RECHTBANK EERSTE AANLEG TE DENDERMONDE, 3 APRIL 2012, 19 DE KAMER

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "RECHTBANK EERSTE AANLEG TE DENDERMONDE, 3 APRIL 2012, 19 DE KAMER"

Transcriptie

1 RECHTBANK EERSTE AANLEG TE DENDERMONDE, 3 APRIL 2012, 19 DE KAMER De Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde, negentiende kamer, recht doende in strafzaken, heeft in haar openbare terechtzitting van 3 april 2012 het hiernavolgend VONNIS gewezen: IN DE ZAAK VAN HET OPENBAAR MINISTERIE TEGEN: M.A., opdienster, geboren te Tiflet (Marokko) in ( ), van Marokkaanse en Belgische nationaliteit, wonende te Sint-Jans- Molenbeek, ( ), te hebben verbleven in de gevangenis te Dendermonde, onder de banden van het aanhoudingsmandaat afgeleverd door de onderzoeksrechter te Dendermonde op 5 mei 2009 wegens de enige tenlastelegging van de vordering van 30 maart 2009 thans de tenlastelegging A2 en A4 en vrij onder voorwaarden bij arrest van de KI te Gent dd Verdacht van: A Te 9240 Erpe-Mere, meermaals op niet nader gekende tijdstippen in de periode van op 1 januari 2006 tot op 5 mei 2009 Bij inbreuk op artikel 433 quinquies 1, 1 SWB, zich schuldig te hebben gemaakt aan mensenhandel door de hierna genoemde personen te hebben aangeworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest, opgevangen, de controle over hen te hebben gewisseld of overgedragen teneinde de misdrijven te laten plegen die bedoeld worden in de artikelen 379, en 4 en 383 bis 1, de toestemming met de voorgenomen of daadwerkelijke uitbuiting van geen belang zijnde met name minstens de hierna genoemde personen te hebben aangeworven, gehuisvest en opgevangen te hebben met het oog op het plegen van ontucht of prostitutie in de bar T. en deze te hebben uitgebuit met de omstandigheid dat: 1. het misdrijf gepleegd werd ten aanzien van een minderjarige met name ten aanzien van D.G. (in de periode van op 15 oktober 2008 tot op 30 november 2008) waarvan de leeftijd door deskundige Dr. D.L., na radiologisch onderzoek op 23 juni 2009, vastgesteld werd op 16 jaar 2. misbruik gemaakt werd van de bijzonder kwetsbare positie waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire sociale toestand of ten gevolge van zwangerschap, ziekte dan wet een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken met name onder meer ten aanzien van: 1

2 - S.C. (in de periode van op 1 augustus 2008 tot op 7 maart 2009: van Braziliaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - L.A. (in de periode van op 1 oktober 2008 tot op 31 oktober 2008) : van Braziliaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - A.C. (in de periode van op 7 december 2008 tot op 15 februari 2009: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - Z.H. (in de periode van op 1 december 2007 tot op 1 maart 2008 en van op 1 december 2008 tot op 2 april 2009: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - M.J. (in de periode van op 3 mei 2009 tot op 5 mei 2009: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - B.R. ( in de periode van op 1 januari 2007 tot op 23 augustus 2007: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - R.B. (in de periode van op 1 januari 2006 tot op 31 december 2006: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - de niet nader geïdentificeerde "M. (in de periode van op 8 augustus 2008 tot op 7 maart 2009: van Braziliaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - en andere tot op heden niet geïdentificeerde personen 3. het misdrijf gepleegd werd door direct of indirect gebruik te maken van listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige vorm van dwang S.C. (in de periode van op 1 augustus 2008 tot op 7 maart 2009) A.C. (in de periode van op 7 december 2008 tot op 15 februari 2009) Z.H. (in de periode van op 1 december 2007 tot op 1 maart 2008 en van op 1 december 2008 tot op 5 mei 2009) M.J. (in de periode van 3 mei 2009 tot op 5 mei 2009) 4. van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt namelijk onder meer ten aanzien van: - S.C. (in de periode van op 1 augustus 2008 tot op 7 maart 2009) - L.A. (in de periode van op 1 oktober 2008 tot op 31 oktober 2008) - A.C. (in de periode van op 7 december 2008 tot op 15 februari 2009) - Z.H. (in de periode van op 1 december 2007 tot op 1 maart 2008 en van op 1 december 2008 tot op 5 mei 2009) - M.J. (in de periode van 3 mei 2009 tot op 5 mei 2009) - D.G. (in de periode van op 15 oktober 2008 tot op 30 november 2008) - B.R. ( in de periode van op 1 januari 2007 tot op 23 augustus 2007) - R.B. (in de periode van op 1 januari 2006 tot op 31 december 2006 en van op 1 april 2009 tot op 3 mei 2009) - de niet nader geïdentificeerde "M." (in de periode van op 8 augustus 2008 tot op 7 maart 2009) - en andere tot op heden niet geïdentificeerde personen B 2

3 Te 9240 Erpe-Mere, meermaals op niet nader gekende tijdstippen in de periode van op 1 januari 2006 tot op 5 mei 2009 Bij inbreuk op artikel 433 quinquies 1, 30 SWB, zich schuldig te hebben gemaakt aan mensenhandel door de hierna genoemde personen te hebben aangeworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest, opgevangen, de controle over hen te hebben gewisseld of overgedragen teneinde deze personen aan het werk te zetten of te laten aan het werk zetten in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid, de toestemming met de voorgenomen of daadwerkelijke uitbuiting van geen belang zijnde met name minstens de hierna genoemde personen te hebben aangeworven, gehuisvest en opgevangen te hebben teneinde deze als diensters in de bar T. aan het werk te zetten in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid en deze te hebben uitgebuit met de omstandigheid dat: 1. het misdrijf gepleegd werd ten aanzien van een minderjarige met name ten aanzien van D.G. (in de periode van op 15 oktober 2008 tot op 30 november 2008) waarvan de leeftijd door deskundige Dr. D.L., na radiologisch onderzoek op 23 juni 2009, vastgesteld werd op 16 jaar 2. misbruik gemaakt werd van de bijzonder kwetsbare positie waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire sociale toestand of ten gevolge van zwangerschap, ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken met name ten aanzien van: - S.C. (in de periode van op 1 augustus 2008 tot op 7 maart 2009: van Braziliaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - L.A. (in de periode van op 1 oktober 2008 tot op 31 oktober 2008) : van Braziliaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - A.C. (in de periode van op 7 december 2008 tot op 15 februari 2009: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - Z.H. (in de periode van op 1 december 2007 tot op 1 maart 2008 en van op 1 december 2008 tot op 2 april 2009: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - M.J. (in de periode van op 3 mei 2009 tot op 5 mei 2009: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - B.R. ( in de periode van op 1 januari 2007 tot op 23 augustus 2007: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - R.B. (in de periode van op 1 januari 2006 tot op 31 december 2006: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - de niet nader geïdentificeerde "M. (in de periode van op 8 augustus 2008 tot op 7 maart 2009: van Braziliaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - en andere tot op heden niet geïdentificeerde personen 3

4 3. het misdrijf gepleegd werd door direct of indirect gebruik te maken van listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige vorm van dwang - S.C. (in de periode van op 1 augustus 2008 tot op 7 maart 2009) - A.C. (in de periode van op 7 december 2008 tot op 15 februari 2009) - Z.H. (in de periode van op 1 december 2007 tot op 1 maart 2008 en van op 1 december 2008 tot op 5 mei 2009) -M.J. (in de periode van 3 mei 2009 tot op 5 mei 2009) 4. van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt - S.C. (in de periode van op 1 augustus 2008 tot op 7 maart 2009) - L.A. (in de periode van op 1 oktober 2008 tot op 31 oktober 2008) - A.C. (in de periode van op 7 december 2008 tot op 15 februari 2009) - Z.H. (in de periode van op 1 december 2007 tot op 1 maart 2008 en van op 1 december 2008 tot op 5 mei 2009) - M.L. (in de periode van 3 mei 2009 tot op 5 mei 2009) - D.G. (in de periode van op 15 oktober 2008 tot op 30 november 2008) - B.R. ( in de periode van op 1 januari 2007 tot op 23 augustus R.B. (in de periode van op 1 januari 2006 tot op 31 december 2006 en van op 1 april 2009 tot op 3 mei 2009) - de niet nader geïdentificeerde "M." (in de periode van op 8 augustus 2008 tot op 7 maart en andere tot op heden niet geïdentificeerde personen C Te 9240 Erpe-Mere, meermaals in de periode van op 15 oktober 2008 tot op 30 november 2008 Ten einde eens anders driften te voldoen, rechtstreeks of via een tussenpersoon, een minderjarige boven de volte teeltijd van zestien jaar, zelfs met zijn toestemming, te hebben aangeworven, meegenomen, weggebracht of bij zich gehouden met het oog op het plegen van ontucht of prostitutie, met name D.G. waarvan de leeftijd door deskundige Dr. D.L., na radiologisch onderzoek op 23 juni 2009, vastgesteld werd op 16 jaar te hebben aangeworven en bij zich gehouden te hebben met het oog op het plegen van ontucht of prostitutie in de bar T. D Te 9240 Erpe-Mere, meermaals op niet nader gekende tijdstippen in de periode van op 1 januari 2006 tot op 5 mei 2009 Een huis van ontucht of prostitutie te hebben gehouden met name door in de bar T. meerdere vrouwen van vreemde nationaliteit te hebben aangeworven en bij zich gehouden te hebben met het oog op het plegen van ontucht of prostitutie 4

5 met de omstandigheid dat: E 1. de dader daarbij direct of indirect gebruik heeft gemaakt van listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige andere vorm van dwang met name ondermeer ten aanzien van: S.C. (in de periode van op 1 augustus 2008 tot op 7 maart 2009) A.C. (in de periode van op 7 december 2008 tot op 15 februari 2009) Z.H. (in de periode van op 1 december 2007 tot op 1 maart 2008 en van op 1 december 2008 tot op 5 mei 2009) M.J. (in de periode van 3 mei 2009 tot op 5 mei 2009) 2. met de omstandigheid dat de dader daarbij misbruik heeft gemaakt van de bijzonder kwetsbare positie waarin een persoon verkeert ten gevolge van een onwettige of precaire administratieve toestand of ten gevolge van zwangerschap, ziekte dan wet een lichamelijk of een geestelijk gebrek of onvolwaardigheid met name onder meer ten aanzien van - S.C. (in de periode van op 1 augustus 2008 tot op 7 maart 2009: van Braziliaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - L.A. (in de periode van op 1 oktober 2008 tot op 31 oktober 2008) : van Braziliaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - A.C. (in de periode van op 7 december 2008 tot op 15 februari 2009: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - Z.H. (in de periode van op 1 december 2007 tot op 1 maart 2008 en van op 1 december 2008 tot op 2 april 2009: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - M.J. (in de periode van op 3 mei 2009 tot op 5 mei 2009: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - B.R. ( in de periode van op 1 januari 2007 tot op 23 augustus 2007: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - R.B. (in de periode van op 1 januari 2006 tot op 31 december 2006: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - de niet nader geïdentificeerde "M. (in de periode van op 8 augustus 2008 tot op 7 maart 2009: van Braziliaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - en andere tot op heden niet geïdentificeerde personen Te 9420 Erpe-Mere, meermaals op niet nader gekende tijdstippen in de periode van op 15 oktober 2008 tot op 30 november 2008 Bij inbreuk op de artikelen 1, 2 bis ( 1, 2 a en 5), 4 ( 1, 4 en 6), 5 en 6 van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende 5

