Pieter Geerligs. Master scriptie, MscBA, specialisatie Accountancy Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Economie en Bedrijfskunde

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Pieter Geerligs. Master scriptie, MscBA, specialisatie Accountancy Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Economie en Bedrijfskunde"

Transcriptie

1 Invloed van de druk van groepen stakeholders op de kwaliteit van het duurzaamheidsverslag, het publiek publiceren van dit verslag en het toevoegen van een assurance report aan dit verslag. Master scriptie, MscBA, specialisatie Accountancy Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Economie en Bedrijfskunde Pieter Geerligs

2 1

3 Invloed van de druk van groepen stakeholders op de kwaliteit van het duurzaamheidsverslag, het publiek publiceren van dit verslag en het toevoegen van een assurance report aan dit verslag Masterscriptie Pieter Geerligs s Master Accountancy Scriptiebegeleider: Dhr. D. de Waard 2

4 Abstract Deze studie doet onderzoek naar de invloed van bepaalde groepen stakeholders op de kwaliteit van het duurzaamheidsverslag, het publiceren van een voor het publiek toegankelijk duurzaamheidsverslag en het toevoegen van een assurance report aan dit verslag. De kwaliteit van het duurzaamheidsverslag wordt gemeten aan de hand van de kwaliteitscriteria van de Nederlandse Transparantiebenchmark. Het onderzoek vindt dus plaats op louter Nederlandse bedrijven. Daarnaast wordt de invloed op de GRI-richtlijnen onderzocht. De groepen stakeholders die druk kunnen uitoefenen op bedrijven zijn als volgt onderverdeeld: milieu stakeholders, klanten, werknemers en investeerders. De resultaten uit deze studie laten zien dat druk bestaat om de GRIrichtlijnen te hanteren. Echter alleen bedrijven onder druk van milieu stakeholders publiceren een kwalitatief beter duurzaamheidsverslag. Bedrijven die onder druk staan van milieu stakeholders of van klanten voelen vaker de druk om een assurance report toe te voegen aan het duurzaamheidsverslag. Bij de bedrijven die onder druk staan van werknemers en investeerders is dit niet het geval. Voor de druk van bepaalde groepen stakeholders op de aanwezigheid van een voor het publiek toegankelijk duurzaamheidsverslag is geen significante relatie gevonden. Uit de resultaten blijkt ook nog dat de bedrijven die onder druk staan van bepaalde groepen stakeholders niet vooruitstrevend zijn. In geen van de gevallen is de druk aanwezig om de nieuwste GRI-richtlijnen te hanteren en om een hoog niveau van assurance toe te voegen aan het duurzaamheidsverslag. Verklaringen van de resultaten liggen in de legitimatie theorie, institutionele theorie en het voluntary disclosure model. Key words: duurzaamheidsverslag; druk; stakeholder; transparantie; kwaliteit; Nederland; GRI; assurance; institutionele theorie; legitimatie theorie; stakeholder theory; voluntary disclosure; Transparantiebenchmark 3

5 1. Introductie Veel bedrijven en organisaties schrijven tegenwoordig naast een financieel jaarverslag ook een duurzaamheidsverslag. Een duurzaamheidsverslag probeert te informeren over de organisatorische prestaties op het gebied van milieu, socialiteit en economie (Hodge, Subramaniam & Stewart, 2009). Mijn onderzoek is gericht op de kwaliteit van duurzaamheidsverslagen, de aanwezigheid van een voor het publiek toegankelijk duurzaamheidsverslag en het toevoegen van assurance aan dit verslag. Het onderzoek is specifiek gericht op Nederlandse bedrijven opgenomen in de jaarlijks terugkerende Transparantiebenchmark. 1.1 Duurzaamheid in Nederland In het artikel Going Dutch: why the country is leading the way on sustainable business gepubliceerd in The Guardian (Balch, 2013), stelt de auteur dat Nederland vooruitstrevend is op het gebied van duurzaamheid. Nederland wordt gezien als een vooroplopend land met een uitstekend raamwerk op het gebied van duurzaamheid. De schrijver van het artikel noemt drie redenen waarom Nederland zo goed presteert op het gebied van duurzaamheid: een goede samenwerking, het verder kijken achter de grenzen en direct en oplossingsgericht leiderschap. Ondanks dat Nederland vooroploopt op het gebied van duurzaamheid, is echter weinig empirisch onderzoek te vinden op het gebied van duurzaamheidsverslaggeving in Nederland. Wel wordt jaarlijks een Transparantiebenchmark gepubliceerd waar alleen Nederlandse bedrijven aan meedoen. Hierover meer in de volgende paragraaf. 1.2 Transparantiebenchmark Transparantie is een belangrijke voorwaarde voor duurzaamheidsverslaggeving (Global Reporting Initiative, 2011). Er zijn ook verschillende definities van transparantie. Zo definieert Williams (2005) drie eigenschappen van transparantie: relevante, tijdige en betrouwbare informatie. Bushman et al. (2014) definiëren het weer als de beschikbaarheid van bedrijfsspecifieke informatie voor mensen buiten het bedrijf. Sinds het jaar 2004 wordt in Nederland jaarlijks de Transparantiebenchmark uitgevoerd. Transparantie wordt in deze benchmark uitsluitend beoordeeld aan de hand van periodieke verslaggeving. Het doel en de criteria van de Transparantiebenchmark is uit het rapport van de Transparantiebenchmark 2013 geciteerd. De Transparantiebenchmark heeft ten doel een beoordeling te geven van de inhoud en kwaliteit van externe verslaggeving ten aanzien van maatschappelijke aspecten van ondernemen. Hiertoe wordt de verantwoordingsinformatie van de grootste Nederlandse organisaties beoordeeld op vijftig criteria die betrekking hebben op maatschappelijk relevante aspecten van organisaties en hun bedrijfsvoering. De Transparantiebenchmark geeft nadrukkelijk geen oordeel over de maatschappelijke prestaties. Zoals eerder vermeld zijn er verschillende definities van transparantie. De Transparantiebenchmark is gebaseerd op vijftig criteria. De criteria zijn onderverdeeld in inhoudsgerichte criteria en kwaliteitsgerichte criteria, die op hun beurt zijn geclusterd naar elk vijf thema s of categorieën. In totaal kunnen 200 punten behaald worden, 100 punten voor de inhoudelijke en 100 punten voor de kwaliteitsgerichte criteria. De totaalscore komt tot stand door het optellen van de totale inhoudsgerichte score en de score op de kwaliteitsgerichte criteria. In figuur 1 in de bijlage zijn van beide criteria alle thema s opgenomen met een duidelijke definitie hiervan. Mijn onderzoek is gebaseerd op de resultaten uit de Transparantiebenchmark van De Transparantiebenchmark van 2014 geeft inzicht in de mate van transparantie in maatschappelijke verslaggeving bij de 409 grootste bedrijven van Nederland. 1.3 Doel en relevantie onderzoek Veel bedrijven schrijven dus tegenwoordig een duurzaamheidsverslag. Volgens Deegan was er aan het eind van de 20 e en aan het begin van de 21 e eeuw al een toename in onderzoek naar 4

6 duurzaamheidsverslagen (Deegan, 2002), waardoor er ook veel meer literatuur beschikbaar is gekomen aangaande dit onderwerp. Naar mijn idee is na de publicatie van dit artikel nog veel meer onderzoek gedaan aangaande het schrijven van een duurzaamheidsverslag. Zo is ook veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen sectoren en het publiceren van duurzaamheidsverslagen. Uit eerdere onderzoeken van onder andere Alali & Romero (2012), Kolk & Perego (2010), Simnett, Vanstraelen & Chua (2009), Kolk (2003) en Brammer & Pavelin (2006) is gebleken dat daadwerkelijk een relatie bestaat tussen sectoren en het publiceren van duurzaamheidsverslagen. Zo heeft Kolk bijvoorbeeld aangetoond dat duurzaamheidsverslaggeving veel vaker voorkomt in industriële sectoren vergeleken met de financiële sector en hebben Brammer & Pavelin aangetoond dat bedrijven actief in chemicaliën of in de energiesector kwalitatief betere duurzaamheidsverslagen afleveren dan bedrijven actief in technologische of financiële sectoren. Recent hebben Fernandez-Feijoo, Romero & Ruiz (2014) onderzocht in hoeverre de druk van een groep stakeholders invloed heeft op de transparantie van duurzaamheidsverslagen binnen het GRIraamwerk. Dit onderzoek hebben zij gebaseerd op eerder onderzoek van Adams, Hill & Roberts (1998), Deegan & Gordon (1996), Hackston & Milne (1996) en Prado Lorenzo, Gallego Alvarez & Garcia Sanchez (2009). Aan de hand van de stakeholder theorie kwam in deze onderzoeken naar voren dat bedrijven actief in bepaalde sectoren druk ondervinden van stakeholders. In hun onderzoek komen Fernandez-Feijoo et al. tot de conclusie dat de druk van een groep stakeholders een positieve invloed heeft op de transparantie van de duurzaamheidsverslagen. In mijn onderzoek heb ik verder onderzocht of dit ook specifiek voor de kwaliteit van het duurzaamheidsverslag het geval is. Ik heb mij in dit onderzoek dus specifiek gericht op de kwaliteitscriteria in de Transparantiebenchmark en niet op de inhoudscriteria. Veel bedrijven proberen wel zo veel mogelijk te rapporteren, ook onder druk van hun stakeholders, maar is de kwaliteit van het gerapporteerde ook echt goed? In de Transparantiebenchmark worden relatief veel minder punten gescoord op kwaliteit dan op inhoud. Leveren bedrijven die onder druk staan van een groep stakeholders (hierna drukgevoelige bedrijven genoemd) ook een kwalitatief beter duurzaamheidsverslag dan bedrijven die deze druk niet ondervinden (hierna niet-drukgevoelige bedrijven genoemd)? Het is goed dit te onderzoeken aangezien dieper op de materie wordt ingegaan wat betreft de kwaliteit van duurzaamheidsverslagen dan in het onderzoek van Fernandez-Feijoo et al. Daarnaast heb ik in mijn onderzoek alleen gekeken naar Nederlandse bedrijven. Mijn onderzoek is gebaseerd op Nederlandse bedrijven welke specifiek zijn opgenomen in de Transparantiebenchmark van Fernandez-Feijoo et al. kijken in hun onderzoek naar de GRI-richtlijnen. In mijn onderzoek ga ik nog iets verder. Zijn drukgevoelige bedrijven ook vooruitstrevend in het naleven van de nieuwste GRI-richtlijnen. Naast de invloed van een groep stakeholders op de kwaliteit van duurzaamheidsverslagen heb ik ook onderzocht of drukgevoelige bedrijven eerder hun activiteiten verantwoorden. Uit eerder onderzoek van Simnett, Vanstraelen & Chua (2009) is al gebleken dat drukgevoelige bedrijven eerder de druk voelen om hun activiteiten te verantwoorden. Deze bedrijven publiceren vaker een duurzaamheidsverslag en voegen vaker een assurance report toe aan dit verslag. Het onderzoek betreft een internationaal onderzoek over de periode In mijn onderzoek heb ik onderzocht of dit voor Nederlandse bedrijven ook specifiek het geval is. Voelen drukgevoelige Nederlandse bedrijven eerder de druk om hun duurzaamheidsverslag publiek toegankelijk te maken en voegen ze hier vaker een assurance report aan toe? Zijn drukgevoelige bedrijven echter ook vooruitstrevend in het toevoegen van assurance? Er is dus veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen sectoren en duurzaamheidsverslaggeving en de invloed van stakeholders op duurzaamheidsverslaggeving. Er is echter niet veel onderzoek gedaan specifiek gericht op Nederlandse bedrijven. Eén van de weinige onderzoeken is het onderzoek van van de Burgwal & Vieira (2014). Zij hebben een test uitgevoerd op de 30 grootste bedrijven genoteerd aan de Amsterdamse Euronext Index, geselecteerd op 31 december Uit hun onderzoek kwam naar voren dat bedrijfsgrootte en sector positief geassocieerd zijn aan het niveau van duurzaamheidsverslaggeving. Aangezien dus weinig onderzoek is gedaan op Nederlandse 5

