KIEZEN VOOR EEN HOOFDDOEK Een kwestie van zelfbeschikking of religie?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "KIEZEN VOOR EEN HOOFDDOEK Een kwestie van zelfbeschikking of religie?"

Transcriptie

1 NEME ^ 1 november/december 1995 ART, 1 GRONDWET GEAMPUTEERD Godsdienstvrijheid en botsende grondrechten, SGP-zaak KIEZEN VOOR EEN HOOFDDOEK Een kwestie van zelfbeschikking of religie? VERZORGING VERZEKERD Een pleidooi voor een nieuw soort werknemersverzekering. Met zorgarbeid wordt een 'dienst'geleverd, waar een maatschappelijke wederdienst tegenover behoort te staan, POSITIEVE ACTIE HvJ EG in de zaak Kalanka: voorkeur bij gelijke geschiktheid in strijd met de tweede EG-richtlijn. NEMESIS

2 . '! ' jaargang 11, november/december 1995, nummer 6 N H O U D S O P G A V E Verschijnt zes maal per jaar Redactie: Els van Blokland, Mananne Braun, Janny Dierx, Jet Tigchelaar, Albertine Veldman, Heikehen M Verrijn Staart Medewerksters: Margnet Adema, Kann van Elderen, Nora Holtrust, Ineke de Hondt, Gerdie Ketelaars, Mies Monster, Linda Senden, Selma Sevenhuysen, Ehes Steyger, Sarah van Walsum, Ria Wolleswinkel Redactiesecretariaat: Els van Blokland - redactiesecretaris Ambonplein PW Amsterdam tel fax Nemesis: Nemesis is een uitgave van WEJ TjeenkWillinkbv De stichting Nemesis is één van de deelnemende organisaties in het Clara Wichmann Instituut, het Wetenschappelijk Instituut Vrouwen en Recht Abonnementen: ƒ 125,-perjaar inclusief opbergband, losse nummers ƒ 27,50, opbergbanden ƒ 29,50 Abonnementen-administratie: Libresso b v, Distributie van vakinformatie, postbus 23, 7400 GA Deventer, tel Abonnementen kunnen schriftelijk tot uiterlijk 1 december van het lopende abonnementsjaar worden opgezegd By niet tijdig opzeggen wordt het abonnement automatisch met eenjaar verlengd Reprorecht: Het overnemen, evenals het vermenigvuldigen van artikelen en illustraties is slechts geoorloofd na schriftelijke toestemming van de redactie Aanbevolen citeerwijze: Nemesis 1995 nr l,p Omslagontwerp en lay-out: Fenna Westerdiep, Amsterdam Advertentie-exploitatie: Postbus 23, 7400 GA Deventer, tel , fax CVAK lid van de nederlandse organisatie van tijdschnftemntgevers n o t u ISSN REDACTIONEEL 137 Koffie graag, met suiker en melk Zorg wettelijk en aanvullend verzekeren Janny Dierx ARTIKELEN 140 Verzorging verzekerd Een pleidooi voor een nieuw soort werknemersverzekering Mies Westerveld 147 Het 'absolute' bordeelverbod gerelativeerd Regulerend, sturend, ordenend en beheersend optreden ondanks art. 250bis Sr K. Boonen 153 Stand by in de bijstand Verstrekkende consequenties van de nieuwe Abw Marleen van Geffen RECHT UIT 'T HART 163 Kiezen voor de hoofddoek. Een kwestie van zelfbeschikking of religie? Willy Jansen W O R D T (NIET) V E R V O L G D 165 Beklag ex art. 12 Sv - SGP, P.G. Feber ACTUALITEITENKATERN Rechtspraak 2 Nr. 519 CGB 18 juli 1995, m.nt. Nynke de Vries-Huiser 4 Nr. 520 Afd. Bestuursrechtspraak RvS 28 februari Nr. 521 HvJ EG 13 juli 1995 (Meyers), m.nt. Eva Cremers (520, 521) 10 Nr. 523 HvJ EG 17 oktober 1995 (Kalanke), m.nt. Albertine Veldman 13 Nr. 524 Ktg Rotterdam 15 september Nr. 525 Ktg Utrecht 21 september Nr. 526 Ktg Leiden 4 oktober 1995, m.nt. Margnet Adema (524, 525, 526) 18 Nr. 527 Rb Amsterdam 19 juli 1995, m.nt. Jet Tigchelaar 21 Nr. 528 Rb Middelburg 7 september Nr. 529 Rb Breda 15 november Nr. 530 Rb Almelo 12 januari Nr. 531 Pres Rb Amsterdam 23 februari Nr. 532 Rb 1 maart 1995, m.nt. Renée Kool (528, 529, 530, 531, 532) 28 Nr. 533 CRvB 3 maart 1995, m.nt. Mies Westerveld Wetgeving 30 Vrouwenhandel en exploitatie van prostitutie, Roelof Haveman en Marjan Wijers 31 Recente wijzigingen in de Werkloosheidswet, Malva Driessen 36 De notitie Leefvormen en sociaal ouderschap, Els van Blokland Literatuur 37 Samenstelling Tanja Kraft van Ermel STRIP Karin van Elderen And thou, who neveryet ofhuman wrong Left the unbalanced scale, Great Nemesis! (Byron) Childe Harold's Pilgrimage, Canto TV

3 Redactioneel Janny Dierx Zorg wettelijk en aanvullend verzekeren Koffie graag, met suiker en melk Structurele werkloosheid kan ook worden bestreden door arbeidsverdeling met behulp van langdurige verlofperioden. Dat schreef Louise Groenman in Intermediair in november Jaren later kwam Jeanne de Bruin op de verloffaciliteiten terug met haar Nationaal Zorgplan (Zie Nemesis 1995, nr. 1, p ). Minister Melkert (SZW) wil thans het tempo van het arbeid/zorg debat verhogen en kondigt een ronde langs adviesorganen aan. In dit nummer alvast dubbel goede raad voor de bewindsman. De tijd stond even stil, zo lijkt het. Want de gedachten van Melkert nu lijken op die van Groenman toen. Het grote verschil is de opvatting over de rol van de Staat. Groenman pleitte destijds voor een wettelijk recht op langdurig verlof, onder meer voor scholing. Die beleidswijziging kon volgens haar betaald worden door inzet van het verlof als arbeidsmarktinstrument voor nieuwe werkgelegenheid en door aanpassing van de sociale zekerheid en de pensioenregelingen. Minister Melkert wil voorlopig slechts degene zijn die zorgt voor een maatschappelijke discussie over de kortsluiting tussen arbeid en zorg. De voortvarendheid waarmee de minister zijn 'Melkert-mix' aan werkgelegenheidsmaatregelen het land instuurt (zie de Sociale Nota 1996) maakt op het terrein van zorg en arbeid plaats voor (behendig) gedrentel. Zelf noemt de minister zijn klassieke keuze voor 'politieke massage' een voorwaarde voor het scheppen van een klimaat waarin verdergaande maatregelen kunnen gedijen (Persbericht SZW 95/173). Nu kan moeilijk worden beweerd dat het verkeerd is om draagvlak voor bepaalde maatregelen te winnen. In de Nederlandse politiek verwordt dit echter tot een argument waarachter meestal geen diepe gedachten meer schuil gaan. Het betekent dat de betreffende bewindspersoon geen geld wil uitgeven. Daar lijkt het in dit geval ook op. De minister bruist wel van de ideeën in de onlangs gepresenteerde kabinetsnota Combineerbaarheid van betaalde arbeid met andere verantwoordelijkheden (TK, ,24332, nr. 2). Hij neemt echter maar voor heel weinig direct verantwoordelijkheid. Combinatie-nota Erkend wordt dat moderne werknemers die ook zorgen voor anderen tijd tekort komen. Het kabinet stalt vervolgens een indrukwekkende lijst met verlofmogelijkheden uit. Er wordt meer flexibiliteit van het wettelijk ouderschapsverlof aangekondigd. Voltijdverlof wordt mogelijk en ook deeltijdverlof bij een werkweek van minder dan twintig uur. Ouderschapsverlof zal in de toekomst kunnen worden opgenomen tot kinderen zes jaar zijn. Wettelijke bescherming van het arbeidsongeschiktheids- en overlijdensrisico van de verlofganger zal worden geregeld. Heel goed. Maar over doorbetaling van ouderschapsverlof wordt gezwegen. En bij de andere voorstellen heet het dat de sociale partners moeten worden gestimuleerd meer cao-afspraken te maken of dat nader onderzoek nodig is. Genoemd worden kortdurende verloven ex. artikel 1638c BW, zoals calamiteitenverlof, kraamverlof en onbetaalde zorgverloven voor familieleden en huisgenoten alsmede adoptieverlof, seniorenverlof en scholingsverlof. Voor een eventuele wet op de loopbaanonderbreking (zorgverlof) overweegt de minister wel een 'eigen bijdrage'. Maar ook hier moeten eerst nog voor- en nadelen in kaart worden gebracht en gaat de regering kijken naar de ervaringen in andere landen. Initiatief en betaling voor al het moois wordt dus zo goed als geheel doorgeschoven naar de sociale partners. Duister blijft waarom de regering vindt dat deze omvangrijke sociale kwestie vrijwel geheel in de arbeidsvoorwaardensfeer zou moeten en kunnen worden opgelost nr

4 Koffie graag, met suiker en melk Janny Dierx Staatszorg De tamelijk vrijblijvende gedachten contrasteren met de forse omvang van de staatszorg in bijvoorbeeld Denemarken. Daar wordt de zorg voor kinderen, gehandicapten en ouderen bijna helemaal uit de algemene middelen gefinancierd (M. Kramer, Werk maken van zorg. Het Deense werkgelegenheidsoffensief, NIZW, Utrecht, 1995). Denemarken is in 1993, na bijna vijftien jaar, gestopt met soortgelijke plannen als die minister Melkert op dit moment aanspreken: het aanbieden van additionele arbeid voor werklozen en onbetaald scholingsverlof. De banenplannen zijn onder meer door afzijdigheid van het bedrijfsleven mislukt en het onbetaalde scholingsverlof was niet erg in trek bij de gemiddeld verdienende werknemer. Thans is de kern van het Deense werkgelegenheidsbeleid rotatie van arbeid, door middel van betaalde sabbat-, scholings- en ouderschapsverloven. Aanleiding daarvoor was naast oplopende hoge werkloosheid het chronische tijdgebrek onder de welgestelde werkenden, bijvoorbeeld om kinderen te zien opgroeien. In 1994 maakte ongeveer vijf procent van de beroepsbevolking gebruik van de verlofregelingen en werden de vacatures merendeels door werklozen bezet. Er ontstaan geheel nieuwe arbeidsmarktproblemen door opname van het verlof, zoals tekorten aan arbeidskrachten in sommige sectoren maar ook verdringing van hoogopgeleiden door (goedkopere) herbezetters. Kritiek is er op de opkomst van een Deens service-proletariaat, door de uitbesteding, met staatssteun, van zorgarbeid aan dienstenwinkels met laagopgeleide en werkloze werknemers. Het uitgangspunt van minister Melkert - aansturen op cao-afspraken over merendeels onbetaalde verlofmogelijkheden - lijkt mij tot mislukken gedoemd. In de kabinetsnota wordt bijvoorbeeld serieus geopperd dat werknemers geheel uit eigen zak kunnen sparen voor langdurig verlof. Dit verlofsparen zou onder meer tot stand kunnen komen door gedeeltelijk reserveren van het loon door de werkgever, zonder rentevergoeding aan de werknemers. Afgezien van het feit dat een gemiddelde bank of verzekeraar wel een gunstiger tariefje zal kunnen offreren, blijkt uit de Deense ervaringen toch wel afdoende dat dergelijke regelingen alleen voor een kleine elite te betalen zijn. Minister Melkert weet bovendien zelf heel goed dat onbetaald verlof zonder financiële maatregelen grote nadelen bij ziekte of werkloosheid veroorzaakt (zie TK 24332, nr. 2, bijlage 3). Die nadelen zijn zo groot dat een werknemer met een modaal inkomen deze niet zal kunnen en willen nemen. In dit nummer betoogt Mies Westerveld dat er een wettelijke basis moet komen om zorgrisico's collectief te dragen. Zowel voor kort verzuim als voor langdurige doeleinden moet een minimum landelijk worden geregeld. Dit is een waardevol idee om contact tussen arbeid en zorg tot stand te brengen. In Nederland moet iedereen werken die enigszins kan en geen andere bron van inkomsten heeft. Alleen bijstandsgerechtigden met zeer jonge kinderen hebben respijt (zie Marleen van Geffen over de herziene bijstandswet in dit nummer). Een arbeidsplicht is dus nagenoeg een feit, terwijl vrienden, relaties en familie niet zijn afgeschaft. Ieder mens zal in zijn leven meemaken dat vrienden en familieleden zorg, aandacht of verpleging nodig hebben, omdat zij ziek zijn of jong zijn of doodgaan. En kinderen hebben vertrouwde opvoeders nodig, die regelmatig bij hen zijn. De in arbeidszaken zo dwingende overheid kan zich niet afzijdig houden van gevolgen op privégebied. De Deense staatszorg kan daarbij als één en de gesloten Hollandse beurs als een ander uiterste worden beschouwd. Cappucino Samen met een wettelijk minimum aan betaald ouderschapsverlof is een collectieve zorgverzekering een basis voor realistische verwachtingen ten aanzien van aanvullend beleid door de sociale partners. Een dergelijke spreiding van verantwoordelijkheid zou goed aansluiten op de gebruikelijke afbakening tussen overheid en sociale partners op andere maatschappelijke terreinen, als het gaat om basisbehoeften. Zie de gang van zaken bij de oudedagsvoorziening waarbij de basis, de AOW, uit de collectieve middelen wordt gefinancierd. De aanvullende pensioenvoorzieningen komen tot stand in het collectieve overleg tussen werkgevers en werknemers. Welgestelden kunnen daarbovenop nog een individuele voorziening treffen bij bank of verzekeraar. Ook arbeidsongeschiktheidsrisico's worden op die wijze gedekt. De basis wordt collectief verzekerd. Het WAO-gat wordt in de collectieve werkgevers- en werknemerssfeer aangevuld en ook hier brengt de verzekeringsmarkt daarenboven individuele polissen op de markt. In vakbondskringen wordt deze systematiek aangeduid met de term cappucino-model: koffie is van de overheid (lees: van ons allemaal), suiker en melk worden geserveerd door de sociale partners en een snufje cacao of niks is 'naar keuze'. Ook de financiering van zorg kan zo vormgegeven worden. Met een wettelijk minimum aan doorbetaalde verlofmogelijkheden kunnen die gebeurtenissen die teveel vragen van de draagkracht van de individuele werknemer en werkgever collectief worden verzekerd. Datgene wat iedereen gedurende zijn levensloop meermalen kan overkomen, wordt zo ook door een ieder opgebracht. Aanvullend kunnen dan door de sociale partners regelingen per branche of onderneming worden ontworpen, die de wettelijke basis aanvullen. Naar analogie van de pensioen- en vutf ondsen kunnen er zorgfondsen worden opgericht. En wie weet zien de pensioenfondsen hier zelf ook een gat in de markt. Toekomstscenario De Commissie Toekomstscenario's Herverdeling Onbetaalde Arbeid kiest blijkens haar in oktober aan minister Melkert uitgebrachte rapport Onbetaalde zorg gelijk verdeeld voor soortgelijke oplossingen. Deze Commissie stelt voor om een beleid te gaan voeren gericht op gelijke verdeling van onbetaalde arbeid over mannen en vrouwen per De Commissie wil recht op deeltijdarbeid, bescherming van werknemers die 'combineren', betaalde zorgverloven (ouderschaps-, calamiteiten-, verpleeg- en kraamverlof) en kinderop- 138 NEMESIS

5 Koffie graag, met suiker en melk Janny Dierx vang wettelijk regelen. Verder bevat het rapport een heel palet van concrete maatregelen in de belastingsfeer en de sociale zekerheid om de effectiviteit van die wettelijke maatregelen te verhogen. Bijvoorbeeld door met belastingmaatregelen de uitbesteding van zorg goedkoper te maken, zodat wit (voor je laten) werken minder kostbaar wordt. Bij krachtig overheidsbeleid verwacht de Commissie meer profijt van afspraken door de sociale partners. Verandert wetgeving en beleid niet, dan zal een gelijke verdeling van de onbetaalde zorgarbeid volgens de Commissie ook niet meer dichterbij komen. Alleen de hogeropgeleiden zullen er in dat scenario nog in slagen hun zorgtaken wat beter te verdelen. Adviesronde Onbetaald verlof leidt nauwelijks tot nieuwe werkgelegenheid. De komst van (langduriger) betaald verlof wel. En dat leidt tot besparingen op uitkeringen. De Commissie Toekomstscenario's heeft berekend dat dergelijk beleid, ook bij geleidelijke invoering, de Staat geld oplevert. Helaas kan tegenwoordig vrijwel ieder voorstel met een rol voor de collectieve sector rekenen op populistisch hoongelach van - in ieder geval - coalitiepartner VVD. Toch is het te hopen dat het collectieve gezonde verstand het wint en dat de organen aan wie minister Melkert advies vraagt over het rapport van de Commissie Toekomstscenario's - het gaat om de SER, de Emancipatieraad, de Nationale Raad voor de Volksgezondheid, de Raad voor het Jeugdbeleid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten - hem eensgezind willen wijzen op zijn eigen verantwoordelijkheid. De Emancipatieraad zal daarvoor, gelet op eerdere adviezen, niet zoveel tijd nodig hebben. In de SER, waar de overheid op afstand een waar dogma is, zal dat moeilijk liggen. Maar stel dat men het daar zou aandurven met een verrassend advies te komen, al was het maar op grond van welbegrepen eigenbelang. Dan moeten we nog afwachten of die goede raad ook wordt opgevolgd door een echte minister van Sociale Zaken, Werkgelegenheid, Emancipatie en Familiezaken. Hoop doet leven, want in reactie op de oproep van fractieleider Heerma (CDA) om een minister van Familiezaken aan te stellen, zei minister Melkert {het Parool, 17 oktober 1995): 'Die is er al, dat ben ik' nr

