SAMENLEVING EN TOEKOMST

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "SAMENLEVING EN TOEKOMST"

Transcriptie

1 SAMENLEVING EN TOEKOMST Politieke mobilisatie en nieuwe communicatietechnologie: een multilevel studie van de digital divide R e e k s S t e f a a n W a l g r a v e M a r c H o o g h e L a n c e B e n n e t t D i e t l i n d S t o l l e M e t m e d e w e r k i n g v a n J e r o e n V a n L a e r S a r a V i s s e r s R u u d W o u t e r s V a l é r i e - A n n e M a h é o C h r i s t i a n B r e u n i g POLITIQUE SCIENTIFIQUE FEDERALE FEDERAAL WETENSCHAPSBELEID

2 Politieke mobilisatie en nieuwe communicatietechnologie: een multilevel studie van de digital divide

3

4 SAMENLEVING EN TOEKOMST Politieke mobilisatie en nieuwe communicatietechnologie: een multilevel studie van de digital divide Stefaan Walgrave Marc Hooghe Lance Bennett Dietlind Stolle Met medewerking van Jeroen Van Laer Sara Vissers Ruud Wouters Valérie-Anne Mahéo Christian Breunig

5 Deze publicatie is het resultaat van het onderzoeksproject Intermob: politieke Mobilisatie en nieuwe communicatietechnologie: een multilevel studie van de digital divide dat gefinancierd werd door Federaal Wetenschapsbeleid in het kader van het programma Samenleving en Toekomst. Programmaverantwoordelijk: Margarida Freire in samenwerking met Aziz Naji, Zakia Khattabi, Lieve Van Daele en Sven Vrielinck. Het project werd uitgevoerd o.l.v. prof. S. Walgrave, Universiteit Antwerpen UIA Psychiatrisch Ziekenhuis Sint-Norbertus en M. Hooghe, Katholieke Universiteit Leuven. In dezelfde reeks verscheen eveneens: J. Bauwens, e.a., Cyberteens, cyberrisks, cybertools Tieners en ICT, risico s en opportuniteiten, Cyberteens, cyberrisks, cybertools - Les teenagers et les TIC, risques et opportunités, 2009 M. Easton, e.a., Multiple Community Policing: hoezo?, 2009 A. Henry, e.a., Economie plurielle et régulation publique. Le quasi marché des titres-services en Belgique, 2009 M. Martiniello, e.a., Nouvelles migrations et nouveaux migrants en Belgique. Nieuwe Migraties en Nieuwe Migranten in België, 2010 De inhoud van de teksten valt onder de verantwoordelijkheid van de auteurs. Academia Press Eekhout 2, 9000 Gent Tel. 09/ Fax 09/ J. Story-Scientia nv Wetenschappelijke Boekhandel Sint-Kwintensberg 87, B-9000 Gent Tel. 09/ Fax 09/ Stefaan Walgrave, Marc Hooghe, Lance Bennett, Dietlind Stolle Politieke mobilisatie en nieuwe communicatietechnologie: een multilevel studie van de digital divide Gent, Academia Press, 2010, iv pp. Opmaak: proxess.be ISBN D/2010/4804/78 U 1409 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of vermenigvuldigd door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

6 I NHOUDSTAFEL Hoofdstuk 1. Inleiding: Van de ene digitale kloof naar de andere Marc Hooghe & Stefaan Walgrave Hoofdstuk 2. Ongelijkheden in het internetgebruik in België Marc Hooghe & Sara Vissers 1. Inleiding Digitale kloof of digitale differentiatie? Sociale ongelijkheden in het persoonlijke internetgebruik Ongelijkheden in internettoepassingen en politiek internetgebruik Internettoepassingen en politiek participatie: een multivariate analyse Besluit Hoofdstuk 3. Netwerken tussen activisten, diverse engagementen en de rol van het internet Stefaan Walgrave, Lance Bennett, Jeroen Van Laer & Christian Breunig 1. Inleiding Sociale bewegingen en diverse engagementen: het potentieel van ICT om netwerken te overbruggen Data, methodologie en operationalisering van de belangrijkste concepten Wat is de impact van ICT op het hebben van diverse engagementen? Conclusie Hoofdstuk 4. Ruud Wouters De impact van ICT op het interne functioneren van een netwerk van organisaties Inleiding De Schone Kleren Campagne ontrafeld Een inleiding tot de Schone Kleren Campagne De Schone Kleren Campagne als een netwerk van organisaties De geëigendheid van e-communicatie voor netwerkstructuren Over de predestinatie van bepaalde organisatietypes voor ICT De Vakbondsafdelingen De niet-vakbondsafdelingen: WS, FOS en NBV De Schone Kleren Campagne en ICT De hartslag van de Schone Kleren Campagne De Schone Kleren Campagne als een spinnenweb? i

7 INHOUDSTAFEL 4.3. Het belang van face-to-face communicatie binnen de stuurgroep Over Schone Kleren binnen de lidorganisaties Schone Kleren Wallonië: la campagne Vêtements Propres Besluit Hoofdstuk 5. Politiek internetgebruik tijdens de verkiezingscampagne van 2006 in België Sara Vissers & Marc Hooghe 1. Inleiding Media en Politiek Zelfselectie en groepspolarisering Data en methoden Resultaten Wie bezoekt de websites van politieke partijen? Partijwebsites als campagne-instrument Redenen voor het bezoeken van partijwebsites Preken voor de eigen kerk? Conclusie Hoofdstuk 6. Het potentieel van politieke mobilisatie: een experiment over internet en face-to-face mobilisatie Marc Hooghe, Sara Vissers, Valérie-Anne Mahéo & Dietlind Stolle 1. Inleiding De opkomst van internet mobilisatie Onderzoeksdesign Pre- en Post-test Respondenten Experimentele manipulaties Rekrutering Onderzoeksprotocol Uitval Afhankelijke variabelen Kennis over de opwarming van de aarde Belang van het onderwerp (issue salience) Participatie met betrekking tot de opwarming van de aarde Analysemethoden Resultaten Kennis over de opwarming van de aarde Belang van de klimaatsveranderingproblematiek Participatie met betrekking tot de opwarming van de aarde ii

8 INHOUDSTAFEL 6. Discussie Hoofdstuk 7. Jeroen Van Laer Internationale coördinatie van wereldwijd protest en de impact van veranderende communicatietechnologieën Inleiding Theoretisch kader en hypotheses Drempels voor internationale samenwerking en de impact van internet Hypotheses over de impact van internet op de internationale werking Analyse De rakettenstrijd en het protest tegen de nucleaire wapenwedloop ( ) De Golfcrisis van : Stop the War The World Says No to War : de antioorlogsbetogingen van 15 februari Discussie en conclusie Hoofdstuk 8. E-democratie in België en Canada Ruud Wouters & Dietlind Stolle 1. Inleiding De conceptuele vaagheid van een veld E-government E-democratie Een dominante zakelijke aanpak Van E-government naar E-democratie? Een kader voor e-consultaties Canada Introductie tot het e-governance beleid De stakeholders E-consultatie in de praktijk: het federale niveau E-consultatie in de praktijk: het provinciale niveau België Introductie tot het e-governance beleid De stakeholders E-consultatie in de praktijk: het federale niveau E-consultatie in de praktijk: het Vlaamse niveau E-consultatie in de praktijk: het Waals Gewest Conclusie iii

9 INHOUDSTAFEL Hoofdstuk 9. Algemeen besluit: meer maar zwakkere netwerken Stefaan Walgrave & Marc Hooghe Referenties Appendix iv

10 Hoofdstuk 1 INLEIDING: VAN DE ENE DIGITALE KLOOF NAAR DE ANDERE Marc Hooghe & Stefaan Walgrave De introductie van elke nieuwe communicatietechnologie zorgt telkens opnieuw voor hooggespannen verwachtingen. Men gaat er vaak van uit dat de toegenomen communicatiemogelijkheden zullen leiden tot meer informatie-uitwisseling, wat ook een effect zal hebben op het functioneren van samenleving en politiek systeem. Die verwachting is niet helemaal ongegrond, zo blijkt uit diverse historische voorbeelden. Op het einde van de 18de eeuw zorgden de boekdrukkunst en de literaire kringen er voor dat het pre-revolutionaire gedachtegoed zich in een mum van tijd doorheen Frankrijk verspreidde (Darnton 1982). Vanaf het midden van de 20ste eeuw zorgde de opkomst van de televisie voor een revolutionaire verschuiving op het vlak van politieke communicatie. De fundamentele vraag die we hier proberen te beantwoorden, is of de ICT-revolutie, zoals we die het afgelopen decennium hebben meegemaakt, op een gelijkaardige manier een effect heeft of zal hebben op de aard van de politieke participatie en mobilisatie? Als we de internationale theoretische literatuur overlopen, dan zien we twee grote stromingen in de studie van de politieke en maatschappelijke gevolgen van Internet. Aan de ene kant hebben we de Internetoptimisten. Zeker in de tweede helft van de jaren negentig was de verwachting dat Internet zou zorgen voor een grotere democratisering van de samenleving. Internet kan immers als gevolg hebben dat iedereen met elkaar in contact kan komen, en dat er veel meer mogelijkheden tot interactie worden geboden. Ook gewone burgers kunnen zonder veel omwegen hun mening laten weten aan een president of een andere gezagsdrager. Discussiefora kunnen leiden tot vrije uitwisselingen van ideeën en opvattingen, zonder enige politieke of maatschappelijke barrière. Fysieke belemmeringen voor vrije politieke communicatie worden zonder meer opgeheven door het nieuwe medium: iedereen kan op gelijk welk moment toegang krijgen tot alle mogelijke informatie. Over de hele wereld zijn er nog slechts enkele dictatoriale stelsels die het Internet proberen te censureren, maar het overgrote deel van de 1