7 bedrijven is het dus goed om te onderzoeken of drukgevoelige bedrijven in Nederland eerder hun activiteiten verantwoorden en of ze een hogere kwaliteit van duurzaamheidsverslagen waarborgen. 6

8 2. Vraagstelling Aan de hand van de geïntroduceerde Transparantiebenchmark is in dit onderzoek ingegaan op de vraag in hoeverre de druk van een groep stakeholders invloed kan uitoefenen op de kwaliteitscriteria van duurzaamheidsverslagen in Nederland. Daarnaast wordt ook onderzocht in hoeverre deze druk van stakeholders leidt tot het verantwoorden van activiteiten. Er zijn verschillende onderzoeksvragen opgesteld bij dit onderzoek, verdeeld over onderzoeksmodel A en B. De modellen zijn opgesplitst op basis van de onderzoeksmethode. 2.1 Onderzoeksmodel A Ten eerste is onderzocht of drukgevoelige bedrijven een kwalitatief beter duurzaamheidsverslag opstellen dan dat niet-drukgevoelige bedrijven dat doen. Uit onderzoek van Fernandez-Feijoo et al. is dus al gebleken dat drukgevoelige bedrijven transparanter zijn op het gebied van duurzaamheid. In de Transparantiebenchmark wordt echter onderscheid gemaakt tussen een inhoudsgericht- en een kwaliteitsgericht normenkader. In dit onderzoek heb ik specifiek gekeken naar het kwaliteitsgerichte normenkader. Zijn drukgevoelige bedrijven niet alleen transparanter, maar leveren ze ook specifiek een hogere kwaliteit van duurzaamheidsverslaggeving? Onderzocht is of drukgevoelige bedrijven een hoger puntenaantal behalen op de vijf kwaliteitscriteria in de Transparantiebenchmark: relevantie, duidelijkheid, betrouwbaarheid, responsiviteit en samenhang. Dit impliceert namelijk een hogere kwaliteit van de verslaggeving. Fernandez-Feijoo et al. kijken in hun onderzoek naar transparantie binnen het GRI-raamwerk. Deze richtlijnen worden inmiddels internationaal gezien als een belangrijke standaard voor duurzaamheidsverslaggeving. Dit is echter nog op vrijwillige basis (de Waard, 2011). Wanneer een bedrijf de GRI-richtlijnen naleeft bij het opstellen van het duurzaamheidsverslag, dan zal dit resulteren in een kwalitatief beter verslag. Desondanks heb ik naleving van de GRI-richtlijnen geplaatst in onderzoeksmodel B, omdat bij model B dezelfde onderzoeksmethode wordt gebruikt. In het hoofdstuk onderzoeksmethode wordt dit nog nader verklaard. In figuur 2 is onderzoeksmodel A schematisch weergeven. Relevantie Druk van een bepaalde groep stakeholders Algemene kwaliteitscriteria duurzaamheids verslagen Duidelijkheid Betrouwbaarheid Responsiviteit Samenhang Figuur 2: onderzoeksmodel A De onderzoeksvraag opgesteld bij onderzoeksmodel A luidt als volgt: A1 Scoren drukgevoelige bedrijven meer punten op de kwaliteitscriteria in de Transparantiebenchmark dan niet-drukgevoelige bedrijven? 2.2 Onderzoeksmodel B Ten tweede is onderzocht in hoeverre drukgevoelige bedrijven eerder hun activiteiten zullen verantwoorden. Uit eerder onderzoek van Simnett et al. is dus al gebleken dat drukgevoelige bedrijven eerder de druk voelen om hun activiteiten te verantwoorden. Naast naleving van de GRIrichtlijnen zijn er twee punten welke ik nader heb onderzocht. Ten eerste heb ik onderzocht of drukgevoelige bedrijven in Nederland ook vaker een voor het publiek toegankelijk verslag op het 7

9 gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (hierna MVO genoemd) publiceren? Niet alle bedrijven publiceren namelijk een voor het publiek toegankelijk MVO verslag. Deze bedrijven zijn veelal familiebedrijven. Echter familiebedrijven zouden ook druk kunnen ondervinden van stakeholders om hun verslagen publiek toegankelijk te maken. Ten tweede is onderzocht of drukgevoelige bedrijven vaker een assurance report toevoegen aan hun duurzaamheidsverslag. Er bestaan drie vormen van assurance-opdrachten: controleopdrachten, beoordelingsopdrachten en hybride assurance. Bij een controleopdracht doet de accountant een uitspraak met redelijke mate van zekerheid, waar dit bij een beoordelingsopdracht slechts met een beperkte mate van zekerheid is. Een hybride vorm komt ook vaak voor. Hierbij wordt een deel van het verslag gecontroleerd en een deel beoordeeld. (de Waard, 2011). Vragen drukgevoelige bedrijven eerder om een hoger niveau van assurance? Voegen ze dus eerder dan niet-drukgevoelige bedrijven hybride assurance of een controleverklaring toe aan het duurzaamheidsverslag? Met andere woorden zijn drukgevoelige bedrijven hier vooruitstrevender in? Naast deze twee punten is in onderzoeksmodel B ook onderzocht of drukgevoelige bedrijven vaker de GRI-richtlijnen naleven. Onlangs zijn de GRIrichtlijnen weer geüpdate naar de G4-richtlijnen. Stellen drukgevoelige bedrijven ook als eerste hun duurzaamheidsverslag op aan de hand van de nieuwe GRI-richtlijnen? Zijn de drukgevoelige bedrijven vooruitstrevender in het volgen van de nieuwe GRI-richtlijnen? In figuur 3 is onderzoeksmodel B schematisch weergeven. Aanwezigheid voor het publiek toegankelijk MVO verslag Druk van een bepaalde groep stakeholders Aanwezigheid assurance report Aanwezigheid hybride assurance of controleopdracht Naleven van de GRIrichtlijnen Naleven van de GRI G4- richtlijnen Figuur 3: onderzoeksmodel B De onderzoeksvragen opgesteld bij onderzoeksmodel B luiden als volgt: B1 Publiceren drukgevoelige bedrijven vaker een voor het publiek toegankelijk MVO verslag dan dat niet-drukgevoelige bedrijven dat doen? B2.1 Voegen drukgevoelige bedrijven vaker een assurance report toe aan hun duurzaamheidsverslag dan dat niet-drukgevoelige bedrijven dat doen? B2.2 Bij de aanwezigheid van een assurance report. Is bij drukgevoelige bedrijven dan vaker sprake van hybride assurance of een controleopdracht dan bij niet drukgevoelige bedrijven? B3.1 Hanteren drukgevoelige bedrijven eerder de GRI-richtlijnen dan dat niet drukgevoelige bedrijven dat doen? B3.2 Hanteren drukgevoelige bedrijven eerder de nieuwe GRI G4-richtlijnen dan dat nietdrukgevoelige bedrijven dat doen? 2.3 Onderscheid stakeholders Zoals uitgelegd in de introductie heb ik een soortgelijk onderzoek gedaan als Fernandez-Feijoo et al. De focus van het onderzoek van Fernandez-Feijoo et al. ligt op de relatie tussen stakeholders en 8

10 sectoren. Zij onderscheiden vier groepen stakeholders die druk kunnen uitoefenen op sectoren: milieu, klanten, investeerders en werknemers. Dit onderscheid in stakeholders door Fernandez- Feijoo et al. heb ik in dit onderzoek ook aangehouden. Belangrijk om te weten is dat een apart onderzoek is gedaan naar elke groep stakeholders. Staat een bedrijf bijvoorbeeld onder druk van werknemers dan is het drukgevoelig. Is dit niet het geval, dan betreft het dus een niet drukgevoelig bedrijf. Voor elke groep stakeholders is dit apart bekeken. De vier groepen stakeholders zijn niet bij elkaar opgeteld. Ten eerste onderscheiden Fernandez-Feijoo et al. druk van het milieu. Wanneer de activiteiten van een bedrijf grote invloed hebben op het milieu, dan zal het bedrijf druk ondervinden van milieugroeperingen en van andere stakeholders die zich bekommeren om het milieu. Bedrijven zijn dan actief in erg milieugevoelige sectoren. Fernandez-Feijoo et al. volgen hierin Tagesson et al. (2009); Gamerschlag et al. (2011) & Branco & Rodrigues (2008). Ten tweede is druk van klanten onderscheden. Een bedrijf kan druk ondervinden van klanten wanneer het actief is in een sector waarin een groot, algemeen publiek producten of diensten afneemt. Sweeney & Coughlan (2008) en Branco & Rodrigues hebben een aantal van deze sectoren voorgedragen. Daarnaast hebben Fernandez-Feijoo et al. zelf ook nog een aantal sectoren toegevoegd, waarvan zij vinden dat deze ook aan deze criteria voldoen. De toegevoegde sectoren door Fernandez-Feijoo et al. heb ik echter niet ingedeeld als sectoren onderhevig aan druk van klanten. In het hoofdstuk methodologie leg ik deze keuze nader uit. De derde groep stakeholders waar een bedrijf druk van kan ondervinden is werknemers. Hoe groter het bedrijf, des te groter de druk van werknemers. Huang & Kung (2010) hebben vastgesteld dat werknemers actief bij grote bedrijven meer georganiseerd zijn, waardoor hun mening eerder invloed heeft op het management. Hoe meer werknemers een bedrijf heeft, hoe hoger de vraag naar transparantie wordt (Aldama et al., 2009; Ellis, 2009; Haski-Levental, 2013 & Wei et al., 2009). In dit onderzoek valt het onderscheid tussen veel en weinig werknemers echter niet goed te maken aangezien in de Transparantiebenchmark van 2014 voor het eerst mkb-bedrijven niet meer zijn beoordeeld. Daarom heb ik onderscheid gemaakt tussen bedrijven waarbij de inzet van mensen intensiever is. Hiervoor is een verhoudingsgetal opgemaakt van de totale opbrengsten t.o.v. het aantal werknemers. Hoe meer invloed een werknemer heeft op het resultaat van het bedrijf, des te eerder zal een bedrijf onderhevig zijn aan druk van werknemers. Het verhoudingsgetal geeft aan hoeveel omzet per werknemer wordt gegenereerd. Ten slotte kan een bedrijf ook druk ondervinden van investeerders. Bij het onderzoek van Fernandez- Feijoo et al. komen hiervoor sectoren in aanmerking waarin meer dan 50% van de bedrijven aandelen in hun bedrijf verkopen. Daarnaast nemen zij ook financiële diensten mee, aangezien coöperatieve bedrijven en spaarbanken die geen aandelen verhandelen wel druk van hun partners kunnen ervaren (Chih & Chen, 2010). In mijn onderzoek heb ik bedrijven die beursgenoteerd zijn geselecteerd als zijnde bedrijven die druk ervaren van investeerders. Daarnaast heb ik de financiële diensten ook geselecteerd als zijnde bedrijven die druk ervaren van investeerders. Hierin volg ik dus het onderzoek van Fernandez-Feijoo et al. Alle vier de categorieën stakeholders zijn dus apart getest en resultaten aan gekoppeld. De precieze verdeling van de vier groepen stakeholders die druk kunnen uitoefenen op sectoren is nader uitgewerkt in het hoofdstuk methodologie. 2.4 Verwachtingen Fernandez-Feijoo et al. kwamen tot de conclusie dat de druk van een bepaalde groep stakeholders een positieve invloed heeft op de transparantie van duurzaamheidsverslagen. Daarnaast bleek uit onderzoek van Simnett et al. dat deze druk ook een positieve invloed heeft op de aanwezigheid van duurzaamheidsverslagen en een assurance report. Aan de hand van deze resultaten heb ik ook mijn verwachtingen opgesteld. De verwachting is hierdoor dat de druk van een bepaalde groep stakeholders bij de Nederlandse bedrijven uit de Transparantiebenchmark een positieve invloed uitoefent op de genoemde onderzoekspunten. Aangezien er twee onderzoeksmodellen zijn opgesteld, heb ik ook twee tabellen opgesteld met verwachtingen van de uitkomsten: tabel 1 en 9

