Hoofdstuk 1: een kennismaking met de sociologie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hoofdstuk 1: een kennismaking met de sociologie"

Transcriptie

1 SAMENVATTING SOCIOLOGIE Hoofdstuk 1: een kennismaking met de sociologie 1. Wat is sociologie? Bestudeert het menselijk sociaal leven. De mens als sociaal leven in interactie met anderen staat centraal. Nadruk ligt op samen leven. Volgens de jager en Mok = de wetenschap die het sociaal handelen van mensen bestudeert. Net als de daaruit voortgekomen structuren en patronen in hun ontstaan, voorbestaan en veranderen Sociologie als wetenschap Sociale klasse (objectief) : plaats op de ladder die je inneemt. Sociale status (subjectief): waardering, prestige. Vb manager meer sociale waardering dan boer Sociale rol: verwachtingen van een persoon 1.2. Wat bestudeert de sociologie? à Onderscheid tss materieel en formeel voorwerp vd sociologie - Materieel voorwerp vd sociologie: WAT de soc bestudeert: het sociaal handelen - Formeel voorwerp vd sociologie: DE INVALSHOEK VAN WAARUIT de soc bestudeert: het sociaal handelen als zodanig. (hoe gedragen mensen zich tav elkaar) Wat betekent sociaal handelen? = elke handeling ve persoon of personen gericht op en andere persoon of personen dus met een bepaalde bedoeling of intentie. Sociaal handelen hoeft geen positieve betekenis te krijgen in de samenleving. Vb criminieel gedrag. Max Weber 4types sociaal handelen: 1) Doelrationeel handelen: instrumenteel rationeel handelen Gericht op het realiseren van weloverwogen doelstellingen. Efficiëntie is codewoord. Het handelen is het resultaat van een rationeel proces waarin doelen, middelen en mogelijke neveneffecten in rekening worden gebracht en tegenover elkaar worden afgewogen. Uiteindelijk zal er een doelstelling gekozen worden. Het verwachte gedrag van anderen wordt dan een voorwaarde of middel om die doelstelling ook te halen. Soms onderscheid tss middelen en condities: - middelen: elementen in ons handelen die we kunnen wijzigen/inzetten/gebruiken - condities: elementen in ons handelen die we niet kunnen wijzigen/manipuleren/gebruiken Vb. Afwegen voor- en nadelen bij de keuze voor een studiebezoek 2) Waarderationeel handelen: vanuit de overtuiging dat dit handelen betekenis heeft. Het handelen op zich heeft hier betekenis, welk doel er ook mee bereikt wordt. De morele, esthetische en of religieuze normen of waarden zijn belangrijker dan het eindresultaat van het handelen. Mensen handelen waarderationeel omwillen van het waardevolle van het handelen zelf. Vb. Vrijwilligerswerk bij een jongerenadvies- centrum 1

2 3) Affectief handelen: direct gestuurd door emoties of gevoelens Dit handelen heeft eerder emotionele, zintuiglijke en instinctieve kenmerken. De manier waarop deze handelingen geuit worden zijn cultureel geuit. Het uiten van basisemoties is bv universeel. De manier waarop deze emoties door mensen geuit worden kunnen van cultuur tot cultuur verschillen. Vb. Omhelzen van een vriend na een moeilijk examen 4) Traditioneel handelen: door gewoonte en traditie bepaald. Dit handelen gebeurt een beetje op automatische piloot volgens vaststaande gewoonten en tradities. Bv beleefdheidsregels of etiquette. Vb. Beschuitjes met felgekleurde hagelslag om een geboorte te vieren in Nederland Er zijn verschillende niveaus van samenleven: - microniveau: zeer kleine samenlevingsverbanden, gezin, klasgroep, vriendengroep - mesoniveau: iets grotere samenlevingsverbanden, wijk, hogeschool, stad, bedrijf - macroniveau: zeer ruime samenlevingsverbanden, onze samenleving, hele wereldgemeenschap Samenlevingsverband = sociale eenheid Wnr mensen zich in hun handelen laten beïnvloeden spreken we van interactie (actie en reactie) 4vormen van interactie: 1) Samenwerking: Er is een akkoord om een doelstelling te gaan realiseren. Het is noodzakelijk dat er samengewerkt wordt. Regels en afspraken moeten worden nageleefd. 2) Conformiteit: Een samenspel van actie en reactie die helemaal verloopt volgens de verwachtingen van de verschillende sociale spelers. Het akkoord is de norm. Tegengestelde = deviantie of afwijkend gedrag: minstens een vd beide partners gaat zich niet langer gedragen volgens de regels of verwachtingen. 3) Ruil: Belonen en straffen met elkaar uitwisselen. Je geeft en neemt en krijgt dus voordelen (baten) en nadelen (kosten). Sociale ruil kan gaan om erkenning, prestige, aandacht. Wnr er een evenwicht is tss kosten en baten ve interactie is de kans veel groter dat deze lang zal blijven voortbestaan. Toch is het belangrijk om te beseffen dat er heel vaak sprake is van een onevenwicht. 4) Conflict: Staat haaks op samenwerking. Toch zijn conflicten niet altijd negatief en kunnen ze aanzetten tot verandering. Wnr er sprake is van externe vijandigheid binnen een conflict zal de interne samenhang (groepscohesie) steviger worden. Mensen hebben dan meer het gevoel bij elkaar te horen wnr ze een gemeenschappelijk vijand vrezen zoveel onderzoeksthema s Menselijk samenleven brengt ook uitdagingen en problemen met zich mee = sociale problemen. - het cohesievraagstuk: wat houdt de samenleving bij elkaar? - het ongelijkheidvraagstuk: de verdeling van schaarse goederen of privileges en de gevolgen daarvan voor de relaties tss mensen en groepen mensen. - het identiteitsvraagstuk: de invloed van maatschappelijke verhoudingen op zelfbeeld en zelfbesef 2

3 Wanneer is een fenomeen ook een sociaal probleem? Moet voldoen aan 2 voorwaarden: - als het objectief kan vastgesteld worden dat er daadwerkelijk iets moeilijk loopt in de samenleving - worden pas sociaal probleem als de leden van een samenleving deze ook als problematisch gaan ervaren en ook zo gaan benoemen. Sociale problemen zijn dus niet enkel wat de overheid als sociaal probleem ziet. Vaak zal de politiek wel inspelen op wat de publieke opinie als problematisch ziet. Hoe meer mensen een fenomeen als problematisch ervaren hoe meer dit tot een sociaal probleem zal uitgroeien. De gevoeligheid voor bepaalde sociale problemen kan verschillen van groep tot groep, wat voor de ene groep een groot probleem is kan voor de andere groep niets zijn Het ontstaan van de sociologie Bepaalde maatschappelijke omstandigheden en fenomenen aan het einde van de 18 de eeuw gaven een duw in de rug. Maatschappelijke veranderingen gingen samen met ontwikkelingen vh denken. De mensen hadden behoefte aan meer empirische, rationele kennis waar vroeger dood, ziekte en andere natuurverschijnselen vooral bovennatuurlijke verklaringen gezocht werden. De samenleving veranderde: - Er kwam een einde aan de feodale samenleving - my wordt uitgedaagd door industrialisatie, urbanisatie en de opkomst van nieuwe sociale klassen - secularisatie, humanisme, opkomst van de wetenschap Comte vader vd sociologie. Wil een wetenschap vd samenleving ontwikkelen naar het model vd natuurwetenschap. Verschijnselen waren in zijn ogen het resultaat van algemene wetten. Als kind van zijn tijd (periode van de Franse Revolutie 1789): zocht hij naar orde en structuur om de Franse samenleving die ontwricht was te herstellen. Lanceerde begrip physique social. Sociologie is als menswetenschap een vrij jonge wetenschap. Omgeving, gedrag en sociale interactie staan centraal. Deze begrippen zijn erg complex en voortdurend onderhevig aan verandering. Bovendien kan je als socioloog nooit 100% waardevrij zijn, we maken immers deel uit van ons onderzoeksobject. 1.3 Paradigma s in de sociologie Paradigma = model van waaruit men vertrekt om aan wetenschap te doen en dus het samenhangend geheel van vertrekpunten, theoretische opvattingen en methodologische voorschriften. Geen enkel paradigma is opzich alles verklarend. Ze zijn eerder complementair en kunnen elkaar dus het best aanvullen in hun analyse vd sociale werkelijkheid. à paradigmatisch pluralisme: elk paradigma krijgt in zijn verscheidenheid ook de nodige erkenning. Het begrip paradigma is afkomstig van Kuhn. Hij benadrukt dat de ontwikkeling van wetenschap geen opeenstapeling van kennis is. 2 vragen verdelen de paradigma s 1) Wordt de sociale werkelijkheid vooral bepaald door actoren of door structuren/vanuit het systeem? 2) Wordt de sociale werkelijkheid vooral bepaald door consensus of door conflicten? Sociologen kunnen echter niet kiezen tss de twee en gaan zich als gevolg bewegen in verschillende kwadranten. 3

4 Conflictsociologie Sociale ruil Structureel functionalisme Symbolisch interactionisme - Bovenaan de horizontale as; de sociale werkelijkheid wordt van bovenaf, vanuit het perspectief van het sociale systeem bekeken. - Onderaan de horizontale as: de sociale werkelijkheid wordt vanuit het perspectief van de actor bekeken. - Rechts vd vertikale as: de sociale werkelijkheid wordt bekeken als samenwerking (samen) - Links vd vertikale as: de sociale werkelijkheid wordt bekeken als conflict (tegen) 1. Het symbolisch interactionisme De verklaringen vd sociale werkelijkheid liggen in het handelen zelf (van actoren samen). Mensen gaan zelf betekenis geven aan hun omgeving. a. Belangrijke grondleggers: WEBER, MEAD en COOLEY WEBER: hij kiest ervoor om het grootste belang te hechten aan het sociaal handelen van de mensen zelf. Verstehende methode = proberen inzicht te krijgen in de ideeen meningen opvattingen, doelen en motieven die ons tot handelen aanzetten. Weber wil zowel culturen als individuen begrijpen, daarom valt hij onder actor en structuurparadigma, hij hecht aan beiden belang. COOLEY: the looking- glass self = het beeld dat we van ons zelf hebben, is opgemaakt adh vn hoe anderen ons waarnemen (spiegel) en zich ook tegenover ons gedragen. Bij elke sociale ontmoeting zal een interpretatie zijn, we geven telkens betekenis ah gedrag vd ander. MEAD: Mind, Self and Society = elke interactie bepaalt ons zelfbewustzijn. We reageren op de bedoelingen en betekenissen die we achter elkaars gedrag vermoeden. Elke handeling staat symbool voor een betekenis. Voor onze zelfontwikkeling en succesvolle deelname aan het sociale gebeuren ontwik we geleidelijk het vermogen om ons in te leven in anderen. b. Recente sociologen: BLUMER en GOFFMAN BLUMER: onze interpretatie vh handelen van andere sociale actoren is van groot belang. De sociale werkelijkheid wordt steeds vorm gegeven door zulke interpretaties. Experiment van Guthrie: ons zelfbeeld word gevormd door de reacties van anderen en kan dus daardoor veranderen. c. Uitgangspunten - De werkelijkheid is gebaseerd op de betekenissen die deze werkelijkheid voor ons heeft. - De sociale interactie bepaalt de sociale werkelijkheid. - De individuele actor komt tot communicatie met zichzelf en komt tot communicatie en interactie met anderen en haalt hier betekenissen uit. KRITIEK - of we het belang vn onze betekenissen achter ons gedrag niet overschatten; Handelen we altijd bewust? - enkel kwalitatieve onderzoek is hier mogelijk, weinig ruimte voor kwantitatief onderzoek. - de ruimere maatschappelijke context word niet opgenomen in dit model. Het symbolisch interactionisme vertrekt van welbepaalde tijd en ruimtegebonden omstandigheden. 4