11 HOOFDSTUK 1 wereldbevolking heeft in principe vrije toegang tot alle mogelijke informatie. Tegenover deze optimistische visie werden al dadelijk verschillende empirische argumenten ingebracht. Om te beginnen blijft er het feit dat niet iedereen toegang heeft tot de nieuwe technologieën: tegelijk met het Internet werd ook de bezorgdheid over de digital divide of de digitale kloof geboren. Zeker in de aanvangsjaren ging de aandacht daarbij vooral uit naar de fysieke toegang tot het Internet: niet iedereen had immers de middelen om zich toegang te verschaffen tot het Internet. In een bijzonder snel tempo zijn die barrières echter weggevallen, en de verspreiding van het nieuwe medium is buitengewoon snel gegaan. In het begin van de 20ste eeuw gingen er nog enkele decennia overheen voordat de meerderheid van de gezinnen een radiotoestel in huis had; tussen 1953 en 1970 waren er bijna twee decennia nodig om een gelijkaardige evolutie te bewerkstelligen voor het televisietoestel. Tegenwoordig zien we dat het minder dan een decennium heeft geduurd voordat het Internet beschikbaar is geworden voor een meerderheid van de Belgische gezinnen. Dat betekent niet dat het concept van de digital divide volledig overboord kan worden gegooid. Op wereldschaal blijft er wel degelijk een grote digitale kloof bestaan. Recente schattingen gaan er van uit dat ook nu nog niet meer dan vijf procent van de bevolking van Afrika toegang heeft tot het Internet. Op het ogenblik dat steeds meer internationale organisaties hun documenten enkel nog via Internet verspreiden, blijft dat een prangend maatschappelijk probleem. Maar ook binnen de industrielanden is er nog sprake van een digitale kloof: de meerderheid van de bevolking mag er dan al toegang hebben tot Internet, de manier waarop het nieuwe medium wordt gebruikt, kan drastisch verschillen. Voor sommige bevolkingsgroepen is het nieuwe medium niet meer dan een speeltje, waarlangs muziekbestanden of videogames worden uitgewisseld. Andere maatschappelijke groepen gebruiken ICT daarentegen voor het opzoeken van informatie, het verrichten van bankzaken, het bestellen van boeken of het afhandelen van transacties met de overheid. In de literatuur heeft men het dan over een deepening divide (Van Dijk 2005): ook al zou iedereen toegang hebben tot het Internet, dan nog zullen sommige groepen de ICT-toepassingen gebruiken om meer informatie op te doen, terwijl anderen 2

12 INLEIDING: VAN DE ENE DIGITALE KLOOF NAAR DE ANDERE het medium vooral omwille van de ontspanningsfunctie zullen gebruiken. De afgelopen jaren is het debat over de mogelijke maatschappelijke gevolgen van de ICT-revolutie met een ongehoorde felheid verlopen, met scherpe confrontaties tussen de optimistische en de meer pessimistische auteurs. Men zou het in dit verband zelfs kunnen hebben over een strijd tussen de believers en de disbelievers in de democratische mogelijkheden van het Internet. Het was de bedoeling van dit onderzoeksproject om op basis van zorgvuldig empirisch onderzoek meer gegronde uitspraken te kunnen doen over het vermeende democratiserend potentiëel van Internet. Daarbij hebben we vooral gekeken naar de effecten van ICT op diverse vormen van politieke participatie. We doen dat, omdat participatie beschouwd kan worden als de hoeksteen van een democratische samenleving. Burgers hebben het recht hun mening te geven over het te voeren beleid en ze beschikken over allerlei instrumenten om die mening ook kracht bij te zetten. Een fundamenteel kenmerk van democratische samenlevingen is dat burgers ook volop gebruik maken van die mogelijkheid. Een hoog niveau van politieke participatie zorgt er voor dat politici gedwongen worden te reageren op de verzuchtingen van de publieke opinie, en bovendien moeten ze zich ook steeds verantwoorden voor de beslissingen die ze genomen hebben. Een weinig alerte publieke opinie, daarentegen, kan beschouwd worden als een soort vrijbrief aan de politieke elite (Rosanvallon 2006). De normatieve assumptie die impliciet ten grondslag ligt aan dit onderzoek is dat meer politieke participatie over het algemeen een nastrevenswaardig doel vormt in onze samenleving. Bovendien gaan we er van uit dat alle maatschappelijke groepen in principe toegang zouden moeten hebben tot de diverse mogelijkheden van politieke participatie, zonder structurele uitsluitingsmechanismen. De kernvraag van ons onderzoek is dan ook na te gaan welke invloed de introductie van ICTs heeft op zowel het niveau als de verspreiding van politieke participatie in de Belgische samenleving. Ook voor deze specifieke onderzoeksvraag kunnen we een kamp van optimisten onderscheiden van een kamp van pessimistische auteurs (Uslaner 2004). De meeste auteurs gingen daarbij uit van een optimistisch scenario: men ging er van uit dat er door het internet meer interactie tussen het politiek systeem en de bevolking zou mogelijk worden (Davis en Owen 3

13 HOOFDSTUK ). Sommige auteurs stelden zelfs dat het oude ideaal van de directe democratie nu eindelijk technologisch mogelijk gemaakt zou worden door de opkomst van nieuwe communicatiemiddelen. In de meer recente literatuur vinden we echter vooral twijfels terug over het democratische potentieel van internet (Margolis en Resnick 2000; Ward, Gibson en Lusoli 2003). Een aantal auteurs stellen nu dat Internet vooral zal leiden tot het versterken van reeds bestaande ongelijkheden, zowel met betrekking tot de toegang tot het medium, als met betrekking tot de mogelijkheden voor grote, geïnstitutionaliseerde actoren om de inhoud van websites en electronisch verkeer te domineren. Het wetenschappelijke debat is nu in volle gang: terwijl sommigen geloven dat Internet zal leiden tot de mobilisatie van nieuwe bevolkingsgroepen ( mobilisatie-these ), stellen anderen met evenveel zekerheid dat Internet enkel zal leiden tot het versterken van ongelijkheden ( versterkings-these ). Een specifiek kenmerk van het huidige onderzoek is dat we er rekening mee houden dat participatie en mobilisatie altijd ingebed zijn in een specifieke context. Men kan onmogelijk participatie op een adequate wijze bestuderen indien men uitgaat van een atomaire visie op het individu, dat op eigen houtje zou beslissen zijn mening te kennen te geven aan de politieke besluitvormers. Er bestaat een lange traditie binnen het politiek-sociologisch onderzoek dat er op wijst dat meso- en macrodeterminanten van politieke participatie van cruciaal belang zijn. Participatie is vaak een gevolg van mobilisatie: organisaties roepen individuele burgers op deel te nemen aan concrete acties en campagnes. De rol van sociale bewegingen is dan ook cruciaal als we het voorkomen van politieke participatie willen nagaan (Walgrave 1994). Bovendien zullen de mobilisatie- en participatiekansen in sterke mate afhangen van de globale politieke en maatschappelijke contexten: politieke participatie is gemakkelijker in een open politieke context met veel mogelijkheden tot interactie dan in een gesloten politieke context (Hooghe 1994). Als we iets zinvols willen zeggen over politieke participatie, dan zullen we het dus ook over het meso-niveau (organisaties) en het macro-niveau (politieke context) moeten hebben, en daarom hebben we in dit onderzoek resoluut gekozen voor een multi-level benadering van de studie van de impact van ICTs op politieke participatie. Op het micro-niveau blijft de vraag daarbij wie er specifiek gebruik maakt van ICT-toepassingen. Op het meso-niveau wordt de vraag of 4

14 INLEIDING: VAN DE ENE DIGITALE KLOOF NAAR DE ANDERE organisaties die over minder middelen beschikken, meer mobilisatiemogelijkheden kunnen ontwikkelen als gevolg van de relatief lage kostprijs van ICT-aanwezigheid. De tegenovergestelde hypothese is hier dat het uitbouwen van een attractieve en afwisselende website juist wel een belangrijke inspanning vergt, zodat de rijkere organisaties hier een competitief voordeel genieten. Ook op het niveau van de organisaties kunnen we met andere woorden zowel met een versterkings- als met een mobilisatietrend te maken hebben. Ook op het macro-niveau kan het democratische potentieel van Internet problematisch zijn. In de meeste studies wordt er, al dan niet impliciet, van uitgegaan dat het medium waarlangs burgers hun voorkeuren uiten, geen invloed heeft op de uiteindelijke effectiviteit van het participatiegedrag. Men zou echter van de veronderstelling kunnen uitgaan dat beleidsverantwoordelijken minder aandacht zullen besteden aan boodschappen die relatief weinig inspanning kosten van de verzender, zoals bijvoorbeeld het doorsturen van een internet-petitie. Daarom is het belangrijk om ook aandacht te besteden aan de manier waarop overheden en overheidsinstanties omgaan met de informatie die hen door burgers wordt bezorgd via het gebruik van ICT. De centrale doelstelling van dit project is tot een meeromvattende inschatting te komen van het democratische potentieel van Internet, door zowel micro- (individuele gebruiker), meso- (organisaties), als macro- (politiek systeem) perspectieven in het onderzoek op te nemen. Dit onderzoek vertrekt vanuit de Belgische context, maar het leek ons belangrijk de Belgische ervaring waar mogelijk en relevant te vergelijken met internationale voorbeelden. Een dergelijke comparatieve benadering versterkt immers de validiteit van de waarneming. Daarbij richten we ons specifiek op de situatie in de Verenigde Staten en in Canada. Onderzoeksteams uit beide landen (resp. prof. Lance Bennett van Washington University in Seattle en prof. Dietlind Stolle van McGill University in Montreal) hebben trouwens ook bijgedragen aan dit onderzoeksproject. De Verenigde Staten vormen een bijzonder interessante vergelijkingsbasis, omdat het gebruik van ICT voor politieke communicatie daar bijzonder ver gevorderd is. We kunnen hier bijvoorbeeld verwijzen naar de manier waarop president Barack Obama in 2008 alle mogelijke Internet-toepassingen heeft aangewend in zijn verkiezingscampagne. Zelfs zijn campagne-financiering berustte voor een flink stuk op kleine donaties die via het Internet werden verza- 5

15 HOOFDSTUK 1 meld. Ook theoretisch is de samenwerking met de Verenigde Staten veelbelovend, omdat met name Lance Bennett de afgelopen jaren baanbrekend onderzoek heeft verricht naar de integratie van nieuwe communicatiemiddelen in het algemene participatie-onderzoek. Canada vormt dan weer een goede vergelijkingsbasis omdat dit land een zeer goede reputatie geniet of het vlak van e-government, en daardoor als een benchmark kan functioneren. Diverse internationale rankings geven aan dat de Canadese overheid bijzonder goed scoort op het vlak van het uitbouwen van diverse e-government-initiatieven. Als we ons enkel tot de Belgische case zouden beperken, dan zouden we het verwijt kunnen krijgen dat onze conclusies mede berusten op het feit dat de Belgische overheid op een aantal vlakken achterop loopt met het implementeren van e-government-toepassingen. De vergelijking met Canada maakt het voor ons mogelijk meer algemeen geldende uitspraken te doen, die ook geldig zijn voor een context waar een sterke e- government-infrastructuur aanwezig is. Het huidige onderzoek is dus innoverend, zowel omwille van zijn multilevel-benadering, als omwille van dit comparatieve aspect. Dit onderzoeksdesign laat ons toe drie deelvragen te beantwoorden: 1. (micro-niveau): versterkt ICT de bestaande ongelijkheden wat betreft politieke participatie? 2. (meso-niveau): krijgen kleinere organisaties minder of meer kansen voor mobilisatie door de introductie van ICT? 3. (macro-niveau): welke impact heeft ICT op het uiteindelijke resultaat van politieke participatie? De eerste vraag peilt vooral naar de mate waarin alle bevolkingsgroepen in gelijke mate gebruik (kunnen) maken van ICT-toepassingen. Het onderzoek naar de digital divide wijst er op dat vooral vrouwen, ouderen en lagergeschoolden hierin ondervertegenwoordigd zijn (Norris 2001). De meest recente data wijzen er bovendien op dat met name oudere bevolkingsgroepen slechts zeer langzaam hun eerste stappen zetten in het Internet-tijdperk.Latere studies tonen aan dat deze kloof weliswaar verkleind is, maar zeker niet verdwenen, in elk geval niet als we de intensiteit van het gebruik mee in de analyse betrekken (Mossberger, Tolbert en Stansbury 2003). Gebruik van ICT-toepassingen voor politieke participatie zou daardoor juist kunnen leiden tot een versterking van de ongelijkheden, eerder dan tot een reductie van deze ongelijkheid. 6