11 tabel 2. In beide tabellen zijn de vier groepen stakeholders opgenomen die druk kunnen uitoefenen op bedrijven: milieu stakeholders, klanten, investeerders en werknemers. De verwachting is dat drukgevoelige bedrijven meer punten scoren op de kwaliteitscriteria in de Transparantiebenchmark (TB) dan dat niet-drukgevoelige bedrijven dit doen. Ik heb de verwachting uitgesproken dat drukgevoelige bedrijven per groep stakeholders bij alle vijf de kwaliteitscriteria 10 procent boven het puntenaantal scoren dan de bedrijven die niet onder druk staan van deze stakeholders. De verwachting is dus dat drukgevoelige bedrijven twee punten meer scoren dan nietdrukgevoelige bedrijven op elk kwaliteitscriterium. Op elk kwaliteitscriterium zijn namelijk maximaal 20 punten te verdienen. Aangezien de verhouding tussen drukgevoelige bedrijven en nietdrukgevoelige bedrijven per onafhankelijke variabele verschilt, variëren ook de verwachtingen op de kwaliteitscriteria per onafhankelijke variabele. Zo dienen bijvoorbeeld bedrijven die onder druk staan van investeerders 4,47% boven het gemiddeld aantal gescoorde punten te behalen, waar bedrijven die onder druk staan van bijvoorbeeld werknemers 6,46% boven het gemiddelde dienen te scoren. Bedrijven die onder druk staan van investeerders mogen gemiddeld een lager aantal punten halen, omdat veel bedrijven druk ondervinden van investeerders. Een lager aantal bedrijven ondervindt druk van werknemers, waardoor deze drukgevoelige bedrijven juist een hoger puntenaantal dienen te scoren. Het zwaartepunt zit immers dan bij de niet drukgevoelige bedrijven. Daarnaast dienen bedrijven onder druk van milieu stakeholders en klanten, respectievelijk 6,50% en 5,13% boven het gemiddeld aantal punten van alle bedrijven te scoren. In tabel 3 in de bijlage staat voor elke onafhankelijke variabele de berekening van deze percentages. Het kwaliteitscriterium betrouwbaarheid heb ik daarnaast in twee delen opgesplitst. Dit criterium wordt beoordeeld door drie vragen, waarbij op de eerste vraag (vraag 30 van de TB) al 14 van de 20 punten behaald kunnen worden. Vraag 30 gaat over het toevoegen van assurance aan het duurzaamheidsverslag. In model B en tabel 2 is hier ook nog expliciet onderzoek naar gedaan. De verwachting voor het criterium betrouwbaarheid is dus apart opgesteld voor vraag 30 en voor vraag 31 en 32 van de TB. In tabel 1 is allereerst het gemiddeld aantal gescoorde punten op de kwaliteitscriteria in de Transparantiebenchmark van 2014 weergeven van alle bedrijven die zijn getest in dit onderzoek, zowel de drukgevoelige als niet-drukgevoelige bedrijven. Vervolgens staan de verwachtingen weergeven van het aantal gescoorde punten welke de drukgevoelige bedrijven dienen te halen. Voor elk kwaliteitscriterium geldt dat het percentage van de gemiddelde score van alle bedrijven wordt verhoogd met de percentages berekend in tabel 3. Rele vantie Duidelijk heid Betrouw baarheid (30) Betrouwbaar heid (31+32) Responsi viteit Samen hang Totaal kwaliteit Alle bedrijven Gem. aantal punten (20) (20) 3.16 (14) 2.41 (6) 9.93 (20) (20) (100) Gem. percentage 58.47% 60.64% 22.57% 40.19% 49.67% 52.15% 49.76% Drukgevoelige bedrijven Milieu 64.97% 67.14% 29.07% 46.69% 56.17% 58.65% 56.26% Klanten 63.60% 65.77% 27.70% 45.32% 54.80% 57.28% 54.89% Investeerders 62.94% 65.11% 27.04% 44.66% 54.14% 56.62% 54.23% Werknemers 64.93% 67.10% 29.03% 46.65% 56.13% 58.61% 56.22% Tabel 1: het gemiddeld aantal gescoorde punten van alle bedrijven en het verwachte percentage aantal gescoorde punten van drukgevoelige bedrijven op de kwaliteitscriteria van de Transparantiebenchmark van 2014 Naast de kwaliteitscriteria in de Transparantiebenchmark staat naleving van de GRI-richtlijnen ook voor kwaliteit. Naleving van de GRI-richtlijnen is weergegeven in onderzoeksmodel B, omdat bij dit model dezelfde onderzoeksmethode is toegepast. In tabel 1 zijn ook de verwachtingen van het aantal punten op de kwaliteitscriteria in de Transparantiebenchmark weergeven. De verwachting van het 10

12 naleven van de GRI-richtlijnen is dus ook moeilijk in tabel 1 weer te geven, omdat deze verwachting geen absolute score betreft. De verwachting van de naleving van de GRI-richtlijnen en de verwachting van de GRI G4-richtlijnen is daarom ook in tabel 2 geplaatst. Naast de verwachting dat drukgevoelige bedrijven eerder de GRI-richtlijnen naleven, heb ik ook de verwachting uitgesproken dat drukgevoelige bedrijven vooruitstrevender zijn en eerder de nieuwere G4-richtlijnen zullen naleven. Naast de verwachting van de GRI-richtlijnen geeft tabel 2 ook de verwachting aan in hoeverre drukgevoelige bedrijven een voor het publiek toegankelijk MVO verslag publiceren en een assurance report bij dit verslag leveren. Daarnaast is onderzocht welk niveau dit assurance report heeft. Wanneer het hybride assurance of een controleverklaring betreft, dan is het bedrijf vooruitstrevend. De verwachting is dat bepaalde groepen stakeholders ook bij bedrijven in Nederland een positieve invloed uitoefenen op de genoemde punten in tabel 2. De verwachtingen voor de drukgevoelige bedrijven zijn weergegeven in tabel 2. Voor het publiek toegankelijk MVO verslag Assurance report aanwezig Aanwezigheid hybride assurance of een controleverklaring GRI-richtlijnen gevolgd Nieuwere versie GRI G4- richtlijnen Milieu Klanten Investeerders Werknemers Tabel 2: verwachte invloed van een groep stakeholders op de aanwezigheid van een voor het publiek toegankelijk MVO verslag, assurance report, hybride assurance of een controleverklaring, naleving van de GRI-richtlijnen en naleving van de nieuwe GRI G4-richtlijnen Aan de hand van de stakeholder theorie, het voluntary disclosure model, de legitimatietheorie en de institutionele theorie probeer ik de verwachtingen en de resultaten te verklaren. Deze theorieën worden in het theoretisch kader nader uitgelegd. 11

13 3. Theoretisch kader In dit hoofdstuk zijn de theorieën beschreven waar de verwachtingen en resultaten van mijn onderzoek op zijn gebaseerd. Aan de hand van onderstaande theorieën dient de relatie tussen de onafhankelijke en afhankelijk variabelen verklaard te worden. De verwachting is dat door onderstaande theorieën drukgevoelige bedrijven eerder hun activiteiten verantwoorden en kwalitatief hogere verslagen afleveren, waardoor ze ook hoger op de Transparantiebenchmark eindigen. 3.1 Stakeholder theorie Freeman (1984) publiceerde met zijn stakeholder concept een nieuwe kijk op strategisch management. Hij definieert stakeholders als een groep of individu die het behalen van de bedrijfsdoelstellingen beïnvloed of hierdoor beïnvloed kan worden. Stakeholders van het bedrijf zijn aandeelhouders, schuldeisers, werknemers, leveranciers, publieke belangengroepen en overheidsinstanties. Een implicatie van de theorie van Freeman is dat bedrijven de relaties met hun stakeholders moet managen (Elijido-Ten et al., 2010). Ansoff (1965) was de eerste die de doelstellingen van het bedrijf definieerde in relatie tot de stakeholder theorie. Eén van de grootste doelstellingen noemde hij het bereiken van de bekwaamheid om tussen de conflicterende eisen van verschillende stakeholders van het bedrijf te balanceren. In het paper van Roberts (1992) wordt het model van Freeman en Ullman besproken. Freeman (1983) categoriseerde de ontwikkeling van het stakeholder concept tussen een model van organisatieopzet en werkbeleid en een maatschappelijk verantwoord model van stakeholder management. Het eerste model richt zich op het ontwikkelen en evalueren van het verkrijgen van de goedkeuring bij strategische beslissingen van groepen waarvan ondersteuning is vereist, wil het bedrijf blijven bestaan. Het gedrag van verschillende groepen stakeholders wordt beschouwd als een beperking op de strategie die is ontwikkeld door het management om bedrijfsmiddelen in overeenstemming te brengen met de omgeving. Het tweede model breidt het organisatieopzet model uit door externe invloeden op het bedrijf toe te voegen welke vijandige posities aan kunnen nemen. Vanuit Freeman s model ontwikkelde Ullman (1985) een conceptueel model van maatschappelijk verantwoorde activiteiten. Ullman concludeerde dat de stakeholder theorie een passende rechtvaardiging biedt voor het inbouwen van strategische beslissingen in studies van MVO. Ullman presenteert een driedimensionaal model waar hij eigenlijk alle correlaties tussen maatschappelijke rapportering en maatschappelijke en economische prestaties mee kan verklaren. De invloed van stakeholders is de eerste dimensie die wordt besproken. Deze dimensie beargumenteert dat een bedrijf reageert op de intensiteit van eisen van stakeholders. Wanneer MVO wordt gezien als een effectieve management strategie voor het omgaan met stakeholders, dan wordt een positieve relatie verwacht tussen de invloed van stakeholders en MVO prestaties en verslaggeving. De tweede dimensie van het model is de strategische houding van het bedrijf richting MVO. Deze houding beschrijft de manier van reageren van de mensen die de belangrijkste beslissingen nemen aangaande maatschappelijke eisen. Een bedrijf heeft een actieve houding wanneer het management probeert de positie van de organisatie met zijn stakeholders te beïnvloeden via MVO. Des te actiever de houding van het management, des te hoger de verwachting dat de activiteiten maatschappelijk zijn verantwoord en gerapporteerd. De derde dimensie van het model betreft de huidige economische prestaties en uit het verleden. Het voldoen aan het doel om maatschappelijk verantwoord te ondernemen kan op de tweede plaats komen achter het voldoen aan de economische eisen, omdat deze de continuïteit van het bedrijf kan aantasten. Met een zeker niveau van de eerste twee dimensies zal bij hogere economische prestaties van het bedrijf, het bedrijf eerder doen aan MVO en over MVO rapporteren. 3.2 Voluntary disclosure model Volgens Clarkson et al. (2008) voorspelt het voluntary disclosure model een positieve relatie tussen 12

