Achterblijvende onderwijsresultaten in het basisonderwijs van Almere GUUSKE LEDOUX EDITH VAN ECK JAAP ROELEVELD

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Achterblijvende onderwijsresultaten in het basisonderwijs van Almere GUUSKE LEDOUX EDITH VAN ECK JAAP ROELEVELD"

Transcriptie

1 Achterblijvende onderwijsresultaten in het basisonderwijs van Almere GUUSKE LEDOUX EDITH VAN ECK JAAP ROELEVELD

2 Achterblijvende onderwijsresultaten in het basisonderwijs van Almere Analyse van oorzaken GUUSKE LEDOUX EDITH VAN ECK JAAP ROELEVELD

3 CIP-gegevens KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK, DEN HAAG Ledoux, G., Eck, E. van, & Roeleveld, J. Achterblijvende onderwijsresultaten in het basisonderwijs van Almere Amsterdam: Kohnstamm Instituut. (Rapport 876, projectnummer 40546) ISBN Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, or otherwise, without the prior written permission of the publisher. Uitgave en verspreiding: Kohnstamm Instituut Plantage Muidergracht 24, Postbus 94208, 1090 GE Amsterdam Tel.: Copyright Kohnstamm Instituut, 2012

4 Inhoudsopgave Voorwoord 1 Managementsamenvatting 3 Aanbevelingen 5 1 Inleiding 7 2 Uitwerking van de probleemstelling Groeistadfactoren Bevolkingskenmerken Onderwijsinterne factoren Gemeentebeleid Overzicht Onderzoeksvragen 27 3 Opzet van het onderzoek 29 4 Groeistadfactoren Inleiding Verlies van sociaal kapitaal Effecten van verhuizen en overige tussentijdse in- en uitstroom op kinderen en scholen Aantrekkelijkheid van de stad als plaats om te werken Snelle groei of krimp van scholen; stichting van nieuwe scholen 45 5 Bevolkingskenmerken Inleiding Samenstelling van de bevolking van Almere; invloed op schoolsucces De net niet gewichtenleerlingen 58

5 6 Onderwijsinterne factoren Inleiding Ontwikkelingen in de leeropbrengsten Oordelen van de inspectie over het onderwijsleerproces Ontwikkeling in het aandeel zwakke en zeer zwakke scholen Gebrekkig opbrengstbewustzijn Vernieuwingsdrang Wisselingen in team en/of management Minder sterke leerkrachten of schoolleiders door tekortschietend personeelsbeleid Bestuursbeleid: toezicht op kwaliteit en aandacht voor zwakke scholen Verschillen tussen besturen 84 7 Lokaal beleid Inleiding Kwaliteit en inhoud van het lokaal onderwijsbeleid Beleid Gewoon Anders Stichtingsnorm nieuwe scholen 90 8 Conclusies en aanbevelingen Inleiding Groeistadfactoren Bevolkingskenmerken Onderwijsinterne factoren Lokaal beleid Weging en samenhang Aanbevelingen 106 Literatuur 109 Bijlage 113 Recent uitgegeven rapporten Kohnstamm Instituut 117

6 Voorwoord Het primair onderwijs in Almere valt op. Vergeleken met andere gemeenten waren de prestaties in 2010 slechter dan het landelijk gemiddelde. De gemeente zet dan ook actief in op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Maar om effectief te sturen, is het noodzakelijk meer te weten over het onderwijs in Almere. Maakt de unieke Almeerse situatie lesgeven moeilijker dan elders? Of zijn er andere factoren die ten grondslag liggen aan de matige kwaliteit? Vandaar de behoefte aan een wetenschappelijke toets waarin onderliggend onderzoek heeft voorzien. Ik ben dan ook heel content met de uitkomsten omdat ik niet alleen een uitstekend beeld heb van het Almeerse onderwijs maar nu ook beter weet waar de focus de komende periode op zal liggen. Om ten aanzien van dit laatste alvast een tipje van de sluier op te lichten: de rol van de gemeente zal met name gericht zijn op het beïnvloeden van de bestuurscultuur. Het besef moet er komen dat onze doelen liggen op het gebied van opbrengstgericht werken, goed onderwijspersoneel en het voorkomen van schooluitval. Wanneer we hier resultaten weten neer te zetten, zijn we hard op weg naar kwalitatief goed onderwijs in Almere. Ik ben zeer verheugd over de inzet van de partners uit het onderwijsveld. Dit heeft onder meer geleid tot een gezamenlijk inhoudelijk opdrachtgeverschap en actieve deelname in de begeleidingscommissie voor dit onderzoek. Door de inspanningen die iedereen heeft verricht om de juiste informatie te geven, zijn we tot heldere inzichten gekomen. De grote bereidheid tot samenwerken die ik heb ervaren, geeft mij veel vertrouwen in de toekomst. Want we zullen het samen moeten doen. Ook in het kader van de ontwikkelingen met betrekking tot kindcentra, jeugdzorg en de bibliotheek. Met elkaar kunnen we de noodzakelijke kanteling maken. De basis op orde, als we dat weten te 1

7 realiseren zal het onderwijs in Almere straks weer opvallen, maar dan in positieve zin! Tot slot wil ik de leden van de begeleidingscommissie onder voorzitterschap van prof A. Reijndorp, hoogleraar Han Lammersleerstoel, hartelijk bedanken voor hun tijd en professionele inzet. René Peeters, Wethouder Onderwijs Almere Van de onderzoekers De onderzoekers zijn dank verschuldigd aan allen die aan het onderzoek hebben meegewerkt. Dat zijn schoolleiders, schoolbestuurders, medewerkers van de gemeente, de inspectie en medewerkers van BMC. Zonder uitzondering hebben zij van harte en in grote openheid hun opinies gegeven en de onderzoekers van cijfers en informatie voorzien. Er was duidelijk sprake van een gedeelde wil om uit te zoeken wat de oorzaken zijn van de achterblijvende prestaties van het basisonderwijs in Almere. Verder danken ook zij de leden van de begeleidingscommissie, die in een goede verhouding tussen distantie en betrokkenheid en met de nodige flexibiliteit het onderzoek hebben begeleid. Hun inbreng in alle fasen van het onderzoek was zeer waardevol. Last but not least is een woord van dank op zijn plaats voor Esther Wilmer, masterstudent van de opleiding onderwijskunde van de Universiteit van Amsterdam, die in het kader van haar eindscriptie aan het onderzoek heeft meegewerkt en dat op enthousiaste wijze heeft gedaan. Begeleidingscommissie Prof. Dr. A.Reijndorp, Han Lammersleerstoel, Universiteit van Amsterdam Dr. E. Hooge, lector Hogeschool van Amsterdam I.W. Verheggen, ASG, Almere M.A.Eijgenstein, Stichting Prisma Almere C.Schipperheijn / J. Scholten, gemeente Almere G. Dekker, Gemeente Almere, teamleider Onderzoek &Statistiek M. Huisman, Gemeente Almere, onderzoeker 2

8 Managementsamenvatting Het primair onderwijs in Almere presteert minder goed dan gewenst. De leeropbrengsten blijven onder het landelijk gemiddelde en de inspectie van het Onderwijs heeft in de afgelopen jaren een opvallend hoog aantal basisscholen het predicaat zwak gegeven. De gemeente en de schoolbesturen zien dat als een zorgelijke ontwikkeling, gezien het grote belang van onderwijs van goede kwaliteit voor de ontwikkeling van de stad, die de komende jaren nog een aanzienlijke groei zal doormaken (verdubbeling van het inwoneraantal). Ter ondersteuning van het te voeren onderwijsbeleid in Almere, zowel op dit moment als in de toekomst, wilden gemeente en schoolbesturen meer inzicht in de mogelijke oorzaken van de achterblijvende prestaties in het primair onderwijs. Het Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam heeft op hun verzoek een onderzoek hiernaar uitgevoerd. De volgende vraag stond daarin centraal: Welke factoren verklaren het groter dan gemiddeld aantal zwak functionerende scholen en de achterblijvende onderwijsopbrengsten in het basisonderwijs van Almere? Er zijn vier groepen factoren onderzocht: kenmerken van Almere als groeistad, bevolkingskenmerken, onderwijsinterne factoren en factoren in het lokaal beleid. Bij elke groep factoren zijn hypothesen opgesteld over mogelijke oorzaken van de achterblijvende onderwijsresultaten. Met behulp van documentanalyse, interviews met verschillende betrokkenen en vergelijkingen met andere gemeenten is systematisch nagegaan voor welke van deze hypothesen steun bestaat. Eén eenduidige oorzaak aanwijzen van hetzij het hoge aantal zwakke scholen, hetzij de achterblijvende prestaties aan het eind van groep 8 in Almere is niet mogelijk. Er lijkt sprake te zijn van een samenspel van factoren, die bij elkaar 3

9 een verklaring kunnen bieden. Relevant daarvoor zijn vooral de factoren die specifiek zijn voor Almere, omdat van veel mogelijke beïnvloedende factoren is vastgesteld dat die misschien wel van invloed zijn op onderwijskwaliteit, maar dat ze ook spelen in de rest van het land of in vergelijkbare gemeenten die niet te maken hebben met problemen met de onderwijskwaliteit. Die specifiek-voor-almere factoren zijn vooral te vinden bij de groeistadfactoren. Het gaat dan om de combinatie van de snelle groei van het aantal leerlingen in het basisonderwijs in de afgelopen jaren, de dwingende noodzaak om voor al die leerlingen een plek in het onderwijs te vinden, het in korte tijd moeten werven van veel onderwijspersoneel in een tijd dat personeel schaars was en het uitdijen van scholen waardoor dislocaties aan de orde waren en goede onderwijskundige aansturing werd belemmerd. Ook de relatief grote tussentijds in- en uitstroom van leerlingen in Almere (onder andere door verhuizingen) kan nog worden genoemd als relevante groeistadfactor. Bij elkaar zorgde dit voor veel onrust en dynamiek en voor risico s op het gebied van selectie van voldoende sterke leerkrachten en schoolleiders (met consequentie voor de langere termijn). Andere groeisteden hebben natuurlijk ook met leerlingengroei te maken of te maken gehad, maar het is heel goed mogelijk dat deze specifieke combinatie van factoren kenmerkend is geweest voor Almere. Verder kan gewezen worden op een verschijnsel dat Almere mogelijk gemeen heeft met Lelystad, de enige vergelijkingsgemeente die ook te kampen heeft gehad met veel zwakke scholen. Het gaat om het moeten/mogen opbouwen van een stad met alle voorzieningen vanaf de bodem, dat wil zeggen zonder de mogelijkheid om bij die opbouw al bestaande structuren, kennis en sociale patronen te benutten. Andere groeisteden, zoals Ede, Zoetermeer, Purmerend hadden al een bestaande kern waarop kon worden voortgebouwd (ook in bestuurlijk opzicht). In Almere en Lelystad moest alles ter plaatse nog worden uitgevonden. Dat heeft ruimte geboden aan pioniers, die aangetrokken werden door de mogelijkheid om zelf te kunnen bouwen, ook binnen het onderwijs. Specifiek-voor-Almere factoren hebben zich ook voorgedaan in het onderwijs. De combinatie van factoren die daar werkzaam lijkt te zijn geweest, is een geringe gerichtheid op opbrengstgericht werken, samen met juist een sterke gerichtheid op pedagogische doelen (voor zorgleerlingen, en in het algemeen) en een sterke gerichtheid op invoering van nieuwe onderwijsconcepten. Bij dat laatste komt dus de pionierdrang weer terug. Volgens diverse betrokkenen is de weegschaal een tijd lang tamelijk ver doorgeslagen naar de 4

