DE COMPUTERIZED VISUAL SEARCHING TASK ALS NEUROPSYCHOLOGISCH INSTRUMENT VOOR DETECTIE VAN AANDACHTSBIAS: EEN PILOOTSTUDIE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "DE COMPUTERIZED VISUAL SEARCHING TASK ALS NEUROPSYCHOLOGISCH INSTRUMENT VOOR DETECTIE VAN AANDACHTSBIAS: EEN PILOOTSTUDIE"

Transcriptie

1 Interuniversitaire postacademische/permanente vorming Klinische Neuropsychologie Universitair Ziekenhuis Gent Dienst Neurologie Laboratorium voor Neuropsychologie DE COMPUTERIZED VISUAL SEARCHING TASK ALS NEUROPSYCHOLOGISCH INSTRUMENT VOOR DETECTIE VAN AANDACHTSBIAS: EEN PILOOTSTUDIE Eindwerk neergelegd tot het behalen van het getuigschrift postacademische/permanente vorming in de Klinische Neuropsychologie door Cédric Yzebaert Commissaris: Prof. Dr. C. Lafosse Promotor: Dr. G. Nys

2 De CVST en aandachtsbias 2 Abstract In deze pilootstudie wordt op basis van 30 neurologisch intacte rechtshandige vrouwen met meer dan 12 jaar scholing, de aandachtsverdeling tijdens de Computerized Visual Searching Task (CVST) onderzocht. Gemiddelde reactietijden voor targets in het linker versus rechter visuele veld en gemiddelde reactietijden voor targets in het bovenste versus onderste visuele veld werden met elkaar vergeleken. Het verschil tussen reactietijden voor targets in het linker versus rechter visuele veld verschilden niet significant van nul. Er werd wel een significant verschil met nul gevonden voor targets in het bovenste versus onderste visuele veld, met snellere tijden voor het onderste veld. Vervolgens worden drie casussen besproken. Ten eerste, een patiënt met een CVA in de linker cerebrale hemisfeer die in vergelijking met onze referentiegroep en in lijn met de verwachtingen, een afwijkende aandachtsverdeling toont op de CVST. Ten tweede, een patiënte met een vermoedelijk beginnende ziekte van Parkinson, waarbij de CVST en de Purdue Pegboard Test dezelfde overwegend disfunctionele cerebrale hemisfeer suggereren. Ten derde en laatste, een patiënt met een op Single Photon Emission Tomography gevisualiseerde infarcering ter hoogte van de linker cerebellaire hemisfeer. De CVST objectiveerde een veranderde aandachtsverdeling, in lijn met de verwachting op basis van de functioneel-neuroanatomische relatie tussen visuele aandachtsverdeling, cerebrum en cerebellum. Deze pilootstudie toont aan dat het zinvol is om aandachtsbias met de CVST, mits een aantal aanpassingen, verder te onderzoeken in normale en klinische populaties. Deze pilootstudie biedt verder evidentie voor het gebruik van gecomputeriseerde visuele zoektaken uit experimentele hoek, als veelbelovende instrumenten voor de klinisch neuropsychologische praktijk.

3 De CVST en aandachtsbias 3 Inleiding Sinds de opkomst van de (functionele) beeldvorming in de gezondheidszorg behoort het lokaliseren van cerebrale laesies en disfunctionaliteit niet meer tot de hoofdopdracht van de klinische neuropsycholoog (Lezak, Howieson en Loring, 2004). Ondanks het feit dat de resolutie van zowel structurele als functionele beeldvorming steeds verbetert, blijft de sensitiviteit van een klinisch neuropsychologisch onderzoek een troef. Zo constateren bijvoorbeeld Gorus, De Raedt, Lambert, Lemper en Mets (2005), dat de cognitieve symptomen de vroegste en meest betrouwbare indicatoren zijn voor cerebrale disfunctionaliteit ten gevolge van een progressieve Alzheimer dementie. Op dit moment is het één van de grote uitdagingen om de inzichten en methoden uit de experimentele psychologie en neuropsychologie te implementeren in de klinisch neuropsychologische praktijk. Dat ideeëngoed vormt de basis van dit eindwerk. De CVST op de intersectie tussen experimentele en klinische neuropsychologie. Goldstein, Welsch, Rennick en Shelly (1973) ontwikkelden een visuele zoektaak (d.i., Visual Searching Task, VST) waarmee patiënten met hersenschade en normale proefpersonen konden worden gedissocieerd met een hitratio van 94,1%. Goldstein en Kyc (1978) classificeerden patiënten met hersenschade en normale proefpersonen aan de hand van de VST met een hitratio van 92.5%. DeMita, Johnson en Hansen (1981) computeriseerden de visuele zoektaak van Goldstein e.a. (1973). De Computerized Visual Searching Task met 27 afleiders (CVST 27) van DeMita e.a. (1981) haalde een hitratio van 85,7% bij het classificeren van patiënten met hersenschade versus normale proefpersonen. Alpherts (1987) computeriseerde de VST van Goldstein e.a. (1973) tot een Computerized Visual Searching Task met 24 afleiders (CVST 24) en dit is tot op vandaag een subtest uit de gecomputeriseerde neuropsychologische testbatterij Fepsy (zie, Ogunrin (2007) gebruikte de CVST 24 om cognitief disfunctioneren bij HIV/AIDS patiënten na te gaan en vond een sensitiviteit van 81.77%, een specificiteit van 81.25% en een accuraatheid van 81.6%. Aldenkamp, Meel, Baker, Brooks en Hendriks (2002b) toonden bij medicamenteus behandelde epileptici aan dat de CVST 24 significant correleerde (R = 0.22; p = 0.03) met gerapporteerde cognitieve klachten op de A-B neuropsychologische assessement schaal (ABNAS). Aldenkamp, Arends, Verspeek en Berting (2004) toonden aan dat de CVST

4 De CVST en aandachtsbias 4 24 de meest sensitieve (χ² = 5.333, p = 0.02) test uit de Fepsy was voor cognitieve veranderingen bij epileptici met eenvoudige partiële aanvallen. Uit bovenstaande literatuur vinden we argumenten om te veronderstellen dat de CVST een sensitieve test voor cognitief disfunctioneren is. Gegeven het een visuele zoektaak betreft, zou het interessant kunnen zijn om na te gaan of er naast uitspraken in termen van cognitief disfunctioneren, er op basis van verschillen in reactietijden tussen visuele velden, aandachtsbias kan gedetecteerd worden. Dit eindwerk is een pilootstudie naar de aandachtsverdeling tijdens de CVST bij neurologisch intacte proefpersonen en bespreekt drie casussen waarbij de CVST wordt nagegaan als potentieel diagnostisch instrument inzake aandachtsbias in de horizontale en verticale dimensie. Voor de drie casussen bespreken we de relatie tussen gedetecteerde aandachtsbias en hersendisfunctioneren. Vooreerst worden de bevindingen uit eerder onderzoek naar aandachtsverdeling bij neurologisch intacte proefpersonen besproken en worden hypothesen geformuleerd betreffende de normale aandachtsverdeling tijdens de CVST. Vervolgens wordt kort de literatuur over veranderingen in aandachtsverdeling bij patiënten met cerebrale en cerebellaire laesies besproken. Aandachtsverdeling bij neurologisch intacte proefpersonen Linker versus rechter visueel veld. Eén van de meest gebruikte taken om aandachtsverdeling na te gaan, is de lijnbisectietaak. In een review en meta-analyse van Jewel en McCourt (2000) betreffende de bevindingen met lijnbisectietaken, concludeert men een algemene aandachtsbias voor het linker visuele veld (d.i., pseudoneglect). Naast lijnbisectie werden nog andere taken gebruikt. Mattingley, Bradshaw, Nettleton en Bradshaw (1994) gebruikten rechthoeken als stimuli die over hun horizontale as in helderheid toe- of afnamen (d.i., greyscales ). Zo was een rechthoek bijvoorbeeld aan de ene kant helemaal zwart, om dan geleidelijk via grijstinten over te gaan in wit aan de andere kant. Proefpersonen werden gevraagd om die stimuli aan te duiden die in hun totaliteit het donkerste waren. Proefpersonen vertoonden de tendens om stimuli te selecteren die aan de linkerkant het donkerste waren; alle stimuli waren in hun totaliteit echter even donker. Nicholls, Mattingley, Berberovic, Smith en Bradshaw (2004) gebruikten dezelfde greyscales als Mattingley e.a. (1994) en vonden opnieuw een bias voor het linker visuele veld. Luh, Rueckert en Levy (1991) en Luh (1995) gebruikten

5 De CVST en aandachtsbias 5 puntenmatrices als stimuli (d.i., dot enumeration task ). De puntendensiteit van de matrices was in de ene matrix meer uitgesproken aan de linkerkant, terwijl bij een andere matrix de puntendensiteit aan de rechterkant meer uitgesproken was. Wanneer proefpersonen gevraagd werden om in een forced-choice taak de stimulus te selecteren die het meeste punten bevatte, vertoonden proefpersonen de tendens om stimuli te selecteren met de grootste puntendensiteit aan de linkerkant. Mattingley e.a. (1994) en Luh (1995) wijzen deze perceptuele asymmetrie toe aan een perceptuele of aandachtsbias voor het linker visuele veld. Mattingley e.a. (1994) en Luh (1995) gebruikten in hun experimenten kaarten waarop de stimuli te zien waren en boden ze manueel aan. Nicholls, Bradshaw en Mattingley (1999) gebruikten gelijkaardige stimuli als Mattingley e.a. (1994) en Luh (1995), maar computeriseerden hun taken. Nicholls e.a. (1999) lieten proefpersonen drie soorten taken uitvoeren. Een eerste taak was een beoordeling van greyscales zoals in het onderzoek van Mattingley e.a. (1994). Een tweede taak was het beoordelen van sterrenmatrices waarbij de sterrendensiteit over stimuli heen verschilden aan de linker- of rechterkant. Tot slot een vormtaak met driehoeken als stimuli. Hierbij was bijvoorbeeld de scherpste punt van de driehoek naar links gericht, terwijl bij de andere driehoek bijvoorbeeld de scherpste punt naar rechts was gericht. Proefpersonen moesten in een forced-choice taak beoordelen welk stimulus de grootste of kleinste driehoek was; de driehoeken waren in hun totaliteit allemaal even groot. De ene helft van de proefpersonen moest in de drie taken beoordelen welke stimuli meer van de relevante kenmerken hadden. Respectievelijk dienden proefpersonen te beoordelen welke stimuli het donkerste, de grootste densiteit en het grootste waren. De andere helft proefpersonen moest in de drie taken beoordelen welke stimuli minder van de relevante kenmerken hadden. Respectievelijk, welke stimuli het helderste, de kleinste densiteit en het kleinst waren. Voor de drie taken werd een duidelijke bias voor het linker visuele veld gevonden. De linker bias werd niet beïnvloed door het soort stimuli, noch door verschillen in vraagstelling (cf., meer of minder hebben van de relevante kenmerken). Aandachtsverdeling bij neurologisch intacte proefpersonen werd ook onderzocht met visuele zoektaken, waarbij stimuli in het volledige visuele veld werden gepresenteerd. Wanneer letters en woorden als stimuli worden gebruikt, wordt een betere prestatie van de linker cerebrale hemisfeer of het

