MAN-TO-MAN VERDEDIGING

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MAN-TO-MAN VERDEDIGING"

Transcriptie

1 MAN-TO-MAN VERDEDIGING Door: Ton Boot

2 Inhoudsopgave Voorwoord (verantwoording)... 3 Hoofdstuk 1: Algemeenheden... 5 Hoofdstuk 2: De 1-1 verdediging; een structurering en indeling... 8 Hoofdstuk 3: Het verdedigen van de man met de bal in het achterveld Hoofdstuk 4: oefenstof voor bij hoofdstuk Hoofdstuk 5: Het verdedigen van de aanvaller zonder bal op ball side in het achterveld Hoofdstuk 6: Oefenstof bij hoofdstuk Hoofdstuk 7: Het verdedigen van de aanvaller op helpside (in de perimeter) Hoofdstuk 8: Oefenstof bij hoofdstuk Hoofdstuk 9: Verdediging van de aanvaller in het inside gebied Hoofdstuk 10: Oefenstof bij hoofdstuk Hoofdstuk 11: De verdediging in het voorveld Hoofdstuk 12: Oefenstof bij hoofdstuk Hoofdstuk 13: Het verdedigen van speciale situaties Hoofdstuk 14: Oefenstof bij hoofdstuk Hoofdstuk 15: Afsluiting Literatuurlijst

3 Voorwoord (verantwoording) Basketball bestaat tactisch gezien uit twee delen: de aanval en de verdediging. In het algemeen wordt van deze twee de verdediging, vooral de individuele, schromelijk verwaarloosd en het is daarom dat ik iets over de man-to-man (m-t-m) verdediging op papier heb gezet. Er is zeer weinig Nederlandse literatuur op dit gebied, hopelijk zal dit artikel de jonge coaches en trainers helpen en stimuleren; voor de oudere en meer ervaren trainers zal dit gesneden koek zijn. Het grote publiek heeft een zeer negatief beeld over het verdedigen, omdat dit de attractiviteit van het spel niet ten goede zou komen. Dit kan waar zijn voor voetbal, bij verdedigend voetbal vallen er geen of zeer weinig doelpunten, voor basketball gaat dit niet op omdat er toch wel veel doelpunten vallen, de score zal alleen iets lager worden. Hoewel de aanval even belangrijk is als de verdediging, kan toch gesteld worden dat als tijdens een wedstrijd de aanval niet werkt, men nog niet hoeft te verliezen, maar als er niet wordt verdedigd zal men bijna altijd kansloos zijn. Dit geldt speciaal voor de zeer belangrijke wedstrijden, waarin vaak, vanwege nervositeit, de aanval niet zo goed functioneert. Het goede verdedigen wordt min of meer als een constante factor in iedere basketbalwedstrijd beschouwd. Er zijn zoveel niet-constante, onvoorspelbare factoren in een wedstrijd, waarom dan niet gebruik gemaakt van de constante factor, het verdedigen? Dat iedereen zeer goed verdedigen zou kunnen Ieren, is maar ten dele waar. Zeer goed verdedigen hangt af van zowel de fysieke, als ook, en wel in grote mate, van de mentale kwaliteiten van het individu. Daar deze kwaliteiten aan limieten zijn gebonden, voor elk individu verschillend, zal ook de kwaliteit van het verdedigen aan een plafond gebonden zijn; op een gegeven moment kan men niet beter leren verdedigen. Maar dan is het plafond van de TEAM-verdediging nog niet bereikt De teamverdediging is vele malen meer dan een optelsom van de individuele verdedigingskwaliteiten van de spelers. Juist dit team gebeuren is iets, waar de coach zeer grote aandacht aan zal moeten besteden, zowel op het technischtactische, als wel op het fysieke vlak. ln het algemeen wordt de verdediging onderverdeeld in m-t-m-verdediging, zoneverdediging, combinatie verdediging en pressverdediging. Deze onderverdeling is zeer globaal en de ene verdedigingsvorm overlapt vaak de andere. Ik zal me beperken tot de m-tm-verdediging. De m-t-m-verdediging gaat altijd vooraf aan alle andere vormen van verdedigen; het is een fundamentele structurele verdedigingsvorm. De principes van de individuele verdediging in de m-t-m worden in alle andere verdedigingsvormen toegepast. Het zal een basisverdediging (primary defense), in welke vorm dan ook, voor elk team moeten zijn; het team, dat de m-tm niet als basis-verdediging heeft, heeft de verdediging opgegeven, moet al zijn kaarten op de aanval zetten en mag alleen maar hopen dat de tegenstander hier geen gebruik van zal maken. Ook in de ontwikkeling van het individu, van jeugdige speler tot senior, zal de m-t-mverdediging de basis moeten zijn, dus het eerste wat aangeleerd zal moeten worden. ln de eerste plaats om de goede verdedigingstechniek aan te leren en verder om jeugdigen te leren niet de verantwoordelijkheden te ontlopen (zoals dat in de maatschappij vaak gebruikelijk is; bij sommige andere verdedigingsvormen is voor het individu de mogelijkheid aanwezig zich in het collectief te verschuilen. 3

4 Zoals de totale verdediging is onder te verdelen zien we ook een onderverdeling en ontwikkeling in de m-t-m-verdediging, waardoor verschillende soorten m-t-m-verdedigingen ontstaan. Welke men gebruikt is afhankelijk van het spelerspotentieel dat aanwezig is en in sterkere mate nog van de filosofie van de coach. Consequenties hiervan is dat ik in bepaalde onderwerpen de ideeën van verschillende, toonaangevende coaches summier zal aanhalen of met elkaar zal vergelijken. Het globale beeld van dit werkstuk zal zijn per hoofdstuk een theorie, gevolgd door oefenstof. Deze oefenstof is een greep uit de vele oefenstof die voorhanden is, veel door mijzelf gebruikt bij topteams welke ik de laatste jaren getraind en gecoacht heb (Fiat Stars, Nashua-Den Bosch, het nationale team, Parker-Leiden); het laat ook zien, en dit is zeer belangrijk, dat eerst de basiszaken, de fundamentals, zeer goed beheerst moeten worden, voordat men verder kan gaan. Daarom kost de opbouw van een basisverdediging veel tijd en zal, als men op lange termijn werkt, het toepassen in het begin van vele tactische stunts en verdedigingsvormen uit den boze zijn. 4

5 Hoofdstuk 1: Algemeenheden De m-t-m-verdediging heeft zich ontwikkeld van strikt m-t-m via floating and sagging m-t-m naar helpside m-t-m. ln feite worden er steeds meer principes van de zone toegepast, men gebruikt de term zonish, er komt steeds meer hulp van de medespelers. Behalve de hulp van de medespelers zijn er nog verdere ontwikkelingen in het moderne spel, namelijk: - De fysieke ontwikkeling van de spelers, zij worden sneller en sterker, o.a. door het toepassen van gewichttraining. Met deze, min of meer geforceerde, fysieke vooruitgang zal de coach ook de onvermijdelijke blessure toename onder ogen moeten zien en hier ook rekening mee moeten houden. - De mentale ontwikkeling, vooral van agressiviteit en mentale hardheid. ln de naaste toekomst zullen zich ook steeds meer aspecten van de press-verdedigingen, full-court en/of half-court, in de basisverdedigingen (primary defense) invoegen, waardoor we uiteindelijk tot een agressieve help-m-t-m over het hele veld zullen komen. Tegenwoordig zien we twee soorten help-verdedigingen, namelijk: 1. De ball side - help side defense Deze verdedigingsvorm wordt door de meeste Amerikaanse coaches, waaronder de bekende (Knight, llndiana University), toegepast. Hierbij wordt als methodisch hulpmiddel de denkbeeldige lijn van de ene basket naar de andere gebruikt (diagr. 1.1.); het veld wordt dan in twee kanten verdeeld, nl. de kant waar de bal zich bevindt, de ball side of strong side en de andere kant, waar de bal zich niet bevindt, de help side of weak side, Verdedigers op de help side moeten hulp bieden aan de verdediger van de man met de bal (Paye : play defense on a man and a half). Problemen ontstaan als de bal zich op de helplijn bevindt, dan is er in feite geen help side meer, en er is dus wel minder mogelijkheid tot hulp. Oplossingen hiervoor zijn: a. D.m.v. overplay ( de aanvaller aan een bepaalde zijde verdedigen zodat deze gedwongen wordt naar de andere kant te gaan) de aanvaller van de helplijn verdrijven, waardoor dus weer een ball side - help side situatie ontstaat óf b. Als dit niet lukt, en de aanvaller (met de bal) blijft op de helplijn, moet de verdediger d.m.v. er overplay de aanvaller een kant op laten kijken en die kant is dan als ball side te beschouwen. 5

6 2. On the ball - off the ball defense Hierbij wordt als hulpmiddel een denkbeeldige lijn van de bal naar de basket getrokken (diagr.1.2.). De verdedigers die slechts één pass van de bal zijn verwijderd overspelen hun man (zij verdedigen nu tussen de bal en hun man), de verdedigers die twee of meer passes zijn verwijderd van de bal, bieden hulp aan de verdediger van de aanvaller met de bal, zijn dus de feitelijke help-verdedigers (we komen hier later nog op terug). Deze methode is iets agressiever en zuiverder dan de eerste methode en zal ook steeds meer toegepast worden (zij bevat al meer pressprincipes dan de eerste methode). Een nadeel van deze methode is dat de lijn bal - basket steeds verschuift met het bewegen van de bal, wat in het leerproces wel eens moeilijkheden oplevert. Deze methode wordt toegepast door bekende Amerikaanse coaches als Dean Smith (Un. of North Carolina) en Kloppenburg (in ons land bekend Q als ex-coach van Groningen en tegenwoordig verbonden aan een NBAteam, een typische defensive coach). Welke van beide methoden de beste is, is moeilijk te zeggen; zowel Knight als Smith hebben excellente resultaten behaald met hun systemen. De belangrijkste taak van de coach is het geloof in het systeem over te brengen. Ik zal nu verder gaan met de beschrijving van de m-t-m-verdediging, zoals deze bij Nashua- Den Bosch en Parker-Leiden is toegepast. Er zullen hoofdzakelijk algemene kenmerken, die altijd aanwezig zijn, worden beschreven; specifieke kenmerken, aangepast aan de spelers, komen nauwelijks aan bod. Het is voornamelijk de eerste methode, ball side - help side defense, die ik heb toegepast maar tegenwoordig neig ik meer naar de tweede methode. Filosofie Er moet pressie op de tegenstander uitgeoefend worden gedurende de gehele wedstrijd. Zet de tegenstander lichamelijk en geestelijk onder druk. Hierbij is de verdediging een middel om dit te bewerkstelligen, een ander pressiemiddel is bv. de fast-break (zie mijn werkstuk over de fast-break). Om deze druk tot uiting te brengen is men afhankelijk van : - De verdedigende kwaliteiten van de spelers; er waren fantastische verdedigers in mijn teams, zoals Buff Kirkland, Danny Cramer, Mitchel Plaat, waarbij de andere spelers het geheel goed aanvulden. - Het aantal spelers; dit systeem vreet energie en persoonlijke fouten en men moet dus de beschikking hebben over genoeg goede verdedigers, tenminste acht. Een logisch gevolg van het pressiebeginsel op elk moment is dat er over het gehele veld (fullcourt), zowel inside als outside, verdedigd moet worden. Juist deze pressie outside, dus bv. in de perimeter (het gebied in een straal van ca. zes meter van de basket), heeft grote 6

7 risico s en het is misschien de vraag of dit goed is. De meeste Europese topploegen spelen alleen maar op inside-pressie in het bucketgebied. De filosofie hierachter is : geef de laagpercentuele schoten (outside), voorkom de hoog percentuele schoten (inside). Voorbeelden van teams met alleen maar inside-pressie zijn Real Madrid en Maccabi Tel Aviv. Hiertegenover staan Nashua-Den Bosch (één van de best verdedigende ploegen van Europa?) en de Italiaanse topploegen. We komen nu aan een principieel standpunt. Dat de meeste ploegen weinig pressie outside onderhouden, komt omdat de gedachte is : of inside of outside. Ik denk : inside èn outside, dus beide principes moeten gerealiseerd worden, hetgeen consequenties voor de gehele verdediging heeft. Tot mijn geluk en verademing heb ik de laatste tijd het Engelse nationale team en Crystal Palace (Londen), en ook de Duitse clubteams, gezien die precies hetzelfde doen als ik denk. Waarschijnlijk komt dit omdat dit nog jonge en opkomende basketbalteams zijn, die nog onbevangen tegen het geheel aankijken en nog niet gelouterd zijn door nederlagen. Ervaring is een leuke kreet, maar het houdt ook in de ervaring van nederlagen en de ANGST ervoor, en angst is een slechte raadgever. Het verdedigingssysteem dat wij speelden was vnl. gebaseerd op de filosofie van Knight, wie kent hem niet, en dit is ook zeer te begrijpen want de begrippen pressie en agressiviteit liggen in elkaars verlengde. De opbouw, waarmee ik grote problemen had, omdat in de systematische indeling sommige begrippen elkaar overlappen, ziet er als volgt uit : A. de 1-1 verdediging B. de speciale en meer complexe situaties C. de totale verdediging (en opbouw daartoe). ln dit geheel speelt de 1-1 verdediging verreweg de belangrijkste rol. Het is een absolute voorwaarde hierin wordt de toon van het team en de agressieve houding aangekweekt, hierin wordt het gehele denken van de coach op de spelers overgebracht. Hiermee moet de coach de spelers, het team, pakken, het is het beste middel voor de coach om dit te doen. Hier slaagt of faalt de coach naar mijn mening. 7

8 Hoofdstuk 2: De 1-1 verdediging; een structurering en indeling Om een beetje gestructureerd over de 1-1 verdediging te kunnen praten, wordt van het speelveld uitgegaan in diagram ll.1 Voorveld: het gedeelte van het speelveld, waar de aanvalsbasket staat Achterveld: het gedeelte van het speelveld, waar de verdedigingsbasket staat Het achterveld is weer onder te verdelen in: 1. Ball side 1.a. speler met de bal te verdedigen 1.b. speler zonder bal te verdedigen 2. Help side Ook wel weak side genoemd, waar natuurlijk altijd een speler zonder bal wordt verdedigd. 3. Inside gebied (het gearceerde gedeelte op diagr. ll.1.) Dit gebied wordt door de meeste coaches als belangrijkste verdedigingsgebied beschouwd (dit blijkt bv. al uit de zoneverdediging) en wordt ook wel genoemd : - vital scoring area (Healey en Hartley) - no ball area - red light district (Paye) - bucket gebied Vele coaches hebben een eigen begrenzing van het gebied, globaal gezegd is het het gebied rond de bucket. De bal mag niet of zo moeilijk mogelijk in het bucket gebied komen. Dit erin komen van de bal noemt men penetratie. Er zijn drie manieren van penetratie, namelijk.: - d.m.v. een dribble, vanaf de perimeter het bucket gebied in, de zgn. penetratiedribble. Deze wordt zeer veel toegepast in Amerika om zowel de zoneverdediging als de m-t-m- verdediging te verslaan (diagr. ll.2.). - d.m.v. een pass, naar een postende of insnijdende speler - d.m.v. een aanvalsrebound na een schot vanuit de perimeter (afstandschot). Dit wordt in het algemeen niet als penetratie beschouwd omdat na het schot de aanvallende partij het balbezit verliest; deze vorm van penetratie gebeurt dus bij toeval. Vanuit verdedigend opzicht kan de aanvalsrebound toch als 8

