Is er bij mensen met een verstandelijke beperking een verband tussen het disharmonisch profiel, gedragsproblematiek en overvraging?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Is er bij mensen met een verstandelijke beperking een verband tussen het disharmonisch profiel, gedragsproblematiek en overvraging?"

Transcriptie

1 Is er bij mensen met een verstandelijke beperking een verband tussen het disharmonisch profiel, gedragsproblematiek en overvraging? DOCTORAALSCRIPTIE ORTHOPEDAGOGIEK AFDELING PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM E.L.M. VOETELINK BEGELEIDING: MW. DR. A. M. MEIJER AMSTERDAM, AUGUSTUS 2008

2 ABSTRACT Behaviour problems of people with intellectual disabilities are considered as a consequence of a disconcordant intellectual and social-emotional development (disharmonic developmental profile) and overestimation by institutional carers. The aim of this study was to examine the relation between disharmonic developmental profile, overestimation and behavioural problems in a group of 75 people with mild intellectual disabilities. Questionnaires concerning social emotional development (ESSEON), intellectual development (RAVEN), overestimation and estimation of social-emotional and intellectual development are administered to the carers. The disharmonic developmental profile is operationalized in four ways, 1. lower social-emotional development on ESSEON in comparison with intellectual development on RAVEN, 2. carers' estimated social-emotional development in comparison with the measured social-emotional-development by the ESSEON, 3. carer s estimated intellectual development in comparison with the measured intellectual development by the RAVEN, and 4. carer s estimated social-emotional development in comparison with the measured social-emotional development by the ESSEON. These profiles have been correlated with overestimation and behavioural problems. The results showed that overestimation and carers' estimation about development appeared to be predictors of behavioural problems. These results correspond with other scientific results.

3 INHOUD - ABSTRACT 1. INLEIDING 1 2. HET ONTWIKKELINGSPROFIEL 2.1 De cognitieve ontwikkeling van de mens De sociale en emotionele ontwikkeling van de mens Mensen met een verstandelijke beperking De verstandelijk beperkte mens, de visie van vroeger en nu De cognitieve ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking De sociale en emotionele ontwikkeling bij mensen 8 met een verstandelijke beperking 2.4 Discrepantie in het ontwikkelingsprofiel Conclusie PSYCHISCHE STOORNISSEN EN GEDRAGSSTOORNISSEN BIJ MENSEN MET EEN VERSTANDELIJKE BEPERKING 3.1 Probleemgedrag Uitingen van probleemgedrag Fysieke en psychische stoornissen gerelateerd aan probleemgedrag Aan institutionele factoren gerelateerd probleemgedrag Conclusie DISCREPANTIE IN HET ONTWIKKELINGSPROFIEL EN PROBLEEMGEDRAG 4.1 Verband tussen een discrepantie in het ontwikkelingsprofiel en probleemgedrag OVERVRAGING 5.1 Overvraging, wat is dat? Oorzaken overvraging Verband tussen discrepantie in het ontwikkelingsprofiel, 20 gedragsproblemen en overvraging

4 6. METHODE 6.1 Onderzoeksvraagstelling Onderzoeksgroep Procedure Meetinstrumenten RESULTATEN 7.1 Algemene gegevens van de onderzoeksgroep Resultaten met betrekking tot de onderzochte variabelen Cognitieve ontwikkeling Sociaal emotionele ontwikkeling Gedragsproblematiek Disharmonisch profiel Overvraging Verbanden tussen cognitieve ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en overvraging Verbanden tussen de variabelen disharmonisch profiel en overvraging Verbanden tussen de variabelen overvraging en gedragsproblemen Verbanden tussen de variabelen disharmonisch profiel en gedragsproblemen Welke predictoren zijn voorspellers voor overvraging? Welke predictoren zijn voorspellers voor gedragsproblemen? Conclusie 8. CONCLUSIE EN DISCUSSIE 8.1 Conclusie Discussie SAMENVATTING 48 - LITERATUUR 49 - BIJLAGEN 55

5 1. INLEIDING Sinds stichtingen die ondersteuning bieden aan mensen met verstandelijke en/of lichamelijke beperkingen de eigen keuze hoog in het vaandel hebben, komen begeleiders voor lastige dilemma s te staan. Het oude paradigma vertaalde zich als: Ik (begeleider) zorg dat het met jou in orde komt. Dit gold voor alle domeinen van functioneren in iemands leven. Van de persoonlijke verzorging, contacten met anderen, zorg voor eigen spullen, de plaats en tijd van dagbesteding of werk. Voor de begeleiding lag de deskundigheid in het verlengde van het bestwil principe. Het motto de cliënt kiest zelf vraagt echter een nieuwe houding van de begeleider. Begeleiding wordt geacht om betrokkenheid te houden en als deskundige professionele begeleider kwaliteit van ondersteuning en zorg te leveren en daarbij de eigen keuze van cliënten te respecteren? Wat doe je als de cliënt zijn kamer niet op wil ruimen, teveel en te vet eet, zijn geld verkwist, niet wil douchen of lekker in bed wil blijven liggen? Wanneer moet je dan ingrijpen? is de vraag, hoe ver mag je het laten komen en moet je eigenlijk wel ingrijpen, mag dat nog wel met de eigen keuze? (De Ruiter, 2007). Het bepalen van de keuzevrijheid van de verstandelijk gehandicapte mens is het zoeken naar de grens tussen kunnen en aankunnen. Met je verstand iets kunnen, is iets anders dan emotioneel iets aankunnen. Om de balans op te kunnen maken is diagnostisch onderzoek noodzakelijk, hiermee kunnen uitspraken worden gedaan over de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkelingsmogelijkheden van de verstandelijk gehandicapte mens. Vervolgens dienen de resultaten op de meetinstrumenten vertaald te worden naar de praktijk, zodat begeleiders de cliënt aanspreken en verwachtingen hebben op een niveau dat bij de cliënt past. Diagnostisch onderzoek kan leiden tot de conclusie dat er sprake is van een disharnonisch ontwikkelingsprofiel. Dit wil zeggen dat er een discrepantie wordt geconstateerd tussen de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van een individu. Uit literatuuronderzoek van Brouwer en Karssemeyer (2002) blijkt dat er een relatie is tussen een disharmonisch profiel en overvraging. Bij overvraging van de verstandelijk gehandicapte mens worden er te hoge eisen gesteld op cognitief, emotioneel en sociaal gebied; de omgeving denkt dat het ontwikkelingsniveau hoger ligt dan in werkelijkheid het geval is. Voor het onderzoek van Brouwer en Karssemeyer concludeerde Kwikkers (2001) dat mensen die overvraagd worden meer last hebben van (ernstiger) teruggetrokken gedrag, angstig/depressief gedrag, aandachtsproblemen, agressief gedrag en lichamelijke klachten. In deze studie staat de vraagstelling Is er bij mensen met een verstandelijke beperking een verband tussen het disharmonisch profiel, gedragsproblematiek en overvraging? centraal. Het onderzoek maakt deel uit van een grootschalig onderzoek dat heeft plaatsgevonden bij Stichting Leekerweide en 1

6 Stichting Odion, organisaties die ondersteuning bieden aan mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking. Voorafgaand aan de beschrijving van het onderzoek, worden de belangrijkste concepten van deze studie beschreven aan de hand van de literatuur. In hoofdstuk 2 is aandacht besteed aan het ontwikkelingsprofiel van de (verstandelijk gehandicapte) mens. In hoofdstuk 3 staan psychische stoornissen en gedragsstoornissen bij mensen met een verstandelijke handicap centraal, in hoofdstuk 4 worden deze in verband gebracht met het disharmonisch profiel. In hoofdstuk 5 wordt het begrip overvraging beschouwd. In hoofdstuk 6 wordt de methode beschreven en hoofdstuk 7 bevat de resultaten van het onderzoek. Hoofdstuk 8 bevat de conclusie en discussie, met daarin aanbevelingen voor verder onderzoek. 2

7 2. HET ONTWIKKELINGSPROFIEL De eerste twintig jaren van de mens staan in het teken van groei en ontwikkeling. Hoewel ontwikkeling vanaf de conceptie tot aan de dood een rol speelt, zijn ontwikkelingsprocessen nooit meer zo uitgesproken als in de kindertijd en de adolescentie. De snelheid waarmee veranderingen in de eerste levensjaren plaatsvindt en de aard van de veranderingen worden later in het leven niet meer geëvenaard. Het ontwikkelingsproces wordt gekenmerkt door drie basisprincipes: - Ontwikkeling is een proces dat in vaste volgorde verloopt en is in normale omstandigheden onomkeerbaar. - Ontwikkeling is cumulatief. Elke fase in de ontwikkeling bevat het voorgaande, waarvan het geheel groter is dan de som der delen. - Ontwikkeling gaat altijd in de richting van grotere complexiteit en bestaat uit differentiatie en integratie (Verhulst, 2005). Differentiatie staat in dezen voor de verfijning van de mogelijkheden. Met integratie wordt bedoeld dat de ontwikkeling gepaard gaat met een toenemende samenhang van de zich ontwikkelende mogelijkheden, bijvoorbeeld oog-handcoördinatie (Dieleman & Span, 1992). Vanuit deze basisprincipes kan de volgende definitie van ontwikkeling gegeven worden: Ontwikkeling bestaat uit onomkeerbare veranderingen in de tijd die in een vaste volgorde, cumulatief en in de richting van grotere complexiteit verlopen (Verhulst, 2005). De complexiteit van de menselijke ontwikkeling blijkt uit het feit dat er geen theorie is die op een geldige manier alle ontwikkelingsfenomenen verklaart. Een aantal theorieën is nuttig gebleken voor het verklaren van gedrag van kinderen. De verschillende domeinen die door psychologische theorieën worden aangehaald zijn de cognitieve ontwikkeling enerzijds, en de sociaal emotionele ontwikkeling anderzijds (Verhulst, 2005). Men komt in het leven echter ook omgevingsbepalende factoren tegen die de ontwikkeling gunstig of ongunstig kunnen beïnvloeden. De ontwikkeling wordt in gang gehouden of van richting veranderd door transactionele processen; acties en reacties van de persoon en zijn omgeving bepalen hoe de ontwikkeling verloopt (Van der Stap & Toorenbeek, 1995). 3

