N / 11 / sociaal-economische nieuwsbrief

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "N 196-29 / 11 / 2013. sociaal-economische nieuwsbrief"

Transcriptie

1 N / 11 / 2013 sociaal-economische nieuwsbrief

2 NUMMER november 2013 mededinging De nieuwe BMA officieel van start 3 werkgelegenheid en sociale bescherming Welke Europese follow-up? 8 structureel concurrentievermogen De financiële sector als hefboom voor economische groei 13 nieuws Centrale Raad voor het Bedrijfsleven 20 Europees Economisch en Sociaal Comité 23 Stuurgroep: Andy Assez, Emmanuel de Bethune, Kris Degroote, Luc Denayer, Tasso Fachantidis, Michèle Pans, Michael Rusinek, Siska Vandecandelaere Redactie: Andy Assez, Florence Meessen, Tom Strengs Redactiesecretariaat: Alain Cabaux Vertaling: Bernadette Hamende Opmaak: Lut Van Nuffel Afterpress: José Marquez Y Sanchez Website: Verantwoordelijke uitgever: Kris Degroote, Blijde Inkomstlaan 17-21, 1040 Brussel

3 Sociaal Economische Nieuwsbrief > pagina 3 mededinging De nieuwe BMA officieel van start Sinds 6 september 2013 is de nieuwe Belgische Mededingingsautoriteit, hierna de BMA genoemd, officieel opgericht. Deze BMA vormt het resultaat van verschillende pistes die sinds een aantal jaren gelanceerd werden om de organisatie van de Belgische mededingingsautoriteiten aan te passen. Met de oprichting van een onafhankelijke autoriteit wordt enerzijds tegemoet gekomen aan de vaak weerklinkende kritiek van een gebrek aan onafhankelijkheid en anderzijds beoogt men de efficiëntie van de mededingingsautoriteit in België te versterken en aldus de lange duur van inbreukprocedures terug te dringen, zodat sneller een eindbeslissing kan worden verwacht. De Commissie voor de Mededinging is op 21 oktober 2013 bijeengekomen voor een vergadering met het directiecomité van de BMA. Tijdens deze vergadering heeft de voorzitter van de BMA, prof. dr. Jacques Steenbergen, een bespreking gehouden over de oprichting van de nieuwe structuur en de eerste beleidslijnen voor de BMA. Hij werd tijdens deze vergadering vergezeld door de overige leden van het directiecomité, met name mevrouw Véronique Thirion, auditeur-generaal, de heer Alexis Walckiers, directeur economische studies en de heer Joachim Marchandise, directeur juridische studies. Voor hen was dit de eerste kennismaking met de leden van de Commissie. Nieuwe structuur Het directiecomité leidt de Belgische mededingingsautoriteit als een raad van bestuur en is zoals hierboven reeds vermeld samengesteld uit de voorzitter, de auditeur-generaal, de directeur economische studies en de directeur juridische studies. De leden van het Directiecomité worden benoemd bij koninklijk besluit voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. Het mandaat van de voorzitter kan slechts eenmaal worden verlengd. Het directiecomité is verantwoordelijk voor de organisatie en de samenstelling van de Dienst van de voorzitter en het auditoraat, de vaststelling van de richtsnoeren in verband met de toepassing van de mededingingsregels en het opstellen van een jaarlijkse nota betreffende de prioriteiten van het beleid. Volgens de voorzitter draagt het directiecomité, en meer bepaald het feit dat aldus verschillende personen samen de leiding van de BMA op zich nemen, nu reeds bij tot de nieuwe dynamiek van de mededingingsautoriteit. Ondanks het feit dat de BMA nog maar sinds 6 september 2013 officieel in werking is, werden reeds een aantal algemene beleidslijnen uitgestippeld die via persberichten bekendgemaakt werden. In eerste instantie betreft het een aantal noodzakelijke toevoegingen aan het reglementair kader door de bestaande mededelingen van de vroegere Raad voor de Mededinging over te nemen. Zo blijft de Mededeling van de Raad voor de Mededinging betreffende de volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten in kartelzaken, tot de uitdrukkelijke intrekking ervan, van toepassing. Aangezien voortaan ook geldboetes voor natuurlijke personen zijn voorzien, werd vanuit het Directiecomité beslist dat deze mededeling bij analogie ook van toepassing is op de clementie van natuurlijke personen 1. In de toekomst zullen ongetwijfeld nog grotere aanpassingen betreffende de toepassing van de mededingingsregels volgen, waarvoor het Directiecomité later nieuwe richtlijnen zal 1 Persbericht n 1/2013 van 6 september 2013, Start van de Belgische Mededingingsautoriteit, binaries/ _persbericht_1_tcm pdf.

4 pagina 4 > Sociaal Economische Nieuwsbrief mededinging De nieuwe BMA officieel van start uitvoeren en ook de Commissie voor de Mededinging bij de besprekingen hiervan zal betrekken. Verder werden reeds de nodige uitvoeringsbesluiten met betrekking tot de procedure en met betrekking tot de boetes in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd 2. De voorzitter van de BMA, in casu de heer Steenbergen, is bevoegd voor het voorzitten van het Directiecomité en van het Mededingingscollege. Hij vertegenwoordigt België bij de Europese en internationale mededingingsorganisaties en neemt deel aan discussies over de wet- en regelgeving van het mededingingsbeleid op Europees niveau. Daarnaast draagt hij bij aan de voorbereiding en de evaluatie van het Belgische mededingingsbeleid, alsook aan de voorbereiding van de wet- en regelgeving die hiermee verband houdt. Tot slot moet de voorzitter de Belgische mededingingsautoriteit vertegenwoordigen in de procedures betreffende de prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Cassatie en tussenkomen als amicus curiae 3 en in beroepsprocedures. Voor het vervullen van deze bevoegdheden wordt hij bijgestaan door een eigen dienst van de voorzitter. De auditeur-generaal, in casu mevrouw Thirion, is (onder meer) bevoegd over de leiding van het auditoraat, de coördinatie en leiding van de onderzoeken, het ontvangen van klachten en injuncties, en het openen van een onderzoek na overleg met de Directeur van de economische studies. Aangezien de voorzitter ook het Mededingingscollege voorzit, en om de scheiding tussen onderzoek en beslissing te waarborgen, kan de voorzitter immers niet langer mee beslissen over het openen van onderzoeken in inbreukzaken. De auditeur-generaal wijst voor elke zaak en voor elke concentratie een team van medewerkers van het auditoraat aan, die belast zijn met het onderzoek. Dit onderzoek wordt gevoerd onder de algemene leiding van de auditeur-generaal en onder de dagelijkse leiding van de auditeur. De auditeur die verantwoordelijk is voor het dagelijks beheer van een onderzoek kan alleen instructies ontvangen van de auditeur-generaal. Daarnaast stelt de auditeur-generaal voor elke zaak ook een begeleidingscel aan, die bestaat uit de auditeur-generaal, een lid van het personeel van het auditoraat die als auditeur belast wordt met het dagelijks beheer van het onderzoek en een ander lid van het personeel van het auditoraat die geen deel uitmaakt van het onderzoeksteam. Deze begeleidingscel neemt de beslissing om een dossier te seponeren en inzake de procedures bij transacties. De directeur economische studies en de directeur juridische studies, respectievelijk de heer Walckiers en de heer Marchandise, kunnen door de auditeur gevraagd worden hem bij te staan voor zaken waarvoor hij de dagelijkse leiding heeft, maar kunnen ook op eigen initiatief advies geven. Daarnaast adviseert de directeur economische studies de auditeur-generaal met betrekking tot het openen van een zaak, terwijl de directeur juridische studies de voorzitter helpt bij het nemen van beslissingen en de mededingingsautoriteit vertegenwoordigt in gerechtelijke procedures. Ze nemen als lid van het directiecomité beiden deel aan de beslissingen inzake het bepalen van de beleidsprioriteiten. 2 Koninklijk besluit van 30 augustus 2013 betreffende de procedures inzake de bescherming van de mededinging (B.S. 6 september 2013), Koninklijk besluit van 30 augustus 2013 betreffende de aanmelding van concentraties van bedrijven bedoeld bij artikel IV.10 van het Wetboek van economisch recht ingevoegd door de wetten van 3 april 2013 (B.S. 9 september 2013), Koninklijk besluit van 12 september 2013 betreffende de afgifte van kopieën van het dossier zoals bedoeld in Boek IV van het Wetboek Economisch Recht (B.S. 17 september 2013), en Koninklijk besluit van 4 september 2013 betreffende de betaling en de invordering van de administratieve geldboeten en dwangsommen bepaald in boek IV van het Wetboek Economisch Recht (B.S. 6 september 2013). 3 Amicus curiae is een Latijnse term, die letterlijk vertaald vriend van de rechtbank betekent. Met deze term worden instanties of personen aangeduid, die geen partij zijn in een zaak, maar hun mening of advies aan een rechtbank of een ander rechtscollege uitbrengen over een (deel van een) zaak.

5 Sociaal Economische Nieuwsbrief > pagina 5 De nieuwe BMA officieel van start mededinging Het Mededingingscollege wordt het beslissingsorgaan voor in formele procedures te nemen beslissingen. Het is samengesteld uit de voorzitter en twee assessoren, die volgens toerbeurt en naar beschikbaarheid worden gekozen uit een lijst van maximum 20 deskundigen. In geval van een belangenconflict of een gemotiveerde onbeschikbaarheid van de voorzitter, wordt hij vervangen door de assessor-ondervoorzitter. Dat het systeem van het mededingingscollege met de voorzitter of de assessor-ondervoorzitter en twee assessoren functioneert, is nu reeds duidelijk gebleken. Immers, ten gevolge van belangenconflicten en onverenigbaarheden zijn ondertussen ook de laatste assessoren op de Nederlandse taalrol aan bod gekomen. Dit systeem heeft dan ook als voordeel dat het niet steeds dezelfde personen zijn die samen het Mededingingscollege vormen en een beslissing nemen. Eerste maanden als BMA Tijdens de eerste maanden van de nieuwe BMA ligt de prioriteit hoofdzakelijk bij het verzekeren van de doorstart van de lopende dossiers. Een aantal van deze dossiers zaten reeds in een vergevorderd stadium. In één bepaalde zaak hadden de pleidooien zelfs al plaatsgevonden, maar moeten deze echter worden overgedaan ten gevolge van de nieuwe regelgeving. In andere dossiers was het onderzoek van het auditoraat reeds een hele tijd afgerond. Deze verslagen, die vaak honderden pagina s bevatten, moeten verder behandeld worden onder de nieuwe regelgeving en moeten aldus omgevormd worden tot ontwerpbeslissingen die aan het Mededingingscollege moeten worden voorgelegd. Dit neemt echter de nodige tijd in beslag. Opdat het auditoraat op volle sterkte zijn werkzaamheden zou kunnen uitvoeren, is het noodzakelijk dat nieuwe personeelsleden aangeworven worden. Aangezien een dergelijke aanwervingsprocedure vaak lang kan aanslepen, zal in eerste instantie zoveel mogelijk beroep worden gedaan op de interne capaciteit. Er is immers reeds heel wat ervaring en expertise aanwezig is bij de huidige medewerkers. Via bijscholingen krijgen medewerkers die over de vereiste capaciteiten beschikken, de kans om een grotere verantwoordelijkheid op te nemen, zonder over de vroegere titel van auditeur te beschikken. Daarnaast kan steeds een beroep worden gedaan op de economische expertise van de directeur economische studies en de juridische ondersteuning van de directeur juridische studies. Tot slot is een doordachte keuze van prioriteiten noodzakelijk. Daarbij is het van belang een zeef -systeem uit te werken die moet toelaten om op een efficiënte wijze de binnenkomende dossiers te beoordelen op de bijdrage die de behandeling ervan kunnen betekenen voor het algemeen belang of voor de ontwikkeling van de rechtspraak. Op het niveau van het directiecomité is momenteel de denkoefening volop aan de gang om te identificeren in welke sectoren de BMA de meeste tijd en middelen wil investeren. Hierbij wordt ook bestudeerd hoe andere mededingingsautoriteiten hun prioriteiten vastleggen. Zo bestaat er in andere landen geen eensgezindheid over het feit of het vernoemen van bepaalde sectoren als prioritair voor het beleid al dan niet tot gevolg heeft dat andere sectoren menen geen gevaar te lopen. Volgens sommigen zou dit een onvoorzichtige stellingname zijn van bedrijven en sectoren. Het opsommen van de prioritaire sectoren kan ook voor de andere sectoren richtinggevend zijn. Anderen zijn dan weer van mening dat het interessanter zou kunnen zijn om de focus eerder op de soorten inbreuken dan op bepaalde sectoren te leggen. Informeel mededingingsbeleid Net zoals de vroegere Algemene Directie Mededinging hecht de BMA een groot belang aan een informeel mededingingsbeleid en advocacy. Er is een juiste balans nodig tussen het formele en het informele beleid zodat de advocacy en het informele mededingingsbeleid de formele behandeling van