9 een vorm van penetratie worden gezien. De penetratie van de balmoet dus tegengegaan worden (no ball area!) en dit moet gebeuren op zo'n actief, agressief mogelijke wijze. Deze activiteit (agressie) richt zich in de eerste plaats op de bal en technieken tactieken) als channeling (diagr. ll.3.), onder te verdelen in funneling (het leiden d.m.v. overplay van de dribbelaar naar het midden) en fanning (het leiden d.m.v. overplay van de dribbelaar naar buiten) zijn in mijn ogen te passief. Channeling is een tactische vorm van verdedigen en ik denk dat er in het algemeen een voorkeur moet worden gegeven aan de techniek boven de tactiek. Het gebruik hiervan hangt natuurlijk in grote mate van de kwaliteit van de spelers af. De basistactiek is dat de bal dus niet in het bucketgebied mag komen en dit moet niet in de eerste plaats op basis van tactische middelen maar d.m.v. agressieve verdedigingstechnieken, gericht op de bal, gebeuren. De aanvaller moet bezig zijn met de bal te beschermen, te verdedigen; hij mag niet toekomen aan zijn aanvallende bedoelingen, hij mag niet denken, hij mag bij wijze van spreken zelfs niet ademhalen. Het is wel typisch dat zowel Paye als Healey en Hartley niet het voorveld in hun basisverdediging betrekken, althans niet in hun diagrammen. Dit is dus iets nieuws en een logisch gevolg van de invloed van de pressie-verdedigingen. Een voorbeeld van de indeling van het veld zoals Paye die geeft zien we in diagr.ll.4. Naar de indeling van het speelveld heeft elk gedeelte zijn consequentie wat betreft de manier (techniek) van verdedigen. Ik zal de indeling van het begin van dit hoofdstuk aanhouden, maar methodisch is het gemakkelijker een andere volgorde te nemen 9

10 Hoofdstuk 3: Het verdedigen van de man met de bal in het achterveld De gehele verdediging is op de bal gericht, en hierin speelt de eerst verantwoordelijke, de verdediger van de man met de bal, een fundamentele rol. Men spreekt t.a.v. deze verdediger ook wel van on-the-ball defender. Methodisch gezien is het verdedigen van de man met de bal in het achterveld onder te verdelen in: 1. Het verdedigen van de aanvaller met de bal, die in een positie staat, van waaruit hij kan schieten, passen en dribbelen, de zgn. triple-threat positie. Dit is tevens de moeilijkste positie om te verdedigen, omdat de aanvaller niet alleen drie soorten acties kan ondernemen, maar ook nog een aantal schijnbewegingen kan maken. 2. Het verdedigen van de dribbelaar. 3. Het verdedigen van de aanvaller met de bal die geen dribble meer tot zijn beschikking heeft, dus 4. Gestopt is met dribbelen. 5. Het verdedigen vanuit help-positie van de aanvaller die juist de bal ontvangt. Ad. 1.A: Het verdedigen van de aanvaller in triple-threat positie Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten verdedigingsstanden. a. De parallelstand, ook wel wrestler's stance genoemd (diagr. lll.1.), waarbij de voeten in de verdedigingshouding parallel staan. b. De spreid-schredestand (diagr.lll.2.), ook wel boxer's stance, stride stance, fencer's stance of staggered stance genoemd. Hierbij is de ene voet iets voor de andere geplaatst (toe-heel alignement). ln de literatuur wordt uitvoerig stilgestaan bij de verdedigingsstand, we hebben hier dus te maken met de verdedigingsstand t.o.v. een aanvaller in triple-threat positie; Adams noemt deze verdedigingsstand de ready stance. Vanuit deze stand moeten snelle bewegingen in alle richtingen gemaakt kunnen worden, terwijl de stand toch stabiel en comfortabel moet zijn. Twee belangrijke zaken in dit verband zijn: - De voetenbasis, of hoe ver moeten de voeten uit elkaar staan. Des te groter deze basis is, des te stabieler is de stand (mechanisch); echter, als deze stand te groot wordt, is er geen mogelijkheid meer om snel te bewegen (anatomisch). Een te kleine stand is te labiel. 10

11 - Het lichaamszwaarte punt. Dit moet zo laag mogelijk zijn, hetgeen weer stabiliteit ten goede komt. Echter als het te laag is, is er geen mogelijkheid om snel te bewegen, als het te hoog is, is de stand te labiel. Altijd zien we een compromis tussen stabiliteit - en labiliteit. We hebben met alleen te maken met de mechanische, maar ook met de bewegingsanatomische aspecten van de lichaamsstand en -beweging. In het leerproces zijn dus altijd individuele aanpassingen noodzakelijk en jammer genoeg is op het terrein van bewegingsmechanica en -anatomie t.o.v. basketbalbewegingen nog weinig onderzoek gedaan. De consequenties voor de ready stance zijn concreet (foto 1): 1. Het lichaamsgewicht moet verdeeld zijn over beide voeten. 2. Het lichaamsgewicht moet zich iets op de bal van van de voeten bevinden. Kloppenburg spreekt in dit verband over patter step, het op en neer bewegen van de hiel; hij accentueert hiermee dat het lichaamsgewicht zich op de ballen van de voeten moet bevinden waardoor men gemakkelijker van richting kan veranderen. Toch is er geen eensluidende mening over want Healey en Hartley spreken over lichaamsgewicht op de gehele voetzool. 3. De voeten moeten zich op schouderbreedte bevinden of iets wijder. 4. De voeten moeten zich in een zgn. toe-heel alignement bevinden (zie diagr. lll.2.). Vroeger was het de gewoonte om de voorste voet een flink stuk voor de achterste voet te plaatsen; tegenwoordig, met het voortschrijden van de fysieke kwaliteiten van de verdedigers, gaat deze voetenstand steeds meer in de richting van de parallelstand, en de toe-heel alignement is al algemeen aanvaard. Deze toe-heel alignement bij het verdedigen van een aanvaller in triple-threat positie óf de dribbelaar, is gericht tegen de tegenwoordig veel toegepaste en zeer gevaarlijke penetratiedribble. 5. De knieën moeten gebogen zijn in een hoek van ca. 120, het lichaamszwaartepunt is dus zeer laag. 6. De romp is bijna rechtop. Dit dient weer om het bewegen in alle richtingen te vergemakkelijken en goed overzicht over het veld te hebben. Een veel voorkomende fout bij lange mensen is dat het laag zitten (zwaartepunt laag) niet gebeurt met gebogen knieën maar met een gebogen romp; de stabiliteit en het overzicht gaat dan verloren. Ook gebeurt dit, wanneer spelers vermoeid zijn, de coach heeft dus een controlepunt wat betreft de vermoeidheid. 11

12 7. Het hoofd moet rechtop gehouden worden, ook weer vanwege het overzicht. Er zijn twee theorieën waar de ogen op gericht moeten zijn; de ene zegt: gericht op het lichaamszwaartepunt (maag/buik) van de aanvaller, de andere zegt: gericht op de bal. lk prefereer de laatste mening, omdat de hele verdediging en de verdediger zelf gericht op de bal moet zijn. 8. De hand- en armhouding. De voorste hand (front hand, een betere term is pointinghand) moet op de hoogte an de bal zijn of zelfs iets hoger om de aanvaller tot dribbelen te dwingen en in ieder geval, en dit is zeer belangrijk, de aanvaller te beletten gemakkelijk te passen. Sommige coaches prefereren de handpalm open en onder de bal, om eventueel de bal omhoog uit de handen van de aanvaller te kunnen slaan; de kans op persoonlijke fouten is dan kleiner. De bal wordt dus altijd gevolgd door de hand(en) van de verdediger; Adams spreekt hier van trace the ball. Dit trace the ball is essentieel in de moderne verdediging en heeft tot gevolg dat zowel de afstand tot de aanvaller als de hoek in de knieën van de verdediger (ca. 1205) steeds verandert. Als bij voorbeeld de bal door de aanvaller boven zijn hoofd gehouden wordt, dan zal door het trace the ball-principe ook de afstand tot de aanvaller kleiner worden (dit is niet erg want vanuit deze positie kan de aanvaller geen drive maken) en ook de hoek in de knieën zal groter worden. De achterste hand bevindt zich (arm ietwat gebogen in de elleboog) op schouderhoogte; dit, omdat de aanvaller dan gedwongen wordt een lobpass of een bouncepass te geven, welke langzamer zijn dan directe passes, dus gemakkelijker te onderscheppen zijn. Kloppenburg wil de achterste hand (non-pointing hand) zelfs iets boven schouderhoogte (oorhoogte) hebben omdat bij het eventuele naar beneden bewegen van de hand de zwaartekracht een handje zou helpen. 9. De afstand tot de aanvaller is een armlengte. We hebben al gezien dat door het trace the ball-principe deze varieert. Knight zegt: de handpalm moet tegen de borst van de tegenstander komen. l.p.v. armlengte afstand kan men ook zeggen: cm. afstand. Deze afstand t.o.v. de tegenstander is fundamenteel voor het pressiebeginsel èn de hulp aan de medespelers. De verdediger van de man met de bal is in dit opzicht ook een help-verdediger! Het is een denkfout om tegen een zeer goede aanvaller een grotere afstand in te nemen, zoals vele verdedigers doen; de goede aanvaller krijgt dan nog meer vrijheid. Dwingende redenen om de korte afstand te bewaren zijn: - De passes te bemoeilijken (in combinatie met tracing): dit is dus een vorm van hulp aan de medespelers. - De bewegingen van de aanvaller bij de start van de dribble te bemoeilijken, hij moet met een boog om de verdediger heen (dit is dus tijdverlies voor de aanvaller). - De aanvaller aan de dribble te laten beginnen. De hulp van de andere verdedigers is dan gemakkelijker, omdat de help-verdedigers zich richten op de bal en de bal gedurende enige tijd gelokaliseerd is op een bepaald gedeelte van het veld. Veel moeilijker wordt het voor de andere verdedigers om te helpen als: 12

13 A. De bal snel bewogen wordt. B. De aanvallers ook constant in beweging zijn, vaak in combinatie met screens, waardoor de aandacht op de man met de bal niet zo gemakkelijk is. De hiervoor beschreven verdedigingsstand tegen een aanvaller in triple-threat positie wordt door Kloppenburg semi-max (pressure), door Adams ready stance genoemd, Paye spreekt van front foot to pivot foot stance (zie ook diagr. lll.10.). Het is een zeer moeilijke positie voor de verdediger maar Paye zegt simpel: de verdediger is altijd in het voordeel omdat deze dichter bij de basket staat dan de aanvaller; psychologisch gezien is dit een goed uitgangspunt. Ad. 1.B. Vanuit de triple threat positie kan de aanvaller schijnbewegingen maken Op een schijnbeweging zal de verdediger moeten reageren. Een belangrijk verschil met de eerder beschreven houding is dat het lichaamszwaartepunt nog meer omlaag gebracht zal worden door het buigen van de knieën; de hoek in de knieën worden. Kloppenburg spreekt hier van "nose in chest", een goed didactisch hulpmiddel i.v.m. het aanleren en corrigeren. Er zijn verschillende theorieën om op de aanvaller te reageren. 1. Kloppenburg vindt dat de verdediger een volle slide schuin achterwaarts moet maken in de richting van de schijnbeweging (release). Dit gebeurt met een explosieve afzet (push-off) van de voet, tegenovergesteld aan de richting welke de aanvaller gaat. Voorbeeld: De verdediger staat in een toe-heel alignment met de rechter voet voor. Als de aanvaller nu een schijnbeweging naar links (voor de verdediger) maakt, krijgen we de explosieve afzet van de rechtervoet, waardoor de linker voet zich eerst verplaatst, gevolgd door de rechter voet, een zgn. side slide (diagr. lll.3.). Als de aanvaller een schijnbeweging naar rechts maakt, volgt de drop step (diagr. lll.4.). De drop step is een verwisseling van de voorste voet (dus in dit voorbeeld komt de verdediger in een verdedigingsstand met de linker voet voor). Bij deze drop step zijn drie criteria belangrijk, namelijk: - hij moet snel zijn. - hij moet laag zijn, om snel contact met de vloer te krijgen. - hij moet groot zijn, omdat hij in feite het verwisselen van been plus de eerste pas schuin achterwaarts is. 13

14 Als de aanvaller weer terugkomt in de triple-threat positie (hij heeft schijnbewegingen gemaakt) moet de verdediger weer terug in zijn uitgangspositie (ready stance) komen. Deze stap terug wordt wel approach step of advance step genoemd. 2. Een andere gedachte (Healey en Hartley en waarschijnlijk ook Knight) is dat in deze situatie een retreat step (spring or bounce to the rear) gemaakt moet worden (diagr. lll.5., we komen hier later nog op terug bij de start van de dribble). lk denk dat deze methoden zeer individueel zijn en dat zeer snelle en zeer snel reagerende spelers de eerste methode en dat minder snelle spelers de tweede methode zullen moeten volgen. Wij hebben het tot nu toe steeds over het volgen, dus het reageren op de aanvaller gehad. Naar mijn mening is een agressievere methode om juist zelf de initiatieven (defensive fakes) te nemen, waarop de aanvaller moet reageren en dus in de verdediging zal worden gedrukt; de rollen zijn dan omgedraaid. Ad. 2.A. De aanvaller start daadwerkelijk de dribble. Wanneer, tactisch gezien, de aanvaller gaat dribbelen is dit gunstig voor de verdediging: de aanvaller is uit de triple-threat positie, één van de moeilijkste posities om te verdedigen en de bal is gelokaliseerd op een bepaald gedeelte van het veld, wat voor de andere verdedigers goede mogelijkheden verschaft om hulp te bieden. Technisch gezien is de start van de dribble een belangrijk moment voor de verdediger op de bal. Kloppenburg spreekt nu van "nose in chest", Paye: how to defend the all-important first step. Alvorens hier op in te gaan, wil ik eerst het begrip overplay (overshift) bespreken. ln de overplay situatie tegen een aanvaller in de triple-threat positie staat de verdediger niet tussen de aanvaller en de basket, maar de aanvaller wordt meer aan één kant verdedigd, waardoor die aanvaller bijna gedwongen wordt naar de andere kant te gaan. Het is een tactisch-technisch hulpmiddel waar ik mijn twijfels over heb omdat het meestal niet agressief genoeg toegepast wordt; toepassing is afhankelijk van de verdedigende kwaliteiten van de spelers en de filosofie van de coach. Dit "overplay" gebeurt meestal "een halve man" (diagr. lll 6. en 7.). 14

15 Tijdens de dribble wordt ook het principe van de overplay toegepast, meestal op de balkant waardoor de aanvaller gedwongen wordt om van richting te veranderen. Een andere vorm van overplay tijdens de dribble is het zgn. "channeling", d.i. de dribbelaar naar een bepaalde kant leiden (dwingen) zie ook Hoofdstuk ll, diagr. ll.3. Ook het verdedigen van de aanvaller zonder bal, waarbij de verdediger tussen de aanvaller en de bal staat, wordt overplay (of denial) genoemd (diagr. lll.8.); hierop zal later nog uitvoerig worden ingegaan. Het begrip overplay wordt dus veel toegepast en heeft vele betekenissen. Bij de start van de dribble is de eerste stap van de aanvaller zeer belangrijk; hoe is dit te verdedigen? 1. Kloppenburg: maak gewoon een side slide en ga mee (zie diagr. lll.3.). Hiervoor zijn zeer goede verdedigers noodzakelijk (dus zeer snel reagerende verdedigers), want er worden hier geen hulpmiddelen als overplay en retreat step gebruikt. 2. Healey en Hartley zeggen: maak een retreat step gevolgd door een glide óf naar de andere kant: maak een retreat step gevolgd door een drop step en glide ldiagr. lll.9.). We zien hier bij de drop step dat door de overshift een verandering van de drivehoek ontstaat, de extra tijd, die de verdediger nodig heeft voor de drop step wordt volledig gecompenseerd door de extra tijd die de aanvaller nodig heeft i.v.m. de verandering in de drivehoek. 3. Paye: front foot to pivot foot. lk zal alleen de principes behandelen, waarvan het belangrijkste is het zodanig overspelen van de aanvaller dat hij zijn drive (of start van de dribble) begint in de tegengestelde richting van zijn pivotvoet. De voorste voet van de verdediger staat hier bijna tegen de pivotvoet van de aanvaller aan, de achterste staat hier ca. 80 cm achter. Als de aanvaller naar links wil gaan (voor hemzelf), zal hij een reverse pivot moeten maken (een cross-over step 1 is niet mogelijk), hetgeen tijd zal kosten en met een snelle 1-2 stap door de verdediger opgelost zal worden (diagr. lll.10.). De meest gebruikelijke richting voor de aanvaller zal dus naar rechts zijn en dan zegt Paye simpel, dat de linker voet van de verdediger 80 cm. dichter bij de basket staat dus in een voordelige positie t.o.v. de aanvaller (diagr. lll.11.). Een bijkomend voordeel van deze stand is dat de verdediger zo dicht op de aanvaller staat dat een schot bijna onmogelijk is. 15

