KRACHTIGE LEEROMGEVINGEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "KRACHTIGE LEEROMGEVINGEN"

Transcriptie

1 Bron: KRACHTIGE LEEROMGEVINGEN LEERMATERIAAL MODULE 6: ONDERWIJSTECHNOLOGIE Academiejaar Prof. dr. Tammy Schellens

2 INHOUDSTAFEL INLEIDING Raes, A., & Schellens, T. (2011).Net- generatie, feit of mythe? Kenmerken van mediagebruik van jongeren, in Gombeir, D. (red.), ICT en onderwijsvernieuwing, Mechelen: Plantyn. THEORETISCH KADER Simons, P. R. (2002). Digitale didactiek. IVLOS, Universiteit Utrecht. Kennisnet (2010). Maak kennis met TPACK. SOCIALE MEDIA Mason, R., & Rennie, F. (2008). E- Learning and Social Networking Handbook. Resources for Higher Education. New York: Routledge. o Chapter 4. The Tools in Practice (ter inspiratie) MOBIELE TECHNOLOGIE Montrieux, H., Vanderlinde, R., Courtois, C., Schellens, T., & De Marez, L. (accepted). A qualitative study about the implementation of tablet computers in secondary education: the teachers role in this process. Manuscript accepted for publication in Procedia - Social and Behavioral Sciences FLIPPING THE CLASSROOM Kennisnet (2013). Flipping the classroom. WEBLECTURES Preston, G., Phillips, R., Gosper, M., McNeill, M., Woo, K., & Green, D. (2010). Web- based lecture technologies: Highlighting the changing nature of teaching and learning. Australasian Journal of Educational Technology, 26(6),

3 ALGEMEEN KADER GENERATIEKLOOF 1 1 Net-generatie, feit of mythe? Kenmerken van mediagebruik van jongeren Annelies Raes en Tammy Schellens Vakgroep Onderwijskunde, Universiteit Gent 1. De jongeren van vandaag (wat over hen geschreven wordt) 1.1. Snel en ongeduldig 1.2. Learning by doing 1.3. Resultaatgericht 1.4. Sociaal en interactief 1.5. Multitasking 1.6. Visuele ingesteldheid 1.7. Verbonden en mobiel 2. Feit of mythe? 3. We vragen het de jongeren zelf 3.1. Mix van jongeren 3.2. Kenmerken van jongeren 3.3. Gebruik van technologie en technologische vaardigheden 4. Feit of mythe? Conclusie 5. Literatuur ICT EN ONDERWIJSVERNIEUWING AFL. 27, OKTOBER 2011, 59 MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN

4 ALGEMEEN KADER GENERATIEKLOOF 1 2 Krachtlijnen In de literatuur worden allerlei kenmerken geassocieerd met hedendaagse jongeren en de impact ervan op het onderwijs. De nieuwe generatie jongeren krijgt heel wat labels opgeplakt die doen vermoeden dat deze jongeren sterk verschillen van oudere generaties door hun uitvoerig gebruik van (nieuwe) technologieën en media. De vraag binnen dit artikel is echter of deze zogenaamde net-generatie wel degelijk zo verschilt van vorige generaties. Daarnaast wordt ook ingegaan op het gebruik van technologie en technologische vaardigheden binnen het Web 2.0-tijdperk. Bijna 200 Vlaamse scholieren kregen een vragenlijst voorgeschoteld om te achterhalen of deze veronderstellingen via empirisch onderzoek bevestigd zouden worden. De resultaten tonen echter aan dat jongeren onderling sterk van elkaar verschillen in zowel hun gebruik van technologie als de toegeschreven kenmerken en dat de kloof tussen generaties sterk genuanceerd moet worden. MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN AFL. 27, OKTOBER 2011, 60 ICT EN ONDERWIJSVERNIEUWING

5 ALGEMEEN KADER GENERATIEKLOOF De jongeren van vandaag (wat over hen geschreven wordt) jongeren krijgen een aantal labels opgeplakt Zowel vanuit de media als in de onderwijswereld krijgen jongeren van vandaag een aantal labels opgeplakt, zoals digital natives (Prensky, 2001), de net-generatie (Oblinger & Oblinger, 2005), screenagers (Rushkoff, 1997) en generatie Einstein (Boschma & Groen, 2006). Deze labels verwijzen niet alleen naar het gemak waarmee jongeren zich op de informatiesnelweg bewegen, ze doen ook uitschijnen dat de jeugd ánders zou zijn. Dat het leven van jongeren doordrongen is van technologie, is steevast een van de basisassumpties die wordt aangehaald wanneer men de net-generatie typeert (Bennett, Maton & Kervin, 2008). Verschillende auteurs menen dat deze generatie beschikt over zeer complexe technologische vaardigheden en een compleet nieuwe bagage van intellectuele capaciteiten (Tapscott, 1998; Howe & Strauss, 2000; Prensky, 2001; Oblinger & Oblinger, 2005). Volgens hen zal deze generatie jongeren het onderwijs compleet veranderen en bijgevolg ook de maatschappij en het werkleven. kenmerken van de net-generatie In overeenstemming met de bovenstaande labels worden ook allerlei eigenschappen geassocieerd met de hedendaagse jongeren en de impact daarvan op het onderwijs. Uit de kenmerken die de bovenstaande auteurs toekennen aan de net-generatie, destilleerde het Nederlandse Expertisecentrum ICT in het onderwijs voor hun trendstudie zeven kenmerken van de net-generatie. Die kenmerken zijn 1) snel en ongeduldig; 2) learning by doing; 3) sociaal en interactief; 4) resultaatgericht; 5) multitasking; 6) visueel ingesteld en 7) verbonden en mobiel (Rubens, De Jong & Prozee, 2006). Deze zeven kenmerken worden hieronder meer uitgebreid besproken Snel en ongeduldig twitch speed en zapcultuur Oblinger & Oblinger schrijven in hun boek Educating the Net Generation (2005) dat hedendaagse jongeren snel zijn en ook eenzelfde snelheid van anderen verwachten, of dit nu gaat om het reageren op chat- of sms-berichten of om het handelen in een computerspel. Anderen noemen het ongeduld, maar de net-generatie zelf noemt het directheid; handelingen moeten razendsnel gebeuren. Daarbij krijgt snelheid voorrang op kwaliteit: ze hechten meer waarde aan de snelheid van uitvoering dan aan de accuraatheid ervan. Veen & Jacobs (2004) duiden dit onder de term twitch speed : van de hak op de tak springen en op hypertekstuele wijze denken. Hypertekst bevat namelijk koppelingen naar andere pagina s en op die manier zapt men doorheen de informatie op een niet-lineaire wijze, wat tot gevolg heeft dat de net-generatie één verhaal of sequentie ICT EN ONDERWIJSVERNIEUWING AFL. 27, OKTOBER 2011, 61 MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN

6 ALGEMEEN KADER GENERATIEKLOOF 1 4 nog moeilijk kan volgen. Bronneman-Helmers (2006) noemt dit een zapcultuur. Jongeren willen direct hun behoeften bevredigd zien. Alles moet hier en nu gebeuren. Ze willen niet wachten of zich vervelen. Daardoor ontwikkelen ze een kortere attentiespanne die enkel gevoed kan worden door sterk stimulerende visuele informatie (Veen & Jacobs, 2004) Learning by doing leren door te experimenteren Een tweede kenmerk dat gekoppeld wordt aan de jongeren van vandaag is dat ze learning by doing verkiezen boven luisteren (Brown, 2005). Het leren door middel van experimenteren, het proefondervindelijk vaststellen hoe iets werkt, wordt als een van de voorkeuren van de net-generatie genoemd. Jongeren neigen ernaar vooral met concrete problemen aan de slag te gaan die voortvloeien uit hun persoonlijke doelen in plaats van abstracte en onpersoonlijke doelen. Daarnaast impliceert het leren door te doen ook dat de net-generatie tweerichtingscommunicatie verwacht. Zij willen niet alleen ontvangen, maar ook uitzenden Resultaatgericht Een derde kenmerk dat voorvloeit uit het vorige, is de resultaatgerichtheid en de behoefte tot presteren van jongeren. De net-generatie vraagt zich vaak af wat het doel is van een bepaalde activiteit en handelt slechts als aan deze handeling een bepaalde beloning gekoppeld is. DeBard (2004) vindt hedendaagse jongeren de meest resultaatgerichte generatie uit de geschiedenis. Ze willen duidelijke deadlines en parameters, zodat ze schematisch te werk kunnen gaan. Hun voorkeur gaat dan ook uit naar het halen van doelen op een gestructureerde manier (Howe & Straus, 2006) Sociaal en interactief contacten onderhouden d.m.v. ICT De net-generatie werkt graag samen met anderen en vindt het belangrijk om door middel van ICT contacten te onderhouden met anderen. Jongeren staan constant met elkaar in contact, waardoor informatie razendsnel verspreid wordt en nieuwe technologieën zoals Twitter bevorderen dit gedrag nog. Zij hechten aan technologie dan ook emotionele waarde, want het is een wijze waarop zij interageren met hun sociaal netwerk. Tapscott (1998) meent in zijn boek Growing up digital: The rise of the Net Generation dat het vierde kenmerk van de net-generatie, de interactiviteit, de kern van de cultuur van de net-generatie vormt. Hun aandacht MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN AFL. 27, OKTOBER 2011, 62 ICT EN ONDERWIJSVERNIEUWING

7 ALGEMEEN KADER GENERATIEKLOOF 1 5 verschuift van passieve, broadcast-media naar interactieve media zoals sms, , weblog,... Interactiviteit vertaalt zich bij de net-generatie meer bepaald in het onderhouden van contacten (Oblinger & Oblinger, 2005). Dit doen ze bijvoorbeeld via IM-programma s (instant messaging), zoals MSN Messenger of sociale netwerksites zoals Facebook. Hoewel onlinecommunicatie vaak beschouwd wordt als het tegenovergestelde van persoonlijk contact, zien hedendaagse jongeren dit anders Multitasking snel van activiteit veranderen Meerdere dingen tegelijk doen, multitasking in het Engels, wordt door velen aangehaald (Veen & Jacobs, 2004; Oblinger & Oblinger, 2005; Hartman, Moskal & Dziuban, 2005) als een volgend kenmerk van de netgeneratie. Volgens Oser (2005) vormt het een integraal onderdeel van de levensstijl van de net-generatie jongeren. Er wordt mee bedoeld dat jongeren snel overschakelen van de ene activiteit naar de andere, waarbij zij vaak activiteiten simultaan uitvoeren. Sommigen noemen de net-generatie zelfs continuous multitaskers (Hartman, Moskal & Dziuban, 2005, p. 64). Veen en Jacobs (2004) geven aan dat multitasken wel veel concentratie vereist, maar dat een jongere uit de net-generatie door de parallelle verwerking veel meer informatie kan verwerken dan in de generaties vóór hem gebruikelijk was. Ogenschijnlijk is er een relatie tussen het niet-lineair denken (kenmerk 1) en het hebben van meerdere simultane bezigheden (Prozee, 2006) Visuele ingesteldheid voorkeur voor beelden boven tekst Door de toename aan multimediale middelen lijkt het wereldbeeld van jongeren visueel van aard en gaan zij zich dan ook sterker laten leiden door afbeeldingen dan door tekst. In Educating the Net Generation menen Oblinger & Oblinger (2005) dat de net-generatie zich meer thuis voelt in een sterk visuele dan in een tekstrijke omgeving. Ze weigeren zelfs lange teksten te lezen. In plaats daarvan kiezen ze om dingen echt te doen, te ervaren. Vanuit hun intuïtie gaan ze ook vaker visueel communiceren. Bovendien zijn hedendaagse jongeren opgegroeid in een beeldcultuur. Die beelden zijn er niet louter ter aanvulling van geschreven tekst, maar dragen betekenis op zich (Veen & Jacobs, 2004). Volgens Oblinger & Oblinger (2005) groeit het verlangen naar visueel materiaal steeds meer in elke opeenvolgende cohort van studenten. Hun wereldbeeld wordt zelfs visueel van aard: For the Net Gen, nearly every part of life is presented in multimedia format (Windham, 2005a, p. 48). ICT EN ONDERWIJSVERNIEUWING AFL. 27, OKTOBER 2011, 63 MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN

8 ALGEMEEN KADER GENERATIEKLOOF Verbonden en mobiel mobiele telefoon: verlengstuk van het lichaam Een laatste kenmerk van de net-generatie is het mobiel zijn en voorzien zijn van communicatietechnologie om op verschillende plaatsen in verbinding te staan met onder andere hun sociale kring. Ze zijn dan ook bij uitstek een communicerende generatie (Veen & Jacobs, 2004). Het gebruik van mobiele telefoons is geen luxe meer, maar wordt als vanzelfsprekend gezien. Voor de net-generatie heeft deze communicatietechnologie dan ook een enorm grote betekenis: ze staan constant in contact met hun sociale netwerken en zijn overal en altijd bereikbaar (Veen & Jacobs, 2004). Uit onderzoek van Kvavik (2005) en Kennedy (2007) blijkt dat studenten frequent gebruikmaken van , gsm, internetzoekmachines en mobiel telefoneren. Volgens Hartmann (2003) is de mobiele telefoon gewoonweg een verlengstuk van het lichaam van hedendaagse jongeren. 2. Feit of mythe? verschilt netgeneratie van andere generaties? Uit het bovenstaande kunnen we concluderen dat er reeds veel geschreven is over de net-generatie en dit alles geeft de indruk dat we te maken zouden hebben met een generatie leerlingen die over andere en nieuwe leerstijlen en voorkeuren beschikt. Deze karakteristieken worden namelijk als universele kenmerken toegeschreven aan de net-generatie en het valt op dat deze generatie steeds in een positief daglicht wordt geplaatst. Ze zijn intelligenter, sneller, socialer, multitaskers, visueel ingesteld, onderzoekend, nieuwsgierig, gericht op samenwerking, enzovoort (Van Vliet, 2009). Toch is het nog zeer onduidelijk wat het resultaat is van de opmars van technologie, evenals de cognitieve transformaties die technologieën zouden voortbrengen onder jongeren en jongvolwassenen. De grote vraag binnen dit artikel is dan ook of de net-generatie wel degelijk zo erg verschilt van andere generaties. Het valt namelijk op, zoals reeds aangegeven door Rubens, De Jong & Prozee (2006), dat de bovenstaande beweringen, eigenschappen en labels voornamelijk zijn gebaseerd op opiniërende artikelen of bijdragen. Bijgevolg wordt er gepleit voor meer empirische studies waar jongeren zelf het object van onderzoek zijn. 3. We vragen het de jongeren zelf vragenlijst In totaal kregen 178 leerlingen een vragenlijst voorgeschoteld. Deze vragenlijst bestond uit drie delen. Een eerste deel peilde naar persoonsgegevens. Een tweede deel peilde aan de hand van stellingen naar de mate AFL. 27, OKTOBER 2011, 64 ICT EN ONDERWIJSVERNIEUWING MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN

9 ALGEMEEN KADER GENERATIEKLOOF 1 7 waarin de net-generatie beschikt over de kenmerken zoals ze beschreven worden in de literatuur. Een derde deel peilde ten slotte naar het gebruik van technologie en technologische vaardigheden. Leerlingen moesten eerst aangeven in welke mate ze gebruikmaken van nieuwe media en technologieën en vervolgens moesten ze zichzelf scoren met betrekking tot verschillende technologische vaardigheden Mix van jongeren Zoals we kunnen opmaken uit Tabel 1, is de groep leerlingen die deze vragenlijst invulde, een goede mix wat geslacht en leerjaar betreft. De gemiddelde leeftijd van de bevraagde groep was zestien jaar en dus een goede representatie van de net-generatie. Tabel 1: absoluut en procentueel aantal leerlingen per leerjaar naargelang van geslacht Leerjaar Totaal Geslacht Vrouw N % totaal 7,3 % 3,9 % 13,5 % 11,8 % 3,9 % 13,5 % 53,9 % Man N % totaal 5,6 % 2,8 % 10,7 % 6,7 % 11,2 % 9,0 % 46,1 % Totaal N % totaal 12,9 % 6,7 % 24,2 % 18,5 % 15,2 % 22,5 % 100 % 3.2. Kenmerken van jongeren vergelijking net-generatie en oudere generatie Aan de hand van stellingen binnen de vragenlijst werd nagegaan in hoeverre de net-generatie beschikt over de kenmerken zoals ze beschreven worden in de literatuur. Achteraf werd een selectie uit deze stellingen voorgelegd aan een oudere generatie, namelijk een 60-tal leden van de VVBAD, de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatie. Het vergelijken van de scores van enerzijds de net-generatiejongeren (12-18 jaar) met anderzijds de scores van de VVBAD-leden (25-60 jaar) biedt een interessant perspectief. Per kenmerk selecteerden we één stelling waarvan de vergelijkbare resultaten weergeven worden voor enerzijds de 13- tot 18-jarigen en anderzijds de leeftijdsgroep 25- tot 60- jarigen. ICT EN ONDERWIJSVERNIEUWING AFL. 27, OKTOBER 2011, 65 MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN

10 ALGEMEEN KADER GENERATIEKLOOF 1 8 Uit Figuur 1 kunnen we opmaken dat bepaalde kenmerken van jongeren bevestigd worden. Meer dan 80 % geeft aan dat zij snel een antwoord terug verwachten wanneer zij een of sms versturen en dat ze webpagina s nooit helemaal lezen, maar er veeleer doorheen zappen. Het gaat hierbij om items die peilen naar het kenmerk snel en ongeduldig. Frappant is echter dat eenzelfde antwoordenpatroon is vast te stellen bij de groep jarigen. Eenzelfde patroon zien we ook bij de stelling Ik heb het moeilijk mij te concentreren bij het lezen van lange stukken tekst, waarbij in beide leeftijdsgroepen ongeveer 60 % aangeeft hier veeleer niet of helemaal niet akkoord mee te zijn en ongeveer 40 % hier wel akkoord mee gaat. Wel meer jongeren dan ouderen geven aan zich meer te laten leiden door afbeeldingen en minder door tekst en hebben dus een grotere visuele ingesteldheid. Een groter verschil merken we op voor het kenmerk verbonden en mobiel zijn. Ongeveer 70 % geeft aan nood te hebben aan internet in de vakantie. Minder, maar toch 50 % van de oudere leeftijdgroep geeft dit ook aan. Ook scoren beide leeftijdsgroepen de stelling met betrekking tot het multitasken verschillend. Bijna 85 % geeft aan te kunnen multitasken, terwijl slechts 55 % van de jarigen dit aangeeft. Een interessante vaststelling is dat dan toch de helft van de jongeren aangeeft dat het internet hen afleidt van hun (huis)werk. Moeten we hieruit afleiden dat ze dan toch niet zo goed kunnen multitasken? Onderzoek van o.a. Prozee (2006) geeft aan dat moeilijke taken niet samengaan met multitasken, omdat ze anders onmogelijk of vertraagd worden. Jongeren geven wel aan dat ze het doen, maar de kloof tussen het doen en het kunnen is groot. Ze multitasken meestal switchend en scha- MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN AFL. 27, OKTOBER 2011, 66 ICT EN ONDERWIJSVERNIEUWING

11 ALGEMEEN KADER GENERATIEKLOOF 1 9 kelen zaken uit indien de taak belangrijk wordt. Dit werd bevestigd door een grootschalig onderzoek van Mijn Kind Online (2006), waarin 800 scholieren gevraagd werden naar de grootste nadelen van het internet. De koploper onder de nadelen was dat het internet hun huiswerk in de weg zit. kenmerken niet specifiek voor jongeren Al zien we dat bepaalde kenmerken door een grote groep jongeren worden bevestigd, moeten we toch concluderen dat de naar voren geschoven kenmerken van de net-generatie niet steeds homogene kenmerken zijn die voor álle jongeren gelden. Voor geen enkele stelling scoorde de groep jongeren gelijk en dus kunnen we stellen dat jongeren onderling sterk van elkaar verschillen. Ook moeten we op basis van deze resultaten de stelling dat de jongeren van vandaag zo anders zijn en we dus te maken hebben met een generatiekloof, nuanceren. Het lijkt er sterk op dat de kenmerken niet alleen specifiek zijn voor een nieuwe generatie jongeren, maar ook een maatschappelijke tendens typeren. De grote beïnvloedende factor, namelijk de technologische veranderingen en meer bepaald de verandering van het internet van Web 1.0 naar Web 2.0 is een fenomeen dat niet alleen jongeren, maar ons allen aangaat. Kijk je hier raar van op? Doe dan hieronder de test! Figuur 2: test Web 2.0 ICT EN ONDERWIJSVERNIEUWING AFL. 27, OKTOBER 2011, 67 MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN

12 ALGEMEEN KADER GENERATIEKLOOF Gebruik van technologie en technologische vaardigheden Web 2.0 Het concept Web 2.0 begon aan populariteit te winnen vanaf 2004 wanneer mediaspecialist Tim O Reilly de shift van Web 1.0 naar Web 2.0 introduceerde. Het bracht een nieuwe generatie web-gebaseerde tools, omgevingen en diensten voort, die innovatieve vormen van samenwerking en kennisdeling tussen de gebruikers ervan mogelijk maakt. Foto s delen op Flickr, filmpjes bekijken en zelf op YouTube plaatsen, commentaar plaatsen bij een artikel op De Standaard Online of bij een foto op een sociale netwerksite als Facebook, een voor een zijn het toepassingen van het nieuwe web waarbij het wereldwijd delen van inhoud het belangrijkste kenmerk is. Het Web 2.0 brengt heel wat mogelijkheden met zich mee, maar tegelijkertijd ook enkele gevaren. Tot in de jaren negentig was er sprake van het Web 1.0, waarbij de inhoud voornamelijk werd aangeleverd door professionals en voldeed aan professionele normen en standaarden, zijnde objectiviteit, onafhankelijkheid en kwaliteit. Op het Web 2.0 geldt de regel Iedereen journalist en is er sprake van een collectieve intelligentie. Het mooiste voorbeeld daarvan is Wikipedia: iedereen schrijft mee, maar controleert ook tegelijkertijd. Figuur 3 brengt deze verandering van het internet of meer bepaald de verandering van het gebruik van het internet mooi in beeld. Figuur 3: van Web 1.0 naar Web 2.0 Bron: Dion Hinchcliffe (september 2006) Web 2.0 gaat niet over het feit dat het internet veranderd is. Het gaat over wij, de mensen, die veranderd zijn, en het internet anders gaan gebruiken. MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN AFL. 27, OKTOBER 2011, 68 ICT EN ONDERWIJSVERNIEUWING