16 INLEIDING: VAN DE ENE DIGITALE KLOOF NAAR DE ANDERE De tweede vraag is ontleend aan het onderzoek over de gevolgen van ICT voor sociale bewegingen (van de Donk, Loader, Nixon en Rucht 2004). In sommige gevallen kan het gebruik van ICT inderdaad leiden tot een lagere financiële drempel voor organisaties die een ruim publiek wensen te bereiken. De introductie van ICT zal echter niet dezelfde impact hebben voor alle soorten bewegingen en organisaties. Zeker voor sociale bewegingen, die over het algemeen een sterk netwerk-karakter hebben (Diani en McAdam 2003), lijkt het gebruik van ICT daarom bijzonder aanlokkelijk. In het bijzonder allerlei vormen van internationale coördinatie en mobilisatie zouden in principe gemakkelijker moeten worden door het gebruik van ICT (Norris, Walgrave en Van Aelst 2005; Van Aelst en Walgrave 2004). Terug rijst hier echter de vraag in hoeverre kleine organisaties over de nodige middelen beschikken om nog een volwaardige rol te kunnen spelen in deze technologische netwerkvorming. De derde vraag behandelt de uiteindelijke politieke impact van politieke participatie en mobilisatie. Krijgen participatie-boodschappen die met behulp van ICT worden doorgezonden, evenveel aandacht en weerklank als boodschappen die via traditionele weg worden overgemaakt? Overheden worden uiteraard bestookt door allerlei vormen van communicatie en belangenaggregatie. Ze ontwikkelen echter ook procedures om deze informatie te stroomlijnen en de vraag is daarbij op welke manier wordt omgegaan met informatie die gebruik maakt van ICT. We stellen hier met andere woorden de vraag hoe democratisch het back office van allerlei vormen van e-government in de praktijk functioneert. De drie deelvragen van het onderzoek komen aan bod in de diverse hoofdstukken van dit boek. Marc Hooghe en Sara Vissers beginnen met een blik op de individuele gebruiker in het hoofdstuk over ongelijkheden in het politieke Internetgebruik in België. Op basis van surveydata schetsen ze een beeld van de snelle verspreiding van het nieuwe medium in de Belgische samenleving. Het onderzoek gaat echter nog een stap verder door niet alleen na te gaan of mensen toegang hebben tot het internet, maar ook de vraag te stellen wat ze precies doen op het Internet. Op die manier kan nagegaan worden of de deepening dividethese inderdaad klopt: ook al zou iedereen volop toegang krijgen tot het Internet, dan nog gaan sommige groepen binnen de samenleving daar op een meer effectieve wijze gebruik van maken dan andere groe- 7

17 HOOFDSTUK 1 pen, waardoor bestaande ongelijkheden nog kunnen versterkt worden. Het Belgisch cijfermateriaal wordt daarbij in een bredere context geplaatst door een vergelijking te maken met andere Europese landen die deelnamen aan de European Social Survey (ESS). In dit hoofdstuk wordt ook specifiek aandacht besteed aan het Internetgebruik bij Belgische jongeren (zowel Franstalig and Nederlandstalig), omdat we er kunnen van uitgaan dat in het bijzonder deze jonge leeftijdsgroep volop gebruik zal maken van het medium. In een volgend hoofdstuk zetten Stefaan Walgrave, Lance Bennett, Jeroen Van Laer en Christian Breunig de stap naar het mesoniveau. De centrale vraag in dit hoofdstuk is in hoeverre deelnemers aan protestactiviteiten ingebed zijn in mobiliserende netwerken. Ze bouwen hiermee voort op een eerdere theoretische benadering in het werk van Lance Bennett, die stelt dat het Internet participanten in staat stelt diverse mobiliseerbare politieke identiteiten te construeren. Door de nieuwe communicatietechnologie wordt het immers mogelijk verschillende thema s tegelijk op de voet te volgen, en indien nodig in een van deze campagnes te participeren. De auteurs maken gebruik van surveymateriaal bij deelnemers aan een aantal protestdemonstraties om na te gaan of het inderdaad zo is dat de ICT-gebruikers meer politieke thema s volgen dan diegenen die op meer traditionele netwerken een beroep doen. Hoewel dit onderzoek nog steeds uitgaat van individuele surveydata, komen hier ook de organisaties nadrukkelijk in beeld: op welke manier kunnen zij het Internet gebruiken om potentiële deelnemers te bereiken? En vooral: zijn organisaties nog steeds onnmisbaar als mobilisatie-instrumenten, of kan die rol overgenomen worden door (electronische) netwerken van individuen? Ruud Wouters gaat in zijn hoofdstuk door op het niveau van de organisaties. Grote campagnes berusten immers vaak op een samenwerkingsverband tussen verschillende sociale bewegingsorganisaties. Dat was in het verleden al zo, en dit verschijnsel is de afgelopen jaren steeds intensiever geworden. De vraag is echter in hoeverre ICT-toepassingen dit soort campagnes gemakkelijk maken. Het is niet langer noodzakelijk dat campagne-organisatoren elkaar face-to-face zien en brieven worden er allicht ook niet meer geschreven. Maar betekent dit dat grote en rijke organisaties, die zich een goede ICT-infrastructuur kunnen veroorloven, meer mobilisatiekansen krijgen dan kleine organisaties? Bovendien kan men de vraag ook omkeren: welke invloed heeft de introduc- 8

18 INLEIDING: VAN DE ENE DIGITALE KLOOF NAAR DE ANDERE tie van ICT op de organisatiestructuur zelf? Internet-technologie laat immers een heel open en interactieve vorm van communicatie toe, die in principe haaks staat op het gesloten en hiërarchische organisatiestructuur. Aan de hand van de case van de Schone Kleren Campagne, die ijvert voor betere arbeidsvoorwaarden in de internationale textielindustrie, gaat Wouters na of het gebruik van ICT inderdaad heeft bijgedragen tot andere organisatie- en mobilisatiestructuren. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de rol van de grote, klassieke sociale bewegingen en de kleinere actiegroepen die deel uitmaken van deze campagne. Sara Vissers en Marc Hooghe gaan vervolgens in op een heel specifiek thema: het gebruik van Internet tijdens verkiezingscampagnes. Niet alleen in België, maar in zowat de hele westerse wereld, doen politici in toenemende mate een beroep op het Internet in het kader van hun electorale campagnes. Diverse onderzoekers gingen reeds eerder na welk soort informatie daarbij wordt verspreid en welke technologie daarbij wordt gebruikt. Maar we weten minder over de gebruikers van die campagne-websites. Zijn dit vooral overtuigde partijleden die verdere informatie opzoeken over hun eigen partij, of zijn dit onbesliste kiezers die rondkijken om na te gaan welke partij het best aansluit bij hun eigen voorkeuren? In het eerste geval kunnen we stellen dat het Internet enkel zou bijdragen tot segregatie (men komt immers enkel in contact met de informatie van de partij waarvoor men toch al zal gaan stemmen), in het tweede geval leidt Internet tot een meer open vorm van communicatie (men gaat de informatie raadplegen van alle partijen, ook van kleine organisaties). Vissers en Hooghe hebben hiervoor een enquête uitgevoerd bij bezoekers van partijwebsites, zowel in Franstalig als in Nederlandstalig België en de resultaten hiervan worden in dit hoofdstuk samengevat. Een aantal auteurs hebben zich in het verleden eerder sceptisch uitgelaten over de mogelijkheden van Internet. Hun stelling is dat het nieuwe medium uiteraard wel leidt tot allerlei nieuwe vormen van communicatie, maar dat die netwerken in de praktijk niet zo veel voorstellen. Het gaat volgens hen om een zeer oppervlakkige vorm van communicatie en informatie-uitwisseling die geen blijvende gevolgen heeft. In een reeks experimenten gaan Marc Hooghe, Sara Vissers, Valérie-Anne Mahéo en Dietlind Stolle na of dit argument correct is. Proefpersonen in zowel België als Canada kregen informatie over de opwarming van 9

19 HOOFDSTUK 1 het klimaat op aarde en over concrete stappen die men kan zetten om die opwarming te voorkomen. Een gedeelte van de proefpersonen kreeg deze informatie aangereikt via een website, een deel via meer traditionele mobilisatiekanalen (een face-to-face voordracht of een rollenspel). De onderzoekers gingen vervolgens na in hoeverre het gebruik van de verschillende communicatie-instrumenten een effect had op de kennis, de attitudes en de participatiebereidheid van de proefpersonen. Uiteraard wordt bij deze experimenten ook telkens gebruik gemaakt van een controlegroep die helemaal andere informatie kreeg die geen verband hield met het thema. Ook Jeroen van Laer maakt in het volgende hoofdstuk een heel expliciete vergelijking tussen Internet en andere media. De afgelopen jaren is er steeds meer sprake van globale vormen van protest, die tegelijk worden georganiseerd in verschillende landen. Uiteraard vergt een dergelijke campagne een doorgedreven vorm van communicatie tussen de verschillende nationale organisaties. Van Laer maakt een vergelijking tussen het vredesprotest in de jaren tachtig van de vorige eeuw (toen nog zonder Internet) en het protest in 2003 tegen het begin van de oorlog in Irak. Meer specifiek is de vraag daarbij of internationale coördinatie van protest nu gemakkelijker verloopt dan twintig jaar geleden. Ook hier is de ongelijkheidsvraag echter nadrukkelijk aanwezig. Laagdrempelige vormen van internationale netwerk-vorming maken het in principe gemakkelijker dat ook kleine organisaties kunnen deelnemen aan internationale campagnes. Meer technologische vormen van coördinatie zouden kunnen functioneren als een uitsluitingsmechanisme, als kleinere groepen niet de middelen hebben om hieraan volop deel te nemen. De vergelijking met het eerdere protest uit de jaren tachtig maakt het hier mogelijk adequaat de invloed van Internet op te sporen: de internationale vredesbeweging heeft immers altijd al heel intensief samengewerkt, en de belangrijkste innovatie van het afgelopen decennium is effectief de inbreng van ICT-middelen in dit internationale coördinatieproces. Ruud Wouters en Dietlind Stolle, ten slotte, belichten het macro-perspectief in hun vergelijking van e-governance praktijken in Canada en België. Zij gaan meer specifiek na welke rol e-governance speelt in de beleidscyclus en op welke manier de Canadese en de Belgische overheid omgaan met de informatie die hen via e-government en andere electronische communicatie-vormen bereikt. De democratiseringsvraag 10

