Kennis op de Kaart Ruimtelijke patronen in de kenniseconomie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kennis op de Kaart Ruimtelijke patronen in de kenniseconomie"

Transcriptie

1 Kennis op de Kaart Ruimtelijke patronen in de kenniseconomie NAi Uitgevers

2 Reeds verschenen publicaties Scene, een kwartet ruimtelijke scenario s voor Nederland Ed Dammers, Hanna Lára Pálsdóttir, Frank Stroeken, Leon Crommentuijn, Ellen Driessen, Friedel Filius isbn Energie is ruimte Hugo Gordijn, Femke Verwest, Anton van Hoorn isbn Naar zee! Ontwerpen aan de kust Bart Bomas, Luki Budiarto, Duzan Doepel, Dieke van Ewijk, Jan de Graaf, Wouter van der Heijde, Cleo Lenger, Arjan Nienhuis, Olga Trancikova isbn Tussenland Eric Frijters, David Hamers, Rainer Johann, Juliane Kürschner, Han Lörzing, Kersten Nabielek, Reinout Rutte, Peter van Veelen, Marijn van der Wagt isbn Behalve de dagelijkse files. Over betrouwbaarheid van reistijd Hans Hilbers, Jan Ritsema van Eck, Daniëlle Snellen isbn Ex ante toets Nota Ruimte cpb, rpb, scp (2004) isbn Landelijk wonen Frank van Dam, Margit Jókövi, Anton van Hoorn, Saskia Heins isbn Unseen Europe. A survey of eu politics and its impact on spatial development in the Netherlands Nico van Ravesteyn, David Evers (2004) isbn De ruimtelijke effecten van ict Frank van Oort, Otto Raspe, Daniëlle Snellen isbn De ongekende ruimte verkend Hugo Gordijn, Wim Derksen, Jan Groen, Hanna Lára Pálsdóttir, Maarten Piek, Nico Pieterse, Daniëlle Snellen isbn Scenario s in Kaart Jan Groen, Eric Koomen, Maarten Piek, Jan Ritsema van Eck, Alexandra Tisma (2004) isbn x Duizend dingen op een dag. Een tijdsbeeld uitgedrukt in ruimte Maaike Galle, Frank van Dam, Pautie Peeters, Leo Pols, Jan Ritsema van Eck, Arno Segeren, Femke Verwest isbn Ontwikkelingsplanologie. Lessen uit en voor de praktijk Ed Dammers, Femke Verwest, Bastiaan Staffhorst, Wigger Verschoor isbn

3 kennis op de kaart ruimtelijke patronen in de kenniseconomie Otto Raspe Frank van Oort Pieter de Bruijn (tno Inro) NAi Uitgevers, Rotterdam Ruimtelijk Planbureau, Den Haag 2004

4 unseen europe

5 inhoud Samenvatting 7 Inleiding Achtergrond 11 Onderzoeksvragen en werkwijze 12 Opbouw van dit boek 14 De kenniseconomie en haar dimensies Inleiding 19 De kenniseconomie in historisch perspectief 19 Wat is kennis? 21 De regio centraal 28 Tot slot 29 Kennis en ruimte Inleiding 35 Kennis, innovatie en economische groei: de theorieën 35 Innovatie en ruimtelijk-economische ontwikkeling 39 Kennis en creativiteit in steden 44 Synthese: een schaalsprong naar Nederland 49 Tot slot 50 De kenniseconomie: indicatoren en ruimtelijke patronen Inleiding 57 Opleidingsniveau 58 ict-gevoeligheid en informatie-economie 60 Sweet-talk -werkgelegenheid 62 Creatieve economie 66 Aanwezigheid van hightech- en mediumtechbedrijvigheid 68 Investeringen in r&d 72 Resultaten van innovatieprocessen 72 Nuancering en synthese 76 Synthese van kennisfactoren Inleiding 85 Factoranalyse 85 Clusteranalyse 90 Is er één kenniskaart van Nederland? 94 De kenniseconomie naar verschillende gebiedstypologieën 95 Synthese 99 De relatie tussen kennis en economische prestaties Inleiding 107 Indicatoren van regionaal-economische prestatie 107 Samenhang tussen kenniseconomie en economisch prestatie 113 Correlatieanalyse 114 Ruimtelijke causale relaties 116 Synthese 122 Slotbeschouwing Aanleiding en onderzoeksvragen 129 Wat is de kenniseconomie? 130 Wat is de ruimtelijke dimensie van de kenniseconomie? 132 Ruimtelijke dimensies en een economisch competitieve kenniseconomie 134 Beleidsaanbevelingen 136 Discussie: wie staat aan de lat? 139 Literatuur 141 Bijlage i: Technische toelichting indicatoren kenniseconomie 149 Bijlage ii: Typologie van Nederlandse gebieden 161 Over de auteurs 164 Titel hoofdstuk 5 5

6

7 samenvatting De kenniseconomie is meer dan onderzoek en ontwikkeling (r&d) in de industrie. In de moderne kenniseconomie die Nederland is, gaat het immers ook om vernieuwing in handel en diensten. Het overheidsbeleid legt dan ook een te eenzijdig accent op r&d als motor voor de kenniseconomie; het belang van kenniswerkers en het daadwerkelijk op de markt brengen van nieuwe producten of diensten (innovatie) blijft te veel onderbelicht. Wordt de definitie van kenniseconomie met deze laatste twee dimensies verbreed, dan zijn ook andere regio s interessant voor het beleid gericht op economische vernieuwing. Kenniswerkers en innovatie zijn veel vaker en sterker verbonden aan goede regionaal-economische prestaties dan r&d. In een op efficiency gericht ruimtelijk-economisch beleid is de werkgelegenheid waarin kenniswerkers optimaal tot hun recht komen, dan ook van fundamenteel belang. Achtergrond Kennis speelt in de huidige moderne economie een steeds grotere rol. Deze belangrijke grondstof is een doorslaggevende concurrentiefactor geworden. Tot nu toe lijkt het begrip kenniseconomie in beleidsvoornemens vooral te worden afgemeten aan technologische innovaties ( onderzoek ) en aan het opleidingsniveau van de beroepsbevolking ( onderwijs ). De Nederlandse economie kenmerkt zich echter niet langer door industriële vernieuwing alleen; zij is steeds meer gericht op handel en diensten. Ook in die sectoren kunnen belangrijke innovaties optreden. Dit was aanleiding voor het Ruimtelijk Planbureau om te zoeken naar een andere, bredere, definitie van de kenniseconomie. Daarbij wil het planbureau tevens aandacht besteden aan het ruimtelijke aspect. Immers: indien naast de industriële specialisaties diensten en handel van belang zijn, worden ook andere regio s interessant voor het beleid gericht op de ruimtelijk-economische ontwikkeling. Met deze vernieuwde inhoudelijke en ruimtelijke inzichten in de kenniseconomie hoopt het rpb tevens nieuwe ideeën te kunnen leveren voor dat beleid. Wat is de kenniseconomie? De kenniseconomie kenmerkt zich door het gebruik van kennis in interactieve relaties tussen (markt)partijen als het gaat om het voortbrengen en gebruiken van goederen en diensten, vanaf het eerste idee tot en met het gebruik van eindproducten. In deze definitie staat het begrip kennis voor het geheel van elementen met betrekking tot de inhoud en vaardigheden die nodig zijn om problemen te onderkennen en ze op te lossen, bijvoorbeeld door informatie te verzamelen en te selecteren. Daarbij is het voorbereiden, begeleiden en interpreteren van veranderingen een essentiële karakteristiek. Samenvatting 6 7

8 Deze brede definitie heeft ook consequenties voor de indicatoren aan de hand waarvan de kenniseconomie in beeld wordt gebracht. Tot nu toe waren het vooral de uitgaven aan r&d aan de hand waarvan regio s als potentievol en comparatief speerpunt van nationale economische betekenis werden aangewezen. Deze harde technologische kant blijft van fundamenteel belang voor de kenniseconomie. Daarnaast speelt in een diensteneconomie de zachtere, sociaal-culturele kant van kennis een aanzienlijke rol. Zo worden in deze studie acht indicatoren onderscheiden als pijlers onder de kenniseconomie: innovatieve bedrijven wat betreft technologische innovaties; innovatieve bedrijven wat betreft niet-technologische innovaties; werkgelegenheid in research & development ; werkgelegenheid in hightech en mediumtech bedrijvigheid; het opleidingsniveau van de sectorale werkgelegenheid; de ict-gevoeligheid van het bedrijfsleven; de zogenaamde sweet-talk -werkgelegenheid (mensen die zich beroepsmatig bezighouden met het overtuigen van en diensten verlenen aan anderen); en werkgelegenheid in creatieve economische activiteiten. Deze acht indicatoren geven een volwaardig beeld van de factoren die in een kenniseconomie relevant zijn. Onduidelijk is echter hoe zij in het totaal van die kenniseconomie moeten worden gewogen. Via een factoranalyse zijn zij daarom herleidt tot drie overkoepelende dimensies: innovatie-outputindicatoren, technologische inputindicatoren en indicatoren die samenhangen met de vaardigheden van innovatieve werknemers ofwel kenniswerkers. Wat is de ruimtelijke dimensie van de kenniseconomie? Worden deze drie inhoudelijke dimensies van de kenniseconomie op de kaart gezet, dan blijken zij wezenlijk andere ruimtelijke patronen te vertonen. Het zijn bijvoorbeeld niet de grote steden die vooroplopen in r&d-bedrijvigheid, maar juist de meer perifere regio s en de minder verstedelijkte gebieden. Voor de factor innovatie is het ruimtelijke beeld duidelijk anders: het zijn vooral de gemeenten in het westen en oosten van het land die een innovatief bedrijfsleven hebben. De factor kenniswerkers onderscheidt zich in ruimtelijke zin van de vorige twee factoren: de economie van de kenniswerker kent een duidelijk stedelijke oriëntatie. De grootstedelijke regio s Amsterdam, Utrecht en Den Haag nemen hier een belangrijke positie in. De kenniseconomie is dus méér dan technologische ontwikkeling alleen. Er is dan ook niet één kenniskaart van Nederland; er zijn er meerdere, die in samenhang moeten worden bezien. Welke beleidsmatig interessante ruimtelijke dimensies hangen samen met een economisch competitieve kenniseconomie? De factor kenniswerkers blijkt in alle gevallen samen te hangen met goede economische prestaties. Regio s waarin het bedrijfsleven is gericht op hoogopgeleide werknemers met een hoge mate van sociaal kapitaal, presteren beter dan gebieden waar deze groep kenniswerkers niet aanwezig is. Investeringen in r&d daarentegen zijn geen eenduidige sleutel tot regionaal-economisch succes; een positief verband tussen r&d en economische kennis op de kaart

