Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar?"

Transcriptie

1 Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? Een onderzoek naar de gehanteerde rolverdeling bij gebiedsontwikkelingsprocessen op VINEX-locaties met daarbij een toetsing aan de wens van meer marktwerking op de woningmarkt. C.J. Huisman juni 2004

2 Colofon Titel rapport: Datum: 14 juni 2004 Omvang: Bijlagen: Status: Auteur: Afstudeercommissie: Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? Een onderzoek naar de gehanteerde rolverdeling bij gebiedsontwikkelingsprocessen op VINEX-locaties met daarbij een toetsing aan de wens van meer marktwerking op de woningmarkt. 104 pagina s 14 bijlagen Definitief C.J. Huisman Prof. dr. G.P.M.R. Dewulf Universiteit Twente Faculteit CTW Afdeling Bouwprocesmanagement Ir. H. Kroon Universiteit Twente Faculteit CTW Afdeling Bouwprocesmanagement Dr. W.D. Bult-Spiering Universiteit Twente Faculteit CTW Afdeling Bouwprocesmanagement Drs. ing. J. Fokkema NEPROM Universiteit Twente Faculteit Construerende Technische Wetenschappen Opleiding Civiele Techniek Afdeling Bouwprocesmanagement Postbus AE Enschede Tel: Website: NEPROM Postbus AP Voorburg Tel: Website: COLOFON Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 2

3 Voorwoord Dit rapport is het resultaat van een zelfstandig onderzoek naar de rolverdeling tussen de gemeentelijke overheid en marktpartijen bij het gebiedsontwikkelingsproces. In het kader van mijn opleiding Civiele Techniek (CiT) aan de Universiteit Twente ben ik per 1 september 2003 bij de NEPROM in Voorburg enthousiast met het onderwerp aan de slag gegaan. Nu, ruim negen maanden later, kan ik terugkijken op een leuke maar bovenal leerzame tijd. Graag wil ik van de gelegenheid gebruik maken om een aantal mensen te bedanken voor hun bijdrage aan mijn onderzoeksrapport. Allereerst wil ik mijn afstudeercommissie bedanken. Jan, hartelijk bedankt voor de mogelijkheid die je me hebt geboden om mijn afstudeeronderzoek bij de NEPROM uit te voeren. Tevens bedankt voor de goede begeleiding en het feit dat ik naast mijn afstudeeronderzoek nog andere activiteiten heb mogen ondernemen. Geert en Henk, met jullie goede aanwijzingen en opbouwende kritiek hebben jullie mij enorm geholpen om tot dit resultaat te komen. Ook gaat mijn dank uit naar Mirjam Bult-Spiering, die mij in de beginfase van het afstudeerproces heeft bijgestaan bij het op de rails zetten van mijn onderzoek. Ten tweede gaat mijn dank uit naar alle collega s bij de NEPROM, die ervoor gezorgd hebben dat ik het gedurende mijn afstudeerperiode ongelooflijk naar mijn zin heb gehad. Niet alleen kon ik bij hen terecht voor inhoudelijke feedback voor mijn onderzoek, ook een goed gesprek of een moment van ontspanning gingen zij niet uit de weg. Bedankt hiervoor! Ten derde, maar daarom niet minder, gaat mijn dank uit naar alle personen die hun medewerking hebben verleend aan mijn onderzoek. Zonder de respondenten van mijn expertinterviews en projectinterviews zou dit rapport niet tot stand zijn gekomen of in ieder geval een stuk minder interessant zijn geworden. Stuk voor stuk heb ik van alle gesprekken veel geleerd. Bij dezen wil ik deze personen dan ook hartelijk bedanken. Tot slot zijn er nog vrienden, familie en andere naasten die hun steentje hebben bijgedragen aan mijn onderzoek. Hun medeleven en belangstelling gedurende het afstudeerproces hebben mij enorm gesteund. Lieve mama en Daisy, zonder jullie nimmer aflatende ondersteuning was ik nooit zover gekomen. Kim, bedankt voor al je geduld, liefde en morele steun; je hebt me er in de moeilijke momenten doorheen gesleept. Papa, helaas was het je niet gegeven om dit mee te mogen maken, maar ik weet zeker dat je ontzettend trots op me zou zijn geweest! Chris Huisman Voorburg, juni 2004 VOORWOORD Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 3

4 Samenvatting De gemeentelijke overheid heeft, als publiekrechtelijk democratisch gekozen lichaam, de regie in het verstedelijkingsproces. Ten behoeve van het publieke belang, vastgelegd in wettelijke gemeentelijke taken en in (rijks)beleidsdoelstellingen, stelt de gemeente randvoorwaarden en eisen aan een gebiedsontwikkeling en maakt zij afspraken met de betrokkenen. De zorg voor de ruimtelijke kwaliteit van nieuwe woonwijken en volkshuisvestingsoverwegingen motiveren dit gemeentelijk optreden. De laatste jaren is er in het ruimtelijk beleid van de overheid een tendens te bespeuren naar meer marktwerking bij gebiedsontwikkeling. Daarbij is onduidelijkheid ontstaan omtrent de invulling van de taken en bevoegdheden van gemeenten bij gebiedsontwikkeling. De vraag doet zich voor tot op welk detailniveau en in welke situatie de gemeente gerechtigd is om eisen en randvoorwaarden te stellen aan de gebiedsontwikkeling. Gemeenten zijn, verklaarbaar vanuit historisch perspectief, in sommige situaties geneigd om die bevoegdheid vrij ruim te interpreteren. Marktpartijen zijn op hun beurt, ondanks die onduidelijkheid, dikwijls geneigd om die bevoegdheid te respecteren. In dit licht bezien leeft de indruk dat er van het vergroten van de marktwerking bij gebiedsontwikkelingen op VINEX-locaties ondanks de private grondverwervingen nog weinig terecht is gekomen en gemeenten nog steeds de dominante partij zijn in het gehele ontwikkelingstraject. De probleemstelling van dit onderzoek luidt dan ook: Sluit de gehanteerde rolverdeling tussen gemeenten en marktpartijen bij gebiedsontwikkelingsprocessen op VINEX-locaties aan bij de wens van meer marktwerking op de woningmarkt? Om tot een weloverwogen standpunt te komen, zijn verschillende beleidsdocumenten nader bestudeerd, de ervaringen van een aantal publieke en private deskundigen geïnventariseerd en de gehanteerde rolverdeling bij een viertal VINEX-locaties in kaart gebracht en geëvalueerd. De ruimtelijke ordening heeft in Nederland van oudsher een sterk regulerend karakter gehad. De positie van de overheid is in de loop der jaren echter veranderd. Dit betreft zowel de verhouding tussen de rijksoverheid enerzijds en decentrale overheden anderzijds als die tussen de overheid en marktpartijen. Er is een trend waarneembaar dat de rijksoverheid het ruimtelijk beleid slechts op hoofdlijnen vaststelt en er meer ruimte wordt geboden om op decentraal niveau afwegingen te maken. Dit wordt benadrukt door het feit dat het ministerie van VROM onlangs in de Nota Ruimte een duidelijke keuze heeft gemaakt voor ontwikkelingsplanologie. Het Rijk dient daarbij meer ruimte te geven aan provincies en gemeenten om samen met projectontwikkelaars en maatschappelijke organisaties plannen te maken en te realiseren. Veel gemeenten hebben hier de afgelopen jaren al veel ervaring mee opgedaan; op VINEX-locaties zijn gemeenten inmiddels gewend om met marktpartijen samen te werken. Volkshuisvesting als beleidsterrein heeft de afgelopen decennia eveneens een gedaantewisseling ondergaan. Eerst verscheen het beleid als een sociale opgave, na de oorlog als een bouwopgave en in de jaren tachtig en negentig als organisatieopgave om orde op zaken te stellen in de verhoudingen binnen de volkshuisvesting. Momenteel is een verandering gaande van het sectorale volkshuisvestingsbeleid naar een integraal woonbeleid, waarbij meer ruimte wordt geboden aan de markt. Dit is uitdrukkelijk naar voren gekomen in de Nota Mensen, Wensen, Wonen; hierin wordt de burger centraal gesteld en wordt gestreefd naar een betrokken overheid en een beheerste marktwerking. SAMENVATTING Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 4

5 Het functioneren van de grondmarkt voor de woningbouw hangt sterk samen met het gevoerde volkshuisvestingsbeleid. De beleidsomslag ingezet met de nota s Volkshuisvesting in de jaren negentig en VINEX heeft ertoe geleid dat de verhoudingen op de grondmarkt het afgelopen decennium ingrijpend zijn gewijzigd: de min of meer monopolistische positie van gemeenten op nieuwbouwlocaties is ingeruild voor een dominante rol van marktpartijen. Met name de komst van de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX) was hier debet aan. Marktpartijen werden in staat gesteld om op strategische posities grond aan te kopen wat ook massaal is gebeurd terwijl gemeenten tegelijkertijd de instrumenten en de financiële middelen moesten ontberen. Inherent aan deze ontwikkeling vond er op gemeentelijk niveau een omschakeling plaats van actief naar faciliterend grondbeleid. De bestaande instrumenten voor faciliterend grondbeleid zijn echter onvoldoende om publieke doelen te realiseren. Op korte termijn zal dan ook een wet inzake grondexploitatie worden ingevoerd, waarmee de gemeente voorwaarden kan stellen ten aanzien van het kostenverhaal en de inrichting en uitvoering van het plan. Met de Nota Grondbeleid Op grond van nieuw beleid is vorm gegeven aan deze modernisering van het instrumentarium voor het grondbeleid. De invulling van de regierol door de gemeentelijke overheid staat op dit moment ter discussie. De centrale vraag die hierbij aan de orde is, is tot hoever deze regierol van de overheid zich moet en mag uitstrekken. Om inzicht in deze problematiek te verkrijgen zijn een aantal respondenten zowel van publieke als van private zijde aan een interview onderworpen. Hieruit komt naar voren dat de huidige gemeentelijke bemoeienis bij de invulling van een gebiedsontwikkeling in veel gevallen nog te gedetailleerd is. Er is in dat opzicht te veel sprake van een programmatisch gestuurd proces en te weinig van een consumentgericht proces. Afgaande op het ruimtelijk beleid van de overheid, verdient het echter de voorkeur dat de gemeentelijke overheden met name op het laagste stedenbouwkundige niveau overgaan tot een abstracter niveau van regie. Op planologisch of stedenbouwkundig niveau dient de regiefunctie van de gemeentelijke overheid daarentegen wel stevig te zijn. De meningen omtrent de wenselijkheid van genoemde ontwikkeling zijn echter verdeeld. Een belangrijk discussiepunt vormt daarbij de vraag of er daadwerkelijk een kwalitatief beter en flexibeler product voor de consument ontwikkeld zal worden indien er meer invloed wordt gegeven aan de marktpartijen. De accentverschuiving in de rijkssturing van het woonbeleid heeft zijn uitwerking op de verhouding tussen gemeenten en marktpartijen op lokaal niveau niet gemist. Bij de lokale uitvoering van VINEX-locaties wordt inmiddels met wisselend succes ervaring opgedaan met verschillende nieuwe samenwerkingsvormen. Binnen dit onderzoek is de gehanteerde rolverdeling op een viertal VINEX-locaties nader beschouwd. Het betreft de volgende locaties: IJburg (Amsterdam); Waalsprong (Nijmegen); Leidsche Rijn (Utrecht); Emerald-Delfgauw (Pijnacker-Nootdorp). Cross case analyse wijst uit dat de interactie tussen gemeentelijke overheid en marktpartijen in veel gevallen niet zonder slag of stoot verloopt. Een belangrijk knelpunt vormt daarbij het feit dat de gemeentelijke regie van stedenbouwkundig structuurplan tot de daadwerkelijke ontwikkeling van woningen op nagenoeg alle locaties nog steeds nadrukkelijk aanwezig is. Marktpartijen wordt weinig vrijheid geboden en de vrijheid die zij krijgen, wordt vaak ingeperkt en verankerd in alle regelgeving. Gezien het grootschalige karakter van de ontwikkelingen op VINEX-locaties is de betrokkenheid van de lokale overheid te rechtvaardigen. De zorg voor de ruimtelijke kwaliteit van nieuwe woonwijken en volkshuisvestingsoverwegingen motiveren dit gemeentelijke optreden. Op een SAMENVATTING Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 5