8 2.1 De cognitieve ontwikkeling van de mens De cognitieve psychologie houdt zich bezig met het verwerven van kennis over de aard, de oorsprong en de ontwikkeling van de hogere mentale processen, zoals waarnemen, denken, begripsvorming, taal, intelligentie en abstractie. Cognitieve processen ontwikkelen zich gelijktijdig, beïnvloeden elkaar en zijn van elkaar afhankelijk en soms nauwelijks van elkaar te onderscheiden. De cognitieve ontwikkeling staat niet los van andere aspecten van de psychische ontwikkeling (Cole & Cole, 2001). De menselijke kennis van de werkelijkheid wordt gevormd door beelden, woorden en ideeën. Voor een deel is die kennis ontstaan door concrete ervaringen, die mentale sporen hebben achtergelaten in de vorm van beelden, woorden en ideeën. Men verkrijgt kennis, ontwikkelt een geheugen en gebruikt ervaringskennis (Kohnstamm, 1993). De ontwikkeling van de mens wordt ingedeeld in mijlpalen, fasen of stadia. De indeling wordt gekenmerkt door het verschijnen of verdwijnen van bepaalde reflexen, reacties of gedragsvormen, door bepaalde gebeurtenissen of door andersoortige situaties. Dergelijke indelingen verschillen van auteur tot auteur. De behavioristische verklaring is dat een kind ervaring op ervaring stapelt. Het kind neemt als het ware passief op wat het aan eigenschappen van mensen en dingen en aan kenmerken van gebeurtenissen waarneemt. Zo krijgt het dus een heel arsenaal aan ervaringskennis waarop het bij het denken kan terugvallen (Kohnstamm, 1993). Piaget was ervan overtuigd dat kinderen hun ervaringen niet passief opnemen, maar meteen actief verwerken in denkkaders (Kohnstamm, 1993). In de betekenis van dergelijke schema s schuilt de mogelijkheid om, met inachtneming van een bepaalde biologische variatie, kenmerkende aspecten van vertraging in de ontwikkeling van een gestoord ontwikkelingsproces te diagnosticeren (Cole & Cole, 2001) (Bijlage 1). 2.2 Sociale en emotionele ontwikkeling Sociale ontwikkeling wil ten eerste zeggen: de ontwikkeling van het vermogen zich te hechten aan mensen en tot een relatieopbouw te komen. Daarbij leidt de ontwikkeling van een eigen identiteit tot een eigen inbreng in de relaties. Ten tweede de ontwikkeling van het vermogen tot socialiseren, dat wil zeggen zich aan kunnen passen aan de sociale regels en normen die de maatschappij stelt. Deze ontwikkeling maakt het mogelijk om als volwassene te functioneren in de maatschappij. Het emotionele aspect verwijst naar het feit dat relatieopbouw en socialisering altijd met emoties gepaard gaan. De emotionele ontwikkeling laat zich beïnvloeden door de sociale ontwikkeling en omgekeerd: de sociale ontwikkeling wordt beïnvloed door de gevoelens die men heeft bij het aangaan 4

9 van contacten en relaties. Sociale ontwikkeling is ondenkbaar zonder een begeleidende emotionele ontwikkeling en omgekeerd (Van der Stap, 1995). Voor de beschrijving van de sociaal-emotionele ontwikkeling worden psychodynamische georiënteerde theoretici zoals Erikson (1959), Mahler (1975) en Bowlby (1971) aangehaald. Deze auteurs veronderstellen een fasisch verloop van de sociale ontwikkeling. Iedere fase is specifiek en gekoppeld aan de ontwikkelingsleeftijd en is gekarakteriseerd door een specifiek gedrag en door specifieke behoeften van het kind (Došen, 1990) (Bijlage 2). De emotionele ontwikkeling kenmerkt zich door het zich waar kunnen maken buiten het eigen territorium en de ontwikkeling van gevoelens van eigenwaarde, liefde, geweten en boete (Došen, 1990). De sociale ontwikkeling kenmerkt zich door de ontwikkeling van sociale angst (de angst om niet gewaardeerd te worden door de leeftijdsgenoten), samenwerking en vriendschap. Sociale regels zijn eigen gemaakt en de eigen (lichamelijke) prestaties worden gemeten aan anderen (Došen 1990). 2.3 Mensen met een verstandelijke beperking Zolang er mensen zijn op aarde, zolang zijn er ook mensen met een verstandelijke handicap: hun geschiedenis gaat terug tot op de oudste tijden. Omdat zij zijn aangewezen op de hulp van anderen, begon met hun bestaan ook de geschiedenis van de zorg voor verstandelijk gehandicapten (Jak, 1993). In de twintigste eeuw zijn de opvattingen die men in de maatschappij had over mensen met een verstandelijke handicap nogal eens veranderd. Dit wordt onder andere duidelijk door te kijken naar de naam die men aan deze mensen gaf: zotten, idioten, debielen, zwakzinnigen, geestelijk gehandicapten, verstandelijk gehandicapten en vele andere termen. Naarmate de benaming voor deze doelgroep veranderde, veranderde tevens de visie op deze doelgroep vanuit de maatschappij. In deze scriptie zal gesproken worden over mensen met een verstandelijke handicap (Kingma, 1980; Van Gennep 1997; Mans 1998). Een verstandelijke handicap wordt omschreven door de AAMR: Een verstandelijke handicap verwijst naar functioneringsproblemen die worden gekenmerkt door significante beperkingen in zowel het intellectuele functioneren als in het adaptieve gedrag, zoals tot uitdrukking komt in conceptuele, sociale en praktische vaardigheden. De functioneringsproblemen ontstaan vóór de leeftijd van 18 jaar (Luckasson, 2002). Door de gevolgen van niet aangeboren hersenletsel na het achttiende levensjaar kan het bovenstaande voor de betreffende persoon van toepassing zijn. Strikt genomen heeft deze persoon geen verstandelijke handicap. 5

10 Een verstandelijke handicap wordt opgevat als een ontwikkelingsstoornis. Mensen met een verstandelijke handicap hebben vaak geheugen- of cognitieve stoornissen, emotionele stoornissen, motorische stoornissen en communicatieve stoornissen (Van Gemert en Minderaa, 1993). Bij een lager niveau van functioneren is er op meer functiegebieden een vertraagde, beperkte of niet op gang gekomen ontwikkeling. Een persoon met een verstandelijke handicap is gedurende zijn leven op basis van zijn blijvende beperkingen op verschillende vaardigheidsgebieden, in meer of mindere mate, afhankelijk van ondersteuning (training, begeleiding en/of behandeling). Alhoewel stoornissen blijvend zijn, bepalen zij niet rechtstreeks de mate van gehandicapt zijn. Er is geen direct verband tussen specifieke etiologie, een specifieke pathologie of stoornis, specifieke manifestaties en het (on)vermogen om te kunnen deelnemen aan of betrokken te zijn bij de samenleving (ICIDH-2, 1997), het komt hierin echter wel tot uiting (Vermeer, 1997) De verstandelijk beperkte mens, de visie van vroeger en nu In het begin van de 19 e eeuw speelde de opvatting van de segregatie een grote rol in de zorg voor verstandelijk gehandicapte mensen. Onder segregatie verstaan we het plaatsen van mensen die anders zijn in speciale voorzieningen. Het gaat hier vooral om mensen die gezien worden als een gevaar voor anderen en/of voor zichzelf. Door afzondering van verstandelijk gehandicapte mensen werden de overige mensen in de maatschappij beschermd (Van Gemert & Minderaa, 1993). In de segregatieopvatting legde men voornamelijk de nadruk op medische oorzaken van de verstandelijke handicap. Hierbij probeerde men de verstandelijke handicap indien mogelijk te categoriseren en classificeren. Dit gebeurde bij voorkeur door het afnemen van intelligentietests op basis waarvan men een IQ (Intelligentie Quotient) probeerde vast te stellen. Men nam dit cijfer als indicatie van het functioneren. De verstandelijk gehandicapte vervult in dit alles een passieve rol, hij heeft weinig tot geen inspraak. De laatste jaren komt men de segregatie-opvatting minder vaak tegen binnen de zorg. Er zijn zorginstellingen die van mening zijn dat voor een bepaalde groep bewoners afzondering altijd noodzakelijk blijft. Hier wordt gedoeld op mensen die zijn aangewezen op volledige verzorging en op mensen die een gevaar voor de samenleving of voor zichzelf kunnen zijn. Andere zorginstellingen stellen dit ter discussie. Segregatie is daarom vooralsnog een term die een rol speelt binnen de zorg voor verstandelijk gehandicapten (Bosch, 1994; Van Gennep, 1994; Timmers-Huigens, 1995; Bleeksma & van Peelen, 1998). De segregatieopvatting werd vanaf de jaren 80 steeds meer vervangen door de normalisatiegedachte. Men kreeg meer oog voor de mogelijkheid tot ontwikkeling bij de verstandelijk gehandicapte mens. Voor zover mogelijk wilde men deze mensen dezelfde omstandigheden en leefgewoonten bieden als 6

11 vele andere mensen in de samenleving. Dit wordt het normalisatieprincipe genoemd. Men streeft ernaar normaal te doen waar het kan en alleen speciaal waar dat nodig is. Verstandelijk gehandicapten krijgen keuzen en mogelijkheden geboden, die passend zijn bij hun kalenderleeftijd. Ook de mogelijkheid tot het opbouwen van een relatie met anderen, zowel van hetzelfde geslacht als van het andere geslacht, probeert men hierbij open te houden (Kingma, 1984; Van Gennep, 1993; Bosch, 1994). Normalisatie betekent ook: aandacht hebben voor het leren van allerlei vaardigheden door de verstandelijk gehandicapte mens. Een belangrijke rol hierbij speelt het belonen en straffen om een leerproces op gang te brengen. Afwijkend gedrag wordt binnen de opvatting van de normalisatie gezien als foutief aangeleerd gedrag. Dit gedrag kan afgeleerd worden door alternatief gedrag aan te leren. Ook bekrachtigt men gedrag, dat men als positief labelt, in de hoop dat dit positieve gedrag negatieve gedragingen zal gaan vervangen (Bosch, 1994; Van Gennep, 1994). De normalisatiegedachte is uitgegroeid tot de wens naar integratie; een wens die bij veel mensen leeft. Integratie betekent oorspronkelijk ingroeien in een groter geheel. Bij integratie streeft men naar een tweerichtingsverkeer: gehandicapten bewegen zich in de richting van de samenleving en de samenleving is bereid om gehandicapten in haar midden te accepteren. Bij integratie gaat het er niet om, dat gehandicapte mensen aanwezig zijn tussen andere burgers, maar ook dat deze burgers hen accepteren en geen vooroordelen hebben over de gehandicapte. Verstandelijk gehandicapten hebben recht op een plaats in de maatschappij (normalisatieopvatting) en op een zo gewoon mogelijke deelname aan die maatschappij (integratiegedachte) (Kingma, 1984; Bosch, 1994). Leven met anderen (integratie) en als anderen (normalisatie) geeft een gevoel van keuzevrijheid, van emancipatie. Om tot emancipatie te komen zijn normalisatie en integratie nodig (Bosch, 1994; Timmers-Huigens, 1995). In deze visie staat de kwaliteit van leven voorop. Kwaliteit van leven wordt bepaald door het hebben van controle over het eigen leven, het actief deel te nemen aan het maatschappelijke leven, via relaties met andere mensen (anders dan met professionele hulpverleners), het leveren van prestaties, zich te ontplooien en respect en waardering te verkrijgen De cognitieve ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking Mensen met een verstandelijke handicap hebben met name achterstanden op het punt van de interne hulpmiddelen. Gedacht kan worden aan het werkgeheugen, verwerkingssnelheid, concentratievermogen, etc. Deze achterstanden hebben in de eerste plaats een sterk vertragend effect op de cognitieve ontwikkeling. Ten tweede bereikt de ontwikkeling eerder een plafond: veel mensen met een verstandelijke handicap bereiken niet het formeel operationele stadium (fase 4, Bijlage 1) en zijn daardoor niet of nauwelijks in staat op het eigen denken en handelen te reflecteren. 7