6 De CVST en aandachtsbias 6 rechter visueel veld gevonden (Fecteau, Enns, & Kingstone, 2000). Indien men stimuli gebruikt die gedefinieerd worden door spatiële relaties, zoals rechthoeken, wordt een betere prestatie van de rechter cerebrale hemisfeer of het linker visueel veld gevonden (Enns & Kingstone, 1997). Rezec en Dobkins (2004) gebruikten twee visuele zoektaken: een bewegingstaak en een oriëntatietaak. Stimuli in de bewegingstaak bestonden uit cirkelvormige puntengroepen. Het target bestond uit een cirkelvormige puntengroep waarbij een deel van de punten in een zelfde richting bewogen (d.i., naar links of rechts). De afleiders bestonden uit cirkelvormige puntengroepen waarbij een deel van de punten in willekeurige richtingen bewogen. In de vier kwadranten werd één puntengroep gepresenteerd, waarvan één van de vier het target was. Voor de oriëntatietaak werden de puntengroepen uit de bewegingstaak vervangen door cirkelvormige groepen bestaande uit korte verticaal georiënteerde lijnstukken. Bij het target bewogen een deel van de korte verticaal georiënteerde lijnstukken 45 graden in wijzerzin of in tegenwijzerzin. Bij de afleiders bleven de lijnstukken verticaal staan. Zowel voor de bewegings- als oriëntatietaak werd geen significant verschil gevonden tussen het linker en rechter visueel veld. Voor de oriëntatietaak werd wel een tendens tot significant zijn gevonden (p > 0.07), met betere prestaties voor het linker visuele veld. Algemeen beschouwd, kunnen we op basis van eerder onderzoek naar aandachtsverdeling bij neurologisch intacte proefpersonen met verschillende taken besluiten dat overwegend een aandachtsbias voor het linker visuele veld wordt gevonden. Bovenste versus onderste visueel veld. Aandachtsverdeling bij neurologisch intacte proefpersonen werd ook in de verticale dimensie met verschillende taken onderzocht. Met lijnbisectietaken werd over het algemeen een bias voor het bovenste visuele veld gevonden (Drain & Reuter-Lorenz, 1996; McCourt & Olafson, 1997). Met greyscales (cf., supra) werd eveneens een aandachtsbias voor het bovenste visueel veld gevonden (Nicholls, Mattingley, Berberovic, Smith, & Bradshaw, 2004). Drago, Foster, Webster, Crucian en Heilman (2007) gaven proefpersonen pinnen (d.i., pegs ) die zij willekeurig op een vierkant bord dienden te leggen en vonden een bias voor het linker bovenste kwadrant. Fecteau, Enns en Kingstone (2000) gebruikten verschillende stimuli in een visuele zoektaak, zoals smileys, letters en driehoeken, en vonden voor

7 De CVST en aandachtsbias 7 alle stimuli een aandachtsbias voor het bovenste visuele veld. Previc en Naegele (2001, Experiment 1) gebruikten 3D kubussen als stimuli in een visuele zoektaak en vonden significant snellere reactietijden en grotere accuraatheid in het bovenste visuele veld. Daarentegen vonden Rezec en Dobkins (2004), zowel voor een bewegings- als oriëntatietaak (cf., supra), een bias voor het onderste visuele veld. Ellison en Walsh (2000) lieten proefpersonen in een kenmerktaak een witte slash als target detecteren tussen witte backslashes als distractoren en in een conjunctietaak een rode slash als target detecteren tussen groene slashes en rode backslashes als distractoren. In een eerste conditie werden de stimuli over het volledige scherm gepresenteerd en in een tweede conditie werden stimuli enkel in het bovenste of enkel in het onderste visueel veld gepresenteerd. In de eerste conditie werd geen significant verschil tussen het bovenste en onderste visueel veld gevonden, ongeacht kenmerk- of conjunctietaak. In de tweede conditie werd enkel voor de conjunctietaak een significant sneller tijd voor targets in het onderste visueel veld gevonden. Algemeen beschouwd, kunnen we besluiten dat eerder onderzoek naar aandachtsverdeling bij neurologisch intacte proefpersonen overwegend een bias voor het bovenste visuele veld vindt. Normale aandachtsverdeling bij de CVST: hypothesen Linker versus rechter visueel veld. Een theorie die een verklaring biedt voor een aandachtsbias bij neurologisch intacte proefpersonen, is het activatiemodel gebaseerd op onderzoek van Kinsbourne (1970). Het activatiemodel stelt dat unilaterale activatie van een cerebrale hemisfeer, een aandachtsbias veroorzaakt in het contralaterale visuele veld (Nicholls & Roberts, 2002). Bij spatiële taken zoals het beoordelen van lengte (vb., lijnbisectietaak), het beoordelen van helderheid (vb., greyscales ), het beoordelen van puntendensiteit (vb., puntenmatrices) en vormdiscriminatie (vb., vormtaak), kan verwacht worden dat vooral de rechter cerebrale hemisfeer geactiveerd wordt en tot een aandachtsbias voor het linker visueel veld zal leiden (Nicholls, Bradshaw, & Mattingley, 1999). Conform het activatiemodel vinden onderzoekers bij verbale taken met letters en woorden als stimuli, betere prestaties voor het rechter visueel veld wat een gevolg kan zijn van de grotere activatie van de linker cerebrale hemisfeer (Fecteau, Enns, & Kingstone, 2000). Welke mogelijke aandachtsbias neurologisch intacte proefpersonen bij de CVST zouden kunnen vertonen

8 De CVST en aandachtsbias 8 is volgens het activatiemodel dus afhankelijk van welke cerebrale hemisfeer er het meest geactiveerd wordt. In een studie van Vingerhoets en Stroobant (1999) werd aan de hand van bilaterale Transcraniale Doppler, de doorbloeding in de linker en rechter arteria cerebri media (d.i., ACM) tijdens de CVST vergeleken. Tijdens de CVST was de toegenomen bloedtoevoer via de rechter ACM significant groter in vergelijking met de linker ACM. Op basis van de literatuur over aandachtsverdeling in het linker versus rechter visueel veld en de voorspellingen van het activatiemodel voortvloeiend uit de bevindingen van Vingerhoets en Stroobant (1999), wordt tijdens de CVST een bias voor het linker visueel veld verwacht. Bovenste versus onderste visueel veld. Een theorie over aandachtsverdeling in de verticale dimensie waar vaak naar wordt gerefereerd, is deze van Previc (1990). De theorie stelt dat aandacht voor stimuli die fijnere visuele analyse vergen groter zou zijn in het onderste visuele veld (Previc, 1990; He, Cavanagh, & Intrilligator, 1996). Het onderste visueel veld zou een grotere aandachtsresolutie hebben ten gevolge van de neuronale representatie in het dorsale deel van de primaire visuele cortex, dewelke in grote mate projecteert naar de pariëtale cortex. Visuo-motorisch gedrag, zoals reiken en grijpen, vindt plaats in het onderste visueel veld, of zoals Previc (1990) het benoemt: peripersoonlijke ruimte (d.i., peripersonal space ). Daarentegen zou visueel zoeken en objectherkenning plaatsvinden in het bovenste visueel veld, of gedrag dat doorgaans betrekking heeft op objecten die ver van de persoon verwijderd zijn, door Previc (1990) benoemt als extrapersoonlijke ruime (d.i., extrapersonal space ). Taken waarbij near vision versus far vision vereist is, zouden respectievelijk samengaan met aandachtsbias voor het onderste versus bovenste visueel veld. Onderzoek van Walsh, Ellison, Ashbridge en Cowey (1999) bevestigen dat de pariëtale cortex (voornamelijk in de rechter cerebrale hemisfeer) het meest zou betrokken zijn bij conjunctietaken en visuele aandacht in het algemeen en een aandachtsbias voor het onderste visueel veld zou veroorzaken. Een studie van Talgar en Carrasco (2002) naar aandachtsresolutie, bevestigt de hypothese dat er voor het onderste visueel veld een hogere aandachtsresolutie zou zijn. De voorspellingen van de theorie van Previc (1990) worden in de literatuur over aandachtsverdeling met verschillende taken met weinig overtuiging bevestigd (cf., supra). Zelfs wanneer Previc en Naegele (2001, Experiment 1) in een

