Blote billen, boerka s en baarden

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Blote billen, boerka s en baarden"

Transcriptie

1 Nijmeegs Juridisch Faculteitsblad #194 november 2015 Now with international section! Blote billen, boerka s en baarden Ashley Terlouw Zalco Sander Steneker De status quo van het GeenPeil-referendum Laura Monhemius Rechtspraak en journalistiek, het vertekende beeld dat de media het volk voorhouden Edwin van der Heijden

2 Stichting Nijmeegs Juridisch Faculteitsblad Montessorilaan HR NIJMEGEN Correspondentieadres Postbus KK NIJMEGEN Bestuur / Redactie Ramon Vastmans (voorzitter) José Teekman (penningmeester) Hilde Cornelese (secretaris) Redactieraad prof. mr. C.J.H. Jansen prof. mr. R.J.N. Schlössels Raad van Toezicht Arjen Peters (faculteitsdirecteur) prof. mr. Steven Bartels (decaan) Jeroen Meijer Christiaan van der Meer Irene Theunisse Ontwerp Julius van der Vaart Fotografie Özmen Kenc Druk GLD Grafimedia, Arnhem Oplage 2800 ISSN Abonnement Gratis op aanvraag (alleen in Nederland). Stuur een naar Adverteren? Neem contact op met José Teekman via Woord vooraf Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Na een jaar van inzet, creativiteit en noeste arbeid heeft gewezen hoofdredacteur Jeremy Wenno zijn vertrouwen in een nieuw bestuur geplaatst. Samen met secretaris Hilde Cornelese en penningmeester José Teekman verzorg ik de komende edities van ons mooie faculteitsblad. Deze uitgave trekt de vorig jaar met de Nootendop ingezette trend van diversificatie door met een aantal nieuwe vaste en wisselende rubrieken. Terwijl ruimte voor onderzoek behouden blijft, lees je in Actioma voortaan meer over onder andere actualiteit en de faculteit zelf. Over diversiteit gesproken: dat roept ook weleens vragen op. De vraag naar wat nog binnen de grenzen van het acceptabele blijft bijvoorbeeld. Hoogleraar rechtssociologie Ashley Terlouw staat in haar bijdrage stil bij de vraag wat acceptabel en normaal is. Bestaat er zoiets als een recht om niet normaal te zijn? Ingegaan wordt op ogenschijnlijke banaliteiten zoals naaktlopen, maar ook op kwesties met meer maatschappelijk gewicht zoals de boerka. Professor Terlouw licht toe. Ook de Hoge Raad toont zich veelzijdig. Als met twee zaken een nieuwe zaak wordt gevormd, gaan de oude zaken zelf teniet. Zaaksgevolg brengt dan mee dat op die zaken rustende beperkte rechten eveneens ophouden te bestaan. Is dat in alle gevallen te billijken? Na een bijdrage van Tom Boons (Actioma 190 (2014)) over natrekking, vermenging en zaaksvorming doet nu Sander Steneker het spraakmakende Zalco-arrest aan de hand van die leerstukken uit de doeken. Alex Stienissen, die dit jaar van onze faculteit de felbegeerde meesterstitel bekwam, onderzoekt de onderlinge waarborgmaatschappij. Van deze rechtspersoon, een bijzonder soort coöperatie, wordt in de praktijk op stiefmoederlijke wijze weinig gebruik gemaakt. Stienissen vraagt zich af of dat terecht is. Hij grasduint daarbij in het verleden, zet knelpunten uiteen en bespreekt mogelijke oplossingen om deze klassieke figuur levensvatbaar te houden. Veel rechtenstudenten houden zichzelf via sociale media op de hoogte van de belangrijkste juridische ontwikkelingen. Het ontgaat je niet als er weer eens grotesk wordt gezondigd tegen wat juridisch juist is in berichtgeving die door de meeste, immers niet juridisch geschoolde, mensen voor zoete koek wordt geslikt. Derdejaars rechtenstudent Edwin van der Heijden analyseert in zijn artikel op kritische wijze berichtgeving over rechtszaken en de rechtspraak. Dan in de rubriek Actualiteit een bespreking van het ons allen niet onbekende GeenPeil initiatief door Laura Monhemius. Als mooie aansluiting op Edwins artikel stelt zij de vraag of het wel klopt wat in de media door GeenPeil is beweerd om het raadgevend referendum van de grond te krijgen. Als achtergrond steekt het democratisch tekort van de Europese Unie hier de kop op. Juist over dat laatste onderwerp handelt de eerste International rubriek in dit blad (in samenwerking met SILA). Debuting our International section John McKenna-Hughes has a closer look at the European democratic deficit and the role the principle of subsidiarity could have in addressing this issue. In de Nootendop annoteert masterstudent Wouter de Vries een uitspraak van de Rechtbank Overijssel. In geschil was de opschorting van de huur door het in dit voorjaar met financiële problemen kampende V&D. Dat pikte verhuurder Mondia Investments niet. Heeft Mondia met het informeel akkoord in te stemmen en waarom wel of niet? Mis niet de nieuwe column Opmerking verdient. De columnist voelt student en faculteit aan de tand. Naar Nijmeegse traditie staat het huidige rechtencurriculum bol van positief geldend recht. Plek voor naar de mening van de schrijver evenzo cruciale vaardigheden en kennis, is er tot zijn of haar ergernis te weinig. De roep om verdieping schalt luid en duidelijk in dit betoog voor het metajuridische. Ten slotte dank ik de schrijvers en de trouwe lezers. De studenten onder hen wens ik veel wijsheid en succes toe gedurende de aanstaande tentamenperiode. Ramon Vastmans, hoofdredacteur 2

3 In dit nummer ONDERZOEK Ashley Terlouw Blote billen, boerka s en baarden ONDERZOEK Sander Steneker Zalco ONDERZOEK Alex Stienissen De onderlinge waarborgmaatschappij, een eerste en laatste podium? ONDERZOEK Edwin van der Heijden Rechtspraak en journalistiek. Het vertekende beeld dat de media het volk voorhouden ACTUALITEIT Laura Monhemius De status quo van het GeenPeil-referendum. Het fundament en de context van het raadgevend referendum inzake het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne INTERNATIONAL John McKenna-Hughes How should the principle of subsidiarity be guaranteed within the EU: A critical evaluation. NOOTENDOP Wouter de Vries Annotatie bij Rb. Overijssel 26 maart 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:1505 (Mondia Investments/V&D en IEF cs.) COLUMN Läfchen van Grunswick-Eijckaert Opmerking verdient juridische ontplooiing

4 Ashley Terlouw Prof. mr. A.B. Terlouw is hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit. Dit artikel is gebaseerd op een lezing die zij op 14 oktober hield voor het Etty Hillesum centrum onder de titel Wie is normaal en wie bepaalt wat normaal is? ONDERZOEK 4

5 #194 november 2015 Blote billen, boerka s en baarden 1. Blote billen Stephan Gough was al twee keer in Adamskostuum van het noorden naar het zuiden van Groot-Brittannië gewandeld. Zijn wandelingen waren steeds onderbroken door arrestatie, voorgeleiding en gevangenisstraf. Ook was hij meerdere keren opgepakt en veroordeeld omdat hij zonder kleding gerechtsgebouwen binnen ging en in vliegtuigen stapte. Tussen 2003 en 2012 werd hij meer dan dertig keer aangehouden en tussen mei 2006 en oktober 2012 bracht hij het grootste deel van zijn tijd door in de gevangenis. Ook daar weigerde hij kleren te dragen. 1. EHRM 28 oktober 2014, (Gough v. UK), Application no / Vgl. de campagne van het College voor de rechten van de mens onprettig is niet onwettig. 3. EHRM 1 juli 2014, nr /11 (S.A.S. t Frankrijk), EHRC 2014/208, m.nt. Van Sasse van Isselt. 4. Onder andere de twee dissenters, de rechters Nußberger en Jäderblom, stelden ernstige vragen bij de vaagheid van het begrip vivre ensemble. Zij wezen erop dat het recht op een privéleven tevens het recht inhoudt om niet te communiceren en een outsider te blijven. Verder hadden ze kritiek op het ontbreken van een diepgaande analyse van het beginsel van proportionaliteit. In hun ogen bestaan er minder vergaande maatregelen om het legitieme doel van vivre ensemble te bereiken. Zie ook het commentaar van Jannemieke Ouwerkerk, DD 2015/7 en Bernard Keenan, S.A.S. v France the French principle of living together and the limits of individual human rights, <blogs.lse. ac.uk/humanrights/2014/07/14/s-a-s-v-france> en James A. Goldston, uitvoerend directeur van the Open Society Justice Initiative, bracht een verklaring uit waarin hij stelde dat The court s decision is an unfortunate missed opportunity to reaffirm the importance of equal treatment for all and the fundamental right to religious belief and expression. The majority has failed adequately to protect the rights of many women who wish to express themselves by what they wear. 5. J. Tigchelaar, Een intimiderend wetsvoorstel, het boerkaverbod beoordeeld, in: Gelijke behandeling: oordelen en commentaar 2011, Nijmegen: Wolf Legal Publishers, 2012, pp Op 28 oktober 2014 oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) in zijn zaak dat naaktlopen in het openbaar geen mensenrecht is. De detentie van Stephan Gough was het gevolg van zijn herhaalde overtreding van de strafwet in het volle besef van de consequenties en door gedrag dat inging tegen de normen van aanvaard publiek gedrag in een moderne democratische samenleving, aldus het Hof. 1 We kunnen het arrest van het EHRM wel begrijpen, denk ik, naaktlopen is ook in Nederland verboden (art. 430a Sr). Het stelt ons echter voor de moeilijke vraag, wie is normaal en wat is normaal en moeten we dat wat we niet normaal vinden, altijd verbieden? 2 Dit zijn belangrijke vragen. Wij mensen hebben de sterke neiging om wat anders is, wat vreemd is, ook beangstigend te vinden en vergeten graag dat angst meestal een slechte raadgever is. Wie is normaal en wat is normaal en moeten we dat wat we niet normaal vinden, altijd verbieden? 2. Boerka s De tweede uitspraak van het EHRM die ik wil noemen, is die in de zaak S.A.S tegen Frankrijk. De zaak was aangespannen door een Franse moslima die vanwege haar geloof met een boerka over staat wilde kunnen lopen. 3 Zij klaagde bij het Hof over de Franse wet van 2011 die het dragen van kleding verbiedt die het gezicht bedekt in de openbare ruimte. Frankrijk verdedigde het verbod met een beroep op de openbare veiligheid en gendergelijkheid. Het EHRM achtte het boerkaverbod geoorloofd. Het accepteerde het argument van Frankrijk dat de zichtbaarheid van het gezicht een onmisbaar element van gemeenschapsleven in de samenleving is. En ook het argument dat het dragen van een boerka niet in overeenstemming is met de grondregels van sociale communicatie en de vereisten van samenleven ( vivre ensemble ) werd door het Hof overgenomen. Er is veel commentaar gekomen op de uitspraak, met name omdat het begrip samenleven als argument waarom de staat inbreuk mag maken op de vrijheid van godsdienst, zo vaag zou zijn dat het de bescherming van de vrijheid van godsdienst uitholt. 4 Natuurlijk is er een parallel met naaktlopen, zoals Tigchelaar schreef Kennelijk mag de overheid te weinig kleding strafbaar stellen, dus misschien ook wel teveel kleding. Is er wellicht een analogie tussen het onbehagen en de ontregeling van de maatschappelijke orde in het geval van naaktloperij en die in geval van de nikaab? 5 Tigchelaar ziet die analogie inderdaad maar noemt ook de verschillen. Bij naaktloperij treedt seksualiteit meer op de voorgrond en bij de boerka en nikaab godsdienst en godsdienstvrijheid. Dat maakt in haar ogen dat de verwijzing naar naaktloperij niet volstaat. Ik zelf vind vooral dat er bij een verbod op gezicht bedekkende kleding sprake is van symboolwetgeving waarbij de overheid wil laten zien dat een boerka niet normaal is en dat wij wat niet normaal is niet accepteren. Maar is er wel sprake van een echt probleem waarvoor een oplossing moet 5