6 aantal gebiedsbepalende elementen (en dan met name op het lagere schaalniveau) is de gemeentelijke bemoeienis echter wel erg groot geweest. Uit de profielen kan men opmaken dat het daarbij met name om de volgende aspecten gaat: duurzaam bouwen, verkoopprijzen, parkeeroplossing, keuze architect en materiaalgebruik. De profielen wijzen verder uit dat het gehanteerde grondexploitatiemodel wel degelijk van invloed is op het moment dat marktpartijen bij het ruimtelijke inrichtingsproces worden betrokken. Ondanks het feit dat veel marktpartijen grondposities hebben verworven op VINEX-locaties, ziet men dit in de procesvoering en het uiteindelijke product niet terug. Hieruit kan worden geconcludeerd dat grondposities niet allesbepalend zijn voor de mate van invloed. De grondposities zijn wellicht wel van invloed geweest op de risico- en winstverdeling; dit valt echter niet binnen het onderzoeksgebied en hier zijn dan ook geen uitspraken over gedaan. De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn als volgt samen te vatten: De turn-around in het rijksbeleid inzake de volkshuisvesting aan het begin van de jaren negentig heeft een ingrijpende betekenis gehad op de bestaande verhoudingen. Met name de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening Extra zette in op een marktgerichte productie. Dit onderzoek toont echter aan dat er ondanks de private grondverwervingen op VINEXlocaties van het vergroten van de marktwerking bij gebiedsontwikkeling nog weinig is terechtgekomen. Gemeentelijke overheden blijken in veel gevallen nog steeds de dominante partij in het gehele ontwikkelingstraject te zijn door zich krampachtig vast te houden aan hun publieke en private bevoegdheden. Marktpartijen wordt weinig vrijheid geboden en de vrijheid die zij krijgen, wordt vaak ingeperkt en verankerd in alle regelgeving. Deze traditionele houding van gemeentelijke overheden heeft grote negatieve gevolgen voor de woningmarkt en de consument. De gedetailleerde gemeentelijke bemoeienis vormt immers een belemmerende factor bij het laten aansluiten van het aanbod op de marktvraag. De overheid dient op basis van het door haar voorgestane ruimtelijk beleid daadwerkelijk een terugtrekkende beweging te maken en veel meer aan de vrije marktwerking over te laten, teneinde te komen tot producten die veel beter aansluiten bij de wensen van de consument. Om dit te bewerkstelligen zal een maatschappelijk veranderingsproces in gang moeten worden gezet, waarbij een verschuiving van de taken en verantwoordelijkheden noodzakelijk is. Het is van belang dat er op korte termijn een brede discussie op gang komt omtrent de wenselijk geachte rolverdeling tussen de gemeentelijke overheid en marktpartijen bij het ruimtelijke inrichtingsproces. De decentralisatie van het rijksbeleid heeft er immers tot op heden nog niet toe geleid dat er een heldere scheiding van verantwoordelijkheden is doorgevoerd tussen de onderdelen in het woningbouwproces. Het is echter van belang dat deze scheiding op korte termijn transparant wordt gemaakt. Het resultaat zou een handreiking kunnen zijn, waarin helder uiteen wordt gezet tot waar gemeenten bevoegd zijn om eisen aan locatie- en opstalontwikkeling te stellen. Dit zal uiteindelijk moeten leiden tot een verhoging van het tempo en de kwaliteit van de ontwikkeling van woningbouwlocaties. SAMENVATTING Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 6

7 Inhoudsopgave Colofon... 2 Voorwoord... 3 Samenvatting... 4 Inhoudsopgave Inleiding Aanleiding NEPROM Leeswijzer Onderzoeksaanpak Conceptueel ontwerp Probleemkader Probleemstelling Doelstelling Onderzoeksmodel Afbakening Vraagstelling Onderzoekstechnisch ontwerp Onderzoeksstrategieën Onderzoeksmethoden en -technieken Bronnen Het ruimtelijk beleid Inleiding Ruimtelijke ordeningsbeleid Ontwikkeling ruimtelijke ordeningsbeleid Gewijzigde verhoudingen tussen overheid en marktpartijen Publiekrechtelijk instrumentarium Nota Ruimte: ontwikkelingsplanologie Volkshuisvestingsbeleid Ontwikkeling volkshuisvestingsbeleid Marktwerking wordt belemmerd Nota Mensen, Wensen, Wonen: grotere zeggenschap burger Grondbeleid Ontwikkeling grondbeleid Grondverwerving op VINEX-locaties: beperkte concurrentie door grondposities Twee vormen van grondbeleid Grondexploitatiemodellen Nota Grondbeleid: versterking instrumentarium grondbeleid Het ruimtelijke ontwikkelingsproces Inleiding Fasering ruimtelijke ontwikkelingsproces De gemeentelijke overheid Belangen gemeentelijke overheid De projectontwikkelaar Typen ontwikkelaars Rolverdeling binnen het ruimtelijke ontwikkelingsproces INHOUDSOPGAVE Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 7

8 5. Praktische verkenning Inleiding Groeiende invloed van marktpartijen op het ruimtelijke ontwikkelingsproces Aanleiding Gunstige of ongunstige ontwikkeling? Interactie Samenwerking Rolverdeling Verschuiving in verhoudingen Inzet sturingsmechanismen Het bestemmingsplan Wet Voorkeursrecht Gemeenten en Onteigeningswet Contracten Analyse Case studies Inleiding Analysekader case studie IJburg, Amsterdam Waalsprong, Nijmegen Leidsche Rijn, Utrecht Emerald-Delfgauw, Pijnacker-Nootdorp Conclusies en aanbevelingen Inleiding Conclusies Conclusies beleid Conclusies praktijk Slotconclusie Aanbevelingen Aanbevelingen voor gebruik Aanbevelingen voor vervolgonderzoek Reflectie Literatuurlijst INHOUDSOPGAVE Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 8

9 1. Inleiding Dit rapport is het resultaat van een onderzoek naar de rolverdeling tussen de gemeentelijke overheid en marktpartijen op VINEX-locaties. Een interessant en actueel onderwerp dat momenteel veel partijen bezighoudt. Het rapport behandelt en analyseert het beleid van de overheid door de jaren heen en werpt daarnaast een kritische blik op de praktijk Aanleiding Bij het septembernummer (2002) van het magazine Building Business verscheen het essay Gebiedsontwikkeling: naar een nieuwe taakverdeling tussen overheid en markt van Carel de Reus (destijds voorzitter NEPROM) en Jan Fokkema (directeur NEPROM). Het volledige essay is weergegeven in bijlage 1. Kern van het betoog is dat van het vergroten van de marktwerking bij gebiedsontwikkeling ingezet met de nota s Volkshuisvesting in de jaren negentig en VINEX ondanks de private grondverwervingen, nog weinig terecht is gekomen en dat gemeenten nog steeds de dominante partij zijn in het gehele ontwikkelingstraject. Ten behoeve van het publieke belang, vastgelegd in wettelijke gemeentelijke taken en in (rijks)beleidsdoelstellingen, stelt de gemeentelijke overheid randvoorwaarden en eisen aan een gebiedsontwikkeling en maakt zij afspraken met de betrokkenen. In sommige situaties zijn zij echter geneigd hun wettelijke bevoegdheid vrij ruim te interpreteren. Als gevolg hiervan is er onduidelijkheid ontstaan over de invulling van de taken en bevoegdheden van gemeenten bij gebiedsontwikkeling. Regelmatig doet zich de vraag voor tot op welk detailniveau en in welke situatie de gemeente gerechtigd is om eisen en randvoorwaarden te stellen. In dit onderzoek wordt getracht om de gehanteerde rolverdeling bij gebiedsontwikkelingen op VINEX-locaties in kaart te brengen en op basis daarvan een oordeel te geven over de vraag of de gehanteerde rolverdeling op deze locaties aansluit bij de wens van meer marktwerking op de woningmarkt. In het licht van dit onderzoek is het echter niet alleen van belang te achterhalen in hoeverre de gemeentelijke overheid haar regiefunctie op VINEX-locaties heeft vervuld, maar ook een licht te werpen op de manier waarop dit tot stand is gekomen NEPROM Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Projectontwikkeling Maatschappijen (NEPROM). De NEPROM is in 1974 opgericht en stelt zich ten doel de samenwerking te bevorderen tussen de overheid en projectontwikkelingsmaatschappijen bij de totstandkoming van vastgoedprojecten. Daarnaast streeft de NEPROM ernaar om de gezamenlijke belangen van haar leden te behartigen. De leden van de NEPROM zijn in Nederland gevestigde rechtspersonen, die zich hoofdzakelijk of uitsluitend bezighouden met de ontwikkeling van onroerend goed. De NEPROM hanteert toelatingscriteria voor het lidmaatschap, die betrekking hebben op de vakkennis, financiële stabiliteit en moraliteit. Als gevolg van de toelatingscriteria zijn overwegend grotere professionele projectontwikkelingsmaatschappijen aangesloten bij de NEPROM. Zij ontwikkelen en realiseren woningbouwprojecten, commercieel vastgoed en recreatief vastgoed, zowel in als buiten het stedelijk gebied. Het totale investeringsvolume bedraagt circa 7 miljard per jaar. NEPROM-leden ontwikkelen ongeveer 50% van alle nieuwbouwwoningen, circa 65% van het metrage nieuwe kantoorruimte voor de markt, circa 90% van het metrage in planmatig ontwikkelde winkelcentra en circa 10% van de nieuwe bedrijfsruimten. De NEPROM telt momenteel (medio 2004) 64 leden. Naast de statutair vastgelegde doelstellingen heeft de NEPROM tevens een educatieve doelstelling. De Vereniging wil kennis overdragen over het vakgebied projectontwikkeling, zowel aan de medewerkers van lidbedrijven als aan derden. Daartoe is in 1984 de NEPROM Leergang INLEIDING Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 9

