktkansen voor de verschillende deeltijd en duale bachelor- en masteropleidingen. Audits NIDAP biedt hogescholen ondersteuning bij het analyseren van de marktkansen voor de verschillende deeltijd en duale bachelor- en masteropleidingen. 2 De NIDAP Audit richt zich op deeltijd/duale

Nadere informatie

Het associatedegreeprogramma in de Beleidsregel doelmatigheid 2014

Het associatedegreeprogramma in de Beleidsregel doelmatigheid 2014 Het associatedegreeprogramma in de Beleidsregel doelmatigheid 2014 Dirk Post Peter Ubachs 19 september 2014 Opbouw presentatie 1. Introductie 2. Aanvraagprocedure 3. Toetsingscriteria 4. Vragen vanuit

Nadere informatie

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2015-2016

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2015-2016 Accountancy Hogeschool Utrecht 120 voltijd 94 Accountancy Hogeschool van Amsterdam 150 voltijd 100 2x 15 maart 2015 187 Ad Eventmanager Hogeschool Utrecht 130 voltijd 100 3x 15 maart 2015 1 Ad Operationeel

Nadere informatie

Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1

Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1 Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1 Inleiding Hoeveel en welke studenten (autochtoon/allochtoon) schrijven zich in voor de pabo (lerarenopleiding basisonderwijs) en blijven na

Nadere informatie

TECHNISCH RAPPORT SECTORHOOFDSTUK HOGER ONDERWIJS. De Staat van het Onderwijs 2014/2015. April 2016

TECHNISCH RAPPORT SECTORHOOFDSTUK HOGER ONDERWIJS. De Staat van het Onderwijs 2014/2015. April 2016 TECHNISCH RAPPORT SECTORHOOFDSTUK HOGER ONDERWIJS De Staat van het Onderwijs 2014/2015 April 2016 INHOUD Inleiding 3 Belangrijkste bevindingen en aandachtspunten 4 1 Databronnen en definities 5 1.1 Databronnen

Nadere informatie

evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave

evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave ijs arbeid data zorg onderwijs zekerheid etenschap rg welzijn mobiliteit jn beleids- Het ITS maakt deel uit van de Radboud Universiteit Nijmegen evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave Verlangd

Nadere informatie

evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave

evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave ijs arbeid data zorg onderwijs zekerheid etenschap rg welzijn mobiliteit jn beleids- Het ITS maakt deel uit van de Radboud Universiteit Nijmegen evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave Bewegingsonderwijs

Nadere informatie

De behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein

De behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein De behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein Afdeling arbeidsmarktonderzoek Odile Sondermeijer Juni 2013 13 06 26 De behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein 1 13 06 26 De behoefte aan Ad-opleidingen

Nadere informatie

De behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein

De behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein De behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein Afdeling arbeidsmarktonderzoek Odile Sondermeijer Juni 2013 13 06 26 De behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein 1 13 06 26 De behoefte aan Ad-opleidingen

Nadere informatie

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Colofon ONDERZOEKER StartFlex B.V. CONSULTANCY Centre for applied research on economics & management (CAREM) ENQETEUR Alexander Sölkner EINDREDACTIE

Nadere informatie

Opleidingen in het HBO met (mogelijk) een tweede loting, studiejaar 2015 2016

Opleidingen in het HBO met (mogelijk) een tweede loting, studiejaar 2015 2016 Centrale Aanmelding en Plaatsing Opleidingen in het HBO met (mogelijk) een tweede loting, studiejaar 2015 2016 Bij een aantal opleidingen/instellingen zijn na de uitvoering van de loting nog plaatsen over.

Nadere informatie

Rapportage Kunsten-Monitor 2014

Rapportage Kunsten-Monitor 2014 Rapportage Kunsten-Monitor 2014 Inleiding In 2014 heeft de AHK deelgenomen aan het jaarlijkse landelijke onderzoek onder recent afgestudeerden: de Kunsten-Monitor. Alle bachelor en master afgestudeerden

Nadere informatie

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Fact sheet nummer 9 juli 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Er zijn in Amsterdam bijna 135.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2013). Veel jongeren volgen een opleiding of

