Op weg naar een nieuwe oefenontwerpmethode voor multidisciplinaire teamtrainingen?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Op weg naar een nieuwe oefenontwerpmethode voor multidisciplinaire teamtrainingen?"

Transcriptie

1 Op weg naar een nieuwe oefenontwerpmethode voor multidisciplinaire teamtrainingen? Drs. Jeroen Konijnenberg

2

3 Commandeurscriptie Drs. Jeroen Konijnenberg, Gezamenlijke Brandweer Scriptiebegeleider: Dr. Menno van Duin, NIFV Onderzoeksbegeleiding: Dr. Marcel van Berlo; TNO Human Factors, Soesterberg Nicolet C.M. Theunissen, Ph.D.; TNO Human Factors, Soesterberg Rotterdam, oktober 2009 Coverfoto: Computeropstelling van de CriManSim bij het Scheepvaarten Transport College.

4 Samenvatting In dit scriptieonderzoek wordt een oefenontwerpmethode voor teamtrainingen beschreven. De oefenontwerpmethode is ontleend aan het proefschrift van Marcel van Berlo: Instructional design for teamtraining uit De essentie van deze oefenontwerpmethode is een stapsgewijze en iteratieve aanpak welke is gebaseerd op een gedegen taakanalyse van de doelgroep. De kern van dit scriptieonderzoek is het toetsen van deze oefenontwerpmethode op bruikbaarheid en noodzaak bij het ontwerpen van oefeningen in een specifieke oefenontwerpsituatie. Het onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van een vragenlijst welke aan de werkgroep Opleiden Trainen en Oefenen van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond wordt voorgelegd. De conclusie van het onderzoek luidt dat de noodzaak en de bruikbaarheid van de oefenontwerpmethode niet expliciet wordt aangetoond. Echter, er worden wel voldoende argumenten aangevoerd op grond waarvan verwacht kan worden dat de toepassing van een verbeterde oefenontwerpmethode zinvol kan zijn. Tot slot worden aanbevelingen gedaan voor een vervolgonderzoek. Versiebeheer: : plaatjes en stellingen aangepast : stellingen aangepast en vragen uitgewerkt : opmerkingen Menno dd 16/7 ingevoerd : aangepaste indeling, bijzaken naar bijlagen verplaatst : literatuuronderzoek verplaatst, modelbeschrijving strakker gemaakt : model CriManSim beter beschreven, VISIO oefenlandschap toegevoegd : vragenlijst bijgewerkt : interview toegevoegd : opzet aangepast, nieuwe hoofdstukindeling : lay-out en opzet enquête aangepast : aanpassingen tgv overleg met Marcel: TTID, opmaak, inhoud H : minder negatief karakter inleiding : vragenlijst bijgewerkt : resultaten veldonderzoek toegevoegd : conclusies en samenvatting geschreven. stellingen verwijderd : afbeeldingen aangepast met hogere resolutie : resultaten toegevoegd in bitmap i

5 Voorwoord Sinds mijn militaire diensttijd begin jaren 80 heb ik een sterke affiniteit met het houden van oefeningen. Er werden veel verschillende oefeningen gehouden met voor elk type oefening een duidelijke oefendoelstelling. Zonder dat ik het me indertijd besefte, beschikte Defensie over een lange oefentraditie waarbij zelfs al gebruik werd gemaakt van simulatoren. De oefeningen waren essentiële hulpmiddelen, niet alleen tijdens de opleiding maar ook voor het opdoen van ervaring in de praktijk. Door de praktische grondslag kreeg je door het te doen ook het nodige zelfvertrouwen om onverwachte situaties het hoofd te kunnen bieden. In mijn huidige werkomgeving van de multidisciplinaire crisisbeheersing ben ik op uiteenlopende wijze betrokken (geweest) bij diverse oefeningen. Zowel in de rol van deelnemer als in de rol van organisator of ontwikkelaar. In onze steeds ingewikkelder wordende maatschappij en dito infrastructuur wordt oefenen steeds belangrijker. Aan het houden van oefeningen worden telkens meer functies toegekend. Zo wordt het oefenen steeds meer een proeftuin voor technologische ontwikkelingen. Bovenstaande en mijn betrokkenheid met het operationele optreden van de hulpdiensten vormen mijn motivatie om een bijdrage te willen leveren aan het organiseren van oefeningen en het zoeken naar verbetermogelijkheden hierin. Zodoende is het idee tot stand gekomen om een onderzoek uit te voeren in de context van een voor mij bekende praktijksituatie met het vooruitzicht de uitkomsten te kunnen vertalen naar grotere en complexe oefensituaties. Ik wil onderstaande personen bedanken voor hun inbreng aan de totstandkoming van deze scriptie: Marcel van Berlo, Menno van Duin, Ron van Elden, Daan van Gent, Selma van der Haar, Ben Janssen, Jaap van Lakerveld, Oemesh Soekar, Wim de Rooij, Gerard van Staalduinen, Nicolet Theunissen, Sjoerd Wartna, de Werkgroep OTO van de VRR. Bij deze! Jeroen Konijnenberg Rotterdam, oktober 2009 ii

6 Inhoudsopgave Samenvatting...i Voorwoord...ii Inhoudsopgave... iii 1 Inleiding Algemene inleiding tot het onderwerp Aanleiding tot de probleemstelling en onderzoeksvraag Uitwerking van de onderzoeksvraag Onderbouwing van de probleemstelling Onderzoeksmethodiek en scriptieopbouw De onderzoeksmethodiek Scriptieopbouw Theoretisch kader Inleiding Beschrijving van de oefenontwerpmethode Het opstellen van een teamtaakanalyse Het voorbereiden van een teamtaakanalyse De uitvoering van de teamtaakanalyse Het presenteren van de teamtaakanalyse Het ontwerpen van een teamtrainingscenario Het voorbereiden van het oefenontwerpproces De uitvoering van het oefenontwerpproces De evaluatie gaandeweg het oefenontwerpproces De oorspronkelijke opzet van de CoPI-trainingen De oorsprong van het CoPI in Rotterdam-Rijnmond De samenstelling van het CoPI Oorsponkelijke opzet van de CoPI-trainingen De oefenontwerpmethode op de CriManSim Intermezzo Empirisch kader Inleiding De onderzoeksopzet De onderzoeksresultaten Interpretatie van de onderzoeksresultaten Conclusies en aanbevelingen Conclusies Aanbevelingen Literatuurlijst Bijlage 1: Vragenlijst veldonderzoek Bijlage 2: Resultaten veldonderzoek Bijlage 3: Voorbeelden van teamtaken voor het CoPI Bijlage 4: Achtergrond thema s Competentiegericht oefenen Onderzoek naar teamleren Leertheorieën en paradigmaverschuivingen De kwaliteit van het multidisciplinair oefenen De vijf oefenfuncties De metafoor van het leerlandschap Samenhang iii

7 Hoofdstuk 1 Inleiding 1 Inleiding 1.1 Algemene inleiding tot het onderwerp In de periode november 2006 tot en met november 2007 heb ik deelgenomen aan het project CriManSim 1. Dit project is een, nog steeds bestaande, samenwerking tussen het Havenbedrijf Rotterdam (HbR), het Scheepvaart & Transportcollege (STC) en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR). De doelstelling van het project is het voorbereiden en uitvoeren van CoPI-trainingen 2 met behulp van een simulator. Het belangrijkste verschil tussen enerzijds de CoPI-trainingen op een simulator en anderzijds de conventionele CoPI-trainingen is dat bij de conventionele trainingen het tegenspel door een groep higher- en lower controls wordt geboden. De higher- en lower controls zorgen ervoor dat de zogenaamde injects (verhaallijn, gebeurtenissen, meteo-informatie, controle vragen en visuele informatie) gedoseerd en op tijd worden aangeboden aan de spelers. Ook zorgen zij er voor dat men in de oefening blijft. Met andere woorden: zij zorgen ervoor dat de oefening controleerbaar blijft. Bij een training op een simulator neemt de computer deze taken over. Echter, voordat het zover is moet de simulator geprogrammeerd worden. Alle injects moeten, inclusief geautomatiseerde respons, vooraf in de simulator worden ingevoerd. Zodra de oefening eenmaal gereed is kan de oefening eindeloos herhaald worden onder gelijkblijvende omstandigheden. Ook kan dankzij de simulator een oefening worden gedraaid met een qua omvang zeer beperkte oefenbegeleiding. Dit in tegenstelling tot de omvangrijke groep higher- en lower controls. Hierdoor wordt een laagdrempelige oefensituatie bereikt. Het trainen van CoPI s met behulp van een computersysteem en een kleine groep van begeleiders biedt een scala aan mogelijkheden. Bijvoorbeeld 3 het beoefenen van de samenwerking in het team, het beoefenen van procedures en uiteenlopende vormen van terugkoppeling op de oefening en de individuele prestaties. Nog lang niet alle mogelijkheden zijn onderzocht maar uit enquêtes blijkt dat deelnemers en oefenbegeleiders een duidelijke meerwaarde van deze oefenmethode onderkennen. Een belangrijke voorwaarde voor het behalen van succes is dat het maken van de oefeningen snel en doelmatig kan plaatsvinden en dat adequaat op de leerbehoefte van de leden van het CoPI kan worden ingespeeld. De tijdwinst die behaald wordt door de uitvoering van de training arbeidsextensiever te maken 1 CriManSim is een acroniem voor Crisis-Management-Simulator en het Scheepvaart & Transport College heeft het copyright op deze naam. 2 CoPI: Commando Plaats Incident. Dit is de multidisciplinaire commando eenheid op het laagste (operationele) niveau. Nadere toelichting wordt gegeven in hoofdstuk 2. De wijze waarop deze CoPI-trainingen worden uitgevoerd wordt ook beschreven. 3 In hoofdstuk 1.4 wordt dit nader uitgelegd.