6 middelen en psychotrope stoffen (BS ) zoals gewijzigd bij wetten van 9 juli 1975, 14 juli 1994, 4 april 2003 en 3 mei 2003 en op de artikelen 1, 1 bis, 2, 11, 26 bis en 28 1 en 2, 3 van het KB van 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies (BS ), buiten de aankoop of het bezit krachtens geneeskundig voorschrift, zonder voorafgaande vergunning van de Minister van Volksgezondheid, tegen betaling of kosteloos, verdovingsmiddelen te hebben vervaardigd, in bezit te hebben gehad, te hebben verkocht of te koop gesteld, afgeleverd of aangeschaft: namelijk het afleveren van een ongekende hoeveelheid van het zogenaamde product cocaïne dat substanties bevat welke onder de wetenschappelijke benaming Cocaïnum opgenomen zijn in artikel 1 nr. 19 van voormeld KB van met de verzwarende omstandigheid dat het misdrijf gepleegd werd ten aanzien van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar, namelijk D.G. waarvan de leeftijd door deskundige Dr. D.L., na radiologisch onderzoek op 23 juni 2009, vastgesteld werd op 16 jaar F Te 9420 Erpe-Mere, meermaals in de periode van op 14 januari 2003 tot op 5 mei 2009 Een huis van ontucht of prostitutie te hebben gehouden, met name door in de bar T. meerdere vrouwen van Belgische en vreemde nationaliteit te hebben aangeworven en bij zich gehouden te hebben met het oog op het plegen van ontucht of prostitutie G Te 9420 Erpe-Mere, meermaals in de periode van op 1 december 2007 tot op 2 april 2009 Rechtstreeks of via een tussenpersoon misbruik te hebben gemaakt van de bijzonder kwetsbare positie van een persoon ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand of zijn precaire sociale toestand door, met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren, een roerend goed, een deel ervan, een onroerend goed, een kamer of een andere in artikel 479 van het Strafwetboek bedoelde ruimte, te hebben verkocht, te hebben verhuurd of ter beschikking gesteld in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid, zodanig dat de betrokken personen in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze had dan zich te laten misbruiken, met de omstandigheid dat van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt, namelijk door ten aanzien van: - S.C. (in de periode van op 1 augustus 2008 tot op 7 maart 2009: van Braziliaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - A.C. (in de periode van op 7 december 2008 tot op 15 februari 2009: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) 6

7 - Z.H. (in de periode van op 1 december 2007 tot op 1 maart 2008 en van op 1 december 2008 tot op 2 april 2009: van Marokkaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) - de niet nader geïdentificeerde "M." (in de periode van op 8 augustus 2008 tot op 7 maart 2009: van Braziliaanse nationaliteit en illegaal in het land verblijvende in die periode) per dag en per persoon een bedrag van 10 euro (en zelfs 20 euro wat Z.H. betreft in de periode van 1 december 2007 tot 1 maart 2008) af te houden van hun "bon" voor onderdak in één van de 3 kamers die door de wooninspectie ongeschikt en onbewoonbaar werden verklaard (zie stukken 652 ev. Strafdossier: vaststellingen wooninspecteur d.d. 20/05/09) H Te 9420 Erpe-Mere, meermaals op niet nader gekende tijdstippen in de periode van op 1 december 2007 tot op 5 mei 2009 Bij inbreuk op de artikelen 1, 2 bis 1,4 ( 1,4 en 6), 5 en 6 van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen (BS ) zoals gewijzigd bij wetten van 9 juli 1975, 14 juli 1994,4 april 2003 en 3 mei 2003 en op de artikelen 1, 1 bis, 2, 11, 26 bis en en 2, 3 van het KB van 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies (BS ), buiten de aankoop of het bezit krachtens geneeskundig voorschrift, zonder voorafgaande vergunning van de Minister van Volksgezondheid, tegen betaling of kosteloos, verdovingsmiddelen te hebben vervaardigd, in bezit te hebben gehad, te hebben verkocht of te koop gesteld, afgeleverd of aangeschaft, namelijk: de verkoop van een ongekende hoeveelheid van het zogenaamde product cannabis dat substanties bevat welke onder de wetenschappelijke benaming Cannabis opgenomen zijn in artikel 1 nr. 15 van voormeld K.B. van Betrokkene gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43 bis van het Strafwetboek, zoals ingevoegd door de Wet van 17 juli 1990, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van een bedrag van ,30 euro zijnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de misdrijven A1 tem A4, B1 tem B4, C, Dl, D2, F zijn verkregen waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde, de geldwaarde daarvan dient te ramen (het equivalent bedrag) (zie proces-verbaal 8755/09 p. 724 en v. strafdossier) Betrokkene gedagvaard teneinde zich overeenkomstig art. 42 en 43 bis van het Strafwetboek, zoals ingevoegd door de Wet van 17 juli 1990, te horen veroordelen tot de bijzondere verbeurdverklaring van een bedrag van 5140 euro zijnde de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf G zijn verkregen waarbij de rechter, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de beklaagde, de geldwaarde daarvan dient te ramen (het equivalent bedrag) (mbt slachtoffer 1: 188 dagen x 10 euro/dag, mbt slachtoffer 2: 71 dagen x 10 euro/dag, mbt slachtoffer 3: 91 dagen x 20 euro/dag en 7 dagen x 10 euro/dag, mbt slachtoffer 4: 66 dagen x 10 euro/dag) 7

8 Te zeggen voor recht dat de inbeslaggenomen gelden ten bedrage van 720 euro, overgemaakt aan het C.O.I.V., na verbeurdverklaring ervan, zulten dienen toegerekend te worden op het bedrag van de bij tussen te komen vonnis uitgesproken bijzondere verbeurdverklaringen van de wederrechtelijke vermogensvoordelen Waarbij zich hebben gevoegd ais burgerlijke partij: 1. VZW Payoke, Leguit 4 te 2000 Antwerpen, ondernemingsnummer VZW PAG-ASA, met zetel te 1000 Brussel, Cellebroersstraat A.C., woonstkeuze doende te Brussel ( ). 4. Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding, Autonome Openbare Dienst, gevestigd te 1000 Brussel, Koningsstraat 138 allen tegen de beklaagde voornoemd De rechtbank heeft kennis genomen van: - de beslissing van de Kamer van Inbeschuldigingstelling te Gent van 26 november 2009 waarbij wordt vastgesteld dat de bijzondere opsporingsmethode van de observatie regelmatig is verlopen; - de beschikking van de Raadkamer bij deze rechtbank van 14 mei 2010 waarbij beklaagde, mits aanname van verzachtende omstandigheden voor de tenlasteleggingen A.1 tot en met A4, B.1 tot en met B.4, C, D.1, D.2 en E wegens de tenlasteleggingen Al tot en met A.4, B.1 tot en met B.4, C, D.1, D.2, E, F, G en H naar de correctionele rechtbank wordt verwezen; - de rechtsgeldig betekende dagvaarding van het OPENBAAR MINISTERIE dd. 1 juli 2010 houdende dagstelling voor de zitting van de 19 e kamer van 28 september Op de zitting van 28 september wordt de zaak tegensprekelijk uitgesteld naar de zitting van 11 januari Op de zitting van 11 januari 2011 wordt de zaak tegensprekelijk uitgesteld naar de zitting van 14 juni 2011 wegens de nietbeschikbaarheid van een tolk Arabisch. Op de zitting van 14 juni 2011 wordt de zaak wegens overbelasting van de rot uitgesteld naar de zitting van 28 februari Op deze laatste zitting wordt de zaak in openbare zitting behandeld en in beraad genomen; - de processen-verbaal en de overige stukken van de rechtspleging. De rechtbank aanhoorde op de zitting van 5 maart 2012: - de burgerlijke partij VZW Payoke in haar middelen en in haar eis, voorgedragen door mr. K.G., advocaat te Dendermonde, die een nota neerlegt - de burgerlijke partij VZW PAG-ASA in haar middelen en in haar eis, voorgedragen door mr. H.M., advocaat te Gent, die een nota neerlegt 8

9 - de burgerlijke partij A.C. in haar middelen en in haar eis, voorgedragen door mr. H.M., advocaat te Dendermonde, die een nota neerlegt - de burgerlijke partij het Centrum voor Gelijkheid der Kansen en Racismebestrijding in haar middelen en in haar eis, voorgedragen door mr. R.D. loco meester P.Q., advocaat te Antwerpen, die een nota neerlegt - het openbaar ministerie in de persoon van S.J., eerste substituut- procureur des Konings, in haar voordracht van de zaak en in haar eis; - de beklaagde, in haar middelen van verdediging, voorgedragen door haarzelf en meester R.C., advocaat te Dendermonde, met bijstand van de aangestelde tolk I. De feiten A. Algemeen 1. Het onderzoek gaat van start op basis van politionele informatie dat de uitbaatster van bar T. te Erpe-Mere, beklaagde M.A., zich schuldig zou maken aan mensenhandel (stuk 1 tot 5 strafdossier). Uit de politionele informatie blijkt dat: bar T. dienst doet als een huis van ontucht en prostitutie; het bordeel 7 dagen op 7, 24 uur op 24 open is; de uitbaatster, die zich laat aanspreken met 'M.A.', al jaren andermans prostitutie exploiteert; M.A. de prostituees voorstelt aan de klant, de prijs bepaalt en de betaling regelt; de prostituees allen illegaal in het Rijk verblijven; alle mogelijke seksuele gedragingen te verkrijgen zijn in het bordeel. Tegen een meerprijs zijn seksuele betrekkingen zonder condoom mogelijk; in het bordeel de toiletten stuk zijn en er geen mogelijkheid voor de klanten is om zich te wassen. Men gebruikt hiervoor keukenpapier. alle prostituees bijzonder jong zijn en een zekere `G.' minderjarig zou zijn. 2. Op 27 maart 2009 machtigt de Procureur des Konings van Dendermonde de leden van de FGP om over te gaan tot observatie van het bordeel T., waarover later meer. Op 30 maart 2009 vordert de Procureur des Konings een gerechtelijk onderzoek. Vanaf 30 maart 2009 tapt de politie verschillende telefoonnummers van beklaagde af. 3. Op 6 april 2009 controleert de FGP samen met de lokale politie en de inspectie toezicht sociale wetten Bar T. In de bar is één meisje aanwezig, dat zich met een verloren identiteitskaart legitimeert als W.M., wat later een valse identiteit blijkt te zijn. Uit de tapgesprekken blijkt dat er op dat moment een Roemeens meisje wordt tewerkgesteld (st. 47ter strafdossier). Uit de tapgesprekken blijkt ook dat beklaagde gelukkig was met het feit dat er zich op het moment van de controle geen minderjarigen in de bar bevonden (stuk strafdossier). Uit de tap blijkt tot slot dat beklaagde in die periode actief en gericht op zoek gaat naar illegalen, i.p.v. personen met regelmatig verblijf, daar men illegalen beter kan kneden (st. 72 strafdossier). 9

