y I Fiscale Eenheid en ^H^f^Hfi^HHflB BV, gevestigd alsmede op het incidentele hoger beroep van

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "y I Fiscale Eenheid en ^H^f^Hfi^HHflB BV, gevestigd alsmede op het incidentele hoger beroep van"

Transcriptie

1 Uitspraak GERECHTSHOF 's-hertogenbosch Sector belastingrecht Vierde meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 10/00779 Uitspraak op het hoger beroep van y I Fiscale Eenheid en ^H^f^Hfi^HHflB BV, gevestigd hierna: belanghebbende P alsmede op het incidentele hoger beroep van de Inspecteur van de Belastingdienst hierna: de Inspecteur, tegen de mondelinge uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 24 september 2010, nummer AWB 09/4690, in het geding tussen belanghebbende en de Inspecteur betreffende na te noemen naheffingsaanslag. 1. Ontstaan en loop van het geding OOI 1.1. Aan belanghebbende is onder aanslagnummer ^ m i m i ^ l P n i e t dagtekening 25 juli 2008 over het tijdvak 1 juli 2007 tot en met 31 december 2007 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd ten bedrage van , alsmede bij beschikking een vergrijpboete ten bedrage van 50% van het nageheven bedrag, zijnde , en bij beschikking heffingsrente ten bedrage van e De naheffingsaanslag, de boetebeschikking en de beschikking heffingsrente zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij in één geschrift vervatte uitspraken van de Inspecteur, gehandhaafd Belanghebbende is van deze uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van de Rechtbank van belanghebbende een griffierecht geheven van 297. Bij de vorenvermelde uitspraak heeft de Rechtbank het beroep gegrond verklaard voor zover het de boete betreft, de

2 2 van 20 uitspraak op bezwaar betreffende de boete vernietigd, de boete verminderd tot e 9.000, het beroep voor het overige ongegrond verklaard, de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van 471,50 en gelast dat de Inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van 297 aan deze vergoedt Tegen deze laatste uitspraak heeft belanghebbende op 12 november 2010 hoger beroep ingesteld bij het Hof. De Inspecteur heeft het door belanghebbende ingestelde hoger beroep bij op 10 januari 2011 bij het Hof ingekomen verweerschrift bestreden. Bij dit verweerschrift heeft de Inspecteur tevens incidenteel hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft het incidentele hoger beroep beantwoord. Ter zake van het door belanghebbende ingestelde hoger beroep heeft de griffier van het Hof van belanghebbende een griffierecht geheven van Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 21 september 2011 te 's-hertogenbosch. De zaken met procedurenummers 10/00775 tot en met 10/00781 zijn daarbij gelijktijdig behandeld. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, vertegenwoordigd door haar bestuurder, en vergezeld van haar gemachtigden,.^_ ===^^^^^^^^^^^^^^_ Inspecteur«alsmede^^^^P de 1.5. Belanghebbende heeft te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij. Het Hof rekent deze pleitnota tot de stukken van het geding Het Hof heeft het onderzoek ter zitting geschorst teneinde belanghebbende in de gelegenheid te stellen herberekeningen te maken voor de bestreden naheffingsaanslag. Bij schriftuur van 3 oktober 2011 heeft belanghebbende deze herberekeningen aan het Hof doen toekomen. Een afschrift hiervan is op 7 oktober 2011 aan de wederpartij verzonden, die in de gelegenheid is gesteld zich hier over uit te laten Met toestemming van partijen heeft het Hof bepaald dat de nadere zitting achterwege blijft. Het Hof heeft vervolgens het onderzoek gesloten Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat in afschrift aan partijen is verzonden.

3 3 van Feiten Op grond van de stukken van het geding en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het Hof komen vast te staan BV is opgericht op 20 juli Tot 8 november 2005 waren haar aandelen in het bezit van P 8 november 2005 zijn alle aandelen in BV door ^HHHHi^HBk vervreemd aan Stichting Administratiekantoor "Aandeleffi^^^ BV te ^HI^B tegen uitgifte van certificaten. Sedert de oprichting van ^Êto BV is haar enige bestuurder. Voorts is de enige bestuurder van Stichting Administratiekantoor AandelenJJH BV. Blij kens de inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel ^PA:^ ^^^ (hierna: het Handelsregister) luidt de bedrijfsomsehrijying van BV 'Beheer- en beleggingsmaatschappij. Horeca-activiteiten'. xtxi 2.2. ^HUHBlBHB BV is opgericht op 27 maart Tot 6 augustus 2007 waren haar aandelen in het bezit van BV. Op 6 augustus 2007 zijn alle aandelen in m^h^- BV door ^P^aBV vervreemd aan Stichtinç Administratiek'àntoor' : '^m^mmi ^^B^ BV te tegen uitgifte van certificaten. Sedert de oprichting van VHMHfc B V i s ^Hfc B V n a a r enige bestuurder. Ter zitting hebben partijen eenparig verklaard er van uit te gaan dat 00 ^BHHHHHH d e enige bestuurder is van Stichting Administratiekantoor'*^^ÊÊÊÊKÊtÊlÊÊÊÊËÊ& BV. Blijkens de inschrijving in het Handelsregister luidt de bedrijfsomschrijving van ^HiHHHHHH0^ B V, E x P i o i c a t i e relaxbedrij f'. R " In het onderhavige tijdvak exploiteerde ^0^HH^fe BV een onderneming genaamd (hierna: de saunaclub). De saunaclub wordt gedreven in het pand aan de D e 00 te flhb- eigendom van dit pand berust bij BV. Door de gemeente is een vergunning afgegeven voor het exploiteren van eer^seksinrichting in dit pand. Op de begane grond van het pand bevinden zich een ontvangsthal, kleedruimtes, douches, een sauna, twee whirlpools, een bargedeelte, zeven werkkamers (waarvan één met whirlpool) en een keuken. Op de bovenverdieping bevinden zich nog zes werkkamers, een restaurant en een kantoor. In de kelderverdieping bevinden zich een bioscoop en een douche en toilet. Ten slotte beschikt de saunaclub over een buitenterras met zwembad.

4 4 van De exploitatie van de saunaclub is gebaseerd op het Duitse "Frei Körper Kultur-concept" (ontmoetingscentrum). De onderneming presenteert zich in advertenties en op internet als een saunaclub met erotisch entertainment In 2001 heeft de Inspecteur diverse bezoeken aan de saunaclub gebracht in verband met een deelonderzoek over de jaren 2000 en De saunaclub werd destijds geëxploiteerd door (HH^HHHHHHHHj^ BV - D i t onderzoek is nimmer afgesloten. I 2.6. Tot 1 januari 2006 werd de saunaclub geëxploiteerd voor rekening en risico van f^bv, sedert die datum wordt de saunaclub geëxploiteerd voor rekening en risico van 2.7. Bij beschikking met dagtekening 21 juni 2007 heeft de Inspect^^jnet terugwerkende kracht tot 1 januari 2006, ^ XI X I B V e n ^HH^HIHHB BV aangemerkt als een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 7, lid 4 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet). Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur bij uitspraak op bezwaar met y( I dagtekening 15 november BV en ^HHI^HHHi^HI BV met ingang van 1 juli 2007 aangemerkt als een fiscale eenheid in vorenbedoelde zin (hierna: de fiscale eenheid) Op 27 juni 2006 heeft de Inspecteur een intakegesprek gevoerd met de bestuurder, de bedrijfsleider en de adviseur van! ^ 0 0 m 0 ^ BV. Naar aanleiding hiervan is in juli 2006 een conceptrapport opgesteld. Tijdens het intakegesprek heeft de bestuurder het bedrijf omschreven als: 'een ontmoetingsplek voor mensen die op zoek zijn naar erotisch vertier en dames die wat willen verdienen' De saunaclub is geopend van maandag tot en met vrijdag van uur tot uur en op zaterdag en zondag van uur tot uur. De mannelijke bezoekers betalen bij entree een bedrag van 50 (bij aankomst vóór uur: 35). De entreeprijs geeft recht op het gebruik van alle voorzieningen en faciliteiten van de saunaclub en is inclusief een doorlopend ontbijtbuffet van uur tot uur, een diner van uur tot uur, alsmede frisdrank en bier. Het gebruik van alcoholische dranken - andere dan bier - dient afzonderlijk te worden afgerekend. Mannelijke bezoekers zijn verplicht een badjas en badslippers te dragen. Gedurende de openingstijden zijn er prostituees in het pand aanwezig. De diensten van de prostituees worden door de mannelijke bezoekers rechtstreeks afgesproken met en betaald aan de prostituees. De vrouwen zijn verplicht in het restaurantgedeelte lingerie dan wel badkleding te dragen. Bezoekers die uitsluitend van de relaxruimten gebruik wensen

