onderwijs: ïn en om het Samenwerkingsverplichtingen en de centrale dienst

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "onderwijs: ïn en om het Samenwerkingsverplichtingen en de centrale dienst"

Transcriptie

1 %J ^si»*3> %s> %A ïn en om het onderwijs: J Samenwerkingsverplichtingen en de centrale dienst De recente thema's doelmatigheid en productiviteit' in het onderwijs volgen op eerdere discussies over de menselijke maat', onderwijsachterstanden 5, de positie van de leraar" en de acceptatieplicht. 5 Opvallend is dat de autonomie van het bevoegd gezag vrijwel steeds vertrekpunt is, terwijl het overheidsbeleid van de afgelopen 20 jaar zich juist kenmerkt door een toenemend aantal samenwerkingsverplichtingen. In dit artikel wordt ingegaan op de door de onderwijswetgever geformuleerde samenwerkingsverplichtingen en de gemeenschappelijke achtergrond ervan. 6 Doelstelling is een eerste verkenning van de meest opvallende kenmerken van die samenwerkingsverplichtingen en een beschrijving van de bestaande modaliteiten. Mr. M.F. Nolen* tingen en het oormerken en kokeren van publieke middelen. 7 Volgens Van Delden bestaat er weinig oog voor wat hij noemt de ontwikkelingsaanpak of 'exploratieve strategie'. Overheid en instellingen kiezen vooral voor de 'programmatische strategie' (benoeming en aanpak van een specifiek probleem) in plaats van de 'exploratieve strategie' (wat kunnen we samen nog meer doen en wat kunnen we van elkaar leren). De voorkeur voor de 'programmatische strategie' vinden we terug in en om het onderwijs. Voor de meeste samenwerkingsverplichtingen geldt dat ze of een reactie vormen op een gesignaleerd sociaal maatschappelijk probleem (Hoofdstuk 2) of zijn te herleiden tot de voorziening in de huisvesting (Hoofdstuk 3). Samenwerkingsverplichtingen met betrekking tot (de vormgeving van) de onderwijsinhoud kent de onderwijswetgeving op dit moment niet. Een eerste verkenning van de meest opvallende kenmerken en in het bijzonder de zogeheten 'centrale dienst' volgt in Hoofdstuk 4, waarna wordt afgesloten met een slotbeschouwing in Hoofdstuk 5-1. Inleiding De verschillende samenwerkingsverplichtingen in en om het onderwijs zijn het resultaat van gericht overheidsbeleid. Onderzoek van Van Delden uit 2009 over samenwerking in de publieke dienstverlening leert dat door de overheid opgelegde samenwerkingsverplichtingen weliswaar de noodzaak van samenwerking benadrukken door bijvoorbeeld taken en financiële stimulansen toe te kennen, maar dat daadwerkelijke samenwerking complex is. Zeker bij sectoroverstijgende samenwerking is sprake van verschillende taakstellingen, diverse verantwoordingsverplich- * mr. M.F. Nolen is werkzaam bij Van Doorne N.V. en maakt aldaar deel uit van het Team Onderwijs. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven. De benadering in dit artikel is thematisch. Een andere onderverdeling is uit te gaan van de reden tot samenwerking: (i) de wettelijke verplichting, (ii) de wettelijke noodzaak en (iii) de maatschappelijke functie of verwachting. Bij een wettelijke verplichting schrijft de onderwijswetgever voor dat wordt samengewerkt of wordt overlegd. De verplichting om samen te werken is dan een bekostigingsvoorwaarde of er is anderszins sprake van een doorzettingsmacht van overheidswege. De wettelijke noodzaak tot samenwerking omvat die gevallen waarbij de (bekostigings)systematiek het in de praktijk noodzakelijk maakt samen te werken. Een wettelijke noodzaak is daarmee vooral sturend. De maatschappelijke verwachting ziet voornamelijk op de verwachting van de samenleving om invulling te geven aan de maatschappelijke functie van het onderwijs. 2. Samenwerkingsverplichtingen als reactie op sociaal maatschappelijk probleem De samenwerkingsverplichtingen die een reactie vormen op een sociaal maatschappelijk probleem kunnen als volgt worden gerubriceerd: (i) onderwijsachterstandenbeleid, (ii) opvang en voor-en vroegschoolse educatie, (iii) onderwijs aan zorgleerlingen, (iv) leerplicht en schoolverlaten en (v) jeugdzorg en welzijn. School en Wet November 2010

2 2.i Onderwijsachterstandenbeleid Bevoegde gezagsorganen in het primair onderwijs, kinderopvangorganisaties 8 en gemeenten zijn verplicht om jaarlijks het zogeheten lokaal overleg te voeren over het onderwijsachterstandenbeleid (artikel 167a Wpo). De samenwerkingsverplichting dateert van en is iets gewijzigd als gevolg van de Wet OKE (Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie). 10 Niet alleen de gemeente en scholen voor primair onderwijs dienen aan het lokaal overleg deel te nemen, maar ook de kinderopvangorganisaties. De partijen zijn verplicht overleg te voeren over ten minste segregatie, integratie, bestrijden van onderwijsachterstanden, en de afstemming van de inschrijvings- en toelatingsprocedures alsmede de evenwichtige verdeling van achterstandsleerlingen." In de praktijk komen ook hiermee direct verband houdende onderwerpen als huisvesting, onderwijskwaliteit 13 en de invulling van de maatschappelijke functie aan bod. Het overleg valt aan te merken als een "op overeenstemming gericht overleg". Bijzonder is dat wettelijk is vastgelegd dat de verplichting tot overleg moet resulteren in het meetbaar maken van de afspraken en dat de Inspectie van het Onderwijs daarop kan toezien. 13 Als er geen meetbare afspraken tot stand komen, kan bindend advies worden ingewonnen bij de wettelijke geschillencommissie.' 4 Over het karakter van die afspraken bestaat enige discussie (zie hierna). Het voortgezet onderwijs kent een eigen lokaal overleg onderwijsachterstandenbeleid (artikel 118a Wvo). De onderwerpen en de vormgevingzijn vrijwel gelijk aan het primair onderwijs. Bij de we heeft de gemeente een voortrekkersrol en zijn zowel onderwijs- als kinderopvangorganisaties verplicht mee te werken aan de totstandkoming van afspraken. Met het oog op een zo groot mogelijke deelname van het aantal kinderen aan voorschoolse educatie dient op grond van het nieuwe artikel 167 Wpo jaarlijks overleg te worden gevoerd en zorg gedragen te worden voor het maken van onderlinge afspraken over: (i) welke kinderen in aanmerking komen voor voorschoolse educatie, (ii) de toeleidingvan kinderen naar we en (iii) de organisatie van de doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie. Een voor de praktijk relevante ontwikkeling is de bij onder meer de Taskforce Onderwijs en Kinderopvang levende wens om opvang en onderwijs veel duidelijker te integreren.' 8 Ook de Onderwijsraad adviseert in die zin.' 9 De Wet OKE lijkt daarmee slechts een volgende stap naar meer samenwerking en integraliteit tussen onderwijs en kinderopvang. Dat wordt ook geïllustreerd door de aandacht die het Ministerie van OCW heeft voor deze integratie." Zorgleerlingen Het onderwijs aan zogeheten zorgleerlingen en leerlingen met bijzondere kenmerken heeft geleid tot een breed scala aan samenwerkingsverplichtingen naast het bepaalde in de Wet op de expertisecentra. Doel is steeds om leerlingen die extra zorg nodig hebben onderwijs te kunnen laten volgen, liefst met goed gevolg. Samenwerkingsverplichtingen De bekendste samenwerkingsverplichting is de voor het primair onderwijs geldende wettelijke verplichting om aansluiting te zoeken bij een samenwerkingsverband WSNS en een centrale dienst (artikel 18 en 21 Wpo)." Samen behoren zij een geheel aan zorgvoorzieningen binnen en buiten basisscholen en in samenwerking met speciale scholen voor basisonderwijs te realiseren, opdat zoveel mogelijk leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken, en zij behoren daartoe een zorgplan op te stellen (artikel 19 Wpo). De partijen zijn verplicht overleg te voeren over ten minste segregatie, integratie, bestrijden van onderwijsachterstanden, en de afstemming van de inschrijvings- en toelatingsprocedures alsmede de evenwichtige verdeling van achterstandsleerlingen. 2.2 Buitenschoolse opvang en WE Kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie ("we") is vooral voor het primair onderwijs relevant. Sinds 2007 is elk bevoegd gezag verplicht om zorg te dragen voor de buitenschoolse opvang' 5, terwijl de samenwerkingsverplichting met betrekking tot de we met ingang van 1 augustus 2010 is aangescherpt als gevolg van de Wet OKE.' 6 Het bevoegd gezag behoeft weliswaar niet zelf buitenschoolse opvang aan te bieden, maar is blijkens artikel 45 Wpo wel het eerste aanspreekpunt van ouders voor de organisatie om de aansluiting tot stand te brengen. Samenwerking met een aanbieder van opvang is noodzakelijk: "Het sleutelbegrip is samenwerking. Hierdoor kan de inzet van mensen, geldstromen en bevoegdheden gebundeld worden."' 7 In het voortgezet onderwijs geldt de verplichting om aansluiting te zoeken bij een samenwerkingsverband voor zorgleerlingen (artikel loh Wvo)." Doel is zoveel mogelijk leerlingen voor wie vaststaat dat een orthopedagogische of orthodidactische benadering is geboden, deel te laten nemen aan het gewone beroepsgerichte onderwijs door middel van het leerwegondersteunend onderwijs of praktijkonderwijs. Net als bij het samenwerkingsverband WSNS geldt de verplichting een zorgplan op te stellen en aansluiting te zoeken bij een centrale dienst.' 3 In het voortgezet onderwijs kennen we voorts de verplichting om met het middelbaar beroepsonderwijs een samenwerkingsovereenkomst aan te gaan in het kader van het verzorgen van leer-werktrajecten aan zorgleerlingen (artikel WEB juncto artikel lobi Wvo en artikel juncto artikel iob8 Wvo). Een actualiteit die waarschijnlijk de vorm van een samenwerkingsverplichting krijgt, is de verwachte introductie van de zorgplicht passend onderwijs. 24 Hoewel de indiening van het aangekondigde wetsvoorstel is uitgesteld, lijkt het waarschijnlijk dat bevoegde gezagsorganen op enig moment de verplichting zullen krijgen om binnen het samenwerkingsverband WSNS of het samenwerkingsverband zorgvoorzieningen, al dan niet in verticale samenwerking, te zorgen voor een dekkend en continuüm aanbod van passende onderwijszorg. 25 Een dergelijke zorgplicht vergt veel bestuurlijke afstemming en onderling afdwingbare afspraken. Samenwerkingsovereenkomst VO-BVE School en Wet November 20x0