10 4. Op 10 april 2009 en 27 april 2009 doet de FGP van Aalst nazicht van de vuilniszakken van bar T. Men vindt veel gebruikt keukenpapier, geopende condoomverpakkingen en seksueel getinte kledij (stuk 47bis en 100bis strafdossier). 5. In de periode van 30 maart 2009 tot en met 7 mei 2009 wordt bar T. 31,5 dagen geobserveerd. In de hele observatieperiode worden 9 verschillende meisjes opgemerkt. Al deze meisjes samen leveren 70 dagen arbeidsprestaties. Op basis van de observaties en de tap kan de FGP twee meisjes identificeren: R.B. en Z.H. (stuk 68bis en 717 strafdossier). Bij de huiszoeking (zie later) kan de politie nog een derde meisje identificeren. De overige 6 meisjes blijven onbekend. 6. Op 5 mei 2009 gaat men op bevel van de onderzoeksrechter, over tot huiszoeking in Bar T. te Erpe-Mere. Het pand bestaat uit drie verdiepingen: op het gelijkvloers is er een gelagzaal met toog, op de eerste verdieping is er een slaapkamer met dubbelbed en douche, op de tweede verdieping een slaapkamer met twee eenpersoonsbedden en een matras op de grand. Het pand is vuil en de hygiëne laat te wensen over (zie bijvoorbeeld stuk 267 strafdossier de meisjes dienen hun behoeften te doen in een verstopt toilet). Op het gelijkvloers brandt een sticht aangestoten gaskachel, waarvan enkele ruitjes ontbreken. 7. In de woonkamer wordt er een alarm aangetroffen met drukknop. Indien de knop wordt ingedrukt, gaat er op de bovenverdieping een alarm af. In de bovenste slaapkamer, waar de diensters slapen, worden twee bergplaatsen teruggevonden, alwaar personen zich kunnen verstoppen (zie foto's in het dossier stukken ). Eén ruimte kan worden bereikt via een luik in de vloer, onder de vloerbedekking. In deze ruimte ligt een schapenvel. Een andere ruimte kan worden bereikt via een deurtje in de houten lambrisering. Dit deurtje kan langs de achterzijde worden gesloten met een slotje. 8. Bij de huiszoeking wordt een jong Noord-Afrikaans meisje aangetroffen: O.S. ( ( )). Zij bevindt zich illegaal in het Rijk. Tijdens de huiszoeking wordt er ook 720 euro cash geld, condooms en een betaalterminal van BANKSYS teruggevonden. 9. Op vraag van de onderzoeksrechter controleert de Vlaamse wooninspectie de kamers (zie stuk van het strafdossier). De wooninspectie stelt vast dat het pand volledig ongeschikt en onbewoonbaar is. Kamer 1 (het gelijkvloers) scoort 175 strafpunten en is dus totaal ongeschikt. Kamer 1 is omwille van de veiligheidsrisico s ook totaal onbewoonbaar. Kamer 2 (de eerste verdieping) scoort 151 strafpunten en is dus ongeschikt en, omwille van veiligheidsrisico s, totaal onbewoonbaar. Kamer 3 (2 verdieping) tot slot scoort ook 175 strafpunten is dus volledig ongeschikt voor bewoning. Omwille van de veiligheidsrisico's is kamer 3 ook totaal onbewoonbaar. B. Werking van Bar T. 10. Dankzij de verklaringen van de meisjes krijgen we een goed beeld van de werking van bar T. (zie de verklaring van S.C., stuk strafdossier, de verklaring van D.G., stuk strafdossier, de verklaring van A.C., stuk strafdossier en de verklaring van Z.H., st strafdossier). 10

11 11. In bar T. worden twee diensten aangeboden: enerzijds kunnen de klanten aan de bar iets drinken, in de aanwezigheid van schaars geklede meisjes die met de klanten meedrinken en door de klant worden getrakteerd op 'champagne' (i.e. goedkope schuimwijn), anderzijds kan men seksuele betrekkingen hebben met de meisjes, meestal in het bed op de eerste verdieping van de bar. 12. De hygiëne in bar T. laat sterk te wensen over: het toilet op het gelijkvloers en de douche op de eerste verdieping werken niet. Er wordt dan ook niets gedaan aan de hygiëne van de klanten. De meisjes dienen de klanten te verproperen met keukenpapier. Sommige meisjes nemen dan maar het initiatief om zelf vochtige doekjes aan te kopen. De lakens van het bed worden enkel ververst wanneer de meisjes deze lakens zelf wassen. De meisjes dienen ook zelf condooms van goede kwaliteit kopen. Beklaagde voorziet de meisjes enkel van goedkope condooms van slechte kwaliteit. 13. Verschillende meisjes geven aan dat ze door beklaagde worden verplicht om met klanten te vrijen zonder condoom. Z.H. geeft zelfs aan dat er een beurtrol is onder de meisjes voor het bedienen van vaste klanten zonder condoom. Bij weigering om zonder condoom te vrijen, krijgen de meisjes minder klanten toegewezen en lijden ze financieel verlies. De meisjes dienen ook voor beklaagde te werken wanneer ze hun maandstonden hebben. Als er een klant 's nachts komt, worden de meisje gewekt door beklaagde. 14. Beklaagde bepaalt de prijzen voor de seksuele diensten in functie van de klant. De meeste klanten betalen ook aan beklaagde. Nadien krijgen de meisjes hun deel ongeveer de helft van beklaagde, doch beklaagde durft soms ook geld achter te houden. De meisjes dienen aan beklaagde 10 huur per dag te betalen voor de kamer waar ze verblijven. 15. Quasi alle meisjes die bij beklaagde werken, zijn illegaal in het Rijk. Beklaagde werkt graag met illegalen daar dit voor haar veel gemakkelijker is: ze kan ongestoord misbruik maken van de meisjes daar deze niet naar de politie kunnen gaan. Bij barcontroles dienen de meisjes zich te verbergen in de schuilruimte. Verschillende meisjes geven aan dat ze zich effectief dienden te verbergen in de schuilruimte onder de vloer. 16. De FGP van Dendermonde heeft ook een grote groep klanten verhoord. De meeste klanten zijn opgespoord door middel van hun betaalkaartgegevens. In hun verhoren bevestigen de klanten het relaas van de meisjes (zie voor de verhoren: st , , ,697B tot 708 en 712). Sommige klanten komen enkel naar de bar om met de meisjes te praten. De meeste klanten komen evenwel naar Bar T. om seksuele betrekkingen te hebben met de meisjes: van tongzoenen, over strelen, naar masturbatie, orale en vaginale seks. Sommige klanten geven ook toe dat ze betrekkingen hebben zonder condoom (zie de verhoren van D.I. en D.H.). De meeste klanten geven aan dat beklaagde de geldzaken regelt: zij bepaalt de prijs en de klanten dienen aan haar te betalen. Als de meisjes zelf een prijs met de klant afspreken, dienen ze toestemming te vragen aan beklaagde. Geen enkele klant heeft opgemerkt dat beklaagde zich zelf zou prostitueren. 11

12 Twee klanten geven aan dat zij de indruk hebben dat sommige meisjes tegen hun zin aan de stag waren in bar T. (zie de verhoren van V.J. en D.M.). Een trouwe bezoeker van Bar T., D.M. legt in zijn verhoor de vinger op de wonde. Hij bevestigt in zijn verhoor verschillende klachten van de meisjes. Zo geeft hij aan dat de situatie in de bar inderdaad gevaarlijk was (cfr het risico op CO vergiftiging door de kachel ( zonder ruitjes). Ook hij geeft aan dat het met de hygiëne niet goed gesteld was in bar T.: de klanten kunnen zich niet wassen, waardoor de meisjes gebruik moeten maken van vochtige doekjes. C. Overzicht tewerkgestelde meisjes 1. O.S. ( ( ) te Casablanca) 17. Tijdens de huiszoeking treft de politie O.S. aan (zie st en strafdossier). Deze Marokkaanse onderdaan verblijft illegaal in het Rijk. Het betreft hier een jonge moeder met een dochtertje van 6 jaar oud. Ze is analfabeet. Uit haar verklaring blijkt dat ze via een vriendin terechtkomt in de bar van beklaagde. Beklaagde liegt haar voor dat ze iemand zoekt om het huishouden te doen in plaats van het huishouden, dient ze, tegen haar zin, seksuele betrekkingen te hebben met klanten zonder condoom. De ervaringen met de eerste klanten zijn voor haar ronduit traumatisch te noemen. Ze verklaart dat beklaagde haar trots heeft afgepakt, door haar stap voor stap te dwingen om seks te hebben met mannen tegen betaling. 2. S.C. ( ( )) 18. De politie kan ook S.C. als werkneemster identificeren (zie stuk strafdossier). Ook zij is illegaal in het Rijk. Ze bevestigt dat in bar T. exploitatie van prostitutie plaatsvindt: ze heeft er immers, tegen betaling, seksuele betrekkingen gehad met klanten (zie stuk strafdossier). 19. S.C. komt in 2007 in contact met de prostitutiewereld. Ze is vanaf 22 september 2007 illegaal in het Rijk. Vanaf augustus 2008 werkt ze bij beklaagde 7 dagen op 7, 24 uur op 24 uur, en dit tot 7 maart L.A. 20. L.A. geeft aan dat ze één weekend in oktober 2008 voor beklaagde werkt in bar T. (st strafdossier). Ze heeft met twee klanten seksuele betrekkingen tegen betaling. Ze krijgt hiervoor 150 euro van beklaagde. 4. D.G. ( ( )) 21. Ook de minderjarige D.G. ( ( )) werkt in de bar van beklaagde. Zij is illegaal in het rijk (stuk 508bis strafdossier). Uit de deskundigenonderzoek van Dr. D.L. blijkt dat de leeftijd van D.G. wordt geschat als zijnde 16 tot 17 jaar. Hij besluit dat ze minderjarig is op het moment van het onderzoek op 28 mei 2009 (zie deel II van het strafdossier deskundige verslagen). 12

13 22. Uit haar verhoor blijkt dat ze drie tot vier weken in Bar T. werkt rond oktober 2008 (st strafdossier). Ze verdient hiermee 3000 euro. Ze is op dat moment een dolende, illegale, niet-begeleide minderjarige, die verslaafd is aan drugs, meer bepaald aan cocaïne. Beklaagde zal deze verslaving verder onderhouden en haar, gedurende haar verblijf in Bar T. cocaïne verschaffen. In die periode drinkt ze mee champagne met de klanten en heeft ze seksuele betrekkingen met de klanten (oraal en vaginaal contact). In Bar T. heeft ze voor het eerst in haar leven seks tegen betaling. 23. Uit het verhoor van het slachtoffer blijkt ook dat beklaagde op de hoogte was van het feit D.G. minderjarig is. Het slachtoffer koopt ook, op aandringen van beklaagde, een valse Portugese identiteitskaart aan, waaruit moet blijken dat D.G. meerderjarig is. Uit de vaststellingen van de Centrale Dienst der Bestrijding Valsheden blijkt dat deze identiteitskaart inderdaad vals is (stuk 721 strafdossier). 24. Ook S.C. en Z.H. (zie stuk en strafdossier) bevestigen dat de minderjarige D.G. drie weken in bar T. heeft gewerkt. Ze bevestigen ook dat beklaagde op de hoogte is van het feit dat D.G. minderjarig is. 25. Enkele klanten geven tot slot toe dat ze seksuele betrekkingen hebben gehad met de minderjarige D.G. (zie de verhoren van V.J., D.E. en D.J.). 5. A.C. 26. Een van de meest schrijnende verhalen in het dossier, is dat van slachtoffer A.C. Zij verlaat op basis van leugens van beklaagde, Marokko om in het onderhoud van haar familie te voorzien (zie voor haar verhoor st strafdossier). 27. Beklaagde is blijkbaar eigenaar van een groot huis te Tiflet, Marokko. In dat dorp woont ook het slachtoffer A.C. Beklaagde heeft veel aanzien te Tiflet. Beklaagde, die op de hoogte is van de zwakke familiale toestand van A.C. ze is gescheiden, heeft een ziek zoontje en komt uit een arme familie doet aan A.C. een aanbod om in haar restaurant in België te komen werken. 28. A.C. komt via een mensensmokkelaar naar België voor euro, geld dat ze leent van een buurman, en is dus illegaal in het rijk. Ook zij dient champagne te drinken met klanten en seks te hebben tegen betaling. Daar het slachtoffer geen vrienden of familie in België heeft, dient ze tot februari 2009 bij beklaagde te verblijven. 29. Tijdens haar verblijf buit beklaagde A.C. maximaal uit: ze dient elke dag voor beklaagde te werken, 24 uur op 24, waarbij ze ook nog voor beklaagde moet koken, kuisen en haar kledij wassen. 6. Z.H. ( ( )) 13