14 maatschappelijk verantwoorde resultaten en het niveau van verslaggeving wat het bedrijf vindt dat het levert. Volgens Clarkson et al. is het idee achter dit model dat bedrijven die erg vooraanstaand zijn in maatschappelijk verantwoord ondernemen, hun aanpak willen opdringen door te wijzen op objectieve prestatie indicatoren die erg moeilijk zijn te kopiëren door minder vooraanstaande bedrijven. Doordat het voor deze bedrijven moeilijk is om deze indicatoren te kopiëren, zullen de minder vooraanstaande bedrijven ervoor kiezen om minder te verslaan op het gebied van MVO, of ze zullen zelfs helemaal geen verslag gaan uitbrengen. Vooraanstaande bedrijven doen dus wel verslag van belangrijke onderwerpen aangaande MVO zaken. De kwaliteit van hun verslaggeving is dus superieur t.o.v. de kwaliteit van verslaggeving van minder vooraanstaande bedrijven, waardoor ze dus ook een concurrentievoordeel kunnen bedingen. Vooraanstaande bedrijven geloven dat hun sterktes de zwaktes tenietdoen en ze zijn daarom niet bang voor de reactie van stakeholders. Het voluntary disclosure model wordt dus gebruikt om het niveau van verslaggeving te verklaren. Het model is gebaseerd op de agency theorie. Volgens Brammer & Pavelin (2006) is vrijwillige verslaggeving een poging tot het verwijderen van informatieasymmetrie tussen het bedrijf en externe agenten, voornamelijk agenten in een investeringsklimaat. Het voluntary disclosure model voorspelt daardoor dat het informatierisico voor huidige en potentiële investeerders verlaagd zal worden. Het voluntary disclosure model voorspelt dat organisaties welke goed presteren op MVO de impact van hun activiteiten niet zullen verhullen en dat deze organisaties bereid zijn om hun stakeholders te informeren over hun activiteiten. Dit impliceert dus ook dat wanneer een bedrijf geen informatie verstrekt aangaande een onderwerp op het gebied van MVO, stakeholders kunnen denken dat er iets aan de hand kan zijn. Immers, bedrijven doen juist wel verslag wanneer ze goed presteren op het gebied van MVO. Wanneer een bedrijf niet een voor het publiek toegankelijk MVO verslag levert of er wordt geen assurance report toegevoegd dan kunnen stakeholders denken dat er wel eens iets aan de hand kan zijn. Dit roept vragen op. Bedrijven zullen deze vragen willen voorkomen en de kans is groot dat ze deze informatie dan wel gaan publiceren. Echter is de informatie die het bedrijf dan publiceert kwalitatief wel echt goed? En is het bedrijf ook vooruitstrevend? 3.3 Legitimatie theorie In de legitimatie theorie staat de relatie met de omgeving centraal. Ondernemingen hebben een license to operate nodig om te kunnen overleven en zullen mede vanuit dat oogpunt de communicatie met de relevante stakeholders vormgeven (De Waard, 2011). Het centrale idee van deze theorie is dat organisaties sociaal gebouwd zijn en onderhevig zijn aan sociale contracten. Dit betekent dat ze alleen kunnen opereren wanneer ze gezien worden als legitiem, omdat ze de steun van de maatschappij nodig hebben. Legitimiteit doet zich voor wanneer het waardesysteem van de organisatie en het grote sociale systeem waarin de organisatie opereert overeenkomen. Wanneer er ongelijkheid is, zal de legitimiteit van het bedrijf worden bedreigd. De legitimatietheorie benadrukt de manier waarin bedrijven hun gedragingen proberen te legitimeren door het managen en manipuleren van waarnemingen in de samenleving, zodat het overeenkomt met de normen van acceptabel gedragen (Smith, Haniffa & Fairbrass, 2010). 3.4 Institutionele theorie Bepaalde sectoren en landen zullen naarmate de tijd vordert steeds homogener worden. Dit proces is isomorphism genaamd. Isomorphism ontwikkelt zich doordat bedrijven zich genoodzaakt voelen om legitimiteit aan zichzelf te verlenen door de externe druk die ze ervaren (Smith, Haniffa & Fairbrass, 2010). In het boekwerk Als de vos de passie spreekt De rol van de accountant bij duurzaamheidsverslaggeving van de Waard wordt de institutionele theorie verder besproken. Volgens de institutionele theorie kan het gedrag van ondernemingen vanuit drie invalshoeken worden beïnvloed. Ondernemingen worden beïnvloed door regelgeving van overheden of door pressie vanwege bijvoorbeeld niet-gouvernementele organisaties. Daarnaast worden ondernemingen beïnvloed door de gedragingen van hun peer group. Tenslotte kan sprake zijn van gelijkgestemdheid binnen groepen mensen. De eerste invalshoek is in mijn onderzoek het 13

15 belangrijkst. Zoals de Waard het ook al verwoord in zijn boekwerk: Ondernemingen kunnen zich door het bestaan van de Transparantiebenchmark aangezet voelen tot het publiceren van een compleet en daardoor vaak lijvig duurzaamheidsverslag. Doordat bedrijven hoger op de Transparantiebenchmark willen eindigen, zullen ze kwalitatief betere verslagen willen publiceren. 3.5 Link onderzoek De stakeholder theorie en institutionele theorie zijn de basis van mijn onderzoek. Vanuit de stakeholder theorie is het model van Ullman een belangrijke basis voor bedrijven voor het publiceren van een kwalitatief goed duurzaamheidrapport. De institutionele theorie heeft het over drie invalshoeken. Zoals gezegd kan een onderneming zich aangezet voelen tot het publiceren van een kwalitatief goed duurzaamheidverslag om zo hoog mogelijk op de Transparantiebenchmark te geraken. Daarnaast zijn gedragingen van peer groups belangrijk, vooral voor ondernemingen die onder druk staan van milieu stakeholders en klanten. Dit omdat zij in dezelfde sectoren actief zijn en deze bedrijven vaak hun concurrenten volgen. De verdieping leg ik in mijn onderzoek naar het voluntary disclosure model en de legitimatie theorie. Bedrijven zullen om hun gedrag te legitimeren vaak een voor het publiek toegankelijk duurzaamheidverslag publiceren. Voor het bijvoegen van een assurance report aan dit verslag en het voldoen aan de GRI-richtlijnen, verwacht ik ook nog een positieve relatie, maar publiceren drukgevoelige bedrijven ook echt een kwalitatief goed verslag en zijn ze vooruitstrevend? Bedrijven kunnen vooruitstrevend zijn door het toepassen van de nieuwste GRI G4-richtlijnen en door het toevoegen van een hoog niveau van assurance, namelijk een controleverklaring of een hybride assurance report. Deze zelfde link kan worden gelegd naar het voluntary disclosure model. Bedrijven kunnen vrijwillig een duurzaamheidverslag uitbrengen, hier een assurance report aan toevoegen en voldoen aan de GRI-richtlijnen om vragen van stakeholders te voorkomen. Echter de vraag is of het bedrijf ook een kwalitatief goed duurzaamheidverslag levert en of ze vooruitstrevend zijn? 14

16 4. Onderzoeksmethode Het onderzoek wat ik heb gedaan, is een kwantitatief onderzoek. Dit betreft een onderzoek waarbij data wordt verzameld en geanalyseerd. De gebruikte data voor beide tabellen zijn grotendeels verzameld door mijzelf. Voor het verzamelen van het personeelsaantal heb ik hulp gehad van een medeonderzoeker. De data zijn voor een groot deel afkomstig uit de Transparantiebenchmark van Het onderzoek heeft ook plaatsgevonden op de bedrijven die aan deze Transparantiebenchmark hebben deelgenomen en daadwerkelijk een score hebben behaald op de benchmark. De onderzochte bedrijven zijn dus afkomstig uit één land (Nederland), maar zijn actief in verschillende sectoren. Zoals eerder verteld in het hoofdstuk vraagstelling heb ik mijn onderzoeksvraag onderverdeeld in twee modellen: onderzoeksmodel A en B. In model A wordt onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het duurzaamheidsverslag en in model B naar de aanwezigheid van een voor het publiek toegankelijk MVO verslag, het assurance report en de GRI-richtlijnen. Beide modellen zijn omgezet naar twee verwachtingstabellen: tabel 1 behorende bij model A en tabel 2 behorende bij model B. De modellen zijn opgesteld naargelang de onderzoeksmethode. De modellen worden namelijk op verschillende manieren getest. Dit is ook de reden waarom naleving van de GRI-richtlijnen is ondergebracht in onderzoeksmodel B. Dit terwijl eigenlijk onderzoek wordt gedaan naar de kwaliteit van het duurzaamheidsverslag. In model A is puur gekeken naar de scores op de kwaliteitscriteria van de Transparantiebenchmark van Er is in kaart gebracht hoeveel punten drukgevoelige bedrijven gemiddeld hebben behaald op elke kwaliteitscriterium en dit is vergeleken met het gemiddeld aantal behaalde punten door alle bedrijven op deze kwaliteitscriteria. De verwachting is uitgesproken dat de score van drukgevoelige bedrijven 10 procent hoger ligt op de kwaliteitscriteria dan het gemiddeld aantal gescoorde punten door de niet-drukgevoelige bedrijven. Model B daarentegen is getest door middel van binaire regressies. De verwachting is uitgesproken dat drukgevoelige bedrijven een positieve relatie hebben met de afhankelijke variabelen. De enige continu variabele in dit onderzoek, de totale opbrengsten, is gewinsorized op het 2e en 98e percentiel (+/- drie standaarddeviaties van het gemiddelde). Dit om mogelijke uitschieters te voorkomen. Daarnaast is eerst een Pearson correlatie matrix uitgevoerd om te kijken of sprake is van multicollineariteit tussen de onafhankelijke variabelen. Om de robuustheid van beide modellen te testen, is als laatste nog een robuustheidscheck gedaan. Bij bedrijven die onder druk staan van milieu stakeholders of van klanten zijn de modellen opnieuw getest door twee sectoren niet mee te nemen in het onderzoek. Bij de bedrijven die onder druk staan van investeerders zijn de financiële instellingen achterwege gelaten in het model en ten slotte is bij de bedrijven onder druk van werknemers de knip in de ratio tussen de totale opbrengsten en het aantal werknemers verlaagd. 15