12 Volgens de Neo-Piagetanen zijn de cognitieve vermogens altijd inhouds- en domeinspecifiek Hiermee wordt bedoeld dat inhoudsspecifieke vaardigheden afzonderlijk te trainen en te verwerven zijn. Wanneer deze afzonderlijke vaardigheden niet of onvoldoende ingebed zijn in vaardigheden van vergelijkbare complexiteit, kost de training echter aanzienlijk meer moeite kost en zullen de getrainde vaardigheden aanzienlijk minder beklijven. Die vaststelling houdt in dat ook mensen met een verstandelijke handicap kan worden geleerd te reflecteren over hun eigen denken en handelen (metacognitie). Om het leereffect te bereiken en te behouden is echter steun en inzet door de omgeving nodig. Zowel ten aanzien van vertragingen als plafondeffecten moet worden opgemerkt dat de ontwikkelingsstadia mede afhankelijk zijn van neurologische rijpingsprocessen (Fischer & Rose, 1994). Personen met een verstandelijke handicap hebben over het algemeen een normale fysieke ontwikkeling, en hebben bijvoorbeeld maatschappelijke rechten die afhankelijk zijn van hun leeftijd. Omdat hun verstandelijke ontwikkelingsmogelijkheden op sommige punten uit de pas lopen met hun biologische en maatschappelijke klok, ontstaan er specifieke, persoons- of handicapgebonden adaptaties. Hierdoor onderscheiden zij zich niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief van nietgehandicapte personen. Er bestaan zeer grote individuele verschillen in de wijze waarop cognitie tijdens de ontwikkeling adapteert aan de mogelijkheden van het organisme enerzijds en die van de omgeving anderzijds (Van Gemert en Minderaa, 1993). Er zijn enkele algemene wetenschappelijke modellen van cognitie en verstandelijke verrichtingen die vertrekken vanuit bepaalde aannames om antwoorden te krijgen op vragen als hoe komt begrijpen tot stand? of hoe ontwikkelt het zich?. Het psychometrische intelligentiemodel legt hierin de nadruk op verstand als vermogen. De informatieverwerkingstheorie legt de nadruk op verstand als een verwerkingsproces, bijvoorbeeld tijdens probleemoplossen. De Neo-Piagetaanse theorie legt vooral de nadruk op verstand als motor achter een product van ontwikkeling. De modellen hebben gemeenschappelijk dat zij als vereiste, in de omgang met de verstandelijk gehandicapte mens, zien dat de persoonsgebonden beperkingen bekend zijn. Tegelijk wordt er gebruik gemaakt van de beschikbare veranderingsmogelijkheden om die beperkingen optimaal te compenseren. Tevens hebben mensen met een verstandelijke beperking problemen met de controlecomponent (de metaprocessen en metacognitie, het formele denken) binnen de verstandelijke verrichtingen. Deze component is afhankelijk van scholing en ontwikkeling, maar vergt bij mensen met een verstandelijke handicap meer inspanning, bijvoorbeeld meer gerichte en intensieve training. Naast gerichte hulp bij het toepassen van metacognitieve vaardigheden in allerlei taakverrichtingen is ook structurering van de omgeving een goede manier om verstandelijk gehandicapten te helpen hun eigen verstandelijk handelen beter te sturen (Van Gemert en Minderaa, 1993). 8

13 2.3.3 De sociale en emotionele ontwikkeling bij mensen met en verstandelijke beperking Er wordt vanuit gegaan dat de psychosociale ontwikkeling van een mens met een verstandelijke handicap het resultaat is van de inwerking van genetische, organische, psychosociale en ontwikkelingsfactoren. Zoals al eerder naar voren is gebracht, gaan verschillende wetenschappers op dit gebied er vanuit dat mensen met een verstandelijke handicap, onafhankelijk van de soort en de ernst van de handicap, dezelfde sequentiële (opeenvolgende) psychosociale ontwikkeling doorlopen als gewone mensen (Bijlage 2). Men bereikt echter eerder een plafond in het niveau van functioneren. Deze indeling wekt de indruk van een te vergaande simplificatie van de reële problematiek; het sociale gedrag van een volwassen persoon met een ernstige verstandelijke handicap kan immers in een stabiel en goed gestructureerd milieu in een aantal aspecten veel beter zijn dan dat van een kind van drie jaar. Hier kan gedacht worden aan het geconcentreerd werken aan tafel, lange tijd op een stoel kunnen blijven zitten. Daarentegen komt het ook voor dat, bij verandering van de vertrouwde situatie en bij confrontatie met onoplosbare problemen, een gedrag ontstaat vergelijkbaar met dat van een peuter. Hieruit kan men concluderen dat de cognitieve ontwikkeling en het gedrag dat de verstandelijk gehandicapte persoon laat zien niet altijd op een lijn liggen, wat veroorzaakt kan worden door discrepantie in het ontwikkelingsprofiel. 2.4 Discrepantie in het ontwikkelingsprofiel In de praktijk is gebleken dat verstandelijk gehandicapte mensen met psychische en gedragsstoornissen vaak een discrepantie in de ontwikkeling vertonen. Met een discrepantie in het ontwikkelingsprofiel ervaart men dat de cognitieve kant bij deze kinderen in de regel beter ontwikkeld is dan hun sociaal-emotionele kant (Van Loen, 1996). Het ontwikkelingsniveau van ernstig verstandelijk gehandicapten (IQ 20 tot 35) kan volgens dit model (Piaget) vergeleken worden met dat wat gewone kinderen bereiken in de leeftijd tussen 2 en 4 jaar. Dat is de pre-operationele fase volgens Piaget, waarin de verbaliteit als communicatiemiddel ontwikkeld wordt. Deze communicatie is zeer eenvoudig en mist het vermogen te generaliseren of te symboliseren. Deze personen missen de cognitieve concepten waarmee op grond van de bestaande percepties nieuwe gebeurtenissen kunnen worden voorspeld. Matig verstandelijk gehandicapten (IQ 35 tot 50) kunnen vergeleken worden met kinderen in de leeftijd tussen 4 en 7 jaar in de pre-logische fase van het denken. Zij kunnen van ervaringen nuttige concepten maken, maar zij zijn nog steeds voornamelijk bezig met rechtstreekse ervaringen via hun percepties. Zij missen abstracte concepten en zij lossen problemen meestal op via het trial and error - principe. 9

14 Licht verstandelijk gehandicapten (IQ 50 tot 70) kunnen vergeleken worden met kinderen in de leeftijd tussen de 7 en 12 jaar. Dat is de fase van concrete operaties. Problemen worden opgelost op grond van logisch denken, maar het denken in abstracte vormen is voor hen nog niet bereikbaar. Volgens deze indeling bereiken mensen met een verstandelijke handicap nooit de fase van de zogenaamde formele operaties (de fase na 12 jaar), waarin symbolisch en abstract denken mogelijk is (Kraijer, 1994) (Bijlage 1 & 2). In de praktijk is gebleken dat bij mensen met een verstandelijke handicap het cognitieve, emotionele en sociale niveau niet altijd op dezelfde lijn liggen. Vaak heeft de discrepantie tussen deze aspecten te maken met de specifieke omstandigheden in het milieu, zoals onderstimulatie of overstimulatie. Ondanks de verschillen in emotionele en sociale ontwikkeling ten opzichte van de cognitieve ontwikkeling wordt het psychisch potentieel meestal op het cognitieve niveau gemeten. Dit niveau bepaalt dan de basis waarop de sociale en emotionele processen afgestemd worden. Deze zienswijze verontachtzaamd echter de bevinding dat het emotionele niveau meestal minder goed ontwikkeld is dan het cognitieve niveau. Dit pleit ervoor dat bij het beoordelen van behoeften en gedrag van volwassenen met een verstandelijke handicap rekening gehouden wordt met zowel het emotionele niveau en het niveau van persoonlijkheidsontwikkeling, als met de aspecten van de fysiologische volwassenheid van deze mensen (Došen, 1990). 2.5 Conclusie De visie op de verstandelijk gehandicapte mens heeft door de jaren heen een ontwikkeling doorgemaakt, en is van segregatie naar normalisatie en integratie bewogen. Ontwikkeling bestaat uit onomkeerbare veranderingen in de tijd die in een vaste volgorde, cumulatief en in de richting van grotere complexiteit verlopen. Het is gebleken dat mensen met een verstandelijke beperking zowel op cognitief gebied als sociaal en emotioneel gebied dezelfde ontwikkelingsfasen doorlopen als de normale mens. Mensen met een verstandelijke beperking bereiken echter eerder een plafond in hun niveau van functioneren. In de praktijk is gebleken dat verstandelijk gehandicapte mensen met psychische en gedragsstoornissen vaak een discrepantie in de ontwikkeling vertonen. Men ervaart dat de cognitieve kant bij verstandelijk gehandicapte mensen in de regel beter ontwikkeld is dan hun emotionele en sociale kant. Zeer vaak heeft de discrepantie tussen deze aspecten te maken met de specifieke omstandigheden in het milieu, zoals onderstimulatie of overstimulatie. Hieruit kan gedragsproblematiek ontstaan. De onderwerpen gedragsproblematiek en overvraging zullen aan bod komen in de hierop volgende hoofdstukken. 10