Nadere informatie

Districtsrapportage. NOORDWEST -Noord-Holland-Noord -Zuidelijk Noord-Holland

Districtsrapportage. NOORDWEST -Noord-Holland-Noord -Zuidelijk Noord-Holland Districtsrapportage NOORDWEST - - 21 INHOUDSOPGAVE Pagina ACHTERGRONDINFORMATIE 3 1 WERKGELEGENHEID 4 2 VACATURES 5 3 ECABO ENQUETE 6 4 LEERLINGEN 7 5 GEDIPLOMEERDEN 8 7 PERSPECTIEVEN WERKGEVERS 1 8 ARBEIDSMARKTPERSPECTIEVEN

Nadere informatie

Het hbo ontcijferd 2005

Het hbo ontcijferd 2005 Het hbo ontcijferd 2005 HET HBO ONTCIJFERD 2005 april 2005 Colofon Titel: Het hbo ontcijferd 2005 Het hbo ontcijferd is een terugkerende publicatie van de HBO-raad en is gericht op de ontwikkelingen van

Nadere informatie

Benchmark Axisopleidingen

Benchmark Axisopleidingen Benchmark Axisopleidingen In opdracht van: Platform Bèta Techniek In samenwerking met Ministerie van OCW HBO-raad Project: 2008.104 Datum: Utrecht, 22 december 2008 Auteurs: Guido Ongena, MSc. drs. Rob

Nadere informatie

Onderzoeksrapport: zorgelijke terugloop leerwerkplekken mbo

Onderzoeksrapport: zorgelijke terugloop leerwerkplekken mbo Onderzoeksrapport: zorgelijke terugloop leerwerkplekken mbo - Algemene daling in aantal mbo-studenten. Deze daling wordt grotendeels veroorzaakt door de afname van het aantal leerwerkplekken. - Vooral

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming.

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Tussen 16 december 2013 en 1 januari 2014 heeft GfK voor het ministerie van OCW een flitspeiling uitgevoerd gericht

Nadere informatie

Deelname-effecten van de invoering van het sociaal leenstelsel in de bachelor- en masterfase

Deelname-effecten van de invoering van het sociaal leenstelsel in de bachelor- en masterfase CPB Notitie 18 januari 2013 Deelname-effecten van de invoering van het sociaal leenstelsel in de bachelor- en masterfase Uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap CPB

Nadere informatie

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2016-2017

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2016-2017 Accountancy Hogeschool Utrecht 120 voltijd 100 3x 15 maart 2016 Accountancy Hogeschool van Amsterdam 150 voltijd 100 2x 15 maart 2016 Advanced Business Creation Avans Hogeschool 160 voltijd 100 3x 1 mei

Nadere informatie

Behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein

Behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein Behoefte aan Ad-opleidingen in het ECABO domein Afdeling arbeidsmarktonderzoek, Maart 2011 ECABO Disketteweg 6 Postbus 1230 3821 RA AMERSFOORT Telefoon 033 450 46 46 Fax 033 450 46 66 info@ecabo.nl www.ecabo.nl

Nadere informatie

Techniekpact; waarom, wat en hoe. Jurgen Geelhoed Projectleider Techniekpact

Techniekpact; waarom, wat en hoe. Jurgen Geelhoed Projectleider Techniekpact Techniekpact; waarom, wat en hoe Jurgen Geelhoed Projectleider Techniekpact Vraag van de technische arbeidsmarkt Waarom het techniekpact? Schaarste aan goed opgeleide technici (alle niveaus) loopt op

Nadere informatie

Toelatingsvoorwaarden nieuwe profielen

Toelatingsvoorwaarden nieuwe profielen ECONOMIE (ECONOMICS) Accountancy ec of (ec of ) + Accountancy (Associate degree) ec of (ec of ) + Bedrijfs ec of (ec of ) + Bedrijfskunde MER ec of ec of ec of maw of Commerciële Economie (CE) ec of ec

Nadere informatie

Een baan. Sectorbeeld Gedrag & Maatschappij, Inspectie van het Onderwijs, 2015 1

Een baan. Sectorbeeld Gedrag & Maatschappij, Inspectie van het Onderwijs, 2015 1 Een baan Hbo-deeltijders minst last van afnemende baankansen... 2 Afgestudeerde pedagogen minste last van afnemende baankansen... 3 Hbo-afgestudeerden minder vaak baan na één maand... 4 Wo-afgestudeerden

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 400 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2013 Nr. 132 BRIEF

Nadere informatie

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2016-2017

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2016-2017 Accountancy Hogeschool Utrecht 120 voltijd 100 3x 15 maart 2016 Accountancy Hogeschool van Amsterdam 150 voltijd 100 2x 15 maart 2016 Advanced Business Creation Avans Hogeschool 160 voltijd 100 3x 1 mei

