Klasse 7: Radioactieve stoffen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Klasse 7: Radioactieve stoffen"

Transcriptie

1 Klasse 7: Radioactieve stoffen 1.1 Transport Onder radioactieve stoffen worden verstaan alle stoffen die radionucliden bevatten, waarvoor zowel de activiteitsconcentratie als de totale activiteit van de zending de aangegeven waarden overschrijden Transportindex (TI) Onder een transportindex (TI) voor een verpakking wordt verstaan het getal dat overeenkomstig de volgende procedure wordt afgeleid: Bepaal het hoogste stralingsniveau in eenheden van millisievert per uur (msv/h) op een afstand van 1 m van de uitwendige oppervlakken van de verpakkingen. De gemeten waarde moet met 100 worden vermenigvuldigd; het aldus verkregen getal is de transportindex. De hoogste TI-waarde van pakketten (zonder exclusief gebruik) is 10. Bij vervoer van een aantal pakketten met radioactieve stoffen in hetzelfde voertuig of vrachtcontainer et cetera, mag zonder exclusief gebruik de gesommeerde TI van deze pakketten niet groter zijn dan 50. De transportindex voor oververpakkingen, containers of voertuigen moet worden bepaald door ofwel de TI's van alle daarin aanwezige verpakkingen bij elkaar op te tellen, dan wel door rechtstreekse meting van het stralingsniveau. Behalve voor zendingen die vallen onder exclusief gebruik, mag de transportindex van geen enkele verpakking of oververpakking hoger zijn dan 10. Transportindex (TI) Hoogste stralingsniveau op enig punt van het uitwendig oppervlak Categorie, etiket 0 a) 0,005 msv/h I-WIT > 0 maar 1 a) > 0,005 msv/h maar 0,5 msv/h II-GEEL > 1 maar 10 > 0,5 msv/h maar 2 msv/h III-GEEL > 10 > 2 msv/h maar 10 msv/h III-GEEL b) a) Als de gemeten TI niet groter is dan 0,05, kan deze waarde op nul worden afgerond. b) Moet bovendien onder exclusief gebruik worden vervoerd. Categorieën van colli en oververpakkingen Etiketten De etiketten en opschriften die op een verpakking zijn aangebracht, hebben betrekking op de verpakking als geheel. Dus op de aard van de verpakking, op de inhoud en op het stralingsrisico. Met uitzondering van vrijgestelde verpakkingen en van LSA-I (stoffen met geringe activiteitsconcentratie) en SCO-I (voorwerpen met besmetting aan het oppervlak) moeten alle colli, oververpakkingen en containers voorzien zijn van ten minste twee etiketten (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). Op de etiketten moet de volgende informatie worden vermeld: - Ten aanzien van de inhoud: - het radionuclide moet worden aangegeven; - in geval van radioactieve stoffen met geringe specifieke activiteit en voor oppervlaktebesmette voorwerpen moet het symbool van het nuclide worden gevolgd door de vermelding LSA-II, LSA- III, SCO-I of SCO-II; - voor stoffen met geringe specifieke activiteit (LSA-I) is de aanduiding LSA-I op het etiket voldoende. - De maximale activiteit tijdens het transport in Bq.

2 - Voor oververpakkingen en containers moeten de etiketten de gesommeerde inhoud van de verpakking vermelden. - Op de etiketten II-GEEL en III-GEEL moet bovendien de transportindex vermeld worden. Voertuigen en container waarmee radioactieve stoffen worden vervoerd moeten borden dragen volgens model 7D uit deel 5 van het ADR en oranje borden met een zwarte rand Maximaal toelaatbaar stralings- en besmettingsniveau Er gelden criteria voor het stralingsniveau aan het oppervlak van de verpakking en voor nietvrijgestelde verpakkingen ook op 1 meter afstand van het oppervlak. Voor voertuigen gelden criteria voor het stralingsniveau aan het buitenoppervlak van het voertuig en op 2 meter afstand van het oppervlak van het voertuig. Vervoer Verpakkingen - niet-exclusief - exclusief Dosistempo [msv/h] oppervlak op 1 m. op 2 m , Voertuigen - niet-exclusief - exclusief 2 2 Maximaal toelaatbaar stralingsniveau De afwrijfbare besmetting op de buitenkant van een verpakking of voertuig moet op een zo laag mogelijk niveau worden gehouden en mag de hierna volgende grenswaarden niet overschrijden ,1 0,1 Vervoer Verpakking Tanks en IBC s Voertuigen α-stralers β- en γ-stralers α-stralers β- en γ-stralers α-stralers β- en γ-stralers Besmettingsniveau [Bq/cm 2 ] 4 0,4 0,4 0,04 4 0,4 Maximaal toelaatbaar afwrijfbaar besmettingsniveau 1.2 Opslag en gebruik Theoretische achtergrond Er bestaan verschillende soorten ioniserende straling: alfastraling (α -straling) bètastraling (β -straling) gammastraling (γ -straling) neutronenstraling. Deze soorten verschillen in hun aard en in de mate waarin de straling in materie door kan dringen α Straling Alfastraling bestaat uit α -deeltjes (kern van een heliumatoom) die uit twee protonen en twee neutronen bestaan; tamelijk grote deeltjes met een positieve lading. De reikwijdte van α -straling in de lucht is beperkt tot enkele centimeters. Van de verschillende soorten ioniserende straling is α -straling het minst doordringend. Wanneer α -deeltjes een voorwerp raken, wordt al hun energie al volledig geabsorbeerd. Dit betekent dat uitwendige besmetting, mits de huid intact is en de ademhaling beschermd wordt, met,en

3 bestraling door α -stralers weinig gevaar oplevert voor mensen: een vel papier, gewone kleding, het buitenste laagje van de huid houdt α -straling al tegen. Bij uitwendige besmetting bestaat wel het gevaar van inhalatie en /of ingestie (eten of drinken) van α - deeltjes, als er geen adembescherming gedragen wordt. Inademen of inslikken van α -deeltjes veroorzaakt inwendige besmetting en is erg schadelijk: plaatselijk zal veel energie afgegeven worden, wat lichaamscellen ernstig beschadigd. Voorbeelden van α -actieve atomen zijn uranium-238, radium-226,radon -222, polonium-218,-214 en - 210, plutonium-239. Kenmerk van α -deeltjes is hun zeer hoge snelheid en energie, waardoor zij in staat zijn biologisch weefsel te beschadigen β -Straling Bètastraling ontstaat doordat een neutron verandert in een positief geladen proton. Dit gebeurt onder uitstoting van een elektron uit de kern, met hoge snelheid. Het atoomgetal wordt één hoger. β - Deeltjes kunnen in de lucht een afstand van 3 tot 10 meter afleggen. β -Straling is meer doordringend dan α -straling, maar wordt al tegengehouden door een paar mm plexiglas of een laag water van 1 cm dikte. β -Deeltjes dringen, bij uitwendige besmetting van de huid,(enkele millimeters) door de huid heen en kunnen verbranding veroorzaken. Inademen of inslikken van radioactieve stoffen die β -deeltjes uitstralen veroorzaakt inwendige besmetting en is erg schadelijk tot op enkele centimeters vanaf de bron. Voorbeelden van β -stralers zijn lood -214, lood -210, bismut -214 en bismut γ-straling Gammastraling is elektromagnetische straling met een zeer kleine golflengte en hoge energie. γ- Straling lijkt op röntgenstraling, maar een belangrijk verschil is dat röntgenstraling kunstmatig in een röntgentoestel wordt opgewekt. Een röntgentoestel kan worden uitgeschakeld. Als het toestel uitgeschakeld is, wordt geen röntgenstraling meer uitgezonden. γ-straling kan echter niet worden uitgeschakeld. De reikwijdtes van γ-straling en röntgenstraling in de lucht zijn in principe oneindig. γ-straling heeft, net als röntgenstraling, een hoog doordringend vermogen en kan diep in het menselijk weefsel doordringen en daar ernstige schade aanrichten. Zowel door uitwendige besmetting als door opname in het lichaam, kunnen γ-stralers schade toebrengen in het lichaam. Om γ-straling en röntgenstraling tegen te houden is afscherming door materiaal met een grote soortelijke massa nodig, zoals een loden plaat of betonnen muur. De halveringsdikte van een materiaal voor een bepaald type ioniserende straling is de dikte van dat materiaal die nodig is om de helft van die straling te absorberen. Voorbeelden van γ-stralers zijn technetium m -99 en indium m Neutronenstraling Neutronenstraling bestaat uit neutronen die bij het uiteenvallen van atoomkernen met een hoge snelheid uit de kern worden gestoten. In bijvoorbeeld kerncentrales komt neutronenstraling vrij bij de kernsplijting van uranium. Het doordringende vermogen van neutronenstraling is hoog.net als γ- en röntgenstraling kan neutronenstraling diep in beton doordringen. De beste bescherming tegen neutronenstraling wordt geboden door water of een kunststof zoals polyethyleen. Neutronenstraling is in staat niet -radioactieve stoffen te activeren en radioactief te maken Activiteit Bij een radionuclide is het aantal desintegraties per tijdseenheid evenredig met de hoeveelheid atomen N van de radioactieve stof. Deze evenredigheidsconstante wordt de vervalconstante λ (ln2 / T 1/2 ) genoemd. Het aantal atomen dat per tijdseenheid vervalt noemt men de activiteit A. Er geldt: A N A( t) A(0) 2 t T1 / 2 A( t) A(0) e 0,693t T1 / 2