9 De CVST en aandachtsbias 9 visuele zoektaak een bias voor het onderste visueel veld verwachten, worden significant sneller tijden voor het bovenste visuele veld gevonden. De theorie wordt dus weinig ondersteund door empirisch onderzoek en voor de CVST wordt dan ook een bias voor het bovenste visueel veld verwacht. Aandachtsverdeling bij patiënten met cerebrale laesies Linker versus rechter visueel veld. Hemi-neglect komt het vaakst voor na een infarcering van de rechter en in mindere mate van de linker ACM. Dergelijk cerebro vasculair accident (CVA) kan laesies veroorzaken in inferieure pariëtale regio s (d.i., Brodman gebieden, BA 40 en 7) en in aangrenzende structuren zoals in de geniculostriate route, insula, dorsolaterale frontale cortex (d.i., BA 4, 6, 44, 45 en 46) en superieure temporale cortex (BA 22, 37). Verder kan neglect ook ontstaan na laesies in posterieure thalamische regio s, basale ganglia en laterale frontale regio s (Kerkhoff, 2001). In een onderzoek van Stone, Halligan en Greenwood (1993) bij 171 patiënten met een CVA, werd bij 70% met een rechter CVA en bij 49% met een linker CVA een hemi-neglect geobjectiveerd. Onderzoek naar neglect bij patiënten maakte vooral gebruikt van lijnbisectietaken en toonde duidelijk het verwaarlozen van het visuele veld contralateraal aan de laesiezijde (Kerkhoff, 2001; Vallar, 1998). Parton, Malhotra en Husain (2004) geven aan dat in de klinische praktijk het detecteren van neglect en het evalueren van de evolutie van de ernst, belangrijk zijn voor de behandeling. Neglect heeft belangrijke implicaties voor dagdagelijkse activiteiten zoals met de wagen rijden, het zoeken naar een product in de rekken van een supermarkt, het zoeken naar sleutels, etc. (Schendel & Robertson, 2002). Voor detectie van neglect zijn het kopiëren van figuren en de Clock Drawing Test (CDT) weinig sensitieve testen. Typische neuropsychologische testen die gebruikt worden om neglect te objectiveren zijn pen en papier testen zoals de cancellation task en lijnbisectietaak. Het gecombineerd gebruik van een cancellation task met grote densiteit, het kopiëren van figuren en de CDT, detecteert 70% van de patiënten met neglect (Parton e.a., 2004). Hoewel klinisch neuropsychologische testen voor neglect bijna uitsluitend pen en papier testen zijn, hebben ze belangrijke nadelen (Deouell, Scher, & Soroker, 2005; Schendel & Robertson, 2002). Zo gebeurt hertesting vaak met dezelfde testen en wordt het evalueren van de evolutie van de ernst door leereffecten bemoeilijkt. Dergelijke pen en

10 De CVST en aandachtsbias 10 papier testen laten weinig aanpassingen in moeilijkheidsgraad toe en leiden tot plafondeffecten. Verder hebben pen en papier testen een lage ecologische validiteit. Patiënten die in dagdagelijkse situaties gedragsstoornissen vertonen worden ten gevolge van een lage betrouwbaarheid en sensitiviteit vaak niet door pen en papier testen gedetecteerd. Wanneer men neglect wenst te detecteren op basis van bijvoorbeeld een kopieertaak, laat men de patiënt vaak maar één of twee figuren overtekenen. Wanneer men de patiënt verschillende figuren laat kopiëren om de betrouwbaarheid te vergroten, wordt het al snel een tijdrovende, en voor de patiënt vermoeiende activiteit. Bij pen en papier testen staat er ook geen tijdslimiet op het aanbieden van de stimuli. Wanneer sommige patiënten met neglect genoeg tijd krijgen om bijvoorbeeld klokken in de Bell Cancellation Task te zoeken, is het mogelijk dat zij toch alle klokken vinden. Wanneer men echter de zoektijd per visueel veld zou meten, is het mogelijk dat een duidelijke ongelijke aandachtverdeling zichtbaar wordt. Bovendien, wanneer men de evolutie van de ernst van neglect wil meten, is een kwantitatieve score bruikbaarder dan een kwalitatieve. Schendel e.a. (2002), Deouell e.a. (2005) en List, Brooks, Esterman, Flevaris, Landau, Bowman, Stanton, Vanvleet, Robertson en Schendel (2008) stellen dat gecomputeriseerde reactietijdtaken geschikter zijn om neglect te detecteren en de evolutie van de ernst te evalueren, dan de klassieke pen en papier testen. Pen en papier testen beoordelen neglect vaak als aan- of afwezig, terwijl gecomputeriseerde visuele zoektaken een beoordeling op een continuüm mogelijk maken. Gecomputeriseerde visuele zoektaken hebben bijvoorbeeld ook de mogelijkheid om de aanbiedingstijd en het soort stimuli gemakkelijk te controleren en te variëren. Hierdoor kan men taken met een verschillende moeilijkheidsgraad creëren en aanpassen aan de capaciteit van de patiënt op een gegeven moment (Schendel e.a., 2002; Deouell e.a., 2005; List e.a., 2008). Een exhaustief overzicht van onderzoek met gecomputeriseerde visuele zoektaken en reactietijdtaken naar aandachtsverdeling bij patiënten gaat voorbij aan het doel van deze pilootstudie (zie Schendel e.a., 2002; Behrmann, Ebert, & Black, 2004, voor reviews). We selecteerden drie onderzoeken die het diagnostisch potentieel van gecomputeriseerde visuele zoektaken/reactietijdtaken aantonen. Posner, Walker, Friedrich en Rafal (1984) lieten patiënten hun aandacht fixeren in het centrum van een computerscherm en lieten links of rechts op het scherm een target verschijnen. Patiënten

11 De CVST en aandachtsbias 11 met schade in de rechter pariëtale cortex hadden tragere reactietijden voor targets contralateraal aan de laesiezijde en waren nog trager wanneer nog voor het verschijnen van het target, een foutieve cue in het visuele veld ipsilateraal aan de laesiezijde werd gepresenteerd. Smania, Martini, Gambina, Tomelleri, Palamara, Natale en Marzi (1998) lieten patiënten met een rechter posterieure cerebrale laesie eenvoudige visuele reactietaken uitvoeren en vonden dat de reactiesnelheid in het visueel veld contralateraal aan de laesiezijde afneemt wanneer men van centrum naar periferie gaat. In het visuele veld ipsilateraal aan de laesiezijde nam de reactiesnelheid toe wanneer men van centrum naar de periferie gaat. Deouell e.a. (2005) gebruikten de dynamic Starry Night Test (SNT), een gecomputeriseerde visuele zoektaak waarbij een ster als target verschijnt tegen een achtergrond van bewegende sterren als afleiders. De prestaties op de SNT werden vergeleken met die op een pen en papier testbatterij voor neglect (d.i., Behavioral Inattention Test, BIT). Patiënten met laesies in de rechter cerebrale hemisfeer toonden in vergelijking met patiënten met laesies in de linker hemisfeer, een algemene vertraging in reactiesnelheid naast een uitgesproken vertraging voor targets in het LVF. Bovendien was de SNT sensitiever dan de BIT. De SNT objectiveerde een significante bias bij de helft van de patiënten die door de BIT als normaal werden beoordeeld. Bovenstaand beschreven onderzoek toont aan dat met gecomputeriseerde visuele zoektaken/reactietijdtaken aandachtsbias in de horizontale dimensie kan gedetecteerd worden en dat een grotere sensitiviteit kan verwachten worden in vergelijking met traditionele pen en papier testen. We kunnen besluiten dat het zinvol kan zijn om te onderzoeken of aandachtsbias bij patiënten in de horizontale dimensie met de CVST kan gedetecteerd worden. Bovenste versus onderste visueel veld. In vergelijking met onderzoek naar aandachtsverdeling bij patiënten in de horizontale dimensie werd de verticale dimensie minder onderzocht. Halligan en Marshall (1989) waren de eerste onderzoekers die op grote schaal neglect in de verticale dimensie onderzochten. Aan de hand van een cancellation task werd verticaal neglect onderzocht bij patiënten met linker en rechter unilaterale laesies. Targets in het onderste visueel veld werden in het algemeen vaker gemist dan targets in het bovenste visueel veld en dit was meest uitgesproken bij

12 De CVST en aandachtsbias 12 patiënten met laesies in de rechter cerebrale hemisfeer. Previc (1990) en Drain en Reuter-Lorenz (1996) suggereren dat neglect voor het IVF geassocieerd kan worden met bilaterale laesies in occipitopariëtale regio s (d.i., dorsale route) en dat neglect voor het SVF geassocieerd kan worden met bilaterale laesies in occipitotemporale regio s (d.i., ventrale route). Neglect voor het SVF zou net als neglect voor het RVF minder voorkomen. Nicholls e.a. (2004) vonden met hun greyscales (cf., supra) een bias voor het SVF en RVF bij patiënten met unilaterale laesies in de rechter cerebrale hemisfeer. Lee, Harris, Atkinson, Nithi en Fowler (2002) lieten acht Parkinsonpatiënten met overwegend linkse symptomen (d.i., LPD), acht patiënten met overwegend rechtse symptomen (d.i., RPD) en een controlegroep, verticale lijnen bisecteren. De LPD-groep vertoonde een bias voor het IVF, terwijl de RPD- en controlgroep een bias voor het SVF vertoonden. Milner en Harvey (1995) vonden een normale perceptie van verticaal georiënteerde lijnstukken bij drie patiënten met neglect voor het LVF en perceptuele stoornissen in de horizontale dimensie. Hildebrandt, Gieβelmann en Sachsenheimer (1999) onderzochten aandachtsbias met een gecomputeriseerde visuele zoektaak bij patiënten met infarcering van de rechter ACM en de linker en rechter arteria cerebri posterior (ACP). Geen enkele patiëntengroep toonde deficiten voor verticaal zoeken, terwijl er wel verschillen tussen de patiëntengroepen werden gevonden voor horizontaal zoeken en het detecteren van targets. De bevindingen van Milner en Harvey (1995) en Hildebrandt e.a. (1999) veronderstellen aparte aandachtssystemen voor de horizontale en verticale dimensie. Op basis van bovenstaand onderzoek kunnen we besluiten dat het zinvol kan zijn om aandachtsbias bij patiënten in de verticale dimensie met de CVST te onderzoeken. Aandachtsverdeling en het cerebellum In een fmri-studie van Fink, Marshall, Shah, Weiss, Halligan, Grosse-Ruyken, Ziemons, Zilles en Freund (2000) naar betrokken hersengebieden tijdens een horizontale lijnbisectietaak, werd naast de rechter pariëtale cortex, ook de vermis en linker cerebellaire hemisfeer gevisualiseerd. Kim, Choi, Han, Lee, Seo, Moon, Heilman, en Na (2008) onderzochten of unilaterale cerebellaire laesies ook kunnen leiden tot neglect voor het visuele veld ipsilateraal aan de laesiezijde. Neglect werd bij 28 patiënten onderzocht aan de hand van de lijnbisectietaak, een cancellation test en een