16 Er kleven ook een aantal vraagtekens aan deze methode: - Hoe herken je de pivotvoet bij een parallelstop (dus voeten van de aanvaller naast elkaar? - De regel van Paye: force him away from his pivot foot is vaak tactisch niet juist, omdat in het tactische concept vaak een man naar het midden óf naar buiten gedwongen moet worden, onafhankelijk van zijn pivot voet. D. Smith laat de aanvaller bij voorbeeld naar buiten channelen, Knight laat de aanvaller naar het midden leiden. Hoewel soms zeer theoretisch, dus praktisch vaak bezwaarlijk, komt het mij voor dat de bovengenoemde denkbeelden zeer interessant zijn en in ieder geval het denken over deze zaken op gang brengt. Technisch gezien neig ik, omdat ik niet zo'n voorstander van overplay ben, naar de simpele oplossing van Kloppenburg; hierbij moet men gewoon zorgen dat de verdediger in topconditie is. Verder denk ik, dat de verdediger nooit een penetratiedribble moet toestaan en als het toch gebeurt, liever naar het midden (en dus niet langs de baseline) omdat de hulp van de andere verdedigers dan groter is. Ad. 2.B. De aanvaller dribbelt Deze houding (men kan nauwelijks spreken over houding) wordt door Adams pointing stance genoemd. Enkele opmerkingen over de houding en beweging van de verdediger zijn: 1. De voetenbasis moet zo breed mogelijk blijven, in ieder geval mogen de voeten niet aangesloten worden of elkaar kruizen. 2. De voet, die zich het dichtst in de bewegingsrichting bevindt, verplaatst zich het eerst (zie ook ook diagr. lll.3.); we zagen zo iets al bij de start van de dribble. Men zegt dat de verdediger zich verplaatst met zgn. slide steps (glides). Kloppenburg spreekt van shoulder slides, ook 5 wel van "3 inch slides", dus slides van 8 cm. Ik denk dat de slides zo klein mogelijk moeten zijn, dit i.v.m. de wendbaarheid; de lengte van de slides is ín de praktijk ca. 70 cm. en de 3 inches van Kloppenburg begrijp 16

17 ik dus niet. In ieder geval moeten de slides comfortabel zijn. Healey en Hartlex komen met een merkwaardige theorie ivm de glide step. beide voeten moeten bijna gelijktijdig bewegen waardoor een huppende (hopping) beweging zal ontstaan. Ook spreken zij van het aansluiten van de voeten. Ik denk dat dit niet goed is, hoewel vaak zeer goede verdedigers huppen. Paye wil na de start van de dribble dat de verdediger van de staggered stance in een parallel stand komt. Dit is een goede, maar moeilijke techniek en is noodzakelijk om de penetratie-dribble te voorkomen. Kloppenburg spreekt van toe-heel alignement, hetgeen de parallelstand benadert. 3. De verdediger moet laag volgen (nose in chest), dus in de knieën is een hoek van ca De voorste hand (pointing hand, inside hand) moet laag zijn. Adams wil de handpalm naar de bal laten wijzen, dus zijwaarts. Knight wil, dat de handpalmen open, dus naar boven gericht zijn. Adams' methode lijkt mij beter. interessant is de gedachte van Peterson (Billy-Milano): de pointing hand moet zich op de hoogte van de knieholte van de dribbelaar bevinden, af en toe de knieholte aanrakend, om: - De goede afstand tot de dribbelaar te handhaven. - De cross-over dribble te voorkomen; daardoor moet een moeilijker techniek dan de cross-over dribble gebruikt worden, hetgeen meer balverlies veroorzaakt. - Irritatie bij de aanvaller te veroorzaken. De achterste hand (outside hand) moet zich op schouderhoogte bevinden, dit om een bouncepass of lob-pass uit te lokken, welke langzame passes zijn, dus gemakkelijker op te reageren door de verdedigers. Knight laat met de outside hand acties naar de bal uitvoeren, dit zou minder fouten opleveren. Ik denk dat de inside hand eventuele acties naar de bal moet uitvoeren; dit wordt door Kloppenburg "inside hand dig" genoemd. Deze inside hand dig is dus een agressievere wijze van verdedigen dan als de hand alleen maar de knieholte raakt. Toch moet ervoor gewaakt worden dat er teveel acties met de armen en handen gedaan worden; het verdedigen gebeurt in de eerste plaats met de voeten en de verdediger moet de handacties slechts af en toe toepassen om de aanvaller angst aan te jagen. Het nadeel van teveel handbewegingen is: - De verdediger wordt gemakkelijker gepasseerd omdat het lichaamsgewicht zich dan vaak te veel op de voorste voet bevindt, - Het risico van persoonlijke fouten is groot. D. Smith laat het afhangen van de kwaliteit van de verdediger; verdedigers met "snelle handen" kunnen het af en toe doen. Ik denk dat deze zienswijze juist is. 5. Het bovenlichaam moet rechtop zijn. 6. Het hoofd moet rechtop zijn. 7. De afstand tot de aanvaller is een armlengte. 17

18 8. Tijdens de dribble moet de aanvaller altijd een halve man overspeeld worden,.en wel aan de balkant; in combinatie met de toeheel alignement voorkomt dit de penetratie-dribble. D. Smith spreekt t.a.v. het voorkomen van de penetratie-dribble dat de dribbelaar gedwongen moet worden tot een 45 hoek, d.w.z. de dribbelaar mag nooit naar de basket dribbelen, maar gedwongen worden tot een dribble, welke een hoek van 45 maakt met de bal-basket (diagr.lll.12.). Dit 45 principe is een goed streven, en komt er op neer dat de dribbelaar altijd in de perimeter blijft. Tijdens het verdedigen van de dribbelaar zien we dus steeds weer de pressie op de bal; de aanvaller moet meer bezig zijn met het beschermen van de bal dan met werkelijk aanvallende acties en alle verdedigingstechnieken moeten daarop gericht zijn. Zoals gezegd moet de dribbelaar bij het overnemen gedwongen worden tot een moeilijker techniek dan de cross-over dribble i.v.m. het balverlies. Ook heeft het tegengaan van een cross-over dribble een tactische reden; juist dan zijn er zeer goede verdedigingsstunts (bv. run and jump) mogelijk, vooral bij een reverse dribble. Technieken van overnemen van de bal voor de dribbelaar zijn: - De cross-over dribble, die dus geëlimineerd moet worden (zie boven) - De between-the-legs dribble - De behind the back dribble - De reverse dribble, deze is de meest toegepaste van de vier. De meest gebruikelijke wijze om deze laatste drie technieken te verdedigen is een drop step maken en weer te volgen. Dit is een moeilijk en belangrijk moment voor de -verdediger omdat hij zijn positie t.o.v. de dribbelaar weer moet herstellen, nl. een halve man overspelen; de verdediger moet dus een grotere afstand dan de aanvaller afleggen en dit vereist na de drop step twee of drie snelle slides. Zowel Healey en Hartley als Knight propageren na de reverse dribble eerst een retreat step (zie start van de dribble) om niet in de rug van de aanvaller te belanden. De verdedigingstechniek die gebruikt moet worden zal zeer afhankelijk zijn van de fysieke kwaliteiten van de verdediger, en de retreat step kan een goed hulpmiddel zijn. Extra technieken om het overnemen te verdedigen zijn: a. De flick-techniek, dit is de bal achter de verdediger om weg te slaan. Na b.v. de reverse dribble kan de verdediger achterlangs mee stappen (grote stap) en de bal weg slaan. 18

19 b. Het nemen van de charge. Dit is een techniek waarbij min of meer gegokt moet worden op welk moment de verdediger zal overnemen; op het moment van overnemen dus van richtingsverandering, moet de verdediger een zodanige positie t.o.v. de dribbelaar innemen door middel van een drop step en een paar snelle slides, dat de aanvaller a.h.w. door de verdediger heen gaat, en dus een aanvallende fout maakt. Deze twee technieken moeten bij verrassing uitgevoerd worden, ze moeten slechts sporadisch toegepast worden vanwege de grote risico s. Als ze met sukses toegepast worden zullen ze grote angst bij de dribbelaar te weeg brengen. Bij het behandelen van het begrip penetratie zagen we reeds dat de bal niet inside mag komen. Om de penetratie-dribble tegen te gaan, zijn twee manieren gebruikelijk, sterk afhankelijk van het verdedigings- systeem dat wordt gehanteerd (zie ook opmerkingen aan het eind van dit hoofdstuk), nl.: a. Een technische methode, de dribbelaar een halve man overspelen, dus in feite tussen de bal en de basket verdedigen. Dit is een agressieve en moeilijke techniek, welke ik prefereer b. Een tactische methode, d.m.v. channeling de dribbelaar naar buiten en langs de zijkant te leiden (funneling). De techniek is niet zo agressief maar goed toe te passen door mindere verdedigers. De methode gaat als volgt: de verdediger moet zich onder een lijn door de dribbelaar evenwijdig aan de achterlijn plaatsen en zich ter hoogte van de dribbleschouder van de aanvaller bevinden (diagr.lll. 13.). Hij leidt a.h.w. de dribbelaar enhij moet ervoor zorgen dat de dribbelaar niet gemakkelijk van richting zal kunnen veranderen, dus niet gemakkelijk b.v. een reverse dribbel zal kunnen maken. Ad.3. Het verdedigen van de aanvaller, die zijn dribble beëindigd heeft. Als de aanvaller zijn dribble stopt, is hij zeer kwetsbaar; het enige wat hij nog kan doen is schieten of passen. Beide moeten voorkomen of in ieder geval moeilijk gemaakt worden. De aanvaller moet zo dicht mogelijk benaderd worden, en dit gebeurt d.m.v. een attack step. Deze verdedigingshouding wordt door Kloppenburg maximum pressure, ook wel belly-up genoemd; andere benamingen zijn pressure stance (deze benaming gebruik ik) of stick stance (Adams). 19

20 De houding is als volgt: 1. Dicht op de aanvaller. 2. De voetenstand is wijder dan die van de aanvaller dit om een stap langs de verdediger te voorkomen (diagr. l ll.14.). Adams beveelt de patter step (active feet) in deze positie aan, dus de hielen moeten actief op en neer bewogen worden. 3. De knieën zijn iets rechter (ca. 150 ); dit moet wel want vooral in de pressure stance wordt tracing the ball erg belangrijk omdat het passen dan juist voorkomen moet worden en de aanvaller zal meestal een overhead pass proberen. De verdediger mag niet helemaal rechtop staan omdat de mobiliteit. Na de pass groot moet zijn; na de pass moet de verdediger meteen een nieuwe Actie inzetten, nl. het zgn. jump toward the ball. Op dit jump toward the ball wordt later teruggekomen in het hoofdstuk over help defense omdat dit feitelijk behoort bij het verdedigen van de aanvaller zonder bal, natuurlijk behoort dit in deze paragraaf thuis; ik sprak in hoofdstuk 1 al over sommige moeilijkheden met de methodische indeling, dit is kennelijk zo'n discrepantie. 4. Het lichaam moet rechtop zijn, zo dicht mogelijk tegen de tegenstander, vandaar de benaming belly up. 5. De armen en handen moeten de bal volgen, het passen moet bemoeilijkt worden en de verdediger staat hiervoor in een ideale positie. Als de aanvaller een reverse pivot maakt, om de bal te beschermen, is dit al zeer goed voor de verdediging want een penetratie pass is dan bijna onmogelijk Sommige auteurs spreken wat betreft de armhouding over een windmill-beweging; tracing the ball is een betere techniek en benaming, omdat dit een duidelijke bedoeling aangeeft. ln ieder geval mag in deze positie geen persoonlijke fout gemaakt worden. We zagen dus dat als de aanvaller zijn dribble beëindigt, onmiddellijk de pressure stance moet worden ingenomen. Op dat moment roept de verdediger in de pressure stance "pressure" en dat is het teken voor de andere verdedigers om hun man te allen tijde te overspelen: de overige verdedigers komen in een denial stance, waardoor de pass zeer moeilijk wordt. Dit moet altijd gebeuren, om: - Een jumpball te forceren (5 seconden). - De aanvallers uit hun georganiseerde aanval te halen, het ritme van de aanval te breken. De aanvaller kan na het beëindigen van de dribble niet alleen passen, maar ook schieten (dit kan natuurlijk ook als de aanvaller nog niet heeft gedribbeld). Als de aanvaller schiet zijn er twee manieren om hem te verdedigen, afhankelijk weer van de filosofie van de coach en, nog belangrijker, van de kwaliteit van de verdediger. 20

21 a. De verdediger moet in ieder geval dicht op de aanvaller staan (pressure stance) en dan is het al zeer moeilijk om tot een schot te komen. De schutter moet de bal omhoog brengen, hetgeen zeer lastig ís, hij wordt dan min of meer tot een fade away jump schot gedwongen. Ook moet de verdediger tijdens het schot de handen hoog houden, waardoor het uitzicht van de schutter wordt bemoeilijkt. Deze methode, het uitzicht belemmeren, kan goed uitgeoefend worden in de pressure stance, in de ready stance (één armlengte afstand) werkt het veel minder. Voordelen van deze methode zijn: - Minder persoonlijke fouten - Goede positie voor de verdedigingsrebound (het uitblokken) omdat de verdediger nog contact met de grond heeft en de aanvaller niet. b. Een andere methode om het schieten te verdedigen is het schot proberen te blokken. Dit is een moeilijke techniek, welke een zeer goede timing vereist. Deze manier kan onderverdeeld worden in: - Het normale blokken, d.w.z. de bal te blokken als de schutter op zijn hoogste punt tijdens het schot is, en de bal de hand van de schutter gaat verlaten of al verlaten heeft. De schotblokkers moeten dus goede springers zijn en zij moeten pas springen, dus contact met de grond verliezen, als de aanvaller al het contact met de vloer verloren heeft; dit houdt meteen in dat de sprong zeer explosief moet zijn. - De zgn. low block, welke vooral wordt toegepast door kleinere verdedigers of door verdedigers die niet zo hoog springen. Hierbij wordt de bal met het omhoog brengen tijdens het schot uit de handen van de aanvaller geslagen. Deze methode wordt meestal toegepast in de ready stance, dus wanneer er nog ruimte is tussen de aanvaller en de verdediger of tijdens de attack step naar de pressure stance. Nadelen, vooral van het hoge blok, zijn het risico van de persoonlijke fouten en de minder goede positie voor de verdedigingsrebound, het uitblokken (niet te verwarren met het schot blokken) van de aanvaller is niet mogelijk. Vele coaches prefereren de eerste methode, ik geef de voorkeur aan de tweede, omdat deze veel agressiever is. Een geblokt schot geeft zo'n mentale dreun aan de aanvaller, dat deze later in de wedstrijd angst gaat vertonen en vaak óf zeer geforceerde schoten gaat lossen óf niet meer schiet wat natuurlijk zeer voordelig voor de verdediging is. 21

22 Ad. 4. Het verdedigen van de aanvaller die de bal ontvangt, terwijl de verdediger in een denial stance of in help-positie was. We kunnen hier twee situaties onderschieden: 1. De perimeter-aanvaller ontvangt de bal, terwijl de verdediger in een denial stance staat (diagr. lll.15.). De verdediger moet dan zo snel mogelijk zijn slechte positie t.o.v. zijn man (met de bal) herstellen; dit is niet zo moeilijk en de verdediger komt dan in de ready stance. 2. De verdediger A staat in een help-positie, bv. als de center de bal heeft (diagr. lll.16.). Als de center nu naar aanvaller 1 passt (de man van A), moet verdediger A zijn positie t.o.v. 1 herstellen. Hij moet dit zo snel mogelijk doen door naar de aanvaller toe te sprinten, terwijl het laatste gedeelte van de af te leggen weg uitgevoerd moet worden met het lichaamsgewicht op de achterste slide steps voet houdend. Deze slide steps met het lichaamsgewicht op de achterste voet gebeuren omdat de verdediger dan niet verrast kan worden door een drive naar de basket. De verdediger mag dus niet de volle afstand sprinten of omhoog gaan als de aanvaller een schotbeweging maakt, hij is dan te kwetsbaar voor de drive. Dit teruggaan naar de aanvaller wordt door Adams close out genoemd, door Kloppenburg close down. Deze termen spreken elkaar een beetje tegen, temeer omdat het terugvallen naar de center (als deze de bal heeft), door Adams covering down wordt. Om misverstanden te voorkomen lijkt het mij het beste het snelle benaderen van de eigen man, als deze de bal ontvangt close out (naar Adams) en het terugvallen op de center collapsing te noemen. Het is duidelijk dat de close out manoeuvre voor de verdediger moeilijk is. Als hulpmiddel is te gebruiken: geen close out manoeuvre in een rechte lijn naar de aanvaller, maar naar een bepaalde zijde van de aanvaller te maken, de aanvaller a.h.w. overspelend (diagr. lll.17.). Dan is het meest waarschijnlijke een eventuele drive-route langs de andere kant bekend, waarop de verdedigers) dan kunnen anticiperen. In mijn verdedigingsfilosofie moet deze close out manoeuvre zodanig plaats vinden, dat de aanvaller alleen maar de mogelijkheid van een drive naar binnen zou kunnen maken, dus in ieder geval niet langs de baseline. 22