4 Verder geldt: of Wordt het aantal desintegraties per tijdseenheid uitgedrukt in desintegraties per seconde dan noemt men deze eenheid Becquerel (Bq). Dus: 1 Bq = 1 desintegratie per seconde. De curie was de vroeger de eenheid voor activiteit. Nu wordt de curie gedefinieerd als: 1 Ci = 37 GBq Dosis Straling geeft in weefsel energieafgifte en chemische structuurveranderingen. Dit geeft biologische schade. Een maat voor de biologische schade kan de geabsorbeerde energie zijn. De eenheid van dosis is Gray (Gy): 1 Gy = 1 J/kg (0,24 cal/kg). Een nog veel gebruikte niet SI-eenheid is de rad: 1 rad = 0,01 Gy Relatief biologisch effect (RBE) Het relatieve biologische effect van een soort ioniserende straling voor een bepaald effect, is de verhouding van de dosis röntgen- of gammastraling die nodig is voor dit effect en de dosis van de soort ioniserende straling in kwestie die nodig is voor ditzelfde effect De stralingsweegfactor Het biologische effect van ioniserende straling is groter naarmate de ionisatiedichtheid van het ioniserend deeltje groter is. Om dit effect te corrigeren, heeft men een stralingsweegfactor W R ingevoerd. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de stralingsweegfactor W R voor de diverse soorten ioniserende straling. stralingssoort Fotonen, elektronen, alle energieën 1 neutronen - < 10 kev - 10 KeV tot 100 kev - >100 kev tot 2 MeV - > 2 MeV tot 20 MeV - > 20 MeV stralingsweegfactor W R protonen, anders dan stootprotonen, > 2 MeV 5 α -deeltjes, splijtingsfragmenten, zware kernen 20 Stralingsweegfactoren De gegeven waarden van W R zijn alleen bedoeld voor stralingsbeschermingsdoeleinden en zijn alleen geldig voor lage doses De equivalente dosis Voor het bepalen van de equivalente dosis wordt allereerst de dosis over een orgaan of weefsel gemiddeld. Vervolgens wordt deze gemiddelde dosis in Gy vermenigvuldigd met de stralingsweegfactor W R. Zo wordt een indicatie verkregen van de biologische schade op een bepaald orgaan of weefsel. Het product wordt equivalente dosis genoemd. De eenheid is de Sievert (Sv). Dit geeft dus H = W R x D. De eenheid Sv is beperkt tot stralingsbeschermingsdoeleinden en mag alleen worden toegepast voor een lage dosis. Bijvoorbeeld zoals een dosis die tijdens normale werkzaamheden wordt ontvangen. Een nog veel gebruikte oude eenheid is de rem: 1 rem = 0,01 Sv Weefselweegfactoren De weefselweegfactoren W T zijn een maat voor de relatieve gevoeligheid, gewogen naar de ernst van het effect van de diverse organen en weefsels. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van deze weefselweegfactoren.

5 Weefsel of orgaan Weefselweegfactor Gonaden 0,20 Rode beenmerg 0,12 Dikke darm 0,12 Long 0,12 Maag 0,12 Blaas 0,05 Borst 0,05 Lever 0,05 Slokdarm 0,05 Schildklier 0,05 Huid 0,01 Bot oppervlak 0,01 Rest 0,05 Weefselweegfactoren W T (ICRP 1990) De effectieve dosis De weefselweegfactoren worden gebruikt als het lichaam niet uniform wordt bestraald. De effectieve dosis is dan gelijk aan de som van de producten van de weefselweegfactoren W T met de equivalente dosis H T in alle weefsels en organen van het lichaam Persoonsdosisequivalent H P (10) De persoonsdosisequivalent H P (10) is het dosisequivalent gemeten op d mm diepte onder een bepaald punt van een menselijk lichaam. Duidelijk is dat de meeste organen die in de tabel met weefselweegfactoren voorkomen dieper in het lichaam liggen dan 10 mm. Dit maakt dat de persoonsdosis en daarmee de effectieve dosis onder normale omstandigheden enigszins overschat wordt door de persoonsdosis. De persoonsdosis wordt in de praktijk gebruikt als waarde die met de dosislimieten vergeleken moet worden Omgevingsdosisequivalent H * (10) De omgevingsdosis is een maat voor de effectieve dosis die een persoon zou ontvangen als deze in het meetpunt zou staan. Het voordeel van deze grootheid is dat het bij verkenningen gebruikt kan worden Kwadratenwet Bij puntvormige bronnen geldt de kwadratenwet: bij tweemaal zo grote afstand wordt de ontvangen effectieve dosis(tempo) vier keer zo klein; bij een drie keer zo grote afstand wordt de ontvangen effectieve (dosis)tempo negen keer zo klein. Kwadratenregel: D 1 x (A 1 ) 2 = D 2 x (A 2 ) Vuistregels D 1 = dosistempo op afstand A1 van de bron D 2 = dosistempo op afstand A2 van de bron Vaak wil men iets weten over het verband tussen een hoeveelheid radioactief materiaal en het effectieve dosistempo. Hiervoor zijn enkele benaderingsformules. Voor een puntvormige β-bron (E max > 0,3 MeV) van A MBq die per desintegratie een foton uitzendt geldt voor 1 m afstand van de bron als de afscherming door lucht wordt verwaarloosd: E β (1m) ~ 10A. De uitkomst hiervan is het effectieve dosistempo in microsv/h. Voor een puntvormige γ bron van A MBq die per desintegratie een foton uitzendt geldt voor 1 m afstand van de bron als de afscherming door de lucht wordt verwaarloosd: E γ (1m) ~ 1/8 A x E. De uitkomst hiervan is het effectieve dosistempo in microsv/h Bronconstante Een veel gebruikte grootheid om het effectieve dosistempo van een puntvormige stralingsbron aan te geven is de bronconstante Г. De bronconstante is gelijk aan het effectieve dosistempo van een

6 gammastralende radionuclide op 1 m afstand van de bron. De verzwakking, zowel in de lucht als de bron zelf is bij de bepaling verwaarloosd. In onderstaande tabel staat de bronconstante Г van een aantal radionucliden. Radionuclide Bronconstante Г [microsv/h per MBq op 1 m afstand] 11 C 0, Na 0,28 24 Na 0,43 51 Cr 0, Mn 0,11 59 Fe 0,15 Co 0, Co 0,305 99m Tc 0, Ag 0, I 0, I 0,051 Cs 0, Ir 0, Te 0, Ra 0,194 Bronconstanten Besluit stralingsbescherming Dit besluit is er op gericht de stralingsdosis voor werkers en de bevolking te beperken. Het geeft regelingen voor de bescherming van personen die bij hun werkzaamheden aan straling worden blootgesteld. Ook personen in het publiek, die door de toepassing van radioactieve stoffen en het gebruik van toestellen aan straling worden blootgesteld, zijn door de regelingen beschermd. De stralingsbescherming is gebaseerd op drie grondbeginselen. Deze grondbeginselen zijn: Rechtvaardiging: elke activiteit die blootstelling aan ioniserende straling meebrengt, mag alleen plaatsvinden als zij nut heeft; Optimalisatie (of ALARA): elke blootstelling moet zo beperkt worden gehouden als redelijkerwijs mogelijk is; Limieten: de door personen ontvangen doses mogen bepaalde aangegeven limieten niet te boven gaan. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de maximaal toelaatbare dosis van beroepshalve blootgestelde personen, niet blootgestelde personen en overige personen. Categorie E H ooglens H huid H extremiteit Niet blootgestelde werknemers Blootgestelde studerenden jaar Blootgestelde werknemers Ongeboren kind van zwangere werker Lid bevolking binnen locatie Lid bevolking buiten locatie 0, Limieten in msv per jaar 1.3 Scenario s categorie A-objecten In deze paragraaf wordt aangegeven welke ongevalscenario's redelijkerwijs te verwachten zijn. De omvang van het incident wordt gegeven aan de hand van de zogeheten omvangsvariabelen. De volgende variabelen zijn hiervoor geselecteerd, gebaseerd op de casuïstiek en expert opinions : - het verwachte aantal personen waarvan de huidbesmetting de norm voor noodzakelijke ontsmetting overschrijdt (noodzakelijk te ontsmetten personen, nop s);

