Universiteit Gent. De vloek der natuurlijke rijkdommen: toegepast op Myanmar

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Universiteit Gent. De vloek der natuurlijke rijkdommen: toegepast op Myanmar"

Transcriptie

1 Universiteit Gent Faculteit economie en Bedrijfskunde Academiejaar De vloek der natuurlijke rijkdommen: toegepast op Myanmar Masterproef voorgedragen tot het bekomen van de graad van Master in de Bedrijfseconomie Toon PROOST onder leiding van Prof. Dr. K Schoors 1

2 Ondergetekende verklaart dat de inhoud van deze masterproef mag geraadpleegd en/of gereproduceerd worden, mits bronvermelding. Toon Proost 2

3 Dankwoord Bij het beëindigen van dit eindwerk, laat ik de gelegenheid niet liggen om enkele mensen te bedanken voor hun bijdrage en steun. Vooreerst wens ik prof. dr. Koen Schoors te bedanken voor de vriendelijke bijstand en nuttige informatie die het mij mogelijk maakten om dit eindwerk tot een goed einde te brengen. Meerdere discussies verschaften mij het nodige inzicht over dit boeiende onderwerp. Mijn onmetelijke dank gaat ook uit naar mijn ouders, familie, huisgenoten en vrienden, zonder wiens onvoorwaardelijke steun en aanmoedegingen dit een onmogelijke opdracht zou zijn geweest. 3

4 De vloek der natuurlijke rijkdommen: toegepast op Myanmar Inleiding 1 A. De vloek der natuurlijke rijkdommen 1. Verklaring van het begrip resource curse 4 2. De theorie van de resource curse 6 3. Verklaringsmodellen 8 1. Morele verklaring (Bodin) 9 2. Achteruitgang ruilvoorwaarden (Prebisch) 9 3. Dutch disease Rent seeking Conflicten Institutionele structuren 21 B. Birma (Myanmar) 1. Politieke en geografische situering Natuurlijke rijkdommen in Myanmar Belangrijkste redenen van de vloek der natuurlijke rijkdommen 36 Besluit 42 Referenties 44 Bijlagen I-VI 4

5 Inleiding Landen die kunnen beschikken over een veelheid aan natuurlijke rijkdommen zouden economisch gezien beter moeten presteren dan landen die deze grondstoffen niet bezitten. Dit lijkt heel logisch: grondstoffen zijn noodzakelijk voor de uitbouw van een industrie, voor de voedsel- en voor de energievoorziening van een land. Landen die niet kunnen beschikken over deze natuurlijke rijkdommen zijn genoodzaakt om deze grondstoffen aan te kopen op de internationale markt. Deze invoer kost niet alleen veel geld maar zorgt er ook voor dat het land afhankelijk wordt van andere landen in de voorziening van zijn basisbehoeften. Deze afhankelijkheid kan gevaarlijk zijn bij toekomstige internationale geschillen. Europese landen zijn nu bijvoorbeeld erg afhankelijk van Rusland voor hun energie. In januari 2006 dreigde Rusland geen gas meer te leveren aan Oekraïne en in januari 2007 was dat het geval in Wit- Rusland. In beide gevallen wilde Moskou de prijzen voor levering verviervoudigden, terwijl Wit-Rusland en Oekraïne weigerden te betalen. Door de crisis werd ook de doorvoer van gas naar West-Europa bedreigd. Het is nu juist één van de verrassende eigenschappen van de moderne economische groei dat landen die kunnen beschikken over veel natuurlijke rijkdommen niet automatisch sneller groeien dan landen met minder of geen natuurlijke rijkdommen. Sterker nog, empirisch onderzoek 1 wijst uit dat natuurlijke rijkdommen veleer een vloek zijn dan een zegen. Deze merkwaardigheid is geen nieuw gegeven in de economische geschiedenis. Reeds in de zeventiende eeuw zagen we dat Nederland, met weinig natuurlijke rijkdommen, het economisch gezien beter deed dan Spanje, ondanks de overvloed aan goud en zilver komende van de Spaanse kolonies uit de Nieuwe Wereld. In de negentiende en twintigste eeuw waren er landen zoals Zwitserland en Japan die aanzienlijk beter presteerden dan het grondstofrijke Rusland. Ook de laatste dertig jaren merken we dat werelds beste presterende en nieuw geïndustrialiseerde economieën in het oosten van Azië te situeren zijn: Korea, Taiwan, Hongkong en Singapore 2. Deze landen beschikken niet of over heel weinig natuurlijke rijkdommen. Terwijl veel landen met een overvloed aan natuurlijke rijkdommen, landen die hoofdzakelijk afhnkelijk waren van de export van olie, failliet zijn gegaan. Als voorbeelden gelden hier: Mexico, Nigeria en Venezuela. 1 Sachs en Warner (1995) 2 Van Liederkerke (2005), Sachs en Warner (1997) 1

6 De negatieve link tussen een overvloed aan natuurlijke rijkdommen en economische groei lijkt op het eerste zicht een paradoxaal gegeven. Aangezien natuurlijke rijkdommen een positieve invloed hebben op het Bruto Nationaal Product (BNP) van een land en de koopkracht van zijn inwoners, zou men verwachten dat ze de graad van investering en bijgevolg de economische groei op eenzelfde wijze beïnvloeden 3. In de late negentiende eeuw waren steenkool en ijzer een conditio sine qua non voor de ontwikkeling van de staalindustrie in een land. Dit is de reden waarom landen zoals Groot-Brittannië, Duitsland en de Verenigde Staten een snelle economische ontwikkeling kenden rond die periode. Door dalende transportkosten is de aanwezigheid van deze grondstoffen bijlange niet meer zo bepalend de dag van vandaag. Japan en Korea zijn er bijvoorbeeld in geslaagd om, ondanks hun volledige afhankelijkheid van invoer van ijzererts, staalproducenten van wereldklasse te worden. Hoewel natuurlijke rijkdommen geen beslissend voordeel meer vormen voor economische groei, is het toch verassend vast te stellen dat ze in vele gevallen nadelig zouden zijn voor de economie. Rust er dan echt een vloek op natuurlijke rijkdommen? Onder natuurlijke rijkdommen vallen grondstoffen zoals olie, gas, edelstenen en mineralen. Maar ook landbouw is een belangrijk onderdeel. Met natuurlijke rijkdommen bedoelen we zowat alles wat men kan vinden op en in de aardbodem waarop wij leven. Om de paradox omtrent de natuurlijke rijkdommen te verstaan, is het misschien best eerst aan te duiden wat natuurlijke rijkdommen onderscheid van andere soorten van rijkdom. Het belangrijkste verschil ligt in het feit dat natuurlijke rijkdommen, in tegenstelling tot andere soorten van rijkdom, niet geproduceerd maar enkel ontgonnen dienen te worden. Aangezien het geen resultaat is van een productieproces kan de exploitatie van natuurlijke rijkdommen plaats vinden in een land onafhankelijk van andere economische processen 4. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen hernieuwbare en niet-hernieuwbare natuurlijke rijkdommen. De bekendste voorbeelden van niet-hernieuwbare natuurlijke rijkdommen zijn olie, gas en steenkool. Bekeken vanuit een economisch aspect, kan men natuurlijke rijkdommen beter beschouwen als een soort activa dan een bron van inkomsten. Grondstoffen zijn het resultaat van een natuurlijk proces dat zich gedurende miljoenen jaren in de aardbodem afspeelt. Het probleem met deze grondstoffen ligt in het feit dat wij deze bronnen sneller opgebruiken dan de aarde ze kan reproduceren. Door de hoge verbruiksgraad 3 Sachs and Warner (1997) 4 Humphreys, Sachs en Stiglitz (2007) 2

7 van deze fossiele brandstoffen ontstaat er schaarste. Zoals elke basiscursus economie ons leert leidt schaarste tot een verhoging van de prijzen (werking prijsmechanisme beïnvloedt door vraag en aanbod). Dit is wat we momenteel zien gebeuren met de prijs van ruwe olie. Begin dit jaar overschreed de prijs van een vat ruwe olie voor het eerst in de geschiedenis de kaap van 100 dollar. En het ziet er niet naar uit dat de prijzen niet zullen dalen in de toekomst 5. Enkele voorbeelden van hernieuwbare natuurlijke rijkdommen zijn de vispopulatie in de zee en tropisch hout, maar ook alle gewassen die onze boeren op hun landbouwgronden cultiveren. Deze soort van grondstoffen vernieuwen zichzelf veel sneller, maar ook hier rijst het probleem van het nog snellere en stijgende verbruik. Ook zij worden dus schaarser met alle gevolgen vandien. De problemen omtrent schaarste en stijgende prijzen beginnen zich al wereldwijd te manifesteren. In april van dit jaar vielen er al vijf doden bij voedselrellen in Haïti. Twee maanden eerder telde men veertig doden bij een gelijkaardige opstand in Kameroen. Ook in Egypte, Indonesië, de Filippijnen, Pakistan, Marokko, Mauritanië, Mozambique, Senegal, Ivoorkust en Jemen zijn er betogingen, stakingen en vaak gewelddadige confrontaties met de ordediensten. De wereldvoorraad van graan krimpt en de prijzen van maïs en rijst schieten de hoogte in. In deze scriptie wordt onderzocht hoe de vloek der natuurlijke rijkdommen tot uiting komt. Dit doen we aan de hand van de bevindingen van verschillende auteurs. In het eerste deel beginnen we met de verklaring van het begrip resource curse. Nadat we de theorie omtrent de vloek hebben uiteengezet gaan we verder met de bespreking van de eventuele redenen die aan de oorsprong liggen van het probleem. De bespreking van de verschillende redenen kunnen we beschouwen als een schets van de oorzaken die de mensheid de afgelopen eeuw naar voren heeft gebracht om de resource curse te verklaren. In het tweede deel gaan we de resource curse onderzoeken in één welbepaald land, nl. Myanmar. Als we kijken naar de grote hoeveelheden natuurlijke rijkdommen zou Myanmar één van de succesrijkste landen van zijn regio moeten zijn. Economische indicatoren geven een ander beeld. We starten met een een geografische en politieke situering van het land. Ook een schets van de aanwezige natuurlijke rijkdommen kan in een dergelijke analyse niet ontbreken. In puntje 3 van deel 2 trachten we de slechte economische prestaties van dit land te verklaren aan de hand van de vloek der natuurlijke rijkdommen. Hiervoor gaan we de prestaties van Myanmar vergelijken met zijn belangrijkste buurlanden. 5 Volgens bepaalde bronnen zal de prijs van een vat ruwe olie met 12 % per jaar stijgen tot 300 US dollar per vat (DS online 15 mei 2008) 3