6 worden bedacht? Hoeveel last hebben we ervan? Hoeveel boerkadraagsters zijn er nu helemaal in Frankrijk? 6 En draagt het verbod echt bij aan gendergelijkheid of veroordeelt het de boerkadraagsters tot een leven binnenshuis? Deze twee uitspraken dienen slechts als voorbeeld, maar ook uit andere uitspraken van het EHRM blijkt dat het groot gewicht toekent aan wat normaal wordt gevonden in een verdragsluitende staat. Als naaktlopen niet normaal is in Engeland, als laïcité normaal is in Frankrijk en als een kruis in de klas normaal is in Italië, 7 dan bemoeit het Hof zich daar verder niet mee. 8 Voor deze jurisprudentielijn is zeker iets te zeggen, maar toch voelt het voor mij als glad ijs. Op deze manier krijgt de meerderheid altijd gelijk en is de acceptatie van andersdenkenden ver te zoeken. 9 Op deze manier krijgt de meerderheid altijd gelijk en is de acceptatie van andersdenkenden ver te zoeken 3. Het recht om niet normaal te zijn We leven in een pluriforme, democratische samenleving en respect voor verschil is een van de essentiële aspecten van zo n samenleving. Minderheden worden beschermd tegen de macht van de dominante groep. Die bescherming heeft een belangrijke plaats gekregen in ons recht. Onder andere in de grondwet die ons allerlei vrijheden garandeert: de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van geweten, de vrijheid van onderwijs en in artikel 1 vrijheid van discriminatie: Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan. Wij vinden dit artikel zo belangrijk dat het zelfs is gebeiteld in een stenen bank die voor de Tweede Kamer staat. Artikel 1 betekent niet dat iedereen gelijk is of zich gelijk moet gedragen, maar dat iedereen gelijkwaardig is, dat verschillen er in principe niet toe doen. In feite is in artikel 1 het recht neergelegd om niet normaal te zijn, om af te wijken van het gemiddelde, van de dominante groep, zonder dat dit tot een ongelijke behandeling leidt. 10 Het staat er mooi, maar de praktijk is weerbarstig. Een wetsartikel op zich maakt niet dat mensen niet meer discrimineren, dat ze ruimhartig zijn, dat ze elke afwijking accepteren. Dat ze niet bang zijn voor vreemden, voor wie anders is, niet normaal. 11 Doe eens normaal man, riep de leider van de PVV tegen de minister president. 12 Daarmee gaf hij wellicht de essentie van zijn visie. Helaas antwoordde de minister president weinig rechtsstatelijk maar met de schooljongensachtige jij-bak: Doe zelf normaal. Hoezeer had ik het gewaardeerd als hij zoiets had geantwoord als. Geachte afgevaardigde, ik begrijp en betreur dat uw visie is dat normaliteit het hoogste goed is in Nederland, in mijn visie is het juist het recht om af te wijken van de dominante groep. 6. Volgens Moors ging het in 2009 in Nederland om naar schatting 100 tot 400 vrouwen die regelmatig dan wel af en toe een gezichtssluier dragen. A. Moors, Gezichtssluiers, Draagsters en debatten, Amsterdam School for Social Science Research, 2009, p. 55, nl/pdf/bijlagen/blg21667.pdf. 7. EHRM 18 maart 2011, (Lautsi e.a. t. Italië) Application no / Vgl. over de terughoudendheid van het EHRM in dit soort zaken M.L.P. Loenen, Mensenrechten en diversiteit in Europa: gelijke monniken, ongelijke kappen? Oratie (in verkorte vorm) uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar op het gebied van Mensenrechten en Diversiteit aan de Universiteit Leiden op vrijdag 15 november Ik doe het EHRM echter tekort als ik niet ook wijs op de uitspraak EHRM 8 juli 2008 nr /06 (Vajnai tegen Hongarije, waarin het in par. 57 oordeelde dat a legal system which applies restrictions on human rights in order to satisfy the dictates of public feeling real or imaginary cannot be regarded as meeting the pressing social needs recognised in a democratic society, since that society must remain reasonable in its judgement. Naar deze overweging van het Hof is ook verwezen door J. Tigchelaar, Een intimiderend wetsvoorstel, het boerkaverbod beoordeeld, in: Gelijke behandeling: oordelen en commentaar 2011, Nijmegen: Wolf Legal Publishers, 2012, p. 387 die in noot 50 weer refereert aan Vrielink, Ouald Chaib en Brems, Het boerkaverbod in België, NJCM-bulletin, 2011 (6/7), p , p Eerder sprak hierover ter gelegenheid van de Art. 1 lezing van 2010, gepubliceerd in Terlouw, A.B. (2010). Gelijk zijn of gelijk worden. De betekenis van artikel 1 grondwet voor Migranten. Artikel 1-lezing Asiel & Migrantenrecht, 25 (3), Vgl. de campagne van Sire uit 1974: Ooit een normaal mens ontmoet? En beviel het? 12. Algemene beschouwingen 22 september Botsende (grond)rechten Maar zo simpel ligt het niet. Zelfs als we volgens de Grondwet, conform de mensenrechtenverdragen willen leven, wringt er soms iets. Wat doen we met de naaktloper Stephan Gough en met islamitische vrouwen die een boerka dragen? Hoe zit het met hun recht om anders te zijn dan de dominante groep? Om deze vragen te kunnen beantwoorden moet ik eerst even een uitstapje maken naar de vraag wat wetgeving vermag. Wet- en regelgeving is prachtig maar er zijn tenminste vier problemen: 1. De wetgever kan niet voor elk mogelijke individuele geval een regel maken en moet dat ook niet willen proberen. Daarin zit ook één van mijn bezwaren tegen wetgeving tegen gezicht bedekkende kleding. De regel is algemeen geformuleerd maar onmiskenbaar toegespitst op de zeer kleine specifieke groep van boerkadraagsters. Het is bijna wetgeving gemaakt voor een individueel geval. 6

7 #194 november Vgl. CGB 5 oktober 2010, oordeel 2010/ Vgl. Marjolein van den Brink en Jet Tigchelaar, M/V en verder. Sekseregistratie door de overheid en de juridische positie van transgenders. Utrecht Center for European Research into family Law/WODC 2015 en Brink, M. van den, De inbedding van sekse(on) gelijkheid in het recht. Als je geen Barbie wilt zijn, hoe weet je dan dat je een vrouw bent? In: R. Holtmaat (eindred.), De toekomst van gelijkheid. De juridische en maatschappelijke inbedding van de gelijkebehandelingsnorm, Deventer: Kluwer, 2000, pp Vgl. CGB 30 november 2006, oordeel 2006/ Vgl. onder meer CGB 16 september 2011, oordeel 2011/ Hoge Raad 14 december 2012, LJN BX835; besproken in A.B. Terlouw Sanctieregeling Iran. Onrechtmatige regelgeving. Asiel & Migrantenrecht, 2013, p Zie ook A.B. Terlouw, Bitaraf e.a. tegen de Staat of het einde van de Sanctieregeling Iran, Journaal vreemdelingenrecht, 2012 (1), p en A.B. Terlouw, Angst en regelgeving. Onderscheid door de overheid op grond van nationaliteit, afkomst en religie. Oratie 11 september 2009, Nijmegen: Wolf Legal Publishers Wetgeving is soms te traag; de maatschappij verandert en de wetgever kan dat niet altijd bijbenen. Lang haar en oorringen in het leger waren aanvankelijk niet acceptabel maar later heel gewoon, om maar niet te spreken van vrouwen in het leger. Een man met een korte broek is bij de belastingdienst kennelijk not done 13, maar hoe denken we daar over een jaar of tien over? En nu is het nog niet mogelijk voor transgenders om hun geslacht niet te laten registreren bij de burgerlijke stand, maar straks vinden we dat misschien wel heel normaal. 14 Kan de wetgever dat soort veranderingen in normen over normaliteit allemaal bijhouden? Is dit soort onderwerpen überhaupt geschikt voor wet- en regelgeving? 3. Regelgeving is niet altijd duidelijk en normen, zelfs grond- en gelijkheidsrechten, kunnen met elkaar op gespannen voet staan. Neem bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting en het verbod van discriminatie. Maakt iemand die Lonsdalekleding draagt zich bijvoorbeeld schuldig aan een uiting van rassendiscriminatie, of moet het dragen van dergelijke kleding worden beschouwd als een vrije uiting van een politieke overtuiging? 15 Wat de een als leuk, anders en divers ziet kan de ander beschouwen als een ernstige bedreiging van zijn eigen vrijheid en levensopvattingen. Nog sterker kwam dit naar voren in de zaken waarin de vraag centraal stond hoe het verbod om onderscheid te maken op grond van geslacht zich verhoudt tot de godsdienstvrijheid van iemand die vanwege zijn islamitische geloofsovertuiging geen handen schudt met personen van het andere geslacht. 16 In een aantal gevallen heeft de wetgever de botsingen voorzien en er een oplossing voor gegeven, maar vaak moet de rechter of het College voor de Rechten van de Mens de knoop doorhakken. 4. Het laatste en vierde probleem dat ik wil noemen is dat wet- of regelgeving soms niet voldoet aan de beginselen der kunst. Daarvan was bijvoorbeeld sprake bij de zogenoemde sanctieregeling Iran die onder meer Iraanse studenten verbood bepaalde studierichtingen in Nederland te volgen. De Hoge Raad oordeelde dat deze regeling discriminerend en dus onrechtmatig was, want alle Iraniërs werden over een kam geschoren en als bedreigend gezien en daarom benadeeld. 17 Door niet de rechtsregels maar de algemene leefregels te noemen, wil ik laten zien hoezeer het recht samenhangt met wat we normaal vinden 18. Zie de Algemene Beginselen voor behoorlijke wetgeving en Lon L. Fuller, The Morality of Law, Storrs lectures on jurisprudence, Yale Law School 1963, New Haven and London, Yale University Press en W. Witteveen, De wet als kunstwerk. Een andere filosofie van het recht, Boom/Amsterdam Alleen voor indirect onderscheid kan een objectieve rechtvaardiging bestaan. Direct onderscheid kan nooit gerechtvaardigd worden. Wetgeving kan onvoldoende doordacht zijn, slechts symbolisch of zelfs onrechtmatig. Wetgeving moet legitiem zijn (moet een rechtvaardig doel dienen), wetgeving moet effectief zijn (moet geschikt zijn om dat doel te bereiken) en wetgeving moet voldoen aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit (kort uitgelegd: er moet een belangenafweging plaatsvinden en als hetzelfde kan worden bereikt op een wijze die minder een aantasting is van belangen dan moet voor die andere wijze worden gekozen). Er zijn nog wat andere eisen die aan wetgeving worden gesteld, maar ik laat die hier verder onbesproken. 18 Voorop staat uiteraard dat wetgeving niet in strijd mag zijn met grond- en mensenrechten. De beginselen van legitimiteit, effectiviteit, proportionaliteit en subsidiariteit vormen ook het handvat bij het beoordelen van de vraag of indirecte discriminatie- zoals bijvoorbeeld het verbod op gezicht bedekkende kleding dat in zijn formulering niet direct op boerkadraagsters is gericht maar hen indirect toch het meeste treft - onder omstandigheden toch gerechtvaardigd is. 19 Er is veel over geschreven en nagedacht over deze zogenoemde objectieve rechtvaardigingstoets en er is veel jurisprudentie over. In plaats van die hier kort samen te vatten, wil ik proberen een paar basisregels te geven die wellicht bruikbaar zijn voor het moeilijkste onderdeel van de rechtvaardigingstoets, de proportionaliteitstoets. Deze regels zijn zo basaal dat we ze in feite al kennen sinds Confucius. Het zijn geen rechtsregels maar leefregels die niettemin weldegelijk in enige vorm in het recht en de jurisprudentie zijn terug te vinden. Door niet de rechtsregels maar de alge- 7

8 mene leefregels te noemen, wil ik laten zien hoezeer het recht samenhangt met wat we normaal vinden. Voor een groot deel codificeert het recht gedragsregels, slechts zeer gedeeltelijk is het recht instrumenteel (wordt met het recht verandering teweeg gebracht) Bezorg anderen geen overlast en wees niet te snel op je teentjes getrapt Er zijn twee basisregels die iedereen kan begrijpen en kan proberen tot zijn eigen leefregels te maken. Daarmee vertel ik u weinig nieuws, maar ik noem ze toch. De eerste basisregel is: bezorg anderen geen overlast. De vrijheid van de een houdt op waar die van de ander wordt beperkt. De vrijheid van geweten houdt niet het recht in om anderen kwaad te doen. De tweede basisregel is: wees niet te snel op je teentjes getrapt. Laten we zacht zijn voor elkaar en rekening houden met elkaars bijzonderheden - abnormaliteiten. 20. Vgl. John Griffiths, The social working of Legal rules, Journal of Legal Pluralism, nr. 48, 2003, p Deze twee basisregels leiden er op het eerste gezicht toe dat we Stephan Goughs naaktloperij zouden aanvaarden en tegen de bedenkers van wetgeving die gezicht bedekkende kleding verbiedt, zouden zeggen: kom kom, maak je niet zo druk. Maar akkoord, dat is te makkelijk, hiermee lossen we werkelijke conflicten niet op, we hebben meer houvast nodig. Ik formuleer vijf iets gecompliceerdere vuistregels (opnieuw geen rechtsregels maar handvatten die kunnen helpen bij het maken van een belangenafweging als grond- of gelijkheidsregels botsen): 1. Ga ten eerste na of er andere oplossingen zijn waarmee beide partijen tevreden naar huis kunnen (de zogenoemde praktische Konkordanz 21 ). In een zaak van een vrouwelijke verpleegster die uit hygiënische overwegingen van het ziekenhuis waar zij werkt geen hoofddoek mag dragen moet een compromis mogelijk zijn. Ik denk bijvoorbeeld aan een hoofddoek verstrekt door het ziekenhuis die elke dag wordt gesteriliseerd. Operatieartsen en verplegers dragen uit hygiënische overwegingen toch juist iets op hun hoofd! Een tweede denkbare stap is het toekennen van gewicht aan de machtsverhoudingen. Vaak is er sprake van een sterke partij tegenover een zwakke partij, een werkgever tegenover een werknemer, de overheid tegenover een individu, een schoolbestuur tegenover een leerling. Als de weegschaal voor het overige in evenwicht is, geef dan iets meer gewicht aan de zwakke partij. Dat gaf voor mij de doorslag in de zaak van de sluiswachter die vanwege zijn religieuze overtuiging niet op zondagen wilde werken. 23 Het was in mijn ogen aan de machtige werkgever, Rijkswaterstaat, om water bij de wijn te doen en een oplossing te zoeken, bijvoorbeeld werken met een voorkeursrooster. Bij het beoordelen van de machtsverhoudingen is tevens van belang of de ene partij behoort tot een (kwetsbare) minderheidsgroep en de andere tot de dominante groep. Dat geeft bij mij de doorslag in de zaak van de joodse student die niet op zaterdag examen wilde doen vanwege zijn godsdienstige overtuiging. 24 Bied hem een andere gelegenheid. 3. Een derde mogelijke stap is nagaan of de belangen die aan de orde zijn wel hetzelfde gewicht hebben. In de zaak van een islamitische wiskundeleraar die door een christelijke school voor een functie werd geweigerd, kon in mijn ogen het belang van de school dat tijdens de wiskundeles geen christelijke normen zouden worden overgebracht niet opwegen tegen het belang van de wiskundeleraar bij een baan. 25 En pas op, het zijn zelfs niet altijd (grond)rechten die tegenover elkaar staan. De Wever, burgemeester van Antwerpen, verbood ambtenaren van die gemeente om met een regenboog T-shirt te lopen. Daarmee zouden ze hun niet neutrale mening uiten dat homorechten beschermd dienen te worden. Pas op! Hier wordt gedaan alsof twee grondrechten tegenover elkaar staan. Het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op een neutrale overheid. Maar met het regenboog T-shirt wordt een van de fundamentele rechten van de mens gesymboliseerd een recht dat door 21. Het wordt algemeen aanvaard dat conflicterende (constitutionele)rechten zoveel mogelijk in praktische concordantie moeten worden gebracht (in billijk evenwicht). De term is bedacht door Konrad Hessen en terug te vinden in verschillende uitspraken van het Duitse Bundes Verfassungsgericht. 22. Vgl. College voor de Rechten van de Mens 9 december 2014, oordeel en Rb Rotterdam 24 januari 2014, ECLI: NL:RBROT:2014: CGB 12 juli 2006, oordeel 2006/ Vgl. CGB 15 januari 2008, oordeel 2008/ Vgl. CGB oordeel 12 mei 2006, oordeel 2006/93. 8