14 30. Ook Z.H. is illegaal in het rijk (zie voor haar verhoor, st_ strafdossier). Op een bepaald ogenblik is het slachtoffer dakloos. Beklaagde profiteert hiervan en biedt het slachtoffer aan om bij haar te komen wonen en werken in haar café te Aalst. Beklaagde vertelt er echter niet bij dat het gaat om prostitutie. Ook dit slachtoffer heeft voor het eerst in haar leven betaalde seksuele betrekkingen met klanten. 31. In de bar komt het slachtoffer in aanraking met drugs. Beklaagde zorgt er voor dat de drugs voorradig zijn. De prijs van de drugs brengt ze dan in mindering bij de afrekening. 32. Dit slachtoffer werkt eind 2007 gedurende drie maanden voor beklaagde: 7 dagen op 7, 24u op 24u. Na drie maanden vlucht ze dan weg. Eind 2008 keert dit slachtoffer voor korte tijd terug naar beklaagde en werkt ze nog één week voor beklaagde. 7. R.B. 33. Ook R.B. is illegaal in het rijk (voor haar verhoor zie stuk 697). Beklaagde vraagt haar in 2006 om voor haar te komen werken (kuiswerk). Beklaagde is op dat moment op de hoogte van het feit dat R.B. illegaal in het rijk is. Ook zij drinkt mee met klanten en heeft betaalde seks met de klanten. 8. B.R. 34. Uit de verklaringen van haar echtgenoot, P.E., blijkt dat B.R. ook actief is in de bar van beklaagde. Ook zij is illegaal in het rijk. P.E. bezoekt sinds 2003 Bar T. en is nadien met dit barmeisje getrouwd. II. Ten gronde A. Invloed van de wet van 26 november De rechtbank heeft de partijen op de zitting van 5 maart 2012 uitgenodigd om standpunt in te nemen m.b.t. de invloed van de wet van 26 november 2011 tot wijziging en aanvatting van het Strafwetboek teneinde het misbruik van de zwakke toestand van personen strafbaar te stellen, en de strafrechtelijke bescherming van kwetsbare personen tegen mishandeling uit te breiden, (B.S. 23 januari 2012). Deze wet is in werking getreden op 2 februari Daar door de wetswijziging van de wet van 26 november 2011, het toepassingsgebied van de strafbepalingen wordt uitgebreid, dient de rechtbank de oude regeling toe te passen. B. Algemeen 36. Tijdens de verhoren bij de politie (stukken , en 623C strafdossier) en de onderzoeksrechter (stuk strafdossier), ontkent beklaagde de haar ten laste gelegde feiten: ze laat geen prostitutie toe in haar bar, stelt geen illegalen te werk en maakt zich niet schuldig aan mensenhandel. Alle meisjes zijn volgens haar perfect op de hoogte van de werkomstandigheden in Bar T. De meisjes die in het strafdossier getuigenissen tegen haar afleggen, hebben volgens haar nooit gewerkt in Bar T. en liegen allemaal. Ze vermoedt dat een groep mensen tegen haar een complot smeedt. Ze ontkent 14

15 ook dat de tewerkstelling van illegalen een bewuste politiek van haar was. Beklaagde geeft wet toe dat ze sinds 2003 Bar T. exploiteert (zie stuk 623C). De condooms die door de FGP werden aangetroffen in de vuilbak zijn volgens haar voor persoonlijk gebruik. In het laatste verhoor geeft beklaagde aan dat zij het is die seksuele betrekkingen heeft met de klanten en dat ze nog steeds goed in de markt ligt. Als de klanten verklaren dat het onmogelijk is dat beklaagde niet op de hoogte is van de seksuele activiteiten in de bar, dan liegen de klanten volgens beklaagde. 37. Tijdens de zitting van 28 februari geeft de raadsman van beklaagde aan dat beklaagde geen betwisting voert over de feiten, met uitzondering van de kennis van de minderjarigheid van D.G. C. Mensenhandel (tenlasteleggingen A en B) 1. Het basismisdrijf 38. Het misdrijf van mensenhandel heeft de volgende constitutieve bestanddelen (vergelijk met A. DE NAUW, inleiding tot het bijzonder strafrecht, Kluwer, Mechelen, 2010, ): - een materieel bestanddeel: nl. de werving, het vervoer, de overbrenging, de huisvesting, de opvang van een persoon, de wisseling of de overdracht van controle over hem; - een moreel bestanddeel: met het oog op een vorm van uitbuiting die wordt opgesomd in art. 433quinquies van het Strafwetboek, in casu de exploitatie van ontucht of prostitutie (tenlastelegging A) en het aan het werk zetten of laten aan het werk zetten in omstandigheden die strijdig zijn met de menselijke waardigheid (tenlastelegging B). 39. Wanneer een vreemdeling op sluikse manier en zo veel mogelijk dient te werken om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien en gevaar loopt te alle tijde te worden aangehouden en uit het land te worden gezet, is het misdrijf van mensenhandel voorhanden. De wetgever heeft een reeks van elementen opgesomd die in aanmerking kunnen worden genomen om te stellen dat arbeidsomstandigheden in strijd zijn met de menselijke waardigheid: een loon dat kennelijk niet in verhouding staat tot het zeer groot aantal arbeidsuren; het ontbreken van een rustdag het verstrekken van niet-betaalde diensten; de tewerkstelling van één of meer werknemers in omstandigheden die kennelijk niet overeenstemmen met de normen van de wetgeving betreffende het welzijn van de werknemers. 40. Het is duidelijk dat alle constitutieve elementen van mensenhandel aanwezig zijn. Beklaagde rekruteerde actief illegale meisjes met het oog op tewerkstelling in haar bar. Deze meisjes verbleven full time in haar bar, daar ze meestal nergens anders terecht konden. Eens aangekomen in Bar T. werden de meisjes uitgebuit: ze dienden zich te prostitueren en allerlei klusjes voor beklaagde op te knappen en dit zeven dagen op zeven, 15

16 24 uur per dag. Daar de meisjes illegaal in het Rijk waren, konden ze niet anders dan de grillen van beklaagde te ondergaan, en konden ze niet naar de politie stappen. 2. Verzwarende omstandigheden 41. De verzwarende omstandigheid van tenlastelegging A.1 en B.1 dat het feit werd gepleegd t.a.v. een minderjarige is zonder enige twijfel bewezen. Zo komt Dr. D.L. op 28 mei 2009, zijnde een half jaar na de feiten, tot de conclusie dat D.G. een leeftijd van 16 to 17 jaar heeft. Bijgevolg is ze op het moment van de feiten zeker minderjarig. 42. Beklaagde moet geweten hebben dat D.G. minderjarig was op het moment van de feiten. Dit blijkt uit de volgende gegevens: het feit dat beklaagde het slachtoffer aanspoorde om een valse identiteitskaart aan te kopen; het feit dat S.C. en Z.H. verklaren dat beklaagde van dit feit op de hoogte was; het feit dat verschillende klanten, bij fotoconfrontatie met D.G. aangeven dat dit toch wel een jong meisje van ongeveer 16 jaar betreft. 43. Ook de verzwarende omstandigheid van tenlasteleggingen A.2 en B.2 dat misbruik is gemaakt van de bijzonder kwetsbare positie waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire toestand, zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken is naar eis van recht bewezen. De slachtoffers zijn immers allen illegaal in het Rijk. 44. Ook de verzwarende omstandigheid van de tenlasteleggingen A.3 en B.3 is ook bewezen. Beklaagde heeft immers t.a.v. van sommige slachtoffers gebruik gemaakt van listige kunstgrepen: M.J. werd aangezocht om voor beklaagde in het huishouden te komen werken, terwijl A.C. dacht dat ze in een restaurant van beklaagde ging werken. Z.H. tot slot werd door beklaagde aangezocht om in een café te komen werken. 45. Aangezien beklaagde al sinds 2003 Bar T. exploiteert, telkens met nieuwe meisjes, is de verzwarende omstandigheid ander A.4 en B.4 dat van de activiteit een gewoonte werd gemaakt, zonder enige twijfel bewezen. D. Bederf van de jeugd (tenlasteleggingen C) 46. Uit het bovenstaande feitenrelaas blijkt duidelijk dat beklaagde in haar bar een minderjarige tewerkstelde met het oog op het voldoen aan de seksuele driften van haar klanten. D.G. drinkt mee met de klanten en heeft met hen seksuele betrekkingen tegen betaling. Zoals hierboven gesteld, was beklaagde van deze minderjarigheid op de hoogte. Bijgevolg zijn alle constitutieve bestanddelen voor het misdrijf bederf van de jeugd verenigd. E. Exploitatie van ontucht of prostitutie (tenlasteleggingen D en F 1. Het basismisdrijf 16

17 47. Beklaagde wordt vervolgd voor het houden van een huis van ontucht of prostitutie (tenlasteleggingen D en F). Dit misdrijf kent twee bestanddelen (zie A. DE NAUW, o.c, ): een materieel bestanddeel: het houden van een huis van ontucht of prostitutie. Een bordeel is een huis van ontucht of prostitutie. De term houden wijst op een bedrijvigheid die een zeker tijdsverloop in beslag neemt, wat een zekere organisatie van blijvende aard en herhaling van handeling van ontucht of prostitutie in de inrichting veronderstelt. een moreel bestanddeel. Voldoende is dat de dader het voornemen had het feit te plegen en de gevolgen ervan te verwezenlijken, ongeacht de bedoeling die hem daartoe heeft aangezet. Het is voldoende dat de verdachte wetens en willens de ontucht of de prostitutie in zijn inrichting heeft toegelaten. 48. Uit het feitenrelaas blijkt duidelijk dat de constitutieve elementen van het misdrijf zijn vervuld. Beklaagde exploiteerde sinds 2003 Bar T. In haar bar konden de klanten met de diensters meedrinken en was het mogelijk om alle mogelijke seksuele handelingen met de meisjes te stellen. Beklaagde bepaalde de prijs en de klanten betaalden aan beklaagde. Hieruit volgt dat beklaagde niet alleen prostitutie in haar inrichting toeliet doch ook actief de prostitutie van de meisjes exploiteerde. 2. De verzwarende omstandigheden 49. De verzwarende omstandigheid van tenlastelegging D.2 dat misbruik is gemaakt van de bijzonder kwetsbare positie waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire toestand, zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken is naar eis van recht bewezen. De slachtoffers zijn immers allen illegaal in het Rijk. 50. Ook de verzwarende omstandigheid van de tenlastelegging D.1 is bewezen. Beklaagde heeft immers t.a.v. van sommige slachtoffers gebruik gemaakt van listige kunstgrepen: O.S. werd aangezocht om voor beklaagde in het huishouden te komen werken, terwijl A.C. dacht dat ze in een restaurant van beklaagde ging werken. Z.H. tot slot werd door beklaagde aangezocht om in een café te komen werken. F. Inbreuken op de drugwet (tenlasteleggingen E en H) 51. Beklaagde wordt vervolgd voor het afleveren van cocaïne aan de minderjarige D.G. (tenlastelegging E) en verkoop van cannabis (tenlastelegging H). 52. Uit de verklaring van de minderjarige D.G., aan wiens oprechtheid de rechtbank niet twijfelt, blijkt dat beklaagde aan de minderjarige, tijdens haar verblijf in Bar T., cocaïne heeft verschaft. De schuld van beklaagde aan de feiten van tenlastelegging E staat bijgevolg vast. 17