8 Deel 1. De vloek der natuurlijke rijkdommen: afbakening 1. Verklaring van het begrip resource curse Normaal gesproken zouden natuurlijke rijkdommen een stimulans moeten zijn voor een economie. Dit klinkt logisch aangezien ze een relatief gemakkelijke bron van inkomsten betekenen voor een land. Ze brengen veel geld op terwijl ze vrij goedkoop te exploiteren zijn. Bijgevolg is er een zeer grote winstmarge op de grondstoffen. Kijken we bijvoorbeeld naar de exploitatie van olie. Vooraleer men kan beginnen met de ontginning ervan moeten er weliswaar investeringen gebeuren. Deze hebben vooral betrekking op het lokaliseren van de olievelden, het opbouwen van extractieapparatuur en het aanleggen van pijpleidingen voor het vervoer van de ontgonnen olie. Maar eenmaal deze investeringen gebeurd zijn, zullen deze kosten snel terugverdiend zijn. De hedendaagse trend van stijgende olieprijzen vergroten de winstmarges alleen maar. Een ander voorbeeld betreft goudwinning. Hier zijn de basisinvesteringen, eenvoudig voorgesteld, zelfs nog veel lager. Een pikhouweel en een paar goedkope arbeidskrachten volstaan om tot exploitatie over te gaan. En ook hier ligt het rendement zeer hoog. Deze twee voorbeelden, die gelden als illustratie, doen vermoeden dat de aanwezigheid van natuurlijke rijkdommen in een land de welvaart verhogen. We constateren echter dat vele landen die over een grote hoeveelheden natuurlijke rijkdommen beschikken, economisch gezien slechter presteren dan landen die niet beschikken over deze rijkdommen. De omgekeerde band tussen natuurlijke rijkdommen en economische groei is zeker geen wetmatigheid. Er bestaan uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld Noorwegen dat zijn plotse olierijkdom erg positief aangewend heeft. Sachs en Warner 6 tonen in hun onderzoek aan dat voor een groep van 97 (ontwikkelings)landen geldt dat er gemiddeld genomen een duidelijke negatieve band aanwezig is tussen de aanwezigheid van natuurlijke rijkdommen en economische groei 7. In de inleiding werden al enkele voorbeelden gegeven uit het verleden en het heden. Hoe komt dit, waar ligt de oorsprong van het probleem, hoe kunnen we dit alles verklaren? 6 Sachs en Warner (1995) 7 Van Liederkerke (2005) 4

9 Het fenomeen dat we hier boven hebben beschreven en we verder in deze scriptie uitgebreid gaan behandelen wordt meestal aangeduid met de benaming resource curse. Vrij vertaalt als de vloek der natuurlijke rijkdommen. De term wordt gebruikt om de paradox aan te duiden dat landen met een veelheid aan natuurlijke rijkdommen de neiging hebben tot een lagere economische groei dan landen zonder deze natuurlijke rijkdommen. Een andere benaming hiervoor is de paradox of plenty 8. De vloek der natuurlijke rijkdommen is empirisch aangetoond en geanalyseerd in een aantal recente studies. Deze studies 9 verschenen op het einde van de 20 ste eeuw. Op het moment dat de bewijzen over de slechte prestaties van landen met overvloedige natuurlijke rijkdommen duidelijk naar voren kwamen. Deze auteurs hebben het dan vooral over de bevindingen tijdens de periode na de tweede wereldoorlog. Op het intellectuele niveau kwam deze kwestie naar voren als een belangrijk internationaal probleem tijdens het interbellum in Latijns- Amerika, nadat vele Latijns-Amerikaanse economieën te lijden hadden onder de globale malaise van de prijzen van consumptiegoederen 10. Maar we moeten wel duidelijk melden dat gedurende deze periode en de periode onmiddellijk na de tweede wereldoorlog, het scepticism omtrent economieën die hoofdzakelijk afhankelijk zijn van de uitvoer van natuurlijke rijkdommen gebaseerd was op voorspellingen van een daling van de prijzen van primaire goederen (waartoe deze grondstoffen behoren). Wat de studies gebaseerd op de naoorlogse ervaring naar voor brachten is dat de vloek der natuurlijke rijkdommen een aantoonbaar empirisch feit is, zelfs na de controle van evoluties in de prijzen van consumptiegoederen 11. Vele onderzoekers hebben deze problemen reeds beschreven in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, maar de eersten die een echte negatieve correlatie bespraken tussen natuurlijke rijkdommen en economische groei waren Sachs en Warner 12. Gebaseerd op de bevindingen van deze auteurs ontstond een uitgebreide literatuur die we in deze scriptie verder zullen bespreken. 8 J. Jay Park, vb.: Gelb (1988), Auty (1990), Sachs and Warner (1995, 1999) and Gylvason et al. (1999) 10 Prebisch (1950) en Singer (1950) 11 Sachs en Warner (2001) 12 Sachs en Warner (1995) 5

10 2. De theorie van de resource curse Alhoewel Klassieke economisten begin negentiende eeuw hun zorgen uitten dat natuurlijke rijkdommen een limiet konden vormen voor de per capita groei van het bruto buitenlands product, was de overheersende opvatting om natuurlijke rijkdommen te bekijken als minder belangrijk voor economische groei dan kapitaal en arbeid. Zij geloofden dat een verhoogd kapitaal en technologische ontwikkeling konden voorkomen dat natuurlijke rijkdommen de globale economische groei zouden beperken 13. Natuurlijke rijkdommen waren dan ook van weinig belang in de groeimodellen die naar voor werden gebracht in het midden van de 20 ste eeuw 14. Rond die periode waren er wel twee auteurs, nl. Raul Prebisch en Hans Singer, die beweerden dat landen die in grote mate afhangkelijk waren van export van grondstoffen geconfronteerd zouden worden met een trage groei van de vraag en een achteruitgang van de ruilvoorwaarden 15. Voor de ontwikkeling van een echte theorie omtrent de resource curse is het echter wachten tot het einde van de vorige eeuw. Empirisch onderzoek gaf aanleiding tot onderstaande grafiek. Figuur 1. Groei en de veelheid aan natuurlijke rijkdommen Auty (2007) 14 Sachs en Warner (1995) 15 Mehlum, Moene en Torvik (2006a) 16 Oomes en Kalcheva (2007) 6

11 In hun bekende paper tonen Sachs en Warner 17 aan dat er een duidelijke negatieve relatie bestaat tussen de reële groei van het BBP per capita en het aandeel van de export van natuurlijke rijkdommen in het BBP. Dit doen ze aan de hand van een steekproef van 97 (ontwikkelings)landen gedurende de periode Deze negatieve relatie is geïllustreerd in figuur 1, welke een herhaling is van de grafiek van Sachs en Warner, uitgebreid tot de periode De figuur op de vorige pagina toont ons de gemiddelde economische groei op jaarbasis tussen 1970 en 2000 tegenover de mate van afhankelijkheid van natuurlijke rijkdommen. In de figuur zijn enkel de landen opgenomen waarvan het bruto binnenlandse product (BBP) voor meer dan 10% afhankelijk is van de export van natuurlijke rijkdommen. Deze landen, of specifieker hun respectievelijke procentuele groei, worden op de figuur voorgesteld door de bolletjes. De rechte stelt daarentegen de gemiddelde economische groei voor. We merken op dat deze een negatieve richtingscoëfficiënt heeft, wat een negatieve relatie impliceert tussen de twee gekozen afhankelijkheden. Hieruit kunnen we afleiden dat hoe meer de economie steunt op de export van natuurlijke rijkdommen, hoe waarschijnlijker het is dat het land een lagere, misschien zelfs negatieve, economische groei kent. De figuur laat ons duidelijk zien dat geen van de landen met een grote overvloed aan natuurlijke rijkdommen in 1970 een snelle groei kende tijdens de dertig jaar die volgde. Alle landen die qua export voor meer dan 40 % afhingen van natuurlijke rijkdommen kenden geen groei of zelfs een inkrimping van het BBP per capita. Het merendeel van de landen die dan toch een snelle economische groei kenden, begonnen de periode zonder kennis van aanwezigheid van deze natuurlijke rijkdommen. De uitzondering op deze algemene tendens waren Mauritius, Maleisië en IJsland 19. Zoals figuur 1 laat zien, waren dit de enige uitzonderingen, maar dit laat ons toch zien dat de resource curse geen absoluut gegeven is. Er zijn manieren om aan de vloek te ontsnappen. Deze zullen verder in de scriptie duidelijk naar voren komen. In een later werk tonen Sachs en Warner aan dat de negatieve relatie standhoud na de controle van de weggelaten variabelen, die een vertraagde groei kunnen veroorzaken. Daarom concluderen zij dat de vloek der natuurlijke rijkdommen geen statistisch waanidee dat volgt, bijvoorbeeld, uit het feit dat de ontginning van natuurlijke rijkdommen de enige overlevende 17 Sachs en Warner (1995, 1997, 2001) 18 Oomes en Kalcheva (2007) 19 Sachs en Warner (2001) 7

12 sector is in landen die trager groeiden door andere redenen. Gelijkaardig empirisch onderzoek vinden we terug bij Gylfason. 20 In een later werk 21 ontdekt hij dat de afhankelijkheid van natuurlijke rijkdommen negatief gecorreleerd is met handel, buiten- en binnenlandse investeringen, gelijkheid, politieke vrijheid, onderwijs en financiële schuld. We moeten ook nog duiden op het gevaar van misinterpretatie van de actuele economische groei. Dit komt doordat men geen rekening houdt met verminderingen van de voorraad aan natuurlijke rijkdommen. De discrepantie tussen groei in productie en groei van het BBP kan substantieel zijn in landen die in grote mate afhangen van de ontginning van grondstoffen. We kunnen ons dan de vraag stellen wat de oorzaak is van de economische groei? Is de groei een gevolg van een uitbreiding van industriële activiteiten of louter een gevolg van een productiestijging in de ontginningssector? Bijgevolg kunnen de beleidsanalyses die gebaseerd zijn op de gerapporteerde groeiverhoudingen misleidend zijn. De berekening van het nationale inkomen kan, door gebruik te maken van relatief gemakkelijke boekhoudtechnieken, aangepast worden zodat ze rekening houden met de ontginning. Methodes die rekening houden met de uitputting van natuurlijke rijkdommen zijn gebaseerd op het principe dat het verlies in waarde van de natuurlijke reserves tussen twee periodes afgetrokken dient te worden van de waarde van nationale productie Enkele verklaringen van de resource curse Sinds de ontdekking van het bestaan van een eventuele vloek der natuurlijke rijkdommen, zijn verschillende verklaringen gesuggereerd om de negatieve relatie tussen natuurlijke rijkdommen en economische groei te verklaren. In deze sectie wordt een oppervlakkig overzicht gegeven van de verschillende strekkingen die getracht hebben de redenen voor de vloek aan te duiden. We beperken ons hier ook tot de belangrijkste redenen. Een volledig overzicht zou ons hier te ver leiden, rekening houdend met een beperking van de lengte van dit werkstuk. Terwijl het eerste model eerder filosofisch van aard is, hebben de daaropvolgende modellen een uitdrukkelijk economisch karakter. Het model dat het belang van een degelijke institutionele structuur benadrukt is dan weer politiek economisch van aard. Bij deze modellen speelt de invloed van de overheid een belangrijke rol in de uitkomst van de resource curse 20 Gylfason en andere (1999) 21 Gylfason (2004) 22 Winter-Nelson (1995) 8