9 #194 november Vgl. Gily Coene, Accommodements raisonnables, une réponse au texte de Cécile Laborde, en: Emmanuelle Bribosia et Isabelle Rorive (dir.), L accomodement de la diversité religieuse, P.I.E. Peter Lang, Bruxelles 2015, p Lees omtrent dit dilemma Ian Mc Ewan The Children Act de neutrale staat wordt beschermd. Het is geen symbool van seksisme of extremisme. Het verbod is dus absurd En dan ten vierde: het belang van het kind gaat voor; dat is ook een belangrijke verdragsrechtelijke bepaling neergelegd in bijvoorbeeld art. 3 IVRK en art. 24 Handvest. Toch is het geen makkelijke bepaling. Staat hij in de weg aan het onthouden van bloedtransfusies aan kinderen 27 en vaccinatie door Jehova Getuigen, aan besnijdenis van meisjes en van jongens? In mijn ogen wel, maar daar denkt bepaald niet iedereen hetzelfde over. 5. Het vijfde en laatste handvat dat ik wil noemen, is dat de overheid het goede voorbeeld moet geven. Dat is ook een essentieel onderdeel van de rechtsstaat. Ook de overheid, juist de overheid is gebonden aan wetten en verdragen en mag niet discrimineren. En essentieel is ook de scheiding van kerk en staat. De overheid mag geen onderscheid maken tussen religies en ook niet tussen het wel en niet hebben van een religie. Het is gevaarlijk als de overheid die grens overschrijdt. Deze vijf handvatten zullen niet altijd in elke casus beslissend zijn bij de belangenafweging maar ze kunnen wel behulpzaam zijn bij het concretiseren daarvan. Er is kennelijk een associatie tussen baarden en onveiligheid, er is angst voor baarden, lange baarden zijn kennelijk niet normaal 28. Oordelen 2010/10; 2010/76; 2014/39; 25 januari 2007 oordeel 2007/8 (geen onderscheid). 6. Baarden En dan mannen met baarden. 28 Een man die vanwege zijn islamitische geloofsovertuiging een baard draagt, ontving een bijstandsuitkering. In een gesprek met medewerkers van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) liet hij weten dat hij graag een re-integratietraject in de beveiligingssector wilde volgen. Tijdens het gesprek kwamen zijn geloofsovertuiging, zijn baard en de uitstraling daarvan en de associatie met bomaanslagen aan de orde. De gemeente weigerde hem voor het re-integratietraject aan te melden omdat hij volgens de gemeente niet aan de eisen voldeed die beveiligingsbedrijven stellen, te weten dat een medewerker er representatief moet uitzien en dat een baard zo kort moet zijn dat deze niet kan worden beetgepakt. Het College stelt vast dat de gemeente de man vanwege zijn baard niet heeft aangemeld. Bij de beslissing om de man niet voor het reïntegratietraject aan te melden heeft de gemeente de (veronderstelde) eisen van representativiteit en veiligheid van de beveiligingsbedrijven overgenomen. Naar het oordeel van het College heeft de gemeente hiermee indirect onderscheid op grond van godsdienst gemaakt. Indirect onderscheid omdat door het niet toestaan van het dragen van een baard, mannen zoals verzoeker, die hiermee uitdrukking willen geven aan het islamitische geloof, bijzonder worden getroffen. Voor het onderscheid is volgens het College geen objectieve rechtvaardiging aangevoerd. Hoewel het doel van het onderscheid: het aanbieden aan klanten van een traject waarmee hun kansen op uitstroom naar werk het meest worden vergroot legitiem is, heeft de gemeente op geen enkele wijze onderbouwd waarom een baard niet representatief zou zijn. Verder wist de gemeente dat sommige beveiligingsbedrijven een baard toestaan en had de gemeente daar nader onderzoek naar moeten doen. Nu de gemeente de man zonder nader onderzoek voor het traject heeft afgewezen, is het College van oordeel dat de gemeente de noodzaak van de afwijzing onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Mijn beschrijving van het oordeel op deze manier is wat kort door de bocht, maar het is keurig juridisch geformuleerd en de objectieve rechtvaardigingstoets is verricht volgens de regelen der kunst. Toch lijkt het College 9

10 met het oordeel een beetje om de hete brij heen te draaien door het te componeren rond de vraag of een baard een belemmering is om bij een beveiligingsbedrijf te werken. Het zou heel goed kunnen dat beveiligingsbedrijven mannen met baarden discrimineren. Niet de metromannen met een stoer vakantiebaardje maar mannen met een islamitisch ogende volwassen baard. 29 Er is kennelijk een associatie tussen baarden en onveiligheid, er is angst voor baarden, lange baarden zijn kennelijk niet normaal.»» Maar zijn de baarden echt een probleem, is er een reële samenhang tussen baarden en gevaar?»» Hoeveel mannen met baarden zijn gevaarlijk (hoed u voor overinclusiviteit )?»» En hoeveel mannen (en vrouwen) zonder baard zijn gevaarlijk (hoed u voor onderinclusiviteit )?»» En draagt het afwijzen van mannen met baarden voor functies bij aan de veiligheid of leidt het tot meer frustratie en radicalisering? 29. Volgens een opmerkelijk ANP-bericht van 16 september 2015 geeft een baard op LinkedIn juist een grotere kans op werk. Zie baard-en-bril-op-linkedin-geven-groterekans-op-werk. Ik vraag me echter af of dat ook geldt voor lange baarden die uit een geloofsovertuiging worden gedragen. Doordat het oordeel niet op deze vragen ingaat, mist het College in mijn ogen de kans om te laten zien waarom categorisering op grond van niet normaal lange baarden uit den boze is. 7. Het recht om niet normaal te zijn Geven mijn handvatten voor alle botsingen van vrijheden en rechten wel een bevredigende oplossing? Gedeeltelijk wel denk ik, loop ze maar na in de situatie van de mannen met baarden. Een compromis is wellicht moeilijk maar niet ondenkbaar, er is een evident verschil in machtsverhoudingen en in aard van de belangen en de man met de baard behoort tot een religieuze minderheidsgroep. Bovendien is er sprake van een gemeente, een overheidsinstantie die het goede voorbeeld zou moeten geven. We kunnen op deze manier ook kijken naar het naaktlopen en de gezicht bedekkende kleding. Bij de naaktloper zal een compromis moeilijk zijn, al zou je de aanwezigheid van naaktstranden als een eerste begin van een poging tot compromis kunnen zien. Machtsverhoudingen spelen geen wezenlijke rol in deze casus ook al is er natuurlijk de machtiger overheid tegenover het individu. Het belang van de naaktloper is nogal onduidelijk en er is geen duidelijke minderheidsgroep. Belangen van het kind kunnen weldegelijk een rol spelen. Kindermisbruik komt helaas veel voor en dat we onze kinderen willen beschermen door de vrije expositie van geslachtsorganen in te perken heeft een redelijke grond. Er is bovendien geen beschermde discriminatiegrond aan de orde of het zou het recht op privéleven moeten zijn. Kortom, de inperking van Stephan Goughs vrijheid lijkt aan de hand van mijn handvatten aanvaardbaar. Met het boerkaverbod ligt het anders, door verschillende auteurs en ook door de twee dissenters zijn compromissen voorgesteld, zoals incidentele zichtbaarheid en de eis van zichtbaarheid beperken tot specifieke contexten (in het onderwijs, als het nodig is voor identificatie) of tot positieve op integratie gerichte beleidsmaatregelen. 30 De aard van de belangen is moeilijk te wegen. Hoe moeten we de vrijheid van godsdienst wegen ten opzichte van het belang van een gevoel van veiligheid en open communicatie. Ik neig ertoe meer ruimte toe te kennen aan het eerste omdat godsdienst een beschermde grond onder de discriminatiewetgeving is. Zoals de dissenters schrijven, er bestaat geen recht om niet te worden geschokt of geprovoceerd. In tegendeel: het recht op vrije meningsuiting gaat zelfs zover dat we mogen provoceren en choqueren. Machtsverhoudingen spelen een lastige rol, er zijn de machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen in streng religieuze islamitische huwelijken en er is dezelfde machtsverhouding staat-burger als in de situatie van Gough. Als we het hebben over machtsverhoudingen gaat het om de bescherming van het individu. De vraag zou in 30. J. Tigchelaar, Een intimiderend wetsvoorstel, het boerkaverbod beoordeeld, in: Gelijke behandeling: oordelen en commentaar 2011, Nijmegen: Wolf Legal Publishers, 2012, p. 386 en p

11 #194 november 2015 mijn ogen dus centraal moeten staan hoe we de boerka dragende vrouwen het beste beschermen (de effectiviteit). Daarover verschillen de meningen. Moeten we hen beschermen tegen hun geloof of moeten we hun geloof beschermen? Het belang van het kind is in mijn ogen niet aan de orde, al kan ik me wel voorstellen dat een goede communicatie met jonge leerlingen een reden kan zijn om aan docenten die voor de klas staan gezicht bedekkende kleding te verbieden. 31. Een seksclubwilde ontkomen aan regelmatige politiecontroles en voerde aan onderdeel te zijn van de kerk van Satan. De seksclub noemde zich Zusters van Sint- Walburgia. De Hoge Raad oordeelde echter dat de activiteiten van deze kloosterorde zich niet onderscheiden van een gewone seksclub en dat noch bij de betalende bezoekers, noch bij de zusters enige religieuze ervaring was waar te nemen. HR 31 oktober 1986, NJ 1987, 173 en HR 22 maart 1989, BNB 1990, Vgl. R. van Oers, Kroniek Inburgering, A&MR 2014, nr. 4 p. 236 e.v. 33. J.A. Rawls, A Theory of Justice, Cambridge Mass., Belknap Press of Harvard University Press, (Revised edition: 1999). De afwegingen die ik probeer te maken, laten zien hoe moeilijk dat is en dat er nog veel vragen open blijven. Hoe bijvoorbeeld te bepalen of een overtuiging slechts triviaal is dan wel bescherming verdient? Moeten we het aan de staat overlaten om te beslissen wat normaal is, wat het belang van het kind is, wat triviaal is en wat moet worden verboden? Is dat democratisch en dus het minste kwaad of leidt het onherroepelijk tot het opleggen van de dominante norm aan minderheden? Een van de problemen is juist dat er geen consensus is over het verschil tussen triviale en belangrijke overtuigingen. En verdienen overtuigingen van individuen meer bescherming dan die van groepen (bijvoorbeeld religieuze groepen)? Ja want individuen zijn het zwakste en nee want een individu kan een triviale overtuiging hebben (naakt lopen) of een gestoorde overtuiging (alle leden van de Noorse sociaaldemocratische arbeiderspartij moeten dood), of de overtuiging kan niet echt zijn. 31 Het recht is slechts een gemankeerd middel om gelijke behandeling te bewerkstelligen, maar het is wel een van de beste middelen die we hebben Als we in vrede samen willen leven, moeten we dan naast naleving van de wet niet ook enige aanpassing, inburgering, eisen van nieuwkomers met het oog op sociale cohesie en in het belang van gemeenschapszin/broederschap? Maar welke eisen moeten we dan stellen en welke niet, welke normaliteit moeten we de nieuwkomers bijbrengen? Is het echt nodig dat ze een participatieverklaring ondertekenen? En hoort bij het eisen van inburgering niet ook het aanbieden van gratis inburgeringscursussen? 32 De wetgever kan nooit al die vragen beantwoorden en moet ze ook niet willen proberen te beantwoorden. Wetgeving moet algemeen zijn, voor de beoordeling van de toepassing van de regels in het individuele geval zijn rechters of collegeleden nodig. Maar ook wijzelf als burgers moeten blijven nadenken over dit soort vragen. Meestal zal ons antwoord afhankelijk zijn van de specifieke omstandigheden van het geval. Ik vind het vooral belangrijk om er over te blijven nadenken en met elkaar te praten, niet alleen met juristen en met wetenschappers maar met iedereen en heel vaak. Dit soort vragen gaan ons allemaal aan. Wellicht dat Rawls sluier van onwetendheid kan helpen? 33 Hoe zou je handelen als je niet zou weten wat je eigen maatschappelijke positie is, als je niet wist of je arm, rijk, dom, slim, zwart, wit, gehandicapt of recht van lijf van leden geboren bent en waar op de wereld je het levenslicht hebt gezien. Het recht is slechts een gemankeerd middel om gelijke behandeling te bewerkstelligen, maar het is wel een van de beste middelen die we hebben. Het allerbeste is in mijn ogen de opvoeding. Daarom vind ik het zo belangrijk om kinderen tolerant op te voeden, sterker, om ze plezier te laten beleven aan de enorme diversiteit die onze wereld kent. Diversiteit aan soorten lichamen, ideeën, seksuele voorkeuren en intelligentie. Laat ze hun hoofd boven het maaiveld uitsteken, maar laat ze ook zien dat mensen met een geestelijke of lichamelijke handicap met een kleine aanpassing en een klein beetje hulp vaak niet onderdoen voor anderen. Laat ze zien dat gelijkheid niet bestaat. Voor vivre ensemble is het belangrijk om open te staan voor het vreemde, de vreemde, het niet-normale. 11