5 2. De sociale ruil Ook hier is sociale werkelijkheid opgebouwd door wat afspeelt tss mensen; Alleen worden er geen betekenissen uitgewisseld maar sociale goederen. Materieel en immaterieel zoals status prestige, respect, macht. Mensen worden door hun eigenbelang gedreven in hun sociale interacties, ze denken er voordeel uit te halen. Wnr relaties geen voordeel meer geven dan zetten we ze stop. a. Grondleggers: BENTHAM, LÉVI- STRAUSS, HOMANS, BLAU HOMANS: hoe vaker individuen elkaar ontmoeten hoe hechter hun interactie en ze gaan steeds meer een samenhangende groep vormen. Kent belang toe aan de psychologische processen die individuen drijven in hun interactie; BLAU: in heel veel sociale relatie is er ruil. Veel relaties kunnen we omschrijven als machtrelaties. Degene die het minst te verliezen heeft is de machtigste. In deze visie hebben relatie het meeste kans op slagen als de inspanningen om deze in stand te houden in verhouding zijn met de voordelen die men uit de relatie haalt. MAUSS: ruil kan opgevat worden als wederkerige giften LEVI STRAUSS: we zijn ons niet steeds bewust van ruilprocessen; direct en indirect b. Uitgangspunten - het sociale leven wordt vooral bepaald door de interactie tss actoren - deze keer staan niet de betekenissen centraal maar wel de goederen die uitgewisseld worde - sociale ruil kan direct plaatsvinden, maar ook indirect - we zijn ons niet altijd bewust van deze sociale ruiltransacties 3. Structuurfunctionalisme Een samenleving is een organisme, een lichaam waarin de verschillende organen samenwerken, hun eigen functie vervullen en zo ook bijdragen tot het algehele welzijn en functioneren van dat organisme. a. Grondleggers: DURKHEIM, PARSONS, MERTON DURKHEIM: sociale verschijnselen belangrijk. De sociale feiten zijn extern aan de individu en liggen aan de grond vh sociaal leven. Als we het sociaal leven willen begrijpen moeten we eerst de sociale feiten onder de loep nemen. Maakt onderscheid tss materiële feiten (recht, architectuur) en immateriële feiten (waarden en normen) b. Uitgangspunten - elk onderdeel staat in voor zijn eigen functie en draagt zo bij tot het geheel - alle relaties tss mensen zijn functioneel, ze zorgen voor het voortbestaan vh systeem - bepaalde instituties (vb godsdienst) zijn onmisbaar voor het voortbestaan vh systeem PARSONS: gaat nog verder en zegt dat de samenleving bestaat uit versch subsystemen. Elk subsysteem kent dan weer eigen posities, rollen normen waarden MERTON: reageert kritisch op deze klassieke structuurfunctionalistische visies. Niet alle sociale fenomenen hebben een positieve invloed op het voortbestaan vh systeem; KRITIEK: Elke verandering kan de bestaande maatschappelijke orde in gevaar brengen. 5

6 4. Paradigma van de conflictsociologen Centraal staan hier de conflicten eigen aan de maatschappelijke orde, dus niet de conflicten tss de actoren. a. Grondleggers: MILLS en Marx MILLS: the power elite : in tegenstelling tot wat we verwachten, word onze samenleving niet geleid door democratisch verkozen besluitvormers, maar door drie massieve bureaucratische organisaties, grote ondernemingen, het leger en de federale administratie. 1.4 Wat is sociologisch onderzoek? basisregels van het sociologisch onderzoek Sociologische uitspraken = uitspraken obv onderzoek Een socioloog wil zijn onderzoeksobject zo objectief mogelijk bestuderen. Resultaten van sociologisch onderzoek moeten veralgemenend zijn. Veralgemenende of generaliserende uitspraak = wnr een beperkt aantal stellingen samen inzicht geeft in sociale situaties of vormen van sociaal handelen die van elkaar verschillen, maar een overduidelijke gemeenschappelijke basis delen. Onderzoek brengt sociologen tot inzicht. 3 basisvoorwaarden: - representativiteit: gegevens moeten een getrouwe weerspiegeling zijn van de sociale werkelijkheid. - betrouwbaarheid: sociologen gebruiken gestandaardiseerde methoden. Andere onderzoekers die hetzelfde fenomeen bestuderen, met dezelfde methode komen tot dezelfde resultaten. - validiteit: zijn de verzamelde gegevens samen wel echt een uitdrukking van de centrale onderzoeksvraag? Uitdaging is om zoveel mogelijk sociaal wenselijke antwoorden te vermijden. Sociologisch onderzoek heeft een systematisch karakter Een socioloog verzamelt niet zomaar toevallig info. Toevallige waarnemingen kunnen zeer selectieve waarnemingen worden. Als we wetenschappelijke uitspraken willen doen mogen we ons niet laten afleiden door eigen toevallige ervaringen. We zijn daar vrij selectief in. We registreren vooral datgene dat strookt met onze bestaande ideeen. Sociologen proberen de sociale werkelijkheid te registreren en een theorie af te leiden Socioloog vertrekt van datgene dat waarneembaar is, dat je systematisch kan meten. Onderscheid tss inductie deductie DEDUCTIE VERTREKPUNT Algemene wetmatigheid, regel of theorie EINDPUNT Toepasbaar op de werkelijkheid? INDUCTIE Waarnemingen Herleidbaar tot een algemeen geldende wet/regel? 6

7 1.4.2 het onderscheid tss kwantitatief en kwalitatief onderzoek (beide complementair) - kwantitatief onderzoek (causale adequaatheid): vaststellen van oorzaak- gevolg relaties belangrijk - kwalitatief (zinadequaatheid): het wrm achter bepaalde patronen in de samenleving achterhalen. Kwantitatieve onderzoeksbenadering: het positivisme Hecht veel belang aan waarnemingen, via zintuiglijke ervaringen word kennis verzameld. Vertrekt op basis van de bestaande onderzoeksliteratuur van een zo eenvoudig mogelijk theoretisch model waarbij verschillende variabelen waarvan we verwachten dat ze een invloed uitoefenen worden opgenomen. De variabelen moeten gemeten worden. We gaan het model operationaliseren=beslissen hoe we de verschillende variabelen meetbaar kunnen maken. Met statische technieken word het causale model bijgestuurd. Bedoeling is om zoveel mogelijk naar algemene wetmatigheden te streven. Kwalitatieve onderzoeksbenadering: de interpretatieve sociologie Weber noemt deze benadering ook wel de verstehende methode > veel sociologen zijn van mening dat het niet enkel belangrijk is met cijfers te komen aandragen maar dat de betekenis die mensen aan hun sociaal handelen geven eigenlijk doorslaggevend is. De interpretatieve sociologie wil de motivatie, betekenis van mensen achter hun sociaal handelen achterhalen. Kwalitatief onderzoek staat soms voor uitdagingen omdat we ons niet altijd bewust zijn van de argumenten van ons sociaal handelen. Bovendien voert een socioloog altijd onderzoek uit in de samenleving. Door bepaalde fenomenen in de aandacht te brengen maken we ze soms sterker of vernietigen we ze. Ø Self- fulfilling versus self destroying prophecy de onderzoekscyclus, empirische cyclus formuleren systematisch waarnemen van en gegevens hypothesen verzamelen voorspelling Analyse van alle gegevens theorie ontwikkelen: hypothesen samen toetsen van de hypothese bevestigen van de hypothese 7

8 Hoofdstuk 2: socialisatie en sociale controle 1. Begripsomschrijving Socialisatie speelt zich af op microniveau =het proces waarbij individuen (nieuwkomers) de waarden,normen, doelstellingen en verwachtingen van een bepaalde cultuur overnemen. Door socialisatie word je lid van een samenlevingsverband. Bv pasgeboren baby in gezin, nieuw lid in de voetbalclub enz theorieën over socialisatie via interactie met anderen krijgen we een sociale identiteit, Mead legt de nadruk op rationeel handelen; we maken keuzes voor de middelen die we gaan inzetten op een bepaald doel te bereiken. Volgens Mead gaan we telkens betekenis geven aan onze omgeving, die betekenis krijgen we enkel in interactie met anderen. Heel het socialiseringsproces en de ontwikkeling van onze sociale identiteit is gebaseerd op ons vermogen om tot symbolisch interactie te komen. De sociale identiteit verzekert ons dat we bij een groep horen en hoe we door anderen zullen behandeld en benaderd worden. Het resultaat van die sociale leerproces noemt Mead een Social self Ø bestaat uit 2 componenten - het IK - het MIJ beide staan steeds in wisselwerking met elkaar, het ik zal spontaan reageren op het mij. Ons gedrag is resultaat van deze wisselwerking. Ons zelfbewustzijn is een dynamisch gebeuren. IK MIJ Spontaan zelfbesef Maatschappij geeft MIJ vorm Reageert spontaan op het MIJ Bewust van mezelf als object Ontstaan van creativiteit Bewust van wat ik heb aangeleerd en overgenomen Ontstaan van vernieuwend, zelf non- Maatschappij in mezelf conformistisch gedrag Spontaan bewust zijn van innerlijke zelf Bewust zijn van mijn nationaliteit, beroep of etnische herkomst Mead onderscheid in de primaire socialisatie 2 stadia: het play- stadium en het game- stadium. Kinderen die voor hen op dat moment belangrijke mensen spelen noemt Mead significante andere Play stadium> 2rollen centraal, die van de kleuter en de significante andere. Rond 5jaar maken nog anderen hun intrede in het spel. Als een kind de verschillende mogelijke rollen kan innemen van andere deelnemers dan pas kan hij ook egt aan het spel deelnemen. Game stadium> iedereen die meedoet moet ook consequent een rol op zich nemen en mag er niet uit vallen. Wnr het spel een duidelijk samenhangende betekenis krijgt voor het kind begeeft hij zich in dit game stadium. Kinderen zijn zich dan bewust geworden van de mogelijke houdingen van veel verschillende anderen tegenover het eigen gedrag. De regels van het spel zullen opvallend veel gelijkenissen vertonen met de heersende maatschappelijke normen. Structurele ambivalentie> de tegenstrijdige en onsamenhangende eisen vanuit de omgeving Cooley: we gaan onszelf waarnemen zoals anderen dat doen > the looking- glass self 3 elementen - we maken ons een voorstelling vd manier waarop anderen ons zien, waarderen, evalueren, (mollig) 8