6 Artikel Mies Westerveld Postdoctoraal onderzoeker aan de Onderzoekschool Arbeid Welzijn en Sociaal Economisch Bestuur, Universiteit Utrecht Een pleidooi voor een nieuw soort werknemersverzekering 1 Verzorging verzekerd De inkomenspositie van vrouwen en mannen Een samenleving zonder kostwinners is er niet een zonder sociale risico's maar alleen met andersoortige. Melkert schuift in zijn nota Arbeid en Zorg de verantwoordelijkheid voor het zorgrisico van de werknemer naar de werkgever. Westerveld acht dit zeer nadelig voor de arbeidsparticipatie van vrouwen, vrouwen worden zo te dure werknemers, uitsluiting is het gevolg. Een herbezinning op het verschijnsel 'werknemersrisco' en welke daarvan te collectiveren is op zijn plaats. Met zorgarbeid wordt een 'dienst' geleverd waar een maatschappelijke wederdienst tegenover behoort te staan. Een sociale (in de zin van verplicht-gecollectiveerde) zorgverzekering is het enige juiste antwoord op de dubbele belasting van vrouwen en wellicht ook het juiste antwoord op de bezorgdheid over het gezin van de diverse gezinsideologen. Het onderwerp vrouwen, arbeid en zorg laat zich vanuit verschillende invalshoeken benaderen. Je kan de nadruk leggen op de behoefte van vrouwen om betaalde arbeid te verrichten en die van de samenleving aan de arbeidsparticipatie van vrouwen. Mijn invalshoek voor dit onderwerp is de financiële onzekerheid waarin vrouwen, meer dan mannen verkeren en het feit dat het merendeel van de Nederlandse vrouwen niet economisch zelfstandig is. Nu was dit laatste in de tijd waarin het kostwinnersmodel werd ontworpen ook wel het geval, maar het eerste was dat niet. Mannen zorgden toen namelijk in beginsel tot de dood erop volgde voor 'hun' vrouwen, en voor de periode daarna werden voorzieningen getroffen. Die tijden zijn niet meer, helaas of gelukkig maar, dat is maar hoe je het bekijkt; relaties zijn niet meer voor het leven, de onderhoudsplicht na echtscheiding wordt steeds verder gelimiteerd, ook voor degenen die nu nog voor het traditionele rollenpatroon kiezen. Eén van onze meest recente verworvenheden is de mogelijkheid af te zien van het recht op een overlevingspensioen voor de echtgenoot ten gunste van een hoger eigen oudedagspensioen. 2 Vrouwen hebben een toenemende behoefte om betaalde arbeid te verrichten, maar daarnaast is dit voor hen ook van levensbelang geworden. Ik benader het onderwerp dan ook liever vanuit de achterstand in banenperspectief en beloning die vrouwen ook heden ten dage nog hebben ten opzichte van mannen. Zoals het feit dat van de mannelijke beroepsbevolking zeventig procent economisch onafhankelijk is, en van de vrouwelijke datzelfde percentage niet. 3 Tweederde van de vrouwen die theoretisch gesproken in eigen onderhoud kunnen voorzien, van wie dat tegenwoordig ook min of meer wordt verwacht, slaagt daar niet in. Voor een deel komt dat doordat velen van hen geen betaalde arbeid verrichten; 45 procent van de vrouwelijke beroepsbevolking is baanloos. Voorts is van de wel werkende beroepsbevolking het arbeidsinkomen hiervoor in veel gevallen ontoereikend. Als we ons tot de categorie 'werkenden' beperken, bedraagt het percentage economisch onafhankelijken: bij de mannen 97 en bij de vrouwen zeventig. 4 Dertig procent van de vrouwen die betaalde arbeid verrichten, verdient daarmee dus nog niet haar eigen pap, om van het zout daarin maar niet eens te spreken. Hoofdoorzaak hiervan is het feit dat de meesten van hen in deeltijd werken: nog geen veertig procent van de werkende vrouwen heeft een fulltime betrekking, een percentage dat bij de heren ruim negentig bedraagt. 5 Voorts zijn vrouwen gemiddeld genomen in lagerbetaalde functies werkzaam dan mannen en is hun uurloon in gelijke functies gemiddeld ƒ 7,50 bruto lager dan bij mannen Dit artikel is een bewerking van een lezing die op 30 september jongstleden werd gehouden op het congres: De toekomst van de Verzorgingsstaat, georganiseerd door de Vrouwenbond FNV. 2. Zie hiervoor mijn artikel Sociale onzekerheid, Nemesis 1995, nr. 2, p Voortgangsrapportage inzake de positie van vrouwen in de arbeid, bijlage bij TK 1993/94,22 913, nr. 15, p. 12 en tabel Emancipatie in cijfers 1995, uitgave van het CBS en het ministerie van SZW. 5. Van de werkende vrouwen is 62 procent deeltijder. Bij de mannen is dit acht procent. Voortgangsrapportage, p Emancipatie in cijfers (1995), p NEMESIS

7 Verzorging verzekerd Mies Westerveld Het zijn deze gegevens die men steeds opnieuw, bij iedere voorgestelde maatregel rondom het thema arbeid en zorg, in het oog zal moeten houden. Daarbij dient steeds een voornaam ijkpunt te zijn of de voorgestelde maatregelen de arbeidsparticipatie, en daarmee de inkomenspositie van vrouwen, zullen bevorderen danwei schaden. Naar een andere benadering van het arbeid-enzorg vraagstuk Wat aan de meeste voorstellen rondom het thema arbeid en zorg opvalt, is dat het zwaartepunt hierin doorgaans ligt op de rechten en plichten van werkgevers en werknemers ten opzichte van elkaar. Ook de recent verschenen nota Arbeid en Zorg (A&Z) van het ministerie van SZW getuigt van deze instelling. 7 Ik wil het onderwerp hier eens op een wat andere wijze bena j deren, en wel door de tijdrovende en daarmee arbeidsbelemmerende kant van zorgverantwoordelijkheid te benoemen als een werknemersrisico, dat zich als zodanig laat collectiveren. De wil hier, kortom, de vraag opwerpen of we met zorgarbeid niet een heel andere kant opmoeten dan de koers die ons steeds wordt voorgehouden; in plaats van ons sterk te maken voor een vergroting van werkgeversplichten, gaan lobbyen voor een sociale werknemersverzekering. Deze zou dan dekking dienen te geven tegen bepaalde kortdurende belemmeringen om op het werk te verschijnen als gevolg van met zorg samenhangende 'calamiteiten', 8 maar ook een dekking tegen de meer structurele terugval in verdienvermogen als gevolg van zorgverplichtingen is denkbaar. Het is naar mijn mening namelijk hoog tijd geworden voor een deugdelijke herbezinning op het verschijnsel 'werknemersrisico' en op de vraag, welke daarvan we in Nederland nog willen collectiveren en welke niet. Nu is zo'n herbezinning van de kant van de rijksoverheid al geruime tijd geleden in gang gezet en deze heeft haar inmiddels ook al aardig wat geld opgeleverd. Kostwinnerstoeslagen, nabestaandenvoorzieningen, ze blijken opeens overbodig. Dat ruimt binnen het geheel aan 's Rijks uitgavenbestand aardig op. Enkele recente voorbeelden zijn de beoogde wijziging van de AWW en de aankondiging enkele maanden terug, dat de AOW-toeslag voor de jongere partner met ingang van het jaar 2015 zal kunnen verdwijnen. Vrouwenemancipatie was, kortom, als beleidsdoel zelden zo populair als op het moment dat hiermee geld verdiend bleek te kunnen worden. 9 Wat zowel overheid als ook vele enthousiaste emancipatiebevorderaars daarbij uit het oog dreigen te verliezen, is dat een samenleving zonder kostwinners er niet één is met minder sociale risico's, maar met andersoortige. Rechtsgronden voor een sociale zorgverzekering Voor ik inga op de vraag welke deze risico's zijn, en of en zo ja, hoe deze zich laten verzekeren, eerst nog iets over de rechtsgronden achter dit voorstel. Het zal duidelijk zijn dat degene die met een dergelijke variant aankomt in een tijd waarin de overheid aangeeft zich tot 'kerntaken en niets dan kerntaken' te willen beperken, met wel buitengemeen sterke argumenten zal moeten komen om haar van de noodzaak daarvan te overtuigen. Ik ben mij er dan ook van bewust, dat ik met een dergelijk voorstel het tij bepaald tegen heb. Niettemin wil ik een poging wagen de discussie over dit onderwerp in deze richting om te buigen, aangezien deze sterke argumenten er naar mijn mening wel degelijk zijn. Gecategoriseerd naar rechtsgronden laten deze zich duiden als het gelijke-kansen- of ook wel het emancipatiegebod en het vereveningsgebod. Het eerste gebod wordt verwoord in verschillende ons land bindende internationale bepalingen, zoals IAO- Verdrag nummer 156 en de artikelen 5 en 11 VN-vrouwenverdrag (VV). Het IAO-verdrag schrijft het treffen van maatregelen voor ten behoeve van werknemers met zorgtaken en is, aldus Wentholt, 'samen met Aanbeveling 165 te plaatsen in een ontwikkeling waarin de IAO zowel de gelijkheid van mannen en vrouwen in het arbeidsproces als een verdeling van gezinsverantwoordelijkheid tussen mannen en vrouwen probeert te bewerkstelligen.' 11 Het VV 12 bevat, naast een verbod op sexediscriminatie van werknemers (artikel 11) de verplichting om naar een meer evenredige verdeling van arbeid en zorgtaken tussen de sexen toe te werken (artikel 5). 13 Voor een land als Nederland, met een nog vrij klassieke verdeling van arbeid en zorgtaken, komt de met beide verdragen afgegeven boodschap in grote lijnen op hetzelfde neer: vrouwen moeten meer de eigen kost gaan verdienen, mannen meer de hiertoe voorwaardenscheppende werkzaamheden verrichten. Als rechtsgrond lijkt dit een ijzersterke, temeer nu dit zich ook tot internationale verdragen laat herleiden. Toch is bepaald niet iedereen overtuigd van de noodzaak of zelfs de wenselijkheid van wat ik nu maar zal aanduiden als een zekere positieve actie ten behoeve van 'zorgers'. 14 Daarentegen beginnen er, ook van 7. Op de inhoud van deze nota, voor zover relevant voor dit onderwerp, kom ik hierna nog terug. 8. De plaats deze laatste term tussen aanhalingstekens om aan te geven dat het hier ook om vrij alledaagse gebeurtenissen of tegenslagen kan gaan. 9. Deze constatering was ook één van de stellingen, die ik in 1994 bij de uitgave van mijn proefschrift poneerde. 10. Verdrag betreffende gelijke kansen en gelijke behandeling van mannelijke en vrouwelijke werknemers: werknemers met gezinsverantwoordelijkheden. Het verdrag werd op 25 juni 1981 aangenomen (Trb. 1981/244), in 1988 door Nederland geratificeerd (Trb. 1988/29), en trad op 24 maart 1989 in werking. 11. K. Wentholt, Arbeid en zorg (diss.), Amsterdam (1990), p. 92. De door haar genoemde Aanbeveling 165 bevat een nadere uitwerking van de doelstelling van dit verdrag. 12. Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie jegens de vrouw; New York, december 1979, Trb. 1980/146. Dit verdrag is in 1981 in werking getreden en na ratificatie in 1991 ook voor Nederland van kracht geworden. 13. Artikel 5 VV schrijft het treffen van passende maatregelen voor om (onder meer) 'het sociale en culturele gedragspatroon van de man en de vrouw te veranderen ten einde te komen tot uitbanning van vooroordelen, van gewoonten en van alle andere gebruiken, die zijn gebaseerd op de gedachte van minderwaardigheid of meerderwaardigheid van een van beide geslachten of op de stereotiepe rollen van mannen en vrouwen'. 14. Met dit tussen aanhalingstekens geplaatste woord wordt gedoeld op mensen die belast zijn met de verzorging of verpleging van een of meer anderen, die in dit opzicht 'behoevend' zijn, dat wil zeggen zich deze noodzakelijke zorg niet zelf kunnen geven nr

8 Verzorging verzekerd Mies Westerveld feministische zijde, steeds vaker diametraal tegengestelde geluiden te klinken. Kortweg komen deze erop neer, dat het krijgen van kinderen een kwestie van eigen keuze is en een doorgaans geluksverhogende bovendien, zodat er geen zinnig argument te bedenken valt waarom anderen daaraan zouden moeten meebetalen. Zoals bijvoorbeeld Jolande Withuis, die in een column in het (feministische) maandblad OPZIJ betoogde, dat het het wezen van de verzorgingsstaat is, dat mensen de kansen op tegenslag delen (ziekte, gebrek, armoede) en dat kinderen niet in dat rijtje thuishoren. 15 Of Malou Van Hintum, die zich er naar aanleiding van de voorstellen in de A&Z nota over beklaagde, dat je als kinderloze Nederlander levenslang mag arbeiden zonder een enkele premie, subsidie of aftrekmogelijkheid. 16 De stap van: 'Kinderen zijn geluksbrengers' naar: 'Waarom moet ik daaraan meebetalen?' is dan ook zo gezet, zeker in een tijd waarin individualisering als uitgangspunt veel populairder lijkt te zijn geworden dan zo'n welzijns/jaren zeventigbegrip als solidariteit. Als ik even advocaat van de duivel mag spelen, zou ik de volgende redenering kunnen opzetten. We hebben nu een wettelijk verbod op discriminatie naar sexe, en een voor de rechter afdwingbare verplichting van de werkgever om binnen redelijke grenzen parttime arbeid toe te staan. Vrouwen is het daarmee mogelijk gemaakt om op voet van gelijkheid met mannen op de arbeidsmarkt te participeren en zichzelf de zo felbegeerde economische zelfstandigheid te verwerven. Als zij de hen geboden kansen dan nog altijd blijken te vergooien - door als alleenstaande kinderen te nemen, of dit doen met een partner die er opeens vandoor gaat of die het vertikt een evenredig aandeel in de zorgtaken en/of kosten voor zijn rekening te nemen - is dat hun eigen verantwoordelijkheid. De overheid heeft hier geen taak meer. Het enige wat deze nog kan en mag doen is hen de instrumenten aanreiken om mannen op hun verantwoordelijkheid jegens de eigen kinderen aan te spreken. Maar dat is het dan ook. The rest is silence. Wat valt hier tegenin te brengen? Als je kinderen puur als geluksbrengers beschouwt, inderdaad niet veel. Maar er is nog een grond om van anderen een donatie te verlangen, en dat is het welbekende feit dat kinderen naast 'hinderen' ook een investering zijn voor de maatschappij. Ik zou dit element wat ruimer willen nemen, door hierbij ook de onbetaalde zorgarbeid voor zieken en ouderen te betrekken. Daarmee zijn we dan aangeland bij de tweede rechtsgrond die ik hierboven benoemde als maatschappelijke verevening. Achterliggende gedachte is hier dat mensen die 'zorgen' daarmee het maatschappelijk welzijn helpen bevorderen en zo de samenleving als geheel een dienst bewijzen. Dat geldt zowel voor ouders die kinderen opvoeden die later de economie weer draaiende houden, als voor kinderen die verzorgingsbehoeftige ouders of andere verwanten verplegen en hen daarmee vooralsnog uit kostbare instellingen houden. Daar mag, en daar valt ook door bewust of onvrijwillig kinderlozen weinig tegenin te brengen, best iets tegenover staan. Uiteraard zeg ik hiermee niets nieuws. In ons oude sociale-verzekeringsstelsel kwam de maatschappelijke erkenning van dit gegeven tot uitdrukking in onder meer kostwinnerstoeslagen, maar ook de kinderbijslag is van dit uitgangspunt een exponent: beide zijn een directe of indirecte schadeloosstelling aan degene die 'zorgt'. In een tijd, waarin het maatschappelijke roer 'om' gaat en individuen worden aangesproken op hun plicht materieel en immaterieel voor zichzelf te zorgen, wordt het van groot belang deze rechtsgrond niet uit het oog te verliezen. Alleen dan wordt of blijft zichtbaar, dat kostwinnersfaciliteiten niet uitsluitend cadeautjes aan mannen zijn voor het feit dat ze 'hun' vrouw thuishouden; en tevens dat het feit dat deze nu contraproductief zijn geworden en om die reden in rap tempo op de schroothoop belanden, betekent dat een herbezinning op zijn plaats is op een meer up to date vergoedingensysteem. Collectieve werknemersrechten boven individuele werkgeversplichten Deze lange inleiding was nodig om aan te geven dat we voor dit onderwerp nog altijd best naar de overheid mogen kijken, ook wanneer deze aangeeft zich tot kerntaken te willen beperken. Eén daarvan is, zou dat althans moeten zijn, de totstandbrenging van een 'sociale' (in de zin van: verplicht-gecollectiveerde) zorgverzekering voor werknemers. Waarom geef ik hieraan de voorkeur boven de doorgaans gesuggereerde route van de versterking van werknemersrechten? 17 Ik doe dat omdat aan dit laatste één vrij zwaarwegend bezwaar verbonden is: de in dit kader genoemde voorstellen betekenen allen lastenverzwaringen voor werkgevers die werknemers met zorgverplichtingen in dienst hebben. Zij zijn het die voor elk nieuw voorstel de beurs moeten trekken: om het ouderschapsverlof te betalen, om een calamiteitenverlof te bekostigen, om gedurende de eerste acht weken van het verplegingsverlof het minimumloon te betalen, en ga zo maar door. 18 Steeds als er een vergoeding voor een met zorg gepaard gaande inkomensderving op zijn plaats wordt geacht, wordt dit vertaald in een werknemers/werkgevers-strijdpunt. Waarom dit zo zou moeten zijn, is mij evenwel niet duidelijk. Dat de werkgever het zijn werknemers waar mogelijk moet toestaan de voorheen overeengekomen arbeidstijd aan te passen aan eventuele nieuwe zorgtaken, akkoord. Een dergelijke verplichting past binnen het raamwerk van het goed-werkgeverschap van artikel 1638z BW. Dit is ook recentelijk nog door de kantonrechter bevestigd. 19 Maar waarom moet hij de daaruit voortvloeiende inkomensderving vergoeden? Er bestaat hier toch geen enkel verband tussen het verrichten van de eigen 15. J. Withuis, Weg met de kinderbijslag, OPZIJ, december M. van Hintum, Feminisme is alleen voor ouders, de Volkskrant d.d. 12 september De eerste keer dat ik voorstellen in deze richting gedaan en uitgewerkt zag, was in de bijdrage van Trudie Knijn aan het debat over 'De toekomst van de Verzorgingsstaat'. De in dit kader geleverde bijdragen verschenen in het najaar van 1994 in de Volkskrant en zijn nadien gebundeld tot een boekje met een gelijknamige titel. 18. De hier genoemde voorbeelden werden op het hiervoor genoemde congres gepresenteerd door Jos Huber, beleidsmedewerker bij de ABVA/KABO. 19. Ktg Amsterdam 28 augustus 1995, RN 1995, NEMESIS