20 INLEIDING: VAN DE ENE DIGITALE KLOOF NAAR DE ANDERE staat ook in dit hoofdstuk centraal: in hoeverre laten ICTs toe dat burgers meer inspraak krijgen in het te voeren beleid, of betekent dit gewoon een extra-methode om het beleid van overheidsorganisaties te implementeren? De vergelijking met Canada in dit hoofdstuk laat ook toe de Belgische praktijk te toetsen aan de ervaring van een land met een gevorderd beleid inzake e-government. In het slothoofdstuk verbinden Stefaan Walgrave en Marc Hooghe de draden van de verschillende hoofdstukken opnieuw met elkaar. Centraal daarbij staan uiteraard de drie vragen die we in deze inleiding hebben opgeworpen: in hoeverre draagt Internet bij tot een democratisering van de politieke participatie, zowel op het niveau van het individu, de organisatie als het politieke systeem in het algemeen. Dit boek vormt het eindverslag van een driejarig onderzoeksproject ( ) dat werd opgezet door het Federaal Wetenschapsbeleid, in het kader van het programma Samenleving en Toekomst. We danken uiteraard het Federaal Wetenschapsbeleid, dat dit onderzoek heeft mogelijk gemaakt en in het bijzonder Sven Vrielinck en Zakia Khattabi die dit onderzoek op een efficiënte en aangename manier hebben begeleid. De leden van het begeleidingscomité gaven ons zeer waardevolle input en hielpen ons ook bij het preciseren van de onderzoeksvragen. Onderzoek als dit is enkel mogelijk dankzij de medewerking van een groot aantal personen, en we willen dan ook een woord van dank uitspreken aan alle respondenten, verantwoordelijken van sociale bewegingen en politieke partijen, beleidsverantwoordelijken en de proefpersonen in de experimenten die mee hebben gewerkt aan dit onderzoek. Antwerpen/Leuven, 1 maart

21

22 Hoofdstuk 2 ONGELIJKHEDEN IN HET INTERNETGEBRUIK IN BELGIË Marc Hooghe & Sara Vissers 1. Inleiding Naarmate internettoepassingen een steeds belangrijkere rol gaan spelen in het politieke en maatschappelijke gebeuren, wordt de vraag naar de democratische spreiding van de toegang tot dit medium ook steeds acuter. Om maar één voorbeeld te noemen: nu het Belgische Staatsblad niet langer op papier verschijnt, maar enkel op het internet ter beschikking is, rijst uiteraard de vraag hoe personen die geen toegang hebben tot een internetaansluiting nog kunnen verondersteld worden de wet te kennen. In de wetenschappelijke literatuur heeft men het in dit verband over de digital divide: de kloof tussen diegenen die wel mee zijn met alle nieuwe ICT-ontwikkelingen en de achterblijvers die verstoken blijven van deze nieuwe ontwikkelingen (Guillén en Suaréz 2005; Howard en Jones 2004; Norris 2001). Pippa Norris (2001) onderscheidt drie deelelementen binnen de digital divide. De global divide, refereert naar de ongelijkheid in internettoegang tussen de geïndustrialiseerde en de ontwikkelingslanden. De social divide bekijkt de kloof binnen elk land, voornamelijk op basis van socio-economische achtergrond. Tenslotte is er de democratic divide, die binnen de online-gemeenschap kijkt naar wie al dan niet internet gebruikt om te mobiliseren en te participeren aan het publieke leven. Hier zullen we ons vooral richten op deze tweede en de derde vorm van ongelijkheid: de sociale en democratische kloof. Het beschikbare materiaal toont aan dat gebruikers van internet zeker geen dwarsdoorsnede vormen van de totale bevolking, maar integendeel sterk afwijken met betrekking tot leeftijd, opleidingsniveau, socio-economische status en geslacht (Sparrow en Curtice 2004). Op basis van bestaand surveymateriaal voor België en voor Europa gaan we na in hoeverre er de afgelopen jaren sprake is van een democratisering van de toegang tot het internet. In de theoretische literatuur over deze vraag kunnen we twee verschillende stromingen onderscheiden. De meer optimistische visie gaat er van uit dat het internet ervoor zorgt dat meer mensen toegang krijgen tot alle moge- 13

23 HOOFDSTUK 2 lijke vormen van informatie, waardoor er de facto sprake is van een democratisering van het communicatieproces. De pessimistische visie wijst er op dat technologische vooruitgang kan leiden tot een concentratiebeweging, waardoor de controle over de inhoud van wat er op het internet wordt aangeboden bij een zeer beperkt aantal actoren komt te liggen. De bestaande literatuur omtrent de digitale kloof geeft aan dat er sterke verschillen bestaan in het internetgebruik op het vlak van scholingsniveau, leeftijd, geslacht, inkomensniveau en etniciteit. Lager opgeleiden, vrouwen, zestigplussers, personen in huishoudens met een laag inkomen en etnische minderheden zijn duidelijk ondervertegenwoordigd. Zo blijkt dat de toegang tot internet de traditionele breuklijnen van de sociale stratificatie volgt (Hargittai 2004; Middleton en Sorensen 2005; Steyaert en De Haan 2001; Van Dijk, De Haan en Rijken 2000). De belangrijkste bezorgdheid omtrent de digital divide is dat de informatiearmen verder worden gemarginaliseerd en dit in een samenleving waar computervaardigheden en internet steeds meer onmisbaar worden voor economisch succes, persoonlijke ontwikkeling, een goede job, onderwijsmogelijkheden, toegang tot sociale netwerken en mogelijkheden voor sociaal engagement. De vraag die echter hier moet gesteld worden is, of er hier van blijvende ongelijkheid sprake is. De meer pessimistische diffusietheorie stelt dat in het gebruik en het aanleren van de nieuwe ICT de bestaande ongelijkheden worden bestendigd en nog verder worden versterkt. De verschillen in internettoegang en gebruik duiden op een gap tussen de informatierijken en de informatiearmen. De meer optimistische normalisatiethese voorspelt dat in de meer rijke postindustriële samenlevingen, het sociale profiel van de onlinegemeenschap zich zal uitbreiden naar de verschillende lagen van de maatschappij, zoals het geval is met de oudere communicatievormen. Nieuwe producten verspreiden zich over het algemeen volgens een trickle down principe. Eerst schaffen de hogere statusgroepen deze producten aan, de lagere statusgroepen volgen later (Steyaert en De Haan 2001). Eerdere diffusieprocessen volgden een S-vorm. Deze vorm wijst op een relatief langzaam begin van de verspreiding, een versnelling in de middenfase waarbij steeds grotere groepen van de bevolking de innovatie opnemen en een vertraging wanneer verzadiging optreedt. De voorspelling is dat internet even populair zal worden als de TV vandaag, 14

24 ONGELIJKHEDEN IN HET INTERNETGEBRUIK IN BELGIË zodat uiteindelijk de verspreiding van internet procent over de hele bevolking zal bedragen. De ongelijkheid is van tijdelijke aard en moet eerder worden gezien als een faseverschil in hetzelfde ontwikkelingsproces (Norris 2001). Uit analyse van verspreidingscurven komt naar voor dat de verschillen tussen bevolkingsgroepen het grootst zijn als de penetratiegraad van een product rond de 50 procent ligt. Onder de hogere lagen van de bevolking ligt de verspreiding meestal rond 80 procent, terwijl de achterblijvers het vaak moeten doen met 20 procent. Voortgaande verspreiding van de apparatuur doet de verschillen in het bezit tussen de bevolkingsgroepen verder afnemen (Steyaert en De Haan 2001; Van Dijk et al. 2000). Ook onderzoek van de General Accounting Office van de Amerikaanse overheid 1 (2001) toont aan dat de digital divide krimpt naarmate meer Amerikanen toegang krijgen tot het internet. Voor de ontwikkeling, evaluatie en effectiviteit van initiatieven en maatregelen om deze mogelijke kloof weg te werken, is het belangrijk een duidelijk zicht te hebben op de bestaande sociale ongelijkheden op het individuele niveau van de gebruikers en op de evolutie en de achterliggende redenen van deze ongelijkheden. In dit hoofdstuk zullen we trachten een bijdrage te leveren aan het ongelijkheidvraagstuk door een antwoord te bieden op de volgende vragen. In welke mate kan de Belgische bevolking in gelijke mate gebruik maken van ICT-toepassingen? Hoe is het gesteld met de sociale ongelijkheid in het internetgebruik en de internettoepassingen. Is er inderdaad sprake van een deepening divide (Van Dijk 2003, 2005)? De stelling is dat grotere groepen van de samenleving wel toegang hebben tot het internet, maar dat ze dit nieuwe medium op volstrekt andere wijze gebruiken. De resultaten zullen worden vergeleken op basis van de achtergrondkenmerken van de respondenten, de gebruiksfrequentie en de verschillende toepassingen waarvoor het internet wordt gebruikt. Daarbij zal dieper worden ingegaan op de sociale ongelijkheden in het politieke gebruik van dit medium. Om de ongelijkheden van die toepassingen beter te begrijpen en te kunnen kaderen wordt de focus niet alleen gelegd op de klassieke achtergrondfactoren, maar ook op de politieke attitudes van de respondenten. In een tweede fase wordt dieper ingegaan op de relatie tussen de verschillende internettoepassingen en de politieke betrokkenheid en engagement van de internetgebruikers. 1 Voor meer informatie zie 15