10 Projectontwikkeling opgezet, die een brede kennismaking met alle aspecten van het proces van vastgoedontwikkeling geeft. De NEPROM was bovendien mede initiatiefnemer voor de oprichting van de Amsterdam School of Real Estate (voorheen SBV), die een aantal masteropleidingen op het gebied van Vastgoedkunde verzorgt, en de instelling van de Bijzondere Leerstoel Vastgoedkunde aan de Universiteit van Amsterdam. De NEPROM is vertegenwoordigd in het bestuur van de Amsterdam School of Real Estate en ondersteunt tevens de Stichting voor Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek in de Vastgoedkunde (SWOOV). Binnen de NEPROM functioneert een aantal vaste Commissies. De Commissie Woningmarkt, de Commissie Commercieel Vastgoed en de Juridische Commissie adviseren gevraagd en ongevraagd het bestuur van de NEPROM over relevante ontwikkelingen. De Commissie Leergang bewaakt de kwaliteit van de NEPROM Leergang Projectontwikkeling [NEPROM, 2004] Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk twee wordt de aanpak van het onderzoek toegelicht. Daartoe wordt eerst het conceptueel ontwerp beschreven, waar wordt ingegaan op het probleemkader, de probleemstelling en de doelstelling, het onderzoeksmodel, de afbakening en de vraagstelling van het onderzoek. Vervolgens wordt het onderzoekstechnisch ontwerp uiteengezet, waarbij de toegepaste onderzoeksstrategieën, de gehanteerde onderzoeksmethoden en onderzoekstechnieken en de te raadplegen bronnen aan de orde komen. Hoofdstuk drie behandelt het ruimtelijk beleid van de overheid. Achtereenvolgens vindt een analyse plaats van het ruimtelijke ordeningsbeleid, het volkshuisvestingsbeleid en het grondbeleid. Deze drie vormen van beleid worden nagenoeg op een identieke wijze geanalyseerd. Eerst worden de ontwikkelingen van het desbetreffende beleid door de jaren heen uiteengezet, daarna wordt ingegaan op de gewijzigde verhoudingen tussen de (gemeentelijke) overheid en marktpartijen en tot slot worden relevante aspecten van het huidige en/of toekomstige beleid beschreven. In hoofdstuk vier wordt het ruimtelijke ontwikkelingsproces geanalyseerd. Eerst wordt de fasering van dit proces uiteengezet, waarbij tevens de desbetreffende gebiedsontwikkelingsaspecten aan bod komen. Hiermee wordt een ruimtelijk kader geschapen voor het verdere verloop van het onderzoek. Vervolgens wordt nader ingegaan op de rol van respectievelijk de gemeentelijke overheid en de projectontwikkelaar binnen dit proces. De overstap naar de praktijk wordt gemaakt in hoofdstuk vijf. In dit hoofdstuk wordt een praktische verkenning uitgevoerd naar de groeiende invloed van marktpartijen op het ruimtelijke ontwikkelingsproces. Daartoe wordt een uiteenzetting gegeven van de ervaringen van zowel publieke als private actoren, die verkregen zijn door middel van zogenaamde expertinterviews. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een analyse van het voorafgaande. In hoofdstuk zes staan de case studies centraal. Eerst wordt het toegepaste analysekader uiteengezet, waarna respectievelijk de projecten IJburg (Amsterdam), Waalsprong (Nijmegen), Leidsche Rijn (Utrecht) en Emerald-Delfgauw (Pijnacker-Nootdorp) worden behandeld. De case studies behandelen het ruimtelijke ontwikkelingsproces en dan met name de gehanteerde rolverdeling tussen de gemeentelijke overheid en marktpartijen. Tot slot worden in hoofdstuk zeven conclusies getrokken op basis van de gegevens uit de voorafgaande hoofdstukken. Hier wordt met name beoordeeld of de gehanteerde rolverdeling op VINEX-locaties aansluit bij de wens van meer marktwerking op de woningmarkt. Daarbij worden aanbevelingen gedaan voor het gebruik van de resultaten en vervolgonderzoek. INLEIDING Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 10

11 2. Onderzoeksaanpak Dit hoofdstuk behandelt de aanpak van het onderzoek. Het uitvoeren van een onderzoek is een complexe, langdurige bezigheid en vereist een duidelijk en afgebakend probleem, een juiste doelstelling en vraagstelling en een adequate onderzoeksmethodiek. Gedurende het onderzoek zijn delen van dit hoofdstuk dan ook regelmatig gewijzigd, aangescherpt of verwijderd. Uiteindelijk heeft het document gediend als een sturend en evaluerend middel gedurende het afstudeerproces Conceptueel ontwerp Het conceptueel ontwerp heeft ten doel om de begripsmatige vormgeving van het onderzoek weer te geven. Het bepaalt wat, waarom en hoeveel men gaat onderzoeken. In deze paragraaf zal achtereenvolgens worden ingegaan op het probleemkader, de probleemstelling, de doelstelling, het onderzoeksmodel, de afbakening en de vraagstelling van het onderzoek Probleemkader De gemeentelijke overheid heeft, als publiekrechtelijk democratisch gekozen lichaam, de regie in het verstedelijkingsproces. Ten behoeve van het publieke belang, vastgelegd in wettelijke gemeentelijke taken en in (rijks)beleidsdoelstellingen, stelt de gemeente randvoorwaarden en eisen aan een gebiedsontwikkeling en maakt zij afspraken met de betrokkenen. De laatste jaren is er in het algemeen en dus niet alleen bij gebiedsontwikkelingsprocessen echter een tendens te bespeuren van terugtrekking van de overheid en meer ruimte voor marktwerking. Ruimtelijke ontwikkelingen laten zich bovendien steeds lastiger centraal sturen en maatschappelijke ontwikkelingen zijn steeds moeilijker in overeenstemming te brengen met ruimtelijke concepten. Als gevolg hiervan is er onduidelijkheid ontstaan over de invulling van de taken en bevoegdheden van gemeenten bij gebiedsontwikkeling. Deze onduidelijkheid wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de verschuiving in de verhoudingen tussen de bij woningbouw betrokken partijen, die zich in de afgelopen jaren heeft voorgedaan. De rol van de marktpartijen is sterker geworden, doordat een groot deel van de woningbouwopgave in de koopsector moet worden gerealiseerd en doordat de marktwerking vergroot dient te worden. Tegelijkertijd zijn de rijkssubsidies voor een belangrijk deel afgebouwd. De gemeente heeft hierdoor geen of veel minder financiële sturingsmiddelen, maar blijft (mede) verantwoordelijk voor het proces en de resultaten. Regelmatig doet zich dan ook de vraag voor tot op welk detailniveau en in welke situatie de gemeente gerechtigd is om eisen en randvoorwaarden te stellen. Gemeenten zijn, geheel verklaarbaar vanuit historisch perspectief, in sommige situaties geneigd om die bevoegdheid vrij ruim te interpreteren. Marktpartijen zijn op hun beurt, ondanks die onduidelijkheid, dikwijls geneigd om die bevoegdheid te respecteren. De onduidelijkheid zorgt echter aan beide zijden voor onzekerheid, frustratie en vertraging. Deze situatie is onbevredigend en in dit spanningsveld dienen de partijen te zoeken naar een nieuw evenwicht Probleemstelling In het probleemkader is reeds naar voren gekomen dat er onduidelijkheid is ontstaan over de invulling van de taken en bevoegdheden van de gemeentelijke overheid bij gebiedsontwikkeling. En dan met name over de vraag tot op welk detailniveau en in welke situatie de gemeente gerechtigd is om eisen en randvoorwaarden te stellen aan het gebiedsontwikkelingsproces. Dit onderzoek tracht te achterhalen of de gehanteerde rolverdeling op VINEX-locaties aansluit bij de wens van meer marktwerking op de woningmarkt. ONDERZOEKSAANPAK Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 11

12 De probleemstelling van het onderzoek kan dan ook als volgt worden gedefinieerd: Sluit de gehanteerde rolverdeling tussen gemeenten en marktpartijen bij gebiedsontwikkelingsprocessen op VINEX-locaties aan bij de wens van meer marktwerking op de woningmarkt? Doelstelling Dit onderzoek beoogt een bijdrage te leveren aan de verkenning van de NEPROM naar de mogelijkheden om de invloed van marktpartijen (met name de professionele projectontwikkelaars) op het gebiedsontwikkelingsproces te vergroten, met als doel het creëren van meer woonkwaliteit in de ogen van de consument en een gezondere woningmarkt. Binnen dit onderzoek staat de rolverdeling tussen gemeenten en marktpartijen centraal; het onderzoek dient inzicht te verschaffen in de gehanteerde rolverdeling op VINEX-locaties. Er is dan ook getracht om de gehanteerde rolverdeling bij gebiedsontwikkelingen op VINEX-locaties in kaart te brengen en op basis daarvan een beoordeling te geven of deze verdeling aansluit bij de wens van meer marktwerking op de woningmarkt. In het licht van dit onderzoek is het echter niet alleen van belang om de gehanteerde rolverdeling op VINEX-locaties te achterhalen, maar ook de manier waarop dit tot stand is gekomen. Kortom, welke redenen aan deze rolverdeling ten grondslag hebben gelegen. De doelstelling van het onderzoek luidt dan ook: Een oordeel te geven over de vraag of de gehanteerde rolverdeling bij gebiedsontwikkelingsprocessen op VINEXlocaties aansluit op de wens van meer marktwerking op de woningmarkt, door zowel een kwalitatieve als kwantitatieve analyse uit te voeren naar de gehanteerde rolverdeling op VINEX-locaties Onderzoeksmodel De globale wijze waarop het onderzoek wordt gestructureerd kan worden vormgegeven in een onderzoeksmodel. Het onderzoek kan op de volgende manier gemodelleerd worden: A. Analyse ruimtelijk beleid Kenmerken ruimtelijk beleid t.a.v. meer marktwerking op woningmarkt THEORIE B. Contextanalyse D. Interactieanalyse Beoordeling of gehanteerde rolverdeling op VINEX-locaties aansluit bij wens van meer marktwerking op woningmarkt Kwalitatieve analyse d.m.v. expertinterviews C. Analyse praktijk Gehanteerde rolverdeling op VINEX-locaties PRAKTIJK Kwalitatieve en kwantitatieve analyse d.m.v. case studies Figuur 2.1: Onderzoeksmodel ONDERZOEKSAANPAK Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 12

13 Toelichting onderzoeksmodel Uit het onderzoeksmodel is op te maken dat het onderzoek bestaat uit een drietal analyses. Een analyse van het ruimtelijk beleid, waarbij naast de ontwikkelingen van het ruimtelijk beleid door de jaren heen ook de relevante aspecten van het huidige en/of toekomstige beleid worden beschreven. Een contextanalyse, waarin het ruimtelijk kader wordt geschapen voor het verdere verloop van het onderzoek. En een analyse van de praktijk, waarbij de implementatie van dit ruimtelijk beleid onder de loep wordt genomen. Het theoretische deel van dit onderzoek behandelt het ruimtelijk beleid van de overheid. Analyse van dit beleid vindt plaats door bestudering van diverse beleidsdocumenten van de overheid. Hiertoe is een driedeling gemaakt naar het ruimtelijke ordeningsbeleid, het volkshuisvestingsbeleid en het grondbeleid. Bij iedere vorm van beleid worden de ontwikkelingen van het desbetreffende beleid uiteengezet en wordt tevens ingegaan op de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de marktwerking op de woningmarkt. Daarnaast worden de relevante aspecten van het huidige en/of toekomstige beleid geanalyseerd. Bij de contextanalyse staat het ruimtelijke ontwikkelingsproces centraal. In deze analyse wordt de fasering van het ruimtelijke ontwikkelingsproces uiteengezet en wordt tevens nader ingegaan op de rol van respectievelijk de gemeentelijke overheid en de projectontwikkelaar binnen dit proces. Deze analyse resulteert uiteindelijk in een ruimtelijk kader, dat als basis zal dienen voor het verdere verloop van het onderzoek. Het praktisch gedeelte van dit onderzoek behandelt de daadwerkelijke implementatie van dit beleid in de praktijk. Door middel van verkennende expertinterviews wordt getracht de ervaringen van betrokken actoren met de implementatie van het ruimtelijk beleid te achterhalen. Daarnaast wordt een viertal case studies uitgevoerd, met als doel het procesverloop inzichtelijk te maken en de gehanteerde rolverdeling op VINEX-locaties in kaart te brengen. Het betreft de volgende vier locaties: IJburg (Amsterdam), Waalsprong (Nijmegen), Leidsche Rijn (Utrecht) en Emerald-Delfgauw (Pijnacker-Nootdorp). Uiteindelijk vindt op basis van de voornoemde analyses een confrontatie plaats, waarbij wordt beoordeeld of de gehanteerde rolverdeling bij gebiedsontwikkelingsprocessen op VINEX-locaties aansluit op de wens van meer marktwerking op de woningmarkt Afbakening Bij de beantwoording van bovenstaande probleemstelling is volledigheid, consistentie en nauwkeurigheid gewenst. Daarbij is het handig om een selectie te maken van onderzoeksobjecten. Een duidelijke afbakening is dan ook op zijn plaats. Ten eerste beperkt het onderzoek zich uitsluitend tot de gebiedsontwikkelingen op het terrein van de woningmarkt. Indien het probleem zou gaan over de rolverdeling op het terrein van de kantorenmarkt, de markt voor detailhandelsruimten of een combinatie van de drie genoemde markten, dan zou het onderzoek te complex en tijdrovend worden. Om deze reden wordt uitsluitend aandacht geschonken aan de woningbouw en wordt de kantorenmarkt en de markt voor detailhandelsruimten buiten beschouwing gelaten. Daarnaast zijn alleen grote gebiedsontwikkelingsprojecten op uitleglocaties, de zogenaamde VINEX-locaties, bestudeerd en wordt niet ingegaan op binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen. Ten eerste zijn de verschillende VINEX-locaties onderling goed te vergelijken, wat de validiteit van het onderzoek ten goede komt. Daarnaast is juist bij de uitvoering van het VINEX-beleid de veranderde positie van gemeenten op de grondmarkt duidelijk aan het licht gekomen. Doordat ONDERZOEKSAANPAK Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 13