13 ALGEMEEN KADER GENERATIEKLOOF 1 11 gebruiken jongeren Web 2.0-tools? Het Web 2.0 bracht een nieuwe generatie web-gebaseerde tools, omgevingen en diensten voort. De vraag hierbij is of, en in welke mate jongeren die ook daadwerkelijk gebruiken. vragenlijst Dit onderdeel is bij de jongeren bevraagd aan de hand van een bestaande vragenlijst die peilt naar het gebruik van nieuwe media en technologieën (Kennedy, 2007). Daarbij werd gewerkt met een 7-puntenschaal (nooit eenmaal per jaar eenmaal per maand meerdere malen per maand eenmaal per week meerdere malen per week dagelijks). Daarnaast konden jongeren zichzelf scoren wat hun technologische vaardigheden betreft. Hiervoor werd een 4-puntenschaal gebruikt (slecht vrij slecht vrij goed goed). toegang tot technologie De resultaten wijzen uit dat jongeren in hoge mate toegang hebben tot digitale media en technologie. 71 % van hen bezit een desktop en nog eens 70 % bezit een laptop. Bovendien heeft 95 % van de jongeren toegang tot een mobiele telefoon en bezit 5 % van hen zelfs al een smartphone. Toch zijn er jongeren die thuis een desktop noch laptop bezitten (9,5 %). Jongeren gebruiken de computer het meest thuis. Bijna alle leerlingen rapporteren dat ze minstens eenmaal per week thuis een computer gebruiken. Daarna volgt het computergebruik op school, met 7 op 10 leerlingen die wekelijks minimum één keer de weg vinden naar de computer. Bij iemand anders thuis of in de bibliotheek wordt de computer amper gebruikt. vooral voor ontspanning Wanneer we kijken naar waar jongeren hun computer voor gebruiken, zien we dat dit vooral is voor ontspanning (>90 %) en minder voor schoolwerk (58 %). games Videogames zijn zeer populair bij jongeren, 56 % van hen geeft aan dagelijks te gamen. Daarbij is een opvallend verschil te merken tussen jongens en meisjes. Zo gamet een op twee meisjes maximaal eenmaal per jaar, terwijl 80 % van de jongens minstens eenmaal per week gamet. vooral standaardtoepassingen Wat het gebruik van nieuwe media betreft, kunnen we uit de data besluiten dat jongeren vooral gebruikmaken van standaardinternet- en muziektoepassingen, standaard-gsm-toepassingen zoals sms (dagelijks) en online-informatie zoeken (gemiddeld minstens eenmaal per week). Onlineservices en geavanceerde gsm-toepassingen (gemiddeld slechts eenmaal per jaar) en standaardofficetoepassingen (gemiddeld meerdere keren per jaar) werden slechts zelden gebruikt. ICT EN ONDERWIJSVERNIEUWING AFL. 27, OKTOBER 2011, 69 MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN

14 ALGEMEEN KADER GENERATIEKLOOF 1 12 verschillen op basis van geslacht en leeftijd Daarnaast werden ook enkele verschillen in gebruik gevonden, zowel op basis van geslacht als op basis van leeftijd. De verschillen in geslacht waren vrij klein, behalve voor de geavanceerde internet- en computertoepassingen. Jongens gebruiken dus vaker deze toepassingen, zoals games. Wat de leeftijd betreft, waren er ook kleine verschillen tussen jongeren ouder en jonger dan 15 jaar. Enkel wanneer het gaat om online-informatie zoeken valt op dat de oudere categorie dit vaker doet. zelfgepercipieerde vaardigheden Bij het invullen van de vragenlijst moesten de jongeren telkens wanneer ze hun gebruiksfrequentie van technologieën en media beantwoordden, ook aangeven hoe goed ze met die media overweg kunnen. Voor wat het geslacht betreft, zijn er verschillen op te merken voor geavanceerde gsm-toepassingen en gebruik van onlineservices, geavanceerde internet- en computertoepassingen en standaardofficetoepassingen. Jongens schatten hun kunde om met deze media overweg te kunnen, hoger in dan meisjes. Daaruit blijkt dat het gebruik, zoals hierboven werd gerapporteerd, een goede voorspeller is voor (zelfgepercipieerde) vaardigheden. Het effect van de leeftijd is ook significant voor technologische vaardigheden. Hier doen de verschillen zich voor bij vaardigheden met betrekking tot online-informatie zoeken, waarbij jongeren ouder dan 15 jaar hun vaardigheid hoger scoren dan min-15-jarigen, en geavanceerde internet- en computertoepassingen, waarbij min-15-jarigen hun vaardigheid hoger scoren dan 15-plussers. vooral communicatie, niet zozeer geavanceerde toepassingen Algemeen kunnen we stellen dat de internetvaardigheden van tieners vooral te situeren zijn op het gebied van communicatie, zoals chatten en zich begeven op sociale netwerksites zoals Facebook en Netlog. De meer geavanceerde internettoepassingen op het gebied van informatie binnenhalen en zelf informatie opladen, zijn vaak niet door een groot aandeel van de jongeren gekend. core technologies en emerging technologies We kunnen concluderen dat er niet enkel verschillen zijn tussen de leeftijdsgroepen, maar dat ook het geslacht en de sociaaleconomische status een rol spelen (Kennedy 2007). Daarnaast valt het op te merken dat het leven van jongeren niet altijd is doordrongen van sociale webtoepassingen zoals in de literatuur wordt omschreven. Het zijn veeleer de standaardwebtoepassingen, zoals het lezen van s en chatten, en doorsnee-gsm-toepassingen die zeer regelmatig door alle jongeren gebruikt worden. In dit opzicht maakt Kennedy et al. (2008) het interessante onderscheid tussen core technologies en emerging technologies. Core technologies zijn technologieën waar de meeste studenten over AFL. 27, OKTOBER 2011, 70 ICT EN ONDERWIJSVERNIEUWING MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN

15 ALGEMEEN KADER GENERATIEKLOOF 1 13 beschikken, zoals een gsm, computer, internet, digitale camera en MP3- speler. Met emerging technologies bedoelt hij hoofdzakelijk Web 2.0- toepassingen zoals blogs, sociale netwerksites, online of via gsm bestanden delen... In dit opzicht bevestigt Kennedy dat zowel de digital natives als de digital immigrants vooral gebruikmaken van core technologies voor communicatie en het verzamelen van informatie. Hoewel andere, nieuwere technologieën zeker aan een opmars bezig zijn, worden ze niet door de meerderheid gebruikt. Zo is bijvoorbeeld RSS geen succes bij jongeren en is het bij vele jongeren zelfs niet gekend, zo blijkt uit een recente studie van Annet Daems en Vicky Franssen naar het mediagebruik van jongeren (2010). Ook wat het twitteren betreft, blijken jongeren meer de volgers te zijn dan de early adopters. Kvavik (2005) doet een soortgelijke uitspraak: We expected to find that Net Generation students would demand greater use of technology in teaching and learning in the classroom. They did not. What we found was a moderate preference for technology. 4. Feit of mythe? Conclusie onderzoeksbevindingen leveren meer genuanceerd beeld De jongeren van vandaag zijn intelligenter, sneller, socialer, multitaskers, visueel ingesteld, onderzoekend, nieuwsgierig, gericht op samenwerking Binnen wetenschappelijk onderzoek staan deze beweringen ter discussie. Een blik op empirisch gestaafde onderzoeksbevindingen met betrekking tot opvattingen, belevingen en competenties van de net-generatie ten aanzien ICT en mediagebruik, levert ons een meer genuanceerd beeld. Binnen deze studie werden twee toetsbare beweringen over de net-generatie onderzocht: 1) Als er een net-generatie bestaat, dan betekent dit dat computer- en internetgebruik domineren in deze leeftijdsgroep. 2) De net-generatie heeft andere kenmerken dan voorgaande generaties. Geen van beide werden bevestigd. Zo stellen we vast dat jongeren onderling verschillen zowel in hun gebruik van technologie als met betrekking tot de toegeschreven kenmerken. Deze kenmerken zijn niet bij uitstek een eigenheid van de nieuwe generatie, maar zijn te verbinden met een maatschappelijke tendens waar we allen mee te maken hebben. Bovendien betekent het niet omdat de digital natives opgegroeid zijn in een voor hen natuurlijke digitale leefwereld, dat ze allen even vaardig ICT EN ONDERWIJSVERNIEUWING AFL. 27, OKTOBER 2011, 71 MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN

16 ALGEMEEN KADER GENERATIEKLOOF 1 14 zijn en dat de zogenaamde oudere generaties, de digital immigrants, achterop hinken. 5. Literatuur Bennett, S., Maton, K. & Kervin, L. (2008). The digital natives debate: A critical review of the evidence, British Journal of Educational Technology, 35(5), De Saedeleer, J. (2010). De net-generatie: feit of mythe? Een onderzoek naar de kenmerken en technologiegebruik van jongeren in Vlaanderen, Masterproef behaald aan de Universiteit Gent. Oblinger, D. & Oblinger, J. (eds.) (2005). Educating the Net-generation, An Educause E- Book, online: (laatst bezocht op 22 april 2011). Prensky, M. (2004). The Emerging Online Life of the Digital Native: What They Do Different Because of Technology and How They Do It, online: Prensky-The_Emerging_Online_Life_of_the_Digital_Native-03.pdf (laatst bezocht op 22 april 2011). Rubens, W., De Jong, Y. & Prozee, G. (2006). Trendstudie. Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten, online: (laatst bezocht op 22 april 2011). Schulmeister, R. (2008). Is there a net gener in the house? Dispelling a mystification, online: (laatst bezocht op 22 april 2011). Segers, K. & Bauwens, J. (red.) (2010). Maak mij wat wijs. Media kennen, begrijpen en zelf creëren, Leuven: LannooCampus. MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN AFL. 27, OKTOBER 2011, 72 ICT EN ONDERWIJSVERNIEUWING