13 1. Morele verklaring (Bodin) Volgens één van de eerste verklaringen is het een sociaal fenomeen: gemakkelijke rijkdom maakt lui. Dit is wat de zestiende-eeuwse filosoof Jean Bodin bedoelde toen hij in zijn Six Livres de la République noteerde: Les hommes du pais gras et fertile font ordinairement poltrons et couards; au contraire la stérilité du pais rend les hommes sobres par nécessité et conséquemment soigneux, vigilants et industrieux. 23 Jean Bodin schreef deze uitspraak ruim 430 jaar geleden maar ze is nog steeds zeer accuraat. Van nature is de mens lui, als we niet moeten werken doen we het ook niet. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen, maar voor de overgrote meerderheid van de bevolking geldt deze uitspraak wel. Indien natuurlijke rijkdommen voldoende middelen verschaffen om het voortbestaan van een groep mensen te verzekeren, waarom zou deze groep dan nog moeite doen om additionele middelen te verkrijgen waar ze toch niets mee is. Als er dan nadien problemen ontstaan bij de ontginning van deze grondstoffen, of ze geraken uitgeput, kan dit het voortbestaan van deze groep in gevaar brengen. Stel je daarentegen een groep mensen voor die niet beschikken over een veelheid aan natuurlijke rijkdommen. Zij waren vanaf het begin verplicht om manieren te vinden om hun voortbestaan te verzekeren. Zij begonnen het land te bewerken, om op hun manier in de basisnoden te voorzien. Door inventief te werk te gaan zullen zij niet enkel betere technieken ontwikkelen om in hun middelen te voorzien, tevens zullen ze adequater kunnen reageren op problemen die zich voordoen. Waardoor het waarschijnlijker is dat deze tweede groep welvarender gaat zijn in de toekomst dan de eerste luie groep. 2. Achteruitgang ruilvoorwaarden (Prebisch-Singer thesis) De Prebisch-Singer theorie, ook soms aangeduid als de doctrine van de ongelijke ruil 24, stelt dat de netto ruilvoorwaarden tussen primaire producten (ruwe materialen) en geproduceerde producten onderwerp zijn van een neerwaartse trend op lange termijn. De theorie suggereert dat landen die primaire goederen exporteren (zoals de meeste ontwikkelingslanden) daarvoor in ruil steeds minder en minder geproduceerde goederen kunnen invoeren. De publicatiedatums van de eerste twee werken die de theorie uiteen zette waren nagenoeg simultaan. In mei 1950 werd de Engelse versie van The Economic Development of Latin America and Its Principle Problems, door Raul Prebisch, gepubliceerd onder het logo van 23 Bodin (1576) 24 Love (1980) 9

14 de Verenigde Naties. In dezelfde maand publiceerde Hans Singer een artikel, The Distortion of Gains between Investing and Borrowing Countries, in American Economic Review. Een algemeen aanvaarde verklaring voor het fenomeen is de observatie dat de inkomenselasticiteit van de vraag naar geproduceerde goederen groter is dan deze voor primaire goederen, vooral als we de inkomenselasticiteit van de vraag naar voedsel bekijken. Dit verschil in inkomenselasticiteit zorgt ervoor dat de vraag naar geproduceerde goederen sneller zal toenemen dan de vraag naar primaire goederen, wanneer het gemiddelde per capita inkomen verhoogt. Prebisch en Singer identificeerden twee types van negatieve effecten op de ruilvoorwaarden van primaire goederen. Het eerste effect ontstaat door de systematische verschillen in institutionele eigenschappen van beide product- en factormarkten, zoals de kostprijsplus prijszettingmethode en het ontstaan van arbeidsvakbonden in de industrie. Een andere negatieve invloed komt van technologische vooruitgang. Zowel van de asymmetrische verdeling van zijn vruchten als van zijn asymmetrische impact op de toekomstige vraag, voordelig voor de industrie terwijl ze onvoordelige is voor de landbouw 25. Recent onderzoek stelt dat deze twee effecten sterk hebben gespeeld in de veertig jaar na de tweede wereldoorlog, en dat ze inderdaad zwaarder doorwogen dan de positieve invloed op de ruilvoorwaarden van primaire producten komende van kapitaal accumulatie en de groei van industriële productie. Deze bijzondere studie suggereerde dat de economische mechanismen die ongunstig werken voor primaire goederen, welke zijn gespecificeerd door Prebisch en Singer, een belangrijke impact hadden, niettegenstaande dat de achteruitgang van de ruilvoorwaarden van primaire producenten als klein werd bevonden, rond 1 percent per jaar 26. Volgens bepaalde auteurs moet er belang worden gehecht aan deze theorie, omdat ze stelt dat het de structuur van de markt is, die verantwoordelijk is voor het ontstaan van de ongelijkheid in het economisch systeem. Deze visie is een interessant afspinsel van de afhankelijkheidstheorie, volgens dewelke machtsverschillen, in de relatie tussen kern en periferie staten, als hoofdoorzaak gezien kunnen worden voor de economische en politieke ongelijkheid in de internationale orde. Bijgevolg genoot de Singer-Prebisch theorie een grote populariteit gedurende de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, vooral bij neomarxistische ontwikkelingseconomen. 25 Toye en Toye (2003) 26 Bloch en Sapsford (1997) 10

15 Hoewel de theorie tegenwoordig helemaal uit de mode is geraakt vond recent onderzoek toch empirische steun voor de Singer-Prebisch theorie. José Antonio Ocampo, een verantwoordelijke van de dienst economische en sociale zaken bij de Verenigde Naties, stelde dat een verslechtering van de ruilvoorwaarden voor primaire producten eerder onderbroken dan gradueel gebeurt. Volgens hem kende de ruilvoorwaarden en sterke verslechtering gedurende de jaren twintig en dertig van vorige eeuw, telkens gevolgd door periodes van stabiliteit 27. Het blijvende belang van de Prebisch-Singer theorie ligt niet enkel in het feit dat, behoudens belangrijke wijzigingen in de structuur van de wereldeconomie, de winsten van handel op een ongelijke manier verdeeld worden tussen landen die voornamelijk primaire goederen exporteren en landen die voornamelijk geproduceerde goederen exporteren. Maar ook, dat de ongelijkheid van per capita inkomen tussen deze twee soorten landen nog zal vergroten, in plaats van verkleinen, door de groei van de handel. De oplossing, aldus Prebisch, was dan ook zo snel mogelijk los te komen van de afhankelijkheid van natuurlijke rijkdommen en een eigen industrie te ontwikkelen, bij voorkeur via staatsplanning. Deze analyse werd ondersteund door de internationale instellingen en zette veel ontwikkelingslanden ertoe aan een importvervangende industrie op te bouwen die vanachter hoge, beschermde tolmuren de toekomstige economische groei van het land diende veilig te stellen. Het werd een recept voor ondergang in vrijwel alle landen die deze strategie volgden. Tegenwoordig is de Prebisch-Singer theorie nog van weinig belang. Dit is te wijten aan de prijsevolutie van primaire goederen. Het is al een tijdje aan de gang, maar nu wordt het echt duidelijk dat er niet direct een einde zal komen aan de prijsstijgingen van bijvoorbeeld voedsel. De recente prijsstijgingen hebben verschillende redenen, zowel langs de aanbod- als aan de vraagzijde. Langs de aanbodzijde zijn er om te beginnen de tegenvallende oogsten van de laatste twee jaar. Met de vooruitzichten van opwarming van de aarde is de verwachting dat dit wereldwijd gezien alleen maar zal verergeren. Een tweede belangrijke factor is het gegeven dat bijna alle landbouwers hun maximale productiecapaciteit bereikt hebben. Er zit dus niet heel veel groei meer in de hoeveelheid die per hectare land geproduceerd kan worden. Een derde factor is de recente stijging van de olieprijs. Niet alleen het effect hiervan op de prijs van kunstmest, maar 27 Ocampo en Parra (2003) 11

16 vooral het duurder worden van het gebruik van landbouwvoertuigen en transport in het algemeen zorgen voor een stijging van de voedselprijzen. De laatste, en zeker niet minst belangrijke, factor is er nog de toenemende waterschaarste. Het verbouwen van voedsel vraagt immers veel water. En dan is er natuurlijk nog de vraagkant. Niet alleen neemt de wereldbevolking nog steeds toe, ook de consumptie per persoon neemt toe. Ondanks de nog steeds aanwezige armoede, neemt over de hele wereld heen de welvaart toe. Meer welvaart betekent beter eten en vooral ook meer eten. Tevens gaan we nu voedsel gebruiken als alternatieve brandstof voor onze voertuigen. Een vraag die tot voor kort eigenlijk nauwelijks bestond. Om het geheel nog wat complexer te maken zullen bepaalde landen meer gebruik gaan maken van een strategische voorraad. Gedroogd zijn deze producten lang houdbaar en dus goed vast te houden. Waarom iets exporteren als het volgend jaar nog meer opbrengt of als de eigen bevolking het straks nodig heeft? En last-but-not-least is er natuurlijk nog speculatie. Ook handel in voedsel gaat via de beurs en is dus vatbaar voor handelaren met slechts dollartekens in hun ogen. 3. Dutch disease Deze verklaring is wat technischer van aard. In de jaren zestig van de vorige eeuw botste Nederland onverwacht op enkele reusachtige aardgasbellen. Deze ontdekking en de hier opvolgende plotse rijkdom lieten de koers van de Nederlandse gulden dermate stijgen dat het voor de exporterende Nederlandse bedrijven plots veel lastiger werd om te concurreren met het buitenland. Het nettoresultaat was dat de nieuwe rijkdommen gepaard gingen met verzwakte economische groei 28. Rutherfords Dictionary of Economics 29 geeft volgende definitie van de Dutch disease: The harmful consequence for a national economy of discovering natural resources, especially the decline in traditional industries brought about by the rapid growth and prosperity of a new industry. The successful new industry has high exports, creating a foreign exchange surplus and raising the country s exchange rate whit the consequence that other industries of the economy become internationally uncompetitive. 28 Van Liederkerke (2005) 29 Rutherford (1992) 12