9 - we interpreteren de reacties van anderen. We vormen ons nu ook een idee over het oordeel dat anderen hebben over onze manier van voorkomen (wat vinden anderen ervan dat we mollig zijn?) - we evalueren onszelf op basis vd evaluaties van anderen > positief of negatief zelfbeeld. Niet altijd gebaseerd op juiste oordelen 1.2 primaire, secundaire en tertiaire socialisatie - primaire socialisatie vinden we trg in primaire groepen: het gezin en peergroups. Leren is hier aan der leven ondervinden welke normen, waarden belangrijk zijn. Maar je hebt niet het gevoel da je op de schoolbanken zit. Directe contacten zijn belangrijk en maken het leerproces informeel. Het leren gebeurt vaak onbewust en vanzelfsprekend. Vandaag is de socialiserende invloed vh gezin wel verminderd. Vanaf 4jaar word de peergroup belangrijk, in de kleuterklas gaan kinderen direct en informeel van elkaar leren. - secundaire socialisatie speelt zich af in formele organisatie: school, werk, verenigingen. Toegang tot deze organisaties betekent dat je je schikt naar de heersende cultuur. rites de passage spelen een belangrijke rol. Ze sluiten een periode van socialisatie af en geven de start aan van een nieuwe. (1 ste communie). Kan zich ook informeel voordoen. Kinderen weten bv dat ze hun vinger moeten opsteken om iets te vragen. Deze verwachtingen worden niet steeds formeel opgenomen in het lessenrooster = hidden curriculum - tertiaire socialisatie is socialisatie via de massamedia: tv, games, internet. Hier gaat het eerder om onbewuste beïnvloeding. Er is geen interactie of communicatie 1.3 rolsocialisatie socialisatie gebeurt klassenspecifiek Bernstein verband tss taalgebruik van kinderen en hun sociale achtergrond, hij maakt onderscheid ts >restricted code en de elaboreted code Kinderen uit de arbeidersklasse meer restricted code; taalgebruik eigen aan de context Kinderen uit de middenklasse meer elaboreted code; taalgebruik dat op allerlei situaties kan toegepast worden. De ene code is niet minderwaardig aan de andere, maar geeft wel betekenis aan de levensomstandigheden van beide sociale klassen. Bourdieu lanceerde begrip cultureel kapitaal. Het opleidingsniveau van ouders, hun beroep hangt samen met het belang van bepaalde normen en waarden. Kinderen uit de middenklasse zouden het beter doen op school en betere jobs hebben dan kinderen uit de arbeidersklasse. Ons onderwijssysteem met haar waarden en normen beantwoord meer aan de die van de middenklasse. Arbeidersklasse is niet minderwaardig alleen is ze minder in overeenstemming met de schoolcultuur >cultureel deficit genoemd Socialisatie gebeurt ook genderspecifiek m.a.w verschillend voor mannen en vrouwen Gender = de invulling van een cultuur van rollen die geslachtsgebonden zijn, de ideeën en verwachtingen rond mannelijkheid en vrouwelijkheid. Tijdens opvoeding worden aan jongens andere normen en waarden meegegeven dan aan meisjes. 9

10 Nature- nurture- discussie > gedragen we ons conform onze genderrol omdat we die aangeleerd krijgen of zijn deze verschillen eerder aangeboren. Horizontale segregatie= het bestaan van typische mannen- en vrouwenberoepen Verticale segregatie= de toplagen van organisaties waar beleidsbeslissingen genomen worden, nog altijd vaak door mannen bevolkt worden. En vrouwen eerder de lagere banen uitvoeren. Waar vrouwen moeilijk doorgang krijgen naar de topfuncties op de arbeidsmarkt= glazen plafond 2. Sociale controle =het geheel van beïnvloedingsprocessen dat individuen of groepen gebruiken om andere individuen normen en waarden van de samenleving of samenlevingsverband te doen naleven Niet vaak bewust van sociale controle. Elke vorm van socialisatie is een soort van bewust sociale controle. Dit kan positief of negatief gebeuren - Positieve sancties= beloningen voor het strikt naleven van normen - Negatieve sancties= het bestraffen van gedrag dat afwijkt vd norm - Externe sancties= sancties die vanuit de sociale omgeving, van buitenaf worden toegekend - Interne sancties= sancties die deel uitmaken vd gesocialiseerde persoonlijkheid 3. Het gezin in de samenleving Kerngezin=ouders en kinderen (primaire groep) Uitgebreid gezin=kerngezin en andere verwanten die samenleven bv grootouders Gezin heeft aantal belangrijke functies - partnerselectie - regeling vd afstamming door procreatie (goederen via erfenis doorgegeven) - socialisatie(primaire): binnen gezin krijgen we cultuurpatroon aangeleerd - overdracht: kennis kan vd ene op de ander generatie worden doorgegeven - omgaan met machtsverhoudingen en regeling vd autoriteiten: ouderlijke macht geeft aan hoe machtsrelaties de verhoudingen kunnen duidelijk maken. - economische functie: gezin zal aande materiële noden vd gezinsleden proberen tegemoet te komen - sociale controle: ouders, oudere zus kunnen afwijkend gedrag van gezinsleden bestraffen en normatief gedrag belonen - rolverdeling: binnen gezin neem je rol op, deze geeft enkele zekerheden. 3.1 het gezin doorheen de tijd middeleeuwen, het patriarchale gezin, pater familias de eeuw, burgerlijke gezin 20 ste eeuw, kerngezin individualisering en het huidige gezinsmodel - steeds meer huwelijken worden terug ontbonden - steeds minder kinderen/gezin (vruchtbaarheidsdaling) - toename vh ongehuwd samenwonen en aantal buitenechtelijke kinderen - toename vn nieuwe samenlevingsvormen bv LAT relaties, een ouder gezinnen - toename van autonomie in de opvoeding (vroeger tradities doorgeven, kinderen trouw volgen) GELDOF noemt kinderen van vandaag schaarse wenskinderen >ze maken verwachtingen van ouders waar in hun leven. Kinderen zijn resultaat van bewuste en geplande keuzes. 10

11 3.2 begrippen zie p referentiegroeptheorie referentiegroepgedrag= als mensen zich sterk gaan richten op anderen als referentie voor hun eigen handelen. Merton> Anderen worden gebruikt om het eigen gedrag te bepalen en te evalueren. Hij onderscheid 2soorten referentiegroepen: - Normatieve referentiegroep: waarden en normen vd groep zijn richtlijn voor het eigen gedrag - Comparatieve referentiegroep: anderen zijn basis om de eigen situatie in te schatten en te beoordelen. Iemand gaat een bepaalde groep als referentiegroep kiezen, kan een sociale groep zijn waartoe het individu al behoort maar even goed niet. 5. Religie in de samenleving Religie is even oud als de mens. Onderscheid tss godsdienst en religie Godsdienst= de monotheïstisch religies, (christendom, jodendom, islam) Religie= 3 vaste elementen - het geloofsidee=het geloof in de almachtige god in het monotheïsme - de geloofspraktijk= het ritueel van het sacrament, het doopsel, begrafenis - het behoren tot een geloofsgemeenschap (verbondenheid met andere gelovigen) 5.1 begrippen religie zie p secularisatie of ontkerkelijking is een voorbeeld van een sociale verandering secularisatie= wnr een godsdienst geen relevante functie meer kan uitoefenen voor en in een samenleving durkheim is er van overtuigd dat dit enkel kan gebeuren wnr andere instellingen in de maatschappij de functies van religie gaan overnemen sociale verandering= verandering die objectief waarneembare gevolgen heeft voor de sociale structuur en de cultuur van een samenleving voorwaarden: - sociale verandering moet grondig gebeuren - Sociale verandering moet toepasbaar zijn op verschillende sferen vh sociaal leven 6. Instituties in de samenleving Handelingsplasticiteit= de mens kan zich aanpassen in zijn samen leven met anderen aan heel verschillende omgevingen, flexibel. Institutie= het geheel van handelingspatronen die maken dat we ons aanpassen aan een specifieke historische, geografische en klimatologische omgeving. Vb gezin Malinowski maakt onderscheid tss primaire en secundair instituties - Primaire: instituties die basisbehoeften bevredigen, voortplanting, voeding, veiligheid - Secundaire: zorg ervoor dat primaire daadwerkelijk geïntegreerd worden in de samenleving.politiek Instituties zijn door de mens in het leven geroepen, ze zijn maw een sociale constructie. 11

12 Hoofdstuk 3: cultuur en culturele verscheidenheid 1. Begripsomschrijving Cultuur= het min of meer samenhangend geheel van waarden, normen, doeleinden en verwachtingen, dat door een samenlevingsverband wordt gedragen, dat zorgt voor specificatie en verduurzaming van het sociale gedrag, dat is voor het bestendigen van het samenlevingsverband en dat door de leden van een samenlevingsverband wordt aangeleerd of doorgegeven. 1.1 componenten van cultuur waarden =concrete, abstracte richtlijnen die uitdrukken wat een bepaald samenlevingsverband als goed en dus nastrevenswaardig beschouwt. Ze geven in algemene termen weer wat er in een samenleving of gemeenschap belangrijk is. (collectieve opvattingen en geen individuele prioriteiten) Volgens Vranken en Henderickx dubbele functie: - waarden regelen het eigen gedrag - waarden dienen als criteria om het gedrag van anderen te beoordelen Waarden zijn cultuurspecifiek, eigen aan een bepaalde cultuur. Waarden zijn tijdsgebonden, waardestelsel kan evolueren doorheen de tijd Waardehierarchie: sommige waarden belangrijker dan anderen normen =de concrete gedragsregels die mensen verondersteld worden na te leven en die houvast bieden Iedereen leeft normen na, wie dit niet doet wordt onder druk gezet met sancties. Sancties zijn een middel om sociale controle uit te oefenen in een samenleving. Normen kunnen ook zijn vastgelegd in wetten (verkeersreglement) Soms normen ook vrijblijvender - > gebruiken of folkways (onuitgesproken dresscode) Formele en informele normen en bijhorende sancties zijn te vinden op micro, macro en mesoniveau Linton maakt onderscheid: - universals: geldig voor iedereen in de samenleving - specialties: gangbaar voor sommige sociale groepen in de samenleving - alternatives: mensen kunnen zelf kiezen of deze normen op hen van toepassing zijn verwachtingen =geheel van opvattingen over wat er kan of zal gebeuren - cognitieve verwachtingen: verwachtingen die teruggaan op de regelmaat in het sociaal leven. Wnr deze verwachtingen niet uitkomen kunnen we ons erover verbazen of opwinden. Moreel niet verontwaardigd zijn. (op fb een berichtje plaatsen, we verwachten dat dit berichtje de ontvanger kan bereiken en op het prikbord word geplaatst) - normatieve verwachtingen: verwachtingen die teruggaan op de heersende normen in een samenleving. Wnr deze verwachtingen niet uitkomen zullen we wel moreel verontwaardigd gekwetst zijn. In extreme gevallen zelfs afkeer. (op fb iemand publiekelijk vernederen, zal iemand zich gekrenkt voelen) 12