8 Hoofdstuk 1 Inleiding wordt tot u toe nog teniet gedaan door een complex en langdurig ontwikkeltraject van de oefeningen en de bijbehorende software van de simulator. De wijze waarop een oefening op de CriManSim wordt ontworpen is weinig flexibel en biedt zeer beperkte mogelijkheden om achteraf te editten. Het eindresultaat is daardoor ook zeer star. Juist nu een laagdrempelige oefensituatie is bereikt zou deze optimaal gebruikt kunnen worden als het ontwerpen van de oefeningen snel en effectief zou kunnen verlopen. Mijn rol in het project CriManSim bestond uit het schrijven van het scenario en het optreden als oefenbegeleider. Ondanks de reeds geboekte resultaten en de boeiende ontwikkelingen kan ik helaas niet zeggen dat ik het project CriManSim tot nu toe een succesvol project vind. Naast het gegeven dat het erg lang duurt voordat een scenario is ontworpen en ingevoerd in het systeem. vind ik met name het inhoudelijke resultaat van de oefeningen nog onvoldoende. Er is mijns inziens veel meer uit te halen dan tot op heden is bereikt. Gaandeweg ben ik daarom gaan nadenken over verbetermogelijkheden in het proces om tot een goed scenario te komen dat de deelnemers verder uitnodigt tot leren. Ook gedurende mijn deelname aan het project Voyager herkende ik elementen van de door mij gesignaleerde problematiek. Desondanks beperk ik de scoop van mijn onderzoek tot de situatie rondom de CriManSim teneinde de complexiteit van het geheel enigszins in de hand te houden. In de zomer van 2007 heb ik op het congres Op Stoom kennisgemaakt met Marcel van Berlo en na een enthousiast gesprek heeft Marcel zijn proefschrift 4 naar mij opgestuurd. In het proefschrift wordt een oefenontwerpmethode ontworpen en gevalideerd binnen een militaire (=monodisciplinaire) context. Ik raakte geboeid door de theoretische achtergronden en ontdekte veel aanknopingspunten voor verbetering van ons proces van oefenontwerpen zoals ik dat bij de CriManSim doorliep. Hoewel ik al ruim een jaar niet meer werk aan de CriManSim heeft mijn interesse voor dit onderwerp de aanleiding gevormd voor het schrijven van deze scriptie, in de eerste plaats omdat ik daarmee een oplossing hoop te vinden voor het door mij onderkende problematiek maar ook in de hoop dat anderen er hun voordeel mee kunnen doen. 4 Berlo, M.P.W. van. (2005). Instructional design for team training: development and validation of guidelines. Academisch proefschrift. Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen. 2

9 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.2 Aanleiding tot de probleemstelling en onderzoeksvraag De door mij gesignaleerde problemen bij het project van de CriManSim waren de volgende: 1. de (door mij) opgestelde scenario s leverden in mijn ogen niet het optimale leereffect; 2. de scenario s komen op een ingewikkelde en onoverzichtelijke wijze tot stand. 3. het invoeren en bijstellen (= editten ) van een scenario in de computer is ingewikkeld en arbeidsintensief. Ad 1. De vraag die bij dit punt naar voren komt is natuurlijk wát het optimale leereffect dan precies is en waarom dit niet wordt bereikt. Het kan zijn dat de tekortkomingen zijn te wijten aan de samenwerking en de communicatie over en weer tussen mij en de werkgroep OTO 5. Het kan ook een gebrek aan ervaring aan mijn kant zijn of onvoldoende didactische onderbouwing. Ik laat dat hier nu nog even in het midden. Gezien het feit dat dit zoveel vraagtekens oproept leek het mij voldoende aanleiding voor een nader onderzoek. Ad 2. Meestal worden scenario s door de werkgroep OTO in plenaire sessies ontworpen. De software van de CriManSim is dermate ingewikkeld dat dit niet in werkgroepsverband gedaan kan worden, maar door een speciaal daarvoor aangewezen functionaris. Gevolg is dat er, gezien vanuit het oogpunt van de werkgroep OTO, een externe voor wordt ingehuurd hetgeen impliceert dat de interactie van deze functionaris en de werkgroep OTO een kritische succesfactor wordt. Ad 3. Het derde nadelige effect kan verkleind worden door in één keer een goede oefening te schijven en deze in één keer te voeren. Als het schrijven en invoeren van een oefening in de simulator zeer arbeidsintensief is, en tegelijkertijd het idee leeft dat het scenario kwalitatief onvoldoende is dan heb je al snel het gevoel dat je niet optimaal bezig bent. Temeer als bekend is dat het aanbrengen van wijzigingen achteraf een hopeloze klus is omdat de softwareinterface waarmee dat gedaan moet worden uitermate gebruikersonvriendelijk is. Hoewel er natuurlijk mogelijkheden zijn om op het laatste punt verbeteringen aan te brengen door het aanpassen van de gebruikersinterface is de focus op de eerste twee punten veel interessanter en heeft ook meer raakvlakken met mijn ervaringen in het werkveld van de hulpverleningsdiensten. Bovendien bestaat er een nauwe samenhang tussen de inhoud van een oefening en de wijze waarop de oefening met behulp van een computer wordt aangeboden. 5 OTO: Opleiding, Training en Oefenen. 3

10 Hoofdstuk 1 Inleiding Mijn motivatie om een bijdrage te willen leveren aan het verbeteren van de kwaliteit van het oefenen ontleen ik aan het idee dat ik persoonlijk vind dat er in het OOV 6 -domein structureel te weinig oefentijd beschikbaar is en dat de beperkte tijd die er nu beschikbaar voor wordt gesteld beter benut zou kunnen worden. In deze scriptie zal daarom de ontwerpmethode van oefeningen op de CriManSim voor het CoPI en de daarmee samenhangende activiteiten als centraal thema dienen. Om het onderzoek in de breedte te beperken en met het oogmerk een overzichtelijk onderzoeksveld te definiëren is dit onderzoek uitgevoerd binnen het kader van het project CriManSim. Het vertalen van de resultaten van deze scriptie naar andere oefenprojecten is omwille van het beperken van de scope van het onderzoek buiten beschouwing gelaten en wordt daarom overgelaten aan u als lezer. Op grond van bovenstaande heb ik de volgende onderzoeksvraag gekozen: In hoeverre kan de oefenontwerpmethode van Marcel van Berlo bijdragen aan het verbeteren van het oefenontwerp van de CoPI-trainingen op de CriManSim in het bijzonder en teamtrainingen in het OOV-domein in het algemeen? In de volgende paragraaf wordt deze onderzoeksvraag met de probleemstelling nader uitgewerkt. 6 OOV: Openbare Orde & Veiligheid. 4

11 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.3 Uitwerking van de onderzoeksvraag In dit hoofdstuk geef ik een nadere uitwerking van de probleemstelling en de onderzoeksvraag. Uit mijn ervaringen bij het project CriManSim concludeerde ik dat de methode om tot een goede oefenopzet te komen niet optimaal was. Ik ben mij echter pas bewust geworden van dit inzicht nadat ik had kennisgenomen van de oefenontwerpmethode uit het proefschrift van Van Berlo. Het lijkt er op dat ik het probleem pas onderkende nadat ik er ook een oplossing bij had gevonden De algemene onderzoeksvraag zoals in paragraaf 1.2 geformuleerd luidt: In hoeverre kan de oefenontwerpmethode van Van Berlo bijdragen aan het verbeteren van het oefenontwerp van de CoPI-trainingen op de CriManSim in het bijzonder en teamtrainingen in het OOV-domein in het algemeen? De hoofdvragen van mijn onderzoek zijn: 1. Is de oefenontwerpmethode van Berlo van bruikbaar bij oefenontwikkeling op de CriManSim? 2. Is het introduceren van een dergelijk model ook daadwerkelijk noodzakelijk? Met andere worden: wat zou de meerwaarde kunnen zijn? Leidt een betere oefenontwerpmethode ook tot betere oefeningen? Om bovenstaande vragen in een breder perspectief te plaatsen heb ik de volgende subvragen gesteld: 1. Wat houdt de oefenontwerpmethode van Van Berlo in? 2. Wat is de oorsprong van het CoPI en de CoPI-trainingen? 3. Wat is de huidige oefenontwerpmethode voor de CoPI-trainingen op de CriManSim? 4. Is de gevolgde oefenontwerpmethode bij de CriManSim representatief voor andere CoPI-trainingen? 5. Wat zijn de ontwikkelingen in het OOV-domein met betrekking tot oefenontwerpmethoden? 6. Welke didactische inzichten spelen een rol en wat is daarvan de invloed op de wijze waarop oefeningen worden ontworpen? 5

12 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.4 Onderbouwing van de probleemstelling In deze paragraaf worden een aantal argumenten aangehaald ter onderbouwing van de probleemstelling. Ook beschrijf ik globaal de wijze waarop de oefeningen op de simulator tot stand komen. Dit komt later nog uitgebreider aan de orde in het theoretisch kader van hoofdstuk 2. De input van deze paragraaf ontleen ik aan mijn eigen ervaringen als scenarioschrijver tijdens het project CriManSim. De werking van de CriManSim. Aan de huidige manier van oefenontwerpen is een traject van enkele jaren voorafgegaan waarin het ontwerpen van de oefensystematiek en de software van de simulator heeft plaatsgevonden. De software matige basis van de CriManSim wordt gevormd door de software van de Transportketensimulator van het Scheepvaart & Transport College (STC). Deze software van de simulator is ontworpen om de leerlingen bekend te maken met mondiale logistieke systemen en de rollenverdelingen tussen diverse organisaties daarin. Met behulp van de Transportketensimulator kunnen de leerlingen in verschillende rollen deelnemen aan gesimuleerde logistieke processen waarbij transportorders, ladingtransporten en financiële afhandeling in de praktijk wordt gebracht. Feitelijk is voor het gebruik van de Transportketensimulator als CriManSim niet veel veranderd. De berichten aan de spelers bevatten het scenario aan de hand van de verhaallijn. De kern van de simulator wordt gevormd door een zogenaamde EBUS, een elektronische berichtenuitwisselings-server wat populair gezegd neerkomt op een soort Outlook met specifieke functionaliteiten. Hoewel de mogelijkheden op de CriManSim onbeperkt lijken te zijn ziet de praktijk er toch anders uit. Elk bericht moet separaat worden ingevoerd met een veelvoud aan muisklikken waardoor het proces tijdrovend en foutgevoelig wordt. Er is geen editter beschikbaar waarmee het geprogrammeerde scenario eenvoudig op fouten gecontroleerd kan worden. 6

13 Hoofdstuk 1 Inleiding De oefenontwerpmethode op de CriManSim. De huidige werkwijze waarmee de scenarioschrijver, in samenwerking met de werkgroep OTO, de oefeningen ontwerpt is in hoofdlijnen als volgt: 1. een scenario type wordt gekozen door de werkgroep OTO, bijvoorbeeld een grote brand; 2. een eerste opzet van een verhaallijn met gebeurtenissen wordt door de scenarioschrijver gemaakt met een voorgeprogrammeerde reactie op de maatregelen die de deelnemers geacht worden te nemen.; 3. de eerste opzet wordt voorgelegd aan de leden van de werkgroep OTO; 4. er worden vanuit de verschillende disciplines opmerkingen gemaakt en wijzigingen in het scenario aangebracht; 5. een testsessie wordt uitgevoerd met een oefengroep; 6. aan de hand van deze test worden de laatste wijzigingen doorgevoerd; 7. het definitieve scenario wordt vastgesteld en daarmee is de oefening gereed. Uit de hierboven beschreven bovenstaand omschreven weergave van de gangbare werkwijze blijkt dat deze werkwijze voor het schrijven van een scenario is gebaseerd op een denkbeeldig verloop van een denkbeeldig incident waarmee de spelers worden geconfronteerd. De zogenaamde verhaallijn is een serie van berichten die door de simulator in de vorm van berichten aan de spelers wordt uitgerold. De respons vanuit de simulator bestaat uit het geven van vooraf geprogrammeerde reacties op door de spelers getroffen maatregelen. Daarnaast kan de oefenleiding reageren (=de feedback geven) al naar gelang daaraan behoefte is of de noodzaak ontstaat zodra het team uit het scenario dreigt te lopen. Het bijzondere aan de uitrol van een oefening op de CriManSim ten opzichte van een reguliere oefening is de mogelijkheid om op elk moment de oefening te pauzeren en indien gewenst een stukje terug te zetten. Formeel gesproken kan dat stilzetten bij elke oefening maar vaak is het een omslachtig gedoe omdat bij reguliere oefeningen de oefenstaf meestal meerdere CoPi s tegelijk aanstuurt. Als één van die CoPI s significant op het scenario gaat achterlopen ten opzichte van de andere CoPI s rest dan kan dat fouten tot gevolg hebben. Bijvoorbeeld omdat de oefenleiding een dergelijke situatie moeilijk kan handelen. Aanleiding tot de onderzoeksvraag. Hoewel ik al eerder heb opgemerkt de werkwijze van de simulator tijdens dit onderzoek als een gegeven te beschouwen, blijkt uit bovenstaande dat, gezien het ingewikkelde proces van invoeren van het scenario, een duidelijke behoefte aan een doelmatig proces is ontstaan. Zodra een scenario in een korte cyclus tot stand zou komen is het tijdverlies ten gevolge van gebruiksonvriendelijke editer van de simulator al een stuk minder frustrerend. Daarnaast raakte ik door het lezen van het proefschrift van Van Berlo geïnspireerd om verder na te denken 7