5 5 van 20 te maken, betalen bij binnenkomst een entree van 25. Deze bezoekers hebben geen toegang tot de andere faciliteiten. Personen jonger dan 18 jaar wordt de toegang geweigerd Bij het doen van de aangifte omzetbelasting heeft belanghebbende zich op het standpunt gesteld dat zij drie, goed van elkaar te onderscheiden, prestaties verricht, te weten: a. het exploiteren van een sauna- annex badinrichting; b. het exploiteren van een horecabedrijf, en c. het exploiteren van ontspanningsruimten. Op de omzet die betrekking heeft op de sauna- annex badinrichting en het horecabedrijf is in de aangifte omzetbelasting het verlaagde tarief toegepast. De Inspecteur heeft belanghebbende reeds op 25 januari 2007 en 16 mei 2007 schriftelijk meegedeeld dat hij zich óp het standpunt stelt dat sprake is van één ondeelbare prestatie waarop het tarief van 19% van toepassing is. Gelet hierop heeft belanghebbende een suppletieaangifte ingediend. De Inspecteur heeft vervolgens aan belanghebbende de in geschil zijnde naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd ten bedrage van , alsmede bij beschikking een vergrijpboete ten bedrage van 50% van het nageheven bedrag, zijnde , en bij beschikking heffingsrente ten bedrage van Geschil, alsmede standpunten en concluaiea van partijen 3.1. Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de onderhavige naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Meer in het bijzonder is in geschil het antwoord op de volgende vragen: I. Is met ingang van 1 juli 2007 tussen BV en BV een fiscale eenheid tot stand gekomen als bedoeld in artikel 7, lid 4, van de Wet? I I. Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: is de fiscale eenheid per 6 augustus 2007 verbroken ten gevolge van de vervreemding, door 9 0 BV, van de aandelen in 0^^^^B^BM^^BI B V a a n Stichting Admi-nistrati-ckarrtoor- ^00^^0 ^ 000^ BV? I I I. Is de uitspraak op bezwaar onvoldoende gemotiveerd? IV. Heeft de Inspecteur met het opleggen van de onderhavige naheffingsaanslag het gelijkheidsbeginsel geschonden? V. Heeft de Inspecteur met het opleggen van de onderhavige naheffingsaanslag het vertrouwensbeginsel geschonden? VI. Verricht belanghebbende één ondeelbare prestatie voor de omzetbelasting, of verricht zij twee of meer afzonderlijke prestaties? VII. Indien wordt geoordeeld dat sprake is van één ondeelbare

6 I Gerechtshof 's-hertogenbosch 6 prestatie, is in geschil het antwoord op de vraag of deze prestatie van omzetbelasting is vrijgesteld op grond van het bepaalde in artikel 11, lid 1, onder b, van de Wet. VIII. Indien wordt geoordeeld dat sprake is van één ondeelbare prestatie, welke niet van omzetbelasting is vrijgesteld op grond van het bepaalde in artikel 11, lid 1, onder b, van de Wet, is in geschil het antwoord op de vraag of op grond van artikel 9, lid 2, aanhef en onderdeel a, van de Wet, juncto onderdeel b, post 14, letter g van de bij de Wet behorende Tabel I, het verlaagde tarief op deze prestatie kan worden toegepast. IX. Is terecht een vergrijpboete opgelegd? X. Is ten onrechte heffingsrente in rekening gebracht? Tussen partijen is niet in geschil dat op de entreegelden betaald voor uitsluitend het gebruik van de relaxruimten, zomede op de afzonderlijke verkoop van alcoholhoudende dranken, het tarief van 19% van toepassing is. Belanghebbende beantwoordt de eerste vraag in ontkennende zin. De Inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan. Belanghebbende beantwoordt de tweede tot en met vijfde vraag in bevestigende zin. De Inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan. Met betrekking tot de zesde vraag is belanghebbende van oordeel dat zij drie, goed van elkaar te onderscheiden, prestaties verricht. De Inspecteur is daarentegen van oordeel dat belanghebbende één ondeelbare prestatie verricht. Belanghebbende beantwoordt de zevende en achtste vraag in bevestigende zin. De Inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan. Belanghebbende beantwoordt de negende vraag in ontkennende zin. De Inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan. Tot slot beantwoordt belanghebbende de laatste vraag in bevestigende zin. De Inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt. Voor hetgeen hieraan ter zitting is toegevoegd, wordt verwezen naar het van deze zitting opgemaakte proces-verbaal Belanghebbende concludeert primair tot gegrondverklaring van het hoger beroep, tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, van de uitspraak op bezwaar, van de naheffingsaanslag, van de boetebeschikking en van de beschikking heffingsrente.

7 7 v a n 20 Subsidiair concludeert belanghebbende tot gegrondverklaring van het hoger beroep, vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en van de uitspraak op bezwaar, tot vermindering van de naheffingsaanslag tot een berekend naar het verlaagde tarief en tot vermindering van de beschikking heffingsrente, en tot vernietiging van de boetebeschikking. De Inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het hoger beroep, tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank met betrekking tot de verbreking van de fiscale eenheid, en tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank voor het overige. 4. Gronden Ten aanzien van het geschil Ten aanzien van de vorming van de fiscale eenheid 4.1. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de ingangsdatum van de fiscale eenheid ten vroegste 1 december 2007 kan zijn. De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat de ingangsdatum van de fiscale eenheid 1 juli 2007 is Het Hof verwerpt de stelling van belanghebbende dat de ingangsdatum van de fiscale eenheid ten vroegste 1 december 2007 kan zijn Blijkens de tekst van artikel 7, lid 4, van de Wet worden - kort gezegd - ondernemingen welke in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zodanig zijn verweven dat zij een eenheid vormen, al dan niet op verzoek van één of meer van hen bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur als één ondernemer aangemerkt, en wel met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de inspecteur die beschikking heeft afgegeven Naar het oordeel van het Hof zijn de ondernemingen van XI yc% BV en 0 0 B H H V BV P Xt financieel, organisatorisch en economisch opzicht zodanig verweven dat zij per die datum een eenheid vormen als bedoeld in artikel 7, lid 4, van de Wet. Bij beschikking met dagtekening 21 juni 2007 heeft de Inspecteur 0 0 BV en ^0 ^flhbhhhfc BV aangemerkt als één ondernemer in de zin van die bepaling. Dat daarbij in deze beschikking een onjuiste ingangsdatum is vermeld - 1 januari 2006 in plaats van 1 juli heeft naar het oordeel van het Hof niet tot gevolg dat de beschikking van 21 juni 2007 om die reden moet worden vernietigd (vergelijk Hoge Raad 15 september 1999, nr , BNB 1999/398). Nu de Inspecteur vóór 1 juli 2007 een daartoe strekkende beschikking heeft afgegeven, is het Hof van oordeel