17 Digitale didactiek i P.Robert-Jan Simons Expertisecentrum ICT in het onderwijs IVLOS Universiteit Utrecht Introductie De laatste tijd ben ik enkele keren op het volgende patroon gestuit: beleidsmakers willen het onderwijs verbeteren of vernieuwen door de invoering of uitbreiding van ICT. Vervolgens gaat alle aandacht uit naar technische kwesties als welk type computers moet worden aangeschaft?, wat voor internetconnecties (breedband of ADSL)?, welke elektronische leeromgeving (ELO) moet worden gekozen?, hoe kan standaardisering worden bereikt?, enz. Hoe groter en hoe sneller de computers en de verbindingen, hoe beter het zal gaan, zo lijkt de collectieve veronderstelling Voor vragen rondom implementatie, curriculumintegratie, professionalisering en didactische kwesties blijkt vervolgens echter geen belangstelling te bestaan.. De vorige Nederlandse ambtenaren en politici waren serieus van mening waren dat de invoering van ICT in het onderwijs klaar was: alle scholen hebben computers en goede internetverbindingen. Dat computers voornamelijk voor tekstverwerking worden gebruikt en dat het didactisch onderwijskundig gebruik van ICT in het onderwijs nauwelijks van de grond was gekomen, leek hen volledig te ontgaan. De directie ICT van het ministerie van onderwijs en wetenschappen kon wel worden opgeheven en verdere investeringen in ICT in het onderwijs waren niet nodig. Pim Fortuyn vond dat de computers de scholen wel weer uitkonden, want leerlingen werkten wel thusi op de computer. Het nieuwe kabinet had in de begroting dan ook geen middelen begroot voor ICT in het onderwijs. Hoe zou het toch komen dat er telkens steeds zo weinig aandacht is voor didactische aspecten van ICT-gebruik in het onderwijs? Dat is de vraag die ik hieronder zal proberen te beantwoorden. Centraal daarbij staat het begrip digitale didactiek. Wat is digitale didactiek? Digitale didactiek ii betreft kennis en kunde met betrekking tot het gebruik van ICT bij het faciliteren van het leren. Voor sommigen heeft de term didactiek wellicht de Angelsaksische betekenis met nadruk op van boven af opgelegd, traditioneel, instruerend; onderwijzend. Het woordenboek geeft als betekenis van didactiek ook de kunst van het onderwijzen. Die betekenis geef ik hier expliciet niet aan het begrip didactiek. De betekenis die ik aan didactiek geef sluit meer aan bij de omschrijving die hetzelfde woordenboek geeft van didacticus: iemand die lerend te werk gaat. Voor mij gaat het om het organiseren en faciliteren van het leren. Voor een deel betreft digitale didactiek algemene kennis en kunde die op alle vakgebieden betrekking heeft (algemene digitale didactiek), voor een deel zijn er ook vakspecifieke principes (digitale vakdidactiek). Ik beperk me voornamelijk tot algemene digitale didactiek, hoewel ik de vakspecifieke invalshoek erg belangrijk vind. Ging het tot een aantal jaren geleden vooral om didactische principes bij het gebruik van ICT als vervanger van docentgecentreerd onderwijs (ook wel afstandsonderwijs genoemd; zie voor een review Phipps and Merisotis, 1999), de laatste tijd staan steeds vaker vormen van ICT-gebruik in het onderwijs centraal. Naast deze twee (ICT-gebruik als en in onderwijs) is er overigens ook leren via het ontwerpen van ICT. Studenten leren doordat zij simulaties, websites, Powerpoint presentaties en andere vormen van ICT ontwerpen: een bijzondere en moderne vorm van leren tijdens het werken. Deze vorm van ICT-gebruik trekt in toenemende mate de belangstelling van onderwijskundigen. In feite zal ik het begrip digitale didactiek in twee betekenissen gebruiken: a) als de onderliggende vaak impliciete kennis en kunde die docenten en ontwerpers hanteren bij het inrichten van leer- en instructiesituaties met behulp van ICT; b) de meer normatieve op onderzoek gebaseerde prescripties voor docenten en ontwerpers van leer- en instructiesituaties waarin ICT wordt gebruikt.

18 Het bestaansrecht van digitale didactiek In contacten met collega-onderzoekers, ICT-coördinatoren en docenten is mij de afgelopen maanden gebleken dat er best wel twijfels zijn over het bestaansrecht van digitale didactiek. Hierbij komen we onder meer de volgende opvattingen tegen. 1. Het zou alleen gaan om technische kwesties en computervaardigheden Net zoals tien jaar geleden mensen nog dachten dat leren tekstverwerken een technisch motorische vaardigheid is die te vergelijken is met typen (zie het proefschrift van Christa Teurlings, 1993), denken mensen nu dat het bij het gebruik van ICT in het onderwijs, bijvoorbeeld via het gebruik van elektronische leeromgevingen, gaat om simpele technische computervaardigheden. Hiervoor beschreef ik al de dominantie van de technology push in het beleid. Geef ons maar een korte knoppencursus, is een veel gehoorde reactie vanuit de faculteiten. Niet de tamelijk simpele technische computervaardigheden moeten hierbij echter centraal staan, maar de digitale didactiek: hoe en onder welke condities kan ICT worden ingezet in het onderwijs? Dat wil niet zeggen dat knoppencursussen niet waardevol kunnen zijn. Zij dienen echter de computervaardigheden te trainen in een didactisch kader. De klanten van dergelijke cursussen vragen overigens in toenemende mate om aanvulling met didactische benaderingen. 2. Het zou niet zo n vaart lopen met ICT in het onderwijs Afstandsonderwijs via ICT zonder een belangrijke rol voor de menselijke factor lijkt tegenwoordig even onwaarschijnlijk en ineffectief als face to face onderwijs zonder ICT. Afstandsonderwijs blijkt heel moeilijk vol te houden zonder contact met medestudenten en begeleiders. Dus worden combinaties van afstandsonderwijs met bijeenkomsten georganiseerd. Omgekeerd wordt ook in het gewone onderwijs het gebruik van ICT steeds populairder. Steeds duidelijker wordt dat ICT niet de vervanger zal worden van de docent, maar eerder zijn belangrijke knecht. ICT in het onderwijs is dan ook niet te stuiten. Digitale didactiek kan op weinig sympathie rekenen van mensen die menen dat het gebruik van ICT in het onderwijs een tijdelijke modegril is die vanzelf weer over gaat. Zij geloven niet dat ICT de docent zal gaan vervangen en verwachten mede daarom dat de ICT-mode voorbij zal gaan. Weinig deskundigen denken nu echter nog dat ICT de docent zal gaan vervangen. In plaats daarvan wordt eerder gedacht aan verbetering en vernieuwing van het door docenten georganiseerde onderwijs met behulp van ICT. Een belangrijke invloed zal daarbij ook uitgaan van toenemende onderlinge concurrentie. Het universitair onderwijs in Europa wordt steeds meer vergelijkbaar. Mede dankzij ICT zal de concurrentie tussen universiteiten toenemen. Als de (Nederlandse) universiteiten niet zwaar aan de slag gaan met ICT, verslechtert op termijn de marktpositie. Niet alleen studenten zullen dit in toenemende mate gaan eisen, ook de maatschappelijke ontwikkelingen in en buiten het onderwijs wijzen duidelijk in de richting van noodzakelijk en uitvoerig gebruik van ICT in het onderwijs. Denk maar aan trends als de learning economy, Nederland kennisland, internetsociety Nederland, de digitale universiteit, e.d. Digitale didactiek kan dan ook niet genegeerd worden. 3. Digitale didactiek zou niet bestaan Dicht bij de voorgaande opvatting is er de vooronderstelling dat digitaal leren en onderwijzen aan dezelfde wetten en algemeenheden voldoet als al het onderwijzen en leren. Er zouden met andere woorden geen specifiek digitaal-didactische principes bestaan. Wat maakt het met andere woorden nu uit of leren en instructie met of zonder ICT worden georganiseerd? Inmiddels is er wel degelijk specifieke kennis over het gebruik van ICT in het onderwijs. Ontwerpen en begeleiden van geheel of gedeeltelijk digitaal onderwijs vraagt om nieuwe benaderingen en nieuwe competenties. Collison, Elbaum, Haavind en Tinker (2000) laten bijvoorbeeld zien dat het begeleiden van een elektronische discussie heel andere benaderingen vraagt dan het begeleiden van een face to face discussie. In een elektronische discussie moeten mensen op een andere wijze uitgenodigd worden tot bijdragen dan in een reële discussie. Omdat docenten/begeleiders niet kunnen zien of horen hoe studenten reageren en alleen af kunnen gaan op geschreven informatie, moeten interventies veel voorzichtiger en uitvoeriger zijn dan in een mondelinge discussie. Ook is het belangrijk om als docent niet alle vragen naar je toe te trekken en studenten meer op elkaar te laten reageren. Daarnaast is het van belang om te selecteren waarop je als docent reageert en waarop niet. Geroutineerde gebruikers hebben inmiddels

19 waarschijnlijk ervaren dat het schrijven van een heel wat anders is dan het schrijven van een briefje. Te snel uiten we in een onze boosheid te direct of zijn we te slordig in het reageren. Ook begeleiding van studenten in een elektronische samenwerking vraagt een explicieter voorstructurering van het samenwerkingsproces dan het begeleiden van samenkomende groepen. Digitale didactiek zou wel degelijk moeten bestaan. Verderop zal ik nog andere voorbeelden presenteren van de bedoelde verschillen tussen didactiek en digitale didactiek. iii 4. Denken in termen van digitale didactiek zou de computertechnische aspecten teveel benadrukken, terwijl de vragen waar het om gaat in het kader van algemene en vakdidactiek moeten worden beantwoord Volgens deze opvatting wordt ICT te veel apart gezet en dienen vragen rondom de inzet van ICT in het onderwijs in een algemeen en vakdidactisch kader te worden beantwoord. Door afzonderlijke digitale didactiek te ontwikkelen en expliciteren wordt meegewerkt aan de verheerlijking van de technologie. ICT wordt daarbij te veel als panacee voor alle kwalen opgevoerd en belangrijke andere vragen krijgen te weinig aandacht. Hoewel het klopt dat het dikwijls gaat om algemene en vakspecifieke didactiek waar ICT-gebruik een onderdeel van uit maakt en hoewel ook het verheerlijkingsargument zeker valide is, is het m.i. toch wel degelijk zinvol om afzonderlijke aandacht te besteden aan de digitale aspecten van leren en instrueren en specifieke op digitale didactiek gerichte professionalisering te organiseren. Onder punt 3 werd al aangegeven dat er wel degelijk specifieke didactische principes te onderkennen zijn die met ICT-gebruik samenhangen. Ook zijn velen ervan overtuigd dat ICT-gebruik een radicale verandering van het onderwijs met zich mee kan/zou moeten brengen, wanneer er echter dan wel op nieuwe manieren naar het onderwijs wordt gekeken. Naar mijn mening is met name ook digitale vakdidactiek van groot belang: hoe ICT ingezet kan/moet worden is verschillend per vakgebied. Digitale didactiek is nog relatief nieuw voor de meeste docenten en kan, mits geplaatst in een duidelijk didactisch onderwijskundig kader, een zinvolle specifieke aanvulling zijn op algemene en vakspecifieke didactiek. Misschien moeten we op den duur wel weer toe naar een integratie van didactiek en digitale didactiek, tijdelijk lijkt mij extra aandacht voor de digitale didactiek van groot belang voor het welslagen van de gedeeltelijke digitalisering van het onderwijs. 5. Het zou niet gaan om ICT-gebruik, maar om de visie op onderwijs Deze opvatting benadrukt sterk de relatie tussen onderwijsopvattingen en het gebruik van ICT in het onderwijs. Al waar het om draait is de visie op onderwijs. Bij bepaalde visies zou ICT-gebruik zinvol zijn en bij andere niet. Al wat nodig is voor ICT-gebruik in het onderwijs is een visie waarin dit gebruik past. Digitale didactiek is ook bij deze opvatting overbodig of een automatische consequentie van een bepaalde visie. Hoewel de relatie tussen onderwijsvisie en gedrag in de klas aannemelijk lijkt, blijkt deze relatie empirisch moeilijk aantoonbaar. Zo vond Bolhuis (1999) in haar proefschrift weinig verbanden tussen opvattingen van docenten over actief en zelfstandig leren en de mate waarin het zelfstandig leren in hun klassen feitelijk voorkwam. Ook in andere studies bleken mensen lang niet altijd te doen wat ze zeggen te vinden (Argyris, 1991). Recent vond Coenders (2002) in zijn Utrechtse doctoraalscriptie in opdracht van de Stichting ICT op School echter wel enige verbanden tussen onderwijsvisies en ICT-gebruik bij leraren in het primair onderwijs. Hoe het ook zij, naar mijn mening, zijn onderwijsvisies belangrijke ingrediënten van digitale didactiek. Digitale didactiek legt juist verbanden tussen onderwijsvisies en ICT-gebruik. Gebruik van ICT in het onderwijs lijkt geen automatisch gevolg van het hebben van een bepaalde onderwijsvisie. In plaats daarvan denk ik dat bij verschillende onderwijsvisies verschillende vormen van ICT-gebruik aansluiten/passen en dat de discussie zou moeten gaan over de vraag welke vorm van ICT we bij onze onderwijsvisie vinden passen (zie Jörg en Admiraal, 2002). Welke elektronische leeromgeving we bijvoorbeeld kiezen en standaardiseren en hoe we deze implementeren zou m.i. in belangrijke mate moeten afhangen van onze visie op onderwijs. 6. Studenten leren de benodigde ICT-vaardigheden wel thuis, in het voortgezet onderwijs of elders (vrienden): digitale didactiek zou daarom overbodig worden In een recent rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) (De Haan, Huijsmans en Steyaert, 2002) werd duidelijk dat de meeste leerlingen thuis over een computer beschikken en de computervaardigheden eerder thuis en onder vrienden dan op school leren. De school en de

