Adviesdocument 488. Project: Onderzoeksagenda archeologie gemeente Nieuwegein. Projectcode: 15095NIVI2. Opdrachtgever: Gemeente Nieuwegein

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Adviesdocument 488. Project: Onderzoeksagenda archeologie gemeente Nieuwegein. Projectcode: 15095NIVI2. Opdrachtgever: Gemeente Nieuwegein"

Transcriptie

1 Adviesdocument 488 Project: Onderzoeksagenda archeologie gemeente Nieuwegein Projectcode: 15095NIVI2 Opdrachtgever: Gemeente Nieuwegein Datum: 14 september 2011 Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 1

2 ADVIESDOCUMENT: DE ONDERZOEKSAGENDA ARCHEOLOGIE GEMEENTE NIEUWEGEIN 1 Inleiding Waarom een Nieuwegeinse onderzoeksagenda? Opzet van de Nieuwegeinse onderzoeksagenda Onderzoeksvragen in AMZ-proces Bureauonderzoek Vragen inventariserende fase Vragen archeologische begeleiding Vragen opgravingen en synthetiserend onderzoek De Vroege Prehistorie Bewoningsgeschiedenis Kennis en kennislacunes Onderzoeksthema en -vragen De Late Prehistorie Bewoningsgeschiedenis Kennis en kennislacunes Onderzoeksthema s en -vragen De Romeinse tijd Bewoningsgeschiedenis Kennis en kennislacunes Onderzoeksthema s en -vragen Middeleeuwen en Nieuwe tijd Bewoningsgeschiedenis Kennis en kennislacunes Onderzoeksthema s en -vragen Tweede Wereldoorlog Onderzoeksvragen Literatuur...21 Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 2

3 1 Inleiding 1.1. Waarom een Nieuwegeinse onderzoeksagenda? Met de invoering van de Wamz in 2007 ligt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief grotendeels bij de Nederlandse gemeenten. De eerste belangrijke stap van een gemeente bij het vormgeven van deze taak is het borgen van de archeologie in het bestemmingsplan op basis van de archeologische verwachtings- en waardenkaart en daaruit voortvloeiende beleidskaart. De gemeente Nieuwegein heeft met het laten opstellen van de kaart (Kloosterman & Sprangers, 2010) aan de eerste voorwaarde voor een zelfstandig archeologiebeleid voldaan. Op basis van het bestemmingsplan kan de gemeente vervolgens archeologisch onderzoek als voorwaarde bij de verlening van bijvoorbeeld bouwvergunningen opleggen. Om sturing te geven aan dit archeologisch onderzoek is een onderzoeksagenda een noodzakelijk instrument. Daarbij faciliteert de onderzoeksagenda twee doelen: 1. Ten eerste vormt het input voor Programma s van Eisen (PvE S), waarin de eisen staan verwoord, die de gemeente aan archeologisch onderzoek stelt. Een PvE is een inhoudelijk document waarin het doel, de vraagstelling en de uitvoeringswijze van een archeologisch veldonderzoek en specialistisch onderzoek verwoord staan, alsook de randvoorwaarden van het onderzoek, bijvoorbeeld met betrekking tot de omgang met het vondstmateriaal (KNA 3.2, Centraal College van Deskundigen, 2010). 2. Daarnaast kan een onderzoeksagenda richting geven aan synthetiserend onderzoek binnen de gemeente. Archeologisch onderzoek moet namelijk niet alleen als een verplichting bij bouwplannen worden gezien, maar het onderzoek dat in de gemeente Nieuwegein wordt uitgevoerd moet samengevoegd op den duur ook leiden tot kennisvermeerdering over het bodemarchief in de gemeente. De gemeente kan bijvoorbeeld eens per paar jaar een synthetiserend onderzoek op basis van het in de gemeente uitgevoerde archeologische onderzoek, waaronder ook nooit uitgewerkt en door amateur-archeologen uitgevoerd onderzoek, en nieuwe inzichten op regionaal of nationaal niveau laten uitvoeren. Aan de hand van dit onderzoek kunnen geïnteresseerden in de gemeente kennis nemen van de nieuwe inzichten in het bodemarchief van de gemeente. Een gevolg van het synthetiserend onderzoek kan ook zijn dat de gemeentelijke beleidskaart of onderliggende kaarten aangepast worden. 1.2 Opzet van de Nieuwegeinse onderzoeksagenda De archeologische monumentenzorg (AMZ) volgt een vast proces (Kloosterman & Sprangers, 2010: bijlage 2, paragraaf 4.3 e.v.). Dit proces is opgebouwd uit een aantal stappen met elk een eigen doel. Dit doel wordt bereikt door het verzamelen van gegevens (door middel van bureau- of veldonderzoek) en vervolgens het beantwoorden van een aantal vragen. Voor de inventariserende fase (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek) is er een aantal vragen, die op (bijna) elk plangebied van toepassing zijn. Deze vragen zijn weergegeven in paragraaf 2. De onderzoeksvragen die toepasbaar zijn in PvE s voor opgravingen en voor synthetiserend onderzoek zijn afgeleid van de volgende bronnen: Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 3

4 - De Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA). In de volgende paragraaf wordt kort aangegeven wat de NOaA precies is; - De heer R. van der Mark van de Historische Kring Nieuwegein; - Blijdenstijn, R., Tastbare tijd: cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht. Amsterdam; - Kloosterman, P. & J. Sprangers, Een gestapeld verleden. Gemeente Nieuwegein, een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. RAAP-rapport RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. De NOaA De NOaA is in 2006 gelanceerd als gezamenlijk product van alle partijen in het archeologische veld (universitaire archeologie, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, gemeentelijke en provinciale archeologen, archeologische bedrijven). Er is voor gekozen de NOaA op een website weer te geven (www.noaa.nl). De website bestaat uit hoofdstukken over alle vormen van archeologisch onderzoek op Nederlands grondgebied, onderverdeeld naar regio, archeologische periode of thema. Elk hoofdstuk is het product van een team van specialisten die thema s geformuleerd hebben waaraan nieuw uitvoerend onderzoek een bijdrage kan leveren. In de NOaA is Nederland opgedeeld in 17 zogenaamde archeoregio s. Een archeoregio is een gebied waarbinnen zowel sprake is van een globaal verband tussen landschap en bewoningsgeschiedenis als tussen landschapsvormende processen en het ontstaan van archeologische vindplaatsen, en het bodemarchief in het algemeen. De gemeente Nieuwegein ligt in archeoregio 13, Het Utrechts Gelders rivierengebied (Lauwerier & Lotte (red.), 2002). In elk NOaA-hoofdstuk worden relevante onderzoeksthema s op (inter-)nationaal niveau gegeven, gevolgd door een deel waarin wordt aangegeven hoe de gepresenteerde thema s kunnen worden geoperationaliseerd in uitvoerend onderzoek. Op dit laatste zijn de gemeentelijke onderzoeksthema s gebaseerd, die dus zouden kunnen bijdragen aan de (inter-)nationale onderzoeksthema s. Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 4

5 2 Onderzoeksvragen in AMZ-proces In het onderstaande is per stap in het AMZ-proces een aantal vragen gegeven, die gesteld kunnen worden bij het betreffende type onderzoek. Dit zijn vragen die standaard minimaal bij het type onderzoek gesteld worden. Deze worden eventueel aangevuld met voor de regio of locatie specifieke vragen. 2.1 Bureauonderzoek - Wat is het huidige gebruik van het plangebied? - Wat was de historische situatie en is er sprake van mogelijke verstoringen? - Welke archeologische en aardwetenschappelijke waarden zijn er bekend? - Welke gespecificeerde verwachting voor archeologische resten kan voor het plangebied worden opgesteld? 2.2 Vragen inventariserende fase Vragen verkennende fase - Welke bodemopbouw kent het plangebied? - In welke mate is de bodem verstoord? - Tot welke archeologische verwachting leidt dit? Vragen karterende fase - Zijn er archeologische vindplaatsen binnen het plangebied aanwezig of te verwachten? - Van welke ouderdom zijn deze vindplaatsen? - Wat is de horizontale begrenzing, de ligging en de omvang van de vindplaats/archeologische resten? - Wat is de diepteligging, de dikte en de stratigrafische positie van de archeologische laag waarin de archeologische indicatoren zijn aangetroffen? Vragen waarderende fase - Wat is de aard, datering en conserveringstoestand van de archeologische laag/grondsporen? - Is er sprake van een behoudenswaardige vindplaats conform Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA Landbodems 3.2, 2.3 Vragen archeologische begeleiding Een archeologische begeleiding kan op verschillende momenten in het AMZ-proces plaatsvinden. Conform Protocol 4007 Archeologische Begeleiding (KNA versie 3.2) kan de uitvoering van een archeologische begeleiding de volgende aanleiding hebben: 1. Wanneer het als gevolg van fysieke belemmeringen niet mogelijk is om adequaat vooronderzoek te doen; Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 5

6 2. Wanneer er op grond van de beschikbare archeologische informatie wordt geconcludeerd dat het doen van een opgraving niet (meer) nodig is, maar men toch graag het zekere voor het onzekere wil nemen; 3. Wanneer sprake is van bijzondere onderzoeksvragen bij uitvoeringstrajecten. 4. Een AB kan ook uitgevoerd worden buiten de AMZ-praktijk, namelijk daar waar het gewaardeerde terreinen betreft. Dit zijn bijvoorbeeld wettelijk beschermde monumenten. Het gaat hierbij altijd om beperkte bodemingrepen. Het protocol AB kan in deze situaties gebruikt worden. In zo n geval is sprake van een archeologische begeleiding bij beperkte verstoring (AB-bv). De vragen die opgenomen kunnen worden in het PvE voor een archeologische begeleiding zijn de volgende: - Zijn tijdens de graafwerkzaamheden archeologische waarden of resten aangetroffen, die inzicht kunnen geven in de bewoningsgeschiedenis van het plangebied? - Wat is de exacte locatie van de archeologische resten? - Wat is de aard, datering en kwaliteit van de aangetroffen archeologische resten? - Zijn tijdens de graafwerkzaamheden archeologische waarden of resten aangetroffen, die inzicht kunnen geven in de bewoningsgeschiedenis van het plangebied? - Wat is de exacte locatie van de archeologische resten? - Wat is de diepte (t.o.v maaiveld) en de hoogteligging (t.o.v. NAP) van de archeologische resten? - Wat is de geologische context van de aangetroffen archeologische resten? - Wat is de aard, datering en kwaliteit van de aangetroffen archeologische resten? - Hoe kunnen de aangetroffen archeologische resten worden gewaardeerd? - Wat is de globale omvang van de archeologische resten in het horizontale vlak? - Wat kan op basis van de resultaten van de archeologische begeleiding worden gezegd over de archeologische verwachting van de wijdere omgeving? 2.4 Vragen opgravingen en synthetiserend onderzoek Welke vragen er gesteld worden bij een opgraving is sterk afhankelijk van de resultaten van het vooronderzoek en dus de aard van de vindplaats en alle bijbehorende kenmerken. Om enigszins richting te geven aan mogelijke onderzoeksvragen zijn uit de NOaA-hoofdstukken die het Utrechts- Gelders rivierengebied behandelen, voor de gemeente Nieuwegein relevante onderzoeksthema s en - vragen geselecteerd. Deze thema s en vragen zijn ook bruikbaar voor synthetiserend onderzoek. Ze zijn weergegeven in de volgende paragrafen, die elk een periode behandelen. De onderzoeksthema s en -vragen van de Middeleeuwen en Nieuwe tijd zijn aangevuld met informatie uit de cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht (Blijdenstijn, 2005). Elke paragraaf in het onderstaande over een bepaalde periode kent de volgende opbouw: - Een beschrijving van de bewoningsgeschiedenis, overgenomen uit: Kloosterman & Sprangers, Wat is er bekend over de genoemde periode in de gemeente Nieuwegein? Wat zijn de kennislacunes? - Relevante thema s, deels ontleend aan de NOaA, en bijbehorende onderzoeksvragen. Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 6