7 - het aantal personen dat uit voorzorg moet worden gecontroleerd op besmetting boven de norm (personen in procedure besmettingscontrole, ppb s); - de omvang van het gebied waar overschrijding van de interventieniveaus van het NPK is te verwachten; dit kan betekenen: schuilen, jodiumtabletten slikken of eventueel evacuatie; - de omvang van het gebied waar de interventieniveaus uit het NPK niet worden overschreden, maar waar wel besmetting van de voedselketen te verwachten is; - de mate van maatschappelijke onrust Ongeval met een in werking zijnde kernreactor Dit scenario betreft een ongeval met een drukwater-reactor. Voor Nederland zijn hierbij van belang de drukwaterreactoren te Borssele (NL), Doel (België) en Lingen (Duitsland). Bij dit ongeval begeeft de koeling van de reactorkern het, waardoor deze gedeeltelijk smelt. Dit leidt tot drukopbouw in het reactoromhulsel. Hierbij komt twee uur na het ontstaan van het koelingsdefect een klein deel van de reactorinhoud vrij, zoals radioactieve jodiumisotopen en edelgassen. Hierbij vormt het vrijkomende jodium, ongeveer 3%, het grootste gevaar. De absolute hoeveelheid radioactieve stoffen die vrijkomt hangt af van het vermogen van de kernreactor. Er wordt vanuit gegaan dat een tiental werknemers in de centrale daadwerkelijk besmet is, de zogeheten nop s. Volgens het NPK wordt ervan uitgegaan dat de radioactieve wolk twee uur na het ontstaan van het koelingsdefect vrijkomt uit de centrale. Binnen een kwartier na vrijkomen zal de grens van de schuilzone bereikt zijn. Er is kans op besmetting van de bevolking in de naaste omgeving van de centrale, zodat afhankelijk van het type kernreactor de noodzaak bestaat tot evacuatie, het gebruik van jodiumtabletten en/of schuilen. In onderstaande tabel worden de maatregelzones op Nederlands grondgebied gegeven voor de in werking zijnde kernreactoren binnen Nederland en in de grensgebieden van België en Duitsland. Voor het buitenland zijn slechts die centrales van belang waarbij een ongeval kan leiden tot overschrijding van de interventieniveaus van het NPK in Nederland. Concreet betekent dit de centrales op maximaal 30 kilometer van de landsgrens (Doel in België en Lingen in Duitsland). De kerncentrale in Tihange (België) ligt op 40 kilometer van de Nederlandse grens en is daarom niet opgenomen in onderstaande tabel. Kernreactor Nop s Ppb s Evacuatie Jodium Schuilen Voedselketen Maatsch. onrust Borssele 10 duizenden tot 250 km nationaal Petten 5 honderden 0,6 1,5 2,3 100-en meters nationaal Delft 5 honderden en meters regionaal Dodewaard regionaal Doel - duizenden - 10 a 25 a tot 400 km nationaal (5 km van NL) Lingen - honderden a tot 400 km nationaal (20 km van NL) a betreft de afstand op Nederlands grondgebied Omvangvariabelen voor het scenario 'ongeval met een in werking zijnde kernreactor' De maatschappelijke onrust bij een dergelijk ongeval zal in heel Nederland groot zijn. In die gebieden waar evacuatie en/of schuilen noodzakelijk is zal paniek optreden. Dit kan leiden tot een massale uittocht. Daarom moet altijd rekening worden gehouden met besmettingscontrole van een deel van de bevolking dat in principe had moeten schuilen Kernongeval in het buitenland Voor dit ongeval wordt uitgegaan van de situatie dat er in het buitenland een kernongeval gebeurt, waarbij radioactieve stoffen vrijkomen. Er vindt verder in Nederland geen overschrijding van het interventieniveau plaats. Dat wil zeggen dat er binnen Nederland geen sprake is van een gebied waar (ogenblikkelijk) de noodzaak bestaat tot evacuatie, schuilen of het gebruik van jodiumtabletten.

8 Wel is sprake van andere effecten: er treedt nationale maatschappelijke onrust op en er dreigt besmetting van de voedselketen (in Nederland). Voor dit maatscenario wordt uitgegaan van tienduizenden bellers (in Nederland). Deze bellers kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën: - mensen die willen weten wat voor hen de consequenties zijn - mensen die informatie willen hebben over familieleden of kennissen die zich in de omgeving van het ongeval bevinden (wonen, vakantie). Uitgaande van dezelfde radioactieve emissie als voor Nederlandse kerncentrales, is overschrijding van de graasnorm mogelijk tot op 400 kilometer van een kerncentrale met een vermogen van 1000 MW. De graasnorm wordt beschouwd als de indicatieve grens voor het gebied waarin besmetting van de voedselketen kan gebeuren, maar behalve een graasverbod kunnen ook andere indirecte maatregelen nodig zijn. Nop s Ppb s Evacuatie Jodium Schuilen Voedselketen Maatsch. onrust graasverbod tot 400 km van centrale nationaal Omvangsvariabelen voor het scenario 'Kernongeval in het buitenland' Ongeval met een schip dat gebruik maakt van kernenergie Voor dit maatscenario wordt uitgegaan van een defect in de koeling van de reactorkern, waardoor deze gedeeltelijk smelt. Hierbij komt twee uur na het ontstaan van het koelingsdefect een klein deel van de reactorinhoud vrij zoals radioactieve jodiumisotopen en edelgassen. Hierbij vormt het vrijkomende jodium, ongeveer 3%, het grootste gevaar. De absolute hoeveelheid radioactieve stoffen die vrijkomt, hangt af van het vermogen van de kernreactor. Dit scenario is feitelijk een bijzonder geval van een ongeval met een in werking zijnde reactor. Het gebied waar de noodzaak bestaat tot evacuatie, het gebruik van jodiumtabletten en/of schuilen, is echter kleiner dan bij kerncentrales, omdat het vermogen van een reactor aan boord van een schip of onderzeeboot kleiner is (in de orde van grootte van 50 MW). Gezien de bijzondere implicaties van een dergelijk ongeval (bijvoorbeeld aanwezigheid van kernwapens en betrokkenheid van buitenlandse mogendheden) wordt dit maatscenario apart benoemd. Er wordt uitgegaan van een tiental noodzakelijk te ontsmetten personen (nop s) onder de opvarenden. De overige opvarenden en de aanwezigen in de evacuatie/schuilzone moeten worden gecontroleerd op besmetting (ppb s). Zoals al aangegeven, wordt ervan uitgegaan dat de radioactieve wolk twee uur na optreden van het incident vrijkomt uit het schip. Binnen enkele minuten na vrijkomen zal de grens van de schuilzone (700 meter) bereikt zijn. Er is kans op besmetting van de bevolking in de naaste omgeving van het vaartuig, zodat afhankelijk van het type kernreactor de noodzaak bestaat tot schuilen, het gebruik van jodiumtabletten en/ of evacuatie. In de praktijk zal deze naaste omgeving (circa 100 m) spontaan of door de bevoegde autoriteiten volledig worden geëvacueerd. Is het een schip waarop zich ook kernwapens bevinden, dan wordt een evacuatiezone van 800 meter rondom de bron aangehouden. Nop s Ppb s Evacuatie Jodium Schuilen Voedselketen Maatsch. onrust 10 honderden < 0,1 0,4 0,7 enkele kilometers regionaal Omvangsvariabelen voor het scenario 'Ongeval met een schip dat gebruik maakt van kernenergie' Neerstorten van ruimtevaartuig dat gebruik maakt van kernenergie In dit maatscenario stort één van de oudere Russische of Amerikaanse satellieten neer, die nog voorzien zijn van een uranium- of plutoniumbatterij. Een deel van de brokstukken, variërend van tienduizenden kleine brokstukjes tot ongeveer honderd grotere brokstukken, komt verspreid terecht op Nederlands grondgebied. Direct gevaar voor de bevolking leveren de ongeveer honderd grotere radioactieve brokstukken op.