3 De achtergrond van de zogeheten samenwerkingsovereenkomst vobve (artikel 25a en 99 VWO juncto 2.6aa WEB) is ook terug te voeren op de wens om een op zorgleerlingen, in dit geval leerlingen met bijzondere kenmerken, toegespitst onderwijsaanbod te ontwikkelen. 26 Als tussen de bevoegde gezagsorganen afspraken zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst, kunnen leerlingen onderwijs volgen op een andere vo-school, roc of in het volwassenen onderwijs. Het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst vo-bve is geen wettelijke verplichting, maar wel noodzakelijk als leerlingen van de ene instelling examen doen bij de andere instelling of als bekostiging wordt overgedragen. Uit de wettekst en de wetsgeschiedenis kan worden geconcludeerd dat de samenwerkingsovereenkomst vo-bve een vrij ruim toepassingsbereik heeft en ook bij onderwijs aan niet-zorgleerlingen gebruikt kan worden. Het doel moet zijn leerlingen met bijzondere kenmerken beter in staat te stellen een einddiploma te laten halen, die leerlingen meer kansen te geven om vervolgonderwijs met gunstig resultaat te volgen of onderwijsvoorzieningen doelmatiger te gebruiken. De Minister merkte op dat werd beoogd ruimte te scheppen voor meer maatwerk. 27 Dat zou passen bij het bieden van de mogelijkheid om doelmatiger gebruik te maken van onderwijsvoorzieningen, bijvoorbeeld door gezamenlijke klassen in te richten of vakkencombinaties. De verschillende vakcolleges die de laatste tijd zijn opgericht zijn goede voorbeelden van samenwerkingsverbanden vo-bve, al dan niet in het kader van de versteviging van de beroepskolom (vm2-trajecten) Leerplicht en voortijdig schoolverlaten De naleving van de leerplicht, de bestrijding van het voortijdig schoolverlaten en de opvang van de gevolgen ervan is vooral een taak van de gemeente. Het is aan de gemeente om zorg te dragen voor een systeem van leerplichtambtenaren en doorverwijzing, terwijl het bevoegd gezag primair verplicht is de noodzakelijke en gevraagde informatie te overleggen (artikelen 18, 21a en 25a Leerplichtwet 1969, artikel n8h Wvo en artikel WEB). In de praktijk vindt doorgaans over het beleid van de gemeente afstemming en overleg plaats, al dan niet in het kader van het lokaal overleg onderwijsachterstandenbeleid of het regionaal netwerk voortijdig schoolverlaten Zorg en welzijn Een maatschappelijk sociaal probleem dat nauw verwant is aan enkele van de hiervoor genoemde thema's is de wens om de samenhang tussen algemeen jeugdbeleid, jeugdzorg en onderwijs te optimaliseren. In dat kader hebben de afgelopen jaren veel partijen toenadering gezocht. Een voorbeeld daarvan is de (niet wettelijk verplichte) vorming van de zogeheten ZorgAdviesTeams. 30 In verband hiermee zijn twee nieuwe samenwerkingsverplichtingen aangekondigd. Allereerst de samenwerkingsverplichting in verband met de centra voor jeugd en gezin. 3 ' Voorstel is dat jeugdgezondheidszorg en maatschappelijke ondersteuning aan jeugdigen in onderlinge samenhang worden aangeboden en in afstemming tussen gemeente, het nieuwe CJG en het onderwijs. De regierol berust bij de gemeente en alle betrokken instanties dienen mee te werken aan de totstandkoming van de afspraken, het beheer en de nakoming daarvan. De afspraken zouden onder meer moeten zien op de onderlinge taakverdeling, de deelname aan casusoverleggen, de coördinatie van de zorg en het oplossen van mogelijke knelpunten in de coördinatie (escalatiemodel). Het is de bedoeling bij AMvB nadere regels vast stellen. 32 Een tweede aangekondigde samenwerkingsverplichting, die nog niet heeft geleid tot een concreet wetsvoorstel, is de wettelijke borging van de zorg in en om de school. 33 Het voornemen is wettelijk vast te leggen dat instanties "de school als vind- en werkplaats kunnen gebruiken voor zorg aan leerlingen". Idee is dat (i) bevoegde gezagsorganen verplicht worden tot samenwerking in de jeugdketen en tot vroegtijdige melding en signalering van ontwikkelings- en opvoedrisico's en dat (ii) bevoegde gezagsorganen en gemeente verplicht worden afspraken te maken over de onderlinge taakverdeling. De regierol zou moeten komen te liggen bij de gemeente en de afspraken zouden onderdeel kunnen vormen van het lokaal overleg. 3. Samenwerkingsvsrpüchtingen bij huisvesting en voorzieningenpiannirsg Bij de planning en realisatie van onderwijshuisvesting is ook sprake van samenwerkingsverplichtingen. Onderwijshuisvesting hangt vaak samen met thema's als opvang, onderwijsachterstandenbeleid en onderwijskwaliteit. De kwaliteit van de huisvesting en de openheid ervan voor andere maatschappelijke organisaties wordt ervaren als een belangrijk onderdeel van het gemeentelijke onderwijsbeleid. Daarnaast heeft de gemeente vanwege zowel de verantwoordelijkheid voor de voorziening in de onderwijshuisvesting als uit hoofde van het ruimtelijk ordeningsbeleid doorslaggevende invloed. Uitgangspunt van de Wpo en Wvo is een individueel recht op voorziening in de onderwijshuisvesting. Door de samenhang met onderwijsachterstandsbeleid, we en kinderopvang is het echter in de praktijk noodzakelijk om voorafgaand aan de vaststelling door de gemeente van het plan van scholen (artikel 74 Wpo) en het programma van huisvestingsvoorzieningen (artikel 95 Wpo) afstemming te zoeken; ook met andere maatschappelijke organisaties. De voorkeur van veel gemeenten, maar ook onderwijsorganisaties voor brede scholen en integrale kindcentra noodzaakt minimaal tot samenwerking tussen meerdere organisaties op locatieniveau en afspraken over bijvoorbeeld het gebruik en de verdeling van bouwen exploitatiekosten. Het is immers logisch de uitkomst van het lokaal overleg we te betrekken bij de programma's huisvestingvoorziening. 3 '' Het economisch claimrecht van de gemeente bij leegstand is een ander voorbeeld dat noodzaakt tot samenwerking (artikel 107 Wpo). Bij de planning en realisatie van onderwijshuisvesting is ook sprake van samenwerkingsverplichtingen. Onderwijshuisvesting hangt vaak samen met thema's als opvang, onderwijsachterstandenbeleid en onderwijskwaliteit. De kwaliteit van de huisvesting en de openheid ervan voor andere maatschappelijke organisaties wordt ervaren als een belangrijk onderdeel van het gemeentelijke onderwijsbeleid. Voor het voortgezet onderwijs is samenwerking bij bijvoorbeeld het verplaatsen'van een vestiging zelfs wettelijk noodzakelijk. De wet

4 Voorzieningenplanning VO heeft als direct gevolg dat het eigen onderwijsaanbod in beginsel moet zijn afgestemd op de vraag in de regio (artikel 72 Wvo). 35 De inhoud van het door de onderwijsorganisaties gezamenlijk vast te stellen regionaal plan onderwijsvoorzieningen is deels wettelijk voorgeschreven en bevat in elk geval een gezamenlijk gedragen visie op het onderwijs in de regio. Voor kleine scholen in het primair onderwijs die mogelijk onder de opheffingsnorm geraken bestaat er als alternatief voor een eventuele juridische fusie of bestuursoverdracht de mogelijkheid om een samenwerkingsovereenkomst aan te gaan met een ander bevoegd gezag ten behoeve van het behoud van de kleine school of nevenvestiging (artikel 157 lid 3 Wpo). in dat geval blijft de aanspraak op bekostiging bestaan en kunnen kosten onderling worden verdeeld. Samenwerking is geen wettelijke verplichting, maar vooral een wettelijke faciliteit ten behoeve van de blijvende instandhouding van kleine scholen. 4. Enkele kenmerken van samenwerkingsverplichtingen 4.1 Voorgeschreven en mogelijke inhoud Voorop staat dat de samenwerkingsverplichtingen vaak in elkaar overlopen en dat de afbakening niet altijd even helder is. In algemene zin geldt daarnaast dat partijen die willen samen werken dat steeds kunnen doen en afspraken over samenwerking kunnen maken op die terreinen die zij zelf dienstig achten. Een eerste kenmerk van de samenwerkingsverplichtingen in het onderwijs is dan ook dat, mede door de programmatische strategie van de onderwijswetgever, in een aantal gevallen de minimale inhoud van de samenwerking en/of de onderwerpen wettelijk is/zijn vastgelegd. Bij het voorschrijven van de inhoud van de afspraken kiest de onderwijswetgever verschillende routes: (i) het benoemen van inhoudelijke onderwerpen en/of (ii) de verplichting om werk- en procedureafspraken te maken. Het eerste is onder meer het geval bij het lokaal overleg onderwijsachterstandenbeleid in het primair en voortgezet onderwijs (artikel 167a Wpo en 118 Wvo). De bijbehorende doelen moeten tevens meetbaar zijn. Deze lijn wordt doorgetrokken in het wetsvoorstel Gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de jeugdketen. Bij de samenwerkingsverbanden WSNS en zorgvoorzieningen is gekozen voor een meer algemene verplichting om een zogeheten zorgplan vast te stellen (artikel 19 Wpo en ioh Wvo). Dat is ook het geval bij het regionaal plan onderwijsvoorzieningen dat een gezamenlijk gedragen visie op het onderwijs in de regio dient te bevatten (artikel 72 Wvo). Als belangrijke inhoudelijke voorwaarde voor de samenwerkingsovereenkomst vo-bve geldt dat het doel en de doelgroep moeten zijn beschreven (artikel 25a Wvo). De verplichting om werk- en procedureafspraken te maken treffen we ook aan, maar minder vaak en de terminologie verschilt nogal. Gesproken wordt onder meer over de procedure van overleg en beslechting van geschillen (artikel 72 Wvo), de wijze van overleg (artikel 20 Wpo en loh Wvo) of de zorg voor de organisatie (artikel 45 Wpo). Bij het lokaal overleg we en het lokaal overleg onderwijsachterstandenbeleid ontbreekt net als bij het wetsvoorstel tot invoering van de centra voor jeugd en gezin 36 de verplichting om procedureafspraken te maken. Zelden wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het bieden van de wettelijke grondslag voor het delegeren van taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag. Alleen de WHW bevat een algemene mogelijkheid om publiekrechtelijke bevoegdheden over te dragen aan een ander buiten de eigen onderwijsorganisatie (artikel 8.1 lid 4 WHW). Die mogelijkheid is echter beperkt tot het hoger onderwijs. In het voortgezet onderwijs is het mogelijk om in het kader van de organisatie van zorgvoorzieningen taken en bevoegdheden over te dragen (artikel toh en 53b Wvo). 37 Deze mogelijkheid bevordert vooral de onderlinge verticale erkenning van (deel)examens en is geen delegatie als bedoeld in artikel 10:15 Awb. 4.2 Bekostigingsvoorwaarden bij samenwerking in en om het onderwijs Bij samenwerking in en om het onderwijs bestaat al snel de behoefte aan een onderlinge kostenverrekening. Echter, alleen bij de samenwerkingsovereenkomst kleine scholen (artikel 157 lid 3 Wpo) en de samenwerkingsovereenkomst vo-bve (artikel 25a en artikel 99 Wvo) is dit door de onderwijswetgever expliciet als mogelijkheid beschreven. Een meer algemene wettelijke grondslag voor het overdragen van bekostiging is de overstap van een leerling tijdens het schooljaar (artikel 99s Wvo). Gevolg hiervan is dat bij alle andere vormen van samenwerking teruggevallen moet worden op een interpretatie van de algemene bekostigingsvoorwaarden. Voor die interpretatie is inzicht vereist in de lagere regelgeving, jurisprudentie en/of beleidsnotities. Redelijkerwijs te stellen kernvragen zullen daarbij steeds zijn (i) wie uiteindelijk het onderwijs verzorgt (ii) of de verantwoordelijkheid voor het verzorgen van onderwijs praktisch gezien gedragen kan worden en (iii) of de samenwerking in beginsel financieel doelmatig en efficiënt is. Voorop staat dat de samenwerkingsverplichtingen vaak in elkaar overlopen en dat de afbakening niet altijd even helder is. In algemene zin geldt daarnaast dat partijen die willen samen werken dat steeds kunnen doen en afspraken over samenwerking kunnen maken op die terreinen die zij zelf dienstig achten. A contrario kan worden opgemerkt dat artikel 99 lid 8 Wvo, dat bepaalt dat bij een samenwerkingsovereenkomst vo-bve vanwege de samenwerking een deel van de bekostiging kan worden overgedragen, zelfs tot extra onzekerheden leidt. Immers, de bepaling lijkt overbodig nu de mogelijkheid om bekostiging over te dragen reeds algemeen is aanvaard. Onderwijsorganisaties kunnen derden vergoeden voor de aan hen geleverde diensten en dragen vrijwel dagelijks bekostiging over. Inkoop van ICT, boeken of schoolmaterialen is niets anders dan overdracht van bekostiging. Ook de noodzaak van verrekening bij centrale diensten is erkend 58 en vergoedingen bij uitbesteding van onderwijs zijn aanvaard zolang de leerling "werkelijk schoolgaand" is. 39 Het nut van artikel 99 lid 8 Wvo lijkt aldus te ontbreken. Dat brengt echter niet mee dat geen behoefte bestaat aan nader inzicht in de voorwaarden voor overdracht en verrekening van bekostiging. De bij de samenwerkingsovereenkomst vo-bve geformuleerde voorwaarden bieden daarbij als meest uitgewerkte wetsbepaling een aanknopingspunt. De overheidstoets is vooral gericht op het voorkomen November 201O