9 prestatie is er alleen voor bedrijfstakken in de middelgrote steden of in regio s in de intermediaire zone van Nederland. Het op de markt brengen van nieuwe producten en diensten lijkt eerder verbonden aan kleinere steden en suburbane gebieden Ruimtelijk gezien blijkt er voor Nederland relatief weinig van het consistent grootstedelijke elan dat in de literatuur aan de kennisfactoren wordt toegedicht. Over het algemeen is de kenniseconomie in termen van economische prestatie niet per definitie gebonden aan de grote steden. Hoewel de minst urbane gebieden veel minder bedrijven kennen met kenniswerkers dan de stedelijke agglomeraties, valt op dat ook in die gebieden de aanwezigheid van kenniswerkers positief gerelateerd is aan werkgelegenheidsgroei. Kortom: de kenniseconomie hangt samen met een complexe ruimtelijke structuur. Zij is niet per definitie een lokale aangelegenheid; de gemodelleerde kennisfactoren die een rol spelen bij het genereren van werkgelegenheid of toegevoegde waarde, spelen vaak op een ruimtelijke schaal die groter is dan de gemeente zelf. De gevonden relaties zijn wel in hun reikwijdte begrensd: van een nationaal stedelijk veld is geen sprake. Tot slot Beleidsmatig zijn er voldoende kansen om de kenniseconomie een impuls te geven. De vraag daarbij is echter wie die kansen dient op te pakken. Wie kan het beleid ten aanzien van de kenniseconomie het beste initiëren, uitvoeren en handhaven: de nationale of de regionale overheden? Deze studie laat zien dat er niet één bestuurlijk schaalniveau is dat direct aansluit bij de ruimtelijke kenniseconomie. Samenvatting 8 9

10

11 inleiding Achtergrond Kenniseconomie is in De kenniseconomie staat volop in de (politieke) belangstelling. In het regeerakkoord heeft het kabinet-balkenende ii haar als speerpunt verklaard: Nederland moet op het terrein van hoger onderwijs, onderzoek en innovatie tot de Europese voorhoede gaan behoren. Hiertoe is onder andere een Innovatieplatform opgericht, dat onder leiding staat van de minister-president. In dit platform werken de bij onderwijs- en innovatiebeleid betrokken ministers en vertegenwoordigers van relevante maatschappelijke partijen (zoals bedrijfsleven, onderwijs- en kennisinstellingen) een strategie uit ten aanzien van kennisontwikkeling en kennisexploitatie. Tevens wordt het budget voor de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk verhoogd om met name het midden- en kleinbedrijf te stimuleren tot investeringen in onderzoek en ontwikkeling. De Nederlandse strategie is ingebed in een Europese context. De Europese Raad van Lissabon (23 en 24 maart 2000) besloot immers innovatie te stimuleren en zo te komen tot Europa als meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld. Het programma dat hiertoe is opgesteld, is er met name op gericht zoveel mogelijk profijt te trekken van de onderzoeksinspanningen van de ondernemingen binnen de Europese Unie en een klimaat te scheppen dat gunstig is voor de ontwikkeling van innoverende bedrijven. Ruimtelijke dimensie kenniseconomie Opvallend is dat de nationale beleidsstrategie ten aanzien van kennis vooral gericht is op het onderwijs- en innovatiebeleid. Het regeerakkoord wil bijvoorbeeld het lerarentekort terugdringen, de instroom in en afronding van bèta- en technische opleidingen stimuleren, de beroepsopleiding beter laten aansluiten op de arbeidsmarkt, startende ondernemers stimuleren en research and development (r&d) subsidiëren. De ruimtelijke dimensie in het debat over de kenniseconomie is over het algemeen nog maar summier uitgewerkt. Toch laat de (inter)nationale literatuur al langer zien dat de inbedding van technologisch hoogwaardige bedrijvigheid in lokale en regionale netwerken van belang kan zijn. Zo lijken innovatieve en kennisintensieve bedrijvigheid vooral gevestigd in de steden, waar de mogelijkheden voor werknemers en werkgevers, toeleveranciers en afnemers, producenten en consumenten om kennis uit te wisselen, het grootst zijn. Niet alleen is de regio een relevante entiteit (Oerlemans 1996), ook zijn er regionale verschillen in kennisintensiteit van bedrijvigheid en in de mate van innovatie (Louter 2003; Van Oort 2002; Poot e.a. 1998). Inleiding 10 11

12 Twee recente Rijksnota s stellen de kenniseconomie wél centraal in een ruimtelijke context: de Nota Ruimte (Ministerie van vrom2004) en de Nota Pieken in de Delta Gebiedsgerichte Economische Perspectieven (Ministerie van ez2004). Naar analogie van het begrip mainport Schiphol en de Rotterdamse haven wordt in deze nota s het begrip brainport gehanteerd, als overkoepelende term voor een regionaal kenniscluster in en rondom Eindhoven. Hiermee trekt de overheid een al eerder ingezette lijn door, waarbij de aandacht uitgaat naar de welvaart creërende regio s en niet naar de achterblijvende regio s: Het kabinet wil de economische groei van regio s en daarmee van Nederland stimuleren door economische kansen te benutten. Wie het nationale groeivermogen wil versterken moet comparatieve voordelen van regio s ( pieken ) benutten (Ministerie van ez2004: 11). De ez-nota beperkt zich, in tegenstelling tot de Nota Ruimte, niet alleen tot de Eindhovense regio. Ook de Randstad (onderverdeeld in een Noord- en een Zuidsvleugel) en de zogeheten Nieuwe Driehoek (Arnhem-Nijmegen, Apeldoorn en Enschede) worden genoemd als potentievolle regio s voor economische vernieuwing. Onderzoeksvragen en werkwijze In beleidsvoornemens lijkt de kenniseconomie vooral te worden afgemeten aan technologische innovatie ( onderzoek ) en aan het opleidingsniveau van de beroepsbevolking ( onderwijs ). Zo is de regio Eindhoven vooral op basis van de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling (r&d) aangewezen als potentievol en comparatief speerpunt van nationale economische betekenis 1. Met het zware accent op innovatie krijgt de kenniseconomie veelal een sterk technologisch en industrieel karakter. Toch kenmerkt de Nederlandse economie zich niet alleen door industriële vernieuwing. Vernieuwing kan immers ook voorkomen in vanouds gespecialiseerde activiteiten als handels- en dienstensectoren (Jacobs 1999; wrr 2003), waarbij niet-technologische vernieuwing, diensteninnovaties en de sociale elementen verbonden aan kennisoverdracht, zoals communicatieve en creatieve vaardigheden of vaardigheden om met informatie te kunnen omgaan, van fundamenteel belang zijn. Een belangrijke rode draad in dit boek is dan ook de zoektocht naar een nieuwe definitie voor het begrip kenniseconomie. Een begrip dat vaak wordt gebruikt zonder dat duidelijk is wat er precies mee wordt bedoeld. 1. Op basis van het criterium r&duitgaven niet onterecht. Er is in Europa bijna geen regio die per hoofd van de bevolking zoveel uitgeeft aan r&d als zuidoost- Noord-Brabant waarin Eindhoven ligt (Cuadrado Roura 2004; eu 2002) Indien naast de industriële specialisaties diensten en handel belangrijke dimensies van de kenniseconomie zijn, zullen ook andere regio s, steden en typen locatie naar voren komen als hotspots. Specialisaties in handels- en dienstenactiviteiten bevinden zich immers slechts zelden in de directe nabijheid van industriële specialisaties. Dat is de tweede rode draad: het op de kaart zetten van relevante dimensies van de kenniseconomie om zo additioneel inzicht in het begrip te verwerven. We zijn dus geïnteresseerd in zowel de inhoudelijke als de ruimtelijke detaillering van de kenniseconomie en haar dimensies. De volgende fundamentele kennisvragen staan daarom centraal in dit boek: kennis op de kaart

13 1. wat moet worden verstaan onder de Nederlandse kenniseconomie? Gaat het hierbij inderdaad om meer dan r&d? 2. in welke steden en regio s zijn die relevante dimensies geconcentreerd? 3. welke voor het beleid interessante ruimtelijke structuren zijn verbonden aan zowel clustervorming van kennisintensieve bedrijfstakken als bedrijfseconomisch goed presterende bedrijfstakken? Hiermee willen we tegemoet komen aan een aantal conceptuele en beleidsmatige lacunes. Door de relevante dimensies van de kenniseconomie (vraag 1) op de kaart te zetten kunnen we naar onze mening veel additioneel inzicht verwerven. We doen dat (vragen 2 en 3) aan de hand van twee, in de literatuur vaak genoemde, en tegengestelde, veronderstellingen over de vraag in welke mate, en waar in de Nederlandse regio s, kennisintensieve bedrijvigheid economisch goed presteert en zich bovendien clustert. De eerste gaat ervan uit dat, vanwege de grotere mogelijkheden tot kennisuitwisseling, steden en stedelijke regio s bronnen zijn van economische vernieuwing. Vooral zakelijke diensten en handel lijken in de stedelijke regio s beter te presteren dan daarbuiten. De tweede vaak gehoorde stelling is dat de ruimtelijke structuur van Nederland zich niet kenmerkt door grote verschillen in vestigingsplaatsfactoren voor kennisintensieve bedrijven: Nederland, of een groot deel daarvan, als een urban field. Wordt van deze laatste veronderstelling uitgegaan, dan moet de overheid haar instrumenten vooral zoeken in generiek en niet-gebiedsgericht beleid. Werkwijze Omdat we niet over landsdekkende data beschikken ten aanzien van innovatie, innovatiebeweegredenen en innovatieoutput op het niveau van alle bedrijven, hebben we diverse landsdekkende en vaak regionaal gespecificeerde enquêtes gebruikt over de werkgelegenheidsontwikkeling, de mate waarin toegevoegde waarde wordt gecreëerd, de innovatie-intensiteit en de ict-intensiteit van bedrijven. De uitkomsten van die enquêtes hebben we vertaald naar het gemeentelijke schaalniveau aan de hand van een zeer gedetailleerde sectorale verdeelsleutel (dit kan in detailniveau oplopen naar 845 deelsectoren, die vaak per regio zijn bepaald). Aan een dergelijke onderzoeksopzet kleven voordelen maar ook nadelen. Het belangrijkste voordeel is dat we zo voor het eerst ruimtelijke analyses kunnen maken met een landsdekkende vulling, en voor meerdere dimensies van de kenniseconomie tegelijkertijd. We gaan hierbij echter wel uit van de belangrijke veronderstelling dat bedrijven in één van de in een analyse onderscheiden (deel)sectoren worden geacht eenzelfde gedrag te hebben. 2 Alle kaartbeelden in deze studie zijn via deze analysevorm tot stand gekomen. Om daarnaast een gevoel te krijgen van de mate waarin bedrijven binnen sectoren in hun kennisgedrag van elkaar kunnen afwijken, hebben we in twee sectoren een beperkte enquête onder bedrijven uitgevoerd. Hierover rapporteren we na elk hoofdstuk. 2. In technische termen: we verklaren ruimtelijke verschillen middels de sectorstructuur ( share-effect ) en niet-regionale verschillen binnen deze sector die voortkomen uit de ruimtelijke differentiatie van factoren die het bedrijfsfunctioneren beïnvloeden ( shift-effect ). Inleiding 12 13