9 Er is geen direct besmet gebied aanwijsbaar. Rondom grotere brokstukken moet een afstand van 20 meter in acht worden genomen. Er zijn geen noodzakelijk te ontsmetten personen (nop s). Voorspelbaar is wel dat er honderden personen zijn die na contact met brokstukken uit voorzorg gecontroleerd moeten worden op besmetting (ppb s). Een belangrijk aspect bij dit type incident is voorlichting op nationaal niveau, omdat de brokstukken heel verspreid terecht zullen komen. Nop s Ppb s Evacuatie Jodium Schuilen Voedselketen Maatsch. onrust - honderden nationaal Omvangsvariabelen voor het scenario 'Neerstorten van een ruimtevaartuig dat gebruik maakt van kernenergie' Ongeval met kernwapens In dit scenario gaat het om een ongeval waarbij een kernwapen betrokken is. Door een luchtvaartongeval is de lading beschadigd, waarbij (componenten van) kernwapens in brand staan of zich in een brand bevinden en waarbij zich een conventionele explosie heeft voorgedaan bij de start of de landing van het vliegtuig, dus geen kernexplosie. Het kernwapen bevindt zich in de resulterende brand. Een deel van de inhoud komt daarbij vrij. Er is bij elk ongeval met kernwapens sprake van een veiligheidszone van 800 meter rondom de bron waarbinnen de bevolking wordt geëvacueerd. In onderstaande tabel is aangegeven tot hoever de evacuatie- en schuilzone zich uitstrekken. Naar verwachting zullen er gemiddeld 10 personen zijn die de norm voor huidbesmetting overschrijden (nop s). Dit is de bemanning van het vliegtuig en is dus afhankelijk van het vliegtuigtype. Wellicht honderden personen zullen uit voorzorg op besmetting gecontroleerd moeten worden (pbb s). Nop s Ppb s Evacuatie Jodium Schuilen Voedselketen Maatsch. onrust 10 honderden rondom 0,8 in windsector 5-10 Tot 100 km nationaal Omvangsvariabelen voor het maatscenario 'Ongeval met een kernwapen' 1.4 Scenario s categorie B-objecten Voor het beschrijven van een aantal scenario s is aangesloten bij het rapport Maatgevende scenario's voor ongevallen met categorie B-objecten. Bij het bepalen van de omvang van de bestrijding van een ongeval met een B-object op basis van de te verwachten gevolgen, is in dit rapport gebruik gemaakt van de volgende criteria: - De NPK-interventieniveaus voor directe maatregelen; - Een grenswaarde, die de brandweer vanwege operationele overwegingen hanteert bij ongevallen waarbij blootstelling aan externe straling aan de orde kan zijn, als afbakening van het zogeheten werkgebied (25 microsv/uur); - Een tweede grenswaarde van 2000 microsv/uur wordt, eveneens vanwege operationele overwegingen, gehanteerd als afbakening van het gebied waarin veiligheidsmaatregelen aan de orde kunnen zijn, in dit rapport brongebied genoemd; - Een criterium voor ontsmetting van de huid; - Een niveau voor de bodembesmetting als afbakening van het gebied waarin de Brandweer, in het kader van nazorg, metingen uitvoert, het zogeheten aandachtgebied; - Niveaus voor de bodembesmetting (gebaseerd op de NPK-interventieniveaus voor landbouwmaatregelen) als afbakening van het gebied waarin de bodem op aanwezigheid van besmetting wordt gecontroleerd (niet door de brandweer) Ongeval in een B-laboratorium in stedelijk gebied Brand in een handschoenenkast in een B-laboratorium waarbij gedurende een periode van een half uur 27 GBq 131 I activiteit in de omgeving vrijkomt (hierbij is verondersteld dat de ventilatie stopt en ruiten breken of dat de ventilatie blijft werken maar de filters falen). De gevolgen van deze emissie bij verspreiding bij weertype D2 zijn gegeven in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden..

10 De meest ongunstigste emissie is er een op grondniveau. Het laboratorium bevindt zich in een stedelijke omgeving. De gebouwen rondom het laboratorium verhogen de lokale turbulentie (gekarakteriseerd door een ruwheidlengte gelijk aan 1 m) waardoor de mate van verspreiding van de bij de brand vrijgekomen activiteit groot is. Maximale dosis werkgebied aandachtgebied (beperkt tot sector benedenwinds) 16 µsv gebouw Tot 50 m (> 4 Bq/cm 2 ) en tot 500 m (> 0,5 Bq/cm 2 ) Doses en zones in het getroffen gebied na vrijkomen van 27 GBq 131 I bron als gevolg van brand in een B-laboratorium Ongeval in een opslag met ingekapselde bronnen Dit scenario beschrijft een hevige brand in een opslag van ingekapselde bronnen Hierbij komt een klein deel van de activiteit van de bron in de omgeving vrij (42 GBq 137 Cs). De maximale (effectieve) dosis die door 24 uur blootstelling aan de verspreide activiteit (bij weertype D2) wordt ontvangen, is ca. 0,005 msv. Het belangrijkste gevolg van de brand is de kans op blootstelling aan externe straling van de bron waarvan de afscherming als gevolg van de brand verdwenen is. De belangrijkste gevolgen en de zonering bij dit scenario zijn gepresenteerd in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. brongebied werkgebied aandachtgebied (beperkt tot sector benedenwinds) > 2000 µsv/uur > 25 µsv/uur 4 Bq/cm 2 1 Bq/cm 2 Gebouw (cirkel, < 10 m) < 90 m (cirkel) Direct rond gebouw < 400 m Zones na brand waarbij 42 GBq 137 Cs is vrijgekomen (bij weertype D2) en een onafgeschermde bron van ca. 4,2 TBq 137 Cs aanwezig is Ongeval met een mobiele NDO-opstelling Het scenario beschrijft een ernstig ongeval tijdens het vervoer van NDO-apparatuur met een bron van 2 TBq 192 Ir. Er wordt conservatief verondersteld dat door het ongeval de bron binnen de bronhouder is gaan schuiven, zodat deze niet meer wordt afgeschermd. (Volledig vrijkomen van de bron zou alleen kunnen optreden als al eerder door de operator een fout was gemaakt bij het terughalen van de bron in de houder). Er komt geen activiteit in de omgeving vrij. De zonering na het ongeval is in onderstaande tabel weergegeven. brongebied werkgebied aandachtgebied (beperkt tot gebied rond de bron) < 12 m (cirkel) < 106 m (cirkel) Controle nadat de bron is verwijderd. Zones in het gebied rond de bron na het ontbreken van de afscherming van een bron met een activiteit van 2 TBq 192 Ir Ongeval met een vervoermiddel van radioactieve stoffen Het is een brand na ongeval met een vervoermiddel met enkele honderden technetiumgeneratoren waarbij 2/3 deel van de pakketten verbrandt en 1% van de activiteit uit de verbrande pakketten vrijkomt in de atmosfeer, gedurende emissie van een half uur. Hierbij komt 60 GBq 99 Mo vrij in evenwicht met 99m Tc. De maximale dosis als gevolg van de verspreiding van deze activiteit bij weertype D2 in open terrein is 0,2 msv. De hoogste maximale dosis als gevolg van de vrijgekomen activiteit treedt op bij weertype F1 (hoge concentraties als gevolg van een geringe verdunning). De maximale dosis na 24 uur blootstelling bedraagt dan ca. 0,6 msv. Op basis van de maximale doses die na emissie bij het scenario kunnen optreden, mag de conclusie worden getrokken dat bij dit scenario het laagste NPK interventieniveau voor schuilen (5 msv) niet zal worden overschreden. Na emissie van activiteit uit de verbrande pakketten blijft het merendeel (99%) van de activiteit achter en veroorzaakt in de omgeving een verhoogd stralingsniveau omdat de afscherming door de brand is beschadigd (gesmolten). De wegens operationele overwegingen ingestelde zonering van het gebied rond het voertuig is weergegeven in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden..

11 brongebied Werkgebied aandachtgebied (beperkt tot sector benedenwinds) > 2000 µsv/uur > 25 µsv/uur 4 Bq/cm 2 0,5 Bq/cm 2 < 12 m (cirkel) < 110 m (cirkel) < 750 m (sector) < 2400 m (sector) Zonering bij emissie van 60 GBq 99 Mo/Tc en blootstelling aan externe straling van een bron van 6 TBq 99 Mo/Tc Overige transportongevallen Andere onderzochte scenario s zijn niet als representatieve scenario s te gebruiken. Een ongeval bij het vervoer van UF 6 moet worden benaderd als een ongeval met een sterk chemotoxische stof. Het radiologisch aspect bij dit scenario is een relatief geringe besmetting van de omgeving van de ongevalsplaats met alfa-activiteit (enkele Bq/cm 2 ) Terreuraanslag met een radiologische bom Het gaat hierbij om een conventioneel explosief dat vervuild is met radioactief materiaal. Na de ontploffing zal de omgeving dus radioactief besmet raken. De radiologische gevolgen zullen in vergelijking met die na een ongeval met een B-object ernstiger uitpakken, maar ze zijn minder ernstig dan de gevolgen van een PWR-5 lozing (NPK). Voor het maken van een vuile bom liggen, vanwege het beoogde effect en de verkrijgbaarheid, een sterke γ-stralingsbron (bijvoorbeeld 137 Cs, 137m Ba, 60 Co of 192 Ir) het meest voor de hand. Toepassing van een γ-stralingsbron met een activiteit hoger dan 500 TBq voor terroristische doeleinden is om diverse redenen minder waarschijnlijk. Ook het gebruik van α-stralers (bijvoorbeeld 241 Am) of afgedankt splijtstofmateriaal behoort tot de mogelijkheden. Het ligt niet voor de hand dat terroristen de regels voor veilig gebruik van stralingsbronnen in acht nemen. Een vuile bom zal dus zeer waarschijnlijk onvoldoende beschermd zijn en daarmee een gevaar voor de omstanders. 1.5 Bestrijdingsmogelijkheden In een circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn inzetcriteria gegeven voor het optreden bij incidenten met radioactieve stoffen. In onderstaand overzicht staan deze in essentie weergegeven. Tot 25 μsv/hr Dosis tot 2 msv Geen beperkingen in het optreden Bevelvoerder mag redding uitvoeren tot aangegeven dosis. Overige werkzaamheden niet. Stralingsdeskundige niveau 5 (AGS) mag werkzaamheden uit laten voeren tot aangegeven dosis van 2 msv. Dosis tot 100 msv Dosis tot 250 msv Dosis tot 750 msv Uitvoeren van metingen en openbare orde en veiligheid. Stralingsdeskundige niveau 3 mag bij grote materiële belangen werkzaamheden uit laten voeren tot dosis van 250 msv. Stralingsdeskundige niveau 3 mag een zinvolle redding van slachtoffers uit laten voeren tot dosis van 750 msv Radiologisch Handboek Hulpverleningsdiensten In het handboek zijn de taken en het optreden van de brandweer bij stralingsincidenten integraal vertaald naar operationele procedures. Hierbij is gekozen voor een specifieke invulling van vraag- en knelpunten en een pragmatische aanpak. De uitgangsgedachte is dat een bepaald type incident bestreden wordt volgens een vast procedure, en dat er maar een beperkt aantal incidentcategorieën bestaan. Het startpunt van elke procedure is de melding van het incident. Aan de hand van enkele vragen kan dan al snel de juiste incidentcategorie