14 Hoofdstuk 1 Inleiding over de mogelijke neveneffecten van een verbeterde oefenontwerpmethode. Zou dit bijvoorbeeld kunnen leiden tot een beter begrip over de wijze waarop een oefening tot stand komt en achterliggende didactische principes? Zou dit kunnen leiden tot nieuwe inzichten waardoor er nog meer rendement uit de computerondersteunde oefenmethodieken gehaald kan worden? In een artikel 7 over computer aided learning wordt deze door mij geconstateerde situatie bevestigd: teamtraining met behulp van computers blijft achter ten opzichte van de ontwikkelingen op het gebied van leertheorieën. 7 J. Johnson, J. Dyer. (2005),User-defined content in a constructivist learning environ-ment. Recent Research Developments in Learning Technologies 8

15 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.5 Onderzoeksmethodiek en scriptieopbouw De onderzoeksmethodiek In deze paragraaf wordt de voor dit onderzoek gehanteerde onderzoeksmethodiek beschreven. De kernvraag voor het kiezen van een voor het onderzoek geschikte onderzoeksmethode was: op welke wijze kan ik de onderzoeksvraag het beste beantwoorden? En met welke randvoorwaarden moet ik hierbij rekening houden? In eerste instantie heb ik mijzelf ingelezen op het onderwerp en heb ik gesproken met een aantal materiedeskundigen binnen en buiten het OOV-domein. Naast de dissertatie van Van Berlo heb ik geen Nederlandstalige literatuur gevonden met relevantie op het onderzoeksonderwerp. Het door mij uitgevoerde literatuuronderzoek heeft zich uiteindelijk gericht op de volgende onderwerpen: 1. Hoe ziet de huidige oefenontwerpmethode voor de oefeningen op de CriManSim er uit? 2. Wat zijn de kenmerkende verschillen tussen de huidige oefenontwerpmethode en de door Van Berlo beschreven oefenontwerpmethode? 3. Wat is een CoPI en welke historie hebben de CoPI-trainingen? De door mij geraadpleegde bronnen zijn: 1. TNO (diverse gespreken/bezoeken, Marcel van Berlo, Nicolet Theunissen); 2. NIFV (één bezoek, Sjoerd Wartna en Ron van Elden); 3. Universiteit Leiden (Plato, 2 bezoeken, Jaap van Lakerveld en Selma van der Haar); 4. Interview met deskundige (Gerard van Staalduinen); 5. Operationele handboeken en procedures van de VRR; 6. Internet onderzoek op trefwoorden: Instructional Design, teamleren, oefenontwikkeling, competenties, teamcompetenties, oefenen, oefenontwerp, e-learning. Het literatuuronderzoek heeft mijn visie op oefenontwerpmethoden en didactische achtergronden in algemene zin verbreed en vormt de basis van het beschreven onderzoek. In de bijlage 4 geef ik per thema een resumé van het literatuuronderzoek. 9

16 Hoofdstuk 1 Inleiding Voor het valideren van mijn stelling had ik de keuze voor een theoretische- of een meer praktische aanpak. Een theoretische aanpak bestaat uit een voornamelijk papieren onderzoek en een praktijkonderzoek gebeurt meestal aan de hand van toetsing in het veld door een enquête of praktijktest van een referentiegroep. Voor beide opties geef ik hieronder een beknopte uiteenzetting: 1. Voorbeelden van een theoretische aanpak : a. Uitvoeren van een volledig papieren literatuuronderzoek waarbij gezocht wordt naar eerder gedane studies met betrekking tot het toepassen van oefenontwerpmethoden in het OOV-domein; b. Het uitvoeren van een onderzoek aan de hand van een aantal cases van bestaande en dus reeds gehouden oefeningen om vervolgens te onderzoeken wat het effect van het oefenontwerpmodel in die situaties zou kunnen zijn. 2. Voorbeelden van een praktische aanpak : b. Zelf een nieuwe oefening ontwerpen en aan de hand van het model en vervolgens conclusies baseren op de zelf opgedane ervaringen; c. Een doelgroep verzoeken het model toe te passen en de toegepaste wekwijze vergelijken met de gewone werkwijze middels een vragenlijst welke door de doelgroep (= het veld) werd ingevuld; d. Het voorleggen van het model aan een doelgroep met behulp van een presentatie en vervolgens conclusies trekken aan de hand van een door de doelgroep ingevulde vragenlijst. In de dissertatie van Van Berlo wordt de validatie van het theoretische kader op een uitgebreide wijze uitgevoerd en zo ook beschreven. Feitelijk gebruikt Van Berlo hiervoor de praktische aanpak zoals hierboven beschreven onder 2b. Een dergelijke aanpak is voor deze scriptie te omvangrijk. Ik heb daarom gekozen onderzoeksmethode 2c waarbij ik een compromis heb gevonden tussen volgende parameters: 1. de urenbelasting van de doelgroep; 2. betrouwbaarheid van de validatie methode; 3. snelheid en uitvoerbaarheid van het onderzoek; 4. de beschikbaarheid van literatuur. In hoofdstuk 3 wordt de onderzoeksmethode uitvoerig beschreven en worden de resultaten uitgewerkt. 10

17 Hoofdstuk 1 Inleiding Scriptieopbouw In het onderstaande figuur is een overzicht weergegeven van de opbouw van deze scriptie. Hoofdstuk 1: Inleiding Introductie tot het onderwerp, probleemstelling, onderzoeksopzet en scriptieopbouw. Hoofdstuk 2: Theoretisch kader Literatuuronderzoek, beschrijving huidige situatie aan de hand van de oefenontwerpmethode van Marcel van Berlo Hoofdstuk 3: Empirisch kader Veldonderzoek (voorbereiding, vragenlijsten) Verslaglegging van de resultaten van het veldonderzoek Interpretatie van de resultaten. Hoofdstuk 4: Conclusies en aanbevelingen Figuur 1.1 Scriptieopbouw. 11

18 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader 2 Theoretisch kader 2.1 Inleiding De kern van het theoretisch kader wordt gevormd door een beschrijving van de huidige oefenontwerpmethode bij de CriManSim en een beschrijving van de oefenontwerpmethode uit het proefschrift van Van Berlo. De oefenontwerpmethode van de CriManSim wordt in dit onderzoek als een vast gegeven beschouwd. Ook worden de belangrijkste verschillen tussen beide methoden benoemd. Omdat de oefenontwerpmethode van Van Berlo het meest omvattend is wordt deze methode als eerst beschreven. 2.2 Beschrijving van de oefenontwerpmethode. In het proefschrift van Marcel van Berlo komt een oefenontwerpmethode voor teamtrainingen tot stand. Deze oefenontwerpmethode wordt in het proefschrift gedetailleerd beschreven en ook wordt deze oefenontwerpmethode gevalideerd op toepasbaarheid in een militaire context. De oefenontwerpmethode van Marcel van Berlo wordt vanaf dit moment de TTID-methode of kortweg: TTID genoemd. De afkorting betekent Team Training Instructional Design 8. De TTID-methode wordt in deze scriptie als een vaststaand gegeven beschouwd. In dit hoofdstuk wordt stap voor stap het TTID beschreven. Het TTID bestaat uit twee cyclische en iteratieve processen: 1. Het opstellen van een teamtaakanalyse; 2. Het ontwerpen van het teamtrainingscenario. Uiteraard zijn deze processen weer te verdelen in meerdere subfasen. Het overzicht van de totale oefenontwerpmethode voor een teamtraining is weergegeven in figuur 2.1.a en 2.1.b. Beide processen worden in de volgende paragrafen nader uiteengezet Het opstellen van een teamtaakanalyse Het opstellen van een teamtaakanalyse bestaat uit drie fasen welke in de volgende drie paragrafen worden beschreven: 1. Het voorbereiden van een teamtaakanalyse; 2. De uitvoering van de teamtaakanalyse; 3. Het presenteren van de teamtaakanalyse. In de volgende drie paragrafen worden deze drie fasen beschreven. 8 Berlo, M.P.W. van. (2005). Improving the instructional design process for team training. Proceedings of the 27nd Interservice/Industry Training Systems and Education Conference (I/ITSEC), Orlando, Florida, (pp ).

19 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader Figuur 2.1 a Overzicht van het opstellen van een teamtaakanalyse (bron: proefschrift M. van Berlo). 13

20 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader Figuur 2.1 b Overzicht van het opstellen van een teamtrainingscenario (bron: proefschrift M. van Berlo). 14

21 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader Het voorbereiden van een teamtaakanalyse Zoals gebruikelijk begint het ontwerpen van een oefening met het opstellen van de taakanalyse van de doelgroep. Dit is ook het geval bij het TTID. Het verschil met dat, in tegenstelling tot individuele oefeningen, de doelgroep nu uit een team bestaat en dus nu sprake is van een teamtaakanalyse terwijl bij individuele oefeningen slechts een individuele taakanalyse vereist is. Het doel van de teamtaakanalyse is de competenties, onderliggende kennis, vaardigheden en attituden van het team te identificeren voor een adequate taakuitvoering. Het bepalen van de condities waaronder dat moet gebeuren leggen de referentiekaders voor de uitvoering vast. Zonder een goede taakanalyse is het vrijwel onmogelijk om een goede oefening te ontwerpen. De output van de teamtaakanalyse vormt de directe input voor de leerdoelstelling van een oefening. Van Berlo besteedt veel aandacht aan het opstellen van de teamtaak analyse en geeft ook expliciet aan dat de resultaten daarvan worden gepresenteerd en breed worden vastgesteld door het management. Gevolg geven aan deze stap zou kunnen betekenen dat hiermee twee effecten worden bereikt: er ontstaat draagvlak voor de taakverdeling binnen de crisisteams én de leden van de crisisteams onderling in één document. Het tweede effect is dat de eenmaal vastgestelde teamtaken bij het uitvoeren van de oefeningen niet meer ter discussie gesteld kunnen worden. De voorbereiding van de teamtaakanalyse ziet er als volgt uit: 1 Doelstelling van de analyse bepalen; 2 Scope van analyse bepalen; 3 Projectteam formeren; 4 Analyse- en evaluatieplan opstellen; 5 Analyse- en evaluatieplan presenteren; 6 Evalueer de resultaten. Van Berlo beschrijft de voorbereidingsfase en geeft daarbij aan dat dit een cyclisch en ook iteratief proces zal zijn wat in feite tot één document zal leiden. Niet alleen zal door voorschrijdend inzicht telkens een aanscherping van de teamtaken plaatsvinden maar zullen, door veranderende werkwijzen, procedures of ondersteunende technologie, de teamtaken waarschijnlijk ook in een continuproces aan veranderingen onderhevig zijn. 15