13 De CVST en aandachtsbias 13 figuurkopieer taak. Acht patiënten (28.6%) vertoonden neglect, waarvan vier met laesies in de linker cerebellaire hemisfeer en vier met een laesie in de rechter cerebellaire hemisfeer. Gegeven het onderzoek van Fink e.a. (2000) en Kim e.a. (2008) zou het interessant zijn om na te gaan of de CVST ook aandachtsbias kan detecteren bij een patiënt met een unilaterale laesie in het cerebellum. Methode Experiment Steekproef. Werknemers uit het Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria te Halle werden mondeling uitgenodigd om vrijwillig de CVST 24 af te leggen. Uit een grotere groep selecteerden we 30 rechtshandige vrouwen met meer dan 12 jaar scholing. De gemiddelde leeftijd bedroeg 28.5 jaar (range 18-48). Exclusiecriteria waren een neurologische voorgeschiedenis, gecorrigeerd zicht aan de hand van een dubbelfocusbril en inname van psychofarmaca op het moment van het experiment. Er dienden geen proefpersonen te worden geëxcludeerd. Pas wanneer alle proefpersonen de CVST hadden afgelegd, werden zij geïnformeerd over de achterliggende redenering van het experiment. Proefpersonen kwamen binnen in de experimentruimte en namen onmiddellijk plaats voor het computerscherm. Geboortedatum, scholing, geslacht en het links- of rechtshandig zijn, werd genoteerd. Nadien werd het geslacht, geboortedatum en het links- of rechtshandig zijn, ingegeven in de computer. Vervolgens werden de proefpersonen gevraagd om zo dicht mogelijk bij het scherm te gaan zitten. De afstand tussen hoofd en scherm bedroeg op die manier gemiddeld 50cm. Proefpersonen kregen de standaardinstructies (FEPSY, 1995) mondeling door de proefleider te horen. Er stond geen limiet op de zoektijd per trial van proefpersonen. Nadat proefpersonen de CVST hadden afgelegd, bevroegen we eventuele neurologische voorgeschiedenis, gebruik van psychofarmaca en indien relevant het dragen van een dubbelfocusbril. Materiaal. Als visuele zoektaak werd de Computerized Visual Searching Task met 24 items (CVST 24) uit de Fepsy (http://www.fepsy.com/) gebruikt. De Fepsy werd in MS-DOS gedraaid op een Compaq Deskpro Pentium II. Proefpersonen zaten voor een computerscherm (d.i., 17 inch Flatron L1730SF touchscreen) en zagen een stimulusdisplay zoals in Figuur 1. Figuur 1.

14 De CVST en aandachtsbias 14 CVST 24 testscherm Centraal op het scherm wordt een target aangeboden, d.i. de stimulus waar de pijl naar wijst. Het target komt in een trial steeds tweemaal voor. Eenmaal in het midden van het scherm en eenmaal elders tussen de afleiders. De bedoeling is dat de patiënt zo snel mogelijk de elders gelokaliseerde target zoekt en aangeeft. Dit aangeven is op twee manieren mogelijk. De Fepsy voorziet een eerste responsmodus waarbij naast elke stimulus een cijfer wordt geplaatst (zie Figuur 1) en de patiënt het cijfer naast de elders gelokaliseerde target moet uitspreken. De testleider geeft dan de uitgesproken cijfers via het toetsenbord in. De tweede responsmodus is via een touchscreen, waarbij de patiënt zo snel mogelijk de niet-centrale target op het scherm moet aandrukken. Er werd gekozen voor de tweede responsmodus. Proefpersonen dienden de items aan te drukken met een houten spatel, zo kon de responsiviteit van het touchscreen worden geoptimaliseerd. Proefpersonen kregen 24 trials aangeboden, voorafgegaan door drie oefentrials. Als output krijgen we de gemiddelde responstijd en het aantal foutieve responsen. Bijlage 1 toont de output van de CVST 24 van een normale prestatie. De lokalisatie van de niet-centrale targets over de 24 trials heen heeft een vaste volgorde en is dus niet gerandomiseerd. De vaste volgorde laat een vergelijking van de gemiddelde reactietijden voor aangeboden targets in de verschillende visuele velden toe (zie Figuur 2).

15 De CVST en aandachtsbias 15 Figuur 2. Lokalisatievolgorde van de niet-centrale targets Er worden vier visuele velden gedefinieerd. 1) Linker visueel veld: 3, 4, 5, 8, 9, 11, 15 en 21. 2) Rechter visueel veld: 1, 6, 10, 12, 13, 18, 20, 22, 23 en 24. 3) Bovenste visueel veld: 2, 3, 4, 6, 7, 10, 15, 16, 18 en 22. 4) Onderste visueel veld: 1, 5, 9, 12, 14, 17, 19, 21, 23 en 24. Trials waarbij proefpersonen een foutieve stimulus als target aandrukten of waarbij het touchscreen de respons niet goed verwerkte en als foutief registreerde, werden niet in de analyses opgenomen. Statistische analyses. Voor elke proefpersoon werd de gemiddelde responstijd berekend voor het LVF, RVF, SVF en IVF. Voor elke proefpersoon werden twee verschilscores berekend, d.i., LVF-RVF en SVF-IVF. Vervolgens werd voor de hele groep op de gemiddelde LVF-RVF en SVF-IVF verschilscores een one-sample t-test uitgevoerd. Hiermee werd nagegaan of de twee gemiddelde verschilscores verschillend zijn van nul. Resultaten Experiment De gemiddelde responstijden in seconden voor de hele groep voor het volledige visuele veld, LVF, RVF, SVF en IVF worden weergegeven in Tabel 1. Tabel 1.

16 De CVST en aandachtsbias 16 Gemiddelde responstijden Velden Gem. responstijden Standaarddev. (SD) Standaardfout (SE) Volledig veld LVF RVF SVF IVF Twee one-sample t-tests werden uitgevoerd om na te gaan of responstijden voor targets in het LVF versus RVF en targets in het SVF versus IVF verschilden van nul. Tabel 2 geeft de resultaten van de 2 one-sample t-tests op de verschilscores weer. Tabel 2. Verschilscores Velden Verschilscores SD SE p LVF-RVF SVF-IVF Tabel 2 toont dat responstijden voor targets in het LVF versus RVF niet significant verschilden van nul. Responstijden voor targets in het SVF versus IVF verschilden wel significant van nul. Casussen Alle geselecteerde casussen zijn patiënten verbonden aan de Dienst Neurologie uit het Sint Maria Ziekenhuis te Halle. Patiënten waarvan op basis van hun neurologische aandoening verondersteld werd veranderingen in de aandachtsverdeling te vertonen en voldoende interessant waren om te bespreken, werden weerhouden. Er werd geen enkele patiënt gevonden met een rechter posterieur cerebraal disfunctioneren die voldoende in staat was om de targets met de afleiders te vergelijken, zodat responstijden in de verschillende visuele velden konden worden geanalyseerd. Casus 1. Betreft een rechtshandige man van 76 jaar, die op spoed werd aangemeld met een rechter hemiplegie met faciobrachiaal overwicht. Er was geen transiënt ischemisch attack (d.i., TIA) in de voorgeschiedenis, noch arteriële hypertensie of gebruik van anticoagulantia. Het klinisch neurologisch onderzoek objectiveerde

17 De CVST en aandachtsbias 17 dysartrie, parese 0/5 van de rechter arm en 1-2/5 van het rechter been met een rechter hypotonie. Een eerste CT-scan objectiveerde een bloedingshaard posterieur lenticulair links op de overgang naar het capsula interna, naast minimale tekens van bifrontale periventriculaire vasculaire leuko-encefalopathie. Een tweede CT-scan na vier dagen, toonde enkel een matige toename van het oedeem rond de bloeding. Op de 15 de dag werd de CVST afgenomen. Gezien de rechter hemiplegie, duidde de patiënt de targets met de linker hand aan. Gegeven de laesie in de linker cerebrale hemisfeer en bijpassend klinisch neurologisch beeld, verwachten we een tendens tot tragere reactietijd voor het visuele veld contralateraal aan de laesiezijde. We verwachten dus snellere tijden voor targets in het linker visuele veld in vergelijking met het rechter visuele veld. Tabel 3 toont de CVST-prestaties van casus 1. Tabel 3. CVST-prestaties casus 1 CVST Scores Normen Resultaten Gem. totale tijd Cut off: 9 à 10 Verstoord LVF-RVF (2.47) Verstoord SVF-IVF (3.05) Randnormaal Tabel 3 toont dat het verschil tussen het LVF en RVF, seconden bedraagt, en is in de verwachte richting. Targets contralateraal aan de laesiezijde worden veel trager gedetecteerd. Het verschil tussen het LVF en RVF bij deze patiënt wijkt 4.1 keer de standaarddeviatie af van het gemiddelde verschil in de referentiegroep. Bemerk wel dat onze referentiegroep enkel uit vrouwen bestaat en het hier een mannelijke patiënt betreft. Het patroon op de CVST was dus conform onze hypothese bij deze patiënt. Het verschil tussen het SVF en IVF bedraagt -3,34 seconden. Op basis van onze referentiegroep wijkt het verschil tussen het SVF en IVF bij deze patiënt 1.69 keer de standaarddeviatie af en is dit een randnormale prestatie. Casus 2. Betreft een rechtshandige vrouw van 81 jaar (scholing tot 16 jaar) die door de huisarts naar de neuroloog werd doorverwezen wegens vergeetachtigheid. Een cognitieve en ergotherapeutische screening werd aangevraagd. Tabel 4 toont een overzicht van de gebruikte testen, relevante normen en prestaties van de patiënt.

