De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Research voor Beleid. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Research voor Beleid. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in"

Transcriptie

1 Aanpak van agressie en geweld in internationaal perspectief Quickscan naar aard, omvang en beleid in vier landen Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Annejet Kerckhaert Lennart de Ruig Projectnummer: B3771 Zoetermeer, 15 december 2010

2 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Research voor Beleid. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldigen en/of openbaarmaking in welke vorm ook, alsmede opslag in een retrieval system, is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van Research voor Beleid. Research voor Beleid aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden. 2

3 Voorwoord Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) hebben Research voor Beleid een internationaal vergelijkend onderzoek laten uitvoeren naar agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak. Dit rapport doet verslag van de onderzoeksresultaten. Het onderzoek is begeleid door een begeleidingscommissie bestaande uit Claudia Artz (Ministerie van BZK), Robbert Bakker (Ministerie van BZK), Paul van der Gaag (Ministerie van SZW), Rozemarijn de Man (Ministerie van BZK), Adri Stet (Ministerie van BZK) en Rex van der Sluys (Ministerie van SZW). Wij willen de begeleidingscommissie bedanken voor haar deskundige inbreng. Ook gaat een woord van dank uit naar Gerben Korthouwer (Ministerie van VWS), Peter Peerdeman (CAOP/Veiligezorg), Michael Hoppe (Ministerie van OCW) en Guy Hermans (Kennisplatform Verkeer en Vervoer) die een eerdere versie van dit rapport van commentaar hebben voorzien. De literatuurstudie en interviews die de basis vormen van het onderzoek zijn uitgevoerd door Alice Johansson, Annejet Kerckhaert, Patrick van Wersch en Judith Zweers. Annejet Kerckhaert en ondergetekende verzorgden de rapportage. Lennart de Ruig Projectleider 3

4 4

5 Inhoudsopgave Managementsamenvatting 7 1 Inleiding Achtergrond van het onderzoek Doelstelling en onderzoeksvragen Onderzoeksverantwoording Leeswijzer 23 2 Agressie en geweld: problematiek en cijfers Inleiding Gehanteerde definities Beschikbare gegevens over incidenten Aandacht voor het onderwerp in de verschillende landen Deelconclusie: Nederland in vergelijkend perspectief 37 3 Beleid tegen agressie en geweld Inleiding Internationaal kader Arbostelsels Nederland in vergelijkend perspectief 50 4 Onderwijs Inleiding Nederland Duitsland Zweden Verenigd Koninkrijk Deelconclusie: Nederland in vergelijkend perspectief 62 5 Openbaar Vervoer Inleiding Nederland Duitsland Zweden Verenigd Koninkrijk Deelconclusie: Nederland in vergelijkend perspectief 76 6 Gezondheidszorg Nederland Duitsland Zweden Verenigd Koninkrijk Deelconclusie: Nederland in vergelijkend perspectief 86 5

6 7 Nederland in vergelijkend perspectief Inleiding Belangrijkste verschillen tussen landen Verklaringen voor verschillen Aanbevelingen 102 6

7 Managementsamenvatting Achtergrond van het onderzoek Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) hebben een internationaal vergelijkend onderzoek laten uitvoeren naar agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak. Het onderzoek, dat te bestempelen is als een quickscan, moet inzicht geven in de mate waarin agressie en geweld in andere westerse landen voorkomt. Door gebrek aan vergelijkbare cijfers is de nadruk komen te liggen op het in kaart brengen van het beleid tegen agressie en geweld. Daarnaast moet het onderzoek inzicht geven in omstandigheden en maatregelen die bijdragen aan een vermindering van het aantal incidenten van agressie en geweld. Het onderzoek behandelt een groot aantal vragen. Deze vragen zijn omwille van de leesbaarheid van deze samenvatting geclusterd in de volgende vijf thema s: aard, omvang en definities van agressie en geweld; beleid tegen agressie en geweld; kenmerkende en opvallende maatregelen, projecten en praktijken in sectoren; vergelijking van Nederland met andere landen; aanbevelingen. Voordat we de resultaten van het onderzoek behandelen, komt eerst de methode van onderzoek aan bod. Methode van onderzoek Het onderzoek bestond uit een beperkt aantal onderzoeksactiviteiten en is in een betrekkelijk korte tijdsperiode uitgevoerd: de dataverzameling heeft grotendeels plaatsgevonden in de periode eind juni 2010 tot begin augustus Daarmee is het onderzoek te karakteriseren als een quickscan. Het doel is niet een uitputtend antwoord te geven op de onderzoeksvragen, maar een beeld te schetsen van de essentie van de problematiek van agressie en geweld en het beleid op dit vlak. Bij de opzet van het onderzoek is geprobeerd de doorlooptijd zo kort mogelijk te houden zonder te veel aan kwaliteit in te boeten. Daarom is vooral gebruik gemaakt van bestaande informatie en is getracht zo snel mogelijk door te dringen tot de belangrijkste kenmerken van de problematiek en het beleid. Onderzoeksactiviteiten waren een literatuur- en bronnenstudie en interviews met in totaal 27 nationale en sectorale experts. In het onderzoek wordt Nederland vergeleken met Duitsland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Het aantal te vergelijken landen is beperkt tot vier, zodat er binnen de relatief korte uitvoeringsperiode van het onderzoek voldoende informatie gevonden kon worden. 7

8 Het onderzoek is verder afgebakend tot de sectoren onderwijs, gezondheidszorg en openbaar vervoer en ook is nationaal en (waar aanwezig) regionaal beleid bestudeerd. Aard, omvang en definities Agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak staan in Nederland sterk in de belangstelling van politiek en media. We hebben geen aanwijzingen gevonden dat dit in Duitsland, Zweden of het Verenigd Koninkrijk in dezelfde mate het geval is. Er is in de onderzochte landen, behalve Nederland, geen definitie gevonden die beleidsmakers of wetenschappers hanteren voor agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak. Bovendien is Nederland het enige land dat in de monitor Veilige Publieke Taak een overzicht geeft van de omvang en aard van dit type agressie en geweld. De andere landen voeren weliswaar surveys uit onder werknemers op basis waarvan een beeld is te geven van agressie en geweld op het werk door derden, maar een uitsplitsing naar beroepsgroep of publieke sector is daarbij niet mogelijk. Het ontbreken van bruikbaar cijfermateriaal en definities heeft ertoe geleid dat het onderzoek waar nodig verbreed is tot alle werknemers in plaats van werknemers met een publieke taak. Een ruw beeld van de mate waarin agressie en geweld in de onderzochte landen voorkomt, is te geven op basis van de European Working Conditions Survey (EWCS), waarvan de laatste meting heeft plaatsgevonden in Het blijkt dat het percentage incidenten in het Verenigd Koninkrijk het hoogst ligt (7,3% in de twaalf maanden voorafgaand aan het EWCS-onderzoek), gevolgd door Nederland (6,6%) en Duitsland (4,3%). In Zweden lijkt agressie en geweld door derden op het werk het minst voor te komen (3,3%). Wetenschappers plaatsen echter kanttekeningen bij de vergelijkbaarheid van de cijfers uit de EWCS, dus de cijfers moeten met extra voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Landelijk beleid Beleidskader: arbo- en sociale zekerheidsstelsels Agressie en geweld op het werk zijn te beschouwen als arbeidsrisico s. In alle landen is in nationale wetgeving vastgelegd dat de werkgever zijn werknemers moet beschermen tegen arbeidsrisico s. De nationale wetgeving is afgeleid van de Europese Kaderrichtlijn veiligheid en gezondheid van werknemers op het werk (89/391/EEG). Dit betekent dat maatregelen tegen agressie en geweld in alle landen vooral geplaatst dienen te worden binnen het kader van het arbostelsel. Agressie en geweld kunnen niet alleen in het kader van arbostelsels worden geplaatst, maar ook in het kader van sociale zekerheidsstelsels. Agressie en geweld zijn immers te beschouwen als bedrijfsongevallen die kunnen leiden tot ziekte en arbeidsongeschiktheid. Alle onderzochte landen kennen regelingen voor uitkering bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, maar de invulling van deze regelingen verschilt sterk per land. Het valt buiten het bestek van dit onderzoek om deze regelingen en de verschillen daartussen uitgebreid te ana- 8

9 lyseren. Wel hebben we gekeken wie het financiele risico draagt voor bedrijfsongevallen (zoals agressie en geweld) en wie verantwoordelijk is voor de preventie daarvan. Nederland is het enige onderzochte land waarin psychosociale arbeidsbelasting, waaronder agressie en geweld valt, expliciet als arbeidsrisico in de Arbowet wordt benoemd. Duitsland en het Verenigd Koninkrijk kennen deze verwijzing niet. Zweden neemt een bijzondere positie in, omdat het land zeer concrete voorschriften kent voor preventie van agressie en geweld. Deze voorschriften dienen in het kader van de nationale arbowet te worden uitgevoerd. De inrichting van het arbostelsel verschilt sterk per land. In alle landen is het equivalent voor het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid primair verantwoordelijk voor het arbostelsel, maar de rol van andere actoren verschilt. In Nederland en Zweden spelen de individuele werkgever en werknemers, ondersteund door sociale partners, een centrale rol bij de invulling en uitvoering van arbobeleid. In Zweden en het Verenigd Koninkrijk zijn er in veel sterkere mate dan in Nederland nationale autoriteiten betrokken bij de invulling van het arbobeleid (bijvoorbeeld doordat zij gedetailleerde voorschriften opstellen). Duitsland is het enige land waar ongevallenverzekeraars een belangrijke taak vervullen in het arbostelsel. Ook wat betreft toezicht en handhaving zijn er duidelijke verschillen tussen de landen. De Arbeidsinspectie in Nederland ziet primair toe op de naleving van arbeidswetgeving en heeft daarnaast een voorlichtende taak. In de andere landen zijn de handhavende taken (deels) uitbesteed aan regionale overheden (Duitsland, Verenigd Koninkrijk) en/of verzekeraars (Duitsland) of heeft het handhavende orgaan ook een rol bij de uitwerking van wetgeving in concrete voorschriften (Zweden, Verenigd Koninkrijk). Werkgevers worden in alle onderzochte landen vooral door de arbeidsinspecties geprikkeld om zich aan de wet te houden. De arbeidsinspecties kunnen daarbij instrumenten inzetten als waarschuwingen, maar ook boetes. Alleen in het Verenigd Koninkrijk is er voor gekozen een speciale wet in te voeren om een organisatie te kunnen vervolgen voor doodslag als deze heeft nagelaten de werknemer te beschermen (Corporate Manslaughter and Homicide Act 2007). Duitsland is het enige land waar werkgevers in het kader van de verplichte wettelijke bedrijfsongevallen- en beroepsziektenverzekering door ongevallenverzekeraars financieel worden geprikkeld om hun arbobeleid op orde te houden. Dit komt doordat er in Duitsland een duidelijke koppeling is gemaakt tussen de wettelijke verzekering tegen loonderving als gevolg van bedrijfsongevallen en de preventie van die bedrijfsongevallen door middel van arbobeleid. In Nederland hebben werkgevers in de wetgeving inzake arbo, ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid de ruimte gekregen om zélf te kiezen voor een (verzuim)verzekeraar of arbodienst die een bonus/malusregeling voor premies hanteert. In de andere landen hebben we geen vergelijkbare arrangementen gevonden. Kenmerkend voor alle landen is dat de nadruk ligt op handhaving van de wet en daarnaast het geven van voorlichting, zoals: het verzamelen en verspreiden van (schriftelijke) informatie over agressie en geweld; het maken van toolkits en het geven van tips aan werkgevers en werknemers; 9