5 van misbruik van bekostiging. Doel is het uitsluiten van dubbele inschrijving en dubbele bekostiging, alsmede het opwerpen van een dam tegen strategisch gedrag gericht op maximalisatie van de rijksbekostiging of het verkrijgen van oneigenlijke concurrentievoordelen. 40 Zo dient voor de leerling ook steeds duidelijk te zijn bij welke instelling hij staat ingeschreven en wie eindverantwoordelijk is. Het doel van artikel 99 lid 8 Wvo komt sterk overeen met de voor de bve-sector in de verschillende Nota's Helderheid beschreven doelen en nader uitgewerkte bekostigingsvoorwaarden. 4 ' Ook deze bekostigingsvoorwaarden beogen dubbele bekostiging en weglek van publieke middelen te voorkomen en bevatten geen eisen aan de vormgeving en structuur van samenwerkingen in en om het onderwijs ontbreken. Analoge toepassing in het primair of voortgezet onderwijs van de voor de bve-sector beschreven nadere voorwaarden is verleidelijk, maar geen wettelijke verplichting. Uitgangspunt van de onderwijswetgeving is overigens dat alleen bevoegde gezagsorganen aanspraak op Rijksbekostiging hebben. De centrale dienst bij zorgvoorzieningen in het primair onderwijs is de enige uitzondering, maar ook in dat geval geschiedt de externe verantwoording door ieder van de aangesloten bevoegde gezagsorganen afzonderlijk (artikel 68 lid 7 Wpo). 4ï 4.3 M/ettelijke faciliteiten en modaliteiten bij samenwerking Bij de verschillende samenwerkingsverplichtingen is, mede doordat termen als overleg en samenwerkingsverband een (civiele) juridische definitie missen, niet altijd duidelijk wie eindverantwoordelijk is en wie welke rechten en verplichtingen draagt: de individuele samenwerkingspartners of de 'gemeenschappelijke entiteit' die al dan niet rechtspersoonlijkheid heeft. Een voorbeeld is het lokaal overleg onderwijsachterstandenbeleid. Het lokaal overleg kent geen rechtspersoonlijkheid en heeft ook geen aanspraak op bekostiging door het Rijk. De gemeente komt in aanmerking voor een specifieke uitkering voor het bestrijden van onderwijsachterstanden en kan die middelen vervolgens in de vorm van subsidies naar eigen inzicht besteden. De gemeente kan besluiten deze gelden aan de onderwijs- en kinderopvangorganisaties toe te kennen, maar ook aan andere rechtspersonen. Onduidelijk is echter of die andere rechtspersonen dan ook aangesloten moeten zijn bij de gemaakte afspraken en in hoeverre degenen die wel partij zijn afdwingbare rechten hebben jegens die andere rechtspersonen. Daarbij komt nog dat de wettelijke geschillenregeling zo is geformuleerd dat enkel de gemeente en de onderwijsorganisaties hierop een beroep kunnen doen (artikel 167a Wpo en artikel 118a Wvo). Bij onderwij shuisvesting ontbreekt een uitgewerkte wettelijke modaliteit voor samenwerking. Indien een ander dan de gemeente of het bevoegd gezag het goederenrechtelijke eigendom heeft van de onderwij shuisvesting (bijvoorbeeld een woningcorporatie of afzonderlijke beheerstichting), bemoeilijkt dit bijvoorbeeld de afdwingbaarheid van het economisch claimrecht door de gemeente. Op grond van de Wpo en de Wvo kan de gemeente immers de wettelijke economische rechten op het onroerend goed alleen inroepen tegen het bevoegd gezag. Door het ontbreken van een wettelijke grondslag om als gemeente economische rechten in te roepen jegens met-onderwijsorganisaties, zal daarom moeten worden teruggevallen op het algemene verbintenissen- en zekerhedenrecht in het geval een ander dan de gemeente of het bevoegd gezag het goederenrechtelijke eigendom heeft van de onderwij shuisvesting. 43 Centrale dienst als wettelijke faciliteit Het gebruik van een centrale dienst is bij de samenwerkingsverbanden WSNS en zorgvoorzieningen wettelijk verplicht en in alle andere gevallen een vrije keuze. Uit de wetsgeschiedenis bij het samenwerkingsverband WSNS 44 valt af te leiden dat het de wens was de solidariteit tussen scholen centraal te stellen en de voordelen van rechtspersoonlijkheid in de uitvoeringspraktijk te benutten. Argumenten waren tevens de beperking van de administratieve lasten, de bevordering van de doelmatigheid en efficiëntie, alsmede de verruiming van mogelijkheden tot verrekening. 45 Een centrale dienst is blijkens de artikelen 68 WPO en 53b WVO een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon die "uitsluitend" wordt bestuurd door één of meer bevoegde gezagsorganen en die niet het maken van winst beoogt. Door de formulering van de wettelijke bepaling is het niet mogelijk dat andere maatschappelijke organisaties of onderwijsinstellingen uit een andere sector de centrale dienst mede besturen. 46 Verticale samenwerking is wel mogelijk tussen het primair en voortgezet onderwijs. Een centrale dienst kan zich uitsluitend ten doel stellen om ten behoeve van scholen en andere bekostigde onderwijsinstellingen werkzaamheden te verrichten ter verzekering van de goede gang van zaken van het onderwijs. Daaronder wordt ook begrepen het gezamenlijk beheren van een administratiekantoor. De werkzaamheden mogen echter niet zien op het leiden van een school, het geven van onderwijs of schoolbegeleiding. 47 Uitgangspunt is dat de kerntaken van een school verricht worden door personeel dat aan de school is verbonden. 48 Bijzonder is dat in het voortgezet onderwijs de centrale dienst wel leerwegondersteunend onderwijs mag geven in het kader van het samenwerkingsverband zorgvoorzieningen. 49 Een centrale dienst kan zich uitsluitend ten doel stellen om ten behoeve van scholen en andere bekostigde onderwijsinstellingen werkzaamheden te verrichten ter verzekering van de goede gang van zaken van het onderwijs. Daaronder wordt ook begrepen het gezamenlijk beheren van een administratiekantoor. Gewoonlijk wordt gekozen voor de rechtsvorm stichting of vereniging, maar in theorie behoort een coöperatie die niet het maken van winst beoogt of de besloten vennootschap met een statutaire winstklem ook tot de mogelijkheden. De verantwoording ter zake de Rijksbekostiging berust bij de deelnemende bevoegde gezagsorganen. 50 Voor het kwalificeren van een rechtspersoon als centrale dienst is de mededeling van de bevoegde gezagsorganen aan de Minister dat zij het bestuur vormen van een centrale dienst voldoende. 5 ' De Minister en de Inspectie van het Onderwijs houden geen direct toezicht op de centrale dienst. Een centrale dienst heeft vooral het voordeel dat de rechtspositie wordt beschermd van het personeel dat is aangesteld of benoemd. 5 ' De centrale dienst is destijds in het leven geroepen in het kader van