14 Opbouw van dit boek In deze studie beantwoorden we de centrale vragen in een aantal stappen. In het hoofdstuk De kenniseconomie en haar dimensies stellen we het begrip kennis en de relatie met de economie centraal. Kennis zit, sinds jaar en dag, verweven in allerlei economische processen. Recentelijk echter lijken de verschillende achterliggende rollen van kennis aan verandering onderhevig. De impulsen die hieraan ten grondslag liggen, worden in dit hoofdstuk besproken. Aan het eind ervan duiden we de relevante economische dimensies die met kennis samenhangen. In de daarop volgende hoofdstukken worden deze dimensies verder uitgewerkt. Het derde hoofdstuk ( Kennis en ruimte ) beschrijft een ruimtelijk-economisch theoretisch kader waarbinnen we de begrippen kunnen plaatsen. In dit hoofdstuk gaat het erom te achterhalen welke ruimtelijke dimensies samenhangen met succesvol innovatief of kennisintensief bedrijfsfunctioneren. We bieden een overzicht van de theorieën die kennis koppelen aan het economisch functioneren, en gaan vooral in op de stedelijke en ruimtelijke dimensies die in de internationale literatuur met de kenniseconomie worden geassocieerd. Tot slot vertalen we die dimensies naar het Nederlandse schaalniveau en geven we aan in hoeverre zij afwijken van de dimensies die in de, vooral Amerikaanse, literatuur worden genoemd. In de hoofdstukken De kenniseconomie: indicatoren en ruimtelijke patronen, Synthese van kennisfactoren en De relatie tussen kennis en economische prestaties staat de empirische toetsing centraal. De indicatoren die de kenniseconomie karakteriseren, zetten we in het vierde hoofdstuk letterlijk op de kaart. De ruimtelijke patronen en regionale verschillen die hierbij naar voren komen, laten de inhoudelijke diversiteit van het begrip kenniseconomie zien. In het synthetiserende hoofdstuk beschouwen we het complex aan factoren in de kenniseconomie in onderlinge samenhang met elkaar en plaatsen dit in een overkoepelende ruimtelijke context. Het resultaat bestaat uit nationale kenniskaarten : kaarten die laten zien welke gebieden op welke dimensies van de kenniseconomie vooroplopen of relatief achterblijven. Hiermee is nog niet getoetst of deze ruimtelijke verdeling van kenniscompetenties ook samenhangt met economische prestaties, zoals werkgelegenheidscreatie en de creatie van toegevoegde waarde. In het hoofdstuk De relatie met economische prestaties koppelen we daarom de kennisindicatoren aan economische groeiprestaties en kijken we of er ruimtelijke samenhangen bestaan. Daarbij gaan we in op de verschillende ruimtelijke (lokale en regionale) schaalniveaus die daarbij binnen Nederland relevant zijn. In het laatste hoofdstuk vatten we tot slot de belangrijkste conclusies samen. Daarbij richten we onze aandacht ook op de mogelijke rol van de overheid ten aanzien van de kenniseconomie. kennis op de kaart

15 Opzet van de enquête In dit onderzoek hebben we niet alleen grote gegevensbestanden geanalyseerd, maar ook een enquête uitgezet onder het bedrijfsleven. Het materiaal dat deze enquête heeft opgeleverd, wordt beschreven in een aantal boxen aan het eind van de verschillende hoofdstukken. In de bedrijvenenquête zijn vragen opgenomen over de vestigingsplaatsfactoren die een bedrijf van belang acht, en over de manier waarop een (kennis)bedrijf in zijn (kennis)regio is ingebed. De enquête is opgezet als een contrastanalyse: een kennisintensieve regio en een veel minder kennisintensieve regio, met daarbinnen het onderscheid tussen kennisintensieve en nietkennisintensieve sectoren, zijn met elkaar geconfronteerd. Deze confrontatie vond plaats voordat de enquête is verstuurd. Materiaal uit de hoofdstukken De kenniseconomie: indicatoren en ruimtelijke patronen en Synthese van kennisfactoren lag hieraan ten grondslag. We stuurden de (schriftelijke) enquête toe aan 570 bedrijven (van de totale populatie van Tabel 1 Indeling contrast-analyse, populatie en aantal respondenten Kennisintensieve regio Niet-kennisintensieve Totalen regio Regio Amsterdam/Utrecht Regio Groningen/Friesland Kennisintensieve sector: Vervaardiging van Kennisbedrijf in kennis- Kennisbedrijf in niet-kennis- Totaal kennisintensieve medische apparaten en regio regio bedrijven instrumenten en orthopedische en protheseartikelen (sbi3310) ict-bedrijven (sbi7210, Populatie = 750 Populatie = 102 Populatie = , 7230, 7240)* Respondenten = 14 (1,9%) Respondenten = 15 (14,7%) Respondenten = 29 (3,4%) Niet-kennisintensieve sector: Vervaardiging van Niet-kennisbedrijf in Niet-kennisbedrijf in Totaal niet-kennisintensieve producten van metaal kennisregio niet-kennisregio bedrijven (geen machines en transportmiddelen) (sbi281 t/m 287 Vervoer over de weg Populatie = 901 Populatie = 421 Populatie = 1322 (sbi6021 t/m 6024) Respondenten = 19 (2,1%) Respondenten = 23 (5,5%) Respondenten = 42 (3,2%) Totalen Totaal kennisregio Totaal niet-kennisregio Totaal Populatie = 1651 Populatie = 523 Populatie = 2174 Respondenten = 33 (2,0%) Respondenten = 38 (7,3%) Respondenten = 71 (3,3%) * Dit betreft: adviesbureaus op het gebied van automatisering en systeemhuizen (sbi7210), systeemontwikkelings-, systeemanalyse- en programmeerdiensten (sbi7220), computercentra, data entry-, ponsbureaus e.d. (sbi7230), databanken (sbi7240) Inleiding 14 15

16 2174 vestigingen is dit ruim 26%)*. De respons was 12,5 procent (71 bedrijven). Dit aantal is te laag om statistisch representatieve uitspraken te kunnen doen voor de hele sector in de verschillende regio s. We kunnen de enquêteresultaten dus niet gebruiken om hypothesen te toetsen binnen de gangbare marges van zekerheid en betrouwbaarheid. Wel gelden de resultaten als indicatief en richtinggevend voor verdere analyses in dit nieuwe onderzoeksveld. Bovendien zijn de enquêteresultaten zeer geschikt om nieuwe hypothesen te vormen. Al met al geldt dat de resultaten met enige voorzichtigheid dienen te worden behandeld. In figuur 1 is weergegeven hoe kennisintensieve en niet-kennisintensieve bedrijven scoren op bepaalde kenmerken; hierbij is geen onderscheid gemaakt naar regio. De figuur laat duidelijk zien dat kennisintensieve bedrijven gemiddeld veel meer hoogopgeleide werknemers in dienst hebben terwijl niet-kennisintensieve bedrijven zich kenmerken door werknemers met een veelal laag opleidingsniveau. Kennisintensieve bedrijven beschikken bovendien over een veel hoger aandeel mensen die met computers werken; het aandeel investeringen in ict verschilt minder sterk. Hiernaast blijkt dat kennisintensieve bedrijven meer gericht zijn op r&d; ze hebben hiervoor vaker een aparte afdeling. Deze uitkomsten zijn niet geheel onverwacht; zij komen ook in nationale statistieken naar voren (zie hoofdstuk De kenniseconomie: indicatoren en ruimtelijke patronen ). Dit sterkt de redenering dat de andere analyses, bijvoorbeeld ten aanzien van het belang dat wordt gehecht aan diverse vestigingsplaatsfactoren, zeker als indicatief mogen worden beschouwd. De groepen verschillen daadwerkelijk. * De steekproef is aselect getrokken onder de voorwaarden dat de verdeling naar klassegrootte van de steekproef overeenkomt met de verdeling van de populatie. Figuur 1 Kenmerken kennisintensieve en niet-kennisintensieve bedrijven 100,0 90,3 80,0 60,0 60,6 62,8 40,0 20,0 30,5 23,0 28,3 41,9 21,4 0,0 7,0 8,5 7,0 0,4 4,0 3,0 % Opl. % Opl. % Opl. % Opl. % Mensen % Investering Wel of niet Hoog Middelbaar Laag Geen met pc in ict r&d Kennisintensief bedrijf Niet-kennisintensief bedrijf Bron: Enquête rpb 2004 (kennisintensief n = 31, niet-kennisintensief n = 42) kennis op de kaart

17 De kenniseconomie en haar dimensies

18

19 de kenniseconomie en haar dimensies Inleiding In dit hoofdstuk staat de vraag centraal wat de kenniseconomie nu eigenlijk is. De rol van kennis is sinds jaar en dag verbonden met economische processen. Daarom plaatsen we de kenniseconomie eerst in historisch perspectief. Zo willen we de aspecten in beeld brengen die de kenniseconomie karakteriseren. In de tweede paragraaf gaan we nader in op het begrip kennis, dat voor al deze aspecten een centraal element is, en dat net zomin als de kenniseconomie zelf in één dimensie te vangen is. Aan het eind van dit hoofdstuk vatten we samen wat we onder de kenniseconomie verstaan. In het vervolg van dit boek zullen we de verschillende dimensies van kennis die we in dit hoofdstuk onderscheiden, in kaart brengen voor de Nederlandse regio s. De kenniseconomie in historisch perspectief De belangstelling voor de rol van kennis in relatie tot de economie is niet alleen van deze tijd. Eigenlijk worden economische processen al sinds de Industriële Revolutie eind achttiende eeuw door kennis gedreven, en ook klassieke economen, zoals Ricardo ( ), tonen al veel belangstelling voor het onderwerp (Quah 2000). In de jaren dertig van de twintigste eeuw doet het begrip kennis nadrukkelijk opgeld in het economisch denken en wordt het gekoppeld aan technologische doorbraken. Schumpeter wijst er bijvoorbeeld op dat innovatieve entrepreneurs aan de basis staan van die technologische doorbraken, omdat zij eerder de nieuwe mogelijkheden van specifieke technische kennis zien (Soete, in Wichard 2002: 89). Als term komt de kenniseconomie op in de jaren zestig van de twintigste eeuw, in publicaties van Machlup (1962) en Drucker (1959 en 1969). In diezelfde periode krijgt het begrip kennis in de neoklassieke groeitheorie, bijvoorbeeld die van Solow, een nieuwe impuls. Kennis wordt dan beschouwd als een belangrijke externe factor: doordat de toename van de productie slechts voor een derde deel kan worden verklaard uit de toename van de factoren arbeid en kapitaal, wordt het onverklaarde residu toegeschreven aan technologische vernieuwing, die het gevolg is van het toepassen van kennis (Louter 1993). In de moderne economie heeft kennis veel nadrukkelijker een endogene rol, dat wil zeggen: een rol die bedrijven zelf kunnen sturen in intensiteit en richting. Bijvoorbeeld in de vorm van investeringen in onderzoek en ontwikkeling, met een eigen rendement. De erkenning dat bedrijven en overheden investeren in kennis, betekent dat kennis een zelfstandige factor binnen het economische systeem wordt (Foray 2004). De huidige belangstelling voor de kenniseconomie komt mede voort uit deze zelfstandige plaats van kennis in de moderne economie. Maar wat is de De kenniseconomie en haar dimensies 18 19