12 worden vastgesteld. Elk type incident wordt vervolgens aangepakt via zijn eigen in de vorm van een stroomschema uit te drukken procedure. In het handboek wordt elke procedure stap voor stap behandeld, waarbij voor elke categorie een representatief voorbeeld wordt uitgewerkt. Daarmee wordt in het handboek de aanpak gevolgd van de Leidraad Maatramp en de Leidraad Kernongevallenbestrijding, die allen het Nationaal Plan Kernongevallenbestrijding (zie bijlage) als kader hebben. Concreet gaat het om: - NPK-ongevallen met Categorie-B-objecten (bijv. brand in een radionuclidenlaboratorium ); - NPK-ongevallen met Categorie-A-objecten (bijv. reactorongeval kernenergiecentrale maar ook ongevallen met nucleair defensiemateriaal ); Niet meegenomen zijn situaties waarbij kernexplosies plaats (kunnen) vinden Gesloten stralingsbron Een onbeschadigde α-bron levert geen gevaar op. Daarvoor is het doordringend vermogen van α- straling te gering. In geval van een onvolledig afgeschermde gesloten β- of γ-bron is het belangrijk om: - De stralingsdosis goed in de gaten te houden en waar mogelijk te reduceren (afstand, afwisseling, afscherming). Zinvolle maatregelen zijn in dit geval: - Houd het publiek op ruime afstand; - Tref noodmaatregelen voor afscherming van de bron, maak gebruik van afschermingsmateriaal zoals: zand, stenen, water (TAS) Beschadigde (open) stralingsbron Als een stralingsbron beschadigd is er naast externe bestraling ook kans op besmetting. Er is sprake van besmetting als radioactieve deeltjes zich ongecontroleerd in de omgeving verspreiden en her en der neerslaan. Als gevolg daarvan raken voorwerpen besmet, en kan er sprake zijn van lokale besmetting van de omgeving. Mogelijke aanwijzingen dat het een om een open stralingsbron gaat zijn: - Verhoogd stralingsniveau (> 100 µsv/h, 1 meter van het object, 1 meter boven de grond) ; - Medische symptomen van stralingsletsel zoals brandwonden zonder aanwijsbare oorzaak. In geval van een onvolledig afgeschermde gesloten β- of γ-bron is het belangrijk om: - De stralingsdosis goed in de gaten te houden en waar mogelijk te reduceren (afstand, afwisseling, afscherming);

13 - Te zorgen voor gepaste adembescherming; - Te voorkomen dat het lichaam uitwendig besmet raakt; - Na afloop te controleren op uitwendige besmetting van kleding en materialen. Zinvolle maatregelen zijn in dit geval: - Houd het publiek op ruime afstand; - Tref noodmaatregelen voor afscherming van de bron, maak gebruik van afschermingsmateriaal zoals: zand, stenen, water (TAS); - Breng het besmette gebied in kaart; - Zorg ervoor dat de al aanwezige besmetting zich niet verder verspreid Brand Bij een brand in bijvoorbeeld een radionuclidenlaboratorium kunnen radioactieve stoffen meegevoerd worden met de rookgassen. De lucht raakt dus radioactief besmet. De radioactieve stoffen kunnen op meer of minder grote afstand van de brand neerslaan zodat mens en omgeving besmet kunnen raken. In geval van een brand met radioactief materiaal is het belangrijk om: - Te zorgen voor gepaste adembescherming; - Dicht bij de brand rekening te houden met de mogelijkheid dat de afscherming van eventuele stralingsbronnen door de brand beschadigd kunnen zijn. - Te voorkomen dat het lichaam uitwendig besmet raakt; - Na afloop te controleren op uitwendige besmetting van kleding en materialen. Zinvolle maatregelen zijn in dit geval: - Houd het publiek op ruime afstand, geef zonodig het advies om binnen te blijven en ramen en deuren te sluiten; - Controleer of er sprake is van besmetting Kernongevallen Bij een (dreigend) ongeval met een categorie-a object ontstaat er zowel radiologisch als bestuurlijk een uiterst complexe situatie. De bestrijding van een grootschalig kernongeval vereist daarom een andere aanpak en deskundigheid dan bij incidenten met categorie-b objecten vereist is. In het Nationaal Plan Kernongevallenbestrijding (zie bijlage) is de gecoördineerde inzet van de vele betrokken diensten en organisaties beschreven Ongevallen met een kernwapen In eerste instantie hebben de lokale autoriteiten de verantwoordelijkheid van de rampenbestrijding. De lokale brandweer zal specifieke instructies ontvangen ten aanzien van: - Te hanteren bestrijdingstactiek (zoals al of niet met water blussen); - Te nemen persoonlijke veiligheidsmaatregelen (zoals adembescherming of het hanteren van een explosiegevarenzone van 20 meter. - Te nemen maatregelen voor de veiligheid van burgers (instellen van veiligheids- en maatregelenzones).

14

Dosisbegrippen stralingsbescherming. /stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e

Dosisbegrippen stralingsbescherming. /stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e 13 Dosisbegrippen stralingsbescherming 1 13 Ioniserende straling ontvanger stralingsbron stralingsbundel zendt straling uit absorptie van energie dosis mogelijke biologische effecten 2 13 Ioniserende straling

Nadere informatie

Leidraad Kernongevallenbestrijding

Leidraad Kernongevallenbestrijding Leidraad Kernongevallenbestrijding In deze paragraaf worden enige algemene operationele uitgangspunten beschreven die voor alle betrokken (operationele) diensten van belang zijn. Het gaat hier om de te

Nadere informatie

Hoofdstuk 9: Radioactiviteit

Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige

Nadere informatie

Radioactiviteit enkele begrippen

Radioactiviteit enkele begrippen 044 1 Radioactiviteit enkele begrippen Na het ongeval in de kerncentrale in Tsjernobyl (USSR) op 26 april 1986 is gebleken dat er behoefte bestaat de kennis omtrent radioactiviteit voor een breder publiek

Nadere informatie

Ioniserende straling - samenvatting

Ioniserende straling - samenvatting Ioniserende straling - samenvatting Maak eerst zélf een samenvatting van de theorie over ioniserende straling. Zorg dat je samenvatting de volgende elementen bevat: Over straling: o een definitie van het

Nadere informatie

PROCEDURE WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN

PROCEDURE WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN PROCEDURE WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN RUIMTEN BIJ HANDELINGEN MET IONISERENDE STRALING Inleiding In een aantal situaties is het nodig om de aandacht te vestigen op risico s van ioniserende

Nadere informatie

Radioactiviteit werd ontdekt in 1898 door de Franse natuurkundige Henri Becquerel.

Radioactiviteit werd ontdekt in 1898 door de Franse natuurkundige Henri Becquerel. H7: Radioactiviteit Als een bepaalde kern van een element te veel of te weinig neutronen heeft is het onstabiel. Daardoor gaan ze na een zekere tijd uit elkaar vallen, op die manier bereiken ze een stabiele

Nadere informatie

Leids Universitair Medisch Centrum

Leids Universitair Medisch Centrum Leids Universitair Medisch Centrum Afdeling Radiologie drs. Simon van Dullemen stralingsdeskundige Stralingsrisico s: reëel of gezocht? Japan/Fukushima (2011) Aardbeving + tsunami veroorzaakte meer dan

Nadere informatie

Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen. informatiefiche RADIOACTIVITEIT, EEN INLEIDING

Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen. informatiefiche RADIOACTIVITEIT, EEN INLEIDING Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen informatiefiche RADIOACTIVITEIT, EEN INLEIDING NIRAS Brussel, 01-01-2001 1. Radioactiviteit en ioniserende straling Alles rondom ons

Nadere informatie

Subtitel (of naam of datum) Inwendige besmetting

Subtitel (of naam of datum) Inwendige besmetting Subtitel (of naam of datum) Stralingsdeskundigheid Titel van presentatie niveau 3 Inwendige besmetting inwendige besmetting deel 1: inwendige besmetting voor dummies risicoanalyse: maximaal toe te passen

Nadere informatie

Radioactiviteit. Jurgen Nijs Brandweer Leopoldsburg 2012 APB Campus Vesta Brandweeropleiding

Radioactiviteit. Jurgen Nijs Brandweer Leopoldsburg  2012 APB Campus Vesta Brandweeropleiding Radioactiviteit Jurgen Nijs Brandweer Leopoldsburg Jurgen.nijs@gmail.com http://youtu.be/h3ym32m0rdq 1 Doel Bij een interventie in een omgeving waar er een kans is op ioniserende straling om veilig, accuraat

Nadere informatie

Fysische grondslagen radioprotectie deel 1. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum

Fysische grondslagen radioprotectie deel 1. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum Fysische grondslagen radioprotectie deel 1 dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum rik.leyssen@jessazh.be Fysische grondslagen radioprotectie H1: INLEIDING H2: STRALING - RADIOACTIVITEIT

Nadere informatie

Wisselwerking. van ioniserende straling met materie

Wisselwerking. van ioniserende straling met materie Wisselwerking van ioniserende straling met materie Wisselwerkingsprocessen Energie afgifte en structuurverandering in ontvangende materie Aard van wisselwerking bepaalt het juiste afschermingsmateriaal

Nadere informatie

Nuclear Research and consultancy Group Technische Universiteit Delft Boerhaave Nascholing/LUMC Rijksuniversiteit Groningen.