17 5. Methodologie In dit hoofdstuk worden de gebruikte variabelen in mijn onderzoeksmodellen nader uitgelegd. Daarnaast wordt de doelgroep van dit onderzoek besproken en is voor onderzoeksmodel B een empirisch model opgezet. 5.1 Onafhankelijke variabelen De onafhankelijke variabelen in dit onderzoek zijn milieu, klanten, werknemers en investeerders. Per onafhankelijke variabele is onderzocht of het bedrijf onderhevig is aan druk van de onderzochte groep stakeholders. Deze bedrijven zijn dan drukgevoelig. Per groep stakeholders is getest of deze invloed heeft op de afhankelijke variabelen. Wellicht heeft de ene groep stakeholders wel invloed, waar de andere groep stakeholders dat niet heeft. Alle onafhankelijke variabelen zijn dummy variabelen. Dit wil zeggen dat wanneer een bedrijf bijvoorbeeld druk ondervindt van investeerders, de variabele investeerders de waarde 1 aanneemt. Is dit niet het geval dan neemt de waarde voor investeerders 0 aan. Zo is dit ook het geval voor de overige drie onafhankelijke variabelen. Per groep stakeholders is de indeling gedaan naargelang het onderzoek van Fernandez-Feijoo et al. Er zijn echter wel een paar aanpassingen. Fernandez-Feijoo et al. hebben een aantal sector onderscheden waarin de activiteiten een grote invloed hebben op het milieu. Hierin volgen zij Tagesson et al.; Gamerschlag et al. en Branco & Rodrigues. In mijn onderzoek heb ik dezelfde sectoren aangehouden. Ik heb echter de sectoren wel vertaald naar de standaard bedrijfsindeling 2008 (SBI) die wordt gehanteerd in Nederland. De volgende sectoren ondervinden volgens Fernandez-Feijoo et al. druk van milieu stakeholders: landbouw, auto-industrie, chemische industrie, de bouw, bouwmaterialen, de gehele energiesector, bos en papierproducten, logistiek, metaalproducten, mijnbouw, spoorwegen, watervoorziening, luchtvaart en afvalverwerking. Ik heb de SBI-codes gebruikt van de 244 bedrijven die zijn beoordeeld in de Transparantiebenchmark van Hieruit komen de volgende SBI-codes naar voren die druk ondervinden van milieu stakeholders: landbouw, jacht en dienstverlening voor de landbouw en jacht (1), winning van aardolie en aardgas (6), dienstverlening delfstoffenwinning (9), papierindustrie (17), chemische industrie (20), rubber- en kunststofproductindustrie (22), bouwmaterialenindustrie (23), metaalproductenindustrie (25), auto- en aanhangwagenindustrie (29), overige transportmiddelenindustrie (30), energiebedrijven (35), waterleidingbedrijven (36), afvalwaterinzameling en behandeling (37), afvalbehandeling en recycling (38), sanering en overig afvalbeheer (39), algemene bouw en projectontwikkeling (41), grond-, water- en wegenbouw (42), gespecialiseerde bouw (43), autohandel en -reparatie (45), vervoer over land (49), vervoer over water (50), vervoer door de lucht (51), opslag en dienstverlening voor vervoer (52), Post en koeriers (53) en uitgeverijen (58). Bedrijven actief in een andere sector staan niet onder druk van milieu stakeholders, aangezien de activiteiten van het bedrijf geen grote invloed hebben op het milieu. In de eerder genoemde robuustheidcheck zijn de modellen voor de variabele milieu nogmaals getest zonder daarin algemene bouw en projectontwikkeling (41), grond-, water- en wegenbouw (42) en gespecialiseerde bouw (43) mee te nemen. Fernandez-Feijoo et al. hebben ook een aantal sectoren onderscheden waarin klanten druk kunnen uitoefenen op bedrijven. Dit zijn sectoren waarin een groot en algemeen publiek diensten of producten afneemt. Fernandez-Feijoo et al. hebben deze sectoren overgenomen van Sweeney & Coughlan en Branco & Rodrigues. Zij hebben de volgende sectoren voorgedragen: energievoorzieningen, financiële instellingen, voedsel & drank, gezondheidszorg, huishoudproducten en persoonlijke verzorging, detailhandel, telecommunicatie, textiel, afvalverwerking en watervoorziening. Daarnaast hebben Fernandez-Feijoo et al. zelf nog een aantal sectoren toegevoegd: tabak, duurzame gebruiksgoederen, media, toerisme, speelgoed, handelsmaatschappijen en universiteiten. Naar mijn mening worden in deze sectoren echter geen specifieke producten of diensten afgenomen door een groot en algemeen publiek. Ook zou het aantal bedrijven dat dan druk zou ondervinden van klanten wel erg groot worden. De toegevoegde 16

18 sectoren van Fernandez-Feijoo et al. beschouw ik dan ook niet als zijnde sectoren waarin klanten druk kunnen uitoefenen op bedrijven. De sectoren die wel onder druk staan van klanten zijn ook voor deze variabele omgezet naar SBI-codes. De volgende SBI-codes ondervinden druk van klanten: voedingsmiddelenindustrie (10), drankenindustrie (11), elektrische apparatenindustrie (27), energiebedrijven (35), waterleidingbedrijven (36), afvalwaterinzameling en behandeling (37), afvalbehandeling en recycling (38), sanering en overig afvalbeheer (39), autohandel en -reparatie (45), detailhandel (47), eet- en drinkgelegenheden (56), telecommunicatie (61), financiële instellingen (64), verzekering/pensioenfondsen (65), overige financiële dienstverlening (66) en gezondheidszorg (86). In de robuustheidcheck voor de variabele druk van klanten heb ik het model nog eens getest zonder de financiële instellingen (64), verzekering/pensioenfondsen (65) en overige financiële dienstverlening (66). Zoals al benoemd in het hoofdstuk vraagstelling, heb ik de variabele werknemers anders ingedeeld dan dat Fernandez-Feijoo et al. hebben gedaan in hun onderzoek. Ik heb deze variabele ingedeeld op basis van het verhoudingsgetal totale opbrengsten t.o.v. het aantal personeelsleden actief bij het bedrijf. Ik heb een knip gemaakt in dit verhoudingsgetal waar 80 bedrijven zich boven en de overige bedrijven zich onder bevinden. Deze knip ligt bij het realiseren van euro omzet per werknemer. Voor de robuustheidcheck heb ik deze knip iets lager gelegd, namelijk bij het realiseren van euro omzet per werknemer. Boven deze knip bevinden zich dan 115 bedrijven, die onder druk zouden staan van werknemers. Als laatste onafhankelijke variabele is er nog de druk van investeerders. Fernandez-Feijoo et al. hebben deze druk weer onderscheden in sectoren. Bij hen komen sectoren in aanmerking waarin meer dan 50% van de bedrijven de aandelen in hun bedrijf verkopen. In mijn onderzoek staan bedrijven onder druk van investeerders wanneer zij aan de beurs staan genoteerd. Daarnaast staan net als in het onderzoek van Fernandez-Feijoo et al. ook de financiële instellingen onder druk van investeerders. In de robuustheidcheck is de druk van investeerders opnieuw getest zonder de financiële instellingen. 5.2 Afhankelijke variabelen Er is een groot aantal afhankelijke variabelen onderzocht in dit onderzoek. Deze variabelen zijn onderverdeeld in twee modellen: onderzoeksmodel A en B. De variabelen behorende bij onderzoeksmodel A zijn: relevantie, duidelijkheid, betrouwbaarheid (TB vraag 30), betrouwbaarheid (TB vraag 31+32), responsiviteit, samenhang en de totale kwaliteitsscore. Op elke variabele is een maximum aantal punten te scoren. Er is geen regressie gedraaid op model A. De behaalde scores van de drukgevoelige bedrijven op deze variabelen is vergeleken met de gemiddelde scores van alle bedrijven. Hiervoor is gekeken naar het percentage van de gescoorde punten. Aan de hand van deze vergelijking is een conclusie opgesteld. De afhankelijke variabelen behorende bij onderzoeksmodel B zijn allemaal getest door middel van binaire regressies. Er is gekozen voor binaire regressies aangezien alle afhankelijke variabelen niet continu zijn. Deze variabelen betreffen: GRI, GRI_versie, publiek verslag, assurance report en level of assurance. Alle afhankelijke variabelen zijn dus opgedeeld in twee categorieën. Wanneer een bedrijf in zijn duurzaamheidsverslag de GRI-richtlijnen naleeft dan neemt de variabele GRI de waarde 1 aan. Wanneer deze richtlijnen niet worden gevolgd dan neemt de variabele de waarde 0 aan. Bij GRI_versie neemt de variabele de waarde 1 aan wanneer het bedrijf de GRI G4-richtlijnen hanteert. Brengt het bedrijf verslag uit volgens de G3-richtlijnen dan krijgt de variabele de waarde 0. Bij de variabelen publiek verslag en assurance report neemt de variabele de waarde 1 aan wanneer het bedrijf een voor het publiek toegankelijk MVO verslag publiceert of wanneer een assurance report is toegevoegd aan het duurzaamheidsverslag. Wanneer dit niet het geval is dan neemt de variabele de waarde 0 aan. Ten slotte neemt level of assurance de waarde 1 aan wanneer sprake is van hybride assurance of een controleverklaring bij het duurzaamheidsverslag. Wanneer dit niet het geval is dan neemt de variabele de waarde 0 aan. 17

19 5.3 Controle variabele Fernandez-Feijoo et al. gebruiken in hun onderzoek drie controle variabelen: het werelddeel waarin het bedrijf opereert, beursnotering en grootte van het bedrijf. Daarnaast nemen ook Simnett et al. in hun onderzoek grootte van het bedrijf mee als controle variabele. Voor het testen van onderzoeksmodel A is in dit onderzoek geen controle variabele nodig. Voor het testen van onderzoeksmodel B gebruik ik alleen grootte van het bedrijf als controle variabele. De onderzochte bedrijven in mijn onderzoek zijn namelijk allemaal afkomstig uit Nederland, waardoor het werelddeel niet kan worden gebruikt als controle variabele. Daarnaast valt beursnotering ook af als controle variabele aangezien ik de druk van investeerders al baseer op de beursnotering. Hierdoor blijft alleen grootte van het bedrijf over als controle variabele. De grootte van het bedrijf is gemeten aan de hand van de totale opbrengsten van het bedrijf. Wanneer de totale opbrengsten van het bedrijf in buitenlandse valuta is gerapporteerd, heb ik deze via de gemiddelde koers over het jaar 2013 omgerekend. In onderzoeksmodel B heb ik als controle variabele de natuurlijke logaritmes van de totale opbrengsten gebruikt. Dit om een mogelijk bias in het model te voorkomen, vanwege een niet normaal verdeelde variabele. 5.4 Doelgroep model In de Transparantiebenchmark van 2014 zijn 244 bedrijven met een score beoordeeld. De nulscores in de Transparantiebenchmark zijn niet onderzocht in dit onderzoek. Van enkele van de 244 beoordeelde bedrijven zijn helaas geen gegevens beschikbaar betreffende het personeelsaantal en de totale opbrengsten van het bedrijf. Door het ontbreken van deze gegevens kan geen verhoudingsgetal worden gemaakt aangaande de totale opbrengsten t.o.v. het aantal personeelsleden actief bij het bedrijf. Dit betekent dat de invloed van werknemers slechts op 226 bedrijven getest kan worden voor zowel onderzoeksmodel A als B. Zo zijn van de 244 beoordeelde bedrijven van 12 bedrijven de totale opbrengsten onbekend. Daarnaast heeft de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij NV negatieve totale opbrengsten. Van negatieve opbrengsten kan geen natuurlijke logaritme worden genomen. Deze maatschappij is dus ook uit de doelgroep gehouden. Ik heb er voor gekozen om de doelgroep van elke onafhankelijke variabele en controlevariabele gelijk te trekken. Dit betekent dus dat alle afhankelijke variabelen van zowel onderzoeksmodel A als B getest wordt met een doelgroep van 226 bedrijven. 5.5 Empirisch model behorende bij onderzoeksmodel B De variabelen behorende bij onderzoeksmodel B zijn samengevat in onderstaande modellen. GRI = β₀ + β₁ * milieu + β₂ * klanten + β₃ * werknemers + β₄ * investeerders + β₅ * Lnw_Revt + ԑ GRI_versie = β₀ + β₁ * milieu + β₂ * klanten + β₃ * werknemers + β₄ * investeerders + β₅ * Lnw_Revt + ԑ Publiek MVO verslag = β₀ + β₁ * milieu + β₂ * klanten + β₃ * werknemers + β₄ * investeerders + β₅ * Lnw_Revt + ԑ Assurance report = β₀ + β₁ * milieu + β₂ * klanten + β₃ * werknemers + β₄ * investeerders + β₅ * Lnw_Revt + ԑ Level of assurance = β₀ + β₁ * milieu + β₂ * klanten + β₃ * werknemers + β₄ * investeerders + β₅ * Lnw_Revt + ԑ Hierbij refereert β₀ aan de constante in het model en ԑ duidt op de regressie error term. In tabel 4 zijn alle omschrijvingen van de variabelen nader verklaard. 18

