Stimuleren van motivatie en zelfvertrouwen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Stimuleren van motivatie en zelfvertrouwen"

Transcriptie

1 E.S. KUNNEN* Stimuleren van motivatie en zelfvertrouwen Het effect van een programma voor de mytylschool SAMENVATTING Dit artikel beschrijft een evaluatie-onderzoek van het voor mytylscholen ontwikkelde programma `Stimuleren van motivatie en zelfvertrouwen'. De ontwikkeling van motivatie, vertrouwen in de eigen competentie, ervaren controle, en inzicht in en gebruik van taakrelevante informatie van mytylgroepen die deelnamen aan het programma wordt vergeleken met een controlegroep. In de groepen waarin het programma gedurende zestien maanden is uitgevoerd nemen de scores op al deze factoren toe. De controlegroep vertoont een afname ten aanzien van `vertrouwen in de eigen competentie', `ervaren controle' en `inzicht in en gebruik van taakrelevante informatie', maar tegen de verwachting in, een toename in motivatie. Verschillen in de beleving van `succes' kunnen een mogelijke verklaring zijn voor deze bevinding. De afwezigheid van vooruitgang in het inzicht in en gebruik van taakrelevante informatie in de controlegroep suggereert dat voor mytylkinderen dergelijke informatie nadrukkelijker en frequenter moet zijn dan voor niet-gehandicapte kinderen. Inleiding Veel mytylscholen constateren dat hun leerlingen vaak weinig gemotiveerd zijn voor schoolwerk en weinig zelfvertrouwen hebben. Motivatie omvat verschillende deelaspecten: de voorkeur voor uitdagend, zelfstandig en nieuwe taken, de mate van doorzetten en het plezier in het werk (Harter, 98; Heckhausen, 982). Het begrip `zelfvertrouwen' is in het dagelijks spraakgebruik zeer gangbaar, maar vaag gedefinieerd. Het begrip zoals gebruikt in dit artikel omvat twee aspecten: ervaren controle over prestaties en het beeld van de eigen schoolse competentie Ervaren controle betreft de mate waarin het kind denkt door eigen handelingen invloed te kunnen hebben op de schoolprestaties (Skinner, 995). Het beeld van de eigen schoolse competentie betreft het door onder andere Harter (978) gebruikte begrip 'perceived competence'. Ook uit onderzoek (Kunnen, 992a) blijkt dat veel mytylleerlingen een lage motivatie hebben voor zelfstandig en uitdagend werk, en een lage intrinsieke motivatie, minder vertrouwen hebben in hun mogelijkheden zelf invloed te hebben door inzet en oefening op hun schoolprestaties. Ook hebben zij een minder reëel beeld van hun eigen competentie: zij gebruiken informatie over hun eigen prestaties en over taken minder goed voor het ontwikkelen en bijstellen van dit beeld, voor het voorspellen van succes * De ontwikkeling en evaluatie van dit programma is mogelijk gemaakt door een subsidie van de Stichting Kinderpostzegels Nederland. 486 TIJDSCHRIFT VOOR ORTHOPEDAGOGIEK, 34 (995)

2 op taken, en voor het kiezen van activiteiten die aansluiten bij hun capaciteiten. Een reëel beeld van de eigen competentie is geen onderdeel van motivatie of zelfvertrouwen, maar blijkt wel van invloed op de ontwikkeling van motivatie en zelfvertrouwen (zie bijvoorbeeld Heckhausen, 982; Harter, 985; Weisz & Cameron, 985). Motivatie en zelfvertrouwen dragen in belangrijke mate bij aan de kwaliteit van het huidige en toekomstige functioneren van de kinderen. Een goede motivatie, vertrouwen in de eigen competentie en een hoge ervaren controle hebben een positieve invloed op schoolprestaties, taakgedrag, plezier in school en welbevinden (zie bijvoorbeeld Kunnen, 992a; Skinner, 995). De gesignaleerde problemen en de consequenties hiervan vormden de aanleiding voor het ontwikkelen van het programma `Stimuleren van motivatie en zelfvertrouwen' voor mytylleerlingen van zes tot dertien jaar (Kunnen, 995b). Dit programma richt zich op het stimuleren van de motivatie, het vertrouwen in de eigen competentie, de ervaren controle en inzicht in en gebruik van taakrelevante informatie. De ontwikkeling van deze variabelen wordt beïnvloed door verschillende factoren. Uit experimenteel onderzoek blijkt dat deze ontwikkeling in positieve zin kan worden beïnvloed. Effectief blijken: vertrouwen tonen in de capaciteiten van de kinderen door positieve feedback, het bieden van uitdagingen, en het stellen van adequate eisen; niet-sturende hulp bieden, dat wil zeggen hulp die niet voorzegt of overneemt; concrete gedragsgerichte feedback geven; keuzevrijheid bieden; kinderen leren problemen op te lossen (door onder andere modelleren); kinderen leren zelf een schatting te maken van hun eigen competentie in relatie tot de taakmoeilijkheid, en leren zelf structuur aan te brengen in hun werk. Een uitgebreide bespreking van deze factoren is te vinden in Kunnen (992a). Veel van dit onderzoek is echter niet toegankelijk voor leerkrachten, en bovendien is de experimentele opzet van deze onderzoeken vaak niet bruikbaar voor praktische en langdurige toepassing in de klas. In het ontwikkelde programma is getracht om principes waarvan de effectiviteit experimenteel is aangetoond, te vertalen naar dagelijkse praktische situaties en handelingen in de klas, zodat leerkrachten effectieve en praktisch bruikbare vaardigheden aanleren die worden opgenomen in de dagelijkse onderwijs-routines. Het programma bestaat uit zeven onderdelen die bestaan uit concrete uitwerkingen van de bovengenoemde factoren, en die ieder gericht zijn op een aspect van de dagelijkse klassesituatie. Het bevorderen van effectieve manieren van communicatie van de leerkracht, met als doel deze expliciet vertrouwen te laten tonen in de mogelijkheden van de kinderen. 2 Het stimuleren van effectief probleem-oplossen door de kinderen, door middel van modelleren en (kring-)gesprekken. 3 Een methode om de kinderen te leren hun eigen doelen te stellen op basis van de door henzelf ingeschatte competentie. 4 Het trainen van de leerkrachten in niet-sturend helpen en het vermijden van ongevraagd helpen. 5 Het trainen van de leerkracht in het gebruik van methodes van werkbespreken, zo, dat het kind inzicht krijgt in de relatie tussen eigen handelingen en uitkomsten. 6 Het alert maken van de leerkracht 487 THEORIE EN ONDERZOEK

3 op specifieke factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van motivatie: vergroten van de keuzevrijheid, bieden van praktische toepassingen van geleerde vaardigheden, en het vinden van een goede balans tussen het bieden van vrijheid en veiligheid met name bij faalangstige kinderen. 7 Het bieden van concrete richtlijnen voor leerkrachten voor het invoeren van verbale zelf-instructie bij de leerlingen, gebaseerd op de zelfinstructiemethode van Meichenbaum (979). Verbale zelfinstructie biedt de leerlingen meer controle over hun eigen handelingen. Deze onderdelen worden stapsgewijs geïntroduceerd, geoefend en ingevoerd, waarbij de leerkracht ondersteuning krijgt van een interne begeleider van de school. Het programma bevat een speciale begeleidershandleiding voor deze interne begeleider. In dit onderzoek wordt het effect van het programma op de ontwikkeling van de kinderen onderzocht. De evaluatie van de bruikbaarheid en aantrekkelijkheid is elders besproken (Kunnen, 995a). We verwachten dat verschillende onderdelen van het programma een verschillend effect hebben op de ontwikkeling van motivatie, vertrouwen in de eigen competentie, ervaren controle en het inzicht in en gebruik van taakrelevante informatie. Het is echter niet te verwachten dat deze effecten in de praktijk per onderdeel te scheiden zijn. Ten eerste zal het invoeren van een nieuw onderdeel niet direct resulteren in veranderingen in de motivatie en het zelfvertrouwen. Het effect van de verschillende onderdelen zal geleidelijk aan zichtbaar worden. Ten tweede zijn zelfvertrouwen en motivatie te beschouwen als onderdeel van een dynamisch systeem, waarin de verschillende variabelen elkaar beïnvloeden. Toename van het vertrouwen in de eigen competentie en de ervaren controle heeft een positieve invloed op de motivatie, en toenemende motivatie zal via verhoogde inzet leiden tot toenemend aantal ervaringen dat deze inzet leidt tot succes. Inzicht in en gebruik van taakrelevante informatie zal een positieve invloed hebben op de motivatie, het vertrouwen in de eigen competentie en de ervaren controle. Omgekeerd blijkt dat een hogere ervaren controle leidt tot een grotere alertheid en beter gebruik van taakrelevante informatie (Kunnen, 992a). De dynamische interactie tussen de programma-onderdelen en de afhankelijke variabelen leidt ertoe dat het niet zinvol is om hypothesen te formuleren over het effect van ieder onderdeel op iedere variabele afzonderlijk. De geformuleerde hypothese heeft daarom betrekking op het effect van het gehele programma: In de experimentele groep zullen méér kinderen een gunstige ontwikkeling vertonen met betrekking tot motivatie, vertrouwen in de eigen competentie, ervaren controle en inzicht in en gebruik van taakrelevante informatie dan de controlegroep. 2 Methode 2. OPZET EN PROEFPERSONEN Het programma is uitgevoerd in vier mytylgroepen op drie verschillende scholen. Twee mytylgroepen van twee verschillende scholen fungeerden als controlegroep Door uitval wegens ziekte, vertrek naar een andere groep of school en door uitval van twee controlekinderen wegens testproblemen zijn de gegevens van zevenentwintig kinderen uit de experimentele groepen en negen kinderen uit de controlegroepen in de analyses betrokken (zie Tabel ). De 488