10 vernieuwingsopvattingen, ten koste van een goede bewaking van de leerresultaten en van kritische reflectie op de congruentie tussen onderwijsconcept en leerlingenpubliek. Van de zwakke scholen is of was een groot deel een school met een specifiek vernieuwingsconcept. Bevolkingsfactoren lijken hooguit een bijkomstige rol te spelen. Almere heeft niet opvallend veel inwoners met een laag opleidingsniveau, wel iets meer inwoners met een middelbaar opleidingsniveau dan landelijk. Scholen met veel allochtone leerlingen van middelbaar opgeleide ouders vormen een risicogroep, omdat ze wel te maken hebben met (taal)achterstanden maar daarvoor weinig extra middelen krijgen en omdat de inspectie met de achterstanden van deze groep leerlingen geen rekening houdt in de weging die ze toepast bij de beoordeling van leerresultaten. Vrijwel geen van de onderzochte factoren onderscheidt de zwakke scholen eenduidig van de niet zwakke scholen. Het hierboven genoemde samenspel van factoren kan dus wel een verklaring bieden voor het feit dat Almere relatief veel zwakke scholen telt, maar niet voor de vraag waarom de ene school zwak wordt en de andere niet. Elke zwakke school lijkt zijn eigen mix aan omstandigheden te hebben die maakt of heeft gemaakt dat de school in de gevarenzone is gekomen. Aanbevelingen De volgende aanbevelingen zijn op grond van de onderwijsresultaten gedaan. 1. Probeer het tussentijds van school wisselen tegen te gaan. Onderzoek welk gesprek hierover met ouders gevoerd kan worden en of afspraken hierover tussen en binnen schoolbesturen mogelijk zijn (bijvoorbeeld over niet zonder meer opnemen van ouders en kinderen van een andere school). 2. Verbeter de informatie-overdracht wanneer kinderen tussentijds wisselen van school. Zorg voor een goed dossier met daarin actuele en goed gedocumenteerde gegevens over behaalde toetsscores, gegevens over de ontwikkeling van het kind in de periode van schoolgaan op de school van vertrek, gegevens over gebruikte methodes op de school van vertrek en eventuele bijzonderheden over de leerling (zoals handelingsplan). 5

11 3. Registreer op gemeentelijk niveau en per bestuur goed wat de omvang is van tussentijdse in- en uitstroom en bij welke scholen zich dat vooral voordoet. 4. Zorg voor tijdige voorbereiding op eventuele nieuwe perioden van krapte op de arbeidsmarkt. Probeer Pabo-studenten uit Almere en omgeving aan de stad te binden. Zoek/handhaaf samenwerking met Pabo s wat betreft opleiden in de school. 5. Voorkom dat scholen te snel (moeten) groeien. Houdt bij de vestiging van nieuwe scholen voldoende rekening met groei; voorkom dislocaties. 6. Bespreek of er lokaal beleid gevoerd kan worden om scholen die veel allochtone leerlingen hebben, maar daarvoor geen compensatie krijgen vanuit gewichtenmiddelen, specifiek te ondersteunen. 7. Zet vanuit het schoolbestuur/in het lokaal beleid in op maatregelen om de prestaties in begrijpend lezen en woordenschat te verhogen; met nadruk op de bovenbouw van het basisonderwijs. 8. Zet het beleid om opbrengstgericht werken te bevorderen voort. Zorg op alle niveaus voor goede en actuele gegevens over leerresultaten. Voorkom dat scholen ongemerkt kunnen afglijden door een te grote autonomie. 9. Organiseer een nieuw gesprek over vernieuwende onderwijsconcepten. Onderzoek of ze populatiegevoelig zijn, of operationalisatie van de gekozen principes voldoende lukt in de praktijk, hoe gewaarborgd/ bewaakt kan worden dat de leerprestaties op peil blijven en of er meerwaarde van de concepten is op andere leerdomeinen dan de basisvaardigheden. 10. Kwaliteit van leerkrachten, intern begeleiders en schoolleiders is cruciaal. Besturen zetten hier op in, maar er zijn ook nog zorgen. Ga na of de gemeente hierin (nog meer) kan ondersteunen. Wissel kennis uit en werk samen op het gebied van kweekvijvers en bij herplaatsen van minder goed functionerend personeel. 6

12 1 Inleiding Het primair onderwijs in Almere presteert minder goed dan gewenst. De leeropbrengsten blijven onder het landelijk gemiddelde en de inspectie van het Onderwijs heeft een opvallend hoog aantal basisscholen het predicaat zwak gegeven. Verder zijn er signalen dat de doorstroom naar hogere vormen van voortgezet onderwijs wat achterblijft bij het landelijke patroon. De gemeente en de schoolbesturen zien dat als een zorgelijke ontwikkeling, gezien het grote belang van onderwijs van goede kwaliteit voor de ontwikkeling van de stad, die de komende jaren nog een aanzienlijke groei zal doormaken (verdubbeling van het inwoneraantal). Ter ondersteuning van het te voeren onderwijsbeleid in Almere, zowel op dit moment als in de toekomst, willen gemeente en schoolbesturen meer inzicht in de mogelijke oorzaken van de achterblijvende prestaties in het primair onderwijs. Daarvoor hebben zij het initiatief genomen om een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren, dat tot doel heeft die mogelijke oorzaken op te sporen en op basis daarvan beleidsaanbevelingen op te stellen. De gemeente is daarvoor de opdrachtgever. De uitvoerder van het onderzoek is het Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam De vraag die het onderzoek moet beantwoorden is: Welke factoren verklaren het groter dan gemiddeld aantal zwak functionerende scholen en de achterblijvende onderwijsopbrengsten in Almere? De focus van het onderzoek ligt op het primair onderwijs en op een brede range van mogelijke verklarende factoren, variërend van kenmerken van de bevolking van Almere tot de organisatie van het onderwijs en het gemeentelijk beleid. 7

13 Het onderzoek is uitgevoerd in de periode november april Er is gebruik gemaakt van verschillende informatiebronnen en is met diverse groepen betrokkenen gesproken. Het onderzoek is begeleid door een door de gemeente samengestelde begeleidingscommissie, bestaande uit onafhankelijke deskundigen, vertegenwoordigers van de gemeente en vertegenwoordigers van de schoolbesturen primair onderwijs in Almere. Dit rapport bevat het verslag en de resultaten van het onderzoek. Het is als volgt opgebouwd. Eerst schetsen we in dit hoofdstuk kort de aanleiding tot het onderzoek en de wensen van de opdrachtgever. In hoofdstuk 2 werken we de probleemstelling nader uit en lichten we het schema met veronderstellingen over mogelijke verklarende factoren toe dat in dit onderzoek is gehanteerd. In hoofdstuk 3 geven we de opzet en het verloop van het onderzoek weer. De hoofdstukken 4, 5, 6 en 7 gaan over de resultaten van het onderzoek, geordend in vier groepen factoren. Hoofdstuk 8 tenslotte bevat conclusies en aanbevelingen. Aanleiding tot het onderzoek De signalen dat er in Almere sprake was van achterblijvende prestaties in basisscholen zijn afkomstig van de inspectie van het onderwijs. In 2006 zijn die signalen voor het eerst geuit. De inspectie, die alle scholen in Nederland van tijd tot tijd bezoekt en beoordeelt, liet toen aan de schoolbesturen zien dat ongeveer een derde deel van alle basisscholen in Almere naar de maatstaven van de inspectie zwak was, dat wil zeggen beneden het niveau dat door de inspectie als voldoende wordt beschouwd. Dat aandeel was veel groter dan landelijk gemiddeld (het landelijk gemiddelde ligt op ongeveer 7%) en ook veel groter dan in bijvoorbeeld een deel van de vier grote steden. Ook waren er bovengemiddeld veel zeer zwakke scholen in Almere en de gemiddelde resultaten aan het eind van de basisschool, gemeten met de Cito Eindtoets in groep 8, waren eveneens lager dan elders. In 2008 herhaalde de inspectie haar signaal, omdat er nog steeds sprake was van een zorgelijke situatie. Naar aanleiding daarvan zijn de schoolbesturen en de gemeente afspraken gaan maken om de kwaliteit van het basisonderwijs te verbeteren binnen de Lokale Educatieve Agenda (LEA) en vanaf 2011 daarbovenop in de LEA Plus (zie Er is onder meer ingezet op het verbeteren van zwakke scholen, goed onderwijspersoneel en het betrekken van de omgeving bij de 8

14 school. Ook wordt er door de Universiteit Twente een onderzoek uitgevoerd waarin de vorderingen van dit verbeterproces worden gevolgd. De eerste resultaten van dit beleid zijn al zichtbaar. Een behoorlijk deel van de zwakke en zeer zwakke scholen heeft zich al verbeterd en het aandeel van deze scholen in het geheel van Almere is dus (recent aanzienlijk) afgenomen. De inspectie heeft in 2011 weer een update gegeven van haar bevindingen en daaruit blijkt dat ook de gemiddelde resultaten in groep 8 wat gestegen zijn, hoewel ze nog steeds achterblijven bij het landelijk gemiddelde. Het is echter nog niet voldoende duidelijk wat de oorzaken zijn of zijn geweest van het feit dat de onderwijsprestaties in Almere zijn achtergebleven. Er zijn verschillende verklaringen voor denkbaar en voor gezocht, maar een systematische verkenning en onderbouwing daarvan ontbreekt. Dat was de aanleiding voor dit onderzoek. Situatie bij start van het onderzoek Het primair onderwijs in Almere omvat 86 basisscholen, waaronder vier scholen voor speciaal basisonderwijs. Bij de start van dit onderzoek waren er volgens de gegevens van de inspectie van deze 86 scholen nog 17 zwak en één zeer zwak (www.onderwijsinspectie.nl; stand van zaken op 23 augustus 2011). De redenen voor dat oordeel zwak lopen uiteen, maar in de regel gaat het om een combinatie van leeropbrengsten die lager zijn dan wat de inspectie op basis van de leerlingenpopulatie van de school verwacht en één of meer onvoldoende beoordelingen van centrale elementen van schoolorganisatie en onderwijsleerproces (bijvoorbeeld de kwaliteit van de leerlingenzorg of de kwaliteit van het didactisch handelen van leerkrachten). Verreweg het grootste deel van de zwakke scholen valt onder het openbare schoolbestuur ASG, dat tevens het grootste schoolbestuur primair onderwijs is in Almere. Almere heeft nog twee andere grote schoolbesturen, Prisma en SKOFV, respectievelijk van protestants-christelijke en katholieke signatuur. Het katholieke bestuur heeft ook scholen in andere gemeenten (waaronder Lelystad). In deze twee andere besturen waren ook zwakke scholen, maar aanzienlijk minder in aantal. De overige besturen in Almere zijn klein; van de scholen die tot deze besturen behoren was ook een enkele zwak. Wat betreft de gemiddelde leerresultaten op de basisscholen in Almere, laten de meest recente inspectiecijfers zien dat Almere goed scoort op de zogenaamde tussenresultaten in groep 4 van de basisschool, maar minder goed aan het eind van de basisschool. Voor de tussenresultaten in groep 7 krijgt een 9