14 marktpartijen in toenemende mate een positie innamen op de grondmarkt, moesten gemeenten op een andere wijze gaan opereren. Tot slot kunnen tot de marktpartijen in de letterlijke zin van het woord alle partijen worden gerekend die risicodragend investeren in de ontwikkeling van een gebied. Tot deze partijen behoren onder andere de institutionele beleggers, woningcorporaties, bouwbedrijven en professionele projectontwikkelaars. Aangezien de professionele projectontwikkelaars in werkelijkheid vaak de opdrachtgevende partij zijn bij de realisatie van gebiedsontwikkelingen, wordt in dit onderzoek onder marktpartijen derhalve slechts de professionele projectontwikkelaars verstaan. Daarmee is echter niet gezegd dat de andere partijen automatisch zijn uitgesloten; veel van deze partijen beschikken immers over een aan de organisatie gelieerde ontwikkelingstak Vraagstelling Om de gekozen doelstelling te bereiken is vooraf een aantal onderzoeksvragen opgesteld, die gedurende het onderzoek zijn beantwoord. In dit onderzoek staat een viertal vragen centraal; deze vier vragen tezamen vormen de hoofdvragen van dit onderzoek en zijn door middel van alfabetische nummering gekoppeld aan het onderzoeksmodel. Aan de hand van het onderzoeksmodel kunnen de onderstaande onderzoeksvragen worden gegenereerd: A. Welke ontwikkelingen met betrekking tot het ruimtelijk beleid op het gebied van de woningmarkt hebben zich de afgelopen decennia voorgedaan? 1. Op welke wijze heeft het ruimtelijk beleid op het gebied van de woningmarkt zich de afgelopen decennia ontwikkeld volgens: - het ruimtelijke ordeningsbeleid; - het volkshuisvestingsbeleid; - het grondbeleid. 2. Wat voor invloed hebben deze ontwikkelingen gehad op de rol van de overheid en marktpartijen binnen het gebiedsontwikkelingsproces? 3. Welke relevante aspecten ten aanzien van marktwerking op de woningmarkt zijn er binnen het huidige en/of toekomstige ruimtelijk beleid te onderscheiden? B. Op welke wijze kan het ruimtelijke ontwikkelingsproces worden vormgegeven en welke rol nemen de gemeentelijke overheid en marktpartijen daarbij in? 1. Welke fasen zijn er binnen het ruimtelijke ontwikkelingsproces te onderscheiden? 2. Welke aspecten van gebiedsontwikkeling worden in de desbetreffende fasen bepaald? 3. Wat is de rol van de gemeentelijke overheid en de professionele projectontwikkelaar in het ruimtelijke ontwikkelingsproces? C. In hoeverre heeft de implementatie van het ruimtelijk beleid in de praktijk daadwerkelijk plaatsgevonden? 1. Op welke wijze wordt vorm gegeven aan de samenwerking tussen de gemeentelijke overheid en marktpartijen? 2. Hoe ervaren betrokken actoren de tendens naar een groeiende invloed van marktpartijen op het ruimtelijke ontwikkelingsproces? 3. Over welke sturingsmechanismen beschikt de gemeentelijke overheid bij het ruimtelijke ontwikkelingsproces? 4. Op welke wijze is de programmering van gebiedsontwikkelingen tot stand gekomen; wie heeft in welke fase de specifieke kenmerken van het project bepaald? 5. Welke oorzaken liggen aan de gehanteerde rolverdeling ten grondslag? ONDERZOEKSAANPAK Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 14

15 D. Sluit de gehanteerde rolverdeling bij gebiedsontwikkelingen op VINEX-locaties aan bij de wens van meer marktwerking op de woningmarkt? 1. In hoeverre komt de gehanteerde rolverdeling overeen met de wens van meer marktwerking op de woningmarkt? 2. Op welke gebiedsbepalende aspecten heeft de gemeente (te) veel invloed uitgeoefend? 3. Welke sturingsmechanismen zijn daartoe in welke mate ingezet door de gemeentelijke overheid? 2.2. Onderzoekstechnisch ontwerp Het onderzoekstechnisch ontwerp geeft aan op welke manier de doelstellingen uit het conceptueel ontwerp zijn gerealiseerd. Het legt in feite vast op welke manier het onderzoek heeft plaatsgevonden. In deze paragraaf zal derhalve worden ingegaan op de toegepaste onderzoeksstrategieën, de gehanteerde onderzoeksmethoden en -technieken en de geraadpleegde bronnen. Voor de verzameling van het onderzoeksmateriaal is gebruik gemaakt van verschillende onderzoeksstrategieën, -technieken en -bronnen. Men spreekt in dit verband van triangulatie; verschillende bronnen worden geraadpleegd alvorens te komen tot conclusies. In dit onderzoek is zowel sprake van datatriangulatie (gebruik van meerdere, verschillende databronnen) als van methodologische triangulatie (gebruik van meerdere, verschillende onderzoeksstrategieën en onderzoekstechnieken) Onderzoeksstrategieën De keuze voor een bepaalde strategie kan worden gezien als enkele kernbeslissingen waaruit vervolgens weer een aantal andere beslissingen voortvloeit. Een eerste kernbeslissing betreft de keuze voor breedte, die generalisering van de resultaten mogelijk maakt of diepgang, die diepgang, detaillering en een sterke onderbouwing mogelijk maakt met een minimum aan onzekerheid. Een tweede kernvraag is de vraag of men kan kwantificeren, waarbij men zijn/haar bevindingen vooral neerlegt in tabellen, grafieken, cijfers en berekeningen of kwalificeren, waarbij vooral verbaal en beschouwend wordt gerapporteerd. Indien de mogelijkheid er is om te kwantificeren, dan verdient dit echter de voorkeur. Tot slot dient men een keuze te maken tussen een empirisch onderzoek, waarbij men zelf gegevens verzamelt om op basis van een analyse van deze gegevens tot uitspraken te komen en een bureauonderzoek, waarbij men gebruik maakt van bestaande literatuur en/of door anderen bijeengebracht materiaal [Verschuren en Doorewaard, 2000]. Elke strategie is dus een geheel van onderzoeksactiviteiten, waardoor het ene onderzoek een heel andere verschijningsvorm heeft dan het andere. Er zijn in de literatuur verschillende strategieën van onderzoek te vinden. Swanborn [Swanborn, 1994] onderscheidt de volgende vier strategieën van onderzoek om wetenschappelijke probleemstellingen op te lossen: 1. bureauonderzoek; 2. veldonderzoek (ook wel case studie of gevalsonderzoek); 3. enquête; 4. experiment. In dit onderzoek zijn met name het bureauonderzoek, de enquête en het veldonderzoek als onderzoeksstrategieën gehanteerd. Hieronder zal beargumenteerd worden waarom juist voor deze strategieën is gekozen, met daarbij een korte beschrijving van elke strategie. Bureauonderzoek Een bureauonderzoek is een onderzoeksstrategie, die gebruik maakt van bestaande literatuur en/of door anderen bijeengebracht materiaal. Er is geen direct contact met het onderzoeksobject en vaak wordt het materiaal vanuit een ander perspectief gebruikt dan waarmee het werd ONDERZOEKSAANPAK Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 15

16 geproduceerd. Het doel van een bureauonderzoek kan omschreven worden als het plaatsen van de problematiek in een bredere context, waarbij de achtergronden van het probleem expliciet aan bod komen [Verschuren en Doorewaard, 2000]. Bureauonderzoek heeft een belangrijke rol gespeeld in de voorbereidende fase van het onderzoek. Het richtte zich met name op het ruimtelijke ontwikkelingsproces en het ruimtelijk beleid van de overheid. Enquête Bij een enquête wordt een aantal personen mondeling of schriftelijk ondervraagd. Meestal zijn dit personen die door middel van een zorgvuldig getrokken steekproef uit een bepaalde omschreven populatie worden aangewezen. Het is de bedoeling om de conclusies, waartoe je op grond van de steekproef komt, te generaliseren naar de populatie. Het doel van een enquête is het verzamelen en analyseren van gegevens ten behoeve van de oplossing van vooral beschrijvingsproblemen, maar ook verklaringsproblemen. De onderzoeker kan daarbij explorerend te werk gaan, maar het is ook heel goed mogelijk dat het accent ligt op toetsing van de uit een theorie of model afgeleide voorspellingen. In dit laatste geval gaat het meestal om verklarings- en dus om causaliteitsproblemen [Swanborn, 1994]. Enquêtes zijn uitermate geschikt voor het uitvoeren van kwalitatief onderzoek; het is een goed instrument om motieven, houdingen en/of opinies van personen te onderzoeken. Daarom is de enquête als instrument ingezet om een verkenning uit te voeren naar de opvattingen van betrokken actoren over het ruimtelijk beleid van de overheid Veldonderzoek Bij een veldonderzoek gaat het om de bestudering van een sociaal verschijnsel door het kiezen van een of enkele voorbeelden, die gedurende een bepaalde periode bestudeerd worden in hun natuurlijke omgeving en waarbij diverse databronnen worden gebruikt. De onderzoeker is over het algemeen gericht op een gedetailleerde beschrijving, interpretatie en verklaring, waarbij veel aandacht wordt gegeven aan de informatie die verschillende betrokkenen in het proces verschaffen. Uiteindelijk zullen de verschillende zienswijzen met elkaar geconfronteerd worden [Swanborn 2003]. Het doel van een veldonderzoek is het beschrijven van een overzichtelijk sociaal systeem of proces onder bepaalde gezichtspunten, waarbij de sociale interactie van de uiteenlopende perspectieven een belangrijke plaats inneemt [Swanborn, 1994]. De keuze voor het uitvoeren van veldonderzoek is bewust gemaakt; op deze manier is het mogelijk om het ruimtelijk beleid van de overheid te toetsen aan een aantal concrete projecten. Er is getracht om de gehanteerde rolverdeling op een aantal VINEX-locaties te achterhalen en daarbij te analyseren welke redenen aan deze rolverdeling ten grondslag hebben gelegen. Daarom is het veldonderzoek niet puur kwantitatief, maar ook kwalitatief van aard geweest Onderzoeksmethoden en -technieken Om relevante gegevens te verzamelen en te analyseren, zijn binnen elke onderzoeksstrategie nieuwe keuzen gemaakt met betrekking tot de te hanteren onderzoeksmethoden -en technieken. De keuze voor een bepaalde methode of techniek vloeide daarbij voort uit de probleemstelling, de praktische mogelijkheden en de methodologische normen. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van verschillende onderzoeksmethoden en -technieken. Hieronder zal beargumenteerd worden waarom juist voor deze methoden en technieken is gekozen. ONDERZOEKSAANPAK Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 16