10 het benoemen van goede praktijken; het organiseren van seminars, workshops et cetera. Beleidskader: overige wet- en regelgeving Agressie en geweld op het werk hoeven niet alleen binnen het kader van arbobeleid bestreden te worden. Ook strafrechtelijke instrumenten kunnen in bepaalde gevallen wenselijk zijn. Kenmerkend is dat het thema agressie en geweld op het werk in alle onderzochte landen in de eerste plaats als een arbothema wordt gezien. De invalshoek van het beleid is daardoor vooral het beschermen van werknemers en het bestraffen van werkgevers die de wet niet naleven, in plaats van het bestraffen en vervolgen van daders. Nederland is het enige land waarin vanuit het programma Veilige Publieke Taak duidelijke aanbevelingen worden gedaan aan werkgevers om daders ook strafrechtelijk te vervolgen. Bovendien stemt het Ministerie van BZK binnen dit programma met politie en Justitie af dat daders ook daadwerkelijk vervolgd worden en hogere straffen krijgen. Duitsland en het Verenigd Koninkrijk kennen wetten waarmee daders van agressie en geweld in bepaalde gevallen vervolgd zouden kunnen worden en slachtoffers beschermd zouden kunnen worden, maar die wetten lijken niet bedoeld voor agressie en geweld op het werk. Het gaat namelijk om wetten die burgers beschermen tegen stalking en een wet die defensiepersoneel beschermt tegen aanvallen van burgers. Bovendien hebben we geen aanwijzingen gevonden dat deze wetten regelmatig worden ingezet met het oog op preventie van agressie en geweld. Nederland neemt binnen de onderzochte landen dus een unieke positie in. Alleen in Nederland staat agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak sterk in de belangstelling en is er een nationaal programma gericht op deze problematiek. Alleen in Nederland wordt het gebruik van strafrechtelijke instrumenten in dit kader gestimuleerd. Bovendien zien we alleen in Nederland dat speciale beloningen en subsidies in het vooruitzicht worden gesteld voor organisaties. In de andere landen zijn er wel maatregelen gericht op risicosectoren en -beroepen, maar de term werknemers met een publieke taak wordt daarbij niet gehanteerd. Ook ontbreekt het in de andere landen aan een speciaal op agressie gericht nationaal programma. Deze situatie zou in de komende jaren misschien kunnen veranderen. Gedurende het onderzoek hebben de Europese sociale partners overeenstemming bereikt over richtlijnen om geweld door derden te voorkomen in de sectoren zorg, onderwijs, overheid (lokaal en regionaal), handel en beveiliging. Bovendien voert de EU momenteel onderzoek uit naar agressie en geweld op het werk. Tot slot is in Duitsland sinds kort een publiek debat gestart over het treffen van speciale maatregelen tegen agressie en geweld in de (semi-)publieke sector. 10

11 Sectoren Tijdens het onderzoek zijn de sectoren onderwijs, openbaar vervoer en gezondheidszorg nader bestudeerd. Daarbij is gekeken naar kenmerkende en opvallende maatregelen, projecten en praktijken. Onderwijs Het thema agressie en geweld in het onderwijs leeft volgens de geraadpleegde experts vooral in Nederland en Duitsland, met als verschil dat de Duitse aandacht voornamelijk gericht is op het voorkomen van dodelijke schietpartijen op scholen. Een ander belangrijk verschil tussen de vier onderzochte landen is het niveau waarop beleid wordt gemaakt. In Nederland en Zweden geven sociale partners, ondersteund door centrale overheden, vorm aan het beleid tegen agressie en geweld. In Duitsland spelen regionale partijen een belangrijke rol, terwijl er in het Verenigd Koninkrijk juist een nationale autoriteit betrokken is bij de beleidsontwikkeling. Kijkend naar maatregelen, projecten en praktijken, valt op dat er in Nederland vaak gesproken wordt over sociale veiligheid of veiligheidsbeleid en geprobeerd wordt om dit in te bedden in de reguliere activiteiten van scholen. Aanbevolen wordt dat scholen normen opstellen, incidenten registreren, afspreken op welke wijze gereageerd dient te worden op de dader en onderwijspersoneel trainen. In Duitsland hebben projecten in reactie op dodelijke schietpartijen een sterk preventief karakter. Er wordt vooral ingezet op samenwerking tussen scholen en andere maatschappelijke organisaties om vroegtijdig te kunnen signaleren welke leerlingen een potentieel gevaar vormen. Ook is in Duitsland veel aandacht voor het stimuleren van de dialoog tussen leraren, ouders en leerlingen. Het type incidenten in een land is dus mede bepalend voor de invalshoek van het beleid tegen agressie en geweld. De Zweedse benadering lijkt meer dan in Nederland gericht te zijn op het bereiken van een organisatieverandering in de school. Om agressie en geweld op school te voorkomen dient bijvoorbeeld duidelijk te zijn wie binnen de organisatie verantwoordelijk is en op welk moment. Er wordt dan ook veel aandacht besteed aan competentieontwikkeling en communicatietraining bij leraren. Daarnaast zet Zweden in op preventie door een persoonlijk begeleider aan te wijzen aan leerlingen die problemen veroorzaken in de klas. In het Verenigd Koninkrijk zijn weinig concrete maatregelen gevonden om agressie en geweld op scholen tegen te gaan, afgezien van de landelijk vastgestelde norm dat scholen een duidelijk statement zouden moeten uitdragen dat agressie en geweld niet toelaatbaar is. Agressie en geweld lijken in het Verenigd Koninkrijk momenteel vooral een lokaal (Londens) probleem. Openbaar vervoer In Nederland en Zweden is er relatief veel beleidsmatige aandacht voor agressie en geweld in het openbaar vervoer en worden er veel maatregelen getroffen en projecten opgestart. In Duitsland en het Verenigd Koninkrijk lijkt de thematiek minder sterk in de belangstelling te staan. We hebben in deze landen in ieder geval veel minder maatregelen en projecten aangetroffen. 11

12 Opvallend is dat in alle onderzochte landen vooral lokale vervoersmaatschappijen projecten en maatregelen ontwikkelen en dat die vooral bedoeld zijn om de veiligheid van chauffeurs te vergroten. De betrokken actoren bij het beleid en de getroffen maatregelen verschillen echter. In Nederland zijn de belangrijkste actoren de individuele vervoersmaatschappijen en op landelijk niveau de (tijdelijk) coördinator van de politie voor geweld in het openbaar vervoer. In Duitsland spelen naast de individuele vervoersmaatschappijen ook lokale overheden en ongevallenverzekeraars een belangrijke rol. In Zweden zijn zowel de landelijke overheid als sociale partners, individuele maatschappijen en lokale overheden betrokken. In het Verenigd Koninkrijk zijn het Ministerie van transport en individuele maatschappijen de belangrijkste actoren. Kijkend naar de aard van de maatregelen, valt op dat agressie en geweld in Nederland vaak geplaatst wordt onder de noemer sociale veiligheid. Vervoersbedrijven besteden ruime aandacht aan sociale veiligheid waarbij ze verschillende maatregelen nemen, zoals cameratoezicht in bussen, trams en metro s, het inzetten van een speciaal team service en veiligheid en het ontwikkelen van professionele nazorg. Zowel in Duitsland als in Zweden lijkt de aandacht meer uit te gaan naar het trainen van buschauffeurs zodat zij kunnen omgaan met agressie en geweld. In Zweden is bijvoorbeeld een grootschalige conflicttraining opgezet waaraan 500 medewerkers werkzaam in de bus- en tramsector meedoen. Duitse buschauffeurs worden getraind door middel van een vierdaags seminar. Net als in de onderwijssector valt ook hier op dat de projecten in Duitsland en Zweden gericht zijn op het samenwerken met andere organisaties. Vooral scholen worden hierbij betrokken. In beide landen worden scouts op bussen ingezet om conflicten in de bus te voorkomen. In Zweden is het project Lugna Gatan ( stille straat ) erg succesvol gebleken. Het heeft de sociale cohesie in buurten versterkt, omdat de relatie tussen (probleem)jongeren en autoriteiten in de wijk verbeterd werd. Daarnaast heeft dit project een positief neveneffect, omdat jongeren die als scout voor dit project in bussen werkten aan een baan geholpen werden. Gezondheidszorg In alle onderzochte landen zien experts agressie en geweld tegen medewerkers in de zorgsector als een probleem. Daarnaast wordt in alle landen verwacht dat er een onderregistratie van het probleem is, omdat medewerkers een zorgverlenende rol aannemen en kunnen denken dat agressief gedrag iets is wat bij het vak hoort. Mede hierdoor worden incidenten niet altijd gemeld. Van de vier onderzochte landen zijn in het Verenigd Koninkrijk de meeste projecten en maatregelen gevonden om agressie en geweld tegen medewerkers in de gezondheidszorg te voorkomen. Ook in Nederland is er relatief veel beleidsmatige aandacht voor de problematiek. Dat lijkt in veel mindere mate te gelden voor Duitsland en Zweden, waar we weinig projecten en maatregelen hebben aangetroffen. Bovendien bevat de Duitse en Zweedse aanpak geen elementen die nieuw zijn voor Nederland; de nadruk ligt op het informeren en trainen van personeel. De Nederlandse aanpak lijkt in vergelijking daarmee veel grondiger. Het project Veiligezorg bijvoorbeeld bestrijkt alle facetten van het beleid, van preventie tot nazorg en sluit nauw aan bij de acht maatregelen van Veilige Publieke Taak. 12

13 In Nederland en Zweden spelen sociale partners een cruciale rol bij het beleid tegen agressie en geweld. In Duitsland lijken individuele zorginstellingen en verzekeraars de belangrijkste actoren. Anders dan in de andere landen is er in het Verenigd Koninkrijk één landelijk orgaan belast met het ontwikkelen en controleren van veiligheidsbeleid in zorginstellingen. Alle zorginstellingen in het Verenigd Koninkrijk zijn verplicht een veiligheidsmanager in dienst te hebben. Net als Nederland kent dit land een juridisch adviescentrum: instellingen kunnen hier terecht met vragen over de wijze waarop zij moeten handelen om daders te sanctioneren. Ten slotte bestaan er in het Verenigd Koninkrijk verschillende initiatieven gericht op professionals die alleen werken. Door bijvoorbeeld speciale alarmsystemen en een early warning systeem bij mogelijk risicovolle huisbezoeken kan deze groep beter toegerust worden in risicovolle situaties. Nederland in vergelijkend perspectief Het Nederlandse beleid met betrekking tot agressie en geweld tegen publieke functionarissen springt er in positieve zin uit. Alleen in Nederland is er: Een verbijzondering gemaakt naar agressie en geweld tegen werknemers met publieke taken. Een programma opgesteld met als doel te komen tot een situatie waarin werknemers met een publieke taak hun werk veilig en respectvol kunnen uitoefenen. Een programmaorganisatie opgezet (Veilige Publieke Taak) met duidelijke targets (15 procentpunt daling tussen 2007 en 2011). Beleid om het vervolgen van daders te vergemakkelijken en straffen te verhogen. Sprake van financiële stimulering door middel van subsidies voor werkgevers die agressie en geweld aanpakken. Een speciaal programma door de Arbeidsinspectie ontwikkeld ( Agressie en geweld tegen werknemers in publieke functies ) waarin inspectie- en voorlichtingsactiviteiten worden gecombineerd. Betrouwbaar cijfermateriaal over het voorkomen van agressie en geweld. In vergelijking met de andere onderzochte landen ontbreken er ook bepaalde zaken in het Nederlandse beleid. Deze hangen echter grotendeels samen met politieke keuzes voor de wijze waarop het arbostelsel ingericht is: De Nederlandse Arbowet laat relatief veel ruimte aan werkgevers, werknemers en sociale partners om invulling te geven aan het arbobeleid. In de andere landen worden er meer voorschriften op nationaal niveau ontwikkeld. Voor het thema agressie en geweld in de (semi-)publieke sector is in Nederland echter een uitzondering gemaakt. De Arbeidsinspectie verplicht werkgevers met een publieke taak om de maatregelen te implementeren uit de flyer Agressie en geweld, waar let de Arbeidsinspectie op?. Er zijn geen speciale prikkels in de vorm van verplichte premieverlaging of verhoging voor werkgevers om gewenst gedrag af te dwingen, zoals wel in Duitsland. In Nederland krijgen werkgevers in de sociale wetgeving (Arbowet, Wet verlenging loondoorbetaling bij ziekte, WIA) de ruimte om zelf een verzekeraar en/of arbodienst te kiezen die dergelijke prikkels hanteert. 13