18 De CVST en aandachtsbias 18 Tabel 4. Overzicht testen, scores, normen en resultaten Testen Scores Normen Resultaten MMSE 30/30 Cut off: 21/30 (1) Normaal ADL 7/24 Cut off: n.b. (2) Normaal IADL 24/27 Cut off: n.b. (3) Normaal CDT 10/10 Cut off: 5/10 (4) Normaal NPI 0/96 Cut off: n.b. (5) Normaal MIS 6/6 Cut off: 4/6 (6) Normaal VAT 6/6 Cut off: n.b. (6) Normaal FAB 16/18 Cut off: 12/18 (7) Normaal JLO 12/15 Cut off: 10/15 (8) Normaal CFR Kopie (2.1) (9) Normaal PPT Rechts (1.8) (10) Verstoord Links (2.05) (10) Normaal CVST Gem. totale tijd Cut off: 9 à 10 (11) Verstoord LVF-RVF (2.47) Verstoord SVF-IVF (3.05) Verstoord Noot. MMSE= Mini Mental Status Examination, ADL= Activities of Daily Living, IADL= Instumental Activities of Daily Living, CDT= Clock Drawing Test, NPI= Neuropsychiatric Inventory, MIS= Memory Impairment Screen, VAT= Visual Association Test, FAB= Fronal Assessment Battery, JLO= Judgment of Line Orientation, CFR= Complex Figure of Rey, PPT= Purdue Pegboard Test, n.b.= niet beschikbaar. (1) Crum, Anthony, Bassett en Folstein (1993); (2) Katz, Ford, Moskowitz, Jackson en Jaffe (1963); (3) Lawton en Brody (1969); (4) Sunderland, Hill, Mellow, Lawor, Gundersheimer, Newhouse en Grafman (1989), (5) Cummings, Mega, Gray, Rosenberg-Thompson, Carusi en Gornbein (1994); (6) Dierckx (2008); (7) Dubois, Slachevsky, Litvan en Pillon (2000); (8) Woodard, Benedict, Salthouse, Toth, Zgaljardic en Hancock (1998); (9) Miatton, Wolters, Lannoo en Vingerhoets (2004) (10) Agnew, Bolla-Wilson, Kawas en Bleecker (1988); (11) FEPSY (1995). Tabel 4 toont de normale prestaties voor dagelijkse activiteiten en neuropsychologische testen die hogere orde cognitieve functies meten. Enkel de psychomotoriek van de rechterhand wijkt 1.79 keer de staandaarddeviatie af en is

19 De CVST en aandachtsbias 19 afwijkend. Tijdens de cognitieve screening observeren we bradyfrenie, bradykinesie, emotionele afvlakking en hypomimiek. We besluiten dat het profiel passend is bij een subcorticale disfunctionaliteit, overwegend links hemisferisch. Het hersenzenuwonderzoek is normaal, er is geen verticale blikparese. De gang is traag met afwezige armzwaai. De neuroloog weerhoudt de ziekte van Parkinson als werkhypothese. Computed Tomograpy (CT) en Single Photon Emission Computed Tomograpy (SPECT) tonen geen afwijkingen. Magnetic Resonance Imaging (MRI) toont beginnende tekens van subcorticale atrofie en minimale periventriculaire vasculaire leuko-encefalopathie zonder lateralisatie. Costa, Vaughan, Farber en Levita (1963) onderzochten de hit-rate van de Purdue Pegboard Test (PPT) betreffende het voorspellen van de cerebrale laesiezijde en vonden dat in 89% van de gevallen de correcte beschadigde hemisfeer kon worden gedetecteerd. Bij deze patiënt werd onderzocht of de prestaties op de PPT en CVST in dezelfde richting zouden wijzen. De CVST objectiveerde tragere reactietijden voor targets in het RVF in vergelijking met het LVF, sec. In vergelijking met onze referentiegroep wijkt dit verschil 2.5 keer de standaarddeviatie af en is dus verstoord. De CVST en PPT zijn beide passend bij een disfunctioneren van (overwegend) de linker cerebrale hemisfeer. Wanneer de reactietijden voor targets in het SVF versus IVF worden vergeleken zien we tragere reactietijden voor het SVF in vergelijking met het IVF (16.32). In vergelijking met onze referentiegroep, meten we een afwijking van 4.76 keer de standaarddeviatie, suggestief voor een sterke aandachtsbias voor het IVF en een disfunctioneren van ventrale cerebrale structuren. De resultaten voor de aandachtsverdeling in de verticale dimensie voor deze patiënt met vermoedelijk links hemisferisch dominante Parkinson, zijn in strijd met de bevindingen van Lee e.a. (2002). Lee e.a. (2002) vonden op een lijnbisectietaak een aandachtsbias voor het IVF bij patiënten met Parkinsonsymptomen aan de linker zijde en vond een aandachtsbias voor het SVF bij patiënten met Parkinsonsymptomen aan de rechter zijde. Deze casus illustreert dat de CVST, naast cerebrale aandoeningen met vasculaire etiologie, ook bij subcorticale dementie mogelijks een valide test is om aandachtsbias te detecteren. Casus 3. Betreft een rechtshandige man van 56 jaar, waarbij SPECT een uitgebreid perfusiedefect ter hoogte van het linker cerebellum visualiseert. CT toont wat

20 De CVST en aandachtsbias 20 volumeverlies van de perifere cerebellaire hemisfeer links. Volgens Nieuwenhuys, Voogd en Huijzen (2008) zijn er reciproke projecties van het cerebellum contralateraal naar het cerebrum. Gebaseerd op de functionele neuro-anatomische relatie tussen visuele aandacht, cerebrum en cerebellum, verwachten we tragere reactietijden in het LVF in vergelijking met het RVF. Tabel 5 toont de CVST-prestaties van casus 3. Tabel 5. CVST-prestaties casus 3 CVST Scores Normen Resultaten Gem. totale tijd 7.33 Cut off: 9 à 10 Normaal LVF-RVF (2.47) Verstoord SVF-IVF (3.05) Normaal Tabel 5 toont volgens de verwachtingen, tragere reactietijden voor targets in het LVF in vergelijking met het RVF, met een afwijking van 2.06 keer de standaarddeviatie in vergelijking met de referentiegroep. De CVST is dus in staat om aandachtsbias ten gevolge van een unilaterale cerebellaire laesie te detecteren in het visuele veld ipsilateraal aan de laesiezijde. De invloed van een laesie in het cerebellum op visuele aandacht is bij deze patiënt conform eerder onderzoek (Fink e.a., 2002; Kim e.a., 2008). In vergelijking met onze referentiegroep werd er geen verstoorde aandachtverdeling in de verticale dimensie gedetecteerd. Discussie De CVST wordt in de huidige klinisch neuropsychologische praktijk gebruikt om hersendisfunctioneren te detecteren. Deze pilootstudie had als doel te onderzoeken of de CVST ook zou kunnen gebruikt worden om op basis van verschillen in reactietijden tussen visuele velden, aandachtsbias te detecteren. Eerst onderzochten we de aandachtsverdeling bij 30 neurologisch intacte rechtshandige vrouwen met meer dan 12 jaar scholing; deze vormde onze referentiegroep. Vervolgens gingen we bij drie patiënten aandachtsbias na. We beoordeelden in welke mate de aandachtsverdeling afwijkend was van de referentiegroep en passend was bij de veronderstelde veranderingen in aandachtsverdeling op basis van hun neurologische aandoening,

Chapter 13. Nederlandse samenvatting. A.R.E. Potgieser

Chapter 13. Nederlandse samenvatting. A.R.E. Potgieser Chapter 13 Nederlandse samenvatting A.R.E. Potgieser Chapter 13 Nederlandse samenvatting Hoofdstuk 1 is een algemene introductie over de premotor cortex met een focus op betrokkenheid van deze gebieden

Nadere informatie

SAMENVATTING. Schiemanck_totaal_v4.indd 133 06-03-2007 10:13:56

SAMENVATTING. Schiemanck_totaal_v4.indd 133 06-03-2007 10:13:56 SAMENVATTING Schiemanck_totaal_v4.indd 133 06-03-2007 10:13:56 Schiemanck_totaal_v4.indd 134 06-03-2007 10:13:56 Samenvatting in het Nederlands Beroerte (Cerebro Vasculair Accident; CVA) is een veel voorkomende

Nadere informatie

De ziekte van Parkinson is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de

De ziekte van Parkinson is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de Rick Helmich Cerebral Reorganization in Parkinson s disease (proefschrift) Nederlandse Samenvatting De ziekte van Parkinson is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting In het promotieonderzoek dat wordt beschreven in dit proefschrift staat schade aan de bloedvaten bij dementie centraal. Voordat ik een samenvatting van de resultaten geef zal ik

Nadere informatie

Hoofdstuk 3 hoofdstuk 4

Hoofdstuk 3 hoofdstuk 4 9Samenvatting Chapter 9 156 Samenvatting De ziekte van Parkinson is een veel voorkomende neurodegeneratieve aandoening, die vooral de oudere bevolking treft. Behandeling bestaat tot nu toe uit symptomatische

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING DUTCH SUMMARY

NEDERLANDSE SAMENVATTING DUTCH SUMMARY NEDERLANDSE SAMENVATTING DUTCH SUMMARY Introductie De ziekte van Parkinson werd als eerste beschreven door James Parkinson in 1817. Inmiddels is er veel onderzoek gedaan naar de ziekte van Parkinson, maar

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting. Nederlandse samenvatting Lateralisatie en schizofrenie

Nederlandse Samenvatting. Nederlandse samenvatting Lateralisatie en schizofrenie Nederlandse samenvatting Lateralisatie en schizofrenie 255 256 De twee hersenhelften, de hemisferen, van het menselijke brein verschillen zowel in vorm als in functie. In sommige hersenfuncties, zoals

Nadere informatie

Sam envatting en conclusies T E N

Sam envatting en conclusies T E N Sam envatting en conclusies T E N Samenvatting en conclusies Samenvatting en conclusies Sinds de zeventigerjaren van de vorige eeuw zijn families beschreven met dominant overervende herseninfarcten,dementie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 203 Nederlandse samenvatting Wittere grijstinten Klinische relevantie van afwijkingen in de grijze stof in multipele sclerose, zoals afgebeeld met MRI Multipele sclerose (MS) is

Nadere informatie

Samenvatting. Over het gebruik van visuele informatie in het reiken bij baby s

Samenvatting. Over het gebruik van visuele informatie in het reiken bij baby s Samenvatting Over het gebruik van visuele informatie in het reiken bij baby s 166 Het doel van dit proefschrift was inzicht te krijgen in de vroege ontwikkeling van het gebruik van visuele informatie voor

Nadere informatie

Screening van cognitieve stoornissen in de verslavingszorg

Screening van cognitieve stoornissen in de verslavingszorg Screening van cognitieve stoornissen in de verslavingszorg aan de hand van de Montreal Cognitive Assessment (MoCA-D) Carolien J. W. H. Bruijnen, MSc Promovendus Vincent van Gogh cbruijnen@vvgi.nl www.nispa.nl

Nadere informatie

Samenvatting g ttin a v n e m a S

Samenvatting g ttin a v n e m a S Samenvatting Samenvatting Sam envatting Samenvatting Veroudering is een onvermijdelijk biologisch proces dat na de geboorte begint en onomkeerbaar doorgaat tot aan de dood. In tegensteling tot wat algemeen

Nadere informatie

Meten van ziekteprogressie in MS: komen de perspectieven van

Meten van ziekteprogressie in MS: komen de perspectieven van Samenvatting proefschrift Jolijn Kragt Meten van ziekteprogressie in MS: komen de perspectieven van patiënten en dokters met elkaar overeen? Multipele sclerose (MS) is een chronische progressieve neurologische

Nadere informatie

Begeleiding van psychische klachten bij revalidatie. dr. Bianca Buijck Coördinator Rotterdam Stroke Service 17 maart 2015

Begeleiding van psychische klachten bij revalidatie. dr. Bianca Buijck Coördinator Rotterdam Stroke Service 17 maart 2015 Begeleiding van psychische klachten bij revalidatie dr. Bianca Buijck Coördinator Rotterdam Stroke Service 17 maart 2015 Even voorstellen Psychische klachten: neuropsychiatrische symptomen (NPS) De laatste

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

I Identificatie van de rechthebbende (naam, voornaam, inschrijvingsnummer bij de V.I.):

I Identificatie van de rechthebbende (naam, voornaam, inschrijvingsnummer bij de V.I.): BIJLAGE A: Model van formulier voor eerste aanvraag: Formulier voor eerste aanvraag tot terugbetaling van een specialiteit ingeschreven in 2230000 van hoofdstuk IV van het K.B. van 21 december 2001 II

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 137 138 Het ontrafelen van de klinische fenotypen van dementie op jonge leeftijd In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, komt dementie ook op jonge leeftijd voor. De diagnose

Nadere informatie

SAMENVATTING Hoofdstuk 1 Introductie.