Nuclear Research and consultancy Group Technische Universiteit Delft Boerhaave Nascholing/LUMC Rijksuniversiteit Groningen. UITWERKINGEN Gecoördineerd examen stralingsbescherming Deskundigheidsniveau 3 Nuclear Research and consultancy Group Technische Universiteit Delft Boerhaave Nascholing/LUMC Rijksuniversiteit Groningen

Nadere informatie

Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern.

Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern. Uitwerkingen 1 protonen en neutronen Opgave negatief positief neutraal positief neutraal Een atoom bevat twee soorten geladen deeltjes namelijk protonen en elektronen. Elk elektron is evenveel negatief

Nadere informatie

Fysische grondslagen radioprotectie deel 2. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum

Fysische grondslagen radioprotectie deel 2. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum Fysische grondslagen radioprotectie deel 2 dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum rik.leyssen@jessazh.be Fysische grondslagen radioprotectie H1: INLEIDING H2: STRALING - RADIOACTIVITEIT

Nadere informatie

Inleiding stralingsfysica

Inleiding stralingsfysica Inleiding stralingsfysica Historie 1896: Henri Becquerel ontdekt het verschijnsel radioactiviteit 1895: Wilhelm Conrad Röntgen ontdekt Röntgenstraling RadioNucliden: Inleiding Stralingsfysica 1 Wat maakt

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/UJB/BES No. 2003/74893 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

- U zou geslaagd zijn als u voor het oefenexamen totaal 66 punten of meer behaalt (dus u moet minimaal 33 vragen juist beantwoorden).

- U zou geslaagd zijn als u voor het oefenexamen totaal 66 punten of meer behaalt (dus u moet minimaal 33 vragen juist beantwoorden). Technische Universiteit Delft Faculteit Technische Natuur Wetenschappen Reactor Instituut Delft Nationaal Centrum voor Stralingsveiligheid Afdeling Opleidingen Delft Oefenexamen 1, Stralingshygiëne deskundigheidsniveau

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 2011 Erasmus MC Zorgacademie, Unit Medische Beeldvorming en Radiotherapie en de Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC

Inhoudsopgave. 2011 Erasmus MC Zorgacademie, Unit Medische Beeldvorming en Radiotherapie en de Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Practicum Stralingsbescherming op deskundigheidsniveau 5B Augustus 2011 Inhoudsopgave Inhoudsopgave...2 Inleiding en verantwoording...3 Programma...4 Afscherming van stralingsbronnen...5 Doel...5 Middelen...5

Nadere informatie

Leidraad Kernongevallenbestrijding

Leidraad Kernongevallenbestrijding Leidraad Kernongevallenbestrijding Projectnummer: 411N4003 Datum: 15-03-04 Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding Postbus 7010 6801 HA Arnhem Telefoon: (026) 3764100 Fax: (026) 3764144

Nadere informatie

Hoeveel straling krijg ik eigenlijk? Prof. dr. ir. Wim Deferme

Hoeveel straling krijg ik eigenlijk? Prof. dr. ir. Wim Deferme Hoeveel straling krijg ik eigenlijk? Prof. dr. ir. Wim Deferme 2 Geschiedenis -500 vcr.: ατοµοσ ( atomos ) bij de Grieken (Democritos) 1803: verhandeling van Dalton over atomen 1869: voorstelling van 92

Nadere informatie

H8 straling les.notebook. June 11, 2014. Straling? Straling: Wordt doorgelaten of wordt geabsorbeerd. Stralingsbron en straling

H8 straling les.notebook. June 11, 2014. Straling? Straling: Wordt doorgelaten of wordt geabsorbeerd. Stralingsbron en straling Stralingsbron en straling Straling? Bron Soorten straling: Licht Zichtbaarlicht (Kleuren violet tot rood) Infrarood (warmte straling) Ultraviolet (maakt je bruin/rood) Elektromagnetische straling Magnetron

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Radioactiviteit

Hoofdstuk 1: Radioactiviteit Hoofdstuk 1: Radioactiviteit Inleiding Het is belangrijk iets te weten over wat we in de natuurkunde radioactiviteit noemen. Ongetwijfeld heb je, zonder er direct mee in aanraking te zijn geweest, er ergens

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/UJB/BES No. 2003/94538 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

Registratie-richtlijn

Registratie-richtlijn en IONISERENDE STRALING 1 (508: Ziekten veroorzaakt door ioniserende stralen) Beschrijving van de schadelijke invloed Inwendige bestraling wordt veroorzaakt door opname in het lichaam van positief geladen

Nadere informatie

Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern.

Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern. Uitwerkingen 1 Opgave 1 protonen en neutronen Opgave negatief positief neutraal positief neutraal Opgave 3 Een atoom bevat twee soorten geladen deeltjes namelijk protonen en elektronen. Elk elektron is

Nadere informatie

Examentraining 2015. Leerlingmateriaal

Examentraining 2015. Leerlingmateriaal Examentraining 2015 Leerlingmateriaal Vak Natuurkunde Klas 5 havo Bloknummer Docent(en) Blok IV Medische beeldvorming (B2) WAN Domein B: Beeld- en geluidstechniek Subdomein B2: Straling en gezondheid

Nadere informatie

Kerncentrale Tihange en stralingsrisico s

Kerncentrale Tihange en stralingsrisico s Infobulletin 2, november 2016 Kerncentrale Tihange en stralingsrisico s Is Zuid-Limburg voorbereid op een ernstig ongeval in de kerncentrale van Tihange? De voorbereiding op een stralingsongeval is een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 203 204 32 645 Kernenergie Nr. 60 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 2 juli

Nadere informatie

Gecoördineerd examen stralingsbescherming Deskundigheidsniveau 3

Gecoördineerd examen stralingsbescherming Deskundigheidsniveau 3 Gecoördineerd examen stralingsbescherming Deskundigheidsniveau 3 Nuclear Research and Consultancy Group Technische Universiteit Delft Boerhaave/IRS-stralingsbeschermingscursussen Rijksuniversiteit Groningen

Nadere informatie

Gecoördineerd examen stralingsbescherming Deskundigheidsniveau 3

Gecoördineerd examen stralingsbescherming Deskundigheidsniveau 3 Gecoördineerd examen stralingsbescherming Deskundigheidsniveau 3 Nuclear Research and Consultancy Group Technische Universiteit Delft Boerhaave/IRS-stralingsbeschermingscursussen Rijksuniversiteit Groningen

Nadere informatie

Productie van radionucliden

Productie van radionucliden Productie van radionucliden Cursus Stralingshygiëne, niveau 3, Nijmegen Mark van Mierlo, Productie van radionucliden, dia 1 Opbouw van de presentatie 1. Inleiding 2. Soorten radionucliden en gebruik 3.

Nadere informatie

RADIOACTIEF VERVAL. Vervalsnelheid

RADIOACTIEF VERVAL. Vervalsnelheid /stralingsbeschermingsdienst 8385-I dictaat september 2000 RADIOACTIEF VERVAL Voor een beperkt aantal van nature voorkomende kernsoorten en voor de meeste kunstmatig gevormde nucliden wijkt de neutron/proton

Nadere informatie

Samenvatting. Blootstelling

Samenvatting. Blootstelling Samenvatting Blootstelling aan ioniserende straling levert risico s voor de gezondheid op. Daar is al veel over bekend, met name over de effecten van kortdurende blootstelling aan hoge doses. Veel lastiger

Nadere informatie

1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen.

1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen. SO Straling 1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen. 2 Waaruit bestaat de elektronenwolk van een atoom? Negatief geladen deeltjes, elektronen. 3 Wat bevindt zich

Nadere informatie

Vraagstuk 1: Bepaling 51 Cractiviteit

Vraagstuk 1: Bepaling 51 Cractiviteit Examen stralingsbescherming deskundigheidsniveau 4A/4B p. 1 Vraagstuk 1: Bepaling 51 Cractiviteit Een bron bestaat uit een dunne laag radioactief 51 Cr. Om de activiteit van de laag te bepalen, wordt het

Nadere informatie

RICHTLIJN ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING

RICHTLIJN ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING RICHTLIJN ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING Inleiding Aan het werken met radioactieve stoffen of ioniserende straling uitzendende toestellen zijn risico s verbonden. Het is bij de wet verplicht om personen

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Nr. 2010/0888-06 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de minister van Economische Zaken en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en in overeenstemming

Nadere informatie

Ioniserende straling

Ioniserende straling 1 DOEL... 2 2 TOEPASSINGSGEBIED... 2 3 WETTEKSTEN... 2 3.1 Grenswaarden (KB 20 juli 2001: Hfdst. III, Afd. I, Art. 20.1.3 & 20.1.4)... 1 4 ADVIEZEN... 1 5 PRINCIPES VAN IONISERENDE STRALING... 1 5.1 Niet-ioniserende

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/CK/B/KEW No. 2003/15496 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

6.1 Ioniserende straling; eigenschappen en detectie

6.1 Ioniserende straling; eigenschappen en detectie Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 6 6.1 Ioniserende straling; eigenschappen en detectie Opgave 1 a Zie figuur 6.1. Figuur 6.1 Als je met het vliegtuig gaat, ontvang je de meeste straling, omdat je je op een

Nadere informatie

"Naar de kern van de materie" legt uit wat radioactiviteit nu eigenlijk is. Er bestaan drie soorten straling.