22 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader Figuur 2.2 Het voorbereiden van een teamtaakanalyse (bron: proefschrift M. van Berlo). Ter verduidelijking meldt van Berlo dat het hier expliciet gaat om een teamtaak analyse. Individuele taken per discipline worden dus niet opgenomen in de teamtaakanalyse. Voor toepassing binnen de OOV-sector zijn geen individuele taakanalyses voor alle teamleden van de multidisciplinaire teams beschikbaar en wellicht is het uitvoeren van de teamtaakanalyse een goed moment voor een herijking in deze De uitvoering van de teamtaakanalyse Nádat de voorbereiding voor een teamtaakanalyse is uitgevoerd kan het projectteam in fase II de daadwerkelijke teamtaakanalyse uitvoeren. De uitvoering van de teamtaakanalyse bestaat uit de volgende zes stappen; 1 Oriënteer op domein(en); 2 Voer een systeemanalyse uit; 3 Analyseer de teamtaken; 4 Determineer benodigde kennis, vaardigheden en attituden; 5 Formuleer instructiedoelen; 6 Evalueer resultaten. 16

23 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader Figuur 2.3 Model voor de uitvoering van de teamtaakanalyse (bron: proefschrift M. van Berlo). Duidelijk is in deze fase het cyclische en iteratieve karakter terug te vinden. Dit kan tot gevolg hebben dat het een paar jaar kan duren voordat een goede teamtaakanalyse voorhanden zal zijn. Vanwege het continue proces van het verbeteren van werkprocessen en aanpassingen aan de ondersteunende hulpmiddelen zal blijken dat een 100% bruikbare teamtaakanalyse niet haalbaar is. Dit besef hoeft geen belemmering te zijn. Sterker nog: TTID biedt de mogelijkheid om hiermee rekening te houden. In het Handboek Commando Plaats Incident 9 is een opsomming gegeven van de taken van het CoPI. In mijn ogen is dit een goed uitgangspunt als basis voor de teamtaakanalyse Het presenteren van de teamtaakanalyse De derde fase is de laatste stap van het opstellen van de teamtaakanalyse. Dit is het samenvoegen van de resultaten en het rapporteren hierover aan het management. Het management kan dan de teamtaakanalyse vaststellen waarmee een duidelijk ijkpunt voor het vervolgtraject wordt gemaakt. Problemen tijdens de uitvoering van de oefeningen kunnen vermeden worden als helder is wat de individuele en gezamenlijke verantwoordelijkheden zijn. 9 VRR Stafdirectie Risico- en Crisisbeheersing. (13 mei 2008) Handboek Commando Plaats Incident, Conceptversie

24 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader Figuur 2.4 Rapportage en presentatie van de teamtaakanalyse aan het management (bron: proefschrift M. van Berlo) Het ontwerpen van een teamtrainingscenario. In de volgende paragrafen wordt het feitelijke oefenontwerpproces beschreven. Dit proces bestaat ook weer uit drie fasen. Een framewerk voor het totale ontwerpproces is gegeven in figuur 2.5. Bovenin het plaatje wordt duidelijk gemaakt dat de feitelijke input voor het ontwerpproces bestaat uit de resultaten van de teamtaakanalyse. Kenmerkend is de cirkelvorm tussen Ontwerp en Evalueer hetgeen duidt op een iteratief proces. Illustratief is ook de wirwar binnen het bolletje. Dat is waar de oefening vorm en inhoud krijgt. Hier komen oefendoelstellingen, oefenfaciliteiten, leeromgeving, computerondersteuning en didactische achtergronden bij elkaar. Niet geheel onterecht merkt Van Berlo in zijn proefschrift op dat het ontwerpen van teamtrainingen een zeer complexe aangelegenheid is die meer weg heeft van kunst dan een vak. 18

25 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader Figuur 2.5 Framewerk voor het ontwerpen van teamtraining scenario s (bron: proefschrift M. van Berlo). De kern van het door Van Berlo beschreven ontwerpproces geeft een richtlijn om vanuit deze complexe situatie tot een gestroomlijnd oefenontwerpproces te komen. Het ontwerpen van teamtrainingsscenario's; het uiteindelijke oefenontwerp; bestaat ook weer uit drie fasen: 1. Voorbereiden van het oefenontwerpproces; 2. Uitvoeren van het oefenontwerp; 3. Evalueren van het oefenontwerpproces. 19

26 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader Het voorbereiden van het oefenontwerpproces. De eerste fase, het voorbereiden bestaat uit vijf stappen (figuur 2.2.2): 1. Bepaal de doelstelling van het ontwerpproces. In deze stap wordt bepaald welke specifieke oefendoelstelling wordt gekozen uit het geheel van in de voorbereiding geïdentificeerde oefendoelstellingen. Ook de keuze van de geschikte leeromgeving bij het trainingscenario komt hier aan de orde. 2. Formeer een projectteam. Dit projectteam moet expertise hebben op het gebied van oefenontwerpen, kennis van het OOV-domein, software ontwikkeling en groepsprocessen. 3. Bepaal de randvoorwaarden. Bijvoorbeeld de doorlooptijd van het ontwerpproces, de tijdsduur van de oefening, beschikbaar budget en beschikbare leeromgeving. 4. Stel ontwerp- en evaluatieplan vast: wanneer moet het klaar zijn en wat wordt de taakverdeling binnen het team? 5. Evalueer de (tussen)resultaten. Figuur 2.6 De voorbereiding van het oefenontwerpproces (bron: proefschrift M. van Berlo). Het cyclische en iteratieve karakter van deze fase impliceert dat de mogelijkheid bestaat dat men terug gaat naar voorafgaande stappen, waaronder herbeschouwing van de doelstelling van het ontwerpproces is inbegrepen. 20

27 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader De uitvoering van het oefenontwerpproces. De tweede fase, het uitvoeren van het ontwerpproces bestaat uit negen, wederom iteratieve stappen: 1. Beschouw de oefendoelstelling(en); 2. Specificeer context en randvoorwaarden. De voorwaarden waaronder een team haar taken moet uitvoeren kunnen sterk uiteenlopen afhankelijke van de leerdoelstelling. Bijvoorbeeld tijdsdruk, onduidelijke informatie, omgevingseffecten, ondersteunende middelen. In deze stap worden ook de oefenvorm en het hoofdscenario vastgesteld. 3. Bepaal key-events en deelnemers; Gebaseerd op de te beoefenen competenties worden gebeurtenissen in het scenario bedacht die het beoogde gedrag van de deelnemers moeten triggeren. De locatie waarop het scenario zich afspeelt en de in te zetten hulpmiddelen worden in deze stap gekozen. Bij een teamtraining wordt het uitvoeren van de individuele taken als bekend verondersteld en wordt de nadruk gelegd op de effectiviteit van het teamoptreden. 4. Combineer events tot een samenhangend scenario; het scenario dient voldoende mogelijkheden te bieden om de beoogde teamcompetenties in praktijk te brengen. Als de doelstelling is om bijvoorbeeld de communicatie binnen een team te beoefenen dan moet het scenario dus voldoende communicatieve elementen bevatten. 5. Bepaal ideale oplossingsroute bij de events; zowel interne acties binnen het team (discussie, besluitvorming, strategiekeuze) als externe acties (opdrachten aan eenheden, sitraps versturen, afstemmen met andere teams) naar de buitenwereld worden hier uitgestippeld. 6. Bepaal kenmerkende fouten; afwijkingen van de uitgestippelde ideale oplossingsroute behorend bij een key-event dienen gedefinieerd te worden. Daardoor kan de oefenleiding hier vooraf op anticiperen en daarmee wordt gefocust op de performance van het team. 7. Bepaal de training strategieën; een model voor de uitvoering van een teamtraining scenario is weergegeven in figuur 2.8. Voorafgaand aan de training wordt de oefendoelstelling aan de deelnemers kenbaar gemaakt hetgeen bijdraagt aan het leereffect van de oefening en de motivatie van de deelnemers. Vervolgens wordt de oefening uitgevoerd en zal afhankelijk van de gekozen training strategie tijdens of achteraf feedback worden gegeven op de prestaties van het team aan de hand van de teamtaken. Ná de training wordt de AAR (after action review) gehouden als afsluitende feedback en evaluatie van de training. 8. Specificeer de timing, modaliteit en de inhoud van de feedback; sterk afhankelijk van de training strategie wordt de feedback ontworpen. Als het team wel goede oplossingen biedt maar dreigt uit het scenario te lopen dan dient in deze fase daarmee rekening gehouden te worden. Bij computer ondersteunde teamtrainingen kan de feedback (gedeeltelijk) 21

28 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader geautomatiseerd plaatsvinden. In dat geval kan de computer ook gebruikt worden voor het meten van de performance op grond waarvan de feedback wordt gegeven. Voor het verzamelen van meetresultaten voor de AAR dienen vooraf de kritische parameters/acties te worden vastgelegd. Ook dient de feedback te worden afgestemd op het niveau van het team, rekening houdende met de ontwikkelingen die het team nog moet maken. 9. Evalueer de resultaten; met name de tussenresultaten van het ontwerpproces dienen regelmatig met experts geëvalueerd te worden. Hierbij kan men zich de volgende vragen stellen: nemen de teamleden de juiste maatregelen? is het scenario consistent en compleet? zijn de trainingstrategieën adequaat gekozen? is de feedback van voldoende kwaliteit? en bij computer-ondersteunde trainingen: voldoet de mens-machine interface? De volgende stap zal een try-out zijn zoals beschreven in de eerste stap van de derde fase. Figuur 2.7 Het ontwerpproces van een teamtrainingscenario (bron: proefschrift M. van Berlo). 22

29 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader Dit model is niet alleen bruikbaar voor het uitvoeren van elke oefening maar geeft ook aan op welke wijze de try-out van de oefenopzet in stap 3 van de laatste fase van het oefenontwerp kan plaatsvinden. Figuur 2.8 Model voor de uitvoering van een teamtrainingscenario (bron: proefschrift M. van Berlo) De evaluatie gaandeweg het oefenontwerpproces. Fase drie van het oefenontwerpproces: de evaluatie. De evaluatie van het oefenontwerpproces wordt uitgevoerd aan de hand van vijf stappen die, dankzij het iteratieve en cyclische karakter van alle beschreven processen, teruggrijpen naar het begin van de ontwerpfase van de oefening, de ontworpen oefening zelf en de in de voorbereiding uitgevoerde teamtaakanalyse. Een evaluatie van het gehele oefenproces achteraf maakt geen deel uit van het TTID. Dit kan gezien worden als een tekortkoming alhoewel alle tussentijdse evaluaties en het iteratieve karakter van de methode hiervoor geacht worden te compenseren. 23