7 3 De Vroege Prehistorie 3.1 Bewoningsgeschiedenis Paleo- en Mesolithicum Het Midden Paleolithicum is gezien de vormingsdatum van het dekzandlandschap (Pleniglaciaal; voor Chr.) de vroegste periode waaruit in de gemeente Nieuwegein vondsten kunnen worden verwacht. Karakteristiek voor de periode Paleolithicum - Mesolithicum was de menselijke leefwijze in de vorm van jagen, vissen en verzamelen. Gemeenschappen van de zogenaamde jagers-verzamelaars bestonden uit kleine familiegroepen die niet langdurig in een nederzetting woonden, maar op seizoensbasis, of vaker, naar nieuwe woonlocaties uitweken. De beschikbaarheid van voedsel vormde waarschijnlijk een belangrijke reden voor deze manier van leven. Eventuele archeologische resten (hoofdzakelijk kampementen) van jagers-verzamelaars worden dan ook met name verwacht in die gebieden waar verschillende voedselbronnen op korte afstand van elkaar te vinden waren. Als gevolg van weersinvloeden, bodemfauna en doorworteling bestaan de vindplaatsen uitsluitend uit een strooiing van stukken vuursteen en eventueel enige opgevulde kuilen met houtskool en verbrand bot. De omvang van de vindplaatsen kan sterk variëren van enkele tot duizenden vierkante meters. Er staan van de gemeente Nieuwegein geen vondsten uit het Paleo- en Mesolithicum geregistreerd die in een landschappelijke context gevonden zijn. Wel zijn vuurstenen werktuigen en honderden afslagen aangetroffen in de put van Weber bij Jutphaas (zandwinningsput) op een diepte van 27 m beneden maaiveld (Ooyevaar, 1990). Hoewel deze vondsten de aanwezigheid van menselijke activiteit bevestigen, geeft het vanwege de vondstomstandigheden geen direct bewijs voor bewoning. Neolithicum Het Neolithicum is in Nederland de periode die wordt gekenmerkt door een omschakeling van een voedselverzamelende naar een voedselproducerende economie. Boerenkolonisten uit Midden-Europa introduceerden rond 5300 voor Chr. in Zuid-Limburg de landbouwcultuur Lineaire Bandkeramiek en produceerden daar hun eigen voedsel. Het jagen, vissen en verzamelen was hiermee niet ten einde, maar ging een steeds minder belangrijke rol spelen in de voedselvoorziening ten gunste van het telen van cultuurgewassen en het houden van gedomesticeerde dieren. Deze geleidelijke omslag ging gepaard met een aantal technologische en sociale vernieuwingen zoals het wonen op een vaste plek (sedentarisatie), de introductie van geslepen stenen, dissels en bijlen en het gebruik van aardewerk van gebakken klei. Daarnaast had de productie van voedseloverschotten tot gevolg dat er bevolkingsgroei mogelijk was. De samenleving werd mede daardoor in sociale zin steeds complexer, hetgeen archeologisch tot uiting komt in een toenemende sociale stratificatie, waarneembaar in inventarissen van grafvelden. Vondsten uit het Neolithicum in de gemeente Nieuwegein betreffen enkel losse vondsten die niet in landschappelijke context gevonden zijn. Zo beschrijft Ooyevaar (1990) een losse vondst (afgesneden Edelhertengewei) afkomstig uit een overslaggrond (dijkdoorbraakafzetting) en is bij het Kerkveld te Jutphaas een topfragment van een vuurstenen bijl gevonden bij een opgraving van Romeinse resten (Kloosterman & Sprangers, 2010: RAAP-catalogusnummer 24). Er zijn geen vondsten bekend van nederzettingsterreinen. Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 7

8 3.2 Kennis en kennislacunes Duidelijk is dat de gehele Vroege Prehistorie een kennislacune is in de gemeente Nieuwegein. De vondsten zonder context geven wel aan dat er in deze periode menselijke activiteit is geweest in het gebied van de gemeente, maar meer ook niet. Het accent zal bij archeologisch onderzoek naar de Vroege Prehistorie dan ook meer liggen op het inventariseren van de ligging en omvang van de eventuele vindplaatsen, waarbij kennis over het pleistocene landschap en de eerste stroomgordels van belang is. Daarom richten de onderzoeksvragen zich vooral op het landschap en zijn vooral inventariserend van aard. Mocht het daadwerkelijk tot een opgraving van resten uit deze periode komen, dan is het raadzaam het betreffende hoofdstuk uit de NOaA te raadplegen. 3.3 Onderzoeksthema en -vragen De meeste onderzoeksthema s die in de NOaA vermeld worden, zijn niet goed bruikbaar voor de gemeente Nieuwegein. De geformuleerde thema s gaan namelijk vooral uit van de aanwezigheid van vindplaatsen. Er zijn daarom slechts twee onderzoeksthema overgenomen (Deeben e.a., 2006). Thema: de wordingsgeschiedenis van het landschap - Hoe zag het paleoreliëf van het pleistocene dekzandlandschap eruit en hoe diep ligt het? Hoe ontwikkelde het landschap aan het begin van het Holoceen zich? Hoe diep liggen de oudere stroomgordels? - Hoe zag het landschap en de vegetatie er toentertijd uit? - Wat zegt dit over een mogelijke aan- of afwezigheid van archeologische en paleo-ecologische resten? - Wat vertellen de vondsten uit deze periode uit (eventuele nieuwe) zand- en grindwinningsgaten? Thema: archeologische verschijningsvormen van huishouden en lokale gemeenschap - Waar bevinden zich de kleine activiteitsgebieden of kampementen van mobiele jagers en verzamelaars? - Hoe zijn de vuurstenen artefacten verspreid? Welke informatie geeft de mobiliteit van deze artefacten? - Hoe maakten de vroeg-agrarische gemeenschappen gebruik van huis en erf? Hoe was het huishouden georganiseerd? - Welke huisconstructies werden gebruikt? - Zijn er begravingen en religieuze locaties in de omgeving van de nederzetting? Wat vertellen deze over de bewoners? - Is er sprake van configuraties van grondsporen of stenen die duiden op structuren, zoals hutten, tenten of andere faciliteiten (bijv. windschermen, droogrekken, opslagkuilen)? - Zijn er oppervlaktehaarden, kuilhaarden en andere stookplaatsen aanwezig en wat zijn hun kenmerken? Wat is de archeologische neerslag in de directe omgeving van de haarden? Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 8

9 4 De Late Prehistorie 4.1 Bewoningsgeschiedenis De Late Prehistorie loopt van het Laat Neolithicum tot en met de IJzertijd (ca voor Chr.). Laat Neolithicum De bekende Nederlandse vindplaatsen uit het Laat Neolithicum (ca voor Chr.) doen vermoeden dat in deze periode een voorkeur bestond voor hoger gelegen terreinen aan de randen van het veengebied, zoals strandwallen, oeverwallen en donken. Dit blijkt onder andere uit vindplaatsen die behoren tot de Vlaardingencultuur, aangetroffen bij Vlaardingen. Concreet voor de gemeente Nieuwegein geldt dus dat het ontstaan van de eerste rivierlopen, de Benschop en de Wiersch, een belangrijke landschappelijke ontwikkeling was, die nieuwe perspectieven bood voor de neolithische bewoning. In de gemeente Nieuwegein zijn geen vindplaatsen bekend uit deze periode. Brons- en IJzertijd Economisch gezien lijkt de Bronstijd (ca voor Chr.) in veel opzichten op het Laat Neolithicum. Landbouw aangevuld met jacht en visserij vormde de belangrijkste bestaanswijze. Nieuw is, naast het gebruik van stenen gebruiksvoorwerpen, de introductie van brons. Aangezien er in Nederland geen koper- en tinertsen voor handen waren, gaat men ervan uit dat de vroege bronzen voorwerpen van elders geïmporteerd zijn (Van Ginkel & Verhart, 2009). In de gemeente Nieuwegein is één losse vondst uit de Bronstijd bekend (Kloosterman & Sprangers, 2010: RAAP-catalogusnummer 6). Het betreft twee (onderdelen van) bronzen zwaarden die in nabijheid van elkaar aangetroffen zijn en die bij baggerwerkzaamheden in naar boven zijn gekomen. In de IJzertijd, die rond 800 voor Chr. begint, worden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. IJzer verving brons steeds meer als materiaal voor de productie van werktuigen en wapens. In tegenstelling tot de bronshandel, die over lange afstanden plaatsvond, ontstond een inheemse ijzerproductie uit ijzeroerbanken. Ten opzichte van de Bronstijd traden in deze periode verder geen significante vernieuwingen op. Evenals in de voorgaande periode woonden de mensen in verspreid liggende hoeven of in nederzettingen bestaande uit enkele huizen; deze werden binnen een beperkt gebied nogal eens verplaatst. In de gemeente Nieuwegein zijn vrijwel geen nederzettingen bekend uit de Vroege IJzertijd. Dit is te wijten aan de steeds natter wordende leefomgeving in deze periode. De Jutphaasstroomgordel, actief vanaf het Midden Neolithicum tot aan de Late Bronstijd, lijkt gezien de aangetroffen bewoningssporen pas vanaf de Late IJzertijd in gebruik genomen te zijn als leefgebied. Waarschijnlijk vormden de bedding- en oeverafzettingen op dat moment een relatief hoger gelegen terrein waarop gewoond kon worden. Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 9

10 4.2 Kennis en kennislacunes Tot de Late IJzertijd geldt voor het grondgebied van de gemeente Nieuwegein hetzelfde als voor de Vroege Prehistorie: de gehele periode is een kennislacune. Voor het gehele Utrechts Gelderse rivierengebied geldt dit, behalve voor de Midden Bronstijd waarvan een aantal nederzettingsterreinen is opgegraven (o.a. Zijderveld in gemeente Vianen). Over de Late IJzertijd is in het Utrechts Gelders rivierengebied daarentegen veel meer bekend, omdat de inheems-romeinse nederzettingen vaak een oudere fase bevatten (Gerritsen e.a., 2005). In de gemeente Nieuwegein zijn dan ook verschillende nederzettingsterreinen met een Late IJzertijd-component bekend, maar er heeft nooit een opgraving van een gehele nederzetting plaatsgevonden. Over andere complextypen zoals grafvelden en religieuze locaties is helemaal niets bekend. 4.3 Onderzoeksthema s en -vragen Thema: de wordingsgeschiedenis van het landschap - Hoe ontwikkelde zich het landschap in deze periode? - Hoe zag het landschap en de vegetatie er toentertijd uit? - Wat zegt dit over een mogelijke aan- of afwezigheid van archeologische en paleo-ecologische resten? Thema: de ontwikkeling van het laat-prehistorische cultuurlandschap - Hoe richtte men de ruimte rondom de huisplaats in? In hoeverre werd men daarbij geleid door het landschap? - Werd de huisplaats, na het in onbruik raken, nog steeds bezocht? Wat deed men daar en welke betekenis kan daaraan verbonden worden? - Hoe onderhield men contact met elkaar, via water of via wegen over land? Thema: archeologische verschijningsvormen van huishouden en lokale gemeenschap - Hoe richtte men het erf in en hoe gebruikte men de ruimte? - Welke huistypen worden aangetroffen? Is er sprake van meerdere bewoningsfasen? - Hoe maakte men gebruik van het landschap buiten de vindplaats? Waar kunnen de grafvelden zich bevinden? Waar kunnen cultusplaatsen en deposities zich bevinden? - Welke informatie geven de graven over de bewoners van een nederzetting? Thema: productie, distributie en gebruik van mobilia - In hoeverre was er sprake van locale vervaardiging van gebruiksgoederen (aardewerk, vuurstenen en natuurstenen werktuigen)? In hoeverre was er sprake van geïmporteerde grondstoffen en gebruiksgoederen? Thema: productie en distributie van voedsel - Hoe zag het dieet van de bewoners van de huisplaats(en) eruit? Wat was de verhouding tussen akkerbouw en veeteelt? Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 10