12 Sander Steneker Mr. A. Steneker is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen (hoorcollegedocent Burgerlijk Recht I) en rechterplaatsvervanger bij de Rechtbank Oost-Brabant. ONDERZOEK 12

13 #194 november 2015 Zalco Wij mensen zijn een ijverige diersoort; zo n beetje alles om ons heen is door onszelf gemaakt. Ik zit dit te schrijven op mijn kamer in het prachtige nieuwe Grotiusgebouw en in mijn uitzicht kan ik maar weinig zien wat ons mensen is komen aanwaaien; zelfs de bomen waar ik op uitkijk, zijn daar waarschijnlijk door de tuinman op een welgemikte plek geplant. Als je daar als civielrechtelijk jurist naar kijkt, word je gek. Hoe moet je in hemelsnaam van al die verschillende zaken bepalen wie daar eigenaar van is en wie daar beperkte rechten op heeft? Gelukkig brengen de wettelijke bepalingen van natrekking, vermenging en zaaksvorming daar wel enige structuur in. Helaas verwijzen die leerstukken ons voor een deel naar een beoordeling op grond van de verkeersopvatting, maar gelukkig vult de Hoge Raad die steeds verder voor ons in. 1. HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2192, JOR 2015/ HR Valentijnsdag 1992, NJ 1993/ HR 24 maart 1995, NJ 1996/158. Zie daarover inmiddels art. 3:2a lid 1 maar vooral ook lid 2 BW. 4. Voor diegenen die hierover mochten twijfelen, stelt art. 5:16 lid 3 BW buiten twijfel dat art. 5:16 BW ook moet worden toegepast bij het verwerken van stoffen tot een nieuwe stof. 5. HR 5 oktober 1990, NJ 1992/226. De leerstukken van natrekking, vermenging én zaaksvorming kwamen samen in één procedure toen de Zeeland Aluminium Company ( Zalco ) failliet ging. In de elektrolyse-ovens bevonden zich grote hoeveelheden aluminium ter waarde van 28 miljoen. U begrijpt dat het voor leveranciers, afnemers, financiers en de curatoren van Zalco van groot belang was om te weten wie daar eigenaar van was en wie daar pandrechten of andere rechten op had. Dit moest worden bepaald aan de hand van de regels voor natrekking, vermenging en zaaksvorming. De Hoge Raad heeft hier onlangs arrest over gewezen. 1 Dit belangwekkende arrest zou u als B3-student Burgerlijk Recht I of als masterstudent Burgerlijk Recht zeker moeten kennen, al was het maar omdat het de werking van deze leerstukken alleen maar duidelijker maakt. 1. Zaaksvorming De eerste stap in het fabricageproces van Zalco was dat Zalco van grondstoffen (aluinaarde en kryoliet) aluminium maakt. Een goede jurist vraagt zich dan af of er daarmee een nieuwe zaak is gevormd (in de zin van art. 5:16 BW). Dat moet je volgens de Hoge Raad naar verkeersopvatting beoordelen. In Hinck/Van der Werff (ook wel Love Love genoemd, naar de naam van het schip) vond de Hoge Raad dat daarvan bij het afbouwen van een romp van een schip geen sprake is. 2 In Hollander s Kuikenbroederij vond de Hoge Raad dat kuikentjes wel nieuwe zaken zijn met een andere identiteit dan de eieren waar zij uitkwamen. 3 In Zalco is dit geen punt van discussie: het aluminium is een nieuwe zaak. 4 Voor de vraag of je dan lid 1 of lid 2 van art. 5:16 BW moet toepassen, zijn twee dingen van belang. Ten eerste moet je kijken van wie de grondstoffen zijn. Als Zalco al eigenaar wás van alle grondstoffen, moet haar eigendomsverkrijging worden verklaard via art. 5:16 lid 1 BW, omdat lid 2 alleen ziet op zaaksvorming uit of mede uit een of meer hem niet toebehorende roerende zaken. Als één of meer grondstoffen niet van Zalco waren (bijvoorbeeld omdat die onder eigendomsvoorbehoud zijn geleverd), kan lid 1 of lid 2 van toepassing zijn. Ten tweede moet je, als één of meer grondstoffen niet van Zalco zijn, beoordelen of Zalco het aluminium voor zichzelf maakt of voor een ander. Volgens Breda/Antonius moet je dat naar verkeersopvatting beoordelen, waarbij je vooral moet kijken naar de rechtsverhouding tussen Zalco en die ander. 5 In de Zalco-zaak is dit allemaal niet zo ingewikkeld, want Zalco vormt natuurlijk voor zichzelf. Dit betekent dat Zalco eigenaar wordt van het geproduceerde aluminium, ongeacht van wie de grondstoffen waren. Art. 5:16 lid 2 BW bepaalt immers dat wanneer iemand voor zichzelf een nieuwe zaak vormt, hij eigenaar wordt van die nieuwe zaak. Met deze systematiek maakt art. 5:16 BW zijn eigen eerste lid bijna overbodig. Als iemand een nieuwe zaak vormt, doet hij dat namelijk ofwel voor zichzelf, ofwel voor een ander. In het laatste geval is die ander degene die de zaak doet vormen, en dat valt ook onder lid 2! Een lange aanloop naar een eenvoudige conclusie: bij zaaksvorming wordt degene voor wie wordt 13

14 gevormd, eigenaar. Als die eigenaar ook al eigenaar was van de oorspronkelijke zaken, is dat op grond van lid 1, als één of meer zaken van een ander waren, is dat op grond van lid 2, maar de uitkomst is hetzelfde. Lid 1 kan alleen maar leiden tot een andere uitkomst dan lid 2 in gekke gevallen, bijvoorbeeld als de nieuwe zaak niet door menselijke arbeid is gevormd maar vanzelf is ontstaan, of wanneer de kosten van vorming zo gering waren dat deze de eigendomsverkrijging op grond van lid 2 niet rechtvaardigen (zie het slot van lid 2). bij zaaksvorming wordt degene voor wie wordt gevormd, eigenaar. Als die eigenaar ook al eigenaar was van de oorspronkelijke zaken, is dat op grond van lid 1, als één of meer zaken van een ander waren, is dat op grond van lid 2, maar de uitkomst is hetzelfde 2. Vermenging Zalco ging eind 2011 vrij plotseling failliet. De fabriek was toen nog volop in bedrijf. Op het moment van faillietverklaring zat er aluminium in de ovens en tijdens faillissement kwam daar nog meer aluminium bij. Zoals we hiervóór hebben gezien, werd Zalco eigenaar van al dat aluminium. Er was dus geen sprake van vermenging van roerende zaken die aan verschillende eigenaars toebehoren in de zin van art. 5:15 BW. Het geval wilde echter dat Zalco al het aluminium dat zij produceerde, bij voorbaat had verpand aan Glencore. Het vóór faillissement geproduceerde aluminium was daarom geldig verpand (art. 3:98 jo. 3:97 lid 1 BW). Het tijdens faillissement geproduceerde aluminium kon niet meer geldig worden verpand, omdat Zalco toen niet meer beschikkingsbevoegd was (art. 23 en 35 lid 2 Fw). Er is dus verpand aluminium vermengd met onverpand aluminium. Strikt genomen ziet art. 5:15 BW daar niet op, omdat de beide hoeveelheden aluminium niet aan verschillende eigenaars toebehoorden. Daarom moest misschien worden gevreesd dat het pandrecht van Glencore door deze vermenging teniet was gegaan. Aan de andere kant bepaalt art. 3:98 BW toch dat wat voor eigendomsoverdracht geldt, ook geldt voor vestiging van beperkte rechten (de overdracht van een gedeelte van het eigendomsrecht). Als Zalco het aluminium niet aan Glencore had verpand, maar aan Glencore had overgedragen, was Glencore eigenaar geworden van het vóór faillissement geproduceerde aluminium (art. 3:97 lid 1 BW) en Zalco van het tijdens faillissement geproduceerde aluminium (art. 23 en 35 lid 2 Fw). Dan was art. 5:15 BW wel gewoon van toepassing geweest! In het Zalco-arrest hakt de Hoge Raad deze knoop door. Hij overweegt dat art. 5:15 BW op deze vraag toch van toepassing is, ongeacht of de oorspronkelijke zaken van één eigenaar of van verschillende eigenaars zijn. Als we art. 5:15 BW dan toepassen, worden we doorverwezen naar art. 5:14 BW en moeten we beoordelen of één van beide hoeveelheden aluminium als hoofdzaak kan worden aangewezen. Dat is volgens lid 3 het geval als één van beide zaken volgens verkeersopvatting als hoofdzaak wordt beschouwd, of als de waarde van de ene zaak die van de andere aanmerkelijk overtreft. Over beide criteria maakt de Hoge Raad in Zalco een opmerking. Over de verkeersopvatting zegt de Hoge Raad dat de verkeersopvatting bij samenvoeging van gelijksoortige zaken geen bruikbaar criterium geeft. Dat betekent dat je bij samenvoeging van gelijksoortige zaken het waardecriterium moet toepassen. Over het waardecriterium zegt de Hoge Raad dat niet spoedig dient te worden aangenomen dat het waardeverschil tussen de oorspronkelijke zaken aanmerkelijk is. Het kan geen kwaad dat de Hoge Raad dat nog maar eens benadrukt, want ten onrechte wordt vaak gedacht dat wanneer bijvoorbeeld 900 liter van A vermengd raakt met 100 liter van B, de vloeistof van A de hoofdzaak is, zodat A eigenaar is van het nieuwe geheel van liter (art. 5:15 jo. 5:14 lid 1 BW) en B zijn eigendom kwijt is. Dat is niet zo: B wordt dan mede-eigenaar van de liter voor een aandeel van 10% (art. 5:15 jo. 5:14 lid 2 BW). Deze toepassing van het waardecriterium is trouwens niet nieuw: in het arrest Nieuwe Matex was

15 #194 november HR 10 februari 1978, NJ 1979/ Dit gebeurde ook in HR 10 februari 1978, NJ 1979/338 (Nieuwe Matex). 8. Volgens E.F. Verheul, WPNR 2015/7078, is dit geen zaaksvervanging, maar ik zou niet weten wat het anders is. 9. Om u een idee te geven: Zalco was, na de NS, de grootste stroomverbruiker van Nederland en de kerncentrale van Borssele is speciaal pal naast de Zalco-fabriek gebouwd om al die stroom te kunnen leveren. 10. Een interview met de curatoren staat in het Tijdschrift voor Insolventierecht (TvI) 2015/44. megaton benzeen van Easco en 40 megaton benzeen van Murochem in één tank opgeslagen en zelfs toen nam de Hoge Raad mede-eigendom aan (en geen hoofdzaak ). 6 Klinkt allemaal best logisch (vind ik), maar het leidt wel tot een merkwaardig resultaat: van al het aluminium is dus een aandeel verpand en een aandeel niet verpand, terwijl Zalco eigenaar is van beide aandelen en er dus geen sprake is van aandelen in een gemeenschap (je kunt immers geen gemeenschap hebben met jezelf). We moeten het echter ook weer niet ingewikkelder maken dan nodig is. Praktisch is dit niet ingewikkeld, want het pandrecht op dit aandeel kan gewoon worden geëxecuteerd door het verpande aandeel over te dragen, en dan ontstaat er een gemeenschap. 7 De uitkomst is ook wenselijk, want het zou toch raar zijn als de pandhouder zijn pandrecht door vermenging zou verliezen, terwijl bijvoorbeeld de schuldeiser met een eigendomsvoorbehoud zijn eigendomsrecht ziet voortleven doordat hij eigenaar wordt van het aandeel in de door vermenging ontstane gemeenschap (art. 5:15 jo. 5:14 lid 2 BW). Van belang is nog dat de Hoge Raad ook aangeeft hoe het pandrecht op het aandeel komt te rusten. Dat kan door vestiging of van rechtswege. Als het pandrecht op het aandeel zou moeten worden gevestigd, zou het faillissement van Zalco daaraan in de weg staan (art. 23 en 35 lid 2 Fw) en dan zou Glencore alsnog zijn pandrecht kwijt zijn. De Hoge Raad overweegt echter dat het pandrecht van rechtswege ontstaat en dus ook tijdens faillissement kan ontstaan. Dit betekent dat het pandrecht ontstaat door zaaksvervanging (ook wel substitutie genoemd) Natrekking De curatoren van Zalco kwamen er al snel achter dat het doordraaien van de fabriek een energierekening opleverde van ruim per dag (!). 9 Niet verwonderlijk dus dat zij de ovens meteen hebben uitgezet. 10 De curatoren moeten wel grote goederenrechtliefhebbers zijn, want hierdoor ontstond nóg een mooie vraag: wordt het aluminium dat stolt in de ovens, door die ovens nagetrokken? De Hoge Raad overweegt echter dat het pandrecht van rechtswege ontstaat en dus ook tijdens faillissement kan ontstaan. Dit betekent dat het pandrecht ontstaat door zaaksvervanging (ook wel substitutie genoemd) 11. Rb. Amsterdam 15 juli 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015: Vgl. HR 15 november 1991, NJ 1993/316 (Dépex). 13. Zie over het leerstuk van natrekking door onroerende zaken mijn artikel Grondrechten in Actioma 185 (juni 2013), p Dat is het geval als het aluminium een bestanddeel is geworden van de ovens, en dát moet je beoordelen op grond van art. 3:4 BW. Het kan dan bestanddeel zijn op grond van de verkeersopvatting (lid 1), of omdat het niet zonder beschadiging kan worden afgescheiden (lid 2). De Rechtbank Amsterdam heeft hier inmiddels over geoordeeld: het aluminium is geen bestanddeel geworden van de ovens. 11 Het is geen bestanddeel naar verkeersopvatting en verwijdering van het aluminium uit de ovens leidt ook niet tot beschadiging van betekenis. Je zou de ovens weer aan kunnen zetten en dan zou je het (vloeibare) aluminium kunnen verwijderen zonder de ovens te beschadigen. In dit geval is dat niet gedaan omdat dat te duur was, maar de fabriek en de ovens zouden toch gesloopt worden, dus het is niet erg dat er na verwijdering van het aluminium slechts een hoop schroot van de ovens overblijft. Dit lijkt mij een juiste toepassing van art. 3:4 BW. Als het aluminium nu wél een bestanddeel van de ovens zou zijn geworden, hadden we nog moeten beoordelen of dat had geleid tot natrekking door roerende of door onroerende zaken. Als de ovens roerend zouden zijn, zou voor de eigendomsvraag beslissend zijn wat de hoofdzaak is: het aluminium, de ovens, of geen van beide (art. 5:14 BW). In de Zalco-zaak werd er echter van uitgegaan dat de ovens onroerend zijn, omdat zij bestanddeel zijn van het fabrieksgebouw van Zalco. 12 Het aluminium zou dan indirect worden nagetrokken door de grond (art. 5:20 lid 1 sub e BW) en zou dan onroerend zijn geweest (art. 3:3 lid 1 BW)