SAMENVATTING Hoofdstuk 1 Introductie. SAMENVATTING Hoofdstuk 1 Introductie. Bij mensen met medicamenteus onbehandelbare temporaalkwab epilepsie is epilepsie chirurgie een zeer goede behandelmogelijkheid. Het besluit om iemand wel of niet te

Nadere informatie

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Samenvatting 141 Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift. Internetbehandeling voor depressie en angst is bewezen effectief. Dit opent

Nadere informatie

1 Geheugenstoornissen

1 Geheugenstoornissen 1 Geheugenstoornissen Prof. dr. M. Vermeulen 1.1 Zijn er geheugenstoornissen? Over het geheugen wordt veel geklaagd. Bij mensen onder de 65 jaar berusten deze klachten zelden op een hersenziekte. Veelal

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING 188 Type 1 Diabetes and the Brain Het is bekend dat diabetes mellitus type 1 als gevolg van hyperglykemie (hoge bloedsuikers) kan leiden tot microangiopathie (schade aan de kleine

Nadere informatie

De geheugenpolikliniek Snel duidelijkheid als het geheugen niet meer zo helder is

De geheugenpolikliniek Snel duidelijkheid als het geheugen niet meer zo helder is De geheugenpolikliniek Snel duidelijkheid als het geheugen niet meer zo helder is Wilma Knol, klinisch geriater en klinisch farmacoloog 5 juni 2013 De geheugenpoli in Tergooiziekenhuizen 1. Wie komt in

Nadere informatie

Doelstelling. Methoden

Doelstelling. Methoden Emotionele perceptiegebreken bij Amyotrofe Lateraal Sclerose Erin K. Zimmerman BA, 1 Paul J. Eslinger PhD, 1,2 Zachary Simmons MD, 1,3 en Anna M. Barrett MD 4 1 Afdeling Neurologie, College of Medicine,

Nadere informatie

Exam s digitale testen voor dyscalculie.

Exam s digitale testen voor dyscalculie. Exam s digitale testen voor dyscalculie. Er wordt in de Nederlandse literatuur over dyscalculie een gemeenschappelijk standpunt aangetroffen in de overtuiging dat iets basaals de oorzaak is en dat een

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting 175 Grote infarcten in het stroomgebied van de arteria cerebri media (ACM) kunnen gepaard gaan met oedeemvorming, die in ernstige gevallen kan leiden tot cerebrale inklemming. Patiënten met

Nadere informatie

MEMANTINE-ADDITIE AAN CLOZAPINE 1. Memantine-additie aan Clozapine bij Therapieresistente Schizofrenie

MEMANTINE-ADDITIE AAN CLOZAPINE 1. Memantine-additie aan Clozapine bij Therapieresistente Schizofrenie MEMANTINE-ADDITIE AAN CLOZAPINE 1 Memantine-additie aan Clozapine bij Therapieresistente Schizofrenie (Memantine Add-On Therapy to Clozapine in Refractory Schizophrenia) David M.H. Buyle David M.H. Buyle

Nadere informatie

Neuropsychologie. Psychologische diagnostiek en testtheorie. Neuropsychologie. Neuropsychologie. Typering patiënten. Neuropsychologische symptomen

Neuropsychologie. Psychologische diagnostiek en testtheorie. Neuropsychologie. Neuropsychologie. Typering patiënten. Neuropsychologische symptomen Psychologische diagnostiek en testtheorie Neuropsychologie Neuropsychologie De neuropsychologie kijkt naar de relatie tussen het (dysfunctionele) brein en het (verstoorde) gedrag Gudrun Nys g.nys@fss.uu.nl

Nadere informatie

6 e mini symposium Ouderenzorg

6 e mini symposium Ouderenzorg 6 e mini symposium Ouderenzorg Aanvullende diagnostiek bij dementie in de 1 e lijn Suzanne Boot, specialist ouderengeneeskunde, kaderarts psychogeriatrie i.o. 28-09-2015 Pagina 1 6 e Mini symposium ouderenzorg

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) * 132 Baby s die te vroeg geboren worden (bij een zwangerschapsduur korter dan 37 weken) hebben een verhoogd risico op zowel ernstige ontwikkelingproblemen (zoals mentale

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Aandacht

Hoofdstuk 3: Aandacht 1. SELECTIEVE AANDACHT Selectieve aandacht verdeelde aandacht Selectieve aandacht: verwijst naar selectie van bepaalde stimuli voor verdere cognitieve verwerking. Verdeelde aandacht: de aandacht die globaal

Nadere informatie

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen. Samenvatting Samenvatting Depressie en angst zijn de meest voorkomende psychische stoornissen in de adolescentie met een enorme impact op het individu. Veel adolescenten rapporteren depressieve en angst

Nadere informatie

CHAPTER 8. Samenvatting

CHAPTER 8. Samenvatting CHAPTER 8 Samenvatting Samenvatting 8. Samenvatting Hoofdstuk 1 is een algemene introductie. Doel van dit proefschrift is om de kosten en effectiviteit van magnetische resonantie (MR) te evalueren indien

Nadere informatie

Integratie van functionele en moleculaire beeldvorming bij de ziekte van Alzheimer

Integratie van functionele en moleculaire beeldvorming bij de ziekte van Alzheimer Integratie van functionele en moleculaire beeldvorming bij de ziekte van Alzheimer Achtergrond De ziekte van Alzheimer De ziekte van Alzheimer (Alzheimer s disease - AD) is een neurodegeneratieve ziekte

Nadere informatie

Protocol Balance bord

Protocol Balance bord Protocol Balance bord Inleiding Het Balance board is een apparaat waarmee je nauwkeurig de balans kan testen en trainen met behulp van visuele feedback. Het is dan ook ideaal voor patiënten met neurologische

Nadere informatie

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Nederlandse Samenvatting De adolescentie is levensfase waarin de neiging om nieuwe ervaringen op te

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 135

Samenvatting. Samenvatting 135 Samenvatting 135 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft een zoektocht naar de ecologische validiteit (de waarde van onderzoeksresultaten bij toepassing in het dagelijks leven) van executieve functie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur

Nadere informatie

Kijk eens in het brein!

Kijk eens in het brein! Kijk eens in het brein! Hersenen en taal Hersenen als onderzoeksdomein Cognitief proces als onderzoeksdomein bouwstenen, chemie anatomie localisatie functies fasen en verloop cognitief proces neurale representatie

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting. Chapter 5

Nederlandse Samenvatting. Chapter 5 Nederlandse Samenvatting Chapter 5 Chapter 5 Waarde van MRI scans voor voorspelling van invaliditeit in patiënten met Multipele Sclerose Multipele Sclerose (MS) is een relatief vaak voorkomende ziekte

Nadere informatie

Vasculaire cognitieve stoornissen. ! concept vci! vci poli! casuïstiek. Casuïstiek. Casuïstiek. Diagnose vasculaire dementie

Vasculaire cognitieve stoornissen. ! concept vci! vci poli! casuïstiek. Casuïstiek. Casuïstiek. Diagnose vasculaire dementie eigen zaak in kantoormeubilair geheugen en concentratieklachten na TIA Vasculaire cognitieve stoornissen Geert Jan Biessels & Nenne van Kalsbeek Vascular Cognitive Impairment poli UMC Utrecht is dit een

Nadere informatie

Sociolinguïstiek en sociale psychologie:

Sociolinguïstiek en sociale psychologie: Sociolinguïstiek en sociale psychologie: Nieuwe methodes voor attitudemeting Laura Rosseel, Dirk Geeraerts, Dirk Speelman OG Kwantitatieve Lexicologie en Variatielinguïstiek Inleiding sinds de jaren 1960

Nadere informatie

Chapter. Samenvatting

Chapter. Samenvatting Chapter 9 9 Samenvatting Samenvatting Patiënten met chronische pijn die veel catastroferende gedachten (d.w.z. rampdenken) hebben over pijn ervaren een verminderd fysiek en psychologisch welbevinden. Het

Nadere informatie

- $! $ ## " $ $!.. # # "!. $! $##!$ /

- $! $ ##  $ $!.. # # !. $! $##!$ / BIJLAGE A: Model van formulier voor eerste aanvraag: Formulier voor eerste aanvraag tot terugbetaling van EXELON pleisters voor transdermaal gebruik ( 4680000 van hoofdstuk IV van het K.B. van 21 december

Nadere informatie

Je gaat het pas zien als je het doorhebt. (Johan Cruijff)

Je gaat het pas zien als je het doorhebt. (Johan Cruijff) Je gaat het pas zien als je het doorhebt. (Johan Cruijff) Chapter 6 NEDERLANDSE SAMENVATTING Nederlandse Samenvatting 6 Nederlandse samenvatting Multiple sclerose (MS) is een neuro-inflammatoire en neurodegeneratieve

Nadere informatie

De ziekte van Parkinson (ZvP) is een progressieve aandoening van de hersenen

De ziekte van Parkinson (ZvP) is een progressieve aandoening van de hersenen Samenvatting 125 126 SAMENVATTING De ziekte van Parkinson (ZvP) is een progressieve aandoening van de hersenen waarbij zenuwcellen in de middenhersenen, die de neurotransmitter dopamine produceren, afsterven.