17 Literatuuronderzoek Het literatuuronderzoek is een middel om het onderzoeksobject in een bredere (theoretische) context te plaatsen, waarbij de achtergronden van de problematiek expliciet aan bod komen. Literatuuronderzoek biedt daarbij de mogelijkheid om snel een groot aantal gegevens te verzamelen, die bovendien betrouwbaar zijn. Voor het literatuuronderzoek bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van zowel de bestaande literatuur als de secundaire data, die gaan over het ruimtelijk beleid met betrekking tot de woningmarkt. Met literatuur wordt gedoeld op boeken, artikelen en dergelijke, waarin wetenschappers hun kennisproducten neergelegd hebben. Secundaire data zijn empirische gegevens die door andere onderzoekers bijeen zijn gebracht door middel van een enquête, experiment of veldonderzoek. Expertinterviews Expertinterviews zijn een uitstekend middel om op een informele manier hetzij in een open gesprek, hetzij met behulp van een vragenlijst meer inzicht te verkrijgen in de problematiek. Bij dit onderzoek is gekozen voor het houden van semi-gestructureerde interviews (structuur van de vragen ligt vast, antwoorden zijn open). Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om gedurende het interview nieuwe of aanvullende vragen te stellen om op die manier dieper op bepaalde zaken in te gaan. De interviews zijn afgenomen bij personen die het proces van dichtbij hebben meegemaakt, min of meer onafhankelijk zijn en wellicht ervaring hebben met zowel de rol van marktpartijen als de gemeentelijke overheid. De reden hiervoor is het feit dat deze personen over het algemeen een goede helicopterview van het proces hebben. Om een kleine respons te voorkomen, zijn de interviews persoonlijk bij de respondenten afgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de contacten die beschikbaar waren door het uitgebreide netwerk van de NEPROM. Projectinterviews Relevante gegevens van de te bestuderen projecten zijn verkregen door bestudering van projectdocumentatie en door het afnemen van projectinterviews bij betrokken actoren. Dergelijke interviews bieden de mogelijkheid om allerlei interpretatie- en definiëringprocessen, kortom de gedachten achter de perspectieven van de betrokken actoren, te onderzoeken. Om deze reden is dit instrument ingezet om het procesverloop op een viertal VINEX-locaties (IJburg, Waalsprong, Leidsche Rijn en Emerald-Delfgauw) te achterhalen. Daarnaast is getracht om de gehanteerde rolverdeling op deze locaties in kaart te brengen en daarbij te analyseren welke redenen aan deze rolverdeling ten grondslag hebben gelegen. Bij het uitvoeren van de projectinterviews is eveneens gekozen voor het houden van semi-gestructureerde interviews. De projectinterviews zijn telefonisch afgenomen bij personen die actief aan het ontwikkelingsproces van de desbetreffende locaties hebben deelgenomen. Om een zogenaamde bias in de verstrekking van de gegevens te voorkomen, ging de voorkeur uit naar respondenten met een verschillende achtergrond. Er is dan ook getracht om per project een tweetal personen van private zijde en één persoon van publieke zijde aan een interview te onderwerpen. Schriftelijke enquêtes Het toevoegen van een kwantitatief element aan een onderzoek levert doorgaans een meerwaarde op voor de validiteit van het onderzoek. Een schriftelijke enquête is een probaat middel om objectiviteit te verkrijgen bij een groot aantal gegevensverstrekkers en een groot aantal te meten variabelen. Daarbij geldt echter wel als randvoorwaarde dat zowel de structuur van de vragen als de antwoordmogelijkheden op deze vragen van tevoren vastliggen. Daarom is er een scoreformulier ontwikkeld om de gehanteerde rolverdeling op VINEX-locaties in kaart te brengen. Met dit scoreformulier is getracht te achterhalen wie in welke mate verantwoordelijk is geweest voor de aspecten die hebben bijgedragen aan de uiteindelijke invulling van een locatie. De scoreformulieren zijn voorgelegd aan de respondenten van de projectinterviews, waardoor zowel publieke als private partijen vertegenwoordigd zijn. Om de validiteit van het onderzoek te ONDERZOEKSAANPAK Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 17

18 vergroten zijn daarnaast per project twee andere betrokken actoren benaderd om de scoreformulieren in te vullen Bronnen Om tot een beantwoording van de onderzoeksvragen te komen, is gebruik gemaakt van te verzamelen en te genereren informatiebronnen. Er bestaan verschillende mogelijkheden om de relevante informatie uit deze bronnen naar voren te halen. Afhankelijk van de onderzoeksvraag is gebruik gemaakt van een of meerdere informatiebronnen. Verschuren en Doorewaard [Verschuren en Doorewaard, 2000] onderscheiden een vijftal informatiebronnen: 1. literatuur; 2. media; 3. documenten; 4. personen; 5. werkelijkheid. In dit onderzoek is met name van de informatiebronnen literatuur, media, documenten en personen gebruik gemaakt. Hieronder volgt de argumentatie voor deze keuze en een beschrijving van de specifieke bronnen die zijn geraadpleegd. Literatuur Voor het verkrijgen van informatie over het onderwerp van het onderzoek is met name gebruik gemaakt van literatuur op het gebied van de ruimtelijke ontwikkelingspolitiek (en dan met name het ruimtelijke ordeningsbeleid, volkshuisvestingsbeleid en grondbeleid). De volgende literatuur is voor het onderzoek geraadpleegd: Literatuur: Naar een sturend (gemeentelijk) grondbeleid; wie de grond heeft, die bouwt (Overwater); De grondmarkt; een gebrekkige markt en een onvolmaakte overheid (CPB); Woningbouw; tussen markt en overheid (CPB); Ruimtelijke ontwikkelingspolitiek (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid). Media Daar er op het moment een discussie gaande is omtrent de regiefunctie van de overheid bij gebiedsontwikkeling, is voor het onderzoek gebruik gemaakt van vaktijdschriften, kranten en internet. Dit bleken bij uitstek goede instrumenten om op de hoogte te blijven omtrent de actuele ontwikkelingen op dit gebied. De volgende tijdschriften, kranten en internetsites zijn voor het onderzoek geraadpleegd: Media: Vaktijdschriften Building Business, Vastgoedmarkt, Property.NL, Real Estate, Rooilijn, ROM, Binnenlandsbestuur.nl, VNG Magazine. Kranten Cobouw, dagbladen. Internet ONDERZOEKSAANPAK Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 18

19 Documenten Met name de beleidsdocumenten van het ministerie van VROM zijn voor dit onderzoek van groot belang geweest. Het vergroten van de marktwerking bij gebiedsontwikkeling is in feite ingezet met de nota s Volkshuisvesting in de jaren negentig en de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra. Vervolgens zijn nog een aantal beleidsnota s verschenen, die raakvlakken vertonen met het onderwerp. Bestudering van dit soort documenten heeft een goed beeld opgeleverd van de standpunten van de overheid omtrent het onderwerp. Daarnaast is gebruik gemaakt van verschillende onderzoeksrapporten. In het verleden is namelijk reeds door verschillende personen en instanties onderzoek gedaan naar het onderwerp of aanverwante onderwerpen. De volgende documenten zijn voor het onderzoek geraadpleegd: Documenten: Beleidsdocumenten Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening Extra; Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening; Nota Volkshuisvesting in de jaren negentig; Evaluatie Nota Volkshuisvesting in de jaren negentig; Nota Mensen, Wensen, Wonen; Nota Grondbeleid. Onderzoeksrapporten PPS als uitvoeringsinstrument van het VINEX-beleid (AKRO Consult/IBR); Grond voor beleid (Interdepartementaal beleidsonderzoek grondbeleid); Overheid en markt op VINEX-locaties: op zoek naar een nieuwe samenwerking en rolverdeling (TNO Inro/HG&P); Grondbeleid onder de loep: voor- en nadelen van huidig en toekomstig instrumentarium voor het bouwbedrijfsleven (AKRO Consult); Gebiedsontwikkeling in uitbreidingsgebieden: veranderende rolverdelingen (J.G. Wikkerink); Daar sta je voor!; Verslag van een onderzoek naar de regierol van gemeenten bij stedelijke vernieuwing (AKRO Consult); Kwaliteit, winst en risico: de invloed van het VINEX-onderhandelingsmodel op de programmatische ontwikkeling van VINEX-locaties (KUN, UU); Concurrentiebevordering op ontwikkelingslocaties (Stec Groep). Personen Verschillende instanties en deskundigen houden zich op het moment bezig met de gemeentelijke regie bij gebiedsontwikkeling. Gesprekken met personen die vanuit hun functie of ervaring kennis hebben van het onderwerp, bleken erg nuttig voor het onderzoek en leverden bovendien praktische informatie op. Voor het onderzoek zijn de volgende personen geraadpleegd: Personen: Expertinterviews Directeuren van ontwikkelingsbedrijven op VINEX-locaties: - Dhr. W. Van der Poel (Projectbureau Leidsche Rijn); - Dhr. H. Nieuwenhuis (GEM Waalsprong Beheer B.V.); - Dhr. P. Van der Wijk (Projectbureau Ypenburg). Dhr. H. Smeets (Directievoorzitter Vesteda Groep); Dhr. F. Felder (Projectdirecteur AM Wonen); Dhr. M. Jelier (Directeur Bouwfonds Ontwikkeling Regio Zuid -West); Dhr. W. Bodewes (Lid Raad van Bestuur Ymere (portefeuille ontwikkeling)); ONDERZOEKSAANPAK Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 19

20 Vervolg expertinterviews Dhr. H. Waltman (Hoofd grondbedrijf gemeente Delft); Dhr. W. Korthals Altes (Hoogleraar TUD en senior consultant ECORYS-Kolpron); Dhr. J. van Eldonk (Partner Soeters van Eldonk Ponec Architecten). Projectinterviews en schriftelijke enquêtes Directe betrokkenen (gemeentelijke overheid, projectontwikkelaars, projectleiders, adviseurs) bij de ontwikkeling van de volgende VINEX-locaties: IJburg (Amsterdam); Waalsprong (Nijmegen); Leidsche Rijn (Utrecht); Emerald-Delfgauw (Pijnacker-Nootdorp). Uit het voorgaande kan geconcludeerd worden dat door het bestuderen van allerlei documenten en literatuur in combinatie met het afnemen van interviews en enquêtes een diepgaand inzicht is verkregen in de wijze waarop bepaalde processen zich in de praktijk voltrekken en waarom ze zich juist op deze manier voltrekken. Ter verduidelijking staat in de volgende tabel een overzicht van de in dit onderzoek gehanteerde onderzoeksstrategieën, -technieken en -bronnen. Strategie Techniek Doelstelling Object Databronnen Bureauonderzoek Literatuuronderzoek Explorerend - Ruimtelijke ontwikkelingsproces - Ontwikkeling ruimtelijk beleid - Literatuur - Media - Documenten Veldonderzoek Expertinterviews Explorerend - Implementatie ruimtelijk beleid - Personen in praktijk Projectinterviews Beschrijvend - Procesverloop op VINEXlocaties - Personen Enquête Schriftelijke enquête Beschrijvend - Gehanteerde rolverdeling op - Personen VINEX-locaties Tabel 2.1: Gehanteerde onderzoeksstrategieën, -technieken en -bronnen ONDERZOEKSAANPAK Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? 20

Evenwichtig woningaanbod

Evenwichtig woningaanbod ONDERZOEKSOPZET Evenwichtig woningaanbod 24 maart 2017 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 1.1 Aanleiding 5 1.2 Leeswijzer 6 2 Doel en probleemstelling van het onderzoek 7 2.1 Doelstelling 7 2.2 Probleemstelling

Nadere informatie

Beleggers in gebiedsontwikkeling

Beleggers in gebiedsontwikkeling Beleggers in Incentives en belemmeringen voor een actieve rol van institutionele beleggers bij de herontwikkeling van binnenstedelijke gebieden P5 presentatie april 2015 Pelle Steigenga Technische Universiteit

Nadere informatie

Voorwoord... iii Verantwoording... v

Voorwoord... iii Verantwoording... v Inhoudsopgave Voorwoord... iii Verantwoording... v INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker als probleemoplosser of de onderzoeker als adviseur...