20 6. Empirische resultaten & discussie In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de resultaten en bevindingen van dit onderzoek. Allereerst is een tabel met beschrijvende statistiek opgesteld voor alle variabelen gebruikt bij het testen van de onderzoeksmodellen A en B. In de daaropvolgende paragrafen zijn de specifieke resultaten en bevindingen opgesteld voor beide modellen. In de laatste paragraaf volgt ten slotte de robuustheidcheck voor beide modellen. 6.1 Beschrijvende statistiek In tabel 5 zijn alle onafhankelijke, afhankelijke en controle variabelen opgenomen. Er volgt een korte toelichting op deze tabel met beschrijvende statistiek. Tabel 5: beschrijvende statistiek N Minimum Maximum Mean Std. Deviation Onafhankelijke variabelen Milieu ,35 0,478 Klanten ,49 0,501 Werknemers ,35 0,479 Investeerders ,55 0,498 Afhankelijke variabelen Relevantie ,69 5,37 Duidelijkheid ,13 6,135 Betrouwbaarheid (30) ,16 4,846 Betrouwbaarheid ( ) ,41 2,192 Responsiviteit ,93 6,829 Samenhang ,43 6,950 Totaal kwaliteit ,76 27,247 GRI ,54,500 GRI_versie ,31,466 Publiek MVO verslag ,92,264 Assurance report ,31,463 Level of assurance ,29,455 Controle variabele Ln(w_Revt) , , , , Aan de hand van deze statistieken valt weinig te zeggen over de onafhankelijke variabelen. Wel is bijvoorbeeld te zien dat een groot gedeelte (55%) van de bedrijven onder druk staat van investeerders. De gemiddelde scores van de onafhankelijke variabelen zijn in dit onderzoek ook al eerder gebruikt om de verwachtingen voor model A op te stellen. Uit de statistieken valt meer af te leiden over de afhankelijke variabelen. Zo is te zien dat geen enkel bedrijf de volle 100 punten heeft gescoord op de vijf kwaliteitscriteria in de Transparantiebenchmark. Te zien is dat de meeste punten op de kwaliteitscriteria worden gescoord op relevantie en duidelijkheid. Op betrouwbaarheid wordt veruit het slechtst gescoord. Van de maximaal te behalen 20 punten wordt op dit criterium gemiddeld slechts 5.57 punten gehaald. De oorzaak ligt vooral in de erg lage score op vraag 30 in de Transparantiebenchmark van Te zien is ook dat in 54% van de gevallen een bedrijf zijn duurzaamheidsverslag opstelt aan de hand van de GRI-richtlijnen. Van deze bedrijven stelt 31% het 19

De benchmark geanalyseerd

De benchmark geanalyseerd Datum 21-05-2015 1 De benchmark geanalyseerd Master studies naar de uitkomsten van de Transparantie Benchmark Allard Hibma MSc Prof. dr. Dick de Waard Datum 21-05-2015 2 Agenda Introductie Toelichting

Nadere informatie

Deelnameprotocol Transparantiebenchmark 2015

Deelnameprotocol Transparantiebenchmark 2015 Deelnameprotocol Transparantiebenchmark 2015 Maart 2015 De Transparantiebenchmark is een jaarlijks onderzoek van het Ministerie van Economische Zaken naar de inhoud en kwaliteit van externe verslaggeving

Nadere informatie

Marktanalyse rapport Mijn markt

Marktanalyse rapport Mijn markt Marktanalyse rapport Mijn markt Gemaakt door: Rino Both Bedrijfsnaam: D&B SLiM testomgeving - Olbico Datum: 10-09-2015 1. Inhoud 1. Inhoud 2. Inleiding 3. Beschrijvingen van de selectie, markt en gebruikte

Nadere informatie

INLEIDING. Deelrapport Samenwerken voor Innovatie Innovatiemonitor Noord-Nederland Pagina 2 van 10

INLEIDING. Deelrapport Samenwerken voor Innovatie Innovatiemonitor Noord-Nederland Pagina 2 van 10 1 INLEIDING SAMENWERKINGSPROJECT NOORD-NEDERLANDSE INNOVATIEMONITOR Dit rapport is opgesteld in het kader van de Noord-Nederlandse Innovatiemonitor. De monitor is het resultaat van een strategische samenwerking

Nadere informatie

E-commerce in de industrie 1

E-commerce in de industrie 1 E-commerce in de industrie 1 Vincent Fructuoso van der Veen en Kees van den Berg 2 Het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) door industriële bedrijven ligt in vergelijking met andere

Nadere informatie

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan:

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan: NEDERLANDS, TENZIJ Onderzoek Vakgroep Marktkunde en Marktonderzoek RUG In dit onderzoek zijn de volgende vragen geformuleerd: Welke factoren zijn op dit moment van invloed op de beslissing of Nederlandse

Nadere informatie

Wat motiveert u in uw werk?

Wat motiveert u in uw werk? Wat motiveert u in uw werk? Begin dit jaar heeft u kunnen deelnemen aan een online onderzoek naar de motivatie en werktevredenheid van actuarieel geschoolden. In dit artikel worden de resultaten aan u

Nadere informatie

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk M201210 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk Arjan Ruis Zoetermeer, september 2012 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk De leeftijd van de ondernemer blijkt

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties De afgelopen decennia zijn er veel nieuwe technologische producten en diensten geïntroduceerd op de

Nadere informatie

RvC-verslagen geven weinig inzicht

RvC-verslagen geven weinig inzicht RvC-verslagen geven weinig inzicht Erasmus Universiteit Rotterdam September 2010 Dr. Mijntje Lückerath-Rovers Drs. Margot Scheltema contact: luckerath@frg.eur.nl Het onderzoek Ondernemingen : Van 60 ondernemingen

Nadere informatie

Gesubsidieerd zaken doen in Duitsland. Effecten van NIOF subsidies en een nadere analyse van het vermarkten van producten binnen dat kader

Gesubsidieerd zaken doen in Duitsland. Effecten van NIOF subsidies en een nadere analyse van het vermarkten van producten binnen dat kader Gesubsidieerd zaken doen in Duitsland Effecten van NIOF subsidies en een nadere analyse van het vermarkten van producten binnen dat kader Inhoudsopgave 1. Inleiding 3. Analyse 3 3. Inzicht in Noord-Nederlandse

Nadere informatie

ICT, kennis en economie 2012 Statistische bijlage

ICT, kennis en economie 2012 Statistische bijlage ICT, kennis en economie 2012 Statistische bijlage Deze bijlage bevat enkele tabellen met aanvullend cijfermateriaal behorend bij de publicatie ICT, kennis en economie 2012. De tabellen zijn per hoofdstuk

Nadere informatie

Proeftuinplan: Meten is weten!

Proeftuinplan: Meten is weten! Proeftuinplan: Meten is weten! Toetsen: hoog, laag, vooraf, achteraf? Werkt het nu wel? Middels een wetenschappelijk onderzoek willen we onderzoeken wat de effecten zijn van het verhogen cq. verlagen van

Nadere informatie

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention Samenvatting Wesley Brandes MSc Introductie Het succes van CRM is volgens Bauer, Grether en Leach (2002) afhankelijk van

Nadere informatie

Exportprestaties van het industriële MKB in 2003

Exportprestaties van het industriële MKB in 2003 M200410 Exportprestaties van het industriële MKB in 2003 Exportthermometer Jolanda Hessels Kees Bakker Zoetermeer, november 2004 Exportprestaties van het industriële MKB in 2003 In 2003 laat de export

Nadere informatie

Onderzoek Indextrackers. Samenvatting

Onderzoek Indextrackers. Samenvatting Onderzoek Indextrackers Samenvatting 1. Inleiding De stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op correcte, duidelijke en niet misleidende informatieverstrekking aan consumenten. Het

Nadere informatie

INTERNATIONAL STANDARD ON AUDITING (ISA)

INTERNATIONAL STANDARD ON AUDITING (ISA) INTERNATIONAL STANDARD ON AUDITING (ISA) ISA 706, PARAGRAFEN TER BENADRUKKING VAN BEPAALDE AANGELEGENHEDEN EN PARAGRAFEN INZAKE OVERIGE AANGELEGENHEDEN IN DE CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE AUDITOR

Nadere informatie

8.4 Remuneratierapport

8.4 Remuneratierapport 8.4 Remuneratierapport In dit remuneratierapport legt de Raad van Commissarissen verantwoording af over het beloningsbeleid binnen Ballast Nedam. De Raad van Commissarissen heeft in 2013 een remuneratiecommissie

Nadere informatie

Bedrijfsopleidingen in de industrie 1

Bedrijfsopleidingen in de industrie 1 Bedrijfsopleidingen in de 1 M.J. Roessingh 2 Het aantal bedrijfsopleidingen dat een werknemer in de in 1999 volgde, is sterk gestegen ten opzichte van 1993. Ook zijn er meer opleidingen gaan volgen. Wel

Nadere informatie

Rapport bij de jaarstukken 2007 provincies Noord-Brabant en Limburg

Rapport bij de jaarstukken 2007 provincies Noord-Brabant en Limburg Startnotitie Rapport bij de jaarstukken 2007 provincies Noord-Brabant en Limburg 1 Aanleiding voor het onderzoek In de jaarrekening en het jaarverslag leggen Gedeputeerde Staten jaarlijks verantwoording

Nadere informatie

Controleprotocol Subsidies Gemeente Zeist 2009

Controleprotocol Subsidies Gemeente Zeist 2009 Copro 9220 Controleprotocol Subsidies Gemeente Zeist 2009 Dit protocol treedt in werking op: 16 december 2009 Dit protocol is niet van toepassing op subsidies verleend voor het jaar 2009 of eerder Dit

Nadere informatie

Structurele ondernemingsstatistieken

Structurele ondernemingsstatistieken 1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele

Nadere informatie

Alternatieve financiële prestatie-indicatoren. Toezicht Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving

Alternatieve financiële prestatie-indicatoren. Toezicht Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving Alternatieve financiële prestatie-indicatoren Toezicht Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving April 2014 Inhoudsopgave 1 Conclusie en samenvatting 4 2 Doelstellingen, onderzoeksopzet en definiëring

Nadere informatie

Consultatiedocument Standaard 4400N Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden 30 juli 2015

Consultatiedocument Standaard 4400N Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden 30 juli 2015 Dit document maakt gebruik van bladwijzers Consultatiedocument Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden 30 juli 2015 Consultatieperiode loopt tot en met 21 september 2015

Nadere informatie

FREQUENTLY ASKED QUESTIONS MVO & DUURZAAMHEIDSVERSLAGGEVING

FREQUENTLY ASKED QUESTIONS MVO & DUURZAAMHEIDSVERSLAGGEVING FREQUENTLY ASKED QUESTIONS MVO & DUURZAAMHEIDSVERSLAGGEVING Dit FAQ document is gebaseerd op de GRI (Global Reporting Initiative) richtlijnen volgens versie GRI G3.1 en certificering en tracht antwoord

Nadere informatie

IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM

IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM De tijd dat MVO was voorbehouden aan idealisten ligt achter ons. Inmiddels wordt erkend dat MVO geen hype is, maar van strategisch belang voor ieder

Nadere informatie

Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt

Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt 1 Aanpak analyse van de loterijmarkt 1. In het kader van de voorgenomen fusie tussen SENS (o.a. Staatsloterij en Miljoenenspel) en SNS

Nadere informatie

Equitisation and Stock-Market Development

Equitisation and Stock-Market Development Samenvatting In deze dissertatie worden twee belangrijke vraagstukken met betrekking tot het proces van economische hervorming in Vietnam behandeld, te weten de Vietnamese variant van privatisering (equitisation)

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V.