20 kenniseconomie nu precies? In diverse publicaties wordt het begrip op verschillende, veelal abstracte, wijzen gedefinieerd. Zo spreekt de Wereldbank over een economie die kennis effectief gebruikt voor haar economische en sociale ontwikkeling. De oecd (1996) heeft het over een economie die direct gebaseerd is op de productie, distributie en het gebruik van kennis en informatie. Het Engelse Ministerie van Handel en Industrie (1998) definieert de kenniseconomie als een economie waarin de productie en exploitatie van kennis de overheersende rol speelt in het creëren van welvaart. Tot slot omschrijft het woordenboek Van Dale (2004) de kenniseconomie als een economie waarin de productiefactoren arbeid en kapitaal sterk gericht zijn op de ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologie. 3 Over het algemeen geldt dus dat in een kenniseconomie kennis de belangrijkste grondstof is, of steeds meer als de doorslaggevende concurrentiefactor wordt beschouwd (Jacobs 1999). In toenemende mate wordt de rol van kennis benadrukt als bron voor het creëren van toegevoegde waarde en werkgelegenheidsgroei (in vooral dienstengeoriënteerde sectoren). 3. Het begrip kenniseconomie is sinds 1999 in het woordenboek Van Dale opgenomen. Karakteristieken van de kenniseconomie Uit de bovengenoemde omschrijvingen van de kenniseconomie blijkt dat het begrip breed wordt gedefinieerd. Naast kennis introduceren de definities bovendien begrippen als productie en exploitatie van kennis, informatie, technologie, innovatie en innovatiesysteem. Wat nu echt met de kenniseconomie wordt bedoeld, kunnen we beter begrijpen aan de hand van de karakteristieken die in de literatuur aan het begrip worden verbonden. De opkomst van de kenniseconomie blijkt uit een aantal ontwikkelingen binnen de economie. Een daarvan is de stijging van het opleidingsniveau van de beroepsbevolking. De afgelopen decennia is het aandeel hoger opgeleiden (mensen met een hbo- en wo-niveau) in de totale beroepsbevolking sterk toegenomen (cpb2002). Dit stijgende aandeel ging gepaard met een verschuiving in de arbeidsvraag naar hoogopgeleiden. Daarnaast heeft de technologische ontwikkeling er mede toe bijgedragen dat veel taken van laaggeschoolden zijn overgenomen door vormen van technologie. Tegelijkertijd trad er de afgelopen decennia een verschuiving op in de sectorale en beroepsmatige samenstelling: nieuwe sectoren en beroepen kwamen naar voren, andere verdwenen. Dit algemene proces kan worden aangeduid als de dubbele kwartairisering. Hiermee wordt bedoeld dat zowel de sectorale als de beroepsmatige samenstelling van de werkgelegenheid zich steeds meer richt op de generatie en verwerking van informatie (Van der Laan e.a. 2002). De ontwikkeling waarbij arbeid minder is gebaseerd op spierkracht en meer op communicatieve vaardigheden en denkvermogen, heeft mede door de voortgeschreden informatisering van productieprocessen gestalte gekregen. Bekendheid met geautomatiseerde informatieverwerking is voor een toenemend aantal sectoren en beroepen een must geworden (Van der Laan e.a. 2002). Het gaat hierbij overigens niet alleen om beroepen die een hoog opleidingsniveau vragen. Juist ook de vraag naar werkgelegenheid met een lager opleidingsniveau floreert in deze nieuwe structuur; denk bijvoorbeeld aan de creatieve diensten. Bovendien zijn, zo bleek hiervoor, investekennis op de kaart

21 ringen in innovatie en technologische vernieuwing een steeds belangrijker rol gaan spelen in de economie. Naast productinnovaties kunnen hier procesinnovaties worden onderscheiden, die duiden op ingrijpende veranderingsprocessen in organisaties en bij dienstverleners. Globaal zijn er in de economie twee stromingen die de rol van kennis centraal stellen (Louter 1993; Smith 2002; Godin 2003). De eerste stroming stelt dat kennis belangrijker wordt als zelfstandige input in economische processen. Naast arbeid en kapitaal is kennis zo de belangrijkste productiefactor geworden. De kenniseconomie kenmerkt zich door hoge investeringen in kennis : uitgaven aan activiteiten die bestaande kennis verbeteren, nieuwe kennis genereren en kennis verspreiden. De tweede stroming behelst de toenemende rol van activiteiten die samenhangen met kennis(verwerking), binnen de totale werkgelegenheid. Kennis is belangrijker geworden als product, ook voor de maakindustrie en de dienstensectoren. Nieuwe economische activiteiten, gebaseerd op het verhandelen van kennisproducten, al dan niet in relatie tot oude sectoren, nemen in omvang toe. Ook de traditionele economische sectoren worden kennisintensiever. Verandering is de rode draad in de kenniseconomie. Aanpassingsvermogen is daarom van groot belang voor succes, zowel voor individuele bedrijven als voor een economie als geheel. Dit vraagt weer een sterke kennisinfrastructuur als noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde: goed werkende markten zijn eveneens onmisbaar (cpb2002). Het bovenstaande laat zien dat in een kenniseconomie de volgende aspecten een belangrijke rol spelen: 1. een economisch en institutioneel regime dat prikkels verschaft om kennis efficiënt te creëren, te verwerven, te verspreiden en te gebruiken en zo de economische groei te bevorderen en de welvaart te vergroten 2. een effectief innovatiesysteem dat bestaat uit onderzoeksinstellingen, universiteiten, denktanks, adviseurs, bedrijven en andere organisaties die de mondiale kennisvoorraad aanboren, aftappen, opnemen en aanpassen ten gunste van lokale behoeften en om nieuwe kennis te creëren (Nelson 1993, zie ook Kennis en ruimte ) 3. een dynamische informatie- en communicatie-infrastructuur die de effectieve verspreiding van informatie ondersteunt 4. een goed opgeleide en geschoolde beroepsbevolking die kennis creëert, verkrijgt, verspreidt en gebruikt Binnen deze dimensies van de kenniseconomie staat kennis centraal. In de volgende paragraaf gaan we daarom dieper in op dit begrip. Wat is kennis? Gegevens, informatie en kennis De termen gegevens en informatie worden vaak gebruikt in relatie tot kennis. Zij lijken zelfs synoniemen te zijn geworden. Gegevens, informatie en kennis zijn echter niet hetzelfde; er bestaan belangrijke verschillen. De kenniseconomie en haar dimensies 20 21

22 Data/gegevens zijn een reeks van observaties, metingen of feitenmateriaal in de vorm van getallen, woorden, geluiden of beelden. Zij hebben geen betekenis op zichzelf, maar verschaffen ruw materiaal waaruit informatie kan worden afgeleid. Informatie is merkwaardig genoeg een relatief begrip: het gaat om een geheel van gegevens en mededelingen met een inhoud. De meeste informatie die op mensen afkomt, is nog vrij ongestructureerd. Kennis is de toepassing en het gebruik van deze informatie; zij wijst op een hogere mate van verwerking en begrip. Kennis betreft de meer stabiele interpretatieschema s die ons in staat stellen de continue informatiestromen te ordenen. Pas met behulp van kennis worden gegevens informatie (Jacobs 1999: 17). Kennis is meer dan informatie; het heeft tevens betrekking op een bewustzijn en een begrip die zijn verkregen door ervaring, vertrouwdheid of geleerdheid. Informatie is de kennis die iemand bereikt. Zonder gegevens bestaat geen informatie en informatie is een noodzakelijke voorwaarde voor kennis. Kennis heeft dus meer betrekking op de outputkant en informatie juist op de inputkant van dit leerproces (Louter 1993). In de literatuur bestaat er overigens geen overeenstemming over de manier waarop informatie en kennis op elkaar in werken. Sommigen stellen dat ideeën en kennis informatie creëren en dat zonder deze kennis en ideeën gegevens niet tot stand komen. Anderen beargumenteren dat de relatie rechtlijnig verloopt: kennis komt voort uit informatie, terwijl informatie weer is afgeleid uit data. Uiteraard bestaat er ook omvangrijke literatuur over een tweezijdige relatie, waarbij kennis georganiseerde informatie is, die een doel heeft en zelf weer leidt tot het zoeken naar meer informatie. Zonder georganiseerde informatie weten we iets van iets, maar weinig over iets. Beschikken we over kennis, dan kunnen we informatie toepassen en de zin en de onzin van de informatie scheiden. Communicatie is hierbij van groot belang. Kennis heeft namelijk pas echt betekenis als het via een communicatiemedium kan worden overgedragen. Voor een kennistransfer is een informatieoverdracht altijd noodzakelijk; andersom geldt dit niet altijd. Tot slot kan ook innovatie aan kennis worden gekoppeld. Bij innovatie gaat het erom nieuwe kennis te creëren via een intrinsiek onzeker probleemoplossend proces dat is gebaseerd op bestaande kennis en/of informatie. Bij innovatie wordt nieuwe kennis (al dan niet zelf voortgebracht of van buiten aangetrokken) in een organisatie zodanig gehanteerd dat nieuwe, meer concurrerende producten en efficiëntere processen ontwikkeld kunnen worden. Hierdoor kunnen de prestaties van een onderneming verbeteren. Behalve nieuwe producten (productinnovatie) of nieuwe productieprocessen (procesinnovatie) kan ook de ontwikkeling van nieuwe organisatiestructuren binnen bedrijven, nieuwe markten en nieuwe natuurlijke productiefactoren als innovatief worden beschouwd. Innovatieve kennis kan leiden tot de introductie van innovatieve producten of de applicatie van een productieproces, door radicale doorbraken of via incrementele verbeteringen. Kennis kan dus worden bezien als een goed dat fungeert als een input (bekwaamheid) die leidt tot een output in de vorm van een innovatie, en die op haar beurt weer als een nieuwe vorm van kennis kan worden gezien. kennis op de kaart

23 Figuur 2 Geschakelde processen van informatie Data Informatie Informatie Informatie Informatie Informatie Kennis Kennis Informatie Innovatie Informatie (a) (b) (c) (d) Informatie technologie Bron: Kellerman (2002: 4) Op basis van de relaties tussen de begrippen data, informatie, kennis en innovatie onderscheidt Kellerman (2002) vier geschakelde processen (figuur 2). In het eerste proces (a) worden data in informatie getransformeerd door betekenisvolle patronen en context. In het tweede proces (b) ontstaat informatie uit informatie, bijvoorbeeld via spraak, schrift of contact tussen mensen. Het derde proces (c) bestaat eruit dat het gebruik van informatie leidt tot kennis, die nieuwe informatie voortbrengt. In het vierde proces (d) creëert de toepassing van kennis nieuwe kennis (innovatie), waarbij de innovatie weer kan leiden tot nieuwe informatie of informatietechnologie. Persoonsgebonden en gecodificeerde kennis Kennis en informatie verschillen van elkaar in het dynamische proces dat aan kennis is verbonden. Kennis staat voor hetgeen door studie of oefening is geleerd. Hiervoor zijn informatie en gegevens noodzakelijk, en zijn menselijke processen fundamenteel. Veel onderzoeken over kennis en economie verwijzen dan ook naar het door Polanyi in 1966 gemaakte onderscheid tussen tacit knowledge (persoonsgebonden kennis) en codified knowledge (gecodificeerde kennis) (Zook 2003). Persoonsgebonden kennis is persoonlijk, contextspecifiek en ingebed in mensen. Zij leent zich moeilijk voor formalisering en communicatie. Persoonsgebonden kennis is onzichtbaar, niet-expliciet, nietgecodificeerd, vaak onbewust. Dit is samen te vatten in de zin: we weten meer dan we weten. Gecodificeerde of expliciete kennis is kennis die op formele en systematische wijze kan worden overgebracht op anderen. Wetenschappelijke of technologische ideeën die het resultaat zijn van onderzoek bij bedrijven en kennisinstellingen, zijn in principe vast te leggen op kennisdragers (tekst, formules en beelden) en daarmee overdraagbaar. Toch kent gecodificeerde kennis ook een persoonsgebonden element: het product van onderwijs, scholing, ervaring en talent is veelal ingebed in mensen. Deze vaardigheden, dat wil zeggen: menselijk kapitaal, zijn niet-codificeerbaar (cpb2002) De kenniseconomie en haar dimensies 22 23