9 Verzorging verzekerd Mies Westerveld arbeid en de oorzaak van het verzuim? En het was in het verleden toch juist dat aspect - te weten het feit dat dit verband er bij ziekte of arbeidsongeschiktheidsverzuim vaak wel was - dat de grondslag vormde om de daaruit voortvloeiende inkomens schade mede ten laste van werkgevers te brengen? Bestaat zo'n grondslag hier dan wel? Het is een vraag, die althans door voorstanders van zorgvergoedingen niet of nauwelijks wordt gesteld, terwijl deze toch bepaald niet onzinnig of irrelevant kan worden genoemd. Sterker nog, ik zie twee goede redenen om hier niet meteen van werkgeversaansprakelijkheid uit te gaan. De eerste is het al eerder genoemde argument, dat voor een zodanige aansprakelijkstelling een rechtsgrond ontbreekt. De tweede is dat het, vanuit het streven naar een meer evenredige verdeling van betaalde arbeid tussen de sexen, wel eens uitermate contraproductief zou kunnen zijn, de aan zorg-en-arbeid verbonden kosten te leggen bij de werkgever van degene die deze combinatie voor zijn rekening wil of moet nemen. Het leeuwedeel van zorgarbeid wordt in onze samenleving nu eenmaal door vrouwen verricht, en je hoeft bepaald geen Jomanda uit Tiel te zijn, om te voorzien wat een lastenverzwaring, die uitsluitend aan de zorgende werknemer kleeft, zal betekenen voor de populariteit van vrouwelijke werknemers. Het lijkt me dan ook principieel juister en als strategie verstandiger om het ten aanzien van dit onderwerp over de boeg van de sociale verzekeringen te gooien, in elk geval zolang 'zorgers' nog vooral vrouwen zijn. De grondslag van de maatschappelijke verevening vergt vervolgens, dat aan deze verzekering door alle ingezetenen wordt meebetaald en derhalve niet alleen door werkgevers en -nemers. In zoverre is de regeling die mij voor ogen staat er één sui generis: een mengvorm van de traditionele volks- en werknemersverzekering. Benoeming van de te verzekeren sociale risico's Ingewikkelder dan aangeven dat bepaalde risico's 'sociaal' moeten worden verzekerd, is het geven van een uitwerking van een daartoe geëigende regeling. Ervaringen met sociale-zekerheidsregelingen in velerlei vormen hebben vooral het morele failliet laten zien van vele, zo niet alle denkbare varianten. Recente schandalen en onderzoeksresultaten van enquêtecommissies verwijzen ieder voorstel, dat het stigma van fraudegevoeligheid aankleeft alleen al om die reden onverbiddelijk naar de prullemand. Toch wil ik hier een poging wagen om aan te geven hoe zo'n regeling eruit zou kunnen zien, al was het maar om te voorkomen dat deze bijdrage het niveau van de vrijblijvende luchtfietserij niet overstijgt. Twee typen sociale risico's, die voor een zekere sociale dekking in aanmerking komen, staan mij daarbij voor ogen: 20. Om de kwaliteit van Arbeid en Zorg, Investeren in verlof, Ministerie van SZW, september 1995, TK , nrs. 1 en ld., p. 5 en Ruimer zorgverlof levert volgens ministerie duizenden banen op, de Volkskrant 6 september Als ik mij uitsluitend beperk tot plannen die onder dit kabinet tot stand gebracht zijn danwei overwogen worden: het eerste banenplan, - het terug moeten of willen brengen van de eigen arbeidstijd vanwege zorgtaken; - het tijdelijk moeten verzuimen vanwege onverwachte arbeidsbelemmerende gebeurtenissen die samenhangen met zorgverantwoordelijkheid. Met name dit tweede risico dient naar mijn mening ten spoedigste in het stelsel van werknemersverzekeringen te worden ondergebracht, zo mogelijk nog voor of gelijktijdig met de privatisering van de Ziektewet. Ik kom hierop terug. Het zorgverlof in de A&Z-nota Eerst iets over het meer structurele zorgverlof. De gedachtenvorming rondom dit thema is in volle gang. Begin september van dit jaar presenteerde minister Melkert de nota Om de kwaliteit van Arbeid en Zorg, een stuk waarin het accent opnieuw ligt op werknemersrechten versus vooral werkgeversplichten. 20 Wel spreekt de regering hierin uit 'dat het toewerken naar een andere arbeidsorganisatie een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van overheid, werkgevers en werknemers'. Maar dat maakt haar nog geen voorstander van 'het geforceerd creëren van ongeclausuleerde rechten die niet altijd aansluiten bij de op gang gekomen discussie over maatwerk in de onderneming'. 21 Een onderdeel uit de nota waaraan in de pers uitgebreid aandacht is besteed, is het voorstel om overheidssubsidies op zorgverlof te gaan verstrekken, mits er op de aldus vrijkomende arbeidsplaats een werkloze wordt geplaatst. 22 Dit lijkt een geniale vondst, omdat aldus het ene sociale probleem (de behoefte aan zorgtijd) kan worden ingezet ter oplossing van het andere (de structurele werkloosheid). Maar pas op, schijn bedriegt. Ongetwijfeld valt van een dergelijke regeling effect te verwachten binnen bepaalde segmenten van de arbeidsmarkt. Maar een echt grootschalige uitruil van arbeidsplaatsen en subsidies, wat toch het einddoel van een effectieve A&Z-regeling zou moeten zijn, zie ik nog niet zo snel van de grond komen. Er is inmiddels een zo breed scala aan banenplannen over de populatie van baanlozen uitgestort, dat deze elkaar vanwege hun veelheid eerder lijken te verdringen dan elkaar netjes aan te vullen, zoals de bedoeling was. 23 Ten dele wordt dit veroorzaakt door het feit dat er hierbij nogal eens in dezelfde vijver gevist wordt: te weten de poel (niet te verwarren met pool), waarin de nog redelijk kansrijke vissen rondzwemmen. Zelfs het zwart-werk-circuit wordt, zo weten we inmiddels, in hoofdzaak bevolkt door mensen, die daarnaast over een reguliere baan beschikken. En zouden er nu dan wel, en dit binnen alle segmenten van de arbeidsmarkt, geschikte 'zorger'- remplacanten gevonden kunnen worden, allen werkloos en trappelend van ongeduld om al die tijdelijke banen te gaan bezetten? Dat komt mij uitermate onwaarschijnlijk voor. Behalve twijfels aan het succes van deze formule, heb ofwel Melkert I, is van kracht binnen de veiligheids- en zorgsector; Melkert II beheerst de marktsector en Melkert III de publieke sector. Tevens wordt de invoering van een vouchersysteem in het schildersen hoveniersbedrijf overwogen, dat dan Melkert IV zou moeten worden, en onlangs bepleitte een sociaal-economisch onderzoeker een Melkert V voor met name de landelijke regio's. Uit: de Volkskrant, 6 oktober nr

10 Verzorging verzekerd Mies Westerveld ik ook een aantal fundamenteel-inhoudelijke bezwaren tegen deze constructie. De eerste is, dat een volledige loopbaanonderbreking (lbo) wegens zorgarbeid mij vanuit een oogpunt van emancipatiebevordering bepaald onverstandig voorkomt. Ervaringen met dergelijke regelingen in het buitenland hebben uitgewezen, dat het vooral vrouwen zijn die van deze mogelijkheden gebruik maken 24, en er is geen enkele aanleiding te veronderstellen dat dat in Nederland anders zal zijn. Dit betekent dan weer dat het vooral vrouwen zullen zijn, die de effecten van het gedurende een zekere tijd doorsnijden van de band met de eigen werkplek zullen ervaren. En wie zou durven verdedigen dat een dergelijke stap de eigen arbeidspositie niet in gevaar brengt, of dat zo'n garantie middels juridische waarborgen kan worden gegeven? Ik in elk geval niet. Gegeven de vooralsnog bepaald zwakke positie van vrouwen op de arbeidsmarkt, komt een subsidiëring van een dergelijk risicovol handelen mij dan ook niet opportuun voor. Beter zou het zijn om hier in te zetten op partiële loopbaanonderbrekingen wegens zorg, ofwel op het gedurende een zekere tijd terugbrengen van de overeengekomen arbeidstijd wegens zorgtaken. Ten tweede, en dat is een meer principieel bezwaar, miskent een dergelijk voor-wat-hoort-wat-voorstel, dat met zorgarbeid een 'dienst' wordt geleverd, waar een maatschappelijke wederdienst tegenover behoort te staan. De aanspraak op betaald zorgverlof zou, kortom, een recht moeten zijn voor 'zorgende' werknemers of werkende 'zorgers', en niet een gunst, die verleend wordt als de werkgever de overheid een handje helpt bij diens Sisyphusarbeid de werkloosheidscijfers omlaag te krijgen. De langlopende sociale zorgverzekering Vanuit deze overwegingen kom ik tot de volgende aandachtspunten voor een regeling op dit punt, die zowel rechtvaardig als doelmatig kan worden genoemd. Zorgarbeid is een produkt waarvan de samenleving als geheel profiteert en dat in veel gevallen om niet wordt geleverd. De rekening hiervoor komt terecht bij de leveranciers van dit produkt, die enerzijds, onder de gewijzigde maatschappelijke opvattingen geacht worden in eigen onderhoud te voorzien, en dit zowel voor wat betreft het tegenwoordige als het toekomstige onderhoud, 25 anderzijds, niet worden gecompenseerd voor de inkomens- en carrièreschade, die zij vanwege deze dienstverlening lijden. Beide omstandigheden, de gewijzigde verhoudingen en de als uitvloeisel daarvan getroffen maatregelen aan de ene kant, en de onmiskenbare arbeidsbelemmering die uitgaat van het (moeten) 'zorgen' anderzijds, maken de invoering van een zekere mate van compensatie een kwestie van elementaire rechtvaardigheid. De omvang en vorm van een hiertoe te treffen regeling wordt op twee manieren begrensd, namelijk door hetgeen in dit opzicht rechtvaardig wordt bevonden en door de taakstelling van de overheid de arbeidsparticipatie van vrouwen te bevorderen. Voor wat betreft het eerste zou ik zeggen, dat er waarschijnlijk een zekere differentiatie zal moeten komen naar de vraag welke 'zorg' wordt geleverd: opvang van kinderen, verpleging van hulpbehoevende of gehandicapte familieleden of buren, terminale zorg, etcetera. Voorts, dat compensatie achterwege kan blijven als de 'zorger' zelf geheel of nagenoeg geheel baanloos is en als uitvloeisel daarvan een sociale uitkering ontvangt. In dat geval kan immers heel wel worden staande gehouden, dat de betrokkene zijn of haar compensatie al ontvangt. De beleidsdoelstelling om te komen tot een meer gelijkwaardige arbeidsdeling tussen de sexen vergt daarnaast, dat de compensatie niet mag ontaarden in een 'huisvrouwenloon'. 26 Om die reden is compensatie aan werknemers met een baanloze partner thuis uit den boze, evenals aan degene die het betaald werken er geheel en al aan geeft om te kunnen 'zorgen'. Uiteraard behoeft bovenstaande nadere uitwerking. De kort-verzuim-verzekering (KW) Over het tweede werknemersrisico, het zogenaamde kortdurende zorgverlof, wil ik op deze plaats wel wat meer zeggen, zowel wat de noodzaak tot een spoedige regeling betreft als over een mogelijke uitwerking. Eerst iets over de vraag waarom de invoering hiervan mij op dit moment zo noodzakelijk voorkomt. Dit heeft alles te maken met de voorgenomen privatisering van de Ziektewet, die zijn schaduwen inmiddels vooruit begint te werpen. Meer en meer gaan werkgevers ertoe over hun sociale ziekterisico te beperken door werknemers waar gezondheidstechnisch 'iets mee is' te weren. En met vrouwelijke werknemers is nogal eens 'iets', namelijk de op hen rustende dubbele belasting. Ik moest hieraan denken toen ik de volgende passage las in het FNV Magazine van 10 augustus jongstleden: 'Vrouwen zijn extra gevoelig voor werkdruk omdat zij nog vaak een dubbele belasting hebben. Maar de gezondheid van mannen en vrouwen is gelijk. Waarschijnlijk is de oorzaak dat vrouwen gemiddeld jonger zijn dan hun mannelijke collega's en vaker in deeltijd werken. Wel lopen vrouwen het risico om op latere leeftijd meer gezondheidsklachten te krijgen. Ze werken steeds langer door, gaan meer uren per week werken en houden nog vaak de dubbele belasting.' Kennelijk lossen vrouwen het dubbele-belasting probleem op door minder uren te werken dan mannen en/of de carrière op een gemiddeld jongere leeftijd aan te vangen en te beëindigen. Oplossingen die, naar duidelijk moge zijn, de vorenbeschreven achterstand in banen- en inkomensperspectief van vrouwen ten opzichte van mannen in hoge mate in de hand werken. Anderzijds, de gezondheid van mannen en vrouwen 24. Zie hiervoor de bundel Werk maken van zorg; het Deense werkgelegenheidsoffensief, M. Kremer, september 1995, die werd uitgebracht op de conferentie onder de gelijkluidende titel, georganiseerd door het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn. 25. Ik doel hiermee op de eveneens aan betaalde arbeid gekoppelde 'toekomstvoorzieningen' (waaronder het eigen oudedagspensioen). Juist hier zal het, zij het eerst op de langere termijn, merkbaar worden hoezeer volledige loopbaanonderbrekingen 'gaten' slaan in iets dat een coherent pensioengebouw had moeten worden. Als dan ook nog, zoals alom voorspeld wordt, de AOW als basisvoorziening in betekenis afneemt, wordt oud-en-arm daarmee een vooral voor vrouwen zeer reëel toekomstperspectief. 26. Zie voor de bezwaren hiertegen Bruyn-Hundt, Huisvrouwenloon een valkuil, in. (Herjwaardering van zorgarbeid, Nemesis 1993, nr. 2, p NEMESIS