18 53. Uit de verklaring van Z.H., aan wiens oprechtheid de rechtbank niet twijfelt, blijkt dat het slachtoffer in Bar T. in aanraking kwam met drugs. Beklaagde zorgde ervoor dat er drugs waren en de prijs van de drugs werden bij de afrekening van de prostitutie inkomsten in mindering gebracht De schuld van beklaagde aan de feiten van tenlastelegging H staat bijgevolg vast. G. huisjesmelkerij (tenlastelegging G) 54. Het misdrijf van 433decies Sw. vereist vier constitutieve bestanddelen nl: (1) het misbruik, rechtstreeks of via tussenpersoon van de bijzonder kwetsbare positie van een persoon, (2) de onwettige of precaire administratieve toestand of de precaire sociale toestand van betrokkene, (3) de verkoop, de verhuring of de ter beschikking stelling van een onroerend goed, een kamer of een andere in art. 479 bedoelde ruimte in omstandigheden die strijdig zijn met de menselijke waardigheid zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken en (4) de bedoeling om een abnormaal profijt te realiseren (vergelijk A. DE NAUW, o.c, ). 55. Uit de vaststellingen van de politie en de wooninspectie blijkt: dat verschillende meisjes 10 euro per dag dienen te betalen om in Bar T. te mogen verblijven. Alle meisjes bevinden zich in een bijzonder kwetsbare positie: ze zijn alle illegaal in het Rijk en hebben dus een precaire administratieve toestand. Ook de sociale toestand van sommige meisjes is precair. A.C. is een gescheiden vrouw, met een ziek zoontje uit een arme familie. A.C. heeft ook voor 6000 euro schulden die ze moet afbetalen. Z.H. is dakloos. dat alle kamers volgens de wooninspectie onbewoonbaar zijn. Iedere vergoeding voor verhuring van een kamer die onbewoonbaar is, maakt ipso facto een abnormaal profijt uit (vergelijk: Corr. Rb. Antwerpen 20 december 2011 (4 e kamer) in de zaak AN551B , onuitg.). dat de bewoning van de verschillende panden, gelet op het gevaar op COvergiftiging, elektrocutie en ontploffing, in strijd is met de menselijke waardigheid. 56. Hieruit volgt dat beklaagde schuldig is aan de feiten van tenlastelegging G. Aangezien de eigenaar van het goed niet mee gedagvaard is, wordt de verplichte verbeuring van de verhuurde kamers, bepaald in art. 433terdecies strafwetboek niet bevolen, daar dit afbreuk zou doen aan de rechten van de eigenaar. III. Straftoemeting A. De verbeurdverklaring 57. Het OM heeft een schriftelijke vordering neergelegd tot verbeuring van een bedrag van ,30 euro. Dit bedrag is gebaseerd op de berekening nr. 2 (aanvangsdatum 14 januari 2003) in PV 8755/2009 van de FGP Dendermonde (stuk 724 strafdossier). 18

19 58. Uit het dossier blijkt dat de volgende elektronische transacties worden verricht tussen 14 januari 2003 en 5 mei 2009 (zie stuk 709 en 711 strafdossier): tussen 14/01/2003 en 05/05/2009 wordt er met debetkaarten euro betaald. Op dit bedrag wordt door ATOS ,08 euro ingehouden en wordt ,92 euro doorgestort tussen 01/04/2008 en 05/05/2009 wordt er met kredietkaarten euro betaald. Extrapolatie van dit bedrag naar de overige periode van 1744 dagen geeft een bedrag van ,36 euro (met commissie) en ,44 euro zonder commissie. 59. Dit brengt ons op een totaal van ,36 euro aan elektronische transacties waarvan ,69 euro wordt doorgestort. 60. In de periode van 30 maart 2009 tot en met 7 mei 2009 wordt de bar gedurende 31,5 dagen geobserveerd (zie stuk 717 strafdossier). In die periode worden in totaal 189 mannen opgemerkt die de bar voor enige tijd hebben betreden en waarvan het duidelijk was dat het bezoek niet kaderde binnen een relationele of professionele context. 70 van 189 klanten zijn voor maximum 15 minuten binnen (=groep onbediende kanten). Uit de analyse van de betaalkaartgegevens en de verhoren blijkt dat er sommige klanten uit deze groep toch seksuele diensten hebben genoten. 119 van de 189 klanten zijn voor méér dan 15 minuten binnen groep bediende klanten). 61. De rechtbank gaat er van uit dat tijdens de periode van observatie van 31,5 dag er 154 klanten seksuele diensten genoten. Het cijfer van 154 klanten verkrijgt men door de groep van klanten te nemen die meer van 15 minuten binnen zijn, zijnde 119 en daarbij de helft te tetten van de groep van klanten die maximum 15 minuten binnen zijn (ofwel 35 klanten). 62. Op de groep van 154 klanten hebben er 20 klanten elektronisch betaald. Hieruit blijkt dat 12,99 % van de klanten elektronisch betaalt en 87,01 % cash betaalt (zie stuk 722 strafdossier). 63. In de incriminatieperiode wordt voor een bedrag van ,69 euro elektronische betalingen geregistreerd. Op basis van de observaties blijkt dat 12,99 % van de transacties in de zaak Bar T. elektronisch gebeuren. Het totale bedrag aan inkomsten, afkomstig uit de tenlasteleggingen Al tot en met A.4, B.1 tot en met B.4, C, D.1, D.2 en F bedraagt bijgevolg: ,27 euro. Dit bedrag zat de rechtbank bij equivalent verbeuren als vermogensvoordeel, afkomstig uit het misdrijf. 64. Het Openbaar Ministerie vordert ook de verbeuring van de inkomsten, afkomstig uit de huisjesmelkerij (tenlastelegging G). Dit bedrag wordt in de dagvaarding correct begroot op euro. Ook dit bedrag zal de rechtbank bij equivalent verbeuren als vermogensvoordeel afkomstig uit het misdrijf. B. Overige straffen 19

20 65. De feiten A, B, C, D, E, F, G en H in hoofde van beklaagde zijn gepleegd met eenzelfde strafbaar opzet, zodat conform art 65, lid 1 van het Strafwetboek slechts één straf dient te worden opgelegd, nl. de zwaarste. 66. De straf moet worden bepaald gelet op de aard en de objectieve ernst van de bewezen verklaarde feiten, de begeleidende omstandigheden en de persoonlijkheid van beklaagde zoals die blijkt uit haar strafrechtelijk verdeden, gezinstoestand en arbeidssituatie, voor zover de rechtbank gekend. Niettemin dient de straftoemeting niet enkel de vergeldingsbehoefte te dienen, doch moet deze ook oog hebben voor de algemene en speciale preventie. De sanctionering moet dan ook van aard zijn de beklaagde ervan te weerhouden zich in de toekomst nog aan dergelijke feiten schuldig te maken. 67. Beklaagde heeft een gunstig gerechtelijk verleden. Beklaagde maakte zich echter schuldig aan zeer ernstige feiten: de seksuele exploitatie van illegalen. Illegalen zijn een gemakkelijke en zekere prooi voor mensenhandelaars. Beklaagde dwingt de slachtoffers, waarvan velen afkomstig uit Marokko, om keuzes te maken die indruisen tegen hun eergevoel. De ergste vorm van aantasting van het eergevoel in de cultuur van de slachtoffers is het tegen betaling aanbieden van het lichaam. Uit noodzaak stemmen de slachtoffers in om te werken in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid. 68. Elke keer opnieuw verstikt beklaagde langzaam maar zeker meisjes in een web, waar ze niet meer uitgeraken. Beklaagde heeft een vernuftig psychologisch doorzicht en slaagt er in, meisjes uit een zeer traditionele cultuur in korte tijd dingen te laten doen, die indruisen tegen hun eergevoel: nl. zich in sexy kledij aan mannen vertonen en met hen seksuele betrekkingen hebben. Ze tast hierbij telkens de grenzen van de meisjes af, en gaat elke keer een stapje verder. 69. Beklaagde is louter uit op geld, en houdt geen enkele rekening met de gevoelens van de meisjes, hun hygiëne, hun seksuele en psychisch welzijn en de volksgezondheid. 70. Beklaagde is thans nog steeds een gevaar voor haar slachtoffers en de rechtbank acht het niet uitgestoten, dat beklaagde zich wil wreken op haar slachtoffers (cfr. haar verklaring st. 612 strafdossier). Beklaagde is ook een gevaar voor de maatschappij: de rechtbank schat het gevaar op recidive hoog in en acht het niet uitgesloten dat beklaagde terug met haar activiteiten wil beginnen (cfr. haar verklaring st. 612 strafdossier). Een zeer zware bestraffing, zoals bepaald in het beschikkend gedeelte, dringt zich op. IV. Op burgerlijk gebied 1. A.C. 71. A.C. is als benadeelde van de tenlasteleggingen A.2, A.3, A.4, B.2, B.3, B.4, D.1, D.2 en G principieel gerechtigd op integrale schadevergoeding. De schade wordt door de rechtbank als volgt begroot: 20

CORRECTIONELE RECHTBANK DENDERMONDE 13 FEBRUARI 2007, 19 de kamer

CORRECTIONELE RECHTBANK DENDERMONDE 13 FEBRUARI 2007, 19 de kamer CORRECTIONELE RECHTBANK DENDERMONDE 13 FEBRUARI 2007, 19 de kamer De Rechtbank van Eerste Aanleg te DENDERMONDE negentiende kamer, rechtdoende in strafzaken, heeft in haar openbare terechtzitting van 13

Nadere informatie

CORRECTIONELE RECHTBANK TE LEUVEN, 18 maart 2008, 17 de kamer

CORRECTIONELE RECHTBANK TE LEUVEN, 18 maart 2008, 17 de kamer CORRECTIONELE RECHTBANK TE LEUVEN, 18 maart 2008, 17 de kamer In de zaak van het openbaar ministerie: TEGEN: Openbare terechtzitting, 1. B.M., geboren te ( ) (Turkije) op ( ), wonende te ( ). Op de zitting

Nadere informatie

1.1 Ontstaan. Waarom? Flagrante wanpraktijken blijven bestaan Sommige eigenaar blijven onbewoonbare woningen verhuren

1.1 Ontstaan. Waarom? Flagrante wanpraktijken blijven bestaan Sommige eigenaar blijven onbewoonbare woningen verhuren 1.1 Ontstaan Waarom? Flagrante wanpraktijken blijven bestaan Sommige eigenaar blijven onbewoonbare woningen verhuren Andere aanpak nodig met strafrechterlijk optreden en hoge boetes 1.2 Taken en bevoegdheden

Nadere informatie

Wet van 13 april 1995 houdende bepalingen tot bestrijding van de mensenhandel en van de kinderpornografie

Wet van 13 april 1995 houdende bepalingen tot bestrijding van de mensenhandel en van de kinderpornografie Wet van 13 april 1995 houdende bepalingen tot bestrijding van de mensenhandel en van de kinderpornografie (B.S., 25 april 1995) HOOFDSTUK I Mensenhandel Artikel 1 In de wet van 15 december 1980 betreffende

Nadere informatie

VONNIS. TEGEN: De zich noemende W.D. ( ), volgens eigen verklaring geboren te Freetown (Sierra Leone),

VONNIS. TEGEN: De zich noemende W.D. ( ), volgens eigen verklaring geboren te Freetown (Sierra Leone), VONNIS Datum: 24.01.2005 De rechtbank van eerste aanleg, van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, kamer 4C, rechtdoende in correctionele zaken, heeft het volgende vonnis uitgesproken: In zake van

Nadere informatie

CORRECTIONELE RECHTBANK VAN TURNHOUT. 31 DECEMBER 2001, 14de KAMER. Verdacht van op de hierna vermelde plaatsen en op de hierna vermelde tijdstippen:

CORRECTIONELE RECHTBANK VAN TURNHOUT. 31 DECEMBER 2001, 14de KAMER. Verdacht van op de hierna vermelde plaatsen en op de hierna vermelde tijdstippen: CORRECTIONELE RECHTBANK VAN TURNHOUT ln zake van het OPENBAAR MINISTERIE tegen: I. Not. nr. 5 beklaagden 31 DECEMBER 2001, 14de KAMER Verdacht van op de hierna vermelde plaatsen en op de hierna vermelde

Nadere informatie

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE HASSELT VAN 15 DECEMBER 2015

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE HASSELT VAN 15 DECEMBER 2015 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE HASSELT VAN 15 DECEMBER 2015 INZAKE HET OPENBAAR MINISTERIE BURGERLIJKE PARTIJEN Vlaamse Vervoersmaatschappij ( ) openbare instelling onder de vorm van een NV, met ondernemingsnummer

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS

COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS A.R. M11-3-1298 COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN Beslissing van 13 februari 2014 EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS De derde kamer van de Commissie, samengesteld

Nadere informatie

HOF VAN BEROEP VAN GENT. 26 JUNI 2002, 8de K.