4 leeftijd van de kinderen varieert van zes tot dertien jaar. TABEL Groep Verdeling van groepen en kinderen over de experimentele en controlegroep Experimenteel Controle onderbouw 6-8 jaar n = 6-8 jaar n = 4 (4 meisjes, ( meisje, 7 jongens) 3 jongens) bovenbouw 8-3 jaar n = 6 (5 meisjes, jongens) 8-2 jaar n=5 (2 meisjes, 3 jongens) handicap niet goed mogelijk. Uit analyse van de gegevens per school bleek dat sekse, lee ftijd, aard van de handicap, didactisch niveau en intelligentie niet gecorreleerd zijn aan veranderingen in de scores op motivatie en zelfvertrouwen (Kunnen, 995a). Dit betekent dat het onwaarschijnlijk is dat eventuele verschillen tussen experimentele en controlegroep kunnen worden toegeschreven aan verschillen tussen de groepen ten aanzien van deze factoren. Leerlingen van mytylscholen vormen een zeer heterogene groep. Ten eerste is er een grote diversiteit in de aard en ernst van de handicap van de kinderen. De meest-voorkomende handicaps zijn hemi-, tetra- en quadriplegie, spina bifida, progressieve spierziekten en motorische retardatie. Ten tweede varieert de ernst van de handicap sterk: sommige kinderen hebben nauwelijks enige controle over hun spieren, terwijl anderen alleen een verminderde controle over enkele ledematen hebben. Ten derde hebben veel kinderen behalve lichamelijke, ook sociale, emotionele, perceptuele en/of lichte cognitieve problemen. In de door ons onderzochte groepen (op veel scholen so groepen genoemd) zitten geen kinderen met een ernstige verstandelijke handicap. Voor een uitgebreide beschrijving van de mytylpopulatie wil ik verwijzen naar Blaauboer, 987). Door deze grote diversiteit, en doordat is uitgegaan van groepen was matching van kinderen in de experimentele en controlegroep niet mogelijk. De groepen verschillen niet significant met betrekking tot leeftijd en sekse. Door verschillen in registratie op verschillende scholen is vergelijking van experimentele en controlegroep ten aanzien van didactisch niveau, IQ en aard van de 2.2 OPERATIONALISATIE VAN VARIABELEN De evaluatie van het effect van het programma op de kinderen richt zich op de ontwikkeling van motivatie, vertrouwen in de eigen competentie, ervaren controle en inzicht in en gebruik van taakrelevante informatie. Deze vier brede begrippen zijn te beschouwen als vier clusters, die ieder vertaald zijn in een aantal concrete variabelen. Voor de operationalisatie is gebruik gemaakt van tests en van observatiegegevens door de leerkracht. Gedragsobservatie door de onderzoekers zelf in de klas was wegens tijdgebrek niet mogelijk. De instrumenten worden afzonderlijk besproken. Ieder cluster is geoperationaliseerd met behulp van onderdelen uit een aantal instrumenten, zoals aangegeven in Tabel INSTRUMENTEN De motivatietest, ontwikkeld door Van Driesum en Kunnen (Van Driesum, 992), is een ingekorte en geconcretiseerde bewerking van de Scale for Intrinsic versus Extrinsic Motivation (Harter, 98). De test bestaat uit vijftien dichotome vragen, 489 THEORIE EN ONDERZOEK

5 TABEL 2 Overzicht van de variabelen en gebruikte meetinstrumenten variabele meetinstrument verwacht effect motivatie voorkeur voor uitdagend, zelfstandig en nieuw werk, plezier in het werk, doorzetten bij problemen snel opgeven afwezigheid van sterke faalangst motivatietest Ikr.observatieschaal `Opgeven' Ikr.observatieschaal `Prestatie- angst' toename afname afname vertrouwen in eigen competentie het vertrouwen succes te kunnen behalen het vertrouwen te beschikken over de dingen die nodig zijn voor het behalen van succes initiatieven nemen om gewenste doelen te bereiken onzelfstandigheid in het werk `verwachting van succes' schaal `beschikking over belangrijke attributies' toename toename Ikr.observatieschaal toename `Constructief initiatiefnemen' Ikr.observatieschaal `Studie- afname onzelfstandigheid' ervaren controle het ervaren van inzet en/of `belang/beschikking inzet en toename competentie als belangrijk en competentie' controleerbaar ervaren van slechte `ervaren controle over toename prestaties als veranderbaar schoolprestaties' het zoeken van oorzaken Ikr.observatieschaal afname van slechte prestaties in eigen 'Extra-punitief gedrag' gedrag of buiten zichzelf informatie gebruik het gebruik van relevante informatie over prestaties om te bepalen wat de oorzaak kan zijn van een goede of slechte uitkomst kunnen bedenken van een concrete aanpak voor het verbeteren van slechte prestaties observatiemaat `realistisch informatiegebruik' `concrete strategieën voor verbeteren prestaties' toename toename die betrekking hebben op vijf aspecten van motivatie: motivatie voor nieuw versus vertrouwd werk, voor uitdagend versus gemakkelijk werk, voor zelfstandig werk versus hulp, plezier in het werk en doorzetten bij moeilijk werk. Een aantal aspecten van motivatie en zelfvertrouwen zijn onderzocht met behulp van gedragsobservaties door leerkrachten. Hiertoe is gebruik gemaakt van een aantal subschalen van de Devereux schaal voor Gedragsobservaties in het Basisonderwijs van Spivack en Swift, en bewerkt door Verriest, Vanbesien, Bellemans en Wantiez (975). Extrapunitief gedrag: De leerling geeft de schuld aan externe omstandigheden en is zich niet bewust van de rol van het eigen gedrag in het geheel der oorzaken; 49

6 Prestatie-angst: De leerling wordt in verwarring gebracht door de pedagogische en schoolse eisen, als gevolg van de onmogelijkheid om aan die eisen te voldoen; Studie -onzelfstandigheid: Er is een overafhankelijkheid van externe richtlijnen en structuratie; een onmogelijkheid om zelf besluiten te nemen; Constructief initiatief nemen: Er is een actieve en positieve bijdrage aan de ideeën in de les; Opgave: gebrek aan doorzetting. Voor deze lijst is gekozen omdat hij de meeste subschalen bevat die gericht zijn op de voor dit onderzoek belangrijke factoren. De betrouwbaarheid en validiteit zijn matig, maar niet minder dan van andere gedragsobservatielijsten (NIP, 982, 992). Met behulp van een vertaalde en verkorte versie van een test voor ervaren controle, de CAMI (Skinner et al., 988) zijn de volgende variabelen onderzocht: De mate waarin het kind denkt te beschikken over de middelen die volgens hemzelf nodig zijn voor het behalen van succes (`beschikking'); De mate waarin het kind inzet en/of competentie belangrijk acht voor succes, en hierover kan beschikken (`belang/beschikking inzet en/of competentie'); De mate waarin het kind vertrouwen heeft in zijn mogelijkheden om succes te behalen (`verwachting van succes'). De CAMI is gebaseerd op de theorie dat ervaren controle wordt beïnvloed door de combinatie van twee factoren: `Wat is volgens het kind van belang voor het behalen van schoolsucces?' en `Beschikt het kind naar zijn of haar eigen mening over datgene dat van belang is?' De bewerkte versie bestaat uit 32 items en tien schalen. De test bevat vier attributie-subschalen die vragen naar het ervaren belang van de vier belangrijkste attributies: competentie, inzet, geluk en hulp Een vraag naar het ervaren belang van inzet is bijvoorbeeld: `Als kinderen hun schoolwerk goed maken, komt dat dan omdat ze hard werken?' Het kind kan voor iedere vraag kiezen uit vier antwoorden: bijna nooit, soms, vaak, of bijna altijd. Vier competentiesubschalen vragen naar de mate waarin het kind over ieder van deze vier attributies beschikt. Een vraag naar de mate waarin het kind beschikt over `inzet' is bijvoorbeeld: `Werk jij hard in de klas, of niet?' De variabelen `beschikking' en `belang/beschikking inzet en competentie' worden berekend op basis van de attributie en competentie subschalen. `Beschikking' geeft aan of de kinderen denken te beschikken over de middelen (attributies) die volgens henzelf belangrijk zijn voor het behalen van succes. Hiertoe is per attributie voor kinderen die deze attributie minstens enigszins belangrijk vinden (score >8) een score berekend volgens de formule: Als: (score competentie) * 2 (score attributie) >, score =, anders score _. Dit resulteert voor iedere attributie in een score, of als het kind de attributie onbelangrijk acht geen score. De eindscore `beschikking' is de gemiddelde score over de belangrijk geachte oorzaken. De variabele `Belang/beschikking van inzet en competentie' geeft aan in hoeverre het kind inzet en/of competentie belangrijk acht voor het behalen van succes, en in hoeverre het kind vindt dat hij zelf competent is en/of in staat is inzet te leveren. Om theoretische redenen is deze variabele voor onder- en bovenbouw verschillend geoperationaliseerd. Voor kinderen tot ongeveer negen jaar is het van belang voor de motivatie en ervaren controle dat zij succes toeschrijven aan interne factoren 49 THEORIE EN ONDERZOEK