11 Verzorging verzekerd Mies Westerveld moge zoals hier gesteld wordt dan wel gelijk zijn, het gemiddelde ziekteverzuim is dat niet. Onderzoek door de Sociale verzekeringsraad heeft aan het licht gebracht, dat het ziekteverzuim bij vrouwelijke werknemers bijna een half procentpunt hoger is dan bij mannen en voor werknemers onder de dertig jaar ruim twee-en-een-halve procentpunt. 27 Wel zijn mannen, als ze zich eenmaal ziek hebben gemeld, over het algemeen langer ziek dan vrouwen, namelijk gemiddeld één dag langer. Vrouwen hebben derhalve vooral een hoger kort-verzuim dan mannen en het lijkt (mij althans) geen gewaagde veronderstelling, dat dit zijn oorzaak vindt in de barrières die werknemers op hun weg vinden als zij proberen arbeid en zorgtaken te combineren. 28 Maar er zijn natuurlijk ook altijd de werkelijk plichtsgetrouwe werknemers die doorgaan tot het echt niet langer gaat. Zoals de vrouw, over wie een crècheleidster in een recent artikel in de krant opmerkte: 'Als je op je tenen loopt als werkende moeder en kritiek krijgt op je keuze voor kinderopvang, kan een klein incident de druppel zijn waardoor je uit je dak gaat. Zoals laatst, toen wij een kindje met waterpokken te ziek vonden voor de crèche. De moeder barstte uit. Later bleek dat ze zo onder druk stond op haar werk dat een ziek kind haar teveel werd. Ze heeft ontslag genomen. Een heel verstandig besluit.' 29 Een overheid die vanuit het gelijke-kansen-adagium stappen als van deze moeder wil voorkomen, zal zich van het bestaan van dergeh'jke drempels voor 'zorgende' werknemers bewust moeten zijn, èn zich deze moeten aantrekken. Werkelijk wegnemen laten deze zich waarschijnlijk niet; wel valt een verlaging te verwachten wanneer men de effecten van het zorg-en-arbeidrisico binnen de arbeidsorganisatie weet te minimaliseren. De meest geëigende methode daarvoor is de invoering van een collectief omgeslagen verzekering, zonder - ik zeg het hier maar voor alle duidelijkheid - premiedifferentiatie. De noodzaak tot zo'n verzekering wordt klemmender, op het moment dat de werkgever de kosten van het ziekteverzuim van de eigen werknemers in de volle omvang op zijn of haar eigen bord krijgt. Op dat moment zal de druk op alle werkenden om vooral niet 'onnodig' te verzuimen verder toenemen, met alle gevolgen (zie boven) van dien. Concretisering van de kort-verzuim-verzekering Hoe zou zo'n KW er nu uit kunnen zien? Uitgangspunt dient hierbij te zijn, dat deze doet waarvoor hij in het leven is geroepen: niet méér - een voornaam voorschrift in deze tijd - maar vanwege het onderliggende doel vooral ook niet minder dan dat. Het eerste is het geval bij gemakkelijk op te rekken criteria, het tweede bij te stringent geformuleerde voorwaarden. Personenkring Ik wil beginnen met een beperking, namelijk dat de KW uitsluitend bestemd is voor werknemers in loondienst. Ik ben mij ervan bewust, dat er ook buiten loondienstverband veel dubbel belaste werkers voorkomen, maar kies hier niettemin voor deze beperking. De reden hiervoor is een puur pragmatische: het is mij niet gelukt een uitvoerbare en niet fraudegevoelige variant voor zelfstandig werkenden te construeren. Onnodig te zeggen dat ik me op dit punt graag laat corrigeren. Verzekerd risico Het verzuimrisico, dat ik met deze regeling verzekerd wil zien heeft betrekking op al die onverwachte en onvoorspelbare gebeurtenissen, waarmee werknemers met zorgverantwoordelijkheid kunnen worden geconfronteerd: het eigen kind wordt ziek; opa raakt in de war en loopt van huis weg; de crèche of school sluit opeens wegens ziekte van de leerkracht en zo voort. Plotseling en zonder uitstel moet een aantal zaken worden geregeld en pas als deze geregeld zijn, kan het werk worden hervat. Het is misschien goed hier in herinnering te roepen, dat in een kostwinnersscenario dergelijke gebeurtenissen geen sociaal risico zijn en dus ook geen verzekering behoeven. Daar worden zulke evenementen namelijk opgevangen door degene die wordt betaald om thuis te zitten. Het is dan ook juister om te stellen dat deze risico's onder het oude systeem ook verzekerd waren, maar dan indirect, door een systeem van kostwinnerstoeslagen. Omvang dekking De dekking is loongerelateerd (bijvoorbeeld, zoals bij de ZW en WW, zeventig procent van het laatstverdiende loon) en beperkt zich tot een korte periode, van - alweer: bijvoorbeeld - ten hoogste drie dagen. In deze periode zal de calamiteit die tot het verzuim leidde in veel gevallen zijn verdwenen of opgelost. Voor de situaties waarin dat niet het geval is, dient dit tijdvak om alternatieve oplossingen te vinden voor het ontstane arbeid-en-zorg-dilemma. Het aantal toe te kennen verlofdagen zou ik willen limiteren, bijvoorbeeld tot vijftien of twintig dagen per werknemer per jaar. 30 De reden om hier voor een limiet te kiezen zit hem in het diffuse karakter van het verzekerde risico, met name waar het de zorg voor kinderen betreft. De regeling laat zich hierdoor niet goed controleren, hetgeen voor politici al gauw een reden zal zijn om ofwel voor een strakker en daardoor minder effectief criterium te kiezen, ofwel om dan maar van welke regeling dan ook af te zien. Gezien het grote belang voor vrouwen dat zo'n verzekering er komt en tevens effectief is, pleit ik ervoor een zekere mate van oneigenlijk gebruik voor lief te nemen en de begrenzing te zoeken in een vooraf gestelde limitering van aanspraken Uit: Trouw d.d. 18 januari Het betreft hier een (recent) onderzoek van de SVr, waarbij het zwangerschaps- en bevallingsverlof uit de cijfers is verwijderd. 28. Zo ook Ria de Wit, die in een artikel over arbeid en zorg uitlegt waarom werkende vrouwen die onverhoeds met een ziek kind geconfronteerd worden, dit in veel gevallen oplossen door zichzelf ziek te melden, R. de Wit, Een zorg minder, Nemesis 1993, nr Uit: NRC Handelsblad, d.d. 15 juli 1995, Crèches kunnen kinderen ook schaden. 30. Wel zou voor alleenstaanden een wat hogere limiet moeten gelden dan voor tweeverdieners, die de risico's immers tussen hen beiden kunnen delen. De dagen zijn verder met overdraagbaar, zodat als de ene ouder alle calamiteitendagen verbruikt heeft, de beurt toch echt aan de ander is om zijn werkgever van de noodzaak tot verzuim te overtuigen. 31. In dit opzicht verschil ik derhalve van mening met Ria de Wit, die in het eerder aangehaalde artikel een soortgelijke verlofregeling bepleitte zonder begrenzingen nr

12 Verzorging verzekerd Mies Westerveld Toekenningsvoorwaarden Evenals de structurele zorgvergoeding wil ik de K W beperken tot degenen die voor het niet-traditionele arbeid-en-zorgmodel gekozen hebben. Dit kan door als toekenningscriterium te nemen, dat de werknemer een minimaal aantal dagen of uren per week werkzaam is, en ofwel alleenstaande is ofwel een partner heeft die eveneens aan deze minimum-arbeidsvoorwaarde voldoet. Samengevat: de K W biedt dekking bij plotseling intredende arbeidsbelemmeringen, samenhangend met zorgverantwoordelijkheid voor een eigen kind, partner of ouder. 32 De verzekering beperkt zich tot werknemers die op een minimaal aantal dagen per week werken, en alleenstaand zijn of het huishouden delen met een persoon met een eveneens zeker minimaal arbeidspatroon. Bijkomende voorwaarde voor toekenning is, dat de betreffende gebeurtenis de onmiddellijke aanwezigheid vergt van één van beide zorgers, op een moment dat beiden moeten werken, of bij een alleenstaande dat dit voor hem of haar het geval is. De bewijslast dat dit het geval is (geweest), rust op degene die het verlof heeft opgenomen. Het met deze regeling in te voeren recht op kort-verlof houdt dan ook twee zaken in. Naar de werkgever toe, betekent dit de erkenning dat men in dergelijke situaties een even legitieme reden heeft om te verzuimen als bij ziekte, zodat dit niet behoeft te wijken voor welk dringend bedrijfsbelang dan ook en al helemaal geen aanleiding kan zijn tot ontslag. Naar de gemeenschap toe wordt een recht gecreëerd op een kort-verlofuitkering van zeventig procent van het laatstverdiende loon over per keer maximaal drie dagen. Conclusie Beide instituten, zowel de structurele zorgverzekering als de kort-verzuim-verzekering kunnen als een representant worden aangemerkt van een nieuw, ander stelsel van werknemersverzekeringen. Een stelsel waarin, naast het beroep op een ieders eigen verantwoordelijkheid, ook ruimte is voor de erkenning van het belang en de waarde van arbeid, die in alle geledingen van de samenleving kosteloos en belangeloos wordt verricht: het 'zorgen' voor degenen voor wie men zich verantwoordelijk weet of voelt. Het lobbyen voor een directe beloning van dergelijke arbeid lijkt nu wel passé. Anderzijds bergt de omarming van dit issue door de diverse gezinsideologen een aantal verraderlijke anti-emancipatoire valkuilen in zich. Een op met name dit punt doordachte werknemersverzekering, dat wil zeggen een die deze weet te vermijden, zou wel eens het antwoord kunnen zijn, waar alle zorg-en-arbeid-verantwoordelijken nu al zoveel jaren op wachten. 32. Vanuit controle-oogpunt moet de kring van potentieel 'zorgbegunstigden' niet te ruim gesteld worden. Bij het meer structurele verlof kan dit misschien weer wel, omdat het bewijs van het bestaan van 'zorgverantwoordelijkheid' daar eenvoudig geleverd, en dus ook heel goed bij de aanvrager van het verlof kan worden gelegd. 146 NEMESIS

13 Artikel K. Boonen Universitair docent vakgroep Strafrechtelijke vakken Rijksuniversiteit Leiden. Regulerend, sturend, ordenend en beheersend optreden ondanks art. 250bis Sr Het 'absolute' bordeelverbod gerelativeerd Regulerende gemeentelijke bemoeienis is onverenigbaar met het 'absolute' bordeelverbod. Zo luidt de gangbare opvatting. Ook bij het nieuwste plan voor wijziging van art. 250bis Sr geldt dit als uitgangspunt. Boonen bestrijdt dit in brede kringen gangbare denkbeeld. Hij grijpt daarvoor onder andere terug op de bedoeling van de prostitutiewetgeving van 1911 en nuanceert de jurisprudentie die de idee hebben doen postvatten dat de beleidsruimte van gemeenten ernstig is beperkt Toch bepleit Boonen wijziging van art. 250bis Sr. Omdat het recht op bescherming van de prostitué(e) een belang is waarvoor de overheid behoort op te komen en om een samenhangend overheidsbeleid (beter) mogelijk te maken. De minister van Justitie heeft een voorstel van wet tot wijziging van artikel 25Obis Sr aangekondigd. 1 Exploitatie van prostitutie zal niet langer strafbaar zijn, behalve indien er daarbij sprake is van enigerlei vorm van dwang, geweld, misbruik van overwicht, misleiding dan wel van een minderjarige prostitué(e). Evenals bij de eerdere voorstellen tot wijziging van artikel 250bis Sr 2, ligt als uitgangspunt aan het voorgenomen wetsvoorstel het denkbeeld ten grondslag dat ongewenste exploitatie van prostitutie met de bestaande wetgeving onvoldoende kan worden aangepakt. Regulerende gemeentelijke bemoeienis (met name door middel van een vergunningenbeleid) zou onverenigbaar zijn met het zogenaamde absolute bordeelverbod van artikel 250bis Sr. 3 In deze beschouwing wordt dit in brede kringen gangbare denkbeeld bestreden. Gemeenten beschikken over bevoegdheden om zowel prostitutie in haar verschillende vormen als de nevenverschijnselen daarvan te weren en voor regulering en sturing van (exploitatie van) prostitutie biedt het huidige artikel 25Obis Sr wel degelijk een wettelijke grondslag. Gemeentebesturen die ervoor kiezen in prostitutieaangelegenheden in zekere mate sturend en regulerend op te treden, kunnen dat in ieder geval ten aanzien van de nevenverschijnselen van prostitutie en staan ten opzichte van het prostitutiegebeuren zelf allerminst met lege handen. Wel balanceren die gemeenten voortdurend op de grens van wat in artikel 25Obis Sr verboden is. Deswege moet artikel 25Obis Sr worden gewijzigd. Maar bovenal dient dit te geschieden omdat vrouwen en mannen - op grond van het recht op fysieke en psychische integriteit van personen en hun recht op sexuele zelfbeschikking - de vrijheid moeten hebben al of niet voor prostitutie als beroep te kiezen en een ander mede uit de opbrengst daarvan te bevoordelen. 4 Een derde reden voor wijziging van artikel 250bis Sr is dat het niet tot de taak van de wetgever behoort door middel van strafbepalingen bepaalde levenswijzen of vormen van sexueel gedrag waarvan derden geen schade of hinder ondervinden, te weren (of een moreel oordeel daaromtrent tot uitdrukking te brengen). 5 De vigerende regelgeving betreffende prostitutie Onder de vigeur van het Wetboek van Strafrecht is prostitutie 'als zodanig' niet verboden. De gedragingen betreffende het zich beschikbaar stellen tot het tegen 1. MvJ 31 maart 1995, Bijlagen Handelingen EK , , nr Zie NJB 1995, 16, p. 607 en Zie ook in dit nummer Roelof Haveman en Marjan Wijers, Vrouwenhandel en exploitatie van prostitutie, Actualiteitenkatern, p Nota van wijziging 24 september 1985, BHTK , , nr. 6; KB 11 februari 1989, BHTK , , nrs. 1-2; Nota van wijziging 11 december 1990, BHTK , , nr. 6; Nota van wijziging 21 februari 1992, BHTK , , nr Nota van wijziging 24 september 1985, BHTK ,18 202, nr. 5, p. 4 en nr. 6; MvJ, HTK 2 april 1987, 66, p. 3494; HEK 12 oktober 1993, 3, p en ; HEK 26 oktober 1993, 5, p ; HEK 7 december 1993, 12, p ; MvJ 31 maart 1995, BHEK , , 238, p Voorlopige nota met betrekking tot het beleid ter bestrijding van sexueel geweld tegen vrouwen en meisjes, BHTK , , nrs. 1-2, p BHTK , , nr. 5, p nr

14 Het 'absolute' bordeelverbod gerelativeerd K Boonen betaling verlenen van sexuele diensten behoren tot de persoonlijke levenssfeer en blijven daarom buiten het bereik van de strafwet Daarentegen zijn wel strafbaar gesteld exploitatie van prostitutie - in de delictsomschrijving van artikel 250bis Sr geformuleerd als 'hij die van het opzettelijk teweegbrengen of bevorderen van ontucht door anderen met derden een beroep of gewoonte maakt', mensenhandel (artikel 250ter Sr) en souteneurschap (artikel 432 aanhef en onder sub 3 Sr) De reden voor strafbaarstelling is dat dit door de strafwetgever (bij de invoering van de strafbepalingen ingevolge de zedelykheidswetgeving van 1911) werd beschouwd als vormen van uitbuiting van de prostitué(e), als parasiteren op ontucht In verband met de openbare orde en de openbare zedelijkheid zijn, op grond van hun zogenoemde eigenlijke en oneigenlijke aanvullende regelgevende bevoegdheid, in vele gemeenten in de APV een of meer artikelen opgenomen om prostitutie wat betreft vorm (bijvoorbeeld raam-en tippelprostituüe) en/of tijd en plaats van vestiging via verboden te reguleren Het denkbeeld van de belemmerende werking De wetgever had bij de invoering van artikel 250bis Sr in 1911 als doel de bescherming van de vrouw tegen sexuele uitbuiting De strafwetgever beoogde de persoonlijke vrijheid en integriteit van de prostituees te waarborgen In verband daarmee besliste hij tot de strafbaarstelling van het bordeelverbod, om daarmee een einde te maken aan de in bordelen georganiseerde prostitutie In de dwang lag echter het eigenlijke constituerende element van de strafbaarheid bij het delict van artikel 250bis Sr Men heeft ook wel beweerd dat de prostitutiewetgeving van 1911 tevens expliciet een poging was om prostitutie uit te bannen 6 Het komt mij voor dat deze stelling niet houdbaar is, dit blijkt namelijk noch uit het wetgevingsproces noch uit de (eventuele) verborgen drijfveren van de politici - integendeel' De verkondigers van deze gedachte veronachtzamen onder andere het onderscheid tussen strafwaardigheid en strafbaarheid van prostitutie Bij de debatten in het parlement werd diverse malen een duidelijke afkeuring over prostitutie uitgesproken, maar geen van de sprekers bracht de suggestie naar voren om prostitutie als zodanig strafbaar te stellen De prostitutie werd door het merendeel der politici strafwaardig gevonden, maar was vanuit het oogpunt van wetgevingspohtiek niet in die mate zedelijk laakbaar en maatschappelijk onduldbaar om haar in een strafbepaling met een sanctie te bedreigen De minister van Justitie Regout zei zelfs met zoveel woorden dat 'het bedrijven van ontucht', prostitutie, weliswaar laakbaar is maar dat het wetsvoorstel door het verbieden van bordelen met het doel had de prostitutie de wereld uit te helpen 'Van een dergelijke bedoeling is toch niet het minst of genngst sprake Ieder weet, dat het sluiten der bordeelen niet alleen de prostitutie met uit de wereld helpt, maar ook als noodzakelijk gevolg heeft de uitoefening der vrije prostitutie ' 7 De feitelijke situatie laat zien dat exploitatie van prostitutie op grote schaal voorkomt. Omdat prostitutie blijkbaar onvermijdelijk is, wordt zij gedoogd, zy het niet altijd en overal Mede doordat in de praktijk exploitatie van prostitutie ondanks het 'absolute bordeelverbod' wordt gedoogd, waardoor het verbod allesbehalve absoluut geldt, keerde en keert artikel 250bis Sr zich tegen de prostitué(e)s door de gemarginaliseerde en gecriminaliseerde positie waarin zy verkeren. Bedoeld als bescherming van prostitué(e)s heeft de strafbepaling hen juist in de hoek van illegaliteit, uitbuiting, criminaliteit en een positie van rechteloosheid gedreven Ontworpen om prostitué(e)s tegen uitbuiting te beschermen, pakte het artikel zo uit dat juist prostitué(e)s als de meest weerloze partij naar voren kwamen en daarmee dus het slachtoffer werden van die wetgeving Terwijl artikel 250bis Sr qua praktische betekenis zijn bedoelingen nauwelijks of niet heeft waargemaakt, blijkt dat de bepaling ook nog eens de mogelijkheden voor een effectief ordenend optreden van gemeentebesturen bij het prostitutiebeleid bemoeilijkt zo met onmogelijk maakt In die zin hebben in elk geval gemeentebesturen, de nationale wetgever en vele interpretatoren (mateneelrechtehjk) de bewoordingen van artikel 250bis Sr en de jurisprudentie dienaangaande opgevat Dit culmineerde in het denkbeeld van de belemmerende werking van artikel 250bis Sr voor een (actief) regulerend prostitutiebeleid. In engere zin behelst artikel 250bis Sr het bordeelverbod, maar het artikel richt zich veel breder, namelijk in het algemeen tegen de exploitatie van ontucht van en door anderen, indien dit geschiedt als beroep of uit gewoonte, het artikel betreft dus elke wijze van teweegbrengen of bevorderen van prostitutie 8 Het is met name een beschikking van de voorzitter van de Afdeling rechtspraak van de Raad van State uit 1980 alsmede de daarmee samenhangende uitspraak van de Afdeling rechtspraak uit 1982 ter zake van het Rotterdamse Eros- en vermaakcentrum 9 die de idee hebben doen postvatten dat de beleidsruimte voor prostitutiebeleid op gemeentelijk niveau ernstig beperkt is doordat het 'teweegbrengen of bevorderen van prostitutie' in artikel 250bis Sr strafbaar is gesteld Gesteld wordt 10 dat in het geldende recht gemeenten prostitutie-activiteiten kunnen weren, maar dat een actief 6 Ziebv JC J Boutelher, Prostitutie en moraal, JV, 1987, l, p 15, Van den Berg, HTK 2 april 1987, TK 66, p 3485, FA Stemvers, Meisjes van Plezier De geschiedenis van de prostitutie m Neder land 1988, p 88, D Gorgels, Hoeren burgers & beslissers Moge lijkheden van handelingsgericht beleid, 1993, p 170, S van der Poel De ratio van een abohtiomstische prostitutiewetgeving, in M Moenngs ea (red), Hoe punitiefis Nederland, 1994, p 73 7 HTK , 21 februari 1911, p Vgl HR 19 januari 1914, NJ 1914, 583, HR 18 november 1940, NJ 1941, 169 m nt W Pompe, en HR 11 november 1918, NJ 1919, 6, HR 6 oktober 1941, NJ 1942, 48 9 Vz ARRvS 20 november 1980, Gst 6677,4, m nt J M Kan, AB 1981, 328, AR RvS 8 juli 1982, Gst 6726, 4, m nt J M Kan, AB 1983, 32, m nt J H van der Veen 10 Zie noot 3 en bv Adviescommissie Zedelykheidswetgeving (commissie Melai), Derde interimrapport - Prostitutie, 1977, p 18, W E Doolaard, Gemeente en prostitutie, Gst 1985, 6799, p , Model Algemene Plaatselijke Verordening (VNG-'s-Gravenhage), 1986, p HI-10 en 19, G J C Horn, Prostitutiebeleid na wets wijziging Bestaande regelgeving biedt meer soelaas dan lokaal vergunningenstelsel, BB 1987, 22/23, p 27, H Gieske, Prostitutie verordening, Gst 1990,6899, p 195, R H Haveman en M Weijers, Exploitatie van prostitutie en vrouwenhandel, NJB 1991, p 664, S van der Poel, o c, p NEMESIS