Nadere informatie

Geachte leden van het College van Bestuur, geachte leden van de Centrale directie,

Geachte leden van het College van Bestuur, geachte leden van de Centrale directie, Den Haag Ons kenmerk 1 juni 2006 PLW/2006/46867 Onderwerp Tweede ronde pilots met Associate-degreeprogramma s Geachte leden van het College van Bestuur, geachte leden van de Centrale directie, Hierbij

Nadere informatie

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB A.M.J. te Peele Zoetermeer, 24 december 2004 Beperkte groei werkgelegenheid MKB in 1999-2002 De werkgelegenheid in het MKB is in 2002 met 3% toegenomen

Nadere informatie

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2009: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juli 2010

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2009: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juli 2010 Feiten en cijfers HBO-Monitor 2009: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo juli 2010 1 Feiten en cijfers HBO-Monitor 2009: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo Inleiding

Nadere informatie

HBO-Bachelor - studentenaantal Economie en Recht

HBO-Bachelor - studentenaantal Economie en Recht Economie en Recht Accountancy en fiscaal Accountancy Avans Hogeschool 556 Accountancy en fiscaal Accountancy Christelijke Hogeschool Windesheim 289 Accountancy en fiscaal Accountancy De Haagse Hogeschool

Nadere informatie

V erschenen in: ESB, 83e jaargang, nr. 4162, pagina 596, 31 juli 1998 (datum)

V erschenen in: ESB, 83e jaargang, nr. 4162, pagina 596, 31 juli 1998 (datum) Emancipatie en opleidingskeuze A uteur(s): Grip, A. de (auteur) Vlasblom, J.D. (auteur) Werkzaam bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. (auteur) Een

Nadere informatie

Geen tekort aan technisch opgeleiden

Geen tekort aan technisch opgeleiden Geen tekort aan technisch opgeleiden Auteur(s): Groot, W. (auteur) Maassen van den Brink, H. (auteur) Plug, E. (auteur) De auteurs zijn allen verbonden aan 'Scholar', Faculteit der Economische Wetenschappen

Nadere informatie

handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; Subsidieregeling tweede graden hbo en wo Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van... (datum), nr. HO&S/2010/228578, houdende subsidiëring van tweede bachelor- en mastergraden

Nadere informatie

Behoeftenpeiling. Behoeftenpeiling nieuwe accountantsopleiding 1

Behoeftenpeiling. Behoeftenpeiling nieuwe accountantsopleiding 1 Behoeftenpeiling nieuwe accountantsopleiding voor het mkb Inleiding en verantwoording In juni 2015 heeft de ledenvergadering van de NBA het nieuwe beroepsprofiel aangenomen. Een belangrijk element in het

Nadere informatie

De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw

De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw Colofon Titel De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren

Nadere informatie

Sectoranalyse hbo techniek

Sectoranalyse hbo techniek De toekomstige arbeidsmarkt en ontwikkelingen in onderwijs en beleid Opdrachtgever: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rotterdam, februari 2012 De toekomstige arbeidsmarkt en ontwikkelingen

Nadere informatie

Van mbo en havo naar hbo

Van mbo en havo naar hbo Van mbo en havo naar hbo Dick Takkenberg en Rob Kapel Studenten die naar het hbo gaan, komen vooral van het mbo en de havo. In het algemeen blijven mbo ers die een opleiding in een bepaald vak- of studiegebied

Nadere informatie

Handreiking aanvraag Toets Nieuwe Opleiding Nederland

Handreiking aanvraag Toets Nieuwe Opleiding Nederland Handreiking aanvraag Toets Nieuwe Opleiding Nederland 17 december 2015 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Wanneer een Toets Nieuwe Opleiding? 4 3 Werkwijze Toets Nieuwe Opleiding 5 4 Aanvraagdossier ten behoeve van

Nadere informatie

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel

Nadere informatie

Arbeidsmarktagenda 21

Arbeidsmarktagenda 21 Arbeidsmarktagenda 21 Topsectoren en de HCA Voor de twee agrarische topsectoren is een Human Capital Agenda opgesteld met als doel, de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren, zowel