23 Nog enkele opmerkingen, die deels al gemaakt zijn, deels ook gelden voor de volgende hoofdstukken. 1. De behandelde technieken gelden in algemene zin. De coach zal op trainingen de technieken steeds moeten aanpassen aan de individuele capaciteiten (vooral lichamelijke mogelijkheden) van zijn spelers. ln de wedstrijden krijgt de coach ook te maken met de individuele capaciteiten van de tegenstander bv. snelheid en sprongkracht en de spelers moeten zich in de techniek en tactiek) aanpassen. Ook is er verschil door de posities op het veld, bv. guard, forward, en de algemene techniek behoeft dan ook aanpassing. 2. In het leerproces (voor oefeningen zie volgend hoofdstuk) zal zorgvuldige aandacht aan de juiste, technische uitvoering besteed moeten worden. Onnauwkeurigheden mogen absoluut niet getolereerd en moeten onmiddellijk 3. De benaming ball side-help side is niet helemaal juist. Ook de verdediger van de man met de bal is een help-verdediger, hij moet namelijk het passen beletten door middel van het trace the ball principe en geeft zo belangrijke hulp aan de verdediger van de potentiële balontvanger. 4. De manier van individuele verdediging hangt ook af van de totale verdedigingsfilosofie. Zoals al gememoreerd is zijn er globaal twee mogelijkheden. A. De eerste methode, bv. door Knight aangehangen en overeenkomend met de ball side- help side gedachte, is als de aanvaller met de ball penetreert (dit moet zoveel mogelijk voorkomen worden), deze penetratie te laten geschieden naar het midden, met de gedachte dat daar de meeste hulp aanwezig is (diagr. lll.18). De baseline drive mag hier nooit gedaan worden. B. De tweede methode, aangehangen door D. Smith e.a., staat nooit een penetratie naar het midden toe, met de achterliggende gedachte dat de aanvaller daar juist in een gebied komt, waar hoog percentuele schoten mogelijk zijn èn de aanvaller ook in een ideale situatie komt om te passen (hij is dan slechts één pass verwijderd van alle aanvallers). In deze methode moet de aanvaller met de bal naar en langs de zijkant gedwongen worden (funneling) en een baseline drive is evt. toegestaan (diagr. lll.19.). 23

24 Het voordeel van deze methode is dat er duidelijk een help side gecreëerd wordt, wat dus voor de help-verdedigers (off-the-ball verdedigers) gemakkelijk is. Bovendien is het zeer moeilijk om een continue aanval tegen deze verdedigingsmethode te spelen omdat de bal moeilijk van de ene zijde van het veld naar de andere zijde getransporteerd kan worden. lk heb altijd (ook in dit werkstuk) de eerste methode toegepast, maar ook de tweede methode is zeer goed toepasbaar. Alleen het principe van funneling zal op een agressieve wijze toegepast moeten worden. Het is duidelijk dat het aanhangen van één van deze methoden verregaande consequenties zal hebben voor de individuele verdedigingstechnieken (hier wordt later nog op teruggekomen). 24

25 Hoofdstuk 4: oefenstof voor bij hoofdstuk 3 Bij het aanleren van de juiste verdedigingstechniek moet er op gelet worden dat het langzaam en overzichtelijk gebeurt en dat elke fout direct gecorrigeerd wordt. Vermoeidheid mag dan geen rol spelen en het aanleren zal meestal aan het begin van de training plaatsvinden. Kloppenburg doet dit aanleren van de verschillende verdedigingstechnieken d.m.v. zgn. mass drills (zie diagr. lv.1.). Bij de beschrijving van deze oefeningen besteed ik weinig aandacht aan de organisatie. Deze is uiteraard zeer belangrijk en ik laat dat aan de lezer zelf over. Tijdens mijn trainingen laat ik meestal de organisatie van de oefeningen aan de spelers zelf over (vaak de captain); ik denk dat dit een goede zaak is want in de wedstrijd moeten de spelers ook zeer zelfstandig beslissingen nemen en organiseren. OEFENING 1 Deze oefening betreft het aanleren van de verschillende technieken. De organisatievorm: de coach staat voor de spelers, die zich in rijen hebben opgesteld; er moet genoeg ruimte tussen de spelers zijn (diagr.lv.1.). Aan deze oefening komt geen bal te pas. a. op een verbaal signaal van de coach, b.v. "ready stanee", "pressure stance", komen de spelers in de resp. verdedigingshouding. b. op een signaal van de coach (verbaal of een handteken) maken de spelers één slide achterwaarts; later drie slides achterwaarts. c. idem met voorwaartse slides d. idem met zijwaartse slides (links of rechts) e.idem met dropstep Als dit wordt beheerst, moet de snelheid en het aantal opgevoerd worden, bv. gedurende 30 sec.; dit kan gebeuren op tekens van de coach of met een dribbelaar voor de groep, welke de groep moet volgen. Nu volgen een aantal oefeningen, die ik zelf veel toepas. Ik begin met oefeningen zonder bal; deze oefeningen gebeuren vooral in het voorseizoen, waarbij ze als techniek- en conditietraining dienen. 25

26 OEFENING 2 De spelers beginnen op de baseline. Meestal kunnen niet alle spelers tegelijk deze oefening doen, er wordt dan in 2 groepen gewerkt. De oefening duurt een halve minuut en wordt 4 à 5 maal herhaald, telkens met een halve minuut rust; tijdens de rust van de ene groep werkt de andere groep dus. Als dit gebeurd is (zo'n serie noem ik een blok), dan krijgen de spelers een iets langere rust-1 à 1 1/2 minuut-en dan volgt een nieuw blok (van 4 à 5 oefeningen). De totale oefening bestaat uit 4 blokken. Blok 1: De spelers staan dus op de baseline in de ready stance. Op signaal starten zij met achterwaartse slides met het rechter been voor. T.h.v. de vrije worplijn, de middenlijn en de andere vrije worplijn maken zij een of twee agressieve stappen (slides) voorwaarts terwijl dan ook een felle handbeweging naar de (denkbeeldige) bal gemaakt wordt. Bij de andere baseline aangekomen sprinten de spelers terug naar het beginpunt en starten weer met de achterwaartse slides (diagr. lv.2.). Blok 2: idem achterwaartse slides met linkerbeen voor. Blok 3: idem, zijwaartse slides. Blok 4: idem, achterwaartse slides maar na elke 3 slides moet er een drop step gemaakt worden (er wordt dan dus van been gewisseld). Dus: Blok1 (4x ½ min) 1 á 1 ½ min rust - Blok2 (4x -1/2 min) - 1 à 1 1/2 min. rust - Blok3 (4x 1/2 min.) - 1 à 1 1 ½ min rust - Blok4 (4x 1/2 min.). OEFENING 3 De spelers beginnen nu op de baseline of op de middenlijn; er wordt in blokken gewerkt, net zoals de vorige oefening. Blok 1: achterwaartse slides met het rechterbeen voor, over het halve veld; dan een sprint terug naar het beginpunt (diagr. lv.3.). Dit gebeurt weer gedurende een halve minuut, daarna een halve minuut rust; deze oefening wordt 4 maal herhaald. Dan 1 à 1 1/2 minuut rust. Blok 2: idem, nu het linkerbeen voor. Na 4 maal deze oefening weer 1 à 1 1/2 minuut rust. Blok 3: idem, bij zijwaartse slides. Tussen blok 3 en 4 weer 1 à 1 1/2 minuut rust. Blok 4: idem, met achterwaartse slides, maar na elke drie slides moet een drop step worden gemaakt. 26

27 OEFENING 4 Gedurende deze oefening bewegen de spelers zich tussen twee lijnen, welke zich op ca. 6 meter afstand bevinden (diagr.lv.4.). We krijgen nu 3 blokken, tussen elk blok 1 à 1 1/2 minuut rust. Blok 1: zijwaartse slides tussen de twee lijnen; deze oefening wordt 4 maal herhaald, gedurende een halve minuut met ertussen een halve minuut rust. Blok 2: idem, nu moeten er voor- en achterwaartse slides met het rechter been voor worden gemaakt tussen de 2 lijnen. Blok 3: idem, maar nu met het linker been voor. OEFENING 5 ln deze oefening maken de spelers alleen maar zijwaartse slides en moeten de leider (ook een speler) volgen gedurende een halve minuut. In de beginpositie staan alle spelers opgesteld op de middenlijn en de leider heeft zijn gezicht gericht naar de groep (diagr. lv.5.); deze leider maakt de zijwaartse slides in hoog tempo, naar links en rechts, plotseling van richting veranderend. Na een halve minuut arbeid volgt een halve minuut rust, waarin een andere speler leider wordt, alle spelers worden eenmaal leider. 27

28 OEFENING 6: Zig-zag drill Deze oefening vindt plaats op het halve veld met dezelfde organisatievorm als in oef. 3 (diagr. lv.6.); sommige spelers beginnen dus op de baseline en sommige op de middenlijn. Er wordt tussen 2 verticale lijnen gewerkt. Blok 1: De spelers maken schuin achterwaartse slides en bij een verticale lijn gekomen wordt een drop step gemaakt en een verandering van richting vindt dan plaats. Aan de middenlijn (resp. achterlijn) gekomen, wordt een sprint naar de beginpositie gemaakt en dan wordt weer gestart met de slides. Dit gebeurt weer een halve minuut met een halve minuut rust (waarin meestal een andere groep werkt). Dit blok wordt 4 maal herhaald met tussen elk blok 1 à 1 1/2 minuut rust. OEFENING 7 De groep spelers stelt zich in een hoek (A) van het veld op; de spelers werken over het hele veld. Op de baseline, middenlijn en andere baseline worden zijwaartse slides gemaakt, op de zijlijnen worden achterwaartse slides gemaakt (diagr. lv.7.). Bij de andere hoek van het veld (B) aangekomen, wordt een sprint langs de zijkant van het veld gemaakt (naar punt C). Na de sprint wandelt de speler weer naar het beginpunt A terug. Nr. 2 start, als nr. 1 na zijn zijwaartse slides bij de eerste hoek (C) is aangekomen, enz. Deze oefening moet 3 minuten duren en wordt 3 maal herhaald, met een pauze van 1 à 1 1/2 minuut. De oefeningen 2 t/m 7 worden zonder bal uitgevoerd en zijn zeer vermoeiend. Het betreft vnl. verdedigend voetenwerk t.o.v. de dribbelaar en er dient constant gecorrigeerd te worden (zie techniek). Nu volgen een aantal oefeningen met de bal. 28

29 OEFENING 8: Driving line Er wordt in paren (aanvaller en verdediger) gewerkt, de paren stellen stellen zich in de perimeter op (diagr. lv.8.). Er werkt één groep tegelijk. a. de aanvaller staat in triple threat positie en moet proberen te scoren, terwijl ten hoogste 1 dribble toegestaan is. b. idem, maar er zijn ten hoogste 2 dribble: toegestaan. c. de groepen stellen zich dichter bij de basket op. Idem, maar er is geen dribble toegestaan (pressure stance); d.i. in feite geen driving line. OEFENING 9: 1-1 De aanvaller start in de perimeter (triple threat positie) en speelt 1-1 tegen de verdediger (diagr. lv.9.). Na de verdedigingsrebound of een interceptie wordt er van functie gewisseld. OEFENING 10: 1-1, met derde man Oefening 9 kan ook met 3-tallen worden gedaan. De derde man kan worden ingeschakeld als passer, dus de aanvaller kan de derde man gebruiken als hij in moeilijkheden verkeert (diagr. lv.10.). Na een doelpunt wordt de verliezer- de nieuwe passer en de passer wordt verdediger (er kan ook op andere wijzen van functie worden gewisseld) 29

30 OEFENING 11: Zig-zag drill Deze oefening gebeurt van baseline tot baseline met een aanvaller en een verdediger; de groep werkt tussen 2 verticale lijnen (ca. 6 meter uit elkaar). De aanvaller dribbelt, terwijl de verdediger de aanvaller volgt (op balkant! ); bij de verticale lijn gekomen verandert de aanvaller van richting, meestal een reverse dribble, en de verdediger moet dus een drop step met een paar snelle slides maken om zijn positie weer te herstellen (diagr. lv.11.). Deze oefening is zeer bekend en technieken als flicking, charging en stealing kunnen bij deze oefening toegepast worden. OEFENING 12 Zig-zag drill plus 1-1 Deze drill lijkt op de zig-zag drill, maar vindt nu plaats tussen de zijlijn en mediaanlijn (lijn basket - basket). De aanvaller en verdediger starten t.h.v. het verlengde van de vrije worplijn, doen de zig-zag drill en bij het verlengde van de andere vrije worplijn gekomen wordt er 1-1 gespeeld en kan de aanvaller scoren. De groep heeft dan het hele gebied beneden de vrije worplijn tot zijn beschikking (diagr. IV. 12.). OEFENING 13: vanaf de middenlijn 1-1 Bij deze oefening starten de aanvaller en de verdediger vanaf de middenlijn, de aanvaller probeert te scoren. Dit is dus zuiver een oefening tegen een dribbelaar (diagr. lv.13.). 30

31 OEFENING 14: Close out drill De aanvaller staat op de vrije worplijn, de verdediger met de bal op de baseline. De verdediger geeft een bounce pass aan de aanvaller en maakt een close-out manoeuvre naar de aanvaller (diagr. IV. 14.). De aanvaller kan schieten of een drive maken. Na het schot : rebound! OEFENING 15: Close out drill De verdediger staat op het midden van de bucketlijn. Aan de andere kant van de bucket op de baseline staat de aanvaller met een bal. De aanvaller rolt de bal naar de vrijeworplijn, loopt achter de bal aan en pakt hem op t.h.v. de vrije worplijn; hij mag dan schieten of een drive maken. Op het moment van rollen start de verdediger en moet eerst de baseline aantikken voordat hij de aanvaller kan verdedigen, hij moet dus vanaf de baseline een close out-manoeuvre maken (diagr. lv.15.). OEFENING 16: Agressiviteits drill Twee spelers staan op de baseline op het snijpunt met de bucketlijnen. De coach staat onder het bord met een bal en rolt de bal het veld in; op dat moment moeten de twee spelers de bal proberen te bemachtigen (diagr. lv.16.). De speler die de bal bemachtigt, wordt aanvaller, de andere wordt verdediger en zij spelen 1-1 op de basket, waar de coach staat. 31