15 bovengemiddeld deel van de scholen een onvoldoende van de inspectie en de eindresultaten in groep 8 blijven eveneens nog achter bij het landelijk gemiddelde (Regioanalyse Almere, Primair Onderwijs, september 2011, ppt). Mogelijke verklaringen en richting van het onderzoek De mogelijke oorzaken van zowel het hoge aantal zwakke scholen als de achterblijvende gemiddelde prestaties kunnen in verschillende richtingen worden gezocht. Het onderzoek is er op gericht na te gaan welke van die oorzaken meer of minder plausibel zijn. De gemeente heeft zelf in haar opdrachtbrief al drie mogelijke perspectieven onderscheiden: - Maatschappelijke factoren (kenmerken van de bevolking, sociale netwerken) - Factoren in het onderwijs (kenmerken van scholen, besturen en interactie tussen beide) - Factoren in het overheidshandelen (richting en kwaliteit van het gemeentelijk beleid) Daarnaast wijst de gemeente op mogelijke new town effecten, dat wil zeggen factoren die samenhangen met het feit dat Almere een nieuwe, groeiende stad is. Deze indeling in mogelijke factoren is in het onderzoek gebruikt als vertrekpunt voor de zoektocht naar verklaringen en verder uitgewerkt in een set concrete hypothesen. Deze werken we in het volgende hoofdstuk verder uit. Hoewel de aanleiding voor het onderzoek vooral het grote aantal zwakke scholen is in de gemeente, is voor het zoeken naar verklaringen een belangrijk aandachtspunt dat het grootste deel van de basisscholen niet zwak is. Als er oorzaken zijn die liggen op het niveau van bevolkingskenmerken of groeistad, dan moet het dus zo zijn dat die op sommige scholen meer effect hebben dan op andere. Met andere woorden, dan moet er sprake zijn van concentratieeffecten van speciale verschijnselen op de zwakke scholen. We richten ons in dit onderzoek, bij alle mogelijke verklaringen, dus ook steeds op de vraag: kunnen genoemde factoren verklaren waarom een bepaalde groep scholen zwak is volgens de inspectie, en andere niet? Verbeteringen al op gang Zoals vermeld heeft inmiddels een deel van de zwakke scholen zich al verbeterd en is er al sprake van stijging van gemiddelde prestaties aan het eind 10

16 van het basisonderwijs. In dit onderzoek gaat het dus deels om analyse achteraf: wat zijn, terugkijkend, de oorzaken voor het ontstaan van de achterblijvende prestaties? Die analyse is van belang voor de toekomst. Het gaat er om lering te trekken uit wat zich in het verleden heeft voltrokken en op basis daarvan uitspraken te doen over risico s die zich ook in de toekomst nog zouden kunnen voordoen, en over mogelijkheden om die te beperken. 11

17

18 2 Uitwerking van de probleemstelling Over de mogelijke oorzaken van de relatief zwakke prestaties in het basisonderwijs van Almere bestonden voorafgaand aan het onderzoek al diverse veronderstellingen. Uiteraard is in het lokale onderwijsveld debat gevoerd over waar het aan zou kunnen liggen en ook binnen de gemeente zijn verschillende hypothesen verkend. Op grond daarvan is de vierdeling in groepen factoren tot stand gekomen, die we in het vorige hoofdstuk introduceerden. Deze vierdeling gebruiken we hier om de mogelijke oorzaken nader te verkennen. We doen dit op basis van de hypothesen die al in de offertebrief van de gemeente zijn vermeld, de uitwerking daarvan in het onderzoeksplan, een eerste verkenning van relevante documenten en besprekingen in de begeleidingscommissie. Achtereenvolgens gaan we in op: A. Groeistadfactoren B. Bevolkingskenmerken C. Onderwijsinterne factoren D. Factoren in het overheidshandelen, i.c. het gemeentelijk beleid Tot de laatste groep factoren (overheidshandelen) behoort eigenlijk ook het handelen van de inspectie van het onderwijs. Zoals zal blijken, kunnen ook daarin mogelijke verklaringen worden gezocht. Maar omdat dit verklaringen zijn die feitelijk te maken hebben met kenmerken van de bevolking, zijn deze factoren daar ondergebracht. De volgorde van deze groepen factoren is willekeurig, er wordt vooraf geen uitspraak gedaan over het relatieve belang. 13

19 2.1 Groeistadfactoren Almere is een nog jonge stad die de afgelopen decennia te maken heeft gehad met forse groei. Die groei was beoogd en moet volgens de beleidsplannen ook nog verder doorgaan. Het is de bedoeling dat Almere in inwoners heeft en dan in grootte de vijfde stad van Nederland zal zijn. De kenmerken jonge stad en sterke groei maken Almere tot een new town: een bewust geplande gemeente met een stedelijk karakter waarin sterke groei van het aantal woningen en dus inwoners plaatsvindt. Groeisteden vertonen een aantal specifieke kenmerken: snelle toename van de bevolking, veel verhuisbewegingen, inwoners die elders werken en dus moeten forenzen, integratieproblemen, gebrekkige sociale cohesie, en dergelijke. De snelle groei van de bevolking maakt het noodzakelijk steeds nieuwe voorzieningen te scheppen, waaronder steeds nieuwe scholen. Dat vergt veel aandacht van schoolbesturen en van schoolleiders die nieuwe scholen moeten opbouwen en snelle instroom van leerlingen moeten verwerken. Er is weinig bekend over effecten die groeistadfactoren zouden kunnen hebben op kansen van kinderen in het onderwijs. Het is wel zo dat groeisteden een specifieke, eenzijdige of problematische bevolking kunnen aantrekken waar scholen vervolgens mee te maken krijgen. Dit zijn dan echter effecten van bevolkingssamenstelling en geen typische new town effecten. Niettemin kunnen er wel enkele veronderstellingen over mogelijke effecten op onderwijsprestaties worden afgeleid uit de bekende kenmerken van groeisteden. We noemen de volgende. Verlies van sociaal kapitaal Groeisteden trekken per definitie veel nieuwe inwoners, die daarvoor hun vroegere woonplaats verlaten. Dit kan leiden tot het wegvallen van oude sociale bindingen en daardoor tot verlies van sociaal kapitaal, dat wil zeggen netwerken waar mensen een beroep op kunnen doen. Dit zou tot uiting kunnen komen in een geringere binding van ouders en kinderen met hun nieuwe woonbuurt en tot minder mogelijkheden voor ouders om hulp en steun te vinden als het met hen of hun kinderen minder goed gaat (Wheaton, 1006; Fischer, De Graaf & Van der Togt, 2004). 14

20 Effecten van verhuizen op kinderen Los van het mogelijk verlies van sociaal kapitaal, kunnen kinderen mogelijk negatieve effecten ondervinden van verhuizen. Een groeistad kent uiteraard veel kinderen die net verhuisd zijn en die voor de opgave staan te wennen in een nieuwe sociale situatie, nieuwe vrienden te maken, nieuwe bindingen aan te gaan met leerkrachten, en dergelijke. Dat gaat mogelijk enige tijd ten koste van de ontwikkeling van het leren op school. De onderzoeksliteratuur is niet eenduidig over effecten van verhuizingen op de onderwijsloopbaan van kinderen. Zo is gevonden dat in Nederland intergemeentelijke verhuizingen geen negatief effect hebben. Dit komt waarschijnlijk doordat hoogopgeleide ouders in de hogere beroepsgroepen een grotere kans hebben op een verhuizing naar een andere gemeente (Fischer, De Graaf & Van der Togt, 2004). Maar uit andere onderzoeken komen wel negatieve effecten naar voren. Dit heeft vooral te maken met het verstoren van het sociale leven van het kind (Wheaton, 1996). Daarnaast leidt een nieuwe school tot ander lesmateriaal en lesmethoden, een nieuwe omgeving en nieuwe relaties die moeten worden aangegaan met leerkrachten en medeleerlingen (Vermey & Dronkers 2001). Een negatief effect zou in het bijzonder kunnen optreden als er sprake is van negatieve verhuismotieven, zoals scheiding, ziekte, gezinsproblemen of werkloosheid (Fischer, De Graaf & Van der Togt, 2004). Hoewel er dus vanuit onderzoek geen eenduidig verband lijkt te bestaan tussen verhuisd zijn en lagere onderwijsprestaties, is het toch wel de moeite waard om voor Almere na te gaan of het grote aantal verhuizende kinderen misschien kan bijdragen tot zwakkere onderwijsresultaten. Effecten van tussentijdse in- en uitstroom op scholen Een groot aantal verhuizende kinderen stelt scholen voor de lastige opgave om zich steeds weer aan te passen aan nieuwe kinderen en anders samengestelde groepen. In Almere gaat het dan niet alleen om nieuwe inwoners, maar ook om kinderen die tussentijds verhuizen binnen Almere, bijvoorbeeld doordat inwoners na vestiging weer doorstromen naar nieuwere buurten en betere woningen. Dat betekent veel tussentijdse in- en uitstroom van leerlingen op scholen. In Almere is de tussentijdse instroom op basisscholen 5% tegenover 2,6% landelijk gemiddeld en de tussentijdse uitstroom 8,6% tegenover 3,8% landelijk (Inspectie van het onderwijs, 2009). Dit maakt scholen minder stabiel en stelt hoge eisen aan het op orde hebben van leerlijnen en onderwijsvolgsystemen en aan het vermogen van leerkrachten 15

21 om steeds nieuwe bindingen aan te gaan. Voor de leerlingen betekent het niet alleen wennen aan een nieuwe sociale omgeving (zie boven), maar ook aan nieuwe lesmethoden en werkwijzen. Dat kost (leer)tijd. Aantrekkelijkheid van de stad als plaats om te werken Een typisch kenmerk van een groeistad zoals Almere is dat er heel veel woningen zijn en nog worden gebouwd, maar dat bedrijvigheid en voorzieningen nog relatief zwak ontwikkeld zijn. Dit maakt Almere aantrekkelijk als woonstad, maar mogelijk minder aantrekkelijk als stad om in te gaan werken. Toch zijn er, zeker in het onderwijs, in een groeistad veel nieuwe werknemers nodig door het stijgende aantal inwoners. Het is denkbaar dat, als Almere gezien wordt als een minder aantrekkelijke plek om te werken, het moeilijker is om goede leerkrachten aan te trekken. Dit geldt in het bijzonder bij een krappe arbeidsmarkt. Wellicht leidt dat er toe dat de leerkrachten die in Almere (zijn) gaan werken degenen zijn met minder keuzemogelijkheden en daarmee samenhangend minder kwaliteit. Snelle groei of krimp van scholen; stichting van nieuwe scholen Wanneer het inwonertal snel groeit, groeit ook het aantal kinderen in de schoolgaande leeftijd en moeten er dus in korte tijd veel nieuwe kinderen in het onderwijs worden opgevangen. Dat heeft enerzijds als gevolg dat steeds nieuwe scholen moeten worden gesticht (in nieuwe buurten of wijken), anderzijds dat scholen te maken krijgen met snelle uitbreiding van het aantal leerlingen. Voor schoolbesturen betekent dit dat er veel aandacht nodig is voor het stichten van nieuwe scholen: gebouwen, werving van personeel, afspraken met andere besturen. Dat kost tijd die mogelijk ten koste gaat/is gegaan van tijd voor het houden van toezicht op de kwaliteit van het onderwijs. Voor scholen betekent het dat er veel energie nodig is voor de opbouw van de school: intake van nieuwe kinderen (en ouders), werven en inwerken van nieuwe leerkrachten. Wanneer het tempo daarvan (te) hoog ligt, wordt het moeilijk tegelijkertijd voldoende onderwijskundige sturing te geven en te zorgen voor voldoende coherentie in de school. Dat kan bedreigend zijn voor de kwaliteit. Recent is de groei van het aantal leerlingen in het basisonderwijs tot stilstand gekomen in Almere (informatie van de gemeente). Dit komt deels door economische stagnatie en daarmee gepaard gaande stagnatie in de woningbouw, deels door een (landelijke) daling van het aantal leerlingen in de 16