15 3. PSYCHISCHE STOORNISSEN EN GEDRAGSSTOORNISSEN BIJ MENSEN MET EEN VERSTANDELIJKE BEPERKING Het onaangepaste en voor de omgeving storende gedrag van mensen met een verstandelijke beperking staat al lang bekend als problematisch. Gedrags- en psychische stoornissen vormen vaak een ernstige belemmering voor de integratie van deze mensen in de maatschappij en geven dikwijls aanleiding tot een permanente internaatsplaatsing. Historisch gezien is het begrip gedragsstoornissen van mensen met een verstandelijke handicap veel eerder ontwikkeld dan het begrip psychische stoornissen. Vandaar dat hier eerst aandacht besteed zal worden aan het verschijnsel gedragsstoornis. 3.1 Probleemgedrag In Nederlandse publicaties over onderzoek op het terrein van de zorgverlening aan mensen met een verstandelijke handicap is de term gedragsstoornis of gedragsgestoord weinig precies gedefinieerd (Van Gemert, 1985; Schuring, 1990). Vaak is gedragsgestoord een verzamelterm voor allerlei probleemgedragingen met onvoorspelbaarheid en hardnekkigheid als kenmerken (Koedoot & De Lege, 1993; Ten Wolde & Pol, 1997). In de dagelijkse praktijk wordt de term gedragsstoornis meestal gehanteerd als het om voor de omgeving storende elementen in de interactie gaat. De uitspraak gedragsgestoord is in zekere mate afhankelijk van de tolerantie van de omgeving en van het inzicht in de oorzaak voor een bepaald gedragsprobleem (Došen, 1990). Adaptief sociaal gedrag vereist complexe sociaalcognitieve vaardigheden. Studies hebben aangetoond dat de mate waarin jeugdigen adaptief of problematisch sociaal gedrag vertonen afhankelijk is van een aantal sociaal-cognitieve processen, die tezamen sociale informatieverwerking worden genoemd. Bij adequate sociale informatieverwerking wordt sociale informatie accuraat waargenomen, wordt gedrag van anderen adequaat geïnterpreteerd, worden eigen emoties adequaat gereguleerd, worden adequate mogelijke reacties op de situatie gegenereerd en wordt daaruit een adequate reactie geselecteerd uitgevoerd. Verstoringen in dit proces leiden tot verschillende vormen van problematisch functioneren. Zo blijken angstige kinderen sterk gefocust op perceptie van gevaar, komt reactieve agressie voort uit overschatting van vijandige bedoelingen bij anderen, komt proactieve agressie voort uit een voorkeur voor agressieve reacties en gaat depressie gepaard met onderschatting van de effectiviteit van assertief gedrag. Afwijkende sociale informatieverwerking komt voort uit een wisselwerking tussen beperkte cognitieve capaciteiten en omgevingsinvloeden (Nieuwenhuijzen, 2006). 11

16 Došen (1990 en 2005) onderscheidt psychische stoornissen en gedragsstoornissen bij verstandelijk gehandicapten. Een psychische stoornis wordt opgevat als een verstoring van de psychische gezondheid. Deze verstoring is een gevolg van een ziekte uit één of meer van de psychopathologische categorieën: de psychosen, de neurosen en de persoonlijkheidsstoornissen. Een gedragsstoornis wordt opgevat als een conduct disorder als gevolg van: een afwijkende persoonlijkheidsvorming, disfunctioneren van bepaalde hersengebieden, een verkeerd aangeleerd interactiepatroon, ofwel een combinatie van deze factoren. Mac Lean (1993) acht het moeilijk om bij (zeer) ernstig verstandelijk gehandicapten het onderscheid tussen een psychische stoornis en een gedragsstoornis te maken en hij stelt dit onderscheid ter discussie. Voor de omschrijving van de doelgroep verschaft dit onderscheid geen duidelijkheid voor het definiëren van een gedragsstoornis en wordt daarom in dit onderzoek niet gebruikt. Een gedragsstoornis (conduct disorder in classificicatiesystemen als DSM-IV, 1994, of de ICD-10, 1993) is in grote lijnen een zich herhalend en hardnekkig gedragspatroon waarbij de rechten van anderen of belangrijke bij de leeftijd horende sociale normen of regels worden overtreden. De kenmerken van een gedragsstoornis kunnen ook symptomatisch zijn voor andere stoornissen. In dergelijke gevallen refereren beide classificatiesystemen dan aan gedragsproblemen. De term gedragsstoornis is ook nog verwarrend omdat deze kan worden opgevat als het directe gevolg van een stoornis in het individu (Dykens, 2000). Het problematische gedrag zou zich autonoom, onafhankelijk van de omgeving, voordoen. Onderzoek naar dergelijke verbanden (bijvoorbeeld het zelfverwondend gedrag in relatie tot het Lesch-Nyhansyndroom) staat echter nog in de kinderschoenen. Echter ook bij deze aanname is het misleidend om bij het voorspellen van het zelfverwondend gedrag alleen op de persoonskenmerken gericht te zijn (Sameroff & Fiese, 1990). In dit onderzoek wordt dergelijk gedrag opgevat als het gevolg van een voortdurende dynamische interactie (transactie) tussen de persoon en zijn (sociale) omgeving. In de literatuur is geen eenduidige uitleg voor de term gedragsstoornis gevonden. Gedragsstoornis, probleemgedrag en gedragsprobleem lijken inwisselbaar. Ook buiten de zorgverlening aan mensen met een verstandelijke handicap wordt de term gedragsstoornis niet eenduidig uitgelegd (Van der Ploeg, 1990). Vanwege deze terminologische verwarring is in dit onderzoek niet gekozen voor de term gedragsgestoord maar voor de term gedragsproblemen, volgens Van der Ploeg. Hij omschrijft probleemgedrag als handelingen (gedragingen, wijze van doen en laten) die door de betrokkenen (waaronder de persoon zelf) als ongewenst worden beschouwd. In een bepaalde omgeving en op een gegeven moment worden heersende normen en geldende regels overschreden, waarmee probleemgedrag plaats- en omgevingsafhankelijk is. De één ziet het gedrag als een probleem en de ander niet. Probleemgedrag is daarmee een relationeel probleem. 12

17 Gedrag kan door verschillende mensen in een verschillende omgeving en op verschillende wijze worden geïnterpreteerd; als vanzelfsprekend gedrag, als een tijdelijk probleem of als een (ernstig) probleem. Om de subjectiviteit uit te sluiten stelt Van der Ploeg vier criteria voor om te kunnen bepalen of er sprake is van probleemgedrag, namelijk: frequentie, duur, omvang en gevolgen. Frequentie en duur verwijzen naar het vaker voorkomen van ongewenste gedragingen en langer (hardnekkig) aanhouden ervan. De omvang verwijst naar het voorkomen van het ongewenste gedrag in meer situaties en/of het zich uiten in meer vormen. De gevolgen van het gedrag kunnen betrekking hebben op de omgeving en/of op de betrokkenen, waaronder de persoon zelf. Probleemgedrag is omgevingsafhankelijk en verschaft daardoor ook informatie over die omgeving. De term kan verwijzen naar problematische zorgverleningssituaties waarin de zorgverlener handelingsverlegenheid ervaart (Van Gemert, 1995). De zorgverlener kan als representant van de zorgverlening worden beschouwd (Van Gemert, Wielink & Vriesema, 1993). Zorgverleners, leidinggevenden, en staffunctionarissen op alle niveaus in de organisatie zijn in die zin handelingsverlegen. De handelingsverlegenheid van deze personen zal via de transactie het probleemgedrag bij de bewoner in stand houden. De ernst van het probleemgedrag wordt in navolging van Van der Ploeg (1990) bepaald door een (subjectief) oordeel over de frequentie, de duur, de omvang en de gevolgen van het probleemgedrag voor de persoon en zijn omgeving. Kars (1995) onderscheidt verscheidene vormen van onaanvaardbare schade die met dit gedrag samenhangen. Maar ook de onaanvaardbaarheid van de schade is subjectief van aard. Er zijn echter instrumenten om het subjectieve oordeel met betrekking tot de mate van het probleemgedrag op een meer gestandaardiseerde wijze te ondersteunen en vast te stellen. Het betreft het Consensusprotocol Ernstig Probleemgedrag (Kramer, 1992) dat na afname resulteert in één van de niveaus van ernst in de problematiek rond de bewoner: minst, matig, zeer en extreem ernstig, en de Storend Gedragsschaal voor Zwakzinnigen (Kraijer & Kema, 1994). Dit laatste instrument vormt een onderdeel van de meetinstrumenten in dit onderzoek. 3.2 Uitingen van probleemgedrag Vanuit het gegeven dat probleemgedrag bepaald kan worden door organische afwijkingen en omgeving, maar ook door interactie tussen de biologische en ervaringsunieke persoon met de sociale en materiële omgeving, is het mogelijk de problematiek te relateren aan zowel het individu, als aan de omgeving. 13

18 3.2.1 Fysieke en psychische stoornissen gerelateerd aan probleemgedrag Fysieke en/of psychische aspecten in het individu zijn niet zonder meer problematisch, maar kunnen wel de aanleiding zijn voor problemen. Een ernstige verstandelijke handicap leidt tot beperkingen in verschillende vaardigheidsgebieden. Bij verstandelijk gehandicapten neemt de kans op het voorkomen van meervoudige problematiek toe. Bij hen komen veelvuldig motorische en zintuiglijke stoornissen voor (ICD-10 1, 1994; LRZ 2, 1995; Nakken, 1993). Naast motorische en zintuiglijke stoornissen is een belangrijke andere groep de psychische stoornissen (Došen, 1997). De meest voorkomende psychische/ psychiatrische stoornissen zijn volgens Scheers & Minderaa (1995): hyperactiviteit, pervasieve ontwikkelingsstoornissen (PDD), psychosen en schizofrenie, stemmingsstoornissen, het syndroom van Gilles de la Tourette, dwang- en drangstoornissen, angststoornissen, dementie, en gedragsstoornissen (onder andere zelfbeschadigend gedrag). Kraijer (1994) meent dat 40 procent van de totale populatie diep en ernstig verstandelijk gehandicapten aan een PDD lijdt dat circa 20 procent van de matig verstandelijk gehandicapten aan een PDD lijdt. Pervasieve ontwikkelingsstoornissen zijn stoornissen die diep doordringen in het ontwikkelingsverloop, met veelal beperkingen in de wederkerige sociale interactie, de communicatie, en de aanwezigheid van stereotiep gedrag, specifieke interesses en activiteiten (DSM-IV 3, 1994). Als een (zeer) ernstige verstandelijke handicap en één of meer van de bovengenoemde stoornissen zich voordoen is er een verhoogde kans op somatische/ fysieke problemen en probleemgedrag. Granlund (Vlaskamp, 1997) stelt dat bij meer stoornissen zich ook meer gedragsproblemen voordoen. Emerson & Bromley (1998) constateren dat naarmate de ernst van de gedragsproblemen groter is, incontinentie, epilepsie, beschadigingen/ stoornissen aan gehoor, visus en mobiliteit, toeneemt. Omgekeerd acht Zwets (1995) het mogelijk dat het ontstaan en in stand houden van gedragsproblemen verband heeft met somatische medische factoren, zoals: gevoelens van onbehagen door ziekte, pijn of jeuk (bij letsel), metabole aandoeningen, epilepsie, psychische stoornissen, en bijwerkingen van medicamenten en (para)medische ingrepen. Naarmate het niveau van intellectueel functioneren lager wordt, komt epilepsie meer voor; bij een IQ beneden de 50 is de prevalentie 90% (De Froe, 1994). Gedye (1989) veronderstelt een relatie tussen epilepsie en ernstig zelfverwondend gedrag. Reinier (1987) en De Froe (1994) wijzen op woedeaanvallen en agressie die lijken te passen in het beeld van epileptische aanvallen. De bijwerkingen van het gebruik van anti-epileptica kunnen in sommige gevallen gedragsproblemen versterken of veroorzaken door versterking van de hyperactiviteit, of de emotionaliteit of door 1 ICD-10: International Classificiation of Diseases and Related Healtproblems, editie 10 2 LRZ: Landelijke Registratie Zorg- en dienstverlening aan mensen met een verstandelijke handicap 3 DSM-lV: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, World Health Organization (WHO, 1993) 14