7 (inzet of competentie). Oudere kinderen differentiëren tussen inzet (veranderbaar) en competentie (niet veranderbaar), en voor hen is van belang voor de motivatie en de ervaren controle dat zij inzet aanwijzen als oorzaak van succes (Skinner, 995). Onderbouwkinderen die inzet en competentie belangrijk vinden en hierover beschikken krijgen score. Als zij één van beide oorzaken van belang achten is de score als zij hierover beschikken en als zij hierover niet beschikken. Kinderen die geen van beide oorzaken van belang achten krijgen eveneens een score. Als ze beide oorzaken van belang achten is de score.5 als ze over één van beide beschikken en als ze over geen van beide beschikken. Bovenbouwkinderen die inzet belangrijk vinden èn erover beschikken krijgen een score, kinderen die inzet niet belangrijk vinden en/of er niet over beschikken score. De negende subschaal van de CAMI (`verwachting van succes') onderzoekt of het kind het idee heeft gewenste uitkomsten te kunnen bereiken als het dat wil. Bijvoorbeeld: `Als jij van plan bent om weinig fouten te maken, kan je dat dan?' De tiende subschaal `Inzicht in oorzaken' is niet in dit onderzoek betrokken. Voor de onderdelen waarvoor geen gestandaardiseerde tests beschikbaar zijn, zijn dezelfde methoden gebruikt als in het vergelijkend onderzoek naar de ontwikkeling van mytyl- en nietgehandicapte kinderen (Kunnen, 992a; zie ook Kunnen, 995a). `Ervaren controle over schoolprestaties' en `concrete strategieën voor verbetering prestaties' onderzoeken of het kind denkt zelf invloed te hebben op prestaties, en een idee heeft van hoe het die invloed kan uitoefenen Dit is onderzocht door het kind twee korte verhaaltjes te vertellen over een kind dat slechte schoolprestaties levert. Gevraagd wordt of het kind iets kan doen om die slechte prestaties te verbeteren. Ja = 2, misschien =, nee =. De scores van beide verhaaltjes worden opgeteld. Als het antwoord op de vorige vraag `ja' of `misschien' is, wordt gevraagd wat het kind kan doen (concrete oplossingen). Als het kind een concrete strategie beschrijft is de score. Een concrete strategie is bijvoorbeeld: `alle foute woorden uit het dictee vijf keer overschrijven'. Als het kind een vage strategie noemt (bijvoorbeeld `beter werken') of geen strategie kan bedenken, is de score. `Realistisch gebruik van informatie' wordt als volgt onderzocht: a Het kind wordt gevraagd naar de oorzaak van een goede of slechte prestatie in vier situaties, waarbij de situatiebeschrijving informatie bevat die aanwijzingen geeft over de waarschijnlijke oorzaken van de prestatie, en b Het kind krijgt twee geluksopdrachten. De uitkomst wordt zo gemanipuleerd dat het kind eenmaal succes heeft en eenmaal faalt. Het kind wordt gevraagd naar de oorzaak van de uitkomst (competentie, inzet, geluk). De zes antwoorden worden dichotoom gescoord: wel () of niet () realistisch, en opgeteld. Een uitgebreide verantwoording van de operationalisatie en scoring is beschreven in Kunnen (995a). 2.4 STATISTISCHE VERWERKING Het effect van het programma is onderzocht door vergelijking van testscores van motivatie en zelfvertrouwen van de kinderen voor en na de invoering van het programma. De periode tussen de voor- en de nameting is zestien maanden. Door veranderingen in motivatie en zelfvertrouwen in de 492

8 experimentele groepen te vergelijken met veranderingen in de controlegroepen is onderzocht of de ontwikkeling van de kinderen in de experimentele groepen gunstiger verlopen is. Het doel van de evaluatie is uitspraken te kunnen doen over de effectiviteit van het programma in een mytylgroep. Een groepsgewijs toegepast programma dient effectief te zijn voor een relatief groot deel van de niet-optimaal functionerende kinderen, terwijl er geen systematisch negatief effect is op bepaalde subgroepen van kinderen. Het vergelijken van groepsgemiddelden is voor deze onderzoeksvraag niet adequaat. Immers, een gelijkblijvend gemiddelde kan worden veroorzaakt doordat geen van de leerlingen verandert, of de ene helft evenveel vooruitgaat als de andere helft achteruit. Voor de evaluatie van het programma is de betekenis van deze twee soorten gelijkblijvende gemiddelden geheel verschillend. In het ene geval heeft het programma waarschijnlijk geen effect, in het andere geval op sommige kinderen een positief en op anderen een negatief effect. Op grond van deze overweging is gekozen voor een analysemethode waarbij per kind per variabele is nagegaan of het kind voorof achteruit gaat of niet verandert. Deze methode biedt tevens mogelijkheden om in ieder geval op beschrijvend niveau na te gaan wat eventuele kinderen die achteruitgaan kenmerkt. Het programma is gericht op het optimaliseren van de vaardigheden van de leerkracht in de dagelijkse onderwijsroutine, en niet op specifieke behandeling van een klein aantal probleemkinderen. Om deze reden zijn alle kinderen uit de groepen van de leerkrachten in het onderzoek betrokken. Niet alle mytylleerlingen hebben echter problemen ten aanzien van de onderzochte variabelen. Sommige kinderen behalen tijdens beide testafnames optimale scores. Besloten is om de gegevens van deze kinderen niet te coderen als `geen verandering' maar om ze niet in de analyses te betrekken. Dit zijn de kinderen die `het toch al goed doen', en het programma is met name gericht op de ontwikkeling van de niet optimaal functionerende kinderen. Een niet-veranderende score van een zwak gemotiveerd kind kan betekenen dat het programma op hem niet het gewenste effect heeft gehad, maar een niet-veranderende score van een hooggemotiveerd kind kan betekenen dat er geen verdere vooruitgang mogelijk is. Eerst is per variabele een criterium voor `optimaal aanwezig' vastgesteld, en is nagegaan hoeveel kinderen zowel op het eerste als het tweede meettijdstip een optimale score hadden. Deze kinderen zijn niet in de verdere analyse van de betreffende variabele betrokken. De criteria voor `optimaal' zijn gebaseerd op de inhoudelijke betekenis van de testscores Zo betekent de optimale score van of 2 voor de observatieschaal `opgeven' dat het kind volgens de leerkracht `helemaal niet' of `zeer weinig' geneigd is op te geven wanneer iets moeilijk wordt of meer dan gemiddelde inspanning vereist. Vervolgens zijn criteria vastgesteld voor `verbetering' en `verslechtering', en is per variabele voor ieder kind een score toegekend als verbetering optrad, een score bij geen verschil en een score bij verslechtering (zie Tabel 3 voor de gehanteerde criteria). Het criterium voor verandering wordt bepaald aan de hand van de totale range. Hoewel door deze manier van scoren enige informatie verloren gaat ten aanzien van de mate van verandering, is voor deze eenvoudige registratie gekozen omdat hiermee de veranderingen in 493 THEORIE EN ONDERZOEK

9 TABEL 3 motivatie motivatietest opgaven prestatieangst Range en criteria voor `optimaal aanwezig' en `verandering van score' per variabele range verandering van score > > >2 `optimaal aanwezig' > < 3 < 9 zelfbeeld succesverwachting 4-6 > > beschikking %-% >% % initiatiefnemen 4-24 > >5 studie-onzelfstandigheid 33-5 <2 <2 ervaren controle belang/beschikking inzet en competentie - > extrapunitief gedrag 24-4 >2 < 9 ervaren controle over schoolprestaties (onderb.) - 4 > 4 één score Een dergelijke netto score geeft een grover beeld, maar is zinvol om een totaal overzicht te krijgen. Ook voor deze scores is het verschil tussen de experimentele en de controlegroep getoetst met de Kruskal-Wallis one-way ANOVA. Kinderen die op alle variabelen in een cluster beide keren `optimaal' scoorden zijn niet in de analyses opgenomen. Dit betrof echter slechts één clusterscore voor één kind. Het onderzoeken van intraindividuele veranderingen heeft tot gevolg dat alleen die kinderen zijn opgenomen in de analyses waarvan op beide tijdstippen gegevens waren. Door missende gegevens verschilt het aantal kinderen per variabele. Het cluster `inzicht in en gebruik van relevante informatie' is door praktische omstandigheden alleen in de bovenbouwgroepen onderzocht. informatie gebruik realistisch gebruik informatie - 5 > > 4 concrete strategieën voor verbeteren prestaties - 2 > 2 alle kinderen evenveel invloed hebben: het is niet mogelijk dat de gegevens sterk worden beïnvloed door zeer grote verbetering of verslechtering in één of enkele kinderen. Verschillen tussen beide groepen zijn per variabele getoetst met behulp van de Kruskal- Wallis one-way ANOVA. Doordat in deze analyses de kinderen die beide keren `optimaal' scoorden niet zijn betrokken, verschilt het aantal kinderen per variabele. Voor een aantal variabelen is het aantal kinderen dermate klein dat significante verschillen niet te verwachten zijn. Om ook deze variabelen in het totaalbeeld te betrekken, is per cluster voor ieder kind een `netto veranderingsscore' berekend door de scores per va riabele binnen ieder cluster op te tellen. Hierdoor kreeg ieder kind per cluster 3 Resultaten In Tabel 4 is de netto verandering per cluster vermeld voor de controlegroep en de experimentele groep. Hierbij zijn veranderingen per variabele bij elkaar opgeteld. Ten aanzien van het cluster motivatie vertonen beide groepen een lichte vooruitgang. Slechts één kind in de controlegroep en twee kinderen in de experimentele groep hebben een negatieve score. Een score wil zeggen dat het aantal variabelen in het cluster waarop het kind achteruitgaat één groter is dan het aantal variabelen waarop het vooruitgaat. De experimentele groep vertoont een positieve verandering in het cluster `vertrouwen in de eigen competentie', terwijl er in de controlegroep weinig verandering optreedt. In het cluster `ervaren controle' gaat de experimentele groep vooruit, terwijl de controlegroep achteruitgaat. Voor het cluster `inzicht in en gebruik van 494