6 pagina 6 > Sociaal Economische Nieuwsbrief mededinging De nieuwe BMA officieel van start inbreukzaken niet in het gedrang brengt. Zeker wanneer je verder van de klassieke hardcore-inbreuken verwijderd bent en de grens tussen een legale of een illegale praktijk niet altijd makkelijk te trekken valt, kan het informele beleid nuttig zijn. Terwijl advocacy nu vooral gezien wordt als het verkopen van het recht, m.a.w. voor zaken die reeds het voorwerp van richtsnoeren of van individuele beslissingen uitmaken, kan in de toekomst misschien ook in een vroeger stadium in dialoog worden getreden met ondernemingen. De voorzitter beschikt tevens over de mogelijkheid om bepaalde gedragingen van ondernemingen of ondernemingsverenigingen die een potentieel gevaar vormen inzake de mededingingsregels te behandelen door met de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging informele schikkingen af te sluiten. Opdat een schikking voorgesteld zou kunnen worden, moet aan drie voorwaarden voldaan zijn: - de Auditeur-generaal is niet van plan om een formeel onderzoek te openen, maar de betrokken gedraging is gevaarlijk; - de derde(n) hebben geen belangrijke schade opgelopen; - de Auditeur-generaal is bereid om een formele procedure te openen in het geval dat de informele benadering zou leiden tot een mislukking. Hof van Beroep Zoals te verwachten viel, zal de nieuwe regelgeving meteen op zijn deugdelijkheid worden getest via een aantal beroepsprocedures. Dit zal zeker het geval zijn voor de bepalingen over het beroep betreffende handelingen in het kader van een huiszoeking of betreffende de gegevens die in het kader van een huiszoeking werden verkregen. Belangrijker nog zijn de bepalingen die het beroep uitstellen tot het ogenblik waarop beslist is dat de gegevens ook effectief zullen worden gebruikt. De beroepen die nu reeds werden ingesteld, zullen ook meteen een test zijn voor het Hof van Beroep te Brussel, die voortaan moet oordelen volgens de procedure zoals in kortgeding. Dit zou normaal tot snellere beslissingen moeten leiden. Voortaan zullen zowel een Nederlandstalige als een Franstalige kamer van het Hof van Beroep mededingingszaken behandelen. De Franstalige kamer had echter reeds een aanzienlijke werklast voordat de Franstalige mededingingszaken erbij kwamen. Hoewel beslissingen dus voortaan binnen een redelijke termijn verwacht mogen worden, zal een beslissing in de lopende zaken echter nog niet voor meteen zijn, gelet op de beroepsprocedures die reeds werden ingesteld. Mededinging en prijsevoluties In boek V De mededinging en de prijsevoluties heeft de wetgever de Mededingingsautoriteit een nieuwe bevoegdheid gegeven, met name om voorlopige maatregelen te treffen die voortvloeien uit de vaststellingen van het Prijzenobservatorium. Wanneer het Prijzenobservatorium een probleem inzake prijzen of marges, een abnormale prijzenevolutie of een structureel marktprobleem vaststelt, deelt het, eventueel na de betrokken partijen, de beroepsfederaties en de consumentenorganisaties te hebben geraadpleegd, het verslag van zijn vaststellingen mee aan de minister, de BMA en, in voorkomend geval, aan de betrokken sectorale regulatoren.

7 Sociaal Economische Nieuwsbrief > pagina 7 De nieuwe BMA officieel van start mededinging De BMA kan voorlopige maatregelen nemen voor een maximale periode van zes maanden indien het dringend is een toestand te vermijden die een ernstig, onmiddellijk en moeilijk te herstellen nadeel kan veroorzaken voor de betrokken ondernemingen of voor de consumenten waarvan de belangen aangetast worden, of die schadelijk kan zijn voor het algemeen economisch belang. Aan de organisaties, vertegenwoordigd bij de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, werd in deze procedure tevens een nieuwe rol toebedeeld. Indien het verslag van het Prijzenobservatorium de betrokken partijen immers niet vermeldt, worden de organisaties, vertegenwoordigd bij de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en die de betrokken sectoren vertegenwoordigen, uitgenodigd voor een zitting van het Mededingingscollege dat over de voorlopige maatregelen zal beslissen. De BMA kunnen in het kader van boek V alleen voorlopige maatregelen opleggen en kunnen aldus geen structurele oplossingen bieden voor een marktprobleem. Het is de taak van de wetgever om hiervoor regulerend op te treden. Dit neemt niet weg dat de BMA wel input kan bieden voor structurele maatregelen, net zoals de sectorregulatoren en de consumentenorganisaties. De nieuw opgerichte Cel Mededinging van de fod Economie, die de link tussen de BMA en de minister moet verzorgen en verantwoordelijk blijft voor de regelgeving inzake mededinging met uitzondering van de richtsnoeren, zou hierbij een coördinerende rol kunnen spelen.

8 pagina 8 > Sociaal Economische Nieuwsbrief Werkgelegenheid en sociale bescherming Welke Europese follow-up? Op 6 november jl. hebben de fod Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg en de fod Sociale zekerheid een seminarium georganiseerd die als doel had een overzicht te geven van de verschillende Europese instrumenten voor de monitoring van de werkgelegenheid en van de sociale bescherming. Het gaat om een ingewikkelde materie, want de afgelopen jaren werden ter zake almaar meer en steeds complexere indicatoren en procedures in het leven geroepen. Huidige stand van zaken Op dit moment heeft Europa twee belangrijke instrumenten ter beschikking: de Employment Performance Monitor (EPM) en de Social Protection Performance Monitor (SPPM). Beide instrumenten zijn bestemd voor de Raad EPSCO (De Raad Werkgelegenheid, Sociaal beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken) in het kader van het Europees semester. Maar alvorens we dieper op die mechanismen ingaan, brengen we enkele elementen in herinnering om wegwijs te raken in de diverse Europese instellingen en letterwoorden. Wat is de Raad EPSCO en wie heeft er zitting in? De Raad EPSCO is een van de Raadsformaties van de Europese Unie 1. Het betreft dus een besluitvormingsorgaan, dat bestaat uit de bevoegde ministers van de verschillende lidstaten. De Raad EPSCO komt bijeen om wetgevende akten goed te keuren en de beleidsmaatregelen te coördineren. Een andere Raadsformatie is bijvoorbeeld ECOFIN, wat de economische en budgettaire materies betreft. Ter ondersteuning van hun besprekingen en beslissingen kunnen de Raden steunen op de analysewerkzaamheden van verschillende comités. Die comités zijn samengesteld uit deskundigen van de lidstaten, die worden bijgestaan door een staf die verbonden is aan de Europese administratie (in dit geval: het DG Werkgelegenheid, Sociale zaken en Inclusie). Bij de hier beschreven procedures zijn twee comités betrokken: EMCO (EMployment COmmittee) en SPC (Social Protection Committee). Het Europees semester, van zijn kant, is de procedure die werd ingevoerd om de nationale beleidsmaatregelen te coördineren. Het Europees semester omvat thans procedures die zowel op het structurele beleid als op het begrotings- en het macro-economische beleid betrekking hebben. Tot die beleidsdomeinen behoren o.a. de beleidsmaatregelen die moeten zorgen voor de verwezenlijking van de doelstellingen die door de EU 2020-strategie werden vastgesteld 2. Concreet wordt het Europees semester, doorgaans aan het einde van het jaar, op gang gebracht met de publicatie van de «Annual Growth Survey», enerzijds en van het «Alert Mechanism Report», 1 De Raad van de Europese Unie mag niet worden verward met de Europese Raad. De Europese Raad is samengesteld uit de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten, uit de voorzitter van de Raad en uit de voorzitter van de Europese Commissie. In tegenstelling met de Raad van de Europese Unie heeft de Europese Raad geen wetgevende bevoegdheid. Zijn rol bestaat erin de richtsnoeren en prioriteiten voor het beleid van de Unie te bepalen. 2 Pro memorie: EU 2020 is de Europese strategie die sinds 2010 is aangenomen en als doel heeft te zorgen voor een slimme, duurzame en inclusieve groei. Ze omschrijft 5 doelstellingen op het vlak van werkgelegenheid, onderzoek en ontwikkeling, klimaatverandering en duurzame energiebronnen, onderwijs en armoedebestrijding en sociale uitsluiting.