15 Het 'absolute' bordeelverbod gerelativeerd K. Boonen beleid dat rechtstreeks regulerend, ordenend en sturend optreedt teneinde de prostitutieproblematiek 11 te beheersen, belemmerd wordt door artikel 250bis Sr. Dan zou de gemeente zich namelijk schuldig maken aan 'het bevorderen van ontucht' en de strafwet overtreden. De gangbare visie is dat een gemeentelijk APV-prostitutieverbod dan ook geen ontheffings- of vergunningsmogelijkheid kan bevatten, omdat door het verlenen daarvan zou worden toegestaan, dan wel zou worden meegewerkt aan, een praktijk die door artikel 250bis ('absoluut'!) zou worden verboden. Regulering zou, gezien het bepaalde in artikel 250bis Sr, slechts een negatief karakter kunnen hebben. De mogelijkheid van een ontheffingen- of vergunningenstelsel heeft het voordeel dat aan de ontheffing of vergunning voorwaarden verbonden kunnen worden, die rechtstreeks betrekking hebben op de (exploitatie van) prostitutie. Hierdoor kan het prostitutiebeleid gericht zijn zowel op de (rechts)positie en (rechtsbescherming van de zich in een kwetsbare positie bevindende prostitué(e)s (door bijvoorbeeld voorwaarden die betrekking hebben op de omstandigheden waaronder de prostitué(e) het beroep uitoefent), als op het beperken van de overlast voor de omgeving. In samenhang met het - ook in dogmatisch opzicht - grote gezag voor jurisprudentie, wordt in Nederland bij normatieve theorievorming omtrent de strafbaarheid van gedrag de rechtspraak - zij het met uiteenlopende distantie - veelal vanzelfsprekend tot uitgangspunt genomen. Nijboer en Wemes verklaren waarom dienaangaande veel materieelrechterijke literatuur tot misverstanden leidt: 'Het allerminst denkbeeldige gevaar van zo'n op rechtspraak leunende aanpak is generalisatie en daaruit voortvloeiende verabsolutering van incidenteel gehanteerde criteria of redeneringen die, in het uiterste geval, gemakkelijk zonder een specifieke argumentatie worden opgewaardeerd tot rechtsnormen met een tamelijk breed toepassingsgebied.' 12 Bij het analyseren en interpreteren van rechterlijke beslissingen dient daarom duidelijk voor ogen te staan dat rechtspraak in belangrijke mate wordt beheerst door de omstandigheden van de casus en het formeel-rechtelijke kader waarbinnen de rechtspraak plaatsvindt. De Afdeling rechtspraak bijvoorbeeld oordeelde in de uitspraak van 1982 dat zich in casu, door een zogenaamde overlastvergunning voor het desbetreffende Eros- en vermaakcentrum, met het oog op de leef- en woonsituatie 'onvermijdelijk de situatie zal voordoen dat ter plaatse openlijk en bij voortduring op grote schaal de gedragingen plaatsvinden die de misdrijven genoemd in artikel 250bis opleveren, hetgeen overlast met zich meebrengt, waardoor de naaste omgeving ontoelaatbaar nadelig wordt beïnvloed'. De annotatoren Kan en Van der Veen merken op dat de Afdeling rechtspraak de 'gedragingen-op-grote-schaal' (door de overlast) in strijd acht met de gemeentelijke 'Verordening op inrichtingen en vermakelijkheden der gemeente Rotterdam' en niet met (de strekking van) artikel 250bis Sr. Gelet op de casus en het formeel-rechtelijke kader waarbinnen die rechtspraak plaatsvond, impliceert de uitspraak naar mijn mening qua reikwijdte niet (zondermeer) dat de ruimte voor een gemeentelijk beleid ten aanzien van de prostitutie zo goed als verdwenen is. Met de nadruk op grootschalige concentratie wordt in deze uitspraak gesteld dat die aanpak elementen van bevorderen van prostitutie in zich heeft, maar over andere dan grootschalige vormen van concentratie is op zichzelf niets gezegd of hooguit (impliciet) dat de grenzen van die ruimte worden bepaald door de (maar welke?) schaal waarop die exploitatie plaatsvindt, de openlijkheid en frequentie waarmee dat gebeurt en de omgeving waarin dit alles plaats heeft. Een reflectie op art. 250 bis Sr Noch de bewoordingen van artikel 250bis Sr noch de jurisprudentie maakt het actief en passief gedogen van (exploitatie van) prostitutie door gemeenten en Openbaar Ministerie zonder meer onmogelijk. Sedert de jaren zeventig respectievelijk de jaren tachtig valt het prostitutiebeleid te karakteriseren als achtereenvolgens selectief bestrijdend en selectief gedogend. Gemeenten kunnen waar nodig een gedoogbeleid voeren, waarbij zij er, eventueel onder bepaalde voorwaarden, van af zien gebruik te maken van hun bevoegdheden (bijvoorbeeld de sluitingsbevoegdheid van een inrichting 13 en de verblijfsontzegging) tot optreden. In het informele driehoeksoverleg kan het prostitutiebeleid (dat tot heden voornamelijk bestaat uit een openbare orde-beleid) nader worden vastgesteld. Naar de grondslagen van en de ontwikkelingen in het gedoogbeleid betreffende (exploitatie van) prostitutie heeft nog weinig onderzoek plaatsgevonden. In de jurisprudentie 14 komt tot uitdrukking dat 'een gedoogplek', 'het verplaatsen van een gedoogzone' of 'de aangebrachte voorzieningen' in die desbetreffende casus aanvaardbare middelen zijn en 'niet aan te merken zijn als het bevorderen van of het gelegenheid geven tot prostitutie' en dat 'indien in de gemeenten sexinrichtingen zijn gevestigd die geen aanleiding hebben gegeven tot optreden vanwege het gemeentebestuur, de gemeente met de gevestigde belangen van de exploitanten van die sexinrichtingen rekening dient te houden'. De enige die, goed beschouwd, een nader en funda- 11. (Exploitatie van) prostitutie gaat gepaard met problemen die (onontkoombaar) vragen om een overheidsbeleid. Problemen zoals de (rechts)positie van de prostitué(e)s, vrouwenhandel, jeugdprostitutie, criminaliteit, (de aantasting van) het woon- en leefklimaat, (indirecte) psychische overlast, openbare orde, (volks)gezondheid en de (negatieve) invloed van prostitutie op stadsvernieuwing. 12. J.F. Nijboer en L.T. Wemes, Rechtspraak, dogmatiek en dogmatisme, 1990, p. 12. Zie aangaande meer specifiek het bestuursrecht A.R. Neerhof, Het geschil voorbij. Een studie naarde bruikbaarheid van bestuursrechtelijke jurisprudentie als kenbron van recht, 1995, passim. 13. Vgl. voor mogelijke implicaties bij bepaalde APV sluitingsbevoegdheid-redacties (onverbindendheid bij 'perceel(sgedeelten) niet voor het publiek toegankelijk' i v.m. art. 10 GW) Rb Roermond 3 januari 1995, Gst. 7006, 6, m.nt. H. Hennekens 14. Ik noem, slechts bij wijze van vb., Vz AR RvS 14 maart 1985, Gst. 6799, 6, Vz AR RvS 26 maart 1985, Gst. 6799, 5, Vz AR RvS 4 juli 1985, AB 1986,108; AR RvS 9 oktober 1987, Weekoverzicht RvS 1987, nr , Den Bosch, Vz AR RvS 9 november 1989, Gst. 6799,4 en 5; KG pres. Rb Rotterdam 18 maart 94, KG 1994,153 en KG pres. Rb Rotterdam 2 september Uit deze jurisprudentie blijkt in vgl. met de jurisprudentie in noot 7 (en 8) dat het juridische denken over art. 250bis Sr zich in de loop der decennia sterk heeft gewijzigd nr

16 Het 'absolute' bordeelverbod gerelativeerd K. Boonen menteel theoretisch kader heeft geformuleerd, is Van Eek. 15 Hij is van oordeel dat er allesbehalve van een bevorderen van prostitutie kan worden gesproken, want de gemeenten beogen bij het actieve gedogen niets anders dan de bestaande prostitutie actief te reguleren (met name te concentreren) en daarmee verspreiding over de stad te voorkomen. Daarnaast wordt vragenderwijs betoogd dat als het een gemeentelijke wetgever is toegestaan ten aanzien van de raamprostitutie en het tippelen een absoluut verbod in een gemeentelijke verordening op te nemen, wat kan hem er dan van weerhouden om ook een uitzondering op een dergelijk verbod op te nemen? - wie het meerdere mag, mag zeker het mindere. Deze twee argumenten leiden tot de vraag waarom in Nederland de courante visie is dat voor rechtstreekse regulering en beheersing van de zijde van de gemeentelijke overheid van exploitatie van prostitutie, middels een ontheffingsmogelijkheid 16 verbonden aan een APV-verbod, elke wettelijke basis ontbreekt? Want, zo redeneert Van Eek, als een gemeenteraad bevoegd is in een strafverordening gedragingen strafbaar te stellen, waarom zou hij dan de bevoegdheid missen om daarbij tevens te bepalen dat het verbod ten aanzien van die gedragingen niet geldt voorzover gehandeld wordt met een ontheffing? Zou hij die gedragingen niet met straf hebben bedreigd, dan zouden ze immers zonder meer 'toegestaan' zijn. Zo'n ontheffingsbepaling is een juridisch volkomen correct gebruik van de ruimte die de jurisprudentie - gelet op de eigenlijke en oneigenlijke aanvullende bevoegdheid - de gemeenten laat. Gedogen van bestaande prostitutie en een ontheffingsbepaling zijn dus naar de letter niet in strijd met artikel 250bis Sr omdat het geen legalisering van prostitutie(bedrijven) met zich meebrengt en evenmin de prostitutie 'bevordert of teweegbrengt' - gemeenten beogen zeer zeker niet om prostitutie te stimuleren -, maar veeleer de bestaande situatie indamt. De logische consecutieve vraag is dan of een ontheffingsbepaling dan toch naar de geest niet met artikel 250bis Sr strijdt? Blijkens de wetsgeschiedenis is de strekking van artikel 25Obis Sr dat de overheid niet mag dulden dat 'openlijk en uit winstbejag meisjes in moderne slavernij worden geëxploiteerd en beschikbaar gehouden voor het publiek tot betaalde ontucht.' 17 Uit het gehele wetgevingsproces blijkt dat het er vooral om gaat de prostitutie te bestrijden in die vorm die voor de vrouw onderdrukking en een slaafse positie meebrengt. Artikel 250bis Sr moest een einde trachten te maken zowel aan 'de toestand van feitelijke slavernij' waarin de vrouwen in een bordeel doorgaans verkeerden, als aan de met het bordeelbedrijf samenhangende vrouwenhandel. 18 De wetgever richtte zich betreffende prostitutie niet tegen de betrokken vrouwen, maar tegen hen die er profijt van trokken. Artikel 250bis Sr was vooral een uiting van de idee dat de staat moest ingrijpen in een situatie die verre van ideaal was. Als parlementariër merkte Van Hamel in 1911 daarom op dat hij in het intitulé van het wetsontwerp met genoegen leest 'ter bestrijding (van zedeloosheid, KB) en niet ter bestraffing, dat dus het doel van de strafrechtelijke bepalingen die men voorstelt, wel degelijk is, misstanden uit de wereld te helpen.' 19 Door het bordeelverbod werkte de strafwetgever dus niet aan de bestrijding van prostitutie, maar trachtte hij slechts één vorm van prostitutie aan te tasten. En wel bordeelprostitutie, omdat deze vorm in die tijd, zo deed men het althans voorkomen, gepaard ging met vergaande vrijheidsberoving. Vandaar ook dat de titel van het wetsontwerp 'bestrijding van zedeloosheid' onjuist is, omdat door de zedelijkheids wetgeving van in ieder geval artikel 25Obis Sr - niet de zedeloosheid wordt bestreden, maar bepaalde uitwassen daarvan. Nogmaals: artikel 25Obis Sr en de andere bepalingen betreffende prostitutie waren bedoeld om vrouwen tegen sexuele uitbuiting te beschermen en in de dwang lag het eigenlijke element van de strafbaarheid. Gelet op deze aanleiding 'is het minder voor de hand liggend dit artikel te gebruiken bij een beleid ten aanzien van de vestiging van bordelen dat niet de bescherming van de prostituees, maar de bescherming van andere belangen tot doel heeft'. 20 De positie van de vrouwen (en mannen) in bordelen is in de huidige tijd anders dan in Prostitutie is in ieder geval niet synoniem met slavernij en een zo volstrekte afhankelijkheid en belemmering in de persoonlijke vrijheid als destijds regel scheen bij vrouwen in bordelen is thans welhaast niet denkbaar. 'Vrouwenen mannenexploitatie' is weliswaar geen verleden tijd en komt in mindere of meerdere mate nog steeds voor. Aangaande mensenexploitatie kunnen echter juist waarborgen geschapen worden met behulp van aan een ontheffing te verbinden voorwaarden. Dat wil zeggen dat ook naar de strekking er derhalve ge^n strijdigheid is met artikel 250bis Sr. De hier gegeven uitleg van artikel 250bis Sr lijkt mij, gezien de wettekst en gelet op het legaliteitsbeginsel in het kader van een grammaticale, wetshistorische en teleologische interpretatie, geen overspanning van de bewoordingen mee te brengen, maar daaraan een zinvolle betekenis te verlenen. 21 In een onzeker verhaal 15. N. van Eek, Reglementeringprostitutieverschijnsel ondanks art. 250bis Sr. Een commentaar, APB, 1976, nr. 18, p Zie ook Gemeentelijk beleid en openbare zedelijkheid (VNG-'s-Gravenhage), Groene reeks nr. 22, 1976, p. 39 en H.K. ter Brake, Het strafrecht van de gemeente, 1986, p Bij het vigerende art. 250bis Sr moet worden gesproken van een verbod behoudens ontheffing en niet van een vergunning. Een ontheffing is voor gevallen waarin het gaat om regels die bedoeld zijn om steeds in acht te worden genomen. Ontheffing dispenseert ongeoorloofd gedrag. Wordt in bepaalde gevallen toch een uitzondering toegestaan, dan geschiedt dat in de vorm van een ontheffing, waaraan voorschriften verbonden kunnen worden. De term vergunning wordt gehanteerd als een wetgever een bepaalde handeling of toestand in beginsel aanvaardbaar acht, maar aan het toezicht van een openbaar bestuur wil onderwerpen, waarbij aan de vergunning voorschriften kunnen worden verbonden. 17. BHTK , 56, p BHTK , 56, p. 10 en HTK , 21 februari 1911, 49, p en Gemeentelijke beleid en openbare zedelijkheid, o.c, p. 25/ Zie over het legaliteitsbeginsel en over interpretatie(methoden) gericht op onder andere (geactualiseerde) betekenisverlening van wetsbepalingen - welke overigens zelfs rechtstreeks in strijd kan komen met de wetsgeschiedenis en die zowel een inkrimping als een uitbreiding van de reikwijdte van de delictsomschrijving tot gevolg kan hebben: A.C. 't Hart in zijn annotaties bij HR 11 oktober 1983, NJ 1984, 111, HR 10 april 1984, NJ 1984, 612, HR 1 mei 1984, NJ 1984, 755, HR 22 april 1986, NJ 1986, 827, HR 21 juni 1988, NJ 1989, 143, HR 28 februari 1989, NJ 1989, 658, HR 22 november 1988, NJ 1989, 681, HR 19 november 1991, NJ 1992, 124; HR 22 februari 1994, NJ 1994, NEMESIS