24 Omdat codificeerbare kennis gemakkelijk kan worden opgeslagen in schriftelijke of elektronische vorm, zijn de kosten van kennisdiffusie laag. Dankzij de moderne communicatiemiddelen speelt afstand bij deze vorm van kennis praktisch geen rol meer. Voor kennis in de vorm van vaardigheden geldt dit niet; daarbij gaat het veel meer om ervaring, expertise, intuïtie en talent. Reproductie van persoonsgebonden kennis is duur, want leren kost tijd en inspanning, en talent is schaars. Juist bij deze vorm van kennis speelt afstand een belangrijke rol. Hiervoor is elektronische communicatie geen substituut (Van Oort e.a. 2003). Taxonomie van kennis Het onderscheid tussen persoonsgebonden en gecodificeerde kennis wordt verduidelijkt door de taxonomie van kennis die Lundvall & Johnson (1994) hebben ontwikkeld: know-what, know-why, know-how en know-who. Knowwhat (weten wat) betreft kennis over feiten, en ligt dicht aan tegen wat vaak informatie wordt genoemd. Deze kennis kan in losse stukken (informatie) worden opgedeeld. Know-why (weten waarom) verwijst naar kennis over principes, mechanismen, regels en natuurwetten ten aanzien van mens en maatschappij. Deze kennis is vooral van belang in het ontwikkeltraject van technologische innovaties. Het aantal mislukkingen bij het testen van nieuwe technologieën (trial and error) zal hierdoor afnemen, omdat veel van de mogelijke mislukkingen kunnen worden voorzien. De snelheid op succes wordt verhoogd en de frequentie van fouten verkleind. Know-how (weten hoe) heeft betrekking op vaardigheden. Lundvall & Johnson (1994) beschrijven het als het talent of het vermogen om iets te doen. In eerste instantie wordt hierbij veelal gedacht aan vaardigheden van productiewerkers, maar dit begrip speelt een rol bij alle economische activiteiten. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop handelaren de markt inschatten, of personeelsmanagers nieuw personeel selecteren. In eerste instantie wordt dergelijke know-how ontwikkeld binnen de muren van een bedrijf of een onderzoekseenheid, en blijft die kennis daar ook. De toenemende complexiteit van de kennisvoorraad leidt echter tot steeds meer samenwerkingsverbanden. De noodzaak voor bedrijven om vaardigheden te delen en te combineren is dan ook een van de belangrijkste redenen om industriële netwerken te vormen. Vanwege deze toenemende rol van samenwerking in het proces van kenniscreatie is de vierde vorm van kennis van belang: know-who, de informatie over wie wat weet en wie weet hoe wat te doen. Daarnaast is het natuurlijk van belang om goed te kunnen samenwerken en communiceren. Know-what en know-why kunnen worden verkregen door boeken te lezen, lezingen bij te wonen of toegang te krijgen tot databases. Know-how en knowwho komen voort uit praktische ervaringen en sociale interactie. Waar de eerste twee gemakkelijk te codificeren zijn en als informatie kunnen worden overgedragen, is dat voor de laatste twee soorten kennis veel minder het geval. Bij know-how kan bijvoorbeeld worden gedacht aan leerling-meesterrelaties, waarbij de leerling de meester volgt en veel praktijk (testen, veldwerk, eigen empirisch onderzoek) en interactie met andere experts nodig heeft om te kennis op de kaart

25 leren. Know-who wordt onder andere geleerd in sociale interactie, bijvoorbeeld in de omgang met klanten, toeleveranciers en afnemers en andere instituten. Informele netwerken spelen hierbij een belangrijke rol. De sociale inbedding van dit soort kennis kan niet gemakkelijk worden overgedragen via de formele informatiekanalen. Bovendien kan het niet via de markt worden verhandeld zonder de intrinsieke waarde te verliezen. Dit is volgens Lundvall & Johnson een van de belangrijke redenen waarom economen dit type kennis vaak niet meenemen. Waar know-what en know-why gemakkelijker via de markt te verhandelen en volgens economische principes te analyseren zijn, zijn know-how en know-who dat niet. In het huidige ict-tijdperk wordt vaak gesteld dat alle kennis codificeerbaar is. Doordat de kennisinfrastructuur die samenhangt met ict, zoals en internet, sterk verbeterd is, zijn er veel prikkels om kennis te codificeren. Bovendien heeft ict tot gevolg dat veel kennis gecodificeerd wordt ontwikkeld; denk bijvoorbeeld aan virtuele testomgevingen en computersimulaties. Er is hiernaast sprake van een toenemend aantal computergestuurde expertsystemen die het menselijke brein simuleren. Tevens zijn er grote databases ontstaan waarin de know-who-kennis wordt opgeslagen om haar vervolgens via ict toegankelijk te maken voor vele gebruikers. Toch stellen Lundvall & Johnson (1994) dat er grenzen zijn aan de codificeerbaarheid. Know-why kan bijvoorbeeld alleen gecodificeerd worden in die gebieden waar weinig nieuwe kennis wordt geproduceerd. De verspreiding van gecodificeerde know-how-kennis is gelimiteerd. Wetenschappelijke kennis, als deze al kan worden gecodificeerd, bijvoorbeeld in modellen en formules, is slechts toegankelijk voor een handvol specialisten die bovendien veelal in hetzelfde netwerk dergelijke kennis van elkaar hebben geleerd. De know-who-kennis die is opgeslagen in databases, blijkt bovendien belangrijke tekortkomingen te hebben waaraan sociale interactie wel tegemoet kan komen. Zo spelen vertrouwen en face-to-face-contacten een belangrijke rol bij economische transacties en processen (Storper & Venables 2004). Lundvall & Jonhson (1994) spreken daarom liever van een lerende economie (learning economy) dan van een kenniseconomie. In een lerende economie bepaalt de capaciteit om te leren de relatieve positie van een individu, een bedrijf, een regio of een land. In navolging van deze filosofie wordt ook gesproken over lerende regio s (oecd2001). Het gaat in de lerende economie niet alleen om kennis, maar ook om het verkrijgen van nieuwe competenties, zeker wanneer zich nieuwe typen problemen voordoen. De lerende economie kenmerkt zich door snel te kunnen inspelen op veranderingen en het kennisniveau snel te kunnen aanpassen (oude kennis kunnen inruilen voor nieuwe). Zo worden de levenscycli van producten korter, verspreiden productieprocessen zich sneller, veranderen de taken voor werknemers en veroudert kennis snel. Lundvall & Johnson zien de lerende economie als meer dan de informatie-economie. Ook is de lerende economie breder dan de hightech-economie. In een lerende economie groeien kennisintensieve sectoren harder dan andere economische activiteiten, maar deze groei is niet alleen gerelateerd aan wetenschappelijke input en hightech-bedrijven. Leren is verweven met alle De kenniseconomie en haar dimensies 24 25

26 economische processen en geldt voor alle typen economische activiteiten en beroepen. Vaak wordt vergeten dat het verkrijgen van kennis over traditionele en op productie gerichte economische activiteiten cruciaal is voor de ontwikkeling van een economie. Productie en diensten zijn veelal sterk aan elkaar gekoppeld en middels specialismen aan elkaar gekoppeld. Een jarenlang opgebouwde kennis van de scheepsbouw in Nederland kent bijvoorbeeld een netwerk van adviserende diensten (zoals specialisten in financiën, verzekeringen, enzovoort), die los van deze scheepsbouw weinig bestaansrecht hebben. Tot slot geldt dat persoonsgebonden en gecodificeerde kennis elkaar aanvullen. Doordat de transactie- en communicatiekosten voor de uitwisseling van gestandaardiseerde kennis tussen bedrijven onderling en tussen bedrijf en klanten dalen, is er meer gelegenheid voor ontmoetingen waarbij complexe informatieoverdracht kan plaatsvinden (Lambooy e.a. 2000). Bovendien geldt dat kennis die is opgeslagen op kennisdragers, vaak alleen begrijpelijk is voor experts: de dragers van persoonsgebonden kennis. Dit heeft een belangrijke implicatie. Hoewel ideeënkennis tegen lage kosten de wereld rond kan reizen, is die kennis pas bruikbaar in combinatie met de kennis die zich bevindt in de hoofden van, veel minder mobiele, experts. Het opbouwen van die expertise vereist vaak dat mensen actief gecodificeerde kennis helpen creëren: de beste experts doen zelf ook (top)onderzoek (cpb2002). Economisch, sociaal en cultureel kapitaal Uit Lundvalls taxonomie van kennis blijkt onder andere dat de kenniseconomie ook een menselijke kant heeft. Hoe technologischer de maatschappij, hoe belangrijker kennis over mensen en maatschappelijke verhoudingen: kennis om met anderen productief te kunnen samenwerken, om te begrijpen hoe markten functioneren en zo tot productieve toepassingen van nieuwe technologie te komen (Jacobs 1999). Om hieraan tegemoet te komen wordt kennis ook wel onderscheiden in economisch, sociaal en cultureel kapitaal (Van der Laan e.a. 2000). Bij economisch kapitaal gaat het om kennis gericht op direct economisch rendement. Dit is de dominante visie op kennis, waarbij vooral onderwijs en onderzoek en ontwikkeling een belangrijke plaats innemen. Hierbij is kennis een middel tot materiële productie en onderwijs een investering in de toekomst. Het is de traditionele vorm van human capital. Sociaal kapitaal wordt door Putnam (2000) beschreven als: verbindingen tussen individuele sociale netwerken en de normen van wederkerigheid en vertrouwen die daaruit voortkomen. Een andere veel gebruikte definitie van sociaal kapitaal betreft de morele hulpbronnen die actoren in vrijwillige samenwerkingsverbanden inbrengen, instandhouden en accumuleren. Vaak wordt een verband gelegd tussen sociaal kapitaal en vertrouwen: hoe omvangrijker en beter het sociaal kapitaal van een gemeenschap, hoe groter het onderlinge vertrouwen. Dit heeft weer gunstige gevolgen voor de economische groei. Verschillen in vertrouwen zorgen voor verschillen in kennis tussen individuen en groepen binnen organisaties. kennis op de kaart