19 demping van het bewustzijn. In uitzonderlijke gevallen kan ook het onderdrukken van de epileptische aanvallen met medicatie leiden tot gedragsproblemen (Reinier, 1987) Aan institutionele factoren gerelateerd probleemgedrag De hardnekkigheid van het probleemgedrag is vaak groot. De zorgverlening dient daarom langdurig en systematisch gericht te zijn op het terugdringen of oplossen van dit gedrag. Observatie, interventie en evaluatie moeten intensief en op cyclische wijze worden uitgevoerd. Het in de zorgverlening opnemen van deze elementen is nadrukkelijk gewenst. Om de volgende redenen is dat bij de doelgroep niet eenvoudig: de interventies met een leerintentie (indien mogelijk) vereisen veel geduld en vindingrijkheid; de effecten van de interventies zijn door het grillige verloop van de resultaten in de zin van terugval, vooruitgang of stilstand, vaak pas zichtbaar op lange termijn. Door het ontbreken van continuïteit in de zorgverlening worden interventies en effecten op lange termijn vaak niet geëvalueerd (Schuring, 1990).Het stokken van het cyclische proces wordt ervaren als het elke keer weer opnieuw beginnen, waardoor het zicht op mogelijke effecten van het eigen handelen afneemt en de kans op stress of verhoogde zorgzwaarte toeneemt; de probleemgedragingen van de cliënt beïnvloeden het gedrag van de zorgverlener. Er wordt in de jeugdzorg gesproken over child effects. Door de invloed van het (probleem)gedrag van het kind op het gedrag van de zorgverlener, kan hij op den duur het vereiste gedrag niet behouden. In de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap ziet men dezelfde beïnvloeding. Maguire & Piersel (1992) sommen veel voorkomende problemen op die zijn ingebed in de organisatie van de zorgverlening. De vele verantwoordelijkheden van zorgverleners die resulteren in verslaglegging en overleg, concurreren met directe zorgverleningstijd. Het werken met personen die hoge risico gedragingen vertonen en het uitvoeren van complexe (be)handelingsprogramma s vergen echter veel tijd. Zorgverleners blijken onvoldoende kennis en vaardigheden om gedragsprocedures te hebben uit te kunnen voeren (Wielink, 2000). Ze werken met te simpele analyses en interventiestrategieën. Ze ervaren een toename van stress en een tekort aan tijd. Ook wordt onvoldoende aandacht besteed aan de verbetering van de omgeving van de cliënt om de gedragsverandering te ondersteunen. De zorgverlening loopt in dit verband de kans voor een belangrijk deel reactief te worden op het probleemgedrag in plaats van oplossing- en toekomstgericht. Beheersen en verzorgen gaan het dagprogramma van de cliënt bepalen. Het elkaar niet begrijpen en dienovereenkomstig wederzijds inadequaat handelen (Van Gemert, 1995) kan de oorzaak zijn van hardnekkig ernstig probleemgedrag en dit gedrag ook in stand houden en versterken. De oorzaak kan ook een onjuiste handelingstheorie of interpretatie zijn, met voortdurend onbegrip en ernstig probleemgedrag als gevolg. 15

20 Borthwick-Duffy (1994) acht instituten verantwoordelijk voor de toename van probleemgedrag omdat dit gedrag wordt bekrachtigd in een verschraalde omgeving van een instituut, met of een lage dichtheid of onregelmatige natuurlijke stimuli. Een dergelijke leefomgeving is echter niet voorbehouden aan een instituut. Volgens Felce, Lowe & Blackman (1995) kan er ook in een woonvorm die is gesitueerd in de samenleving een verschraalde leefomgeving bestaan. Een dergelijke omgeving nodigt niet tot nieuw, aangepast gedrag uit (La Vigna, Willis & Donnellan, 1992). Uit het onderzoek van Schuring (1990) bleek dat bewoners behorend tot de doelgroep, lang niet altijd over een eigen slaapkamer beschikken. Iedereen heeft behoefte aan een eigen territorium, een vertrouwde ruimte om alleen te kunnen zijn. In die zin is alleen een kleine slaapkamer onvoldoende omdat bewoners dan zijn aangewezen op een gemeenschappelijke groepsruimte met een vergrote kans op gedwongen interacties. 3.3 Conclusie De problematiek is beschreven door deze te relateren aan: fysieke en psychische stoornissen van de verstandelijk gehandicapte mens, de zorgverlener en de omgeving. Het blijkt dat het beperkte niveau van intellectueel functioneren een eenduidige interpretatie van gedrag belemmert, waardoor het bepalen van de gewenste zorgverlening moeilijk is. Er is in relatie met het niveau van functioneren bij mensen met een ernstige verstandelijke handicap een verhoogde kans op verschillende beperkingen binnen de vaardigheidsgebieden. Deze verhoogde kans op verschillende beperkingen is als gevolg van één of meer bijkomende stoornissen. De veelheid en combinatie van beperkingen leidt tot een verhoogde kans op de aanwezigheid van (hardnekkig) probleemgedrag, en/of somatische/medische problemen. Bij de aan institutionele factoren gerelateerde problematiek kan de kwaliteit van de interactie tussen zorgverlener en bewoner bedreigd worden door bij de zorgverlener gelegen factoren. Door stress en verhoogde zorgzwaarte kan zijn handelen, angst en onzekerheid insluipen, waardoor hij de bewoner slechts volgt en er een ongelijkwaardige relatie ontstaat. Het handelen is niet afgestemd op de persoon en dat leidt tot wederzijds onbegrip. De hardnekkigheid van het probleemgedrag vereist een behandelattitude en continuïteit die vaak moeilijk geboden kunnen worden, in verband met onvoldoende deskundigheidsbevordering, het verloop bij zorgverleners en te veel concurrerende taken. Tevens kan een verschraalde woonomgeving het probleemgedrag versterken. Een verschraalde omgeving nodigt echter niet tot nieuw, aangepast gedrag uit. Daarbij komt dat kleine ruimtes met weinig privacy vaak gedwongen interacties impliceren, wat niet voor iedere bewoner een gewenste woonomgeving is. 16

Deel VI Verstandelijke beperking en autisme

Deel VI Verstandelijke beperking en autisme Deel VI Inleiding Wat zijn de mogelijkheden van EMDR voor cliënten met een verstandelijke beperking en voor cliënten met een autismespectrumstoornis (ASS)? De combinatie van deze twee in een en hetzelfde

Nadere informatie

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think.

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think. Drs. Fernando Cunha (Child Support Europe) Ontwikkelingspsycholoog Gezondheidspsycholoog (BIG) Kinder- en Jeugdpsycholoog (NIP) Onderwijsspecialist http://www.child-support-europe.com In dienst van kinderen,

Nadere informatie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie Grensoverschrijdend gedrag Les 2: inleiding in de psychopathologie Programma Psychopathologie; wat is het? Algemene functionele psychopathologie DSM Psychopathologie = Een onderdeel van de psychiatrie

Nadere informatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Agressiebeheersing vanuit het emotionele ontwikkelingsprofiel 28/04/2015 EMOTIONELE ONWIKKELING. buitenkant versus binnenkant

Agressiebeheersing vanuit het emotionele ontwikkelingsprofiel 28/04/2015 EMOTIONELE ONWIKKELING. buitenkant versus binnenkant Agressiebeheersing vanuit het emotionele ontwikkelingsprofiel Dr. Iris Van den Brandei.o. SEN vzw Centrum voor Therapie en Welzijn Balans EMOTIONELE ONWIKKELING buitenkant versus binnenkant intrapsychisch

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

2De doelgroep en de uitgangspunten van een zorgprogramma

2De doelgroep en de uitgangspunten van een zorgprogramma 2De doelgroep en de uitgangspunten van een zorgprogramma 2.1 Inleiding Het doel van het onderzoek is in het vorige hoofdstuk omschreven als: het ontwikkelen van een zorgprogramma voor intensieve zorgverlening

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

Psychiatrisering en de terreur van het perfecte kind. Prof. Dr. Stijn Vanheule Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen

Psychiatrisering en de terreur van het perfecte kind. Prof. Dr. Stijn Vanheule Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Psychiatrisering en de terreur van het perfecte kind Psychiatriseren = Het moeilijke kind stelt de volwassene vragen: Wie is de volwassene is die hem of haar zo moeilijk vindt? Met welke ver(w)achtingen

Nadere informatie

De diep verstandelijk gehandicapte medemens

De diep verstandelijk gehandicapte medemens De diep verstandelijk gehandicapte medemens Eerste druk, mei 2012 2012 Wilte van Houten isbn: 978-90-484-2352-1 nur: 895 Uitgever: Free Musketeers, Zoetermeer www.freemusketeers.nl Hoewel aan de totstandkoming

Nadere informatie

Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2009. Bijlage 2. Grondslagen

Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2009. Bijlage 2. Grondslagen 2009 Versie 1 januari 2009 Inhoudsopgave 1 Algemeen 3 2 Aandachtspunten 4 2.1 en functies 4 2.2 Vaststellen grondslag 4 2.3 Eén of meerdere grondslag(en) 5 3 De 6 grondslagen 6 3.1 Somatische aandoening

Nadere informatie

Verstandelijke beperkingen

Verstandelijke beperkingen 11 2 Verstandelijke beperkingen 2.1 Definitie 12 2.1.1 Denken 12 2.1.2 Vaardigheden 12 2.1.3 Vroegtijdig en levenslang aanwezig 13 2.2 Enkele belangrijke overwegingen 13 2.3 Ernst van verstandelijke beperking

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE

SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE Dyslexie Moeite met de techniek van het lezen en spellen, door problemen om het woordniveau en met als belangrijk kenmerk dat geen echte automatisering van het lezen

Nadere informatie

Wanneer de vlag de lading niet meer dekt: over het gebruik van labels voor stoornissen

Wanneer de vlag de lading niet meer dekt: over het gebruik van labels voor stoornissen Wanneer de vlag de lading niet meer dekt: over het gebruik van labels voor stoornissen Het moeilijke kind stelt ons vragen: Wie is de volwassene is die hem of haar zo moeilijk vindt? Met welke ver(w)achtingen

Nadere informatie

Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1

Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1 Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1 Moet voldoen aan de criteria A, B, C en D A. Aanhoudende tekorten in sociale communicatie en sociale interactie in meerdere

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING 143. Nederlandse samenvatting

NEDERLANDSE SAMENVATTING 143. Nederlandse samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING 143 Nederlandse samenvatting 144 NEDERLANDSE SAMENVATTING De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat psychische gezondheid een staat van welzijn is waarin een individu zich

Nadere informatie

Voor wie een time-out?