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Opdrachtgever: Uitvoerder: Plaats: Versie: Fictivia B.V. Junior Consult Groningen Fictief 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 Directieoverzicht 4 Leiderschap.7

Nadere informatie

Controle protocol. 1 Doelstelling. 2 Eisen en aanwijzingen. 3 Toleranties en gewenste zekerheid

Controle protocol. 1 Doelstelling. 2 Eisen en aanwijzingen. 3 Toleranties en gewenste zekerheid Controle protocol 1 Doelstelling Het CZ Fonds moet voldoen aan de eisen van het convenant vastgelegd in 1998 tussen Zorgverzekeraars Nederland en de overheid van de Besteding Reserves Voormalige Vrijwillige

Nadere informatie

Het belang van het MKB

Het belang van het MKB MKB Regio Top 40 Themabericht Rogier Aalders De nieuwe MKB Regio Top 40 is uit. Zoals u van ons gewend bent, rangschikken we daarin de veertig Nederlandse regio s op basis van de prestaties van het MKB

Nadere informatie

Analyse NSE 2016 opleiding ergotherapie. Inhoud. 1 Inleiding

Analyse NSE 2016 opleiding ergotherapie. Inhoud. 1 Inleiding Analyse NSE 2016 opleiding ergotherapie Inhoud Analyse NSE 2016 opleiding ergotherapie... 1 1 Inleiding... 1 2 Aandachtspunten... 2 2.1 Algemene items... 2 2.2 Onderliggende items... 3 2.3 Organisatie

Nadere informatie

M200704. Markt- en klantgerichtheid in het MKB. drs. S.C. Oudmaijer

M200704. Markt- en klantgerichtheid in het MKB. drs. S.C. Oudmaijer M200704 Markt- en klantgerichtheid in het MKB drs. S.C. Oudmaijer Zoetermeer, februari 2007 Markt- en klantgerichtheid in het MKB In de rapportage beschrijft EIM drie indicatoren om de klant- en marktgerichtheid

Nadere informatie

Kennisdocument 5: DE CAPACITEIT VAN EEN ORGANISATIE

Kennisdocument 5: DE CAPACITEIT VAN EEN ORGANISATIE Kennisdocument 5: DE CAPACITEIT VAN EEN ORGANISATIE Inhoud Het stappenplan: voor de capaciteitsanalyse van PI en PE 4 Uitvoering organisatieanalyse 5 Het opbouwen van de capaciteiten van een organisatie

Nadere informatie

Casus 2.1 Betere prestaties door beter verslag; bedrijf gebaat bij niet-financiële 'cijfers'

Casus 2.1 Betere prestaties door beter verslag; bedrijf gebaat bij niet-financiële 'cijfers' Casus 2.1 Betere prestaties door beter verslag; bedrijf gebaat bij niet-financiële 'cijfers' 22 januari 2011 zaterdag Arjan de Draaijer en Marleen Janssen Groesbeek Afgelopen week is voor het eerst de

Nadere informatie

Themaonderzoek 2011 Winst per aandeel (IAS 33)

Themaonderzoek 2011 Winst per aandeel (IAS 33) Themaonderzoek 2011 Winst per aandeel (IAS 33) Toezicht Financiële Verslaggeving 27 oktober 2011 Autoriteit Financiële Markten De AFM bevordert eerlijke en transparante financiële markten. Wij zijn de

Nadere informatie

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT i

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT i CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT i Aan: de aandeelhouders en de raad van commissarissen van... (naam entiteit(en)) A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 201X

Nadere informatie

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen)

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Tabel 1, schematisch overzicht van abstracte begrippen, variabelen, dimensies, indicatoren en items. (Voorbeeld is ontleend aan de masterscriptie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Relatiemarketing is gericht op het ontwikkelen van winstgevende, lange termijn relaties met klanten in plaats van het realiseren van korte termijn transacties.

Nadere informatie

Research Note Prestatie-analyse met behulp van box plots

Research Note Prestatie-analyse met behulp van box plots Research Note Prestatie-analyse met behulp van box plots Inleiding Voortdurend worden er wereldwijd enorme hoeveelheden beursdata gegenereerd en verzameld. Dit is mede te danken aan de opkomst van internet

Nadere informatie

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Balanced Scorecard Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 9 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER... 3 2 DE

Nadere informatie

Robuustheid regressiemodel voor kapitaalkosten gebaseerd op aansluitdichtheid

Robuustheid regressiemodel voor kapitaalkosten gebaseerd op aansluitdichtheid Robuustheid regressiemodel voor kapitaalkosten gebaseerd op aansluitdichtheid Dr.ir. P.W. Heijnen Faculteit Techniek, Bestuur en Management Technische Universiteit Delft 22 april 2010 1 1 Introductie De

Nadere informatie

Insight Entree Baanbrekend. Sectorkeuze advies. Baanbrekend college. Datum 03 juni 2014 Naam Judith Baak Status Getest

Insight Entree Baanbrekend. Sectorkeuze advies. Baanbrekend college. Datum 03 juni 2014 Naam Judith Baak Status Getest college Datum 03 juni 2014 Naam Status Getest pagina 1 Samenvatting De resultaten in deze rapportage zijn berekend voor regio Zoetermeer. In deze grafiek combineren we jouw interesses met de kansen op

Nadere informatie

Benchmarkmodel. Bedrijf XYZ. eindresultaten klanten beleid. Analyse en leggen verbanden. Kwaliteit Tevredenheid Kosten. Waardering.

Benchmarkmodel. Bedrijf XYZ. eindresultaten klanten beleid. Analyse en leggen verbanden. Kwaliteit Tevredenheid Kosten. Waardering. Benchmarken In feite is benchmarken meten, vergelijken, leren en vervolgens verbeteren. Dit kan op zeer uiteenlopende gebieden. Van de behandelresultaten van een zorgmedewerker tot de resultaten van het

Nadere informatie

Werkgelegenheid in Twente. Jaarbericht 2014

Werkgelegenheid in Twente. Jaarbericht 2014 Werkgelegenheid in Twente Jaarbericht 214 Inhoudsopgave 1. Ontwikkeling werkzame personen en vestigingen (groei / afname) Ontwikkeling naar sectoren 2. Ontwikkeling naar sectoren Ontwikkeling naar branches

Nadere informatie

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Dit document beschrijft kort de bevindingen uit het onderzoek over biseksualiteit van het AmsterdamPinkPanel.

Nadere informatie

Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen bij bedrijven onderling

Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen bij bedrijven onderling Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen bij bedrijven onderling Analyse voor: Ministerie van Economische Zaken 24 augustus 2015 Dun & Bradstreet Inhoud Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen

Nadere informatie

Rapport VCT Leidinggeven

Rapport VCT Leidinggeven Rapport VCT Leidinggeven Naam Adviseur Jan Voorbeeld Adviseur Ixly Datum 0/06/2015 Inleiding De Video Competentie Test (VCT) Leidinggeven bestond uit dertien filmpjes waarop u geacht werd te reageren:

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming

Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 13 september 2007 Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming Vormingsinspanningen van Belgische ondernemingen in 2005 62,5%

Nadere informatie

WERKGELEGENHEID REGIO WATERLAND 2012

WERKGELEGENHEID REGIO WATERLAND 2012 1.1 Arbeidsplaatsen De regio Waterland telt in totaal 61.070 arbeidsplaatsen (dat zijn werkzame personen). Daarvan werkt 81 procent 12 uur of meer per week (49.480 personen). Het grootste deel van de werkgelegenheid

Nadere informatie

Hoe intelligent of dom is Nederland? De resultaten van het Nationaal BI Survey 2006

Hoe intelligent of dom is Nederland? De resultaten van het Nationaal BI Survey 2006 Hoe intelligent of dom is Nederland? De resultaten van het Nationaal BI Survey 2006 in samenwerking met: dinsdag 11 december 2007 Passionned 2003-2007 1 Uitleg De diapresentatie toont de meest opmerkelijke

Nadere informatie

3. Werknemers die niet deelnemen aan de pensioenregeling van de werkgever

3. Werknemers die niet deelnemen aan de pensioenregeling van de werkgever 3. Werknemers die niet deelnemen aan de pensioenregeling van de werkgever 3.1 Inleiding Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een werknemer niet deelneemt aan de pensioenregeling van zijn werkgever.

Nadere informatie

Indorama Ventures Public Company Limited Ondernemingsbestuur beleid

Indorama Ventures Public Company Limited Ondernemingsbestuur beleid Indorama Ventures Public Company Limited Ondernemingsbestuur beleid (Goedgekeurd door de raad van bestuur vergadering nr.1/2009 op 29 september 2009) Bericht van de voorzitter Indorama Ventures Public

Nadere informatie

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie sociale en regionale statistieken (SRS) Sector statistische analyse voorburg (SAV) Postbus 24500 2490 HA Den Haag Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen

Nadere informatie

1. AUDITINSTRUCTIE SCORECARD COPRO 8120

1. AUDITINSTRUCTIE SCORECARD COPRO 8120 1. AUDITINSTRUCTIE SCORECARD COPRO 8120 1.1. Inleiding DTe vraagt ter verificatie van de aangeleverde cijfers een assurance-rapport van een externe accountant. Een assurance-rapport dient eenmaal per jaar

Nadere informatie

Wij leggen rekenschap af over:

Wij leggen rekenschap af over: VRAGEN Het afleggen van rekenschap. ANTWOORDEN TOELICHTING / VOORBEELDEN VRAAG 1. Onze organisatie legt rekenschap af over onze effecten op de maatschappij, de economie en het milieu. Welke activiteiten

Nadere informatie

Dit document maakt gebruik van bladwijzers. NBA-handreiking 1123 Gecombineerde verklaring bij financiële en mvoverslagen

Dit document maakt gebruik van bladwijzers. NBA-handreiking 1123 Gecombineerde verklaring bij financiële en mvoverslagen Dit document maakt gebruik van bladwijzers NBA-handreiking 1123 Gecombineerde verklaring bij financiële en mvoverslagen 31 januari 2014 NBA-handreiking 1123 Gecombineerde verklaring bij financiële en mvo-verslagen

Nadere informatie

Consultatiedocument Nieuwe Nederlandse Standaard 3001N voor directe opdrachten 21 juli 2016

Consultatiedocument Nieuwe Nederlandse Standaard 3001N voor directe opdrachten 21 juli 2016 Dit document maakt gebruik van bladwijzers Consultatiedocument Nieuwe Nederlandse Standaard 3001N voor directe opdrachten 21 juli 2016 Consultatieperiode loopt tot 27 september 2016 vóór 09.00 uur Consultatiedocument

Nadere informatie

Ministerie van Economische Zaken Dr. G.G.A. Biessen Directeur Industrie en Diensten Postbus EC Den Haag. Geachte heer Biessen,

Ministerie van Economische Zaken Dr. G.G.A. Biessen Directeur Industrie en Diensten Postbus EC Den Haag. Geachte heer Biessen, Ministerie van Economische Zaken Dr. G.G.A. Biessen Directeur Industrie en Diensten Postbus 20101 2500 EC Den Haag KENMERK RPB200800017-3.55 DATUM 17 januari 2008 ONDERWERP Ruimtelijk-economische dimensie

Nadere informatie

Dutch summary. Nederlandse samenvatting. Een bijdrage aan de grijp-puzzel

Dutch summary. Nederlandse samenvatting. Een bijdrage aan de grijp-puzzel Dutch summary Nederlandse samenvatting Een bijdrage aan de grijp-puzzel Mensen kunnen op allerlei manieren van elkaar verschillen. Sommige mensen hebben kleine handen, andere juist grote, sommige mensen

Nadere informatie

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN drs. A.L. Roode Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juni 2006 Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Auteur: drs. A.L. Roode Project:

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

inspireren en innoveren in MVO

inspireren en innoveren in MVO inspireren en innoveren in MVO Inleiding Gert Van Eeckhout Beleidsondersteuner MVO - Departement WSE Wat is MVO? Waarom MVO? Beleidslijnen Vlaamse overheid MVO? een proces waarbij ondernemingen vrijwillig

Nadere informatie

Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1

Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1 Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1 Beoordelingskader, ofwel hoe wij gekeken en geoordeeld hebben Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 2 Uitgangspunten 2 3 Beoordelingscriteria 3 4 Hoe

Nadere informatie

Dieter Vander Beke. Maatschappelijk Verantwoorde Overheid ISO 26000 & GRI Provinciale milieudag provincie Antwerpen 24 juni 2014

Dieter Vander Beke. Maatschappelijk Verantwoorde Overheid ISO 26000 & GRI Provinciale milieudag provincie Antwerpen 24 juni 2014 Dieter Vander Beke Maatschappelijk Verantwoorde Overheid ISO 26000 & GRI Provinciale milieudag provincie Antwerpen 24 juni 2014 Overzicht van de presentatie 1. Vertrouwen in de overheid? 2. Maatschappelijke

Nadere informatie

Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants t.a.v. Adviescollege voor Beroepsreglementeting Postbus 7984 1008 AD AMSTERDAM

Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants t.a.v. Adviescollege voor Beroepsreglementeting Postbus 7984 1008 AD AMSTERDAM E Ernst & Young Accountants LLP Telt +31 88 407 1000 Boompjes 258 Faxt +31 88407 8970 3011 XZ Rotterdam, Netherlands ey.corn Postbus 2295 3000 CG Rotterdam, Netherlands Nederlandse Beroepsorganisatie van

Nadere informatie

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan: de algemene vergadering van Nederlandse Waterschapsbank N.V. Verklaring over de jaarrekening 2014 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2014 van

Nadere informatie

STAKEHOLDERS. Hoe gaan we daar mee om? Jacques van Unnik Manager Personnel Certification & Training 3 december 2015 BUSINESS ASSURANCE

STAKEHOLDERS. Hoe gaan we daar mee om? Jacques van Unnik Manager Personnel Certification & Training 3 december 2015 BUSINESS ASSURANCE BUSINESS ASSURANCE STAKEHOLDERS Hoe gaan we daar mee om? Jacques van Unnik Manager Personnel Certification & Training 3 december 2015 1 DNV GL 2014 Stakeholders 19 November 2015 SAFER, SMARTER, GREENER

Nadere informatie

Informatie over beleggingsbeleid particulier vermogensbeheer. 1) Op welke beleggingsovertuigingen baseert Index People haar dienstverlening?