Naar de kern van de materie legt uit wat radioactiviteit nu eigenlijk is. Er bestaan drie soorten straling. Alles om ons heen is in zekere mate radioactief. Radioactiviteit is een volkomen natuurlijk verschijnsel. Zelfs ons lichaam is licht radioactief. De mens heeft het verschijnsel van de radioactiviteit dus

Nadere informatie

RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN

RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu National Institute for Public Health and the Environment Nuclear Research and Consultancy Group Universitair Medisch

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE No. 2011/1517-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Gezien de aanvraag d.d. 16 augustus 2011 van Sencio B.V. te Nijmegen om een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 4, artikel 23,

Nadere informatie

Leidraad Kernongevallenbestrijding

Leidraad Kernongevallenbestrijding Leidraad Kernongevallenbestrijding Leidraad Kernongevallenbestrijding Distributienummer 15054/177 Inhoud 1 INLEIDING 05 1.1 Algemeen 05 1.2 Doelgroepen 05 1.3 Doelstelling 06 1.4 Geen doelstellingen 06

Nadere informatie

Handboek NBC. Een naslagwerk voor het operationeel kader van de hulpverleningsdiensten

Handboek NBC. Een naslagwerk voor het operationeel kader van de hulpverleningsdiensten Handboek NBC Een naslagwerk voor het operationeel kader van de hulpverleningsdiensten 1 Redactie: Th. Adrichem, M. Duyvis, K. Gerritse, R. Hofman, A. van Leest, G. Pouw. Vormgeving: Nibra, Margriet Elbersen

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2007/1776-06 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien de aanvraag d.d. 11 juni 2007 van Sectra imaxperts

Nadere informatie

Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A)

Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A) Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A) Aan het einde van de repetitie vind je de lijst met elementen en twee tabellen met weegfactoren voor het berekenen van de equivalente en effectieve

Nadere informatie

REGELING VERWERKEN EN AFVOEREN VAN RADIOACTIEF AFVAL

REGELING VERWERKEN EN AFVOEREN VAN RADIOACTIEF AFVAL REGELING VERWERKEN EN AFVOEREN VAN RADIOACTIEF AFVAL Ingang: juni 2003 revisiedatum: mei 2010 Looptijd: tot 2015 Afdeling Veiligheid Gezondheid en Milieu 2010 Vastgesteld door het College van Bestuur 21

Nadere informatie

PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica

PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica Wat zie je? PositronEmissieTomografie (PET) Nucleaire geneeskunde: basisprincipe Toepassing van nucleaire geneeskunde Vakgebieden

Nadere informatie

Kerncentrale Tihange en stralingsrisico s

Kerncentrale Tihange en stralingsrisico s Infobulletin, januari 2016 Kerncentrale Tihange en stralingsrisico s Met dit infobulletin wil de Veiligheidsregio Zuid-Limburg gemeenten informeren over de ontwikkelingen rondom de voorbereiding op stralingsongevallen.

Nadere informatie

Bestaand (les)materiaal. Loran de Vries

Bestaand (les)materiaal. Loran de Vries Bestaand (les)materiaal Loran de Vries Database www.adrive.com Email: ldevries@amsterdams.com ww: Natuurkunde4life NiNa lesmateriaal Leerlingenboekje in Word Docentenhandleiding Antwoorden op de opgaven

Nadere informatie

Regeling persoonlijke stralingsdosimetrie Universiteit Leiden

Regeling persoonlijke stralingsdosimetrie Universiteit Leiden Regeling persoonlijke stralingsdosimetrie Universiteit Leiden ingang: april 2004 revisiedatum: februari 2013 looptijd: 2015 Universiteit Leiden Afdeling Veiligheid Gezondheid en Milieu Vastgesteld door

Nadere informatie

Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5

Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5 Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Meerkeuzevragen + bijbehorende antwoorden aansluitend op hoofdstuk 2 paragraaf 1 t/m 3, Kromlijnige bewegingen (Systematische Natuurkunde) Vraag 1 Bij een horizontale worp

Nadere informatie

Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 5

Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 5 Uitwerkingen opgaven hodstuk 5 5.1 Kernreacties Opgave 1 a Zie BINAS tabel 40A. Krypton heeft symbool Kr en atoomnummer 36 krypton 81 = 81 36 Kr 81 0 81 De vergelijking voor de K-vangst is: 36Kr 1e 35X

Nadere informatie

VRS. Inleiding EMPLOYÉE EN SÛRETÉ NUCLÉAIRE ET RADIOPROTECTION [ÉDITION 2007]

VRS. Inleiding EMPLOYÉE EN SÛRETÉ NUCLÉAIRE ET RADIOPROTECTION [ÉDITION 2007] Inleiding Wanneer er zich een ongeval voordoet waarbij het vervoer van radioactieve stoffen (VRS) 1 betrokken is, is het mogelijk dat er, standaard, onmiddellijke acties vereist zijn, rekening gehouden

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/IO/BES No. 2005/25444 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE No. 2011/1630-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Gezien de aanvraag d.d. 24 augustus 2011 en de aanvullende informatie d.d. 7 november 2011 van Eindhoven Airport N.V., gelegen

Nadere informatie

Stralingsveiligheid niveau 5

Stralingsveiligheid niveau 5 26-01-2011 1 Stralingsveiligheid niveau 5 René Heerlien, Mieke Blaauw 03-06-2015 26-01-2011 2 Meerdere bronnen ICRP-adviezen International Commission on Radiological Protection onafhankelijke commissie

Nadere informatie

pag 1 / 13 SBD 03-10009-8&9a DOSISBEGRIPPEN VOOR STRALINGSBESCHERMING Chris J. Huyskens

pag 1 / 13 SBD 03-10009-8&9a DOSISBEGRIPPEN VOOR STRALINGSBESCHERMING Chris J. Huyskens 12 /stralingsbeschermingsdienst pag 1 / 13 SBD 03-10009-8&9a DOSISBEGRIPPEN VOOR STRALINGSBESCHERMING Chris J. Huyskens Als het menselijke lichaam aan ioniserende straling wordt blootgesteld, wordt de

Nadere informatie

DEEL 5 Procedures voor de verzending

DEEL 5 Procedures voor de verzending DEEL 5 Procedures voor de verzending HOOFDSTUK 5.1 ALGEMENE VOORSCHRIFTEN 5.1.1 Toepassing en algemene voorschriften Dit deel bevat de voorschriften met betrekking tot de kenmerking, de etikettering en

Nadere informatie

Vraagstukken bij Nascholingsmiddag Stralingsdeskundigen RUG/SBE november 2015

Vraagstukken bij Nascholingsmiddag Stralingsdeskundigen RUG/SBE november 2015 Nascholingsmiddag Stralingdeskundigen RUG/SBE 2015 Vraagstukken bij Nascholingsmiddag Stralingsdeskundigen RUG/SBE 2015 25 november 2015 Ontleend aan het examen deskundigheidsniveau 3, 9 mei 2015-1- Nascholingsmiddag

Nadere informatie

Maatgevende scenario's voor ongevallen met categorie B-objecten

Maatgevende scenario's voor ongevallen met categorie B-objecten Maatgevende scenario's voor ongevallen met categorie B-objecten N.B. Verhoef J.F.A. van Hienen Petten, 11 maart 2004 910871/03.53121/C In opdracht van het ministerie van VROM auteur : N.B. Verhoef J.F.A.

Nadere informatie

Vergiftiging met polonium?

