VERGADERING VAN 5 FEBRUARI 2003

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VERGADERING VAN 5 FEBRUARI 2003"

Transcriptie

1 PUNTEN VAN BEHANDELING:...BLZ. 01 Onderzoek geloofsbrieven/toelating R.W. van Bolhuis en F.J. Meerhoff Notulen van de vergadering van 18 december Ingekomen stukken Ontslag lid van Provinciale Staten Regeling van werkzaamheden Wijziging subsidieregeling Noordelijke Innovatie en Ondersteuningsfaciliteit (NIOF) Wijziging subsidieregeling Human Resource Management (HRM) Baggeren in het kader van de revitalisering Zuidlaardermeer Wijziging Wadloop- en Legesverordening provincie Groningen Aanpassing bestuurlijke organisatie IPO Invoering BTW-compensatiefonds per 1 januari Subsidie Benoeming griffier der Staten Jaarplan Jeugdhulpverlening Tijdelijke continuering interim-beleid voor de intensieve veehouderij Mondelinge vragen ICT-beleid, mevrouw Gräper-van Koolwijk (D66)

2 Voorzitter: de heer J.G.M. Alders, commissaris der Koningin Griffier: de heer H.J. Bolding, griffier der staten (tot uur), de heer H.J. Menninga, loco-griffier der staten. Aanwezig zijn 50 leden, te weten: J.H. Bakker (PvdA), R.H. van Biessum (GroenLinks), H. Bleker (CDA), J.R.A. Boertjens (VVD), R.W. van Bolhuis (PvdA), mevrouw J.W.F. Boon-Themmen (VVD), mevrouw A.F. Bos (GroenLinks), M. Boumans (VVD), P.M. de Bruijne (PvdA), M.A.E. Calon (PvdA), A.A. van Dam (CDA), J.J. Dijkstra (PvdA), mevrouw A.M.K.D. Folkerts (GroenLinks), J.C. Gerritsen (PvdA), mevrouw F.Q. Gräper-van Koolwijk (D66), W. Haasken (VVD), H. Hemmes (SP), D.A. Hollenga (CDA), M.J. Jager (CDA), mevrouw R.G. Jansen (PvdA), F.C.A. Jaspers (PvdA), F.B. van Kammen (VVD), J.W. Kok (PvdA), B. Kolk (PvdA), J.L.H. Köller (PvdA), H. Koot (D66), E.J. Luitjens (VVD), A. Maarsingh (CDA), J.J. van Mannekes (PvdA), L.A. Meijndert (CDA), F.J. Meerhoff (PvdA), H.C. Moll (GroenLinks), T.A. Musschenga (CDA), R.C.E. Neef (VVD), W. van der Ploeg (GroenLinks), J. Roggema (GPV), R.A.C. Slager (GPV), mevrouw G.A. Smit-Slim (VVD), H.J.B. Spoeltman (PvdA), H. Staghouwer (GPV), mevrouw A.M.C. Stevens (GroenLinks), P.R.A. Terpstra (VVD), mevrouw C. Visscher-Meijst (GPV), mevrouw A. Vlietstra-van Goor (CDA), mevrouw A.A. Waal-van Seijen (VVD), N.R. Werkman (CDA), mevrouw J. Westers-Borgesius (VVD), mevrouw A.C.M. de Winter-Wijffels (CDA), mevrouw Wortelboer (PvdA). Afwezig met kennisgeving zijn de leden: H.H.J. Boer (PvdA), mevrouw C.A. Devere (PvdA), mevrouw G.R. Peetoom (CDA), mevrouw C. Sciacca-Noordhuis (SP), P.G. de Vey Mestdagh (D66), J. Warris (RPF/SGP). De VOORZITTER: De vergadering van de Provinciale Staten van de provincie Groningen is geopend. Ik heet u allen van harte welkom. Ik ben dezer dagen geïnformeerd dat op een leeftijd van 84 jaar Aalje Post is overleden. De crematieplechtigheid had inmiddels plaatsgevonden toen de mededeling op 29 januari jl. binnenkwam. Aalje Post is gedeputeerde geweest in onze provincie. Door het overlijden van oud-gedeputeerde Aalje Post op 22 januari jl. heeft de provincie Groningen definitief afscheid moeten nemen van wat ik een ambachtsman van het openbaar bestuur zou willen noemen. Als je vroeger - en nu spreek ik over de periode van voor de Tweede Wereldoorlog - in de vorige eeuw ambtenaar wilde worden, dan ging je naar de HBS en zorgde je dat je daarna zo snel mogelijk op de gemeentesecretarie terechtkwam. Je volgde de opleiding Gemeenteadministratie, GA 1 in vaktermen. GA 2 als je heel erg slim en ambitieus was, het stond immers een beetje gelijk met de studie privaatrecht, en dan was er nog altijd de opleiding Gemeentefinanciën. En dan, dan was je klaar voor het grotere werk. Na vele jaren studie in de avonduren en op de vrije zaterdagmiddag, want op de zaterdagmorgen zat je in die tijd natuurlijk nog gewoon op kantoor. Tijdens of na die opleiding ging je - het woord kende men toen nog niet, het fenomeen wel - jobhoppen, van de ene gemeente naar de andere om zoveel mogelijk ervaring op te doen. En zo ook Aalje Post, die 2

3 Onderzoek geloofsbrieven/toelating R.W. van Bolhuis en F.J. Meerhoff als leden Provinciale Staten het uiteindelijk in 1946 tot gemeentesecretaris bracht in de toenmalige gemeente Termunten en vier jaar later vertrok naar Oude Pekela om daar hetzelfde vak uit te oefenen. Er moeten nog steeds tientallen, zo niet honderden ambtenaren in Nederland rondlopen die van Aalje Post de fijne kneepjes van het vak hebben geleerd op de Bestuursschool. Hier wist hij als docent velen de liefde voor de ambtenarij over te brengen. De afgelopen dagen heb ik mij meermalen afgevraagd waarom iemand na de HBS zo vol overtuiging koos voor het ambtenarenbestaan. Zeker in die periode, waarin je als adjunct-commies langzaam omhoog klom naar commies, naar hoofdcommies, hoofdcommies A en misschien wel referendaris. Want in die jaren stond het beroep sociaal niet echt in aanzien. Het werd slecht betaald totdat de heer Toxopeus als minister van Binnenlandse Zaken daarin verandering bracht. En je werkte in die jaren wel in een heel erg hiërarchische werkomgeving, al was dat toen vanzelfsprekender dan nu. Misschien lag de drijfveer van Aalje Post wel in zijn politieke overtuiging. Hij was een sociaal-democraat van de oude stempel. Er waren te veel mensen die het slecht hadden die aan de zijlijn stonden en alleen de politiek kon daar een bijdrage aan leveren. Let wel, een bijdrage, ik heb het niet over een maakbare samenleving. In 1960 werd hij tussentijds gekozen als lid van Provinciale Staten. Twee jaar later maakte hij deel uit van het College van Gedeputeerde Staten, een ambt dat hij zestien jaar achtereen vervulde. Wij hebben het hier dan - en ik benadruk dat even - over de periode Woelige jaren in de Nederlandse samenleving én de politiek, waarin de autoriteit van het politiek bestuur op de proef gesteld werd, ook in Groningen. Aalje Post liep niet voor de troepen uit waar het vernieuwingen betrof maar het was onmiskenbaar iemand die de tijdgeest goed aanvoelde en in een weldoordacht tempo met zijn tijd meeging. Daarbij bleef hij de innerlijk overtuigde sociaal-democraat. Hij wist voor wie hij het allemaal deed en waarom hij het deed. Betrokkenheid bij mensen maakte daar een belangrijk deel van uit. Het is niet voor niets geweest dat hij steeds koos voor de portefeuilles als Cultuur, Sport en Personeelszaken. Bij de laatste gaf hij de aanzet tot een modern beleid en vervulde hij hier wel een voortrekkersrol omdat het ambtenaren, om mensen, ging. Ook nam hij het initiatief tot het instellen van de Sportraad, die zich vooral op de sportieve opvoeding van de jeugd richtte en onder hem ontstond de eerste provinciale cultuurnota. En, een opleiding verloochent zich nooit, in een periode dat veel gemeenten er niet al te florissant voorstonden koos hij uitgerekend voor de portefeuille van Gemeentefinanciën. Veel burgemeesters en wethouders herinneren zich Post als een gedeputeerde die samen met hen zocht naar oplossingen. De jaren van Aalje Post kenmerkten zich ook door soms grote politieke tegenstellingen. In het jaar 1974 trad in Groningen als eerste provincie in Nederland een programcollege aan waarbij de confessionele partijen in de oppositie belandden. Typerend voor Aalje Post was dat hij ook in die jaren de tegenstellingen niet aanscherpte, maar in de gepolitiseerde verhoudingen toch aansluiting bij de anderen zocht, en kreeg. Mede dankzij zijn goede mensen- en dossierkennis. Wanneer hij niet helemaal zeker van een standpunt was, aarzelde hij niet om een ambtenaar te raadplegen. Langzaam trekkend aan een klein sigaartje legde hij de kwestie uit om dan - je bent Groninger of je bent het niet - kortweg te vragen: "Goede zaak?" Ik stel u voor om een ogenblik stilte in acht te nemen. De vergadering neemt enkele ogenblikken stilte in acht. 3

4 Onderzoek geloofsbrieven/toelating R.W. van Bolhuis en F.J. Meerhoff als leden Provinciale Staten 01 Onderzoek geloofsbrieven/toelating R.W. van Bolhuis en F.J. Meerhoff als leden Provinciale Staten De VOORZITTER: Het eerste agendapunt is het onderzoek van de geloofsbrieven en de toelating van R.W. van Bolhuis en F.J. Meerhoff als leden van Provinciale Staten. Dat is het gevolg van het feit dat u een tweetal brieven heeft bereikt. Een van Nicolette Klein-Bleumink en een van Klaas Jongstra, die kenbaar hebben gemaakt hun lidmaatschap van de Staten om verschillende redenen neer te leggen. De brieven heeft u ontvangen en spreken voor zichzelf. Er is een relatie tussen de brief van mevrouw Klein- Bleumink en punt 4 van onze agenda. Het spreekt voor zich dat beide mensen, met wie ik allebei heb gesproken, het gevoel hebben 'waarom moet ik nu stoppen, net nog voor het einde?' In het ene geval betreft het een keuze die samenloopt met de conclusie die te maken heeft met de werking van een artikel in de Provinciewet en de heer Jongstra vertrekt omdat hij gaat verhuizen naar een andere provincie, wat natuurlijk tot gevolg heeft dat het lidmaatschap van Provinciale Staten niet aan de orde kan zijn. Ik wil beiden vanaf deze plaats zeer hartelijk dankzeggen voor het werk verricht in deze Staten, in de commissies en het plezier dat wij ook collegiaal aan elkaar hebben gehad. Klaas Jongstra kijkt ons nu toe vanaf de tribune, ik groet hem vanaf hier. Ik zal je het boek namens onze Staten laten overhandigen. Nicolette is niet hier, maar namens ons allen zeer veel dank. Het ga je goed in je nieuwe provincie en je nieuwe gemeente. De heer DE JONG (vanaf de publieke tribune): Dank je. De VOORZITTER: Dit leidt ertoe dat hiervan melding is gemaakt bij het hoofd van het Stembureau, dat de Kieswet daarmee in werking is getreden. De heer Wouter van Bolhuis is door de voorzitter van het Centrale Stembureau in de vacature van mevrouw Klein-Bleumink benoemd, en de heer Frans Meerhoff in de vacature van de heer Jongstra. Ambtelijk zijn de geloofsbrieven onderzocht en in orde bevonden. Dat betekent dat dit de eerste stap is die is verricht. De tweede stap is dat wij nu de geloofsbrieven onderzoeken. Ik stel voor dat dit gebeurt door mevrouw Visscher-Meijst, mevrouw Stevens en de heer Boumans, dat zij de commissie zijn die de geloofsbrieven onderzoekt. Als de geloofsbrieven onderzocht zijn en in orde bevonden, kan de benoeming bekrachtigd worden en kan vervolgens meteen beëdiging plaatsvinden in ons midden. Ik verzoek de commissie voor onderzoek van de geloofsbrieven aan te vangen. De vergadering is voor enkele ogenblikken geschorst. De commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven begint haar werkzaamheden. De vergadering wordt geschorst van 9.44 uur tot 9.50 uur. De VOORZITTER: Ik heropen de vergadering. Mevrouw VISSCHER-MEIJST: Voorzitter! De commissie had hier een zware klus aan, maar de commissie heeft de geloofsbrieven onderzocht en in goede orde bevonden. De commissie stelt voor aan de Staten om de heren Van Bolhuis en Meerhoff toe te laten tot deze Staten. 4

5 Onderzoek geloofsbrieven/toelating R.W. van Bolhuis en F.J. Meerhoff als leden Provinciale Staten Notulen van de vergadering van 18 december 2002 Ingekomen stukken De VOORZITTER: Ik neem aan dat u kunt instemmen met het werk van de commissie. Ik constateer dat dit het geval is. Ik dank de commissie. Zonder beraadslaging of stemming wordt aldus besloten. De heren Bolhuis en Meerhoff worden binnengeleid. De VOORZITTER: Welkom in ons midden. Ik kan u zeggen dat de Staten net hun werk hebben gedaan en dat wij u kunnen meedelen dat u bent toegelaten als lid van Provinciale Staten en dat u na beëdiging uw werkzaamheden als lid van Provinciale Staten kunt beginnen. Dit moet ik u, voordat ik tot beëdiging overga ook schriftelijk laten weten. Alstublieft. De VOORZITTER: De heer Bolhuis zal de verklaring en belofte afleggen en de heer Meerhoff de eed. De heer Bolhuis legt in handen van de voorzitter de bij de wet gevorderde beloften af. De heer Meerhoff legt in handen van de voorzitter de bij de wet gevorderde eed af. De VOORZITTER: Ik heet u beiden van harte welkom. Mag ik u als eerste feliciteren. De vergadering is geschorst. U kunt kennis maken met twee nieuwe leden. De vergadering wordt geschorst van 9.54 uur tot 9.57 uur. De VOORZITTER: Ik heropen de vergadering. Ik heb bericht van verhindering ontvangen van mevrouw Peetoom, mevrouw Devere, mevrouw Sciacca-Noordhuis en de heer Boer. 02 Notulen van de vergadering van 18 december 2002 Zonder beraadslaging of stemming worden de notulen vastgesteld. 03 Ingekomen stukken Voorgesteld wordt de volgende stukken voor kennisgeving aan te nemen: a. Diverse ontvangstbevestigingen betreffende de motie over de afschaffing van de OZB voor woningen; b. Brief van de Huurdervereniging de Marne/de Terpen van 15 november 2002, met een afschrift van een brief aan Essent over prijsverhoging, onder verwijzing naar de antwoordbrief van het College; c. Brief van het College van januari 2003, nr /2/A.14, RP, waarbij wordt aangeboden de motie van Provinciale Staten van Zeeland betreffende handhaving ruimtelijke regelgeving, met het voorstel de motie te onderschrijven; De VOORZITTER: Als u dus voor kennisgeving aanneemt, onderschrijft u de motie. 5