13 Wnr verwachtingen niet uitkomen kunnen mensen hier verschillend op reageren. Elchardus omschrijft aantal mechanismen die de frustratie opvangen: - humor: humor kan spanning wegnemen - tact: wnr iemand bij normoverschrijdend gedrag doet alsof hij niets heeft gemerkt van het voorval - afwachten: om te kijken of het verdere gedrag vd overtreder verduidelijking biedt - uitleggen: overtreder kan uitleg geven wrm een verwachting niet is ingelost - verontschuldigen: overtreder kan ruimte krijgen om zich te verontschuldigen (toont aan dat er aan de heersende regels of verwachtingen niet getwijfeld word) 1.2 De uitdragers van cultuur materiele voorwerpen Kunnen dragers zijn van cultuur. Ze vertellen ons iets over de levenswijzen van mensen symbolen =het aspect van ons handelen en van voorwerpen dat de betekenis duidelijk maakt. Iets wat voor iets anders staat. Bewust gemaakte en makkelijk te herkennen codes voor voorwerpen, handelingen - verwijzende functie: bedoeld om ondubbelzinnige en bondige info te geven vb kaarte, verkeersbord - expressieve functie: gevoel uitdrukken, woorden, afbeeldingen met een betekenis die alleen begrepen worden door leden van een bepaalde cultuur. Vb duim omhoog betekent in onze cultuur een positief signaal, niet in alle culturen zelfde betekenis symboolsystemen symbolen staan zelden los, onafhankelijk van elkaar. Meestal worden ze samen gecombineerd in symboolsystemen. Vb taal, reeks afzonderlijke symbolen geven samen een betekenis. 1.3 de duurzaamheid van cultuur acculturatie= wnr verschillende culturen kenmerken overdragen op elkaar. Cultuur is duurzaam - > cultuur veranderd niet compleet van de ene dag op de andere. Toch zorgen externe factoren ervoor dat culturen wijzigingen ondergaan. Welke externe factoren: - milieuschade: energiegebruik brengt uitdagingen mee voor de volgende generaties - veranderingen in het klimaat: - oorlog/conflicten: gemeenschappelijke beleving van een bevolkingsgroep tekenen - handelsrelaties Deze externe factoren noemen we ook exogene factoren, omdat ze vreemd zijn aan de samenleving zelf. Vb natuurlijke factoren (natuurrampen) Endogene factoren zijn factoren binnen de samenlevingen die tot verandering aanzetten Vb alle uitvindingen en ontdekkingen Wat is diffusie? =KROEBER, een proces waarbij cultuurelementen zich verspreiden (ontdekkingen, uitvindingen of nieuwe instellingen worden overgenomen tot ze zich over de hele aardbol hebben verspreid. 13

14 1.3.1 culturen veranderen naar een doorgedreven urbanisatie over 50jaar nog meer mensen die in de stad gaan wonen, in steden denken mensen meer geld te verdienen dan platteland geldof spreekt over transnationaliteit. Hij pleit voor een veel meer kosmopolitische blik om naar steden te kijken i.p.v een strikt denken in hokjes volgens nationaliteit en etniciteit. Mensen zijn niet meer vast te pinnen aan een nationaliteit of identiteit de uitputting van energievoorraden demografische ontwikkelingen globalisering= de toename van het aantal verbindingen tss de staten en de samenlevingen van de wereld. Beslissingen in een deel van de wereld, heeft belangrijke gevolgen in een ander deel. Anti- globalist= wie bedenkingen heeft bij de gevolgen van globalisering en zich er tegen afzet. Anders- globalisten= zien wel voordelen in globalisering, maar vinden dat deze ongelijk verdeeld zijn. De voordelen komen te weinig ten goede van de gewone mensen. 2. Culturele diversiteit Cultuur is een gemeenschappelijk bezit. Wordt gedeeld door alle leden van de samenleving. Vandaag zijn de meeste moderne samenlevingen maatschappijen met een grote culturele verscheidenheid. Masculiniteit= machorollen kunnen op de meeste goedkeuring rekenen; je moet zo assertief, niet- emotioneel, zakelijk mogelijk zijn. (Japan) Andere culturen; seksegelijkheid > mannen nemen ook vaak verzorgende taken op en er wordt ruimte gegeven aan emoties. (feminiene culturen in Belgie, Nederland) Een bepaald maatschappelijk fenomeen dat sociologisch normaal is, is daarom nog niet ook ethisch normaal. Een fenomeen is sociologisch normaal wnr het een veel voorkomende praktijk is. 2.1 dominante cultuur en subcultuur dominante cultuur= de hoofdcultuur in een samenleving of het cultuurpatroon vd groep in de samenleving die cultureel de toon aangeeft. Belangrijk is dat dit niet altijd de cultuur is van de meerderheidsgroep in de samenleving, het is wel de cultuur vd machtigste groep postmoderne cultuur verschilt volgen Elchardus op 3domeinen vd traditionele premoderne cultuur. - cultuur is tijdsgebonden en dus veranderlijk - de moderne maatschappij is heterogeen wat betekent dat status vandaag vooral verworven wordt en dat we onze gedragsregels zelf bepalen. - privacy wordt hoog gewaardeerd Subcultuur= het cultuurpatroon dat in bepaalde opzichten afwijkt van en tegelijkertijd ook overeenkomsten vertoont met het grotere culturele geheel. Binnen een subcultuur kan op een bepaald ogenblik protest tegen de dominante cultuur komen, dat is volgens ROSZAK tegencultuur of contracultuur. het protestelement moet hier dan wel de absolute prioriteit zijn. 14

15 2.2 begrippen uit de multiculturele samenleving - Segregatie= een subcultuur staat op 1 of meerdere domeinen vd samenleving apart vd anderen. Eigen cultuur word behouden want er is geen contact met de dominante cultuur. Gevolg: culturen gaan egt naast elkaar leven. - Assimilatie= de subcultuur neemt de sociale en culturele kenmerken vd dominante cultuur over om daar tenslotte volledig in op te gaan. - Marginalisering= een groep herkent zich niet meer in de eigen cultuur, maar voelt zich evenmin thuis in de dominante cultuur. Deze ontwortelde mensen hebben geen houvast meer en zijn op zoek naar een identiteit om hun leven trg vorm te geven. - Integratie= middenweg tss assimilatie en segregatie. Het integratiebeleid wil dat verschillende bevolkingsgroepen samenleven ipv naast elkaar. - Interculturalisatie= het continue vernieuwingsproces van instellingen op de multiculturele samenleving. Het speelt zich af overal waar intercultureel gecommuniceerd en geleerd word: scholen kinderopvang, bedrijven 2.3 jeugdcultuur VRANKEN > muziek en muziekkeuze bepaalt in grote mate het behoren tot een groep. Geboorte van tegenculturen was een feit. Tss kinderen en ouders ontstaan spanningen tijdens de adolescentie. Jongeren stelden vragen aan de dominante cultuur en begonnen zich kritisch op te stellen bij bepaalde maatschappelijk aanvaarde elementen. HEBDIGE > beschouwt stijlen als tekenen van verzet, om te ontsnappen aan alles wat voor je geregeld en beslist wordt. Subculturen zijn volgens hem pogingen om ademruimte te krijgen, waarbij de heersende normen vd maatschappij in vraag kunnen worde gesteld. 2.4 modernisme en postmodernisme vd westerse cultuur westerse cultuur heeft een proces van modernisering gekend. 4kenmerken zijn belangrijk: 1; structurele differentiatie: doorgedreven fragmentisering. Een groter geheel wordt opgesplitst in kleinere onderdelen. Samenleving krijgt complexer karakter. Vroeger was duidelijk welk plekje je in de samenleving kon innemen. Vandaag moeten we ons veel meer profileren en positioneren, dat dwingt ons tot het maken van keuzes. 2; rationalisatie: er is minder plaats voor het emotionele of het onvoorspelbare. Mensen willen de samenleving graag zo beheersbaar en voorspelbaar mogelijk maken. Antwoorden worden minder gezocht bij religie meer bij wetenschappelijke kaders. BECK > Risicomaatschappij: we voelen ons meer dan ooit onzeker door de snelle en voortdurende veranderingen in en vn onze maatschappij. Risicos staan los van tijd en ruimte, zijn niet te voorspellen en niet langer te verzekeren. Mensen worden zich bewust vd ook negatieve gevolgen van modernisering. 3; individualisme: de mens geeft zelf als persoon betekenis aan zijn eigen handelen. BECK > individualisering = proces waarbij individuen loskomen van traditionele en lokale verbanden die hun gedrag stuurden bv klasse, stand, religie 15

16 Het individu en niet de stand, religie, gaat zelf bepalen welk gedrag wel of niet kan. Wnr het collectieve (staat, kerk, buurt) een invloed gaat uitoefenen op individuele gedrag of keuzes wordt dat steeds als beklemmend ervaren, als beperkingen. Mensen krijgen dus een veel ruimere individuele beslissingsvrijheid; kledingkeuze, aantal, kinderen, partnerkeuze.. 70: opkomst vrouwenbewegingen >recht op abortus, gelijkheid man vrouw in het gezin.. è egoïsme niet gelijk, moderne samenleving zet ons vaker aan tot bewuste individuele keuzes. 4; beheersing vd natuur: technologische en wetenschappelijke vooruitgang zorgen ervoor dat we steeds meer greep krijgen als mens op de natuur. Flexibiliteit is cruciale woord in een postmoderne cultuur. Alles is veranderbaar. Als relaties niet werken, worden ze verbroken, job hoef je niet heel je leven te doen. Niets ligt nog verankerd en als individu kunnen en moeten we steeds opnieuw keuzes maken DE WACHTER > tirannie van het geluk, alles moet altijd uitmuntend en geweldig zijn. 3. Etnocentrisme en vooroordelen Bounding= het versterken vd banden binnen homogene groepen, bijvoorbeeld binnen eenzelfde culturele identiteit Bridging= het versterken van banden tss mensen van verschillende etnisch culturele groepen. Etnocentrisme= de overtuiging waarin de eigen groep als het middelpunt van alles wordt gezien, en alle andere opvattingen ook bekeken worden vanuit dit centrale referentiepunt. Negatieve houdingen tegenover outgroups en positieve tegenover ingroups. Etnocentrisme ontstaat wnr mensen de overtuiging hebben dat hun eigen waarden en normen de natuurlijke zijn. Vaak gepaard met gevoel van superioriteit over andere mensen of samenlevingen. Verklaringen voor etnocentrisme: 1; de zondeboktheorie: mensen die leven in een maatschappij waar grote sociaal economische moeilijkheden en onzekerheden heersen voelen zich gefrustreerd. Wnr die frustratie geen gezonde uitweg vindt, krijgt de zwakke schakel in de maatschappij vaak de schuld van al wat mis loopt. Vaak is dit de gemeenschap die in de minderheid is. >zijn minder in staat tot tegenreactie. 2; de projectietheorie: bouwt verder op de zondeboktheorie. Projectie= de tendens om eigen kenmerken of emoties bij anderen te veronderstellen, zonder dat daar enige objectieve grond voor is. De etnocentrische persoon gaat bepaalde kenmerken van zichzelf verachten en deze door projectie steeds meer toeschrijven aan andere groepen >vooroordelen tav bepaalde groepen groter worden 3 vormen van projectie: - directe projectie: een negatief kenmerk van onszelf, vinden we typisch voor iemand anders - splinter- balk projectie: we overdrijven een kenmerk bij de ander dat eigenlijk typisch is voor onszelf. Dit kenmerk wordt zo karikaturaal uitvergroot zodat we onszelf niet meer moeten identificeren met dat kenmerk. - complementaire projectie: kenmerken vn anderen zijn oorzaak vn onze eigen emotionele toestand 3; de cognitief- psychologische verklaring: ALLPORT > racisme en etnocentrisme is te wijten aan vooroordelen. Mensen maken altijd onderscheid tss groepen => categorisatieproces 16