16 Alex Stienissen Mr. A.S.M. Stienissen is masterstudent Economie en Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen ONDERZOEK 16

17 De onderlinge waarborgmaatschappij, een eerste en laatste podium? #194 november 2015 In de juridische wereld krijgt de onderlinge waarborgmaatschappij, ook wel onderlinge genaamd, vrijwel geen podium. Dit is niet verwonderlijk nu zij in de praktijk zeldzaam begint te worden. Zo zijn er op het moment van schrijven slechts 309 onderlingen ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. 1 Dit staat in schril contrast met het aantal ingeschreven coöperaties (5.050), bv s ( ) en nv s (4.009). Interessant is de vraag waarom de onderlinge grond verliest. In deze bijdrage wordt de onderlinge onder de loep genomen en worden grote knelpunten behandeld. Afgesloten wordt met het schetsen van mogelijke toekomstscenario s. 1. KvK (d.d. 29 oktober 2015). Achtergrond 1.1 Inleiding In de grond der zaak is de onderlinge waarborgmaatschappij niets dan een 2. C.J. van Zeben, Parl. Gesch. Boek 2, Deventer-Antwerpen: Kluwer 1962, p C. Pieters & G.J. Zweers, De onderlinge verzekeringsmaatschappij, TVVS 1988 (3), p J.P. Barth, De Onderlinge Waarborgmaatschappij, Maandblad NV 1975, p. 166 e.v.; Hillebrands, Burenhulp en brandkas, Zwolle 1968, p Het Utrechtse Bijlhouwers-Doodenfonds (1470), het Amsterdamse Metselaarsgildefonds (1527) en het Groningse Schoeknechtgildefonds (1594). Zie voor meer informatie Barth 1975, p Hillebrands 1968, p Vgl. Asser/Rensen 2-III* 2012/ Hillebrands 1968, p. 11 & 43. bijzondere vorm van coöperatie. 2 Met deze woorden geeft Meijers, grondlegger van het Burgerlijk Wetboek, de kern weer van de onderlinge. Het betreft een zekere samenwerking waarmee onderling wordt gewaarborgd. Waarborging betekent het in zekerheid stellen, het verzekeren. In de literatuur is steun te vinden voor een naamswijziging van de onderlinge waarborgmaatschappij naar onderlinge verzekeringsmaatschappij. 3 Dit zou beter passen bij de huidige tijd, maar de wetgever heeft hier tot op heden geen gehoor aan gegeven. Het tweede element onderling ziet op de omstandigheid dat verzekeraars en verzekerden dezelfde personen zijn. Zij staan tegenover elkaar en voorzien in elkanders behoeften. Het voordeel aan een dergelijke configuratie is dat de ondernemer is uitgeschakeld en er tegen kostprijs wordt verzekerd. De gedachte van onderlinge waarborging gaat ver terug in de tijd. Een van de oudste bekende gevallen is een onderlinge ezeldrijversverzekering uit de tijd van de Babylonische Koning Hammurabi (rond 1750 v.c.). 4 Ezeldrijvers kregen met deze verzekering een wederkerig belang bij elkaars ezels. Een drijver kreeg de schade vergoed indien een van zijn ezels was weggelopen. Hierdoor werd het risico van ondernemen gespreid. Hiernaast gold voor de drijvers een verplichting om bepaalde zorg te betrachten om te voorkomen dat ezels zouden weglopen iets wat men vandaag de dag een schadepreventieplicht zou noemen. In Nederland komen vanaf eind 16 e eeuw sporadisch vormen van onderlinge waarborging voor. 5 Onderlinge waarborging had veelal het karakter van onverplichte burenhulp of bijwagen van een organisatie met een breder doel. 6 Dit kenmerkte zich vaak door het opstellen van een onderling contract waarin rechten en verplichtingen van eenieder waren geregeld. Vanaf het einde van de 18 e eeuw vond de eerste golf van oprichtingen van vormen van onderlinge waarborging plaats, voornamelijk in de agrarische sector. 7 Kenmerken van deze samenwerkingsvormen waren het beperkte geografische werkterrein, de bekendheid van de leden met elkaar teneinde een bepaald risicoprofiel te realiseren en het verzekerd zijn voor slechts één risico (veelal brandkassen). 8 Deze samenwerkingsvormen waren voornamelijk gebaseerd op het gewoonterecht en niet op reglementen of statuten. In de tweede helft van de 19 e eeuw vond een tweede oprichtingsgolf plaats. Het gewoonterecht dat de onderlinge beheerste, werd vervangen door het geschreven recht en het werkterrein van deze nieuwe onderlingen lag vaak buiten het agrarische, in bijvoorbeeld het begrafeniswezen. 9. Begin jaren 60 is er dan ook enig debat geweest over de vraag of de onderlinge waarborgmaatschappij, die toen al bekend was, niet eerder als genootschap in plaats van vereniging moest worden aangemerkt. J.F. Uys, Die genootskapsooreenkoms (diss. Leiden), Leiden: Drukkerij Luctor et emergo 1961, p. 1; L. Roeleveld, De statuten van een onderlinge levensverzekeringsmaatschappij in modern gewaad, TVVS 1963/1964, p Vgl. Roeleveld 1963, p In de loop van de tijd is er sprake geweest van een zekere institutionalisering. Van oorsprong is de onderlinge waarborging geënt op een meerpartijenovereenkomst. Nu wordt de onderlinge als zelfstandige entiteit beschouwd die wordt geredigeerd door statuten. 9 Organisatie is nodig om de vaak nagestreefde schaalvergroting van onderlingen te realiseren. Het bestuur krijgt een vaste functie. Dit is mede nodig om de controle aan te sturen op het nemen van schadepreventieve maatregelen door de aangeslotenen of leden. Een van de kenmerken van de onderlinge waarborgmaatschappij is dat het lidmaatschap en de verzekeringsrechten nauw samenhangen. 10 De vergadering van leden vormt het wetgevende orgaan en beschikt over de uiteindelijke macht. Dit verenigingsaspect is niet terug te vinden in een kapitaalven- 17

18 nootschap. In Europees verband is in de periode tussen 1992 tot 2006 door de Europese Commissie vruchteloos geprobeerd een regeling aangaande de Europese onderlinge waarborgmaatschappij (European mutual society) in te voeren. 11 Ondanks dat dit niet gelukt is, blijft de Europese Commissie zich bezighouden met de Europese onderlinge. Het belang acht zij aanwezig nu bijna 70% van de verzekeringsmaatschappijen in de Europese Unie gekwalificeerd wordt als onderlinge waarborgmaatschappij en dat deze 25% van de totale verzekeringsmarkt voor hun rekening nemen. 12 Hieruit blijkt echter wel, dat de overige verzekeraars naar verhouding groter zijn dan de onderlingen. Enkele voorbeelden van grote onderlingen die we vandaag de dag in Nederland kennen zijn OVM Twente, AgriVer en 20 zelfstandige onderlingen die onder Univé vallen. Verder zijn de meeste onderlingen actief op het gebied van paarden-, uitvaart- en zorgverzekering. 1.2 Wetshistorie Tot 1838 is de onderlinge waarborgmaatschappij uit het oog gebleven van enige wettelijke regeling. In 1838 is hier verandering in gekomen. In art. 286 van het Wetboek van Koophandel (WvK) kwam te staan: De wederkeerige Verzekering- of Waarborgmaatschappijen worden door hare overeenkomsten en reglementen geregeerd, en, bij onvolledigheid, naar de beginselen van het recht. 13 In de periode van 1838 tot 1855 ontleende de onderlinge haar rechtspersoonlijkheid aan art van het (oud) Burgerlijk Wetboek (BW). 14 Zij kreeg als zedelijk lichaam van rechtswege rechtspersoonlijkheid. 15 Hier kwam verandering in met de inwerkingtreding van de Wet op de Vereniging en Vergadering in Met deze wet trachtte de wetgever het grondwettelijke recht van vereniging en vergadering uit te werken. Opmerkelijk was dat een zedelijk lichaam erkenning nodig had van de regering om rechtspersoonlijkheid te verkrijgen. Van overheidswege werd het standpunt ingenomen dat de onderlinge deze erkenning niet nodig had, nu zij niet als zedelijk lichaam had te gelden. Echter, de Hoge Raad besliste anders in het baanbrekende Adelaar-arrest. 17 Hierdoor ontstond een buitengewoon interessante situatie waarbij groot opererende onderlingen geacht werden niet de dragers van rechten en verplichtingen te zijn. Veel effect voor de praktijk heeft dit naar mijn weten niet gehad, nu de wetgever met terugwerkende kracht bij wet heeft geregeld dat de onderlinge waarborgmaatschappij buiten de sfeer van de rechtspersoonlijkheidsbepalingen van de Wet van 1855 zijn gebracht. 18 Het duurt tot 1976, eer het vrije karakter van de onderlinge wordt ingeperkt met de invoering van het Nieuw BW waarin specifieke regels voor haar zijn gegeven. De wetgever heeft aansluiting gezocht bij het wettelijke regime van de coöperatie, dat reeds voor de invoering van het Nieuw BW omvangrijker was dan dat van de onderlinge. 19 Van gelijkstelling is echter geen sprake, waarbij Meijers over de onderlinge opmerkt dat dit wenselijk is omdat zij ouder is dan de overige coöperatievormen en zich niet van de benaming coöperatief bedient. Bovendien bezit deze coöperatieve vorm van verzekering eigenaardigheden, die enige bijzondere regels voor haar noodzakelijk maken. 20 Met deze regeling blijft de onderlinge overigens een bijzondere vereniging. In 1989 komt hier verandering in en wordt zij, net als de coöperatie, beschouwd als een zelfstandige rechtspersoon, te onderscheiden van de gewone vereniging. 21 Het wettelijk kader van de OWM 2.1 Regeling De onderlinge waarborgmaatschappij deelt met de coöperatie Titel 3 in het BW. In art. 2:53 lid 2 BW wordt de wettelijke omschrijving gegeven van de onderlinge, de bepaling luidt als volgt: 11. COM/1991/ Aldus de Europese Commissie: ec.europa.eu/growth/smes/promoting-entrepreneurship/we-work-for/ social-economy/mutual-societies/index_ en.htm (geraadpleegd op ). 13. WvK 1838, Stb. 12. Een latere praktische erkenning van de onderlinge kan worden gevonden in de Hrw 1918, Stb. 493 en de Wet op het levensverzekeringsbedrijf 1922, Stb Vgl. G.J.H. van der Sangen, Rechtskarakter en financiering van de coöperatie (diss. UvA), Deventer: Tjeenk Willink 1999, p Het begrip zedelijk lichaam is zeer vaag. Uit de MvT blijkt dat het dient te gaan om verenigingen die met eenig doel, niet met de wetten of de goede zeden strijdig, zijn samengesteld. Informatie verkregen uit J.C. Voorduin, Geschiedenis en beginselen der Nederlandsche Wetboeken (Deel 5), Utrecht: Robert Natan 1838, p Wet van 22 april 1855, Stb HR 20 oktober 1865, W Wet van 14 september 1866, Stb Vgl. Asser/Rensen 2-III* 2012/278. De rechter heeft overigens de bepalingen van de Wet op de Coöperatieve Vereenigingen van 28 mei 1925, Stb. 204 nooit naar analogie toegepast op de onderlinge. 20. C.J. van Zeben 1962, p Wet van 16 juni 1988, Stb Tevens wordt met deze wet de structuurregeling voor grote coöperaties en onderlingen ingevoerd. Overigens vindt in 2006 nog een wetswijziging plaats in verband met de herziening van het zorgstelsel. De onderlinge waarborgmaatschappij is een bij notariële akte als onderlinge waarborgmaatschappij opgerichte vereniging (1). Zij moet zich blijkens de statuten ten doel stellen met haar leden verzekeringsovereenkomsten te sluiten (2), een en ander in het verzekeringsbedrijf (3) dat zij te dien einde ten behoeve van haar leden uitoefent (4). Met deze bepaling heeft de wetgever materiële kenmerken gegeven die de onderlinge onderscheidt van andere samenwerkingsvormen. Dit onderscheid valt niet af te leiden van het formele (bestaans)criterium. Voor de oprichting van een onderlinge is voldoende dat een notaris een akte verlijdt waarin vermeld staat dat hij een onderlinge waarborgmaatschappij opricht. 22 De materiële kenmerken blijven echter relevant voor het voortbestaan van 22. Aldus ook Asser/Van der Grinten & Maeijer 2-II 1997/386; P.C.S. Van der Bijl, De coöperatie als houdstermaatschappij; houdstercoöperatie en concerncoöperatie, ONDR 2010 (3), p ; J.H. Lieber, Coöperatie, in: Handboek ondernemingsrecht, Zutphen: Walburgpers 2011, p