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl The Netherlands of 2040 www.nl2040.nl 1 Tijden veranderen 2 Tijden veranderen 3 Nieuwe CPB scenario studie Vraag Waarmee verdienen we ons brood in 2040? Aanpak Scenario s, geven inzicht in onzekerheid

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II Opgave 1 Armoede en werk 1 Het proefschrift bespreekt de effecten van het door twee achtereenvolgende kabinetten-kok gevoerde werkgelegenheidsbeleid. / De titel van het proefschrift heeft betrekking op

Nadere informatie

Tot slot. Aanbevelingen. Inleiding. Naar een lerende economie Investeren in het verdienvermogen van Nederland synopsis van WRR - rapport 90

Tot slot. Aanbevelingen. Inleiding. Naar een lerende economie Investeren in het verdienvermogen van Nederland synopsis van WRR - rapport 90 Hoe ziet dat er on de praktijk uit? (per sector / organisatie / afdeling / functie) Natuurlijke hulpbronnen en mensen zullen schaars zijn en de beschikbaarheid van kapitaal is niet te voorspellen. Met

Nadere informatie

Zuinige Superinnovatoren. Deelrapport Noord-Nederlandse Innovatiemonitor. Prof.Dr. Dries Faems

Zuinige Superinnovatoren. Deelrapport Noord-Nederlandse Innovatiemonitor. Prof.Dr. Dries Faems Deelrapport Noord-Nederlandse Innovatiemonitor Prof.Dr. Dries Faems d.l.m.faems@rug.nl 1. INLEIDING 1.1 SAMENWERKINGSPROJECT NOORD-NEDERLANDSE INNOVATIEMONITOR Dit rapport is opgesteld in het kader van

Nadere informatie

Prof.dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management, Erasmus University Wetenschappelijk directeur INSCOPE

Prof.dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management, Erasmus University Wetenschappelijk directeur INSCOPE Prof.dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management, Erasmus University Wetenschappelijk directeur INSCOPE Bevindingen Erasmus Innovatiemonitor Zorg Eindhoven, 5 oktober 2012 TOP INSTITUTE INSCOPE

Nadere informatie

EZ 2020. Over de veranderende rol(len) van gemeentelijke afdelingen Economische Zaken. Peter Louter www.bureaulouter.nl. Zwolle, 4 maart 2014

EZ 2020. Over de veranderende rol(len) van gemeentelijke afdelingen Economische Zaken. Peter Louter www.bureaulouter.nl. Zwolle, 4 maart 2014 EZ 2020 Over de veranderende rol(len) van gemeentelijke afdelingen Economische Zaken Peter Louter www.bureaulouter.nl Zwolle, 4 maart 2014 Drie strategische rollen 1. Preventie 2. Duiding 3. Integraliteit

Nadere informatie

Samenvatting ... 7 Samenvatting

Samenvatting ... 7 Samenvatting Samenvatting... In rapporten en beleidsnotities wordt veelvuldig genoemd dat de aanwezigheid van een grote luchthaven én een grote zeehaven in één land of regio, voor de economie een bijzondere meerwaarde

Nadere informatie

Ondernemerschap in Zuidoost-Brabant in perspectief

Ondernemerschap in Zuidoost-Brabant in perspectief M201208 Ondernemerschap in in perspectief Ondernemerschap in vergeleken met en de rest van Ro Braaksma Nicolette Tiggeloove Zoetermeer, februari 2012 Ondernemerschap in in perspectief In zijn er meer nieuwe

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) onderhoudt middels de organisaties Kerk in Actie (KiA) en ICCO Alliantie contacten met partners in Brazilië. Deze studie verkent de onderhandelingen

Nadere informatie

Achtergrondinformatie Leerstijlen en Werkvormen

Achtergrondinformatie Leerstijlen en Werkvormen Achtergrondinformatie Leerstijlen en Werkvormen Marjoleine Hanegraaf (NMI bv) & Frans van Alebeek (PPO-AGV), december 2013 Het benutten van bodembiodiversiteit vraagt om vakmanschap van de teler. Er is

Nadere informatie

NATIONALE COALITIE DIGITALE DUURZAAMHEID BEGINSELVERKLARING. CONCEPT 4 juni 2007 DE UITDAGING

NATIONALE COALITIE DIGITALE DUURZAAMHEID BEGINSELVERKLARING. CONCEPT 4 juni 2007 DE UITDAGING NATIONALE COALITIE DIGITALE DUURZAAMHEID BEGINSELVERKLARING CONCEPT 4 juni 2007 DE UITDAGING Versterking van de wetenschap en een betere benutting van de resultaten zijn een onmisbare basis, als Nederland

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

De internationale concurrentiekracht van Nederlandse (top)sectoren en de rol van bereikbaarheid. Frank van Oort Utrecht, 21 november 2011

De internationale concurrentiekracht van Nederlandse (top)sectoren en de rol van bereikbaarheid. Frank van Oort Utrecht, 21 november 2011 De internationale concurrentiekracht van Nederlandse (top)sectoren en de rol van bereikbaarheid Frank van Oort Utrecht, 21 november 2011 (PBL-onderzoek samen met Mark Thissen, Arjan Ruijs & Dario Diodato)

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Economische scenario s West-Friesland

Economische scenario s West-Friesland Economische scenario s West-Friesland 24 april 2014 Opzet presentatie 1. Economische ontwikkeling West-Friesland 2. SWOT economie 3. Trends en ontwikkelingen 4. Prognose economische ontwikkeling 5. Scenario

Nadere informatie

INLEIDING. Deelrapport Samenwerken voor Innovatie Innovatiemonitor Noord-Nederland Pagina 2 van 10

INLEIDING. Deelrapport Samenwerken voor Innovatie Innovatiemonitor Noord-Nederland Pagina 2 van 10 1 INLEIDING SAMENWERKINGSPROJECT NOORD-NEDERLANDSE INNOVATIEMONITOR Dit rapport is opgesteld in het kader van de Noord-Nederlandse Innovatiemonitor. De monitor is het resultaat van een strategische samenwerking

Nadere informatie

De Verdeelde Triomf. Ateliersessie Trek naar de Stad Provincie Flevoland, Lelystad. 23 maart 2016 Dr. Otto #verdeeldetriomf

De Verdeelde Triomf. Ateliersessie Trek naar de Stad Provincie Flevoland, Lelystad. 23 maart 2016 Dr. Otto #verdeeldetriomf De Verdeelde Triomf Ateliersessie Trek naar de Stad Provincie Flevoland, Lelystad 23 maart 2016 Dr. Otto Raspe 1 @ottoraspe #verdeeldetriomf Trends in de regionale economie http://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl_2014_trendsin-de-regionale-economie_1374.pdf

Nadere informatie

ONDERZOEKSRAPPORT TOPSECTOREN

ONDERZOEKSRAPPORT TOPSECTOREN ONDERZOEKSRAPPORT TOPSECTOREN Sociale innovatie doorslaggevend voor succes topsectoren: Topsectorenbeleid te eenzijdig gericht op technologische innovatie De markt dwingt bedrijven steeds sneller te innoveren

Nadere informatie

ATLEC. Ondersteunende Technologie Leren via Eenvormig Curriculum. State of the Art en Onderzoeksanalyse Samenvatting

ATLEC. Ondersteunende Technologie Leren via Eenvormig Curriculum. State of the Art en Onderzoeksanalyse Samenvatting ATLEC Ondersteunende Technologie Leren via Eenvormig Curriculum State of the Art en Onderzoeksanalyse Samenvatting WP nummer WP titel Status WP2 State of the Art en Onderzoeksanalyse F Project startdatum

Nadere informatie

Conjunctuurenquête voorjaar 2013

Conjunctuurenquête voorjaar 2013 Conjunctuurenquête voorjaar 2013 Vereniging FME-CWM, Zoetermeer, februari 2013 Kasper Buiting, beleidsadviseur Onderzoek en Economie www.fme.nl Vereniging FME-CWM, Zoetermeer, februari 2013 Alle rechten

Nadere informatie

Innovatiebenchmark Noord-Nederland. Overzichtsrapport. Prof.Dr. Dries Faems d.l.m.faems@rug.nl

Innovatiebenchmark Noord-Nederland. Overzichtsrapport. Prof.Dr. Dries Faems d.l.m.faems@rug.nl Innovatiebenchmark Noord-Nederland Overzichtsrapport Prof.Dr. Dries Faems d.l.m.faems@rug.nl 1. Inleiding 1.1 Project Innovatie Benchmark Noord-Nederland Dit rapport is opgesteld in kader van het project

Nadere informatie

Arjen van Halem STZ advies & onderzoek Miniconferentie Sociale Innovatie 25 februari 2010

Arjen van Halem STZ advies & onderzoek Miniconferentie Sociale Innovatie 25 februari 2010 Arjen van Halem STZ advies & onderzoek Miniconferentie Sociale Innovatie 25 februari 2010 Nederland is veel te duur oude industrie heeft geen toekomst meer in Nederland low tech industrie kan beter worden

Nadere informatie

Masterclass Value of Information. Waarde creëren voor de business

Masterclass Value of Information. Waarde creëren voor de business Masterclass Value of Information Waarde creëren voor de business Informatie en informatietechnologie maken het verschil bij de ontwikkeling van nieuwe business ideeën. Met informatie kunnen nieuwe innovatieve

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Relatiemarketing is gericht op het ontwikkelen van winstgevende, lange termijn relaties met klanten in plaats van het realiseren van korte termijn transacties.