10 TABEL 4 Verandering per kind per cluster (Kruskal-Wallis -way ANOVA) cluster P motivatie Exp. Con vertrouwen in eigen competentie <.5 Exp. Con ervaren controle <. Exp. Con inzicht/ gebruik informatie <. Exp. Con taakrelevante informatie' is er in de experimentele groep een lichte vooruitgang, en in de controlegroep een lichte achteruitgang. In Tabel 5 zijn de veranderingen opgesplitst naar variabele. Ten aanzien van het cluster `motivatie' blijkt dat de vooruitgang van beide groepen het sterkst is ten aanzien van de motivatietest. In het cluster `vertrouwen in de eigen competentie' gaat de experimentele groep met name vooruit en de controlegroep achteruit ten aanzien van de variabelen `beschikking', dat wil zeggen de mate waarin de kinderen denken over datgene te beschikken wat nodig is voor het behalen van succes, en studieonzelfstandigheid, het leerkrachtoordeel over zelfstandigheid in het werk. In het cluster `ervaren controle' gaat de controlegroep vooral achteruit ten aanzien van de variabele `belang van en beschikking over inzet en/of competentie'. de mate waarin de kinderen denken dat inzet/competentie van belang is voor schoolsucces en de mate waarin ze denken over voldoende inzet/competentie te kunnen beschikken, en ten aanzien van `extrapunitief gedrag': het leerkrachtoordeel over de mate waarin kinderen externe factoren verantwoordelijk stellen voor hun fouten. De experimentele groep vertoont ten aanzien van deze variabele wist veel vooruitgang. De gegevens betreffende het cluster `inzicht in en gebruik van informatie' (alleen bovenbouwgroepen) laten zien dat op beide variabelen in de experimentele groep een groot aantal kinderen vooruitgaat, terwijl in de controlegroep het merendeel van de `niet-optimaal' scorende kinderen achteruit gaat. 4 Discussie We verwachtten een positief e ffect van het programma op de clusters `motivatie', `vertrouwen in de eigen competentie', `ervaren controle' en `inzicht in en gebruik van taakrelevante informatie'. Deze verwachting is deels bevestigd: in de experimentele groep neemt het vertrouwen in de eigen competentie, de ervaren controle en het inzicht in en gebruik van taakrelevante informatie meer toe dan in de controlegroep. Ten aanzien van motivatie vertonen zowel experimentele als controlegroep een gunstige ontwikkeling. 495 THEORIE EN ONDERZOEK

11 TABEL 5 Veranderingen per variabele tussen de voor- en nameting (Kruskal-Wallis -way ANOVA) p verbetering verslechtering gelijk optimaal exp con exp con exp con exp con motivatie test opgeven prestatieangst vertrouwen in eigen competentie succesverwachting beschikking < initiatief nemen studieonzelfstandigheid < ervaren controle belang/beschikking inzet < extrapunitief gedrag < ervaren controle verhaaltjes informatiegebruik realistisch gebruik informatie concrete strategieën voor verbetering De bevindingen in de controlegroep zijn enigszins verrassend De voorkeur voor nieuw, uitdagend en zelfstandig werk, het plezier in werk en het doorzettingsvermogen nemen toe, terwijl het vertrouwen in de eigen competentie en het idee door eigen gedrag succes te kunnen bewerkstelligen afneemt. Theoretisch is te verwachten dat ervaren controle een voorwaarde is voor een positieve ontwikkeling van motivatie, en hier zijn ook empirische aanwijzingen voor (Kunnen, 992b). Een verklaring voor deze bevinding zou kunnen zijn dat de betekenis van succes in beide groepen verschilt. In het programma wordt sterk de nadruk gelegd op het `zelf doen' als intrinsiek onderdeel van succes, en op het verband tussen eigen gedrag en uitkomst. Dit weerspiegelt zich in de resultaten van de experimentele groep. In de controlegroep bestaat juist een afnemende tendens om succes en falen te relateren aan eigen gedrag. Succes in nieuw, moeilijker en zelfstandig werk brengt dan niet de ervaring van trots en tevredenheid met zich mee, maar falen ook niet de emotionele ervaring van persoonlijk falen. Het is, met andere woorden, weinig emotioneel beladen. De gevonden toename in motivatie zou dan het effect kunnen zijn van sociale wenselijkheid, en van de aantrekkelijkheid die het mogen werken in nieuwe 496

12 boekjes en de hogere status in de groep van moeilijker werk met zich meebrengt. Een opvallende bevinding is ook de afwezigheid van vooruitgang van de controlegroep ten aanzien van het cluster `inzicht in en gebruik van taakrelevante informatie' De variabelen in dit cluster bevatten een sterk cognitieve component, en op grond hiervan is een toename van deze capaciteiten te verwachten met toenemende leeftijd. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat het gebruik van taakrelevante informatie voor het inschatten van de eigen competentie in de leeftijd tussen acht en twaalf jaar sterk toeneemt in niet-gehandicapte kinderen (Blatchford, 992; Heckhausen, 982). Onze bevindingen suggereren dat deze ontwikkeling bij mytylkinderen niet zo vanzelfsprekend plaatsvindt. Dit is in overeenstemming met de bevindingen van Meyer-Probst (975), dat kinderen met een cerebrale handicap in eerste instantie hun taakkeuze minder goed aanpasten aan voorafgaande taakresultaten. Na een serie vergelijkbare taken verdween dit verschil. Zij concludeert dat informatieverwerking in cerebraal gehandicapte kinderen langzamer verloopt; deze kinderen hebben meer informatie nodig. In het programma wordt de kinderen geleerd aandacht te schenken aan taakrelevante informatie voor het inschatten van de eigen competentie in relatie tot een concrete taak. Hoewel de ontwikkeling in drie van de vier clusters gunstiger is voor de experimentele groep, blijken enkele kinderen in deze groep toch een negatieve ontwikkeling te vertonen. Om inzicht te verkrijgen in de processen die een rol spelen in de ontwikkeling van motivatie en zelfvertrouwen, en in het effect van het programma op deze processen, is nadere analyse van deze kinderen van extra belang. De achteruitgang in de experimentele groep is nooit groter dan, dat wil zeggen dat de kinderen binnen een cluster ofwel op een variabele achteruitgaan en op de andere gelijk blijven, ofwel op één variabele vooruitgang en op twee variabelen achteruitgang vertonen. Ten aanzien van het cluster `vertrouwen in de eigen competentie' is er echter één kind in de experimentele groep dat op alle variabelen achteruit gaat, met een score van 4. Analyse van de individuele resultaten wijst uit dat dit kind ook op de clusters motivatie en ervaren controle een negatieve score heeft. Nadere informatie van de school leert dat het kind een dermate ernstige mentale ontwikkelingsachterstand vertoont, dat hij naar de mening van de school niet thuishoort op de mytylschool. Kort na de laatste testafname is hij inderdaad overgeplaatst naar afdeling meervoudig gehandicapten. De ervaring van de leerkracht was dat ondanks haar inspanningen dit kind binnen de mytylafdeling geen mogelijkheden had om succes te ervaren in het zelfstandig maken van schoolwerk. Deze bevinding benadrukt dat ontwikkeling alleen zinvol bestudeerd kan worden in het gehele systeem van kind plus omgeving. Dit systeem moet voldoen aan een aantal randvoorwaarden wil een positief proces op gang kunnen komen. 5 Conclusie De ontwikkeling van motivatie, vertrouwen in de eigen competentie, en besef van de relatie tussen eigen handelen en uitkomsten kan worden gezien als een dynamisch systeem. Een toenemend vertrouwen in de mogelijkheid succes te bereiken door eigen controleerbare handelingen, zal leiden tot een verhoging van de motivatie, de toenemende motivatie leidt op zijn beurt via een verhoogde inzet tot een toename van de ervaring 497 THEORIE EN ONDERZOEK

13 dat inzet leidt tot succes, en inzicht in taakrelevante informatie wordt gestimuleerd door en stimuleert de ervaren controle. Dit onderzoek suggereert, hoewel het aantal kinderen in het onderzoek te klein is om vèrgaande uitspraken te kunnen doen, dat het programma de basis legt voor een zichzelf versterkend proces van toenemende motivatie en zelfvertrouwen bij mytylleerlingen. Problemen met motivatie en zelfvertrouwen zijn echter niet voorbehouden aan mytylleerlingen. Vergelijkbare problemen doen zich voor in alle soorten speciaal onderwijs. Om deze reden wordt momenteel gewerkt aan een algemenere vorm van het programma dat behalve voor mytylscholen geschikt zal zijn voor lom, mlk, zmok, en voor scholen voor zintuiglijk gehandicapten. LITERATUUR Blaauboer, S.A.A. (987). Onderwijs aan (meervoudig) gehandicapte kinderen: `Zo is het nu, maar... hoe moet het in de toekomst?' Groningen: Rooien. Blatchford, P. (992). Academica selfassessment at 7 and years: Its accuracy and association with ethnic group and sex. British Journal of Educational Psychology, 62, Driesum, P. van (99). Een motivatieinstrument voor kinderen van 6 tot 8 jaar. Projectverslag sectie Ontwikkelings- en Experimentele Klinische Psychologie. Groningen: RUG. Harter, S (978). Effectance motivation reconsidered. In K. Riegel (Ed.), Human development. Basel. Harter, S. (98). A Scale of Intrinsic Versus Extrinsic Orientation in the Classroom. Denver: University of Denver. Heckhausen, H. (982). The development of achievement motivation. In W. Hartup, I.M. Hammer & H.L. Pick (Eds.), Review of child development research (pp ). Chicago: University of Chicago Press. Kunnen, E.S. (992a). Mastering (with) a handicap. Proefschri ft. Groningen: RUG. Kunnen, E.S. (992b). Motivatie en controle-ervaring in de Mytylschool. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 32, Kunnen, E.S. (995a). Stimuleren van motivatie en zelfvertrouwen. Eindverslag voor de Stichting Kinderpostzegels Nederland. Groningen: sectie O/EKP. Kunnen, E.S. (995b). Stimuleren van motivatie en zelfvertrouwen, een programma voor de Mytylschool. Groningen: sectie O/EKP. Meichenbaum, D. (979). Cognitieve gedragsmodificatie. Deventer: Van Loghum Slaterus. Meyer-Probst, B. (975). Leistungsspezifische Verhaltungsweisen. In G. Gollnitz & H. Roster (Eds.), Psychologische Untersuchungen zur Entwicklung hirngeschadigter Kinder (pp ). Berlin: DEB Deutscher Verlag der Wissenschaften. Nederlands Instituut van Psychologen (982/992). Documentatie van tests en testresearch in Nederland. Assen. Van Gorcum. Skinner, E.A., Chapman, M., & Baltes, P.B. (988). Control, means-ends, and agency beliefs: a new conceptualisation and its measurement during childhood. Journal of Personality and Social Psychology, 54, Skinner, E.A. (995). Perceived control, motivation and coping. London: Sage. Verriest, M., Vanbesien, W., Bellemans, H., & Wantiez, F. (975). Bewerking van de Devereux Schaal voor Gedragsobservaties in het basisonderwijs. (Spivack en Swift). Amsterdam: Swets & Zeitlinger. Weisz, J R., & Cameron, A.M. (985). Individual differences in the student's sense of control. Human Development, 25, ADRES VAN DE AUTEUR dr. E S. Kunnen, Sectie Ontwikkelings en Expe rimenteel Klinische Psychologie/RuG, Grote Kruisstraat 2/, 9 72 TS Groningen. 498