Nadere informatie

Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi

Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi Inhoudsopgave Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die worden uitgevoerd om uit het gevonden bronnenmateriaal

Nadere informatie

Bijlagen ( ) Eisen aan het onderzoeksvoorstel

Bijlagen ( ) Eisen aan het onderzoeksvoorstel Bijlagen (2008-2009) Eisen aan het onderzoeksvoorstel Het onderzoeksvoorstel dat na vier weken bij de begeleider moet worden ingediend omvat een (werk)titel, een uitgewerkte probleemstelling (die een belangrijke

Nadere informatie

Onderzoeksplan. Onderbesteding in de provincies Gelderland en Overijssel

Onderzoeksplan. Onderbesteding in de provincies Gelderland en Overijssel Onderzoeksplan Onderbesteding in de provincies Gelderland en Overijssel Onderzoeksplan Onderbesteding in de provincies Gelderland en Overijssel Rekenkamer Oost-Nederland, Juni 2007 Inhoudsopgave 1. Inleiding...

Nadere informatie

Onderzoeksvraag Uitkomst

Onderzoeksvraag Uitkomst Hoe doe je onderzoek? Hoewel er veel leuke boeken zijn geschreven over het doen van onderzoek (zie voor een lijstje de pdf op deze site) leer je onderzoeken niet uit een boekje! Als je onderzoek wilt doen

Nadere informatie

Methodologie voor onderzoek in de verpleegkunde. Foeke van der Zee

Methodologie voor onderzoek in de verpleegkunde. Foeke van der Zee Methodologie voor onderzoek in de verpleegkunde Foeke van der Zee Inhoudsopgave 1. Onderzoek, wat is dat eigenlijk... 1 1.1 Hoe is onderzoek te omschrijven... 1 1.2 Is de onderzoeker een probleemoplosser

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) onderhoudt middels de organisaties Kerk in Actie (KiA) en ICCO Alliantie contacten met partners in Brazilië. Deze studie verkent de onderhandelingen

Nadere informatie

tudievragen voor het vak TCO-2B

tudievragen voor het vak TCO-2B S tudievragen voor het vak TCO-2B 1 Wat is fundamenteel/theoretisch onderzoek? 2 Geef een voorbeeld uit de krant van fundamenteel/theoretisch onderzoek. 3 Wat is het doel van fundamenteel/theoretisch onderzoek?

Nadere informatie

Methodologie voor onderzoek in zorg, welzijn en hulpverlening. Foeke van der Zee

Methodologie voor onderzoek in zorg, welzijn en hulpverlening. Foeke van der Zee Methodologie voor onderzoek in zorg, welzijn en hulpverlening Foeke van der Zee Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt,

Nadere informatie

BEOORDELINGSFORMULIER

BEOORDELINGSFORMULIER Faculteit Geesteswetenschappen Versie maart 2015 BEOORDELINGSFORMULIER MASTER SCRIPTIES Eerste en tweede beoordelaar vullen het beoordelingsformulier onafhankelijk van elkaar in. Het eindcijfer wordt in

Nadere informatie

Methodologie voor sociaalwetenschappelijk onderzoek. Foeke van der Zee

Methodologie voor sociaalwetenschappelijk onderzoek. Foeke van der Zee Methodologie voor sociaalwetenschappelijk onderzoek Foeke van der Zee Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt, in

Nadere informatie

Rekenkamer. Súdwest-Fryslân. Plan van aanpak Inkopen en Aanbesteden

Rekenkamer. Súdwest-Fryslân. Plan van aanpak Inkopen en Aanbesteden Rekenkamer Súdwest-Fryslân Plan van aanpak Inkopen en Aanbesteden Maart 2013 Rekenkamer Súdwest-Fryslân Plan van aanpak Inkopen en Aanbesteden Maart 2013 Rekenkamer Súdwest-Fryslân drs. J.H. (Jet) Lepage

Nadere informatie

Methodologie voor onderzoek in marketing en management. Foeke van der Zee

Methodologie voor onderzoek in marketing en management. Foeke van der Zee Methodologie voor onderzoek in marketing en management Foeke van der Zee Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt,

Nadere informatie

Onderzoek burgerinitiatief. Tevredenheid van indieners

Onderzoek burgerinitiatief. Tevredenheid van indieners Onderzoek burgerinitiatief Tevredenheid van indieners In opdracht van: De Raadsgriffier Uitgevoerd door: Team Beleidsonderzoek en Informatiemanagement Gemeente Purmerend Denise Floris Bert Mentink April

Nadere informatie

OVERZICHT VAN TOETSVORMEN

OVERZICHT VAN TOETSVORMEN OVERZICHT VAN TOETSVORMEN Om tot een zekere standaardisering van de gehanteerde toetsvormen en de daarbij geldende criteria te komen, is onderstaand overzicht vastgesteld. In de afstudeerprogramma's voor

Nadere informatie

Een praktisch boek over contracteren en aanbesteden

Een praktisch boek over contracteren en aanbesteden 1 Introductie Een praktisch boek over contracteren en aanbesteden Dit boek gaat over het contracteren en aanbesteden van bouw- en infrastructurele projecten. Over wat er nodig is om op een doordachte en

Nadere informatie

Grondbeleid en grondprijsbeleid Gemeente Weert

Grondbeleid en grondprijsbeleid Gemeente Weert Onderzoeksaanpak Grondbeleid en grondprijsbeleid Gemeente Weert september 2013 Rekenkamer Weert 1. Achtergrond en aanleiding Het grondbeleid van de gemeente Weert heeft tot doel bijdrage te leveren, met

Nadere informatie

Woonbeleid Vergelijking resultaten Kempengemeenten

Woonbeleid Vergelijking resultaten Kempengemeenten Woonbeleid Vergelijking resultaten Kempengemeenten Rekenkamercommissie Kempengemeenten 13 september 2010 Voorwoord Het onderzoek naar het woonbeleid binnen de Kempengemeenten heeft in twee fasen plaatsgevonden.

Nadere informatie

Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert

Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert Weert, 6 september 2011. Rekenkamer Weert Inhoudsopgave 1. Achtergrond en aanleiding 2. Centrale vraagstelling 3. De wijze van onderzoek 4. Deelvragen

Nadere informatie

Praktische tips voor succesvol marktonderzoek in de land- en tuinbouwsector

Praktische tips voor succesvol marktonderzoek in de land- en tuinbouwsector marktonderzoek in de land- en tuinbouwsector Marktonderzoek kunt u prima inzetten om informatie te verzamelen over (mogelijke) markten, klanten of producten, maar bijvoorbeeld ook om de effectiviteit van

Nadere informatie

ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011

ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011 ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011 Markt, trends en ontwikkelingen Amsterdam, april 2012 Ir. L. van Graafeiland Dr. P. van Gelderen Baken Adviesgroep BV info@bakenadviesgroep.nl

Nadere informatie

Grondexploitatiewet. Marktpartijen buitenspel, gemeenten (terug) aan het roer?

Grondexploitatiewet. Marktpartijen buitenspel, gemeenten (terug) aan het roer? Grondexploitatiewet Marktpartijen buitenspel, gemeenten (terug) aan het roer? "Een onderzoek naar het verwachte strategische gebruik door publieke en private partijen" Master thesis Master Vastgoedkunde

Nadere informatie

SECOND OPINION. Finaal tegenbod ING-projecten Overhoeks, Centrumgebied Amsterdam Noord (CAN) en Beethoven

SECOND OPINION. Finaal tegenbod ING-projecten Overhoeks, Centrumgebied Amsterdam Noord (CAN) en Beethoven SECOND OPINION Finaal tegenbod ING-projecten Overhoeks, Centrumgebied Amsterdam Noord (CAN) en Beethoven Amsterdam, 10 februari 2011 Gobert Beijer Projectnummer: 37644 Amsterdam, datum Projectnummer: Inhoud

Nadere informatie

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden een handreiking 71 hoofdstuk 8 gegevens analyseren Door middel van analyse vat je de verzamelde gegevens samen, zodat een overzichtelijk beeld van het geheel ontstaat. Richt de analyse in de eerste plaats

Nadere informatie

Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel

Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel Auteurs: Sara Diederen Rianne van Kemenade Jeannette Geldens i.s.m. management initiële opleiding (MOI) / jaarcoördinatoren 1 Inleiding Dit document is bedoeld

Nadere informatie

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom Den Haag Ons kenmerk 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Onderwerp Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon Bijlage(n) geen Geachte heer Van

Nadere informatie

PS2011RGW : Statenvoorstel rapport Randstedelijke Rekenkamer Vitaal Platteland Provincie Utrecht. Ontwerp-besluit pag. 5

PS2011RGW : Statenvoorstel rapport Randstedelijke Rekenkamer Vitaal Platteland Provincie Utrecht. Ontwerp-besluit pag. 5 PS2011RGW02-1 - Provinciale Staten statenvoorstel Datum : 16 mei 2011 Nummer PS: PS2011RGW02 Afdeling : SGU Commissie : RGW Steller : Drs. H. Schoen Portefeuillehouder : n.v.t. Registratienummer : 2011INT268900

Nadere informatie

Vergunningverlening Plan van aanpak

Vergunningverlening Plan van aanpak Vergunningverlening Plan van aanpak Oktober 2013 Colofon Rekenkamer Súdwest-Fryslân dr. M.S. (Marsha) de Vries (hoofdonderzoeker, secretaris) dr. R.J. (Rick) Anderson (lid) drs. J.H. (Jet) Lepage MPA (voorzitter)

Nadere informatie

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben

Nadere informatie

(Hoe) kan onze communicatie beter?