8 8 van 20 X i XZ d a t B v e n flbi ' ( ^ V vanaf 1 juli 2007 worden aangemerkt als één ondernemer in de zin van artikel 7, lid 4 van de Wet. ' 4.5. Gelet op hetgeen onder 4.3 tot en met 4.4 is overwogen, dient de eerste in geschil zijnde vraag bevestigend te worden beantwoord. Ten aanzien van de verbreking van de fiscale eenheid 4.6. Partijen stellen zich op het standpunt dat, indien de ingangsdatum van de fiscale eenheid 1 juli 2007 is, de Rechtbank ten onrechte voorbij is gegaan aan de vraag of deze fiscale eenheid per 6 augustus 2007 weer is verbroken ten gevolge van de vervreemding van de aandelen in BV aan. Stichting Admtn^^f^t^kaTitoorH BV. '. " ' : Belanghebbende beantwoordt evenbedoelde vraag in bevestigende zin. Daarbij beroept belanghebbende zich voorts op het vertrouwen dat zij heeft mogen ontlenen aan de webpagina van de Belastingdienst, getiteld 'Fiscale eenheid en directeurgrootaandeelhouder'. Dé Inspecteur beantwoordt evenbedoelde vraag in ontkennende zin. Daarbij stelt de Inspecteur zich voorts op het standpunt dat aan de webpagina van de Belastingdienst, getiteld 'Fiscale eenheid en directeur-grootaandeelhouder' door belanghebbende in de onderhavige situatie niet een in rechte te honoreren vertrouwen kan worden ontleend. x^ 4.7. Het Hof is van oordeel dat de Rechtbank ten onrechte de vraag of de fiscale eenheid per 6 augustus 2007 weer is verbroken als gevolg van de vervreemding van de aandelen in BV aan Stichting Administratiekantoor f -BV niet heeft beantwoord. Het Hof verwerpt evenwel de stelling van belanghebbende dat de vervreemding, op 6 augustus 2007, van de aandelen BV aan Stichting Adm-inrstratiekantoor BV, tot gevolg heeft dat de fiscale eenheid per die datum verbreekt. Hiertoe overweegt het Hof het volgende. a 4.8. Zoals het Hof onder 4.4 heeft overwogen, zijn de 7\1 XX ondernemingen van SflB BV en ^^^HH^IHflH^ B V P 1 3 uj -i 2007 in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zodanig verweven, dat zij per die datum een eenheid vormen als bedoeld in artikel 7, lid 4, van de Wet. Naar het oordeel van X het Hof brengt de vervreemding op 6 augustus 2007 door BV )^^van alle aandelen in 0 ^HBB^^M BV aan Stichting Administratiekantoor'l^^^H^^l^m^^BV tegen uitgifte van certificaten niet een zodanige verandering met daardoor niet meer aan de vereisten van artikel 7, zich, dat lid 4, van de Wet wordt voldaan. Dit geldt te meer nu op 6 augustus 2007

9 9 van 20 geen materiële wijzigingen zijn opgetreden in de ondernemingsstructuur van, alsmede de zeggenschap over nl^tyjûll^ belanghebbende. Zowel voor 6 augustus 2007 als na die datum ^ ^*»bezat^p BV het pand aan de 0. t ~~ ; 1 exploiteerde ^ ^ ^^ ^BV de saunaclub, is BV de enige bestuurder van ' v a n Stichting Administratiekantoor- Aandelen BV en van Stichting Administratiekantoor BV, en is flhfe BV de enige bestuurder van ^HH^^^^^M BV Belanghebbende beroept zich voorts op de door haar aangehaalde webpagina van de Belastingdienst, getiteld 'Fiscale eenheid en directeur-grootaandeelhouder'. Deze pagina vermeldt onder meer: 'Fiscale eenheid en directeur-grootaandeelhouder Een directeur-grootaandeelhouder, een zogenoemde dga, wordt als ondernemer aangemerkt als hij voor de vennootschap, waarvan hij meer dan de helft van de aandelen bezit, werkzaamheden tegen vergoeding verricht. Het maakt daarbij geen verschil of de werkzaamheden al dan niet worden verricht op grond van een met de vennootschap gesloten arbeidsovereenkomst. De uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende bruto-inkomsten worden aangemerkt als vergoeding. Als aan de voorwaarden voor een fiscale eenheid is voldaan vormt de dga met zijn vennootschap een fiscale eenheid. Heffing van omzetbelasting over de brutoinkomsten blijft in dat geval dan achterwege. Bij de beoordeling of sprake is van financiële verwevenheid is met name van belang of de dga meer dan 50% van de aandelen rechtstreeks in zijn bezit heeft. Bij een middellijk aandelenbezit ontbreekt de vereiste financiële verwevenheid; dit is bijvoorbeeld het geval als er een stichting administratiekantoor, waarbij aandelencertificaten zijn uitgegeven, is tussengeschoven (...). ' Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat zij aan de bovenstaande passage het vertrouwen kan ontlenen dat vanaf - 6 augustus 2007 geen sprake meer is van financiële 1\ f J_*^verwevenheid tussen de ondernemingen van BV en ^H H fc BV, nu op diedatun^^tiçhting C- Administratiekantoor ^ H H H I U I D BV tussengeschoven, waarbij aandelencertificaten zijn uitgegeven Naar het oordeel van het Hof dient het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel te worden verworpen.

10 10 van 20 Voor een succesvol beroep.op in rechte te beschermen vertrouwen is vereist dat sprake is van een bewuste standpuntbepaling door de Inspecteur (zie onder meer Hoge Raad 13 oktober 1999, nr , BNB 2000/91). Belanghebbende, op wie te dezen de bewijslast rust, heeft niet aannemelijk gemaakt dat ten opzichte van haar een als bewuste standpuntbepaling op te vatten uitlating is gedaan, waaraan de Inspecteur zou zijn gebonden. De enkele verwijzing naar voornoemd webpagina van de Belastingdienst, waarin algemene informatie is opgenomen, welke algemene informatie bovendien betrekking heeft op de relatie tussen een directeurgrootaandeelhouder-natuurlijk persoon en zijn vennootschap en niet tussen twee gelieerde vennootschappen, is daartoe onvoldoende Gelet op hetgeen onder 4.6 tot en met 4.11 is overwogen, dient de tweede in geschil zijnde vraag ontkennend te worden beantwoord. Ten aanzien van de derde tot en met vijfde vraag Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de Inspecteur de uitspraak op bezwaar onvoldoende heeft gemotiveerd, dat het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel zijn geschonden. De Rechtbank heeft dienaangaande geoordeeld: '2.10 De stelling van belanghebbende dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende gemotiveerd is kan haar niet baten. Volgens vaste jurisprudentie brengt de loop van de procedure in belastingzaken mee dat schending van het motiveringsbeginsel, daargelaten of daarvan in het onderhavige geval al sprake zou zijn, alleen tot gevolg heeft dat de rechtbank, zo deze de uitspraak van de inspecteur bevestigt, verplicht is om zelf de gronden daarvoor in zijn uitspraak op te nemen.' '2.11.Het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel dient te worden verworpen. Van schending van het gelijkheidsbeginsel kan sprake zijn indien (a) de inspecteur een begunstigend beleid voert, (b) ten aanzien van een (groep) belastingplichtige (n) sprake is van een oogmerk tot begunstiging of (c) de zogenoemde meerderheidsregel wordt geschonden. Belanghebbende heeft tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat één van deze situaties zich heeft voorgedaan.' ' Het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel dient te worden verworpen. Voor een

11 11 van 20 succesvol beroep op in rechte te beschermen vertrouwen is vereist dat sprake is van een bewuste standpuntbepaling door de inspecteur (zie onder meer Hoge Raad 13 oktober 1999, nr , gepubliceerd in BNB 2000/91). Belanghebbende, op wie te dezen de bewijslast rust, heeft niet aannemelijk gemaakt dat ten opzichte van haar een als toezegging of bewuste standpuntbepaling op te vatten uitlating is gedaan waaraan de inspecteur op grond van het tot de algemene beginselen van behoorlijk bestuur behorende vertrouwensbeginsel zou zijn gebonden. De enkele verwij zing naar een brief van de inspecteur waarin wordt medegedeeld dat het deelonderzoek over de jaren 2000 en 2001 niet is afgesloten en dat, gelet op het tijdverloop, niet op die jaren zal worden teruggekomen, is daartoe onvoldoende De rechtbank merkt in dit verband nog op dat van gerechtvaardigd vertrouwen slechts sprake kan zijn indien de feitelijke situatie waarover eerder 'een oordeel is geveld, dezelfde is als de huidige feitelijke situatie. Nu de feiten en omstandigheden vóór 2005 anders waren dient ook om die reden het beroep op het vertrouwensbeginsel te worden verworpen.' Het Hof sluit aan bij deze overwegingen van de Rechtbank en maakt die tot de zijne. De derde tot en met de vijfde in geschil zijnde vragen dienen derhalve ontkennend te worden beantwoord. Ten aanzien van de (on)deelbaarheid van de prestatie (s) In zijn arrest van 25 februari 1999, zaak C-349/96 (Card Protection Plan LtD (CPP)), BNB 1999/224, heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: HvJ) met betrekking tot de vraag aan de hand van welke criteria vanuit BTW-oogpunt moet worden bepaald of een handeling die uit verschillende elementen bestaat, moet worden beschouwd als één enkele dienst dan wel als twee of meer te onderscheiden diensten die afzonderlijk moeten worden beoordeeld, overwogen: '23. Dienaangaande is het, gelet op de tweeledige omstandigheid, dat ingevolge artikel 2, lid 1, van de Zesde richtlijn elke dienstverrichting normaal gesproken als onderscheiden en zelfstandig moet worden beschouwd, en dat de dienstverrichting waarbij economisch gesproken één dienst wordt verleend, niet kunstmatig uit elkaar moet worden gehaald teneinde de functionaliteit van het BTW-stelsel niet aan te tasten, van belang vast te stellen, wat de kenmerkende elementen van de betrokken handeling zijn teneinde te bepalen of de