14 M.I. GEERLINGS, W. KRAAY, A. BOUMA & J.W. VAN STRIEN* Effect woordlengte op herken- ning woorden en non- woorden bij volwassen dyslectici SAMENVATTING Dit onderzoek richt zich op de vraag in welk opzicht woordherkenning bij volwassen dyslectici verschilt van normaal lezenden. Uitgangspunt hierbij is het dual-route model van Morton (98). In een lexicale decisietaak werd aan de proefpersonen gevraagd woorden (regelmatig en onregelmatig) te onderscheiden van non-woorden. De stimuli varieerden in woordlengte van 4, 5 en 6 letters. De taak werd afgenomen bij 25 dyslectische volwassenen en bij een aan deze groep op leeftijd, sekse en opleiding gematchte controlegroep. De resultaten van de lexicale decisietaak laten zien dat de dyslectici op alle condities tragere reactietijden vertonen en meer fouten maken dan de controlegroep. Bovendien blijken dyslectici extreem veel moeite te hebben met het herkennen van nonwoorden. Daarnaast wordt bij de dyslectici voor zowel regelmatig als onregelmatige woorden een woordlengte-effect gevonden, dit in tegenstelling tot de controlegroep, die voor beide typen woorden geen lengte-effect laten zien. Op grond van de resultaten wordt geconcludeerd dat de dyslectici, ondanks het feit dat zij ervaring hebben opgedaan met lezen, geen gebruik maken van volwassen leesstrategieën. Aangezien de grafeem-foneem correspondenties zich bij dyslectici onvoldoende ontwikkeld hebben, hebben ze in het lees-leerproces de overstap naar directe woordherkenning niet optimaal kunnen maken. Doordat het directe woordherkenningsproces nog steeds moeizaam verloopt, zijn dyslectici genoodzaakt te blijven steunen op grafeem-foneem correspondenties. Inleiding Dyslexie is een ontwikkelingsstoornis die meestal in de kinderjaren gediagnostiseerd wordt en zich veelal uitstrekt tot in de volwassenheid (Bruck, 985; Finucci, Gottfredson & Childs, 986). Het is de vraag of dyslectische volwassenen dezelfde leesproblemen hebben als dyslectische kinderen. Volwassenen hebben immers het proces van het beginnend lezen allang achter zich en hebben meer ervaring opgedaan met lezen. Huidige modellen met betrekking tot de normale leesontwikkeling richten zich op het belang van een adequate spelling-klank correspondentie voor het verkrijgen van een goede woordherkenning (Juel, Griffith & Gough, 986; Bruck, 99). Ervaren lezers herkennen bekende woorden voornamelijk op * Wij willen alle mensen bedanken die hun medewerking aan dit onderzoek hebben verleend. In het bijzonder willen wij de afdelingen Noord-Holland en Zuid-Holland van de Landelijke Vereniging Woortblind' bedanken voor hun speciale bijdrage aan dit onderzoek. 499 TIJDSCHRIFT VOOR ORTHOPEDAGOGIEK, 34 (995)

dr. E S. Kunnen, Sectie Ontwikkelings en Experimenteel Klinische Psychologie/RuG, Grote Kruisstraat 2/1, 9712 TS Groningen.

dr. E S. Kunnen, Sectie Ontwikkelings en Experimenteel Klinische Psychologie/RuG, Grote Kruisstraat 2/1, 9712 TS Groningen. dat inzet leidt tot succes, en inzicht in taakrelevante informatie wordt gestimuleerd door en stimuleert de ervaren controle. Dit onderzoek suggereert, hoewel het aantal kinderen in het onderzoek te klein

Nadere informatie

Nationale Dyslexie Conferentie 3 april 2013. Dyslexie, Emotioneel welbevinden en Schoolverzuim handvatten voor signalering, diagnostiek en begeleiding

Nationale Dyslexie Conferentie 3 april 2013. Dyslexie, Emotioneel welbevinden en Schoolverzuim handvatten voor signalering, diagnostiek en begeleiding Nationale Dyslexie Conferentie 3 april 2013 Dyslexie, Emotioneel welbevinden en Schoolverzuim handvatten voor signalering, diagnostiek en begeleiding Nouchka Tick 1 Thea Vogelaar 2 1 Senior Onderzoeker,

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en Samenvatting In de laatste 20 jaar is er veel onderzoek gedaan naar de psychosociale gevolgen van kanker. Een goede zaak want aandacht voor kanker, een ziekte waar iedereen in zijn of haar leven wel eens

Nadere informatie

Motivatie: presteren? Of toch maar leren?

Motivatie: presteren? Of toch maar leren? Arjan van Dam Motivatie: presteren? Of toch maar leren? Een van de lastigste opgaven van managers is werken met medewerkers die niet gemotiveerd zijn. Op zoek naar de oorzaken van het gebrek aan motivatie,

Nadere informatie

Samenvatting Impliciet leren van kunstmatige grammatica s: Effecten van de complexiteit en het nut van de structuur

Samenvatting Impliciet leren van kunstmatige grammatica s: Effecten van de complexiteit en het nut van de structuur Samenvatting Impliciet leren van kunstmatige grammatica s: Effecten van de complexiteit en het nut van de structuur Hoewel kinderen die leren praten geen moeite lijken te doen om de regels van hun moedertaal

Nadere informatie

SAMENVATTING. Het onderzoek binnen deze thesis bespreekt twee onderwerpen. Het eerste onderwerp, dat

SAMENVATTING. Het onderzoek binnen deze thesis bespreekt twee onderwerpen. Het eerste onderwerp, dat SAMENVATTING Het onderzoek binnen deze thesis bespreekt twee onderwerpen. Het eerste onderwerp, dat beschreven wordt in de hoofdstukken 2 tot en met 6, heeft betrekking op de prestaties van leerlingen

Nadere informatie

HANDREIKING EVIDENT EN KENNELIJK STABIELE KINDKEMERKEN Algemene uitgangspunten

HANDREIKING EVIDENT EN KENNELIJK STABIELE KINDKEMERKEN Algemene uitgangspunten HANDREIKING EVIDENT EN KENNELIJK STABIELE KINDKEMERKEN Algemene uitgangspunten Het vaststellen van een stoornis bii (her-)indicatie. De toegang tot het speciaal onderwijs of leerlinggebonden financiering

Nadere informatie

Appendix. Nederlandstalige samenvatting (Dutch summary)

Appendix. Nederlandstalige samenvatting (Dutch summary) Appendix Nederlandstalige samenvatting (Dutch summary) 93 87 Inleiding Diabetes mellitus, kortweg diabetes, is een ziekte waar wereldwijd ongeveer 400 miljoen mensen aan lijden. Ook in Nederland komt de

Nadere informatie

Wat is er met motivatie aan de hand?

Wat is er met motivatie aan de hand? Wat is er met motivatie aan de hand? Hans Kuyper GION, mei 2011 Een op veel middelbare scholen voorkomend verschijnsel is dat de leerlingen aan het begin van de eerste klas behoorlijk gemotiveerd zijn

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

Zelfsturend leren met een puberbrein

Zelfsturend leren met een puberbrein Zelfsturend leren met een puberbrein Jacqueline Saalmink In het hedendaagse voortgezet onderwijs wordt een groot beroep gedaan op zelfsturend leren. Leerlingen moeten hiervoor beschikken over vaardigheden

Nadere informatie

hoofdstuk 2 een vergelijkbaar sekseverschil laat zien voor buitenrelationeel seksueel gedrag: het hebben van seksuele contacten buiten de vaste

hoofdstuk 2 een vergelijkbaar sekseverschil laat zien voor buitenrelationeel seksueel gedrag: het hebben van seksuele contacten buiten de vaste Samenvatting Mensen zijn in het algemeen geneigd om consensus voor hun eigen gedrag waar te nemen. Met andere woorden, mensen denken dat hun eigen gedrag relatief vaak voorkomt. Dit verschijnsel staat

Nadere informatie

Het effect van doelstellingen

Het effect van doelstellingen Het effect van doelstellingen Inleiding Goalsetting of het stellen van doelen is een van de meest populaire motivatietechnieken om de prestatie te bevorderen. In eerste instantie werd er vooral onderzoek

Nadere informatie

De ontwikkeling van de Nederlandse taalvaardigheid van kleuters met vroeg vreemde-taal onderwijs

De ontwikkeling van de Nederlandse taalvaardigheid van kleuters met vroeg vreemde-taal onderwijs 1 De ontwikkeling van de Nederlandse taalvaardigheid van kleuters met vroeg vreemde-taal onderwijs Sieneke Goorhuis-Brouwer, KNO, UMCG, Groningen Kees de Bot, Toegepaste Taalwetenschap RUG, Groningen April

Nadere informatie

ROM met de OQ-45. Kim la Croix, sheets: Kim de Jong. Discover the world at Leiden University

ROM met de OQ-45. Kim la Croix, sheets: Kim de Jong. Discover the world at Leiden University ROM met de OQ-45 Kim la Croix, sheets: Kim de Jong Vraag Gebruikt u op dit moment de OQ-45? a. Nee, maar ik overweeg deze te gaan gebruiken b. Ja, maar ik gebruik hem nog beperkt c. Ja, ik gebruik hem

Nadere informatie

Rapportage. Vertrouwelijk. De volgende tests zijn afgenomen: Persoonsgegevens Aanvullende persoonsgegevens. D. Emo. Naam.