11 - Waar werden de gewassen verbouwd? Wat was de omvang van de akkers en hoe lang bleven ze in gebruik? - Welke leeftijdsopbouw en soortenvariatie kende de (eventuele) veestapel? Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 11

12 5 De Romeinse tijd 5.1 Bewoningsgeschiedenis Rond 50 voor Chr. verschenen Romeinse legioenen onder leiding van Caesar in onze streken. Het duurde echter nog tot 12 voor Chr. voordat een deel van het huidige Nederland deel uitmaakte van het Romeinse rijk. Vanaf ongeveer 40 na Chr. vormde de loop van de (Oude) Rijn de noordelijke grens (limes) van het Romeinse Rijk (Jansen & De Kort., 2004). Ter verdediging werden langs deze limes forten (castella) gebouwd. Deze castella bevonden zich onder meer bij (van oost naar west): Bunnik- Vechten (Fectio), Utrecht (Traiectum), De Meern, Woerden (Laur[i]um), Zwammerdam (Nigrum Pullum), Alphen aan den Rijn (Albaniana), Leiden-Roomburg (Matilo), Valkenburg (Praetorium Agrippinae) en Katwijk (Lugdunum). De forten waren met elkaar verbonden door een weg (via militaris of limes-weg), die ongeveer de zuidelijke oeverwallen van de Rijn volgde. De systematische aanleg van wegen was iets nieuws. Deze werden aangelegd met het militaire belang voor ogen: betere transportmogelijkheden voor troepen en materieel. De gemeente Nieuwegein vormt in feite het agrarische achterland van de limes. Daar werd de inheemse leefwijze gehandhaafd, maar met zichtbare Romeinse invloeden. Zo is in de agrarische nederzettingen Romeins importaardewerk in gebruik naast de lokaal vervaardigde potten. In de gemeente Nieuwegein bestond het bewoonbare Romeinse landschap uit hooggelegen zandige ruggen. Concreet zijn dit de fossiele stroomgordels Jutphaas en Blok, die behalve door hun relatief hoge ligging ook gekenmerkt worden door de aanwezigheid van restgeulen: de laatste watervoerende geulen van een rivierbedding. De restgeulen vormden natuurlijke kanalen die vaak nog vele eeuwen bevaarbaar kunnen zijn geweest alvorens volledig te verlanden. De Lek en Hollandse IJssel waren daarnaast in (een deel van) de Romeinse tijd actief en zijn tegenwoordig nog steeds watervoerend. Er zijn in de gemeente Nieuwegein relatief veel oppervlaktevondsten en losse vondsten bekend die dateren uit de periode Late IJzertijd - Romeinse tijd (zie vindplaatsencatalogus). Een voorbeeld van een inheems-romeinse nederzetting is een op zich staande boerderij met een omheiningsgreppel (zie RAAP-catalogusnummer 13). Bewoningssporen buiten die greppel zijn nauwelijks aangetroffen, terwijl toch enkele bouwputten in de onmiddellijke omgeving daarvan hiervoor bekeken zijn. De huisplattegrond kwam in 1977 in put 6 te voorschijn. De boerderij dateert uit de tweede helft van de 2e eeuw tot begin 3e eeuw na Chr. Van de ruim scherven was ongeveer 26% inheems en 74% Romeins gedraaid. Vermoedelijk waren er intensieve contacten met de Romeinse legerplaatsen langs de limes. 5.2 Kennis en kennislacunes In de gemeente Nieuwegein zijn relatief veel oppervlaktevondsten en losse vondsten bekend. In Batau- Noord is een boerderij met bijgebouwen opgegraven, maar ook op andere locaties zijn delen van nederzettingen opgegraven, zoals de recente opgraving bij Blokhoeve (Blom & Van der Feijst (red.), 2010). Dit toont wel aan dat op het grondgebied van de gemeente Nieuwegein veel activiteit in de Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 12

13 Romeinse tijd is geweest. Al zijn deze opgravingen beperkt van omvang geweest, het aangetroffen materiaal laat wel bepaalde mate van romanisering zien. Een grootschalige opgraving van een nederzetting uit deze periode heeft er echter nooit plaatsgevonden, waardoor er een minder goed beeld van dit gebied bestaat dan van nabije gebieden zoals bijvoorbeeld het Kromme Rijngebied. Want door de uitstekende conserveringsomstandigheden en de vele opgravingen in het Utrechts-Gelders rivierengebied is er veel bekend over vooral de Midden- Romeinse tijd (70 tot 270 na Chr.) in dit gebied (Van Enckevoort e.a., 2005). De gemeente Nieuwegein vormt hierop dus een uitzondering. Bureau- en inventariserend veldonderzoek in het plangebied Rijenburg in de gemeente Utrecht, dat grenst aan de gemeente Nieuwegein, laat echter zien dat de Jutphaas- en Blok-stroomrug in de Late IJzertijd en Romeinse tijd druk bewoond waren (Jansen & Van der Laan, 2009). 5.3 Onderzoeksthema s en -vragen Thema: geogenese en wordingsgeschiedenis - Hoe ontwikkelde zich het landschap in deze periode? - Hoe zag het landschap en de vegetatie er toentertijd uit? - Wat zegt dit over een mogelijke aan- of afwezigheid van archeologische en paleo-ecologische resten? Thema: cultuurlandschap - Hoe richtte men het landschap in en in hoeverre werd daarbij gebruik gemaakt van het natuurlijke landschap? - Waar in de gemeente bevinden zich de (mogelijke) wegen uit deze periode? - Kan er sprake zijn van een zelfde bewoningsdichtheid op de Jutphaas- en Blok-stroomrug als is aangetroffen in plangebied Rijenburg in de gemeente Utrecht? Thema: archeologische verschijningsvormen van de lokale gemeenschap (nederzettingen en grafvelden) - Hoe richtte men het erf in en hoe gebruikte men de ruimte? - Welke huistypen worden aangetroffen? Is er sprake van meerdere bewoningsfasen? - Is er sprake van een nederzettingensysteem met een bepaalde hiërarchie? - Waar zouden de bij de nederzettingen behorende grafvelden zich kunnen bevinden? Thema: productie, distributie en consumptie van mobilia - In hoeverre was er sprake van locale vervaardiging van gebruiksgoederen? In hoeverre was er sprake van geïmporteerde grondstoffen en gebruiksgoederen? - In hoeverre werd er door de inheemse bevolking geproduceerd voor de Romeinen? - Wat zegt dit over de mate van romanisering van het gebied? Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 13

14 Thema: productie, distributie en consumptie van voedsel - Zijn er aanwijzingen voor greppels of andere vormen van percelering? - Welke bijzondere voedselgewassen en specerijen (dus buiten het bekende granenspectrum) werden door de bewoners van de nederzetting verbouwd en/of genuttigd? - Welke soorten vee werden er gehouden? Was het vee voor eigen consumptie of voor handel bestemd? Thema: limes (Enckevoort & Vos, 2006) - In hoeverre was in het Nieuwegeinse gebied sprake van interactie tussen Romeinen en de inheemse bevolking? - In welke mate leverden de bewoners een bijdrage aan de bevoorrading van het Romeinse leger langs de limes? Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 14

15 6 Middeleeuwen en Nieuwe tijd 6.1 Bewoningsgeschiedenis Vroege Middeleeuwen (ca. 450 tot 1050) Officieel wordt de oversteek van de limes door de Germanen in 406 na Chr. gezien als het einde van de Romeinse tijd. Vanaf die tijd nam de bevolkingsomvang in de omgeving van het onderzoeksgebied tijdelijk af. Toch bevond zich in de Vroege Middeleeuwen waarschijnlijk een aantal kleine nederzettingen in het onderzoeksgebied. Deze nederzettingen lagen in een door ruigten en hoogopgaand loofbos begroeid, onontgonnen gebied: Het huidige Vreeswijk heeft een vroeg-middeleeuwse voorganger gehad: (Fr(i)esdore. Het was een zogenaamd domeingoed, dat toekwam aan de bisschop van Utrecht. De precieze locatie van het vroegmiddeleeuwse Vreeswijk is niet bekend. Vermoed wordt dat deze nederzetting zich aan de Hollandse IJssel bevond ter hoogte van de Wierssteeg, ten noordwesten van het huidige Vreeswijk. Het dorp had een kerk, woningen (beide mogelijk op terpen), bouwland (hoeven) en mogelijk een versterking. Het gehucht Wiers (We-Frisse) lag waarschijnlijk op de verlande nevengeul van de Lek even ten westen van het huidige Huis de Wiers. Met het graven van de Vaartse Rijn en de Nieuwe Vaart verplaatsten beide dorpen zich naar de huidige locaties. De ligging van het vroeg-middeleeuwse gehucht Galen (Galanna) wordt verwacht op de Blokstroomrug, mogelijk ter hoogte van de Blokhoeve of de hoeve Bouwlust. Ter plaatse van kasteel Heemstede, zou een kleine bewoningskern hebben gelegen. Tot slot wordt bij de monding van de verlande geul (mogelijk crevassegeul of dijkdoorbraakgeul) de Gein in de Hollandsche IJssel, de middeleeuwse voorganger van t Gein verwacht; Gennipmuiden. De locatie voor deze dorpen is uit bekende archeologische gegevens noch uit historische bronnen exact te bepalen (Fafiani, Rijntjes & Van der Wiel, 2002). Volle en Late Middeleeuwen (ca ) en Nieuwe tijd (na 1500) De Volle Middeleeuwen (ca ) en Late Middeleeuwen (ca ) in de gemeente Nieuwegein werden gekarakteriseerd door ontginningen. Deze kwamen in de veengebieden tot stand door copeontginningen, grote systematische ontginningen. Bij een copeontginning geeft de landsheer, in dit geval de bisschop van Utrecht, een stuk wildernis tegen betaling uit aan een georganiseerde groep kolonisten. Dwars op de ontginningsbasis die in het midden van de ontginningseenheid lag, werden evenwijdig en op regelmatige afstand van elkaar sloten gegraven ter afwatering van de landerijen, resulterend in een strokenverkaveling. Het ontgonnen gebied, de ontginningseenheid, werd omringd door kades en dijken. De boerderijen werden, zoals gebruikelijk bij een copeontginning, op de koppen van de kavels, aan de wetering geplaatst. Hierdoor ontstond ter weerszijden van de wetering een langgerekte, los bebouwde nederzetting. Reeds voor deze grootschalige systematische copen, zijn veengronden ontgonnen doordat de domeingoederen hun areaal landbouwgrond uitbreidden. Dit waren relatief kleinschalige, stapsgewijze ontginningen. In de 13e en 14e eeuw werden in het onderzoeksgebied door de leenmannen van de bisschop van Utrecht op strategische plaatsen, ter verdediging van verbindingen over land en water, kastelen gesticht. Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 15