12 12 van 20 belastingplichtige de consument, beschouwd als een modale consument, meerdere, van elkaar te onderscheiden hoofddiensten dan wel één enkele dienst verleent.' Onder verwijzing naar rechtsoverweging 24 van zijn arrest van 22 oktober 1998, zaken C-308/96 en C-94/97 (Madgett en Baldwin/ The Howden Court Hotel), Jurisp. blz , heeft het HvJ vervolgens overwogen: '30. Beklemtoond zij, dat er met name sprake is van één dienst ingeval een of meerdere elementen moeten worden geacht de hoofddienst te vormen, terwijl een of meer andere elementen moeten worden beschouwd als een of meer bijkomende diensten, die het fiscale lot van de hoofddienst delen. Een dienst moet worden beschouwd als bijkomend bij een hoofddienst, wanneer hij voor de klanten geen doel op zich is, doch een middel om de hoofddienst van de dienstverrichter zo aantrekkelijk mogelijk te maken. ' Gelet op de feiten en omstandigheden van het onderhavige geval heeft belanghebbende, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door de inspecteur, niet aannemelijk gemaakt dat de prestaties van de sauna- annex badinrichting en van het horecabedrijf meer dan van bijkomstige betekenis zijn ten opzichte van de prestatie welke bestaat uit het geven van gelegenheid tot (seksueel) vermaak. Het Hof acht het niet aannemelijk dat bezoekers bereid zouden zijn de saunaclub te bezoeken met de bedoeling uitsluitend gebruik te maken van de sauna- annex badinrichting of van het restaurant. Het Hof acht daarbij onder meer van belang de hoogte van de entreegelden, de dresscode, de gehanteerde leeftijdsgrens bij toegang en de huisregels, zomede het ontbreken van een afzonderlijke entreeprijs indien uitsluitend de sauna- annex badinrichting of het restaurant worden bezocht. Daarentegen acht het Hof het aannemelijk dat de prestatie van belanghebbende welke bestaat uit het geven van gelegenheid tot (seksueel) vermaak, geacht moet worden de hoofddienst van belanghebbende te vormen, terwijl de prestaties van de saunaannex badinrichting en van het horecabedrijf moeten worden beschouwd als bijkomende diensten die het fiscale lot van de hoofddienst delen. Naar het oordeel van het Hof vormen deze prestaties geen doel op zich, doch zijn zij een middel om de hoofddienst van belanghebbende zo aantrekkelijk mogelijk te maken Gelet op hetgeen onder 4.15 tot en met 4.17 is overwogen, is het Hof van oordeel dat de zesde in geschil zijnde vraag aldus moet worden beantwoord, dat belanghebbende één ondeelbare prestatie verricht voor de omzetbelasting.

13 13 van 20 Ten aanzien van de vraag of sprake is van verhuur van onroerende zaken In zijn arrest van 18 januari 2001, zaak C-150/99 (Stockholm Lindöpark AB), VN 2001/11.21, heeft het HvJ overwogen : '25. Om te beginnen is het vaste rechtspraak, dat de bewoordingen waarin de in artikel 13 van de Zesde richtlijn bedoelde vrijstellingen zijn omschreven, strikt moeten worden uitgelegd, daar die vrijstellingen afwijkingen zijn van het algemene beginsel, dat BTW wordt geheven over elke dienst die door een belastingplichtige onder bezwarende titel wordt verricht (...) ' Voorts heeft het HvJ in voornoemd arrest overwogen: '26. Volgens de rechtspraak van het Hof moeten, om de aard van een belastbare handeling vast te stellen, alle omstandigheden waaronder de betrokken handeling wordt verricht in aanmerking worden genomen om daaruit de kenmerkende elementen naar voren te halen (...) ' In onder meer zijn arrest van 18 november 2004, zaak C- 284/03 (Temco Europe SA), V-N 2005/21.22, heeft het HvJ uitleg gegeven aan het begrip 'verhuur van onroerende goederen' als bedoeld in artikel 13, B, sub b, van de Zesde Richtlijn. Het HvJ overwoog dienaangaande: '19. Het Hof heeft in talrijke arresten het begrip verhuur van onroerende goederen in de zin van artikel 13, B, sub b, van de Zesde richtlijn aldus omschreven, dat het in wezen daarin bestaat dat een verhuurder een huurder voor een overeengekomen tijdsduur en onder bezwarende titel het recht verleent, een onroerend goed te gebruiken als ware hij de eigenaar ervan en ieder ander van het genot van dat recht uit te sluiten (...) ' 20. Waar het Hof in zijn arresten herhaaldelijk heeft gewezen op het criterium ter zake van de duur van de verhuur, was dit om de verhuur van onroerend goed, wat in de regel een betrekkelijk passieve activiteit is, die enkel verband houdt met het tijdsverloop en geen toegevoegde waarde van betekenis oplevert (zie in die zin arrest Goed Wonen", reeds aangehaald, punt 52), te onderscheiden van andere activiteiten die ofwel een zakelijk-industrieel en commercieel karakter hebben, zoals de uitzonderingen van artikel 13, B, sub b, punten 1 tot en met 4, van de Zesde richtlijn, ofwel een voorwerp hebben dat beter wordt gekarakteriseerd door

14 14 van 20 het leveren van een prestatie dan door de enkele terbeschikkingstelling van een goed, zoals het recht een golfterrein te gebruiken (arrest Stockholm Lindöpark, reeds aangehaald, punten 24-27), het recht een brug te gebruiken tegen betaling van tolgeld (arrest Commissie/Ierland, reeds aangehaald), of ook nog het recht sigarettenautomaten te plaatsen in een bedrijfsruimte (arrest Sinclair Collis, reeds aangehaald, punten 27-30).' Wat het recht betreft van de huurder om de onroerende zaak bij uitsluiting van ieder ander te gebruiken, heeft het HvJ in rechtsoverweging 24 van zijn arrest overwogen dat in de huurovereenkomst daaraan wel beperkingen kunnen worden gesteld Belanghebbende doet naar het oordeel van het Hof meer dan enkel het verlenen van het recht een onroerende zaak te gebruiken. Haar activiteiten hebben een voorwerp, dat zich beter laat karakteriseren als het leveren van een andere, meer omvattende, prestatie dan het enkel ter beschikking stellen van een onroerende zaak. Belanghebbende biedt bezoekers de mogelijkheid binnen een gepaste entourage te ontspannen, gebruik te maken van alle aanwezige faciliteiten, verstrekt drank en tweemaal een buffet, en geeft de mogelijkheid - desgewenst - gebruik te maken van seksuele diensten die door vrouwelijke bezoekers worden aangeboden. Voor zover de activiteiten van belanghebbende betrekking hebben op het beschikbaar stellen van een ruimte, gaat die activiteit op in de hoofdprestatie, die naar het oordeel van het Hof bestaat uit het tegen vergoeding gelegenheid geven tot (seksueel) vermaak Gelet op hetgeen onder 4.19 tot en met 4.21 is overwogen, is het Hof van oordeel dat de zevende onder 3.1 gestelde vraag aldus moet worden beantwoord, dat belanghebbende één ondeelbare prestatie verricht welke niet bestaat uit een prestatie welke van belastingheffing is vrijgesteld op grond van het bepaalde in artikel 11, lid 1, onder b, van de Wet, doch welke bestaat uit het tegen vergoeding gelegenheid geven tot (seksueel) vermaak. Hierop is het algemene tarief van toepassing. Ten aanzien van onderdeel b, post 14, letter g, van Tabel I Het Hof verwerpt de stelling van belanghebbende dat de dienst welke bestaat uit het tegen vergoeding gelegenheid geven tot (seksueel) vermaak, kan worden aangemerkt als het verlenen van toegang tot attractieparken, speel- en siertuinen, en andere dergelijke primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorzieningen, als bedoeld