17 ALLPORT > 2 voorwaarden nodig om te spreken van etnisch vooroordeel - Een duidelijke vijandigheid tegenover een etnische groep - Een categoriale verwerping (iemand is niet langer een individu maar wel lid ve groep Discriminatie= wnr een vooroordeel je gedrag sterk gaat beïnvloeden en je je ongelijk gaat gedragen tegenover een bepaalde groep. Heeft verschillende gradaties: Vermijdingsgedrag uiten van vooroordelen actieve discriminatie fysieke aanval uitroeiing 4; de verklaring van de autoritaire persoonlijkheid ADORNO > iemand die etnocentrisch is, is onzeker en van zichzelf vervreemd. Zo iemand verlangt sterk naar stabiliteit en autoriteit in menselijke relaties, want dat biedt houvast. Etnocentrische mensen kan je herkennen aan gedrag: - Ze willen macht en respecteren sterk andere machtsrijke figuren - Ze zijn allergisch voor zwakheid en zachtheid - Ze verwerpen vrijheid - Ze denken volgens vaste categorieën, zwart wit, goed slecht. Er zijn geen tssoplossingen. Hoofdstuk 4: sociale ongelijkheid Sociale stratificatie= de sociale ongelijkheid waarbij er groepen van individuen bestaan die een ongeveer gelijke sociale status delen bv slavernij, kasten, standen 1. Sociale ongelijkheid = wnr er sociaal gecreerde verschillen bestaan tss groepen of individuen, die daardoor meer of minder waardering verkrijgen in de samenleving. 1.1 inkomen hieronder verstaan we het maandelijks loon maar ook alle andere bronnen van inkomsten uit vermogens (roerend of onroerende goed) en andere voordelen (maaltijdcheques, tankkaart) HDI =human development index (ook toegang tot bronnen van inkomsten in kaart) 1.2 gebruik van collectieve voorzieningen en het mattheus effect Collectieve voorzieningen= goederen of diensten waarvoor de gebruikers maar een deel van de eigenlijke kostprijs betalen, het overige deel wordt via de overheid gefinancierd door belastinggeld Vb onderwijs, gezondheidszorg Niet de laagste maar de middelste en hogere inkomensgroepen halen relatief gezien meer uit de collectieve dienstverlening dan dat ze ertoe bijdragen via belastingen. Zo blijkt dat voordelen van ons sociaal beleid relatief meer naar hogere sociaal economische groepen dan naar lagere. =>Mattheus effect, vooral de middeklasse plukt de vruchten vd collectieve voorzieningen en sociale voordelen. Maatschappelijk kwetsbare groepen blijken veel minder hun weg te vinden naar deze (vooral voor hun bedoelde) collectieve voorzieningen. P107, 108 De deelname aan cultuur BOURDIEU > sociaal kapitaal =geheel van relaties en netwerken waarvan we deel uitmaken Cultureel kapitaal = geheel van opvattingen en houdingen die verwijzen naar de vaardigheden, opvoeding, vorming, kennis. 17

18 Habitus = geheel van gevoelens en gewoontes die wordt aangeleerd en die onze waarneming, waardering en ook onze smaak zal sturen Onderzoek: - jongeren uit tweeoudergezinnen spenderen meer tijd aan huiswerk, lezen en concerten, terwijl jongeren uit eenoudergezinnen meer shoppen en uitgaan. Ze trekken wel even vaak op met vriende - jongeren die opgroeien in een armoedesituatie zijn veel beperkter in hun speel en vrijetijdactiviteit en ervaren die uitsluiting ook zelf - jongeren uit het bso en tso nemen minder deel aan culturele activiteiten dan uit aso - iets oudere studenten, tso leerlingen en jongeren met grote financiële ruimte meer uitgaan. 1.3 sociale mobiliteit =wnr de positie van personen en groepen in het stratificatiestelsel veranderd - intragenerationele (wnr iemand carrière maakt in zijn beroepsloopbaan - intergenerationele (wnr positie van vader en zoon vergeleken word) Sociale sluiting= wnr sociale groepen gaan proberen om de toegang voor anderen tot hun sociale klasse af te schermen. 2. Armoede in België Armoede heeft een multidimensioneel karakter. VRANKEN ziet armoede als een individueel en collectief gegeven waardoor mensen niet meer kunnen aanhaken bij de algemeen maatschappelijk aanvaarde leefpatronen vd samenleving. 2.1 armoede en maatschappelijke kwetsbaarheid Cirkels van armoede p113 - Binnenste cirkel: het innerlijke vn mensen in armoede, hun gevoelens Vormt de kern van armoede. Die cirkel bestaat uit negatieve elementen; gevoel van niets waard zijn, niks kunne, slechte ouders zijn. Maar ook uit positieve elementen; kracht om te vechten, elke dag opnieuw proberen om te overleven, willen bijleren de cirkel: levensdomeinen: inkomen, onderwijs, tewerkstelling, huisvesting, gezondheid, cultuur, gezin, maatschappelijke dienstverlening, participatie rechtsbedeling. De domeinen waarop mensen in armoede problemen ondervinden. Problemen op 1domein kan problemen geven op andere domeinen. - 3 de cirkel: mogelijke gevolgen van armoede: verslaving, bedelen, dakloos zijn, uithuisplaatsing kinderen, werk verliezen, kinderen met moeilijk gedrag. Deze cirkel is de meest zichtbare, dat is wat anderen zien en wat ze ook als oorzaak van armoede aangeven terwijl dit meestal de gevolgen zijn; al deze factoren beïnvloeden elkaar en kunnen ervoor zorgen dat armoede een spiraal word waar je moeilijk uit geraakt. Absolute armoede: het ontbreken vn basisbehoeften om te voorzien in onze gezondheid en voortbestaan. Relatieve armoede: de kloof tss de levensomstandigheden van bepaalde groepen in onze samenleving en de meerderheid. 18

19 14,6% Belgische bevolking onder armoededrempel 10,4% vlaanderen risico armoede, 17,8% wallonie Vrouwen 15,2% meer kans op armoede, mannen 13,9% Maatschappelijke kwetsbaarheid =de structurele positie van kwetsbare groepen in onze samenleving, omdat deze mensen steeds met de negatieve kant van onze instellingen geconfronteerd worden Kenmerken: - Geen gezag om deel te nemen ad formulering vn maatschappelijke normen e waarden: >belangen worden veel minder verdedigd, specifieke noden krijgen minder aandacht >minder gebruik van maatschappelijke voorzieningen >moeite om op te komen tegen negatieve stereotiepen die leven bij publieke opinie - Dynamisch karakter >soms wordt maatschappelijke kwetsbaarheid overgegeven van generatie op generatie >sociale mobiliteit impliceert een stijging of daling naar een andere sociale groep - Culturele component primeert boven structurele component >het belang vd culturele component verduidelijkt ook dat maatschappelijke kwetsbaarheid meer is dan enkel een economisch gegeven >culturele component: de eigen beleving, waarden normen en attitude vd ouders, de taal ten aanzien van hun kinderen in de maatschappij >de mogelijkheid om relaties op te bouwen tss maatschappelijke kwetsbare jongeren en vertegenwoordigers van maatschappelijke instellingen speelt een belangrijke rol - Jongeren hebben het moeilijker jong te zijn >onze maatschappij ziet in jongeren een generatie die durft provoceren, beweging brengt. Vanuit de behoefte om te controleren, te beheersen worden jongeren vaak aangemaand tot normatief gedrag; Terwijl jongeren meer dan volwassenen nood hebben aan vrijheid, verkenning. Maatschappelijke kwetsbaarheid en kansarmoede Armoede= een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan Kansarmoede= ruimer begrip dan enkel het inkomen van een gezin. Een opeenhoping van risicofactoren en problemen: werkloosheid, laag opleidingsniveau vn ouders, laag inkomen, Kansarmoede en maatschappelijke kwetsbaarheid hangen nauw samen! Toch onderscheid: - Kansarmoede vertrekt duidelijk vanuit 1 interactiepool; degene in een maatschappelijke kwetsbare positie (statisch gegeven) - Maatschappelijke kwetsbaarheid omvat niet alleen de maatschappelijk kwetsbare, maar ook de maatschappelijke instellingen en de interactie tss beide actoren (dynamisch gegeven) 19

20 Verklaringen van armoede: MICRO Oorzaak ligt bij individu/gezin - nadruk op ind. Verantwoorde en levensloop MESO Oorzaak bij organisa/ instelling - nadruk op werking van voorzieningen MACRO Oorzaak bij maatschappij - nadruk op het sociaal beleid INTERN Ind. Schuldmodel - geen of controlerende overheidsinterventie (1) Institutioneel schuldmodel - participatief werken: verhogen van menselijke waardigheid en competenties (3) Maatschappelijk schuldmodel - maatschap dienstverlening via structureel aanbod vn voorzieningen (5) EXTERN Ind. Ongevalmodel - overheidsinterventie uit liefdadigheid/ te corrigeren (2) Institutioneel ongevalmodel - participatief werken: tegemoet komen à behoeften en inpassen in de maatschappi (4) Maatschappelijk ongevalmodel - tijdelijk aanbod van voorzieningen (6) (1) Individueel schuldmodel en controlerende overheidstussenkomst - individu staat centraal en oorzaak bij de persoon zelf - de arme is onaangepast aan de normen vd omgeving - armoedebestrijding: vanuit tekortkomingen vh individu in de vorm van opvoeding, bijscholing - sanctionering en disciplinering, stigmatisering verkleint de kans op integratie Kritiek: geen oog voor structurele processen, sociale problemen worden geïndividualiseerd, beroep op de individuele verantwoordelijkheid vd hulpvrager - wederzijds engagement voor een gezamenlijk doel: hulpverlener start niet vanuit veroordeling en de probleemsituatie vd hulpvrager is vertrekpunt (2) Individueel ongevalmodel en overheidsinterventie uit liefdadigheid/ om te corrigeren - ongeluk kan een persoon of gezin treffen: werkloosheid, echtscheiding of geboren worden in een armoedesituatie met sociale en culturele beperkingen - individuele tekortkomingen met beperkte verantwoordelijkheid - armoede als samenspel tss elkaar versterkende factoren - liefdadigheid behoudt de slachtofferrol - stimuleren om creatief om te gaan met beperkte sociale en materiële leefomstandigheden (3) Institutionele schuldmodel en participatief werken voor wederzijdse competentieontwikkeling - vinger in de richting vd gemeenschap - cultuur vn onze instellingen reproduceren de armoede - uitsluiting door organisatorische tekortkomingen van onze voorzieningen en diensten: weinig toegankelijkheid, afhankelijk maken vd gebruikers, mattheuseffect speelt - armoedebestrijding is structureel - mensen verliezen vaak hun hoop in de toekomst, negatieve toekomstverwachtingen 20

Huwelijk en echtscheiding in een migratiecontext Birsen Taspinar 24 april 2012

Huwelijk en echtscheiding in een migratiecontext Birsen Taspinar 24 april 2012 Huwelijk en echtscheiding in een migratiecontext Birsen Taspinar 24 april 2012 Maatschappelijke Context Toenemende individualisering Economische crisis Migratie en Huwelijksmigratie Globalisering en diversiteit

Nadere informatie

Verbinden vanuit diversiteit

Verbinden vanuit diversiteit Verbinden vanuit diversiteit Krachtgericht sociaal werk in een context van armoede en culturele diversiteit Studievoormiddag 6 juni 2014 Het verhaal van Ahmed Een zoektocht met vele partners Partners De

Nadere informatie

PROCESDOEL 3 HUMANISEREN VAN HET SAMENLEVEN MET ANDEREN

PROCESDOEL 3 HUMANISEREN VAN HET SAMENLEVEN MET ANDEREN PROCESDOEL 3 HUMANISEREN VAN HET SAMENLEVEN MET ANDEREN 3.1 Exploreren, verkennen en integreren van de mogelijkheden van de mens 3.2 Exploreren, verkennen en integreren van de grenzen van de mens 3.3 Ontdekken

Nadere informatie

STUDIEGEBIED ALGEMENE VORMING

STUDIEGEBIED ALGEMENE VORMING STUDIEGEBIED ALGEMENE VORMING Modulaire opleiding Economie - Moderne Talen AO AV 006 Versie 1.0 BVR Pagina 1 van 28 Inhoud Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap 23 november 2006 1 Deel 1 Opleiding... 5

Nadere informatie

Maatschappijleer in kernvragen en -concepten

Maatschappijleer in kernvragen en -concepten Maatschappijleer in kernvragen en -concepten Deel I Kennis van de benaderingswijzen, het formele object Politiek-juridische concepten Kernvraag 1: Welke basisconcepten kent de politiek-juridische benaderingswijze?