20 universiteit hoeven daarom, aldus het SCP-rapport, geen belangrijke rol bij het leren van ICTvaardigheden van leerlingen en studenten te hebben. De nieuwe internetgeneratie zou sowieso wel al vanzelf leren werken met ICT. Deze opvattingen gaan echter voorbij aan een aantal belangrijke andere overwegingen. Dat leerlingen/studenten ICT-competenties nu elders leren wil nog niet zeggen dat het niet ook of zelfs beter in de school of op de universiteit zou kunnen gebeuren (afgezien van de vraag of we dit wenselijk vinden). De genoemde gegevens richten zich alleen op de zuivere computervaardigheden (alweer de nadruk op de technische aspecten dus) en niet op het gebruik ervan bij het leren. Daarnaast gaat het m.i. niet alleen om het leren van ICT-competenties, maar ook om het leren werken met ICT in een leercontext. Dat leren studenten toch niet buiten de school en universiteit? De verschuiving naar buitenschools leren die door het SCP wordt voorgesteld, leidt af van de ontwikkeling van digitale didactiek met oog voor leren leren. Naar mijn mening dienen leerlingen en studenten juist op school en op de universiteit te leren hoe zij zelfstandig gebruik kunnen maken van de op het internet en in databases aanwezige informatie en on-line cursussen. Digitale vakdidactiek dient dan ook gericht te zijn op dit geïntegreerde leren om zelfstandig digitaal te leren op het eigen vakgebied. 7. ICT-gebruik zou in het onderwijs geen meerwaarde opleveren Op basis van een internationaal rapport uit het begin van de negentiger jaren werd vervolgens door de SCP-onderzoekers ook geconcludeerd dat het gebruik van ICT in het onderwijs weinig toegevoegde waarde zou hebben. Ander onderzoek laat zien dat er wel degelijk toegevoegde waarde in het gebruik van ICT in het onderwijs is. Het grootschalige BECTA onderzoek (2002) concludeert: Schools judged by OFSTED to have very good ICT resources achieved better results than schools with poor ICT. The difference between the two groups of schools has increased in comparison with the results for the previous year. The very good ICT schools had improved their performance and the poor ICT schools had got worse overall. This difference was also seen for schools in similar socio-economic circumstances. When schools with similar socio-economic backgrounds were compared, those with good ICT resources tended to achieve better results than those with unsatisfactory ICT. Nu is de toegevoegde waarde in termen van rendementsverbetering (effectiviteit en efficiëntie) methodologisch erg moeilijk hard te maken (zie de uitstekende publicatie zin en onzin over het rendement van ICT in het onderwijs van het ministerie van OC&W van juni 2002), zomaar concluderen dat ICT didactisch gezien weinig uithaalt, is wel het andere uiterste. Onderzoek naar het rendement van ICT-gebruik in het hoger onderwijs is nog maar weinig verricht (Veen, Van Tartwijk, Lam, Geloven en Pilot, 1999). In het licht van de SCP-discussie hebben we er nu wel dringend behoefte aan. 8. Conclusies Digitale didactiek is tot op heden nog niet goed van de grond gekomen omdat er allerlei opvattingen zijn die het denken hierover belemmeren. Naar mijn mening is de verdere ontwikkeling van digitale didactiek echter wel van groot belang omdat: 1. het om meer gaat dan technische kwesties alleen 2. ICT het onderwijs op termijn drastisch kan (helpen) verbeteren en vernieuwen 3. er al veel nieuwe digitaal-didactische kennis is verzameld 4. zeker in een overgangsperiode een afzonderlijk accent op digitale kwesties verantwoord is 5. onderwijsvisies niet vanzelf leiden tot onderwijsgedrag 6. studenten geïntegreerd in het onderwijs moeten leren hoe zij zelfstandig digitaal kunnen leren 7. studenten ICT het rendement van het onderwijs kan verhogen Enkele voorbeelden van digitaal-didactische principes Waarover gaat digitale didactiek dan? Enerzijds gaat dit over het spontaan gebruik van ICT in het onderwijs door docenten. Voor welke doelen en hoe zetten zij ICT in? Anderzijds gaat het over

21 mogelijke vormen van ICT-gebruik die vooral uit theorievorming en onderzoek naar voren komen. Onderzoek naar spontane digitale didactiek is nog schaars. Het weinige onderzoek dat is verricht laat zien dat docenten ICT vooral gebruiken voor de minder didactische functies, zoals toetsconstructie, tekstverwerking, presenteren van gebruikte powerpoint sheets, e.d. Zie bijvoorbeeld het rapport Flexibel en open hoger onderwijs met ICT van Veen, Van Tartwijk, Lam, Geloven, Moonen, Peters en Pilot (1999), het rapport Resultaten van vier jaar ICT-beleid in het onderwijs van de Inspectie van het onderwijs (2001); het rapport ICT-monitor van het ministerie van OC&W (2002), het rapport Vier in balans van de Stichting ICT op school (2001) en Docenten lijken moeilijk los te komen van traditionele opdrachten. Jos Baeten, (mondelinge communicatie 2002) vertelde mij bijvoorbeeld dat de opdracht aan informaticadocenten om een uitdagende opdracht te maken, die in een elektronische leeromgeving geplaatst zou kunnen worden, bij de overgrote meerderheid van de docenten leidde tot opdrachten als Lees hoofdstuk 4 en bedenk er drie vragen over. De stap naar het begeleiden van het nieuwe leren (zie Simons, Van der Linden en Duffy, 2000) lijkt moeilijker dan we wel eens denken. Er is nog vrijwel geen praktijkkennis over de condities waaronder ICT-gebruik in het onderwijs nu wel en niet zinvol is. Verder onderzoek naar het gebruik van ICT in het onderwijs is dringend gewenst. Zonder ook maar enige pretentie van volledigheid te suggereren, zal ik een zestal voorbeelden bespreken van op onderzoek gebaseerde digitaal-didactische principes. De digitale didactiek bestaat natuurlijk (nog) niet. Het gaat om eerste ideeën en ervaringen. 1. In het mede onder mijn (bege-)leiding verrichte promotieonderzoek van Else Veldhuis-Diermanse (2002) bleek dat het niet zo gemakkelijk was om studenten in het wetenschappelijk onderwijs gezamenlijk tot diepgaande bestudering en uitwisseling van literatuur te brengen (knowledge building). Samenwerkend leren met behulp van ICT is volgens Bereiter in zijn boek Education and Mind in the Knowledge Age (2002) vooral van belang omdat dit knowledge building kan ondersteunen en tot stand kan brengen. Hieronder verstaat hij: There is a practice of working for producing cultural knowledge typical of scientific research groups or other expert communities. Knowledge building focuses on creating, articulating and building different kinds of conceptual artefacts. De dissertatie van Veldhuis-Diermanse (2002) maakt duidelijk dat er in dit opzicht nog een lange weg te gaan is: het is mogelijk om studenten in het hoger onderwijs met behulp van Knowledge Forum tot knowledge building te brengen, maar dan moet wel aan een veelheid faciliterende condities met betrekking tot taakformuleringen, wijze van coaching en feedback geven e.d. worden voldaan. Knowledge building ging bij studenten in het hoger onderwijs niet vanzelf. Alleen wanneer de taakformulering studenten echt uitdaagde om samen te werken en op zoek te gaan naar verdieping, waren er aanwijzingen voor diepgaander (in tegenstelling tot reproductiegericht) leren. Alleen wanneer samenwerking tussen studenten ook zodanig gestructureerd werd, dat er sprake was van gemeenschappelijke belangen en individuele accountability werd er daadwerkelijk samengewerkt. Ook Van Boxtel (2000) vond in haar proefschrift aanwijzingen dat taakcondities belangrijke invloeden hebben op de bijdragen die samenwerking tussen leerlingen kan hebben op begripsvorming. Lipponen (2001) beschreef zes hoofdfuncties van ICT bij het ondersteunen van knowledge building: Facilitating externalisation of thought through writing and visualisation Facilitating progressive discourse and collaborative learning Facilitating metacognitive development and Learning to Learn Creating connections between cultures of schooling and expert cultures Providing access to extended sources of information Providing tools for publishing results of inquiry Hoewel deze vormen van ondersteuning ook in niet digitale didactiek een rol spelen en belangrijk zijn, krijgen zij specifieke nieuwe invullingen bij het gebruik van ICT in het onderwijs. Een eerste digitaal-didactisch principe luidt: het oproepen van diepgaand leren bij studenten in een elektronische leeromgeving vraagt taakformuleringen die hen uitnodigen om onderzoek te doen en samen te werken. 2. In het pas gestarte onderzoek van mijn promovendus Jakko van der Pol blijkt nu al dat het erg moeilijk is om studenten Sociale Wetenschappen tot grounding en shared understanding te krijgen. Grounding betreft activiteiten in elektronische discussies die ervoor zorgen dat studenten

Net-generatie, feit of mythe? Kenmerken van mediagebruik van jongeren

Net-generatie, feit of mythe? Kenmerken van mediagebruik van jongeren ALGEMEEN KADER GENERATIEKLOOF 1 1 Net-generatie, feit of mythe? Kenmerken van mediagebruik van jongeren Annelies Raes en Tammy Schellens Vakgroep Onderwijskunde, Universiteit Gent 1. De jongeren van vandaag

Nadere informatie

Digitale didactiek i. Introductie. Wat is digitale didactiek? P.Robert-Jan Simons Expertisecentrum ICT in het onderwijs IVLOS Universiteit Utrecht

Digitale didactiek i. Introductie. Wat is digitale didactiek? P.Robert-Jan Simons Expertisecentrum ICT in het onderwijs IVLOS Universiteit Utrecht Digitale didactiek i P.Robert-Jan Simons Expertisecentrum ICT in het onderwijs IVLOS Universiteit Utrecht Introductie De laatste tijd ben ik enkele keren op het volgende patroon gestuit: beleidsmakers

Nadere informatie

Digitale didactiek: hoe (kunnen) academici leren ICT te gebruiken in hun onderwijs 1

Digitale didactiek: hoe (kunnen) academici leren ICT te gebruiken in hun onderwijs 1 Digitale didactiek: hoe (kunnen) academici leren ICT te gebruiken in hun onderwijs 1 Prof.dr. P. Robert-Jan Simons Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van gewoon hoogleraar in de didactiek

Nadere informatie

Module 5 Onderwijstechnologie

Module 5 Onderwijstechnologie Module 5 Onderwijstechnologie Onderwijstechnologie Het schoolbord.! Bedenk voor jezelf een lijst van minstens vijf voordelen van bordgebruik in de klas: 1.. 2.. 3.. 4.. 5.. Hodgins (1957) in zijn hoofdstuk

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

VMBO praktische leerweg VMBO theoretische leerweg HAVO VWO

VMBO praktische leerweg VMBO theoretische leerweg HAVO VWO Page of 7 Enquête voortgezet onderwijs Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E. Er zijn in totaal 9 vragen. A. Over jezelf Dit onderdeel bestaat uit zeven vragen. Hoe oud ben je? In welke klas

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

Mediawijsheid. Informatiekaart 08. leren vernieuwen

Mediawijsheid. Informatiekaart 08. leren vernieuwen Informatiekaart 08 leren vernieuwen Mediawijsheid Mediawijsheid is actueel in het onderwijs. Kinderen worden geconfronteerd met steeds meer verschillende media; naast de krant en de televisie worden kinderen

Nadere informatie

Eindelijk aandacht voor de didactiek van e-learning!