Vergiftiging met polonium? Vergiftiging met polonium? Een dubieus sterfgeval wordt precies 8 jaar na het overlijden onderzocht. Vermoed wordt dat de overleden man is vergiftigd met de zuivere -emitter polonium-210 ( 210 Po), die

Nadere informatie

Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (tekst geldig vanaf )

Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (tekst geldig vanaf ) Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (tekst geldig vanaf 01-07-2011) Besluit van 4 september 1969, tot uitvoering van de artikelen 16, 19, eerste lid, 21, 29, 30, tweede lid, 31

Nadere informatie

Procedures voor de verzending

Procedures voor de verzending Procedures voor de verzending adnr Inhoud Deel 5 Procedures voor de verzending Hoofdstuk 5.1 Algemene voorschriften 5.1.1 Toepassing en algemene voorschriften 5.1.2 Gebruik van oververpakkingen 5.1.3 Lege

Nadere informatie

GLT-PLUS. Datum : 06-01-2014 INDEX

GLT-PLUS. Datum : 06-01-2014 INDEX Werkinstructie : HSEW Blz. : 1 van 7 INDEX 1 SCOPE 2 DOEL 3 BESCHRIJVING PROCEDURE 3.1 Introductie 3.2 Verpakking radioactieve materialen 3.2.1 Radioactief besmette installatie-onderdelen 3.2.2 Radioactief

Nadere informatie

Röntgenstraling. Medische beeldvorming

Röntgenstraling. Medische beeldvorming Röntgenstraling Medische beeldvorming Röntgenstralen dringen in wisselende mate door het menselijke lichaam heen. Ter vergelijking kan zonlicht wel door een vensterglas dringen, maar niet door de spijlen

Nadere informatie

PROCEDURE V.3 OKT 2016

PROCEDURE V.3 OKT 2016 PROCEDURE V.3 OKT 2016 INTERN TRANSPORT VAN PROEFDIEREN WAARAAN RADIOACTIEVE STOFFEN ZIJN TOEGEDIEND INLEIDING Deze procedure is bestemd voor werknemers, werkzaam binnen de instellingen behorend tot de

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE No. 2012/0026-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Gezien de ingediende aanvraag d.d. 9 januari 2012 van het Bestuur van de Rechtbank Amsterdam, Gemeentelijke Beheerdienst Parnas

Nadere informatie

Deel 5 Procedures voor de verzending

Deel 5 Procedures voor de verzending Deel 5 Procedures voor de verzending HOOFDSTUK 5.1 ALGEMENE VOORSCHRIFTEN 5.1.1 Toepassingsgebied en algemene voorschriften Dit deel bevat voorschriften voor de verzending van gevaarlijke goederen met

Nadere informatie

Straling valt dus buiten de lesstof van de cursus Basisveiligheid (B-VCA)!

Straling valt dus buiten de lesstof van de cursus Basisveiligheid (B-VCA)! BIJLAGE STRALING Deze bijlage is voor personen die de veiligheidscursus - Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden (VOL-VCA) volgen. - 'Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden' (VIL-VCU) volgen.

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE No. 2012/0409-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Gezien de aanvraag d.d. 10 april 2012 van Rotary Wing Training Center B.V., gelegen aan het Trivium 76 te Etten-Leur om een vergunning

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN No. 2013/1271-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Gezien de aanvraag d.d. 5 november 2013 en de aanvulling hierop d.d. 5 februari 2014 van DHL Supply Chain (Netherlands) B.V. te Eindhoven, om een vergunning

Nadere informatie

Advies over radioactiviteit in levensmiddelen en consumentenproducten ten gevolge van de ramp in Japan

Advies over radioactiviteit in levensmiddelen en consumentenproducten ten gevolge van de ramp in Japan > Retouradres Postbus 19506 2500 CM Den Haag Advies van de directeur bureau Risicobeoordeling & Aan de inspecteur-generaal van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit Prinses Beatrixlaan 2 2595 AL Den Haag

Nadere informatie

SCHRIFTELIJKE INSTRUCTIES VOLGENS HET ADN. Maatregelen in het geval van een ongeval of noodgeval

SCHRIFTELIJKE INSTRUCTIES VOLGENS HET ADN. Maatregelen in het geval van een ongeval of noodgeval SCHRIFTELIJKE INSTRUCTIES VOLGENS HET ADN Maatregelen in het geval van een ongeval of noodgeval In het geval van een ongeval of noodgeval dat tijdens het vervoer kan voorkomen of optreden, moeten de leden

Nadere informatie

Stichting Laka: Documentatie- en onderzoekscentrum kernenergie

Stichting Laka: Documentatie- en onderzoekscentrum kernenergie Stichting Laka: Documentatie- en onderzoekscentrum kernenergie De Laka-bibliotheek Dit is een pdf van één van de publicaties in de bibliotheek van Stichting Laka, het in Amsterdam gevestigde documentatie-

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/UJB/BES No. 2003/96491 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

Besluit van 4 september 1969, tot uitvoering van de artikelen 16, 19, eerste lid, 21, 29, 30, tweede lid, 31 en 32 van de Kernenergiewet

Besluit van 4 september 1969, tot uitvoering van de artikelen 16, 19, eerste lid, 21, 29, 30, tweede lid, 31 en 32 van de Kernenergiewet (Tekst geldend op: 21-04-2005) Besluit van 4 september 1969, tot uitvoering van de artikelen 16, 19, eerste lid, 21, 29, 30, tweede lid, 31 en 32 van de Kernenergiewet Wij JULIANA, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

Erratum Verkenner Gevaarlijke Stoffen. Versie: 2 februari 2015

Erratum Verkenner Gevaarlijke Stoffen. Versie: 2 februari 2015 Erratum Verkenner Gevaarlijke Stoffen Versie: 2 februari 2015 Tekstboek In de 1 e druk, 1 e oplage van de leergang Verkenner gevaarlijke stoffen (juli 2012) zijn een aantal onjuistheden geconstateerd.

Nadere informatie

PROCEDURE V1. APR 2017

PROCEDURE V1. APR 2017 PROCEDURE V1. APR 2017 INLEIDING ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING Aan het werken met bronnen van ioniserende straling zijn risico s verbonden. Het is bij de wet verplicht om personen die handelingen

Nadere informatie

3 NKP responsorganisatie 13 3.1 Rollen en verantwoordelijkheden 13 3.2 De interdepartementale coördinatiestructuur binnen het NPK 14

3 NKP responsorganisatie 13 3.1 Rollen en verantwoordelijkheden 13 3.2 De interdepartementale coördinatiestructuur binnen het NPK 14 Voorwoord Het Nationaal Plan Kernongevallenbestrijding (NPK) is in 1988 bij wet van kracht geworden. In 2001 is besloten de kernongevallenbestrijding te revitaliseren. De rapportage van het project Revitalisatie

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN No. 2013/0255-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Gezien de aanvraag d.d. 8 maart 2013 en de aanvullende informatie d.d. 7 juni 2013 van Wintershall Noordzee B.V. te Rijswijk om een vergunning als bedoeld

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/IO/BES No. 2004/30373 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

Achtergronden van Straling

Achtergronden van Straling Achtergronden van Straling Door: Frits Versluijs De samensteller van dit overzicht heeft als stralingsdeskundige ruim 30 jaar ervaring opgedaan bij diverse grote Nederlandse instellingen en daardoor ruime

Nadere informatie

Stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e 1

Stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e 1 Zwangerschap en Stralingsbescherming Zwangerschap en Stralingsbescherming inhoud Informatie over mogelijke biologische effecten door blootstelling aan ioniserende straling tijdens deterministische effecten

Nadere informatie

Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming. Jan van den Heuvel

Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming. Jan van den Heuvel Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming Jan van den Heuvel 5 maart 2016 Redenen oprichting ANVS 1. Beter aansluiten bij intentie van IAEA- en Euratom-regelgeving voor een nucleaire autoriteit:

Nadere informatie

Voorzorgsmaatregelen. bij een kernongeval

Voorzorgsmaatregelen. bij een kernongeval Voorzorgsmaatregelen bij een kernongeval In deze folder vind je antwoord op de volgende vragen: > Hoe kan ik mij beschermen bij een kernongeval? > Waarom krijg ik uit voorzorg jodiumtabletten thuis bezorgd?

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2009/1729-10 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien de aanvraag d.d. 13 juli 2009, aangevuld d.d.

Nadere informatie

Effecten van ioniserende straling

Effecten van ioniserende straling Faculteit Bètawetenschappen Ioniserende Stralen Practicum Achtergrondinformatie Effecten van ioniserende straling Equivalente dosis Het biologisch effect van ioniserende straling of: de schade aan levend

Nadere informatie

Practicum Stralingsbescherming op deskundigheidsniveau 5A

Practicum Stralingsbescherming op deskundigheidsniveau 5A Practicum Stralingsbescherming op deskundigheidsniveau 5A December 2012 Inhoudsopgave Inleiding en verantwoording... 3 Programma... 4 Bedieningshandleiding... 5 Verstrooiing van röntgenstraling... 6 Doelen...

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/UJB/BES No. 2003/75272 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

vervolg VEILIG werken in de buurt van antennes

vervolg VEILIG werken in de buurt van antennes ELEKRTOMAGNETISCH SPECTRUM Het elektromagnetische spectrum bevat de volgende frequenties, gerangschikt van uiterst lage tot ultrahoge frequentie: extreem lage frequenties laagfrequente golven radiogolven

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER. Mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER. Mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; No. 2006/6269-06 DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien het verzoek d.d. 13 december

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/IO/BES No. 2004/46803 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

1 Een lichtbron zendt licht uit met een golflengte van 589 nm in vacuüm.

1 Een lichtbron zendt licht uit met een golflengte van 589 nm in vacuüm. Domein F: Moderne fysica Subdomein: Atoomfysica 1 Een lichtbron zendt licht uit met een golflengte van 589 nm in vacuüm. Bereken de energie van het foton in ev. E = h c/λ (1) E = (6,63 10-34 3 10 8 )/(589

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2008/2914-06 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien de aanvraag d.d. 22 december 2008 van Essent

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2008/1364-15 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien de aanvraag d.d. 16 juni 2008 van de Belastingdienst/Douane

Nadere informatie