6 het formatiebudgetsysteem dat de onderwijsorganisaties verantwoordelijk maakte voor de aanstelling en benoeming van personeel. Daardoor bestond onder meer behoefte aan de mogelijkheid om personeel te 'poolen'. De centrale dienst was volgens de staatssecretaris dan ook vooral gewenst om te bereiken dat men efficiënter en slagvaardiger kon samen werken, zonder dat het recht op pensioen en de onderwij srechtspositie van het personeel in vooral het openbaar onderwijs in het geding kwam. 53 Potentieel voordeel van de centrale dienst is voorts de bijzondere positie voor de omzetbelasting. De Wet op de omzetbelasting 1969 biedt geen directe vrijstelling, maar de wetsgeschiedenis geeft wel aanknopingspunten voor het beperkt tot geheel niet verschuldigd zijn van omzetbelasting. 5 " Andere voordelen van een centrale dienst zijn vooral te herleiden tot de voordelen die elke joint-venture met rechtspersoonlijkheid in potentie heeft (besluitvormingsproces, afgescheiden vermogen, rechtssubject, afzonderen aansprakelijkheden en financiële risico's, enz.). 4.4 Ruimte voor verticale samenwerking en samenwerking met niet-onderwijsorganisaties De samenwerkingsovereenkomst vo-bve is samen met de gemeenschappelijke regeling voor het hoger onderwijs (artikel WHW), de enige verticale wettelijke regeling die samenwerking tussen instellingen uit verschillende onderwijssectoren faciliteert. 55 Als gevolg daarvan is niet alleen het overdragen van publiekrechtelijke bevoegdheden bij verticale samenwerking uitgesloten, maar kent ook de overdracht van bekostiging onzekerheden. Steeds is daardoor een afzonderlijke beoordeling nodig van het doel en de beoogde opbrengst, alsmede rekenschap van de algemene bekostigingsvoorwaarden en transparantie-eisen. De onderwijswetgeving beschrijft ook niet de mogelijke vormgeving van de samenwerking met andere maatschappelijke organisaties. Bij de introductie van de samenwerkingsverplichting buitenschoolse opvang (artikel 45 Wpo) is over het ontbreken van een voorgeschreven samenwerkingsvorm opgemerkt dat dit kwam door de reeds bestaande verschillen in de dagelijkse praktijk en de wens om maatwerk tot stand te laten komen in het overleg met de ouders. 56 Ook volgens de Onderwijsraad lag een voorgeschreven model voor samenwerking tussen scholen en kinderopvang niet voor de hand. 57 Voor de bve-sector zijn wel enkele voorwaarden te vinden voor samenwerking met andere maatschappelijke organisaties. Deze zien echter niet zozeer op de vormgeving, maar schetsen vooral de voorwaarden waaronder uitbesteding mogelijk is en investeren van publieke middelen in private activiteiten is toegestaan. 58 Maatwerk staat dus in de praktijk voorop. Dat biedt ruimte voor ondernemerschap in het onderwijs, maar het geheel aangewezen zijn op het gewone verbintenissen- en rechtspersonenrecht vergroot wel de onzekerheid over de uitleg van de bekostigingsvoorwaarden. Over de inrichting van de governance bij samenwerkingen bestaat ook onzekerheid. Een algemeen aspect van goed intern toezicht is dat toezicht wordt gehouden op strategische samenwerkingen en verbindingen. In de zorgsector en voor de woningcorporaties is dit een al langer bekend aspect. In het onderwijs is de aandacht hiervoor (nog) beperkt. De onderwijswetgever heeft er in elk geval wei- nig oog voor, met uitzondering van het gegeven dat aan de betrokken medezeggenschapsraden terzake de aanvang van adviesen instemmingsrechten zijn toegekend. 59 Voor de diverse governance codes geldt hetzelfde. 60 Opvallend is dat ook in het advies 'Vertrouwen in de school' van de WRR uit 2009, dat uitgebreid ingaat op het belang van samenwerking, beperkte aandacht is voor de vraag of en hoe interne toezichthouders toezicht moeten houden op (het aangaan van) samenwerkingen. 6 ' 4.5 Rol gemeente en doorzettingsmacht Afgezien van de verantwoordelijkheid voor het openbaar primair en voortgezet onderwijs, heeft de gemeente soms een coördinerende en in andere gevallen een meer centrale rol bij de verschillende samenwerkingsverplichtingen. De centrale rol is, mede als gevolg van de bekostigingssystematiek, het sterkst terug te vinden bij het huisvestingsbeleid en het onderwijsachterstandenbeleid. Van oudsher is de gemeente daarnaast ook verantwoordelijk voor de handhaving van de leerplicht en het bestrijden van de gevolgen van het voortijdig schoolverlaten. In de eerdere wetgeving werd om redenen van de vrijheid van onderwijs nog afgezien van een doorzettingsmacht. De nieuwe tendens lijkt daarmee een breuk met. het verleden, alhoewel de voorbeelden Ibn Ghaldoun en As Siddieq leren dat de gemeente in de praktijk al beschikt over een vorm van doorzettingsmacht in die zin dat ze onder omstandigheden in actie mag komen richting ouders of subsidies kan stopzetten. Tot voor kort golden onderwijsorganisaties en gemeenten als gelijkwaardige partners voor zover het het secundaire onderwijsproces betrof. Het 'op overeenstemming gericht overleg' en gelijkwaardigheid waren uitgangspunt. Die gelijkwaardigheid is met de invoering van de samenwerkingsverplichting in het kader van de voor- en vroegschoolse educatie doorbroken met de introductie van een 'gemeentelijke doorzettingsmacht'. Blijkens het nieuwe artikel 168 Wpo kan de gemeente de werkingssfeer van met anderen wel gemaakte afspraken in het lokaal overleg we uitbreiden naar de niet deelnemende partijen als die uitbreiding noodzakelijk is voor een samenhangend onderwijsachterstandenbeleid. Over de vraag of deze doorzettingsmacht in strijd is met de vrijheid van onderwijs is weliswaar veel discussie geweest 62, maar dat heeft niet tot aanpassingen geleid. Sterker nog, het voornemen in de (aangekondigde) wetsvoorstellen op het terrein van zorg en welzijn is om gemeenten wederom doorzettingsmacht toe te kennen. Het wetsvoorstel Gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de jeugdketen bevat een gemeentelijke aanwijzingsbevoegdheid' 3 en ook bij het voorgenomen het wetsvoorstel Zorg in om de school wordt het toekennen van doorzettingsmacht aangekondigd. 64 In de eerdere wetgeving werd om redenen van de vrijheid van onderwijs dus nog afgezien van een doorzettingsmacht. De nieuwe tendens lijkt daarmee een breuk met het verleden, alhoewel de voorbeelden Ibn Ghaldoun en As Siddieq leren dat de gemeente in de praktijk al beschikt over een vorm van doorzettingsmacht in die zin dat ze onder omstandigheden in actie mag komen richting ouders of subsidies kan stopzetten. 65 ÏO

7 Een aandachtspunt is overigens het juridisch karakter van de verschillende afspraken met de gemeente. Over de afspraken als resultante van het overleg onderwijsachterstandenbeleid merkte de Onderwijsraad bijvoorbeeld in 2008 op dat hij onzeker was of het 'feitelijk privaatrechtelijke overeenkomsten, vergelijkbaar met de 'doordecentralisatiebepaling' betrof of dat sprake was van 'een publiekrechtelijk plan' vergelijkbaar met de rpo's als bedoeld in artikel 72 Wvo. 66 Als hoofdregel kan mijn inziens gelden dat zolang de onderwijsorganisaties vrijheid hebben met betrekking tot de inhoud van de afspraken en de gemeente geen instemmingsrecht of doorzettingsmacht heeft, het privaatrechtelijke karakter voorop staat. Die vraag zal pas meer definitief beantwoord kunnen worden bij een eventueel geschil. Een aandachtspunt is het juridisch karakter van de verschillende afspraken met de gemeente. Als hoofdregel kan gelden dat zolang de onderwijsorganisaties vrijheid hebben met betrekking tot de inhoud van de afspraken en de gemeente geen instemmingsrecht of doorzettingsmacht heeft, het privaatrechtelijke karakter voorop staat. 5. Slotbeschouwing De noodzaak tot samenwerking in en om het onderwijs neemt toe. Ook als er geen wettelijke verplichting tot samenwerking is. De recente actualiteit zoals bijvoorbeeld het Wetsvoorstel fusietoets in het onderwijs 67 is soms zelfs een vliegwiel voor samenwerking. 68 Deze eerste inventarisatie en verkenning van de meest opvallende kenmerken van de bestaande samenwerkingsverplichtingen en modaliteiten voor samenwerking leiden tot een aantal constateringen. Een eerste constatering is dat het bij elke invoering van een samenwerkingsverplichting aan een systematische analyse van de bijkomende bestuurlijke drukte heeft ontbroken. Hoogstens wordt gewezen op de positieve uitkomst van de ACTAL-toets of wijst de Raad van State kort op de samenhang met andere aanhangige wetsvoorstellen. Een systematische analyse van de bestuurlijke drukte is noodzakelijk gelet op het toenemende gebruik van samenwerkingsverplichtingen. Een tweede constatering is dat vooral bij de samenwerkingsverplichtingen met een sociaal maatschappelijke achtergrond niet alleen een sterke overlap bestaat met andere samenwerkingsverplichtingen, maar dat ook de vormgeving vaak verschilt. Bij de verbinding van de diverse lokale overleggen, de invoering van de Centra voor Jeugd en Gezin, de ZAT's en het passend onderwijs verdient dit aandacht.' 9 Te vaak sluit de wettelijke terminologie (samenwerking, overleg, afspraken) nu niet aan op vergelijkbare begrippen in onder meer het civiele recht. Verder leidt het benoemen van specifieke bekostigingsvoorwaarden bij enkele specifieke samenwerkingsverplichingen tot onduidelijkheid over de bekostigingsvoorwaarden in andere gevallen. De onderwijswetgever heeft voorts een voorkeur voor de 'programmatische strategie'. De onderwijswetgever kiest voor het benoemen van een specifiek thema en werkt daarna enkel voor dat thema uit in hoeverre moet worden samengewerkt. Die voorkeur vernauwt keer op keer de focus van de samenwerking tot één deelthema zonder dat rekenschap wordt gegeven van de samenhang met andere thema's. Een vierde constatering is dat als gevolg van genoemde voorkeur voor de 'programmatische strategie' er vrijwel geen aandacht is voor de 'exploratieve strategie'. Een overeenkomst is daarbij vaak al verouderd als de inkt nat is. De eventueel voorgeschreven structuur borgt ook niet het 'lerend vermogen' van samenwerken. Een algemeen toetsingskader voor samenwerking op eigen initiatief, verticale samenwerking en/of samenwerking met niet-onderwijsorganisaties ontbreekt zelfs. Ondanks die kennelijke vrijheid voor ondernemerschap en meesterschap (maatwerk), heeft dat extra onzekerheid en drempelangst (beperktere innovatiekracht) tot gevolg. Duurzame en succesvolle samenwerking tussen autonome organisaties is altijd moeizaam. Dat is begrijpelijk, maar onnodige overlap tussen thema's en doelen of onderling sterk verschillende formuleringen maken samenwerking niet eenvoudiger. Tegelijkertijd zouden initiatieven uit het onderwijs zelf, zoals vakcolleges, integrale kindcentra, krimpbestrijding, of excellentiebevordering juist moeten worden ondersteund. Duurzame samenwerking en innovatiekracht vereisen goed (juridisch) gereedschap en duidelijkheid over de geldende bekostigingsvoorwaarden. Het gewone verbintenissen- en rechtspersonenrecht vormt uiteraard het overgrote deel van het noodzakelijke gereedschap, maar werkt primair tussen de partijen onderling. De beperkte en gebrekkige vormgeving van wel bestaande modaliteiten als de 'centrale dienst' biedt te weinig zekerheid over bekostigingsvoorwaarden en governance-verplichtingen. Daar ligt een opdracht voor de onderwijswetgever en de externe toezichthouders. Om over een ruimere fiscale facilitering van samenwerkingen in en om het onderwijs nog maar te zwijgen. Noten 1. Commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen, "Financieel beleid van onderwijsinstellingen",den Haag, 2009; Onderwijsraad, Naar een doelmatiger onderwijs, 2009; Studiegroep Begrotingsruimte, Rapport 6: Productiviteit onderwijs, april EK , 32040, nr. A. (Wetsvoorstel fusietoets onderwijs). 3. Staatsblad 2010/296. Dossier TK , 32396, nr. 2 (Wetsvoorstel versterking positie onderwijsgevenden) en Ministerie OCW, Actieplan teerkracht van Nederland; Beleidsreactie op het advies van de Commissie Leraren, Den Haag, TK , 30417, nr. 9 (Wetsvoorstel toelatingsrecht bijzonder onderwijs). 6. In dit artikel wordt niet ingegaan op de in de onderwijswetgeving voorkomende verplichtingen om op landelijk niveau samen te werken in het kader van het participatiefonds, geschillencommissie enzovoorts of de (vrijwillige) aansluiting van onderwijsinstellingen bij bijvoorbeeld bij landelijke lobbyorganisaties. 7. P. van Delden, Samenwerking in de publieke dienstverlening: ontwikkelingsverloop en resultaten, Zutphen/Delft De deelname van organisaties voor kinderopvang aan het lokaal overleg is het gevolg van het wetsvoorste] buitenschoolse opvang. Zie Staatsblad 2006/590, dossiernummer Staatsblad 2006/340, dossiernummer Staatsblad 2010/ De verplichting om ook overleg te hebben over het spreidingsbeleid is te herleiden tot 11