19 #194 november Art. 2:19 lid 1 sub f jo. art. 2:21 lid 1 onder c BW. 24. Aldus ook Asser/Rensen 2-III* 2012/208; P.J. Dortmond, De zuivere holdingcoöperatie, een coöperatie?, in: G.J.H. Van der Sangen (red.), De coöperatie, een eigentijdse rechtsvorm, Den Haag: Boom Juridische Uitgevers 2007, p In het kader van het nauwverwante coöperatierecht; aldus ook Dortmond 2007, p. 5. Anders Van der Sangen, De Coöperatie, in: J.J.A. Hamers e.a. (red.), Handboek Stichting en Vereniging, Zutphen: Paris 2015, p Steun wordt gezocht bij art. 2:19 lid 1 onder d BW. Hierin staat dat een rechtspersoon wordt ontbonden door het geheel ontbreken van leden. Mijns inziens kent ontbinding ex art. 2:19 lid 1 sub f jo. 2:21 lid 1 onder c echter een andere toetsingsmaatstaf. Overigens is in de praktijk de constructie waarin de coöperatie als tussenholding fungeert tussen een moederen dochtervennootschap veelvoorkomend. 26. Art. 2:62 BW. 27. Art. 2:53 lid 3 & 4 BW. 28. Asser/Van der Grinten & Maeijer 2-II 1997/ Vgl. Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/ Art. 2:55 BW (aansprakelijkheid), art. 6 lid 1 onder a Hrgw (inschrijvingsplicht), art. 2:58 BW (jaarrekeningenrecht), art. 2:344 onder a BW (enquêterecht) en art. 3:20 Wft (verzekeraar). de rechtspersoon. Indien de onderlinge hier niet aan voldoet dan moet de rechter deze op verzoek van een belanghebbende of het OM ontbinden. 23 Hij kan dan wel een terme de grâce (genadetermijn) verlenen waarbinnen de onderlinge moet zorgen dat zij alsnog aan de eisen der wet voldoet, of zich omzet naar een andere rechtspersoon. 2.2 Kenmerken Vereniging. Hoewel de onderlinge een eigen rechtspersoon is, blijft zij als materieel kenmerk behouden het zijn van een vereniging. 24 Deze vereniging kent drie elementen. Zo zal er sprake moeten zijn van organisatie. Organen als het bestuur en de algemene ledenvergadering zijn essentieel in een vereniging. Dit snijdt direct het tweede element aan. Essentieel voor de onderlinge is het hebben van een ledensubstraat of grondlaag van leden. Over de vraag of een vereniging met maar één lid binnen het wettelijk systeem valt, is in de literatuur discussie. 25 Ik meen dat een onderlinge in een dergelijk geval niet onder haar wettelijke omschrijving valt. Uit de tekst van de wet en de parlementaire geschiedenis blijkt expliciet dat ervan uit wordt gegaan dat een vereniging (meerdere) leden kent. Dit is evenzo ingekapseld in het begrip ver-eeniging. Het laatste kenmerk van de vereniging is het hebben van een doel. Op het oog kleurt de wetgever dit doel volledig in met het geven van een wettelijke beschrijving. Zo moet de onderlinge zich blijkens haar statuten ten doel stellen om met leden verzekeringsovereenkomsten te sluiten, een en ander in het verzekeringsbedrijf dat zij te dien einde ten behoeve van haar leden uitoefent. Sluiten van verzekeringsovereenkomsten met leden. Een verzekeringsverhouding ontstaat door het sluiten van een overeenkomst tussen de onderlinge en het lid. In beginsel is een verzekeringnemer van de onderlinge van rechtswege lid. 26 Hiermee ontstaat een dubbele rechtsband. Hoewel het indruist tegen de aard van de onderlinge, is het mogelijk dat zij ook verzekeringsovereenkomsten sluit met niet-leden. Hiervoor gelden bijkomende voorwaarden. Zo moet deze contracteermogelijkheid in de statuten zijn opgenomen, en mogen overeenkomsten met leden niet van ondergeschikte betekenis worden. 27 Ook dienen de verplichtingen van (oud)leden om in tekorten van de onderlinge bij te dragen te zijn uitgesloten. Verzekeringsbedrijf zelf uitoefenen. Het bedrijf dat de onderlinge uitoefent waarin overeenkomsten met leden worden gesloten, is het verzekeringsbedrijf. De onderlinge dient het bedrijf zelf uit te oefenen. Dit is anders bij de coöperatie, waar de wetgever heeft bepaald dat zij dit bedrijf ook door een andere rechtspersoon mag laten uitoefenen. In de literatuur is betoogd dat de onderlinge voor de uitoefening van verzekeringsactiviteiten die niet tot het statutaire doel van de onderlinge behoren, wel gebruik mag maken van een dochtermaatschappij. 28 Een voorbeeld is een onderlinge die normaliter schadeverzekeringen afsluit, maar haar levensverzekeringtak onderbrengt in een bv waarvan zij alle aandelen houdt. Dit is echter onverenigbaar met een grammaticale interpretatie van de wet. Daarnaast staat dit naar mijn mening op gespannen voet met het beperkte werkterrein en het doel van de onderlinge dat zij van oudsher kent. Zij is van oorsprong immers een soort middel dat gebruikt wordt door de leden om een zekere verzekeringspoel te creëren, waarbij de kosten van beheer en mogelijke nevenactiviteiten tot een minimum worden beperkt. Verzekeringsbedrijf ten behoeve van de leden. De onderlinge heeft als rechtspersoon een eigen belang. Haar belang wordt gevormd door de deelbelangen van betrokkenen, zoals dat van de leden en werknemers. 29 Echter, het belang van de leden weegt zéér zwaar. Dit vindt ook zijn weerslag in de wet. Indien het uitoefenen van een verzekeringsbedrijf niet meer in het belang van de leden is, dan dient de onderlinge deze uitoefening te stoppen. Het bedrijf zal niet primair ten behoeve van niet-leden mogen worden uitgeoefend. De onderlinge is immers aangewend door leden om een risicogemeenschap te creëren. Overige karakteristieken. De onderlinge waarborgmaatschappij kent naast de hierboven genoemde kenmerken nog een aantal bijzondere regelingen die hier overigens niet uitputtend worden behandeld. 30 Er zijn drie aansprakelijkheidsregimes mogelijk die van belang zijn ingeval er een tekort bestaat bij de onderlinge. Zo is er de (onbeperkte) wettelijke, de beperkte en de uitgeslo- 19

20 ten aansprakelijkheid van leden. Willen de leden op deze laatste twee regimes een beroep doen, dan dient dit tot uitdrukking te zijn gebracht in de naam van de onderlinge waarborgmaatschappij middels respectievelijk de achtervoegsels B.A. of U.A. Daarnaast is het jaarrekeningenrecht en enquêterecht eveneens op de onderlinge van toepassing en dient zij te zijn ingeschreven in het Handelsregister. In de Wet op het Financieel Toezicht is de onderlinge één van de drie rechtspersonen die bepaalde verzekeringsactiviteiten, als het sluiten van schade- en uitvaartverzekeringen, mag ontplooien. Knelpunten 3.1 Financiering De wijze van financiering kan per onderlinge verschillen. Zelffinanciering conform het omslagstelsel is de traditionele wijze van financiering. Met de premieopbrengsten worden de uitgaven gedekt in een verzekeringsjaar. Overschotten of tekorten in dat jaar kunnen worden teruggestort of aangezuiverd. Dit leidt er echter toe dat de premie per jaar kan verschillen. Dit wordt veelal als negatief ervaren omdat men behoefte heeft aan meer zekerheid wat betreft de hoogte van de premie. Een gefixeerde premie tackelt dit probleem en kan op meerdere manieren worden gerealiseerd. Zo kan een eigen vermogen worden gevormd als bufferkapitaal. Vorming van een eigen vermogen gaat daarentegen in tegen de aard van de onderlinge als middel. Een individueel lid verliest immers zijn aanspraak op het vermogen, vandaar dat dit vermogen in de dode hand wordt genoemd. Eigen vermogen kan worden gevormd door inhouding van de winst die die onderlinge maakt door het onderhouden van zakelijk verkeer met niet-leden. Daarnaast is het mogelijk om een waarborgkapitaal te realiseren door het uitgeven van aandelen aan leden. 31 Daarbij komt dat een onderlinge die te gelden heeft als verzekeraar in de zin van de Wft, verplicht is om te beschikken over een minimumbedrag aan eigen vermogen. 32 De buffer kan mijns inziens ook worden gevormd met vreemd vermogen, verstrekt door leden in de vorm van bijvoorbeeld ledencertificaten of door derden. Bij financiering met vreemd vermogen zal steeds bekeken moeten worden of de vergoeding aan vermogensverschaffers verenigbaar blijft met het behartigen van de belangen van de leden. Middels een wettelijk of beperkt aansprakelijkheidsregime kan extra zekerheid worden verstrekt aan verschaffers van vreemd vermogen, waardoor het eenvoudiger en goedkoper wordt om deze financiering te verkrijgen. De keerzijde hiervan is echter wel dat een mogelijke aansprakelijkheidsvordering als een zwaard van Damocles boven het hoofd van een lid komt te hangen. Bij financiering met vreemd vermogen zal steeds bekeken moeten worden of de vergoeding aan vermogensverschaffers verenigbaar blijft met het behartigen van de belangen van de leden 31. Art. 2:62 BW. Kamerstukken II 19775, 3, p Art. 3:53 jo. art. 3:57 Wft. 3.2 Onderling? In de oorspronkelijke vormen van onderlinge waarborging in Nederland, is de persoonlijke bekendheid van verzekerden onder elkaar een belangrijk kenmerk. Hieraan zitten immers meerdere voordelen. Allereerst weten de verzekerden welke personen zij beter kunnen weren uit de risicogemeenschap. Zo zal iemand waarvan bekend is dat hij een hoogst onzorgvuldige bedrijfsvoering heeft, eerder worden geweigerd. Daarnaast is de relatie van leden onderling niet zuiver zakelijk, het speelt zich ook af in de sociale sfeer. Een uitkering aan de een wordt mede gedragen door de anderen. In een kleine gemeenschap zal dit er waarschijnlijk toe leiden dat verzekerden meer zorg zullen betrachten en meer controle op elkaar zullen uitoefenen. Het behoud van het onderlinge karakter heeft echter een prijskaartje genaamd schaalvergroting. Verzekeringsmaatschappijen met veel verzekerden kunnen immers hun vaste kosten afwentelen op meer verzekerden. Dit heeft een drukkende werking op de premie die een verzekerde dient te betalen. Hierdoor kan een premie van een dergelijk niet-onderlinge verzekeringsmaatschappij lager uitvallen dan die van een zuiver onderlinge, ondanks dat zij meer kampt moral hazard of moreel wangedrag van de verzekerden. Dit laatste houdt in dat de min of meer anonieme verzekerden zich waarschijnlijk risicovoller gedragen nu zij weten dat eventuele schade wordt gedekt en er geen sociale controle is. 3.3 Doen uitoefenen Voor de coöperatie is het sinds 1976 mogelijk dat zij haar bedrijf doet uitoefenen. 33 Zij kan (een deel van) haar bedrijfsvoering overlaten aan een andere rechtspersoon. Voordelen hieraan zijn dat risico s kunnen worden gespreid, er een flexibele structuur kan worden gecreëerd en fiscale voordelen kunnen worden behaald. 34 Daarnaast kan de invloed van leden worden beperkt, om een meer continue bedrijfsvoering mogelijk te maken. Dit laatste staat lijn- 33. Van Zeben 1977, p Zie in dit kader het onderscheid in het vennootschapsbelastingtarief, gemaakt in art. 22 Wet Vpb

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/149415

Nadere informatie

LEIDRAAD KLEDING OP SCHOLEN

LEIDRAAD KLEDING OP SCHOLEN LEIDRAAD KLEDING OP SCHOLEN Inleiding De laatste tijd is er veel publiciteit geweest rond scholen die hun leerlingen verboden gezichtsbedekkende kleding of een hoofddoek te dragen. Uit de discussies die

Nadere informatie

Instructie: Landenspel light

Instructie: Landenspel light Instructie: Landenspel light Korte omschrijving werkvorm In dit onderdeel vormen groepjes leerlingen de regeringen van verschillende landen. Ieder groepje moet uiteindelijk twee werkbladen (dus twee landen)

Nadere informatie

Leidraad voor kleding op scholen

Leidraad voor kleding op scholen Leidraad voor kleding op scholen KS Fectio Vastgesteld door het DTO Vastgesteld door het bestuur Vastgesteld door de GMR d.d.: d.d.: d.d.: KS Fectio 1 Inleiding Wij leven in een maatschappij die in beweging

Nadere informatie

Datum Wijziging Awgb 20 september 2016 Ons kenmerk 2016/0125/AvD/KB/RG

Datum Wijziging Awgb 20 september 2016 Ons kenmerk 2016/0125/AvD/KB/RG Tweede Kamer der Staten-Generaal Aan de voorzitter van de Vaste commissie voor Binnenlandse Zaken Mevrouw P. Dijkstra Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Onderwerp Datum Wijziging Awgb 20 september 2016 Ons

Nadere informatie

Beleidsnotitie Kledingvoorschrift

Beleidsnotitie Kledingvoorschrift Beleidsnotitie Kledingvoorschrift Versie 01-08-2012 Postbus 930 3800 AX Amersfoort tel. 033-2570645 fax. 033-2570646 e.mail: info@kpoa.nl Inleiding Om de scholen in staat te stellen handelend op te kunnen

Nadere informatie

Wat is een rechtsstaat?