30 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader Fase 3 evaluatie van het oefenontwerpproces. 1. Maak een evaluatieplan 2. Beleg tussentijdse evaluaties; 3. Beleg een try-out; 4. Beleg een pilotstudie; 5. Evalueer de resultaten. Figuur 2.9 Evaluatie gaandeweg het oefenontwerpproces (bron: proefschrift M. van Berlo). Tot slot vindt de evaluatie van het ontwerpproces plaats aan de hand van de tryout van de oefening zoals deze werd uitgevoerd als onderdeel van het ontwerpproces. 2.3 De oorspronkelijke opzet van de CoPI-trainingen De oorsprong van het CoPI in Rotterdam-Rijnmond Aan het begin van de jaren 80 werd onder bewind van toenmalig minister Hans Wiegel van Binnenlandse Zaken de opheffing van de Bescherming Bevolking (BB) in gang gezet. De BB was opgezet in 1952 en diende ervoor om de Nederlanders steun te verlenen tegen de gevolgen van oorlogshandelingen en in 24

31 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader geval van rampen. Het belangrijkste element van de herziene Brandweerwet uit 1985 is de overgang van de BB-taken naar de (regionale) brandweer. Omdat met deze herziening het primaat van de rampenbestrijding bij de regionale brandweer zou komen te liggen was voor de brandweer direct een aanleiding ontstaan om de voorbereiding op de leiding over de rampenbestrijding vorm en inhoud te gaan geven. Vanuit de regio Rotterdam-Rijnmond werden op initiatief van toenmalig commandant B. Vossenaar 10 in samenwerking met de Brandweeracademie (sectie voortgezette opleidingen) de operationele structuren en daarbij behorende oefenopzet ontworpen. In die tijd fungeerde de Brandweeracademie als een soort podium waar oud BB-ers, een onderwijskundige en brandweerofficieren 11 in samenwerkten aan de nieuwe opzet voor de rampenbestrijdingsorganisatie. Vanwege de BB-historie en de militaire achtergrond van de heer Vossenaar was de inbreng vanuit Rotterdam in deze oorspronkelijke opzet gestoeld op voornamelijk militaire doctrines. Bovendien: de brandweer zelf beschikte niet over relevante ervaring of procedures en daarom kwamen in die tijd regelmatig militairen van de HKS 12 in Rotterdam op bezoek om ondersteuning te bieden. Daarbij speelde ook een rol dat de brandweer de nieuw verworven positie ten opzichte van de andere disciplines nog moest gaan waarmaken. Dit gold zowel voor de voorbereiding opals voor de daadwerkelijke leiding tijdens- grootschalig multidisciplinair optreden. Hierover later meer. Zoals gezegd was het ontwerpen van de structuur waarin de multidisciplinaire rampenbestrijding gecoördineerd moest gaan worden een belangrijk onderdeel van de aandachtspunten in die tijd en werd hiervoor de richtlijn van het Commando Rampterrein aangehouden zoals dat ook al in het BB-tijdperk werd genoemd. In Rotterdam-Rijnmond werd de grootschalige multidisciplinaire rampenbestrijding niet alleen gezien als een organisatiestructuur die zich ten tijde van echte rampen zou moeten manifesteren, maar ook tijdens normale incidenten goed bruikbaar zou moeten zijn. Daarom werd in het Rotterdamse afgeweken van de landelijke benaming Commando Ramp Terrein (CoRT) en kwam daarvoor Commandoteam Plaats Incident (CoPI) voor in de plaats. Daarmee werd vanzelfsprekend de Commandant Rampterrein vervangen door de Leider CoPI. Hiermee was de basis gelegd voor het CoPI in Rotterdam-Rijnmond. Mocht een incident zich ontwikkelen tot een ramp dan zou, met het afgeven van de rampverklaring door de burgemeester, het CoPI alsnóg overgaan in een CoRT. In het eerste gemeentelijk multidisciplinaire rampenplan van Rotterdam uit 1991 werd dit ook zodanig beschreven. Gaandeweg werden vanuit Rotterdam-Rijnmond ook de zogenaamde GRIPprocedures ontwikkeld. GRIP staat voor Gecoördineerde Regionale Inzet- Procedure en deze beschrijft de wijze waarop operationele, tactische en strategische leiding zal plaatsvinden. Een incident is GRIP 1-waardig als er sprake is van het laagste multidisciplinaire coördinatie niveau met een lokale, 10 B. Vossenaar was commandant van Brandweer Rotterdam van 1969 tot Vanuit het Rotterdamse was onder andere Gerard van Staalduinen met deze taak belast. 12 HKS: Hogere Krijgsschool. 25

32 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader uitvoerende aansturing van een CoPI. Zodra sprake is van een effectgebied of noodzaak aan gemeentelijke processen wordt opgeschaald naar GRIP 2 waarbij het Regionale Operationele Team (ReGOT) vanaf het Regionaal Operationeel Centrum wordt geoperationaliseerd. De niveaus GRIP 3 en GRIP 4 zijn voor het strategische niveau en zijn van toepassing bij inzet van een gemeentelijke of regionale veiligheidsstaf (GVS, RVS). Inmiddels is sinds medio 2005 de GRIPregeling tot landelijke standaard verheven De samenstelling van het CoPI Oorspronkelijk bestond een CoPI in Rotterdam-Rijnmond uit 7 functionarissen: een Hoofdofficier van de Regionale Brandweer Rotterdam-Rijnmond: Leider CoPI; een CoPI-lid van Politie Rotterdam-Rijnmond: Staffunctionaris Politie; een Officier van Dienst van de Regionale Brandweer Rotterdam- Rijnmond: Staffunctionaris Brandweer; een geneeskundig functionaris vanuit de GGD: Staffunctionaris Geneeskundig; een Adviseur Gevaarlijke Stoffen van de DCMR Milieudienst Rijnmond; een vertegenwoordiger van het Havenbedrijf Rotterdam; een voorlichter van de politie: Voorlichter CoPI. De formele samenstelling van een Commando Rampterrein conform de Rampenwet bestond uit vier functionarissen: een commandant rampterrein plus een vertegenwoordiger uit elke van de drie hulpverleningsdiensten. Figuur 2.10 De huidige samenstelling van het CoPI in de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. (bron: GRIP regeling 2006) In de afgelopen jaren zijn aan het CoPI een Informatie Manager en een Ambtenaar Rampenbestrijding toegevoegd. De Ambtenaar Rampenbestrijding valt, net zoals vertegenwoordigers van Waterschappen, Rijkswaterstaat en dergelijke, in de groep Ad-hoc adviseurs. Deze zijn afkomstig vanuit de VRR respectievelijk een aangesloten gemeente van de regio. 26

33 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader Oorsponkelijke opzet van de CoPI-trainingen De oorspronkelijke opzet van de CoPI-trainingen is ongeveer 20 jaar lang toegepast. In het begin was alles natuurlijk nieuw voor alle deelnemers maar dankzij de doorstroom in alle (operationele) functies zijn er altijd wel nieuwkomers bij de CoPI-trainingen. Vandaar dat er sprake was van een laagdrempelige opzet van de oefeningen waarin gaandeweg het vaste oefenprogramma van twee dagen de complexiteit van de oefeningen en daarmee de druk op de deelnemers werd opgebouwd. De oefensessies werden begonnen met de eerste oefening start-up welke was bedoeld om de teamleden aan elkaar en aan hun positie in het team te laten wennen en daarbij stond de oefentijd stil. Als uitgangspunt voor de te volgen werkwijze werd de procesmatige benadering van de rampenbestrijding gehanteerd. In de slotoefening op de tweede dag werden alle processen real-time beoefend in hoog tempo. Naast de doelstelling om de teamleden op hun taak in het CoPI voor te bereiden was en is teambuilding een belangrijk aspect van de CoPI-training. Om die reden werd de tweedaagse training ook altijd op locatie gegeven en was een hotelovernachting ingepland waardoor de sociale interactie tussen de leden van de verschillende disciplines werd gestimuleerd. De sociale aspecten, gecombineerd met de als zinvol en intensief ervaren training, zorgde voor een positieve uitstraling van de CoPI-trainingen waarmee de aanpak als het ware aan de andere disciplines werd verkocht. Op deze manier, en toch ook wel bij gebrek aan alternatief, werd de door de brandweer als vanzelfsprekend voorgeschotelde werkwijze geaccepteerd bij de andere disciplines. Ten gevolge van het experimentele karakter van de CoPI-structuur werden de oefeningen in de beginjaren nauwelijks inhoudelijk geëvalueerd. Dit zou het wij gevoel kunnen afbreken en ook het draagvlak voor de structuur kunnen ondermijnen. Immers: hoe kan een brandweerman nu tegen een politieman gaan zeggen dat hij het niet goed gedaan heeft? Grote kans dat daarmee afbreuk wordt gedaan aan de met moeite opgebouwde samenwerking en structuur. In mijn ogen speelt dit effect nog steeds een rol bij de evaluatie van de oefeningen. Enerzijds omdat de methode van organiseren van de oefeningen en de wijze van evalueren nog niet zijn geoptimaliseerd en anderzijds omdat de rolverdeling en de verdeling van verantwoordelijkheden binnen het domein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing neg steeds een punt van discussie is. Een recent rapport 13 van de Raad van het Openbaar Bestuur waarin wordt gesteld dat de brandweer nog te veel met uitvoering bezig is en onvoldoende ervaring heeft met de processen in de periferie van de crisis is illustratief in dit kader. In dat rapport wordt namelijk een pleidooi gehouden om de operationele leiding bij rampen en crisis over te dragen aan de politie. 13 Raad van openbaar Bestuur: (juli 2008) Beter besturen bij rampen. 27

Rampen- en Crisisbestrijding: Wat en wie moeten we trainen

Rampen- en Crisisbestrijding: Wat en wie moeten we trainen Kenmerken van rampen- en crisisbestrijding Crisissen of rampen hebben een aantal gedeelde kenmerken die van grote invloed zijn op de wijze waarop ze bestreden worden en die tevens de voorbereiding erop

Nadere informatie

1 De coördinatie van de inzet

1 De coördinatie van de inzet 1 De coördinatie van de inzet Zodra zich een incident voordoet of dreigt voor te doen, wordt de rampenbestrijdingsorganisatie via het proces van opschaling opgebouwd. Opschalen kan worden gedefinieerd

Nadere informatie

Multidisciplinair Opleiden en Oefenen

Multidisciplinair Opleiden en Oefenen Toetsingskader en positiebepalingssystematiek (definitieve versie) Inhoudsopgave Inleiding. Verdeling in oordeel, hoofdonderwerpen, onderwerpen, hoofd- en subaspecten. Banden voor positiebepaling. Prestatieniveaus.