15 15 van 20 in onderdeel b, post 14, letter g, van Tabel I behorend bij de Wet. Hiertoe overweegt het Hof het volgende De tekst van onderdeel b, post 14, letter g, van Tabel I behorend bij de Wet, luidt als volgt: Tabel I behorende bij de Wet op de omzetbelasting 1968 b. (...) 14. het verlenen van toegang tot: (...) g. attractieparken, speel- en siertuinen, en andere dergelijke primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorzieningen; f Voormelde tekst wijkt af van de omschrijving in post 7 van bijlage H bij de Zesde Richtlijn. Deze omschrijving luidt: 'Het verlenen van toegang tot shows, schouwburgen, circussen, kermissen, amusementsparken, concerten, musea, dierentuinen, bioscopen, tentoonstellingen en soortgelijke culturele evenementen en voorzieningen. Ontvangst van radio- en televisie-uitzendingen.' De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 10 augustus 2007, nr , V-N 2007/40.27, overwogen dat het vaste rechtspraak van het HvJ is dat de nationale rechter bij de toepassing van de bepalingen van het nationale recht, ongeacht of zij van eerdere of latere datum dan de richtlijn zijn, deze zo veel mogelijk moet uitleggen in het licht van de bewoordingen van een op het betrokken gebied geldende richtlijn, teneinde het hiermee beoogde resultaat te bereiken en aldus aan artikel 249, derde alinea, EG-Verdrag (thans: artikel 288, derde alinea, VWEU) te voldoen. Dit brengt mee dat de nationale rechter bij de uitlegging en toepassing van het nationale recht ervan uit moet gaan dat de staat de bedoeling heeft gehad ten volle uitvoering te geven aan de uit de betrokken richtlijn voortvloeiende verplichting. Zie in dit verband ook HvJ EG 16 december 1993, zaak C-334/92 (Wagner Miret v. Fondo de Garantia Salarial). Dit is slechts anders indien in toelichtingen of uitlatingen, die zijn gegeven of gedaan in het proces van het tot stand brengen van de nationale wettelijke regeling, ondubbelzinnig uitdrukking is gegeven aan de welbewuste bedoeling om die nationale regeling te doen afwijken van hetgeen waartoe de richtlijn zou verplichten of de vrijheid zou laten. Het is het Hof niet gebleken dat de wetgever met onderdeel b, post 14, letter g, van Tabel I bij de Wet welbewust van de Zesde Richtlijn heeft willen afwijken.

16 16 van 20 Dit brengt mee dat het begrip 'andere dergelijke primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorzieningen' in onderdeel b, post 14, letter g, van Tabel I bij de Wet zo opgevat moet worden dat daarmee culturele voorzieningen zijn bedoeld. Naar het oordeel van het Hof bestaat de dienst van belanghebbende niet uit het tegen vergoeding verlenen van toegang tot een culturele voorziening maar bestaat de dienst uit het tegen vergoeding gelegenheid bieden tot (seksueel) vermaak Gelet op hetgeen onder 4.24 is overwogen, is het Hof van oordeel dat de achtste onder 3.1 gestelde vraag aldus moet worden beantwoord, dat belanghebbende één ondeelbare prestatie verricht welke niet bestaat uit een prestatie waar op grond van artikel 9, lid 2, aanhef en onderdeel a van de Wet, juncto onderdeel b, post 14, letter g van de bij de Wet behorende Tabel I, het verlaagde tarief op kan worden toegepast, doch welke bestaat uit het tegen vergoeding gelegenheid geven tot (seksueel) vermaak. Hierop is het algemene tarief van toepassing. Ten aanzien van de boete Ten aanzien van de boete stelt belanghebbende zich op het standpunt dat met betrekking tot de toepassing van het verlaagde tarief sprake is van een pleitbaar standpunt. De Rechtbank heeft dienaangaande geoordeeld: ' Op grond van artikel 61 f van de AWR kan de inspecteur een vergrijpboete opleggen indien het aan de opzet of grove schuld van de belastingplichtige te wijten is dat de belasting, welke op aangifte moet worden voldaan of afgedragen, niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de daarvoor gestelde termijn is betaald. In paragraaf 25 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (hierna: BBBB) wordt vermeld dat opzet het willens en wetens handelen, leidend tot het niet of niet binnen de daarvoor gestelde termijn heffen of betalen van belasting is. Voorts is in voormelde paragraaf bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijk opzet valt en dat hieronder dient te worden verstaan het willens en wetens aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat een handelen of nalaten tot gevolg heeft dat te weinig belasting geheven is of kan worden dan wel niet of niet binnen de termijn betaald is. Ten slotte bepaalt paragraaf 25 van het BBBB dat, indien sprake is van opzet, de inspecteur een vergrijpboete op kan leggen van 50% Belanghebbende heeft door het indienen van nihil-aangiften de reële kans aanvaard dat te weinig

17 17 van 20 belasting geheven kan worden. De inspecteur heeft derhalve met inachtneming van de wet en het van toepassing zijnde beleid terecht een boete van 50% opgelegd. De rechtbank acht een boete van , gezien de omstandigheden van het geval, niet passend en geboden. Dit vormt voor de rechtbank reden de boete te verlagen tot Voorts ziet de rechtbank aanleiding de vergrijpboete na de hiervoor opgenomen vermindering verder te matigen. De rechtbank neemt hierbij het volgende in aanmerking. De boete is aangekondigd in het rapport van het boekenonderzoek van 18 juni In het arrest van 22 april 2005, nr , gepubliceerd in BNB 2005/337, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat, behoudens bijzondere omstandigheden, de berechting van een boetezaak door de rechtbank niet binnen een redelijke termijn geschiedt als de rechtbank niet binnen twee jaar nadat die termijn is aangevangen, uitspraak doet en dat in voorkomend geval overschrijding van de redelijke termijn behoort te leiden tot vermindering van de boete. De termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, is aangevangen met de kennisgeving op 18 juni De totale termijn beloopt derhalve meer dan twee jaar. De redelijke termijn is hierdoor overschreden. De rechtbank zal om deze reden de vergrijpboete van verder verminderen met 5 procent nu de redelijke termijn met minder dan zes maanden is overschreden (Hoge Raad 19 december 2008, nr , BNB 2009/201) tot 9.025, door de rechtbank afgerond naar Belanghebbendes stelling dat er met betrekking tot de toepassing van het verlaagde tarief sprake is van een pleitbaar standpunt kan, wat daar ook van zij, niet tot een verdere verlaging van de boete leiden.' Het Hof sluit aan bij deze overwegingen van de Rechtbank en maakt die tot de zijne. Voor verdere matiging van de boete ziet het Hof geen aanleiding. Blijkens de berekeningen die belanghebbende bij zijn nadere stukken bij het Hof heeft ingediend komt immers belanghebbende zelfs bij toepassing van het verlaagde tarief (standpunt III) voor het in geding zijnde tijdvak niet tot een nihil-aangifte. Ten aanzien van de heffingsrente Ingevolge artikel 30f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt heffingsrente in rekening gebracht in geval een naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vastgesteld.

18 18 van 20 Nu dit laatste het geval is, heeft de Inspecteur terecht heffingsrente berekend. Niet is gesteld of aannemelijk geworden dat in het onderhavige geval het bedrag van de heffingsrente onjuist is vastgesteld. Slotsom Gelet op al het vorenstaande komt het Hof tot het oordeel dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, dat terecht heffingsrente in rekening is gebracht, dat de vergrijpboete terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd, dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is, en dat het incidentele hoger beroep van de Inspecteur gegrond is. De uitspraak van de Rechtbank wordt, onder verbetering van gronden, bevestigd. Ten aanzien van het griffierecht Het Hof is van oordeel dat er geen redenen aanwezig zijn om te gelasten dat de Staat aan belanghebbende het door haar betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoedt Gelet op het feit dat de uitspraak van de Rechtbank niet in stand b l i j f t, is voor het heffen van griffierecht van de Staat ter zake van het door de Inspecteur ingestelde incidentele hoger beroep geen plaats. Ten aanzien van de proceskosten Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb. 5. Beslissing Het Hof: - verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond; - verklaart het incidentele hoger beroep van de Inspecteur gegrond; - bevestigt de uitspraak van de Rechtbank, met verbetering van gronden zoals hierboven vermeld.

19 19 van 20 Aldus gedaan op 2 7 JAN door M. van Dun, voorzitter, J. Swinkels en F. Sonneveldt, leden, in tegenwoordigheid van M.M.R. Richardson, griffier. De beslissing is op die datum ter openbare zitting uitgesproken en afschriften van de uitspraak zijn op die datum aangetekend aan partijen verzonden.