Wat is een rechtsstaat? Wat is een rechtsstaat? Nederlanders hebben veel vrijheid. We hebben bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting: we mogen zeggen en schrijven wat we willen. Toch heeft deze vrijheid grenzen. Zo staat er in

Nadere informatie

ECCVA/U200801782 CVA/LOGA 08/37 Lbr. 08/187

ECCVA/U200801782 CVA/LOGA 08/37 Lbr. 08/187 Brief aan de leden T.a.v. het college informatiecentrum tel. (070) 373 8021 betreft gelaatsbedekkende kleding bij gemeentepersoneel Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk ECCVA/U200801782 CVA/LOGA 08/37 Lbr.

Nadere informatie

Wat is een constitutie?

Wat is een constitutie? Wat is een constitutie? Veel landen op de wereld worden op een democratische manier bestuurd. Een democratie staat echter niet op zichzelf. Bij een democratie hoort namelijk een rechtsstaat. Democratie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I Opgave 2 Religieus recht 7 maximumscore 2 een beargumenteerd standpunt over de vraag of religieuze wetgeving en rechtspraak voor bepaalde bevolkingsgroepen tot cultuurrelativisme leidt 1 een uitleg van

Nadere informatie

Turbo-liquidatie en de bestuurder

Turbo-liquidatie en de bestuurder Turbo-liquidatie en de bestuurder Juni 2012 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel is noch de auteur noch Boers Advocaten

Nadere informatie

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Mevrouw dr. K. Arib Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Geachte voorzitter,

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Mevrouw dr. K. Arib Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Geachte voorzitter, Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Mevrouw dr. K. Arib Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Onderwerp Wetsvoorstel gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding Datum 31 maart 2016 Ons

Nadere informatie

Stand for Secularism and Human Rights!

Stand for Secularism and Human Rights! EU ELECTIONS 2014 Stand for Secularism and Human Rights! EHF Manifesto November 2013 E uropean elections in May 2014 will be crucial for humanists in Europe. The rise of radical populist parties, the persisting

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstatc 201106725/1/V1. Datum uitspraak: 3 juli 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het

Nadere informatie

Datum 5 november 2012 Onderwerp Antwoorden kamervragen over strafrechtelijke ontruiming van krakers

Datum 5 november 2012 Onderwerp Antwoorden kamervragen over strafrechtelijke ontruiming van krakers 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Van gunsten naar rechten voor leerlingen met beperkingen. Het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap en onderwijs

Van gunsten naar rechten voor leerlingen met beperkingen. Het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap en onderwijs Van gunsten naar rechten voor leerlingen met beperkingen Het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap en onderwijs Feiten New York 13 december 2006 Verdrag + Optioneel Protocol (rechtsbescherming)

Nadere informatie

Gedragscode Versie: januari 2016 Vastgesteld: januari 2016 Door: Coördinatieteam Netwerk Gewoon Samen Evaluatiedatum: Januari 2017

Gedragscode Versie: januari 2016 Vastgesteld: januari 2016 Door: Coördinatieteam Netwerk Gewoon Samen Evaluatiedatum: Januari 2017 Gedragscode Versie: januari 2016 Vastgesteld: januari 2016 Door: Coördinatieteam Netwerk Gewoon Samen Evaluatiedatum: Januari 2017 Beste vrijwilliger van Netwerk Gewoon Samen, Netwerk Gewoon Samen heeft

Nadere informatie

Wat is een constitutie?

Wat is een constitutie? Wat is een constitutie? 2 Veel landen op de wereld worden op een democratische manier bestuurd. Een democratie staat echter niet op zichzelf. Bij een democratie hoort namelijk een rechtsstaat. Democratie

Nadere informatie

Botsende rechten in het onderwijs

Botsende rechten in het onderwijs Botsende rechten in het onderwijs Factsheet over de soms botsende relatie tussen vrijheid van onderwijs, het verbod op discriminatie en vrijheid van godsdienst Bureau Discriminatiezaken Kennemerland Postbus

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 353 Wijziging van enige bepalingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het geregistreerd partnerschap, de geslachtsnaam

Nadere informatie

Stichting EJ van de Arbeid

Stichting EJ van de Arbeid Stichting EJ van de Arbeid.... 1.. VERKLARING GELIJKE BEHANDELING OP DE ARBEIDSMARKT december 1998 Publikatienr. 9/98 Colof on Uitgave: Stichting van de Arbeid Bezuidenhoutseweg 60 Postbus 90405 2509 LK

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú

BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú De Socialistische Fractie in het Europees Parlement streeft naar de garantie dat iedereen zich volledig aanvaard voelt zoals hij of zij is, zodat we in onze gemeenschappen

Nadere informatie

GRONDWET EN GELIJKHEID

GRONDWET EN GELIJKHEID Factsheet Grondwet voor Europa GRONDWET EN GELIJKHEID April 2005 Platform Artikel 13 Factsheet Grondwet en Gelijkheid Deze factsheet bevat informatie over de gevolgen van de invoering van de Grondwet voor

Nadere informatie

Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming ~ 2500 GC Den Haag

Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming ~ 2500 GC Den Haag Parkstraat 83 Den Haag Correspondentie: Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming ~ 2500 GC Den Haag ~ Telefoon Fax algemeen (070) (070) 361 93361 009310 Fax rechtspraak (070) 361 9315 Aan de

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding...4 Hoofdstuk 1 Het ontstaan van mensenrechten...6 Hoofdstuk 2 Dertig mensenrechten...14

Inhoud. Inleiding...4 Hoofdstuk 1 Het ontstaan van mensenrechten...6 Hoofdstuk 2 Dertig mensenrechten...14 Inhoud Inleiding...4 Hoofdstuk 1 Het ontstaan van mensenrechten...6 Hoofdstuk 2 Dertig mensenrechten...14 Inleiding Je hoort of leest vaak over mensenrechten. Maar kun je ook een paar mensenrechten opnoemen?

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode?

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode? DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848 ACHTERGRONDINFORMATIE PERIODE 1815-1848 DE EERSTE JAREN VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN Tussen 1795 en 1813 was Nederland overheerst geweest door de Fransen. In

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1 De Minister van Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Afdeling Ontwikkeling bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag Correspondentieadres Postbus 90613 2509 LP Den Haag datum 2 maart 2010 doorkiesnummer

Nadere informatie

Oordeel 2012-133. Datum: 3 augustus 2012. Dossiernummer: 2012-0076. Oordeel in de zaak van [... ] wonende te [... ], verzoekster.

Oordeel 2012-133. Datum: 3 augustus 2012. Dossiernummer: 2012-0076. Oordeel in de zaak van [... ] wonende te [... ], verzoekster. Oordeel 2012-133 Datum: 3 augustus 2012 Dossiernummer: 2012-0076 Oordeel in de zaak van [... ] wonende te [... ], verzoekster tegen Stichting ROC Midden Nederland gevestigd te Utrecht, verweerster 1 Procesverloop

Nadere informatie

Wie gelooft in privacy, gelooft in sprookjes!

Wie gelooft in privacy, gelooft in sprookjes! Wie gelooft in privacy, gelooft in sprookjes! Er was eens. Een kort verhaal door R.P. Wijne, 28 maart 2014 1 een patiënt 2 Medisch beroepsgeheim Hulpverleners hebben een beroepsgeheim: Art. 7:457 BW Art.

Nadere informatie

Diversiteitsvraagstukken: aanpassing van kledijvoorschriften

Diversiteitsvraagstukken: aanpassing van kledijvoorschriften Diversiteitsvraagstukken: aanpassing van kledijvoorschriften Henk Keygnaert en Joke Vanreppelen 24 oktober 2011 1.1 Voorbeeldcase Volgende week start een stagiaire op de dienst burgerzaken. Zij draagt

Nadere informatie

Gelijke behandeling. informatie voor werknemers

Gelijke behandeling. informatie voor werknemers Gelijke behandeling informatie voor werknemers Gelijke behandeling: informatie voor werknemers Het is wettelijk bepaald dat iemand niet ongelijk behandeld mag worden vanwege zijn godsdienst, levensovertuiging,

Nadere informatie

29 september 2009 BELEIDSNOTA. Kledingvoorschriften

29 september 2009 BELEIDSNOTA. Kledingvoorschriften 29 september 2009 BELEIDSNOTA Kledingvoorschriften S. van Duijn Beleidsmedewerker P&O Status: Definitief Kenmerk: 1.25 Directieberaad: 24 maart 2009 Bestuur: GMR: 29 september 2009 INHOUDSOPGAVE Pag. 1.

Nadere informatie

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden.

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden. beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter zittinghoudende te Utrecht zaaknummer: 2534388 UE VERZ 13805 GD/4243 Beschikking van 13 december 2013 inzake X wonende te Arnhem,

Nadere informatie

Onverenigbaar met de verenigingsvrijheid

Onverenigbaar met de verenigingsvrijheid TVCR OKTOBER 2010 DE STELLING 443 Onverenigbaar met de verenigingsvrijheid A.B. TERLOUW 1 De redactie heeft me gevraagd deze stelling te bestrijden. Dat doe ik graag, hoewel ik ook wel enige kritiek heb

Nadere informatie

KLUWER GELIJKHEID EN (ANDERE) GRONDRECHTEN. Onder redactie van R. Holtmaat M. van den Brink A.C. Hendriks D. Jongsma

KLUWER GELIJKHEID EN (ANDERE) GRONDRECHTEN. Onder redactie van R. Holtmaat M. van den Brink A.C. Hendriks D. Jongsma GELIJKHEID EN (ANDERE) GRONDRECHTEN BUNDEL OPSTELLEN TER GELEGENHEID VAN HET TIENJARIG BESTAAN VAN DE AWGB Onder redactie van R. Holtmaat M. van den Brink A.C. Hendriks D. Jongsma Met bijdragen van E.A.

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 02/06/2015

Datum van inontvangstneming : 02/06/2015 Datum van inontvangstneming : 02/06/2015 Vertaling C-188/15-1 Zaak C-188/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 24 april 2015 Verwijzende rechter: Cour de cassation (Frankrijk)

Nadere informatie

Pizza Verdi. Opdrachtenblad. Regie: Gary Nadeau Jaar: 2011 Duur: 8 minuten

Pizza Verdi. Opdrachtenblad. Regie: Gary Nadeau Jaar: 2011 Duur: 8 minuten Pizza Verdi Regie: Gary Nadeau Jaar: 2011 Duur: 8 minuten Opdrachtenblad Lesuurpakket Pizza Verdi (thema s: sociale verschillen, stereotyperingen/vooroordelen; verdiepingsopdracht Amerikaanse burgerrechten)

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE . > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat

Nadere informatie

3.1 Goederenrecht. Kay Horsch 18 januari 2011

3.1 Goederenrecht. Kay Horsch 18 januari 2011 3.1 Kay Horsch 18 januari 2011 Taak 1 Verbintenissenrecht 1. Absoluut (!!!) 2. Exclusief 3. Zaaksgevolg (Droit de Suite) 4. Prioriteit 5. Separatisme Boek 3, Titel 1, Afdeling 1 Bijvoorbeeld Goederen :

Nadere informatie

Statutair bestuurder, tevens aandeelhouder kan tegen zijn wil en in strijd met aandeelhoudersovereenkomst ontslagen worden

Statutair bestuurder, tevens aandeelhouder kan tegen zijn wil en in strijd met aandeelhoudersovereenkomst ontslagen worden Statutair bestuurder, tevens aandeelhouder kan tegen zijn wil en in strijd met aandeelhoudersovereenkomst ontslagen worden Author : gvanpoppel Statutair bestuurder, tevens aandeelhouder kan tegen zijn

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder. Zaaknummer: 2008/008 Rechter(s): mrs. Loeb, Lubberdink, Mollee Datum uitspraak: 20 juni 2008 Partijen: appellant tegen college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

Docentenhandleiding Botsende grondrechten

Docentenhandleiding Botsende grondrechten Docentenhandleiding Botsende grondrechten Korte omschrijving programma-onderdeel: De leerlingen worden ingedeeld in groepjes van elk 4 à 6 leerlingen. Afhankelijk van de grootte van de klas ontstaan er

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/32166

Nadere informatie

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Auteur: Mr. T.L.C.W. Noordoven[1] Hoge Raad 23 maart 2012, JAR 2012/110 1.Inleiding Maakt het vanuit het oogpunt

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Gedragscode stichting Torion

Gedragscode stichting Torion Gedragscode stichting Torion Vooraf De organisatie wil door middel van deze gedragscode vorm en inhoud geven aan het voorkomen en bestrijden van agressie, seksuele intimidatie en discriminatie. Tevens

Nadere informatie

Wat u over een procedure bij het College voor de Rechten van de Mens moet weten

Wat u over een procedure bij het College voor de Rechten van de Mens moet weten Wat u over een procedure bij het College voor de Rechten van de Mens moet weten Informatie over de procedure bij het College voor de Rechten van de Mens Deze brochure bevat informatie die van belang is

Nadere informatie

Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1

Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1 Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1 Prof. mr. A.J.M. Nuytinck, hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen-, familie- en erfrecht, aan de Erasmus Universiteit

Nadere informatie

DijkmansBergJeths A D V O C A T E N WELKOM. Frank Rooijakkers, advocaat

DijkmansBergJeths A D V O C A T E N WELKOM. Frank Rooijakkers, advocaat WELKOM Frank Rooijakkers, advocaat 1 Inhoud Inleiding Toename gebruik internet, e-mail en social media, eenvoudig toegankelijk, privé? Hoe verhoudt zich dat met het arbeidsrecht? 3 momenten: voor, tijdens

Nadere informatie

Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258

Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258 Rapport Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258 2 Klacht Op 10 oktober 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer D. te Heemstede, met een klacht over een gedraging van de Huurcommissie

Nadere informatie

Voorkeursbeleid: de (on)mogelijkheden

Voorkeursbeleid: de (on)mogelijkheden Voorkeursbeleid Voorkeursbeleid: de (on)mogelijkheden Als een werkgever een diverse samenstelling van zijn personeelsbestand nastreeft, heeft hij daarvoor enkele instrumenten ter beschikking. Te denken

Nadere informatie

Bewustwording dag 1 Ik aanvaard mezelf zoals ik nu ben.