22 basisschoolleeftijd. Daardoor heeft ook het basisonderwijs in Almere inmiddels te maken met (enige) krimp. Bij krimp moeten er weer leerkrachten vertrekken en moeten soms klassen vergroot worden. Ook dat kan bedreigend zijn voor de kwaliteit van het onderwijs. Wellicht zijn er scholen die in de afgelopen tijd zowel te maken hebben gedaan met (snelle) groei en daarna met krimp en op die manier extra risico hebben gelopen. 2.2 Bevolkingskenmerken Bevolkingsopbouw; probleemcumulatie? Almere is niet alleen een groeistad, maar kent ook een specifieke bevolkingsopbouw. Er zijn relatief weinig inwoners met een hogere opleiding (hbo/universiteit) en relatief veel inwoners die middelbaar zijn opgeleid. Er is een redelijke grote groep allochtone inwoners, vooral van Surinaamse herkomst. De beschikbaarheid van veel goedkope woningen maakt het ook voor mensen met bescheiden inkomens mogelijk in Almere te wonen. Over de invloed van de sociaaleconomische en etnische achtergrond van kinderen op de onderwijskansen van kinderen is zeer veel bekend (zie voor een recent rapport hierover Roeleveld e.a., 2011a). Voor de verklaring van verschillen in onderwijsprestaties, niet alleen tussen leerlingen maar ook tussen scholen, zijn deze factoren altijd usual suspect nr. 1. Er zal dus bestudeerd moeten worden of hierin een verklaring kan liggen voor de achterblijvende prestaties van de zwakke scholen en de geringere doorstroom naar hogere vormen van voorgezet onderwijs. Het gaat daarbij enerzijds om opleidingsniveau van de ouders (de sterkste voorspeller van schoolsucces als het gaat om achtergrondkenmerken van leerlingen), anderzijds om problemen van sociale aard die samenhangen met een laag opleidingsniveau van ouders en/of met etnische herkomst. Zo n etnisch kenmerk is bijvoorbeeld het hoge aandeel eenoudergezinnen in de Surinaamse bevolkingsgroep. Sociale factoren zijn armoede, werkloosheid, psychische problemen, opvoedingsonmacht, en dergelijke. Vooral een stapeling van factoren die schoolsucces kunnen beïnvloeden is relevant. Nagegaan moet worden of er aanwijzingen zijn dat Almere bovengemiddeld veel inwoners met dergelijke problemen heeft, en of deze problemen zich wellicht in geconcentreerde vorm voordoen op de zwakke scholen. 17

23 Beoordelingssystematiek van de inspectie Het oordeel zwak of niet zwak over scholen is afkomstig van de onderwijsinspectie. De inspectie volgt hierbij een uitvoerig, goed gedocumenteerd protocol (www.onderwijsinspectie.nl). Het oordeel gaat over twee hoofdonderwerpen: enerzijds de leeropbrengsten (prestaties van de leerlingen in taal en rekenen), anderzijds aspecten van het onderwijsleerproces. Bij het oordeel over de leeropbrengsten houdt de inspectie rekening met het type leerlingenbevolking van de school, gebaseerd op het opleidingsniveau van de ouders. Omdat er in algemene zin een relatie is tussen ouderlijk opleidingsniveau en onderwijsprestaties van de kinderen (zie boven), verschillen ook de gemiddelde prestaties van scholen, samenhangend met het type leerlingen dat de school heeft. De inspectie wil dit effect van ouderlijke opleiding niet verstorend laten zijn voor het oordeel over de leeropbrengsten van de school en past hiervoor dus een correctie toe. Als indicator voor ouderlijke opleiding gebruikt de inspectie de leerlinggewichten uit de gewichtenregeling 1. De gewichtenregeling is in de afgelopen jaren veranderd. In de oude regeling telde naast opleidingsniveau van de ouders ook de etnische herkomst van de ouders mee, onder bepaalde restricties. In de nieuwe regeling gaat het alleen nog om het opleidingsniveau van de ouders. Dat betekent dat de inspectie bij haar huidige manier van wegen voor het leerlingenpubliek alleen nog het opleidingsniveau meetelt, en niet meer de etnische herkomst. Voor sommige scholen, namelijk scholen met veel allochtone leerlingen, betekent dat dat ze tegenwoordig strenger beoordeeld worden door de inspectie dan in het verleden. Daarnaast is het zo dat in de gewichtenregeling alleen sprake is van differentiatie aan de onderkant van de verdeling van opleidingen: de regeling maakt onderscheid tussen zeer laag opgeleid (niet meer dan basisonderwijs), laag opgeleid (ten hoogste vmbo) en overig. In de groep overig opgeleiden bestaat echter natuurlijk ook nog veel differentiatie. Kinderen van hoog opgeleide ouders presteren gemiddeld weer beter dan kinderen van middelbaar opgeleide ouders. Omdat de inspectie in die rubriek overig geen verder onderscheid kan maken, beoordeelt ze dus scholen met veel kinderen van middelbaar opgeleide ouders op dezelfde manier als 1 De gewichtenregeling is een faciliteitenregeling die zorgt voor middelenverdeling voor achterstandenbestrijding in het basisonderwijs. Kinderen van laag opgeleide ouders worden daartoe zwaarder meegewogen bij de berekening van de formatie. Dit zijn dus leerlingen met een gewicht. Scholen geven op welke leerlingen aan de criteria voor de gewichtenregeling voldoen en krijgen naar rato van het aantal gewichtenleerlingen extra formatie. 18

24 scholen met kinderen van veel hoog opgeleide ouders. Scholen met veel kinderen van middelbaar onderwijs worden daardoor enigszins ondergewaardeerd (Roeleveld e.a., 2011b). Het zou zo kunnen zijn dat Almere relatief veel scholen heeft waar de overige leerlingen (waarvoor door de inspectie niet wordt gecorrigeerd) overwegend kinderen van middelbaar opgeleide ouders zijn en/of waar veel kinderen voorheen wel een leerlinggewicht hadden, maar nu niet meer. Met andere woorden: mogelijk heeft Almere veel net niet of niet meer gewichtenleerlingen en leidt dat tot een relatief strenge beoordeling door de inspectie. Dat zou zowel kunnen leiden tot een hoger aantal zwakke scholen (doordat er meer scholen na correctie onvoldoende worden bevonden op de leeropbrengsten) als tot gemiddeld lagere prestaties in de gemeenten aan het eind van het basisonderwijs (omdat de inspectie ook daarvoor uitgaat van de gecorrigeerde leerresultaten). We verwachten dan bijvoorbeeld dat zwakke scholen vaker scholen zullen zijn waar veel net niet of niet meer gewichtenleerlingen aanwezig zijn. Als dat het geval is, zou dit patroon ook bij andere steden aanwezig moeten zijn en bij andere scholen met hetzelfde type leerlingenpubliek als de zwakke scholen in Almere. Ook zou het geleid moeten hebben tot een geleidelijke stijging van het aantal zwakke scholen in de afgelopen jaren, omdat de wijzigingen in de gewichtenregeling geleidelijk zijn ingevoerd. 2.3 Onderwijsinterne factoren Als de kwaliteit van scholen onvoldoende is, ligt het uiteraard voor de hand hiervoor ook, of misschien wel in de eerste plaats, oorzaken te zoeken in kenmerken van het onderwijs zelf. Te meer daar het oordeel zwak van de inspectie mede gebaseerd is op aspecten van het onderwijsleerproces, dat wil zeggen van de organisatie en de pedagogische en didactische kwaliteit van de school. Als de kwaliteit van het onderwijsleerproces onvoldoende is (naar de maatstaven van de inspectie), kan dat aan verschillenden factoren liggen. We noemen drie hoofdgroepen: - te weinig aandacht binnen scholen voor cruciale kwaliteitskenmerken - onvoldoende kwaliteit (deskundigheid) van leerkrachten, schoolleiders, intern begeleiders - te weinig aandacht van schoolbesturen voor de kwaliteit van het onderwijs 19

25 We werken deze hieronder uit in de volgende hypothesen. Gebrekkig opbrengstbewustzijn (te weinig bezig zijn met leerresultaten en te bereiken doelen) Uit analyses die de inspectie heeft gedaan op onderwijsresultaten in Almere (Inspectie van het onderwijs, 2008, 2009) blijkt dat er op basisscholen in de gemeente opvallende tekorten zijn op het gebied van kwaliteitszorg en zorg en begeleiding. Kwaliteitszorg is het geheel van maatregelen dat de school moet nemen om zicht te houden op het bereiken van eigen doelen, zowel op het gebied van leerresultaten als van het onderwijsaanbod en de kwaliteit van het personeel. Een essentieel onderdeel hiervan is monitoring: verzamelen en analyseren van gegevens over behaalde resultaten. Vooral op dit onderwerp blijken basisscholen in Almere volgens de inspectie laag te scoren. Zorg en begeleiding is het geheel van maatregelen dat een school moet nemen om er voor te zorgen dat leerlingen die zich niet goed ontwikkelen tijdig worden gesignaleerd en geholpen. Hierbij horen ondermeer het gebruik van een leerlingvolgsystemen, het opstellen en evalueren van individuele handelingsplannen of groepsplannen en het formuleren van na te streven doelen ( ontwikkelingsperspectieven ) voor leerlingen die het niveau van hun leeftijdsgroep niet blijken te halen. Op dit gebied signaleert de inspectie vooral tekorten op de Almeerse scholen wat betreft evalueren van effecten van geboden hulp en op basis daarvan eventueel bijstellen van de aanpak. Beide typen tekorten suggereren dat er gemiddeld genomen sprake zou kunnen zijn van een gebrekkig opbrengstbewustzijn in het basisonderwijs in Almere. Hiermee bedoelen we onvoldoende gerichtheid op te halen leerdoelen, het evalueren daarvan en het nemen van maatregelen als de doelen niet gehaald worden. Hierbij moet vermeld worden dat Almere daarin niet uniek is: ook de landelijke cijfers van de inspectie laten zien dat basisscholen op dit gebied nog vaak onvoldoende scoren (Inspectie van het onderwijs, 2010). Almere blijft daar echter nog extra bij achter. Een gebrekkig opbrengstbewustzijn kan er toe leiden dat het te behalen niveau (zowel van leeropbrengsten als van kwaliteit van het lesgeven) onvoldoende bewaakt wordt en daardoor ongemerkt beneden de norm komt. Dat zou zowel een verklaring kunnen zijn voor het zwak worden van scholen als van lagere gemiddelde eindresultaten. 20