Rapportage. Vertrouwelijk. De volgende tests zijn afgenomen: Persoonsgegevens Aanvullende persoonsgegevens. D. Emo. Naam. Rapportage De volgende tests zijn afgenomen: Test Persoonsgegevens Aanvullende persoonsgegevens Persoonlijkheidstest (MPT-BS) Status Voltooid Voltooid Voltooid Vertrouwelijk Naam Datum onderzoek Emailadres

Nadere informatie

Vragenlijst leergeschiedenis lees- en spellingvaardigheid bestemd voor school / groepsleerkracht en interne leerlingenbegeleider

Vragenlijst leergeschiedenis lees- en spellingvaardigheid bestemd voor school / groepsleerkracht en interne leerlingenbegeleider Vragenlijst leergeschiedenis lees- en spellingvaardigheid bestemd voor school / groepsleerkracht en interne leerlingenbegeleider Gegevens leerling Naam leerling :.. 0 jongen 0 meisje Geboortedatum Groep

Nadere informatie

ATTRIBUEREN OF TOESCHRIJVEN

ATTRIBUEREN OF TOESCHRIJVEN ATTRIBUEREN OF TOESCHRIJVEN De meeste mensen, en dus ook leerlingen, praten niet alleen met anderen, maar voeren ook gesprekken met en in zichzelf. De manier waarop leerlingen over, tegen en in zichzelf

Nadere informatie

Beschrijving van de gegevens: hoeveel scholen en hoeveel leerlingen deden mee?

Beschrijving van de gegevens: hoeveel scholen en hoeveel leerlingen deden mee? Technische rapportage Leesmotivatie scholen van schoolbestuur Surplus Noord-Holland Afstudeerkring Begrijpend lezen 2011-2012, Inholland, Pabo-Alkmaar Marianne Boogaard en Yvonne van Rijk (Lectoraat Ontwikkelingsgericht

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De onderzoeken beschreven in dit proefschrift zijn onderdeel van een grootschalig onderzoek naar individuele verschillen in algemene cognitieve vaardigheden. Algemene cognitieve

Nadere informatie

elk kind een plaats... 1

elk kind een plaats... 1 Elk kind een plaats in een brede inclusieve school Deelnemen aan het dagelijks maatschappelijk leven Herent, 17 maart 2014 1 Niet voor iedereen vanzelfsprekend 2 Maatschappelijke tendens tot inclusie Inclusie

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek.

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek. Samenvatting In september 2003 publiceerde TNO de resultaten van een onderzoek naar de effecten op het welbevinden en op cognitieve functies van blootstelling van proefpersonen onder gecontroleerde omstandigheden

Nadere informatie

Samenvatting van: Effectiviteit MatriXcoaching op faalangst bij middelbare scholieren in de bovenbouw

Samenvatting van: Effectiviteit MatriXcoaching op faalangst bij middelbare scholieren in de bovenbouw Samenvatting van: Effectiviteit MatriXcoaching op faalangst bij middelbare scholieren in de bovenbouw Voorwoord Walter Franssen; Projectleider MatriXmethode Instituut Het onderzoek naar faalangst heeft

Nadere informatie

Change Your Mindset! Petra Helmond & Fenneke Verberg Research & Development, Pluryn

Change Your Mindset! Petra Helmond & Fenneke Verberg Research & Development, Pluryn Change Your Mindset! Petra Helmond & Fenneke Verberg Research & Development, Pluryn Doel Change Your Mindset! Korte online interventie om jongeren te leren dat ze de potentie hebben om te veranderen! Theoretische

Nadere informatie

Gerichte instructie in lezen en spellen voorkomt lees- en spellingproblemen bij (vrijwel) alle leerlingen op Het Kofschip

Gerichte instructie in lezen en spellen voorkomt lees- en spellingproblemen bij (vrijwel) alle leerlingen op Het Kofschip Prof. dr. Anna M.T. Bosman 1 Gerichte instructie in lezen en spellen voorkomt lees- en spellingproblemen bij (vrijwel) alle leerlingen op Het Kofschip 1 Inleiding Het Kofschip is een reguliere openbare

Nadere informatie

Rapportage. Vertrouwelijk. De volgende tests zijn afgenomen: Motivatie en Leerstijlenvragenlijst (MLV-H) D Demo. Naam. 5 januari 2014

Rapportage. Vertrouwelijk. De volgende tests zijn afgenomen: Motivatie en Leerstijlenvragenlijst (MLV-H) D Demo. Naam. 5 januari 2014 Rapportage De volgende tests zijn afgenomen: Test Motivatie en Leerstijlenvragenlijst (MLV-H) Status Voltooid Vertrouwelijk Naam Datum onderzoek Emailadres D Demo 5 januari 2014 D@Demo.com Inleiding Motivatie

Nadere informatie

bewegingsonderwijs Kennisbasis bewegingsonderwijs op de Pabo

bewegingsonderwijs Kennisbasis bewegingsonderwijs op de Pabo bewegingsonderwijs Belang van het vak Het bewegingsonderwijs aan de Pabo is exclusief gericht op de bevoegdheid voor groep 1 en 2, voorts op bewegen in brede context: bewegingsactiviteiten die op de basisschool

Nadere informatie

VK+ Zelfrapportage. Vragenlijst over veerkracht. Henk Smit

VK+ Zelfrapportage. Vragenlijst over veerkracht. Henk Smit VK+ Zelfrapportage Vragenlijst over veerkracht ID 255-17 Datum 26.05.2015 VK+ Inleiding 2 / 9 INLEIDING De VK+ is een vragenlijst die op basis van zelfrapportage de mentale veerkracht van volwassenen in

Nadere informatie

Samenvatting (in Dutch)

Samenvatting (in Dutch) Summary Samenvatting (in Dutch) Motivatie is een veelgebruikte term, ook in het dagelijks leven. Iedereen heeft een bepaald beeld bij het concept motivatie, maar vaak loopt de perceptie hiervan uiteen.

Nadere informatie

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel 1 13 Verantwoording 1.1 Keuze van de titel Voor je ligt het handboek Training sociale vaardigheden. Dit boek is geschreven voor iedereen die te maken heeft met kinderen tussen de tien en vijftien jaar

Nadere informatie

behandeling volgens de KNGF-richtlijn bij mensen met artrose aan de heup en/of knie.

behandeling volgens de KNGF-richtlijn bij mensen met artrose aan de heup en/of knie. Samenvatting De primaire doelstelling van het onderzoek was het onderzoeken van de lange termijn effectiviteit van oefentherapie en de rol die therapietrouw hierbij speelt bij patiënten met artrose aan

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Pouw, Lucinda Title: Emotion regulation in children with Autism Spectrum Disorder

Nadere informatie

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind MEE Nederland Raad en daad voor iedereen met een beperking Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Inhoudsopgave

Nadere informatie

Muiswerk Strategisch Lezen is gericht op het aanleren van deelvaardigheden die nodig zijn voor een strategische leesaanpak.

Muiswerk Strategisch Lezen is gericht op het aanleren van deelvaardigheden die nodig zijn voor een strategische leesaanpak. Strategisch Lezen Muiswerk Strategisch Lezen is gericht op het aanleren van deelvaardigheden die nodig zijn voor een strategische leesaanpak. Doelgroepen Strategisch Lezen Muiswerk Strategisch Lezen is

Nadere informatie

Symposium Zorg en onderwijs. Annemarie Tadema 8 april 2008

Symposium Zorg en onderwijs. Annemarie Tadema 8 april 2008 Symposium Zorg en onderwijs Annemarie Tadema 8 april 2008 Aanleiding onderzoek Burgerschapsparadigma: participeren in de samenleving KDC: segregatie Onderwijs: integratie/ inclusie Wet op de leerlinggebonden

Nadere informatie

Theorie! Cognitive Bias Modification! Resultaten onderzoek!

Theorie! Cognitive Bias Modification! Resultaten onderzoek! Cognitive Bias Modification Resultaten onderzoek December 2013 Jules Reijnen Ron Jacobs Theorie Cognitive Bias Modification (CBM) is een recent onderzoeksgebied dat zich richt op de vertekening (bias)

Nadere informatie

notitie Opbrengsten onderzoeken naar aanleiding van advies van

notitie Opbrengsten onderzoeken naar aanleiding van advies van notitie Opbrengsten onderzoeken naar aanleiding van advies van commissie Bosker Bureau van het CvTE Muntstraat 7 3512 ET Utrecht Postbus 315 3500 AH Utrecht Nederland www.hetcvte.nl Datum 10 juni 2015

Nadere informatie

vragenlijsten. Er werd geen verschil gevonden tussen de twee groepen wat betreft het verloop in de tijd van de interveniërende variabelen

vragenlijsten. Er werd geen verschil gevonden tussen de twee groepen wat betreft het verloop in de tijd van de interveniërende variabelen Samenvatting Samenvatting De toenemende vraag naar totale heuparthroplastieken (THA) en totale kniearthroplastieken (TKA) leidt tot groeiende wachtlijsten. Om dit probleem het hoofd te bieden hebben veel

Nadere informatie

Samenvatting Samenvatting

Samenvatting Samenvatting Samenvatting Samenvatting Binnen het domein van hart- en vaatziekten is een bypassoperatie de meest uitgevoerde chirurgische ingreep. Omdat bij een hartoperatie het borstbeen wordt doorgesneden en er meestal

Nadere informatie

Antreum RAPPORT PF. Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 01 Sep 2011. de heer Consultant

Antreum RAPPORT PF. Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 01 Sep 2011. de heer Consultant RAPPORT PF Van: Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 01 Sep 2011 Normgroep: Advies de heer Consultant 1. Inleiding Persoonlijke flexibiliteit is uw vermogen om met grote uitdagingen en veranderingen

Nadere informatie

De VrijBaan Vragenlijst (specifiek voor iemand die geen werk heeft)

De VrijBaan Vragenlijst (specifiek voor iemand die geen werk heeft) De VrijBaan Vragenlijst (specifiek voor iemand die geen werk heeft) Inleiding Veel mensen ervaren moeilijkheden om werk te vinden te behouden, of van baan / functie te veranderen. Beperkingen, bijvoorbeeld

Nadere informatie

Tonen van dankbaarheid: een nieuw therapeutisch hulpmiddel?