9 Sociaal Economische Nieuwsbrief > pagina 9 Werkgelegenheid en sociale bescherming Welke Europese follow-up? anderzijds. Daarna volgt een periode van overleg en analyse vanwege de landen. De staatshoofden of regeringsleiders komen vervolgens bijeen tijdens de Europese Lentetop, waarop ze de prioriteiten en bepaalde strategische richtsnoeren voor het vervolg van het semester vastleggen. In april moeten de lidstaten hun Stabiliteits- en Convergentieprogramma (begrotingsaspect) en hun Nationaal Hervormingsprogramma (NHP) indienen. Het NHP bevat de beleidsmaatregelen die worden ingevoerd en gepland om toe te groeien naar de EU 2020-doelstellingen, en beschrijft ook welk gevolg werd gegeven aan de vorige aanbevelingen. Indien in het verslag betreffende het waarschuwingsmechanisme de noodzaak van een «In-depth review» voor het land vermeldde, dan bevat het NHP tevens de antwoorden op dat document. De laatste stap van het semester, ten slotte, is de goedkeuring, door de Raad van de EU, van specifiek op elk land afgestemde aanbevelingen. Die aanbevelingen worden opgesteld door de Europese Commissie en goedgekeurd door de Europese Raad, op basis van een grondige analyse van de comités. Elke lidstaat moet vervolgens die verschillende aanbevelingen in zijn nationaal beleid opnemen; tijdens het daaropvolgende semester zal worden beoordeeld of en hoe dat is gebeurd. De opvolging van de begrotingsmateries (m.n. via het Stabiliteits- of Convergentieprogramma) en van de macro-economische materies (de Macroeconomic Imbalances Procedure, die op gang wordt geschoten met het verslag betreffende het waarschuwingsmechanisme) gaat overigens verder met eigen procedures. Nu deze institutionele elementen werden verduidelijkt, komen we terug bij het onderwerp van dit artikel De EPM en de SPPM In 2010 werden de 5 doelstellingen van de EU 2020-strategie omgezet in tien richtsnoeren die tot op heden nog niet werden gewijzigd. De richtsnoeren die focussen op werkgelegenheid (de zgn. «werkgelegenheidsrichtsnoeren») luiden als volgt: - vergroting van de arbeidsmarktparticipatie - ontwikkeling van geschoolde arbeidskrachten - verbetering van de prestaties van de onderwijs- en opleidingsstelsels - bevordering van de sociale inclusie en bestrijding van de armoede Om de geboekte vooruitgang en de verwezenlijkingen in die verschillende domeinen te kunnen opvolgen, werd een analysekader (het zgn. «Joint Assessment Framework» (JAF)) aangenomen. Dat kader omvat verschillende instrumenten en heeft als doel de risicodomeinen en de kernuitdagingen te bepalen, zowel in Europa in zijn geheel als in elke lidstaat afzonderlijk. Een van de belangrijkste outputs van het JAF is de Employment Performance Monitor (EPM). Dat document, dat wordt opgesteld door EMCO, berust op de analyse van een groot aantal indicatoren en valt uiteen in drie delen: - een algemeen overzicht van de doelstellingen, uitdagingen en beste praktijken op werkgelegenheidsvlak - de vaststelling van de grote uitdagingen en potentiële risico s die de meeste lidstaten gemeen hebben - een aantal landenfiches die kerninformatie bevatten over de werkgelegenheidsprestaties van elke lidstaat, met inbegrip van de vorderingen in de richting van de nationale doelstelling en van de kernuitdagingen

10 pagina 10 > Sociaal Economische Nieuwsbrief Werkgelegenheid en sociale bescherming Welke Europese follow-up? De EPM wordt door de Raad EPSCO gebruikt om de aanbevelingen aan de landen vast te stellen. Naast het aspect werkgelegenheid is het SPC belast met de monitoring van de elementen inzake sociale bescherming en sociale insluiting (die m.n. vervat zijn in de laatste richtsnoer : «Bevordering van de sociale inclusie en bestrijding van de armoede»). Daartoe stelt het SPC de Social Protection Performance Monitor (SPPM) op, die eveneens in verschillende delen uiteenvalt: - een monitoring van de EU 2020-doelstellingen - een boordtabel met de belangrijkste sociale indicatoren - de belangrijkste sociale ontwikkelingen die moeten worden opgevolgd en ook de positieve ontwikkelingen - de landenprofielen, waarin zowel de uitdagingen als de goede resultaten worden beschreven De SPPM dient op zijn beurt als input voor de Raad EPSCO, in het proces van aanbevelingen aan de landen. Gebied van werkgelegenheidsbeleid Kernuitdaging op werkgelegenheidsgebied 1 Toename arbeidsmarktparticipatie Lage arbeidsparticipatie van ouderen Lage arbeidsparticipatie van niet-euonderdanen 2 Bevordering van de werking van de arbeidsmarkt, bestrijding van segmentering Verhoogd risico op hoge segmentering van de arbeidsmarkt, met name voor jongeren 3 Actief arbeidsmarktbeleid Incidentie van langdurige werkloosheid boven het gemiddelde ondanks aanzienlijke investeringen in actief arbeidsmarktbeleid 4 Doeltreffende, op werkgelegenheid gerichte socialezekerheidsstelsels 5 Evenwicht tussen werk en privéleven 6 Creëren van banen 7 Gelijkheid van mannen en vrouwen 8 Verbetering van aanbod van vaardigheden en productiviteit; een leven lang leren 9 Verbetering van onderwijs- en opleidingssystemen 10 Loonvormingsmechanismen en ontwikkelingen in de arbeidskosten Bron: EPM 2013, blz Grote belastingwig, vooral bij laagbetaalden Deelname aan een leven lang leren ligt onder het gemiddelde en neemt nog af Laag aandeel van volwassenen met een middelbare of hogere opleiding Dalende maar nog steeds boven het gemiddelde 3-jaarlijkse stijging in nominale arbeidskosten per eenheid. Reële stijging van de arbeidskosten per eenheid ligt iets onder het EUgemiddelde. Bijzonder goede resultaten op de arbeidsmarkt Armoederisico onder werkenden lager dan het EU-gemiddelde Kernuitdagingen en goede resultaten inzake werkgelegenheid België

11 Sociaal Economische Nieuwsbrief > pagina 11 Werkgelegenheid en sociale bescherming Welke Europese follow-up? Social policy areas Challenges Poverty and social inclusion - Improve the social inclusion of specific target groups such as migrants in the particular non-eu nationals and Roma - High risk of poverty for lone parents - Tackle the issue of low-work intensity households whose rates are above EU average rates, and keep on increasing Kernuitdagingen en goede resultaten op sociaal vlak België Pensions - Need to reform the retirement and pre-retirement system to safeguard financial sustainability over the long-term while ensuring adequacy of pension in light of high risk of income poverty rates for elderly - Low effective retirement age - bridge the gap between effective and statutory retirement age Health and long-term care - Adress growth of health expenditure - specifically age-related health expenditure without affecting adversly the accessibility and quality of health care and long terme care Effectiveness and efficiency of social protection systems Particularly goor social outcomes Bron: SPPM Addres high age-related expenditure - Fight social fraud - Some improvement in the employment rate of older workers De EPM en de SPPM concreet in enkele tabellen Zoals hierboven werd aangegeven, beschrijven de twee monitoringdocumenten voor elk land, naast een groot aantal indicatoren, ook de uitdagingen en de goede resultaten in hun respectieve domeinen. Wat zeggen die documenten over België? De geïnteresseerde lezer kan de EPM 2013 raadplegen op de website van de Raad van de EU Welk verband met de economische monitoring van de Unie? Zoals hierboven werd aangestipt, zorgt Europa ook voor een follow-up van zijn lidstaten in de economische materies. Die omvat twee delen: een begrotingsgedeelte en een macro-economisch gedeelte. Het begrotingsgedeelte berust op twee elementen: het groei- en stabiliteitspact en de vaststelling van kwaliteitsstandaarden voor de begrotingsapparatuur (instellingen, statistieken, begrotingsregels). Het macro-economische gedeelte staat bekend als de MIP : Macroeconomic Imbalances Procedure. Die procedure, die de macro-economische onevenwichtigheden moet blootleggen, berust op de analyse van 11 kernindicatoren die zijn opgenomen in de boordtabel van de procedure. Thans rijst een debat over het verband tussen die verschillende monitoringactiviteiten. Begin oktober heeft de Commissie immers een mededeling aan het Europees Parlement gepubliceerd met als titel Versterking van de sociale dimensie van de Economische en Monetaire Unie. Die mededeling stelt o.m. voor dat aan de boordtabel van de MIP een aantal indicatoren inzake werkgelegenheid en sociale bescherming worden toegevoegd. Meer in het bijzonder wordt voorgesteld dat de volgende

12 pagina 12 > Sociaal Economische Nieuwsbrief Werkgelegenheid en sociale bescherming Welke Europese follow-up? hulpindicatoren in overweging worden genomen: - de activiteitsgraad - de ratio van langdurige werkloosheid - de werkloosheidsgraad van de jongeren, aangevuld met het aandeel van de jongeren die noch een baan hebben, noch een opleiding volgen (NEET) - De risicograad voor armoede en sociale uitsluiting? aangevuld met drie subindicatoren: de armoederisicograad, het percentage mensen die in een toestand van ernstige materiële ontbering leven en het aandeel van de mensen die leven in een huishouden met een zeer lage arbeidsintensiteit. Terwijl dit artikel werd opgesteld, werden die 4 hulpindicatoren daadwerkelijk in de boordtabel van de MIP opgenomen (zie bv. de website van de Europese Commissie). Dan rijst nog de vraag of het opportuun is die indicatoren en hun aanwezigheid binnen het Europese semester te versterken, bijvoorbeeld door een eigen specifieke boordtabel m.b.t. de werkgelegenheid en de sociale bescherming op te maken. Het standpunt van het panel Op 6 november was een groot aantal deskundigen aanwezig om met hun argumenten het debat te verrijken. In het algemeen was heel wat steun hoorbaar voor het idee om de aanwezigheid van de sociale en werkgelegenheidsvraagstukken in het monitoringproces te versterken. Die verschuiving van het evenwicht wordt als gewenst en wenselijk gezien. De kwestie van de indicatoren blijft delicaat: velen wezen erop dat het moeilijk is om relevante indicatoren te kiezen, maar vooral om ze op een oordeelkundige manier en binnen de juiste context te lezen. De noodzaak om een groot aantal elementen te kunnen synthetiseren en tot duidelijke boodschappen te komen werd evenwel ook erkend Het debat van de aanwezige panelleden en van de deelnemers aan het seminarium heeft hoe dan ook de belangstelling voor het geleverde werk via het seminarium ondersteund. Dat werk maakt het immers tegelijk mogelijk verschillende actoren op dat domein bijeen te brengen en informatie te verstrekken over de instrumenten die op Europees niveau worden ontwikkeld. In het volle besef van het complexe karakter van de procedures kwam op één punt een consensus naar voren: de noodzaak om die instrumenten beter bekend te maken bij het grote publiek.