14 In de wet- en regelgeving is geen formele rol toebedeeld aan lokale en regionale overheden bij de implementatie, invulling of handhaving van arbobeleid, tenzij in de rol van werkgever. Een preventieve, integrale benadering van agressie en geweld waarbij wordt aangestuurd op gedragsverandering bij daders en samenwerking met andere (hulpverlenenden) organisaties lijkt in Nederland in vergelijking met de andere onderzochte landen weinig voor te komen. Een uitzondering zijn de Veiligheidshuizen. Ten slotte zijn er enkele overeenkomsten tussen de onderzochte landen: De nationale uitwerking van de Europese kaderrichtlijnen arbeidsomstandigheden is het belangrijkste kader om agressie en geweld op het werk te voorkomen en bestrijden. De werkgever is primair verantwoordelijk voor de gezondheid en veiligheid van werknemers. Handhaving is een van de belangrijkste beleidsinstrumenten om naleving van wetten en regels af te dwingen. Daarnaast kiezen landen voor zachte beleidsinstrumenten in de vorm van communicatie en informatie om agressie en geweld te voorkomen. Geen van de onderzochte landen lijkt de optimale mix van prikkels te hebben gevonden om werkgevers te aan te sporen een effectief anti-agressiebeleid te voeren. Het lijkt erop dat landen kiezen voor handhaving, informatie en communicatie, zonder na te gaan of dat ook de sterkste prikkels zijn voor werkgevers. Aanbevelingen Het onderzoek dient inzicht te geven in omstandigheden en maatregelen die bijdragen aan een vermindering van het aantal incidenten van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak. Hierbij maken we onderscheid tussen omstandigheden en maatregelen op landelijk niveau en op het niveau van individuele werkgevers. Landelijk beleid Op basis van de quickscan is het niet goed mogelijk omstandigheden en maatregelen te benoemen die op nationaal niveau kunnen bijdragen aan een vermindering van het aantal incidenten van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak. Hiervoor zijn verschillende redenen. De belangrijkste reden is dat Nederland met het programma Veilige Publieke Taak in allerlei opzichten voorop loopt als het gaat om de preventie van agressie en geweld op nationaal niveau. Het beleid in Duitsland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk levert dan ook weinig leerpunten op voor Nederland. Een andere reden is dat er tussen de onderzochte landen weliswaar duidelijke verschillen te zien zijn in de arbostelsels, maar er geen aanwijzingen zijn gevonden dat het ene arbostelsel effectiever is in het voorkomen van agressie en geweld dan het andere. Het ontbreekt aan bruikbare evaluaties die inzicht geven in de effectiviteit van beleid tegen agressie en geweld op het werk. Bovendien zijn elementen van het buitenlandse beleid niet gemakkelijk over te nemen in Nederland. De keuze voor de arbostelsels hangt immers samen met poli- 14

15 tieke keuzes voor de inrichting van het gehele stelsel van sociale verzekeringen en sociale bescherming. Het beleid tegen agressie en geweld is met andere woorden padafhankelijk. Op basis van de literatuur zijn wel enkele aanknopingspunten te geven voor landelijk beleid. Er aanwijzigen dat sociaal-culturele verschillen sterk bepalend zijn voor de mate van agressie en geweld. Sociologen zoals Gabriël van den Brink en Bas van Stokkum wijzen er op dat Nederlanders waarden als zelfrealisatie, zelfexpressie en een individualistische instelling hoog in het vaandel hebben staan. De keerzijde daarvan is dat deze houding van je door niemand iets in de weg laten liggen snel leidt tot agressiviteit. Hiervoor zijn ook empirische bewijzen te vinden in de vier onderzochte landen. Er lijkt een behoorlijk sterk verband te bestaan tussen de mate van individualisme en incidenten van agressie en geweld. Dat wil niet zeggen dat er een één-op-één relatie is tussen individualisme en agressie en geweld. Wel is het zo dat de houding van burgers een factor van betekenis is. Eenvoudig gesteld: werknemers in landen met individualistisch ingestelde burgers zoals Nederland hebben iets vaker te maken hebben met agressie en geweld door burgers. Dit pleit voor een aanpak die inzet op gedragsverandering bij (potentiële) daders. Tot nu toe is preventie in Nederland immers vooral gericht op het voorkomen dat de omstandigheden tot agressie leiden en niet op het verminderen van de neiging tot agressiviteit bij burgers in de hoedanigheid van klant, patiënt, reiziger of leerling. Vooral in Zweden hebben we projecten aangetroffen die inzetten op gedragsverandering. Gedragsverandering kan worden gestimuleerd in kleinschalige regionale of sectorale projecten, maar kan ook de vorm aannemen van een grootschaliger beschavingsoffensief gericht op normherstel bij alle burgers. Dat zal overigens wel een lange adem vergen. Een ander aanknopingspunt voor landelijk beleid is te vinden in de Europese enquête naar nieuwe en opkomende arbeidsrisico s (ESENER) uit Uit deze enquête blijkt dat Nederlandse werkgevers, ondanks de forse beleidsmatige aandacht voor de thematiek, nog betrekkelijk weinig lijken te doen aan het voorkomen van agressie en geweld in vergelijking met werkgevers uit andere onderzochte landen. In Zweden en het Verenigd Koninkrijk staat het thema in ieder geval veel hoger op de agenda van werkgevers. Er zijn geen duidelijke aanwijzingen gevonden waarom Nederland hierop slechter scoort dan de andere onderzochte landen. Nader onderzoek is nodig naar de redenen waarom arbobeleid op ondernemingsniveau soms niet van de grond komt en welke prikkels hierbij mogelijk behulpzaam zijn. Mogelijk zijn sterkere financiële incentives voor werkgevers behulpzaam of dienen werknemers geactiveerd te worden om agressiebeleid op de agenda te zetten. Werkgevers De voorsprong van het Nederlandse beleid gericht op het voorkomen en bestrijden van agressie en geweld leidt ertoe dat de projecten en maatregelen in de andere onderzochte landen ook weinig unieke leerpunten voor werkgevers bevatten. Veel van de aanbevelingen en succes- en faalfactoren zijn al benoemd in handreikingen van het programma Veilige Publieke Taak, sectorale arbocatalogi of studies van de ILO en WHO. Ook relevant is de 15

16 studie Tussen agressiebeleid en -praktijk waarin aanbevelingen worden gegeven hoe beleid is door te vertalen naar concrete handelingen op de werkvloer. 1 Hieronder worden de belangrijkste leerpunten uit de onderzochte projecten genoemd in de sectoren onderwijs, gezondheidszorg en openbaar vervoer: Het is van groot belang dat technische veiligheidssystemen zoals alarmknoppen, camerasystemen en preventieve maatregelen zoals het afschaffen van contant geld in bussen eerst goed in de praktijk en op hun effectiviteit worden getest. Het komt namelijk regelmatig voor dat dit soort maatregelen en systemen tot meer onduidelijkheid en irritatie leiden. Het maken van afspraken met hulpverlenende instanties zoals politie, onderwijs, jeugdzorg en maatschappelijk werk over doorverwijzing van (potentiële) daders en samenwerking bij incidenten is in veel projecten een succesfactor. Projecten gericht op gedragsverandering bij (potentiële) daders laten in het buitenland hoopvolle resultaten zien. In Nederland kennen wij bijvoorbeeld ook een vergelijkbare aanpak in Veiligheidshuizen. Het is cruciaal dat werkgevers en leidinggevenden hun eindverantwoordelijk nemen voor het voorkomen van agressie en geweld en intensief betrokken zijn bij het beleid. In sommige sectoren en beroepen is het eerst nodig een machocultuur of taboe op agressie en geweld te doorbreken voordat begonnen kan worden met preventie van incidenten. Er worden in sommige projecten goede ervaringen opgedaan met werknemers die optreden als ambassadeur/voorlichter en informatie over het voorkomen van agressie en geweld verspreiden onder andere werknemers. Het inzetten van voormalige probleemjongeren als bewaker/veiligheidshosts kan meerwaarde hebben, zeker omdat deze jongeren zich goed kunnen inleven in de belevingswereld van (potentiële) daders. De overall indruk die de onderzoeksresultaten wekken, is dat werkgevers en werknemers met een publieke taak in Nederland voldoende instrumentarium hebben om agressie en geweld aan te pakken. Het lijkt daarom weinig zinvol om op zoek te gaan naar nieuwe structuren, verantwoordelijkheidsverdelingen, regels of voorschriften. Het is nu zaak om individuele werkgevers en werknemers te stimuleren het bestaande instrumentarium nog beter te gebruiken. 1 Kemper, R. en L. de Ruig, Tussen agressiebeleid en praktijk. Aanpak van agressie en geweld in de publieke sector. Onderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Research voor Beleid (2009). 16