Tonen van dankbaarheid: een nieuw therapeutisch hulpmiddel? Artikel Issue Issue / Series / Title PsychoPraktijk Issue / Series / Volume Nr 2 Issue / Date 2015 Issue / Pages / First Page Issue / Pages / Last Page Tonen van dankbaarheid: een nieuw therapeutisch hulpmiddel?

Nadere informatie

14-7-2012. Carol Dweck. Wat is Intelligentie?

14-7-2012. Carol Dweck. Wat is Intelligentie? Carol Dweck Wat is Intelligentie? 1 Wat is Intelligentie? Wat is Intelligentie? Meervoudige Intelligentie - Gardner 2 Voorlopige conclusie In aanleg aanwezig potentieel (50% erfelijk bepaald) Domeinspecifiek

Nadere informatie

The development of ToM and the ToM storybooks: Els Blijd-Hoogewys

The development of ToM and the ToM storybooks: Els Blijd-Hoogewys The development of ToM and the ToM storybooks: Els Blijd-Hoogewys Een reactie door Hilde M. Geurts Lezing Begeer, Keysar et al., 2010: Advanced ToM 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 Autisme (n=34) Controle

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Samenvatting. (Summary in Dutch) (Summary in Dutch) Impulsieve keuzes voor aantrekkelijke opties zijn doorgaans geen verstandige keuzes op de lange termijn (Hofmann, Friese, & Wiers, 2008; Metcalfe & Mischel, 1999). Wanneer mensen zich

Nadere informatie

D U TC H S U M M A RY Samenvatting In zowel westerse als diverse niet-westerse samenlevingen wordt veel waarde gehecht aan schoolprestaties. Ouders en docenten stimuleren kinderen al op jonge leeftijd

Nadere informatie

Exam s digitale testen voor dyscalculie.

Exam s digitale testen voor dyscalculie. Exam s digitale testen voor dyscalculie. Er wordt in de Nederlandse literatuur over dyscalculie een gemeenschappelijk standpunt aangetroffen in de overtuiging dat iets basaals de oorzaak is en dat een

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting Samenvatting In deze studie is de relatie tussen gezinsfunctioneren en probleemgedrag van kinderen onderzocht. Er is veelvuldig onderzoek gedaan naar het ontstaan van probleem-gedrag van kinderen in de

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De adolescentie is lang beschouwd als een periode met veelvuldige en extreme stemmingswisselingen, waarin jongeren moeten leren om grip te krijgen op hun emoties. Ondanks het feit

Nadere informatie

Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997)

Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997) Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997) Achtergrond In de literatuur over (chronische)pijn wordt veel aandacht besteed aan de invloed van pijncoping strategieën op pijn.

Nadere informatie

VERTROUWELIJK. Rapportage intake-assessment Fontys Economische Hogeschool Tilburg

VERTROUWELIJK. Rapportage intake-assessment Fontys Economische Hogeschool Tilburg VERTROUWELIJK Rapportage intake-assessment Fontys Economische Hogeschool Tilburg School: Opleiding: Klas: Fontys Economische Hogeschool Tilburg Communicatie 1CD E-mail: jotamdveer@home.nl Studentnummer:

Nadere informatie

Q1000 Richtlijnen voor verantwoord testgebruik

Q1000 Richtlijnen voor verantwoord testgebruik Q1000 Richtlijnen voor verantwoord testgebruik Inleiding Tests vormen een belangrijk hulpmiddel bij het adviseren aan en het selecteren van personen. Voor de geteste personen kunnen de resultaten verstrekkende

Nadere informatie

Onderzoek De Lee & De Volder -> schriftelijke vragenlijst voor BaO (L4-5-6)

Onderzoek De Lee & De Volder -> schriftelijke vragenlijst voor BaO (L4-5-6) Online welbevindenvragenlijst met 28 stellingen Onderzoek De Lee & De Volder -> schriftelijke vragenlijst voor BaO (L4-5-6) - Leerlingen een stem geven bij de doorlichtingen en kwaliteitsbeleid - Zicht

Nadere informatie

KOHNSTAMM INSTITUUT. Deelname aan het onderzoek COOL Speciaal in het schooljaar 2010-2011. Wat betekent dat praktisch voor de scholen?

KOHNSTAMM INSTITUUT. Deelname aan het onderzoek COOL Speciaal in het schooljaar 2010-2011. Wat betekent dat praktisch voor de scholen? KOHNSTAMM INSTITUUT Deelname aan het onderzoek COOL Speciaal in het schooljaar 2010-2011 Wat betekent dat praktisch voor de scholen? In deze notitie laten we in de vorm van een stappenschema zien wat het

Nadere informatie

Dyslexiebeleid. Greijdanus Enschede

Dyslexiebeleid. Greijdanus Enschede Dyslexiebeleid Greijdanus Enschede 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding dyslexie Pag. 3 1.1. Wat is dyslexie? 1.2. Hoe uit dyslexie zich? 2. Dyslexiescreening en onderzoek Pag. 5 2.1. Screening in klas 1 2.2.

Nadere informatie

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel Workshop voorbereiden Uitleg Start De workshop start met een echte, herkenbare en uitdagende situatie. (v.b. het is een probleem, een prestatie, het heeft

Nadere informatie

Persoonlijke factoren en Sales succes

Persoonlijke factoren en Sales succes Persoonlijke factoren en Sales succes Welke samenhang is er? Gerard Groenewegen Mei 2009 06-55717189 1 Agenda 1. Inleiding 2. Opzet studie 3. Beoordeling van dit onderzoek 4. Bevindingen 5. Conclusie 6.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Spelen in het groen. Agnes van den Berg Roderik Koenis Magdalena van den Berg

Spelen in het groen. Agnes van den Berg Roderik Koenis Magdalena van den Berg Spelen in het groen Effecten van een bezoek aan een natuurspeeltuin op het speelgedrag, de lichamelijke activiteit, de concentratie en de stemming van kinderen Agnes van den Berg Roderik Koenis Magdalena

Nadere informatie

Connector Big Five Personality

Connector Big Five Personality Connector Big Five Personality Frequently Asked Questions P E O P L E I M P R O V E P E R F O R M A N C E Computerweg 1, 3542 DP Utrecht Postbus 1087, 3600 BB Maarssen tel. 0346-55 90 10 fax 0346-55 90

Nadere informatie

Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60)

Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60) Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60) Auteurs: T. Batink, G. Jansen & H.R.A. De Mey. 1. Introductie De Flexibiliteits Index Test (FIT-60) is een zelfrapportage-vragenlijst

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

Appraisal. Datum:

Appraisal. Datum: Appraisal Naam: Sample Candidate Datum: 08-08-2013 Over dit rapport: Dit rapport is op automatische wijze afgeleid van de resultaten van de vragenlijst welke door de heer Sample Candidate is ingevuld.

Nadere informatie

SWPBS: meer dan behaviorisme? W i n d e s h e i m z e t k e n n i s i n w e r k i n g

SWPBS: meer dan behaviorisme? W i n d e s h e i m z e t k e n n i s i n w e r k i n g SWPBS: meer dan behaviorisme? Programma Welkom & intro: de kern Pedagogische kwaliteit: de opdracht & keuzes in de uitvoering Theoretische kaders De functie & kwaliteit van feedback Belonen/ erkennen/

Nadere informatie

Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen

Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen Inleiding In de voorgaande twee hoofdstukken hebben wij de nieuwe woordleestoetsen en van Kleijnen e.a. kritisch onder de loep genomen. Uit ons onderzoek

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Burnout, een toestand van mentale uitputting door chronische stress in de werksituatie, vormt een ernstig maatschappelijk probleem dat momenteel veel aandacht krijgt. In

Nadere informatie

Huiswerkbeleid. Cluster Itter. Basisschool de Schakel Basisschool Sint Lambertus

Huiswerkbeleid. Cluster Itter. Basisschool de Schakel Basisschool Sint Lambertus Huiswerkbeleid Cluster Itter Basisschool de Schakel Basisschool Sint Lambertus Huiswerk Op onze school wordt in diverse groepen huiswerk gegeven. Onder huiswerk verstaan we werk dat vanuit de school meegegeven

Nadere informatie

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening. amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum

Nadere informatie

Motorisch functioneren in Noonan syndroom: Een interview met Noonan syndroom personen en/of hun ouders

Motorisch functioneren in Noonan syndroom: Een interview met Noonan syndroom personen en/of hun ouders Motorisch functioneren in Noonan syndroom: Een interview met Noonan syndroom personen en/of hun ouders Ellen Croonen, AIOS kindergeneeskunde Radboudumc Inhoudsopgave Achtergrond Doel Methode Resultaten

Nadere informatie

De Groeifabriek. Denken met een groeimindset!