16 Volgens een lijst van Ridderhofsteden uit 1536 bevonden zich in de gemeente Nieuwegein de volgende ridderhofsteden: Oud-Heemstede, Oudegein, Rijnestein, Rijnhuizen en Vronestein (Olde Meierink, 1995). De kastelen De Batau, Plettenburg en Stormerdijk hadden mogelijk ook de status van ridderhofstad. Versterkte huizen, buitenplaatsen of kastelen zonder de status van ridderhofstad waren: de Blokhoeve (onzeker), de Bongenaar, Everstein, Galesloot, Geinoord (straatnaam), Groenestein, het Hendrik van Geer Huis, Rijpikkerwaard, De Wiers, Wijnestein en Zuilenstein (boerderij met steenkamer) (Fafiani, Rijntjes & Van der Wiel, 2002). De aanleg van de Vaartse Rijn was een belangrijke ruimtelijk structurerende kracht in het onderzoeksgebied. Al in de 11e eeuw was de stad Utrecht een belangrijk handelscentrum van de noordelijke Nederlanden. De stad had gunstige waterverbindingen via de Vecht en de Kromme Rijn met het Rijnland, Vlaanderen en het Oostzeegebied. In 1122 werd besloten de Kromme Rijn af te dammen, ten einde de gebieden langs de Kromme Rijn (Langbroek) te kunnen ontginnen. Hierdoor raakte de stad de verbinding met de Lek kwijt, waarop men besloot een kanaal te graven. De Vaartse Rijn kwam gefaseerd tot stand, tussen 1122 en Vanaf 1122 werd het eerste deel gegraven van de Tolsteegsingel in Utrecht, door de Jutphase ontginning tot de Randdijk (van rivier de Gein). Het kasteel Oudegein werd hier gebouwd ter bescherming van het handelsverkeer en de tolheffing. In 1148 kwam de verbinding met de Hollandse IJssel tot stand, de Doorslag. Het toponiem de Doorslag komt waarschijnlijk van de doorsnijding, het doorslaan, van de Randdijk die voor het nieuwe tracé noodzakelijk was. Bij de monding met de Hollandse IJssel ontstond de handelsnederzetting Gein, dat later op historische kaarten staat aangegeven als Oudegein (Kloosterman & Sprangers, 2010: AMKterrein 2950; RAAP-catalogusnummer 77). De nederzetting die stadsrechten werd verleend (1295) had een kerk en omliggende bebouwing. In 1402 werd de stad door vijandelijke troepen verwoest en niet meer opgebouwd. In 1423 werd het Onze lieve vrouw van Nazareth gebouwd op de locatie van Gein, dat in 1572 werd opgeheven (Museum Warssenhoeck). Nieuwe tijd en daarna In de Nieuwe tijd ( ) bleef het begrip Ridderhofstad van belang. Ter verkrijging van het ridderschap, en daarmee invloed in het bestuur, dienden adellijke lieden ondermeer een versterkt huis met daarbij horende grond te bezitten. Na de Nieuwe Tijd (tussen 1850 en 1940) bleef het grootste deel van het grondgebied van de gemeente in gebruik voor landbouw en veeteelt. Aan het einde van de 19e eeuw kwam de nadruk te liggen op het weidebedrijf. Het economische zwaartepunt verschoof van het boerenland naar handel en industrie. De economische activiteiten concentreerden zich langs het Merwedekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal. Het Merwedekanaal volgde in de gemeente Nieuwegein de verbrede Vaartse Rijn. Deze verbreding kwam tot stand aan het eind van de 19e eeuw. Voor Vreeswijk splitste het kanaal zich: westelijk van het dorp werd een nieuwe sluis gebouwd (Fafiani, Rijntjes & Van der Wiel, 2002). Omdat het Merwedekanaal al spoedig niet meer aan de eisen van de scheepvaart voldeed, werd het bredere en diepere Amsterdam-Rijnkanaal gegraven. Het deel van het kanaal in de gemeente Nieuwegein kwam in 1952 gereed. Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 16

17 6.2 Kennis en kennislacunes De kennis over de Middeleeuwen en Nieuwe tijd in de gemeente Nieuwegein is vooral gebaseerd op historische bronnen. Voor de Vroege Middeleeuwen zijn alleen de namen van enkele dorpen bekend, maar over de locatie daarvan is niets bekend. Uit de gemeente zijn behalve het terrein waar de resten van een 9 e -eeuwse kerk (Kerkveld) gevonden zijn (Kloosterman & Sprangers, 2010: RAAPcatalogusnummer 36), geen andere vondsten of vindplaatsen bekend. De gehele Vroege Middeleeuwen kan dus een kennislacune genoemd worden. In de Volle en de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd is dit beeld anders: er zijn veel vondsten en vindplaatsen uit deze periode. Vaak hangen deze ook samen met hofsteden, dorpen en boerderijen uit deze periode. Toch is er wel een kennislacune voor de ontwikkeling van boerderijen in de Volle en Late Middeleeuwen, het versteningsproces en de ontwikkeling van de dorpskernen van Vreeswijk en Jutphaas. Belangrijk voor deze periodes is dat ook gebruik wordt gemaakt van andere disciplines en bronnen, zoals de historische geografie en historische bronnen. 6.3 Onderzoeksthema s en -vragen Thema: landschapsgenese - Hoe ontwikkelde het landschap in deze periode? - Hoe zag het landschap en de vegetatie er toentertijd uit? - Wat zegt dit over een mogelijke aan- of afwezigheid van archeologische en paleo-ecologische resten (in vooral de Vroege en Volle Middeleeuwen)? Thema: cultuurlandschap - Hoe richtte men het landschap in en in hoeverre werd daarbij gebruik gemaakt van het natuurlijke landschap? - Hoe werd de waterhuishouding geregeld? Hoe werden de molens, dijken en sluizen gebouwd? - Hoe werden de veengebieden ontgonnen? Hoe kwam de percelering tot stand? Waar verbleven de ontginners? Hoe leefden zij? - Welke verschuivingen treden er op in de periode Middeleeuwen/Nieuwe tijd in de verbouw van landbouwgewassen? Thema: archeologische verschijningsvormen van lokale gemeenschappen - Hoe richtte men het erf in en hoe gebruikte men de ruimte? - Welke huistypen worden aangetroffen? Hoe ontwikkelde de middeleeuwse boerderij zich? Zijn er verschillen in vorm, gebruik en ligging tussen de boerderijen in de veen- en komgebieden en die op de hogere delen (stroomruggen)? - Wat is de ontwikkeling in de nederzettingsstructuur en de huisbouwtradities in de gehele periode? Is er sprake van regionale verschillen in de bouwwijze van huizen en de indeling van de nederzettingen, en zo ja waar sluiten die het best bij aan (Noord-Nederland, Oost-Nederland, Zuid-Nederland, West- Nederland)? - Hoe ontwikkelden Vreeswijk en Jutphaas zich? Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 17

18 - Hoe ontwikkelde de vroege industrie en handel zich langs het Merwedekanaal en het Amsterdam- Rijnkanaal? - In hoeverre uit zich de specifieke status van de hofsteden en omgrachte boerderijen, in fysiek, materieel en functioneel opzicht? - Waar lagen de grafvelden in de Vroege Middeleeuwen? Thema: Nieuwe Hollandse Waterlinie (Blijdenstijn, 2005): - Welke (archeologische) resten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn er buiten de forten en de plofsluis? - Welk verband is er tussen het landschap en de Nieuwe Hollandse Waterlinie? - Welke invloed had de aanleg van de Nieuwe Hollandse Waterlinie op de inrichting van het landschap? Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 18

19 7 Tweede Wereldoorlog 7.1 Inleiding Niet alleen heeft de gemeente Nieuwegein als één van de eerste gemeenten in Nederland resten uit de Tweede Oorlog in de archeologische verwachtingskaart opgenomen, maar is het ook een van de eerste met onderzoeksvragen voor WOII. Want hoewel binnen de gemeente geen grootschalige gevechtshandelingen hebben plaats gevonden, heeft de oorlog toch onzichtbare en zichtbare resten in de bodem achtergelaten. De studie die aan de basis van de verwachtingskaart heeft gelegen, heeft duidelijk gemaakt dat resten van neergestorte vliegtuigen, geschut en stellingen verwacht kunnen worden. Naast vragen zijn hier en daar ook suggesties gegeven hoe de vragen beantwoord zouden kunnen worden. 7.2 Onderzoeksvragen - Wat is de gaafheid van de gegraven stellingen van de NHW uit 1940 in de dijken van het Lekkanaal en op en ten noorden van de Batterij aan de Overeindseweg (cat.nr. 4,10,12). In welke mate werden de Kazematten uit de NHW omgeven door gegraven veldversterkingen en wat is hier archeologisch nog van terug te vinden? - Bestaan de kazematten in de peilers van de Lekbrug nu wel of niet (er is veel discussie over), waar zaten de schietgaten, en zijn deze nog in takt? - In Vianen zijn aanwijzingen gevonden voor locaties van enkele grote Nederlandse mobilisatiebarakken. Voor Nieuwegein is alleen Kamp Drilleveld opgenomen in deze kaart. Heeft dit kamp een archeologische neerslag achter gelaten en waar lagen andere mobilisatiekampen in de gemeente? - De exacte locaties van Nederlands afweergeschut in 1940 zijn niet bekend. Wat waren de loca-ties voor dit geschut? - Wat is de gaafheid van de resten van Duitse stellingen aan de Lek, bij de Beatrix-sluizen en bij het Kanon bij Van Vulpen (cat.nr. 6,8,9)? - Wat is de functie van de verschillende stellingen en bijgebouwen op het FLAK-terrein (cat.nr. 9)? Hoe was de organisatie van de verdediging van de sluizen opgezet? Ook aan de zuidwest-zijde van de sluizen bevinden zich op en naast de kanaaldijk stellingen waarvan niet duidelijk is wat deze betekenen: is dit FLAK, luchtdoelmitrailleur, infanterie of afleiding om een aanval weg te leiden van de hoofdstelling, oftewel; wat stond er in deze stellingen? Is de FLAK-stelling in een ensemble te beschouwen met de FLAK-posities aan de Lekbrug en met het Ka-non bij van Vulpen (cat.nr. 6). - Wat is de functionele relatie van de SS-troepen gelegerd op de Beatrix sluizen tot de sluizen, en tot de overige stellingen? (Volgens Ververs 1995 waren de FLAK-kanonnen bemand door jonge mensen van de Rijksarbeidsdienst, dus wat deed de SS op die plek?) - Bevinden zich nog sporen van het militaire Duitse gezag in de voormalige Ortzkommandantur, thans Herenstraat 40/41, voormalig Hotel de Roskam? - De locatie van het veldgraf van de Duitse officier in Landgoed Rijnhuizen is volgens P. Daal-huizen nauwkeurig vast te stellen (cat.nr. 5). Als het graf nog aanwezig is, is het van belang hier passend beleid op te voeren uit enerzijds piëteit met de nabestaanden, maar ook omdat Nederland zich via Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 19

20 de conventie van Geneve heeft verbonden aan regels met betrekking tot vermiste soldaten. De hoofdvraag is dan ook of dit graf inderdaad nog aanwezig is en om wie het gaat? - Wat resteert nog van de Radiopost van de Kriegsmarine in fort Jutphaas (cat.nr. 1)? Zijn er bouwhistorische of bouwbiografische sporen achtergebleven naast de betonnen plaat voor de antenne? - Over een aantal vliegtuigcrashes is nog geen sluitende informatie gevonden, omdat bronnen elkaar tegen spraken. Waar exact crashte de Duitse Heinkel 111 bij Jutphaas op 21 juli? Wat waren de omstandigheden van de crash? Zijn delen van het vliegtuig geborgen, en zo ja in welke mate liggen er nog onderdelen in de bodem? Is het stoffelijk overschot van de beman-ning geborgen? Idem voor de crash van de 1944Mustang van Sergeant K. Jankowski op 20 september 1944 (cat.nr. AE). De bronnen verschillen ongeveer 3 km van elkaar in de aanduiding van de crashlocatie. Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 20