13 Sociaal Economische Nieuwsbrief > pagina 13 structureel concurrentievermogen De financiële sector als hefboom voor economische groei Sinds het losbarsten van de financiële crisis eind 2007 is, zowel vanwege beleidsmakers als in academische kringen, de aandacht voor de werking van de financiële sector toegenomen. De financiële crisis maakte duidelijk dat ontwikkelingen in de financiële sector belangrijke risico s kunnen inhouden voor de rest van de economie. De aandacht onder beleidsmakers en academici heeft zich evenwel voornamelijk toegespitst op vraagstukken betreffende de stabiliteit van het financiële systeem. Deze benadering focust op het negatieve verband tussen financiële ontwikkeling en de reële economie. De financiële sector speelt echter ook een cruciale rol bij het faciliteren van economische groei. Als financiële intermediairs zorgen de verschillende financiële instellingen en financiële markten voor het efficiënt afstemmen van het spaargeld van de huishoudens en de ondernemingen op de investeringsmogelijkheden van de niet-financiële vennootschappen. De financiële sector is zodoende een essentiële schakel in de ondersteuning van economische groei. Dit artikel werd geïnspireerd door het avonddebat The Financial sector at the service of the real economy? georganiseerd door het Egmont instituut in samenwerking met de Gutt Foundation op 13 november, en de ECMI-conferentie op 17 oktober getiteld Closing the funding gap: competition at the heart of the single market. Op beide gelegenheden werd de vraag gesteld naar de rol van de financiële sector bij het stimuleren van duurzame economische groei en de impact van de verschillende hervormingen die in de nasleep van de financiële crisis zowel in de EU als in andere landen worden ingevoerd. Het is onze overtuiging dat een debat over de hervormingen in de financiële sector dient geïnformeerd te worden door een gegronde analyse van het verband tussen de financiële sector en de reële economie. Dit debat behelst tevens de onvermijdelijke afweging tussen het belang van de financiële sector voor economische groei en het bewaken van de stabiliteit van het financiële systeem. Immers, net zoals de trader op de beursvloer dienen beleidsmakers te zoeken naar een aanvaardbaar evenwicht tussen risico en rendement. In dit artikel wensen we een eerste aanzet te geven tot nadenken over de rol van de financiële sector als hefboom voor economische groei en stellen we de vraag centraal hoe de structuur van de financiële sector er dient uit te zien met het oog op de optimale en duurzame financiering van de reële economie. Hoe beïnvloedt de financiële sector economische groei? De financiële sector kan het best worden omschreven als die instellingen of markten die betrokken zijn bij het efficiënt afstemmen van het spaaroverschot van de huishoudens op de investeringsbehoeften van de niet-financiële vennootschappen. De financiële sector levert 4 basisfuncties: i) beperken van informatiekosten, ii) verschaffen van liquiditeit, iii) delen van risico, en iv) verlagen van transactiekosten. Daarnaast fungeert de financiële sector als transitiekanaal voor het monetaire beleid, verschaffen bepaalde financiële instellingen betaaldiensten (banken, instellingen voor elektronisch betaalverkeer) en zijn bepaalde financiële instellingen speciaal gericht op consumption smoothing (pensioenfondsen, levensverzekeringen).

14 pagina 14 > Sociaal Economische Nieuwsbrief structureel concurrentievermogen De financiële sector als hefboom voor economische groei Om het belang te belichten van de vier hier genoemde basisfuncties van de financiële sector is het illustratief zich een economie in te beelden zonder financiële instellingen. In een wereld zonder financiële instellingen zouden huishoudens met een spaaroverschot dit spaaroverschot ofwel kunnen aanhouden in de vorm van cash, ofwel rechtstreeks kunnen investeren in effecten uitgegeven door ondernemingen 1. In dat laatste geval zullen huishoudens de activiteiten van de ontlenende onderneming dienen op te volgen en te controleren ( monitoring ) ten einde zeker te zijn dat de onderneming hun geld niet verspilt aan projecten met geen of een negatief rendement. Dit vereist een aanzienlijke inspanning van de huishoudens qua tijd en kennis ten einde voldoende kwaliteitsvolle informatie te verzamelen. Deze kost is voor het gemiddelde huishouden wellicht te hoog in verhouding tot de spaarinspanning van het gemiddelde huishouden. Dit heeft tot gevolg dat de meeste huishoudens wellicht niet aan monitoring zouden doen en zich als vrijbuiter zouden opstellen ten aanzien van de monitoring -inspanningen van andere huishoudens, hetgeen een kleine markt en een suboptimaal investeringsvolume als gevolg zou hebben. Bij gebrek aan financiële instellingen en financiële markten brengt het lange-termijn karakter van investeringen ook een aanzienlijke kost in termen van liquiditeit met zich mee. Huishoudens kunnen immers niet op elk moment hun geïnvesteerde kapitaal terugvorderen. Dit heeft tot gevolg dat in een wereld zonder financiële sector er wellicht teveel cash zou worden aangehouden door de huishoudens als verzekering tegen mogelijke tekorten aan liquiditeit. En zelfs wanneer er financiële markten zouden bestaan waar dergelijke vorderingen zouden kunnen worden verhandeld dan nog wordt een huishouden geconfronteerd met prijsrisico, d.i. het risico dat het effect op het moment dat het dient te worden verkocht minder oplevert dan het initieel waard was. Dit alles (monitoring costs, liquidity costs, prijsrisico) heeft tot gevolg dat in een hypothetische economie zonder financiële sector te weinig zal gespaard worden en/of te veel cash zal worden aangehouden. Verschillende types financiële instellingen bieden in meer of mindere mate een oplossing voor deze obstakels. Als gevolg van schaalvoordelen is de kost voor monitoring voor een financiële instelling lager t.o.v. het geïnvesteerde kapitaal dan voor elk huishouden afzonderlijk. Als dusdanig verzamelt een financiële instelling de spaarmiddelen van een groep huishoudens en treedt op als delegated monitor. Diezelfde schaalgrootte laat de financiële instelling toe beter te diversifiëren en als dusdanig prijsrisico zo veel mogelijk te vermijden en te voorzien in voldoende liquiditeit. Financiële instellingen doen zodoende aan activatransformatie, d.i. het omzetten van op korte termijn opvraagbare verplichtingen (zoals deposito s) in lange-termijn investeringen (zoals lange-termijn kredieten aan ondernemingen). Financiële instellingen kunnen evenwel nooit volledig het liquiditeits- en prijsrisico gepaard met activatransformatie opheffen. Zogenaamde bank runs, wanneer teveel mensen op hetzelfde moment hun deposito s wensen op te vragen (zie Diamond en Dybvig, 1983), bewijzen dit liquiditeitsrisico voor banken. Ook verzekeringsondernemingen kunnen in geval van een grootscheepse natuurramp, bijvoorbeeld, liquiditeitsproblemen ondervinden. Teneinde dit liquiditeitsrisico te beperken leggen regelgevende instanties banken en verzekeraars vaak vereisten qua minimumreserves op. 1 We baseren ons voor dit argument grotendeels op Saunders A. en Cornett M.M. (2006), Financial Institutions Management: A risk Management Approach, Mc Graw-Hill International Edition, Hoofdstuk 1: Why are financial intermediaries special?

15 Sociaal Economische Nieuwsbrief > pagina 15 structureel concurrentievermogen De financiële sector als hefboom voor economische groei Activatranformatie behelst in vele gevallen ook een prijsrisico doordat de passiefzijde van de financiële instelling veelal bestaat uit vaste verplichtingen (zoals deposito s of defined benefit - pensioenverplichtingen), terwijl de activa van de financiële instelling onderhevig zijn aan prijsfluctuaties. Teneinde dit prijsrisico te beperken worden aan deze financiële instellingen vaak kapitaalvereisten opgelegd (zie Basel-richtlijnen voor de bankensector of het Solvency-kader voor de verzekeraars). De financiële sector levert dus reële diensten aan de rest van de economie. Door informatieverzameling en monitoring, het verschaffen van liquiditeit en risicobeheer zorgt de financiële sector voor een meer efficiënte afstemming van de beschikbare spaarmiddelen op de investeringsbehoeften van de ondernemingen. Het zijn de hier genoemde basisfuncties van de financiële sector die leiden tot een hogere levensstandaard en, in zoverre er marge overblijft voor efficiëntiewinsten en het verhogen van het spaarvolume, een invloed kunnen uitoefenen op economische groei. Het effect van financiële ontwikkeling op economische groei wordt doorgegeven via een aantal kanalen: i) via de invloed van verlaagde informatie- en transactiekosten op de efficiënte transformatie van spaarmiddelen naar investeringen 2, ii) via de (eventuele) invloed van financiële ontwikkeling op de spaarquote en iii) via de invloed van financiële ontwikkeling op de productiviteit van het kapitaal. De productiviteit van het kapitaal wordt beïnvloedt door financiële ontwikkeling in de mate dat 1) het bijdraagt aan een betere selectie van de meest winstgevende investeringsprojecten, 2) er meer liquiditeit wordt verschaft waardoor gemiddeld meer lange-termijn investeringen kunnen worden gefinancierd en 3) in de mate dat toenemende diversificatiemogelijkheden investeringen in meer risicovolle (en innovatieve) projecten mogelijk maken. In dit kader kan de internationalisatie van de financiële sector, via een toename van de internationale diversificatiemogelijkheden, bijgevolg een belangrijke invloed hebben op het niveau en de groei van de nationale welvaart. Financiële ontwikkeling zal uiteraard enkel de economische groei positief beïnvloedt tot op het punt waar de optimale omvang 3 en efficiëntie 4 van de financiële sector wordt bereikt. Empirische literatuur De interesse voor het verband tussen financiële ontwikkeling en economische groei houdt voor een groot deel verband met de hogere economische groei over de voorbije decennia in het land met het meest ontwikkelde financiële systeem, namelijk de V.S. Sommigen wijten het verschil in economische groei tussen de EU en de V.S. aan verschillen in de financiële architectuur tussen beide regio s. 2 d.w.z. dat een grotere fractie van de spaarmiddelen die door het financiële systeem stromen ook effectief bij investeringen terecht komen en niet verloren gaan aan allerhande administratiekosten verbonden met het verzamelen van informatie en het opstellen en afdwingen van financiële contracten 3 Dat wil niet zeggen dat het evident is de optimale omvang van de financiële sector te bepalen. De consenus in de literatuur lijkt echter wel te zijn dat vanaf een bepaalde punt de bijdrage van verdere groei van de financiële sector (weze het in termen van toegevoegde waarde, werkgelegenheid of kredietverstrekking) geen of zelfs een negatief effect heeft op de de economische groei (zie bijvoorbeeld Arcand, Berkes en Panizza, 2012; Philippon, 2010; Philippon en Reshef, 2009; Greenwood en Scharfstein, 2013, Rajan, 2005) 4 Als gevolg van afnemende meeropbrengsten van investeringen in kapitaal en afnemende meeropbrengsten verbonden aan de verzameling van informatie bestaat er wel degelijk een optimaal niveau van efficiëntie, namelijk dat punt waarop de opbrengst van extra investeringen in kapitaal of informatieverzameling lager ligt dan de kost van de investering. Bovendien wordt er in de theorie van economische groei ook gewag gemaakt van een optimale spaarquote (de Gouden Regel ). Een toename van de spaarquote boven dit optimale niveau zal in dit kader de welvaart bijgevolg verhogen, wel integendeel.