17 Het 'absolute' bordeelverbod gerelativeerd K. Boonen over gebeurtenissen waar de prostitué(e)s zich middenin bevinden, wordt dan de waarde en zingeving van de wetgeving, de modaliteit van strafbaarstelling van artikel 250bis Sr, geconverteerd tot een gestructureerd verhaal, waarin alles op zijn plaats valt omdat het naar een logische afloop toewerkt. 22 Het vertoog van de belemmerende werking van artikel 250bis Sr voor een (actief) regulerend prostitutiebeleid is een 'wil tot nietweten'. Artikel 250bis Sr is in dat denkbeeld onder haar eigen code vervlakt en weet zichzelf niet meer te vinden: de tekst is het gecodeerde. Bevrijding van dit gevangen denken is nodig, ten gevolge waarvan het handelen kan worden gewijzigd. Van Eek komt de eer toe dat hij door zijn fundamenteel andere articulatie een ander denken hanteerde. Wijzigen van art. 250bis Sr ondanks reguleringsmogelijkheid Uit het voorgaande moge duidelijk zijn dat ik er van uit ga dat er wel degelijk mogelijkheden zijn voor gemeentelijke regulering, ook bij het bestaande bordeelverbod. Wie het totale bestaande beleidsinstrumentarium inventariseert krijgt een waslijst van mogelijkheden 23, die een voorwaardenscheppende sfeer kan creëren om wantoestanden en uitbuiting in de prostitutie ook daadwerkelijk terug te dringen. Omdat prostitué(e)s doorgaans rechteloos zijn en dikwijls onder slechte omstandigheden werken is een actief beleid ter verbetering van hun positie nodig, alsmede maatregelen om hun rechtspositie te verbeteren. In de praktijk echter ontbreekt doorgaans samenhang in de maatregelen, er is geen integrale en geïntegreerde aanpak. Het beleid kenmerkt zich te veel door ad hoc beslissingen met een beperkte strekking, voornamelijk met het doel 'de overlast' te beperken. Prostitutiebeleid heeft idealiter te maken met een reeks beleidsterreinen die in samenhang met elkaar moeten worden gebracht; tot heden vindt nauwelijks afstemming op elkaar plaats. Aan een beleid dat alle facetten van prostitutie(problemen) in de overwegingen meeneemt, staat het voortdurend balanceren op de grens van artikel 250bis Sr in de weg dan wel komt men er eenvoudigweg niet toe omdat gemeenten om velerlei redenen (zoals electoraal, of men heeft geen 'middelen') geneigd zijn zich niet zo bezig te houden met prostitutie. Zonder dat ik daar in deze context op in kan gaan, dient bij de gedachten van een geïntegreerde aanpak en een allesomvattend beleid overigens direct als kanttekening de vraag te worden gesteld of en in hoeverre een samenhangend overheidsbeleid mogelijk is. Een beleid waarbij allerlei bestuurlijke instellingen en ambtelijke apparaten precies gecoördineerd en gericht kunnen worden op één einddoel - alsof zij neutrale, puur doelrationeel operationaliseerbare instrumenten zouden zijn, die hun eigen belangen en doelstellingen geheel ondergeschikt zouden willen en kunnen maken! 24 Bij de voorstellen tot wijziging van het bordeelverbod zoals die sedert 1985 in wetsvoorstellen zijn gedaan, ging het steeds om de volgende (hoofd)doelstellingen: beheersing en regulering van de zijde van de (gemeentelijke) overheid van (exploitatie van) prostitutie, krachtige bestrijding van gedwongen prostitutie en verbetering van de positie van de prostitué(e)s. De daarbij steeds weer uitgesproken verwachting is dat de prostitutie in redelijke banen kan worden geleid via een wetsbepaling die de uitbuitingssituaties tegengaat en die gekoppeld is aan een vergunningenstelsel. Gewaakt dient echter te worden voor overspannen verwachtingen. Strafrechtelijke reacties bijvoorbeeld kunnen wel een uitwerking hebben, maar er mag niet te veel van worden verwacht. Problemen in de samenleving worden zelden opgelost door het louter uitvaardigen van een wet. Dan begint het pas. Prostitutie decriminaliseren alleen is niet voldoende om vrouwen en mannen meer zeggenschap over hun positie te geven. Daar is, zoals gezegd, gericht beleid voor nodig. Maar men doet er verstandig aan zich van de praktische effecten van een vergunningenstelsel geen al te grote voorstelling te maken. Al te ambitieuze plannen lopen het risico af te stuiten op het praktische realisatieniveau (zoals: de feitelijke (on)mogelijkheden, een stringent controle- en beheersingssysteem en de kosten van een effectieve handhaving, ontduiken van voorschriften, (geen) medewerking van prostitué(e)s en exploitanten, politieke onwil, en ook het verbeteren van hun arbeidsomstandigheden biedt prostitué(e)s niet vanzelfsprekend meer arbeidsrechtelijke bescherming). Toch moet artikel 250bis Sr zonder meer worden gewijzigd. Een erkenning van prostitutie als beroep 25 en de decriminalisering van de (exploitatie van) prostitutie kan een heilzame invloed hebben op de (rechts)positie en daarmee op de bescherming van de prostitué(e). Het verbeteren van de juridische en sociale positie van prostituée(e)s kan de negatieve randverschijnselen beperken en ongewenste ontwikkelingen kunnen erdoor worden tegengegaan. Ook al is er wellicht een lange en langdurige weg te gaan - hier wreekt zich namelijk de eeuwenoude ideologie tegen prostitutie en het ontbreken van een fundamentele discussie over wat prostitutie in onze samenleving betekent. Hét probleem inzake 'een oplossing' van 'het prostitutievraagstuk' is dat veranderingen in de verhoudingen tussen de sexen nodig zijn, die gepaard moeten gaan met substantiële verschuivingen in de mentaliteit ten aanzien van vrouwen en mannen in de prostitutie. 26 Waar een onderwerp in de taboesfeer ligt, daar blijven 22. Vgl. W.J. Witteveen, Evenwicht van machten, 1991, p Met de bestaande regelgeving valt er aangaande (exploitatie van) prostitutie wel degelijk beleid te voeren en het een en ander te sturen. Bij de bestaande mogelijkheden valt er qua invalshoeken, zonder uitputtend te willen zijn, te denken aan: Sr (bepalingen ter zake van dwang, geweld, vrijheidsberoving, drugs etc), APV (aanvullende bevoegdheid); Pol.wet (handhaven rechtsorde en hulpverlenen aan hulpbehoevenden); planologische regelingen (bestemmingsplan, leefmilieuverordening, bouwkundige staat van panden ex bouwverordening); brandbeveiligingsverordening; Drank- en horecawet (hinder, hygiëne, eisen bedrijfsleider), Wet Geluidshinder en Hinderwet (overlast en woon- en leefklimaat), vreemdelingenwetgeving, gedoogbeleid, gezondheidszorg, emancipatie, sociale zaken, werkgelegenheid en hulpverlening. 24. Zie over de idee van de maakbare samenleving, de sturingspretentie en de idee van een samenhangend overheidsbeleid A.C. 't Hart, Openbaar Ministerie en rechtshandhaving, 1994, p. 245, , Vgl. R. Haveman, Slavernij of reguliere arbeid. Prostitutie en vrouwenhandel in internationaal perspectief, Nemesis 1995, p Vanwesenbeeck, In de prostitutie moetje dat er allemaal maar 1995 nr

18 Het 'absolute' bordeelverbod gerelativeerd K. Boonen adequate attitudes en wettelijke bepalingen en maatregelen doorgaans uit. Prostitutie is een maatschappelijke realiteit en is als blijvend maatschappelijk verschijnsel onvermijdelijk. Wie, zoals onze samenleving, de prostitutie als maatschappelijk verschijnsel accepteert, behoort - ook al bestaan er in morele context over prostitutie conflicterende en controversiële opvattingen - ook de consequentie van (het dragen van) verantwoordelijkheid te aanvaarden, zoals het recht op bescherming van de prostitué(e) erkennen als een belang waarvoor de overheid dan behoort op te komen. Wanneer het belang van het verhaal van de prostitutie wordt geaccepteerd, betekent het tevens dat er rekening met de belangen van de prostitué(e)s (in het recht) moet worden gehouden. 27 Aan de wet moet een waardering van belangen ten grondslag liggen die leidt tot een tekst die ruimte geeft aan waardering van alle betrokken belangen in het maatschappelijk proces. En dat impliceert dat strafbepalingen zoals de artikelen 250bis en 432 Sr zodanig dienen te worden gewijzigd dat een adequate regulering van prostitutie mogelijk is zonder de mogelijkheid te verliezen strafrechtelijk op te treden tegen de uitbuiting van prostitué(e)s of andere misbruiken. Het voordeel trekken door derden uit prostitutie moet strafbaar worden gesteld, wanneer niet gezegd kan worden dat de prostitué(e)s in vrijheid daarmee heeft ingestemd. Opgepast moet worden dat de positie van prostitué(e)s (bijvoorbeeld buitenlandse vrouwen 28 ) in een vergunningenstelsel niet slecht blijft of slechter wordt. Anders doemt de valkuil op die tot nu toe alle prostitutiewetgeving heeft gekenmerkt: ontworpen om prostitué(e)s tegen uitbuiting te beschermen zijn de wetten in het verleden zo uitgepakt dat juist zij als de meest weerloze partij naar voren kwamen en dus het slachtoffer werden van die wetten. bijnemen Prostitutie en (sexueel) geweld, JV 1987, nr 1, p J E Goldschmidt, We need different stones Een ander verhaal m het recht Verhalen van verschil, 1993, p 4 Over recht en narrativiteit R Foqué en AC 't Hart, Instrumentahteit en rechtsbescherming, 1990, p , 325 e v, A C 't Hart, Strafrecht de macht van een verhaalstructuur, in ld, Strafrecht en beleid, 1984, 2e dr, p , A C 't Hart, Recht als schild van Perseus, 1991, passim en A C 't Hart, Mensenwerk'' Over rechtsbegnp en mensbeeld in het strafrechtvan de democratische rechtsstaat, 1995,p Bij 't Hart, en zo is het ook hier bedoeld, gaat het dan niet om een narratieve rechtsopvatting in de zin van een esthetisering van het recht, en evenmin om de vervanging van een absolutistisch dogmatisme door het even absolutistische subjectivisme van 'ieder zijn verhaal' in de zin van 'ieder zijn waarheid' Het gaat er juist om de juridische begrippen open te houden als kennistheoretische voorwaarde voor bescherming tegen dergelijk absolutisme 28 Zie M Weijers, H Scholtes, R Timmermans en R Haveman, Ook prostituees van buiten de EU moeten legaal kunnen werken, NRC Handelsblad, 7 juni NEMESIS

19 Actualiteitenkatern ACTUALITEITENKATERN november/december 1995, nr. 6 I N H O U D S O P G A V E RECHTSPRAAK ARBEID 2 Deeltijdarbeid 9 Positieve actie 10 PENSIOEN RELATIEVERMOGENSRECHT Alimentatie 18 SEXUEEL GEWELD Sexueel misbruik SOCIALE ZEKERHEID KBW 28 Nr. 519 CGB 18 juli 1995, m.nt. Nynke de Vries-Huiser Tegemoetkoming ziektekosten naar rato van de arbeidstijd, geen indirecte discriminatie. Nr. 520 Afd. Bestuursrechtspraak RvS 28 februari 1995 Partnerinkomenstoets IOAW valt niet onder tweede richtlijn. Nr. 521 HvJ EG 13 juli 1995 (Meyers), m.nt. Eva Cremers (520, 521) Gezinsbijslag valt onder bereik tweede EG-richtlijn. Nr. 522 Ktg Amsterdam 28 augustus 1995 Deeltijdarbeid na ouderschapsverlof, proeftijd halfjaar. Nr. 523 HvJ EG 17 oktober 1995 (Kalanke), m.nt. Albertine Veldman Voorkeursbeleid bij gelijke geschiktheid in strijd met tweede richtlijn. Nr. 524 Ktg Rotterdam 15 september 1995 Verjaringstermijn pensioenaanspraken, vervangende schadevergoeding twintig jaar. Nr. 525 Ktg Utrecht 21 september 1995 Verjaringstermijn pensioenaanspraken vijfjaar. Nr. 526 Ktg Leiden 4 oktober 1995, m.nt. Margriet Adema (524, 525, 526) Verjaringstermijn pensioenaanspraken, vervangende schadevergoeding minimaal vijf en maximaal twintig jaar. Nr. 527 Rb Amsterdam 19 juli 1995, m.nt. Jet Tigchelaar Wet limitering alimentatie geen onrechtmatige wetgeving. Nr. 528 Rb Middelburg 7 september 1994 Geen schadevergoeding toegekend voor schoolachterstand tgv misbruik. Nr. 529 Rb Breda 15 november 1994 Schadevergoeding ƒ ,- toegekend voor schoolachterstand tgv misbruik. Nr. 530 Rb Almelo 12 januari 1995 Matiging schadevergoeding naar aanleidng van economische positie dader. Nr. 531 Pres Rb Amsterdam 23 februari 1995 Ondanks misbruik door stiefvader is gedaagde volledig aansprakelijk. Nr. 532 Rb Middelburg 1 maart 1995, m.nt. Renée Kool (528, 529, 530, 531, 532) Gedaagde volledig aansprakelijk tenzij hij bewijst dat de schade niet het gevolg is van zijn handelen. Nr. 533 CRvB 3 maart 1995, m.nt. Mies Westerveld Uitbetaling kinderbijslag ingevolge de AKW bij co-ouderschap. WETGEVING 30 Vrouwenhandel en exploitatie van prostitutie, Roelof Haveman en Marjan Wijers 31 Recente wijzigingen in de Werkloosheidswet, Malva Driessen 36 De notitie Leefvormen en sociaal ouderschap, Els van Blokland LITERATUUR 37 Samenstelling Tanja Kraft van Ermel 39 Nemesis essays, Gevangen vrouwen, noten bij artikel Elly Lissenberg Samenstelling: Els van Blokland Redactie: Els van Blokland, Mananne Braun, Janny Dierx, Jet Tigchelaar, Albertine Veldman, Heikelien M. Verrijn Stuart. Medewerksters: Margriet Adema, Karin van Elderen, Nora Holtrust, Ineke de Hondt, Gerdie Ketelaars, Mies Monster, Linda Senden, Selma Sevënhuijsen, Elies Steyger, Sarah van Walsum, Ria Wolleswinkel. Redactiesecretariaat: Els van Blokland - redactiesecretaris Ambonplein PW Amsterdam

20 Rechtspraak ARBEID Nr. 519 Commissie gelijke behandeling 18 juli 1995 Nr. 95/27 Mrs Timmerman-B uck, Van der Heyden, Van Veen. Verzoekster tegen College van Bestuur Universiteit, verweerder. Tegemoetkoming ziektekosten, deeltijdarbeid, indirecte discriminatie. Art. la WGB De tegemoetkoming krachtens de Interimregeling ziektekosten ambtenaren wordt naar evenredigheid van de omvang van het dienstverband verstrekt. De Commissie vergelijkt de regeling met vakantiebijslag, welke ook naar rato van de arbeidstijd wordt toegekend en niet met bijvoorbeeld de reiskosten, vergoeding welke specifiek gemaakte kosten vergoed. Er is zodoende geen sprake van discriminatie van deeltijders c.q. vrouwen. (...) 4. De overwegingen van de Commissie 4.1. In geding is de vraag of de wederpartij jegens verzoekster onderscheid naar geslacht maakt als bedoeld in de wetgeving gelijke behandeling Alvorens op deze vraag in te gaan stelt de Commissie met de wederpartij vast, dat door verzoekster slechts een onderdeel van dit systeem aan de Commissie is voorgelegd ter beoordeling. De wederpartij heeft er terecht de aandacht voor gevraagd om bij de beoordeling door de Commissie van het verzoek rekening te houden met de Het Actualiteitenkatern wordt samengesteld in samenwerking met het Clara Wichmann Instituut. Kopieën van integrale teksten zijn tegen vergoeding te bestellen. De redactie stelt toezending van ongepubliceerde uitspraken en opmerkelijke berichten zeer op prijs. Toezending van scripties graag met informatie over de wijze waarop de scriptie besteld kan worden. Adres: Ambonplein PW Amsterdam Telefoon: Fax: gevolgen van dit systeem als geheel. Uitgaande van dit gegeven zal de Commissie het verzoek als zodanig beoordelen, maar zij is zich ervan bewust dat deze beoordeling onderhevig blijft aan de genoemde beperking De Commissie stelt vast dat de IRZK niet, zoals verzoekster meent, een tegemoetkoming regelt in de premie van de ziektekostenverzekering. De IRZK regelt een tegemoetkoming in de ziektekosten, die bestaat uit een vast bedrag per maand dienstverband, dat onafhankelijk is van de werkelijke kosten van de ambtenaar. Dit laat overigens onverlet, dat - blijkens haar considerans - de IRZK wel bedoeld is om voor overheidspersoneel te voorzien in een redelijke tegemoetkoming in de premie van een ziektekostenverzekering. De tegemoetkoming is onderdeel van een systeem van vergoeding van ziektekosten door de rijksoverheid voor haar personeel. De Commissie gaat ervan uit dat - gemiddeld genomen - de ziektekosten voor een deeltijder gelijk zullen zijn aan die van een voltijder Het verzoek van verzoekster moet beoordeeld worden in het kader van artikel la WGB. Dit artikel bepaalt (onder meer) dat het bevoegd gezag in de arbeidsvoorwaarden geen onderscheid tussen mannen en vrouwen mag maken De tegemoetkoming krachtens de IRZK vloeit voort uit de aanstelling tot burgerlijk ambtenaar, van wie de bezoldiging bij de wet is geregeld. Het bevoegd gezag is door deze regeling gebonden tot betaling van deze uitkering. De ambtenaar heeft er recht op dat haar/hem deze uitkering wordt verstrekt. De tegemoetkoming is derhalve een arbeidsvoorwaarde in de zin van artikel la WGB Hoewel de bewoordingen van de IRZK duidelijk aangeven, dat het basisbedrag een tegemoetkoming is in de ziektekosten van een ambtenaar in het algemeen en dus niet specifiek in de premiekosten van een ziektekostenverzekering, gaat de Commissie er, mede gelet op de duidelijke considerans van de IRZK, vanuit dat de tegemoetkoming feitelijk gezien wordt als een directe tegemoetkoming in de premiekosten. In die zin is het standpunt van verzoekster, dat voltijders een groter deel van hun premie voor de ziektekostenverzekering van het bevoegd gezag vergoed krijgen dan deeltijders, juist De tegemoetkoming in de ziektekosten is een onderdeel van het gehele beloningspakket/de bezoldiging van de ambtenaar. Evenals de andere beloningsbestanddelen, het basissalaris en eventuele toeslagen wordt de tegemoetkoming opgebouwd in de tijd. Ten aanzien van deze tegemoetkoming geldt specifiek dat zij per maand wordt opgebouwd, echter slechts tweemaal per jaar (in juni en december) wordt uitbetaald. Het feit dat de tegemoetkoming per gewerkte tijd wordt opgebouwd deelt de tegemoetkoming met andere toelagen, die deel kunnen uitmaken van de bezoldiging van ambtenaren, zoals bijv. de functioneringstoelage, de waarnemingstoelage en de toelage wegens onregelmatige dienst. Ook kan de toelage vergeleken worden met (de opbouw van) de vakantiebijslag. Deze toelagen worden in het algemeen uitgedrukt in een percentage van het basissalaris. Daarmee verschillen zij van de tegemoetkoming, omdat deze uitgedrukt wordt in een vast bedrag. Verzoekster heeft aangevoerd dat de tegemoetkoming het beste vergeleken kan worden met een feitelijke reiskostenvergoeding. De Commissie kan hierin niet met verzoekster meegaan. Een feitelijke reiskostenvergoeding wordt niet per gewerkte tijd opgebouwd, maar is een directe vergoeding voor specifiek gemaakte kosten. Een dergelijke vergoeding wordt zomin voor ambtenaren als voor werknemers als beloning gezien Met de andere toelagen die per gewerkte tijd worden opgebouwd, heeft de tegemoetkoming gemeen dat het werken in deeltijd zijn (evenredige) invloed heeft op de hoogte van het te ontvangen bedrag. Bij de genoemde toelagen, die uitgedrukt worden in een percentage van het salaris gebeurt dit vanzelf, omdat het in overeenstemming is met de WGB en overigens onomstreden, dat voor een deeltijder het salaris een evenredig deel is van het salaris van een voltijder. Bij de onderhavige tegemoetkoming gebeurt dit op een andere manier, nl. door het vaste bedrag te vermenigvuldigen met de verhouding deeltijd/voltijd. Beide manieren hebben hetzelfde gevolg De Commissie onderschrijft dus het standpunt van de wederpartij dat het beginsel van gelijke behandeling in de onderhavige zaak inhoudt dat de beloning van deeltijders en voltijders wordt vastgesteld/overeengekomen naar evenredigheid van de omvang van de dienstbetrekking. Voor verzoekster betekent dit dat zij gelijk wordt behandeld, wanneer zij 80% ontvangt van de beloning van een voltijder ook voorzo- NEMESIS