Eindelijk aandacht voor de didactiek van e-learning! Eindelijk aandacht voor de didactiek van e-learning! Robert-Jan Simons Recentelijk is er (gelukkig) in toenemende mate aandacht voor kwesties als integratie van ICT in opleidingen, aansluiting bij curricula

Nadere informatie

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën The Relation between Personality, Education, Age, Sex and Short- and Long- Term Sexual

Nadere informatie

Docenten effectiever professionaliseren dankzij ICT. Wilfred Rubens

Docenten effectiever professionaliseren dankzij ICT. Wilfred Rubens Docenten effectiever professionaliseren dankzij ICT Wilfred Rubens Programma Introductie Huidige situatie docentprofessionalisering digitale didactiek Perspectieven op een alternatief Voorbeelden en leervragen

Nadere informatie

Dr. Amber Walraven 190ste plenaire SWR-conferentie Leusden, 29-30 mei 2015

Dr. Amber Walraven 190ste plenaire SWR-conferentie Leusden, 29-30 mei 2015 Jongeren en ict, niet altijd even vanzelfsprekend. Dr. Amber Walraven 190ste plenaire SWR-conferentie Leusden, 29-30 mei 2015 Veel gehoorde geluiden Veel gehoorde geluiden Kanttekening: Jongeren minder

Nadere informatie

Deze vragenlijst bestaat uit zes onderdelen, A t/m F.

Deze vragenlijst bestaat uit zes onderdelen, A t/m F. Page of 0 Enquête beroepsonderwijs Deze vragenlijst bestaat uit zes onderdelen, A t/m F. Er zijn in totaal vragen. A. Over jou Je wordt vriendelijk verzocht informatie over jezelf te geven door onderstaande

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 24 februari 2012

PERSBERICHT Brussel, 24 februari 2012 PERSBERICHT Brussel, 24 februari 12 STEEDS MEER BELGEN HEBBEN TOEGANG TOT INTERNET In 11 had 77% van de huishoudens internettoegang, meestal via breedband. Dat blijkt uit de resultaten van de ICT enquête

Nadere informatie

ICT in het onderwijs

ICT in het onderwijs ICT in het onderwijs Wilfred Rubens DNA-middag, Interstudie NDO Foto: turtlemom_nancy Bron: Digital Birmingham Technologische ontwikkelingen (o.a. breedband) + inzichten in didactiek = potentie voor onderwijs

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E.

Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E. Page of 6 Enquête basisonderwijs Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E. Er zijn in totaal 9 vragen. A. Over jezelf Dit onderdeel bestaat uit zeven vragen. Hoe oud ben je? In welke klas zit je?

Nadere informatie

NT2-docent, man/vrouw met missie

NT2-docent, man/vrouw met missie NT2docent, man/vrouw met missie Resultaten van de bevraging bij NT2docenten Door Lies Houben, CTOmedewerker Brede evaluatie, differentiatie, behoeftegericht werken, De NT2docent wordt geconfronteerd met

Nadere informatie

Vier in Balans-tool. Individuele Rapportage

Vier in Balans-tool. Individuele Rapportage Vier in Balans-tool Individuele Rapportage 1 Inleiding Deze tool is gebaseerd op het Vier in Balans-model en is aangevuld met elementen uit Didactiek en Leiderschap in Balans. Dit model vat samen wat er

Nadere informatie

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten.

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. The Effect of Difference in Peer and Parent Social Influences on Adolescent Alcohol Use. Nadine

Nadere informatie

Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning

Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning Helder &Wijzer Mijn opdrachten In een kort, blended programma In het kort Voor wie docenten/trainers die blended opdrachten willen leren ontwerpen en ontwikkelen

Nadere informatie

Didactische meerwaarde van de ELO in het Primair Onderwijs

Didactische meerwaarde van de ELO in het Primair Onderwijs Didactische meerwaarde van de ELO in het Primair Onderwijs Verkenning rondom mogelijkheden, meerwaarde en aandachtspunten 27 januari 2011 NOT Academie Presentatie: Arnout Vree a.vree@avetica.nl www.avetica.nl

Nadere informatie

Kun je jouw beleving meten in woord, beeld en getal?

Kun je jouw beleving meten in woord, beeld en getal? Kun je jouw beleving meten in woord, beeld en getal? Marco Rozendaal & Arnold Vermeeren Technische Universiteit Delft / Faculteit Industrieel Ontwerpen De perfecte totaalbeleving. Dat is waar industrieel

Nadere informatie

Nieuwe didactiek vwo 2 en 3 Connect College: resultaten van een onderzoek. Prof. dr. Perry den Brok

Nieuwe didactiek vwo 2 en 3 Connect College: resultaten van een onderzoek. Prof. dr. Perry den Brok Nieuwe didactiek vwo 2 en 3 Connect College: resultaten van een onderzoek Prof. dr. Perry den Brok Betrokkenen Connect College (opdrachtgever) Kennisnet (subsidie onderzoek) Technische Universiteit Eindhoven

Nadere informatie

Deze vragenlijst bestaat uit zeven onderdelen, A t/m G.

Deze vragenlijst bestaat uit zeven onderdelen, A t/m G. Page of Enquête studenten lerarenopleidingen Deze vragenlijst bestaat uit zeven onderdelen, A t/m G. Er zijn in totaal 7 vragen. A. Over jezelf Je wordt vriendelijk verzocht informatie over jezelf te geven

Nadere informatie

VELOV-leergemeenschap Digitaal Leren

VELOV-leergemeenschap Digitaal Leren VELOV-leergemeenschap Digitaal Leren Welke richting slaan we in met de lerarenopleiding? Hoe is het om in 2020 in de lerarenopleiding te studeren? Hoe ziet de leraar van de toekomst eruit? Zijn mobiele

Nadere informatie

Generation What? 1 : Vertrouwen in de instellingen

Generation What? 1 : Vertrouwen in de instellingen Generation What? 1 : Vertrouwen in de instellingen Inleiding De mate van vertrouwen van burgers in de overheid en maatschappelijke instellingen werd al vaker de toetssteen van de democratie genoemd: daalt

Nadere informatie

Recensie: Wat wij moeten weten over jongeren en hun digitale wereld

Recensie: Wat wij moeten weten over jongeren en hun digitale wereld reageren bijlagen attenderen printversie Recensie: Wat wij moeten weten over jongeren en hun digitale wereld Datum 01/02/2007 Auteur publicatie Guus Wijngaards, Jos Fransen, Pieter Swager (INHOLLAND) Titel

Nadere informatie

Rapportage. Onderzoek: mediawijsheid onder ouders en kinderen

Rapportage. Onderzoek: mediawijsheid onder ouders en kinderen Rapportage Onderzoek: mediawijsheid onder ouders en kinderen In opdracht van: Mediawijzer.net Datum: 22 november 2013 Auteurs: Marieke Gaus & Marvin Brandon Index Achtergrond van het onderzoek 3 Conclusies

Nadere informatie

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013 Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 212-21 In academiejaar 212-21 namen 5 mantelzorgers en 5 studenten 1 ste bachelor verpleegkunde (Howest, Brugge) deel aan het project Mantelluisten.

Nadere informatie

Wiskunde en informatica: innovatie en consolidatie Over vragen in het wiskunde- en informaticaonderwijs

Wiskunde en informatica: innovatie en consolidatie Over vragen in het wiskunde- en informaticaonderwijs Tijdschrift voor Didactiek der β-wetenschappen 22 (2005) nr. 1 & 2 53 Oratie, uitgesproken op 11 maart 2005, bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Professionalisering in het bijzonder in het onderwijs

Nadere informatie

Students Voices (verkorte versie)

Students Voices (verkorte versie) Lectoraat elearning Students Voices (verkorte versie) Onderzoek naar de verwachtingen en de ervaringen van studenten, leerlingen en jonge, startende leraren met betrekking tot het leren met ICT in het

Nadere informatie

Agenda. 19:00 19:10u Opening. 19:10 19:50u Waarom Slimmer Samenwerken? 19:50 20:10u Pauze

Agenda. 19:00 19:10u Opening. 19:10 19:50u Waarom Slimmer Samenwerken? 19:50 20:10u Pauze Innoveer jij mee? Peter van Baal Business Consultant Unified Communications Jan-Willem Beekmans Business Consultant Unified Communications April 2008 1 Agenda 19:00 19:10u Opening 19:10 19:50u Waarom Slimmer

Nadere informatie

Betekenisvol Leren Onderwijzen in de werkplekleeromgeving

Betekenisvol Leren Onderwijzen in de werkplekleeromgeving Betekenisvol Leren Onderwijzen in de werkplekleeromgeving Kempelonderzoekscentrum Jeannette Geldens, lector Monique van der Heijden, promovenda-docentonderzoeker Herman L. Popeijus, erelector Doelen en

Nadere informatie

Hoi! @sophietjes About Het plan 1. De toekomst van het internet. 2. Hoe jongeren bereiken online? Wat spreekt ze aan? Trends enzo. 3. Samengevat Maar eerst een vraagje Bron De toekomst van het internet

Nadere informatie

(Flexibel) E-leren. De opmars van de www-factor In het Hoger Onderwijs. Op zoek naar een mogelijke meerwaarde. Tom Wambeke Maarten Cannaerts

(Flexibel) E-leren. De opmars van de www-factor In het Hoger Onderwijs. Op zoek naar een mogelijke meerwaarde. Tom Wambeke Maarten Cannaerts (Flexibel) E-leren De opmars van de www-factor In het Hoger Onderwijs Op zoek naar een mogelijke meerwaarde Tom Wambeke Maarten Cannaerts Wie zijn ze? Wat doen ze? Waarom deze presentatie? Maarten Cannaerts

Nadere informatie

Disseminatie: artikels schrijven, presenteren en publiceren. Katrien Struyven

Disseminatie: artikels schrijven, presenteren en publiceren. Katrien Struyven Disseminatie: artikels schrijven, presenteren en publiceren Katrien Struyven Ervaringen Wie heeft pogingen ondernomen of reeds een artikel geschreven? Hoe heb je dit ervaren? Wie heeft er reeds deelgenomen

Nadere informatie

Achtergrond:uitgangspunt 11/20/2012. ENW-project Professionaliseringspakket voor ELO s in het secundair onderwijs

Achtergrond:uitgangspunt 11/20/2012. ENW-project Professionaliseringspakket voor ELO s in het secundair onderwijs 1 ENW-project Professionaliseringspakket voor ELO s in het secundair onderwijs Prof. dr. T. Schellens Leen Casier Veerle Lagaert Prof. dr. B. De Wever Prof. dr. M. Valcke 2 ENW-project Professionaliseringspakket

Nadere informatie

E-learning. MOOCs. Een blended verhaal, de hype voorbij.