16 pagina 16 > Sociaal Economische Nieuwsbrief structureel concurrentievermogen De financiële sector als hefboom voor economische groei De academische literatuur over het effect van financiële ontwikkeling op economische groei gaat tenminste terug tot Schumpeter (1911). Goldsmith (1969) stelde als eerste empirisch vast dat de ontwikkeling van de financiële sector in een land hand in hand gaat met economische groei. Robinson (1952) zag de ontwikkeling van de financiële sector voornamelijk als gevolg van economische groei wanneer ze stelde dat where enterprise leads, finance follows (Robinson, 1952, p. 86). Ondertussen lijkt de consensus te gaan in de richting van een causaal effect van financiële ontwikkeling op economische groei (zie Rajan en Zingales, 1998; Levine, 2005). Onderzoek naar het verband tussen de ontwikkeling van de financiële sector en economische groei steunt traditioneel op verbanden tussen macro-economische variabelen (zoals de omvang van de bankbalansen, de totale kredietverstrekking aan vennootschappen, de omvang van financiële markten uitgedrukt in termen van de totale marktkapitalisatie, ). Maar variabelen die verband houden met de omvang van de financiële sector vormen geen maatstaf voor kwaliteit, efficiëntie of stabiliteit. Het blijkt echter niet evident om de bijdrage van de financiële sector tot economische groei te meten. Een goed ontwikkeld financieel systeem is immers een meerdimensionaal concept. In een poging dit meerdimensionale karakter van financiële systemen in kaart te brengen ontwikkelde de Wereldbank de Global Financial Development Database (Wereldbank, 2012). Financiële systemen kunnen aldus internationaal worden gebenchmarkt op basis van vier dimensies: omvang, efficiëntie, stabiliteit en toegang tot financiële diensten ( financial access ). Deze vier dimensies lijken niet sterk gecorreleerd te zijn. Dat wil zeggen dat een goede score op de ene dimensie weinig implicaties heeft voor de score op een andere dimensie. Concreet beteken dit dat een eenzijdige focus op financiële stabiliteit, bijvoorbeeld, niet voldoende is om de bijdrage van de financiële sector naar de reële economie toe te vatten. Een grote en onstabiele financiële sector behelst evidente risico s voor de ontwikkeling van de rest van de economie, maar dit betekent niet dat een kleine doch stabiele financiële sector dan als gezond kan worden omschreven. Het is dus belangrijk steeds de verschillende dimensies van de financiële sector voor ogen te houden, waarbij elke dimensie een verschillend aspect belicht van de werking van de financiële sector (Cihak e.a., 2012). De structuur van de financiële sector De financiële sector behelst een heel gamma aan verschillende types financiële instellingen (van depositobanken en spaarbanken over verzekeringsondernemingen en pensioenfondsen tot zakenbanken en instellingen voor collectieve beleggingen) en verschillende types financiële markten (obligatiemarkten, aandelenmarkten, geldmarkten, markten voor afgeleide producten, small cap markets, ). Bovendien verschilt de structuur van de financiële sector sterk van land tot land. Bijlsma en Zwart (2013) doen een poging de verschillende financiële landschappen in de lidstaten van de EU, de V.S. en Japan te categoriseren op basis van een reeks indicatoren die verband houden met de omvang en de structuur van de financiële sector (zoals de omvang van de bankensector, volume van bankkrediet, marktkapitalisatie van beursgenoteerde bedrijven, de concentratie van de bakensector, ). Landen worden typisch geklasseerd naargelang de mate waarin hun financiële sector eerder als bankegeleid ( bank-based ) dan wel als marktgeleid ( market-based ) kan worden beschouwd. Japan en Duitsland gelden in de literatuur als de traditionele voorbeelden van bankgeleide systemen, waar banken een grote rol spelen in de samenstelling van de financiële sector. De financiële sectoren in de V.S. en het V.K. worden typisch beschouwd als zijnde marktgeleid, waar sterk beroep wordt gedaan op financiële markten voor de financiering van bedrijven. Bijlsma en Zwart (2013) delen de lidstaten

17 Sociaal Economische Nieuwsbrief > pagina 17 structureel concurrentievermogen De financiële sector als hefboom voor economische groei van de EU op hun beurt in in drie groepen van landen met gelijkaardige financiële systemen: landen met eerder marktgeleide systemen, landen met eerder bankgeleide systemen en de nieuwe lidstaten uit Oost-Europa die typisch een meer kleinschalige financiële sector kennen. De EU-lidstaten die als marktgeleid worden getypeerd hebben in het algemeen beter ontwikkelde kapitaalmarkten dan de eerder bankgeleide landen, hoewel de bankensector in de marktgeleide landen niettemin typisch groter is dan deze in bankgeleide landen. De banken in de marktgeleide landen zijn echter typisch meer internationaal gericht en zijn meer betrokken bij zogeheten niet-intermediatie activiteiten (d.w.z. dat een groter deel van hun inkomsten voortvloeit uit activiteiten anders dan traditionele kredietverstrekking). Bijlsma en Zwart (2013) categoriseren België bij de landen met een eerder marktgeleid financieel systeem, hoewel een andere studie (Allard en Blavy, 2011) België als eerder bankgeleid beschouwt. België bevindt zich bijgevolg in een tussenpositie met een belangrijke bankensector, maar ook relatief goed ontwikkelde kapitaalmarkten. Ook Demirgüç-Kunt en Levine (1999) baseren zich op een onderverdeling gebaseerd op de relatieve omvang van de bankensector tegenover de kapitaalmarkten. Dit levert drie categorieën op: landen met onderontwikkelde financiële systemen, landen met bankgeleide systemen en landen met marktgeleide systemen. Zij stellen vast dat, ongeacht de financiële structuur, zowel de omvang van de bankensector als de omvang van de kapitaalmarkt toeneemt wanneer de welvaart van een land toeneemt. In hogeinkomenslanden lijkt het relatieve belang van de kapitaalmarkten echter toe te nemen. Dat betekent dat landen die een hogere welvaart kennen typisch ook een meer marktgeleide financiële sector kennen. Wat kunnen we nu zeggen over de invloed van de financiële structuur op economische groei? Bestaat er een merkelijk verschil in groeiprestaties tussen marktgeleide en bankgeleide landen? Levine (2002) vindt geen empirisch bewijs voor het belang van financiële structuur (weze het bankgeleid of marktgeleid) voor economische groei. Landen met goed ontwikkelde banken en weinig ontwikkelde financiële markten presteren niet merkelijk verschillend (in termen van economische groei) dan landen met goed ontwikkelde financiële markten en weinig ontwikkelde banken. Dit suggereert dat de structuur van de financiële sector op zich niet belangrijk is voor het begrijpen van het proces van economische groei. De algemene ontwikkeling van het financiële systeem is belangrijk voor economische groei, maar het blijkt er niet toe te doen of deze financiële ontwikkeling wordt geleid door banken of door financiële markten. Bovendien blijkt het eerder het wetgevende kader te zijn (de handhaving van contracten en een goede bescherming van de rechten van aandeelhouders en kredietverstrekkers) dat belangrijk is voor de mate van financiële ontwikkeling (zie ook La porta, Lopez-de-Silanes, Shleifer en Vishny, 1998). Dit noopt Levine (2002) ertoe een derde benadering te plaatsen tegenover de dualiteit bankgeleidmarktgeleid. Hij noemt deze benadering de financial services view. Deze benadering relativeert het debat omtrent de financiële structuur en stelt dat het met het oog op economische groei voornamelijk belangrijk is dat het financiële systeem efficiënt functioneert, ongeacht het zwaartepunt van het betreffende financieel systeem (weze het bankgeleid of marktgeleid). De belangrijkste zorg is niet banken òf financiële markten, maar het creëren van een omgeving waarin financiële instellingen èn financiële markten goede financiële diensten leveren. Vervult de financiële sector (nog) haar rol? Een goed functionerend financieel systeem heeft tot gevolg dat de beschikbare spaarmiddelen worden gekanaliseerd naar de ondernemingen met de beste investeringsmogelijkheden. Dit leidt tot dynamische markten waar nieuwe, beloftevolle ondernemingen de markt kunnen betreden en minder

18 pagina 18 > Sociaal Economische Nieuwsbrief structureel concurrentievermogen De financiële sector als hefboom voor economische groei efficiënte ondernemingen de markt verlaten. Maar vervult de financiële sector deze rol naar behoren? Geraken de ondernemingen met de beste investeringsmogelijkheden effectief gefinancierd? Bestaan er financiële hindernissen voor jonge, beloftevolle ondernemingen? SME s Access to Finance (SMAF) index, 2007 en Hungary Czech Republic Greece Poland Portugal Romania Slovenia Ireland Bulgaria Slovak Republic Germany Estonia Denmark Belgium Italy Spain European Union United Kingdom Sweden Euro Area Netherlands Cyprus France Malta Lithuania Austria Latvia Finland Luxembourg Bron: Europese Commissie % 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% Ondernemingen waarvoor het gebrek aan externe financiering een belangrijke barrière vormt voor innovatieactiviteiten, 2010, in % 0% Luxembo Belgium Sweden Finland Iceland Norway Malta France Czech Turkey Estonia Hungary Lithuania Ireland Latvia Slovenia Poland Italy Bulgaria Portugal Croatia Serbia Cyprus Spain Bron: Eurostat, Community Innovation Survey (CIS), 2010

19 Sociaal Economische Nieuwsbrief > pagina 19 structureel concurrentievermogen De financiële sector als hefboom voor economische groei Grafiek 1 toont de SMAF-index (SME s Acces to Finance) van de Europese Commissie. Deze index poogt de toegang tot financiering vanwege KMO s in kaart te brengen. Hoe hoger de index, hoe lager de financieringsmoeilijkheden van KMO s. We merken dat België net onder het Europese gemiddelde scoort. De financiële sector in België vervult haar rol als financier van de reële economie dus zeker niet slecht, maar er zeker nog marge voor verbetering. In de mate dat innovatie een belangrijke drijfveer is van economische groei is het zinvol na te gaan in welke mate de financiële sector erin slaagt innovatie te financieren. Hiervoor lijkt de CIS-enquête van Eurostat een geschikte bron. Grafiek 2 toont het percentage van de ondernemingen die menen dat een gebrek aan externe financiering een belangrijke barrière vormt voor hun innovatieactiviteiten. België doet het hier volgens deze enquête goed in vergelijking met andere EU-lidstaten. Niettemin blijven financiële hindernissen volgens diezelfde enquêtegegevens de belangrijkste hindernis voor innovatie bij Belgische ondernemingen. Deze indicatoren zijn echter sterk geaggregeerd en verbergen mogelijks belangrijke verschillen in financiële barrières tussen verschillende types ondernemingen, zoals de eventuele concentratie van financiële hindernissen in het segment van de YIC s. Deze hypothese wordt ondersteund door het verschil in financiële hindernissen naar ondernemingsgrootte. Volgens de zelfde CIS-enquête kennen kleine ondernemingen meer financiële belemmeringen dan grote ondernemingen. Daar komt bij dat enquêtegevens geen informatie kunnen verschaffen over potentiële start-ups die het nooit tot voorbij de ontwerptafel hebben geschopt omwille van financiële hindernissen (nl. die ondernemingen die nooit zijn opgestart hoewel ze bij afwezigheid van financiële hindernissen wel zouden zijn opgericht). Deze hypothetische ondernemingen zijn immers niet observeerbaar.