Voor wie een time-out? Voor wie een time-out? Problemen met gedrag in een buitengewone context Inhoud Korte introductie ICF-CY Toepassing op doelgroep praktijkboek Gebruik binnen een handelingsgericht diagnostisch traject maar

Nadere informatie

69 Zorgzwaartepakketten

69 Zorgzwaartepakketten DC 69 Zorgzwaartepakketten verstandelijk gehandicapten 1 Inleiding Cliënten die zorg in het kader van de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) nodig hebben, kunnen aanspraak maken op een budget daarvoor.

Nadere informatie

De (h)erkenning van jongeren met een lichte verstandelijke beperking Dr. M. van Nieuwenhuijzen

De (h)erkenning van jongeren met een lichte verstandelijke beperking Dr. M. van Nieuwenhuijzen De (h)erkenning van jongeren met een lichte verstandelijke beperking Dr. M. van Nieuwenhuijzen ISBN 978 90 8850 154 8 NUR 847 2010 B.V. Uitgeverij SWP Amsterdam Rede (in verkorte vorm) uitgesproken bij

Nadere informatie

Au-tomutilatie. Een groot probleem, een grote uitdaging. Carmen van Bussel Orthopedagoog/GZ-psycholoog

Au-tomutilatie. Een groot probleem, een grote uitdaging. Carmen van Bussel Orthopedagoog/GZ-psycholoog Au-tomutilatie Een groot probleem, een grote uitdaging Carmen van Bussel Orthopedagoog/GZ-psycholoog Inhoud Waarom verwonden cliënten zichzelf? Handelingsverlegenheid en machteloosheid bij begeleiders

Nadere informatie

Zorgzwaartepakketten Sector GGZ Versie 2013

Zorgzwaartepakketten Sector GGZ Versie 2013 Zorgzwaartepakketten Sector GGZ Versie 2013 Enschede, december 2012 AR/12/2534/izzp ZZP 1B GGZ Voortgezet verblijf met begeleiding (B-groep) voor verzekerden jonger dan drieëntwintig jaar Deze cliëntgroep

Nadere informatie

Herkennen van en omgaan met mensen met een lichte verstandelijke beperking

Herkennen van en omgaan met mensen met een lichte verstandelijke beperking Herkennen van en omgaan met mensen met een lichte verstandelijke beperking Doelgroep s Heeren Loo, Almere: Alle leeftijden: kinderen, jongeren & volwassenen (0 100 jaar) Alle niveaus van verstandelijke

Nadere informatie

Richtlijnen Commissie Leerling Ondersteuning (CLO) Samenwerkingsverband De Liemers po

Richtlijnen Commissie Leerling Ondersteuning (CLO) Samenwerkingsverband De Liemers po Richtlijnen Commissie Leerling Ondersteuning (CLO) Samenwerkingsverband De Liemers po Minimaal noodzakelijk bij aanmelding voor alle leerlingen: Ondertekend aanmeldingsformulier Handelingsgericht Zorgformulier

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Op grond van klinische ervaring en wetenschappelijk onderzoek, is bekend dat het gezamenlijk voorkomen van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een verstandelijke beperking tot veel bijkomende

Nadere informatie

HANDREIKING EVIDENT EN KENNELIJK STABIELE KINDKEMERKEN Algemene uitgangspunten

HANDREIKING EVIDENT EN KENNELIJK STABIELE KINDKEMERKEN Algemene uitgangspunten HANDREIKING EVIDENT EN KENNELIJK STABIELE KINDKEMERKEN Algemene uitgangspunten Het vaststellen van een stoornis bii (her-)indicatie. De toegang tot het speciaal onderwijs of leerlinggebonden financiering

Nadere informatie

TOELAATBAARHEIDSCRITERIA VOOR HET VOORTGEZET SPECIAAL ONDERWIJS

TOELAATBAARHEIDSCRITERIA VOOR HET VOORTGEZET SPECIAAL ONDERWIJS TOELAATBAARHEIDSCRITERIA VOOR HET VOORTGEZET SPECIAAL ONDERWIJS Inleiding Passend Onderwijs wil de omslag maken van diagnosegericht naar handelingsgericht: niet het probleem van de leerling staat centraal,

Nadere informatie

Neuropsychiatrische symptomen bij Nederlandse verpleeghuispatiënten

Neuropsychiatrische symptomen bij Nederlandse verpleeghuispatiënten Proefschrift: S.U. Zuidema Neuropsychiatrische symptomen bij Nederlandse verpleeghuispatiënten met dementie Samenvatting Dementie is een ongeneeslijke aandoening met belangrijke effecten op cognitie, activiteiten

Nadere informatie

Triple Trouble in de praktijk. Triple Trouble in de praktijk. Komt een man bij de dokter. Drie soorten middelen. Stoornis in het gebruik van middelen

Triple Trouble in de praktijk. Triple Trouble in de praktijk. Komt een man bij de dokter. Drie soorten middelen. Stoornis in het gebruik van middelen Triple Trouble in de praktijk Triple Trouble in de praktijk LEDD congres 2014 Joanneke van der Nagel Jannelien Wieland Robert Didden Van enkelvoudig naar complex licht tot ernstig Over wat te doen wie

Nadere informatie

Ellen Peeters MANP Karin schlepers Stichting Epilepsie Instellingen Nederland

Ellen Peeters MANP Karin schlepers Stichting Epilepsie Instellingen Nederland Ellen Peeters MANP Karin schlepers Stichting Epilepsie Instellingen Nederland 1. Algemene informatie verstandelijke beperking 2. Oorzaken Verstandelijk beperking en epilepsie 3. Complexe zorg 4. Behandeling

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornis Cluster C

Persoonlijkheidsstoornis Cluster C Persoonlijkheidsstoornis Cluster C Deze folder geeft informatie over de diagnostiek en behandeling van cluster C persoonlijkheidsstoornissen. Wat is een cluster C Persoonlijkheidsstoornis? Er bestaan verschillende

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

(Dag) Behandeling (licht) verstandelijk beperkten

(Dag) Behandeling (licht) verstandelijk beperkten (Dag) Behandeling (licht) verstandelijk beperkten Omschrijving voorzieningen Ons kenmerk: Datum: Oktober 2015 Contactpersoon: Contractbeheer E-mail: contractbeheer@regiogenv.nl INHOUD 1 34118 Behandeling

Nadere informatie

oud en kwetsbaar Psychiatrische ziektebeelden bij ouderen met een verstandelijke beperking

oud en kwetsbaar Psychiatrische ziektebeelden bij ouderen met een verstandelijke beperking oud en kwetsbaar Psychiatrische ziektebeelden bij ouderen met een verstandelijke beperking Rianne Meeusen, Gezondheidszorgpsycholoog/orthopedagoog Çonny van Outheusden, PIT-verpleegkundige 27-09-2013 inleiding

Nadere informatie

EPILEPSIE. Epilepsie en verstandelijke beperking Gespecialiseerde kennis: hypothalamus hamartoom

EPILEPSIE. Epilepsie en verstandelijke beperking Gespecialiseerde kennis: hypothalamus hamartoom EPILEPSIE Epilepsie en verstandelijke beperking Gespecialiseerde kennis: hypothalamus hamartoom Epilepsie en verstandelijke beperking Gespecialiseerde kennis: hypothalamus hamartoom Het epilepsiecentrum

Nadere informatie

Doelgroep De doelgroep voor de methode Meer Mens is onder te verdelen in drie hoofdgroepen. Dit sluit niet uit dat de methode niet van toepassing is

Doelgroep De doelgroep voor de methode Meer Mens is onder te verdelen in drie hoofdgroepen. Dit sluit niet uit dat de methode niet van toepassing is Inleiding In de zorgsector wordt een breed pakket aan zorg- en dienstverlening aangeboden aan mensen met een beperking. Hulpvragen van deze mensen variëren in aard en complexiteit. Deze vragen hebben betrekking

Nadere informatie

NeDerLANDse samenvatting

NeDerLANDse samenvatting CHAPTER 10 259 NEDERLANDSE SAMENVATTING Benzodiazepines zijn psychotrope middelen met anxiolytische, sederende, spierverslappende en hypnotische effecten. In de praktijk worden zij voornamelijk ingezet

Nadere informatie

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s)

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s) A. Ouderfactoren: gegeven het feit dat de interventies van de gezinscoach en de nazorgwerker gericht zijn op gedragsverandering van de gezinsleden, is het zinvol om de factoren te herkennen die (mede)

Nadere informatie

Training Omgaan met Agressie en Geweld

Training Omgaan met Agressie en Geweld Training Omgaan met Agressie en Geweld 2011 Inleiding In veel beroepen worden werknemers geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag, waaronder agressie. Agressie wordt door medewerkers over het algemeen

Nadere informatie

Stemmingsstoornissen. Els Ronsse. Psysense Oc br ebergiste. www.psysense.be

Stemmingsstoornissen. Els Ronsse. Psysense Oc br ebergiste. www.psysense.be Stemmingsstoornissen Els Ronsse Polikliniek PC Guislain Psysense Oc br ebergiste www.psysense.be Inleiding Stemmingsstoornissen bij V.G. zijn veel meer dan stoornissen in de stemming, ook in cognitie motivatie

Nadere informatie

Voor informatie over Meer Mens: meermens@prismanet.nl 06-21 86 47 70. Meer info? 0800-2357747 www.prismanet.nl