(Hoe) kan onze communicatie beter? Deel 3 Onderzoek (Hoe) kan onze communicatie beter? Marijke Manshanden* Uw organisatie heeft een communicatieprobleem. U wilt dit probleem oplossen, maar mist de informatie om tot een goede oplossing te

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention Samenvatting Wesley Brandes MSc Introductie Het succes van CRM is volgens Bauer, Grether en Leach (2002) afhankelijk van

Nadere informatie

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer)

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer) Vergadering: 11 december 2012 Agendanummer: 12 Status: Besluitvormend Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 E mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der

Nadere informatie

Arnoud van de Ven Hogeschool Arnhem Nijmegen 7 april 2016

Arnoud van de Ven Hogeschool Arnhem Nijmegen 7 april 2016 Navolgbaarheid bij kwalitatief onderzoek: consistentie van vraagstelling tot eindrapportaged van de Ven Arnoud van de Ven Hogeschool Arnhem Nijmegen 7 april 2016 Piet Verschuren en Hans Doorewaard (2015)

Nadere informatie

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Datum: 16 december 2010 Ir. Jan Gerard Hoendervanger Docent-onderzoeker Lectoraat Vastgoed Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte Hanzehogeschool Groningen

Nadere informatie

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak Inhuur in de Kempen Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden Onderzoeksaanpak Rekenkamercommissie Kempengemeenten 21 april 2014 1. Achtergrond en aanleiding In gemeentelijke organisaties met een omvang als

Nadere informatie

Gezondheid, Welzijn & Technologie

Gezondheid, Welzijn & Technologie Kenniscentrum Gezondheid, Welzijn & Technologie Wmo werkplaats Twente, fase 2 Praktijk 2: Bundeling van diensten op het gebied van welzijn, informele zorg en formele zorg Toegang tot de Wmo Evaluatierapport

Nadere informatie

Uit de beleidsvisie maakt de AFM op dat vier modellen voor de inrichting van de corporatie te onderscheiden zijn. Dit zijn:

Uit de beleidsvisie maakt de AFM op dat vier modellen voor de inrichting van de corporatie te onderscheiden zijn. Dit zijn: Ministerie van VROM t.a.v. dr. P. Winsemius Postbus 20951 2500 EZ DEN HAAG Datum 22 januari 2007 Uw kenmerk DB02006310723 Betreft Advies inzake (financieel) toezicht op activiteiten met en zonder staatssteun

Nadere informatie

BELEIDSEFFECTMETING - HANDLEIDING VOOR STATENCOMMISSIES

BELEIDSEFFECTMETING - HANDLEIDING VOOR STATENCOMMISSIES BELEIDSEFFECTMETING - HANDLEIDING VOOR STATENCOMMISSIES 26 APRIL 2006 CONTEXT EN AANLEIDING Sinds maart 2003 is de Wet dualisering provinciebestuur van kracht. Mede in dit kader heeft het Presidium van

Nadere informatie

FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO

FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO SYLLABUS CENTRAAL EXAMEN 2016 Inhoud Voorwoord 6 1 Examenstof van centraal examen en schoolexamen 7 2 Specificatie van de globale eindtermen voor het CE 8 Domein A: Leesvaardigheid

Nadere informatie

Stappen deelcijfer weging 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 totaalcijfer 10,0 Spelregels:

Stappen deelcijfer weging 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 totaalcijfer 10,0 Spelregels: Stappen deelcijfer weging 1 Onderzoeksvragen 10,0 6% 0,6 2 Hypothese 10,0 4% 0,4 3 Materiaal en methode 10,0 10% 1,0 4 Uitvoeren van het onderzoek en inleiding 10,0 30% 3,0 5 Verslaglegging 10,0 20% 2,0

Nadere informatie

Geachte raden, staten, colleges, burgemeesters en commissaris, 1. Het Evaluatierapport Grondbank en ROZ

Geachte raden, staten, colleges, burgemeesters en commissaris, 1. Het Evaluatierapport Grondbank en ROZ Regionale Ontwikkelingsorganisatie (ROZ) Bijlage 3.3 AB ROZ en Grondbank 30 september 2013 Aan: - de gemeenteraden van Gouda, Rotterdam, Waddinxveen en - de colleges van Burgemeester en Wethouders van

Nadere informatie

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3 Faculteit Geesteswetenschappen BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3 Onderstaand formulier betreft de beoordeling van het stageverslag en het onderzoeksverslag. Deze wordt door de begeleidende

Nadere informatie

FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO. Syllabus centraal examen 2015

FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO. Syllabus centraal examen 2015 FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO Syllabus centraal examen 2015 April 2013 2013 College voor Examens, Utrecht Alle rechten voorbehouden. Alles uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

Notitie functioneringsgesprekken

Notitie functioneringsgesprekken Notitie functioneringsgesprekken In de handreiking voor functioneringsgesprekken met burgemeesters, enkele jaren terug opgesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, wordt

Nadere informatie

WORKSHOP ONDERZOEKSMETHODEN

WORKSHOP ONDERZOEKSMETHODEN WORKSHOP ONDERZOEKSMETHODEN INHOUD Kwantitatieve onderzoeksmethoden Algemene kenmerken Enquête Experiment Kwalitatieve onderzoeksmethoden Algemene kenmerken Observatie Interview Kwaliteit van het onderzoek

Nadere informatie

Methodologie & Profielwerkstukken

Methodologie & Profielwerkstukken Methodologie & Profielwerkstukken Erik Heijmans, WUR Arjen Nawijn, STOAS Sander Poort, CLV September 2014 Christelijk Lyceum Veenendaal, 2014 1. Onderzoeksprojecten soorten en doelen Twee soorten onderzoeksprojecten:

Nadere informatie

Langjarige gebiedsontwikkelingen Project Watertorenberaad. Rapportage, 30 april 2014

Langjarige gebiedsontwikkelingen Project Watertorenberaad. Rapportage, 30 april 2014 Langjarige gebiedsontwikkelingen Project Watertorenberaad Rapportage, 30 april 2014 Langjarige gebiedsontwikkelingen Project Watertorenberaad Rapportage, 30 april 2014 Opdrachtgevers: Ministerie van Binnenlandse

Nadere informatie

Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid

Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid Plan van aanpak Rekenkamer Maastricht februari 2007 1 1. Achtergrond en aanleiding 1 De gemeente Maastricht wil maatschappelijke doelen bereiken.

Nadere informatie

Risico s in grondexploitatie. Gemeente Súdwest-Fryslân. Rekenkamer Súdwest-Fryslân. Maart 2012

Risico s in grondexploitatie. Gemeente Súdwest-Fryslân. Rekenkamer Súdwest-Fryslân. Maart 2012 Risico s in grondexploitatie Gemeente Súdwest-Fryslân Rekenkamer Súdwest-Fryslân Maart 2012 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Opzet van onderzoek 2 Hoofdstuk 1: Opzet van onderzoek 1.1 Inleiding en aanleiding

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

Improvement Scan. Leeswijzer en toelichting bij de uitkomsten van de PreScan. De toetsings- en verbetermethode van het klantproces

Improvement Scan. Leeswijzer en toelichting bij de uitkomsten van de PreScan. De toetsings- en verbetermethode van het klantproces Improvement Scan De toetsings- en verbetermethode van het klantproces Leeswijzer en toelichting bij de uitkomsten van de PreScan Geachte lezer, Bij u op locatie is de PreScan afgenomen in het kader van

Nadere informatie

Slimme zet! Vindingrijk in vastgoedopgaven!

Slimme zet! Vindingrijk in vastgoedopgaven! Slimme zet! Vindingrijk in vastgoedopgaven! Postbus 711 3900 AS Veenendaal Kerkewijk 26 3901 EG Veendaal (T) 0318-55 19 60 (F) 0318-55 19 61 (M) info@ingeniousvastgoed.nl (I) www.ingeniousvastgoed.nl Haar

Nadere informatie

Vragenlijst Beoordelen van wetenschappelijke manuscripten

Vragenlijst Beoordelen van wetenschappelijke manuscripten Vragenlijst Beoordelen van wetenschappelijke manuscripten Welkom bij het onderzoek naar eigenschappen van wetenschappelijke manuscripten. In dit onderzoek willen we daarom nader onderzoeken welke onderdelen

Nadere informatie

Hoofdstuk 7 Marktonderzoek

Hoofdstuk 7 Marktonderzoek Hoofdstuk 7 Marktonderzoek Leerdoelen Uitleggen hoe belangrijk informatie is voor het bedrijf, om inzicht te krijgen in de markt. Het marketinginformatiesysteem definiëren en de onderdelen daarvan bespreken.

Nadere informatie

Docentonderzoek binnen de AOS Bijeenkomst 8 Feedbackformulier bij het onderzoeksinstrument

Docentonderzoek binnen de AOS Bijeenkomst 8 Feedbackformulier bij het onderzoeksinstrument Docentonderzoek binnen de AOS Bijeenkomst 8 Feedbackformulier bij het onderzoeksinstrument Het doel van deze opdracht is nagaan of je instrument geschikt is voor je onderzoek. Het is altijd verstandig

Nadere informatie

Opinieronde / peiling

Opinieronde / peiling Aan de Raad OPINIE Made, 30 oktober 2015 Regnr.: 15int04492 Aan de commissie: Fout! Onbekende naam voor documenteigenschap. Datum vergadering: Fout! Onbekende naam voor documenteigenschap. Agendapunt :

Nadere informatie

onderzoeksopzet effecten van subsidies

onderzoeksopzet effecten van subsidies onderzoeksopzet effecten van subsidies september 2010 1 inleiding Het toekennen van subsidies is voor de gemeente een belangrijk middel om zijn doelen te realiseren. Dit kunnen doelen zijn op het terrein

Nadere informatie

perspectief voor professionele ontwikkeling

perspectief voor professionele ontwikkeling Actie-onderzoek als perspectief voor professionele ontwikkeling Workshop ALTHUS-Seminar 6 maart 2012 Geert Kelchtermans (KU Leuven) 1. What s in a name? 1. Term: veelgebruikt; uitgehold? In literatuur:

Nadere informatie

Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap

Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap 1. Definitie 2. Omvang 3. Begeleiding 4. Beoordelingscriteria 5. Eindtermen 6. Mogelijke aanvullingen Bijlage: Stappenplannen 1. Definitie De Bachelorscriptie

Nadere informatie

Overdracht van raadsbevoegdheden. Rekenkamer Leeuwarden

Overdracht van raadsbevoegdheden. Rekenkamer Leeuwarden Overdracht van raadsbevoegdheden Rekenkamer Leeuwarden Juli 2014 Colofon Samenstelling Rekenkamer Leeuwarden drs. P.L. Polhuis MA (voorzitter) ir. E. Voorwinde M.A. Hoekstra mw. J.E. Rijpma (secretaris)

Nadere informatie

Kwaliteitskosten onderzoek. Aanpak. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

Kwaliteitskosten onderzoek. Aanpak. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Kwaliteitskosten onderzoek Aanpak Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 8 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER... 3 2 KWALITEITSKOSTEN...

Nadere informatie

Resultaten interviews met patiënten Vervolgens wordt een korte samenvatting gegeven van de belangrijkste resultaten uit de gelabelde interviews.

Resultaten interviews met patiënten Vervolgens wordt een korte samenvatting gegeven van de belangrijkste resultaten uit de gelabelde interviews. Onderzoek nazorg afdeling gynaecologie UMCG (samenvatting) Jacelyn de Boer, Anniek Dik & Karin Knol Studenten HBO-Verpleegkunde aan de Hanze Hogeschool Groningen Jaar 2011/2012 Resultaten Literatuuronderzoek

Nadere informatie

Vastgoedontwikkeling Regionale Luchthavens

Vastgoedontwikkeling Regionale Luchthavens PMC Regionale luchthavens/ Universiteit Twente Afstudeeronderzoek R.J.P. Oosterwegel Vastgoedontwikkeling Regionale Luchthavens Een onderzoek naar de mogelijkheden van vastgoedontwikkeling op en rond regionale

Nadere informatie

Onderzoeksplan. Rabobank Oss e.o. Marieke ****** Marlon ****** Avans Hogeschool s Hertogenbosch 2013. Kenniskring OABC K3 A

Onderzoeksplan. Rabobank Oss e.o. Marieke ****** Marlon ****** Avans Hogeschool s Hertogenbosch 2013. Kenniskring OABC K3 A Onderzoeksplan Rabobank Oss e.o. Marieke ****** Marlon ****** Kenniskring OABC K3 A Inhoudsopgave Inleiding Pag. 3 Aanleiding Pag. 4 Relevantie van het onderzoek - maatschappelijke relevantie - persoonlijke

Nadere informatie

Niveau 1 Competenties uit het curriculum HBO Werktuigbouwkunde (aan de Haagse Hogeschool)

Niveau 1 Competenties uit het curriculum HBO Werktuigbouwkunde (aan de Haagse Hogeschool) Niveau 1 Competenties uit het curriculum HBO Werktuigbouwkunde (aan de Haagse Hogeschool) 1. Analyseren: Behaald 1 2 Ontwerpen: Behaald 2 3 Realiseren: Behaald 3 4 Beheren: Onbehaald 4 5 Managen: Onbehaald

Nadere informatie

Samenvatting. Verkenning Prioriteiten e Justitie

Samenvatting. Verkenning Prioriteiten e Justitie Verkenning Prioriteiten e Justitie De Raad Justitie en Binnenlandse zaken van de EU heeft in november 2008 het eerste Meerjarenactieplan 2009 2013 voor Europese e justitie opgesteld. Op 6 december 2013

Nadere informatie

!;j FSC Mixed Sourees Pro du ctg roepuitgoed beheerde bonenenande regeçon trolee n:le bronnen. De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer

!;j FSC Mixed Sourees Pro du ctg roepuitgoed beheerde bonenenande regeçon trolee n:le bronnen. De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer gem ee nt e Haarlemmermeer De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Bezoekadres: Raad huisplein 1 Hoofddorp Telefoon 0900 1852 Telefax 023 563 95 50 Staf Bestuur en

Nadere informatie

GS brief aan Provinciale Staten

GS brief aan Provinciale Staten GS brief aan Provinciale Staten Contact: L.Garnie@pzh.nl Postadres Provinciehuis Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070-441 66 11 www.zuid-holland.nl Aan Provinciale Staten Datum 1 juni 2017 Ons kenmerk

Nadere informatie

1. Soorten wetenschappelijke informatiebronnen

1. Soorten wetenschappelijke informatiebronnen 1. Soorten wetenschappelijke informatiebronnen Wanneer je als student in het hoger onderwijs de opdracht krijgt om te zoeken naar wetenschappelijke informatie heb je de keuze uit verschillende informatiebronnen.