Nadere informatie

Facts & Figures. Aansluiting arbeidsmarkt

Facts & Figures. Aansluiting arbeidsmarkt Facts & Figures Aansluiting arbeidsmarkt 1 De Nationale Alumni Enquête (NAE, voorheen WO-Monitor) wordt tweejaarlijks afgenomen onder de afgestudeerden van de ruim 800 masteropleidingen aan de Nederlandse

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 819 Tijdelijke regels betreffende experimenten in het hoger onderwijs op het gebied van vooropleidingseisen aan en selectie van aanstaande studenten

Nadere informatie

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt Gelieerd aan Maastricht University, SBE 3 afdelingen:

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt Gelieerd aan Maastricht University, SBE 3 afdelingen: De arbeidsmarkt tot 2018. Is er ruimte voor jongeren? Didier Fouarge d.fouarge@maastrichtuniversity.nl RPA Netwerkbijeenkomst, Alphen aan den Rijn, 13 februari 2014 2 Researchcentrum voor Onderwijs en

Nadere informatie

Datum 2 april 2013 Betreft Beleidsreactie op de evaluatie van de islam- en imamopleidingen in Nederland

Datum 2 april 2013 Betreft Beleidsreactie op de evaluatie van de islam- en imamopleidingen in Nederland a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Februari 2010. Brancheschets Horeca

Februari 2010. Brancheschets Horeca Februari 2010 Brancheschets Horeca Brancheschets Horeca Afdeling Arbeidsmarktinformatie Redactie: Rob de Munnik, Marijke Oosterhuis & Niek Veeken 10-2-2010 Landelijk Bedrijfsadviseur Horeca Patricia Oosthof

Nadere informatie

Noordelijke Arbeidsmarkt Verkenning 2004

Noordelijke Arbeidsmarkt Verkenning 2004 Noordelijke Arbeidsmarkt Verkenning 2004 Hoofdrapport Samenstelling: Dr. L. Broersma & Drs D. Stelder, Sectie Ruimtelijke Economie, FEW, RuG Prof. Dr. J. van Dijk, Faculteit der Ruimtelijke Wetenschappen,

Nadere informatie

KWANTITATIEVE REGIOANALYSE TECHNISCH BEROEPSONDERWIJS

KWANTITATIEVE REGIOANALYSE TECHNISCH BEROEPSONDERWIJS - editie 2007 KWANTITATIEVE REGIOANALYSE TECHNISCH BEROEPSONDERWIJS REGIO MIDDEN- EN WEST-BRABANT - Samenvatting - Een initiatief van index Technocentrum Midden- en West-Brabant index Technocentrum Mozartlaan

Nadere informatie

De arbeidsmarkt klimt uit het dal

De arbeidsmarkt klimt uit het dal Trends en ontwikkelingen arbeidsmarkt en onderwijs De arbeidsmarkt klimt uit het dal Het gaat weer beter met de arbeidsmarkt in, ofschoon de werkgelegenheid wederom flink daalde. De werkloosheid ligt nog

Nadere informatie

Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO

Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO Analyse van de positie van gediplomeerden van het mbo van opleidingen binnen ECABO op basis van de gegevens van de MBO-Kaart - Tabellen en vragenlijsten

Nadere informatie

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I In deze economische monitor vindt u cijfers over de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt van de gemeente Ede. Van de arbeidsmarkt zijn gegevens opgenomen van de tweede helft

Nadere informatie

NIDAP Informatie 02042015 / Audits NIDAP. Opleidingsmarktonderzoek. Informatie over onze onderzoeksdiensten NIDAP 2015

NIDAP Informatie 02042015 / Audits NIDAP. Opleidingsmarktonderzoek. Informatie over onze onderzoeksdiensten NIDAP 2015 Opleidingsmarktonderzoek Informatie over onze onderzoeksdiensten 2015 1 Introductie Inleiding In dit korte document staat algemene informatie over onze opleidingsmarktonderzoeken. Tevens wordt dieper ingegaan

Nadere informatie

StudentenBureau Stagemonitor

StudentenBureau Stagemonitor StudentenBureau Stagemonitor Rapportage Mei 2011 1 SAMENVATTING... 3 ERVARINGEN... 3 INLEIDING... 4 ONDERZOEKSMETHODE... 5 RESPONDENTEN... 5 PROCEDURE... 5 METING... 5 DEEL I ANALYSE... 6 1. STAGE EN ZOEKGEDRAG...