17 Om het basismodel van de Dutch disease te verklaren, groeperen we de goederen geproduceerd door de open economie in drie categorieën 30 : twee daarvan zijn internationaal verhandelbare goederen, namelijk natuurlijke rijkdommen (waarnaar we verwijzen als energie ) en geproduceerde goederen (waarnaar we verwijzen als productie ). De derde categorie bestaat uit niet verhandelbare goederen (waarnaar we verwijzen als dienstverlening ). De eerste twee, de verhandelbare goederen (energie en productie), zijn onderworpen aan internationale competitie. Hun prijzen worden bepaald door vraag en aanbod op wereldschaal, we veronderstellen dat het land niet groot genoeg is opdat ze zelf invloed kan uitoefenen op deze prijzen. De producenten zijn dus prijsnemer. Dienstverlening langs de andere kant is niet onderworpen aan internationale competitie, daardoor hangen de prijzen enkel af van de binnenlandse vraag en aanbod 31. We gaan kijken naar de effecten die een hoogconjunctuur in de energie sector heeft op de verdeling van inkomen en op de grootte en winstgevendheid van de industriële sector. In de originele analyse van Corden en Neary 32 worden verschillende modellen besproken. In hun artikel beschouwen ze een keten van reële modellen gekenmerkt door een verschillende graad van intersectoriële mobiliteit van de productiefactoren arbeid en kapitaal. Dergelijke analyse zou ons hier te ver leiden. Voor de eenvoudigheid beschouwen wij zowel arbeid als kapitaal als mobiel tussen de drie sectoren. Andere interpretaties zijn natuurlijk mogelijk. Sommige vakkundige soorten van arbeid en kapitaal kunnen wel degelijk vrij immobiel zijn, zeker op korte termijn. Bij sectorspecifieke arbeid kan er nood zijn aan omscholing, wat tijd maar ook geld kost. De reeallocatie van kapitaal kan ook tijd vergen. Zodra een investering gebeurd is, wordt het kapitaal een specifieke productiefactor, die nog slechts in die bepaalde sector productief kan worden aangewend. Machines zijn niet of nauwelijks om te schakelen van de ene productie naar de andere, laat staan tussen de verschillende sectoren energie, industrie en dienstverlening. Het daarin geïnvesteerde kapitaal kan dus slechts vrijkomen nadat gedurende bepaalde tijd in de verkoopprijzen voldoende afschrijvingen zijn verrekend Ter vergelijking: Matsuyama (1992) maakt een onderscheid tussen twee factoren: nl. Lanbouw en industrie. Hij concentreert zich op leereffecten om de groei vertraging te verklaren. 31 Ooms and Kalcheva (2007) 32 Corden and Neary (1982) 33 Marc De Clercq (2007) 13

18 De voorspellingen van de Dutch disease staan samengevat in Tabel 1. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een resource movement effect en een spending effect. Aangenomen dat het aanbod van energie niet perfect onelastisch is, zal een groei-explosie van de energiesector de vraag naar arbeid en kapitaal verhogen. Dit leidt tot hogere lonen en een hogere return on investment (ROI) van het kapitaal. Als de productiefactoren mobiel zijn zal dit ertoe leiden dat arbeid en kapitaal overgeplaatst gaan worden van de industriële en dienstverlenende sector naar de energie sector. De output van de energiesector en de tewerkstelling zullen groeien, terwijl de output en tewerkstelling in de andere sectoren zal verminderen. Corden en Neary 34 verwijzen naar deze terugval van de output in de industriële sector als direct de-industrialisation. Terwijl de prijzen van industriële goederen niet veranderen, omdat ze op wereldvlak worden bepaald, zal de afname van de output in de dienstverlenende sector zorgen voor een vraagoverschot en als gevolg daarvan voor een prijsstijging van dienstverlening. Het resultaat is een relatieve prijsstijging van nietverhandelbare goederen ten opzichte van de verhandelbare goederen, wat een verhoging van de real exchange rate (RER) zal veroorzaken. Dit is het resource movement effect. Indien het kapitaal en de technologie in de bloeiende sector zeer sectorspecifiek zijn en de bloeiende sector is ook niet arbeidsintensief, waardoor ze geen aanmerkelijke hoeveelheid productiefactoren uit de andere sectoren gaat trekken, is het resource movement effect verwaarloosbaar. Bloeiende sectoren met deze karakteristieken zijn zeker niet zeldzaam in onze economie. De petroleum sector is hier een perfect voorbeeld van. Zelfs op het toppunt van de groei-explosie van de petroleum sector, werden minder dan 1 % van de totale Nigeriaanse en Indonesische werknemers tewerkgesteld in deze sector 35. In dergelijke situaties komt de grootste impact van de plotselinge groei door het spending effect. Dit effect ontstaat simpelweg doordat de groei-explosie in de energie sector zorgt voor hogere lonen en/of meer winst in deze sector, waardoor de samengestelde vraag in de economie ook stijgt. Een deel van deze toegenomen vraag gaat naar binnen het land geproduceerde diensten, waarvan de prijzen dus ook zullen stijgen. De prijzen in de energie en industriële sector, die zoals gezegd bepaald worden op wereldniveau, zullen niet veranderen. Dit zorgt opnieuw voor een appreciatie van de real exchange rate. Indien arbeid volledig immobiel is, zal het aanbod van dienstverlening niet veranderen en is het enige effect 34 Corden and Neary (1982) 35 Migara en De Silva (1994) 14

19 van de vraagverschuiving een stijging in de relatieve prijs van diensten. Is arbeid integendeel mobiel tussen de industriële en dienstverlenende sectoren, wat zeker het geval is op lange termijn, dan zal de vraagstijging naar diensten leiden tot een equivalente stijging van het aanbod en een stijgende vraag naar arbeid in de diensten sector. Daardoor zullen ook de lonen stijgen. Dit zal de werknemers aanmoedigen om van de industriële en energie sector over te stappen naar de dienstverlenende sector. Het enige wat bedrijven in de industriële en energie sector kunnen doen om hun werknemers te behouden is hun lonen omhoogtrekken. Aangezien ze deze extra kost niet kunnen compenseren door hun prijzen op te trekken, zullen ze hun opbrengsten zien verminderen en zullen ze moeten inkrimpen. Door Corden en Neary 36 wordt naar deze resulterende vermindering in industriële output en tewerkstelling verwezen als indirect de-industrialisation. Tabel 1. De symptonen van de dutch disease 37 output Tewerkstelling loon prijs resource movement effect energie sector gegeven industriele sector gegeven dienstverlenende sector Spending effect energie sector gegeven industriele sector gegeven dienstverlenende sector gecombineerd effect energie sector onbepaalbaar onbepaalbaar + gegeven industriele sector gegeven dienstverlenende sector onbepaalbaar onbepaalbaar + + Als we de twee effecten combineren, levert de hypothese van de Dutch Disease vier voorspellingen op. Ten eerste, aangezien de relatieve prijzen van diensten stijgen, krijgen we een appreciatie van de real exchange rate. Vervolgens is er een onmiskenbare terugval in de industriële output en tewerkstelling, resultaat van zowel de direct en indirect deindustrialisation. Ten derde is er de ambiguïteit van het gecombineerde effect op output en tewerkstelling in de energie en de dienstverlenende sector, omdat de spending en resource movement effecten in tegengestelde richtingen werken. Indien de energie sector relatief 36 Corden and Neary (1982) 37 Oomes en Kalcheva (2007) 15

20 weinig mensen tewerkstelt of de mobiliteit van arbeid er laag is, kunnen we verwachten dat het resource movement effect overtroffen wordt door het spending effect. Waardoor we een stijging verwachten van de output en de tewerkstelling in de dienstverlenende sector. Als laatste zal, indien arbeid mobiel is, het algemene loon niveau stijgen 38. De belangrijkste reden waarom de Dutch disease kan leiden tot een permanente lagere groei ligt in het feit dat de industriële sector gekenmerkt wordt door meer competitiedrift en innovatie dan de andere sectoren en er aanleiding kan zijn tot technologische beïnvloeding. Als eerste kunnen we stellen dat, dankzij de afwezigheid van hoge rentes, industriële bedrijven een lagere concentratiegraad hebben en te maken hebben met meer competitie dan bedrijven die natuurlijke rijkdommen ontginnen, wat hun efficiëntie ten goede komt. Daarenboven is er meer ruimte voor technologische ontwikkeling in de industriële sector. Dit ligt in de natuur van het productieproces. Tenslotte moeten we erop wijzen dat de industriële sector meer verticale en horizontale beïnvloeding (binnenin en tussen bedrijven) kent van technologische vooruitgang dan de sector van de natuurlijke rijkdommen. Zonder het bestaan van zulke technologische beïnvloeding, zoals leereffecten, zou het moeilijk zijn te verklaren waarom een tijdelijke achteruitgang in de industriële sector een permanent effect kan hebben op de groei van een land 39. Ondanks de vereenvoudigde analyse die we hier hebben gepresenteerd, blijft het onderscheid dat we hebben gemaakt tussen het resource movement en het spending effect van de groeiexplosie een belangrijk ingrediënt in completere analyses omtrent het geval van de Dutch disease. Hetzelfde geldt voor de beleidsimplicaties omtrent de ontwikkeling van natuurlijke rijkdommen. We moeten wel nog duiden op het feit dat we hebben aangenomen dat inkomensopbrengst die voortkomt van de groei-explosie gespendeerd worden door de factoren die deze inkomens rechtstreeks verkrijgen. In de realiteit is dit echter niet zo, aangezien een groot deel van de inkomsten verdeeld over de verschillende productiefactoren betaald worden onder de vorm van belastingen, is de manier waarop de overheid deze extra inkomsten spenderen een cruciaal element in het bepalen van de omvang en richting van het spending effect. 38 Ooms and Kalcheva, Ooms and Kalcheva,