20 20 van 20 Het aanwenden van een rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH 's-gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen. 1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd. 2. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a) de naam en het adres van de indiener; b) een dagtekening; c) een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d) de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende

Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/00784 Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna: belanghebbende,

Nadere informatie

LJN: BX7144, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 11/00755

LJN: BX7144, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 11/00755 LJN: BX7144, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 11/00755 Datum uitspraak: 29-08-2012 Datum publicatie: 12-09-2012 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Belanghebbende, een

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.

Nadere informatie

de voorzitter van het managementteam van de eenheid Belastinqdienat^ÉI^ van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur,

de voorzitter van het managementteam van de eenheid Belastinqdienat^ÉI^ van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur, uitspraak / GERECHTSHOF 's-hertogenbosch Sector belastingrecht Eerste meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 09/00515 Uitspraak van de eerste meervoudige Belastingkamer op het hoger beroep van de voorzitter

Nadere informatie

11-09-2015 21-09-2015 14/00330. Belastingrecht. Hoger beroep

11-09-2015 21-09-2015 14/00330. Belastingrecht. Hoger beroep ECLI:NL:GHSHE:2015:3523 http://deeplink. Deeplink Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch 11-09-2015 21-09-2015

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 5 LJN: BV7053, Gerechtshof Arnhem, 11/00315 Datum uitspraak:14-02-2012 Datum 28-02-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Omzetbelasting.

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM Sector belastingrecht nummers 11/00311 en 11/00312 uitspraakdatum: 20 september 2011 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van X te Z (hierna:

Nadere informatie

GERECHTSHOF s-hertogenbosch

GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/00033 Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna: belanghebbende,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2016:2733

ECLI:NL:GHSHE:2016:2733 ECLI:NL:GHSHE:2016:2733 Instantie Datum uitspraak 08-07-2016 Datum publicatie 29-11-2016 Gerechtshof 's-hertogenbosch Zaaknummer 15/00008 tot en met 15/00010 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst te P (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst te P (hierna: de Inspecteur) LJN: BW3414, Gerechtshof Arnhem, 11/00467 en 11/00468 Datum uitspraak: 11-04-2012 Datum publicatie: 20-04-2012 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Omzetbelasting. De

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2017:4777

ECLI:NL:GHARL:2017:4777 ECLI:NL:GHARL:2017:4777 Instantie Datum uitspraak 07-06-2017 Datum publicatie 16-06-2017 Zaaknummer 16/00619 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 5 LJN: BW5380, Gerechtshof Leeuwarden, BK 11/00154 Inkomstenbelasting Datum 08-05-2012 uitspraak: Datum 10-05-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:In

Nadere informatie

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 14/00423. Uitspraak op het hoger beroep van

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 14/00423. Uitspraak op het hoger beroep van Uitspraak GERECHTSHOF 's-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 14/00423 Uitspraak op het hoger beroep van de heer a, wonende te b, hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2013:8624

ECLI:NL:GHARL:2013:8624 ECLI:NL:GHARL:2013:8624 Instantie Datum uitspraak 12-11-2013 Datum publicatie 28-11-2013 Zaaknummer 13/00542 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Nadere informatie

Aanslag, beschikkingen, bezwaar en geding in eerste aanleg

Aanslag, beschikkingen, bezwaar en geding in eerste aanleg Uitspraak GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-13/00338 Uitspraak van 3 januari 2014 in het geding tussen: [X], wonende te [Z], belanghebbende, en de directeur van de Belastingdienst/

Nadere informatie

Rechtbank Oost-Nederland 14 maart 2013, nrs. AWB 12/1843 en AWB 12/3008

Rechtbank Oost-Nederland 14 maart 2013, nrs. AWB 12/1843 en AWB 12/3008 Rechtbank Oost-Nederland 14 maart 2013, nrs. AWB 12/1843 en AWB 12/3008 Uitspraak van de meervoudige kamer ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 14 maart 2013 inzake [X], wonende

Nadere informatie

Zoekresultaat - inzien document

Zoekresultaat - inzien document Zoekresultaat - inzien document Print het document. ECLI:NL:GHARL:2016:7628 Permanente link: http://deeplink. Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 13-09-2016 Datum publicatie 23-09-2016

Nadere informatie

1.5. Belanghebbende heeft te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij.

1.5. Belanghebbende heeft te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij. LJN: BB0189, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 04/01572 Uitspraak BELASTINGKAMER Nr. 04/01572 HET GERECHTSHOF TE 's-hertogenbosch U I T S P R A A K Uitspraak van het Gerechtshof te 's-hertogenbosch, vierde

Nadere informatie

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK op het beroep van de Stichting X te Y tegen de uitspraak van de Inspecteur, het hoofd van de eenheid

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2017:493

ECLI:NL:GHSHE:2017:493 ECLI:NL:GHSHE:2017:493 Instantie Datum uitspraak 10-02-2017 Datum publicatie 06-04-2017 Zaaknummer 15/01058 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2016:2335

ECLI:NL:GHSHE:2016:2335 ECLI:NL:GHSHE:2016:2335 Instantie Datum uitspraak 10-06-2016 Datum publicatie 09-11-2016 Zaaknummer 15/01211 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Centrale administratie (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst/Centrale administratie (hierna: de Inspecteur) Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummers 13/00483 en 13/00568 uitspraakdatum: 23 april 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op de hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 19-11-2014 Datum publicatie 15-04-2015 Zaaknummer 14_7761 OB Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste aanleg

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/Kantoor Groningen (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/Kantoor Groningen (hierna: de Inspecteur) Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Leeuwarden nummer: 12/00201 uitspraakdatum: 15 oktober 2013 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer op het hoger beroep

Nadere informatie

de directeur van het onderdeel Belastingregio Belastingdienst/Limburg van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur,

de directeur van het onderdeel Belastingregio Belastingdienst/Limburg van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur, LJN: BZ5455, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 12/00355 Datum uitspraak: 21-02-2013 Datum publicatie: 25-03-2013 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Belanghebbende is door

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Almere (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Almere (hierna: de Inspecteur) Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/00631 uitspraakdatum: 18 maart 2014 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van

Nadere informatie

LJ : BJ8782, Rechtbank Breda, 08/5579. Datum uitspraak: Datum publicatie:

LJ : BJ8782, Rechtbank Breda, 08/5579. Datum uitspraak: Datum publicatie: 1 van 6 8-10-2009 20:55 LJ : BJ8782, Rechtbank Breda, 08/5579 Datum uitspraak: 02-09-2009 Datum publicatie: 30-09-2009 Rechtsgebied: Soort procedure: Belasting Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Amersfoort (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Amersfoort (hierna: de Inspecteur) Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 14/000542 uitspraakdatum: 27 januari 2015 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:72

ECLI:NL:GHAMS:2016:72 ECLI:NL:GHAMS:2016:72 Permanente link: http://deepl Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 12-01-2016 Datum publicatie 20-01-2016 Zaaknummer 14/01023 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2014:10956,

Nadere informatie

1 van 5 21-11-2011 16:50

1 van 5 21-11-2011 16:50 1 van 5 21-11-2011 16:50 LJN: BU2933, Rechtbank Breda, 10/3415 Datum uitspraak: Datum publicatie: Rechtsgebied: 26-09-2011 31-10-2011 Belasting Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

tegen de mondelinge uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 5 februari 2008, nummer 06/5586 in het geding tussen

tegen de mondelinge uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 5 februari 2008, nummer 06/5586 in het geding tussen 1 van 8 31-10-2009 8:20 LJ : BJ3817, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 08/00219 Datum uitspraak: 29-05-2009 Datum publicatie: 27-07-2009 Rechtsgebied: Soort procedure: Inhoudsindicatie: Belasting Hoger beroep

Nadere informatie

pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2014:2681

ECLI:NL:GHARL:2014:2681 ECLI:NL:GHARL:2014:2681 Instantie Datum uitspraak 01-04-2014 Datum publicatie 11-04-2014 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Zaaknummer 13/00862 en 13/00863 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. Nr. 208/86 10 april 1987

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. Nr. 208/86 10 april 1987 GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN BELASTINGKAMER UITSPRAAK Nr. 208/86 10 april 1987 Uitspraak (na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 29 januari 1986, nr. 23.254) van bet Gerechtshof te

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Amersfoort (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Amersfoort (hierna: de Inspecteur) Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummers 13/00632 en 13/00633 uitspraakdatum: 15 april 2014 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger

Nadere informatie

Uitspraak 22 oktober rolnr. 95/82 M I. Griffie 3050/81 Type: ev. HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer;

Uitspraak 22 oktober rolnr. 95/82 M I. Griffie 3050/81 Type: ev. HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer; Uitspraak 22 oktober rolnr. 95/82 M I Griffie 3050/81 Type: ev HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer; GEZIEN het beroepschrift van X te Z tegen de uitspraak van de Inspecteur

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4752 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 09/00638

ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4752 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 09/00638 ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4752 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 18-11-2010 Datum publicatie 24-11-2010 Zaaknummer 09/00638 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2017:1341

ECLI:NL:GHDHA:2017:1341 ECLI:NL:GHDHA:2017:1341 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 10-05-2017 Datum publicatie 17-05-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie BK-16/00396

Nadere informatie

Loonbelasting. Autokostenfictieregeling. Boeten terecht?