Informatie over beleggingsbeleid particulier vermogensbeheer. 1) Op welke beleggingsovertuigingen baseert Index People haar dienstverlening? Informatie over beleggingsbeleid particulier vermogensbeheer 1) Op welke beleggingsovertuigingen baseert Index People haar dienstverlening? Welke principes vormen de basis voor het beleggingsbeleid en

Nadere informatie

Prof dr Philip Wallage 2 JUNI 2010 AMSTERDAM SEMINAR EUMEDION, NIVRA EN VBA

Prof dr Philip Wallage 2 JUNI 2010 AMSTERDAM SEMINAR EUMEDION, NIVRA EN VBA Wat is de feitelijke rol van de accountant ten aanzien van het jaarverslag en elders opgenomen niet financiële informatie? In hoeverre matcht deze rol met de verwachtingen van beleggers? Prof dr Philip

Nadere informatie

Resultaten onderzoek naar informatievoorziening duurzaamheidsverslaggeving

Resultaten onderzoek naar informatievoorziening duurzaamheidsverslaggeving Resultaten onderzoek naar informatievoorziening duurzaamheidsverslaggeving DHV Adviesgroep Duurzaam ondernemen Folkert van der Molen 27 oktober 2005 G a t e w a y t o s o l u t i o n s Hoofdconclusie Uit

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

Appraisal. Datum:

Appraisal. Datum: Appraisal Naam: Sample Candidate Datum: 08-08-2013 Over dit rapport: Dit rapport is op automatische wijze afgeleid van de resultaten van de vragenlijst welke door de heer Sample Candidate is ingevuld.

Nadere informatie

1 Inleiding. 1.1 De thematiek

1 Inleiding. 1.1 De thematiek 1 Inleiding 1.1 De thematiek Voor ondernemers is de relatie tussen organisatie en markt van cruciaal belang. De organisatie ontleent haar bestaansrecht aan de markt. De omzet wordt tenslotte op de markt

Nadere informatie

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst M200803 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Bedrijfsstrategieën in het MKB drs. M. Mooibroek Zoetermeer, juli 2008 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Ongeveer de helft van de MKB-ondernemers

Nadere informatie

beoordelingskader zorgvraagzwaarte

beoordelingskader zorgvraagzwaarte 1 beoordelingskader zorgvraagzwaarte In dit document geven we een beoordelingskader voor de beoordeling van de zorgvraagzwaarte-indicator. Dit beoordelingskader is gebaseerd op de resultaten van de besprekingen

Nadere informatie

Controle- en onderzoeksprotocol Ketenzorg CZ 2013

Controle- en onderzoeksprotocol Ketenzorg CZ 2013 Controle- en onderzoeksprotocol Ketenzorg CZ 2013 1 Doelstelling In het kader van de NZA beleidsregel BR/CU-7074 Integrale bekostiging multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen (DM type

Nadere informatie

Verbanden tussen demografische kenmerken, gezondheidsindicatoren en gebruik van logopedie

Verbanden tussen demografische kenmerken, gezondheidsindicatoren en gebruik van logopedie Notitie De vraag naar logopedie datum 24 mei 2016 aan van Marliek Schulte (NVLF) Robert Scholte en Lucy Kok (SEO Economisch Onderzoek) Rapport-nummer 2015-15 Kunnen ontwikkelingen in de samenstelling en

Nadere informatie

Zowel correlatie als regressie meten statistische samenhang Correlatie: geen oorzakelijk verband verondersteld: X Y

Zowel correlatie als regressie meten statistische samenhang Correlatie: geen oorzakelijk verband verondersteld: X Y 1 Regressie analyse Zowel correlatie als regressie meten statistische samenhang Correlatie: geen oorzakelijk verband verondersteld: X Y Regressie: wel een oorzakelijk verband verondersteld: X Y Voorbeeld

Nadere informatie

Rekenkamercommissie Wijdemeren

Rekenkamercommissie Wijdemeren Rekenkamercommissie Wijdemeren Protocol voor het uitvoeren van onderzoek 1. Opstellen onderzoeksopdracht De in het werkprogramma beschreven onderzoeksonderwerpen worden verder uitgewerkt in de vorm van

Nadere informatie

Case Medewerkerstevredenheiden betrokkenheidscan

Case Medewerkerstevredenheiden betrokkenheidscan Case Medewerkerstevredenheiden betrokkenheidscan Hoe tevreden zijn de medewerkers met en hoe betrokken zijn zij bij de organisatie en welke verbeterpunten ziet men voor de toekomst? Wat is medewerkerstevredenheid

Nadere informatie

Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen

Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen Rapportage: Analyse en tabellen: 4 Februari 2011 Mariëlle Verhoef Mike van der Leest Inleiding Het Graafschap College

Nadere informatie

PERSOONLIJKE GEGEVENS

PERSOONLIJKE GEGEVENS PERSOONLIJKE GEGEVENS Volledige naam: Burgerlijke staat: Dirk Adrianus (Dick) de Waard gehuwd, 2 kinderen Geboortedatum: 31 augustus 1956 Geboorteplaats: Rotterdam Adres: Vreebergen 46 Woonplaats: 9403

Nadere informatie

Social Key Performance Indicators en meetbare resultaten Door: Rob van den Brink

Social Key Performance Indicators en meetbare resultaten Door: Rob van den Brink Social Key Performance Indicators en meetbare resultaten Door: Rob van den Brink Wat is de ROI van sociale media? Dat is misschien wel de meest gestelde vraag in zakelijke media het afgelopen jaar. Er

Nadere informatie

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Oktober 2013 Samenvatting Provinciebreed wordt er in 2012 met 91% van de medewerkers een planningsgesprek gevoerd, met 81% een voortgangsgesprek en met

Nadere informatie

Jeugdzorg 7 juni 2013. RAPPORTAGE totaalset

Jeugdzorg 7 juni 2013. RAPPORTAGE totaalset Jeugdzorg 7 juni 2013 RAPPORTAGE totaalset Resultaten voordezorg.nl Zes jeugdzorgorganisaties hebben meegedaan aan voordezorg.nl. Medewerkers hebben antwoord gegeven op de vragen: Hoe denkt u over uw werk?

Nadere informatie

Gender: de ideale mix

Gender: de ideale mix Inleiding 'Zou de financiële crisis even hard hebben toegeslaan als de Lehman Brothers de Lehman Sisters waren geweest?' The Economist wijdde er vorige maand een artikel aan: de toename van vrouwen in

Nadere informatie

Nederland op eerste plek in Euro Stoxx 50 Resources Governance Index 2011 Top 50 bedrijven Eurozone verbeteren hun Corporate Governance

Nederland op eerste plek in Euro Stoxx 50 Resources Governance Index 2011 Top 50 bedrijven Eurozone verbeteren hun Corporate Governance 12 januari 2012 -persbericht- Nederland op eerste plek in Euro Stoxx 50 Resources Governance Index 2011 Top 50 bedrijven Eurozone verbeteren hun Corporate Governance De top 50 bedrijven uit de Eurozone

Nadere informatie

Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012. Koro Enveloppen & Koro PackVision

Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012. Koro Enveloppen & Koro PackVision Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012 Opdrachtgever: Uitvoering: Koro Enveloppen & Koro PackVision Tema BV December 2014 1 I N L E I D I N G In 2014 heeft Tema voor de vijfde

Nadere informatie

Document:13IT Controleprotocol voor de accountantscontrole op de jaarrekening van het Waterschap Brabantse Delta

Document:13IT Controleprotocol voor de accountantscontrole op de jaarrekening van het Waterschap Brabantse Delta Document:13IT021860 Controleprotocol voor de accountantscontrole op de jaarrekening van het Waterschap Brabantse Delta vanaf jaarrekening 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding...3 1.1 Algemeen...3 1.2 Doelstelling...3

Nadere informatie

Deelrapportage "Apotheken door Cliënten Bekeken" Vorige en huidige meting Apotheek Den Hoorn

Deelrapportage Apotheken door Cliënten Bekeken Vorige en huidige meting Apotheek Den Hoorn Deelrapportage "Apotheken door Cliënten Bekeken" Vorige en huidige meting Apotheek Den Hoorn E Inhoud 1. Inleiding en methode 1 1.1. Achtergrond 1 1.2. Doel van het kwaliteitstraject: meten en verbeteren

Nadere informatie

Controleprotocol subsidies gemeente Alkmaar voor verantwoording subsidies > 250.000

Controleprotocol subsidies gemeente Alkmaar voor verantwoording subsidies > 250.000 Controleprotocol subsidies gemeente Alkmaar voor verantwoording subsidies > 250.000 1 Algemeen Op grond van de Kaderverordening Subsidieverstrekking van de gemeente Alkmaar kunnen subsidies worden verstrekt.

Nadere informatie

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Resultaten onderzoek bij bedrijven (MKB) Hoe ondernemend en innovatief is uw organisatie? Woord vooraf Hoe ondernemend en innovatief is uw organisatie?

Nadere informatie

Energieprijsvergelijkers

Energieprijsvergelijkers Energieprijsvergelijkers Onderzoek naar de kwaliteit van vergelijkingssites voor elektriciteit en gas op het internet Den Haag, april 2006 Projectteam: drs. B.W. Postema drs. M.M. van Liere mr. D.F.J.M.

Nadere informatie

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan.

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan. Burgerpeiling 2013 Eind 2013 is onder 2000 inwoners van de gemeente Noordoostpolder een enquete verspreid ten behoeve van de benchmark waarstaatjegemeente.nl. De enquete vormt een onderdeel van de benchmark.

Nadere informatie

4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken

4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken 4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken 4.1 Inleiding Waar staat het bedrijfsleven momenteel als het gaat om rapportage over internationaal mvo en ketenbeheer in het bijzonder? Dit

Nadere informatie

Conjunctuurklok Amsterdam

Conjunctuurklok Amsterdam Conjunctuurklok Amsterdam versie 3.0 Tanja Fedorova Carine van Oosteren Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal 300 Telefoon 020 251 0433 Postbus 658, 1000 AR Amsterdam www.os.amsterdam.nl t.fedorova@os.amsterdam.nl

Nadere informatie

SAP Risk-Control Model. Inzicht in financiële risico s vanuit uw SAP processen

SAP Risk-Control Model. Inzicht in financiële risico s vanuit uw SAP processen SAP Risk-Control Model Inzicht in financiële risico s vanuit uw SAP processen Agenda 1.Introductie in Risicomanagement 2.SAP Risk-Control Model Introductie in Risicomanagement Van risico s naar intern

Nadere informatie