25 HOOFDSTUK 2 2. Digitale kloof of digitale differentiatie? Internettoegang is de laatste jaren sterk toegenomen in zowel de Verenigde staten als Europa. De snelle verspreiding van het internet heeft een aantal sociale ongelijkheden in de internettoegang doen afzwakken. Zo blijkt dat ongelijkheden in de leeftijd, het opleidingsniveau en de genderverdeling van de internetgebruikers veel extremer waren bij de eerste gebruikers. Naarmate de internetpenetratie stijgt, lijken ook deze ongelijkheden af te zwakken aangezien een groter percentage van de bevolking toegang heeft tot het medium (Korupp en Szydlik 2005). Dit betekent echter niet dat deze ongelijkheden helemaal zijn verdwenen, ze zijn enkel minder pertinent aanwezig (Willis en Tranter 2006). In het algemeen zien we dat jongeren nog steeds oververtegenwoordigd zijn in de online populatie en dat het geslacht en het onderwijsniveau een belangrijke impact heeft op de doeleinden en toepassingen waarvoor men het internet gebruikt. Zo zien we dat de ongelijkheden verder kunnen worden doorgetrokken naar de verschillende internettoepassingen. Ondanks het feit dat steeds meer mensen met een lager opleidingsniveau toegang hebben tot het internet zullen zij veel minder geneigd zijn om dit medium te gebruiken voor het opzoeken van politieke informatie of om in contact te komen met politici of beleidsmakers (Hargittai 2004). Het internetgebruik ligt in deze groep eerder gecentreerd rond sociale interactie, entertainment en het beluisteren en downloaden van muziek (Assael 2005). Internetgebruikers met een hoger opleidingsniveau of meer algemeen een hogere socio-economische status gebruiken het internet vaker als een (doeltreffend) politiek instrument. Wat betreft politieke informatie, betekent dit dat de hoger opgeleide strata de politieke informatie stroom zullen blijven domineren. Dit zou ook impliceren dat, ondanks de democratisering van de internettoegang, het ICT gebruik de kenniskloof (knowledge gap) hypothese blijft bekrachtigen (Tichenor, Donohue en Olien 1970). Deze hypothese is gebaseerd op de assumptie dat de introductie van nieuwe communicatievormen de reeds bestaande kloof tussen de informatiearmen en informatierijken nog zal vergroten. Zo wordt verwacht dat nieuwe media niet leiden tot democratisering, maar dat zij eerder bestaande ongelijkheden versterken (Van Dijk 2005). Deze verschillende activiteiten kunnen ook een andere (bijvoorbeeld een positieve of een negatieve) invloed hebben op het politieke engagement van de internetgebruikers (Polat 2005; Turkle 1995). Dit maakt dat 16

26 ONGELIJKHEDEN IN HET INTERNETGEBRUIK IN BELGIË het internetgebruik op een al dan niet indirecte manier mee vorm kan geven aan de politieke betrokkenheid van de gebruikers (Chaffee en Frank 1996; John, Halpern en Morris 2002; McLeod, Rush en Friederich 1968; Pasek, Kenski, Romer en Jamieson 2006). Als we willen nagaan welke online activiteiten een invloed kunnen hebben op de mate waarin de gebruikers zich politiek engageren is het belangrijk dat we een onderscheid maken naar de verschillende activiteiten. De tijd die online wordt doorgebracht mag dan al een belangrijke factor zijn, nog belangrijker is wat er juist wordt gedaan wanneer men online is. Cyberoptimisten zien het internet als een instrument dat het politieke engagement van de gebruikers kan stimuleren (Norris 2001). Maar verschillende internetactiviteiten kunnen een andere invloed hebben op het engagement van de gebruikers. Zo kan bijvoorbeeld het volgen van de actualiteit online een positieve invloed hebben op participatie, maar het spelen van spelletjes op het internet juist een negatief of helemaal geen effect hebben. Zo hebben Lupia en Philpot (2002) aangetoond dat er een positieve relatie bestaat tussen het bezoeken van nieuwswebsites en de mate waarin men politiek actief is. Hun bevindingen waren meer uitgesproken voor de jongste generaties, wat waarschijnlijk ook deels te verklaren is door het feit dat jongeren gewoon vaker nieuwsbronnen raadplegen op het internet (Jung, Qiu en Kim 2001; Lupia en Philpot 2002; Polat 2005). Jonge mensen zijn zowat voor alle zaken meer afhankelijk van het internet dan de oudere generaties, vooral wat betreft het opzoeken van informatie en het volgen van het nieuws (Gibson, Lusoli en Ward 2005; Lee 2006; Turkle 1995). Naast het surfen op het internet kunnen ook andere activiteiten politieke participatie stimuleren, zoals het doorsturen van s met een politieke inhoud, bloggen en discussiëren online, enz. De Vreese (2007) toont aan dat er een positieve relatie bestaat tussen sommige internetactiviteiten en bepaalde dimensies van politieke participatie. In het onderzoek over de relatie tussen internet en politieke participatie wordt vaak gewezen op het belang van het internet voor jongeren. Verschillende auteurs wijzen dan ook op het potentieel van het internet voor het betrekken van jongeren in het politieke proces (Gibson et al. 2005; Norris 2003; Strandberg 2006; Van Dijk 2005Gibson et al. 2005; Norris 2003; Strandberg 2006; Van Dijk 2005). Shah, Kwak en Holbert (2001) tonen aan dat het opzoeken van informatie online positief gecorreleerd is met sociaal kapitaal. Het meer entertainmentgerelateerde gebruik daarentegen zou negatief gecorreleerd zijn met de gemeenschappelijke spirit. Als we de verschillende studies 17

27 HOOFDSTUK 2 die de relatie tussen het internetgebruik en participatie nagaan dan zien we dat vooral wordt gekeken naar de meer politiek gerelateerde activiteiten waarvan wordt verwacht dat zij een positieve invloed hebben op participatie, zoals het volgen het nieuws online en het tekenen van petities. De massa media worden immers gezien als een belangrijke bron voor politieke informatie, en deze informatie op zich is belangrijk voor het engagement van burgers (Delli Carpini en Keeter 1996). Daarom hebben wij ervoor gekozen om ook een aantal niet conventionele internetactiviteiten, zoals het spelen van spelletjes, downloaden van muziek en films, kopen en verkopen van dingen, chatten met vrienden en onbekenden mee op te nemen in onze analyses. Activiteiten waarvan men op het eerste zicht niet zou verwachten dat zij het politieke engagement van de jongeren zouden kunnen beïnvloeden, maar die misschien wel op een indirecte manier, bijvoorbeeld door het aanleren van nieuwe vaardigheden en het beïnvloeden van bepaalde attitudes, mee vorm kunnen geven aan het politieke en sociale engagement van jongeren. Het internet kan ook worden gezien als een medium dat mensen met gemeenschappelijke interesses kan samenbrengen en dat de gemeenschapszin kan versterken. Websites zoals MySpace, Facebook en Second Life zal eerder sociale contacten tussen mensen vergroten. Tijdens de periode voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2006 circuleerde op MySpace de boodschap Denk na. Op deze manier konden mensen elkaar aanzetten om bewust na te denken op welke partij te stemmen tijdens de komende verkiezingen. Best en Krueger (2005) hebben daarnaast ook aangetoond dat online interacties een positieve invloed hebben op het algemene vertrouwen. Niet alle empirische studies hebben echter een positieve relatie teruggevonden tussen internetgebruik en politieke participatie. Ten eerste hebben we de time-replacement hypothese (tijd-vervangingshypothese) die stelt dat de tijd die wordt gespendeerd op het internet, of voor de televisie, niet kan worden gebruikt voor andere activiteiten (Kraut, Patterson, Lundmark, Kiesler, Mukopadhyay en Scherlis 1998; Nie en Erbring 2002; Pasek et al. 2006; Putnam 2000). De aanhangers van deze these zien dus een negatieve invloed van internetgebruik op het sociale en politieke engagement. Drie redenen liggen hieraan ten grondslag. Een eerste reden is de beperkte tijd die men heeft en moet verdelen tussen verschillende activiteiten. Ten tweede beargumenteren zij dat online interactie verschillend is van persoonlijk face-to-face contact dat nodig is om vertrouwen op te bouwen wat belangrijk is voor 18

Programma «Samenleving en Toekomst»

Programma «Samenleving en Toekomst» Programma «Samenleving en Toekomst» Eindverslag deel «Synthese van het onderzoek» 1 ACRONIEM VAN HET PROJECT: INTERMOB TITEL: Politieke mobilisatie en nieuwe communicatietechnologie: een multilevel studie

Nadere informatie

Statistiekensynthese internet & e-government in Vlaanderen

Statistiekensynthese internet & e-government in Vlaanderen Statistiekensynthese internet & e-government in Vlaanderen februari 2009 Lieselot Vandenbussche Campus Vijfhoek O.-L.-Vrouwestraat 94 2800 Mechelen Tel. 015 36 93 00 Fax 015 36 93 09 www.memori.be Inhoudstafel

Nadere informatie

Nieuwsmonitor 6 in de media

Nieuwsmonitor 6 in de media Nieuwsmonitor 6 in de media Juni 2011 Nieuws - Europa kent geen watchdog ANTWERPEN/BRUSSEL - Het Europese beleidsniveau krijgt in de Vlaamse TV-journaals gemiddeld een half uur aandacht per maand. Dat

Nadere informatie

DE RELATIE TUSSEN INTERNETGEBRUIK EN POLITIEKE PARTICIPATIE IN VLAANDEREN

DE RELATIE TUSSEN INTERNETGEBRUIK EN POLITIEKE PARTICIPATIE IN VLAANDEREN DE RELATIE TUSSEN INTERNETGEBRUIK EN POLITIEKE PARTICIPATIE IN VLAANDEREN Sara Vissers Marc Hooghe Centrum voor Politicologie, K.U.Leuven Marie-Anne Moreas Studiedienst van de Vlaamse Regering Samenvatting

Nadere informatie

Kunnen digitale televisie en smartphones de digitale kloof dichten?

Kunnen digitale televisie en smartphones de digitale kloof dichten? Kunnen digitale televisie en smartphones de digitale kloof dichten? SEIZOEN 2011-2012 Jan Pickery & Marie-Anne Moreas (SVR) Kunnen digitale televisie en smartphones de digitale kloof dichten? Inleiding

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties De afgelopen decennia zijn er veel nieuwe technologische producten en diensten geïntroduceerd op de

Nadere informatie

Verslag eerste bijeenkomst van het begeleidingscomité voor het project INTERMOB

Verslag eerste bijeenkomst van het begeleidingscomité voor het project INTERMOB Verslag eerste bijeenkomst van het begeleidingscomité voor het project INTERMOB Datum: 15 juni 2006 Uur: 9u30 Plaats: Federaal Wetenschapsbeleid, Wetenschapsstraat 8 1000 Brussel Zaal A Aanwezigen: Ludo

Nadere informatie

Gezondheidsverwachting volgens socio-economische gradiënt in België Samenvatting. Samenvatting

Gezondheidsverwachting volgens socio-economische gradiënt in België Samenvatting. Samenvatting Verschillende internationale studies toonden socio-economische verschillen in gezondheid aan, zowel in mortaliteit als morbiditeit. In bepaalde westerse landen bleek dat, ondanks de toegenomen welvaart,

Nadere informatie

De evolutie van het ledenaantal van de politieke partijen in Vlaanderen,

De evolutie van het ledenaantal van de politieke partijen in Vlaanderen, Marc Hooghe Joris Boonen De evolutie van het ledenaantal van de politieke partijen in Vlaanderen, 1970-2014 Centrum voor Politicologie KU Leuven 30.10.2014 Open VLD telt volgens de meest recente cijfers

Nadere informatie

Generation What? 1 : Vertrouwen in de instellingen

Generation What? 1 : Vertrouwen in de instellingen Generation What? 1 : Vertrouwen in de instellingen Inleiding De mate van vertrouwen van burgers in de overheid en maatschappelijke instellingen werd al vaker de toetssteen van de democratie genoemd: daalt

Nadere informatie

Stand van zaken van de Smart City -dynamiek in België: een kwantitatieve barometer