HOF VAN BEROEP VAN GENT. 26 JUNI 2002, 8de K. HOF VAN BEROEP VAN GENT 26 JUNI 2002, 8de K. Het Hof van beroep te Gent, 8e kamer, rechtdoende in correctionele zaken heeft het volgend arrest geveld : In de zaak van het Openbaar Ministerie TEGEN 1. S.

Nadere informatie

RECHTBANK EERSTE AANLEG ANTWERPEN AFDELING ANTWERPEN, 31 MAART 2015, AC4 KAMER

RECHTBANK EERSTE AANLEG ANTWERPEN AFDELING ANTWERPEN, 31 MAART 2015, AC4 KAMER RECHTBANK EERSTE AANLEG ANTWERPEN AFDELING ANTWERPEN, 31 MAART 2015, AC4 KAMER De rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, AC4 kamer, rechtdoende in correctionele zaken, heeft volgende

Nadere informatie

DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE DENDERMONDE VAN 16 SEPTEMBER 2013

DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE DENDERMONDE VAN 16 SEPTEMBER 2013 N.nr : DE45.LD.5540/12/28 DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE DENDERMONDE VAN 16 SEPTEMBER 2013 IN DE ZAAK VAN HET OPENBAAR MINISTERIE TEGEN: ( ) zonder beroep, geboren te ( ) op ( ), van Albanese nationaliteit,

Nadere informatie

P. L. C. C. M., geboren te (...) op ( ), wonende te ( ) Nederland, van Nederlandse nationaliteit.

P. L. C. C. M., geboren te (...) op ( ), wonende te ( ) Nederland, van Nederlandse nationaliteit. VONNIS uitgesproken in het gerechtsgebouw Het Kasteel" te Turnhout op: DONDERDAG EENENDERTIG JANUARI TWEEDUIZEND EN ACHT in de openbare zitting van de Dertiende kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg

Nadere informatie

CORRECTIONELE RECHTBANK VAN HASSELT. 28 JUNI 2002, 18de K.

CORRECTIONELE RECHTBANK VAN HASSELT. 28 JUNI 2002, 18de K. CORRECTIONELE RECHTBANK VAN HASSELT 28 JUNI 2002, 18de K. De Correctionele Rechtbank van het arrondissement HASSELT, 18 kamer, heeft het volgende vonnis uitgesproken: INZAKE HET OPENBAAR MINISTERIE TEGEN:

Nadere informatie

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT VAN 24 JUNI 2014

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT VAN 24 JUNI 2014 Not. Nr. : GE 56.LA.41677/13-SW4 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT VAN 24 JUNI 2014 In de zaak van het openbaar ministerie tegen: Musa C., zelfstandige, geboren te Gent op ( ), wonende te 9000 Gent,

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS ------

COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS ------ COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS ------ A.R. M 13-1-0140 Beslissing van 27 februari 2014 De eerste kamer van de Commissie, samengesteld

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN AAN DE OCCASIONELE REDDERS

COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN AAN DE OCCASIONELE REDDERS COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS A.R. M12-5-0321 Beslissing van 9 januari 2014 De vijfde kamer van de Commissie, samengesteld uit:

Nadere informatie

CORRECTIONELE RECHTBANK TURNHOUT, 17 NOVEMBER 2010, 13 DE K.

CORRECTIONELE RECHTBANK TURNHOUT, 17 NOVEMBER 2010, 13 DE K. CORRECTIONELE RECHTBANK TURNHOUT, 17 NOVEMBER 2010, 13 DE K. VONNIS uitgesproken in het gerechtsgebouw "Het Kasteel" te Turnhout op WOENSDAG, ZEVENTIEN NOVEMBER TWEEDUIZEND EN TIEN, in de openbare zitting

Nadere informatie

De Rechtbank van eerste aanleg

De Rechtbank van eerste aanleg De Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, kamer 4C, rechtdoende in correctionele zaken, heeft het volgende vonnis uitgesproken.: in zake van HET OPENBAAR MINISTERIE: bij wie zich heeft aangesloten als

Nadere informatie

CORRECTIONELE RECHTBANK ANTWERPEN, 4 OKTOBER 2010, KAMER 4C

CORRECTIONELE RECHTBANK ANTWERPEN, 4 OKTOBER 2010, KAMER 4C CORRECTIONELE RECHTBANK ANTWERPEN, 4 OKTOBER 2010, KAMER 4C OP VERZET De Rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, kamer 4C, rechtdoende in correctionele zaken, heeft het

Nadere informatie

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 TITEL I TOEPASSINGSGEBIED Artikel 1 Deze wet regelt een

Nadere informatie

HOF VAN BEROEP VAN BRUSSEL. 26 maart 2002, 15de kamer

HOF VAN BEROEP VAN BRUSSEL. 26 maart 2002, 15de kamer HOF VAN BEROEP VAN BRUSSEL 26 maart 2002, 15de kamer Het hof van beroep te Brussel, 15de kamer, zitting houdend in strafzaken, wijst het volgende arrest: ln zake van het Openbaar Ministerie en van: 1)

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 27 JUNI 2012 P.12.0873.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.12.0873.F I. P. D. V., II. III. IV. P. D. V., P. D. V., P. D. V., V. P. D. V., Mrs. Cédric Vergauwen en Olivia Venet, advocaten bij de

Nadere informatie

VERZOEKSCHRIFT TOT VRIJLATING (Artikels 71 e.v. van de Wet van 15 december 1980)

VERZOEKSCHRIFT TOT VRIJLATING (Artikels 71 e.v. van de Wet van 15 december 1980) VERZOEKSCHRIFT TOT VRIJLATING (Artikels 71 e.v. van de Wet van 15 december 1980) Aan Mevrouw/Mijnheer de Voorzitter van de Raadkamer van de Correctionele Rechtbank te Brussel Justitiepaleis Poelaertplein

Nadere informatie

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG BRUSSEL. 20 JUNI 2007, 51 e KAMER

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG BRUSSEL. 20 JUNI 2007, 51 e KAMER RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG BRUSSEL 20 JUNI 2007, 51 e KAMER Tijdens de openbare terechtzitting van 20 juni 2007 heeft de 51 e kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel rechtsprekend in correctionele

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2013:4039

ECLI:NL:RBGEL:2013:4039 ECLI:NL:RBGEL:2013:4039 Uitspraak RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Meervoudige kamer Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]05/860948-13 Uitspraak d.d. 22 oktober 2013

Nadere informatie

INHOUDSOVERZICHT TEN GELEIDE 11

INHOUDSOVERZICHT TEN GELEIDE 11 SOVERZICHT TEN GELEIDE 11 DEEL 1 BESPREKING VAN DE NIEUWE EN BESTAANDE WETGEVING 15 1. De drugwetgeving 15 1.1. Overzicht van de drugwetgeving 15 1.1.1. Wet 24 februari 1921 15 1.1.2. De uitvoeringsbesluiten

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS

COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS ------ A.R. M 10-1-0766 B.R. 7516 Beslissing van 26 juli 2012 De eerste kamer van de Commissie,

Nadere informatie

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE ANTWERPEN VAN 18 OKTOBER 2010

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE ANTWERPEN VAN 18 OKTOBER 2010 Notitie nummer: AN43.L7.9832-08 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE ANTWERPEN VAN 18 OKTOBER 2010 De Rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, kamer 2C, rechtdoende in correctionele

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2015:1805

ECLI:NL:RBNHO:2015:1805 ECLI:NL:RBNHO:2015:1805 Uitspraak Vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND, LOCATIE HAARLEM Strafrecht Datum uitspraak : 10 maart 2015 Parketnummer: 15/840083-08 (ontneming) Vonnis ex artikel 36e van het Wetboek

Nadere informatie

Rolnummer 5698. Arrest nr. 65/2014 van 3 april 2014 A R R E S T

Rolnummer 5698. Arrest nr. 65/2014 van 3 april 2014 A R R E S T Rolnummer 5698 Arrest nr. 65/2014 van 3 april 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 43bis van het Strafwetboek en over de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van

Nadere informatie

Mensenhandel... wat te doen?

Mensenhandel... wat te doen? Mensenhandel... wat te doen? Advies voor ziekenhuispersoneel Inleiding Als u in een ziekenhuis werkt, kunt u geconfronteerd worden met situaties die het gevolg zijn van mensenhandel. In die moeilijke omstandigheden

Nadere informatie

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, SECTIE FAMILIE- EN JEUGDRECHTBANK, VAN 13 OKTOBER 2015

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, SECTIE FAMILIE- EN JEUGDRECHTBANK, VAN 13 OKTOBER 2015 Notitienr. GE56.LA.41594/2014/003/GJ4 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, SECTIE FAMILIE- EN JEUGDRECHTBANK, VAN 13 OKTOBER 2015 In de zaak van het Openbaar Ministerie tegen ; 1. Y. Can, geboren te Gent

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 22 APRIL 2015 P.15.0073.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.15.0073.F 1. P. D., 2. L. D., Mrs. Jean-Pierre Dardenne, advocaat bij de balie te Charleroi, en Régine Ceulemans, advocaat bij de balie

Nadere informatie

Rolnummer 4418. Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4418. Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T Rolnummer 4418 Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 301, 2, tweede en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 7 van

Nadere informatie

NEDERLANDSTALIGE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG BRUSSEL, 17 OKTOBER 2014, 46 E KAMER

NEDERLANDSTALIGE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG BRUSSEL, 17 OKTOBER 2014, 46 E KAMER NEDERLANDSTALIGE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG BRUSSEL, 17 OKTOBER 2014, 46 E KAMER IN ZAKE VAN : De Heer Procureur des Konings, in naam van zijn ambt, en Het Federaal centrum voor de analyse van migratiestromen,

Nadere informatie

De Salduzwet: welke rechten hebt u bij een verhoor?