8 een amendement. ZieTK , 30313, nr De discussie over de zogeheten Asscher-norm is hiervan een goed voorbeeld. Zie hierover ook Besluit gemeenteraad Amsterdam, Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam van de gemeente Amsterdam, 8 juni 2010, nr a Tl< , 30313, nr. 3a. 14. TK , 30313, nr. 34. Opvallend aan de bijzondere geschillenregeling is dat deze wel openstaat voor de bevoegde gezagsorganen en het college van burgemeester en wethouders, maar niet voor de organisaties van kinderopvang. De achtergrond van dit onderscheid is niet nader toegelicht. 15. Staatsblad 2006/50. Dossier Staatsblad 2010/296. Dossier TK , 30676, nr. 3, p Taskforce Onderwijs en Kinderopvang, Kinderopvang/Onderwijs: Dutch Design, Utrecht, maart Onderwijsraad, Naar een nieuwe kleuterperiode in de basisschool, 26 mei Adviesopdracht Ministerie van OCW: Sardes, Eindrapport Klankbordgroep IKC, Utrecht, november 2010 (verwacht). 21. Staatsblad 1998/495, dossiernummer Staatsblad 1998/337, dossiernummer Artikel loh lid 3 Wvo. Zie amendement TK , 25410, nr. 18 (Amendement Liemburg, Cornielje en Van Vliet). 24. Zie o.a. TK , nrs. 17, 21 en 24, alsmede Onderwijsraad, De schooi en leerlingen met gedragsproblemen, 15 februari TK , 31497, nr. 21 (Bijlage 2, Uitwerking zorgplicht). 26. Staatsblad 2005/512, dossiernummer TK 30068, nr. 5, p Zie ook Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo (Ster. 2008/236, 4 december 2008) en Onderwijsraad, Ontwikkelingsrichtingen voor het middelbaar beroepsonderwijs, 23 november Blijkens artikel n8h lid 3 Wvo is de contactgemeente belast met het coördineren van afspraken tussen het onderwijs en maatschappelijke organisaties over de inzet en verantwoordelijkheid bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten en is verantwoordelijk voor de totstandkoming van een bijbehorend regionaal netwerk. Van de onderwijsorganisaties wordt vooral verwacht dat men participeert in het overleg, zonder dat dit wettelijk verplicht is gesteld. De auteur is niet bekend met situaties waarin een school weigert samen te werken terzake de handhaving van de leerplicht of de bestrijding van het voortijdig schoolverlaten. 30. Zie voor meer informative over de recente ontwikkeling van ZorgAdviesTeams ook de speciale website van het Nederlands Jeugd Instituut: <www.zat.n!>. 31. TK , 31977, nr. 2 (Wetsvoorstel gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de jeugdketen) 32. TK , 31977, nr. 3 en TK , 3 1 ool > nr - 7 (" zor g m en om de school"). 33. TK , ' nr - 7 (" zor g i n erl orn d"e school"). 34. Zie o.a. Sardes, Eindrapport Klankbordgroep IKC, Utrecht, november 2010 (verwacht). 35. Staatsblad 2008/296, dossiernummer Zie over het wetsvoorstel o.a. P.W.A. Huisman en P.j. Gramberg, Zorgplicht voor het aanbieden van onderwijs, School en Wet 2008/1, p , R.K. Filippo, Regionale planningsvrijheid in het voortgezet onderwijs: lessen uit de regionale arrangementen VMBO, School en Wet 2006/5, P- 5"9 en Onderwijsraad, Voorzieningenplanning in het onderwijs, 30 november TK , 31977, nr Zie EK , , nr. 245b, p. 14: "Aan een dergelijk orgaan kunnen enkele met name genoemde bevoegdheden worden gegeven: het organiseren van de zorg voor de desbetreffende leerlingen, het instellen van de permanente commissie leerlingenzorg, alsmede het opstellen van het zorgplan." De wet spreekt van het overdragen van bevoegdheden aan een 'bestuurlijk orgaan'. De reden voor deze term is waarschijnlijk dat ook een publiekrechtelijke rechtspersoon een centrale dienst kan zijn. In dat geval worden de hier bedoelde bevoegdheden niet overgedragen aan de rechtspersoon, maar aan een bestuurlijk orgaan van de publiekrechtelijke rechtspersoon. 38. TK , 25409, nr. 31 (Wetgevingsoverleg). 39. Artikel 7 lid 1 Bekostigingsbesluit W.V.0 en uitspraken ABRvS, 11 februari 2009, LJN: B H2513/2514/2519/2520/2522/ TK , 30068, nr. 3, p Ministerie OCW, "Helderheid in de bekostiging BVE"2003 en 2004, alsmede de Beleidsreactie Themaonderzoek BVE, TK , 27451, nr TK , 22467, nr. 5, p Hier is in de praktijk wel ervaring mee opgedaan in onder meer de gemeente Breda. Zie onder meer Servicecentrum Scholenbouw (J. Schraven), Contractuele relaties beheer onderwijsvoorzieningen, Den Haag, April TK , 25409, nr. 30 (Amendement De Cloe, Rijpstra en Lambrechts). Het oorspronkelijke wetsvoorstel gaf aan dat de keuze voor een centrale dienst een mogelijkheid was, maar als gevolg van het amendement is die keuze mogelijkheid omgezet in een wettelijke verplichting. 45. TK , 25409, nr. 31 (Wetgevingsoverleg). 46. Dit is ook bevestigd in TK , 22467, nr. 3, p Zie nader TK , 22467, nr. 3, p TK , 22467, nr. 5, p Zie artikel 53b lid 5 WVO. 50. TK , 22467, nr. 5, p Zie hierover ook Handelingen TK 16 juni 1992, p TK , 22467, nr. 3, p en nr. 8, p TK , 22467, nr. 8, p TK , 22467, nr. 5, p Het uiteindelijk ingetrokken wetsvoorstel WHOO kende in het voorgestelde artikel 4.18 lid 2 WHOO de mogelijkheid voor het middelbaar beroepsonderwijs om samen te werken met het hoger onderwijs. Deze mogelijkheid sloot aan bij het huidige artikel WHW. Nadat het wetsvoorstel werd ingetrokken is het bewuste artikel niet overgenomen in latere wetsvoorstellen. 56. TK , 30676, nr. 3, p Onderwijsraad, Een vlechtwerk van opvang en onderwijs, 27 februari Zie thema's 1 en 2 van de nota's "Helderheid in de bekostiging BVE"2003 en 2004, alsmede de Beleidsreactie Themaonderzoek BVE, TK , 27451, nr Artikel 12 lid ia en artikel 13a Wet medezeggenschap op scholen. 60. Een uitzondering is dat branchecode 'Goed bestuur in de bve-sector' (MBO Raad, 2009), welke in artikel de aanbeveling doet om de beslissing tot het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking ter goedkeuring aan de intern toezichthouder voor te leggen indien de samenwerking "van strategisch grote betekenis is voor de bve-instelling". Zie voor een checklist voor toezicht op joint-ventures: Nationaal Register voor Commissarissen en Toezichthouders, Toolkit Toezicht Onderwijs, Den Haag, Een aanzet doet ook de VTOf: VTOI, Referentiekader voor de Toezichthouder in het onderwijs, Zoetermeer, Wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid, Vertrouwen in de school: Over de uitval van 'overbelaste'jongeren, Den Haag, 2009, nr Zie naast de handelingen in het bijzonder: TK , 31989, nr. 3, p. 18, EK , 31989, nr. C, p. 3-4 en EK , nr. E, p. 7. De doorzettingsmacht zou niet in strijd zijn met de vrijheid van onderwijs doordat het niet om de onderwijsinhoud zou gaan. Op het moment dat de gemeente wel een aanwijzing zou willen geven dat de onderwijsinhoud betreft dan zou dat aanwijzingsbesluit strijdig zijn met de Algemene wet bestuursrecht. Een amendement dat letterlijk aansluit op de geschillenregeling bij artikel 167a Wpo en 118a Wvo is uiteindelijk afgewezen (TK , 31989, nr. 26). De vrees is overigens deels wel begrijpelijk gelet ook op het standpunt van de VNG als beschreven in haar brief aan het parlement van 11 januari 2008 (BAOZW/U ) over de gemeentelijke regierol bij de centra voor jeugd en gezin en de door de VNG sterk uitgewerkte modellen en protocollen. 63. Nieuw artikel ie Wet op de jeugdzorg: TK , 3 X 977< nr - 3- Zie voor een bespreking daarvan onder meertk , 31977, nr. 4 (Advies en rapport Raad van State). 64. TK , 31001, nr. 70. School en Wet 12 November

9 65. Gerechtshof Den Haag, 7 juli 2009, LjN: BI9947 {As Siddieq/Rotterdarn en Inspectie van het Onderwijs IBS As-Siddieq, Rapport van bevindingen, 17 juni 2009 in combinatie met Brief gemeente Amsterdam aan As-Siddieq, "Vertrouwensbreuk bestuur en maatregelen As Siddieq", 29 oktober Onderwijsraad, Ambities voor het jonge kind en voor de basisschool, Den Haag, 19 december EK , 32040, nr. A. Zie ook N.LP. te Bos, De fusietoets, een centralistische poging om de schaal in het onderwijs te reguleren, School en Wet 2010/2, p TK ,32 040, nr. 6, p. 24: "andere vormen van samenwerking zijn in het algemeen geenszins laakbaar en soms zelfs een goed alternatiej voor een fusie. Het maakt het bijvoorbeeld mogelijk om zei/standigheid te combineren met de voordelen van samenwerking, zoals in facilitaire sfeer". 69. Zie bijvoorbeeld de conclusie van Bouma e.a.: Nederlands Jeugd Instituut, Bestuurlijke borging van jeugdzorg en onderwijs, Utrecht,