32 Hoofdstuk 5: Het verdedigen van de aanvaller zonder bal op ball side in het achterveld ln de terminologie van Kloppenburg e.a. kan men van off-the-ball defense spreken. ln de praktijk zal in de perimeter de situatie met de guard en de forward het belangrijkst zijn. Twee mogelijkheden zijn hier te onderscheiden, nl. de guard heeft balbezit of de forward heeft balbezit. 1. De guard heeft bal bezit In de klassieke methode stond de verdediger van de forward gewoon tussen zijn man en de basket; dit principe nu is geheel verlaten. ln de agressieve verdediging wordt de guardforward pass als een penetrerende -dus gevaarlijke- pass gezien, die voorkomen, in ieder geval bemoeilijkt, moet worden. Een andere reden om deze pass te voorkomen is dat de aanval vaak begint met een guard-forward pass en als deze bemoeilijkt wordt, wordt de start van de aanval bemoeilijkt, in ieder geval de timing ervan. De verdediger van de forward moet nu in de passlijn verdedigen, staat dus min of meer tussen de bal en zijn man (diagr. V.1.). Er zijn verschillende uitdrukkingen voor deze stand: overplay positie, denial stance, contesting the forward, fence stance, strong side, lane closure; ik gebruik meestal de term: denial stance. Deze denial stance is zeer belangrijk en moet volkomen beheerst worden. Beschrijving: 1. Karakteristiek (zie foto 4): de voorste voet (outside foot), de outside arm en het hoofd moeten zich in de passlijn bevinden. 2. De voetenstand. De voorste voet (in diagr. V.1. de rechtervoet) bevindt zich dus in de passlijn, de achterste voet tussen de aanvaller en de basket, waardoor als er geschoten wordt, de aanvaller d.m.v. een reverse pivot toch uitgeblokt kan worden (diagr. V.2.). 32

33 3. Het lichaamsgewicht bevindt zich op de voorste voet, waardoor als de aanvaller in de richting van de basket gaat, er snel afgezet kan worden op de voorste voet (push-off). 4. De knieën zijn minder gebogen dan we met de on-the-ball defense gezien hebben, maar toch gebogen want de verdediger moet zich snel kunnen verplaatsen. 5. De borst van de verdediger is naar de aanvallende forward gericht. 6. De voorste arm (outside arm of lead arm) is gestrekt en bevindt zich in de passlijn. 7. De lead hand is open, met de handpalm naar de bal gericht; de duim wijst naar beneden. Dit is zeer belangrijk i.v.m. het voorkomen van vingerblessures. 8. De achterste arm (vanuit diagr. V.2. gezien de linker arm) is gebogen en met de buitenkant van de hand moet contact gehouden worden met de aanvaller. Dit contact wordt brush contact genoemd en gebeurt met de buitenkant van de hand omdat er dan minder kans op persoonlijke fouten is. Peterson beveelt daarom niet hand contact maar onderarm contact aan. 9. Het bovenlichaam is weer rechtop. 10. De hoofdhouding is zeer belangrijk. Het hoofd moet zodanig worden gedraaid, dat de verdediger over zijn schouder vooruit kijkt in de richting van zijn lead hand; hij kan dan zowel de bal als zijn man zien (straight ahead vision). Kloppenburg en Adams spreken in dit verband over ear in chest, dus het oor is naar de borst van de tegenstander gericht. Peterson zegt hierover dat het hoofd gericht moet zijn naar de bal, omdat er toch al brush contact is. lk ben hier geen voorstander van, omdat het brush contact verloren kan gaan, de aanvaller zal niet steeds dezelfde positie behouden. We hebben al gezien dat het hoofd zich in de passlijn bevindt, het head in lane-principe. 11. De afstand. De afstand t.o.v. de tegenstander is niet groot vanwege het brush contact. Sommige verdedigers staan wel verder weg van de tegenstander, waardoor het vrijlopen voor de aanvaller moeilijker wordt (de aanvaller moet een grotere weg afleggen); de back door-cut (zie verderop) is dan echter gemakkelijker. Ik ben hier geen voorstander van omdat het kontakt met de aanvaller sneller verloren gaat. Het is echter wel zo, dat als de afstand tussen de aanvallende guard en de forward groot wordt, de afstand tussen de verdediger van de forward en de forward ook groter wordt, vanwege de eventuele hulp aan de verdediger van de guard. Het is nu bijna onmogelijk voor de guard met de bal een pass naar de forward te geven. De forward moet nu iets doen om vrij te komen; hij kan dit doen met behulp van een medespeler (screen), dit wordt later behandeld, en zonder hulp van een medespeler. Zonder hulp van een medespeler zijn de meest gebruikelijke technieken de in-out- beweging en de back door-cut. A. De verdediging op de in-out beweging, Op de eerste stap van de forward in de richting van de basket moet de verdediger niet reageren, anders zou het vrijkomen te gemakkelijk zijn (de forward hoeft dan alleen maar terug te stappen om de bal te kunnen ontvangen). De aanvaller moet gedwongen worden om meerdere stappen te maken. De verdediger reageert pas op de tweede stap, door een 33

34 slide naar de basket te maken. Als de aanvaller terugkomt, de verdediger beweegt zich steeds in een denial stance, is het nog altijd lastig voor de forward de bal te ontvangen en hij zal zich meestal in de richting van de bal bewegen. Als de forward het verlengde van de vrij worplijn passeert, verlaat de verdediger de denial stance en gaat tussen zijn man en de basket (was: man-bal) spelen; de denial stance vindt dus plaats in het gearceerde gedeelte van diagr. V.3. Als de verdediger de denial stance zou handhaven in de situatie boven het verlengde van de vrije worplijn zou hij te kwetsbaar voor de back doorcut worden. De verdediger heeft zijn doel bereikt: de forward ontvangt de bal op een ongunstige plaats. Als stelregel moet gebruikt worden, dat de forward eerst tot een in-out beweging gedwongen moet worden voordat hij de bal überhaupt kan ontvangen; hij moet werken voor de bal. B. De verdediging op de back door-cut Een andere, veel toegepaste aanvalstechniek is de back door-cut, het naar de basket snijden van de forward achter de verdediger langs. De back door-cut wordt met een speciale techniek verdedigd, het zgn. openen naar de bal. Dit openen vindt plaats op het moment, dat de verdediger het contact met zijn man verliest, dus als hij zowel brush contact als gezichtscontact verliest. Als hulpmiddel om te openen wordt door veel coaches de zijlijnen van de bucket aangegeven. Het openen naar de bal gebeurt door een reverse pivot op de achterste voet te maken; tegelijkertijd moet de verdediger een sprong naar achter maken om een lob pass tegen te gaan en weer handcontact met de aanvaller te krijgen. Het handcontact moet met de binnenhand (in diagr. V.4.met de rechterhand) gemaakt worden, de buitenarm moet omhoog wijzen om de lob pass te voorkomen. Een andere techniek (D. Smith) om de back door-cut te verdedigen is om ter hoogte van de bucketlijn, als het zicht op zowel de man als de bal verloren gaat, simpel het hoofd te draaien naar de andere kant en de andere arm te strekken l de linkerarm wordt dan de leadarm). waardoor de verdediger weer in een denial stance komt, nu naar de andere kant. lk vind dit niet goed omdat de aanvaller naar de andere kant van het veld verdwijnt, de helpside, en de verdediger dan ook "help side verdediger" moet worden in een zgn. "open stance". De gehele verdediging moet gericht zijn op de bal. De back door-cut kan ook een clear out-manoeuvre (een gedeelte van het veld vrij maken) voor de guard met de bal zijn, die dan gemakkelijker 1-1 kan spelen. Daarom moet de verdediger van de forward, die de back door-cut heeft gemaakt, na het openen thv de zijlijn van de bucket even blijven staan om eventueel hulp te bieden aan de verdediger van de guard. Deze manoeuvre behoort eigenlijk tot de help side verdediging, 34

35 welke later besproken zal worden, maar is zo natuurlijk in de verdediging van de back doorcut dat ik hem nu al heb genoemd. Het gevaar van een back door-cut is zeer gering bij een goede teamverdediging, nl.: 1. Door een goede individuele verdedigingstechniek van de verdediger van de forward, die de back door-cut maakt; de techniek is boven beschreven. 2. Door een goede verdediging op de guard met de bal. Vooral het principe van tracing helpt hier veel (hoofdstuk lll) en in dit verband kunnen we de verdediger van de aanvallende guard (met de bal) een helpverdediger noemen, nl. de hulp die hij geeft aan de potentiële bal ontvanger, hier dus de back door-cutter, door het passen te bemoeilijken. Adams spreekt in dit verband (de relatie tussen de verdedigers van de guard en de forward) over hand in glove. 3. Door de hulp van de verdedigers op help side; deze bestaat uit de pass naar de cutter te onderscheppen of een charge te nemen op de cutter (diagr. V.5.). Er zijn nog twee kritieke punten voor de verdediger van de forward, waarop steeds gewezen moet worden: - Als de forward toch de bal ontvangt in de perimeter moet zijn verdediger -die in een denial stance stond onmiddellijk zijn ongunstige positie t.o.v. de forward met de bal herstellen (we zagen dit reeds in hoofdstuk lll). De verdediger speelt dan een normale verdediging op de man met de bal, zoals in hoofdstuk lll is besproken. Het is belangrijk in mijn filosofie dat, als er een penetratie-dribble plaatsvindt (deze moet zoveel mogelijk voorkomen worden), deze naar het midden gebeurt; een baseline penetratie is nooit toegestaan! - als de forward de bal weer terug passt naar de guard moet de verdediger van de forward onmiddellijk weer in een denial stance komen (jump toward the ball). 2. De forward heeft balbezit. Als de guard de bal naar de forward passt, wat moet de verdediger van de guard dan doen? Hij moet na de pass meteen in de richting van de forward springen (jump toward the ball): dit gebeurt evenwijdig aan de lijn guard-forward met zijn voeten dicht op deze lijn (diagr. V.6.) en zodanig dat hij zowel zijn man als de bal kan blijven zien. Hij kan nu, - Zowel hulp bieden aan de verdediger van de foward, - Als ook een eventuele pass naar zijn man onderscheppen, in ieder geval bemoeilijken, waardoor de continuïteit van de aanval bemoeilijkt wordt. Gebruikeliik was dat de verdediger van de guard ook terugviel in de richting van de basket, om een pass naar het midden te beletten ldiagr. V.7.). lk geloof, dat de wijze van verdedigen, aangegeven in diagr. V.6., een betere vorm van verdedigen is en dat als de center de bal ontvangt, de verdediger van de guard altijd nog kan helpen. 35

36 Opmerkingen: 1. Als de center de bal heeft, moeten de verdedigers van de guard en de forward zo snel mogelijk terugvallen op de center om daar hulp te bieden; dit terugvallen wordt collapsing genoemd (diagr. V.8.). 2. Terloops heb ik al genoemd, dat één van de functies van de verdediger van de man zonder bal is hulp te bieden; dit geldt voor zowel de verdediger van de forward als van de guard. Als een aanvaller een penetratiedribble dreigt te maken (zie voorbeeld diagr. V.9.), dan kan de andere verdediger de aanvaller helpen af te stoppen. Als dit gebeurt is, moet hij weer zo snel mogelijk een correcte positie t.o.v. zijn eigen man innemen. Dit principe wordt help and recovery genoemd; ik zal dit uitgebreider in hoofdstuk Vll behandelen. 3. Er is in dit hoofdstuk een relatie gelegd tussen de verdedigers van de ball side guard, de ball side forward (en ball side center); deze relatie is al een grote stap in de opbouw van de verdediging. 36

37 Hoofdstuk 6: Oefenstof bij hoofdstuk 5 De denial stance aanleren doet Kloppenburg d.m.v. een mass-drill. ln ieder geval moet de stand eerst aangeleerd en steeds gecorrigeerd worden. OEFENING 1: ln-out beweging De guard heeft de bal en de verdediger staat in een denial stance t.o.v. de forward. De forward beweegt nu langzaam inout en de verdediger moet op correcte wijze volgen (diagr. Vl.1.). Als de guard de bal naar de forward kan passen, doet hij dat; deze speelt dan weer terug. OEFENING 2: In-out beweging De guard heeft weer de bal en de forward mag de bal alleen in het gearceerde gebied ontvangen (diagr. Vl.2.). De aanvallende forward probeert vrij te lopen. Als hij' de bal heeft ontvangen moet hij terugpassen naar de guard. Belangrijk is het niet reageren van de verdediger op de eerste stap van de aanvaller. OEFENING 3 Zie oefening nr. 2, maar als de forward de bal ontvangt, mag hij 1-1 tegen de verdediger spelen; de verdediger moet dan een goede positie t.o.v. de forward innemen en nooit de baseline geven. OEFENING 4: Back door-cut Deze oefenmg gaat hetzelfde als oefening 3, alleen het gebied waar de forward de bal mag ontvangen is uitgebreid tot aan de mediaanlijn (diagr. IV. 3.). De verdediger moet dus nu openen naar de bal als de aanvallende forward de bucketlijn is gepasseerd, en weer sluiten als de forward terugkomt. Dit is een zeer moeilijke oefening voor de verdediger 37

38 OEFENING 5: Denial plus 1-1 De oefening wordt nu uitgebreid tot de gehele ball side (half-court, diagr. Vl.4.). De verdediger moet opletten, dat als de forward het verlengde van de vrije worplijn is gepasseerd, hij niet meer in een denial stance verdedigt. OEFENING 6: SIX POINTS (B Knight) De oefening begint aan een bepaalde kant (hier de linker kant). De forward moet aan die kant de bal ontvangen, de verdediger moet dit beletten; als de forward de bal ontvangt, moet hij terugpassen naar de guard. Op een gegeven moment dribbelt de guard naar de andere zijde; dan moet de forward door het lage postgebied naar de andere zijde snijden en daar weer proberen vrij te komen (de verdediger komt dan weer van een open stand in de denial stance). Als de forward dan de bal ontvangt, speelt hij 1-1 tegen de verdediger. Knight noemt deze oefening six points; de belangrijke punten in deze oefening zijn: 1. contesting the forward 2. openen naar de bal 3. het fronten van de low post 4. het sluiten aan de andere kant (denial stancel 5. het 1-1 verdedigen van de forward met de bal 6. de rebound na een schotpoging (diagr. Vl. 5.). 38

39 OEFENING 7 Deze oefening gaat als oefening 5, maar de guard krijgt nu ook een verdediger. Het is de bedoeling dat de forward de bal moet ontvangen en tracht te scoren, alleen het passen naar de forward is nu zeer bemoeilijkt (door tracing the ball). De verdediger van de guard moet nu, als de forward de bal ontvangt, een goede positie innemen (diagr. Vl. 6.). Deze oefening zal de verdediger van de forward veel zelfvertrouwen geven, want het passen naar de forward zal zeer veel moeite kosten. OEFENING 8: 2-2 op ball side Er wordt nu 2-2 op ball side gespeeld, maar de aanvallers mogen niet van screens gebruik maken of posten. De aanvaller met de bal kan dus alleen maar 1-1 acties doen. Bij deze oefening nu wordt de help and recovery erg belangrijk (diagr. Vl. 7.). 39

40 Hoofdstuk 7: Het verdedigen van de aanvaller op helpside (in de perimeter) We spreken hier kortweg van help side defense. Dit houdt natuurlijk niet in dat de verdedigers op ball side niet helpen ( zie hoofdstuk V). In dit hoofdstuk worden vijf belangrijke principes besproken, namelijk.: l. Flat triangle (platte driehoek) ll. Jump toward the ball lll. Help and recovery IV. Help the helper V. Flotatie Sommige principes zagen we reeds eerder; ik behandel ze nu omdat ze in feite één geheel vormen. Ad. 1. Flat triangle De verdedigers op help side hebben twee problemen, hun man en de bal. In de eerste plaats moeten ze zich op de bal richten en bij een penetratie (dribble of pass) moeten ze onmiddellijk hulp kunnen verlenen. Hierbij is hun opstelling zeer belangrijk. Deze is in de buurt van óf in het inside gebied. D. Smith laat de help side verdediger zich met één voet in en één voet buiten de bucket opstellen. Des te verder de bal zich bevindt van de aanvaller, des te meer kan de verdediger zich opstellen in de bucket in de buurt van de mediaanlijn (helplijn). De meeste Amerikaanse coaches werken met het begrip flat triangle als hulpmiddel voor de help side verdediger om zich op te stellen; dit prefereer ik ook. De hoekpunten van de driehoek zijn de bal, de verdediger en zijn man (ball-you-man, diagr. Vll.1.). De basis van deze driehoek is de lijn ballman, ook wel line of the ball genoemd. De afstand van de verdediger t.o.v. zijn man (youman, al hangt af van de afstand van de bal tot de aanvaller; des te verder de bal weg is (één, twee of drie passes), des te groter is de afstand van de verdediger t.o.v. zijn man. ln ieder geval moet die afstand zodanig zijn, dat als de aanvaller de bal ontvangt, de verdediger hem gemakkelijk kan bereiken via een close out-manoeuvre; hieruit blijkt dat de afstand niet alleen afhankelijk is van de plaats van de bal op het veld, maar ook van de snelheid van de verdediger. De helpverdediger zal meestal een positie in de bucket innemen. De afstand van de verdediger tot de line of the ball lb) is niet groot. Er zijn coaches die praten over 1 stap afstand (Kloppenburg), Knight spreekt over 50 cm., Adams zegt 1 1/2 tot 3 stappen. lk vindt dat de afstand zodanig moet zijn dat er geen directe pass (dus alleen maar een lob pass) mogelijk moet zijn; hierdoor kan de verdediger weer op tijd bij zijn man zijn. De voornaamste reden van de niet te grote afstand is, dat als de man van de verdediger insnijdt, de verdediging t.o.v. deze man zo snel mogelijk moet kunnen geschieden (de verdediging van de insnijdende speler wordt in het hoofdstuk over de inside verdediging besproken). 40