6 Ingekomen stukken Ontslag lid Provinciale Staten d. Brief van de Vereniging tot behoud van het park Coendersborg van 18 december 2002 betreffende bouwplannen in het park en een tweede brief, die is nagezonden, van dezelfde vereniging van 21 januari 2003; Zonder beraadslaging of stemming wordt aldus besloten. e. Brief van de Vereniging Hoogelandspoor te Warffum van 27 december 2002 betreffende het niet toepassen van de tariefverhoging 2003 op regionale spoorlijnen van NoordNed, onder verwijzing naar de antwoordbrief van het College. De heer MOLL: Voorzitter! Het geval wil dat ik in de afgelopen Statencommissie eigenlijk dezelfde vraag heb gesteld. Als ik de antwoordbrief van het College vergelijk met het antwoord dat ik in de commissie kreeg, dan valt mij op dat daartussen verschillen zijn. Het lijkt mij wat te ver voeren om dit in deze statenzaal verder uit te discussiëren, maar ik stel voor dat wij de antwoordbrief en deze brief naar de commissie terugbrengen en even daarover doorpraten. Ik bedoel uiteraard de commissievergadering die over anderhalve week zal plaatsvinden. De VOORZITTER: Ik neem aan dat u op voorhand instemt dat wij dadelijk bij het vaststellen van de regeling van werkzaamheden dit punt toevoegen aan wat in de commissies komt. Ik constateer dat dit het geval is. Zonder beraadslaging of stemming wordt aldus besloten. Voorgesteld wordt de volgende stukken in handen te stellen van Gedeputeerde Staten ter afdoening: f. Brieven van Ingenieursbureau Boorsma B.V. te Drachten van 13 en 28 november betreffende commentaar en visie op stroomgebiedvisie Groningen/Noord en Oost-Drenthe; g. s van A. Eizenga te Grouw en drs. J.G. Gelderloos te Heerenveen betreffende extreem hoge tarieven van de Q-Iiners Zonder beraadslaging of stemming wordt aldus besloten. 04 Ontslag lid van Provinciale Staten De heer HOLLENGA: Voorzitter! Het was in de vorige Statenvergadering dat wij de Gedragscode Integriteit voor bestuurders en ambtenaren aan de orde hadden. Wij waren daarover zeer enthousiast. Wij hebben toen ook gememoreerd dat daarin een aantal stappen wordt gezet die iets verder gingen dan wij in deze provincie tot nu toe gingen. Wie had op dat moment kunnen vermoeden dat wij vrij kort daarna, in de eerste maand van dit jaar, een brief zouden binnenkrijgen waarin een van onze Statenleden het lidmaatschap van deze Staten beëindigde in verband met het feit dat zij in een heel lastige situatie was gekomen met betrekking tot een stuk dienstverlening voor het provinciale bestuur van Groningen. Het College heeft ons zeer adequaat geïnformeerd over de gang van zaken rond het beëindigen van het lidmaatschap van mevrouw Klein-Bleumink, bij brief van 24 januari jl. Ik denk dat daarin een aantal 6

7 Ontslag lid Provinciale Staten zaken wordt genoemd die wij alleen maar kunnen onderschrijven. Wat dit punt betreft wil ik een zin halen uit het voorwoord bij de gedragscode, waarin staat: "Integriteit is echter meer dan gedragsregels. Integriteit is in de eerste plaats een kwestie van mentaliteit en bewustwording." Ik denk dat vooral dit laatste punt in dit geval aan de orde is en is geweest. Het betreffende Statenlid geeft zelf heel duidelijk aan dat zij naïef is geweest en niet in de gaten heeft gehad dat dit niet kon. Zij heeft daaruit terecht de consequenties getrokken. Het College geeft in zijn brief echter ook aan dat artikel 15, waarop dit slaat, zich richt tot het lid van Provinciale Staten, en daar ligt ook de eerste verantwoording. "Maar", schrijft het College terecht, "dat ontslaat de provinciale organisatie natuurlijk niet van haar verantwoordelijkheid in deze." Ik ben van mening dat het provinciaal die verantwoordelijkheid nu ook moet nemen. Opvallend in deze kwestie is namelijk dat het betreffende Statenlid, schrijft het College in zijn brief, gedurende de opdracht regelmatig contact had met ambtenaren en bestuurders. Dit betekent, afgezien van haar eigen verantwoordelijkheid, dat mensen ambtelijk op het Provinciehuis en bestuurlijk op het Provinciehuis zijn geconfronteerd met het betreffende Statenlid in het functioneren richting de provincie. Dan vraagt men zich af: 'Waarom ging er geen bel rinkelen bij ene noch bij de andere verantwoordelijke in het Provinciehuis?' Dat is natuurlijk een zeer vervelende situatie, voor het provinciale bestuur, maar ook voor het betreffende Statenlid, want op dat moment had het eigenlijk al kunnen worden voorkomen. Wij zijn dan ook dezelfde mening toegedaan en willen de passage onderschrijven waarmee het College de brief afsluit en waarin het schrijft er alles aan te willen doen om dit te voorkomen. Met andere woorden: de gereedschapskist voor het provinciale bestuur en het ambtenarenapparaat zal moeten worden aangevuld. Dit betekent dat dit wat ons betreft nog door dit College zal moeten worden afgemaakt. Daarmee kan wat ons betreft de zaak worden afgesloten. Wij stellen het op prijs dat u de Staten informeert welke procedures er worden vastgelegd om dit in de toekomst te voorkomen. De heer TERPSTRA: Voorzitter! Als men in de notitie van 24 januari jl. artikel 15 van de Provinciewet leest, dan lijkt het op voorhand allemaal zo duidelijk. Dan kan het niet anders zijn: die duidelijkheid ligt op tafel. En toch ontstaat er op een gegeven ogenblik voor een lid van onze Staten een probleem dat eigenlijk voortkomt uit het feit dat alle betrokken partijen niet onmiddellijk artikel 15 rechtstreeks op het netvlies hebben staan en daarnaar handelen. De gevolgen daarvan zijn duidelijk. Het betreffende Statenlid heeft zich teruggetrokken als lid van deze Staten en ik moet u eerlijk zeggen: dat is toch een punt om even bij stil te staan, want omdat er - zoals uit de stukken blijkt - duidelijk geen sprake is van opzet, maar eerder van het feit dat wij ons dit met ons allen niet hebben gerealiseerd, is er toch ook sprake van een situatie die wij zo niet hadden gewild. Dat vinden wij jammer. De conclusie die het College trekt dat iedereen die hierbij betrokken is, zowel bestuurlijk als ambtelijk, opnieuw moet worden geconfronteerd met deze situatie omdat wij allemaal worden geacht de wet te kennen, zal naar wij aannemen op een adequate manier tot uitvoering worden gebracht. Wij begrijpen wat er gebeurd is, wij vinden het jammer en wij nemen er verder kennis van. Mevrouw BOS: Voorzitter! Het handelen in strijd met artikel 15 van de Provinciewet is voor Statenlid mevrouw Klein-Bleumink reden om haar zetel op te geven. De toelichting in haar brief is helder en duidelijk en wij respecteren haar besluit om op te stappen. Dit is de enige juiste weg, maar tegelijkertijd is mijn fractie zich bewust van de menselijke kant van de zaak. Het spijt ons dan ook dat een Statenlid op deze manier vroegtijdig op moet stappen. 7

8 Ontslag lid Provinciale Staten De brief van het College roept nog wat vragen op. Ten eerste wordt op pagina 2 verwezen naar de recent door ons vastgestelde gedragscode voor bestuurders en ambtenaren. In dit stuk wordt verwezen naar de regel voor oud-bestuurders die gedurende twee jaar na de beëindiging van de ambtstermijn uitgesloten zijn van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de provincie. Mijn fractie begrijpt niet helemaal waarom naar deze gedragscode wordt verwezen, omdat deze voor gedeputeerden en ambtenaren is bedoeld en niet voor Statenleden. Dat komt nog, verklaarde gedeputeerde Bleker toen daarover vragen werden gesteld tijdens de vergadering van de commissie Bestuur en Financiën. Het wordt ook tijd dat er ook een dergelijke gedragscode komt voor Statenleden. Terecht wordt vastgesteld dat de provinciale organisatie fouten heeft gemaakt, bestuurlijk en ambtelijk. Er ging pas een belletje rinkelen toen het rapport aan het College was aangeboden. Dit zal consequenties moeten hebben voor de administratieve processen in de organisatie en voor de introductie van zowel Statenleden, leden van GS en ambtenaren. Voorgesteld wordt om in de toekomst nieuwe Statenleden via introductieprogramma's specifiek op de hoogte te stellen van relevante bepalingen uit de Provinciewet. Het bijwonen van dergelijke introductieprogramma's is echter niet verplicht. Mijn fractie zou het beter vinden om tijdens de Statenvergadering waarin de eed of gelofte wordt afgelegd alle nieuwe Statenleden de Provinciewet te overhandigen, met een korte toelichting waarom dat nodig is. Tot slot: het hoort niet dat Statenleden in het openbaar ambtenaren over gevoerd beleid bekritiseren. Het College is het orgaan dat eindverantwoordelijk is voor de uitvoering van het beleid en dus voor het handelen van het ambtelijke apparaat. In de brief van het College wordt hierover echter met geen woord gerept. Het ging om een gezamenlijke opdracht van twee provincies en twee gemeenten. Deze overheden zijn vertegenwoordigd middels portefeuillehouders en de Noordelijke Convenantpartners en de opdracht is door hen verstrekt. Ik wil een antwoord op de volgende vier vragen. Aanvaard het College de volledige politieke verantwoordelijkheid voor de ontstane situatie? Hoe vindt de procedure plaats bij dergelijke gezamenlijke opdrachten? Heeft de betrokken gedeputeerde de opdracht tot het opstellen van het overzicht van noordelijke culturele organisaties en activiteiten mede ondertekend? Was de gedeputeerde op de hoogte van het feit dat een van de uitvoerders Statenlid in onze provincie was? De heer SLAGER: Voorzitter! Wij vinden het een trieste zaak dat wij vandaag over dit onderwerp moeten spreken. Het is triest, maar het is ook merkwaardig. Zoiets verwacht je eigenlijk niet en we blijven met een aantal vragen zitten. Ik wil beslist niet met modder gooien in de richting van mevrouw Klein- Bleumink, laat dat duidelijk zijn, want het is voor haar al triest genoeg. Maar een Statenlid weet toch dat zoiets niet kan? Zij noemt het gelukkig zelf ook naïef en zij neemt de enige goede beslissing. Wij vinden het ook merkwaardig in de richting van de fractie van de PvdA. Wordt daar dan nooit over dit soort zaken gesproken? Hangt de fractie dan als los zand aan elkaar? Je bespreekt toch dit soort dingen met elkaar? 'Hè, ik heb een leuke opdracht van de provincie gekregen.' Is er dan niemand die dan zegt: 'Ho, wacht eens even, maar dit kan toch niet?' Het is ook merkwaardig in de richting van de opdrachtgever, of dit nu ambtenaren zijn of niet - die hoor je daarop niet aan te spreken, het komt bij het bestuur terecht - maar toch kies ik even voor die ingang. Als je een opdracht geeft dan zou toch alleen al bij het noemen van de naam van Nicolette Klein-Bleumink een belletje moeten gaan rinkelen. Ze heet niet Jan de Vries of Piet Bos of iets dergelijks. Met die naam is ook niets aan de hand, maar haar naam komt toch niet zo vaak voor. Als je die opdracht geeft, dan ga je toch ook na een wie je die opdracht geeft. Je geeft toch niet zomaar in het wilde weg een opdracht. En een 8