Voor informatie over Meer Mens: meermens@prismanet.nl 06-21 86 47 70. Meer info? 0800-2357747 www.prismanet.nl Voor informatie over Meer Mens: meermens@prismanet.nl 06-21 86 47 70 Meer info? 0800-2357747 www.prismanet.nl Meer Mens Zorg voor kwaliteit van leven In de zorgsector wordt een breed pakket aan zorg- en

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Pouw, Lucinda Title: Emotion regulation in children with Autism Spectrum Disorder

Nadere informatie

Effectief afstemmen met de ervaringsordening Ontwikkelingsniveau: Mensen met een verstandelijke beperking

Effectief afstemmen met de ervaringsordening Ontwikkelingsniveau: Mensen met een verstandelijke beperking Effectief afstemmen met de ervaringsordening Ontwikkelingsniveau: Mensen met een verstandelijke beperking Eind jaren zeventig werden begeleiders van mensen met een verstandelijke beperking geconfronteerd

Nadere informatie

Proefschrift. Cannabis use, cognitive functioning and behaviour problems. Merel Griffith - Lendering. Samenvatting

Proefschrift. Cannabis use, cognitive functioning and behaviour problems. Merel Griffith - Lendering. Samenvatting Proefschrift Cannabis use, cognitive functioning and behaviour problems Merel Griffith - Lendering Samenvatting Het gebruik van cannabis is gerelateerd aan een breed scala van psychische problemen, waaronder

Nadere informatie

Wetenschappelijke Samenvatting. 1. Kwetsbaarheid en emotionele verwerking bij depressie

Wetenschappelijke Samenvatting. 1. Kwetsbaarheid en emotionele verwerking bij depressie Wetenschappelijke Samenvatting 1. Kwetsbaarheid en emotionele verwerking bij depressie In dit proefschrift wordt onderzocht wat spaak loopt in de hersenen van iemand met een depressie. Er wordt ook onderzocht

Nadere informatie

Psychisch functioneren bij het syndroom van Noonan

Psychisch functioneren bij het syndroom van Noonan Psychisch functioneren bij het syndroom van Noonan drs. Ellen Wingbermühle GZ psycholoog / neuropsycholoog GGZ Noord- en Midden-Limburg Contactdag 29 september 2007 Stichting Noonan Syndroom 1 Inhoud Introductie

Nadere informatie

Vorming AUTISMESPECTRUM- STOORNIS

Vorming AUTISMESPECTRUM- STOORNIS Vorming AUTISMESPECTRUM- STOORNIS Bart Lenaerts Jorinde Dewaelheyns 6 december 2010 Wat mag je verwachten? Wat is autisme? Het stellen van de diagnose Wie? Hoe? Triade van stoornissen Autisme = anders

Nadere informatie

Zorgprogramma voor mensen met gerontopsychiatrische problematiek in het verpleeghuis

Zorgprogramma voor mensen met gerontopsychiatrische problematiek in het verpleeghuis Zorgprogramma voor mensen met gerontopsychiatrische problematiek in het verpleeghuis Anne van den Brink Specialist Ouderengeneeskunde Onderzoeker Pakkende ondertitel Inhoud presentatie Inleiding Aanleiding

Nadere informatie

Mijn kind heeft een LVB

Mijn kind heeft een LVB Mijn kind heeft een LVB Wat betekent een licht verstandelijke beperking nu precies? Informatie voor ouders van kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking in de leeftijd van 6 tot 23 jaar

Nadere informatie

MIDDELENMISBRUIK + angststoornissen depressie

MIDDELENMISBRUIK + angststoornissen depressie MIDDELENMISBRUIK + angststoornissen depressie Enkele cijfers 17,9 % van de patiënten met een angststoornis lijdt aan een alcoholverslaving 19,4% van de alcoholverslaafden heeft een angststoornis (Addiction

Nadere informatie

Psychologie Inovum. Informatie en productenboek voor cliënten, hun naasten en medewerkers

Psychologie Inovum. Informatie en productenboek voor cliënten, hun naasten en medewerkers Psychologie Inovum Informatie en productenboek voor cliënten, hun naasten en medewerkers Waarom psychologie Deze folder is om bewoners, hun naasten en medewerkers goed te informeren over de mogelijkheden

Nadere informatie

Vraag 3 Bekijk scène 1, scène 2 en scène 3 nogmaals en lees de tekst De ontdekking.

Vraag 3 Bekijk scène 1, scène 2 en scène 3 nogmaals en lees de tekst De ontdekking. Feedbackvragen Casus Doortje Vraag 1 Lees de tekst De ontdekking en bekijk scène 2 en scène 3 nogmaals. Beantwoord daarna de vraag. Nemen de moeder en vader van Doortje voldoende afstand tot Doortje? a.

Nadere informatie

Psychogeriatrie of gerontopsychiatrie.

Psychogeriatrie of gerontopsychiatrie. Psychogeriatrie of gerontopsychiatrie. Psychogeriatrie : geneeskunde cognitieve beperkingen Gerontopsychiatrie psychiatrische ziekenhuizen - curatief Bedenkingen Binnen gerontopsychiatrie goede balans

Nadere informatie

Kinderen Ontwikkelen en Leren 201-2012. Bijeenkomst 11: ontwikkeling

Kinderen Ontwikkelen en Leren 201-2012. Bijeenkomst 11: ontwikkeling Kinderen Ontwikkelen en Leren 201-2012 Bijeenkomst 11: ontwikkeling Terugblik bijeenkomst 10 Presentatie ontwikkelingsgebieden Indeling ontwikkelingsgebieden Casus: stel je probleemverklaring op. Bijeenkomst

Nadere informatie

Het belang van (ondersteuning van) communicatie bij personen met een verstandelijke handicap

Het belang van (ondersteuning van) communicatie bij personen met een verstandelijke handicap Het belang van (ondersteuning van) communicatie bij personen met een verstandelijke handicap Prof. dr. Bea Maes, Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek, K.U.Leuven 1. Centrale rol van taal en communicatie

Nadere informatie

RICHTLIJNEN TOELAATBAARHEIDSVERKLARING ALMERE

RICHTLIJNEN TOELAATBAARHEIDSVERKLARING ALMERE Voorwoord Met de invoering van passend onderwijs wordt het proces van indiceren naar arrangeren werkelijkheid. Passend Onderwijs Almere heeft afgesproken dat de onderwijsbehoefte van kinderen centraal

Nadere informatie

Vermoeidheid na kanker. Anneke van Wijk, GZ psycholoog Helen Dowling Instituut Utrecht

Vermoeidheid na kanker. Anneke van Wijk, GZ psycholoog Helen Dowling Instituut Utrecht Anneke van Wijk, GZ psycholoog Helen Dowling Instituut Utrecht Helen Dowling Instituut: Begeleiding bij kanker voor (ex-) kankerpatienten en hun naasten: Onder andere: Individuele begeleiding Lotgenotengroepen

Nadere informatie

Van Hé, hier ben ik tot Ha, daar ben jij

Van Hé, hier ben ik tot Ha, daar ben jij Van Hé, hier ben ik tot Ha, daar ben jij Floortime: ontwikkelingsgerichte therapie, met ouders en het jonge kind aan het werk Jo Wellens, kinder- en jeugdpsychiater & Ilse Vansant, psycholoog afdeling

Nadere informatie

Samenvatting leerstof Geriatrie opleiding

Samenvatting leerstof Geriatrie opleiding Samenvatting leerstof Geriatrie opleiding Klinisch redeneren doen we in feite al heel lang. VUmc Amstel Academie heeft hiervoor een systematiek ontwikkeld, klinisch redeneren in 6 stappen, om gedetailleerd

Nadere informatie

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door Welkom DGM en Autisme Presentatie door Esther van Efferen-Wiersma Inhoud Autisme: recente ontwikkelingen Van beperkingen naar (onderwijs)behoeften DGM en autisme Hulpmiddelen en materialen Vragen? Autisme?

Nadere informatie

Stoppen met langdurig antipsychoticagebruik voor gedragsproblemen. Gerda de Kuijper Arts verstandelijk gehandicapten/senior onderzoeker

Stoppen met langdurig antipsychoticagebruik voor gedragsproblemen. Gerda de Kuijper Arts verstandelijk gehandicapten/senior onderzoeker Stoppen met langdurig antipsychoticagebruik voor gedragsproblemen Gerda de Kuijper Arts verstandelijk gehandicapten/senior onderzoeker Congres Focus op onderzoek Utrecht 22 juni 2015 Inhoud presentatie

Nadere informatie

07-04-15. Herkennen van en omgaan met. Angst en Depressie. Na vanmiddag. bij ouderen met een verstandelijke beperking

07-04-15. Herkennen van en omgaan met. Angst en Depressie. Na vanmiddag. bij ouderen met een verstandelijke beperking Na vanmiddag Herkennen van en omgaan met Angst en Depressie bij ouderen met e Weet u hoe vaak angst en depressie voorkomen, Weet u wie er meer risico heeft om een angststoornis of depressie te ontwikkelen,

Nadere informatie

Richtlijn Toelaatbaarheid tot het Voortgezet Speciaal Onderwijs

Richtlijn Toelaatbaarheid tot het Voortgezet Speciaal Onderwijs Richtlijn Toelaatbaarheid tot het Voortgezet Speciaal Onderwijs 1. Toelichting Passend Onderwijs wil de omslag maken van diagnosegericht naar handelingsgericht. Niet de diagnose staat centraal, maar de

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Samenvatting (summary in Dutch)

Samenvatting (summary in Dutch) Samenvatting (summary in Dutch) 149 Samenvatting (summary in Dutch) Één van de meest voorkomende en slopende ziektes is depressie. De impact op het dagelijks functioneren en op de samenleving is enorm,

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Titel: Cognitieve Kwetsbaarheid voor Depressie: Genetische en Omgevingsinvloeden Het onderwerp van dit proefschrift is cognitieve kwetsbaarheid voor depressie en de wisselwerking

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) * 132 Baby s die te vroeg geboren worden (bij een zwangerschapsduur korter dan 37 weken) hebben een verhoogd risico op zowel ernstige ontwikkelingproblemen (zoals mentale

Nadere informatie

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door Welkom DGM en Autisme Presentatie door Esther van Efferen-Wiersma Inhoud DGM en autisme? Autisme: recente ontwikkelingen Van beperkingen naar (onderwijs)behoeften DGM en autisme! Vragen? DGM en Autisme?