De Groeifabriek. Denken met een groeimindset! De Groeifabriek Denken met een groeimindset! Dr. Petra Helmond & Fenneke Verberg, MSc: Pluryn Research & Development & Universiteit van Amsterdam Prof. Dr. Geertjan Overbeek: Universiteit van Amsterdam

Nadere informatie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Zoals beschreven in hoofdstuk 1, is artrose een chronische ziekte die vaak voorkomt bij ouderen en in het bijzonder

Nadere informatie

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Influence of Mindfulness Training on Parental Stress, Emotional Self-Efficacy

Nadere informatie

recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst

recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst Nederlandse samenvatting Patiënten met een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) hebben last van recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst veroorzaken. Om deze angst

Nadere informatie

Hoeveel sporten deze kinderen. De kracht van sport sporten voor kinderen met gedragsproblemen. Wekelijks sporten, lidmaatschap en bewegen %

Hoeveel sporten deze kinderen. De kracht van sport sporten voor kinderen met gedragsproblemen. Wekelijks sporten, lidmaatschap en bewegen % Introductie Sportparticipatie Succesfactoren Praktijk beelden Discussie De kracht van sport sporten voor kinderen met gedragsproblemen Remo Mombarg en Arjan Pruim Widening Gap, Skinner & Piek, 2001 Verminderde

Nadere informatie

Theoretische achtergrond ZIEN! Publieksversie van de ZIEN!-verantwoording d.d. april 2012

Theoretische achtergrond ZIEN! Publieksversie van de ZIEN!-verantwoording d.d. april 2012 Theoretische achtergrond ZIEN! Publieksversie van de ZIEN!-verantwoording d.d. april 2012 Waarom pedagogisch expertsysteem ZIEN!? Omdat het belangrijk is dat ook de school kinderen volgt bij het sociaal-emotioneel

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Samenvatting (Summary in Dutch) Achtergrond Het millenniumdoel (2000-2015) Education for All (EFA, onderwijs voor alle kinderen) heeft in ontwikkelingslanden veel losgemaakt. Het

Nadere informatie

Protocol zittenblijven/doubleren

Protocol zittenblijven/doubleren Protocol zittenblijven/doubleren Doel van dit protocol Kan een kind overgaan naar een volgende groep of blijft het zitten? Met dit protocol willen we ouder(s)/verzorger(s) informeren hoe wij als school

Nadere informatie

Wie zei nou dat het moeilijk was?

Wie zei nou dat het moeilijk was? 1 Wie zei nou dat het moeilijk was? Onderzoek naar gedrag en leren van kinderen met gedragsproblematiek Henderien Steenbeek In samenwerking met: Louise Jansen & Paul van Geert Groningen, 11 februari 2009

Nadere informatie

COMPETENTIEBELEVINGSPROFIEL VROEG - ADOLESCENTEN PERSOONLIJKE RAPPORTAGE VAN

COMPETENTIEBELEVINGSPROFIEL VROEG - ADOLESCENTEN PERSOONLIJKE RAPPORTAGE VAN COMPETENTIEBELEVINGSPROFIEL VROEG - ADOLESCENTEN PERSOONLIJKE RAPPORTAGE VAN Naam Z Gegevens deelnemer Algemeen Naam Naam Z Leeftijd 14 Geslacht Normgroep Sociale wenselijkeheid man jongens 12 t/m 15 jaar

Nadere informatie

Handboek Faalangstreductie/Examenvreestraining 2015-2016

Handboek Faalangstreductie/Examenvreestraining 2015-2016 Handboek Faalangstreductie/Examenvreestraining 2015-2016 INHOUD 1. INLEIDING... 3 2. INFORMATIE FAALANGST... 3 3. SELECTIEPROCEDURE... 4 4. TRAINING... 5 5. ORGANISATIE... 5 Handboek Leerlingbegeleiding

Nadere informatie

Omgaan met een moeilijke klas. Susan de Bruin

Omgaan met een moeilijke klas. Susan de Bruin Omgaan met een moeilijke klas Susan de Bruin SWV Amsterdam Zuid-Oost 31 oktober Welkom 39 jaar 10 jaar leerkracht SBAO te Alkmaar Susan de Bruin 6 jaar werkzaam bij Gedragpunt Ambulant begeleider & Trainer

Nadere informatie

De VrijBaan Vragenlijst (Algemeen)

De VrijBaan Vragenlijst (Algemeen) De VrijBaan Vragenlijst (Algemeen) Inleiding Veel mensen ervaren moeilijkheden om werk te vinden te behouden, of van baan / functie te veranderen. Beperkingen, bijvoorbeeld als gevolg van een gezondheidsprobleem,

Nadere informatie

Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen

Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen SAMENVATTING Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen klinische populaties, waaronder ook de Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD). Ook al wordt

Nadere informatie

Symposiumvoorstel Onderwijs Research Dagen 2013

Symposiumvoorstel Onderwijs Research Dagen 2013 Symposiumvoorstel Onderwijs Research Dagen 2013 1. Auteurs Jaap Roeleveld, Kohnstamm Instituut, Universiteit van Amsterdam (jroeleveld@kohnstamm.uva.nl) Ed Smeets, ITS, Radboud Universiteit Nijmegen (e.smeets@its.ru.nl)

Nadere informatie

team De gelukkige groep

team De gelukkige groep pedagogisch klimaat... sociaal-emotionele ontwikkeling team Aandacht voor sociaal-emotioneel functioneren De gelukkige groep Op school en in uw groep speelt veel meer dan alleen het schoolse leren. Het

Nadere informatie

FEEDBACK COMENIUSPROJECT 2013-2015 THE POWER OF FEEDBACK

FEEDBACK COMENIUSPROJECT 2013-2015 THE POWER OF FEEDBACK FEEDBACK COMENIUSPROJECT 2013-2015 THE POWER OF FEEDBACK Wat is feedback? Alle informatie die ons gedrag stuurt in de richting van een bepaald doel is feedback (veel en dikwijls onbewust). Voor onderwijs:

Nadere informatie

ENQUÊTE: toetsing op maat

ENQUÊTE: toetsing op maat ENQUÊTE: toetsing op maat Bezoekers van de website van de PO-Raad konden hun mening geven over toetsing op maat. Tussen 22 januari en 6 februari 2013 hebben 201 mensen de enquête volledig ingevuld. De

Nadere informatie

Groepsverslag Stress Reductie Effect Meting na HeartMath coachtraject maart 2016

Groepsverslag Stress Reductie Effect Meting na HeartMath coachtraject maart 2016 Onderzoeksbureau Groepsverslag Stress Reductie Effect Meting na HeartMath coachtraject maart 2016 In opdracht van HeartMath Benelux Periode november 2012 tot en met maart 2016 De stress-rem (Stress Reductie

Nadere informatie

Planmatig samenwerken met ouders

Planmatig samenwerken met ouders Ouderparticipatie Team Planmatig samenwerken met ouders Samen vooruit! Tamara Wally Tamara Wally (MSc.) is werkzaam bij de CED- Groep. Ze werkte mee aan de publicatie Samen vooruit, over planmatig werken

Nadere informatie

Het belang van ziektepercepties voor zelfmanagement COPD als voorbeeld

Het belang van ziektepercepties voor zelfmanagement COPD als voorbeeld Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Het belang van ziektepercepties voor zelfmanagement COPD als voorbeeld, M. Heijmans, NIVEL, augustus 2013) worden gebruikt.

Nadere informatie

Dr. Ellen Luteijn GZ psycholoog en werkzaam bij Kentalis. NVA Congres 2013

Dr. Ellen Luteijn GZ psycholoog en werkzaam bij Kentalis. NVA Congres 2013 Dr. Ellen Luteijn GZ psycholoog en werkzaam bij Kentalis NVA Congres 2013 Autisme en onderwijs NVA 4 oktober 2013 Ellen Luteijn Inhoud Hoe kan onderwijs passend zijn voor leerlingen met ASS? Passend Onderwijs

Nadere informatie

Samenvatting. Moving towards independence? 103

Samenvatting. Moving towards independence? 103 Samenvatting Moving towards independence? 103 In dit proefschrift wordt verslag gedaan van de evaluatie van het bewegingsgerichte Amerikaanse curriculum Mobility Opportunities Via Education (MOVE) bij

Nadere informatie

Onderzoekers: diverse onderzoekers, in binnen- en buitenland onder leiding van Prof. Dr. C. Vlaskamp, Dr. A. van der Putten & Drs. P.

Onderzoekers: diverse onderzoekers, in binnen- en buitenland onder leiding van Prof. Dr. C. Vlaskamp, Dr. A. van der Putten & Drs. P. Alle projecten richten zich op personen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen en staan onder leiding van Prof. Dr. C. Vlaskamp en/of Dr. A. van der Putten. Lopende projecten 1.

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/38701 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Visschedijk, Johannes Hermanus Maria (Jan) Title: Fear of falling in older patients

Nadere informatie

Visie op het leren van het jonge kind

Visie op het leren van het jonge kind ebook Visie op het leren van het jonge kind Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en leergierig, van meet af aan uit op sociale binding en op het verwerven van kennis en vaardigheden. In de motivatieliteratuur

Nadere informatie

Leren/coachen van meisjes - Dingen om bij stil te staan

Leren/coachen van meisjes - Dingen om bij stil te staan De ontwikkeling van vrouwen en meisjes in het rugby heeft de afgelopen jaren flink aan momentum gewonnen en de beslissing om zowel heren als dames uit te laten komen op het sevenstoernooi van de Olympische

Nadere informatie

S a m e n v a t t i n g 149. Samenvatting

S a m e n v a t t i n g 149. Samenvatting S a m e n v a t t i n g 149 Samenvatting 150 S a m e n v a t t i n g Dit proefschrift richt zich op de effectiviteit van een gezinsgerichte benadering (het DMOgespreksprotocol, gebruikt binnen het programma

Nadere informatie