9 Ontslag lid Provinciale Staten dergelijk rapport wordt toch ook in concept besproken. Daar wordt toch over gepraat. En dan weet je toch wie er aan de andere kant van de tafel zit. Pas als alles richting College gaat, ontdekt iemand dat er wat aan de hand is. Het blijft merkwaardig. Het is gebeurd zoals het gebeurd is. De wet is duidelijk, daarover is wat ons betreft verder geen discussie mogelijk. Het is uitermate vervelend voor Nicolette. Zoiets wens je een collega-statenlid niet toe. Het is ook vervelend voor de PvdA-fractie en het is schadelijk voor het imago van de provincie. Laten wij hieruit vooral lering trekken, opdat dit niet weer gebeurt. Mevrouw GRÄPER-VAN KOOLWIJK: Voorzitter! Ik sluit mij aan bij de woorden die net zijn gesproken door collega Slager. Ook wij betreuren de hele situatie. De vragen die zijn gesteld door de heer Slager zijn naar mijn mening heel terecht. Ook wij zien daarop graag antwoord en wij moeten vooral proberen te voorkomen dat dit in de toekomst weer gebeurt. De heer HEMMES: Voorzitter! Het meeste is al gezegd door andere woordvoerders. Ik zou het richting mevrouw Klein-Bleumink willen laten bij: het is een beetje dom. Niet alleen van haar maar ook van de mensen die namens de provincie in dit huis hierbij waren betrokken. Ik wil het volgende ideetje lanceren. Misschien is het goed dat er in de toekomst in elke kamer in dit huis een poster komt te hangen met alle foto's van de Statenleden, zodat dit in de toekomst niet weer voorkomt. Wat mevrouw Klein-Bleumink betreft: zij heeft direct de conclusie getrokken om terug te treden. Dat siert haar, maar het was ook het enig juiste wat zij kon doen. De heer DE BRUIJNE: Voorzitter! Ik ga namens mijn fractie nog even kort op dit punt in. Ik denk dat wij niets hebben toe te voegen aan wat door diverse sprekers is gezegd over de verwondering dat dit heeft kunnen gebeuren en over de maatregelen die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat dit eens maar niet weer is. Het moet toch zo zijn dat er bellen gaan rinkelen, en inderdaad bij beide partijen. Bij het betrokken Statenlid maar zeker ook bij het provinciaal bestuurlijk ambtelijk apparaat. Ik meen dat wij daaraan niets hebben toe te voegen. Ik kan nog aangeven, ook richting de heer Slager, die een concrete vraag aan mijn fractie heeft gesteld, dat het ook voor de PvdA-fractie volstrekt onverwacht aan de orde kwam. Wij waren niet op de hoogte van de opdracht die mevrouw Klein-Bleumink had aanvaard en had uitgevoerd. Dat is op zich niet zo bijzonder, er zijn meerdere leden van mijn fractie die zich beroepsmatig begeven op het terrein van het advieswerk. Het is niet zo dat wij in de fractie de beroepsmatige werkzaamheden van onze fractieleden regelmatig bespreken. Dat is niet de cultuur van onze fractie. Wel is in het verleden meerdere malen aan de orde geweest dat in dit soort zaken een raadpleging heeft plaatsgevonden, cq dat er op voorhand is aangegeven waar grenzen zouden moeten liggen. In het geval van mevrouw Klein-Bleumink heeft zij door het aanvaarden van deze opdracht voor de convenantpartners voor zichzelf kennelijk niet de indruk gehad dat dit strijdig zou zijn met haar functioneren als Statenlid. U hebt dat in haar brief ook kunnen lezen. Wat ons betreft: mevrouw Klein-Bleumink heeft uiteraard zelfstandig en onmiddellijk het besluit genomen dat zij genomen heeft. Zij heeft dat mij als fractievoorzitter ook meegedeeld. Zij heeft mij niet geraadpleegd. Zij heeft gezegd: 'Ik heb mijn besluit genomen, het is het enige goede besluit dat ik in deze situatie kan nemen.' Ik heb dat ook bevestigd en de fractie respecteert dit uiteraard, al betreuren wij het wel dat wij op de valreep van deze Statenperiode mevrouw Klein-Bleumink als fractiegenoot moeten 9

10 Ontslag lid Provinciale Staten missen. Maar het is niet anders en zo behoort dat ook te zijn, met alle respect voor de bijdrage die mevrouw Klein-Bleumink ook in onze fractie heeft geleverd. Dus, zeg ik tot de heer Slager, het hangt bij ons niet als los zand aan elkaar. Wij informeren elkaar als dat nodig is - daartoe neemt men als Statenlid zelf het initiatief - en dan gaat het wel eens mis. Dat is in dit geval gebeurd. Zoals ik al begon: aan datgene wat er is gezegd over de verantwoordelijkheid die er ook bij de opdrachtgever heb ik niets toe te voegen. Wij gaan er zonder meer vanuit dat het College er datgene aan zal doen wat noodzakelijk is om in de toekomst dit soort zaken te voorkomen. De VOORZITTER: Ik maak een aantal opmerkingen naar aanleiding van wat naar voren is gebracht. Ik meen dat de brief vrij overzichtelijk de stappen aangeeft zoals die tot ons zijn gekomen en de handelingen die op dat punt zijn verricht en - zoals de heer Hollenga zei - de poging om elkaar adequaat te informeren wat de situatie is. Tot dat adequaat informeren behoort natuurlijk ook de onduidelijkheid die zit in de opdracht van de convenantpartners. Mevrouw Bos vraagt hoe dit is gegaan. Men merkt in alle gesprekken, en dat moet je ook gewoon tegen elkaar zeggen, dat daar niet twee maar drie provincies plus Leeuwarden en Groningen als opdrachtgever hebben gewerkt. Er is een relatie met een discussie die wij hier al eens eerder hebben gehad over wat het betekent als een onzer voor bijvoorbeeld SNN werkt. SNN is echter wel een zelfstandige rechtspersoonlijkheid, waarin de provincie geen gezag is, maar feitelijk het gezag wordt uitgeoefend door het DB van SNN. Daarover is bij veel betrokkenen wel verwarring ontstaan. Als men het onderhavige geval ontleedt - en dat zou hier moeten gebeuren en had hier moeten gebeuren - dan blijkt de feitelijke situatie dat dit geen rechtspersoonlijkheid is en dat in dat geval de provincie Groningen een van de opdrachtgevers is, en hier wellicht nog sterker dan in andere gevallen omdat vervolgens de administratieve afwikkeling geheel in handen van de provincie Groningen is geweest. Dat had in dit geval ook anders kunnen zijn, want er zijn voorbeelden in dit convenant waarbij een ander provinciehuis of een ander gemeentehuis als administratiekantoor heeft gewerkt. Wij hebben geprobeerd dit punt te ontleden en merken dat mensen daardoor op het verkeerde been zijn gezet. Dat moet men gewoon tegen elkaar zeggen. Dit doet, zoals wij in de brief hebben gezegd, helemaal niets af aan wat de feiten daarin zijn als men dit vervolgens analyseert. Zo is het ook met mevrouw Klein-Bleumink besproken, en in dat gesprek bleek dat buiten dit gegeven al eens eerder sprake is geweest van weliswaar een beperkte opdracht, maar in veel rechtstreeksere zin dan hier aan de orde is. Dat zijn gewoon, ontdaan van alles, feiten waar men tegenaan loopt. Dat plaatst op de eerste plaats de vraag, zoals de wet dat ook zegt, bij het betrokken Statenlid. Het artikel richt zich namelijk tot het individuele lid. Daar ligt de eerste verantwoordelijkheid. U ziet ook in de afwikkeling daarvan dat die eerste verantwoordelijkheid niet door het College, noch door iemand anders kan worden overgenomen. Als blijkt dat daar verschillend over wordt gedacht, kan het College weliswaar een ordemaatregel nemen, maar dan is de afweging daarvan een zaak van het lid ten opzichte van Provinciale Staten. Daarmee is ook gewoon het kader geschetst waarin de beoordelingen aan de orde zijn. Als je alle gesprekken voert, stel je vast dat inderdaad aan de orde is geweest dat velen van u hebben genoemd. De heer Hollenga heeft dat ook geciteerd. Dat is bewustwording. Realiseer je welke artikelen zich ook richten tot het Statenlid, of het nu gaat om het aannemen van een opdracht of het vervullen van een medewerkerstaak. Dit betreft artikel 13 en 15. Deze moeten dus behoren tot de bagage die men met zich mee moet nemen. Dat moet je jezelf bewust zijn. Als men daarover doorpraat, komt die onduidelijkheid naar voren. Als men gewoon met elkaar doorneemt 10

11 Ontslag lid Provinciale Staten wat de werking ervan is, hoe die zich richt tot jou als individueel Statenlid, dan is een conclusie snel getrokken. Mevrouw Klein-Bleumink heeft in het gesprek met mij die conclusie ook op die manier getrokken. Kun je het daarbij dan laten? Nee. Dat is getracht in de brief duidelijk te maken, want er ligt ook een verantwoordelijkheid aan de andere kant. Weliswaar richt het artikel tot het individuele lid, maar dat ontslaat niet alle andere betrokkenen om een omgeving te creëren waarin wij elkaar hierop ook kunnen attenderen als men het over het hoofd zou zien of twijfel heeft. Er kunnen zich immers situaties voordoen waarin twijfel aan de orde is, waarin men elkaar daarop kan bevragen. Ook daarin is die omgeving van belang. Dit geldt voor het College, maar dat geldt in dit geval ook voor het ambtelijke apparaat. Daarom spreken wij in de brief ook over de provinciale organisatie. Het gaat er natuurlijk dwars doorheen, want er zijn ook gemandateerde zaken aan de orde. Dit neemt nooit de verantwoordelijkheid weg, want die ligt maar bij één orgaan, het College in dit geval. Er zijn echter ook zeer veel gemandateerde opdrachten. Als het niet ook in de organisatie aan de orde is, dan moeten wij de hele ambtelijke organisatie en de politieke organisatie in ogenschouw nemen en elkaar daarin helpen. Zo hebben wij de brief geschreven. Niet om het daarmee bij ambtenaren te leggen, zoals mevrouw Bos misschien de indruk had. Er staat heel nadrukkelijk in dat wij in dit geval de verantwoordelijkheid accepteren en al heel vroeg in de brief, op pagina 2, hebben wij opgemerkt dat niemand het heeft opgemerkt. Noch bestuurlijk, noch ambtelijk, zegt de brief, om ook iedere keer duidelijk te maken wat er in dat kader wordt bedoeld. Velen van u hebben gezegd dat het, als men een periode wil afmaken, zeer is te betreuren als men hier tegenaan loopt, maar hoe menselijk en persoonlijk dat ook vervelend is, in het kader van onze bredere discussies is het natuurlijk wel een verantwoordelijkheid die wij hebben. Dan ontstaat er onbedoeld enige spanning in de discussie tussen de heer Hollenga en mevrouw Bos. De heer Hollenga verwijst wel naar de gedragscode en mevrouw Bos heeft een andere indruk. Ik kan die indruk van mevrouw Bos echter niet delen. Wij hebben het stuk hier vastgesteld. Hierin is opgenomen dat Provinciale Staten een gedragscode vaststellen voor hun leden, dat zijn dus Provinciale Staten, voor de gedeputeerden en voor de Commissaris van de Koningin. In paragraaf 2, artikel 1, de algemene bepalingen staat: "Deze code geldt voor ambtenaren en voor de Commissaris van de Koningin, de gedeputeerden en voor de leden van Provinciale Staten, voor zover op hen van toepassing." Als er nu iets op hen van toepassing is, dan zijn het de bepalingen die het hier betreft. Die richten zich namelijk niet tot de ambtenaren, maar tot alle anderen. In die zin kan ik mij ook vinden in de woorden van de heer Hollenga en dat is ook de intentie geweest van de brief. Ik meen dat het besluit zoals wij dat op 3 december jl. hier hebben genomen niet anders kan worden gelezen. Mevrouw BOS: Wij hebben de discussie in de commissie Bestuur en Financiën anders gevoerd. Er is toen expliciet gevraagd op wie dit van toepassing is. Volgens mij heeft de heer Bleker toen gezegd: 'Dat is verwarrend, maar het is voor bestuurders en ambtenaren en niet voor Statenleden.' Dat zou nog komen. Dat is wat ik daarvan heb overgehouden. De VOORZITTER: Ik kan dat op dit moment niet overzien. Ik heb zojuist ook met collega Bleker overlegd en het artikel 1.4, zoals wij dat hier hebben vastgesteld - want de code is vastgesteld - luidt: "Deze code geldt voor ambtenaren en voor de Commissaris van de Koningin, de gedeputeerden en voor de leden van Provinciale Staten, voor zover op hen van toepassing." Dit is een van de artikelen die op hen van toepassing zijn. Zo hebben wij hem vastgesteld, zo luidt de gedragscode. Deze is inmiddels ook als 11

12 Ontslag lid Provinciale Staten zodanig als gedragscode gepubliceerd. Het gaat dan over de vraag hoe wij daarmee verder omgaan. Terecht is dit opgemerkt. Als wij dadelijk het introductieprogramma hebben, dat inmiddels ook in de werkgroep en in het presidium aan de orde is geweest, dan is daarin als belangrijk onderdeel opgenomen de werking van de Provinciewet en de artikelen die rechtstreeks slaan op de Statenleden. Ik denk dat de suggestie om het dan ook maar gewoon te overhandigen de goede is. Wij moeten op dit moment nog met uitdraaien werken, want er komt een nieuwe wet, maar wij kunnen zorgen dat de betreffende artikelen er ogenblikkelijk zijn. En als het gereedschapkistje gevuld moet zijn met de wet, dan zorgen wij daar ook voor. Het tweede is, dit is ook een goede suggestie van de heer Hemmes en inmiddels toegepast, de vraag of iedereen in de ambtelijke organisatie ook weet wie de Statenleden zijn. Het is misschien een opmerking die niet zo leuk is, maar het is soms aan de orde en ik kan vaststellen dat een van de betrokken afdelingshoofden de afgelopen week met zijn hele afdeling heeft gesproken en daarbij alle foto's de revue heeft laten passeren. Dit is misschien zo gek nog niet, omdat ook mensen grotere afstand toch moeten weten hoe dit zit. Het is een suggestie die de heer Hemmes net deed, maar die in de praktijk al is opgepakt. Een van de zaken is dus: kijken naar de introductieprogramma's, kijken naar de administratieve processen. Wij zullen nog een poging wagen om dit rond 19 maart a.s. op de informatiebijeenkomst, of hoe dit ook in de ambtelijke organisatie kan worden verankerd aan, u te doen toekomen. Ik zal hierover met gedeputeerde Bleker overleg plegen. De heer TERPSTRA: Voorzitter! Misschien kunt u van de foto die gemaakt is bij de jaarwisseling een dartbord maken. De VOORZITTER: Het is u opgevallen welke centrale plaats u daarop inneemt? De heer TERPSTRA: Ik stond inderdaad naast u. De VOORZITTER: En de vraag blijft natuurlijk: wie zocht wie op? De heer TERPSTRA: Ook daarop is het antwoord wel duidelijk, denk ik. De VOORZITTER: Waarom het moet gaan is dat wij nu moeten bezien welke stappen wij moeten ondernemen omdat is gebleken Aan mevrouw Klein-Bleumink heb ik gevraagd of zij zich dit artikel ook zo had gerealiseerd. Ik heb het in de brief ook zo opgeschreven. Zij had zich zeer wel gerealiseerd dat de zorgvuldigheidsvereisten in acht moesten worden genomen. De invulling was: 'Ik doe geen werk op de commissies, de beleidsterreinen waarop ik actief ben.' De wet heeft op dat punt echter een bredere strekking. Er is gesproken met de ambtenaren die betrokken waren bij de selectie en de regeling. Die hebben zich ook gerealiseerd dat er een spanning was, maar juist hier niet. Dat ziet men hoe nuttig het is met elkaar een procedure te vinden waarin voor eenieder de kennis van de betrokken artikelen aan de orde is, zodat degene die wordt aangesproken, het Statenlid, zich dit realiseert bij de afweging en zodat dit anderen in staat stelt om het belletje te laten rinkelen als het aan de orde is en te voorkomen dat dit soort zaken gebeuren. Ik denk dat dat de lessen zijn die wij er met elkaar uit zullen moeten trekken, dat de verantwoordelijkheden op dit punt heel helder zijn. 12