Nadere informatie

In de afgelopen decennia heeft ongehuwd samenwonen overal in Europa. toegenomen populariteit van het ongehuwd samenwonen is onderdeel van

In de afgelopen decennia heeft ongehuwd samenwonen overal in Europa. toegenomen populariteit van het ongehuwd samenwonen is onderdeel van Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) De verschillende betekenissen van ongehuwd samenwonen in Europa: Een studie naar verschillen tussen samenwoners in hun opvattingen, plannen en gedrag. In de

Nadere informatie

Voor wie verstandig handelt! Daling personeel

Voor wie verstandig handelt! Daling personeel Daling personeel Trendsamenvatting Naam Definitie Scope Invloed Conclusie Bronnen Daling personeel Het aantal medewerkers dat werkzaam is in de sector / branche zal gemiddeld genomen hoger opgeleid zijn,

Nadere informatie

Ministerie van Economische Zaken Dr. G.G.A. Biessen Directeur Industrie en Diensten Postbus EC Den Haag. Geachte heer Biessen,

Ministerie van Economische Zaken Dr. G.G.A. Biessen Directeur Industrie en Diensten Postbus EC Den Haag. Geachte heer Biessen, Ministerie van Economische Zaken Dr. G.G.A. Biessen Directeur Industrie en Diensten Postbus 20101 2500 EC Den Haag KENMERK RPB200800017-3.55 DATUM 17 januari 2008 ONDERWERP Ruimtelijk-economische dimensie

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Zuid-Holland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Zuid-Holland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Zuid-Holland Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke

Nadere informatie

Amsterdamse haven en innovatie

Amsterdamse haven en innovatie Amsterdamse haven en innovatie 26 september 2011, Hoge School van Amsterdam Haven Amsterdam is een bedrijf van de gemeente Amsterdam Oostelijke handelskade (huidige situatie) Oostelijke handelskade (oude

Nadere informatie

Functieprofiel Young Expert

Functieprofiel Young Expert 1 Laatst gewijzigd: 20-7-2015 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1 Ervaringen opdoen... 3 1.1 Internationale ervaring in Ontwikkelingssamenwerkingsproject (OS)... 3 1.2 Nieuwe vaardigheden... 3 1.3 Intercultureel

Nadere informatie

ARBEIDSMARKT. in de Vlaams-Nederlandse Delta 2015-2040. Van knelpunt naar slimme kracht. Dick van der Wouw Joris Meijaard

ARBEIDSMARKT. in de Vlaams-Nederlandse Delta 2015-2040. Van knelpunt naar slimme kracht. Dick van der Wouw Joris Meijaard ARBEIDSMARKT in de Vlaams-Nederlandse Delta 2015-2040 Van knelpunt naar slimme kracht Dick van der Wouw Joris Meijaard Typisch VN Delta Doorvoerhavens en (petro)chemische industrie Goede universiteiten

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Een bedrijf dat bereid is om te investeren in innovatie, zal er in de regel ook zeker van willen zijn dat het profiteert van deze innovatie zonder dat een concurrent de

Nadere informatie

Opleidingsprogramma DoenDenken

Opleidingsprogramma DoenDenken 15-10-2015 Opleidingsprogramma DoenDenken Inleiding Het opleidingsprogramma DoenDenken is gericht op medewerkers die leren en innoveren in hun organisatie belangrijk vinden en zich daar zelf actief voor

Nadere informatie

De arbeidsmarkt klimt uit het dal

De arbeidsmarkt klimt uit het dal Trends en ontwikkelingen arbeidsmarkt en onderwijs De arbeidsmarkt klimt uit het dal Het gaat weer beter met de arbeidsmarkt in, ofschoon de werkgelegenheid wederom flink daalde. De werkloosheid ligt nog

Nadere informatie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) stimuleert Europa de regionale

Nadere informatie

Ordening van processen in een ziekenhuis

Ordening van processen in een ziekenhuis 4 Ordening van processen in een ziekenhuis Inhoudsopgave Inhoud 4 1. Inleiding 6 2. Verantwoording 8 3. Ordening principes 10 3.0 Inleiding 10 3.1 Patiëntproces 11 3.2 Patiënt subproces 13 3.3 Orderproces

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 300 XIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar

Nadere informatie

Profit. Europa is een van s werelds meest welvarende regio s. en heeft een van de grootste interne markten. Deze

Profit. Europa is een van s werelds meest welvarende regio s. en heeft een van de grootste interne markten. Deze Profit Europa is een van s werelds meest welvarende regio s en heeft een van de grootste interne markten. Deze positie wordt echter bedreigd door de snelle opkomst van Azië, maar ook door het steeds groter

Nadere informatie

LEREN OP DE WERKVLOER. Dr. Jessica van Wingerden MBA MCC

LEREN OP DE WERKVLOER. Dr. Jessica van Wingerden MBA MCC LEREN OP DE WERKVLOER Dr. Jessica van Wingerden MBA MCC DE WERELD VERANDERT In tijden waarin maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelingen elkaar in hoog tempo opvolgen, neemt veranderen,

Nadere informatie

Innovatieplatform Twente S a m e n w e r k e n a a n i n n o v a t i e

Innovatieplatform Twente S a m e n w e r k e n a a n i n n o v a t i e Innovatieplatform Twente S a m e n w e r k e n a a n i n n o v a t i e Twente is een innovatieve regio die nationaal en internationaal sterk in opkomst is. Daarom is op initiatief van de provincie Overijssel

Nadere informatie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) stimuleert Europa de regionale

Nadere informatie

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst M200803 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Bedrijfsstrategieën in het MKB drs. M. Mooibroek Zoetermeer, juli 2008 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Ongeveer de helft van de MKB-ondernemers

Nadere informatie

Bijlage 1: Gekozen regio s en hun sterke kanten. Meest innovatieve regio s

Bijlage 1: Gekozen regio s en hun sterke kanten. Meest innovatieve regio s Bijlage 1: Gekozen regio s en hun sterke kanten Meest innovatieve regio s Het Europese Innovatie Scoreboord op regionaal schaalniveau geeft in 2003 zes regio s aan als de leiders van Europa. Deze zijn

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties De afgelopen decennia zijn er veel nieuwe technologische producten en diensten geïntroduceerd op de

Nadere informatie

De Toekomst van het Nederlands Verdienmodel

De Toekomst van het Nederlands Verdienmodel De Toekomst van het Nederlands Verdienmodel prof.dr. Hans Strikwerda Met reviews door: prof. dr. Arnoud Boot mr. drs. Atzo Nicolaï drs. Michiel Muller prof. dr. Eric Claassen dr. René Kuijten prof. dr.

Nadere informatie

DE DRIJVENDE KRACHT ACHTER DYNAMISCHE ICT RECRUITMENT OPLOSSINGEN

DE DRIJVENDE KRACHT ACHTER DYNAMISCHE ICT RECRUITMENT OPLOSSINGEN R E C R U I T M E N T R E S O U R C E S R E S U L T S DE DRIJVENDE KRACHT ACHTER DYNAMISCHE ICT RECRUITMENT OPLOSSINGEN VERDER KIJKEN HumanR is dé specialist op het gebied van werving & selectie en de

Nadere informatie

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen 1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen

Nadere informatie

Het sociaal regelsysteem: externe sturing door discipline. Het systeem van communicatieve zelfsturing: zelfsturing in communicatie

Het sociaal regelsysteem: externe sturing door discipline. Het systeem van communicatieve zelfsturing: zelfsturing in communicatie De logica van lef, discipline en communicatie Theoretisch kader voor organisatieontwikkeling Tonnie van der Zouwen, maart 2007 De gelaagdheid in onze werkelijkheid Theorieën zijn conceptuele verhalen met

Nadere informatie

Innovatie support gids

Innovatie support gids Innovatie support gids Uw gids naar resultaat 1 Uw gids naar resultaat Innovatief duurzaam drukwerk Het drukwerk van deze gids is uitgevoerd in waterloos offset met inkt op plantaardige basis, dit resulteert

Nadere informatie

Onderzoeksflits. Utrecht.nl/onderzoek

Onderzoeksflits. Utrecht.nl/onderzoek Onderzoeksflits Platform31 De concurrentiepositie van Nederlandse steden. Nieuwe inzichten voor de Utrechtse economie en voor intergemeentelijke samenwerking Utrecht.nl/onderzoek Colofon uitgave Afdeling

Nadere informatie

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics 1 Inleiding Veel organisaties hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in

Nadere informatie

Zoals gezegd kent de monetaire manier van armoedemeting conceptuele en methodologische bezwaren en is de ontwikkeling van multidimensionele

Zoals gezegd kent de monetaire manier van armoedemeting conceptuele en methodologische bezwaren en is de ontwikkeling van multidimensionele 1 Samenvatting Kinderarmoede is een ongewenst, en voor velen, onaanvaardbaar fenomeen. De redenen hiervoor zijn enerzijds gerelateerd aan het intrinsieke belang van welzijn voor kinderen in het hier en

Nadere informatie

Nederland als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven

Nederland als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven Nederland als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven 1 Aanleiding Sinds jaren '90 sterke toename van investeringen door buitenlandse bedrijven (FDI) Door open en sterk internationaal georiënteerde

Nadere informatie

Sociale innovatie. Integraal op weg naar topprestaties in teams en organisaties

Sociale innovatie. Integraal op weg naar topprestaties in teams en organisaties Sociale innovatie Integraal op weg naar topprestaties in teams en organisaties DATUM 1 maart 2014 CONTACT Steef de Vries MCC M 06 46 05 55 57 www.copertunity.nl info@copertunity.nl 2 1. Wat is sociale

Nadere informatie

Onderwijsvernieuwing. We doen er allemaal aan mee.

Onderwijsvernieuwing. We doen er allemaal aan mee. Onderwijsvernieuwing We doen er allemaal aan mee. Maar. Welke kant willen we op? Wat speelt er in mijn team? Wil iedereen mee? Waar liggen de interesses? Waar zit de expertise? WAARIN GA IK INVESTEREN?

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) De economie van India is snel gegroeid sinds aan het begin van de jaren 90 verregaande hervormingen werden doorgevoerd in o.a. het handels- en industriebeleid. Groei van

Nadere informatie

Samenvatting Een van de opmerkelijkste kenmerken van economische activiteit is de ongelijkmatige ruimtelijke verdeling. In tabel 1.1 op pagina 2 staan gegevens over de productie per oppervlakte van verschillende

Nadere informatie

Samenvatting. Achtergrond en adviesvraag. Wie is de kenniswerker? Innovatieve vaardigheden zijn hèt onderscheidende kenmerk

Samenvatting. Achtergrond en adviesvraag. Wie is de kenniswerker? Innovatieve vaardigheden zijn hèt onderscheidende kenmerk Samenvatting Achtergrond en adviesvraag De vraag naar kenniswerkers groeit wereldwijd sterker dan ooit. Kenniswerkers zijn de hoeksteen van de samenleving geworden, en zijn in toenemende mate bepalend

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Noord-Brabant. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Noord-Brabant. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Noord-Brabant Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke

Nadere informatie

De softwaresector in Nederland

De softwaresector in Nederland De softwaresector in Nederland Survey 2010 In opdracht van: ICT~Office Project: 2010.002 Publicatienummer: 2010.002-1018 Datum: Utrecht, 23 augustus 2010 Auteurs: Robbin te Velde Jaap Veldkamp Marijn Plomp

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof AA 's-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof AA 's-gravenhage > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

Nelly Oudshoorn: Geef gebruikers een grotere plaats in het innovatiebeleid.

Nelly Oudshoorn: Geef gebruikers een grotere plaats in het innovatiebeleid. Nelly Oudshoorn: Geef gebruikers een grotere plaats in het innovatiebeleid. 1 Passieve consument passé de gebruiker als actieve ontwikkelaar Het gangbare beeld van gebruikers heeft een update nodig. Gebruikers

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Utrecht. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Utrecht. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Utrecht Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke investeringsagenda

Nadere informatie

De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen.