Bewustwording dag 1 Ik aanvaard mezelf zoals ik nu ben. Het meditatieprogramma duurt veertig dagen en bestaat uit tien affirmaties. Het is fijn om gedurende dit programma een dagboek bij te houden om je bewustwordingen en ervaring op schrijven. Elke dag spreek

Nadere informatie

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING 29311 Wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling en enkele andere wetten naar aanleiding van onderdelen van de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen

Nadere informatie

Democratiequiz met achtergrondinformatie over democratie en rechtstaat

Democratiequiz met achtergrondinformatie over democratie en rechtstaat Democratiequiz met achtergrondinformatie over democratie en rechtstaat Beschrijving van de activiteit De quiz wordt gespeeld op de wijze van petje op, petje af. In de plaats van petjes krijgen de kinderen

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE INTEGRITEITSCODE SPVOZN

INHOUDSOPGAVE INTEGRITEITSCODE SPVOZN Integriteitscode Stichting Primair en Voortgezet Onderwijs Zuid-Nederland Vastgesteld op 17 februari 2014 1 INHOUDSOPGAVE INTEGRITEITSCODE SPVOZN 1 Inleiding... 3 2 Wie vallen er onder de code?... 3 3

Nadere informatie

Toelichting op de opzet en inhoud van de bundel 1 Katharina Boele-Woelki & Susanne Burri

Toelichting op de opzet en inhoud van de bundel 1 Katharina Boele-Woelki & Susanne Burri Auteurs en referenten ix Toelichting op de opzet en inhoud van de bundel 1 Katharina Boele-Woelki & Susanne Burri Regulering van ouderschap na scheiding: Nieuw recht en nieuwe mentalité de gouvernement?

Nadere informatie

VOORTGEZET ONDERWIJS TELT JOUW IDENTITEIT MEE?

VOORTGEZET ONDERWIJS TELT JOUW IDENTITEIT MEE? VOORTGEZET ONDERWIJS TELT JOUW IDENTITEIT MEE? 1 Algemene informatie Beste docent, Voor u ligt de toolkit die RADAR voor u heeft ontworpen. Vanuit de resultaten van de Diverscity-meter is deze toolkit

Nadere informatie

Zondag 22 mei 2011 - Kogerkerk - 5e zondag van Pasen - kleur: wit - preek Deuteronomium 6, 1-9 & 20-25 // Johannes 14, 1-14

Zondag 22 mei 2011 - Kogerkerk - 5e zondag van Pasen - kleur: wit - preek Deuteronomium 6, 1-9 & 20-25 // Johannes 14, 1-14 Zondag 22 mei 2011 - Kogerkerk - 5e zondag van Pasen - kleur: wit - preek Deuteronomium 6, 1-9 & 20-25 // Johannes 14, 1-14 Gemeente van onze Heer Jezus Christus, Twee prachtige lezingen vanochtend. Er

Nadere informatie

30 juni 20. et Werk & Zekerheid. ntslag op staande voet. rof. Mr S.F. Sagel

30 juni 20. et Werk & Zekerheid. ntslag op staande voet. rof. Mr S.F. Sagel et Werk & Zekerheid ntslag op staande voet rof. Mr S.F. Sagel et ontslag op staande voet: afschaffen of behouden? e meningen waren verdeeld 30 juni 20 e kosten van een terecht ontslag op staande voet "Het

Nadere informatie

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Nederlands Instituut van Psychologen

Nadere informatie

& Sociale Integratie. Beleidsstuk ACTIEF BURGERSCHAP. Actief burgerschap & Sociale integratie. Het Palet MeerderWeert 1

& Sociale Integratie. Beleidsstuk ACTIEF BURGERSCHAP. Actief burgerschap & Sociale integratie. Het Palet MeerderWeert 1 Beleidsstuk ACTIEF BURGERSCHAP & Sociale Integratie Actief burgerschap & Sociale integratie. Het Palet MeerderWeert 1 INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1: Visie op actief burgerschap & sociale integratieactie Hoofdstuk

Nadere informatie

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen.

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen. Reactie op de brief van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) inzake het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek in verband met het limiteren van de hoogte van de

Nadere informatie

31 mei 2012 z2012-00245

31 mei 2012 z2012-00245 De Staatssecretaris van Financiën Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG 31 mei 2012 26 maart 2012 Adviesaanvraag inzake openbaarheid WOZwaarde Geachte, Bij brief van 22 maart 2012 verzoekt u, mede namens de Minister

Nadere informatie

Onderzoeksresultaten

Onderzoeksresultaten Onderzoeksnaam Grote Moraalenquête 2009 Selectie alle vragen Selectiedatum 10-8-2009-25-9-2009 Onderzoeksresultaten - 22-09-2009 1. Hieronder staan zes zaken die mensen belangrijk kunnen vinden. Wilt u

Nadere informatie

Inschatting wilsbekwaamheid volgens KNMG richtlijn

Inschatting wilsbekwaamheid volgens KNMG richtlijn Naam patiënt:.. Geboortedatum patiënt:... Naam afnemer: Datum afname: Inschatting wilsbekwaamheid volgens KNMG richtlijn 1. Wilsbekwaamheid wordt altijd beoordeeld ter zake een bepaald onderzoek of bepaalde

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/53947

Nadere informatie

Datum 24 april 2013 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Dijkgraaf (SGP) over de column dat Deutsche Bank in strijd handelt met de zorgplicht

Datum 24 april 2013 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Dijkgraaf (SGP) over de column dat Deutsche Bank in strijd handelt met de zorgplicht > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Casus 2 Werken in een mannenwereld

Casus 2 Werken in een mannenwereld Casus 2 Werken in een mannenwereld Lange tijd is het de gewoonste zaak van de wereld geweest dat vrouwen voor gelijke functies minder verdienden dan mannen en ook overigens minder rechten hadden dan hun

Nadere informatie

Op 18 november 2009 heeft het raadslid Flos (VVD) onderstaande motie ingediend:

Op 18 november 2009 heeft het raadslid Flos (VVD) onderstaande motie ingediend: Reactie van het College van B en W op de motie inzake Aanpak Discriminatie Amsterdam (openstellen functies voor iedereen bij ingehuurde organisaties) van het raadslid Flos (VVD) van 18 november 2009. Op

Nadere informatie

Camera-toezicht op de werkplek

Camera-toezicht op de werkplek Camera-toezicht op de werkplek december 2006 mr De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch kan aansprakelijk worden gesteld

Nadere informatie

Recht op gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken wettelijk geregeld

Recht op gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken wettelijk geregeld Recht op gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken wettelijk geregeld Gezond, gehandicapt of chronisch ziek; alle mensen hebben in principe recht op gelijke behandeling. Dat staat in de Grondwet.

Nadere informatie

UNIVERSELE VERKLARING van de RECHTEN van de MENS: De 30 artikelen:

UNIVERSELE VERKLARING van de RECHTEN van de MENS: De 30 artikelen: UNIVERSELE VERKLARING van de RECHTEN van de MENS: De 30 artikelen: Artikel 1 Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2006

Examen VMBO-GL en TL 2006 Examen VMBO-GL en TL 2006 tijdvak 1 woensdag 31 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 37 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan?

2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan? 2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan? Om de strijd tegen discriminatie op de werkvloer aan te gaan, kan je als militant beroep doen op een breed wettelijk kader. Je vindt hieronder de belangrijkste

Nadere informatie

Casus Seksuele handelingen als zorgvraag: directe aanpassing beroepscode?

Casus Seksuele handelingen als zorgvraag: directe aanpassing beroepscode? Casus Seksuele handelingen als zorgvraag: directe aanpassing beroepscode? 1. Inleiding In de media was de afgelopen weken uitgebreid aandacht voor de casus van de studente verpleegkunde die geacht werd

Nadere informatie

Datum 11 maart 2011 Betreft: Beperking van de aansprakelijkheid van de financiële toezichthouders

Datum 11 maart 2011 Betreft: Beperking van de aansprakelijkheid van de financiële toezichthouders > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 'S-GRAVENHAGE Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.minfin.nl

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/85575

Nadere informatie

Schriftelijke vragen. Inleiding door vragenstelster.

Schriftelijke vragen. Inleiding door vragenstelster. Gemeenteraad Schriftelijke vragen Jaar 2014 Datum akkoord college van b&w van 2 december 2014 Publicatiedatum 5 december 2014 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw M.D.

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG Uw kenmerk 2014Z01109 Betreft Vragen

Nadere informatie

IN NAAM DER KONINGIN

IN NAAM DER KONINGIN 2 januari 1987 Eerste Kamer Nr. 12.932 RF/AT IN NAAM DER KONINGIN Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: "VASTELOAVESVEREINIGING DE ZAWPENSE", gevestigd te Grevenbricht, gemeente Born EISERES

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Recht en Criminaliteit in cyberspace

EUROPEES PARLEMENT. Recht en Criminaliteit in cyberspace EUROPEES PARLEMENT TIJDELIJKE COMMISSIE ECHELON-INTERCEPTIESYSTEEM SECRETARIAAT MEDEDELING TEN BEHOEVE VAN DE LEDEN De leden treffen als aanhangsel een document aan met de titel Recht en Criminaliteit

Nadere informatie

Beantwoording vragen van de leden Van der Vlies (SGP) en Gesthuizen (SP):

Beantwoording vragen van de leden Van der Vlies (SGP) en Gesthuizen (SP): > Retouradres Postbus 20101 2500 EC Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezuidenhoutseweg 30 Postbus 20101 2500 EC Den Haag

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de Dienst Uitvoering Onderwijs uit Groningen. Datum: 4 mei Rapportnummer: 2011/139

Rapport. Rapport over een klacht over de Dienst Uitvoering Onderwijs uit Groningen. Datum: 4 mei Rapportnummer: 2011/139 Rapport Rapport over een klacht over de Dienst Uitvoering Onderwijs uit Groningen. Datum: 4 mei 2011 Rapportnummer: 2011/139 2 Klacht Verzoeker klaagt over de berichtgeving van de Dienst Uitvoering Onderwijs

Nadere informatie

De invloed van het Europese fair balance -beginsel op het Nederlandse recht

De invloed van het Europese fair balance -beginsel op het Nederlandse recht De invloed van het Europese fair balance -beginsel op het Nederlandse recht Lezing opening facultair jaar Faculteit der Rechtsgeleerdheid Leiden, 3 september 2008 Prof. mr. Tom Barkhuysen Inleiding Onderwerp

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201108181/3/V4. Datum uitspraak: 9 augustus 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen

Nadere informatie

Datum 23 februari 2012 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over de voorlopige hechtenis van dhr. R.

Datum 23 februari 2012 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over de voorlopige hechtenis van dhr. R. 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B (Nestlé/Mars)

Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B (Nestlé/Mars) De art. 6:193a e.v. BW, art. 6:194 BW en art. 6:194a BW Paul Geerts, Rijksuniversiteit Groningen Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B9 9243 (Nestlé/Mars) 1. In Vzr. Rb. Amsterdam 25 november

Nadere informatie

Onze vraag: Waarom onze vraag?

Onze vraag: Waarom onze vraag? Onze vraag: Gaat u ermee akkoord dat toekomstige overheden ervoor moeten zorgen dat er bij openbare besturen en in het onderwijs geen verbod bestaat op het dragen van levensbeschouwelijke tekenen op de

Nadere informatie

Opening Hogeschooljaar

Opening Hogeschooljaar Onderstaande tekst is ter gelegenheid van de opening van het hogeschooljaar 2016-2017 uitgesproken door prof. dr. Halleh Ghorashi, hoogleraar Diversiteit en Integratie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Nadere informatie

DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN

DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN www.rechtvoorjou.nl Hoofdstuk 3.0 Wat is een democratische rechtsstaat? Maak de volgende oefeningen met behulp van de informatie op de website. Naam Leerling: Klas:. 3.0 a.

Nadere informatie

Kernwaarden van de Nederlandse samenleving

Kernwaarden van de Nederlandse samenleving Kernwaarden van de Nederlandse samenleving 20 februari 2014 Inhoud Inleiding 3 Vrijheid 6 Gelijkwaardigheid 9 Solidariteit en werk 11 2 Inleiding In dit boekje leest u over de waarden die de basis vormen

Nadere informatie

Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092

Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 Rapport Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 2 Klacht Op 26 juni 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw B. te Drachten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland

Nadere informatie

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2010-2011 32 856 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enkele andere wetten teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid

Nadere informatie

22 januari 2015. Onderzoek: Jouw vrijheid, mijn vrijheid

22 januari 2015. Onderzoek: Jouw vrijheid, mijn vrijheid 22 januari 2015 Onderzoek: Jouw vrijheid, mijn vrijheid 1 Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 45.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online

Nadere informatie

kracht TWEEDE WERELDOORLOG VERSUS MENSENRECHTEN

kracht TWEEDE WERELDOORLOG VERSUS MENSENRECHTEN WERKb L a D WERKBLAD met terugwerkende kracht met terugwerkende kracht TWEEDE WERELDOORLOG VERSUS MENSENRECHTEN Dit werkblad is een voorbereiding op je bezoek aan de vaste tentoonstelling Met Terugwerkende

Nadere informatie