CONVENANT VSV 2012-2015 (naam regio)

CONVENANT VSV 2012-2015 (naam regio) CONVENANT VSV 2012-2015 (naam regio) Convenant tussen de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de RMCcontactgemeente van de RMC-regio ( ) en onderstaande onderwijsinstellingen inzake het terugdringen

Nadere informatie

- 1 - De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

- 1 - De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, - 1 - Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 augustus 2012, nr. JOZ/378065, houdende regels voor het verstrekken van aanvullende bekostiging ten behoeve van het stimuleren

Nadere informatie

Bijlage 2. Uitwerking zorgplicht

Bijlage 2. Uitwerking zorgplicht Bijlage 2 Uitwerking zorgplicht Inleiding Het streven is om met ingang van 1 augustus 2012 een zorgplicht voor schoolbesturen in te voeren. Het begrip zorgplicht en de betekenis daarvan, roept de nodige

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 17134 26 juni 2013 Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 13 juni 2013, nr. JOZ/499515,

Nadere informatie

Schoolbestuur en medezeggenschap vorming samenwerkingsverband

Schoolbestuur en medezeggenschap vorming samenwerkingsverband Handreiking steunpunt Schoolbestuur en vorming samenwerkingsverband Rein van Dijk, Jan de Vos Augustus 2013 Inhoud 1. Waar gaat het om? 2 2. Goede 2 3. Het wettelijk kader 3 4. Arbitrage en geschillenprocedures

Nadere informatie

Bijlage 1. Overzicht geschillen en procedures

Bijlage 1. Overzicht geschillen en procedures Bijlage 1. Overzicht geschillen en procedures 1. Schoolbestuur heeft een geschil met ouders rond toelating en verwijdering. 2. Schoolbestuur of ouder heeft geschil met samenwerkingsverband over toelaatbaarheid

Nadere informatie

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Voorstel van Wet tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte

Nadere informatie

Gevolgen van de Wet goed onderwijs Goed onderwijsbestuur voor de verhouding tussen gemeenten en verzelfstandigd openbaar onderwijs.

Gevolgen van de Wet goed onderwijs Goed onderwijsbestuur voor de verhouding tussen gemeenten en verzelfstandigd openbaar onderwijs. Gevolgen van de Wet goed onderwijs Goed onderwijsbestuur voor de verhouding tussen gemeenten en verzelfstandigd openbaar onderwijs. Per 1 augustus 2010 is de Wet Goed onderwijs Goed onderwijsbestuur in

Nadere informatie

Regeling Kwaliteit Voortgezet Onderwijs

Regeling Kwaliteit Voortgezet Onderwijs Algemeen Verbindend Voorschrift Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Bestemd voor het bevoegd gezag van scholen en scholengemeenschappen in het voortgezet

Nadere informatie

Presentatie IKC. Marco Haanappel (VDB Notarissen) Marc Habraken (Witlox Van den Boomen) Peter Vereijken (Stichting Brede School NL) 5 april 2011

Presentatie IKC. Marco Haanappel (VDB Notarissen) Marc Habraken (Witlox Van den Boomen) Peter Vereijken (Stichting Brede School NL) 5 april 2011 Presentatie IKC 5 april 2011 Marco Haanappel (VDB Notarissen) Marc Habraken (Witlox Van den Boomen) Peter Vereijken (Stichting Brede School NL) Witlox Van den Boomen en VDB Advocaten Notarissen onderhouden

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 824 Evaluatie wet Versterking besturing Nr. 3 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 27 206 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met de

Nadere informatie

Hoofdlijnenakkoord voor het inrichten van een Regionaal Arrangement Beroepsonderwijs Amsterdam

Hoofdlijnenakkoord voor het inrichten van een Regionaal Arrangement Beroepsonderwijs Amsterdam Afdeling Onderwijs, Jeugd en Educatie Team Onderwijs VO Hoofdlijnenakkoord voor het inrichten van een Regionaal Arrangement Beroepsonderwijs Amsterdam Betrokken partijen: De instellingen voor Beroepsonderwijs

Nadere informatie

Bijlage 2. Voorbeeld samenwerkingsovereenkomst

Bijlage 2. Voorbeeld samenwerkingsovereenkomst Bijlage 2 Voorbeeld samenwerkingsovereenkomst IKC 18 De ondergetekenden: 1. Stichting Onderwijs (O), sstatutair gevestigd te (1234 AA) (plaatsnaam) aan de (adres), in deze rechtsgeldig vertegenwoordigd

Nadere informatie

Raadsvoorstel Reg. nr : 0710756 Ag nr. : Datum : 17-02-09

Raadsvoorstel Reg. nr : 0710756 Ag nr. : Datum : 17-02-09 0710756 Ag nr. : Datum : 17-02-09 Onderwerp Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Boxtel / Procedure op overeenstemming gericht overleg. Voorstel De gewijzigde Verordening voorzieningen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 993 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de integratie van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs

Nadere informatie

Opgave op grond van artikel 25, tweede en derde lid van de Leerplichtwet 1969 over schooljaar 2006-2007

Opgave op grond van artikel 25, tweede en derde lid van de Leerplichtwet 1969 over schooljaar 2006-2007 Voorlichtingspublicatie Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Primair Onderwijs po 079-3232.333 Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie bvh 079-3232.666

Nadere informatie

2) Instemmen met de benoeming van de voorgedragen leden van de Raad van Toezicht van de Stichting openbaar onderwijs Marenland;

2) Instemmen met de benoeming van de voorgedragen leden van de Raad van Toezicht van de Stichting openbaar onderwijs Marenland; Gemeente Appingedam Raadsvoorstel Raadsagenda d.d.: 14 maart 2016 Voorstel nummer : 8 Behandelend ambtenaar : Willem van der Oest Telefoonnummer : 0596 691194 E-mailadres : w.vanderoest@appingedam.nl Portefeuillehouder

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2011 95 Wet van 27 januari 2011 tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het invoeren van een fusietoets in het onderwijs (fusietoets

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. RMC-wet 2001. Jaargang 2001 Staatsblad 2001 636 1

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. RMC-wet 2001. Jaargang 2001 Staatsblad 2001 636 1 RMC-wet 2001 636 Wet van 6 december 2001 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met de invoering van de verplichting

Nadere informatie

Model Bestuursconvenant September 2009

Model Bestuursconvenant September 2009 Model Bestuursconvenant September 2009 Partijen bij dit convenant zijn: A I Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente (XX), gevestigd te (XX) ten deze krachtens artikel 171 van de Gemeentewet

Nadere informatie

Verslag MBO conferentie Betere zorg, minder uitval

Verslag MBO conferentie Betere zorg, minder uitval Verslag MBO conferentie Betere zorg, minder uitval Lunteren, 22 april 09 Presentatieronde 1: Flex College het Nijmeegse model in de strijd tegen voortijdig schoolverlaten. Presentator Jeroen Rood, directeur

Nadere informatie

CONVENANT STICHTING HET RIJNLANDS LYCEUM - VERENIGING VOOR MONTESSORI- ONDERWIJS

CONVENANT STICHTING HET RIJNLANDS LYCEUM - VERENIGING VOOR MONTESSORI- ONDERWIJS VAN DOORNE N.V. CONVENANT STICHTING HET RIJNLANDS LYCEUM - VERENIGING VOOR MONTESSORI- ONDERWIJS De ondergetekenden: 1. de stichting: Stichting "Het Rijnlands Lyceum", statutair gevestigd te Wassenaar,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 600 VIII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2003 Nr. 127 BRIEF

Nadere informatie

No.W /1 's-gravenhage, 29 september 2016

No.W /1 's-gravenhage, 29 september 2016 Raad vanstate AFSCHRIFT No.W05.16.01 65/1 's-gravenhage, 29 september 2016 Bij Kabinetsmissive van 30 juni 2016, no.201 6001160, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs,

Nadere informatie

BAOZW/U Lbr. 14/001

BAOZW/U Lbr. 14/001 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Wijziging Modelverordening leerlingenvervoer uw kenmerk ons kenmerk BAOZW/U201301727 Lbr. 14/001 bijlage(n)

Nadere informatie

Meer r u i m t e. voor samenwerking VO-BVE

Meer r u i m t e. voor samenwerking VO-BVE Meer r u i m t e voor samenwerking VO-BVE Meer r u i m t e voor samenwerking VO-BVE iinhoud 1. Inleiding: nieuwe wetgeving voor samenwerking vo-bve 2. Uitbesteding: nieuwe mogelijkheden voor verschillende

Nadere informatie

Doelstelling. Programma. Wet educatie en beroepsonderwijs Hoofdlijnen en actualiteiten. Studiemiddag WEB 18 juni 2013

Doelstelling. Programma. Wet educatie en beroepsonderwijs Hoofdlijnen en actualiteiten. Studiemiddag WEB 18 juni 2013 Wet educatie en beroepsonderwijs Hoofdlijnen en actualiteiten Studiemiddag WEB 18 juni 2013 Renée van Schoonhoven Marianne van Es Frans Brekelmans Doelstelling Introductie op hoofdlijn van de WEB Inzicht

Nadere informatie

Regeling experimenten herontwerp kwalificatiestructuur mbo 2005-2006

Regeling experimenten herontwerp kwalificatiestructuur mbo 2005-2006 OCenW-Regelingen Bestemd voor: een insteling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b en artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB); een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8. van de

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Expertisecentrum Onderwijszorg (EOZ) bij het Expertisecentrum Onderwijs Zorg Bonaire

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Expertisecentrum Onderwijszorg (EOZ) bij het Expertisecentrum Onderwijs Zorg Bonaire RAPPORT VAN BEVINDINGEN Kwaliteitsonderzoek Expertisecentrum Onderwijszorg (EOZ) bij het Expertisecentrum Onderwijs Zorg Bonaire Plaats : Kralendijk, Bonaire Datum onderzoek : 11 mei 2012 Rapport vastgesteld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 683 Wijziging van onder meer de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de

Nadere informatie

Datum 11 februari 2015 Vragen van het lid Bisschop (SGP) over de samenwerking tussen ROC Amsterdam en ROC Flevoland

Datum 11 februari 2015 Vragen van het lid Bisschop (SGP) over de samenwerking tussen ROC Amsterdam en ROC Flevoland >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Internetconsultatie IAK

Internetconsultatie IAK Internetconsultatie IAK Beantwoording van de 7 vragen uit het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) Conceptwetsvoorstel Onderwijs op een Andere Locatie dan school 1. Wat is de aanleiding?