Nadere informatie

Rapportage invullijst (1)

Rapportage invullijst (1) Rapportage invullijst (1) Eerste inventarisatie bestand leerling flexkrachten d.d. 16 januari 2013 Gert de Jong Hedwig Vermeulen Projectnummer: 34001230 Opdrachtgever: A+O Metalektro 2013 ITS, Radboud

Nadere informatie

kengetallen vmbo mbo Ad hbo

kengetallen vmbo mbo Ad hbo ECABO arbeidsmarktonderzoek kengetallen vmbo mbo Ad hbo Odile Sondermeijer april 2011 1 Inhoud blz. Inleiding 3 Samenvatting 4 1 Het voortgezet onderwijs 5 1.1 Het vmbo 5 1.2 Leerlingen vmbo sector economie

Nadere informatie

ONTVANGEN 0 5 OKT. 2015 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

ONTVANGEN 0 5 OKT. 2015 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ONTVANGEN 0 5 OKT. 2015 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Fontys Hogescholen T.a.v. De heer drs. E.C. Meijer Postbus 347 5600 AH EINDHOVEN Datum

Nadere informatie

Barometer Arbeidsmarkt Regio Achterhoek (BARA) April 2011

Barometer Arbeidsmarkt Regio Achterhoek (BARA) April 2011 Barometer Arbeidsmarkt Regio Achterhoek (BARA) April 2011 In deze notitie van het UWV WERKbedrijf, die vanwege de resultaten van de Quick Scan wat later verschijnt dan gebruikelijk, worden de actuele ontwikkelingen

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen September 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische bijlage

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030 Rotterdam HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met dit model

Nadere informatie

Regeling bekostiging hoger onderwijs 2006

Regeling bekostiging hoger onderwijs 2006 Algemeen Verbindend Voorschrift Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek bvh 079-3232.666 Bestemd voor Instellingen voor hoger onderwijs. inwerkingtreding

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030 Amersfoort HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met dit model

Nadere informatie

Juridische handreiking relatie BIM-protocol en de DNR 2011 (voor adviseurs en opdrachtgevers) prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

Juridische handreiking relatie BIM-protocol en de DNR 2011 (voor adviseurs en opdrachtgevers) prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis Juridische handreiking relatie BIM-protocol en de DNR 2011 (voor adviseurs en opdrachtgevers) prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis s-gravenhage, 2015 Omslagfoto Het voorbereiden van renovatiewerkzaamheden

Nadere informatie

De onderwijs- en examenregeling

De onderwijs- en examenregeling De onderwijs- en examenregeling Algemeen In de onderwijs- en examenregeling (OER) wordt informatie gegeven over het onderwijs van een opleiding of een groep van opleidingen. Heeft de OER betrekking op

Nadere informatie

Fluchskrift Wurkgelegenheid

Fluchskrift Wurkgelegenheid Fluchskrift Wurkgelegenheid Werkgelegenheidsregister Provincie Fryslân Het betreft voorlopige uitkomsten van het werkgelegenheidsonderzoek 2013. In afwachting op de landelijke cijfers zijn eventuele correcties

Nadere informatie

Opleidingsniveau stijgt

Opleidingsniveau stijgt Opleidingsniveau stijgt Grote doorstroom naar hogere niveaus Meer leerlingen vanuit vmbo naar havo Grote groep mbo ers naar het hbo 10 Jongens groeien gedurende hun onderwijsloopbaan Jongens na een diploma

Nadere informatie

De eerste baan is niet de beste

De eerste baan is niet de beste De eerste baan is niet de beste Auteur(s): Velden, R. van der (auteur) Welters, R. (auteur) Willems, E. (auteur) Wolbers, M. (auteur) Werkzaam bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 Nr. 229 BRIEF

Nadere informatie

Regeling vermelding duale opleidingen hoger onderwijs 1998-1999

Regeling vermelding duale opleidingen hoger onderwijs 1998-1999 OCenW-Regelingen Bestemd voor: c colleges van bestuur respectievelijk centrale directies van universiteiten en hogescholen. Beleidsregel Datum: 28 mei 1998 Kenmerk: HBO/SB-98/22812 Datum inwerkingtreding:

Nadere informatie

M200412 Opleidingsniveau in MKB stijgt

M200412 Opleidingsniveau in MKB stijgt M200412 Opleidingsniveau in MKB stijgt A.M.J. te Peele Zoetermeer, 24 december 2004 Meer hoger opgeleiden in het MKB Het aandeel hoger opgeleiden in het MKB is de laatste jaren gestegen. Met name in de

Nadere informatie