21 4. Rent seeking Een nieuw en vrij simpele verklaring waarom een overvloed aan natuurlijke rijkdommen een negatieve invloed heeft op inkomen en welzijn is het model van rent seeking. Hier zorgt een grotere aanwezigheid van natuurlijke rijkdommen voor een stijging van het aantal ondernemers betrokken bij rent seeking, terwijl het aantal ondernemers in de industriële sector vermindert 40. Alvorens dieper in te gaan op het mechanisme is het misschien beter eerst in te gaan op wat rent seeking juist betekent. De eigenaars van productiefactoren ontvangen vergoedingen voor het ter beschikking stellen van hun productiefactoren. Deze vergoedingen zijn in de eerste plaats afhankelijk van de opportuniteitskosten: dit is de vergoeding die zij voor de inzet van hun productiefactoren zouden ontvangen in hun beste alternatieve aanwending. De opportuniteitskosten weerspiegelen dus eigenlijk de minimum vergoeding nodig om de aanwending van productiefactoren in die bepaalde activiteit te kunnen uitlokken. In vele gevallen echter overtreft de factorbeloning de opportuniteitskosten. Het verschil tussen beide, wat de productiefactor dus meer opbrengt dan de minimumvergoeding, die nodig is om hem aan te trekken, wordt (economische) rente genoemd. De economische rente kan verschillende oorzaken hebben. Enkele voorbeelden zijn meer menselijk talent, gunstig gelegen gronden en een technologisch hoogstaander productieproces. Indien evenwel de economische rente het gevolg is van succesvolle inspanningen door bepaalde pressiegroepen om de sociale en politieke instituties in hun voordeel te beïnvloeden, spreken we van rent seeking. Een wettelijk monopolie, juridische of institutionele beperkingen van de toegang tot bepaalde beroepen zijn voorbeelden van dit fenomeen 41. Hoe groter de aanwezigheid van natuurlijke rijkdommen, hoe sterker de druk en de competitie om deze winsten binnen te halen 42. Het probleem met natuurlijke rijkdommen is nu dat de productie ervan hoge economische rentes oplevert. Zoals we reeds hoger opmerkten is het de overheid die het meeste van de rentes opstrijkt die voort komen uit de ontginning van natuurlijke rijkdommen 43. De pressiegroepen zullen dan trachten de overheid te bespelen zodat ze een deel van de inkomsten op de makkelijk taxeerbare natuurlijke rijkdommen in eigen zak kunnen steken. 40 Torvik 2002) 41 Marc De Clercq (2007) 42 Luc Van Liederkerke (2005) 43 Gelb (1988) 17

22 Dit resulteert in welvaartsverlies doordat de overheid onvoldoende investeert in de productie van bijvoorbeeld groei bevorderende publieke goederen, zoals infrastructuur, onderwijs of wetgeving. Anderen argumenteren dat een overvloed aan grondstoffen tot corruptie en inefficiënte bureaucratie leidt. Of dat de hoge rentes op zichzelf genoeg opbrengen om de werking van de staat te financieren, waardoor de juiste investeringen ook uitblijven. Een gerelateerde visie is dat economieën, die volledig gefinancierd kunnen worden door de export van natuurlijke rijkdommen, meer kans hebben om een staatsgeleide ontwikkelingspolitiek te volgen. De modellen van rent seeking zijn gebaseerd op de veronderstelling dat resource rentes gemakkelijk toe-eigenbaar zijn. Dit kan op zijn beurt leiden tot omkoping, verdraaiing in politiek beleid en een verschuiving van arbeid van productieve activiteiten naar publieke gunsten 44. Het bewijs dat voorhanden is suggereert dat natuurlijke rijkdommen een vloek is voor de economische ontwikkeling van bepaalde landen, maar niet voor allemaal. Wat is nu de factor die bepaald of er sprake is van een vloek of niet? Zoals u al kan vermoeden, blijkt dat de kwaliteit van de instituties een heel belangrijke rol speelt. De ontvangen resource rentes kunnen in de productieve industrie worden geïnvesteerd of ze kunnen door de elite gebruikt worden voor persoonlijke verrijking 45. In een land met goed werkende instituties is er minder mogelijkheid voor rent seeking. Er zal meer worden geïnvesteerd in de productieve economie wat de groei ervan zal stimuleren. Het rent seeking model wordt daarom in puntje 6 verder behandeld aan de hand van het verschil tussen grabber friendly instituties en producer friendly instituties. 5. Conflicten Het Collier-Hoeffler econometrische model van burgeroorlogen 46 voorspelt de waarschijnlijkheid dat een burgeroorlog ontstaat in een land gedurende een vijfjarige periode. Dit model is gebaseerd op een analytisch model dat in de lijn ligt van het rationele keuze model. Wanneer een bevolking onderdrukt wordt, teveel belastingen moeten betalen of gewoon in het algemeen gesteld niet tevreden is met de manier waarop de machthebbers het land besturen, 44 Bulte, Damania en Deacon (2005) 45 Mehlum, Moene en Torvik (2006b) 46 Collier en Hoeffler (2004) 18

23 ontstaat er gevaar voor opstand. Meestal zal een opstand ingegeven zijn door onlust, een opstand tegen de waargenomen of actuele onrechtvaardigheid. Rebellie kan ook ingegeven zijn door pure hebzucht. In dit geval wordt de opstand gemotiveerd door het inkomen dat men bekomt door plunderingen tijdens de opstand en door de opbrengsten die het gevolg zijn van controle over de staatsinkomsten in geval van overwinning 47. Economisch gezien ontstaan conflicten enkel als de eventuele baten de kosten overtreffen. Bespreken we eerst de baten. Het doel van rebellen is de staat over te nemen of met een deel van het land ervan af te scheuren. De aansporing daarvoor is het product van enerzijds de waarschijnlijkheid van overwinning en anderzijds de economische waarde van de gevolgen ervan 48. We bekijken eerst de determinanten van de overwinningskans van de rebellen. Deze hangt grotendeels af van de mogelijkheid van de heersende macht om zich te verdedigen. Zoals Grossman 49 argumenteert zijn er voor de rebellen weinig militaire technologische opties, terwijl de overheid beschikt over een uitgebreid arsenaal van antwoordmogelijkheden. Het gebruik kunnen maken van vliegvelden is er maar één voorbeeld van. De defensiekracht van de overheid hangt ook af van de grootte van zijn militaire uitgaven, en dus onrechtstreeks van de inkomsten gegenereerd door belastingen. De aansporing die nodig is voor de rebellen om tot actie over te gaan, en bijgevolg ook noodzakelijk voor een overwinning, is de mate waarin de toekomstige rebellenoverheid haar aanhangers kan belonen. Dit hangt af van de financiële middelen van de overheid en dus ook weeral van de inkomsten van belastingen. De aanwezigheid in een land van natuurlijke rijkdommen verhoogt het gevaar op conflicten, doordat ze een grote inkomstenbron betekenen voor de overheid 50. Als gevolg verhogen de natuurlijke rijkdommen ook de prikkel voor de rebellen om een burgeroorlog te starten, dit omwille van een verhoogde mogelijkheid tot reecompensatie van zijn aanhangers. Aangezien belastingen zowel de overwinningskans verkleinen als de winst in geval van overwinning verhogen, is het netto effect ervan op het risico voor oorlog a priori dubbelzinnig 51. Het is dus heel belangrijk dat de overheid de inkomsten van haar belastingen voldoende gebruikt voor investeringen in onderwijs, veiligheid, voedselvoorziening en 47 Collier en Hoeffler (2002) 48 Collier en Hoeffler (1998) 49 Grossman (1995) 50 Colier en Hoeffler (1998) 51 Grossman (1995) 19

24 ontwikkeling van het land in het algemeen. Dit zal ervoor zorgen dat de prikkel voor de rebellen om een conflict uit te lokken aanmerkelijk wordt verlaagd. Nu gaan we de kosten van een opstand bespreken. Eerst en vooral is het voeren van een burgeroorlog een kostelijke zaak voor de rebellen. Dit is gedeeltelijk te wijten aan de opportuniteitskost van arbeid en gedeeltelijk aan de verstoring van de economische activiteit veroorzaakt door oorlogsvoering. Beide kosten verhogen met de stijging van het gemiddelde per capita inkomen. Een populatie met een hoog gemiddeld inkomen heeft meer te verliezen tijdens een opstand dan een populatie met weinig inkomen. Nog een andere belangrijke factor is de verwachte duur van de opstand. Hoe langer een opstand duurt, hoe kostelijker het wordt. Met als gevolg dat de beloning ook hoger moet zijn om achteraf de aanhangers te compenseren. Alles bij elkaar genomen is een overheid verplicht om rekening te houden met al deze factoren wanneer het zijn beleid gaat uitstippelen. Een analyse van zowel de eventuele baten als kosten om de kans op conflicten zo laag mogelijk te houden. Zoals reeds hierboven vermeld werd, verhoogt de aanwezigheid van natuurlijke rijkdommen het risico op conflicten. Zo toont een recente studie 52 aan dat een land zonder natuurlijke rijkdommen een kans heeft van 0,5% op een burgeroorlog, maar in landen waar natuurlijke rijkdommen het leeuwenaandeel uitmaken van de rijkdom van een land 53 stijgt die kans tot 23%. Niet enkel de aanwezigheid, maar ook de situering van die grondstoffen 54 in het land blijkt een belangrijke invloed uit te oefenen op het risico voor conflicten. Zo blijkt dat economieën die beschikken over verspreide grondstoffen (grondstoffen verspreid doorheen het land), een snellere groei kennen dan landen met natuurlijke rijkdommen die gecentraliseerd zijn op één of enkele plaatsen. Gelijkaardig toont Ross 55 aan dat geclusterde natuurlijke rijkdommen sneller conflicten zullen uitlokken dan verspreide grondstoffen. Olieen gasvelden zijn een typisch voorbeeld van geconcentreerde grondstoffen, terwijl de producten voortkomende uit landbouw als voorbeelden van verspreide grondstoffen kunnen gezien worden. De mate van centralisatie van natuurlijke rijkdommen heeft een invloed op de groei van een land, bijgevolg verdient het een prominentere plaats in de economische theorie dan op dit moment het geval is. 52 Collier en Hoeffler (2004) 53 De export van natuurlijke rijkdommen vertegenwoordigt minstens 25% of meer van het BNP van dat land. 54 Wick en Bulte (2006) 55 Ross (2004) 20