13 Ontslag lid Provinciale Staten Regeling van werkzaamheden Ik heb ook geschreven over de opdracht in noordelijk verband. Die opdracht is verstrekt door de betrokken partijen en is uitgevoerd door de gedeputeerde mevrouw Brink in de provincie Drenthe. Misschien is het goed dat de heer Gerritsen antwoord geeft op de specifieke vragen die u daarover heeft gesteld. De heer GERRITSEN, gedeputeerde: Voorzitter! De opdrachtverlening ging als volgt in zijn werk. Het Noordelijk Convenant heeft in het kader van het cultuurprofiel gezegd een state of the art te willen vervaardigen, een inventarisatie en beschrijving van de culturele instellingen. In eerste instantie heeft men in een gezamenlijke vergadering gezegd dit extern te zullen uitbesteden, zonder dat daarbij personen in beeld waren. Eind juni jl. is dat voorstel ingevuld en is het zowel hier in dit huis intern aan de orde gekomen als in een gezamenlijke vergadering. Natuurlijk ben ik zelf goed op de hoogte van artikel 15, gezien mijn vorige werksituatie. Op een gegeven moment heb ik ook gesignaleerd dat hier een Statenlid in het geding was, maar ik ben op het verkeerde been gezet door het Convenant en de gedachte dat de beslissing ook door een groot aantal anderen werd genomen. Dat is een verklaring voor hoe het is gelopen. Ik betreur dat zeer. Ik ervaar dat ook als uiterst pijnlijk, nu ik de gevolgen daarvan onder ogen moet zien en het is ook op geen enkele manier een rechtvaardiging. Ik had op dat moment moeten interveniëren en moeten zeggen: 'Dit kan niet.' Er is wel een gevoel van twijfel gerezen, maar ik heb op basis van dat Convenant tegen mijzelf gezegd: 'Dit kan in dit verband.' Niet goed. Verantwoordelijkheid? Ja, medeverantwoordelijk voor de opdrachtverlening die namens mevrouw Brink, gedeputeerde in Drenthe, namens het Convenant is verstrekt. Mevrouw BOS: Voorzitter! Ik ben blij met het eerlijke antwoord. Er is net al gezegd: 'Het is een beetje dom', maar dit is ook een beetje dom. Het allerbelangrijkste is dat dit de volgende keer, de komende jaren, niet weer voorkomt. Dat is iedereen wel duidelijk. Ik denk dat het ook een taak is van de fracties om na de eedaflegging intern daarover nog eens goed te spreken. De VOORZITTER: Inderdaad, alles moet gericht zijn op het voorkomen ervan. Wij hebben er met ons allen een verantwoordelijkheid in daarvoor te zorgen. Zo hebben wij het ook als College ervaren, het is onze collectieve verantwoordelijkheid. Dat heeft dus ook vervolgstappen, zoals ik heb beschreven, en die zijn daarbij aan de orde. Kunnen wij hiermee de discussie op dit punt afsluiten? Ik constateer dat dit het geval is. 05 Regeling van werkzaamheden De VOORZITTER: U hebt bij de brief van 31 januari jl. de voorstellen van het presidium ontvangen. U hebt zojuist bij de behandeling van de brieven besloten om daaraan nog één brief toe te voegen. Wenst een uwer het woord over dat aspect van de regeling der werkzaamheden? Ik constateer dat dit niet het geval is. Ik constateer dat u kunt instemmen met de voorstellen. Zonder beraadslaging of stemming wordt met de werkzaamheden ingestemd. De VOORZITTER: Mevrouw Gräper heeft mij gemeld dat zij gebruik wil maken van het recht om mondelinge vragen te stellen. Die hebben betrekking op ICT-beleid en die vragen zullen bij de 13

14 Regeling van werkzaamheden Wijziging subsidieregeling NIOF Wijziging subsidieregeling HRM Baggeren Zuidlaardermeer Wijziging Wadloop- en Legesverordening Aanpassing bestuurlijke organisatie IPO Invoering BTW-compensatiefonds mondelinge vragen aan de orde komen. Andere voorstellen hebben mij niet bereikt. B-stukken 06 Wijziging subsidieregeling Noordelijke Innovatie en Ondersteuningsfaciliteit (NIOF) Zonder beraadslaging of stemming wordt aldus besloten. 07 Wijziging subsidieregeling Human Resource Management (HRM) Zonder beraadslaging of stemming wordt aldus besloten. 08 Baggeren Zuidlaardermeer en aanliggende havens en vaarten in kader van de revitalisering Zuidlaardermeer Zonder beraadslaging of stemming wordt aldus besloten. 09 Wijziging Wadloop- en Legesverordening provincie Groningen Zonder beraadslaging of stemming wordt aldus besloten. 10 Aanpassing bestuurlijke organisatie IPO Zonder beraadslaging of stemming wordt aldus besloten. 11 Invoering BTW-compensatiefonds per 1 januari 2003 Zonder beraadslaging of stemming wordt aldus besloten. A-stukken 12 Subsidie De beraadslaging wordt geopend. De heer SPOELTMAN: Voorzitter! Er is nogal wat commotie ontstaan over de en de besteding van de provinciale gelden. Daarom ben ik in mijn archief gedoken om te kijken welke afspraken er gemaakt zijn, welke discussies wij hier gevoerd hebben en hoe de hele gang van zaken verlopen is. Ik zal dat even kort memoreren. In februari 2000 lag er een voorstel van Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten om 5 miljoen gulden te investeren in een nieuw te bouwen stadion voor FC Groningen, als 14

15 onderdeel van een groter geheel: het Europapark. Dit was uiterst belangrijk voor de verdere economische ontwikkeling van stad en ommeland. Wij hebben daarover een forse discussie gevoerd, maar het grootste deel van de Provinciale Staten is uiteindelijk akkoord gegaan met het bedrag van 5 miljoen gulden voor. Wij hebben toen namelijk een aantal voorwaarden vastgesteld: er moest een definitieve gobeslissing komen van de gemeenteraad van Groningen, de financiële gezondmaking van FC Groningen moest geregeld worden - en niet door ons maar door derden - en het geld moest besteed worden aan de bouw van het stadion en absoluut niet aan de exploitatie van FC Groningen. Wij zijn inmiddels een jaar verder. Medio 2001 is er in deze Staten tot tweemaal toe fors gedebatteerd over de vraag of dat geld overgemaakt kon worden of niet naar aanleiding van de derde go-beslissing van de gemeenteraad. Ik wil die discussie niet herhalen. Wij hebben daarover zeer uitvoerig gesproken en uiteindelijk is het grootste gedeelte van de Staten ermee akkoord gegaan dat het geld op dat moment zou worden overgemaakt. Een aantal partijen was tegen, maar een grote meerderheid ging akkoord. Ook daar is in een brief aan de commissie Bestuur en Financiën een aantal voorwaarden genoemd op welke manier het geld besteed zou moeten worden. De Staten en onze fractie was daar uitdrukkelijk voorstander van wilden in ieder geval geen bestuurlijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de verdere ontwikkelingen van de. Wij hebben expliciet afgesproken: wij maken het geld over en zorgt maar dat het geld goed wordt besteed. Dus geen bestuurlijke verantwoordelijkheid, hoewel er toentertijd voorstellen waren om een commissaris te leveren. Laten wij blij zijn dat dit toen niet is doorgegaan. De voorwaarden waren: 1. Het provinciebestuur ontvangt jaarlijks de jaarrekening met accountantsverklaring en een inhoudelijke toelichting. 2. Er vindt periodiek overleg plaats met de raad van commissarissen over de voortgang van het project. 3. Er is een directe informatieplicht van de raad van commissarissen als er zich ontwikkelingen voordoen die afwijken van de eerdere plannen, of bij een dreigende mislukking van het project. Ondanks de brief die ik vanmorgen in de brievenbus vond, hebben wij nog geen accountantsverklaring gezien, noch een verklaring van N.V. zelf. Als het waar is dat de raad van commissarissen geld van de provincie in de kas van FC Groningen heeft gestort, ook al is het maar ter overbrugging, heeft hij in strijd gehandeld met de eerder met ons gemaakte afspraken: geen geld voor de exploitatie van een betaalde voetbalorganisatie, directe meldingsplicht aan het provinciebestuur als zich ontwikkelingen voordoen die anders waren dan afgesproken. Wij kunnen ons niet aan het gevoel onttrekken dat de raad van commissarissen van N.V. zich niet zo veel aantrekt van de afspraken die met ons zijn gemaakt. Het moge duidelijk zijn dat wij de ontwikkeling van de nog steeds van eminent belang vinden voor provincie en regio, maar wij hebben problemen met de manier waarop een en ander is gelopen. Zojuist werd een brief rondgedeeld over de en ons gevoel verandert niet door deze brief. Daarin staat alleen: sorry, wij besteden ons geld verder aan de bouw van het stadion en niet anders. De brief die ik vanochtend in de brievenbus vond, geeft aan hoe de gang van zaken financieel is verlopen. In die brief staat niet en dat betreuren wij wat het College van de manier vindt waarop een en ander is gegaan. Delen zij ons gevoel dat een en ander niet kan zoals het nu is gelopen? Wij zijn uiterst benieuwd naar de opvatting van het College hoe het ten opzichte van de staat en welke maatregelen het neemt om een en ander in de toekomst te voorkomen. 15

16 De heer WERKMAN: Voorzitter! U krijgt van mij geen analyse van het verleden. Wij hebben gekeken naar de stand van zaken op dit moment, welke informatie ons heeft bereikt en wat er in de afgelopen paar weken is gebeurd. Van de eerste berichten die wij daarover ontvingen, zijn wij bijzonder geschrokken. Onze vraag was: het kan toch niet waar zijn dat de provinciale bijdrage van 5 miljoen ouderwetse guldens voor andere doelen is ingezet dan waarvoor wij het geld beschikbaar stelden? Adequaat heeft uw College op deze berichtgeving gereageerd. In een brief van 29 januari jl. zijn wij uitgebreid geïnformeerd over de actie die het College ondernam, namelijk een toetsing door de externe accountant Ernst & Young. De conclusie van het onderzoek bereikte ons gisteren. Hieruit blijkt en dat zijn bevindingen van zowel de concerncontroller als de accountant dat de uitgekeerde provinciale subsidie besteed is conform de gemaakte afspraken. Er is in onze beleving geenszins sprake van inzet van gemeenschapsmiddelen voor andere doelen c.q. voor de verplichting die N.V. is aangegaan met FC Groningen. Op grond van alle ontvangen informatie komen wij dan ook tot de conclusie dat bepaalde kasstromen de gedachte hebben gewekt dat niet juist is gehandeld. Wij weten nu beter: de besteding is beslist niet strijdig met de subsidievoorwaarden die wij hebben vastgesteld. Wel spreken wij onze teleurstelling uit over het feit dat N.V. niet tijdig aan haar rapportageverplichtingen heeft voldaan. Wij verzoeken het College met klem te bewerkstelligen dat N.V. haar afspraken op dat punt nakomt, zodat wij in elk geval inzicht behouden in de besteding van de middelen binnen de kaders die wij daarvoor hebben vastgesteld. De heer TERPSTRA: Voorzitter! Over de is veel gesproken en op dit moment spreken wij er weer over. De vraag is dan: was dit nu nodig geweest? In het commissiestuk van 26 maart 2001 aan de leden van de Statencommissie Bestuur en Financiën, met als onderwerp toetsvoorwaarden PS-besluit 15 maart 2000 inzake de nieuw te bouwen, staat onder meer te lezen de zin: N.V. staat voor genoemde financiële gezondmaking garant en heeft inmiddels via een brief laten weten dat zij de provinciale bijdrage niet zullen gebruiken voor dit proces. Het was misschien handig als deze brief was gevoegd bij de stukken die het College ons heeft gestuurd. Ik vraag dan ook of wij die brief op dit moment alsnog kunnen inzien. Wij hebben een aantal voorwaarden vastgesteld, waarnaar in het betreffende stuk wordt verwezen. De voorwaarden zijn net al genoemd: de rapportage over de exploitatie, periodiek overleg en de directe informatieplicht zodra ontwikkelingen zich zouden voordoen die ervoor zorgen dat niet volgens de laatst bekend zijnde plannen gewerkt kan worden. Van die laatste mogelijkheid heeft N.V. geen gebruik gemaakt. Daaruit kan men bijna afleiden dat er geen problemen waren. Deelt het College onze mening dat, op het moment dat N.V. in een bepaalde situatie van kasstromen of welke financiële stromen dan ook een bepaalde transactie pleegt in de richting van FC Groningen, waarbij kijkend naar het accountantsoverzicht misschien provinciale middelen betrokken zijn, men dat even had moeten melden? Dat brengt mij bij de conclusie die door het College wordt getrokken, waar wordt gezegd dat afspraken over rapportage en verantwoording met zullen worden vastgelegd, alvorens daadwerkelijk wordt overgegaan tot de beschikbaarstelling. Mag ik ervan uitgaan dat hier wordt gedoeld op de brief van 20 maart 2002, waarin wordt aangegeven dat men het bedrag beschikbaar stelt? De hele problematiek die op tafel ligt, is aanleiding geweest tot de brief van 4 februari 2003 met als onderwerp de stand van zaken over de subsidie N.V., een overzicht van het College, waarin de 16