21 Literatuur Blijdenstijn, R., Tastbare tijd: cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht. Amsterdam. Blom, E. & L.M.B. van der Feijst (red.), Graven met publiek. Een archeologische opgraving aan de Blokhoeve te Nieuwegein. ADC Rapport 2229, Amerfoort. Deeben. J., H. Peeters, D. Raemaekers, E. Rensink & L. Verhart, De vroege prehistorie, NOaA hoofdstuk 11 (versie 1.0), (www.noaa.nl). Enckevoort, H. van & W.K. Vos, De limes: een natte grens dwars door Nederland, NOaA hoofdstuk 19 (versie 1.0), (www.noaa.nl). Enckevoort, H. van, T. de Groot, H. Hiddink, W. Vos, De Romeinse tijd in het Midden- Nederlandse Rivierengebied en het Zuidnederlands dekzand- en lössgebied, NOaA hoofdstuk 17 (versie 1.0), (www.noaa.nl). Fafiani, A. M., R.E.T.M. Rijntjes & M.P. van der Wiel, Nieuwegein: geschiedenis en architectuur. Kerckebosch/SPOU, Zeist/Utrecht. Gerritsen, F., P. Jongste & L. Theunissen, De Late prehistorie in Noord-, Oost- en Zuid- Nederland en het Rivierengebied, NOaA hoofdstuk 17 (versie 1.0), (www.noaa.nl). Ginkel, Evert van & Leo Verhart, Onder onze voeten: de archeologie van Nederland. Amsterdam. Jansen, B., J.W. de Kort, Toelichting limes-kaart Utrecht: provincie Utrecht. RAAP-rapport RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Jansen, B. & E. van der Laan, Plangebied Rijnenburg, gemeente Utrecht: archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAP-rapport RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Kloosterman, P., J. Sprangers & J.A.T. Wijnen, Een gestapeld verleden. Gemeente Nieuwegein, een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. RAAP-rapport RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Lauwerier, R.C.G.M., R.M. Lotte, Archeologiebalans Amersfoort. Olde Meierink, B., Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht. Matrijs, Utrecht. Ooyevaar, R.J., Archeologie van de Lopikerwaard: het ontstaan van Zuid-West Utrecht. Waardenreeks deel 3. Alphen a/d Rijn. drs. P. Kloosterman, RAAP West-Nederland 14 september 2011 Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau, pagina 21

Adviesdocument 478 Project: Projectcode: Opdrachtgever: Datum: Auteur:

Adviesdocument 478 Project: Projectcode: Opdrachtgever: Datum: Auteur: Adviesdocument 478 Project: Onderzoeksagenda archeologie gemeente Vianen Projectcode: 15094VINI2 Opdrachtgever: Gemeente Vianen Datum: 09 juni 2011 Auteur: Drs. P. Kloosterman RAAP Archeologisch Adviesbureau

Nadere informatie

Beleidsnota archeologie gemeente Nieuwegein

Beleidsnota archeologie gemeente Nieuwegein Postbus 1 3430 AA Bezoekadres Stadsplein 1 3431 LZ www.nieuwegein.nl Duurzame Ontwikkeling Beleidsnota archeologie gemeente Nieuwegein Van vondst naar verhaal Raadsnummer Datum 19-12-2012 Auteurs Edmée

Nadere informatie

Hoofdweg 39 te Slochteren (gemeente Slochteren) Een Archeologisch Bureauonderzoek

Hoofdweg 39 te Slochteren (gemeente Slochteren) Een Archeologisch Bureauonderzoek Hoofdweg 39 te Slochteren (gemeente Slochteren) Een Archeologisch Bureauonderzoek Administratieve gegevens provincie: gemeente: plaats: Groningen Slochteren Slochteren toponiem: Hoofdweg 39 bevoegd gezag:

Nadere informatie

1 Hoe gaan we om met archeologie in de gemeente Oss? U heeft een omgevingsvergunning aangevraagd.voordat we een vergunning kunnen verlenen,

1 Hoe gaan we om met archeologie in de gemeente Oss? U heeft een omgevingsvergunning aangevraagd.voordat we een vergunning kunnen verlenen, Sinds 2010 heeft de gemeente Oss een archeologiebeleid. Vanaf 1 januari 2013 geldt dit voor het gehele grondgebied van de nieuwe gemeente Oss, inclusief Lith dus. Deze brochure is voor iedereen bedoeld

Nadere informatie

RAAP-NOTITIE 1378. Plangebied Weideveld. Gemeente Bodegraven Een archeologische begeleiding

RAAP-NOTITIE 1378. Plangebied Weideveld. Gemeente Bodegraven Een archeologische begeleiding RAAP-NOTITIE 1378 Plangebied Weideveld Gemeente Bodegraven Een archeologische begeleiding Colofon Opdrachtgever: gemeente Bodegraven Titel: Plangebied Weideveld, gemeente Bodegraven; een archeologische

Nadere informatie

Selectiebesluit archeologie Breda, Molengracht JEKA

Selectiebesluit archeologie Breda, Molengracht JEKA Gemeente Breda Bureau Cultureel Erfgoed ErfgoedBesluit 2009-30 Selectiebesluit archeologie Breda, Molengracht JEKA Controle BCE Johan Hendriks Bureau Cultureel Erfgoed, Naam Afdeling/bedrijf Datum Paraaf

Nadere informatie

Figuur 1 Geulafzettingen (Bron: CHS)

Figuur 1 Geulafzettingen (Bron: CHS) Archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie Naar de archeologie in onder andere de Groeneveldse Polder is een bureaustudie gedaan door de heer Bult van het Vakteam Archeologie i. De in weergegeven

Nadere informatie

Archeologie en cultuurhistorie Strijpsche Kampen

Archeologie en cultuurhistorie Strijpsche Kampen Archeologie en cultuurhistorie Strijpsche Kampen Bijlage 3 bij Nota van Uitgangspunten Strijpsche Kampen Definitief Gemeente Oirschot Grontmij Nederland bv Eindhoven, 11 mei 2007 Verantwoording Titel :

Nadere informatie

Adviesdocument 742. Advies Archeologie in kader van Geluidwal Veldhuizen, gemeente Woerden. Project: Projectcode: 22697WOGV

Adviesdocument 742. Advies Archeologie in kader van Geluidwal Veldhuizen, gemeente Woerden. Project: Projectcode: 22697WOGV Adviesdocument 742 Project: Advies Archeologie in kader van Geluidwal, gemeente Woerden Projectcode: 22697WOGV Opdrachtgever: Provincie Utrecht Datum: 10 maart 2015 ADVIES ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Advies

Nadere informatie

Heesch - Beellandstraat

Heesch - Beellandstraat Archeologische Quickscan Heesch - Beellandstraat Gemeente Bernheze 1 Steller Drs. A.A. Kerkhoven Versie Concept 1.0 Projectcode 12110023 Datum 22-11-2012 Opdrachtgever LWM Ewislaan 12 1852 GN Heiloo Uitvoerder

Nadere informatie

Een verborgen verleden. Archeologie in Heerde. www.heerde.nl

Een verborgen verleden. Archeologie in Heerde. www.heerde.nl Een verborgen verleden Archeologie in Heerde www.heerde.nl Een verborgen verleden De gemeente Heerde heeft een rijke geschiedenis. U als inwoner kent een deel van deze geschiedenis. Misschien zelf meegemaakt

Nadere informatie

RISICO-INVENTARISATIE DE WEID TE CASTRICUM

RISICO-INVENTARISATIE DE WEID TE CASTRICUM RISICO-INVENTARISATIE DE WEID TE CASTRICUM LUPGENS EN PARTNERS (STICHTING SIG) 13 augustus 2012 076558654:0.4 - Concept B01043.200918.0100 Inhoud Samenvatting... 3 1 Inleiding en Doel Onderzoek... 4 1.1

Nadere informatie

Buro de Brug Rapporten Quickscan Archeologie Kabeltracé Waarderpolder - Vijfhuizen B09-38

Buro de Brug Rapporten Quickscan Archeologie Kabeltracé Waarderpolder - Vijfhuizen B09-38 Buro de Brug Rapporten Quickscan Archeologie Kabeltracé Waarderpolder - Vijfhuizen B09-38 Administratieve gegevens 3 1. Inleiding 4 2. De uitgangspunten 4 3. Beschrijving van de historische situatie 4

Nadere informatie

MEMO. Alphen aan den Rijn. Stevinstraat 9 2405 CR ALPHEN AAN DEN RIJN. Contactpersoon opdrachtgever Dhr. R. Teunisse; (0172) 245 611 / (06) 2021 06 09

MEMO. Alphen aan den Rijn. Stevinstraat 9 2405 CR ALPHEN AAN DEN RIJN. Contactpersoon opdrachtgever Dhr. R. Teunisse; (0172) 245 611 / (06) 2021 06 09 MEMO Van : Vestigia BV Archeologie & Cultuurhistorie Aan : Dhr. R. Teunisse namens Stichting Ipse de Bruggen Onderwerp : Quickscan Drietaktweg te Datum : 13 oktober 2010 Ons Kenmerk : V10-22710 / V10-1944

Nadere informatie

Papendrecht, Westeind 25, gemeente Papendrecht (ZH). Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek. Transect-rapport 528 (concept 1.

Papendrecht, Westeind 25, gemeente Papendrecht (ZH). Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek. Transect-rapport 528 (concept 1. 1. ALGEMENE GEGEVENS Titel Auteur(s) Autorisatie Gemeente Papendrecht, Westeind 25, gemeente Papendrecht (ZH). Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek. Transect-rapport 528 (concept 1.0) H.

Nadere informatie

ADVIES ARCHEOLOGIE 16 dec 2013

ADVIES ARCHEOLOGIE 16 dec 2013 NAW plan: Plan: Opp plangebied: RO-procedure: Opsteller: Aanvrager: Inrichting openbare ruimte plangebied Pantarhei aanleg ontsluitingsweg, parkeergelegenheid, openbaar groen ca. 5000 m² (locatie Pantarhei);

Nadere informatie

Archeologische MonumentenZorg

Archeologische MonumentenZorg Provincie NoordBrabant Archeologische MonumentenZorg 1. EINDOORDEEL ADVIES Onderwerp Waalwijk, Sprang, Plangebied Aansluiting Bevrijdingsweg, N261 locatie B te Sprang, N261 archeologisch onderzoek. Aan

Nadere informatie

Publiekssamenvatting. Archeologisch onderzoek Groene Rivier Pannerden

Publiekssamenvatting. Archeologisch onderzoek Groene Rivier Pannerden Publiekssamenvatting Archeologisch onderzoek Groene Rivier Pannerden Catastrofale overstromingen kwamen vaak voor in de geschiedenis van Pannerden, wat met de ligging in de driehoek tussen de rivieren

Nadere informatie

De archeologie van Weert-Nederweert van de prehistorie tot de Middeleeuwen

De archeologie van Weert-Nederweert van de prehistorie tot de Middeleeuwen De archeologie van Weert-Nederweert van de prehistorie tot de Middeleeuwen dr. H.A. Hiddink senior-archeoloog VUhbs, Amsterdam cursus Weerterlogie, 17-02-2016 Geologie - hooggelegen rug in Roerdalslenk

Nadere informatie

Quickscan Archeologie

Quickscan Archeologie Quickscan Archeologie Project : Emplacement Enschede Projectleider : F. Bakermans Versie : EDMS nr. : xxx Status : Concept Inhoud INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Doel- en vraagstelling van het onderzoek 1.3

Nadere informatie

Plangebied Visvijvers te Gendt

Plangebied Visvijvers te Gendt RAAP-NOTITIE 1540 Plangebied Visvijvers te Gendt Gemeente Lingewaard Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek Colofon Opdrachtgever: Gemeente Lingewaard Titel: Plangebied

Nadere informatie

Bijlage 1 Aanvullend advies archeologisch onderzoek, Wozoco Giessenburg, Neerpolderseweg 19, Giessenburg, Gemeente Giessenlanden

Bijlage 1 Aanvullend advies archeologisch onderzoek, Wozoco Giessenburg, Neerpolderseweg 19, Giessenburg, Gemeente Giessenlanden Bijlage 1 Aanvullend advies archeologisch onderzoek, Wozoco Giessenburg, Neerpolderseweg 19, Giessenburg, Gemeente Giessenlanden 0 SOB Research, 26 juni 2014 1 1. Archeologisch onderzoek 1.1 Inleiding

Nadere informatie

Project 434: Bureaustudie Actualisering archeologische verwachting nieuwbouwlocatie Stadhuiskwartier. Interne Rapportages Archeologie Deventer 55

Project 434: Bureaustudie Actualisering archeologische verwachting nieuwbouwlocatie Stadhuiskwartier. Interne Rapportages Archeologie Deventer 55 Interne Rapportages Archeologie Deventer 55 Mei 2012 Project 434: Bureaustudie Actualisering archeologische verwachting nieuwbouwlocatie Stadhuiskwartier COLOFON 2012, Gemeente Deventer, Deventer. Auteur:

Nadere informatie

Richtlijn uitvoering archeologisch onderzoek gemeente Utrechtse Heuvelrug september 2013, versie 1.0

Richtlijn uitvoering archeologisch onderzoek gemeente Utrechtse Heuvelrug september 2013, versie 1.0 Richtlijn uitvoering archeologisch onderzoek gemeente Utrechtse Heuvelrug september 2013, versie 1.0 Voor het archeologisch onderzoek dat wordt uitgevoerd in de gemeente Utrechtse Heuvelrug geldt dat er

Nadere informatie

Quick scan archeologie De Horst Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand

Quick scan archeologie De Horst Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand Quick scan archeologie De Horst Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand 18 november 2010 Inleiding Het plangebied ligt ten westen van de bebouwde kom van Kaatsheuvel in de gemeente Loon op Zand (afb. 1). De

Nadere informatie

Plan van Aanpak. Archeologisch vooronderzoek, bureau- en inventariserend veldonderzoek. gemeente Nieuwkoop

Plan van Aanpak. Archeologisch vooronderzoek, bureau- en inventariserend veldonderzoek. gemeente Nieuwkoop Plan van Aanpak Archeologisch vooronderzoek, bureau- en inventariserend veldonderzoek Opdrachtgever: Van Wengerden en Visser B.V. Plangebied: Dorpsstraat 63 / Vijverhofpad 4 in Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop

Nadere informatie

Archeologiebeleid op Walcheren

Archeologiebeleid op Walcheren Archeologiebeleid op Walcheren Netwerkbijeenkomst Erfgoed en Ruimte RCE 12 december 2012 Walcherse Archeologische Dienst, december 2012 Archeologie op Walcheren Verdrag van Malta 1992: bescherming archeologie

Nadere informatie

Archeologietoets. locatie kerkstraat 57 Riel gemeente Goirle

Archeologietoets. locatie kerkstraat 57 Riel gemeente Goirle Archeologietoets locatie kerkstraat 57 Riel gemeente Goirle Archeologietoets Locatie Kerkstraat 57, Riel projectleider: B. van Spréw Datum: 13 oktober 2006 Uitgevoerd in opdracht van SAB Eindhoven contactpersoon:

Nadere informatie

Advies Archeologie Plangebied Smidsvuurke 5, (gemeente Veldhoven)

Advies Archeologie Plangebied Smidsvuurke 5, (gemeente Veldhoven) Administratieve gegevens Advies Archeologie NAW-gegevens plan: Plan: Oppervlakteplangebied: RO-procedure: Smidsvuurke 5 te Veldhoven Realisatie van een woning. De totale oppervlakte van het plangebied/perceel

Nadere informatie

7-11-2013. Archeologie en waterbodems. Meerdere gebruiksfuncties. Marie-Catherine Houkes. Maritiem Programma RCE 29 oktober 2013.

7-11-2013. Archeologie en waterbodems. Meerdere gebruiksfuncties. Marie-Catherine Houkes. Maritiem Programma RCE 29 oktober 2013. Archeologie en waterbodems Marie-Catherine Houkes Maritiem Programma RCE 29 oktober 2013 Het lijkt zo leeg Meerdere gebruiksfuncties Noord- Holland Almere 1 Watergerelateerde archeologie zoals bruggen,

Nadere informatie

Opwindende ontdekkingen in oud-oosterhout! Wo uter is

Opwindende ontdekkingen in oud-oosterhout! Wo uter is rcheobode Opwindende ontdekkingen in oud-oosterhout! Wo uter is archeoloog. Hij hoort bij de groep archeologen die nu aan het opgraven is in Oosterhout in het gebied Vrachelen. Daar wordt over een jaar

Nadere informatie

Archeologisch vooronderzoek, bureau- en inventariserend veldonderzoek

Archeologisch vooronderzoek, bureau- en inventariserend veldonderzoek Plan van Aanpak Archeologisch vooronderzoek, bureau- en inventariserend veldonderzoek Opdrachtgever: SAB Plangebied: Plangebied Plantageweg 35 Datum: 13 februari 2015 Opsteller PvA: Autorisatie: Projectcode:

Nadere informatie

Heemsteedsekanaaldijk/Overeindse weg

Heemsteedsekanaaldijk/Overeindse weg RAAP-NOTITIE *nummer* Heemsteedsekanaaldijk/Overeindse weg Gemeente Nieuwegein Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (karterende fase) Versie 6.4 Colofon Opdrachtgever: De gemeente

Nadere informatie

Archeologisch bureauonderzoek Vledderhuizen 28 te Onstwedde, gemeente Stadskanaal (GR)

Archeologisch bureauonderzoek Vledderhuizen 28 te Onstwedde, gemeente Stadskanaal (GR) Archeologisch bureauonderzoek Vledderhuizen 28 te Onstwedde, gemeente Stadskanaal (GR) opdrachtgever de heer E.H.J. Zuidema datum projectleider de heer B. Bijl projectnummer 93103510 status concept ISSN-nummer

Nadere informatie

Plangebied naast Warfhuisterweg 12 te Wehe-Den Hoorn (gemeente De Marne) Een Archeologisch Bureauonderzoek

Plangebied naast Warfhuisterweg 12 te Wehe-Den Hoorn (gemeente De Marne) Een Archeologisch Bureauonderzoek Plangebied naast Warfhuisterweg 12 te Wehe-Den Hoorn (gemeente De Marne) Een Archeologisch Bureauonderzoek Administratieve gegevens provincie: gemeente: plaats: toponiem: bevoegd gezag: opdrachtgever:

Nadere informatie

Advies Archeologische Monumentenzorg 2013 nr. 83

Advies Archeologische Monumentenzorg 2013 nr. 83 Advies Archeologische Monumentenzorg 2013 nr. 83 Selectiebesluit Proefsleuvenonderzoek Betonson fase 1 en 2 te Son naam Gemeente/bedrijf Datum Aanvrager René van de Gemeente Son en Breugel 8-8-2013 Brand

Nadere informatie

Libau, 10 augustus 2010. Tracé Aduard - Dorkwerd Een Archeologisch Bureauonderzoek

Libau, 10 augustus 2010. Tracé Aduard - Dorkwerd Een Archeologisch Bureauonderzoek Tracé Aduard - Dorkwerd Een Archeologisch Bureauonderzoek Administratieve gegevens provincie: gemeenten: plaats: toponiem: bevoegd gezag: opdrachtgever: Groningen Zuidhorn en Groningen Aduard en Dorkwerd

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing archeologie Vijf Akkers-Noord, Moordrecht (gemeente Zuidplas). Notitie TML554

Ruimtelijke onderbouwing archeologie Vijf Akkers-Noord, Moordrecht (gemeente Zuidplas). Notitie TML554 Ruimtelijke onderbouwing archeologie Vijf Akkers-Noord, Moordrecht (gemeente Zuidplas). Notitie TML554 NOTITIE TML554 Ruimtelijke onderbouwing archeologie Vijf Akkers-Noord, Moordrecht, (gemeente Zuidplas).

Nadere informatie

Gageldijk. GAG: Archeologische begeleiding rond de aanleg van een fietsviaduct aan de Gageldijk, gemeente Utrecht. Basisrapportage Archeologie 109

Gageldijk. GAG: Archeologische begeleiding rond de aanleg van een fietsviaduct aan de Gageldijk, gemeente Utrecht. Basisrapportage Archeologie 109 Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling Gageldijk GAG: Archeologische begeleiding rond de aanleg van een fietsviaduct aan de Gageldijk, gemeente Utrecht Basisrapportage Archeologie 109 www.utrecht.nl Basisrapportage

Nadere informatie

SAMENVATTING GEOLOGIE / BODEM - BODEMKWALITEIT

SAMENVATTING GEOLOGIE / BODEM - BODEMKWALITEIT SAMENVATTING GEOLOGIE / BODEM - BODEMKWALITEIT Geologie Over het algemeen geldt dat de toplaag van 0,0 tot 0,5 m mv. zal bestaan uit opgebrachte zand/grond dat plaatselijk (licht) puinhoudend is. Ter plaatse

Nadere informatie

Landgoed de Heihorsten. Plan van Aanpak archeologie.

Landgoed de Heihorsten. Plan van Aanpak archeologie. Landgoed de Heihorsten. Plan van Aanpak archeologie. Inleiding In het kader van de regeling nieuwe landgoederen van de provincie Noord-Brabant worden voorbereidingen getroffen voor de realisatie van het

Nadere informatie

RAAP België - Rapport 027 Rupelmonde Kleine Gaanweg, aanleg visvijver (gemeente Kruibeke)

RAAP België - Rapport 027 Rupelmonde Kleine Gaanweg, aanleg visvijver (gemeente Kruibeke) RAAP België - Rapport 027 Rupelmonde Kleine Gaanweg, aanleg visvijver (gemeente Kruibeke) Bureauonderzoek 2016I81 Landschappelijk booronderzoek 2016I121 Nazareth 2016 Colofon Opdrachtgever: Waterwegen

Nadere informatie

HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse

HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn achtereenvolgens de ruimtelijke structuur en de functionele structuur van het plangebied uiteengezet. De ruimtelijke structuur is beschreven

Nadere informatie

INFORMATIERAPPORT EN SELECTIEADVIES

INFORMATIERAPPORT EN SELECTIEADVIES INFORMATIERAPPORT EN ELECTIEADVIE Proefsleuvenonderzoek Bedrijventerrein fase 2 (Homoetsestraat), Maurik, gemeente Buren Archis onderzoekmeldingsnummer 4120 Inleiding Tussen 14 en 23 februari 2011 is door

Nadere informatie

OPGRAVING BEST-AARLE AFGEROND

OPGRAVING BEST-AARLE AFGEROND OPGRAVING BEST-AARLE AFGEROND In het najaar van 2011 en de lente van 2012 deed een team archeologen van Archeologisch Onderzoek Leiden (Archol bv) en Diachron UvA bv opgravingen in Aarle in de gemeente

Nadere informatie

ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK DE TUINEN VAN AALSMEER, GEMEENTE AALSMEER (N.-H.)

ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK DE TUINEN VAN AALSMEER, GEMEENTE AALSMEER (N.-H.) ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK DE TUINEN VAN AALSMEER, GEMEENTE AALSMEER (N.-H.) In opdracht van de Gemeente Aalsmeer Past2Present-ArcheoLogic 466 Rapportage Versie 2.0 Datum 21-01-2008 Contactpersoon Dr.

Nadere informatie

Adviesdocument 434. Project: Adviesdocument, N.C.B.-laan te Veghel, gemeente Veghel. Projectcode: 14714VENCB. Opdrachtgever: Aveco de Bondt

Adviesdocument 434. Project: Adviesdocument, N.C.B.-laan te Veghel, gemeente Veghel. Projectcode: 14714VENCB. Opdrachtgever: Aveco de Bondt Adviesdocument 434 Project: Adviesdocument, N.C.B.-laan te Veghel, gemeente Veghel Projectcode: 14714VENCB Opdrachtgever: Aveco de Bondt Initiatiefnemer: G. van Hemert Onroerend Goed BV Datum: 6 mei 2010

Nadere informatie

Bureauonderzoek Archeologie

Bureauonderzoek Archeologie Bijlage 9 Bureauonderzoek Archeologie (voorontwerp) Ommen Oost NL.IMRO.0175.20131005003-VO01 197-236 !"#$%&&""%'$!"( )#*"( -( "( -%*0(!( )%"( +, +., /* 12 3 4 30#5! 657 7$58 9": 5 "%:$:%"%%;&$:%%%% %"$5$:$%:#'%$5%%%&0%#$

Nadere informatie

Dordrecht Ondergronds 51. Gemeente Dordrecht, Schrijversstraat 7. Een archeologisch bureauonderzoek.