25 6. Institutionele structuren Terwijl de vorige verklaringmodellen hoofdzakelijk economisch van aard zijn, heeft dit model een belangrijke politieke dimensie. Het wordt dan ook een politiek economisch verklaringsmodel genoemd, waar er niet enkel economische motieven spelen, maar ook aandacht moet worden besteed aan politieke consequenties. Dit verklaringsmodel krijgt momenteel de grootste navolging in de literatuur. Het feit dat de twee vorige modellen hier perfect in passen zit er zeker voor iets tussen. In hun werk stellen Sachs en Warner dat instituties geen rol spelen in verband met de utkomst van de resource curse. Andere auteurs 56 daarentegen stellen duidelijk dat de kwaliteit van de instituties wel degelijk van belang is voor de uitkomst van de vloek. De verschillende uitkomsten vinden we terug in figuur 2. Deel (a) is een herhaling van figuur 1 en nemen we hier terug op om de vergelijking te vergemakkelijken. In deel (b) en (c) nemen we dezelfde figuur over maar ditmaal verdeeld in twee subgroepen van gelijke grootte op basis van de kwaliteit van de instituties. Op deze manier zien we duidelijk dat de resource curse voornamelijk voorkomt bij landen met inferieure instituties (deel (b) 57 ), terwijl voor de landen met betere instituties de indicatie van een resource curse verdwijnt (deel (c) 58 ). Op deze basis wordt beweerd dat de groei prestaties van landen met veel natuurlijke rijkdommen primair afhangt van de manier waarop de resource rentes verdeeld worden door het institutionele arrangement. We maken een onderscheid tussen producer friendly instituties, waar rent seeking en productie aanvullende activiteiten zijn, en grabber friendly instituties, waar rent seeking en productie competitieve activiteiten zijn. Bij grabber friendly instituten zijn er inkomsten van onproductieve activiteiten door beïnvloeding van de politieke instituties, bijvoorbeeld te wijten aan een zwakke rechtsstaat, slecht werkende bureaucratie en corruptie. Grabber friendly instituties kunnen slecht zijn voor de groei van een land indien de overvloed aan 56 onder ander: Mehlum, Moene en Torvik (2006a) en Knack en Keefer (1995). 57 De landen in deel (b): 1 Bolivië, 2 El Salvdor, 3 Guyana, 4 Guatemala, 5 Philipijnen, 6 Oeganda, 7 Zaïre, 8 Nicaragua, 9 Nigeria, 10 Peru, 11 Honduras, 12 Indonesië, 13 Ghana, 14 Zambië, 15 Marocco, 16 Sri-Lanka, 17 Togo, 18 Algerije, 19 Zimbabwe, 20 Malawi, 21 Dominicaanse Republiek. 58 De landen in deel (c) zijn genummerd als volgt: 1 Tunisië, 2 Tanzania, 3 Madagascar, 4 Jamaica, 5 Senegal, 6 Gabon, 7 Ecuador, 8 Costa-Rica, 9 Venezuela, 10 Kenya, 11 Gambië, 12 Kameroen, 13 Chile, 14 Ivoorkust, 15 Malaysië, 16 Zuid-Africa, 17 Ierland, 18 Noorwegen, 19 Nieuw-Zeeland, 20 België, 21 Nederland. 21

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

De impact van concurrentie op de productmix van exporteurs

De impact van concurrentie op de productmix van exporteurs VIVES BRIEFING 2016/09 De impact van concurrentie op de productmix van exporteurs Koen Breemersch KU Leuven, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen, VIVES 1 DE IMPACT VAN CONCURRENTIE OP DE PRODUCTMIX

Nadere informatie

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013 Internationale varkensvleesmarkt 212-213 In december 212 vond de jaarlijkse conferentie van de GIRA Meat Club plaats. GIRA is een marktonderzoeksbureau, dat aan het einde van elk jaar een inschatting maakt

Nadere informatie

Olie en opkomende markten: Een tweesnijdend zwaard

Olie en opkomende markten: Een tweesnijdend zwaard Olie en opkomende markten: Een tweesnijdend zwaard Date : december 29, 2014 De olieprijs stortte dit jaar in elkaar als gevolg van de volatiliteit op de meeste markten en een tijdelijke onbalans tussen

Nadere informatie

CRB CCR SR/LVN Conclusies van de sociale gesprekspartners op basis van de documentatienota Macro economische context

CRB CCR SR/LVN Conclusies van de sociale gesprekspartners op basis van de documentatienota Macro economische context CRB 2016-0510 SR/LVN 03.02.2016 Conclusies van de sociale gesprekspartners op basis van de documentatienota Macro economische context 2 CRB 2016-0510 Overzicht groei sinds 1996 Onder invloed van de conjuncturele

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

Structurele ondernemingsstatistieken

Structurele ondernemingsstatistieken 1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele

Nadere informatie

HOOFDSTUK 14: OEFENINGEN

HOOFDSTUK 14: OEFENINGEN 1 HOOFDSTUK 14: OEFENINGEN 1. Antwoord met juist of fout op elk van de onderstaande beweringen. Geef telkens een korte a) Indien een Amerikaans toerist op de Grote Markt van Brussel een Deens bier drinkt,

Nadere informatie

HERKOMST EN BESTEMMING GOEDEREN VIA ROTTERDAM

HERKOMST EN BESTEMMING GOEDEREN VIA ROTTERDAM Landen van Herkomst Agribulk Breakbulk Containers Ertsen Kolen LNG Minerale olie Overig droog Overig nat Ruwe olie TOTAAL Algerije 518 562 1.814 2.894 Angola 25 64 2.061 2.150 Argentinië 1.627 142 447

Nadere informatie

Profit. Europa is een van s werelds meest welvarende regio s. en heeft een van de grootste interne markten. Deze

Profit. Europa is een van s werelds meest welvarende regio s. en heeft een van de grootste interne markten. Deze Profit Europa is een van s werelds meest welvarende regio s en heeft een van de grootste interne markten. Deze positie wordt echter bedreigd door de snelle opkomst van Azië, maar ook door het steeds groter

Nadere informatie

Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014

Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014 Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014 1. Samenvatting en conclusies De Nederlandse uitvoerwaarde is in 2013 met 1,0% gestegen t.o.v. dezelfde periode in 2012 tot 433,8 miljard euro. De bescheiden

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) De economie van India is snel gegroeid sinds aan het begin van de jaren 90 verregaande hervormingen werden doorgevoerd in o.a. het handels- en industriebeleid. Groei van

Nadere informatie

Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten

Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten CPB Notitie Datum : 7 april 2004 Aan : Projectdirectie Administratieve Lasten Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten 1 Inleiding Het kabinet heeft in het regeerakkoord het

Nadere informatie

De buitenlandse handel van België - 2009 -

De buitenlandse handel van België - 2009 - De buitenlandse handel van België - 2009 - De buitenlandse handel van België in 2009 (Bron: NBB communautair concept*) Analyse van de cijfers van 2009 Zoals lang gevreesd, werden in 2009 de gevolgen van

Nadere informatie

Inclusive Growth and Development Report 2017 van het World Economic Forum: Bevindingen voor Nederland

Inclusive Growth and Development Report 2017 van het World Economic Forum: Bevindingen voor Nederland Inclusive Growth and Development Report 2017 van het World Economic Forum: Bevindingen voor Nederland Nederland scoort relatief hoog op economische groei en het aanpakken van ongelijkheid, maar de ongelijkheid

Nadere informatie

Overheid en economie

Overheid en economie Overheid en economie Overheid en economie Het aandeel van de overheid in de economie, de overheid als actor en de overheid op regionaal niveau, een verkenning Inleiding Het begrip economische groei komt

Nadere informatie

KU LEUVEN ONDERZOEKSEENHEID CENTRUM VOOR ECONOMISCHE STUDIËN LEUVENSE ECONOMISCHE STANDPUNTEN 2013/138

KU LEUVEN ONDERZOEKSEENHEID CENTRUM VOOR ECONOMISCHE STUDIËN LEUVENSE ECONOMISCHE STANDPUNTEN 2013/138 KU LEUVEN ONDERZOEKSEENHEID CENTRUM VOOR ECONOMISCHE STUDIËN LEUVENSE ECONOMISCHE STANDPUNTEN 2013/138 ZIN EN ONZIN VAN EEN VERLAGING VAN DE PATRONALE LASTEN Paul De Grauwe Departement Economie, KU Leuven

Nadere informatie

Overzicht van het aantal verstrekte beginseltoestemmingen over de jaren

Overzicht van het aantal verstrekte beginseltoestemmingen over de jaren Overzicht van het aantal verstrekte beginseltoestemmingen over de jaren 26-21 1.1. Overzicht betrekking hebbend op de procedure tot opneming van buitenlandse adoptiefkinderen in Nederlandse gezinnen over

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot havo II

Eindexamen economie pilot havo II Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat

Nadere informatie

2. METHODOLOGISCHE AANPASSINGEN

2. METHODOLOGISCHE AANPASSINGEN Integrale versie 2. METHODOLOGISCHE AANPASSINGEN In vergelijking met de vorig jaar gepubliceerde reeksen 2 over de kapitaalgoederenvoorraad (KGV) en de afschrijvingen zijn er drie methodologische aanpassingen

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk Hoofdstuk 1. Inkomen verdienen 1.22 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 1.32 1.33 1.34 D A C C A D B A D D B C D 1.35 a. 1.000.000 425.000 350.000 40.000 10.000 30.000 = 145.000. b. 1.000.000

Nadere informatie

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering. Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

PLANTAGELANDBOUW IN LATIJNS-AMERIKA

PLANTAGELANDBOUW IN LATIJNS-AMERIKA PLANTAGELANDBOUW IN LATIJNS-AMERIKA 0 Lesschema 1 WAT IS PLANTAGELANDBOUW? 1.1 Bestudeer de afbeeldingen en satellietbeelden van plantages 1.2 Input, proces en output 2 WAAR DOET MEN AAN PLANTAGELANDBOUW?