17 boekhoudkundige kant wordt belicht. Ook al heb je geen diploma gemeentefinanciën, als je iets van boekhouden weet, lijkt dat best aardig te kloppen. College en Staten hebben immers niet besloten onze subsidie zodanig te oormerken dat die altijd herkenbaar is in de vorm van rode biljetten ten opzichte van groene. Wij hebben ook niet gekozen voor de constructie om een bouwkrediet beschikbaar te stellen, waarbij met bonnetjes kan worden aangetoond dat er iets is uitgegeven of waarbij wij kunnen zeggen: dat past daarin, dus wij betalen u. Van die achtergrond in de besluitvorming zijn wij ons bewust. Toch heb ik een paar vragen over deze brief. In de eerste plaats wordt er melding gemaakt van het feit dat wij de investeringsbijdrage in één keer beschikbaar hebben gesteld op de bankrekening van, waarop ook andere financiers hun bijdragen stortten. De vraag is: in hoeverre en in welke mate is dat eigenlijk gebeurd? Hebben wij daar, in relatie tot de mededeling dat de liquiditeitspositie van N.V. in hoge mate wordt bepaald door de provinciale investeringsbijdrage, inzicht in? Zijn wij dan de enigen die daar geld in storten, zodat het niet anders kan dan dat er niet goed kan worden gehandeld? De concerncontroller en de externe accountant komen tot de conclusie dat een substantieel bedrag van de provinciale subsidie specifiek aan de voorbereiding en de bouw van het stadion is besteed. De vraag is wat die zin betekent. Is er ook een substantieel deel besteed aan iets anders? Of is dat nog in kas? Het College heeft bewust gekozen voor bestuurlijke en politieke betrokkenheid op afstand. Dat is juist. Dat hebben wij ook gedaan en wij hadden dat graag zo willen houden. Toch wordt er geconstateerd dat met de door hen geleverde informatie niet heeft voldaan aan de door ons gestelde subsidievoorwaarden. Dat is een omissie waaraan wij niet kunnen voorbijgaan. De vraag is dan ook: wat is nu de conclusie van het College met betrekking tot dat geheel? Als er op een bepaald moment een conclusie moet worden getrokken over de totale situatie, zou ik graag van het College die conclusie nog een keer duidelijk willen horen. Ik heb namelijk het idee dat het op het ogenblik misschien iets te kort door de bocht is geformuleerd of net niet helemaal helder is. Tot slot blijft over de bestuurlijke omgang met betrekking tot dit soort zaken. Men zou kunnen zeggen: er is boekhoudkundig keurig melding van gemaakt, het is gewoon geboekt als voorlopig. Volgens onze subsidievoorwaarden is, als alles is ontvangen en als alle verantwoording achteraf volgens de subsidievoorwaarden is opgehoest, het definitief. Daartussenin zit toch ook zoiets als een bestuurlijke omgang tussen partners? Dan stel ik de vraag waar ik ook mee begin: had niet even contact kunnen zoeken met betrekking tot deze situatie? Dat is niet gebeurd en dat betreuren wij zeer. Als je, terecht, op afstand wilt besturen, als je vertrouwen wilt stellen in partners, moet daar ook een gedegen grondslag voor zijn. Wij hopen dat dit de volgende keer anders zal verlopen. De heer VAN DER PLOEG: Voorzitter! Er is in deze Staten inderdaad intensief gediscussieerd over de in verschillende fasen. Het ging vooral over twee onderdelen: 1. Steun aan de FC Groningen, al dan niet via lagere huur. Het algemene gevoel was dat wij dat niet wilden. 2. Het tijdstip van het overmaken van het geld. Dit discussiepunt liep door tot De fractie van GroenLinks heeft op de verschillende punten een heldere stelling ingenomen: geen steun aan FC Groningen en beschikbaar stellen als de investering start. Ik kom daar straks nog op terug. Via journalistiek vakwerk komt dit onderwerp nu ineens volop terug in de discussie. Dan blijkt dat N.V. bank heeft gespeeld met provinciaal geld. Dat wordt door N.V. niet ontkend en wij kunnen dat dus als een feit verwoorden. In de brief gaat het College echter niet in op het gegeven dat het geld daarvoor gebruikt is. Wij zijn benieuwd naar de mening van het College op dit punt: onderschrijft 17

18 het College dat het niet de bedoeling was dat als bank met provinciaal geld omging en dat dit niet onder de gestelde voorwaarden valt? Als GroenLinks-fractie wensen wij het gedrag van de commissarissen bij dezen publiekelijk te veroordelen. Wij vinden dat er sprake is van laakbaar gedrag van de zijde van de commissarissen. Uit de brieven blijkt ook dat Gedeputeerde Staten uiteindelijk ver na de derde go-beslissing van de gemeente heeft besloten om het geld over te maken, ongeveer driekwart jaar later. Omdat wij nogal intensief hebben gediscussieerd over de vraag of het derde go-besluit nu het definitieve besluit of een voortgangsbesluit zou zijn, is het logisch het College te vragen wat nu precies de achtergronden waren om in maart 2002 het besluit te nemen om het geld daadwerkelijk over te maken. Welke garanties had het College in maart 2002 dat het geld volledig besteed zou worden, zoals in de voorwaarden met Provinciale Staten besproken? Wist het College ik vraag het maar expliciet, omdat het in de brieven niet wordt vermeld dat FC Groningen op deze manier zou worden gesteund? Was het bekend dat N.V. liquiditeitsproblemen had? Er is, naar ik aanneem, in de voorfase van het besluit van maart 2002 intensief gediscussieerd met N.V., ook over de financiële kant van de zaak. Kortom: graag een toelichting op de gebeurtenissen in die periode. In de brieven staat ook niets over de feitelijke financiële ontwikkelingen rond N.V. In algemene zin wordt de conclusie van de accountant onderschreven, maar mijn fractie is geïnteresseerd in de ontwikkeling van de liquiditeitspositie bij N.V. De heer Terpstra refereerde ook al hieraan. Zijn wij de enige financier geweest in die periode? Ik kom even terug op de voorwaarden ten aanzien van het tijdstip van het overmaken van het geld. Dat begon bij de discussie in de commissie Bestuur en Financiën heel aardig, want wij waren het redelijk met elkaar eens. De heer Jaspers verwoordde het als volgt: het geld moet pas overgemaakt worden op het moment dat de spa in de grond gaat. Meerdere fracties waren het daarmee eens. In de discussie in de Staten kwam het College terug op dat punt en stelde het: er zijn ook ontwikkelingskosten die gerelateerd zijn aan de bouw, maar als wij garanties krijgen dat de bouw daadwerkelijk doorgaat, zou dat moeten kunnen. De Staten is met die interpretatie akkoord gegaan. Vervolgens werd het een jaar later alweer iets anders. Toen ging het niet meer over ontwikkelingskosten, maar over voorbereidingskosten in algemene zin, zonder dat er condities werden benoemd. Nu blijkt in de laatste brief, die van gisteravond, dat ook het overhalen van andere participanten als een mogelijkheid kan worden gezien om aan de voorwaarden van ons besluit te voldoen. Uiteindelijk kon men constateren dat een heldere voorwaarde, namelijk dat het geld pas werd overgemaakt als de eerste spa de grond in gaat, verwordt tot een vage doelstelling in die zin dat men iets leuks gaat maken en daarover goede afspraken heeft met elkaar. Ten aanzien van het NNBT hebben wij een aantal discussies gevoerd over de vraag hoe voorwaarden geformuleerd moesten worden en hebben wij een aantal problemen geconstateerd. Men zou met dit verhaal kunnen concluderen dat er niet zo veel anders is gebeurd. In feite constateren wij en dat is een oordeel over de brief die wij gisteren ontvingen dat het College kennelijk weinig juridische mogelijkheden ziet om de opgelegde voorwaarden zodanig op te leggen dat er consequenties uit voortvloeien. Het enige waar het College zich kennelijk aan kan vasthouden, is de rapportageverplichting, die duidelijk niet adequaat is. Het College gaat daar terecht op in. Het is echter duidelijk dat het College het oordeel van de accountant volgt en van mening is dat het geld is besteed volgens de voorwaarden. Dat staat letterlijk in de brief. Wij kunnen die opvatting niet delen, omdat wij de gegevens niet hebben om dat te kunnen controleren. Wij neigen er dan ook naar de opvatting van de PvdA-fractie, namelijk dat er is 18

19 gehandeld in strijd met de afspraken, een heel andere positie, te volgen. Er zijn echter verschillende vragen gesteld en wij hechten eraan eerst te horen hoe het College hierover denkt, omdat er nog een aantal vage aspecten in de brief staat. Daarna zullen wij in tweede termijn tot een eindoordeel komen. De heer SLAGER: Voorzitter! De brief waarnaar wordt verwezen, heeft mij gisteravond niet bereikt. Ik vermoed dat die nog in de bekende groene brievenbus bij de weg zit. Ik heb er inmiddels via een fractiegenoot kennis van kunnen nemen. Ik meende dit even te moeten opmerken. Maar ter zake. Wij hebben op 15 maart 2000 een voordracht behandeld in deze Staten met als inhoud kortweg gezegd om 5 miljoen gulden te besteden aan een stadion waar FC Groningen gaat voetballen, de. Destijds was de GPV-fractie daarover niet enthousiast. Wij hebben bij die gelegenheid een motie ingediend om te trachten zeker te stellen dat het geld niet zou worden besteed aan de voetbalclub zelf, omdat wij vonden dat er toch al sprake was van een zekere verkapte subsidie. Door de bijdrage van de provincie zou het geheel immers goedkoper worden en zou FC Groningen minder huur hoeven te betalen voor het spelen in de. Het was dus duidelijk de bedoeling om het geld niet naar FC Groningen te laten doorstromen. Overigens, voor de geschiedschrijving, werd de motie niet aangenomen. Wij zijn wel akkoord gegaan met de voordracht, maar hebben aantekening gevraagd tegen een klein onderdeel van het besluit, omdat wij vonden dat het stadion deel uitmaakte van een veel groter geheel, het Europapark. Dat heeft bij ons de doorslag gegeven om het toch door te laten gaan en het plan niet op dit onderdeel tegen te houden. Het totale Europapark is van ontzettend groot belang voor stad en ommeland. Daarom hebben wij gezegd: als het maar zeker is dat het geld niet naar de voetbalclub gaat, stemmen wij daar toch maar mee in. Volgens de handelingen van die vergadering heeft het College bij monde van de gedeputeerde Bleker nadrukkelijk gezegd: let wel, Staten, het gaat hier niet om een bijdrage voor de FC Groningen. Let wel, Staten, het gaat hier niet om FC Groningen de winter door te helpen, dat is niet de bedoeling. Het gaat erom daar een stadion te krijgen. Al discussiërend hebben de Staten, naar ik meen, duidelijke voorwaarden gesteld aan subsidieverlening. Ik neem toch aan dat, als daar op een heldere manier in de Staten over gediscussieerd wordt, die voorwaarden dan ook aan de medewerkers van N.V. zijn meegedeeld. Zij moeten toch bekend zijn met de mening van de Staten en de voorwaarden tot subsidieverlening! Onlangs heeft de gemeente Groningen het besluit genomen door te gaan met het geheel. De provincie had al eerder het bedrag van 5 miljoen gulden overgemaakt. Die discussie hebben wij eerder gevoerd en ik kom daar niet op terug. Dat ligt achter ons. Wat mij wel verbaast, is dat de provincie in één keer het totale bedrag heeft overgemaakt. Gezien wat er nu blijkbaar is gebeurd, had men dat geld helemaal niet nodig en was 1 of 2 miljoen gulden ook genoeg geweest. Mijn vraag is dan ook: doen wij dat altijd op deze manier? Wij kunnen toch ook zeggen: wij zeggen u 5 miljoen gulden toe en maken alvast 1 of 2 miljoen gulden als voorschot over. Dan kan men met activiteiten beginnen, plannen vormen en dergelijke. Het komt mij voor dat wij dat niet als algemene regel hanteren. Welke draai men hier ook aan geeft, naar onze mening kan wat hier is gebeurd niet. Als men ondernemer is met een eigen bedrijf, een eenmanszaak, kan men eventueel geld uit de kas halen van het bedrijf en dat privé gebruiken. Men moet alleen oppassen dat men geen ruzie met de belastingdienst krijgt, want die is wel streng. Als men penningmeester is van een tennisvereniging, kan men niet uit de kas van de club geld halen om privé een wasmachine te kopen. Die financiële stromen dienen nadrukkelijk gescheiden te blijven. Het 19