20 pagina 20 > Sociaal Economische Nieuwsbrief nieuws Centrale Raad voor het Bedrijfsleven EUROPA Op 10 oktober 2013 hield de cel Opvolging Europese actualiteit een informatievergadering, tijdens welke de methodologie die de Europese Commissie hanteert voor de berekening van de structurele tekorten werd voorgesteld. Die presentatie werd gegeven door de heer Lebrun, deskundige bij het FPB en voorzitter van de Output Gap Working Group van het Europese Comité voor de Economische Politiek (CEP). Op 23 oktober 2013 vond een ontmoeting met de beleidscel van de Eerste minister plaats om samen met de CRB, de NAR en de FRDO een stand van zaken op te maken m.b.t. de antwoorden van België op de laatste aanbevelingen en de voorbereiding van het komende NHP Tijdens die vergadering heeft mevr. KHERBACHE, kabinetschef van de Eerste minister, de Raden ertoe uitgenodigd om zich te buigen over de Europa 2020-strategie zodra de Annual Growth Survey (AGS) wordt gepubliceerd; de publicatie van de AGS wordt in de loop van november verwacht. Voorts deelde ze haar beschikbaarheid mee om de Raden regelmatig op de hoogte te houden van de inhoud van de bilaterale vergaderingen met de Europese Commissie. Die bilaterale vergaderingen zullen normaal eind november een aanvang nemen en begin volgend jaar worden voorgezet. De cel is op 4 november bijeengekomen voor een hoorzitting met de heer M. DEWATRIPONT, directeur bij de Nationale Bank, over het mechanisme en de initiatieven m.b.t. het Europees bankentoezicht en de vooruitzichten inzake de invoering van de Bankenunie. Tijdens de bijeenkomst van de cel van 18 november heeft prof. F. Dehousse de recentste ontwikkelingen in de eurozone en de implicaties voor België toegelicht. Op 11 december 2013 (om 9.30 uur) organiseert de cel een seminarium met betrekking tot de implementering in België van de acties die werden vastgesteld door de Europese Small Business Act (die in 2008 werd goedgekeurd). Mevr. Collin van de fod Economie zal nog eens het Europese kader schetsen, de initiatieven die werden genomen voor de tenuitvoerlegging ervan in herinnering brengen en een overzicht geven van de regionale maatregelen. Technisch verslag 2013 De subcommissie Technisch verslag loonmarge is op 6, 12 en 19 november bijeengekomen om een onderzoek te wijden aan respectievelijk de aangepaste versie van het deel Opleiding van het hoofdstuk Structureel concurrentievermogen van het Technisch verslag 2013, het hoofdstuk Macroeconomische context en een nota betreffende de methodologie voor de raming van de arbeidsduur.

Knipperlichten. Mededingingsrecht. Milena Varga 20 februari 2014

Knipperlichten. Mededingingsrecht. Milena Varga 20 februari 2014 2014 Knipperlichten Mededingingsrecht Milena Varga 20 februari 2014 Minervastraat 5 1930 ZAVENTEM T +32 (0)2 275 00 75 F +32 (0)2 275 00 70 www.contrast -law.be Overzicht I. Basisbegrippen II. Knipperlichten

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 -----------------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 ----------------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 ----------------------------------------------------- Nationaal profiel voor veiligheid en gezondheid op het werk

Nadere informatie

Vlaanderen kende in 2012 laagste aantal tienermoeders ooit

Vlaanderen kende in 2012 laagste aantal tienermoeders ooit Vlaanderen kende in 2012 laagste aantal tienermoeders ooit In 2012 bereikte het tienerouderschapscijfer in Vlaanderen een historisch laagterecord van 6 bevallingen per 1000 tieners (15-19 jaar). Ook in

Nadere informatie

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN 1. Inleiding Op 9 april 2014 maakte de Europese Commissie aan het Europees Parlement een voorstel van richtlijn over

Nadere informatie

RICHTSNOEREN VAN DE BELGISCHE MEDEDINGINGSAUTORITEIT BETREFFENDE DE

RICHTSNOEREN VAN DE BELGISCHE MEDEDINGINGSAUTORITEIT BETREFFENDE DE RICHTSNOEREN VAN DE BELGISCHE MEDEDINGINGSAUTORITEIT BETREFFENDE DE HUISZOEKINGSPROCEDURE 1 INLEIDING Sinds 2011 overhandigt het Auditoraat aan de ondernemingen die aan een huiszoeking onderworpen worden,

Nadere informatie

Compliance Charter ERGO Insurance nv

Compliance Charter ERGO Insurance nv Compliance Charter ERGO Insurance nv Inleiding Op basis van de circulaire PPB/D. 255 van 10 maart 2005 over compliance aan de verzekeringsondernemingen werd een wettelijke verplichting opgelegd aan de

Nadere informatie

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref : Accom AFWIJKING 2005/1 Samenvatting van het advies dd. 17 mei 2005 met betrekking tot een vraag om afwijking van de regel die

Nadere informatie

Korsakov in België: veel zorg of veel zorgen?

Korsakov in België: veel zorg of veel zorgen? Korsakov in België: veel zorg of veel zorgen? Bart Schepers UPC Sint-Kamillus Bierbeek Doel 1. Is België een goede leerling? Hoe goed is de zorg voor korsakovpatiënten vandaag georganiseerd? 2. Beschrijven

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Standaard Eurobarometer 80 DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie.

Nadere informatie

Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ----------------------------------------------------------------------------------

Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ---------------------------------------------------------------------------------- CENTRALE RAAD VOOR HET BEDRIJFSLEVEN NATIONALE ARBEIDSRAAD ADVIES Nr. 1.402 Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ----------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Samenvatting van het advies goedgekeurd op 2 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen

Samenvatting van het advies goedgekeurd op 2 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref : Accom ADVIES 2004/1 Samenvatting van het advies goedgekeurd op 2 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid

Nadere informatie

Migratie en de welvaartsstaat: is er sprake van aanzuigeffecten? Bart Meuleman (bart.meuleman@soc.kuleuven.be)

Migratie en de welvaartsstaat: is er sprake van aanzuigeffecten? Bart Meuleman (bart.meuleman@soc.kuleuven.be) Migratie en de welvaartsstaat: is er sprake van aanzuigeffecten? Bart Meuleman (bart.meuleman@soc.kuleuven.be) Inleiding Onderliggende assumptie gemaakt door aantal beleidsmakers: Sociaal beleid mag niet

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

De horizontale sociale clausule en sociale mainstreaming in de EU

De horizontale sociale clausule en sociale mainstreaming in de EU Belgisch voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie De horizontale sociale clausule en sociale mainstreaming in de EU De horizontale sociale clausule als oproep voor het intensifiëren van de samenwerking

Nadere informatie

De groeiende informele arbeidsmarkt: is zwart werk onmisbaar?

De groeiende informele arbeidsmarkt: is zwart werk onmisbaar? De groeiende informele arbeidsmarkt: is zwart werk onmisbaar? Prof dr Joanne van der Leun, Leiden Law School Met dank aan Piet Renooy, Regioplan Amsterdam DE STAAT VAN NEDERLAND, 22 september 2014 Informele

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.3.2003 COM(2003) 114 definitief 2003/0050 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de statistische gegevens die moeten worden gebruikt

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 BEGELEIDENDE NOTA van: de heer V. SKOURIS, Voorzitter van het Hof van Justitie d.d.: 4 februari 2008 aan: de heer

Nadere informatie

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE. van 7.3.2014

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE. van 7.3.2014 EUROPESE COMMISSIE Brussel, 7.3.2014 C(2014) 1392 final GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE van 7.3.2014 houdende aanvulling van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de

Nadere informatie

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier. Ref: Accom AFWIJKING 2004/1

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier. Ref: Accom AFWIJKING 2004/1 ADVIES- EN CONTROLECOMITE OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref: Accom AFWIJKING 2004/1 Samenvatting van het advies met betrekking tot een vraag om afwijking van de regel die het bedrag beperkt

Nadere informatie

Einde aan "roaming-afzetterij": tarieven voor sms-en, bellen en internetten vanuit het buitenland vanaf vandaag een stuk lager dankzij EU-maatregelen

Einde aan roaming-afzetterij: tarieven voor sms-en, bellen en internetten vanuit het buitenland vanaf vandaag een stuk lager dankzij EU-maatregelen IP/09/1064 Brussel, 1 juli 2009 Einde aan "roaming-afzetterij": tarieven voor sms-en, bellen en internetten vanuit het buitenland vanaf vandaag een stuk lager dankzij EU-maatregelen Met ingang van vandaag

Nadere informatie

EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T

EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T DE RAAD Brussel, 13 december 2011 (OR. en) 2011/0209 (COD) PE-CO S 70/11 CODEC 2165 AGRI 804 AGRISTR 74 WETGEVI GSBESLUITE E A DERE I STRUME TE Betreft: VERORDENING

Nadere informatie

Studeren in het Buitenland 2016-17. International Office Geesteswetenschappen

Studeren in het Buitenland 2016-17. International Office Geesteswetenschappen Studeren in het Buitenland 2016-17 International Office Geesteswetenschappen PROGRAMMA International Office GW: Monique Hanrath (en Gerdien Ramaker) Studieadviseur: Stefan Vuurens Student: Tijn Sinke Vragen,

Nadere informatie

Deceuninck Naamloze vennootschap Brugsesteenweg 374 8800 Roeselare RPR Gent, afdeling Kortrijk BTW BE 0405.548.486. (de Vennootschap )

Deceuninck Naamloze vennootschap Brugsesteenweg 374 8800 Roeselare RPR Gent, afdeling Kortrijk BTW BE 0405.548.486. (de Vennootschap ) Deceuninck Naamloze vennootschap Brugsesteenweg 374 8800 Roeselare RPR Gent, afdeling Kortrijk BTW BE 0405.548.486 (de Vennootschap ) BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR OVEREENKOMSTIG ARTIKELEN

Nadere informatie

BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS

BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS UCB NV - Researchdreef 60, 1070 Brussel - Ondernemingsnr. 0403.053.608 (RPR Brussel) BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS over het gebruik en de nagestreefde doeleinden van het

Nadere informatie

Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie

Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie B Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie Inleiding Deze projectoproep kadert binnen de verderzetting van Actie 24 van het Kankerplan: Steun aan pilootprojecten

Nadere informatie

Opleidingen en Trainingen VVCM

Opleidingen en Trainingen VVCM Opleidingen en Trainingen VVCM Even voorstellen 2 Hans Reitsma Ondernemer Bestuurder VVCM Student CCM (inmiddels module 2) De VVCM Circa 1.000 leden Credit Management Evenementen Uitgever Blad De Credit

Nadere informatie

Bijlage 3. Intern reglement van het Auditcomité

Bijlage 3. Intern reglement van het Auditcomité Bijlage 3 Intern reglement van het Auditcomité 1. Samenstelling en vergoeding Het Comité bestaat uit twee leden die door de Raad van Bestuur van de Zaakvoerder worden aangeduid uit de onafhankelijke Bestuurders.