17 1 Inleiding 1.1 Achtergrond van het onderzoek Werknemers in Nederland met een publieke taak 1 worden bij de uitvoering van hun functie regelmatig geconfronteerd met agressie en geweld, zoals verbaal geweld, fysiek geweld en intimidatie. Uit een in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) uitgevoerd onderzoek blijkt dat zes op de tien publieke functionarissen in 2009 te maken had met ongewenst gedrag door burgers of klanten. 2 Dat is ongeveer even veel als in Het kabinet vindt agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak niet acceptabel. Agressie en geweld berokkenen veel leed en letsel bij werknemers, vormen een bedreiging voor de integere uitvoering van publieke taken en leiden tot aantasting van het functioneren van het openbare bestuur, de rechtsstaat en het gezag. 4 Ook burgers ondervinden direct of indirect last van agressie en geweld, bijvoorbeeld door ongewild getuige te zijn van een geweldsincident. Dit is reden geweest voor het kabinet om te starten met het programma Veilige Publieke Taak (VPT), dat loopt van 2007 tot Doel van het programma is een blijvend herstel van het veilig en respectvol uitvoeren van de publieke taak. Dit moet leiden tot een vermindering van agressie en geweld met vijftien procent in Uit Europees onderzoek blijkt dat agressie en geweld in Nederland veel voorkomt in vergelijking met andere Europese landen. 5 Dit is het uitgangspunt geweest voor de Ministeries van Binnenlandse Zaken (BZK) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) om een vergelijkend onderzoek te laten uitvoeren naar agressie en geweld in een aantal Europese landen. Concreet hebben de ministeries behoefte aan relevante en vergelijkbare cijfers over het vóórkomen van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak. Ook wensen de ministeries inzicht in de beleidsvoering in deze landen, waarbij er nader wordt ingegaan op een aantal sectoren. Ten slotte willen de ministeries leren van deze studie, men wil aanbevelingen en goede praktijkvoorbeelden. 1 Hieronder verstaan we werknemers die taken uitvoeren die onder de verantwoordelijkheid van de overheid vallen, zoals politie, ambulancepersoneel, onderwijzers, medewerkers van gemeentelijke diensten, buschauffeurs en conducteurs, stadswachten, enzovoorts. 2 Jacobs, M. Jans, M. Roman, B. - Aard en omvang van ongewenst gedrag tegen werknemers met een publieke taak, een vervolgonderzoek. (2009) 3 Het onderzoek gaat in op ongewenst gedrag i.p.v. agressie en geweld. Verderop in dit voorstel bakenen we de begrippen en definities van dit onderzoek af. Sikkema, C, M. Abraham en S. Flight, Ongewenst gedrag besproken. Ongewenst gedrag tegen werknemers met een publieke taak. (2007) 4 Programma Veilige Publieke Taak Parent-Thirion, A. (e.a.), Fourth European Working Conditions Survey, Eurofond (2005). 17

18 1.2 Doelstelling en onderzoeksvragen Doelstelling De doelstelling van dit onderzoek is tweeledig. Allereerst is dit onderzoek erop gericht om de feitelijke situatie in een aantal westerse landen te achterhalen. Ten tweede is het onderzoek bedoeld om te leren van de buitenlandse aanpak van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak. Het onderzoek dient daarom tot aanbevelingen te leiden die moeten bijdragen aan het bereiken van de kabinetsdoelstelling: de vermindering van slachtoffers van agressie en geweld met 15% in 2011 ten opzichte van Deze twee doelstellingen zijn als volgt geformuleerd: Doelstellingen 1. Meer inzicht krijgen in welke mate agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak in andere westerse landen voorkomt. 2. Het achterhalen van omstandigheden (kritieke factoren) en maatregelen (kansrijke interventies) die bijdragen aan vermindering van het aantal incidenten van agressie en geweld. Onderzoeksvragen Het onderzoek richt zich op agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak in Nederland, Duitsland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Per land worden de sectoren onderwijs, zorg en openbaar vervoer onderzocht. Per land wordt er ingegaan op de onderstaande vragen. Aard, omvang en definities van agressie en geweld 1. Wat is het aantal incidenten van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak (voor zover beschikbaar)? 2. Welke definities worden per land voor agressie en geweld gebruikt? 3. Op welke wijze worden incidenten gemeld en geregistreerd? 4. Zijn er trends waarneembaar met betrekking tot agressie en geweld? Beleid tegen agressie en geweld Nationaal, regionaal en lokaal beleid 5. Wat is de beleidsvoering bij het tegengaan van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak? 6. Wat zijn per land de kenmerkende beleidsstructuren, zoals verschillen in de mate van publiekprivate samenwerking, het verzekeringssysteem1, de financieringsstructuren, het gebruik van convenanten tussen werkgevers en werknemers, de wijze van toezicht en handhaving, etc. 7. Welke actoren (zowel publiek als privaat) zijn actief bij het terugdringen van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak? 8. Hoe zijn de verantwoordelijkheden tussen overheden op landelijk, regionaal en lokaal niveau verdeeld? 1 Bij de bestudering van de verzekeringssystemen gaan we nadrukkelijk in op het Duitse verzekeringssysteem. 18

19 9. Hoe zijn de verantwoordelijkheden tussen overheden, werkgevers en werknemers verdeeld? 10. Welke rol spelen deze actoren in het terugdringen van agressie en geweld? 11. Is er vanuit de landelijke, regionale en of lokale overheden beleid dat is gericht op het tegengaan van agressie en geweld? 12. In hoeverre wordt er vanuit de nationale overheid extra stimulans en ondersteuning gegeven aan werkgevers om actief werk te maken van het terugdringen van het aantal incidenten van agressie en geweld? Sectoraal beleid: onderwijs, openbaar vervoer, gezondheidszorg 13. Is er beleid vanuit de sectoren, zoals de werkgeversorganisaties, vakbonden op het tegengaan van agressie en geweld? 14. Is er beleid binnen organisaties, zoals ziekenhuizen, vervoersbedrijven en onderwijsinstellingen, gericht op het tegengaan van agressie en geweld? 15. Welke (formele, informele/maatschappelijke) verantwoordelijkheid hebben werknemers bij het voorkomen en terugdringen van agressie en geweld door externen? 16. Welke maatregelen nemen werkgevers met publieke taken om agressie en geweld tegen hun werknemers tegen te gaan? wat houden deze maatregelen in? Wat is de aard van de maatregelen? Zijn deze maatregelen gericht op preventie of repressie? Wat is er bekend over de resultaten van deze maatregelen? Vergelijkende en verdiepende analyse 17. Hoe is het Nederlandse beleid tegen agressie en geweld te karakteriseren ten opzichte van het beleid in andere landen? 18. Welke verschillende beleidsarrangementen zijn er te onderscheiden? 19. Welke verschillen in wet- en regelgeving (zoals arbo-wetgeving) zijn er en welke uitwerkingen heeft dit? 20. Wat is de invloed van deze verschillen in beleidsarrangementen en wet- en regelgeving? 21. Welke sociaal-economische en culturele factoren kunnen verschillen tussen de landen verklaren? 22. Hoe staat Nederland er in internationaal perspectief voor op het gebied bestrijding van agressie en geweld? Wat gaat goed, wat gaat minder goed? Aanbevelingen 23. Wat zijn de best-practices in de bestudeerde landen van beleidsinterventies tegen agressie en geweld? 24. In hoeverre kan de overheid invloed uitoefenen op de aspecten/zaken die een verklaring zijn voor de gevonden verschillen in het aantal incidenten? 19

20 1.3 Onderzoeksverantwoording Methodologie Het onderzoek bestond uit een beperkt aantal onderzoeksactiviteiten en is in een betrekkelijk korte tijdsperiode uitgevoerd (de dataverzameling heeft grotendeels plaatsgevonden in de periode eind juni 2010 tot begin augustus 2010). Daarmee is het onderzoek te karakteriseren als een quickscan. Kenmerkend voor een quickscan is dat de diepgang en volledigheid van de gevonden informatie voor een deel afhankelijk zijn van de doorlooptijd van het onderzoek. Het onderzoek geeft daardoor geen uitputtend overzicht van (beleid tegen) agressie en geweld in de vier onderzochte landen, maar schetst een beeld van de essentie van de problematiek en het beleid. Bij de opzet van de quickscan is geprobeerd de doorlooptijd van het onderzoek zo kort mogelijk te houden zonder te veel aan kwaliteit in te boeten. Daarom is vooral gebruik gemaakt van bestaande informatie en is getracht zo snel mogelijk door te dringen tot de belangrijkste kenmerken van de problematiek en het beleid. Onderzoeksactiviteiten waren een literatuur- en bronnenstudie en expertinterviews. Voor de literatuur- en bronnenstudie is gebruik gemaakt van internetsearches, het raadplegen van bibliotheken en het vragen naar literatuurtips aan de experts. Ook zijn literatuurlijsten bestudeerd om op het spoor te komen van (andere) bronnen en rapporten. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de geraadpleegde literatuur en bronnen. In ieder land is contact gezocht met experts op nationaal niveau en experts in de drie onderzochte sectoren. In Nederland zijn de expertinterviews op sectoraal niveau achterwege gelaten. Het conceptrapport is wel voorgelegd aan Nederlandse experts in de drie sectoren en het commentaar is verwerkt. Aanvankelijk was het de bedoeling per land twee interviews op nationaal niveau uit te voeren en zes interviews op sectoraal niveau (twee per sector). Deze verdeling bleek echter niet haalbaar. In sommige landen bleek er op nationaal niveau en/of in (sommige) sectoren te weinig kennis aanwezig van de thematiek. In het Verenigd Koninkrijk bleken enkele experts gedurende lange tijd met vakantie. In dit soort gevallen is aan de respondenten gevraagd om andere experts voor te dragen of is de literatuurstudie uitgebreid. Zowel de literatuur- en bronnenstudie als de expertinterviews waren gericht op de volgende kernthema s: aard en omvang van agressie en geweld (tegen publieke functionarissen); beleidsstructuren, beleidskaders, actoren en verantwoordelijkheidsverdeling op nationaal, regionaal/lokaal en sectoraal niveau; opvallende en kenmerkende maatregelen, projecten en praktijken. 20

21 1.3.2 Keuze van landen Het aantal te vergelijken landen is beperkt tot vier, zodat er binnen de relatief korte uitvoeringsperiode van het onderzoek per land voldoende informatie gevonden kon worden. De keuze voor twee landen stond vooraf vast: Nederland en Duitsland. Nederland omdat de Nederlandse situatie wordt vergeleken met die in andere landen en Duitsland omdat het Ministerie van BZK geïnteresseerd is in rol van Duitse ongevallenverzekeraars bij de preventie van agressie en geweld. Het Ministerie van BZK stelde als eis aan de andere twee te onderzoeken landen dat die zoveel als mogelijk op Nederland dienen te lijken. Op basis hiervan is de selectie van te vergelijken landen beperkt tot West-Europese landen, omdat de historische ontwikkeling en politieke, economische, sociale en culturele situatie van deze landen lijkt op die van Nederland. Bij de selectie van landen is daarnaast door de onderzoekers als eis gesteld dat agressie en geweld door derden op het werk een belangrijke kwestie moeten zijn, hetzij doordat de mate van agressie en geweld op een vergelijkbaar (hoog) niveau als in Nederland ligt, hetzij doordat agressie en geweld beleidsmatige en/of media-aandacht krijgen. Deze eis vergroot immers de kans dat het onderzoek relevante informatie oplevert. Teneinde een beeld te krijgen van de omvang van agressie en geweld is de European Working Conditions Survey (EWCS) uit 2005 bestudeerd. Ook zijn internetsearches uitgevoerd om een indruk te krijgen van de mate waarin agressie en geweld beleidsmatig en in de media in de belangstelling staan. Dit leidde tot een keuze voor het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Op grond van de EWCS-data is het Verenigd Koninkrijk interessant vergelijkingsmateriaal, omdat de omvang van agressie en geweld op het werk door derden op een vergelijkbaar niveau ligt als Nederland. Dit suggereert dat de problematiek vergelijkbaar is. Bovendien waren er voorafgaand aan het onderzoek aanwijzingen dat agressie en geweld in de gezondheidszorg in de belangstelling staan. In Zweden is de omvang van agressie en geweld op het werk door derden uitgaande van de EWCS-data uit 2005 veel lager dan in Nederland. Maar uit Zweedse media bleek dat er recent een debat is opgelaaid over agressie en geweld in de publieke sector Verantwoording landenvergelijking Elke landenvergelijkende studie heeft beperkingen. Dat geldt zeker als het onderwerp agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak betreft. Agressie en geweld en de maatregelen die overheden, werkgevers en werknemers ertegen nemen, zijn namelijk nooit helemaal los te zien van de sociale, economische, politieke en culturele context. Bij het vergelijken van de onderzochte landen op de aard en omvang van en het beleid tegen agressie en geweld blijven er, ondanks een zorgvuldige selectie van landen, altijd onverklaarbare verschillen over die zijn toe te schrijven aan die context. Een tweede beperking van een landenvergelijkende studie houdt verband met de beschrijving op hoofdlijnen die nodig is om de vergelijking uitvoerbaar en leesbaar te houden. Een beschrijving op hoofdlijnen leidt ertoe dat abstracte structuren en systemen, zoals arbostelsels of verantwoordelijkheidsverdelingen, in verband worden gebracht met outcomevariabelen, zoals de omvang van agressie en geweld. Het is onvermijdelijk dat daarbij belangrijke, maar als gevolg van de onderzoeksmethode onzichtbare details en werkzame me- 21