Dordrecht Ondergronds 51. Gemeente Dordrecht, Schrijversstraat 7. Een archeologisch bureauonderzoek. Gemeente Dordrecht, Schrijversstraat 7. Een archeologisch bureauonderzoek. M.C. Dorst Afbeelding: De Schrijversstraat in 1960 (RAD archiefnr. 552_302207). 2014 Gemeente Dordrecht Stadsontwikkeling/Ruimtelijke

Nadere informatie

Bureau voor Archeologie. Plan van Aanpak booronderzoek Achterdijk 2-1, Arkel, gemeente Giessenlanden

Bureau voor Archeologie. Plan van Aanpak booronderzoek Achterdijk 2-1, Arkel, gemeente Giessenlanden 1 Plan van Aanpak booronderzoek Achterdijk 2-1, Arkel, gemeente Giessenlanden 2 1 Administratieve gegevens projectleiding uitvoering soort onderzoek opstellers Arjan de Boer Verkennend en eventueel karterend

Nadere informatie

Gerrit Rietveld College

Gerrit Rietveld College Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling Gerrit Rietveld College GRC: Archeologische begeleiding op het terrein van het Gerrit Rietveld College, Utrecht Basisrapportage Archeologie 110 www.utrecht.nl Basisrapportage

Nadere informatie

Gemeente Haarlem. Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport

Gemeente Haarlem. Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport Gemeente Haarlem Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport Om archeologisch erfgoed te beschermen, kan bij een vergunningsaanvraag een waardestellend

Nadere informatie

Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven in het plangebied Weert-Vrouwenhof. Proefsleuf 41-62.

Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven in het plangebied Weert-Vrouwenhof. Proefsleuf 41-62. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven in het plangebied Weert-Vrouwenhof. Proefsleuf 41-62. Henk Hiddink Zuidnederlandse Archeologische Notities 61 Amsterdam 2006 Archeologisch Centrum

Nadere informatie

Programma van Eisen. 3880 AK PUTTEN T (0341) 359 732 E mstruijs@putten.nl. Naam, adres, telefoon, e-mail datum paraaf. Regio Noord-Veluwe

Programma van Eisen. 3880 AK PUTTEN T (0341) 359 732 E mstruijs@putten.nl. Naam, adres, telefoon, e-mail datum paraaf. Regio Noord-Veluwe Programma van Eisen Locatie Putten, Hoge Einderweg 19 Projectnaam Hoge Einderweg 19 Plaats binnen archeologisch proces 0 Archeologische begeleiding (AB) onder het protocol opgraven Opsteller Naam, adres,

Nadere informatie

Archeologie West-Friesland, Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn, Postbus 603, 1620 AR Hoorn

Archeologie West-Friesland, Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn, Postbus 603, 1620 AR Hoorn Document: Archeologische Quickscan (versie 2) Locatie: Plangebied Veenakkers 37, Wervershoof, Gemeente Medemblik Adviesnummer: 14135 Opsteller: J. van Leeuwen (archeoloog) en C. Soonius (regio archeoloog)

Nadere informatie

B i j l a g e 5. A r c h e o l o g i s c h e q u i c k s c a n

B i j l a g e 5. A r c h e o l o g i s c h e q u i c k s c a n B i j l a g e 5. A r c h e o l o g i s c h e q u i c k s c a n Document: Archeologisch Advies Plangebied: Herenweg 28a, Hoogwoud, gemeente Opmeer Adviesnummer: 15048 Opsteller: J. van Leeuwen (archeoloog)

Nadere informatie

VOORONTWERP BESTEMMINGSPLAN CHEMELOT SITTARD-GELEEN VERKENNEND ARCHEOLOGISCH EN CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK

VOORONTWERP BESTEMMINGSPLAN CHEMELOT SITTARD-GELEEN VERKENNEND ARCHEOLOGISCH EN CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK VOORONTWERP BESTEMMINGSPLAN CHEMELOT SITTARD-GELEEN VERKENNEND ARCHEOLOGISCH EN CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK 1. Wettelijk kader In 1992 werd het Verdrag van Valletta ( Malta ) opgesteld. Dit Verdrag stelt

Nadere informatie

Archeologische quick-scan plangebied Elisabethterrein. Gegevens Plangebied

Archeologische quick-scan plangebied Elisabethterrein. Gegevens Plangebied Archeologische quick-scan plangebied Elisabethterrein November 2013 Opstellers namens het CAR (Centrum voor Archeologie, Amersfoort): Dhr. I. de Rooze MA Mevr. drs. F.M.E. Snieder Gegevens Plangebied De

Nadere informatie

Opgravingen in Ruien - Rosalinde (gem. Kluisbergen) : van een prehistorisch kampement uit de ijstijd tot de Romeinse periode

Opgravingen in Ruien - Rosalinde (gem. Kluisbergen) : van een prehistorisch kampement uit de ijstijd tot de Romeinse periode Opgravingen in Ruien - Rosalinde (gem. Kluisbergen) : van een prehistorisch kampement uit de ijstijd tot de Romeinse periode Het onderzoeksgebied vanuit de lucht bekeken (Foto: Birger Stichelbaut). De

Nadere informatie

De kracht van vrijwilligers Bijdragen aan archeologisch onderzoek. Bijdragen aan archeologisch onderzoek

De kracht van vrijwilligers Bijdragen aan archeologisch onderzoek. Bijdragen aan archeologisch onderzoek 21 Bijdragen aan archeologisch onderzoek 22 De kracht van vrijwilligers Bijdragen aan archeologisch onderzoek Het belang van actief onderzoek doen Vrijwilligers ondersteunen gemeenten en beroepsarcheologen

Nadere informatie

ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK NAAR DE ARCHEOLOGISCHE WAARDE VAN HET PLANGEBIED KOSSENLAND, ACHTER BOVENWEG 308 TE SINT PANCRAS GEMEENTE LANGEDIJK

ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK NAAR DE ARCHEOLOGISCHE WAARDE VAN HET PLANGEBIED KOSSENLAND, ACHTER BOVENWEG 308 TE SINT PANCRAS GEMEENTE LANGEDIJK ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK NAAR DE ARCHEOLOGISCHE WAARDE VAN HET PLANGEBIED KOSSENLAND, ACHTER BOVENWEG 308 TE SINT PANCRAS GEMEENTE LANGEDIJK Opdrachtgever GTP VastgoedOntwikkeling B.V. Uitgevoerd

Nadere informatie

Bedrijfsverplaatsing Nieuwlandseweg (westzijde) Midwolda (gemeente Oldambt) Een Archeologisch Bureauonderzoek

Bedrijfsverplaatsing Nieuwlandseweg (westzijde) Midwolda (gemeente Oldambt) Een Archeologisch Bureauonderzoek Bedrijfsverplaatsing Nieuwlandseweg (westzijde) Midwolda (gemeente Oldambt) Een Archeologisch Bureauonderzoek Administratieve gegevens provincie: gemeente: plaats: toponiem: bevoegd gezag: opdrachtgever:

Nadere informatie

MEMO. Projectgegevens

MEMO. Projectgegevens MEMO Van : W.J. Weerheijm (Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie) Aan : Dhr. W. Nouwens (Amerpoort) Onderwerp : Archeologisch onderzoek Mariaoordlaan Baarn Datum : 23 juli 2013 Ons kenmerk : V13-29344/2677/WW

Nadere informatie

Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat het besluit neemt of de vergunning verleent.

Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat het besluit neemt of de vergunning verleent. Archeologische Monumentenzorg stapsgewijs Proces Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Het opsporen en waarderen van archeologische vindplaatsen in het kader van ruimtelijke ingrepen vindt plaats in stappen.

Nadere informatie

RAAP-NOTITIE 2891. Plangebied Burloseweg Gemeente Winterswijk Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek

RAAP-NOTITIE 2891. Plangebied Burloseweg Gemeente Winterswijk Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek RAAP-NOTITIE 2891 Plangebied Burloseweg Gemeente Winterswijk Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek Colofon Opdrachtgever: NIBAG Milieu Advies Titel: Plangebied Burloseweg,

Nadere informatie

4 Conclusies en aanbevelingen

4 Conclusies en aanbevelingen 4 Conclusies en aanbevelingen 4.1 Conclusies Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een hoger gelegen rivierduin ten zuiden van de Maas ligt. Vanwege de aanwezigheid van gradiëntsituaties

Nadere informatie

Bureauonderzoek plangebied IJssalon Venezia op de Heuvel te Oss

Bureauonderzoek plangebied IJssalon Venezia op de Heuvel te Oss Bureauonderzoek plangebied IJssalon Venezia op de Heuvel te Oss A.J. Tol Colofon Archol Rapport 107 Titel: Bureauonderzoek plangebied IJssalon Venezia op de Heuvel te Oss Uitvoering: Contactpersoon opdrachtgever:

Nadere informatie

Archeologische Quickscan Eerste Oosterparkstraat 88-126 (QSnr 14-036) Stadsdeel: Centrum Adres: Eerste Oosterparkstraat 88-126

Archeologische Quickscan Eerste Oosterparkstraat 88-126 (QSnr 14-036) Stadsdeel: Centrum Adres: Eerste Oosterparkstraat 88-126 OMnummer: 61324 Datum: 23-04-2014 Archeologische Quickscan Eerste Oosterparkstraat 88-126 (QSnr 14-036) Opdrachtgever (LS01) Naam / organisatie: Stadsdeel Oost Contactpersoon: Robbert Leenstra Postbus:

Nadere informatie

Ommen Oost (fase 1) Otmansweg Noord Een archeologisch Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van een oppervlaktekartering

Ommen Oost (fase 1) Otmansweg Noord Een archeologisch Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van een oppervlaktekartering Transect-rapport 416 Ommen Oost (fase 1) Otmansweg Noord Een archeologisch Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van een oppervlaktekartering Auteur Drs. A.A. Kerkhoven Versie Concept 1.0 Projectcode

Nadere informatie

Quickscan Archeologie. Forellenvisvijvers De Huif Aan de Uilenweg 2 Lelystad, gemeente Lelystad

Quickscan Archeologie. Forellenvisvijvers De Huif Aan de Uilenweg 2 Lelystad, gemeente Lelystad Quickscan Archeologie Forellenvisvijvers De Huif Aan de Uilenweg 2 Lelystad, gemeente Lelystad Steller Versie Drs. A.A. Kerkhoven Definitief-2 Projectcode 12110029 Datum 04-02-2013 Opdrachtgever Uitvoerder

Nadere informatie

Quickscan Archeologie Bedrijventerrein Zwanegat te Zevenbergen

Quickscan Archeologie Bedrijventerrein Zwanegat te Zevenbergen Archeologie Quickscan Archeologie Bedrijventerrein Zwanegat te Zevenbergen Gemeente Moerdijk Het plangebied op een kaart uit 1870 (bron: www.watwaswaar.nl) In opdracht van : AGEL adviseurs Auteur : drs.

Nadere informatie

Dordrecht Ondergronds / Briefrapport 1. Dordrecht - Meidoornlaan

Dordrecht Ondergronds / Briefrapport 1. Dordrecht - Meidoornlaan Dordrecht - Meidoornlaan Archeologische begeleiding T. Hos, 2008 Colofon Titel ISSN Briefrapportnummer 1 Aantal pagina's 7 Auteur Redactie Afbeeldingen Dordrecht Meidoornlaan, archeologische begeleiding

Nadere informatie

Een Archeologisch Bureauonderzoek voor het bestemmingsplan De Grift 3 in Nieuwleusen (gemeente Dalfsen, Overijssel). Figuur 1.