Nadere informatie

11263/08 ADD 1 mak/gar/hd 1 DG I - 2 B

11263/08 ADD 1 mak/gar/hd 1 DG I - 2 B RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 13 oktober 2008 (21.10) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2007/0163 (COD) 11263/08 ADD 1 EDUC 173 MED 39 SOC 385 PECOS 16 CODEC 895 O TWERP-MOTIVERI G VA DE RAAD Betreft:

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

Richtsnoeren voor de behandeling. van klachten door. verzekeringsondernemingen

Richtsnoeren voor de behandeling. van klachten door. verzekeringsondernemingen EIOPA-BoS-12/069 NL Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door verzekeringsondernemingen 1/8 1. Richtsnoeren Inleiding 1. Artikel 16 van de Eiopa-verordening 1 (European Insurance and Occupational

Nadere informatie

CHARTER VAN HET AUDITCOMITE

CHARTER VAN HET AUDITCOMITE CHARTER VAN HET AUDITCOMITE INLEIDING 2 I. ROL 2 II. VERANTWOORDELIJKHEDEN 2 1. Financiële reporting 3 2. Interne controle - risicobeheer en compliance 3 3. Interne audit 4 4. Externe audit: de commissaris

Nadere informatie

Mobiliteit: Egbert Jongen CPB*

Mobiliteit: Egbert Jongen CPB* Mobiliteit: Wat economen willen (en weten) Egbert Jongen CPB* *Deze presentatie is op persoonlijke titel Overzicht presentatie Wat economen weten Wat economen willen Het Oostenrijkse systeem Wat economen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 21 501-31 Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en consumentenzaken Nr. 13 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELE-

Nadere informatie

RAAD VOOR HET VERBRUIK

RAAD VOOR HET VERBRUIK RvV 489 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES over een ontwerp van Koninklijk Besluit tot opheffing van het Koninklijk Besluit van 18 juli 1972 betreffende de aanduiding van de prijs van juwelen, uurwerken, goud-

Nadere informatie

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Bron : Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten (Belgisch Staatsblad,

Nadere informatie

CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART RV (14) 11 RV/G (14) 26 JWG (14) 22 14 februari 2014 Or. en fr/de/nl/en. Uniforme technische standaarden

CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART RV (14) 11 RV/G (14) 26 JWG (14) 22 14 februari 2014 Or. en fr/de/nl/en. Uniforme technische standaarden CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART RV (14) 11 RV/G (14) 26 JWG (14) 22 14 februari 2014 Or. en fr/de/nl/en COMITÉ REGLEMENT VAN ONDERZOEK WERKGROEP REGLEMENT VAN ONDERZOEK GEMEENSCHAPPELIJKE WERKGROEP

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.833 ----------------------------- Zitting van dinsdag 18 december 2012 ---------------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.833 ----------------------------- Zitting van dinsdag 18 december 2012 --------------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.833 ----------------------------- Zitting van dinsdag 18 december 2012 --------------------------------------------------- Hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden - Uitvoering

Nadere informatie

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO N EUROPA - ADR A2 Brussel, 26 mei 2011 MH/SL/AS A D V I E S over DE RAADPLEGING VAN DE EUROPESE COMMISSIE OVER HET GEBRUIK VAN ALTERNATIEVE GESCHILLENBESLECHTING

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.606 ------------------------------ Zitting van dinsdag 24 april 2007 -------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.606 ------------------------------ Zitting van dinsdag 24 april 2007 ------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.606 ------------------------------ Zitting van dinsdag 24 april 2007 ------------------------------------------- Uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008

Nadere informatie

SOLVAY NV HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITE. De leden van het Auditcomité worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van twee jaar.

SOLVAY NV HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITE. De leden van het Auditcomité worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van twee jaar. SOLVAY NV HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITE I. SAMENSTELLING VAN HET AUDITCOMITÉ 1. Aantal leden - Duur van de mandaten Het Auditcomité telt minstens vier leden. De leden van het Auditcomité

Nadere informatie

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B Raad van de Europese Unie Brussel, 30 september 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0407 (COD) 13538/14 DROIPEN 112 COPEN 230 CODEC 1868 NOTA van: aan: het voorzitterschap het Comité van permanente

Nadere informatie

Advies van 18 juli 2005 uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen

Advies van 18 juli 2005 uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen ADVIES- EN CONTROLECOMITE OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref: Accom ADVIES 2005/1 Advies van 18 juli 2005 uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.952 ------------------------------- Zitting van dinsdag 14 juli 2015 -------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.952 ------------------------------- Zitting van dinsdag 14 juli 2015 ------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.952 ------------------------------- Zitting van dinsdag 14 juli 2015 ------------------------------------------- Elektronische ecocheques Follow-up en monitoring Ontwerp van koninklijk

Nadere informatie

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO N KMO beleid - BVBA Starter A04 Brussel, 22.10.2009 MH/MG/JDH ADVIES OP EIGEN INITIATIEF over EEN WETSONTWERP TOT WIJZIGING VAN HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN

Nadere informatie

Deel 1: oplossingen vragen en opdrachten

Deel 1: oplossingen vragen en opdrachten Deel 1: oplossingen vragen en opdrachten Hier vindt u de oplossingen van de vragen en opdrachten uit het boek (grijze kaders zonder icoon). Hoofdstuk 2 p. 21 Voor het nemen van die risico s worden de banken

Nadere informatie

L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE

L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 6 mei 2008 inzake de externe kwaliteitsborging voor wettelijke auditors en auditkantoren die

Nadere informatie

BELGISCH INSTITUUT VOOR POSTDIENSTEN EN TELECOMMUNICATIE

BELGISCH INSTITUUT VOOR POSTDIENSTEN EN TELECOMMUNICATIE BELGISCH INSTITUUT VOOR POSTDIENSTEN EN TELECOMMUNICATIE ONTWERPBESLUIT VAN DE RAAD VAN HET BIPT IN ZIJN HOEDANIGHEID VAN BEHEERDER VAN HET FONDS VOOR DE UNIVERSELE DIENST INZAKE SOCIALE TARIEVEN VAN 16

Nadere informatie

Studiedag De modernisering van het begroten in België. Brussel, 11 mei 2004

Studiedag De modernisering van het begroten in België. Brussel, 11 mei 2004 Studiedag De modernisering van het begroten in België Brussel, 11 mei 2004 Internationale trends in overheidsbegroten Prof. dr. Geert Bouckaert A. Internationale trends Inhoud 1. Gebruik van prestatiegegevens

Nadere informatie

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Publicatieblad Nr. L 225 van 12/08/1998 blz. 0016-0021 DE RAAD VAN

Nadere informatie

WERKGROEP. comply or explain PRACTICALIA. Datum: 30 november 2015. EY, De Kleetlaan 2, 1831 Diegem. Nederlands en Frans

WERKGROEP. comply or explain PRACTICALIA. Datum: 30 november 2015. EY, De Kleetlaan 2, 1831 Diegem. Nederlands en Frans WERKGROEP comply or explain PRACTICALIA Datum: 30 november 2015 Locatie: Timing: Taal: EY, De Kleetlaan 2, 1831 Diegem 14u00 17u00 Nederlands en Frans DOELSTELLING Het finale doel is om betere inzichten

Nadere informatie

Plan van aanpak. Verdringing van Henk? 10-12-13. Code Oranje voor vrij werkverkeer binnen EU-transportsector?

Plan van aanpak. Verdringing van Henk? 10-12-13. Code Oranje voor vrij werkverkeer binnen EU-transportsector? Code Oranje voor vrij werkverkeer binnen EU-transportsector? Context sinds 2004: hoge en lage lonen lidstaten 271 2008 GDP per inhabitant Index where the average of the 27 EU-countries is 100 137 135 123

Nadere informatie

De Belgische farmaceutische industrie in een internationale context

De Belgische farmaceutische industrie in een internationale context As % of total European pharmaceutical industry De Belgische farmaceutische industrie in een internationale context Terwijl België slechts 2,6 % vertegenwoordigt van het Europees BBP, heeft de farmaceutische

Nadere informatie

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO N Handelspraktijken Voorv. Prod. A03 Brussel, 23.09.2008 MH/AB/LC A D V I E S over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT TOT OMZETTING VAN DE RICHTLIJN 2007/45/EG

Nadere informatie

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS R0403 UITGIFTE VAN AANDELEN ZONDER VERMELDING VAN NOMINALE WAARDE BENEDEN FRACTIEWAARDE

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS R0403 UITGIFTE VAN AANDELEN ZONDER VERMELDING VAN NOMINALE WAARDE BENEDEN FRACTIEWAARDE VERSLAG VAN DE COMMISSARIS R0403 UITGIFTE VAN AANDELEN ZONDER VERMELDING VAN NOMINALE WAARDE BENEDEN FRACTIEWAARDE IN KADER VAN ARTIKEL 582 VAN HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN 4ENERGY INVEST NV GEVESTIGD

Nadere informatie

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE NL NL NL EUROPESE COMMISSIE Brussel, 24.3.2010 COM(2010) 100 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese

Nadere informatie

IZ/BSB/2003/3781. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, (mr. A.J. de Geus) Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

IZ/BSB/2003/3781. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, (mr. A.J. de Geus) Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Europese van de Algemene Commissie voor Europese en de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer

Nadere informatie

R A P P O R T Nr. 87 --------------------------------

R A P P O R T Nr. 87 -------------------------------- R A P P O R T Nr. 87 -------------------------------- Europese kaderovereenkomst betreffende inclusieve arbeidsmarkten Eindevaluatie van de Belgische sociale partners ------------------------ 15.07.2014

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Zetel : Ministerie van Justitie Poelaertplein 3 Tel. : 02/504.66.21 tot 23 Fax : 02/504.70.00 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER O. ref. : 10

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau enz. enz. enz. Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in verband met de omzetting van Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november

Nadere informatie

Eurogroep. 1. Economische situatie in de eurozone

Eurogroep. 1. Economische situatie in de eurozone Eurogroep 1. Economische situatie in de eurozone Toelichting: De Eurogroep zal van gedachten wisselen over de economische situatie in de eurozone. De groei van de economie lijkt verder aan te trekken terwijl

Nadere informatie

INFOSHOP Het CAF in Europa Patrick Staes

INFOSHOP Het CAF in Europa Patrick Staes INFOSHOP Het CAF in Europa Patrick Staes Doelstelling van de studie De evolutie in het gebruik van het CAF in de Europese administraties nagaan sinds de herfst van 2003 1. kijken hoe het CAF wordt gepromoot

Nadere informatie

Naar een leiderschapscrisis. Visie zonder actie is hallucinatie

Naar een leiderschapscrisis. Visie zonder actie is hallucinatie Naar een leiderschapscrisis Visie zonder actie is hallucinatie Enkele risico s Spanningen tussen China en VS lopen verder op en monden uit in handelsoorlog Nieuwe spanningen binnen eurozone M.n. in de

Nadere informatie

Aanpak criminaliteit: wat leren we?