Stand van zaken van de Smart City -dynamiek in België: een kwantitatieve barometer Stand van zaken van de Smart City -dynamiek in België: een kwantitatieve barometer AUTEURS Jonathan Desdemoustier, onderzoeker-doctorandus, Smart City Institute, HEC-Liège, Universiteit van Luik (België)

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 24 februari 2012

PERSBERICHT Brussel, 24 februari 2012 PERSBERICHT Brussel, 24 februari 12 STEEDS MEER BELGEN HEBBEN TOEGANG TOT INTERNET In 11 had 77% van de huishoudens internettoegang, meestal via breedband. Dat blijkt uit de resultaten van de ICT enquête

Nadere informatie

s t u d i e Jongeren en internet Jongeren en internet OIVO, januari 2010

s t u d i e Jongeren en internet Jongeren en internet OIVO, januari 2010 s t u d i e Jongeren en internet Jongeren en internet OIVO, januari 2010 Agenda 1. Doelstellingen 2. Methodologie 3. Jongeren en internet 4. Conclusies 5. Aanbevelingen 2 Doelstellingen Het doel van deze

Nadere informatie

Voorwoord 9. Inleiding 11

Voorwoord 9. Inleiding 11 inhoud Voorwoord 9 Inleiding 11 deel 1 theorie en geschiedenis 15 1. Een omstreden begrip 1.1 Inleiding 17 1.2 Het probleem van de definitie 18 1.3 Kenmerken van de representatieve democratie 20 1.4 Dilemma

Nadere informatie

Samenvatting. KU Leuven, Leuven 2006 (www.kuleuven.be/citizenship)

Samenvatting. KU Leuven, Leuven 2006 (www.kuleuven.be/citizenship) KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN Marc Hooghe & Sara Vissers Wie bezoekt de websites van politieke partijen? Een onderzoek naar de gebruikers van partijwebsites tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) Parenting Support in Community Settings: Parental needs and effectiveness of the Home-Start program J.J. Asscher Samenvatting (Dutch summary) Ouders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen.

Nadere informatie

MEER MAAR ZWAKKERE NETWERKEN

MEER MAAR ZWAKKERE NETWERKEN Hoofdstuk 9 ALGEMEEN BESLUIT: MEER MAAR ZWAKKERE NETWERKEN Stefaan Walgrave & Marc Hooghe De bedoeling van dit onderzoek was na te gaan in welke mate politieke mobilisatie en participatie bevorderd worden

Nadere informatie

Tijdsbesteding van de Belgen. Resultaten van het Belgisch tijdsbestedingsonderzoek 2013

Tijdsbesteding van de Belgen. Resultaten van het Belgisch tijdsbestedingsonderzoek 2013 Tijdsbesteding van de Belgen Resultaten van het Belgisch tijdsbestedingsonderzoek 2013 Tijdsbestedingsonderzoek TBO 13 Uitgevoerd door AD Statistiek Statistics Belgium van de FOD Economie Ondersteuning,

Nadere informatie

Nederlandstalige samenvatting Summary in Dutch

Nederlandstalige samenvatting Summary in Dutch 9. Nederlandstalige samenvatting Summary in Dutch 183 9 9.NEDERLANDSTALIGE SAMENVATTING/SUMMARY IN DUTCH 9.1 Hoofdstuk 1: Inleiding Politieke participatie is een voorwaarde voor een gezonde democratie.

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2009

Digitale (r)evolutie in België anno 2009 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 9 februari Digitale (r)evolutie in België anno 9 De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 71% van de huishoudens in

Nadere informatie

Huishoudens die niet gecontacteerd konden worden

Huishoudens die niet gecontacteerd konden worden 4.2. Participatiegraad Om de vooropgestelde steekproef van 10.000 personen te realiseren, werden 35.023 huishoudens geselecteerd op basis van het Nationaal Register. Met 11.568 huishoudens werd gepoogd

Nadere informatie

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft. ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 8 november 2006 1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

Nadere informatie

Welke kansen bieden internet en sociale media (niet)?

Welke kansen bieden internet en sociale media (niet)? Welke kansen bieden internet en sociale media (niet)? Chris Aalberts Internet en sociale media hebben de wereld ingrijpend veranderd, dat weten we allemaal. Maar deze simpele waarheid zegt maar weinig

Nadere informatie

Zoals gezegd kent de monetaire manier van armoedemeting conceptuele en methodologische bezwaren en is de ontwikkeling van multidimensionele

Zoals gezegd kent de monetaire manier van armoedemeting conceptuele en methodologische bezwaren en is de ontwikkeling van multidimensionele 1 Samenvatting Kinderarmoede is een ongewenst, en voor velen, onaanvaardbaar fenomeen. De redenen hiervoor zijn enerzijds gerelateerd aan het intrinsieke belang van welzijn voor kinderen in het hier en

Nadere informatie

Wie doet aan sport? Een korte analyse van sportparticipatie uit het Vlaams Tijdsbestedingsonderzoek 2013

Wie doet aan sport? Een korte analyse van sportparticipatie uit het Vlaams Tijdsbestedingsonderzoek 2013 Wie doet aan sport? Een korte analyse van sportparticipatie uit het Vlaams Tijdsbestedingsonderzoek 2013 Situering Onze maatschappij houdt ons graag een ideaalbeeld voor van een gezonde levensstijl, waarbij

Nadere informatie

Kwetsbare jongeren versterken door onderwijs. Christiane Timmerman CeMIS USAB 22 februari 2016

Kwetsbare jongeren versterken door onderwijs. Christiane Timmerman CeMIS USAB 22 februari 2016 Kwetsbare jongeren versterken door onderwijs Christiane Timmerman CeMIS USAB 22 februari 2016 SES Onderwijs Socio economische situatie beïnvloedt onderwijskansen Vroegtijdig schoolverlatenbeïnvloedt socioeconomische

Nadere informatie

Generation What? 1 : Jongeren over Politiek

Generation What? 1 : Jongeren over Politiek Generation What? 1 : Jongeren over Politiek De Generation What enquête peilde niet alleen naar de zogenaamd politieke opvattingen van jongeren, maar ook naar hun meer fundamentele houding tegenover het

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Wereldwijd zijn meer dan 3 miljard mensen afhankelijk van biomassa brandstoffen zoals hout en houtskool om in hun dagelijkse energie behoefte te voorzien. Het gebruik van deze

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH)

NEDERLANDSE SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) Nederlandse Samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) Dankzij de opkomst van sociale media, zoals Facebook en Twitter, is de frequentie en het belang van niet-transactioneel klantgedrag

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) onderhoudt middels de organisaties Kerk in Actie (KiA) en ICCO Alliantie contacten met partners in Brazilië. Deze studie verkent de onderhandelingen

Nadere informatie

ATLEC. Ondersteunende Technologie Leren via Eenvormig Curriculum. State of the Art en Onderzoeksanalyse Samenvatting

ATLEC. Ondersteunende Technologie Leren via Eenvormig Curriculum. State of the Art en Onderzoeksanalyse Samenvatting ATLEC Ondersteunende Technologie Leren via Eenvormig Curriculum State of the Art en Onderzoeksanalyse Samenvatting WP nummer WP titel Status WP2 State of the Art en Onderzoeksanalyse F Project startdatum

Nadere informatie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie De Global Entrepreneurship Monitor (GEM) is een jaarlijks onderzoek dat een beeld geeft van de ondernemingsgraad van een land. GEM

Nadere informatie

!"#$%&'()*+,"#"-. 70-&6+*%"#"-!"#$%&'()*+)&#,#-.#/)01*1 +"7"#""- 9"#)&7(7:'3#)$#:;#/8#$)"$<#),"$:',:#$=) %'-#$;#/87$()#$)"/('$7%':7#%)>#/'$&#/#$?

!#$%&'()*+,#-. 70-&6+*%#-!#$%&'()*+)&#,#-.#/)01*1 +7#- 9#)&7(7:'3#)$#:;#/8#$)$<#),$:',:#$=) %'-#$;#/87$()#$)/('$7%':7#%)>#/'$&#/#$? 23'4)567/84 9"#)&7(7:'3#)$#:;#/8#$)"$#/'$&#/#$? /01"-20%%+-3&45567$%(8&9!"#$%&'()*+,"#"-. +"7"#""- 70-&6+*%"#"-!"#$%&'()*+)&#,#-.#/)01*1 D)E#'-)F!"#$$%&'($&!")*

Nadere informatie

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012)

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) De Hoge Raad voor Vrijwilligers (HRV) kijkt relatief tevreden terug op 2011, het Europees Jaar voor het Vrijwilligerswerk.

Nadere informatie

Connecting People? Communicatietechnologie: vloek of zegen? Congres Coalitie Erbij. een wondermiddel tegen eenzaamheid?

Connecting People? Communicatietechnologie: vloek of zegen? Congres Coalitie Erbij. een wondermiddel tegen eenzaamheid? Connecting People? Communicatietechnologie: vloek of zegen? Congres Coalitie Erbij Communicatietechnologie: een wondermiddel tegen eenzaamheid? Prof. dr Eugène Loos Universiteit van Amsterdam Een technologie-pessimist

Nadere informatie

9/27/06 pag. 1 FACULTES UNIVERSITAIRES NOTRE-DAME DE LA PAIX NAMUR. Cyberteens. Rapportering literatuuronderzoek Raadpleging betrokken sectoren

9/27/06 pag. 1 FACULTES UNIVERSITAIRES NOTRE-DAME DE LA PAIX NAMUR. Cyberteens. Rapportering literatuuronderzoek Raadpleging betrokken sectoren 9/27/06 pag. 1 FACULTES UNIVERSITAIRES NOTRE-DAME DE LA PAIX NAMUR Rapportering literatuuronderzoek Raadpleging betrokken sectoren Structuur I. Literatuuronderzoek 1. Welke literatuur 2. Bestaande empirische

Nadere informatie

Capita Selecta Recent Arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen

Capita Selecta Recent Arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen RESEARCH SUMMARY ONDERZOEK I.K.V. VIONA STEUNPUNT WSE Capita Selecta Recent Arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen TITEL: FLEXIBLE JOB SEARCH BEHAVIOR AMONG UNEMPLOYED JOBSEEKERS: ANTECEDENTS AND OUTCOMES

Nadere informatie

Samenvatting. Over het gebruik van visuele informatie in het reiken bij baby s

Samenvatting. Over het gebruik van visuele informatie in het reiken bij baby s Samenvatting Over het gebruik van visuele informatie in het reiken bij baby s 166 Het doel van dit proefschrift was inzicht te krijgen in de vroege ontwikkeling van het gebruik van visuele informatie voor

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/45808 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Bosma, A.Q. Title: Targeting recidivism : an evaluation study into the functioning

Nadere informatie

HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies

HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies 6 pagina 97 HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies 6.1 Nieuws 6.1.1 Content: Zijn jongeren in nieuws geïnteresseerd? 6.1.2 Waarde: Is nieuws volgen belangrijk? 6.1.3 Oordeel: Hoe beoordelen jongeren nieuws?