Nadere informatie

Sociologie & interculturele psychologie

Sociologie & interculturele psychologie Sociologie & interculturele psychologie 0. Sociologie vs interculturele psychologie Situering van het vak o Psychologie o Studie van het individuele gedrag o Vaak experimenteel opgezet o Abstractie van

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II Opgave 2 Religie in een wetenschappelijk universum 6 maximumscore 4 twee redenen om gevoel niet te volgen met betrekking tot ethiek voor Kant: a) rationaliteit van de categorische imperatief en b) afzien

Nadere informatie

Doelenlijst Relationele Vorming in de Basisschool in combinatie met de IK-zinnen

Doelenlijst Relationele Vorming in de Basisschool in combinatie met de IK-zinnen Doelenlijst Relationele Vorming in de Basisschool in combinatie met de IK-zinnen RV 1 Kinderen hebben vertrouwen in zichzelf. RV1.1 RV1.2 RV1.3 RV1.4 Ontdekken dat iedereen uniek is. Ik heb door dat iedereen

Nadere informatie

GENDERWORKSHOP. Dag van de 4 de Pijler 18/2/17

GENDERWORKSHOP. Dag van de 4 de Pijler 18/2/17 GENDERWORKSHOP Dag van de 4 de Pijler 18/2/17 GENDER & SEKSE Sekse : fysieke, fysiologisch en biologische kenmerken, bepaald door de XX-chromosomen, XY vrouw / man Gender : socioculturele aspecten van

Nadere informatie

Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa

Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa 1 maximumscore 4 Het verrichten van flexibele arbeid kan een voorbeeld zijn van positieverwerving als de eigen keuze van de jongeren uitgaat naar flexibele arbeid in

Nadere informatie

Onderwijssociologie & Diversiteit

Onderwijssociologie & Diversiteit Onderwijssociologie & Diversiteit Hoorcollege 1: inleiding sociologie en burgerschap IVL Leike van der Leun Om deze presentatie te kunnen volgen op je mobiele telefoon, tablet of laptom, ga je naar: www.presentain.com

Nadere informatie

Doelen relationele vorming

Doelen relationele vorming Doelen relationele vorming RV 1 Kinderen hebben vertrouwen in zichzelf RV 1.1. Ontdekken dat ieder uniek is. RV 1.2. Zich bewust worden van hun eigen kwetsbaarheid en ermee kunnen omgaan. RV 1.3. Eigen

Nadere informatie

Sociale controle & deviantie

Sociale controle & deviantie Sociale controle & deviantie Hoofdstuk 4 4.1.1 Niveaus van sociale controle Sociale ongelijkheid klein groot Etihsche sociale controle Moraal Religie Politieke sociale controle Leger Politie 1 4.1.2 Ethische/Morele

Nadere informatie

Maatschappelijke oorzaak

Maatschappelijke oorzaak Recht-Op hanteert het maatschappelijk schuldmodel inzake armoede. De organisatie van de maatschappij, de heersende structuren en regelgevingen veroorzaken armoede, bestendigen of vergroten ze zelfs. Modaliteit

Nadere informatie

Gemeentelijke basisschool De Knipoog Cardijnlaan 10 2290 Vorselaar 014/51 27 00 0478/28 82 63 014/ 51 88 97 directie@deknipoog.be

Gemeentelijke basisschool De Knipoog Cardijnlaan 10 2290 Vorselaar 014/51 27 00 0478/28 82 63 014/ 51 88 97 directie@deknipoog.be Gemeentelijke basisschool De Knipoog Cardijnlaan 10 2290 Vorselaar 014/51 27 00 0478/28 82 63 014/ 51 88 97 directie@deknipoog.be Elementen van een pedagogisch project 1 GEGEVENS M.B.T. DE SITUERING VAN

Nadere informatie

PROCESDOEL 1 VRIJ EN ZELFSTANDIG LEREN DENKEN EN HANDELEN

PROCESDOEL 1 VRIJ EN ZELFSTANDIG LEREN DENKEN EN HANDELEN PROCESDOEL 1 VRIJ EN ZELFSTANDIG LEREN DENKEN EN HANDELEN Bijzondere procesdoelen 1.1. Groei naar volwassenheid 1.2. Zelfstandig denken 1.3. Zelfstandig handelen 1.4. Postconventionele instelling 1.1 Groei

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Is een klas een veilige omgeving?

Is een klas een veilige omgeving? Is een klas een veilige omgeving? De klas als een vreemde sociale structuur Binnen de discussie dat een school een sociaal veilige omgeving en klimaat voor leerlingen moet bieden, zouden we eerst de vraag

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo II

Eindexamen filosofie vwo II Opgave 2 Over wetenschap en religie: zij die uit de hemel kwamen 7 maximumscore 2 een argumentatie waarom wetenschappelijke kennis niet als probleemloze bron van vooruitgang kan worden beschouwd: wetenschap

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2009 - I

Eindexamen filosofie vwo 2009 - I Beoordelingsmodel Opgave 1 Religieuze ervaring 1 maximumscore 5 een bruikbare definitie van religie 1 drie problemen die zich kunnen voordoen bij het definiëren van religie 3 meerdere religieuze tradities;

Nadere informatie

E-CURSUS 1: WELKE WAARDEN ZIJN VAN WEZENLIJK BELANG VOOR JOU?

E-CURSUS 1: WELKE WAARDEN ZIJN VAN WEZENLIJK BELANG VOOR JOU? E-CURSUS 1: WELKE WAARDEN ZIJN VAN WEZENLIJK BELANG VOOR JOU? Thuis en op school heb je allerlei waarden meegekregen. Sommigen passen bij je, anderen misschien helemaal niet. Iedereen heeft waarden. Ken

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 10683 20 april 2015 Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 april 2015, nr. VO/741555,

Nadere informatie

Pedagogisch fundament. handboek ikc leeuwarden

Pedagogisch fundament. handboek ikc leeuwarden Pedagogisch fundament handboek ikc leeuwarden pedagogisch fundament Inhoud Moreel kader IKC Leeuwarden Dit handboek is een hulpmiddel te komen tot een pedagogisch fundament voor een IKC s. Uitgangspunt

Nadere informatie

OMGAAN MET DISCRIMINATIE

OMGAAN MET DISCRIMINATIE OMGAAN MET DISCRIMINATIE Diversiteit: 19 beschermde criteria bepaald door de wet 10/5/2007 Leeftijd Seksuele geaardheid Burgerlijke staat Geloof of levensbeschouwing Vermogen Politieke overtuiging Taal

Nadere informatie

Het gezin van morgen. Rood of blauw?

Het gezin van morgen. Rood of blauw? Het gezin van morgen. Rood of blauw? OUTLINE Lessen voor de 21 ste eeuw Maandag 16 november 2015 Koen Matthys & Sofie Vanassche Family and Population Studies Structuur Historische aanloop Van standaardgezin

Nadere informatie

Vrouwelijke genitale verminking en gendergebonden geweld

Vrouwelijke genitale verminking en gendergebonden geweld Vrouwelijke genitale verminking en gendergebonden geweld Hieronder vindt u de praatplaten die u zelf kunt afdrukken. Druk het document recto-verso af (afdrukken vanaf pagina 2 - omdraaien langs korte zijde)

Nadere informatie

Kan men ook psychisch ziek worden in andere culturen?

Kan men ook psychisch ziek worden in andere culturen? Kan men ook psychisch ziek worden in andere culturen? Inhoud Probleemstelling Cultuur een eng of een ruim begrip? (Psychisch) ziek zijn. Culturele invloeden op psychisch ziek zijn. Invloeden op het verpleegkundig

Nadere informatie

Morele Ontwikkeling van Jongeren. Hanze Jeugdlezing 2012

Morele Ontwikkeling van Jongeren. Hanze Jeugdlezing 2012 Morele Ontwikkeling van Jongeren Hanze Jeugdlezing 2012 Wiel Veugelers Universiteit voor Humanistiek Universiteit van Amsterdam Opbouw verhaal Wat is morele ontwikkeling? Wat leert onderzoek over morele

Nadere informatie

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING Inleiding De door leidinggevenden gehanteerde stijlen van beïnvloeding kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld, te weten profileren en respecteren. Er zijn twee profilerende

Nadere informatie

Leerplan VVKBaO. Verbondenheid door middel van rituelen tijdens speciale gelegenheden. Jenthé Adriaens, Elise Buts & Sharis Vertommen

Leerplan VVKBaO. Verbondenheid door middel van rituelen tijdens speciale gelegenheden. Jenthé Adriaens, Elise Buts & Sharis Vertommen 2014 2015 Leerplan VVKBaO Verbondenheid door middel van rituelen tijdens speciale gelegenheden Jenthé Adriaens, Elise Buts & Sharis Vertommen THOMAS MORE KEMPEN VORSELAAR INHOUDSOPGAVE 1 Wereldoriëntatie...

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

Basisschakelmethodiek, een opstap in de armoedebestrijding

Basisschakelmethodiek, een opstap in de armoedebestrijding 1 Basisschakelmethodiek, een opstap in de armoedebestrijding Herman Baert Annelies Droogmans Lieve Polfliet 2 Bij het geheel of gedeeltelijk gebruik van deze power point, dienen de auteursrechten op de

Nadere informatie

Opdracht behorende bij de Atlas of European Values

Opdracht behorende bij de Atlas of European Values Leertekst: materialisme en postmaterialisme, modernisme en postmodernisme Geert Hofstede laat zien hoe culturen dus op die 5 dimensies van elkaar verschillen en/of overeenkomen. Er zijn natuurlijk ook

Nadere informatie

Omgaan met diversiteit als sleutelcompetentie Omgaan met diversiteit als leerkrachtencompetentie Omgaan met diversiteit als doelstelling van een

Omgaan met diversiteit als sleutelcompetentie Omgaan met diversiteit als leerkrachtencompetentie Omgaan met diversiteit als doelstelling van een I II III Omgaan met diversiteit als sleutelcompetentie Omgaan met diversiteit als leerkrachtencompetentie Omgaan met diversiteit als doelstelling van een schoolbeleid I. Omgaan met diversiteit als sleutelcompetentie

Nadere informatie

Diverse school, diverse kansen

Diverse school, diverse kansen Diverse school, diverse kansen Stel je buur de volgende 3 vragen: 1. Hoe kom jij in aanraking met diversiteit in onderwijs? 2. Wat is het eerste gevoel dat jij hebt wanneer je denkt aan diversiteit? 3.