De Salduzwet: welke rechten hebt u bij een verhoor? De Salduzwet: welke rechten hebt u bij een verhoor? Is er in uw bedrijf al eens een ernstig arbeidsongeval gebeurd? Dan bent u als werkgever, als lid van de hiërarchische lijn, als preventieadviseur, als

Nadere informatie

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN BRUSSEL, 24 FEBRUARI 2012, 46 STE KAMER

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN BRUSSEL, 24 FEBRUARI 2012, 46 STE KAMER RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN BRUSSEL, 24 FEBRUARI 2012, 46 STE KAMER Tijdens de openbare terechtzitting van 24 februari 2012 heeft de 46ste kamer van de rechtbank, van eerste aanleg te Brussel rechtsprekend

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2356

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2356 ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2356 Instantie Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak 22-04-2011 Datum publicatie 27-04-2011 Zaaknummer 24-000037-11 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLEE:2010:BO9043, Meerdere

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2016:1480. Datum uitspraak: Datum publicatie: Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig.

ECLI:NL:RBOVE:2016:1480. Datum uitspraak: Datum publicatie: Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig. ECLI:NL:RBOVE:2016:1480 Instantie: Rechtbank Overijssel Datum uitspraak: 26-04-2016 Datum publicatie: 26-04-2016 Zaaknummer: 08.910038-15 (P) Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg

Nadere informatie

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUGGE, 22 juni 2011, ZEVENTIENDE KAMER,

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUGGE, 22 juni 2011, ZEVENTIENDE KAMER, RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUGGE, 22 juni 2011, ZEVENTIENDE KAMER, zetelende in correctionele taken, heeft het volgende vonnis uitgesproken: IN DE ZAAK, ambtshalve vervolgd door het Openbaar Ministerie:

Nadere informatie

Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, afdeling Mechelen, 9 april 2014, 9 de correctionele kamer

Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, afdeling Mechelen, 9 april 2014, 9 de correctionele kamer Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, afdeling Mechelen, 9 april 2014, 9 de correctionele kamer De Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen, negende kamer, rechtsprekend in correctionele

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 4 NOVEMBER 2014 P.13.1253.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.13.1253.N A B, burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Stijn De Meulenaer, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 27 JANUARI 2015 P.14.1293.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.1293.N G F, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Andy Boermans, advocaat bij de balie te Turnhout, I. RECHTSPLEGING VOOR HET

Nadere informatie

WONINGKWALITEITSBEWAKING IN HET VLAAMSE GEWEST

WONINGKWALITEITSBEWAKING IN HET VLAAMSE GEWEST WONINGKWALITEITSBEWAKING IN HET VLAAMSE GEWEST ISBN 978 90 4651 951 6 D 2008 2664 421 BP/R_P-BI8054 Verantwoordelijke uitgever: Hans Suijkerbuijk Ragheno Business Park Motstraat 30 B-2800 Mechelen Telefoon:

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 9 FEBRUARI 2011 P.10.1616.F /1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.10.1616.F I. M. M., mr. Alain Bartholomeeusen, advocaat bij de balie te Brussel, II. NIVADMIN, nv, mr. Bruno Van der Smissen, advocaat

Nadere informatie

Correctionele Rechtbank Leuven, 16 april 2013, 17 e kamer

Correctionele Rechtbank Leuven, 16 april 2013, 17 e kamer Correctionele Rechtbank Leuven, 16 april 2013, 17 e kamer Parketnr.: LE37.F1.4989-11 In de zaak van het openbaar ministerie en van 1.VZW PAG-ASA, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1000 Brussel, Cellebroersstraat

Nadere informatie

Rechtbank van eerste aanleg Gent, 2 december 2013, kamer 19M

Rechtbank van eerste aanleg Gent, 2 december 2013, kamer 19M Rechtbank van eerste aanleg Gent, 2 december 2013, kamer 19M Not. Nr. : GE69.98.003334-2012 S/1007/10-S/H RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG GENT VONNIS OP VERZET Afdeling: correctionele rechtbank Kamer 19M,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALK:2010:BN9788

ECLI:NL:RBALK:2010:BN9788 ECLI:NL:RBALK:2010:BN9788 Rechtbank Alkmaar Datum uitspraak: 07-10-2010 Datum publicatie: 08-10-2010 Zaaknummer: 14.810141-07 Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

CORRECTIONELE RECHTBANK VAN BRUSSEL 21 MEI 2004, 46 ste K.

CORRECTIONELE RECHTBANK VAN BRUSSEL 21 MEI 2004, 46 ste K. CORRECTIONELE RECHTBANK VAN BRUSSEL 21 MEI 2004, 46 ste K. Tijdens de openbare terechtzitting van 21 mei 2004, heeft de 46 ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel rechtsprekend in correctionele

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 6 MEI 2014 P.12.0355.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.12.0355.N WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMS GEWEST, met kantoor te 9000 Gent, Gebroeders Van Eyckstraat 4-6, eiser tot herstel, eiser, vertegenwoordigd

Nadere informatie

Vlaamse dagbladpers HET WETTELIJK KADER VAN HET DESKUNDIGENONDERZOEK IN STRAFZAKEN

Vlaamse dagbladpers HET WETTELIJK KADER VAN HET DESKUNDIGENONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vlaamse dagbladpers HET WETTELIJK KADER VAN HET DESKUNDIGENONDERZOEK IN STRAFZAKEN Frank Hutsebaut Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC) KULeuven 1. Ter inleiding: enkele algemene noties 2. De bevoegdheid

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE. III. Drugwet: 24 februari 1921 A. Inleiding 28 1. Algemeen... 28 2. Afbakening... 30 B. Wat is strafbaar?... 30 1. Algemeen...

INHOUDSOPGAVE. III. Drugwet: 24 februari 1921 A. Inleiding 28 1. Algemeen... 28 2. Afbakening... 30 B. Wat is strafbaar?... 30 1. Algemeen... INHOUDSOPGAVE I. Beleid A. Situering van het drugbeleid...1 B. De parlementaire werkgroep Drugs...2 C. De Federale Beleidsnota Drugs...4 D. Invloed van de wetswijziging in 2003...5 E. De richtlijn van

Nadere informatie

Opleidingscyclus Winkelveiligheid. De weg van het juridisch dossier. 21 november 2014

Opleidingscyclus Winkelveiligheid. De weg van het juridisch dossier. 21 november 2014 Opleidingscyclus Winkelveiligheid De weg van het juridisch dossier 21 november 2014 Overzicht 1. Verloop strafrechtelijke procedure Fase 1: Strafonderzoek - A. Opsporingsonderzoek - B. Gerechtelijk onderzoek

Nadere informatie

CORRECTIONELE RECHTBANK VAN HASSELT, 21 NOVEMBER 1996

CORRECTIONELE RECHTBANK VAN HASSELT, 21 NOVEMBER 1996 Inzake: Openbaar Ministerie, Mani O Tegen: Alain C, Jos H, Serge B Verdacht van CORRECTIONELE RECHTBANK VAN HASSELT, 21 NOVEMBER 1996 hetzij door het misdrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 18 MEI 2010 P.10.0468.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.10.0468.N A. M. verdachte, eiser, met als raadslieden mr. Pierre Monville en mr. Magali Wyngaerden, advocaten bij de balie te Brussel.

Nadere informatie

Rolnummer 4496. Arrest nr. 50/2009 van 11 maart 2009 A R R E S T

Rolnummer 4496. Arrest nr. 50/2009 van 11 maart 2009 A R R E S T Rolnummer 4496 Arrest nr. 50/2009 van 11 maart 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 57, 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk

Nadere informatie

HET HOF VAN BEROEP VAN GENT. 18 FEBRUARI 2009, 3 e KAMER

HET HOF VAN BEROEP VAN GENT. 18 FEBRUARI 2009, 3 e KAMER HET HOF VAN BEROEP VAN GENT 18 FEBRUARI 2009, 3 e KAMER Het Hof van beroep te Gent, derde kamer, rechtdoende in correctionele zaken In de zaak ambtshalve vervolgd door het Openbaar Ministerie tegen: 1.

Nadere informatie

Justitiehuis Dendermonde

Justitiehuis Dendermonde Justitiehuis Dendermonde Dienst Slachtofferonthaal Treinongeval Wetteren op 4 mei 201 Info op 0 november 2016 Wat vooraf ging Als gevolg van het treinongeval werd een gerechtelijk onderzoek geopend bij

Nadere informatie

Rolnummer Arrest nr. 93/98 van 15 juli 1998 A R R E S T

Rolnummer Arrest nr. 93/98 van 15 juli 1998 A R R E S T Rolnummer 1144 Arrest nr. 93/98 van 15 juli 1998 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over de gecoördineerde wetten van 12 juli 1978 betreffende het accijnsregime van alcohol, gesteld door de Correctionele

Nadere informatie

De gedwongen opname Overzicht

De gedwongen opname Overzicht De gedwongen opname Overzicht Wetgeving Procedures Termijnen Randmodaliteiten Cijfers Vragen De gedwongen opname Collocatie Wetgeving Wet van 26/06/1990 (publicatie BS 27/07/1990) Wet betreffende de bescherming

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Misdrijf. Toerekenbaarheid. Rechtspersonen. Strafrechtelijke verantwoordelijkheid Datum 20 december 2005 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS

COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS ------ A.R. M 11-7-0869 B.R. 8382 Beslissing van 8 maart 2012 De eerste kamer van de Commissie,

Nadere informatie

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE TURNHOUT VAN 1 SEPTEMBER 2015

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE TURNHOUT VAN 1 SEPTEMBER 2015 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE TURNHOUT VAN 1 SEPTEMBER 2015 In de zaak van het Openbaar Ministerie tegen : 1. Mevrouw S. Francesca, Belg, geboren te Antwerpen op ( ), verkoopster, wonende te 2200 Herentals,

Nadere informatie

CORRECTIONELE RECHTBANK VAN BRUGGE. 19 JUNI 2007, 14 de KAMER

CORRECTIONELE RECHTBANK VAN BRUGGE. 19 JUNI 2007, 14 de KAMER CORRECTIONELE RECHTBANK VAN BRUGGE 19 JUNI 2007, 14 de KAMER DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUGGE VEERTIENDE KAMER zetelende in correctionele zaken, heeft het volgende vonnis uitgesproken: IN DE ZAAK,

Nadere informatie

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ECLI:NL:GHDHA:2015:80 Uitspraak Rolnummer: 22-002584-14 Parketnummers: 10-750263-13, 22-003524-12 (TUL) en 22-004272-11 (TUL) Datum uitspraak: 27 januari 2015 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige

Nadere informatie

Rolnummer 3681. Arrest nr. 197/2005 van 21 december 2005 A R R E S T

Rolnummer 3681. Arrest nr. 197/2005 van 21 december 2005 A R R E S T Rolnummer 3681 Arrest nr. 197/2005 van 21 december 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 9 van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen

Nadere informatie

CORRECTIONELE RECHTBANK TE LEUVEN, 15 januari 2008, 17 de kamer

CORRECTIONELE RECHTBANK TE LEUVEN, 15 januari 2008, 17 de kamer CORRECTIONELE RECHTBANK TE LEUVEN, 15 januari 2008, 17 de kamer Openbare terechtzitting In de zaak van het openbaar ministerie en: PAG-ASA VZW met zetel te ( ). Burgerlijke partij, met als raadsman ter

Nadere informatie

CORRECTIONELE RECHTBANK TE LEUVEN, 20 januari 2009, 17 de kamer

CORRECTIONELE RECHTBANK TE LEUVEN, 20 januari 2009, 17 de kamer CORRECTIONELE RECHTBANK TE LEUVEN, 20 januari 2009, 17 de kamer Openbare terechtzitting. In de zaak van het openbaar ministerie en: CENTRUM VOOR GELIJKHEID VAN KANSEN EN RACISMEBESTRIJDING, met maatschappelijke

Nadere informatie

Justitie in vogelvlucht Sociale plattegrond Oost- Vlaanderen - Gent - 21 oktober 2014

Justitie in vogelvlucht Sociale plattegrond Oost- Vlaanderen - Gent - 21 oktober 2014 Justitie in vogelvlucht Sociale plattegrond Oost- Vlaanderen - Gent - 21 oktober 2014 Wie onderzoekt? Openbaar ministerie: substituten van de procureur des Konings Rechterlijke macht: Onderzoeksrechters

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV2125

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV2125 ECLI:NL:RBZUT:2012:BV2125 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 24-01-2012 Datum publicatie 27-01-2012 Zaaknummer 06/850686-11 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

een als misdrijf omschreven feit proces-verbaal procureur des Konings parket of van het Openbaar Ministerie

een als misdrijf omschreven feit proces-verbaal procureur des Konings parket of van het Openbaar Ministerie uitgave juni 2015 Minderjarigen kunnen volgens de Belgische wet geen misdrijven plegen. Wanneer je als jongere iets ernstigs mispeutert, iets wat illegaal is, pleeg je een als misdrijf omschreven feit

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 SEPTEMBER 2014 P.14.1380.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.1380.N O D B, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Alain Vergauwen en mr. Pierre Monville, advocaten

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 8 SEPTEMBER 2015 P.14.0797.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0797.N N T M P, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bart Spriet, advocaat bij de balie te Turnhout. I. RECHTSPLEGING VOOR HET

Nadere informatie

U wordt opgeroepen om te getuigen in een strafzaak. De oproepingsbrief vermeldt waar en wanneer u zich moet aanmelden.