Nadere informatie

! "#$%!&''! ( # ' ) * )# ' ' # ' ' ' ## * ' +,+, # '# - '.) ' +, # '# /, ' 0 1231 2 3 ' ) ' ## *' ' )" " # # * ) " ' ) ' ## ) ' 4

! #$%!&''! ( # ' ) * )# ' ' # ' ' ' ## * ' +,+, # '# - '.) ' +, # '# /, ' 0 1231 2 3 ' ) ' ## *' ' )  # # * )  ' ) ' ## ) ' 4 BIJLAGE A: Model van formulier voor eerste aanvraag: Formulier voor eerste aanvraag tot terugbetaling van een specialiteit ingeschreven in 2230000 van hoofdstuk IV van het K.B. van 21 december 2001 II

Nadere informatie

Welk neuro-anatomisch netwerk ligt aan de basis van lezen en leesproblemen?

Welk neuro-anatomisch netwerk ligt aan de basis van lezen en leesproblemen? Welk neuro-anatomisch netwerk ligt aan de basis van lezen en leesproblemen? Dr. Maaike Vandermosten Prof. Dr. Pol Ghesquière Prof. Dr. Jan Wouters Dyslexia Collaboration KU Leuven (DYSCO) OVERZICHT 1.

Nadere informatie

samenvatting 127 Samenvatting

samenvatting 127 Samenvatting 127 Samenvatting 128 129 De ziekte van Bechterew, in het Latijn: Spondylitis Ankylopoëtica (SA), is een chronische, inflammatoire reumatische aandoening die zich vooral manifesteert in de onderrug en wervelkolom.

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Een goede hand functie is van belang voor interactie met onze omgeving. Vanaf het moment dat we opstaan, tot we s avonds weer naar bed gaan,

Nadere informatie

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening. amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum

Nadere informatie

BPPV komt eerder zelden voor

BPPV komt eerder zelden voor BPPV komt eerder zelden voor Dr.Hélène Valcke NKO Vertigo: tips en valkuilen Een overwegend % vertigo patiënten met positie gebonden vertigo krijgen de diagnose BPPV zonder investigatie. Echter elke vestibulaire

Nadere informatie

Neuropsychologisch onderzoek Op de afdeling Medische Psychologie

Neuropsychologisch onderzoek Op de afdeling Medische Psychologie Neuropsychologisch onderzoek Op de afdeling Medische Psychologie Albert Schweitzer ziekenhuis Medische Psychologie februari 2014 pavo 0356 Inleiding U bent door uw specialist verwezen naar de afdeling

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) SAMENVATTING Jaarlijks wordt 8% van alle kinderen in Nederland prematuur geboren. Ernstige prematuriteit heeft consequenties voor zowel het kind als de ouder. Premature

Nadere informatie

Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG)

Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG) Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG) Bowman, L. (2006) "Validation of a New Symptom Impact Questionnaire for Mild to Moderate Cognitive Impairment." Meetinstrument Patient-reported

Nadere informatie

Diagnostiek en het gebruik van meetinstrumenten

Diagnostiek en het gebruik van meetinstrumenten 4. Diagnostiek en het gebruik van meetinstrumenten 4.1. VRAAGSTELLINGEN Voor dit hoofdstuk heeft de werkgroep gezocht naar antwoord op de volgende uitgangsvragen: Met behulp van welke instrumenten kan

Nadere informatie

De ziekte van Alzheimer. Diagnose

De ziekte van Alzheimer. Diagnose De ziekte van Alzheimer Bij dementie is er sprake van een globale achteruitgang van de cognitieve functies, zoals het geheugen of de taalfuncties. Deze achteruitgang leidt tot functionele beperkingen in

Nadere informatie

recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst

recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst Nederlandse samenvatting Patiënten met een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) hebben last van recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst veroorzaken. Om deze angst

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Samenvatting 11 Samenvatting Bloedarmoede, vaak aangeduid als anemie, is een veelbesproken onderwerp in de medische literatuur. Clinici en onderzoekers buigen zich al vele jaren over de oorzaken en gevolgen

Nadere informatie

"Recognition of Alzheimer's Disease: the 7 Minute Screen."

Recognition of Alzheimer's Disease: the 7 Minute Screen. Seven Minute Screen (7MS) Solomon, P. R. and Pendlebury, W. W. (1998) "Recognition of Alzheimer's Disease: the 7 Minute Screen." Meetinstrument Afkorting Auteur Onderwerp Doelstelling Populatie Gebruikers

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Titel: Cognitieve Kwetsbaarheid voor Depressie: Genetische en Omgevingsinvloeden Het onderwerp van dit proefschrift is cognitieve kwetsbaarheid voor depressie en de wisselwerking

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

INHOUD Dit protocol is gebaseerd op de NVN richtlijn 2011 Prognose van post-anoxisch coma. 1 september 2012

INHOUD Dit protocol is gebaseerd op de NVN richtlijn 2011 Prognose van post-anoxisch coma. 1 september 2012 INHOUD Dit protocol is gebaseerd op de NVN richtlijn 2011 Prognose van post-anoxisch coma. 1 september 2012 Inleiding: Een post-anoxisch coma wordt veroorzaakt door globale anoxie of ischemie van de hersenen,

Nadere informatie

Samenvatting. Tabel 8.1. Een olifant is groter dan een koe Een koe is groter dan een muis Een olifant is groter dan een muis

Samenvatting. Tabel 8.1. Een olifant is groter dan een koe Een koe is groter dan een muis Een olifant is groter dan een muis 149 150 Ongeveer negentien procent van de Nederlandse bevolking krijgt in zijn leven een angststoornis. Mensen die lijden aan een angststoornis ervaren intense angsten die van invloed zijn op het dagelijks

Nadere informatie

SAMENVATTING. Schouder pijn na een beroerte.

SAMENVATTING. Schouder pijn na een beroerte. SAMENVATTING Schouder pijn na een beroerte. Schouderpijn na een beroerte is een veelvoorkomend bijverschijnsel bij patiënten met een hemiplegie (halfzijdige verlamming) en het voorkomen ervan wordt geschat

Nadere informatie

Leaflet. Connector Ability. Brochure kandidaten. Touwbaan 1 4205 AB Gorinchem T 0183-693939 E info@interselect.nl www.interselect.

Leaflet. Connector Ability. Brochure kandidaten. Touwbaan 1 4205 AB Gorinchem T 0183-693939 E info@interselect.nl www.interselect. Leaflet Connector Ability Brochure kandidaten Touwbaan 1 4205 AB Gorinchem T 0183-693939 E info@interselect.nl www.interselect.nl Inhoud 1 Waarom deze brochure? 2 2 Waarom wordt er getest? 2 3 Wat is de

Nadere informatie

Executive functioning bij kinderen met een ontwikkelings- of gedragsstoornis

Executive functioning bij kinderen met een ontwikkelings- of gedragsstoornis Executive functioning bij kinderen met een ontwikkelings- of gedragsstoornis Sylvie Verté INLEIDING Reeds geruime tijd worden pogingen ondernomen om te bepalen welke aspecten van diverse ontwikkelings-

Nadere informatie

Samenvatting 9 122 Chapter 9 Diabetes mellitus is geassocieerd met langzaam progressieve veranderingen in het brein, een complicatie die diabetische encefalopathie genoemd wordt. Eerdere studies laten

Nadere informatie

Appendix A. Summary in Dutch (Samenvatting)

Appendix A. Summary in Dutch (Samenvatting) Summary in Dutch (Samenvatting) 161 In onze hersenen vinden verschillende processen plaats, zoals bijvoorbeeld het reguleren van autonome activiteiten als ademen, coördinatie van bewegingen, maar ook perceptie

Nadere informatie

Detector Ability Achtergronden bij het instrument

Detector Ability Achtergronden bij het instrument Detector Ability Achtergronden bij het instrument P E O P L E I M P R O V E P E R F O R M A N C E Computerweg 1, 3542 DP Utrecht Postbus 1087, 3600 BB Maarssen tel. 0346-55 90 10 fax 0346-55 90 15 www.picompany.nl

Nadere informatie

Dementie, ook u ziet het?! Hanny Bloemen Klinisch Geriater Elkerliek Ziekenhuis Helmond 22 mei 2013

Dementie, ook u ziet het?! Hanny Bloemen Klinisch Geriater Elkerliek Ziekenhuis Helmond 22 mei 2013 Dementie, ook u ziet het?! Hanny Bloemen Klinisch Geriater Elkerliek Ziekenhuis Helmond 22 mei 2013 Hoeveel mensen in Nederland hebben dementie? 16.5 miljoen Nederlanders; 2.5 miljoen hiervan is 65+ (15%)

Nadere informatie

Hoe kan de diagnostiek van visueel neglect verbeterd worden?

Hoe kan de diagnostiek van visueel neglect verbeterd worden? Krista Huisman Anne Visser-Meily Anja Eijsackers Tanja Nijboer Helmholz Instituut, Departement Experimentele Psychologie, Universiteit Utrecht Rudolf Magnus Instituut voor Neurowetenschap en Het Kenniscentrum

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties Jongeren en Gezondheid 14: Seksualiteit en Relaties Inleiding Tijdens hun puberjaren, ondergaan jongens en meisjes diepgaande biologische, cognitieve, emotionele en sociale veranderingen. Deze periode

Nadere informatie

More than lung cancer: automated analysis of low-dose screening CT scans

More than lung cancer: automated analysis of low-dose screening CT scans Onno Mets More than lung cancer: automated analysis of low-dose screening CT scans Er zijn sterke aanwijzingen dat de sterfte als gevolg van longkanker zal afnemen wanneer zware rokers gescreend worden

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

Definitie. Terminologie. Neglect. Hersenfeest!! Aandacht voor Neglect

Definitie. Terminologie. Neglect. Hersenfeest!! Aandacht voor Neglect Hersenfeest!! Aandacht voor Neglect Paul de Kort Neuroloog St.Elisabeth ziekenhuis Tilburg Neglect Definitie Bij wie? Manifestaties? Hoe toon je neglect aan? Theoretische modellen? Anatomisch substraat?