Nadere informatie

Thema. Kernelementen. Emoties Puber- en kinderemotie Eenduidige communicatie

Thema. Kernelementen. Emoties Puber- en kinderemotie Eenduidige communicatie Thema Kernelementen Emoties Puber- en kinderemotie Eenduidige communicatie Tips voor de trainer: Werken met mensen is werken met emotie. Leer emoties als signaal te herkennen, maar niet als leidraad te

Nadere informatie

Examen HAVO. maatschappijwetenschappen (pilot) tijdvak 2 dinsdag 16 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. maatschappijwetenschappen (pilot) tijdvak 2 dinsdag 16 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2015 tijdvak 2 dinsdag 16 juni 13.30-16.30 uur maatschappijwetenschappen (pilot) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 24 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 56 punten

Nadere informatie

Opgave 2 Doen wat je denkt

Opgave 2 Doen wat je denkt Opgave 2 Doen wat je denkt 7 maximumscore 2 een argumentatie waarom Swaab het bestaan van vrije wil verwerpt op grond van de experimenten van Libet: bewustzijn komt pas na de beslissingen van de hersenen

Nadere informatie

-Onze school behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijsnet. Het schoolbestuur is de gemeente Olen.

-Onze school behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijsnet. Het schoolbestuur is de gemeente Olen. Pedagogisch project 1. situering onderwijsinstelling 2. levensbeschouwelijke uitgangspunten 3. visie op ontwikkeling en opvoeding 4. het schoolconcept 1. Situering onderwijsinstelling 1.1 Een gemeenteschool:

Nadere informatie

Pedagogische Begeleidingsdienst Basisonderwijs GO! wereldoriëntatie

Pedagogische Begeleidingsdienst Basisonderwijs GO! wereldoriëntatie & Pedagogische Begeleidingsdienst Basisonderwijs GO! wereldoriëntatie E HO DIT T RK AL E W ITA? G I D IER H CA mens & maatschappij specifieke visie van leerlijn naar methodiek van methodiek naar leerlijn

Nadere informatie

Fiche 4: Hoe verhoog je je interculturele competentie?

Fiche 4: Hoe verhoog je je interculturele competentie? Fiche 4: Hoe verhoog je je interculturele competentie? In deze fiche vind je instrumenten om de interculturele competenties van personeelsleden op te bouwen en te vergroten zodat het diversiteitsbeleid

Nadere informatie

Ont - moeten. www.psysense.be

Ont - moeten. www.psysense.be Ont - moeten www.psysense.be Definitie van relatie Een relatie is iets waarbij je geeft en neemt, je streeft naar een win/win situatie. Je toont een relatie in een gebaar. De gebaren zijn vaak oprechter

Nadere informatie

Het sociaal regelsysteem: externe sturing door discipline. Het systeem van communicatieve zelfsturing: zelfsturing in communicatie

Het sociaal regelsysteem: externe sturing door discipline. Het systeem van communicatieve zelfsturing: zelfsturing in communicatie De logica van lef, discipline en communicatie Theoretisch kader voor organisatieontwikkeling Tonnie van der Zouwen, maart 2007 De gelaagdheid in onze werkelijkheid Theorieën zijn conceptuele verhalen met

Nadere informatie

Werken in Teamverband Vragen voor een groepsgesprek

Werken in Teamverband Vragen voor een groepsgesprek Werken in Teamverband Vragen voor een groepsgesprek Don Boscocollege Hechtel Hieronder vind je een tekst en bijbehorende vragen waarmee de gangmakers in Hechtel een gesprek op gang willen brengen in verschillende

Nadere informatie

filosofie vwo 2016-II

filosofie vwo 2016-II Opgave 2 Theoriegeladenheid van de waarneming 5 maximumscore 3 Een goed antwoord bevat een uitleg met de afbeelding van het eend-konijn van: Kuhns Aristoteles-ervaring: plotselinge perspectiefverandering

Nadere informatie

Visie (Pedagogisch werkplan)

Visie (Pedagogisch werkplan) Visie (Pedagogisch werkplan) Gastouderopvang De Krummeltjes stelt zich tot doel om een omgeving te bieden waarin kinderen kunnen opgroeien tot zelfstandige en evenwichtige mensen met respect voor anderen

Nadere informatie

Allianties en speltheorie

Allianties en speltheorie Allianties en speltheorie Presentatie Zeist Annelies de Ridder Agenda 1. Inleiding 2. Een ander perspectief: de Speltheorie 3. Inzoomen op opportunistisch gedrag 4. Vragen 2 1: Inleiding: profilering Promotieonderzoek:

Nadere informatie

Outreach: ja hallo 19/05/2016

Outreach: ja hallo 19/05/2016 Outreach: ja hallo 19/05/2016 Inhoud 1. Visie 2. Quality of Life 3. Quickscan 4. De cirkel Visie? Visie geeft denken en handelen vorm Mens-en maatschappijvisie Ruimer dan outreach alleen Iedereen heeft

Nadere informatie

2.1 Exploreren, verkennen en integreren van waarden

2.1 Exploreren, verkennen en integreren van waarden 2.1 Exploreren, verkennen en integreren van waarden Opmerking:dit procesdoel zal normaal gezien bij elke les terugkomen. Het belang ervan is dat leerlingen beseffen dat heel veel keuzes in het leven waardegeladen

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I Beoordelingsmodel Opgave 1 Het bestaan van God en het voortbestaan van religie 1 maximumscore 3 een uitleg hoe het volgens Anselmus mogelijk is dat Pauw en Witteman het bestaan van God ontkennen: het zijn

Nadere informatie

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Algemene vorming op het einde van de derde graad secundair onderwijs Voor de sociale

Nadere informatie

Bijlage 1: het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs 1

Bijlage 1: het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs 1 Bijlage 1: het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs 1 Bijlage 1: Het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs: Stadium van het instructie model Oriëntatiefase

Nadere informatie

Hoe gelukkig ben je? Opdracht 1

Hoe gelukkig ben je? Opdracht 1 Hoe gelukkig ben je? Geluk is een veranderlijk iets. Het ene moment kun je jezelf diep gelukkig voelen, maar het andere moment lijkt het leven soms maar een zware last. Toch is voor geluk ook een soort

Nadere informatie

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen 14 In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen einde, alleen een voortdurende kringloop van materie

Nadere informatie

2) De voornaamste en meest frequente manier waarop vooruitgang gemaakt wordt in de

2) De voornaamste en meest frequente manier waarop vooruitgang gemaakt wordt in de Proefexamen wetenschappelijke methoden 1) Een intervalschaal is: a) Een absolute schaal van afstanden b) Een absolute schaal van rangordeningen c) Een verhoudingsschaal van afstanden d) Een verhoudingsschaal

Nadere informatie

ASO - studierichtingen in VIA-TIENEN

ASO - studierichtingen in VIA-TIENEN ASO - studierichtingen in VIA-TIENEN De onderwijsvorm ASO is een breed algemeen vormende doorstroomrichting waarin de leerlingen zich voorbereiden op een academische of professionele bacheloropleiding.

Nadere informatie

Leren/coachen van meisjes - Dingen om bij stil te staan

Leren/coachen van meisjes - Dingen om bij stil te staan De ontwikkeling van vrouwen en meisjes in het rugby heeft de afgelopen jaren flink aan momentum gewonnen en de beslissing om zowel heren als dames uit te laten komen op het sevenstoernooi van de Olympische

Nadere informatie

Interculturele jeugd en opvoedhulp

Interculturele jeugd en opvoedhulp Interculturele jeugd en opvoedhulp Op zoek naar vertrouwen en doeltreffendheid Presentatie TriviumLindenhof 9/2012 1 Ary Scheffer. Mignon verlangend naar haar vaderland 1836 2 Cijfertjes Bij TriviumLindenhof

Nadere informatie

PLICHT EN VERPLICHTING. De weg van oude patronen of

PLICHT EN VERPLICHTING. De weg van oude patronen of PLICHT EN VERPLICHTING De weg van oude patronen of HYPOTHESE Het uitgangspunt van esoterische psychologie/filosofie is dat alles, dus zowel de ziel als de vaste vorm (het fysieke lichaam), energie is.

Nadere informatie

Nele Cox IPSOC- KATHO Nele.Cox@Katho.be

Nele Cox IPSOC- KATHO Nele.Cox@Katho.be Nele Cox IPSOC- KATHO Nele.Cox@Katho.be 1 Definities van armoede: tijdslijn 2 Huidige definitie van armoede: J. Vranken 3 De vier dimensies van armoede 4 Het klovenmodel 5 De zes perspectieven op armoede

Nadere informatie

1. Iedereen is welkom in de opvang DE KINDEROPVANG HEEFT EEN BELANGRIJKE SOCIALE TAAK

1. Iedereen is welkom in de opvang DE KINDEROPVANG HEEFT EEN BELANGRIJKE SOCIALE TAAK 1. Iedereen is welkom in de opvang DE KINDEROPVANG HEEFT EEN BELANGRIJKE SOCIALE TAAK Kinderen krijgen in de opvang volop kansen om zich te ontwikkelen. Ouders kunnen intussen werk zoeken of gaan werken,

Nadere informatie

Hoofdstuk 5: Sociale ongelijkheid.

Hoofdstuk 5: Sociale ongelijkheid. Sociale en interculturele psychologie. Hoofdstuk 5: Sociale ongelijkheid. 1. Inleiding. Natuurlijke verschillen Sociale verschillen. Sociale verschillen = Sociale differentiatie. *Relaties van nevenschikking.

Nadere informatie

Het spel der democratische opvoeding Wat vooraf ging: Aan de hand van de 4 pijlers deden de ambassadeurs van Triodus samen goed voor later en de werkgroep wat iedere kindwijzerorganisatie deed, inventariseren!

Nadere informatie

Van een geïntegreerde visie naar methodische handelingsprincipes

Van een geïntegreerde visie naar methodische handelingsprincipes Van een geïntegreerde visie naar methodische handelingsprincipes Katrien Steenssens & Barbara Demeyer 24 maart 2009 Activering: wortels van het discours Sociale argumenten wegwerken sociale ongelijkheden

Nadere informatie

Een boog van solidariteit: vrijwilligerswerk

Een boog van solidariteit: vrijwilligerswerk Een boog van solidariteit: vrijwilligerswerk Inleiding De tekst die voor jou ligt, verduidelijkt onze visie bij het organiseren van vrijwilligerswerk in het buitenland. We sturen je niet zo maar naar het

Nadere informatie

Waarden en competen-es. Katrien Baert Vincent Van Damme

Waarden en competen-es. Katrien Baert Vincent Van Damme Waarden en competen-es Katrien Baert Vincent Van Damme 1 Programma 1. What s in a name? Waarden Competenties Talenten definities, voorbeelden Waarden en talenten versus cultuur en competenties Het belang

Nadere informatie

2 Algemene doelstelling en visie

2 Algemene doelstelling en visie 2 Algemene doelstelling en visie 2.1 Algemene doelstelling De groene kikker heeft als doel huiselijke en persoonlijke kinderopvang te bieden, die optimaal tegemoet komt aan de behoeften van de kinderen.