22 chanismen in de uitvoeringspraktijk over het hoofd worden gezien. Die lacune maakt het soms lastig om tot plausibele verklaringen te komen voor verschillen tussen landen. Een derde beperking van een landenvergelijkende studie als deze wordt uitgevoerd aan de hand van een literatuur- en bronnenstudie is dat de omvang, kwaliteit en vergelijkbaarheid van de verzamelde informatie niet is te sturen. De mate waarin de onderzoeksvragen zijn te beantwoorden is dus afhankelijk van de informatie die de onderzochte landen zelf produceren. Ondanks deze beperkingen heeft een landenvergelijkende studie als belangrijk voordeel dat het Nederlandse beleid in perspectief te plaatsen is. Buitenlandse beleidsinitiatieven en goede praktijken kunnen bovendien een inspiratie vormen voor Nederlands beleid. Het is deze reflectieve en inspirerende functie die landenvergelijkingen dan ook vaak een startpunt laten zijn voor nieuw beleid Keuze van sectoren Het onderzoek is afgebakend tot de sectoren onderwijs, zorg en openbaar vervoer. Werknemers in deze sectoren hebben te maken met het algemene publiek in verschillende hoedanigheden (leerlingen, patiënten, reizigers). De sectoren zijn waar mogelijk iets nader afgebakend tot bepaalde beroepsgroepen of deelsectoren waarin de kans op agressie en geweld door derden groter is. Daarbij is voor de vergelijkbaarheid uitgegaan van de situatie in het buitenland. Ter illustratie: agressie en geweld tegen ambulancepersoneel wordt in Nederland als een groot probleem gezien, maar volgens de buitenlandse experts die zijn geraadpleegd speelt dit bijna niet in Duitsland, Zweden of het Verenigd Koninkrijk. Dit leidde tot volgende nadere afbakening: Onderwijs: voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs Zorg: werknemers met verplegende en verzorgende beroepen. Openbaar vervoer: publiek transport in de steden (buschauffeurs en tram- en metrobestuurders) Definitie van agressie en geweld In het onderzoek is aanvankelijk aangesloten bij de definitie die in het programma VPT wordt gehanteerd: Het welbewust verbaal uiten, gebruiken van fysieke kracht of macht, dan wel het dreigen daarmee, gericht tegen een werknemer, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van de publieke taak, wat resulteert of waarschijnlijk zal resulteren in een gevoel van bedreiging, materiële schade, letsel, psychische schade of de dood. Kijkend naar bovengenoemde definitie gaat het dus om omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van de publieke taak. Ook werkgerelateerde voorvallen in de privé situatie vallen hieronder. Agressie en geweld van medewerkers onderling en pesten worden niet in dit onderzoek meegenomen. De uitingsvormen van agressie en ge- 22

23 weld kunnen verschillen. In de programma Veilige Publieke Taak worden de volgende vormen van ongewenst gedrag onderscheiden 1 : Verbaal geweld Fysiek geweld Discriminatie Seksuele intimidatie seksueel getinte schreeuwen schelden vernederen treiteren pesten vals beschuldigen duwen, trekken slaan vastgrijpen schoppen gooien met voorwerpen vernielen van voorwerpen fysiek hinderen spugen diefstal van eigendommen verwonden roofoverval naar huidskleur naar sekse naar leeftijd naar geloofsovertuiging naar seksuele geaardheid of voorkeur opmerkingen seksueel getinte blikken nafluiten exhibitionisme aanranding seksueel getinte of sms seksuele chantage hijgers verkrachting seksuele handtastelijkheden Overige intimidatie dreigen bedreigen onder druk zetten bedreigende gebaren maken chanteren bekladden dreigbrief of gezinsleden bedreigen stalken achtervolgen bommelding wapengebruik De definities van agressie en geweld kunnen per land verschillen. Daarom beschrijft het volgende hoofdstuk de gebruikte definities en de verschillen. Omdat uit het onderzoek is gebleken dat Nederland het enige land is waarin werknemers met een publieke taak als aparte doelgroep worden onderscheiden, is de definitie van het onderzoek waar nodig verbreed naar alle werknemers. 1.4 Leeswijzer Het volgende hoofdstuk beschrijft de aard en omvang van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak in de vier onderzochte landen. Daarbij komt aan bod welke gegevens beschikbaar zijn en welke definities gehanteerd worden. Ook gaat het hoofdstuk per land in op de perceptie van de problematiek van agressie en geweld. Daarnaast wordt de kwaliteit van de beschikbare gegevens over agressie en geweld beoordeeld. Aan het slot van het hoofdstuk wordt de Nederlandse situatie vergeleken met die in de andere onderzochte landen. Het derde hoofdstuk behandelt het beleid tegen agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak in de vier landen. Per land wordt ingegaan op de betrokken actoren, de verantwoordelijkheidsverdeling en de uitwerking daarvan in wet- en regelgeving. Als er speciale programma s, instrumenten of financieringsstromen zijn voor een veilige publieke taak worden die beschreven. Het hoofdstuk sluit af met een vergelijking tussen Nederland en de andere landen. 1 Handreiking agressie en geweld. Programma Veilige Publieke Taak

Melding ongewenst gedrag

Melding ongewenst gedrag Melding ongewenst gedrag Wat zijn agressie en geweld? De definitie van agressie en geweld, zoals die door Veilige Publieke Taak gehanteerd wordt, luidt: Het welbewust verbaal uiten, gebruiken van fysieke

Nadere informatie

d. Noteer de 7 W s voor eventuele aangifte bij de politie. Zie bijlage 2.

d. Noteer de 7 W s voor eventuele aangifte bij de politie. Zie bijlage 2. Doel: Het creëren van een veilige werkomgeving. Onder agressie verstaan wij elke vorm van ongewenst gedrag zowel verbaal als ook fysiek. Zie bijlage 1. Handelwijze bij telefonisch ongewenst gedrag: 1.

Nadere informatie

Vragenlijst monitor VPT Provincie Zeeland. Nulme&ng

Vragenlijst monitor VPT Provincie Zeeland. Nulme&ng Vragenlijst monitor VPT Provincie Zeeland Nulme&ng Nulme7ng. In het landelijk programma Veilige Publieke Taak worden er door het ministerie van Binnenlandse Zaken acht maatregelen genoemd die belangrijk

Nadere informatie

Peter Peerdeman senior adviseur. 11 november 2015

Peter Peerdeman senior adviseur. 11 november 2015 Peter Peerdeman senior adviseur 11 november 2015 Workshop eigen veiligheid Wat is VPT EVPT Waar praten we over Gezamenlijk belang 8 maatregelen Normstellen aangifte Factsheets Bronnen / links Stel gerust

Nadere informatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Directie Arbeidszaken Publieke Sector Programma Veilige Publieke Teak schedeldoekshaven 200 2511 EZ

Nadere informatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties f Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Secretaris-directeur waterschap Provinciesecretaris Provinciegriffier WA" NO. İNGEK. ì 0 JAN 2013

Nadere informatie

Functie en taakomschrijving vertrouwenspersoon

Functie en taakomschrijving vertrouwenspersoon Functie en taakomschrijving vertrouwenspersoon VEILIG SPORTKLIMAAT Budovereniging Asahi Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 2 Doel van aanstelling van een vertrouwenscontactpersoon 2 3 Taken en bevoegdheden van

Nadere informatie

CONVENANT 'JOIN THE CLUB VEILIGE PUBLIEKE TAAK' TILBURG

CONVENANT 'JOIN THE CLUB VEILIGE PUBLIEKE TAAK' TILBURG CONVENANT 'JOIN THE CLUB VEILIGE PUBLIEKE TAAK' TILBURG Gemeente Tilburg en werkgevers in de (semi)publieke sector 1 Inleiding Ambulancepersoneel, buschauffeurs, medewerkers van zorginstellingen, gemeentes,

Nadere informatie

Agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak

Agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak TABELLENBOEK Agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak Metingen 2007-2009 - 2011 1 september 2011 DSP-groep Manja Abraham Willemijn Roorda p.2 INLEIDING Dit tabellenboek bevat de resultaten

Nadere informatie

Veilige zorg in het ziekenhuisve

Veilige zorg in het ziekenhuisve Home no. 3 Juni 2015 Juridische aspecten Eerdere edities Verenso.nl Veilige zorg in het ziekenhuisve Mr. Marie-José Blondeau, jurist gezondheidsrecht Erasmus MC te Rotterdam m.blondeau@erasmusmc.nl Helaas

Nadere informatie

Tabel A: Wat is uw geslacht?

Tabel A: Wat is uw geslacht? Opmerking vooraf: het tabellenboek begint met een aantal alfabetisch genummerde tabellen die betrekking hebben op achtergrondvariabelen. Hierna volgen met cijfers genummerde tabellen. De nummering van

Nadere informatie

Functie en taakomschrijving Vertrouwenspersoon

Functie en taakomschrijving Vertrouwenspersoon Functie en taakomschrijving Vertrouwenspersoon TV Beekhuizen Sabine Gobardhan 06-41 37 47 14 vertrouwenspersoon@tvbeekhuizen.nl Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Doel van aanstelling van een vertrouwenscontactpersoon

Nadere informatie

Ter Kennisneming - 214

Ter Kennisneming - 214 Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 1 van 19 Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 2 van 19 Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 3 van 19 i i Ter Kennisneming - 214 Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 4 van 19 R E G

Nadere informatie

Volleybalvereniging Woudenberg. Functie- en taakomschrijving vertrouwenspersoon. Beleid vertrouwenspersoon Volleybalvereniging Woudenberg

Volleybalvereniging Woudenberg. Functie- en taakomschrijving vertrouwenspersoon. Beleid vertrouwenspersoon Volleybalvereniging Woudenberg Volleybalvereniging Woudenberg Functie- en taakomschrijving vertrouwenspersoon 1 1 Inleiding Binnen de Volleybalvereniging Woudenberg vinden we dat we met respect met elkaar moeten omgaan. Stelregel is:

Nadere informatie

Functie en taakomschrijving vertrouwenspersoon VEILIG SPORTKLIMAAT

Functie en taakomschrijving vertrouwenspersoon VEILIG SPORTKLIMAAT Functie en taakomschrijving vertrouwenspersoon VEILIG SPORTKLIMAAT Taak/ functiebeschrijving vertrouwenspersoon versie 01 datum 22-01-2016 Pagina 1 of 8 Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Doel van aanstelling