26 Te veel vernieuwingsdrang Almere kent relatief veel basisscholen met een bijzonder onderwijskundig profiel. Dat is grotendeels een bewuste keuze geweest. Vooral binnen het openbaar schoolbestuur zijn scholen in het verleden aangemoedigd om een eigen concept te kiezen en te werken aan onderwijskundige vernieuwing. Daar is vermoedelijk veel energie in gestoken. Op zichzelf hoeft onderwijskundig vernieuwen niet op gespannen voet te staan met het leveren van kwaliteit. Maar er zijn wel, afhankelijk van de uitwerking, mogelijke risico s aan verbonden. Bijvoorbeeld: - te veel nadruk op de pedagogische doelen en de pedagogische identiteit en te weinig accent op basisvaardigheden; - (in sommige concepten) afwijzen van het gebruik van gestandaardiseerde toetsen en daardoor onvoldoende inzicht in het eigen prestatieniveau vergeleken met andere schoolen; - bij veeleisende concepten: moeilijk om leerkrachten voldoende vaardig te maken in het hanteren van het concept; vooral lastig wanneer de school snel groeit. Wanneer dergelijke risico s zich voordoen, vooral in combinatie, kan het gebeuren dat de leerresultaten van de leerlingen onvoldoende prioriteit of aandacht krijgen, dat leerkrachten onvoldoende in staat blijken om het concept te realiseren zoals bedoeld of dat er onvoldoende aandacht wordt besteed aan de aspecten van het onderwijsleerproces waar de inspectie op let. Mogelijk ligt hierin een verklaring voor het zwak worden van scholen of van gemiddeld lagere eindresultaten. Veel wisselingen in team of management Een van de bekende bedreigingen van onderwijskwaliteit op scholen is een te sterke (te frequente) wisseling van leerkrachten of van schoolleiding. Analyses die de inspectie heeft uitgevoerd op haar bestanden heeft laten zien dat dit één van de factoren is waarin zwakke scholen zich onderscheiden van niet-zwakke scholen (Inspectie van het onderwijs, 2010). Wellicht doet dit verschijnsel zich in Almere extra sterk voor en zou dit mede kunnen verklaren waarom scholen zwak zijn of gemiddelde resultaten achterblijven. 21

27 Minder sterke leerkrachten of schoolleiders door tekortschietend personeelsbeleid Bij de groeistadfactoren hebben we al de mogelijkheid genoemd dat Almere minder goed in staat is of is geweest om sterke leerkrachten en schoolleiders aan te trekken, vanwege de aantrekkelijkheid van Almere als plaats om te werken. Het kan echter ook zo zijn dat de aanwezigheid van minder sterke schoolleiders en leerkrachten het resultaat is van tekortschietend personeelsbeleid, bij scholen zelf of bij besturen. Hierbij moet gedacht worden aan wervingsbeleid, interne opleiding, begeleiding, toezicht houden op functioneren, bevorderen van deskundigheidstoename, beoordeling, en dergelijke. Als het personeelsbeleid op een of meer van deze punten tekortschiet, zou het gevolg daarvan een teveel aan minder goede leerkrachten of schoolleiders kunnen zijn. Aangezien de kwaliteit van leerkrachten en schoolleiders cruciaal is voor het realiseren van goed onderwijs, zou dit dus een factor kunnen zijn die bijdraagt tot veel zwakke scholen en minder goede eindresultaten. Dit geldt ook voor de aanwezigheid van onvoldoende sterke intern begeleiders op de scholen. Een speciaal risico op dit gebied kan zich voordoen op snel groeiende scholen, die te maken hebben met veel nieuwe/onervaren personeelsleden. Te weinig toezicht vanuit bestuur Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun scholen. Het is dus duidelijk dat ook gekeken zal moeten worden naar het bestuursbeleid. Eerder noemden we al, bij de groeistadfactoren, dat aandacht voor groei bij schoolbesturen ten koste zou kunnen zijn gegaan van aandacht voor kwaliteit. Maar ook los van de context van groeistad zou het zou kunnen zijn dat besturen onvoldoende aandacht hebben of hebben gehad voor de kwaliteit van het onderwijs op hun scholen. Bijvoorbeeld doordat ook bij hen sprake is/was van een gebrekkig opbrengstbewustzijn, of doordat ook bij hen sprake was te veel vernieuwingsdrang, of doordat ze de zorg voor de kwaliteit te veel hebben overgelaten aan de scholen zelf, respectievelijk verantwoordelijkheid daarvoor niet goed hebben belegd. Nog een andere mogelijkheid is dat de besturen te weinig hebben gelet op de zwakke scholen omdat het aantrekkelijker voor hen was om zich met sterkere scholen bezig te houden. Dit zijn allemaal vormen van te weinig toezicht vanuit het bestuur op de kwaliteit van het onderwijs, die er toe zouden kunnen bijdragen dat scholen (ongemerkt) zwak worden of dat gemiddelde resultaten achterblijven. 22

28 Verschillen tussen besturen Zoals eerder vermeld verschilt het aantal zwakke scholen per bestuur; openbare scholen zijn (sterk) oververtegenwoordigd in de groep zwakke scholen. Het ligt dus ook voor de hand om na te gaan of er aanwijzingen zijn dat er verschillen bestaan tussen de besturen primair onderwijs in Almere. Dat kunnen verschillen zijn in beleid op punten zoals hierboven genoemd, maar het kunnen ook verschillen zijn die te maken hebben met het type leerlingen op de scholen, al dan niet als gevolg van bewust beleid. Het zou bijvoorbeeld zo kunnen zijn dat openbare scholen vaker in wijken staan met een kansarm publiek, of aantrekkelijker zijn voor ouders van kinderen die een grote zorgbehoefte hebben, of een minder selectief toelatingsbeleid (kunnen) voeren dan bijzondere schoolbesturen. Voor het onderzoek is het van belang hierop meer zicht te krijgen en na te gaan welke verklaringen er zijn/kunnen zijn voor het verschil in aantal zwakke scholen tussen besturen. 2.4 Gemeentebeleid De laatste rubriek van mogelijke oorzaken bestaat uit kenmerken van het gemeentebeleid. Hoewel de gemeente meer op afstand staat dan de besturen en dus minder rechtstreeks invloed heeft op en verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van scholen, is het toch denkbaar dat het gemeentebeleid een rol kan spelen. We onderscheiden op dit domein drie hypothesen. Kwaliteit en inhoud lokaal onderwijsbeleid Wellicht is men in andere gemeenten, waar minder zwakke scholen aanwezig zijn, actiever wat betreft lokaal onderwijsbeleid in het primair onderwijs. Te denken valt aan extra investeringen, meer inzet van beleidsambtenaren, meer deskundigheid van beleidsambtenaren, betere samenwerking met schoolbesturen, e.d. Naar de bestuurlijke kwaliteit van gemeenten op het gebied van onderwijsbeleid is al wel enig onderzoek gedaan in Nederland (bijvoorbeeld Karsten e.a., 2003, Turkenburg, 1999, 2003; De Groot, 1999). Belangrijke factoren zijn bijvoorbeeld kennis van en ervaring met het beleidsdomein bij de gemeente, heldere verantwoordelijkheden, overeenstemming met het onderwijsveld over doelen en durf om beleidslijnen uit te zetten. Mogelijk is in Almere weinig aandacht voor dit soort zaken geweest. 23

29 Beleid Gewoon Anders In Almere is het onderwijs aan leerlingen met speciale behoeften anders ingericht dan elders in het land. Almere kende tot voor kort geen scholen voor speciaal onderwijs. Men wil leerlingen die voor dit type onderwijs geïndiceerd zijn zoveel als mogelijk opvangen in reguliere scholen, hetzij in de gewone groep (kind in de groep model), hetzij in speciale klassen binnen de reguliere school (groep in de school model). Een speciale stichting (Stichting Gewoon Anders) zorgt voor de indicering van deze leerlingen, begeleiding van deze leerlingen op hun reguliere school, ondersteuning van hun leerkrachten en begeleiding van de ouders. Dit experimentele beleid vindt plaats met toestemming van de rijksoverheid en wordt landelijk met interesse gevolgd. De inspectie onderzocht de uitvoering van het beleid in 2008 en toonde zich op een aantal punten kritisch (Inspectie van het onderwijs, 2008). Zo werd geconstateerd dat de kwaliteit van de handelings- en begeleidingsplannen van de geïndiceerde leerlingen tekortschoot, dat wil zeggen ze waren te weinig functioneel voor de uitvoerende leerkrachten en te weinig gericht op de cognitieve ontwikkeling van de kinderen. Ook is opgemerkt dat het risicovol is om leerlingen met sterke zorgbehoefte op te vangen in scholen die al niet sterk zijn in kwaliteit en dat niet alle schoolconcepten even geschikt zijn voor dit type leerlingen. Het is denkbaar dat het Gewoon Anders beleid een rol speelt of heeft gespeeld bij het zwak worden van scholen of een verklaring kan zijn voor de lagere gemiddelde eindresultaten. Dit zou enerzijds kunnen doordat de betreffende zorgleerlingen zelf de gemiddelde resultaten van de school negatief beïnvloeden (in vergelijking met andere scholen waar wel leerlingen worden verwezen naar speciale scholen), anderzijds doordat de aandacht voor deze leerlingen ten koste zou kunnen gaan van de aandacht voor de andere kinderen (die daardoor dan lager presteren dan mogelijk zou zijn). We rekenen het Gewoon Anders beleid tot de rubriek overheidshandelen/gemeentebeleid, omdat het gaat om beleid dat gemeentebreed van kracht is en het commitment heeft van zowel de rijksoverheid, de schoolbesturen als de gemeente. Stichtingsnorm nieuwe scholen In de begeleidingscommissie kwam naar voren dat er sprake zou zijn van een in de gemeente gehanteerde stichtingsnorm voor nieuwe scholen, die er van uitgaat dat elk kind binnen 400 meter van het woonadres een basisschool moet 24

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. School met de Bijbel ''t Kompas'

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. School met de Bijbel ''t Kompas' RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK School met de Bijbel ''t Kompas' Plaats : Westbroek BRIN nummer : 06TA C1 Onderzoeksnummer : 266517 Datum onderzoek : 2 december 2013 Datum vaststelling : 17

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Het Palet

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Het Palet RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Het Palet Plaats : Naaldwijk BRIN-nummer : 21KE Onderzoeksnummer : 122178 Datum schoolbezoek : 28 maart 2011 Rapport vastgesteld te Zoetermeer

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. obs De Horn

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. obs De Horn RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK obs De Horn Plaats : Wijk bij Duurstede BRIN nummer : 23DF C1 Onderzoeksnummer : 270557 Datum onderzoek : 28 januari 2014 Datum vaststelling : 17 maart 2014

Nadere informatie

Opbrengstgericht werken (OGW)

Opbrengstgericht werken (OGW) ALITEITSKAART werken (OGW) werken (OGW) OPBRENGSTGERICHT LEIDERSCHAP PO werken (OGW) is het systematisch en doelgericht werken aan het maximaliseren van prestaties. De uitkomsten van onderzoek van de resultaten

Nadere informatie

ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL JOHANNES PAULUS

ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL JOHANNES PAULUS RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL JOHANNES PAULUS Plaats : Heusden Gem Heusden BRIN-nummer : 09PB Onderzoeksnummer : 118176 Datum schoolbezoek : 2 februari 2010

Nadere informatie

Referentieniveaus en leesbevordering voor zwakke lezers

Referentieniveaus en leesbevordering voor zwakke lezers Referentieniveaus en leesbevordering voor zwakke lezers Lezing voor studiedag Pro Biblio Guuske Ledoux Kohnstamm Instituut Universiteit van Amsterdam 15 september 2011 Inhoud Kenmerken referentieniveaus

Nadere informatie

Fase A. Jij de Baas. Gids voor de Starter. 2012 Stichting Entreprenasium. Versie 1.2: november 2012

Fase A. Jij de Baas. Gids voor de Starter. 2012 Stichting Entreprenasium. Versie 1.2: november 2012 N W O Fase A Z Jij de Baas Gids voor de Starter Versie 1.2: november 2012 2012 Stichting Entreprenasium Inleiding 2 School De school Inleiding 2 Doelen 3 Middelen 4 Invoering 5 Uitvoering 6 Jij de Baas:

Nadere informatie

Opbrengsten maak er werk van!