41 De verdedigingshouding is als volgt (foto 5): 1. De voetenstand is evenwijdig aan de line of the ball (diagr. Vll.2.). Kloppenburg propageert de voetenstand evenwijdig aan de baseline. 2. De knieën zijn licht gebogen. Men heeft de neiging in deze stand rechtop te staan, vaak uit te rusten. De help side verdediger heeft zo'n moeilijke en omvangrijke taak, dat constant en onmiddellijk beslissingen genomen moeten worden; er moet steeds geanticipeerd worden op de bal en de man. Daarom moet de stand ook zodanig zijn, dat steeds snel bewogen kan worden. 3. Het bovenlichaam is rechtop. 4. Het hoofd moet in dezelfde richting als de voeten zijn, waardoor zowel de man als de bal gezien kan worden (straight ahead vision). Dit is zeer belangrijk en misschien wel het moeilijkste aspect van deze verdedigingshouding, omdat meestal de bal en de te verdedigen man in beweging zijn; de verdediger moet hulp kunnen bieden t.o.v. de bal maar hij blijft bijna altijd verantwoordelijk voor zijn man. 5. De ene arm wijst in de richting van de bal, de andere naar de man. Adams spreekt nu over pistol stance, ik spreek liever over open stand (i.t.t. denial stance). We hebben het nu over de Briian houding van de verdediger gehad. Deze hangen samen met de vele taken die de help side verdediger heeft nl.: a. t.o.v. zijn eigen man; 1. het verdedigen van de insnijdende speler (flash cut). 2. het onderscheppen van cross court passes. 3. als zijn man de bal ontvangt, het maken van een goede close out-manoeuvre. b. t.o.v. balpenetratie; 1. de dribblepenetratie. De mogelijkheden voor de help side verdediger zijn dan: de dribbelaar laten stoppen, de charge nemen, het schot blokken. ln het algemeen: de penetrator slechte beslissingen laten nemen. Men moet niet vergeten dat de dribbelaar in een gecompliceerde situatie terechtkomt; hoe moet hij deze oplossen? 2. De penetratiepass, bv. op een postende speler. De mogelijkheden voor de help side verdediger zijn nu: het onderscheppen van de pass en als de postende 41

Het verbeteren van de split-vision adhv ball-handling/passing en combinatiedrills :

Het verbeteren van de split-vision adhv ball-handling/passing en combinatiedrills : Het verbeteren van de split-vision adhv ball-handling/passing en combinatiedrills : -> Waarom dit onderwerp? - Iedereen spreekt over READ the defense in het modern basketball, dus, is het belangrijk om

Nadere informatie

1 Eén tegen één (verdedigend). 1 2 Collectieve tactiek (verdediging) 9

1 Eén tegen één (verdedigend). 1 2 Collectieve tactiek (verdediging) 9 Inhoudsopgave Reader Defense 1 Eén tegen één (verdedigend). 1 2 Collectieve tactiek (verdediging) 9 Colofon Samenstelling en redactie uitgave 2010: Peter Strikwerda Jan Willem Jansen Martien Jonker Eindredactie

Nadere informatie

SCHEIDSRECHTER E-CURSUS

SCHEIDSRECHTER E-CURSUS SCHEIDSRECHTER E-CURSUS TECHNIEK / TACTIEK / COACHING APRIL 2004 Scheidsrechter E-cursus Techniek/Tactiek/Coaching 1 01 Passen De bal wordt aan beide kanten met gespreide vingers vastgehouden, duimen achter

Nadere informatie

Hilvarenbeekse basketball club. Trainings punten. Be a u8 STAR. Dit boek is van:

Hilvarenbeekse basketball club. Trainings punten. Be a u8 STAR. Dit boek is van: Hilvarenbeekse basketball club Trainings punten Be a u8 STAR Dit boek is van: Sportiviteit (zo handelen dat het leuk blijft om met elkaar te sporten) Teamwork (samenspelen en elkaar helpen), Acceptatie

Nadere informatie

Basketbal Opleidingsplan U16. Opgesteld door: Robert de Wit E-mail: robertdewit.basketbal@live.nl. 2010-2013 Versie 3.0

Basketbal Opleidingsplan U16. Opgesteld door: Robert de Wit E-mail: robertdewit.basketbal@live.nl. 2010-2013 Versie 3.0 Basketbal Opleidingsplan U16 Opgesteld door: Robert de Wit E-mail: robertdewit.basketbal@live.nl 2010-2013 Versie 3.0 Geplaatst op de volgende websites (blog): www.robertdewit.wordpress.com Leeftijdscategorieën:

Nadere informatie

In het algemeen wordt er in drie fasen naar één-tegen-één (MB) gekeken:

In het algemeen wordt er in drie fasen naar één-tegen-één (MB) gekeken: Artikel 17 Één-tegen-één verdediging Hoewel veel spelers menen dat het aantal punten dat zij scoren het belangrijkst is, denken anderen daar iets verschillend over. Uiteraard is de vaardigheid om te kunnen

Nadere informatie

Basketbal Opleidingsplan U14. Opgesteld door: Robert de Wit Versie 3.0

Basketbal Opleidingsplan U14. Opgesteld door: Robert de Wit Versie 3.0 Basketbal Opleidingsplan U14 Opgesteld door: Robert de Wit E-mail: robertdewit.basketbal@live.nl 2010-2013 Versie 3.0 Geplaatst op de volgende websites (blog): www.robertdewit.wordpress.com Leeftijdscategorieën:

Nadere informatie

Basketbal Opleidingsplan U18. Opgesteld door: Robert de Wit Versie 3.0

Basketbal Opleidingsplan U18. Opgesteld door: Robert de Wit Versie 3.0 Basketbal Opleidingsplan U18 Opgesteld door: Robert de Wit E-mail: robertdewit.basketbal@live.nl 2010-2013 Versie 3.0 Geplaatst op de volgende websites (blog): www.robertdewit.wordpress.com Leeftijdscategorieën:

Nadere informatie

Artikel 4 I. ORIËNTATIE OP LEERSTOF VOOR DE SPELERS ONDER 12 JAAR

Artikel 4 I. ORIËNTATIE OP LEERSTOF VOOR DE SPELERS ONDER 12 JAAR Artikel 4 In vijf delen volgt hier voor elke leeftijdscategorie - binnen talentontwikkeling in een opbouw vanaf Onder 12 tot en met Onder 20 - een oriëntatie op de leerstof in aanvallend en verdedigend

Nadere informatie

Training van het positiespel

Training van het positiespel Training van het positiespel Voorwoord In de wedstrijd gaat het om het maken van de juiste keuze. Het creëren van de technische mogelijkheden door techniek training is de eerste fase in het trainingsproces.

Nadere informatie

Het creëren van kansen en het scoren. Uiteindelijk moet er gescoord worden. Hoe creëer je kansen en wat is van belang bij het benutten van kansen?

Het creëren van kansen en het scoren. Uiteindelijk moet er gescoord worden. Hoe creëer je kansen en wat is van belang bij het benutten van kansen? Het creëren van kansen en het scoren Uiteindelijk moet er gescoord worden. Hoe creëer je kansen en wat is van belang bij het benutten van kansen? i. Het creëren van kansen en het scoren Duel 1 tegen 1

Nadere informatie

TRAININGSKAART U14. Train to Train fase 1. Stefan Mes

TRAININGSKAART U14. Train to Train fase 1. Stefan Mes TRAININGSKAART U14 Train to Train fase 1 De trainingskaarten geven richting en structuur aan de jeugdopleiding van BV Hoofddorp door stapsgewijs te benoemen wat basketballers in iedere leeftijdsgroep aangeboden

Nadere informatie

OEFENVORMEN TACTIEK. Door Lucas van Krieken. A. Verdedigen

OEFENVORMEN TACTIEK. Door Lucas van Krieken. A. Verdedigen OEFENVORMEN TACTIEK Door Lucas van Krieken A. Verdedigen B. Aanvallen De oefenstof zal echter ook heel veel de techniek aanspreken. Immers, zonder techniek kom je nooit hoog en blijf je dus in een laag

Nadere informatie

1e periode: herhalen van taakgericht en teamgericht. 2e periode: balbezit 3e periode: balbezit en balbezit tegenstander.

1e periode: herhalen van taakgericht en teamgericht. 2e periode: balbezit 3e periode: balbezit en balbezit tegenstander. 1e periode: herhalen van taakgericht en teamgericht. e periode: balbezit e periode: balbezit en balbezit tegenstander. 1 e Periode: Herhalen van taakgericht en teamgericht Training 1: Wat zijn de taken

Nadere informatie

Basketbal Opleidingsplan U20 U22. Opgesteld door: Robert de Wit Versie 3.0

Basketbal Opleidingsplan U20 U22. Opgesteld door: Robert de Wit Versie 3.0 Basketbal Opleidingsplan U20 U22 Opgesteld door: Robert de Wit E-mail: robertdewit.basketbal@live.nl 2010-2013 Versie 3.0 Geplaatst op de volgende websites (blog): www.robertdewit.wordpress.com Leeftijdscategorieën:

Nadere informatie

CREATIVITEIT BIJ HET SWINGEN VAN DE BAL. Jan Callewaert - Kaderweekend 2014

CREATIVITEIT BIJ HET SWINGEN VAN DE BAL. Jan Callewaert - Kaderweekend 2014 CREATIVITEIT BIJ HET SWINGEN VAN DE BAL Jan Callewaert - Kaderweekend 2014 Inleiding en algemene bedenkingen : -> Clinic moet veel ruimer gezien worden : "creatieve/polyvalente spelers vormen". Jeugdopleiding

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Buitenveld Onderdelen Buitenveld 1a. Hoge bal 1b. Blokken 1c. Scoopen 1d. Communicatie

Hoofdstuk 1 Buitenveld Onderdelen Buitenveld 1a. Hoge bal 1b. Blokken 1c. Scoopen 1d. Communicatie 1 Datum: Maandag 23 april 2012 Onderwerp: Coachcursus 1. Buitenveld 2. Honklopen 3. Tactiek Door: Percy Isenia Aantekeningen door: Michel ten Broeke Algemene opmerkingen: - De coachcursus is gericht op

Nadere informatie

Technisch Ontwikkel Plan SPRINGFIELD

Technisch Ontwikkel Plan SPRINGFIELD Technisch Ontwikkel Plan SPRINGFIELD 1 Vooraf Bij het opstellen van een technisch en tactisch plan is het noodzaak een bepaald doel voor ogen te hebben dat richtinggevend is voor de te verwerken vaardigheden.

Nadere informatie

Jeugdplan. Bewegingscentrum Drachten BV Penta. Drachten, augustus 2009 -1-

Jeugdplan. Bewegingscentrum Drachten BV Penta. Drachten, augustus 2009 -1- Bewegingscentrum Drachten BV Penta Jeugdplan Drachten, augustus 2009-1- Inhoud 1. Voorwoord en Inleiding... 3 2. Visie BV Penta... 4 3. Visie Jeugdplan... 5 4. Trainingsopbouw... 7 5. Verdediging... 9

Nadere informatie

Reader Defense. Basketball Trainer Niveau 3

Reader Defense. Basketball Trainer Niveau 3 Reader Defense Basketball Trainer Niveau 3 Inhoudsopgave Reader Defense 1 Een tegen een (verdedigend). 5 2 Twee tegen twee (verdedigend). 13 3 Drie tegen drie (verdedigend). 16 4 Team verdediging 18 5

Nadere informatie

Technisch Ontwikkel Plan SPRINGFIELD

Technisch Ontwikkel Plan SPRINGFIELD Technisch Ontwikkel Plan SPRINGFIELD 1 Vooraf Bij het opstellen van een technisch en tactisch plan is het noodzaak een bepaald doel voor ogen te hebben dat richtinggevend is voor de te verwerken vaardigheden.

Nadere informatie

W13-TR2 L HET SCOREN

W13-TR2 L HET SCOREN W13-TR2 L HET SCOREN WARMING-UP VOOR D-PUPILLEN Duur: +/- 8 minuten Het parcours bestaat uit 6 paren evenwijdig geplaatste dopjes, ong. 5 6 m uit elkaar. Twee spelers starten tegelijk vanaf het eerste

Nadere informatie

Opbouwplan Basketball

Opbouwplan Basketball Opbouwplan Basketball 1 Opbouwplan Crackerjacks... 1 Vooraf... 4 Inleiding... 5 Onderdelen opbouwplan... 5 Under 10-12... 5 Under 14-16... 6 Under 18... 7 Under 20... 7 Trainingen... 8 Basisvaardigheden...

Nadere informatie

MODULE BASKETBAL TWEEDE FASE

MODULE BASKETBAL TWEEDE FASE MODULE BASKETBAL TWEEDE FASE Deze module bestaat uit drie lessen basketbal, waarbij jullie zelf een gedeelte van de lessen verzorgen. De bedoeling is dat jullie drie teams formeren van 8 a 10 personen.

Nadere informatie

1) 2. 3 : 1 in een afgebakende ruimte = 12 12 meter

1) 2. 3 : 1 in een afgebakende ruimte = 12 12 meter Thema: Positie- en Partijspel E/D-pupillen Oefening 1 1. Warming-up: Dribbelen door doeltjes van pilonnen Organisatie - We maken van pilonnen maken we in een afgebakende ruimte doeltjes van ongeveer 2

Nadere informatie

W5-TR1 L VERDEDIGEN 1:1

W5-TR1 L VERDEDIGEN 1:1 W5-TR1 L VERDEDIGEN 1:1 WARMING-UP VOOR D-PUPILLEN Duur: +/- 8 minuten Het parcours bestaat uit 6 paren evenwijdig geplaatste dopjes, ong. 5 6 m uit elkaar. Twee spelers starten tegelijk vanaf het eerste

Nadere informatie

Methode Mini Volleyball

Methode Mini Volleyball Methode Mini Volleyball Mini 0 Oefenstof Mini 0 A. Algemene bewegingsscholing: Coördinatieoefeningen, huppelen, buik- en rugspieroefeningen, rollen, klimmen en klauteren. Allerlei spelletjes, waarin veel

Nadere informatie

1 e Periode: Balbezit en balbezit tegenstander. 2 e Periode: Omschakelen van balbezit eigen team naar balbezit tegenstander en Balbezit tegenstander

1 e Periode: Balbezit en balbezit tegenstander. 2 e Periode: Omschakelen van balbezit eigen team naar balbezit tegenstander en Balbezit tegenstander 1 e Periode: Balbezit en balbezit tegenstander. 2 e Periode: Omschakelen van balbezit eigen team naar balbezit tegenstander en Balbezit tegenstander naar balbezit eigen team. 3 e Periode: Completeren van

Nadere informatie

Spelhervattingen : Uitverdedigen en spelopbouw Versie juni 2006 Bron: KNHB / A. K. Manenschijn / B.Bams

Spelhervattingen : Uitverdedigen en spelopbouw Versie juni 2006 Bron: KNHB / A. K. Manenschijn / B.Bams Spelhervattingen : Uitverdedigen en spelopbouw Versie juni 2006 Bron: KNHB / A. K. Manenschijn / B.Bams Albert Kees Manenschijn is in het verleden actief geweest als trainer coach van Hurley Heren en Dames

Nadere informatie

Trainers: Teamfunctie: Aanvallen

Trainers: Teamfunctie: Aanvallen Trainers: Teamfunctie: Aanvallen Teamtaak: Opbouwen; het verbeteren van het uitspelen van een 4:3 situatie van achteruit Oefening 1A en 1B: warming up / coaching 1A Heen en terug: - 2x rustige looppas

Nadere informatie

W4-TR1 L UITSPELEN 1:1

W4-TR1 L UITSPELEN 1:1 W4-TR1 L UITSPELEN 1:1 WARMING-UP VOOR D-PUPILLEN Duur: +/- 8 minuten Het parcours bestaat uit 6 paren evenwijdig geplaatste dopjes, ong. 5 6 m uit elkaar. Twee spelers starten tegelijk vanaf het eerste

Nadere informatie

Nieuwerkerkse Hockey Club De IJssel. Coach tips Tactische uitgangspunten

Nieuwerkerkse Hockey Club De IJssel. Coach tips Tactische uitgangspunten Tactische uitgangspunten te gebruiken bij trainingspartijen en wedstrijden Hieronder vind je de tactische principes die je bij het coachen kunt gebruiken. Door deze principes ook tijdens de training/afsluitende

Nadere informatie

Opgesteld door: Robert de Wit

Opgesteld door: Robert de Wit Pagina 1 - Next Level Shooting (Basketbal) Opgesteld door: Robert de Wit E-mail: robertdewit.basketbal@live.nl 2010-2015 www.robertdewit.wordpress.com www.nextlevelshootingblog.wordpress.com Basketbal

Nadere informatie

Zaaltechnieken Techniek Omschrijving Criteria Veel gemaakte fouten Plaatje Forehand aannamen

Zaaltechnieken Techniek Omschrijving Criteria Veel gemaakte fouten Plaatje Forehand aannamen Zaaltechnieken Techniek Omschrijving Criteria Veel gemaakte fouten Plaatje Forehand aannamen Aanname grip Aanname ingedraaid Door met je linkerbeen uit te stappen kun je de bal goed voor je lichaam stoppen.