Nadere informatie

Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid

Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid Juli 2013 De evolutie van de werkende beroepsbevolking te Brussel van demografische invloeden tot structurele veranderingen van de tewerkstelling Het afgelopen

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Nigeria. 1. Bevolking en welvaart in Nigeria 2. Voedselvoorziening in Nigeria 3. Nigeria in de wereldeconomie 4. Gezond in Nigeria

Nigeria. 1. Bevolking en welvaart in Nigeria 2. Voedselvoorziening in Nigeria 3. Nigeria in de wereldeconomie 4. Gezond in Nigeria Nigeria 1. Bevolking en welvaart in Nigeria 2. Voedselvoorziening in Nigeria 3. Nigeria in de wereldeconomie 4. Gezond in Nigeria Marèl Smit & Anne Jekel H3T3 1.Bevolking en welvaart in Nigeria Nigeria

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

1 De economische kringloop

1 De economische kringloop 1 De economische kringloop Wat is Marco-economonie? Studie van het verband tussen Gezinnen Bedrijven Overheid Buitenland Welke soorten economische vraagstukken hebben we? Productie Werkloosheid Inflatie

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

2. Simulatie van de impact van een "centen i.p.v. procenten"-systeem

2. Simulatie van de impact van een centen i.p.v. procenten-systeem Bijlage/Annexe 15 DEPARTEMENT STUDIËN Impact van een indexering in centen i.p.v. procenten 1. Inleiding Op regelmatige tijdstippen wordt vanuit verschillende bronnen gesuggereerd om het huidige indexeringssysteem

Nadere informatie

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur :

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur : Oktober 2015 Macro & Markten 1. Rente en conjunctuur : VS Zoals al aangegeven in ons vorig bulletin heeft de Amerikaanse centrale bank FED de beleidsrente niet verhoogd. Maar goed ook, want naderhand werden

Nadere informatie

Remediëringstaak: Vraag en aanbod

Remediëringstaak: Vraag en aanbod Remediëringstaak: Vraag en aanbod Oefening 1: a. Stijging olieprijs blijft beperkt. Je moet een grafiek tekenen waarin je je aanbod naar links laat verschuiven (aanbod daalt) (wegens pijpleidingen die

Nadere informatie

Geografische economie

Geografische economie Geografische economie Een van de meest opmerkelijke aspecten van het economisch systeem is de ongelijkmatige spreiding van bewoning en economische activiteit over de aardbol. Miljoenen mensen wonen hutje-mutje

Nadere informatie

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen Slides en video s op www.jooplengkeek.nl Goede tijden, slechte tijden Soms zit het mee, soms zit het tegen 1 De toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is de verkoopprijs van een product min de ingekochte

Nadere informatie

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Vraag 1 (H1-14) Een schoenmaker heeft een paar schoenen gerepareerd en de klant betaalt voor deze reparatie 16 euro. De schoenmaker

Nadere informatie

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten Arm en Rijk Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten 2.1 Rijk en arm in de Verenigde Staten De rijke Verenigde Staten Je kunt op verschillende manieren aantonen dat de VS een rijk land is. Het BNP

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2009 tot en met 2013

ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2009 tot en met 2013 Ministerie van Veiligheid en Justitie ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 29 tot en met 213 Maart 214 Overzicht van het aantal verstrekte beginseltoestemmingen

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Opgave 1 Buitenland en overheid in de kringloop In de economische wetenschap wordt gebruikgemaakt van modellen. Een kringloopschema is een model waarmee een vereenvoudigd beeld van de economie van een

Nadere informatie

Een aardbeving is een voorbeeld van een eenmalig-permanente en continue schok en de tijdelijke uitval van elektriciteit is bijvoorbeeld een eenmalige

Een aardbeving is een voorbeeld van een eenmalig-permanente en continue schok en de tijdelijke uitval van elektriciteit is bijvoorbeeld een eenmalige Samenvatting Een economische schok is een drastische verandering in het evenwicht of de continuïteit van een systeem. De wereld wordt gekenmerkt door een veelheid van schokken. En elke schok lijkt de economie

Nadere informatie

ALGEMENE ECONOMIE /03

ALGEMENE ECONOMIE /03 HBO Algemene economie Raymond Reinhardt 3R Business Development raymond.reinhardt@3r-bdc.com 3R 1 M Productiefactoren: alle middelen die gebruikt worden bij het produceren: NOKIA: natuur, ondernemen, kapitaal,

Nadere informatie

0. Wat is Macro-economie? 1. Totale Productie ( Aggregate Output ) 2. Werkloosheid 3. Prijsstijging (Inflatie) 4. Wegwijzer = Structuur cursus

0. Wat is Macro-economie? 1. Totale Productie ( Aggregate Output ) 2. Werkloosheid 3. Prijsstijging (Inflatie) 4. Wegwijzer = Structuur cursus Economie De basis 0. Wat is Macro-economie? 1. Totale Productie ( Aggregate Output ) 2. Werkloosheid 3. Prijsstijging (Inflatie) 4. Wegwijzer = Structuur cursus Slide #2 2.0 Wat is macro-economie Slide

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Dossier regionale luchthavens. 0. Aanleiding:

Dossier regionale luchthavens. 0. Aanleiding: Dossier regionale luchthavens 0. Aanleiding: In 2004 presenteerde het Vlaams Forum Luchtvaart een rapport en aanbevelingen aan de Vlaamse regering over de luchtvaart in Vlaanderen [2]. Belangrijk onderdeel

Nadere informatie

Ontwikkeling in de melkmarkt 21/04/2015

Ontwikkeling in de melkmarkt 21/04/2015 Ontwikkeling in de melkmarkt 21/04/2015 Melk- en voermarkt kort samengevat Vooruitzichten voor de melkmarkt zijn pover tot aan de zomer De melkmarkt is in de ban van het einde van de melkquotering o Afwachtende

Nadere informatie

1 Volledige of volkomen competitieve markten Om te spreken van volkomen concurrentie moeten er 4 voorwaarden vervuld zijn:

1 Volledige of volkomen competitieve markten Om te spreken van volkomen concurrentie moeten er 4 voorwaarden vervuld zijn: Competitieve markten van 6 COMPETITIEVE MARKTEN Marktvormen Welke verschilpunten stel je vast als je het aantal aanbieders en het aantal vragers vergelijkt op volgende markten? a/ Wisselmarkt b/ Markt

Nadere informatie

Internationale Economie. Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s

Internationale Economie. Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s Internationale Economie Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s Wim Boonstra, 27 november 2014 Basisscenario: Magere groei wereldeconomie, neerwaartse risico s De wereldeconomie

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen 2015-02-17 Links: Publicatie BelgoStat Online Algemene informatie Broos herstel in 2013 na krimp in 2012 in Brussel en Wallonië; verdere groeivertraging in 2013 in

Nadere informatie

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE Studie in opdracht van Fevia Inhoudstafel Algemene context transport voeding Enquête voedingsindustrie Directe

Nadere informatie

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten?

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten? 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten? 3) Wat zijn negatief externe effecten? 4) Waarom is deze maatstaf niet goed genoeg? Licht toe. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte

Nadere informatie

Btw-verhogingen en indexsprong... Een explosieve cocktail voor de koopkracht

Btw-verhogingen en indexsprong... Een explosieve cocktail voor de koopkracht PVDA Studiedienst Februari 2015 M. Lemonnierlaan 171 1000 Brussel http://pvda.be/pvda/studiedienst Btw-verhogingen en indexsprong... Een explosieve cocktail voor de koopkracht Volgens de regering heeft

Nadere informatie

Economie. 1 Kempense economie presteert in de Vlaamse middenmoot Kempen Provincie Antwerpen Vlaams Gewest

Economie. 1 Kempense economie presteert in de Vlaamse middenmoot Kempen Provincie Antwerpen Vlaams Gewest Streekpact 2013-2018 Cijferanalyse Publicatiedatum: 30 september 2013 Contactpersoon: Severine Appelmans Economie Samenvatting 14,75 miljard euro aan waardecreatie (BBP) BBP per inwoner net boven Vlaamse

Nadere informatie

ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2008 tot en met 2012

ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2008 tot en met 2012 Ministerie van Veiligheid en Justitie ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 28 tot en met 212 Maart 213 Overzicht van het aantal verstrekte beginseltoestemmingen

Nadere informatie

Persinformatie. Uitdagende marktomgeving biedt ook kansen. Nieuwe directievoorzitter wil groei voortzetten

Persinformatie. Uitdagende marktomgeving biedt ook kansen. Nieuwe directievoorzitter wil groei voortzetten Persinformatie Uitdagende marktomgeving biedt ook kansen Nieuwe directievoorzitter wil groei voortzetten Mario Mehren: strategie Wintershall blijkt succesvol 2 juni 2015 Michael Sasse Tel. +49 561 301-3301

Nadere informatie

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 11

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 11 OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk Open Vragen OEFENING a) i. De vraagcurve van arbeid verschuift naar rechts. ii. Daar we in de korte termijn zijn, kan de kapitaalstock niet worden aangepast aan de stijging

Nadere informatie

3.2 De omvang van de werkgelegenheid

3.2 De omvang van de werkgelegenheid 3.2 De omvang van de werkgelegenheid Particuliere bedrijven en overheidsbedrijven nemen mensen in dienst. Collectieve sector = Semicollectieve sector = De overheden op landelijk, provinciaal en lokaal

Nadere informatie

FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN

FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Juli 2014 Statistisch verslag van de arbeidsongevallen van 2013 - Privésector 1 Aanpassing van de formule van de gevolgen van arbeidsongevallen 1.1 EVOLUTIE IN DE OVERDRACHT

Nadere informatie

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein De Verenigde Staten gaan meestal voorop bij het herstel van de wereldeconomie. Maar terwijl een gerenommeerd onderzoeksburo recent verklaarde dat de Amerikaanse

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 14 december 2016

PERSBERICHT Brussel, 14 december 2016 PERSBERICHT Brussel, 14 december 2016 Een al bij al zeer moeilijk jaar voor landbouwers De heeft samen met de gewestelijke overheden en deskundigen ter zake de voorlopige schattingen van de Belgische landbouweconomische

Nadere informatie

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap 1 Rekenen met procenten, basispunten en procentpunten... 1 2 Werken met indexcijfers... 3 3 Grafieken maken en lezen... 5 4a Tweedegraads functie: de parabool...

Nadere informatie

COMMERCIËLE RESULTATEN 1 e HALFJAAR 2015

COMMERCIËLE RESULTATEN 1 e HALFJAAR 2015 PERSBERICHT 07/07/2015 COMMERCIËLE RESULTATEN 1 e HALFJAAR 2015 Renault wint terrein in Europa en consolideert zijn positie In het eerste halfjaar was er een lichte stijging van het aantal inschrijvingen

Nadere informatie

De regionale impact van de economische crisis

De regionale impact van de economische crisis De regionale impact van de economische crisis Damiaan Persyn Vives Beleidspaper 11 Juli 2009 VIVES Naamsestraat 61 bus 3510 3000 Leuven - Belgium Tel: +32 16 32 42 22 www.econ.kuleuven.be/vives De regionale

Nadere informatie

De Pensioenkrant. Wilt u ook uw pensioen veilig stellen? Lees verder in de pensioenkrant...