Nadere informatie

Ontwikkeling van een arbeidsidentiteit bij mensen met een autisme spectrum stoornis

Ontwikkeling van een arbeidsidentiteit bij mensen met een autisme spectrum stoornis Ontwikkeling van een arbeidsidentiteit bij mensen met een autisme spectrum stoornis Diana Rodenburg d.rodenburg@leokannerhuis.nl Copyright Dr. Leo Kannerhuis Visie en missie Het Dr. Leo Kannerhuis is een

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Bij de ontwikkeling van metabole ziekten zoals overgewicht, type 2 diabetes en Anorexia Nervosa spelen omgevingsfactoren zoals dieet en fysieke activiteit een belangrijke rol. Er zijn echter grote individuele

Nadere informatie

Onderwerp: Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2015 (Bijlage 3)

Onderwerp: Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2015 (Bijlage 3) Officiële uitgave van de gemeente Maassluis Nummer:27 Datum Bekendmaking: 8 december 214 GEMEENTEBLAD Onderwerp: Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam

Nadere informatie

Overleg van tevoren altijd met de ouders over de aanpak voor het kind en tips voor de omgang.

Overleg van tevoren altijd met de ouders over de aanpak voor het kind en tips voor de omgang. Overleg van tevoren altijd met de ouders over de aanpak voor het kind en tips voor de omgang. Aandacht stoornissen ADD Attention Deficit Disorder (letterlijk: aandacht tekort stoornis) - Een vorm van ADHD

Nadere informatie

Inhoud. Woord vooraf 11. 1. Inleiding Kennismaking met de psychologie 13. 2. Biologie en gedrag De hardware van het psychisch functioneren 51

Inhoud. Woord vooraf 11. 1. Inleiding Kennismaking met de psychologie 13. 2. Biologie en gedrag De hardware van het psychisch functioneren 51 Inhoud Woord vooraf 11 1. Inleiding Kennismaking met de psychologie 13 1.1 Een definitie van de psychologie 14 1.2 Wetenschappelijke psychologie en intuïtieve mensenkennis 16 1.2.1 Verschillen in het verzamelen

Nadere informatie

Ouders gebruiken voor het temperament van hun kind(eren) spontaan woorden als

Ouders gebruiken voor het temperament van hun kind(eren) spontaan woorden als 1 Temperament van het kind en (adoptie)ouderschap Sara Casalin Ouders gebruiken voor het temperament van hun kind(eren) spontaan woorden als verlegen, blij, impulsief, zenuwachtig, druk, moeilijk, koppig,

Nadere informatie

Gedragsproblematiek bij kinderen en jongeren

Gedragsproblematiek bij kinderen en jongeren VIP-school Schooljaar 2014-2015, 2e semester Datum: Naam: Leerkracht: Mevr. De Smet Vak: Orthopedagogiek Klas: 6 JGZ /15 Gedragsproblematiek bij kinderen en jongeren Pagina 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding...

Nadere informatie

Cerebrale Visuele Stoornissen. Jij maakt het verschil!

Cerebrale Visuele Stoornissen. Jij maakt het verschil! Cerebrale Visuele Stoornissen Weet bij jij kinderen wat ik zie? Weet jij wat ik zie? Jij maakt het verschil! Studiedag Carantegroep 20-05-2011 Even voorstellen Marieke Steendam ergotherapeut VVB-team Koninklijke

Nadere informatie

Huisvesting Cliënt heeft eigen adres maakt geen gebruik van een adres via Maaszicht.

Huisvesting Cliënt heeft eigen adres maakt geen gebruik van een adres via Maaszicht. Aanbod Maaszicht Toelichting per product: Opsporing en toeleiding Maaszicht krijgt regelmatig aanmeldingen van en voor jongeren voor wie niet direct duidelijk is voor welke zorg zij nodig hebben. Dit kan

Nadere informatie

Universitair Medisch Centrum Groningen

Universitair Medisch Centrum Groningen Universitair Medisch Centrum Groningen Beter af met minder Reduction of Inappropriate psychotropic Drug use in nursing home residents with dementia Claudia Groot Kormelinck Prof.dr. Sytse Zuidema Probleemgedrag

Nadere informatie

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen. Samenvatting Samenvatting Depressie en angst zijn de meest voorkomende psychische stoornissen in de adolescentie met een enorme impact op het individu. Veel adolescenten rapporteren depressieve en angst

Nadere informatie

Kennismaking VIB en methode CONTACT Hoe contact bevorderen tussen doofblinde personen en hun communicatiepartners?

Kennismaking VIB en methode CONTACT Hoe contact bevorderen tussen doofblinde personen en hun communicatiepartners? Kennismaking VIB en methode CONTACT Hoe contact bevorderen tussen doofblinde personen en hun communicatiepartners? Ingrid Korenstra Bartiméus Expertisecentrum Doofblindheid 19-03-2015 Even voorstellen:

Nadere informatie

29/05/2013. ICF en indicering ICF

29/05/2013. ICF en indicering ICF en indicering 1 = International Classification of Functioning, disability and health World Health Organisation (2001) is complementair met ICD-10 Wat? Classificatie van gezondheids en gezondheidsgerelateerde

Nadere informatie

Doe mij maar een gewoon leven

Doe mij maar een gewoon leven Triple C model Doe mij maar een gewoon leven Het Relationeel Competentiemodel Triple C is binnen ASVZ niet meer weg te denken in de omgang met cliënten die intensieve begeleiding vragen. Daarnaast wordt

Nadere informatie

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking.

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking. MEE Utrecht, Gooi & Vecht Ondersteuning bij leven met een beperking Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Voor verwijzers Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Veel

Nadere informatie

Clinical Patterns in Parkinson s disease

Clinical Patterns in Parkinson s disease Clinical Patterns in Parkinson s disease Op 28 november 2012 promoveerde Stephanie van Rooden aan de Universiteit van Leiden op haar proefschrift Clinical Patterns in Parkinson s disease. Haar promotor

Nadere informatie

Het sociaal regelsysteem: externe sturing door discipline. Het systeem van communicatieve zelfsturing: zelfsturing in communicatie

Het sociaal regelsysteem: externe sturing door discipline. Het systeem van communicatieve zelfsturing: zelfsturing in communicatie De logica van lef, discipline en communicatie Theoretisch kader voor organisatieontwikkeling Tonnie van der Zouwen, maart 2007 De gelaagdheid in onze werkelijkheid Theorieën zijn conceptuele verhalen met

Nadere informatie

Een Eigen Gezicht. Een onderzoek naar stigmatisering, sociale steun en eenzaamheid bij mensen met een gezichtsafwijking. Door Maaike van Dam

Een Eigen Gezicht. Een onderzoek naar stigmatisering, sociale steun en eenzaamheid bij mensen met een gezichtsafwijking. Door Maaike van Dam Een Eigen Gezicht Een onderzoek naar stigmatisering, sociale steun en eenzaamheid bij mensen met een gezichtsafwijking Door Maaike van Dam Rijksuniversiteit Groningen Wetenschapswinkel Geneeskunde en Volksgezondheid

Nadere informatie

Regeling indicatiecriteria en aanmeldingsformulier leerlinggebonden financiering

Regeling indicatiecriteria en aanmeldingsformulier leerlinggebonden financiering Regeling indicatiecriteria aanmeldingsformulier leerlinggebond financiering van 15 Juli 2005 De criteria schematisch weergegev. Schema s criteria per juli 2005 (versie 15 juli) 1 DOV Indicatiecriteria

Nadere informatie

Psychisch of Psychiatrie? 12-06-2012

Psychisch of Psychiatrie? 12-06-2012 Wat is een psychische stoornis? Een psychische stoornis is een patroon van denken, voelen en gedrag dat binnen de geldende cultuur ongebruikelijk is. Het patroon veroorzaakt last bij de persoon zelf en/of

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Cannabisgebruik en stoornissen in het gebruik van cannabis in de adolescentie en jongvolwassenheid. Cannabis is wereldwijd een veel gebruikte drug. Het gebruik van cannabis is echter niet zonder consequenties:

Nadere informatie

Blad 1. Bijlage 3. Nadere beschrijving productcodes en diensten Maatwerkvoorziening Begeleiding

Blad 1. Bijlage 3. Nadere beschrijving productcodes en diensten Maatwerkvoorziening Begeleiding Bijlage 3. Nadere beschrijving product en diensten Maatwerkvoorziening Begeleiding Op basis van de prestatiebeschrijvingen opgesteld door de Nza (2013). Nza F125 Dagactiviteit GGZ-LZA (p/u.) Toeleidingtraject

Nadere informatie

A c. Dutch Summary 257

A c. Dutch Summary 257 Samenvatting 256 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van twee longitudinale en een cross-sectioneel onderzoek. Het eerste longitudinale onderzoek betrof de ontwikkeling van probleemgedrag

Nadere informatie

ouderenpsychiatrie Het mooie van oud worden, is dat het zo lang duurt Lotte van Elburg en Hester Geerlinks

ouderenpsychiatrie Het mooie van oud worden, is dat het zo lang duurt Lotte van Elburg en Hester Geerlinks ouderenpsychiatrie Het mooie van oud worden, is dat het zo lang duurt Lotte van Elburg en Hester Geerlinks INTER-PSY GGz Assen Delfzijl Drachten Groningen Hoogezand Meppel Muntendam Oosterwolde Oude Pekela

Nadere informatie

Doe mij maar een gewoon leven

Doe mij maar een gewoon leven Triple C model Doe mij maar een gewoon leven Het Relationeel Competentiemodel Triple C is binnen ASVZ niet meer weg te denken in de omgang met cliënten die intensieve begeleiding vragen. Daarnaast wordt

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling 2. Gevolgen van kindermishandeling voor kind en omgeving De emotionele, lichamelijke en intellectuele ontwikkeling van een kind berust op genetische mogelijkheden

Nadere informatie

Jeanet Nieuwenhuis (beleids)psychiater (V)GGNet. Geen disclosures

Jeanet Nieuwenhuis (beleids)psychiater (V)GGNet. Geen disclosures Jeanet Nieuwenhuis (beleids)psychiater (V)GGNet Geen disclosures Psychiatrische diagnostiek en LVB: Diagnostiek in 3D Inleiding Theoretische achtergrond Casuïstiek Take away message Mijn blik als kinder-

Nadere informatie

29/11/2011. Overzicht. Psychotherapie en emotionele belevingswereld bij personen met een mentale beperking. Achtergrond.

29/11/2011. Overzicht. Psychotherapie en emotionele belevingswereld bij personen met een mentale beperking. Achtergrond. Psychotherapie en emotionele belevingswereld bij personen met een mentale beperking. Katrien Beckx Shana Van Impe Annik Simons CEMA Antwerpen Overzicht achtergrond functies van probleemgedrag probleemsamenhang

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender SAMENVATTING Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender In de jaren negentig werd duidelijk dat steeds meer werknemers in Nederland, waaronder in

Nadere informatie