Nadere informatie

TRAP MB ZB MB ZB. Verdedigende Triangle

TRAP MB ZB MB ZB. Verdedigende Triangle Artikel 31 Double team/ trap We hebben hier nog geen aandacht besteed aan trap of double teamen. Er is in het moderne basketball geen verdediging denkbaar zonder dit tactisch agressieve element, noch een

Nadere informatie

Doelverdedigen : De Sliding Versie juni 2006 Bron: KNHB / C. van der Staak / J.Toxope / B.Bams

Doelverdedigen : De Sliding Versie juni 2006 Bron: KNHB / C. van der Staak / J.Toxope / B.Bams Doelverdedigen : De Sliding Versie juni 2006 Bron: KNHB / C. van der Staak / J.Toxope / B.Bams Jacqueline Toxopeus is oud-keepster van Den Bosch Dames 1 en van het Nederlands Elftal (89 interlands) en

Nadere informatie

Club: vv Sweel. Tijd: 60 min. Aantal spelers: 8. Organisatie (tekening en accenten):

Club: vv Sweel. Tijd: 60 min. Aantal spelers: 8. Organisatie (tekening en accenten): Dribbelen en kappen Club: vv Sweel Aantal spelers: 8 Tijd: 60 min Tijd: Activiteiten trainer en spelers: Didactische aanwijzingen, aandachtspunten of accenten: 5 min Warming-up 1: (standaard wedstrijd

Nadere informatie

TRAININGSKAART U12. Learn to Train. Stefan Mes

TRAININGSKAART U12. Learn to Train. Stefan Mes TRAININGSKAART U12 Learn to Train De trainingskaarten geven richting en structuur aan de jeugdopleiding van BV Hoofddorp door stapsgewijs te benoemen wat basketballers in iedere leeftijdsgroep aangeboden

Nadere informatie

Studiebijeenkomst VVON afd. Rijnmond: Sparta Station Rotterdam, Horvardweg 7 (Spartapark-Noord 1)

Studiebijeenkomst VVON afd. Rijnmond: Sparta Station Rotterdam, Horvardweg 7 (Spartapark-Noord 1) Studiebijeenkomst VVON afd. Rijnmond: Sparta Station Rotterdam, Horvardweg 7 (Spartapark-Noord 1) Datum: maandag 07 februari 2005 Programma: Ontvangst : 19.00 uur Stadion Sparta Aanvang training : 19.30

Nadere informatie

HET POSITIE- EN PARTIJSPEL

HET POSITIE- EN PARTIJSPEL HET POSITIE- EN PARTIJSPEL Inleiding: Bij dit onderdeel worden de geleerde technieken in praktijk gebracht. De partijtjes moeten klein gehouden worden om zoveel mogelijk balbezit te garanderen en dat de

Nadere informatie

Allemaal naast elkaar op de lange zijde van het veld aan de kant van het korfbalveld. Oefeningen tot aan de helft van het veld

Allemaal naast elkaar op de lange zijde van het veld aan de kant van het korfbalveld. Oefeningen tot aan de helft van het veld Trainers: Teamfunctie: Aanvallen Teamtaak: Aanvallen; het verbeteren van het afwerken op doel en het oefenen van vaste patronen Oefening 1: warming up Inhoud Organisatie Aanwijzingen/ coaching Heen en

Nadere informatie

15 min. Stick Skills - Dominante hand hoog (3/4 de van de stick) - Andere hand helemaal bij het uiteinde van de stick

15 min. Stick Skills - Dominante hand hoog (3/4 de van de stick) - Andere hand helemaal bij het uiteinde van de stick Tijd Bewegingsactiviteiten Organisatie Aandachtspunten Stick Skills De leerlingen lopen kriskras door het veld met allemaal een eigen stick en eigen bal. Op teken van de docent (1 x fluiten) gooien de

Nadere informatie

Sportief opleidingsplan BBC Haacht 2015 2020. Inhoudstafel

Sportief opleidingsplan BBC Haacht 2015 2020. Inhoudstafel Sportief opleidingsplan BBC Haacht 2015 2020 Inhoudstafel Sportief opleidingsplan BBC Haacht 2015 2020... 1 Inhoudstafel... 1 A. Sportief Beleidsplan... 1 1. Seniors :... 1 2. Jeugd :... 2 3. Clubscheidsrechters

Nadere informatie

W1-TR 1 L POSITIESPEL OPBOUW

W1-TR 1 L POSITIESPEL OPBOUW W1-TR 1 L POSITIESPEL OPBOUW WARMING-UP VOOR D-PUPILLEN Duur: +/- 8 minuten Het parcours bestaat uit 6 paren evenwijdig geplaatste dopjes, ong. 5 6 m uit elkaar. Twee spelers starten tegelijk vanaf het

Nadere informatie

Oefeningen voor beenspieren

Oefeningen voor beenspieren Oefeningen voor beenspieren Borstpass op één been Gooi de bal heen en weer. Staan op je rechtervoet betekent gooien met de linkerarm en andersom. Vang de bal met beide handen en gooi hem terug met één

Nadere informatie

kaatsen en positiespel

kaatsen en positiespel Partijspel met omschakeling! Twee veldjes gebruiken, veld A van 30-40 met op beide achterlijnen twee kleine goals. veld B 15-20 met op elke achterlijn een kleine goal en bal op de middenlijn. We spelen

Nadere informatie

VC Groot Dilbeek Denkcel opleidingen

VC Groot Dilbeek Denkcel opleidingen Aspecten per teamfunctie Opleiding Aspecten per teamfunctie en coaching VC Groot Dilbeek Denkcel opleidingen Aanvallen opbouwen om kansen te creëren en bijgevolg doelpunten te maken Speelruimte groot maken

Nadere informatie

PROTOCOL WARMING-UP V.V. Sprinkhanen. B junioren

PROTOCOL WARMING-UP V.V. Sprinkhanen. B junioren PROTOCOL WARMING-UP V.V. Sprinkhanen DEEL 1. Loopvormen VOORAFGAAND: Algemeen deel: 1 ronde circa 300m inlopen. B junioren UITLEG AANDACHTSPUTNEN ORGANISATIE TIJD HH ACCENTEN: specifiek deel: in tweetallen)

Nadere informatie

Technisch plan Vrivo 2013/2014 2014/2015. Versie 1.0

Technisch plan Vrivo 2013/2014 2014/2015. Versie 1.0 Technisch plan Vrivo 2013/2014 2014/2015 Versie 1.0 Inhoudsopgave: Bladzijde 1: Inhoudsopgave Bladzijde 2: Het hoe en wat van een training Bladzijde 3: Techniek: Pass Bladzijde 5: Techniek: Bovenhands

Nadere informatie

W8-TR1 L STOREN & VEROVEREN

W8-TR1 L STOREN & VEROVEREN W8-TR1 L STOREN & VEROVEREN WARMING-UP VOOR D-PUPILLEN Duur: +/- 8 minuten Het parcours bestaat uit 6 paren evenwijdig geplaatste dopjes, ong. 5 6 m uit elkaar. Twee spelers starten tegelijk vanaf het

Nadere informatie

De 11+ Een compleet warming-up programma

De 11+ Een compleet warming-up programma De 11+ Een compleet warming-up programma Deel 1 & 3 A A }6m Deel 2 B A: Hardlopen B: Jog terug B! ORGANISATIE A: Running OP HET exercise VELD B: Jog back Het parcours bestaat uit 6 paren evenwijdig geplaatste

Nadere informatie

HC Houten, periodisering seizoen : Middenveld aanspelen

HC Houten, periodisering seizoen : Middenveld aanspelen opgeheven, maar daar tegenover staat wel dat er dan geen goede druk meer kan worden gezet op de achterhoede. Daar is nu namelijk een 3:2 situatie ontstaan. Uiteraard kan de tegenstander ook zijn vrije

Nadere informatie

groep 2 voorfase-wu 2.1 t/m 2.3 / oefenvorm 2.1 t/m 2.8 / partijvorm 2A t/m 2b llen aanva

groep 2 voorfase-wu 2.1 t/m 2.3 / oefenvorm 2.1 t/m 2.8 / partijvorm 2A t/m 2b llen aanva groep 2 voorfase-wu 2.1 t/m 2.3 / oefenvorm 2.1 t/m 2.8 / partijvorm 2A t/m 2b llen aanva Voorfase 2.1Warming-up doelschietspel met keeper Inhoud - Bedoeling van deze vorm Karakteristiek: scoren door te

Nadere informatie

1 Basisvorm: DVD D-pupillen oefenvormen. 4 tegen 4 met 4 doeltjes. Vereenvoudigingen. Oefenvormen 1.1-1.8

1 Basisvorm: DVD D-pupillen oefenvormen. 4 tegen 4 met 4 doeltjes. Vereenvoudigingen. Oefenvormen 1.1-1.8 1 Basisvorm: 4 tegen 4 met 4 doeltjes Vereenvoudigingen Oefenvormen 1.1-1.8 DVD D-pupillen oefenvormen Oefenvorm1.1 4 tegen 4 met 4 doeltjes Inhoud - Bedoeling van deze vorm: Karakteristiek: door snelle

Nadere informatie

De Trainingsladder Het ontwikkelen van goed en sneller voetenwerk geeft je de vaardigheid om snel te bewegen.

De Trainingsladder Het ontwikkelen van goed en sneller voetenwerk geeft je de vaardigheid om snel te bewegen. De Trainingsladder Het ontwikkelen van goed en sneller voetenwerk geeft je de vaardigheid om snel te bewegen. De trainingsladder dwingt benen en voeten snelle patronen in te slijpen door ze veel te herhalen.

Nadere informatie

Jeugdplan Basketbalvereniging de Dunckers versie november 2014

Jeugdplan Basketbalvereniging de Dunckers versie november 2014 Jeugdplan Basketbalvereniging de Dunckers versie november 2014 José Smit Fanny Smit Camillus op het Veld INLEIDING Doel en opzet van het jeugdplan Het jeugdplan is in opdracht van het bestuur van basketbalvereniging

Nadere informatie

Trainingsplan seizoen 2016-2017

Trainingsplan seizoen 2016-2017 Trainingsplan seizoen 2016-2017 0-8 en 0-9 Pupillen Onderwerpen 1. Voor wie geldt dit plan? 2. Leerdoelen aanvallen en verdedigen a. Voetbalonderdeel Aanvallen a. Aanwijzingen opbouwen: dribbelen en drijven

Nadere informatie

groep 1 voorfase-wu 1.1 T/M 1.4 / oefenvorm 1.1 t/m 1.13 / partijvorm 1A t/m 1c llen

groep 1 voorfase-wu 1.1 T/M 1.4 / oefenvorm 1.1 t/m 1.13 / partijvorm 1A t/m 1c llen groep 1 voorfase-wu 1.1 T/M 1.4 / oefenvorm 1.1 t/m 1.13 / partijvorm 1A t/m 1c llen a v n a a Voorfase 1.1 / warming-up oversteekspel - 2 verdedigers en doeltjes Inhoud - Bedoeling van deze vorm Karakteristiek:

Nadere informatie

Krachttrainingsschema - niveau 5B

Krachttrainingsschema - niveau 5B Krachttrainingsschema - niveau 5B Warming-up Het doel van de warming-up is u zowel lichamelijk als mentaal voor te bereiden op de training. De lichaamstemperatuur, met name van de spieren, wordt verhoogd.

Nadere informatie

Visie op de manier van voetballen (speelstijl/speelwijze)

Visie op de manier van voetballen (speelstijl/speelwijze) Visie op de manier van voetballen (speelstijl/speelwijze) De speelstijl/speelwijze die vv Bargeres nastreeft is hieronder beschreven. Deze speelstijl/speelwijze geeft aan waar het opleiden van jeugdspelers

Nadere informatie

Bijlage 2: Spelregels U13 & U15 tackle football. American Football Bond Nederland

Bijlage 2: Spelregels U13 & U15 tackle football. American Football Bond Nederland Bijlage 2: Spelregels U13 & U15 tackle football American Football Bond Nederland Deze versie van de spelregels U13 & U15 tackle football vervangt alle voorgaande versies. Datum Versie Wijzigingen 10-06-2016

Nadere informatie

Balcontrole Doordat je een goede techniek hebt, gaat de bal precies de kant op die jij wilt.

Balcontrole Doordat je een goede techniek hebt, gaat de bal precies de kant op die jij wilt. Met verbazing vragen ouders zich af of de pupillen wel alle aanwijzingen begrijpen die trainers en coaches naar hun pupillen roepen. Natuurlijk begrijpen ze dat. Om deze ouders wegwijs te maken in deze

Nadere informatie

Welkom. Coachavond Zaalhockey 24 november 2016 MHC Forescate

Welkom. Coachavond Zaalhockey 24 november 2016 MHC Forescate Welkom Coachavond Zaalhockey 24 november 2016 MHC Forescate Programma 1. Uitgifte materialen door de materiaalcommissie 2. Algemene informatie over zaalhockey door Ad de Gruiter 3. Speelsystemen en basis

Nadere informatie

Kopoefeningen

Kopoefeningen Koppen (recht) vanuit zittende positie Kopoefeningen 05-10-10 Oefening met 2-tallen, waarbij speler 1 recht t.o.v. speler 2 staat en speler 2 zit. B. Speler 2 speelt naar speler 1 - Speler 2 kopt de bal

Nadere informatie

KIN - BALL. Ojectif. Oorsprong. Kenmerken

KIN - BALL. Ojectif. Oorsprong. Kenmerken KIN-BALL - Bladzijde 1/5 KIN - BALL Damien Vandeberg SAMENWERKING - TECHNISCHE MOGELIJKHEDEN - RESPECT VOOR ANDEREN - HART EN VAATSTELSEL ACTIVITEIT- OPVOEDING DOOR LICHAMELIJKE EN GEESTELIJKE ONTWIKKELING

Nadere informatie

Praktijkfolder Stabiliteitstraining van de lage rug.

Praktijkfolder Stabiliteitstraining van de lage rug. Praktijkfolder Stabiliteitstraining van de lage rug. Oefeningen met een stok. Uitvoering A: Span de buikspieren aan neutraal blijft.30 herhalingen. Uitvoering B:Span de buikspieren aan neutraal blijft.