Loonbelasting. Autokostenfictieregeling. Boeten terecht? ECLI:NL:GHARL:2015:2564 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 31-03-2015 Datum publicatie 10-04-2015 Zaaknummer 14/00637 en 14/00638 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:3520,

Nadere informatie

GERECHTSHOF AMSTERDAM

GERECHTSHOF AMSTERDAM Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM kenmerk 13/00004 en 13/00005 30 juli 2014 uitspraak van de negende enkelvoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X] te Uithoorn, belanghebbende, gemachtigde: [A]

Nadere informatie

op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van de Inspecteur, P, betreffende na te noemen naheffingsaanslag en beschikking.

op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van de Inspecteur, P, betreffende na te noemen naheffingsaanslag en beschikking. Gerechtshof te 's-gravenhage tweede meervoudige belastingkamer 18 juli 2002 Nr. BK-00/01752 UITSPRAAK op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van de Inspecteur, P, betreffende na te noemen naheffingsaanslag

Nadere informatie

GERECHTSHOF s- HERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 12/00834

GERECHTSHOF s- HERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 12/00834 GERECHTSHOF shertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 12/00834 Uitspraak op het hoger beroep van [belanghebbende], gevestigd te [vestigingsplaats], hierna: belanghebbende,

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer. een uitspraak en een besluit van de Inspecteur der omzetbelasting te Y, de inspecteur.

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer. een uitspraak en een besluit van de Inspecteur der omzetbelasting te Y, de inspecteur. kenmerk: 6013/89 GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer UITSPRAAK op het beroep van v.o.f. X te Z belanghebbende, tegen een uitspraak en een besluit van de Inspecteur der omzetbelasting

Nadere informatie

Fiscaal Portaal Gemeenten

Fiscaal Portaal Gemeenten Uitspraak RECHTBANK BREDA Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB 08/4293 Uitspraakdatum: 31 maart 2010 Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht

Nadere informatie

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. io~oo6zz hop uitspraak GERECHTSHOF 's-gravenhage Sector belasting Nummer BK-08/00456 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. S januari 2010 op het hoger beroep van de Inspecteur, de voorzitter

Nadere informatie

GERECHTSHOF AMSTERDAM. 1 Ontstaan en loop van het geding. Uitspraak. Kenmerk 13/ augustus 2014

GERECHTSHOF AMSTERDAM. 1 Ontstaan en loop van het geding. Uitspraak. Kenmerk 13/ augustus 2014 Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM Kenmerk 13/00066 21 augustus 2014 uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X], wonende te [Z], belanghebbende tegen de uitspraak in de

Nadere informatie

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2017:2696

ECLI:NL:RBZWB:2017:2696 ECLI:NL:RBZWB:2017:2696 Instantie Datum uitspraak 03-05-2017 Datum publicatie 31-05-2017 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer AWB - 16 _ 1492 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

Gerechtshof Den Haag 13-01-2016 20-01-2016 BK-15_00463. Belastingrecht. Hoger beroep. Rechtspraak.nl FutD 2016-0219

Gerechtshof Den Haag 13-01-2016 20-01-2016 BK-15_00463. Belastingrecht. Hoger beroep. Rechtspraak.nl FutD 2016-0219 ECLI:NL:GHDHA:2016:62 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Den Haag 13-01-2016 20-01-2016 BK-15_00463

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 27 augustus 1985,

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF DEN HAAG Uitspraak van 26 maart 2014 [X] te [Z], belanghebbende, de directeur van de Belastingdienst/Rijnmond,

Uitspraak GERECHTSHOF DEN HAAG Uitspraak van 26 maart 2014 [X] te [Z], belanghebbende, de directeur van de Belastingdienst/Rijnmond, Uitspraak GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-13/01258 Uitspraak van 26 maart 2014 in het geding tussen: [X] te [Z], belanghebbende, en de directeur van de Belastingdienst/Rijnmond,

Nadere informatie

1 Ontstaan en loop van het geding. Uitspraak. GERECHTSHOF s-hertogenbosch. Team belastingrecht. Meervoudige Belastingkamer.

1 Ontstaan en loop van het geding. Uitspraak. GERECHTSHOF s-hertogenbosch. Team belastingrecht. Meervoudige Belastingkamer. Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/00244 Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], wonende te [woonplaats] (België), hierna:

Nadere informatie

ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ2838

ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ2838 ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ2838 Instantie Rechtbank Breda Datum uitspraak 28-09-2012 Datum publicatie 01-03-2013 Zaaknummer 12/1407 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2014:7283 Instantie Datum uitspraak 23-09-2014 Datum publicatie 25-09-2014 Zaaknummer 1400206 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:582,

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 6 LJN: BV2181, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 10/00855 Datum uitspraak: 04-11-2011 Datum publicatie: 30-01-2012 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Toepassing

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2017:3230

ECLI:NL:GHSHE:2017:3230 ECLI:NL:GHSHE:2017:3230 Instantie Datum uitspraak 13-07-2017 Datum publicatie 24-08-2017 Zaaknummer 16/03353 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch Belastingrecht

Nadere informatie

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl ECLI:NL:HR:2015:1084 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775 In cassatie op

Nadere informatie

De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en concludeert tot bevestiging van de bestreden uitspraak.

De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en concludeert tot bevestiging van de bestreden uitspraak. Gerechtshof te Amsterdam tweede meervoudige belastingkamer 6 juli 1999 nr. P98/3213 UITSPRAAK op het beroep van X te Z, belanghebbende, tegen een uitspraak van de Inspecteur, P. 1. Loop van het geding

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2017:360

ECLI:NL:GHSHE:2017:360 ECLI:NL:GHSHE:2017:360 Instantie Datum uitspraak 03 02 2017 Datum publicatie 06 04 2017 Zaaknummer 16/00441 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof 's Hertogenbosch Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2016:2212,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2017:789 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/00218

ECLI:NL:GHAMS:2017:789 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/00218 ECLI:NL:GHAMS:2017:789 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 14-03-2017 Datum publicatie 22-03-2017 Zaaknummer 16/00218 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2015:7148

ECLI:NL:RBZWB:2015:7148 ECLI:NL:RBZWB:2015:7148 Instantie Datum uitspraak 04-11-2015 Datum publicatie 26-11-2015 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer AWB - 15 _ 2600 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

De Hoge Raad der Nederlanden,

De Hoge Raad der Nederlanden, 2 januari 1980. nr. 19.623 DG. De Hoge Raad der Nederlanden, Gezien het beroepschrift in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Y B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2016:2731

ECLI:NL:GHSHE:2016:2731 ECLI:NL:GHSHE:2016:2731 Instantie Datum uitspraak 08-07-2016 Datum publicatie 29-11-2016 Gerechtshof 's-hertogenbosch Zaaknummer 15/00002 tot en met 15/00007 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere

Nadere informatie

Fiscaal Portaal Gemeenten

Fiscaal Portaal Gemeenten Procedurenummer(s) : AWB 10/365 en 11/5109 Uitspraakdatum : 26-01-2012 Publicatiedatum : 02-02-2012 RECHTBANK ARNHEM Uitspraak uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van

Nadere informatie

Geen plaats voor vergrijpboete bij niet verantwoorde afkoopsom lijfrentepolis

Geen plaats voor vergrijpboete bij niet verantwoorde afkoopsom lijfrentepolis Geen plaats voor vergrijpboete bij niet verantwoorde afkoopsom lijfrentepolis ECLI:NL:GHARL:2014:2897 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 08-04-2014 Datum publicatie 18-04-2014 Zaaknummer

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2012:BV0713 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie

ECLI:NL:GHLEE:2012:BV0713 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie ECLI:NL:GHLEE:2012:BV0713 Instantie Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak 10-01-2012 Datum publicatie 12-01-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie BK 10/00331 Inkomstenbelasting

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2017:1974

ECLI:NL:RBZWB:2017:1974 ECLI:NL:RBZWB:2017:1974 Instantie Datum uitspraak 30-03-2017 Datum publicatie 02-05-2017 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer AWB - 14 _ 7470 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Utrecht (hierna: de Inspecteur).