Nadere informatie

28-10-2015. Je kunt deze presentatie na afloop van de les downloaden.

28-10-2015. Je kunt deze presentatie na afloop van de les downloaden. Docent: Marcel Gelsing Je kunt deze presentatie na afloop van de les downloaden. Ga naar: www.gelsing.info Kies voor de map Eindopdrachten Download: Integrale eindopdracht Fase 1.pdf Les 1: fase 1 en 2

Nadere informatie

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij 10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij 10.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat gedetailleerde informatie over de doelstellingen, eindkwalificaties en opbouw van de Masteropleiding Filosofie & Maatschappij.

Nadere informatie

ELEKTRICITEITSBRONNEN IN NEDERLAND. Attitude van de Nederlander in kaart gebracht. Onderzoek in opdracht van de Nederlandse Wind Energie Associatie

ELEKTRICITEITSBRONNEN IN NEDERLAND. Attitude van de Nederlander in kaart gebracht. Onderzoek in opdracht van de Nederlandse Wind Energie Associatie ELEKTRICITEITSBRONNEN IN NEDERLAND Attitude van de Nederlander in kaart gebracht Onderzoek in opdracht van de Nederlandse Wind Energie Associatie COLOFON Uitgevoerd in opdracht van: Nederlandse Wind Energie

Nadere informatie

Imago en draagvlak. Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug SAMENVATTING RAPPORTAGE

Imago en draagvlak. Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug SAMENVATTING RAPPORTAGE Imago en draagvlak SAMENVATTING RAPPORTAGE Imago en draagvlak Samenvatting rapportage Bureau Verten Onderzoek uw partner in onderzoek www.vertenonderzoek.nl e-mail: verten.onderzoek@inter.nl.net postadres:

Nadere informatie

Geef starters een kans! Vind voor goedkope woningen tussen stad en platteland een balans!

Geef starters een kans! Vind voor goedkope woningen tussen stad en platteland een balans! Geef starters een kans! Vind voor goedkope woningen tussen stad en platteland een balans! Onderzoek naar de doorwerking van het Rijksbeleid van goedkope woningen in het beleid van de Gemeente Bronckhorst

Nadere informatie

1

1 1 2 3 4 5 6 7 8 - - - 9 10 o o 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 Toetsingskader scriptie master Financieel recht SCRIPTIE BEOORDELINGSFORMULIER MASTER FINANCIEEL RECHT Uitleg beoordelingsformulier

Nadere informatie

Format beoordelingsformulier FEM voor geschreven afstudeerwerk: de afstudeeropdracht Toelichting over het gebruik van het formulier:

Format beoordelingsformulier FEM voor geschreven afstudeerwerk: de afstudeeropdracht Toelichting over het gebruik van het formulier: Bijlage bij Andriessen, D. en Van der Marel, I. (2015) Beoordelingsmodel voor eindwerkstukken voor een Faculteit Economie & Manage-ment in het hbo. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, Jaargang 33, Nr. 2,

Nadere informatie

Opm: Bij een onvoldoende beoordeling is het invullen van het veld opmerkingen door de begeleider verplicht.

Opm: Bij een onvoldoende beoordeling is het invullen van het veld opmerkingen door de begeleider verplicht. Beoordeling I: Het Plan van Aanpak (eerste versie) Datum: 1. Past het onderwerp in het profiel - aangeven bij welke vakken het werkstuk aansluit - zijn de vakken herkenbaar in het plan on ed Afspraken

Nadere informatie

ONDERZOEK VOOR JE PROFIELWERKSTUK HOE DOE JE DAT?

ONDERZOEK VOOR JE PROFIELWERKSTUK HOE DOE JE DAT? ONDERZOEK VOOR JE PROFIELWERKSTUK HOE DOE JE DAT? Wim Biemans Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Economie & Bedrijfswetenschappen 4 juni, 2014 2 Het doen van wetenschappelijk onderzoek Verschillende

Nadere informatie

Kennisdeling in lerende netwerken

Kennisdeling in lerende netwerken Kennisdeling in lerende netwerken Managementsamenvatting Dit rapport presenteert een onderzoek naar kennisdeling. Kennis neemt in de samenleving een steeds belangrijker plaats in. Individuen en/of groepen

Nadere informatie

1 Inleiding. 1.1 De thematiek

1 Inleiding. 1.1 De thematiek 1 Inleiding 1.1 De thematiek Voor ondernemers is de relatie tussen organisatie en markt van cruciaal belang. De organisatie ontleent haar bestaansrecht aan de markt. De omzet wordt tenslotte op de markt

Nadere informatie

opvolgingsonderzoek re-integratie en voortijdig schoolverlaten

opvolgingsonderzoek re-integratie en voortijdig schoolverlaten opvolgingsonderzoek re-integratie en voortijdig schoolverlaten juli 2012 1 inleiding 1-1 aanleiding De rekenkamer voert onderzoeken uit naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het

Nadere informatie

Onderzoek naar een sluitend schoolaanbod voor jongeren met ASS die uitvallen binnen het speciaal onderwijs.

Onderzoek naar een sluitend schoolaanbod voor jongeren met ASS die uitvallen binnen het speciaal onderwijs. Onderzoek naar een sluitend schoolaanbod voor jongeren met ASS die uitvallen binnen het speciaal onderwijs. Afstudeerproject - Master Pedagogiek School of Health, Hogeschool Inholland C.C.A (Claudine)

Nadere informatie

B en W-voorstel. R. König 2. Wonen en woonomgeving. 28 september 2010 3. ter kennisneming in oriënterende raad

B en W-voorstel. R. König 2. Wonen en woonomgeving. 28 september 2010 3. ter kennisneming in oriënterende raad B en W-voorstel portefeuillehouder begrotingsprogramma R. König 2. Wonen en woonomgeving b en w-vergadering agendapunt bijlage(n) 28 september 2010 3 rol raad ter kennisneming in oriënterende raad onderwerp

Nadere informatie

Overzicht van tabellen 13. Overzicht van figuren 15. Voorwoord 17. Inleiding 19

Overzicht van tabellen 13. Overzicht van figuren 15. Voorwoord 17. Inleiding 19 Inhoudsopgave Overzicht van tabellen 13 Overzicht van figuren 15 Voorwoord 17 Inleiding 19 Ontwikkelingen in het Hoger Beroepsonderwijs 19 Praktijkgericht Onderzoek 21 De focus van dit boek 23 De structuur

Nadere informatie

Bestedingskader middelen Stedelijke Herontwikkeling

Bestedingskader middelen Stedelijke Herontwikkeling Bestedingskader middelen Stedelijke Herontwikkeling Inleiding Stedelijke herontwikkeling Voor de ruimtelijke ontwikkeling van Utrecht is de Nieuwe Ruimtelijke Strategie opgesteld die in 2012 door de Raad

Nadere informatie

Docent Kunsteducatie in de schijnwerpers

Docent Kunsteducatie in de schijnwerpers Docent Kunsteducatie in de schijnwerpers Master-thesis over de werkwijze van de docent kunsteducatie in het VMBO en VWO Tirza Sibelo Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen Richting: Sociologie

Nadere informatie

De ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking Jacqueline H.P. Vrolijk Adviseur ruimtelijk beleid en omgevingsjurist Inleiding seminar 10 maart 2015 Waarom de ladder? Andere tijden: Einde aan decennia van groei

Nadere informatie

Factsheet Competenties Ambtenaren

Factsheet Competenties Ambtenaren i-thorbecke Factsheet Competenties Ambtenaren Competenties van gemeenteambtenaren - nu en in de toekomst kennis en bedrijf Gemeenten werken steeds meer integraal en probleemgestuurd aan maatschappelijke

Nadere informatie

OVERZICHTSNOTITIE INZENDINGEN

OVERZICHTSNOTITIE INZENDINGEN OVERZICHTSNOTITIE INZENDINGEN Deze notitie behandelt enkele conclusies op hoofdlijnen, gebaseerd op de 36 inzendingen die zijn ingediend voor de pilot woonconcepten voor EU-arbeidsmigranten. Positieve

Nadere informatie

Eindkwalificaties van de bacheloropleiding Geschiedenis

Eindkwalificaties van de bacheloropleiding Geschiedenis Eindkwalificaties van de bacheloropleiding Geschiedenis Afgestudeerden van de opleiding hebben de onderstaande eindkwalificaties bereikt: I. Kennis Basiskennis en inzicht: 1. kennis van en inzicht in het

Nadere informatie

Regionale behoefteraming Brainport Industries Campus Eindhoven

Regionale behoefteraming Brainport Industries Campus Eindhoven Regionale behoefteraming Brainport Industries Campus Eindhoven 23 juni 2015 Managementsamenvatting Status: Managementsamenvatting Datum: 23 juni 2015 Een product van: Bureau Stedelijke Planning bv Silodam

Nadere informatie

De SYSQA dienst auditing. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van SYSQA B.V.

De SYSQA dienst auditing. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van SYSQA B.V. De SYSQA dienst auditing Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 8 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER... 3

Nadere informatie

Onderzoek Module 10.3 Het empirisch onderzoek ontwerpen. Master Innovation & Leadership in Education

Onderzoek Module 10.3 Het empirisch onderzoek ontwerpen. Master Innovation & Leadership in Education Onderzoek Module 10.3 Het empirisch onderzoek ontwerpen Master Innovation & Leadership in Education Leerdoelen Aan het eind van deze lesdag heb je: Kennis van de dataverzamelingsmethodes vragenlijstonderzoek,

Nadere informatie

Het realiseren en exploiteren van een Multifunctionele Accommodatie - een financieel model ter ondersteuning - Masterthesis

Het realiseren en exploiteren van een Multifunctionele Accommodatie - een financieel model ter ondersteuning - Masterthesis Het realiseren en exploiteren van een Multifunctionele Accommodatie - een financieel model ter ondersteuning - Masterthesis Marten ter Haar BA Financial Management 09-12-2010 COLOFON Titel: Student: Universiteit:

Nadere informatie

The Impact of the ECHR on Private International Law: An Analysis of Strasbourg and Selected National Case Law L.R. Kiestra

The Impact of the ECHR on Private International Law: An Analysis of Strasbourg and Selected National Case Law L.R. Kiestra The Impact of the ECHR on Private International Law: An Analysis of Strasbourg and Selected National Case Law L.R. Kiestra Samenvatting Dit onderzoek heeft als onderwerp de invloed van het Europees Verdrag

Nadere informatie