Een Archeologisch Bureauonderzoek voor het bestemmingsplan De Grift 3 in Nieuwleusen (gemeente Dalfsen, Overijssel). Figuur 1. Een Archeologisch Bureauonderzoek voor het bestemmingsplan De Grift 3 in Nieuwleusen (gemeente Dalfsen, Overijssel). (Steekproef 2006-03/18, ISSN 1871-269X) Inleiding Voor De Lange, Bureau voor Stedebouw

Nadere informatie

De heer J. Kaasjager Maasdijk JC Aalst Gld

De heer J. Kaasjager Maasdijk JC Aalst Gld datum: 9 januari 2013 ons kenmerk: 19487ZAMD 091860.doc behandeld door: E.J. Goossens uw brief van: uw referentie: bijlage(n): Adviesdocument 616 betreft: Adviesdocument ten behoeve van plangebied Maasdijk

Nadere informatie

Bijlage 4 Archeologisch onderzoek

Bijlage 4 Archeologisch onderzoek 39 Bijlage 4 Archeologisch onderzoek Wijzigingsplan "Emmastraat Pijnacker" (vastgesteld) Wijzigingsplan "Emmastraat Pijnacker" (vastgesteld) 40 Bodemverstoringsvergu nning Archeologie Plangebied: Gemeente:

Nadere informatie

Plan van aanpak begeleiding aanleg bouwput Helmond-Stiphout, Geeneind

Plan van aanpak begeleiding aanleg bouwput Helmond-Stiphout, Geeneind Plan van aanpak begeleiding aanleg bouwput Helmond-Stiphout, Geeneind Kwaliteitseisen http://www.cultureelerfgoed.nl/werken/wetten-enregels/vergunningen/formulier-toestemming-onderzoek-amateurverenigingen

Nadere informatie

Archeologisch bureauonderzoek & inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Sportlaan, Heerjansdam, Gemeente Zwijndrecht, B&G rapport 899

Archeologisch bureauonderzoek & inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Sportlaan, Heerjansdam, Gemeente Zwijndrecht, B&G rapport 899 1. ALGEMENE GEGEVENS Titel Auteur(s) Autorisatie Gemeente Plaats Toponiem / Straat Onderzoekskader Archeologisch bureauonderzoek & inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Sportlaan, Heerjansdam,

Nadere informatie

Plangebied IJsselbos-west te IJsselstein

Plangebied IJsselbos-west te IJsselstein 60 voor Chr. RAAP-NOTITIE 4892 Plangebied IJsselbos-west te IJsselstein 37 voor Chr. Gemeente IJsselstein Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennende en deels karterende

Nadere informatie

Ede, Roekelse Bos (gem. Ede)

Ede, Roekelse Bos (gem. Ede) (gem. Ede) Een Inventariserend Veldonderzoek door middel van een veldverkenning en karterend booronderzoek J. Walstra R. van Lil Colofon ADC Rapport 930 (gem. Ede) Een Inventariserend Veldonderzoek door

Nadere informatie

CHECKLIST. 1. Het IVO-verkennend (voorzover booronderzoek) dient te zijn uitgevoerd door een instelling die beschikt over een opgravingsvergunning

CHECKLIST. 1. Het IVO-verkennend (voorzover booronderzoek) dient te zijn uitgevoerd door een instelling die beschikt over een opgravingsvergunning ARCHEOLOGIE CHECKLIST Beoordeling standaard rapport IVO-verkennend Algemene vragen 1. Het IVO-verkennend (voorzover booronderzoek) dient te zijn uitgevoerd door een instelling die beschikt over een opgravingsvergunning

Nadere informatie

Tijd van jagers en boeren

Tijd van jagers en boeren 1.1 Van jagers verzamelaars naar tot 3000 v. Chr. De prehistorie : levenswijze van jagers verzamelaars ontstaan van landbouw, landbouwsamenlevingen Onderzoeksvraag: Welke gevolgen had de Neolithische Revolutie

Nadere informatie

Archeologische kennisbronnen voor gemeenten

Archeologische kennisbronnen voor gemeenten Archeologische kennisbronnen voor gemeenten Inleiding Kennis is van belang voor een zorgvuldige besluitvorming over de omgang met archeologische waarden binnen de ruimtelijke ordening. De Rijksdienst voor

Nadere informatie

De presentatie rond de trap

De presentatie rond de trap Kijktocht OER! Plus 6000 jaar geleden woonden er al mensen in dit gebied. Het is de prehistorie; de tijd van de jagers en boeren. De mensen noemen we Swifterbantmensen. Deze kijktocht helpt je ontdekken

Nadere informatie

Veldheem Wezep en archeologie

Veldheem Wezep en archeologie Veldheem Wezep en archeologie In opdracht van Delta Wonen heeft de regioarcheoloog van De Regio Noord Veluwe in mei 2011 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de planontwikkelingen

Nadere informatie

Een Archeologisch Bureauonderzoek voor plangebied De Grift te Nieuwleusen (gemeente Dalfsen, Overijssel) Steekproef /17, ISSN X)

Een Archeologisch Bureauonderzoek voor plangebied De Grift te Nieuwleusen (gemeente Dalfsen, Overijssel) Steekproef /17, ISSN X) Een Archeologisch Bureauonderzoek voor plangebied De Grift te Nieuwleusen (gemeente Dalfsen, Overijssel) Steekproef 2007-03/17, ISSN 1871-269X) Samenvatting Voor plangebied De Grift is in 2006 een bureauonderzoek

Nadere informatie

verslag van archeologisch onderzoek vanaf de jaren zeventig in de wijk padbroek werkgroep archeologie cuijk museum ceuclum

verslag van archeologisch onderzoek vanaf de jaren zeventig in de wijk padbroek werkgroep archeologie cuijk museum ceuclum OUDE BEWONING IN PADBROEK verslag van archeologisch onderzoek vanaf de jaren zeventig in de wijk padbroek werkgroep archeologie cuijk museum ceuclum Oude bewoning in Padbroek Tijdens de bouw en inrichting

Nadere informatie

Afbeelding 1. De ligging van plangebied Kadijkweg te Lutjebroek (zwarte stippellijn).

Afbeelding 1. De ligging van plangebied Kadijkweg te Lutjebroek (zwarte stippellijn). Document: Archeologische Quickscan Plangebied: Kadijkweg 65-67, Lutjebroek, gemeente Stede Broec Adviesnummer: 14153 Opsteller: J. van Leeuwen (archeoloog) & C. Soonius (regio archeoloog) Datum: 28-05-2014

Nadere informatie

Nota archeologie gemeente Roermond 2011

Nota archeologie gemeente Roermond 2011 Inleiding In opdracht van de gemeente Roermond is in de periode 2006 2008 een archeologieatlas voor de gehele gemeente vervaardigd. Deze atlas vormt de basis voor het Roermondse archeologiebeleid dat transparant

Nadere informatie

Bureau voor Archeologie Rapport 2013.05. Veerstalblok naast 7, Gouderak, gemeente Ouderkerk: een bureauonderzoek.

Bureau voor Archeologie Rapport 2013.05. Veerstalblok naast 7, Gouderak, gemeente Ouderkerk: een bureauonderzoek. Veerstalblok naast 7, Gouderak, gemeente Ouderkerk: een bureauonderzoek. 2 Colofon titel: auteur(s): datum:. Veerstalblok naast 7, Gouderak, gemeente Ouderkerk: een bureauonderzoek A. de Boer 26-04-2013

Nadere informatie

Advies Archeologische Monumentenzorg 2010-nr. 92

Advies Archeologische Monumentenzorg 2010-nr. 92 Keizer Karel V Singel 8 Postbus 435 5600 AK Eindhov en Fax: 040 2594510 Website: www.milieudienst.sre.nl Advies Archeologische Monumentenzorg 2010-nr. 92 Deel 1) Concept selectiebesluit archeologie Deel

Nadere informatie

memo Inleiding Kader Historische wordingsgeschiedenis B.V. Stichts Beheer datum: 30 oktober 2015 cultuurhistorische memo plan Castor Veenendaal

memo Inleiding Kader Historische wordingsgeschiedenis B.V. Stichts Beheer datum: 30 oktober 2015 cultuurhistorische memo plan Castor Veenendaal memo aan: t.a.v.: kenmerk: B.V. Stichts Beheer Gerard Heuvelman DETE/80108.03 datum: 30 oktober 2015 betreft: cultuurhistorische memo plan Castor Veenendaal Inleiding Het plan Castor betreft een woningbouwontwikkeling

Nadere informatie

Locatie OPZ, Stelenseweg, Geel

Locatie OPZ, Stelenseweg, Geel Programma van Maatregelen Auteur: J.A.G. van Rooij (veldwerkleider) Autorisatie: P. Hazen (OE/ERK/Archeoloog/2015/00072) 1 Inleiding Op het terrein van het OPZ in Geel, is een vijftal nieuwe gebouwen gepland,

Nadere informatie

In welk landschap horen windmolens thuis? Het verhaal onder en achter de landschappen in de gemeente Enschede Dick Schlüter

In welk landschap horen windmolens thuis? Het verhaal onder en achter de landschappen in de gemeente Enschede Dick Schlüter In welk landschap horen windmolens thuis? Het verhaal onder en achter de landschappen in de gemeente Enschede Dick Schlüter Van IJstijden naar ons huidige Holoceen; ongeveer 10.800 jaar geleden. Het klimaat

Nadere informatie

Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie. Datum 3 juli 2014 Status definitief

Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie. Datum 3 juli 2014 Status definitief Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie Datum 3 juli 2014 Status definitief Colofon Uitgegeven door Rijkswaterstaat ICG Informatie Contractenbuffet RWS, N.Landsman Telefoon 088 7972502 Email contractenbuffet@rws.nl

Nadere informatie

BUREAUONDERZOEK MOLENAKKERSTRAAT TE GEMERT

BUREAUONDERZOEK MOLENAKKERSTRAAT TE GEMERT BUREAUONDERZOEK MOLENAKKERSTRAAT TE GEMERT WONINGCORPORATIE 'GOED WONEN' 26 mei 2010 074704539:0.1 B02034.000139.0120 Inhoud Samenvatting 3 1 Inleiding 5 1.1 Aanleiding 5 1.2 Onderzoeksgebied 5 1.3 Doel

Nadere informatie

Tijd van jagers en boeren

Tijd van jagers en boeren Tijd van jagers en tot 3000 v. Chr. De prehistorie Prehistorie 3000 v. Chr. Evolutietheorie: Eerste mensen ong. 3 miljoen jaar geleden in Afrika ontstaan. Hij is geëvolueerd (Theorie Charles Darwin) en

Nadere informatie

Bijlage 7: Archeologisch onderzoek

Bijlage 7: Archeologisch onderzoek Bijlage 7: Archeologisch onderzoek Windturbine aan het Coevorderkanaal (gemeente Coevorden) Een Archeologisch Bureauonderzoek r. Libau, 5 november 2012 - rapport 12-245 Administratieve gegevens provincie:

Nadere informatie

VOORADVIES BESTEMMINGSPLANPROCEDURE

VOORADVIES BESTEMMINGSPLANPROCEDURE VOORADVIES BESTEMMINGSPLANPROCEDURE Zaaknr. : 2015EAR0009 Zaakomschrijving : CPO Lindevoort Rekken Specialisme : Cultuurhistorie (excl. Archeologie) Behandeld door : Roy Oostendorp Datum : 7 oktober 2015

Nadere informatie

RAAP-NOTITIE 3694. Archeologiebeleid. Gemeente Uitgeest

RAAP-NOTITIE 3694. Archeologiebeleid. Gemeente Uitgeest RAAP-NOTITIE 3694 Archeologiebeleid Gemeente Uitgeest Colofon Opdrachtgever: Gemeente Uitgeest Titel: Archeologiebeleid, gemeente Uitgeest Status: eindversie Datum: april 2011 Auteur: drs. P. Kloosterman

Nadere informatie

Afb. 1. Locatie plangebied ter hoogte van de kassen (de te handhaven stolpboerderij ligt in de rode cirkel)

Afb. 1. Locatie plangebied ter hoogte van de kassen (de te handhaven stolpboerderij ligt in de rode cirkel) Plangebied: Bobeldijk 1a, Berkhout, gemeente Koggenland Adviesnummer: 12212 Opsteller: Carla Soonius Datum: 14-11-2012 Archeologische Quickscan Inleiding Ten behoeve van de bouw van twee woningen aan de

Nadere informatie