Opbrengsten maak er werk van! Opbrengsten maak er werk van! Inspectie van het Onderwijs Opbrengsten maak er werk van! Woord vooraf 1 2 2.1 2.2 3 3.1 3.2 3.3 4 5 Opbrengstgericht onderwijs leidt tot hogere prestaties Opbrengstgericht

Nadere informatie

Onder- en overadvisering in beeld 2006/ /2009 Gemeente Helmond

Onder- en overadvisering in beeld 2006/ /2009 Gemeente Helmond Onder- en overadvisering in beeld 6/7-8/9 Gemeente Helmond November 9 Mevrouw drs. Marian Calis OCGH Advies Samenvatting Een goede aansluiting tussen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs is in

Nadere informatie

Het Almeerse basisonderwijs

Het Almeerse basisonderwijs dit is een LEA plus project -www.lea.almere.nl- -Dit is een LEA plus project-www.leaplusalmere.nl Het Almeerse basisonderwijs Monitor Taal, Lezen en Rekenen 2013/2014 April 2015 Gemeente Almere, Onderzoek

Nadere informatie

Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij

Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij RAPPORT VAN BEVINDINGEN Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij Yn de Mande Plaats : Schiermonnikoog BRIN-nummer : 04JI Onderzoeksnummer : 125980 Datum schoolbezoek : 14 juni 2012 Rapport vastgesteld te Leeuwarden

Nadere informatie

DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET ONDERWIJSVERSLAG OP RKBS HOEKSTEEN

DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET ONDERWIJSVERSLAG OP RKBS HOEKSTEEN DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET ONDERWIJSVERSLAG 2009-2010 OP RKBS HOEKSTEEN Plaats : Enkhuizen BRIN-nummer : 04YU Onderzoeksnummer : 118767 Datum schoolbezoek : Rapport vastgesteld te

Nadere informatie

Samenvatting. Zie hiervoor het werkplan van de Evaluatie- en adviescommissie passend onderwijs 2008-2012. ECPO, oktober 2008.

Samenvatting. Zie hiervoor het werkplan van de Evaluatie- en adviescommissie passend onderwijs 2008-2012. ECPO, oktober 2008. Rapport 827 Jaap Roeleveld, Guuske Ledoux, Wil Oud en Thea Peetsma. Volgen van zorgleerlingen binnen het speciaal onderwijs en het speciaal basisonderwijs. Verkennende studie in het kader van de evaluatie

Nadere informatie

Schoolprestaties van oude en nieuwe gewichtenleerlingen

Schoolprestaties van oude en nieuwe gewichtenleerlingen Scolprestaties van oude en nieuwe gewichtenleerlingen Jaap Roeleveld Kohnstamm Instituut, Universiteit van Amsterdam (email: jroeleveld@kohnstamm.uva.nl) Abstract Sinds de laatste wijziging van de gewichtenregeling,

Nadere informatie

Rapportage Eindresultaten 2014

Rapportage Eindresultaten 2014 Rapportage Eindresultaten 2014 Wat zijn de prestaties van onze scholen? Colofon datum 7 mei 2014 auteur Jan Vermeulen status Definitief Rapportage eindresultaten 2014 pagina 2 van 8 status concept Inhoudsopgave

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Sint Antoniusschool

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Sint Antoniusschool RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Sint Antoniusschool Plaats : Amsterdam BRIN-nummer : 10OW Onderzoeksnummer : 126401 Datum schoolbezoek : 31 mei 2012 Rapport vastgesteld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.minocw.nl 112303 Betreft Antwoorden

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. basisschool Onder de Wieken

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. basisschool Onder de Wieken RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK basisschool Onder de Wieken Plaats : Burgh-Haamstede BRIN nummer : 07YS C1 Onderzoeksnummer : 154931 Datum onderzoek : 16 mei 2013 Datum vaststelling : 21 augustus

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN TUSSENTIJDS KWALITEITSONDERZOEK OP OBS OETKOMST IN KOLHAM

RAPPORT VAN BEVINDINGEN TUSSENTIJDS KWALITEITSONDERZOEK OP OBS OETKOMST IN KOLHAM RAPPORT VAN BEVINDINGEN TUSSENTIJDS KWALITEITSONDERZOEK OP OBS OETKOMST IN KOLHAM Plaats : Kolham BRIN-nummer : 13DT Onderzoek uitgevoerd op : 22 juni 2010 Rapport vastgesteld te Groningen: 13 september

Nadere informatie

de Samenwerkingsschool "Balans"

de Samenwerkingsschool Balans RAPPORT VAN BEVINDINGEN Kwaliteitsonderzoek bij de Samenwerkingsschool "Balans" Plaats : 's-gravenhage BRIN-nummer : 26PT Onderzoeksnummer : 122926 Datum schoolbezoek : 19 mei 2011 Rapport vastgesteld

Nadere informatie

Opbrengstgericht werken Kansen en valkuilen. Panama conferentie. Guuske Ledoux Kohnstamm Instituut, UvA 19 januari Inhoud

Opbrengstgericht werken Kansen en valkuilen. Panama conferentie. Guuske Ledoux Kohnstamm Instituut, UvA 19 januari Inhoud Opbrengstgericht werken Kansen en valkuilen Panama conferentie Guuske Ledoux Kohnstamm Instituut, UvA 19 januari 2011 Inhoud Achtergronden en omschrijving Wat doen scholen al? Voordelen Vormen van analyse

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij basisschool 'De Verrekijker' locatie Wilhelminalaan

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij basisschool 'De Verrekijker' locatie Wilhelminalaan RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij basisschool 'De Verrekijker' locatie Wilhelminalaan Plaats : Kedichem BRIN-nummer : 09HC Onderzoeksnummer : 121113 Datum schoolbezoek : 25

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP WILLEM VAN ORANJE

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP WILLEM VAN ORANJE RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP WILLEM VAN ORANJE Plaats : Kampen BRIN-nummer : 13KB Onderzoeksnummer : 119040 Datum schoolbezoek : 30 Rapport vastgesteld te Zwolle op 9

Nadere informatie

SAMENVATTING. Aanleiding

SAMENVATTING. Aanleiding SAMENVATTING Aanleiding Op verzoek van de staatssecretaris voor primair onderwijs en kinderopvang heeft de Inspectie van het Onderwijs in 2008 de kwaliteit van het basisonderwijs in de drie noordelijke

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. Basisschool Pius X

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. Basisschool Pius X RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK Basisschool Pius X Plaats : Wateringen BRIN nummer : 20CB C1 Onderzoeksnummer : 275832 Datum onderzoek : 1 juli 2014 Datum vaststelling : 5 november 2014 Pagina

Nadere informatie

Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij

Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij RAPPORT VAN BEVINDINGEN Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij Basisschool De Ster Plaats : Amsterdam Zuidoost BRIN-nummer : 20TP Onderzoeksnummer : 122163 Datum schoolbezoek : 28 maart 2011 Rapport vastgesteld

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Primair Onderwijs bij. basisschool De Pelikaan

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Primair Onderwijs bij. basisschool De Pelikaan RAPPORT VAN BEVINDINGEN Kwaliteitsonderzoek Primair Onderwijs bij basisschool De Pelikaan Plaats : Bonaire BRIN-nummer : 28PW Datum schoolbezoek : 22 september 2016 Rapport vastgesteld te Tilburg op 29

Nadere informatie

Grafentheorie voor bouwkundigen

Grafentheorie voor bouwkundigen Grafentheorie voor bouwkundigen Grafentheorie voor bouwkundigen A.J. van Zanten Delft University Press CIP-gegevens Koninklijke Bibliotheek, Den Haag Zanten, A.J. van Grafentheorie voor bouwkundigen /

Nadere informatie

Opbrengsten maak er werk van! Inspectie van het Onderwijs

Opbrengsten maak er werk van! Inspectie van het Onderwijs Opbrengsten maak er werk van! Inspectie van het Onderwijs Opbrengsten maak er werk van! Woord vooraf 1 Opbrengstgericht onderwijs leidt tot hogere prestaties 3 2 Opbrengstgericht werken op vier niveaus

Nadere informatie

Opbrengstgericht werken in de praktijk

Opbrengstgericht werken in de praktijk Opbrengstgericht werken in de praktijk Ellen Timminga SOK studiedag 7 december 2012 1 Inhoud presentatie Impressies van de Inspectie van het Onderwijs (Nederland): Inspectieonderzoek bij rekenen en wiskunde

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KORT ONDERZOEK SPECIAAL BASISONDERWIJS. SAM locatie van Limburg Stirumlaan

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KORT ONDERZOEK SPECIAAL BASISONDERWIJS. SAM locatie van Limburg Stirumlaan RAPPORT VAN BEVINDINGEN KORT ONDERZOEK SPECIAAL BASISONDERWIJS SAM locatie van Limburg Stirumlaan Plaats : Doetinchem BRIN nummer : 19PA C1 Onderzoeksnummer : 281769 Datum onderzoek : 5 februari 2015 Datum

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij. Annie M.G. Schmidt

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij. Annie M.G. Schmidt RAPPORT VAN BEVINDINGEN Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij Annie M.G. Schmidt Plaats : Spijkenisse BRIN-nummer : 24BG Onderzoeksnummer : 126085 Datum schoolbezoek : 7 juni 2012 Rapport vastgesteld te

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool Maria. : 's-heerenberg

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool Maria. : 's-heerenberg RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool Maria Plaats : 's-heerenberg BRIN-nummer : 15BZ Onderzoeksnummer : 123549 Datum schoolbezoek : 30 Rapport vastgesteld te Zwolle

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Voortgezet Onderwijs Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Nadere informatie

Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij. o.b.s. De Carrousel, loc. Windmolen

Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij. o.b.s. De Carrousel, loc. Windmolen RAPPORT VAN BEVINDINGEN Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij o.b.s. De Carrousel, loc. Windmolen Plaats : Heerhugowaard BRIN-nummer : 14GU Onderzoeksnummer : 123227 Datum schoolbezoek : 4 juli 2011 Rapport

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL DEN DIJK

RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL DEN DIJK RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL DEN DIJK School : Basisschool Den Dijk Plaats : Odiliapeel BRIN-nummer : 05YW Onderzoeksnummer : 95105 Datum schoolbezoek : 23 augustus 2007 Datum vaststelling

Nadere informatie

Hoofdstuk 8 ONDERWIJS IN HET BUITENLAND

Hoofdstuk 8 ONDERWIJS IN HET BUITENLAND Hoofdstuk 8 ONDERWIJS IN HET BUITENLAND INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS ONDERWIJSVERSLAG 2006 / 2007 8 Onderwijs in het buitenland Samenvatting Er zijn 298 Nederlandse scholen in het buitenland, die onder

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL DE BOOGURT

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL DE BOOGURT RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL DE BOOGURT Plaats : Budel BRIN-nummer : 18HK Onderzoeksnummer : 118778 Datum schoolbezoek : Rapport vastgesteld te Eindhoven op