E-learning. MOOCs. Een blended verhaal, de hype voorbij. E-learning. MOOCs. Een blended verhaal, de hype voorbij. Cindy De Smet Onderzoeker en Lector @hogent PhD-student @ugent @drsmetty (Twitter) Alsook op Pure, Slideshare, Academia.edu, Google Scholar, ResearchGate,

Nadere informatie

ontspanning en iets presteren

ontspanning en iets presteren ontspanning en iets presteren motieven en ambities van amateurkunstbeoefenaars Henk Vinken en Teunis IJdens Ontspanning, doelgericht leren, gezellig tijdverdrijf met anderen en de ambitie om een kunstzinnige

Nadere informatie

Trendstudie Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten

Trendstudie Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten Trendstudie Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten Expertisecentrum ICT in het onderwijs, IVLOS Auteurs: Wilfred Rubens Yvonne de Jong Gijs Prozee Juli 2006 Colofon Auteur(s):

Nadere informatie

Vragen pas gepromoveerde

Vragen pas gepromoveerde Vragen pas gepromoveerde dr. Maaike Vervoort Titel proefschrift: Kijk op de praktijk: rich media-cases in de lerarenopleiding Datum verdediging: 6 september 2013 Universiteit: Universiteit Twente * Kun

Nadere informatie

Multi-Screen Consument

Multi-Screen Consument Multi-Screen Consument Multiscreen: wat weten we al? What s on their Screens, what s on their minds? Multiscreen consumer research Microsoft Advertising USA EIAA Multi-Screeners Report Pan europees onderzoek

Nadere informatie

Generation What? 1 : Jongeren over Politiek

Generation What? 1 : Jongeren over Politiek Generation What? 1 : Jongeren over Politiek De Generation What enquête peilde niet alleen naar de zogenaamd politieke opvattingen van jongeren, maar ook naar hun meer fundamentele houding tegenover het

Nadere informatie

Reshaping the way you think and act to deal with the complex issues of today s world

Reshaping the way you think and act to deal with the complex issues of today s world Reshaping the way you think and act to deal with the complex issues of today s world HOE GAAT HET NU? We zetten allemaal verschillende methoden in om vraagstukken op te lossen, oplossingen te ontwerpen

Nadere informatie

Tablets in het onderwijs

Tablets in het onderwijs Tablets in het onderwijs Zin of onzin? Martijn van Ackooij Inleiding De afgelopen jaren is er hard gewerkt om ICT verder te integreren in het onderwijs. Scholen maken steeds vaker gebruik van het Tpack

Nadere informatie

een vergelijking tussen de Nederlandse en de internationale situatie

een vergelijking tussen de Nederlandse en de internationale situatie Beerkens, E., et al. (1999). ICT in het hoger onderwijs: de Nederlandse en de internationale situatie nader bezien. In: Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, Vol. 17, No. 3, pp. 226-231 ICT in het hoger onderwijs:

Nadere informatie

E-learning 2020: Trends en ontwikkelingen. Wilfred Rubens http://www.wilfredrubens.com

E-learning 2020: Trends en ontwikkelingen. Wilfred Rubens http://www.wilfredrubens.com E-learning 2020: Trends en ontwikkelingen Wilfred Rubens http://www.wilfredrubens.com Inhoud Introductie Maatschappelijke trends Veranderende opvattingen over leren Technologische trends Trend vs hype

Nadere informatie

WIKI-Games. Wiki-based games in higher education. Wim Westera Peter van Rosmalen

WIKI-Games. Wiki-based games in higher education. Wim Westera Peter van Rosmalen WIKI-Games Wiki-based games in higher education Wim Westera Peter van Rosmalen SURF Academy: Seminar innovatie en inspiratie, Utrecht, 17 februari 2011 Overzicht Project inbedding Learning Media Progamma

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

Nieuwe media. Ander onderwijs?

Nieuwe media. Ander onderwijs? Nieuwe media. Ander onderwijs? Joke Voogt Typ hier de footer 1 Wij streven ernaar dat over vijf tot tien jaar alle leerlingen voor hun toekomstig beroep, voor het deelnemen aan het maatschappelijk leven

Nadere informatie

De Invloed van Innovatiekenmerken op de Intentie van Leerkrachten. een Lespakket te Gebruiken om Cyberpesten te Voorkomen of te.

De Invloed van Innovatiekenmerken op de Intentie van Leerkrachten. een Lespakket te Gebruiken om Cyberpesten te Voorkomen of te. De Invloed van Innovatiekenmerken op de Intentie van Leerkrachten een Lespakket te Gebruiken om Cyberpesten te Voorkomen of te Stoppen The Influence of the Innovation Characteristics on the Intention of

Nadere informatie

Elektronische leeromgeving en didactiek. Wilfred Rubens http://www.slideshare.net/wrubens

Elektronische leeromgeving en didactiek. Wilfred Rubens http://www.slideshare.net/wrubens Elektronische leeromgeving en didactiek Wilfred Rubens http://www.slideshare.net/wrubens Programma Wat is een ELO? Voorbeelden Didactiek en ELO Voorbeelden leeractiviteiten in een ELO Functionaliteiten

Nadere informatie

Creatief onderzoekend leren

Creatief onderzoekend leren Creatief onderzoekend leren De onderwijskundige: Wouter van Joolingen Universiteit Twente GW/IST Het probleem Te weinig bèta's Te laag niveau? Leidt tot economische rampspoed. Hoe dan? Beta is spelen?

Nadere informatie

EERLIJKE MENING: ANONIMITEIT: ONDERDELEN

EERLIJKE MENING: ANONIMITEIT: ONDERDELEN Deze vragenlijst sluit aan op de vragenlijst die je eerder hebt ingevuld over wetenschap en techniek in het basisonderwijs. Door de eerste en de tweede vragenlijst van een groep leerkrachten te vergelijken

Nadere informatie

Profielen van mediageletterdheid. Een exploratie van de digitale vaardigheden van burgers SEIZOEN in Vlaanderen. Steve Paulussen IBBT-MICT, UGent

Profielen van mediageletterdheid. Een exploratie van de digitale vaardigheden van burgers SEIZOEN in Vlaanderen. Steve Paulussen IBBT-MICT, UGent Profielen van mediageletterdheid. Een exploratie van de digitale vaardigheden van burgers SEIZOEN in Vlaanderen 2011-2012 Steve Paulussen IBBT-MICT, UGent Doel van de studie 3 hoofdvragen: 1. Hoe staat

Nadere informatie

De kracht van een sociale organisatie

De kracht van een sociale organisatie De kracht van een sociale organisatie De toegevoegde waarde van zakelijke sociale oplossingen Maarten Verstraeten. www.netvlies.nl Prinsenkade 7 T 076 530 25 25 E mverstraeten@netvlies.nl 4811 VB Breda

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

De Relatie tussen (Over)Gewicht. en Seksdrive bij Mannen en Vrouwen. The Relationship between (Over)Weight. and Sex Drive in Men and Women

De Relatie tussen (Over)Gewicht. en Seksdrive bij Mannen en Vrouwen. The Relationship between (Over)Weight. and Sex Drive in Men and Women De Relatie tussen (Over)Gewicht en Seksdrive bij Mannen en Vrouwen The Relationship between (Over)Weight and Sex Drive in Men and Women Mandy M. de Nijs Eerste begeleider: Dr. W. Waterink Tweede begeleider:

Nadere informatie

Onderwijs-pedagogische visies van mbo-docenten

Onderwijs-pedagogische visies van mbo-docenten Onderwijs-pedagogische visies van mbo-docenten Do-mi-le 15 mei 2014 Carlos van Kan Onderzoeker carlos.vankan@ecbo.nl Mijn professionele interesse Het helpen ontwikkelen van een kritisch onderzoeksmatige

Nadere informatie

ipad enquête - ouders - 18 reacties (van 29 ouders)!

ipad enquête - ouders - 18 reacties (van 29 ouders)! 18 responses View all Publish analytics 18 responses ipad enquête - ouders - 18 reacties (van 9 ouders) Summary View all responses Publish analytics In welke mate ziet u uw zoon of dochter de ipad thuis

Nadere informatie

Natural Europe - Natuurlijk Europa

Natural Europe - Natuurlijk Europa Natural Europe - Natuurlijk Europa General Information Summary Natuurlijk Europa zet een aantal softwaretools in die het mogelijk maken voor leerkrachten om innovatieve online trajecten te ontwerpen via

Nadere informatie

Samen opleiden. Vlaanderen. Nederland. Leuven, 3 mei Jeannette Geldens Herman L. Popeijus

Samen opleiden. Vlaanderen. Nederland. Leuven, 3 mei Jeannette Geldens Herman L. Popeijus Samen opleiden in Vlaanderen en Nederland Jeannette Geldens Herman L. Popeijus Kempelonderzoekscentrum Helmond Tue-Eindhoven School of Education Leuven, 3 mei 2011 Doel en opbrengst Kennis en inzicht verwerven

Nadere informatie

Onderwijsvernieuwing. We doen er allemaal aan mee.

Onderwijsvernieuwing. We doen er allemaal aan mee. Onderwijsvernieuwing We doen er allemaal aan mee. Maar. Welke kant willen we op? Wat speelt er in mijn team? Wil iedereen mee? Waar liggen de interesses? Waar zit de expertise? WAARIN GA IK INVESTEREN?

Nadere informatie

Social Media, de andere opvoeder

Social Media, de andere opvoeder Social Media, de andere opvoeder Even voorstellen Diana Langerak Echtgenote en mama van twee jongens Communicatiemedewerker De Hoop ggz Aantal jaren eindredactie verschillende bladen, waaronder: Chris

Nadere informatie

E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake

E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake Kijkt u eens om u heen, zit u ook met een computer, mobiele telefoon, misschien wel twee en mogelijk ook nog andere type computer zoals

Nadere informatie

Uw school in de toekomst: Google Apps for Education

Uw school in de toekomst: Google Apps for Education Uw school in de toekomst: Google Apps for Education Vooruit kijken Vooruit kijken Door een andere bril Markten veranderen Mensen veranderen Werken veranderd Bart Ensink Kenniscentrum voor cloud computing

Nadere informatie

Gebruik ICT binnen Content and Language Integrated Learning

Gebruik ICT binnen Content and Language Integrated Learning Evaluatierapport Gebruik ICT binnen Content and Language Integrated Learning Bevindingen van leraren en leerlingen Drs. Gerard Baars Inleiding In de tweede helft van 2008 is op zes basisscholen in Rotterdam

Nadere informatie

ICT-competenties van lerarenopleiders - Visievormende studiedag - Studiedag 24/05/2012 1 okt 2011 1 okt 2013,

ICT-competenties van lerarenopleiders - Visievormende studiedag - Studiedag 24/05/2012 1 okt 2011 1 okt 2013, ICT-competenties van lerarenopleiders - Visievormende studiedag - Studiedag 24/05/2012 1 okt 2011 1 okt 2013, Projectcontext & voorstelling De sneltrein van technologische evolutie, 21 STE EEUW! Een totaalaanpak

Nadere informatie

Deze vragenlijst bestaat uit zeven onderdelen, A t/m G.