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Utrecht (hierna: de Inspecteur). Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummers 13/01158 en 13/01159 uitspraakdatum: 24 februari 2015 nummer / Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2016:4850

ECLI:NL:RBZWB:2016:4850 ECLI:NL:RBZWB:2016:4850 Instantie Datum uitspraak 19-07-2016 Datum publicatie 01-12-2016 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer AWB - 15 _ 5497 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen Rechtbank Zeeland-West-Brabant belastingrecht, meervoudige kamer 2 mei 2013 Nr. AWB 12/5894 UITSPRAAK van 2 mei 2013 Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het

Nadere informatie

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens het onverantwoord verstrekken van een risicovolle lening

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens het onverantwoord verstrekken van een risicovolle lening Bestuurdersaansprakelijkheid wegens het onverantwoord verstrekken van een risicovolle lening Brondatum: 07-07-2015 Een bestuurder is aansprakelijk gesteld voor de niet afgedragen loonheffingen van een

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 6 LJN: BW3384, Gerechtshof Arnhem, 11/00577, 11/00578 en 11/00579 Datum 03-04-2012 uitspraak: Datum 20-04-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:Inkomstenbelasting.

Nadere informatie

Gerechtshof te 's-gravenhage tweede meervoudige belastingkamer 19 maart 1998 nr. 96/0667 UITSPRAAK

Gerechtshof te 's-gravenhage tweede meervoudige belastingkamer 19 maart 1998 nr. 96/0667 UITSPRAAK Gerechtshof te 's-gravenhage tweede meervoudige belastingkamer 19 maart 1998 nr. 96/0667 UITSPRAAK op het beroep van de vennootschap onder firma X te Z tegen de uitspraak van de Inspecteur, het hoofd van

Nadere informatie

Uitspraak als bedoeld in afdeling van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

Uitspraak als bedoeld in afdeling van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen Uitspraak RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, meervoudige kamer Locatie: Breda Procedurenummer AWB 13/6811 uitspraak van 18 december 2014 Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene

Nadere informatie

uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser

uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser Uitspraak Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 13/7254 uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser (gemachtigde: mr. drs.

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2014:5405

ECLI:NL:GHSHE:2014:5405 ECLI:NL:GHSHE:2014:5405 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 19-12-2014 Datum publicatie 09-03-2015 Zaaknummer 13-00985 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2013:5806, (Gedeeltelijke)

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2017:2361

ECLI:NL:RBGEL:2017:2361 ECLI:NL:RBGEL:2017:2361 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 25-04-2017 Datum publicatie 26-04-2017 Zaaknummer AWB - 16 _ 3141 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. BELASTINGKAMER 13 juni 1986 Nr. 253/85

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. BELASTINGKAMER 13 juni 1986 Nr. 253/85 GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN DERDE ENKELVOUDIGE UITSPRAAK BELASTINGKAMER 13 juni 1986 Nr. 253/85 Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, derde enkelvoudige belastingkamer, op het beroep namens X te Z

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2014:310

ECLI:NL:GHAMS:2014:310 pagina 1 van 6 ECLI:NL:GHAMS:2014:310 Instantie Datum uitspraak 30-01-2014 Datum publicatie 12-02-2014 Zaaknummer 12/00966 Rechtsgebieden Gerechtshof Amsterdam Belastingrecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

Rechtbank Den Haag 30-06-2015 03-08-2015 AWB - 14 _ 10792. Belastingrecht

Rechtbank Den Haag 30-06-2015 03-08-2015 AWB - 14 _ 10792. Belastingrecht ECLI:NL:RBDHA:2015:8665 Instantie Deeplink Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie http://deeplink. Rechtbank Den Haag 30-06-2015 03-08-2015 AWB

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchty...

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchty... 1 van 5 15-8-2012 15:59 LJN: BX4254, Rechtbank Breda, 11/3113 Datum uitspraak: Datum publicatie: Rechtsgebied: 15-06-2012 10-08-2012 Belasting Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

Uitspraak d.d. 10 januari 1986 MI Griffie 3699/85 Type: ws. HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer.

Uitspraak d.d. 10 januari 1986 MI Griffie 3699/85 Type: ws. HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer. Uitspraak d.d. 10 januari 1986 MI Griffie 3699/85 Type: ws HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer. GEZIEN het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 21 augustus 1985, no.

Nadere informatie

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2008:BD7995 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 07/00429

ECLI:NL:GHAMS:2008:BD7995 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 07/00429 ECLI:NL:GHAMS:2008:BD7995 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 02-07-2008 Datum publicatie 23-07-2008 Zaaknummer 07/00429 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

pagina 1 van 8 LJN: BW2241, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 09/00600 Datum 16-03-2012 uitspraak: Datum 13-04-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:Belanghebbende

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM. Zaak met kenmerk 12/ Zaak met kenmerk 12/ Zaak met kenmerk 12/01143

Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM. Zaak met kenmerk 12/ Zaak met kenmerk 12/ Zaak met kenmerk 12/01143 Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM kenmerk 12/01141 toten met 12/01145 17 oktober 2013 uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van ^ ven nootschap onder firm a te belanghebbende,

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Limburg, kantoor Maastricht, de inspecteur.

de inspecteur van de Belastingdienst/Limburg, kantoor Maastricht, de inspecteur. LJN: CA2372, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12/363 Datum uitspraak: 26-03-2013 Datum publicatie: 07-06-2013 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie: Naheffingsaanslag

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak pagina 1 van 7 ECLI:NL:GHARL:2013:6083 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 06-08-2013 Datum publicatie 23-08-2013 Zaaknummer 13/00207 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBARN:2012:2728,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2017:3075

ECLI:NL:GHSHE:2017:3075 ECLI:NL:GHSHE:2017:3075 Instantie Datum uitspraak 06-07-2017 Datum publicatie 12-07-2017 Zaaknummer 16/03713 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch Belastingrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2016:5823

ECLI:NL:RBZWB:2016:5823 ECLI:NL:RBZWB:2016:5823 Instantie Datum uitspraak 20-09-2016 Datum publicatie 22-12-2016 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer BRE - 15 _ 7455 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2013:CA1901

ECLI:NL:RBGEL:2013:CA1901 ECLI:NL:RBGEL:2013:CA1901 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 04-06-2013 Datum publicatie 04-06-2013 Zaaknummer AWB 13/675 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 05/6797) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 05/6797) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. LJN: BO3637, Hoge Raad, 09/00760 Print uitspraak Datum uitspraak: 22-04-2011 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Omzetbelasting; art. 5, lid 3, en art. 13, B, aanhef en

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-03-2015 Datum publicatie 10-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 7359 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste

Nadere informatie

Eiser gesteld. heeft daartegen bij brief van 22 juni 2010, ontvangen door de rechtbank op 24 juni 2010, beroep op

Eiser gesteld. heeft daartegen bij brief van 22 juni 2010, ontvangen door de rechtbank op 24 juni 2010, beroep op Rechtbank Uitspraak RECHTBANK Arnhem ARNHEM 2010/02295 Sector registratienummer: uitspraak bestuursrecht, ingevolge AWB artikel enkelvoudige 10/2295 8:77 van belastingkamer van inzake 3 maart 2011 de Algemene

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

pagina 1 van 7 LJN: BW1068, Gerechtshof Arnhem, 11/00041 Datum uitspraak:27-03-2012 Datum 06-04-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Invordering. Bestuurdersaansprakelijkheid.

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2017: Geding in cassatie. Uitspraak

ECLI:NL:HR:2017: Geding in cassatie. Uitspraak ECLI:NL:HR:2017:185 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 10-02-2017 Datum publicatie 10-02-2017 Zaaknummer 15/04877 Formele relaties In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:3523, (Gedeeltelijke) vernietiging

Nadere informatie