Nadere informatie

Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s

Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s Kennispublicatie Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s 1 Infopunt Veiligheid In 2006 heeft de toenmalige Veiligheidskoepel een landelijk Referentiekader GRIP opgesteld. De op 1 oktober 2010

Nadere informatie

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen 25 juni 2007 Inhoudsopgave Inleiding... 1 1 Niveaus in de incident- en crisismanagementorganisatie... 1 1.1 Operationeel niveau...

Nadere informatie

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden:

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Marco Snoek over de masteropleiding en de rollen van de LD Docenten De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Het intended curriculum : welke doelen worden

Nadere informatie

Netcentrisch Werken. leo kooijman. 18 november 2008 Kenniskring Crisisbeheersing

Netcentrisch Werken. leo kooijman. 18 november 2008 Kenniskring Crisisbeheersing Netcentrisch Werken leo kooijman 18 november 2008 Kenniskring Crisisbeheersing Achtergrond Intensivering Civiel-Militaire samenwerking (2005) Vraag: kunnen de civiele en de militaire wereld iets van elkaar

Nadere informatie

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP)

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) Inleiding Een goede coördinatie tussen betrokken hulpdiensten is bij de bestrijding van complexe incidenten van groot belang. Het model voor

Nadere informatie

Sociale wijkzorgteams Den Haag

Sociale wijkzorgteams Den Haag Sociale wijkzorgteams Den Haag Onderzoek naar voorwaarden voor doeltreffend en doelmatig functioneren De rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de sociale wijkzorgteams in Den Haag. Daarbij is gekeken

Nadere informatie

Opleiding Officier van Dienst Bevolkingszorg. De praktijk is de leermeester van alle dingen (Julius Caesar)

Opleiding Officier van Dienst Bevolkingszorg. De praktijk is de leermeester van alle dingen (Julius Caesar) Opleiding Officier van Dienst Bevolkingszorg De praktijk is de leermeester van alle dingen (Julius Caesar) Internet: www.bevolkingszorgacademie.nl BTW.nr: NL8207.01.713.B01 KvK: 05063931 Opleiding Officier

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Datum: 16 december 2010 Ir. Jan Gerard Hoendervanger Docent-onderzoeker Lectoraat Vastgoed Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte Hanzehogeschool Groningen

Nadere informatie

Bijlagen ( ) Eisen aan het onderzoeksvoorstel

Bijlagen ( ) Eisen aan het onderzoeksvoorstel Bijlagen (2008-2009) Eisen aan het onderzoeksvoorstel Het onderzoeksvoorstel dat na vier weken bij de begeleider moet worden ingediend omvat een (werk)titel, een uitgewerkte probleemstelling (die een belangrijke

Nadere informatie

PROJECTMANAGEMENT 1 SITUATIE

PROJECTMANAGEMENT 1 SITUATIE PROJECTMANAGEMENT George van Houtem 1 SITUATIE Het werken in en het leidinggeven aan projecten is tegenwoordig eerder regel dan uitzondering voor de hedendaagse manager. In elk bedrijf of organisatie komen

Nadere informatie

Functieprofiel Young Expert

Functieprofiel Young Expert 1 Laatst gewijzigd: 20-7-2015 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1 Ervaringen opdoen... 3 1.1 Internationale ervaring in Ontwikkelingssamenwerkingsproject (OS)... 3 1.2 Nieuwe vaardigheden... 3 1.3 Intercultureel

Nadere informatie

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen AGENDAPUNT 2 Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen Vergadering 12 december 2014 Strategische Agenda Crisisbeheersing In Veiligheidsregio Groningen werken wij met acht crisispartners (Brandweer, Politie,

Nadere informatie

Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties

Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties Het gaat om de volgende zeven verandercompetenties. De competenties worden eerst toegelicht en vervolgens in een vragenlijst verwerkt. Veranderkundige

Nadere informatie

Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan. All hazard voorbereid zijn (1 van 3)

Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan. All hazard voorbereid zijn (1 van 3) Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan All hazard voorbereid zijn (1 van 3) Versie 1.0 11 november 2014 Voorwoord Zorginstellingen zijn vanuit

Nadere informatie

Informatiemanagement, -processen en -implementaties

Informatiemanagement, -processen en -implementaties Informatiemanagement, -processen en -implementaties Spelsimulatie en Organisatieverandering imvalues Presentatie Inhoud Introductie Spelsimulatie Aanpak Toepassing Meer informatie Introductie imvalues

Nadere informatie

Introductie stage-scriptie combi. Orthopedagogiek G&G, 25 augustus 2011

Introductie stage-scriptie combi. Orthopedagogiek G&G, 25 augustus 2011 Introductie stage-scriptie combi Orthopedagogiek G&G, 25 augustus 2011 Welkom toekomstige Scientist-Practitioners Achtergrond Vanuit Orthopedagogiek:GenG steeds meer accent op scientist-practitioner model

Nadere informatie

Steeman HRD Assessment Centers

Steeman HRD Assessment Centers Steeman HRD Wijk bij Duurstede www.steemanhrd.com info@steemanhrd.com tel: +31 (0)6 2367 1321 Steeman Human Resource Development ondersteunt individuele medewerkers, teams en organisaties bij het formuleren,

Nadere informatie

Inleiding... 9. Hoofdstuk 2: Positie van de leidinggevenden op middenkaderniveau

Inleiding... 9. Hoofdstuk 2: Positie van de leidinggevenden op middenkaderniveau Inhoud Inleiding... 9 Hoofdstuk 1: Managen versus leidinggeven... 13 1.1 Management... 13 1.2 Leiding geven... 13 1.3 Competenties en taakaspecten van de leidinggevende... 16 1.4 Samenvattend... 16 Hoofdstuk

Nadere informatie

Individueel verslag Timo de Reus klas 4A

Individueel verslag Timo de Reus klas 4A Individueel verslag de Reus klas 4A Overzicht en tijdsbesteding van taken en activiteiten 3.2 Wanneer Planning: hoe zorg je ervoor dat het project binnen de beschikbare tijd wordt afgerond? Wat Wie Van

Nadere informatie

Een raamwerk voor het effectief evalueren van crisisoefeningen

Een raamwerk voor het effectief evalueren van crisisoefeningen Een raamwerk voor het effectief evalueren van crisisoefeningen Samenvatting Drs. Bertruke Wein Drs. Rob Willems 2013 Radboud Universiteit Nijmegen/ITS Samenvatting Evaluaties van crisisoefeningen vanaf

Nadere informatie

Functies en teams in de rampenbestrijding

Functies en teams in de rampenbestrijding B Functies en teams in de rampenbestrijding De burgemeester - De burgemeester heeft de eindverantwoordelijkheid voor en de algehele leiding bij het bestrijden van incidenten in de eigen gemeente; - De

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Voorzitter Crisisbeleidsteam

Voorzitter Crisisbeleidsteam - generieke - - Voorzitter Crisisbeleidsteam Naam: Reguliere functie: Crisisfunctie sinds: ROP-coördinator: Organisatie: Periode: Typering van de functie De voorzitter van het Crisisbeleidsteam is (in

Nadere informatie

PROJECT PLAN VOOR DE IMPLEMENTATIE VAN EEN STANDAARD SITE VOOR DE VERENIGING O3D

PROJECT PLAN VOOR DE IMPLEMENTATIE VAN EEN STANDAARD SITE VOOR DE VERENIGING O3D PROJECT PLAN VOOR DE IMPLEMENTATIE VAN EEN STANDAARD SITE VOOR DE VERENIGING O3D Auteur : P. van der Meer, Ritense B.V. Datum : 17 juli 2008 Versie : 1.3 2008 Ritense B.V. INHOUD 1 VERSIEBEHEER...1 2 PROJECT

Nadere informatie

Bijlage C behorende bij artikel 2 lid 3 Besluit personeel veiligheidsregio

Bijlage C behorende bij artikel 2 lid 3 Besluit personeel veiligheidsregio Bijlage C behorende bij artikel 2 lid 3 Besluit personeel veiligheidsregio Supplement f. Functie procesmanager multidisciplinair oefenen Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub f Besluit personeel

Nadere informatie

Onderzoeksopzet wijkplatforms gemeente Barneveld

Onderzoeksopzet wijkplatforms gemeente Barneveld Onderzoeksopzet wijkplatforms gemeente Barneveld December 2011 1. Inleiding In 2003 bezocht de burgemeester van de gemeente Barneveld samen met de politie en de woningstichting de dorpskernen van de gemeente

Nadere informatie

Meten is leren: Hoe eff

Meten is leren: Hoe eff Meten is leren: Hoe eff De kwaliteit van uw werkgeverschap in De ziekenhuiswereld kent van oudsher een goed ontwikkeld HR-instrumentarium. Opleidingsmogelijkheden zijn voorhanden, de cao is veelomvattend,

Nadere informatie

Samenvatting projectplan Versterking bevolkingszorg

Samenvatting projectplan Versterking bevolkingszorg Aanleiding en projectdoelstellingen Aanleiding In 2011 werd door de (toenmalige) portefeuillehouder Bevolkingszorg in het DB Veiligheidsberaad geconstateerd dat de nog te vrijblijvend door de gemeenten

Nadere informatie

Calamiteiten in de energievoorziening

Calamiteiten in de energievoorziening Calamiteiten in de energievoorziening Samenwerking tussen de Netbeheerder en de Gemeente / Veiligheidsregio Ton Harteveld Manager Bedrijfsvoering Lustrumcongres Inspectie OOV 12 december 2007 2 Inhoud

Nadere informatie

Praktijkplein Titel: Toepassing: Koppeling met het Operational Excellence Framework: Implementatiemethodieken: ontwerpen en ontwikkelen.

Praktijkplein Titel: Toepassing: Koppeling met het Operational Excellence Framework: Implementatiemethodieken: ontwerpen en ontwikkelen. Praktijkplein Titel: Implementatiemethodieken: ontwerpen en ontwikkelen. Toepassing: Beknopte samenvatting van twee implementatiemethodieken en hun toepassing bij het implementeren van een operational

Nadere informatie

Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel

Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel Auteurs: Sara Diederen Rianne van Kemenade Jeannette Geldens i.s.m. management initiële opleiding (MOI) / jaarcoördinatoren 1 Inleiding Dit document is bedoeld

Nadere informatie

Appraisal. Datum:

Appraisal. Datum: Appraisal Naam: Sample Candidate Datum: 08-08-2013 Over dit rapport: Dit rapport is op automatische wijze afgeleid van de resultaten van de vragenlijst welke door de heer Sample Candidate is ingevuld.