Aanpak criminaliteit: wat leren we? Aanpak criminaliteit: wat leren we? Mechelen, 9/12/2015 Eddy De Raedt, Beleidsadviseur van de algemeen directeur Federale Gerechtelijke Politie The boiled frog 1 Context - Jaren 90: - Operationele dossiers

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

wet aangenomen, maar ratificatie nog niet bekendgemaakt

wet aangenomen, maar ratificatie nog niet bekendgemaakt Brussel, 23 Mei 2001 Bijna zes jaar nadat de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (de BFB-overeenkomst) werd opgesteld, werkt het ontbreken van

Nadere informatie

STUDIE (F)050908-CDC-455

STUDIE (F)050908-CDC-455 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. : 02/289.76.11 Fax : 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS STUDIE

Nadere informatie

PROTOCOL 3. Instelling en werkwijze van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart CESNI. Besluit

PROTOCOL 3. Instelling en werkwijze van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart CESNI. Besluit PROTOCOL 3 Instelling en werkwijze van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart CESNI Besluit De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR), gezien het belang dat zij

Nadere informatie

EUROPESE CENTRALE BANK

EUROPESE CENTRALE BANK NL Deze inofficiële versie van de Gedragscode voor de leden van de Raad van Bestuur dient uitsluitend ter informatie B EUROPESE CENTRALE BANK GEDRAGSCODE VOOR DE LEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR (2002/C 123/06)

Nadere informatie

TRANSPARANTIEVERSLAG 2013

TRANSPARANTIEVERSLAG 2013 TRANSPARANTIEVERSLAG 2013 1. Inleiding Dit verslag bevat de informatie zoals bepaald in artikel 15 van de wet van 22 juli 1953 houdende de oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren, aangepast

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

13395/2/01 REV 2 ADD 1 gys/hb/dm 1 DG I

13395/2/01 REV 2 ADD 1 gys/hb/dm 1 DG I RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 14 december 2001 (08.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2000/0227 (COD) 13395/2/01 REV 2 ADD 1 ENV 528 CODEC 1098 Betreft: Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Nadere informatie

EUROPESE CONVENTIE SECRETARIAAT. Brussel, 23 april 2003 (24.04) (OR. fr) CONV 691/03. NOTA het praesidium de Conventie

EUROPESE CONVENTIE SECRETARIAAT. Brussel, 23 april 2003 (24.04) (OR. fr) CONV 691/03. NOTA het praesidium de Conventie EUROPESE CONVENTIE SECRETARIAAT Brussel, 23 april 2003 (24.04) (OR. fr) CONV 691/03 NOTA van: aan: Betreft: het praesidium de Conventie Instellingen - Ontwerp-artikelen voor titel IV van deel I van de

Nadere informatie

VERSLAG AAN DE KONING

VERSLAG AAN DE KONING VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat wij de eer hebben aan de handtekening van Uwe Majesteit voor te leggen regelt de uitvoering van de wet van 24 maart 2003 tot wijziging van de wet van 12 juni

Nadere informatie

Door de overname van Carestel is de reikwijdte van de EOR een eerste maal gewijzigd.

Door de overname van Carestel is de reikwijdte van de EOR een eerste maal gewijzigd. EUROPESE ONDERNEMINGSRAAD VAN DE WERKNEMERS VAN GROEP AUTOGRILL DE OVEREENKOMST Tussen de Hoofddirectie van de Groep Autogrill, overeenkomstig art. 2 van Wetsbesluit 74/2002 vertegenwoordigd door de Chief

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 12 mei 2005; A. CONTEXT VAN DE AANVRAAG EN ONDERWERP ERVAN

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 12 mei 2005; A. CONTEXT VAN DE AANVRAAG EN ONDERWERP ERVAN SCSZ/05/69 1 BERAADSLAGING NR. 05/026 VAN 7 JUNI 2005 M.B.T. DE RAADPLEGING VAN HET WACHTREGISTER DOOR DE DIENST VOOR ADMINISTRATIEVE CONTROLE VAN HET RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING

Nadere informatie

JC 2014 43 27 May 2014. Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA)

JC 2014 43 27 May 2014. Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA) JC 2014 43 27 May 2014 Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA) 1 Inhoudsopgave Richtsnoeren voor de behandeling van klachten

Nadere informatie

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag. Algemene wet bestuursrecht Titel 4.1. Beschikkingen Afdeling 4.1.1. De aanvraag Artikel 4:1 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk

Nadere informatie

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 TITEL I TOEPASSINGSGEBIED Artikel 1 Deze wet regelt een

Nadere informatie

Themadag Europa. Europa hoe werkt het? 30/11/2011. Sibylle Reichert Pensioenfederatie Tomas Wijffels Pensioenfederatie

Themadag Europa. Europa hoe werkt het? 30/11/2011. Sibylle Reichert Pensioenfederatie Tomas Wijffels Pensioenfederatie Themadag Europa Europa hoe werkt het? 30/11/2011 Sibylle Reichert Pensioenfederatie Tomas Wijffels Pensioenfederatie 2 Inhoud Europese Instellingen Europees Parlement Europese Raad Raad van de Europese

Nadere informatie

1. 1. Het Comité heeft zich herhaaldelijk uitgesproken over de programma's en activiteiten van de Unie op energiegebied:

1. 1. Het Comité heeft zich herhaaldelijk uitgesproken over de programma's en activiteiten van de Unie op energiegebied: bron : http://www.emis.vito.be Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen dd. 21-01-1998 Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C9 van 14/01/98 Advies van het Economisch en Sociaal Comité

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Postadres : Ministerie van Justitie Waterloolaan 115 Kantoren : Regentschapsstraat 61 Tel. : 02 / 542.72.00 Fax : 02 / 542.72.12 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE

Nadere informatie

Samenvatting van het advies goedgekeurd op 9 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen

Samenvatting van het advies goedgekeurd op 9 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref: Accom ADVIES 2004/2 Samenvatting van het advies goedgekeurd op 9 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid

Nadere informatie

Ontwerpbegroting 2013: investeren in groei en werkgelegenheid

Ontwerpbegroting 2013: investeren in groei en werkgelegenheid EUROPESE COMMISSIE - PERSBERICHT Ontwerpbegroting 2013: investeren in groei en werkgelegenheid Brussel, 25 april 2012 De vandaag door de Commissie voorgestelde EU-ontwerpbegroting voor 2013 geeft invulling

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 VERSLAG van: het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel) aan: de Raad EPSCO Nr. vorig doc.: 9081/08

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 SEPTEMBER 2014 P.14.1380.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.1380.N O D B, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Alain Vergauwen en mr. Pierre Monville, advocaten

Nadere informatie

BELGISCH INSTITUUT VOOR POSTDIENSTEN EN TELECOMMUNICATIE

BELGISCH INSTITUUT VOOR POSTDIENSTEN EN TELECOMMUNICATIE BELGISCH INSTITUUT VOOR POSTDIENSTEN EN TELECOMMUNICATIE BESLUIT VAN DE RAAD VAN HET BIPT IN ZIJN HOEDANIGHEID VAN BEHEERDER VAN HET FONDS VOOR DE UNIVERSELE DIENST INZAKE SOCIALE TARIEVEN VAN 20 JUNI

Nadere informatie

Contractnummer: VERTROUWELIJKHEIDSCONTRACT TUSSEN DE ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK STATISTICS BELGIUM EN

Contractnummer: VERTROUWELIJKHEIDSCONTRACT TUSSEN DE ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK STATISTICS BELGIUM EN Contractnummer: VERTROUWELIJKHEIDSCONTRACT TUSSEN DE ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK STATISTICS BELGIUM EN.. Tussen De Algemene Directie Statistiek Statistics Belgium van de FOD Economie, KMO, Middenstand

Nadere informatie

Dutch Summary. Dutch Summary

Dutch Summary. Dutch Summary Dutch Summary Dutch Summary In dit proefschrift worden de effecten van financiële liberalisatie op economische groei, inkomensongelijkheid en financiële instabiliteit onderzocht. Specifiek worden hierbij

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.859 ------------------------------ Zitting van dinsdag 16 juli 2013 -------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.859 ------------------------------ Zitting van dinsdag 16 juli 2013 ------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.859 ------------------------------ Zitting van dinsdag 16 juli 2013 ------------------------------------------- Ontwerp van koninklijk besluit tot uitvoering van de wet betreffende de

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER ADVIES Nr 29 / 95 van 27 oktober 1995 ------------------------------------------- O. ref. : 10 / A / 95 / 029 BETREFT : Ontwerp van koninklijk

Nadere informatie

N HAND PRAK - Biociden A2 Brussel, 26 juli 2013 MH/AB/AS 709-2013 ADVIES. over

N HAND PRAK - Biociden A2 Brussel, 26 juli 2013 MH/AB/AS 709-2013 ADVIES. over N HAND PRAK - Biociden A2 Brussel, 26 juli 2013 MH/AB/AS 709-2013 ADVIES over EEN VOORONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE HET OP DE MARKT AANBIEDEN EN HET GEBRUIKEN VAN BIOCIDEN (goedgekeurd door

Nadere informatie

Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt

Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt IP/97/507 Brussel, 10 juni 1997 Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt De Europese Commissie heeft haar goedkeuring gehecht aan een Groenboek over aanvullende pensioenen

Nadere informatie

3. Herziening van de methodologie met betrekking tot de sector van de verzekeringsinstellingen

3. Herziening van de methodologie met betrekking tot de sector van de verzekeringsinstellingen Integrale versie 3. Herziening van de methodologie met betrekking tot de sector van de verzekeringsinstellingen Om tegemoet te komen aan de voorschriften van het ESR 1995, werd de op de verzekeringsinstellingen

Nadere informatie

Bijlage 1 bij Circulaire WAP nr. 7 over de regels betreffende het paritair beheer en het toezichtscomité INHOUD

Bijlage 1 bij Circulaire WAP nr. 7 over de regels betreffende het paritair beheer en het toezichtscomité INHOUD Toezicht op de pensioeninstellingen en de binnenlandse verzekeringsondernemingen Bijlage 1 bij Circulaire WAP nr. 7 over de regels betreffende het paritair beheer en het toezichtscomité * In de tekst moeten

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming EUROPEES PARLEMENT 2004 2009 Commissie interne markt en consumentenbescherming 15.2.2008 WERKDOCUMENT betreffende het initiatiefverslag over bepaalde kwesties in verband met motorrijtuigenverzekering Commissie

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Goedgekeurd op 11 februari 2011

Goedgekeurd op 11 februari 2011 GROEP GEGEVENSBESCHERMING ARTIKEL 29 00327/11/NL WP 180 Advies 9/2011 betreffende het herziene voorstel van de industrie voor een effectbeoordelingskader wat betreft de bescherming van de persoonlijke

Nadere informatie

TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM. met betrekking tot het voorstel tot wijziging van het prospectus van

TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM. met betrekking tot het voorstel tot wijziging van het prospectus van TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM met betrekking tot het voorstel tot wijziging van het prospectus van Insinger de Beaufort European Mid Cap Fund N.V. 16 april 2014 I N H O U D 1. DOEL TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM

Nadere informatie

Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD. over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Nederland

Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD. over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Nederland EUROPESE COMMISSIE Brussel, 13.5.2015 COM(2015) 268 final Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Nederland en met een advies van de Raad over het

Nadere informatie

De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie. Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies

De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie. Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij

Nadere informatie