De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen. Competentie 1: Creërend vermogen De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen. Concepten voor een ontwerp te ontwikkelen

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Friesland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Friesland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Friesland Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke investeringsagenda

Nadere informatie

Werkgevers Ondernemers. In gesprek over de inhoud van het onderwijs

Werkgevers Ondernemers. In gesprek over de inhoud van het onderwijs Werkgevers Ondernemers In gesprek over de inhoud van het onderwijs 1 Algemeen Doe mee en praat mee! Antwoord of reactie op deze vraag? Dé landelijke dialoog over ons onderwijs en de toekomst. Deel gedachten,

Nadere informatie

10 Innovatielessen uit de praktijk 1

10 Innovatielessen uit de praktijk 1 10 Innovatielessen uit de praktijk 1 Geslaagde gastoudermeeting levert veel ideeën op voor innovatie! Wat versta ik onder innoveren? Innoveren is hot. Er zijn vele definities van in omloop. Goed om even

Nadere informatie

Topsectoren. Hoe & Waarom

Topsectoren. Hoe & Waarom Topsectoren Hoe & Waarom 1 Index Waarom de topsectorenaanpak? 3 Wat is het internationale belang? 4 Hoe werken de topsectoren samen? 5 Wat is de rol voor het MKB in de topsectoren? 6 Wat is de rol van

Nadere informatie

Convenant Metropoolregio Amsterdam, FNV Finance, kennisinstellingen en cluster Financiële en Zakelijke Dienstverlening

Convenant Metropoolregio Amsterdam, FNV Finance, kennisinstellingen en cluster Financiële en Zakelijke Dienstverlening Convenant Metropoolregio Amsterdam, FNV Finance, kennisinstellingen en cluster Financiële en Zakelijke Dienstverlening Aanleiding Op 10 februari 2014 heeft, onder leiding van burgemeester Van der Laan,

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20488 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20488 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/20488 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Haar, Beryl Philine ter Title: Open method of coordination. An analysis of its

Nadere informatie

Innovatiepotentieel. De index bedraagt 115 (Nederland = 100) Er is een kennisintensieve en innovatieve (diensten) economie MARKT

Innovatiepotentieel. De index bedraagt 115 (Nederland = 100) Er is een kennisintensieve en innovatieve (diensten) economie MARKT taat van 2014 nnovatiepotentieel at is de index van het innovatiepotentieel van de provincie? e index bedraagt 115 ( = 100) et innovatie creëren bedrijven en instellingen efficiëntie en onderscheidend

Nadere informatie

Introductie Methoden Bevindingen

Introductie Methoden Bevindingen 2 Introductie De introductie van e-health in de gezondheidszorg neemt een vlucht, maar de baten worden onvoldoende benut. In de politieke en maatschappelijke discussie over de houdbaarheid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2006-I

Eindexamen maatschappijleer vwo 2006-I Opgave 4 Mens en werk: veranderingen op de arbeidsmarkt tekst 9 5 10 15 20 25 30 35 Volgens de auteurs van het boek Weg van het overleg? komen de nationale overheid en de sociale partners steeds verder

Nadere informatie

Leren bedrijfseconomische problemen op te lossen door het maken van vakspecifieke schema s

Leren bedrijfseconomische problemen op te lossen door het maken van vakspecifieke schema s Leren bedrijfseconomische problemen op te lossen door het maken van vakspecifieke schema s Bert Slof, Gijsbert Erkens & Paul A. Kirschner Als docenten zien wij graag dat leerlingen zich niet alleen de

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Wat houdt het begrip internationale samenwerking in?

Samenvatting. 1. Wat houdt het begrip internationale samenwerking in? Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting In de 21 ste eeuw is de invloed van ruimtevaartactiviteiten op de wereldgemeenschap, economie, cultuur, milieu, etcetera steeds groter geworden. Ieder land dient

Nadere informatie

De kracht van samenwerking. Brainport Development, 2014

De kracht van samenwerking. Brainport Development, 2014 1 De kracht van samenwerking Brainport Development, 2014 2 De kracht van samenwerking Brainport Development, 2014 VAN KORTSLUITING NAAR CONTACT BETA CHALLENGE PROGRAMMA EEN LEERROUTE MAVO-MBO-HBO Henk

Nadere informatie

FME Postbus AD Zoetermeer T E I HALFJAARLIJKS ONDERZOEK Conjunctuurenquête voorjaar 2016

FME Postbus AD Zoetermeer T E I  HALFJAARLIJKS ONDERZOEK Conjunctuurenquête voorjaar 2016 FME Postbus 190 2700 AD Zoetermeer T 079 353 11 00 E info@fme.nl I www.fme.nl HALFJAARLIJKS ONDERZOEK Conjunctuurenquête 2016 Algemeen Ondernemers in de technologische industrie hebben in 2015 een omzetgroei

Nadere informatie

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden een handreiking 71 hoofdstuk 8 gegevens analyseren Door middel van analyse vat je de verzamelde gegevens samen, zodat een overzichtelijk beeld van het geheel ontstaat. Richt de analyse in de eerste plaats

Nadere informatie

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland Samenvatting Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland 2014-2020 Inzet op innovatie en een koolstofarme economie In het Europa van 2020 wil Noord-Nederland zich ontwikkelen en profileren als een regio

Nadere informatie

Competentie-invullingsmatrix

Competentie-invullingsmatrix Competentie-invullingsmatrix masterprf Master of Science in de wiskunde Academiejaar 2016-2017 Legende: W=didactische werkvormen E=evaluatievormen Competentie in één of meerdere wetenschappen Wetenschappelijke

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. West-Vlaanderen. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. West-Vlaanderen. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie West-Vlaanderen Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Antwerpen. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Antwerpen. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Antwerpen Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke investeringsagenda

Nadere informatie

Tweede evaluatie Pieken in de Delta

Tweede evaluatie Pieken in de Delta Tweede evaluatie Pieken in de Delta Datum 30 augustus 2012 Status Definitief Pagina 1 van 1 Definitief Tweede evaluatie Pieken in de Delta 30 augustus 2012 Colofon Contactpersoon Maarten van Leeuwen Aantal

Nadere informatie

IenM begroting 2015: inzetten op betere verbindingen in een schonere leefomgeving

IenM begroting 2015: inzetten op betere verbindingen in een schonere leefomgeving IenM begroting 2015: inzetten op betere verbindingen in een schonere leefomgeving 16 september 2014-15:25 Het ministerie van Infrastructuur en Milieu besteedt in 2015 9,2 miljard euro aan een gezond, duurzaam

Nadere informatie

The Netherlands of

The Netherlands of The Netherlands of 2040 www.nl2040.nl 1 Tijden veranderen 2 Tijden veranderen 3 Nieuwe CPB scenario studie Vraag Waarmee verdienen we ons brood in 2040? Aanpak Scenario s, geven inzicht in onzekerheid

Nadere informatie

OPENINGSTOESPAAK VAN DE MINISTER VAN HANDEL EN INDUSTRIE Z.E. DHR. DRS C. P

OPENINGSTOESPAAK VAN DE MINISTER VAN HANDEL EN INDUSTRIE Z.E. DHR. DRS C. P OPENINGSTOESPAAK VAN DE MINISTER VAN HANDEL EN INDUSTRIE Z.E. DHR. DRS C. P. MARICA BIJ DE OPENING VAN HET CONGRES DUURZAME ONTWIKKELING OP DONDERDAG 29 MEI 2008 Collega ministers, overige hoogwaardigheidsbekleders,

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Overijssel. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Overijssel. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Overijssel Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke investeringsagenda

Nadere informatie

De ruimtelijke structuur van de clusters van nationaal belang. Otto Raspe en Martijn van den Berge

De ruimtelijke structuur van de clusters van nationaal belang. Otto Raspe en Martijn van den Berge De ruimtelijke structuur van de clusters van nationaal belang Otto Raspe en Martijn van den Berge Samenvatting Het ministerie van Economische Zaken werkt aan de herijking van zijn economische stimuleringsprogramma

Nadere informatie

Nederland als vestigingsplaats g voor buitenlandse bedrijven

Nederland als vestigingsplaats g voor buitenlandse bedrijven Nederland als vestigingsplaats g voor buitenlandse bedrijven 1 Aanleiding Sinds jaren '90 sterke toename van investeringen ingen door buitenlandse bedrijven (FDI) Door open en sterk internationaal georiënteerde

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Gelderland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Gelderland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Gelderland Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke investeringsagenda

Nadere informatie

CPB Notitie 8 mei 2012. Actualiteit WLO scenario s

CPB Notitie 8 mei 2012. Actualiteit WLO scenario s CPB Notitie 8 mei 2012 Actualiteit WLO scenario s. CPB Notitie Aan: De Deltacommissaris Drs. W.J. Kuijken Postbus 90653 2509 LR Den Haag Datum: 8 mei 2012 Betreft: Actualiteit WLO scenario's Centraal

Nadere informatie

Uit de beleidsvisie maakt de AFM op dat vier modellen voor de inrichting van de corporatie te onderscheiden zijn. Dit zijn:

Uit de beleidsvisie maakt de AFM op dat vier modellen voor de inrichting van de corporatie te onderscheiden zijn. Dit zijn: Ministerie van VROM t.a.v. dr. P. Winsemius Postbus 20951 2500 EZ DEN HAAG Datum 22 januari 2007 Uw kenmerk DB02006310723 Betreft Advies inzake (financieel) toezicht op activiteiten met en zonder staatssteun

Nadere informatie

De Taxonomie van Bloom Toelichting

De Taxonomie van Bloom Toelichting De Taxonomie van Bloom Toelichting Een van de meest gebruikte manier om verschillende kennisniveaus in te delen, is op basis van de taxonomie van Bloom. Deze is tussen 1948 en 1956 ontwikkeld door de onderwijspsycholoog

Nadere informatie

Kennisdeling in lerende netwerken

Kennisdeling in lerende netwerken Kennisdeling in lerende netwerken Managementsamenvatting Dit rapport presenteert een onderzoek naar kennisdeling. Kennis neemt in de samenleving een steeds belangrijker plaats in. Individuen en/of groepen

Nadere informatie

Permanent competent. Hiteq. Vier profielen van de medewerker in Koen Dingemans MSc. Domein: Onderneming en arbeid

Permanent competent. Hiteq.  Vier profielen van de medewerker in Koen Dingemans MSc. Domein: Onderneming en arbeid centrum van innovatie Hiteq Hiteq, centrum van innovatie, wil komen tot duurzame vernieuwing. Het centrum richt zich daarbij op technische beroepen en opleidingen. Hiteq wil ondernemingen en onderwijsinstellingen

Nadere informatie

Samenvatting (summary in Dutch)

Samenvatting (summary in Dutch) Samenvatting (summary in Dutch) In de jaren zestig van de vorige eeuw merkte Jane Jacobs op dat steden gedijen door sociale en economische diversiteit. In haar invloedrijke boeken The Death and Life of

Nadere informatie

1. De Vereniging - in - Context- Scan... 2. 2. Wijk-enquête... 3. 3. De Issue-scan en Stakeholder-Krachtenanalyse... 4. 4. Talentontwikkeling...

1. De Vereniging - in - Context- Scan... 2. 2. Wijk-enquête... 3. 3. De Issue-scan en Stakeholder-Krachtenanalyse... 4. 4. Talentontwikkeling... Meetinstrumenten De meetinstrumenten zijn ondersteunend aan de projecten van De Sportbank en ontwikkeld met de Erasmus Universiteit. Deze instrumenten helpen om op een gefundeerde manier te kijken naar

Nadere informatie

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Resultaten onderzoek bij bedrijven (MKB) Hoe ondernemend en innovatief is uw organisatie? Woord vooraf Hoe ondernemend en innovatief is uw organisatie?

Nadere informatie

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk M201210 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk Arjan Ruis Zoetermeer, september 2012 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk De leeftijd van de ondernemer blijkt

Nadere informatie