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Standaard Eurobarometer 80 DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie.

Nadere informatie

MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES IN BELGIË EERSTE RESULTATEN

MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES IN BELGIË EERSTE RESULTATEN MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES IN BELGIË EERSTE RESULTATEN Frederik Heylen Jan Beyers Te gebruiken referentie: HEYLEN F. & BEYERS J. (2016). MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES IN BELGIË: EERSTE RESULTATEN. UNIVERSITEIT

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2010.

Digitale (r)evolutie in België anno 2010. ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 23 februari 2011 Digitale (r)evolutie in België anno 2010. De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 73% van de Belgische

Nadere informatie

Voting Wiser. The Effect of Voting Advice Applications on Political Understanding. J. van de Pol

Voting Wiser. The Effect of Voting Advice Applications on Political Understanding. J. van de Pol Voting Wiser. The Effect of Voting Advice Applications on Political Understanding. J. van de Pol Nederlandse samenvatting 140 Kieswijzers of stemhulpen in de wetenschappelijke literatuur aangeduid als

Nadere informatie

Youth Today: hoe communiceer je best naar jongeren toe?

Youth Today: hoe communiceer je best naar jongeren toe? Youth Today: hoe communiceer je best naar jongeren toe? Wat betekent het om jong te zijn in 2015? Waarin verschillen de jongeren van vandaag met die van het vorige decennium? Één constante: jongeren leven

Nadere informatie

De digitale kloof in twee dimensies. Marie-Anne Moreas & Jan Pickery (SVR)

De digitale kloof in twee dimensies. Marie-Anne Moreas & Jan Pickery (SVR) De digitale kloof in twee dimensies Een verdiepende en SEIZOEN verbredende 2011-2012 kloof Marie-Anne Moreas & Jan Pickery (SVR) Inhoud VERSCHILLEN BEVOLKINGSGROEPEN IN HUN MEDIABEZIT EN IN HUN MEDIAGEBRUIK?

Nadere informatie

6STAP BELEIDSBEÏNVLOEDING ZELFBEHEER MEEBESLISSEN COPRODUCEREN ADVISEREN RAADPLEGEN INFORMEREN. actie vanuit de burger naar overheid

6STAP BELEIDSBEÏNVLOEDING ZELFBEHEER MEEBESLISSEN COPRODUCEREN ADVISEREN RAADPLEGEN INFORMEREN. actie vanuit de burger naar overheid introductie 3 10 tips succesvolle online beleidsbeïnvloeding 3 ONLINE BELEIDSBEÏNVLOEDING VORMEN & VOORBEELDEN actie vanuit de burger naar overheid 6STAP MEEBESLISSEN 4STAP ADVISEREN 2STAP ZELFBEHEER 5STAP

Nadere informatie

Onderzoek naar privacyafwegingen van internetgebruikers

Onderzoek naar privacyafwegingen van internetgebruikers Onderzoek naar privacyafwegingen van internetgebruikers in opdracht van ECP Platform voor de Informatiesamenleving Oktober 2014 Samenvatting van belangrijkste bevindingen (1) 1. Nederlanders vinden hun

Nadere informatie

NAAR EEN EUROPA VOOR ALLE LEEFTIJDEN

NAAR EEN EUROPA VOOR ALLE LEEFTIJDEN NL NAAR EEN EUROPA VOOR ALLE LEEFTIJDEN AGE- STANDPUNT IN HET KADER VAN HET 2007 - EUROPEES JAAR VAN GELIJKE KANSEN VOOR IEDEREEN The European Older People s Platform La Plate-forme européenne des Personnes

Nadere informatie

PERSBERICHT CIM 22/04/2015

PERSBERICHT CIM 22/04/2015 PERSBERICHT CIM 22/04/2015 Nieuwe CIM studie over kijkgedrag op nieuwe schermen Belgen keken nooit eerder zoveel naar TV-content Het CIM, verantwoordelijk voor kijkcijferstudies in België, volgt sinds

Nadere informatie

Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010

Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010 Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010 Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie: Conferentie over Biodiversiteit in een veranderende wereld 8-9 september 2010 Internationaal Conventiecentrum

Nadere informatie

To read or not to read

To read or not to read To read or not to read Een onderzoek naar nieuwsconsumptie in Nederland Mijke Slot (TNO) Fleur Munniks de Jongh Luchsinger (EUR) 3D Academy bijeenkomst 18 maart 2011 Inhoud Inleiding Theorieën over nieuwsconsumptie:

Nadere informatie

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut.

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. ONDERZOEKSRAPPORT Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. Introductie In het Human Capital 2015 report dat het World

Nadere informatie

Determinanten van Leiderschap-Succes: Ontwikkeling van een Integratief. Model van Persoonlijkheid, Overtuigingen, Gedrag, en Diversiteit

Determinanten van Leiderschap-Succes: Ontwikkeling van een Integratief. Model van Persoonlijkheid, Overtuigingen, Gedrag, en Diversiteit SAMENVATTING Determinanten van Leiderschap-Succes: Ontwikkeling van een Integratief Model van Persoonlijkheid, Overtuigingen, Gedrag, en Diversiteit Leiders zijn belangrijke leden van organisaties. De

Nadere informatie

PATIENTENEDUCATIE VOOR CHRONISCH ZIEKEN

PATIENTENEDUCATIE VOOR CHRONISCH ZIEKEN PATIENTENEDUCATIE VOOR CHRONISCH ZIEKEN Emelien Lauwerier 4 e Vlaamse Onderzoeksdag, 40 e week, Oostende, 28 maart 2014 Wie zijn we? KH Leuven, recente fusie KHLIM en Groep T Kennis- en Innovatiecentra

Nadere informatie

Technologieontwikkeling in de wegenbouw

Technologieontwikkeling in de wegenbouw Technologieontwikkeling in de wegenbouw - Hoe de rollen van de overheid het projectresultaat beïnvloeden - NL- Samenvatting van promotieonderzoek dr.ir JC Caerteling Deze dissertatie levert een bijdrage

Nadere informatie

De vragenlijst van de openbare raadpleging

De vragenlijst van de openbare raadpleging SAMENVATTING De vragenlijst van de openbare raadpleging Tussen april en juli 2015 heeft de Europese Commissie een openbare raadpleging gehouden over de vogel- en de habitatrichtlijn. Deze raadpleging maakte

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Wat houdt het begrip internationale samenwerking in?

Samenvatting. 1. Wat houdt het begrip internationale samenwerking in? Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting In de 21 ste eeuw is de invloed van ruimtevaartactiviteiten op de wereldgemeenschap, economie, cultuur, milieu, etcetera steeds groter geworden. Ieder land dient

Nadere informatie

TTALIS. Maatschappelijke waardering door de ogen van de. leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken

TTALIS. Maatschappelijke waardering door de ogen van de. leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken Maatschappelijke waardering door de ogen van de TTALIS leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken Bevindingen uit de Teaching And Learning International Survey (TALIS) 2013 IN FOCUS Faculteit

Nadere informatie

The Construction and Operationalisation of NGO Accountability: Directing Dutch Governmentally Funded NGOs Towards Quality Improvement R.S.

The Construction and Operationalisation of NGO Accountability: Directing Dutch Governmentally Funded NGOs Towards Quality Improvement R.S. The Construction and Operationalisation of NGO Accountability: Directing Dutch Governmentally Funded NGOs Towards Quality Improvement R.S. Boomsma The construction and operationalisation of NGO accountability:

Nadere informatie

Federaal Plan Armoedebestrijding. Reactie van BAPN vzw. Belgisch Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting EU2020 30/11/2012

Federaal Plan Armoedebestrijding. Reactie van BAPN vzw. Belgisch Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting EU2020 30/11/2012 Belgisch Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting EU2020 30/11/2012 Federaal Plan Armoedebestrijding Reactie van BAPN vzw BAPN vzw Belgisch Netwerk Armoedebestrijding Vooruitgangstraat 333/6 1030

Nadere informatie

Het doel van deze studie is (Enige Jaren Communities That Care. Leren van een sociaal experiment)

Het doel van deze studie is (Enige Jaren Communities That Care. Leren van een sociaal experiment) 226 / SOME YEARS OF COMMUNITIES THAT CARE Samenvatting Het doel van deze studie is (Enige Jaren Communities That Care. Leren van een sociaal experiment) onderzoek van preventie van probleemgedragingen

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Introductie In dit proefschrift evalueer ik de effectiviteit van de academische discussie over de ethiek van documentaire maken. In hoeverre stellen wetenschappers de juiste

Nadere informatie

LEREN OP DE WERKVLOER. Dr. Jessica van Wingerden MBA MCC

LEREN OP DE WERKVLOER. Dr. Jessica van Wingerden MBA MCC LEREN OP DE WERKVLOER Dr. Jessica van Wingerden MBA MCC DE WERELD VERANDERT In tijden waarin maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelingen elkaar in hoog tempo opvolgen, neemt veranderen,

Nadere informatie

s t u d i e De markt van de dood De markt van de dood Oktober 2011

s t u d i e De markt van de dood De markt van de dood Oktober 2011 s t u d i e De markt van de dood De markt van de dood Oktober 2011 Inhoudstafel 1. Doelstellingen 2. Methodologie 3. De herdenking van overleden personen 4. Allerheiligen 5. De begrafenis 6. Conclusies

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997 5.8.1. Inleiding De WHO heeft in haar omschrijving het begrip gezondheid uitgebreid met de dimensie sociale gezondheid en deze op één lijn gesteld met de lichamelijke en psychische gezondheid. Zowel de

Nadere informatie

Een stand van zaken van ICT in België in 2012

Een stand van zaken van ICT in België in 2012 Een stand van zaken van ICT in België in 2012 Brussel, 20 november 2012 De FOD Economie geeft elk jaar een globale barometer van de informatie- en telecommunicatiemaatschappij uit. Dit persbericht geeft

Nadere informatie

1. Sportparticipatie en fysieke (in)activiteit van de Vlaamse bevolking: huidige situatie en seculaire trend (2003-2009) 25

1. Sportparticipatie en fysieke (in)activiteit van de Vlaamse bevolking: huidige situatie en seculaire trend (2003-2009) 25 Inhoud Inleiding Participatie in kaart 11 John Lievens en Hans Waege 1. Inleiding 11 2. Beleidscontext 11 3. Steunpunt Cultuur, Jeugd en Sport 12 4. Participatiesurvey 2009 12 5. Eerste resultaten 14 5.1

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

Evaluatie van Open Bedrijvendag

Evaluatie van Open Bedrijvendag Evaluatie van Open Bedrijvendag Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel April 2011 Samenvatting De Open Bedrijvendag

Nadere informatie

Vijftien jaar internet. Wat heeft het voor ons betekend?