20 lijkt erop dat dit hier niet is gebeurd. Wij vinden dan ook dat dit grondig moet worden uitgezocht en wij zien de accountantsrapportage tegemoet. Wij krijgen de indruk dat het College hier is tekortgeschoten in het toepassen dan wel in het handhaven van de voorwaarden. Het is nu aan het College om deze indruk bij ons weg te nemen. Mevrouw GRÄPER-VAN KOOLWIJK: Voorzitter! Er is al veel gezegd en er zijn al harde woorden gevallen. Wij waren verbaasd toen wij het bericht in de krant lazen, maar tegelijkertijd ook niet. Bij de vaststelling van de toets voor het beschikbaar stellen van het bedrag van 5 miljoen gulden, heeft mijn fractie al gezegd dat het zeer waarschijnlijk is dat de geldstromen binnen N.V. heel lastig van elkaar te scheiden zijn - in je portemonnee weet je immers niet van wie welk kwartje afkomstig is - helemaal omdat een van de taken die had, het financieel gezond maken van FC Groningen was. In dat opzicht waren wij niet verbaasd dat het is misgegaan. Waarover wij wel verbaasd zijn, is het feit dat de raad van commissarissen hiermee met een luchthartigheid omgaat alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Wij delen dan ook de mening van de GroenLinks-fractie dat een stevige vermaning richting de raad van commissarissen wat dit betreft op zijn plaats is. Wij hebben net met elkaar gesproken over integriteit van bestuur en wat dat betreft is er hier natuurlijk wel sprake van een aantasting daarvan. Er is geld gebruikt en het geld is inmiddels wel weer terug. Als je sec naar de eindrapportage kijkt, lijkt er financieel niet zo veel aan de hand te zijn. Immers, het geld dat wij ter beschikking hebben gesteld, is ook daadwerkelijk besteed aan de bouw van het stadion. Tussentijds is er echter wel in strijd met de afspraken gehandeld. Je kunt je voorstellen dat, wanneer op dat moment FC Groningen failliet was gegaan, er misschien sprake zou zijn van een andere situatie. Het zou nog maar de vraag zijn of wij het geld ook dan zouden hebben teruggekregen. Het gaat dus niet alleen om de liquiditeit aan het eind bij de rapportages, maar ook om de liquiditeit tussentijds. In de ogen van de D66-fractie betekent dit dat er risico s gelopen zijn met geld dat geoormerkt was. Dat had absoluut niet mogen gebeuren. De vraag is welke stappen het College gaat ondernemen richting de raad van commissarissen en welke stappen zullen worden ondernomen om dit soort situaties in de toekomst te voorkomen. De heer HEMMES: Voorzitter! Toen ik de vorige week op de hoogte werd gebracht van dit akkefietje zo zullen wij het maar noemen was ik niet echt verbaasd. Toen ik de volgende dag de uitspraken van een aantal collega s in de krant las, dacht ik: dat wordt 5 februari nog een leuke Statenvergadering. Nu ik een aantal sprekers heb gehoord, ben ik bang dat ook dit akkefietje weer voor het grootste deel met de mantel der liefde wordt bedekt. Daarom zal ik als laatste spreker in de rij het standpunt van de SP-fractie naar voren brengen. Hoe de SPfractie denkt over het steken van overheidsgeld in het betaald voetbal, mag genoegzaam bekend zijn. Anders moet men mijn bijdrage aan de vergadering van 15 maart 2000 er nog maar eens op nalezen. In diezelfde vergadering is deze beslissing genomen om vele provinciale miljoenen in de ontwikkeling van het Europapark, c.q. de te steken. Een besluit waarmee wij het volstrekt oneens waren. De meerderheid beslist echter en wij hebben ons daarbij neer te leggen. Zo hoort het ook. Wat absoluut niet hoort, is hoe schijnbaar met diezelfde miljoenen wordt omgegaan. Er was een aantal strikte voorwaarden aan het besluit verbonden en die worden nu met voeten getreden. De SP-fractie heeft vele malen naar voren gebracht dat het geld, via welke omwegen dan ook, waarschijnlijk toch bij de voetbalclub zou terechtkomen. Het heeft er nu alle schijn van dat dit, zij het misschien tijdelijk, ook is 20

1. Onderzoek geloofsbrieven/beëdiging van de heer H. Koot...1. 2. Notulen van de vergaderingen van 19 en 26 juni 2002...2. 3. Ingekomen stukken...

1. Onderzoek geloofsbrieven/beëdiging van de heer H. Koot...1. 2. Notulen van de vergaderingen van 19 en 26 juni 2002...2. 3. Ingekomen stukken... PUNTEN VAN BEHANDELING:... BLZ. 1. Onderzoek geloofsbrieven/beëdiging van de heer H. Koot...1 2. Notulen van de vergaderingen van 19 en 26 juni 2002...2 3. Ingekomen stukken...2 4. Regeling van werkzaamheden...3

Nadere informatie

PROVINCIAAL BLAD. Vaststelling Verordening Werkgeverscommissie Statengriffie Provinciale Staten Drenthe

PROVINCIAAL BLAD. Vaststelling Verordening Werkgeverscommissie Statengriffie Provinciale Staten Drenthe PROVINCIAAL BLAD Officiële uitgave van provincie Drenthe. Nr. 199 14 januari 2016 Vaststelling Verordening Werkgeverscommissie Statengriffie Provinciale Staten Drenthe Besluit van Gedeputeerde Staten van

Nadere informatie

Registratienummer: GF12.20060 Datum: 21 mei 2012 Agendapunt: 21

Registratienummer: GF12.20060 Datum: 21 mei 2012 Agendapunt: 21 Aan de gemeenteraad Registratienummer: GF12.20060 Datum: 21 mei 2012 Agendapunt: 21 Portefeuillehouder: de heer T. Waterlander Behandelend ambtenaar: Mevrouw W.J.M.A. Jansen, griffier Onderwerp: Verordening

Nadere informatie

PS-besluitenlijst d.d. 25 en 26 juni 2008

PS-besluitenlijst d.d. 25 en 26 juni 2008 PS-besluitenlijst d.d. 25 en 26 juni 2008 Aan deze openbare besluitenlijst kunnen geen rechten worden ontleend. Alleen de tekst van het door provinciale staten vastgestelde verslag bevat de formele besluitvorming

Nadere informatie

Reglement van orde voor de raad, verordening op de raadscommissies en huishoudelijk reglement van het presidium

Reglement van orde voor de raad, verordening op de raadscommissies en huishoudelijk reglement van het presidium Reglement van orde voor de raad, verordening op de raadscommissies en huishoudelijk reglement van het presidium Inleiding In het presidium van 31 maart 2016 is afgesproken dat de voorstellen m.b.t.: Reglement

Nadere informatie

Vergadering van De commissie Onderzoek van de Rekening. 15 april 2009 COR2008-11. Status verslag Concept. de heer Romijn

Vergadering van De commissie Onderzoek van de Rekening. 15 april 2009 COR2008-11. Status verslag Concept. de heer Romijn Verslag Vergadering van De commissie Onderzoek van de Rekening Vergaderdatum Kenmerk 15 april 2009 COR2008-11 Status verslag Concept Verslaglegging door Telefoonnummer W.L. Walkate (Notuleerservice Nederland)

Nadere informatie

Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347

Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347 Rapport Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop notaris X te Q bij gelegenheid van de afwikkeling van haar echtscheiding heeft gehandeld met een

Nadere informatie

De Provinciewet en de Rekenkamer

De Provinciewet en de Rekenkamer De Provinciewet en de Rekenkamer HOOFDSTUK XIa. DE BEVOEGDHEID VAN DE REKENKAMER Artikel 183 1. De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het provinciebestuur

Nadere informatie

VERGADERING VAN 18 DECEMBER 2002

VERGADERING VAN 18 DECEMBER 2002 PUNTEN VAN BEHANDELING...BLZ. 01 Notulen van de vergadering van 13 november 2002....3 02 Ingekomen stukken....3 03 Regeling van de werkzaamheden....4 04 Subsidieverordening bodemsanering bedrijfsterreinen

Nadere informatie

Memorie van antwoord. Convenant actieve informatieplicht

Memorie van antwoord. Convenant actieve informatieplicht Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders en de griffier Datum : 26 januari 2015 Onderwerp : memorie van antwoord bij Nota geheimhouding,

Nadere informatie

VERGADERING VAN 2 FEBRUARI 2005

VERGADERING VAN 2 FEBRUARI 2005 PUNTEN VAN BEHANDELING BLZ. 1. Notulen van de vergadering van 15 december 2004... 2 2. Ingekomen stukken... 2 3 Regeling van werkzaamheden... 4 Behandelvoorstellen Presidium... 4 Vaststelling B-lijst...

Nadere informatie

Vergadering van 12 december 2001

Vergadering van 12 december 2001 Vergadering van 12 december 2001 Punten van behandeling: 1 Onderzoek van de geloofsbrieven van de opvolger van het statenlid de heer W. Boersema 2 De notulen van de vergadering van 7 november 2001 3 Ingekomen

Nadere informatie

VERGADERING VAN 13 NOVEMBER 2002

VERGADERING VAN 13 NOVEMBER 2002 PUNTEN VAN BEHANDELING...BLZ. 01 Notulen van de vergaderingen van 18 september en 7/8 oktober 2002... 3 02 Ingekomen stukken... 3 03 Regeling van de werkzaamheden... 6 04 Bezoldigingsregeling waterschappen...

Nadere informatie

* Functionaliteit Het handelen van een bestuurder heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in het bestuur.

* Functionaliteit Het handelen van een bestuurder heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in het bestuur. CONCEPT-GEDRAGSCODE RAAD MAASDRIEL - rvbijlage cie ABZORG 01.06.10 (VNG model) De code bestaat uit 2 onderdelen: Deel I beschrijft een aantal kernbegrippen van integriteit ten behoeve van het bredere kader.

Nadere informatie

GEWIJZIGD. A. In artikel 13, tweede lid wordt gewijzigd zodat het komt te luiden als volgt:

GEWIJZIGD. A. In artikel 13, tweede lid wordt gewijzigd zodat het komt te luiden als volgt: Voordracht aan Provinciale Staten GEWIJZIGD van Presidium Vergadering December 2014 Nummer 6740 Onderwerp Wijziging Reglement van orde voor de vergaderingen van Provinciale Staten, e.a. 1 Ontwerpbesluit

Nadere informatie

Verordening functioneringsgesprekken burgemeester en raad

Verordening functioneringsgesprekken burgemeester en raad GEMEENTE BEUNINGEN Raadsvoorstel Onderwerp Verordening functioneringsgesprekken burgemeester en raad Raadsvergadering 19 februari 2013 Nummer(agenda) Commissie 1 PAZ Registratienummer BW13.00065 Datum

Nadere informatie

Handleiding vergadering Provinciale Staten van Overijssel. Woensdag 27 juni 2007

Handleiding vergadering Provinciale Staten van Overijssel. Woensdag 27 juni 2007 Versie 4 Handleiding vergadering Provinciale Staten van Overijssel Woensdag 27 juni 2007 PROVINCIALS STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. Dat. ontv.: 0 4 JUL 2007 a.d. Routing Bijl.: WOENSDAG 27 juni 2007 aanvang:

Nadere informatie

Besluitenlijst Provinciale Staten

Besluitenlijst Provinciale Staten Besluitenlijst Provinciale Staten Middelburg: 25 september 2015 Nummer 15013794 Besluitenlijst van de openbare vergadering van de provinciale staten van Zeeland, gehouden op 25 september 2015 van 9.35

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING NOORDELIJKE REKENKAMER 2013

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING NOORDELIJKE REKENKAMER 2013 Provinciale Staten van de Provincie Drenthe, Groningen en Fryslân: Gelet op het bepaalde in artikel 79l van de Provinciewet en artikel 40 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen; B E S L U I T E N de

Nadere informatie

Referentie: 2014042238. Regeling ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling bij commissies van Zorginstituut Nederland

Referentie: 2014042238. Regeling ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling bij commissies van Zorginstituut Nederland Referentie: 2014042238 Regeling ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling bij commissies van Zorginstituut Nederland De Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland, gelet

Nadere informatie

REGLEMENT VAN ORDE 2. Jongeren Organisatie Vrijheid en Democratie. Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE

REGLEMENT VAN ORDE 2. Jongeren Organisatie Vrijheid en Democratie. Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE REGLEMENT VAN ORDE 2 HOOFDSTUK I: ALGEMENE BEPALINGEN... 2 artikel 1: Toepassing van dit reglement 2 artikel 2: Definitiebepalingen 2 artikel 3: Handhaving van de orde 2 artikel 4: Amendementen

Nadere informatie

FRACTIEREGLEMENT. Hoorn INHOUD: Raadsperiode 2010-2014. I. Definities blz 2. II. Taakomschrijvingen, verplichtingen en rechten fractieleden blz 2

FRACTIEREGLEMENT. Hoorn INHOUD: Raadsperiode 2010-2014. I. Definities blz 2. II. Taakomschrijvingen, verplichtingen en rechten fractieleden blz 2 Hoorn FRACTIEREGLEMENT Raadsperiode 2010-2014 INHOUD: I. Definities blz 2 II. Taakomschrijvingen, verplichtingen en rechten fractieleden blz 2 III. Fractieondersteuning blz 4 IV. Besluiten blz 4 V. De

Nadere informatie

P r o v i n c i e F l e v o l a n d

P r o v i n c i e F l e v o l a n d Aan: Provinciale Staten Onderwerp: Werkgeversaspecten dualisering provinciebestuur. Statenvergadering: 2 oktober 2003 Agendapunt: 12 1. Wij stellen u voor: a. de thans geldende Collectieve arbeidsvoorwaarden

Nadere informatie

: het college van burgemeester en wethouders. : de leden van de gemeenteraad

: het college van burgemeester en wethouders. : de leden van de gemeenteraad Van Aan : het college van burgemeester en wethouders : de leden van de gemeenteraad Onderwerp : memorie van antwoord bij Wijziging juridische grondslagen Gemeenschappelijke Regeling WAVA en!go BV Raadsvoorstel

Nadere informatie

Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning provincie Overijssel 2009

Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning provincie Overijssel 2009 Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning provincie Overijssel 2009 (geconsolideerde versie, geldend vanaf 12-6-2014 tot 1-9-2014) Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie provincie

Nadere informatie

Verboden handelingen en gedragscode raadsleden Artikel 15 Opleggen geheimhoudingsplicht Artikel 25

Verboden handelingen en gedragscode raadsleden Artikel 15 Opleggen geheimhoudingsplicht Artikel 25 Bijlage bij het voorstel inzake de gedragscode leden van de gemeenteraad en gedragscode burgemeester en wethouders bepalingen uit de Gemeentewet over de integriteit. RAADSLEDEN Nevenfuncties Artikel 12

Nadere informatie

Raad V200701046 versie 3 december 2007. Verordening functioneringsgesprekken burgemeester

Raad V200701046 versie 3 december 2007. Verordening functioneringsgesprekken burgemeester Raadsvoorstel Inleiding:In 2006 is met de fractievoorzitters de afspraak gemaakt dat er in de loop van 2007 een functioneringsgesprek zou worden gehouden met de burgemeester. In het kader van de voorbereiding

Nadere informatie

Rapport. Datum: 28 september 2007 Rapportnummer: 2007/205

Rapport. Datum: 28 september 2007 Rapportnummer: 2007/205 Rapport Datum: 28 september 2007 Rapportnummer: 2007/205 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) te Groningen geen duidelijkheid verstrekt over haar

Nadere informatie

Verordening op de vertrouwenscommissie

Verordening op de vertrouwenscommissie regeling nummer 1.1.9 Verordening op de vertrouwenscommissie vastgesteld bekendgemaakt inwerkingtreding laatste wijziging - pagina 2 nr. De raad van de gemeente Gouda gelezen het voorstel van het presidium