Nadere informatie

White paper 1 WMS-IV-NL. Algemene introductie op de Wechsler Memory Scale. 2014, Pearson Assessment & information BV

White paper 1 WMS-IV-NL. Algemene introductie op de Wechsler Memory Scale. 2014, Pearson Assessment & information BV White paper WMS-IV-NL Algemene introductie op de Wechsler Memory Scale White paper 1 www.pearsonclinical.nl www.pearsonclinical.be 2014, Pearson Assessment & information BV White paper WMS-IV-NL Algemene

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 en 2 bestaan uit de inleiding en de beschrijving van de onderzoeksdoelen.

Hoofdstuk 1 en 2 bestaan uit de inleiding en de beschrijving van de onderzoeksdoelen. Chapter 9 Nederlandse samenvatting 148 CHAPTER 9 De kans dat een kind kanker overleeft, is de laatste decennia sterk gegroeid. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw was kinderkanker meestal fataal,

Nadere informatie

Hemispatieel neglect: Meer dan slechts een aandachtsprobleem?

Hemispatieel neglect: Meer dan slechts een aandachtsprobleem? Stefan Van der Stigchel Hemispatieel neglect: Meer dan slechts een aandachtsprobleem? 89 Tanja C.W. Nijboer Experimentele Psychologie, Helmholtz Instituut, Universiteit Utrecht Experimentele Psychologie,

Nadere informatie

DE INTEGRATIE VAN VISUELE EN TACTIELE STIMULI

DE INTEGRATIE VAN VISUELE EN TACTIELE STIMULI DE INTEGRATIE VAN VISUELE EN TACTIELE STIMULI Vision and touch are automatically integrated for the perception of sequences of events Bresciani, J. P., Dammeier, F. & Ernst, M. O. (2006) Opbouw Inleiding

Nadere informatie

Foutloos leren bij Goal Management Training

Foutloos leren bij Goal Management Training A8 Foutloos leren bij Goal Management Training Kan het opnieuw aanleren van alledaagse taken na hersenletsel beter? Dirk Bertens 1 Dirk Bertens, MSc Prof. Luciano Fasotti Prof. Roy Kessels Dr. Danielle

Nadere informatie

TAPASS: Training Project Amsterdam Seniors and Stroke. Renate van de Ven Jessika Buitenweg Jaap Murre Richard Ridderinkhof Ben Schmand

TAPASS: Training Project Amsterdam Seniors and Stroke. Renate van de Ven Jessika Buitenweg Jaap Murre Richard Ridderinkhof Ben Schmand TAPASS: Training Project Amsterdam Seniors and Stroke Renate van de Ven Jessika Buitenweg Jaap Murre Richard Ridderinkhof Ben Schmand Overzicht Achtergrond Studie design Training Molshopen Vragen Hersenbloeding

Nadere informatie

Neurorevalidatie ITON IN VOGELVLUCHT

Neurorevalidatie ITON IN VOGELVLUCHT Neurorevalidatie ITON IN VOGELVLUCHT ITON ITON: instituut voor toegepaste neurowetenschappen Hoofddocent: Dr. Ben van Cranenburgh Inhoud presentatie Cijfers t.a.v. CVA Anatomie,informatieverwerking e.d.

Nadere informatie

Networks of Action Control S. Jahfari

Networks of Action Control S. Jahfari Networks of Action Control S. Jahfari . Networks of Action Control Sara Jahfari NEDERLANDSE SAMENVATTING Dagelijks stappen velen van ons op de fiets of in de auto, om in de drukke ochtendspits op weg te

Nadere informatie

Why do we treat the elderly cancer patient and how do we assess him? Cindy Kenis, Geriatrisch Oncologisch Verpleegkundige, UZ Leuven

Why do we treat the elderly cancer patient and how do we assess him? Cindy Kenis, Geriatrisch Oncologisch Verpleegkundige, UZ Leuven Why do we treat the elderly cancer patient and how do we assess him? Cindy Kenis, Geriatrisch Oncologisch Verpleegkundige, UZ Leuven 1. Introductie (1) 1. Introductie (2) Comprehensive Geriatric Assessment

Nadere informatie

Primaire progressieve afasie & Spontane-taalanalyse

Primaire progressieve afasie & Spontane-taalanalyse Primaire progressieve afasie & Spontane-taalanalyse Onderzoek naar de spontane taal van patiënten met primaire progressieve afasie. Carolien de Vries 28 oktober 2008 Rijksuniversiteit Groningen Onderzoek

Nadere informatie

vertigo beoordeling op de SEH Bart van der Worp

vertigo beoordeling op de SEH Bart van der Worp vertigo beoordeling op de SEH Bart van der Worp disclaimer geen duizeligheidsexpert geen belangenverstrengeling oorzaken duizeligheid vestibulair centraal cardiovasculair intoxicatie metabool BPPD neuritis

Nadere informatie

Summary in dutch / Nederlandse samenvatting

Summary in dutch / Nederlandse samenvatting Summary in dutch / Nederlandse samenvatting 115 Van diagnose tot prognose Multiple sclerose (MS) is een chronische progressieve auto-immuum ziekte met onbekende origine die word gekarakteriseerd door laesies

Nadere informatie

VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht

VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht GEDRAG: De wijze waarop iemand zich gedraagt, zijn wijze van doen, optreden

Nadere informatie

Uitnodiging. 2e Symposium neuropsychologie Nieuwe SVT s in de klinische praktijk. Wanneer vrijdag 3 juni 2016 Waar Pieter van Foreestzaal (015)

Uitnodiging. 2e Symposium neuropsychologie Nieuwe SVT s in de klinische praktijk. Wanneer vrijdag 3 juni 2016 Waar Pieter van Foreestzaal (015) 2e Symposium neuropsychologie Nieuwe SVT s in de klinische praktijk Locatie Alkmaar Wanneer vrijdag 3 juni 2016 Waar Pieter van Foreestzaal (015) Uitnodiging There s a method to his madness. Shakespeare

Nadere informatie

HERORDENING VAN FUNCTIES NA HERSENINFARCT: CONSEQUENTIES VOOR THERAPIE? 1. Functionele beeldvorming (fmri) 2. Consequenties voor therapie?

HERORDENING VAN FUNCTIES NA HERSENINFARCT: CONSEQUENTIES VOOR THERAPIE? 1. Functionele beeldvorming (fmri) 2. Consequenties voor therapie? HERORDENING VAN FUNCTIES NA HERSENINFARCT: CONSEQUENTIES VOOR THERAPIE? 1. Functionele beeldvorming (fmri) 2. Consequenties voor therapie? 3. Tractografie (DTI): 2 wegen 4. Consequenties voor therapie?

Nadere informatie

Chapter 15. Samenvatting

Chapter 15. Samenvatting Chapter 15 Samenvatting Chapter 15 316 Samenvatting Deel I In Nederland worden ieder jaar ongeveer 14.000 kinderen te vroeg (prematuur) geboren, dat wil zeggen bij een zwangerschapsduur van minder dan

Nadere informatie

inhoud Voorwoord... 11 deel i: neurowetenschappen in taal en taalstoornissen... 17 Hst 1: Historisch overzicht van de afasiologie...

inhoud Voorwoord... 11 deel i: neurowetenschappen in taal en taalstoornissen... 17 Hst 1: Historisch overzicht van de afasiologie... inhoud Voorwoord... 11 deel i: neurowetenschappen in taal en taalstoornissen... 17 Hst 1: Historisch overzicht van de afasiologie... 19 1.1. Historiek vóór 1860... 20 1.2. Broca, Wernicke en Lichtheim

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting 99 Nederlandse Samenvatting Depressie is een veel voorkomend en ernstige psychiatrisch ziektebeeld. Depressie komt zowel bij ouderen als bij jong volwassenen voor. Ouderen en jongere

Nadere informatie

Talking Heads: De Anatomie van de Taal. Rik Vandenberghe K.U. Leuven Dienst Neurologie, UZ Gasthuisberg

Talking Heads: De Anatomie van de Taal. Rik Vandenberghe K.U. Leuven Dienst Neurologie, UZ Gasthuisberg Talking Heads: De Anatomie van de Taal Rik Vandenberghe K.U. Leuven Dienst Neurologie, UZ Gasthuisberg 1 Voor 1810 Vicq d Azyr, Traité d Anatomie et Physiology 1786 Diderot et d Alembert, Encyclopedia,

Nadere informatie

te krijgen in dynamica van de CZS processen. Figuur 1 laat de algemene onderzoeksopzet van de experimenten uit Hoofdstuken 2 tot en met 7 zien.

te krijgen in dynamica van de CZS processen. Figuur 1 laat de algemene onderzoeksopzet van de experimenten uit Hoofdstuken 2 tot en met 7 zien. amenvatting 141 amenvatting Onze zintuigen zijn fascinerende systemen die ons in staat stellen om de wereld om ons heen waar te nemen en onze bewegingen te controleren. Meestal komt de informatie van de

Nadere informatie

Tijdige detectie van dementie - Interventies bij diagnose dementie. Sophie Vermeersch Klinisch neuropsycholoog (MsC)

Tijdige detectie van dementie - Interventies bij diagnose dementie. Sophie Vermeersch Klinisch neuropsycholoog (MsC) Tijdige detectie van dementie - Interventies bij diagnose dementie Sophie Vermeersch Klinisch neuropsycholoog (MsC) overzicht Detectie van dementie - cognitieve screening in de eerste lijn - ADL evaluatie

Nadere informatie

Mondgezondheidsrapport

Mondgezondheidsrapport Mondgezondheidsrapport sensibiliseringproject Glimlachen.be 2014 Effectevaluatie van een 4-jaar longitudinaal sensibiliseringproject in scholen in Vlaanderen Samenvatting J Vanobbergen Glimlachen - Souriez

Nadere informatie

SUMMARY IN DUTCH. Summary in Dutch

SUMMARY IN DUTCH. Summary in Dutch SUMMARY IN DUTCH Summary in Dutch Summary in Dutch Introductie Dit proefschrift richt zich met name op het voorspellen van de behandeluitkomst bij kinderen met angststoornissen. Een selectie aan variabelen

Nadere informatie

Geert Jan Biessels VCI poli UMC Utrecht Stroke Centre

Geert Jan Biessels VCI poli UMC Utrecht Stroke Centre Vascular cognitive impairment eigen zaak in kantoormeubilair geheugen en concentratieklachten na TIA Geert Jan Biessels VCI poli UMC Utrecht Stroke Centre is dit een voorbode van dementie? woont met echtgenoot

Nadere informatie