Nadere informatie

Coöperatie en communicatie:

Coöperatie en communicatie: Nederlandse Samenvatting (summary in Dutch) 135 Coöperatie en communicatie: Veranderlijke doelen en sociale rollen Waarom werken mensen samen? Op het eerste gezicht lijkt het antwoord op deze vraag vrij

Nadere informatie

GEKLEURDE ARMOEDE BEA VAN ROBAEYS

GEKLEURDE ARMOEDE BEA VAN ROBAEYS GEKLEURDE ARMOEDE BEA VAN ROBAEYS De opbouw van het verhaal Gekleurde armoede Een maatschappelijke uitdaging Leefwereld: het leven zoals het is Gekleurde armoede en hulpverlening Het perspectief van de

Nadere informatie

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling Families onder druk Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen Drs. Ibrahim Yerden Probleemstelling Hoe gaan Marokkaanse en Turkse gezinsleden, zowel slachtoffers als plegers om met huiselijk

Nadere informatie

Kleurrijke Maatzorg: Een cultuurgevoelig onthaal? Studiedag 20 november 2013 Antwerps netwerk cultuurgevoelige

Kleurrijke Maatzorg: Een cultuurgevoelig onthaal? Studiedag 20 november 2013 Antwerps netwerk cultuurgevoelige Kleurrijke Maatzorg: Een cultuurgevoelig onthaal? Studiedag 20 november 2013 Antwerps netwerk cultuurgevoelige Kleurrijke Maatzorg: Het is een gegeven: Voorzieningen in Welzijnsorganisaties krijgen een

Nadere informatie

Lemniscaat Kompas. 1 Vijf aspecten van communicatie geïntegreerd

Lemniscaat Kompas. 1 Vijf aspecten van communicatie geïntegreerd http://lemniscaatacademie.com francis@lemniscaatacademie.be Lemniscaat Kompas 1 Vijf aspecten van communicatie geïntegreerd RELATIE Verhouding INHOUD FOCUS Het thema waar het echt om gaat CONTEXT Cultuur

Nadere informatie

rlening 19/10/2012 De opbouw van het verhaal Bind-Kracht en gekleurde armoede Gekleurde armoede als maatschappelijke uitdaging

rlening 19/10/2012 De opbouw van het verhaal Bind-Kracht en gekleurde armoede Gekleurde armoede als maatschappelijke uitdaging rlening De opbouw van het verhaal Bind-Kracht en gekleurde armoede? een maatschappelijke uitdaging een uitdaging voor de hulpverlening: cijfers uit Antwerpen De opzet van het onderzoek hulpverleners Divers-sensitief

Nadere informatie

Examenprogramma maatschappijleer

Examenprogramma maatschappijleer Examenprogramma maatschappijleer Informatiewijzer Preambule 1 Leeswijzer 2 maatschappijleer 3 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn 1 Werken

Nadere informatie

Pedagogisch Beleid. Nanny Association

Pedagogisch Beleid. Nanny Association Pedagogisch Beleid Nanny Association Rijen, juni 2006 Inhoud Inleiding 1. Nanny Association 2. Profiel nanny 3. Functie- en taakomschrijving 4. Accommodatie en materiaal 5. Ouderbeleid 6. Pedagogische

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I Opgave 2 Religieus recht 7 maximumscore 2 een beargumenteerd standpunt over de vraag of religieuze wetgeving en rechtspraak voor bepaalde bevolkingsgroepen tot cultuurrelativisme leidt 1 een uitleg van

Nadere informatie

Interculturele communicatie door de publiekswerker

Interculturele communicatie door de publiekswerker Interculturele communicatie door de publiekswerker kaders en modellen voor de analyse van de eigen praktijk Interact studiedag BKO/RAB/Lasso 15/06/2012 2 types modellen:gericht op Cultureel communicatieve

Nadere informatie

MAATSCHAPPIJLEER II VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

MAATSCHAPPIJLEER II VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 MAATSCHAPPIJLEER II VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens. Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname

Nadere informatie

Opgave 3 Een nieuwe klassenmaatschappij?

Opgave 3 Een nieuwe klassenmaatschappij? Opgave 3 Een nieuwe klassenmaatschappij? 19 maximumscore 4 een beschrijving van twee moderniseringsprocessen op economisch gebied (per proces 1 scorepunt) 2 het aangeven van het gevolg: vraag naar hogeropgeleide

Nadere informatie

Rapport Carriere Waarden I

Rapport Carriere Waarden I Rapport Carriere Waarden I Kandidaat TH de Man Datum 18 Mei 2015 Normgroep Advies 1. Inleiding Carrièrewaarden zijn persoonlijke kenmerken die maken dat u bepaald werk als motiverend ervaart. In dit rapport

Nadere informatie

Handleiding bij het invullen

Handleiding bij het invullen O L A 4243 North Sherry Drive Marion, IN 46952 jlaub@indwes.edu (765) 677-2520 Organizational Leadership Assessment Beoordeling van Leiderschap in Organisaties Handleiding bij het invullen Het doel van

Nadere informatie

Bijlage 1: Opdrachten bij het boek Identiteitsontwikkeling en leerlingbegeleiding. Per groepje van 2/3 uitwerken.

Bijlage 1: Opdrachten bij het boek Identiteitsontwikkeling en leerlingbegeleiding. Per groepje van 2/3 uitwerken. Bijlage 1: Opdrachten bij het boek Identiteitsontwikkeling en leerlingbegeleiding. Per groepje van 2/3 uitwerken. Hoofdstuk 1: Opdracht 1: Groepsprofiel en de puberteit Bespreek en noteer kort: Hoe je

Nadere informatie

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model éêçîáååáéi á ã Ä ì ê Ö O Ç É a áê É Åí áé téäòáàå jáåçéêüéçéå Het TOPOI- model In de omgang met mensen, tijdens een gesprek stoten we gemakkelijk verschillen en misverstanden. Wie zich voorbereidt op storingen,

Nadere informatie

PTA maatschappijleer 1&2 KBL Bohemen cohort 14-15-16

PTA maatschappijleer 1&2 KBL Bohemen cohort 14-15-16 Dit is een gecombineerd PTA voor twee vakken: voor maatschappijleer 1 (basis, behorend tot het gemeenschappelijk deel van het vakkenpakket) en voor maatschappijleer 2 (verdieping, behorend tot de sectorvakken

Nadere informatie

Erfgoedonderwijs als cultuuronderwijs. Barend van Heusden Afdeling Kunsten, Cultuur en Media

Erfgoedonderwijs als cultuuronderwijs. Barend van Heusden Afdeling Kunsten, Cultuur en Media Erfgoedonderwijs als cultuuronderwijs Barend van Heusden Afdeling Kunsten, Cultuur en Media 12/14/2012 2 Vragen... Hoe verhoudt erfgoed- zich tot cultuureducatie? Wat zijn kenmerkende eigenschappen van

Nadere informatie

Interculturele competenties? In de opleiding gezinswetenschappen

Interculturele competenties? In de opleiding gezinswetenschappen Interculturele competenties? In de opleiding gezinswetenschappen Studiedag Kleurrijke Maatzorg Gaby Jennes, 14 oktober 2011 Iets over de opleiding gw Opleiding voor volwassenen (sinds 1960), geaccrediteerd

Nadere informatie

Het ICF schema ziet er als volgt uit. (Schema uit hoofdtekst hier opnemen)

Het ICF schema ziet er als volgt uit. (Schema uit hoofdtekst hier opnemen) 1 International Classification of Functioning, Disability and Health Het ICF-Schema ICF staat voor; International Classification of Functioning, Disability and Health. Het ICF-schema biedt een internationaal

Nadere informatie

Enkele begrippen uitgelegd

Enkele begrippen uitgelegd Enkele begrippen uitgelegd 1. Cultuur. Mannen en vrouwen zijn niet zomaar zichzelf. Ze zijn ook de streek waarin ze geboren werden, het stadsappartement of de boerderij waar ze leerden lopen, de spelletjes

Nadere informatie

kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en en ontwikkelingsdoelen techniek

kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en en ontwikkelingsdoelen techniek 1 kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en ontwikkelingsdoelen techniek 2 Ontwikkelingsdoelen techniek Kleuteronderwijs De kleuters kunnen 2.1

Nadere informatie

De meerwaarde van het contextueel denkkader binnen de ouderenzorg

De meerwaarde van het contextueel denkkader binnen de ouderenzorg De meerwaarde van het contextueel denkkader binnen de ouderenzorg Claire Meire 2014 Een sterveling draagt zijn ouders op zijn schouders. Of niet op zijn schouders. In zijn binnenste. Zijn leven lang moet

Nadere informatie

maatschappijwetenschappen (pilot) Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

maatschappijwetenschappen (pilot) Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Examen HAVO 2014 tijdvak 1 donderdag 22 mei 9.00-12.00 uur maatschappijwetenschappen (pilot) Bij dit examen hoort een bijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

Religie, christendom en politiek vanuit filosofisch perspectief

Religie, christendom en politiek vanuit filosofisch perspectief Religie, christendom en politiek vanuit filosofisch perspectief - Het christelijke belemmert de politiek niet, maar maakt haar juist mogelijk en waardevol - Pieter Jan Dijkman Vereniging voor Wijsbegeerte

Nadere informatie

2 Algemene inleiding per cultuur/godsdienst/levensbeschouwing: situering 10

2 Algemene inleiding per cultuur/godsdienst/levensbeschouwing: situering 10 Inhoud 1 Overgangsrituelen 5 2 Algemene inleiding per cultuur/godsdienst/levensbeschouwing: situering 10 3 Algemene inleiding per cultuur/godsdienst/levensbeschouwing: verdieping 12 1 Hindoeïsme 12 2 Boeddhisme

Nadere informatie

Er zijn vele definities of visies van opvoeding. Een hele neutrale visie is van Malschaert en Traas uit het Basisboek opvoeden:

Er zijn vele definities of visies van opvoeding. Een hele neutrale visie is van Malschaert en Traas uit het Basisboek opvoeden: Hoorcollege 2 Jeugdparticipatie Pedagogische visies Er zijn vele definities of visies van opvoeding. Een hele neutrale visie is van Malschaert en Traas uit het Basisboek opvoeden: Opvoeding is een bepaalde

Nadere informatie

Gedragenheid binnen de organisatie

Gedragenheid binnen de organisatie Gedragenheid binnen de organisatie Het inbedden van ICHV binnen een reguliere werking op voorwaarde dat deze als hefboom dient om de integrale werking te voorzien van een breed gedragen interculturalisering.

Nadere informatie

TTALIS. Maatschappelijke waardering door de ogen van de. leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken

TTALIS. Maatschappelijke waardering door de ogen van de. leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken Maatschappelijke waardering door de ogen van de TTALIS leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken Bevindingen uit de Teaching And Learning International Survey (TALIS) 2013 IN FOCUS Faculteit

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

Van gunsten naar rechten voor leerlingen met beperkingen. Het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap en onderwijs

Van gunsten naar rechten voor leerlingen met beperkingen. Het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap en onderwijs Van gunsten naar rechten voor leerlingen met beperkingen Het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap en onderwijs Feiten New York 13 december 2006 Verdrag + Optioneel Protocol (rechtsbescherming)

Nadere informatie

Werken dialoogbijeenkomsten tegen discriminatie?

Werken dialoogbijeenkomsten tegen discriminatie? Werken dialoogbijeenkomsten tegen discriminatie? NOVEMBER 2016 DIALOOGBIJEENKOMSTEN KUNNEN VOOROORDELEN EN STEREOTYPERING VERMINDEREN De bestrijding van discriminatie staat in Nederland hoog op de agenda.

Nadere informatie