Nadere informatie

Invulling vacature wethouder en instelling commissie onderzoek geloofsbrieven

Invulling vacature wethouder en instelling commissie onderzoek geloofsbrieven Raad Onderwerp: V200900004 Invulling vacature wethouder en instelling commissie onderzoek geloofsbrieven Raadsvoorstel Inleiding: Op 7 januari 2009 heeft de heer Groen aangegeven dat hij per 2 februari

Nadere informatie

14R.00426. RAADSINFORMATIEBRIEF met beantwoording artikel 40 vragen 14R.00426. Gemeente Woerden

14R.00426. RAADSINFORMATIEBRIEF met beantwoording artikel 40 vragen 14R.00426. Gemeente Woerden RAADSINFORMATIEBRIEF met beantwoording artikel 40 vragen 14R.00426 ^ 3 gemeente WOERDEN Van: college van burgemeester en wethouders Datum : 7 oktober 2014 Portefeuillehouder(s) : wethouder Koster Portefeuille(s)

Nadere informatie

jaar bijlagenr. commissie(s) categorie/agendanr. 2003 156 Bestuur en Middelen B 2 onderwerp

jaar bijlagenr. commissie(s) categorie/agendanr. 2003 156 Bestuur en Middelen B 2 onderwerp Raadsvoorstel jaar bijlagenr. commissie(s) categorie/agendanr. 2003 156 Bestuur en Middelen B 2 onderwerp Controleverordening gemeente Emmen Aan de raad De Wet dualisering gemeentebestuur heeft de functie

Nadere informatie

Melding van ronselen door stembureauvoorzitter niet onderzocht Gemeente Amsterdam Burgemeester Dienst Persoonsgegevens

Melding van ronselen door stembureauvoorzitter niet onderzocht Gemeente Amsterdam Burgemeester Dienst Persoonsgegevens Rapport Gemeentelijke Ombudsman Melding van ronselen door stembureauvoorzitter niet onderzocht Gemeente Amsterdam Burgemeester Dienst Persoonsgegevens 26 september 2008 RA0829612 Samenvatting Eind mei

Nadere informatie

Verordening organisatie griffie en ondersteuning raad gemeente Maastricht

Verordening organisatie griffie en ondersteuning raad gemeente Maastricht GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Maastricht. Nr. 99763 26 oktober 2015 Verordening organisatie griffie en ondersteuning raad gemeente Maastricht 2015 DE RAAD DER GEMEENTE MAASTRICHT, gezien

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2016 2017 33 348 Regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming) AB VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 20 januari 2017 De leden

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Emmen. Datum: 12 december 2011. Rapportnummer: 2011/358

Rapport. Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Emmen. Datum: 12 december 2011. Rapportnummer: 2011/358 Rapport Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Emmen. Datum: 12 december 2011 Rapportnummer: 2011/358 2 Klacht Verzoekster klaagt erover, dat de gemeentesecretaris

Nadere informatie

Drentse gedragscode integriteit Commissaris van de Koning, Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten

Drentse gedragscode integriteit Commissaris van de Koning, Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten Drentse gedragscode integriteit Commissaris van de Koning, Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten De code bestaat uit drie onderdelen. Deel I beschrijft een aantal kernbegrippen van integriteit en plaatst

Nadere informatie

Nr Houten, 22 oktober Beslispunten: De raad besluit: - de verordening Functioneringsgesprekken burgemeester en raad vast te stellen;

Nr Houten, 22 oktober Beslispunten: De raad besluit: - de verordening Functioneringsgesprekken burgemeester en raad vast te stellen; Nr. 2008-047 Houten, 22 oktober 2008 Aan de gemeenteraad Onderwerp: Vaststellen Verordening Functioneringsgesprekken burgemeester en raad Beslispunten: De raad besluit: - de verordening Functioneringsgesprekken

Nadere informatie

Datum vergadering Aanvang Contactpersoon. 21 mei uur B.J. Schouten. Raadzaal

Datum vergadering Aanvang Contactpersoon. 21 mei uur B.J. Schouten. Raadzaal Vergadering Presidium Datum vergadering Aanvang Contactpersoon 21 mei 2013 20.00 uur B.J. Schouten Plaats vergadering Doorkiesnummer Raadzaal 5229499 Verslag Zeewolde Agendapunt Onderwerp 1. Opening 2

Nadere informatie

Gemeentewet, overzicht van de artikelen betreffende de Rekenkamer

Gemeentewet, overzicht van de artikelen betreffende de Rekenkamer Gemeentewet, overzicht van de artikelen betreffende de Rekenkamer Hoofdstuk IVa. De Rekenkamer Paragraaf 1. De gemeentelijke rekenkamer Artikel 81a 1. De raad kan een rekenkamer instellen. 2. Indien de

Nadere informatie

Vergadering van 3 oktober 2001

Vergadering van 3 oktober 2001 Vergadering van 3 oktober 2001 Punten van behandeling: 1 Notulen van de vergadering van 4 juli 2001 2 Ingekomen stukken 3 Regeling van werkzaamheden 4 Instemmen met statuten van en deelname in de Stichting

Nadere informatie

2 november 2004 Nr. 2004-24.549, ABJ Nummer 44/2004

2 november 2004 Nr. 2004-24.549, ABJ Nummer 44/2004 2 november 2004 Nr. 2004-24.549, ABJ Nummer 44/2004 Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten van Groningen inzake de wijzigingen van de SNN-subsidieregelingen HRM 2001, de NIOF 2000 en

Nadere informatie

Provincie Overijssel Rapport van feitelijke bevindingen fractievergoedingen

Provincie Overijssel Rapport van feitelijke bevindingen fractievergoedingen Provincie Overijssel Rapport van feitelijke bevindingen fractievergoedingen Pagina 1 1 Opdracht Wij hebben een aantal specifieke werkzaamheden verricht met betrekking tot de verkregen verantwoordingen

Nadere informatie

Agenda. 1. Opening 2. Vaststellen agenda 3. Beëdiging van de leden van de nieuwe raad 4. Sluiting

Agenda. 1. Opening 2. Vaststellen agenda 3. Beëdiging van de leden van de nieuwe raad 4. Sluiting Agenda 1. Opening 2. Vaststellen agenda 3. Beëdiging van de leden van de nieuwe raad 4. Sluiting 1 Gesproken tekst "Leden van de, na beëdiging, nieuwe gemeenteraad van de gemeente Stadskanaal, leden van

Nadere informatie

Gedragslijn integriteit Haarlemmermeer

Gedragslijn integriteit Haarlemmermeer Voorwoord Voor u ligt de gedragslijn integriteit van de gemeenteraad van Haarlemmermeer. Deze gedragslijn is een akkoord dat berust op commitment en betrokkenheid van raadsleden. De gedragslijn dient ter

Nadere informatie

circulaire ,LEZ2d15 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Aan de provinciale staten, de gedeputeerde staten en de

circulaire ,LEZ2d15 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Aan de provinciale staten, de gedeputeerde staten en de d Xoning in Fryslân Postbus 20011 www.rijksoverheid.nl Kabin Commissaris van 2500EA Den Haag Den Haag commissarissen van de Koning Turfmarkt 147 Aan de provinciale staten, de gedeputeerde staten en de

Nadere informatie

3. Aanwijzing leden, plaatsvervangende leden in het Algemeen Bestuur SNN... 6. 4. Benoeming (plaatsvervangende) leden Commissie rechtsbescherming...

3. Aanwijzing leden, plaatsvervangende leden in het Algemeen Bestuur SNN... 6. 4. Benoeming (plaatsvervangende) leden Commissie rechtsbescherming... Inhoudsopgave 1. Beëdiging van de leden van Provinciale Staten... 3 2 Regeling van werkzaamheden... 5 3. Aanwijzing leden, plaatsvervangende leden in het Algemeen Bestuur SNN... 6 4. Benoeming (plaatsvervangende)

Nadere informatie

Nr Vergadering: 24 mei 2016 Onderwerp: Besluitenlijst raadsvergadering 21 juni 2016

Nr Vergadering: 24 mei 2016 Onderwerp: Besluitenlijst raadsvergadering 21 juni 2016 1 Nr. 5.16 Vergadering: 24 mei 2016 Onderwerp: Besluitenlijst raadsvergadering 21 juni 2016 Aanwezig: De heer J.B. Wassink, voorzitter raad Mevrouw J. Hofman, griffier Mevrouw C. Oosterbaan, PvdA De heer

Nadere informatie

Reglement voor de vaste adviescommissies van Wetterskip Fryslân

Reglement voor de vaste adviescommissies van Wetterskip Fryslân Reglement voor de vaste adviescommissies van Wetterskip Fryslân Algemeen Artikel 1 In dit reglement wordt verstaan onder: a. algemeen bestuur : het algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân b. dagelijks

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Wijziging van de bepalingen inzake beroep in de Kieswet en de Wet Europese verkiezingen NADER GEWIJZIGD ONTWERP VAN WET Wij eatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,

Nadere informatie

Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092

Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 Rapport Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 2 Klacht Op 26 juni 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw B. te Drachten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland

Nadere informatie

Nr /30 Middelburg, 12 mei Aan de Provinciale Staten van Zeeland

Nr /30 Middelburg, 12 mei Aan de Provinciale Staten van Zeeland Wijziging Ambtenarenreglement Zeeland 1965 en enkele andere rechtspositionele regelingen in verband met nevenwerkzaamheden Nr. POI - 597 Vergadering 29 juni 1998 Agenda nr........... Gedeputeerde met de

Nadere informatie

Verordening Onderzoeksrecht van Provinciale Staten 2007

Verordening Onderzoeksrecht van Provinciale Staten 2007 Verordening Onderzoeksrecht van Provinciale Staten 2007 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. onderzoek: onderzoek als bedoeld in artikel 151a tot en met 151f van de Provinciewet;

Nadere informatie

2004-171. Voorgestelde behandeling: - provinciale staten op 15 december 2004 - fatale beslisdatum: 31 december 2004. Voorgestelde status: A-stuk

2004-171. Voorgestelde behandeling: - provinciale staten op 15 december 2004 - fatale beslisdatum: 31 december 2004. Voorgestelde status: A-stuk 2004-171 Wijziging Subsidieregelingen Human Resource Management 2001, kwaliteitsinvesteringen in de toeristische sector 2000 en Noordelijke Innovatie Ondersteuningsfaciliteit 2000 Voorgestelde behandeling:

Nadere informatie

Evaluatie Wet controle op rechtspersonen. Verslag van een schriftelijk overleg Vastgesteld

Evaluatie Wet controle op rechtspersonen. Verslag van een schriftelijk overleg Vastgesteld 33750-VI Nr. Evaluatie Wet controle op rechtspersonen Verslag van een schriftelijk overleg Vastgesteld De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft een aantal vragen ter beantwoording voorgelegd

Nadere informatie

1. Notulen van de vergaderingen van Provinciale Staten van 14 en 15 maart

1. Notulen van de vergaderingen van Provinciale Staten van 14 en 15 maart PUNTEN VAN BEHANDELING 1. Notulen van de vergaderingen van Provinciale Staten van 14 en 15 maart 2007... 2 2. Ingekomen stukken van derden... 2 3. Regeling van werkzaamheden... 4 a. Behandelvoorstellen

Nadere informatie

Artikel 1. Definities

Artikel 1. Definities Pagina 1 van 5 Artikel 1. Definities Onder a van dit artikel wordt aangegeven wat daarin wordt verstaan onder het begrip accountant. Een bevoegd account voor de controle van de gemeentelijke jaarrekening

Nadere informatie

Integriteitscode Raadsleden en Raadsfracties gemeente Venlo

Integriteitscode Raadsleden en Raadsfracties gemeente Venlo Integriteitscode Raadsleden en Raadsfracties gemeente Venlo Deel I Kernbegrippen van (bestuurlijke) integriteit Leden van de gemeenteraad stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur

Nadere informatie

Rapport. Datum: 9 juli 1998 Rapportnummer: 1998/270

Rapport. Datum: 9 juli 1998 Rapportnummer: 1998/270 Rapport Datum: 9 juli 1998 Rapportnummer: 1998/270 2 Klacht Op 4 november 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te Voorburg, met een klacht over een gedraging van het Korps

Nadere informatie

Bestuurlijke integriteit

Bestuurlijke integriteit Bestuurlijke integriteit Onderzoek Bestuurlijke Integriteit Onderzoeksopzet Rekenkamercommissie De Wolden Maart 2014 Status: definitief Versie: 4 Rekenkamercommissie De Wolden 1 A. Wat willen wij bereiken?

Nadere informatie

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 14 februari 2008 over de Raad voor het concurrentievermogen.

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 14 februari 2008 over de Raad voor het concurrentievermogen. Tweede Kamer, 54e vergadering, Donderdag 14 februari 2008 Algemeen Concurrentievermogen Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 14 februari 2008 over de Raad voor het concurrentievermogen.

Nadere informatie

Het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) zond verzoeker hiervoor op 4 november 2006 een beschikking met een sanctiebedrag van 40.