Nadere informatie

http://wetten.overheid.n1/b WBR0003420/Hoofdstukl/Titelll/Afdelm.

http://wetten.overheid.n1/b WBR0003420/Hoofdstukl/Titelll/Afdelm. wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Wet op het primair onderwij. http://wetten.overheid.n1/b WBR0003420/Hoofdstukl/Titelll/Afdelm. Wet op het primair onderwijs, Artikel 17c Artikel 17c. Inhoud intern

Nadere informatie

Raadsvoorstel 10 december 2009 AB09.01173 2009.189

Raadsvoorstel 10 december 2009 AB09.01173 2009.189 Raadsvergadering d.d. Casenummer Raadsvoorstelnummer Raadsvoorstel 10 december 2009 AB09.01173 2009.189 Gemeente Bussum Subsidiëren schoolbegeleiding periode 2010-2014 Brinklaan 35 Postbus 6000 1400 HA

Nadere informatie

RMC EN VOORTIJDIG SCHOOLVERLATEN

RMC EN VOORTIJDIG SCHOOLVERLATEN RMC EN VOORTIJDIG SCHOOLVERLATEN VOORTIJDIG SCHOOLVERLATEN Iedere jongere tussen de 12 en 23 jaar die het onderwijs verlaat zonder een startkwalificatie wordt aangemerkt als een Voortijdige Schoolverlater.

Nadere informatie

Deze toelichting wordt mede gegeven namens de Staatssecretaris van Economische Zaken.

Deze toelichting wordt mede gegeven namens de Staatssecretaris van Economische Zaken. Nota van toelichting De wijzigingen uit deze algemene maatregel van bestuur betreffen twee onderwerpen, namelijk het stellen van nadere voorwaarden aan orthopedagogisch-didactische centra in het primair

Nadere informatie

Bekostiging van residentiële leerlingen

Bekostiging van residentiële leerlingen Bekostiging van residentiële leerlingen Een aantal leerlingen verblijft in een residentiële instelling. Dit betreft enerzijds gesloten instellingen: Justitiële Jeugdinrichting (JJI) en Gesloten Jeugdzorg

Nadere informatie

Datum 24 april 2015 Wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het aanbrengen van enkele inhoudelijke wijzigingen van diverse aard (34146)

Datum 24 april 2015 Wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het aanbrengen van enkele inhoudelijke wijzigingen van diverse aard (34146) >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Wetgeving en Juridische Zaken Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500

Nadere informatie

Lokaal Educatieve Agenda Breda samenvatting

Lokaal Educatieve Agenda Breda samenvatting Lokaal Educatieve Agenda Breda samenvatting LEA en partners LEA staat symbool voor de Bredase jeugd van 0 tot 23 jaar die alle kansen krijgt om een goede schoolloopbaan te doorlopen: een kind van 0 tot

Nadere informatie

64-1 GEMEENSCHAPPELIJK REGELING REGIONAAL ONDERWIJSBELEID WALCHEREN

64-1 GEMEENSCHAPPELIJK REGELING REGIONAAL ONDERWIJSBELEID WALCHEREN GEMEENSCHAPPELIJK REGELING REGIONAAL ONDERWIJSBELEID WALCHEREN De raden, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Vlissingen, Veere en Middelburg, ieder voor zover zij voor de eigen

Nadere informatie

Onderwijshuisvesting wettelijke regeling en vraagstukken

Onderwijshuisvesting wettelijke regeling en vraagstukken Onderwijshuisvesting wettelijke regeling en vraagstukken Voorjaarssymposium VARO en NVOR 18 april 2013 Cees de Zeeuw Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. Te bespreken huidige regeling economisch claimrecht

Nadere informatie

Primair Onderwijs po 079-3232.333 Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444

Primair Onderwijs po 079-3232.333 Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Voorlichtingspublicatie Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Primair Onderwijs po 079-3232.333 Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Wet van 9 december 2005, houdende opneming in de Wet op het

Nadere informatie

Conceptvisie Brede Scholen in Sliedrecht Samenwerken & verbinden voor de jeugd

Conceptvisie Brede Scholen in Sliedrecht Samenwerken & verbinden voor de jeugd Conceptvisie Brede Scholen in Sliedrecht Samenwerken & verbinden voor de jeugd Opdrachtgever: Hans Tanis, Wethouder Onderwijs Auteurs: Hans Erkens en Diana Vonk Datum: 9 oktober 2013 Inleiding 1.1. Aanleiding

Nadere informatie

Instemmings- en adviesbevoegdheden (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en ondersteuningsplanraad onder de WMS

Instemmings- en adviesbevoegdheden (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en ondersteuningsplanraad onder de WMS nstemmings- en adviesbevoegdheden (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en ondersteuningsplanraad onder de WMS P O/L O L = instemming = advies = personeelsgeleding = ouders- en leerlinggeleding = oudergeleding

Nadere informatie

Beantwoording van de 7 vragen uit het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK)

Beantwoording van de 7 vragen uit het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) Beantwoording van de 7 vragen uit het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) Het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving bevat normen waaraan goed beleid of goede regelgeving

Nadere informatie

de Algemene Onderwijsbond, gevestigd te Utrecht, te dezen statutair of krachtens volmacht vertegenwoordigd door de heer G.J.W.M.

de Algemene Onderwijsbond, gevestigd te Utrecht, te dezen statutair of krachtens volmacht vertegenwoordigd door de heer G.J.W.M. Overeenkomst Partijen, De vereniging MBO Raad, gevestigd te De Bilt, te dezen statutair of krachtens volmacht vertegenwoordigd door de heer J. van Zijl en de heer R. Wilcke, verder te noemen de MBO Raad

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 19108 10 juli 2015 Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2 juli 2015, nr. PO/SenO/747922,

Nadere informatie

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Primair Onderwijs Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Nadere informatie

volwassenen onderwij s

volwassenen onderwij s gemeente Eindhoven Dienst Maatsthappelijte en Culturele Zaten Raadsbij lage nummer t 22 inboeknummer 98VOO3094 Beslisdatum BLW s3 juni t 998 Dossiernummer Ss6.mor Raadsbijlage Voorstel inzake Tij delij

Nadere informatie

Kinderopvang in eigen beheer. Resultaten marktonderzoek

Kinderopvang in eigen beheer. Resultaten marktonderzoek Kinderopvang in eigen beheer Resultaten marktonderzoek Opgesteld door K. Soldaat Kenmerk Resultaten marktonderzoek Datum 26 juli 2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Resultaten algemeen 4 3 Het makelaarsmodel

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2001 2002 Nr. 199e 27 728 Wijziging van de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met

Nadere informatie

106794-02.07 De tijdelijke waarneming van de directiefunctie dient op verschillende gronden voor advies voorgelegd te worden aan de (P)MR.

106794-02.07 De tijdelijke waarneming van de directiefunctie dient op verschillende gronden voor advies voorgelegd te worden aan de (P)MR. 106794-02.07 De tijdelijke waarneming van de directiefunctie dient op verschillende gronden voor advies voorgelegd te worden aan de (P)MR. in het geding tussen: UITSPRAAK de medezeggenschapsraad en de

Nadere informatie

Convenant Educatie van de Arbeidsmarktregio Utrecht-Midden kenmerk

Convenant Educatie van de Arbeidsmarktregio Utrecht-Midden kenmerk Convenant Educatie van de Arbeidsmarktregio Utrecht-Midden kenmerk 14.502863 Convenant Educatie van de Arbeidsmarktregio Utrecht-Midden November 2014 Convenant Educatie van de Arbeidsmarktregio Utrecht-Midden

Nadere informatie

Regeling extra ict-vergoeding basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs

Regeling extra ict-vergoeding basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs Regeling extra ict-vergoeding basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs Soort document Algemeen verbindend voorschrift Datum 30 oktober 2000 Kenmerk PO/PJ-2000-37542 Datum inwerkingtreding zie

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering. Onderwerp Verordening leerlingenvervoer gemeente Bunnik 2015. Aan de raad,

RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering. Onderwerp Verordening leerlingenvervoer gemeente Bunnik 2015. Aan de raad, RAADSVOORSTEL Raadsvergadering Nummer 23-04-2015 15-020 Onderwerp Verordening leerlingenvervoer gemeente Bunnik 2015 Aan de raad, Onderwerp Verordening leerlingenvervoer gemeente Bunnik 2015 Gevraagde

Nadere informatie

Jeugdbeleid en de lokale educatieve agenda

Jeugdbeleid en de lokale educatieve agenda Jeugdbeleid en de lokale educatieve agenda Workshop verzorgd door: Rob Gilsing (SCP) Hans Migchielsen (Jeugd en Onderwijs) Opzet: inhoudelijke karakterisering lokaal educatieve agenda: Landelijk (relatie

Nadere informatie

Onderwerp: Statutenwijziging Stichting openbaar onderwijs Marenland.

Onderwerp: Statutenwijziging Stichting openbaar onderwijs Marenland. Raadsvergadering 22 februari 2016 Nr.: 10 AAN de gemeenteraad Onderwerp: Statutenwijziging Stichting openbaar onderwijs Marenland. Portefeuillehouder: Wethouder B. Schollema. Ter inzage liggende stukken:

Nadere informatie

Mogelijkheden binnen de huidige onderwijs wetgeving

Mogelijkheden binnen de huidige onderwijs wetgeving Mogelijkheden binnen de huidige onderwijs wetgeving Inleiding van Gedragswerk Deze notitie bevat de bijna volledige tekst van de door het Ministerie van OCW opgestelde notitie Mogelijkheden binnen de huidige

Nadere informatie

Aanvraagprocedure voor scholen voor voortgezet speciaal onderwijs: verstrekking van een aanwijzing als exameninstelling voortgezet onderwijs

Aanvraagprocedure voor scholen voor voortgezet speciaal onderwijs: verstrekking van een aanwijzing als exameninstelling voortgezet onderwijs Voorlichtingspublicatie Betreft de onderwijssector(en) Informatie DUO/ICO Primair onderwijs po 079-3232333 Aanvraagprocedure voor scholen voor voortgezet speciaal onderwijs: verstrekking van een aanwijzing

Nadere informatie

Op basis van de huidige statuten dient een dergelijke wijziging goedgekeurd te worden door u als gemeenteraad.