Reacties op de Beleidsverkenning modernisering regelingen verlof en arbeidstijden

Reacties op de Beleidsverkenning modernisering regelingen verlof en arbeidstijden Reacties op de Beleidsverkenning modernisering regelingen verlof en arbeidstijden Op de Beleidsverkenning modernisering regelingen verlof en arbeidstijden hebben de volgende organisaties - op verzoek of

Nadere informatie

No.W /III 's-gravenhage, 11 november 2016

No.W /III 's-gravenhage, 11 november 2016 ... No.W12.16.0277/III 's-gravenhage, 11 november 2016 Bij Kabinetsmissive van 19 september 2016, no.2016001567, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Nadere informatie

Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen

Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen Martijn Souren Ongeveer 7 procent van de werknemers met een verleent zelf mantelzorg. Ze maken daar slechts in beperkte mate gebruik van aanvullende

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE. Kamervragen van de leden Ulenbelt en van Gesthuizen

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE. Kamervragen van de leden Ulenbelt en van Gesthuizen De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

FNV Vrouw Postbus 8576, 1005 AN Amsterdam Tel: 020-5816398 post@fnvvrouw.nl www.fnvvrouw.nl. Minder gaan werken? Of stoppen misschien?

FNV Vrouw Postbus 8576, 1005 AN Amsterdam Tel: 020-5816398 post@fnvvrouw.nl www.fnvvrouw.nl. Minder gaan werken? Of stoppen misschien? FNV Vrouw Postbus 8576, 1005 AN Amsterdam Tel: 020-5816398 post@fnvvrouw.nl www.fnvvrouw.nl Minder gaan werken? Of stoppen misschien? Minder werken. Of stoppen, misschien? Je loopt met het idee rond om

Nadere informatie

Besluit van (datum) tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang

Besluit van (datum) tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang Besluit van (datum) tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van (datum), Directie

Nadere informatie

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof AA S GRAVENHAGE. Herziening zwangerschapsrichtlijn

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof AA S GRAVENHAGE. Herziening zwangerschapsrichtlijn De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22 Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33 www.szw.nl

Nadere informatie

Bijlagen. Bijlage 1. Schematische weergave van de belangrijkste naoorlogse kostwinnersbepalingen in de sociale verzekeringen

Bijlagen. Bijlage 1. Schematische weergave van de belangrijkste naoorlogse kostwinnersbepalingen in de sociale verzekeringen Bijlagen Bijlage 1 Figuur B 1.1 Schematische weergave van de belangrijkste naoorlogse kostwinnersbepalingen in de sociale verzekeringen Werknemersverzekeringen WW (1952)* WAO (1967) ZW (1930) Kring van

Nadere informatie

Stichting S van de Arbeid

Stichting S van de Arbeid Stichting S van de Arbeid Aan: - de centrale organisaties van werkgevers en van werknemers - de Vereniging van Bedrijfspensioenfondsen (VB) - de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen (OPF) - het Verbond

Nadere informatie

Inkomenspositie van startende ondernemers

Inkomenspositie van startende ondernemers M201112 Inkomenspositie van startende ondernemers drs. A. Bruins Zoetermeer, juli 2011 Inkomenspositie van startende ondernemers Enkele jaren na de start met een bedrijf is slechts een kwart van de ondernemers

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 447 Arbeid en zorg Nr. 3 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 29 544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 446 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 25 april 2013 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Nadere informatie

S A M E N V A T T I N G

S A M E N V A T T I N G 5 6 Samenvatting Adviesaanvraag, opvattingen kabinet In dit advies reageert de SER op een drietal voorgenomen maatregelen van het kabinet om de toetredingsvoorwaarden van de WW aan te scherpen. Het betreffen:

Nadere informatie

Doorwerken na 65 jaar

Doorwerken na 65 jaar CvA-notitie februari 2008 Doorwerken na 65 jaar De levensverwachting en het gemiddelde aantal gezonde jaren na het bereiken van de 65-jarige leeftijd is toegenomen. Een groeiende groep ouderen heeft behoefte

Nadere informatie

Productwijzer verzekering voor Loondoorbetaling bij ziekte van werknemers (conventioneel)

Productwijzer verzekering voor Loondoorbetaling bij ziekte van werknemers (conventioneel) Productwijzer verzekering voor Loondoorbetaling bij ziekte van werknemers Wat leest u in deze productwijzer? In deze productwijzer vindt u algemene informatie over de verzekering voor Loondoorbetaling

Nadere informatie

Werken na het bereiken. gerechtigde leeftijd. het bereiken. leeftijd. Deze brochure is een samenwerkingsproduct van:

Werken na het bereiken. gerechtigde leeftijd. het bereiken. leeftijd. Deze brochure is een samenwerkingsproduct van: Werken na Werken na het bereiken het bereiken van de van de pensioenpensioengerechtigde gerechtigde leeftijd leeftijd Deze brochure is een samenwerkingsproduct van: Inleiding Werken na het bereiken van

Nadere informatie

Allianz Inkomensverzekeringen. Productwijzer verzekering voor Loondoorbetaling bij ziekte van werknemers (conventioneel)

Allianz Inkomensverzekeringen. Productwijzer verzekering voor Loondoorbetaling bij ziekte van werknemers (conventioneel) Allianz Inkomensverzekeringen Productwijzer verzekering voor Loondoorbetaling bij ziekte van werknemers (conventioneel) Wat leest u in deze productwijzer? In deze productwijzer vindt u algemene informatie

Nadere informatie

Toelichting op de nieuwe afspraken over ouderschapsverlof in de CAO Jeugdzorg

Toelichting op de nieuwe afspraken over ouderschapsverlof in de CAO Jeugdzorg Ouderschapsverlof in de CAO Jeugdzorg Toelichting op de nieuwe afspraken over ouderschapsverlof in de CAO Jeugdzorg Nieuwe versie, februari 2015 Koningin Wilhelminalaan 3 3527 LA Utrecht Postbus 2103 3500

Nadere informatie

Alfahulp en huishoudelijke hulp. Rapportage Ons kenmerk: 11110 Juni 2014

Alfahulp en huishoudelijke hulp. Rapportage Ons kenmerk: 11110 Juni 2014 Alfahulp en huishoudelijke hulp Rapportage Ons kenmerk: 11110 Juni 2014 Inhoudsopgave Geschreven voor Achtergrond & doelstelling 3 Conclusies 5 Resultaten 10 Bereidheid tot betalen 11 Naleven regels 17

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 28 467 Wijziging van de Wet arbeid en zorg en enige andere wetten in verband met het tot stand brengen van een recht op langdurend zorgverlof en

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015 Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015 De raad van de gemeente Enschede, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2014, gelet op artikel

Nadere informatie

Bijlage 1 Jurisprudentieonderzoek in het kader van de evaluatie Wet arbeid en zorg

Bijlage 1 Jurisprudentieonderzoek in het kader van de evaluatie Wet arbeid en zorg Bijlage 1 Jurisprudentieonderzoek in het kader van de evaluatie Wet arbeid en zorg 1. Inleiding In deze notitie wordt de jurisprudentie over de Wet arbeid en zorg besproken. In deze per 1 december 2001

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II Opgave 1 Armoede en werk 1 Het proefschrift bespreekt de effecten van het door twee achtereenvolgende kabinetten-kok gevoerde werkgelegenheidsbeleid. / De titel van het proefschrift heeft betrekking op

Nadere informatie

RELEVANTE BEPALINGEN VAN HET BOEK 7 VAN HET B.W. BETREFFENDE DE ARBEIDSOVEREENKOMST ALSMEDE ARTIKEL 6 VAN HET BBA 1945

RELEVANTE BEPALINGEN VAN HET BOEK 7 VAN HET B.W. BETREFFENDE DE ARBEIDSOVEREENKOMST ALSMEDE ARTIKEL 6 VAN HET BBA 1945 TER INFORMATIE RELEVANTE BEPALINGEN VAN HET BOEK 7 VAN HET B.W. BETREFFENDE DE ARBEIDSOVEREENKOMST ALSMEDE ARTIKEL 6 VAN HET BBA 1945 Hieronder zijn opgenomen een aantal relevante bepalingen van boek 7

Nadere informatie

Toelichting op de nieuwe afspraken over ouderschapsverlof in de CAO Jeugdzorg. Nieuwe versie, februari 2015

Toelichting op de nieuwe afspraken over ouderschapsverlof in de CAO Jeugdzorg. Nieuwe versie, februari 2015 Toelichting op de nieuwe afspraken over ouderschapsverlof Nieuwe versie, februari 2015 Toelichting op de nieuwe afspraken over ouderschapsverlof Wijzig de titel van het artikel (Kop 5) In het cao-akkoord

Nadere informatie

S A M E N V A T T I N G

S A M E N V A T T I N G 5 6 Samenvatting In dit advies doet de Sociaal-Economische Raad voorstellen voor vereenvoudiging van de Arbeidstijdenwet (ATW). De kern van deze wet bestaat uit een stelsel van normen voor arbeids- en

Nadere informatie

Productwijzer collectieve WIAexcedentverzekering. voor werknemers

Productwijzer collectieve WIAexcedentverzekering. voor werknemers Productwijzer collectieve WIAexcedentverzekering voor werknemers Wat leest u in deze productwijzer? In deze productwijzer vindt u algemene informatie over de Collectieve WIAexcedentverzekering voor werknemers.

Nadere informatie

Voorblad Productwijzers Inkomen Loyalis Verzekeringen

Voorblad Productwijzers Inkomen Loyalis Verzekeringen Voorblad Productwijzers Inkomen Loyalis Verzekeringen Loyalis Verzekeringen biedt de mogelijkheid om een werknemersverzekering af te sluiten die de financiële gevolgen van gedeeltelijke en volledige arbeidsongeschiktheid

Nadere informatie

Bijlage VMBO-GL en TL

Bijlage VMBO-GL en TL Bijlage VMBO-GL en TL 2011 tijdvak 2 maatschappijleer 2 CSE GL en TL Tekstboekje GT-0323-a-11-2-b Analyse maatschappelijk vraagstuk: jeugdwerkloosheid tekst 1 FNV vreest enorme stijging werkloosheid jongeren

Nadere informatie

Verzekering voor Loondoorbetaling bij ziekte van werknemers (conventioneel)

Verzekering voor Loondoorbetaling bij ziekte van werknemers (conventioneel) Productwijzer Verzekering voor Loondoorbetaling bij ziekte van werknemers (conventioneel) Wat leest u in deze productwijzer? In deze productwijzer vindt u algemene informatie over de verzekering voor Loondoorbetaling

Nadere informatie

II Het dienstverband

II Het dienstverband II Het dienstverband Voorwaarden De onderwerpen in dit boek hebben betrekking op de situaties waarbij er sprake is van een - tijdelijk of vast - dienstverband. Er is sprake van een dienstverband als er

Nadere informatie

Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociale Dienst Bommelerwaard (hierna te noemen Sociale Dienst Bommelerwaard);

Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociale Dienst Bommelerwaard (hierna te noemen Sociale Dienst Bommelerwaard); Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociale Dienst Bommelerwaard (hierna te noemen Sociale Dienst Bommelerwaard); gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 20 november 2014;

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 268 Wijziging van de Werkloosheidswet in verband met afschaffing van de vervolguitkering Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT 1 Hieronder

Nadere informatie

Productwijzer verzekering voor Loondoorbetaling. werknemers (conventioneel)

Productwijzer verzekering voor Loondoorbetaling. werknemers (conventioneel) verzekering voor Loondoorbetaling bij ziekte van werknemers (conventioneel) Productwijzer verzekering voor Loondoorbetaling bij ziekte van werknemers (conventioneel) Wat leest u in deze productwijzer?

Nadere informatie

Levensloopregeling. Spaar voor uw verlof

Levensloopregeling. Spaar voor uw verlof Levensloopregeling Spaar voor uw verlof De Levensloopregeling Spaar voor uw verlof Nederland verandert. Non stop werken tot aan ons pensioen is niet meer vanzelfsprekend, we willen werk kunnen combineren

Nadere informatie

College voor Arbeidszaken

College voor Arbeidszaken College voor Arbeidszaken Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 betreft Ledenraadpleging onderhandelaarsakkoord cao SW 2015-2018 uw kenmerk ons kenmerk

Nadere informatie

Productwijzer collectieve WIAexcedentverzekering. voor werknemers

Productwijzer collectieve WIAexcedentverzekering. voor werknemers collectieve WIAexcedentverzekering voor werknemers Productwijzer collectieve WIAexcedentverzekering voor werknemers Wat leest u in deze productwijzer? In deze productwijzer vindt u algemene informatie

Nadere informatie

Alleenstaande ouders en kindregelingen

Alleenstaande ouders en kindregelingen Alleenstaande ouders en kindregelingen Op deze site wordt u geïnformeerd over regelingen die in het regeerakkoord Bruggen slaan zijn opgenomen. Naar aanleiding van de plannen voor het versoberen van de

Nadere informatie

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015 VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015 DE RAAD VAN DE GEMEENTE TEN BOER gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 mei 2015 nr. TB 15.5037761; gelet op artikel 8a,

Nadere informatie

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING 29311 Wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling en enkele andere wetten naar aanleiding van onderdelen van de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen

Nadere informatie

Bijlage bij lesbrief Pensioenworkshop Mañana

Bijlage bij lesbrief Pensioenworkshop Mañana Stichting Weet Wat Je Besteedt (WWJB) Extra uitleg en Q&A Bijlage bij lesbrief Pensioenworkshop Mañana Wat is pensioen? Tekst uit het filmpje Wist je dat je nu waarschijnlijk al pensioen opbouwt? Een klein

Nadere informatie

Vaste Kamercommissie SZW Postbus EA Den Haag

Vaste Kamercommissie SZW Postbus EA Den Haag Vaste Kamercommissie SZW Postbus 20018 2500 EA Den Haag Utrecht 1 juli 2008 Kenmerk: S08-0720 Betreft: AO Wajong 2 juli 2008 Inlichtingen bij: Janny Lagendijk Geacht Kamerlid, Hierbij ontvangt u een korte

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE. Kamervragen van het lid Koser Kaya

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE. Kamervragen van het lid Koser Kaya De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder.

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder. Uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 13/6388 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2013 in de zaak tussen [X], wonende te [Z],

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 275 Goedkeuring van de opzegging van het op 14 februari 1972 te Rabat ondertekende Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk

Nadere informatie

Productwijzer collectieve verzekering voor vaste WIAaanvulling

Productwijzer collectieve verzekering voor vaste WIAaanvulling Productwijzer collectieve verzekering voor vaste WIAaanvulling Wat leest u in deze productwijzer? In deze productwijzer vindt u algemene informatie over de collectieve verzekering voor vaste WIA-aanvulling.