Vijftien jaar internet. Wat heeft het voor ons betekend? Rapport Vijftien jaar internet. Wat heeft het voor ons betekend? Voor: Online Breedband B.V. Door: Synovate Synovate Inhoud Samenvatting 3 Onderzoeksopzet 5 Belangrijkste resultaten 6 - Internetgebruik

Nadere informatie

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Leen Heylen, CELLO, Universiteit Antwerpen Thomas More Kempen Het begrip eenzaamheid Eenzaamheid is een pijnlijke, negatieve ervaring die zijn oorsprong vindt in een

Nadere informatie

Het Vlaamse secundair onderwijs internationaal vergeleken

Het Vlaamse secundair onderwijs internationaal vergeleken Het Vlaamse secundair onderwijs internationaal vergeleken Jeroen Lavrijsen Doctoraatsonderzoeker, HIVA - KU Leuven www.steunpuntssl.be Structuur secundair onderwijs Focus op twee kenmerken van het secundair

Nadere informatie

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010 Meer personen op de arbeidsmarkt in de eerste helft van 2010. - Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten, 2 de

Nadere informatie

MENSEN STERKER MAKEN. in veranderende tijden

MENSEN STERKER MAKEN. in veranderende tijden MENSEN STERKER MAKEN in veranderende tijden MENSEN STERKER MAKEN in veranderende tijden De wereld verandert Hoe maken we van verandering verbetering? Het antwoord : mensen sterker maken Jij bent een held!

Nadere informatie

peiling burgerzin en burgerschapseducatie in de derde graad aso, bso, kso en tso

peiling burgerzin en burgerschapseducatie in de derde graad aso, bso, kso en tso peiling burgerzin en burgerschapseducatie in de derde graad aso, bso, kso en tso colloquium 7 juni 2017 dr. Eef Ameel overzicht de peiling burgerzin en burgerschapseducatie beschrijving van de steekproef

Nadere informatie

Resultaten 3e peiling Provinciale Statenverkiezingen februari 2011

Resultaten 3e peiling Provinciale Statenverkiezingen februari 2011 Resultaten 3e Provinciale Statenverkiezingen 2011 28 februari 2011 Opdrachtgever: RTV Oost maart 2011 Derde Provinciale Statenverkiezingen 2011 28 februari 2011 Bent u ervan op de hoogte dat er begin maart

Nadere informatie

NIRAS DIALOOG (D.III) 25 april 2009. Verslag

NIRAS DIALOOG (D.III) 25 april 2009. Verslag NIRAS DIALOOG (D.III) 25 april 2009 Verslag De Dialogen werden georganiseerd door NIRAS binnen het kader van de Maatschappelijke Consultatie rond het Afvalplan voor het langetermijnbeheer van hoogactief

Nadere informatie

Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 1 Algemene inleiding De algemene inleiding beschrijft de context en de doelen van de huidige studie. Prenatale screening op aangeboren afwijkingen wordt sinds 2007 in Nederland aan alle zwangere

Nadere informatie

Internetbankieren nu en in de toekomst

Internetbankieren nu en in de toekomst Betalen via internetbankieren is populair geworden. Volgens het Centraal Bureau van de Statistiek bedroeg het aantal internetgebruikers dat online zijn bankzaken regelt 7,3 miljoen personen in 2006. De

Nadere informatie

Profielen van mediageletterdheid. Een exploratie van de digitale vaardigheden van burgers SEIZOEN in Vlaanderen. Steve Paulussen IBBT-MICT, UGent

Profielen van mediageletterdheid. Een exploratie van de digitale vaardigheden van burgers SEIZOEN in Vlaanderen. Steve Paulussen IBBT-MICT, UGent Profielen van mediageletterdheid. Een exploratie van de digitale vaardigheden van burgers SEIZOEN in Vlaanderen 2011-2012 Steve Paulussen IBBT-MICT, UGent Doel van de studie 3 hoofdvragen: 1. Hoe staat

Nadere informatie

Doe mee! 3 maart 2011

Doe mee! 3 maart 2011 Over ouderen en maatschappelijke participatie 3 maart 2011 Dominique Verté, Sarah Dury, Liesbeth De Donder, Tine Buffel, Nico De Witte In samenwerking met 2 Inleiding 3 1. Inleiding Doel De mate en de

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2010 : Socio-demografische gegevens

Jongeren en Gezondheid 2010 : Socio-demografische gegevens Jongeren en Gezondheid 2010 : Socio-demografische gegevens Steekproef De steekproef van de studie Jongeren en Gezondheid 2010 bestaat uit 10772 leerlingen van het vijfde leerjaar lager onderwijs tot het

Nadere informatie

Samenvatting. Sportsocialisatie en de rol van de school

Samenvatting. Sportsocialisatie en de rol van de school Samenvatting Sportsocialisatie en de rol van de school Om verschillende redenen speelt sport een belangrijke rol in de samenleving. Een gangbare gedachte is dat sportparticipatie gerelateerd is aan allerlei

Nadere informatie

Experience Tracker is de eerste praktische tool op dit vlak in Vlaanderen en vermoedelijk ook in Europa. Deze tool zal zorgen dat:

Experience Tracker is de eerste praktische tool op dit vlak in Vlaanderen en vermoedelijk ook in Europa. Deze tool zal zorgen dat: De opportuniteit In de huidige productmaatschappij hebben consumenten doorgaans de keuze uit een ruim assortiment producten om een bepaalde behoefte te bevredigen. Bijgevolg is het product op zich niet

Nadere informatie

CAREER COMPETENCES AND CAREER OUTCOMES A critical analysis of concepts and complex relationships. Heidi Knipprath & Katleen De Rick

CAREER COMPETENCES AND CAREER OUTCOMES A critical analysis of concepts and complex relationships. Heidi Knipprath & Katleen De Rick CAREER COMPETENCES AND CAREER OUTCOMES A critical analysis of concepts and complex relationships Heidi Knipprath & Katleen De Rick CAREER COMPETENCES AND CAREER OUTCOMES A critical analysis of concepts

Nadere informatie

Politieke legitimiteit

Politieke legitimiteit Politieke legitimiteit Op het snijvlak van wetenschap en samenleving Geerten Waling De Responsieve Rechtsstaat, 22 september 2016 Bij ons leer je de wereld kennen 1 Routeplanner Even voorstellen Wat is

Nadere informatie

Jongeren vinden moeilijker een job - Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten, derde kwartaal

Jongeren vinden moeilijker een job - Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten, derde kwartaal ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 5 februari 2009 Jongeren vinden moeilijker een job - Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten, derde kwartaal 2008 - Het hoeft geen

Nadere informatie

Internet en gemeentelijke website

Internet en gemeentelijke website Internet en gemeentelijke website Aanwezigheid aansluiting op Internet Het bezit van een computer; al dan niet met een internetaansluiting, is de afgelopen jaren gestaag gegroeid. Het lijkt erop dat aan

Nadere informatie

Verslag sessie 1: Seksuele start

Verslag sessie 1: Seksuele start Verslag sessie 1: Seksuele start a. Reactie discuttant (Lies Verhetsel): Enkele opvallende resultaten: o De resultaten van de seksuele startleeftijd lijken het effect van de mei 68/pil-generatie te tonen.

Nadere informatie

Thema: De kracht van communicatie - Informatietechnologie. Onderdeel 3: Gebruik van technologie voor manipulatie en controle

Thema: De kracht van communicatie - Informatietechnologie. Onderdeel 3: Gebruik van technologie voor manipulatie en controle Thema: De kracht van communicatie - Informatietechnologie Onderdeel 3: Gebruik van technologie voor manipulatie en controle De enorme hoeveelheid informatie die in dit mediatijdperk op ons afkomt kan soms

Nadere informatie

Risicofactoren, zelfbescherming en invloed van sociale context (6 oktober 2011) Sofie Vandoninck, K.U.Leuven

Risicofactoren, zelfbescherming en invloed van sociale context (6 oktober 2011) Sofie Vandoninck, K.U.Leuven Veilig online: negatieve ervaringen bij 9-16 jarigen Risicofactoren, zelfbescherming en invloed van sociale context (6 oktober 2011) Sofie Vandoninck, K.U.Leuven EU Kids Online: achtergrond en theoretisch

Nadere informatie

Bijdrage Regeerakkoord (seminarie Alden Biesen) MOVI Colloquium Beter Besturen, Beter Regeren Woensdag 13 mei 2009

Bijdrage Regeerakkoord (seminarie Alden Biesen) MOVI Colloquium Beter Besturen, Beter Regeren Woensdag 13 mei 2009 Bijdrage Regeerakkoord (seminarie Alden Biesen) MOVI Colloquium Beter Besturen, Beter Regeren Woensdag 13 mei 2009 Aanzet > Bijdrage regeerakkoord voor aantredende regering na 7 juni > Horizontale thema

Nadere informatie

DIGITALE DIENSTVERLENING regio Kortrijk

DIGITALE DIENSTVERLENING regio Kortrijk DIGITALE DIENSTVERLENING regio Kortrijk SYNTHESERAPPORT Onderzoek naar de (digitale) dienstverlening van Kortrijk, Harelbeke, Waregem, Wevelgem en Zwevegem door Memori, i.s.m. Leiedal. januari april 2010

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 Werkgelegenheid stabiel, werkloosheid opnieuw in stijgende lijn Arbeidsmarktcijfers derde kwartaal 2013 Na het licht herstel van de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

Nadere informatie

Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test

Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test Respondent: Jill Voorbeeld Email: voorbeeld@testingtalents.nl Geslacht: vrouw Leeftijd: 39 Opleidingsniveau: wo Vergelijkingsgroep: Normgroep marketing

Nadere informatie

Jongerenhulp op het wereld wijde web. een rough guide

Jongerenhulp op het wereld wijde web. een rough guide Jongerenhulp op het wereld wijde web een rough guide Jongeren Advies Centrum zo laagdrempelig mogelijk informatie, advies en begeleiding jongeren van 12 tot 25 jaar gratis en anoniem, beroepsgeheim Jongeren

Nadere informatie

EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede

EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede Doel Armoede is geen eenduidig begrip. Armoede wordt vaak gemeten via een inkomensgrens: iedereen met een inkomen beneden die grens is arm, iedereen er boven is

Nadere informatie

Bowling alone without public trust

Bowling alone without public trust Bowling alone without public trust Een bestuurskundig onderzoek naar de relatie tussen een ervaren sociaal isolement van Amsterdamse burgers en de mate van publiek vertrouwen dat deze burgers hebben in

Nadere informatie

maatschappijwetenschappen pilot havo 2015-II

maatschappijwetenschappen pilot havo 2015-II Opgave 2 De digitale stedeling Bij deze opgave horen de teksten 2 en 3. Inleiding Gebruik van sociale media vormt een steeds belangrijker onderdeel van ons dagelijks leven. Sociale media zijn toepassingen

Nadere informatie