Op basis van de huidige statuten dient een dergelijke wijziging goedgekeurd te worden door u als gemeenteraad. Adviesnota Raad Raadsvergadering d.d. : 19 februari 2014 Agendapunt : 15 Onderwerp : Voorstel tot instemming met de statutenwijziging van Stichting PrimAH Portefeuillehouder : wethouder H.J. Dijkstra Datum

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. CONVENANT VSV 2012 2015 KOP VAN NOORD-HOLLAND

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. CONVENANT VSV 2012 2015 KOP VAN NOORD-HOLLAND STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 16334 9 augustus 2012 CONVENANT VSV 2012 2015 KOP VAN NOORD-HOLLAND Convenant tussen de Minister van Onderwijs, Cultuur

Nadere informatie

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: [concept 23 april 2014, versie t.b.v. internetconsultatie] wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs

Nadere informatie

Memorie van antwoord passend onderwijs

Memorie van antwoord passend onderwijs Memorie van antwoord passend onderwijs Samenvatting Door beleidsmedewerker Simone Baalhuis van VOS/ABB Algemeen Samenwerking met jeugdzorg De wetsvoorstellen inzake het nieuwe jeugdstelsel en passend onderwijs

Nadere informatie

Sa menwerki ngsovereen komst

Sa menwerki ngsovereen komst Sa menwerki ngsovereen komst In het kader van de wijziging van de Leerplichtwet 1969 (32.356) ten behoeve van het bestrijden van verzuim en voortijdig schoolverlaten. De inwerkingtreding van deze wijziging

Nadere informatie

Onderwijs en Kinderopvang

Onderwijs en Kinderopvang Onderwijs en Kinderopvang Rapportage ledenpeiling 19 juni tot en met 9 juli 2014 Inleiding Scholen in het primair onderwijs werken steeds vaker nauw samen met organisaties voor kinderopvang of bieden zelf

Nadere informatie

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de leerlingenzorg in het primair onderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet

Nadere informatie

Vavo en Rutteleerlingen

Vavo en Rutteleerlingen Vavo en Rutteleerlingen In iedere FAQ-lijst vindt u eerst de lijst met vragen, zodat u de voor u interessante vragen en antwoorden op de pagina s hierna makkelijk terug kunt vinden. 1. Voor wie is het

Nadere informatie

Rechtmatigheid in het onderwijs

Rechtmatigheid in het onderwijs Rechtmatigheid in het onderwijs In navolging van gemeenten en provincies wordt het begrip rechtmatigheid in toenemende mate betrokken bij de accountantscontrole van onderwijsinstellingen. Maar wie is verantwoordelijk

Nadere informatie

Code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs (versie 2012)

Code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs (versie 2012) Code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs (versie 2012) I. Algemene bepalingen Artikel 1 - Begripsbepalingen In deze code wordt verstaan onder: a) Wet: de Wet op het Primair Onderwijs dan wel de Wet op

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Raadsvoorstel verlaging instroomleeftijd voor- en vroegschoolse educatie (VVE)

gemeente Eindhoven Raadsvoorstel verlaging instroomleeftijd voor- en vroegschoolse educatie (VVE) gemeente Eindhoven Raadsnummer 13R5623 Inboeknummer 13bst01861 Beslisdatum B&W 12 november 2013 Dossiernummer 13.46.551 Raadsvoorstel verlaging instroomleeftijd voor- en vroegschoolse educatie (VVE) Inleiding

Nadere informatie

DEMOCRATISCHE SCHOOL UTRECHT VOOR PRIMAIR ONDERWIJS

DEMOCRATISCHE SCHOOL UTRECHT VOOR PRIMAIR ONDERWIJS BIJLAGE 2: UITKOMST ONDERZOEK DEMOCRATISCHE SCHOOL UTRECHT VOOR PRIMAIR ONDERWIJS TE UTRECHT INHOUD Uitkomst onderzoek Democratische School Utrecht te Utrecht 3 2 en oordelen per onderliggende onderzoeksvraag

Nadere informatie

Notitie t.b.v. OOGO Huisvesting Onderwijs op 9 oktober 2014.

Notitie t.b.v. OOGO Huisvesting Onderwijs op 9 oktober 2014. 1 Notitie t.b.v. OOGO Huisvesting Onderwijs op 9 oktober 2014. In verband met de wetgeving om per 1 januari 2015 de verantwoordelijkheid voor het buitenonderhoud van de schoolgebouwen voor primair onderwijs

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Themadirectie Jeugd, Onderwijs en Zorg IPC 2450 Rijnstraat 50 Den Haag

Nadere informatie

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST INZAKE VMBO AMERSFOORT

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST INZAKE VMBO AMERSFOORT SAMENWERKINGSOVEREENKOMST INZAKE VMBO AMERSFOORT De ondergetekenden: 1. Stichting Meridiaan College Katholieke Scholengemeenschap Voortgezet Onderwijs, te dezer zake rechtsgeldig vertegenwoordigd door

Nadere informatie

LUMIAR VOOR PRIMAIR ONDERWIJS

LUMIAR VOOR PRIMAIR ONDERWIJS BIJLAGE: UITKOMST ONDERZOEK LUMIAR VOOR PRIMAIR ONDERWIJS TE VIANEN INHOUD 1. Uitkomst onderzoek Lumiar te Vianen 5 2. en oordelen per onderliggende onderzoeksvraag 7 3. Samenvattend oordeel 13 Bijlage

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Expertisecentrum Onderwijszorg (EOZ) bij het Expertisecentrum Onderwijs Zorg Bonaire

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Expertisecentrum Onderwijszorg (EOZ) bij het Expertisecentrum Onderwijs Zorg Bonaire RAPPORT VAN BEVINDINGEN Kwaliteitsonderzoek Expertisecentrum Onderwijszorg (EOZ) bij het Expertisecentrum Onderwijs Zorg Bonaire Plaats : Kralendijk, Bonaire Datum onderbezoek : 11 november 2015 Rapport

Nadere informatie

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad ÜT? R>2 3 Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad Aan de minister van onderwijs en wetenschappen, de heer drs. W.J. Deetman, Postbus 25000, 2700 LZ Zoetermeer. Nassaulaan 6 2514 JS 's-gravenhage

Nadere informatie

TRIPLE T. Rapportage Passend onderwijs (uitwerking onderdeel Triple T)

TRIPLE T. Rapportage Passend onderwijs (uitwerking onderdeel Triple T) TRIPLE T Rapportage Passend onderwijs (uitwerking onderdeel Triple T) Passend onderwijs Een ontwikkeling die parallel loopt aan de transitie Jeugdzorg en die met name vanwege de sterk inhoudelijke samenhang

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 32 892 Wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met samenwerking tussen onbekostigd

Nadere informatie

B&W Vergadering. Besluit 1. Het college stemt in met de Intentieovereenkomst van de bevoegde gezagen van de

B&W Vergadering. Besluit 1. Het college stemt in met de Intentieovereenkomst van de bevoegde gezagen van de 2.2.6 Intentieovereenkomst Voortijdig Schoolverlaten 1 Dossier 741 voorblad.pdf B&W Vergadering Dossiernummer 741 Vertrouwelijk Nee Vergaderdatum 6 september 2016 Agendapunt 2.2.6 Omschrijving Intentieovereenkomst

Nadere informatie

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken; Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 september 2014 nr. VO/F-2014/658845, houdende de vaststelling van de bekostiging voor de exploitatiekosten voortgezet onderwijs

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 16344 9 augustus 2012 CONVENANT VSV 2012 2015 WALCHEREN Convenant tussen de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Nadere informatie

GEMEENTE DRIMMELEN @ VRAGEN IN VERBAND MET HET KLAVERBLAD

GEMEENTE DRIMMELEN @ VRAGEN IN VERBAND MET HET KLAVERBLAD GEMEENTE DRIMMELEN @ VRAGEN IN VERBAND MET HET KLAVERBLAD 31 januari 2014 Opdrachtgever Gemeente Drimmelen Auteurs Jan Littink, mba-me Mr. drs. Klaas te Bos Kenmerk Project RAP003343/JLI/KVO 001712.004.01

Nadere informatie

AMBTELIJK VOORONTWERP Memorie van Toelichting

AMBTELIJK VOORONTWERP Memorie van Toelichting AMBTELIJK VOORONTWERP Memorie van Toelichting 1. Inleiding Dit wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid voor coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen om te kiezen voor een monistisch bestuursmodel.

Nadere informatie

Wijziging beleidsregel regionale arrangementen in verband met het

Wijziging beleidsregel regionale arrangementen in verband met het Beleidsregel Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Wijziging beleidsregel regionale arrangementen in verband met het invoeren van nieuwe intra- of intersectorale

Nadere informatie

Samen aan de IJssel Inleiding

Samen aan de IJssel Inleiding Samen aan de IJssel Samenwerking tussen de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, kaders voor een intentieverklaring en voor een onderzoek. Inleiding De Nederlandse gemeenten bevinden

Nadere informatie

Raadsvergadering (besluitvormend) 0 van 29 april 2003 Agendapunt 9. Wijziging IZA Nederland regeling/fusie werkorganisatie IZA/VGZ

Raadsvergadering (besluitvormend) 0 van 29 april 2003 Agendapunt 9. Wijziging IZA Nederland regeling/fusie werkorganisatie IZA/VGZ Raadsvergadering (besluitvormend) 0 van 29 april 2003 Agendapunt 9 Onderwerp: Wijziging IZA Nederland regeling/fusie werkorganisatie IZA/VGZ Schiermonnikoog, 22 april 2003 Aan de Gemeenteraad Toelichting

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Onderwijszorg bij het Expertise Center Education Care (EC2) Saba

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Onderwijszorg bij het Expertise Center Education Care (EC2) Saba RAPPORT VAN BEVINDINGEN Kwaliteitsonderzoek Onderwijszorg bij het Expertise Center Education Care (EC2) Saba Plaats : St. Johns, Saba Datum onderbezoek : 10 september 2013 Rapport vastgesteld te Tilburg

Nadere informatie

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Nr. WJZ/2005/30013 (3764) (Hoofd) Afdeling DIRECTIE WETGEVING EN JURIDISCHE ZAKEN Nader rapport inzake het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

*Z008C76D67D* Raadsvoorstel. Aan de raad. Documentnummer : INT

*Z008C76D67D* Raadsvoorstel. Aan de raad. Documentnummer : INT Raadsvoorstel *Z008C76D67D* Aan de raad Documentnummer : INT-13-05972 Afdeling : Samenleving Onderwerp : Gemeenschappelijke regeling schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten West-Kennemerland en bedrijfsplan

Nadere informatie

Beantwoording van de 7 vragen uit het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK)

Beantwoording van de 7 vragen uit het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) Beantwoording van de 7 vragen uit het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) Het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving bevat normen waaraan goed beleid of goede regelgeving

Nadere informatie

LOKAAL EDUCATIEVE AGENDA 2010-2014 gemeente Moerdijk

LOKAAL EDUCATIEVE AGENDA 2010-2014 gemeente Moerdijk LOKAAL EDUCATIEVE AGENDA 2010-2014 gemeente Moerdijk H:\RMO\Advies (nieuw)\onderwijs\adviesnota en raadvoorstellen\monique van Zantvliet\100722-mzan-LEA 2010-2014.doc Hoofdstuk 1: Inleiding De aanleiding

Nadere informatie

WMO: bijzondere bevoegdheden

WMO: bijzondere bevoegdheden WMO: bijzondere bevoegdheden Hieronder zijn opgenomen de letterlijke teksten van de belangrijkste artikelen uit de WMO. Het betreft: samenstelling raad (3), bevoegdheden raad (4 t/m 10), besluitvorming

Nadere informatie

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Wijziging van de Wet van 7 juli 2010 tot wijziging van de Wet kinderopvang, de Wet op het onderwijstoezicht, de Wet op het primair onderwijs en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het onderwijsachterstandenbeleid

Nadere informatie

samenvatting van de inventarisatie van verschillen algemeen één wettelijk kader, verschillen in uitwerking en effect

samenvatting van de inventarisatie van verschillen algemeen één wettelijk kader, verschillen in uitwerking en effect Bijlage samenvatting van de inventarisatie van verschillen Ter voorbereiding van het Plan van aanpak is een inventarisatie uitgevoerd van verschillen tussen het groene en het overige stelsel voor beroepsonderwijs

Nadere informatie