Deze vragenlijst bestaat uit zeven onderdelen, A t/m G. Page of Enquête jonge beginnende leerkrachten Deze vragenlijst bestaat uit zeven onderdelen, A t/m G. Er zijn in totaal 7 vragen. A. Over jezelf Je wordt vriendelijk verzocht informatie over jou te geven

Nadere informatie

VII MICTIVO 1 versus MICTIVO 2

VII MICTIVO 1 versus MICTIVO 2 VII MICTIVO 1 versus MICTIVO 2 1. Inleiding... 524 2. Basisonderwijs... 526 2.1. Evoluties in de infrastructuur... 526 2.2. Evoluties in andere indicatoren... 533 3. Secundair onderwijs... 549 3.1. Evoluties

Nadere informatie

Samenvatting en aanbevelingen van het onderzoek onderwijs & ICT voor School X

Samenvatting en aanbevelingen van het onderzoek onderwijs & ICT voor School X Samenvatting en aanbevelingen van het onderzoek onderwijs & ICT voor School X Inleiding School X is een talentschool (mensgericht) vanuit de invalshoek dat leerlingen die hun talent benutten beter presteren

Nadere informatie

Jongeren & Social Media !"#$"#%$!"& Social Media stress JONGEREN & SOCIAL MEDIA KANSEN & RISICO S PROGRAMMA

Jongeren & Social Media !#$#%$!& Social Media stress JONGEREN & SOCIAL MEDIA KANSEN & RISICO S PROGRAMMA Social Media stress JONGEREN & SOCIAL MEDIA KANSEN & RISICO S MICHIEL STADHOUDERS 12 MAART 2013 Social Media stress Nieuwe rage? PROGRAMMA JONGEREN & SOCIAL MEDIA SOCIAL MEDIA: WAT & HOE? RISICO S & KANSEN

Nadere informatie

Whitepaper Flipping the Classroom. Mei 2012. IT-Workz B.V. 1

Whitepaper Flipping the Classroom. Mei 2012. IT-Workz B.V. 1 Whitepaper Flipping the Classroom Mei 2012 IT-Workz B.V. 1 Voorwoord In het hedendaags onderwijs is men continu op zoek naar mogelijkheden het onderwijs te verrijken en studenten te motiveren tijdens het

Nadere informatie

Nationaal congres Taal en Lezen 15 oktober 2015. Onlinegeletterdheid. Mini-masterclass Jeroen Clemens

Nationaal congres Taal en Lezen 15 oktober 2015. Onlinegeletterdheid. Mini-masterclass Jeroen Clemens Nationaal congres Taal en Lezen 15 oktober 2015 Onlinegeletterdheid Mini-masterclass Jeroen Clemens WWW.CPS.NL 25 sept. 2015 competent op internet? Digital natives nieuwe geletterdheid Kinderen moeten

Nadere informatie

MICTIVO - Monitor ICT-Integratie in het Vlaamse Onderwijs, design en opzet van een follow-up monitor

MICTIVO - Monitor ICT-Integratie in het Vlaamse Onderwijs, design en opzet van een follow-up monitor MICTIVO - Monitor ICT-Integratie in het Vlaamse Onderwijs, design en opzet van een follow-up monitor Auteurs: - dr. Bram Pynoo, Universiteit Gent, vakgroep Onderwijskunde, Bram.Pynoo@ugent.be - Stephanie

Nadere informatie

1. Een ELO of dagplan gebruiken om de planning met de leerlingen te delen. 2. Een ELO, e-mail of chat gebruiken om met de leerlingen te communiceren.

1. Een ELO of dagplan gebruiken om de planning met de leerlingen te delen. 2. Een ELO, e-mail of chat gebruiken om met de leerlingen te communiceren. Stellingen doelen 1. Een ELO of dagplan gebruiken om de planning met de leerlingen te delen. 2. Een ELO, e-mail of chat gebruiken om met de leerlingen te communiceren. 3. Instructielessen maken voor het

Nadere informatie

Enquête over beleid en praktijk van instructies in Informatievaardigheden in Nederlandse universiteiten

Enquête over beleid en praktijk van instructies in Informatievaardigheden in Nederlandse universiteiten Enquête over beleid en praktijk van instructies in Informatievaardigheden in Nederlandse universiteiten Subgroep Informatievaardigheden van de UKB werkgroep Learning Spaces Anneke Dirkx (UL) Marjolein

Nadere informatie

Evolutie in mediagebruik: Back to the future? Dimitri Schuurman Ike Picone IBBT - Digital Society

Evolutie in mediagebruik: Back to the future? Dimitri Schuurman Ike Picone IBBT - Digital Society Evolutie in mediagebruik: Back to the future? Dimitri Schuurman Ike Picone IBBT - Digital Society Outline 1. De Vlaamse mediamix in cijfers What s in a buzz? 2. Hoe de evoluties in de mediamix begrijpen

Nadere informatie

Wat is er met motivatie aan de hand?

Wat is er met motivatie aan de hand? Wat is er met motivatie aan de hand? Hans Kuyper GION, mei 2011 Een op veel middelbare scholen voorkomend verschijnsel is dat de leerlingen aan het begin van de eerste klas behoorlijk gemotiveerd zijn

Nadere informatie

Open & Online. De (mogelijke) rollen van bibliotheken. Onderwijs

Open & Online. De (mogelijke) rollen van bibliotheken. Onderwijs Open & Online De (mogelijke) rollen van bibliotheken Onderwijs Enthousiasme om mee te werken aan het onderzoek De opkomst hier vandaag Vragen en nieuwsgierigheid Leidraad met vragen opgesteld Telefonische

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Dynamic Publishing on Demand in Social Networks. R.M.G Dols Morpheus Software 2006

Dynamic Publishing on Demand in Social Networks. R.M.G Dols Morpheus Software 2006 Dynamic Publishing on Demand in Social Networks R.M.G Dols Morpheus Software 2006 Introductie Roger Dols Morpheus Software Onze expertise is het beheersbaar maken van kennis door toepassing van 2e generatie

Nadere informatie

Overzicht resultaten uit onderzoek door Cubiss 2009-2010. 1 Inleiding

Overzicht resultaten uit onderzoek door Cubiss 2009-2010. 1 Inleiding Overzicht resultaten uit onderzoek door Cubiss 2009-2010 1 Inleiding In opdracht van de Vereniging van Brabantse Bibliotheken is in 2009 en 2010 onderzoek gedaan naar de wensen en behoeften van het primair

Nadere informatie

Marlies Baeten Centrum voor Professionele Opleiding en Ontwikkeling en Levenslang Leren

Marlies Baeten Centrum voor Professionele Opleiding en Ontwikkeling en Levenslang Leren STIMULEREN VAN LEREN IN STUDENTGERICHTE LEEROMGEVINGEN? Marlies Baeten Centrum voor Professionele Opleiding en Ontwikkeling en Levenslang Leren Probleemgestuurd leren Projectonderwijs Casusgebaseerd onderwijs

Nadere informatie

Onderwijsvernieuwing in de praktijk : van planning tot evaluatie. Prof. Dr. Apr. Bart ROMBAUT. Dag van de Onderwijsvernieuwing

Onderwijsvernieuwing in de praktijk : van planning tot evaluatie. Prof. Dr. Apr. Bart ROMBAUT. Dag van de Onderwijsvernieuwing Onderwijsvernieuwing in de praktijk : van planning tot evaluatie Prof. Dr. Apr. Bart ROMBAUT 4 juni 2008 pag. 1 INLEIDING Geen onderwijsdeskundige, maar uit de praktijk Voorzitter van het Farmaceutisch

Nadere informatie

TeleTrainer: training in de e van het leren

TeleTrainer: training in de e van het leren TeleTrainer: training in de e van het leren TeleTrainer voor elke docent die betrokken is bij ICT in het onderwijs geschikt voor beginner, gevorderde en specialist geschikt voor verschillende rollen rondom

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom Den Haag Ons kenmerk 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Onderwerp Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon Bijlage(n) geen Geachte heer Van

Nadere informatie

Rob van Stuivenberg. 23 januari 2005

Rob van Stuivenberg. 23 januari 2005 Young Votes KLO Informatie & advies Rob van Stuivenberg 23 januari 2005 Onderzoeksverantwoording Young Votes uitgevoerd door De Vos en Jansen uit Nijmegen Online onderzoek onder 520 jongeren van 15-34

Nadere informatie

Boost uw carrière. Zo kiest u de MBAopleiding die bij u past. Deze whitepaper is mede mogelijk gemaakt door

Boost uw carrière. Zo kiest u de MBAopleiding die bij u past. Deze whitepaper is mede mogelijk gemaakt door Boost uw carrière Zo kiest u de MBAopleiding die bij u past Deze whitepaper is mede mogelijk gemaakt door Introductie Update uw kennis De wereld om ons heen verandert in een steeds hoger tempo. Hoe goed

Nadere informatie

De Multitaskende Digital Native en andere Broodje Aap Verhalen in het Onderwijs

De Multitaskende Digital Native en andere Broodje Aap Verhalen in het Onderwijs De Multitaskende Digital Native en andere Broodje Aap Verhalen in het Onderwijs Prof. dr. Paul A. Kirschner Vooraf 1: Ben jij student? docent? onderzoeker? ondernemer? geïnteresseerd publiek? anders???

Nadere informatie

Prikkelen tot leren. door de didactische inzet van Virtuele Werelden en Serious Gaming. Presentatie bij: V&VN-congres 2015.

Prikkelen tot leren. door de didactische inzet van Virtuele Werelden en Serious Gaming. Presentatie bij: V&VN-congres 2015. Prikkelen tot leren door de didactische inzet van Virtuele Werelden en Serious Gaming Presentatie bij: V&VN-congres 2015 Lokatie: De Reehorst, Ede Datum: 29-01-2015 Dr. W.J.Trooster Drs. E. Ploeger Domein

Nadere informatie

Ouderen en nieuwe technologie

Ouderen en nieuwe technologie Ouderen en nieuwe technologie Mature Market Monitor 2: rapportage Peter Jobsen p.jobsen@motivaction.nl Pieter Paul Verheggen p.verheggen@motivaction.nl Edgar Keehnen keehnen@agewise.nl Ouderen positief

Nadere informatie

GO LAB: VIRTUELE LABS BIJ HET NATUURWETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS

GO LAB: VIRTUELE LABS BIJ HET NATUURWETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS GO LAB: VIRTUELE LABS BIJ HET NATUURWETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS HENNY LEEMKUIL FER COENDERS 18 MEI 2016 IN DEZE WERKGROEP Didactiek ü Waarom practica / experimenteel werk door leerlingen ü Categorieën praktisch

Nadere informatie

ICT in Digi-Taal Presentatie titel

ICT in Digi-Taal Presentatie titel ICT in Digi-Taal Presentatie titel de rol van human centered ICT Ingrid Mulder Lector Human Centered ICT Hogeschool Rotterdam Rotterdam, 00 januari 2007 Engels en Digi-Taal in het basisonderwijs Rotterdam,

Nadere informatie

ICT-gebruik docenten behoeft brede ondersteuning!

ICT-gebruik docenten behoeft brede ondersteuning! Grote Bickersstraat 74 13 KS Amsterdam Postbus 247 AE Amsterdam t 522 54 44 f 522 53 33 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Rapport ICT-gebruik docenten behoeft brede ondersteuning! Onderzoek naar ICT-gebruik

Nadere informatie

E-communication 4 school 2 parents

E-communication 4 school 2 parents E-communication 4 school 2 parents Wij zijn vijf derdejaars studenten bachelor orthopedagogie aan de Katholieke Hogeschool Limburg dept. SAW. Ons afstudeerproject gaat over communicatie tussen ouders en

Nadere informatie