Nadere informatie

Training 1. zaalhockey: overspelen Doel: warming up, oefenen overspelen Aantal spelers: 3- of 4-tallen Nodig: een bal per 3-tal

Training 1. zaalhockey: overspelen Doel: warming up, oefenen overspelen Aantal spelers: 3- of 4-tallen Nodig: een bal per 3-tal Training 1 zaalhockey: overspelen Doel: warming up, oefenen overspelen Aantal spelers: 3- of 4-tallen Nodig: een bal per 3-tal zaalhockey: wennen aan de balk Doel: wennen spelen tegen de balk Aantal spelers:

Nadere informatie

PROEFEXAMEN 1 VELDHOCKEY

PROEFEXAMEN 1 VELDHOCKEY PROEFEXAMEN 1 VELDHOCKEY 1 Een team heeft geen elftal bij elkaar kunnen krijgen Ze willen met 9 spelers beginnen Is dit toegestaan? A Alleen als de aanvoerder van tegenstanders hiermee akkoord gaat B Ja,

Nadere informatie

Verbeter Tactische Vaardigheden door Partijvormen

Verbeter Tactische Vaardigheden door Partijvormen Hockey : Versie maart 2006 Bron: KNHB / A.Cox / B.Bams Verbeter Tactische Vaardigheden door Partijvormen Het verbeteren van tactische vaardigheden van jeugdspelers d.m.v. partijvormen. Door Alexander Cox

Nadere informatie

poortschietspel vaste afstand

poortschietspel vaste afstand Voorfase 3.1/ warming-up poortschietspel vaste afstand Inhoud - Bedoeling van deze vorm Karakteristiek: scoren door te schieten / passen tussen de pionnen aannemen van een rollende bal voor of op de lijn

Nadere informatie

HOCKEYVELD... 2 HOCKEYSPEL ALGEMEEN... 3 HOCKEYREGELS...

HOCKEYVELD... 2 HOCKEYSPEL ALGEMEEN... 3 HOCKEYREGELS... Inhoudsopgave HOCKEYVELD... 2 HOCKEYSPEL ALGEMEEN... 3 HOCKEYREGELS... 4 OVERTREDINGEN... 4 OVERTREDINGEN BINNEN DE CIRKEL... 4 VRIJE SLAG EN UITNEMEN... 5 CIRKEL EN 23M- GEBIED... 6 SCHEIDSRECHTERS...

Nadere informatie

week 2014/33, training 2 1. Fysiek 1. Agility 1. Bewegingspatronen Movement Pattern Zie aandachtspunten bij oefening Uitleg oefening

week 2014/33, training 2 1. Fysiek 1. Agility 1. Bewegingspatronen Movement Pattern Zie aandachtspunten bij oefening Uitleg oefening week 2014/33, training 2 Warming-up - Agility 1. Fysiek 1. Agility 1. Bewegingspatronen Movement Pattern Zie aandachtspunten bij oefening Oefening 041.111.03_L-drill 041.111.03_L-drill Uitleg oefening

Nadere informatie

Doel van de warming-up oefeningen is het trainen van de basistechnieken zoals aannames, passen, lopen met de bal en passeerbewegingen.

Doel van de warming-up oefeningen is het trainen van de basistechnieken zoals aannames, passen, lopen met de bal en passeerbewegingen. Trainingsoefenstof bijeenkomst Starten met training geven in de zaal Warming-up Tekening 1: warming-up vormen met 2-tallen (a) en 4-tallen (b) Doel van de warming-up oefeningen is het trainen van de basistechnieken

Nadere informatie

Trainingvoorbereiding formulier Trainer Coach Veldvoetbal

Trainingvoorbereiding formulier Trainer Coach Veldvoetbal Trainingvoorbereiding formulier Trainer Coach Veldvoetbal Training plannen op middellange termijn. COACH TEAM TEAMFUNCTIE TEAMTAAK SPEELVELDGEDEELTE ROL TEGENPARTIJ DOELSTELLING Mitchel Valkhof B Aanvallen

Nadere informatie

W2-TR 2 L DIEPTESPEL OPBOUW

W2-TR 2 L DIEPTESPEL OPBOUW W2-TR 2 L DIEPTESPEL OPBOUW TRAINING Teamfunctie Teamtaak Speelveldgedeelte Rol tegenpartij Doelstelling samenwerken. 14 weken cyclus WARMING-UP VOOR D-PUPILLEN Duur: +/- 8 minuten Het parcours bestaat

Nadere informatie

MODULE VOLLEYBAL TWEEDE FASE

MODULE VOLLEYBAL TWEEDE FASE MODULE VOLLEYBAL TWEEDE FASE Deze module bestaat uit vier lessen volleybal, waarbij jullie zelf een gedeelte van de lessen verzorgen. De bedoeling is dat er groepjes van 8 leerlingen worden gemaakt. Elke

Nadere informatie

groep 2 WU 2.1 en 2.2 / oefenvorm 2.1, 2.3 en 2.4 / partijvorm 2A en 2B

groep 2 WU 2.1 en 2.2 / oefenvorm 2.1, 2.3 en 2.4 / partijvorm 2A en 2B groep 2 WU 2.1 en 2.2 / oefenvorm 2.1, 2.3 en 2.4 / partijvorm 2A en 2B DIGEN VERDE WU 2.1 WU 2.2 2 tegen 1 (+k) groot doel - lijn 9 K 2 tegen 1 (+1) klein doeltje - lijn 9 11 11 12 12 10 10 k speler 1

Nadere informatie

Spelregeltoepassingen. Driven by BB passion

Spelregeltoepassingen. Driven by BB passion Spelregeltoepassingen 2012 Driven by BB passion Art. 2 Het nieuwe speelveld 2 24 seconden 3 24 seconden - apparaat Het 24 seconden-apparaat moet beschikken over: Een aparte controle-eenheid voor de 24

Nadere informatie

G e b r u i k s a a n w i j z i n g v o o r h e t W a v e b o a r d V a n S t r e e t S u r f i n g

G e b r u i k s a a n w i j z i n g v o o r h e t W a v e b o a r d V a n S t r e e t S u r f i n g G e b r u i k s a a n w i j z i n g v o o r h e t W a v e b o a r d V a n S t r e e t S u r f i n g I n h o u d s o p g a v e 1. I n t r o d u c t i e B l z. 2 2. D e f i n i t i e s B l z. 2-3 2.1 StreetSurfing

Nadere informatie

groep 1 oefenvorm 1.1 t/m 1.8 d-pupillen

groep 1 oefenvorm 1.1 t/m 1.8 d-pupillen groep 1 oefenvorm 1.1 t/m 1.8 d-pupillen Oefenvorm 1.1 0 10 20 30 40 4 tegen 4 met 4 doeltjes 9 Inhoud - Bedoeling van deze vorm Karakteristiek: door snelle wisselingen speelveldgedeelte kunnen scoringskansen

Nadere informatie

groep 3 oefenvorm 3.1 t/m 3.8 d-pupillen

groep 3 oefenvorm 3.1 t/m 3.8 d-pupillen groep 3 oefenvorm 3.1 t/m 3.8 d-pupillen Oefenvorm 3.1 4 tegen 4 lijnvoetbal 0 10 20 30 40 9 Inhoud - Bedoeling van deze vorm Karakteristiek: scoren door over de doellijn te dribbelen via positiespel spelers

Nadere informatie

Trainingsinhoud Coachaanwijzingen Tekening

Trainingsinhoud Coachaanwijzingen Tekening Datum : 07-02-2016 (Evaluatie training) Teamfunctie : Aanvallen Doelstelling technisch : Passen en meenemen in combinatie met 1 tegen 1 actie frontaal Doelstelling inzichtelijk : Fase 1, 2 en 3 Bewegingsscholing

Nadere informatie

Lenigheid en beweeglijkheid

Lenigheid en beweeglijkheid 2.3.2. Lenigheid en beweeglijkheid Deze vaardigheid is bedoeld om de verschillende spieren te trainen op lenigheid en de verschillende gewrichten te mobiliseren. Lenigheid en beweeglijkheid bestaat uit:

Nadere informatie

groep 4 WU 4.1 en 4.2 / oefenvorm 4.1 t/m 4.3, 4.5 en 4.6 / partijvorm 4

groep 4 WU 4.1 en 4.2 / oefenvorm 4.1 t/m 4.3, 4.5 en 4.6 / partijvorm 4 groep 4 WU 4.1 en 4.2 / oefenvorm 4.1 t/m 4.3, 4.5 en 4.6 / partijvorm 4 DIGEN VERDE WU 4.1 2 (+k) tegen 1 (+k) breed veld - grote doelen WU 4.2 2 tegen 1 (+k) groot doel - lijn 6 9 9 12 7 8 k beide teams

Nadere informatie

Basistechniek 3 1 tegen 1 en 2 tegen 2 41 Pass en trap vormen 68 Positiespel/Partijspel 105 Opbouwen 145 Scoren 181 Storen 218 Doelpunt voorkomen 243

Basistechniek 3 1 tegen 1 en 2 tegen 2 41 Pass en trap vormen 68 Positiespel/Partijspel 105 Opbouwen 145 Scoren 181 Storen 218 Doelpunt voorkomen 243 Thema Pagina Basistechniek tegen en tegen Pass en trap vormen 8 Positiespel/Partijspel 05 Opbouwen 5 Scoren 8 Storen 8 Doelpunt voorkomen Titel - Dribbelen in vierkant - Basistechniek () - Basistechniek

Nadere informatie

Succes en veel plezier toegewenst!

Succes en veel plezier toegewenst! Voorwoord HOE VOER JE EEN OEFENING GOED UIT? Ten eerste door de beweging correct uit te voeren. Dat wil zeggen gecontroleerd en beheerst. Dat wil zeggen eerst de spieren opwarmen ('warming up'). Nooit

Nadere informatie

Warming-up: Jagerbal. Partij: 6 : 6 op 2 grote doelen + keepers

Warming-up: Jagerbal. Partij: 6 : 6 op 2 grote doelen + keepers Thema: Passen en Trappen E-pupillen Training: 1 Warming-up: Jagerbal Er worden drie groepen gemaakt Het veld is verdeeld in drie vakken De konijnen dribbelen in het middelste vak. De jagers moeten vanuit

Nadere informatie

groep 3 WU 3.1 en 3.4 / oefenvorm 3.1 t/m 3.9 / partijvorm 3 llen aanva

groep 3 WU 3.1 en 3.4 / oefenvorm 3.1 t/m 3.9 / partijvorm 3 llen aanva groep 3 WU 3.1 en 3.4 / oefenvorm 3.1 t/m 3.9 / partijvorm 3 llen aanva 0 20 30 40 WU 3.1 1 tegen 1 lijnvoetbal 0 0 20 30 40 WU 3.4 dribbeltikspel 20 beide spelers kunnen scoren door over de doellijn van

Nadere informatie

1. Hoofdstuk 1 Stands

1. Hoofdstuk 1 Stands 1 Datum: Maandag 27 februari 2012 Onderwerp: Coachcursus Hitting (Slagtraining) Door: Percy Isenia Aantekeningen door: Michel ten Broeke Algemene opmerkingen: - Training is gericht op kinderen - De kinderen

Nadere informatie

Jaarplanning SCHOLIEREN

Jaarplanning SCHOLIEREN Jaarplanning SCHOLIEREN Augustus fysieke opbouw Gewenning aan balsnelheid / loopsnelheid (extensieve uithouding) Pas- en trapvormen om het gehele veld te bestrijken (pasvormen van binnen naar buiten en

Nadere informatie

HOCKEYVELD... 2 HOCKEYSPEL ALGEMEEN... 3 HOCKEYREGELS...

HOCKEYVELD... 2 HOCKEYSPEL ALGEMEEN... 3 HOCKEYREGELS... Inhoudsopgave HOCKEYVELD... 2 HOCKEYSPEL ALGEMEEN... 3 HOCKEYREGELS... 4 OVERTREDINGEN... 4 VRIJE SLAG EN SPELHERVATTING... FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD. CIRKEL EN 23M-GEBIED... 6 SCHEIDSRECHTERS...

Nadere informatie

Jeugd Opleidingsplan SV Lycurgus

Jeugd Opleidingsplan SV Lycurgus Jeugd Opleidingsplan SV Lycurgus Deel 2 Wat is voetballen? Mark Boterman Versie 1.0 (oktober 2014) Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 1 Voetballen... 2 2 Spelbedoeling... 2 3 Structuur van het voetballen...

Nadere informatie

Start (ca. 5 minuten) Kort kennismaken met de kinderen (namen, leeftijd, adres, sport noteren!) Warmlopen/rekken en strekken

Start (ca. 5 minuten) Kort kennismaken met de kinderen (namen, leeftijd, adres, sport noteren!) Warmlopen/rekken en strekken Training Start (ca. 5 minuten) Kort kennismaken met de kinderen (namen, leeftijd, adres, sport noteren!) Warmlopen/rekken en strekken Gooi- en vangoefeningen (ca. 5 minuten) Kinderen verdelen in 2 groepjes

Nadere informatie

Vier hoeken OEFENINGEN: OPWARMING. Verklaring gebruikte tekens

Vier hoeken OEFENINGEN: OPWARMING. Verklaring gebruikte tekens Verklaring gebruikte tekens De (meest) gebruikte tekens in mijn tekening met hun betekenis. UGP: Uitgangspositie UGH: Uitgangshouding SV: Spelverdeler Passing = Receptie Boha: Bovenhands Kast = Ballenmand

Nadere informatie

HC. Houten, periodisering seizoen , Basistechnieken.

HC. Houten, periodisering seizoen , Basistechnieken. HC. Houten, periodisering seizoen 2009-200, Basistechnieken. In dit blok zullen de belangrijkste basistechnieken aan bod komen. Het is van groot belang deze technieken vroegtijdig in het seizoen en op

Nadere informatie

groep 1 WU 1.1 en 1.2 / oefenvorm 1.1, 1.2, 1.4 en 1.6 / partijvorm 1

groep 1 WU 1.1 en 1.2 / oefenvorm 1.1, 1.2, 1.4 en 1.6 / partijvorm 1 groep 1 WU 1.1 en 1.2 / oefenvorm 1.1, 1.2, 1.4 en 1.6 / partijvorm 1 DIGEN VERDE WU 1.1 3 tegen 2 met 2 doeltjes 0 10 20 30 40 WU 1.2 3 tegen 1 positiespel 0 10 20 30 40 0 10 9 10 20 het drietal start

Nadere informatie

DRIBBELEN/DRIJVEN/PASSEREN

DRIBBELEN/DRIJVEN/PASSEREN E-pupillen DRIBBELEN/DRIJVEN/PASSEREN Ter herinnering: Doelstellingen voor E-pupillen - datgene wat geleerd moet worden Verder ontwikkelen van de techniek door middel van het spelen van basisvormen. o

Nadere informatie

WOORDENBOEK VOOR IJSHOCKEYTERMEN DIT MAAKT DEEL UIT VAN HET TECHNISCH JEUGD EN TRAININGSPLAN. STICHTING JEUGD IJSHOCKEY HEERENVEEN e.o.

WOORDENBOEK VOOR IJSHOCKEYTERMEN DIT MAAKT DEEL UIT VAN HET TECHNISCH JEUGD EN TRAININGSPLAN. STICHTING JEUGD IJSHOCKEY HEERENVEEN e.o. WOORDENBOEK VOOR IJSHOCKEYTERMEN DIT MAAKT DEEL UIT VAN HET TECHNISCH JEUGD EN TRAININGSPLAN STICHTING JEUGD IJSHOCKEY HEERENVEEN e.o. 1991 FLYERS GN 2007/2008 Versie 3.01-1 - Op alfabetische volgorde:

Nadere informatie

Training Week nummer Datum Trainingskern Oefening

Training Week nummer Datum Trainingskern Oefening : Bewegingsvaardigheden : S1-3-1 11.13.26 Uitleg De speler start op de linkervoet in vak 1, en springt op de linkervoet naar vak 3 en weer terug naar vak 1 Dit patroon herhaalt zich voor een van tevoren

Nadere informatie

Spelregels : Drietal Hockey Versie oktober 2011 Bron: KNHB / District Zuid JJ

Spelregels : Drietal Hockey Versie oktober 2011 Bron: KNHB / District Zuid JJ Spelregels : Drietal Hockey Versie oktober 2011 Bron: KNHB / District Zuid JJ Hoe ziet het speelveld eruit? speelrichting speelrichting. Veldmarkeringen in de vorm van pylonnen Doelmarkeringen in de vorm

Nadere informatie