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. o.b.s. Het Groene Hart

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. o.b.s. Het Groene Hart RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK o.b.s. Het Groene Hart Plaats : Zuidwolde Dr BRIN nummer : 12TS C1 Onderzoeksnummer : 196419 Datum onderzoek : 6 juni 2013 Datum vaststelling : 11 juni 2013

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Het Baken International School VWO

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Het Baken International School VWO RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK Het Baken International School VWO Plaats : Almere BRIN nummer : 01FP C3 BRIN nummer : 01FP 06 VWO Onderzoeksnummer : 275538 Datum onderzoek : 15 april 2014

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN TUSSENTIJDS KWALITEITSONDERZOEK. De Notenkraker

RAPPORT VAN BEVINDINGEN TUSSENTIJDS KWALITEITSONDERZOEK. De Notenkraker RAPPORT VAN BEVINDINGEN TUSSENTIJDS KWALITEITSONDERZOEK De Notenkraker Plaats : Hoogvliet Rotterdam BRIN nummer : 19DQ C1 Onderzoeksnummer : 151146 Datum onderzoek : 11 april 2013 Datum vaststelling :

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. KWALITEITSONDERZOEK BIJ c.b.s. H. de Cock

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. KWALITEITSONDERZOEK BIJ c.b.s. H. de Cock RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK BIJ c.b.s. H. de Cock Plaats : Ulrum BRIN-nummer : 1 5DS Onderzoek uitgevoerd op : 26 november 2009 Rapport vastgesteld te Groningen op: 10 februari 2010 HB

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VERIFICATIEONDERZOEK SPECIAAL BASISONDERWIJS. s.s.b.o. De Kameleon

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VERIFICATIEONDERZOEK SPECIAAL BASISONDERWIJS. s.s.b.o. De Kameleon RAPPORT VAN BEVINDINGEN VERIFICATIEONDERZOEK SPECIAAL BASISONDERWIJS s.s.b.o. De Kameleon Plaats : Hoogeveen BRIN nummer : 00JH C1 Onderzoeksnummer : 195011 Datum onderzoek : 9 april 2013 Datum vaststelling

Nadere informatie

Een scherpere blik op Beter Presteren - Highlights uit het breedteonderzoek

Een scherpere blik op Beter Presteren - Highlights uit het breedteonderzoek Een scherpere blik op Beter Presteren - Highlights uit het breedteonderzoek Oberon, september 2013 1 Vooraf In opdracht van het programmabureau Beter Presteren onderzoekt Oberon welke ontwikkeling de se

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool Woold. : Winterswijk Woold

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool Woold. : Winterswijk Woold RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool Woold Plaats : Winterswijk Woold BRIN-nummer : 19BC Onderzoeksnummer : 127559 Datum schoolbezoek : 8 november 2012 Rapport vastgesteld

Nadere informatie

Definitie inspectie. Systematisch en doelgericht werken aan het maximaliseren van de prestaties van leerlingen

Definitie inspectie. Systematisch en doelgericht werken aan het maximaliseren van de prestaties van leerlingen Inhoud masterclass Achtergrond Opbrengstgericht werken schoolniveau Opbrengstgericht werken bestuursniveau Leeropbrengsten van scholen vergelijken Is schoolkwaliteit alleen leeropbrengsten? Achtergronden

Nadere informatie

Drentse Onderwijs monitor

Drentse Onderwijs monitor Drentse Onderwijs monitor Feitenbladen Gemeente Emmen Kern cijfers uit de periode 2010-2015 OM_Emmen-DEF.indd 1 18-05-16 11:15 Drentse Onderwijsmonitor 2015 Primair onderwijs Onlangs verscheen de 10 de

Nadere informatie

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting Een brede kijk op onderwijskwaliteit E e n o n d e r z o e k n a a r p e r c e p t i e s o p o n d e r w i j s k w a l i t e i t b i n n e n S t i c h t i n g U N 1 E K Samenvatting Hester Hill-Veen, Erasmus

Nadere informatie

ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP KATHOLIEK BASISONDERWIJS HENGELO-ZUID

ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP KATHOLIEK BASISONDERWIJS HENGELO-ZUID DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP KATHOLIEK BASISONDERWIJS HENGELO-ZUID Plaats : Hengelo Ov BRIN-nummer : 17PI Onderzoeksnummer : 118305 Datum schoolbezoek : 22

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK NAAR DE KWALITEITSVERBETERING. obs De Boemerang

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK NAAR DE KWALITEITSVERBETERING. obs De Boemerang RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK NAAR DE KWALITEITSVERBETERING obs De Boemerang Plaats : Purmerend BRIN nummer : 16UC C1 Onderzoeksnummer : 271886 Datum onderzoek : 27 maart 2014 Datum vaststelling :

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij C.b.s. De Noordkaap. : Uithuizermeeden

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij C.b.s. De Noordkaap. : Uithuizermeeden RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij C.b.s. De Noordkaap Plaats : Uithuizermeeden BRIN-nummer : 05XE Onderzoeksnummer : 126684 Datum schoolbezoek : 16 juli 2012 Rapport vastgesteld

Nadere informatie

RAPPORT PERIODIEK KWALITEITSONDERZOEK RKBS 'VAN DOORN'

RAPPORT PERIODIEK KWALITEITSONDERZOEK RKBS 'VAN DOORN' RAPPORT PERIODIEK KWALITEITSONDERZOEK RKBS 'VAN DOORN' School : rkbs 'Van Doorn' Plaats : Kockengen BRIN-nummer : 06PB Onderzoeksnummer : 61072 Datum schoolbezoek : 17 februari 2005 Datum vaststelling

Nadere informatie

RTL Nieuws en de Cito-scores

RTL Nieuws en de Cito-scores Wat zien wij en wat vinden wij er van? Colofon datum 28 oktober 2013 auteur Jan Vermeulen status Definitief pagina 2 van 8 Inhoudsopgave pagina 1 Inleiding en vraagstelling 3 2 RTL en de rangordelijstjes

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING BIJ DE DIJSSELBLOEM

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING BIJ DE DIJSSELBLOEM RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING BIJ DE DIJSSELBLOEM Plaats : Voorburg BRIN-nummer : 07SP Arrangementsnummer : 86296 Onderzoek uitgevoerd op : 9 september 2010 Rapport vastgesteld

Nadere informatie

De hybride vraag van de opdrachtgever

De hybride vraag van de opdrachtgever De hybride vraag van de opdrachtgever Een onderzoek naar flexibele verdeling van ontwerptaken en -aansprakelijkheid in de relatie opdrachtgever-opdrachtnemer prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis ing. W.A.I.

Nadere informatie

INSPECTIE BOUWKUNDIGE BRANDVEILIGHEID Goed- en afkeurcriteria bouwkundige brandveiligheid

INSPECTIE BOUWKUNDIGE BRANDVEILIGHEID Goed- en afkeurcriteria bouwkundige brandveiligheid INSPECTIE BOUWKUNDIGE BRANDVEILIGHEID bouwkundige brandveiligheid Versie : 1.0 Publicatiedatum : 1 augustus 2014 Ingangsdatum : 1 augustus 2014 VOORWOORD Pagina 2/6 De Vereniging van Inspectie-instellingen

Nadere informatie

Inleiding Administratieve Organisatie. Opgavenboek

Inleiding Administratieve Organisatie. Opgavenboek Inleiding Administratieve Organisatie Opgavenboek Inleiding Administratieve Organisatie Opgavenboek drs. J.P.M. van der Hoeven Vierde druk Stenfert Kroese, Groningen/Houten Wolters-Noordhoff bv voert

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. Het Veldboeket

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. Het Veldboeket RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK Het Veldboeket Plaats : Zwolle BRIN nummer : 15EG C1 Onderzoeksnummer : 276294 Datum onderzoek : 12 juni 2014 Datum vaststelling : 26 augustus 2014 Pagina 2

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING (OKV) Thorbecke Voortgezet Onderwijs, Afdeling VWO

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING (OKV) Thorbecke Voortgezet Onderwijs, Afdeling VWO RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING (OKV) Thorbecke Voortgezet Onderwijs, Afdeling VWO Plaats: Rotterdam BRIN-nummer: 15HX-0 Registratienummer: 3416702 Onderzoek uitgevoerd op:

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek bij. Basisschool De Wadden, locatie Molenwijk

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek bij. Basisschool De Wadden, locatie Molenwijk RAPPORT VAN BEVINDINGEN Kwaliteitsonderzoek bij Basisschool De Wadden, locatie Molenwijk Plaats : Haarlem BRIN-nummer : 12BV Onderzoeksnummer : 122154 Datum schoolbezoek : 29 november 2010 Rapport vastgesteld

Nadere informatie

DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL DE PIONIER

DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL DE PIONIER DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL DE PIONIER Plaats : Amstelveen BRIN-nummer : 15EX Onderzoeksnummer : 118995 Datum schoolbezoek : 15 Rapport vastgesteld

Nadere informatie

Drentse Onderwijs monitor

Drentse Onderwijs monitor Drentse Onderwijs monitor Feitenbladen Gemeente Kern cijfers uit de periode 2010-2015 OM_-DEF.indd 1 18-05-16 11:16 Drentse Onderwijsmonitor 2015 Primair onderwijs Onlangs verscheen de 10 de editie van

Nadere informatie

Resultaatafspraken voor VVE in gemeente Westvoorne

Resultaatafspraken voor VVE in gemeente Westvoorne Resultaatafspraken voor VVE in gemeente Westvoorne Partijen Schoolbesturen VCO De Kring (CNS De Nieuwe Weg, Baron de Vos van Steenwijkschool) Onderwijsgroep PRIMOvpr (De Driehoek, Obs Mildenburg, Obs Het

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij CBS De Vlinderboom

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij CBS De Vlinderboom RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij CBS De Vlinderboom Plaats : Pijnacker BRIN-nummer : 11YJ Onderzoeksnummer : 125122 Datum schoolbezoek : 14 Rapport vastgesteld te Zoetermeer

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Meerwegen Scholengroep, vestiging Corderius College VMBOGT

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Meerwegen Scholengroep, vestiging Corderius College VMBOGT RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK Meerwegen Scholengroep, vestiging Corderius College VMBOGT Plaats : Amersfoort BRIN nummer : 14RC C4 BRIN nummer : 14RC 04 VMBOGT Onderzoeksnummer : 275137 Datum

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. De Fontein

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. De Fontein RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK De Fontein Plaats : Krimpen aan den IJssel BRIN nummer : 20PN C1 Onderzoeksnummer : 251889 Datum onderzoek : 1 oktober 2013 Datum vaststelling : 4 december

Nadere informatie

Drentse Onderwijsmonitor

Drentse Onderwijsmonitor Drentse Onderwijsmonitor Feitenbladen Gemeente Kerncijfers uit de periode 2009-2014 Drentse Onderwijsmonitor 2014 Primair onderwijs Onlangs verscheen de 9 de editie van de Drentse Onderwijsmonitor. Dit

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool St.-Augustinus

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool St.-Augustinus RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool St.-Augustinus Plaats : Gaanderen BRIN-nummer : 03TR Onderzoeksnummer : 121818 Datum schoolbezoek : 24 februari 2011 Rapport

Nadere informatie

Jaarverslag 2014-2015 DE DELTA

Jaarverslag 2014-2015 DE DELTA Jaarverslag 2014-2015 DE DELTA VOORWOORD In dit verslag van obs de Delta treft u op schoolniveau een verslag aan van de ontwikkelingen in het afgelopen schooljaar in het kader van de onderwijskundige ontwikkelingen,