Nadere informatie

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Programma Veilige Publieke Taak Directie Arbeidszaken Publieke Sector

Nadere informatie

Stuknummer: AI

Stuknummer: AI ... n jj^jj*. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties r ) > Retouradres Postbus 200112500 EA Den Haag Burgemeesters Wethouders Gemeenteraadsleden Overheidsmedewerkers Stuknummer: AI13.01055

Nadere informatie

De ontwikkeling van geweld in de Nederlandse samenleving VEEL MONITOREN, WEINIG EENDUIDIGHEID

De ontwikkeling van geweld in de Nederlandse samenleving VEEL MONITOREN, WEINIG EENDUIDIGHEID SECONDANT #1 MAART 2011 53 De ontwikkeling van geweld in de Nederlandse samenleving VEEL MONITOREN, WEINIG EENDUIDIGHEID door Maartje Timmermans en Miranda Witvliet De auteurs werken als onderzoeker bij

Nadere informatie

Molenstraat 25 8331 HP Steenwijk Tel/fax 0521-512820 directie@clemensschool.nl. Protocol voor opvang bij ernstige incidenten. Sint Clemensschool

Molenstraat 25 8331 HP Steenwijk Tel/fax 0521-512820 directie@clemensschool.nl. Protocol voor opvang bij ernstige incidenten. Sint Clemensschool Molenstraat 25 8331 HP Steenwijk Tel/fax 0521-512820 directie@clemensschool.nl Protocol voor opvang bij ernstige incidenten Sint Clemensschool School Sint Clemensschool Bevoegd gezag Stichting Catent Bestuursnummer

Nadere informatie

Agressie, geweld en ongewenst gedrag

Agressie, geweld en ongewenst gedrag Agressie, geweld en ongewenst gedrag Inleiding Iedereen heeft belang bij een goede behandel- en leefsfeer. Voorwaarde voor een goede behandelsfeer is de bejegening. Revant heeft daarom een beleidsnotitie

Nadere informatie

Workshop Up to date agressiebeleid

Workshop Up to date agressiebeleid 1 Workshop Up to date agressiebeleid Van beleid naar praktijk 27 mei 2015 William Bertrand w.bertrand@radarvertige.nl Programma Introductie Feiten en cijfers enquête Knelpunten uit de praktijk Kijk op

Nadere informatie

Bijeenkomst Platform voor ondernemingsraden in de Zorg

Bijeenkomst Platform voor ondernemingsraden in de Zorg Bijeenkomst Platform voor ondernemingsraden in de Zorg 9 december 2015 Maria Breas Inspectie SZW Wat doet Inspectie SZW? De Inspectie SZW werkt aan: eerlijk werk, gezond en veilig werk en bestaanszekerheid

Nadere informatie

WATERS; NO. 2014.21733 1 8 SEP 2014 I N ( Ä

WATERS; NO. 2014.21733 1 8 SEP 2014 I N ( Ä Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Dijkgraaf Datum 15 september 2014 fc WATERS; NO. I N ( Ä Betreft monitor Openbaar Bestuur 2014

Nadere informatie

1.2 BENCHMARK PUBLIEKSAGRESSIE GEMEENTEN

1.2 BENCHMARK PUBLIEKSAGRESSIE GEMEENTEN 1.2 BENCHMARK PUBLIEKSAGRESSIE GEMEENTEN Onderdeel van de Arbocatalogus Agressie en Geweld 2.0, sector Gemeenten Doelgroep Inhoud Coördinatoren agressie en geweld, P&O, management, OR Instrument om gemeentespecifieke

Nadere informatie

Conceptversie van 24 december 2014 ENQUÊTE AANGIFTEBEREIDHEID

Conceptversie van 24 december 2014 ENQUÊTE AANGIFTEBEREIDHEID ENQUÊTE AANGIFTEBEREIDHEID 2014 Colofon Uitgever Stichting HulpvoorHulpverleners Verlaat 26, 1601 JW Enkhuizen Telefoon: 088 112 5555 E-mail: info@hulpvoorhulpverleners.nl Website: www.hulpvoorhulpverleners.nl

Nadere informatie

Gedragsregels - voor patiënten en bezoekers

Gedragsregels - voor patiënten en bezoekers Gedragsregels - voor patiënten en bezoekers De Sint Maartenskliniek verwacht van u dat u zich gedraagt als gast en dat u respectvol en vriendelijk met elkaar omgaat. Behandel de ander zoals u zelf behandeld

Nadere informatie

< L SEP. 2014. Stuknummer: AI14.06832. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

< L SEP. 2014. Stuknummer: AI14.06832. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties > Retouradres Postbus 200 2500 EA Den Haag Aan de burgemeester Stuknummer: AI4.06832 Datum 5 september 204 Betreft Monitor Openbaar Bestuur 204

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 25 883 Arbeidsomstandigheden Nr. 227 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELE- GENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Ongewenst gedrag besproken

Ongewenst gedrag besproken Ongewenst gedrag besproken Ongewenst gedrag tegen werknemers met een publieke taak Ongewenst gedrag besproken Ongewenst gedrag gedrag besprokentegen werknemers met een publieke taak Inhoud Inleiding 5

Nadere informatie

Stichting Cambium College voor Openbaar Voortgezet Onderwijs. Regeling interne vertrouwensperoon Bijlage bij klachtenreglement

Stichting Cambium College voor Openbaar Voortgezet Onderwijs. Regeling interne vertrouwensperoon Bijlage bij klachtenreglement Stichting Cambium College voor Openbaar Voortgezet Onderwijs Regeling interne vertrouwensperoon Bijlage bij klachtenreglement Datum instemming Directie 27 juni 2016 Datum instemming MR 18 juli 2016 Communicatie

Nadere informatie

Agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak

Agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak Agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak Onderzoek voor Veilige Publieke Taak 2007-2009-2011 Inhoud Inleiding 2 Aard en omvang agressie en geweld 6 Gevolgen en reactie 12 Maatregelen

Nadere informatie

Protocol Agressie 2015 Kindertuin Westzaan Zuideinde 22 1551 EJ Westzaan

Protocol Agressie 2015 Kindertuin Westzaan Zuideinde 22 1551 EJ Westzaan Protocol Agressie 2015 Kindertuin Westzaan Zuideinde 22 1551 EJ Westzaan 1 1. Inhoud Protocol agressie & geweld van de Kindertuin 1. Inhoud Protocol pagina 2 2. Inleiding en Aanleiding van dit protocol

Nadere informatie

Servicecentrum Particuliere Beveiliging

Servicecentrum Particuliere Beveiliging 2014 Achtergrondinformatie Beveiligingsbranche Circa 300 bedrijven vallen onder de cao Particuliere Beveiliging. In de branche zijn naar schatting 30.000 beveiligers actief, 80% daarvan is werkzaam bij

Nadere informatie

METAMONITOR VEILIGE PUBLIEKE TAAK 2013: samenvatting

METAMONITOR VEILIGE PUBLIEKE TAAK 2013: samenvatting METAMONITOR VEILIGE PUBLIEKE TAAK 2013: samenvatting METAMONITOR VEILIGE PUBLIEKE TAAK 2013 - samenvatting - drs. Joris Brekelmans drs. Joost van den Tillaart drs. Ger Homburg Regioplan Nieuwezijds Voorburgwal

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Directie nationale veiligheid NVROO Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den

Nadere informatie

Ingrijpende gebeurtenissen Agressie en geweld Preventie Opvang Behandelen van PTSS. Jaap Dogger

Ingrijpende gebeurtenissen Agressie en geweld Preventie Opvang Behandelen van PTSS. Jaap Dogger Ik zal handhaven Ingrijpende gebeurtenissen Agressie en geweld Preventie Opvang Behandelen van PTSS Jaap Dogger Definitie. Onder een traumatische ervaring wordt verstaan: een gebeurtenis die een dreigende

Nadere informatie

Gedragscode. Toepassing door:

Gedragscode. Toepassing door: Parochiebureau: Dorpsstraat 26 2712 AL Zoetermeer Telefoon: 079 316 30 Gedragscode Toepassing door: alle beroepskrachten, vrijwilligers en stagiaires die werkzaamheden en activiteiten verrichten binnen

Nadere informatie

Algemene huisregels Rijnstate

Algemene huisregels Rijnstate Algemene huisregels Rijnstate Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee! Inleiding Wij vinden het belangrijk dat iedereen zich prettig voelt in ons ziekenhuis. Een prettige omgeving

Nadere informatie

Gedragscode ter voorkoming van ongewenst gedrag

Gedragscode ter voorkoming van ongewenst gedrag Gedragscode ter voorkoming van ongewenst gedrag Kinderdagverblijf Eigenwijs, handelend onder Vertah BV, verder te noemen organisatie: hanteert deze Gedragscode ter voorkoming van ongewenst gedrag voor

Nadere informatie

Zelfbewust, begripvol en met respect

Zelfbewust, begripvol en met respect Zelfbewust, begripvol en met respect Naar een effectieve aanpak van agressie en geweld, codes en protocollen. 1 Inhoud Inleiding.3 Gedragscode werknemers Loket... 4 Protocol voor Agressie en Geweld...

Nadere informatie

KLACHTENREGELING BERG EN BOSCHSCHOOL

KLACHTENREGELING BERG EN BOSCHSCHOOL KLACHTENREGELING BERG EN BOSCHSCHOOL Klachtenregeling Berg en Boschschool - april 2015 1 1 Inleiding In artikel 3 van de Arbowet is opgenomen dat het bevoegd gezag beleid betreffende preventie en bestrijding

Nadere informatie

Protocol 2: het vermoeden van seksuele intimidatie tussen kinderen onderling in de schoolsituatie.

Protocol 2: het vermoeden van seksuele intimidatie tussen kinderen onderling in de schoolsituatie. Pagina 1 van 7 2.2.10. PROTOCOL PREVENTIE MACHTSMISBRUIK Bron:: JGZ protocol PMM - concept 4 GGD Hart voor Brabant Moet iedereen het weten? Draaiboek bij crisissituaties seksuele intimidatie in het primair

Nadere informatie

16/10/2013. Geweld tegen politie: een slachtofferbevraging bij de geïntegreerde politie. Inhoud. 1. Context van het onderzoek

16/10/2013. Geweld tegen politie: een slachtofferbevraging bij de geïntegreerde politie. Inhoud. 1. Context van het onderzoek Geweld tegen politie: een slachtofferbevraging bij de geïntegreerde politie Jean-Marie Van Branteghem Directeur-generaal DGS 23 oktober 2013 Inhoud 1. Context & opzet onderzoek 2. Beschrijvende analyse

Nadere informatie

Agressie en Geweld. Onderzoek naar agressie en geweld door externen tegen overheidswerknemers. Dit is een uitgave van:

Agressie en Geweld. Onderzoek naar agressie en geweld door externen tegen overheidswerknemers. Dit is een uitgave van: Agressie en Geweld Onderzoek naar agressie en geweld door externen tegen overheidswerknemers Dit is een uitgave van: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Programma Veilige Publieke

Nadere informatie

Melding incidenten in de zorg

Melding incidenten in de zorg Melding incidenten in de zorg Doel Op dit formulier registreert u iedere melding die betrekking heeft op incidenten in de zorg om preventieve maatregelen te kunnen treffen. Werkwijze 1. U vinkt aan welk

Nadere informatie

Psycho Sociale Arbeidsbelasting

Psycho Sociale Arbeidsbelasting Psycho Sociale Arbeidsbelasting Webinar SCCM 17 juni 2014 Tamara Onos Auxilium HSE Onderwerpen webinar - Relevantie PSA - Onderwerpen PSA - Arbowet- en regelgeving - PSA in praktijk - Inventarisatie van

Nadere informatie

HANDEN AF VAN ONZE HELMONDSE HELPERS!