U wordt opgeroepen om te getuigen in een strafzaak. De oproepingsbrief vermeldt waar en wanneer u zich moet aanmelden. U bent getuige Inleiding U wordt opgeroepen om te getuigen in een strafzaak. De oproepingsbrief vermeldt waar en wanneer u zich moet aanmelden. Deze brochure informeert u in grote lijnen over wat van u

Nadere informatie

Deze brochure 3. Dagvaarding 3. Bezwaarschrift 3. Rechtsbijstand 4. Slachtoffer 4. Inzage in uw dossier 4. Getuigen en deskundigen 5.

Deze brochure 3. Dagvaarding 3. Bezwaarschrift 3. Rechtsbijstand 4. Slachtoffer 4. Inzage in uw dossier 4. Getuigen en deskundigen 5. U MOET TERECHTSTAAN INHOUD Deze brochure 3 Dagvaarding 3 Bezwaarschrift 3 Rechtsbijstand 4 Slachtoffer 4 Inzage in uw dossier 4 Getuigen en deskundigen 5 Uitstel 5 Aanwezigheid op de terechtzitting 6 Verstek

Nadere informatie

De Correctionele Rechtbank van het arrondissement Hasselt, vonnis van 13 oktober 2009

De Correctionele Rechtbank van het arrondissement Hasselt, vonnis van 13 oktober 2009 Griffienummer: 001421 Repertoriumnummer: 1958 De Correctionele Rechtbank van het arrondissement Hasselt, vonnis van 13 oktober 2009 INZAKE CENTRUM VOOR GELLIKHEID VAN KANSEN EN VOOR RACISMEBESTRIJDING,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 21 APRIL 2015 P.13.0954.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.13.0954.N A J M D, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jan Van Leuven, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen Y TANG, burgerlijke

Nadere informatie

DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE ANTWERPEN VAN 2 MEI 2016

DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE ANTWERPEN VAN 2 MEI 2016 N. Nr.: AN45.LB.68860-I5 DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE ANTWERPEN VAN 2 MEI 2016 in zake van HET OPENBAAR MINISTERIE: TEGEN: V. D. Toneelspeler Geboren te Oostende, op (..) Ingeschreven en adreskiezende

Nadere informatie

CORRECTIONELE RECHTBANK VAN TURNHOUT, 17 OKTOBER 2012, DERTIENDE KAMER

CORRECTIONELE RECHTBANK VAN TURNHOUT, 17 OKTOBER 2012, DERTIENDE KAMER CORRECTIONELE RECHTBANK VAN TURNHOUT, 17 OKTOBER 2012, DERTIENDE KAMER VONNIS uitgesproken in het gerechtsgebouw "Het Kasteel" te Turnhout op WOENSDAG, ZEVENTIEN OKTOBER TWEEDUIZEND EN TWAALF, in de openbare

Nadere informatie

ARREST van 20 oktober 1997 in de zaak A 96/ ARRET du 20 octobre 1997 dans l affaire A 96/

ARREST van 20 oktober 1997 in de zaak A 96/ ARRET du 20 octobre 1997 dans l affaire A 96/ BENELUX-GERECHTSHOF COUR DE JUSTICE BENELUX A 96/3/10 ARREST van 20 oktober 1997 in de zaak A 96/3 ------------------------- Inzake : COTRABEL BVBA tegen LAUTE DIRK Procestaal : Nederlands En cause : ARRET

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 JUNI 2015 P.13.1452.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.13.1452.N M N M, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jozef Robbroeckx, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET

Nadere informatie

CLI:NL:RBMNE:2014:6501

CLI:NL:RBMNE:2014:6501 CLI:NL:RBMNE:2014:6501 Instantie: Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak: 09-12-2014 Datum publicatie: 09-12-2014 Zaaknummer: 16/711877-11 (ontneming) Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken:

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 15 DECEMBER 2006 F.05.0019.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.05.0019.N 1. S.W., en zijn echtgenote, 2. O.W., eisers, vertegenwoordigd door mr. Pierre van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van

Nadere informatie

HOF VAN BEROEP VAN ANTWERPEN, 9 NOVEMBER 2005, 14 de KAMER

HOF VAN BEROEP VAN ANTWERPEN, 9 NOVEMBER 2005, 14 de KAMER HOF VAN BEROEP VAN ANTWERPEN, 9 NOVEMBER 2005, 14 de KAMER Het Hof van Beroep, zitting houdende te Antwerpen, veertiende kamer, recht doende in correctionele zaken, spreekt het volgende arrest uit: Inzake

Nadere informatie

chgf /[ ~30 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST

chgf /[ ~30 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST 1e blad. rep.nr. chgf /[ ~30 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 7 MEl 2012 ge KAMER SOCIALE ZEKERHEIDSRECHT ZELFSTANDIGEN - bijdragen zelfstandigen tegensprekelijk heropening van

Nadere informatie

Justitiehuis Dendermonde

Justitiehuis Dendermonde Justitiehuis Dendermonde Dienst Slachtofferonthaal Treinongeval Wetteren op 4 mei 2013 Gevolgen op gerechtelijk vlak Als gevolg van het treinongeval heeft de Procureur des Konings een strafdossier geopend

Nadere informatie

Inspectiestrategie. en procedure voor de inbeslagname van dieren. Dienst Dierenwelzijn Bertrand LHOEST en Marie-Astrid MASSA

Inspectiestrategie. en procedure voor de inbeslagname van dieren. Dienst Dierenwelzijn Bertrand LHOEST en Marie-Astrid MASSA Inspectiestrategie van LB en procedure voor de inbeslagname van dieren Dienst Dierenwelzijn Bertrand LHOEST en Marie-Astrid MASSA 1. Inspectiestrategie van LB 1.1. Context 1.2. Wettelijke bepalingen 1.3.

Nadere informatie

U bent gedagvaard. >voor de politierechtbank >voor de correctionele rechtbank. Wegwijs in justitie. In de hoofdrol bij justitie.

U bent gedagvaard. >voor de politierechtbank >voor de correctionele rechtbank. Wegwijs in justitie. In de hoofdrol bij justitie. Wegwijs in justitie In de hoofdrol bij justitie De instellingen Meer informatie Justitie in de praktijk Federale Overheidsdienst Justitie U bent gedagvaard >voor de politierechtbank >voor de correctionele

Nadere informatie

CORRECTIONELE RECHTBANK VAN ANTWERPEN. 9 FEBRUARI 2004, Kamer 4C

CORRECTIONELE RECHTBANK VAN ANTWERPEN. 9 FEBRUARI 2004, Kamer 4C CORRECTIONELE RECHTBANK VAN ANTWERPEN 9 FEBRUARI 2004, Kamer 4C De Rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, kamer 4C, rechtdoende in correctionele zaken, heeft het volgende

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS

COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS ------ A.R. M 13-5-0650 Beslissing van 5 februari 2014 De vijfde kamer van de Commissie, samengesteld

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 24 APRIL 2013 P.12.1919.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.12.1919.F 1. H. M. e.a., Mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen 1. A. F. e.a., Mr. Jacqueline Oosterbosch,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2015:2577

ECLI:NL:GHARL:2015:2577 ECLI:NL:GHARL:2015:2577 Uitspraak Arrest GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Strafrecht Parketnummer: 21-008157-13 Datum uitspraak: 9 april 2015 Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Bewijs. Strafzaken. Bewijsvoering. Onrechtmatig verkregen bewijs. Toelaatbaarheid. Beoordeling door de rechter Datum 23 maart 2004 Copyright and disclaimer Gelieve

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:1157. 1 Geding in cassatie. 2 Beoordeling van het eerste middel. 3 Beoordeling van het derde middel. Uitspraak.

ECLI:NL:HR:2013:1157. 1 Geding in cassatie. 2 Beoordeling van het eerste middel. 3 Beoordeling van het derde middel. Uitspraak. ECLI:NL:HR:2013:1157 Uitspraak 12 november 2013 Strafkamer nr. 11/04366 P Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam

Nadere informatie

Rechtsbijstand bij bemiddeling

Rechtsbijstand bij bemiddeling Rechtsbijstand bij bemiddeling De wet van 21 februari 2005 in verband met de bemiddeling heeft de mogelijkheid geopend rechtsbijstand toe te kennen in elke procedure van vrijwillige of gerechtelijke bemiddeling

Nadere informatie

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 februari 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 februari 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte ECLI:NL:RBNNE:2014:830 RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Groningen parketnummer 18/850452-13 vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 februari 2014

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 1 DECEMBER 2015 P.13.2082.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.13.2082.N YAHOO! Inc., met zetel te CA 94089 Sunnyvale (Verenigde Staten van Amerika), First Avenue 701, beklaagde, eiseres, met als

Nadere informatie

HET HOF VAN BEROEP VAN GENT. 18 DECEMBER 2008, 3 e KAMER

HET HOF VAN BEROEP VAN GENT. 18 DECEMBER 2008, 3 e KAMER HET HOF VAN BEROEP VAN GENT 18 DECEMBER 2008, 3 e KAMER Het Hof van beroep te Gent, derde kamer, recht doende in correctionele zaken in de zaak van het Openbaar Ministerie en van de burgerlijke partij:

Nadere informatie

Rechtbank eerste aanleg Gent, 19 februari 2014, 20 ste kamer

Rechtbank eerste aanleg Gent, 19 februari 2014, 20 ste kamer Rechtbank eerste aanleg Gent, 19 februari 2014, 20 ste kamer Nt. Nr: GE69.98.3131-13 en S/2012/1029-V OPENBARE TERECHTZITTING VAN 19 FEBRUARI 2014 De rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Gent,

Nadere informatie

Rolnummers 4519 en 4522. Arrest nr. 66/2009 van 2 april 2009 A R R E S T

Rolnummers 4519 en 4522. Arrest nr. 66/2009 van 2 april 2009 A R R E S T Rolnummers 4519 en 4522 Arrest nr. 66/2009 van 2 april 2009 A R R E S T In zake : - de prejudiciële vraag betreffende artikel 4, derde tot vijfde lid, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande

Nadere informatie