Nadere informatie

Gebruik ICT binnen Content and Language Integrated Learning

Gebruik ICT binnen Content and Language Integrated Learning Evaluatierapport Gebruik ICT binnen Content and Language Integrated Learning Bevindingen van leraren en leerlingen Drs. Gerard Baars Inleiding In de tweede helft van 2008 is op zes basisscholen in Rotterdam

Nadere informatie

Reactie op rapport loov en ADD over ICMS

Reactie op rapport loov en ADD over ICMS Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-eneraal 6;^ Datum DV/CB Inlichtingen mr. M.S. van Eek T 070.4268844 F Uw kenmerk Onderwerp op rapport

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties De afgelopen decennia zijn er veel nieuwe technologische producten en diensten geïntroduceerd op de

Nadere informatie

Evaluatie van Open Bedrijvendag

Evaluatie van Open Bedrijvendag Evaluatie van Open Bedrijvendag Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel April 2011 Samenvatting De Open Bedrijvendag

Nadere informatie

Bijeenkomst afstudeerbegeleiders. 13 januari 2009 Bespreking opzet scriptie

Bijeenkomst afstudeerbegeleiders. 13 januari 2009 Bespreking opzet scriptie Bijeenkomst afstudeerbegeleiders 13 januari 2009 Bespreking opzet scriptie Doel deel II bijeenkomst vandaag Afstudeerbegeleiders zijn geinformeerd over inhoud Medmec jaar vier (scriptievaardigheden) Afstudeerbegeleiders

Nadere informatie

Inhoudsopgave: Inleiding. Hoofdstuk 1: Achtergrond van de vragenlijst 1.1 : Het Team Leadership Competence Model

Inhoudsopgave: Inleiding. Hoofdstuk 1: Achtergrond van de vragenlijst 1.1 : Het Team Leadership Competence Model Inhoudsopgave: Inleiding Hoofdstuk 1: Achtergrond van de vragenlijst 1.1 : Het Team Leadership Competence Model Hoofdstuk 2: De Team Leadership Competence Questionnaire 2.1 : Opbouw van de lijst 2.2 :

Nadere informatie

Organisatieprestatiescan. Deze techniek wordt gebruikt in de focus- en analysefase bij het analyseren van de huidige situatie.

Organisatieprestatiescan. Deze techniek wordt gebruikt in de focus- en analysefase bij het analyseren van de huidige situatie. 1 Bijlage 2 De organisatieprestatiescan Techniek: Organisatieprestatiescan Toepassingsgebied: Achtergrond: Deze techniek wordt gebruikt in de focus- en analysefase bij het analyseren van de huidige situatie.

Nadere informatie

Leadership in Project-Based Organizations: Dealing with Complex and Paradoxical Demands L.A. Havermans

Leadership in Project-Based Organizations: Dealing with Complex and Paradoxical Demands L.A. Havermans Leadership in Project-Based Organizations: Dealing with Complex and Paradoxical Demands L.A. Havermans LEADERSHIP IN PROJECT-BASED ORGANIZATIONS Dealing with complex and paradoxical demands Leiderschap

Nadere informatie

Studiehandleiding Ba-scriptie Kunsten, Cultuur en Media

Studiehandleiding Ba-scriptie Kunsten, Cultuur en Media Studiehandleiding Ba-scriptie Kunsten, Cultuur en Media Titel: Ba-scriptie Kunsten, Cultuur en Media Vakcode: LWX999B10 Opleiding: Kunsten, Cultuur en Media Studiefase: Bachelor 3 e jaar/ KCM Major Periode:

Nadere informatie

BluefieldFinance Samenvatting Quickscan Administratieve Processen Light Version

BluefieldFinance Samenvatting Quickscan Administratieve Processen Light Version BluefieldFinance Samenvatting Quickscan Administratieve Processen Light Version Introductie Quickscan De financiële organisatie moet, net zo als alle andere ondersteunende diensten, volledig gericht zijn

Nadere informatie

ONDERZOEK VOOR JE PROFIELWERKSTUK HOE DOE JE DAT?

ONDERZOEK VOOR JE PROFIELWERKSTUK HOE DOE JE DAT? ONDERZOEK VOOR JE PROFIELWERKSTUK HOE DOE JE DAT? Wim Biemans Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Economie & Bedrijfswetenschappen 4 juni, 2014 2 Het doen van wetenschappelijk onderzoek Verschillende

Nadere informatie

Advies over de doorontwikkeling van de aansturing op het snijvlak van de domeinen zorg, veiligheid en straf.

Advies over de doorontwikkeling van de aansturing op het snijvlak van de domeinen zorg, veiligheid en straf. 1 Advies over de doorontwikkeling van de aansturing op het snijvlak van de domeinen zorg, veiligheid en straf. Versie: 11 november 2015 Status: vastgesteld door stuurgroep Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

Nadere informatie

Plan van Aanpak. Christophe Deloo, Roy Straver & Machiel Visser. Versie 4 (26-06-2010)

Plan van Aanpak. Christophe Deloo, Roy Straver & Machiel Visser. Versie 4 (26-06-2010) Plan van Aanpak Christophe Deloo, Roy Straver & Machiel Visser Versie 4 (26-06-2010) Inhoudsopgave Voorwoord... 2 1 Inleiding... 3 1.1 Aanleiding... 3 1.2 Accordering en bijstelling... 3 1.3 Toelichting

Nadere informatie

Medewerker onderwijsontwikkeling

Medewerker onderwijsontwikkeling Medewerker onderwijsontwikkeling Doel Ontwikkelen van en adviseren over het onderwijsbeleid en ondersteunen bij de implementatie en toepassing ervan, uitgaande van de geformuleerde strategie van de instelling/faculteit

Nadere informatie

BEOORDELINGSFORMULIER

BEOORDELINGSFORMULIER Faculteit Geesteswetenschappen Versie maart 2015 BEOORDELINGSFORMULIER MASTER SCRIPTIES Eerste en tweede beoordelaar vullen het beoordelingsformulier onafhankelijk van elkaar in. Het eindcijfer wordt in

Nadere informatie

Naast basiscompetenties als opleiding en ervaring kunnen in hoofdlijnen bijvoorbeeld de volgende hoofd- en subcompetenties worden onderscheiden.

Naast basiscompetenties als opleiding en ervaring kunnen in hoofdlijnen bijvoorbeeld de volgende hoofd- en subcompetenties worden onderscheiden. Competentieprofiel Op het moment dat duidelijk is welke kant de organisatie op moet, is nog niet zonneklaar wat de wijziging gaat betekenen voor ieder afzonderlijk lid en groep van de betreffende organisatorische

Nadere informatie

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 763 Toekomst van de krijgsmacht Nr. 27 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk

GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk Al jaren is het de dagelijkse praktijk om bij grote, complexe incidenten op te schalen binnen de GRIP-structuur. Deze structuur beschrijft in vier fasen de organisatie

Nadere informatie

Medewerker administratieve processen en systemen

Medewerker administratieve processen en systemen processen en systemen Doel Voorbereiden, analyseren, ontwerpen, ontwikkelen, beheren en evalueren van procedures en inrichting van het administratieve proces en interne controles, rekening houdend met

Nadere informatie

SAMENVATTING ONDERZOEK "Van kwalificatiedossier naar aantrekkelijk onderwijs"

SAMENVATTING ONDERZOEK Van kwalificatiedossier naar aantrekkelijk onderwijs SAMENVATTING ONDERZOEK "Van kwalificatiedossier naar aantrekkelijk onderwijs" Doel- en probleemstelling SLO speelt als het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling een belangrijke rol in het vertalen

Nadere informatie

GHOR Academie. Opleiding OMAc GHOR Functiegerichte opleiding voor de Operationeel Medewerker Actiecentrum (OMAc) GHOR

GHOR Academie. Opleiding OMAc GHOR Functiegerichte opleiding voor de Operationeel Medewerker Actiecentrum (OMAc) GHOR GHOR Academie Opleiding OMAc GHOR Functiegerichte opleiding voor de Operationeel Medewerker Actiecentrum (OMAc) GHOR De GHOR Academie heeft met de opleiding OMAc een goed product toegevoegd. Wat ik echt

Nadere informatie

Managementsamenvatting Referentiekader. Netcentrische crisisbeheersing

Managementsamenvatting Referentiekader. Netcentrische crisisbeheersing Achtergrond In de eindrapportage van het RADAR-onderzoek uit 2009 constateerde de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid dat het overgrote deel van de veiligheidsregio s op het gebied van informatiemanagement

Nadere informatie

De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht. 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen

De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht. 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen Welkom Veiligheidsregio NHN Wet veiligheidsregios Bezuinigingen Regionalisering brandweer Praktijk Veiligheidsregio Noord-Holland

Nadere informatie

Reglement Bachelorscriptie Geschiedenis Vastgesteld op 1-9-2015, verbeterd en goedgekeurd door de examencommissie op 10-9- 2015

Reglement Bachelorscriptie Geschiedenis Vastgesteld op 1-9-2015, verbeterd en goedgekeurd door de examencommissie op 10-9- 2015 Faculteit der Geesteswetenschappen Afdeling Geschiedenis, Europese studies en Religiewetenschappen Spuistraat 134 1012 VB Amsterdam Datum 10-9-2015 Contactpersoon J.J.B.Turpijn@uva.nl Bijlagen Beoordelingsformulier

Nadere informatie

Breidt netwerk min of meer bij toeval uit. Verneemt bij bedrijven wensen voor nieuwe

Breidt netwerk min of meer bij toeval uit. Verneemt bij bedrijven wensen voor nieuwe Accountmanager Accountmanager onderhoudt relaties met bedrijven en organisaties met het doel voor praktijkleren binnen te halen. Hij kan nagaan welke bedrijven hebben, doet voorstellen voor bij bedrijven

Nadere informatie

De 6 Friesland College-competenties.