Nadere informatie

A. Arbeidsovereenkomst

A. Arbeidsovereenkomst Toetstermen STIBEX Praktijkdiploma Loonadministratie ---- Arbeidsrecht K= kennisvraag, kandidaat moet dan de gegevens uit de toetsterm met behulp van meerkeuzevragen kunnen beantwoorden. Het gaat dan om

Nadere informatie

Collectieve WGA-hiaatverzekering (uitgebreide variant)

Collectieve WGA-hiaatverzekering (uitgebreide variant) Productwijzer Collectieve WGA-hiaatverzekering (uitgebreide variant) Wat leest u in deze productwijzer? In deze productwijzer vindt u algemene informatie over de collectieve WGA-hiaatverzekering (uitgebreide

Nadere informatie

Relatie adviesaanvraag personenkring werknemersverzekeringen en RWI-voorstellen persoonlijke dienstverlening

Relatie adviesaanvraag personenkring werknemersverzekeringen en RWI-voorstellen persoonlijke dienstverlening Relatie adviesaanvraag personenkring werknemersverzekeringen en RWI-voorstellen persoonlijke dienstverlening 1. Inleiding Onlangs heeft de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) advies uitgebracht aan de Tweede

Nadere informatie

A. De toelichting op artikel 6:4 wordt gewijzigd en komt te luiden:

A. De toelichting op artikel 6:4 wordt gewijzigd en komt te luiden: Bijlage 1 bij U201501087 Bijlage CAR teksten A. De toelichting op artikel 6:4 wordt gewijzigd en komt te luiden: Buitengewoon verlof Artikel 6:4 Lid 1 Het kraamverlof, calamiteiten en ander kortverzuimverlof

Nadere informatie

Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing Astrid Lulling (PE439.879v01-00)

Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing Astrid Lulling (PE439.879v01-00) EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid 2008/0192(COD) 12.4.2010 AMENDEMENTEN 15-34 Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing Astrid Lulling (PE439.879v01-00) Beginsel

Nadere informatie

B. De toelichting op artikel 6:4:1a wordt gewijzigd en komt te luiden:

B. De toelichting op artikel 6:4:1a wordt gewijzigd en komt te luiden: Bijlage 2 bij U201501087 Bijlage CAR-UWO teksten A. De toelichting op artikel 6:4 wordt gewijzigd en komt te luiden: Buitengewoon verlof Artikel 6:4 Lid 1 Het kraamverlof, calamiteiten en ander kortverzuimverlof

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011; De raad van de gemeente Schiermonnikoog; overwegende, dat het noodzakelijk is het verstrekken van toeslagen en het verlagen van uitkeringen van bijstandsgerechtigden jonger dan 65 jaar bij verordening

Nadere informatie

Factsheet kinderopvang januari 2013

Factsheet kinderopvang januari 2013 Factsheet kinderopvang januari 2013 Inleiding Het kabinet Rutte/Ascher heeft onlangs besloten ook voor 2013 verdere bezuinigingen op de kinderopvang door te voeren. Er wordt vanaf 2010 elk jaar fors bezuinigd

Nadere informatie

Ledenbrief 15/052 CvA/LOGA 15/10, d.d. 23 juni 2015 inzake wijzigingen CAR-UWO i.v.m. wijzigingen Wet arbeid en zorg Eijsden-Margraten

Ledenbrief 15/052 CvA/LOGA 15/10, d.d. 23 juni 2015 inzake wijzigingen CAR-UWO i.v.m. wijzigingen Wet arbeid en zorg Eijsden-Margraten GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Eijsden-Margraten. Nr. 131209 31 december 2015 Ledenbrief 15/052 CvA/LOGA 15/10, d.d. 23 juni 2015 inzake wijzigingen CAR-UWO i.v.m. wijzigingen Wet arbeid en

Nadere informatie

Richtlijn werk en mantelzorg

Richtlijn werk en mantelzorg Raad voor overleg in de Grafimedia-branche (ROGB) Richtlijn werk en mantelzorg bij Grafimedia cao 2015-2018 1 december 2016 Richtlijn werk en mantelzorg Inleiding Medewerkers met mantelzorgtaken kunnen

Nadere informatie

: Loyalis Schade N.V., gevestigd te Heerlen, verder te noemen Verzekeraar

: Loyalis Schade N.V., gevestigd te Heerlen, verder te noemen Verzekeraar Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-208 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, en mr. B.F. Keulen en drs. L.B. Lauwaars R.A., leden en mr. A. Westerveld, secretaris) Klacht ontvangen

Nadere informatie

Voorblad Productwijzers Inkomen sector Bouw Loyalis Verzekeringen

Voorblad Productwijzers Inkomen sector Bouw Loyalis Verzekeringen Voorblad Productwijzers Inkomen sector Bouw Loyalis Verzekeringen Loyalis Verzekeringen biedt de mogelijkheid om een verzekering af te sluiten die de financiële gevolgen van gedeeltelijke en volledige

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Notitie. Tegenprestatie naar vermogen

Notitie. Tegenprestatie naar vermogen Notitie Tegenprestatie naar vermogen Gemeente Den Helder Afdeling Publiekszaken Juli 2012 Inhoud Wat is de aanleiding voor deze notitie? Aan welke werkzaamheden denken we? Voor wie geldt de tegenprestatie?

Nadere informatie

Voorblad Productwijzers Inkomen sectoren Overheid en Onderwijs Loyalis Verzekeringen

Voorblad Productwijzers Inkomen sectoren Overheid en Onderwijs Loyalis Verzekeringen Voorblad Productwijzers Inkomen sectoren Overheid en Onderwijs Loyalis Verzekeringen Loyalis Verzekeringen biedt de mogelijkheid om een verzekering af te sluiten die de financiële gevolgen van gedeeltelijke

Nadere informatie

D e n H a a g 12 juni 2012

D e n H a a g 12 juni 2012 Aan de voorzitter en de leden van de Vaste Commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG B r i e f n u m m e r 12/10.937/12-017/MF/Gau

Nadere informatie

No.W /III 's-gravenhage, 16 mei 2011

No.W /III 's-gravenhage, 16 mei 2011 ... No.W12.11.0077/III 's-gravenhage, 16 mei 2011 Bij Kabinetsmissive van 16 maart 2011, no.11.000654, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 034 Bevordering van het naar arbeidsvermogen verrichten van werk of van werkhervatting van verzekerden die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn

Nadere informatie

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van,

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van, Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 De raad van de gemeente Tiel, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van, Gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van

Nadere informatie

De raad van de gemeente Schiermonnikoog,

De raad van de gemeente Schiermonnikoog, De raad van de gemeente Schiermonnikoog, Gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet, artikel 35, eerste lid, onderdeel e van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk

Nadere informatie

Voorhangprocedure van het ontwerpbesluit, houdende wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (29544)

Voorhangprocedure van het ontwerpbesluit, houdende wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (29544) Voorhangprocedure van het ontwerpbesluit, houdende wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (29544) Schriftelijke reactie op het verslag Met belangstelling heeft de regering kennis

Nadere informatie

Productwijzer collectieve WGAhiaatverzekering. (uitgebreide variant)

Productwijzer collectieve WGAhiaatverzekering. (uitgebreide variant) Productwijzer collectieve WGAhiaatverzekering (uitgebreide Wat leest u in deze productwijzer? In deze productwijzer vindt u algemene informatie over de collectieve WGA-hiaatverzekering (uitgebreide. Welke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 618 Wijziging van de Ziektewet, de WAO, de WW en enkele andere wetten in verband met het wegnemen van belemmeringen in sociale verzekeringswetten

Nadere informatie

Allianz Inkomensverzekeringen. Productwijzer collectieve WGA-hiaatverzekering (uitgebreide variant)

Allianz Inkomensverzekeringen. Productwijzer collectieve WGA-hiaatverzekering (uitgebreide variant) Allianz Inkomensverzekeringen Productwijzer collectieve WGA-hiaatverzekering (uitgebreide variant) Allianz Inkomensverzekeringen Wat leest u in deze productwijzer? In deze productwijzer vindt u algemene

Nadere informatie

Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Krimpen aan den IJssel 2015

Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Krimpen aan den IJssel 2015 Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Krimpen aan den IJssel 2015 De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 oktober

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 185 Besluit van 4 april 2003, houdende wijziging van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 20 808 Inkomensbeleid 1989 Nr. 3 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 28 oktober 1988 De vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1 heeft

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

Doorwerken na je AOW, ja graag

Doorwerken na je AOW, ja graag Doorwerken na je AOW, ja graag De Algemene Ouderdomswet Eerste volksverzekering Een basispensioen Ingevoerd in 1957 AOW uitgaven: In 1957: 2,4% van het BBP In 2014: 5,6% van het BBP Totale uitgaven in

Nadere informatie

Verslag van Mandema Update Zorg & Verzuim

Verslag van Mandema Update Zorg & Verzuim Verslag van Mandema Update Zorg & Verzuim De overheid trekt zich steeds meer terug als het gaat om zaken rond ziekte en verzuim van werknemers. Na het ontstaan van het WAO-gat in 1993 is alles in een stroomversnelling

Nadere informatie

Ouderen en de arbeidsmarkt. Inhoudsopgave. 1 Algemeen...1

Ouderen en de arbeidsmarkt. Inhoudsopgave. 1 Algemeen...1 Inhoudsopgave 1...1 2 Hoofdsectie...2 1 In hoeverre bent u het eens of oneens met de volgende stellingen met betrekking tot ouderen van 55 + en de arbeidsmarkt?...2 2 Oudere werknemers moeten goedkoper

Nadere informatie

www.rkdiaconie.nl/ iets doen/ onze specifieke doelgroep

www.rkdiaconie.nl/ iets doen/ onze specifieke doelgroep WELKE ZEKERHEID HEBBEN WIJ ELKAAR TE BIEDEN? www.rkdiaconie.nl/ iets doen/ onze specifieke doelgroep Situering Met dit materiaal raakt u bekend met de hedendaagse vormen van armoede en het stelsel van

Nadere informatie

Productwijzer collectieve verzekering voor vaste WIA-aanvulling

Productwijzer collectieve verzekering voor vaste WIA-aanvulling collectieve verzekering voor vaste WIA-aanvulling Productwijzer collectieve verzekering voor vaste WIA-aanvulling Wat leest u in deze productwijzer? In deze productwijzer vindt u algemene informatie over

Nadere informatie

1. De detailhandel in Nederland

1. De detailhandel in Nederland 1 2 1. De detailhandel in Nederland De detailhandel is een belangrijke economische sector die wordt gekenmerkt door een zeer arbeidsintensief karakter. Er werken ongeveer 750.000 mensen. Het belang voor

Nadere informatie

Alles op een rij over: Alle veranderingen voor je verlof in 2015

Alles op een rij over: Alle veranderingen voor je verlof in 2015 Alles op een rij over: Alle veranderingen voor je verlof in 2015 In 2015 gelden er uitgebreidere regelingen voor verlof en arbeids tijden. De overheid hoopt dat je daardoor meer regie krijgt over je inkomen.

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie participatiewet 2015 Documentnummer INT-14-13314

Verordening tegenprestatie participatiewet 2015 Documentnummer INT-14-13314 Verordening tegenprestatie participatiewet 2015 Documentnummer INT-14-13314 VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET 2015 GEMEENTE BEVERWIJK De raad van de gemeente Beverwijk; gelet op artikel 8a, eerste

Nadere informatie

ROP-advies nr. 6, blad 1. Advies van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid inzake de Wet op het ouderschapsverlof

ROP-advies nr. 6, blad 1. Advies van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid inzake de Wet op het ouderschapsverlof ROP-advies nr. 6, blad 1 Advies van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid inzake de Wet op het ouderschapsverlof Advies nummer 6 's-gravenhage, 8 mei 1995 ROP-advies nr. 6, blad 2 Inleiding ROP-advies

Nadere informatie

1. Inleiding 2. Analyse 2.1. Een derde van de ouders geeft aan minder te gaan werken

1. Inleiding 2. Analyse 2.1. Een derde van de ouders geeft aan minder te gaan werken 1. Inleiding Vorig jaar kondigde de regering grote bezuinigingen aan op de kinderopvang. De bezuinigingen lopen op tot 774 miljoen in 2015. In 2012 snijdt de regering met zo'n 400 miljoen euro in de kinderopvang.

Nadere informatie

Datum : 12 juni 2009 Aan : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Ministerie van Financiën

Datum : 12 juni 2009 Aan : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Ministerie van Financiën CPB Notitie Datum : 12 juni 2009 Aan : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Ministerie van Financiën Budget deeltijd-ww 1 Inleiding Per 1 april 2009 is de regeling deeltijd-ww tot behoud van

Nadere informatie

M200802. Vrouwen aan de start. Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven. drs. A. Bruins drs. D.

M200802. Vrouwen aan de start. Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven. drs. A. Bruins drs. D. M200802 Vrouwen aan de start Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, juni 2008 2 Vrouwen aan de start Vrouwen vinden het starten

Nadere informatie

Productwijzer collectieve WGAhiaatverzekering. (uitgebreide variant)

Productwijzer collectieve WGAhiaatverzekering. (uitgebreide variant) collectieve WGAhiaatverzekering (uitgebreide variant) Productwijzer collectieve WGAhiaatverzekering (uitgebreide variant) Wat leest u in deze productwijzer? In deze productwijzer vindt u algemene informatie

Nadere informatie

Vrouwen op de arbeidsmarkt

Vrouwen op de arbeidsmarkt op de arbeidsmarkt Johan van der Valk Annemarie Boelens De arbeidsdeelname van vrouwen lag in 23 op 55 procent. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt al jaren. Deze toename komt de laatste jaren bijna

Nadere informatie

ONDERLINGE S-GRAVENHAGE

ONDERLINGE S-GRAVENHAGE delen gevoel vertrouwen gevonden avontuur genieten ONDERLINGE S-GRAVENHAGE Momenten vrienden verhuizen afscheid leven huwelijk samen 2 blijdschap verrassing Verzekerde groeikracht Iedereen hoopt op een

Nadere informatie

Zelfstandig ondernemer? Heb jij goed nagedacht over arbeidsongeschiktheid?

Zelfstandig ondernemer? Heb jij goed nagedacht over arbeidsongeschiktheid? Zelfstandig ondernemer? Heb jij goed nagedacht over arbeidsongeschiktheid? Nederland telt bijna een miljoen zelfstandige ondernemers. Ieder jaar komen er 80.000 starters bij. Een eigen bedrijf biedt veel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 205 206 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 2849 Vragen van de leden

Nadere informatie

Collectieve WGA-hiaatverzekering (basisvariant)

Collectieve WGA-hiaatverzekering (basisvariant) Productwijzer Collectieve WGA-hiaatverzekering (basisvariant) Wat leest u in deze productwijzer? In deze productwijzer vindt u algemene informatie over de collectieve WGA-hiaatverzekering (basisvariant).

Nadere informatie

a.schut@tweedekamer.nl Apeldoorn, 12 november 2013 Betreft: reactie op initiatiefnota Geachte mevrouw Schut- Welkzijn,

a.schut@tweedekamer.nl Apeldoorn, 12 november 2013 Betreft: reactie op initiatiefnota Geachte mevrouw Schut- Welkzijn, a.schut@tweedekamer.nl Apeldoorn, 12 november 2013 Betreft: reactie op initiatiefnota Geachte mevrouw Schut- Welkzijn, Begin oktober heeft u de initiatiefnota Activering uit Arbeidsongeschiktheid ingediend,

Nadere informatie

Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 29544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 514 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 7 april 2014 Bijgaand treft u het rapport

Nadere informatie

Openbaar (verderop aangeven waarom) Onderwerp: Wijziging doelgroep en gemeentelijke bijdrage collectieve zorgverzekering.

Openbaar (verderop aangeven waarom) Onderwerp: Wijziging doelgroep en gemeentelijke bijdrage collectieve zorgverzekering. Openbaar (verderop aangeven waarom) Onderwerp: Wijziging doelgroep en gemeentelijke bijdrage collectieve zorgverzekering. Rapport aan B&W d.d. 2 december 2014 Secretaris Pauline van Gelder & Arnold den

Nadere informatie

Aan de lidorganisaties van de Nederlandse VrouwenRaad. Betreft: Voortgang Wet herziening partneralimentatie, nr Datum: 1 december 2016

Aan de lidorganisaties van de Nederlandse VrouwenRaad. Betreft: Voortgang Wet herziening partneralimentatie, nr Datum: 1 december 2016 1 Aan de lidorganisaties van de Nederlandse VrouwenRaad Betreft: Voortgang Wet herziening partneralimentatie, nr. 34.231 Datum: 1 december 2016 Beste vrouwen, Hierbij een bericht over de voortgang van

Nadere informatie

A. Arbeidsovereenkomst

A. Arbeidsovereenkomst Toetstermen STIBEX Praktijkdiploma Loonadministratie ---- Arbeidsrecht K= kennisvraag, de kandidaat moet één of meerdere begrippen beschrijven, noemen of herkennen, en/of kenmerken, voorbeelden, verschillen

Nadere informatie

Van baan naar eigen baas

Van baan naar eigen baas M200912 Van baan naar eigen baas drs. A. Bruins Zoetermeer, juli 2009 Van baan naar eigen baas Ruim driekwart van de ondernemers die in de eerste helft van 2008 een bedrijf zijn gestart, werkte voordat

Nadere informatie

W etopdearbeidsongeschiktheidsverzekering. W etwerkeninkomennaararbeidsvermogen

W etopdearbeidsongeschiktheidsverzekering. W etwerkeninkomennaararbeidsvermogen W etopdearbeidsongeschiktheidsverzekering De W etopdearbeidsongeschiktheidsverzekering(wao) is een Nederlandse wet die is bedoeld voor werknemers die langdurig ziek of gehandicapt zijn en niet meer (volledig)

Nadere informatie