Het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) zond verzoeker hiervoor op 4 november 2006 een beschikking met een sanctiebedrag van 40. Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat de officier van justitie bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) op geen enkele wijze heeft gereageerd op zijn herhaalde schriftelijke verzoek

Nadere informatie

Verordening op de bezwaarschriften SNN

Verordening op de bezwaarschriften SNN Verordening op de bezwaarschriften SNN (geconsolideerde versie, geldend vanaf 21-6-2007) Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie provincie Drenthe Officiële naam regeling Verordening op de bezwaarschriften

Nadere informatie

2. Ouder/verzorger klaagt er verder over dat organisatie niet heeft gereageerd op haar brief d.d. 22 december 2008.

2. Ouder/verzorger klaagt er verder over dat organisatie niet heeft gereageerd op haar brief d.d. 22 december 2008. 09-40 Communicatie, financiën 2009 Opvangvorm organisatie met meer kinderopvangvormen Betreft financiën Inleiding De klacht 1. Ouder/verzorger klaagt er over dat organisatie haar al enige tijd lastig valt

Nadere informatie

Onderwerp: Aanpassen reglement functioneringsgesprekken en herbenoemingsgesprekken burgemeester

Onderwerp: Aanpassen reglement functioneringsgesprekken en herbenoemingsgesprekken burgemeester Vergadering: 12 december 2006 Agendanummer: 15 Status: bespreekstuk Behandelend ambtenaar mr. P.M.H. van Ruitenbeek E-mail: ruitenb@winsum.nl Aan de gemeenteraad, Onderwerp: Aanpassen reglement functioneringsgesprekken

Nadere informatie

Huishoudelijk reglement adviescommissie Groen en natuur

Huishoudelijk reglement adviescommissie Groen en natuur Huishoudelijk reglement adviescommissie Groen en natuur (Het huishoudelijk reglement van de adviescommissie Groen en natuur is een aanvulling op de regeling op de vaste commissies van advies in de gemeente

Nadere informatie

Gedragscode voor het college van Burgemeester en Wethouders bij de gemeente Maasdriel

Gedragscode voor het college van Burgemeester en Wethouders bij de gemeente Maasdriel De raad van de gemeente Maasdriel; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 september 2010; gelet op artikel 41c van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende: Gedragscode voor

Nadere informatie

VERGADERING VAN 7/8 OKTOBER 2002

VERGADERING VAN 7/8 OKTOBER 2002 VERGADERING VAN 7/8 OKTOBER 2002 PUNTEN VAN BEHANDELING...BLZ. 01 Ingekomen stukken...4 02 Regeling van werkzaamheden...5 03 Beleidsbegroting 2003...5 a.voordracht van Gedeputeerde Staten van 2 juli 2002,

Nadere informatie

Verordening Rekenkamer Utrecht (2013)

Verordening Rekenkamer Utrecht (2013) Verordening Rekenkamer Utrecht (2013) De raad van de gemeente Utrecht; gelet op de artikelen 81a en 182 t/m 185 Gemeentewet; BESLUIT vast te stellen de volgende VERORDENING Rekenkamer Utrecht 2013 Artikel

Nadere informatie

Rapport. Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065

Rapport. Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065 Rapport Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065 2 Klacht Op 25 augustus 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te IJmuiden, met een klacht over een gedraging van

Nadere informatie

Rapport. Datum: 22 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/175

Rapport. Datum: 22 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/175 Rapport Datum: 22 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/175 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat ambtenaren van het regionale politiekorps Limburg-Noord: - niet hebben gereageerd op een melding van verzoekers

Nadere informatie

Ons kenmerk : l/jwoo Behandeld door : J. Klijn Bijlagen -

Ons kenmerk : l/jwoo Behandeld door : J. Klijn Bijlagen - Stichting Herindeling NEE Burgercomité Goedereede Postbus 224 3253 ZK Ouddorp Aan Provincie Zuid Holland T.a.v. mevrouw I. van Mulligen Commissiegriffier Bestuur en Middelen Postbus 90602 2509 LP Den Haag

Nadere informatie

Advies. Gemeenteraad. Westland. Prof. mr. D.J. Elzinga. Mr. dr. F. de Vries

Advies. Gemeenteraad. Westland. Prof. mr. D.J. Elzinga. Mr. dr. F. de Vries Advies Gemeenteraad Westland Prof. mr. D.J. Elzinga Mr. dr. F. de Vries Inhoud Casus... 2 Vragen... 2 Benoeming van publieke bestuurders... 3 Onduidelijkheid in wet- en regelgeving... 4 Dubbele geheimhouding?...

Nadere informatie

Rapport. Datum: 27 april 1998 Rapportnummer: 1998/126

Rapport. Datum: 27 april 1998 Rapportnummer: 1998/126 Rapport Datum: 27 april 1998 Rapportnummer: 1998/126 2 Klacht Op 20 augustus 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer P. te Oud Alblas, met een klacht over een gedraging van Gak

Nadere informatie

Mevrouw Vermolen (VVD) vraagt enige verduidelijking omtrent de rol van de raad en de nieuwe directeur van OPOR.

Mevrouw Vermolen (VVD) vraagt enige verduidelijking omtrent de rol van de raad en de nieuwe directeur van OPOR. Verslag voorbespreking Vaststellen jaarrekeningen COPO en COVO 2008 26 november 2009 De heer R. van Schelven, voorzitter De heer H.J.B. Bakker, VVD Mevrouw B. Vermolen, VVD De heer e.p. Romijn, PvdA De

Nadere informatie

3. Op 26 juni 2007 diende verzoekster een klacht in omdat zij tot op dat moment het verschuldigde bedrag nog niet had ontvangen.

3. Op 26 juni 2007 diende verzoekster een klacht in omdat zij tot op dat moment het verschuldigde bedrag nog niet had ontvangen. Rapport 2 h2>klacht Verzoekster, advocate, klaagt erover dat het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de vergoeding proceskosten en griffierecht ten bedrage van 360,- niet

Nadere informatie

Verordening Functioneringsgesprekken burgemeester en raad

Verordening Functioneringsgesprekken burgemeester en raad Agendanummer: 11 Vergadering: 4 november 2014 De raad van de gemeente Winsum; overwegende dat het wenselijk is dat de burgemeester - in het kader van een zorgvuldig personeelsbeleid - er recht op heeft

Nadere informatie

2003-63. Benoeming nieuwe accountant van de provincie Drenthe

2003-63. Benoeming nieuwe accountant van de provincie Drenthe 2003-63 Benoeming nieuwe accountant van de provincie Drenthe Voorgestelde behandeling: - Statencommissie Bestuur, Financiën en Economie op 14 mei 2003 - provinciale staten op 26 mei 2003 - fatale beslisdatum:

Nadere informatie

Rapport. Datum: 6 juni 2007 Rapportnummer: 2007/109

Rapport. Datum: 6 juni 2007 Rapportnummer: 2007/109 Rapport Datum: 6 juni 2007 Rapportnummer: 2007/109 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf in zijn persbericht van 13 april 2006 stelt de bevindingen

Nadere informatie

Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de. inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Weert 2015

Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de. inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Weert 2015 Zoek regelingen op overheid.nl Gemeente Weert Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl! Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de

Nadere informatie

Aan het college van Gedeputeerde Staten i.a.a. de leden van Provinciale Staten Postbus 6001 4330 LA Middelburg. onderwerp: resultaat overleg BJZ

Aan het college van Gedeputeerde Staten i.a.a. de leden van Provinciale Staten Postbus 6001 4330 LA Middelburg. onderwerp: resultaat overleg BJZ Aan het college van Gedeputeerde Staten i.a.a. de leden van Provinciale Staten Postbus 6001 4330 LA Middelburg onderwerp: resultaat overleg BJZ Middelburg, 10 november 2011 Geacht college, Het spijt mij

Nadere informatie

Besluitenlijst. Omnummer: 22

Besluitenlijst. Omnummer: 22 Besluitenlijst van de besluitronde van de Politieke Avond van de Raad van de gemeente Nijmegen op woensdag 22 september 2010 om 20.00 uur in het stadhuis. Afwezig: N. Vergunst Omnummer: 22 1. Opening en

Nadere informatie

Rapport. "Gevecht tegen windmolens" Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over de

Rapport. Gevecht tegen windmolens Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over de Rapport "Gevecht tegen windmolens" Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over de Belastingdienst/Toeslagen gegrond. Publicatiedatum: 11 februari 2015 Rapportnummer:

Nadere informatie

Verslag Algemene Ledenvergadering 25 juni 2014.

Verslag Algemene Ledenvergadering 25 juni 2014. 1 Verslag Algemene Ledenvergadering 25 juni 2014. Aanwezig Bestuursleden T.P.P. Moors voorzitter x A.A. Keijman secretaris X J. Stuurman penningmeester X A. Kaiser 2 de secretaris X Raad van Toezicht C.

Nadere informatie

De voorzitter van de raad van de gemeente Terschelling roept de leden van de raad op tot het houden van een openbare vergadering op:

De voorzitter van de raad van de gemeente Terschelling roept de leden van de raad op tot het houden van een openbare vergadering op: Agenda Raad De voorzitter van de raad van de gemeente Terschelling roept de leden van de raad op tot het houden van een openbare vergadering op: Dinsdag 22 december 2015, aanvang 19.30 uur in de raadzaal

Nadere informatie

Betreft: schriftelijke vragen van CDA en D66 ogv het Reglement van Orde

Betreft: schriftelijke vragen van CDA en D66 ogv het Reglement van Orde Aan het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Brabantlaan 1 s- Hertogenbosch s-hertogenbosch, 20 augustus 2012 Betreft: schriftelijke vragen van CDA en D66 ogv het Reglement van Orde Geacht

Nadere informatie

Rapport. Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261

Rapport. Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261 Rapport Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261 2 Klacht Op 27 oktober 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw D. te Zeist, met een klacht over een gedraging van het Landelijk

Nadere informatie

Rapport. Datum: 23 mei 2000 Rapportnummer: 2000/193

Rapport. Datum: 23 mei 2000 Rapportnummer: 2000/193 Rapport Datum: 23 mei 2000 Rapportnummer: 2000/193 2 Klacht Op 27 oktober 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer A. te Den Haag, met een klacht over een gedraging van de Regionale

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Aan de orde is het VAO Persoonsgebondenbudget (AO d.d. 21/11).

Aan de orde is het VAO Persoonsgebondenbudget (AO d.d. 21/11). Persoonsgebondenbudget Aan de orde is het VAO Persoonsgebondenbudget (AO d.d. 21/11). Mevrouw Bergkamp (D66): Voorzitter. Eigen regie en keuzevrijheid voor de zorg en ondersteuning die je nodig hebt, zijn

Nadere informatie

Rapport. Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032

Rapport. Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032 Rapport Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de griffie van het gerechtshof Den Haag hem het arrest van 17 juli 2008 niet heeft toegestuurd met als gevolg

Nadere informatie

Rapport. Datum: 8 augustus 2003 Rapportnummer: 2003/259

Rapport. Datum: 8 augustus 2003 Rapportnummer: 2003/259 Rapport Datum: 8 augustus 2003 Rapportnummer: 2003/259 2 Klacht Verzoeker, voorzitter van Drents Belang (voorheen Leefbaar Drenthe), klaagt erover dat de minister van Economische Zaken niet inhoudelijk

Nadere informatie

Het algemeen bestuur van het stadsgewest Haaglanden,

Het algemeen bestuur van het stadsgewest Haaglanden, Het algemeen bestuur van het stadsgewest Haaglanden, gezien het voorstel van het dagelijks bestuur d.d. 16 februari 2005, gelet op artikel 213 van de Gemeentewet, BESLUIT: vast te stellen de bijgevoegde:

Nadere informatie

Advies presidium Het presidium adviseert positief ten aanzien van dit voorstel en stelt voor dit als hamerstuk te beschouwen.

Advies presidium Het presidium adviseert positief ten aanzien van dit voorstel en stelt voor dit als hamerstuk te beschouwen. No. 691-1 Emmeloord, 14 januari 2013. Onderwerp Invulling werkgeverschap griffie Noordoostpolder Voorgenomen besluit 1. Het raadsbesluit d.d. 27 maart 2003, voor zover inhoudende de delegatie van de werkgeversbevoegdheden

Nadere informatie

provincie renthe tt rt t7 77 Assen,23juni 2013 r (o592) 36 n (o592) 36 de heer P.H. Oosterlaak (i.a.a. de overige statenleden)

provincie renthe tt rt t7 77 Assen,23juni 2013 r (o592) 36 n (o592) 36 de heer P.H. Oosterlaak (i.a.a. de overige statenleden) Prooincie b uis twesterbrink r, Assen Postadres Postbus r22, 94oo ac Assen www.drenthe.nl r (o592) 36 n (o592) 36 tt rt t7 77 provincie renthe Aan: de heer P.H. Oosterlaak (i.a.a. de overige statenleden)

Nadere informatie

Verordening functioneringsgesprekken burgemeester en vertrouwenscommissie bij (her)benoemingsprocedure burgemeester

Verordening functioneringsgesprekken burgemeester en vertrouwenscommissie bij (her)benoemingsprocedure burgemeester Verordening functioneringsgesprekken burgemeester en vertrouwenscommissie bij (her)benoemingsprocedure burgemeester HOOFDSTUK 1 Functioneringsgesprekken Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening

Nadere informatie

D66 INITIATIEFVOORSTEL HAAGSE REFERENDUMVERORDENING

D66 INITIATIEFVOORSTEL HAAGSE REFERENDUMVERORDENING rv 307 RIS 91131_011108 D66 INITIATIEFVOORSTEL HAAGSE REFERENDUMVERORDENING 8 november 2001 Robert van Lente Albert van der Zalm Arthur van Buitenen 1 Inleiding Op vrijdag 28 september 2001 heeft de commissie

Nadere informatie

29 juni 2005 -aanvang 9.30 uur

29 juni 2005 -aanvang 9.30 uur 29 juni 2005 -aanvang 9.30 uur Agenda voor de vergadering van Provinciale Staten van Groningen op 29 juni 2005 Nummer Volgnummer Onderwerp: agenda voordracht 1 Notulen van de vergaderingen van 25 mei 2005

Nadere informatie

PROTOCOL (MOGELIJKE) INTEGRITEITSSCHENDINGEN DOOR RAADSLEDEN, FRACTIEVOLGERS OF WETHOUDERS GEMEENTE EDE 2016

PROTOCOL (MOGELIJKE) INTEGRITEITSSCHENDINGEN DOOR RAADSLEDEN, FRACTIEVOLGERS OF WETHOUDERS GEMEENTE EDE 2016 PROTOCOL (MOGELIJKE) INTEGRITEITSSCHENDINGEN DOOR RAADSLEDEN, FRACTIEVOLGERS OF WETHOUDERS GEMEENTE EDE 2016 Reikwijdte protocol Dit protocol moet mede worden bezien in het kader van de aanstaande wijziging

Nadere informatie

Klachtenregeling. Verpleging en Verzorging en Hulp bij het Huishouden

Klachtenregeling. Verpleging en Verzorging en Hulp bij het Huishouden Klachtenregeling VerplegingenVerzorgingenHulpbijhet Huishouden StichtingHumanitas Klachtenregeling 13januari2011 Inhoudsopgave Inleidingpagina3 Aandachtspuntenprocedureinformelefasepagina5 Stappenplaninformelefasepagina7

Nadere informatie