HANDEN AF VAN ONZE HELMONDSE HELPERS! HANDEN AF VAN ONZE HELMONDSE HELPERS! Zo werkt dat niet. Inhoudsopgave blz. Voorwoord 2 Inleiding 3 1. Doelstelling 4 2. Aanpak 4 3. Projectinrichting en voorwaarden 5 4. Plannen 5 5. Samenwerking/evaluatie

Nadere informatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties >Retouradres Postbus 200 1 2500 EA Den Haag Secretaris-directeur waterschap Provinciesecretaris Provinciegriffier Gemeentesecretaris Gemeentegriffier

Nadere informatie

Algemene klachtenregeling Onderwijs

Algemene klachtenregeling Onderwijs Algemene klachtenregeling Onderwijs Juridisch kader De Wet op het primair onderwijs behandelt in artikel 14 de klachtenregeling. Ouders dan wel verzorgers, en personeelsleden kunnen bij de klachtencommissie,

Nadere informatie

Factsheet meldingen Vertrouwensinspecteurs Inspectie van het Onderwijs over het schooljaar

Factsheet meldingen Vertrouwensinspecteurs Inspectie van het Onderwijs over het schooljaar Factsheet meldingen Vertrouwensinspecteurs Inspectie van het Onderwijs over het schooljaar 2015-2016 Ouders, leerlingen, docenten, directies en besturen, maar ook vertrouwens kunnen de vertrouwensinspecteur

Nadere informatie

Projectplan Veilige Publieke Taak Twente

Projectplan Veilige Publieke Taak Twente Projectplan Veilige Publieke Taak Twente Februari 2014 Algemeen Drie op de vijf medewerkers met een publieke taak krijgen geregeld te maken met agressie en geweld tijdens de uitvoering van hun werkzaamheden.

Nadere informatie

1. Arbowet: plichten van de werkgever

1. Arbowet: plichten van de werkgever Handboek Ondernemingsraad en Personeelsvertegenwoordiging Inhoudsopgave 1. Arbowet: plichten van de werkgever... 1 1.1 Pak risico s aan bij de bron... 2 1.2 Wat is psychosociale arbeidsbelasting (PSA)?...

Nadere informatie

5.10.1 Gedragscode FloreoKids. Versie 1 26-7-2011

5.10.1 Gedragscode FloreoKids. Versie 1 26-7-2011 5.10.1 Gedragscode FloreoKids Versie 1 26-7-2011 5.10.1. Gedragscode FloreoKids Om elkaar te beschermen heeft FloreoKids in een gedragscode beschreven op welke wijze we met elkaar en met onze klanten omgaan.

Nadere informatie

Inzet van Middelen Er zijn geen financiële en/of personele consequenties verbonden aan dit voorstel.

Inzet van Middelen Er zijn geen financiële en/of personele consequenties verbonden aan dit voorstel. Onderwerp: PO factsheet agressie en geweld openbaar bestuur 2013 Collegevoorstel Zaaknummer: 00345207 Inleiding In het voorjaar 2012 is onderzoek gedaan naar agressie en geweld tegen politieke ambtsdragers.

Nadere informatie

DE GEÏNTEGREERDE POLITIE

DE GEÏNTEGREERDE POLITIE Problemen van de politie bij de aanpak van potentiele agressie op het terrein Studiedag 18/11/2016 1 DE GEÏNTEGREERDE POLITIE 1 Gemeentepolitie Rijkswacht Gerechtelijke politie Geïntegreerde politie op

Nadere informatie

De arbeidsdeskundige en PSA. Patrick Ox - arbeidsdeskundige

De arbeidsdeskundige en PSA. Patrick Ox - arbeidsdeskundige De arbeidsdeskundige en PSA Patrick Ox - arbeidsdeskundige Expereans: even voorstellen Expertisecentrum voor verzuim-, re-integratievraagstukken en Arboconcepten Nieuwe Stijl. Onafhankelijk, landelijk,

Nadere informatie

De gedragscode voor patiënten/cliënten, bezoekers, klanten en derden

De gedragscode voor patiënten/cliënten, bezoekers, klanten en derden De gedragscode voor patiënten/cliënten, bezoekers, klanten en derden In het onderstaande kader staan de gedragsregels in het kort samengevat en omschreven. Op de volgende pagina s staan de regels een voor

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 8 juli 2014 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 8 juli 2014 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34

Nadere informatie

Preventie van Agressie En kennis delen

Preventie van Agressie En kennis delen GGZ De Hoop Preventie van Agressie En kennis delen Workshop 17 Wim van Es www.bureauvanesrbb.nl Preventie van Agressie En kennis delen 1 Doel van workshop 17 2 Agressie, gevolgen en verplichtingen werkgever

Nadere informatie

Registratie van geweld op het Atlas College

Registratie van geweld op het Atlas College Registratie van geweld op het Atlas College CSL/werkgroep Incidentenregistratie maart 2005 Inhoud 1. Inleiding... 3 1.1 Waarom registratie van geweld?... 3 1.2 Om welke vormen van geweld gaat het?... 3

Nadere informatie

Melding incidenten in de zorg

Melding incidenten in de zorg Melding incidenten in de zorg Doel Op dit formulier registreert u iedere melding die betrekking heeft op incidenten in de zorg om preventieve maatregelen te kunnen treffen. Werkwijze 1. U geeft aan welk

Nadere informatie

uw bedrijf een plek waar zij lekker kunnen ontspannen de recreatiebranche omdat zij willen werken in een

uw bedrijf een plek waar zij lekker kunnen ontspannen de recreatiebranche omdat zij willen werken in een De branche verblijfsrecreatie en zwembaden is erop gericht mensen een plezierige tijd te bezorgen. Voor recreanten is uw bedrijf een plek waar zij lekker kunnen ontspannen en genieten van hun vrije tijd.

Nadere informatie

Arbobeleidskader Lucas

Arbobeleidskader Lucas Arbobeleidskader Lucas t.b.v de scholen voor VO van de Lucas 1. Uitgangspunten Het bestuur van Lucas en de directie(s) van de aangesloten scholen zijn verantwoordelijk voor het schoolbeleid. Het arbobeleid

Nadere informatie

Zelfbewust, begripvol en met respect

Zelfbewust, begripvol en met respect Zelfbewust, begripvol en met respect Naar een effectieve aanpak van agressie en geweld, codes en protocollen. 1 Inhoud Voorwoord... 3 Inleiding... 4 Gedragscode werknemers LOC@... 6 Protocol voor Agressie

Nadere informatie

Protocol cameratoezicht. December 2015

Protocol cameratoezicht. December 2015 December 2015 In dit protocol zijn afspraken vastgelegd m.b.t. het gebruik van de geplaatste camera s, het bekijken van beelden en de opslag van beeldmateriaal. In het kader van de Arbowet heeft de schoolleiding

Nadere informatie

- C7.D.T. Lombaers, Plaatsvervangend Directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties Pagina 1 van 1

- C7.D.T. Lombaers, Plaatsvervangend Directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties Pagina 1 van 1 ócmt; y.. p.y i. Gerog. d d[- 1 FEB 2013 Reg.nr. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Ingekomen stuk, nummer: Raadsvergadering datum: Besluit:

Nadere informatie

Whitepaper Agressie en geweld: Hoe om te gaan met agressie en geweld binnen de organisatie? Voorwoord. Agressie en geweld: wat verstaan we eronder?

Whitepaper Agressie en geweld: Hoe om te gaan met agressie en geweld binnen de organisatie? Voorwoord. Agressie en geweld: wat verstaan we eronder? Voorwoord Agressie en geweld: wat verstaan we eronder? Wat schrijft de Arbowet voor? Wat schrijft het Burgerlijk Wetboek voor? Doel van tegengaan agressie Een beter imago door de aanpak van agressie Veel

Nadere informatie

Regeling Vertrouwenspersonen

Regeling Vertrouwenspersonen Regeling Vertrouwenspersonen 1 Regeling Vertrouwenspersonen Inhoudsopgave 1 Preambule... 1 Artikel 1 Ongewenst gedrag... 1 Artikel 2 Behandeling ongewenst gedrag... 1 2 Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden...

Nadere informatie

Evaluatie aanpak agressie en geweld bij gemeenten

Evaluatie aanpak agressie en geweld bij gemeenten Evaluatie aanpak agressie en geweld bij gemeenten Rapport drs. P. Rosenboom drs. J.J.J. Donkers Zoetermeer, 15 februari 2010 In opdracht van A+O fonds Gemeenten. De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Protocol ongewenst gedrag Stichting Mensen Met Mogelijkheden.

Protocol ongewenst gedrag Stichting Mensen Met Mogelijkheden. Protocol ongewenst gedrag Stichting Mensen Met Mogelijkheden. 1. DOEL Deze procedure is bedoeld om zorgvuldig handelen te waarborgen bij constatering van ongewenst gedrag op de werkplek. 2. REIKWIJDTE

Nadere informatie

Aangifte? Gewoon doen! Geweld tegen werknemers met een publieke taak. Een stappenplan voor aangiftebeleid. Helpt u uw werknemer bij deze beslissing?

Aangifte? Gewoon doen! Geweld tegen werknemers met een publieke taak. Een stappenplan voor aangiftebeleid. Helpt u uw werknemer bij deze beslissing? Aangifte? Gewoon doen! Geweld tegen werknemers met een publieke taak. Een stappenplan voor aangiftebeleid. Helpt u uw werknemer bij deze beslissing? Aangifte? Gewoon doen! We zijn het er allemaal over

Nadere informatie

ROC LEEUWENBORGH MAASTRICHT/SITTARD REGLEMENT ONGEWENST GEDRAG

ROC LEEUWENBORGH MAASTRICHT/SITTARD REGLEMENT ONGEWENST GEDRAG ROC LEEUWENBORGH MAASTRICHT/SITTARD REGLEMENT ONGEWENST GEDRAG Inhoudsopgave Voorwoord 1 Reglement inzake ongewenst gedrag 2 Klachtenregeling ongewenst gedrag 4 VOORWOORD In deze nota Preventie en bestrijding

Nadere informatie

Inspectie SZW Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid TITELPAGI NA. Hollen. Stilstaan bij Werkdruk. dát maakt zorg beter.