De Pensioenkrant. Wilt u ook uw pensioen veilig stellen? Lees verder in de pensioenkrant... De Pensioenkrant Wilt u ook uw pensioen veilig stellen? Lees verder in de pensioenkrant... Het probleem Levensstandaard behouden wordt moeilijker Uit cijfers van het nationaal instituut voor statistiek

Nadere informatie

Kunstlaan 47-49, 1000 BRUSSEL Eric AERDEN Vooruitgangsstraat 56, 1210 BRUSSEL T GSM Persbericht

Kunstlaan 47-49, 1000 BRUSSEL Eric AERDEN Vooruitgangsstraat 56, 1210 BRUSSEL T GSM Persbericht Cel Externe Communicatie Kunstlaan 47-49, 1000 BRUSSEL Eric AERDEN Vooruitgangsstraat 56, 1210 BRUSSEL T. 02-2773408 GSM 0473-916424 Persbericht Datum: 26 november 2007 Betreft: Bijna 200 indicatoren geven

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo II

Eindexamen economie 1-2 vwo II Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een

Nadere informatie

REISBEURZEN 2014. Studenten reizen naar het Zuiden

REISBEURZEN 2014. Studenten reizen naar het Zuiden REISBEURZEN 2014 Studenten reizen naar het Zuiden Wat? Wie? Waarom? Hoe? Ik? Duurzaam beheer van land en water in Tanzania Duurzame landbouw in Ecuador Toepassingen met niet-metallische materialen in Ecuador

Nadere informatie

Remediëringstaak: Vraag en aanbod

Remediëringstaak: Vraag en aanbod Remediëringstaak: Vraag en aanbod 1. Studeer opnieuw de leerstof van vraag en aanbod in. Tracht steeds zeer inzichtelijk te studeren: ga na dat je alle redeneringen die we in de klas / cursus maakten snapt.

Nadere informatie

De macro-economische vooruitzichten voor de wereldeconomie: evenwichtige groei in Europa, terugval in de Verenigde Staten en Japan

De macro-economische vooruitzichten voor de wereldeconomie: evenwichtige groei in Europa, terugval in de Verenigde Staten en Japan Economie en onderneming De macro-economische vooruitzichten 2006-2012 voor de wereldeconomie: evenwichtige groei in Europa, terugval in de Verenigde Staten en Japan Meyermans, E. & Van Brusselen, P. (2006).

Nadere informatie

Transfers & Regionale Groei. Damiaan Persyn

Transfers & Regionale Groei. Damiaan Persyn 1 Naamsestraat 61 - bus 3510 B-3000 Leuven - BELGIUM Tel : 32-16-324222 vives@econ.kuleuven.be VIVES Briefings 2010 MEI Transfers & Regionale Groei Damiaan Persyn 1 Wie was Vivès? Juan Luis Vivès (1492-1540)

Nadere informatie

WE KUKELEN DE AFGROND IN

WE KUKELEN DE AFGROND IN Fietsers komen de pont af bij steiger De Ruyterkade, februari 1951 Foto Ben van Meerendonk/Algemeen Hollands Fotopersbureau, collectie IISG, Amsterdam Heeft u wel eens van EROEI gehoord? De meeste mensen

Nadere informatie

Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit van belang:

Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit van belang: economie 1 Compex Correctievoorschrift HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel

Nadere informatie

H1: Economie gaat over..

H1: Economie gaat over.. H1: Economie gaat over.. 1: Belangen Geld is voor de economie een smeermiddel, door het gebruik van geld kunnen we handelen, sparen en goederen prijzen. Belangengroep Belang = Ze komen op voor belangen

Nadere informatie

Rabobank Food & Agri. Druk op varkensvleesmarkt blijft. Kwartaalbericht Varkens Q2 2015

Rabobank Food & Agri. Druk op varkensvleesmarkt blijft. Kwartaalbericht Varkens Q2 2015 Rabobank Food & Agri Kwartaalbericht Varkens Q2 2015 Druk op varkensvleesmarkt blijft De vooruitzichten voor de Nederlandse varkenshouderij voor het tweede kwartaal 2015 blijven mager. Ondanks de seizoensmatige

Nadere informatie

Paradoxaal genoeg hebben juist veel landarbeiders geen toegang tot betaalbaar groenten en fruit

Paradoxaal genoeg hebben juist veel landarbeiders geen toegang tot betaalbaar groenten en fruit DAAR PLUKKEN DE BOEREN DE VRUCHTEN VAN HET SUCCES VAN GRUPO HUALTACO Groenten en fruit zijn niet alleen gezond voor ons lichaam, maar ook voor de wereldeconomie. De groente- en fruitsector is een van de

Nadere informatie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie De Global Entrepreneurship Monitor (GEM) is een jaarlijks onderzoek dat een beeld geeft van de ondernemingsgraad van een land. GEM

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 q v = 200 1,25 + 450 = 200 q a

Nadere informatie

Polsslag Ondernemend Limburg juli 2015: +4,8 Ondernemersvertrouwen op hoogste peil in 4 jaar Nog geen hitterecords voor Limburgse economie

Polsslag Ondernemend Limburg juli 2015: +4,8 Ondernemersvertrouwen op hoogste peil in 4 jaar Nog geen hitterecords voor Limburgse economie Ieder kwartaal peilen VKW Limburg en UNIZO-Limburg naar het aanvoelen van de Limburgse ondernemers en bedrijfsleiders over de economische gang van zaken in de bedrijven. De resultaten van deze bevraging

Nadere informatie

Olie crisis? 24 juni 2014

Olie crisis? 24 juni 2014 24 juni 2014 Olie crisis? De prijs van olie heeft invloed op financiële markten. Een stijgende olieprijs verhoogt de inflatie en heeft een remmend effect op de economische groei. In de jaren 2006-2011

Nadere informatie

Tabel 69: Verdeling van het gavpppd volgens geslacht en hoofdvervoerswijze. meerdere verplaatsingen heeft gemaakt.

Tabel 69: Verdeling van het gavpppd volgens geslacht en hoofdvervoerswijze. meerdere verplaatsingen heeft gemaakt. 2.2 Gavpppd en socio-economische kenmerken Iedereen die mobiliteit en verplaatsingsgedrag bestudeert, heeft wellicht al wel eens van een studie gehoord waarin socio-economische kenmerken gebruikt worden

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd?

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Bijdrage prof. dr. Kees Goudswaard / 49 Financiering van de AOW: solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Deze vraag staat centraal in de bij drage van bijzonder hoogleraar Sociale zekerheid prof.

Nadere informatie

Introductie netwerk en analytisch kader groene groei Prof. dr. Marjan Hofkes en Prof. dr. Harmen Verbruggen

Introductie netwerk en analytisch kader groene groei Prof. dr. Marjan Hofkes en Prof. dr. Harmen Verbruggen Introductie netwerk en analytisch kader groene groei Prof. dr. Marjan Hofkes en Prof. dr. Harmen Verbruggen Vrije Universiteit Seminar Netwerk Groene Groei 8 september 2015, Den Haag Netwerk Groene Groei

Nadere informatie

Persbericht. Economie groeit 0,9 procent in eerste kwartaal Centraal Bureau voor de Statistiek. Kwartaal-op-kwartaalgroei aangetrokken

Persbericht. Economie groeit 0,9 procent in eerste kwartaal Centraal Bureau voor de Statistiek. Kwartaal-op-kwartaalgroei aangetrokken Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB04-103 1 juli 2004 9.30 uur Economie groeit 0,9 procent in eerste kwartaal 2004 De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van 2004 met 0,9 procent

Nadere informatie

Eindexamen havo economie oud programma I

Eindexamen havo economie oud programma I Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat mensen met een hoog

Nadere informatie

Inleiding We hebben gezien uit welke componenten het nationaal product en het nationaal inkomen bestaat.

Inleiding We hebben gezien uit welke componenten het nationaal product en het nationaal inkomen bestaat. Bestedingsevenwicht - 1 van 15 MACRO-ECONOMISCH BESTEDINGSEVENWICHT Welke factoren bepalen de grootte van het nationaal inkomen? Inleiding We hebben gezien uit welke componenten het nationaal product en

Nadere informatie

Economie in 2015 Kans of kater?

Economie in 2015 Kans of kater? Economie in 2015 Kans of kater? Nico Klene Economisch Bureau Doorwerth 6 november 2014 Wat verwacht ú: - kans? - kater? 2 Opbouw - Buitenland: mondiale groei houdt aan - Nederland 3 VS: groei weer omhoog

Nadere informatie

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Vraag 1 Bin. Munt/Buit. munt Hoeveelheid buitenlandse munt Beschouw bovenstaande grafiek met op de Y-as de hoeveelheid binnenlandse

Nadere informatie

GEEN AARDSCHOK IN DE BOUW, MAAR HERSTEL IS NIET VOOR MORGEN!

GEEN AARDSCHOK IN DE BOUW, MAAR HERSTEL IS NIET VOOR MORGEN! GEEN AARDSCHOK IN DE BOUW, MAAR HERSTEL IS NIET VOOR MORGEN! De balans 2008 ziet er nog goed uit De productie heeft stand gehouden... Volgens de ramingen van het Instituut voor de Nationale Rekeningen

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-II Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 0,15 0,12 100% = 25%

Nadere informatie

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3 LESBRIEF VERVOER havo 4 blok 3 Inhoud Met de taxi of met de fiets (kosten, opbrengsten, winst, mo, mk) Verzekeren tegen risico (verzekeren) De lucht in (vraag, aanbod, surplus) Het beroepsgoederenvervoer

Nadere informatie

Wederom onrust op de beurs: hoe nu verder?

Wederom onrust op de beurs: hoe nu verder? Wederom onrust op de beurs: hoe nu verder? Net als we vorig jaar meerdere keren hebben gezien, zijn de beurzen wederom bijzonder nerveus en vooral negatief. Op het moment van schrijven noteert de AEX 393

Nadere informatie

CPB-reactie op OESOstudie over de relatie tussen inkomensongelijkheid. economische groei

CPB-reactie op OESOstudie over de relatie tussen inkomensongelijkheid. economische groei CPB Notitie 22 december 2014 CPB-reactie op OESOstudie over de relatie tussen inkomensongelijkheid en economische groei Uitgevoerd op verzoek van de vaste commissie Financiën van de Tweede Kamer CPB Notitie

Nadere informatie

Type special need bij geadopteerde kinderen in 2009

Type special need bij geadopteerde kinderen in 2009 Type special need bij geadopteerde kinderen in 29 8% 8% verhoogd med. risico 42% 6% < 4 operaties operaties + revalidatie 5% soc.emo. belaste achtergrond % Afrika 4% 3% % 4% 2% verhoogd risico < 4 operaties

Nadere informatie