De 6 Friesland College-competenties. De 6 Friesland College-competenties. Het vermogen om met een open enthousiaste houding nieuwe dingen aan te pakken. Het vermogen jezelf steeds beter te leren kennen. Het vermogen om in te schatten in welke

Nadere informatie

Onderzoeksopzet Communicatie

Onderzoeksopzet Communicatie Onderzoeksopzet Communicatie Rekenkamercommissie Heerenveen Februari 2009 Rekenkamercommissie Heerenveen: onderzoeksopzet communicatie 1 Inhoudsopgave A. Wat willen we bereiken 1. Aanleiding en achtergronden

Nadere informatie

Beeldvorming als Leidraad voor Leiderschap

Beeldvorming als Leidraad voor Leiderschap Beeldvorming als Leidraad voor Leiderschap in de reflectie zie je de bron Effectief Leiderschap.. een persoonlijke audit U geeft leiding aan een team, een project of een afdeling. U hebt veel kennis, u

Nadere informatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties prof dr wim derksen Aan de directeur Bouwen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de heer drs J.M.C. Smallenbroek zondag 23 november 2014 Geachte heer Smallenbroek, Op uw verzoek

Nadere informatie

AGP 13 REGIONAAL CRISISPLAN VEILIGHEIDSREGIO BRABANT-NOORD

AGP 13 REGIONAAL CRISISPLAN VEILIGHEIDSREGIO BRABANT-NOORD AGP 13 REGIONAAL CRISISPLAN VEILIGHEIDSREGIO BRABANT-NOORD 2012 Inhoudsopgave Inleiding...2 Bedrijfsprocessen...2 Regionaal Beleidsteam...6 Gemeentelijk Beleidsteam...10 Regionaal Operationeel Team...12

Nadere informatie

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming werkt wel André de Waal Prestatiebeloning wordt steeds populairder bij organisaties. Echter, deze soort van beloning werkt in veel gevallen

Nadere informatie

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Supplement dd. Functie tactisch manager Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub dd Besluit personeel veiligheidsregio

Nadere informatie

Ontwikkelaar ICT. Context. Doel

Ontwikkelaar ICT. Context. Doel Ontwikkelaar ICT Doel Ontwikkelen en ontwerpen van ICT-producten, binnen overeen te komen dan wel in een projectplan vastgelegde afspraken ten aanzien van tijd, budget en kwaliteit, opdat overeenkomstig

Nadere informatie

1. De methodiek Management Drives

1. De methodiek Management Drives 1. De methodiek Management Drives Management Drives is een unieke methodiek die u concrete handvatten biedt in het benaderen van de ontwikkeling van individu, team en organisatie. De methodiek kent een

Nadere informatie

Praktijkinstructie Oriëntatie op de informatie-analyse 4 (CIN08.4/CREBO:50131)

Praktijkinstructie Oriëntatie op de informatie-analyse 4 (CIN08.4/CREBO:50131) instructie Oriëntatie op de informatie-analyse 4 (CIN08.4/CREBO:50131) pi.cin08.4.v2 ECABO, 1 september 2003 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, overgenomen, opgeslagen

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

Licentieregeling Reddingsbrigade Nederland

Licentieregeling Reddingsbrigade Nederland Licentieregeling Reddingsbrigade Nederland Voorwoord Reddingsbrigade Nederland introduceert per 1 september 2015 de Licentieregeling. Door middel van de licentieregeling wil Reddingsbrigade Nederland een

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'SINT JOZEF'

RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'SINT JOZEF' RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'SINT JOZEF' School : basisschool 'Sint Jozef' Plaats : Nieuw-Namen BRIN-nummer : 06XE Onderzoeksnummer : 94514 Datum schoolbezoek : 19 juni 2007 Datum vaststelling

Nadere informatie

Plan van aanpak. Project : Let s Drop. Bedrijf : DropCo BV

Plan van aanpak. Project : Let s Drop. Bedrijf : DropCo BV Plan van aanpak Project : Let s Drop Bedrijf : DropCo BV Plaats, datum: Horn, 28 september 2012 Opgesteld door: 1205366 1205366smit@zuyd.nl Plan van Aanpak project Let s Drop pagina 1 Inhoudsopgave plan

Nadere informatie

Recept 4: Hoe meten we praktisch onze resultaten? Weten dat u met de juiste dingen bezig bent

Recept 4: Hoe meten we praktisch onze resultaten? Weten dat u met de juiste dingen bezig bent Recept 4: Hoe meten we praktisch onze resultaten? Weten dat u met de juiste dingen bezig bent Het gerecht Het resultaat: weten dat u met de juiste dingen bezig bent. Alles is op een bepaalde manier meetbaar.

Nadere informatie

Productbeschrijvingen generiek

Productbeschrijvingen generiek en generiek 108 Totaalbeeld Toelichting Het totaalbeeld is een informatieproduct dat wordt gegenereerd in de multidisciplinaire hoofdas van de crisisbeheersingsorganisatie in het landelijk crisismanagementsysteem

Nadere informatie

Plan van aanpak Rekenkameronderzoek naar (be)sturing van Gemeenschappelijke Regelingen

Plan van aanpak Rekenkameronderzoek naar (be)sturing van Gemeenschappelijke Regelingen Plan van aanpak Rekenkameronderzoek naar (be)sturing van Gemeenschappelijke Regelingen Rekenkamercommissies Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland Inleiding In de maanden mei tot en met oktober

Nadere informatie

Kennisdocument 5: DE CAPACITEIT VAN EEN ORGANISATIE

Kennisdocument 5: DE CAPACITEIT VAN EEN ORGANISATIE Kennisdocument 5: DE CAPACITEIT VAN EEN ORGANISATIE Inhoud Het stappenplan: voor de capaciteitsanalyse van PI en PE 4 Uitvoering organisatieanalyse 5 Het opbouwen van de capaciteiten van een organisatie

Nadere informatie

REKENKAMERCOMMISSIE GEMEENTE VAALS COMMUNICATIEPLAN

REKENKAMERCOMMISSIE GEMEENTE VAALS COMMUNICATIEPLAN REKENKAMERCOMMISSIE GEMEENTE VAALS COMMUNICATIEPLAN Vastgesteld d.d. 9 maart 2016 1 Colofon De rekenkamercommissie van de gemeente Vaals is een onafhankelijke commissie binnen de gemeente. Zij bestaat

Nadere informatie

Bijlage Rapportage monitor en resultaten eerste meting juni 2014 pilot Huishoudelijke Verzorging

Bijlage Rapportage monitor en resultaten eerste meting juni 2014 pilot Huishoudelijke Verzorging Bijlage Rapportage monitor en resultaten eerste meting juni 2014 pilot Huishoudelijke Verzorging Opzet van de monitor Huishoudelijke Verzorging De nieuwe manier van werken heeft 3 hoofdrolspelers namelijk

Nadere informatie

Stappen deelcijfer weging 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 totaalcijfer 10,0 Spelregels:

Stappen deelcijfer weging 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 totaalcijfer 10,0 Spelregels: Stappen deelcijfer weging 1 Onderzoeksvragen 10,0 6% 0,6 2 Hypothese 10,0 4% 0,4 3 Materiaal en methode 10,0 10% 1,0 4 Uitvoeren van het onderzoek en inleiding 10,0 30% 3,0 5 Verslaglegging 10,0 20% 2,0

Nadere informatie

TRAINING AUDIT. Doelen van deze training is: Leden van de auditteams trainen in het uitvoeren van een audit. Voorbereiden van de audit.

TRAINING AUDIT. Doelen van deze training is: Leden van de auditteams trainen in het uitvoeren van een audit. Voorbereiden van de audit. TRAINING Doelen van deze training is: Leden van de auditteams trainen in het uitvoeren van een audit. Voorbereiden van de audit. DAGAGENDA 09.00 09.15 uur: Inloop en koffie 09.15 09.30 uur: Kennismaking

Nadere informatie

Een raamwerk voor het effectief evalueren van crisisoefeningen

Een raamwerk voor het effectief evalueren van crisisoefeningen Een raamwerk voor het effectief evalueren van crisisoefeningen Verkorte versie Drs. Bertruke Wein Drs. Rob Willems 2013 Radboud Universiteit Nijmegen/ITS 2013 Radboud Universiteit Nijmegen/ITS. B.G.J.T.

Nadere informatie

GRIP 2, brand industriepand Alkmaar 30 april 2016, gemeente Alkmaar

GRIP 2, brand industriepand Alkmaar 30 april 2016, gemeente Alkmaar GRIP 2, brand industriepand Alkmaar 30 april 2016, gemeente Alkmaar Quickscan GRIP 2, brand industriepand Alkmaar, 30 april 2016 Incident 30 april 2016 Brand in een industriehal aan de Noorderkade-Noorderstraat

Nadere informatie

Projectmatig 2 - werken voor lokale overheden

Projectmatig 2 - werken voor lokale overheden STUDIEDAG Projectmatig werken in lokale overheden LEUVEN 27 oktober 2011 Projectmatig werken in de lokale sector Katlijn Perneel, Partner, ParFinis Projectmatig 2 - werken voor lokale overheden 1 Inhoud

Nadere informatie

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Supplement aa. Functie specialist opleiden en oefenen Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub aa. Besluit personeel veiligheidsregio

Nadere informatie

Kwaliteit van Goed Werkgeverschap

Kwaliteit van Goed Werkgeverschap Kwaliteit van Goed Werkgeverschap Meting KWH-Goed Werkgeverschaplabel Rapportage opgesteld door KWH in samenwerking met EVZ organisatie-advies Bijlagen Corporatie Rotterdam, 20xx Inhoudsopgave

Nadere informatie

Als expert aan de slag met loopbaanvelden

Als expert aan de slag met loopbaanvelden P E O P L E I M P R O V E P E R F O R M A N C E Als expert aan de slag met loopbaanvelden www.picompany.biz Als expert aan de slag met loopbaanvelden In de Career Scan wordt het onderdeel over loopbaanvelden

Nadere informatie

Assessment. Onderwerpen. Gewone teams en high-performance teams Teamtraining MBTI en DISC HRD Group Interesse?

Assessment. Onderwerpen. Gewone teams en high-performance teams Teamtraining MBTI en DISC HRD Group Interesse? Teamtraining Onderwerpen Gewone teams en high-performance teams Teamtraining MBTI en DISC HRD Group Interesse? Bent u geïnteresseerd in wat onze teamtraining voor uw organisatie kan betekenen? We komen

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Samenvatting (Summary in Dutch) Achtergrond Het millenniumdoel (2000-2015) Education for All (EFA, onderwijs voor alle kinderen) heeft in ontwikkelingslanden veel losgemaakt. Het

Nadere informatie

Ondersteuning en certificering van digitaal leren voor laagopgeleiden

Ondersteuning en certificering van digitaal leren voor laagopgeleiden Ondersteuning en certificering van digitaal leren voor laagopgeleiden Kaders voor een digitale leer- en oefenomgeving Onderzoekssamenvatting Drs. Maurice de Greef Onderzoeker, Adviseur en Trainer Artéduc

Nadere informatie

6 TIPS DIE HET PRESTEREN VAN UW WERKOMGEVING VERBETEREN

6 TIPS DIE HET PRESTEREN VAN UW WERKOMGEVING VERBETEREN 6 TIPS DIE HET PRESTEREN VAN UW WERKOMGEVING VERBETEREN INLEIDING Het Nieuwe Werken is in de afgelopen jaren op vele plekken geïntroduceerd om slimmer om te gaan met de beschikbare middelen binnen organisaties

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'PATER VAN DER GELD'

RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'PATER VAN DER GELD' RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'PATER VAN DER GELD' School : basisschool 'Pater van der Geld' Plaats : Waalwijk BRIN-nummer : 13NB Onderzoeksnummer : 94513 Datum schoolbezoek : 12 juni

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die worden uitgevoerd om uit het gevonden bronnenmateriaal

Nadere informatie

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

SAMENVATTING EN CONCLUSIES SAMENVATTING EN CONCLUSIES Aanleiding en vraagstelling De aanleiding van dit onderzoek is de doelstelling van het ministerie van Veiligheid en Justitie om het aantal vrijwilligers bij de Nationale Politie

Nadere informatie

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Supplement cc. Functie strategisch manager Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub cc Besluit personeel veiligheidsregio

Nadere informatie

EmployabilityDriver. Waarom een strategische discussie over employability beleid?

EmployabilityDriver. Waarom een strategische discussie over employability beleid? EmployabilityDriver Waarom een strategische discussie over employability beleid? We weten al een tijd dat door vergrijzing en ontgroening de druk op de arbeidsmarkt toeneemt. Het wordt steeds belangrijker

Nadere informatie