Inspectie SZW Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid TITELPAGI NA. Hollen. Stilstaan bij Werkdruk. dát maakt zorg beter. Inspectie SZW Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid TITELPAGI NA Hollen Stilstaan bij Werkdruk dát maakt zorg beter Anita Hertogh Waarom is Zorg en Welzijn een van de prioritaire sectoren voor

Nadere informatie

6.21. Gedragscode THUIS met zorg Zaanstreek B.V.

6.21. Gedragscode THUIS met zorg Zaanstreek B.V. 6.21. Gedragscode THUIS met zorg Zaanstreek B.V. Inleiding Wij willen graag dat de cliënten van THUIS met zorg Zaanstreek thuiszorg tevreden zijn over de zorg die aan hen wordt geboden. Ook vinden we het

Nadere informatie

Protocol voor melding (dreigen met) agressie en/of geweld (verbaal en fysiek) of seksuele intimidatie

Protocol voor melding (dreigen met) agressie en/of geweld (verbaal en fysiek) of seksuele intimidatie Molenstraat 25 8331 HP Steenwijk Tel/fax 0521-512820 directie@clemensschool.nl Protocol voor melding (dreigen met) agressie en/of geweld (verbaal en fysiek) of seksuele intimidatie Sint Clemensschool School

Nadere informatie

MKB-ondernemer geeft grenzen aan

MKB-ondernemer geeft grenzen aan M0040 MKB-ondernemer geeft grenzen aan Reactie van MKB-ondernemers op wetswijzigingen in sociale zekerheid Florieke Westhof Peter Brouwer Zoetermeer, 0 april 004 MKB-ondernemer geeft grenzen aan Ondernemers

Nadere informatie

Veiligheidskaart. Checklist voor een veilige school. Naam school/locatie:

Veiligheidskaart. Checklist voor een veilige school. Naam school/locatie: eiligheidskaart Checklist voor een veilige school Naam school/locatie: Inleiding In 2008 is het project Kwaliteitsteams eiligheid van start gegaan. Deze vijf regionale teams zijn ingesteld in opdracht

Nadere informatie

U bent hier om kennis op te doen en met elkaar te delen. Graag. geef ik de aftrap met een praktijkvoorbeeld.

U bent hier om kennis op te doen en met elkaar te delen. Graag. geef ik de aftrap met een praktijkvoorbeeld. Toespraak van Peter Peerdeman, adviseur Sociale Veiligheid en landelijk projectleider Veiligezorg, op het Veiligezorg Symposium Een agressie-incident en dan? 20 september 2010, Driebergen Geachte aanwezigen,

Nadere informatie

Ongewenst gedrag besproken

Ongewenst gedrag besproken Ongewenst gedrag besproken Ongewenst gedrag tegen werknemers met een publieke taak Bijlage C - Tabellen 3 september 2007 Cora-Yfke Sikkema Manja Abraham Sander Flight DSP groep BV Van Diemenstraat 374

Nadere informatie

Sociale veiligheid binnen het onderwijs

Sociale veiligheid binnen het onderwijs Sociale veiligheid binnen het onderwijs Door een brede benadering is een systematische totaalaanpak van de veiligheidsproblematiek in en rond scholen mogelijk. Die focust niet alleen op de school, maar

Nadere informatie

Klachten als gevolg van ongewenst gedrag

Klachten als gevolg van ongewenst gedrag Klachten als gevolg van ongewenst gedrag 1. Inleiding In deze nota zal ongewenst gedrag op het gebied van seksuele intimidatie, agressie en geweld, pesten en discriminatie aangeduid worden als ongewenst

Nadere informatie

Gedragscode stichting Torion

Gedragscode stichting Torion Gedragscode stichting Torion Vooraf De organisatie wil door middel van deze gedragscode vorm en inhoud geven aan het voorkomen en bestrijden van agressie, seksuele intimidatie en discriminatie. Tevens

Nadere informatie

Zelfbewust, begripvol en met respect

Zelfbewust, begripvol en met respect Zelfbewust, begripvol en met respect Naar een effectieve aanpak van agressie en geweld, codes en protocollen. 1 Inhoud Voorwoord... 3 Inleiding... 4 Gedragscode werknemers OZHW... 6 Protocol voor Agressie

Nadere informatie

GEDRAGSCODE AGRESSIE, GEWELD EN SEKSUELE INTIMIDATIE

GEDRAGSCODE AGRESSIE, GEWELD EN SEKSUELE INTIMIDATIE GEDRAGSCODE AGRESSIE, GEWELD EN SEKSUELE INTIMIDATIE Wat te doen op scholen bij incidenten waarbij agressie een rol speelt? Aanleiding In de afgelopen jaren hebben zich diverse incidenten voorgedaan op

Nadere informatie

Handboek Personeelsmanagement

Handboek Personeelsmanagement Handboek Personeelsmanagement Hoofdstuk 8 : ARBO Onderwerp : Melding (bijna) bedrijfsongevallen, agressie en geweld en (mogelijke) beroepsziekten. Datum : 1 augustus 2006 Versie : 1.0 Autorisatie : RvB,

Nadere informatie

TOT HIER EN NIET VERDER! OVER ONGEWENSTE OMGANGSVORMEN OP HET WERK EN WAT JE ER TEGEN KUNT DOEN DE KLACHTENREGELING VAN WSD (VEREENVOUDIGDE VERSIE)

TOT HIER EN NIET VERDER! OVER ONGEWENSTE OMGANGSVORMEN OP HET WERK EN WAT JE ER TEGEN KUNT DOEN DE KLACHTENREGELING VAN WSD (VEREENVOUDIGDE VERSIE) TOT HIER EN NIET VERDER! OVER ONGEWENSTE OMGANGSVORMEN OP HET WERK EN WAT JE ER TEGEN KUNT DOEN DE KLACHTENREGELING VAN WSD (VEREENVOUDIGDE VERSIE) Inhoud Algemeen 2 Seksuele intimidatie 4 Agressie en

Nadere informatie

Seksuele intimidatie. informatie voor werkgevers

Seksuele intimidatie. informatie voor werkgevers Seksuele intimidatie informatie voor werkgevers Seksuele intimidatie: informatie voor werkgevers Van dubbelzinnige opmerking tot verkrachting: seksuele intimidatie kent veel vormen en komt overal voor,

Nadere informatie

6.13 Agressieprotocol Versiedatum Juli 2013 Vervaldatum/revisiedatum Juli 2014. Goedgekeurd Directeur/Adjunct-directeur

6.13 Agressieprotocol Versiedatum Juli 2013 Vervaldatum/revisiedatum Juli 2014. Goedgekeurd Directeur/Adjunct-directeur 6.13 Agressieprotocol Versiedatum Juli 2013 Vervaldatum/revisiedatum Juli 2014 Status MR Eigenaar Goedgekeurd Goedgekeurd Directeur/Adjunct-directeur 1 Inhoud Algemeen -context-... 3 1. Inleiding... 4

Nadere informatie

Aangifte? Gewoon doen! Een stappenplan voor aangiftebeleid

Aangifte? Gewoon doen! Een stappenplan voor aangiftebeleid Aangifte? Gewoon doen! Een stappenplan voor aangiftebeleid Aangifte? Gewoon doen! Een stappenplan voor aangiftebeleid Aangifte? Gewoon doen! We zijn het er allemaal over eens: agressie en geweld tegen

Nadere informatie

Melding incidenten op school protocol + formulier

Melding incidenten op school protocol + formulier Wettelijke basis: Artikel 3 Arbowet. Relatie met overige documenten: - Schoolregels; - Gedragregels; - Arbo-beleidsplan; - Pestprotocol; - Klachtenprocedure. Begripsomschrijving Volgens Van Dale is een

Nadere informatie

OPVANG LEERLINGEN BIJ INCIDENTEN M.B.T. AGRESSIE, GEWELD OF (SEKSUELE) INTIMIDATIE

OPVANG LEERLINGEN BIJ INCIDENTEN M.B.T. AGRESSIE, GEWELD OF (SEKSUELE) INTIMIDATIE OPVANG LEERLINGEN BIJ INCIDENTEN M.B.T. AGRESSIE, GEWELD OF (SEKSUELE) INTIMIDATIE Apeldoorn, 1 december 2006 Auteur M.H. Luikinga Afdeling Personeel & Organisatie December 2006 INHOUD blz. 1 Inleiding...

Nadere informatie

Protocol Incidentenregistratie

Protocol Incidentenregistratie Protocol Incidentenregistratie Internetversie Vastgesteld 14 juni 2012 Inhoud 1 TOEPASSINGSGEBIED... 3 2 DEFINITIES... 3 3 ACHTERGROND... 3 4 UITVOERING... 3 4.1 Doorgeven en melden incidenten decentraal...

Nadere informatie

Veiligheidsmonitor voor personeel (Eduniek) Vragenlijst School & Veiligheid Voor het personeel in het primair onderwijs. Naam:...

Veiligheidsmonitor voor personeel (Eduniek) Vragenlijst School & Veiligheid Voor het personeel in het primair onderwijs. Naam:... Veiligheidsmonitor voor personeel (Eduniek) Vragenlijst School & Veiligheid Voor het personeel in het primair onderwijs Naam:... Toelichting op de vragenlijst voor het personeel Doel van deze vragenlijst

Nadere informatie

KNMG-SYMPOSIUM Arts en strafrecht 16 FEBRUARI 2012 KOMT EEN AGENT BIJ DE DOKTER

KNMG-SYMPOSIUM Arts en strafrecht 16 FEBRUARI 2012 KOMT EEN AGENT BIJ DE DOKTER KNMG-SYMPOSIUM Arts en strafrecht 16 FEBRUARI 2012 KOMT EEN AGENT BIJ DE DOKTER DE ARTS ALS SLACHTOFFER VAN EEN STRAFBAAR FEIT - WAT (NIET) TE DOEN Marie-José Blondeau Sector Juridische Zaken, Erasmus

Nadere informatie

VERTROUWENSPERSOON. z.v.v. Blauw Wit 66

VERTROUWENSPERSOON. z.v.v. Blauw Wit 66 VERTROUWENSPERSOON z.v.v. Blauw Wit 66 Februari 2015 1 Inhoud 1. Doel en aanpak pag. 3 2. Regelement vertrouwenspersoon pag. 5 Vastgesteld door het bestuur d.d. 2 februari 2015 - Holten 2 De vertrouwenspersoon

Nadere informatie

Vragenlijst: Omgaan met agressie en geweld in het werk

Vragenlijst: Omgaan met agressie en geweld in het werk Vragenlijst: mgaan met agressie en geweld in het werk Als. willen wij graag meer inzicht krijgen in de mate waarin onze medewerkers met agressie en geweld in aanraking komen en de manier waarop hiermee

Nadere informatie

Ministerie van Defensie

Ministerie van Defensie Ministerie van Defensie Rapportage tweede meting omgangsvormen binnen Defensie KPMG Integrity 10 juni 2004 MK/HAR/wv Samenvatting Deze rapportage beschrijft de bevindingen van de tweede meting naar de

Nadere informatie

Verbetercheck ongewenst gedrag VVT Workshop ongewenst gedrag

Verbetercheck ongewenst gedrag VVT Workshop ongewenst gedrag Verbetercheck ongewenst gedrag VVT Workshop ongewenst gedrag Vul deze verbetercheck in om zicht te krijgen op waar uw organisatie staat met de aanpak rond ongewenst gedrag. Aan de hand van de scores kunt

Nadere informatie

1. Aanleiding beleid bij ongewenste omgangsvormen

1. Aanleiding beleid bij ongewenste omgangsvormen Beleid ongewenste omgangsvormen en de vertrouwenspersoon 1. Aanleiding beleid bij ongewenste omgangsvormen Helaas vinden er soms ongewenste situaties op of rondom het voetbalveld plaats die betiteld kunnen

Nadere informatie

Aanpak agressie & geweld Veilig Werken in de Zorg

Aanpak agressie & geweld Veilig Werken in de Zorg Aanpak agressie & geweld Veilig Werken in de Zorg Incident? Actie! 1 e bijeenkomst 1 oktober 2015 Sander Flight Deel I Introductie over het Actieplan Veilig Werken in de Zorg Door Miriam Kop Zorgbranches

Nadere informatie