Nadere informatie

Het Almeerse basisonderwijs

Het Almeerse basisonderwijs dit is een LEA plus project -www.lea.almere.nl- -Dit is een LEA plus project-www.leaplusalmere.nl Het Almeerse basisonderwijs Monitor Taal, Lezen en Rekenen 2012/2013 Januari 2014 Gemeente Almere, Onderzoek

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP DE LEIDSE HOUTSCHOOL

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP DE LEIDSE HOUTSCHOOL RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP DE LEIDSE HOUTSCHOOL School : de Leidse Houtschool Plaats : Leiden BRIN-nummer : 17MJ Onderzoeksnummer : 113283 Datum schoolbezoek : 29 juni

Nadere informatie

SYLLABUS SECURITY AWARENESS WORKSHOP Personeel

SYLLABUS SECURITY AWARENESS WORKSHOP Personeel 3/10/2012 TRIO SMC SYLLABUS SECURITY AWARENESS WORKSHOP Personeel Pagina 1 van 9 Verantwoording 2012 Uniformboard te Vianen en 2012 Trio SMC te Almere. Copyright 2012 voor de cursusinhoud Trio SMC te Almere

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Anne Frankschool

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Anne Frankschool RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Anne Frankschool Plaats : Doesburg BRIN-nummer : 23ED Onderzoeksnummer : 123094 Datum schoolbezoek : 17 Rapport vastgesteld te Zwolle op

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Expertisecentrum Onderwijszorg (EOZ) bij het Expertisecentrum Onderwijs Zorg Bonaire

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Expertisecentrum Onderwijszorg (EOZ) bij het Expertisecentrum Onderwijs Zorg Bonaire RAPPORT VAN BEVINDINGEN Kwaliteitsonderzoek Expertisecentrum Onderwijszorg (EOZ) bij het Expertisecentrum Onderwijs Zorg Bonaire Plaats : Kralendijk, Bonaire Datum onderbezoek : 11 november 2015 Rapport

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool De Hoeve

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool De Hoeve RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool De Hoeve Plaats : Hoevelaken BRIN-nummer : 03OU Onderzoeksnummer : 124256 Datum schoolbezoek : 27 Rapport vastgesteld te Utrecht

Nadere informatie

Drentse Onderwijsmonitor

Drentse Onderwijsmonitor Drentse Onderwijsmonitor Feitenbladen Gemeente Midden- Kerncijfers uit de periode 2009-2014 Drentse Onderwijsmonitor 2014 Primair onderwijs Onlangs verscheen de 9 de editie van de Drentse Onderwijsmonitor.

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. de Teldersschool

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. de Teldersschool RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK de Teldersschool Plaats : Leiden BRIN nummer : 15KV C1 Onderzoeksnummer : 274471 Datum onderzoek : 24 maart 2014 Datum vaststelling : 2 juli 2014 Pagina 2 van

Nadere informatie

Onderwijskwaliteit? Dan moet u bij de schoolbesturen zijn...

Onderwijskwaliteit? Dan moet u bij de schoolbesturen zijn... Onderwijskwaliteit? Dan moet u bij de schoolbesturen zijn... Edith Hooge Hans van Dael Selma Janssen Rolvastheid en toch kunnen variëren in bestuursstijl Schoolbesturen in Nederland beschikken al decennia

Nadere informatie

Onderzoek naar de kwaliteitsverbetering bij. Christelijke Speciale basisschool De Branding

Onderzoek naar de kwaliteitsverbetering bij. Christelijke Speciale basisschool De Branding RAPPORT VAN BEVINDINGEN Onderzoek naar de kwaliteitsverbetering bij Christelijke Speciale basisschool De Branding Plaats : Spijkenisse BRIN-nummer : 23XL Onderzoeksnummer : 123530 Datum schoolbezoek :

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 3 93 Primair Onderwijs Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Rembrandt van Rijnschool

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Rembrandt van Rijnschool RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Rembrandt van Rijnschool Plaats : Zegveld BRIN-nummer : 11OC Onderzoeksnummer : 126629 Datum schoolbezoek : 22 juni 2012 Rapport vastgesteld

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij basisschool De Kreeke

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij basisschool De Kreeke RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij basisschool De Kreeke Plaats : Westdorpe BRIN-nummer : 06ZF Onderzoeksnummer : 123619 Datum schoolbezoek : 4 Rapport vastgesteld te Tilburg

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij PCB Westpunt

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij PCB Westpunt RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij PCB Westpunt Plaats : Hoogvliet Rotterdam BRIN-nummer : 10QX Onderzoeksnummer : 125093 Datum schoolbezoek : 7 Rapport vastgesteld te kantoor

Nadere informatie

Drentse Onderwijsmonitor

Drentse Onderwijsmonitor Drentse Onderwijsmonitor Feitenbladen Gemeente Emmen Kerncijfers uit de periode 2008-2013 Drentse Onderwijsmonitor 2013 Primair onderwijs Onlangs verscheen de 8ste editie van de Drentse Onderwijsmonitor.

Nadere informatie

De staat van het onderwijs, Onderwijsverslag 2012/2013; feiten en cijfers primair onderwijs op een rij

De staat van het onderwijs, Onderwijsverslag 2012/2013; feiten en cijfers primair onderwijs op een rij De staat van het onderwijs, Onderwijsverslag 2012/2013; feiten en cijfers primair onderwijs op een rij De inspectie verzorgt een zeer leesbaar en gedetailleerd rapport over de staat van het onderwijs.

Nadere informatie

Toelichting competenties

Toelichting competenties Toelichting competenties De vraag van dit onderzoek was of leerkrachten, intern begeleiders en schoolleiders die werken met nieuwkomers aanvullende of extra competenties nodig hebben bovenop de bekwaamheidseisen

Nadere informatie

Drentse Onderwijs monitor

Drentse Onderwijs monitor Drentse Onderwijs monitor Feitenbladen Gemeente Assen Kern cijfers uit de periode 2010-2015 OM_Assen-DEF.indd 1 18-05-16 11:13 Drentse Onderwijsmonitor 2015 Primair onderwijs Onlangs verscheen de 10 de

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP CHRISTELIJKE BASISSCHOOL DE POORT

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP CHRISTELIJKE BASISSCHOOL DE POORT RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP CHRISTELIJKE BASISSCHOOL DE POORT School : Christelijke Basisschool De Poort Plaats : Bleiswijk BRIN-nummer : 07XM Onderzoeksnummer : 116787

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN TUSSENTIJDS KWALITEITSONDERZOEK. Stephanus Basisschool

RAPPORT VAN BEVINDINGEN TUSSENTIJDS KWALITEITSONDERZOEK. Stephanus Basisschool RAPPORT VAN BEVINDINGEN TUSSENTIJDS KWALITEITSONDERZOEK Stephanus Basisschool Plaats : Rotterdam BRIN nummer : 05JC C1 Onderzoeksnummer : 270651 Datum onderzoek : 15 april 2014 Datum vaststelling : 25

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool 't Palet

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool 't Palet RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool 't Palet Plaats : Groenlo BRIN-nummer : 06CT Onderzoeksnummer : 125052 Datum schoolbezoek : 24 januari 2012 Datum vaststelling

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Twents Carmel College, locatie De Thij HAVO VWO

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Twents Carmel College, locatie De Thij HAVO VWO RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK Twents Carmel College, locatie De Thij HAVO VWO Plaats : Oldenzaal BRIN nummer : 05AV C2 BRIN nummer : 05AV 01 HAVO BRIN nummer : 05AV 01 VWO Onderzoeksnummer

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij obs 'Anne Frank'

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij obs 'Anne Frank' RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij obs 'Anne Frank' Plaats : Bunnik BRIN-nummer : 08GH Onderzoeksnummer : 125829 Datum schoolbezoek : 12 april Rapport vastgesteld te Utrecht

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Primair Onderwijs bij. de Watapanaschool

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Primair Onderwijs bij. de Watapanaschool RAPPORT VAN BEVINDINGEN Kwaliteitsonderzoek Primair Onderwijs bij de Watapanaschool Plaats : Rincon, Bonaire BRIN-nummer : 30GT Datum schoolbezoek : 15 oktober 2014 Rapport vastgesteld te Tilburg op 21

Nadere informatie

Onderzoeksnummer : 125048 Datum schoolbezoek : 27 maart 2012 Rapport vastgesteld te Zoetermeer op 25 april 2012.

Onderzoeksnummer : 125048 Datum schoolbezoek : 27 maart 2012 Rapport vastgesteld te Zoetermeer op 25 april 2012. RAPPORT VAN BEVINDINGEN Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij De Akkers Plaats : Rotterdam BRIN-nummer : 18TM Onderzoeksnummer : 125048 Datum schoolbezoek : 27 maart 2012 Rapport vastgesteld te Zoetermeer

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN TUSSENTIJDS KWALITEITSONDERZOEK. Het Baken Park Lyceum, afdeling vwo

RAPPORT VAN BEVINDINGEN TUSSENTIJDS KWALITEITSONDERZOEK. Het Baken Park Lyceum, afdeling vwo RAPPORT VAN BEVINDINGEN TUSSENTIJDS KWALITEITSONDERZOEK Het Baken Park Lyceum, afdeling vwo Plaats: Almere BRIN-nummer: 01FP-1 Registratienummer: 3195466 Onderzoek uitgevoerd op: 12 mei 2011 Conceptrapport

Nadere informatie

Onderzoek naar de kwaliteitsverbetering bij

Onderzoek naar de kwaliteitsverbetering bij RAPPORT VAN BEVINDINGEN Onderzoek naar de kwaliteitsverbetering bij o.b.s. "De Skâns" Plaats : Frieschepalen BRIN-nummer : 13EI Onderzoeksnummer : 123241 Datum schoolbezoek : 7 juli 2011 Rapport vastgesteld

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP DE SINT JOZEFSCHOOL

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP DE SINT JOZEFSCHOOL RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP DE SINT JOZEFSCHOOL School : De Sint Jozefschool Plaats : Schiedam BRIN-nummer : 11ZQ Onderzoeksnummer : 117297 Datum schoolbezoek : 21 september

Nadere informatie

SYLLABUS CURRICULUM VITAE & DIPLOMA WORKSHOP

SYLLABUS CURRICULUM VITAE & DIPLOMA WORKSHOP 12/10/2012 TRIO SMC SYLLABUS CURRICULUM VITAE & DIPLOMA WORKSHOP Pagina 1 van 10 Verantwoording 2012 Uniformboard te Vianen en 2012 Trio SMC te Almere. Copyright 2012 voor de cursusinhoud Trio SMC te Almere

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij basisschool De Schelf. : 's-gravendeel

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij basisschool De Schelf. : 's-gravendeel RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij basisschool De Schelf Plaats : 's-gravendeel BRIN-nummer : 09FD Onderzoeksnummer : 121208 Datum schoolbezoek : 18 Rapport vastgesteld te

Nadere informatie

Rapportage Eindresultaten Wat zijn de prestaties van onze scholen?

Rapportage Eindresultaten Wat zijn de prestaties van onze scholen? Rapportage Eindresultaten 2015 Wat zijn de prestaties van onze scholen? pagina 2 van 9 Inhoudsopgave 1 Inleiding pagina 3 2 Hoe normeert de inspectie? pagina 4 3 Werkwijze pagina 6 4 Resultaten pagina

Nadere informatie